CConstaterende datOss
Koppel je AI →
Document · PDF

Nota reserves 2021.DOCX

Gemeenteraad 11 november 2021, gemeente OssBij agendapunt: Nota reserves 202124.524 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Nota reserves 2021

1

Inhoudsopgave Samenvatting

4

Overzichten reserves

7

ALGEMENE RESERVES

8

Algemene vrije reserve (72003)

9

Algemene reserve risico's grondbedrijf (72095)

10

RESERVES DEKKING ALGEMENE DIENST

12

Afloop gaswinstuitkering Maaslandgas (72137)

13

Deposito BNG inzake opheffing HNG (72140)

14

BESTEMMINGSRESERVES

15

Wonen, welzijn en zorg (72179)

16

Beschermd Wonen (72223)

17

Onderwijshuisvesting (72173)

19

Participatiebevordering (72229)

20

Integraal Voorzieningenbeleid (72189)

21

Lievekamp (72237)

23

Carnavalsloodsen (72138)

24

Verzelfstandiging Museum Jan Cunen/Stadsarchief (72190)

25

Wal Kwartier en omgeving (72178)

26

Investeringsfonds Stadshart Oss (72225)

29

Integraal uitvoeringsprogramma (IUP) (72166)

32

Baggeren Haven (72236)

35

Egalisatie rioolbeheer (72097)

36

Onderhoud natuurgebieden (71086)

37

Afvalstoffenheffing (72147)

38

Groenfonds landelijk gebied (72114)

39

Bodemsanering (72169)

40

Ontwikkeling windpark (72212)

41

Investeringsfonds Duurzaamheid (72226)

42

Quick wins binnenhavens (72174)

43

Economie (72011)

44

Heesch-West (72186)

46

Mobiliteit (72151)

47

2

Parkeren (72060)

49

Openbare verlichting (72167)

51

Geluid (72164)

52

Verkeersregelinstallaties (72168)

53

Strategische aankopen (72134)

54

Binnenstedelijke transformaties (72232)

56

Bovenwijkse voorzieningen (72061)

58

Verbetering fysieke kwaliteit leefomgeving (72233)

61

Volkshuisvesting (72176)

64

Omgevingswet (72235)

65

Woonwagens (72122)

66

Beheerkosten startersleningen (72172)

67

Koploperproject Ravenstein-Lith (72213)

68

Reserve aankoop gronden Maashorst (72230)

69

Ontwikkeling Geffense plas (72234)

70

ICT (71091)

71

WGA (72141)

73

Reserve WW-lasten (72222)

74

Organisatie ontwikkelingen (72145)

75

Wachtgeld wethouders (72211)

77

E-dienstverlening (72215)

78

Adviezen fiscaal gebied (72170)

79

Vennootschapsbelasting (72214)

80

Egalisatie renteomslag (71040)

81

Budgetoverheveling (71024)

82

RESERVES DEKKING AFSCHRIJVINGSLASTEN

83

Reserves dekking afschrijvingslasten

84

Gemeentehuis (71084)

86

Bijlage 1 - Overzicht reserves

87

3

Samenvatting Inleiding In onze financiële verordening (artikel 212 van de Gemeentewet) staat dat we elk jaar een nota reserves opstellen. Dat doen we altijd tegelijk met de programmabegroting, zodat de bestuurlijke processen van deze producten op elkaar aansluiten. De nota reserves geeft inzicht in het doel, het meerjarig verloop en de omvang van de reserves. Soorten reserves De reserves zijn het eigen vermogen van de gemeente. Het BBV (Besluit Begroting en Verantwoording) onderscheidt twee soorten reserves: -

algemene reserves

-

bestemmingsreserves

De algemene reserves zijn bedoeld voor het opvangen van risico's en incidentele tekorten zoals jaarrekeningtekorten. De algemene reserve is de financiële buffer van de gemeente. Bestemmingsreserves zijn geoormerkt voor een bepaalde doelstelling. We onderscheiden twee soorten bestemmingsreserves: 'gewone' bestemmingsreserves en bestemmingsreserves voor de afdekking van afschrijvingslasten. Een aantal reserves zijn egalisatiereserves. Hiermee vangen we schommelingen op in kosten en opbrengsten op bepaalde activiteiten. In deze nota zijn de stortingen en onttrekkingen begroot op basis van het verwachte saldo op de bijbehorende activiteiten zoals deze in de programmabegroting 2021-2024 zijn geraamd. Bij de jaarrekening verwerken we de stortingen of onttrekkingen op dit soort reserves op basis van het werkelijke saldo op de betreffende activiteiten. Rente We schrijven alleen rente bij op de algemene reserves en op de bestemmingsreserves voor de afdekking van afschrijvingslasten. Daarmee zorgen we ervoor dat deze reserves op peil blijven. We gebruiken de volgende rentepercentages voor de diverse reserves: -

1,5% voor de algemene reserve.

-

1,1% de bestemmingsreserves voor de afdekking van afschrijvingslasten.

-

1,16% voor de algemene bedrijfsreserve van het grondbedrijf (ABR). Dit percentage is gekoppeld aan het rentepercentage dat we aan grondcomplexen toerekenen.

Wijzigingen reserves Beschermd Wonen: Voor de reserve Beschermd Wonen willen we gaan werken met een plafond van 15% van het rijksbudget en gaan werken met een gesloten systeem. De regio heeft ingestemd met het centraal beschikbaar houden van de reserve Beschermd wonen. Daarbij is afgesproken dat we voortaan met een plafond van de reserve gaan werken voor de centrumgemeente: 15% van het budget. Ook zijn er afspraken gemaakt als er tekorten gaan ontstaan. Vooralsnog zijn daar geen signalen voor. Eventuele overschotten zullen mogelijk terugbetaald moeten worden aan de regiogemeenten. De gelden moeten dus gereserveerd blijven. Daarom stellen we voor om van de reserve beschermd wonen voortaan een gesloten systeem te maken en eventuele overschotten/tekorten rechtstreeks met de reserve te verrekenen.

4

Mobiliteit: De reserve mobiliteit wordt met ingang van het jaar 2023 opgeheven. In de Programmabegroting 2022-2025 is besloten om deze gelden in te zetten voor de grote mobiliteitsopgaven. De stand per 01-01-2023 wordt daarom overgeheveld naar de reserve bovenwijkse voorzieningen. De structurele voeding komt ten gunste van de reserve bovenwijkse voorzieningen en de reserve bovenwijkse netwerkvoorzieningen. We leggen dit in latere nota reserves nog voor. Vervallen reserves Met ingang van 1 januari 2022 kunnen de volgende reserves vervallen: -

Verzelfstandiging Museum Jan Cunen/Stadsarchief

-

Verkeersregelinstallaties

De reserve E-dienstverlening zal vermoedelijk per einde 2022 komen te vervallen. In de reservestaten verderop staat een uitgebreide toelichting. Nieuwe reserves In 2021 hebben we de volgende nieuwe reserve gevormd: -

Lievekamp

-

Baggeren haven

-

Binnenstedelijke transformatie

-

Bovenwijkse voorzieningen

-

Verbetering fysieke kwaliteit leefomgeving

-

Ontwikkeling Geffense plas

-

Omgevingswet

In de reservestaten verderop staat een uitgebreide toelichting. Voorstel (wijzigingen in) toevoegingen en onttrekkingen Deze nota reserves bevat een aantal (wijzigingen in) toevoegingen en onttrekkingen aan reserves die de gemeenteraad nog niet heeft vastgesteld. Deze hebben we allemaal als voorstel in de programmabegroting 2022–2025 opgenomen. Ontwikkelingen reserves De volgende tabel laat de meerjarige ontwikkeling van de reserves zien. Een gedetailleerd overzicht per reserve staat in de afzonderlijke reservestaatjes hierna en in de bijlage aan het eind. Bedragen x € 1.000 Omschrijving

2021

2022

2023

2024

2025

Algemene reserves

47.256

32.666

33.774

35.051

35.943

Reserves ter dekking van de algemene dienst

14.057

12.362

10.775

9.298

7.933

Bestemmingsreserves

58.481

72.318

75.140

77.257

85.136

22.351

21.563

22.140

21.092

20.040

142.145

138.909

141.829

142.698

149.053

Bestemmingsreserves voor de afdekking van afschrijvingslasten Totaal reserves

5

Algemene reserves De algemene reserves dalen van € 47,3 miljoen naar € 35,9 miljoen. Hieronder vallen de algemene vrije reserve en de algemene reserve risico's grondbedrijf (ABR).

