Programmabegroting 2022-2025.PDF
Tekst van het document
tranche 195 mln
Heroriëntatie zelfstandigen 2022: aanvullend pakket re-integratiekosten
€ 48.000
€ 48.000
2022: impuls re-integratie
€ 140.000
€ 140.000
2022: schuldenbeleid
€ 149.000
€ 149.000
2022: bijzondere bijstand
€ 74.000
€ 74.000
Compensatie Jeugd Compensatie voor organisaties zoals scouting en speeltuinen.
€ 7,3 miljoen
€ 37.000
€ 37.000
Perspectief jeugd en jongeren: gerichte financiële impulsen om samen met
€ 21 miljoen in
jongeren, lokale organisaties en
2020 en € 19
€ 195.000
€ 195.000
evenementensector kleinschalige activiteiten miljoen in 2021 te programmeren. Jongerenwerk Jeugd
€ 14 miljoen
€ 66.000
€ 66.000
Mentale ondersteuning jeugd
€ 11,5 miljoen
€ 56.000
€ 56.000
Activiteiten en ontmoeting jeugd
€ 8 miljoen
€ 39.000
€ 39.000
€ 10.000
€ 10.000
Project Jeugd aan zet Compensatie sociale werkbedrijven Verwachte tekorten bij SW bedrijven door (gedeeltelijke) sluiting en wegvallen
€ 90 miljoen
€ 894.000
€ 894.000
€ 50 miljoen
€ 497.000
€ 497.000
opbrengsten. 1 maart tot 1 juni. Idem voor de periode 1 juni tot en met 31 december 2020.
24
Toelichting
Landelijk
Bedrag Jaar
Bedrag Jaar
bedrag
2020
2021
Totaal
Compensatie Sport Compensatie inkomstenderving kwijtschelden huren aan
€ 90 miljoen
€ 126.423
- voor de periode 4e kwartaal 2020.
€ 60 miljoen
aangevraagd
- voor de periode 1e kwartaal 2021
€ 50 miljoen
loopt
sportverenigingen.
- Voor
€ 126.423
de periode 1 maart tot en met 1 juni 2020.
Zwembaden en ijsbanen (2020 en 1e helft 2021)
€ 180 miljoen
loopt via aparte uitkering
Compensatie Cultuur Overeind houden lokale en regionale cultuur sector (bibliotheek, muziekscholen, centra
€ 60 miljoen
€ 309.000
€ 60 miljoen
€ 302.000
€ 252.000
€ 561.000
voor kunsten, musea, theater e.d. ) Idem, maar dan voor de periode 1 juni tot en met 31 december. Lokale culturele infrastructuur ondersteunen voor het jaar 2021
€ 150 miljoen
€ 302.000 € 576.131
€ 576.131
nvt
nvt
€ 295.000
€ 295.000
€ 49.000
€ 83.000
Ondersteuning lokale media. Verlenging tot eind 2020. Lokale medio kunnen aanvraag doen bij dit steunfonds. Loopt niet via de
€ 24 miljoen
nvt
gemeente. Lokale cultuur en buurt en dorpshuizen
€ 60 miljoen
Compensatie Ontmoeten Compensatie voor extra uitgaven voor dorps- en buurthuizen (o.a. kwijtschelden huur, compensatie tegenvallende inkomsten
€ 17 miljoen
€ 83.000
€ 50 miljoen
€ 229.000
etc.) Compensatie Overig Compensatie voor extra toezicht en handhavingskosten Tijdelijke corona banen toezicht en handhaving Compensatie voor hogere kosten Compensatie voor extra kosten voor de organisatie van verkiezingen in 2021
€ 60 miljoen
€ 229.000
loopt via aparte uitkering
€ 28 miljoen
€ 144.000
€ 144.000
€ 268.534
€ 268.534
€ 11.131.951
€ 32.334.513
€ 30 miljoen in 2020 en € 22 miljoen in 2021 € 21.202.562
Hoe gaan we met deze cijfers om? In de programmabegroting 2021-2024 is besloten om bovenstaande uitkeringen zoveel als mogelijk binnen de geest en bedoeling van deze uitkeringen te besteden. Het zijn geen verplichte bestedingsdoelen, maar we willen deze rijksgelden wel zo goed mogelijk koppelen aan onze compensatiemaatregelen. We spreken de algemene reserves pas aan wanneer de COVID-19 vergoedingen uit het Rijk niet voldoende blijken te zijn.
25
Hierbij willen we ook opmerken dat er sprake is van grote diversiteit in de rijksregelingen. Een aantal regelingen zijn ter compensatie van maatschappelijke kosten (bijvoorbeeld de gelden voor maatschappelijke opvang en de gelden voor ons SW bedrijf), anderen zijn bedoeld als vergoeding voor extra kosten/ gemiste opbrengsten die we als gemeenten hebben gemaakt voor de uitvoering van regelingen. De bedragen in de tabellen lijken aanzienlijke bedragen echter we de meerjarige effecten van deze crisis zijn blijft lastig te voorspellen. Financiële ondersteuningsmaatregelen Onderwerp
Toelichting
Bedrag
Programma 1 Zorg en welzijn Doorbetaling aan
Om de continuïteit van zorg landschap te bewaren, is besloten tot
Meerkosten
aanbieders sociaal
doorbetaling Wmo dienstverlening voor ZIN en doorbetaling PGB
jeugdhulp:
domein
Wmo en Jeugd. Vanaf 1 juli hebben we de zorgaanbieders
€ 171.600
gevraagd de reguliere dienstverlening weer op te starten en betalen we weer alleen de geleverde zorg.
Meerkosten
We hebben de ZIN zorgaanbieders voor jeugdhulp in regionaal
Wmo: € 72.000
verband ook een omzetgarantie gegeven. Aanbieders van zowel Wmo als jeugdhulp hebben daarnaast extra
Continuïteit van
kosten gemaakt. Er is een landelijke regeling gekomen om
zorg: € 185.399
aanbieders te compenseren voor deze meerkosten, in eerste instantie voor de periode tot 1 juli 2020. Daarna is de regeling
Meerkosten
verlengd tot het einde van 2020. Inmiddels is de regeling nog
maatschappe-
een keer verlengd, namelijk tot 1 januari 2022.
lijke opvang: € 828.847 Tekorten SW: € 1.391.000.
Doorbetaling
De gemeenschappelijke regeling betaalt:
regiotaxi
-
maart tot en met juni 2020: werkelijk gereden kilometers zijn voor 100% vergoed. Over de niet gereden kilometers is 80% voorschot uitbetaald;
juli- augustus 2020: werkelijk gereden kilometers zijn voor 100% vergoed. 80% vergoeding over de gederfde omzet (via een opslag op de prijs)
september tot januari 2022: (flexibele) kostprijs per kilometer (continuiteitsregeling). Leidt in 2021 tot € 175.000 lagere kosten.
Jeugd- en
Extra subsidie aan jeugd- en jongerenorganisaties (31
jongerenwerk
organisaties) om coronaschade te compenseren (en om deze
€ 37.000
organisaties een steuntje in de rug te geven). Programma 2 Werk, Inkomen en onderwijs Doorbetaling
Uitgangspunt is (conform de richtlijn van de VNG):
leerlingenvervoer
100% door betalen voor geleverde ritten
80% door te betalen voor uitgevallen ritten
Voor het vervoer van kinderen die deelnemen aan de noodopvang onderwijs en opvang voor kwetsbare kinderen gebruik te maken van leerlingenvervoer. In principe binnen de bestaande contracten. Waarbij bovenstaande afspraken gelden. Ook voor kinderen die in deze bijzondere situatie vervoer nodig hebben (en daar voorheen geen gebruik van maakten). Deze worden dus niet nog extra gefinancierd. 26
Onderwerp
Toelichting
Bedrag
Voor 2021 is de regeling uit 2020 voortgezet, waarbij de tarieven meebewegen met het vervoersvolume. Dit vindt nu plaats per gemeente. Met deze regeling zorgen we voor continuïteit van vervoer. Uitvoeren TOZO-
Uitvoering van landelijke regeling
€ 20.579.679
Uitvoeren regeling Tijdelijke Ondersteuning Noodzakelijke Kosten
€ 325.000
(TONK). Hierbij hebben we besloten om de beleidsregels te
(eerste tranche)
regeling Uitvoeren TONK
verruimen en de regeling te verlengen tot 1 oktober 2021. Ventilatiesystemen
Extra kosten voor aanpassing ventilatiesystemen.
