CConstaterende datOss
Koppel je AI →
Document · PDF

Oss_Corellistraat_10_BP_TOELICHTING_Hoofdrapport_231123 (2)

Gemeenteraad 25 januari 2024, gemeente OssBij agendapunt: A Vaststelling bestemmingsplan Corellistraat 10 Oss - 202333.070 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

1) Etmaalintensiteit (2040) van maatgevende wegvak ter hoogte van de appartementen.

Op grond van de gegevens uit tabel 5.4 kan worden gesteld c.q. bevestigd dat de bijdrage van het plan Corellistraat 10 aan de capaciteit van het (direct aansluitende) wegennet als inpasbaar kan worden beoordeeld. Parkeren Om te komen tot een voldoende aantal parkeerplaatsen voor de toekomstige bewoners,

53

gebruikers en bezoekers van het plan Corellistraat 10 wordt uitgegaan van de ‘Nota Parkeernormen 2017’ van de gemeente Oss. In deze Nota geeft de gemeente aan dat haar parkeernormen gebaseerd zijn op de parkeerkencijfers van het CROW. Conform de systematiek van het CROW is het aantal parkeerplaatsen per functie afhankelijk van de stedelijkheidsgraad van de gemeente, de ligging van de betreffende functie en het soort functie. De in de Nota weergegeven parkeernorm is vervolgens inclusief het aandeel parkeren door bezoekers. Voor de stedelijkheidsgraad hanteert het CROW de indeling volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), waarbij 5 typen stedelijkheid worden onderscheiden. Deze variëren van zeer ‘zeer sterk stedelijk’ tot ‘niet stedelijk’. De gemeente Oss als geheel valt volgens het CBS – en daarmee ook het CROW - in klasse 3, hetgeen ‘matig stedelijk’ inhoudt. Aansluitend wordt onderscheid gemaakt in de gebieden ‘centrum’, ‘schil’, ‘rest bebouwde kom’ en ‘buitengebied’. In de Nota stelt de gemeente dat ‘centrum’ en ‘schil’ van toepassing zijn op het centrum van de stad Oss. Voor de rest van de stad Oss geldt binnen de bebouwde kom het gebied ‘rest bebouwde kom’. Het plangebied Corellistraat 10 valt binnen deze gebiedstoedeling in het gebied ‘rest bebouwde kom’.

Ten aanzien van de verschillende functies hanteert het CROW een minimum en een maximum waarde voor de berekenen van het benodigde aantal parkeerplaatsen. Bij het vaststellen van haar parkeernormen gaat de gemeente Oss daarbij uit van het gemiddelde van de betreffende parkeerkencijfers, waarbij de norm afgerond is op één decimaal. Het voorgaande vormt de basis voor het berekenen van het aantal parkeerplaatsen dat beschikbaar moet zijn in het plangebied bij een voorgenomen ontwikkeling. In de gemeentelijke Nota Parkeernormen is dit opgenomen als parkeereis. Parkeereis (parkeernorm nieuwe functie x omvang) – (parkeernorm voormalige functie x omvang) + eventuele compensatie vervallen parkeerplaatsen

Bij de concrete invulling van deze parkeereis stelt de gemeente tevens dat wanneer sprake is van het verdwijnen van een functie op een locatie als gevolg van een bouwplan, de parkeervraag van de voormalige functie verminderd moet worden op de parkeervraag die berekend is op basis van de parkeernormen voor de nieuwe functie. Daarnaast moeten parkeerplaatsen die verdwijnen als gevolg van het bouwplan één-op-één gecompenseerd worden. Om te komen tot het concreet benodigde aantal parkeerplaatsen biedt het gemeentelijke parkeerbeleid, conform CROW-systematiek, de mogelijkheid om via aanwezigheidspercentages betreffende de verschillende gebruiksfuncties en daaraan gekoppelde mogelijkheden tot dubbelgebruik, het aantal parkeerplaatsen volgens (eerste) parkeereis op maat af te stemmen op het voorliggende plan. Uitgangspunten parkeren In de huidige situatie domineert binnen het bedrijventerrein het parkeren op maaiveld. Om de ambitie van verdichten en vergroenen te kunnen realiseren is in de gebiedsvisie een mix van maaiveldparkeren en gebouwd parkeren opgenomen, waarbij de hoeveelheid maaiveldparkeren moet worden gereduceerd. Gebouwde parkeervoorzieningen worden bij voorkeur gerealiseerd bij grote(re) panden en in centrale parkeervoorzieningen die een deelgebied kunnen bedienen.

Intensivering van het ruimtegebruik betekent in dit geval ook een intensiever gebruik van de beschikbare parkeerplaatsen, waarbij zoveel mogelijk dubbelgebruik plaatsvindt. In lijn met het voorgaande is in de gebiedsvisie opgenomen dat de parkeervraag bij nieuwe ontwikkelingen op eigen plot c.q. in het binnengebied opgelost dient te worden. Het parkeren dient daarbij zoveel mogelijk onttrokken te worden uit het straatbeeld en dus intern en/of gebouwd opgelost te worden. Parkeerbalans plan Corellistraat 10 Het realiseren van de verschillende gebruiksfuncties binnen het plan Corellistraat 10 brengt een

54

gedifferentieerde parkeervraag met zich mee. Afgestemd op de verschillende planonderdelen geven de volgende tabellen nader invulling aan de betreffende onderdelen van de gemeentelijke parkeereis. Tabel 5.5: Parkeernorm nieuwe functie x omvang. Onderdeel plan Corellistraat 10

Oppervlak

Parkeernorm

Aantal pp

Aandeel bezoekers

Wonen

Aantal

(m2 GBO)

(pp/eenheid)

(norm x aantal)

(0,3 x aantal)

Koop Klein

9

59

1,5

13,5

2,7

Koop Middel

20

82

1,7

34

6,0

Koop Groot

24

96

1,7

40,8

7,2

Huur Sociale sector

67

59

1,3

87,1

20,1

Huur Middel

25

75

1,7

42,5

7,5

Huur Groot

46

90

1,7

78,2

13,8

Woon-Werk eenheden (Huur)

10

98

1,3

13

3,0

309,1

60,3

Oppervlak

Parkeernorm

(m2 BVO)

(pp/eenheid)

SUBOTAAL: Wonen

201

Onderdeel plan Corellistraat 10

Aantal

Werken Plintfunctie voorzieningen: Sport Medisch Centrum

1.175

2,2 pp/behandelkamer

33,0

Plintfunctie: Klein ambacht

15 behandelkamers

227

1,0/100 m2 BVO

2,3

Plintfunctie: Woon/werk

490

1,0/100 m2 BVO

4,9

Plintfunctie: Daghoreca

140

6,0 /100 m2 BVO

8,4

SUBTOTAAL: Werken

48,6

TOTAAL: Wonen + Werken

357,7

Tabel 5.6: Parkeernorm voormalige functie x omvang. Huidige functies

Huidige omvang

Norm

Aantal pp

Laboratoriumschool

900 leerlingen

5,2 pp/100 leerlingen

46,8

Van Dijk

2700 m2 BVO

1,0 pp/100 m2 BVO

27

TOTAAL

73,8

Tabel 5.7: Compensatie vervallen parkeerplaatsen. Verdwenen functies

Aantal pp

Van Dijk

8,0

Laboratoriumschool

17,0

TOTAAL

25,0

Op grond van het voorgaande geldt in eerste instantie de volgende invulling als parkeereis: Parkeereis: definitie gemeente Oss (parkeernorm nieuwe functie x omvang) – (parkeernorm voormalige functie x omvang) + eventuele compensatie vervallen parkeerplaatsen Parkeereis: eerste invulling plan Corellistraat 10 357,7 – 73,8 + 25 = 308,9

Om de parkeervoorzieningen optimaal in te zetten wordt gebruik gemaakt van dubbelgebruik van parkeervoorzieningen. Met dubbelgebruik wordt bedoeld dat bij het ontwikkelen van meerdere functies, die op verschillende tijdstippen gebruik maken van parkeerplaatsen, een deel van de parkeerplaatsen dubbel gebruikt kan worden. De totale parkeereis voor het geheel wordt hierdoor lager dan de parkeereisen per functie afzonderlijk, omdat de daadwerkelijke vraag naar parkeerplaatsen per functie niet de hele dag hetzelfde is. De aanwezigheidspercentages worden gebruikt om de parkeerbehoefte op het maatgevende (drukste) moment te bepalen.