De grootste daling van de algemene vrije reserve zit in het jaar 2021. Dan onttrekken we € 1,6 miljoen. De grootste posten zijn: -

Proeftuin Ruwaard: € 100.000

-

Omgevingswet en -visie: € 228.000

-

Transformatieagenda Jeugdhulp: € 1.074.000

-

Voorbereidingskrediet nieuw Golfbad: € 150.000

De algemene reserve voldoet elk jaar aan de norm van 10% van de algemene uitkering (afgerond € 19 miljoen). De ABR is op 1 januari 2021 € 24,3 miljoen groot. We onttrekken in het jaar 2021 een bedrag van € 5,6 miljoen (conform programmabegroting 2021). Voor het jaar 2022 willen we een bedrag van € 19,1 miljoen onttrekken. Reserves ter dekking van de algemene dienst Deze reserves dalen van € 15,9 miljoen begin 2021 naar € 7,9 miljoen eind 2025. De daling zit vooral in de reserve afloop gaswinstuitkering Maaslandgas. Met het geld in deze reserve vangen we het vervallen van de dividenduitkering van NV Maaslandgas stapsgewijs op. Bestemmingsreserves De bestemmingsreserves dalen per saldo van € 58,5 miljoen naar € 85,1 miljoen. De mutatie van de reserves zijn heel wisselend. We lichten de grootste hieronder toe. De forse stijging van de reserves zit onder andere in de nieuwe reserve Bovenwijkse voorzieningen. De verwachte stijging laten we in deze nota zien. In de programmabegroting hebben we op dit moment alleen rekening gehouden met de storting in 2022. De reserves met de grootste stijgingen in 2022 zijn: -

Binnenstedelijke transformaties: € 10 miljoen

-

Strategische aankopen: € 5,1 miljoen

-

Bovenwijkse voorzieningen: € 3 miljoen

-

Baggeren Haven: € 1,5 miljoen

-

Investeringsfonds Stadshart: € 650.000

-

Walkwartier en omgeving: € 600.000

De reserves met de grootste dalingen zijn: -

ABR: € 18,4 miljoen

-

Beschermd wonen: € 3,8 miljoen

-

IVB: € 1,1 miljoen

-

Investeringsfonds Stadshart Oss: € 645.000

-

Integraal uitvoeringsprogramma (IUP): € 558.000

Bestemmingsreserves voor de afdekking van afschrijvingslasten De reserves voor de afdekking van afschrijvingslasten laten een licht dalend verloop zien. Dit hangt samen met de afnemende boekwaarde van de bijbehorende investeringen. Onderzoek besteding reserves Niet van toepassing.

6

Overzichten reserves

7

ALGEMENE RESERVES

8

Algemene vrije reserve (72003) Beleidsdoel/noodzaak reserve De reserve is bestemd voor het opvangen van algemene risico’s en fluctuaties in de rekeningresultaten. Minimaal noodzakelijke omvang einde meerjarenraming De norm voor de algemene reserve is 10% van de algemene uitkering uit het gemeentefonds. Op basis van de meicirculaire 2021 is deze norm afgerond € 19 miljoen. Dit is inclusief het sociaal domein. De algemene reserve is ruim € 23 miljoen groot. Hierbij moet nog rekening gehouden worden dat tussentijdse begrotingstekorten uit dit saldo gehaald moeten worden en dat ook aanvullende corona-maatregelen uit deze reserve betaald worden. Dit conform het besluit van de gemeenteraad. Meerjarenbeeld op basis van bestaand beleid bedragen x € 1.000 Jaar

Saldo

Rente

Storting

Onttrekking

Saldo

1 januari

bijschrijven

2021

24.576

369

0

-1.625

23.319

2022

23.319

350

0

0

23.669

2023

23.669

355

0

0

24.024

2024

24.024

360

0

0

24.384

2025

24.384

366

0

0

24.750

31 december

Toelichting op het meerjarenbeeld Aanpassing beginsaldo 2021 Het beginsaldo van 2021 van € 23.642.000 is verhoogd met de saldobestemming vanuit de jaarrekening 2020. Dit betrof een bedrag van € 934.000. 2021 Er zijn geen geplande stortingen in 2021. De onttrekking van € 1.625.000 bestaat uit: -

Proeftuin Ruwaard: € 100.000

-

HBO in Oss: € 58.000

-

Muziek in de klas: € 15.000

-

Omgevingswet en -visie: € 228.000

-

Transformatieagenda Jeugdhulp: € 1.074.000

-

Voorbereidingskrediet nieuw Golfbad: € 150.000

Zit er voldoende geld in de reserve?

ja

Moet de reserve aangevuld worden?

nee

Kan de reserve verlaagd worden?

ja

9

Algemene reserve risico's grondbedrijf (72095) Beleidsdoel/noodzaak reserve Deze algemene reserve (ABR) is specifiek bestemd voor de risico's die zich binnen het grondbedrijf voordoen. Dat kunnen project specifieke risico’s (een vervuiling in de grond) of conjuncturele risico’s (een hogere rente of een lagere grondprijs) zijn. Vanwege de omvangrijke kasstromen en risico's die met grondexploitaties zijn gemoeid hebben we besloten tot deze speciale algemene reserve. Bij het najaarsbericht grondbedrijf 2018 hebben we de Monte-Carlomethode voor risicomanagement binnen het grondbedrijf vastgesteld. Hiermee is een eenduidig risicobeleid gerealiseerd waarbij we alle risico's van de grondexploitaties meenemen in plaats van verspreiding op diverse plaatsen. Op basis van geactualiseerde berekening bij het Najaarsbericht en MPG wordt de minimale omvang van de algemene reserve (ABR) bepaald. We beperken ons in principe tot één risicoreserve voor het grondbedrijf. Minimaal noodzakelijke omvang einde meerjarenraming Op basis van die risicomethode is de minimale ondergrens van de ABR per 1 januari 2022 op € 5,4 miljoen berekend. De verwachting is dat de stand van de ABR op 1 januari 2022 uit zal komen op € 23,9 miljoen. We stellen voor om in 2022 € 18,2 miljoen af te romen bij de programmabegroting 2022-2025.

Ieder jaar bezien we bij de begroting op basis van geactualiseerde cijfers wat de minimale ondergrens moet zijn en welk bedrag in desbetreffend begrotingsjaar kan worden afgeroomd. Indien bij de jaarrekening blijkt dat de afroming te hoog is ingeschat dan kan de minimale omvang van de reserve tijdelijk onder het minimum uitkomen en zal dit een drukkend effect hebben op de toekomstige afromingen. Meerjarig neemt de omvang van de ABR naar verwachting geleidelijk toe tot € 30,4 miljoen per 31 december 2025. Daarbij is rekening gehouden met genoemde afroming van de ABR in 2022 van € 18,2 miljoen voor: -

Reserve strategische aankopen uitbreidingslocaties: € 5,1 miljoen;

-

Reserve voor binnenstedelijke transformaties: € 10 miljoen;

-

Reserve bovenwijkse voorzieningen (infrastructurele ontwikkelingen): € 3,1 miljoen.

Voor de verliesgevende grondexploitaties inclusief Heesch West hebben we een verliesvoorziening gevormd. Daarnaast kennen we ook nog een risicoreserve Heesch West. Meerjarenbeeld op basis van bestaand beleid bedragen x € 1.000 Jaar

Saldo

Rente

Storting

Onttrekking

Saldo

1 januari

bijschrijven

2021

24.257

262

8.735

-9.317

23.937

2022

23.937

278

3.896

-19.114

8.997

2023

8.997

104

2.508

-1.860

9.750

2024

9.750

113

953

-150

10.666

2025

10.666

124

550

-147

11.193

31 december

10

Toelichting op het meerjarenbeeld 2021 Stortingen De stortingen zijn de tussentijds verwachte winstnemingen uit de grondexploitaties. In 2021 wordt daarnaast nog een kleine storting gedaan in verband met een aanpassing op de voorziening voor het Hooghuis die in de jaarrekening 2020 ten laste van de ABR gevormd is. Onttrekkingen Daarbij is rekening gehouden met genoemde afroming van de ABR in 2021 van € 5,698 miljoen voor: -

investeringsfonds Stadshart Oss € 2 miljoen;

-

investeringsimpuls programma ontmoeten, sport en cultuur € 3,123 miljoen;

-

Meekoppelkansen waterveiligheidsproject Meanderende Maas € 0,5 miljoen;

-

aanvullende onderzoekskosten nieuwbouw Golfbad Oss € 0,075 miljoen.

Daarnaast wordt er in 2021 € 3,6 miljoen onttrokken voor: -

taskforce versnelling woningbouw € 0,313 miljoen;

-

budget voor structuur- gebiedsvisies € 0,25 miljoen;

-

haalbaarheidsonderzoek Raadhuislaan-zuid € 0,127 miljoen;

-

aanvulling voorziening te verwachten exploitatieverliezen € 2,466 miljoen.

Tevens wordt de voorziening IMVA (programmaprojecten) met € 0,46 miljoen verhoogd ten laste van de ABR. Ook wordt er € 2.500 onttrokken voor de campagne "Wonen in Oss". 2022 t/m 2024 In 2022 wordt de voorziening IMVA (programmaprojecten) met € 0,79 miljoen verhoogd ten laste van de ABR. Ook wordt jaarlijks € 2.500 ingezet voor de campagne "Wonen in Oss". In 2022 onttrekken we € 18,2 miljoen voor: -

Reserve strategische aankopen uitbreidingslocaties: € 5,1 miljoen;

-

Reserve voor binnenstedelijke transformaties: € 10 miljoen;

-

Reserve bovenwijkse voorzieningen (infrastructurele ontwikkelingen): € 3,1 miljoen.

