toelichting
Tekst van het document
Dit zijn lichte vormen van bedrijvigheid die passen bij het gemengde karakter van de ontwikkeling Linck specifiek, maar zeker ook in de doorontwikkeling van de omgeving Raadhuislaan in zijn geheel (als onderdeel van de Spoorzone met stedelijke interactiemilieus). Een ontwikkeling die ruimte biedt aan 500 m² bedrijvigheid wordt niet beschouwd als een stedelijke ontwikkeling: voor ontwikkelingen met een ruimtebeslag dat niet groter is dan 500 m² geldt dat er in beginsel geen sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Er is ten tijde van de planvorming veel vraag naar ruimte voor bedrijvigheid. De prognose van de provincie Noord-Brabant uit september 2022 (Behoefteraming bedrijventerreinen Noord-Brabant), opgesteld door Stec Groep in opdracht van de provincie Noord-Brabant, toont aan dat er in de subregio ‘Meierij & As 50’, waartoe Oss behoort, behoefte is aan 92 tot 131 hectare aan bedrijventerreinen tot en met 2030. Van deze behoefte is 9 tot 16 ha aan ruimte nodig voor bedrijvigheid passend binnen een gemengd stedelijk gebied. In theorie is er in de regio harde plancapaciteit beschikbaar om in deze behoefte te voorzien. Deze capaciteit is echter alleen beschikbaar op enkele locaties in de stad
Raadhuislaan-Noord-Oss – 2024, pag. 28 van 71 Vastgesteld september 2024
’s-Hertogenbosch. De toevoeging van maximaal 500 m2 aan bedrijfsruimte op een goed bereikbare locatie voorziet in een lokale behoefte aan bedrijvigheid in een stedelijke setting, specifiek voor Oss. Er zijn in Oss geen uitgeefbare locaties voor bedrijvigheid beschikbaar, terwijl de plannen die gerealiseerd gaan worden gericht zijn op grootschaligere vormen van bedrijvigheid. Met de voorziene herontwikkeling van bedrijventerrein Euterpelaan naar een woon-werkmilieu verdwijnt er tevens veel ruimte voor bedrijvigheid binnen het stedelijk gebied van Oss. Enkele van deze bedrijven willen graag op een andere locatie in Oss terugkeren. Een stedelijk interactiemilieu op korte afstand van een OVknooppunt biedt ruimte voor de vraag vanuit de markt naar vierkante meters voor lichtere bedrijvigheid. Aangezien het plan zeer beperkte planologische ruimte voor bedrijvigheid mogelijk maakt op een centrale locatie binnen het bestaand stedelijk gebied van Oss is er geen sprake van een negatieve regionale impact in een regio breder dan de gemeentegrenzen van Oss. Maatschappelijke functies Via de bestemmingsplanregels wordt maximaal 500 m² aan maatschappelijke voorzieningen mogelijk gemaakt.
Een ontwikkeling die ruimte biedt aan 500 m² voor maatschappelijke voorzieningen wordt niet beschouwd als een stedelijke ontwikkeling; voor ontwikkelingen met een ruimtebeslag dat niet groter is dan 500 m² geldt dat er in beginsel geen sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. In algemene zin neemt de vraag naar maatschappelijke voorzieningen toe. Dit komt onder meer door de toenemende vergrijzing en de nadruk die wordt gelegd op het langer zelfstandig kunnen wonen. Ook worden (maatschappelijke) voorzieningen in toenemende mate belangrijk geacht in het kader van de leefbaarheid en ontmoeting. In de laatste jaren is de omgeving van de Raadhuislaan verkleurd. Waar het voorheen de primaire stedelijke werklocatie betrof, met veel ruimte voor kantooractiviteiten, is er steeds meer ruimte ontstaan voor andere functies. Een groot aandeel van deze nieuwe functies bestaat uit woningen, al dan niet met maatschappelijke voorzieningen in de plint. De locatie Raadhuislaan leent zich uitstekend voor dit type voorzieningen, gelet op de goede bereikbaarheid. Met de voorgenomen toename van het aantal woningen in de spoorzone van Oss, neemt ook de vraag naar maatschappelijke voorzieningen op korte afstand van deze woningen toe. Een groot deel van verstedelijkingsopgave, en dus het aantal te realiseren woningen en werkplekken zal aan de Raadhuislaan gerealiseerd worden.
Door ruimte te creëren voor invulling van de begane grond met maatschappelijke voorzieningen wordt ingespeeld op bestaande en toekomstige behoefte aan deze voorzieningen op loopafstand van de gebruikers. Horeca Met het plan wordt horeca in categorie 3 met een maximum oppervlak van 250 m² mogelijk gemaakt. Gezien de beperkte omvang kan dit niet worden beschouwd als een nieuwe stedelijke ontwikkeling; hiervoor geldt een ondergrens van 500 m2. Het beleid in Oss is erop gericht dat voorzieningen zoals zelfstandige detailhandel en horeca hoofdzakelijk worden geclusterd in het Stadshart van Oss en de daarbuiten gelegen buurt- en wijkcentra. Beleidsmatig worden uitzonderingen gemaakt voor bijzondere locaties en binnen ontwikkelingen waar nieuwe woonmilieus worden gecreëerd. Met de gebiedsontwikkeling Linck aan de noordzijde van de Raadhuislaan en Raadhuislaan-zuid aan de zuidzijde van de Raadhuislaan ontstaat er een nieuw (hoog)stedelijk woon-werkmilieu. Het aantal bewoners in dit gebied neemt sterk toe, evenals het aandeel bezoekers vanuit de omgeving (bijvoorbeeld werkenden of bezoekers van maatschappelijke voorzieningen).
Het mogelijk maken van een horecavoorziening op deze locatie draagt bij aan het creëren van het stedelijke interactiemilieu door meer levendigheid in deze omgeving voor bezoekers en gebruikers en een aantrekkelijk woon- en leefkwaliteit van de bewoners van de Raadhuislaan en omgeving.
Raadhuislaan-Noord-Oss – 2024, pag. 29 van 71 Vastgesteld september 2024
Door een maximumoppervlak van 250 m² voor dag- en afhaalhoreca mogelijk te maken, wordt uitgegaan van horeca die beperkt wordt in omvang en vorm; hiermee is de impact op horecavoorzieningen in de omgeving beperkt. We beschermen verder nadrukkelijk de detailhandelsstructuur die is gericht op het concentreren van zelfstandige detailhandel in het stadshart en de wijk- en buurtcentra. Met het plan maken we geen zelfstandige detailhandel mogelijk, wel ondergeschikte en productiegebonden detailhandel bij maatschappelijke of bedrijfsmatige activiteiten. Cultuur en ontspanning Het bestemmingsplan maakt vestiging van functies mogelijk die passen in de omschrijving ‘cultuur en ontspanning’, tot een gezamenlijk maximumoppervlak van 350 m² op de begane grond van het gebouw en 50 m2 in de stadskas in de binnentuin. Gezien de beperkte gemaximeerde omvang van 350 m² plus 50 m2 kan deze ontwikkeling niet worden beschouwd als nieuwe stedelijke ontwikkeling; hiervoor geldt een ondergrens van 500 m2. Net als bij de functies maatschappelijke voorzieningen en horeca draagt cultuur en ontspanning bij aan de diversiteit en levendigheid in dit nieuwe stedelijke interactiemilieu. Voorzieningen op het gebied van cultuur en ontspanning worden daarnaast goed bereikbaar voor gebruikers.
Het toevoegen van een groot aantal woningen in de spoorzone, leidt tot een toenemende vraag naar ruimte voor ontspanning, cultuur en recreatie. De functies op het gebied van cultuur en ontspanning die zijn toegestaan op de verdieping zijn alleen bedoeld voor bewoners en alleen toegestaan ondersteunend en ondergeschikt aan de woonfunctie. 5.2
Omgevingsaspecten
5.2.1
Mobiliteit en parkeren
5.2.1.1 Verkeer Op 6 juli 2023 heeft de gemeenteraad van Oss de Koersnota Mobiliteit vastgesteld. In deze nota wordt de ontwikkelrichting vastgelegd voor mobiliteit en infrastructuur in de komende decennia. De nota is de Osse invulling van de mobiliteitstransitie: Meer ruimte voor ontmoeten en verblijven, de fietser op ‘pole-position’ en tegelijk een gastvrij centrum voor de auto voor de inwoners van de gemeente en andere bezoekers. De komende tijd wordt de Koersnota Mobiliteit vertaald in een mobiliteitsprogramma, een nieuw parkeerbeleidsplan en in een spooragenda. Zolang nog geen nieuw mobiliteitsprogramma is vastgesteld, hanteren wij de uitwerking die eerder is vastgelegd in het Mobiliteitsplan 2020 Oss. Het deelplan Wegen werkt het gewenste netwerk voor het autoverkeer uit. Per weg is de gewenste functie vastgelegd. Van belang is de vraag of een initiatief leidt tot extra verkeersbewegingen en of de toename van verkeersbewegingen passen binnen de normen die voor ontsluitingswegen gelden. Verkeer: verkeersbewegingen en ontsluiting De planlocatie ligt op de hoek van de Raadhuislaan en Lievekamplaan. De ontwikkeling zal dan ook vanuit die wegen bereikbaar zijn. De parkeergarage die gerealiseerd wordt op de locatie zelf zal ontsloten worden vanaf de Lievekamplaan. Van daaruit zal het gemotoriseerd vervoer via onder andere de Raadhuislaan, de weg vervolgen.
