CConstaterende datOss
Koppel je AI →
Document · PDF

Motivering Functiewijziging Post-Telegraaf-Telefoonlocatie_BOPA

Gemeenteraad 5 maart 2026, gemeente OssBij agendapunt: B Bindend adviesrecht gemeenteraad KPN-gebouw30.789 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

5.2

Provinciaal beleid

5.2.1

Brabantse Omgevingsvisie: De kwaliteit van Brabant, visie op de Brabantse leefomgeving Op 14 december 2018 hebben Provinciale Staten de Omgevingsvisie ‘De kwaliteit van Brabant’ vastgesteld. De Omgevingsvisie bevat de hoofdlijnen van het provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving. De visie beschrijft de strategische hoofdopgaven voor de lange termijn over klimaatverandering, energietransitie, verstedelijking en bereikbaarheid, concurrerende duurzame economie en de basis op orde. Voor deze opgaven wordt aangegeven wat de ambities op lange termijn zijn: wat is er nodig om Brabant in 2050 een gezonde, veilige en prettige leefomgeving te laten zijn? Ook is een concreet tussendoel geformuleerd voor het jaar 2030, om zo te kijken wat in dat jaar minimaal bereikt moet zijn om het lange termijndoel te kunnen halen. De Omgevingsvisie geeft ook aan op welke nieuwe manieren de provincie met betrokkenen wil samenwerken aan omgevingsvraagstukken en welke waarden daarbij centraal staan. Na de inwerkingtreding van de

Motivering Molenstraat 32-34 Oss

32

CRI250040.003/BGO

Omgevingswet zal de Omgevingsvisie de provinciale plannen, zoals de structuurvisie, het verkeersen vervoersplan, het milieu- en waterplan en de natuurvisie vervangen. De basisopgave van de Brabantse Omgevingsvisie is werken aan veiligheid, gezondheid en omgevingskwaliteit. Deze basisopgave is veelomvattend en gaat over milieuaspecten, als een schone bodem, schoon water (ondergrond) en schone lucht. Maar ook om landschappelijke en cultuurhistorische aantrekkelijkheid, een goede woon- en werkomgeving met een aantrekkelijk aanbod aan voorzieningen, stilte en een natuurrijke omgeving, waarin biodiversiteit en recreatie hand in hand gaan. Om deze basisopgave te verwezenlijken zijn er vier hoofdopgaven gesteld: - Werken aan de Brabantse energietransitie - Werken aan een ‘klimaatproof’ Brabant - Werken aan de slimme netwerkstad - Werken aan een concurrerende, duurzame economie. 5.2.1.1 Toets Werken aan de Brabantse energietransitie Klimaatverandering heeft nu al een grote impact op de Brabantse leefomgeving en gaat in de toekomst nog meer van zich doen gelden. Het is noodzakelijk nu te beginnen met het aanpassen van de gehele energievoorziening van productie, opslag en transport. Burgers en bedrijven kunnen daardoor nu en in de toekomst rekenen op een goed functionerend en betrouwbaar energiestelsel.

Er wordt daarmee een bijdrage geleverd aan het terugdringen van de uitstoot van broeikasgassen en het verbeteren van de luchtkwaliteit voor de inwoners. Om deze doelen te bereiken wordt ingezet op het verminderen van het energiegebruik en verduurzaming van energie. De provincie zet zich in voor de transitie van de woningvoorraad en andere gebouwen naar energie-neutraal, te beginnen met energiebesparing. Dat betekent dat de (lage temperatuur) warmtevraag zo veel mogelijk wordt beperkt en dat met traditionele of innovatieve technieken in de warmtevraag wordt voorzien. Door een integrale benadering is de claim op de schaarse ruimte zo beperkt mogelijk. Bij het hergebruik van leegkomende plekken in het stedelijk gebied - als gevolg van leegstand van kantoren en bedrijven en sloop/herstructurering van oude woningvoorraden ontstaat een opening om invulling te geven aan de energieopgave in het stedelijk gebied. Met dit plan is sprake van een duurzame woningbouwontwikkeling voor de toekomst. Door transformatie van een binnenstedelijke locatie naar nieuwbouwwoningen worden woningen met een zo laag mogelijke energiebelasting gerealiseerd. Werken aan een ‘klimaatproof’ Brabant Klimaatproof wil zeggen dat de risico’s vanwege weersextremen in 2050 aanvaardbaar, draagbaar, en beheersbaar zijn.

De effecten van klimaatverandering voor Brabant moeten worden verkleind of tenminste beheersbaar blijven. Het bebouwd gebied in Brabant heeft steeds meer te maken met hittestress en wateroverlast. Meer ruimte voor groen en water in de stad zorgt voor minder overlast en biedt tegelijkertijd veel mogelijkheden om steden ook leefbaarder en gezonder te maken. Daarnaast moeten de komende 10 jaar 120.000 woningen worden gebouwd en wordt de uitbreidingsopgave steeds vaker binnen het bebouwd gebied gezocht (inbreiding in plaats van

Motivering Molenstraat 32-34 Oss

33

CRI250040.003/BGO

uitbreiding). De uitdaging is om deze twee opgaven te combineren binnen de opgave ‘slimme netwerkstad’. Binnen het projectgebied is sprake van het combineren van opgaven om te komen tot een klimaatproof plan. Er is sprake van transformatie van een binnenstedelijke locatie die in de huidige situatie volledig verhard is. Dit plan leidt tot vergroening. Er worden een gemeenschappelijke tuin en een groen dak gerealiseerd voor opvang van hemelwater. Dit plan draagt naast de realisatie van woningen tevens bij aan realisatie van een klimaatproof Brabant. Werken aan de slimme netwerkstad Duurzame verstedelijking is onderdeel van het werken aan de slimme netwerkstad. De toenemende verschillen binnen Brabant maken het des te belangrijker om op het niveau van het daily urban system goed samen te werken en keuzes te maken. Het daily urban system is het gebied waarin een inwoner zich dagelijks verplaatst vanwege werk, voorzieningen en sociale contacten. Uitbreiding van het bestaande stedelijk gebied in steden en dorpen is alleen wenselijk vanuit kwalitatieve overwegingen en bij een concrete marktvraag. Als gevolg van economische, technologische en maatschappelijke ontwikkelingen staan de steden en dorpen van Brabant steeds vaker voor (omvangrijke) herbestemmings- en transformatieopgaven in hun bebouwde gebied.

Hier liggen interessante kansen voor het toekomstbestendig maken van het stedelijk gebied en ook voor het creëren van ruimte voor nieuwe economische ontwikkelingen en voor woningbouw. In de plannen hiervoor dient aandacht te zijn voor de milieukwaliteit en een aantrekkelijke en bereikbare groene omgeving en voorzieningenstructuur. Met dit plan is sprake van een duurzame woningbouwontwikkeling voor de toekomst. Door transformatie van een binnenstedelijke locatie naar nieuwbouwwoningen is sprake van een duurzame verstedelijking. In dit plan is grote aandacht voor inpassing van het plan in de omgeving met groen en met een betere aansluiting op de voorzieningen structuur. Dit is meer uitgebreid omschreven in hoofdstuk 3 van deze motivering. Werken aan een concurrerende, duurzame economie. Het doel is realisatie van een economisch systeem met de herbruikbaarheid van producten, materialen en grondstoffen en het behoud van natuurlijke hulpbronnen als uitgangspunt en waardecreatie voor mens, natuur en economie in iedere schakel van het systeem. Inspelen op nieuwe kansen die digitalisering biedt zorgt voor innovatie, verandert markten en verhoogt de productiviteit van bedrijven, instellingen en overheden. Dit plan draagt niet bij aan een concurrerende en duurzame economie, maar doet hier ook geen afbreuk aan. Het plan betreft een woningbouwontwikkeling met commerciële ruimten. 5.2.2

Beleidskader leefomgeving Het beleidskader Leefomgeving geeft duidelijkheid over de rol, positie en werkwijze van de provincie bij de samenhangende en gebiedsgerichte aanpak van opgaven in de leefomgeving. Hiermee biedt de provincie duidelijkheid aan haar samenwerkingspartners over de wijze waarop zij regie voert op samenvallende opgaven en keuzes maakt bij afwegingen tussen schaalniveaus De provinciale Omgevingsvisie benadrukt het belang van ‘diep, rond en breed’ kijken bij de vele samenvallende opgaven in Brabant als noodzakelijk om tot goede en gedragen oplossingen te

