PvE De Lievekamp_vastgesteld (1).pdf
Tekst van het document
K151TT2058.R01.0-PvE De Lievekamp_vastgesteld - Programma van Eisen nieuwbouw - definitief
33 | 123
Kunst- en Cultuurcluster - Oss Binnen de afstopping van poten en achterdoek moet een speelvlak mogelijk zijn van 8 meter breed x 6 meter diep, zonder afstopping een speelvlak van 10 meter breed x 7 meter diep. De hoogte van het Vestzaktheater is 7 m. De zaal dient middels rail en stoffering eenvoudig op te delen te zijn in twee of meerdere subruimtes. De zaal moet voor feesten en partijen ook eenvoudig om te bouwen zijn naar een feestzaal zonder dat daar grote technische inzet voor noodzakelijk is. Het volledig uitnemen van stoffering is te arbeidsintensief. De aanwezige stoffering moet op een eenvoudige manier in een bouwkundige koof opgeborgen kunnen worden, om op een snelle manier de zaal om te kunnen bouwen (bijv. van culturele naar commerciële activiteit). De technische inrichting is eenvoudig en ook te bedienen door niet technisch personeel; zo moet het mogelijk zijn om middels op de wand gemonteerde touchpanelen bepaalde voorgeprogrammeerde instellingen te maken. Daarbij wordt bij voorkeur licht, geluid en projectie geïntegreerd in één systeem. Deze eenvoudige bediening maakt ook het gebruik door Muzelinck eenvoudiger, hierdoor wordt het laagdrempeliger mogelijk om hier activiteiten te organiseren wat de zichtbaarheid van Muzelinck in het openbaar deel van het gebouw kan vergroten. De zaal dient een warme, intieme theatersfeer uit te stralen. 4.9
Congres-/vergaderruimten
De congres- en vergaderruimtes bevinden zich in de nabijheid van de kantoren maar liggen tevens aan de rand van het publieke gedeelte, dit maakt de inzet bij verhuringen en congressen mogelijk. De ruimten hebben bij voorkeur aan beide zijde een entree. De congres-/vergaderruimtes hebben een niet al te langwerpige lengte- en breedteverhouding, zodat zij geschikt zijn voor meerdere opstellingen. De indeling is zodanig dat de ruimtes kunnen worden samengevoegd en dan kunnen worden gebruikt als grote vergaderruimte en of extra foyerruimte. De ruimtes dienen een grote mate van multifunctionele inzetbaarheid te hebben. De ruimtes zijn geschikt voor kleinere gezelschappen, variërend van 4 tot 13 personen. Het plaatsen van mobiele horecavoorzieningen dient mogelijk te zijn. 4.10
Gezamenlijke multifunctionele ruimte
Er dient 1 gezamenlijke multifunctionele ruimte met een oppervlakte van 150 m 2 gerealiseerd te worden, deze ruimte wordt door beide gebruikers gebruikt. De ruimte bevindt zich in het Muzelinck gedeelte maar wel op de rand tussen beide gebruikers in. De ruimte is vanaf twee zijden door beide instellingen bereikbaar en zichtbaar. De ruimte mag inpandig gelegen zijn zolang indirecte daglichttoetreding mogelijk is. De ruimte is gesloten maar heeft vanaf beide zijden ramen en heeft een open karakter. De interactie en zichtbaarheid die hierdoor ontstaat moet bijdragen in het zichtbare culturele leven in het pand. De faciliteiten en verlichting dient aan te sluiten op het multifunctioneel gebruik, vooral de vaste verlichting moet bijdragen aan de sfeerbeleving (van kantoorlicht tot feestelijke verlichting) en is eenvoudig aan te passen aan de activiteit van de dag. Ook andere faciliteiten, zoals netwerk- en projectievoorzieningen zijn op een hoog niveau en zijn, samen met een eigen muziek achtergrondinstallatie, eenvoudig te bedienen. Het plaatsen van mobiele horecavoorzieningen dient mogelijk te zijn. 4.11
Muzelinck
De doelstelling van Muzelinck is om zoveel mogelijk mensen kennis te laten maken met kunst en cultuur, hen te scholen en plezier te laten beleven. De lesruimten worden bij voorkeur gebundeld maar moeten ook zichtbaar zijn vanuit de overige publieksdelen en buitengebied. Bepaalde ruimten
K151TT2058.R01.0-PvE De Lievekamp_vastgesteld - Programma van Eisen nieuwbouw - definitief
34 | 123
Kunst- en Cultuurcluster - Oss die aan het buitengebied liggen dienen ook aan het zicht onttrokken te kunnen worden, hierbij bijvoorbeeld te denken aan de danszaal en groepslesruimten. De activiteiten van Muzelinck dragen bij aan de levendigheid en cultuurbeleving van het gehele pand. Daarbij is niet alleen de zichtbaarheid bij de entree van belang, maar moeten bij voorkeur ook de lesactiviteiten voor de overige bezoekers zichtbaar zijn. De zichtbaarheid wordt verder ondersteund door het tentoonstellen van werken van cursisten. Deze werken worden hoofdzakelijk tentoongesteld in de openbare gebieden van Muzelinck, hiervoor dienen ophangvoorzieningen en verlichting aangebracht te worden. In overleg met De Lievekamp kunnen ook werken tentoongesteld worden in het Lievekamp deel, hiervoor hoeven echter geen voorzieningen voor te worden aangebracht. Deze werken bij de entree verleiden de bezoeker om verder op “onderzoek” te gaan naar de overige werken. De zichtbaarheid van Muzelinck wordt daarnaast ondersteund door het kunnen tonen van werken richting het openbaar gebied, hierbij bijvoorbeeld te denken aan voorzieningen achter de buitenramen. Een goede ontsluiting naar de overige onderdelen is, gezien de multifunctionele inzetbaarheid van de lesruimten, van groot belang. Ook de installaties en inrichting moeten hierop worden afgestemd.
De bezoekers van Muzelinck komen in beginsel binnen door de hoofd-entree en begeven zich door het openbaar deel naar de Muzelinck ruimten, het is daarnaast ook mogelijk om in voorkomende gevallen gebruik te maken van een eigen sub-entree. Deze sub entree kan ook dienst doen als uitgang/vluchtweg, zodat, als de hoofd-entree gesloten is, bezoekers en medewerkers via deze weg het Muzelinck deel kunnen verlaten. Er dient rekening te worden gehouden met een eigen trappenhuis en lift. De lift kan eventueel gecombineerd worden gebruikt zolang het mogelijk blijft om toegang tot elkaar delen af te sluiten, bijvoorbeeld door het plaatsen van de tussen beide delen in waarbij de deuren per zijde zijn te vergrendelen. Alle lesruimten dienen minimaal te voldoen aan klasse B uit het “Programma van Eisen Frisse scholen 2015”. 4.11.1
Muziekstudio’s (akoestisch) en vocaal
Er dienen 4 muziekstudio’s met een oppervlakte van ca 50 m2 gerealiseerd te worden. In deze lokalen worden instrumentale en vocale akoestische muzieklessen gegeven aan individuen of aan kleine groepen. In iedere muziekstudio kan een akoestische panelenwand geplaatst worden, om de ruimte op te delen in twee kleine muziekstudio’s voor bijvoorbeeld individuele lessen. Hierdoor ontstaan er acht kleine ruimten van 25m2. Deze subruimten zijn met een panelenwand gevoelig voor overspraak en zullen hierdoor in het functioneel gebruik beperkingen hebben, de haalbare geluidisolatie is maximaal 50 à 55 dB. Minimaal 1 van de 4 muziekstudio’s moeten een box- in box kwaliteit hebben. Vrij zicht vanuit de (semi) openbare ruimte naar de lesruimten dient te allen tijde gewaarborgd te zijn. De ruimteakoestiek en akoestische scheidingen dienen op een hoog niveau te zijn, zie paragraaf akoestiek. 4.11.2
Muziekstudio’s instrumentaal groot (slagwerk en pop)
Er dienen 2 grote muziekstudio’s met een oppervlakte van respectievelijk ca 75 m2 en 100 m2 gerealiseerd te worden. In deze lokalen worden versterkte instrumentale en vocale muzieklessen gegeven aan individuen of aan kleine groepen. Vrij zicht vanuit de (semi) openbare ruimte naar de lesruimten dient te allen tijde gewaarborgd te zijn.
