Rapportage Taskforce.PDF
Tekst van het document
als poortwachter. Bij hen dienen “nieuwe” werkzaamheden door medewerkers of andere afdelingen (bijv. programmamanagers en projectleiders) aangekaart te worden. Zij bepalen samen met het afdelingshoofd of deze werkzaamheden tot de corebusiness van de afdeling RO behoren en of de werkzaamheden qua capaciteit passen binnen de afdeling RO. We geven hierbij invulling aan de programmabegroting en programmamanagement en dus de strategische doelstellingen van de organisatie. Daarnaast voeren we wettelijke taken uit. We kijken hierbij dus continue kritisch naar onze werkzaamheden en wegen kosten en baten voortdurend af. Wat moeten we hiervoor doen? We maken alle werkzaamheden binnen de afdeling RO inzichtelijk en wegen lopende en nieuwe werkzaamheden af. Alle werkzaamheden worden op persoonsniveau in een jaarplanning gezet (met onderscheid tussen lopende en nieuwe werkzaamheden). Programmamanagers en projectleiders worden periodiek gevraagd urenclaims in te dienen voor een bepaalde datum. Deze worden geïnventariseerd en vervolgens wordt in overleg met hen en betrokken medewerkers besproken of de claim toegekend kan worden. Dit is een continue proces; dit betekent dat de jaarplanning goed beheerd moet worden.
Natuurlijk zijn we daarnaast ook bezig met beleidsmatige werkzaamheden, maar zijn we heel kritisch op de vraag of en welk beleid we als afdeling RO moeten maken. Op het toevoegen van “nieuwe” werkzaamheden vindt meer sturing plaats en daarbij fungeren de teamleiders 49
Keuze 2: Inzicht, plannen, prioriteiten en keuzes maken Hoe gaat het nu? Momenteel ligt er een te grote workload ten opzichte van de capaciteit die aanwezig is bij de afdeling RO, komen er veel kleine(re) particuliere initiatieven binnen en nagenoeg alle binnenkomende werkzaamheden worden direct opgepakt, waardoor de focus op de grote bestuurlijke lijnen achterblijft. Op dit moment worden er, op basis van noodzaak, extra werkzaamheden opgepakt, maar vindt er geen (her)prioritering plaats (er gaat dus geen werk af, terwijl er wel werk bij komt). Er worden onvoldoende duidelijke keuzes daarin gemaakt. Het oppakken van werkzaamheden om de basis op orde te brengen en te houden, heeft door de hoge werkdruk onvoldoende aandacht gekregen. Hulpstructuur afdeling RO Sinds 1 oktober 2020 is voor een pilotperiode van 6 maanden gestart met een nieuwe hulpstructuur voor de afdeling RO, die het meest ondersteunend is aan de opgave. Dit betekent dat er twee teams (Stad en Buitengebied) zijn geformeerd en er twee (interim) teamleiders zijn aangesteld. Dit zal naar verwachting meer sturing geven aan de afdeling RO, zodat met overzicht en inzicht aan de juiste bestuurlijke en maatschappelijke opgaves gewerkt wordt en er voldoende coaching aan de medewerkers van de afdeling RO gegeven kan worden. Dit betekent ook dat hierbij keuzes gemaakt worden.
Welke knelpunten zien we hierbij? Er worden geen duidelijke keuzes gemaakt in welke plannen/projecten we wel/niet oppakken. Het komt er op neer dat we alles doen; dit kan niet langer, gezien de hoge werkdruk. Er vindt ook geen (her)prioritering plaats. Doordat de basis niet goed op orde is, lopen we
achter de feiten aan en kunnen we onze rol niet goed vervullen.
en groot. We definiëren wat we verstaan onder de verschillende groottes. Op basis van kengetallen vullen we de jaarplanning. Op deze manier is er meer uniformering in taken, kan de urenplanning relatief gemakkelijk gevuld worden en kunnen we ook meer gaan sturen op deze kengetallen.
Hoe gaat het vanaf 2021? 1. Inzicht, planning en voortgang Om meer inzicht te verkrijgen in de persoonlijke werkdruk van medewerkers en de totale opgaves die er liggen en de sturing hierop te vergroten, is gestart met een jaarplanning op medewerkniveau op te stellen. De planning wordt gevuld voor komend jaar; werkzaamheden die niet binnen de planning passen, komen op een lijst met “te verwachten werkzaamheden”. Deze planning komt tot stand in samenwerking met programmamanagers en projectleiders. Op het moment dat deze planning gereed is voor het komende jaar, wordt bij prioritaire nieuwe werkzaamheden bekeken welke werkzaamheden naar achteren geschoven kunnen worden of mogelijk kunnen vervallen om ruimte te creëren voor de prioritaire nieuwe werkzaamheden. Kengetallen en urenregistratie in Timetell We benoemen de taken die we uitvoeren in procedures die we doorlopen voor plannen/projecten. Per taak wordt een kengetal voor het aantal uren benoemd. Kengetallen worden benoemd voor de twee uitvoeringscategorieën: uitvoering door de initiatiefnemer (met regie door de gemeente) en uitvoering en regie door de gemeente.
Medewerkers vullen voor hun werkzaamheden Timetell in. Achteraf bezien kunnen op basis hiervan kengetallen worden bijgesteld en de hoogte van het kostenverhaal worden beoordeeld. Urenregistratie dient dus een doel! De komst van de Omgevingswet vraagt ons ook om “bewijs” achter het kostenverhaal te hebben liggen. Ons doel is om per 1 januari 2022 de uren van de gemeente door te belasten aan de initiatiefnemer op basis van een goede urenregistratie in Timetell. Hiervoor is het noodzakelijk dat Timetell optimaal is ingericht en medewerkers de juiste mindset hebben om dit te doen. Alles valt of staat met de houding en het gedrag van de medewerkers hierin. Hier hoort natuurlijk ook monitoring en bijstelling bij, zodat de PDCA-cirkel rond is. Basis op orde brengen In de jaarplanning worden naast concrete projecten, ook uren opgenomen om de basis op orde te brengen. Dit levert uiteindelijk winst op qua efficiency. Het is goed en belangrijk dit nu te doen, zodat wij onze rol – ook in de toekomst – op een goede manier kunnen vervullen. Dit houdt onder andere in: het updaten van standaarden (o.a. brieven, publicaties, formats, handboeken), procesbeschrijvingen, protocollen etc. De ambitie is om binnen een jaar weer “de basis op orde te hebben”.
De hoogte van de kengetallen is afhankelijk van de grootte van het plan/project: klein, middelgroot 50
2. Prioriteren Bij de keuze om een project al dan niet op te pakken, moet het maatschappelijk rendement (Wat levert het project ons op? Wat is de meerwaarde ervan?) meegenomen worden. Om de juiste (bestuurlijke en management) keuzes te kunnen maken voor de werkzaamheden waarmee we bezig zouden moeten zijn, zal eerst duidelijk moeten zijn op basis van welke criteria er ge(her)prioriteerd kan worden. Dit is niet enkel een vraag voor de afdeling RO, maar een vraag in breder verband, namelijk voor het gehele fysieke domein. Het ontbreekt op dit moment nog aan een afdelingsoverstijgend prioriteringssysteem voor het gehele fysieke domein. De concrete werkwijze hiervoor zal nader uitgewerkt moeten worden. Nadat de criteria zijn bepaald, kunnen de plannen/ projecten in volgorde van prioriteit worden gezet en hebben we inzicht met welke opgaves we bezig zouden moeten zijn en met welke niet. 3. Keuzes maken Op het moment dat er werkzaamheden en vragen binnenkomen bij de afdeling RO, moeten er duidelijke keuzes gemaakt (kunnen) worden. Dit gaat bijvoorbeeld over werkverdeling, maar is ook aan de orde bij het uitvoeren van toepassingsafspraken en je houden aan opgestelde formats. Dit betekent dat er vastgehouden moet worden aan de gemaakte keuzes en afspraken en de rug recht gehouden moet worden. Deze zijn niet voor niets gemaakt.
Het afdelingshoofd en de teamleiders hebben hier een belangrijke rol in.