Motivering Molenstraat 32-34 Oss

34

CRI250040.003/BGO

komen. Deze manier van kijken is essentieel en wordt uitgewerkt in vijf stelregels die de provincie hanteert bij de aanpak van opgaven in de leefomgeving en samenleving. Dit zijn: - Water en bodemsysteem is leidend; - Gebied centraal; - Steeds schoner, gezonder en veiliger; - Altijd zorgvuldig en meervoudig ruimtegebruik met meerwaarde; - Afwentelen voorkomen. 5.2.2.1 Toets Water en bodemsysteem is leidend De natuurlijke veerkracht van het water- en bodemsysteem staat onder druk. Er is een afnemend vermogen om piekbelastingen op te vangen, periodes van droogte te doorstaan en de biodiversiteit te borgen. Het is nodig om betere aansluiting te zoeken bij de natuurlijke en bewezen principes en werking van een robuust water- en bodemsysteem. Voldoende en schoon water, waterveiligheid, een vitale bodem en klimaatadaptatie zijn van belang voor vrijwel alle provinciale opgaven. Om het water- en bodemsysteem te beschermen en grote problemen op de lange termijn te voorkomen is een nieuwe manier van denken nodig waarbij de draagkracht van het water- en bodemsysteem leidend is voor het gebruik, in plaats van andersom. Per (deel)gebied moet heel precies worden gekeken naar de werking van het bodem- en watersysteem en daarop worden ingespeeld.

Dit betekent ook dat er keuzes gemaakt moeten worden waarbij het water- en bodemsysteem, in zijn grotere samenhang, meer sturend is voor wat nog wel en vooral ook voor wat niet kan. Binnen het projectgebied is sprake van volledige transformatie van een binnenstedelijke locatie. De locatie is in de huidige situatie volledig verhard. Met dit plan is sprake van een forse vergroening van het plan door de aanleg van een gemeenschappelijke tuin en realisatie van een daktuin. Met dit plan is sprake van adaptatie van hemelwater. De aspecten groen en bodem worden duurzaam ingepast in dit plan. Gebied centraal De provincie Noord-Brabant beoogt een optimaal evenwicht te bereiken tussen bescherming en ontwikkeling, en tussen concurrentiekracht en leefbaarheid. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere. De waardering van het bestaande en de invloed van mogelijke veranderingen kunnen van plek tot plek anders worden ervaren. Bij het ontwikkelen en vormgeven van nieuwe functies in een gebied moet rekening gehouden worden met de kwaliteit van bodem, water, lucht, cultureel erfgoed en natuur, maar ook met de minder zichtbare kwetsbare onderwerpen, zoals sociale draagkracht, welbevinden en gezondheid. De aanwezige en door bewoners en gebruikers beleefde kwaliteiten en ontwikkelingsmogelijkheden zijn overal anders.

Dit moet doorwerken in de aanpak van opgaven in ieder specifiek gebied. De beleefde (cultuurhistorische) identiteit en mogelijkheden van een gebied, als ook de waardering van eigenschappen van streek, landschap, stad of dorp zijn uitgangspunt en inspiratiebron voor nieuwe ontwikkelingen in een gebied. Binnen dit plan is de ligging van het projectgebied binnen het gebied centraal gesteld in de ontwerpopgave. Het projectgebied is een centrumlocatie binnen Oss. De locatie wordt getransformeerd naar woningbouw met inachtname van inpassing van deze locatie in het gebied.

Motivering Molenstraat 32-34 Oss

35

CRI250040.003/BGO

Er is grote aandacht besteed aan beeldkwaliteit en er wordt een doorsteek naar de Oostwal gerealiseerd. Het projectgebied verkrijgt hiermee een meer open relatie met de omgeving. De inpassing van het plan in het gebied is volledig omschreven in hoofdstuk 3 in deze motivering. Steeds schoner, gezonder en veiliger Het voldoen aan de wettelijke normen en het beheersen van de risico’s voor een schone, gezonde en veilige leefomgeving is niet genoeg. De provincie beoogt de komende jaren actiever in te zetten op het voorzorgbeginsel in situaties waar de effecten in potentie groot en onomkeerbaar zijn, waarbij ook wordt afgewogen of het alternatief niet slechter is. Bij elke ontwikkeling wordt ingezet op een steeds verdere verbetering van de leefomgeving. Het in de beginfase van een ontwikkeling al bewust meenemen van milieu- en luchtkwaliteit betekent dat de milieuconsequenties in kaart worden gebracht en gehouden en daarop keuzes worden gebaseerd. Met dit plan is sprake van transformatie van een bestaande bedrijfslocatie op een binnenstedelijke locatie naar een woningbouwplan met 64 woningen in verschillende klassen en commerciële ruimten. De milieuconsequenties van dit plan zijn onderzocht en volledig opgenomen in hoofdstuk 6 van deze motivering. Er is geen sprake van realisatie van onomkeerbare milieugevolgen.

Met dit plan is sprake van een duurzame transformatie van een binnenstedelijke locatie naar een passende functie. Dit leidt tot een gezonde en veilige leefomgeving. Altijd zorgvuldig en meervoudig ruimtegebruik met meerwaarde De provincie beoogd het hanteren van optimale combinatiemogelijkheden tussen functies en opgaven, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van de ruimte, waarbij de kwaliteit van de leefomgeving en de identiteit van Brabant wordt versterkt. Het gaat om combineren, intensiveren en transformeren binnen locaties. Bij elke ontwikkeling worden direct vanaf het begin meerdere belangen geïntegreerd en boven- en ondergrond in samenhang bekeken. Door bewust combinaties op te zoeken en tevens in te zetten op zorgvuldig en meervoudig ruimtegebruik kan er meer in minder ruimte. Als functiemenging niet mogelijk is vanwege een dominerend belang of dominerende functie, zoeken we naar gemeenschappelijke belangen en manieren om andere functies te ‘koppelen’ aan de dominerende functie. Met dit plan is sprake van transformatie van een bestaande bedrijfslocatie op een binnenstedelijke locatie naar een woningbouwplan met 64 woningen in verschillende klassen en commerciële ruimten. Binnen dit plan krijgen daarbij ook groen, water en parkeren de ruimte die bij deze functies noodzakelijk en gewenst is.

Met dit plan is sprake van een duurzame transformatie van een binnenstedelijke locatie naar een passende functie waarbij sprake is van zorgvuldig ruimtegebruik en meervoudig ruimtegebruik met meerwaarde. Dit is meer uitgebreid toegelicht in hoofdstuk 3 van deze motivering. Afwentelen voorkomen Een plan is proactief en preventief. Dit gaat verder dan een plan met gevolgbeperking en herstel. Het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie inwoners, zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties. Afwentelen naar tijd moet worden voorkomen. Hetzelfde geldt voor afwentelen naar plaats. Cumulatie van problemen in gebieden wordt voorkomen, evenals afwenteling op andere functies. Efficiënter gebruik van de fysieke leefomgeving helpt daarbij. Door bij ontwikkelingen minder gebruik van grondstoffen te maken, duurzame bouwmaterialen te gebruiken en circulariteit en

Motivering Molenstraat 32-34 Oss

36

CRI250040.003/BGO

hergebruik van afvalstoffen te realiseren, wordt de leefomgeving minder belast. Ook het experimenteren met een ‘generatietoets’ bij ontwikkelingen draagt hieraan bij. Met dit plan is sprake van realisatie van een bouwplan waarin de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van bewoners. Er worden 64 woningen in meerdere klassen gerealiseerd en commerciële ruimten. Met de beoogde nieuwbouw ontstaat een duurzame transformatie van een binnenstedelijke locatie voor de toekomst. 5.2.3

Beleidskader Wonen en Werken In het beleidskader Leefomgeving staat hoe de provincie samen met betrokken partijen wil werken aan een betere kwaliteit van de leefomgeving. Het beschrijft de belangrijkste stelregels en instrumenten. In het beleidskader Wonen en Werken wordt dit nader uitgewerkt voor de verstedelijkingsdoelen van de provincie. Hoe wil de provincie haar doelen ten aanzien van wonen, werken en transformatie van stedelijk gebied bereiken? Brabant staat de komende twintig jaar voor forse opgaven, waaronder een grote verstedelijkingsopgave. Het gaat om de opvang van de behoefte voor wonen en werken in samenhang met de verduurzaming van het bestaande stedelijke gebied van dorpen, steden en bedrijventerreinen. Dit betekent dat het niet alleen gaat om het toevoegen van woningen, voorzieningen en bedrijven, maar ook om het inzetten van die groei ten behoeve van de transities en opgaven uit de Brabantse Omgevingsvisie over bijvoorbeeld klimaatadaptatie, energietransitie, mobiliteitstransitie, gezondheid en brede welvaart. Met oog voor de natuurlijke basis en omgevingskwaliteit. De provincie kiest in haar Omgevingsvisie voor concentratie van verstedelijking en een duurzame ontwikkeling van stedelijk Brabant. In het beleidskader Wonen en Werken wordt deze ambitie nader uitgewerkt en wordt het bestaande beleid uit de structuurvisie RO geactualiseerd.

