CConstaterende datOss
Koppel je AI →
Document · PDF

Nota reserves 2023 def (2)

Gemeenteraad 9 november 2023, gemeente OssBij agendapunt: Nota reserves 202326.553 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Nota reserves 2023

Inhoudsopgave Samenvatting

4

Overzichten reserves

7

ALGEMENE RESERVES

8

Algemene vrije reserve (740001)

9

Algemene reserve risico's grondbedrijf (740002)

11

RESERVES DEKKING ALGEMENE DIENST

13

Afloop gaswinstuitkering Maaslandgas (741001)

14

Toelichting op het meerjarenbeeld

14

Deposito BNG inzake opheffing HNG (741002)

15

Gemeentehuis (743001)

16

BESTEMMINGSRESERVES

17

Wonen, welzijn en zorg (742002)

18

Beschermd Wonen (742003)

19

Dak- en thuisloosheid (742058)

21

Opvang Vluchtelingen (742053)

23

Huisvestingskosten Schoolgebouwen (743002)

25

Reserve Bestaanszekerheid (742038)

26

Integraal Voorzieningenbeleid (742005)

28

Verduurzaming maatschappelijk vastgoed ( 742056)

30

Lievekamp (742050)

31

Carnavalsloodsen (742006)

32

Integraal uitvoeringsprogramma (IUP) (742011)

33

Baggeren Haven (742049)

37

Egalisatie rioolbeheer (742008)

38

Afvalstoffenheffing (742015)

39

Groenfonds landelijk gebied (742017)

40

Klimaatadaptatie (742054)

42

Bodemsanering (742018)

43

Ontwikkeling windpark (742026)

44

Risicoreserve waardering lening Wachtmeesters (742059)

45

Investeringsfonds Duurzaamheid (742020)

46

Quick wins binnenhavens (742029)

47

Economie (742028)

48

Walkwartier en omgeving (742024)

50

Investeringsfonds Stadshart Oss (742025)

53

Heesch-West (742030)

55

Mobiliteit (742010)

56

Parkeren (742009)

59 2

Openbare verlichting (742012)

61

Geluid (742016)

62

Strategische aankopen (742027)

63

Binnenstedelijke transformaties (742046)

65

Bovenwijkse voorzieningen (742047)

67

Verbetering fysieke kwaliteit leefomgeving (742048)

70

Volkshuisvesting (742021)

73

Omgevingswet (742045)

74

Woonwagens (742039)

76

Beheerkosten startersleningen (742022)

77

Meekoppelkansen dijkversterking Maas (742040)

78

Ontwikkeling Geffense plas (742043)

79

Versterken gemeentelijke dienstverlening kwetsbare groepen (POK) (742052)

80

Gemeentehuis toekomst bestendig (742057)

82

ICT (742031)

83

WGA (742032)

85

Reserve WW-lasten (742019)

86

Organisatie ontwikkelingen (742033)

87

Wachtgeld wethouders (742034)

89

Dienstverlening (742036)

90

Adviezen fiscaal gebied (742037)

92

Vennootschapsbelasting (742044)

93

Egalisatie renteomslag (742041)

94

Budgetoverheveling (742001)

95

RESERVES DEKKING AFSCHRIJVINGSLASTEN

96

Reserves dekking afschrijvingslasten

97

Bijlage 1 – Overzicht reserves

99

3

Samenvatting Inleiding In onze financiële verordening (artikel 212 van de Gemeentewet) staat dat we elk jaar een nota reserves opstellen. Dat doen we altijd tegelijk met de programmabegroting, zodat de bestuurlijke processen van deze producten op elkaar aansluiten. De nota reserves geeft inzicht in het doel, het meerjarig verloop en de omvang van de reserves. Soorten reserves De reserves zijn het eigen vermogen van de gemeente. Het BBV (Besluit Begroting en Verantwoording) onderscheidt twee soorten reserves: -

algemene reserves

-

bestemmingsreserves

De algemene reserves zijn bedoeld voor het opvangen van risico's en incidentele tekorten zoals jaarrekeningtekorten. De algemene reserve is de financiële buffer van de gemeente. Bestemmingsreserves zijn geoormerkt voor een bepaalde doelstelling. We onderscheiden twee soorten bestemmingsreserves: 'gewone' bestemmingsreserves en bestemmingsreserves voor de afdekking van afschrijvingslasten. Een aantal reserves zijn egalisatiereserves. Hiermee vangen we schommelingen op in kosten en opbrengsten op bepaalde activiteiten. In deze nota zijn de stortingen en onttrekkingen begroot op basis van het verwachte saldo op de bijbehorende activiteiten zoals deze in de programmabegroting 2024-2027 zijn geraamd. Bij de jaarrekening verwerken we de stortingen of onttrekkingen op dit soort reserves op basis van het werkelijke saldo op de betreffende activiteiten. Rente We schrijven alleen rente bij op de algemene reserves. Daarmee zorgen we ervoor dat deze reserves op peil blijven. We gebruiken de volgende rentepercentages voor de diverse reserves: -

1,5% voor de algemene reserve.

-

1,17% 2024 en 2025 en vanaf 2026 1,9% voor de algemene bedrijfsreserve van het grondbedrijf (ABR). Dit percentage is gekoppeld aan het rentepercentage dat we aan grondcomplexen toerekenen. We houden hiermee ook rekening met de verwachte rentestijging binnen de grondexploitaties. Dit was voor het jaar 2023 1,09%.

Voor de bestemmingsreserves voor de afdekking van investeringslasten rekenen we geen rente meer toe. We halen uit deze reserve alleen nog maar de jaarlijkse afschrijvingslasten. Wijzigingen reserves We hebben een aantal reserves gewijzigd: -

De reserve Participatiebevordering hebben we een andere naam gegeven, namelijk 'Bestaanszekerheid'.

-

De reserve E-dienstverlening hebben we een andere naam gegeven, namelijk 'Dienstverlening'.

In de reservestaten verderop staat een uitgebreide toelichting. Vervallen reserves Met ingang van 1 januari 2023 kunnen de volgende reserves vervallen: -

De reserve onderwijshuisvesting

-

De reserve onderhoud natuurgebieden

-

De reserve aankoop gronden Maashorst

4

Nieuwe reserves In 2023 hebben we de volgende nieuwe reserves gevormd: -

N.v.t.

Voorstel (wijzigingen in) toevoegingen en onttrekkingen Deze nota reserves bevat een aantal (wijzigingen in) toevoegingen en onttrekkingen aan reserves die de gemeenteraad nog niet heeft vastgesteld. Deze hebben we allemaal als voorstel in de programmabegroting 2024–2027 opgenomen. Bij de reserves waar de onttrekkingen specifiek gekoppeld zijn aan bepaalde kosten/uitgaven voor projecten of activiteiten hebben we in deze nota de verwachte bedragen verwerkt. Bij de jaarrekening onttrekken we de werkelijke uitgaven in deze reserves. Dit betreft de algemene reserves en de bestemmingsreserves. Ontwikkelingen reserves De volgende tabel laat de meerjarige ontwikkeling van de reserves zien. Een gedetailleerd overzicht per reserve staat in de afzonderlijke reservestaatjes hierna en in de bijlage aan het eind. Bedragen x € 1.000 31-12-

31-12-

31-12-

31-12-

31-12-

2023

2024

2025

2026

2027

Algemene reserves

40.390

24.387

25.423

26.001

27.00

Reserves ter dekking van de algemene dienst

19.538

17.599

15.781

14.084

12.506

Bestemmingsreserves

137.901

165.080

175.677

172.942

169.904

16.527

17.510

17.256

16.562

15.868

214.357

224.576

234.137

229.589

225.279

Omschrijving

Bestemmingsreserves voor de afdekking van afschrijvingslasten Totaal reserves

Algemene reserves De algemene reserves dalen van afgerond € 40 miljoen naar € 27 miljoen. Dit komt omdat we de algemene reserve inzetten komende jaren om verschillende kosten af te dekken. Hieronder vallen de algemene vrije reserve en de algemene reserve risico's grondbedrijf (ABR). De algemene reserve voldoet elk jaar minimaal aan de norm van 10% van de algemene uitkering (afgerond € 22,6 miljoen). In 2024 zetten we de algemene reserve in voor onder andere het opvangen van de rentestijging van de ruimtelijke ambities (€ 15 miljoen), voorbereidingen spoorzone (€ 1,4 miljoen) en flexwoningen (€ 524.000). De algemene bedrijfsreserve is op 1 januari 2024 circa € 1 miljoen groot en stijgt de komende jaren weer naar afgerond € 3,7 miljoen. Reserves ter dekking van de algemene dienst Deze reserves dalen van € 19,5 miljoen in 2023 naar € 12,5 miljoen in 2027. De daling zit vooral in de reserve afloop gaswinstuitkering Maaslandgas. Met het geld in deze reserve vangen we het vervallen van de dividenduitkering van NV Maaslandgas stapsgewijs op. Daarnaast zetten we de reserve gemeentehuis jaarlijks in om de investeringskosten van de eerder uitgevoerde renovatie af te dekken (jaarlijks circa € 600.000).