51
Keuze 3: Projectmatig werken Hoe gaat het nu? Er zijn tools en sjablonen voor Projectmatig werken aanwezig, maar er wordt in de praktijk weinig tot geen gebruik van gemaakt. Er wordt wel gebruik gemaakt van de beschikbare sjablonen, met name bij Vastgoedprojecten. Er zijn medewerkers opgeleid voor Projectmatig werken, maar Projectmatig werken is nog geen gemeengoed binnen onze organisatie. Welke knelpunten zien we hierbij? Om echt projectmatig te kunnen werken, is het nodig dat iedereen (van medewerkers tot bestuur) zich hieraan confirmeert. Dit gaat dus over houding en gedrag met betrekking tot Projectmatig werken. Het heeft geen zin om een projectmatig document op te stellen, als er geen waarde aan wordt gehecht en het proces doorkruist wordt door andere zaken en meningen die niet bijdragen aan Projectmatig werken.
Projectenportfoliomanagement (PPM) Voor de pilot Taskforce ‘Versnelling aanpak woningbouw en bedrijventerreinen’ wordt het systeem Thinking Portfolio ingericht voor PPM. Dit systeem draagt bij aan een verdere professionalisering van Projectmatig werken. Dit geeft ons onder andere inzicht in de totale opgave aan projecten en de prioritering daarbij, en binnen deze projecten: planning, voortgang, kosten en baten. Er komt hierdoor meer sturing op uren en doorlooptijden van projecten. In eerste instantie is dit ingericht voor de woningbouwprojecten bij RO en Vastgoed, daarna wordt dit organisatie breed verder uitgerold.
Hoe gaat het vanaf 2021? Zodra de organisatie er als geheel klaar voor is, wordt Projectmatig werken op de afdeling RO meer ingebed en geprofessionaliseerd. Dit kunnen we namelijk niet alleen. Projectmanagement moet verder geprofessionaliseerd worden vanuit de opgave. Hier hebben we commitment van het management en het bestuur en samenwerking met andere afdelingen bij nodig. Grote projecten zullen op basis van een Plan van Aanpak worden gestart. Vervolgens vinden er rapportages over voortgang plaats en kan bijgestuurd worden.
52
Keuze 4: Uitbesteden van werk; gebruikmaken van kennis en kunde van buiten Hoe gaat het nu? Op dit moment voeren we als afdeling RO veel werk zelf uit. We stellen bestemmingsplannen en visies op. En in sommige gevallen ook nog de ruimtelijke onderbouwingen van projectafwijkingsbesluiten. Op dit uitgangspunt is de capaciteitsplanning van de afdeling gebaseerd. Een gemeente kan er ook voor kiezen om zaken méér aan initiatiefnemers te laten of uit te besteden. Op deze manier benutten we de kennis en kunde van buiten meer en wordt er naar verwachting tijdwinst behaald. Er zijn veel gemeenten die daarvoor kiezen. Welke knelpunten zien we hierbij? Het zelf opstellen van ruimtelijke plannen kost méér ambtelijke capaciteit dan in het geval waarin werk wordt uitbesteed. Die extra ambtelijke capaciteit kan ook anders ingezet worden, namelijk op projecten die voor ons als gemeente echt belangrijk zijn. Het is gerechtvaardigd om hier keuzes in te maken en bij plannen van initiatiefnemers met individuele belangen onze ambtelijke inzet beperkter te laten zijn dan bij plannen met een groter maatschappelijk (en bestuurlijk) belang. Het werk en risico wordt dan vaker bij de initiatiefnemers gelegd. Dit is overigens ook in lijn met het uitgangspunt van de nieuwe Omgevingswet. Hoe gaat het vanaf 2021? Vanaf 2021 gaan we keuzes maken en maatwerk leveren. We gaan méér uitbesteden.
Bij plannen van initiatiefnemers – waar geen groot maatschappelijk belang mee gemoeid is – leggen we veel meer werk bij initiatiefnemers neer. Op die manier
kunnen we de ambtelijke capaciteit inzetten op de plannen die wij als gemeente echt belangrijk vinden. Concreet ziet dit er als volgt uit: A. Plannen met gemeentelijk belang Onder deze plannen vallen de plannen die wij als gemeente zó belangrijk vinden dat wij het totale planproces willen beheersen. Bijvoorbeeld omdat er een grote maatschappelijke en bestuurlijke opgave ligt of omdat het een plan betreft met betrekking tot (toekomstig) gemeentelijk eigendom. De gemeente pakt ten aanzien van deze plannen een grote rol. De gemeente beperkt zich niet tot het doorlopen van de ruimtelijke procedure, maar stelt ook zelf alle stukken op. Onder deze categorie valt ook de actualisatie van een bestemmingsplan/omgevingsplan. In principe wordt daarvoor de binnen de afdeling aanwezige capaciteit benut. In uitzonderingsgevallen kan hiervan worden afgeweken en ervoor worden gekozen om deeltaken uit te laten voeren door een extern bureau, bijvoorbeeld vanwege benodigde specifieke kennis of noodzakelijke capaciteit. De regie over deze uitbesteding blijft wel nadrukkelijk bij de gemeente / afdeling.
het totale bestemmingsplan. De gemeente toetst de stukken en heeft een meer faciliterende rol. Dit betekent dat de gemeente geen zwaar toetsende rol op hoge kwaliteit inneemt, maar een “goed = goedbeoordeling” uitvoert op basis van een checklist. Op deze manier vindt deze toets zo uniform mogelijk plaats. De gemeente blijft verantwoordelijk voor het doorlopen van de ruimtelijke procedure inclusief het behandelen van bezwaren. Dit is een taak die bij de gemeente hoort te liggen. Onderscheid in plannen Bij deze categorie plannen maakt de grootte van het plan niet uit. Dit betekent dat kleine, middelgrote en grote plannen met individuele belangen door de initiatiefnemer uitgevoerd kunnen worden, waarbij de gemeente de faciliterende regierol aanneemt. Taakverdeling initiatiefnemer - gemeente Bij het opstellen van de stukken voor het bestemmingsplan door de initiatiefnemer, verricht de gemeente nog steeds een aantal taken. Om hier duidelijkheid over te geven is onderstaand overzicht van taken opgesteld. Onderstaand overzicht geldt voor bestemmings-, wijzigings-, uitwerkingsplannen en projectafwijkingsbesluiten. Na de inwerkingtreding van de Omgevingswet geldt dit ook voor (wijziging van) het omgevingsplan en de vergunningen voor een omgevingsplanafwijking (OPA).
B. Plannen van initiatiefnemers met individuele belangen. Bij deze plannen is de rol van de gemeente veel beperkter. De initiatiefnemer is verantwoordelijk voor de kwaliteit van het bestemmingsplan en daarmee voor het opstellen van de noodzakelijke stukken voor 53
Taak
Initiatiefnemer
Gemeente
Kaders/voorwaarden stellen voor: X - Planregels - Ruimtelijke onderbouwing - Verbeelding Ruimtelijke onderbouwing opstellen
X
Planregels opstellen*
X
Verbeelding opmaken*
X
IMRO-codering aangeven
X
Toetsen van: - Ruimtelijke onderbouwing - Planregels en - Verbeelding
X
Begeleiding planologische/ruimtelijke procedure (incl. toetsing en beantwoording van zienswijzen/bezwaar/(hoger) beroep)
X
*Uitgangspunt is dat er zoveel mogelijk werk bij de initiatiefnemer komt te liggen. Of er aspecten hiervan bij de gemeente blijven liggen en zo ja, welke aspecten, moet nog besproken worden.