K151TT2058.R01.0-PvE De Lievekamp_vastgesteld - Programma van Eisen nieuwbouw - definitief
35 | 123
Kunst- en Cultuurcluster - Oss De ruimten zijn geschikt voor intensief/actief gebruik door bandjes, de voorzieningen dienen hierop afgestemd te zijn (o.a. wanden, ventilatie, vloeren). De ruimten zijn voorzien van extra WCD punten. De entreedeur moet extra breed uitgevoerd worden, bij voorkeur een dubbele deur met vastzetinrichting. De ruimteakoestiek en akoestische scheidingen dienen op een hoog niveau te zijn, zie paragraaf akoestiek. 4.11.3
Opnamestudio (incl. regieruimte)
Er dient 1 opnamestudio inclusief regieruimte met een totaal oppervlakte van ca 100 m2 gerealiseerd te worden, ca 30 m2 t.b.v. de regieruimte/controlekamer en ca 70 m2 t.b.v. de opnameruimte. In deze opnamestudio worden opnames gemaakt van versterkte en onversterkte muziek. De opname ruimte is ook losstaand van de regieruimte te gebruiken. De ruimten zijn voorzien van extra WCD punten en zijn voorbereid op audio bekabeling, en hebben eenvoudige te openen en akoestisch goed afsluitbare kabelwegen tussen regieruimte en opnamestudio. Beide ruimten zijn voorzien van een glasvezelkabel welke loopt naar de centrale MER ruimte, in deze ruimte kunnen diversie verbindingen met de zalen worden gerealiseerd. De regieruimte kan hierdoor ook door de Lievekamp worden gebruikt voor het maken van opnamen, de studioruimte is primair voor Muzelinck activiteiten beschikbaar. Toegang tot de regieruimte is bij voorkeur door beide instellingen bereikbaar via de eigen ruimte. De regie/controlekamer heeft over bijna de gehele breedte zicht op de opnameruimte, waarbij het glas onder een hoek wordt geplaatst. Dit raam is vanaf de opnameruimte verduisterbaar uitgevoerd, zodat de regieruimte eventueel gebruikt kan worden voor een opname van een theaterzaal evenement zonder de activiteit van Muzelinck in opname ruimte te verstoren.
De ruimteakoestiek en akoestische scheidingen dienen op een hoog niveau te zijn, zie paragraaf akoestiek. 4.11.4
Danszaal
De danszaal van ca. 156 m2 dient een afmeting te hebben van ongeveer 12,5 m x 12,5 m. De hoogte over de gehele zaal dient gemaximaliseerd te worden binnen de beschikbare bouwhoogte. De vloer dient geschikt te zijn voor dansactiviteiten en dient hiervoor "verend" en van hout (Keroewing) te zijn, de vloeren worden op dezelfde manier uitgevoerd als de toneelvloeren. De vloer kan voorzien worden van een losse balletvloer. De zaal moet aan één van de lange zijden geheel voorzien zijn van spiegels die van vloer tot minimaal 3 meter boven het vloeroppervlak doorlopen. Eén van de wanden moet over de gehele breedte voorzien kunnen worden van een mobiele dansbarre. De zaal is rondom voorzien van Helm100 rails die het mogelijk maken om zware kwaliteit stoffering langs alle wanden te plaatsen. De ruimte voorzien van een basis theatertechnische infrastructuur t.b.v. licht, geluid, projectietechniek en een grid (rondom en overstekend om de 4 meter). De ruimten zijn voorzien van extra WCD punten en zijn voorbereid op een projectievoorziening. De entreedeur moet extra breed uitgevoerd worden, bij voorkeur een dubbele deur met vastzetinrichting. De ruimten dienen daarnaast ook geschikt te zijn voor overige (commerciële) exploitatiedoeleinden zoals een vergadering, lezingen en/of subsessie van een evenement.
K151TT2058.R01.0-PvE De Lievekamp_vastgesteld - Programma van Eisen nieuwbouw - definitief
36 | 123
Kunst- en Cultuurcluster - Oss De ruimteakoestiek en akoestische scheidingen dienen op een hoog niveau te zijn, zie paragraaf akoestiek. 4.11.5
Multifunctionele ruimte (orkest/koor)
Er dient 1 multifunctionele ruimte met een totaaloppervlakte van ca. 150 m2 gerealiseerd te worden. De ruimte is geschikt voor grotere koren en/of orkesten en ensembles. De multifunctionele ruimte is deelbaar met een akoestische tussenwand, hierdoor ontstaan er twee ruimtes van 75 m2. De entreedeur moet extra breed uitgevoerd worden, bij voorkeur een dubbele deur met vastzetinrichting. De ruimteakoestiek en akoestische scheidingen dienen op een hoog niveau te zijn, zie paragraaf akoestiek. De ruimte is tevens geschikt voor het geven van beeldende lessen en dient daarnaast ook geschikt te zijn voor overige (commerciële) exploitatiedoeleinden zoals een vergadering, lezingen en of subsessie van een evenement. De ruimten dienen dan ook een hoge mate van flexibiliteit te hebben. Vrij zicht vanuit de (semi)openbare ruimte naar de lesruimten dient te allen tijde gewaarborgd te zijn. 4.11.6
Multifunctionele ruimte (theater)
Er dient 1 multifunctionele ruimte met een totaaloppervlakte van ca. 100 m 2 gerealiseerd te worden. De ruimte is geschikt voor theaterlessen. De multifunctionele ruimte is deelbaar met een akoestische tussenwand, hierdoor ontstaan er twee ruimtes van 50 m2. De ruimte is voorzien van een basis inrichting theatertechniek, hierbij te denken aan enkele RGB LED armaturen en een compacte geluidsinstallatie. Deze theatertechnische installatie dient ook eenvoudig bedienbaar te zijn zonder inzet van een theatertechnicus. De entreedeur moet extra breed uitgevoerd worden, bij voorkeur een dubbele deur met vastzetinrichting. De ruimteakoestiek en akoestische scheidingen dienen op een hoog niveau te zijn en zijn gelijkwaardig aan de multifunctionele ruimte t.b.v. orkest/koor, zie paragraaf akoestiek. De ruimte is tevens geschikt voor het geven van dans lessen en dient daarnaast ook geschikt te zijn voor overige (commerciële) exploitatiedoeleinden zoals een vergadering, lezingen en of subsessie van een evenement. De ruimten dienen dan ook een hoge mate van flexibiliteit te hebben. Vrij zicht vanuit de (semi)openbare ruimte naar de lesruimten dient te allen tijde gewaarborgd te zijn. 4.11.7
Multifunctionele ruimte (educatie/vergaderen)
Er dienen 2 multifunctionele ruimten met een oppervlakte van respectievelijk ca. 60 m2 en 75 m2 gerealiseerd te worden. Deze ruimten zijn geschikt voor het geven van lessen/vergaderingen en dient daarnaast ook geschikt te zijn voor overige (commerciële) exploitatiedoeleinden zoals een lezing en/of subsessie van een evenement. De ruimten dienen dan ook een hoge mate van flexibiliteit te hebben. Vrij zicht vanuit de (semi) openbare ruimte naar de lesruimten dient te allen tijde gewaarborgd te zijn. 4.11.8
Stoom- en digilab
Er dient 1 lesruimte digitale technieken met een totaaloppervlakte van ca. 140 m2 gerealiseerd te worden. De ruimte is geschikt voor grotere groepen. De ruimte is deelbaar met een akoestische tussenwand, hierdoor ontstaan er twee ruimtes van circa 70m2. De ruimte wordt vooral gebruikt door jongeren welke een grote behoefte hebben om zich op digitaal gebied te kunnen ontplooien, hierbij bijvoorbeeld te denken aan het opnemen van beeld en geluid, het 3D ontwerpen en printen. De
K151TT2058.R01.0-PvE De Lievekamp_vastgesteld - Programma van Eisen nieuwbouw - definitief
37 | 123
Kunst- en Cultuurcluster - Oss ruimte dient dan ook in hoge mate afgestemd te zijn op het gebruik door jongeren, inrichting en sfeer dient hierop te worden aangepast. De entreedeur moet extra breed uitgevoerd worden, bij voorkeur een dubbele deur met vastzetinrichting. De ruimte moet voorzien zijn van diverse netwerkaansluitingen. De ruimte is niet specifiek aangewezen als gezamenlijke ruimte maar speelt wel een grote rol in de gezamenlijk doelstelling, zo speelt deze ruimte een rol in het gezamenlijk aanbod van educatieprogramma’s. De ruimte is tevens geschikt voor het geven van beeldende lessen en is voorzien van vaste aansluitingen voor minimaal twee beamers en projectieschermen. De ruimten dienen een hoge mate van flexibiliteit te hebben. Vrij zicht vanuit de (semi)openbare ruimte en/of vanuit een werkplek naar de lesruimten heeft met het oog op beheersbaarheid de voorkeur. De ruimteakoestiek en akoestische scheidingen dienen op een hoog niveau te zijn, zie paragraaf akoestiek. 4.11.9
Werkplaats edelsmeden en overige activiteiten
Er dient 1 werkplaats met een oppervlakte van ca. 120 m2 gerealiseerd te worden. In dit lokaal worden “handvaardigheidslessen” gegeven en het wordt primair ingericht voor edelsmeden. Dit vraagt om speciale voorzieningen zoals voldoende en separate afzuiging die goed is verdeeld over de ruimte, een hogere concentratie boven de werkbanken is daarbij noodzakelijk. Deze afzuiging is een separaat systeem van de overige gebouwgebonden installaties en is in de ruimte lokaal te bedienen. De ruimte is voorzien van minimaal één vaste afsluitbare kast die geschikt is voor de opslag van chemische stoffen en gasflessen. De ruimte heeft één krachtstroomaansluiting van 32A. Bij het plaatsen van de brandmelders moet rekening worden gehouden met de aanwezige warmtebronnen zoals branders, hiermee worden onnodige brandmeldingen voorkomen. De ruimte is tevens geschikt voor het geven van teken- en schilderlessen en dient daarnaast ook geschikt te zijn voor overige (commerciële) exploitatiedoeleinden zoals een vergadering, lezingen en/ of subsessie van een evenement. De ruimte dient dan ook een hoge mate van flexibiliteit te hebben. Vrij zicht vanuit de (semi) openbare ruimte naar de lesruimte dient te allen tijde gewaarborgd te zijn. De ruimte is voorzien van extra WCD punten. De entreedeur moet extra breed uitgevoerd worden, bij voorkeur een dubbele deur met vastzetinrichting.
