Kadernota 2025-2028
Tekst van het document
Tegelijkertijd kijken we naar knelpunten op wijk- en gemeenteniveau. Daar zetten we in op koppelkansen, wanneer daar vanuit andere programma’s of ontwikkelingen zich al een verandering voordoet. Meanderende Maas gaat de uitvoeringsfase in en het Bos van Oss zal verder aangelegd worden. Nieuwe en gewijzigde wetgeving voor de energietransitie vraagt meer initiatief en verantwoordelijkheid van de gemeente. De Wet collectieve Warmte (WCW) moet ervoor zorgen dat collectieve warmtesystemen de komende jaren verder kunnen worden ontwikkeld. De Wet Gemeentelijke Instrumenten Warmtetransitie (WGIW) geeft gemeenten bevoegdheden om regie te voeren op de wijk- of gebiedsgerichte aanpak van de warmtetransitie. We zijn hier als gemeente nog niet op toegerust. Van rijkswege is hier nog geen handreiking in gedaan. Voor de wijkuitvoeringsplannen is een gedegen aanpak ontwikkeld. Met deze aanpak wordt voor iedere wijk een intensief participatieproces doorlopen om te komen tot een keuze voor het duurzaam verwarmen van woningen in de toekomst. Inwoners benaderen de gemeente regelmatig met de vraag wanneer duidelijkheid te krijgen van de gemeente zodat zij hun eigen investeringen kunnen afstemmen op de toekomstige warmtevoorziening. De beperkte capaciteit is hier een uitdaging.
Netschaarste heeft groot impact op de voortgang van de energietransitie, maar ook op de economische vitaliteit, woningbouwopgave en ruimtelijke inrichting. De samenhang tussen energie, netschaarste en ruimtelijke inrichting vraagt nadrukkelijk aandacht vanwege diverse ruimteclaims die netbeheerders neerleggen, maar ook de eigen ontwikkelingen. Deze inpassing zal extra inzet vragen voor samenwerking met de netbeheerder en ruimtelijke inpassing. Naar verwachting zal in het najaar van 2024 besluitvorming plaatsvinden over het voorkeursalternatief duurzame polder. Het is hierna aan initiatiefnemers om een vergunningaanvraag in te dienen en deze te toetsen aan gestelde kaders. De openbare ruimte wordt steeds intensiever gebruikt en kent steeds meer functies. Het moet plaats bieden aan mobiliteit, sport en recreatie, evenementen, klimaatadaptatie, ondergrondse infrastructuur, etc. Dit vraagt om in ontwikkeling en beheer te anticiperen op deze veranderingen en multidisciplinaire samenwerking binnen het ruimtelijk domein. Op afvalgebied zetten we een volgende stap richting circulaire economie. Inzet is om in 2030 minstens 60% afval te recyclen. ‘Scheiden aan de bron waar het kan, nascheiding waar het moet’ blijft daarbij het leidend principe, waarbij we in 2025 voornemens zijn deel te nemen aan ‘Midwaste’.
45
2. Wat zijn de komende periode de belangrijkste speerpunten? Klimaatadaptatie We bouwen aan een klimaatadaptief Oss, waarin bewoners, bedrijven, flora en fauna minder kwetsbaar zijn voor de effecten van klimaatverandering. We zetten de komende jaren de eerste stappen richting de doelen voor 2050: het beperken van wateroverlast, grip krijgen op droogte, veilig zijn bij hoog water, verkoeling tijdens hitte en robuuste ecosystemen. Hoe we dat doen, is vastgelegd in een uitvoeringsprogramma. Het uitvoeringsprogramma hebben we samen opgesteld met partners in Oss, zoals het waterschap, woningcorporaties, vrijwilligers- en belangenorganisaties zoals IVN Oss, Landschapsbeheer Oss, de ZLTO en anderen. We kiezen daarbij voor een integrale aanpak, waarbij we inzetten op het zoveel mogelijk combineren van opgaven op het gebied van klimaatadaptatie en het realiseren van (andere) maatschappelijke baten. We zorgen dat we ons eigen huiswerk op orde hebben. We kijken wáár ingrepen het meest nodig zijn (knelpunten) en hoe we kunnen werken aan robuuste groen-blauwe netwerken die allerlei voordelen met zich meebrengen voor de leefbaarheid en gezondheid van onze inwoners. We kunnen het echter niet alleen. Samen met onze partners voeren we dit programma de komende jaren uit. Daarbij stimuleren en betrekken we ook inwoners en bedrijven om mee te werken aan een klimaatadaptief Oss.
