Nota reserves 2023 def (2)
Tekst van het document
Saldo
Rente
Storting
Onttrekking
Saldo
1 januari
bijschrijven
2023
0
0
500
-40
460
2024
460
0
500
-160
800
2025
800
0
500
0
1.300
2026
1.300
0
0
0
1.300
2027
1.300
0
0
0
1.300
31 december
Toelichting op het meerjarenbeeld We storten in de jaren 2023, 2024 en 2025 een bedrag van € 500.000. 2023 en 2024 We hebben de volgende onttrekkingen begroot: -
We onttrekken een bedrag van € 40.000 in 2023 en € 160.000 in 2024 voor de inhuur van expertise voor het vertalen van de landelijke maatlat, opstellen kansenkaart ecologie en het opstellen en start uitvoering communicatiekalender.
Zit er voldoende geld in de reserve?
ja
Moet de reserve aangevuld worden?
nee
Kan de reserve verlaagd worden?
nee
42
Bodemsanering (742018) Beleidsdoel/noodzaak reserve We gebruiken deze reserve om noodzakelijke en/of wenselijke bodemonderzoeken en saneringen te betalen waar op een andere manier geen geld voor beschikbaar is. Dat doen we op basis van het beheerplan bodemsanering. Minimaal noodzakelijke omvang einde meerjarenraming De minimaal noodzakelijke omvang aan het einde van de meerjarenraming is € 0. Meerjarenbeeld op basis van bestaand beleid bedragen x € 1.000 Jaar
Saldo
Rente
Storting
Onttrekking
Saldo
1 januari
bijschrijven
2023
434
0
5
-140
300
2024
300
0
0
-150
150
2025
150
0
0
-85
65
2026
65
0
0
-35
30
2027
30
0
0
-24
5
31 december
Toelichting op het meerjarenbeeld 2023-2027 In de periode 2023-2027 halen we jaarlijks geld uit de reserve voor bodemsaneringsprojecten. Zit er voldoende geld in de reserve?
ja
Moet de reserve aangevuld worden?
nee
Kan de reserve verlaagd worden?
nee
43
Ontwikkeling windpark (742026) Beleidsdoel/noodzaak reserve We gebruiken deze reserve om de voorbereidingskosten voor de ontwikkeling van een windmolenpark bij bedrijventerrein Elzenburg-De Geer te betalen. Als het windpark er inderdaad komt worden de inkomsten uit het park in deze reserve gestort. Minimaal noodzakelijke omvang einde meerjarenraming De minimaal noodzakelijke omvang aan het einde van de meerjarenraming is € 0. Meerjarenbeeld op basis van bestaand beleid bedragen x € 1.000 Jaar
Saldo
Rente
Storting
Onttrekking
Saldo
1 januari
bijschrijven
2023
225
0
0
0
225
2024
225
0
0
0
225
2025
225
0
0
0
225
2026
225
0
0
0
225
2027
225
0
0
0
225
31 december
Toelichting op het meerjarenbeeld We hebben geen stortingen of onttrekkingen geraamd. Bij de jaarrekening onttrekken we de werkelijke kosten uit de reserve. Zit er voldoende geld in de reserve?
ja
Moet de reserve aangevuld worden?
nee
Kan de reserve verlaagd worden?
nee
44
Risicoreserve waardering lening Wachtmeesters (742059) Beleidsdoel/noodzaak reserve We hebben een lening van in totaal € 2,1 miljoen aan de Wachtmeesters BV verstrekt. Daarvan is € 1,4 miljoen een achtergestelde lening. Het terugbetalen van de lening is afhankelijk van een te verwachten uitspraak van de Raad van State en van het realiseren van de toekomstige businesscase in de exploitatie van windmolens. Voor deze onzekerheden hebben we een voorziening en een reserve gevormd. Deze risicoreserve betreft het deel van de lening wat niet besteed is en/of geen verplichtingen voor zijn aangegaan op 31 december 2022. Minimaal noodzakelijke omvang einde meerjarenraming De minimaal noodzakelijke omvang aan het einde van de planperiode is € 800.000. Meerjarenbeeld op basis van bestaand beleid bedragen x € 1.000 Jaar
Saldo
Rente
Storting
Onttrekking
Saldo
1 januari
bijschrijven
2023
800
0
0
0
800
2024
800
0
0
0
800
2025
800
0
0
0
800
2026
800
0
0
0
800
2027
800
0
0
0
800
31 december
Toelichting op het meerjarenbeeld We hebben geen stortingen en/of onttrekkingen begroot. Zit er voldoende geld in de reserve?
ja
Moet de reserve aangevuld worden?
nee
Kan de reserve verlaagd worden?
nee
45
Investeringsfonds Duurzaamheid (742020) Beleidsdoel/noodzaak reserve Doel van het investeringsfonds is het in brede zin doen van investeringen in- en het financieren van kosten voor de warmte- en energietransitie, en het bevorderen van circulaire economie (grondstoffen). We financieren kosten voor de opgaven die we als gemeente moeten uitvoeren als uitvloeisel van het klimaatakkoord. Het fonds is ook opgericht voor de (nog te starten) financiële businesscases van de windmolens op industrieterrein Elzenburg-de Geer en duurzame polder, en eventuele grootschalige zonnevelden. Vanuit de opbrengsten van die businesscases kunnen nieuwe initiatieven en investeringen in duurzaamheid worden gefinancierd. Minimaal noodzakelijke omvang einde meerjarenraming De minimaal noodzakelijke omvang aan het einde van de meerjarenraming is € 154.000. Meerjarenbeeld op basis van bestaand beleid bedragen x € 1.000 Jaar
Saldo
Rente
Storting
Onttrekking
Saldo
1 januari
bijschrijven
2023
1.526
0
0
-1.014
512
2024
512
0
0
-358
154
2025
154
0
0
0
154
2026
154
0
0
0
154
2027
154
0
0
0
154
31 december
Toelichting op het meerjarenbeeld 2023 We hebben de volgende onttrekkingen begroot: -
uitvoeringskosten energie- en warmtetransitie
€ 677.627
-
personele inzet programmacapaciteit en -management
€ 336.000
2024 -
uitvoeringskosten energie- en warmtetransitie
€ 250.000
-
personele inzet programmacapaciteit en -management
€ 108.000
Zit er voldoende geld in de reserve?
ja
Moet de reserve aangevuld worden?
nee
Kan de reserve verlaagd worden?
nee
46
Quick wins binnenhavens (742029) Beleidsdoel/noodzaak reserve Deze reserve is bedoeld voor het ontwikkelen van de Osse binnenhaven tot hét multimodale goederenknooppunt van de regio Noordoost-Brabant. In 2012 hebben we van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu een bijdrage van € 3,8 miljoen gekregen voor de verdere ontwikkeling van de containeroverslag in onze binnenhaven. Deze bijdrage komt overeen met 50% van de investeringskosten van het plan dat we gemaakt hebben. De andere 50% moet door andere publieke en/of private partijen gefinancierd worden. De containerterminal wil uitbreiden. Dit willen we mogelijk maken door gronden aan te kopen en vervolgens in erfpacht uit te geven aan de containerterminal. Minimaal noodzakelijke omvang einde meerjarenraming De minimaal noodzakelijke omvang aan het einde van de meerjarenraming is € 0. Meerjarenbeeld op basis van bestaand beleid bedragen x € 1.000 Jaar
Saldo
Rente
Storting
Onttrekking
Saldo
1 januari
bijschrijven
2023
3.756
0
3.800
0
7.556
2024
7.556
0
0
0
7.556
2025
7.556
0
0
0
7.556
2026
7.556
0
0
0
7.556
2027
7.556
0
0
0
7.556
31 december
Toelichting op het meerjarenbeeld 2023 We hebben de volgende stortingen begroot: -
cofinanciering realisatie van maatregelen aan het goederenspoor ten behoeve van veiligheid en functionaliteit: € 3.800.000
2024 We hebben geen stortingen of onttrekkingen geraamd. Zit er voldoende geld in de reserve?
ja
Moet de reserve aangevuld worden?
nee
Kan de reserve verlaagd worden?
nee
47
Economie (742028) Beleidsdoel/noodzaak reserve De reserve economie is bedoeld om projecten en activiteiten te versnellen die bijdragen aan het realiseren van onze economische ambities. Het gaat om projecten die een stimulans zijn voor economische innovatie, kennisontwikkeling, ondernemerschap en nieuwe business initiatieven binnen de gemeente. In de afgelopen jaren hebben we bijvoorbeeld bijdragen verstrekt aan de Kracht van Oss, Pivot Park, BioConnection en Agrifood Capital. We gebruiken de volgende criteria om af te wegen of we geld uit de reserve halen:
-
Het moet gaan om het ondersteunen van projecten of activiteiten die een directe relatie hebben met ondernemers/bedrijven. Zij doen bij voorkeur ook mee aan de projecten.
