MER aangepast nav Cie mer
Tekst van het document
De omgevingsvisie richt zich op de periode tot 2040 (en verder). Het plan-MER sluit hierop aan. Enkele ambities rond duurzaamheid in de omgevingsvisie richten zich op 2050. Het planMER sluit hier ook op aan
In het plan-MER is niet alleen gekeken naar de ‘traditionele’ milieuthema’s, maar ook naar andere thema’s binnen de fysieke leefomgeving, zoals de Omgevingswet voorstaat. Zo wordt integraal gekeken naar de gevolgen van klimaatverandering, energie(besparing) en duurzame opwekking, circulariteit, wonen en voorzieningen en vestigingsklimaat. In die zin is dit MER ook te zien als een OER (omgevingseffectrapport)
1.5
Besluitvorming plan-MER en omgevingsvisie
1.5.1
Vaststellen Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD)
De eerste stap in het mer-proces was het opstellen van de Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD). In de NRD is beschreven hoe het plan-MER van de omgevingsvisie tot stand komt, welke onderwerpen worden onderzocht, hoe deze worden onderzocht en hoe de resultaten worden beoordeeld. Vervolgens zijn in de NRD de stappen van het mer-proces uiteengezet. Zo is uitgelegd wat de Huidige Situatie en Autonome Ontwikkeling (HSAO), de effectbeoordeling en het doelbereik is, en wat synergie en strijdigheden in het plan-MER zijn. Ook is een eerste aanzet gegeven van het beoordelingskader.
28/138
Kenmerk
R004-1290110EMB-V03-sss-NL
De NRD heeft van 29 februari 2024 tot en met woensdag 10 april 2024 voor eenieder ter inzage gelegen. De NRD is te vinden onder https://www.oss.nl/to2/Notitie-Reikwijdte-en-DetailniveauOmgevingsvisie.htm. Op de NRD zijn twee zienswijzen binnengekomen. De indieners ervan hebben individueel een reactie gehad. Naar aanleiding van de zienswijzen is een publieksvriendelijke samenvatting gemaakt bij het MER en is de indicator ‘biodiversiteit in bebouwd gebied’ toegevoegd aan het beoordelingskader en zijn de effecten van de omgevingsvisie ook op deze indicator beoordeeld. 1.5.2 Terinzagelegging en besluit De procedure van het plan-MER is gekoppeld aan de procedure voor de omgevingsvisie. De omgevingsvisie die met het plan-MER voorligt is het ontwerp. De ontwerp-omgevingsvisie en het plan-MER worden gelijktijdig zes weken ter inzage gelegd. Het plan-MER is als bijlage bij de ontwerp-omgevingsvisie gevoegd. Tijdens de terinzagelegging worden relevante bestuursorganen geraadpleegd en mag eenieder een zienswijze indienen op het plan-MER en op de ontwerpomgevingsvisie. Parallel aan de terinzagelegging en besluitvorming toetst de Commissie voor de mer de kwaliteit van het plan-MER en beoordeelt de Commissie of de juiste (milieu-)informatie aanwezig is om een besluit over de omgevingsvisie te kunnen nemen.
De commissie voor de mer heeft op 25 maart 2025 een advies uitgebracht op het plan-MER (https://www.commissiemer.nl/docs/mer/p38/p3887/a3887ts.pdf). Naar aanleiding van dit advies zijn er wijzigingen aangebracht aan dit plan-MER en in de beschrijving van de referentiesituatie (bijlage 1, huidige situatie en autonome ontwikkelingen). De wijzigingen die zijn gedaan zijn als volgt: Toevoegen indicator Geur (paragraaf 5.2.5) Toevoegen indicator Zoönose (paragraaf 5.2.5)
Toevoegen spoorweglawaai aan indicator Geluid (paragraaf 5.2.5) Aanvullen indicator Weidevogels (paragraaf 5.2.3) Aanvullen indicator NNN-gebieden (paragraaf 5.2.3)
Visualisatie totaaloverzicht effectbeoordeling (paragraaf 9.1) Aanscherpen analyse synergie en strijdigheden waar het gaat om strijdige ruimteclaims en ambities voor de Spoorzone (paragraaf 7.2)
Aanscherpen onderbouwing doelbereik rondom (autonome ontwikkelingen) woningbouw, afhankelijkheden van het Rijk waar het gaat om bereikbaarheid via de snelweg en de inpassing van alle ontwikkelingen in de Spoorzone (paragraaf 8.1.1 en 8.1.2)
Aanpassen van de conclusies, aanbevelingen en samenvatting naar aanleiding van bovenstaande wijzigingen (hoofdstuk 0 en 9)
Besluit en vervolg De definitieve versie van de omgevingsvisie wordt na de terinzagelegging vastgesteld door de gemeenteraad. De gemeente motiveert daarbij hoe met de uitkomsten van het plan-MER en de inspraakreacties is omgegaan.
29/138
Kenmerk
1.6
R004-1290110EMB-V03-sss-NL
Wisselwerking omgevingsvisie en het plan-MER
Het doel van een plan-MER is om de milieugevolgen van een ruimtelijk plan in beeld te brengen en deze te beoordelen. Voor de omgevingsvisie van Oss was de insteek dat het opstellen van het plan-MER in een iteratief proces gebeurde. Iteratief betekent dat een proces herhaaldelijk wordt uitgevoerd, waarbij de uitkomsten van de vorige stap worden gebruikt als input voor de volgende stap. In het geval van een iteratief ontwerpproces bijvoorbeeld, betekent dit dat er niet één definitieve versie van het ontwerp wordt gemaakt, maar dat het ontwerp steeds opnieuw wordt geëvalueerd en aangepast op basis van feedback en nieuwe inzichten. Deze feedback en nieuwe inzichten worden vervolgens meegenomen in de volgende iteratie van het ontwerpproces. Op deze manier wordt het ontwerp steeds verder verfijnd en verbeterd, tot dat het uiteindelijk voldoet aan alle gestelde eisen en wensen. Door de omgevingsvisie en plan-MER zij aan zij op te stellen, werd beoogd om een omgevingsvisie te ontwikkelen waarbij zoveel mogelijk voor de hand liggende negatieve effecten worden voorkomen. TAUW heeft meerdere keren feedback en aanbevelingen gegeven op tussentijdse versies van de omgevingsvisie. Het plan-MER dat nu voorligt, is de laatste beoordeling voor de definitieve versie van de omgevingsvisie die de gemeente Oss aan de gemeenteraad heeft voorgelegd.
Het doel van het plan-MER is om de milieugevolgen van de omgevingsvisie inzichtelijk te maken voor de gemeenteraad, die verantwoordelijk is voor de besluitvorming. Meer over het proces van het plan-MER en de interactie die heeft plaatsgevonden is terug te vinden in hoofdstuk 3 van dit document.
1.7
Leeswijzer
In het volgende hoofdstuk, hoofdstuk 2, staat een beschrijving van het proces van totstandkoming van de omgevingsvisie en wordt een toelichting gegeven op de inhoud en opbouw van de visie. Hoofdstuk 3 beschrijft hoe het plan-MER is uitgevoerd. Het vierde hoofdstuk gaat in de op de verschillende onderzoeksalternatieven (‘sporen’) die zijn afgewogen om te komen tot een uiteindelijk voorkeursalternatief. In hoofdstuk 5 wordt ingegaan op de effecten op de leefomgeving als gevolg van de omgevingsvisie. Hoofdstuk 6 bevat de Passende Beoordeling van Natura 2000gebieden. Hoofdstuk 7 beschrijft de kansen voor synergie en strijdigheden tussen de gestelde ambities in de omgevingsvisie. In hoofdstuk 8 wordt het doelbereik van de verschillende ambities beschreven. Hoofdstuk 9 bestaat uit de conclusies en aanbevelingen en in hoofdstuk 10 wordt ingegaan op leemten in kennis en de manier waarop gemonitord kan worden.
30/138
Kenmerk
R004-1290110EMB-V03-sss-NL
2 Beschrijving omgevingsvisie 2.1
Proces tot nu toe: totstandkoming omgevingsvisie
In vier fasen heeft de gemeente Oss naar een omgevingsvisie toegewerkt: 1. 2. 3.
Ontwikkelen drie gebiedsvisies4 Gemeentebrede ambitienota opstellen Koers bepalen via ontwikkelsporen in een Koersdocument
4.