4.11.10 Tekenen en schilderen Er dient 1 teken- en schilderlokaal met een oppervlakte van ca 100 m2 gerealiseerd te worden. In dit lokaal worden teken- en schilderlessen gegeven. De daglichttoetreding is in deze ruimten van groot belang. De ruimten moeten direct grenzen aan de buitenzijde aan het pand waardoor daglichttoetreding in grote mate, en bij voorkeur uit verschillende richtingen, kan plaatsvinden. Daarbij dient echter ook rekening te worden gehouden met hinderlijke en verblindende bezonning. De ruimte is tevens geschikt voor het geven van overige beeldende lessen en dient daarnaast ook geschikt te zijn voor overige (commerciële) exploitatiedoeleinden zoals een vergadering, lezingen en/ of subsessie van een evenement. De ruimte dient dan ook een hoge mate van flexibiliteit te hebben. Vrij zicht vanuit de (semi) openbare ruimte naar de lesruimte dient te allen tijde gewaarborgd te zijn. De ruimte is voorzien van extra WCD punten en is voorbereid op een projectievoorziening. De entreedeur moet extra breed uitgevoerd worden, bij voorkeur een dubbele deur met vastzetinrichting.
K151TT2058.R01.0-PvE De Lievekamp_vastgesteld - Programma van Eisen nieuwbouw - definitief
38 | 123
Kunst- en Cultuurcluster - Oss De ruimteakoestiek en akoestische scheidingen dienen op een hoog niveau te zijn, zie paragraaf akoestiek. 4.11.11 Keramiekaterlier (incl. ovenruimte) Er dient 1 keramiekatelier met ovenruimte met een oppervlakte van ca 100 m 2 gerealiseerd te worden. De ruimte is tevens geschikt voor het geven van andere beeldende lessen, de ruimte dient dan ook een hoge mate van flexibiliteit te hebben. De ruimte is voorzien van minimaal één vaste afsluitbare kast voor het opslaan van zware materialen zoals pakken klei. De ruimte heeft één krachtstroomaansluiting van 32A voor de oven. Bij het plaatsen van de brandmelders moet rekening worden gehouden met de aanwezige warmtebron van deze oven, hiermee worden onnodige brandmeldingen voorkomen. Daarbij dient tevens een separate koolmonoxidemelder te worden geïnstalleerd. Ook de wanden en plafonds dienen vanwege de warmteontwikkeling rondom de oven “vuurbestendig” te worden uitgevoerd. De ovenruimte is voorzien van een separate afzuiging. Vrij zicht vanuit de (semi) openbare ruimte naar de lesruimte dient te allen tijde gewaarborgd te zijn. De ruimte is voorzien van extra WCD punten. De entreedeur moet extra breed uitgevoerd worden, bij voorkeur een dubbele deur met vastzetinrichting.
4.11.12 Groepskleedkamers leerlingen Er dienen nabij de lesruimten twee rechthoekige groepskleedkamers te worden voorzien, één voor vrouwen en één voor mannen. Waarbij tussenwanden (dames/heren) eenvoudig kunnen worden gewijzigd m.b.t. positie. Er zijn verschillende groepen die gebruik maken van deze groepskleedruimte. Daarom dient te worden voorzien in afsluitbare lockers (door derden). Binnen het ontwerp dient hiermee rekening te worden gehouden. De ruimten dienen te beschikken over een eigen wastafel met spiegel, de “lange wanden” dienen als onderdeel van dit PvE in zijn geheel voorzien te worden van vaste kleedkamerbankjes en kledingrek. De kleedruimten dienen afsluitbaar te zijn middels een digikey. Naast functionele verlichting dienen de ruimten te beschikken over aanvullende spiegelverlichting boven de wastafel(spiegel). De verlichting dient decentraal te kunnen worden geschakeld middels aanwezigheidsdetectie. 4.11.13 Opslagruimtes Ieder leslokaal heeft diverse inrichtingsmogelijkheden welke zijn afgestemd op het gebruik, zo kan op maandagmiddag een ruimte gebruikt worden voor cello les en op maandagavond voor djembé les. Voorgaande moet slechts als een voorbeeld worden gezien van de vele inrichtingsvormen die er zijn.