In 2023 wordt ook € 1,71 miljoen aan de ABR onttrokken ten behoeve van een storting in de bestemmingsreserve voor de brede school Lith. Stand ABR De komende jaren verwachten we nog een beperkte stijging van de ABR. De saldo's zijn gebaseerd op de huidige inschattingen van de verkoop van gronden dit jaar en de komende jaren. Als de economie verslechtert door o.a. de COVID-19 crisis dan heeft dit een (fors) effect op de verkopen. Derhalve is hierbij een winstwaarschuwing op zijn plaats. Zoals hiervoor al aangegeven bepalen we jaarlijks de minimale omvang van de ABR op basis van de MonteCarlomethode en bezien we welk bedrag afgeroomd kan worden. Indien bij de jaarrekening blijkt dat de afroming te hoog is ingeschat dan zou de minimale omvang van de reserve tijdelijk onder het minimum uit kunnen komen en zal dit een drukkend effect hebben op de toekomstige afromingen. Voor een meer gedetailleerde toelichting verwijzen we naar de paragraaf grondbeleid in de programmabegroting 2022-2025 en het najaarsbericht grondbedrijf 2021. Zit er voldoende geld in de reserve?

ja

Moet de reserve aangevuld worden?

nee

Kan de reserve verlaagd worden?

ja

11

RESERVES DEKKING ALGEMENE DIENST

12

Afloop gaswinstuitkering Maaslandgas (72137) Beleidsdoel/noodzaak reserve De reserve is bestemd voor de afdekking van de vervallen dividenduitkering van NV Maaslandgas met ingang van 2009. Tot en met 2008 ontvingen we jaarlijks dividend. In 2008 heeft Essent de jaarlijkse uitkering afgekocht. Dat geld hebben we in deze reserve gestort. Jaarlijks onttrekken we de dividenduitkering aan deze reserve, waarbij we het bedrag dat we onttrekken jaarlijks afbouwen. Minimaal noodzakelijke omvang einde meerjarenraming We bouwen de reserve jaarlijks af. De onttrekking wordt elk jaar € 110.000 lager. Dit betekent dat we de laatste onttrekking in 2037 kunnen doen. We zetten de reserve in voor de reguliere begroting. Meerjarenbeeld op basis van bestaand beleid bedragen x € 1.000 Jaar

Saldo

Rente

1 januari

bijschrijven

Storting

Onttrekking

Saldo

2021

14.695

220

0

-1.809

13.107

2022

13.107

197

0

-1.699

11.605

2023

11.605

174

0

-1.589

10.190

2024

10.190

153

0

-1.479

8.864

2025

8.864

133

0

-1.369

7.628

31 december

Toelichting op het meerjarenbeeld In 2022 onttrekken we een bedrag van € 1.699.000 ten gunste van de reguliere begroting. Dit bedrag bouwen we jaarlijks af met € 110.000. Zit er voldoende geld in de reserve?

ja

Moet de reserve aangevuld worden?

nee

Kan de reserve verlaagd worden?

nee

13

Deposito BNG inzake opheffing HNG (72140) Beleidsdoel/noodzaak reserve In het verleden kregen we jaarlijks een bedrag van de HNG. Het HNG heeft de gekapitaliseerde bijdrage als deposito weggezet bij de BNG. Om administratief-technische redenen moeten we dit deposito als een reserve aanmerken. Jaarlijks halen we een bedrag uit deze reserve ten gunste van de reguliere begroting. Minimaal noodzakelijke omvang einde meerjarenraming We bouwen de reserve jaarlijks af. De onttrekking wordt vanaf 2019 elk jaar € 28.000 lager. Vanaf het jaar 2023 is de afbouw jaarlijks € 24.000. Dit betekent dat we de laatste onttrekking in 2030 kunnen doen. Dan is de reserve volledig besteed en is de onttrekking ook afgebouwd naar € 0. Meerjarenbeeld op basis van bestaand beleid bedragen x € 1.000 Jaar

Saldo

Rente

1 januari

bijschrijven

Storting

Onttrekking

Saldo

2021

1.168

18

0

-236

950

2022

950

14

0

-208

757

2023

757

11

0

-184

585

2024

585

9

0

-160

434

2025

434

7

0

-136

305

31 december

Toelichting op het meerjarenbeeld In 2022 onttrekken we een bedrag van € 208.000 ten gunste van de reguliere begroting. Deze onttrekking wordt jaarlijks verlaagd.

Zit er voldoende geld in de reserve?

ja

Moet de reserve aangevuld worden?

nee

Kan de reserve verlaagd worden?

nee

14

BESTEMMINGSRESERVES

15

Wonen, welzijn en zorg (72179) Beleidsdoel/noodzaak reserve Deze reserve is bedoeld voor het verbeteren van de samenwerking tussen inwoners, welzijn, zorg en gemeenten binnen het sociaal domein en voor de kanteling van zorg naar welzijn. Dit netwerk van partners versterkt de gemeenschap en geeft inwoners zelf regie en initiatief over hun leven. Door de vele bezuinigingen en de groeiende groep die zorg nodig heeft is innovatie steeds belangrijker. Daar hebben we via deze reserve nog beperkt budget voor. Minimaal noodzakelijke omvang einde meerjarenraming Er is geen minimaal noodzakelijke omvang bij deze reserve aan het einde van de meerjarenraming. Afhankelijk van initiatief voorstellen kan het restant bedrag ingezet worden. Meerjarenbeeld op basis van bestaand beleid bedragen x € 1.000 Jaar

Saldo

Rente

Storting

Onttrekking

Saldo

1 januari

bijschrijven

2021

377

0

0

-291

86

2022

86

0

0

0

86

2023

86

0

0

0

86

2024

86

0

0

0

86

2025

86

0

0

0

86

31 december

Toelichting op het meerjarenbeeld Onttrekkingen 2021 De onttrekking van € 291.000 bestaat uit: -

pilot Nederlandse Schuldhulproute: € 12.000

-

extra subsidie Stichting Leergeld: € 50.000

-

Brede aanpak dak- en thuisloosheid: € 229.000

Zit er voldoende geld in de reserve?

ja

Moet de reserve aangevuld worden?

nee

Kan de reserve verlaagd worden?

nee

16

Beschermd Wonen (72223) Beleidsdoel/noodzaak reserve De reserve is noodzakelijk voor een sluitende aanpak voor inwoners met een psychische kwetsbaarheid in de regio. De nieuwe koers voor de transformatie van beschermd wonen en maatschappelijke opvang is uitgewerkt. In 2020 is ook de bijbehorende regionale ontwikkelagenda vastgesteld. Voor de financiering van de acties in het kader van de transformatie wordt een deel van de reserve ingezet. Eerder is er ook besloten om voor de harmonisatie van de tarieven frictiekosten voor zorgaanbieders beschikbaar te stellen. Ook dit financieren we uit de reserve. Een belangrijke ontwikkeling is dat er per 2021 een uitname voor de Wlz (Wet langdurige zorg) is gedaan waarbij de rijksuitkering voor onze regio met € 5,4 miljoen verlaagd is. Dit komt overeen met 100 cliënten die vanuit Beschermd wonen moeten uitstromen naar de Wlz. Landelijk is het beeld dat er meer mensen naar de Wlz uitstromen dan voorzien was. Dat betekent dat er een nacalculatie komt op de verlaging van de rijksuitkering. Dat wordt in de septembercirculaire gecommuniceerd en verwerkt. Vanaf 2023 ontvangt iedere gemeente zelf de middelen voor beschermd wonen. Regionaal is afgesproken dat de gemeente Oss het specialistisch pallet van voorzieningen blijft inkopen. Hiermee gaat de gemeente Oss langjarige financiële verplichtingen aan.

De exacte verdeling tussen regionale en lokale rijksfinanciering is nog niet helemaal duidelijk door de invoering van het objectief verdeelmodel. Gezien de cumulatie van al deze ontwikkelingen heeft de regio ingestemd met het centraal beschikbaar houden van de reserve Beschermd wonen. Daarbij is afgesproken dat we voortaan met een plafond van de reserve gaan werken voor de centrumgemeente: 15% van het budget. Op basis daarvan hebben de regiowethouders in maart 2021 afgesproken dat we de komende 3 jaar in totaal € 8,5 miljoen gaan terugbetalen uit de reserve. Daarmee kunnen de lokale gemeenten zich gaan voorbereiden op de doordecentralisatie en de lokale taken en verantwoordelijkheden die daarbij horen. Dat geldt ook voor Oss. Wij krijgen de komende 3 jaar in totaal afgerond € 2,8 miljoen uit de reserve, dus afgerond € 925.000 per jaar. Dit wordt ingezet via de Investeringsagenda beschermd wonen Oss. Hiermee wordt de ambulantisering van beschermd wonen naar wonen in de wijken van psychisch kwetsbare inwoners verder vormgegeven. Half juli heeft het college een besluit genomen over de Investeringsagenda Oss. Minimaal noodzakelijke omvang einde meerjarenraming Met de regio is structureel een maximaal percentage afgesproken: 15% van het Rijksbudget. Ook zijn er afspraken gemaakt als er tekorten gaan ontstaan. Vooralsnog zijn daar geen signalen voor.