Het opstellen van de ontwerp-omgevingsvisie
In de eerste en tweede fase van de omgevingsvisie zijn drie gebiedsvisies en een ambitienota voor Oss opgesteld. In de derde fase is richting gegeven aan een integraal koersdocument voor Oss in 2040. In die fase was een belangrijke rol weggelegd voor een drietal zogenaamde (ontwikkel)sporen, als instrument voor het gesprek over de gewenste ontwikkelrichting voor de gemeente Oss. Die sporen zijn geanalyseerd en beoordeeld, zodat de gemeente vervolgens de keuze voor het voorkeursalternatief goed kon onderbouwen. Dit voorkeursalternatief is geen keuze uit (een van) de drie sporen, maar is opgezet met bouwstenen uit de verschillende sporen. Vervolgens is in fase 3 de koers richting 2040 vastgelegd in een Toekomstverhaal en 4 kernambities uitgewerkt met strategische keuzes om tot deze toekomst te komen. In de laatste fase is de ontwerp-omgevingsvisie opgesteld, inclusief een integrale visiekaart. Participatie In de totstandkoming van de drie gebiedsvisies en de omgevingsvisie zijn er inwoners, ondernemers, maatschappelijke organisaties, stakeholders en ketenpartners op verschillende momenten betrokken. Daarbij zijn verschillende methoden ingezet, zoals enquêtes, straatgesprekken, bijeenkomsten en digitale consultatie. Met deze online en offlinemethoden en werkvormen wordt er ingezet op het bereiken van een zo breed mogelijke doelgroep.
Het opstellen van het Koersdocument was een product van gedegen participatie. De opbrengst van de diverse gesprekken en digitale enquête zijn als advies meegenomen bij het bepalen van de koers voor Oss en de uitwerking van de gebiedsgerichte uitwerking.
4
Gebiedsvisie Vitaal Buitengebied (2021), Visie Stedelijk gebied Oss-Berghem (2022) en Gebiedsvisie Stadjes en Kernen (2023)
31/138
Kenmerk
2.2
R004-1290110EMB-V03-sss-NL
De omgevingsvisie
De uitkomsten en bevindingen van het proces zoals beschreven in de voorgaande paragraaf zijn gebundeld tot een integrale omgevingsvisie voor de gemeente Oss. De omgevingsvisie bestaat globaal uit drie onderdelen: het toekomstverhaal, vier kernambities en een gebiedsgerichte uitwerking. Het toekomstverhaal beschrijft het toekomstbeeld van de gemeente Oss in 2040. Dit verhaal vertaalt zich in vier kernambities. De vier kernambities voor Oss zijn: Toekomstbestendige verstedelijking
Een gezonde, veilige en groene leefomgeving Energieneutraal, circulair en klimaatbestendig in 2050 Ondernemend en uitnodigend Oss
Aan de hand van de vier kernambities zijn strategische keuzes uitgewerkt. Hier komen de plannen en ambities aan bod die gelden voor de hele gemeente. Het plan-MER kijkt in haar beoordeling van de milieueffecten en het doelbereik van de omgevingsvisie met name naar dit onderdeel van de omgevingsvisie. De plannen en ambities in dit onderdeel dienen als paraplu waar de verschillende gebieden onder vallen. De visiekaart geeft de koers of ontwikkelrichting van de gemeente Oss tot 2040 voor de vier ambities weer.
Figuur 2.1 De visiekaart van Oss (versie 3 - september 2024)
De gebiedsgerichte uitwerking gaat in meer detail in op hoe de keuzes in onderdeel 2 worden toegepast. De omgevingsvisie maakt in totaal onderscheid in drie gebiedsgerichte uitwerkingen:
Stedelijk gebied Oss-Berghem Stadjes en Kernen Buitengebied
32/138
Kenmerk
R004-1290110EMB-V03-sss-NL
In de eerste fase van de omgevingsvisie heeft de gemeente 3 gebiedsvisies volgens deze gebiedsindeling opgesteld. Deze gebiedsvisies vormen het vertrekpunt voor de gebiedsgerichte keuzes. Het stedelijk gebied Oss-Berghem omvat de kernen Oss en Berghem. Stadjes en kernen beslaat de hoofdkernen Geffen, Herpen, Lith, Megen en Ravenstein, en de andere dorpse en landelijke kernen. Het buitengebied beslaat het Maasoevergebied, de polder en het dekzandgebied. De omgevingsvisie beschrijft deze deelgebieden in hoofdstuk 4.
33/138
Kenmerk
R004-1290110EMB-V03-sss-NL
3 Onderdelen plan-MER en beoordelingssystematiek Zoals beschreven in paragraaf 1.6 zijn plan-MER en omgevingsvisie in een iteratief proces tot stand gekomen. In onderstaande paragrafen worden de belangrijkste stappen en bijhorende methode toegelicht die zijn genomen om het plan-MER op te stellen. Hierbij wordt onder andere ingegaan op de voorbereiding van het plan-MER, het proces van de beoordeling van effecten, synergie en strijdigheden, en doelbereik. Het proces van de passende beoordeling wordt apart toegelicht.
3.1
Beoordelingskader en -systematiek
Voor het opstellen van het plan-MER is, in afstemming met de gemeente Oss, een beoordelingskader voor het plan-MER vastgesteld. Aan de hand van dit beoordelingskader is drie keer een beoordeling uitgevoerd. Eerst is de referentiesituatie (de huidige situatie en autonome ontwikkelingen samen) beschreven en beoordeeld. Daarna zijn drie ontwikkelsporen beoordeeld, en uiteindelijk de omgevingsvisie zelf. Deze onderdelen worden in onderstaande paragrafen nader toegelicht. 3.1.1 Beoordelingskader Samen met de gemeente Oss is het beoordelingskader vastgesteld. Het beoordelingskader is een set indicatoren waarmee in het plan-MER het effect van de omgevingsvisie wordt beoordeeld. In onderstaande tabel 3.1 is het beoordelingskader te zien. Omdat de omgevingsvisie het volledige Osse grondgebied betreft, is het abstractieniveau van de beoordeling hoog – de beoordelingen zijn om die reden kwalitatief. Tabel 3.1 Beoordelingscriteria Thema
Criteria
Beoordeling
Bodem
Gebruik ondergrond
Intensiviteit gebruik ondergrond
Aardkundige waarden
Aantasting aardkundige waarden
Bodemdaling
Mate waarin bodemdaling als gevolg van menselijk handelen in de toekomst wordt voorkomen
Water
Drinkwaterwinning
Risico’s voor grondwaterwingebieden
Waterkwaliteit
Mate van bescherming/realiseren van een goede waterkwaliteit (grond- en oppervlaktewater)
Wateroverlast
Mate waarin een toename van wateroverlast als gevolg van klimaatverandering in de toekomst wordt voorkomen
Overstroming
Mate waarin rekening wordt gehouden met de overstromingsgevoeligheid van gebieden bij de toewijzing van functies
Droogte
Droogterisico
34/138
Kenmerk
R004-1290110EMB-V03-sss-NL
Thema
Criteria
Beoordeling
Natuur
Natura 2000-gebieden
Staat van instandhouding van Natura 2000gebieden (inclusief stikstofdepositie)
NNN-gebieden
Staat van instandhouding soorten en habitattypen in NNB-gebieden (ook NNO, NNB, EVZ)
Weidevogels
Omvang en kwaliteit leefgebied
Biodiversiteit in bebouwd gebied Landschap en
Landschappelijke waarden
Kwaliteit landschappelijke waarden
Cultuurhistorische waarden
Kwaliteit cultuurhistorische waarden
cultuurhistorie
Historische (steden)bouwkunde (waaronder Rijksmonumenten, Provinciale monumenten, Gemeentelijke monumenten)
Historische geografie (Beschermde stads- en dorpsgezichten; waardevolle cultuurhistorische gebieden en elementen)
Leefomgeving
Archeologische waarden
Risico op aantasting archeologische waarden
Luchtkwaliteit
Plaatselijke luchtkwaliteit
Geluid
Verkeerslawaai Industrielawaai Spoorweglawaai
Externe veiligheid
Groepsrisico Plaatsgebonden risico
Geur
Mate van geurhinder
Hitte
Mate waarin een toename van de gevoelstemperatuur als gevolg van klimaatverandering in de toekomst wordt voorkomen
Gezondheid
Mate waarin de omgeving uitnodigt tot bewegen/sporten/spelen
Energietransitie
Hemelhelderheid
Lichtvervuiling
Zoönose
Kans op een zoönose-uitbraak
Hernieuwbare energie
Aandeel hernieuwbare energie (met nadere uitsplitsing: zon, wind, warmte (geothermie, aquathermie), kernenergie)
Mobiliteit
Energieverbruik
Energiebesparing
Verkeersveiligheid
Aantal verkeersongevallen
35/138
Kenmerk
R004-1290110EMB-V03-sss-NL
Thema
Criteria
Beoordeling
Modal split
Aandeel duurzame mobiliteit (OV, deelmobiliteit en fiets)
Bereikbaarheid
Knelpunten wegverkeer Knelpunten treinverkeer
Wonen en
Woningvoorraad
Passende woningvoorraad (aan de hand van
voorzieningen
woonbehoefte, bijvoorbeeld door vergrijzing) Beschikbaarheid van sociale
Afstand tot basisvoorzieningen (huisarts, apotheek,
voorzieningen
supermarkt, scholen en dorps- en wijkhuizen en multifunctionele accommodaties (MFA’s))
Vestigingsklimaat
Bedrijvigheid
Beschikbaarheid van bedrijventerreinen voor uitbreiding van bestaande bedrijven en vestiging van nieuwe bedrijven
Circulariteit
Circulaire aanpak
Mate waarin bijgedragen wordt aan het realiseren van de landelijke doelen voor circulariteit
3.1.2 Beschrijven en beoordelen van referentiesituatie Bij een plan-MER is het belangrijk om een referentiesituatie te beschrijven omdat deze situatie als uitgangspunt dient voor de beoordeling van de effecten van de omgevingsvisie. De referentiesituatie beschrijft de huidige situatie van het gebied waar het plan betrekking op heeft en de autonome ontwikkelingen. Autonome ontwikkelingen zijn maatschappelijke of wetenschappelijke trends (zoals klimaatverandering, de elektrificering van het wagenpark, enzovoorts) en ruimtelijke ontwikkelingen die met zekerheid worden uitgevoerd (concrete projecten) ook als de omgevingsvisie er niet zou komen (zoals een ontwerp of vastgesteld bestemmingplan rondom windparken, wegen, zonneweides, woningen of bedrijventerreinen). Bestaand beleid en bijvoorbeeld de gebiedsvisies van de gemeente zijn niet als autonome ontwikkeling meegenomen. Door de referentiesituatie goed te beschrijven, kan worden bepaald welke effecten de omgevingsvisie heeft op de omgeving, ten opzichte van die referentiesituatie. Per criterium uit het beoordelingskader is voor de huidige situatie en voor de autonome ontwikkeling ook het kwaliteitsniveau beoordeeld. De beoordeling is uitgedrukt in slecht, redelijk en goed (tabel 3.2). De beschrijving van de referentiesituatie inclusief de beoordeling is voor alle indicatoren uit het beoordelingskader onderbouwd (zie bijlage 1).