5

Bestemmingsreserves De bestemmingsreserves stijgen per saldo van € 138 miljoen naar € 170 miljoen. De mutatie van de reserves zijn heel wisselend. We lichten de grootste hieronder toe. De reserves met de grootste stijgingen zijn t/m 2027: -

Opvang vluchtelingen: € 7,5 miljoen

-

Reserve mobiliteit: € 22 miljoen

-

Binnenstedelijke transformaties: € 10 miljoen

-

Bovenwijkse voorzieningen: € 6,3 miljoen

-

Verbetering fysieke kwaliteit leefomgeving: € 9,7 miljoen

-

Gemeentehuis: € 1 miljoen

De reserves met de grootste dalingen zijn t/m 2027: -

Beschermd Wonen: € 20 miljoen

-

Afvalstoffenheffing: € 1,1 miljoen

-

Investeringsfonds Stadshart Oss: € 1,6 miljoen

Bestemmingsreserves voor de afdekking van afschrijvingslasten De reserves voor de afdekking van afschrijvingslasten laten een licht dalend verloop zien. Dit hangt samen met de afnemende boekwaarde van de bijbehorende investeringen.

6

Overzichten reserves

7

ALGEMENE RESERVES

8

Algemene vrije reserve (740001) Beleidsdoel/noodzaak reserve De reserve is bestemd voor het opvangen van algemene risico’s en fluctuaties in de rekeningresultaten. Minimaal noodzakelijke omvang einde meerjarenraming De norm voor de algemene reserve is 10% van de algemene uitkering uit het gemeentefonds. Op basis van de meicirculaire 2023 is deze norm afgerond € 22,6 miljoen. Na de begrote onttrekkingen in de jaren 2023 tot en met 2025 sluit het saldo van de algemene reserve aan bij deze norm. Meerjarenbeeld op basis van bestaand beleid bedragen x € 1.000 Jaar

Saldo

Rente

Storting

Onttrekking

Saldo

1 januari

bijschrijven

2023

43.357

650

1

-4.605

39.403

2024

39.403

591

242

-17.979

22.257

2025

22.257

334

267

-200

22.658

2026

22.658

340

0

0

22.998

2027

22.998

345

0

0

23.343

31 december

Toelichting op het meerjarenbeeld 2023 De onttrekking van € 4.605.000 bestaat uit: -

Ontmoeten Oss Noord-West: € 1.200.000

-

Accommodatie voor ontmoeten en sport ONK: € 1.507.000

-

Transformatieagenda Jeugdhulp: € 600.000

-

Voorbereidingskosten Raadhuislaan Zuid/Zuiderstrandtheater: € 750.000

-

Eigen bijdrage proeftuin Ruwaard: € 200.000

-

Invoering omgevingswet: € 228.000

-

Subsidie Dtv: € 80.000

-

Energiescans: € 40.000

2024 We hebben de volgende stortingen begroot: -

Terugstorten bedrag vanuit ontmoeten Oss Noord-West: € 242.000

De onttrekking van € 17.979.000 bestaat uit: -

Realisatie flexwoningen: € 549.000

-

Rentestijging ruimtelijke ambities: € 15 miljoen

-

Voorbereiding Spoorzone: € 1.400.000

-

Eigen bijdrage proeftuin Ruwaard: € 200.000

-

Subsidie Dtv: € 80.000

-

Onder de Plag: € 600.000

-

Programma dienstverlening: € 150.000

9

2025 We hebben de volgende stortingen begroot: -

Terugstorten bedrag vanuit ontmoeten Oss Noord-West: € 267.000

De onttrekking van € 200.000 bestaat uit: -

Eigen bijdrage proeftuin Ruwaard: € 200.000

Zit er voldoende geld in de reserve?

ja

Moet de reserve aangevuld worden?

nee

Kan de reserve verlaagd worden?

ja

10

Algemene reserve risico's grondbedrijf (740002) Beleidsdoel/noodzaak reserve Deze algemene reserve (ABR) is specifiek bestemd voor de risico's die zich binnen de grondexploitaties voordoen. Dat kunnen project specifieke risico’s (een vervuiling in de grond) of conjuncturele risico’s (een hogere rente of een lagere grondprijs) zijn. Vanwege de omvangrijke kasstromen en risico's die met grondexploitaties zijn gemoeid hebben we besloten tot deze speciale algemene reserve grondbedrijf. Voor het berekenen van risico's maken we gebruik van de Monte-Carlomethode binnen het grondbedrijf. De Monte-Carlomethode voert een risicoanalyse uit waarbij verkregen resultaten steeds opnieuw worden berekend. Door simulatie en de vele kansberekeningen krijgen we een betrouwbare uitkomst. Deze analyse doen we tweemaal per jaar, bij het Najaarsbericht (programmabegroting) en bij het Meerjaren Programma Grondbedrijf (MPG) (jaarrekening). Daarbij wordt de minimale omvang van de algemene reserve (ABR) bepaald. Minimaal noodzakelijke omvang einde meerjarenraming Op basis van de risicomethode is de minimale ondergrens van de ABR per 1 januari 2024 op € 4,6 miljoen berekend. De verwachting is dat de stand van de ABR op 1 januari 2024 uit zal komen op bijna € 1,0 miljoen. In 2022 hebben we de ABR met € 18,2 miljoen afgeroomd en hierdoor is de reserve onder de minimale ondergrens gekomen.

De € 18,2 miljoen is gestort in grondbedrijf gerelateerde reserves: strategische aankopen, binnenstedelijke transformatie en bovenwijkse voorzieningen. Met name door die afroming is deze reserve laag. Echter daar staan de hiervoor genoemde grondbedrijf gerelateerde reserves tegenover. Daarnaast kennen we ook nog een beperkte specifieke reserve Heesch West. Meerjarenbeeld op basis van bestaand beleid bedragen x € 1.000 Jaar

Saldo

Rente

1 januari

bijschrijven

Storting

Onttrekking

Saldo

2023

3.680

40

7.916

-10.649

987

2024

987

12

2.423

-1.293

2.129

2025

2.129

25

889

-279

2.765

2026

2.765

53

506

-320

3.003

2027

3.003

57

858

-260

3.658

31 december

Toelichting op het meerjarenbeeld 2023 Stortingen De verwachting is dat we dit jaar voor € 7,53 miljoen winstnemingen kunnen doen bij de lopende grondexploitaties. Verder is de inschatting dat € 0,341 miljoen terugkomt in de ABR omdat de verliezen bij de verliesgevende exploitaties per saldo lager uitvallen. Onttrekkingen In 2023 zijn de navolgende mutaties / onttrekkingen opgenomen: -

Afroming ten behoeve van reserve bovenwijkse voorzieningen € 3,379 miljoen

-

Taskforce versnelling woningbouw € 0,113 miljoen

-

Aanvulling voorziening IMVA (toekomstige programmaprojecten) met € 3,900 miljoen

-

Bestemmingsreserve Brede School Lith € 1,710 miljoen (raadsbesluit 22 november 2012)

-

Kosten Vennootschapsbelasting (Vpb) € 0,566 miljoen

-

Afdekken rentekosten grondaankoop het Brand € 0,147

11

-

Afboeking bouw- en realisatieovereenkomst ontwikkeling Kapelaan Nausstraat € 0,095 miljoen

-

Stortingen in de reserve bovenwijkse voorzieningen € 0,410 miljoen en € 0,281 in de reserve verbetering fysieke kwaliteit leefomgeving op basis van Nota kostenverhaal gemeente Oss (2021)

Verder wordt er € 2.500 onttrokken voor de campagne "Wonen in Oss". 2024 t/m 2027 Stortingen De stortingen zijn geraamde winstnemingen binnen de lopende grondexploitaties. Onttrekkingen Betreft elk jaar € 147.123 voor afdekken rentekosten grondaankoop het Brand. Ook in 2024 wordt er nog € 2.500 onttrokken voor de campagne "Wonen in Oss". De overige bedragen hebben betrekking op stortingen in de reserve bovenwijkse voorzieningen en in de reserve verbetering fysieke kwaliteit leefomgeving op basis van Nota kostenverhaal gemeente Oss (2021).