55

Aansluitend op de eerste invulling van de parkeervraag gelden voor de gebruiksfuncties binnen het plan de volgende (maatgevende) aanwezigheidspercentages, resulterend in dubbelgebruik en daarmee reductie van het benodigde aantal parkeerplaatsen, zie tabel 5.8. Tabel 5.8: Aftrek dubbelgebruik toekomstige gebruiksfuncties. Onderdeel plan Corellistraat 10

Aantal pp

Maatgevende periode: werkdag avond

Aantal pp

Aantal pp

(basis)

(aanwezigheidspercentage)

(in mindering)

(na aftrek)

Woningen: bewoners

248,8

90%

24,9

223,9

Woningen: bezoekers (0,3 per woning)

60,3

80%

12,1

48,2

Klein ambacht en Werk

7,2

10%

6,5

0,7

Cultuur

8,4

90%

0,8

7,6

Sport Medisch Centrum

33,0

10%

29,7

3,3

TOTAAL

357,7

73,9

283,7

Als gevolg van het dubbelgebruik van parkeerplaatsen kan de parkeervraag van (in eerste instantie) 308,9 parkeerplaatsen worden gereduceerd met 73,9 parkeerplaatsen. Om te komen tot een sluitende parkeerbalans voor het plan Corellistraat 10 zijn daarmee 235 (308,9 – 73,9) parkeerplaatsen nodig. Het plan Corellistraat 10 voorziet in de realisatie van in totaal 240 parkeerplaatsen. Hiermee wordt op afdoende wijze invulling gegeven aan de parkeervraag. Van dit totale aantal worden 157 parkeerplaatsen gerealiseerd in een parkeerkelder, die zich onder de binnentuin tussen de bouwvolumes A, B en C bevindt. In lijn met de gemeentelijke gebiedsvisie voor het beoogde Euterpepark betreft het hier een gebouwde parkeervoorziening in/onder grote(re) panden, waarmee een deelontwikkeling van Euterpepark kan worden bediend. Verder worden 70 parkeerplaatsen op maaiveldniveau aangelegd achter het bouwvolume (D). Tot slot worden 13 parkeerplaatsen op maaiveld gerealiseerd aan de zijde van de Corellistraat. De posities van de verschillende parkeervoorzieningen zijn weergegeven in figuur 5.8. Figuur 5.8: Parkeervoorzieningen plan Corellistraat 10 (Bron: Ingenieursburo AKM).

56

Conclusie Het plan Corellistraat 10 geeft op passende wijze invulling aan de parkeerbehoefte en kan de verkeersbijdrage van het plan aan de wegcapaciteiten van Corellistraat en Sweelinckstraat als beperkt worden beoordeeld.

5.3

Geluid

Het aspect ‘Geluid’ is primair geregeld in de Wet geluidhinder (Wgh). De Wgh richt zich vooral op een verantwoorde ruimtelijke inpassing van geluidsgevoelige objecten, zoals woningen en scholen, ten opzichte van geluidsbronnen, zoals (rail)verkeer en industrie. Geluidsgevoelige bestemmingen worden in beginsel beschermd tegen te hoge geluidniveaus van verkeerswegen, spoorlijnen en industrie, of tegen toename van deze niveaus als er iets aan de situatie verandert. De regels van de Wgh zijn van toepassing bij het vaststellen dan wel het mogen afwijken van een bestemmingsplan. De Wgh ziet alleen toe op zaken die nieuw zijn of veranderen, zoals het planologisch inpassen van nieuwe geluidsgevoelige bestemmingen. Om te komen tot een aanvaardbaar akoestisch woon- en leefklimaat kent de Wgh een voorkeursgrenswaarde en een maximale ontheffingswaarde. In tabel 5.9 zijn de normen voor nieuwe geluidsgevoelige bestemmingen per bronsoort weergegeven. Tabel 5.9: Geluidnormen Wgh.

In situaties met nieuwe woningen en/of nieuwe wegen moet in beginsel voldaan worden aan de voorkeursgrenswaarde. Wanneer de geluidbelasting op een geluidgevoelige bestemming hoger is dan de voorkeursgrenswaarde, dient de toepassing van geluidreducerende maatregelen te worden onderzocht. De Wgh geeft aan dat hogere grenswaarden pas kunnen worden vastgesteld indien toepassing van maatregelen, gericht op terugdringing van de geluidbelasting tot de voorkeursgrenswaarde, onvoldoende doeltreffend zijn of op overwegende bezwaren stuiten van stedenbouwkundige, verkeerskundige, landschappelijke of financiële aard. Wegverkeer Ten aanzien van wegverkeerslawaai is de Wgh alleen van toepassing binnen de wettelijk vastgestelde geluidzone van een weg. De Wgh geeft aan dat alle wegen een zone hebben, uitgezonderd wegen waarvoor een maximum snelheid van 30 km/uur geldt en wegen gelegen binnen een als woonerf aangeduid gebied. In de Wgh worden eisen gesteld aan de toelaatbare geluidbelasting op de gevels van nieuwe en bestaande woningen langs nieuwe en bestaande wegen binnen en buiten de bebouwde kom. In tabel 5.10 zijn de voorkeursgrenswaarden en maximale ontheffingswaarden voor de verschillende situaties nader gespecificeerd.

57

Tabel 5.10: Voorkeursgrenswaarden en maximale ontheffingswaarden wegverkeerslawaai

Railverkeer Voor spoorwegen maakt de Wgh geen onderscheid tussen stedelijk en buitenstedelijk gebied. In tabel 5.11 zijn de voorkeursgrenswaarden en maximale ontheffingswaarden weergegeven voor nieuwe geluidgevoelige objecten in zones van spoorwegen. Tabel 5.11: Voorkeursgrenswaarden en maximale ontheffingswaarden railverkeerslawaai

Industrielawaai Ten aanzien van industrielawaai maakt, naast de Wgh, het Activiteitenbesluit deel uit van het voorliggende toetsingskader. Het Activiteitenbesluit is een besluit waarin regels zijn opgenomen voor bedrijven die worden aangemerkt als inrichting in de zin van de Wet milieubeheer (Wm). Op basis van het Activiteitenbesluit zijn de in tabel 5.12 weergegeven geluidgrenswaarden mogelijk: Tabel 5.12: Inrichtingen op een bedrijventerrein (art. 2.17, lid 3 Activiteitenbesluit)

Cumulatie van geluidbronnen Wanneer een geluidgevoelige bestemming gelegen geprojecteerd is in de zone van meerdere geluidbronnen (wegverkeer, spoorwegverkeer, industrielawaai) en waarvoor een hogere grenswaarde moet worden vastgesteld, dient conform de Wgh en het Reken- en Meetvoorschrift Geluid 2012 (RMG 2012) de gecumuleerde geluidbelasting inzichtelijk te worden gemaakt. Voor de gecumuleerde geluidbelasting Lcum zijn geen wettelijke grenswaarden vastgesteld maar kan aan de hand van de in tabel 5.13 gepresenteerde classificering conform de methode Miedema de geluidbelasting worden beoordeeld in het kader van een goede ruimtelijke ordening. Tabel 5.13: Classificering milieukwaliteit methode Miedema.

58

Geluidnota Oss 2012 In de vigerende geluidnota Oss ‘Geluidskwaliteit in de leefomgeving’ uit 2012 is het bedrijventerrein Euterpelaan aangemerkt als ‘Bedrijventerrein, niet-gezoneerd’, zie figuur 5.9. Figuur 5.9: Bedrijventerrein Euterpelaan in Geluidnota Oss 2012.

Navolgende passages uit de Geluidnota Oss vormen (mede) het toetsingskader voor het plan Corellistraat 10. Bedrijfswoningen Bedrijventerreinen hebben tot doel om binnen een bepaalde begrenzing bedrijvigheid mogelijk te maken. De ondernemer moet daarbij niet onnodig worden beperkt door belemmeringen, zoals woningen, op dit terrein. Jurisprudentie laat dan ook zien dat ten aanzien van woningen op bedrijventerreinen soepelheid kan worden betracht. In deze geluidsnota hebben bedrijfswoningen ten aanzien van geluidshinder een aparte positie, waarvoor onder meer het volgende geldt: ˗ Op bedrijventerreinen (gezoneerd en niet-gezoneerd) zullen minder vaak woningen worden gerealiseerd. Toch kan het zijn dat hier en daar een bedrijfswoning voorkomt. Voor deze gebieden is het niet realistisch om voorwaarden te stellen ten aanzien van hogere grenswaarden, omdat het geluid van alle kanten kan komen. De eisen van het bouwbesluit zijn hier van kracht om een acceptabel akoestisch binnenklimaat te garanderen. Beleidsuitspraak 9: ˗ Aan bedrijfswoningen of bedrijventerreinen worden geen nadere eisen gesteld ten aanzien van hogere grenswaarden.