Zoals onder het kopje beleidsdoel omschreven zullen eventuele overschotten mogelijk terugbetaald moeten worden aan de regiogemeenten. De gelden moeten dus gereserveerd blijven. Daarom stellen we voor om van de reserve beschermd wonen voortaan een gesloten systeem te maken en eventuele overschotten/tekorten rechtstreeks met de reserve te verrekenen. Meerjarenbeeld op basis van bestaand beleid bedragen x € 1.000 Jaar

Saldo

Rente

Storting

Onttrekking

Saldo

1 januari

bijschrijven

2021

13.037

0

6.800

-4.241

15.596

2022

15.596

0

0

-3.796

11.800

2023

11.800

0

0

-3.333

8.467

2024

8.467

0

0

0

8.467

2025

8.467

0

0

0

8.467

31 december

17

Toelichting op het meerjarenbeeld We hebben in 2021 een storting van € 6,8 miljoen opgenomen. Dit is het verwachte budgetoverschot van 2021, dat vooral ontstaat door hogere uitstroom vanuit beschermd wonen naar de Wlz (Wet langdurige zorg) en een lager dan verwachte uitname uit het Gemeentefonds hiervoor. Zoals hierboven benoemd onttrekken we de komende 3 jaar in totaal € 8,5 miljoen uit de reserve om aan de regiogemeenten terug te betalen. Daarnaast hebben we de komende jaren de volgende bestedingen gepland: in 2021 afgerond € 1,4 miljoen, in 2022 afgerond € 960.000 en in 2023 € 500.000. De onttrekkingen zijn grotendeels gebaseerd op het financieel overzicht dat is vastgesteld bij de Ontwikkelagenda voor inwoners met een psychische kwetsbaarheid, het implementatieplan harmonisering en invoering uniforme tarieven Beschermd wonen en de harmonisatie van maatschappelijke opvang.

Toelichting

2021

2022

1

Terugbetaling reserve aan regiogemeenten

-2.833.333

-2.833.333

- 2.833.333

2

Transformatie en harmonisatie beschermd -962.913

-500.000

-4.241.230 -3.796.246

-3.333.333

wonen en maatschappelijke opvang

-542.563

3

Extra uitvoeringskosten en onderzoeken

-179.283

4

Tekort maatschappelijke opvang 2021

-336.051

5

Ambulantisering GGZ

2023

2024

2025

-350.000

Totaal

Zit er voldoende geld in de reserve?

ja

Moet de reserve aangevuld worden?

nee

0

0

Kan de reserve verlaagd worden? ja, in 2021 tot en met 2023, dat is in het overzicht verwerkt

18

Onderwijshuisvesting (72173) Beleidsdoel/noodzaak reserve De reserve is bedoeld voor aanpassingen (waaronder ook tijdelijke huisvesting) aan onderwijshuisvesting. Deze reserve is ontstaan doordat de onderhoudsvoorziening voor de gebouwen niet meer nodig was door de landelijke overdracht van het buitenonderhoud aan het onderwijs. Het geld uit onze voorziening hebben we toen aan deze reserve toegevoegd om voor een warme overdracht aan de schoolbesturen te kunnen zorgen. Minimaal noodzakelijke omvang einde meerjarenraming De minimaal noodzakelijke omvang aan het einde van de meerjarenraming is € 272.000. Meerjarenbeeld op basis van bestaand beleid bedragen x € 1.000 Jaar

Saldo

Rente

Storting

Onttrekking

Saldo

1 januari

bijschrijven

2021

397

0

0

-125

272

2022

272

0

0

0

272

2023

272

0

0

0

272

2024

272

0

0

0

272

2025

272

0

0

0

272

31 december

Toelichting op het meerjarenbeeld Onttrekkingen 2021: Bij de Molenveldschool wordt bij de gymzaal levensduurverlengend onderhoud gedaan met toepassing van een aantal duurzaamheidsmaatregelen. De totale kosten bedragen € 125.000 en betalen we uit deze reserve. Zit er voldoende geld in de reserve?

ja

Moet de reserve aangevuld worden?

nee

Kan de reserve verlaagd worden?

nee

19

Participatiebevordering (72229) Beleidsdoel/noodzaak reserve Deze reserve is bedoeld om mensen met een bijstandsuitkering met nieuwe dienstverleningen meer te laten meedoen in de maatschappij. Daarvoor hebben we professionals nodig, die kijken en vragen naar interesses en wensen van inwoners en deze kunnen vertalen naar mogelijkheden en kansen in én voor de Osse samenleving. Minimaal noodzakelijke omvang einde meerjarenraming De minimaal noodzakelijke omvang aan het einde van de meerjarenraming is € 1.485.000 Meerjarenbeeld op basis van bestaand beleid bedragen x € 1.000 Jaar

Saldo

Rente

Storting

Onttrekking

Saldo

1 januari

bijschrijven

2021

2.045

0

156

-716

1.485

2022

1.485

0

0

0

1.485

2023

1.485

0

0

0

1.485

2024

1.485

0

0

0

1.485

2025

1.485

0

0

0

1.485

31 december

Toelichting op het meerjarenbeeld In deze reserve bundelen we een aantal projecten: experiment regel-luw, intensievere aanpak mensen met een zorgprofiel, uitvoeringskosten nieuwe inburgeringswet, teamontwikkeling Sociaal domein, de uitvoering van Tozo, de uitvoering van preventief en pro-actief arbeidsbeleid "Van Werk naar Werk", de uitvoering van extra actie "Van Bijstand naar Werk" en de uitvoering "Van Bijstand naar Meedoen". De middelen zijn beschikbaar gesteld, echter in de uitvoering vindt één en ander meer gefaseerd over de jaren plaats. Hier gaan we bestedingsplannen voor maken. Via de vorming van een aparte reserve blijven de gelden beschikbaar voor de realisatie van deze projecten. Stortingen 2021 -

Egalisatiereserve Wsw € 156.561

Onttrekkingen 2021 -

Teamontwikkeling Sociaal Domein € 10.000

-

Pilot "Intensieve aanpak zorgklanten" - Samenwerkwijze € 71.758

-

Uitvoering nieuwe inburgeringswet € 131.000

-

Implementatie nieuwe inburgeringswet € 60.066

-

Experiment Regel-luw € 100.000

-

Uitvoering Tozo, Werk naar Werk, van Bijstand naar Werk & van Bijstand naar Meedoen € 309.235

-

Project schoolweigering € 33.483

Bij de jaarrekening bekijken we steeds hoe de uitvoering van projecten is gegaan: hoe verhouden de werkelijke uitgaven zich tot het budget? Verschillen verrekenen we met de reserve. Zit er voldoende geld in de reserve?

ja

Moet de reserve aangevuld worden?

nee

Kan de reserve verlaagd worden?

nee

20

Integraal Voorzieningenbeleid (72189) Beleidsdoel/noodzaak reserve Bij de programmabegroting 2016-2019 hebben we een reserve gevormd voor de uitvoering van het Integraal Voorzieningenbeleid. Met deze reserve betalen we de volgende zaken: -

Proces-, advies- en inhuurkosten bij de uitwerking van vraagstukken rondom maatschappelijke voorzieningen.

-

Eenmalige uitgaven aan accommodaties om aanpassingen te kunnen doen of knelpunten op te lossen.

-

Maatregelen die bijdragen aan de clustering van buitensportaccommodaties.

In 2021 storten we een bedrag van € 3,1 miljoen in deze reserve voor een versnelling voor de projecten van komende jaren. We willen het besteden aan het versnellen van het realiseren van voorzieningen voor ontmoeten, sport en cultuur. We gebruiken deze middelen onder meer voor het uitvoeren en versnellen van een aantal majeure projecten. Minimaal noodzakelijke omvang einde meerjarenraming De minimaal noodzakelijke omvang aan het einde van de meerjarenraming is € 844.000. Meerjarenbeeld op basis van bestaand beleid bedragen x € 1.000 Jaar

Saldo

Rente

Storting

Onttrekking

Saldo

1 januari

bijschrijven

2021

610

0

3.232

-601

3.241

2022

3.241

0

12

-1.051

2.202

2023

2.202

0

12

-733

1.481

2024

1.481

0

12

-519

974

2025

974

0

12

-142

844

31 december

Toelichting op het meerjarenbeeld Stortingen Jaarlijks wordt € 12.000 in de reserve gestort in verband met een onttrekking die in 2015 werd gedaan voor het dorpshuis in Haren. Op deze manier vullen we de reserve weer aan. In 2021 is € 3.123.000 in de reserve gestort als investeringsimpuls voor het vastgoed, de diverse projecten zijn opgenomen in het overzicht uitvoering prioriteitennota 2020. Daarnaast storten we in 2021 een bedrag van € 95.000 voor cultuureducatie met kwaliteit.

