Programmabegroting 2022-2025.PDF
Tekst van het document
Programmabegroting 2022-2025
1
Aanbiedingsbrief Beste leden van de gemeenteraad,
Met veel plezier bieden wij u de begroting 2022 – 2025 aan. Om meerdere redenen een bijzondere begroting. Ten eerste komt deze begroting tot stand in de tijd dat de directe corona ondersteuning vervalt en plaats maakt voor een herstelprogramma voor de lange termijn. Hoe de komende periode om te gaan met de economische en maatschappelijke gevolgen van COVID-19? In deze begroting staan we hier nadrukkelijk bij stil. Ten tweede is dit de laatste begroting van dit College. In maart 2022 vinden er gemeenteraadsverkiezingen plaats, die gevolgd worden door de vorming van een nieuw College. Met deze begroting rondt het huidige College het coalitie programma af. We kunnen al een beetje terugblikken en constateren dat wij heel veel van ons coalitieprogramma Kansen zien, kansen pakken hebben gerealiseerd. Voor de stad en de dorpen, voor de verenigingen en de ondernemers, met investeringen in mensen en samenlevingsopbouw. Een evenwichtig programma dat heeft bijgedragen aan het goede leven in onze gemeente. Daar zijn we trots op. En tenslotte is dit een bijzondere begroting door de grillige aanloop: we gingen in het voorjaar uit van code rood. Het beeld van de meicirculaire was negatief. In de zomerperiode, net voor de Kadernota, bereikten ons berichten dat het minder ongunstig werd en spraken we van code oranje.
Begin september maakte het Rijk bekend een flink bedrag beschikbaar te stellen voor jeugdzorg, niet alleen voor 2022, ook voor de jaren erna. Een commissie van wijzen had geoordeeld dat gemeenten jarenlang te weinig budget voor goede zorg had ontvangen. Het lobbywerk bleek niet voor niets. Tenslotte bleek aan het eind van de maand de september circulaire uiterst positief. Een verwacht tekort voor de komende jaren veranderde binnen een paar maanden in een veel ruimere financiële uitgangspositie met een vrij forse investeringsruimte. We maken op een gepaste manier gebruik van de mogelijkheden die zijn ontstaan, maar roepen het Rijk op om voor de komende jaar een meer standvastig en regelmatig financieel beleid te voeren met een grote mate van voorspelbaarheid. Natuurlijk zijn we blij met de positieve ontwikkeling, maar het is lastig begroten met al deze schommelingen en in een ander jaar kunnen deze zomaar negatief uitpakken voor onze begroting. Gehanteerde uitgangspunten -
Desalniettemin maken we dankbaar gebruik van de onverwachte ruimte. We trekken echter geen onverantwoorde wissel op de komende jaren. We gaan uit van solide en consistent financieel beleid, zoals dit altijd een uitgangspunt van het huidige College programma is geweest. Toen het in het voorjaar code rood leek, schoten we niet in de kramp en besloten we niet tot bezuinigingen over te gaan. Zorgvuldig met de middelen omgaan, was het adagium. Nu het beeld gunstig is, worden we niet uitbundig en kiezen we niet voor potverteren. We kiezen voor investeringen die Oss de komende jaren in staat stellen om een schaalsprong te maken.
-
Het College rondt af wat begonnen is en zet niet fors in op nieuw beleid. De nadruk ligt op de basis op orde en uitvoering. Zo is er ruimte voor de opvolgers in de nieuwe raadsperiode. Er is geld beschikbaar voor inhoudelijke keuzes die nog gemaakt moeten worden.
-
Voor verwachte risico’s en eventuele tegenvallers zetten we geld opzij, zodat er sprake is van een zorgvuldige overdracht. Onze gemeente dragen we financieel gezond over.
-
De benodigde fte’s die in kaart zijn gebracht, brengen de basis verder op orde en dragen bij aan het ‘100.000’ profiel. Ze bouwen voort op de benchmark van 2019, Prioriteitennota van vorig jaar en de Organisatievisie van dit jaar.
-
De lasten voor onze inwoners dalen licht. De OZB wordt slechts verhoogd met het inflatiepercentage. De verlaging wordt vooral mogelijk gemaakt door de nieuwe wijze van afvalinzameling, die zijn eerste vruchten afwerpt. Daarom kunnen we een financieel voordeel terug geven aan de inwoners.
2
-
In deze begroting houden we geen rekening met mogelijke meevallers in de nabije toekomst. Het is – met de kennis van nu – wel aannemelijk dat er meevallers in het verschiet liggen. Het Rijk heeft middelen toegezegd voor de energie transitie, wellicht wordt de opschalingskorting afgeschaft en de herverdeling van het gemeentefonds lijkt tot nu toe gunstig uit te pakken voor Oss. Vanuit zorgvuldig begroten, houden we dit nu buiten de begroting, omdat de definitieve besluitvorming door het nieuw te vormen kabinet nog moet plaatsvinden. Het positieve vooruitzicht draagt echter bij aan een stabiel financieel beleid, waardoor we in de toekomst niet alleen dankzij onze solide reserve positie, maar ook door ruimte in de meerjarenbegroting nieuwe grilligheden goed kunnen verwerken.
-
Alle jaren van de programma begroting zijn sluitend.
Bijzondere hoofdstukken Het College programma, actuele inzichten en ontwikkelingen van dit moment en onze financiële positie op de lange termijn zijn leidend geweest bij het opstellen van deze begroting. Naast de bekende onderdelen bevat deze begroting een update van het COVID-19 herstelagenda, waarin we aangeven op welke wijze wij de samenleving helpen de draad weer op te pakken. Ook treft u in dit hoofdstuk een overzicht van de steunmaatregelen die we hebben uitgevoerd. In het hoofdstuk Strategische financiële verkenning ruimtelijke ambities geven wij inzicht in de kosten en opbrengsten van de opgave woningbouw en bedrijventerreinen met de bijbehorende infrastructurele plannen voor de komende jaren. Ook lichten we hier de voorgestelde reserveringen in drie fondsen toe. In het hoofdstuk Versterking van de organisatie geven wij aan waarom deze nodig zijn en op welke plekken deze versterking realiseren. Samengevat leggen wij in deze begroting de volgende accenten: Oss: een gemeente met veel verschillende kanten Oss is een bijzondere gemeente: een provincie in het klein, een stadteland. We hebben de uitdagingen van een middelgrote stad en van een uitgestrekte platteland gemeente. Het levert een cumulatie van opgaven en kansen op, een profiel dat niet door één kenmerk wordt gedomineerd en voortdurend zoeken naar het beste voor de stad, de kernen en het buitengebied.
Dat is onze opgave: een balans en verbinding zoeken tussen die drie werelden (stad, kernen en buitengebied) en ervoor zorgen dat eigen inwoners én bezoekers daar van kunnen genieten. We ontwikkelen door naar een 100.000+ gemeente om nog beter in staat te worden om voor en met onze inwoners het beste uit ons prachtige gebied te halen. Woningbouw en bedrijventerreinen We maken grote bedragen vrij voor de versnelling van de woningbouw en bedrijventerreinen. Voorbeelden hiervan zijn uitbreidingslocaties als Oss-West, Geffen en Ravenstein. Maar ook inbreidingslocaties zoals Belastingkantoor, Raadhuislaan Zuid en Euterpelaan. In totaal gaan we voor 8000 nieuwe woningen tot 2040. We gaan voor een schaalsprong, zonderonder de kleinere initiatieven elders tekort te willen doen. Om over werkkapitaal te beschikken om aankopen te doen, voorzieningen in de openbare ruimte aan te leggen en een buffer te hebben voor onrendabele ontwikkelingen en infrastructurele voorzieningen, bestemmen we geld in diverse fondsen: een storting van € 5 miljoen in de reserve strategische aankopen, een storting van € 10 miljoen euro in de reserve binnenstedelijke transformaties en een storting van € 3 miljoen in de reserve bovenwijkse voorzieningen. Daarnaast verankeren we onze spoorambities vanaf 2025 met een jaarlijks bedrag van € 750.000.
Daarmee leggen we een stevige basis onder onze woningopgave en kunnen we plannen realiseren. Nogmaals: we organiseren de financiën, maar de nieuwe gemeenteraad zal hierover de inhoudelijke besluiten moeten nemen. Afronding Collegeprogramma We ronden het College programma af: stadscentrum, buitengebied, transformatie sociaal domein, voorzieningen voor sport, cultuur en ontmoeten, dit waren de topprioriteiten van de afgelopen jaren en hierop is flink geïnvesteerd. We zien op heel veel terreinen in onze samenleving schwung, energie en vooruitgang. Vooral daar waar samenleving en gemeente samen optrekken.