Iedere inrichting is afgestemd op het gebruik, niet alleen de wisselende instrumenten zijn hier voorbeelden van maar ook lessenaars, verlichting en meubilair wisselt regelmatig. Het veelvuldig anders inrichten vraagt veel van vooral de beheerders die, als bergingen niet goed lokaal zijn voorzien, dagelijks moeten sjouwen en slepen. Goed verdeelde bergingen en opslagmogelijkheden in de lesruimtes zijn dan ook van groot belang, bergingen en of losse kasten in de gangen zijn geen optie. De plaatsing van de bergingen en de omvang per berging is sterk afhankelijk van de locatie en functie van de ruimte. Er wordt dan ook slechts in algemene zin aangegeven dat iedere lesruimen voorzien moet zijn van een vaste berging/kastenwand welke een oppervlakte heeft van circa 5% van het totale vloeroppervlak van de betreffende ruimte, daarbij wordt opgemerkt dat het hier slechts gaat om een algemene bepaling en dat verhoudingen per ruimte kunnen verschillen. De bergingen/kastenwanden worden bij voorkeur
K151TT2058.R01.0-PvE De Lievekamp_vastgesteld - Programma van Eisen nieuwbouw - definitief
39 | 123
Kunst- en Cultuurcluster - Oss aan één wand geplaatst en lopen van vloer tot aan plafond, op deze manier kunnen ze eventueel ook dienstdoen als akoestische bufferruimte. Op de begane grond bevindt zich naast de lesruimte ondersteunende bergingen een centrale “evenementen” opslag van 25m2. Alle bergingen zijn voorzien van vast hang en sluitwerk en hebben een n.t.b. vaste vakkenverdeling welke geschikt is voor zware belastingen. 4.11.14 Toiletten Nabij de ruimtes die bestemd zijn voor Muzelinck dienen 18 toiletten, verspreid op logische locaties, en 1 MIVA toilet te worden voorzien. Voorgaande aantal toiletten zijn opgenomen in de ruimtestaat, daarbij wordt opgemerkt dat in het ontwerp een optimalisatie onderzocht moet worden i.r.t. het mogelijk combineren van bepaalde toiletgroepen. Zo kunnen, als deze toiletten centraal worden geplaatst, ook de toiletten uit het entree en theatercafë als gezamenlijk ingezet worden. Hetzelfde is van toepassing op de kantoren waar mogelijk ook gezamenlijk gebruik haalbaar is. Hierdoor zijn er mogelijk minder toiletten in totaliteit noodzakelijk. Bij voorgaande wordt opgemerkt dat in alle gevallen moet worden voldaan aan alle algemene eisen uit die PvE; Zie paragraaf 4.15 voor de algemene toilet eisen die van toepassing zijn. 4.12
Backstage voorzieningen
4.12.1
Artiesteningang en portier/beveiliging en beheerruimte
De artiesteningang voor artiesten, personeel, bezoekers van medewerk(st)ers en leveranciers is gescheiden van de hoofdingang. De toegang van dit achterhuis dient zodanig te worden ingericht dat iedere bezoeker van het achterhuis zich eerst vanuit de buitenzijde kan melden, bijvoorbeeld via de intercomtelefoon en een camera. Na de artiesteningang is een aparte portiersloge of flexwerkplek voorzien. Deze portiersloge is bij voorkeur geen afgeschermde balie maar meer een kantoor waarvandaan de medewerk(st)ers personen kunnen ontvangen en wegwijs maken. Middels digikey kunnen personeelsleden ook gebruik maken van deze ingang en direct doorlopen naar de achterliggende verkeers- en werkruimen. Eenmalige bezoekers worden bij de “portiersloge” door personeel verwelkomd, die in voorkomende gevallen een digikey met beperkte rechten verstrekt. De entree(sluis) is voorzien van een luchtgordijn om het binnen- en buitenklimaat van elkaar te scheiden. 4.12.2
Kleedkamers artiesten
Voor acteurs, figuranten, dansers en orkestleden dienen er kleedkamers aanwezig te zijn. De kleedkamers zijn gelegen aan of direct naast het toneel van de betreffende theaterzaal. De kleedruimten moeten (indien op de 1e verdieping) middels een ruime lift goed bereikbaar zijn vanaf het laad- en losplatform in verband met kleedkisten, grote instrumenten en dergelijke. Zie ruimtestaat voor afmetingen en aantallen. Minimaal één kleedruimte in de Grote zaal heeft een directe verbinding met het toneel en is voorzien van dubbel te openen deuren die een snelle toegang en wissel van kostuums mogelijk maakt. Deze kleedkamer is als het ware het verlengstuk van de toneelvloer maar is wel van alle gemakken voorzien en onttrekt de persoon uit het direct zicht van andere personen. Er wordt in de Grote zaal voorzien in minimaal één grote groepskleedkamer; deze is bij voorkeur ook goed ontsloten naar de Middenzaal. De ruimte is in grote mate multifunctioneel inzetbaar en doet
K151TT2058.R01.0-PvE De Lievekamp_vastgesteld - Programma van Eisen nieuwbouw - definitief
40 | 123
Kunst- en Cultuurcluster - Oss tevens dienst als warming-up ruimte en orkestkleedruimte. In de kleedruimtes moet in totaal ruimte zijn voor circa 50 personen. Locatie tussen publiek en niet publiek in gelegen. De kleedkamers dienen te worden voorzien van een kaptafel met spiegel, verlichting en een kluisje, groot genoeg om een laptop in te herbergen. De achterliggende wand van de kaptafel voorzien van diverse WCD punten en aansluiting t.b.v. de spiegelverlichting. Bij het kledingrek dient rekening te worden gehouden met het weghangen van kostuums voor de voorstellingen en de dagelijkse kleding. Behalve kledingrekken moeten er ook schappen voor pruiken, hoeden et cetera kunnen worden geplaatst. De minimale afmetingen van de aan te brengen kaptafel in de kleedkamer dient 0,95 m per plek te zijn. Diepte vanaf voorzijde van het kaptafelblad tot aan achterwand zal 0,6 a 0,8 m dienen te bedragen. Voor de kaptafel komt een stoel te staan (levering derden). Tussen de spiegels zal per stoel spiegelverlichting worden voorzien. Ook wordt er per stoel voorzien in een WCD ten behoeve van föhngebruik. De ruimte dient afsluitbaar te zijn middels een digikey. De ruimte heeft een wastafel met warm en koud water. Boven de wastafel een spiegel met verlichting opnemen.
De verlichting dient lokaal te kunnen worden bediend en automatisch te worden afgeschakeld wanneer er meer dan 5 minuten geen activiteiten van personen in de ruimte wordt gedetecteerd. De temperatuur dient centraal te kunnen worden geregeld. Er dient rekening te worden gehouden met warmtelast afkomstig van de spiegelverlichtingsarmaturen, koelkast, televisie en haarföhn. De groepskleedkamer worden gefaciliteerd door gemeenschappelijk sanitair (scheiding m/vr/uniseks) in de directe nabijheid van de kleedkamers, toegankelijk via de kleedkamergang. Minimaal 2 kleedkamers moeten beschikken over eigen, maar niet in de ruimte gelegen, sanitaire voorzieningen (toilet, douche). Voorts is iedere kleedruimte o.a. aangesloten op de meeluister- en omroepvoorziening (minimaal 12 zones) van betreffende theaterzaal. Belangrijk is dat de kleedkamers flexibel kunnen worden ingezet wanneer de bezetting van de voorstelling of de alternatieve programmering daar om vraagt. De kleedkamers dienen daarnaast ook inzetbaar te zijn als verhuurbare ruimte, bijv. als vergader- of subruimte bij congressen. Alle kleedkamers vanaf 10 personen worden voorzien van een los te plaatsen inrichting, alle kleinere kleedkamers van een vaste inrichting.
De kleedkamers met losse inrichting zijn eenvoudig om te bouwen tot een vergaderruimte, zo kunnen de grimeertafels worden samen geschoven tot één grote centraal geplaatste vergadertafel. Langs de wanden wordt aan minimaal 3 zijden rails met stoffering aangebracht welke het mogelijk maakt om bepaalde “kleedkamercomponenten” te verbergen tijdens een vergadering. Ook dienen in deze kleedkamers voorzieningen te worden aangebracht welke het gebruik van een mobiele beamer en scherm mogelijk maakt. De kleedkamers dienen bereikbaar te zijn voor rollende kleedkisten vanuit een vrachtwagentrailer, ook als kleedkamers zich op de verdieping bevinden. Er dient lambrisering te worden voorzien langs de wanden en plinten van de kleedruimte ter bescherming voor de flightcases van gezelschappen. Gangen van en naar de kleedruimten zijn 2 m breed opdat flightcases van reizende gezelschappen hier tegen de wanden kunnen worden geparkeerd, waarna voldoende loopruimte overblijft. 4.12.3
Artiestenfoyer
Deze ruimte dient te zijn gesitueerd in de directe omgeving van de kleedkamers en aan een buitengevel zodat daglichttoetreding mogelijk is. De ruimte ligt t.o.v. het straatniveau verhoogd, de ramen bevindingen zich minimaal 2,5 meter boven het straatniveau waardoor directe inkijk vanaf het
K151TT2058.R01.0-PvE De Lievekamp_vastgesteld - Programma van Eisen nieuwbouw - definitief
41 | 123
Kunst- en Cultuurcluster - Oss openbaar gebied niet mogelijk is. Een toegang tot een (besloten) buitenruimte is noodzakelijk. De artiestenfoyer is in het midden van de kleedkamers van de zalen gelegen en heeft daarnaast ook een afsluitbare verbinding met het publieksgebied; de artiestenfoyer wordt gecombineerd gebruikt. In de directe nabijheid van de artiestenfoyer is, naast een toiletgroep, ook een kleedkamer en douches gelegen. De ruimte is voorzien van netwerkvoorzieningen die het mogelijk maken om de ruimte (in de toekomst) te voorzien van een kantoorinrichting. De artiestenfoyer is de ruimte waar artiesten en technisch medewerkers kunnen lunchen, dineren en tijdens hun pauze kunnen verblijven. De artiestenfoyer dient een warme uitstraling te hebben zodat een ieder zich er thuis voelt. In de ruimte bevinden zich een lees- en televisiehoek. Dit laatste omdat de ruimte ook ingezet moet kunnen worden voor kleinschalige publieksactiviteiten, vergaderingen en/of verhuringen. Het is dan ook belangrijk dat ook de horeca een goede toegang heeft tot deze ruimte vanuit bijvoorbeeld de keuken. In geval van grootse evenementen kan de artiestenfoyer ook deels worden gebruikt als groepenkleedruimte, mocht de kleedfaciliteit in de kleedruimten, gangen niet voldoende zijn.