Zit er voldoende geld in de reserve?

nee

Moet de reserve aangevuld worden?

nee, indien de genoemde grondbedrijf gerelateerde reserves het

tekort afdekken dan doen we geen aanvulling. Verder is het de verwachting dat een deel van de voorziening IMVA terug kan vloeien naar de ABR als de IMVA leidt tot vaststelling grondexploitatie Kan de reserve verlaagd worden?

nee

12

RESERVES DEKKING ALGEMENE DIENST

13

Afloop gaswinstuitkering Maaslandgas (741001) Beleidsdoel/noodzaak reserve De reserve is bestemd voor de afdekking van de vervallen dividenduitkering van NV Maaslandgas met ingang van 2009. Tot en met 2008 ontvingen we jaarlijks dividend. In 2008 heeft Essent de jaarlijkse uitkering afgekocht. Dat geld hebben we in deze reserve gestort. Jaarlijks onttrekken we de dividenduitkering aan deze reserve, waarbij we het bedrag dat we onttrekken jaarlijks afbouwen. Minimaal noodzakelijke omvang einde meerjarenraming We bouwen de reserve jaarlijks af. De onttrekking wordt elk jaar € 110.000 lager. Dit betekent dat we de laatste onttrekking in 2037 kunnen doen. We zetten de reserve in voor de reguliere begroting. Meerjarenbeeld op basis van bestaand beleid bedragen x € 1.000 Jaar

Saldo

Rente

Storting

Onttrekking

Saldo

1 januari

bijschrijven

2023

11.605

174

0

-1.589

10.190

2024

10.190

153

0

-1.479

8.864

2025

8.864

133

0

-1.369

7.628

2026

7.628

114

0

-1.259

6.484

2027

6.484

97

0

-1.154

5.427

31 december

Toelichting op het meerjarenbeeld In 2023 onttrekken we een bedrag van € 1.589.000 ten gunste van de reguliere begroting. Dit bedrag bouwen we jaarlijks af met € 110.000. Vanaf het jaar 2027 is de jaarlijks afbouw € 105.000. Zit er voldoende geld in de reserve?

ja

Moet de reserve aangevuld worden?

nee

Kan de reserve verlaagd worden?

nee

14

Deposito BNG inzake opheffing HNG (741002) Beleidsdoel/noodzaak reserve In het verleden kregen we jaarlijks een bedrag van de HNG. Het HNG heeft de gekapitaliseerde bijdrage als deposito weggezet bij de BNG. Om administratief-technische redenen moeten we dit deposito als een reserve aanmerken. Jaarlijks halen we een bedrag uit deze reserve ten gunste van de reguliere begroting. Minimaal noodzakelijke omvang einde meerjarenraming We bouwen de reserve jaarlijks af. De onttrekking wordt vanaf 2019 elk jaar € 28.000 lager. Vanaf het jaar 2023 is de afbouw jaarlijks € 24.000. Dit betekent dat we de laatste onttrekking in 2030 kunnen doen. Dan is de reserve volledig besteed en is de onttrekking ook afgebouwd naar € 0. Meerjarenbeeld op basis van bestaand beleid bedragen x € 1.000 Jaar

Saldo

Rente

Storting

Onttrekking

Saldo

1 januari

bijschrijven

2023

757

11

0

-184

585

2024

585

9

0

-160

434

2025

434

7

0

-136

304

2026

304

5

0

-112

197

2027

197

3

0

-88

112

31 december

Toelichting op het meerjarenbeeld In 2023 onttrekken we een bedrag van € 184.000 ten gunste van de reguliere begroting. Het bedrag wordt jaarlijks afgebouwd.

Zit er voldoende geld in de reserve?

ja

Moet de reserve aangevuld worden?

nee

Kan de reserve verlaagd worden?

nee

15

Gemeentehuis (743001) Beleidsdoel/noodzaak reserve We gebruiken deze reserve om extra lasten in de begroting af te dekken die in 2011 zijn ontstaan bij de verbouwing van het gemeentehuis af te dekken. Minimaal noodzakelijke omvang einde meerjarenraming Het bedrag van € 7.356.000 is volledig nodig om de lasten in de begroting te dekken. Meerjarenbeeld op basis van bestaand beleid bedragen x € 1.000 Jaar

Saldo

Rente

Storting

Onttrekking

Saldo

1 januari

bijschrijven

2023

9.275

139

0

-651

8.763

2024

8.763

131

0

-593

8.301

2025

8.301

125

0

-578

7.848

2026

7.848

118

0

-563

7.403

2027

7.403

111

0

-548

6.967

31 december

Toelichting op het meerjarenbeeld We onttrekken de reserve om huisvestingslasten in de begroting af te dekken. Het bedrag wordt jaarlijks afgebouwd. Zit er voldoende geld in de reserve?

ja

Moet de reserve aangevuld worden?

nee

Kan de reserve verlaagd worden?

nee

16

BESTEMMINGSRESERVES

17

Wonen, welzijn en zorg (742002) Beleidsdoel/noodzaak reserve Deze reserve is bedoeld voor het verbeteren van de samenwerking tussen inwoners, welzijn, zorg en gemeenten binnen het sociaal domein en voor de kanteling van zorg naar welzijn. Dit netwerk van partners versterkt de gemeenschap en geeft inwoners zelf regie en initiatief over hun leven. Door de vele bezuinigingen en de groeiende groep die zorg nodig heeft is innovatie steeds belangrijker. Daar hebben we via deze reserve nog beperkt budget voor. Minimaal noodzakelijke omvang einde meerjarenraming Er is geen minimaal noodzakelijke omvang bij deze reserve aan het einde van de meerjarenraming. Afhankelijk van initiatief voorstellen kan het restant bedrag ingezet worden. Meerjarenbeeld op basis van bestaand beleid bedragen x € 1.000 Jaar

Saldo

Rente

Storting

Onttrekking

Saldo

1 januari

bijschrijven

2023

61

0

0

0

61

2024

61

0

0

0

61

2025

61

0

0

0

61

2026

61

0

0

0

61

2027

61

0

0

0

61

31 december

Toelichting op het meerjarenbeeld 2023 en verder We hebben geen stortingen of onttrekkingen begroot.

Zit er voldoende geld in de reserve?

ja

Moet de reserve aangevuld worden?

nee

Kan de reserve verlaagd worden?

nee

18

Beschermd Wonen (742003) Beleidsdoel/noodzaak reserve De reserve is noodzakelijk voor een sluitende aanpak voor inwoners met een psychische kwetsbaarheid in de regio. De nieuwe koers voor de transformatie van beschermd wonen en maatschappelijke opvang is uitgewerkt. In 2020 is ook de bijbehorende regionale ontwikkelagenda vastgesteld. Voor de financiering van de acties in het kader van de transformatie wordt een deel van de reserve ingezet. Na de doordecentralisatie van Beschermd Wonen (mogelijk ingangsjaar 2025) ontvangt iedere gemeente zelf een deel van de middelen voor beschermd wonen. Dit wordt gefaseerd ingevoerd in een periode van 10 jaar waarbij de centrumgemeenten geleidelijk minder geld krijgen ten gunste van de regiogemeenten. Regionaal is afgesproken dat Oss het specialistisch palet van voorzieningen blijft inkopen. Hiermee gaat Oss langjarige financiële verplichtingen aan. Daarbij is nog onduidelijk welke financiële consequenties de invoering van het woonplaatsbeginsel heeft voor de regio. In onze regio is het scheiden van wonen en zorg doorgevoerd, terwijl het woonplaatsbeginsel met name geldt voor vormen waarbij de woonfunctie is inbegrepen. In de Centrumregeling Wmo 2024 worden regionale financiële afspraken gemaakt over de reserve beschermd wonen en een investeringsfonds.

Gezien de cumulatie van al deze ontwikkelingen heeft de regio ingestemd met het centraal beschikbaar houden van de reserve Beschermd wonen. Daarbij is afgesproken dat we voortaan met een plafond van de reserve gaan werken voor de centrumgemeente: 15% van de regionale begroting. Op basis daarvan hebben de regiowethouders in maart 2021 afgesproken dat we in de periode 2021-2023 in totaal € 8,5 miljoen gaan terugbetalen uit de reserve. Daarmee kunnen de lokale gemeenten zich voorbereiden op de doordecentralisatie en de lokale taken en verantwoordelijkheden die daarbij horen. Dat geldt ook voor Oss. In de periode 2021-2023 ontvangt Oss in totaal afgerond € 2,75 miljoen uit de reserve, afgerond € 917.000 per jaar. Dit wordt ingezet via de Investeringsagenda beschermd wonen Oss. Hiermee wordt de overgang van beschermd wonen naar wonen in de wijken van psychisch kwetsbare inwoners lokaal vormgegeven. Daarnaast gaan we op basis van het plafond van 15% voor de reserve in de periode 2024-2028 door met lokaal investeren vanuit de regionale reserve. Dat doen we in het kader van de doordecentralisatie en op basis van afspraken in de centrumregeling 2024. De uitbetaling uit de reserve in deze periode is tweeledig: -

Lokale gemeenten krijgen middelen om verder te kunnen bouwen aan de basis op orde.

-

Lokale gemeenten kunnen een beroep doen op een investeringsfonds om ambities uit het koersdocument en de ontwikkelagenda te kunnen realiseren.

Minimaal noodzakelijke omvang einde meerjarenraming Met de regio is structureel een maximaal percentage afgesproken: 15% van de regionale begroting. Ook zijn in de centrumregeling Wmo afspraken gemaakt als er tekorten gaan ontstaan na de doordecentralisatie. Zoals onder het kopje beleidsdoel omschreven zullen overschotten terugbetaald worden aan de regiogemeenten om de transformatiedoelen lokaal te kunnen bekostigen en de middelen in te zetten voor een kwetsbare doelgroep en om de toenemende grootstedelijke problematiek in de regio het hoofd te bieden. De gelden moeten dus gereserveerd blijven. Daarom is eerder al besloten om van de reserve beschermd wonen een gesloten systeem te maken en eventuele overschotten/tekorten rechtstreeks met de reserve te verrekenen.

19

Meerjarenbeeld op basis van bestaand beleid bedragen x € 1.000 Jaar

Saldo

Rente

Storting

Onttrekking

Saldo

1 januari

bijschrijven

2023

22.977

0

7.500

-2.863

27.613

2024

27.613

0

0

-5.000

22.613

2025

22.613

0

0

-5.000

17.613

2026

17.613

0

0

-5.000

12.613

2027

12.613

0

0

-5.000

7.613

31 december

Toelichting op het meerjarenbeeld 2023 We hebben de volgende stortingen begroot: -

€ 7,5 miljoen. Dit is het verwachte budgetoverschot in 2023.

