Nota reserves 2021.DOCX
Tekst van het document
ja
Moet de reserve aangevuld worden?
nee
Kan de reserve verlaagd worden?
nee
38
Groenfonds landelijk gebied (72114) Beleidsdoel/noodzaak reserve Deze reserve zetten we in om onze ambities op het gebied Groen, Blauw en Natuur te kunnen uitvoeren.
Met
ingang van het jaar 2022 komt de storting vanuit de (tussentijdse) winstneming van het grondbedrijf voor een bedrag van € 5 per verkochte m2 grond te vervallen. Hiervoor in de plaats komt de bijdrage bovenwijkse netwerkvoorzieningen. Van deze bijdrage wordt voor de periode 2022-2030 een bedrag van € 1,3 miljoen bestemd voor de ambities op het gebied van Groen, Blauw en Natuur en voor de vergroening van de Noordelijke ontsluitingsweg. Tevens storten we ook bedragen die we van particulieren ontvangen voor ruimtelijke kwaliteitsverbetering. We zijn verplicht deze bedragen te besteden aan het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit binnen de plannen. Als we dat niet doen hebben we een terugbetalingsplicht. Minimaal noodzakelijke omvang einde meerjarenraming Om basis van onze ambities gaan we plannen opstellen. Het bedrag van € 557.000 is hiervoor bestemd. Meerjarenbeeld op basis van bestaand beleid bedragen x € 1.000 Jaar
Saldo
Rente
Storting
Onttrekking
Saldo
1 januari
bijschrijven
2021
1.435
0
44
-593
887
2022
887
0
0
-330
557
2023
557
0
0
0
557
2024
557
0
0
0
557
2025
557
0
0
0
557
31 december
Toelichting op het meerjarenbeeld
Stortingen Dit jaar ontvangen we € 19.500 aan kwaliteitsbijdragen voor particuliere initiatieven in het buitengebied. Deze bedragen besteden we ook aan initiatieven in het buitengebied. Onttrekkingen Vanaf 2020 zijn er onttrekkingen uit de reserve gepland voor de projecten van de Routekaart Groen, Blauw en natuur. Dit jaar de ecologische verbindingszone Hertogswetering (€ 262.500). Voor het bomenstructuurplan halen we jaarlijks € 330.000 uit deze reserve over de periode van het jaar 2020 t/m 2022. Zit er voldoende geld in de reserve?
ja
Moet de reserve aangevuld worden?
nee
Kan de reserve verlaagd worden?
nee
39
Bodemsanering (72169) Beleidsdoel/noodzaak reserve We gebruiken deze reserve om noodzakelijke en/of wenselijke bodemonderzoeken en saneringen te betalen waar op een andere manier geen geld voor beschikbaar is. Dat doen we op basis van het beheerplan bodemsanering. Minimaal noodzakelijke omvang einde meerjarenraming De minimaal noodzakelijke omvang aan het einde van de meerjarenraming is € 0. Meerjarenbeeld op basis van bestaand beleid bedragen x € 1.000 Jaar
Saldo
Rente
Storting
Onttrekking
Saldo
1 januari
bijschrijven
2021
419
0
0
-10
409
2022
409
0
0
-82
327
2023
327
0
0
-115
212
2024
212
0
0
-115
97
2025
97
0
0
-97
0
31 december
Toelichting op het meerjarenbeeld Onttrekkingen 2021 In de periode 2021-2025 halen we jaarlijks geld uit de reserve voor bodemsaneringsprojecten. Zit er voldoende geld in de reserve?
ja
Moet de reserve aangevuld worden?
nee
Kan de reserve verlaagd worden?
nee
40
Ontwikkeling windpark (72212) Beleidsdoel/noodzaak reserve We gebruiken deze reserve om de voorbereidingskosten voor de ontwikkeling van een windmolenpark bij bedrijventerrein Elzenburg-De Geer te betalen. Als het windpark er inderdaad komt worden de inkomsten uit het park in deze reserve gestort. Minimaal noodzakelijke omvang einde meerjarenraming De minimaal noodzakelijke omvang aan het einde van de meerjarenraming is € 0. Meerjarenbeeld op basis van bestaand beleid bedragen x € 1.000 Jaar
Saldo
Rente
Storting
Onttrekking
Saldo
1 januari
bijschrijven
2021
234
0
0
-200
34
2022
34
0
0
-34
0
2023
34
0
0
0
0
2024
34
0
0
0
0
2025
34
0
0
0
0
31 december
Toelichting op het meerjarenbeeld Stortingen We verwachten in de toekomst een aanvullende storting te doen. Momenteel zijn we in afwachting van de zienswijze van de Raad van State. Wanneer daadwerkelijk gestart wordt met het bouwen van de windmolens maken we definitieve afspraken over het doorbelasten van kosten aan ESCOSS. Deze opbrengsten storten we in deze reserve op dezelfde wijze als eerder bij Raedthuys. Onttrekkingen We hebben dit jaar € 200.000 uit de reserve onttrokken voor lopende projectkosten voor het windpark op Elzenburg - De Geer. Door de uitspraak van de RvS is dit project vertraagd. We gaan in het jaar 2002 door met het inhuren van projectleiding. Hiervoor halen we € 34.000 uit deze reserve. Zit er voldoende geld in de reserve?
ja
Moet de reserve aangevuld worden?
nee
Kan de reserve verlaagd worden? nee
41
Investeringsfonds Duurzaamheid (72226) Beleidsdoel/noodzaak reserve Doel van het fonds is om investeringen te doen in het kader van de energietransitie en circulaire economie (grondstoffen). In de afgelopen periode hebben we een eerste scan op mogelijke initiatieven gedaan. Uit die scan is een aantal kansrijke initiatieven gekomen. Het duurzaamheidsfonds maakt het mogelijk deze initiatieven uit te voeren, uit te proberen en pilots te starten, en geeft tevens gestalte aan de titel van het Coalitieakkoord: ‘Kansen zien – kansen pakken’. Minimaal noodzakelijke omvang einde meerjarenraming De minimaal noodzakelijke omvang aan het einde van de meerjarenraming is € 170.000. Meerjarenbeeld op basis van bestaand beleid bedragen x € 1.000 Jaar
Saldo
Rente
Storting
Onttrekking
Saldo
1 januari
bijschrijven
2021
580
0
0
-410
170
2022
170
0
900
-900
170
2023
170
0
0
0
170
2024
170
0
0
0
170
2025
170
0
0
0
170
31 december
Toelichting op het meerjarenbeeld Stortingen en onttrekkingen De raad heeft een besluit over het raadsvoorstel verkenning Duurzame Polder op 28 januari dit jaar genomen. Daarnaast ontwikkelen wij een verdienmodel waaruit blijkt welk deel van deze kosten wij kunnen verhalen op de initiatiefnemers, hoe wij dit kunnen voorfinancieren en welke risico's wij hierbij lopen. Op initiatiefnemers verhaalde kosten storten wij terug in dit fonds. Dit verdienmodel werken we nog uit. We halen in 2021 een bedrag van € 250.000 uit de reserve voor de onderzoeken en voorbereidingen voor windenergie op de Lithse Polder. Daarnaast onttrekken wij dit jaar nog eens € 160.000 programmamanagement en projectkosten. Ook zetten we het fonds in voor de kosten van de benodigde personele capaciteit voor het initiatief voor een windpark en diverse initiatieven van zonneparken in Oss. Deze kosten verhalen wij op termijn voor een belangrijk deel op de initiatiefnemers. In 2022 storten we en bedrag van € 900.000 in dit investeringsfonds voor energiebesparing en de warmtetransitie. We verwachten dit bedrag ook weer nodig te hebben voor de kosten die we gaan maken in 2022. Zit er voldoende geld in de reserve?
ja
Moet de reserve aangevuld worden?
nee
Kan de reserve verlaagd worden? nee
42
Quick wins binnenhavens (72174) Beleidsdoel/noodzaak reserve Deze reserve is bedoeld voor het ontwikkelen van de Osse binnenhaven tot hét multimodale goederenknooppunt van de regio Noordoost-Brabant. In 2012 hebben we van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu een bijdrage van € 3,8 miljoen gekregen voor de verdere ontwikkeling van de containeroverslag in onze binnenhaven. Deze bijdrage komt overeen met 50% van de investeringskosten van het plan dat we gemaakt hebben. De andere 50% moet door andere publieke en/of private partijen gefinancierd worden. De containerterminal wil uitbreiden. Dit willen we mogelijk maken door gronden aan te kopen en vervolgens in erfpacht uit te geven aan de containerterminal. Minimaal noodzakelijke omvang einde meerjarenraming De minimaal noodzakelijke omvang aan het einde van de meerjarenraming is € 0. Meerjarenbeeld op basis van bestaand beleid bedragen x € 1.000 Jaar
Saldo
Rente
1 januari
bijschrijven
Storting
Onttrekking
Saldo
2021
3.756
0
0
0
3.756
2022
3.756
0
0
0
3.756
2023
3.756
0
0
0
3.756
2024
3.756
0
0
0
3.756
2025
3.756
0
0
0
3.756
31 december
Toelichting op het meerjarenbeeld Onttrekking We betalen de subsidie wanneer de overeenkomst is gesloten. Zit er voldoende geld in de reserve?
ja
Moet de reserve aangevuld worden?
nee
Kan de reserve verlaagd worden?
nee
43
Economie (72011) Beleidsdoel/noodzaak reserve De reserve economie is bedoeld om projecten en activiteiten te versnellen die bijdragen aan het realiseren van onze economische ambities. Het gaat om projecten die een stimulans zijn voor economische innovatie, kennisontwikkeling, ondernemerschap en nieuwe business initiatieven binnen de gemeente. In de afgelopen jaren hebben we bijvoorbeeld bijdragen verstrekt aan de Kracht van Oss, Pivot Park, BioConnection en Agrifood Capital. We gebruiken de volgende criteria om af te wegen of we geld uit de reserve halen:
-
Het moet gaan om het ondersteunen van projecten of activiteiten die een directe relatie hebben met ondernemers/bedrijven. Zij doen bij voorkeur ook mee aan de projecten.