€ 125.000
onderwijs Voor diverse beleidsterreinen hebben we extra rijksgelden gehad. Dit vertalen we naar uitvoering. Zie herstelagenda per programma. Programma 3 Ontmoeten, sport en cultuur Algemeen
Algemene uitspraken:
We betaalden subsidies uit ook als daar de maatschappelijke activiteiten nu niet voor uitgevoerd worden
Voor (eenmalige) evenementen betaalden we (een gedeelte van) de subsidie uit als er al reële kosten gemaakt zijn
Waar nodig kunnen we op verzoek een voorschot geven op subsidies (versneld uitbetalen 3e kwartaal 2020)
Als vrijwilligersorganisatie in directe financiële problemen geraakt, kunnen we zo nodig ook extra krediet in de vorm van een lening verstrekken
Kwijtschelding huur
We schelden de huur kwijt van de gemeentelijke accommodaties
voor
op het gebied van sport en cultuur voor:
amateurorganisaties
sport & cultuur
Zie toelichting
de periode 16 maart tot 1 juli. De kosten hiervan zijn respectievelijk voor sport € 135.597 en voor cultuur € 91.000.
4e kwartaal 2020. De kosten hiervan zijn respectievelijk voor sport € 226.309 (waarvan we een vergoeding vanuit het Rijk verwachten van € 141.552) en voor cultuur € 56.906.
1e kwartaal 2021. De kosten voor sport bedragen € 222.383 (waarvan we een vergoeding van het Rijk verwachten van € 169.556) en voor cultuur € 54.864
2e kwartaal 2021. De kosten voor sport bedragen € 110.562 (waarvan we een vergoeding van het Rijk verwachten van € 66.285) en voor cultuur € 54.864
Compensatie aan het SEC voor extra inzet in 2020 van € 17.680.
Verlengen lening
We hebben besloten om:
overeenkomsten
diverse sport en cultuurinstellingen
€ 272.000
Instellingen / verenigingen de mogelijkheid te geven om te kiezen om geen aflossing en rente in 2020 te betalen
Onder voorwaarde van ondertekening aanvullende
(geen betaling
overeenkomst waarbij looptijd van de lening met 1 jaar
aflossing en rente in
wordt verlengd
2020)
27
Onderwerp
Toelichting
Bedrag
Dit geldt voor alle instellingen en verenigingen die een lening bij de gemeente hebben afgesloten. In 2020 zijn 7 leningsovereenkomsten aangepast met een renteverlies van € 272.000 in 2020 (uitstel aflossing € 167.000). In 2021 innen we de rente en aflossing weer regulier. Professionele cultuur-
Onze professionele instellingen op het gebied van Sport, Cultuur
en sportorganisaties
en Ontmoeten geven we extra ondersteuning over het jaar 2020.
€ 194.410
De voorlopige compensatie is bepaald aan de hand van de voorlopige jaarcijfers 2020 van de desbetreffende instanties. Het verlies oftewel de afname van het Eigen Vermogen is het te compenseren bedrag. Wijk- en dorpshuizen
We compenseren de exploitatietekorten van de wijk- en
€ 191.097
dorpshuizen voor de periode van 16 maart tot en met 31 december 2020. We hebben € 83.000 ontvangen va het Rijk, het restant tekort van € 108.097 melden we als nadeel in de jaarrekening. Kermis
We hebben in 2021 weer gekozen voor ene kermis in afgeslankte
€ 144.000
vorm. Dit heeft in 2021 geleid tot extra nadeel. Het totale nadeel voor de kermis is € 144.000. Aanvullende compensatie over 2020 (€ 50.000) en compensatie
€ 300.000
voor 2021 € 250.000 Ventilatiesystemen
Extra kosten voor aanpassing ventilatiesystemen.
€ 125.000
vastgoed Programma 4 Dynamisch stadscentrum Belastingen
Voor compensatiemaatregelen op het gebied van reclamebelasting en precariobelasting wordt verwezen naar programma 11 Financieel solide
Parkeren
Voor compensatiemaatregelen op het gebied van parkeren wordt verwezen naar programma 7 Mobiliteit
Programma 5 Zuinig op ons klimaat Bedrijfsafval voor
We hanteren dezelfde aanpak als in ’s-Hertogenbosch, omdat we
ondernemers
samen met hen in de regio het bedrijfsafval doen. Concreet kan het contract (abonnement) op verzoek om gezet worden naar lediging op afroep: op deze manier blijft de container wel staan (wordt de beperkte huur ervan wel doorbelast), maar worden de ledigingskosten tijdelijk stilgezet.
Programma 6 Vitale economie Uitstel betaling
In mei verstuurden we facturen voor de tweede helft van 2020.
pacht-
Voor deze factuur geldt een verlengde betalingstermijn van 90
overeenkomsten
dagen.
Markten
-
Voor de kooplieden met NON-FOOD zijn de facturen
Gemiste
marktgeld 2e kwartaal niet geïnd. Oftewel kooplieden die er
opbrengst circa
niet staan hoeven niet te betalen. De gemiste opbrengsten
€ 28.000 in
voor de gemeente bedragen ongeveer € 8.000 per kwartaal
2020 en € 30.000 in 2021
28
Onderwerp
Toelichting
Bedrag
Voor de kooplieden met FOOD, die het zwaar hebben, kregen uitstel van betaling tot 30 mei 2020. Kooplieden met FOOD die geen financiële problemen hebben betalen de factuur marktgeld 2e kwartaal gewoon voor de vervaldatum. In principe wordt het kwartaal in het begin van het kwartaal vooraf betaald.
Vervolgens betalen kooplieden marktgelden alleen op de momenten dat ze op de markt mogen staan.
Programma 7 Mobiliteit Handhaving centrum/
Geen handhaving parkeren in het centrum
gratis parkeren in het
Geen handhaving fietsen door het centrum
centrum
Op gebied van parkeren krijgen we in 2020 een financieel nadeel
€ 980.000
(circa € 175.000 per maand). Na overleg met het CMO voerden we per 15 juli 2020 handhaving en dus betaald parkeren weer in. We zien wel dat de parkeerinkomsten in 2021 ver achter blijven op de “normale” ramingen. Parkeren Maasveren
Besloten is om parkeren op het Jurgensplein het eerste uur gratis
Kosten circa €
te maken tijdens de periode van Click & Collect in de lockdown.
7.000 per week
Extra eenmalige bijdrage in verband met omzetverlies in het jaar
€ 95.260
2020. Programma 11 Financieel solide Uitstel van betaling
We hebben uitstel van betaling verleend in eerste instantie
-
tot 1 juni. Daarna hebben we dit verlengd tot 1 september 2020.
Daarna zijn we de inning op gaan starten, waarbij we coulant omgaan met verzoeken om betaalregelingen
Voor nieuwe rekeningen, geldt een standaard betalingstermijn van 90 dagen in plaats van 30 dagen.
Vanaf oktober 2020 is de invordering weer opgestart voor facturen en dwangsommen. Ook hier gaan we coulant om met verzoeken om betaalregelingen.
Betaling van
Facturen worden z.s.m. betaald (streven binnen 15 dagen). Dit is
rekeningen door
in 2020 ook gerealiseerd.
-
gemeente Uitstel belastingen
BSOB verstuurde tot 1 juni geen nieuwe aanslagbiljetten. Ze
-
verstuurden in deze periode ook geen aanmaningen en dwangbevelen.
Inwoners en bedrijven hadden sowieso tot 1 juni de tijd om het aanslagbiljet te betalen dat in februari ontvangen is.
Tot 1 september 2020 deed de BSOB geen actieve invordering.
Hierna is e.e.a. weer opgestart. Er wordt coulant omgegaan met verzoeken om betaalregelingen. Uitstel van betaling
We hebben uitstel van betaling verleend van in te vorderen
verbeurde
dwangsommen tot 1 augustus 2020. Daarna afhankelijk van de
dwangsommen VTH
situatie rondom COVID-19 en de gevolgen daarvan met
-
maatwerk bepalen hoe de betaling kan worden voldaan. Vanaf oktober is invordering weer opgestart (zie eerder). 29
Onderwerp
Toelichting
Bedrag
Precariobelasting
Besloten is om voor terrassen en uitstallingen voor het gehele
€ 52.000 in
2020
jaar 2020 geen precariobelasting te innen.
2020
Besloten is om voor de periode tot 1 januari 2022 verruiming van
€ 43.000 in
terrassen toe te staan.
2021
en verruiming terrassen
Besloten is om voor terrassen en uitstallingen voor het gehele jaar 2021 geen precariobelasting te innen. Reclamebelasting
Besloten is om in 2021 geen reclamebelasting te innen. En
€ 210.000 in
daarbij de bijdrage aan CMO wel regulier te betalen.