We hebben de volgende onttrekkingen begroot: -

€ 2.833.333. Dit is de afgesproken terugbetaling van een deel van de reserve aan de regio, inclusief ons eigen aandeel (besloten in regionaal portefeuillehoudersoverleg 18 maart 2021)

-

€ 30.000 voor de implementatie van de time-out voorziening (inrichting 4 plekken)

2024-2028 Op basis van de laatste versie van de meerjarenbegroting beschermd wonen, de verwachte stand van de reserve per 1 januari 2024, de afspraken over het plafond van de reserve en de nieuwe centrumregeling verwachten we in de periode 2024-2028 in totaal € 25 miljoen uit de reserve te gaan terugbetalen aan lokale gemeenten. Dit bedrag is als volgt opgebouwd: -

€ 20 miljoen is bedoeld om de lokale basis verder op orde te brengen (€ 4 miljoen per jaar)

-

€ 5 miljoen is bedoeld voor het investeringsfonds (€ 1 miljoen per jaar)

Deze bedragen zijn gebaseerd op de huidige begroting en worden jaarlijks geactualiseerd. Ze zijn dus indicatief. Zit er voldoende geld in de reserve?

ja

Moet de reserve aangevuld worden?

nee

Kan de reserve verlaagd worden?

ja, tot en met 2028, dat is in het overzicht verwerkt

20

Dak- en thuisloosheid (742058) Beleidsdoel/noodzaak reserve Het geld in deze reserve gebruiken we voor de aanpak van dak- en thuisloosheid in onze regio. Het kabinet zet met het Nationaal Actieplan Dakloosheid in op het voorkomen van dakloosheid en het realiseren van woonplekken met passende ondersteuning voor (dreigend) dakloze jongeren en volwassenen. Hiervoor maken we een meerjarig en regionaal plan van aanpak dat eind 2023 wordt vastgesteld. Daarmee actualiseren we het plan ‘brede aanpak dakloosheid’ dat we in 2021 hebben opgesteld. We nemen daar de resultaten van de ETHOS telling in mee. Deze telling brengt de omvang van dak- en thuisloosheid in de regio Noordoost-Brabant in kaart. De resultaten worden in oktober landelijk gepubliceerd. Voor het uitvoeren van het meerjarige plan van aanpak maken we gebruik van de incidentele middelen die we de afgelopen jaren in de algemene uitkering ontvangen hebben. Daarnaast verwachten we in de meicirculaire 2024 duidelijkheid over structurele middelen die we hiervoor gaan krijgen. Verder heeft het Rijk in samenwerking met de VNG, een aantal gemeenten, Valente, Aedes en vertegenwoordigers uit de coalitie dakloosheid een dashboard voor gemeenten ontwikkeld. Het dashboard heeft als doel om de transformatie van de aanpak van dakloosheid inzichtelijk te maken, conform de doelen die in het landelijke actieplan staan.

We verwachten hier in het laatste kwartaal van dit jaar meer duidelijkheid over te krijgen. Minimaal noodzakelijke omvang einde meerjarenraming De minimaal noodzakelijke omvang aan het einde van de meerjarenraming is € 1.225.000. We hebben al wel een globaal beeld van de besteding van de middelen, maar kunnen nu nog geen verdeling over de jaren maken. Eind 2023, als het regionale plan van aanpak is vastgesteld, kunnen we per jaar aangeven hoeveel middelen we gaan besteden. Meerjarenbeeld op basis van bestaand beleid bedragen x € 1.000 Jaar

Saldo

Rente

Storting

Onttrekking

Saldo

1 januari

bijschrijven

2023

933

0

444

-152

1.225

2024

1.225

0

0

0

1.225

2025

1.225

0

0

0

1.225

2026

1.225

0

0

0

1.225

2027

1.225

0

0

0

1.225

31 december

Toelichting op het meerjarenbeeld 2023 We hebben de volgende storting begroot: -

In de meicirculaire 2023 hebben we € 444.000 extra gekregen in het kader van het Nationaal Actieplan Dakloosheid. Dat geld hebben we in deze reserve gestort.

We verwachten in 2023 in totaal € 152.000 uit de reserve te onttrekken. Dit bedrag is als volgt opgebouwd: -

Opstellen regionaal plan van aanpak dakloosheid

€ 120.000

-

Ethos onderzoek

€ 2.500

-

Doorontwikkeling urgentieplus proces

€ 24.500

-

Voorbereiding transformatie maatschappelijke opvang

€ 5.000

21

2024-2028 De stortingen in de komende jaren zijn afhankelijk van de structurele middelen die we gaan krijgen. We verwachten hier in de meicirculaire 2024 meer duidelijkheid over. De besteding van de middelen, zoals hieronder globaal aangegeven, passen we daarop aan. We hebben de volgende onttrekkingen begroot: We hebben een grove verdeling gemaakt voor de besteding van de middelen. Deze is gebaseerd op de verhoudingen die het Rijk hanteert. Samen met lokale en regionale partners gaan we de verschillende actielijnen verder uitwerken en prioriteren. Naar aanleiding daarvan wordt de inzet van de middelen dak- en thuisloosheid eind dit jaar verder gespecificeerd. De globale besteding van de middelen is als volgt: -

Overheadkosten (inzet ervaringskennis, inhuur, Ethos e.d.)

€ 245.000

-

Actielijn 1: Bestaanszekerheid

€ 59.000

-

Actielijn 2: Preventie en integraal werken

€ 118.000

-

Actielijn 3: Wonen eerst

€ 735.000

-

Actielijn 4: Ervaringskennis

€ 29.000

-

Actielijn 5: Aandachtsgroepen

€ 39.000

Zit er voldoende geld in de reserve?

ja

Moet de reserve aangevuld worden?

nee

Kan de reserve verlaagd worden?

nee

22

Opvang Vluchtelingen (742053) Beleidsdoel/noodzaak reserve In 2022 kregen we te maken met de vluchtelingenstroom afkomstig uit Oekraïne. De gemeente Oss heeft tot 1 oktober 2024 de beschikking over het oude belastingkantoor aan de Lievekamplaan voor de opvang van vluchtelingen. Wij zijn nu bezig met voorbereidende werkzaamheden voor een nieuwe opvanglocatie. Deze nieuwe opvanglocatie wordt gerealiseerd aan de Macharenseweg / Spitsbergerweg en opent per 1 oktober 2024. Het rijk heeft een bekostigingsregeling ontwikkeld waarmee gemeenten in beginsel schadeloos gesteld worden voor de kosten die zij maken. In 2022 hebben we het overschot van de exploitatie van het voormalig belastingkantoor gestort in de reserve. Op basis van onze prognoses houden we in 2023 wederom geld over. De oorzaak is dat gemeente Oss, anders dan andere gemeenten, tijdelijke huisvesting niet heeft gehuurd of gekocht, maar vrij ter beschikking had staan. De opgebouwde reserve willen we inzetten ter dekking van (de kapitaallasten van de) nieuwe huisvesting (raadsbesluit 20 januari 2023) en om zorg voor vluchtelingen in brede zin duurzaam en structureel te organiseren. Daarnaast gebruiken we de reserve om lasten welke zich uitstrekken over meerdere begrotingsprogramma's, te financieren. Minimaal noodzakelijke omvang einde meerjarenraming De minimale omvang van de reserve ultimo boekjaar bedraagt € 21,9 miljoen.

Meerjarenbeeld op basis van bestaand beleid bedragen x € 1.000 Jaar

Saldo

Rente

Storting

Onttrekking

Saldo

1 januari

bijschrijven

2023

5.379

0

9.700

-700

14.379

2024

14.379

0

8.300

-525

22.154

2025

22.154

0

0

-225

21.929

2026

21.929

0

0

-25

21.904

2027

21.904

0

0

-25

21.879

exploitatie-overschot huisvesting vluchtelingen

€ 9.7 miljoen

31 december

Toelichting op het meerjarenbeeld 2023 We hebben de volgende stortingen begroot: -

We hebben de volgende onttrekkingen begroot: -

leefgeld vluchtelingen Oekraïne

€ 500.000

-

extra inrichtingskosten woningen vergunninghouders

€ 200.000

In het 4e kwartaal 2023 komen we met een voorstel naar de raad om onttrekkingen te doen aan de reserve ter dekking van lasten van de nieuwe huisvesting. 2024 We hebben de volgende stortingen begroot: -

exploitatie-overschot huisvesting vluchtelingen

€ 8,3 miljoen 23

We hebben de volgende onttrekkingen begroot: -

leefgeld vluchtelingen uit Oekraïne

€ 300.000

-

extra inrichtingskosten woningen vergunninghouders

€ 200.000

-

gratis taallessen – laaggeletterdheid (2024 en verder)

€ 25.000

Zit er voldoende geld in de reserve?

ja

Moet de reserve aangevuld worden?

nee

Kan de reserve verlaagd worden?

nee

24

Huisvestingskosten Schoolgebouwen (743002) Beleidsdoel/noodzaak reserve We gebruiken deze reserve om extra lasten in de begroting af te dekken voor huisvestingskosten van schoolgebouwen. Minimaal noodzakelijke omvang einde meerjarenraming In 2027 onttrekken we nog eenmaal € 2.320 uit de reserve. Hierna is de reserve leeg en heffen we deze reserve op. Meerjarenbeeld op basis van bestaand beleid bedragen x € 1.000 Jaar

