CConstaterende datOss
Koppel je AI →
Document · PDF

MER aangepast nav Cie mer

Gemeenteraad 19 juni 2025, gemeente OssBij agendapunt: B Vaststelling Omgevingsvisie28.362 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

5.1

Overzichtstabel effecten omgevingsvisie

Hieronder volgt allereerst een overzichtstabel (tabel 5.1) met daarin de invloed van de omgevingsvisie ten opzichte van de referentiesituatie. Tabel 5.1 Effectbeoordeling omgevingsvisie Criteria

Beoordeling

Gebruik ondergrond

Intensiviteit gebruik ondergrond

Aardkundige waarden

Aantasting aardkundige waarden

Bodemdaling

Mate waarin bodemdaling als

Huidige

Autonome

situatie

ontwikkeling

Omgevingsvisie

gevolg van menselijk handelen in de toekomst wordt voorkomen

Drinkwaterwinning

Risico’s voor grondwaterwingebieden

Waterkwaliteit

Mate van bescherming/realiseren van een goede waterkwaliteit (grond- en oppervlaktewater)

Wateroverlast

Mate waarin een toename van wateroverlast als gevolg van klimaatverandering in de toekomst wordt voorkomen

Overstroming

Mate waarin rekening wordt gehouden met de overstromingsgevoeligheid van

62/138

Kenmerk

R004-1290110EMB-V03-sss-NL

Criteria

Beoordeling

Huidige

Autonome

situatie

ontwikkeling

Omgevingsvisie

gebieden bij de toewijzing van functies Droogte

Droogterisico

Natura 2000-gebieden

Staat van instandhouding van Natura 2000-gebieden (inclusief stikstofdepositie)

NNN-gebieden

Staat van instandhouding soorten en habitattypen in NNB-gebieden (ook NNO, NNB, EVZ)

Weidevogels

Omvang en kwaliteit leefgebied

Biodiversiteit

Biodiversiteit in bebouwd gebied

Landschappelijke

Kwaliteit landschappelijke waarden

waarden

Cultuurhistorische

Kwaliteit cultuurhistorische waarden

waarden (bouwhistorie en historische geografie) Archeologische

Risico op aantasting

waarden

archeologische waarden

Luchtkwaliteit

Plaatselijke luchtkwaliteit

63/138

Kenmerk

R004-1290110EMB-V03-sss-NL

Criteria

Beoordeling

Geluid

Verkeerslawaai Industrielawaai

Huidige

Autonome

situatie

ontwikkeling

/

/

/

/

Omgevingsvisie

Spoorweglawaai

Externe veiligheid

Groepsrisico Plaatsgebonden risico

Geur

Mate van geurhinder

Hitte

Mate waarin een toename van de gevoelstemperatuur als gevolg van klimaatverandering in de toekomst wordt voorkomen

Gezondheid

Mate waarin de omgeving uitnodigt tot bewegen/sporten/spelen

Hemelhelderheid

Lichtvervuiling

Zoönose

Kans op een zoönose-uitbraak

Hernieuwbare energie

Aandeel hernieuwbare energie (met nadere uitsplitsing: zon, wind, warmte (geothermie, aquathermie), kernenergie)

Energieverbruik

Energiebesparing

Verkeersveiligheid

Aantal verkeersongevallen

64/138

Kenmerk

R004-1290110EMB-V03-sss-NL

Criteria

Beoordeling

Modal split

Aandeel duurzame mobiliteit (OV,

Huidige

Autonome

situatie

ontwikkeling

Omgevingsvisie

deelmobiliteit en fiets)

Bereikbaarheid

Knelpunten wegverkeer Knelpunten treinverkeer

Woningvoorraad

Passende woningvoorraad (aan de hand van woonbehoefte, bijvoorbeeld door vergrijzing)

Beschikbaarheid van

Afstand tot basisvoorzieningen

sociale voorzieningen

(huisarts, apotheek, supermarkt, scholen en dorps- en wijkhuizen en multifunctionele accommodaties (MFA’s))

Bedrijvigheid

Beschikbaarheid van bedrijventerreinen voor uitbreiding van bestaande bedrijven en vestiging van nieuwe bedrijven

Circulaire aanpak

Mate waarin bijgedragen wordt aan het realiseren van de landelijke doelen voor circulariteit

5.2

Effectbeoordeling omgevingsvisie

In de volgende paragrafen wordt per thema voor alle bijbehorende criteria de beoordeling van de invloed van de omgevingsvisie weergegeven en toegelicht. 5.2.1

Bodem

Criteria

Beoordeling

Gebruik ondergrond

Intensiviteit gebruik ondergrond

Aardkundige waarden

Aantasting aardkundige waarden

Omgevingsvisie

65/138

Kenmerk

R004-1290110EMB-V03-sss-NL

Criteria

Beoordeling

Bodemdaling

Mate waarin bodemdaling als gevolg

Omgevingsvisie

van menselijk handelen in de toekomst wordt voorkomen

Gebruik ondergrond De drukte in de ondergrond neemt toe door de bouw van nieuwe woningen (verdichting), verdichting op bedrijventerreinen, multifunctioneel ruimtegebruik, klimaatadaptieve maatregelen en vergroening. Dit kan belemmeringen voor kabels en leidingen veroorzaken. En het wordt door de energietransitie als gevolg van de toenemende vraag naar duurzame energie alleen maar drukker. Het realiseren van een CO2-vrije en aardgasvrije gebouwde omgeving kan de vraag naar infrastructuur voor alternatieve energiebronnen, zoals warmtenetten, geothermie, elektrische laadpalen en waterstofopslag vergroten. Dit kan leiden tot een toename van het ondergronds ruimtegebruik voor het aanleggen van leidingen, kabels en installaties. Ook de uitbreiding van het elektriciteitsnet, wat kan leiden tot de installatie van meer zonnepanelen, windturbines of andere vormen van duurzame energieopwekking, en het toevoegen van transformatorhuisjes (kortweg trafohuisjes) vergroot de drukte in de ondergrond. Voor de aanleg van nieuwe transportinfrastructuur zoals warmtenetten of waterstofleidingen is het een voordeel dat de gemeente primair kijkt naar inbreidingsmogelijkheden waardoor woningen geconcentreerd worden gebouwd (minder transport nodig), met name in het centrum van Oss.

Maar dit houdt ook in dat de uitdaging om alle functies in de ondergrond tegelijk in te kunnen passen en te ordenen groot is. In het buitengebied zorgt de beoogde zonering op basis van bodemkarakteristieken ervoor dat de ordening van de ondergrond iets minder complex is vanwege de spreiding van functies. Er worden specifieke gebieden aangewezen voor bepaalde vormen van ondergronds ruimtegebruik, zoals energieopslag, nuts en vrijetijdsfuncties. Daardoor kunnen potentiële conflicten tussen verschillende vormen van ondergronds ruimte gebruik worden voorkomen. Al met al wordt de invloed van de omgevingsvisie op het gebruik van de ondergrond vooral als een negatieve invloed en een beperkt positieve invloed beoordeeld. Aardkundige waarden De bouw van woningen, windturbines en andere infrastructuur kan de bodem verstoren. De ruimtelijke ontwikkelingen die in de omgevingsvisie mogelijk worden gemaakt, liggen niet in de aardkundig waardevolle gebieden, maar kunnen overlappen met het Peelrandbreukstelsel (actieve breuken in los ‘gesteente’). Het graven van funderingen en het aanleggen van kabels en leidingen kan de bodemstructuur veranderen. De invloed van de omgevingsvisie wordt als licht negatief beoordeeld.

66/138

Kenmerk

R004-1290110EMB-V03-sss-NL

Bodemdaling Ondanks dat er slechts in beperkte delen van de gemeente bodemdaling zal optreden, zegt de omgevingsvisie niets over het voorkomen van risico’s van bodemdaling en over maatregelen om maatschappelijke schade te voorkomen. In het gebied waar de bodem naar verwachting gaat dalen (ten zuiden van de Burgemeester Smitsweg en de Gewandeweg, ten zuiden van Lith) wordt ingezet op windenergie (ontwikkelingen Duurzame Energiepolder), wat de grond kan verdichten. Door verdichting van de grond, wordt de bodem daaronder juist samengeperst, waardoor bodemdaling kan worden versterkt. Vergroening kan echter helpen bij het verminderen van bodemdaling door de bodem beter te beschermen tegen erosie en uitdroging. Bovendien kunnen de wortels van planten en bomen de bodemstructuur versterken en water vasthouden, waardoor bodemdaling wordt tegengegaan. In dit gebied waar de bodem naar verwachting gaat dalen is onder andere de versterking van de Hertogswetering en bescherming van drinkwater(winning) voorzien. Het bieden van meer ruimte voor waterberging kan ook helpen bij het verminderen van bodemdaling. Bodemdaling is echter relatief en is binnen de gemeente Oss niet zo’n belangrijk aandachtspunt als in West-Nederland. Het beoogde beleid zal gezien bovenstaande punten vooral een negatieve invloed en een beperkt positieve invloed hebben op bodemdaling in de gemeente.