21

Onttrekkingen Begrote onttrekkingen

2021

2022

2023

2024

Cultuureducatie met kwaliteit

12.500

27.500

27.500

27.500

Huur t.b.v. NOK

14.375

Frictiekosten Groene Engel

80.000

Onderzoekskosten Oss NoordWest

17.500

De Snoek Lith

15.000

33.600

33.600

33.600

33.600

33.600

33.600

33.600

33.600

67.200

67.200

Aanpassing ventilatiesystemen i.v.m. COVID-19

250.000

Capaciteitsproblemen Turnoss

25.000

Aandachtsexploitaties wijk- en dorpshuizen

125.000

Sonnewijser locatie Staringstraat

66.000

Regenboog (SAAM): lood drinkwater

15.000

2025

verwijderen De Vier Heemskinderen (Optimus): asbest

5.397

(verantwoordelijkheid gemeente ivm constructiefout) Coaching besturen buurt- en wijkcentra frictie

10.000

Toetsing toegankelijkheid Makelpunt frictie

8.000

MFA Oss Noord West

33.600

Samenwerking Koppellinck en Oude Klooster Geffen Ontmoeten in Macharen

33.600

Ontmoeten Ravenstein Zuidergebouw

33.600

Burgerinitiatief van voetbalvereniging Herpinia

67.200

33.600 33.600

33.600

en tennisvereniging VIP (Herpen) Initiatief van atletiekvereniging AVOss’78

9.600

Sporthal Hoge Graaf

6.400

Cultuurpodium Groene Engel:

9.600

Theater De Lievekamp Ontwikkeling cultureel programma UIThuis:

100.000

Adviseur jeugd, cultuur, erfgoed 0,67FTE Projectleider voor projecten uit het MIP 1 FTE Projectleider gebiedsontwikkeling golfbad,

6.400

6.400

6.400

141.000

141.000

141.000

168.000

168.000

68.000

59.146

59.146

59.146

59.146

82.562

82.562

82.562

82.562

15.669

47.008

47.008

0

0

601.241

1.051.416

733.216

519.008

141.708

verkeerscentrum, skatebaan, voetbalveld 0,5FTE Totaal

Zit er voldoende geld in de reserve?

ja

Moet de reserve aangevuld worden?

nee

Kan de reserve verlaagd worden? nee

22

Lievekamp (72237) Beleidsdoel/noodzaak reserve We reserveren geld voor de Lievekamp. In de toekomst willen we aan de slag met ingrijpende (ver)nieuwbouw. Dit zal forse financiële consequenties hebben. We willen hiervoor vast gaan sparen. Minimaal noodzakelijke omvang einde meerjarenraming De minimaal noodzakelijke omvang aan het einde van de meerjarenraming is € 1,5 miljoen. Meerjarenbeeld op basis van bestaand beleid bedragen x € 1.000 Jaar

Saldo

Rente

Storting

Onttrekking

Saldo

1 januari

bijschrijven

2021

0

0

900

0

900

2022

900

0

0

0

900

2023

900

0

300

0

1.200

2024

1.200

0

300

0

1.500

2025

1.500

0

0

0

1.500

31 december

Toelichting op het meerjarenbeeld We storten in 2021 een bedrag van € 900.000 en in 2022 en 2023 € 300.000 voor toekomstige ontwikkelingen van de Lievekamp. Zit er voldoende geld in de reserve?

ja

Moet de reserve aangevuld worden?

nee

Kan de reserve verlaagd worden? nee

23

Carnavalsloodsen (72138) Beleidsdoel/noodzaak reserve Het budget in deze reserve is nodig om de komende jaren uitgaven voor carnavalsloodsen te kunnen dekken. In de 'Rapportage huisvesting carnavalsverenigingen' zijn aan diverse overkoepelende carnavalsverenigingen financiële toezeggingen gedaan om hun huisvestingsprobleem op te kunnen lossen. Het college heeft dit rapport op 11 december 2007 vastgesteld. Daarna heeft de gemeenteraad het ook vastgesteld. We keren pas geld uit als er een concrete oplossing is voor een specifiek huisvestingsprobleem en als daar ook daadwerkelijk kosten voor gemaakt zijn of op korte termijn gemaakt worden. Op dit moment zijn we in overleg met een carnavalsvereniging die een subsidieverzoek heeft ingediend. Minimaal noodzakelijke omvang einde meerjarenraming Er zijn geen stortingen of onttrekkingen geraamd. Meerjarenbeeld op basis van bestaand beleid bedragen x € 1.000 Jaar

Saldo

Rente

Storting

Onttrekking

Saldo

1 januari

bijschrijven

2021

57

0

0

0

57

2022

57

0

0

0

57

2023

57

0

0

0

57

2024

57

0

0

0

57

2025

57

0

0

0

57

31 december

Toelichting op het meerjarenbeeld In het coalitieakkoord staat opgenomen om deze reserve bij claims te benutten. Er zijn nog geen stortingen of onttrekkingen geraamd. Zit er voldoende geld in de reserve?

ja

Moet de reserve aangevuld worden?

nee

Kan de reserve verlaagd worden? nee

24

Verzelfstandiging Museum Jan Cunen/Stadsarchief (72190) Beleidsdoel/noodzaak reserve Algemene doelstelling Deze reserve gebruiken we voor de afdekking van de kosten en risico's voor de verzelfstandiging van Museum Jan Cunen en het Stadsarchief. Stadsarchief Het Stadsarchief is ondergebracht bij de bibliotheek. Dat is gerealiseerd. Het Stadsarchief is uit het pand aan Peperstraat 12 vertrokken. Het huurcontract hiervoor loopt tot en met 2020. De huur- en de exploitatiekosten voor deze periode betalen we uit deze reserve. Het pand behoort in de oorspronkelijk staat te worden teruggebracht. Dit betekent dat we het depot uit het pand behoren te verwijderen. Verzelfstandiging Museum Jan Cunen De verzelfstandiging en het opknappen van de locatie MJC worden eveneens uit deze reserve afgedekt. De verzelfstandiging is gerealiseerd. Een deel van deze reserve is bestemd voor het opknappen en aanpassen van de locatie. Minimaal noodzakelijke omvang einde meerjarenraming Nihil. Meerjarenbeeld op basis van bestaand beleid bedragen x € 1.000 Jaar

Saldo

Rente

Storting

Onttrekking

Saldo

1 januari

bijschrijven

2021

13

0

0

-13

0

2022

0

0

0

0

0

2023

0

0

0

0

0

2024

0

0

0

0

0

2025

0

0

0

0

0

31 december

Toelichting op het meerjarenbeeld Onttrekkingen 2021 Het jaar 2020 was het laatste jaar dat we het pand aan de Peperstraat voor het stadsarchief hebben gehuurd. Van de eerder gevormde reserve resteert na afwikkeling een restantbedrag van € 13.000, dit bedrag storten we in de onderhoudsvoorziening van het MJC. De verbouwing is gereed maar er loopt nog een onderzoek naar het binnenklimaat en de beglazing van het monumentale pand. Het restantbedrag gebruiken we hiervoor. Daarna is de reserve leeg. Zit er voldoende geld in de reserve?

ja

Moet de reserve aangevuld worden?

nee

Kan de reserve verlaagd worden?

nee

25

Wal Kwartier en omgeving (72178) Beleidsdoel/noodzaak reserve De financiële middelen in de reserve Wal Kwartier zijn gereserveerd voor: -

activiteiten in het centrum

-

centrumontsluiting

-

de revitalisering van De Wal en omgeving

-

UIThuis en fietsenstalling

Activiteiten centrum Voor activiteiten in het centrum resteert in 2021 een eenmalig bedrag van € 87.664. Deze wordt door COVID 19 niet volledig in 2021 aangewend. Centrumontsluiting De visie centrumring geeft de gewenste kwaliteitsverbetering voor dit gebied weer. De visie geeft op hoofdlijnen aan waar de openbare ruimte aan moet voldoen. Het schetst een totaalbeeld van hoe de gebieden binnen het plangebied zich tot elkaar verhouden, welke sfeer deze gebieden zouden moeten uitstralen en op welke manier dat ruimtelijk zou kunnen. De volgorde voor de aanpak van de centrumontsluiting is gebaseerd op technische noodzaak en samenhang met de werkzaamheden van het Wal Kwartier. Het betreft de werkzaamheden aan de Molenstraat, Bram van den Berghstraat, Raadhuislaan (vanaf de fietsstraat tot de Oostwal) en de Oostwal (tot de oversteek bij de Bergossgarage). De werkzaamheden omvatten de herinrichting van straten inclusief de aanleg van een rotonde op de kruising RaadhuislaanMolenstraat-Oostwal. Revitalisering De Wal en omgeving De kernopgave binnen dit onderdeel is de herontwikkeling van het gebied V&D-De Wal. Deze herontwikkeling draagt bij aan het streven naar een compact stadscentrum en voegt nieuwe functies toe op deze plek. De revitalisering betreft de Molenstraat tot TBL, Walplein, Walstraat, Wal, Carmelietenstraat en het opheffen en omvormen van de parkeerplaats De Wal.

Tevens worden de straten Hooghuisstraat en Burgwal hierbij betrokken. Voor deze investeringen is een bedrag geraamd op basis van kengetallen en hergebruik van bestaand materiaal. Naast deze investeringen behoort de boekwaarde van de parkeerplaats de Wal te worden afgeboekt. Ons aandeel voor de kosten waterberging bij het Wal Kwartier is bij deze post geraamd. UIThuis en fietsenstalling TBL Uit deze reserve wordt een deel van de afbouw van UIThuis, externe adviseurs, verhuisbijdrage en de verplaatsing van de fietsenstalling naar de omgeving van het Wal Kwartier betaald. De projectleiders/externe adviseurskosten voor het verplaatsen van de fietsenstalling/TBL ontwikkelingen is onderdeel van deze reserve. Tevens is in deze reserve een post onvoorzien van € 500.000 voor de investeringen UIThuis opgenomen (raadsbesluit 30 januari 2020). Egalisatiereserve De reserve wordt gevoed vanuit de Programmabegroting 2018-2021 en de incidentele vrijval impulsgelden stadscentrum 2019 tot en met 2023. De impulsgelden dekken de exploitatie UIThuis vanaf 2024 af. Deze middelen zijn nodig om de bovengenoemde activiteiten en investeringen in dit gebied te kunnen uitvoeren. Op het moment dat de projecten/investeringen worden uitgevoerd gaan we geld aan de reserve onttrekken.

