CConstaterende datOss
Koppel je AI →
Document · PDF

Nota reserves 2022 def (2).DOCX

Gemeenteraad 10 november 2022, gemeente OssBij agendapunt: Nota reserves 202226.042 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Zit er voldoende geld in de reserve?

ja

Moet de reserve aangevuld worden?

nee

Kan de reserve verlaagd worden?

nee

42

Investeringsfonds Duurzaamheid (742020) Beleidsdoel/noodzaak reserve Doel van het investeringsfonds is het in brede zin doen van investeringen in- en het financieren van kosten voor de warmte- en energietransitie, en het bevorderen van circulaire economie (grondstoffen). We financieren kosten voor de opgaven die we als gemeente moeten uitvoeren als uitvloeisel van het klimaatakkoord. Het fonds is ook opgericht voor de (nog te starten) financiële businesscases van de windmolens op industrieterrein Elzenburg-de Geer en duurzame polder, en eventuele grootschalige zonnevelden. Vanuit de opbrengsten van die businesscases kunnen nieuwe initiatieven en investeringen in duurzaamheid worden gefinancierd. Minimaal noodzakelijke omvang einde meerjarenraming De minimaal noodzakelijke omvang aan het einde van de meerjarenraming is € 370.000. Meerjarenbeeld op basis van bestaand beleid bedragen x € 1.000 Jaar

Saldo

Rente

Storting

Onttrekking

Saldo

1 januari

bijschrijven

2022

399

0

1.436

-787

1.048

2023

1.048

0

0

-678

370

2024

370

0

0

0

370

2025

370

0

0

0

370

2026

370

0

0

0

370

31 december

Toelichting op het meerjarenbeeld 2022 We hebben de volgende stortingen begroot: -

Uitvoeringskosten klimaat € 536.000

-

Uitvoeringskosten warmtetransitie € 500.000

-

Uitvoeringskosten energietransitie € 400.000

We hebben de volgende onttrekkingen begroot: -

Uitvoeringskosten warmtetransitie € 250.000

-

Uitvoeringskosten energietransitie € 200.000

-

Duurzame polder € 229.000

-

Inhuur programmacapaciteit € 108.000.

2023 We hebben de volgende onttrekkingen begroot: -

uitvoeringskosten energie- en warmtetransitie € 450.000

-

Inhuur programmacapaciteit € 228.000

Zit er voldoende geld in de reserve?

ja

Moet de reserve aangevuld worden?

nee

Kan de reserve verlaagd worden?

nee

43

Quick wins binnenhavens (742029) Beleidsdoel/noodzaak reserve Deze reserve is bedoeld voor het ontwikkelen van de Osse binnenhaven tot hét multimodale goederenknooppunt van de regio Noordoost-Brabant. In 2012 hebben we van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu een bijdrage van € 3,8 miljoen gekregen voor de verdere ontwikkeling van de containeroverslag in onze binnenhaven. Deze bijdrage komt overeen met 50% van de investeringskosten van het plan dat we gemaakt hebben. De andere 50% moet door andere publieke en/of private partijen gefinancierd worden. De containerterminal wil uitbreiden. Dit willen we mogelijk maken door gronden aan te kopen en vervolgens in erfpacht uit te geven aan de containerterminal. Minimaal noodzakelijke omvang einde meerjarenraming De minimaal noodzakelijke omvang aan het einde van de meerjarenraming is € 0. Meerjarenbeeld op basis van bestaand beleid bedragen x € 1.000 Jaar

Saldo

Rente

Storting

Onttrekking

Saldo

1 januari

bijschrijven

2022

3.756

0

0

0

3.756

2023

3.756

0

0

0

3.756

2024

3.756

0

0

0

3.756

2025

3.756

0

0

0

3.756

2026

3.756

0

0

0

3.756

31 december

Toelichting op het meerjarenbeeld We hebben geen stortingen en onttrekkingen geraamd. Zit er voldoende geld in de reserve?

ja

Moet de reserve aangevuld worden?

nee

Kan de reserve verlaagd worden?

nee

44

Economie (742028) Beleidsdoel/noodzaak reserve De reserve economie is bedoeld om projecten en activiteiten te versnellen die bijdragen aan het realiseren van onze economische ambities. Het gaat om projecten die een stimulans zijn voor economische innovatie, kennisontwikkeling, ondernemerschap en nieuwe business initiatieven binnen de gemeente. In de afgelopen jaren hebben we bijvoorbeeld bijdragen verstrekt aan de Kracht van Oss, Pivot Park, BioConnection en Agrifood Capital. We gebruiken de volgende criteria om af te wegen of we geld uit de reserve halen:

-

Het moet gaan om het ondersteunen van projecten of activiteiten die een directe relatie hebben met ondernemers/bedrijven. Zij doen bij voorkeur ook mee aan de projecten.

-

De projecten of activiteiten zijn bedoeld om de samenwerking tussen het bedrijfsleven onderling en/of met het onderwijs en overige maatschappelijke instellingen te bevorderen.

-

Er is bij voorkeur sprake van een multiplier-effect: het project vormt een vliegwiel voor andere projecten of activiteiten.

-

We ondersteunen geen projecten of activiteiten die vooral gericht zijn op infrastructuur, locatieontwikkeling, gebiedsontwikkeling of vastgoedontwikkeling. Daarvoor hebben we andere middelen (bijvoorbeeld de reserve mobiliteit en het grondbedrijf).

De reserve kan ook gebruikt worden om economische haalbaarheid- en/of beleidsonderzoeken te betalen. Minimaal noodzakelijke omvang einde meerjarenraming De minimaal noodzakelijke omvang bij deze reserve aan het einde van de meerjarenraming is € 287.000. Dit om aan de verplichtingen in het kader van Pivot Park 2.0. (raadsbesluit 26 januari 2017) te voldoen. Meerjarenbeeld op basis van bestaand beleid bedragen x € 1.000 Jaar

Saldo

Rente

Storting

Onttrekking

Saldo

1 januari

bijschrijven

2022

2.983

0

0

-141

2.842

2023

2.842

0

0

-141

2.702

2024

2.702

0

0

-41

2.661

2025

2.661

0

0

-16

2.646

2026

2.646

0

0

-16

2.630

31 december

45

Toelichting op het meerjarenbeeld In 2022 en 2023 geven we de Kracht van Oss een bijdrage van € 100.000 per jaar. We bieden hiermee ondersteuning aan programma's van het MKB met als doel om een bijdrage te geven aan het economisch herstel en om de werkgelegenheid te stimuleren. Naar aanleiding van raadsbesluit 26 januari 2017 over het Pivot Park 2.0 wordt er de komende jaren elk jaar geld aan deze reserve onttrokken. Daarbij is besloten dat we tot en met 2027 jaarlijks € 93.000 aan de provincie Noord-Brabant betalen voor de ontwikkeling van Pivot Park 2.0. Hiervan betalen we € 15.500 uit de reserve economie. Verder is besloten dat we tot en met 2024 jaarlijks € 25.000 per jaar beschikbaar stellen voor promotie en branding van het Pivot Park. Ook dit betalen we uit de reserve economie.

Zit er voldoende geld in de reserve?

ja

Moet de reserve aangevuld worden?

nee

Kan de reserve verlaagd worden?

nee

46

Wal Kwartier en omgeving (742024) Beleidsdoel/noodzaak reserve De financiële middelen in de reserve Wal Kwartier zijn gereserveerd voor: -

activiteiten in het centrum

-

centrumontsluiting

-

de revitalisering van De Wal en omgeving

-

Warenhuis en fietsenstalling

Activiteiten centrum Voor activiteiten in het centrum resteert een eenmalig bedrag van € 87.664. Deze is door COVID 19 niet aangewend. Centrumontsluiting Visie De visie centrumring geeft de gewenste kwaliteitsverbetering voor dit gebied weer. De visie geeft op hoofdlijnen aan waar de openbare ruimte aan moet voldoen. Het schetst een totaalbeeld van hoe de gebieden binnen het plangebied zich tot elkaar verhouden, welke sfeer deze gebieden zouden moeten uitstralen en op welke manier dat ruimtelijk zou kunnen. Uitgevoerde werkzaamheden In het voorjaar 2019 is de eerste fase opgeleverd. Dit betreft delen van de Raadhuislaan, Molenstraat en Oostwal. In deze fase is ook de rotonde met het kunstzwaard aangelegd. Voor deze fase is een subsidie van de provincie Noord-Brabant ontvangen. Deze inkomstenpost is op de uitgaven in mindering gebracht. In 2020 is de Bram van den Berghstraat opgeleverd en is de dynamische afsluiting (paaltjes uit de grond) in het centrum vernieuwd. Nog uit voeren werkzaamheden 2025-2026 De verwachting is dat de overige deelgebieden van de centrumontsluiting in 2025-2026 aan de beurt komen. Na volledige realisering van de bouw van het Wal Kwartier. Het gaat hierbij om de gebieden van : -

Deel Oostwal vanaf kruising Bram van Den Berghstraat tot Hooghuisstraat (inclusief kruising);

-

Deel Molenstraat vanaf rotonde tot Carmelietenstraat;

-

Haarviltstraat.