Waar mogelijk is gebruik gemaakt van kaartmateriaal om zo ruimtelijk te kunnen duiden waar bepaalde kansen of knelpunten optreden. Tabel 3.2 Legenda symbolen huidige situatie en autonome ontwikkeling Goed
Redelijk
Slecht
36/138
Kenmerk
R004-1290110EMB-V03-sss-NL
De beoordeling van de referentiesituatie is kwalitatief uitgevoerd op basis van een deskundigenoordeel. In een werksessie met specialisten van de gemeente en daarna met een kwaliteitscheck bekeken door deze specialisten is de referentiesituatie op kwaliteit en compleetheid beoordeeld en aangescherpt, bijvoorbeeld op thema’s als cultuurhistorische waarden, mobiliteit, voorzieningen, woningvoorraad en bedrijvigheid. Ook is later nog een indicator biodiversiteit in bebouwd gebied uitgewerkt, omdat er gaande het proces van het MER meer gemeente-specifieke informatie hierover beschikbaar was gekomen. 3.1.3 Beoordeling sporen Bij een plan-MER is het verkennen en onderzoeken van verschillende alternatieven belangrijk. Deze zogenaamde onderzoeksalternatieven (‘ontwikkelsporen’ genoemd in het omgevingsvisietraject van Oss) kunnen namelijk helpen om de mogelijke negatieve effecten van de visie te verminderen of te voorkomen. Het doel van een plan-MER is tenslotte om de effecten van de visie in beeld te brengen en te beoordelen. Door alternatieven te onderzoeken, kunnen bijvoorbeeld minder belastende locaties of andere ontwerpvarianten worden gevonden die minder negatieve effecten hebben. Op basis van deze alternatieven kan het team dat de omgevingsvisie opstelt, mede op basis van de verwachte effecten, keuzes maken en uiteindelijk de omgevingsvisie aanscherpen.
De gemeenteraad kan vervolgens besluiten om de visie wel of niet vast te stellen, of om aanvullende maatregelen voor te stellen om de negatieve effecten te beperken. De voor Oss opgestelde sporen zijn – in afstemming met de gemeente – kwalitatief beoordeeld voor een deel van de indicatoren uit het beoordelingskader, namelijk voor die indicatoren waarop de sporen onderscheidend scoorden of waarover beleid in de sporen stond opgenomen. In een sessie is deze beoordeling besproken met experts van de gemeente en naar aanleiding van de sessie en de feedback van de experts nader aangescherpt. De gemeente Oss is, door het iteratieve proces van de omgevingsvisie en het plan-MER en op basis van de sporen (alternatieven), gekomen tot een voorkeursalternatief (VKA): de uiteindelijke omgevingsvisie. 3.1.4 Beoordeling effecten omgevingsvisie De strategische keuzes die de gemeente Oss in de omgevingsvisie maakt (aan de hand van de vier kernambities) zijn beschreven en beoordeeld aan de hand van het beoordelingskader (zie tabel 3.1). Daartoe is een beleidsmatrix gemaakt (bijlage 2) waarin bij de maatregelen uit de omgevingsvisie is weergegeven op welke thema’s en indicatoren die maatregelen invloed kunnen hebben.
37/138
Kenmerk
R004-1290110EMB-V03-sss-NL
Om aan te sluiten bij het abstractieniveau van de omgevingsvisie spreken we liever van ‘invloed’ dan van ‘effect’. Er is een vijfpuntschaal (zie onderstaande tabel) gebruikt om de invloed van de omgevingsvisie op de indicatoren te beoordelen. Hierdoor wordt duidelijk of de keuzes in de omgevingsvisie een (licht) positieve invloed, een neutrale of beperkte invloed, of een (licht) negatieve invloed hebben ten opzichte van de referentiesituatie. Een combinatie is ook mogelijk: beleidskeuzes uit de omgevingsvisie kunnen op één indicator bijvoorbeeld zowel een (licht) positieve invloed als (licht) negatieve invloed hebben. Omdat het belangrijk is om effecten inzichtelijk te maken is er in een dergelijk geval gekozen om twee pijlen te gebruiken voor de beoordeling. Tabel 3.3 Legenda symbolen effectbeoordeling Pictogram
Beoordeling
Positieve invloed
Licht positieve invloed
Geen of neutrale invloed
Licht negatieve invloed
Negatieve invloed
De beoordeling van de omgevingsvisie is kwalitatief uitgevoerd op basis van een deskundigenoordeel. Daarna is deze beoordeling gepresenteerd en besproken in een werksessie met specialisten en het kernteam omgevingsvisie van de gemeente om deze te checken op compleetheid, correctheid en navolgbaarheid. Naast aanscherpingen van de beoordeling is hieruit bijvoorbeeld voortgekomen dat in het beoordeelde concept van de omgevingsvisie nog niet benadrukt was dat de gemeente behoud in situ van archeologische waarden als uitgangspunt neemt bij ontwikkelingen om deze waarden te beschermen. Dit is aangevuld in de volgende versie van de omgevingsvisie.
38/138
Kenmerk
3.1.5
R004-1290110EMB-V03-sss-NL
Passende beoordeling
De omgevingsvisie maakt grootschalige ontwikkelingen mogelijk zoals nieuwe woningbouwlocaties en uitbreiding van bedrijventerreinen. Dit kan leiden tot een toename van verkeer. Hierdoor is stikstofdepositie op de Natura 2000-gebieden rond de gemeente Oss niet uit te sluiten. Wanneer significante negatieve effecten op Natura 2000-gebieden niet zijn uit te sluiten, is een passende beoordeling conform de Omgevingswet (eerder: Wet natuurbescherming) noodzakelijk. De passende beoordeling sluit aan bij het abstractieniveau van de visie. De beoordeling is kwalitatief, want een gedetailleerd kwantitatieve beoordeling is pas mogelijk bij een omgevingsplan of een specifiek programma. In de beoordeling zijn mogelijk mitigerende maatregelen benoemd om eventuele effecten te voorkomen of te beperken. De passende beoordeling is onderdeel van het plan-MER (hoofdstuk 6).
3.2
Synergie en strijdigheden
Het onderdeel synergie en strijdigheden in het plan-MER is bedoeld om te onderzoeken of er sprake is van mogelijke samenhang tussen of juist tegenstrijdige effecten van verschillende onderdelen of kernambities van de visie. Door deze onderdelen met elkaar te vergelijken, kan worden bepaald of er sprake is van synergie (versterkende effecten) of strijdigheden (verminderende effecten) tussen de verschillende onderdelen. Op basis van deze analyse kan worden bepaald of er maatregelen moeten worden genomen om de negatieve effecten te verminderen of om de positieve effecten te versterken. Het analyseren van synergie en strijdigheden is daarom een belangrijk onderdeel van een plan-MER om te zorgen voor een integrale benadering van de effecten van de visie. Synergie en strijdigheden komen aan bod in hoofdstuk 7.