3
Verwachte ontwikkelingen We dekken toekomstige risico’s af en spelen in op verwachte ontwikkelingen: zo loopt er op dit moment een onderzoek naar de noodzaak om in de Osse haven te baggeren en reserveren we vast geld. Voor de verwachte stijging van het gebruik van de WMO voorzieningen (ten gevolge van onder andere het abonnementstarief) maken we vanaf 2022 structureel € 1,25 miljoen vrij. Voor de nieuwbouw van de Lievekamp reserveren we € 1,5 miljoen als eerste bijdrage in de ‘spaarpot’. Extra geld jeugdzorg De afgelopen jaren hebben we jaarlijks extra middelen oplopend tot ruim € 4 miljoen “eigen geld” beschikbaar gesteld voor jeugdzorg. De decentralisatie in 2015 ging gepaard met een flinke bezuiniging en de tekorten vulden we aan vanuit de algemene middelen. Dit overkwam bijna alle gemeenten in Nederland. Van het Rijk ontvangen we nu extra geld. Hiervan bestemmen we ongeveer € 4 miljoen ter compensatie van eerdere tekorten in de jeugdzorg, en de rest houden we beschikbaar voor jeugdzorg om risico’s op te vangen en de broodnodige transformatie verder vorm te geven. We doen daarmee recht aan het uitgangspunt dat geld voor het sociaal domein naar het sociaal domein gaat. Nieuw beleid We investeren dus fors in bestaand beleid en minder in nieuw.. Natuurlijk wachten we ontwikkelingen niet af en daar waar we kansen, mogelijkheden of noodzakelijkheden zien, acteren we.
Denk aan warmtetransitie, vroegsignalering schuldhulpverlening en het beleid rond arbeidsmigranten dat niet alleen een economische aangelegenheid is, maar ook te maken heeft met huisvesting, burgerschap, uitbuiting, meedoen in de samenleving. Organisatie op sterkte Onze mensen bepalen in hoge mate het verschil. We zijn financieel in staat om onze organisatie op orde te brengen. Zowel in dagelijkse uitvoeringskracht als in het toegroeien naar een ‘100.000 plus’ gemeente. Daarbij zijn de benchmark ambtelijke organisatie uit 2019, de Prioriteitennota van 2020 en de Organisatievisie van 2021 leidend geweest. Deze drie lijnen komen in deze begroting bij elkaar in de volgorde: basis op orde, dienstverlening voor onze inwoners op peil, en het op niveau van een 100.000 gemeente brengen van onze organisatie. Wij realiseren ons dat er sprake is van een forse toename van het aantal fte’s. Jaren van bezuinigingen en “piepen en kraken” gingen hier aan vooraf. Nieuwe opgaven vragen andere kwaliteiten. Het College wil nu doorpakken en de gemeentelijk organisatie stevig in het zadel zetten. Daarbij geven we de winstwaarschuwing, dat de arbeidsmarkt uiterst krap en lastig is. Inzet op vinden, binden en ontwikkelen. Tenslotte Al met al ligt er een begroting waar we trots op zijn. Met ambitie in voornemens die inspelen op wat er in de samenleving staat te gebeuren.
Niet alleen voor nu maar ook voor toekomst. Met een lichte daling van de gemeentelijke lasten die in vergelijking met andere gemeentes stevig onder het landelijk gemiddelde blijven. Met een verankering van breed gedragen plannen op het gebied van woningbouw en bedrijventerreinen. Met een investering in de gemeentelijke organisatie waarmee we voorbereid zijn voor de toekomst. Met een sluitend meerjaren perspectief. Kortom, met een gezonde basis voor volgende periode. Burgemeester en wethouders van Oss. De secretaris,
De burgemeester,
drs. H. Mensink
drs. W.J.L. Buijs-Glaudemans
4
Inhoudsopgave Aanbiedingsbrief
2
Inhoudsopgave
5
Leeswijzer
6
Financiële positie
8
Financiën in één oogopslag
18
COVID-19: Herstelagenda
19
Strategische financiële verkenning ruimtelijke ambities
31
Versterking van de organisatie
39
Programma 1. Zorg en welzijn
52
Programma 2. Werk, inkomen en onderwijs
68
Programma 3. Ontmoeten, sport en cultuur
85
Programma 4. Dynamisch stadscentrum
100
Programma 5. Zuinig op ons klimaat
107
Programma 6. Vitale economie
126
Programma 7. Mobiliteit
136
Programma 8. Aantrekkelijk wonen in Oss
144
Programma 9. Veilige omgeving
161
Programma 10. Besturen in verandering van tijden
172
Programma 11. Financieel solide
191
Paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing
201
Paragraaf onderhoud kapitaalgoederen
220
Paragraaf financiering
225
Paragraaf verbonden partijen
230
Paragraaf grondbeleid
250
Paragraaf lokale heffingen
260
Paragraaf bedrijfsvoering
265
Paragraaf Integraal Voorzieningenbeleid (IVB)
267
Paragraaf Investeringsplan
274
Bijlagen
282
1. Voortgangsrapportage Integraal Uitvoeringsprogramma (IUP) openbare ruimte
283
2. Overzicht incidentele baten en lasten
288
3. Budgettair neutrale wijzigingen
302
4. Uitkomst septembercirculaire 2021
306
5. Financieel overzicht totale begroting
310
6. Financieel overzicht totale begroting volgens taakvelden
315
7. Totaaloverzicht subsidies
319
5
Leeswijzer Leeswijzer De programmabegroting bestaat uit diverse onderdelen. In deze leeswijzer wordt bij alle onderdelen een korte uitleg gegeven. Aanbiedingsbrief In de aanbiedingsbrief geeft het college van burgemeester en wethouders de hoofdlijnen van deze programmabegroting weer. Financiën programma’s in één oogopslag In dit onderdeel laten we in een figuur zien hoe onze uitgaven over de programma’s verdeeld zijn. Financiële positie In dit hoofdstuk worden de financiële gegevens die bij de afzonderlijke programma’s zijn opgenomen gebundeld. Zo wordt in één oogopslag inzichtelijk hoe de gemeente er financieel voor staat. Vervolgens wordt daar een korte toelichting op gegeven. Verder staan we stil bij het structurele begrotingssaldo en geven we aan welke financiële uitgangspunten zijn gehanteerd bij het opstellen van de begroting. COVID-19: Herstelagenda We hebben een hoofdstuk toegevoegd over de COVID-19 herstelagenda met de financiële effecten van COVID19, de ondersteuningsmaatregelen en risico's. Programma’s Per programma wordt beschreven wat de doelstellingen zijn en wat er wordt gedaan om deze te realiseren. Daarbij wordt ook aangegeven wat de stand van zaken is van de beleidsaanpassingen die in de afgelopen Kadernota aangekondigd zijn (onderdelen 1, 2 en 3). Daarna worden per programma het nieuw beleid en de 3O-ontwikkelingen toegelicht (onderdelen 4 en 5).
Tenslotte wordt een overzicht gegeven van de financiën van het programma (onderdelen 6 en 7). Na het vaststellen van de programmabegroting worden alle financiële ontwikkelingen binnen de programma’s via een begrotingswijziging in de administratie verwerkt. Daarmee worden de budgetten in de administratie geactualiseerd. Paragrafen De opgenomen paragrafen zijn op grond van wetgeving een verplicht onderdeel van de begroting. Het gaat bij de paragrafen telkens om onderwerpen met een groot financieel belang. Door deze op een centrale plek in de begroting op te nemen wordt een goede informatievoorziening over deze onderwerpen gewaarborgd en is de informatie inzichtelijk. Daarnaast hebben we ervoor gekozen een paragraaf over het Integraal Voorzieningenbeleid toe te voegen. Bij IVB gaat het om schoolgebouwen, sportaccommodaties en wijk-en dorpshuizen. Hierin worden de uitgangspunten, actuele ontwikkelingen, visie en aanpak toegelicht. Verder hebben we een paragraaf investeringsplan toegevoegd, met een totaaloverzicht van de lopende investeringen, vervangingsinvesteringen en nieuwe investeringen. Bijlage 1.
Voortgangsrapportage Integraal Uitvoeringsprogramma (IUP) openbare ruimte
De gemeente voert elk jaar een groot aantal projecten uit in het kader van het Integraal Uitvoeringsprogramma (IUP) voor de openbare ruimte. Het gaat dan om werkzaamheden aan bijvoorbeeld wegen, fietspaden, riolering en openbaar groen. In de voortgangsrapportage wordt inzicht gegeven in de stand van zaken van deze werkzaamheden.
6
Bijlage 2.
