Nota reserves 2022 def (2).DOCX
Tekst van het document
Nota reserves 2022
1
Inhoudsopgave Samenvatting
4
Overzichten reserves
7
ALGEMENE RESERVES
8
Algemene vrije reserve (740001)
9
Algemene reserve risico's grondbedrijf (740002)
10
RESERVES DEKKING ALGEMENE DIENST
12
Afloop gaswinstuitkering Maaslandgas (741001)
13
Deposito BNG inzake opheffing HNG (741002)
14
Gemeentehuis (743001)
15
BESTEMMINGSRESERVES
16
Wonen, welzijn en zorg (742002)
17
Beschermd Wonen (742003)
18
Opvang Vluchtelingen (742053)
20
Onderwijshuisvesting (742004)
21
Huisvestingskosten Schoolgebouwen (743002)
22
Participatiebevordering (742038)
23
Integraal Voorzieningenbeleid (742005)
25
Verduurzaming maatschappelijk vastgoed ( 742056)
27
Lievekamp (742050)
28
Carnavalsloodsen (742006)
29
Integraal uitvoeringsprogramma (IUP) (742011)
30
Baggeren Haven (742049)
33
Egalisatie rioolbeheer (742008)
34
Onderhoud natuurgebieden (742014)
35
Afvalstoffenheffing (742015)
36
Groenfonds landelijk gebied (742017)
37
Klimaatadaptatie (742054)
39
Aankoop gronden Maashorst (742042)
40
Bodemsanering (742018)
41
Ontwikkeling windpark (742026)
42
Investeringsfonds Duurzaamheid (742020)
43
Quick wins binnenhavens (742029)
44
Beleidsdoel/noodzaak reserve
44
Economie (742028)
45
Wal Kwartier en omgeving (742024)
47
Investeringsfonds Stadshart Oss (742025)
50
Heesch-West (742030)
52
Mobiliteit (742010)
53 2
Parkeren (742009)
55
Openbare verlichting (742012)
57
Geluid (742016)
58
Strategische aankopen (742027)
59
Binnenstedelijke transformaties (742046)
61
Bovenwijkse voorzieningen (742047)
63
Verbetering fysieke kwaliteit leefomgeving (742048)
66
Volkshuisvesting (742021)
69
Omgevingswet (742045)
70
Woonwagens (742039)
71
Beheerkosten startersleningen (742022)
72
Meekoppelkansen dijkversterking Maas (742040)
73
Ontwikkeling Geffense plas (742043)
74
Versterken gemeentelijke dienstverlening (742052)
75
Gemeentehuis toekomst bestendig (742057)
77
ICT (742031)
78
WGA (742032)
80
Reserve WW-lasten (742019)
81
Organisatie ontwikkelingen (742033)
82
Wachtgeld wethouders (742034)
85
E-dienstverlening (742036)
86
Adviezen fiscaal gebied (742037)
87
Vennootschapsbelasting (742044)
88
Egalisatie renteomslag (742041)
89
Budgetoverheveling (742001)
90
RESERVES DEKKING AFSCHRIJVINGSLASTEN
91
Reserves dekking afschrijvingslasten
92
Bijlage 1 – Overzicht reserves
94
3
Samenvatting Inleiding In onze financiële verordening (artikel 212 van de Gemeentewet) staat dat we elk jaar een nota reserves opstellen. Dat doen we altijd tegelijk met de programmabegroting, zodat de bestuurlijke processen van deze producten op elkaar aansluiten. De nota reserves geeft inzicht in het doel, het meerjarig verloop en de omvang van de reserves. Soorten reserves De reserves zijn het eigen vermogen van de gemeente. Het BBV (Besluit Begroting en Verantwoording) onderscheidt twee soorten reserves: -
algemene reserves
-
bestemmingsreserves
De algemene reserves zijn bedoeld voor het opvangen van risico's en incidentele tekorten zoals jaarrekeningtekorten. De algemene reserve is de financiële buffer van de gemeente. Bestemmingsreserves zijn geoormerkt voor een bepaalde doelstelling. We onderscheiden twee soorten bestemmingsreserves: 'gewone' bestemmingsreserves en bestemmingsreserves voor de afdekking van afschrijvingslasten. Een aantal reserves zijn egalisatiereserves. Hiermee vangen we schommelingen op in kosten en opbrengsten op bepaalde activiteiten. In deze nota zijn de stortingen en onttrekkingen begroot op basis van het verwachte saldo op de bijbehorende activiteiten zoals deze in de programmabegroting 2021-2024 zijn geraamd. Bij de jaarrekening verwerken we de stortingen of onttrekkingen op dit soort reserves op basis van het werkelijke saldo op de betreffende activiteiten. Rente We schrijven alleen rente bij op de algemene reserves en op de bestemmingsreserves voor de afdekking van afschrijvingslasten. Daarmee zorgen we ervoor dat deze reserves op peil blijven. We gebruiken de volgende rentepercentages voor de diverse reserves: -
1,5% voor de algemene reserve.
-
1,09% voor de algemene bedrijfsreserve van het grondbedrijf (ABR). Dit percentage is gekoppeld aan het rentepercentage dat we aan grondcomplexen toerekenen. Dit was voor het jaar 2022 1,16%.
Voor de bestemmingsreserves voor de afdekking van investeringslasten rekenen we geen rente meer toe. We halen uit deze reserve alleen nog maar de jaarlijkse afschrijvingslasten. Wijzigingen reserves We hebben een aantal reserves gewijzigd: -
De reserve Koploperstraject Ravenstein-Lith hebben we hernoemd naar Meekoppelkansen dijkversterking Maas.
-
De reserve Huisvestingskosten schoolgebouwen is verplaatst van reserves ter afdekking van de kapitaallasten naar de bestemmingsreserve.
-
De reserve Gemeentehuis is verplaatst van reserves ter afdekking van de kapitaallasten naar reserves ter dekking van de algemene dienst.
Vervallen reserves Met ingang van 1 januari 2023 kunnen de volgende reserves vervallen: -
De reserve onderhoud natuurgebieden.
-
De reserve Aankoop gronden Maashorst
In de reservestaten verderop staat een uitgebreide toelichting. 4
Nieuwe reserves In 2022 hebben we de volgende nieuwe reserves gevormd: -
Opvang Vluchtelingen
-
Verduurzaming maatschappelijk vastgoed
-
Klimaatadaptatie
-
Binnenstedelijke transformaties
-
Versterken gemeentelijke dienstverlening
-
Gemeentehuis toekomst bestendig
In de reservestaten verderop staat een uitgebreide toelichting. Voorstel (wijzigingen in) toevoegingen en onttrekkingen Deze nota reserves bevat een aantal (wijzigingen in) toevoegingen en onttrekkingen aan reserves die de gemeenteraad nog niet heeft vastgesteld. Deze hebben we allemaal als voorstel in de programmabegroting 2023–2026 opgenomen. Ontwikkelingen reserves De volgende tabel laat de meerjarige ontwikkeling van de reserves zien. Een gedetailleerd overzicht per reserve staat in de afzonderlijke reservestaatjes hierna en in de bijlage aan het eind. Bedragen x € 1.000 Omschrijving
Begin 2022 Begin 2023 Begin 2024 Begin 2025 Begin 2026
Algemene reserves
56.728
39.640
35.153
36.404
38.769
Reserves ter dekking van de algemene dienst
23.842
21.636
19.537
17.598
15.764
Bestemmingsreserves
78.660
111.352
108.770
120.457
136.132
12.403
12.676
13.903
14.167
14.053
171.633
185.303
177.363
188.626
204.718
Bestemmingsreserves voor de afdekking van afschrijvingslasten Totaal reserves
Algemene reserves De algemene reserves blijven redelijk constant op een niveau van rond € 40 miljoen. Dit is uiteraard nog wel afhankelijk van besluitvorming en inzet van de algemene reserve voor het "noodfonds". Hieronder vallen de algemene vrije reserve en de algemene reserve risico's grondbedrijf (ABR). De algemene reserve voldoet elk jaar minimaal aan de norm van 10% van de algemene uitkering (afgerond € 21,6 miljoen). In 2023 zetten we de algemene reserve in voor Proeftuin Ruwaard € 200.000 en voor de Omgevingswet en -visie: € 228.000. De algemene bedrijfsreserve is op 1 januari 2023 circa € 8,6 miljoen groot. Deze reserve wordt in 2023 voor een bedrag van afgerond € 3,4 miljoen afgeroomd (voorstel programmabegroting). In 2022 wordt een bedrag van € 18,2 miljoen afgeroomd. Reserves ter dekking van de algemene dienst Deze reserves dalen van € 23,8 miljoen in 2022 naar € 15,8 miljoen in 2026. De daling zit vooral in de reserve afloop gaswinstuitkering Maaslandgas. Met het geld in deze reserve vangen we het vervallen van de
5
dividenduitkering van NV Maaslandgas stapsgewijs op. Daarnaast zetten we de reserve gemeentehuis jaarlijks in om de investeringskosten van de eerder uitgevoerde renovatie af te dekken (jaarlijks circa € 600.000). Bestemmingsreserves De bestemmingsreserves stijgen per saldo van € 79 miljoen naar € 136 miljoen. De mutatie van de reserves zijn heel wisselend. We lichten de grootste hieronder toe. De reserves met de grootste stijgingen zijn: -
Opvang vluchtelingen: € 6 miljoen;
-
Verduurzaming vastgoed: € 3,8 miljoen;
-
Reserve mobiliteit: € 22 miljoen;
-
Binnenstedelijke transformaties: € 20 miljoen;
-
Strategische aankopen: € 5,1 miljoen;
-
Bovenwijkse voorzieningen: € 12 miljoen;
-
Verbetering fysieke kwaliteit leefomgeving: € 3 miljoen;
-
Baggeren Haven: € 1,5 miljoen.