Deze actualisatie is nodig vanwege de snelle demografische veranderingen, de sterk groeiende vraag naar ruimte voor verstedelijking en de behoefte om de kwaliteit van de leefomgeving te behouden én te versterken. Dit gaat samen met de volgende beleidskeuzes: - Complementair stedelijk netwerk; schakel van sterke steden en vitale kernen - Inzet op binnenstedelijke (her)ontwikkeling; herstructurering, transformatie en beheer van bestaande woon- en werkgebieden - Ontwikkelingen in samenhang; samenhang in mobiliteit, energiesystemen, klimaat, groenblauwe ontwikkelingen

5.2.3.1 Toets Gelet op de sterke bevolkings- en huishoudensgroei én om bestaande woningtekorten terug te dringen, is het van groot belang de komende jaren flink vaart te houden in de woningbouw. In Brabant ligt nog een flinke bouwopgave. Tussen 2023 en 2050 moeten er nog zo'n 265.000 woningen (+22.5%) aan de voorraad worden toegevoegd, waarvan circa twee derde –165.000 woningen – al voor 2035. De mogelijkheden voor woningbouw in het bestaand stedelijk gebied en het beter benutten van de bestaande woning- en gebouwenvoorraad, waaronder de ombouw naar woonruimte voor één- en tweepersoonshuishoudens in bestaande wijken, worden daarbij optimaal benut.

Motivering Molenstraat 32-34 Oss

37

CRI250040.003/BGO

De omgevingskwaliteit verbetert doordat verouderde bebouwing verdwijnt. Verdichting binnen de steden en dorpen draagt bij aan het behoud van voorzieningen en verbetert daarmee ook de leefbaarheid, het vestigingsklimaat én de aantrekkelijkheid van Brabant als plaats om te wonen en werken. Dit plan draagt bij aan de noodzakelijke woningbouwontwikkeling. Er worden binnen een transformatielocatie 64 woningen in meerdere klassen toegevoegd aan de woningbouwvoorraad. Dit plan past binnen de beleidskaders voor wonen en werken van de provincie Noord-Brabant. 5.2.4

Verstedelijkingstrategie en ontwikkelperspectief stedelijk Brabant Rijk, provincie, waterschappen en gemeenten hebben in de Verstedelijkingsstrategie Brabant 2040 drie hoofdopgaven benoemd voor de verstedelijkingsopgave tot 2040: 1. Nieuw stedelijk Brabant 2. Nieuwe relaties tussen stad en land 3. Een strategie om de nieuwe opgaven op te kunnen pakken. Deze zijn in de verstedelijkingsstrategie uitgewerkt en onderzocht in relatie tot de demografische ontwikkelingen, de verwachte ontwikkelingen in ons mobiliteitssysteem de opgaven voor klimaatadaptatie, energietransitie, stikstofreductie, versnelling van de transitie naar een circulaire economie etcetera. Stedelijk Brabant is het tweede grote verstedelijkte gebied van Nederland met een forse bouwtransformatie- en herstructureringsopgave. Kenmerkend voor stedelijk Brabant is de nabijheid en de sterke verwevenheid met het omliggende landelijke gebied. Dit is een belangrijke kracht van Brabant. Natuur en landelijk gebied liggen op maximaal 10 minuten fietsafstand. Stedelijk Brabant is een sterk samenhangend stedelijk netwerk, met daarbinnen vier stedelijke regio’s die bestaan uit een netwerk van centrumsteden, middelgrote steden en vitale dorpen. Met het Ontwikkelperspectief stedelijk Brabant zetten we in op vernieuwing en verduurzaming in het hele stedelijke netwerk van Brabant.

Zo leveren wij onze bijdrage aan de ambities in de NOVI/NOVEX. De vijf ontwikkelprincipes die in de verstedelijkingsstrategie voor stedelijk Brabant zijn opgenomen helpen bij het vertalen van het ontwikkelperspectief naar een concrete aanpak: 1. Bodem en watersysteem als basis voor de verstedelijking 2. Landschap en natuur groeien mee met verstedelijking 3. Nieuwe woningen versterken bestaande stad en dorp 4. Mobiliteitstransitie maatwerk voor stad en dorp 5. Kwalitatieve werkgebieden als randvoorwaarde voor een circulaire economie De principes worden uitgewerkt in afspraken op het schaalniveau van stedelijk Brabant en de stedelijke regio’s.

5.2.4.1 Stedelijke Regio ’s-Hertogenbosch De Stedelijke Regio ’s-Hertogenbosch heeft als onderdeel van de Brabantse Stedenrij tot 2040 een opgave op duurzame verstedelijking van ongeveer 50.000- 60.000 nieuwe woningen, 35.000-42.000 extra arbeidsplaatsen. Daarnaast is er ruimte nodig voor de berging van 36 miljoen kuub water en voor 8,7 PJ aan duurzame energieopwekking. Doel is een leefbare, werkbare en klimaat robuuste stedelijke regio door verdichting, vergroening en verduurzaming. Netwerkregio bij uitstek Uitgangspunt is het versterken van het netwerk van aantrekkelijke steden en vitale kernen en

Motivering Molenstraat 32-34 Oss

38

CRI250040.003/BGO

dorpen (het polycentrisch model) in deze stedelijke regio. Dan profiteren alle inwoners profiteren van de kracht van de stad en de pracht van de kernen en dorpen. De principes van stedelijkheid en nabijheid zijn belangrijk voor de brede welvaart in deze regio. Dit betekent een keuze voor (hoog) stedelijkheid in woon- en werkmilieus in de spoorzones van ’s-Hertogenbosch en Oss, vernieuwing en verdichting in de middelgrote kernen en wijken en verbindingen maken met de dorpen. Daarbij past een duurzaam mobiliteitssysteem dat is gebaseerd op BRT, OV-knopen en hubs en een brede mobiliteitstransitie. Dit wordt uitgewerkt in een regionaal mobiliteitspakket dat gekoppeld is aan deze verstedelijkingsopgave. Daarin worden de ontbrekende stukken in het regionaal netwerk in beeld gebracht en de maatregelen die vervolgens nodig zijn. Dit uitgangspunt vertaalt zich ook in de behoefte aan een uitgekiend netwerk voor duurzame energie en een compleet netwerk van groene en blauwe verbindingen. De ambities op verstedelijking lopen parallel met investeringen in natuur en landschap, de regionale landschapsparken en de stad-land relaties. Zwaartepunt van de verstedelijkingsopgave ligt in de Brede Binnenstad (Spoorzone + Binnenstad) van ’s-Hertogenbosch en de Spoorzone van Oss (inclusief Pivot Park). Een schaalsprong in verdichting zorgt voor (hoog)stedelijke dynamiek.

Dit is randvoorwaardelijk voor nieuwe woon- en werkgebieden die iets toevoegen aan de regio en de Brabantse stedenrij en het versterken van de regionale economie voor MKB, Agrifood, Logistiek, Life Science & Health en DATA. Toets Dit plan past binnen de verstedelijkingstrategie en ontwikkelperspectief stedelijk Brabant en meer specifiek binnen de stedelijke regio ’s-Hertogenbosch. Er is een hoge urgentie voor de realisatie van woningen. Met deze aanvraag worden 64 woningen toegevoegd binnen het projectgebied. 5.2.5

Omgevingsverordening Noord-Brabant De Omgevingsverordening Noord-Brabant is op 1 januari 2024 in werking getreden en is een planologische verordening waarin eisen gesteld worden aan op te stellen ruimtelijke plannen. Deze verordening vormt een direct toetsingskader voor ruimtelijke ontwikkelingen. In deze omgevingsverordening zijn de bestaande regels over de fysieke leefomgeving in één verordening ondergebracht. De omgevingsverordening sluit aan op de Omgevingswet en de werkwijze van de Omgevingsvisie. De regels sluiten aan bij het diep, rond en breed kijken uit de omgevingsvisie, maar zijn ook gebaseerd op overig vastgesteld beleid zoals de doelen en ambities voor duurzame energie uit de Energieagenda of bij de uitwerking van beleid in het Regionaal Water- en Bodem Programma. De provinciale omgevingsverordening bevat direct werkende algemene regels en instructieregels. Soms bevatten de instructieregels afwegingscriteria en soms concrete voorwaarden. De instructieregels voor het omgevingsplan in hoofdstuk 5 van de Omgevingsverordening NoordBrabant hebben tot doel dat de gemeenteraad of college van burgemeester en wethouders, de inhoud van de regels betrekt bij de vaststelling of afwijken van een omgevingsplan. De instructieregels richten zich op een evenwichtige toedeling van functies.