Saldo

Rente

Storting

Onttrekking

Saldo

1 januari

bijschrijven

2023

106

0

0

-26

80

2024

80

0

0

-26

54

2025

54

0

0

-26

28

2026

28

0

0

-26

2

2027

2

0

0

-2

0

31 december

Toelichting op het meerjarenbeeld We onttrekken de reserve om huisvestingslasten voor scholen in de begroting af te dekken totdat deze reserve leeg is. Zit er voldoende geld in de reserve?

ja

Moet de reserve aangevuld worden?

nee

Kan de reserve verlaagd worden?

nee

25

Reserve Bestaanszekerheid (742038) Beleidsdoel/noodzaak reserve De naam van de reserve is gewijzigd van Participatiebevordering naar Bestaanszekerheid, omdat de reserve twee doelen dient, namelijk: inkomenszekerheid en werkzekerheid. De reserve is bedoeld om inwoners te ondersteunen bij geldzorgen, te ondersteunen bij het vinden en behouden van werk en het stimuleren van andere vormen van participatie in de samenleving. Daarvoor hebben we professionals nodig, die kijken en vragen naar interesses en wensen van inwoners en deze kunnen vertalen naar mogelijkheden en kansen in én voor de Osse samenleving. Minimaal noodzakelijke omvang einde meerjarenraming De minimaal noodzakelijke omvang aan het einde van de meerjarenraming is € 1.396.000. Het bestedingsplan vanaf 2024 gekoppeld aan het nieuwe beleidskader armoede en schulden 2024-2027 is hierin verwerkt. De overige uitgaven van 2024 en toekomstige jaren worden gekoppeld aan de jaarplannen van de afdeling Werk, Inkomen en Schuldhulpverlening en hier maken we ieder jaar een bestedingsplan voor. Meerjarenbeeld op basis van bestaand beleid bedragen x € 1.000 Jaar

Saldo

Rente

Storting

Onttrekking

Saldo

1 januari

bijschrijven

2023

2.999

0

463

-1.303

2.158

2024

2.158

0

0

-435

1.723

2025

1.723

0

0

-109

1.614

2026

1.614

0

0

-109

1.505

2027

1.505

0

0

-109

1.396

31 december

Toelichting op het meerjarenbeeld In deze reserve bundelen we meerdere middelen/projecten: Crisismiddelen voor de uitvoering van Tozo, gemeentelijk schuldenbeleid, preventief en pro-actief arbeidsbeleid "Van Werk naar Werk, voor bestandsontwikkeling en extra actie "Van Bijstand naar Werk" en aandacht voor "Van Bijstand naar Meedoen". TONK middelen voor de doelgroep om te kunnen meedoen, rondkomen of vooruitkomen. Daarnaast middelen voor de nieuwe wet inburgering, Bbz (Besluit bijstandsverlening zelfstandigen), vroegsignalering en bijzondere bijstand, teamontwikkelingstraject en de pilot digitaal samenwerkplan t.b.v. de Samenwerkwijze. De middelen zijn beschikbaar gesteld, echter de uitvoering vindt gefaseerd over de jaren plaats. Hier maken we elk jaar een bestedingsplan voor. Via de vorming van een aparte reserve blijven de gelden beschikbaar voor de realisatie van deze projecten. 2023 We hebben de volgende stortingen begroot: -

Flankerend beleid energiearmoede € 257.000; voor extra inzet die nodig is op het gebied van vroegsignalering en om gemeenten tegemoet te komen in het verwachte extra beroep op bijzondere bijstand hebben we in de mei circulaire 2023 € 257.000 ontvangen. Het bestedingsplan hiervoor is in 2023 uitgewerkt en is onderdeel van het nieuwe beleidskader armoede en schulden.

-

Dienstverlening aanpak armoede en schulden € 206.000; voor aanpak van geldzorgen, armoede en schulden. De middelen hebben we in de mei circulaire 2023 ontvangen. De middelen zetten we in 2024 in voor het nieuwe beleidskader armoede en schulden. 26

We hebben de volgende onttrekkingen begroot: -

Vergroten en uitbreiding doelgroep eenmalige energietoeslag € 665.000

-

Uitvoering Tozo, Werk naar Werk & bedrijfsvoering € 253.000

-

Uitvoering gemeentelijk schuldenbeleid € 190.000

-

Verlening garantstelling t.b.v. aanpassing Voedselbank € 90.000

-

Pilot digitaal samenwerkplan t.b.v. Samenwerkwijze € 49.000

-

Pilot Budgetcoaching € 36.000

-

Teamontwikkelingstraject € 20.000

2024 We hebben de volgende onttrekkingen begroot: -

Nieuw beleidskader armoede en schulden € 373.000

-

Pilot Budgetcoaching € 44.000

-

Uitvoering gemeentelijk schuldenbeleid € 18.000

2025 t/m 2027 We hebben de volgende onttrekking begroot: -

Nieuw beleidskader armoede en schulden € 109.000 op jaarbasis

Bij de jaarrekening bekijken we steeds hoe de uitvoering van projecten is gegaan: hoe verhouden de werkelijke uitgaven zich tot het budget? Verschillen verrekenen we met de reserve. Zit er voldoende geld in de reserve?

ja

Moet de reserve aangevuld worden?

nee

Kan de reserve verlaagd worden?

nee

27

Integraal Voorzieningenbeleid (742005) Beleidsdoel/noodzaak reserve De reserve wordt ingezet voor het dekken van de volgende zaken: -

Proces-, advies- en inhuurkosten bij de uitwerking van vraagstukken rondom maatschappelijke voorzieningen. Kosten welke niet direct zijn toe te rekenen aan de bouw van een voorziening.

-

Niet planmatige uitgaven aan accommodaties om aanpassingen te kunnen doen, welke niet worden gedekt vanuit onderhoudsbudget.

-

Het oplossen van incidentele knelpunten.

-

Het uitvoeren en versnellen van een aantal majeure projecten.

Minimaal noodzakelijke omvang einde meerjarenraming De minimaal noodzakelijke omvang aan het einde van de meerjarenraming is € 390.000. Meerjarenbeeld op basis van bestaand beleid bedragen x € 1.000 Jaar

Saldo

Rente

Storting

Onttrekking

Saldo

1 januari

bijschrijven

2023

3.058

0

715

-2.479

1.293

2024

1.293

0

12

-550

756

2025

756

0

12

-253

515

2026

515

0

12

-150

377

2027

377

0

12

0

390

31 december

Toelichting op het meerjarenbeeld 2023 We hebben de volgende stortingen begroot: -

Bijdrage vanuit Dorpshuis Haren € 12.128

-

Opheffen reserve Ontmoeten Ussen € 252.750

-

Voorbereidingskosten De Nolder € 50.000

-

Voorbereidingskosten scholen en gymvoorziening Amsteleind € 200.000

-

Voorbereidingskosten scholen Schadewijk € 200.000

We hebben de volgende onttrekkingen begroot: -

Tijdelijke huisvestingskosten Aventurijn € 590.801

-

Beschikking warmteprobleem Fonkeling Zuiderlicht (SAAM) € 167.494

-

Aandachtsexploitaties wijk- en dorpshuizen € 125.000

-

Voorbereidingskediet De Lievekamp (Zuiderstrandtheater) € 367.761

-

Haalbaarheidsstudie en voorbereidingkosten Ussenstelt, Polderhof en Lockaert € 350.000

-

Ontmoeten Ravenstein (Vidi Reo) € 131.900

-

Theater de Lievekamp projectleiding/positioneringsonderzoek: € 141.000

-

Programmering en begeleiding Warenhuis € 168.000

-

Uitbreiding formatie afdeling vastgoed: € 188.716

-

Diverse kleinere mutaties: € 248.300

2024 We hebben de volgende stortingen begroot: -

Bijdrage vanuit Dorpshuis Haren € 12.128

28

We hebben de volgende onttrekkingen begroot: -

Theater de Lievekamp projectleiding/positioneringsonderzoek: € 141.000

-

Uitbreiding formatie afdeling vastgoed: € 82.562

-

Diverse kleinere mutaties: € 196.300

-

Voorbereidingskosten de Nolder, scholen Schadewijk en scholen/sportzaal Amsteleind: € 130.000

2025 We hebben de volgende stortingen begroot: -

Bijdrage vanuit Dorpshuis Haren € 12.128

We hebben de volgende onttrekkingen begroot: -

Uitbreiding formatie afdeling vastgoed: € 82.562

-

Voorbereidingskosten de Nolder, scholen Schadewijk en scholen/sportzaal Amsteleind: € 170.000

2026 We hebben de volgende stortingen begroot: -

Bijdrage vanuit Dorpshuis Haren € 12.128

We hebben de volgende onttrekkingen begroot: -

Voorbereidingskosten de Nolder, scholen Schadewijk en scholen/sportzaal Amsteleind: € 150.000