De reserves met de grootste dalingen zijn: -
Participatiebevordering: € 1,6 miljoen
-
IVB: € 3,4 miljoen
-
Baggeren haven: € 2,3 miljoen
-
Afvalstoffenheffing: € 2 miljoen
Bestemmingsreserves voor de afdekking van afschrijvingslasten De reserves voor de afdekking van afschrijvingslasten laten een licht dalend verloop zien. Dit hangt samen met de afnemende boekwaarde van de bijbehorende investeringen.
6
Overzichten reserves
7
ALGEMENE RESERVES
8
Algemene vrije reserve (740001) Beleidsdoel/noodzaak reserve De reserve is bestemd voor het opvangen van algemene risico’s en fluctuaties in de rekeningresultaten. Minimaal noodzakelijke omvang einde meerjarenraming De norm voor de algemene reserve is 10% van de algemene uitkering uit het gemeentefonds. Op basis van de meicirculaire 2022 is deze norm afgerond € 21,6 miljoen. Dit is inclusief het sociaal domein. De algemene reserve is ruim € 32 miljoen groot. Meerjarenbeeld op basis van bestaand beleid bedragen x € 1.000 Jaar
Saldo
Rente
Storting
Onttrekking
Saldo
1 januari
bijschrijven
2022
32.332
485
0
-1.738
31.079
2023
31.079
466
0
-428
31.117
2024
31.117
467
0
-200
31.384
2025
31.384
471
0
-200
31.655
2026
31.655
475
0
0
32.129
31 december
Toelichting op het meerjarenbeeld Aanpassing beginsaldo 2022 Het beginsaldo van 2022 van € 23.585.000 is verhoogd met de saldobestemming vanuit de jaarrekening 2021. Dit betrof een bedrag van € 7.748.000. 2022 De onttrekking van € 1.865.000 bestaat uit: -
Transformatieagenda Jeugdhulp: € 887.000
-
Voorbereidingskosten Raadhuislaan Zuid/Zuiderstrandtheater: € 750.000
-
€ 100.000 voor het verlagen van de eigen bijdrage voor de proeftuin Ruwaard
2023 tot en met 2025 We hebben de volgende onttrekkingen begroot: -
2023: Omgevingswet en -visie: € 228.000
-
2023-2025 € 200.000 voor het verlagen van de eigen bijdrage voor de proeftuin Ruwaard
Zit er voldoende geld in de reserve?
ja
Moet de reserve aangevuld worden?
nee
Kan de reserve verlaagd worden?
ja
9
Algemene reserve risico's grondbedrijf (740002) Beleidsdoel/noodzaak reserve Deze algemene reserve (ABR) is specifiek bestemd voor de risico's die zich binnen het grondbedrijf voordoen. Dat kunnen project specifieke risico’s (een vervuiling in de grond) of conjuncturele risico’s (een hogere rente of een lagere grondprijs) zijn. Vanwege de omvangrijke kasstromen en risico's die met grondexploitaties zijn gemoeid hebben we besloten tot deze speciale algemene reserve. Bij het najaarsbericht grondbedrijf 2018 hebben we de Monte-Carlomethode voor risicomanagement binnen het grondbedrijf vastgesteld. Hiermee is een eenduidig risicobeleid gerealiseerd waarbij we alle risico's van de grondexploitaties meenemen in plaats van verspreiding op diverse plaatsen. Op basis van geactualiseerde berekening bij het Najaarsbericht en MPG wordt de minimale omvang van de algemene reserve (ABR) bepaald. We beperken ons in principe tot één risicoreserve voor het grondbedrijf. Minimaal noodzakelijke omvang einde meerjarenraming Op basis van die risicomethode is de minimale ondergrens van de ABR per 1 januari 2022 op € 5,4 miljoen berekend. De verwachting is dat de stand van de ABR op 1 januari 2022 uit zal komen op € 23,9 miljoen. We stellen voor om in 2022 € 18,2 miljoen af te romen bij de programmabegroting 2022-2025.
Ieder jaar bezien we bij de begroting op basis van geactualiseerde cijfers wat de minimale ondergrens moet zijn en welk bedrag in desbetreffend begrotingsjaar kan worden afgeroomd. Indien bij de jaarrekening blijkt dat de afroming te hoog is ingeschat dan kan de minimale omvang van de reserve tijdelijk onder het minimum uitkomen en zal dit een drukkend effect hebben op de toekomstige afromingen. Voor de verliesgevende grondexploitaties inclusief Heesch West hebben we een verliesvoorziening gevormd. Daarnaast kennen we ook nog een risicoreserve Heesch West. Meerjarenbeeld op basis van bestaand beleid bedragen x € 1.000 Jaar
Saldo
Rente
Storting
Onttrekking
Saldo
1 januari
bijschrijven
2022
24.395
283
8.012
-24.131
8.560
2023
8.560
93
3.908
-8.527
4.035
2024
4.035
44
1.810
-869
5.020
2025
5.020
55
2.367
-328
7.114
2026
7.114
78
1.992
-305
8.879
31 december
Toelichting op het meerjarenbeeld 2022 Stortingen De stortingen bevat de tussentijds verwachte winstnemingen uit de grondexploitaties voor € 7,4 miljoen. In deze winsten zijn bedragen voor kostenverhaal opgenomen. In 2022 is daarnaast een storting geraamd van € 0,3 miljoen vanwege het storten van de boekwinst van de verkoop van het gemeentehuis Geffen. In 2021 is het
10
bijbehorende IMVA project afgeboekt ten laste van de ABR, met deze storting vullen we de ABR weer aan. Verder storten we in 2022 een bedrag van € 0,3 miljoen vanuit de reserve Stadshart ter dekking van het extra nadeel op het project Walkwartier. Onttrekkingen In 2022 romen we de ABR af met € 18,2 miljoen, we zetten dit in voor: -
Reserve strategische aankopen uitbreidingslocaties: € 5,1 miljoen;
-
Reserve voor binnenstedelijke transformaties: € 10 miljoen;
-
Reserve bovenwijkse voorzieningen (infrastructurele ontwikkelingen): € 3,1 miljoen.
Daarnaast wordt er in 2022 € 5,957 miljoen onttrokken voor: -
taskforce versnelling woningbouw € 0,166 miljoen;
-
aanvulling voorziening te verwachten exploitatieverliezen € 1,441 miljoen.
-
aanvulling voorziening IMVA (programmaprojecten) met € 2,805 miljoen
-
afdekken rentekosten grondaankoop het Brand € 0,147
-
nota kostenverhaal totaal € 1,395 miljoen waarvan € 0,800 gestort wordt in de reserve bovenwijkse voorzieningen en € 0,595 in de reserve verbetering fysieke kwaliteit leefomgeving.
Verder wordt er € 2.500 onttrokken voor de campagne "Wonen in Oss". 2023 t/m 2026 De storting in de reserve in deze jaren betreft de verwachte winstnemingen vanuit de projecten, inclusief de bijdragen voor kostenverhaal. De onttrekkingen betreffen de bijdragen voor kostenverhaal aan de reserves bovenwijkse voorzieningen en de reserve verbetering fysieke kwaliteit leefomgeving. In 2023 wordt daarnaast de voorziening IMVA (programmaprojecten) met € 2,888 miljoen verhoogd door een onttrekking uit de ABR. In 2023 wordt ook € 1,71 miljoen aan de ABR onttrokken ten behoeve van een storting in de bestemmingsreserve voor de brede school Lith. Verder onttrekken we in 2023 en 2024 € 2.500 voor de campagne "Wonen in Oss". De in de programmabegroting 2023-2026 voorgestelde afroming in 2023 van € 3,380 miljoen is als onttrekking in 2023 verwerkt. Stand ABR De komende jaren verwachten we nog een beperkte stijging van de ABR. De saldo's zijn gebaseerd op de huidige inschattingen van de verkoop van gronden dit jaar en de komende jaren. Als de economie verslechtert dan heeft dit een (fors) effect op de verkopen. Derhalve is hierbij een winstwaarschuwing op zijn plaats. Zoals hiervoor al aangegeven bepalen we jaarlijks de minimale omvang van de ABR op basis van de MonteCarlomethode en bezien we welk bedrag afgeroomd kan worden.