Wanneer de woningen op het bedrijventerrein zouden worden gekenmerkt als een woonwijk met hoge geluidsdruk (bedoeld voor de mogelijkheid om wonen en werken te combineren) worden in de Geluidnota Oss de volgende maximale ontheffingswaarden weergegeven, zie tabel 5.14.

59

Tabel 5.14: Maximale ontheffingswaarden bij woningen in een woonwijk met hoge geluidsdruk.

Resumerende maakt de Geluidnota Oss het mogelijk om ten aanzien van industrielawaai een maximale ontheffingswaarde voor het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau LAr,LT van 55 dB(A) toe te staan c.q. te vergunnen. De Geluidnota voorziet in beginsel niet in de ontwikkeling van woningen op het bedrijventerrein Euterpelaan. Met inachtname van de gebiedsvisie Euterpepark en in het kader van onderhavige planvorming heeft de gemeente Oss op ambtelijk niveau echter aangegeven uit te gaan van algemene uitgangspunten voor het verlenen van hogere grenswaarden uit haar beleid. Onder meer de volgende voorwaarden zijn daarbij aan de orde: Voorwaarde geluidsluwe gevel ˗ Een woning heeft ten minste één gevel met een lager (luw) geluidsniveau. Het geluidsniveau op deze gevel is niet hoger dan de streefwaarde voor elk van de te onderscheiden geluidsbronnen. ˗ Bij vervangende nieuwbouw zijn de inpassingsmogelijkheden van de woningen in de bestaande geluids-situatie vaak beperkter dan voor een nieuwe situatie. Daarom wordt hier voor een geluidsluwe gevel een ruimere marge aangehouden: 5 dB boven de streefwaarde. ˗ De eisen van het Bouwbesluit blijven van kracht om een acceptabel akoestisch binnenklimaat te garandere.; Voorwaarde woningindeling ˗ De woning bevat voldoende verblijfsruimte(n) aan de zijde van de geluidsluwe gevel.

Voorwaarde geluidsluwe buitenruimte ˗ Indien een woning beschikt over een buitenruimte, dan is deze bij voorkeur gelegen aan de geluidsluwe zijde. Het geluidsniveau mag in ieder geval niet meer dan 5 dB hoger zijn dan bij de geluidsluwe gevel. Deze eis geldt voor maximaal één buitenruimte per woning. Toetsing plan Corellistraat 10 Het plan Corellistraat 10 betekent een uitbreiding van een geluidgevoelige bestemming binnen het plangebied. Derhalve is het plan onderworpen aan akoestisch onderzoek, waarbij gekeken is naar de geluidbelasting van zowel weg- en railverkeer als industrielawaai op de gevels van de beoogde appartementen. Het navolgende vormt een resumé van de belangrijkste bevindingen uit deze onderzoeken (Voortman ingenieurs, mei 2023). De volledige rapportages van deze akoestische onderzoeken zijn als bijlage bij deze Toelichting toegevoegd. Wegverkeerslawaai Ten aanzien van wegverkeerslawaai bevinden de beoogde appartementen zich binnen de geluidzone van de Gerbrandylaan, Braakstraat, Corellistraat, Willaertstraat, Sweelinckstraat, Orlando di Lassostraat, Rossinistraat en Euterpelaan en de invloedsfeer van enkele 30 km/h wegen. Het akoestisch onderzoek resulteerde in de volgende punten:

60

˗

˗

˗

De berekende geluidbelasting ten gevolge van de Gerbrandylaan, Braakstraat en Sweelinkstraat bedraagt ten hoogste respectievelijk 51 dB, 50 dB en 52 dB, incl. aftrek artikel 110g Wgh6. Deze geluidbelastingen zijn hoger dan de voorkeursgrenswaarde va 48 dB, maar niet hoger dan de maximale ontheffingswaarde van 63 dB, incl. aftrek art. 110g Wgh; De berekende geluidbelasting ten gevolge van de Corellistraat, Marchantstraat, Willaertstraat, Orlando di Lassostraat, Rossinistraat en Euterpelaan is niet hoger dan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB, incl. aftrek art. 110g Wgh. De berekende gecumuleerde geluidbelasting ten gevolge van alle voornoemde wegen bedraagt ten hoogste 54 dB, incl. aftrek art. 110g Wgh.

Railverkeerslawaai Ten aanzien van railverkeerslawaai zijn de beoogde appartementen gelegen binnen de geluidzone van het spoortraject ’s-Hertogenbosch - Nijmegen. Het akoestisch onderzoek resulteerde voor het railverkeer in het volgende punt: ˗ De berekende geluidbelasting bedraagt ten hoogste 66 dB en is daarmee hoger dan de voorkeursgrenswaarde van 55 dB, maar niet hoger dan de maximale ontheffingswaarde van 68 dB. Gecumuleerde geluidbelasting weg- en railverkeer ˗ De gecumuleerde geluidbelasting Lcum ten gevolge van weg- en railverkeerslawaai bedraagt (omgerekend naar wegverkeerslawaai) ten hoogste 61 dB, excl. aftrek art. 110g Wgh. ˗ De gecumuleerde geluidbelasting voor de appartementen valt hoofdzakelijk in de geluidklasse goed, redelijk en matig en in slechts enkele gevallen in de geluidklasse tamelijk slecht. De onderzochte maatregelen om de geluidbelasting te reduceren tot de voorkeursgrenswaarde voor zowel weg- als railverkeer zijn onvoldoende doeltreffend en/of ondervinden overwegende bewaren van civieltechnische, stedenbouwkundige en financiële aard. Gesteld kan worden dat er conform de Wgh geen onacceptabele samenloop van geluid is. Door het binnenniveau in de appartementen op basis van de gecumuleerde geluidbelasting door wegen railverkeerslawaai te borgen op 33 dB is er sprake van een goed woon- en leefklimaat.

Conform het gemeentelijk beleid dient een nieuw te bouwen woning, wanneer de geluidbelasting hoger is dan de voorkeursgrenswaarde, over een geluidluwe gevel(deel) en buitenruimte te beschikken. Omdat de exacte indeling van de beoogde appartementen nog niet bekend is zal dit onderdeel nader uitgewerkt en bij de bouwaanvraag getoetst moeten worden. Industrielawaai Ten aanzien van industrielawaai kan worden gesteld dat het bedrijf Dalco Food bv vooralsnog als maatgevend kan worden gesteld voor dit deelaspect. De term ‘vooralsnog’ is hier genoemd, aangezien Dalco Food op afzienbare termijn vertrekt uit Oss en een ander (vergelijkbaar) bedrijf invulling blijft geven aan de beschikbare milieuruimte. Meer aannemelijk is echter dat de percelen van Dalco Food een toekomstige invulling krijgen in lijn met de gebiedsvisie Euterpepark, zoals vastgesteld door de gemeenteraad van Oss. Dit zou in ieder geval een (sterke) reductie van de toegestane milieucategorisering met zich mee kunnen brengen, ofwel meer mogelijkheden voor het realiseren van woon- en werkfuncties op korte afstand van elkaar.

6 Conform artikel 110g van de Wgh mag het resultaat van de berekende geluidbelasting met maximaal 5 dB worden

verminderd voordat de geluidbelasting wordt getoetst aan de (voorkeurs) grenswaarden. Deze correctie biedt de mogelijkheid om rekening te houden met het afnemen van de geluidproductie van de motorvoertuigen.

61

Vanuit het vertrekpunt dat Dalco Food maatgevend is voor het deelaspect Industrielawaai vormt de oorspronkelijke milieuvergunning van Dalco Food, verleend op 21 maart 2006, de basis van het akoestisch toetsingskader voor het plan Corellistraat 10. In deze milieuvergunning is aangegeven dat de woonomgeving van Dalco Food wordt getypeerd als ‘Burgerwoningen op een nietgezoneerd industrieterrein’, een en ander conform tabel 5 uit hoofdstuk 5.9 van de ‘Handreiking Industrielawaai en vergunningverlening 1998’. Onderstaand is deze tabel, waarnaar verwezen wordt, weergegeven. Tabel 5.15: Richtwaarden woningen op een industrieterrein (HMRI 1998).