De ruimte zal door derden worden ingericht met tafels en stoelen waarmee een huiskamergevoel voor de artiest wordt gecreëerd. Er dient rekening gehouden te worden met voldoende ruimte en installatievoorzieningen voor kook- en afwasapparatuur, warme- en koudedrankenautomaat, grote koeling, magnetrons, lockers, was- en droogvoorzieningen, televisie en een bar voor drankuitgifte. Alle noodzakelijke aansluitingen dienen voor voornoemde faciliteiten te worden voorzien. Ook eigen personeel kan in voorkomende gevallen gebruik maken van deze faciliteiten. Naast voorgaande vaste apparatuur zal bij voorstellingen ook vaak een cateraar meekomen met losse apparatuur, hiervoor dient minimaal één krachtstroomaansluiting van 32/a te worden voorzien. Deze dient op een logische plaats aangebracht te worden zodat de buffetten van deze cateraar ook op een logische plaats (bij voorkeur uit de loop lang een wand) geplaatst kunnen worden. 4.13
Personeelsvoorzieningen
4.13.1
Kleed- en personeelsruimte personeel
Er zijn verschillende groepen medewerkers die gebruik maken van deze personeelsruimte. Daarom dient te worden voorzien in een afsluitbare locker voor iedere medewerker die gebruik maakt van de kleedruimte (door derden te voorzien). De kleedruimte is ingedeeld in een dames- en herendeel. De ruimtes dienen te beschikken over een eigen wastafel met spiegel. Voor medewerkers catering, gastenontvangst en kassa zullen de lockers groot genoeg moeten zijn voor het weghangen van kostuums/bedrijfskleding. De ruimte ligt in de nabijheid van de artiestenfoyer. De kleedruimtes dienen afsluitbaar te zijn middels een digikey. Naast functionele verlichting in deze kleedkamers dienen de ruimtes te beschikken over aanvullende spiegelverlichting boven de wastafel(spiegel). De verlichting dient decentraal te kunnen worden geschakeld middels aanwezigheidsdetectie. Er dient directe afzuiging boven de kledingrekken/lockers aanwezig te zijn. Het kleedgedeelte is gelegen aan de personeelsruimte maar is vanuit privacy-overweging aan het zicht onttrokken; de ruimtes hoeven niet per definitie aparte ruimtes te zijn. In de personeelsruimte moeten de medewerkers zich ook kunnen ontspannen of concentreren of de maaltijd kunnen nuttigen. Er dient rekening gehouden te worden met voldoende ruimte en installatievoorzieningen voor kook- en afwasapparatuur, televisie, koeling en magnetron.
Alle noodzakelijke aansluitingen dienen voor voornoemde faciliteiten te worden voorzien.
K151TT2058.R01.0-PvE De Lievekamp_vastgesteld - Programma van Eisen nieuwbouw - definitief
42 | 123
Kunst- en Cultuurcluster - Oss 4.13.2
Was-, droog- en strijkruimte
Nabij het backstagegebied (niet zijnde het achtertoneel) is een aparte ruimte voor de was- en droogmachines aanwezig die gebruikt wordt door de diverse afdelingen (horeca, schoonmaak, techniek). De ruimte dient te beschikken over werkverlichting die lokaal kan worden bediend. Er dient rekening te worden gehouden met de bijzondere interne warmtelast afkomstig van was/droogmachines en strijkapparatuur. Apparatuur zal door derden worden geplaatst, de centrale en decentrale infrastructuur maakt onderdeel uit van dit PvE. Op het achtertoneel en in of nabij de artiestenfoyer dient, naast een voorziening voor nat reinigen, ook rekening gehouden te worden met het aansluiten van was- en droogapparatuur door de bezoekende groepen. 4.13.3
Werkplaats
Deze werkruimte dient zodanig ingepast te worden dat materiaal met langere lengte eenvoudig kan worden aangevoerd en is gesitueerd in het backstage gebied. Er dient voldoende ruimte te zijn voor twee werkbanken en diverse elektrische machines. Hiervoor voldoende afzuigcapaciteit en WCDpunten voorzien in de gebouwinstallatie. De (damp- en stof)afzuigingen dienen direct naar buiten te worden afgevoerd. De ruimte op onderdruk houden ten opzichte van andere ruimtes. De ruimte dient te beschikken over slagvaste verlichting die lokaal kan worden bediend. Er dient in dezelfde ruimte ook een afgesloten gedeelte te worden voorzien voor stof- en fijngevoelige elektronicamaterialen. Er dient rekening te worden gehouden met de bijzondere interne warmtelast afkomstig van de elektronica en/of soldeerstations indien deze onderhoud verkrijgen. Voorzien van voldoende aansluitingen om apparatuur te kunnen testen/nameten. De inrichting zal door derden worden geplaatst, de centrale en decentrale infrastructuur maakt onderdeel uit van dit PvE. 4.13.4
Berging theatertechniek diversen (versterkers, bekabeling, elektra)
Deze ruimten dienen in de buurt van de toneelgebieden te worden gesitueerd en voorzien van infrastructuur opdat er eenvoudig relevante inventaris kan worden getransporteerd. Iedere zaal heeft zijn eigen berging (grote-, midden en vestzakzaal). Ruimten voorzien van afzuiging. Er moet rekening worden gehouden met een opslagruimte voor de stoelen van de orkestbak, de orkeststoelen en -lessenaars en de instrumenten (piano/vleugel en dergelijke). Verder moeten er voldoende opslagruimtes zijn voor geluid- en lichtapparatuur, ladders, praktikabels, decormaterialen, balletvloer, doeken en toneelgordijnen, stoelen en dergelijke 4.14
Horecavoorzieningen
De specifieke eisen aangaande de totale horeca-inrichting n.t.b. De reden hiervoor is het specialistische karakter en de mogelijke wens van De Lievekamp om hier een gespecialiseerd bureau concepten te laten onderzoeken. In de ruimtestaat en onderstaande sub-paragrafen wordt al wel indicatief aangegeven wat de basiseisen zijn. De horecavoorzieningen spelen een centrale rol in het gebouw. Voor de horeca geldt dat deze, behalve ten behoeve van de voorstellingen in het theater, ook moet kunnen functioneren bij verhuuractiviteiten en wachtruimte voor bezoekers/cursisten van Muzelinck. De wachtruimte is geen afgesloten ruimte en moet een hoge mate van flexibiliteit hebben en niet gebonden zijn aan alleen het theatercafé, het is een flexibele plek die eenvoudig verplaatst kan worden naar een andere locatie. Dit laatste
K151TT2058.R01.0-PvE De Lievekamp_vastgesteld - Programma van Eisen nieuwbouw - definitief
43 | 123
Kunst- en Cultuurcluster - Oss bijvoorbeeld in geval van externe verhuringen en/of piekbelastingen door theaterbezoekers. Het moet (ook bij gesloten horeca) mogelijk zijn om op deze locatie warme (en koude) dranken te verkrijgen, hierbij bijvoorbeeld te denken aan een mobiele koffiecorner/Piaggio koffiebar met warme-drankenautomaat. De gewenste activiteiten en evenementen stellen tevens eisen aan de keukenvoorzieningen. Alle aanwezige koelcellen, bar- en keukenkoelingen zijn aangesloten op een centraal geplaatste koelcompressor. 4.14.1
Theatercafé
Uitgangspunt binnen dit PvE is een daghoreca-concept dat dienst doet als theatercafé, onderdeel van het theatercafé is een bij de bar aaneengesloten debrasseer- en serveerruimte. Het theatercafé kan ook gebruikt worden voor kleinschalige presentaties en/of uitvoeringen. Uitgangpunt bij deze activiteiten is dat ze openbaar en voor iedereen toegankelijk zijn. De ruimte moet goed ook losstaand te gebruiken zijn, dit vraagt om de nodige voorzieningen zoals afsluitbaarheid tussen de diverse onderdelen en een eigen entree. Deze afsluitbaarheid tussen openbaar en niet-openbaar dient een open karakter te hebben zodat interactie en beleving van de ruimte over en weer gewaarborgd is. De ruimte voelt als een “binnenterras” wat de laagdrempeligheid moet benadrukken. Het “binnenterras” kan als één geheel gebruikt worden met het “buitenterras”. De ruimte moet uitnodigen om, bijvoorbeeld na afloop van de voorstelling, om nog even te blijven hangen. Een deel van de ruimte moet ook geschikt zijn voor bijvoorbeeld ouders die wachten op hun kind uit de voorstelling en of les, voor nadere details wordt verwezen naar paragraaf 4.13. Een gedeelte van het theatercafé maakt het tevens mogelijk om een tijdelijke werkplek te creëren, dit voor zowel interne als externe partijen. De ruimte is voorzien van minimaal één uitgiftepunt én debrasseer- en serveerruimruimte.