Indien bij de jaarrekening blijkt dat de afroming te hoog is ingeschat dan zou de minimale omvang van de reserve tijdelijk onder het minimum uit kunnen komen en zal dit een drukkend effect hebben op de toekomstige afromingen. Voor een meer gedetailleerde toelichting verwijzen we naar de paragraaf grondbeleid in de programmabegroting 2023-2026 en het najaarsbericht grondbedrijf 2022. Zit er voldoende geld in de reserve?
ja
Moet de reserve aangevuld worden?
nee
Kan de reserve verlaagd worden?
ja
11
RESERVES DEKKING ALGEMENE DIENST
12
Afloop gaswinstuitkering Maaslandgas (741001) Beleidsdoel/noodzaak reserve De reserve is bestemd voor de afdekking van de vervallen dividenduitkering van NV Maaslandgas met ingang van 2009. Tot en met 2008 ontvingen we jaarlijks dividend. In 2008 heeft Essent de jaarlijkse uitkering afgekocht. Dat geld hebben we in deze reserve gestort. Jaarlijks onttrekken we de dividenduitkering aan deze reserve, waarbij we het bedrag dat we onttrekken jaarlijks afbouwen. Minimaal noodzakelijke omvang einde meerjarenraming We bouwen de reserve jaarlijks af. De onttrekking wordt elk jaar € 110.000 lager. Dit betekent dat we de laatste onttrekking in 2037 kunnen doen. We zetten de reserve in voor de reguliere begroting. Meerjarenbeeld op basis van bestaand beleid bedragen x € 1.000 Jaar
Saldo
Rente
Storting
Onttrekking
Saldo
1 januari
bijschrijven
2022
13.107
197
0
-1.699
11.604
2023
11.604
174
0
-1.589
10.190
2024
10.190
153
0
-1.479
8.864
2025
8.864
133
0
-1.369
7.628
2026
7.628
114
0
-1.259
6.483
31 december
Toelichting op het meerjarenbeeld In 2022 onttrekken we een bedrag van € 1.699.000 ten gunste van de reguliere begroting. Dit bedrag bouwen we jaarlijks af met € 110.000. Zit er voldoende geld in de reserve?
ja
Moet de reserve aangevuld worden?
nee
Kan de reserve verlaagd worden?
nee
13
Deposito BNG inzake opheffing HNG (741002) Beleidsdoel/noodzaak reserve In het verleden kregen we jaarlijks een bedrag van de HNG. Het HNG heeft de gekapitaliseerde bijdrage als deposito weggezet bij de BNG. Om administratief-technische redenen moeten we dit deposito als een reserve aanmerken. Jaarlijks halen we een bedrag uit deze reserve ten gunste van de reguliere begroting. Minimaal noodzakelijke omvang einde meerjarenraming We bouwen de reserve jaarlijks af. De onttrekking wordt vanaf 2019 elk jaar € 28.000 lager. Vanaf het jaar 2023 is de afbouw jaarlijks € 24.000. Dit betekent dat we de laatste onttrekking in 2030 kunnen doen. Dan is de reserve volledig besteed en is de onttrekking ook afgebouwd naar € 0. Meerjarenbeeld op basis van bestaand beleid bedragen x € 1.000 Jaar
Saldo
Rente
Storting
Onttrekking
Saldo
1 januari
bijschrijven
2022
950
14
0
-208
757
2023
757
11
0
-184
585
2024
585
9
0
-160
434
2025
434
7
0
-136
305
2026
305
5
0
-112
197
31 december
Toelichting op het meerjarenbeeld In 2022 onttrekken we een bedrag van € 208.000 ten gunste van de reguliere begroting. Deze onttrekking wordt jaarlijks verlaagd.
Zit er voldoende geld in de reserve?
ja
Moet de reserve aangevuld worden?
nee
Kan de reserve verlaagd worden?
nee
14
Gemeentehuis (743001) Beleidsdoel/noodzaak reserve We gebruiken deze reserve om extra lasten in de begroting af te dekken die in 2011 zijn ontstaan bij de verbouwing van het gemeentehuis af te dekken. Minimaal noodzakelijke omvang einde meerjarenraming Het bedrag van € 7.356.000 is volledig nodig om de lasten in de begroting te dekken. Meerjarenbeeld op basis van bestaand beleid bedragen x € 1.000 Jaar
Saldo
Rente
Storting
Onttrekking
Saldo
1 januari
bijschrijven
2022
9.785
147
0
-657
9.274
2023
9.274
139
0
-651
8.762
2024
8.762
131
0
-593
8.300
2025
8.300
125
0
-593
7.832
2026
7.832
117
0
-593
7.356
31 december
Toelichting op het meerjarenbeeld We onttrekken de reserve om huisvestingslasten in de begroting af te dekken. Het bedrag wordt jaarlijks afgebouwd. Zit er voldoende geld in de reserve?
ja
Moet de reserve aangevuld worden?
nee
Kan de reserve verlaagd worden?
nee
15
BESTEMMINGSRESERVES
16
Wonen, welzijn en zorg (742002) Beleidsdoel/noodzaak reserve Deze reserve is bedoeld voor het verbeteren van de samenwerking tussen inwoners, welzijn, zorg en gemeenten binnen het sociaal domein en voor de kanteling van zorg naar welzijn. Dit netwerk van partners versterkt de gemeenschap en geeft inwoners zelf regie en initiatief over hun leven. Door de vele bezuinigingen en de groeiende groep die zorg nodig heeft is innovatie steeds belangrijker. Daar hebben we via deze reserve nog beperkt budget voor. Minimaal noodzakelijke omvang einde meerjarenraming Er is geen minimaal noodzakelijke omvang bij deze reserve aan het einde van de meerjarenraming. Afhankelijk van initiatief voorstellen kan het restant bedrag ingezet worden. Meerjarenbeeld op basis van bestaand beleid bedragen x € 1.000 Jaar
Saldo
Rente
Storting
Onttrekking
Saldo
1 januari
bijschrijven
2022
86
0
0
-25
61
2023
61
0
0
0
61
2024
61
0
0
0
61
2025
61
0
0
0
61
2026
61
0
0
0
61
31 december
Toelichting op het meerjarenbeeld 2022 We hebben de volgende onttrekking begroot: -
€ 25.000 voor projecten rondom werk- en ervaringsdeskundigheid Proeftuin Ruwaard
Zit er voldoende geld in de reserve?
ja
Moet de reserve aangevuld worden?
nee
Kan de reserve verlaagd worden?
nee
17
Beschermd Wonen (742003) Beleidsdoel/noodzaak reserve De reserve is noodzakelijk voor een sluitende aanpak voor inwoners met een psychische kwetsbaarheid in de regio. De nieuwe koers voor de transformatie van beschermd wonen en maatschappelijke opvang is uitgewerkt. In 2020 is ook de bijbehorende regionale ontwikkelagenda vastgesteld. Voor de financiering van de acties in het kader van de transformatie wordt een deel van de reserve ingezet. Eerder is er ook besloten om voor de harmonisatie van de tarieven frictiekosten voor zorgaanbieders beschikbaar te stellen. Ook dit financieren we uit de reserve. Vanaf 2024 wordt de doordecentralisatie van Beschermd Wonen landelijk ingevoerd. Dan ontvangt iedere gemeente zelf een deel van de middelen voor beschermd wonen. Dit wordt gefaseerd ingevoerd in een periode van 10 jaar waarbij de centrumgemeenten geleidelijk minder geld krijgen ten gunste van de regiogemeenten. Regionaal is afgesproken dat Oss het specialistisch palet van voorzieningen blijft inkopen. Hiermee gaat Oss langjarige financiële verplichtingen aan. Daarbij is nog onduidelijk welke financiële consequenties de invoering van het woonplaatsbeginsel heeft voor de regio. In onze regio is het scheiden van wonen en zorg doorgevoerd, terwijl het woonplaatsbeginsel met name geldt voor vormen waarbij de woonfunctie is inbegrepen.
In de Centrumregeling Wmo 2024 worden regionale financiële afspraken gemaakt over de reserve beschermd wonen en een investeringsfonds. Gezien de cumulatie van al deze ontwikkelingen heeft de regio ingestemd met het centraal beschikbaar houden van de reserve Beschermd wonen. Daarbij is afgesproken dat we voortaan met een plafond van de reserve gaan werken voor de centrumgemeente: 15% van de regionale begroting. Op basis daarvan hebben de regiowethouders in maart 2021 afgesproken dat we de komende 3 jaar in totaal € 8,5 miljoen gaan terugbetalen uit de reserve. Daarmee kunnen de lokale gemeenten zich gaan voorbereiden op de doordecentralisatie en de lokale taken en verantwoordelijkheden die daarbij horen. Dat geldt ook voor Oss. In de periode 2021-2023 ontvangt Oss in totaal afgerond € 2,75 miljoen uit de reserve, afgerond € 917.000 per jaar. Dit wordt ingezet via de Investeringsagenda beschermd wonen Oss. Hiermee wordt de ambulantisering van beschermd wonen naar wonen in de wijken van psychisch kwetsbare inwoners lokaal vormgegeven, denk bijvoorbeeld aan realisatie van de Straatdokter in Oss. Minimaal noodzakelijke omvang einde meerjarenraming Met de regio is structureel een maximaal percentage afgesproken: 15% van de regionale begroting. Ook worden er afspraken gemaakt als er tekorten gaan ontstaan na de doordecentralisatie.