Daarnaast richten de regels zich op een goede omgevingskwaliteit, inclusief een veilige en gezonde leefomgeving. De provincie wil de omgevingskwaliteit van Brabant bevorderen, in combinatie met realisatie van een veilige en gezonde leefomgeving.

Motivering Molenstraat 32-34 Oss

39

CRI250040.003/BGO

5.2.5.1 Toets Basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies Een omgevingsplan geeft bij de evenwichtige toedeling van functies aan locaties invulling aan een veilige, gezonde leefomgeving met een goede omgevingskwaliteit (artikel 5.7). Voor het realiseren hiervan wordt toepassing gegeven aan de principes van zorgvuldig ruimtegebruik, de lagenbenadering en de meerwaardecreatie. Zorgvuldig ruimtegebruik Het principe van zorgvuldig ruimtegebruik houdt in dat een ontwikkeling plaatsvindt binnen bestaand ruimtebeslag en dat de mogelijkheden voor intensivering van bestaand ruimtebeslag en meervoudig ruimtegebruik zijn afgewogen en betrokken bij een ontwikkeling (artikel 5.8). Alleen wanneer uit een zorgvuldige afweging blijkt dat een ontwikkeling niet binnen bestaand ruimtebeslag mogelijk is, is uitbreiding van ruimtebeslag onder voorwaarden mogelijk. Met deze ontwikkeling wordt nieuwe invulling gegeven aan bestaand ruimtegebruik. Er is sprake van een bouwperceel dat voor een groot gedeelte is bebouwd en geheel in gebruik is voor een bedrijfsfunctie. Beoogd wordt om dit bouwperceel te transformeren naar een duurzame woningbouwlocatie met 64 woningen, 157 m² commerciële ruimte en ruimte voor groen en parkeren. Er is sprake van volledige herbenutting van een binnenstedelijke locatie. Met dit plan is sprake van zorgvuldig ruimtegebruik.

De waarden in een gebied met toepassing van de lagenbenadering en een meerwaarde creatie De lagenbenadering ((artikel 5.9) omvat de effecten op: de ondergrond, zoals het bodem- en watersysteem, aardkundige- en archeologische waarden; de netwerklaag, zoals natuurnetwerk, energienetwerk, infrastructuur inclusief waterwegen, en een goede, multimodale afwikkeling van het personen- en goederenvervoer; de bovenste laag, zoals cultuurhistorische- en landschappelijke waarden , de omvang van de functie en de bebouwing , de effecten op bestaande en toekomstige functies, de effecten op lucht, milieu, veiligheid en een gezonde leefomgeving. Meerwaardecreatie (artikel 5.10) omvat een evenwichtige benadering van de economische, ecologische en sociale aspecten die in een gebied en bij een ontwikkeling zijn betrokken, waaronder: - de mogelijkheid om opgaven en ontwikkelingen te combineren waardoor er meerwaarde ontstaat; - de bijdrage van een ontwikkeling aan andere opgaven en belangen dan die rechtstreeks met de ontwikkeling gemoeid zijn; - de fysieke verbetering van de landschappelijke kwaliteit, kan deel uitmaken van de meerwaardecreatie. In deze motivering worden de effecten op de lagen toegelicht. Dit project leidt niet tot onevenredige aantasting hiervan. Deze ontwikkeling heeft geen specifieke invloeden op de ondergrondlaag.

De locatie is reeds geheel bebouwd dan wel in gebruik als bedrijfsfunctie. Transformatie van deze locatie tast geen waarden aan. Het project past binnen waarden in de tweede laag. Het plan tast geen natuurwaarden aan en wordt binnen de bestaande infrastructuur ingepast. De woningen worden met de nieuwste duurzaamheidsmaatregelen gerealiseerd. Dit plan betreft een verbetering

Motivering Molenstraat 32-34 Oss

40

CRI250040.003/BGO

in de bovenste laag. Transformatie van de projectlocatie leidt tot meer kwaliteit. Er wordt een meerwaarde gecreëerd door inbreiding binnen een woonwijk door toevoeging van woningen. Artikel 4.55 - Duurzame stedelijke ontwikkeling Het projectgebied is in de Omgevingsverordening Noord-Brabant op de Basiskaart Stedelijk gebied, Landelijk gebied, Natuur Netwerk Brabant (kaart 5) aangewezen als gelegen binnen stedelijk gebied Navolgende figuur geeft een uitsnede van deze kaart uit de Omgevingsverordening Noord-Brabant waarop het projectgebied als zodanig is aangeduid.

Figuur 23: Uitsnede van de kaart ‘basiskaart Stedelijk gebied, Landelijk gebied, Natuur Netwerk Brabant’ waarop het projectgebied is aangeduid als gelegen binnen het stedelijk gebied

Binnen stedelijk gebied is de ontwikkeling van stedelijke functies mogelijk indien deze functies bijdragen aan een duurzame stedelijke ontwikkeling (artikel 5.55). De voorwaarden hiervoor zijn hierna opgenomen. Lid 1. Een omgevingsplan dat een stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt voor wonen, werken of voorzieningen, wijst daarvoor een locatie aan binnen Stedelijk gebied en bevat een onderbouwing dat: a. De ontwikkeling past binnen de regionale afspraken, bedoeld in afdeling 7.2 Regionaal samenwerken; b. het een duurzame stedelijke ontwikkeling is. Lid 2 Er is sprake van een duurzame stedelijke ontwikkeling voor wonen, werken of voorzieningen als: a. een goede omgevingskwaliteit wordt bevorderd, met een veilige en gezonde leefomgeving; b. toepassing wordt gegeven aan zorgvuldig ruimtegebruik, waaronder de transformatie van verouderde stedelijke gebieden; c. optimaal invulling wordt gegeven aan de mogelijkheden voor productie en gebruik van duurzame energie;

Motivering Molenstraat 32-34 Oss

41

CRI250040.003/BGO

d. rekening wordt gehouden met klimaatverandering, waaronder het tegengaan van hittestress en voldoende ruimte voor de opvang van water; e. de mogelijkheden voor duurzame mobiliteit worden benut; en f. wordt bijgedragen aan een duurzame, concurrerende economie. De woningbouwontwikkeling binnen het projectgebied past binnen regionale afspraken en voldoet aan het woningbouwprogramma van de gemeente Oss. Er is sprake van een transformatie van een binnenstedelijke locatie naar woningbouw waar grote behoefte aan is. Er wordt toepassing gegeven aan het principe van zorgvuldig ruimtegebruik met de transformatie van een verouderd stedelijke gebied Dit project betreft een duurzame stedelijke ontwikkeling. Dit plan zorgt niet voor een verandering met betrekking tot duurzame mobiliteit. Met deze functiewijziging is sprake van bevordering van een goede omgevingskwaliteit met een veilige en gezonde leefomgeving. Dit plan bevordert zorgvuldig ruimtegebruik. Overige aanduidingen De omgeving waarin het projectgebied gelegen is, is op kaart 5 tevens aangeduid als een omgeving waar geen ruimte is voor grootschalige logistiek (artikel 5.56a). Deze aanduiding is niet relevant voor de beoogde herontwikkeling en de regels hierover worden dan ook niet toegelicht.

Het projectgebied kent op de kaart met specifieke ontwikkelingen en maatwerk in Landelijk gebied (kaart 6) in de Omgevingsverordening de aanduiding ‘Stalderingsgebied’. Binnen de aanduiding ‘Stalderingsgebied’ (artikel 5.66) gelden extra voorwaarden voor de ontwikkeling van veehouderijen gericht op het voorkomen van een verdere regionale concentratie van vee en het tegengaan van (verdere) leegstand. Dit project heeft geen toename van dierenverblijven tot gevolg en ziet niet toe op de veehouderij anderszins en is dan ook niet in strijd met de regels die gelden binnen deze aanduidingen. De regels worden dan ook niet toegelicht. Het projectgebied kent op de kaart met rechtstreeks werkende regels milieubeschermingsgebieden, natuur, water en wegen (kaart 1) in de Omgevingsverordening de aanduidingen ‘Geen attentiezone waterhuishouding’, waarmee de regels voor een attentiezone waterhuishouding (artikel 5.41) niet van toepassing zijn De omgeving waarin het projectgebied gelegen is, is op de kaart met instructieregels voor waterschappen, watersystemen – veiligheid en – berging (kaart 7) aangeduid als gelegen binnen ‘Norm wateroverlast stedelijk gebied’(artikel 2.2).