3.3
Beoordeling doelbereik
In dit onderdeel is kwalitatief beoordeeld of de vooraf gestelde ambities in de omgevingsvisie in de toekomst ook behaald kunnen worden. Hierin zijn de kernambities en de bijbehorende subambities beoordeeld. Het doelbereik wordt gevisualiseerd aan de hand van grafieken. Om het doelbereik te beoordelen is gekeken naar de volgende onderdelen: Toekomstverhaal
Invulling van de strategische keuzes in de ambities Bestaand beleid waaraan wordt gerefereerd in de omgevingsvisie Maatschappelijke en milieugerelateerde trends
Mate waarin de gemeente Oss regie heeft op de strategische keuzes
39/138
Kenmerk
R004-1290110EMB-V03-sss-NL
De gebiedsgerichte uitwerking laat zien wat deze strategische keuzes betekenen voor de drie deelgebieden van de gemeente. In deze gebiedsgerichte uitwerkingen komen geen nieuwe of extra maatregelen naar voren die niet al beschreven zijn in het deel van de omgevingsvisie dat over de hele gemeente gaat, dus wordt dit onderdeel niet apart beschouwd in de beoordeling doelbereik. In hoofdstuk 2 (zie omgevingsvisie) is benoemd dat aan de hand van de vier kernambities strategische keuzes zijn uitgewerkt. Deze beleidskeuzes zijn belangrijk voor het behalen van de ambities in de omgevingsvisie. Voor de beoordeling van het doelbereik wordt gekeken hoe de beleidskeuzes bijdragen aan het behalen van de ambities. Daarbij wordt de volgende onderverdeling gemaakt: 1.
2.
3.
Toekomstbestendige verstedelijking a. Groei van de gemeente (8.500 woningen) b. Sterke en goed verbonden voorzieningen c. Goed en gezond bereikbaar Een gezonde, veilige en groene leefomgeving a. Landschappelijke waarden en cultuurhistorie als dragers b. Buitengebied in balans c. Groen altijd dichtbij Energieneutraal, circulair en klimaatbestendig in 2050 a. b. c.
4.
Stad en land als spons: klimaatbestendig in 2050 Ruimte voor duurzame energie: energieneutraal in 2050 Circulair denken en doen: circulair in 2050
Ondernemend en uitnodigend Oss a. Sterk en onderscheidend in pharma en life sciences b. Een vitale en gezonde economie c.
Recreatie en toerisme als kans voor lokale economie en leefkwaliteit
Daarnaast worden ook maatschappelijke en milieugerelateerde trends meegenomen in de beoordeling van het bereiken van de doelen. Maatschappelijke trends waar rekening mee wordt gehouden, zijn onder andere vergrijzing, de verduurzaming van woningen en het klimaatbestendig maken van de openbare ruimte. Een milieugerelateerde trend is bijvoorbeeld klimaatverandering, met langere perioden van droogte en hevigere buien. Wanneer deze trends relevant zijn, wordt hieraan gerefereerd en wordt benoemd hoe ze van invloed zijn op het bereiken van de gestelde doelen. Tot slot wordt er gekeken naar de mate van invloed van de gemeente Oss op het bereiken van de doelen. Bij veel van deze ambities is de gemeente afhankelijk van andere stakeholders om de gestelde doelen te bereiken. Denk hierbij aan bewoners, bedrijven en organisaties zoals de woningcorporaties, het waterschap, de provincie en het Rijk. Deze afhankelijkheid kan leiden tot onzekerheid voor het bereiken van de doelen.
40/138
Kenmerk
R004-1290110EMB-V03-sss-NL
In een werksessie met de gemeente is het doelbereik besproken en is de verwoording van enkele ambities aangepast. Kernambitie 1 was ‘Toekomstbestendige verstedelijking en vitale kernen’ en is veranderd in ‘Toekomstbestendige verstedelijking’. Verder is in de analyse van de subambitie ‘groei van de gemeente’ gekwantificeerd door daarbij te kijken naar bouw van 8.500 woningen. Bij de kernambitie ‘Ondernemend en uitnodigend Oss’ waren twee van de drie subambities niet duidelijk genoeg om goed het doelbereik te bepalen. De subambitie ‘Sterk en onderscheidend’ is verder aangevuld en geconcretiseerd door er ‘Sterk en onderscheidend in pharma en life sciences’ van te maken. Dit geeft beter weer waar Oss sterk en onderscheidend in wil zijn, gelinkt aan de maatregelen in de visie. De subambitie ‘Recreatie en toerisme als kans voor economie en leefkwaliteit’ is enigszins aangepast naar ‘Recreatie en toerisme als kans voor lokale economie en leefkwaliteit’. Daarmee wordt de link tussen de kansen vanuit recreatie en toerisme voor de ‘lokale’ economie en leefkwaliteit iets beter gelegd, want in de eerdere verwoording leek de ambitie zich te richten op economie en leefkwaliteit in het algemeen (dus veel breder).
3.4
Beschrijven aanbevelingen voor vervolg
Aan de hand van de effectbeoordeling (en de passende beoordeling), de analyse van synergie en strijdigheden en de beoordeling van het doelbereik zijn in hoofdstuk 9 aanbevelingen opgenomen voor de verdere uitwerking van de omgevingsvisie in bijvoorbeeld programma’s om doelen nog beter te halen en/of beleidskeuzes uit de omgevingsvisie goed te borgen in regels.
3.5
Monitoring (aanzet monitoringsprogramma)
Het is nodig om het kwaliteitsniveau van de fysieke leefomgeving op gezette tijden en geordend bij te houden. In dit plan-MER volgt daarom ook een eerste aanzet van een systeem voor monitoring en evaluatie (hoofdstuk 10). Een dergelijk systeem is nodig om te kunnen bepalen of gewenste doelen en voorspelde effecten ook daadwerkelijk uitkomen. Als dit niet het geval is, kan worden bijgestuurd door maatregelen in te zetten of door het beleid aan te passen.
41/138
Kenmerk
R004-1290110EMB-V03-sss-NL
4 Beschrijving en beoordeling sporen In de eerste fase van de omgevingsvisie zijn drie gebiedsvisies en een ambitienota voor Oss opgesteld. In de volgende fase is richting gegeven aan een integraal koersdocument voor Oss in 2040. In die fase was een belangrijke rol weggelegd voor een drietal zogenaamde (ontwikkel)sporen, als instrument voor het gesprek over de gewenste ontwikkelrichting voor de gemeente Oss. Die sporen zijn geanalyseerd en beoordeeld, zodat de gemeente vervolgens de keuze voor het voorkeursalternatief goed kon onderbouwen. In dit hoofdstuk worden de sporen van de gemeente Oss toegelicht. Daarna volgt een analyse van de effecten ervan. Ten slotte volgt een beschrijving van de stap van de sporen naar de ontwerpomgevingsvisie.
4.1
Toelichting sporen
Er zijn drie ontwikkelsporen voor Oss ontwikkeld (bron: Ruimtevolk, beschrijving ontwikkelsporen Oss, 15 februari 2024): 1. 2. 3.
Oss groeit Oss op eigen kracht Natuurlijk Oss
In de drie sporen is voortgebouwd op de uitgangspunten uit de drie gebiedsvisies en de ambitienota. Deze uitgangspunten vormen de basis voor de drie sporen. Per spoor is een profilering uitgewerkt, met een combinatie van uitwerkingsvarianten en accentverschuivingen in ambitie op de verschillende thema’s. Hieronder worden de sporen kort samengevat. 4.1.1 Spoor 1 – Oss groeit De kenmerken van dit spoor: aantrekkelijke woon- en (kennis)werkstad, duurzame economische ontwikkeling, hightech, innovatief en marktgestuurd.
Grote schaalsprong in inwoneraantal: Oss spoorzone wordt hoogstedelijk woonwerkgebied, kernen langs spoorzone (Geffen, Berghem en Ravenstein) groeien sterk in inwoneraantal met dorps karakter en goed bereikbaar via stations (mobiliteitshubs)
Economie ontwikkelt zich met speerpunt kenniseconomie lifescience en agrofood. Innovatie in de landbouw volgt hieruit Vernatting buitengebied wordt omarmd, het water wordt niet afgevoerd
Westelijke polder wordt energiepolder (windturbines) Voor de uitgangspunten en kanttekeningen wordt verwezen naar de uitwerking in het document 20240215_5.123.143_Raamwerk Ontwikkelsporen Oss_v2.0
42/138
Kenmerk
R004-1290110EMB-V03-sss-NL
Figuur 4.1 Weergave van de ruimtelijke keuzes van spoor 1
4.1.2 Spoor 2 – Oss op eigen kracht De kenmerken van dit spoor: voor Oss door Oss, voortbouwen op bestaande, sociale cohesie, brede welvaart, gemeenschapsgestuurd. Vanuit de kracht van de gemeenschap wordt voortgebouwd op de bestaande economie, landbouw en leefbaarheid van de dorpen
Bevolkingsgroei wordt gespreid opgevangen over alle kernen Landbouw (hightech innovatie), logistieke sector en mkb zijn belangrijke economische pijlers, dankzij inzet op een goede bereikbaarheid over het water, het spoor en de weg, waterstof en energiehubs op bedrijventerreinen Gemeenschapsgestuurd
Voor de uitgangspunten en kanttekeningen wordt verwezen naar de uitwerking in het document 20240215_5.123.143_Raamwerk Ontwikkelsporen Oss_v2.0.