Zoals onder het kopje beleidsdoel omschreven zullen eventuele overschotten mogelijk terugbetaald worden aan de regiogemeenten om de transformatiedoelen lokaal te kunnen bekostigen en de middelen in te zetten voor een kwetsbare doelgroep en om de toenemende grootstedelijke problematiek in de regio het hoofd te bieden. De gelden moeten dus gereserveerd blijven. Daarom is eerder al besloten om van de reserve beschermd wonen een gesloten systeem te maken en eventuele overschotten/tekorten rechtstreeks met de reserve te verrekenen.
18
Meerjarenbeeld op basis van bestaand beleid bedragen x € 1.000 Jaar
Saldo
Rente
Storting
Onttrekking
Saldo
1 januari
bijschrijven
2022
17.532
0
5.800
-3.819
19.513
2023
19.513
0
0
-2.833
16.680
2024
16.680
0
0
0
16.680
2025
16.680
0
0
0
16.680
2026
16.680
0
0
0
16.680
31 december
Toelichting op het meerjarenbeeld 2022 We hebben de volgende stortingen begroot: -
€ 5,8 miljoen. Dit is het verwachte budgetoverschot in 2022.
We hebben de volgende onttrekkingen begroot: -
€ 2.833.333. Dit is de afgesproken terugbetaling van een deel van de reserve aan de regio, inclusief ons eigen aandeel (besloten in regionaal portefeuillehoudersoverleg 18 maart 2021)
-
afgerond € 428.000 voor diverse kosten rondom maatschappelijke opvang
-
€ 350.000 voor de ambulantisering van de GGZ
-
afgerond € 208.000 voor implementatiekosten en uitvoeringskosten
2023 We hebben de volgende onttrekkingen begroot: -
€ 2.833.333. Dit is de afgesproken terugbetaling van een deel van de reserve aan de regio, inclusief ons eigen aandeel (besloten in regionaal portefeuillehoudersoverleg 18 maart 2021)
Zit er voldoende geld in de reserve?
ja
Moet de reserve aangevuld worden?
nee
Kan de reserve verlaagd worden?
ja, tot en met 2023, dat is in het overzicht verwerkt
19
Opvang Vluchtelingen (742053) Beleidsdoel/noodzaak reserve In 2022 kregen we te maken met de vluchtelingenstroom afkomstig uit Oekraïne. Het rijk heeft een bekostigingsregeling ontwikkeld waarmee gemeenten in beginsel schadeloos gesteld worden voor de kosten die zij maken. Op basis van onze prognoses houden we in 2022 geld over. De oorzaak is dat Oss, anders dan andere gemeenten, tijdelijke huisvesting niet heeft gehuurd of gekocht, maar vrij ter beschikking had staan. Het verwachte overschot willen we reserveren omdat onze belangrijkste voorziening, het oude belastingkantoor, na oktober 2023 niet langer gebruikt kan worden als opvanglocatie. We willen deze middelen reserveren om huisvesting en zorg voor vluchtelingen in brede zin duurzaam en structureel te organiseren. Minimaal noodzakelijke omvang einde meerjarenraming De minimale omvang van de reserve ultimo boekjaar bedraagt € 6 miljoen. Meerjarenbeeld op basis van bestaand beleid bedragen x € 1.000 Jaar
Saldo
Rente
Storting
Onttrekking
Saldo
1 januari
bijschrijven
2022
0
0
6.933
-950
5.983
2023
5.983
0
1.400
-1.400
5.983
2024
5.983
0
0
0
5.983
2025
5.983
0
0
0
5.983
2026
5.983
0
0
0
5.983
31 december
Toelichting op het meerjarenbeeld Het Rijk heeft op moment van schrijven alleen een bekostigingsregeling opgesteld voor de opvang van ontheemden uit Oekraïne voor het jaar 2022. Voor 2023 weten we niet in welke mate we de kosten voor het opvangen van vluchtelingen zelf moeten dragen. Ook moeten we nog afspraken met het COA maken voor de opvang van deze groep vluchtelingen. Het beleid wat gaat leiden tot nieuwe opvang en opvanglocaties gaan we ontwikkelen in 2023. In de loop van 2023 willen we bij raadsbesluit de bestemming van de reserve voorleggen. Zit er voldoende geld in de reserve?
ja
Moet de reserve aangevuld worden?
nee
Kan de reserve verlaagd worden?
nee
20
Onderwijshuisvesting (742004) Beleidsdoel/noodzaak reserve De reserve is bedoeld voor aanpassingen (waaronder ook tijdelijke huisvesting) aan onderwijshuisvesting. Deze reserve is ontstaan doordat de onderhoudsvoorziening voor de gebouwen niet meer nodig was door de landelijke overdracht van het buitenonderhoud aan het onderwijs. Het geld uit onze voorziening hebben we toen aan deze reserve toegevoegd om voor een warme overdracht aan de schoolbesturen te kunnen zorgen. Minimaal noodzakelijke omvang einde meerjarenraming Er is besloten door de raad om ten behoeve van de tijdelijke huisvesting JF Kennedyschool vanuit de reserve € 272.000 bij te dragen. Daarmee is de reserve leeg. Na daadwerkelijke besteding heffen we de reserve op. Meerjarenbeeld op basis van bestaand beleid bedragen x € 1.000 Jaar
Saldo
Rente
Storting
Onttrekking
Saldo
1 januari
bijschrijven
2022
272
0
0
-272
0
2023
0
0
0
0
0
2024
0
0
0
0
0
2025
0
0
0
0
0
2026
0
0
0
0
0
31 december
Toelichting op het meerjarenbeeld 2022 We hebben de volgende onttrekkingen begroot: -
tijdelijke huisvesting JF Kennedyschool € 272.000
Zit er voldoende geld in de reserve?
ja
Moet de reserve aangevuld worden?
nee
Kan de reserve verlaagd worden?
nee
21
Huisvestingskosten Schoolgebouwen (743002) Beleidsdoel/noodzaak reserve We gebruiken deze reserve om extra lasten in de begroting af te dekken voor huisvestingskosten van schoolgebouwen. Minimaal noodzakelijke omvang einde meerjarenraming De minimaal noodzakelijke omvang eind 2026 is € 2.000. Meerjarenbeeld op basis van bestaand beleid bedragen x € 1.000 Jaar
Saldo
Rente
Storting
Onttrekking
Saldo
1 januari
bijschrijven
2022
132
0
0
-26
106
2023
106
0
0
-26
80
2024
80
0
0
-26
54
2025
54
0
0
-26
28
2026
28
0
0
-26
2
31 december
Toelichting op het meerjarenbeeld We onttrekken de reserve om huisvestingslasten voor scholen in de begroting af te dekken totdat deze reserve leeg is. Zit er voldoende geld in de reserve?
ja
Moet de reserve aangevuld worden?
nee
Kan de reserve verlaagd worden?
nee
22
Participatiebevordering (742038) Beleidsdoel/noodzaak reserve Deze reserve is bedoeld om mensen met een bijstandsuitkering met nieuwe dienstverleningen meer te laten meedoen in de maatschappij. Daarvoor hebben we professionals nodig, die kijken en vragen naar interesses en wensen van inwoners en deze kunnen vertalen naar mogelijkheden en kansen in én voor de Osse samenleving. Minimaal noodzakelijke omvang einde meerjarenraming De minimaal noodzakelijke omvang aan het einde van de meerjarenraming is € 1.750.000. De overige uitgaven van 2023 en toekomstige jaren worden gekoppeld aan de jaarplannen van de afdeling Werk, Inkomen en Schuldhulpverlening en hier maken we ieder jaar een bestedingsplan voor. Meerjarenbeeld op basis van bestaand beleid bedragen x € 1.000 Jaar
Saldo
Rente
Storting
Onttrekking
Saldo
1 januari
bijschrijven
2022
3.320
0
0
-1.189
2.131
2023
2.131
0
0
-363
1.768
2024
1.768
0
0
-18
1.750
2025
1.750
0
0
0
1.750
2026
1.750
0
0
0
1.750
31 december
Toelichting op het meerjarenbeeld In deze reserve bundelen we meerdere middelen/projecten: Crisismiddelen voor de uitvoering van Tozo, gemeentelijk schuldenbeleid, preventief en pro-actief arbeidsbeleid "Van Werk naar Werk, voor bestandsontwikkeling en extra actie "Van Bijstand naar Werk" en aandacht voor "Van Bijstand naar Meedoen". TONK middelen voor de doelgroep om te kunnen meedoen, rondkomen of vooruitkomen. Daarnaast middelen voor de nieuwe wet inburgering, project verbeterde samenwerking onder één dak, teamontwikkelingstraject en de pilot digitaal samenwerkplan t.b.v. de Samenwerkwijze. De middelen zijn beschikbaar gesteld, echter de uitvoering vindt gefaseerd over de jaren plaats. Hier maken we elk jaar een bestedingsplan voor. Via de vorming van een aparte reserve blijven de gelden beschikbaar voor de realisatie van deze projecten. 2022 We hebben de volgende onttrekkingen begroot: -
Vergroten en uitbreiding doelgroep eenmalige energietoeslag € 530.000
-
Uitvoering Tozo, gemeentelijk schuldenbeleid, Werk naar Werk, van Bijstand naar Werk & van Bijstand naar Meedoen € 383.000
-
Project verbeterde samenwerking onder één dak € 157.000
-
Pilot digitaal samenwerkplan t.b.v. Samenwerkwijze € 72.000
-
Teamontwikkelingstraject € 48.000
23
2023 We hebben de volgende onttrekkingen begroot: -
Vergroten en uitbreiding doelgroep eenmalige energietoeslag € 265.000
-
Pilot budgetcoaching € 80.000
-
Uitvoering gemeentelijk schuldenbeleid € 18.000
2024 We hebben de volgende onttrekkingen begroot: -
Uitvoering gemeentelijk schuldenbeleid € 18.000
Bij de jaarrekening bekijken we steeds hoe de uitvoering van projecten is gegaan: hoe verhouden de werkelijke uitgaven zich tot het budget? Verschillen verrekenen we met de reserve. Zit er voldoende geld in de reserve?