Binnen deze aanduiding geldt met het oog op de bergings- en afvoercapaciteit waarop regionale wateren moeten zijn ingericht, als omgevingswaarde wateroverlast een overstromingskans van 1/100 per jaar voor gebieden die in een ruimtelijk plan aangewezen zijn voor de doeleinden bebouwing, hoofdinfrastructuur en spoorwegen. Het waterschap toetst de waterparagraaf binnen dit project. Conclusie Omgevingsverordening Noord-Brabant Dit project past binnen het provinciaal beleid. Er is sprake van zorgvuldig ruimtegebruik en de totale ontwikkeling past binnen de regels voor duurzame stedelijke ontwikkeling. Voldaan wordt aan de voorwaarden uit de Omgevingsverordening Noord-Brabant.

Motivering Molenstraat 32-34 Oss

42

CRI250040.003/BGO

5.3

Waterschapsbeleid In artikel 5.37 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) is bepaald dat in een omgevingsplan rekening moet worden gehouden met de gevolgen van een plan voor het beheer van watersystemen. Daarbij worden voor een duiding van die gevolgen, de opvattingen van het bestuursorgaan dat is belast met het beheer van die watersystemen betrokken. Het projectgebied is gelegen binnen het beheergebied van Waterschap Aa en Maas.

5.3.1

Principes Waterschap Aa en Maas Het Waterschap Aa en Maas hanteert navolgende principes bij ruimtelijke ontwikkelingen: gescheiden houden van vuil water en schoon hemelwater; doorlopen van de afwegingsstappen: ‘hergebruik-infiltratie-buffering-afvoer’; hydrologisch neutraal bouwen; water als kans; meervoudig ruimtegebruik; voorkomen van vervuiling; wateroverlastvrij bestemmen; waterschapsbelangen.

5.3.2

Waterbeheerprogramma 2022-2027 In het Waterbeheerplan is beschreven welke doelen door het waterschap worden nagestreefd in de periode 2022-2027 en hoe het waterschap deze doelstellingen gaat behalen. Het waterbeheerplan is gebaseerd op de volgende drie programma’s: 1. Waterveiligheid; 2. Klimaatbestendig en gezond watersysteem; 3. Afvalwaterketen. Het programma ‘Waterveiligheid’ draait om de bescherming tegen overstromingen vanuit de Maas en het regionale watersysteem. Het programma ‘Klimaatbestendig en gezond watersysteem’ draait om een goed functionerend watersysteem in normale én in extreem droge en natte situaties: klimaatbestendig, robuust, veerkrachtig en stuurbaar. In het programma ‘Afvalwaterketen’ speelt het zuiveren van afvalwater een centrale rol. Voor bebouwde gebieden heeft het waterschap specifieke doelen geformuleerd. In bebouwd gebied werkt het waterschap toe naar een klimaatrobuust watersysteem waarin: - schoon water niet naar de zuivering gaat, maar het grondwater voedt; - de waterkwaliteit geen risico’s geeft voor de volksgezondheid en geschikt is voor een goede ontwikkeling van flora en fauna, maar ook voor recreatie en evenementen; - de kans op wateroverlast en problemen door droogte en hittestress acceptabel is; - de betrokkenheid en het waterbewustzijn van inwoners, bedrijven en andere stedelijke partners is toegenomen.

Om deze doelen te bereiken zijn de volgende uitgangspunten geformuleerd: - het maken van actieplannen met maatregelen gericht op een klimaatrobuust watersysteem; - het verkennen van de mogelijkheden om de hoeveelheid water die vanuit bebouwd gebied wordt afgevoerd op het regionale systeem te beperken;

Motivering Molenstraat 32-34 Oss

43

CRI250040.003/BGO

-

-

5.3.3

inzetten op extra maatregelen: ontstenen, vergroenen, afkoppelen en groene daken; meedenken met gemeenten bij beleid en regelgeving rondom meervoudig ruimtegebruik, afkoppelen, hemelwaterverordeningen en het opnemen van klimaatadaptatie in bestemmingsplannen; handhaven van de stimuleringsregeling klimaatactief bebouwd gebied en deze koppelen waar mogelijk aan gemeentelijke regelingen; de samenwerking met gemeenten, woningcorporaties, ontwikkelaars en de bouwsector breed opzoeken in het bebouwde gebied; Intensief samenwerken op de overgang tussen bebouwd gebied en landelijk gebied, ook rondom bedrijventerreinen.

Water- en rioleringsprogramma Oss 2023-2029 In het Water- en rioleringsprogramma (Wrp) Oss 2023-2029 geeft de gemeente Oss aan hoe de gemeente Oss de komende jaren de gemeentelijke watertaken wil invullen. Stedelijk afvalwater (vuil water) wordt ingezameld en getransporteerd naar de rioolwaterzuiveringsinrichting (RWZI). De gemeente Oss streeft naar een waterrobuust systeem, waarin de gemeente zoveel mogelijk hemelwater kan verwerken in de openbare ruimte zonder dat er wateroverlast ontstaat in woningen en bedrijven. De gemeente wil zo min mogelijk schoon water naar de rioolwaterzuiveringsinrichting verplaatsen. Daarvoor is afkoppelen en infiltreren een belangrijk middel. Nieuwbouw moet voldoen aan nieuwe eisen om meer hemelwater te kunnen verwerken. Deze waterberging moet deels in de openbare ruimte en deels op het terrein van bewoners en bedrijven worden gerealiseerd. In de uitvoering werkt de gemeente zoveel mogelijk integraal en volgt de ontwikkelingen om de (afval)waterketen te verduurzamen. De gemeente zet de samenwerking met omliggende gemeenten en het waterschap (watersamenwerking As50+) voort. In het programma zijn de volgende beleidsdoelen voor water en riolering gesteld: Beleving van water 1. Het realiseren van een aantrekkelijk en zichtbaar watersysteem; 2. Goede communicatie met burgers omtrent water; Stedelijk afvalwater 3.

Het op een duurzame wijze beschermen van de volksgezondheid; 4. Het op peil houden van de kwaliteit van de leefomgeving; 5. Het beschermen van het grond- en oppervlaktewater en de bodem; 6. Goede communicatie omtrent afvalwater en het gebruik van riolering Afvloeiend hemelwater 7. Het voorkomen van wateroverlast door (hevige) neerslag; 8. Het klimaatadaptief inrichten van de leefomgeving; Grondwater 9. Het voorkomen en beperken van grondwateroverlast; Oppervlaktewater 10. Het beschermen van de waterkwaliteit;

Motivering Molenstraat 32-34 Oss

44

CRI250040.003/BGO

11. Het voorkomen van wateroverlast vanuit het watersysteem; 12. Het bijdragen aan het minimaliseren van de effecten van droogte. 5.3.3.1 Omgang met hemelwater Bij (ver) nieuwbouw wordt het regenwater niet afgevoerd maar lokaal toegevoegd aan het grondwater. Alleen wanneer milieuwetgeving het vereist, wordt regenwater als afvalwater afgevoerd. De effecten op het milieu en de kosten zijn bepalend voor de afweging wat het beste is. De gemeente heeft de verplichting om afvloeiend hemelwater in te zamelen en te verwerken, wanneer een perceeleigenaar dat redelijkerwijs niet zelf kan. Voor de verwerking van hemelwater volgt de gemeente de trits vasthouden-bergen-afvoeren. De gemeente Oss geeft er de voorkeur aan om afvloeiend hemelwater bovengronds af te voeren naar lokaal groen en als dat niet kan naar lokaal oppervlaktewater. Als bovengronds afvoeren niet mogelijk is, wordt het hemelwater ondergronds afgevoerd met daartoe bestemde voorzieningen. Bij voorkeur voert het hemelwater af naar infiltratievoorzieningen waar het de bodem in kan zakken. Als dit niet mogelijk is, wordt het hemelwater afgevoerd naar oppervlaktewater en pas in laatste instantie naar de RWZI samen met het huishoudelijke afvalwater.