2021
30
Strategische financiële verkenning ruimtelijke ambities Inleiding De gemeente Oss heeft grote ambities op het gebied van wonen en werken. We willen de komende 15 jaar 8.200 woningen bouwen en nieuwe bedrijventerreinen ontwikkelen. Deze ambities hebben consequenties voor de bereikbaarheid en infrastructuur van onze stad. De woningbouw vindt zowel plaats in uitbreidingslocaties (buitengebied) als in onze bestaande binnenstad. Bij de binnenstedelijke transformaties (woningbouw binnen bestaande binnenstad) kunnen de ontwikkelingen niet altijd zonder gemeenschapsgeld gerealiseerd worden. De Taskforce heeft opdracht gekregen om de investeringen voor de grote ruimtelijke opgaves zo goed mogelijk financieel in beeld te brengen. Daarnaast ligt er een opdracht om te zoeken naar financiële mogelijkheden en instrumenten om deze kosten te kunnen betalen. Dit voorstel is daarom ook een eerste strategische financiële verkenning van de ambities van de ruimtelijke opgaves. Het geeft inzicht en een kader voor de ambities op dit gebied. We merken nadrukkelijk op dat het gaat om grove financiële doorrekeningen. We hebben deze gemaakt om te komen tot een strategische financiële koers en uitgangspunten voor de toekomst. Uiteraard werken we alle plannen verder uit en wordt de uitvoering ervan nog voorgelegd aan de gemeenteraad. Samenvatting De hoofdlijnen van dit hoofdstuk gaat over: -
Financiële effecten actief grondbeleid en ambities ruimtelijke opgaves
-
Financiële betaalbaarheid (dekking) hiervan
Financiële effecten actief grondbeleid en ambities ruimtelijke opgaves
Realisatie ambities woningbouw en bedrijventerreinen
Om de woningbouwambities voor wonen en werken te realiseren zetten we via een actief grondbeleid zowel in op inbreidingslocaties als uitbreidingslocaties. Bij een actief grondbeleid blijft de regie voor de ontwikkeling bij onze gemeente. We verwerven de gronden en voeren de grondexploitatie uit. We hebben hierbij meer inspraak in de kwaliteit van het programma en het bouwtempo. Om een actief grondbeleid te voeren is een actief aankoopbeleid nodig om strategische grondposities in bezit te krijgen. Voor de uitvoering van dit beleid is een reserve strategische aankopen uitbreidingslocaties nodig. We moeten namelijk op basis van de regelgeving bepaalde gronden af te waarderen naar agrarische waarden, zolang er nog geen concrete bestemming ligt. De afwaardering van gronden naar een lagere waarde zal vaak tijdelijk van aard zijn. aangezien gronden later ingebracht kunnen worden in een grondexploitatie tegen de aangekochte waarde (en het geld dus weer teruggestort kan worden in de reserve). Om de ambities op dit gebied waar te maken hebben we een “werkkapitaal” in deze reserve nodig van € 6,1 miljoen. We stellen daarom voor om extra geld te storten in de reserve strategische aankopen. We zetten ook in om woningbouw in de bestaande stad te realiseren. Deze inbreidingslocaties kunnen verliesgevend zijn.
Om deze opgave in deze gebieden te realiseren vormen we een reserve binnenstedelijke transformaties. Met de binnenstedelijke transformaties hebben we als doel de leefbaarheid wonen en werken te verbeteren en toekomst bestendig te maken. Bij deze binnenstedelijke transformaties zijn op dit moment bijvoorbeeld de Euterpelaan en de gebiedsontwikkeling Raadhuislaan Zuid in beeld. Deze plannen zijn nog allemaal onzeker. Voor deze plannen willen we een bedrag van € 10 miljoen reserveren.
Aanpassingen in de infrastructuur van de stad
De woningbouwambities leggen een druk op de bestaande voorzieningen. Om de stad leefbaar, gezond en aantrekkelijk te houden is het noodzakelijk om te investeren in bovenwijkse voorzieningen en voorzieningen die leiden tot een verbetering van de fysieke kwaliteit leefomgeving. Dit onderscheid maken we om een deel van deze investeringskosten te kunnen verhalen met de nota kostenverhaal. Mede op basis van de robuustheidstoets zetten we bij de bovenwijkse voorzieningen in op fase 3 van de Noordelijke ontsluitingsweg, een ontsluitingsweg Oss West en het mobiliteitsplan in voorbereiding. Deze kosten ramen we in totaal op circa € 36 miljoen.
31
Bij de voorzieningen ter verbetering van de fysieke kwaliteit leefomgeving zetten we in op de plannen van Groen Blauw Natuur in voorbereiding, de vergroening van de Noordelijke ontsluitingsweg en plannen van de spoorzone. De gemeentelijke bijdrage voor deze plannen ramen we de komende 15 jaar op circa € 126 miljoen. Financiële betaalbaarheid (dekking) actief grondbeleid en ambities ruimtelijke opgaves In de reserve strategische aankopen uitbreidingslocaties is een bedrag van € 1 miljoen aanwezig. Het voorstel is om deze met een bedrag van € 5,1 miljoen aan te vullen om vervolgens met dit “werkkapitaal” een actief grondbeleid te kunnen uitvoeren. Deze ruimte is beschikbaar binnen de algemene bedrijfsreserve van het grondbedrijf. Voor de realisatie van diverse inbreidingslocaties reserveren we € 10 miljoen. Dit bedrag storten we in reserve binnenstedelijke transformaties. Deze ruimte is beschikbaar binnen de algemene bedrijfsreserve van het grondbedrijf. De investeringen op het gebied van de ruimtelijke opgaves zijn zeer omvangrijk. Het aandeel voor de gemeente Oss komt globaal uit op € 162 miljoen. Deze middelen zijn zeker niet zomaar direct voorhanden. Het voorstel is om de komende jaren te gaan sparen om deze ambities tot uitvoering te kunnen brengen. We stellen voor om de volgende dekkingsbronnen te gebruiken voor het sparen: a.
Resultaten grondbedrijf: we kiezen ervoor om alle winsten die in de toekomst uit het grondbedrijf komen hiervoor te reserveren.
b.
Bijdrage bovenwijkse voorzieningen: een bovenwijkse voorziening is een voorziening waarvan meer dan één exploitatiegebied profijt heeft. Op basis van de nota kostenverhaal kunnen we een bijdrage vragen aan ontwikkelende partijen voor de aanleg van deze bovenwijkse voorzieningen. De ontwikkelende partij heeft in dit gebied profijt van de aanleg van deze bovenwijkse voorzieningen. De hoogte van de bijdrage is gebaseerd op de investeringen van de afgelopen jaren, de lopende investeringen en de nieuwe investeringen. Onder deze nieuwe investeringen hebben we de voorlopige investeringsbedragen van de bestuurlijke wensen/ambities opgenomen. Hiervan is de financiële dekking nog niet geheel geregeld. In de bijdrage berekening rekenen we deze –vanwege deze onzekerheid- voor 50 % in. De definitieve voorstellen op dit gebied leggen we uiteraard nog aan de gemeenteraad voor. Het gaat hierbij om fase 3 Noordelijke ontsluitingsweg, ontsluitingsweg Oss West en het nieuwe mobiliteitsplan.
c.
Bijdragen bovenwijkse netwerkvoorzieningen: een bovenwijkse netwerkvoorziening is een voorziening waarvan de gehele gemeente profijt van heeft. Op basis van de nota kostenverhaal kunnen we een bijdrage vragen aan ontwikkelende partijen voor de aanleg van deze bovenwijkse netwerk voorziening. De hoogte van de bijdrage is gebaseerd op de investeringen van de afgelopen jaren, de lopende investeringen en de nieuwe investeringen. Onder deze nieuwe investeringen hebben we de voorlopige investeringsbedragen van de bestuurlijke wensen/ambities opgenomen. Hiervan is de financiële dekking nog niet geheel geregeld. In de bijdrage berekening rekenen we deze –vanwege deze onzekerheid- voor 50 % in. De definitieve voorstellen op dit gebied leggen we uiteraard nog aan de gemeenteraad voor. Het gaat hierbij om het plan in voorbereiding van Groen Blauw Natuur, vergroening Noordelijke ontsluitingsweg en plannen spoorzone.
d.
Reserve mobiliteit met de bijbehorende structurele dekkingsmiddelen: de reserve mobiliteit wordt met ingang van het jaar 2023 primair ingezet voor de grote mobiliteitsopgaves, inclusief voor mogelijke plannen van de ontwikkeling van de spoorzone.