Kanttekeningen • Komende tijd gaan we met deze nieuwe aanpak experimenteren. Het is belangrijk om na verloop van tijd te evalueren of deze aanpak inderdaad de efficiency-slag heeft gebracht waar we op hopen. Goede tijdregistratie van medewerkers is hierbij van groot belang. Eén en ander zal ook sterk afhankelijk zijn van de kwaliteit van de stukken die externen aanleveren. • Om die kwaliteit te kunnen borgen, is het van belang dat we als gemeenten concreet aangeven wat we van initiatiefnemers verwachten. Dat betekent dat de handleidingen etc. die we verstrekken goed en duidelijk moeten zijn. Het op orde brengen van die basis kost tijd (zie ook elders in dit plan van aanpak). Dit zal in het begin ook ambtelijke capaciteit kosten. De verwachting is dat dit zich uiteindelijk terugverdient; • Als initiatiefnemers – ondanks deugdelijke handleidingen etc. – slecht werk leveren, is het
van belang dit als gemeente terug te leggen bij de initiatiefnemer. Indien de gemeente zelf steeds moet corrigeren, kost deze aanpak evengoed teveel tijd. Om de aanpak efficiënt te maken, is het belangrijk hier als gemeente zakelijk in te staan (zie ook elders in dit plan van aanpak); • De afdeling RO levert werk van hoge kwaliteit. Juist omdat we alle expertise en kennis in huis hebben, is deze kwaliteit hoger dan van gemeenten waar méér generalistisch wordt gewerkt. Het is van belang om deze kwaliteit op peil te houden. Door deze expertise en kwaliteit wel te blijven benutten voor de plannen met een gemeentelijk belang, denken we dit te kunnen waarborgen; • Bij (het ontwerpen van) het proces voor het nieuwe Omgevingsplan moet hierover opnieuw nagedacht worden. Als op 1 januari 2022 de Omgevingswet in werking treedt, en ook daarvoor al, moet iedereen, binnen en buiten, ervaring opdoen met het ‘nieuwe’ proces, participatie etc.
die we in tal van ruimtelijke processen willen hebben. De aard, omvang en complexiteit van een project en de samenwerking met externe (markt-)partijen kan reden zijn voor het inschakelen van een extern bureau, bijvoorbeeld voor het opstellen van visies, stedenbouwkundige- en landschapsplannen. Bij heel veel plannen werken we al op deze wijze, bijvoorbeeld Horzak Noord, Walkwartier en Fraterspark. Vanuit de afdeling RO is er hierbij vooral de inbreng van gebied specifieke kennis en regie op kwaliteit en samenhang, als belangrijke sparringpartner ook voor betreffende bureaus.
Wat moeten we daarvoor doen? Om dit tot uitvoering te brengen is het nodig dat we als gemeente kaders/voorwaarden opstellen, zodat de initiatiefnemer weet wat hij moet doen en wij als gemeente weten waaraan we toetsen als het plan binnenkomt. Deze geven we mee aan de initiatiefnemer (o.a. via een principebesluit). Deze kaders/voorwaarden stellen we op in Q1 2021. Ook de checklist voor toetsing wordt dan up-to-date gemaakt. Specifieke expertise van buiten halen We zijn veel tijd kwijt aan specialistisch werk. Gezien de workload en druk op de afdeling zoeken we een goede balans tussen welke specifieke kennis we vanuit buiten halen (uitbesteding) en welke kennis we vanuit binnen zo optimaal mogelijk kunnen inzetten. Dit ook vanuit het perspectief van de gewenste regierol 54
Keuze 5: Méér zakelijkheid/verantwoordelijkheid bij initiatiefnemer Hoe gaat het nu? In het principebesluit wordt aangegeven wat wij van de initiatiefnemer verwachten. Daarbij is geen deadline aangegeven voor ontvangst van de aangegeven stukken. Op deze manier kunnen we vaak lang wachten op de stukken, heeft het dan ineens weer spoed en weten we soms niet of de plannen nog doorgang vinden of niet. Op dit moment wordt er veel over en weer gepingpongd over ruimtelijke onderbouwingen en de inhoud van principeverzoeken. De kwaliteit van aangeleverde stukken is regelmatig slecht en de gemeente wordt vaak gebruikt als “gratis adviseur”. Welke knelpunten zien we hierbij? Door geen deadline en gevolgen daarvan te vermelden bij het overschrijden van de deadline, blijven werkzaamheden lang (onnodig) op onze werklijst staan en kunnen de plannen ineens weer spoed krijgen. Wij voeren zelf te weinig regie hierin. Het steeds opnieuw toetsen en becommentariëren van stukken kost veel ambtelijke capaciteit. Uiteraard willen wij als dienstverlenende overheid een faciliterende rol vervullen. Wij zullen altijd bereikbaar zijn voor vragen vanuit een meedenkende rol. Maar het is uitdrukkelijk niet de bedoeling dat wij het werk van de initiatiefnemer overnemen.
Zoals hiervoor geschetst, is de aanpak van het uitbesteden van werk alleen efficiënter als we de verantwoordelijkheid bij de initiatiefnemer neer leggen.
Hoe gaat het vanaf 2021? Meer verantwoordelijkheid bij de initiatiefnemer neerleggen, vraagt van ons meer zakelijkheid. Dit valt of staat met de zakelijkere houding en gedrag van onze medewerkers. We gaan in het principebesluit duidelijk aangeven binnen welke termijn we de vereiste stukken/ onderzoeken verwachten en geven daarbij de gevolgen aan van het overschrijden van deze termijn (geen garantie tot het direct in (planologische) procedure brengen van het plan). Ook als de plannen na het principebesluit beduidend wijzigen, geven we daar de consequenties van aan (nieuw principeverzoek indienen en opnieuw betalen van leges, omdat er een nieuwe beoordeling plaats moet vinden).
aanleveren van de stukken – bijvoorbeeld het uitlopen van de planning - wordt volledig bij de initiatiefnemer gelegd. Wanneer bij toetsing blijkt dat een plan inhoudelijke gebreken bevat, geven wij éénmalig een reactie op de stukken ter verbetering. In de planning is met één toetsingsronde rekening gehouden. Indien vervolgens de stukken niet naar tevredenheid van de gemeente worden aangepast en opnieuw suggesties moeten worden gedaan ter verbetering, wordt aangegeven welke consequentie(s) dit heeft voor de planning en de kosten. Het is goed mogelijk dat het plan dan pas later weer in behandeling wordt genomen. Het is namelijk niet de bedoeling dat andere plannen hierdoor in de knel komen. Bovendien worden extra ambtelijke uren in rekening gebracht voor de tweede toetsing. Deze (mogelijke) gevolgen worden van tevoren vastgelegd in een overeenkomst tussen gemeente en initiatiefnemer.
Wij zorgen ervoor dat de initiatiefnemer weet welke stukken en welke kwaliteit wij verwachten. Voor bestemmingsplannen leveren wij hiervoor verschillende handreikingen en richtlijnen aan, zoals de standaardtoelichting, het handboek voor Digitale plannen, de standaard voor Dezta-regels en voorwaarden waaraan de verbeelding moet voldoen. Dit werken we uit in Q1 2021 en daarbij geven we aan wat de consequentie is wanneer hier niet aan wordt voldaan. Voor principeverzoeken geven we ook aan wat we daarvoor verwachten. Dit is onder keuze 8 benoemd. Met de basis kan de initiatiefnemer aan de gang. Het is verplicht dat hij een gerenommeerd bureau inschakelt. Als we bij het aanleveren van de stukken merken dat geen gebruik is gemaakt van onze stukken, formats en systemen, wordt het plan niet in behandeling genomen en linea recta terug gestuurd. De gemeente gaat dit niet corrigeren. De consequentie voor het niet correct 55
Keuze 6: Meer balans tussen kosten en baten Hoe gaat het nu? De kosten en baten van de afdeling RO (en verder in het fysieke domein) zijn niet in evenwicht; we hebben meer kosten dan baten. Om een paar voorbeelden te noemen: - De kosten voor het doorlopen van een bestemmingsplanprocedure zijn voor de gemeente nu hoog; er worden veel uren aan besteed en deze worden niet kostendekkend doorberekend via de leges en het kostenverhaal; - Op grote projecten vindt op dit moment geen sturing op geraamde kosten vs. opbrengsten plaats. Bij projecten van het Vastgoedbedrijf wordt gewerkt met voortgangsrapportages en financiële overzichten. Straks zien we dit ook terug in het PPM-systeem. Ook voor onze grotere RO-projecten houdt de betrokken projectgroep de voortgang en de kosten en baten bij. Dit om op tijd te zijn richting de begroting met eventuele claims. Met ondersteuning van (de controller) financiën houden projectleiders RO de vinger aan de pols. Om het beeld afdelingsbreed te hebben, af te kunnen stemmen met de controller en andere afdelingen, en te kunnen bijsturen, is voor RO-projecten tot voor kort gewerkt met een kostenbatenanalyse. Iedereen die een project met kosten/baten onder handen heeft, moest halfjaarlijks aangeven wat zijn kosten en opbrengsten zijn. Dit zou weer opgepakt moeten worden en via het PPM-systeem ook verder worden geprofessionaliseerd.