Bij ver- en nieuwbouw binnen de bebouwde kom met een toename van 500 m² of meer verhard oppervlak moet 60 mm hemelwater op het eigen terrein kunnen worden vastgehouden en lokaal worden geïnfiltreerd (bergings-/infiltratievoorziening, vijver, wadi of lager gelegen grond). Het surplus mag bovengronds op de erfgrens aangeboden worden. Ontwikkelingen met een toename onder de 500 m² verhard oppervlak moeten 25 mm hemelwater op eigen terrein kunnen bergen. Als dit aantoonbaar niet mogelijk is, dan is een directe of gebufferde afvoer vanaf het perceel naar de riolering of de openbare ruimte bespreekbaar. Alles wat meer valt moet in het openbaar gebied worden opgevangen en daar in de bodem infiltreren of via bestaande systemen worden geborgen en afgevoerd. Als hemelwater bij nieuwbouw toch wordt aangesloten op de riolering moet dit altijd gescheiden worden aangeleverd aan de perceelgrens. Het hemelwater dat op daken en wegen valt is in principe schoon. Het is de doelstelling om dit hemelwater schoon te houden. Dit betekent dat er bij nieuwbouw zo min mogelijk uitlogende bouwmaterialen worden gebruikt. De gemeente en het waterschap streven er naar dat bij een bui, met een kans op voorkomen van minder dan één keer per 100 jaar (de afgesproken werknorm Nationaal Bestuursakkoord Water) in geen enkele kern schade optreedt.

Niet alleen de gemeente, maar ook particulieren en bedrijven zijn aan zet om de omgeving klimaatadaptief te maken. Een groot deel van het stedelijk grondgebied is particulier bezit, wat betekent dat een groot deel van de neerslag op particulier terrein valt. Daarom is er in de Waterwet aangegeven dat particulieren hun ‘eigen’ hemelwater moeten verwerken als dat redelijkerwijs mogelijk is. 5.3.4

Toets Het projectgebied is gelegen binnen stedelijk gebied en is niet aangewezen als gelegen in een beschermd gebied. Navolgende figuur betreft een beeld van de ligging van het projectgebied ten opzichte van beschermde gebieden.

Motivering Molenstraat 32-34 Oss

45

CRI250040.003/BGO

Projectgebied

Figuur 24: Ligging projectgebied ten opzichte van beschermde gebieden in relatie tot waterhuishouding

Het terrein is in de huidige situatie vrijwel geheel verhard. Er is geen sprake van het toevoegen van meer dan 500 m² verhard oppervlak. Hiermee dient sprake te zijn van realisatie van een hemelwaterinfiltratievoorziening met een omvang van 25 mm per m² verhard oppervlak. Daar wordt met deze bouwaanvraag in voorzien. Hemelwater wordt opgevangen binnen de groencomponenten in het plan en op het groendak en de daktuin van de nieuwbouw.

5.4

Gemeentelijk beleid

5.4.1

Omgevingsvisie Oss 2040 De gemeente Oss heef de ‘Omgevingsvisie Oss 2040’ op 19 juni 2025 vastgesteld. De gemeente Oss heeft vier kernambities geformuleerd. Dit betreffende de ambities: 1. Toekomstbestendige verstedelijking; 2. Een gezonde, veilige en groene leefomgeving; 3. Energieneutraal, circulair en klimaatbestendig Oss in 2050; 4. Ondernemend en uitnodigend Oss. De gemeente heeft eerst drie deelgebiedsvisies gemaakt: één voor het Buitengebied, één voor het Stedelijk gebied en één voor de Stadjes & kernen. Dit is grafisch weergegeven in navolgende figuur.

Motivering Molenstraat 32-34 Oss

46

CRI250040.003/BGO

Figuur 25: Grafische weergave opbouw Omgevingsvisie Oss 2040

5.4.1.1 Toets De gemeente zet met vaststelling van de Structuurvisie in op het vergroten van het woningaanbod, met aandacht voor betaalbare woningen voor starters, senioren en kwetsbare doelgroepen, zodat lokaal doorstromen naar een passende woning mogelijk wordt en biedt ruimte aan innovatieve woonzorgconcepten voor een toekomstbestendige gemeente. Voor dit project is de kernambitie ‘Toekomstbestendige verstedelijking’ van toepassing. Dit project past binnen de kernambitie en met name op de volgende punten: De gemeente Oss maakt een schaalsprong in verstedelijking richting 2040. De spoorzone in de stad Oss transformeert naar woon-werkgebied, met hoogstedelijk karakter. Het stadscentrum van Oss is een centrale ontmoetingsplek voor alle Ossenaren en dorpen in de regio met een aantrekkelijke mix van stedelijke voorzieningen. Het toevoegen van woningen heeft een brede meerwaarde (verduurzaming, vergroening, klimaat-robuustheid, leefbaarheid) en gebeurt voornamelijk via nieuwbouw, stedelijke verdichting en transformatie. De gemeente biedt ruimte aan innovatieve woonzorgconcepten voor een toekomstbestendige gemeente. De inrichting van de openbare ruimte faciliteert en stimuleert inwoners om te bewegen, elkaar te ontmoeten en deel te nemen aan de samenleving. Met dit project wordt bijgedragen aan realisatie van kwalitatief hoogwaardige woningen binnen het stedelijk gebied van Oss.

Dit plan sluit aan bij de Omgevingsvisie. 5.4.2

Woonbeleid In Oss is in de afgelopen jaren veel beleid vastgesteld op het gebied van wonen. Dit komt voort uit de Woonvisie Oss 2020 en de Woonagenda Oss 2022-2024, daar is de ambitie vastgelegd om te werken aan Oss als complete woongemeente, met een comfortabele woningvoorraad, waarmee Oss een (t)huis voor alle inwoners biedt en tegelijkertijd de (regionale) woonfunctie van Oss verder versterken. Het speerpunt van dit beleid is om mensen die willen starten met hun wooncarrière de kans te bieden op een passende en betaalbare woning en om doorstroming te bevorderen. Daarvoor weegt en bewaakt de gemeente Oss continu de kwaliteit, betaalbaarheid en haalbaarheid van woningbouwprojecten. Daarom is in de Woonagenda de volgende segmentverdeling afgesproken

Motivering Molenstraat 32-34 Oss

47

CRI250040.003/BGO

voor het totale woningbouwprogramma: 30% sociale huur, 10% middeldure huur, 40% koop tot NHG en 20% overig. Het woonbeleid zet met name in op het bouwen voor diverse doelgroepen: starters, senioren en kleinere huishoudens. Om dit te kunnen doen, zet de gemeente Oss vanuit de Woonagenda in op realisatie van de afspraken uit de Regionale Woondeal. Voor Oss betekent dat een toevoeging van 5.200 woningen aan de woningvoorraad. Ook gaat de gemeente de spoorzone van Oss verder verstedelijken en zet in op het realiseren en behouden van (koop)woningen voor kleine huishouden. Dit doet de gemeente door bij huurwoningen een instandhoudingstermijn af te spreken en voor koopwoningen zoekt naar een methode om woningen in prijsklassen beschikbaar te houden voor inkomensgroepen. Hiervoor is in 2022 de opkoopbescherming ingevoerd in vijf Osse wijken. Ook wordt er gezocht naar innovatieve woonvormen en/of financieringsconstructies om deze doelgroepen van het woonbeleid beter te faciliteren. Om bij te dragen aan de ambitie van Oss als complete woongemeente, zijn in het afgelopen jaar onder andere het CPO-beleid, het beleid voor mantelwonen en de Woonzorgvisie vastgesteld. Met woningbouw willen we komen tot realisatie van de uitgangspunten uit deze beleidsstukken.