Overzicht incidentele baten en lasten
In deze bijlage wordt een overzicht van de incidentele baten en lasten gegeven. Incidenteel houdt in dat het gaat om baten en lasten die een tijdelijk karakter hebben. Deze zitten slechts één of enkele jaren in de begroting. Dit overzicht geeft niet alleen inzicht in de incidentele baten en lasten, maar is ook een hulpmiddel bij het beoordelen van het structurele begrotingssaldo. De baten en lasten die niet incidenteel zijn, zijn immers structureel van aard. Het structurele begrotingssaldo geeft aan of de structurele lasten met structurele baten worden afgedekt. Als dat het geval is, is de begroting structureel in evenwicht. In het hoofdstuk over de financiële positie, aan het begin van de programmabegroting, voeren we deze toets uit. Bijlage 3.
Budgettair neutrale wijzigingen
In meerdere programma’s zijn in de tabel bij onderdeel 6 budgettair neutrale wijzigingen opgenomen. Dit zijn wijzigingen die niet inhoudelijk van aard zijn en per saldo geen geld kosten. Soms gaat het over wijzigingen binnen één programma, in andere gevallen zijn de wijzigingen programma-overstijgend. Volgens de voorschriften van het BBV (Besluit Begroting en Verantwoording) moeten deze wijzigingen zichtbaar worden gemaakt en gerapporteerd. Om dat op een overzichtelijke manier te doen hanteren we hiervoor de volgende werkwijze: In de programma’s waarbij budgettair neutrale wijzigingen voorkomen is steeds één totaalregel in de tabel bij onderdeel 6 opgenomen. In deze bijlage is een totaaloverzicht opgenomen, waarbij wijzigingen boven de € 100.000 worden toegelicht. Bijlage 4.
Uitkomsten septembercirculaire 2021
In deze bijlage is een uitgebreide toelichting op de uitkomsten van de septembercirculaire opgenomen. De afzonderlijke effecten zijn ook als 3O-ontwikkelingen bij de desbetreffende programma’s opgenomen. Bijlage 5/6.
Financieel overzicht bestaande begroting
In de programma’s zijn de cijfers van het totale programma op hoofdlijnen weergegeven. Meer gedetailleerde cijfers zijn in bijlage 5 opgenomen. In bijlage 6 is deze zelfde begroting weergegeven op basis van landelijk vastgestelde taakvelden. Bijlage 7. Totaaloverzicht subsidies In deze bijlage is een totaaloverzicht weergegeven van alle uitgaande subsidies, hierin nemen we de subsidies als gevolg van nieuw beleid uit deze begroting niet mee.
7
Financiële positie Investeren vanuit een stabiele basis De financiën van onze gemeente zijn dit jaar sterk onderhevig aan veranderingen. We startte dit jaar met een code "Rood". We zagen de tekorten binnen Jeugdhulp oplopen en ook door de invoering van het abonnementstarief de kosten voor de Wmo verder stijgen. De eerste rapportage over 2021 leidde tot grote financiële tekorten. Bij de kadernota in het voorjaar hadden we code "Oranje". Dit kwam vooral omdat we gelijktijdig met het bespreken van de kadernota signalen kregen vanuit het Rijk dat er extra (incidenteel) geld voor jeugdhulp kwam. Daarnaast voorzien we dat we een voordeelgemeente zijn vanuit een herverdeling van het gemeentefonds, wat richting de toekomst zorgt voor extra financiële ruimte. Nu bij deze programmabegroting is onze conclusie dat we te maken hebben met code "groen". We presenteren een sluitende meerjarenbegroting met beperkte begrotingsoverschotten. Binnen deze begroting hebben we tevens ruimte om extra geld uit te trekken voor nieuw beleid en te sparen voor toekomstige ambities. Deze "financiële jo-jo" wordt vooral veroorzaakt door het huidige rijksbeleid, waardoor we te maken hebben met grote verschillen in onze belangrijkste inkomstenbron (de algemene uitkering). Ondanks code "groen" blijven we ons, samen met de VNG, hard maken voor structurele compensatie van de hogere kosten voor jeugdhulp en Wmo.
Ook lobbyen we voor de afschaffing van de zogenaamde opschalingskorting. Als gemeenten hebben we meer financiële armslag nodig om alle (landelijke) ambities te realiseren. Dit geldt nadrukkelijk ook voor de grote energieopgave en woningbouwopgave. In de kadernota hebben we de volgende kaders geformuleerd voor deze begroting: -
niet bezuinigen, maar ook geen nieuw beleid: zoals eerder aangegeven hebben we dit kader ruimer kunnen toepassen;
-
realistisch begoten, niet rijk rekenen;
-
kostenbeheersing en transformatie sociaal domein;
-
gemeentelijke lasten alleen met inflatie;
-
algemene reserve blijft boven de norm;
-
woningbouwplannen prioriteit;
-
inzetten op verhogen inkomsten (subsidie, kostenverhaal, woningbouw).
Vanuit deze kaders houden we vast aan ons eerder ingezette beleid van de afgelopen jaren. We investeren vanuit een stabiele basis, waarbij we vasthouden aan onze topprioriteiten: -
Dynamisch stadscentrum;
-
Voorzieningen voor ontmoeten, sport en cultuur;
-
Bouwen voor de toekomst/Wonen;
-
Uitvoering sociaal domein;
-
Duurzaamheid;
-
Investeren in de organisatie.
8
We beginnen dit hoofdstuk met een overzicht van het saldo van deze programmabegroting. Dit lichten we vervolgens kort toe. Verder staan we stil bij de incidentele baten en lasten en ons structurele begrotingssaldo. Tenslotte geven we aan welke financiële uitgangspunten we hebben gehanteerd bij het opstellen van de begroting. + is nadeel: hogere uitgaven/lagere inkomsten - is voordeel: lagere uitgaven/hogere inkomsten bedragen x € 1.000
Omschrijving
2021
2022
2023
2024
2025
Lasten
326.468
305.778
297.579
306.054
287.973
Baten
-315.590
-303.340
-294.017
-300.990
-282.760
Saldo
10.879
2.438
3.562
5.064
5.213
Stortingen reserves
13.800
6.063
8.034
2.973
1.582
Onttrekkingen reserves
-22.779
-7.217
-6.970
-4.244
-4.142
Saldo mutaties reserves
-8.980
-1.154
1.065
-1.270
-2.561
1.899
1.284
4.627
3.793
2.652
900
6.427
3.799
3.152
3.875
3O-Ontwikkelingen
-1.832
650
-1.737
-613
76
Septembercirculaire
-976
-8.531
-6.789
-6.419
-6.632
-9
-170
-100
-86
-29
Bestaand beleid
Totaal bestaand beleid Nieuw beleid
Saldo programmabegroting
Conclusies uit de tabel We presenteren een structureel sluitende begroting met beperkte begrotingsoverschotten in alle jaren. Het positieve saldo van de begroting is € 170.000 voor het jaar 2022. Dit wordt vooral veroorzaakt door een grote stijging van de algemene uitkering (septembercirculaire). In dit bedrag is rekening gehouden met de toegekende extra financiële middelen voor het jaar 2022 voor de uitvoering van jeugdhulp. Voor de jaren erna is rekening gehouden met 75% extra geld voor jeugdhulp op basis van de uitspraak van de commissie van Wijzen. Deze gelden zijn door het Rijk nog niet toegekend. Door wel rekening te houden met deze bedragen is het financieel perspectief sterk verbeterd. Start van de begroting De start van de begroting begint met het saldo na de eerste financiële rapportage 2021. Deze rapportage zorgde ervoor dat de financiële positie verder onder druk kwam te staan. De belangrijkste oorzaken waren: -
forse kostenstijgingen binnen de Wmo van in totaal afgerond € 1 miljoen (structureel). Het gaat om de onderdelen Dagbesteding en begeleiding (€ 604.000), Wmo voorzieningen (€ 209.000) en huishoudelijke verzorging (€ 175.000).
-
hogere kosten ICT, in totaal gaat het om een structureel bedrag van ongeveer € 355.000. Dit is onder andere voor hogere kosten voor software, extra licentiekosten en de nieuwe business case voor het thuiswerken.
-
hogere incidentele kosten voor de BSOB, namelijk € 261.000 voor een hogere deelnemersbijdrage voor 2021 en het project ‘Waarderen op oppervlakte’ van € 228.000.
Vervolgens zijn er mutaties geweest op deze bestaande begroting in de vorm van nieuw beleid, 3Oontwikkelingen en de septembercirculaire 2020. Deze lichten we afzonderlijk toe.