De parkeergarage die in het gebied Raadhuislaan-Zuid gerealiseerd wordt, zal ontsluiten op de Raadhuislaan. Voor dit plan is een verkeersonderzoek gedaan. Dit onderzoek zit in bijlage 1 van deze toelichting.
Raadhuislaan-Noord-Oss – 2024, pag. 30 van 71 Vastgesteld september 2024
Uit het onderzoek blijkt dat de relevante wegvakken voldoende capaciteit hebben om een goede doorstroming te garanderen. De verkeersbewegingen passen binnen de normen. Verkeer vormt gezien het voorgaande geen belemmering voor het planvoornemen. 5.2.1.2 Parkeren Het college heeft op 24 oktober 2023 de ‘Nota Parkeernormen Oss 2023’ vastgesteld. Deze nota vervangt de ‘Nota Parkeernormen 2017’. De “Nota Parkeernormen Oss 2023” sluit aan op het werkelijke autobezit in de gemeente Oss en op actuele ontwikkelingen. Zo wordt in het verstedelijkingsgebied een lagere parkeernorm gehanteerd, eventueel in combinatie met vormen van deelmobiliteit. Daarnaast zijn in de nieuwe nota fietsparkeernormen opgenomen. In de Nota Parkeernormen is verder een toepassingskader opgenomen waarin de stappen staan die doorlopen moeten worden om te komen tot een ontwikkeling met een passende parkeeroplossing. De ‘Nota Parkeernormen Oss 2023’ bevat parkeernormen en beleidsuitgangspunten en vormt zo het toetsingskader voor nieuwe initiatieven, waaronder het onderhavige plan. Oplossing parkeerbehoefte De ontwikkeling van het plan “Linck” genereert een bepaalde parkeerbehoefte.
Deze parkeerbehoefte wordt gevormd door twee onderdelen: - De parkeerbehoefte als gevolg van de nieuw te realiseren functies; - De parkeerbehoefte die ontstaat als gevolg van het wegvallen van parkeerplaatsen door de nieuwbouwontwikkeling.
1) Parkeerbehoefte nieuwe functies Voor deze ontwikkeling is een Mobiliteitsplan opgesteld dat als bijlage 2 bij de toelichting is gevoegd. In dit Mobiliteitsplan is de parkeerbehoefte als gevolg van de nieuwe functies in beeld gebracht. In de bijbehorende berekening is ook rekening gehouden met deelmobiliteit. Uit de berekening blijkt dat de nieuwe functies een parkeerbehoefte genereren van 140 parkeerplaatsen. In totaal worden 143 parkeerplaatsen gerealiseerd. Niet al deze parkeerplaatsen zullen binnen het plangebied gerealiseerd worden. Op de locatie Raadhuislaan-Noord zal een ondergrondse parkeergarage worden gerealiseerd met tenminste 28 parkeerplaatsen. Op loopafstand van de planlocatie locatie wordt een parkeergarage gerealiseerd met ten minste 115 parkeerplaatsen. Deze parkeergarage moet gerealiseerd zijn voordat de woningen in het plan “Linck” in gebruik wordt genomen. Het is de bedoeling dat de parkeergarage gebouwd wordt in het gebied aan de overzijde van de Raadhuislaan nabij het spoor. Waar dit exact zal zijn, wordt nog verder uitgewerkt. Daarom zal voor de parkeergarage een aparte planologische procedure worden gevolgd.
Om het bovenstaande juridisch te borgen, is in de regels van het bestemmingsplan een voorwaardelijke verplichting opgenomen die inhoudt dat de ontwikkeling pas in gebruik mag worden genomen als voldaan wordt aan de voorwaarden die in het Mobiliteitsplan genoemd zijn. In het Mobiliteitsplan is gerekend met de parkeernormen voor horeca en ‘commerciële dienstverlening’. In het bestemmingsplan worden echter ook andere functies mogelijk gemaakt. Daarom zijn ook verschillende andere scenario’s die mogelijk zijn op basis van de toegestane functies in het bestemmingsplan doorgerekend, waarbij is uitgegaan van een ‘worst-case-scenario’. Geen enkel doorgerekend scenario komt daarbij uit boven de 143 parkeerplaatsen, waardoor gezegd kan worden dat de nieuwe functies kunnen worden opgevangen in de te realiseren parkeervoorzieningen. De doorrekening van de verschillende scenario’s is opgenomen in bijlage 3 bij deze toelichting. In het Mobiliteitsrapport is ook ingegaan op het fietsparkeren. Het fietsparkeren wordt opgelost volgens de richtlijnen van de ‘Nota Parkeernormen Oss 2023.
Raadhuislaan-Noord-Oss – 2024, pag. 31 van 71 Vastgesteld september 2024
2) Te vervallen parkeerplaatsen In het Mobiliteitsplan van Mobycon is geen rekening gehouden met de bestaande parkeerplaatsen die als gevolg van de nieuwe ontwikkeling komen te vervallen. Als gevolg van de ontwikkeling komen 122 bestaande parkeerplaatsen op het bestaande parkeerterrein De Maasvallei te vervallen waaronder gemiddeld 35 parkeerplaatsen voor vergunninghouders. Gekeken is hoe hiermee om moet worden gegaan. In de bijlagen bij de toelichting zijn verschillende memo’s opgenomen. In bijlage 6 zit een memo van 11 juli 2023. In deze memo is naar aanleiding van tellingen die in maart 2023 zijn uitgevoerd in beeld gebracht: - wat het oplossend vermogen voor vergunninghoudersparkeren Maasvallei binnen zone B is; - wat het oplossend vermogen bezoekersparkeren Maasvallei binnen acceptabele loopafstand is. In maart 2024 zijn – mede naar aanleiding van ingebrachte zienswijzen – nieuwe tellingen uitgevoerd. De uitkomst van deze tellingen is opgenomen in een memo van 16 april 2024 die als bijlage 5 bij de toelichting zit. In de memo van april 2024 is tevens rekening gehouden met een scenario waarin bestaande parkeerplaatsen aan de Raadhuishof als gevolg van ontwikkelingen aldaar in de toekomst komen te vervallen. Op die manier is gekeken of de gekozen oplossing ook toekomstbestendig is, ongeacht eventuele andere scenario’s.
De uitkomsten van beide memo’s zijn geland in de memo van 18 juni 2024 die in bijlage 4 van de toelichting is opgenomen. Op basis van deze memo is een afweging gemaakt. Uitkomsten Uit de memo van 18 juni 2024 blijkt het volgende: 1) Ten aanzien van de vergunninghouders: Voor parkeervergunninghouders zijn er in de weekenden en avonduren voldoende plaatsen beschikbaar binnen vergunningzone B. Op werkdagenoverdag is het lastiger voor vergunninghouders om een parkeerplaats te vinden. Wanneer uit wordt gegaan van een aanwezigheidspercentage van vergunninghouders van 50% (zoals opgenomen in de ‘Nota Parkeernormen 2023’) zullen er naar verwachting voldoende parkeerplaatsen aanwezig zijn. Maar de bezettingsgraad komt op enkele momenten wel boven de 85% die in onze ‘Parkeernormen Nota Oss 2023’ is genoemd. In de memo van 18 juni 2024 wordt daarom voorgesteld om de Lievekamplaan toe te voegen aan vergunningzone B; 2) Ten aanzien van het bezoekersparkeren: Uit de memo van 18 juni 2024 blijkt dat ten aanzien van het bezoekersparkeren op alle momenten ruimschoots voldoende parkeerplaatsen aanwezig zijn binnen de acceptabele loopafstand, zoals opgenomen in de Nota Parkeernormen Oss 2023. Daarbij wordt op alle momenten voldaan aan de bezettingsgraad van 85%.