De voorzieningen voor het theatercafé zoals krachtstroom , riolering, water etc. worden nader uitgewerkt na bepaling van het horeca concept. Tot aan de bepaling van dit horecaconcept dient voor het theatercafé en decentrale uitgiftepunten (debrasseer- en serveerruimte) uitgegaan te worden van alle aansluitingen t.b.v. barren, geautomatiseerde tapinstallatie, glazenspoelmachine, spoeltafels en koelingen. De debrasseer- en serveerruimte is aan de bar van het theatercafé gelegen en is ondersteunend aan de theatercaféfunctie. Het gaat hier hoofdzakelijk om een uitgiftepunt en niet om een punt van bereiding. Wel dient het mogelijk te zijn om kleine snacks en of borrelgarnituur te bereiden. Aansluitend moet een magazijnruimte zijn voor glazen, kopjes, borden, bestek, voorraadopslag van dranken en levensmiddelen, emballage en dergelijke. 4.14.2
Opslagruimtes/magazijnen
De specifieke opslagruimtes/magazijnen gelieerd aan de horecafuncties bevinden zich centraal in het gebouw, daarnaast zijn ook kleinere bergingen direct aangrenzend aan de vaste uitgiftepunten noodzakelijk. De opslagruimtes/magazijnen maken onderdeel uit van dit PvE, en dienen op de van toepassing zijnde punten te voldoen aan de Warenwet, HACCP en Arbo- wetgeving. 4.14.1
Kelderbierinstallatie
Er dient een ruimte te zijn voor de zogenaamde “kelderbierinstallatie”. Deze ruimte bevindt zich aan de buitenzijde van het gebouw zodat directe toegang door de leverancier mogelijk is, belangrijk hierbij is dat de tankslang op een eenvoudige manier kan worden ingevoerd. Dit kan betekenen dat, naast de personen entree, ook voorzien moet worden in een afsluitbaar luik. Dit is bijvoorbeeld noodzakelijk als de ruimte in de kelder is gelegen, wat overigens geen eis is. De kelderbierruimte moet plaats bieden aan drie 500 liter tanks.
K151TT2058.R01.0-PvE De Lievekamp_vastgesteld - Programma van Eisen nieuwbouw - definitief
44 | 123
Kunst- en Cultuurcluster - Oss De ruimte heeft een separate afzuiging en is voorzien van voldoende wandcontactdozen. De ruimte heeft een antislipvoer en is goed reinigbaar en voorzien van een uitstortgootsteen en schrobput. 4.14.2
Centrale Bereidingskeuken
Er is een centrale bereidingskeuken welke zich achter of naast één van de hoofd uitgiftepunten bevindt in de foyer. De centrale bereidingskeuken is ondersteunend aan het theatercafé- en verhuurfunctie maar kan ik voorkomende gevallen ook gebruikt worden door de cateraar van bezoekende gezelschappen. Toegang vanaf het backstagegebied moet dan ook mogelijk zijn. De centrale bereidingskeuken is naast of achter het theatercafé gelegen, het kruizen van publieksstromen van centrale bereidingskeuken naar theatercafé uitgiftepunt wordt vermeden. De centrale bereidingskeuken zal een beperkte bereidingsfunctie krijgen en ook ingezet worden als zogenaamde “cateringskeuken”. Minder bereidingsvoorzieningen wil niet per definitie zeggen dat een keuken kleiner kan zijn, er is immers voldoende ruimte nodig voor het binnenbrengen, opstellen, opwarmen en uitserveren. De centrale bereidingskeuken bestaat uit een warm en een koud keukengedeelte, een koelruimte en een spoelkeuken. De spoelkeuken dient een aparte ruimte te zijn met een eigen in- en een uitgang. Bij de keuken moet voldoende magazijnruimte zijn voor glazen, kopjes, borden, bestek, voorraadopslag van dranken en levensmiddelen, emballage, gekoelde opslagruimte en dergelijke. De centrale bereidingskeuken moet grenzen aan: spoelkeuken, opslag, magazijn, gekoelde opslag en emballageruimte.
De centrale bereidingskeuken heeft directe toegang tot een lift, voor toegang hoeft geen publieksstroom gekruist te worden. De centrale bereidingskeuken moet, net als de decentrale uitgiftepunten, zijn berekend op piekbelastingen in theaterpauzes, maar daarnaast zijn ingericht voor het voorbereiden en uitserveren van -extern verzorgde- lunches en diners. Bij dit laatste wordt gedacht aan voorzieningen voor een externe cateraar, zoals koelruimtes en voldoende vrije ruimte. Deze functies vragen om aandacht bij het ontwerpen van toegangen en deuren, in- en uitlopen dient gelijktijdig mogelijk te zijn. De keuken maakt onderdeel uit van dit PvE, en dient op de van toepassing zijnde punten te voldoen aan de Warenwet, HACCP en Arbo- wetgeving. De voorzieningen zoals afzuiging, krachtstroom , riolering, water etc. worden nader uitgewerkt na bepaling van het horeca concept. Tot aan de bepaling van dit horecaconcept dient voor de centrale bereidingskeuken uitgegaan te worden van alle aansluitingen t.b.v. spoelkeuken, 4 pans frituur bakwand, afzuiging, combisteamer, aan- en afvoertafels, contactgril en tosti-apparatuur. 4.15
Kantoren de Lievekamp en Muzelinck
De kantoren en overige ruimten met kantoorfunctie, zoals de balie (t.b.v. regiedienst), dienen met inachtneming van de geldende Arbo- besluiten en Arbo- regelingen ontwikkeld te worden. De kantoren van de Lievekamp en Muzelinck zijn benoemd in de ruimtestaat behorende bij dit PvE. De kantoren van beide organisatie liggen bij voorkeur in de nabijheid van elkaar, belangrijk is dat beide ook separaat van elkaar kunnen functioneren en dat de eigen kantoren ook naar eigen behoeften zijn in te delen, te gebruiken en af te sluiten. Toegang tot de eigen kantoren moet mogelijk zijn via een eigen ingang welke niet loopt door het bouwdeel van de andere gebruiker. Er wordt voorzien in één gezamenlijke Pantry welke centraal is gelegen, de pantry vormt overgangsgebied en ontmoetingspunt tussen de kantoren en personeelsleden van beide instellingen. Voor de Lievekamp worden de volgende aparte centrale kantoorruimtes voorzien; de directie (1 pers, 5 vergader), financiële administratie (3 pers.), secretariaat (2 pers.), programmering (3 pers.), techniek en horeca (4 pers.), marketing en communicatie (3 pers.) en facilitaire dienst (3 pers).
K151TT2058.R01.0-PvE De Lievekamp_vastgesteld - Programma van Eisen nieuwbouw - definitief
45 | 123
Kunst- en Cultuurcluster - Oss Voorgaande kantoren liggen bij elkaar, verdeeld over het gebouw bevinden zich nog een aantal lokale werkplekken/kantoren; kassa (2 pers.), kassakantoor/backoffice (3 pers.), kantoor techniek bij podium (2 pers.), kantoor horeca nabij café/foyer (2 pers.), conciërge/portier nabij artiesteningang (2 pers.) Naast deze vaste voorzieningen dienen er ook een aantal flexplekken voorzien te worden. Er moeten voor de Lievekamp in totaal werkplekken zijn voor 30 personen. Voor Muzelinck worden de volgende aparte kantoorruimtes voorzien; de directie (1 persoon; 8 pers. vergader), (personeels)administratie (2 personen) en 2 algemene kantoorruimtes voor 3 personen en 1 kantoorruimte voor 4 personen. Voorgaande kantoren liggen bij elkaar, verdeeld over het gebouw bevinden zich nog een aantal lokale werkplekken/kantoren; kassa (1 pers.), kassakantoor/backoffice (1 pers.). De huismeester hoeft geen vaste eigen kantoorruimte te hebben en maakt gebruik van de aanwezige werkplekken. De kantoor werkzaamheden van de huismeester zijn beperkt, een eenvoudige inrichting in een werkplaats is te overwegen zolang wordt voldaan aan geldende (ARBO) regelgeving. Er moeten voor Muzelinck in totaal werkplekken zijn voor 15 personen.