Energietransitie Voor het aardgasvrij maken, werken we met een wijkaanpak. Samen met bewoners doorlopen we een intensief traject om tot een warmte alternatief te komen. Deze aanpak blijkt succesvol: er is vertrouwen en draagvlak. In 2025 willen we deze aanpak uitbreiden naar andere buurten. Onze huidige bezetting is daar niet op uitgerust, het zal nog tot in de jaren '30 duren voordat in alle wijken en dorpen een participatieproces is geweest. Inwoners vragen regelmatig om duidelijkheid voor hun eigen wijk, zodat zij hun eigen investeringen op kunnen afstemmen. Dit biedt een uitdaging binnen de beschikbare capaciteit. De gemeenten hebben in het klimaatakkoord een regisseursrol gekregen in de warmtetransitie. Om te bepalen hoe we die gaan invullen, zullen er meerdere sessies nodig zijn met de gemeenteraad. Allereerst richtingbepalend hoe we die rol willen invullen. Te denken valt aan een gesprek of we volgend, leidend of ondernemend willen acteren. En vervolgens zullen we verder de diepte ingaan met de gemeenteraad wat dat betekent qua verantwoordelijkheden, financiën, risico’s, samenwerkingen met partners, etc. Onderdeel van dit proces zullen ook een of meerdere onderzoeken zijn ter ondersteuning van deze gesprekken. Uiteraard zijn de aankomende (concept) Wet Collectieve Warmte en Wet Gemeentelijke Instrumenten Warmtetransitie (WGIW) onderdeel van dit traject.
Het ontbreken van een soortenmanagementplan (SMP) remt de ontwikkeling van de energiebesparingsopgave. Hierdoor kunnen onze inwoners geen gebouwgebonden maatregelen treffen voor na-isolatie, zoals spouwmuurisolatie. In 2025 moeten we daarom werken aan een SMP. Het SMP is een uitvloeisel van de omgevingswet en verplicht de bescherming van bedreigde plant- en diersoorten. Pas wanneer een ontheffing verleend is, kunnen isolatiemaatregelen weer uitgevoerd worden. We onderzoeken de mogelijkheid om bestaande subsidies te combineren om een deel van de kosten te kunnen dragen. Ook volgen we de landelijke ontwikkelingen in hoeverre BZK hier een handreiking in doet. In alle gevallen lijkt een eigen bijdrage onontkoombaar. We zullen dit verder uitwerken voor de programmabegroting 2025. Netcongestie is geen onderdeel van de taken die behoren tot de uitwerking van het Klimaatakkoord, we ontvangen hier geen middelen voor. Het is wel een onderwerp waar we in de gemeente mee te maken hebben en wat inzet van ons vraagt. We hebben een aantal werkzaamheden hierop: medewerking verlenen aan de planning en procedure voor de uitbreidingen van het elektriciteitsnet. Het gaat dan om het programmeren van de uitbreidingen van de stations en het vervangen van de kabels. Dit vraagt om een intensief samenwerkingstraject met de lokale netbeheerder.
Daarnaast speelt ook het traject van de verbinding van het lokale net, met het hoogspanningsnet. Dat moet ervoor zorgen dat er vanaf omstreeks 2030 weer capaciteit is op het elektriciteitsnet in Oss. Daarvoor zal er een extra hoogspanningsstation in Oss moeten komen. Uiteraard zijn dat zorgvuldige procedures, met een lange doorlooptijd. Ook dat vraagt van ons inzet om daarin te
46
begeleiden. Ondertussen zijn er wel mogelijkheden. Als de gemeente Oss bedrijven(terreinen) daarin wil faciliteren, dan is ook daarvoor extra capaciteit nodig. We bekijken hierbij ook in hoeverre we kunnen prioriteren binnen bestaande middelen. Energiesysteem en energieplanologie Het in 2024 vastgestelde Nationaal Plan Energiesysteem (NPE) heeft een verdere doorwerking op provinciaal en lokaal niveau. De uitwerking daarvan volgt. Wat we daarvan al zien is dat, naast water- en bodemsturend, energie een randvoorwaarde is voor ruimtelijke ontwikkelingen. Dat is duidelijk geworden vanwege problemen, zoals netcongestie. Dat betekent dat we bij die ruimtelijke ontwikkelingen energie prominent aan de voorkant moeten bespreken. Naast de beschikbaarheid van energie, moeten we ook nadenken over de ruimtelijke impact en de balans van het lokale energiesysteem. Het is noodzakelijk om hierop te acteren, om de remmende factor van beschikbaarheid en ruimteclaim van energie zoveel mogelijk te beperken. Dat kan door naar lokale oplossingen te kijken. Dit betekent een uitbreiding van onze takenpakket. Openbare ruimte Het gebruik van de openbare ruimte wordt intensiever en steeds diverser. Dit heeft invloed op het beheer van de openbare ruimte en daarmee de kosten die gepaard gaan hier mee.