-
De projecten of activiteiten zijn bedoeld om de samenwerking tussen het bedrijfsleven onderling en/of met het onderwijs en overige maatschappelijke instellingen te bevorderen.
-
Er is bij voorkeur sprake van een multiplier-effect: het project vormt een vliegwiel voor andere projecten of activiteiten.
-
We ondersteunen geen projecten of activiteiten die vooral gericht zijn op infrastructuur, locatieontwikkeling, gebiedsontwikkeling of vastgoedontwikkeling. Daarvoor hebben we andere middelen (bijvoorbeeld de reserve mobiliteit en het grondbedrijf).
De reserve kan ook gebruikt worden om economische haalbaarheid- en/of beleidsonderzoeken te betalen. Minimaal noodzakelijke omvang einde meerjarenraming De minimaal noodzakelijke omvang bij deze reserve aan het einde van de meerjarenraming is € 111.000. Meerjarenbeeld op basis van bestaand beleid bedragen x € 1.000 Jaar
Saldo
Rente
Storting
Onttrekking
Saldo
1 januari
bijschrijven
2023
742
0
250
-191
802
2024
802
0
0
-691
111
2025
111
0
0
0
111
2026
111
0
0
0
111
2027
111
0
0
0
111
31 december
Toelichting op het meerjarenbeeld 2023 We hebben de volgende stortingen begroot: -
Moleneind € 250.000
We hebben de volgende onttrekkingen begroot: -
Kracht van Oss € 100.000
-
Ruimte voor bedrijven € 50.000
-
Promotie en branding Pivot Park € 25.000
-
Doorontwikkeling Pivot Park 2.0 € 15.500
48
2024 We hebben geen stortingen begroot. We hebben de volgende onttrekkingen begroot: -
Moleneind € 250.000
-
Kracht van Ossen Starters Succes Oss € 100.000
-
Ruimte voor bedrijven € 100.000
-
Circulaire bouw en verduurzaming van bedrijventerreinen € 80.000
-
Parkmanagement € 50.000
-
Ontwikkelen Brabant Ports € 45.000
-
Aantrekken en behouden van talent € 25.000
-
Promotie en branding Pivot Park € 25.000
-
Doorontwikkeling Pivot Park 2.0 € 15.500
Zit er voldoende geld in de reserve?
ja
Moet de reserve aangevuld worden?
nee
Kan de reserve verlaagd worden?
nee
49
Walkwartier en omgeving (742024) Beleidsdoel/noodzaak reserve De financiële middelen in de reserve Walkwartier zijn gereserveerd voor: -
activiteiten in het centrum
-
centrumontsluiting
-
de revitalisering van De Wal en omgeving
-
Warenhuis en fietsenstalling
Activiteiten centrum Voor activiteiten in het centrum resteert een eenmalig bedrag van € 87.664. Deze is door COVID 19 niet aangewend. Centrumontsluiting Visie De visie centrumring geeft de gewenste kwaliteitsverbetering voor dit gebied weer. De visie geeft op hoofdlijnen aan waar de openbare ruimte aan moet voldoen. Het schetst een totaalbeeld van hoe de gebieden binnen het plangebied zich tot elkaar verhouden, welke sfeer deze gebieden zouden moeten uitstralen en op welke manier dat ruimtelijk zou kunnen. Uitgevoerde werkzaamheden In het voorjaar 2019 is de eerste fase opgeleverd. Dit betreft delen van de Raadhuislaan, Molenstraat en Oostwal. In deze fase is ook de rotonde met het kunstzwaard aangelegd. Voor deze fase is een subsidie van de provincie Noord-Brabant ontvangen. Deze inkomstenpost is op de uitgaven in mindering gebracht. In 2020 is de Bram van den Berghstraat opgeleverd en is de dynamische afsluiting (paaltjes uit de grond) in het centrum vernieuwd. Nog uit voeren werkzaamheden 2025-2026 De verwachting is dat de overige deelgebieden van de centrumontsluiting in 2025-2026 aan de beurt komen. Na volledige realisering van de bouw van het Walkwartier. Het gaat hierbij om de gebieden van: -
Deel Oostwal vanaf kruising Bram van Den Berghstraat tot Hooghuisstraat (inclusief kruising)
-
Deel Molenstraat vanaf rotonde tot Carmelietenstraat
-
Haarviltstraat
Revitalisering De Wal en omgeving De kernopgave binnen dit onderdeel is de herontwikkeling van het gebied V&D-De Wal. Deze herontwikkeling draagt bij aan het streven naar een compact stadscentrum en voegt nieuwe functies toe op deze plek. De revitalisering betreft de Molenstraat tot TBL, Walplein, Walstraat, Wal, Carmelietenstraat en het opheffen en omvormen van de parkeerplaats De Wal. Tevens worden de straten Hooghuisstraat en Burgwal hierbij betrokken. Voor deze investeringen is een bedrag geraamd op basis van kengetallen en hergebruik van bestaand materiaal. Naast deze investeringen behoort de boekwaarde van de parkeerplaats de Wal te worden afgeboekt. Ons aandeel voor de kosten waterberging bij het Walkwartier is bij deze post geraamd. De parkeerplaats van de Wal is inmiddels opgeheven. De boekwaarde van deze parkeerplaats is per 31-122020 uit deze reserve afgeboekt. De werkzaamheden worden voorzien in het jaar 2025 en 2026. Na de realisatie van het Walkwartier.
50
Warenhuis en fietsenstalling TBL Uit deze reserve wordt een deel van de afbouw van Warenhuis, externe adviseurs, verhuisbijdrage en de verplaatsing van de fietsenstalling naar de omgeving van het Walkwartier betaald. De projectleider/adviseurskosten voor de TBL ontwikkelingen (verplaatsen fietsstalling) is onderdeel van deze reserve. Tevens is in deze reserve een post onvoorzien van € 500.000 voor de bouw/inrichting van het Warenhuis opgenomen (raadsbesluit 30 januari 2020). Egalisatiereserve De reserve wordt gevoed vanuit de Programmabegroting 2018-2021 en de incidentele vrijval impulsgelden stadscentrum 2019 tot en met 2023. De impulsgelden dekken de exploitatie Warenhuis vanaf 2024 af. Deze middelen zijn nodig om de bovengenoemde activiteiten en investeringen in dit gebied te kunnen uitvoeren. Op het moment dat de projecten/investeringen worden uitgevoerd gaan we geld aan de reserve onttrekken. Middelen die we in een bepaald jaar niet uitgeven storten we terug in de reserve, zodat ze beschikbaar blijven voor de beschreven activiteiten en investeringen. Eventuele aanbestedingsvoordelen van de afzonderlijke projecten blijven in deze reserve aanwezig om tegenvallers van toekomstige aanbestedingen te kunnen afdekken.
Minimaal noodzakelijke omvang einde meerjarenraming Alle beschikbare middelen in deze reserve zijn de komende jaren nodig voor de activiteiten die we hiervoor beschreven hebben. Meerjarenbeeld op basis van bestaand beleid bedragen x € 1.000 Jaar
Saldo
Rente
1 januari
bijschrijven
Storting
Onttrekking
Saldo
2023
6.798
0
1.307
-1.100
7.005
2024
7.005
0
0
-172
6.833
2025
6.833
0
0
0
6.833
2026
6.833
0
0
0
6.833
2027
6.833
0
0
0
6.833
31 december
Toelichting op het meerjarenbeeld 2023 We hebben de volgende stortingen begroot: -
€ 600.000 op basis van besluitvorming raadsbesluit 30 januari 2022. Bedrag is bestemd om het tekort van
-
€ 707.000 om de forse prijsstijgingen -die in het jaar 2023 zijn ontstaan- op te vangen
de grondexploitatie Walkwartier af te dekken en voor de post onvoorzien van het Warenhuis
We hebben de volgende onttrekkingen begroot: -
€ 1.055.000 is overgebracht naar de bestemmingsreserve casco bouw Warenhuis. Deze reserve dekt een deel van de bouw van het Warenhuis af
-
€ 45.000 voor de voorbereiding van de ontwikkelingen van het stadssportpark en voorzieningen TBL
51
2024 We hebben de volgende onttrekkingen begroot: -
€ 21.750 bestemd voor afdekking huurkosten Toeristisch Informatiepunt
-
€ 150.000 naar reserve stadssportpark gebracht. Dit bedrag is bestemd voor de aanleg fietsenstalling
Zit er voldoende geld in de reserve?
ja
Moet de reserve aangevuld worden?
nee
Kan de reserve verlaagd worden?
nee
52
Investeringsfonds Stadshart Oss (742025) Beleidsdoel/noodzaak reserve Doel investeringsfonds Het investeringsfonds draagt bij aan de realisatie van de koers Stadshart Oss. Het investeringsfonds is hierbij gericht op majeure investeringen in stedelijke (vastgoed) ontwikkeling waarvan parkeren en openbare ruimte & groen onderdeel kunnen zijn. Het betreft investeringen op fysieke plekken die een belangrijke bijdrage leveren aan een toekomstbestendig Stadscentrum, waarin vernieuwen van de vitaliteit, attractiviteit en de economische veerkracht centraal staat. Daarnaast wordt deze reserve gebruikt voor stimuleringsregelingen om de fysieke aantrekkelijkheid en de compactheid van het stadshart te verbeteren. Zo worden de regeling Wonen in het centrum en budget voor vergroening (beide raadsbesluiten van april 2020) gedekt uit deze reserve. Verder willen we middelen beschikbaar stellen voor regelingen die bijdragen aan het compact maken van het stadshart, zoals een regeling die de verplaatsing stimuleert van ondernemers naar de pit (en de schil) van het stadshart. Ook de stimulering van gevelverbeteringen dekken we uit deze reserve. Deze regelingen zijn voor een aantal jaren gefinancierd. Voor de beschikbare middelen voor deze regelingen wordt naar onderstaand financieel meerjarenbeeld verwezen (onttrekkingen).