9
Financiële effecten programmabegroting 2021-2024 Nieuw beleid In deze programmabegroting 2022-2025 zijn de speerpunten uit de kadernota 2022-2025 financieel vertaald. We beoordelen jaarlijks in hoeverre we financiële ruimte hebben om plannen te versnellen of bij de stellen. Hierbij blijven we kijken naar kansen. In deze begroting hebben we voor belangrijke prioriteiten extra financiële ruimte vrijgemaakt. Onderstaand een samenvattend overzicht hiervan. + is nadeel: hogere uitgaven/lagere inkomsten - is voordeel: lagere uitgaven/hogere inkomsten Progr Omschrijving
2021
2022
2023
bedragen x € 1.000 2024 2025
1
Wijkverpleging
0
40
40
40
40
2
Nationaal Programma Onderwijs (NPO)
353
848
494
0
0
Inzet rijksmiddelen
-353
-848
-494
0
0
10
10
10
10
2
Helpende handen
0
2
Nieuwe investeringen Onderwijshuisvesting
0
0
-107
15
441
Learning community religieus erfgoed Laagdrempelig ontmoeten
0
10
10
10
0
0
100
80
60
0
0
82
42
42
42
3
Collectiebeheer Museum Jan Cunen en Stadsarchief Verduurzamen Maatschappelijk vastgoed
0
0
54
54
53
3
Kermissen
0
25
25
25
25
3
Scouting Titus Brandsma
0
0
0
0
18
3
Reservering voor de Lievekamp
900
0
300
300
0
4
Bijdrage Taskforce
0
75
75
75
0
4
0
650
650
0
0
5
Storting investeringsfonds Stadshart Oss t.b.v. TBL terrein Warmtetransitie
0
500
0
0
0
5
Energiebesparing
0
400
0
0
0
5
Oplossing acute problemen afval
0
100
0
0
0
6
Jubileumjaar Life Sciences
0
100
100
0
0
7
Subsidie wijkbus
0
25
25
25
0
8
Oss cultureel verhogen subsidie
0
8
8
8
8
8
Vrijval ABR
0
-18.174
0
0
0
8
Storting reserve strategische aankopen
0
5.100
0
0
0
8
0
10.000
0
0
0
0
3.074
0
0
0
8
Storting in reserve Binnenstedelijke transformaties Storting in de reserve Bovenwijkse voorzieningen Reserveringen voor ontwikkeling spoorzone
0
0
0
0
750
8
Viering landelijke Bevrijdingsdag 5 mei in Oss
0
50
0
0
0
8
Ontwikkeling Geffense Plas
0
500
0
0
0
2 3 3
8
8
Woonwagens
0
350
0
0
0
10
Ambtelijke bijstand en fractieondersteuning
0
21
21
21
21
10
Extra formatie voor het Sociaal domein
0
841
501
501
501
10
Verkiezingen
0
25
0
0
0
10
Extra formatie Dienstverlenende organisatie
0
508
902
902
902
10
Storting reserve Omgevingswet
0
1.129
0
0
0
10
Progr Omschrijving 10
10
2021
2022
2023
2024
2025
Extra formatie voor woningbouw/ bedrijventerreinen Ten laste van het grondbedrijf
0
400
400
400
400
-400
-400
-400
-400
Extra formatie Ruimtelijke en economische ontwikkeling Totaal nieuw beleid
0
877
1.064
1.064
1.064
900
6.427
3.799
3.152
3.875
Bij de programma’s verderop in deze programmabegroting lichten we het nieuwe beleid toe (onderdeel 4.1). Strategische financiële verkenning ruimtelijke ambities De gemeente Oss heeft grote ambities op het gebied van wonen en werken. We willen de komende 15 jaar 8.200 woningen bouwen en nieuwe bedrijventerreinen ontwikkelen. Deze ambities hebben consequenties voor de bereikbaarheid en infrastructuur van onze stad. De Taskforce heeft opdracht gekregen om de investeringen voor de grote ruimtelijke opgaves zo goed mogelijk financieel in beeld te brengen. Daarnaast ligt er een opdracht om te zoeken naar financiële mogelijkheden en instrumenten om deze kosten te kunnen betalen. In een apart hoofdstuk in deze begroting is een eerste strategische financiële verkenning van deze ruimtelijke opgaves uitgewerkt. Concreet betekent dat het onderstaande voor deze begroting. Op basis van het najaarsbericht verwachten we dat de algemene bedrijfsreserve van het grondbedrijf groeit naar € 23,9 miljoen per 1-1-2022. Het minimale niveau begroten we op basis van risicoschatting op ruim € 5,4 miljoen. Dit betekent dat de beschikbare, incidentele ruimte in 2022 € 18,5 miljoen bedraagt (waarvan we € 0,3 miljoen reserveren voor stortingen in de reserves). We stellen voor om deze gelden in te zetten voor: -
Reserve strategische aankopen uitbreidingslocaties: € 5,1 miljoen;
-
Reserve voor binnenstedelijke transformaties: € 10 miljoen;
-
Reserve bovenwijkse voorzieningen (infrastructurele ontwikkelingen): € 3,1 miljoen.
Daarnaast sparen we een jaarlijks bedrag van € 750.000 vanaf het jaar 2025 voor de spoorzone. Algemene reserve De algemene reserve is bestemd voor het opvangen van algemene risico’s en fluctuaties in de rekeningresultaten. De norm voor de algemene reserve is 10% van de algemene uitkering uit het gemeentefonds. Op basis van de meicirculaire 2021 is deze norm afgerond € 19 miljoen. De reserve bedraagt naar verwachting eind 2021 ongeveer € 23,3 miljoen. Dit betekent dat de algemene reserve ruim € 4 miljoen boven de norm ligt.
11
3O-ontwikkelingen Samengevat geven de 3O-ontwikkelingen het volgende beeld: + is nadeel: hogere uitgaven/lagere inkomsten - is voordeel: lagere uitgaven/hogere inkomsten Progr Omschrijving
2021
2022
bedragen x € 1.000 2023 2024 2025
1
Maatschappelijke opvang 2021
336
0
0
0
0
1
Inzet reserve beschermd wonen
-336
0
0
0
0
1
Gedifferentieerde tarieven PGB's HV
100
80
74
74
74
1
-569
0
0
0
0
1
COVID-19: Vrijval budget meerkosten maatschappelijke opvang Actualisatie bestedingsplan beschermd wonen
-415
-167
-190
0
0
1
Huishoudelijke verzorging
550
1.250
1.250
1.250
1.250
1
COVID-19: lagere kosten Regiotaxi
-175
0
0
0
0
1
Praktijkondersteuning huisartsen
-100
0
0
0
0
2
Peuteropvang
-100
-50
-50
-50
-50
2
Egalisatiereserve Wsw
-400
0
0
0
0
2
Investeringsprogramma Onderwijshuisvesting
0
0
-788
-94
-94
2
COVID-19: Ventilatiesystemen Onderwijshuisvesting Uit reserve IVB
0
125
0
0
0
0
-125
0
0
0
3
COVID-19: Compensatie Wijk en dorpshuizen
300
0
0
0
0
3
COVID-19: Ventilatiesystemen Gemeentelijk Vastgoed Uit reserve IVB
0
125
0
0
0
0
-125
0
0
0
3
Investeringsprogramma Sport en Ontmoeten
0
-221
-499
34
60
5
Afvalinzameling
-662
0
0
0
0
storting in de reserve afval
662
0
0
0
0
0
0
558
0
0
-897
0
0
0
0
5
Integraal beheerplan openbare ruimte
5
Boete Attero
6
Baggeren haven
0
1.474
0
0
0
7
COVID-19: eenmalige subsidie Maasveren
95
0
0
0
0
7
COVID-19: Nadeel parkeren
1.225
4
40
0
0
10
Aanpassingen ICT
4
-7
112
84
100
10
Crisismiddelen Participatie
309
0
0
0
0
uit de reserve participatiebevordering
-309 46
72
72
72
72
10
Facilitaire kosten
10
Activeren personele kosten
-1.100
-1.029
-957
-886
-814
10
Vervangingsinvesteringen openbare ruimte
0
0
0
0
312
11
0
0
0
0
134
11
Afbouw reserves gaswinstuitkering Maaslandgas en deposito BNG Rentevergoeding lening Pivot park
0
-130
-130
-130
-130
11
OZB stijging met inflatie
0
-416
-416
-416
-416
11
OZB Opbrengsten
-490
-490
-490
-490
-490
11
Deelnemersbijdrage BSOB
-130
317
135
145
174
div.
Diversen
223
-37
-458
-206
-107
-1.832
650
-1.737
-613
76
Totaal 3O-ontwikkelingen
12
Septembercirculaire Samengevat is de uitkomst van de septembercirculaire als volgt: + is nadeel: hogere uitgaven/lagere inkomsten - is voordeel: lagere uitgaven/hogere inkomsten bedragen x € 1.000 2021
2022
2023
2024
2025
Septembercirculaire 2021
-194.739
-200.976
-195.645
-194.778
-195.627
Meicirculaire 2021
-191.398
-189.033
-186.962
-186.568
-187.375
-3.341
-11.943
-8.683
-8.210
-8.252
Totaal af te zonderen
2.365
3.413
1.894
1.791
1.620
Netto ontwikkeling
-976
-8.530
-6.789
-6.419
-6.632
Saldo
Conclusie septembercirculaire De septembercirculaire 2021 laat ten opzichte van de meicirculaire 2021 voor alle jaren een forse stijging zien. Van deze bedragen moeten we diverse bedragen afzonderen voor specifieke onderwerpen. Afzonderen als we voor specifieke beleidsvelden extra geld krijgen, maar ook afzonderen in gevallen dat we gekort worden op specifieke beleidsvelden. Als we daar rekening mee houden hebben we de volgende saldo’s: -
2021: € 1 miljoen positief
-
2022: € 8,5 miljoen positief
-
2023: € 6,8 miljoen positief
-
2024: € 6,4 miljoen positief
-
2025: € 6,6 miljoen positief.