ja
Moet de reserve aangevuld worden?
nee
Kan de reserve verlaagd worden?
nee
24
Integraal Voorzieningenbeleid (742005) Beleidsdoel/noodzaak reserve Bij de programmabegroting 2016-2019 hebben we een reserve gevormd voor de uitvoering van het Integraal Voorzieningenbeleid. Met deze reserve betalen we de volgende zaken: -
Proces-, advies- en inhuurkosten bij de uitwerking van vraagstukken rondom maatschappelijke voorzieningen.
-
Eenmalige uitgaven aan accommodaties om aanpassingen te kunnen doen of knelpunten op te lossen.
-
Maatregelen die bijdragen aan de clustering van buitensportaccommodaties.
In 2021 hebben we een bedrag van € 3,1 miljoen in deze reserve gestort voor een versnelling voor de projecten van komende jaren. We willen het besteden aan het versnellen van het realiseren van voorzieningen voor ontmoeten, sport en cultuur. We gebruiken deze middelen onder meer voor het uitvoeren en versnellen van een aantal majeure projecten. Minimaal noodzakelijke omvang einde meerjarenraming De minimaal noodzakelijke omvang aan het einde van de meerjarenraming is € 844.000. Meerjarenbeeld op basis van bestaand beleid bedragen x € 1.000 Jaar
Saldo
Rente
Storting
Onttrekking
Saldo
1 januari
bijschrijven
2022
3.564
0
320
-1.982
1.903
2023
1.903
0
12
-1.128
787
2024
787
0
12
-479
320
2025
320
0
12
-142
190
2026
190
0
12
0
203
31 december
Toelichting op het meerjarenbeeld 2022 We hebben de volgende stortingen begroot: -
Vrijval uit voorziening cultuurtechnisch onderhoud terreinen: € 308.000
-
De jaarlijkse storting van € 12.000 is voor het Doprshuis Haren
We hebben de volgende onttrekkingen begroot: -
Uitvoering prioriteitennota € 502.000 (o.a. Lievekamp, UITHuis, Ontmoeten Macharen en Ravenstein)
-
Tijdelijke huisvestingskosten JF Kennedy € 293.000
-
Aanpassingen ventilatiesystemen COVID-19 € 250.000
-
Afwaardering boekwaarde oudbouw Korenaer/JFK € 242.000
-
Tijdelijke formatie afdeling Vastgoed 0,67 fte adviseur jeugd, cultuur en erfgoed en 1 fte projectleider voor projecten uit het MIP: € 188.000
-
Beschikking Fonkeling Zuiderlicht (SAAM) erfenis horizonscholen € 157.000
-
Aandachtsexploitaties wijk- en dorpshuizen € 125.000
-
Voorbereidingskosten herontwikkeling Raadhuislaan met name voorbereidingen Zuiderstrandtheater € 423.000
25
2023 We hebben de volgende onttrekkingen begroot: -
Uitvoering prioriteitennota € 502.000 (o.a. Lievekamp, UITHuis, Ontmoeten Macharen en Ravenstein)
-
Tijdelijke huisvestingskosten JF Kennedy € 260.000
-
Tijdelijke formatie afdeling Vastgoed 0,67 fte adviseur jeugd, cultuur en erfgoed en 1 fte projectleider voor projecten uit het MIP: € 188.000
-
Aandachtsexploitaties wijk- en dorpshuizen € 125.000
-
Uitvoeren quickscan alle gemeentelijke objecten € 50.000
2024 We hebben de volgende onttrekkingen begroot: -
Uitvoering prioriteitennota € 310.000 (o.a. Lievekamp, UITHuis, Ontmoeten Macharen en Ravenstein)
-
Tijdelijke formatie afdeling Vastgoed 0,67 fte adviseur jeugd, cultuur en erfgoed en 1 fte projectleider voor projecten uit het MIP: € 142.000
2025 We hebben de volgende onttrekkingen begroot: -
Tijdelijke formatie afdeling Vastgoed 0,67 fte adviseur jeugd, cultuur en erfgoed en 1 fte projectleider voor projecten uit het MIP: € 142.000
Zit er voldoende geld in de reserve?
ja
Moet de reserve aangevuld worden?
nee
Kan de reserve verlaagd worden?
nee
26
Verduurzaming maatschappelijk vastgoed ( 742056) Beleidsdoel/noodzaak reserve Met de bestemmingsreserve geven we concrete invulling aan ons beleid voor verduurzaming en COVID-proof maken van maatschappelijk vastgoed. We staan voor een ambitieuze opgave om ons vastgoed te verduurzamen. Met de vrijvallende middelen van de onderhoudsvoorzieningen vormen we een bestemmingsreserve voor urgente maatregelen waarvoor nog geen dekking is: a.
Volledig gasloos maken van een pand volgens de MIP,
b.
Panden welke onlangs (<10 jaar) verduurzaamd zijn of waar installaties zijn vervangen;
c.
Ventilatie in de scholen in relatie tot COVID;
d.
Verlichting in scholen (en andere panden);
e.
Het versneld oppakken van gebouwen met lage energie-labels
f.
Aanpassen van installaties gemeentehuis in relatie tot COVID.
Minimaal noodzakelijke omvang einde meerjarenraming Met de bestemmingsreserve worden specifieke kosten gefinancierd. Namelijk het verduurzamen van het gemeentelijk vastgoed en het toekomstbestendig maken van het gemeentehuis. Met de voorzieningen worden de andere grote onderhoudskosten gefinancierd. De bestemmingsreserve valt binnen hetzelfde doel als de voorziening, namelijk het in stand houden van onze gemeentelijke vastgoedobjecten. Meerjarenbeeld op basis van bestaand beleid bedragen x € 1.000 Jaar
Saldo
Rente
Storting
Onttrekking
Saldo
1 januari
bijschrijven
2022
0
0
3.829
0
3.829
2023
3.829
0
0
0
3.829
2024
3.829
0
0
0
3.829
2025
3.829
0
0
0
3.829
2026
3.829
0
0
0
3.829
31 december
Toelichting op het meerjarenbeeld We staan voor een ambitieuze opgave om ons vastgoed te verduurzamen. In het coalitieakkoord ‘Samen Duurzaam Vooruit’ is aangegeven dat we als gemeente het goede voorbeeld willen geven en dus willen versnellen. Met de vrijvallende middelen van de onderhoudsvoorzieningen vormen we een bestemmingsreserve voor het verduurzamen van onze gebouwen die niet op korte termijn vanuit het meer-jaren investeringsplan (MIP) voor verbouw of vervangende nieuwbouw staan ingepland. Op natuurlijke momenten, zoals bij kleinschalige verbouw of groot onderhoud, investeren we naast het regulier gepland onderhoud in o.a. extra isolatie en duurzame (gasloze) installaties. De te nemen maatregelen integreren we in de lokale routekaart voor verduurzaming van maatschappelijk vastgoed. De concrete besteding van de bestemmingsreserve en prioritering van projecten leggen we jaarlijks ter besluitvorming voor aan B&W. Zoals eerder door uw raad besloten nemen we de voortgang van lokale routekaart op in de toelichting in de Programmabegroting op ons Integraal Voorzieningenbeleid (de IVB paragraaf) en maken we de financiële consequenties daarbij inzichtelijk. Zit er voldoende geld in de reserve?
ja
Moet de reserve aangevuld worden?
ja
Kan de reserve verlaagd worden?
nee
27
Lievekamp (742050) Beleidsdoel/noodzaak reserve We reserveren geld voor de Lievekamp. In de toekomst willen we aan de slag met ingrijpende (ver)nieuwbouw. Dit zal forse financiële consequenties hebben. We willen hiervoor vast gaan sparen. Minimaal noodzakelijke omvang einde meerjarenraming De minimaal noodzakelijke omvang aan het einde van de meerjarenraming is € 1,5 miljoen. Meerjarenbeeld op basis van bestaand beleid bedragen x € 1.000 Jaar
Saldo
Rente
Storting
Onttrekking
Saldo
1 januari
bijschrijven
2022
900
0
0
0
900
2023
900
0
300
0
1.200
2024
1.200
0
300
0
1.500
2025
1.500
0
0
0
1.500
2026
1.500
0
0
0
1.500
31 december
Toelichting op het meerjarenbeeld 2023 en 2024 We hebben in 2023 en 2024 een storting van € 300.000 voor toekomstige ontwikkelingen van de Lievekamp begroot. Zit er voldoende geld in de reserve?