Openbaar groen We constateren dat het onderhoud van de openbare ruimte (bestekken) een forse prijsstijging laat zien. Dit vraagt ons te heroverwegen welk onderhoudsniveau op welke locatie houdbaar is in combinatie met beschikbare middelen. We werken richting de begroting enkele scenario's uit. Deze ontwikkeling kan ook als mogelijkheid worden aangegrepen om over te stappen op nieuwe, extensievere vormen van beheer die beter aansluiten bij hedendaagse opvattingen over duurzaamheid. Herijking speelruimtebeleid 2017 In 2025 gaan we het huidige speelruimtebeleid herijken. Gericht op deze behoefte stellen we de beleidsnota ‘Spelen, bewegen en ontmoeten in de openbare ruimte’ en bijbehorend uitvoeringsprogramma op. Daarnaast pakken we speeltuinen aan vanuit de motie ‘Herijking speeltuinbeleid’. Welk investeringsbudget nodig is voor de vervanging van speeltoestellen en het hervormen van speeltuinen is nog niet bekend. Uitgangspunt hierbij is dat we dit betalen binnen bestaande budgetten. Voor regulier onderhoud is reeds onderhoudsbudget gereserveerd in de begroting. Herijking KOR De Osse Kwaliteitscatalogus Openbare Ruimte (KOR) beschrijft de beeldkwaliteitsniveaus voor het onderhoud van de openbare ruimte. In het najaar van 2023 is de nieuwe KOR 2023 door CROW (kenniscentrum voor infrastructuur, openbare ruimte, verkeer en vervoer) geïntroduceerd.
De criteria in de huidige Osse KOR zijn echter nog steeds gebaseerd op CROW-KOR 2013. In 2024 brengen we in kaart wat de wijzigingen zijn en de mogelijke impact op de kwaliteitsscores. Dit dient als basis voor een bredere evaluatie van de KOR en een herziening in 2025. Afval We hebben de afgelopen jaren flinke stappen gezet om de hoeveelheid afval te verminderen en om het gescheiden inzamelen van huishoudelijk afval te verbeteren. Verdere daling is hooguit mondjesmaat haalbaar, terwijl de kosten van afvalverwerking blijven stijgen. Dit leidt tot tekorten en een stijging van de afvalstoffenheffing. Daarom werken toe naar een nieuwe koers en aanpak. Hierbij willen we een volgende grote stap zetten richting de circulaire economie. In lijn met de Europese doelstellingen zullen we nog meer gaan focussen op recyclen. Het nieuwe doel: in 2030 recyclen we minimaal 60% van het huishoudelijk afval. We laten de oude doelstelling van maximaal 100 afval kilo niet los, maar het accent verschuift naar het percentage gerecycled materiaal.
47
We hebben recent een nieuwe overeenkomst afgesloten, waarin afspraken zijn gemaakt over het verwerken van groenafval. We nemen deel aan proeven voor kleine, lokale kringlopen waarbij we inzetten op duurzaam hergebruik van het vrijgekomen groenafval. Denk daarbij aan gekapte bomen als speelaanleiding of bladeren die blijven liggen als bodemverbeteraar. Nascheidingsinitiatief Daarnaast werken we samen met een aantal Brabantse gemeenten en de provincie aan mogelijkheden van nascheiding als aanvulling op bronscheiding. We willen meer grondstoffen halen uit het restafval van met name sterk verstedelijkt gebied (hoogbouw). Het motto daarbij is ‘bronscheiding waar het kan, nascheiding waar het moet’. Door hergebruik beperken we de CO2-uitstoot en de kosten en houden we de dienstverlening aan de inwoners op peil. Eind 2024/begin 2025 besluiten we of we deelnemen aan het nascheidingsinitiatief via Midwaste. Veilige en gezonde leefomgeving Bodem-, water- en luchtkwaliteit Bewaking en borging van de kwaliteit van bodem, water en lucht is een belangrijke basisvoorwaarde voor een veilige en gezonde leefomgeving. Door de invoering van de Omgevingswet vraagt het opstellen van het Omgevingsplan aandacht en inspanning op verschillende thema’s, zoals lucht, geur, geluid, omgevingsveiligheid, bodem en water.