-
De projecten of activiteiten zijn bedoeld om de samenwerking tussen het bedrijfsleven onderling en/of met het onderwijs en overige maatschappelijke instellingen te bevorderen.
-
Er is bij voorkeur sprake van een multiplier-effect: het project vormt een vliegwiel voor andere projecten of activiteiten.
-
We ondersteunen geen projecten of activiteiten die vooral gericht zijn op infrastructuur, locatieontwikkeling, gebiedsontwikkeling of vastgoedontwikkeling. Daarvoor hebben we andere middelen (bijvoorbeeld de reserve mobiliteit en het grondbedrijf).
De reserve kan ook gebruikt worden om economische haalbaarheid- en/of beleidsonderzoeken te betalen. Minimaal noodzakelijke omvang einde meerjarenraming De minimaal noodzakelijke omvang bij deze reserve aan het einde van de meerjarenraming is € 287.000. Dit om aan de verplichtingen in het kader van Pivot Park 2.0. (raadsbesluit 26 januari 2017) te voldoen. Meerjarenbeeld op basis van bestaand beleid bedragen x € 1.000 Jaar
Saldo
Rente
Storting
Onttrekking
Saldo
1 januari
bijschrijven
2021
765
0
0
-141
625
2022
625
0
0
-141
484
2023
484
0
0
-141
344
2024
344
0
0
-41
303
2025
303
0
0
-16
288
31 december
Toelichting op het meerjarenbeeld Onttrekkingen In 2021 tot en met 2023 geven we de Kracht van Oss een bijdrage van € 100.000 per jaar. We bieden hiermee ondersteuning aan programma's van het MKB met als doel om een bijdrage te geven aan het economisch herstel en om de werkgelegenheid te stimuleren.
44
Naar aanleiding van raadsbesluit 26 januari 2017 over het Pivot Park 2.0 wordt er de komende jaren elk jaar geld aan deze reserve onttrokken. Daarbij is besloten dat we tot en met 2027 jaarlijks € 93.000 aan de provincie Noord-Brabant betalen voor de ontwikkeling van Pivot Park 2.0. Hiervan betalen we € 15.500 uit de reserve economie. Verder is besloten dat we tot en met 2024 jaarlijks € 25.000 per jaar beschikbaar stellen voor promotie en branding van het Pivot Park. Ook dit betalen we uit de reserve economie.
Zit er voldoende geld in de reserve?
ja
Moet de reserve aangevuld worden?
nee
Kan de reserve verlaagd worden?
nee
45
Heesch-West (72186) Beleidsdoel/noodzaak reserve Deze reserve is bedoeld als extra financiële buffer voor Heesch West. In 2014 is de gemeenschappelijke regeling Heesch West voor het ontwikkelen van een regionaal bedrijventerrein vastgesteld. Oss neemt voor 30% deel in deze gemeenschappelijke regeling. De grondexploitatieberekening Heesch West is begin 2021 geactualiseerd en vastgesteld door het Algemeen Bestuur. De exploitatieberekening sluit met een exploitatietekort van € 43,7 miljoen. De deelnemende gemeenten hebben op basis daarvan een verliesvoorziening gevormd. De voorziening Heesch West bij onze gemeente bedraagt € 13,1 miljoen. Dit bedrag is afgeleid van ons deelnemingspercentage van 30% en het gecalculeerde verlies van € 43,7 miljoen. De reserve Heesch West is bedoeld om de risico’s die met deze grondexploitatie samenhangen af te dekken. In de grondexploitatie is een aantal belangrijke (in)schattingselementen opgenomen. De gemeenschappelijke regeling kent een gevoeligheidsanalyse en geen echte risicoanalyse. Iedere gemeente doet dit naar eigen inzicht. Oss heeft vanuit de specifieke uitgangspunten, kennis en omstandigheden een eigen inschatting gemaakt. Op basis van onze risicoanalyse hebben we een risicoreserve van € 2,04 miljoen nodig.
Minimaal noodzakelijke omvang einde meerjarenraming De minimaal noodzakelijke omvang aan het einde van de meerjarenraming is € 2.042.000. Deze omvang is gebaseerd op de risicoanalyse die we gemaakt hebben op basis van de vastgestelde exploitatieberekening 2021. Meerjarenbeeld op basis van bestaand beleid bedragen x € 1.000 Jaar
Saldo
Rente
1 januari
bijschrijven
Storting
Onttrekking
Saldo
2021
2.042
0
0
0
2.042
2022
2.042
0
0
0
2.042
2023
2.042
0
0
0
2.042
2024
2.042
0
0
0
2.042
2025
2.042
0
0
0
2.042
31 december
Toelichting op het meerjarenbeeld De reserve Heesch West bedraagt per 2021 € 2.042.205. Dit is in lijn met onze risicoanalyse die we hebben gemaakt op basis van de vastgestelde exploitatieberekening Heesch West 2021. Bij de jaarrekening 2021 zullen we de reserve opnieuw actualiseren. Dan maken we op basis van een nieuwe grondexploitatieberekening Heesch West een nieuwe risicoanalyse op basis van het Osse model. Eventuele aanpassingen verwerken we dan in de jaarrekening 2021. Zit er voldoende geld in de reserve?
ja
Moet de reserve aangevuld worden?
nee
Kan de reserve verlaagd worden?
nee
46
Mobiliteit (72151) Beleidsdoel/noodzaak reserve Deze reserve is bedoeld om projecten uit het meerjarig investeringsprogramma mobiliteit (MipMo) te betalen. Hieruit worden de projecten uit het MipMo 2016-2020 betaald. De reserve met de structurele voeding worden met ingang van het jaar 2023 ingezet om de grote mobiliteitsopgaven te betalen. De grote mobiliteitsopgaven zijn fase 3 Noordelijke Randweg, een ontsluitingsweg Oss West en de plannen van de spoorzone. Minimaal noodzakelijke omvang einde meerjarenraming De middelen in deze reserve zijn vanaf het jaar 2023 nodig voor de realisering van de grote mobiliteitsopgaven. Meerjarenbeeld op basis van bestaand beleid bedragen x € 1.000 Jaar
Saldo
Rente
1 januari
bijschrijven
Storting
Onttrekking
Saldo
2021
1.423
0
495
-374
1.544
2022
1.544
0
495
-334
1.705
2023
1.705
0
495
0
2.200
2024
2.200
0
495
0
2.695
2025
2.695
0
495
0
3.190
31 december
Toelichting op het meerjarenbeeld Stortingen De structurele storting van € 495.000 is besloten in de programmabegrotingen 2012-2015 en 2013-2016. Van dit bedrag wordt € 245.000 gestort vanuit het parkeerbedrijf. Huidige systematiek onttrekkingen Wegens de voorschriften in het BBV activeren we investeringen in mobiliteit en schrijven deze af. Bijdragen uit deze reserve aan investeringen storten we daarom in een reserve kapitaallasten. Vanuit deze reserve dekken we de kapitaallasten. De VAT-kosten (kosten voor voorbereiding, administratie en toezicht) onttrekken we uit de reserve mobiliteit. Naast investeringen wordt de reserve Mobiliteit momenteel ook ingezet voor bijdragen aan groot onderhoudsprojecten.