De huidige (veranderings)milieuvergunning van Dalco Food bv is gedateerd op 12 juli 2011. Onderdeel van deze vergunning is het “Akoestisch onderzoek Dalco Food bv te Oss”, opgesteld door Tauw bv van 29 september 2010 met projectnummer 4733852. Uit dat onderzoek blijkt dat op de beschouwde beoordelingspunten ten aanzien van geluid in de representatieve en regelmatig afwijkende bedrijfssituatie kan voldaan kan worden aan de vergunningsvoorschriften voor het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau LAr,LT van 50/55 dB(A) etmaalwaarde en voor het maximale geluidniveau LAmax aan 70 dB(A) etmaalwaarde. Op basis van het gebruikte rekenmodel uit 2010 is anno 2023 de geluidbelasting ten gevolge van Dalco Food bv bepaald op de geplande nieuwbouw woningen aan de westkant van de Sweelinckstraat. Op basis van het in voornoemd onderzoek gehanteerde rekenmodel is in mei 2023 de geluidbelasting ten gevolge van Dalco Food bepaald op de geplande woningen binnen het plan Corellistraat 10, meer specifiek de appartementen aan de westkant van de Sweelinckstraat. Het navolgende vormt een resumé van de belangrijkste bevindingen. De concreet berekende geluidbelastingen zijn opgenomen als bijlage bij deze Toelichting.

Langtijd gemiddeld beoordelingsniveau (LAr,LT) Uit de berekeningen blijk dat het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau (LAr,LT) op de nieuwbouw ontwikkeling ten gevolge van Dalco Food bv in de representatieve bedrijfssituatie op basis van het bestaande rekenmodel ten hoogste 55 dB(A) bedraagt en voldaan kan worden aan de grenswaarden voor woningen op een bedrijventerrein. Piekgeluidniveau LAmax Voor de piekniveaus LAmax zijn de piekgeluiden door verkeersbewegingen bij de laaddoks aan de Sweelinckstraat in de avond- en nachtperiode aan de kant van de geplande nieuwbouw ten westen van de Sweelinckstraat bepalend. Op basis van het bestaande akoestisch model uit 2011 wordt op de naar de Sweelinckstraat gerichte gevel van de nieuwbouw van blok B, C en D een geluidbelasting LAmax van respectievelijk 72, 68 en 64 dB(A) door piekniveau’s ten gevolge van verkeersbewegingen van vrachtauto’s berekend in de nachtperiode en wordt de maximale ontheffingswaarde uit de vergunning overschreden. De geluidbelasting door de maximale geluidniveaus LAmax op de geplande nieuwbouw van blok B en C is dan maximaal respectievelijk 7 en 3 dB(A) hoger dan maximaal toelaatbaar volgens het Activiteitenbesluit. Opgemerkt wordt dat in het akoestisch onderzoek uit 2011 het piekgeluidniveau LAmax op de zijgevel van de woning Rossinistraat 23 niet meegenomen.

Op de zijgevel van deze woning bedraagt het maximale geluidniveau door verkeersbewegingen van vrachtauto’s in de in de nachtperiode 64 dB(A), waardoor de vergunningsvoorschriften 70/65/60 dB(A) met 4 dB(A) worden overschreden. De geluidbelasting LAmax overschrijdt de maximale ontheffingswaarde maar omdat: ˗ het een tijdelijke situatie betreft (tot dat Dalco Food bv verhuist is); ˗ Niet zeker is of een eventuele opvolgend bedrijf ook in de avond- en nachtperiode gebruikt maakt van de laad- en loskuil;

62

is een mogelijke praktische oplossing het toepassen van een 7 dB(A) betere geluidwering van de gevel waardoor het binnenniveau ten gevolge van het maximale geluidniveau in de appartementen via een maatwerkvoorschrift wordt gewaarborgd op 45 dB(A) in de nachtperiode. De benodigde geluidwering van de gevel bedraagt dan derhalve (72-45=) 27 dB(A). Een gevel van een woning/appartement heeft bij de toepassing van een ventilatiesysteem met natuurlijke toevoer en mechanische afvoer in de basis een minimale geluidwering van 20 dB(A). Door toepassen een gebalanceerd ventilatiesysteem wordt in de regel al een geluidwering van de gevel van 25 dB(A) bereikt. Gecumuleerde geluidbelasting weg-, rail- en industrielawaai De gecumuleerde geluidbelasting LCUM ten gevolge van wegverkeer-, railverkeer- en industrielawaai bedraagt (omgerekend naar wegverkeerslawaai) ten hoogste 61 dB, excl. aftrek art. 110g Wgh ter plaatse van de dichtst bij het spoor gelegen appartement. Afgestemd op de methode ‘Miedema’ valt de gecumuleerde geluidbelasting voor de appartementen hoofdzakelijk in de geluidklasse goed, redelijk en matig en in enkele gevallen in de geluidklasse tamelijk slecht.

Samengevat worden op grond van het uitgevoerde onderzoek met betrekking tot industrielawaai de volgende conclusies worden getrokken: ˗ Uit de berekeningen blijkt dat de etmaalwaarde van het langtijd gemiddeld beoordelingsniveau LAr,LT van Dalco Food bv in de in 2011 vergunde representatieve bedrijfssituatie ter plaatse van de gevels van de nieuw te bouwen appartementen kan voldoen aan de gestelde grenswaarde van 55 dB(A) voor woningen op een bedrijventerrein; ˗ Rekening houdend met de modelaanpassingen, zoals aangegeven door de omgevingsdienst Brabant-Noord, bedraagt de etmaalwaarde van het langtijd gemiddeld beoordelingsniveau LAr,LT van Dalco Food bv in de in 2011 vergunde representatieve bedrijfssituatie ten hoogste 57 dB(A). ˗ Het maximale geluidniveau LAmax ter plaatse van de naar de Sweelinckstraat gerichte gevel van de nieuw te bouwen appartementen van blok B, C en D overschrijden de maximale ontheffingswaarden door verkeersbewegingen van vrachtauto’s in de nachtperiode. Opgemerkt wordt dat vrachtauto’s die over de Sweelinckstraat rijden hogere maximale geluidniveaus veroorzaken door de kleinere afstand tot de appartementen en daarmee maatgevend zijn voor de hinderbeleving ten opzichte van de vrachtauto’s op het terrein van de inrichting.

˗ Omdat het een tijdelijke situatie betreft (tot dat Dalco Food bv verhuist is) en het niet zeker is of een eventuele opvolgend bedrijf ook in de avond- en nachtperiode verkeersbewegingen heeft ter plaatse van de laad- en loskuil aan de Sweelinckstraat is een mogelijke praktische oplossing aanwezig. Het betreft hierbij het toepassen van een betere geluidwering van de gevel waardoor het binnenniveau in de appartementen (via maatwerkvoorschriften) wordt gewaarborgd, in het geval de appartementen eerder worden gerealiseerd dan duidelijk is dat Dalco vertrokken is naar een andere locatie of een ander bedrijf dezelfde activiteiten ontplooit. ˗ Om het binnenniveau in de appartementen te waarborgen bedraagt de benodigde geluidwering van de gevel ten gevolge van het langtijd gemiddeld beoordelingsniveau LAr,LT 22 dB(A) en ten gevolge van het maximale geluidniveau LAmax 27 dB(A). Maatgevend voor de geluidwering van de gevel zijn derhalve de dan de maximale geluidniveaus veroorzaakt door de verkeersbewegingen in de nachtperiode. Resumerend wordt de gemeente Oss verzocht medewerking te verlenen aan het vaststellen van de benodigde hogere geluidgrenswaarden.

Voor woningen waarvoor een hogere grenswaarde wordt aangevraagd dient voorafgaand aan de bouwaanvraag een aanvullend onderzoek naar de geluidwering van de gevels te worden uitgevoerd om daarmee de karakteristieke geluidwering van de gevel te bepalen en deze te toetsen aan het Bouwbesluit.

63

Conclusie Met inachtname van de benodigde hogere grenswaarden vormt het aspect Geluid geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan.

5.4

Trillingen

Het plangebied Corellistraat 10 ligt nabij de spoorlijn ’s-Hertogenbosch – Nijmegen. Het treinverkeer over deze spoorlijn kan gepaard gaan met trillingen. Realisatie van het plan Corellistraat 10 brengt de bouw van woningen met zich mee, die worden aangemerkt als trillingsgevoelige objecten. In Nederland bestaat geen wet voor het voorkomen van hinder of schade door trillingen. Het aspect trillingshinder is echter wel een aandachtspunt in het kader van ‘een goede ruimtelijke ordening’ in de zin van de Wro. Hiervoor wordt een aantal richtlijnen en beleidsregels gebruikt. Voor het plan Corellistraat 10 is de richtlijn van de Stichting Bouwresearch (SBR) van augustus 2006 van belang, meer specifiek Richtlijn deel B ‘Hinder voor personen in gebouwen door trillingen, Meet-en beoordelingsrichtlijn’ (SBR B). Deze richtlijn is ook de basis van de toetsing zoals voorgesteld in de Handreiking Nieuwbouw en Spoortrillingen van het Ministerie van I&W van mei 2019. Tabel 5.16 toont de van toepassing zijnde streef- en grenswaarden conform de SBR B (nieuwe situaties, herhaald voorkomende trillingen). Tabel 5.16: Overzicht streefwaarden conform SBR B.