ja
Moet de reserve aangevuld worden?
nee
Kan de reserve verlaagd worden?
nee
28
Carnavalsloodsen (742006) Beleidsdoel/noodzaak reserve Het budget in deze reserve is nodig om de komende jaren uitgaven voor carnavalsloodsen te kunnen dekken. In de 'Rapportage huisvesting carnavalsverenigingen' zijn aan diverse overkoepelende carnavalsverenigingen financiële toezeggingen gedaan om hun huisvestingsprobleem op te kunnen lossen. Het college heeft dit rapport op 11 december 2007 vastgesteld. Daarna heeft de gemeenteraad het ook vastgesteld. We keren pas geld uit als er een concrete oplossing is voor een specifiek huisvestingsprobleem en als daar ook daadwerkelijk kosten voor gemaakt zijn of op korte termijn gemaakt worden. Op dit moment zijn we in overleg met een carnavalsvereniging die een subsidieverzoek heeft ingediend. Minimaal noodzakelijke omvang einde meerjarenraming Er zijn geen stortingen of onttrekkingen geraamd. Meerjarenbeeld op basis van bestaand beleid bedragen x € 1.000 Jaar
Saldo
Rente
Storting
Onttrekking
Saldo
1 januari
bijschrijven
2022
57
0
0
0
57
2023
57
0
0
0
57
2024
57
0
0
0
57
2025
57
0
0
0
57
2026
57
0
0
0
57
31 december
Toelichting op het meerjarenbeeld We hebben geen stortingen of onttrekkingen gepland. Zit er voldoende geld in de reserve?
ja
Moet de reserve aangevuld worden?
nee
Kan de reserve verlaagd worden?
nee
29
Integraal uitvoeringsprogramma (IUP) (742011) Beleidsdoel/noodzaak reserve Deze reserve heeft een drieledig doel, te weten: 1. Verzorgen voor jaarovergang van onderhanden werken; 2. Sparen voor groot onderhoudsprojecten in de openbare ruimte; 3. Opvangen projectresultaten en het afdekken van kleine functionele verbeteringen. Op deze drie niveaus wordt de reserve gespecificeerd. 1.
Verzorgen voor jaarovergang van onderhanden werken
1.1
Definitie
De projecten uit het Integraal UitvoeringsPlan (IUP) worden uit de beschikbare vervangingsgelden en groot onderhoudsgelden betaald. Hierbij wordt o.a. de vervanging met het groot onderhoud afgestemd. Deze projecten hebben vaak een meerjarig karakter. Dit betekent dat de beschikbare middelen voor de projecten over het jaar heen gaan. Tevens kunnen projecten o.a. door het bestuurlijke- en inspraakproces soms later in uitvoering worden genomen en worden dan ook aan het eind van het jaar overgeheveld. Het aandeel van deze nog niet uitgevoerde werkzaamheden aan het eind van het jaar benoemen wij als “onderhanden werken”. Op basis van de voorschriften BBV (Besluit Begroting en Verantwoording) worden deze restant groot onderhoudsgelden aan het eind van het jaar tijdelijk in deze reserve gestort en in het begin van het jaar uit deze reserve gehaald om de projecten te betalen. Deze storting in de reserve wordt onder de rubriek “onderhanden werken” opgenomen. 1.2
Maximale omvang
In het integrale beheerplan openbare ruimte wordt om de vier jaar de vervangingsopgave voor de openbare ruimte berekend en aan het bestuur voorgelegd. Onder deze vervangingsopgave wordt de verdere stijging van de vervangingsinvesteringen bedoeld. Deze stijgen omdat delen/objecten van de openbare ruimte aan het eind van de levensduur komen en vervangen behoren te worden. Deze vervangingsopgave wordt in de Programmabegroting (offertes – nieuw beleid) voorgelegd. Deze vervangingsopgave kan aan het bestuur worden voorgelegd mits de werkvoorraad van de IUP projecten niet boven een bedrag van € 6,5 miljoen uit komt. Deze norm is gebaseerd op een bedrag van € 3,5 miljoen voor “onderhanden werken” (groot onderhoudsgelden) en een bedrag van € 3 miljoen restant investeringsgelden (vervangingsgelden). Deze norm is op basis van ervaringsgegevens tot stand gekomen en worden als communicerende vaten beschouwd. Het totaal mag niet boven deze maximale norm uitkomen. Als aan het eind van het jaar een overschrijding heeft plaatsgevonden kan het komende jaar geen vervangingsopgave aan het bestuur worden voorgelegd. Dit om te voorkomen dat de werkvoorraad te hoog oploopt.
30
2.
Sparen voor groot onderhoudsprojecten in de openbare ruimte
2.1
Definitie
In de begroting is voor elk discipline (wegen, groen, VRI, OV, riolering, parkeren, haven) groot onderhoudsgeld aanwezig. Deze groot onderhoudsgelden worden ingezet voor: a. Regulier groot onderhoud; b. Groot onderhoud samen met vervangingsinvesteringen uitvoeren (IUP-projecten); c. Meerjarig sparen voor groot onderhoudsprojecten. Het regulier groot onderhoudsbudget is een zeer beperkt budget (circa 1 %). De groot onderhoudsgelden worden nagenoeg geheel ingezet voor de onderdelen b en c. Het groot onderhoud wordt gebaseerd op de beheerplannen Wegen, Groen, VRI (VerkeersRegelInstallatie), OV (Openbare Verlichting), riolering, parkeren en haven. De beheerplannen Wegen, Groen, VRI en OV worden met ingang van het jaar 2021 samengevoegd tot 1 integraal beheerplan openbare ruimte. Het meerjarig sparen voor deze groot onderhoudsprojecten in de openbare ruimte worden onder deze noemer in deze reserve gestort. Deze projecten worden in het IUP expliciet met het spaarbedrag benoemd. Op het moment dat het project wordt uitgevoerd worden deze gelden uit deze reserve gehaald. Bijvoorbeeld: het groot onderhoud aan de N329. Deze kunnen zo’n grote omvang hebben dat er eerst hiervoor jaren gespaard behoort te worden. 2.2
Maximale omvang
Dit deel van de reserve IUP kent geen maximale omvang. Op basis van het vastgestelde IUP kan dit bedrag voor het benoemde groot onderhoudsproject in deze reserve worden opgenomen.
3.
Opvangen projectresultaten
3.1
Definitie
Uitgangspunt is om de tegenvallers van de IUP projecten af te dekken uit de meevallers van de IUP projecten, we hebben dit nog niet begroot. We doen dit op basis van de werkelijke resultaten bij de jaarrekening. We stellen twee keer per jaar een voortgangsrapportage omtrent de IUP projecten opgesteld (programmabegroting en jaarrekening). Hierbij wordt ingegaan op de voortgang van de projecten en de (voorlopige) projectresultaten. De projecten worden binnen deze kaders financieel bijgesteld zodat de projectleiders over het juiste budget kunnen beschikken. Een tekort of overschot op totaalniveau van alle projecten wordt met de reserve IUP verrekend. De reserve IUP start in 2022 met een saldo van € 6.371.124. Dit saldo is bedoeld voor het realiseren van projecten die per 1-1-2022 nog niet afgerond zijn. Op basis van de 1e voortgangsrapportage is het resultaat € 417.335 positief. Het resultaat valt uiteen in een resultaat op groot onderhoud van € 424.364 en een resultaat op vervangingen van - € 7.029 . Er is voorgesteld om € 424.364 te reserveren voor de afdekking van prijsstijgingen in projecten ten gevolge van de wereldwijde marktsituatie. Het uiteindelijke projectresultaat 2021 wat gestort / onttrokken wordt in de reserve IUP wordt bepaald bij de jaarrekening. Voor een gedetailleerde specificatie van projecten wordt verwezen naar de 1e voortgangsrapportage IUP 2021. 3.2
Maximale omvang
De omvang van het opvangen van projectresultaten en het afdekken van kleine functionele verbeteringen mag in deze reserve maximaal € 750.000 bedragen. De tegenvallers bij de IUP projecten worden uit dit deel van de reserve opgevangen. Tevens mogen de kleine functionele verbeteringen in het bestek van het IUP projecten – mits deze financiële middelen aanwezig zijn- uit deze reserve worden betaald. Minimaal noodzakelijke omvang einde meerjarenraming De omvang stand 1-1-2021 bestaat uit: 1.
Jaarovergang onderhanden werken: € 6.372.000
2.
Sparen groot onderhoudsprojecten in de openbare ruimte: € 0
3.
Opvangen projectresultaten: € 0
31
Meerjarenbeeld op basis van bestaand beleid bedragen x € 1.000 Jaar
Saldo
Rente
Storting
Onttrekking
Saldo
1 januari
bijschrijven
2022
6.372
0
0
-590
5.782
2023
5.782
0
0
0
5.782
2024
5.782
0
0
0
5.782
2025
5.782
0
0
0
5.782
2026
5.782
0
0
0
5.782
31 december
Toelichting op het meerjarenbeeld 2022 We hebben de volgende onttrekkingen begroot: -
€ 558.000 om het tekort af te dekken van het integraal beheerplan openbare ruimte.