67/138

Kenmerk

5.2.2

R004-1290110EMB-V03-sss-NL

Water

Criteria

Beoordeling

Drinkwaterwinning

Risico’s voor grondwaterwingebieden

Waterkwaliteit

Mate van bescherming/realiseren van

Omgevingsvisie

een goede waterkwaliteit (grond- en oppervlaktewater) Wateroverlast

Mate waarin een toename van wateroverlast als gevolg van klimaatverandering in de toekomst wordt voorkomen

Overstroming

Mate waarin rekening wordt gehouden met de overstromingsgevoeligheid van gebieden bij de toewijzing van functies

Droogte

Droogterisico

Drinkwaterwinning De gemeente zet in op groei richting 2040, naar ongeveer 105.000 inwoners ten opzichte van 2024. Daarmee neemt de vraag naar schoon drinkwater toe ten opzichte van de referentiesituatie.

68/138

Kenmerk

R004-1290110EMB-V03-sss-NL

De omgevingsvisie omschrijft dat er zorg wordt gedragen dat de kwantiteit en kwaliteit van het drinkwater op peil blijft. Op de visiekaart staat het drinkwaterwingebied rondom Lith gemarkeerd als beschermd drinkwaterwingebied en beschermde natuur (NNB) en is grondgebruik volgend aan de condities van het bodem- en watersysteem. Aandachtspunt voor de waterkwaliteit is de hoeveelheid stoffen uit mest en gewasbeschermingsmiddelen die rondom het drinkwaterwingebied in het grondwater zitten. De agrarische sector wordt gestimuleerd om eigen maatregelen te nemen tegen droogte, extreme neerslag en piekbuien en zo bij te dragen aan een robuust watersysteem. Hiermee borgt de gemeente zo veel mogelijk voldoende water voor agrarische activiteiten en is er minder afhankelijkheid van de toevoer uit de Maas, waarmee de gemeente onnodige grondwateronttrekkingen voorkomt. Daarbij is de gemeente wel afhankelijk van de agrarische sector en of zij daadwerkelijk een robuuster watersysteem kan realiseren. De gemeente zet om de kwantiteit te vergroten in op grootschalige grondwaterinfiltratie ten behoeve van duurzame aanvulling van grondwater. De gemeente wil de sponswerking van de buitenruimte vergroten en herstellen en zet maximaal in op het vasthouden, benutten en bergen van water, voordat wordt overgegaan tot het afvoeren van water.

De gemeente ontwikkelt waterretentiegebieden op logische plekken rondom het stedelijk gebied, waar bij extreme regenval water heen geleid kan worden en gekoppeld kan worden aan natuurontwikkeling. In vergelijking met de referentiesituatie is de invloed van de omgevingsvisie op drinkwaterwinning licht positief en licht negatief. Dit heeft enerzijds te maken met de toenemende vraag naar drinkwater. Anderzijds worden er maatregelen genomen om de kwaliteit en kwantiteit van drinkwater op peil te houden. Waterkwaliteit In de HSAO staat omschreven dat de waterkwaliteit van de Hertogswetering – Roode Wetering onder andere wordt bepaald door de diffuse bron landbouw. De omgevingsvisie geeft daarom aan dat (agrarisch) grondgebruik volgend is aan de condities van het bodem- en watersysteem. Bij grondgebruik zal dus rekening moeten worden gehouden met het waarborgen van de waterkwaliteit. Vanuit de omgevingsvisie ziet de gemeente agrariërs als belangrijke landschapsbeheerders en wil zij samen met hen inzetten op duurzaam natuur-, bodem- en waterbeheer. De gemeente verwacht dat agrariërs bij het doorontwikkelen van hun bedrijf maatregelen treffen voor verduurzamen. Op de zandrug en de flanken zijn er mogelijkheden voor extensieve, natuurinclusieve landbouw in combinatie met bijvoorbeeld recreatie en natuurontwikkeling.

Extensieve, natuurinclusieve landbouw die volgens de omgevingsvisie op de zandrug wordt gerealiseerd draagt bij aan een betere waterkwaliteit doordat er minder stoffen in het grondwater terecht komen als gevolg van gewassenbestrijding en mestproductie. Dit geldt niet voor de polder, waar gebieden die in de visiekaart staan aangemerkt als hoogproductieve voedselpolder waar grootschalig agrarisch gebruik centraal staat. Hier kan als gevolg van gewassenbestrijding en mestproductie mogelijk wel stoffen in het grondwater terecht komen die een negatieve invloed hebben op de waterkwaliteit.

69/138

Kenmerk

R004-1290110EMB-V03-sss-NL

Een andere bron die de waterkwaliteit bepaalt is het stedelijk watersysteem en het overstorten van water wanneer er te weinig capaciteit is bij het rioolsysteem. De gemeente ontwikkelt waterretentiegebieden op logische plekken rondom het stedelijk gebied, waar bij extreme regenval water heen geleid kan worden. Daarmee verkleint de gemeente het risico op overstorten. De Hertogswetering ontwikkelt zich volgens de omgevingsvisie als robuust ecologisch en waterrijk lint in het landschap van Oss voor natuur. Daarnaast realiseert de gemeente groen-blauwe verbindingen tussen de natuur- en recreatiegebieden langs de Maas en de landschappelijke zone ten zuiden van Oss, waardoor de gemeente een betere groene dooradering krijgt. Een robuuste ecologische inrichting heeft positieve gevolgen voor de waterkwaliteit. Stedelijke ontwikkeling vindt voor het grootste deel plaats op locaties die niet in de buurt liggen van KRW-lichamen. Daarnaast heeft de gemeente bij de stedelijke ontwikkeling en ontwikkeling van de spooragenda en bedrijvigheid aandacht voor .de kwaliteit van bodem, water en lucht. Volgens de omgevingsvisie bevinden bedrijven met zwaardere milieucategorieën zich aan de randen van stedelijk gebied, waar de negatieve invloed op omwonenden zo minimaal mogelijk is.

De gemeente ziet in het gebied Elzenburg-De Geer, dat aan de rand van de stad Oss ligt, mogelijkheden voor het uitbreiden, concentreren en intensiveren van bedrijventerreinen. Dit gebied loopt langs het KRW-lichaam de Hertogswetering. Mogelijk kan het intensiveren van bedrijvigheid op deze locatie zorgen voor negatieve invloed op het KRW-lichaam. In vergelijking met de referentiesituatie zorgen de verschillende beleidskeuzes in de omgevingsvisie voor zowel een zeer positieve als licht negatieve invloed op waterkwaliteit. Wateroverlast De gemeente zet in op groei met ongeveer 8.500 woningen ten opzichte van 2024 en het toevoegen van voorzieningen en infrastructuur. De gemeente zet in op inbreiding, met name in stad Oss. De HSAO omschrijft wateroverlast gevoelige locaties, zoals in de stad Oss. Er ontstaat daardoor in Oss meer verharding op overlastgevoelige locaties. De gemeente houdt vast aan het principe dat inbreiding de voorkeur heeft boven uitbreiding. De toename van verharding blijft daardoor beperkt. Gemeente Oss neemt verschillende maatregelen om wateroverlast te beperken. De gemeente heeft bij verdichtingsopgaven, zoals in de stad Oss en andere kernen, expliciete aandacht voor klimaatadaptatie, door het toevoegen van waterberging, schaduw en hoogwaardig groen.

De gemeente volgt de landelijke maatlat voor een groene, klimaatadaptieve gebouwde omgeving, waardoor water(berging) een belangrijk criterium wordt bij nieuwe ontwikkelingen. Binnen de gemeente is het uitgangspunt dat nieuwe ontwikkelingen natuurinclusief zijn en bijdragen aan een klimaatrobuust Oss. De gemeente zet maximaal in op het vasthouden, benutten en bergen van water, voordat wordt overgegaan tot het afvoeren van water. De gemeente ontwikkelt waterretentiegebieden op logische plekken rondom het stedelijk gebied, waar bij extreme regenval water heen geleid kan worden en gekoppeld kan worden aan natuurontwikkeling en recreatief gebruik. Daarnaast wil de gemeente de sponswerking van de buitenruimte vergroten en herstellen.