- Voor de verkenningen die we uitvoeren, zijn nu geen opbrengsten aanwezig. Projecten in het algemeen belang, op verzoek van het bestuur, hebben geen externe ontwikkelaar en dus geen opbrengsten. Een voorbereidingskrediet was/is niet
gebruikelijk in Oss. Wel kan eventueel via de begroting geld hiervoor gereserveerd worden. Voor woningbouwverkenningen zoals Vastgoed en RO die hebben gedaan in de afgelopen twee jaar, is geen geld gereserveerd in de begroting. Voor plannen als een visie, een structuurvisie, een bestemmingsplan Centrum, een herziening bestemmingsplan Buitengebied groot Oss of een bestemmingsplan ‘mestfabriek’ bestaat (deels) geen mogelijkheid om kosten te verhalen. De gemeente doet een herziening dan in het algemeen belang, op grond van een behoefte aan actualisatie (o.g.v. wetgeving, beleid, gewijzigde inzichten etc.). Welke knelpunten zien we hierbij? We kijken onvoldoende naar de opbrengstenkant. Hierin zijn we niet zakelijk genoeg. Afdeling RO heeft zelf geen tools hiervoor anders dan Excel. Hoe gaat het vanaf 2021? Door het werk door de initiatiefnemer te laten uitvoeren, waarbij de gemeente regie voert, liggen de kosten (in uren) lager dan nu. Het uitgangspunt is dat kostenverhaal na het principebesluit wordt vastgelegd in een intentie- dan wel een anterieure exploitatieovereenkomst, om te voorkomen dat de tussenfase van principebesluit tot start van het project “gratis” door ons uitgevoerd wordt. Vanaf 2021 willen we de verkenningen slechts voorfinancieren en dit meenemen in het kostenverhaal.
Bij gevallen dat er geen ontwikkelaar is, onderzoeken we hoe dat zo voordelig mogelijk kan plaatsvinden.
geraamde kosten vs. opbrengsten, door het verrekenen van kosten bijvoorbeeld via het exploitatieplan of een anterieure exploitatieovereenkomst op basis van werkelijke kosten. Uitgangspunt is dat raming van kostenverhaal via anterieure overeenkomsten voor (alle) particuliere ontwikkelingen plaatsvindt op basis van de plankostenscan (op grond van collegebesluit november 2019). Deze raming doet RO samen met een planeconoom van Vastgoed. Deze moet kostendekkend zijn, door niet te zuinig en te optimistisch te ramen. Planeconomen van de afdeling Vastgoed monitoren dit voor de projecten die Vastgoed zelf doet. Dit uitgangspunt is/moet zijn verankerd in de procesbeschrijving voor bestemmingsplannen en de werkwijze van de afdeling RO. Dekking voor woningbouwverkenningen, verkenningen naar nieuwe bedrijfslocaties, masterplannen etc. kan (deels) via voorfinanciering door het grondbedrijf. Later kunnen deze kosten door de uiteindelijke ontwikkelaar via een anterieure overeenkomst, of door het grondbedrijf zelf worden betaald. Voor het overige zou door zakelijker te werken, en meer strategisch vooruit te kijken en te plannen, via de begroting geld gereserveerd moeten worden voor deze studies, ter voorbereiding van planologische procedures.
We gaan de opbrengsten beter bekijken en maken weer kostenbatenanalyses om inzichtelijk te maken waar en hoe de meeste (ruimtelijke) winst te behalen is. Ook gaan we onderzoek doen naar de hoogte van het legesbedrag voor behandeling van een principeverzoek.
Bij grote projecten gaan we vanaf 2021 sturen op 56
Keuze 7: Bestuurlijke afstemming Hoe gaat het nu? De portefeuillehouders hebben, net als de afdeling Ruimtelijke Ontwikkeling, behoefte aan bestuurlijke afstemming over ruimtelijke ontwikkelingen. Er vinden op dit moment diverse POHO’s plaats met de betreffende wethouders over ruimtelijke ontwikkeling. Deze POHO’s zijn zowel beleidsmatig/strategisch dan wel op uitvoering gericht (voortgang projecten, ad hoc vragen, collegevoorstellen etc.). Zo hebben we bijvoorbeeld een POHO Wonen, POHO Buitengebied, POHO Buitengebied RO en POHO Stad. Vanaf 1 december 2020 is er naar verwachting ook de bestuurlijke afstemming om de conclusies van de Intaketafel voor (niet-)wenselijke initiatieven te bespreken; dit vindt plaats via de rondvraag van het college. Portefeuillehouders ontvangen adviezen over amendementen, moties en brieven van de betreffende projectleiders of andere behandelaars. Afdeling LWE attendeert ons op toezeggingen. Daarvoor is in 2020 een proces afgesproken. Portefeuillehouders hebben behoefte aan enige verbetering van dit proces. Dit omdat zij graag zeker willen zijn van tijdige advisering, niet alleen over toezeggingen maar ook over moties, amendementen en brieven.
Hoe gaat het vanaf 2021? Half november 2020 zijn afspraken gemaakt welke POHO’s voor welke onderwerpen bedoeld zijn, om zo optimaal mogelijk overleg te voeren met de portefeuillehouders, gezien hun volle agenda’s. Hierover is gecommuniceerd naar de collega’s die erover geïnformeerd moeten worden. In 2021 gaan verder met de gemaakte afspraken. Het Projectenportfoliomanagement gaat ons helpen om gemakkelijk en helder de voortgang van projecten inzichtelijk te maken voor de portefeuillehouders en onszelf natuurlijk. Voor tijdige bestuurlijke afstemming over amendementen, moties, toezeggingen en brieven door de betreffende projectleiders en behandelaars zijn binnen de afdeling de Regisseurs van RO verantwoordelijk. De Regisseurs volgen daarvoor de bestuurlijke agenda’s en stukken, en signaleren richting projectleiders en behandelaars.
Welke knelpunten zien we hierbij? Het is onduidelijk welke onderwerpen in welk POHO besproken moeten worden. Daarnaast zijn de agenda’s van de wethouders redelijk vol. Tijdige advisering aan het college over brieven aan de gemeenteraad, over moties, amendementen en toezeggingen in commissies of de gemeenteraad lukt kennelijk niet altijd. Nadere afspraken hierover zijn nodig.
57
Keuze 8: Verbeteren proces initiatieven Hoe gaat het nu? Initiatiefnemers kunnen bij de gemeente een zogenaamde conceptaanvraag indienen om een vergunning te krijgen voor hun ontwikkeling. Wij noemen dit ook wel een principeverzoek. De gemeente reageert daar op met een besluit over medewerking. In dat principebesluit staat of (en onder welke voorwaarden) de gemeente bereid is mee te werken aan de planologische procedure die nodig is om zo’n initiatief mogelijk te maken. In 2020 heeft de afdeling RO tot nu toe ruim 150 principeverzoeken ontvangen. De afdeling VTH draagt principeverzoeken via de mailbox Principeverzoeken over aan de afdeling RO. Dit zijn alleen de principeverzoeken die de afdeling VTH niet zelf kan afwikkelen vanuit de beschikbare procedures: gebonden beschikking, binnenplanse afwijking, kruimelgevallenontheffing of tijdelijke afwijking. Bij de door VTH te volgen procedures vraagt VTH advies aan de afdeling RO. De beheerders van de mailbox Principeverzoeken (regisseurs RO) screenen samen met een planoloog en/of stedenbouwkundige het verzoek (Quick scan). Als daaruit blijkt dat het initiatief te overwegen is, vragen we aan VTH om het principeverzoek over te dragen. De afdeling VTH geeft in haar standaard overdrachtsbrief aan de aanvrager aan dat de aanvrager expliciet een akkoord moet geven op de legeskosten.
Doet de aanvrager dat niet, dan starten we niet met de beoordeling. Voor de behandeling van een principeverzoek vragen we € 500 of € 1000 leges. Na akkoord op de legeskosten, kent de regisseur een
behandelaar toe aan het verzoek. De behandelaar is een jurist of bij complexe verzoeken een projectleider van de afdeling RO. De behandelaar vraagt bij alle benodigde disciplines een advies op. • Vervolgens stelt de behandelaar óf een intakeformulier op óf meteen een conceptbrief met het principebesluit. In dit advies/besluit wordt op basis van de deeladviezen een eindbeoordeling en een advies over de vervolgstappen toegevoegd. De conceptbrief wordt voorgelegd aan de regisseur Buitengebied of Stad, die een grove check doet op kwaliteit en integraliteit en zorgt voor bestuurlijke afstemming met de portefeuillehouder RO.