Dit geldt zowel in de situatie waarin Raadhuishof wordt meegenomen (memo 11 juli 2023) als in de situatie waarin Raadhuishof niet wordt meegenomen (memo april 2024). Afweging Uit de tellingen blijkt dat er zowel voor parkeervergunninghouders als voor bezoekers naar verwachting voldoende parkeerplaatsen beschikbaar zijn in de omgeving. Wel zien wij aanleiding om parkeervergunningzone B te verruimen door de Lievekamplaan hieraan toe te voegen. Dit biedt een oplossing voor de krapte op de werkdagen. Op werkdagen is de bezetting op de Lievekamplaan laag, waardoor er ruimte ontstaat voor parkeervergunninghouders om binnen parkeervergunningzone B te parkeren. De Lievekamplaan is erg geschikt, omdat deze dichtbij de Maasvallei ligt, waardoor de loopafstand kort is. Met het toevoegen van de 38 parkeerplaatsen in de Lievekamplaan blijft de bezettingsgraad onder de 85%. Toetsing aan het gemeentelijke beleid Hiervoor is onderbouwd hoe de parkeerbehoefte wordt opgelost. In het navolgende zetten wij uiteen hoe de parkeeroplossing zich verhoudt tot het geldende parkeerbeleid: de ‘Nota Parkeernormen Oss 2023’. 1) Parkeerbehoefte nieuwe functies De parkeerbehoefte voor de nieuwe functies wordt deels opgelost door een parkeergarage op afstand te realiseren. De Nota Parkeernormen stelt als uitgangspunt dat de parkeerbehoefte binnen het plangebied moet worden opgelost.
Het begrip “plangebied” is daarbij ruim gedefinieerd. Het gaat over “grond waarover de initiatiefnemer kan beschikken ter plaatse van de ruimtelijke activiteit of in de directe nabijheid (binnen acceptabele loopafstand)”.
Raadhuislaan-Noord-Oss – 2024, pag. 32 van 71 Vastgesteld september 2024
Voorbeelden daarvan zijn: - Parkeerplaatsen die in eigendom zijn bij de initiatiefnemer; - Parkeerplaatsen in erfpacht uitgegeven, verhuurd of in gebruik gegeven aan de initiatiefnemer; - Parkeerplaatsen waarvan in de omgevingsvergunning, bouwvergunning, huur- of koopovereenkomst of in de erfpacht de voorwaarde is vastgelegd dat deze bedoeld zijn voor het adres van de initiatiefnemer. De parkeergarage op afstand zal exclusief beschikbaar zijn voor het project “Linck”. Hierover zullen afspraken worden vastgelegd met de initiatiefnemer/gebruiker. De parkeergarage zal gerealiseerd worden binnen het gebied Raadhuislaan-Zuid. Hoewel nog niet duidelijk is waar de voorziening exact komt, is het uitgangspunt dat deze binnen de acceptabele loopafstand komt. Een acceptabele loopafstand is in dit geval 200 meter vanaf de toegang tot het gebouw (zie paragraaf 5.2 Nota Parkeernormen Oss 2023). Van de parkeergarage kan dus gezegd worden dat deze binnen de definitie ‘plangebied’ uit de nota gerealiseerd wordt. Daarmee wordt niet afgeweken van het uitgangspunt uit de Nota Parkeernormen. In het kader van de aparte planologische procedure voor de parkeergarage moet óók getoetst worden aan het gemeentelijke beleid. 2) Te vervallen functies Zoals hiervoor is geschreven, worden de te vervallen parkeerplaatsen niet fysiek op eigen terrein gecompenseerd.
Daarmee wordt afgeweken van een uitgangspunt uit de ‘Nota Parkeernormen Oss 2023’. De nota biedt de mogelijkheid om van dit uitgangspunt af te wijken in het geval dat de parkeerbehoefte kan worden opgelost door bestaand aanbod elders te benutten. Aan de voorwaarden uit deze afwijkingsmogelijkheid wordt voldaan: - Het volledige parkeeraanbod kan niet volledig op eigen terrein worden gerealiseerd. Op het huidige parkeerterrein worden gebouwen geplaatst. De ruimte tussen deze gebouwen wordt groen en parkachtig ingericht. Dit principe is een drager van het plan. Vanuit dit gewenste ruimtelijke beeld is het onwenselijk om auto’s op maaiveld te laten parkeren. Het realiseren van een ondergrondse parkeergarage, zoals oorspronkelijk de bedoeling was, is financieel niet uitvoerbaar gebleken; - Met het toevoegen van de Lievekamplaan aan vergunningzone B wordt voldaan aan de voorwaarde van een bezettingsgraad van 85%; - De kwalitatieve impact van het gebruik van de restcapaciteit in het openbaar gebied is naar het oordeel van de gemeente acceptabel Er wordt teruggevallen op beschikbare capaciteit op verschillende locaties: Kruisstraatterrein, Lievekampterrein, Raadhuishof, Ridderhof, Maasvallei-west, Bospoorthof, Jurgensplein, Kruisstraat, Lievekamplaan, Raadhuislaan, Smalstraat.
De kwalitatieve impact van het gebruik van de restcapaciteit op deze locaties in en nabij het stadscentrum is aanvaardbaar. De bevoegdheid om af te wijken van het gemeentelijke parkeerbeleid ligt bij het college. De afwijking is opgenomen in het collegebesluit over het ontwerpbestemmingsplan en in het collegevoorstel en - besluit over de vaststelling van het bestemmingsplan is het expliciet opgenomen als beslispunt. Daarmee is het ook bestuurlijk afgehecht. Conclusie De parkeervraag voor het project Raadhuislaan-Noord kan worden opgelost. Voor een groot deel gebeurt dit in het plangebied - deels op afstand – zelf en voor een deel wordt teruggevallen op bestaande parkeerplaatsen in het openbaar gebied. De Lievekamplaan wordt toegevoegd aan vergunningzone B. De parkeeroplossing past binnen de voorwaarden uit de ‘Nota Parkeernormen Oss 2023’. Er wordt voldaan aan de parkeernormen. Op één onderdeel wordt gebruik gemaakt van de afwijkingsmogelijkheid die deze Nota biedt, namelijk het benutten van bestaand parkeeraanbod elders. Deze afwijkingsmogelijkheid is bestuurlijk afgehecht.
Raadhuislaan-Noord-Oss – 2024, pag. 33 van 71 Vastgesteld september 2024
5.2.2.
Natuur
5.2.2.1 Wet natuurbescherming De Wet natuurbescherming beschermt Nederlandse natuurgebieden en planten- en diersoorten. Het is belangrijk voor de natuur dat er veel verschillende planten- en diersoorten zijn. Wanneer het met de natuur goed gaat, is er ook meer ruimte voor economische en andere maatschappelijke activiteiten. Maar sommige soorten zijn kwetsbaar, zoals vleermuizen en mussen. Een goede natuurbescherming is dan ook belangrijk. Rolverdeling tussen provincies en Rijk Sinds 1 januari 2017 bepalen de provincies wat wel en niet mag in de natuur binnen de provincie. De provincies zorgen voor de vergunningen en ontheffingen. De Rijksoverheid blijft verantwoordelijk voor het beleid van grote wateren en internationaal beleid (zoals Natura2000). Ruimtelijke plannen en omgevingsvergunningen die invloed hebben op beschermde natuur moeten passen binnen de Wet natuurbescherming. Daarnaast gelden ook provinciale regelingen voor natuurbescherming. 5.2.2.2 Groen en natuur/biodiversiteit Natuurinclusief bouwen De gemeente streeft er naar om bij (ver)bouwen zoveel als mogelijk rekening te houden met de natuur en de biodiversiteit ofwel ‘natuurinclusief’ te bouwen. Een groene invulling is onderdeel van het planvoornemen. Er wordt een groen binnenterrein ontwikkeld dat openbaar is. In de nieuwe hoofdbebouwing zijn natuurinclusieve elementen voorzien. 5.2.2.3.
Bomen Regelgeving Wet natuurbescherming In de Wet Natuurbescherming staan regels over de bescherming van dieren en planten in Nederland. Beleidsnota Bijzonder waardevolle bomen In 1998 is de beleidsnota “Bijzonder waardevolle bomen” opgesteld, waarin bomen zijn opgenomen die vanwege specifieke waarden bescherming verdienen. De lijst met waardevolle bomen wordt periodiek geactualiseerd. De laatste actualisatie van de regels en criteria voor een bijzondere boom is opgenomen in de nota “Bijzondere bomen in Oss 2018”. In deze nota is vastgelegd dat de aanvraag van een omgevingsvergunning voor de aangewezen waardevolle bomen altijd geweigerd moet worden tenzij het kappen van deze bomen vanuit het algemene belang noodzakelijk is. Dit is verder vertaald in de Algemene Plaatselijke Verordening (APV). Op grond van de APV is voor het kappen van bomen die op de Beschermde bomenlijst staan een vergunning vereist. De vergunning kan op grond van verschillende criteria door het college van burgemeester en wethouders worden geweigerd. Algemene Plaatselijke Verordening Oss 2019 In artikel 4.10A tot en met artikel 4.10 M van de APV is het bewaren van houtopstand opgenomen. Notitie Osse Bomen 2015 Deze notitie legt in hoofdlijnen de visie op bomen vast. In deze notitie wordt aangegeven dat bomen belangrijk zijn.