Revitalisering De Wal en omgeving De kernopgave binnen dit onderdeel is de herontwikkeling van het gebied V&D-De Wal. Deze herontwikkeling draagt bij aan het streven naar een compact stadscentrum en voegt nieuwe functies toe op deze plek. De revitalisering betreft de Molenstraat tot TBL, Walplein, Walstraat, Wal, Carmelietenstraat en het opheffen en omvormen van de parkeerplaats De Wal. Tevens worden de straten Hooghuisstraat en Burgwal hierbij betrokken. Voor deze investeringen is een bedrag geraamd op basis van kengetallen en hergebruik van bestaand materiaal. Naast deze investeringen behoort de boekwaarde van de parkeerplaats de Wal te worden afgeboekt. Ons aandeel voor de kosten waterberging bij het Wal Kwartier is bij deze post geraamd. De parkeerplaats van de Wal is inmiddels opgeheven. De boekwaarde van deze parkeerplaats is per 31-122020 uit deze reserve afgeboekt. De werkzaamheden worden voorzien in het jaar 2025 en 2026. Na de realisatie van het Wal Kwartier.

47

Warenhuis en fietsenstalling TBL Uit deze reserve wordt een deel van de afbouw van Warenhuis, externe adviseurs, verhuisbijdrage en de verplaatsing van de fietsenstalling naar de omgeving van het Wal Kwartier betaald. De projectleider/adviseurskosten voor de TBL ontwikkelingen (verplaatsen fietsstalling) is onderdeel van deze reserve. Tevens is in deze reserve een post onvoorzien van € 500.000 voor de bouw/inrichting van het Warenhuis opgenomen (raadsbesluit 30 januari 2020). Egalisatiereserve De reserve wordt gevoed vanuit de Programmabegroting 2018-2021 en de incidentele vrijval impulsgelden stadscentrum 2019 tot en met 2023. De impulsgelden dekken de exploitatie UIThuis vanaf 2024 af. Deze middelen zijn nodig om de bovengenoemde activiteiten en investeringen in dit gebied te kunnen uitvoeren. Op het moment dat de projecten/investeringen worden uitgevoerd gaan we geld aan de reserve onttrekken. Middelen die we in een bepaald jaar niet uitgeven storten we terug in de reserve, zodat ze beschikbaar blijven voor de beschreven activiteiten en investeringen. Eventuele aanbestedingsvoordelen van de afzonderlijke projecten blijven in deze reserve aanwezig om tegenvallers van toekomstige aanbestedingen te kunnen afdekken.

Minimaal noodzakelijke omvang einde meerjarenraming Alle beschikbare middelen in deze reserve zijn de komende jaren nodig voor de activiteiten die we hiervoor beschreven hebben. Meerjarenbeeld op basis van bestaand beleid bedragen x € 1.000 Jaar

Saldo

Rente

Storting

Onttrekking

Saldo

1 januari

bijschrijven

2022

6.198

0

600

0

6.798

2023

6.798

0

1.307

0

8.105

2024

8.105

0

0

0

8.105

2025

8.105

0

0

0

8.105

2026

8.105

0

0

0

8.105

31 december

Toelichting op het meerjarenbeeld 2022 We hebben de volgende storting begroot: -

€ 600.000. Dit bedrag is bestemd om het tekort van de grondexploitatie Wal Kwartier voor een deel af te dekken en de post onvoorzien te verhogen (conform raadsbesluit 30 januari 2020).

2023 We hebben de volgende stortingen begroot: -

€ 600.000. Dit bedrag is bestemd om het tekort van de grondexploitatie Wal Kwartier voor een deel af te dekken en de post onvoorzien te verhogen (conform raadsbesluit 30 januari 2020)

-

€ 707.000 Dit bedrag is bestemd om de grote prijsstijging 2023 voor de werkzaamheden van de centrumontsluiting en revitalisering de Wal en omgeving op te vangen.

48

Onttrekkingen: Een deel van de investeringen van het Warenhuis worden uit deze reserve betaald. Deze onttrekkingen zullen we bij de Eerste financiële tussenrapportage 2023 in deze reserve verwerken. Ook zullen we de dan een onttrekking voor de openbare fietsstalling van het TBL verwerken. 2025-2026 De aanpassingen in de openbare ruimte voor de centrumontsluiting en revitalisering van de Wal en omgeving worden voorzien in het jaar 2025 en 2026. Werkzaamheden vinden plaats na oplevering van het Wal Kwartier. De plannen hiervoor behoren nog te worden opgesteld. De beschikbare bedragen hiervoor zijn doorgerekend op basis van kengetallen en soms een eerste doorrekening. De middelen in deze reserve gebruiken we om deze investeringen te betalen. Deze zullen we te zijner tijd in de juiste periode en met de juiste bedragen uit deze reserve halen. Administratieve verwerking investering centrumontsluiting en revitalisering De Wal en omgeving De investeringen in de openbare ruimte behoren geactiveerd te worden. Om te voldoen aan dit uitgangspunt wordt bij de jaarrekening -op basis van de werkelijke uitgaven- dit bedrag uit deze reserve gehaald en overgeheveld naar de desbetreffende bestemmingsreserve van de investering. Zit er voldoende geld in de reserve?

ja

Moet de reserve aangevuld worden?

nee

Kan de reserve verlaagd worden?

nee

49

Investeringsfonds Stadshart Oss (742025) Beleidsdoel/noodzaak reserve Doel investeringsfonds Het investeringsfonds draagt bij aan de realisatie van de koers Stadshart Oss. Het investeringsfonds is hierbij gericht op majeure investeringen in stedelijke (vastgoed) ontwikkeling waarvan parkeren en openbare ruimte & groen onderdeel kunnen zijn. Het betreft investeringen op fysieke plekken die een belangrijke bijdrage leveren aan een toekomstbestendig Stadscentrum, waarin vernieuwen van de vitaliteit, attractiviteit en de economische veerkracht centraal staat. Daarnaast wordt deze reserve gebruikt voor stimuleringsregelingen om de fysieke aantrekkelijkheid en de compactheid van het stadshart te verbeteren. Zo worden de regeling Wonen in het centrum en budget voor vergroening (beide raadsbesluiten van april 2020) gedekt uit deze reserve. Verder willen we middelen beschikbaar stellen voor regelingen die bijdragen aan het compact maken van het stadshart, zoals een regeling die de verplaatsing stimuleert van ondernemers naar de pit (en de schil) van het stadshart. Ook de stimulering van gevelverbeteringen dekken we uit deze reserve. Deze regelingen zijn voor een aantal jaren gefinancierd. Voor de beschikbare middelen voor deze regelingen wordt naar onderstaand financieel meerjarenbeeld verwezen (onttrekkingen).

Het werkgebied voor dit investeringsfonds is primair gericht op de ‘pit en de flexibele schil’. Investeringen in de ‘omgeving van het centrum’ komen (pas) in tweede instantie in aanmerking voor een bijdrage uit het fonds. Niet bedoeld zijn (consumptieve) bestedingen ten behoeve van bijvoorbeeld de samenwerking tussen partijen in het stadscentrum, de organisatie van evenementen, stimulering van ondernemerschap of de profilering van het Stadscentrum. Criteria en procedure De investeringsprojecten worden getoetst aan de hand van de volgende criteria. Aan de verschillende criteria kennen we geen relatieve weging en/of volgorde van voorkeur toe. Ook omdat weging in de tijd kan verschillen, bijvoorbeeld door marktomstandigheden of externe factoren. De criteria zijn: 1. Mate waarin een project bijdraagt aan de vorming van een compacter centrum en aan de versterking 2.

van de ‘pit’ of de ‘flexibele schil’; Mate waarin projecten bijdragen aan de ontwikkeling van de prioritaire locaties uit de dynamische

meerjarenplanning; 3. Mate waarin een project bijdraagt aan stedelijk transformatie; 4. Mate waarin ook andere partijen financieel bijdragen aan een project; 5. Mate waarin voor projecten ook middelen beschikbaar zijn vanuit andere gemeentelijke budgetten. De bijdrage voor deze projecten worden aan de gemeenteraad voorgelegd. Minimaal noodzakelijke omvang einde meerjarenraming In totaal is een bedrag van € 6,8 miljoen beschikbaar voor het investeringsfonds Stadshart Oss. Van dit bedrag is € 4,4 miljoen aan projecten bestemd. Er resteert nog een bedrag van € 2,4 miljoen. In het bedrag van € 4,4 miljoen is rekening gehouden met een ontwikkeling van het TBL terrein tot een semiopenbaar stadssportpark.