•
Welke knelpunten zien we hierbij? Het proces rondom deze principeverzoeken kan nog stukken verbeteren. We lopen tegen de volgende zaken aan:
•
• Er zit veel verschil in de uitgebreidheid van principeverzoeken. Soms is de informatie en vraagstelling heel summier en soms juist (te) uitgebreid. Dit kan uniformer, bijvoorbeeld door gebruik van een format/aanvraagformulier. • We merken regelmatig dat er meerdere verzoeken tegelijk voor één perceel binnenkomen (wanneer een perceel te koop staat). Nu zijn we genoodzaakt aan alle verzoeken tijd te besteden, terwijl we eigenlijk al weten dat er slechts één initiatief ook echt in procedure zal gaan. • De behandeling van een principeverzoek is niet gebonden aan termijnen. Wanneer het druk is, is het dus relatief eenvoudig om de behandeling van principeverzoeken naar achteren te schuiven in de
•
•
tijd. In de praktijk duurt het vaak maanden voordat een initiatiefnemer een principebesluit van de gemeente ontvangt. Bovendien is het vooraf onduidelijk voor een aanvrager hoe lang de beantwoording gaat duren. Deze onduidelijkheid vooraf, in combinatie met de lange wachttijd, levert weer extra communicatiemomenten met de aanvragers en mogelijke irritatie op. De ‘QuickScan’ voordat een verzoek overgedragen wordt is niet standaard, maar een ‘extra’, vooral uit oogpunt van klantvriendelijkheid. Wanneer er tijdgebrek ontstaat wordt deze stap ook overgeslagen. Dat leidt dan tot overdracht (en dus behandeling) van principeverzoeken die we eigenlijk eerder hadden kunnen onderscheppen. Er is daardoor geen ‘schifting aan de poort’: een knip tussen wenselijkheid en haalbaarheid. Een principeverzoek staat soms maanden in de wachtrij voordat de regisseur een behandelaar kan toekennen. Redenen zijn het capaciteitsgebrek op de afdeling RO en/of een gebrek aan prioritering, waardoor er meer verzoeken binnenkomen dan we kunnen behandelen. De behandelaar moet nu gaan ‘shoppen’ bij alle disciplines om de deeladviezen te verzamelen. Daarbij is de behandelaar voor de voortgang dus afhankelijk van de agenda (en prioriteiten) van de andere collega’s. De behandelaars bereiden een conceptbesluit op verschillende manieren voor.
Er zit daardoor een verschil in de mate van integraliteit en detailniveau van de beoordeling en beantwoording. De bestuurlijke afstemming kan meer integraal en in afstemming met het volledige college.
Hoe gaat het vanaf 2021? We gaan: starten we met de pilot Intaketafel met een ‘knip’ tussen screenen van initiatieven op wenselijkheid en 58
haalbaarheid. Dit betekent dat we de volgende stappen zetten:
-
-
-
Intaketafel fase 1 (start december 2020) Fase 1 is betreft de beoordeling op ‘wenselijkheid’ van het initiatief. Wekelijks beoordeelt een aantal strategische medewerkers uit het fysieke (en idealiter ook het sociale) domein op hoofdlijnen de wenselijkheid van nieuwe initiatieven. De conclusie stemmen we college-breed bestuurlijk af.
-
Intaketafel fase 2 (start eind maart 2021) Dit betreft de integrale beoordeling van de ‘haalbaarheid’ van de wenselijke initiatieven. Hiervoor zitten diverse afdelingen aan tafel. Het Plan van Aanpak hiervoor wordt opgesteld voor 1 maart 2021.
-
Aftikteam Buitengebied en Kernen/Stad Totdat de Intaketafel fase 2 start, organiseren we binnen de afdeling RO/Team Buitengebied/ Stad een Aftikteam om cyclisch de principeverzoeken op ‘haalbaarheid’ te bespreken. Bij een besluit over medewerking worden ook direct afspraken gemaakt over de vervolgprocedure, te denken aan meer werk bij aanvrager leggen óf meelopen in een veegplan. Voorafgaand aan het besluit tot medewerking vindt een globale toets plaats en dit mondt uit in een (globaal) principebesluit met randvoorwaarden.
-
stellen we nieuwe uitvoeringsafspraken op met de bij de intaketafel aansloten afdelingen binnen onze gemeente; stellen we de afspraken hierover tussen de afdelingen vast op; maken we dienstverleningsafspraken met collega overheden, overlegpartners en de omgevingsdienst (met name voor fase 2).
Wat moeten we daarvoor nog meer doen? Op grond van de uitkomsten van de pilot intaketafel: - stellen we kwaliteitseisen op voor de ontvankelijkheid van principeverzoeken en voeren deze in; - actualiseren we het protocol Principeverzoeken; - leveren we een actieve bijdrage aan de ontwikkeling van de Omgevingstafel; 59
Keuze 9: Meer flexibiliteit in plannen.minder procedures Hoe gaat het nu? De regels in geldende bestemmingsplannen zijn op dit moment veelal zo opgesteld dat er veel verzoeken binnenkomen voor afwijking van het bestemmingsplan. Deze verzoeken worden ook vaak gehonoreerd en hiervoor wordt veelal afzonderlijk van elkaar de procedure doorlopen. Welke knelpunten zien we hierbij? Hiervoor is wel een procedure nodig en dit kost veel tijd en geld, zowel voor de initiatiefnemer als voor de gemeente. Terwijl we eigenlijk op voorhand al weten dat we dus meer ruimte aan de initiatiefnemer willen geven. Hoe gaat het vanaf 2021? Minder en ruimere regels, meer ruimte bij initiatiefnemer We gaan, passend bij de gedachte van de Omgevingswet, de regels in volgende (aanpassingen van) bestemmingsplannen en het omgevingsplan verruimen en verminderen, zodat we meer ruimte geven aan initiatiefnemers! We kijken daarbij naar de bedoeling van/achter de regel. Hierdoor zijn minder ruimtelijke procedures nodig, waardoor er minder initiatieven binnenkomen. Hier speelt het Project Omgevingsplan een belangrijke rol in! In het Plan van Aanpak voor het Project Omgevingsplan wordt de aanpak hiervoor beschreven. We sluiten met de veranderopgave voor de afdeling RO ook aan bij de andere projecten binnen het programma Omgevingswet.
Met ingang van 1 januari 2022 kunnen bovendien met wijzigingen van het Omgevingsplan
meer activiteiten vergunningvrij gemaakt worden. In de sociale verbinding zit veel oplossend vermogen. Vaak zijn oplossingen die inwoners zelf bedenken duurzamer en effectiever dan de onze. We sluiten meer aan bij het eigenaarschap in de samenleving en bieden meer ruimte voor initiatieven. We gaan met elkaar de samenleving bouwen en Oss een stukje mooier maken.
procedure volgen). We verzamelen de plannen tot een bepaalde datum. Als de stukken later dan de gestelde datum binnen zijn gekomen, agendeert de gemeente de procedure voor de volgende cyclus. Er zijn natuurlijk altijd uitzonderingsgevallen (die bijvoorbeeld wettelijk gezien niet kunnen wachten op de cyclus of anderszins) en daar wordt een maatwerkoplossing voor gevonden. Een andere vorm van het cyclisch voeren van procedures is het werken met een veegplan (zie hieronder voor meer toelichting). De gemeente stelt het veegplan zelf op, op basis van ingekomen initiatieven dan wel benodigde wijzigingen die wij als gemeente zelf voor ogen hebben.
Op dit moment zijn we daar al concreet mee bezig in lopende projecten en de pilot voor de omzetting van het bestemmingsplan Oss-Zuid speelt daarin een grote rol.
Werk bij initiatiefnemers neerleggen kan niet gecombineerd worden met het werken met veegplannen. Het werk uitbesteden heeft prioriteit boven het werken met veegplannen. Veegplannen zijn mogelijk voor overgebleven gevallen.
Systematische en efficiënte procedures voor bestemmingsplan/omgevingsplan Als gemeente zijn wij verantwoordelijk voor het voeren van de planologische procedure. Het werk (bij plannen van derden) bij de initiatiefnemer neerleggen, ontslaat ons als gemeente niet van deze verplichting. Het voeren van planologische procedures, gaan we, zoveel als mogelijk, op een systematische en efficiënte manier doen.