De klassieke manier van werken op kantoor is, mede door de coronapandemie van de afgelopen jaren, in een transitie gekomen naar het “nieuwe werken”. De belangrijkste verandering is dat het thuiswerken, veel meer dan in het verleden, wordt geaccepteerd. Dit thuiswerken is in de situatie van een cultuurhuis wel beperkt maar toch wel in beweging. De gedefinieerde kantoren in de ruimtestaat dienen vooralsnog gehandhaafd te blijven, waarbij het aannemelijk lijkt dat deze ten tijde van de realisatie qua onderlinge indeling nog worden herijkt zodat ze beter aansluiten bij het nieuwe werken. Voor de kantoren uitgaan van een vaste stramienmaat 1,80 m, waarbij de tussenwanden van een flexibel te hanteren systeemwandkeuze dienen te zijn zodat er relatief eenvoudig kantoren vergroot of verkleind kunnen worden. Uitgaan van kantoren met voldoende direct daglicht, waarbij ook additioneel vanuit de verkeersruimtes minimaal 30% glasdoorzicht is naar iedere kantoorruimte. Dit onafhankelijk van de kantorenindeling. Er moet een goede routing zijn van de kantoren naar de kassa/receptiebalie, de foyerruimtes, de artiestenkleedruimtes en de technische werkruimtes. De kantoren worden voor het grootste deel van de tijd overdag maximaal bezet, maar ook in de avond-, nacht- en weekenduren zal een (weliswaar beperkter) deel dan de bovengenoemde maximale bezetting een reguliere bedrijfsactiviteit hebben.
In de opzet van installaties (klimaat) hier terdege rekening mee houden. De volgende Lievekamp kantoren dienen voorzien te zijn van meekijk- en meeluistervoorzieningen van alle zalen; backofficekantoor balie, kantoor techniek, kantoor theater van de stad, kantoor verhuur, kantoor directie en gezamenlijke regie/studioruimte. Het directiekantoor van zowel De Lievekamp als Muzelinck wordt voorzien van interactieve vergadermogelijkheden (levering derde), hiervoor dienen alle nodige aansluitingen te worden voorzien. 4.15.1
Werkplekken
Elke werkplek dient voorzien te worden van voldoende netwerkaansluitingen en wandcontactdozen (WCD's 230 Volt), in een wandgoot gemonteerd. De aansluitingen voor schoonmaakonderhoud worden separaat uit een wandmontage-WCD voorzien. In de volgende hoofdstukken wordt dit bij de elektrische installaties benoemd.
K151TT2058.R01.0-PvE De Lievekamp_vastgesteld - Programma van Eisen nieuwbouw - definitief
46 | 123
Kunst- en Cultuurcluster - Oss 4.15.2
Vergaderruimte
Rekening dient gehouden te worden met twee interne vergaderruimtes bij de kantoren van De Lievekamp; de grote vergaderruimte is geschikt voor 10 personen, de kleine vergaderruimte is geschikt voor 5 persoenen. De ruimte voorzien van aanvullende sfeerverlichting, projectie- en online vergaderfaciliteiten (levering derde). Hiervoor dienen alle nodige aansluitingen voor te worden voorzien. De ruimte dient tevens inzetbaar te zijn voor evenementen en heeft, naast een entree vanaf de kantoren, ook een entree vanaf de publiekszijde. Lokale bediening van ventilatie en additionele koeling is in de ruimte noodzakelijk omdat de bezettingsgraad zeer divers is. 4.15.3
Overige aandachtspunten
Tevens rekening houden met de volgende ruimtes in het kantoorgedeelte: −
additionele archiefruimte voor papieropslag en dergelijke
−
gecombineerde pantry/ printercorner en garderobe t.b.v. kantoorpersoneel, in de nabijheid van kantoren en vergaderruimte.
−
garderobe / wachtruimte bezoekers
−
sanitaire ruimtes, gescheiden toiletten voor heren en dames
−
verkeersruimtes voorzien van zodanige lambrisering dat rollende eenheden geen schade aan wanden kunnen aanrichten
−
kantoren en verkeersruimtes drempelloos realiseren
−
de ruimtes zijn middels verticaal transport/liften bereikbaar.
4.16
Toiletten
De toiletten van de Lievekamp en Muzelinck zijn benoemd in de ruimtestaat behorende bij dit PvE. De toiletten van beide organisatie kunnen maar hoeven niet in de nabijheid van elkaar gelegen te zijn, belangrijk is dat beide organisatie ook separaat van elkaar kunnen functioneren met voldoende openbare toiletten. Het kan een overweging zijn om een aantal toiletten van de bezoekers te combineren in de centrale hal en/of café. In de directe nabijheid van de (theater)zalen, de horecaruimtes, de foyers, de centrale hal en de lesruimtes dienen voldoende en goed herkenbare toiletten aanwezig te zijn. Dames- en herentoiletten zoveel mogelijk op hetzelfde niveau en locatie. Op iedere verdieping is minimaal één toiletgroep voorzien. De dames- en herentoiletten hebben een eigen voorportaal. Er dient rekening gehouden te worden met een hoge mate van piekbelasting (in de pauze), de logistiek naar en in de toiletgroepen dient hierop afgestemd te zijn. De toiletruimtes worden voorzien van vrijhangende toiletten met een waterbesparend inbouwreservoir. Urinoirs uitvoeren met een muurbuis, ingebouwd reservoir en drukspoeler. Bij de keuze van materialen en installaties rekening houden met vandalisme en schoonmaakmogelijkheden. Alle toiletruimtes zijn voorzien van een voorruimte met handenwasbakjes, spiegels, E-voorziening t.b.v. handdrogers en dergelijke.
Minimaal 10% van de aanwezige toiletruimtes moet een integraal toegankelijke toiletruimte (mindervalidetoilet) zijn. Op iedere verdieping dient minimaal één mindervalidetoilet te worden voorzien. Toegang vanuit iedere instelling dient bij openstelling van de betreffende instelling
K151TT2058.R01.0-PvE De Lievekamp_vastgesteld - Programma van Eisen nieuwbouw - definitief
47 | 123
Kunst- en Cultuurcluster - Oss gewaarborgd te zijn, ook als de andere instellingen gesloten zijn. De afstand tot de dichtstbijzijnde integraal toegankelijke toiletruimte mag niet meer dan 75 meter bedragen. Ieder invalidetoilet moet ook ingericht zijn met baby (verschoon)voorzieningen en op meerdere hoogtes voorzien zijn van ophangvoorzieningen voor het tijdelijk ophangen van medische hulpmiddelen (o.a. stomazak). In de directe nabijheid van de verschillende toilettengroepen dienen voorzieningen aanwezig te zijn voor tussenopslag van schone en vuile rolhanddoeken, WC-rollen alsmede schoonmaakmaterialen. Uitgangspunt is per 18 à 20 personen een toilet (in een verhouding van 3:5, dit wil zeggen één toilet c.q. urinoir per 15 dames dan wel per 25 heren). Bij circa 1.700 personen zijn er dus in totaal 90 publiekstoiletten nodig; 32 toiletten c.q. urinoirs voor heren, 55 toiletten voor dames, 3 voor mindervaliden (of meer als niet kan worden voldaan aan gestelde eisen). Bij de toiletten moet in publieksdelen als backstagegebieden ook rekening worden gehouden met kinderen en genderneutrale toiletten, waarmee de verhouding 3:5 dus verandert in een nader te bepalen verhouding. Voor aantallen en afmetingen wordt verwezen naar de ruimtestaat (zie bijlage). Tevens dient voorzien te worden: • afvalbakken • jassenhaakjes • zeepdispensers • WC-borstels.