Volgens de SBR dient de maximale trillingssterkte Vmax in eerste instantie getoetst te worden aan A1. Indien hieraan voldaan wordt is sprake van een acceptabele situatie. Indien niet wordt voldaan aan A1 dient de maximale trillingssterkte getoetst te worden aan A2. Bij overschrijding van A2 is sprake van een conform SBR hinderlijke situatie. In het geval dat wordt voldaan, dient de trillingssterkte over de beoordelingsperiode voor de betreffende ruimte (Vper) getoetst te worden aan A3. Bij overschrijding van A3 is wederom sprake van een conform SBR hinderlijke situatie. Opgemerkt wordt dat de streefwaarden van de SBR in principe geen wettelijke grenswaarden zijn. Volledigheidshalve de kanttekening dat het voldoen aan de streefwaarden van de SBR niet inhoudt dat geen sprake zal zijn van voelbare trillingen. De waarde van 0,1 wordt normaliter gezien als de voelbaarheidsgrens. Een streefwaarde van Vmax van 0,2 in woningen sluit derhalve niet uit dat bepaalde passages voelbaar kunnen zijn. Toetsing plan Corellistraat 10 Het plan Corellistraat 10 is gesitueerd op circa 70 m. afstand van de spoorlijn ’s-Hertogenbosch – Nijmegen en bevindt zich daardoor binnen het standaard aandachtsgebied, waar conform de Handreiking Nieuwbouw en Spoortrillingen van het Ministerie van I&W (mei 2019) nader onderzoek naar trillinghinder wenselijk is.

In oktober 2022 heeft het ingenieurs- en adviesbureau Peutz het onderzoek naar mogelijke trillingshinder uitgevoerd met inbegrip van trillingsmetingen ter hoogte van de dichtstbij het spoor geprojecteerde gevel. Voor de beoordeling van de in de woning te verwachten trillingen is, zoals gebruikelijk, uitgegaan van de streefwaarden voor de maximaal optredende trillingssnelheden, zoals opgenomen in de Richtlijn deel B “Hinder voor personen in gebouwen door trillingen, Meet- en beoordelingsrichtlijn” van de Stichting Bouwresearch (SBR) van augustus 2006. Zoals aangegeven geldt voor woningen een zogenaamde onderste streefwaarde A1 van 0,1. Getoetst aan het plan Corellistraat 10 wordt deze waarde, gezien de worst case maximale trillingsterkte tot 0,4 in de geprojecteerde woningen, overschreden. Bij overschrijding van de

64

onderste streefwaarde wordt in eerste instantie toetsing aan de bovenste streefwaarde A2 relevant. Omdat ook in de nacht sprake is van passerende treinen geldt een maatgevende A2 van 0,2. Aan deze waarde zal juist worden voldaan zodat daarmee toetsing van de trillingsterkte Vper aan de orde is, ofwel de verwachte (gemiddelde) trillingsterkte over de beoordelingsperiode (V per) in de woningen. Uitgaande van een vergelijkbare verhouding als bij de maximale trillingsterkte tussen bodem en woning wordt een (gemiddelde) trillingsterkte over de beoordelingsperiode (V per) in de woning verwacht van maximaal 0,022, waarmee voldaan wordt aan de streefwaarde A3 van 0,05. Op basis van het door Peutz verrichte onderzoek kan worden geconcludeerd dat de in het kader van trillinghinder in woningen na te streven waarden, zoals aangegeven in de Richtlijn deel B ‘Hinder voor personen in gebouwen door trillingen, Meet- en beoordelingsrichtlijn’ van de Stichting Bouwresearch (SBR) van augustus 2006, kan worden voldaan. Daarmee is sprake van een acceptabel woon- en leefklimaat op het aspect trillingen. Als randvoorwaarde bij deze conclusie stelt Peutz dat het plan Corellistraat 10 voorziet in de toepassing van voldoende stijve vloeren (eigenfrequenties hoger dan circa 12 Hz). Conclusie Het aspect Trillingen vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan.

5.5

Luchtkwaliteit

De Rijksoverheid werkt samen met provincies en gemeenten om te voldoen aan de Europese normen voor luchtkwaliteit. In Europees verband zijn normen vastgelegd voor de maximum concentratie van een aantal stoffen, zoals fijn stof en stikstofoxiden, in de buitenlucht. Kort samengevat hebben luchtkwaliteitsregels gevolgen voor het uitvoeren van (ruimtelijke) projecten. Uitgangspunt is dat een project niet leidt tot overschrijding van de grenswaarden voor luchtkwaliteit. Als er wel een overschrijding is, dan mag een project de luchtkwaliteit niet ‘in betekenende mate’ verslechteren. Huidige luchtkwaliteit Om inzicht te krijgen in de heersende luchtkwaliteit zijn met name stikstofoxide (NO2) en fijn stof belangrijke componenten. De twee belangrijkste ‘maten’ voor fijnstof zijn PM10 (Particulate Matter, met een grootte tot 10 micrometer) en PM2,5 (fijnstof met een grootte tot maximaal 2,5 micrometer). PM2,5 is daarmee een deel uit de fractie PM10. De concentraties PM10 en PM2,5 hangen sterk met elkaar samen. In de praktijk blijkt dan ook dat als aan de grenswaarden voor PM10 wordt voldaan, ook de grenswaarde van PM2,5 wordt nageleefd. Bij het bepalen van de luchtkwaliteit zijn voor de genoemde componenten de volgende grenswaarden van toepassing: ˗ NO2: 40 µg/m3 als jaargemiddelde (sinds 2015). ˗ PM10: 40 µg/m3 als jaargemiddelde. ˗ PM2.5: 25 µg/m3 als jaargemiddelde (sinds 2015).

Besluit ‘Niet In Betekenende Mate bijdrage’ (NIBM) Het Besluit ‘Niet In Betekenende Mate bijdrage (NIBM)’ betekent dat ruimtelijke ontwikkelingen die ‘niet in betekenende mate’ leiden tot een verslechtering van de heersende luchtkwaliteit, niet afzonderlijk getoetst hoeven te worden op de grenswaarden. Binnen de gestelde kaders is toetsing aan de grenswaarden van de luchtkwaliteit niet noodzakelijk, tenzij een dreigende overschrijding van één of meerdere grenswaarden te verwachten is. Elk project dat NIBM bijdraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit kan dus worden uitgevoerd. Op Rijksniveau is de definitie van ‘in betekenende mate’ vastgelegd in een algemene maatregel van bestuur (AMvB). In deze AMvB, te zien als luchtkwaliteitseisen, is vastgelegd dat projecten die leiden tot een toename van (concentratie-)grenswaarden van een stof met meer dan 3%, in betekenende mate bijdragen aan de luchtvervuiling. Onder deze 3% grens is dus sprake van NIBM. Deze 3%grens is in deze AMvB voor een aantal veel voorkomende ruimtelijke functies op voorhand reeds

65

gekwantificeerd. Ter indicatie: in relatie tot woningbouw is de NIBM-grens gekoppeld aan 1.500 woningen met één ontsluitingsweg. Toetsing plan Corellistraat 10 Via monitoring van het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) volgt de Rijksoverheid de ontwikkeling van de luchtkwaliteit in Nederland. Hiertoe heeft het ministerie van Infrastructuur en Milieu (IenM) de Monitoringstool ontwikkeld. De Monitoring NSL-2021 geeft aan dat nabij het plangebied Corellistraat 10 de volgende luchtkwaliteitsgegevens zijn gemeten (zie ook figuur 5.10 a-b-c): ˗ NO2: <35 µg/m3 ˗ PM10: <35 µg/m3 ˗ PM2.5: <20 µg/m3 Figuur 5.10a: Gegevens luchtkwaliteit: NO2 (Bron: Monitoring NSL 2021).

Figuur 5.10b: Gegevens luchtkwaliteit: PM10 (Bron: Monitoring NSL 2021).