32
Onderstaand financieel overzicht geeft een globaal toekomstbeeld: bedragen * € 1.000 Financiële dekkingsbronnen periode 2022-2030 Bijdrage Bijdrage bovenwijkse ResulOmschrijving
voorzieningen
Totaal
bovenwijkse
Reserve
netwerkvoorziening
taten
Aandeel
Aandeel
Aandeel
Aandeel
Raming
grond-
grond-
extern
grond-
externe
kosten
bedrijf
bedrijf
partijen
bedrijf
partijen
inkom- Raming
mobiliteit sten
tekort
Strategische aankopen uitbreidingslocaties Reserve
5.100
5.100
5.100
0
10.000
10.000
0
Ambities ruimtelijke opgaves 1. Binnenstedelijke transformaties
10.000
2. Bovenwijkse voorzieningen: 2.1 Mobiliteitsplan in voorbereiding
2.000
999
1.001
2.000
0
5.700
2.847
2.853
5.700
0
2.2 Ontsluitingsweg Oss Noord - fase 3 2.3 Ontsluitingsweg Oss West
28.500
19.384
1.008
1.011
4.174
25.577
2.923
36.200
19.384
4.854
4.865
4.174
33.277
2.923
3. Verbetering fysieke kwaliteit leefomgeving: 3.1 Groen/blauw natuur en vergroening noordelijke ontsluitingsweg 3.2
1.300
632
668
1.300
0
125.000
2.450
2.593
5.043
119.957
126.300
3.082
3.261
6.343
119.957
3.082
3.261
4.174 54.720 122.880
Plannen
spoorzone
Totalen
177.600
34.484
4.854
4.865
33
Financiële dekkingsbronnen periode 2031-2037 Inzet
Bijdrage bovenwijkse
storting
netwerkvoorziening
reserve mobiliteit
3.2
Plannen
spoorzone
Raming
Resultaten
Aandeel
Raming
inkom-
grond-
grond-
kosten
sten
bedrijf
bedrijf
125.000
5.043
49.794
Raming
Reser-
voor
Totaal
ve
afdekken
raming
Aandeel
mobi-
kapitaal-
inkom-
externe
liteit
lasten
sten
1.279
1.354
3.465
tekort
30.000 85.892
Raming investeringstekort: a.
Ontsluitingsweg Oss West circa € 3 miljoen;
b.
Plannen spoorzone circa € 35 miljoen
Wanneer we dit omrekenen naar een structurele last vanaf het jaar 2025 komen we op een bedrag van circa € 750.000. Dit bedrag hebben we structureel in deze begroting opgenomen vanaf het jaar 2025. Voor deze programmabegroting 2022 betekent dit concreet: Op basis van het najaarsbericht verwachten we dat de algemene bedrijfsreserve van het grondbedrijf groeit naar € 23,9 miljoen per 1-1-2022. Het minimale niveau begroten we op basis van risicoschatting op ruim € 5,4 miljoen. Dit betekent dat de beschikbare, incidentele ruimte in 2022 € 18,5 miljoen bedraagt (waarvan we € 0,3 miljoen reserveren voor stortingen in de reserves). We stellen voor om deze gelden in te zetten voor: -
Reserve strategische aankopen uitbreidingslocaties: € 5,1 miljoen;
-
Reserve voor binnenstedelijke transformaties: € 10 miljoen;
-
Reserve bovenwijkse voorzieningen (infrastructurele ontwikkelingen): € 3,1 miljoen.
Raming van een bedrag van € 750.000 jaarlijks vanaf het jaar 2025. Belangrijke kanttekeningen We benadrukken dat we alle voorstellen te zijner tijd met een dekkingsvoorstel aan de gemeenteraad voorleggen. Deze plannen leggen we uiteraard alleen voor op het moment dat er zekerheid bestaat over de financiële dekkingskant. Andere belangrijke kanttekeningen zijn: -
We rekenen met toekomstige winsten en afdrachten. Deze zijn nog niet gerealiseerd. Als er een dip komt in de woningbouw heeft dit consequenties voor de winsten van het grondbedrijf. Vandaar dat we deze doorrekening periodiek actualiseren;
-
Het zijn eerste grove berekeningen van de ambities. Bij de verdere uitwerkingen komt er meer duidelijkheid over de cijfers. Dit kan leiden dat de kosten naar beneden of naar boven worden bijgesteld;
-
Als uitgangspositie hebben we genomen dat het Rijk en provincie Noord-Brabant een hele grote bijdrage gaan verrichten om de ambities van de spoorzone (verdiept spoor) te realiseren (95%). Als deze partijen niet de gewenste bijdrage leveren voor onze gewenste ambities dan zullen deze worden bijgesteld.
-
Voor de grondexploitatie Oss West is een eerste grove berekening gemaakt. Een wijziging in het plan en/of programma kan een grote financiële impact hebben. Deze leggen we uiteraard altijd aan de gemeenteraad voor;
-
De beheer- en onderhoudskosten van de plannen zijn nog niet meegenomen en worden bij uitwerking van de plannen uiteraard wel vertaald naar de programmabegroting.
34
34.065
Aanvullende toelichtingen Binnenstedelijke transformaties Binnenstedelijke transformaties hebben als doel om de leefbaarheid wonen-werken te verbeteren en toekomstbestendig te maken. Hierbij houden we onder andere rekening met woningbouwambities, energietransitie, bereikbaarheid, klimaatadaptatie en bestuurlijke ambities voor specifieke gebiedsontwikkelingen. De binnenstedelijke transformaties gaan gepaard met hoge investeringskosten en lange doorlooptijden. Een deel van de kosten zijn op termijn door de ontwikkeling terug te verdienen en een deel zijn onrendabele toppen. Bij het terugverdienen kijken we onder andere naar de mogelijkheden van meer woningbouw, kostenverhaal, samenwerking met private partijen. Om de onrendabele toppen af te dekken hebben we een aanvullend investeringsbudget nodig. Bij het afdekken van deze onrendabele toppen onderzoeken we ook de mogelijkheden van bijdrage/fondsen van onder andere provincie, Rijksoverheid en Europa. Bij deze verzoeken is in beginsel een gemeentelijke bijdrage (cofinanciering) nodig om de onrendabele top mee af te dekken. Op basis van de huidige inzichten is de verwachting dat voor de komende 10 jaar (2022-2031) voor onder andere de projecten Euterpelaan en de gebiedsontwikkeling Raadhuislaan Zuid een bedrag benodigd is tussen de € 8 en € 12 miljoen.
Voor de gebiedsontwikkeling Raadhuislaan is nog geen financiële verkenning gemaakt. Deze maken we in het najaar 2021. Deze is budgettair neutraal opgenomen. We benadrukken dat dit een eerste grove raming is en de bedragen in deze fase niet worden toebedeeld aan een bepaald project. Uitgangspunt is om per gebiedstransformatie een sluitende businesscase/grondexploitatie op te stellen. We zetten er op in dat we de kosten zoveel mogelijk drukken en de opbrengsten optimaliseren, we houden hierbij rekening met de bestuurlijke ambities. Bovenwijkse voorzieningen Bovenwijkse voorzieningen zijn voorzieningen op het gebied van de infrastructuur waar meerdere gebieden profijt van hebben. Onder deze bovenwijkse voorzieningen hebben we de ambities van het “mobiliteitsplan 2022 in voorbereiding”, een ontsluitingsweg Oss West en fase 3 van de ontsluitingsweg Oss Noord opgenomen. Mobiliteitsplan in voorbereiding Het voornemen is om in het jaar 2022 een mobiliteitsplan op te leveren. Op basis van de eerste schetsen wordt in dit concept geïnvesteerd in snelle, comfortabele en veilige fietsroutes binnen het stedelijke gebied en vanuit de stad naar de omliggende kernen. Daarnaast gaan we hierbij in op het autostructuur netwerk. Op basis van dit mobiliteitsplan stellen we een uitvoeringsagenda op. Voorlopig reserveren we voor de periode 2022-2031 een investeringsbedrag van € 2 miljoen.
Het plan wordt met een uitvoeringsagenda nog aan de gemeenteraad voorgelegd. Ontsluitingsweg Oss West De ambities op het gebied van wonen en werken hebben consequenties voor de bereikbaarheid en infrastructuur van onze stad. Om de effecten van de woningbouwambities op het wegennet te beoordelen is een robuustheidtoets (Goudappel, juni 2021) uitgevoerd. Dit laat een toename van het verkeer zien wat mogelijk tot knelpunten in de verkeersafwikkeling (file) zal leiden. Dit betekent dat opwaardering van het bestaande wegennet of uitbreiding van de infrastructuur nodig is om de woningbouwontwikkeling aan de westzijde van de stad mogelijk te maken. In een vervolgstudie wordt onderzocht wat de beste oplossing is voor de stad (ontsluitingsweg Oss West). De kosten voor de aanleg van een ontsluitingsweg Oss West is op basis van kengetallen grof geraamd op circa € 28,5 miljoen. Dit bedrag is exclusief de kosten voor een ongelijkvloerse kruising met het spoor. Deze is vooralsnog onderdeel van de ambities spoorzone Oss. Deze is opgenomen bij de verbetering fysieke kwaliteit leefomgeving.