43/138
Kenmerk
R004-1290110EMB-V03-sss-NL
Figuur 4.2 Weergave van de ruimtelijke keuzes van spoor 2
4.1.3 Spoor 3 – Natuurlijk Oss De kenmerken van dit spoor: extensief, natuur en klimaat leidend, recreatie vanuit natuurbeleving, cultuurhistorie en landschappelijke kwaliteit. Klimaat, water, bodem en natuurontwikkeling is leidend Beperkte bevolkingsgroei, compact bouwen binnen de bestaande stad en hoofdkernen
Landbouwtransitie volgens ecologisch profiel en natuurontwikkeling, kansen recreatie en telen van bio-based materialen (innovatie maakindustrie) Overheidgestuurd (subsidie landbouwtransitie)
44/138
Kenmerk
R004-1290110EMB-V03-sss-NL
Voor de uitgangspunten en kanttekeningen wordt verwezen naar de uitwerking in het document 20240215_5.123.143_Raamwerk Ontwikkelsporen Oss_v2.0.
Figuur 4.3 Weergave van de ruimtelijke keuzes van spoor 3
4.2
Beoordeling sporen (alternatieven)
Voor het MER is een beoordelingskader opgesteld (paragraaf 3.1). Niet alle criteria uit het beoordelingskader zijn onderscheidend voor de sporen, bijvoorbeeld omdat er geen beleid over/visie op in de sporen staat. Daarom is de keus gemaakt om een aantal indicatoren buiten beschouwing te laten bij de beoordeling van de sporen. In onderstaande tabel 4.1 zijn de resultaten weergegeven van de beoordeling van de huidige situatie, autonome ontwikkeling en de drie sporen voor de relevante criteria. De toelichting op de beoordeling volgt in de tabel daarna, tabel 4.2.
45/138
Kenmerk
R004-1290110EMB-V03-sss-NL
Tabel 4.1 Resultaten beoordeling van de huidige situatie, autonome ontwikkeling en de drie sporen Indicator
Beoordeling
Gebruik
Intensiviteit gebruik
ondergrond
ondergrond
Drinkwaterwinning
Risico’s voor
Huidige
Autonome
situatie
ontwikkeling
Spoor 1
Spoor 2
Spoor 3
grondwaterwingebieden Waterkwaliteit
Mate van bescherming/realiseren van een goede waterkwaliteit (grond- en oppervlaktewater)
Wateroverlast
Mate waarin een toename van wateroverlast als gevolg van klimaatverandering in de
&
toekomst wordt voorkomen Overstroming
Mate waarin rekening wordt gehouden met de overstromingsgevoeligheid van gebieden bij de toewijzing van functies
Natura 2000
Staat van instandhouding van Natura 2000-gebieden (inclusief stikstofdepositie)
Natuur Netwerk
Staat van instandhouding
Nederland
soorten en habitattypen in NNB-gebieden (ook NNO, NNB, EVZ)
Weidevogels
&
&
Omvang en kwaliteit leefgebied
Landschappelijke
Kwaliteit landschappelijke
waarden
waarden & &
46/138
Kenmerk
R004-1290110EMB-V03-sss-NL
Indicator
Beoordeling
Cultuurhistorische
Kwaliteit cultuurhistorische
waarden
waarden
Huidige
Autonome
situatie
ontwikkeling
Spoor 1
Spoor 2
Spoor 3
/
&
/
(bouwhistorie en historische geografie) Geluid
Verkeerslawaai Industrielawaai
/ /
/
&
Hitte
Mate waarin een toename van de gevoelstemperatuur als gevolg van
&
&
klimaatverandering in de toekomst wordt voorkomen Hernieuwbare
Aandeel hernieuwbare
energie
energie (met nadere uitsplitsing: zon, wind, warmte (geothermie, aquathermie), kernenergie)
Verkeersveiligheid
Aantal verkeersongevallen & &
&
47/138
Kenmerk
R004-1290110EMB-V03-sss-NL
Indicator
Beoordeling
Modal split
Aandeel duurzame
Huidige
Autonome
situatie
ontwikkeling
Spoor 1
Spoor 2
Spoor 3
mobiliteit (OV, deelmobiliteit en fiets) Bereikbaarheid
Knelpunten wegverkeer Knelpunten treinverkeer &
Woningvoorraad
Passende woningvoorraad (aan de hand van woonbehoefte, bijvoorbeeld door vergrijzing)
Beschikbaarheid
Afstand tot
sociale
basisvoorzieningen
voorzieningen
(huisarts, apotheek, supermarkt, scholen en
&
dorps- en wijkhuizen en multifunctionele accommodaties (MFA’s)) Bedrijvigheid
Beschikbaarheid van bedrijventerreinen voor uitbreiding van bestaande
&
bedrijven en vestiging van nieuwe bedrijven
48/138
Kenmerk
4.3
R004-1290110EMB-V03-sss-NL
Toelichting beoordeling sporen
Tabel 4.2 Beoordeling en toelichting sporen per criterium Indicator
Spoor 1
Toelichting/aandachtspunt/advies/
Spoor 2
Toelichting/aandachtspunt/advies/
Spoor 3
Toelichting/aandachtspunt/advies/
onderbouwing
onderbouwing
onderbouwing
Gebruik
Er komen in dit spoor 9500 woningen
Er is geen specifieke aandacht voor dit
Intensiever ruimtegebruik voor woon-en
ondergrond
meer bij dan de beoogde groei; met
criterium. Nieuwe woningen worden
werklocaties leidt tot grotere drukte in
daarbij twee energiehubs waar de
verspreid over de kernen, aan de randen,
de ondergrond. Er worden echter wel
nieuwe woningen op worden
en daarmee wordt de druk op de
minder woningen gebouwd dan in de
aangesloten én een warmte-koude
ondergrond groter, maar ook verspreid.
ambitienota is bepaald. Bovendien
netwerk. Bovendien is het de
Maar er is wel meer ruimte voor
wordt duurzame energie alleen in
bedoeling dat er aanvoer van energie
bedrijvigheid, inclusief energiehubs,
bebouwd gebied opgewekt, wat de druk
vanuit een kerncentrale moet komen.
waardoor de drukte in de ondergrond zal
op de ondergrond op die plekken verder
Dit alles zorgt voor meer druk
toenemen.
vergroot.
Er vindt in dit spoor meer
In dit spoor zal de toename van de
Ter plaatse van de
bevolkingsgroei plaats dan de
bevolkingsgroei zorgen voor een toename
grondwaterwinningsgebieden vindt met
ambitienota, waardoor een grotere
van de vraag naar drinkwater. Het gebied
name extensieve dagrecreatie plaats,
vraag is naar drinkwater. Naar
rondom het drinkwaterwingebied bij Lith
wat weinig invloed zal hebben op de
verwachting zal er meer grondwater
wordt grotendeels ingericht als
beschikbaarheid van voldoende en
beschikbaar zijn door de vernatting
technologische landbouw met
kwalitatief grondwater. De
van het gebied, maar er worden geen
seizoensgebonden natte akkers.
bevolkingsgroei neemt licht toe, maar
specifieke maatregelen genomen om
Tegelijkertijd worden er weinig
zal minder stijgen dan in de
ervoor te zorgen dat het water ook van
maatregelen genomen om de
ambitienota. Daarnaast is er in dit spoor
voldoende kwaliteit is. Rondom het
grondwaterkwaliteit en -kwantiteit in het
is minder ruimte voor landbouw en
waterwingebied bij Lith komt een
waterwingebied bij Lith verbeteren.
andere activiteiten die zorgen voor meer
op/drukte in de ondergrond. Drinkwaterwinning
49/138
Kenmerk Indicator
R004-1290110EMB-V03-sss-NL Spoor 1
Toelichting/aandachtspunt/advies/ onderbouwing
Waterkwaliteit
Spoor 2
Toelichting/aandachtspunt/advies/ onderbouwing
Spoor 3
Toelichting/aandachtspunt/advies/ onderbouwing
groene zone te liggen. Naar
vraag naar drinkwater en afname van
verwachting is de invloed van dit spoor
de grondwaterkwaliteit. De verwachting
op de drinkwaterwinning licht negatief.
is een lichte positieve invloed.