2027 We hebben de volgende stortingen begroot: -

Bijdrage vanuit Dorpshuis Haren € 12.128

Niet in de tabel zichtbaar is de mogelijke onttrekking van maximaal € 250.000 aan inrichtingskosten voor het nieuwe wijkcentrum Ontmoeten Oss Noord-West. De raad heeft besloten hiervoor een claim te oormerken uit de reserve IVB. Omdat het gaat om een "mogelijke" bijdrage is deze nog niet zodanig financieel verwerkt. Wanneer dit toekomstig gaat spelen leggen we dit opnieuw voor. Hoewel dit dus niet in het financieel pakket (en dus in bovenstaande tabel) zichtbaar is houden wij de claim wel geoormerkt als toekomstige uitgave uit de IVB reserve, waardoor het feitelijke beschikbare saldo einde begrotingsperiode € 140.000 is. Zit er voldoende geld in de reserve?

ja

Moet de reserve aangevuld worden?

nee

Kan de reserve verlaagd worden?

nee

29

Verduurzaming maatschappelijk vastgoed ( 742056) Beleidsdoel/noodzaak reserve We staan voor een ambitieuze opgave om ons vastgoed te verduurzamen. Met vrijgevallen middelen vanuit de onderhoudsvoorzieningen is deze reserve Verduurzaming maatschappelijk vastgoed gevormd. De reserve heeft als doel het verduurzamen van onze gebouwen die niet op korte termijn vanuit het meerjaren investeringsplan (MIP) voor verbouw of vervangende nieuwbouw staan ingepland. Hiermee houden de vrijgevallen middelen vanuit de onderhoudsvoorzieningen hun bestemming maatschappelijk vastgoed. Minimaal noodzakelijke omvang einde meerjarenraming Met de bestemmingsreserve worden specifieke kosten gefinancierd. Namelijk het verduurzamen van het gemeentelijk vastgoed. Momenteel wordt een onderzoek uitgevoerd waaruit een plan ontstaat hoe we de reserve gaan inzetten. Dit zal in de eerste marap 2024 worden voorgesteld. Vooralsnog is de stand van de reserve eind 2027 € 3.056.000. Meerjarenbeeld op basis van bestaand beleid bedragen x € 1.000 Jaar

Saldo

Rente

1 januari

bijschrijven

Storting

Onttrekking

Saldo

2023

3.829

0

0

-759

3.070

2024

3.070

0

0

-14

3.056

2025

3.056

0

0

0

3.056

2026

3.056

0

0

0

3.056

2027

3.056

0

0

0

3.056

31 december

Toelichting op het meerjarenbeeld 2023 We hebben de volgende onttrekkingen begroot: -

Onderzoekskosten project verduurzamen maatschappelijk vastgoed € 75.000

-

Vervangen glas Jan Cunen en Oude Klooster Geffen € 120.000

-

Verduurzamen Avanti Lithoijen € 275.000

-

Klimaatproblemen MFA Lith € 208.460

-

Klimaatproblemen De Meteoor € 81.000

2024 We hebben de volgende onttrekkingen begroot: -

Klimaatproblemen MFA Lith € 14.000

Zit er voldoende geld in de reserve?

ja

Moet de reserve aangevuld worden?

nee

Kan de reserve verlaagd worden?

nee

30

Lievekamp (742050) Beleidsdoel/noodzaak reserve We reserveren geld voor ontwikkeling van theater De Lievekamp. Momenteel werken we aan de voorbereidingen voor ingrijpende (ver)nieuwbouw van het theater, de muziekschool en het omliggende gebied. Dit zal forse financiële consequenties hebben. We willen hiervoor vast gaan sparen. Minimaal noodzakelijke omvang einde meerjarenraming De minimaal noodzakelijke omvang aan het einde van de meerjarenraming is € 1,5 miljoen. Meerjarenbeeld op basis van bestaand beleid bedragen x € 1.000 Jaar

Saldo

Rente

Storting

Onttrekking

Saldo

1 januari

bijschrijven

2023

900

0

300

0

1.200

2024

1.200

0

300

0

1.500

2025

1.500

0

0

0

1.500

2026

1.500

0

0

0

1.500

2027

1.500

0

0

0

1.500

31 december

Toelichting op het meerjarenbeeld 2023 en 2024 We hebben in 2023 en 2024 een storting van € 300.000 voor toekomstige ontwikkelingen van De Lievekamp begroot. Zit er voldoende geld in de reserve?

ja

Moet de reserve aangevuld worden?

nee

Kan de reserve verlaagd worden? nee

31

Carnavalsloodsen (742006) Beleidsdoel/noodzaak reserve Het budget in deze reserve is nodig om de komende jaren uitgaven voor carnavalsloodsen te kunnen dekken. In de 'Rapportage huisvesting carnavalsverenigingen' zijn aan diverse overkoepelende carnavalsverenigingen financiële toezeggingen gedaan om hun huisvestingsprobleem op te kunnen lossen. Het college heeft dit rapport op 11 december 2007 vastgesteld. Daarna heeft de gemeenteraad het ook vastgesteld. We keren pas geld uit als er een concrete oplossing is voor een specifiek huisvestingsprobleem en als daar ook daadwerkelijk kosten voor gemaakt zijn of op korte termijn gemaakt worden. Op dit moment zijn we in overleg met een carnavalsvereniging die een subsidieverzoek heeft ingediend. Minimaal noodzakelijke omvang einde meerjarenraming Er zijn geen stortingen of onttrekkingen geraamd. Meerjarenbeeld op basis van bestaand beleid bedragen x € 1.000 Jaar

Saldo

Rente

Storting

Onttrekking

Saldo

1 januari

bijschrijven

2023

57

0

0

0

57

2024

57

0

0

0

57

2025

57

0

0

0

57

2026

57

0

0

0

57

2027

57

0

0

0

57

31 december

Toelichting op het meerjarenbeeld We hebben geen stortingen en/of onttrekkingen begroot. Zit er voldoende geld in de reserve?

ja

Moet de reserve aangevuld worden?

nee

Kan de reserve verlaagd worden?

nee

32

Integraal uitvoeringsprogramma (IUP) (742011) Beleidsdoel/noodzaak reserve Deze reserve heeft een drieledig doel, te weten: 1. Verzorgen voor jaarovergang van onderhanden werken; 2. Sparen voor groot onderhoudsprojecten in de openbare ruimte; 3. Opvangen projectresultaten en het afdekken van kleine functionele verbeteringen. Op deze drie niveaus wordt de reserve gespecificeerd. Verzorgen voor jaarovergang van onderhanden werken 1.1

Definitie

De projecten uit het Integraal UitvoeringsPlan (IUP) worden uit de beschikbare vervangingsgelden en groot onderhoudsgelden betaald. Hierbij wordt o.a. de vervanging met het groot onderhoud afgestemd. Deze projecten hebben vaak een meerjarig karakter. Dit betekent dat de beschikbare middelen voor de projecten over het jaar heen gaan. Tevens kunnen projecten o.a. door het bestuurlijke- en inspraakproces soms later in uitvoering worden genomen en worden dan ook aan het eind van het jaar overgeheveld. Het aandeel van deze nog niet uitgevoerde werkzaamheden aan het eind van het jaar benoemen wij als “onderhanden werken”. Op basis van de voorschriften BBV (Besluit Begroting en Verantwoording) worden deze restant groot onderhoudsgelden aan het eind van het jaar tijdelijk in deze reserve gestort en in het begin van het jaar uit deze reserve gehaald om de projecten te betalen. Deze storting in de reserve wordt onder de rubriek “onderhanden werken” opgenomen. 1.2

Maximale omvang

In het integrale beheerplan openbare ruimte wordt om de vier jaar de vervangingsopgave voor de openbare ruimte berekend en aan het bestuur voorgelegd. Onder deze vervangingsopgave wordt de verdere stijging van de vervangingsinvesteringen bedoeld. Deze stijgen omdat delen/objecten van de openbare ruimte aan het eind van de levensduur komen en vervangen behoren te worden. Deze vervangingsopgave wordt in de Programmabegroting (offertes – nieuw beleid) voorgelegd. Deze vervangingsopgave kan aan het bestuur worden voorgelegd mits de werkvoorraad van de IUP projecten niet boven een bedrag van € 6,5 miljoen uit komt. Deze norm is gebaseerd op een bedrag van € 3,5 miljoen voor “onderhanden werken” (groot onderhoudsgelden) en een bedrag van € 3 miljoen restant investeringsgelden (vervangingsgelden). Deze norm is op basis van ervaringsgegevens tot stand gekomen en worden als communicerende vaten beschouwd. Het totaal mag niet boven deze maximale norm uitkomen. Als aan het eind van het jaar een overschrijding heeft plaatsgevonden kan het komende jaar geen vervangingsopgave aan het bestuur worden voorgelegd. Dit om te voorkomen dat de werkvoorraad te hoog oploopt.

2.