35
Ontsluitingsweg Oss-Noord fase 3 Voor de ontsluitingsweg Oss-Noord (fase 1 en fase 2) zijn al financiën beschikbaar. De besluitvorming over fase 3 van de noordelijke ontsluitingsweg (tussen de Kennedybaan en de Gewandeweg) is gekoppeld aan de ontsluiting van de woningbouwontwikkelingen in het westen en noorden van Oss. De toename van verkeersdruk en mogelijke knelpunten op ons wegennet als gevolg van deze woningbouwontwikkelingen worden momenteel in beeld gebracht. Op basis hiervan bepalen we welke hoofdwegenstructuur gewenst is voor een toekomstbestendige regionale en lokale bereikbaarheid. Dit bepaalt mede of en hoe we de derde fase van de noordelijke ontsluitingsweg uitvoeren. De kosten voor de aanleg van deze fase hebben we voorlopig geraamd op circa € 5,7 miljoen. Verbetering fysieke kwaliteit leefomgeving Het gaat hierbij om investeringen die een verbetering opleveren van de kwaliteit van de leefomgeving. Hieronder verstaan we de investeringen op het gebied van landschappelijke waarden, natuur en netwerkvoorzieningen. Netwerkvoorzieningen betreffen de voorzieningen op het gebied van de infrastructuur waarvan de gehele gemeente profijt van heeft. We hebben op dit gebied een drietal strategische ambities waarvoor we geld willen reserveren.
Het gaat hierbij om de ambities van Groen Blauw Natuur, vergroening Noordelijke ontsluitingsweg en de ambities van de spoorzone Oss (verkenning spoorzone). We benadrukken dat deze plannen nog allemaal opgesteld moeten worden. Nog op te stellen Groen Blauw Natuur plan en vergroening Noordelijke Randweg Het Groen Blauw Natuur plan wordt voorbereid. Het gaat hierbij om projecten op het gebied van uitbreiding natuur en verbetering biodiversiteit. De vergroening van de Noordelijke ontsluitingsweg is geen specifiek project binnen het Groen Blauw Natuur plan. De vergroening van de Noordelijke ontsluitingsweg zal in samenhang met het voorgenomen project “stadsrand en stad” worden opgesteld. Projecten op dit gebied werden in het verleden betaald uit de reserve groenfonds landelijk gebied. Deze reserve werd onder andere gevoed vanuit een bijdrage van € 5 per m2 voor uitbreidingslocaties woningbouw. Deze bijdrage komt te vervallen. De bijdrage voor de verbetering fysieke kwaliteit leefomgeving komt hiervoor in de plaats. We schatten in dat de reserve landelijke groenfonds voor de periode tot en met 2031 aangevuld moet worden met circa € 1,3 miljoen. De reserve landelijke groenfonds heeft dan € 1,8 miljoen te besteden aan het Groen Blauw Natuur plan voor de periode 2022-2031 en de vergroening van de Noordelijke ontsluitingsweg. Deze plannen leggen we nog aan de gemeenteraad voor.
Ambities spoorzone Voor de ambities van de spoorzone verkennen we twee oplossingsrichtingen: -
Verdiept spoor;
-
Interwijkverbinding Ravenstein.
De ambitie van het verdiept spoor is bij de berekeningen als uitgangspositie genomen. Movares heeft de interwijkverbinding Ravenstein op € 7 miljoen geraamd. De interwijkverbinding Ravenstein is een voorwaarde om de woningbouw ambities daar te kunnen realiseren. De kosten van deze investering zijn aan de grondexploitatie Ravenstein Stationskwartier toegerekend. Uit een actuele doorrekening komt naar voren dat de grondexploitatie Ravenstein Stationskwartier deze kosten kan dragen. De grondexploitatie komt dan nagenoeg neutraal uit. Voor het verdiept spoor gaan we vooralsnog uit van een eigen gemeentelijke bijdrage van € 125 miljoen. Dit bedrag is gebaseerd op de eerste hele grove cijfers van het adviseurs-/ingenieursbureau Movares. Bij deze opzet is uitgegaan dat het Rijk en provincie Noord-Brabant nog een veel groter deel van de kosten voor hun rekening zullen nemen. In deze opzet zijn we ervan uitgegaan dat het Rijk en de provincie 95% van de kosten voor haar rekening neemt. Movares raamt de kosten voor het verdiept spoor van de gemeente Oss grof op € 2,5 miljard. Het vergt een hele grote (financiële) inspanning en lobby-traject om deze ambities te kunnen realiseren. Met deze reserve willen we een aanvang maken om gelden vrij te maken om deze ambities te kunnen realiseren. Het traject wat hiermee wordt ingezet is een traject van een lange adem.
36
Nota kostenverhaal De taskforce heeft opdracht gekregen om te zoeken naar mogelijke dekkingsmiddelen om de kosten van de ambities ruimtelijke opgaves mee te betalen. Eén van deze dekkingsbronnen is het optimaal gebruik maken van het verhalen van kosten. De kosten die de gemeente maakt om ontwikkelingen van woningbouw, bedrijvigheid, kantoren, winkel-, sport- en schoolvoorzieningen, natuur- en recreatieve voorzieningen te realiseren worden deels bij degene die profijt heeft van de voorzieningen “in rekening gebracht”. Dit in rekening brengen van deze kosten heet het verhalen van de kosten ofwel kostenverhaal. De nota kostenverhaal gaat in op bestaande verhaalsmogelijkheden en beschrijft de nieuwe verhaalsmogelijkheid voor bovenwijkse voorzieningen (bijdrage bovenwijkse voorzieningen) en voor verbetering fysieke kwaliteit leefomgeving (bijdrage bovenwijkse netwerkvoorziening). Deze kostenverhaal geldt dan overigens ook voor onze eigen grondexploitaties. Vanuit deze exploitaties moeten we dan ook een bijdrage doen voor bovenwijkse voorzieningen en voor bovenwijkse netwerkvoorzieningen. De nota kostenverhaal leggen we apart aan de gemeenteraad voor. Financiële dekking De financiële dekking van de ambities ruimtelijke opgaves is opgebouwd uit 5 bronnen, te weten: -
Bijdrage kostenverhaal;
-
Resultaten grondbedrijf;
-
Reserve mobiliteit met de structurele voeding;
-
Bijdrage Rijk/provincie/subsidie mogelijkheden;
-
(toekomstige) offerte Programmabegroting.
Deze lichten we hieronder verder toe. Bijdrage kostenverhaal De invoering van de bijdrage kostenverhaal voor de bovenwijkse voorzieningen levert een bedrag van circa € 9,7 miljoen op voor de periode 2022-2030. Dit bedrag zetten we in om de ambities van de bovenwijkse voorzieningen voor een deel te betalen. De invoering van de bijdrage bovenwijkse netwerkvoorzieningen levert een bedrag van circa € 6,3 miljoen op voor de periode 2022-2030. Dit bedrag zetten we in om de ambities van de verbetering fysieke kwaliteit leefomgeving voor een deel te betalen. Resultaten grondbedrijf
Vrijval Algemene BedrijfsReserve (ABR) grondbedrijf
De winsten en verliezen van de grondexploitaties worden verrekend met de ABR van het grondbedrijf. Met deze ABR worden de risico’s van het grondbedrijf afgedekt. Het risicobedrag berekenen we met behulp van de methode Monte Carlo analyse. Met deze analyse dekken we risico’s die binnen een project kunnen optreden af. De vrijval ABR is het verschil tussen het aanwezige bedrag in de ABR en het berekende risicobedrag. Dit bedrag kunnen we inzetten. Het voorstel is om de vrijval ABR eerst in te zetten voor de reserve strategische aankopen uitbreidingslocaties. Deze reserve is noodzakelijk om een actief grondbeleid te kunnen uitvoeren zodat de gemeente zelf de regie heeft bij de ontwikkeling van woningbouw en industriegronden. Vervolgens is het voorstel om de vrijval van de ABR te bestemmen voor de ambities ruimtelijke opgaves. Hierbij merken we op dat de relatie met ambities binnenstedelijke transformaties het sterkst is. De binnenstedelijke transformaties hebben ook tot doel om de woningbouwambities mede te realiseren. Hierbij is sprake van het zogenaamde zuur afdekken met het zoet. Het zuur van de binnenstedelijke transformaties afdekken met het zoet van de woningbouwlocaties in de uitleggebieden. Het restant van de vrijval ABR zetten we in om de overige ambities van de ruimtelijke opgaves af te dekken.