In bijlage 4 hebben we een uitgebreide toelichting op de uitkomsten van de septembercirculaire opgenomen. Belangrijkste punten uit de circulaire zijn: Algemene ontwikkelingen:
In verband met de COVID-19 zijn de accressen voor de jaren 2020 en 2021 bevroren op het niveau van de Voorjaarsnota 2020 (landelijk). Vanaf 2022 zijn de accressen weer gekoppeld aan de rijksuitgaven.
Voor alle jaren vanaf 2022 is er sprake van een positieve ontwikkeling van het acres. De uiteindelijke ontwikkeling van het acres in 2022 en verder is afhankelijk van de keuzes die een nieuw kabinet maakt. Het positieve acres komt door een hogere loon- en prijsstijging en door extra gelden die het Rijk heeft uitgetrokken voor bijvoorbeeld klimaatmaatregelen.
In de meicirculaire zagen we nog negatieve accressen doordat destijds de verwachting was dat er sprake zou zijn van een lagere loon- en prijsstijging.
Jeugdzorg Op 18 mei jl. heeft de Commissie van Wijzen (CvW) uitspraak gedaan en advies gegeven over het geschil tussen Rijk en gemeenten over de structurele financiering van jeugdzorg. Naar aanleiding van de uitspraak heeft het kabinet besloten om in 2022 € 1,314 miljard extra beschikbaar te stellen aan gemeenten voor de tekorten vanwege de jeugdzorg. Gemeenten committeren zich daarbij aan de invulling van een set aan maatregelen die in 2022 een besparing van € 214 miljoen opleveren. Daarnaast gaan Rijk en de VNG, in samenwerking met andere betrokken partijen (o.a. cliënten, aanbieders en professionals) aan de slag met het opstellen van een Hervormingsagenda. Deze agenda bestaat uit de combinatie van een set van maatregelen en een financieel kader waarmee een structureel houdbaarder jeugdstelsel wordt gerealiseerd. Deze hervormingsagenda moet volgens de commissie ook financieel voordeel op gaan leveren in de toekomst. We ontvangen in 2022 een extra bedrag voor jeugdzorg van € 7,2 miljoen.
13
Een nieuw kabinet besluit over de structurele financiën en de noodzakelijke aanpassingen aan het jeugdhulpstelsel om de jeugdzorg in de toekomst effectief en beheersbaar te houden. De uitspraak van de commissie van Wijzen zal daarbij als zwaarwegende inbreng gelden. Tussen het Rijk, provincies en de VNG is afgesproken dat gemeenten in hun meerjarenraming voor de jaarschijven 2023 t/m 2025 rekening mogen houden met 75% van de bedragen uit de Hervormingsagenda Jeugd. Deze nieuwe werkwijze komt in de plaats van de ‘oude’ stelpost waarbij gemeenten rekening mochten houden met structureel € 300 miljoen. Het percentage van 75% is gekozen vanuit behoedzaamheid en zegt niets over feitelijke bedragen die later wel of niet gaan komen. Het uitgangspunt van de 75% betekent dat we in de begroting rekening mogen houden met de volgende bedragen: Bedragen * € 1.000
Extra gelden jeugdzorg
2022
2023
2024
2025
7.168
5.990
5.623
5.182
Het bedrag voor het jaar 2023 is géén 75% van het jaar 2022. Dit lijkt op basis van deze tabel zelfs meer te zijn dan 75%. Dit is niet zo, omdat er sprake is van 2 factoren die hierop van invloed zijn:
In 2022 hebben we al een voorschot gehad van € 1,7 miljoen. Dit is in mindering gebracht op de uitspraak van de commissie van Wijzen. De € 7,4 miljoen is hiermee dus verlaagd. Voor het jaar 2023 is in de algemene uitkering geen rekening gehouden met extra gelden.
Vanaf 2023 loopt het hervormingsagenda jeugd op. In 2022 moet er een besparing landelijk gerealiseerd worden van € 214 miljoen, dit loopt in 2023 op tot € 374 miljoen. Hierdoor ontvangen we in 2023 minder extra geld.
We hebben de afgelopen jaren regelmatig structureel extra geld beschikbaar gesteld voor de uitvoering van Jeugdhulp. In totaal gaat het om een bedrag van € 4.370.000 aan jaarlijkse kosten. Dit gaat om 3Oontwikkelingen en posten nieuw beleid waarvoor sinds 2015 ten laste van de reguliere begroting geld is vrijgemaakt. Voor de besteding van het extra geld voor jeugdzorg houden we ons aan een aantal uitgangspunten:
Bij de start van de transities is het uitgangspunt geweest: “geld voor het sociaal domein, is voor het sociaal domein”.
Het extra geld vanuit het Rijk is bedoeld voor het afdekken van de tekorten die we de afgelopen jaren hebben gehad op het gebied van jeugdhulp.
We zien een aantal ontwikkelingen en risico’s binnen jeugdhulp waardoor de kosten in de toekomst verder kunnen gaan stijgen (wachtlijstproblematiek, overgang naar nieuwe inkoopsystematiek, tariefstijging, toename van aantal jeugdigen met hulpvraag, wijziging van het woonplaatsbeginsel etc.).
We hebben te maken met een groot aantal onzekerheden, waarbij we financieel solide willen ramen zonder daarin te behoudend te zijn.
Op basis van deze uitgangspunten zetten we het extra geld als eerste volledig in voor het afdekken van de jaarlijkse tekorten binnen jeugdhulp. Daarmee dekken we in 2022 het volledige tekort af, wat we eerder hadden. Dit betekent dat deze gelden beschikbaar komen binnen de begroting voor andere posten. We zetten dan het resterende geld in voor Jeugdhulp. Dit voor alle jaren. We mogen op dit moment 75% ramen van de verwachte extra inkomsten. Dit betekent dan wel dat als dit in werkelijkheid meer wordt (hopelijk 100%) dat dan in principe het merendeel toegevoegd wordt aan de budgetten van Jeugdhulp. Op dit manier blijf je trouw aan het uitgangspunt dat geld voor sociaal domein binnen sociaal domein blijft. Daarbij monitoren we uiteraard de risico’s en ontwikkelingen binnen jeugdhulp. Daarbij geldt uiteraard dat als er sprake is van een overschot die regulier terugvloeit in de reguliere exploitatie.
14
Dit geeft volgende financiële beeld: Bedrag * €1.000 2022
2023
2024
2025
100%
75%
75%
75%
Extra inkomst algemene uitkering
7.168
5.990
5.623
5.182
Voor afdekking tekorten verleden
4.370
4.370
4.370
4.370
voor jeugdzorg
2.798
1.620
1.253
812
Het voordeel in de algemene uitkering wordt dus voor € 4,4 miljoen veroorzaakt door de keuze om geld voor jeugdzorg in te zetten om de tekorten vanuit voorgaande jaren structureel te compenseren. Compensatiepakket COVID-19 Het Rijk heeft in de septembercirculaire de volgende extra compensatie gegeven voor het jaar 2021: -
Extra gelden voor de regeling TONK (Tijdelijke Ondersteuning Noodzakelijke Kosten): € 984.000
-
Buurt- en dorpshuizen: € 49.000
-
Lokale cultuur: € 252.000
-
Afrekening inkomstenderving 2020: PM (najaar 2021 bekend). Daarnaast beziet het kabinet de reële compensatie voor de inkomstenderving over 2021.