70/138

Kenmerk

R004-1290110EMB-V03-sss-NL

De omgevingsvisie draagt met deze maatregelen bij aan het voorkomen van wateroverlast en scoort daarom zeer positief. Tegelijk zal de druk op overlastgevoelige locaties toenemen door inbreiding en daarom is er ook een licht negatieve invloed. Overstroming Er wordt gekeken naar de mate waarin rekening wordt gehouden met de overstromingsgevoeligheid van gebieden bij de toewijzing van functies. Goede plekken voor woningbouw zijn al benut waardoor huidige uitbreidingen op minder optimale plekken liggen. Het toevoegen van woningen vindt volgens de omgevingsvisie voornamelijk plaats in Oss en langs de spoorzone. Deze zone ligt verder af van de Maas en heeft een lager overstromingsrisico. Het gebied rondom de Maas blijft voor het grootste deel beschermde natuur of landbouwgebied. Wel zijn hoofdkernen en dorpse kernen langs de Maas aangewezen als locaties voor ruimte van de lokale groei. Deze locaties hebben een hoger overstromingsrisico. Onderdeel van de referentiesituatie zijn de dijkversterkingen bij Cuijk-Ravenstein, Ravenstein-Lith en Lith-Bokhoven. Vergeleken met de referentiesituatie scoort overstroming licht negatief vanwege het toevoegen van functies op overstromingsgevoelige locaties langs de Maas.

Droogte De gemeente is grotendeels gelegen op zandgrond (grofweg het hele gebied ten zuiden van de Hertogswetering), wat gevoeliger is voor droogte omdat water minder goed wordt vastgehouden in zandgrond. Bovendien onttrekt akkerbouw veel water aan de bodem, wat het risico op droogte groter maakt. In de huidige situatie laten met name De Keentsche Uiterwaard, delen van het buitengebied bij Maren-Kessel en de Herperduin droogtegevoeligheid zien. Om droogtegevoeligheid te beperken wilde gemeente de sponswerking van de buitenruimte vergroten en herstellen en zet maximaal in op het vasthouden, benutten en bergen van water, voordat wordt overgegaan tot het afvoeren van water. De gemeente ontwikkelt waterretentiegebieden op logische plekken rondom het stedelijk gebied, waar bij extreme regenval water heen geleid kan worden en gekoppeld kan worden aan natuurontwikkeling. De gemeente heeft bij verdichtingsopgaven, zoals in de stad Oss en andere kernen, expliciete aandacht voor klimaatadaptatie, door het toevoegen van waterberging, schaduw en hoogwaardig groen en er is aandacht voor voldoende kwalitatief groen in het stadscentrum, de wijken en buurten. Om de leefbaarheid in de verdichte stadskern Oss te vergroten, verbetert de gemeente de parken en verbindt deze door middel van groene corridors. Ook in het gebied buiten de stadskern Oss worden natuurgebieden beter met elkaar verbonden.

Robuuste, met elkaar verbonden natuurgebieden met een gezonde waterhuishouding zijn beter bestand tegen droogte. De gemeente draagt er zorg voor dat de kwantiteit en kwaliteit van het drinkwater op peil blijft en stimuleert de agrarische sector om eigen maatregelen te nemen tegen droogte, extreme neerslag en piekbuien en zo bij te dragen aan een robuust watersysteem. Hiermee borgt de gemeente zo veel mogelijk voldoende water voor agrarische activiteiten en worden onnodige

71/138

Kenmerk

R004-1290110EMB-V03-sss-NL

grondwateronttrekkingen voorkomen. Daarbij is de gemeente wel afhankelijk van de agrarische sector en of zij daadwerkelijk een robuuster watersysteem kan realiseren. De droogtegevoelige locaties bij natuurgebied Herperduin en Keentsche Uiterwaard staan op de visiekaart aangemerkt als beschermde natuur. Daarnaast staan de locaties aangemerkt om een robuuste natuurstructuur te ontwikkelen en als locatie waar het grondgebruik het water- en bodemsysteem volgt. Er worden nog geen concrete maatregelen genoemd om de droogte op droogtegevoelige locaties bij Herperduin en Keentsche Uiterwaard te verbeteren. De droogtegevoelige locaties bij Maren-Kessel staat gemarkeerd als beschermde natuur (NBB) waar het grondgebruik het water- en bodemsysteem volgt. In vergelijking met de referentiesituatie scoort droogte licht positief.

72/138

Kenmerk

5.2.3

R004-1290110EMB-V03-sss-NL

Natuur

Criteria

Beoordeling

Natura 2000-gebieden

Staat van instandhouding van Natura

Omgevingsvisie

2000-gebieden (inclusief stikstofdepositie) NNN-gebieden

Staat van instandhouding soorten en habitattypen in NNB-gebieden (ook NNO, NNB, EVZ)

Weidevogels

Omvang en kwaliteit leefgebied

Biodiversiteit

Biodiversiteit in bebouwd gebied

Natura 2000-gebieden Binnen de gemeente Oss liggen geen Natura 2000-gebieden. Dit betekent dat er geen aantasting van het areaal en verstoring door licht en geluid van Natura 2000-gebieden te verwachten is door de ontwikkelingen die de omgevingsvisie mogelijk maakt. Wel kunnen de ontwikkelingen uit de omgevingsvisie zorgen voor stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden buiten de gemeentegrenzen van Oss. De komst van nieuwe woningen en groei van werkgelegenheid in Oss zal leiden tot een toename in verkeer. Dit zorgt voor meer stikstofdepositie en heeft mogelijk (significant) negatieve effecten op delen van Natura 2000-gebied Rijntakken in de nabijheid van de gemeente. Binnen het Natura2000 gebied bevinden zich verschillende habitattypen en leefgebieden die gevoelig zijn voor stikstofdepositie. Daarnaast zorgen de woningbouwlocaties bij Ravenstein, Geffen en Amsteleind en de uitbreiding van bedrijventerrein Elzenburg-De Geer aan de noordwestzijde van de stad voor meer stikstofemissie. Zij het niet in de gebruikersfase, dan hoogstwaarschijnlijk in de realisatiefase omdat het niet alles emissieloos gebouwd kan worden. Deze ontwikkelingen kunnen ook weer voor meer verkeer zorgen; verkeer dat bovendien niet geheel emissieloos zal zijn in 2040 en daarmee kan zorgen voor meer emissie.

Daarnaast stelt de omgevingsvisie dat de agrofoodsector (ofwel landbouwsector) niet groter, maar wel behouden wordt: naar verwachting zal de stikstofdepositie door landbouw dus niet toenemen. Ook gezien de ruimte die door de gemeente wordt gegeven aan agrariërs om invulling te geven aan duurzame en innovatieve vormen van landbouw. Dit draagt bij het extensiveren van de landbouw en het stimuleren van verduurzaming, wat zorgt voor minder effecten op Natura 2000-gebieden. Recreatieve ontwikkelingen kunnen leiden tot meer stikstofdepositie. Ten eerste kan de aanleg van recreatiegebieden zoals parken en sportvoorzieningen (bijvoorbeeld het Golfbad) leiden tot uitstoot van stikstof. Deze uitstoot kan vervolgens neerslaan op het nabijgelegen Natura 2000gebied. Daarnaast kunnen recreatieve activiteiten zelf ook bijdragen aan de stikstofdepositie, door het gebruik van gemotoriseerd verkeer.

73/138

Kenmerk

R004-1290110EMB-V03-sss-NL

Aan de andere kant zet de omgevingsvisie in op het ontwikkelen van meer recreatief groen dichtbij huis, waardoor men minder ver hoeft te reizen en uitstoot van gemotoriseerd vervoer zal worden beperkt. Daarnaast draagt het beperken van auto’s en het stimuleren van duurzame vormen van mobiliteit bij aan minder stikstofuitstoot. Het stimuleren van het bedrijfsleven om collectief energie op te wekken en om de grote bedrijventerreinen in te zetten als energiehubs kan een positief effect hebben op de stikstofdepositie door vermindering van het gebruik van fossiele brandstoffen en daarmee wordt de uitstoot van vervuilende stoffen verminderd. Het is echter aannemelijk dat door de ruimtelijke ontwikkelingen er alsnog een toename van stikstofdepositie zal zijn op stikstofgevoelige habitattypen in Natura 2000-gebieden. Het beoogde beleid zal gezien bovenstaande punten vooral een negatieve invloed en een beperkt positieve invloed hebben op Natura 2000-gebieden rond de gemeente. NNN-gebieden5 De omgevingsvisie zal door verschillende keuzes mogelijk een (licht) negatieve invloed hebben op de NNB-gebieden in de gemeente Oss. Het behoud van waardevolle gronden voor landbouw kan door gebruik mogelijk negatieve effecten hebben op NNB-gebieden in Oss, waardoor het aantal en de diversiteit aan natuurwaarden wordt aangetast of zelfs afnemen.