In 2020 heeft de gemeente het Schone Lucht Akkoord getekend, in 2024 is het uitvoeringsplan ‘Schone Lucht Akkoord’ geactualiseerd. Een onderdeel van de invulling van het Schone Lucht Akkoord is het landelijke programma Schoon en Emissieloos Bouwen. Werk-, voer- en vaartuigen in de bouw stoten stikstof-, CO2- en fijnstofemissies uit die schadelijk zijn. Een reductie van deze emissies zorgt voor een verbetering op het gebied van de natuur, klimaat en gezondheid. Door het toepassen van emissie-eisen bij werkzaamheden in de openbare ruimte werken we aan verdere verduurzaming van de openbare ruimte. Om activiteiten van het Schone Lucht Akkoord uit te voeren, en tevens in aanmerking te komen voor co-financiering door het rijk, is budget nodig. Tot dusver is telkens incidenteel vanuit afdelingen/programma's een financiële bijdrage geleverd, we bekijken of we dit structureel kunnen financieren uit bestaande budgetten. Financiële vertaling van de speerpunten en maatregelen We geven hierna de financiële vertaling weer van de speerpunten en de eventuele maatregelen voor besparingsmogelijkheden. We werken deze posten uit richting de programmabegroting 2025-2028. Bedragen x € 1.000 Prioriteiten
2024
Capaciteit energietransitie Totaal programma 4. Klimaat, energie en openbare ruimte
0
2025
2026
2027
2028
PM
PM
PM
PM
0
0
0
0
Capaciteit energietransitie Voor de uitvoering van de energietransitie is extra capaciteit van belang. Daarmee is het nog onzeker of we de ambities gaan realiseren. De hoogste prioriteit hierbij heeft het werken aan het reduceren van de grootste knelpunten vanuit netschaarste. Richting de programmabegroting 2025-2028 werken we uit waar we minimaal wettelijk aan moeten voldoen en waar de focus op moeten leggen. We bekijken daarbij ook in hoeverre we kunnen prioriteren binnen bestaande middelen. Ook voor het opstellen en onderhouden van het soortenmanagementplan brengen we richting de programmabegroting in beeld wat (financieel) noodzakelijk is.
48
Programma 5. Economie
49
1. Wat willen we bereiken? Onze brede welvaart is opgebouwd door eigenzinnige start-ups, trotse familiebedrijven, toonaangevende multinationals en een gevarieerd midden- en kleinbedrijf. Ze werken in ketens waar zij de meeste waarde kunnen toevoegen. Bijvoorbeeld doordat zij nieuwe producten en diensten ontwikkelen en ontwerpen, die vaak dicht bij de eindgebruiker staan. Onze arbeidsproductiviteit is hierdoor groot en is een belangrijke stuwende kracht voor economische groei en welvaart. Een gezond ondernemersklimaat en voldoende arbeidspotentieel zijn essentieel om de toekomst van een welvarend en leefbaar Oss te waarborgen. Samen met het bedrijfsleven, het onderwijs, andere overheden en regionale en landelijke organisaties bouwen we aan een duurzame, vitale (lokale en regionale) economie die klaar is voor de toekomst. Daarbij zetten we in op een goede afstemming tussen onderwijs en bedrijfsleven en een goed kwantitatief en kwalitatief aanbod van arbeid. Wij vinden het belangrijk dat gevestigde en nieuwe bedrijven zich duurzaam in Oss kunnen blijven ontwikkelen. Daar richten we ons accountmanagement op. We zijn vertegenwoordigd in lokale, regionale en landelijke netwerken. Zo bouwen we aan een sterke economische profilering van Oss als moderne maakstad en vergroten we onze bestuurlijke slagkracht.