Raadhuislaan-Noord-Oss – 2024, pag. 34 van 71 Vastgesteld september 2024
Structuurplan Bomen 2016 Dit plan geeft aan welke boomstructuren aanwezig zijn en waar deze gewenst zijn. Het structuurplan vormt de basis voor behoud en versterking van belangrijke boomstructuren. Notitie Groen in Ruimtelijke Plannen Deze notitie geeft handvatten hoe om te gaan met de ruimtelijke effecten van nieuwe ruimtelijke plannen op bestaand groen. De notitie is opgesteld naar aanleiding van een aangenomen motie. Uitwerking Inventarisatie Bijzonder waardevolle bomen Aan de hand van de kaart behorende bij de nota “Bijzondere bomen in Oss 2018” is nagegaan of in/nabij het plangebied sprake is van waardevolle bomen. Hieronder is een uitsnede van de kaart ter hoogte van het plangebied opgenomen. Op de afbeelding is zichtbaar dat in of nabij het plangebied geen waardevolle bomen (geen rode sterren) aanwezig zijn.
Raadhuislaan-Noord-Oss – 2024, pag. 35 van 71 Vastgesteld september 2024
Inventarisatie overige bomen Binnen en net buiten het plangebied zijn wel andere bomen aanwezig. Het betreft 46 houtopstanden. In onderstaand plaatje en in onderstaande tabel is een overzicht opgenomen van de aanwezige bomen.
Raadhuislaan-Noord-Oss – 2024, pag. 36 van 71 Vastgesteld september 2024
De meest recente boomveiligheidscontrole (BVC) heeft in 2022 plaatsgevonden. Een deel van de bomen is in de periode 1978-1987 aangeplant. Dit zijn bomen die tussen de 35 en 45 jaar oud zijn. Dit zijn veelal bomen met een grote stamdiameter en hoge boomhoogte. Een klein deel van de bomen is in de periode 2012-2022 geplant. Dit zijn jonge bomen met vaak nog een geringe stamdiameter en hoogte. In een aantal Aesculus (Paardenkastanje) zit de Kastanjebloedingsziekte. Deze bomen zijn minder vitaal, maar zijn niet problematisch. Ook is te zien dat de Tilla’s (Lindes) aan de Lievekamplaan minder vitaal zijn. Dit is mede te verklaren door de geringe groeiruimte die ze hebben. De Platanussen (Platanen) en Quircussen (Eiken) aan De Maasvallei en Raadhuislaan zijn alle van goede kwaliteit. Alle bomen hebben een verwachte levensduur van meer dan 10 jaar. Hiermee wordt het bomenbestand gezien als toekomstbestendig. De bomen aan de Raadhuislaan (Quercus palustris) maken onderdeel uit van de hoofdstructuur bomen. Hierdoor zijn zij waardevol voor de Osse bomenstructuur. De overige bomen maken onderdeel uit van de nevenstructuur en de overige structuur. Behoud van de bomen Insteek van het plan is om bestaande bomen zoveel mogelijk te behouden.
Dit geldt in ieder geval voor de bestaande bomen aan de Raadhuislaan en de Lievekamplaan en de bestaande bomen aan de noordzijde van het plangebied: aan de weg De Maasvallei tussen het plangebied en het gebouw “De Posterije”. Om het effect van de ontwikkeling op de bomen in beeld te brengen, is een Boomeffectanalyse (BEA) uitgevoerd. Deze is opgenomen in bijlage 7 van de plantoelichting. Uit de BEA blijkt dat van de bomen zoals weergegeven in onderstaand plaatje: A) De bomen 1 t/m 20 en 41 – met maatregelen – duurzaam te behouden zijn; B) Duurzaam behoud van de bomen 21 t/m 40 niet mogelijk is, waarbij geldt dat: • De bomen 27, 35, 37 en 38 gerooid moeten worden; • De bomen 21 t/m 26, 28 t/m 34, 36 en 40 potentieel verplantbaar zijn.
Raadhuislaan-Noord-Oss – 2024, pag. 37 van 71 Vastgesteld september 2024
Ten aanzien van de bomen die met maatregelen te behouden zijn, worden in de BEA voorwaarden genoemd: maatregelen die getroffen moeten worden om de bomen te behouden. Met inachtneming van deze randvoorwaarden stellen de ontwikkelaar en aannemer een Werkplan Bomen met Boombeschermingsplan op. Daarin wordt onder andere beschreven: - Welke maatregelen getroffen worden; - Wanneer deze maatregelen getroffen worden; - Welk materiaal gebruikt wordt. Dit Werkplan moet goedgekeurd worden door de gemeente. Dit wordt als voorwaarde bij de vergunning opgenomen. De gemeente zal ook toezicht houden tijdens de uitvoering. Op deze manier kunnen de bomen 1 t/m 20 en 41 behouden blijven. Boom nummer 8 zal gerooid worden. Omdat hier een uitrit gerealiseerd wordt, is dit vanuit het oogpunt van verkeersveiligheid noodzakelijk. De zilverlinde heeft te kampen met gebreken in de vorm van een wurgwortel en dood hout. Voor de bomen die verwijderd moeten worden, geldt als uitgangspunt dat deze bij voorkeur verplaatst worden. Omdat verplaatsen een relatief dure maatregelen is, moet een afweging worden gemaakt tussen de kosten en baten. Mocht het verplaatsen van de boom niet mogelijk/te kostbaar zijn, dan kan er besloten worden om een kapaanvraag in te dienen. Voor bomen met een stamdiameter van meer dan 40 cm op 130 cm hoogte moet een kapvergunning worden aangevraagd.
In het geval dat een boom geveld wordt, geldt een herplantplicht. Dit houdt in dat er voor één gekapte boom één nieuwe boom (met een minimale plantmaat 20-25) teruggeplant wordt. Bij de verdere uitwerking van de plannen voor de openbare ruimte wordt een afweging gemaakt over de te kappen bomen.
Raadhuislaan-Noord-Oss – 2024, pag. 38 van 71 Vastgesteld september 2024
5.2.2.4 Natuurtoets Bij de bescherming van natuurwaarden gaat het enerzijds om soortenbescherming en anderzijds om gebiedsbescherming. Gebiedsbescherming is gericht op de bescherming van kwetsbare natuurgebieden. Soortenbescherming moet er toe leiden dat het voortbestaan van soorten niet in gevaar komt. Gebiedsbescherming Binnen Nederland zijn 166 Natura 2000-gebieden aangewezen. Dit zijn gebieden met een Europese beschermingsstatus. Veel van deze gebieden zijn (ook) gevoelig voor stikstofdepositie. Een verdere toename van de stikstofdepositie kan leiden tot ‘significante negatieve effecten’ op de instandhoudingsdoelstellingen van de Natura 2000-gebieden. Voor de Natura 2000-gebied zijn instandhoudingsdoelstellingen opgesteld. Activiteiten en ontwikkelingen die een negatief effect op de instandhoudingsdoelstellingen hebben, zijn verboden. Voor een plan geldt op grond van artikel 2.7 lid 1 van de Wet natuurbescherming dat bepalend is of het significante gevolgen kan hebben voor een (of meer) Natura 2000-gebied(en). Is dat het geval, dan dient het bestuursorgaan, onderscheidenlijk de aanvrager van de vergunning, bij de vaststelling van een plan met toepassing van artikel 2.7 Wnb, een passende beoordeling te maken, zoals bedoeld in artikel 2.8 Wnb. In een toetsing wordt bepaald of er negatieve effecten kunnen optreden.
Een eerste toetsing (voortoets) geeft aan of er negatieve effecten kunnen optreden en zo ja of deze van dien aard kunnen zijn dat de instandhoudingsdoelstellingen in gevaar kunnen komen. Indien dat het geval is, wordt een tweede toetsing verricht welke dieper ingaat op de mate van effect (passende beoordeling). Het planvoornemen is niet gelegen nabij Natura 2000-gebieden. Directe effecten zoals versnippering, verdroging et cetera ten gevolge van het planvoornemen op deze gebieden zijn dan ook uitgesloten. Via aeriusberekeningen (bijlage 8 van het bijlagenboek bij deze toelichting) voor zowel de gebruiks- en aanlegfase is bezien of eventueel sprake is van indirecte effecten. Hieruit blijkt dat het planvoornemen geen significante gevolgen heeft voor Natura 2000-gebieden. Een passende beoordeling is daarom niet nodig.