Figuur 5.10c: Gegevens luchtkwaliteit: PM2.5 (Bron: Monitoring NSL 2021

66

Op grond van de bovenstaande gegevens kan worden gesteld dat de concentraties van de componenten NO2, PM10 en PM2.5 (ruim) onder de betreffende grenswaarden liggen. De huidige luchtkwaliteit ter plaatse is dus goed te noemen en is hier in dit opzicht sprake van een goed woon- en leefklimaat. Het is niet aannemelijk te veronderstellen dat het plan in dit deel van Oss een overschrijding van deze grenswaarden tot gevolg zal hebben. Besluit ‘Niet In Betekenende Mate bijdrage’ (NIBM) Aangezien het plan Corellistraat 10 de realisatie van minder dan 1.500 woningen betreft, kan op voorhand worden gesteld dat dit plan als een NIBM-ontwikkeling kan worden benaderd. Ondanks dat is de NIBM-tool toegepast om de impact van het plan op de luchtkwaliteit nader te bepalen. NIBM-tool Om de bijdrage van ruimtelijke- en/of verkeersplannen op de luchtkwaliteit te kunnen vaststellen en daarmee concreet inzicht te krijgen of deze bijdrage wel/niet als NIBM kan worden aangemerkt, heeft het ministerie van IenM in samenwerking met Kenniscentrum InfoMil de NIBM-tool ontwikkeld. Opgemerkt wordt dat de NIBM-tool een worst-case benadering hanteert bij het berekenen van de bijdrage van het extra verkeer als gevolg van een plan op de luchtkwaliteit.

Vanuit een (gemiddelde) verkeersgenererende werking van het plan Corellistraat 10, zoals eerder beschreven in paragraaf 5.2, is invulling gegeven aan de NIBM-tool (zie tabel 5.17). Tabel 5.17: Worst-case berekening bijdrage extra verkeer plan Corellistraat 10 op luchtkwaliteit.

Bron: NIBM-tool 2022, Rijkswaterstaat, Ministerie IenW.

De omvang alsmede de potentiële bijdrage van het plan Corellistraat 10 aan de luchtkwaliteit kan als ‘NIBM’ worden beschouwd. Conclusie Het aspect Luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan.

5.6

Geurhinder

Geurhinder: agrarisch De Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) is het beoordelingskader voor geur bij milieuvergunningen, bestemmingsplannen en omgevingsvergunningen. Het gaat uitdrukkelijk om agrarische geur van landbouwhuisdieren uit dierstallen. De wet maakt onderscheid tussen geurnormen voor intensieve en extensieve veehouderijen. De geurbelasting van intensieve veehouderijen wordt berekend en uitgedrukt in de vorm van een geurcontour. De geurbelasting van extensieve veehouderijen wordt uitgedrukt in vaste afstanden.

67

De gemeente Oss heeft op basis van de wet een eigen geurbeleid opgesteld. Het geurbeleid bestaat uit twee delen: de ‘Geurgebiedsvisie 2013’ en de ‘Agrarische geurverordening gemeente Oss 2017’. Het hanteert per soort gebied een eigen geurnorm en streeft de volgende doelen na: ˗ de burger beschermen tegen geurhinder; ˗ de veehouderijen niet onnodig beperken; ˗ ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk maken, onder de voorwaarde dat er een aanvaardbaar woon- en leefklimaat is. De ‘Beleidsregel ruimtelijke ontwikkelingen en geurhinder’ van de gemeente Oss is van belang als het gaat om de vraag of op een bepaalde locatie een ruimtelijke ontwikkeling kan plaatsvinden. De beleidsregel geeft daarbij aan wanneer sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Aansluitend zijn in de ‘Verordening geurhinder en veehouderij gemeente Oss 2017’ de maximale waarden voor de geurbelasting van een veehouderij op een geurgevoelig object binnen de gemeente Oss vastgelegd. Toetsing plan Corellistraat 10 Er bevinden zich in de nabije omgeving van het plangebied Corellistraat 10 geen veehouderijen met een eventuele impact op het aspect ‘agrarische geurhinder’. Geurhinder: industrieel Het nationale industriële geurbeleid is vastgelegd in de Nederlandse emissierichtlijn (NeR). Dit uitgangspunt vormt samen met het toepassen van de Beste Beschikbare Techniek (BBT) de kern van het geurbeleid.

Uitgangspunten van het rijksbeleid zijn: ˗ als er geen hinder is, zijn maatregelen niet nodig; ˗ als er wel hinder is, worden maatregelen getroffen op basis van het Beste Beschikbare Techniekprincipe; ˗ de gemeente stelt vast welke mate van hinder acceptabel is. Gemeenten en provincies hebben de bevoegdheid om een eigen geurbeleid vast te stellen. De provincie Noord-Brabant heeft een eigen geurbeleid voor provinciale bedrijven, de Beleidsregel beoordeling geurhinder omgevingsvergunningen industriële bedrijven Noord-Brabant. De gemeente Oss heeft geen eigen industrieel geurbeleid. Per situatie stelt de gemeente Oss vast of sprake is van een acceptabel geurniveau. Er zijn verschillen in het niveau van bescherming mogelijk. Voor een bedrijfswoning kan bijvoorbeeld een hogere geurbelasting gehanteerd worden dan voor aaneengesloten woonbebouwing. Toetsing plan Corellistraat 10 In maart 2022 verscheen het rapport ‘Toets geurimmissie concentratie Corellistraat 10 te Oss’. Het betreft hier de resultaten van een onderzoek naar de geurbelasting ter hoogte van de beoogde woningen veroorzaakt door de bedrijven Dalco Food en het iets daarachter gelegen Oss Halal Food. Rekening houdend met de van toepassing c.q. aanwezig zijnde geurreducerende maatregelen bij deze bedrijven toont het onderzoek aan dat er sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat ter hoogte van het plangebied.

De rapportage van het geuronderzoek, uitgevoerd door Bureau Blauw, is als bijlage toegevoegd aan deze Toelichting. Conclusie Het aspect Geurhinder vormt in zowel agrarisch als industrieel opzicht geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan.

5.7

Externe veiligheid

Externe veiligheid gaat over de risico’s voor mens en milieu bij gebruik, opslag en vervoer van gevaarlijke stoffen. Het externe veiligheidsbeleid in Nederland is gericht op het realiseren van

68

een veilige woon- en leefomgeving. Het beleid is erop gericht te voorkomen dat er nabij kwetsbare bestemmingen (zoals woningen) activiteiten met gevaarlijke stoffen plaatsvinden. Een en ander brengt met zich mee dat weloverwogen keuzes moeten worden gemaakt als het gaat om vestigingslocaties voor woningen enerzijds en risicovolle (bedrijfs)activiteiten anderzijds. Concreet kan het aspect externe veiligheid relevant zijn vanwege bedrijven (inrichtingen) die met gevaarlijke stoffen werken en vanwege het transport van gevaarlijke stoffen over weg, water en spoor en door buisleidingen. Bij de ruimtelijke afwegingen c.q. risicobenaderingen biedt de wet- en regelgeving twee begrippen om het risiconiveau voor activiteiten met gevaarlijke stoffen in relatie tot de omgeving aan te geven. Het betreft hier het persoons- c.q. plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR). Plaatsgebonden risico (PR) Het PR is het risico op een plaats buiten een inrichting of langs een transportas voor het vervoer van gevaarlijke stoffen, uitgedrukt als een kans per jaar dat een persoon die onafgebroken en onbeschermd op die plaats zou verblijven, overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongewoon voorval binnen die inrichting of bij de transportas, waarbij een gevaarlijke stof betrokken is.

Groepsrisico (GR) Het GR is de cumulatieve kans per jaar dat een aantal personen overlijdt vanwege hun aanwezigheid in het invloedsgebied van een inrichting c.q. transportas en een ongewoon voorval binnen die inrichting of bij die transportas, waarbij een gevaarlijke stof betrokken is. Voor het GR bestaat geen wettelijke norm waaraan getoetst wordt, maar wordt het GR gerelateerd aan de oriëntatiewaarde van dit risico. Het bevoegd gezag heeft een verantwoordingsplicht ten aanzien van het GR.

Toetsingskaders binnen het aspect ‘Externe Veiligheid’ zijn het ‘Besluit externe veiligheid inrichtingen’ (Bevi), het ‘Besluit externe veiligheid transportroutes’ (Bevt) en het ‘Besluit externe veiligheid buisleidingen’ (Bevb). Daarnaast zijn in het Activiteitenbesluit milieubeheer veiligheidsafstanden genoemd die rond stationaire risicobronnen, niet zijnde een Bevi-inrichting, moeten worden aangehouden. Inventarisatie EV-risicobronnen nabij plangebied Corellistraat 10 Op grond van de algemeen door gemeenten gehanteerde Signaleringskaart EV kan worden geconstateerd dat het plangebied Corellistraat 10 binnen de invloedzone ligt van de spoorlijn ’s-Hertogenbosch – Nijmegen en het tankstation met LPG, gelegen aan de Euterpelaan 33. De afstand van de perceelgrens van het plangebied tot de spoorlijn bedraagt circa 75 meter, tot het tankstation circa 80 meter.`De ligging van het plangebied binnen en ten opzichte van de van toepassing zijnde EV-risicocontouren is gevisualiseerd in figuur 5.11.