Veegplannen We werken al met periodieke veegplannen voor ontwikkelingen waar de gemeente medewerking aan verleent. De gemeente stelt 2x per jaar een veegplan op. Deze initiatieven die bij de gemeente binnenkomen en via een veegplan door de gemeente meegenomen kunnen worden, worden verzameld tot een bepaalde datum. Om mee te mogen lopen met een veegplan, moet de ruimtelijke onderbouwing en anterieure overeenkomst voor deze ontwikkeling voor die datum voldoen aan vooraf opgestelde criteria. Als het initiatief, de ruimtelijke onderbouwing of getekende anterieure overeenkomst later dan de gestelde datum binnen is gekomen, agendeert de gemeente de ontwikkeling voor het volgende veegplan. Voorstelbaar is dat er per gebied, zowel voor het buitengebied, de kernen als voor het stedelijk gebied van Oss en Berghem veegplannen komen. Het ligt bovendien in de verwachting dat in het buitengebied meer ontwikkelingen met een bestemmingsplan
Cyclisch voeren van procedures Bij plannen van derden stellen wij als gemeente kaders/voorwaarden, ontvangen wij van de initiatiefnemer de stukken, toetsen wij deze en brengen wij deze uiteindelijk in procedure. We gaan de ontvangen stukken gecoördineerd 2x per jaar procedureel in routing brengen richting de gemeenteraad. Dit betekent dat we procedures gaan bundelen (geen gezamenlijk plan, maar gezamenlijk
60
gefaciliteerd moeten worden. In het stedelijk gebied kan vaker met lichtere procedures medewerking worden verleend. In 2021 valt nog te bezien welke procedure het meest efficiënt en gewenst is na invoering van de Omgevingswet op 1 januari 2022, en hoe de afspraken zijn over wijzigen van het Omgevingsplan. Loopt een ontwikkeling mee in een Veegplan, dan is het opstellen van de ruimtelijke onderbouwing met bijbehorende onderzoeken voor rekening van de initiatiefnemer. Omdat er één plan van gemaakt wordt, stelt de gemeente het plan verder op (algemene toelichting, regels en verbeelding) en doet de gemeente de procedure. Voordeel voor gemeente en voor ontwikkelaars uit het oogpunt van kosten is dat er één plan is met één procedure voor meerdere ontwikkelingen in plaats van even zovele plannen en procedures. Voordeel is ook dat de gemeente hierdoor meer capaciteit heeft voor plannen en dat ontwikkelingen eerder mogelijk gemaakt kunnen worden.
61
Bijlage 1: Verbeelding van Keuzes
62
Bijlage 3 Aanpak 5 Lobby en profilering. Aanpak lobby en profilering gemeente Oss Om de Taskforce doelstellingen te realiseren en een versnelling aan te brengen in de bouw van nieuwe woningen en bedrijventerreinen is het ook noodzakelijk om aandacht te hebben voor de lobby en profilering van Oss. Deze lobby of profilering kan gericht zijn op het invoeren of wijzigen van regels, of bijvoorbeeld op het verkrijgen van subsidies of vergunningen. Maar ook sec het positioneren van Oss als een ‘ondernemende woonen werkgemeente’ en werken aan het imago van Oss kan hieraan bijdragen. Op dit moment is er binnen de gemeentelijke organisatie geen structurele aandacht voor lobby en profilering. De gemeentelijke organisatie zal op dit gebied een professionaliseringsslag moeten maken. Professionele aandacht voor lobby en profilering van Oss, draagt immers niet alleen bij aan de ambities op het gebied van woningbouw en bedrijventerreinen (Taskforce-doelen), maar aan alle ambities van Oss. Deze professionalisering past ook bij een gemeentelijke organisatie die de ambitie heeft om ‘100.000 plus’ gemeente te zijn. En reikt dus verder dan actielijn 5 van de Taskforce.
Aanbeveling Gezien het belang van lobby en profilering van de gemeente Oss voor het behalen van haar doelen, bevelen wij aan om: - een bestuursopdracht te formuleren tot professionalisering van de lobby en profilering van de gemeente Oss; - Met als resultaat voor de zomer 2021 een gefocuste vastgestelde lobby-agenda, en een stevige bestuurlijk en ambtelijk (netwerk)organisatie te hebben staan; - Te starten met het in december bepalen van de bestuurlijk en ambtelijk opdrachtgever en een – voorlopig- ambtelijk opdrachtnemer. - In januari 2021 het plan van aanpak hiervoor vast te stellen en de ambtelijk opdrachtnemer definitief te benoemen; - Te bezien of hier extern advies/inhuur kan bijdragen aan versnelling van de aanpak; - Te bezien of rondom de bestuurlijk trekker een Osse tafel (werktitel: ‘de Banden van Oss’) met (externe) ambassadeurs kan worden samengesteld, die –ook vanuit hun eigen belangen- mee helpen (de agenda van) Oss beter op de kaart te zetten. - Verder te bouwen op de eerste resultaten van de uitwerking van deze actielijn (zie hieronder). Gerichte lobby en profilering voor doelen Taskforce Op dit moment staan volgende regelingen open, de rijksregeling woningbouwimpuls en het provinciale corona-herstelfonds. Voor deze beide regelingen, met deadlines eind november 2020 respectievelijk half januari 2021 is deelname van Oss voorbereid en ingediend.
Tegelijk met het indienen van de aanvragen is ook de ‘lobby’ rondom de projecten worden opgestart. De leerervaringen van de concrete
projecten worden meegenomen in het traject van de lobbyagenda Oss. Daarnaast wordt bekeken welke andere regelingen of lobby interessant zijn voor de Taskforce. Resultaten december 2020 Achtereenvolgens worden de volgende resultaten van deze actielijn besproken: 1. Rijksregeling Woningbouwimpuls 2. Provinciale regeling Coronaherstelfonds 3. Lobby projecten Taskforce 4. Aanpak algemene lobbyagenda 5. Inventarisatie van lopende samenwerkings- en lobbytrajecten 1. Rijksregeling Woningbouwimpuls 23 okt- 23 nov 2020 tweede tranche Stand van zaken Afspraak is een maximale inzet voor deelname aan tweede tranche die is opengesteld van 23/1023/11/2020. Gelet op de uitvoeringstermijn komt alleen de locatie Euterpelaan in aanmerking voor de tweede tranche. Het project zit nog in de voorbereidingsfase. Er is nog geen commitment voor het project bij de gemeenteraad. Het lobbytraject voor dit traject loopt vooralsnog ambtelijk via het ministerie en betreft een subsidieaanvraag; het bestuurlijke lobbytraject beperkt zich tot een interne bestuurlijke lobby. Op 17 november heeft het college van B&W ingestemd met het indienen van de aanvraag voor dit project. Mocht toekenning plaatsvinden dan zal een en ander pas definitief worden als de gemeenteraad hiermee kan instemmen. 2. Provinciale regeling Coronaherstelfonds Het doel van het programma is structuurversterkend 63
werken. Dus gezamenlijk investeren in Brabant. Het betreft een samenwerking van de provincie Noord Brabant en de 13 gemeenten (de B5 en de M7). De regeling is gekoppeld aan de vijf overkoepelende regelingen/projecten van de provincie: Brabantring sluiten, Binnenstedelijke transformatie, Verduurzaming vastgoed, Brabant leert en Ventilatieaanpassingen op scholen. Stand van zaken Op 13 november is de opgave van Oss verstuurd aan de provincie. In alle programmalijnen zijn projecten vanuit Oss aangedragen. Het betreft projecten met een uitvoeringstermijn die binnen 3 jaar liggen en geen haalbaarheidsstudies zijn. Dat betekent dat er geen projecten zijn meegenomen uit de taskforce wonen en werken. 3. Lobby projecten Taskforce Uit deze strategische agenda wonen en werken moet duidelijk worden dat gelobbyd moet worden voor. Deze strategische agenda zal de input zijn voor de omgevingsvisie Oss, en vooruitlopend daarop de gebiedsvisie stedelijk gebied die dit jaar wordt opgesteld: • Nieuwe woonwijken in Oss • Nieuwe bedrijventerreinen in Oss • Stedelijke transformatie in de spoorzone van Oss (transformatie van werken (detailhandel, bedrijven en kantoren naar wonen) • Aanpak van het spoor (ongelijkvloerse kruisingen en aanpak station • Verplaatsen van het station Oss-West • Aanleg van een nieuwe weg in Oss-West t.b.v.
nieuwe woonwijk (misschien combinatie met Heesch-West) • Aanpak verdubbeling A50 • Spoorbrug Ravenstein
Het is van belang samen te werken met bedrijfsleven, maatschappelijke organisaties, inwoners, andere gemeenten, provincie etc, mn die partijen die dezelfde belangen hebben en kunnen helpen om onze lobby te versterken. De belangrijkste (bestuurlijke en ambtelijke) tafels zijn provincie, rijk en regio vanwege besluitvorming en het ter beschikking stellen van middelen en daarnaast de VNG, G40 e.d. vooral om bij te praten, af te stemmen en gezamenlijke lobby te organiseren. Qua houding en gedrag is het belangrijk dat zowel ambtelijk als bestuurlijk de doelstellingen helder voor ogen zijn en daar in het dagelijks werk naar wordt gehandeld. Het uitdragen en vertellen over de opgave is dus een belangrijke stap in de uitwerking. Daarbij kan het meenemen en inspireren van de gemeenteraad en de inwoners een belangrijke eerste stap zijn. Binnen het project omgevingsvisie stedelijk gebied zijn daar mogelijkheden voor. Stand van zaken Eerst een goede ambtelijk en bestuurlijke lobby intern organiseren en daarna pas extern 4. Aanpak algemene lobbyagenda In oktober 2020 hebben interviews plaatsgevonden met de collegeleden en de gemeentesecretaris over een lobbyagenda voor Oss.