Raadhuislaan-Noord-Oss – 2024, pag. 39 van 71 Vastgesteld september 2024
Soortenbescherming De Wnb geeft kaders voor de bescherming van planten en dieren. Zo is het verboden om dieren te vangen of verwonden en om vaste rust- en verblijfplaatsen te vernielen. Dit is vastgelegd in drie vergelijkbare beschermingsregimes voor soorten. Indien deze verbodsbepalingen overtreden worden, is er een ontheffing nodig. Voor ieder ruimtelijk plan is het verplicht om te toetsen of deze leiden tot overtreding van de verbodsbepalingen. Voor dit bestemmingsplan zijn verschillende onderzoeken in het kader van de Wet Natuurbescherming uitgevoerd. Allereerst is een quickscan uitgevoerd. Uit deze quickscan kwam naar voren dat aansluitend voor de vleermuizen een aanvullend onderzoek nodig was vanwege het potentiële gebruik van het gebouw en bomen binnen het plangebied door vleermuizen als (belangrijk onderdeel van) verblijfplaatsen. Met betrekking tot de andere soorten werd geconcludeerd dat geen aanvullend onderzoek nodig was: - Er zijn geen streng beschermde grondgebonden zoogdieren aangetroffen of te verwachten; alleen algemene soorten waarvoor de algemene zorgplicht geldt; - Er zijn geen negatieve effecten op vogels met jaarrond beschermde nesten te verwachten; - Het plangebied is ongeschikt voor beschermde amfibieën, reptielen, vissen en ongewervelden; - Er zijn geen beschermde plantensoorten aangetroffen of te verwachten.
De quickscan is als bijlage 9 van het Bijlagenboek gevoegd. Ten aanzien van de vleermuizen is aanvullend onderzoek uitgevoerd. Uit dit onderzoek is gebleken dat er door het plan zomer- en paarverblijfplaatsen verdwijnen. Er dient dus een ontheffing te worden aangevraagd. Het aanvullend onderzoek is als bijlage 10 van het Bijlagenboek gevoegd. Er is dus een ontheffing nodig om de omgevingsvergunning te kunnen verlenen. Om een ontheffing aan te kunnen vragen, dienen maatregelen genomen te worden om de negatieve effecten te beperken of te voorkomen. Het gaat dan om tijdelijke alternatieve maatregelen en permanente nieuwe voorzieningen. Deze maatregelen en voorzieningen worden beschreven in een zogenaamd Mitigatieplan. Voor dit bestemmingsplan is reeds een Mitigatieplan opgesteld en de ontheffing is verleend. De ontheffing met het mitigatieplan zitten in bijlage 11 bij de toelichting. De vleermuiskasten zijn reeds geplaatst. Bij de uitvoering bleek dat het niet mogelijk was om vleermuiskasten te plaatsen aan het pand in de Boterstraat, zoals genoemd in het Mitigatieplan. In plaats daarvan zijn deze kasten geplaatst op het gemeentehuis. Deze aanpassing zal worden opgenomen in het ecologisch werkprotocol dat naar de provincie wordt gestuurd en zal naar verwachting worden geaccepteerd. Natuur vormt derhalve geen belemmering voor het planvoornemen. 5.2.3.
Archeologie
5.2.3.1 Erfgoedwet en overgangsregeling omgevingswet De Erfgoedwet beschermt het cultureel erfgoed in Nederland. In deze wet staan regels om belangrijk cultureel erfgoed beter te beschermen en behouden. In de Erfgoedwet staat wat cultureel erfgoed is, hoe de overheid omgaat met roerend cultureel erfgoed (zoals schilderijen), wie welke verantwoordelijkheden heeft en hoe de overheid daar toezicht op houdt. Het beschermingsregime voor de in de grond aanwezige dan wel te verwachten monumenten (lees archeologische resten) net als de bescherming van gebouwde rijksmonumenten wordt opgenomen in de
Raadhuislaan-Noord-Oss – 2024, pag. 40 van 71 Vastgesteld september 2024
Omgevingswet. Vooruitlopend op de ingang van de Omgevingswet is het deel van de Monumentenwet 1988 dat gaat over de fysieke leefomgeving geregeld in het overgangsrecht van de Erfgoedwet. Het gaat om: • vergunningen tot wijziging, sloop of verwijdering van rijksmonumenten. • verordeningen, bestemmingsplannen, vergunningen en ontheffingen op het gebied van archeologie. • bescherming van stads- en dorpsgezichten. Het erfgoed in de ruimtelijke ordening wordt nu nog voor een belangrijk deel geregeld via de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Ruimtelijke plannen die betrekking hebben op cultureel erfgoed moeten passen binnen wettelijke kaders van de Erfgoedwet en ook de regelingen die in andere wetten en regelgeving is opgenomen, zoals de Wabo en het Bro. 5.2.3.2 Archeologiebeleid Het provinciale archeologisch beleid is neergelegd in de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant van 25 oktober 2019 en op de provinciale Cultuurhistorische waardenkaart 2010, herzien 2016. Hierin is de bescherming van aardkundig waardevolle gebieden en archeologische landschappen geregeld. Het gemeentelijk archeologisch beleid is veel gedetailleerder dan het algemene provinciale beleid op dit punt en prevaleert daarom ook boven het provinciale archeologisch beleid. Op 14 oktober 2010 heeft de gemeente Oss haar ‘archeologiebeleid’ vastgesteld.
In 2015 heeft de gemeenteraad het archeologiebeleid opnieuw vastgesteld. Dit was nodig vanwege de gemeentelijke herindeling met Maasdonk. Onderdeel van de vaststelling in 2015 is het rapport 'Actualisatie archeologiebeleid gemeente Oss, een herziene archeologische beleidskaart voor het nieuwe grondgebied van de gemeente Oss' (Goddijn, 2012). Aan de hand van onderzoeken, inzichten en boringen in het veld zijn de eerdere archeologische kaarten gedeeltelijk bijgesteld. Op de beleidskaart is sprake van meerdere beleidscategorieën (zie onderstaande tabel). In het beleid is per beleidscategorie vastgelegd wanneer sprake is van een onderzoeksplicht en wanneer ontwikkelingen hiervan zijn vrijgesteld. Verwachting/waarde Archeologisch beschermd rijksmonument
Vrijstellingsgrenzen 0 m2 / 30 cm -Mv
Archeologisch (AMK-) monument Beschermde stadsgezichten
35 m2 / 30 cm -Mv
Historische stads-/dorpskern
50 m2 / 30 cm -Mv
Hoge verwachtingswaarde
100 m 2 / 30 cm -Mv
Hoge verwachtingswaarde – bedrijventerrein
1000 m2 / 30 cm -Mv
Middelhoge verwachtingswaarde Lage verwachtingswaarde
5 hectare / 30 cm -Mv
Reeds onderzocht
Afhankelijk van de resultaten van het reeds uitgevoerde onderzoek.
Verstoord
Geen onderzoeksplicht
5.2.3.3 Archeologietoets Volgens de archeologische beleidskaart van de gemeente is aan het bestemmingsplangebied een hoge verwachtingswaarde toegekend. Concreet betekent dit dat er een archeologische onderzoeksplicht geldt
Raadhuislaan-Noord-Oss – 2024, pag. 41 van 71 Vastgesteld september 2024
indien de bodemingrepen dieper reiken dan 30 cm beneden huidig maaiveld én de omvang van het gebied groter is dan 100 m². Bestemmingsplanregels De gemeente Oss vertaalt de wet en het archeologisch beleid ook door in standaard bestemmingsplanregels. Zo heeft de gemeente bestemmingsplanregels (dubbelbestemmingen: dat wil zeggen dat deze naast de hoofdbestemming gelden) voor bescherming van historische kernen, beschermde monumenten, monumenten en voor gebieden met een middelhoge of hoge archeologische verwachtingswaarde. Met deze regels kan, ter bescherming van archeologische waarden, worden bepaald wanneer er een omgevingsvergunning voor bepaalde werkzaamheden nodig is, wanneer dat niet het geval is en onder welke omstandigheden en met welke nadere eisen en voorwaarden een omgevingsvergunning kan worden verleend. Toetsing van het plan Voor dit plan zijn verschillende archeologische onderzoeken uitgevoerd die in de bijlagen bij dit bestemmingsplan zijn gevoegd. Er is een bureauonderzoek uitgevoerd (Broeke, E.M. ten, 2020 archeologisch bureauonderzoek Lievekamplaan 1, Oss): zie bijlage 12. Uit dit onderzoek is gebleken dat een verkennend booronderzoek noodzakelijk is voor het gebied. Dit met uitzondering van de gronden onder het huidige kantoorpand, omdat de grond hier reeds verstoord is .