69

Figuur 5.11: Signaleringskaart EV, uitsnede plangebied en omgeving.

Spoorlijn Het plangebied ligt binnen de EV-invloedzones van het Basisnet Spoor, zoals deze geldt voor de spoorlijn s’-Hertogenbosch – Nijmegen. De Signaleringskaart EV geeft aan dat de volgende gegevens van toepassing zijn op deze spoorlijn, ter hoogte van het plangebied: ˗ Het PR-plafond (10-6) bevindt zich op een afstand van 0 meter van de spoorlijn. ˗ Het GR-plafond (10-7) bevindt zich op een afstand van 4 meter van de spoorlijn. ˗ Het GR-plafond (10-8) bevindt zich op een afstand van 29 meter van de spoorlijn. ˗ Een plasbrandaandachtsgebied is niet aanwezig. Tankstation met LPG LPG-autogastankstations vallen onder de werking van het Bevi. In de van toepassing zijnde Circulaire effectafstanden LPG tankstations is opgenomen dat voor zeer kwetsbare objecten, zoals ziekenhuizen en andere zorginstellingen, een effectafstand geldt van 160 meter. Voor overige (beperkt) kwetsbare objecten geldt een effectafstand van 60 meter. Bedrijfsgebouwen, voor zover zij geen gebouwen zijn waarin grote aantallen personen gedurende een groot gedeelte van de dag aanwezig plegen te zijn, gelden in dit opzicht als beperkt kwetsbare objecten. Reguliere woningen vormen binnen dit EV-kader kwetsbare objecten.

Tegen deze achtergrond geeft de Circulaire effectafstanden LPG tankstations aan dat zelfredzame personen vanaf 60 meter afstand in beginsel voldoende beschermd zijn tegen de mogelijke EV-effecten vanuit LPGautogastankstations. Het plangebied Corellistraat 10 grenst op een afstand van circa 80 meter tot de bron van het LPG-tankstation en voorziet het plan in de realisatie van appartementen c.q. reguliere woningen alsmede ruimten voor arbeidsextensieve/bezoekersextensieve bedrijvigheid. Advies Veiligheidsregio Noord-Brabant (Brandweer) Op 5 september 2022 heeft de Veiligheidsregio Brabant Noord (Brandweer) op een eerdere conceptversie van het voorliggende ontwerpbestemmingsplan per brief advies uitgebracht over het aspect externe veiligheid. Basis voor haar advies vormt het gegeven dat de ruimtelijke ontwikkeling plaatsvindt in het invloedsgebied van de spoorlijn Nijmegen - ’s-Hertogenbosch,

70

waarover vervoer van gevaarlijke stoffen plaatsvindt en binnen het invloedsgebied van het LPG tankstation aan de Euterpelaan 35. Kort samengevat geven artikel 8 BEVT en artikel 13 BEVI aan dat het groepsrisico (GR) verantwoord dient te worden. Artikel 8 BEVT In artikel 8 BEVT wordt aangegeven dat in het ruimtelijk besluit over ontwikkelingen binnen 200 meter van spoorlijn deel uitmakend van het Basisnet een verantwoording over het groepsrisico moet worden opgenomen. Afhankelijk van hoogte en/of de toename van het groepsrisico kan eventueel worden volstaan met een beperkte verantwoording. Artikel 13 BEVI In artikel 13 BEVI wordt aangegeven dat in het ruimtelijk besluit over ontwikkelingen binnen het invloedsgebied van een LPG tankstation (150 meter) een volledige verantwoording over het groepsrisico moet worden opgenomen. Het oprichten van 201 appartementen en 2.032 m2 bvo voor werken en voorzieningen leidt tot een toename van (ruw geschat) circa 300 personen ten opzichte van de bestaande situatie. Voor beide GR-verantwoordingen geldt dat een advies van de Veiligheidsregio noodzakelijk is.

Het navolgende vormt een weergave van het gegeven advies, dat start met een korte beschrijving van relevante scenario's, de effecten in het plangebied. Vervolgens volgen een beoordeling over de mate van zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid. Tot slot komt de Veiligheidsregio Brabant Noord (Brandweer) met een concreet advies, gericht op het nemen van maatregelen om de bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid in het plangebied te verhogen. Scenario's De relevante scenario’s in relatie tot het plangebied zijn: een BLEVE en een toxische wolk. In algemene zin geldt dat de kans op het plaatsvinden van dit type incidenten als gevolg van veiligheidsmaatregelen rondom het vervoer bijzonder klein is. BLEVE Een BLEVE wordt veroorzaakt doordat een aanwezige brand de druk in de tank doet oplopen of door een hoge mechanische impact de tankwand verzwakt en bezwijkt. Brandbaar gas komt vrij en ontsteekt. Er ontstaat een vuurbal en een drukgolf. Het slachtoffer en schadebeeld is afhankelijk van de afstand tussen incidentlocatie en het plangebied. Toxische wolk Een toxische wolk wordt veroorzaakt door een mechanische impact op de tank als gevolg van bijvoorbeeld een ontsporing Hierdoor ontstaat een gat in de tank waardoor in korte tijd een groot deel van de toxische stof vrijkomt en met de wind mee wordt verspreidt.

De gevolgen voor personen zijn afhankelijk van de concentratie en blootstellingstijd aan de stof. Indien personen binnen schuilen is de kans op het ontstaan van letaal of ernstig letsel beperkt.

Beoordeling zelfredzaamheid Beide risicobronnen (spoor en LPG tankstation) liggen aan weerszijde van het plangebied. Dit betekent dat men afhankelijk vanaf de BLEVE-locatie in een andere richting moet vluchten. De Veiligheidsregio Brabant Noord (Brandweer) constateert echter dat er voldoende mogelijkheden zijn om het plangebied in verschillende richtingen te ontvluchten. Ook ligt het plangebied binnen het bereik van een WAS-sirene (waarschuwing- en alarmeringssysteem) en kunnen alarmering en instructies ook via NL Alert en andere social media worden gegeven. Voor het scenario toxische wolk is schuilen het beste handelingsperspectief. Nieuwe gebouwen bieden als gevolg van energieprestatie een prima bescherming tegen het binnen dringen van toxische stoffen. Het is wel van belang dat ventilatieopeningen afgesloten kunnen worden. Gezien de aard en de activiteiten van de bestemming mag worden aangenomen dat de mate van zelfredzaamheid van de personen binnen het plangebied voldoende is.

71

Beoordeling bestrijdbaarheid ˗ Om effectief en efficiënt hulp te kunnen bieden ten tijde van een incident, zijn de opkomsttijd, de bluswatervoorzieningen en de bereikbaarheid van belang. De opkomsttijd van de brandweer bedraagt circa 6 minuten. Het plangebied kan via twee onafhankelijke routes bereikt worden. Indien met de inrichting van het plangebied rekening wordt gehouden met de richtlijnen, beschreven in de Handreiking bereikbaarheid en bluswatervoorzieningen is er ook sprake van voldoende bereikbaarheid voor de hulpdiensten binnen het plangebied. ˗ Bij het scenario toxische wolk zal de brandweer proberen de toxische wolk neer te slaan. Bij een snelle verspreiding van de toxische wolk zal dit echter beperkt effect hebben. De bestrijdbaarheid wordt om deze reden als matig beoordeeld. ˗ Tankwagens die LPG aanleveren zijn voorzien van een isolerende bekleding. Dit betekent dat afhankelijk van de vulgraad van de tank een explosie na 75 minuten kan plaats vinden. De brandweer zal om deze reden een redelijke tijd hebben om de tank te kunnen koelen en het gebied te ontruimen. De bestrijdbaarheid wordt om deze reden als goed beoordeeld. ˗ Spoorketelwagons zijn niet voorzien van een isolerende bekleding. Een BLEVE als gevolg van een mechanische impact op de tankwand is niet te bestrijden. Een BLEVE als gevolg van een hoge hittestraling kan na 15 minuten plaats vinden.