47
Onttrekkingen Bedragen in € 2021
2022
Doorstroming Hertogensingel
141.000
141.000
Fietsenstalling de Wal
88.550
Vrijliggende fietspaden Hazenkamplaan Veilig wegprofiel Papendijk-Zuid Verlagen dagtarief parkeren centrum Verkeersveiligheidsproblemen
100.000
100.000 42.000
Opslag voorbereiding / admin / toezicht totaal
44.000
51.000
373.550
334.000
Opheffing met ingang van het jaar 2023 De reserve mobiliteit wordt met ingang van het jaar 2023 opgeheven. In de Programmabegroting 2022-2025 is besloten om deze gelden in te zetten voor de grote mobiliteitsopgaven. De stand per 01-01-2023 wordt daarom overgeheveld naar de reserve bovenwijkse voorzieningen. De structurele voeding komt ten gunste van de reserve bovenwijkse voorzieningen en de reserve bovenwijkse netwerkvoorzieningen. Zit er voldoende geld in de reserve?
ja
Moet de reserve aangevuld worden?
nee
Kan de reserve verlaagd worden?
nee
48
Parkeren (72060) Beleidsdoel/noodzaak reserve Met deze reserve vangen we schommelingen in de opbrengsten van betaald parkeren op. In het parkeerbeleidsplan gaan we uit van een kostendekkende gesloten exploitatie. Dit betekent dat we er vanuit gaan dat we de kosten van parkeren kunnen betalen uit de parkeeropbrengsten. In de berekeningen gaan we er vanuit dat de volumes gelijk blijven. Hierin schuilt het risico dat de volumes door een forse tariefstijging zullen dalen en dat de verwachte parkeeropbrengsten niet gerealiseerd worden. Minimaal noodzakelijke omvang einde meerjarenraming Noodzakelijke omvang Minimaal noodzakelijke omvang: € 731.000 Maximale omvang: € 1.192.000 Het parkeerbedrijf heeft een gesloten exploitatie: de tarieven dekken de kosten van parkeren. Dit uitgangspunt hebben we als basis gebruikt voor de meerjarige berekening. De minimale omvang van de reserve is berekend op het kunnen opvangen van een vraaguitval van 5% over een periode van 4 jaar. Bij de maximale omvang gaan we uit van een vraaguitval van 10% over een periode van 4 jaar. We verwachten over de periode 2022 t/m 2025 een parkeeropbrengst van € 9.219.000. Opbouw reservebestand parkeren In deze reserve is een post opgenomen die we niet meenemen bij het bepalen van de noodzakelijke omvang. Het gaat om de bijdragen van derden in verband met de parkeereis in het centrum.
In het parkeerbeleidsplan is opgenomen dat een derde een bijdrage van € 10.000 moet betalen voor iedere parkeerplaats die een derde niet zelf kan aanleggen. De gemeente is verplicht om deze parkeerplaats binnen 10 jaar te realiseren. Als dat niet lukt wordt de € 10.000 terugbetaald. We hebben voor 27 parkeerplaatsen een bijdrage ontvangen. Deze bijdragen hebben we in de reserve gestort, in totaal dus € 270.000. In het komende beleidsplan parkeren wordt dit onderwerp behandeld c.q. het beleid hiervoor bepaald. Omvang Per 31 december 2023 is de reserve leeg. Meerjarenbeeld op basis van bestaand beleid bedragen x € 1.000 Jaar
Saldo
Rente
Storting
Onttrekking
Saldo
1 januari
bijschrijven
2021
778
0
0
-45
733
2022
733
0
0
-402
332
2023
332
0
0
-332
0
2024
0
0
0
0
0
2025
0
0
0
0
0
31 december
49
Toelichting op het meerjarenbeeld Onttrekkingen De onttrekkingen in de periode 2021 tot en met 2023 hebben te maken met teruglopende opbrengsten. In het parkeerbeleidsplan zal dit onderwerp besproken worden. Zit er voldoende geld in de reserve?
ja
Moet de reserve aangevuld worden?
nee
Kan de reserve verlaagd worden?
nee
50
Openbare verlichting (72167) Beleidsdoel/noodzaak reserve De reserve is bedoeld voor de dekking van de vervangingsinvesteringen van alle lichtmasten en armaturen voor de komende planperiode en voor schilderwerk aan de lichtmasten. Dagelijks onderhoud (inclusief energielasten) betalen we doorgaans uit de structurele begroting. In de periode 2014-2018 geven we een impuls aan het verduurzamen van de openbare ruimte. In deze periode halen we gefaseerd bedragen uit de reserve om lichtmasten te vervangen en armaturen met led-verlichting te plaatsen. Bij het dagelijks onderhoud betaalt de ombouw naar led-verlichting zich terug in een afname van het aantal storingen en energieverbruik. Minimaal noodzakelijke omvang einde meerjarenraming De minimaal noodzakelijke omvang aan het einde van de meerjarenraming is € 9.000 Meerjarenbeeld op basis van bestaand beleid bedragen x € 1.000 Jaar
Saldo
Rente
Storting
Onttrekking
Saldo
1 januari
bijschrijven
2021
169
0
0
-28
141
2022
141
0
0
-28
114
2023
114
0
0
-28
86
2024
86
0
0
-28
58
2025
58
0
0
-28
30
31 december
Toelichting op het meerjarenbeeld Onttrekkingen vanaf 2021 In de jaren 2021-2025 wordt regulier groot onderhoud uitgevoerd. De kosten daarvan betalen we uit de reserve. Zit er voldoende geld in de reserve?
ja
Moet de reserve aangevuld worden?
nee
Kan de reserve verlaagd worden?
nee
51
Geluid (72164) Beleidsdoel/noodzaak reserve Deze reserve gebruiken we om knelpunten op het terrein van geluidsoverlast op te lossen. Minimaal noodzakelijke omvang einde meerjarenraming De minimaal noodzakelijke omvang aan het einde van de meerjarenraming is € 413.000. Meerjarenbeeld op basis van bestaand beleid
bedragen x € 1.000 Jaar
Saldo
Rente
Storting
Onttrekking
Saldo
1 januari
bijschrijven
2021
523
0
0
-110
413
2022
413
0
0
0
413
2023
413
0
0
0
413
2024
413
0
0
0
413
2025
413
0
0
0
413
31 december
Toelichting op het meerjarenbeeld Onttrekking 2021 We hebben de volgende onttrekkingen gepland: -
Wij betalen € 30.000 uit deze reserve voor het opstellen van locatieprofielen.
-
Ook de kosten MER motorsportterrein Nieuw Zevenbergen van € 80.000 worden hieruit betaald. De besteding hiervan loopt steeds vaker gelijk met de prioritering in het MipMo (meerjarig investeringsprogramma mobiliteit). Bij het oplossen van verkeersknelpunten onderzoeken we ook vaak de geluidsoverlast van de voorziening. Als het MipMo wordt geactualiseerd weten we ook welke projecten om een geluidsonderzoek vragen.
In het coalitieakkoord staat dat we de geluidsoverlast A50-A59 gaan onderzoeken. Eventuele maatregelen om deze overlast te beperken betalen we uit deze reserve. Zit er voldoende geld in de reserve?
ja
Moet de reserve aangevuld worden?
nee
Kan de reserve verlaagd worden?
nee
52
Verkeersregelinstallaties (72168) Beleidsdoel/noodzaak reserve Deze reserve is bedoeld voor de dekking van vervangingsinvesteringen van verkeersregelinstallaties (VRI's) voor de komende planperiode. De reserve is bij de vorming gevoed uit de vrijval van de opgeheven voorzieningen egalisatie vervanging VRI en egalisatie schilderwerk VRI. Dagelijks onderhoud (inclusief energielasten) betalen we uit de structurele begroting. De kosten voor groot onderhoud verlopen niet regelmatig. Om schommelingen op te vangen is het praktisch en noodzakelijk om een bestemmingsreserve te hebben. Minimaal noodzakelijke omvang einde meerjarenraming Deze reserve is leeg en kan opgeheven worden. Meerjarenbeeld op basis van bestaand beleid bedragen x € 1.000 Jaar
Saldo
Rente
Storting
Onttrekking
Saldo
1 januari
bijschrijven
2021
0
0
0
0
0
2022
0
0
0
0
0
2023
0
0
0
0
0
2024
0
0
0
0
0
2025
0
0
0
0
0
31 december
Toelichting op het meerjarenbeeld Onttrekkingen in 2021. De reserve is leeg en kan opgeheven worden. Zit er voldoende geld in de reserve?
ja
Moet de reserve aangevuld worden?
nee
Kan de reserve verlaagd worden?
nee
53
Strategische aankopen (72134) Beleidsdoel/noodzaak reserve Doelstelling Om de ambities van gemiddeld 600 woningen op jaarbasis te realiseren en meer bedrijventerreinen voor o.a. MKB beschikbaar te krijgen wordt op een actief grondbeleid ingezet. Bij een actief grondbeleid houdt de gemeente zelf de regie bij de ontwikkeling. De gemeente verwerft zelf de gronden en voert de grondexploitatie uit. De gemeente heeft hierbij meer inspraak in de kwaliteit en het programma van plannen en het bouwtempo. Bij een actief grondbeleid is een actief aankoopbeleid noodzakelijk om de gewenste grondposities in bezit te krijgen. Het gaat om strategische verwervingen voor uitbreidingslocaties. Voor inbreidingslocaties wordt verwezen naar de reserve binnenstedelijke transformaties. Deze reserve biedt de financiële ruimte en beperkt het financiële risico om de strategische aankopen voor uitbreidingslocaties in een vroeg stadium te kunnen realiseren. Inzet reserve De reserve wordt hierbij voor twee onderdelen ingezet, te weten: a.