En voor het jaar 2022: -
Aanvullend pakket re-integratie bijstandsgerechtigden: €48.000
-
Impuls re-integratie bijstandsgerechtigden: € 140.000
-
Gemeentelijk schuldenbeleid: € 149.000
-
Bijzondere bijstand: € 74.000
In de decembercirculaire vind nog afrekening plaats van de meerkosten voor de WMO en de jeugdwet in 2021. Ook krijgen we dan nog een extra bijdrage voor SW bedrijven voor de periode 1 januari tot 1 juli 2021. Gezien de economie weer opengaat in de tweede helft van dit jaar worden voor andere dossiers in beginsel geen nieuwe middelen gereserveerd. Herijking verdeling gemeentefonds Op dit moment wordt de verdeling van het gemeentefonds over de gemeenten herzien. Dit is nodig omdat de verdeling van het rijksgeld over de gemeenten in de loop der jaren is scheefgegroeid. Sommige gemeenten kregen te veel, anderen te weinig. De invoeringsdatum van de nieuwe verdeelstelsel is doorgeschoven naar 11-2023. Het nieuwe kabinet beslist over de invoering van dit nieuwe verdeelmodel. Mochten zij hier positief over beslissen dan wordt het 1 januari 2023 ingevoerd met de volgende voorwaarden:
De nieuwe verdeling wordt stap voor stap ingevoerd, zodat gemeenten de tijd hebben om zich aan de nieuwe financiële situatie aan te passen. Het ingroeipad is € 15 per jaar, met een maximum van € 60.
De ontwikkeling van de kosten van gemeenten wordt in de gaten gehouden. Na 4 jaar (2027) wordt bekeken of bijstelling van de verdeling nodig is.
De uitkomsten laten de herverdeling laten tot nu toe positieve effecten zien voor onze gemeenten: Totaalbeeld herverdeeleffect Eerste verdeelmodel februari 2021: o.b.v. cijfers 2017 Aangepast verdeelmodel juli 2021: o.b.v. cijfers 2017 Aangepast verdeelmodel augustus 2021: o.b.v. cijfers 2019
Bedrag per inwoner € 18 Positief € 19 Positief € 41 Positief
In dit aangepaste verdeelmodel zijn de verdeeleffecten nog steeds fors. Het aangepaste voorstel ligt nu voor advies voor bij de Raad van het Openbaar Bestuur en ter consultatie de VNG. Aangezien er nog geen sprake is van een besluit door het kabinet, mogen we hier vanuit de provincie geen rekening mee houden in de begroting.
15
Verdeling gelden beschermd wonen Per 1 januari 2021 is de Wet Langdurige zorg (Wlz) opgesteld voor mensen met een psychische stoornis. Dit heeft geleid tot een verlaging van het budget voor beschermd wonen. Inmiddels is bekend dat meer cliënten de overstap vanuit beschermd wonen naar de Wlz maken. Dit betekent een extra verlaging van het budget voor beschermd wonen (€ 0,6 miljoen). Besluitvorming over de invoering van een nieuw landelijk verdeelmodel voor beschermd wonen is voorzien vanaf 2023. Dit zal herverdeeleffecten hebben in positieve en negatieve zin. Investeringen Via deze programmabegroting stellen we ook investeringskredieten vast. De kapitaallasten van de investeringen zijn verwerkt in de lasten per programma. Als er sprake is van nieuwe investeringen hebben we dat gedaan via de 3O-ontwikkelingen of nieuw beleid bij de programma’s. In de paragraaf investeringsplan zijn alle investeringen opgenomen. Samengevat geeft dit het volgende beeld per programma: bedragen x € 1.000 Programma
2021
2022
2023
2024
2025
2. Werk, inkomen en onderwijs
80
9.291
21.845
3.450
0
3. Ontmoeten, sport en cultuur
1.341
9.923
13.691
3.025
363
5. Zuinig op ons klimaat
8.681
6.902
4.808
4.863
4.808
6. Vitale economie
638
7. Mobiliteit
397
341
1.020
614
383
10. Besturen in verandering van tijden
699
3.114
3.053
2.075
3.243
11.198
30.209
44.417
14.027
8.817
Totaal geplande investeringen
Uit het overzicht blijkt dat we de komende jaren in totaal circa € 110 miljoen investeren. Voor een specificatie wordt verwezen naar betreffende paragraaf investeringsplan. Het vaststellen van de programmabegroting is de basis voor het uitvoeren van de investeringen. Daarbij is het totale investeringsbedrag per programma leidend. De in het investeringsplan opgenomen investeringsbedragen voor 2021 en 2022 zijn na het vaststellen van deze programmabegroting direct beschikbaar voor uitvoering. Investeringen waarvan de kaders nog onvoldoende duidelijk zijn leggen we apart aan de gemeenteraad voor. Dit zijn de investeringen die in de tabel paragraaf investeringsplan zijn aangemerkt met een “R”. Structureel saldo programmabegroting Om een goed oordeel te kunnen vormen over de begroting is het van belang om het saldo te corrigeren met incidentele baten en lasten. De baten en lasten die niet incidenteel zijn, zijn immers structureel van aard. Het structurele begrotingssaldo geeft aan of de structurele lasten met structurele baten worden afgedekt. Als dat het geval is, is de begroting structureel in evenwicht. In de volgende tabel berekenen we het structurele saldo van de programmabegroting. + is nadeel: hogere uitgaven/lagere inkomsten - is voordeel: lagere uitgaven/hogere inkomsten bedragen x € 1.000 Omschrijving
2020
2021
2022
2023
2024
2025
Resultaat
-8.010
-9
-170
-100
-86
-29
Incidentele baten en lasten
-8.900
1.832
4.644
368
0
0
890
-1.841
-4.814
-468
-86
-29
Structureel begrotingssaldo
De conclusie hieruit is dat de begroting meerjarig structureel sluitend is. Meerjarig is in 2025 het structurele saldo van de begroting € 29.000 voordelig.
16
Het saldo van incidentele baten en lasten wordt vooral veroorzaakt door grote, incidentele investeringen die opgenomen zijn voor het stadscentrum, waterveiligheid Maas, verschuivingen van investeringen in het MIP, invoering van de nieuwe Omgevingswet, kosten en compensatiemaatregelen COVID-19 etc. In bijlage 2 staat een specificatie van de incidentele baten en lasten. Financiële uitgangspunten In het coalitieakkoord ‘Kansen zien, kansen pakken’ is gekozen voor een solide financieel beleid met sluitende meerjarenbegrotingen. Er is gekozen voor stabiliteit. Wel willen we kansen benutten als deze zich voordoen. We vermijden extra bezuinigingen zoveel mogelijk. De begroting 2022 en de meerjarenramingen 2023-2025 hebben opgesteld op basis van de volgende uitgangspunten: 1.
Ons financieel beleid blijven we gedegen en solide vormgeven. We hebben een begroting die meerjarig (structureel) sluitend is. Tussentijdse beperkte, niet structurele, tekorten zijn aanvaardbaar als we deze uit reserves kunnen afdekken.
2.
We hebben een algemene reserve die in principe voldoet aan de gestelde normen (10% van de algemene uitkering).
3.
We kijken jaarlijks kritisch naar alle reserves. In de nota reserves, die de gemeenteraad tegelijk met deze programmabegroting behandelt, lichten we de reserves uitgebreid toe.
4.
We streven naar een lokale lastendruk van minimaal € 22,50 onder het landelijke gemiddelde. Deze norm komt onder druk te staan. -
We verhogen de OZB met 2% (reguliere prijsinflatie).
-
We verhogen de rioolheffing met 3%
-
We verlagen de afvalstoffenheffing met € 15 voor elke containercombinatie.
Hiermee verlagen we de lokale lastendruk met gemiddeld € 4 in 2022. 5.
Bij gesubsidieerde professionele instellingen is in zijn algemeenheid sprake van een 80/20-verhouding tussen het loongevoelige en prijsgevoelige deel van de uitgaven. Voor budgetsubsidies wordt voor de compensatie van loonstijging uitgegaan van de specifieke CAO-ontwikkelingen per sector en voor de compensatie van prijsstijging wordt uitgegaan van de nullijn. Bij de overige subsidies zoals professionele instellingen zonder budgetovereenkomst en niet-professionele organisaties wordt de nullijn voor prijscompensatie gehanteerd.
6.
De rekenrente stellen we in principe vast op 1,1%. De rente voor de grondexploitaties bedraagt in de begroting 1,16%. Dit is gebaseerd op landelijke verslagleggingsvoorschriften.
7.
De raming van de algemene uitkering uit het gemeentefonds hebben we gebaseerd op de septembercirculaire 2021.
8.
In programma 11 hebben we een jaarlijkse post onvoorzien van € 300.000 opgenomen. Deze post is bedoeld om incidentele tegenvallers op te vangen. Het college besluit over de inzet van deze post. Daarbij geldt de voorwaarde dat inzet past binnen de criteria: onuitstelbaar, onvermijdbaar en onvoorzienbaar. De verantwoording hierover nemen we op in de reguliere planning- en controldocumenten met vaststelling door de gemeenteraad.
17
Financiën in één oogopslag In de volgende figuur hebben we voor 2022 de totale lasten per programma in beeld gebracht (bedragen x € 1.000).