Ook is er een beleidskader centrale huisvesting internationale werknemers vastgesteld om voor internationale werknemers een fatsoenlijke woonomgeving te realiseren en de leefbaarheid in de Osse wijken te bevorderen. Tot slot is gestart met het opstellen van nieuwe Meerjarige Prestatieafspraken met de woningcorporaties (BrabantWonen en Mooiland) en worden er beleidsregels voor woningsplitsing opgesteld. Dit zijn kwalitatieve aanvullingen op de ambitie, zodat steeds meer mensen een (t)huis in Oss kunnen vinden die past bij hun woonwensen. 5.4.2.1 Toets Dit project ziet toe op realisatie van 64 woningen in meerdere segmenten. Het programma is als volgt: - 38 sociale huurappartementen; - 21 middeldure koopappartementen; - 5 dure koopappartementen. Dit plan voldoet aan het woonbeleid. De Woonagenda van de gemeente Oss schrijft voor dat minimaal 80% van het woningbouwprogramma betaalbaar dient te zijn. Dit plan voldoet hier ruim aan. 5.4.3

Klimaatadaptatie Door klimaatverandering neemt de kans op schade door wateroverlast, overstromingen, hitte en droogte toe. Dat levert risico’s op voor de economie, voor onze gezondheid, voor de natuur en voor onze veiligheid. Het is belangrijk dat we ons wapenen tegen deze risico’s. Maatregelen die erop gericht zijn om de gevolgen van klimaatverandering op te vangen vatten we samen onder het begrip ‘klimaatadaptatie’. Door te investeren in klimaatadaptatie willen we dat wonen, werken en recreëren in de gemeente Oss voor iedereen veilig, leefbaar en aantrekkelijk blijft. Dat maakt de gemeente Oss, met andere woorden, klimaatrobuust. In september 2023 is de koersnota Klimaatadaptatie vastgesteld door de gemeenteraad van Oss.

Motivering Molenstraat 32-34 Oss

48

CRI250040.003/BGO

In de koersnota staat de ambitie voor klimaatadaptatie: in 2050 wil Oss een klimaatrobuuste en biodiverse gemeente zijn. Daarvoor zijn doelen opgesteld op het gebied van 1. water, 2. verkoeling en 3. robuuste ecosystemen. 1.

Water - Oss wil beschermd zijn tegen overstromingen vanuit de Maas door te voldoen aan landelijke normen voor hoogwaterveiligheid en bijvoorbeeld mee te werken aan dijkverbeteringen in de gemeente. - Oss wil klaar zijn voor hevige regen. Concreet betekent dat de gemeente overlast wil beperken en schade aan huizen en wegen wil voorkomen bij een regenbui die één keer per 100 jaar valt. - Grip op droogte: de gemeente werkt met waterschap en provincie aan het aanvullen van het grondwater waar mogelijk en wil schade aan vitale en kwetsbare infrastructuur voorkomen in een droge zomer zoals in 2018 (300 mm neerslagtekort).

2. Verkoeling - Op een hete dag voorkomen van schade aan vitale en kwetsbare infrastructuur en kunnen inwoners verkoeling vinden. Daarbij zijn kwetsbare groepen zoals ouderen belangrijk, en ook plekken waar mensen last krijgen van hitte, zoals belangrijke langzaam verkeersroutes. 3. Robuuste ecosystemen - In 2050 zijn groenblauwe structuren in de stad verbonden met elkaar en met die in het buitengebied voor zowel mens als dier. En is de soortenrijkdom in Oss niet verder afgenomen maar juist versterkt. De gemeente Oss werkt aan deze doelen middels een integrale aanpak; kiezen waar mogelijk voor natuurlijk meebewegen boven technisch oplossen; en doet het samen met inwoners en bedrijven. Een belangrijke stap is het ontwikkelen van een Osse maatlat, in navolging op de landelijke maatlat groene klimaatadaptieve gebouwde omgeving. Daarmee kunnen we zorgen dat onze plannen daadwerkelijk bijdragen aan de doelen voor klimaatadaptatie. Landelijke wetgeving die hier mee samenhangt: - De Waterwet, geeft gemeentes de zorgplicht voor: o Inzameling van stedelijk afvalwater o Hemelwater o Grondwater (overlast door te hoge of te lage grondwaterstand.) -

De Deltawet, met daar uit voortvloeiend Deltaprogramma en Deltaplannen: o Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie (DPRA) o Deltaplan Hoogwaterveiligheid, Hoogwaterbeschermingsprogramma (HWBP)

Maar ook nationale beleidsontwikkeling is belangrijk, zoals omschreven in de kamerbrief Water en bodem sturend (2022), de Landelijke maatlat groene klimaatadaptieve gebouwde omgeving (2023) en het Ruimtelijk afwegingskader klimaatadaptieve gebouwde omgeving (verwacht eind 2023 of begin 2024).

Motivering Molenstraat 32-34 Oss

49

CRI250040.003/BGO

Provinciaal beleid dat van belang is staat bijvoorbeeld in de Brabantse Omgevingsvisie (2018), in het grondwaterconvenant (2021) en het ruimtelijk voorstel (2023). 5.4.3.1 Toets Dit plan ziet toe op realisatie van 64 nieuwe woningen op een transformatielocatie. Er wordt gasloos gebouwd. De bebouwing krijgt gedeeltelijk een daktuin en er wordt voorzien van hemelwaterinfiltratie binnen het projectgebied. Dit plan past binnen de gemeentelijke kaders voor klimaatadaptatie. 5.4.4

Beleid ten aanzien van gezondheid, zorg en welzijn

5.4.4.1 Wonen en zorg De woonzorgvisie gaat in op een passende, duurzaam en betaalbare woningvoorraad, die wanneer nodig ook voldoet aan zorgbehoeften. Voor de volgende aandachtsgroepen staan de kwantitatieve en kwalitatieve behoeften (de vraag) beschreven: - kwetsbare ouderen; - mensen met een beperking; - psychisch kwetsbaren; - kwetsbare jongeren; - vergunninghouders; - en dak- en thuisloze mensen. Naast de woonbehoefte zelf is er ook aandacht voor de leefomgeving. De zorg en ondersteuning vindt zoveel mogelijk plaats in de eigen leefomgeving. De kwantitatieve richtinggevende cijfers geven t/m 2028 aan wat aan aantal woonzorgvoorzieningen en sociale huurwoningen toegevoegd moet worden op de bestaande woon(zorg)voorraad. Op basis van de kwalitatieve componenten is een programma opgenomen welke groep op welke plek het beste tot zijn recht komt. Dit gaat in op hoe de aandachtsgroepen ruimtelijk worden verdeeld over de gemeente Oss. Hierbij wordt gekeken naar een evenwichtige verdeling voor de aandachtsgroepen én reguliere woningzoekenden. Voor de aandachtsgroepen wordt de wenselijke situatie beschreven, zoals de nabijheid van voorzieningen, de grootte en kenmerken van de woning, de reuring of juist de rust in de omgeving, het woonmilieu. De (ruimtelijke) uitgangspunten in de woonzorgvisie zijn een evenwichtige verdeling, aandacht voor de woonomgeving en Iedereen een thuis.

Toetsingspunten (woon)-zorginitiatieven: - Een heldere omschrijving van de doelgroep (leeftijd, problematiek, kwantiteit); - De betrokken zorgaanbieder(s); - Welke soort(en) zorg het betreft en wat dit inhoudt; - Kwaliteits-opleidingseisen van het zorgpersoneel; - De zorgexploitatie, onder andere financiering. 5.4.4.2 Voorzieningen met maatschappelijke functie In het sociaal domein zijn grofweg de volgende maatschappelijke voorzieningen te onderscheiden. Per voorziening gelden er aparte wettelijke en beleidskaders. Dus per voorziening verschilt het of het een wenselijke ontwikkeling is binnen het sociaal domein. Maatschappelijke voorzieningen zijn: - Onderwijs (scholen, buitenschoolse opvang, kinderdagverblijven, etc.)

Motivering Molenstraat 32-34 Oss

50

CRI250040.003/BGO

-

Jeugdzorg (Dagbesteding, residentiële jeugdzorg, etc.) Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) (Dagbesteding, begeleid en beschermd wonen, woonzorgvoorzieningen, maatschappelijke opvang, etc.) - Sport, cultuur en ontmoeten (MFA’s, wijk- en dorpshuizen, sportaccommodaties, Lievekamp, etc.) - Medische zorg (Huisartsen, apotheken, verloskundigen, ziekenhuis, kraamzorg, etc.) Daarnaast organiseert de gemeente ook (asiel)opvang, opvang voor statushouders en beleidskaders voor huisvesting internationale werknemers. 5.4.4.3 Gezonde (openbare) ruimte en leefomgeving Vanuit gezondheid en sociale basis bestaat er een visie op de leefomgeving. De uitgangspunten uit dat beleid zijn: een gezonde leefomgeving is een leefomgeving die als prettig wordt ervaren, die uitnodigt tot gezond gedrag en gezondheid bevorderd.