Het werkgebied voor dit investeringsfonds is primair gericht op de ‘pit en de flexibele schil’. Investeringen in de ‘omgeving van het centrum’ komen (pas) in tweede instantie in aanmerking voor een bijdrage uit het fonds. Niet bedoeld zijn (consumptieve) bestedingen ten behoeve van bijvoorbeeld de samenwerking tussen partijen in het stadscentrum, de organisatie van evenementen, stimulering van ondernemerschap of de profilering van het Stadscentrum. Criteria en procedure De investeringsprojecten worden getoetst aan de hand van de volgende criteria. Aan de verschillende criteria kennen we geen relatieve weging en/of volgorde van voorkeur toe. Ook omdat weging in de tijd kan verschillen, bijvoorbeeld door marktomstandigheden of externe factoren. De criteria zijn: 1.
Mate waarin een project bijdraagt aan de vorming van een compacter centrum en aan de versterking van de ‘pit’ of de ‘flexibele schil’.
2.
Mate waarin projecten bijdragen aan de ontwikkeling van de prioritaire locaties uit de dynamische meerjarenplanning.
3.
Mate waarin een project bijdraagt aan stedelijk transformatie.
4.
Mate waarin ook andere partijen financieel bijdragen aan een project.
5.
Mate waarin voor projecten ook middelen beschikbaar zijn vanuit andere gemeentelijke budgetten.
De bijdrage voor deze projecten worden aan de gemeenteraad voorgelegd. Minimaal noodzakelijke omvang einde meerjarenraming In totaal is een bedrag van € 6,8 miljoen beschikbaar voor het investeringsfonds Stadshart Oss. Van dit bedrag is € 4,4 miljoen aan projecten bestemd. Er resteert nog een bedrag van circa € 2,6 miljoen. In het bedrag van € 4,4 miljoen is rekening gehouden met een ontwikkeling van het TBL terrein tot een semiopenbaar stadssportpark.
53
Meerjarenbeeld op basis van bestaand beleid bedragen x € 1.000 Jaar
Saldo
Rente
Storting
Onttrekking
Saldo
1 januari
bijschrijven
2023
3.816
0
845
-427
4.233
2024
4.233
0
0
-1.555
2.679
2025
2.679
0
0
0
2.679
2026
2.679
0
0
0
2.679
2027
2.679
0
0
0
2.679
31 december
Toelichting op het meerjarenbeeld 2023 We hebben de volgende stortingen begroot: -
€ 650.000. Dit betreft de tweede storting vanuit de PB 2022-2025 voor de ontwikkelingen van het stadssportpark. In totaal is € 1,3 miljoen beschikbaar gesteld voor het stadssportpark en voorzieningen TBL
-
€ 194.510 aandeel prijsstijging van stadssportpark (PB 2023-2026) wordt in het jaar 2024 ingezet ter afdekking van de uitgaven van de realisatie stadssportpark TBL
We hebben de volgende onttrekkingen begroot: -
€ 140.000. Stimulering wonen in het centrum
-
€ 20.000. Stimulering gevelverbeteringen
-
€ 12.000. Relatiemanager + werkbudget relatiemanager
-
€ 125.000. Extra vergroening stadshart Oss (PB 2023-2026)
-
€ 130.000. Aanpassing wandelroute blinden (PB 2023-2026)
2024 We hebben de volgende onttrekkingen begroot: -
€ 1,3 miljoen bijdrage in de aanleg van het stadssportpark en voorzieningen TBL
-
€ 60.000. Opstellen visie centrum + evaluatie koers Stadshart Oss
-
€ 194.510 voor het stadssportpark TBL
Zit er voldoende geld in de reserve?
ja
Moet de reserve aangevuld worden?
nee
Kan de reserve verlaagd worden?
nee
54
Heesch-West (742030) Beleidsdoel/noodzaak reserve Deze reserve is bedoeld als extra financiële buffer voor Heesch West. In 2014 is de gemeenschappelijke regeling (GR) Heesch West voor het ontwikkelen van een regionaal bedrijventerrein vastgesteld. Oss neemt voor 30% deel in deze gemeenschappelijke regeling. De grondexploitatieberekening Heesch West is begin 2023 geactualiseerd en vastgesteld door het Algemeen Bestuur. De exploitatieberekening sluit met een exploitatietekort van € 43,7 miljoen. De deelnemende gemeenten hebben in april 2022 de verliesvoorziening overgedragen aan de GR. Het aandeel van Oss bedroeg € 13,1 miljoen. Dit bedrag is afgeleid van ons deelnemingspercentage van 30% en het gecalculeerde verlies van € 43,7 miljoen. De reserve Heesch West is om risico’s die met deze grondexploitatie samenhangen af te dekken. In de grondexploitatie is een aantal belangrijke (in)schattingselementen opgenomen. De gemeenschappelijke regeling kent een gevoeligheidsanalyse en geen echte risicoanalyse. Iedere gemeente doet dit naar eigen inzicht. Oss heeft vanuit de specifieke uitgangspunten, kennis en omstandigheden een inschatting gemaakt. Op basis van onze risicoanalyse hebben we een risicoreserve van € 1,73 miljoen gevormd. Minimaal noodzakelijke omvang einde meerjarenraming De minimaal noodzakelijke omvang aan het einde van de meerjarenraming is € 1.733.700.
Deze omvang is gebaseerd op de risicoanalyse die we gemaakt hebben op basis van de vastgestelde exploitatieberekening 2023. Meerjarenbeeld op basis van bestaand beleid bedragen x € 1.000 Jaar
Saldo
Rente
Storting
Onttrekking
Saldo
1 januari
bijschrijven
2023
1.734
0
0
0
1.734
2024
1.734
0
0
0
1.734
2025
1.734
0
0
0
1.734
2026
1.734
0
0
0
1.734
2027
1.734
0
0
0
1.734
31 december
Toelichting op het meerjarenbeeld We hebben geen stortingen en/of onttrekkingen begroot. Zit er voldoende geld in de reserve?
ja
Moet de reserve aangevuld worden?
nee
Kan de reserve verlaagd worden?
nee
55
Mobiliteit (742010) Beleidsdoel/noodzaak reserve Koersnota Mobiliteit De Koersnota Mobiliteit is 6 juli 2023 vastgesteld. De Koersnota Mobiliteit wordt als een ontwikkelrichting gezien voor onze mobiliteit en infrastructuur. Deze fungeert als vertrekpunt voor de integrale uitwerking binnen individuele projecten en programma's in ons ruimtelijk domein. Wij willen hierbij een leefbare, verkeersveilige en bereikbare gemeente zijn die tevens gestalte geeft aan de verstedelijksopgave van de stad. Om dat te kunnen bereiken willen wij de kwaliteit van verblijven en ontmoeten in de openbare ruimte centraal stellen. Hierin is veel plaats voor fietsers en voetgangers. Fietsverkeer op korte afstand, zoals binnen de stad, willen wij stimuleren. De auto blijft belangrijk voor de bereikbaarheid van de stad. Op plekken waar de leefbaarheid belangrijk is, zoals in de binnenstad en de kloppende harten in wijk en dorp, streven we naar een verkeersluwe inrichting. Om dat mogelijk te maken moet op andere plekken in de stad de doorstroming voor het autoverkeer worden verbeterd. Voor verplaatsingen op langere afstand zetten wij daarnaast in op gedeelde mobiliteit. Naast de trein en hoogwaardig busvervoer (zoals Bus Rapid Transit) blijven kleinschalige mobiliteitsystemen, zoals buurtbus en wijkbus en deelmobiliteit, een belangrijke aanvulling.