Sparen voor groot onderhoudsprojecten in de openbare ruimte

2.1 Definitie In de begroting is voor elk discipline (wegen, groen, VRI, OV, riolering, parkeren, haven) groot onderhoudsgeld aanwezig. Deze groot onderhoudsgelden worden ingezet voor: a. Regulier groot onderhoud; b. Groot onderhoud samen met vervangingsinvesteringen uitvoeren (IUP-projecten); c. Meerjarig sparen voor groot onderhoudsprojecten. Het regulier groot onderhoudsbudget is een zeer beperkt budget (circa 1 %). De groot onderhoudsgelden worden nagenoeg geheel ingezet voor de onderdelen b en c. Het groot onderhoud wordt gebaseerd op de beheerplannen Wegen, Groen, VRI (VerkeersRegelInstallatie), OV (Openbare Verlichting), riolering, parkeren en haven. De beheerplannen Wegen, Groen, VRI en OV zijn met ingang van het jaar 2021 samengevoegd tot 1 integraal beheerplan openbare ruimte. Het meerjarig sparen voor deze groot onderhoudsprojecten in de openbare ruimte

33

worden onder deze noemer in deze reserve gestort. Deze projecten worden in het IUP expliciet met het spaarbedrag benoemd. Op het moment dat het project wordt uitgevoerd worden deze gelden uit deze reserve gehaald. Bijvoorbeeld: het groot onderhoud aan de N329. Deze kunnen zo’n grote omvang hebben dat er eerst hiervoor jaren gespaard behoort te worden. 2.2 Maximale omvang Dit deel van de reserve IUP kent geen maximale omvang. Op basis van het vastgestelde IUP kan dit bedrag voor het benoemde groot onderhoudsproject in deze reserve worden opgenomen.

3 Opvangen projectresultaten 3.1

Definitie

Uitgangspunt is om de tegenvallers van de IUP projecten af te dekken uit de meevallers van de IUP projecten, we hebben dit nog niet begroot. We doen dit op basis van de werkelijke resultaten bij de jaarrekening. We stellen twee keer per jaar een voortgangsrapportage op omtrent de IUP projecten. (programmabegroting en jaarrekening). Hierbij wordt ingegaan op de voortgang van de projecten en de (voorlopige) projectresultaten. De projecten worden binnen deze kaders financieel bijgesteld zodat de projectleiders over het juiste budget kunnen beschikken. Een tekort of overschot op totaalniveau van alle projecten wordt met de reserve IUP verrekend.

a.

Maximale omvang

De omvang van het opvangen van projectresultaten en het afdekken van kleine functionele verbeteringen mag in deze reserve maximaal € 750.000 bedragen. De tegenvallers bij de IUP projecten worden uit dit deel van de reserve opgevangen. Tevens mogen de kleine functionele verbeteringen in het bestek van het IUP projecten – mits deze financiële middelen aanwezig zijn- uit deze reserve worden betaald. Minimaal noodzakelijke omvang einde meerjarenraming Saldo reserve Het saldo reserve IUP bedraagt € 8.811.898 en is als volgt opgebouwd: 1.

Jaarovergang onderhanden werken: € 7.189.768

2.

Sparen groot onderhoudsprojecten in de openbare ruimte: € 872.130

3.

Opvangen projectresultaten: € 750.000

34

Het onderdeel hiervan "saldo jaarovergang onderhanden projecten" is € 7.189.768. Dit bedrag ligt hoger dan de norm van € 6.500.000. Nieuwe vervangingsopgaven zullen worden voorgelegd nadat het saldo weer onder de norm van € 6.500.000 uitkomt. Specificatie Reserve IUP 1. Jaarovergang / onderhanden werk projecten

7.189.768

2. Sparen voor groot onderhoudsprojecten in de openbare ruimte

872.130

3. Opvang projectresultaten en afdekken functionele verbeteringen

750.000

Nieuwe projecten

0 Totaal

8.811.898

Specificatie spaardeel GO projecten Aanpassingen aansluitende Infra van de Noordelijke Randweg

432.130

Prijsstijgingen wereldwijde marktsituatie

440.000 Totaal

872.130

Specificatie functionele zaken beginstand functionele zaken

250.000

Toevoeging / onttrekking projectresultaten

0 Totaal

250.000

Specificatie opvang projectresultaten Beginstand projectresultaten

500.000

Toevoeging / onttrekking projectresultaten

0 Totaal

500.000

Specificatie nieuwe projecten

0 Totaal

0

Meerjarenbeeld op basis van bestaand beleid bedragen x € 1.000 Jaar

Saldo

Rente

Storting

Onttrekking

Saldo

1 januari

bijschrijven

2023

8.812

0

0

0

8.812

2024

8.812

0

0

0

8.812

2025

8.812

0

0

0

8.812

2026

8.812

0

0

0

8.812

2027

8.812

0

0

0

8.812

31 december

35

Toelichting op het meerjarenbeeld

2023-2024 We hebben geen stortingen of onttrekkingen begroot. We gebruiken de komende jaren om de omzet van het IUP op het gewenste niveau te krijgen. De gewenste omzet is vastgelegd in de notitie vervangingsinvesteringen openbare ruimte. In het projectplan "Toekomstbestendig team Gebieden & Projecten" is beschreven hoe met 7,5 fte de omzet van het IUP verhoogt zal worden. De arbeidsmarkt en inwerkperiode zijn hiervoor bepalend. Vanwege de onzekerheid hierover zijn geen stortingen/onttrekkingen opgenomen. In het bedrag van € 8,8 miljoen zit een bedrag van € 7,2 miljoen vanuit 2022 voor onderhanden werken. Dit betekent dat dit projecten in uitvoering zijn waarvan we nog kosten verwachten. Het overgrote deel van deze reserve is dus bedoeld voor projecten waar we al mee bezig zijn. Een verdere toelichting hierover is opgenomen in de voortgangsrapportage IUP. Zit er voldoende geld in de reserve?

ja

Moet de reserve aangevuld worden?

nee

Kan de reserve verlaagd worden?

nee

36

Baggeren Haven (742049) Beleidsdoel/noodzaak reserve In 2020 zijn er onverwachte ondieptes in de haven van Oss, het Burgemeester Delenkanaal, de Oude Maasarm en de Lithse Ham geconstateerd. Daarnaast blijkt de kleilaag op plaatsen geërodeerd en heeft deze nadere inspectie en reparatie nodig. We willen de haven en het kanaal in een staat van onderhoud brengen zodat de havenbedrijven en de beroepsvaart op een economische, ecologische en veilige manier in de haven en het kanaal kan werken. Dit geldt ook voor de watergebieden waarbij het hier niet alleen om werken maar aanvullend ook om recreëren gaat. We gaan aanvullende metingen verrichten om de werkzaamheden en hoeveelheden goed in een bestek/opdracht op te nemen. Op basis hiervan krijgen we inzicht in de kosten. De kosten van deze baggeroperatie zullen we meenemen in de Eerste financiële tussenrapportage van 2022. Op basis van het eerste onderzoek zijn de kosten geraamd tussen € 1,7 en € 3,6 miljoen. In de voorziening van de haven is een bedrag van € 0,75 miljoen aanwezig voor het baggeren waardoor het tekort uit zal komen tussen € 0,95 en € 2,85 miljoen. We vormen hier een reserve voor. Minimaal noodzakelijke omvang einde meerjarenraming De minimale omvang aan het einde van de meerjarenraming is € 0. Meerjarenbeeld op basis van bestaand beleid bedragen x € 1.000 Jaar

Saldo

Rente

1 januari

bijschrijven

Storting

Onttrekking

Saldo

2023

3.814

0

0

-2.800

1.014

2024

1.014

0

0

0

1.014

2025

1.014

0

0

0

1.014

2026

1.014

0

0

0

1.014

2027

1.014

0

0

0

1.014

31 december

Toelichting op het meerjarenbeeld 2023 We hebben de volgende onttrekkingen begroot: -

€ 2,8 miljoen: In het najaar van 2023 zullen hiervoor baggerwerkzaamheden worden uitgevoerd.

Zit er voldoende geld in de reserve?

ja

Moet de reserve aangevuld worden?

nee

Kan de reserve verlaagd worden?

nee

37

Egalisatie rioolbeheer (742008) Beleidsdoel/noodzaak reserve Vanuit de boekhoudvoorschriften (BBV) maken we onderscheid in een voorziening en een reserve rioolbeheer. In het tarief mogen spaarbedragen voor toekomstige vervangingsinvesteringen worden meegenomen. Deze worden in de exploitatie als last aan de voorziening rioolbeheer toegevoegd. Daarnaast hebben we een bestemmingsreserve egalisatie rioolbeheer. Afwijkingen ten opzichte van de begroting, zoals efficiency- en aanbestedingsverschillen, kunnen we aan de bestemmingsreserve riolering toevoegen of onttrekken. Minimaal noodzakelijke omvang einde meerjarenraming We hebben afgesproken dat er maximaal € 250.000 in de reserve mag zitten. Als er meer geld in de reserve zit kijken we of de tarieven voor de rioolheffing verlaagd kunnen worden. In de komende jaren worden structureel bedragen onttrokken tot het niveau van € 250.000 behaald is. Met deze reserve kunnen we nog een aantal jaar het tarief gelijk houden. Op termijn is dit echter niet meer mogelijk en moeten we rekening houden met een jaarlijkse stijging van het tarief met minimaal de inflatiecorrectie. Meerjarenbeeld op basis van bestaand beleid bedragen x € 1.000 Jaar

Saldo

Rente

Storting

Onttrekking

Saldo

1 januari

bijschrijven

2023

1.017

0

0

-36

981

2024

981

0

0

-92

889

2025

889

0

0

-92

796

2026

796

0

0

-92

704

2027

704

0

0

-92

611

31 december

Toelichting op het meerjarenbeeld 2023 Met ingang van 2023 onttrekken we € 36.000 om de tariefstijging beperkt te houden tot een inflatiecorrectie van 2,8%. 2024-2027 We houden rekening met een onttrekking van € 92.000 om kosten te kunnen betalen. Hierdoor kunnen we de tarieven voor rioolheffing gelijk houden. De reserve is hiervoor toereikend. Zit er voldoende geld in de reserve?