37
Prognose resultaten toekomstige grondexploitaties
In de berekeningen van de resultaten van het grondbedrijf hebben we ook de prognose resultaten van de zogenaamde “toekomstige” grondexploitaties opgenomen. Deze plannen moeten nog uitgewerkt worden en de bijbehorende grondexploitaties moeten nog door de gemeenteraad worden vastgesteld. Voor een aantal toekomstige grondexploitaties hebben we eerste prognoses berekend omdat zij een grote financiële impact hebben. Bij Oss West rekenen we op basis van de eerste berekeningen op een bedrag van circa € 61 miljoen. Deze winst is voor de periode 2031 tot en met 2037 ingerekend. Reserve mobiliteit In deze reserve storten we jaarlijks een bedrag van € 250.000 vanuit de reguliere begroting en een bedrag van € 245.000 vanuit het parkeerbedrijf. Deze middelen zetten we in voor het meerjarig investeringsprogramma mobiliteit. We willen de reserve mobiliteit volledig inzetten om de grote mobiliteitsopgaves te betalen. Het voorstel is daarom deze gelden toe te voegen aan de reserve bovenwijkse voorzieningen en de reserve verbetering fysieke kwaliteit leefomgeving. In deze reserves zijn de grote mobiliteitsopgaves ondergebracht. Bijdrage Rijk/provincie/subsidie mogelijkheden We onderzoeken de mogelijkheden die er zijn om een bijdrage van het Rijk en provincie te krijgen. De lobby op deze onderdelen is –mede gezien de grote bedragen- van groot belang.
(Toekomstige) Offerte Programmabegroting De eerste financiële doorrekening leidt nog tot tekorten. Op grote lijnen zien we tekorten bij de ambities van een ontsluitingsweg Oss West (circa € 3 miljoen) en bij de plannen van de spoorzone (een bedrag van circa € 35 miljoen). Om te sparen voor de ontwikkeling van de spoorzone is een bedrag nodig van € 750.000. We nemen dit bedrag op in deze programmabegroting 2022-2025 (jaarschijf 2025). De uitvoering van de ambities leidt ook tot een toename van de beheer- en onderhoudskosten. De verwachting is dat het beheer- en onderhoud van de ambities op het gebied van de binnenstedelijke transformaties en de ambities van de bovenwijkse voorzieningen kunnen worden afgedekt door de toename van de OZB-inkomsten in deze gebieden. Het uitgangspunt is namelijk om de toename van de beheer- en onderhoudskosten van het areaal in de openbare ruimte af te dekken uit de extra OZB inkomsten die deze plannen opleveren. Andere beheer- en onderhoudskosten gekoppeld aan diverse ambities kunnen wel leiden tot extra kosten, die bij de uitwerking van de plannen opgenomen moeten worden.
38
Versterking van de organisatie Uitvoering onder druk Al een aantal jaren merken we dat de uitvoering van onze gemeente onder druk staat. Dat leidt soms tot vertraging, niet kunnen leveren, met de daarbij behorende irritaties bij inwoners en raad. Eind 2019 hebben de burgemeester en de gemeentesecretaris een presentatie voor de gemeente raad verzorgd, waarin het “ piepen en kraken “ nader is toegelicht. Het liep vast op onderdelen. Voorafgaand aan die presentatie hebben wij een benchmark laten uitvoeren en ons laten vergelijken met andere gemeenten van onze omvang. De conclusie was dat onze gemeente met circa 9 miljoen minder aan personeelsbudget werkt. Deze uitkomst objectiveerde ons gevoel en de gang van zaken. In 2020 hebben we de raad een keuze document voorgelegd: de Prioriteitennota. Daarin hebben we beschreven welke werkzaamheden en projecten we wel konden uitvoeren en welke niet. Kiezen en duidelijk maken wat van tafel viel of uitgesteld werd. Bovendien hebben we in de Prioriteitennota beschreven dat we circa 40 fte nodig hadden om alle wensen te realiseren. Daarmee zouden we de basis op orde krijgen, nieuwe taken die zich aandienden kunnen uitvoeren en winnen aan strategische slagkracht die past bij het gewenste 100.000 profiel.
In de begroting van 2021 is wel € 1,5 miljoen beschikbaar gesteld om de uitvoering in de WMO aan te kunnen, bij Vastgoed een aantal basisfuncties te kunnen vervullen en het functiehuis op niveau te brengen. Daarnaast heeft de raad bij de behandeling van de Prioriteitennota 2021 een motie aangenomen over de 100.000 gemeente. Het college kreeg de opdracht een organisatievisie voor te leggen hoe de organisatie kan toegroeien naar een 100.000 gemeente. Gelijktijdig met de kadernota 2022-2025 hebben we deze visie gepresenteerd. Eén van de onderdelen van de visie is strategisch personeelsmanagement: wat is nodig aan menskracht. Bij de organisatievisie hebben we de volgende eerste indicatie afgegeven:
Beleidscapaciteit op het gebied van: Werk en Inkomen, Zorg, Maatschappelijke Ontwikkeling, Energie, Verkeer en Vervoer en Veiligheid.
Uitvoeringskracht om beleid te vertalen naar werkinstructies op het gebied van het sociaal domein en openbare ruimte.
Verander opgaven in de samenleving: gebiedsmakelaar agrarische visie, milieutaken na invoering Omgevingswet, vroegsignalering schuldenproblematiek.
Privacy en Informatie veiligheid: zowel op concern niveau als in de uitvoering van het sociaal domein.
Informatisering, digitalisering en data gesteund werken: zowel in de primaire processen als in de centrale afdeling ICT.
Woningbouw/vastgoed: projectleiders, makers van bestemmingsplannen, planeconomen
Ondermijning en veiligheid: medewerkers bij Publiekscentrum voor adresonderzoeken, Bibob breder inzetten.
Versterking van Communicatie, Inkoop en Facilitair op centraal niveau
De afgelopen maanden hebben we dit verder uitgewerkt. We hebben de inventarisatie van de Prioriteiten nota tegen het licht gehouden, nieuwe taken en opdrachten geïnventariseerd,- waaronder de versnelling van de woningbouw- en kritisch gekeken naar wat nodig is om de basis op orde te brengen, uitstekende dienstverlening uit te voeren en te kunnen werken als een 100.000 gemeente. Wij komen uit op circa 40 fte, die wij de komende jaren willen werven. Voor een deel betaald uit bestaande budgetten, voor een deel door de kosten ten laste te brengen van het grondbedrijf en voor een deel via de inzet van de reserve integraal voorzieningenbeleid. Dit is nog een grote uitdaging gezien de toenemende krapte op de arbeidsmarkt. In het onderstaande werken we dit verder uit in vier paragrafen: 1.
Een samenvatting van de organisatievisie, zoals eerder gepresenteerd;
2.
Een samenvatting van de personele benchmark die eerder is uitgevoerd;
3.
Concretisering van de gelden 2021. Hierbij is concreet aangegeven hoe de extra middelen uit de programmabegroting 2021-2024 zijn c.q. worden besteed;
39
4.
Uitwerking toekomstbestendige 100.000+ organisatie: op welke plekken willen we onze organisatie (gefaseerd) versterken. Het gaat hierbij nadrukkelijk om het versterken van de basis op orde en ook om als organisatie door te groeien naar een 100.000+ organisatie.
Organisatievisie Voor de ontwikkeling van de organisatie hebben we een visie opgesteld. Bij de Prioriteitennota hebben we die met u gedeeld. Hieronder geven we een samenvatting. Oss is een middelgrote woon- en werkstad die richting de 100.000 inwoners groeit. Dat brengt verschillende kansen en uitdagingen met zich mee. We kennen de uitdagingen van een middelgrote stad én die van het platteland. We hebben te maken met een grote diversiteit waaruit een bijzondere kracht voortkomt, maar tegelijkertijd ook veel complexiteit met zich meebrengt. Niet altijd makkelijk, maar vooral een geweldige uitdaging om aan te werken. De gemeentelijke organisatie van vandaag en morgen koppelt klassieke waarden als betrouwbaarheid, rechtsgelijkheid, rechtmatigheid en verantwoording aan hedendaagse oriëntaties als veerkracht, wendbaarheid, realisatiekracht en nabijheid. We maken nog altijd beleid en voeren dat uit. Maar we doen dat steeds vaker in netwerken. We spelen soms eerste viool, maar moeten ons ook kunnen laten leiden door de samenleving. We doppen onze eigen boontjes, maar doen dat ook graag, en soms verplicht, in regionale verbanden. We moeten het hebben van standaardiseren en digitaliseren, en van maatwerk en mensenwerk. Organiseren als werkwoord is complexer geworden. We oriënteren ons op: -
We zijn een middelgrote woon- en werkstad die alles in zich heeft. We zijn en- en.
-
Basis op orde: we werken aan verbeteringen en vernieuwingen die maken dat de dienstverlening en het werk makkelijk en goed loopt
-
100.000+ gemeente: we willen meer strategische realisatiekracht binnen de gemeente, de regio en het land.
We ontlenen inspiratie aan: -
Het NSOB model (zie organisatievisie). Dit gaat over rollen die de overheid inneemt in samenhang met de samenleving. Het belangrijkste daarvan is dat we als ambtelijke organisatie beter moeten worden in netwerken, faciliteren en overlaten aan die samenleving. Dit staat naast de rollen die we ook hebben en houden op het gebied van rechtmatigheid en de presterende overheid.
-
Het Koersdocument 3x3. De kernbegrippen daarin zijn o.a. vakmanschap, samenwerken en werken volgens de bedoeling.