Naar aanleiding van het bureauonderzoek is een verkennend booronderzoek uitgevoerd (Klooster, E. van der, 20022, archeologisch inventariserend veldonderzoek verkennende fase (booronderzoek, Raadhuislaan-Noord/Parkeerplaats De Maasvallei te Oss, gemeente Oss, KSP): zie bijlage 13 en het selectiebesluit in bijlage 14. Uit dit onderzoek is naar voren gekomen dat een proefsleuvenonderzoek met eventueel een doorstart naar opgravingen noodzakelijk is. Omdat op de planlocatie momenteel nog bebouwing aanwezig is, kan dit proefsleuvenonderzoek nu nog niet worden uitgevoerd. Dit dient voorafgaand aan de vergunningaanvraag te gebeuren. Voor het proefsleuvenonderzoek is al wel een Programma van Eisen opgesteld en goedgekeurd. Dit Programma van Eisen is opgenomen in bijlage 15 bij de toelichting. Om het archeologische traject te borgen, is aan het gebied daarom de dubbelbestemming ‘Waarde Archeologische verwachtingswaarde hoog’ toegekend’. Dit met uitzondering van de locatie van het huidige kantoorpand, waarvan de gronden dusdanig verstoord zijn dat daarvoor een vrijstelling geldt. Nu archeologie goed onderzocht en geborgd is, is er naar aanleiding van dit aspect geen belemmering om het bestemmingsplan vast te stellen.
5.2.4 Cultuurhistorie Wettelijk kader Door een wijziging van het Bro moeten cultuurhistorische waarden voortaan vooraf in het proces van ruimtelijke ordening worden meegenomen, met name bij de voorbereiding en vaststelling van bestemmingsplannen. Het Bro bevat eisen waaraan de voorbereiding van een bestemmingsplan moet voldoen. Zo wordt er onder meer een beschrijving verlangd van de manier waarop met in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden. Dat wordt veranderd in: met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten. De regering wil hiermee bereiken dat aandacht voor cultuurhistorische waarden voortaan in het planproces naar voren wordt gehaald. Doordat plannen nu nog pas na afloop van het planproces worden getoetst aan de regelgeving van de monumentenzorg, wordt monumentenzorg dikwijls ervaren als hindernis. Dit is door de regering erkend en daarbij is de ambitie uitgesproken om de positie van cultuurhistorie aan het begin van het ruimtelijk ordeningsproces juridisch te versterken. Door de verankering van cultuurhistorische waarden in de bestemmingsplannen vermindert tegelijkertijd de noodzaak tot het aanwijzen van nieuwe beschermde monumenten, omdat het belang van de cultuurhistorie wordt geborgd via het proces van de ruimtelijke ordening.
In de Wet tot wijziging van de Monumentenwet 1988 en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht in verband met modernisering
Raadhuislaan-Noord-Oss – 2024, pag. 42 van 71 Vastgesteld september 2024
van de monumentenzorg is daarom al de mogelijkheid voor burgers en belangengroepen om een aanvraag in te dienen om een monument aan te wijzen als beschermd monument, geschrapt. Dit instrument werd door belangengroepen nogal eens ingezet om afgifte van bouwvergunningen te frustreren of te vertragen. Met de wijziging van het Bro wordt tevens de adviesrol van Gedeputeerde Staten beperkt. Tot nu toe moet bij alle ingrepen aan een beschermd monument buiten de bebouwde kom advies aan Gedeputeerde Staten worden gevraagd. Met de wijziging van het besluit hoeft dat alleen nog, als het gaat om monumenten die door de minister op grond van de Monumentenwet 1988 zijn aangewezen. Daarnaast voorziet het besluit in een aantal versoepelingen van vergunningsvrij wijzigen of bouwen in, aan of bij beschermde monumenten. Samengevat komen die versoepelingen er op neer, dat voor gewoon onderhoud of voor inpandige veranderingen aan beschermde monumenten geen monumentenvergunning meer nodig is, als de betreffende onderdelen geen monumentale waarde hebben. Bij twijfelgevallen zal men het bevoegd gezag moeten raadplegen. De bedoeling van het wijzigingsbesluit is om enerzijds cultuurhistorische waarden een duidelijke plaats te geven aan het begin van het planproces en anderzijds onnodige regeldruk, vooral wanneer het gaat om ondergeschikte wijzigingen aan een monument, weg te nemen.
Cultuurhistorie: gemeentelijk en provinciaal beleid Het beleid van de gemeente Oss voor wat betreft cultuurhistorie is onder meer neergelegd in het Erfgoedplan Oss 2006 “Op gemengde bodem”. Hierin zijn onder andere opgenomen: historisch bebouwde gebieden, oude verkavelingspatronen, de invloed van de Maas en Rijksmonumenten. Deze nota heeft (nog) geen betrekking op het grondgebied van de voormalige gemeente Lith. Daarnaast heeft de gemeente Oss een Monumentenlijst 2019. Hierin zijn de Rijks- en gemeentelijke monumenten opgenomen. Het provinciale cultuurhistorische beleid is verankerd in de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant en op de Cultuurhistorische waardenkaart 2010. Hierin zijn onder andere opgenomen: cultuurhistorische vlakken en complexen van cultuurhistorisch belang. Cultuurhistorie: bestemmingsplanregels en regels in de provinciale Interim omgevingsverordening NoordBrabant Met de onder het kopje ‘archeologie’ genoemde bestemmingsplanregels, is het ook mogelijk om cultuurhistorische waarden in bestemmingsplannen te beschermen. Een en ander voor zo ver het terreinen betreft (inbouwen sloopvergunningstelsel voor bebouwing). Kortheidshalve wordt naar het kopje ‘archeologie: bestemmingsplanregels’ verwezen. De provincie Noord-Brabant heeft in de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant bindende regels opgenomen ter bescherming van cultuurhistorische waarden.
Voor dit plan is dit niet van toepassing.
Toetsing van het plan In de nabijheid van het plangebied liggen twee rijksmonumentale molens: 1. Molen “Zeldenrust”, Kruisstraat 37a; 2. Molen “Nieuw Leven”, Nieuwe Brouwersstraat 49. Vanuit cultuurhistorisch perspectief moet met deze cultuurhistorische waarden rekening worden gehouden. In bepaalde mate hoort daar ook het belang van het beschermen van de windvang en vrije windtoetreding voor deze molens bij zodat de molens kunnen blijven draaien. De zogenoemde molenbiotoop geldt voor een gebied met een straal van 400 meter van de molen. Binnen die molenbiotoop kan voor nieuwe projecten door middel van de zogenaamde molenbiotoopformule berekend worden wat de maximale bouwhoogten mogen zijn. Molen “Zeldenrust” aan de Kruisstraat bevindt zich op circa 135 meter van de nieuwe ontwikkeling. Molen “Nieuw Leven” aan de Nieuwe Brouwersstraat valt net buiten de afstand van 400 meter. In onderstaande onderbouwing wordt daarom alleen ingegaan op molen “Zeldenrust”.
Raadhuislaan-Noord-Oss – 2024, pag. 43 van 71 Vastgesteld september 2024
Molen “Zeldenrust” is een stellingmolen met een vlucht van 25 meter en een stellinghoogte van 9 meter. Toepassing van de molenbiotoopformule van “De Hollandse Molen” betekent dat op de kortste afstand van de nieuwe bebouwing tot de molen een maximale hoogte van 7 meter is toegestaan en op de langste afstand een maximale hoogte van 8,94 meter. In dat geval mag de stellinghoogte van de molen als maximale hoogte worden aangehouden. De geplande bebouwing is met een hoogte van 22 tot 49 meter aanzienlijk hoger dan de hoogte die op grond van de biotoopformule is toegestaan. Maar ook een deel van de bestaande omgevingsbebouwing en begroeiing is hoger dan de hoogtebegrenzingen van de molenbiotoop. De molen is in de huidige situatie omsloten door bebouwing, waaronder ook gestapelde bebouwing. De gestapelde bebouwing in de directe nabijheid van de molen heeft 3 tot 5 bouwlagen. Planologisch zijn bouwhoogten van tussen de 10 en 17 meter toegestaan. De 17 meter is toegestaan voor het gebouw “De Posterije” aan de Lievekamplaan. Dit gebouw ligt ten zuidoosten van de molen in de richting van de nieuwe ontwikkeling. Daarnaast bevinden zich in de nabijheid van de molen hoge bomen. Door de aanwezige bebouwing en begroeiing is de windvang van de molen reeds verstoord.