Bovendien bevindt zich in Oss één van de grootste en meest succesvolle Life Sciences clusters van Nederland. Om de noodzakelijke concurrentiekracht en kennisinfrastructuur naar de toekomst toe te kunnen blijven waarborgen, werken we met stakeholders aan de verdere ontwikkeling van dit cluster in de regio Arnhem-Nijmegen en de provincie Noord-Brabant. Dit kan tevens bijdragen aan het aantrekken van talent en het doorontwikkelen van de lokale arbeidsmarkt gericht op een duurzame toekomst. Van belang voor de economische toekomst is ook voldoende ruimte voor bedrijven, zoals de herontwikkelingsopgave op bestaande terreinen. Maar denk ook aan mobiliteit en de Spoorzone ontwikkelingen. Zo zorgen we dat Oss ook in de toekomst een moderne maakstad is en blijft. En dat mag gezien worden. We dragen deze ontwikkeling actief uit in onze gesprekken op verschillende niveaus, netwerken, bijeenkomsten, evenementen, maar ook op social media. In 2025 actualiseren we, samen met onze ondernemers, onze strategienota Economie. 2. Wat zijn de komende periode de belangrijkste speerpunten? Ruimte voor bedrijven Om zowel in kwantitatieve als in kwalitatieve zin ontwikkelkansen voor bedrijven mogelijk te blijven maken, is fysieke ruimte nodig. De bedrijventerreinen spelen hierin een belangrijke rol.
Zonder uitbreidingsmogelijkheden zullen succesvolle Osse bedrijven naar alternatieven moeten zoeken, eventueel buiten Oss en ook de regio. Dit heeft gevolgen voor de lokale arbeidsmarkt en indirect of direct voor voorzieningen, leefbaarheid etc. In 2025 zal er een nieuw regionaal meerjarig bedrijventerreinprogramma liggen voor Noordoost Brabant en een ruimtelijk economische visie voor Oss. Hierin nemen we ook actuele ontwikkelingen, zoals netcongestie en verduurzaming mee. De ontwikkeling van Heesch West moet ruimte bieden aan middelgrote en grote ruimtevragers (vanaf 5.000 m²) met name uit de regio Bernheze, ’s-Hertogenbosch en Oss, onder meer voor de logistiek, bouw en maakindustrie. Een SEC (Strategisch Energie Concept) op het terrein biedt mogelijk een oplossing voor de situatie dat het terrein voorlopig nog geen energienet aansluiting heeft. We verkennen intensiveringsmogelijkheden op bestaande locaties en starten met een pilot Danenhoef. Eén van de instrumenten om meer op bestaande bedrijfslocaties mogelijk te maken, is het omgevingsplan. Het intensiveren van het ruimtegebruik is ook nodig voor verduurzaming. Dit pakken we integraal op en in samenwerking met de gevestigde bedrijven, zoals met het provinciale project Grote Oogst voor het terrein Moleneind en verankeren we ook binnen de regio.
Daarnaast zetten we in op de (door)ontwikkeling van campus Pivot Park aan de zuidzijde van het station Oss als onderdeel van de spoorzone en het masterplan Spoorzone Oss. Vanzelfsprekend moet ook buiten de bestaande bedrijventerreinen ruimte zijn om te ondernemen. Daarbij kijken we vooral naar mogelijkheden vanuit de gedachte: het juiste bedrijf op de juiste plaats. Ook de stedelijke omgeving biedt volop ruimte om te werken.
50
Haven De haven in Oss geldt als de grootste binnenhaven van Brabant en is een tri-modaal logistiek knooppunt van hoofdwegennet, goederenspoor en groot binnenwater. Oss heeft daarmee een interessante positie in de logistieke markt en dat biedt veel kansen. De potentie van de haven benutten we op dit moment niet ten volle. Slechts een beperkt aantal bedrijven dat gevestigd is in de haven, is daadwerkelijk havengebonden. Mede daardoor blijven de inkomsten van het Havenbedrijf achter. Een visie op de haven moet meer helderheid geven over de toekomst van de haven, de aangelegen percelen en het streven om vrijkomende gronden in en nabij de haven met watergebonden bedrijven in te vullen. Van werken naar wonen We krijgen te maken met de transformatie van werken naar wonen. Met de transformatie van Euterpepark naar grotendeels wonen, gaat de aandacht uit naar de in te passen werkfunctie in het gebied. In BrabantStadverband nemen we deel aan de PROVADA, Nederlands grootste vastgoedbeurs in de RAI Amsterdam. Het aantrekken en behouden van talent In de economie van de toekomst, maken mensen het verschil. We benutten ons arbeidspotentieel zo goed mogelijk, want door de ontgroening en vergrijzing is de arbeidsmarkt krap.