-
De Global Goals. Die zijn zo verweven met wat we doen dat ze soms onzichtbaar lijken.
We weten waar we vandaan komen, we kennen onze sterktes en zwaktes, we hebben belangrijke inspiratiebronnen en we weten waar we naartoe willen. In een veranderende omgeving investeren we in: -
Onze besturingsfilosofie en -model: een helder verhaal over lijnmanagement, programmamanagement en zelfmanagement, over opgaven, opdrachtgever\-nemerschap en eigenaarschap, over team, samenwerken en presteren;
-
Werken volgens de bedoeling: we trainen onszelf om om te gaan met lastige vragen als “Wat zeggen de regels dat hier moet, en wat is de bedoeling van die regels eigenlijk? Wat helpt hier echt?”;
-
Strategische slagkracht: we steunen raad, bestuur en organisatie in het maken en zeker ook vasthouden van een meerjarige koers, passend bij de gemeente en de opgaven waar we voor staan. We investeren in de ontwikkeling van netwerken en lobbykracht, het smeden van coalities in de samenleving, we verzwaren het functiehuis, we breiden formatie uit enzovoort.
-
Projectmatig werken: we zijn een sterke, informele en collegiale organisatie die kan winnen aan realisatievermogen door gestructureerde en gedisciplineerder te werken. Voor grote projecten richten we een projectenbureau in.
40
-
Digitalisering en datagesteund werken. Digitalisering is goed voor de dienstverlening aan inwoners en voor de efficiency van werkprocessen. Datagesteund werken maakt dat we betere besluiten nemen. Dit betekent investeren in ICT maar zeker ook in digitale vaardigheden van zowel beleid als uitvoering.
-
Strategische personeelsontwikkeling en –planning. De ontwikkeling van mensen is essentieel. Het is essentieel voor de kwaliteit en continuïteit van onze dienstverlening, beleidsontwikkeling, ketensamenwerking of regievermogen. Maar ook omdat we graag een aantrekkelijk werkgever willen blijven. Voor jong en oud, man of vrouw, doorgewinterd ambtenaar of zij-instromer. We investeren in vakmanschap en ontwikkelperspectieven. We investeren in vervanging, gegeven de golf aan uittreders komende 10 jaar;
-
Excellente uitvoering en gezonde zakelijkheid. Onze gemeente heeft een enorme kracht, namelijk bevlogen medewerkers doe de ruimte pakken om zelfstandig te werken. Het informele zorgt voor swung, trots en snelheid. We vullen dit aan met zakelijkheid, met afspraken over opdrachtgever en –opdrachtnemerschap, met af en toe stil staan of we dit wel zouden moeten doen. Het optimaliseren en digitaliseren van werkprocessen zorgt ervoor dat we meer tijd hebben voor vernieuwing en complexe vraagstukken. We investeren in uitvoering en ontwikkeling van de cultuur richting meer afspreken, aanspreken en standaards.
En tot slotte is het van belang om te kiezen en te prioriteren. We vragen om prioriteiten te stellen, koersvast te blijven en keuzes in het licht van het lange termijn perspectief te maken. Ook na de versterking van organisatie zal bij nieuwe ambities of nieuwe taken herprioritering nodig zijn. Uitkomsten personele benchmark Medio 2019 is door het bureau Berenschot een benchmark uitgevoerd, waarbij onze formatie en kosten vergeleken zijn met referentiegemeenten. Uitgangspunt daarbij was de begroting 2019. Referentiegemeenten zijn gemeenten die qua omvang, samenstelling, sociale structuur e.d. vergelijkbaar zijn met onze gemeente. De conclusie uit deze benchmark was: "De totale apparaatskosten (primair proces en overhead) per inwoner zijn 9% lager dan gemiddeld (= - € 9 miljoen)." Dit is substantieel te noemen. Onder apparaatskosten verstaat Berenschot de loonkosten, inhuurkosten, materiële kosten en kosten van taken belegd bij derden (en gecorrigeerd voor opbrengsten uit diensten voor derden). De lagere apparaatskosten zijn te verdelen in: -
Primair proces (diensten en producten voor burgers): 6% lagere kosten en dit is een bedrag van - €4,7 miljoen. De beleidsformatie bij cluster Ruimtelijke ordening, WABO en volkshuisvesting liggen hoger dan gemiddeld. Bij de clusters openbare orde & veiligheid, Wmo, Jeugd en kunst/ cultuur/ oudheidkunde liggen de kosten lager.
-
Overhead: 21% lagere kosten en dit is een bedrag van - € 4,3 miljoen. Aandachtspunten met lagere kosten waren: Informatisering & automatisering, bestuurszaken en -ondersteuning, Financiën & Control en Personeel & Organisatie.
De lagere apparaatskosten zijn dus redelijk gelijk te verdelen over het primaire proces en de overhead. Op beide onderdelen scoren we een stuk onder het gemiddelde. Andere opvallende zaken uit de benchmark: -
Qua salarisschalen hebben we als gemeente relatief:
veel medewerkers in schaal 4
veel medewerkers in schaal 10/ 10a en relatief minder in schaal 11 en 12.
-
Het ziekteverzuim is hoger dan gemiddeld (5,5% t.o.v. 5,1 %)
-
Het begrote opleidingsbudget per medewerker is 18% lager dan gemiddeld
Met de eerder beschikbaar gestelde bedragen in 2021 is hierin een eerste verbeterslag gemaakt.
41
We hebben naar aanleiding van de benchmark o.a. bij de ruimtelijke afdelingen nader onderzoek gedaan. Dit omdat het ook daar piept en kraakt. Het zelf maken van bestemmingsplannen, de nieuwe omgevingswet, de energietransitie, de hoge ambities zowel in verstedelijking (o.a. woningbouw) als in het buitengebied (transitie landelijk gebied), verklaart een deel van de verschillen. Daarnaast hebben we voor onze manier van werken het traject ‘Meer door anders’ ingezet. Hierbij wordt meer ruimte en vertrouwen gegeven aan inwoners en bedrijven, en nemen we zaken niet meer over, laten het initiatief bij de inwoner en markt maar faciliteren en begeleiden. De nieuwe werkwijze via de intaketafel is een van de resultaten van dit traject. Concretisering gelden 2021 In de programmabegroting 2021 is geïnvesteerd in de organisatie met structurele en incidentele middelen op de volgende gebieden Prioriteit 2021
Bedrag
Besteed aan
Uitvoering sociaal
€ 570.000
WMO uitvoering: € 522.700
domein
jaarlijks
Inkoop en contractmanagement t.b.v. dashboard sociaal domein: € 77.300
Restant is inverdiend binnen WMO algemeen (- € 30.000).
Projectleider vastgoedontwikkeling (1 fte)
Uitbreiding capaciteit
€ 92.000
grondcomplexen
jaarlijks
Basis op orde/
€ 370.000
basis op orde vastgoed: € 108.000
knelpunten woningbouw
jaarlijks
inrichten projectenbureau, inclusief ondersteuning:
€ 260.000
€ 420.000 voor versterking strategische slagkracht. Het
Ontwikkeling
€ 470.000
strategische slagkracht
jaarlijks
Investeringsimpuls
€ 3.123.000
Dit geld is in de reserve IVB gestort en de verantwoording
ontmoeten, sport en
eenmalig,
hiervan vindt plaats via de reguliere P&C cyclus. De reserve
aanpassen van functiewaarderingen
cultuur
€ 50.000 voor de invoering projectmanagement systeem
wordt ingezet in de geprioriteerde projecten, zoals deze opgenomen zijn in de programmabegroting. Dit geld is deels bestemd voor capaciteit.
Impuls ICT
€ 90.000
€ 30.000 voor voorbereidingen Cloud
jaarlijks
€ 60.000 voor informatieveiligheid
Versterking van de organisatie Een versterking van de organisatie is noodzakelijk. Versterking in kwalitatieve zin, zoals beschreven in de organisatievisie, en ook in kwantitatieve zin. De benchmark en de discussie rondom de prioriteitennota vorig jaar gaf dit ook aan. De versterking van de organisatie is noodzakelijk omdat het op onderdelen in de organisatie “piept en kraakt”. Het is belangrijk om ervoor te zorgen dat de basis op orde is en blijft. Daarnaast is versterking van de organisatie noodzakelijk om goed uitvoering te kunnen geven aan onze ambities en aan wettelijke taken die op ons af komen. In deze paragraaf geven we de noodzakelijke kwantitatieve versterking aan. In totaal is het op termijn noodzakelijk om de organisatie te versterken met circa 40 fte en circa 8 fte tijdelijk. Een deel van deze uitbreiding kunnen we financieren uit: -
esultaten van kritische beoordeling van lokale en regionale personele budgetten binnen het sociaal domein;
-
het grondbedrijf (ten laste van diverse (toekomstige) grondexploitaties);
-
de beschikbare reserve IVB.