18
COVID-19: Herstelagenda Inleiding In de kadernota 2022-2025 hebben we de COVID-19 herstelagenda vastgesteld. In dit hoofdstuk zijn hiervan de belangrijkste onderdelen samengevat en op onderdelen geactualiseerd. In de kadernota hebben we tevens afgesproken om ontwikkelingen vooral te volgen via onze reguliere BBC. Daarmee onderstrepen we dat we de herstel maatregelen in onze dagelijkse werkzaamheden integreren. We beginnen dit hoofdstuk met een korte actualisatie van landelijke economische ontwikkelingen. Vervolgens benoemen we onze eerder vastgestelde uitgangspunten voor ondersteuning en geven we de speerpunten weer van onze herstelagenda. Tot slot geven we een totaalbeeld van de financiële compensatie die we vanuit het Rijk hebben ontvangen en geven we een opsomming van ondersteuningsmaatregelen die we hebben uitgevoerd. De huidige crisis en de ontwikkelingen noodzaken dat we moeten sturen met grote onzekerheid. We volgen daarom nauwgezet alle ontwikkelingen en gevolgen voor onze inwoners, bedrijven en instellingen. Uiteraard ook de gevolgen voor onze eigen begroting. We volgen kritisch alle landelijke ondersteuningsmaatregelen en bepalen welke aanvullende maatregelen noodzakelijk zijn. We hebben een goede algemene reserve. Al eerder heeft de gemeenteraad via een motie besloten om deze reserve in te zetten om de COVID-19 schade te betalen.
Economie herstelt veerkrachtig, maar onzekerheid corona blijft Het centraal economisch plan (CEP) heeft in augustus 2021 nieuwe economische prognoses over de economie en werkgelegenheid gegeven. Deze raming vormt de basis voor de miljoenennota van het Rijk. Conclusie hieruit is dat de economie veerkrachtig herstelt, maar dat onzekerheid corona blijft. De economie groeit in 2021 met bijna 4%, gevolgd door ruim 3% groei in 2022. Hierbij wordt er van uitgegaan dat er geen grootschalige nieuwe contactbeperkingen nodig zijn. De werkloosheid loopt na het wegvallen van de steunmaatregelen slechts licht op tot 3,6% in 2022. Daarmee blijft er sprake van krapte op de arbeidsmarkt. Hoewel de economie als geheel snel herstelt, blijft de aanwezigheid van het coronavirus wel een factor van betekenis. Door onzekerheid, gerichte contactbeperkingen en/of verschoven vraag houdt een beperkt aantal sectoren voorlopig, en waarschijnlijk deels blijvend, last van COVID-19. Dit zal volgens het CPB leiden tot bedrijfsbeëindigingen. Deze zijn volgens het CPB economisch dan onvermijdelijk en economisch gezien wenselijk. Zeker gezien de gespannen arbeidsmarkt in sectoren die geen last van COVID-19 hebben, of juist te maken hebben met extra vraag. De aangekondigde beëindiging van de generieke steunmaatregelen na het derde kwartaal ondersteunt deze noodzakelijke aanpassing.
De overheidsfinanciën herstellen in lijn met de ontwikkeling van de economie. In 2021 is er nog een begrotingstekort van 5,3%, maar in 2022 daalt dit door het wegvallen van de steun en het aantrekken van de belastinginkomsten tot 1,8%. Door de snelle groei daalt de overheidsschuld dan gemeten als percentage van de economie al weer. Uitgangspunten voor ondersteuning De COVID-19 crisis is groter dan wij als gemeente aankunnen. We zullen keuzes moeten maken. Ter ondersteuning van inwoners, bedrijven en instellingen sluiten we zo veel mogelijk aan bij de landelijke regelingen van het kabinet. Vervolgens kijken we naar provinciale regelingen, de banken en de brancheorganisaties. Ook kijken we naar onze eigen rol. Bewust in deze volgorde. Primair staan wij aan de lat voor onze beleidstaken. In de prioriteitennota 2021-2024 en in de programmabegroting 2021-2024 hebben we de volgende criteria vastgesteld: 1.
We geven inkomenssteun aan mensen die dat nodig hebben, geen omzetsteun aan bedrijven, of sectoren
2.
Helpen verdienen is beter dan helpen besparen
3.
Op naar werk
19
4.
We investeren in samenleven
5.
We investeren in zorgcontinuïteit
6.
We zijn en blijven een financieel gezonde organisatie.
Inkomenssteun wel, omzetsteun niet We geven inkomenssteun aan mensen die dat nodig hebben. Werknemers, ondernemers, zzp-ers enzovoort. Bijstand, bijzondere bijstand en andere gemeentelijke instrumenten zijn daarvoor beschikbaar. Landelijke financiële steunregelingen voeren we met voorrang uit. We lobbyen waar mogelijk voor meer regelingen, langere termijnen, ruimere voorwaarden. Meer kunnen we niet doen. Het is niet onze rol om individuele bedrijven te behoeden van de ondergang. Evenmin kunnen we hele sectoren financieel redden. Hoe vervelend we dat ook vinden. Het is de rol van de markt. Het is ook niet betaalbaar. Verdienen boven besparen Het is vitaal voor de economie dat de getroffen sectoren door COVID-19 weer beter gaan draaien. We hebben met z’n allen de producten en diensten nodig. We hebben ook het werk en het inkomen dat er bij hoort nodig. We dragen op een aantal manieren bij aan herstel. We doen dat tijdelijk door bij te dragen aan lastenverlichting voor bedrijven. Denk aan het verlengen van betaaltermijnen of het kwijtschelden van bepaalde lasten. Maar dat is niet voldoende. We willen bedrijven vooral helpen verdienen. Ruimte voor ondernemerschap. Waar ondernemers anderen meekrijgen, zullen we welwillend meewerken aan ook vernieuwende of tijdelijke plannen.
Denk verder onder andere aan: onze eigen investeringen en uitgaven naar voren halen, koop lokaal acties steunen, kennis verbinden. Maar ook: het ondernemingsklimaat versterken. Het mogelijk maken van grotere terrassen, drive-ins, extra standplaatsen, verkoop aan particulieren door groothandels, etc. Hiermee hebben we veel ondernemers kunnen steunen. Op naar werk Inkomenssteun is soms nodig, werk is beter. Bijdragen aan werkgelegenheid, maar zeker ook aan scholing en aan matching zijn belangrijk. Voor economische stabiliteit en draagkracht voor de gevolgen van de crisis. Voor inkomensvoorziening, lager zorggebruik maar zeker ook om zoveel mogelijk mensen weer mee te kunnen laten doen. Samenleven mogelijk maken Samenleven betekent onder andere kunnen sporten, ontmoeten, cultuur maken en van cultuur genieten. De inwoners, verenigingen en culturele ondernemers zorgen daar grotendeels zelf voor. Daar bouwen en vertrouwen we op. De gemeente subsidieert van oudsher een belangrijk deel van de sector. De hele sector krijgt klappen. De rijksmaatregelen lijken maar een deel daarvan op te vangen. De crisis gaat wellicht leiden tot het stoppen van sommige aanbieders. Misschien kunnen niet alle accommodaties en plannen die we er voor hadden behouden blijven. En misschien is het tijd om een aantal vernieuwingen door te voeren.
Maar we staan samen met aanbieders, vrijwilligers en organisaties garant voor een essentieel niveau van maatschappelijke voorzieningen. Basaal zorg- en welzijnslandschap Beschikbaarheid van zorg- en welzijnsaanbod is vitaal. We hebben een morele en juridische verantwoordelijkheid. We investeren in behoud van diversiteit van zorgaanbieders zodat er voldoende aanbod blijft. Reisafstanden, keuzemogelijkheden, voorkeursaanbieders, het kan allemaal minder optimaal zijn. Maar beschikbaarheid van zorg- en welzijnsaanbod is noodzakelijk. Financieel gezonde organisatie We zijn en blijven een financieel gezonde organisatie. -
We zorgen voor sluitende begrotingen;
-
We doen bij alle steunmaatregelen een check: korte termijn hulp (incident) moet niet leiden tot verplichtingen die op termijn niet vol te houden zijn.
20
Herstelagenda Vanuit bovenstaande criteria kiezen we voor een herstel en versterkingspakket gericht op de volgende pijlers: -
Duurzaam investeren;
-
Investeren in een sociaal sterke stad;
-
Helpen verdienen.
Duurzaam investeren Gezien de economische ontwikkeling spreken we niet meer van anticyclisch investeren. Wel houden we vast aan het uitgangspunt om duurzaam te investeren in de toekomst van onze stad en kernen. We houden daarbij vast aan onze topprioriteiten: -
Dynamisch stadscentrum;
-
Voorzieningen voor ontmoeten, sport en cultuur;
-
Bouwen voor de toekomst;
-
Duurzaamheid.