Mobiliteitsprogramma In 2024 wordt het mobiliteitsprogramma gepresenteerd. In dit mobiliteitsprogramma geven wij inzicht in de programma’s en projecten en maatregelen waarmee we de komende vier jaar willen beginnen, met een doorkijk naar tien jaar. Prioriteiten en planning van programmaonderdelen wordt onder andere gebaseerd op de voortgang van andere projecten binnen het ruimtelijke domein, zowel van de gemeente Oss als van belangrijke externe partijen Kostenraming mobiliteitsopgave Op basis van de huidige inzichten is heel grof doorgerekend voor welke mobiliteitsopgave we ongeveer komen te staan. Deze heeft een doorkijk naar 2040. We ramen deze mobiliteitsopgave tussen de € 100 en € 125 miljoen. Dit is exclusief de Noordelijke- en Westelijke ontsluitingsweg en plannen spoorzone. Voorleggen mobiliteitsprogramma met uitvoeringsprogramma Op basis van het mobiliteitsprogramma wordt duidelijk voor mobiliteitsopgave we staan en hebben we een deel van deze gelden beschikbaar. Bij een aantal mobiliteitsmaatregelen is een bijdragen van de provincie en Rijk mogelijk. Het overgrote deel van de mobiliteitsopgave zullen we als gemeente zelf behoren te dragen. Het mobiliteitsprogramma met een uitvoeringsprogramma wordt aan u voorgelegd.
Reserve mobiliteit Vooruitlopend op het nieuwe mobiliteitsprogramma is in de Programmabegroting 2023-2027 een aanvang gemaakt om hiervoor gelden beschikbaar te stellen. In totaal is nu € 40 miljoen beschikbaar. Dit is verdeeld in een structureel bedrag van € 470.000 (investeringsbedrag van € 17 miljoen) en incidentele stortingen van in totaal € 23 miljoen. Subsidie mogelijkheden Deze reserve maakt het mogelijk om voor bepaalde mobiliteitsprojecten subsidie aan te vragen. Bij deze subsidie aanvragen wordt om ons co-financieringsaandeel gevraagd. Deze is nu beschikbaar. Relatie met nota kostenverhaal - bovenwijkse voorzieningen Indien een mobiliteitsmaatregel een bovenwijkse karakter heeft wordt deze naar de reserve bovenwijkse voorzieningen overgeheveld. Dit zullen wij te zijner tijd bij het uitvoeringsprogramma mobiliteit in beeld brengen. Alle investeringen die benoemd en gefinancierd worden uit de reserve bovenwijkse voorzieningen vormen namelijk onderdeel van de berekening van bijdrage bovenwijkse voorzieningen (nota kostenverhaal).
56
Minimaal noodzakelijke omvang einde meerjarenraming De minimaal noodzakelijke omvang voor het einde van de meerjarenraming is € 31,6 miljoen. Meerjarenbeeld op basis van bestaand beleid bedragen x € 1.000 Jaar
Saldo
Rente
Storting
Onttrekking
Saldo
1 januari
bijschrijven
2023
11.039
0
470
-1.705
9.804
2024
9.804
0
11.540
-100
21.244
2025
21.244
0
8.470
0
29.714
2026
29.714
0
1.470
0
31.184
2027
31.184
0
470
0
31.654
31 december
Toelichting op het meerjarenbeeld 2023 We hebben de volgende storting begroot: -
€ 470.000. Beschikbaar vanuit PB 2023-2026 voor investeringsbedrag van € 17 miljoen
We hebben de volgende onttrekking begroot: -
€ 1.705.000. Bedrag overgeboekt naar reserve bovenwijkse voorzieningen (afdekking Noordelijke Randweg fase 2). Noordelijke Randweg wordt nog aan gemeenteraad voorgelegd
2024 We hebben de volgende stortingen begroot: -
€ 470.000. Beschikbaar vanuit PB 2023-2026 voor investeringsbedrag van € 17 miljoen
-
€ 5.000.000. Beschikbaar vanuit PB 2023-2026. Onderdeel van het beschikbaar stellen van incidenteel € 23 miljoen
-
€ 6.069.779. Beschikbaar vanuit PB 2024-2027 om de toekomstige rentestijging van 1,1% naar 1,9% van het investeringsbedrag van € 17 miljoen op te kunnen vangen.
We hebben de volgende onttrekking begroot: -
€ 100.000. Voor het opstellen van het uitvoeringsprogramma (PB 2024-2027)
2025 We hebben de volgende stortingen begroot: -
€ 470.000. Beschikbaar vanuit PB 2023-2026 voor investeringsbedrag van € 17 miljoen
-
€ 8.000.000. Beschikbaar vanuit PB 2023-2026. Onderdeel van het beschikbaar stellen van incidenteel € 23 miljoen
2026 We hebben de volgende stortingen begroot: -
€ 470.000. Beschikbaar vanuit PB 2023-2026 voor investeringsbedrag van € 17 miljoen
-
€ 1.000.000. Beschikbaar vanuit PB 2023-2026. Onderdeel van het beschikbaar stellen van incidenteel € 23 miljoen
2027 We hebben de volgende storting begroot: -
€ 470.000. Beschikbaar vanuit PB 2023-2026 voor investeringsbedrag van € 17 miljoen
57
Zit er voldoende geld in de reserve?
nee
Moet de reserve aangevuld worden?
ja, op basis van het geaccordeerde mobiliteitsprogramma
Kan de reserve verlaagd worden?
nee
58
Parkeren (742009) Beleidsdoel/noodzaak reserve Met deze reserve vangen we schommelingen in de opbrengsten van betaald parkeren op. In het parkeerbeleidsplan gaan we uit van een kostendekkende gesloten exploitatie. Dit betekent dat we er vanuit gaan dat we de kosten van parkeren kunnen betalen uit de parkeeropbrengsten. In de berekeningen gaan we er vanuit dat de volumes gelijk blijven. Hierin schuilt het risico dat de volumes door een forse tariefstijging zullen dalen en dat de verwachte parkeeropbrengsten niet gerealiseerd worden. Minimaal noodzakelijke omvang einde meerjarenraming Noodzakelijke omvang Minimaal noodzakelijke omvang: € 606.000 Maximale omvang: € 1.092.000 Het parkeerbedrijf heeft een gesloten exploitatie: de tarieven dekken de kosten van parkeren. Dit uitgangspunt hebben we als basis gebruikt voor de meerjarige berekening. De minimale omvang van de reserve is berekend op het kunnen opvangen van een vraaguitval van 5% over een periode van 4 jaar. Bij de maximale omvang gaan we uit van een vraaguitval van 10% over een periode van 4 jaar. We verwachten over de periode 2024 t/m 2027 een parkeeropbrengst van € 9.725.000. Opbouw reservebestand parkeren In deze reserve is een post opgenomen die we niet meenemen bij het bepalen van de noodzakelijke omvang. Het gaat om de bijdragen van derden in verband met de parkeereis in het centrum.
In het parkeerbeleidsplan is opgenomen dat een derde een bijdrage van € 10.000 moet betalen voor iedere parkeerplaats die een derde niet zelf kan aanleggen. De gemeente is verplicht om deze parkeerplaats binnen 10 jaar te realiseren. Als dat niet lukt wordt de € 10.000 terugbetaald. We hebben voor 12 parkeerplaatsen een bijdrage ontvangen. Deze bijdragen hebben we in de reserve gestort, in totaal dus € 120.000. In het komende beleidsplan parkeren wordt dit onderwerp behandeld c.q. het beleid hiervoor bepaald. Omvang Per 31 december 2027 is de stand van de reserve € 201.000 Meerjarenbeeld op basis van bestaand beleid bedragen x € 1.000 Jaar
Saldo
Rente
1 januari
bijschrijven
Storting
Onttrekking
Saldo
2023
675
0
0
-214
461
2024
461
0
0
-18
443
2025
443
0
0
-37
406
2026
406
0
0
-104
302
2027
302
0
0
-101
201
31 december
Toelichting op het meerjarenbeeld 2023-2027 We onttrekken bedragen uit de reserve voor het verwacht tekort op het product parkeren. Door inzet van de reserves in de periode 2023-2027 daalt de omvang onder het noodzakelijk minimum. De structurele kosten, opbrengsten en de reserve van het parkeerbedrijf zullen we in een volgend beleidsplan actualiseren.
59
Zit er voldoende geld in de reserve?
ja
Moet de reserve aangevuld worden?
nee
60
Openbare verlichting (742012) Beleidsdoel/noodzaak reserve De reserve is bedoeld voor de dekking van de vervangingsinvesteringen van alle lichtmasten en armaturen voor de komende planperiode en voor schilderwerk aan de lichtmasten. Dagelijks onderhoud (inclusief energielasten) betalen we doorgaans uit de structurele begroting. In de periode 2014-2018 geven we een impuls aan het verduurzamen van de openbare ruimte. In deze periode halen we gefaseerd bedragen uit de reserve om lichtmasten te vervangen en armaturen met led-verlichting te plaatsen. Bij het dagelijks onderhoud betaalt de ombouw naar led-verlichting zich terug in een afname van het aantal storingen en energieverbruik. Minimaal noodzakelijke omvang einde meerjarenraming De minimaal noodzakelijke omvang aan het einde van de meerjarenraming is € 0 Meerjarenbeeld op basis van bestaand beleid bedragen x € 1.000 Jaar
Saldo
Rente
1 januari
bijschrijven
Storting
Onttrekking
Saldo
2023
111
0
0
-38
73
2024
73
0
0
-38
35
2025
35
0
0
-35
0
2026
0
0
0
0
0
2027
0
0
0
0
0
31 december
Toelichting op het meerjarenbeeld 2023-2025 In de jaren 2023-2025 wordt regulier groot onderhoud uitgevoerd. De kosten daarvan betalen we uit de reserve.