42
We beschreven het proces van de afgelopen jaren met de benchmark, de Prioriteitennota en de Organisatie visie. Graag zetten we de inhoudelijke onderbouwing voor de uitbreiding op een rij. De benodigde fte’s dragen bij aan: -
De basis op orde brengen: in een groot aantal gevallen is sprake van te weinig mensen die het werk kunnen uitvoeren, waardoor de uitvoering stagneert en/of we risico’s lopen: denk aan Inkoop, Veiligheid, aan werkzaamheden rond privacy, bij milieutaken, de adresonderzoekers bij Burgerzaken, bij onze kinderboerderij de Elzenhoek, bij de uitvoering van Bibob-onderzoeken en herstructurering woonwagenlocaties.
-
Intensivering van beleid/ 100+: o
De uitvoering van uitstekende dienstverlening al dan niet door nieuw beleid: voorbeelden zijn inspelen op ontwikkelingen in de agrarische sector – zoals stoppende boeren en vrij komende agrarische bebouwing - en de vroegsignalering bij schuldhulpverlening
o
Het vergroten van de strategische beleidscapaciteit in de geest van de organisatie visie/ 100.000 plus. Beleidscapaciteit die bijdraagt aan meer samen met de samenleving en aansluiten bij wat daar gebeurt. Ook beleidscapaciteit die bijdraagt ook lobby-kracht en regionale en bovenregionale samenwerking. Voorbeelden zijn de capaciteit van Mens en Maatschappij.
o
Tenslotte capaciteit die bijdraagt aan de 100.000 gemeente gekoppeld aan nieuwe taken en ambities: voorbeelden zijn de energie transities, mobiliteitsvraagstukken en grondverwerving/ planeconomie als gevolg van de versnelling woningbouw, het data gesteund werken de komende jaren.
Voor 2 concrete posten vragen we een incidenteel budget voor 2022. Namelijk voor de invoering van de omgevingsvisie/ -wet en voor de uitvoering van de digitaliseringsagenda in het sociaal domein. Het totaal ziet er als volgt uit: Structureel: bedragen * €1.000 Structurele formatie
FTE
Sociaal domein Ruimtelijk/ economisch Dienstverlening/ bedrijfsvoering
2022
2023
2024
2025
11
904
944
944
944
17,6
1.277
1.463
1.463
1.463
11
508
902
902
902
-843
-843
-843
-843
39,6
1.846
2.466
2.466
2.466
2022
2023
2024
2025
189
189
142
142
-189
-189
-142
-142
-
-
-
Totale dekking Totaal
Incidentele formatie Voorzieningenbeleid
FTE 2,2
t.l.v. reserve IVB Digitalisering sociaal domein
0,7
380
Omgevingswet
5,9
1.129
Totaal
8,8
1.509
43
Samenvatting per opgave Onderstaand een samenvatting per opgave: Sociaal domein Bedragen * € 1.000 Nr
Post
FTE
2022
2023
2024
2025
0,6
-
40
40
40
2 Vroegsignalering schuldhulpverlening
3
223
223
223
223
3 Ondersteuning gemeenschapshuizen
0,4
50
50
50
50
Intensivering van beleid / 100+ 1 Bewindvoering schuldhulpverlening
4 Beleidscapaciteit
4
376
376
376
376
-188
-188
-188
-188
8
461
501
501
501
5 Kwaliteitsmedewerker
1
83
83
83
83
6 Consulent schuldhulpverlening
1
78
78
78
78
7 Programmamanager P3
0
12
12
12
12
8 AVG specialist/Kwaliteitsmedewerker
1
83
83
83
83
Dekking Totaal Basis op orde
Dekking
-255
-255
-255
-255
Totaal
3
0
0
0
0
Totaal
11
461
501
501
501
0,67
380
Inhuurbudget incidenteel 10 Projectleider digitalisering Korte toelichting: Intensivering van beleid 1/2. Bewindvoering en vroegsignalering schuldhulpverlening: we vinden het van groot belang om extra in te zetten op de uitvoering van schuldhulpverlening. De kosten voor bewindvoering zijn fors en groeiend, en lastig te beïnvloeden door de gemeente. Wij hebben het voornemen om met bewindvoerders in Oss en regio een convenant te sluiten en met elkaar kwalitatief goede en passende ondersteuning te bieden. Er zijn inwoners die ook geholpen zijn met budgetbeheer e.d. en waarbij bewindvoering niet (meer) nodig is. Deze nieuwe manier van werken (gezamenlijke gesprekken) vraagt extra capaciteit (0,6 fte) bij het team Schuldhulpverlening. Deze financieren we in 2022 tijdelijk uit de coronacompensatie voor SHV en reserve Participatiebevordering. Sinds 2021 is vroegsignalering een nieuwe wettelijke taak bij schuldhulpverlening. Wij ontvangen hiervoor geen extra Rijksmiddelen. Wij hebben een systeem waarop relevante organisaties kunnen melden als er sprake is van betalingsachterstanden. Wanneer deze signalen er zijn, sturen wij de betreffende inwoner een bericht met het aanbod om hierover in gesprek te gaan. Voor een effectieve aanpak is meer nodig. Wij willen actief op huisbezoek gaan bij de inwoners in de meest problematische situaties.
Dit kost 3 fte aan extra capaciteit bij het team Schuldhulpverlening. 3.
Ondersteuning gemeenschapshuizen: Het project laagdrempelig ontmoeten "Thuis in de Buurt" bepleit geen radicale breuk met de bestaande praktijk van de wijk- en dorpshuizen. De stichtingsbesturen zetten zich al jaren met ziel en zaligheid om het wijk- of buurthuis zo goed mogelijk te laten functioneren in de gemeenschap. We willen echter ook breder kijken en het gemeenschapshuis nog beter laten aansluiten op de behoeften van de omgeving en die van kwetsbare inwoners. Die stip op de horizon vergt een nieuwe opdracht en ontwikkelpad. Die transitie willen we zorgvuldig begeleiden, aansluitend op wat de besturen zelf kunnen en nodig hebben. Om deze transitie waar te kunnen maken stellen we voor om € 50.000 structurele extra kosten op te nemen. Dit voor extra structurele personele capaciteit om het geheel in
44
goede banen te leiden. Hierbij denken we aan het goed begeleiden en ondersteunen van de vrijwilligers om de veranderopdracht te doen welslagen. 4.
Beleidscapaciteit: we hebben extra beleidscapaciteit nodig voor zowel de basis op orde als voor beleidsintensiveringen. Deze capaciteit is nodig voor belangrijke ontwikkelingen binnen programma 1, 2 en 3. Belangrijke ontwikkelingen binnen programma 1 liggen op het gebied van Wonen/ welzijn & zorg, de relatie tussen de omgevingswet en sociaal domein, versterking Zorg en Veiligheid, lokale ontwikkelagenda Wmo, waaronder o.a. gebiedsgericht werken en substitutie. Binnen programma 2 is er een extra beleidsmedewerker/ projectleider noodzakelijk door diverse wetswijzigingen, ontwikkelingen in samenwerkingsverbanden en lokaal en regionaal beleid. Binnen programma 3 is extra capaciteit noodzakelijk voor het opzetten van regionale netwerken, subsidiebeleid, -beheer en aanvragen, ten behoeve van amateur kunstensector, sturing op grote investeringen, regionale afstemming nieuwe gemeenten in regio etc. Het tekort aan beleidscapaciteit werd in de benchmark uit 2019 onderbouwd. Twee fte kunnen we binnen bestaande budgetten realiseren.
Basis op orde (5 tot en met 8) Voor 3 noodzakelijke formatie-uitbreidingen hebben we zelf financiële ruimte binnen de begroting gevonden. Deze willen we inzetten voor een kwaliteitsmedewerker Werk & Inkomen om te komen tot een goede vertaling van beleid naar de uitvoering. Daarnaast willen we een extra consulent schuldhulpverlening aantrekken om taken op dit gebied duurzaam goed te kunnen uitvoeren. Dit zijn taken die nu door een inhuurkracht met inzet van tijdelijke middelen worden uitgevoerd. Een kwaliteitsmedewerker die actief aan de slag gaat met de AVG is noodzakelijk. Er is veel te weinig capaciteit en kennis binnen het sociaal domein met betrekking tot AVG, privacy en ook DPIA’s uit te voeren. Onder de AVG is dit verplicht. Daarnaast hebben we een agenda voor datagesteund werken en digitalisering sociaal domein opgesteld. Die vereisen voorzieningen met betrekking tot gegevensuitwisseling en privacy. Een accenthouder/ kwaliteitsmedewerker voor dit onderwerp voor het hele sociale domein is een deel van de oplossing. Daarnaast is extra capaciteit nodig in de vorm van de privacy officer (zie onderdeel dienstverlenende organisatie). Incidentele claim 1.