Zo kan de waterkwaliteit achteruitgaan en kan er sprake zijn van verdroging, vermesting en verzuring. Ondanks de beoogde inzet en samenwerking met de agrarische sector kan er door behoud van landbouwgrond wel aantasting van de hoofdstructuur ontstaan, afhankelijk van de vorm van het duurzame (natuur)beheer. Tegelijkertijd wil de gemeente bij landbouwgronden die in de groene structuur liggen, inzetten op duurzaam natuur-, bodem- en waterbeheer, voor een goede balans tussen water en bodem. Dit zorgt voor een licht positieve invloed op de NNB-gebieden want er is minder kans op verdroging, vermesting, verzuring en verslechtering van de waterkwaliteit. Daarnaast zijn enkele delen van Herperduin ten zuidoosten van Oss zeer gevoelig voor droogte. Stikstofdepositie kan die droogte verergeren door een verzwakking van de natuurlijke vegetatie in droge gebieden. Het kan de balans verstoren en de kwetsbaarheid van dit gebied vergroten. Verder kan de komst van nieuwe woningen en de groei van werkgelegenheid in Oss zorgen voor een toename in verkeer wat negatieve consequenties heeft voor de luchtkwaliteit. Luchtvervuiling kan de biodiversiteit in NNN-gebieden verminderen door het aantasten van de leefomgeving en de voedselbronnen van verschillende soorten.

Ook kan luchtvervuiling schadelijke effecten hebben op de groei en ontwikkeling van planten, evenals op de ademhaling en voortplanting van dieren. Het toenemend aantal inwoners en een aantrekkelijk wandel- en fietsnetwerk (zoals de recreatieve structuur langs de Maasoever) kunnen zorgen voor extra recreatieve druk op en daardoor mogelijk ook voor verstoring van de NNB-gebieden in de gemeente.

5

In Noord-Brabant heet dit netwerk het Natuur Netwerk Brabant (NNB).

74/138

Kenmerk

R004-1290110EMB-V03-sss-NL

Door de toename van groenstructuren die toegankelijk zijn voor recreatie is het echter mogelijk om recreatie te spreiden en de recreatiedruk in kwetsbare gebieden te laten afnemen. De ontwikkeling van de spooragenda heeft geen directe effecten op NNB-gebieden, omdat deze ontwikkeling niet binnen of direct grenzend aan een NNB-gebied ligt, maar kan een negatief effect hebben op groene verbindingen tussen NNB-gebieden. Zo kan het versterken van de groene corridor tussen het Elzenhoekpark in Ruwaard en het noorden van de stad Oss erdoor worden belemmerd. Aan de andere kant zet de omgevingsvisie in op het beter en robuuster verbinden van de natuurgebieden. De Hertogswetering in het poldergebied wordt versterkt als ecologische verbindingszone. Daarnaast werkt de gemeente aan het ontwikkelen van groen-blauwe verbindingen tussen de natuur- en recreatiegebieden langs de Maas en de landschappelijke zone ten zuiden van Oss. Dit vergroot de leefbaarheid voor planten en dieren en zorgt voor een betere groene dooradering/hoofdstructuur en versterkt de biodiversiteit in dit gebied. Het beoogde beleid zal gezien bovenstaande punten een licht negatieve invloed en licht positieve invloed hebben op NNB-gebieden in de gemeente. Weidevogels In de westelijke polder zijn weidevogelgebieden gelegen.

In dit gebied staat grootschalig agrarisch gebruik centraal en dankzij de ligging, openheid, weteringen en natte graslanden is het gebied van groot belang voor weidevogels. Met het behoud van landbouwgronden is het afhankelijk van de inzet van duurzaam natuur-, bodem- en waterbeheer wat de kwaliteit van het leefgebied zal zijn voor weidevogels. De realisatie van windturbines in het project Duurzame Polder vormt in dat opzicht een knelpunt voor de omvang en kwaliteit van het leefgebied van weidevogels. Daarnaast kunnen er tijdens de aanlegfase en de gebruiksfase van windturbines negatieve effecten ontstaan op belangrijke onderdelen van de functionele leefomgeving van de weidevogels, zoals verblijf- en nestplaatsen. Tijdens de aanlegfase kunnen effecten optreden, zoals verstoring door licht en geluid, maar ook tijdelijk habitatverlies door werkterreinen en opslag van materieel. Gedurende de gebruiksfase kunnen weidevogels worden verwond of gedood door de windturbines. Met name vogels hebben een verhoogd risico op sterfte bij het in werking treden van windturbines, door aanvaringen met windturbinebladen. Daarnaast moeten soorten om de windturbines heen vliegen. Dit kost extra energie voor de soorten6. De ontwikkeling van de Duurzame Polder heeft daarom een negatieve invloed op de weidevogels.

Aan de andere kant kan het ontwikkelen van waterretentiegebieden rondom het stedelijk gebied de omvang van het leefgebied van weidevogels vergroten. Ook het versterken van de Hertogswetering, een belangrijke groene verbinding door de polders voor deze weidevogels, draagt bij in het behoud van hun leefgebied.

6

PlanMER Duurzame Polder, 2024

75/138

Kenmerk

R004-1290110EMB-V03-sss-NL

Al met al wordt de invloed van de omgevingsvisie beoordeeld als licht positief en negatief voor weidevogels. Biodiversiteit De groei van de gemeente, het toevoegen van (energie)infrastructuur en het uitbreiden van bedrijventerreinen betekenen een grotere druk op het groen en de biodiversiteit in bebouwd gebied. Bij verdichtingsopgaven, zoals in de stad Oss en andere kernen, heeft de gemeente expliciete aandacht voor klimaatadaptatie. Dit wordt gedaan door het toevoegen van waterberging, schaduw en hoogwaardig groen ter bevordering van de biodiversiteit. Alle nieuwbouw wordt volgens de ‘Osse maatlat’ natuurinclusief en er is aandacht voor voldoende kwalitatief groen in het stadscentrum, de wijken en buurten. Aan de andere kant krijgen de energieaansluiting en -voorziening nadrukkelijk de aandacht bij nieuwe stedelijke ontwikkelingen en transformatieopgaven om mogelijkheden voor een collectief systeem en inpassing in de ondergrond te borgen. Dit kan belemmeringen voor de mate van vergroening en biodiversiteit veroorzaken. Om de leefbaarheid in de verdichte stadskern van Oss te vergroten, worden de parken opgewaardeerd en verbonden door middel van groene corridors. De binnenstad van Oss wordt ook autoluw gemaakt met ruimte voor groen. Het gebied tussen Oss en Berghem blijft onbebouwd en hier wordt het bos van Oss aangeplant.

Er wordt ook een groen uitloopgebied rondom de stad Oss gecreëerd als onderdeel van de integrale ruimtelijke ontwikkeling. Daarnaast gaat de gemeente aan de slag met het verbinden van verschillende natuurgebieden, zoals de landschappelijke zone aan de zuidrand van het stedelijk gebied van Oss. Het versterken van deze natuurgebieden draagt ook bij aan een verbetering van de biodiversiteit in bebouwd gebied. Op de landbouwgronden werkt de gemeente samen met agrariërs en wordt ingezet op duurzaam natuur-, bodem- en waterbeheer. Er zijn mogelijkheden voor extensieve, natuurinclusieve landbouw in combinatie met bijvoorbeeld recreatie en natuurontwikkeling. De omgevingsvisie zet volop in op het verbeteren van de kwaliteit van de natuur en de buitenruimte wordt zoveel mogelijk biodivers ingericht. Echter, de nieuwe bebouwing en de ruimte die in het buitengebied wordt geboden aan zonnevelden (langs infrastructuur en aan de rand van dorpskernen en bedrijventerreinen) kan een negatieve invloed hebben op de biodiversiteit in het bebouwde gebied. Daarom wordt de invloed van de omgevingsvisie op biodiversiteit voornamelijk als positief beoordeeld, maar ook als licht negatief.