-
€ 32.268 voorbereiden baggeren haven.
Zit er voldoende geld in de reserve?
ja
Moet de reserve aangevuld worden?
nee
Kan de reserve verlaagd worden?
nee
32
Baggeren Haven (742049) Beleidsdoel/noodzaak reserve In 2020 zijn er onverwachte ondieptes in de haven van Oss, het Burgemeester Delenkanaal, de Oude Maasarm en de Lithse Ham geconstateerd. Daarnaast blijkt de kleilaag op plaatsen geërodeerd en heeft deze nadere inspectie en reparatie nodig. We willen de haven en het kanaal in een staat van onderhoud brengen zodat de havenbedrijven en de beroepsvaart op een economische, ecologische en veilige manier in de haven en het kanaal kan werken. Dit geldt ook voor de watergebieden waarbij het hier niet alleen om werken maar aanvullend ook om recreëren gaat. We gaan aanvullende metingen verrichten om de werkzaamheden en hoeveelheden goed in een bestek/opdracht op te nemen. Op basis hiervan krijgen we inzicht in de kosten. De kosten van deze baggeroperatie zullen we meenemen in de Eerste financiële tussenrapportage van 2022. Op basis van het eerste onderzoek zijn de kosten geraamd tussen € 1,7 en € 3,6 miljoen. In de voorziening van de haven is een bedrag van € 0,75 miljoen aanwezig voor het baggeren waardoor het tekort uit zal komen tussen € 0,95 en € 2,85 miljoen. We vormen hier een reserve voor. Minimaal noodzakelijke omvang einde meerjarenraming De minimale omvang aan het einde van de meerjarenraming is € 0. Meerjarenbeeld op basis van bestaand beleid bedragen x € 1.000 Jaar
Saldo
Rente
Storting
Onttrekking
Saldo
1 januari
bijschrijven
2022
2.300
0
1.500
-1.000
2.800
2023
2.800
0
0
-2.800
0
2024
0
0
0
0
0
2025
0
0
0
0
0
2026
0
0
0
0
0
31 december
Toelichting op het meerjarenbeeld 2022 We hebben de volgende storting begroot: -
€ 1.500.000: Om het toekomstige risico af te dekken.
We hebben de volgende onttrekking begroot: -
€ 1.000.000 voor baggerwerkzaamheden.
2023 We hebben de volgende storting begroot: -
€ 2.800.000 voor baggerwerkzaamheden.
Zit er voldoende geld in de reserve?
ja
Moet de reserve aangevuld worden?
nee
Kan de reserve verlaagd worden?
nee
33
Egalisatie rioolbeheer (742008) Beleidsdoel/noodzaak reserve Vanuit de boekhoudvoorschriften (BBV) maken we onderscheid in een voorziening en een reserve rioolbeheer. In het tarief mogen spaarbedragen voor toekomstige vervangingsinvesteringen worden meegenomen. Deze worden in de exploitatie als last aan de voorziening rioolbeheer toegevoegd. Daarnaast hebben we een bestemmingsreserve egalisatie rioolbeheer. Afwijkingen ten opzichte van de begroting, zoals efficiency- en aanbestedingsverschillen, kunnen we aan de bestemmingsreserve riolering toevoegen of onttrekken. Minimaal noodzakelijke omvang einde meerjarenraming We hebben afgesproken dat er maximaal € 250.000 in de reserve mag zitten. Als er meer geld in de reserve zit kijken we of de tarieven voor de rioolheffing verlaagd kunnen worden. In de komende jaren worden structureel bedragen onttrokken tot het niveau van € 250.000 behaald is. Met deze reserve konden we en kunnen we nog een aantal jaar tijdelijk het tarief verlagen. Vanaf 2022 is dit echter niet meer mogelijk en moeten we rekening houden met een jaarlijkse stijging van het tarief met minimaal de inflatiecorrectie. Meerjarenbeeld op basis van bestaand beleid bedragen x € 1.000 Jaar
Saldo
Rente
Storting
Onttrekking
Saldo
1 januari
bijschrijven
2022
1.034
0
0
-204
830
2023
830
0
0
-36
794
2024
794
0
0
-36
758
2025
758
0
0
-36
722
2026
722
0
0
-36
686
31 december
Toelichting op het meerjarenbeeld 2022 We houden rekening met een onttrekking van € 204.000 om kosten te kunnen betalen. Hierdoor konden we de tarieven voor rioolheffing gelijk houden. 2023 Met ingang van 2023 onttrekken we per saldo jaarlijks € 36.000 om de tariefstijging beperkt te houden tot een inflatiecorrectie van 2,8%. Zit er voldoende geld in de reserve?
ja
Moet de reserve aangevuld worden?
nee
Kan de reserve verlaagd worden?
nee
34
Onderhoud natuurgebieden (742014) Beleidsdoel/noodzaak reserve Deze reserve was beschikbaar om de kosten te dekken van de vervanging van het vee-raster in natuurgebied Herperduin. De reserve natuurgebieden was ooit bedoeld om de wildroosters in Herperduin te kunnen vervangen. Dit geld is niet meer nodig. De reserve onderhoud natuurgebieden kunnen we dan opheffen. Minimaal noodzakelijke omvang einde meerjarenraming De minimaal noodzakelijke omvang aan het einde van de meerjarenraming is € 0. Meerjarenbeeld op basis van bestaand beleid bedragen x € 1.000 Jaar
Saldo
Rente
Storting
Onttrekking
Saldo
1 januari
bijschrijven
2022
264
0
0
-264
0
2023
0
0
0
0
0
2024
0
0
0
0
0
2025
0
0
0
0
0
2026
0
0
0
0
0
31 december
Toelichting op het meerjarenbeeld 2022 We onttrekken in 2022 het volledige bedrag. Zit er voldoende geld in de reserve?
ja
Moet de reserve aangevuld worden?
nee
Kan de reserve verlaagd worden?
nee
35
Afvalstoffenheffing (742015) Beleidsdoel/noodzaak reserve De reserve afvalstoffenheffing is bedoeld om schommelingen in de kosten van afvalinzameling en verwerking op te vangen. Door de reserve daarvoor in te zetten voorkomen we grote schommelingen in de tarieven voor de afvalstoffenheffing. Minimaal noodzakelijke omvang einde meerjarenraming Bij het vormen van de reserve is besloten dat het plafond van de reserve € 450.000 is. Daarmee kunnen we prijsschommelingen tot 5% opvangen. Als er meer geld in de reserve zit kijken we of de tarieven voor de afvalstoffenheffing verlaagd kunnen worden. Ook kan diftar ertoe leiden dat burgers beloond worden voor hun goede gedrag bij het aanbieden van restafval. Meerjarenbeeld op basis van bestaand beleid bedragen x € 1.000 Jaar
Saldo
Rente
Storting
Onttrekking
Saldo
1 januari
bijschrijven
2022
2.606
0
0
-160
2.446
2023
2.446
0
90
-1.023
1.514
2024
1.514
0
91
-365
1.240
2025
1.240
0
91
-383
947
2026
947
0
91
-446
593
31 december
Toelichting op het meerjarenbeeld 2022-2026 De geplande onttrekkingen in de periode 2022-2026 zijn noodzakelijk om de tarieven niet te fors te laten stijgen. We zien dat de Osse inwoners minder vaak restafval aanbieden, dat betekent dat zij een financiële teruggave ontvangen voor het beter scheiden van het vrijkomende afval. Er wordt rekening gehouden met een jaarlijks bedrag tussen de € 160.000 en € 1 miljoen. Hiervoor is de reserve noodzakelijk. Daarnaast zetten we de reserve is om de komende jaren (vanaf 2023) prijsstijgingen op te vangen om grote fluctuaties in het tarief te voorkomen.
Zit er voldoende geld in de reserve?
ja
Moet de reserve aangevuld worden?
nee
Kan de reserve verlaagd worden?
nee
36
Groenfonds landelijk gebied (742017) Beleidsdoel/noodzaak reserve Deze reserve zetten we in om onze ambities op het gebied Groen, Blauw en Natuur in brede zin te kunnen uitvoeren en opvolgende periodieke (door het bevoegd bestuursorgaan) vastgestelde uitvoeringsprogramma’s. Daarnaast wordt de reserve ingezet om aan verplichtingen te voldoen welke direct voortvloeien aan gerichte bijdragen vanuit derden. De reserve wordt gevoed vanuit meerdere bronnen: 1.
Grondbedrijf. Met ingang van het jaar 2022 verandert de structuur van stortingen via het grondbedrijf. De storting bestond uit (tussentijdse) winstneming van het grondbedrijf voor een bedrag van € 5 per verkochte m2 grond. Hiervoor in de plaats komt de bijdrage bovenwijkse netwerkvoorzieningen.
2.