ja

Moet de reserve aangevuld worden?

nee

Kan de reserve verlaagd worden?

nee

38

Afvalstoffenheffing (742015) Beleidsdoel/noodzaak reserve De reserve afvalstoffenheffing is bedoeld om schommelingen in de kosten van afvalinzameling en verwerking op te vangen. Door de reserve daarvoor in te zetten voorkomen we grote schommelingen in de tarieven voor de afvalstoffenheffing. Minimaal noodzakelijke omvang einde meerjarenraming Bij het vormen van de reserve is besloten dat het plafond van de reserve € 750.000 is. Daarmee kunnen we prijsschommelingen tot 5% opvangen. Als er meer geld in de reserve zit kijken we of de tarieven voor de afvalstoffenheffing verlaagd kunnen worden. Ook kan diftar ertoe leiden dat burgers beloond worden voor hun goede gedrag bij het aanbieden van restafval. Meerjarenbeeld op basis van bestaand beleid bedragen x € 1.000 Jaar

Saldo

Rente

Storting

Onttrekking

Saldo

1 januari

bijschrijven

2023

2.406

0

0

-968

1.438

2024

1.438

0

0

-600

839

2025

839

0

0

-399

439

2026

439

0

0

-201

238

2027

238

0

0

12

250

31 december

Toelichting op het meerjarenbeeld 2023 De geplande onttrekking van € 968.000 is nodig op de teruggave van de afvalstoffenheffing te betalen. Bij minder ledigingen van huishoudelijk afval ontvangt de burger een bedrag van de afvalstoffenheffing terug. 2024-2027 De reserve zal de komende jaren gefaseerd worden ingezet om het tarief gelijkmatig te laten stijgen van 10,9 % in 2024 naar 15,7 % in 2027. Zit er voldoende geld in de reserve?

ja

Moet de reserve aangevuld worden?

nee

Kan de reserve verlaagd worden?

nee

39

Groenfonds landelijk gebied (742017) Beleidsdoel/noodzaak reserve Deze reserve zetten we in om onze ambities op het gebied Groen, Blauw en Natuur in brede zin te kunnen uitvoeren en opvolgende periodieke (door het bevoegd bestuursorgaan) vastgestelde uitvoeringsprogramma’s. Daarnaast wordt de reserve ingezet om aan verplichtingen te voldoen welke direct voortvloeien aan gerichte bijdragen vanuit derden. De reserve wordt gevoed vanuit meerdere bronnen: 1.

Grondbedrijf. Met ingang van het jaar 2022 verandert de structuur van stortingen via het grondbedrijf. De storting bestond uit (tussentijdse) winstneming van het grondbedrijf voor een bedrag van € 5 per verkochte m2 grond. Deze bijdrage is vervallen.

2.

Hiervoor in de plaats komt de bijdrage verbetering fysieke kwaliteit leefomgeving. Voor de periode 2022 tot en met 2031 is een aanvulling nodig van € 1,3 miljoen. Deze stortingen komen vanuit de reserve verbetering fysieke kwaliteit leefomgeving. De gemeente kan deze middelen inzetten voor natuurontwikkeling, landschapsverbetering, toeristisch-recreatieve ontwikkelingen, sloop en sanering van ongewenste bebouwing en bedrijvigheid, aanleg van ontsluitingen en (toegangs-)wegen in het landelijk gebied en cultuurhistorische ontwikkelingen.

3.

Ruimtelijke kwaliteitsregelingen. We storten bedragen die we van particulieren ontvangen voor ruimtelijke kwaliteitsverbetering. Deze stortingen kennen in hoofdzaak een drietal viertal grondslagen: a.

De regeling kwaliteitsverbetering landschap. Het betreft niet planmatige ontwikkelingen in het landelijk gebied met een grote impact op de omgeving en het landschap (de zgn “categorie 3 ontwikkelingen”). Hiervoor geldt een bijdrage van minimaal 20% van de bestemmingswinst. Dit kan “in natura” of middels een storting in deze reserve. De stortingen moeten worden ingezet in landschapsprojecten in het landelijk gebied.

b.

De 1% bijdrage bij nieuwe stedelijke ontwikkelingen. Bij stedelijke ontwikkelingen is de basisinspanning voor de landschappelijke tegenprestatie bepaald per m2 op 1% van de uitgifteprijs van de gronden. Dit kan worden gestort in een landschapsfonds, of worden geïnvesteerd in een landschapsplan. Die investering moet buiten het (toekomstig) stedelijk gebied landen. Het groen in de wijk maakt intrinsiek onderdeel van uit van een stedenbouwkundige ontwikkeling, en kan niet worden ingezet voor kwaliteitsverbetering landschap.

c.

Stimuleringsbijdrage vanuit de Ruimte voor Ruimte regeling. Per ontwikkelde Ruimte voor Ruimte woning ontvangen we een stimuleringsbijdrage van de provincie (m.u.v. het grondgebied van de voormalige gemeente Maasdonk). Deze bijdrage moet worden ingezet voor een kwaliteitsimpuls voor het landelijk gebied.

d.

Bijdrage vanuit de regeling Maatwerk Omgevingskwaliteit, anders dan de stimuleringsbijdrage voor RvR. Voor de ontwikkeling van een nieuwe woning op een ruimtelijk aanvaardbare locatie in het landelijk gebied kan in plaats van de aanschaf van een RvR titel gekozen worden voor het leveren van een tegenprestatie in omgevingskwaliteit. Deze zal in de meeste gevallen bestaan uit een fysieke tegenprestatie zoals de sanering van een VAB locatie, maar kan ook bestaan uit een (aanvullende) storting in deze reserve ten behoeve van de realisatie van omgevingskwaliteit zoals de sloop van opstallen, afwaardering van gronden ten behoeve van natuur, ontwikkeling van natuur, behoud van cultuurhistorische waarden. Voor de realisatie van de deze maatregelen geldt een termijn van 5 jaar.

4.

Incidentele stortingen. Deze lichten we ieder jaar toe onder de rubriek stortingen. Incidentele stortingen worden niet geraamd, de werkelijke ontvangsten worden gestort.

Minimaal noodzakelijke omvang einde meerjarenraming De minimaal noodzakelijk omvang van de reserve aan het einde van de meerjarenraming bedraagt € 1,3 mln.

40

Meerjarenbeeld op basis van bestaand beleid bedragen x € 1.000 Jaar

Saldo

Rente

Storting

Onttrekking

Saldo

1 januari

bijschrijven

2023

1.347

0

0

-28

1.319

2024

1.319

0

0

-58

1.261

2025

1.261

0

0

-58

1.202

2026

1.202

0

0

-8

1.194

2027

1.194

0

0

0

1.194

31 december

Toelichting op het meerjarenbeeld 2023 We hebben de volgende onttrekkingen begroot: -

Bij amendement van de programmabegroting 2022-2025 is besloten een bedrag van € 28.000 te onttrekken voor de STILA regeling.

-

Ter ontwikkeling van het Bos van Oss verwachten wij in het vierde kwartaal van 2023 met een voorstel naar de raad te komen. We verwachten een onttrekking te vragen voor de aankoop en afwaardering van (agrarische) grond en voor planvorming en proceskosten.

2024/2025/2026 We hebben de volgende onttrekkingen begroot: -

We onttrekken in 2024 en 2025 € 50.000 voor de STILA regeling. In 2024, 2025 en 2026 onttrekken we € 8.333 voor de Ervenplus regeling.

Zit er voldoende geld in de reserve?

ja

Moet de reserve aangevuld worden?

nee

Kan de reserve verlaagd worden?

nee

41

Klimaatadaptatie (742054) Beleidsdoel/noodzaak reserve Deze reserve is nodig om te kunnen anticiperen op de gevolgen van klimaatverandering. Hoe groot de gevolgen precies zijn, is niet met zekerheid te zeggen. We ondervinden al langere hete periodes en periodes met extreme neerslag en verhoogde afvoeren via de Maas. De gevolgen zijn divers: van schade aan ecosystemen en gezondheidsschade tot directe economische schade. De opgave is om de kwetsbaarheid van onze stad en het buitengebied met de kernen te verminderen. Zowel voor onze inwoners en ondernemers, als voor onze flora en fauna. Deze reserve willen we inzetten om robuuste ecosystemen te bouwen die beter bestand zijn tegen de klimaatverandering. Ook zijn de middelen nodig om directe verlichting te creëren op hittegevoelige plaatsen en plaatsen met veel wateroverlast. We kiezen hierbij voor een werkwijze die het water- en bodemsysteem als leidend principe neemt. Dit betekent in de praktijk dat we kiezen voor het vergroenen van bebouwde gebieden, voor natuurlijke waterbuffers en voor minder verharding. We vullen deze maatregelen aan met technologische oplossingen waar dat nodig is. Minimaal noodzakelijke omvang einde meerjarenraming De minimaal noodzakelijke omvang is € 1,5 miljoen. Meerjarenbeeld op basis van bestaand beleid bedragen x € 1.000 Jaar

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Oss&id=7d67a9eb-ca55-4b3f-ac5f-4266b2b41a6d