Rekening dient te worden gehouden met door derden aan te brengen voorzieningen in de toiletten, te weten: • WC-rolhouders • elektrische handdroger • tampon-/maandverbandautomaat in de damestoiletten • hygiëneboxen. De toiletten worden voorzien van aansluitingen voor reinigingsapparatuur. Gezien de functionaliteit van het complex dienen onbedoelde, omvangrijke en ten gevolge van onwelbevinden veroorzaakte verontreinigingen snel en doeltreffend weggewerkt te kunnen worden, zodat de bruikbaarheid van de toiletvoorziening in korte tijd hersteld is. Schrobputten dienen van voldoende omvang te zijn en een eenvoudig uitneembaar schrobrooster te hebben. De vloerafwerking dient glad en hard, echter zonder gevaar voor uitglijden te zijn, ook indien de vloerafwerking vocht op de toplaag heeft. Deze afwerking dient voldoende bestand te zijn tegen eventuele aantasting door verontreinigingen en dagelijkse reiniging. De toiletten dienen afsluitbaar te zijn middels een knopcilinder. Deze ruimtes ook te voorzien van aansluitingen voor publicatie van PR-boodschappen m.b.t. bespeling of andere boodschappen. Hiervoor per handendrooglocatie een datakabel en wandcontactdoos voorbereiden. Bij alle toiletblokken met meer dan zes toiletten en of urinoirs bij elkaar moet in een toiletblok (mannen en vrouwen) een werkkast met uitstortgootsteen worden opgenomen. 4.17
Centrale vuilopslagruimte
Bij het afvoeren van afval moet in grote mate rekening te worden gehouden met gescheiden afvalstromen. De opstelplaats van de containers –bij voorkeur buiten, afsluitbaar- verdient de nodige aandacht. De ruimte voor vuilafvoer, fust en lege emballage dient zowel een ontsluiting te hebben vanuit binnen alsook buiten het gebouw, maar geheel afsluitbaar te zijn. Deze ruimte dient tevens voorzien te worden van een afsluitbare gasflessenopslag voor ca. 5 flessen (CO 2, stikstof, lassen). De
K151TT2058.R01.0-PvE De Lievekamp_vastgesteld - Programma van Eisen nieuwbouw - definitief
48 | 123
Kunst- en Cultuurcluster - Oss ruimte dient op een flexibele manier in twee delen gesplitst te zijn (vuil-emballage). Toegang vanaf buitenzijde moet, ook als het pand gesloten is en op alarm staat, vanaf de buitenzijde door externe partijen te openen zijn. De ruimte voorzien van wateraansluitpunten en schrobput(ten). De ruimte betegelen opdat deze eenvoudig kan worden gereinigd. De ruimte afdoende ventileren en koelen in het kader van HACCP. Ruimte voorzien van spuitwaterdichte verlichtingsarmaturen. Er dient rekening gehouden te worden met voldoende ruimte voor logistiek, met name indien het laden en lossen van afval (verzamel)containers betreft. De ruimte dient voorzien te zijn van brede dubbele deuren die direct grenzen aan de openbare weg. Er dient rekening te worden gehouden met de geldende hygiëne- en veiligheidsvoorschriften. Afvalverwerking dient gescheiden te zijn van de stroom van schone goederen. Voor het afvoeren van gescheiden afval dient rekening te worden gehouden met voldoende opslagcapaciteit, bijvoorbeeld: Papier en karton: 1 maal 1300 liter container Plastic: 1 maal 1300 liter container Glas: 2 maal 240 liter container Restafval: 2 maal 1000 liter container Rolcontainers emballage: 4 maal 815 x 720x 1500mm Bijzondere aandacht dient besteed te worden aan de interne doorgangen voor goederentransport voor de afvalcontainers. 4.18
Bereikbaarheid
De volgende punten spelen een rol bij de inrichting van de openbare ruimte. Het Kunst- en Cultuurcluster moet goed bereikbaar zijn voor bussen (publiek en artiesten). Het gebouw zal verder een goede verbinding moeten hebben tussen de publieksingang en de ‘loop’ van en naar het centrum. In dit verband zijn ook de toegang(en) vanuit de parkeerplaatsen (en toekomstige parkeergarage) van belang. Er moet aandacht zijn voor de sociale veiligheid van de wijze waarop de bezoekers uit nabije parkeervoorzieningen de publieksentree van het Kunst- en Cultuurcluster kunnen bereiken. Maar ook voor de bereikbaarheid door kleinere bezoekers (kindervoorstellingen en lessen Muzelinck) dient goed oog te zijn. Ten behoeve van de bereikbaarheid voor vrachtwagens, voor het laden en lossen van toneelbenodigdheden, voor de horeca en andere zaken, is het belangrijk dat deze goed bij de accommodatie kunnen komen, zonder dat daarbij hinder ondervonden wordt door bezoekers of ander publiek van het stadscentrum. De goederenentree dient goed toegankelijk te zijn voor vrachtwagens en dergelijke vanaf de Raadhuislaan. Het complex dient tevens goed aan voor- en achterzijde bereikbaar te zijn voor blusvoertuigen, ambulance en dergelijke. Voor deze voertuigen moeten opstelplaatsen aanwezig zijn aan de voor én achterzijde. 4.18.1
Aanrijroute Decorwagens, Expeditie
Het Kunst- en Cultuurcluster dient goed bereikbaar te zijn voor vrachtwagens met decors et cetera. Uitgangspunt voor de aanrijroute is de Raadhuislaan. De vrachtwagens moeten achteruit de laad- en losruimte in kunnen steken. Er moet rekening worden gehouden met vrachtwagens met een lengte van 18 m.
K151TT2058.R01.0-PvE De Lievekamp_vastgesteld - Programma van Eisen nieuwbouw - definitief
49 | 123
Kunst- en Cultuurcluster - Oss De afstand tot de meest dichtbijgelegen woningen is bepalend voor de maatregelen die bij de inrichting van de omgeving van het theater moeten kunnen worden getroffen om te voorkomen dat omwonenden in de nachtsituatie (na 23.00 uur) hinder ondervinden van het geluid van ladende en vertrekkende vrachtwagens. Daarbij dient tevens rekening te worden gehouden met toekomstige bebouwing. 4.18.2
Parkeervoorziening, fietsenstalling
Om te voldoen aan de parkeerbehoefte bij activiteiten in het nieuwe Kunst- en Cultuurcluster dient in de nabijheid voldoende parkeerruimte gecreëerd te worden. Tevens moet er in de directe nabijheid van het theater parkeermogelijkheid worden gereserveerd voor enige auto’s en bussen van techniek, artiesten en/of orkest. Er moet rekening worden gehouden met circa 2 touringcars of trailers of opnamewagens en 10 personenauto’s voor artiesten en personeel. Ook moet er opstelruimte zijn voor een vrachtwagen voor de bevoorrading van de horeca. Fietsenstalling (minimaal 30 stuks) backstage te voorzien voor tijdens verhuringen. Er moet de mogelijkheid zijn voor kort parkeren nabij de hoofdingang, voor het in- en uitstappen van bezoekers (Kiss & Ride), reserveren van plaatsen en dergelijke. In het openbare gebied dient verder gedacht te worden aan een ruime voorziening voor het stallen van fietsen (minimaal 100 stuks), bromfietsen en scooters en voldoende parkeergelegenheid voor mindervaliden. Ook dienen er voorzieningen te zijn voor het opladen van elektrische (brom)fietsen en auto’s. Deze voorzieningen zijn gelegen zowel aan de voor- als achterzijde van het pand.
K151TT2058.R01.0-PvE De Lievekamp_vastgesteld - Programma van Eisen nieuwbouw - definitief
50 | 123
Kunst- en Cultuurcluster - Oss 5
BOUWTECHNISCHE EISEN
Op dit gebouw is het Bouwbesluit van toepassing, alsmede de daarin vermelde normen, laatste uitgave. Omdat de technische eisen hierin gedetailleerd worden geformuleerd, wordt hier volstaan met een beknopte beschrijving van een aantal specifieke eisen. Naast constructie- en brandveiligheidseisen geldt dat de toe te passen materialen zo gering mogelijke schade aan het milieu mogen toebrengen. 5.1
Constructieve opzet
De constructieve opzet van het gebouw moet dusdanig zijn, dat de constructie zo min mogelijk obstakels oplevert voor de indeling en inrichting. Uiteraard dient hier de economie van de constructieve oplossing niet uit het oog te worden verloren. Tevens dient de constructieve opzet zodanig te zijn, dat deze zo min mogelijk obstakels oplevert voor de inrichting van installaties, binnenwanden et cetera. De constructiehoogte moet zodanig zijn dat de gestelde vrije hoogte, in samenhang met de voor installaties benodigde hoogte, kan worden gerealiseerd. De constructie moet voldoen aan de brandveiligheidseisen die in het bouwbesluit zijn geëist. 5.2
Kolommen
Er dient rekening gehouden te worden met de plaats van kolommen, zodat men er zo weinig mogelijk hinder van ondervindt. Een aantal ruimten dient kolommenvrij te zijn, tenminste de (theater)zalen, de danszaal, de laad- en losruimten en de werkplaatsen. 5.3