Zit er voldoende geld in de reserve?
ja
Moet de reserve aangevuld worden?
nee
Kan de reserve verlaagd worden?
nee
61
Geluid (742016) Beleidsdoel/noodzaak reserve Deze reserve gebruiken we om knelpunten op het terrein van geluidsoverlast op te lossen. Minimaal noodzakelijke omvang einde meerjarenraming De minimaal noodzakelijke omvang aan het einde van de meerjarenraming is € 413.000. Meerjarenbeeld op basis van bestaand beleid bedragen x € 1.000 Jaar
Saldo
Rente
Storting
Onttrekking
Saldo
1 januari
bijschrijven
2023
484
0
0
-115
369
2024
369
0
0
-15
354
2025
354
0
0
0
354
2026
354
0
0
0
354
2027
354
0
0
0
354
31 december
Toelichting op het meerjarenbeeld 2023 We hebben de volgende onttrekkingen begroot: -
Nieuw Zevenbergen € 70.000
-
Locatieprofielen € 45.000
2024 We hebben de volgende onttrekkingen begroot: -
Locatieprofielen € 15.000
Zit er voldoende geld in de reserve?
ja
Moet de reserve aangevuld worden?
nee
Kan de reserve verlaagd worden?
nee
62
Strategische aankopen (742027) Beleidsdoel/noodzaak reserve Doelstelling Om de ambities van gemiddeld 600 woningen op jaarbasis te realiseren en meer bedrijventerreinen voor o.a. MKB beschikbaar te krijgen wordt op een actief grondbeleid ingezet. Bij een actief grondbeleid houdt de gemeente zelf de regie bij de ontwikkeling. De gemeente verwerft zelf de gronden en voert de grondexploitatie uit. De gemeente heeft hierbij meer inspraak in de kwaliteit en het programma van plannen en het bouwtempo. Bij een actief grondbeleid is een actief aankoopbeleid noodzakelijk om de gewenste grondposities in bezit te krijgen. Het gaat om strategische verwervingen voor uitbreidingslocaties. Voor inbreidingslocaties wordt verwezen naar de reserve binnenstedelijke transformaties. Deze reserve biedt financiële ruimte en beperkt het financiële risico om de strategische aankopen voor uitbreidingslocaties in een vroeg stadium te kunnen realiseren. Inzet reserve De reserve wordt hierbij voor twee onderdelen ingezet, te weten: a.
Afdekken overwaarde De commissie BBV (Besluit Begroting en Verantwoording) heeft in de notitie Grondbeleid in begroting en jaarstukken (2019) een aantal waarderingsregels voor grondaankopen en vastgoed voorgeschreven. Bij de aankoop van bepaalde gronden en vastgoed behoort de overwaarde te worden afgeboekt. Dit is het verschil tussen de aankoopwaarde en de marktwaarde van de huidige bestemming. Dit beperkt het financiële risico voor de gemeente.
b.
Afdekken rentekosten voorfinanciering
Bij een actief grondbeleid worden de aankopen door de gemeente voorgefinancierd. Het uitgangspunt is om de rentekosten voor de aankoop van warme gronden af te dekken tot het moment dat deze gronden onderdeel worden van BIE (Bouwgrond In Exploitatie). De ontvangen pachtgelden van deze aankopen worden in mindering op deze rentekosten gebracht. Administratieve verwerking overwaarde Bij potentiële grondexploitaties wordt de afgewaardeerde overwaarde, op grond van fiscale overwegingen, in een (tijdelijke) voorziening bijzondere waardeverminderingen MVA gestort vanuit deze reserve. Als er voor deze gronden een grondexploitatie (BIE) wordt opgesteld dan worden deze gronden tegen de aankoopwaarde ingebracht. De afgewaardeerde overwaarde wordt dan weer naar deze reserve strategische aankopen terug gestort (revolverend fonds). Dit geschiedt alleen als de (bouw)grond in exploitatie (BIE) wordt genomen. Het startpunt van een BIE is een raadsbesluit met de vaststelling van een grondexploitatie. Indien het niet leidt tot een BIE dan zal afboeking plaatsvinden ten laste van de voorziening. Voeding reserve Het op termijn terug storten van de afgewaardeerde overwaarde creëert middelen voor deze reserve (revolverend fonds). De rentekosten van de voorfinanciering wordt uit deze reserve betaald. Dit betekent dat vooral voor dit deel de reserve op termijn aangevuld behoort te worden.
De reserve wordt op basis van de ambities op het gebied wonen en werken geactualiseerd. Een benodigde aanvulling van deze reserve wordt met voorrang uit de eventuele vrijval van ABR verricht. De ABR grondbedrijf wordt gevoed vanuit grondexploitaties en heeft dus een sterk causaal verband met deze reserve. Minimale omvang Het bepalen van de benodigde omvang van deze reserve is complex. In de berekening is rekening gehouden met de ambities op het gebied van wonen en werken voor de periode tot en met 2034. De waarderingsregels en het afdekken van de rentekosten van de voorfinanciering levert voor de aankoop van de gronden en vastgoed voor woningbouw, bedrijventerreinen en ruilgronden andere berekeningen op. Ruilgronden zijn ook opgenomen omdat deze bij de aankoop van gronden en vastgoed een belangrijke meerwaarde kunnen vervullen om een transactie te kunnen realiseren.
63
In totaal is op basis van deze berekeningen een bedrag van circa € 6,1 miljoen benodigd. Dit bedrag is geen hard gegeven en is van veel factoren afhankelijk. Het vormt een richtinggevend bedrag dat dienst doet als werkkapitaal om strategische grondaankopen te kunnen verrichten. In 2021 is € 376.300 onttrokken t.b.v. voorziening afwaarderingen (I)MVA i.v.m. gronden bij Stationskwartier Ravenstein. Minimaal noodzakelijke omvang einde meerjarenraming Het bepalen van de benodigde omvang van deze reserve is complex. In 2020 is hiervan een berekening gemaakt. Deze vormt nog steeds het uitgangspunt. De waarderingsregels en het afdekken van de rentekosten van de voorfinanciering levert voor de aankoop van de gronden en vastgoed voor woningbouw, bedrijventerreinen en ruilgronden andere berekeningen op. Ruilgronden zijn ook opgenomen omdat deze bij de aankoop van gronden en vastgoed een belangrijke meerwaarde kunnen vervullen om een transactie te kunnen realiseren. Historie In 2021 is voor het eerst gebruik gemaakt van dit instrument. In Ravenstein zijn gronden aangekocht die voor een bedrag van € 376.000 afgewaardeerd zijn. Dit bedrag is in 2021 uit deze reserve onttrokken en gestort in de voorziening bijzondere waardevermindering MVA.
Meerjarenbeeld op basis van bestaand beleid bedragen x € 1.000 Jaar
Saldo
Rente
Storting
Onttrekking
Saldo
1 januari
bijschrijven
2023
5.707
0
0
-21
5.686
2024
5.686
0
0
-21
5.665
2025
5.665
0
0
-21
5.644
2026
5.644
0
0
-21
5.623
2027
5.623
0
0
-21
5.602
31 december
Toelichting op het meerjarenbeeld De jaarlijkse onttrekkingen van € 21.000 hebben betrekking op rentekosten van twee grondaankopen ten behoeve van verwachte toekomstige grondexploitaties Klein Amsteleind en Stationskwartier Ravenstein.
Zit er voldoende geld in de reserve?
nee, voor zeer grote aankopen is er onvoldoende ruimte aanwezig
Moet de reserve aangevuld worden?
nee
Kan de reserve verlaagd worden?
nee
64
Binnenstedelijke transformaties (742046) Beleidsdoel/noodzaak reserve Doelstelling Binnenstedelijke transformaties beogen de leefbaarheid wonen-werken te verbeteren en toekomst bestendig te maken. Hierbij wordt o.a. rekening gehouden met woningbouwambities, energietransitie, bereikbaarheid, klimaatadaptatie en bestuurlijke ambities voor specifieke gebiedsontwikkelingen. Bij deze gebiedstransformaties is het uitgangspunt om een sluitende businesscase/grondexploitatie op te stellen. Dit is echter niet altijd mogelijk. De reserve binnenstedelijke transformatie draagt bij om deze binnenstedelijke transformaties van de stad Oss mogelijk te maken. De binnenstedelijke transformaties gaan gepaard met hoge investeringskosten en lange doorlooptijden. Een deel van de kosten is op termijn door de ontwikkeling terug te verdienen en een deel is onrendabel. Bij het terug verdienen wordt o.a. naar de mogelijkheden van meer woningbouw, kostenverhaal, samenwerking met private partijen gekeken. Om de onrendabele toppen af te dekken is deze reserve noodzakelijk. Voor het afdekken van deze onrendabele toppen worden ook mogelijkheden onderzocht om bijdragen/fondsen van o.a. provincie, Rijksoverheid en Europa te ontvangen. Bij deze verzoeken is in beginsel een gemeentelijke bijdrage (cofinanciering) nodig om de onrendabele top mee af te dekken.