76/138

Kenmerk

5.2.4

R004-1290110EMB-V03-sss-NL

Landschap en cultuurhistorie

Criteria

Beoordeling

Landschappelijke

Kwaliteit landschappelijke waarden

Omgevingsvisie

waarden Cultuurhistorische

Kwaliteit cultuurhistorische waarden

waarden 

Historische (steden)bouwkunde (waaronder Rijksmonumenten, Provinciale monumenten, Gemeentelijke monumenten)

Historische geografie (Beschermde stadsen dorpsgezichten; waardevolle cultuurhistorische gebieden en elementen)

Archeologische waarden

Risico op aantasting archeologische waarden

Landschappelijke waarden De landschappelijke waarden worden sterk benadrukt in de omgevingsvisie. De verschillende landschappelijke eenheden en ondergronden (hogere zandgronden in het zuiden en de polders in het noordelijk deel van de gemeente) worden in de omgevingsvisie als ordenend principe gebruikt. De landschappen en de bijbehorende bodems bepalen deels waar de gemeente wat wil ontwikkelen. Voor behoud van het kenmerkende groene, weidse karakter van het buitengebied vindt de verdichting vooral in het stedelijk gebied plaats, waarbij ontwikkelingen de ruimtelijke kwaliteit moeten versterken. Op het gebied van natuur, landschap, recreatie, water en erfgoed wordt de kwaliteit van landschappelijke waarden bijvoorbeeld versterkt door het project Meanderende Maas. In de landelijke kernen blijft het dorpse karakter behouden en is de gemeente terughoudend met het toevoegen van woningen voor het behoud van de landschappelijke waarden. Daarnaast kan extensieve, natuurinclusieve landbouw (op de zandrug en de flanken) bijdragen aan het behoud van het landelijke karakter van het landschap. Door het gebruik van natuurlijke landbouwmethoden en het behoud van traditionele landschapselementen, zoals

77/138

Kenmerk

R004-1290110EMB-V03-sss-NL

houtwallen, heggen en bloemrijke akkerranden, kan het landschap zijn authentieke uitstraling behouden. De ontwikkeling van de spoorzone, het mogelijk toevoegen van nieuwe treinstations, het uitbreiden van de bestaande bedrijventerreinen, de komst van woningen, en sterkere verdichting in het stedelijke gebied Oss-Berghem kan zowel positieve als negatieve invloed hebben op het visuele karakter van het landschap. Het uitzicht en de esthetiek van het landschap kunnen veranderen door de aanwezigheid van nieuwe gebouwen, infrastructuur of verhoogde bebouwingsdichtheid. Daarnaast zijn er meerdere woningbouwprojecten langs de randen van de kernen en wordt er gewerkt aan een Duurzame Polder en de aanleg van zonnevelden. Ook het verplaatsen van bedrijven met zwaardere milieucategorieën naar de rand van stedelijk gebied kan leiden tot een visuele impact op het landschap met mogelijke verstoring van het natuurlijke en landelijke karakter van het gebied. Dit is afhankelijk van de locatie van deze bedrijven en de manier van herontwikkeling van de oude bedrijfsterreinen. Het is niet uit te sluiten dat deze ontwikkelingen een negatief effect hebben op landschappelijke waarden, bijvoorbeeld op de openheid van het landschap, kenmerken en structuren.

Omdat negatieve effecten op landschappelijke waarden niet zijn uit te sluiten, maar kwaliteitsverbetering tegelijkertijd wordt bevorderd in diverse beleidskeuzes wordt de invloed van de omgevingsvisie zowel licht negatief als licht positief beoordeeld. Cultuurhistorische waarden (bouwhistorie en historische geografie) De gemeente zet in op het aantrekkelijk en beleefbaar maken van belangrijke historische panden en plekken in het centrum. In de landelijke kernen wordt er naar behoud door ontwikkeling van historische panden gekeken. Bovendien heeft de gemeente ook aandacht voor het beter zichtbaar en beleefbaar maken van het verhaal van arbeidersstad Oss en het behoud van het gebouwd erfgoed, zoals religieus erfgoed. Het gebruik van aanwezige historische bebouwing voor ontmoeting, gemeenschapsvorming en het behoud en versterken van de lokale identiteit dragen hier ook aan bij. Daarnaast wordt er ingezet op het in stand houden en beleefbaar maken van historische kernen langs de Maas en het behoud en herstel van historische waterstructuren, waaronder de Hertogswetering. Er zijn dus vooral veel beleidskeuzes die bijdragen aan dit criterium. Echter, de uitbreidingswijk Amsteleind overlapt op basis van de provinciale kaart met cultuurhistorisch waardevol gebied, de Beerse Overlaat, waardoor de cultuurhistorische kwaliteit van dit gebied mogelijk wordt aangetast.

Bovenstaande punten zorgen ervoor dat de invloed van de omgevingsvisie op het criterium cultuurhistorische waarden voornamelijk als positief wordt beoordeeld, maar ook als licht negatief.

78/138

Kenmerk

R004-1290110EMB-V03-sss-NL

Archeologische waarden Oss is rijk aan archeologie. De gemeente beschermt bestaande archeologische waarden al met bestaand beleid, maar benadrukt in de omgevingsvisie het uitgangspunt van ‘behoud in situ’ (ter plaatse) als het uitgangspunt bij ontwikkelingen. Om dit mogelijk te maken stimuleert de gemeente om vroegtijdig rekening te houden met deze waarden in het planproces om grondverstorende activiteiten te voorkomen. Door verdichting en multifunctioneel ruimtegebruik in het centrum van Oss neemt de ruimteclaim op de ondergrond toe. Onder andere door ondergrondse parkeergarages en ondergrondse afvalcontainers, maar ook bijvoorbeeld ondergrondse waterberging, boomwortels en ruimte voor energietransitie. Het stadshart van Oss, waar ruimte is voorzien voor een schaalsprong, overlapt met de ligging van archeologische monumenten waardoor het risico op aantasting van archeologische waarden toeneemt. Daarnaast kan de mogelijke uitbreiding van de hoofdkernen Lith, Megen en Geffen overlappen met belangrijke archeologische vindplaatsen. Dit is afhankelijk van de exacte locatiekeuze in de uitwerking. Aangezien er in het planproces vroegtijdig rekening wordt gehouden met archeologische waarden levert dit naar verwachting geen negatief effect op. In de omgevingsvisie zijn verder geen ontwikkelingen voorzien ter plaatse van de bekende archeologische vindplaatsen (AMK-terreinen).

Op basis van het voorgenomen beleid kan worden verwacht dat archeologische waarden worden behouden en dus gelijk blijven. De invloed van de omgevingsvisie wordt als neutraal beoordeeld.

79/138

Kenmerk

5.2.5

R004-1290110EMB-V03-sss-NL

Leefomgeving

Criteria

Beoordeling

Luchtkwaliteit

Plaatselijke luchtkwaliteit

Geluid

Verkeerslawaai

Omgevingsvisie

Industrielawaai Spoorweglawaai Externe veiligheid

Groepsrisico Plaatsgebonden risico

Geur

Mate van geurhinder

Hitte

Mate waarin een toename van de gevoelstemperatuur als gevolg van klimaatverandering in de toekomst wordt voorkomen

Gezondheid

Mate waarin de omgeving uitnodigt tot bewegen/sporten/spelen

Hemelhelderheid

Lichtvervuiling

Zoönose

Kans op een zoönose-uitbraak

Luchtkwaliteit De luchtkwaliteit wordt voornamelijk beïnvloed door het verkeer, bedrijventerreinen, landbouw (zoals melkveebedrijven) en de bebouwde omgeving. Binnen de gemeente Oss is de luchtkwaliteit in de referentiesituatie langs de snelwegen in het stedelijk gebied slechter dan verder van de snelwegen en het stedelijk gebied af. De ruimtelijke ontwikkelingen van de omgevingsvisie leiden tot een groei van de bevolking en daarmee ook tot een toename in verkeer en mogelijk een verslechtering van de luchtkwaliteit. Duurzame vormen van mobiliteit en duurzame energiebronnen dragen echter bij aan een betere luchtkwaliteit in de toekomst. Vergroening verbetert de luchtkwaliteit, omdat planten schadelijke stoffen zoals stikstof en fijnstof absorberen. Daarnaast zullen de maatregelen om het stadshart autoluw te maken ook bijdragen aan een betere luchtkwaliteit. Herstructurering van bedrijventerreinen kan zowel positieve als negatieve effecten hebben op de luchtkwaliteit. Als een bedrijf met een zwaardere milieucategorie bijvoorbeeld naar de randen van de stad wordt verplaatst, dan kan dat resulteren in een verbetering van de luchtkwaliteit op de oorspronkelijke locatie van het bedrijf door een vermindering van de emissies daar. Maar als een bedrijf wordt verplaatst naar een andere locatie, kan dit resulteren in het ontstaan van nieuwe