Er wordt in dit spoor ingezet op
In dit spoor worden er geen specifieke
Er wordt extra ingezet op het
vernatting van het gebied maar er
stappen ondernomen om de waterkwaliteit
meebewegen met het natuurlijke
worden, naast het toepassen van het
te verbeteren. De landbouwsector kan een
systeem. Daarnaast wordt ingezet op
leidende principe water en bodem
negatieve invloed hebben op de
klimaatinclusieve landbouw, wat vaak
sturend bij alle ruimtelijke
waterkwaliteit, met name traditionele
betekent dat er verbeterd bodembeheer
ontwikkelingen, in dit spoor geen
intensieve veeteelt. In dit spoor wordt
en geïntegreerd waterbeheer wordt
stappen ondernomen die specifiek
echter juist ingezet op toekomstbestendige
toegepast en er minder chemische
gericht zijn op verbeteren van de
landbouw, met high-tech systemen waarbij
middelen worden ingezet. Dit spoor
waterkwaliteit.
onder andere regionale kringlopen worden
draagt bij aan de wateropgave,
gesloten. Naar verwachting blijft de invloed
bodemverbetering en natuur- en
van dit spoor op de waterkwaliteit daarom
biodiversiteitswaarden, wat uiteindelijk
bepekt.
ook bijdraagt aan verbeterde waterkwaliteit. Gebieden met hoge biodiversiteit kunnen bijvoorbeeld beter fungeren als natuurlijke filters en kan een gezonde bodem de microbiële activiteit verhogen, wat bijdraagt aan de afbraak van schadelijke stoffen.
50/138
Kenmerk Indicator
R004-1290110EMB-V03-sss-NL Spoor 1
Wateroverlast
&
Toelichting/aandachtspunt/advies/
Spoor 2
Toelichting/aandachtspunt/advies/
Spoor 3
Toelichting/aandachtspunt/advies/
onderbouwing
onderbouwing
onderbouwing
Er wordt in zowel het stedelijk als het
In dit spoor wordt ingezet op uitbreiding
In dit spoor worden een aantal
in de buitengebieden, behalve het
van de stad Oss en de kernen. Dit
maatregelen genomen om
toevoegen van groene daken en
betekent dat er meer oppervlak verharding
wateroverlast te beperken. De Beerse
corridors, weinig actie ondernomen om
zal zijn, waardoor het water minder goed
Overlaat en een extra geul in de
wateroverlast tegen te gaan.
kan wegstromen. Ook zal er een knelpunt
Maaszone zorgen voor waterbuffering
Daarnaast wordt er op een aantal
ontstaan tussen de extreme
voor de regio. Daarnaast wordt er in dit
plekken extra verharding toegevoegd.
weersomstandigheden in de toekomst en
spoor extra veel aandacht besteed aan
Wel wordt vernatting van het
de landbouw.
het realiseren van groen in zowel het
buitengebied de norm en zal de
bebouwd gebied als het buitengebied.
ervaren overlast door klimaatverandering mogelijk minder zijn. Overstroming
In dit spoor vindt een grote
In dit spoor worden woningen en
In dit spoor wordt ingezet op inbreiding.
bevolkingsgroei plaats, wat kan zorgen
maatschappelijk en economische functies
In de stad Oss is het
voor een grotere kwetsbaarheid voor
behouden en bijgebouwd in de kernen
overstromingsrisico minder groot dan
overstromingen. Aangezien de groei
langs de Maas. Deze gebieden hebben
langs de Maas. Daarnaast wordt in dit
voornamelijk plaatsvindt langs de
een groter overstromingsrisico. Dit
spoor ingezet op het meebewegen met
spoorzone en minder langs de
betekent een negatieve invloed van spoor
het natuurlijke systeem. De Beerse
overstromingsgevoelige gebieden
2 op deze indicator.
Overlaat was vroeger een extra
langs de Maas blijft de invloed
stroomgebied van de Maas bij
beperkt.
hoogwater. In dit spoor wordt weer van de Beerse overlaat gebruik gemaakt voor waterbuffering. Daarnaast zorgt een extra geul in de Maaszone voor waterbuffering in de regio.
51/138
Kenmerk Indicator
Natura 2000
R004-1290110EMB-V03-sss-NL Spoor 1
Toelichting/aandachtspunt/advies/
Spoor 2
Toelichting/aandachtspunt/advies/
Spoor 3
Toelichting/aandachtspunt/advies/
onderbouwing
onderbouwing
onderbouwing
Grote schaalsprong in inwonersaantal
De bouw van nieuwe woningen, de
Er komen woningen bij, maar niet
en daarmee in (bouw van) woningen
uitbreiding van bedrijventerreinen en meer
zoveel als in de ambitienota. Bouw van
kan zorgen voor meer
bedrijvigheid zorgen voor meer
woningen kan zorgen voor meer
verkeersbewegingen, wat leidt tot
verkeersbewegingen en daarmee tot meer
verkeersbewegingen, wat leidt tot meer
meer stikstofdepositie op
stikstofdepositie op stikstofgevoelige
stikstofdepositie op stikstofgevoelige
stikstofgevoelige habitattypen in
habitattypen in Natura 2000-gebieden.
habitattypen in Natura 2000-gebieden.
Natura 2000-gebieden. Meer recreatie
Een ander punt is dat milieucategorieën
op de Maasoevers, wat dichter bij
omlaag worden gebracht en dat
N2000 is, kan leiden tot meer
zwaardere bedrijven zich verplaatsen
verkeersbewegingen en daarmee ook
richting het bedrijventerrein Elzenburg-
meer stikstofdepositie. Recreatie zorgt
De Geer en Vorstengrafdonk. Dit kan
ook voor meer kans op verstoring door
positief uitvallen als dit betekent dat
licht of geluid.
stikstofdepositie minder wordt (in verband met omlaag brengen milieucategorieën); het kan ook negatief uitpakken wanneer bedrijven verplaatst worden en daarmee dichter bij N2000 terechtkomen, en het kan negatief zijn in de bouwfase omdat bouwvoertuigen nog niet allemaal emissieloos zijn.
52/138
Kenmerk Indicator
R004-1290110EMB-V03-sss-NL Spoor 1
Toelichting/aandachtspunt/advies/
Spoor 2
Toelichting/aandachtspunt/advies/
Spoor 3
Toelichting/aandachtspunt/advies/
onderbouwing
onderbouwing
onderbouwing
Natuur Netwerk
Er komt een recreatieve groene zone
Hier is geen speciale aandacht voor in
Ruimte voor water- en
Brabant
die een aantal NNN-gebieden met
spoor 2. Bovendien krijgt bedrijventerrein
natuurontwikkeling in het buitengebied
elkaar verbindt: meer groen is positief,
Vorstengrafdonk ruimte om uit te breiden
&
(extra natuur wordt toegevoegd en &
maar meer recreatie (bijvoorbeeld ook
terwijl dat dichtbij NNB ligt, en krijgt de
kwaliteit verbeterd, ontwikkeling van
op Maasoevers) kan zorgen voor meer
landbouwsector ook veel ruimte: dit
Maasoevers, er komt een nieuwe
verkeersbewegingen en verstoring en
betekent dat er weinig ruimte is voor de
ecologische verbindingszone. Wel komt
vervuiling door recreanten.
ontwikkeling van natuurwaarden.
er juist in NNN meer ruimte voor dagrecreatie wat kan zorgen voor schade of vervuiling. Bij de verplaatsing van zwaardere bedrijven naar Elzenburg-De Geer en Vorstengrafdonk is het de bedoeling dat dit positief uitpakt voor natuur. Het is daarbij dan belangrijk dat er geen uitbreiding van deze terreinen plaatsvindt in NNNgebieden (die om de terreinen heen liggen).
Weidevogels
In het westelijk deel van het
Dit spoor voorziet niet in ambities of beleid
Het is de insteek van dit spoor om te
buitengebied komt de energiepolder
dat ten opzichte van de autonome
werken aan een gezonde bodembalans
voor grootschalige opwekking van
ontwikkelingen verdere invloed zal hebben
en verbetering van de kwaliteit van
energie: dit kan schadelijk zijn voor
op de omvang of kwaliteit van het
natuur, wat positief kan bijdragen aan
weidevogels en de kwaliteit van het
leefgebied van weidevogels.
de kwaliteit van het leefgebied van
leefgebied.
weidevogels.