Middelen die we in een bepaald jaar niet uitgeven storten we terug in de reserve, zodat ze beschikbaar blijven voor de beschreven activiteiten en investeringen. Eventuele aanbestedingsvoordelen van de afzonderlijke projecten blijven in deze reserve aanwezig om tegenvallers van toekomstige aanbestedingen te kunnen afdekken.

26

Minimaal noodzakelijke omvang einde meerjarenraming Alle beschikbare middelen in deze reserve zijn de komende jaren nodig voor de activiteiten die we hiervoor beschreven hebben. Meerjarenbeeld op basis van bestaand beleid bedragen x € 1.000 Jaar

Saldo

Rente

1 januari

bijschrijven

Storting

Onttrekking

Saldo

2021

4.775

0

1.424

0

6.198

2022

6.198

0

600

-492

6.306

2023

6.306

0

600

-1.794

5.112

2024

5.112

0

0

-5.112

0

2025

0

0

0

0

0

31 december

Toelichting op het meerjarenbeeld Stortingen De inkomsten komen uit de Programmabegroting 2018-2022 en de incidentele vrijval impulsgelden stadscentrum 2020 tot en met 2023. Onttrekkingen 2021 A. Activiteiten centrum Van het restantbudget 2020 worden onderzoeken betaald en het project sociale meerwaarde. Dit zal vanwege de COVID 19 een doorloop hebben naar het jaar 2021. B. Centrumontsluiting I. Uitgevoerde werkzaamheden In het voorjaar 2019 is de eerste fase opgeleverd. Dit betreft delen van de Raadhuislaan, Molenstraat en Oostwal. In deze fase is ook de rotonde met het kunstzwaard aangelegd. Voor deze fase is een subsidie van de provincie Noord-Brabant ontvangen. Deze inkomstenpost is op de uitgaven in mindering gebracht. In 2020 is de Bram van den Berghstraat opgeleverd en is de dynamische afsluiting (paaltjes uit de grond) in het centrum vernieuwd. II. Uitgaven 2024 De overige deelgebieden van de centrumontsluiting komen in 2024 aan de beurt. Na volledige realisering van de bouw van de centrumplannen. Het gaat hierbij om de gebieden van : -

Deel Oostwal vanaf kruising Bram van Den Berghstraat tot Hooghuisstraat (inclusief kruising);

-

Deel Molenstraat vanaf rotonde tot Carmelietenstraat;

-

Haarviltstraat.

27

C. Revitalisering De Wal en omgeving I. Uitgevoerde werkzaamheden De parkeerplaats van de Wal wordt opgeheven. De boekwaarde van deze parkeerplaats is per 31-12-2020 uit deze reserve afgeboekt. II. Uitgaven Burgwal en Hooghuisstraat Er zijn gelden beschikbaar van de revitalisering voor de Burgwal en Hooghuisstraat. Deze zijn berekend op basis van het hergebruik van bestaand materiaal. Het is in dit stadium nog niet duidelijk wanneer deze plannen worden uitgevoerd. In deze reserve staan deze uitgaven vooralsnog geraamd op het jaar 2023. De kosten voor de waterberging Wal Kwartier is voor het jaar 2022 opgenomen. III. Uitgaven 2024 De overige deelgebieden van de centrumontsluiting komen in 2024 aan de beurt. Na volledige realisering van de bouw van de centrumplannen. Het gaat hierbij om de gebieden van : -

Molenstraat vanaf Carmelietenstraat tot Walplein;

-

Walplein;

-

Walstraat;

-

Carmelietenstraat;

-

Hofje (parkeerplaats de Wal).

In de berekening is uitgegaan van kengetallen met het hergebruik van bestaand materiaal. Bij het Hofje en de verbreding van de Molenstraat is uitgegaan van nieuw materiaal. Er is uitgegaan van kengetallen omdat de plannen nog niet concreet zijn. De uitgaven staan allemaal gepland in het jaar 2024. Het is de vraag of dit allemaal in 2024 kan worden uitgevoerd. Waarschijnlijk zal een deel van deze werkzaamheden in 2025 plaats vinden. D. UIThuis en fietsenstalling TBL De uitgaven voor deze posten is gepland in de jaren 2023 en 2024.

Administratieve verwerking investering centrumontsluiting en revitalisering De Wal en omgeving De investeringen in de openbare ruimte behoren geactiveerd te worden. Om te voldoen aan dit uitgangspunt wordt bij de jaarrekening -op basis van de werkelijke uitgaven- dit bedrag uit deze reserve naar de bestemmingsreserve investeringen openbare ruimte centrum geboekt. Zit er voldoende geld in de reserve?

ja

Moet de reserve aangevuld worden?

nee

Kan de reserve verlaagd worden?

nee

28

Investeringsfonds Stadshart Oss (72225) Beleidsdoel/noodzaak reserve Doel investeringsfonds Het investeringsfonds draagt bij aan de realisatie van de koers Stadshart Oss. Het investeringsfonds is hierbij gericht op majeure investeringen in stedelijke (vastgoed) ontwikkeling waarvan parkeren en openbare ruimte & groen onderdeel kunnen zijn. Het betreft investeringen op fysieke plekken die een belangrijke bijdrage leveren aan een toekomstbestendig Stadscentrum, waarin vernieuwen van de vitaliteit, attractiviteit en de economische veerkracht centraal staat. Daarnaast wordt deze reserve gebruikt voor stimuleringsregelingen om de fysieke aantrekkelijkheid en de compactheid van het stadshart te verbeteren. Zo worden de regeling Wonen in het centrum en budget voor vergroening (beide raadsbesluiten van april 2020) gedekt uit deze reserve. Verder willen we middelen beschikbaar stellen voor regelingen die bijdragen aan het compact maken van het stadshart, zoals een regeling die de verplaatsing stimuleert van ondernemers naar de pit (en de schil) van het stadshart. Ook de stimulering van gevelverbeteringen dekken we uit deze reserve. Deze regelingen zijn voor een aantal jaren gefinancierd. Voor de beschikbare middelen voor deze regelingen wordt naar onderstaand financieel meerjarenbeeld verwezen (onttrekkingen).

Het werkgebied voor dit investeringsfonds is primair gericht op de ‘pit en de flexibele schil’. Investeringen in de ‘omgeving van het centrum’ komen (pas) in tweede instantie in aanmerking voor een bijdrage uit het fonds. Niet bedoeld zijn (consumptieve) bestedingen ten behoeve van bijvoorbeeld de samenwerking tussen partijen in het stadscentrum, de organisatie van evenementen, stimulering van ondernemerschap of de profilering van het Stadscentrum. Criteria en procedure De investeringsprojecten worden getoetst aan de hand van de volgende criteria. Aan de verschillende criteria kennen we geen relatieve weging en/of volgorde van voorkeur toe. Ook omdat weging in de tijd kan verschillen, bijvoorbeeld door marktomstandigheden of externe factoren. De criteria zijn: 1. Mate waarin een project bijdraagt aan de vorming van een compacter centrum en aan de versterking 2.

van de ‘pit’ of de ‘flexibele schil’; Mate waarin projecten bijdragen aan de ontwikkeling van de prioritaire locaties uit de dynamische

meerjarenplanning; 3. Mate waarin een project bijdraagt aan stedelijk transformatie; 4. Mate waarin ook andere partijen financieel bijdragen aan een project; 5. Mate waarin voor projecten ook middelen beschikbaar zijn vanuit andere gemeentelijke budgetten. De bijdrage voor deze projecten worden aan de gemeenteraad voorgelegd. Minimaal noodzakelijke omvang einde meerjarenraming In totaal is een bedrag van € 6,8 miljoen beschikbaar voor het investeringsfonds Stadshart Oss. Van dit bedrag is € 4,6 miljoen aan projecten bestemd. Er resteert nog een bedrag van € 2,2 miljoen. In het bedrag van € 4,6 miljoen is rekening gehouden met een ontwikkeling van het TBL terrein tot een semiopenbaar stadssportpark. Wij zijn hierover in gesprek het Titus Brandsma Lyceum.