Afdekken overwaarde De commissie BBV (Besluit Begroting en Verantwoording) heeft in de notitie Grondbeleid in begroting en jaarstukken (2019) een aantal waarderingsregels voor grondaankopen en vastgoed voorgeschreven. Bij de aankoop van bepaalde gronden en vastgoed behoort de overwaarde te worden afgeboekt. Dit is het verschil tussen de aankoopwaarde en de marktwaarde van de huidige bestemming. Dit beperkt het financiële risico voor de gemeente.
b.
Afdekken rentekosten voorfinanciering
Bij een actief grondbeleid worden de aankopen door de gemeente voorgefinancierd. Het uitgangspunt is om de rentekosten voor de aankoop van warme gronden af te dekken tot het moment dat deze gronden onderdeel worden van BIE (Bouwgrond In Exploitatie). Administratieve verwerking overwaarde Bij potentiële grondexploitaties wordt de afgewaardeerde overwaarde, op grond van fiscale overwegingen, in een (tijdelijke) voorziening afwaardering grondaankopen gestort vanuit deze reserve. Als er voor deze gronden een grondexploitatie (BIE) wordt opgesteld dan worden deze gronden tegen de aankoopwaarde ingebracht. De afgewaardeerde overwaarde wordt dan weer naar deze reserve strategische aankopen terug gestort (revolverend fonds). Dit geschiedt alleen als de (bouw)grond in exploitatie (BIE) wordt genomen. Het startpunt van een BIE is een raadsbesluit met de vaststelling van een grondexploitatie. Indien het niet leidt tot een BIE dan zal afboeking plaatsvinden ten laste van de voorziening. Voeding reserve Het op termijn terug storten van de afgewaardeerde overwaarde creëert middelen voor deze reserve (revolverend fonds). De rentekosten van de voorfinanciering wordt uit deze reserve betaald. Dit betekent dat vooral voor dit deel de reserve op termijn aangevuld behoort te worden. De reserve wordt op basis van de ambities op het gebied wonen en werken geactualiseerd.
Een benodigde aanvulling van deze reserve wordt met voorrang uit de vrijval van ABR verricht. De ABR grondbedrijf wordt gevoed vanuit grondexploitaties en heeft dus een sterk causaal verband met deze reserve.
54
Minimaal noodzakelijke omvang einde meerjarenraming Het bepalen van de benodigde omvang van deze reserve is complex. In de berekening is rekening gehouden met de ambities op het gebied van wonen en werken voor de periode tot en met 2034. De waarderingsregels en het afdekken van de rentekosten van de voorfinanciering levert voor de aankoop van de gronden en vastgoed voor woningbouw, bedrijventerreinen en ruilgronden andere berekeningen op. Ruilgronden zijn ook opgenomen omdat deze bij de aankoop van gronden en vastgoed een belangrijke meerwaarde kunnen vervullen om een transactie te kunnen realiseren. In totaal is op basis van deze berekeningen een bedrag van circa € 6,1 miljoen benodigd. Dit bedrag is geen hard gegeven en is van veel factoren afhankelijk. Het vormt een richtinggevend bedrag dat dienst doet als werkkapitaal om strategische grondaankopen te kunnen verrichten. Meerjarenbeeld op basis van bestaand beleid bedragen x € 1.000 Jaar
Saldo
Rente
Storting
Onttrekking
Saldo
1 januari
bijschrijven
2021
1.000
0
0
376
624
2022
624
0
5.100
0
5.724
2023
5.724
0
0
0
5.724
2024
5.724
0
0
0
5.724
2025
5.724
0
0
0
5.724
31 december
Toelichting op het meerjarenbeeld Storting De storting in 2022 is vanuit de vrijval van de ABR (Algemene BedrijfsreserveGrondbedrijf) 2022 verricht. Dit cijfer is gebaseerd op de uitkomsten van het Najaarsbericht grondbedrijf 2021. Onttrekking In 2021 heeft een grondaankoop in Ravenstein plaats gevonden. Op basis van de BBV behoort deze aankoop voor een bedrag van € 375.000 te worden afgeboekt. Dit bedrag wordt gestort in de voorziening afboeking grondaankopen.
Zit er voldoende geld in de reserve?
Nee
Moet de reserve aangevuld worden?
Nee
Kan de reserve verlaagd worden?
Nee
55
Binnenstedelijke transformaties (72232) Beleidsdoel/noodzaak reserve Doelstelling Binnenstedelijke transformaties beogen de leefbaarheid wonen-werken te verbeteren en toekomst bestendig te maken. Hierbij wordt o.a. rekening gehouden met woningbouwambities, energietransitie, bereikbaarheid, klimaatadaptie en bestuurlijke ambities voor specifieke gebiedsontwikkelingen. Bij deze gebiedstransformaties is het uitgangspunt om een sluitende businesscase/grondexploitatie op te stellen. Dit is echter niet altijd mogelijk. De reserve binnenstedelijke transformatie draagt bij om deze binnenstedelijke transformaties dan mogelijk te maken. De binnenstedelijke transformaties gaan gepaard met hoge investeringskosten en lange doorlooptijden. Een deel van de kosten zijn op termijn door de ontwikkeling terug te verdienen en een deel zijn onrendabele toppen. Bij het terug verdienen wordt o.a. naar de mogelijkheden van meer woningbouw, kostenverhaal, samenwerking met private partijen gekeken. Om de onrendabele toppen af te dekken is deze reserve noodzakelijk. Bij het afdekken van deze onrendabele toppen worden ook de mogelijkheden onderzocht van bijdrage/fondsen van o.a. provincie, Rijksoverheid en Europa. Bij deze verzoeken is in beginsel een gemeentelijke bijdrage (cofinanciering) nodig om de onrendabele top mee af te dekken.
Voeding reserve De reserve wordt gevoed vanuit de vrijval van de ABR (Algemene BedrijfsReserve) grondbedrijf. De herstructureringsplannen werden in het verleden ook vanuit de ABR grondbedrijf betaald. We gaan uit van het gemiddelde bedrag van de bandbreedte 8 en 12 miljoen zijnde een bedrag van € 10 miljoen. Dit bedrag wordt vanuit de ABR grondbedrijf beschikbaar gesteld. Inzet reserve – instemming raad Gezien de omvang van de projecten worden deze projecten integraal afgewogen bij de Programmabegroting of in een afzonderlijk raadsvoorstel voorgelegd. De projecten worden afgewogen binnen de beschikbare middelen van deze reserve binnenstedelijke transformaties. Minimaal noodzakelijke omvang einde meerjarenraming Omvang Het is op voorhand lastig om de omvang voor deze reserve binnenstedelijke transformatie te bepalen. De gemeente Oss heeft het afgelopen decennium een bedrag van circa € 35 miljoen aan herstructureringsplannen besteed (Wal Kwartier, centrumplan Geffen, dorpsplan Oijen, Schelversakker, centrumplan Berghem). Op basis van de huidige inzichten is de verwachting dat voor de komende 10 jaar (2022-2032) voor de projecten Euterpelaan en gebiedsontwikkeling Raadhuislaan Zuid een bedrag benodigd is tussen de € 8 en € 12 miljoen. Benadrukt wordt dat dit een eerste grove raming is en de bedragen in deze fase niet worden toebedeeld aan een bepaald project.
Uitgangspunt is om per gebiedstransformatie een sluitende businesscase/grondexploitatie op te stellen. Rekening houdend met de bestuurlijke ambities wordt getracht om de kosten zoveel mogelijk te drukken en de opbrengsten te optimaliseren. Bij de gebiedstransformatie is het wenselijk om aansluiting te houden met de vervangingsopgave van de openbare ruimte. De openbare ruimte kan dan met de beschikbare vervangingsgelden van de openbare ruimte worden betaald.