50

Meerjarenbeeld op basis van bestaand beleid bedragen x € 1.000 Jaar

Saldo

Rente

Storting

Onttrekking

Saldo

1 januari

bijschrijven

2022

4.108

0

650

-1.161

3.597

2023

3.597

0

650

-465

3.782

2024

3.782

0

0

-50

3.732

2025

3.732

0

0

0

3.732

2026

3.732

0

0

0

3.732

31 december

Toelichting op het meerjarenbeeld 2022 We hebben de volgende stortingen begroot: -

Een bijdrage van € 1,3 miljoen voor de ontwikkelingen van het stadssportpark TBL. Bedrag is in de PB 2022-2025 in twee jaar beschikbaar gesteld. Een bedrag van € 650.000 voor het jaar 2022 en een bedrag van € 650.000 in het jaar 2023.

We hebben de volgende onttrekkingen begroot: -

€ 500.000 voor vergroening van het centrum;

-

€ 40.000 voor stimulering gevelverbeteringen;

-

€ 288.200 voor verkeersafwikkeling Wal Kwartier/Carmelietenstraat;

-

€ 50.000 voor relatiemanager en werkbudget

-

€ 283.000 stimuleringsregeling wonen in het centrum

2023 We hebben de volgende stortingen begroot: -

€ 650.000 voor de ontwikkelingen van het stadssportpark TBL.

We hebben de volgende onttrekkingen begroot: -

€ 125.000 extra vergroening van het centrum;

-

€ 20.000 voor stimulering gevelverbeteringen;

-

€ 130.000 voor wandelroute blinden en slechtzienden;

-

€ 50.000 voor relatiemanager en werkbudget

-

€ 140.000 stimuleringsregeling wonen in het centrum

2024 Voor het jaar 2024 is een onttrekking begroot van € 50.000 voor de relatiemanager en werkbudget. 2023-2024 Onttrekking voor ontwikkelingen stadssportpark TBL De onttrekking van het beschikbare bedrag van € 1,3 miljoen voor de ontwikkelingen van het stadssportpark TBL wordt bij marap 1 - 2023 uitgewerkt en opgenomen. Deze is nog niet in bovenstaand meerjarenbeeld opgenomen.

Zit er voldoende geld in de reserve?

ja

Moet de reserve aangevuld worden?

nee

Kan de reserve verlaagd worden?

nee 51

Heesch-West (742030) Beleidsdoel/noodzaak reserve Deze reserve is bedoeld als extra financiële buffer voor Heesch West. In 2014 is de gemeenschappelijke regeling (GR) Heesch West voor het ontwikkelen van een regionaal bedrijventerrein vastgesteld. Oss neemt voor 30% deel in deze gemeenschappelijke regeling. De grondexploitatieberekening Heesch West is begin 2022 geactualiseerd en vastgesteld door het Algemeen Bestuur. De exploitatieberekening sluit met een exploitatietekort van € 43,7 miljoen. De deelnemende gemeenten hebben in april 2022 de verliesvoorziening overgedragen aan de GR. Het aandeel voor onze bedroeg € 13,1 miljoen. Dit bedrag is afgeleid van ons deelnemingspercentage van 30% en het gecalculeerde verlies van € 43,7 miljoen. De reserve Heesch West is bedoeld om de risico’s die met deze grondexploitatie samenhangen af te dekken. In de grondexploitatie is een aantal belangrijke (in)schattingselementen opgenomen. De gemeenschappelijke regeling kent een gevoeligheidsanalyse en geen echte risicoanalyse. Iedere gemeente doet dit naar eigen inzicht. Oss heeft vanuit de specifieke uitgangspunten, kennis en omstandigheden een eigen inschatting gemaakt. Op basis van onze risicoanalyse hebben we een risicoreserve van € 1,73 miljoen nodig. Minimaal noodzakelijke omvang einde meerjarenraming De minimaal noodzakelijke omvang aan het einde van de meerjarenraming is € 1.733.700.

Deze omvang is gebaseerd op de risicoanalyse die we gemaakt hebben op basis van de vastgestelde exploitatieberekening 2022. Meerjarenbeeld op basis van bestaand beleid bedragen x € 1.000 Jaar

Saldo

Rente

Storting

Onttrekking

Saldo

1 januari

bijschrijven

2022

1.734

0

0

0

1.734

2023

1.734

0

0

0

1.734

2024

1.734

0

0

0

1.734

2025

1.734

0

0

0

1.734

2026

1.734

0

0

0

1.734

31 december

Toelichting op het meerjarenbeeld Elk jaar zal onze risicoanalyse geactualiseerd worden op basis de jaarlijkse te actualiseren grondexploitatie Heesch West. Afhankelijk van die uitkomsten kan het zijn dat deze reserve bijgesteld moet worden. Zit er voldoende geld in de reserve?

ja

Moet de reserve aangevuld worden?

nee

Kan de reserve verlaagd worden?

nee

52

Mobiliteit (742010) Beleidsdoel/noodzaak reserve Actualiseren mobiliteitsbeleid Het mobiliteitsbeleid, dat voor het laatst vastgesteld is in 2011, is aan een ingrijpende update toe. Nieuwe maatschappelijke doelen voor klimaatverandering, een leefbare samenleving en de ruimtelijk-economische opgave vragen om een mobiliteitstransitie naar meer duurzame mobiliteit met meer ruimte voor fietser, voetganger en het openbaar vervoer. De verstedelijkingsopgave voor Oss en het opstellen van een omgevingsvisie zijn een goede aanleiding om het nieuwe inzichten over de stedelijke mobiliteit van de toekomst vast te leggen. Als eerste stap in het nieuwe mobiliteitsbeleid zijn enkele inhoudelijke principes van dit beleid geformuleerd en met de opiniecommissie Ruimte besproken. De uitkomst hiervan wordt verder uitgewerkt in een koersdocument Mobiliteit. Hierin zullen niet alleen de beleidsprincipes worden vastgelegd maar komen ook de keuzes wat betreft de hoofdstructuur voor auto en fiets en de beoogde parkeernormen. Bedoeling is om dit koersdocument in het voorjaar van 2023 vast te laten stellen. Daarna wordt het koersdocument uitgewerkt in een mobiliteitsprogramma met diverse aanvullende beleidsthema’s (zoals verkeersveiligheid en parkeren) en een uitvoeringsprogramma voor maatregelen. Dit mobiliteitsprogramma zou in het voorjaar van 2024 kunnen worden vastgesteld.

Kostenraming mobiliteitsopgave Op basis van de huidige inzichten is heel grof doorgerekend voor welke mobiliteitsopgave we ongeveer komen te staan. We ramen deze mobiliteitsopgave tussen de € 100 en € 125 miljoen. Dit is exclusief de Noordelijkeen Westelijke ontsluitingsweg en plannen spoorzone. Deze zijn onderdeel van de strategische financiële verkenning ruimtelijke ambities van de programmabegroting 2022-2025. Vooruitlopend op het nieuwe mobiliteitsprogramma wordt nu een aanvang gemaakt om nu € 40 miljoen beschikbaar te krijgen. Dit is verdeeld in een structureel bedrag van € 470.000 en incidentele stortingen die optellen tot € 23 miljoen. Voorleggen mobiliteitsprogramma met uitvoeringsprogramma Op basis van het mobiliteitsprogramma wordt duidelijk voor mobiliteitsopgave we staan en hebben we een deel van deze gelden beschikbaar. Bij een aantal mobiliteitsmaatregelen is een bijdragen van de provincie en Rijk mogelijk. Het overgrote deel van de mobiliteitsopgave zullen we als gemeente zelf behoren te dragen. Het mobiliteitsprogramma met een uitvoeringsprogramma wordt aan u voorgelegd. Reserve mobiliteit De middelen in deze reserve zijn bestemd voor de mobiliteitsopgave die voortvloeit uit het mobiliteitsprogramma. Met de storting van jaarlijks € 470.000 en de incidentele stortingen is een aanvang gemaakt om te gaan sparen voor de mobiliteitsopgave.

Deze worden geraamd tussen € 100 en € 125 miljoen. Subsidie mogelijkheden In het kader van de versnelling woningbouwopgave is het mogelijk om subsidie binnen te halen voor bovenplanse kosten (mobiliteitsmaatregelen) die noodzakelijk zijn om de versnelling woningbouw te realiseren. Wij hebben een verzoek ingediend voor een tweetal fietsstraten met tunnel (Amsteleind en Ussen) en een fiets/voetgangers tunnel bij Ravenstein. Om deze aan te dragen is ons co-financieringsaandeel nodig. Ons aandeel is onderdeel van de € 40 miljoen die nu voor de mobiliteitsopgave beschikbaar is gesteld.