80/138

Kenmerk

R004-1290110EMB-V03-sss-NL

bronnen van luchtvervuiling op de nieuwe locatie, waardoor de luchtkwaliteit op de nieuwe locatie verslechtert. Bovenstaande punten zorgen ervoor dat de invloed van de omgevingsvisie op het criterium luchtkwaliteit voornamelijk als positief wordt beoordeeld, maar ook als licht negatief. Geluid De komst van nieuwe woningen leidt tot meer inwoners en dus meer verkeer, wat resulteert in een toename van verkeerslawaai. Ook kan de transformatie naar woon-werkgebieden, bijvoorbeeld in de spoorzone in de stad Oss en op het bedrijventerrein Euterpepark, leiden tot meer geluidsoverlast, omdat geluidgevoelige bestemmingen als woningen en bedrijvigheid dichter bij elkaar liggen en omdat er bij verdichting rond het spoor meer geluidgevoelige bestemmingen langs het spoor komen te liggen. Daarbij geeft de gemeente aan dat de invloed van de trein qua geluid groot is, dus wordt afgewogen hoe de overlast zo veel mogelijk beperkt kan worden. Tegelijkertijd zal het verkeerslawaai afnemen doordat er steeds meer nieuwe auto’s elektrisch en dus stiller zijn. Maatregelen om de stad autoluw te maken kunnen ook een positief effect hebben op verkeerslawaai, omdat in autoluwe straten het aantal voertuigen verminderen op de weg. Bovendien stimuleert de gemeente duurzame vormen van mobiliteit, zoals de fiets en het openbaar vervoer, wat kan leiden tot minder geluidsoverlast.

Om openbaar vervoer verder te stimuleren wordt Station Oss opgewaardeerd en gaat het een centraal mobiliteitsknooppunt vormen. Dit gaat gepaard met meer treinen wat leidt tot meer spoorweglawaai. Verder zet de gemeente, in samenwerking met de regio Arnhem-Nijmegen en de provincies Noord-Brabant en Gelderland, in op de verdubbeling van de spoorbrug bij Ravenstein. Dit zal zorgen voor nog meer spoorverkeerlawaai en deze spoorbrug is momenteel al een geluidshinder knelpunt. Naast de opwaardering wordt er op termijn ook ingezet op het realiseren van een station in Berghem en Geffen. Bij de herstructurering van de huidige bedrijventerreinen is de voorwaarde dat de bedrijvigheid past bij de locatie. De gemeente zoekt naar een andere, beter passende plek als een bedrijf de werklocatie ontgroeit, waardoor de geluidbelasting voor de omgeving op de oorspronkelijke locatie van het bedrijf wordt beperkt. Aangezien veel woningen en bedrijventerrein in de huidige situatie in het stedelijk gebied Oss-Berghem dicht tegen elkaar liggen, zal dit naar verwachting leiden tot minder industrielawaai in die omgeving.

Aan de andere kant kunnen de plannen voor een circulaire (bouw)hub om gebruikte materialen weer als grondstoffen in te zetten voor andere projecten juist zorgen voor meer geluidbelasting, omdat hier bouwelementen en –materialen (indien nodig) wordt bewerkt en gereed gemaakt voor nieuwe bouwprojecten. Daarnaast zorgt de aan- en afvoer van goederen voor de circulaire maakindustrie voor een toename van verkeerslawaai. Bedrijventerrein Elzenburg-De Geer moet ook via het spoor beter bereikbaar worden voor de aan- en afvoer van goederen wat kan zorgen voor meer spoorweglawaai als dit leidt tot meer treinverkeer. Ook het realiseren van windturbines kan zorgen voor een toename van geluid. Ondanks dat deze plannen voor windenergie op ruime afstand van de bebouwde kom worden gerealiseerd, kan een toename van geluid en mogelijk overlast op woningen in het buitengebied, in de buurt van de windturbines, niet worden uitgesloten.

81/138

Kenmerk

R004-1290110EMB-V03-sss-NL

Het beoogde beleid zal gezien bovenstaande punten vooral een negatieve invloed en een beperkt positieve invloed hebben op geluid. Externe veiligheid Het verdichten langs het spoor en het (mogelijk) op langere termijn toevoegen van meer stops, zoals treinstations, binnen aandachtsgebieden vergroot het groepsrisico. Een ander aandachtsgebied is het bedrijventerrein Elzenburg-De Geer. De uitbreiding en de vestiging van bedrijven die bijdragen aan de circulaire economie en maakindustrie, kunnen ook de externe veiligheid negatief beïnvloeden omdat er mogelijk meer mensen worden blootgesteld aan potentiële gevaren, zoals het risico op ongevallen met gevaarlijke stoffen of het risico op brand in dichtbebouwde gebieden. De omgevingsvisie stuurt op vestiging van bedrijven (onder andere in Elzenburg-De Geer) die bijdragen aan de circulaire economie en maakindustrie. Beleid over welke bedrijven of met welke categorieën zich kunnen vestigen ontbreekt echter en daarmee is ook het risico voor externe veiligheid niet duidelijk. Daarnaast creëert het aanleggen van nieuwe transportinfrastructuur en locaties voor opslag van elektriciteit mogelijk nieuwe aandachtsgebieden. Bij de plaatsing van windturbines in de Duurzame Polder is er een risicocontour. Het afbreken van een deel van een blad van een windturbine kan gevaar veroorzaken voor de omgeving, met name voor kwetsbare gebouwen.

Uit het opgestelde MER blijkt dat afstand tot woningen en gebouwen in acht wordt genomen, deze afstand wordt gebaseerd op de risicocontour. Daarmee is de verwachting dat hier geen direct risico optreedt. Al met al wordt de invloed van de omgevingsvisie beoordeeld als licht negatief voor externe veiligheid. Geur Geurhinder kan worden veroorzaakt door industrieën, veehouderijen en bedrijven, gevestigd in de fysieke leefomgeving, maar ook door vuurkorven en het stoken van openhaarden. De komst van meer woningen leidt tot meer inwoners en dus in potentie ook tot meer vuurkorven en stoken van openhaarden. Daarnaast zorgt een uit- en inbreiding ook voor mensen die blootgesteld worden aan geurhinder. In de dorpen kan dit veroorzaakt worden door veehouderijen en in Oss door industrie zoals op industrieterreinen Moleneind en Elzenburg-De Geer. De gemeente is aan de andere kant bezig met het juiste bedrijf op de juiste plek. Bedrijven met zwaardere milieucategorieën bevinden zich op plaatsen, liefst aan de randen van het stedelijk gebied, waar de negatieve invloed op omwonenden zo minimaal mogelijk is en schone economie in en nabij de kernen. In Moleneind zijn wel zwaardere milieucategorieën toegestaan, zolang ze onderdeel uitmaken van het ecosysteem van de Pharma en Life Science.

Deze beleidskeuzes hebben een licht negatieve invloed hebben op de indicator geur voor de woningen rondom dit industrieterrein.

82/138

Kenmerk

R004-1290110EMB-V03-sss-NL

Daarnaast gaat de gemeente ook zorgen voor een gezonde leefomgeving door de kwaliteit van lucht binnen de gemeente te bewaken. Geurhinder wordt hierdoor afgewogen bij ontwikkelingen, maar dit betekent niet direct dat ook gekozen wordt om geurhinder te voorkomen. Bovenstaande punten zorgen ervoor dat de invloed van de omgevingsvisie op het criterium geur wordt beoordeeld als licht positief en licht negatief. Hitte De komst van nieuwe woningen en inbreiding in de hoofdkernen zorgen voor meer hitte en een mogelijke toename van hittestress in stedelijk gebied. Het toevoegen van hoogwaardig groen helpt om de temperatuur in het stedelijk gebied te verlagen en de leefbaarheid in de verdichte stadskern Oss te vergroten. De gemeente heeft als doel bij de bouw van nieuwe woningen te sturen op klimaatadaptief bouwen en inrichten door middel van de ‘Osse maatlat’. Door het toevoegen van waterberging, schaduw en hoogwaardig groen en er is aandacht voor het verminderen van hittestress. Zo worden er meer schaduwrijke plekken gecreëerd op plekken in de openbare ruimte (speeltuinen, parken, straten, pleintjes en sportveldjes) waarmee hittestress kan worden voorkomen. Daarnaast worden parken verbonden door middel van groene corridors. Ook in het gebied buiten de stadskern Oss worden natuurgebieden beter met elkaar verbonden.