56
Meerjarenbeeld op basis van bestaand beleid bedragen x € 1.000 Jaar
Saldo
Rente
Storting
Onttrekking
Saldo
1 januari
bijschrijven
2021
0
0
0
0
0
2022
0
0
10.000
0
10.000
2023
10.000
0
0
0
10.000
2024
10.000
0
0
0
10.000
2025
10.000
0
0
0
10.000
31 december
Toelichting op het meerjarenbeeld Toelichting cijfers De reserve is vanuit de vrijval ABR gelden 2022 met een bedrag van € 10 miljoen aangevuld. Dit cijfer is gebaseerd op de uitkomsten van het Najaarsbericht grondbedrijf 2021. Zit er voldoende geld in de reserve?
ja/nee
Moet de reserve aangevuld worden?
ja/nee
Kan de reserve verlaagd worden?
nee
57
Bovenwijkse voorzieningen (72061) Beleidsdoel/noodzaak reserve Doelstelling reserve Met deze reserve willen we sparen om de ambities op het gebied van de bovenwijkse voorzieningen te kunnen uitvoeren. De ambities op dit gebied zijn het "mobiliteitsplan in voorbereiding", fase 3 van de Noordelijke Randweg en een ontsluitingsweg Oss West. Deze ambities gaan we betalen uit de inkomsten van de bijdrage bovenwijkse voorzieningen, vrijval ABR gelden en inzet gelden reserve mobiliteit. De bijdrage voor bovenwijkse voorzieningen wordt met ingang van het jaar 2022 ingevoerd. Dit geschiedt op basis van de nota kostenverhaal. Hierin is opgenomen dat voor projecten waarbij nieuw vastgoed wordt ontwikkeld een bijdrage voor bovenwijkse voorzieningen wordt betaald. Deze projecten betalen op basis van het PPT criteria (Profijt, Proportionaliteit en Toerekenbaarheid) mee aan de aanleg van bovenwijkse voorzieningen (voorzieningen op het gebied van infrastructuur). Tevens wordt een deel van de vrijval ABR gelden en de reserve mobiliteit ingezet om deze ambities te kunnen betalen. Deze inkomsten worden in deze reserve verantwoord en ingezet om de aanleg van de genoemde bovenwijkse voorzieningen mogelijk te maken.
Minimaal noodzakelijke omvang einde meerjarenraming Bestemming en omvang reserve De ambities op het gebied van wonen en werken hebben consequenties voor de bereikbaarheid en infrastructuur van onze stad. Om de effecten van de woningbouwambities op het wegennet te beoordelen is een robuustheidtoets (Goudappel, juni 2021) uitgevoerd. Dit laat een toename van het verkeer zien wat mogelijk tot knelpunten in de verkeersafwikkeling (file) zal leiden. Dit betekent dat opwaardering van het bestaande wegennet of uitbreiding van de infrastructuur nodig is om de woningbouwontwikkeling aan de westzijde van de stad mogelijk te maken. In een vervolgstudie wordt onderzocht wat de beste oplossing is voor de stad (ontsluitingsweg Oss West). Bij fase 3 van de Noordelijke randweg is eveneens een vervolgstudie nodig vanwege de scenario’s van de ontsluiting voor het gebied Oss West. Tevens wordt een mobiliteitsplan opgesteld. Dit plan is nog in voorbereiding. De kern van dit mobiliteitsplan wordt om meer te investeren in snelle, comfortabele en veilige fietsroutes binnen het stedelijke gebied en vanuit de stad naar de omliggende kernen. Hierbij wordt eveneens ingegaan op het autostructuur netwerk. Op basis van dit mobiliteitsplan wordt een uitvoeringsagenda opgesteld. Het voorstel is om voor de periode 20222031 een investeringsbedrag van € 2 miljoen beschikbaar te stellen.
Op basis van een eerste grove berekening is het totaal bedrag van deze bovenwijkse voorzieningen geraamd op ruim circa € 36 miljoen. De vervolgstudies en de gekozen oplossingsrichtingen zullen tot een aanpassing van het bedrag leiden. Bij de actualisatie van deze reserve worden de ontwikkelingen en dit cijfer geactualiseerd. Aanvullende voeding reserve De bijdrage bovenwijkse voorzieningen is onvoldoende om de aanleg van deze bovenwijkse voorzieningen mogelijk te maken. Deze reserve wordt daarom ook aangevuld vanuit de vrijval van de ABR (Algemene BedrijfsReserve) grondbedrijf en de reserve mobiliteit. Op basis van deze doorrekeningen resteert er een tekort van circa € 3 miljoen om de plannen te realiseren.
58
Inzet reserve – instemming raad Het mobiliteitsplan in voorbereiding, de plannen voor fase 3 van de Noordelijke Randweg en de nog te kiezen oplossing voor de ontsluitingsweg Oss West worden eerst integraal bij de Programmabegroting afgewogen of in een afzonderlijk raadsvoorstel voorgelegd. Een afzonderlijk raadsvoorstel is alleen mogelijk als er voldoende financiële middelen in deze reserve aanwezig zijn. Hierbij wordt opgemerkt dat de projecten pas aan de gemeenteraad kunnen worden voorgelegd op het moment dat de storting in deze reserve daadwerkelijk gerealiseerd is. Dit betekent in de praktijk dat de bijdragen voor de bovenwijkse voorzieningen is betaald en winsten van het grondbedrijf (vrijval ABR) gerealiseerd zijn. Meerjarenbeeld op basis van bestaand beleid bedragen x € 1.000 Jaar
Saldo
Rente
Storting
Onttrekking
Saldo
1 januari
bijschrijven
2021
0
0
0
0
0
2022
0
0
3.281
0
3.281
2023
3.281
0
9.272
0
12.553
2024
12.533
0
7.629
0
20.182
2025
20.182
0
5.844
0
26.026
31 december
Specificatie stortingen:
Bijdrage Jaar
bovenwijkse voorzieningen
Vrijval
Reserve
ABR gelden
mobiliteit
Totaal
2021
0
0
0
0
2022
207
3.281
0
3.281
2023
927
8.345
0
9.272
2024
717
5.708
1.204
7.629
2025
3.016
2.333
495
5.844
Toelichting op het meerjarenbeeld Toelichting cijfers Raming stortingen Voor het inzicht in de stortingen is een specificatie van de stortingen opgenomen. Deze geeft de geldstromen weer die in deze reserve worden gestort, te weten de bijdrage bovenwijkse voorziening, vrijval ABR en de reserve mobiliteit. Bij de stortingen wordt een onderscheid gemaakt tussen een gerealiseerde storting en een verwachte storting. Een gerealiseerde storting betekent dat de storting vanuit de vrijval ABR heeft plaats gevonden en dat de bijdrage bovenwijkse voorzieningen is betaald. Overigens betaald de gemeente zelf ook mee aan de bovenwijkse voorzieningen (bijdrage vanuit de grondbedrijf complexen). Het bedrag van de vrijval ABR gelden 2022 is een bedrag wat zeker is. Dit is gebaseerd op de uitkomsten Najaarsbericht grondbedrijf 2021. De overdracht van de gelden van de reserve mobiliteit zijn eveneens zeker. De overige bedragen zijn de verwachte stortingen. Deze stortingen zijn op basis van prognoses tot stand gekomen. 59
De cijfers worden elk jaar in deze nota geactualiseerd. Overdracht gelden reserve mobiliteit Noordelijke Randweg De reserve mobiliteit wordt met ingang van het jaar 2023 opgeheven. In de reserve mobiliteit is een bedrag van € 1,5 miljoen aanwezig voor fase 2 van de Noordelijke Randweg. Indien de uitvoering niet in 2023 is gerealiseerd worden deze gelden en het beschikbare bedrag in de Programmabegroting 2020-2023 naar deze reserve gestort. Deze gelden blijven dan beschikbaar voor de uitvoering van de Noordelijke Randweg. Administratieve verwerking investeringen Deze investeringen in de openbare ruimte behoren geactiveerd te worden. Om te voldoen aan dit uitgangspunt wordt -op het moment dat de werkzaamheden voor het betreffende project in zijn geheel zijn uitgevoerd- het investeringsbedrag vanuit deze reserve naar de bestemmingsreserve dekking afschrijvingslasten openbare ruimte geboekt. De kapitaallasten (rente en afschrijvingen) van deze investering wordt vervolgens en uit de bestemmingsreserve dekking afschrijvingslasten openbare ruimte afgedekt. Zit er voldoende geld in de reserve?
nee
Moet de reserve aangevuld worden?
ja
Kan de reserve verlaagd worden?
nee
60
Verbetering fysieke kwaliteit leefomgeving (72233) Beleidsdoel/noodzaak reserve Doelstelling reserve Met deze reserve willen we sparen om de ambities op het gebied van de verbetering fysieke kwaliteit leefomgeving te kunnen uitvoeren. Dit zijn de ambities op dit gebied van Groen, Blauw en Natuur, vergroening van de Noordelijke ontsluitingsweg en plannen van de spoorzone. Deze ambities gaan we betalen uit de inkomsten van de bijdrage bovenwijkse netwerkvoorzieningen, vrijval ABR gelden en inzet gelden reserve mobiliteit. De bijdrage voor bovenwijkse netwerkvoorzieningen wordt met ingang van het jaar 2022 ingevoerd. Dit geschiedt op basis van de nota kostenverhaal. In de nota kostenverhaal is opgenomen dat voor projecten waarbij nieuw vastgoed wordt ontwikkeld een bijdrage voor bovenwijkse netwerkvoorziening betalen. Deze projecten betalen allemaal een bijdrage. Het is een publiekrechtelijk afdwingbare vordering. De onderbouwing hiervoor behoort in een structuurvisie/omgevingsvisie of –programma te worden vastgelegd. Het gaat hierbij om de verbetering van de fysieke kwaliteit leefomgeving op het gebied van landschappelijke waarden, natuur en netwerkvoorzieningen. Netwerkvoorzieningen betreffen investeringen op het gebied van de infrastructuur openbare ruimte waarvan de gehele gemeente profijt heeft.