Het is niet mogelijk om binnen dit tijdsbestek een effectieve koeling te starten. Om deze reden zullen de hulpdiensten defensief optreden. De bestrijdbaarheid voor dit scenario wordt als slecht beoordeeld. Advies Omdat de risicobronnen op beperkte afstand aan weerszijde van het plangebied liggen leiden bouwkundige maatregelen of een andere indeling van het plangebied niet tot een verbetering van de veiligheid in het plangebied. Dit feit in combinatie met de beoordelingen volgt dat het beste ingezet kan worden op het optimaliseren van de zelfredzaamheid in het plangebied. In dit kader worden de volgende punten genoemd: ˗ De individuele woningen worden waarschijnlijkheid van een eigen ventilatieunit worden voorzien. De bewoners moet bekend zijn op welke manier hun unit uit schakelen is. In het technisch ontwerp van de ventilatieunits moet rekening worden gehouden dat dit op een simpele eenvoudige manier mogelijk is, bijvoorbeeld middels een schakelaar of het verwijderen van een stekker. ˗ Er is sprake van twee verschillende handelingsperspectieven, vluchten versus binnen blijven én er is sprake van twee verschillende vluchtroutes. Het is van belang om de aanwezige personen te wijzen op de verschillende handelingsperspectieven en voorkeurs vluchtroute bij een dreigende BLEVE en bij een toxische wolk.

Informeer de toekomstige bewoners actief over de risico's en het handelingsperspectief. Dit kan bijvoorbeeld door het aanbieden van een informatiebrief/meterkastkaart door de ontwikkelende partij aan (potentiële) kopers / huurders. De bewoners zijn zich bewuster van het risico en weten beter hoe te reageren op een dreiging. Dit heeft een positief effect op het veiligheidsbewustzijn en de mate van zelfredzaamheid. Tot slot richt het advies zich tot de gemeente Oss, wanneer de Veiligheidsregio Brabant Noord (Brandweer) stelt dat belangrijke veiligheidswinst bereikt kan worden door het saneren van het LPG tankstation. Hiermee vervallen de risicocontouren rondom het LPG tankstation en de veiligheidscontouren liggend aan de route waarover LPG wordt aangevoerd. Dit betekent dat bij de toekomstige ontwikkeling van delen van het Euterpepark er geen rekening meer hoeft te worden gehouden met externe veiligheidsrisico's in relatie met het vervoer en de verlading van LPG over de weg. Ook de veiligheidssituatie voor de woningen en andere objecten liggend aan de Dr. Saal van Zwanenbergsingel verbetert hierdoor. Kwantitatieve risicoanalyse (QRA) Tot slot is in de periode mei-juni 2023 een kwantitatieve risicoanalyse (QRA) uitgevoerd voor het LPG-tankstation aan de Euterpelaan alsook voor het spoortraject Oss – Den Bosch.

Het groepsrisico is in beide situaties berekend voor zowel de huidige als beoogde situatie. Het navolgende vormt een resumé van de belangrijkste bevindingen en conclusies van deze QRA,

72

uitgevoerd door het ingenieurs- en adviesbureau Peutz. De volledige rapportage van Peutz is als bijlage aan deze Toelichting toegevoegd. Aanzet tot verantwoording van het groepsrisico De QRA toont aan dat in de toekomstige situatie, na realisatie van het plan Corellistraat 10, sprake is van een lichte toename van het groepsrisico (alleen ten aanzien van het LPG tankstation). Het groepsrisico wordt zowel in de huidige als toekomstige situatie overschreden. Voor het groepsrisico is geen harde norm opgesteld, maar geldt een oriëntatiewaarde en een verantwoordingsplicht. De verantwoording van het groepsrisico ligt bij alle betrokkenen (gemeente, Veiligheidsregio en initiatiefnemer), waarbij de eindverantwoording bij de gemeente ligt. Navolgend zijn maatregelen opgenomen voor de verantwoording van het groepsrisico, een en ander reeds in overeenstemming met het advies van de brandweer Brabant-Noord ("Advies: Ontwerpbestemmingsplan Corellisstraat 10 Oss" d.d. 5 september 2022). Maatregelen ter beperking van het groepsrisico Bij een verantwoording van het groepsrisico (minimaliseren van de risico's, gemaakte afwegingen om het groepsrisico te verlagen) komen de volgende punten aan bod: • Bouwkundige maatregelen Tegen overdrukeffecten van een BLEVE zijn binnen het invloedsgebied van 150 meter van het LPG-tankstation geen maatregelen te nemen.

Buiten de 150 meter kunnen bouwkundige maatregelen worden doorgevoerd om gebouwen beter te beschermen tegen de drukgolf van de BLEVE. Gezien de omvang van de risico’s en de hoge kosten van dergelijke maatregelen wordt dit niet haalbaar geacht. Over het spoor kunnen toxische stoffen worden vervoerd. Het invloedsgebied van deze stoffen is zodanig groot dat deze stoffen bij het ongewild vrijkomen het onderhavige plangebied kunnen bereiken (ook al in de huidige situatie). De aanwezigen dienen hiervan op de hoogte te zijn. Aanwezige ventilatiesystemen in de nieuwbouw dienen in geval van het vrijkomen van deze stoffen derhalve centraal (per gebouw) afgeschakeld te kunnen worden. • Zelfredzaamheid en ontvluchting De beoogde woningen en commerciële c.q. werkruimten zijn bestemd voor een brede doelgroep personen. Er wordt aangenomen dat er binnen de nieuwbouw in zeer beperkte mate personen met een lichamelijke of geestelijke beperking zonder begeleiding aanwezig zullen zijn. Er zal aldus geen sprake zijn van een concentratie van zogenaamde “verminderd zelfredzame” personen. Dit betekent dat personen die aanwezig zijn zelfstandig kunnen vluchten ten tijde van een ongeval met LPG. Het nieuwbouwplan dient zodanig ontworpen te zijn dat vluchten van de bron af mogelijk is.

• Hulpverlening Belangrijk bij een ongeval met brandbare gassen is dat de brandweer zo snel mogelijk bij de calamiteit aanwezig is om deze te bestrijden. De hulpdiensten kunnen het LPG-tankstation middels meerdere toegangswegen bereiken. Ook zijn er voldoende opstelplaatsen (openbare wegen) beschikbaar voor de hulpdiensten. Ook de nieuwbouw is goed bereikbaar voor hulpverleningsdiensten. Middels meerdere wegen is de nieuwbouwlocatie bereikbaar. • Organisatorische mogelijkheden De toekomstige aanwezigen dienen op de hoogte worden gebracht van de aanwezige risico’s en hoe te handelen bij een incident. Hierbij zal aandacht moeten worden besteed aan de ontruiming (het ontvluchten) van de gebouwen. Beoordeling en conclusie De nieuwbouw van het plan Corellistraat 10 dient als beperkt kwetsbare object te worden beoordeeld. Ten aanzien van het plaatsgebonden risico van zowel het spoor als het LPGtankstation kan worden geconcludeerd dat voldaan wordt aan de wettelijke grenswaarde. Ten

73

aanzien van het groepsrisico kan worden geconcludeerd dat de invloed van het transport van gevaarlijke stoffen over het spoor zo beperkt is dat het groepsrisico als gevolg van de nieuwbouw niet wijzigt en onder de oriëntatiewaarde is gelegen. Ten aanzien van het LPG-tankstation is een geringe invloed op het groepsrisico berekend. Zowel in de huidige als de toekomstige situatie wordt de oriëntatiewaarde overschreden. In de toekomstige situatie is sprake van een toename van het groepsrisico. In de uitgevoerde QRA is voor enkele aspecten, in het verlengde van het reeds gegevens advies van de brandweer, een nadere toelichting gegeven ter onderbouwing van het groepsrisico. De eindverantwoording is een taak van het bevoegd gezag. Conclusie Het aspect Externe Veiligheid vormt in beginsel geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan.

5.8

Straling

Op nationaal niveau is het beleid voor elektromagnetische velden opgenomen in het Nationaal Milieubeleidsplan (NMP4) en de Toekomstagenda Milieu en de beleidsnota Nuchter Omgaan met Risico’s, beslissen met gevoel voor onzekerheden (2004). Het ministerie van Infrastructuur en milieu heeft het beleid voor bovengrondse hoogspanningslijnen uitgewerkt in een advies van oktober 2005 en verder toegelicht in een brief van november 2008. Op gemeentelijk niveau heeft Oss in het Milieubeleidsplan 2010-2014 het rijksadvies vastgelegd als beleidsuitgangspunt. Dit houdt in dat er bij nieuwbouwplannen of het realiseren van nieuwe hoogspanningslijnen voorkomen dient te worden dat er gevoelige bestemmingen terecht komen in een zone waar het magnetische veld gemiddeld over een jaar hoger is dan de norm van 0,4 microtesla. Toetsing plan Corellistraat 10 Ten noorden van het plangebied Corellistraat 10, op een afstand van circa 1,8 kilometer, bevindt zich een hoogspanningsleiding. Deze is ruimschoots gelegen buiten het invloedsgebied c.q. de beleidsmatig vastgelegde zone van 80 meter voor een bovengrondse hoogspanningslijn. Conclusie Het aspect Straling vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Oss&id=64e63f63-5ea0-4b7a-9870-58cc9bbb77e4