De gebiedstransformaties kunnen leiden tot een herinrichting van de openbare ruimte. Als deze kosten niet kunnen worden toegerekend aan de grondexploitatie of kostenverhaal dan worden de kosten uit deze reserve betaald. Het is dus wenselijk om aansluiting te houden met de vervangingsopgave van de openbare ruimte van deze gebieden. De openbare ruimte kan dan wellicht voor een deel van de beschikbare vervangingsgelden van deze openbare ruimte worden betaald. Inzet reserve – instemming raad Deze reserve levert een bijdrage om een aantal gebiedstransformaties in onze stad te realiseren. Op dit moment hebben we de volgende gebieden hiervoor in beeld: Euterpepark, Raadhuislaan Zuid, belastingkantoor, zwembadlocatie en Schadewijk. Als een project wordt voorgedragen om een deel van de kosten uit deze reserve te betalen dan behoort er een globaal inzicht te zijn bij de andere projecten die in deze reserve benoemd zijn. Op deze wijze kan geborgd worden dat de middelen uit deze reserve wordt afgewogen met alle projecten die in aanmerking kunnen komen voor een bijdrage uit deze reserve. De afweging geschiedt bij de Programmabegroting of in een afzonderlijk raadsvoorstel. Minimaal noodzakelijke omvang einde meerjarenraming Omvang Het is op voorhand lastig om de omvang voor deze reserve binnenstedelijke transformatie te bepalen.
Een aantal gebiedsontwikkelingen is in beeld waaronder het Euterpepark, Raadhuislaan, belastingkantoor en zwembadlocatie. Op basis van kengetallen zijn deze gebiedsontwikkelingen heel grof doorgerekend. Deze komen uit op een bedrag van circa € 45 miljoen. Deze kosten kunnen op basis van de huidige inzichten heel beperkt aan een grondexploitatie worden toegerekend en/of via kostenverhaal worden verhaald. Om onze opgave op dit gebied te realiseren gaan we onderzoeken of een bijdrage van het Rijk en/of provincie mogelijk is. Bij deze verzoeken is co-financiering (gemeentelijke bijdrage) altijd nodig. Onze co-financiering en/of resterende tekorten van de gebiedstransformaties betalen we uit deze reserve binnenstedelijke transformaties.
65
Meerjarenbeeld op basis van bestaand beleid bedragen x € 1.000 Jaar
Saldo
Rente
Storting
Onttrekking
Saldo
1 januari
bijschrijven
2023
10.000
0
0
0
10.000
2024
10.000
0
5.000
0
15.000
2025
15.000
0
5.000
0
20.000
2026
20.000
0
0
0
20.000
2027
20.000
0
0
0
20.000
31 december
Toelichting op het meerjarenbeeld Stortingen Bij de programmabegroting 2023 is besloten om in 2024 en 2025 € 5 miljoen per jaar te storten in de reserve binnenstedelijke transformatie. Dit om 45% co-financiering te creëren voor de hiervoor genoemde gebiedsopgaven. Voorgenomen onttrekking De grondexploitatie De Linck (Belastingkantoor) sluit met een tekort van circa € 1 miljoen. Dit tekort wordt afgedekt uit de reeds gevormde verliesvoorziening voor een bedrag van € 688.000 en het resterende tekort van circa € 0,3 miljoen wordt uit deze reserve betaald. De grondexploitatie van de Linck wordt in 2024 geopend. De onttrekking van circa € 0,3 miljoen wordt dan uit deze reserve gehaald. Zit er voldoende geld in de reserve?
nee
Moet de reserve aangevuld worden?
ja, het is essentieel dat we partners (o.a. Rijk en provincie) vinden
die bijdragen aan het realiseren van de doelstellingen op dit gebied Kan de reserve verlaagd worden?
nee
66
Bovenwijkse voorzieningen (742047) Beleidsdoel/noodzaak reserve Doelstelling reserve Met deze reserve sparen we om een aantal grote ruimtelijke ambities op het gebied van mobiliteit te realiseren. Het gaat hierbij om de Noordelijke en Westelijke ontsluitingswegen en een bedrag van € 2 miljoen voor het mobiliteitsplan in voorbereiding. Deze projecten vormen hierbij de onderlegger van de berekening van de bijdrage bovenwijkse voorzieningen. In het jaar 2022 is deze bijdrage voor het eerst berekend op basis van de Nota Kostenverhaal 2022. We voeden deze reserve dus vanuit de bijdrage van de bovenwijkse voorzieningen en aanvullende bijdragen vanuit de vrijval Algemene Bedrijfsreserve Grondbedrijf 2022 en 2023 en een structureel bedrag van € 495.000 vanuit onze beschikbare middelen in onze begroting (€ 250.000 structureel mobiliteitsgeld en € 245.000 vanuit het Parkeerbedrijf voor mobiliteit). De Nota Kostenverhaal wordt in 2025 geactualiseerd. Dan worden de actuele doorrekeningen en besluiten omtrent deze projecten meegenomen. Tevens worden een aantal mobiliteitsprojecten toegevoegd die op de rol staan voor uitvoering. Op deze wijze kan de nieuwe bijdrage bovenwijkse voorzieningen worden vastgesteld. De gebieden waar nieuw vastgoed wordt ontwikkeld betalen een bijdrage voor bovenwijkse voorzieningen.
Deze projecten betalen op basis van het PPT-criteria (Profijt, Proportionaliteit en Toerekenbaarheid) mee aan de aanleg van bovenwijkse voorzieningen (voorzieningen op het gebied van infrastructuur). Minimaal noodzakelijke omvang einde meerjarenraming Bestemming en omvang reserve De ambities op het gebied van wonen en werken hebben consequenties voor de bereikbaarheid en infrastructuur van onze stad. Om de effecten van de woningbouwambities op het wegennet te beoordelen is een robuustheidtoets (Goudappel, juni 2021) uitgevoerd. Dit laat een toename van het verkeer zien wat mogelijk tot knelpunten in de verkeersafwikkeling (file) zal leiden. Dit betekent dat opwaardering van het bestaande wegennet of uitbreiding van de infrastructuur nodig is om de woningbouwontwikkeling aan de westzijde van de stad mogelijk te maken. In een vervolgstudie wordt onderzocht wat de beste oplossing is voor de stad (ontsluitingsweg Oss West). Er wordt een koersdocument mobiliteit (mobiliteitsvisie) opgesteld. Daarna wordt het koersdocument uitgewerkt in een mobiliteitsprogramma en een uitvoeringsprogramma. In de nota kostenverhaal is rekening gehouden met een eerste investeringsbedrag van € 2 miljoen. Op basis van een geactualiseerde grove berekening -vooral als gevolg van de prijsstijgingen- worden deze bovenwijkse voorzieningen geraamd op circa € 50 miljoen.
In dit bedrag is rekening gehouden met een investeringsbedrag van € 2 miljoen voor het mobiliteitsprogramma De vervolgstudies en de gekozen oplossingsrichtingen zullen tot een aanpassing van het bedrag leiden. Aanvullende voeding reserve De bijdrage bovenwijkse voorzieningen is onvoldoende om de aanleg van deze bovenwijkse voorzieningen mogelijk te maken. Deze reserve wordt daarom ook aangevuld vanuit de vrijval van de ABR (Algemene BedrijfsReserve grondbedrijf) en de reserve mobiliteit. Inzet reserve – instemming raad Het mobiliteitsprogramma met het uitvoeringsprogramma, de uitwerking van de plannen voor de Noordelijke Randweg en de nog te kiezen oplossing voor de ontsluitingsweg Oss West worden eerst integraal bij de Programmabegroting afgewogen of in een afzonderlijk raadsvoorstel voorgelegd. Een afzonderlijk raadsvoorstel is alleen mogelijk als er voldoende financiële middelen in deze reserve aanwezig zijn. Hierbij wordt opgemerkt dat de projecten pas aan de gemeenteraad kunnen worden voorgelegd op het moment dat de storting in deze reserve daadwerkelijk gerealiseerd is. Dit betekent in de praktijk dat de bijdragen voor de bovenwijkse voorzieningen is betaald en/of winsten van het grondbedrijf (vrijval ABR) gerealiseerd zijn.