Technologische innovaties als digitalisering, smart industry, robotisering en AI bieden zowel kansen als uitdagingen voor onze (maak)bedrijven en beïnvloeden in een steeds hoger tempo onze arbeidsmarkt. We zetten in op het behouden en aantrekken van talent voor onze bedrijven, maar ook op talent dat wil ondernemen. Hierbij richten wij ons op alle niveaus: hogescholen, universiteiten en in het bijzonder ons eigen mbo. We streven naar een arbeidsmarkt van morgen die wendbaar is, met voldoende perspectief op werk met verschillende niveaus, carrièremogelijkheden en aandacht voor een leven lang leren. Samen met werkgevers geven wij invulling aan de Lerende Stad Oss (Unesco Learning Cities). Hierin werken wij nauw samen met programma 2. Werk, inkomen en onderwijs. Oss Pharma cluster Biotechnologie is één van de gebieden waarin het Osse Pharma cluster sterk is, en al 25 jaar ervaring in heeft opgebouwd. Ook in het ontwikkelperspectief voor de spoorzone is het cluster rondom Pivot Park en naastgelegen pharmaindustrie de belangrijkste pijler. We zetten in op samenwerking tussen belanghebbenden binnen het life sciences cluster, Pivot Park, de overheidspartners en de omgeving. We werken samen aan een ruimtelijk economische ontwikkelstrategie. Gevolgd door een ontwerpproces voor de omgeving waarmee we het pharma cluster faciliteren en de verbinding maken met de stad.
Hiermee versterken we de positie van de stad en vergroten ons verbindende vermogen als tegenhanger van Nijmegen en Eindhoven. Ook de herontwikkelingsmogelijkheden voor de locatie Moleneind en de uitkomsten van het project Grote Oogst nemen we hierin mee. Tot 2040 verwacht Pivot Park te groeien van 1.000 naar 4.000 arbeidsplaatsen. Dit zou het cluster in belangrijke mate versterken. Er is daarom inzet nodig om deze groei te kunnen faciliteren en het Pivot Park en haar omgeving te verbinden en om te vormen tot een aantrekkelijk stedelijk werkmilieu (campus), dat aansluit op de omgeving (station, Moleneind, Molenstraat). Pivot Park doet hiervoor mogelijk een beroep op haar aandeelhouders om werkgelegenheid te behouden. Hiervoor is het van belang om te weten welke wensen de verwachte nieuwe medewerkers hebben ten aanzien van mobiliteit en wonen, zodat we daarop kunnen inspelen. Startup Ecosystemen Nederland heeft een koploperspositie in Europa als het gaat om aantal startups. Toch daalt het aantal startups dat doorgroeit naar scale-ups, mede doordat een goede ondersteuning ontbreekt en het lerend vermogen van het ecosysteem te laag is. Een voorziening om innovatieve starters met opschaalbare business en scale-up bedrijven te ondersteunen ontbreekt nu in onze regio, waar andere Brabantse regio’s hier wel over beschikken.
Het gaat daarbij om de organisatie van samenwerking met partijen en het bouwen van een structuur die deze startersdoelgroep in de regio verder helpt en doorverwijst ook in netwerken. Samen met de regio wordt een ontwerpvoorstel uitgewerkt.