In de uitgave “Windmolenbiotoop inventarisatie Noord-Brabant 2020” is de molenbiotoop van molen “Zeldenrust” dan ook geclassificeerd als “matig”. De vraag die zich nu voordoet, is de vraag in hoeverre door de nieuwe ontwikkeling een onaanvaardbare verslechtering van de al matige molenbiotoop plaatsvindt. Om die vraag te kunnen beantwoorden, is een onderzoek uitgevoerd door het bureau Peutz (zie bijlage 16). Uit dit onderzoek blijkt dat de verslechtering ten opzichte van de huidige situatie zeer beperkt is. Het waait statistisch gezien relatief weinig uit de windrichting overeenkomend met de planlocatie ten zuidoosten van de molen. Uit de analyse volgt dat er theoretisch gezien sprake is van een mogelijke invloed van de geplande bebouwing op de windvang van de molen, die “worst-case” gedurende 1,0% van de tijd optreedt. De overige 99% van het aantal uren per jaar komt de wind uit een andere richting of valt de windsnelheid buiten het gehanteerde windsnelheidsbereik van de molen. In relatie tot de totale draaicapaciteit van de molen is het in potentie mogelijk dat de geplande bebouwing tot 3,5% vermindering van de plancapaciteit tot gevolg heeft. De overige 96,5% van de capaciteit van de molen treedt op bij wind van en andere windrichting.
De werkelijke invloed van realisatie van de geplande bebouwing valt hiermee in het bereik van 0,0% tot 1,0 van de tijd of 0,0% tot 3,5% van het bruikbare windaanbod van de molen. Door bestaande belemmeringen in de vorm van bebouwing en begroeiing die hoger zijn dan de maximaal toegestane hoogte volgens de molenbiotoopformule zal het windpotentieel uit de windrichting ook in de bestaande situatie niet volledig benut kunnen worden. Uit het onderzoek leiden wij af dat het effect van de nieuwe bebouwing op de bestaande molenbiotoop van molen “Zeldenrust” klein is . Dit vraagt om een nadere belangenafweging. De molenbiotoop en de daarmee samenhangende richtafstanden is één van de afwegingsfactoren bij de planologische beoordeling van ruimtelijke plannen zoals herstructurering van bestaand stedelijk gebied. De mate waarin de molenbiotoop van een molen planologisch-juridisch beschermd moet worden, moet het resultaat zijn van een afweging van alle in het geding zijnde belangen en rechten van het gebied. In deze afweging is voor ons het volgende van belang. - Wij zijn ons ervan bewust dat het voor het behoud van molens van belang is dat deze technisch moet kunnen blijven functioneren en dat daar in beginsel een bepaalde mate van vrije windtoetreding voor nodig is. Molen Zeldenrust wordt in de bestaande situatie echter al belemmerd door bestaande bebouwing en begroeiiing.
Uit onderzoek blijkt dat de nieuwe ontwikkeling een klein effect heeft op de windtoetreding; - Molen Zeldenrust is niet meer bedrijfsmatig in gebruik, maar uitsluitend af en toe recreatief;
Raadhuislaan-Noord-Oss – 2024, pag. 44 van 71 Vastgesteld september 2024
-
-
-
Tegenover het belang van de molen staat het grote maatschappelijke belang om woningen te realiseren. Zoals uit paragraaf 5.1 van deze plantoelichting blijkt, bestaat ook in Oss grote behoefte aan woningen. Dit plan voorziet in die behoefte; Vanwege de nabijheid van voorzieningen en het openbaar vervoer zijn juist locaties in (de nabijheid) van het stadscentrum uitermate geschikt voor dit soort woningbouwontwikkelingen. Het benutten van herstructureringslocaties is daarbij zeer wenselijk. Vanwege de aanwezige grote behoefte in relatie tot de schaarse ruimte is intensieve bebouwing wenselijk en - zeker in de nabijheid van het centrumgebied - ook passend. Het hoogteaccent aan de Raadhuislaan is ook stedenbouwkundig gewenst; Het is ongewenst om – in dit stedelijk centrum van Oss - alle ontwikkelingen binnen 400 meter op voorhand op slot te zetten. Met een zorgvuldige afweging kan gekeken worden of maatwerk geleverd kan worden.
Concluderend zijn wij – gelet op de bestaande situatie, het uitgevoerde onderzoek en de afweging van alle betrokken belangen – van mening dat de belangen van de molen niet onevenredig worden geschaad en dat de ontwikkeling vanuit “een goede ruimtelijke ordening” aanvaardbaar is. 5.2.5
Water
5.2.5.1 Wetgeving en beleid De Waterwet regelt het beheer van oppervlaktewater en grondwater. Ook verbetert de Waterwet de samenhang tussen waterbeleid en ruimtelijke ordening. Het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) stelt een watertoets verplicht voor ruimtelijke plannen waarin waterbelangen spelen. De watertoets bewaakt de waterkwaliteit en waterkwantiteit. Een watertoets is het hele proces van vroegtijdig informeren, adviseren, afwegen en beoordelen. Waterhuishoudkundige aspecten zijn onder meer veiligheid, wateroverlast, waterkwaliteit, verzilting en verdroging. De watertoets heeft betrekking op alle wateren: rijkswateren, regionale wateren, gemeentelijke en particuliere wateren en grondwater. De gemeente Oss heeft in december 2022 een Water- en Rioleringsprogramma vastgesteld (WRP 2023-2029). Het programma biedt een kader voor de gemeentelijke watertaken en regelt de zorg voor inzameling en transport van afvalwater, doelmatige verwerking van afvloeiend (overtollig) hemelwater en overtollig grondwater. De gemeente is verantwoordelijk voor de openbare ruimte. In bebouwd gebied vraagt de zorg voor oppervlaktewater extra aandacht. De gemeente is ook verantwoordelijk voor een goede ruimtelijke ordening. Het gaat om voldoende ruimte voor water in ruimtelijke plannen. De watertoets is opgenomen in het Besluit op de ruimtelijke ordening (Bro).
Beleid van gemeente, provincie en rijk is van toepassing bij een watertoets. Toetsing van uw waterparagraaf gebeurt op kwaliteit en kwantiteit. De verwerking van hemelwater, afvalwater en planologische ‘waterbestemmingen’ komen aan bod. Waterbeheerplan Op 19 november 2021 is het nieuwe waterbeheerplan van waterschap Aa en Maas vastgesteld. In dit plan is beschreven welke doelstellingen het waterschap nastreeft in de periode 2022-2027 en hoe zij die doelstellingen wil gaan halen. Het plan geldt van 22 december 2021 tot en met 21 december 2027. Het waterbeheerplan is uitgewerkt in de volgende drie programma’s: 1. Waterveiligheid; Het programma ‘Waterveiligheid’ draait om de bescherming tegen overstromingen vanuit de Maas en het regionale watersysteem. 2. Klimaatbestendig en gezond watersysteem; Het programma ‘Klimaatbestendig en gezond watersysteem’ draait om een goed functionerend watersysteem in normale én in extreem droge en natte situaties: klimaatbestendig, robuust, veerkrachtig en stuurbaar. Daarbij let het waterschap op de hoeveelheid (goede waterpeilen, het vasthouden van water en het omgaan met wateroverlast en droogte); en op de kwaliteit van het water (chemisch en ecologisch).
Raadhuislaan-Noord-Oss – 2024, pag. 45 van 71 Vastgesteld september 2024
3.
Schoon Water; In het programma ‘Schoon Water’ speelt het zuiveren van afvalwater een centrale rol.
Voor bebouwde gebieden heeft het waterschap specifieke doelen geformuleerd. In bebouwd gebied werkt het waterschap toe naar een klimaatrobuust watersysteem waarin: - schoon water niet naar de zuivering gaat, maar het grondwater voedt; - de waterkwaliteit geen risico’s geeft voor de volksgezondheid en geschikt is voor een goede ontwikkeling van flora en fauna, maar ook voor recreatie en evenementen; - de kans op wateroverlast en problemen door droogte en hittestress acceptabel is; - de betrokkenheid en het waterbewustzijn van inwoners, bedrijven en andere stedelijke partners is toegenomen. Deze programma’s zijn verder uitgewerkt in het WBP naar concrete doelstellingen. Deze doelstellingen vinden onder andere een doorwerking in de beschikbare instrumenten van het waterschap; Keur, legger, communicatie en stimuleringsmiddelen. ‘ Waterschap Aa en Maas is verantwoordelijk voor het waterbeheer in haar beheersgebied. Het gaat om het waterkwantiteits- en waterkwaliteitsbeheer, de waterkeringszorg, waterzuivering, grondwaterbeheer en waterbodembeheer. De regels zijn vastgelegd in de Keur (met Algemene- en Beleidsregels) in de vorm van een aantal gebods- en verbodsbepalingen.