Deze inkomsten worden in deze reserve verantwoord en vervolgens ingezet om de fysieke kwaliteit leefomgeving te verbeteren. Minimaal noodzakelijke omvang einde meerjarenraming Bestemming en omvang reserve Bij de ambities op het gebied van Groen, Blauw en Natuur gaat het om o.a. uitbreiding van natuur en verbetering biodiversiteit. De vergroening Noordelijke ontsluitingsweg is een afzonderlijk project. Projecten op dit gebied werden in het verleden betaald uit de reserve groenfonds landelijk gebied. Deze reserve werd o.a. gevoed vanuit een bijdrage van € 5 per m2 voor uitleglocaties woningbouw. Deze bijdrage komt op jaarbasis gemiddeld uit op € 180.000. Deze bijdrage komt te vervallen. De bijdrage voor de verbetering fysieke kwaliteit leefomgeving komt hiervoor in de plaats. Rekening houdend met de stand van de reserve landelijke groenfonds is voor de periode 2022 tot en met 2031 een aanvulling nodig van € 1,3 miljoen. De reserve landelijke groenfonds heeft dan € 1,8 miljoen te besteden aan Groen, Blauw en Natuur voor de periode 2022-2030 en vergroening van de Noordelijke ontsluitingsweg. Voor de ambities van de spoorzone gaan we vooralsnog uit van een eigen gemeentelijke bijdrage van € 125 miljoen. Dit bedrag is gebaseerd op de eerste hele grove cijfers van het adviseurs-/ingenieursbureau Movares.
Bij deze opzet is uitgegaan dat het Rijk en provincie een heel groot deel van de kosten voor hun rekening zullen nemen. Het vergt een hele grote financiële inspanning van de gemeente om deze ambities te kunnen realiseren. Met deze reserve willen we een aanvang maken om gelden vrij te maken om deze ambities te kunnen realiseren. Het traject wat hiermee wordt ingezet is een traject van een lange adem. Het uitgangspunt is om deze cijfers om de 4 jaar bij de nota kostenverhaal te actualiseren. Deze bedragen zijn namelijk ook onderdeel van de berekening van de bijdrage bovenwijkse netwerkvoorzieningen. Aanvullende voeding reserve De bijdrage bovenwijkse netwerkvoorziening is onvoldoende om de ambities van de spoorzone te kunnen realiseren. Deze reserve wordt daarom ook aangevuld vanuit de vrijval van de ABR (Algemene BedrijfsReserve) grondbedrijf en de inzet van de middelen van de reserve mobiliteit. Er resteert dan nog een tekort.
61
Inzet reserve – instemming raad De ambities van het nog op te stellen NNO plan, vergroening Noordelijke Randweg en de spoorzone (verkenning spoorzone) behoren nog verder uitgewerkt te worden. Deze plannen worden met een uitvoeringsagenda altijd eerst integraal bij de Programmabegroting afgewogen of in een afzonderlijk raadsvoorstel voorgelegd. Een afzonderlijk raadsvoorstel is alleen mogelijk als er voldoende financiële middelen in deze reserve aanwezig is. Hierbij wordt opgemerkt dat de projecten pas aan de gemeenteraad kunnen worden voorgelegd op het moment dat de storting in deze reserve daadwerkelijk gerealiseerd is. Dit betekent in de praktijk dat de bijdragen voor verbetering fysieke kwaliteit leefomgeving is betaald en winsten van het grondbedrijf (vrijval ABR) gerealiseerd zijn. Meerjarenbeeld op basis van bestaand beleid bedragen x € 1.000 Jaar
Saldo
Rente
Storting
Onttrekking
Saldo
1 januari
bijschrijven
2021
0
0
0
0
0
2022
0
0
132
0
132
2023
132
0
616
0
748
2024
748
0
469
0
1217
2025
1217
0
1991
0
3208
31 december
Specificatie stortingen
Jaar
Bijdrage bovenwijkse netwerkvoorzieningen
Vrijval Reserve mobiliteit ABR gelden
2021
Totaal
0
0
0
2022
132
0
0
132
2023
616
0
0
616
2024
469
0
0
469
2025
1991
0
0
1991
Toelichting op het meerjarenbeeld Toelichting cijfers Voor het inzicht in de stortingen is een specificatie van de stortingen opgenomen. Deze geeft de geldstromen weer die in deze reserve worden gestort, te weten de bijdrage bovenwijkse netwerkvoorziening, vrijval ABR en de reserve mobiliteit. De bedragen in deze overzichten zijn de verwachte stortingen. Deze stortingen zijn op basis van prognoses tot stand gekomen. Er worden in deze periode geen gelden vanuit de reserve mobiliteit en vrijval ABR gestort. Vanaf het jaar 2030 worden deze gelden hiervoor beschikbaar gesteld. De cijfers worden elk jaar in deze nota geactualiseerd. 62
Administratieve verwerking investeringen Deze investeringen in de openbare ruimte behoren geactiveerd te worden. Om te voldoen aan dit uitgangspunt wordt -op het moment dat de werkzaamheden voor het betreffende project in zijn geheel zijn uitgevoerd- het investeringsbedrag van uit deze reserve naar de bestemmingsreserve dekking afschrijvingslasten openbare ruimte geboekt. De kapitaallasten (rente en afschrijvingen) van deze investering worden vervolgens en uit de bestemmingsreserve dekking afschrijvingslasten openbare ruimte afgedekt.
Zit er voldoende geld in de reserve?
nee
Moet de reserve aangevuld worden?
ja
Kan de reserve verlaagd worden?
nee
63
Volkshuisvesting (72176) Beleidsdoel/noodzaak reserve Deze reserve is bedoeld om initiatieven op het gebied van volkshuisvesting te kunnen betalen. Zoals we hierna ook aangeven heffen we de reserve woninggebonden subsidies op en voegen we die samen met deze reserve. Daarmee gebruiken we deze reserve voortaan ook om de jaarlijkse beheerkosten van duurzaamheidsleningen te betalen. Minimaal noodzakelijke omvang einde meerjarenraming De minimaal noodzakelijke omvang aan het einde van de meerjarenraming is € 305.000. Meerjarenbeeld op basis van bestaand beleid bedragen x € 1.000 Jaar
Saldo
Rente
1 januari
bijschrijven
Storting
Onttrekking
Saldo
2021
446
0
0
-141
305
2022
305
0
0
0
305
2023
305
0
0
0
305
2024
305
0
0
0
305
2025
305
0
0
0
305
31 december
Toelichting op het meerjarenbeeld Onttrekkingen 2021 We hebben de volgende onttrekkingen gepland: -
We gebruiken een bedrag van € 81.000 voor het project gevelverbetering centrum en voor wonen in het centrum.
-
Voor onderzoek naar ontwikkeling van de Euterpelaan halen we een bedrag van € 60.000 uit deze reserve.
-
We halen het bedrag dat we aan SVn betalen voor het beheer van de duurzaamheidsleningen jaarlijks uit de reserve. Dit is nog niet geraamd. Dit bedrag is afhankelijk van het totaal van de uitstaande leningen op 31 december. Dit bedrag neemt af door ontvangst van aflossingen en neemt toe door het verstrekken van nieuwe leningen.
Zit er voldoende geld in de reserve?
ja
Moet de reserve aangevuld worden?
nee
Kan de reserve verlaagd worden?
nee
64
Omgevingswet (72235) Beleidsdoel/noodzaak reserve We reserveren een bedrag voor de implementatie van de omgevingsvisie/ - wet. Dit is nodig voor: -
vanaf 2022 starten we met het omzetten van bestemmingsplannen naar omgevingsplannen. De gemeente heeft onverkort de Rijksregels overgenomen maar na 2022 gaan we de regelgeving meer aanpassen aan de lokale situatie in Oss. Dit heeft gevolgen voor de taakvelden Milieu, Riolering, Mobiliteit en Groen, Water en Ecologie. Verwacht wordt dat na een paar jaar de hoeveelheid werk afneemt door ervaring. De afstemming tussen rijksregels en eigen wet- en regelgeving zorgt voor tijdelijke extra werk.
-
Er moeten toepasbare regels worden opgesteld. Vanaf de invoeringsdatum sluiten gemeente verplicht aan bij het landelijke DSO (Digitaal stelsel omgevingswet). Voor de publicatie van plannen en voor het aanvragen van vergunningen en doen van meldingen. Gemeenten moeten er voor zorgen dat de eigen informatie via het loket zichtbaar is én actueel blijft. Het is de bedoeling van inwoners zoveel mogelijk zelf via het loket kunnen checken of een vergunning nodig is en welke vereisten daaraan gesteld worden. Dat kan door het invoeren van zogenaamde vragenbomen of toepasbare regels. Naarmate wij ons omgevingsplan ontwikkelen, kunnen we ook meer regels omzetten in toepasbare regels zodat de dienstverlening zo optimaal mogelijk is (natuurlijk blijft persoonlijk contact ook mogelijk).