Ruimtelijke kwaliteitsregelingen. We storten bedragen die we van particulieren ontvangen voor ruimtelijke kwaliteitsverbetering. We zijn verplicht deze bedragen te besteden aan het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit binnen de plannen. Als we dat niet doen hebben we een terugbetalingsplicht. Daarnaast ontvangen we stimuleringsbijdragen van de provincie per gerealiseerde woning binnen de ‘ruimte-voor-ruimte’ regeling. Daarnaast ontvangen we bijdragen vanuit de Maatwerk Omgevingskwaliteit (oude BIO-regeling) per gerealiseerde woning.
3.
Bijdragen uit regeling kwaliteitsverbetering van het landschap.
4.
Incidentele stortingen. Deze lichten we ieder jaar toe onder de rubriek stortingen.
Minimaal noodzakelijke omvang einde meerjarenraming De minimaal noodzakelijk omvang van de reserve aan het einde van de meerjarenraming bedraagt € 752.000. Meerjarenbeeld op basis van bestaand beleid bedragen x € 1.000 Jaar
Saldo
Rente
Storting
Onttrekking
Saldo
1 januari
bijschrijven
2022
1.262
0
39
-520
781
2023
781
0
0
-28
752
2024
752
0
0
0
752
2025
752
0
0
0
752
2026
752
0
0
0
752
31 december
Toelichting op het meerjarenbeeld 2022 We hebben de volgende stortingen begroot: -
In 2022 ontvangen we € 38.500 aan kwaliteitsbijdragen voor particuliere initiatieven in het buitengebied. Deze bedragen besteden we ook aan initiatieven in het buitengebied.
We hebben de volgende onttrekkingen begroot: -
We onttrekken in 2022 voor de laatste keer een bijdrage € 330.000 voor het bomenstructuurplan. Eerdere onttrekkingen deden we in 2020 en 2021.
-
We onttrekken een bedrag van € 190.000 als bijdrage voor de (ecologische verbindingszone) Hertogswetering.
37
2023 We hebben de volgende onttrekkingen begroot: -
Bij amendement van de programmabegroting 2022-2025 is besloten een bedrag van € 28.000 te onttrekken voor de STILA regeling.
-
We stellen voor om een PM-bedrag op te nemen voor het bos van Oss. We willen het initiatief vanuit het Osse bedrijfsleven om 20ha bos aan te leggen ondersteunen. Het Osse bedrijfsleven neemt de aanplant van het bos op zich. De vraag aan de gemeente is om 20ha grond ter beschikking te stellen. Wij hebben deels al geschikte grond in bezit en deels zullen we dat nog moeten verwerven. Voor de afwaardering van de gronden – van agrarische waarde naar natuurwaarde – is subsidie vanuit de provincie Noord-Brabant beschikbaar. Deze subsidie behelst naar verwachting 50% van de kosten. Voor iedere euro die wij als gemeente beschikbaar stellen voor dit initiatief, komen er dus ook middelen vanuit de provincie beschikbaar en uiteraard ook nog de bijdrage vanuit het bedrijfsleven. We ramen een PM-bedrag omdat het nog onduidelijk is wat de precieze kosten voor ons gaan zijn. Een eerste inschatting van de kosten is een bedrag van € 1 miljoen. We willen dit betalen uit deze reserve. In 2023 komen we met een concreet voorstel en begroting.
Zit er voldoende geld in de reserve?
ja
Moet de reserve aangevuld worden?
nee
Kan de reserve verlaagd worden?
nee
38
Klimaatadaptatie (742054) Beleidsdoel/noodzaak reserve Deze reserve is nodig om te kunnen anticiperen op de gevolgen van klimaatverandering. Hoe groot de gevolgen precies zijn, is niet met zekerheid te zeggen. We ondervinden al langere hete periodes en periodes met extreme neerslag en verhoogde afvoeren via de Maas. De gevolgen zijn divers: van schade aan ecosystemen en gezondheidsschade tot directe economische schade. De opgave is om de kwetsbaarheid van onze stad en het buitengebied met de kernen te verminderen. Zowel voor onze inwoners en ondernemers, als voor onze flora en fauna. Deze reserve willen we inzetten om robuuste ecosystemen te bouwen die beter bestand zijn tegen de klimaatverandering. Ook zijn de middelen nodig om directe verlichting te creëren op hittegevoelige plaatsen en plaatsen met veel wateroverlast. We kiezen hierbij voor een werkwijze die het water- en bodemsysteem als leidend principe neemt. Dit betekent in de praktijk dat we kiezen voor het vergroenen van bebouwde gebieden, voor natuurlijke waterbuffers en voor minder verharding. We vullen deze maatregelen aan met technologische oplossingen waar dat nodig is. Minimaal noodzakelijke omvang einde meerjarenraming De minimaal noodzakelijke omvang is € 1,5 miljoen. Meerjarenbeeld op basis van bestaand beleid bedragen x € 1.000 Jaar
Saldo
Rente
Storting
Onttrekking
Saldo
1 januari
bijschrijven
2022
0
0
0
0
0
2023
0
0
500
0
500
2024
500
0
500
0
1.000
2025
1.000
0
500
0
1.500
2026
1.500
0
0
0
1.500
31 december
Toelichting op het meerjarenbeeld We storten in de jaren 2023, 2024 en 2025 een bedrag van € 500.000. Zit er voldoende geld in de reserve?
ja
Moet de reserve aangevuld worden?
nee
Kan de reserve verlaagd worden?
nee
39
Aankoop gronden Maashorst (742042) Beleidsdoel/noodzaak reserve De deelnemers in de Maashorst en de provincie Noord-Brabant hebben in 2013 samen afgesproken gronden te gaan verwerven en in te richten voor de realisatie van de EHS Maashorst. Stichting Ark heeft de uitvoering ter hand genomen. Alle deelnemers, waaronder de gemeente Oss, hebben in die tijd financiële middelen voor deze grondverwerving beschikbaar gesteld. We hebben een bedrag van € 199.759 terug ontvangen. Maar omdat er geen gronden te verwerven zijn voor ons hebben we het geld niet meer nodig. Deze reserve kan opgeheven worden. Minimaal noodzakelijke omvang einde meerjarenraming De minimale noodzaak van deze reserve is nihil. Meerjarenbeeld op basis van bestaand beleid bedragen x € 1.000 Jaar
Saldo
Rente
1 januari
bijschrijven
Storting
Onttrekking
Saldo
2022
0
0
0
0
0
2023
0
0
0
0
0
2024
0
0
0
0
0
2025
0
0
0
0
0
2026
0
0
0
0
0
31 december
Toelichting op het meerjarenbeeld We hebben geen stortingen of onttrekkingen geraamd. De reserve kan opgeheven worden. Zit er voldoende geld in de reserve?
ja
Moet de reserve aangevuld worden?
nee
Kan de reserve verlaagd worden?
nee
40
Bodemsanering (742018) Beleidsdoel/noodzaak reserve We gebruiken deze reserve om noodzakelijke en/of wenselijke bodemonderzoeken en saneringen te betalen waar op een andere manier geen geld voor beschikbaar is. Dat doen we op basis van het beheerplan bodemsanering. Minimaal noodzakelijke omvang einde meerjarenraming De minimaal noodzakelijke omvang aan het einde van de meerjarenraming is € 0. Meerjarenbeeld op basis van bestaand beleid bedragen x € 1.000 Jaar
Saldo
Rente
Storting
Onttrekking
Saldo
1 januari
bijschrijven
2022
424
0
0
-35
389
2023
389
0
0
-107
282
2024
282
0
0
-90
192
2025
192
0
0
-80
112
2026
112
0
0
-112
0
31 december
Toelichting op het meerjarenbeeld 2022-2026 In de periode 2022-2026 halen we jaarlijks geld uit de reserve voor bodemsaneringsprojecten. Zit er voldoende geld in de reserve?
ja
Moet de reserve aangevuld worden?
nee
Kan de reserve verlaagd worden?
nee
41
Ontwikkeling windpark (742026) Beleidsdoel/noodzaak reserve We gebruiken deze reserve om de voorbereidingskosten voor de ontwikkeling van een windmolenpark bij bedrijventerrein Elzenburg-De Geer te betalen. Als het windpark er inderdaad komt worden de inkomsten uit het park in deze reserve gestort. Minimaal noodzakelijke omvang einde meerjarenraming De minimaal noodzakelijke omvang aan het einde van de meerjarenraming is € 0. Meerjarenbeeld op basis van bestaand beleid bedragen x € 1.000 Jaar
Saldo
Rente
Storting
Onttrekking
Saldo
1 januari
bijschrijven
2022
142
0
125
-142
125
2023
125
0
0
0
125
2024
125
0
0
0
125
2025
125
0
0
0
125
2026
125
0
0
0
125
31 december
Toelichting op het meerjarenbeeld 2022 We hebben de volgende stortingen begroot: -
We hebben bij de meicirculaire 2022 € 125.000 in het kader van de ontwikkelingen in het Duurzame Poldergebied. Dit na aanleiding van de overeenkomst met het ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK), de provincie Noord-Brabant en de gemeenten Den Bosch en Oss. We storten dit in deze reserve.
We hebben de volgende onttrekkingen begroot: -
Voor de ontwikkeling van het windmolenpark op Elzenburg de Geer verwachten we in 2022 € 142.000 uit te geven.