Aan de hand van de volgende vragen: Waarom profileren we Oss?, Waarmee profileren we Oss?, Waar profileren we Oss?, Wie profileert Oss?, Hoe profileren we Oss?, Schieten met hagel of schieten met scherp?, en Algemene lobby agenda of op maat gemaakt (of beide)? De volgende stappen in het proces zijn: Stap 2: Overzicht maken van de diverse lobbyplatforms en de huidige input in deze platforms (inhoud en bemensing) Stap 3: Formuleren van gewenste input (inhoud en bemensing) Stap 4: Definiëren van een
veranderaanpak Stap 5: Monitoren en evalueren van de inzet en output Stand van zaken Uit de interviews is naar voren gekomen dat het college graag op inhoud lobbyt om zaken voor elkaar te krijgen die bijdragen aan de doelstellingen van Oss. Dat kan betekenen toestemming krijgen voor de gewenste ontwikkelingen. Dat kan ook betekenen middelen krijgen voor de gewenste ontwikkelingen. Daarnaast willen de meeste collegeleden dat Oss bekend en herkend wordt als serieuze stad voor 100.000 inwoners met het daarbij horende pakket aan voorzieningen. Focus De doelstellingen voor de lobby waar alle collegeleden achter staan zijn: • Afschaffen WMO abonnementstarief • (her)ontwikkelen spoorzone • Behoud van MBO school in Oss • Impuls aan woningbouw/aantal inwoners Uitvoering Op de vraag ‘wie lobbyt?’, zou het antwoord moeten zijn, dat op alle niveaus ambtelijk en bestuurlijk gelobbyd wordt. Dan is het wel van belang dat de doelstellingen en de aanpak helder zijn. Elk collegelid heeft aangegeven eigen kwaliteiten en prioriteiten te hebben die samen een succesvolle lobby-aanpak kunnen maken.
Sterke punten die naar voren gekomen zijn: • Contacten met landelijke partijen in Den Haag • Contacten met gedeputeerden van de Provincie Noord-Brabant • Contacten bestuurlijk en ambtelijk met steden in Brabant • Contacten bestuurlijk en ambtelijk met gemeenten in Noordoost-Brabant • Zicht op succesverhalen uit Oss • Landelijke netwerken via top sectoren life science en agrifood 64
• Landelijk netwerk grote steden via G40 • Projecten met landelijk/provinciale uitstraling Verbeterpunten • Gedeelde focus op lobby gebaseerd op ambitie en urgentie • Samenwerking en afstemming over bestuurlijke en ambtelijke netwerken • Presenteren van succesverhalen uit Oss Stand van zaken Op dit moment is het zo dat de lobby agenda niet is vastgelegd en doorleeft in de organisatie. Er is een interne lobby nodig waarbij focus komt op wat gewenst en haalbaar is. De uitwerking van de interviews en verdieping op de onderwerpen moet nog plaatsvinden. In de aanbeveling van deze actielijn (zie bovenin het hoofdstuk) wordt voorgesteld een bestuursopdracht hiervoor te geven. 5. Lopende samenwerkings- en lobbytrajecten: Natuurlijk participeren we op dit moment ook al in een aantal trajecten. Deze zullen meegenomen worden en een plek krijgen in de bestuursopdracht. Hieronder enkele participaties: MIRT, Regionale agenda’s, via RNOB, Brabantse stedennetwerk (voorheen M7) en de G40 en VNG.
65
Advies versnelling woningbouw Oss-West Om te versnellen moet je geen haast hebben……
Bouwstenen voor selectie samenwerkingspartner(s) Bert van Eekelen, Jan Vlaming en Charlie Martens 10 december 2020
Inhoud Introductie (3) Samenvatting (4) Vraagstelling (5) Onze visie op aard en omvang van de ambitie (6-8) Complexiteit van de opgave (9) Gelaagdheid van het ontwikkelingsproces (10-12) Condities voor bereikbaarheid creëren (13) Noodzaak van een adaptief proces (14) Publiek – private samenwerking (15-16) Proces van partnerselectie (17) Planning (18-19) Adviezen ten aanzien van implementatie (20) Bijlagen § Over de samenstellers van dit advies (22) § Documentatie (23)
Rondgang met Martin Hagreis 24 november 2020
10-12-2020
Advies versnelling woningbouw Oss West
2
Introductie Voor ons als buitenstaanders uit respectievelijk Rotterdam, Kop van Noord-Holland en Almere, is Oss de gemeente van Unox, Motorcross en SP. Weinig was ons bekend omtrent de omvang van de gemeente en het aantal inwoners. Om binnen de kort beschikbare tijd een eerste indruk van Oss te krijgen is kennis genomen van de door de gemeente beschikbaar gestelde informatie, afkomstig van de voor dit doel samengestelde task force van de gemeente. Naast de door de gemeente beschikbaar gestelde informatie (zie bijlage) hebben wij tevens gebruik gemaakt van openbare data zoals: website gemeente Oss, kaartmateriaal Atlas van de Regio (PBL), PDOK-viewer, www.ruimtelijkeplannen.nl, “de Atlas 2019 voor gemeenten” (zie hiernaast), analyse voor de G40 steden Zuid- Nederland (Platform31). Uiteraard hebben we ons ook ter plekke van de beoogde uitbreidingslocatie op de hoogte gesteld. De hoeveelheid informatie alsmede de snelheid van aanpassingen en aanvullingen gedurende de drie weken die wij aan onze analyse en advies hebben kunnen werken, leiden tot een voorbehoud dat wij niet alles volledig hebben kunnen doorgronden.
10-12-2020
Advies versnelling woningbouw Oss West
3
Samenvatting De ambitie om, meer dan voor eigen inwoners, duizenden woningen te gaan bouwen waarvan 3000 in een omvangrijk gebied getuigt van lef. Creativiteit is nodig om de kosten, baten en risico’s te beheersen, veel meer dan bij een bescheidener ambitie of een meer incrementele ontwikkeling. Realiteitszin is nodig om de verwachtingen te managen, geen onnodige weerstand op te roepen en een of meerdere samenwerkingspartners te zoeken waarmee je elkaar gunt aan deze ontwikkeling te werken en uiteindelijk te verdienen. Maar als je zelf de lat niet hoog legt, gaan anderen dat niet voor je doen. En na analyse in de ons beschikbare tijd, delen we wel de opvatting dat van Oss-West een bijzondere gebiedsontwikkeling te maken is. Niet zonder risico’s, maar op de juiste wijze gestructureerd en georganiseerd een aansprekende mogelijkheid voor nieuwe woonmilieus dichtbij centrumvoorzieningen met de rust en ruimte van het landelijk gebied. Nu in Covid tijd de keerzijde van stedelijke verdichting zich heeft getoond, mogelijk een gat in de regionale markt. Uiteindelijk zal de markt bepalen of deze propositie ook echt aantrekkelijk en haalbaar is. Daartoe kunnen overheden rekenen tot ze een ons wegen, maar heb je de expertise en ontwikkelkracht van marktpartijen nodig om een succesvolle gebiedsontwikkeling tot stand te brengen. In dit geval is die expertise aan de voorkant benodigd.