53/138
Kenmerk
R004-1290110EMB-V03-sss-NL
Indicator
Spoor 1
Toelichting/aandachtspunt/advies/
Spoor 2
Toelichting/aandachtspunt/advies/
Spoor 3
Toelichting/aandachtspunt/advies/
onderbouwing
onderbouwing
onderbouwing
Landschappelijke
Betere verbindingen tussen de
Behoud van het weidse, rechtlijnige
Dit spoor zet in op het zoveel mogelijk
waarden
kenmerkende landschappelijke
karakter, maar wel nieuwbouw aan de
beperken van impact op het omliggende
structuren binnen de gemeente
randen van alle kernen wat impact kan
landschap door bouwen. Het landschap
(Maasoevers, Herperduin). Maar
hebben op landschappelijke kenmerken,
beweegt mee met het natuurlijk
&
mogelijk ook meer bedrijven en
bijvoorbeeld door versnippering.
systeem en er is aandacht voor
woningen langs de randen van de
Windturbines op een aantal plekken
landschapsbeleving en recreatie. Om
kernen, wat een verandering van het
kunnen een negatieve invloed hebben op
het landschap te beschermen wordt
landschap betekent. Met een
landschappelijke waarden.
duurzame energie alleen in bebouwd
&
veranderende agrarische sector zal
gebied en op industrieterreinen en
ook het agrarisch landgebruik
werklocaties opgewekt.
verminderen/veranderen, wat zowel een positieve als een negatieve invloed op het landschap kan hebben, afhankelijk van hoe die verandering eruit gaat zien. Inrichting energiepolder en kerncentrale kan ook zorgen voor afname van de kwaliteit van het landschap. Cultuurhistorische
In dit spoor wordt geen specifieke
In dit spoor wordt geen specifieke
Er wordt ingezet op herstel en behoud
waarden
aandacht besteed aan behoud of
aandacht besteed aan behoud of
van cultuurhistorie.
versterking van cultuurhistorische
versterking van cultuurhistorische
waarden. Wanneer er echter
waarden. Wanneer er echter uitbreiding
uitbreiding van kernen door
van alle kernen door woningbouw (‘straatje
woningbouw of bedrijventerreinen
erbij’) of van bedrijventerreinen komt, kan
komt, kan dit ten koste gaan van
dit ten koste gaan van cultuurhistorisch
54/138
Kenmerk Indicator
R004-1290110EMB-V03-sss-NL Spoor 1
Toelichting/aandachtspunt/advies/
Spoor 2
Toelichting/aandachtspunt/advies/
onderbouwing
onderbouwing
cultuurhistorisch waardevol gebied
waardevol gebied rondom deze kernen
langs de Spoorzone en buiten de kern
(met name aan de noordkant van Oss en
van Oss (met name aan de noordkant
Berghem en rond een heel aantal van de
van Oss).
kleinere kernen), afhankelijk van waar die
Spoor 3
Toelichting/aandachtspunt/advies/ onderbouwing
uitbreiding precies komt, gezien het feit dat er veel cultuurhistorisch waardevolle gebieden rond de kernen liggen of (kleinere) kernen zelf cultuurhistorische waarde hebben. Geluid
/
Verkeer: meer woningen zullen leiden
Verkeer: er komen woningen en
Verkeer: er is een afname van de
tot meer verkeersbewegingen, ook in
bedrijvigheid bij, wat leidt tot meer
logistieke sector voorzien, wat kan
het buitengebied, zeker door de
verkeersbewegingen en daarmee tot meer
nieuwe brug over de Maas bij Megen.
&
verkeerslawaai. In de hoofdkernen zijn alle
leiden tot minder verkeer en daarmee /
verkeersgeluid. Ook wordt ingezet op
Meer verkeersbewegingen kunnen
voorzieningen en hoeven mensen niet
deelmobiliteit, OV en langzaam verkeer.
zorgen voor meer verkeerslawaai. Wel
daarvoor de auto te pakken; vanuit de
Een lichte toename van inwoners en
wordt er ingezet op goed openbaar
kleinere kernen zal men voor een deel van
woningen kan wel weer leiden tot meer
vervoer (onder andere trein) wat
de basisvoorzieningen moeten reizen. Ook
verkeersbewegingen en daarmee
mogelijk zorgt voor minder grote
komt er meer ruimte voor allerlei
verkeerslawaai. Industrie:
toename van autoverkeer. Industrie:
bedrijvigheid, wat zorgt voor meer
milieucategorieën worden omlaag
zwaardere milieucategorieën komen
/
&
verkeersbewegingen en meer woon-
gebracht en zwaardere bedrijven
aan de rand van de kernen, waardoor
werkverkeer. Er wordt echter ook ingezet
verplaatst naar bedrijventerreinen. Als
er mogelijk een vermindering van
op deelmobiliteit, OV en fietsroutes, wat tot
dit bedrijven waren die voor
geluidsoverlast is als deze industrie nu
minder wegverkeer moet leiden en dus
geluidsoverlast zorgden, dan heeft dit
dichterbij woningen staat. Als deze
minder verkeerslawaai.
een positieve invloed op
bedrijven toegevoegd worden,
industrielawaai.
55/138
Kenmerk Indicator
R004-1290110EMB-V03-sss-NL Spoor 1
Toelichting/aandachtspunt/advies/
Spoor 2
Toelichting/aandachtspunt/advies/
onderbouwing
onderbouwing
betekent het juist een toename van
Industrie: er komt verspreid meer en
geluidsbelasting. Windturbines kunnen
diverse bedrijvigheid bij, en daarmee
voor meer geluid zorgen, maar staan
neemt de kans op industrielawaai toe. Er
wel in dunbevolkt gebied en dienen te
komt echter herstructurering, zodat
voldoen aan de geluidsnormen.
overlast voor omwonenden beperkt kan
Spoor 3
Toelichting/aandachtspunt/advies/ onderbouwing
blijven. Deze herstructurering zal voor een grotere concentratie van industrielawaai zorgen, want betekent dat er op plaatsen juist sprake zal zijn van meer lawaai en op andere plaatsen juist van minder lawaai. Hitte
Meer woningen in een hoogstedelijk
Woningbouw wordt gerealiseerd door ‘een
Bouwen door inbreiding betekent meer
leefklimaat kan hittestress als gevolg
straatje erbij’, zodat er ook ruimte blijft
mensen op hetzelfde oppervlak; het
voor groen (verkoeling). Ook wordt groen
aantal toe te voegen woningen is echter
van het stedelijk hitte-eilandeffect &
vergroten. Wel wordt er ingezet op
&
waar nodig opgewaardeerd en uitgebreid.
lager in dit spoor dan in de ambitienota.
parken en groene corridors en
Anderzijds komen er ook diverse vormen
Laag kwalitatief groen wordt deels
toegankelijke, groene daken die
van bedrijvigheid bij die in geval van meer
bebouwd. De ruimte wordt intensiever
kunnen zorgen voor koelteplekken.
verharding zonder toevoeging van groen
gebruikt (bijvoorbeeld in hoogte), wat
kunnen zorgen voor meer hitte.
ruimte creëert voor vergroening en klimaatadaptatie (bijvoorbeeld door pocket parcs). Inzet is dat groen meegroeit (m2 groen voor m2 wonen) en dat er natuurinclusief gebouwd wordt.
Hernieuwbare
In dit spoor wordt ingezet op een
Energieopwekking wordt vooral lokaal
Er wordt zonne-energie op water
energie
warmte-koude netwerk en op de
georganiseerd en is daardoor afhankelijk
opgewekt en beperkt duurzame energie
grootschalige opwekking van
van eigen initiatief van burgers. Daarnaast
opgewekt in bebouwd gebied. Het
56/138
Kenmerk
R004-1290110EMB-V03-sss-NL
Indicator
Spoor 1
Toelichting/aandachtspunt/advies/
Spoor 2
Toelichting/aandachtspunt/advies/
Spoor 3
Toelichting/aandachtspunt/advies/
onderbouwing
onderbouwing
onderbouwing
duurzame energie met windturbines in
zijn er op twee locaties windturbines
aandeel hernieuwbare energie zal licht
de zogenoemde energiepolder. Ook
geplaatst. Het aandeel hernieuwbare
stijgen.
wordt er een kleine Small Modular
energie zal licht toenemen.
Reactor (SRM) gebouwd, een kleine flexibele kerncentrale, om aan de energievraag te voldoen. Kernenergie is echter geen hernieuwbare energie. Verkeersveiligheid
Dit spoor geeft geen specifieke aandacht aan verkeersveiligheid. Meer inwoners kan leiden tot meer &
&
Door groei zullen er meer
Door woningbouw mogelijk een lichte
verkeersbewegingen zijn, waardoor kans
toename van verkeersbewegingen en
op ongevallen toeneemt. Er wordt echter
daarmee meer risico op &
verkeersbewegingen en daarmee een
ook ingezet lokale voorzieningen en op
grotere kans op ongevallen. Het
deelmobiliteit en OV, waardoor die kans
verkeersongevallen. Ook wordt erg ingezet op wandel- en fietsroutes, wat in
uitplaatsen van bedrijven met een
weer kan verminderen omdat mensen dan
combinatie met recreatieve
zwaardere milieucategorie naar de
minder grote afstanden hoeven af te
verbindingen in het buitengebied kan
rand van de hoofdkernen, kan een
leggen en meer gebruik kunnen maken
leiden tot meer verkeersongevallen,
verbetering van de verkeersveiligheid
van OV/deelmobiliteit wat kan leiden tot
tenzij er gekozen wordt voor
in die hoofdkernen betekenen
minder vervoerbewegingen. Verder kan
gescheiden fietspaden. Meer
wanneer dit zorgt voor minder
meer verspreide industrie (en landbouw,
verkeersbewegingen (in buitengebied,
verkeersbewegingen in de kern van
inclusief vervoer of transport) leiden tot
in verband met recreatie) kan risico’s
zwaar verkeer. Ondertunneling van het
meer gevaarlijke situaties in het
met zich meebrengen. Het afschalen
spoor in Oss kan de verkeersveiligheid
buitengebied.
van de logistieke sector kan zorgen
juist vergroten en ook de grote inzet
voor minder verkeersbewegingen en
op ov-verbindingen en op openbaar
daarmee voor een afname van het
vervoer, zoals het toevoegen van een
risico op ongevallen.