Dit zorgt voor schaduw en verdamping van water, waardoor de omgevingstemperatuur wordt verlaagd. De gemeente ontwikkelt waterretentiegebieden op logische plekken rondom het stedelijk gebied, waar bij extreme regenval water heen geleid kan worden en gekoppeld kan worden aan natuurontwikkeling. Deze waterretentiegebieden kunnen fungeren als natuurlijke koelsystemen. Tijdens warme periodes kan het water in deze retentiegebieden warmte opnemen en vasthouden, waardoor de omgevingstemperatuur wordt verlaagd. Bovendien kan waterverdamping vanuit deze elementen zorgen voor verkoeling, vergelijkbaar met het effect van zweten op ons lichaam. Ook op bedrijventerreinen wordt er meer groen toegevoegd op gevels en daken, wat kan resulteren in minder opwarming van gebouwen en minder uitstraling van warmte ’s nachts. Het beoogde beleid zal gezien bovenstaande punten sterk bijdragen aan dit doel en een beperkte negatieve invloed hebben op hitte gezien het aandeel nieuwe bebouwing en verharding. Gezondheid Beweging wordt gestimuleerd doordat de gemeente inzet op een modal shift van auto naar fietsen en wandelen. Door ruimte te bieden voor langzaam verkeer wordt fietsen en wandelen veiliger en aantrekkelijker gemaakt. Verdichting en transformatie van de spoorzone stimuleert bewoners om te lopen en te fietsen, omdat wonen, werken en voorzieningen dichterbij elkaar worden gebracht.

Deze afstanden worden korter, waardoor mensen makkelijker voor gezonde vormen van mobiliteit kiezen. Vergroening speelt ook een belangrijke rol in het stimuleren van beweging. Door de aanleg van meer groen en door bestaande parken op te waarderen en te verbinden is er meer ruimte voor recreatie (bewegen, sport en spelen) en aantrekkelijke sportveldjes in de openbare ruimte. Bovendien is een uitgangspunt van de omgevingsvisie dat het aanbod en de differentiatie van cultuur en sportvoorzieningen aansluit op de vraag en het draagvlak in de dorpen.

83/138

Kenmerk

R004-1290110EMB-V03-sss-NL

Al deze maatregelen dragen bij aan het bevorderen van gezondheid en de invloed van de omgevingsvisie wordt daarom positief beoordeeld. Hemelhelderheid De komst van nieuwe woningen, (veilige) wandel- en fietspaden en de uitbreiding van de huidige industrietreinen waaronder Elzenburg-De Geer zorgt voor een toename in straatlantaarns en buitenverlichting van gebouwen. Daarnaast wordt het uitlichten en aanlichten van gebouwen gestimuleerd om de belevingswaarde van belangrijke historische panden en plekken te versterken. De nachtelijke hemelhelderheid zal hierdoor verminderen. De omgevingsvisie bevat geen maatregelen gericht op het verbeteren van de hemelhelderheid. In de omgevingsvisie wordt niet ingegaan op het verminderen van licht waardoor sprake is van een licht negatieve invloed. Zoönose In de omgevingsvisie geeft de gemeente aan graag mee te denken met agrariërs die ideeën hebben die bijdragen aan een leefbaar buitengebied en zorgt voor meervoudige verdienmodellen voor de agrarische bedrijven. Dit kan in sommige gevallen betekenen dat de nabijheid tussen mens en dier toeneemt, denk bijvoorbeeld aan een camping op een melkveebedrijf. Als gevolg hiervan kan het aantal gevallen van infectieziekte door zoönosen ook toenemen.

Tegelijkertijd blijkt uit omgevingsvisie dat de gemeente bij ontwikkelingen in het buitengebied aandacht heeft voor gezondheidsrisico’s als gevolg van zoönosen. Echter wordt er niet toegelicht hoe de gemeente dit gaat doen. Bovenstaande punten zorgen ervoor dat de invloed van de omgevingsvisie op het criterium zoönose wordt beoordeeld als licht positief en licht negatief.

84/138

Kenmerk

5.2.6

R004-1290110EMB-V03-sss-NL

Energietransitie

Criteria

Beoordeling

Hernieuwbare energie

Aandeel hernieuwbare energie (met

Omgevingsvisie

nadere uitsplitsing: zon, wind, warmte (geothermie, aquathermie), kernenergie) Energieverbruik

Energiebesparing

Aandeel hernieuwbare energie De clustering van windturbines in de Duurzame Polder (Lithse en Geffense polder) draagt in belangrijke mate bij aan het aandeel hernieuwbare energieopwekking. Daarnaast moet voor de energieopgave na 2030 nog worden verkend hoe, waar en wanneer de gemeente invulling gaat geven aan de opgave om duurzame energie op te wekken. De plaatsing van windturbines bij bedrijventerrein Elzenburg-De Geer is genoemd als maatregel in de omgevingsvisie, maar omdat deze al onderdeel is van de referentiesituatie niet meegenomen als onderdeel van de effectbeoordeling in dit MER. De gemeente onderzoekt welke plekken en vormen van grootschalige energieopwekking geschikt zijn om de ambitie van minimaal 2,0 PJ richting 2050 te halen. Dat is 1,0 PJ extra ten opzichte van de opgave voor 2030 van de gemeente. De gemeente biedt ruimte voor de opwekking van wind- en zonne-energie op daken, bedrijventerreinen en passende plekken in het buitengebied en voor zonnevelden op reststroken en gemengde gronden, zoals langs infrastructuur en in randen rondom de dorpskernen en bedrijventerreinen. De gemeente gaat proactief in gesprek met het bedrijfsleven om hen te stimuleren collectief energie op te wekken en de grote bedrijventerreinen (Vorstengrafdonk, Elzenburg-De Geer en Moleneind) in te zetten als energiehubs.

De gemeente neemt de mogelijkheden voor een energiehub mee in de ontwikkeling van nieuw te ontwikkelen bedrijventerreinen, zoals de uitbreiding van huidige bedrijventerreinen als Elzenburg-De Geer en de Bulk. Ook volgt de gemeente de ontwikkelingen op het gebied van aquathermie, geothermie en waterstof, om mogelijke kansen in een vroegtijdig stadium te benutten. Om duurzame energieopwekking te faciliteren zet de gemeente in op een uitbreiding van het elektriciteitsnet en een vroegtijdig afstemmingsproces met de netbeheerders voor zorgvuldige inpassing in de ondergrond en bovengrond, voor onder andere kabels, leidingen en verdeelstations. Daarnaast wil de gemeente ervoor zorgen dat de benodigde duurzame energieopwekking afhankelijk is van de energievraag, energie zo efficiënt mogelijk gebruikt wordt, het energiesysteem in balans is, energieopwekking en -verbruik zo dicht mogelijk bij elkaar gebracht worden en er aandacht is voor opslag en conversie van energie. De gemeente is zuinig op het buitengebied, waardevolle landbouwgrond en natuur: voor productie van duurzame energie in het buitengebied is alleen ruimte als er sprake is van meervoudig ruimtegebruik met behoud of versterking van de agrarische productiefunctie of de

85/138

Kenmerk

R004-1290110EMB-V03-sss-NL

landschappelijke kwaliteiten. Wel is de gemeente voor het opwekken van hernieuwbare energie afhankelijk van andere partijen (zoals bewoners of bedrijven) om dit te realiseren. De opwekking van hernieuwbare energie scoort daarom licht positief. Energieverbruik De gemeente zet in op groei van de gemeente tot 105.000 inwoners in 2040, met ongeveer 8.500 meer woningen ten opzichte van 2024 en 3.000 banen en worden bedrijventerreinen mogelijk uitgebreid. Hierdoor zal het energieverbruik toenemen. De gemeente werkt toe naar een CO2-vrije en aardgasvrije gebouwde omgeving in 2050. Daarnaast zet de gemeente in op de modal shift van de auto naar fietsen en wandelen en stelt duurzame en slimme mobiliteit centraal. Enerzijds zorgt elektrificatie van vervoer, door bijvoorbeeld meer gebruik te maken van elektrische auto’s en fietsen voor een toename van het gebruik van elektriciteit. Anderzijds zal een overgang van het gebruik van de auto naar wandelen en fietsen de energievraag verkleinen. Om de totale energievraag te verkleinen wordt volgens de omgevingsvisie alle nieuwbouw energieneutraal. Daarnaast wil de gemeente verduurzaming van bedrijfs- en woongebouwen stimuleren om de energievraag te reduceren, onder andere door bedrijfs- en woongebouwen te isoleren. Deze maatregelen zullen het energieverbruik verminderen.