53

Relatie met nota kostenverhaal - bovenwijkse voorzieningen Indien een mobiliteitsmaatregel een bovenwijkse karakter heeft wordt deze naar de reserve bovenwijkse voorzieningen overgeheveld. Dit zullen wij te zijner tijd bij het uitvoeringsprogramma mobiliteit in beeld brengen. Alle investeringen die gefinancierd worden uit de reserve bovenwijkse voorzieningen zijn onderdeel van de berekening van bijdrage bovenwijkse voorzieningen (nota kostenverhaal). Minimaal noodzakelijke omvang einde meerjarenraming

Meerjarenbeeld op basis van bestaand beleid bedragen x € 1.000 Jaar

Saldo

Rente

Storting

Onttrekking

Saldo

1 januari

bijschrijven

2022

1.544

0

9.495

-334

10.705

2023

10.705

0

470

-1.705

9.470

2024

9.470

0

5.470

0

14.940

2025

14.940

0

8.470

0

23.410

2026

23.410

0

1.470

0

24.880

31 december

Toelichting op het meerjarenbeeld Storting We storten tot en met 2022 een bedrag van € 495.000. Deze storting van € 495.000 is besloten in de programmabegrotingen 2012-2015 en 2013-2016. Van dit bedrag wordt € 245.000 gestort vanuit het parkeerbedrijf. Conform de Programmabegroting 2022-2025 is de structurele storting van € 495.000 ingezet om de investeringen van de bovenwijkse (netwerk) voorzieningen te betalen. Dit bedrag wordt dus met ingang van het jaar 2023 niet meer in deze reserve gestort. Daarnaast storten we vanaf 2023 een structureel bedrag van € 470.000. Dit komt overeen met een investeringsvolume van ongeveer € 17 miljoen. Om te komen tot een investeringsvolume van in totaal € 40 miljoen storten we gefaseerd nog € 23 miljoen in deze reserve. Dit is verspreid over de jaren 2022, 2024, 2025 en 2026. Onttrekking We hebben in 2022 de volgende onttrekkingen begroot: - € 141.000 voor de doorstroming van de Hertogensingel - € 142.000 voor verkeersveiligheidsproblemen - € 51.000 voor de opslag voorbereiding/administratie/toezicht. In de PB 2022-2025 is besloten om een bedrag van € 1,7 miljoen uit deze reserve beschikbaar te stellen als dekkingsmiddel voor de ontsluitingswegen. De ontsluitingswegen zijn onderdeel van het financiële dekkingsplan bij de bovenwijkse voorzieningen. Het bedrag van € 1,7 miljoen wordt hiervoor in de reserve bovenwijkse voorzieningen gestort.

De plannen op dit gebied worden nog aan de gemeenteraad voorgelegd. Zit er voldoende geld in de reserve?

nee

Moet de reserve aangevuld worden?

ja, op basis van het geaccordeerde mobiliteitsprogramma.

Kan de reserve verlaagd worden?

nee 54

Parkeren (742009) Beleidsdoel/noodzaak reserve Met deze reserve vangen we schommelingen in de opbrengsten van betaald parkeren op. In het parkeerbeleidsplan gaan we uit van een kostendekkende gesloten exploitatie. Dit betekent dat we er vanuit gaan dat we de kosten van parkeren kunnen betalen uit de parkeeropbrengsten. In de berekeningen gaan we er vanuit dat de volumes gelijk blijven. Hierin schuilt het risico dat de volumes door een forse tariefstijging zullen dalen en dat de verwachte parkeeropbrengsten niet gerealiseerd worden. Minimaal noodzakelijke omvang einde meerjarenraming Noodzakelijke omvang Minimaal noodzakelijke omvang: € 752.560 Maximale omvang: € 1.235.120 Het parkeerbedrijf heeft een gesloten exploitatie: de tarieven dekken de kosten van parkeren. Dit uitgangspunt hebben we als basis gebruikt voor de meerjarige berekening. De minimale omvang van de reserve is berekend op het kunnen opvangen van een vraaguitval van 5% over een periode van 4 jaar. Bij de maximale omvang gaan we uit van een vraaguitval van 10% over een periode van 4 jaar. We verwachten over de periode 2022 t/m 2025 een parkeeropbrengst van € 9.651.200. Opbouw reservebestand parkeren In deze reserve is een post opgenomen die we niet meenemen bij het bepalen van de noodzakelijke omvang. Het gaat om de bijdragen van derden in verband met de parkeereis in het centrum.

In het parkeerbeleidsplan is opgenomen dat een derde een bijdrage van € 10.000 moet betalen voor iedere parkeerplaats die een derde niet zelf kan aanleggen. De gemeente is verplicht om deze parkeerplaats binnen 10 jaar te realiseren. Als dat niet lukt wordt de € 10.000 terugbetaald. We hebben voor 27 parkeerplaatsen een bijdrage ontvangen. Deze bijdragen hebben we in de reserve gestort, in totaal dus € 270.000. In het komende beleidsplan parkeren wordt dit onderwerp behandeld c.q. het beleid hiervoor bepaald. Omvang Per 31 december 2026 is de stand van de reserve € 313.000 Meerjarenbeeld op basis van bestaand beleid bedragen x € 1.000 Jaar

Saldo

Rente

Storting

Onttrekking

Saldo

1 januari

bijschrijven

2022

778

0

0

-286

492

2023

492

0

0

-151

341

2024

341

0

34

0

375

2025

375

0

0

-14

361

2026

361

0

0

-47

313

31 december

55

Toelichting op het meerjarenbeeld 2022-2026 De onttrekkingen aan de reserve zijn noodzakelijk om lageren inkomsten van het parkeerbedrijf op te vangen. De onttrekkingen laten een dalend verloop zien. De structurele kosten, opbrengsten en de reserve van het parkeerbedrijf zullen in een volgend beleidsplan worden geactualiseerd. Zit er voldoende geld in de reserve?

ja

Moet de reserve aangevuld worden?

nee

Kan de reserve verlaagd worden?

nee

56

Openbare verlichting (742012) Beleidsdoel/noodzaak reserve De reserve is bedoeld voor de dekking van de vervangingsinvesteringen van alle lichtmasten en armaturen voor de komende planperiode en voor schilderwerk aan de lichtmasten. Dagelijks onderhoud (inclusief energielasten) betalen we doorgaans uit de structurele begroting. In de periode 2014-2018 geven we een impuls aan het verduurzamen van de openbare ruimte. In deze periode halen we gefaseerd bedragen uit de reserve om lichtmasten te vervangen en armaturen met led-verlichting te plaatsen. Bij het dagelijks onderhoud betaalt de ombouw naar led-verlichting zich terug in een afname van het aantal storingen en energieverbruik. Minimaal noodzakelijke omvang einde meerjarenraming De minimaal noodzakelijke omvang aan het einde van de meerjarenraming is € 9.000 Meerjarenbeeld op basis van bestaand beleid bedragen x € 1.000 Jaar

Saldo

Rente

Storting

Onttrekking

Saldo

1 januari

bijschrijven

2022

111

0

0

-28

83

2023

83

0

0

-28

55

2024

55

0

0

-28

27

2025

27

0

0

-28

0

2026

0

0

0

0

0

31 december

Toelichting op het meerjarenbeeld 2022-2026 In de jaren 2022-2026 wordt regulier groot onderhoud uitgevoerd. De kosten daarvan betalen we uit de reserve. Zit er voldoende geld in de reserve?

ja

Moet de reserve aangevuld worden?

nee

Kan de reserve verlaagd worden?

nee

57

Geluid (742016) Beleidsdoel/noodzaak reserve Deze reserve gebruiken we om knelpunten op het terrein van geluidsoverlast op te lossen. Minimaal noodzakelijke omvang einde meerjarenraming De minimaal noodzakelijke omvang aan het einde van de meerjarenraming is € 413.000. Meerjarenbeeld op basis van bestaand beleid bedragen x € 1.000 Jaar

Saldo

Rente

Storting

Onttrekking

Saldo

1 januari

bijschrijven

2022

499

0

0

-86

413

2023

413

0

0

0

413

2024

413

0

0

0

413

2025

413

0

0

0

413

2026

413

0

0

0

413

31 december

Toelichting op het meerjarenbeeld 2022 We hebben de volgende onttrekkingen begroot: -

voor de MER Nieuw Zevenbergen € 71.000

-

voor locatieprofielen € 15.000.

Zit er voldoende geld in de reserve?

ja

Moet de reserve aangevuld worden?

nee

Kan de reserve verlaagd worden?

nee

58

Strategische aankopen (742027) Beleidsdoel/noodzaak reserve Doelstelling Om de ambities van gemiddeld 600 woningen op jaarbasis te realiseren en meer bedrijventerreinen voor o.a. MKB beschikbaar te krijgen wordt op een actief grondbeleid ingezet. Bij een actief grondbeleid houdt de gemeente zelf de regie bij de ontwikkeling. De gemeente verwerft zelf de gronden en voert de grondexploitatie uit. De gemeente heeft hierbij meer inspraak in de kwaliteit en het programma van plannen en het bouwtempo. Bij een actief grondbeleid is een actief aankoopbeleid noodzakelijk om de gewenste grondposities in bezit te krijgen. Het gaat om strategische verwervingen voor uitbreidingslocaties. Voor inbreidingslocaties wordt verwezen naar de reserve binnenstedelijke transformaties. Deze reserve biedt de financiële ruimte en beperkt het financiële risico om de strategische aankopen voor uitbreidingslocaties in een vroeg stadium te kunnen realiseren. Inzet reserve De reserve wordt hierbij voor twee onderdelen ingezet, te weten: a.