29

Meerjarenbeeld op basis van bestaand beleid bedragen x € 1.000 Jaar

Saldo

Rente

Storting

Onttrekking

Saldo

1 januari

bijschrijven

2021

2.225

0

2.000

-476

3.749

2022

3.749

0

650

-945

3.454

2023

3.454

0

650

-1.335

2.769

2024

2.769

0

0

-569

2.200

2025

2.200

0

0

0

2.200

31 december

Toelichting op het meerjarenbeeld Stortingen In 2019 is een eerste storting van € 2 miljoen uit de ABR 2019 verricht. Deze is in de Programmabegroting 2020-2023 met een tweede storting van € 1,5 miljoen aangevuld (vrijval ABR 2020). In de Programmabegroting 2021-2023 is een derde storting van € 2 miljoen verricht (vrijval ABR 2021). Bij de Programmabegroting 2022-2025 is storten we € 650.000 voor de jaren 2022 en 2023. Deze middelen blijven we inzetten om projecten en initiatieven mede mogelijk te maken, die de aantrekkelijkheid en compactheid van het stadshart verbeteren. Concrete projectenvoorstellen zijn er nu nog niet, maar te denken valt aan een verdere vergroening van het centrum, stedelijke transformatie van bestaand vastgoed of de realisatie van een stadspark op het TBL-terrein. In totaal is een bedrag van € 6,8 miljoen beschikbaar gesteld voor het investeringsfonds Stadshart Oss. Onttrekkingen Op basis van de besluitvorming en de verwachting dat de werkzaamheden worden uitgevoerd is de volgende planning van de onttrekkingen opgenomen. 2021: a.

stimuleringsregeling wonen in het centrum € 250.000;

b.

leegstandsmakelaar/transitiecoach € 56.250 (start 2de kwartaal 2021);

c.

stimuleringsregeling verplaatsing ondernemers € 150.000 (start 2de kwartaal 2021);

d.

stimuleringsregeling gevelverbetering € 20.000;

2022: a.

stimuleringsregeling wonen in het centrum € 150.000;

b.

leegstandsmakelaar/transitiecoach € 75.000;

c.

stimuleringsregeling verplaatsing ondernemers € 200.000;

d.

stimuleringsregeling gevelverbetering € 20.000;

e.

vergroening stadshart Oss € 500.000;

Het bedrag van € 500.000 voor de vergroening stadshart Oss wordt in 2021 en 2022 uitgevoerd. Het bedrag wordt in 2022 uit deze reserve onttrokken en gestort in de bestemmingsreserve afdekking kapitaallasten van investeringen in de openbare ruimte centrum. 2023: a.

stimuleringsregeling wonen in het centrum € 140.000;

b.

leegstandsmakelaar/transitiecoach € 75.000;

c.

stimuleringsregeling verplaatsing ondernemers € 200.000;

d.

stimuleringsregeling gevelverbetering € 20.000; 30

e.

aanleg stadssportpark/ontwikkelingen TBL terrein.

2024: a.

leegstandsmakelaar/transitiecoach € 18.750 (laatste termijn in 1ste kwartaal);

b.

stimuleringsregeling verplaatsing ondernemers € 50.000 (laatste termijn in 1ste kwartaal);

c.

aanleg stadssportpark/ontwikkelingen TBL terrein.

Zit er voldoende geld in de reserve?

ja

Moet de reserve aangevuld worden?

ja/nee

Kan de reserve verlaagd worden?

nee

31

Integraal uitvoeringsprogramma (IUP) (72166) Beleidsdoel/noodzaak reserve Deze reserve heeft een drieledig doel, te weten: 1. Verzorgen voor jaarovergang van onderhanden werken; 2. Sparen voor groot onderhoudsprojecten in de openbare ruimte; 3. Opvangen projectresultaten en het afdekken van kleine functionele verbeteringen. Op deze drie niveaus wordt de reserve gespecificeerd. 1.

Verzorgen voor jaarovergang van onderhanden werken

1.1

Definitie

De projecten uit het Integraal UitvoeringsPlan (IUP) worden uit de beschikbare vervangingsgelden en groot onderhoudsgelden betaald. Hierbij wordt o.a. de vervanging met het groot onderhoud afgestemd. Deze projecten hebben vaak een meerjarig karakter. Dit betekent dat de beschikbare middelen voor de projecten over het jaar heen gaan. Tevens kunnen projecten o.a. door het bestuurlijke- en inspraakproces soms later in uitvoering worden genomen en worden dan ook aan het eind van het jaar overgeheveld. Het aandeel van deze nog niet uitgevoerde werkzaamheden aan het eind van het jaar benoemen wij als “onderhanden werken”. Op basis van de voorschriften BBV (Besluit Begroting en Verantwoording) worden deze restant groot onderhoudsgelden aan het eind van het jaar tijdelijk in deze reserve gestort en in het begin van het jaar uit deze reserve gehaald om de projecten te betalen. Deze storting in de reserve wordt onder de rubriek “onderhanden werken” opgenomen. 1.2

Maximale omvang

In het integrale beheerplan openbare ruimte wordt om de vier jaar de vervangingsopgave voor de openbare ruimte berekend en aan het bestuur voorgelegd. Onder deze vervangingsopgave wordt de verdere stijging van de vervangingsinvesteringen bedoeld. Deze stijgen omdat delen/objecten van de openbare ruimte aan het eind van de levensduur komen en vervangen behoren te worden. Deze vervangingsopgave wordt in de Programmabegroting (offertes – nieuw beleid) voorgelegd. Deze vervangingsopgave kan aan het bestuur worden voorgelegd mits de werkvoorraad van de IUP projecten niet boven een bedrag van € 6,5 miljoen uit komt. Deze norm is gebaseerd op een bedrag van € 3,5 miljoen voor “onderhanden werken” (groot onderhoudsgelden) en een bedrag van € 3 miljoen restant investeringsgelden (vervangingsgelden). Deze norm is op basis van ervaringsgegevens tot stand gekomen en worden als communicerende vaten beschouwd. Het totaal mag niet boven deze maximale norm uitkomen. Als aan het eind van het jaar een overschrijding heeft plaatsgevonden kan het komende jaar geen vervangingsopgave aan het bestuur worden voorgelegd. Dit om te voorkomen dat de werkvoorraad te hoog oploopt. 2.

Sparen voor groot onderhoudsprojecten in de openbare ruimte

2.1

Definitie

In de begroting is voor elk discipline (wegen, groen, VRI, OV, riolering, parkeren, haven) groot onderhoudsgeld aanwezig. Deze groot onderhoudsgelden worden ingezet voor: a. Regulier groot onderhoud; b. Groot onderhoud samen met vervangingsinvesteringen uitvoeren (IUP-projecten); c. Meerjarig sparen voor groot onderhoudsprojecten. Het regulier groot onderhoudsbudget is een zeer beperkt budget (circa 1 %). De groot onderhoudsgelden worden nagenoeg geheel ingezet voor de onderdelen b en c. Het groot onderhoud wordt gebaseerd op de beheerplannen Wegen, Groen, VRI (VerkeersRegelInstallatie), OV (Openbare Verlichting), riolering, parkeren en haven.

32

De beheerplannen Wegen, Groen, VRI en OV worden met ingang van het jaar 2021 samengevoegd tot 1 integraal beheerplan openbare ruimte. Het meerjarig sparen voor deze groot onderhoudsprojecten in de openbare ruimte worden onder deze noemer in deze reserve gestort. Deze projecten worden in het IUP expliciet met het spaarbedrag benoemd. Op het moment dat het project wordt uitgevoerd worden deze gelden uit deze reserve gehaald. Bijvoorbeeld: het groot onderhoud aan de N329. Deze kunnen zo’n grote omvang hebben dat er eerst hiervoor jaren gespaard behoort te worden. 2.2

Maximale omvang

Dit deel van de reserve IUP kent geen maximale omvang. Op basis van het vastgestelde IUP kan dit bedrag voor het benoemde groot onderhoudsproject in deze reserve worden opgenomen. 3.

Opvangen projectresultaten

3.1

Definitie

Uitgangspunt is om de tegenvallers van de IUP projecten af te dekken uit de meevallers van de IUP projecten, we hebben dit nog niet begroot. We doen dit op basis van de werkelijke resultaten bij de jaarrekening. We stellen twee keer per jaar een voortgangsrapportage omtrent de IUP projecten opgesteld (programmabegroting en jaarrekening). Hierbij wordt ingegaan op de voortgang van de projecten en de (voorlopige) projectresultaten. De projecten worden binnen deze kaders financieel bijgesteld zodat de projectleiders over het juiste budget kunnen beschikken. Een tekort of overschot op totaalniveau van alle projecten wordt met de reserve IUP verrekend. De reserve IUP start in 2021 met een saldo van € 6.150.000. Dit saldo is bedoeld voor het realiseren van projecten die per 1-1-2021 nog niet afgerond zijn. Op basis van de 1e voortgangsrapportage is het resultaat € 1.110.916 positief. Resultaat valt uiteen in een resultaat op groot onderhoud van € 455.112 en een resultaat op vervangingen van € 655.804. Er is voorgesteld om van dit laatste resultaat € 558.000 te reserveren voor de afdekking van het tekort op het integraal beheerplan. Het uiteindelijke projectresultaat 2021 wat gestort / onttrokken wordt in de reserve IUP wordt bepaald bij de jaarrekening. Voor een gedetailleerde specificatie van projecten wordt verwezen naar de 1e voortgangsrapportage IUP 2021. 3.2

Maximale omvang

De omvang van het opvangen van projectresultaten en het afdekken van kleine functionele verbeteringen mag in deze reserve maximaal € 750.000 bedragen. De tegenvallers bij de IUP projecten worden uit dit deel van de reserve opgevangen. Tevens mogen de kleine functionele verbeteringen in het bestek van het IUP projecten – mits deze financiële middelen aanwezig zijn- uit deze reserve worden betaald. Minimaal noodzakelijke omvang einde meerjarenraming De omvang stand 1-1-2021 bestaat uit: 1.