station in Geffen en in Berghem. Om
57/138
Kenmerk Indicator
R004-1290110EMB-V03-sss-NL Spoor 1
Toelichting/aandachtspunt/advies/
Spoor 2
Toelichting/aandachtspunt/advies/
onderbouwing
Spoor 3
Toelichting/aandachtspunt/advies/
onderbouwing
onderbouwing
Door de toevoeging van twee stations
Deelmobiliteit wordt georganiseerd vanuit
In dit spoor vindt geringe
en het inzetten op fiets, deelauto en
de gemeenschappen, de afhankelijkheid
bevolkingsgroei plaats door inbreiding.
busverbindingen zal het aandeel
van het eigen initiatief van de burger is
Er wordt ingezet op deelmobiliteit met
de kernen langs de Maasoevers met elkaar te verbinden wordt ingezet op een goed (OV- en) fietsnetwerk. Daarbij moet aandacht zijn voor veiligheid (door bijvoorbeeld gescheiden fietspaden) om ongevallen te voorkomen. Modal split
&
duurzame mobiliteit toenemen. Door
hierdoor groot. Daarnaast wordt er ingezet
een belbus en recreatieve fiets- en
de verwachte bevolkingsgroei zal ook
op OV en (snel)fietsroutes. Er wordt
wandelroutes. Aangezien er vooral
het totale vervoer toenemen,
ingezet op verspreiding en uitdijen van de
maatregelen worden genomen voor
waaronder het autogebruik.
kernen, waardoor het autogebruik mogelijk
recreatief verkeer, zal dit spoor naar
groeit. Door ook in de kernen voldoende
verwachting een neutrale invloed
voorzieningen te realiseren wordt deze
hebben op de modal split.
mogelijke ontwikkeling gemitigeerd. Bereikbaarheid
De totale bevolking zal toenemen wat
In dit spoor wordt ingezet op uitbreiding
Er wordt weinig gedaan aan het
zorgt voor meer verkeersbewegingen.
van de stad Oss en de kernen. Hierdoor
verbeteren van de trein- en
Er wordt extra ingezet op het &
groeit het aantal verkeersbewegingen.
wegverkeersknelpunten. Door de
voorkomen van knelpunten in het
Door in de kernen voldoende
geringe bevolkingsgroei zal de invloed
treinverkeer, maar niet in het
voorzieningen te realiseren wordt deze
van dit spoor op deze knelpunten
wegverkeer. Naar verwachting zullen
ontwikkeling mogelijk voor een deel
beperkt zijn.
knelpunten bij het treinverkeer
gemitigeerd. In dit spoor wordt ingezet op
daardoor niet verder toenemen of
het organiseren van deelmobiliteit vanuit
&
58/138
Kenmerk Indicator
R004-1290110EMB-V03-sss-NL Spoor 1
Toelichting/aandachtspunt/advies/
Spoor 2
Toelichting/aandachtspunt/advies/
onderbouwing
onderbouwing
mogelijk zelfs afnemen. Naast de trein
de gemeenschap en frequenter openbaar
wordt er ingezet op de fiets, deelauto’s
vervoer en snelfietsroutes tussen de
en busverbindingen. De deelauto’s en
kernen. Er wordt geen specifieke actie
busverbindingen zorgen mogelijk voor
ondernomen om de knelpunten voor het
meer drukte, met name als het gaat
trein- en wegverkeer, die zich met name
om de knelpunten voor het
bevinden in de stad Oss, weg te nemen.
Spoor 3
Toelichting/aandachtspunt/advies/ onderbouwing
wegverkeer. Woningvoorraad
Uitgangspunt in elk spoor is dat wat
Uitgangspunt in elk spoor is dat wat
Uitgangspunt in elk spoor is dat wat
gebouwd wordt voldoet aan de
gebouwd wordt voldoet aan de
gebouwd wordt voldoet aan de
woningbehoefte. Dit zorgt voor een
woningbehoefte. Dit zorgt voor een betere
woningbehoefte. Dit zorgt voor een
betere situatie dan in de autonome
situatie dan in de autonome ontwikkeling
betere situatie dan in de autonome
ontwikkeling het geval zou zijn.
het geval zou zijn.
ontwikkeling het geval zou zijn.
Beschikbaarheid
In alle sporen groeien de
Inzet om in alle hoofdkernen alle
Inzet is voorzieningen in de
sociale
voorzieningen mee met het aantal
basisvoorzieningen (bereikbaar) te
hoofdkernen en het creëren van meer
voorzieningen
inwoners, wat betekent dat er meer
hebben, daarbij inzet op lokale
draagvlak voor voorzieningen door in te
voorzieningen in de Spoorzone bij
bedrijvigheid en lokale initiatieven. Uitgaan
spelen op recreatie en toerisme in het
zullen komen, wat positief is. Doordat
van lokale initiatieven en draagkracht is
buitengebied en daarmee bewoners en
de schaalvergroting met name in de
wel kwetsbaar in verband met vergrijzing
bezoekers aan te trekken. De kleinere
Spoorzone zal plaatsvinden, komt het
en daarmee minder beschikbare mensen.
kernen zijn aangewezen op de
&
voorzieningenniveau in de kleinere
hoofdkernen, maar worden wel goed
kernen wel onder druk te staan door
verbonden door mobiliteitshubs en
vergrijzing en doordat er minder vraag
deelmobiliteit. Door vergrijzing komen
naar zal zijn.
voorzieningen onder druk te staan.
59/138
Kenmerk Indicator
R004-1290110EMB-V03-sss-NL Spoor 1
Bedrijvigheid
&
Toelichting/aandachtspunt/advies/
Spoor 2
Toelichting/aandachtspunt/advies/
Spoor 3
Toelichting/aandachtspunt/advies/
onderbouwing
onderbouwing
onderbouwing
Er is niet expliciet benoemd dat er
Uitbreiding van een aantal
Er komt niet meer ruimte voor
extra ruimte voor bedrijvigheid komt,
bedrijventerreinen en ook herstructurering
bedrijventerreinen, wel worden
terwijl die ruimte wel nodig is (licht
(met goede bereikbaarheid).
bedrijventerreinen opnieuw ingericht en
negatief). Door verplaatsing van
wordt ruimte intensiever gebruikt.
bedrijven naar andere terreinen
Agrariërs krijgen ruimte voor verbreding
ontstaat er echter op sommige
van hun activiteiten. Er komt minder
terreinen weer ruimte voor uitbreiding
ruimte voor grootschalige logistiek en
van bestaande bedrijven. Wel is het de
bedrijvigheid met hoge
bedoeling dat er in de landbouwsector
milieucategorieën.
ruimte is voor nieuwe bedrijvigheid, met nauwe banden met het bedrijfsleven.
60/138
Kenmerk
4.4
R004-1290110EMB-V03-sss-NL
Van sporen naar omgevingsvisie (voorkeursalternatief)
Op basis van de hoofdlijnen van de drie gebiedsvisies en de gemeentebrede ambitienota is de koers voor Oss in 2040 verder onderzocht. Ontwikkelingen en nieuw beleid volgen elkaar in snel tempo op, dus waar nodig zijn opgaven of ambities aangescherpt of bijgesteld. Vervolgens is aan de hand van ontwikkelsporen het gesprek gevoerd over de gewenste ontwikkelrichting van de stad, de kernen, de werklocaties en het buitengebied. Er zijn gesprekken gevoerd daarover met de samenleving, (maatschappelijke) partners, de politiek en de ambtelijke afdelingen. De ontwikkelsporen gaven een verbeelding en beschrijving van drie verschillende toekomsten voor Oss. Met de ontwikkelsporen op tafel is besproken wat men als voorstelbare en wenselijke ontwikkelingen zag voor de gemeente Oss, maar ook is geduid welke elementen hier niet bij passen. Met de opbrengsten van deze gesprekken en de resultaten van een online enquête is de koers richting 2040 vastgelegd in het Koersdocument: een toekomstverhaal en 4 kernambities uitgewerkt met strategische keuzes om tot deze toekomst te komen: het voorkeursalternatief. Dit alternatief is verder uitgewerkt in de omgevingsvisie. De ontwikkelsporen waren een gespreksmiddel om de bouwstenen te destilleren voor de omgevingsvisie: we hebben nadrukkelijk dus niet voor een van de sporen gekozen.
61/138
Kenmerk
R004-1290110EMB-V03-sss-NL
5 Beoordeling effecten van de omgevingsvisie Dit hoofdstuk beschrijft de effecten van de omgevingsvisie op de leefomgeving. In deze beoordeling is het doelbereik nog niet meegenomen. Oftewel in hoeverre de ambities uit de omgevingsvisie ook echt uitvoerbaar zijn is in deze stap nog niet getoetst. Dit komt aan bod in hoofdstuk 8 van dit plan-MER. De methode van de effectbeoordeling is toegelicht in paragraaf 3.1.