Afdekken overwaarde De commissie BBV (Besluit Begroting en Verantwoording) heeft in de notitie Grondbeleid in begroting en jaarstukken (2019) een aantal waarderingsregels voor grondaankopen en vastgoed voorgeschreven. Bij de aankoop van bepaalde gronden en vastgoed behoort de overwaarde te worden afgeboekt. Dit is het verschil tussen de aankoopwaarde en de marktwaarde van de huidige bestemming. Dit beperkt het financiële risico voor de gemeente.

b.

Afdekken rentekosten voorfinanciering

Bij een actief grondbeleid worden de aankopen door de gemeente voorgefinancierd. Het uitgangspunt is om de rentekosten voor de aankoop van warme gronden af te dekken tot het moment dat deze gronden onderdeel worden van BIE (Bouwgrond In Exploitatie). Administratieve verwerking overwaarde Bij potentiële grondexploitaties wordt de afgewaardeerde overwaarde, op grond van fiscale overwegingen, in een (tijdelijke) voorziening afwaardering grondaankopen gestort vanuit deze reserve. Als er voor deze gronden een grondexploitatie (BIE) wordt opgesteld dan worden deze gronden tegen de aankoopwaarde ingebracht. De afgewaardeerde overwaarde wordt dan weer naar deze reserve strategische aankopen terug gestort (revolverend fonds). Dit geschiedt alleen als de (bouw)grond in exploitatie (BIE) wordt genomen. Het startpunt van een BIE is een raadsbesluit met de vaststelling van een grondexploitatie. Indien het niet leidt tot een BIE dan zal afboeking plaatsvinden ten laste van de voorziening. Voeding reserve Het op termijn terug storten van de afgewaardeerde overwaarde creëert middelen voor deze reserve (revolverend fonds). De rentekosten van de voorfinanciering wordt uit deze reserve betaald. Dit betekent dat vooral voor dit deel de reserve op termijn aangevuld behoort te worden. De reserve wordt op basis van de ambities op het gebied wonen en werken geactualiseerd.

Een benodigde aanvulling van deze reserve wordt met voorrang uit de vrijval van ABR verricht. De ABR grondbedrijf wordt gevoed vanuit grondexploitaties en heeft dus een sterk causaal verband met deze reserve.

59

Minimaal noodzakelijke omvang einde meerjarenraming Het bepalen van de benodigde omvang van deze reserve is complex. In 2020 is hiervan een berekening gemaakt. Deze vormt momenteel het uitgangspunt. De waarderingsregels en het afdekken van de rentekosten van de voorfinanciering levert voor de aankoop van de gronden en vastgoed voor woningbouw, bedrijventerreinen en ruilgronden andere berekeningen op. Ruilgronden zijn ook opgenomen omdat deze bij de aankoop van gronden en vastgoed een belangrijke meerwaarde kunnen vervullen om een transactie te kunnen realiseren. Historie In 2021 is voor het eerst gebruik gemaakt van dit instrument. In Ravenstein zijn gronden aangekocht die voor een bedrag van € 376.000 afgewaardeerd zijn. Dit bedrag is in 2021 uit deze reserve onttrokken en gestort in de voorziening bijzondere waardevermindering MVA.

Meerjarenbeeld op basis van bestaand beleid

bedragen x € 1.000 Jaar

Saldo

Rente

Storting

Onttrekking

Saldo

1 januari

bijschrijven

2022

624

0

5.100

0

5.724

2023

5.724

0

0

0

5.724

2024

5.724

0

0

0

5.724

2025

5.724

0

0

0

5.724

2026

5.724

0

0

0

5.724

31 december

Toelichting op het meerjarenbeeld Storting 2022 We storten in 2022 een bedrag van € 5,1 miljoen in deze reserve conform besluitvorming in de Programmabegroting 2022-2025.

Zit er voldoende geld in de reserve?

Ja

Moet de reserve aangevuld worden?

Nee

Kan de reserve verlaagd worden?

Nee

60

Binnenstedelijke transformaties (742046) Beleidsdoel/noodzaak reserve Doelstelling Binnenstedelijke transformaties beogen de leefbaarheid wonen-werken te verbeteren en toekomst bestendig te maken. Hierbij wordt o.a. rekening gehouden met woningbouwambities, energietransitie, bereikbaarheid, klimaatadaptie en bestuurlijke ambities voor specifieke gebiedsontwikkelingen. Bij deze gebiedstransformaties is het uitgangspunt om een sluitende businesscase/grondexploitatie op te stellen. Dit is echter niet altijd mogelijk. De reserve binnenstedelijke transformatie draagt bij om deze binnenstedelijke transformaties dan mogelijk te maken. De binnenstedelijke transformaties gaan gepaard met hoge investeringskosten en lange doorlooptijden. Een deel van de kosten zijn op termijn door de ontwikkeling terug te verdienen en een deel zijn onrendabele toppen. Bij het terug verdienen wordt o.a. naar de mogelijkheden van meer woningbouw, kostenverhaal, samenwerking met private partijen gekeken. Om de onrendabele toppen af te dekken is deze reserve noodzakelijk. Bij het afdekken van deze onrendabele toppen worden ook de mogelijkheden onderzocht van bijdrage/fondsen van o.a. provincie, Rijksoverheid en Europa. Bij deze verzoeken is in beginsel een gemeentelijke bijdrage (cofinanciering) nodig om de onrendabele top mee af te dekken.

De gebiedstransformaties kunnen leiden tot een herinrichting van de openbare ruimte. Als deze kosten niet kunnen worden toegerekend aan de grondexploitatie of kostenverhaal dan worden de kosten uit deze reserve betaald. Het is dus wenselijk om aansluiting te houden met de vervangingsopgave van de openbare ruimte van deze gebieden. De openbare ruimte kan dan wellicht voor een deel van de beschikbare vervangingsgelden van deze openbare ruimte worden betaald. Inzet reserve – instemming raad Als een project wordt voorgedragen om een deel van de kosten uit deze reserve te betalen dan behoort er een globaal inzicht te zijn bij de andere projecten die in deze reserve benoemd zijn. Op deze wijze kan geborgd worden dat de middelen uit deze reserve wordt afgewogen met alle projecten die in aanmerking kunnen komen voor een bijdrage uit deze reserve. De afweging geschiedt bij de Programmabegroting of in een afzonderlijk raadsvoorstel. Minimaal noodzakelijke omvang einde meerjarenraming Omvang Het is op voorhand lastig om de omvang voor deze reserve binnenstedelijke transformatie te bepalen. Voor de gebiedsontwikkelingen van het Euterpepark, Raadhuislaan, belastingkantoor en zwembadlocatie is op basis van kengetallen heel grof berekend dat het gaat om een bedrag van circa € 45 miljoen.

Deze kosten kunnen op basis van de huidige inzichten heel beperkt aan een grondexploitatie worden toegerekend en/of via kostenverhaal worden verhaald. Om onze opgave op dit gebied te realiseren gaan we een bijdrage van het Rijk en/of provincie aanvragen. Bij deze verzoeken is co-financiering (gemeentelijke bijdrage) nodig. Onze cofinanciering willen we betalen uit de reserve binnenstedelijke transformaties. Deze reserve wordt met € 10 miljoen aangevuld om een bijdrage te leveren aan het realiseren van de gebiedsontwikkelingen van Euterpepark, Raadhuislaan Zuid, belastingkantoor, zwembadlocatie en Schadewijk benoemd. Uitgaande hiervan hebben we voor 45% co-financiering voor de gebiedsontwikkelingen Euterpepark, Raadhuislaan, belastingkantoor en zwembadlocatie. Voor Schadewijk worden de bestaande wegen, trottoirs en riolering vernieuwd. Hiervan is geen indicatie bekend en is niet bekend wat we kunnen verhalen. Ons co-financiering aandeel is dus voor alle projecten wat lager.