67
Meerjarenbeeld op basis van bestaand beleid bedragen x € 1.000 Jaar
Saldo
Rente
Storting
Onttrekking
Saldo
1 januari
bijschrijven
2023
3.508
0
6.271
0
9.779
2024
9.779
0
4.338
0
14.117
2025
14.117
0
811
0
14.929
2026
14.929
0
574
0
15.502
2027
15.502
0
556
0
16.058
31 december
Toelichting op het meerjarenbeeld Algemeen De bijdrage van de bovenwijkse voorzieningen van toekomstige grondexploitaties (IMVA's) en van projectontwikkelaars/particulieren initiatieven worden niet in de raming opgenomen omdat deze nog te onzeker zijn. In zijn algemeenheid lopen de inkomsten wat achter ten opzichte van de eerste ramingen. Dit wordt vooral veroorzaakt door een latere oplevering van klein Amsteleind. 2023 We hebben de volgende stortingen begroot: -
€ 409.865 vanuit de grondexploitaties - Najaarsbericht 2023
-
€ 3.379.965 winstafdracht uit ABR - conform besluitvorming PB 2023-2026
-
€ 495.000 structurele gelden vanuit de begroting (PB 2022-2025)
-
€ 31.250 prijsstijging component van bovenstaande structurele gelden vanuit de begroting (PB 2022-2025)
-
€ 1.705.000 vanuit de reserve mobiliteit ter dekking van de aanleg van de ontsluitingswegen
-
€ 250.224 als gevolg van latere realisatie fase 1 Noordelijke Ontslutingsweg. Vrijval van beschikbare post 2023 ter afdekking van kapitaallasten van fase 1 (marap 1 - 2023)
2024 We hebben de volgende stortingen begroot: -
€ 705.329 vanuit de grondexploitaties - Najaarsbericht 2023
-
€ 495.000 structurele gelden vanuit de begroting (PB 2022-2025)
-
€ 31.250 prijsstijging component van bovenstaande structurele gelden vanuit de begroting (PB 2022-2025)
-
€ 250.224 als gevolg van latere realisatie fase 1 Noordelijke Ontslutingsweg. Vrijval van beschikbare post 2024 ter afdekking van kapitaallasten van fase 1 (marap 1 - 2023)
-
€ 2.856.366 ter afdekking van de rentestijging van de investering van de ontsluitingswegen. We verwachten dat de rente van 1,1 % naar 1,9 % zal stijgen. Hiermee wordt dit probleem financieel afgedekt (PB 2024-2027)
2025 We hebben de volgende stortingen begroot: -
€ 35.022 vanuit de grondexploitaties - Najaarsbericht 2023
-
€ 495.000 structurele gelden vanuit de begroting (PB 2022-2025)
-
€ 31.250 prijsstijging component van bovenstaande structurele gelden vanuit de begroting (PB 2022-2025) € 250.224 als gevolg van atere realisatie fase 1 Noordelijke Ontslutingsweg. Vrijval van beschikbare post 2025 ter afdekking van kapitaallasten van fase 1 (marap 1 - 2023)
68
2026 We hebben de volgende stortingen begroot: -
€ 47.280 vanuit huidige grondexploitaties
-
€ 495.000 structurele gelden vanuit de begroting (PB 2022-2025)
-
€ 31.250 prijsstijging component van bovenstaande structurele gelden vanuit de begroting (PB 2022-2025)
2027 We hebben de volgende stortingen begroot: -
€ 29.769 vanuit huidige grondexploitaties;
-
€ 495.000 structurele gelden vanuit de begroting (PB 2022-2025);
-
€ 31.250 prijsstijging component van bovenstaande structurele gelden vanuit de begroting (PB 20222025).
Zit er voldoende geld in de reserve?
nee
Moet de reserve aangevuld worden?
ja
Kan de reserve verlaagd worden?
nee
69
Verbetering fysieke kwaliteit leefomgeving (742048) Beleidsdoel/noodzaak reserve Doelstelling reserve Op basis van de nota kostenverhaal -die eind 2021 door de gemeenteraad is vastgesteld- betalen projecten waarbij nieuw vastgoed wordt ontwikkeld een bijdrage voor bovenwijkse netwerkvoorziening. Deze projecten betalen allemaal een bijdrage. Dit is een publiekrechtelijk afdwingbare vordering. De onderbouwing hiervoor behoort in een structuurvisie/omgevingsvisie of –programma te worden vastgelegd. Het gaat hierbij om de verbetering van de fysieke kwaliteit leefomgeving op het gebied van landschappelijke waarden, natuur en netwerkvoorzieningen. Netwerkvoorzieningen betreffen investeringen op het gebied van de infrastructuur openbare ruimte waarvan de gehele gemeente profijt heeft. Deze inkomsten worden in deze reserve verantwoord en vervolgens ingezet om de fysieke kwaliteit leefomgeving te verbeteren. Deze bijdrage voor bovenwijkse netwerkvoorzieningen is met ingang van het jaar 2022 ingevoerd. Met deze reserve sparen we om de ambities op het gebied van de verbetering fysieke kwaliteit leefomgeving te kunnen uitvoeren. Dit zijn de ambities op dit gebied van met name de plannen voor de spoorzone, de vergroening van de Noordelijke ontsluitingsweg en Groen, Blauw en Natuur. Het gaat om zeer grote investeringsbedragen.
Naast deze bijdrage voor bovenwijkse netwerkvoorzieningen wordt deze reserve vanaf 2025 structureel aangevuld met bedrag van € 750.000 (besluitvorming Programmabegroting 2022-2025). Minimaal noodzakelijke omvang einde meerjarenraming Bestemming en omvang reserve Bij de ambities op het gebied van Groen, Blauw en Natuur gaat het om o.a. uitbreiding van natuur en verbetering biodiversiteit. De vergroening Noordelijke ontsluitingsweg is een afzonderlijk project. Projecten op dit gebied werden in het verleden betaald uit de reserve groenfonds landelijk gebied. Deze reserve werd o.a. gevoed vanuit een bijdrage van € 5 per m2 voor uitleglocaties woningbouw. Deze bijdrage is vervallen. De bijdrage voor de verbetering fysieke kwaliteit leefomgeving is hiervoor in de plaats gekomen. Rekening houdend met de stand van de reserve landelijke groenfonds is voor de periode 2022 tot en met 2031 een aanvulling nodig van € 1,3 miljoen. De reserve landelijke groenfonds heeft dan € 1,8 miljoen te besteden aan Groen, Blauw en Natuur voor de periode 2022-2030 en voor de vergroening van de Noordelijke ontsluitingsweg. Voor de ambities van de spoorzone gaan we vooralsnog uit van een eigen gemeentelijke bijdrage van € 125 miljoen. Het Rijk en provincie zullen hierbij eveneens een hele grote bijdrage behoren te verrichten.
Een nog op te stellen spoorvisie zal meer duidelijkheid geven over de richting van de spoorplannen. Het vergt een hele grote financiële inspanning van de gemeente om deze ambities te kunnen realiseren. Met deze reserve willen we een aanvang maken om gelden vrij te maken om deze ambities te kunnen realiseren. Het traject wat hiermee wordt ingezet is een traject van een lange adem. De opzet is om het benodigde bedrag van € 125 miljoen te sparen op een termijn 15 jaar waarin ook de uitvoering van de plannen ter hand zijn genomen. Voorbereidingskosten spooragenda We verhogen de reserve fysieke kwaliteit leefomgeving met een bedrag van € 1,4 miljoen. Het bedrag is bestemd om de eerste voorbereidingen in de jaren 2023 tot en met 2027 van de spooragenda te kunnen opstarten. We gaan uit van een jaarlijks bedrag van € 350.000. Eventuele overschotten of tekorten worden in een jaar met deze reserve verrekend. Deze voorbereidingskosten worden afzonderlijk bewaakt en afgescheiden van de uitvoeringskosten. Het bedrag is bestemd om de voorbereidingswerkzaamheden van de eerste 4 jaar van de spooragenda te betalen. Deze gelden worden ingezet voor het opstellen van uitvoeringsplannen en het ontwerpen van de ingrepen. Er is specialistische kennis nodig van bureaus die erkend worden door onze partners NS en Prorail.
In de spooragenda gaat het om de 5 onderdelen: aanpak overwegen, station Oss, station Oss West, lobby
70
IJssellijn en spoorlijn haven. Concreet gaat het als eerste om 6 spoortunnels (3 langzaam verkeer, 3 auto) en vervolgens de upgrade van twee stations met betrekking tot aantrekkelijkheid, functionaliteit en hubfunctie in de spoorzone. Na deze periode wordt bezien welke voorbereidingskosten nog meer nodig zijn. We verwachten dat de totale voorbereiding voor een periode van circa 10 jaar uit zal komen op circa € 3,5 miljoen (1 % van de geschatte investering van € 350 miljoen). We onttrekken de komende 4 jaar elk jaar bedrag van € 350.000 uit deze reserve. Hiermee starten we de voorbereidingen van de spooragenda. Na deze 4 jaar wordt bezien wat we nog meer nodig hebben. De verwachting is dat de voorbereidingen circa 10 jaar zullen duren. Actualisatie cijfers De cijfers worden bij de actualisatie van de nota kostenverhaal geactualiseerd. We zijn voornemens om deze nota kostenverhaal in 2025 te actualiseren. Deze bedragen zijn namelijk onderdeel van de berekening van de bijdrage bovenwijkse netwerkvoorzieningen. De cijfers worden eveneens geactualiseerd als hieraan behoefte is en/of de plannen wat concreter worden. Inzet reserve – instemming raad De ambities van het nog op te stellen Groen, Blauw, en Natuur, vergroening van de Noordelijke ontsluitingsweg en de spoorzone (verkenning spoorzone) behoren nog verder uitgewerkt te worden.