De omgevingsvisie noemt nog weinig concrete acties om energiebesparing te realiseren. Aangezien er zowel maatregelen worden genomen die zorgen voor een toename van het energieverbruik als maatregelen die zorgen voor een afname van het energieverbruik scoort de omgevingsvisie zowel licht positief als licht negatief.

86/138

Kenmerk

5.2.7

R004-1290110EMB-V03-sss-NL

Mobiliteit

Criteria

Beoordeling

Verkeersveiligheid

Aantal verkeersongevallen

Modal split

Omgevingsvisie

Aandeel duurzame mobiliteit (OV, deelmobiliteit en fiets)

Bereikbaarheid

Knelpunten wegverkeer Knelpunten treinverkeer

5.2.7.1 Verkeersveiligheid De gemeente Oss streeft naar groei tot 105.000 inwoners in 2040 en wil ongeveer 8.500 woningen toevoegen ten opzichte van 2024. Dit leidt tot meer verkeersbewegingen. De verkeersongevallen vinden nu voornamelijk plaats rond het centrum van Oss. Meer ruimte geven aan langzaam verkeer per fiets en te voet en de binnenstad autoluw inrichten, dragen bij aan een betere verkeersveiligheid; ondanks dat meer mensen zich in de stad verplaatsen is de verwachting dat kans op (ernstige) ongevallen wordt verkleind. Rond de spoorweg worden regelmatig incidenten gemeld en de gemeente neemt maatregelen om de barrièrewerking van het spoor te verminderen door de aanleg van ongelijkvloerse kruisingen. Dit komt ten goede aan de doorstroming en veiligheid. Daarnaast zet de gemeente in op de modal shift van auto naar fietsen en wandelen en legt ze de nadruk op langzaam vervoer. Verkeersincidenten worden naast door de auto ook door (elektrische) fietsers veroorzaakt. Hoewel er maatregelen worden genomen om fietsen te stimuleren, worden er geen specifieke maatregelen genoemd om deze verkeersrisico’s te verminderen. Bovenstaande maatregelen zorgen ervoor dat de invloed van de omgevingsvisie op het criterium verkeersveiligheid vooral als positief wordt beoordeeld, maar ook als licht negatief. 5.2.7.2

Modal split

De omgevingsvisie van de gemeente Oss zet in op de modal shift van de auto naar fietsen en wandelen en stelt duurzame en slimme mobiliteit ((gedeeld) gebruik van de fiets en elektrisch vervoer) centraal. Het station van Oss wordt opgewaardeerd en vormt een centraal mobiliteitsknooppunt waar mensen gemakkelijk kunnen overstappen naar andere vormen van vervoer, zoals trein, bus (inclusief Bus Rapid Transit), fiets en deelvervoer. Daarnaast maakt de gemeente het stadshart van Oss autoluw en biedt ze ruimte voor langzaam verkeer. Er wordt ook ingezet op een aantrekkelijk wandel- en fietsnetwerk binnen en buiten de kernen.

87/138

Kenmerk

R004-1290110EMB-V03-sss-NL

De kernen in de gemeente zijn volgens de omgevingsvisie goed met elkaar verbonden door openbaar vervoer en een (snel)fietsnetwerk. De gemeente borgt dat de hoofdkernen altijd een ovverbinding naar de stad Oss hebben, gelegen bij het voorzieningenhart. Volgens de omgevingsvisie komen er op lange termijn (na 2050) wellicht ook nieuwe stations in Geffen en Berghem voor een alternatief mobiliteitsaanbod in deze kernen. De haalbaarheid is van veel externe factoren afhankelijk en daarom allerminst zeker. Verder wordt ingezet op uitbreiding van het treinaanbod op de langere termijn. Aan de andere kant zorgt de verdichting voor extra inwoners, wat kan leiden tot een groei van het autoverkeer. Naast de ontwikkelingen voor duurzame mobiliteit zet de gemeente ook in op verbeteringen voor het autoverkeer, zoals een robuuste hoofdwegenstructuur waar de doorstroming van autoverkeer prioriteit heeft. Een goed werkend wegennet is nodig om juist op plekken waar dat belangrijk is verkeersluwe gebieden te kunnen creëren. Binnen de kleine kernen zal er meer autogebruik plaatsvinden vanwege een grotere afstand tot voorzieningen. Aan de andere kant krijgt deelmobiliteit een belangrijkere rol binnen de gemeente en worden initiatieven en draagkracht vanuit de samenleving gestimuleerd.

Het beoogde beleid zal gezien bovenstaande punten vooral een positieve invloed en een beperkt negatieve invloed hebben op modal shift in de gemeente. 5.2.7.3 Bereikbaarheid De groei van Oss in het aantal inwoners zal leiden tot meer verplaatsingen. De gemeente stimuleert binnen de stad vooral het gebruik van de fiets en openbaar vervoer om deze groei op te vangen. De auto blijft weliswaar van betekenis, maar zal in de binnenstad van Oss een minder prominente plaats hebben in de openbare ruimte. Om de doorstroming en veiligheid te verbeteren, vermindert de gemeente de barrièrewerking van het spoor in het stedelijk gebied van Oss door de aanleg van ongelijkvloerse kruisingen. Bovendien wordt hierdoor het stedelijk gebied ten noorden en zuiden van de spoorlijn beter met elkaar verbonden. Station Oss wordt opgewaardeerd en vormt een centraal mobiliteitsknooppunt waar mensen gemakkelijk kunnen overstappen naar andere vormen van vervoer, zoals trein, bus (inclusief Bus Rapid Transport), fiets en deelvervoer. Volgens de omgevingsvisie komen er op lange termijn (na 2050) wellicht ook nieuwe stations in Geffen en Berghem voor een alternatief mobiliteitsaanbod in deze kernen. De haalbaarheid is van veel externe factoren afhankelijk en daarom allerminst zeker. Verder wordt ingezet op uitbreiding van het treinaanbod op de langere termijn.

De kernen in de gemeente zijn goed met elkaar verbonden door openbaar vervoer en een (snel)fietsnetwerk. De gemeente zet in op clustering van voorzieningen, een aantrekkelijk verblijfsklimaat en optimale bereikbaarheid in de hoofdkernen, ook vanuit de kleinere kernen. Er wordt geborgd dat de hoofdkernen altijd een ov-verbinding naar de stad Oss hebben, gelegen bij het voorzieningenhart.

88/138

Kenmerk

R004-1290110EMB-V03-sss-NL

Beoordeling verkeersintensiteiten uit Koersnota mobiliteit In het kader van de Koersnota mobiliteit gemeente Oss zijn de toekomstige verkeersintensiteiten bestudeerd met behulp van het regionale verkeersmodel BBMA voor de situatie 2040. Hierbij zijn voor Oss 8.500 nieuwe woningen toegevoegd (NB: dit is het totaal aantal woningen dat de Omgevingsvisie noemt, dus inclusief autonome ontwikkelingen). In hoofdzaak op de locaties Amsteleind (Zuid), Euterpepark, in het centraal stedelijk gebied en in Ravenstein. Verder is rekening gehouden met de aanleg van de noordelijke ontsluitingsweg. Zonder verdere maatregelen neemt in de toekomst de verkeersintensiteit op de meeste wegen in en rond het centrum toe zoals op de Raadhuislaan, de Oostwal en de Molenstraat. Alleen op de Singel 40-45, de Hertogensingel en het noordelijk deel van de John F. Kennedybaan is een afname te zien door de aanleg van de noordelijke Ontsluitingsweg. Verder neemt het verkeer door de ruimtelijke ontwikkeling van Amsteleind toe op de Heihoeksingel. Ook op de Ruwaardsingel en op de aansluitingen van de A50 en A59 is een duidelijke groei van het verkeer te zien. Door de trendmatige groei en de ontwikkeling van extra woningen dreigen bestaande knelpuntsituaties op de wegen in en rond het centrum te verslechteren. Het gaat dan met name om de Raadhuislaan, Oostwal, Molenstraat, Euterpelaan en Schaepmanlaan.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Oss&id=ef6b2164-5a00-427e-adeb-be6ea2fd9778