61

Meerjarenbeeld op basis van bestaand beleid bedragen x € 1.000 Jaar

Saldo

Rente

Storting

Onttrekking

Saldo

1 januari

bijschrijven

2022

0

0

10.000

0

10.000

2023

10.000

0

0

0

10.000

2024

10.000

0

5.000

0

15.000

2025

15.000

0

5.000

0

20.000

2026

20.000

0

0

0

20.000

31 december

Toelichting op het meerjarenbeeld 2022 In de PB 2022-2025 is besloten om deze met een bedrag van € 10 miljoen te voeden vanuit de vrijval van de ABR (Algemene BedrijfsReserve) grondbedrijf. 2024 en 2025 In de Programmabegroting 2023-2025 wordt een bedrag van € 5 miljoen in 2024 en 2025 toegevoegd (nieuw beleid). Zit er voldoende geld in de reserve?

nee

Moet de reserve aangevuld worden?

ja en het is essentieel dat we partners (o.a. Rijk en provincie) vinden die bijdragen aan het realiseren van de doelstellingen op dit gebied

Kan de reserve verlaagd worden?

nee

62

Bovenwijkse voorzieningen (742047) Beleidsdoel/noodzaak reserve Doelstelling reserve Met deze reserve willen we sparen om de ambities op het gebied van de bovenwijkse voorzieningen te kunnen uitvoeren. De ambities op dit gebied zijn het "mobiliteitsplan in voorbereiding", fase 3 van de Noordelijke Randweg en een ontsluitingsweg Oss West. Deze ambities gaan we betalen uit de inkomsten van de bijdrage bovenwijkse voorzieningen, vrijval ABR gelden en inzet gelden reserve mobiliteit. De bijdrage voor bovenwijkse voorzieningen wordt met ingang van het jaar 2022 ingevoerd. Dit geschiedt op basis van de nota kostenverhaal. Hierin is opgenomen dat voor projecten waarbij nieuw vastgoed wordt ontwikkeld een bijdrage voor bovenwijkse voorzieningen wordt betaald. Deze projecten betalen op basis van het PPT criteria (Profijt, Proportionaliteit en Toerekenbaarheid) mee aan de aanleg van bovenwijkse voorzieningen (voorzieningen op het gebied van infrastructuur). Tevens wordt een deel van de vrijval ABR gelden en de reserve mobiliteit ingezet om deze ambities te kunnen betalen. Deze inkomsten worden in deze reserve verantwoord en ingezet om de aanleg van de genoemde bovenwijkse voorzieningen mogelijk te maken.

Minimaal noodzakelijke omvang einde meerjarenraming Bestemming en omvang reserve De ambities op het gebied van wonen en werken hebben consequenties voor de bereikbaarheid en infrastructuur van onze stad. Om de effecten van de woningbouwambities op het wegennet te beoordelen is een robuustheidtoets (Goudappel, juni 2021) uitgevoerd. Dit laat een toename van het verkeer zien wat mogelijk tot knelpunten in de verkeersafwikkeling (file) zal leiden. Dit betekent dat opwaardering van het bestaande wegennet of uitbreiding van de infrastructuur nodig is om de woningbouwontwikkeling aan de westzijde van de stad mogelijk te maken. In een vervolgstudie wordt onderzocht wat de beste oplossing is voor de stad (ontsluitingsweg Oss West). Bij fase 3 van de Noordelijke randweg is eveneens een vervolgstudie nodig vanwege de scenario’s van de ontsluiting voor het gebied Oss West. Er wordt een koersdocument mobiliteit (mobiliteitsvisie) opgesteld. Daarna wordt het koersdocument uitgewerkt in een mobiliteitsprogramma en een uitvoeringsprogramma. In de nota kostenverhaal is rekening gehouden met een eerste investeringsbedrag van € 2 miljoen. Op basis van een geactualiseerde grove berekening -vooral als gevolg van de prijsstijgingen- worden deze bovenwijkse voorzieningen geraamd op circa € 50 miljoen.

In dit bedrag is rekening gehouden met een investeringsbedrag van € 2 miljoen voor het mobiliteitsprogramma De vervolgstudies en de gekozen oplossingsrichtingen zullen tot een aanpassing van het bedrag leiden. Bij de actualisatie van deze reserve worden de ontwikkelingen en de cijfers geactualiseerd. Aanvullende voeding reserve De bijdrage bovenwijkse voorzieningen is onvoldoende om de aanleg van deze bovenwijkse voorzieningen mogelijk te maken. Deze reserve wordt daarom ook aangevuld vanuit de vrijval van de ABR (Algemene BedrijfsReserve) grondbedrijf en de reserve mobiliteit.

63

Inzet reserve – instemming raad Het mobiliteitsprogramma met het uitvoeringsprogramma, de plannen voor fase 3 van de Noordelijke Randweg en de nog te kiezen oplossing voor de ontsluitingsweg Oss West worden eerst integraal bij de Programmabegroting afgewogen of in een afzonderlijk raadsvoorstel voorgelegd. Een afzonderlijk raadsvoorstel is alleen mogelijk als er voldoende financiële middelen in deze reserve aanwezig zijn. Hierbij wordt opgemerkt dat de projecten pas aan de gemeenteraad kunnen worden voorgelegd op het moment dat de storting in deze reserve daadwerkelijk gerealiseerd is. Dit betekent in de praktijk dat de bijdragen voor de bovenwijkse voorzieningen is betaald en winsten van het grondbedrijf (vrijval ABR) gerealiseerd zijn. Meerjarenbeeld op basis van bestaand beleid bedragen x € 1.000 Jaar

Saldo

Rente

Storting

Onttrekking

Saldo

1 januari

bijschrijven

2022

0

0

3.874

0

3.874

2023

3.874

0

5.844

0

9.719

2024

9.719

0

883

0

10.602

2025

10.602

0

574

0

11.175

2026

11.175

0

567

0

11.743

31 december

Toelichting op het meerjarenbeeld 2022 We hebben de volgende stortingen begroot: -

vrijval ABR (Algemene BedrijfsReserve grondbedrijf) - PB 2022-2025: € 3.074.000;

-

raming bijdrage bovenwijkse voorzieningen van de BIE's (Bouwgrond In Exploitatie) € 800.403.

2023 We hebben de volgende stortingen begroot: -

vrijval ABR - PB 2023-2026: € 3.379.965;

-

raming bijdrage bovenwijkse voorzieningen van de BIE's (Bouwgrond In Exploitatie) € 232.939;

-

bijdrage mobiliteitsgelden algemene dienst € 250.000 (PB 2022-2025);

-

bijdrage prijsstijging mobiliteitsgelden algemene dienst € 31.250 (PB 2023-2026);

-

bijdrage uit parkeerbedrijf € 245.000 (PB 2022-2025);

-

bijdrage uit reserve mobiliteit € 1.705.000 (PB 2022-2025).

2024 We hebben de volgende storting begroot: -

raming bijdrage bovenwijkse voorzieningen van de BIE's (Bouwgrond In Exploitatie) € 356.961;

-

bijdrage mobiliteitsgelden algemene dienst € 250.000 (PB 2022-2025);

-

bijdrage prijsstijging mobiliteitsgelden algemene dienst € 31.250 (PB 2023-2026);

-

bijdrage uit parkeerbedrijf € 245.000 (PB 2022-2025).

2025 We hebben de volgende storting begroot: -

raming bijdrage bovenwijkse voorzieningen van de BIE's (Bouwgrond In Exploitatie) € 47.426;

-

bijdrage mobiliteitsgelden algemene dienst € 250.000 (PB 2022-2025);

-

bijdrage prijsstijging mobiliteitsgelden algemene dienst € 31.250 (PB 2023-2026);

-

bijdrage uit parkeerbedrijf € 245.000 (PB 2022-2025).

64

2026 We hebben de volgende storting begroot: -

raming bijdrage bovenwijkse voorzieningen van de BIE's (Bouwgrond In Exploitatie) € 40.859;

-

bijdrage mobiliteitsgelden algemene dienst € 250.000 (PB 2022-2025);

-

bijdrage prijsstijging mobiliteitsgelden algemene dienst € 31.250 (PB 2023-2026);

-

bijdrage uit parkeerbedrijf € 245.000 (PB 2022-2025).

2022-2026 De bijdrage van de bovenwijkse voorzieningen uit onze IMVA's (grondexploitaties in voorbereiding) en de bijdrage van derden/ontwikkelaars zijn vanwege de onzekerheid niet in deze ramingen opgenomen. Op het moment dat IMVA wordt omgezet naar een BIE wordt deze in dit overzicht opgenomen. De bijdrage van derden/ontwikkelaars geschiedt op basis van de afgesloten anterieure overeenkomsten. Zit er voldoende geld in de reserve?

nee

Moet de reserve aangevuld worden?

ja

Kan de reserve verlaagd worden?

nee

65

Verbetering fysieke kwaliteit leefomgeving (742048) Beleidsdoel/noodzaak reserve Doelstelling reserve De bijdrage voor bovenwijkse netwerkvoorzieningen is met ingang van het jaar 2022 ingevoerd. Dit geschiedt op basis van de nota kostenverhaal. Met deze reserve willen we sparen om de ambities op het gebied van de verbetering fysieke kwaliteit leefomgeving te kunnen uitvoeren. Dit zijn de ambities op dit gebied van met name de spoorzone, de vergroening van de Noordelijke ontsluitingsweg en Groen, Blauw en Natuur. Deze ambities gaan we betalen uit de inkomsten van de bijdrage bovenwijkse netwerkvoorzieningen, vrijval ABR gelden en inzet gelden reserve mobiliteit. Deze ambities gaan we betalen uit de inkomsten van de bijdrage bovenwijkse netwerkvoorzieningen, vrijval ABR gelden, inzet structurele gelden mobiliteit € 495.000, eenmalige inzet reserve mobiliteit en een structureel bedrag van € 750.000 vanuit de Programmabegroting 2022-2025. In de nota kostenverhaal is opgenomen dat voor projecten waarbij nieuw vastgoed wordt ontwikkeld een bijdrage voor bovenwijkse netwerkvoorziening betalen. Deze projecten betalen allemaal een bijdrage. Het is een publiekrechtelijk afdwingbare vordering. De onderbouwing hiervoor behoort in een structuurvisie/omgevingsvisie of –programma te worden vastgelegd.