Meer concreet is een gezonde leefomgeving een leefomgeving die: - schoon en veilig is; - uitnodigt tot bewegen, spelen en sporten; - fietsen, wandelen en OV-gebruik stimuleert en zorgt voor goede bereikbaarheid; - er voor zorgt dat mensen elkaar kunnen ontmoeten; - rekening houdt met de behoeften van de (toekomstige) bewoners en specifieke bevolkingsgroepen (kinderen, ouderen, chronisch zieken, gehandicapten, lagere inkomensgroepen); - een goede milieukwaliteit (geluid, lucht, bodem, externe veiligheid) heeft; - voldoende groen, natuur en water en aandacht voor klimaatadaptatie heeft; - gezonde en duurzame woningen heeft; - een aantrekkelijke en gevarieerde openbare ruimte heeft; - een gevarieerd aanbod aan voorzieningen (bijvoorbeeld woningen, scholen, winkels, cultuur, bedrijven, openbaar vervoersvoorzieningen, sport) heeft. 5.4.4.4 Leefomgeving en de Sociale Basis De inrichting van de openbare ruimte heeft invloed op de mate waarin mensen zich verbonden voelen. Gemeenschappen hebben baat bij een duurzame, gezonde en veilige leefomgeving die uitnodigt tot onderling contact, bewegen, ontmoeten, ontspannen, bezinning, erbij horen. Een omgeving die in verbinding staat met de natuur en waar plaats is voor diversiteit. Maar ook waar basisvoorzieningen toegankelijk, betaalbaar en in voldoende mate aanwezig zijn.

Bij het maken van keuzes in de openbare ruimte, is het gesprek met de gemeenschap dan ook steeds het startpunt. 5.4.4.5 Toets Deze aanvraag ziet toe op realisatie van 64 nieuwe woningen in diverse klassen. Van deze woningen zijn 38 woningen sociale/middenhuur. Het ontwerp van het plan leidt zorgt ervoor dat mensen elkaar kunnen ontmoeten en leidt door de ontsluiting aan Oostwal tot het uitnodigen tot bewegen. Er wordt een ruimtelijke doorsteek tussen bebouwing mogelijk gemaakt. Daarnaast is er binnen het plan een ruimte invulling voor groencomponenten opgenomen. Dit plan sluit aan bij het beleid voor maatschappelijke functies en zorg, en de inrichting van openbare ruimten in relatie tot gezondheid.

Motivering Molenstraat 32-34 Oss

51

CRI250040.003/BGO

5.4.5

Landschap, Natuur en Biodiversiteit De gemeente Oss hecht grote waarde aan haar landschap, natuur en biodiversiteit. Dit wordt weerspiegeld in het beleid dat is gericht op het beschermen en versterken van deze aspecten binnen de gemeente. Dit beleid biedt kaders en richtlijnen voor initiatiefnemers om ervoor te zorgen dat nieuwe ontwikkelingen harmoniseren met de natuurlijke en landschappelijke waarden van Oss. Het beleid stimuleert een proactieve benadering van de initiatiefnemers om de natuurlijke rijkdom van Oss te respecteren en te versterken. Daarbij wordt de samenwerking met lokale gemeenschappen en bedrijven benadrukt, evenals het belang van innovatie en creativiteit in het vinden van oplossingen die zowel economisch levensvatbaar als ecologisch duurzaam zijn. Binnen de gemeente Oss bestaat grote aandacht voor het landschap en het landelijke gebied. De Nota Landschapsbeleid 2015 zorgt voor een beleidskader welke een sturende werking heeft bij ruimtelijke ontwikkeling in het buitengebied. Ruimtelijke ingrepen en nieuwe functies in het buitengebied hebben een grote uitstraling naar de omgeving. Dit betekent dat bij deze ingrepen (bijvoorbeeld de bouw van agrarische bedrijfsgebouwen) eisen aan de landschappelijke inpassing van objecten moeten worden gesteld.

De gemeente wordt verder geconfronteerd met de aanleg (of juist verwijdering) van (landschaps)elementen door particulieren op agrarische percelen in het buitengebied. Dergelijke initiatieven komen vaak niet overeen met de ter plaatse aanwezige en te behouden landschappelijke kwaliteit (bijvoorbeeld behoud van openheid of gebruik van nietinheemse boomsoorten). Goede toetsingskaders en sturingsinstrumenten zijn voor bescherming maar ook voor ontwikkeling van het landschap onmisbaar. In de Nota Landschapsbeleid wordt per deelgebied beschreven wat de landschappelijke visie is. De verschillende deelgebieden zijn: Uiterwaarden Oeverwal Komgebied Dekzandrand Dekzandrug Per deelgebied wordt aangegeven wat de ontwikkelingsvisie is. Daarbij worden aandachtspunten voor uitwerking en uitvoering geschetst. De gemeente Oss heeft randvoorwaarden voor biodiversiteit vertaald in verschillende gebieds- en ontwikkelingsvisies gericht op het creëren van natuur- en landschapsparken en het behouden van natuurwaarden. Daarnaast moedigt de gemeente Oss initiatiefnemers aan om rekening te houden met natuur en biodiversiteit in bouwprojecten. Ten aanzien van bijzondere bomen geldt beleid voor het behoud van specifiek waardevolle bomen.

5.4.5.1 Toets Het projectgebied is in de huidige situatie geheel verhard. Met transformatie van het projectgebied naar een woningbouwlocatie is sprake van een afname van verharding. Er wordt een landschappelijke inpassing en een daktuin gerealiseerd en er is sprake van hemelwaterinfiltratie binnen het projectgebied. In hoofdstuk 6 van deze motivering wordt meer specifiek toegelicht hoe deze aanvraag past binnen de kaders van flora en fauna.

Motivering Molenstraat 32-34 Oss

52

CRI250040.003/BGO

5.4.6

Inrichting en beheer openbare ruimte, verkeer en parkeren De Koersnota Mobiliteit (2023) heeft als doel het versterken van de kwaliteit van de openbare ruimte, het toegankelijk en bereikbaar houden van basisvoorzieningen, het verduurzamen van de mobiliteit, het versterken van het economisch vestigingsklimaat, het vergroten van de verkeersveiligheid en het terugdringen van de hinder. Van belang is de vraag of een ruimtelijke ontwikkeling leidt tot extra verkeersbewegingen, of deze toename van verkeersbewegingen past binnen de normen die voor de verschillende typen wegen gelden en hoe het perceel aansluit op de openbare weg. Daarnaast is het van belang om inzicht te krijgen in de behoefte naar (extra) parkeervoorzieningen, van zowel auto als fiets, als gevolg van de ruimtelijke ontwikkeling en op welke wijze deze in het ontwerp worden ingepast. Er moet een berekening worden gemaakt of het initiatief leidt tot extra verkeersbewegingen. Hiervoor kan gebruik worden gemaakt van de CROW-publicatie ‘Toekomstbestendig parkeren – kencijfers parkeren en verkeersgeneratie’. Is er geen sprake van extra verkeersbewegingen, dan moet dit toegelicht worden in de motivering. Is er wel sprake van extra verkeersbewegingen, dan moet ook de huidige verkeersintensiteit van de belangrijkste wegen rondom de ruimtelijke ontwikkeling worden bepaald.

Er moet inzichtelijk worden gemaakt op welke wijze het perceel aansluit op de openbare weg. De aansluiting moet voldoen aan de landelijke (CROW)-richtlijnen. Indien de aansluiting niet voldoet, dan vormt de ontsluiting van het perceel een belemmering voor het initiatief. In dat geval is het verstandig om contact op te nemen met de afdeling IBOR. Het aantal (extra) parkeerplaatsen als gevolg van de ruimtelijke ontwikkeling moet worden berekend. Hiervoor moet gebruik worden gemaakt van de Nota Parkeernormen (2023). In deze nota is aangegeven welke parkeernormen gelden voor de verschillende functies en gebieden. Als uit de berekening blijkt dat er geen extra parkeerplaatsen nodig zijn, dan is het aspect autoparkeren geen belemmering voor het initiatief. Als er wel extra parkeerplaatsen nodig zijn, dan moeten deze parkeervoorzieningen in principe op eigen terrein worden gerealiseerd. Er moet inzichtelijk worden gemaakt waar deze parkeervoorzieningen op het perceel worden gepositioneerd. De eisen die genoemd zijn in de Nota Parkeernormen zijn van toepassing. Indien niet alle parkeerplaatsen ingepast kunnen worden, dan zijn er afwijkingsmogelijkheden. Het aantal fietsparkeerplaatsen als gevolg van de ruimtelijke ontwikkeling moet worden berekend. Hiervoor moet gebruik worden gemaakt van de Nota Parkeernormen (2023).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Oss&id=302a0070-ddf0-494a-962d-539e93503a9a