-
Voor het opstellen van het Omgevingsplan is voor de periode van twee jaar extra capaciteit noodzakelijk.
Minimaal noodzakelijke omvang einde meerjarenraming De minimaal noodzakelijke omvang aan het einde van de meerjarenraming is € 0. Meerjarenbeeld op basis van bestaand beleid bedragen x € 1.000 Jaar
Saldo
Rente
Storting
Onttrekking
Saldo
1 januari
bijschrijven
2021
0
0
0
0
0
2022
0
0
1.129
-524
606
2023
606
0
0
-606
0
2024
0
0
0
0
0
2025
0
0
0
0
0
31 december
Toelichting op het meerjarenbeeld We storten in 2022 een bedrag van € 1.129.000 in de reserve voor de kosten van de voorbereiding van de Omgevingswet. We onttrekken in 2022 en in 2023 budget voor de afdelingen IBOR en RO om de voorbereidende werkzaamheden te kunnen uitvoeren. Het gaat om een bedrag van € 524.000 in 2022 en € 606.000 in 2023. Zit er voldoende geld in de reserve?
ja
Moet de reserve aangevuld worden?
nee
Kan de reserve verlaagd worden?
nee
65
Woonwagens (72122) Beleidsdoel/noodzaak reserve We willen de reserve 'Brutering Woonwagens' aanpassen naar de reserve 'Woonwagens'. De reserve brutering woonwagens is gevormd op basis van de Regeling afkoop geldelijke steun woonwagens en standplaatsen. We hebben daarvoor een afkoopsom van het rijk gekregen. Daarmee heeft het rijk de langlopende verplichtingen rondom kapitaallasten en onderhoud van woonwagens afgekocht. We hadden deze afkoopsom in deze reserve gestort. Voorheen hebben we de reserve ingezet om de kapitaallasten en onderhoudskosten van woonwagens en standplaatsen voor een deel af te dekken. Het bedrag is echter niet meer nodig voor de kapitaallasten en onderhoudskosten. Daarom willen we het bedrag reserveren voor woonwagens algemeen. Minimaal noodzakelijke omvang einde meerjarenraming De benodigde omvang is € 448.000. Meerjarenbeeld op basis van bestaand beleid bedragen x € 1.000 Jaar
Saldo
Rente
Storting
Onttrekking
Saldo
1 januari
bijschrijven
2021
151
0
0
-53
98
2022
98
0
350
0
448
2023
448
0
0
0
448
2024
448
0
0
0
448
2025
448
0
0
0
448
31 december
Toelichting op het meerjarenbeeld Onttrekkingen 2021 We besteden € 50.000 voor de aanpassing van twee woonwagenstandplaatsen. We betalen dit uit de reserve Woonwagens. De standplaatsen staan momenteel leeg waardoor het nu het moment is om het voorzieningengebouw en de bestrating aan te passen. Hierna zullen de standplaatsen opnieuw worden verhuurd. Stortingen 2022 We storten in 2022 een bedrag van € 350.000 in de reserve voor het realiseren van standplaatsen in de toekomst. Zit er voldoende geld in de reserve?
ja
Moet de reserve aangevuld worden?
nee
Kan de reserve verlaagd worden?
nee
66
Beheerkosten startersleningen (72172) Beleidsdoel/noodzaak reserve Deze reserve gebruiken we om de beheerkosten van de startersleningen te betalen en de risico’s daarvan af te dekken. Verder storten we de bijdragen van de verkopers in deze reserve. De startersleningen zijn bedoeld om de (koop-)woningmarkt een impuls te geven. Minimaal noodzakelijke omvang einde meerjarenraming De minimaal noodzakelijke omvang aan het einde van de meerjarenraming is € 873.000. Meerjarenbeeld op basis van bestaand beleid bedragen x € 1.000 Jaar
Saldo
Rente
Storting
Onttrekking
Saldo
1 januari
bijschrijven
2021
1.053
0
0
-180
873
2022
873
0
0
0
873
2023
873
0
0
0
873
2024
873
0
0
0
873
2025
873
0
0
0
873
31 december
Toelichting op het meerjarenbeeld Onttrekkingen 2021 We hebben door de vele aflossingen van de startersleningen naar de beheerkosten gekeken. Dit jaar halen we € 180.000 uit deze reserve. Onttrekkingen boeken we op het eind van het jaar. Onttrekkingen zijn afhankelijk van de hoogte van het totaalbedrag leningen op 31 december dit jaar. Stortingen komen niet meer voor omdat de startersleningenregeling is gestopt. Zit er voldoende geld in de reserve?
ja
Moet de reserve aangevuld worden?
nee
Kan de reserve verlaagd worden?
nee
67
Koploperproject Ravenstein-Lith (72213) Beleidsdoel/noodzaak reserve Deze reserve is bedoeld voor het financieren van meekoppelkansen rondom de waterveiligheid van de Maas. Plannen voor de verbetering van de waterveiligheid van de Maas worden de komende jaren in integrale gebiedsopgaven voorbereid. Hiervoor hebben we ingestemd met een bestuursovereenkomst voor het koploperproject Ravenstein-Lith. Voor Oss zijn er belangrijke meekoppelkansen, zoals het verbeteren van de toegang tot de haven in het Burgemeester Delenkanaal tussen de Maas en de sluis bij Macharen. Daarnaast is het koploperproject een impuls voor de vrijetijdseconomie in de zone langs de Maas en ondersteunt het een strategie voor de bakenbomen. Met het beschikbaar stellen van deze middelen zullen andere projectpartners extra middelen inbrengen waardoor de opbrengsten van onze bijdrage naar verwachting sterk vermeerderd worden. Minimaal noodzakelijke omvang einde meerjarenraming De minimaal noodzakelijke omvang aan het einde van de meerjarenraming is € 1.800.000. Meerjarenbeeld op basis van bestaand beleid bedragen x € 1.000 Jaar
Saldo
Rente
Storting
Onttrekking
Saldo
1 januari
bijschrijven
2021
1.300
0
500
0
1.800
2022
1.800
0
0
0
1.800
2023
1.800
0
0
0
1.800
2024
1.800
0
0
0
1.800
2025
1.800
0
0
0
1.800
31 december
Toelichting op het meerjarenbeeld Stortingen en onttrekkingen In 2020 hebben we € 1,3 miljoen in de reserve gestort om in de toekomst meekoppelkansen te kunnen financieren. In 2021 storten we nog eens € 0,5 miljoen in de reserve. Zit er voldoende geld in de reserve?
ja
Moet de reserve aangevuld worden?
nee
Kan de reserve verlaagd worden?
nee
68
Reserve aankoop gronden Maashorst (72230) Beleidsdoel/noodzaak reserve De deelnemers in de Maashorst en de provincie Noord-Brabant hebben in 2013 samen afgesproken gronden te gaan verwerven en in te richten voor de realisatie van de EHS Maashorst. Stichting Ark is benaderd om dit te gaan uitvoeren. De afspraken hiervoor zijn vastgelegd in een overeenkomst van deze partijen met Stichting Ark van 29 oktober 2013. Hiervoor reserveerde de provincie € 15.900.000. De deelnemende gemeentes, waaronder de gemeente Oss, hebben destijds ieder € 325.000 hiervoor overgemaakt aan Stichting Ark. De overeenkomst met Stichting Ark is op 29 oktober 2019 beëindigd vanwege einde contractduur. De grondverwerving en inrichting is echter nog niet afgerond. De provincie heeft met het Bestuurlijk RegieTeam (BRT) voor de Maashorst afgesproken het project van grondverwerving en –inrichting voort te zetten. Afspraken die tussen partijen zijn gemaakt blijven van kracht en zijn door het BRT nog eens bekrachtigd. Voor de uitvoering wordt een samenwerking gevormd van team Maashorst met de provincie. Zij nemen de taken van Stichting Ark over. Er is veel voorwerk gedaan dat voor belangrijke onderdelen in de komende periode afgerond kan worden. We willen het bedrag van € 200.000 wat we terug ontvangen beschikbaar houden voor grondaankopen in de Maashorst. Daarvoor hebben we deze reserve gevormd.