Het gaat hierbij om de verbetering van de fysieke kwaliteit leefomgeving op het gebied van landschappelijke waarden, natuur en netwerkvoorzieningen. Netwerkvoorzieningen betreffen investeringen op het gebied van de infrastructuur openbare ruimte waarvan de gehele gemeente profijt heeft. Deze inkomsten worden in deze reserve verantwoord en vervolgens ingezet om de fysieke kwaliteit leefomgeving te verbeteren. Minimaal noodzakelijke omvang einde meerjarenraming Bestemming en omvang reserve Bij de ambities op het gebied van Groen, Blauw en Natuur gaat het om o.a. uitbreiding van natuur en verbetering biodiversiteit. De vergroening Noordelijke ontsluitingsweg is een afzonderlijk project. Projecten op dit gebied werden in het verleden betaald uit de reserve groenfonds landelijk gebied. Deze reserve werd o.a. gevoed vanuit een bijdrage van € 5 per m2 voor uitleglocaties woningbouw. Deze bijdrage is vervallen. De bijdrage voor de verbetering fysieke kwaliteit leefomgeving is hiervoor in de plaats gekomen. Rekening houdend met de stand van de reserve landelijke groenfonds is voor de periode 2022 tot en met 2031 een aanvulling nodig van € 1,3 miljoen. De reserve landelijke groenfonds heeft dan € 1,8 miljoen te besteden aan Groen, Blauw en Natuur voor de periode 2022-2030 en voor de vergroening van de Noordelijke ontsluitingsweg.

Voor de ambities van de spoorzone gaan we vooralsnog uit van een eigen gemeentelijke bijdrage van € 125 miljoen. Het Rijk en provincie zullen hierbij eveneens een hele grote bijdrage behoren te verrichten. Een nog op te stellen spoorvisie zal meer duidelijkheid geven over de richting van de spoorplannen. Het vergt een hele grote financiële inspanning van de gemeente om deze ambities te kunnen realiseren. Met deze reserve willen we een aanvang maken om gelden vrij te maken om deze ambities te kunnen realiseren. Het traject wat hiermee wordt ingezet is een traject van een lange adem. De opzet is om het benodigde bedrag van € 125 miljoen te sparen op een termijn 15 jaar waarin ook de uitvoering van de plannen ter hand zijn genomen. Actualisatie cijfers De cijfers worden om de 4 jaar bij de nota kostenverhaal geactualiseerd. Deze bedragen zijn namelijk ook onderdeel van de berekening van de bijdrage bovenwijkse netwerkvoorzieningen. De cijfers worden eveneens geactualiseerd als hieraan behoefte is en/of de plannen wat concreter worden.

66

Inzet reserve – instemming raad De ambities van het nog op te stellen Groen, Blauw, en Natuur, vergroening van de Noordelijke ontsluitingsweg en de spoorzone (verkenning spoorzone) behoren nog verder uitgewerkt te worden. Deze plannen worden met een uitvoeringsagenda altijd eerst integraal bij de Programmabegroting afgewogen of in een afzonderlijk raadsvoorstel voorgelegd. Een afzonderlijk raadsvoorstel is alleen mogelijk als er voldoende financiële middelen in deze reserve aanwezig is. Hierbij wordt opgemerkt dat de projecten pas aan de gemeenteraad kunnen worden voorgelegd op het moment dat de storting in deze reserve daadwerkelijk gerealiseerd is. Dit betekent in de praktijk dat de bijdragen voor verbetering fysieke kwaliteit leefomgeving is betaald en winsten van het grondbedrijf (vrijval ABR) gerealiseerd zijn. Meerjarenbeeld op basis van bestaand beleid bedragen x € 1.000 Jaar

Saldo

Rente

Storting

Onttrekking

Saldo

1 januari

bijschrijven

2022

0

0

595

0

595

2023

595

0

166

0

761

2024

761

0

362

0

1.123

2025

1.123

0

977

0

2.100

2026

2.100

0

961

0

3.061

31 december

Toelichting op het meerjarenbeeld 2022 - 2026 Toelichting op bijdrage bovenwijkse netwerkvoorzieningen De stortingen in deze jaren hebben alleen betrekking op de bijdrage van de bovenwijkse netwerkvoorzieningen voor de lopende grondexploitaties (BIE's - Bouwgrond In Exploitatie). Op basis van de woningen in deze grondexploitaties kunnen deze goed worden ingeschat. De bijdrage van de bovenwijkse netwerkvoorzieningen uit onze IMVA's (grondexploitaties in voorbereiding) en de bijdrage van derden/ontwikkelaars zijn vanwege de onzekerheid niet in deze ramingen opgenomen. Op het moment dat de IMVA wordt omgezet naar een BIE wordt deze in dit overzicht opgenomen. De bijdrage van derden/ontwikkelaars geschiedt op basis van de afgesloten anterieure overeenkomsten. 2022 De storting in 2022 is als volgt opgebouwd: a. bijdrage vanuit BIE's 2022 € 594.615. 2023 De storting in 2023 is als volgt opgebouwd: a. bijdrage vanuit BIE's 2023 € 166.222. 2024 De storting in 2024 is als volgt opgebouwd: a. bijdrage vanuit BIE's 2024 € 362.381.

67

2025 De storting in 2025 is als volgt opgebouwd: a. bijdrage vanuit BIE's 2025 € 133.453; b. bijdrage vanuit PB 2022-2025 € 750.000; c. prijsstijging 2023 - PB 2023-2026 € 93.750. 2026 De storting in 2026 is als volgt opgebouwd: a. bijdrage vanuit BIE's 2026 € 117.000; b. bijdrage vanuit PB 2022-2025 € 750.000; c. prijsstijging 2023 - PB 2023-2026 € 93.750.

Zit er voldoende geld in de reserve?

nee

Moet de reserve aangevuld worden?

ja

Kan de reserve verlaagd worden?

nee

68

Volkshuisvesting (742021) Beleidsdoel/noodzaak reserve Deze reserve is bedoeld om initiatieven op het gebied van volkshuisvesting te kunnen betalen. Zoals we hierna ook aangeven heffen we de reserve woninggebonden subsidies op en voegen we die samen met deze reserve. Daarmee gebruiken we deze reserve voortaan ook om de jaarlijkse beheerkosten van duurzaamheidsleningen te betalen. Minimaal noodzakelijke omvang einde meerjarenraming De minimaal noodzakelijke omvang aan het einde van de meerjarenraming is € 305.000. Meerjarenbeeld op basis van bestaand beleid bedragen x € 1.000 Jaar

Saldo

Rente

Storting

Onttrekking

Saldo

1 januari

bijschrijven

2022

296

0

0

-10

286

2023

286

0

0

0

286

2024

286

0

0

0

286

2025

286

0

0

0

286

2026

286

0

0

0

286

31 december

Toelichting op het meerjarenbeeld 2022 We hebben de volgende onttrekkingen begroot: -

Voor het project gevelverbetering afgerond € 10.000.

Zit er voldoende geld in de reserve?

ja

Moet de reserve aangevuld worden?

nee

Kan de reserve verlaagd worden?

nee

69

Omgevingswet (742045) Beleidsdoel/noodzaak reserve We reserveren een bedrag voor de implementatie van de omgevingsvisie/ - wet. Dit is nodig voor: -

In 2022 zijn we gestart we met het omzetten van bestemmingsplannen naar omgevingsplannen. De gemeente heeft onverkort de Rijksregels overgenomen maar na 2022 gaan we de regelgeving meer aanpassen aan de lokale situatie in Oss. Dit heeft gevolgen voor de taakvelden Milieu, Riolering, Mobiliteit en Groen, Water en Ecologie. Verwacht wordt dat na een paar jaar de hoeveelheid werk afneemt door ervaring. De afstemming tussen rijksregels en eigen wet- en regelgeving zorgt voor tijdelijke extra werk.

-

Er moeten toepasbare regels worden opgesteld. Vanaf de invoeringsdatum sluiten gemeente verplicht aan bij het landelijke DSO (Digitaal stelsel omgevingswet). Voor de publicatie van plannen en voor het aanvragen van vergunningen en doen van meldingen. Gemeenten moeten er voor zorgen dat de eigen informatie via het loket zichtbaar is én actueel blijft. Het is de bedoeling van inwoners zoveel mogelijk zelf via het loket kunnen checken of een vergunning nodig is en welke vereisten daaraan gesteld worden. Dat kan door het invoeren van zogenaamde vragenbomen of toepasbare regels. Naarmate wij ons omgevingsplan ontwikkelen, kunnen we ook meer regels omzetten in toepasbare regels zodat de dienstverlening zo optimaal mogelijk is (natuurlijk blijft persoonlijk contact ook mogelijk).