Deze plannen worden met een uitvoeringsagenda altijd eerst integraal bij de Programmabegroting afgewogen of in een afzonderlijk raadsvoorstel voorgelegd. Een afzonderlijk raadsvoorstel is alleen mogelijk als er voldoende financiële middelen in deze reserve aanwezig is. Hierbij wordt opgemerkt dat de projecten pas aan de gemeenteraad kunnen worden voorgelegd op het moment dat de storting in deze reserve daadwerkelijk gerealiseerd is. Dit betekent in de praktijk dat de bijdragen voor verbetering fysieke kwaliteit leefomgeving is betaald en winsten van het grondbedrijf (vrijval ABR) gerealiseerd zijn. Meerjarenbeeld op basis van bestaand beleid bedragen x € 1.000 Jaar
Saldo
Rente
Storting
Onttrekking
Saldo
1 januari
bijschrijven
2023
336
0
281
0
618
2024
618
0
7.912
-350
8.179
2025
8.179
0
940
-350
8.769
2026
8.769
0
970
-350
9.389
2027
9.389
0
1.277
-350
10.316
31 december
Toelichting op het meerjarenbeeld 2023 We hebben de volgende stortingen begroot: -
€ 281.400 vanuit de grondexploitaties gemeente - Najaarsbericht 2023
2024 We hebben de volgende stortingen begroot: -
€ 437.656 vanuit de grondexploitaties gemeente - Najaarsbericht 2023
-
€ 6.073.855 ter afdekking van de rentestijging van de investering van de spooragenda. We verwachten dat de rente van 1,1 % naar 1,9 % zal stijgen. Met deze eenmalige storting en een structureel bedrag van € 350.000 met ingang van 2027 kunnen we vasthouden aan het geraamde investeringsbedrag van € 125 miljoen (PB 2024-2027)
-
€ 1.400.000 voorbereidingsbudget voor spooragenda 2024 -2027 (PB 2024-2027)
71
Voor het jaar 2024 wordt een bedrag van € 350.000 onttrokken om de voorbereidingskosten voor het jaar 2024 te betalen. 2025 We hebben de volgende stortingen begroot: -
€ 96.525 vanuit de grondexploitaties gemeente - Najaarsbericht 2023
-
€ 750.000. Structurele bijdrage vanuit PB 2022-2025
-
€ 93.750. Prijsstijging 2023 (PB 2023-2026)
Voor het jaar 2025 wordt een bedrag van € 350.000 onttrokken om de voorbereidingskosten voor het jaar 2025 te betalen. 2026 We hebben de volgende stortingen begroot: -
€ 125.775 vanuit de grondexploitaties gemeente - Najaarsbericht 2023
-
€ 750.000. Structurele bijdrage vanuit PB 2022-2025
-
€ 93.750. Prijsstijging 2023 (PB 2023-2026)
Voor het jaar 2026 wordt een bedrag van € 350.000 onttrokken om de voorbereidingskosten voor het jaar 2026 te betalen. 2027 We hebben de volgende stortingen begroot: -
€ 83.363 vanuit de grondexploitaties gemeente - Najaarsbericht 2023
-
€ 750.000. Structurele bijdrage vanuit PB 2022-2025
-
€ 93.750. Prijsstijging 2023 (PB 2023-2026)
-
€ 350.000. Structureel bedrag ter afdekking van rentestijging van 1,1 % naar 1,9 % in 2027 (PB 20242027)
Voor het jaar 2027 wordt een bedrag van € 350.000 onttrokken om de voorbereidingskosten voor het jaar 2027 te betalen. Zit er voldoende geld in de reserve?
nee
Moet de reserve aangevuld worden?
ja
Kan de reserve verlaagd worden?
nee
72
Volkshuisvesting (742021) Beleidsdoel/noodzaak reserve Deze reserve is bedoeld om initiatieven op het gebied van volkshuisvesting te kunnen betalen. Zoals we hierna ook aangeven heffen we de reserve woninggebonden subsidies op en voegen we die samen met deze reserve. Daarmee gebruiken we deze reserve voortaan ook om de jaarlijkse beheerkosten van duurzaamheidsleningen te betalen. Minimaal noodzakelijke omvang einde meerjarenraming De minimaal noodzakelijke omvang aan het einde van de meerjarenraming is € 305.000. Meerjarenbeeld op basis van bestaand beleid bedragen x € 1.000 Jaar
Saldo
Rente
Storting
Onttrekking
Saldo
1 januari
bijschrijven
2023
228
0
0
0
228
2024
228
0
0
0
228
2025
228
0
0
0
228
2026
228
0
0
0
228
2027
228
0
0
0
228
31 december
Toelichting op het meerjarenbeeld We hebben geen stortingen en/of onttrekkingen begroot. We onttrekken aan het einde van het jaar de werkelijke beheerkosten van duurzaamheidsleningen.
Zit er voldoende geld in de reserve?
ja
Moet de reserve aangevuld worden?
nee
Kan de reserve verlaagd worden?
nee
73
Omgevingswet (742045) Beleidsdoel/noodzaak reserve We reserveren een bedrag voor de implementatie van de omgevingsvisie/ - wet. Dit is nodig voor: -
In 2022 zijn we gestart we met het omzetten van bestemmingsplannen naar omgevingsplannen. De gemeente heeft onverkort de Rijksregels overgenomen maar na 2022 gaan we de regelgeving meer aanpassen aan de lokale situatie in Oss. Dit heeft gevolgen voor de taakvelden Milieu, Riolering, Mobiliteit en Groen, Water en Ecologie. Verwacht wordt dat na een paar jaar de hoeveelheid werk afneemt door ervaring. De afstemming tussen rijksregels en eigen wet- en regelgeving zorgt voor tijdelijke extra werk.
-
Er moeten toepasbare regels worden opgesteld. Vanaf de invoeringsdatum sluiten gemeente verplicht aan bij het landelijke DSO (Digitaal stelsel omgevingswet). Voor de publicatie van plannen en voor het aanvragen van vergunningen en doen van meldingen. Gemeenten moeten er voor zorgen dat de eigen informatie via het loket zichtbaar is én actueel blijft. Het is de bedoeling van inwoners zoveel mogelijk zelf via het loket kunnen checken of een vergunning nodig is en welke vereisten daaraan gesteld worden. Dat kan door het invoeren van zogenaamde vragenbomen of toepasbare regels. Naarmate wij ons omgevingsplan ontwikkelen, kunnen we ook meer regels omzetten in toepasbare regels zodat de dienstverlening zo optimaal mogelijk is (natuurlijk blijft persoonlijk contact ook mogelijk).
-
Voor het opstellen van het Omgevingsplan is voor de periode van twee jaar extra capaciteit noodzakelijk.
Minimaal noodzakelijke omvang einde meerjarenraming De minimaal noodzakelijke omvang aan het einde van de meerjarenraming is € 241.500. Meerjarenbeeld op basis van bestaand beleid bedragen x € 1.000 Jaar
Saldo
Rente
Storting
Onttrekking
Saldo
1 januari
bijschrijven
2023
1.716
0
0
-1.234
483
2024
483
0
0
-241
242
2025
242
0
0
0
242
2026
242
0
0
0
242
2027
242
0
0
0
242
31 december
Toelichting op het meerjarenbeeld 2023 We hebben de volgende onttrekkingen begroot: -
Tijdelijke formatie omgevingsplan en projectleider bij Ruimtelijke Ontwikkeling: € 372.000
-
Tijdelijke formatie bij Ibor vakbeheer en specialisten tbv Omgevingsplan € 225.272
-
Tijdelijke formatie bij Ibor Staf tbv Omgevingsplan € 43.574
-
Tijdelijke formatie bij Ibor gebieden en projecten tbv Omgevingsplan € 13.154
-
Tijdelijke formatie bij VTH toezicht en handhaving tbv Omgevingsplan € 276.500
-
Informatiemanager (ICT informatiemanagement) € 90.000
-
Projectleider omgevingsvisie vanuit programma management economie en ruimte € 118.000
74
2024 We hebben de volgende onttrekkingen begroot: -
Tijdelijke formatie omgevingsplan en projectleider bij Ruimtelijke Ontwikkeling: € 141.000
-
Informatiemanager (ICT informatiemanagement) € 100.000