Om de eigen inwoners en de Provincie te kunnen overtuigen van de daadwerkelijke kansen en om een samenwerkingsorganisatie op te richten die adaptief te werk kan gaan. Adaptief betekent: regel niet tevoren alles dicht. De effecten en consequenties zijn tevoren nauwelijks te overzien. Organiseer een proces waarbij je aan de voorkant de contouren schetst (de stip op de horizon) en de condities waarbinnen de ontwikkeling dient plaats te vinden (de “brugleuningen”). Organiseer maximale ruimte voor een volwassen-volwassen samenwerkingsrelatie en organiseer een zorgvuldig proces waarbij voortschrijdend inzicht leidt tot de best mogelijke haalbare, maakbare en betaalbare plannen. Dat vraagt professionaliteit aan beide kanten, van de ambtelijke en bestuurlijke organisatie enerzijds, van de ontwikkelende organisatie anderzijds. Ons advies is zo snel mogelijk in gesprek te gaan met de mogelijke kandidaten om hen mee te laten adviseren over de do’s and dont’s. 10-12-2020
Advies versnelling woningbouw Oss West
Advies ontwikkelstrategie: • Ruimte en condities scheppen voor het geheel, toewerken naar een samenwerkingscontract voor een deel, bij voorkeur op reeds beschikbare grond. • Bij gerealiseerd succes, ticket voor de volgende tranche, in overleg met marktpartij te bepalen en objectief te beoordelen. • Mogelijk met 1 gebiedsontwikkelaar, mogelijk met meerdere. `Maar dan regie op programma en gelijktijdigheid (onderlinge concurrentie) • Supervisie op inhoud (plankwaliteit), proces (voortgang, conflicthantering, escalatie) en governance (monitoring op rolverdeling en contractuele condities) 4
Vraagstelling Sinds enige maanden werkt een Taskforce Wonen binnen de gemeentelijke organisatie aan de versnelling van de woningbouw in Oss. Onder leiding van Ger Driessen wordt op een aantal borden geschaakt om de gewenste taakstelling te halen. Vanwege het ontbreken van voldoende woningbouwmogelijkheden in de nabije toekomst is het snel opstarten van een reeds eerder voorziene woningbouwontwikkeling van Oss West / Noord West gewenst. Er wordt nagedacht over een tender-achtige uitvraag om snel tot een ontwikkelingsconcept te komen. Hoe precies wordt de komende periode bepaald, maar in ieder geval een insteek waarbij extern meer conceptuele ontwikkelaars betrokken zullen worden. De uitvraag hiervoor is inmiddels voorbereid met bouwstenen op de belangrijkste thema’s. • Stedenbouw en landschap • Duurzaamheid, energie, water • Cultuurhistorie, archeologie • Verkeer en mobiliteit • Programma wonen en overige functies • Ontwikkelstrategie Op 28 oktober jl. is een eerste concept “Go West – Bouwstenen Gebiedsconcept Oss West” verschenen, waarbij overigens de ontwikkelstrategie (nog) niet was ingevuld. Ook wordt er in de Taskforce gewerkt aan agendavorming en zijn verkennende gesprekken gevoerd met ontwikkelaars en ontwikkelende bouwers.
10-12-2020
Advies versnelling woningbouw Oss West
Aan VPRC (Bert van Eekelen) is gevraagd om mee te denken over de wijze waarop versnelling van de woningbouw door de ontwikkeling van een nieuwe bouwlocatie daadwerkelijk tot stand kan komen. Relevant daarbij is dat woningbouw in Oss sinds het vaststellen van het Gebiedsconcept Oss West in 2006 zich geen grote gebiedsontwikkelingen in de mate waar nu sprake van is hebben plaatsgevonden. Er is daardoor een beperkt referentiekader binnen de ambtelijke organisatie ten aanzien van de aantallen woningen en versnelde realisatie waar nu over gesproken wordt. We zien de vraag dan ook vooral als een organisatorische vraag: is er een match tussen de complexiteit van de opgave en de competenties van de gemeentelijke organisatie? Wat komt er op het pad van de gemeente (ambtelijk en bestuurlijk) en op welke onderdelen (en hoe) moet er worden versterkt? Op basis van de hierbij benodigde analyse kan een voorstel voor de programmatische aanpak worden gemaakt.
5
Onze visie op aard en omvang van de ambitie Uit onze analyse bij deze quick scan leiden wij af dat nog niet eenduidig is bepaald wat de totale woningbouwambitie, respectievelijk behoefte is voor de gehele gemeente Oss, en op welk moment de voorziene woningen moeten zijn gerealiseerd. De prognose van de bevolkingsontwikkeling geven aan dat het aantal inwoners in de gemeente Oss zal toenemen tot meer dan 100.000 in 2035. Uit de door de gemeente beschikbaar gestelde informatie volgt een geprognosticeerde woningbehoefte voor de gehele gemeente van 7100 in de periode 2020 tot 2035. Om te komen tot een versnelde doorgroei naar een 100.000 plus gemeente en de ambities als woon- en werkstad waar te kunnen maken wordt als ambitie uitgegaan van 1100 woningen extra in dezelfde periode. De totale planvoorraad omvat 6200 woningen waarvan 2300 harde voorraad. De zachte planvoorraad omvat circa 3400 woningen en 500 woningen worden voorzien in kleine ontwikkelingen. De eerste opgave in de notitie Wonen van november 2020 van de gemeente is dat de planontwikkeling moet worden gewaarborgd en versneld. Dit geldt met name voor de grotere plannen in het stedelijke gebied. In Oss-west voorziet de gemeente vooralsnog 1500 woningen. Het ontbreken van harde uitgangspunten en het ontbreken van gevalideerde woningbehoefte en planvoorraad behoeft wat ons betreft geen probleem te zijn.
Wij hebben bij de VINEX opgave ervaren dat in de loop van de tijd discussie is ontstaan omtrent de uiteindelijk benodigde behoefte. Een dergelijke discussie zal ook in de komende jaren wel in het verschiet liggen. Het belangrijkste is om als gemeenten niet op voorhand op harde aantallen afgerekend te worden. Dat maakt het mogelijk om waar nodig aan te passen en indien deze zich aandienen, kansen te pakken. Het betekent wel een aanpak c.q. adaptieve sturing die tenminste voldoende flexibiliteit als te vervullen voorwaarde heeft
•
Meer dan voor eigen inwoners alleen
Naast de omvang en bandbreedte van de ambities om de woningbouw te versnellen, hebben wij de (werking van de) woningmarkt geanalyseerd waaronder: toename aantal huishoudens Oss tot 2030 (+ 4,2%) krapteindicatoren (keuze koper per woningtype), aantal aangeboden en verkochte nieuwbouwwoningen, gemiddelde transactieprijzen en herkomst kopers. Zo blijkt 16% van de kopers uit ’s-Hertogenbosch te komen en slechts 4% verhuist naar ’s-Hertogenbosch. In 2019 en 2020 heeft gemeente Oss minder dan 200 omgevingsvergunningen per jaar voor koopwoningen afgegeven. De productie van nieuwbouwwoningen in de komende jaren dekt niet het woningtekort. De gemiddelde WOZ-waarde van woningen in de gemeente Oss bedraagt ca. € 250.000,-
Naar Oss
Van Oss
10-12-2020 Advies versnelling woningbouw Oss West
6
Onze visie op aard en omvang van de ambitie (2) Het aandeel appartementen in de woningvoorraad bestaat vooral uit sociale huurappartementen en een beperkt aantal vrije sector huur- en koopappartementen. De woningvoorraad van Oss bestaat overwegend uit eengezinswoningen (koop en huur) daar waar de Woonvisie uitgaat van 60% grondgebonden en 40% gestapeld. Zowel in de provinciale prognose en de gemeentelijke ambitie, respectievelijk 900 tot 2.000 extra woningen benodigd. Dat betekent dat, afhankelijk van doorstroming van Ossenaren naar de nieuwbouw, er in ieder geval ook gebouwd gaat worden voor een groot percentage nieuwe bewoners die nu nog niet in de gemeente Oss woonachtig zijn. Gelet op inkomenshoogte en de relatief bescheiden waardestijging van het eigen woningbezit ten opzichte van veel andere gemeenten achten wij de mogelijkheid van doorstroming van eigen inwoners naar Oss-West relatief beperkt. Wil woningbouw in Oss-west voldoende aansluiten op de woningbehoefte, van goede kwaliteit en, voor zowel gemeente als projectontwikkelaars en bouwers, financieel aantrekkelijk zijn, dan zal het woningbouwprogramma en de prijsklassen zoals thans opgenomen in de Woonvisie, nader beschouwd moeten worden. Het voorgaande impliceert op een hoger risicoprofiel dan uitsluitend bouwen voor eigen behoefte.