Minimaal noodzakelijke omvang einde meerjarenraming De minimale noodzaak van deze reserve is € 0. Meerjarenbeeld op basis van bestaand beleid bedragen x € 1.000 Jaar
Saldo
Rente
Storting
Onttrekking
Saldo
1 januari
bijschrijven
2021
0
0
0
0
0
2022
0
0
0
0
0
2023
0
0
0
0
0
2024
0
0
0
0
0
2025
0
0
0
0
0
31 december
Toelichting op het meerjarenbeeld Storting in 2021 Op dit moment is nog niet bekend wanneer we het bedrag ontvangen van de stichting Ark. Wanneer we dit bedrag ontvangen van de stichting Ark zullen we het storten in deze reserve. Zit er voldoende geld in de reserve?
ja
Moet de reserve aangevuld worden?
nee
Kan de reserve verlaagd worden?
nee
69
Ontwikkeling Geffense plas (72234) Beleidsdoel/noodzaak reserve We zetten in op het realiseren van een hoogwaardig concentratiepunt voor recreatie van de Geffense Plas. Met de huidige uitbater maken we afspraken over de beëindiging van de erfpacht. We willen deze speerpunt-locatie daarna opnieuw uitgeven om nieuwe en betere recreatieve voorzieningen mogelijk te maken. Dit betekent dat we de opstallen van de huidige uitbater overnemen en we betalen daarbij een vergoeding voor de (vroegtijdige) bedrijfsbeëindiging. Voor de aankoop van de opstallen vragen we een investeringskrediet aan van € 617.000. Daarnaast verwachten we circa € 150.000 nodig te hebben aan externe deskundigheid en planbegeleiding. Voor de tijd dat we als gemeente de opstal in eigendom hebben, missen we erfpachtopbrengsten en berekenen we kapitaallasten over de opstallen. De kosten voor de vergoeding voor bedrijfsbeëindiging, de gemiste erfpacht, de kapitaallasten en de bijkomende kosten voor de eventuele overbruggingsperiode bedragen in totaal € 500.000. Een voorstel daarvoor leggen we apart voor aan de gemeenteraad ter besluitvorming. Minimaal noodzakelijke omvang einde meerjarenraming De kosten voor de vergoeding voor bedrijfsbeëindiging, de gemiste erfpacht, de kapitaallasten en de bijkomende kosten voor de eventuele overbruggingsperiode bedragen in totaal € 500.000.
Meerjarenbeeld op basis van bestaand beleid bedragen x € 1.000 Jaar
Saldo
Rente
Storting
Onttrekking
Saldo
1 januari
bijschrijven
2021
0
0
0
0
0
2022
0
0
500
-445
55
2023
55
0
0
-38
17
2024
17
0
0
0
17
2025
17
0
0
0
17
31 december
Toelichting op het meerjarenbeeld Stortingen We storten een bedrag van € 500.000 in 2021 voor de toekomstige kosten. Onttrekkingen We ramen de volgende onttrekkingen: -
€ 445.000 in 2022
-
€ 38.000 in 2023
Zit er voldoende geld in de reserve?
ja
Moet de reserve aangevuld worden?
nee
Kan de reserve verlaagd worden?
nee
70
ICT (71091) Beleidsdoel/noodzaak reserve Vanaf 2014 tot en met 2019 is de reserve ICT (voorheen: egalisatie automatisering / ICT gesloten circuit) alleen gebruikt voor vervangingsinvesteringen. Het gebruik van het ‘gesloten circuit’ is opgeheven. Dat betekent dat we vanaf 2020 begrotingsaanvragen voor investeringen doen waarbij prijsstijgingen en -dalingen direct ten laste/gunste komen van de exploitatie. De opgebouwde reserve is noodzakelijk voor de bedrijfsvoering. Met ingang van 2020 hebben we de doelstellingen van de reserve geactualiseerd zodat deze aansluiten bij de huidige ontwikkelingen. Deze reserve zetten we als volgt in: -
Het opvangen van incidentele lasten én voor zover deze niet passen in de exploitatie. Denk aan technische afwaardering van hardware.
-
Frictiekosten als gevolg van onvoorzienbare gebeurtenissen.
-
Het financieren van innovatie, strategische ontwikkeling en -samenwerking.
Minimaal noodzakelijke omvang einde meerjarenraming De minimaal noodzakelijke omvang aan het einde van de meerjarenraming is € 150.000. Meerjarenbeeld op basis van bestaand beleid bedragen x € 1.000 Jaar
Saldo
Rente
Storting
Onttrekking
Saldo
1 januari
bijschrijven
2021
1.043
0
38
-717
364
2022
364
0
0
-346
18
2023
18
0
0
0
18
2024
18
0
0
0
18
2025
18
0
0
0
18
31 december
Toelichting op het meerjarenbeeld Stortingen en onttrekkingen Onttrekkingen 2021 -
Omgevingswet € 131.000
-
Bijdrage nieuw kantoorconcept € 131.000
-
Carrièrepad medewerkers ICT € 125.000
-
Voorbereidingen cloud € 100.000
-
Informatieveiligheid € 52.000
-
Inhuurbudget functieverwisseling € 42.165
-
Ondersteuning helpdesk € 40.000
-
Verkenning Office 365 € 35.000
-
Datadistributie beheer € 35.580
-
Proeftuin Office 365 € 25.000
71
Storingen 2021 -
Verkoop Ipads € 37.750
Onttrekkingen 2022 -
Carrièrepad medewerkers ICT € 125.000
-
Identity en Accesmanagement € 100.000
-
Informatieveiligheid € 52.000
-
Proeftuin Office 365 € 45.000
-
Beheer datadistributie € 24.000
Zit er voldoende geld in de reserve?
ja
Moet de reserve aangevuld worden?
nee
Kan de reserve verlaagd worden?
nee
72
WGA (72141) Beleidsdoel/noodzaak reserve Op 1 januari 2006 is de wet Werk en Inkomen naar Arbeidsvermogen (WIA) ingegaan. Onderdeel van deze wet is de regeling Werkhervatting Gedeeltelijk Arbeidsgeschikten (WGA). De lasten voor de WGA mogen gelijk verdeeld worden tussen de werkgever en werknemer. Het college heeft in overleg met de Ondernemingsraad (OR) besloten om de kosten voor de werknemer te betalen door de vrije maandagmiddag van carnaval te laten vervallen. Dit komt neer op een bedrag van € 47.805. Als in een bepaald jaar dit bedrag niet nodig is voor de regeling (dat is afhankelijk van het aantal aanmeldingen in een jaar) blijven de middelen wel beschikbaar voor de WGA. Het gaat hierbij namelijk om een zogenaamde gesloten exploitatie. Dat betekent dat we restantgelden direct in de reserve storten. Daarnaast storten we vanaf 2016 eventuele overschotten op het arbeidsvoorwaardenbudget van de OR in deze reserve. Minimaal noodzakelijke omvang einde meerjarenraming De minimaal noodzakelijke omvang is € 121.000. Meerjarenbeeld op basis van bestaand beleid bedragen x € 1.000 Jaar
Saldo
Rente
Storting
Onttrekking
Saldo
1 januari
bijschrijven
2021
191
0
0
0
191
2022
191
0
0
0
191
2023
191
0
0
0
191
2024
191
0
0
0
191
2025
191
0
0
0
191
31 december
Toelichting op het meerjarenbeeld Op dit moment is er geen aanleiding om nieuwe afspraken te maken over de financiering van de WGA-lasten. In het GO is de afspraak gemaakt dat tekorten in eerste instantie worden afgedekt uit de “reserve WGA”. Er is op dit moment nog voldoende budget aanwezig om eventuele meerkosten af te dekken. De kans is aanwezig dat de komende jaren het aantal aanmeldingen voor de WGA zal toenemen. De lasten voor de WGA mogen gelijk verdeeld worden tussen de werkgever en werknemer. Dit kan betekenen dat (nadat deze reserve volledig besteed is) er extra budget moet worden vrijgemaakt. Zit er voldoende geld in de reserve?
ja
Moet de reserve aangevuld worden?
nee
Kan de reserve verlaagd worden?
nee
73
Reserve WW-lasten (72222) Beleidsdoel/noodzaak reserve Medewerkers betalen voor de reparatie-uitkering WW vanaf 1 januari 2018 een kostendekkende werknemerspremie, om daarmee toekomstige verplichtingen te kunnen voldoen. De stortingen betreffen de begrote premies. Bij de jaarrekening storten we de werkelijk inhouden premie. Minimaal noodzakelijke omvang einde meerjarenraming De minimaal noodzakelijke omvang aan het einde van de meerjarenraming is € 230.000. Meerjarenbeeld op basis van bestaand beleid bedragen x € 1.000 Jaar
Saldo
Rente
Storting
Onttrekking
Saldo
1 januari
bijschrijven
2021
84
0
35
0
119
2022
119
0
35
0
154
2023
154
0
35
0
189
2024
189
0
35
0
224
2025
224
0
35
0
259
31 december
Toelichting op het meerjarenbeeld Stortingen We storten jaarlijks € 35.000 in deze reserve. De duur dat een medewerker bij ontslag recht heeft op een WWuitkering is bij invoering van de WWZ (Wet Werk en Zekerheid) per 1 januari 2016 verkort. In fases wordt de WW teruggebracht van maximaal 3 jaar en 2 maanden naar 2 jaar. In de cao-bespreking 2016-2017 voor de CAR-UWO is voor de medewerkers van de gemeente geregeld dat deze verkorte WW-duur wordt gerepareerd. Voor de kosten van deze WW-reparatie wordt echter vanaf 1 januari 2018 een kostendekkende werknemerspremie geheven van 0,1%. Deze wordt ingehouden op het salaris. Deze premie storten we in deze reserve. Het gaat om een bedrag van € 35.000 per jaar. Zit er voldoende geld in de reserve?