-

Voor het opstellen van het Omgevingsplan is voor de periode van twee jaar extra capaciteit noodzakelijk.

Minimaal noodzakelijke omvang einde meerjarenraming De minimaal noodzakelijke omvang aan het einde van de meerjarenraming is € 0. Meerjarenbeeld op basis van bestaand beleid bedragen x € 1.000 Jaar

Saldo

Rente

Storting

Onttrekking

Saldo

1 januari

bijschrijven

2022

0

0

1.857

-383

1.475

2023

1.475

0

0

-606

869

2024

869

0

0

-141

728

2025

728

0

0

0

728

2026

728

0

0

0

728

31 december

Toelichting op het meerjarenbeeld 2022 en verder We storten in 2022 een bedrag van € 1.129.000 in de reserve voor kosten ter voorbereiding van de Omgevingsvisie en de Omgevingswet. Het Rijk draagt € 150 miljoen bij aan de transitiekosten gekoppeld aan de invoering van de omgevingswet. Dit is voor ons een bedrag van € 728.000. We storten dit in deze reserve. We onttrekken deze middelen in de jaren 2022 tot en met 2024 voor capaciteit binnen de afdelingen IBOR en RO om de werkzaamheden te kunnen uitvoeren. Zit er voldoende geld in de reserve?

ja

Moet de reserve aangevuld worden?

nee

Kan de reserve verlaagd worden?

nee

70

Woonwagens (742039) Beleidsdoel/noodzaak reserve We willen de reserve 'Brutering Woonwagens' aanpassen naar de reserve 'Woonwagens'. De reserve brutering woonwagens is gevormd op basis van de Regeling afkoop geldelijke steun woonwagens en standplaatsen. We hebben daarvoor een afkoopsom van het rijk gekregen. Daarmee heeft het rijk de langlopende verplichtingen rondom kapitaallasten en onderhoud van woonwagens afgekocht. We hadden deze afkoopsom in deze reserve gestort. Voorheen hebben we de reserve ingezet om de kapitaallasten en onderhoudskosten van woonwagens en standplaatsen voor een deel af te dekken. Het bedrag is echter niet meer nodig voor de kapitaallasten en onderhoudskosten. Daarom willen we het bedrag reserveren voor woonwagens algemeen. Minimaal noodzakelijke omvang einde meerjarenraming De benodigde omvang is € 448.000. Meerjarenbeeld op basis van bestaand beleid bedragen x € 1.000 Jaar

Saldo

Rente

Storting

Onttrekking

Saldo

1 januari

bijschrijven

2022

151

0

350

0

501

2023

501

0

0

0

501

2024

501

0

0

0

501

2025

501

0

0

0

501

2026

501

0

0

0

501

31 december

Toelichting op het meerjarenbeeld 2022 We hebben de volgende stortingen begroot: In 2022 wordt een bedrag van € 350.000 beschikbaar gesteld om extra standplaatsen te realiseren, zoals opgenomen in het coalitieakkoord 2018. Zit er voldoende geld in de reserve?

ja

Moet de reserve aangevuld worden?

nee

Kan de reserve verlaagd worden?

nee

71

Beheerkosten startersleningen (742022) Beleidsdoel/noodzaak reserve Deze reserve gebruiken we om de beheerkosten van de startersleningen te betalen en de risico’s daarvan af te dekken. Verder storten we de bijdragen van de verkopers in deze reserve. De startersleningen zijn bedoeld om de (koop-)woningmarkt een impuls te geven. Minimaal noodzakelijke omvang einde meerjarenraming De minimaal noodzakelijke omvang aan het einde van de meerjarenraming is € 873.000. Meerjarenbeeld op basis van bestaand beleid bedragen x € 1.000 Jaar

Saldo

Rente

Storting

Onttrekking

Saldo

1 januari

bijschrijven

2022

849

0

0

0

849

2023

849

0

0

0

849

2024

849

0

0

0

849

2025

849

0

0

0

849

2026

849

0

0

0

849

31 december

Toelichting op het meerjarenbeeld 2022 en verder We hebben geen stortingen of onttrekkingen geraamd. Onttrekkingen boeken we op het eind van het jaar. Onttrekkingen zijn afhankelijk van de hoogte van het totaalbedrag leningen op 31 december dit jaar. Stortingen komen niet meer voor omdat de startersleningenregeling is gestopt. Zit er voldoende geld in de reserve?

ja

Moet de reserve aangevuld worden?

nee

Kan de reserve verlaagd worden?

nee

72

Meekoppelkansen dijkversterking Maas (742040) Beleidsdoel/noodzaak reserve Deze reserve is bedoeld voor het financieren van meekoppelkansen rondom de waterveiligheid van de Maas. Plannen voor de verbetering van de waterveiligheid van de Maas worden de komende jaren in integrale gebiedsopgaven voorbereid. Hiervoor hebben we ingestemd met een bestuursovereenkomst voor het koploperproject Ravenstein-Lith. Voor Oss zijn er belangrijke meekoppelkansen, zoals het verbeteren van de toegang tot de haven in het Burgemeester Delenkanaal tussen de Maas en de sluis bij Macharen. Daarnaast is het koploperproject een impuls voor de vrijetijdseconomie in de zone langs de Maas en ondersteunt het een strategie voor de bakenbomen. Met het beschikbaar stellen van deze middelen zullen andere projectpartners extra middelen inbrengen waardoor de opbrengsten van onze bijdrage naar verwachting sterk vermeerderd worden. Minimaal noodzakelijke omvang einde meerjarenraming De minimaal noodzakelijke omvang aan het einde van de meerjarenraming is € 2.600.000. Meerjarenbeeld op basis van bestaand beleid bedragen x € 1.000 Jaar

Saldo

Rente

Storting

Onttrekking

Saldo

1 januari

bijschrijven

2022

1.800

0

0

0

1.800

2023

1.800

0

400

0

2.200

2024

2.200

0

0

0

2.200

2025

2.200

0

400

0

2.600

2026

2.600

0

0

0

2.600

31 december

Toelichting op het meerjarenbeeld 2022 en 2024 We stellen voor om voor de versterking van de dijk langs de Maas in 2023 en 2025 een bedrag van € 400.000 te storten in de reserve Meekoppelkansen dijkversterking Maas. Met partners versterken we de dijk langs de maas. Voor het traject Cuijk-Ravenstein storten we in 2023 een bedrag van € 400.000 in de reserve en voor het traject Lith-Bokhoven, dat later start, storten we in 2025 een bedrag van € 400.000 in de reserve. Voor onze gemeente is de dijkversterking langs de Maas letterlijk van levensbelang. Het versterken van de dijk biedt daarnaast ook kansen voor gebiedsontwikkelingen met natuur en recreatie. Voor het dijktraject Ravenstein-Lith (Meanderende Maas) is reeds € 1,8 miljoen beschikbaar gesteld in een reserve. Voor de andere twee dijktrajecten is het ook noodzakelijk om middelen te reserveren om de dijkversterking en de kansrijke gebiedsontwikkelingen voor onze gemeente mede te financieren. Op basis van de voorlopige begroting voor de dijktrajecten, is het voorstel om tweemaal € 400.000 toe te voegen aan de reserve. De naam van reserve was ‘Koplopersproject Ravenstein-Lith’. Dit willen we aanpassen naar ‘Meekoppelkansen dijkversterking Maas’. Zit er voldoende geld in de reserve?

ja

Moet de reserve aangevuld worden?

nee

Kan de reserve verlaagd worden?

nee

73

Ontwikkeling Geffense plas (742043) Beleidsdoel/noodzaak reserve We zetten in op het realiseren van een hoogwaardig concentratiepunt voor recreatie van de Geffense Plas. We hebben de erfpacht beëindigd met de vorige uitbater en de opstallen overgenomen. We geven deze speerpuntlocatie opnieuw uit om nieuwe en betere recreatieve voorzieningen mogelijk te maken. We dekken de eenmalige kosten voor de vergoeding voor bedrijfsbeëindiging en bijkomende kosten uit de reserve. Voor de periode dat we als gemeente de opstal in eigendom hebben missen we erfpachtopbrengsten en berekenen we kapitaallasten over de opstallen. Ook deze dekken we uit deze reserve. Minimaal noodzakelijke omvang einde meerjarenraming De minimaal noodzakelijke omvang aan het einde van de meerjarenraming bedraagt nihil. Meerjarenbeeld op basis van bestaand beleid bedragen x € 1.000 Jaar

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Oss&id=bcff7ad1-4052-4125-a141-ab2becb453ae