Keur De Keur is een waterschapsverordening en omvat samen met de Waterwet alle gebods- en verbodsbepalingen met betrekking tot ingrepen of activiteiten die consequenties hebben voor de waterkwantiteit, waterkwaliteit en waterveiligheid. De Keur is verder uitgewerkt beleids- en algemene regels. Legger De Keur verwijst in de gebods- en verbodsbepalingen volop naar de legger. De legger legt de status en afmetingen behorende bij de regels van de Keur vast in een overzichtskaart van het waterbeheersgebied. Op deze kaart zijn onder andere dijken, waterlopen en bijbehorende beschermingszones aangegeven. Sinds 1 maart 2015 hanteert waterschap Aa en Maas onderstaande (beleids)uitgangspunten voor het beoordelen van plannen waarbij het verhard oppervlak toeneemt. Deze (beleids)uitgangspunten zijn opgenomen in ‘Hydrologische uitgangspunten bij de Keurregels voor afvoeren van hemelwater, Brabantse waterschappen’. Voor een toename van het verhard oppervlak tussen de 500 m2 en 10.000 m2 kan de vereiste compensatie berekend worden door de toename van het verhard oppervlak (m2) te vermenigvuldigen met een waterschijf van 60 mm. De uitgangspunten bij het toetsen van ruimtelijke plannen zijn: Gescheiden houden van vuil (afval)water en schoon hemelwater; Voorkomen van vervuiling van water; Schoon hemelwater kan volgens de voorkeursvolgorde worden verwerkt: 1. Hergebruik 2. Infiltratie/bergen 3.
Afvoer Hydrologisch neutraal ontwikkelen (HNO), zodat een ontwikkeling niet leidt tot een hydrologische achteruitgang, zowel in als buiten het plangebied. Ook mogen geen hydrologische knelpunten ontstaan voor huidige en vastgelegde toekomstige landgebruik functies. Dit betekent dat: 1. De afvoer uit het gebied niet groter wordt dan in de referentiesituatie; 2. De grondwateraanvulling in het plangebied gelijk blijft of toeneemt; 3. Grond- en oppervlaktewaterstanden in de omgeving gelijk blijven, of verbeteren voor de huidige en toekomstige landgebruiksfuncties;
Raadhuislaan-Noord-Oss – 2024, pag. 46 van 71 Vastgesteld september 2024
4. 5.
De (grond)waterstanden in het plangebied aansluiten op de (nieuwe) functie(s) van het plangebied; Het plangebied zo wordt ingericht dat de hydrologische gevolgen van vastgestelde toekomstige ontwikkelingen in de omgeving niet leiden tot knelpunten in het plangebied.
5.2.5.2 Omgang met hemelwater Op de www.dewatertoets.nl is de digitale watertoets ingevuld. Hiervan zijn drie mogelijke uitkomsten/ procedures: • Geen waterbelang: Er is een functiewijziging zonder relevante wateraspecten • Verkorte procedure: U heeft een klein plan met weinig relevante wateraspecten • Normale procedure: U heeft een groot plan met meerdere relevante wateraspecten. Na het invullen van de digitale watertoets werd direct aangegeven dat voor het planvoornemen de normale procedure geldt. Ook doet het waterschap enkele algemene aanbevelingen voor de planvorming, welke bij de verdere uitwerking van het planvoornemen in acht moeten worden genomen. Het plangebied valt buiten de ruimtelijk begrensde waterbelangen. Dit komt onder andere omdat in het plangebied geen watergang aanwezig is, ook is geen sprake van een beschermingszone of andere relevante zaken waarmee rekening moet worden gehouden. Verder is het plangebied op dit moment volledig verhard, waardoor geen sprake is van toename van verharding en de Keur op basis daarvan niet van toepassing is voor wat betreft eisen in het kader van hemelwaterberging. Relevant is wel dat doordat o.a. meer dan 100 woningen worden gerealiseerd sprake zal zijn van een aanzienlijke hoeveelheid vrijkomend afvalwater. In het kader van de Wet Milieubeheer heeft het waterschap adviesrecht. Afstemming dient plaats te vinden met waterschap.
Bijgevoegd in het bijlagenboek bij deze toelichting is het toetsresultaat en de samenvatting van www.dewatertoets.nl (bijlage 17). Ook conform het gemeentelijk beleid geldt voor het plangebied een compensatieplicht voor hemelwaterberging van 25 mm per m2 verhard oppervlak. De ontwikkelaar is met de gemeente overeengekomen dat hij aan deze compensatieplicht zal voldoen, maar heeft op dit moment nog geen concreet uitgewerkt plan voor de hemelwaterbergingsvoorziening. Dit werkt hij uit in het kader van de aanvraag omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen. In de planregels is de compensatieplicht van 25 mm per m2 verhard oppervlak opgenomen. Doordat het planvoornemen voorziet in de verruiming van het oppervlak aan groen, door de realisatie van openbaar (verblijfs)groen (in de volle grond) is het mogelijk om wadi’s te realiseren. Ook wordt daar waar geen leidingen of installaties op de daken aanwezig zijn gewerkt groene daken waarop hemelwater gebufferd kan worden (retentiedaken). Hiermee kan niet alleen worden voorzien in de compensatie-eis van 25 mm per m2 verhard oppervlak, maar verbetert ook de waterhuishoudkundige situatie van volledig verhard naar deels verhard/deels waterdoorlatend en de hemelwaterbergingscapaciteit. Verder levert het een positieve bijdrage aan de biodiversiteit en wordt hittestress zoveel mogelijk voorkomen.
5.2.5.3 Omgang met afvalwater Aangaande de afvoer van afvalwater is de gemeente bevoegd gezag, het waterschap heeft i.v.m. de grootte van het planvoornemen adviesrecht. Er moet gescheiden (afvalwater apart van overstort/ overloop hemelwater) worden aangeboden. De initiatiefnemer is ervoor verantwoordelijk dat hij een dwa (droogweerafvoer) rioolstelsel aanlegt. Daarnaast is hij ervoor verantwoordelijk dat dit wordt aangesloten op het hoofdriool. Hierbij is hij ook aan zet voor de daarvoor benodigde voorzieningen en de eventueel benodigde aanpassingen op de bestaande voorzieningen buiten het plangebied. Een en ander ter realisering en aansluiting in overleg met de afdeling IBOR van de gemeente Oss. Voor de te realiseren rioolaansluiting moet de initiatiefnemer een aansluitvergunning aanvragen.
Raadhuislaan-Noord-Oss – 2024, pag. 47 van 71 Vastgesteld september 2024
5.2.5.4 Conclusie Het aspect water vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan. 5.2.6
Bezonning
Er bestaan geen wettelijke normen die zien op een minimum aantal zonuren per dag in een woning of op een balkon. De wetgever heeft ervoor gekozen regulering hiervan over te laten aan bestuursorganen. Dit betekent dat bestuursorganen op dit onderwerp beleidsruimte hebben. De gemeente Oss heeft hierover geen beleid gemaakt. In de praktijk kan aangesloten worden bij de zogenaamde TNO (Toegepast natuurwetenschappelijk Onderzoek) - norm. Voor dit bestemmingsplan is een bezonningsstudie uitgevoerd. Dit onderzoek is als bijlage 18 bij deze toelichting gevoegd. In dit onderzoek zijn de bestaande en beoogde planologische situatie vergeleken. Uit dit onderzoek blijkt dat er alleen in december grotere verschillen zijn tussen de bestaande en de nieuwe situatie: er is gedurende de dag duidelijk méér schaduw op de gevels. In maart en september zijn er minimale verschillen: alleen in de ochtend is er meer schaduw, maar de rest van de dag niet. In juni zijn er geen waarneembare negatieve gevolgen; de gevels hebben de hele dag zon. In alle gevallen wordt voldaan aan de TNO-norm. Gelet op het bovenstaande achten wij de ontwikkeling aanvaardbaar. In december is er weliswaar méér schaduw ten opzichte van de huidige situatie, maar in het voorjaar, de zomer en het najaar zijn er op de belangrijkste momenten van de dag geen verschillen te bemerken ten opzichte van de huidige situatie.