We zetten vol in op de realisatie van het Walkwartier. We hebben in 2020 € 1,5 miljoen en in 2021 € 2 miljoen gestort in het investeringsfonds stadshart. Het investeringsfonds draagt bij aan de realisatie van de koers Stadshart Oss. Met dit fonds realiseren we majeure investeringen in de stedelijke (vastgoed) ontwikkeling waarvan parkeren en openbare ruimte & groen onderdeel zijn. Daarnaast gebruiken we dit fonds voor stimuleringsregelingen om de fysieke aantrekkelijkheid en de compactheid van het stadshart te verbeteren (wonen in het centrum, gevelverbetering). Verder willen we gelden beschikbaar stellen voor regelingen die bijdragen aan het compact maken van het stadshart, zoals een regeling die de verplaatsing stimuleert van ondernemers naar de pit (en de schil) van het stadshart. Om leegstand tegen te gaan hebben we voor drie jaar gelden beschikbaar gesteld voor een leegstandsmakelaar/ transitiecoach. Voor voorzieningen voor ontmoeten, sport en cultuur hebben we in de komende 4 jaar in totaal bijna € 29 miljoen aan investeringen gereserveerd. Dit is exclusief de investering van circa € 27 miljoen uit de business case voor het nieuwe Golfbad (en exclusief de investeringen in het Warenhuis). In totaal investeren we de komende jaren fors op dit gebied. Om te komen tot een versnelling van deze majeure projecten is eerder ook een bedrag van € 3,1 miljoen beschikbaar gesteld.
We zetten in op versnelling van de woningbouw en de realisatie van bedrijventerreinen. Voor deze versnelling is een speciale taskforce ingesteld. Deze versnelling leidt tot extra investeringen en hiervoor hebben we gelden uit de algemene bedrijfsreserve gereserveerd. Deze extra investeringen zijn nodig voor het (tijdelijk) afboeken van grondaankopen, voor het afdekken van verliesgevende exploitaties en ook voor het aanleggen van bovenwijkse voorzieningen. Voorstellen hiervoor zijn in deze begroting uitgewerkt. Vanuit het investeringsfonds duurzaamheid doen we investeringen in het kader van de energietransitie en circulaire economie (grondstoffentransitie). Het duurzaamheidsfonds maakt het mogelijk deze initiatieven uit te voeren, uit te proberen en pilots te starten. Investeren in een sociaal sterke stad De COVID-19 heeft een grote sociaal en maatschappelijke impact op onze stad. Tegelijkertijd blijft het lastig in te schatten wat de diepere effecten zijn op het gebied van gezondheid, sociaal domein, verenigingsleven, cultuur, evenementen of voor ouderen, jongeren, zzp'ers etc. Naast onze inzet voor de ondersteuningsmaatregelen COVID-19 zetten we stevig in op het gebied van participatie, inkomensvoorziening, armoede en schulden.
Natuurlijk voeren we daarvoor de landelijke regelingen uit en doen we er alles aan om in regionaal verband en lokale samenwerkingen extra advies en ondersteuning te bieden. We zetten daarbij in op de speerpunten: -
“van werk naar werk”
-
“van bijstand naar werk”
-
“van bijstand naar meedoen”.
21
Bij het versterken van een sociaal sterke stad hoort ook het initiatief van een lerende stad en investeringen in voorzieningen. We verwijzen graag naar de verschillende begrotingsprogramma's voor nadere uitwerking. Helpen verdienen Een belangrijke pijler voor ons als gemeente is ook ondernemers “helpen” verdienen. We vervullen hierbij vaak een randvoorwaardelijke rol. Ruimte voor ondernemerschap en ook het versterken van het ondernemingsklimaat. Helpen verdienen betekent dat je in de dienstverlening naar ondernemers toe meedenkt bij het zoeken naar mogelijkheden en aanjagen van transities. Uiteraard binnen de bestaande regelgeving met de nodige zorgvuldigheid. De gemeente stelt zich daarbij niet op als kredietverstrekker maar als mogelijkmaker, bijvoorbeeld bij de verruiming van terrassen en te bekijken hoe we evenementen toch kunnen laten plaatsvinden. Door de grote transformatieopgaves rondom digitalisering, duurzaamheid, inclusiviteit en circulariteit onder de aandacht te brengen bij het bedrijfsleven en flexibel mee te denken over regelgeving en bedrijfshuisvesting zorgen we dat de ondernemers zoveel mogelijk kunnen blijven ondernemen en daarbij innovatief kunnen zijn. Voor specifiekere activiteiten verwijzen we naar diverse begrotingsprogramma's.
22
Financiële compensatie vanuit het Rijk In mei, augustus, december 2020 zijn compensatiepakketten vanuit her Rijk voor mede-overheden bekend gemaakt. Dit omdat gemeenten ook veel geld extra uitgeven en ook inkomsten mislopen. Het totale compensatiepakket ziet er als volgt uit: Toelichting
Landelijk
Bedrag Jaar
Bedrag Jaar
bedrag
2020
2021
Totaal
Algemeen Opschalingskorting: besloten is om deze bezuiniging voor gemeenten in de jaren 2020 en 2021 incidenteel te schrappen. Dit leidt tot hogere algemene uitkering.
€ 70 miljoen in 2020 en € 160
€ 353.000
€ 805.000
€ 1.158.000
€ 1.420.000
€ 1.420.000
miljoen in 2021.
2022: opschalingskorting geschrapt Compensatie gemiste inkomsten Compensatie voor gemiste
€ 100 miljoen
€ 57.000
€ 57.000
Compensatie voor gemiste parkeerbelasting. € 125 miljoen
€ 307.000
€ 307.000
€ 50.000
€ 50.000
toeristenbelasting.
Compensatie voor gemiste precariobelasting/ marktgelden en
€ 20 miljoen
evenementenleges Reservering voor aanvullende compensatie. In de decembercirculaire is dit bedrag
€ 250 miljoen,
verhoogd tot € 250 miljoen. Uitkering na
gereserveerd
pm
PM
pm
pm
pm
analyse van jaarrekeningen gemeenten. Inkomstenderving 1e kwartaal 2021
pm
Compensatie zorgkosten Inhaalzorg en meerkosten Jeugdzorg
€ 34,3 miljoen
€ 194.000
PM
€ 194.000
€ 11,7 miljoen
€ 72.000
PM
€ 72.000
Afrekening continuïteit van zorg Wmo 2015 € 20,4 miljoen
€ 123.730
€ 123.730
€ 828.847
€ 828.847
€ 5,6 miljoen
€ 61.669
€ 61.669
beroep. Deze opvang is zonder extra kosten € 23 miljoen
€ 109.000
€ 109.000
€ 18 miljoen
€ 106.000
€ 106.000
€ 4 miljoen
€ 19.378
€ 19.378
Inhaalzorg en meerkosten Wmo 2015 begeleiding Inhaalzorg en meerkosten maatschappelijke
opvang (gelden als centrumgemeente voor € 98 miljoen de regio) Continuïteit van zorg beschermd wonen Noodopvang kinderen met ouders cruciaal ouders. Medio maart tot 1 juli. Compensatie inkomstenderving eigen bijdrage Wmo. Deze werd door SVB in die periode niet geïnd voor gemeenten. Maanden april en mei 2020. Compensatie quarantainekosten Extra begeleiding kwetsbare groepen (dagbesteding) Bestrijden eenzaamheid ouderen
€ 37 miljoen
€ 224.000
€ 224.000
€ 36,5 miljoen
€ 198.000
€ 198.000
23
Toelichting
Landelijk
Bedrag Jaar
Bedrag Jaar
bedrag
2020
2021
Totaal
Voorschoolse voorziening peuters: in de periode van 16 maart tot en met 7 juni is de kinderopvang (gedeeltelijk) gesloten. Ouders/ verzorgers zijn in maart opgeroepen om de rekening voor de opvang
€ 8,3 miljoen
€ 42.000
€ 42.000
te blijven betalen. Om de eigen bijdrage van de ouders/ verzorgers te vergoeden ontvangen we compensatie. Compensatie Werk & Inkomen Vergoeding uitvoering Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandige
€ 2 miljard
€ 16.170.078
€ 4.409.601
€ 20.579.679
€ 130.452
€ 300.025
€ 430.477
€ 160.211
€ 160.211
€ 75.019
€ 153.366
€ 228.385
€ 25.966
€ 53.083
€ 79.049
€ 1.309.000
€ 1.309.000
€ 33.000
€ 33.000
ondernemers (TOZO) € 39,3 miljoen in Aanvullend pakket re-integratiekosten
2020 en € 88,4 miljoen in 2021
Impuls re-integratie
€ 48,3 miljoen € 15 miljoen in
Gemeentelijke schuldenbeleid
2020 en € 30 miljoen in 2021 € 5 miljoen in
Bijzondere bijstand
2020 en € 10 miljoen in 2021
TONK: Tijdelijke Ondersteuning
Eerste fase 65
Noodzakelijke Kosten voor huishoudens die mln, tweede in ernstige problemen komen