Jaarovergang onderhanden werken: € 6.150.000

2.

Sparen groot onderhoudsprojecten in de openbare ruimte: € 0

3.

Opvangen projectresultaten: € 0

33

Meerjarenbeeld op basis van bestaand beleid bedragen x € 1.000 Jaar

Saldo

Rente

Storting

Onttrekking

Saldo

1 januari

bijschrijven

2021

6.150

0

0

-105

6.045

2022

6.045

0

0

-558

5.487

2023

5.487

0

0

0

5.487

2024

5.487

0

0

0

5.487

2025

5.487

0

0

0

5.487

31 december

Toelichting op het meerjarenbeeld Onttrekkingen -

In 2021gebruiken we € 105.000 voor het onderzoek naar het baggeren van de haven

-

In 2022 gebruiken we € 558.000 om het tekort af te dekken van het integraal beheerplan openbare ruimte.

Zit er voldoende geld in de reserve?

ja

Moet de reserve aangevuld worden?

nee

Kan de reserve verlaagd worden?

nee

34

Baggeren Haven (72236) Beleidsdoel/noodzaak reserve In 2020 zijn er onverwachte ondieptes in de haven van Oss, het Burgemeester Delenkanaal, de Oude Maasarm en de Lithse Ham geconstateerd. Daarnaast blijkt de kleilaag op plaatsen geërodeerd en heeft deze nadere inspectie en reparatie nodig. We willen de haven en het kanaal in een staat van onderhoud brengen zodat de havenbedrijven en de beroepsvaart op een economische, ecologische en veilige manier in de haven en het kanaal kan werken. Dit geldt ook voor de watergebieden waarbij het hier niet alleen om werken maar aanvullend ook om recreëren gaat. We gaan aanvullende metingen verrichten om de werkzaamheden en hoeveelheden goed in een bestek/opdracht op te nemen. Op basis hiervan krijgen we inzicht in de kosten. De kosten van deze baggeroperatie zullen we meenemen in de Eerste financiële tussenrapportage van 2022. Op basis van het eerste onderzoek zijn de kosten geraamd tussen € 1,7 en € 3,6 miljoen. In de voorziening van de haven is een bedrag van € 0,75 miljoen aanwezig voor het baggeren waardoor het tekort uit zal komen tussen € 0,95 en € 2,85 miljoen. We vormen hier een reserve voor. Minimaal noodzakelijke omvang einde meerjarenraming De minimale omvang aan het einde van de meerjarenraming is € 1,5 miljoen. Meerjarenbeeld op basis van bestaand beleid bedragen x € 1.000 Jaar

Saldo

Rente

Storting

Onttrekking

Saldo

1 januari

bijschrijven

2021

0

0

0

0

0

2022

0

0

1.500

0

1.500

2023

1.500

0

0

0

1.500

2024

1.500

0

0

0

1.500

2025

1.500

0

0

0

1.500

31 december

Toelichting op het meerjarenbeeld We storten in 2022 een bedrag van € 1,5 miljoen in de reserve om het toekomstige risico af te dekken. Zit er voldoende geld in de reserve?

ja

Moet de reserve aangevuld worden?

nee

Kan de reserve verlaagd worden?

nee

35

Egalisatie rioolbeheer (72097) Beleidsdoel/noodzaak reserve Vanuit de boekhoudvoorschriften (BBV) maken we onderscheid in een voorziening en een reserve rioolbeheer. In het tarief mogen spaarbedragen voor toekomstige vervangingsinvesteringen worden meegenomen. Deze worden in de exploitatie als last aan de voorziening rioolbeheer toegevoegd. Daarnaast hebben we een bestemmingsreserve egalisatie rioolbeheer. Afwijkingen ten opzichte van de begroting, zoals efficiency- en aanbestedingsverschillen, kunnen we aan de bestemmingsreserve riolering toevoegen of onttrekken. Minimaal noodzakelijke omvang einde meerjarenraming We hebben afgesproken dat er maximaal € 250.000 in de reserve mag zitten. Als er meer geld in de reserve zit kijken we of de tarieven voor de rioolheffing verlaagd kunnen worden. In de komende jaren worden structureel bedragen onttrokken tot het niveau van € 250.000 behaald is. Met deze reserve konden we en kunnen we nog een aantal jaar tijdelijk het tarief verlagen. Vanaf 2022 is dit echter niet meer mogelijk en moeten we rekening houden met jaarlijkse stijging van het tarief met minimaal de inflatiecorrectie. Meerjarenbeeld op basis van bestaand beleid bedragen x € 1.000 Jaar

Saldo

Rente

Storting

Onttrekking

Saldo

1 januari

bijschrijven

2021

1.089

0

0

-389

699

2022

699

0

0

-204

495

2023

495

0

0

-174

321

2024

321

0

0

-174

147

2025

147

0

0

-174

-28

31 december

Toelichting op het meerjarenbeeld Onttrekkingen 2021 We hebben het rioleringsplan 2012-2018 geactualiseerd. Dit plan is in 2012 vastgesteld. Door de inflatie en actualisering stijgen de kosten. Voor 2022 wordt een tariefsverhoging van 3% voorgesteld en de jaren daarna 3,6% Daarmee is de rioolheffing nog niet kostendekkend en blijft inzet van de reserve noodzakelijk. Zit er voldoende geld in de reserve?

ja

Moet de reserve aangevuld worden?

nee

Kan de reserve verlaagd worden?

nee

36

Onderhoud natuurgebieden (71086) Beleidsdoel/noodzaak reserve Deze reserve is beschikbaar om de kosten te dekken van de vervanging van het vee-raster in natuurgebied Herperduin. Minimaal noodzakelijke omvang einde meerjarenraming De minimaal noodzakelijke omvang aan het einde van de meerjarenraming is € 264.000. Meerjarenbeeld op basis van bestaand beleid bedragen x € 1.000 Jaar

Saldo

Rente

Storting

Onttrekking

Saldo

1 januari

bijschrijven

2021

264

0

0

0

264

2022

264

0

0

0

264

2023

264

0

0

0

264

2024

264

0

0

0

264

2025

264

0

0

0

264

31 december

Toelichting op het meerjarenbeeld Er is nog steeds sprake van evaluatie en herijking van de visie de Maashorst. Hierbij is al dan niet voortzetten van de begrazing één van de onderwerpen. We verwachten meer duidelijkheid wanneer er meer bestuurlijke duidelijkheid is ontstaan over de Maashorst. Het lijkt er op dat binnenkort een besluit wordt genomen, dan kunnen er plannen ontwikkeld worden voor de vervanging en situering van het vee-raster.

Zit er voldoende geld in de reserve?

ja

Moet de reserve aangevuld worden?

nee

Kan de reserve verlaagd worden? nee

37

Afvalstoffenheffing (72147) Beleidsdoel/noodzaak reserve De reserve afvalstoffenheffing is bedoeld om schommelingen in de kosten van afvalinzameling en verwerking op te vangen. Door de reserve daarvoor in te zetten voorkomen we grote schommelingen in de tarieven voor de afvalstoffenheffing. Minimaal noodzakelijke omvang einde meerjarenraming Bij het vormen van de reserve is besloten dat het plafond van de reserve € 450.000 is. Daarmee kunnen we prijsschommelingen tot 5% opvangen. Als er meer geld in de reserve zit kijken we of de tarieven voor de afvalstoffenheffing verlaagd kunnen worden. Ook kan diftar ertoe leiden dat burgers beloond worden voor hun goede gedrag bij het aanbieden van restafval. Meerjarenbeeld op basis van bestaand beleid bedragen x € 1.000 Jaar

Saldo

Rente

Storting

Onttrekking

Saldo

1 januari

bijschrijven

2021

0

0

662

0

662

2022

662

0

150

0

812

2023

812

0

150

0

962

2024

962

0

0

0

962

2025

962

0

0

0

962

31 december

Toelichting op het meerjarenbeeld Stortingen en onttrekkingen We hebben de begroting van afval geactualiseerd. In 2021 zien we op afvalinzameling een positief resultaat. In 2021 is voor de afvalinzameling een nieuwe fase ingegaan. Het is duidelijk dat de invoering van het gemeentelijke afvalbeleid met ingang van 1 januari 2021 leidt tot positieve effecten zoals minder afvalstoffen op het Duurzaamheidsplein en betere afvalscheiding door de burgers. Voor 2021 stellen we voor dit extra resultaat te storten in de reserve afval om dit in 2022 in te kunnen zetten bij de volgende fase binnen het afvalbeleid, de invoering van getarifeerd aanbieden (conform het principe de vervuiler betaald). We willen daarnaast vanuit de reserve onze inwoners in 2022 belonen voor de goede scheiding van hun afval, door een verlaging van de ASH 2022 ten opzichte van de ASH 2021. Dit nemen we op in het raadsvoorstel over de tarieven voor 2022. Vanaf 2023 zou dit structureel vanuit de begroting moeten komen. Volgens het nieuwe afvalbeleid zal de reserve in 3 jaar opgebouwd worden naar een saldo van € 450.000. Zit er voldoende geld in de reserve?

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Oss&id=df6a8c66-5561-43e7-bdc1-3094a46e234f