51
Duurzame en circulaire economie De komende jaren zetten we ons extra in om duurzaam en circulair ondernemen te stimuleren. Daarnaast zetten we in op het reduceren van grondstoffen en logistieke bewegingen voor afval op bedrijventerreinen. Grondstoffen proberen we zoveel mogelijk in de keten terug te brengen. In 2027 willen we de eerste circulaire hub in Oss neerzetten, zodat grondstoffen langer meegaan. Dit doen we samen met onze ondernemers en onderwijsinstellingen. Maar ook het parkmanagement op bestaande bedrijventerreinen kan worden opgehangen aan verduurzaming, zoals het Grote Oogst terrein Moleneind. Om het parkmanagement door te kunnen ontwikkelen, is langjarige financiering nodig. De verkenning hiervoor starten we op. Transitie van de landbouw Het poldergebied in de gemeente Oss nog één van de weinige plekken in Noordoost-Brabant waar intensieve kringlooplandbouw in de toekomst mogelijk is. Bij deze vorm van landbouw gaan boeren zo efficiënt en duurzaam mogelijk om met water, voedingsstoffen en bodem. In Oss zijn relatief veel jonge, enthousiaste ondernemers die graag hun agrarische bedrijfsvoering willen voortzetten. Zowel agrariërs als gemeente voelen de noodzaak dat er iets moet gebeuren. Om de samenwerking tussen de boeren vorm te geven, is begin 2024 het Agrarisch Collectief Oss (ACO) opgericht.
Het ACO is een gebiedsorganisatie waarbinnen uiteindelijk meer dan honderd boeren gaan samenwerken. Zij zorgen dat de uitvoeringsagenda voor de Westelijke en Oostelijke Polder vorm krijgen, maar ook worden uitgevoerd. Het creëren van planologische voorwaarden en het voldoen aan de landelijke en provinciale opgaven op het gebied van bijvoorbeeld stikstof, CO2-reductie, kringlooplandbouw, energieopgaven en het verbeteren van de water- en bodemkwaliteit worden hierin meegenomen. Gerichte aanpak toerisme en recreatie We zetten in op het ontwikkelen en verder versterken van onze vrijetijdseconomie. Dit doen we in verbinding met andere opgaven en projecten in het economisch domein. Vanuit een langetermijnperspectief betekent dit dat we inzetten op aanbod innovatie en ondernemerschap. Een effectieve vraagsturing is hierbij van belang. Na het beëindigen van de samenwerking met VVV Noordoost-Brabant vullen we de gebiedsmarketing samen met het recreatieve veld in door middel van een coöperatieve samenwerking. Hierin ontwikkelen we onvoldoende slagkracht om de gewenste versterking te realiseren, zo blijkt uit een evaluatie. We stellen voor te kiezen voor het professioneel organiseren van gebiedsmarketing met een lokale organisatievorm, zodat we lokaal, maar ook in de regionale samenwerking in de regio Noordoost-Brabant projecten kunnen uitvoeren en kansen kunnen pakken.
In 2023 vonden we een nieuwe exploitant voor de Geffense Plas. Deze nieuwe exploitant werkt aan een bruisende locatie. Eén van de kerndoelen van de Geffense Plas en omgeving is de ontwikkeling tot regionale recreatieve poort. Om dit mogelijk te maken, is het verbeteren van de verbindingen met onder andere het fietsroutenetwerk belangrijk. Tot slot werken we ook aan de planvorming voor het opwaarderen van het openbare strandbad Lithse Ham en van de recreatieve poort Hoessenbosch en omgeving (uitvoering 2026).
52
Financiële vertaling van de speerpunten en maatregelen We geven hierna de financiële vertaling weer van de speerpunten en de eventuele maatregelen voor besparingsmogelijkheden. We werken deze posten uit richting de programmabegroting 2025-2028. Bedragen x € 1.000 Prioriteiten
2024
2025
2026
Onderzoek Moleneind
100
Visie Haven
30
Aantrekken van talent
15
15
-145
-15
0
0
Uit reserve economie Totaal programma 5. Economie
0
2027
2028
0
0
Onderzoek Moleneind Er ligt een grote opgave voor de ontwikkeling van een ruimtelijk economische ontwikkelstrategie om het pharma cluster te kunnen blijven faciliteren in de toekomst. Dit is belangrijk om deze topsector in Oss te behouden. De herontwikkelingsmogelijkheden voor de locatie Moleneind en de uitkomsten van het project Grote Oogst worden hierin meegenomen. Voorgesteld wordt om in 2025 een bedrag van € 100.000 beschikbaar te stellen voor planvorming, onderzoek en ontwikkeling. De reservering is bedoeld als cofinanciering. Wij verwachten dat andere partners hier ook een bijdrage aan leveren. We betalen dit uit de reserve Economie. Visie Haven De manier waarop toekomstige investeringen voor de haven aan onderhoud, vervanging en verbetering worden ingevuld zou mede moeten worden bepaald in het licht van de ambitie die we als stad hebben met de haven. Daarom maken we een visie voor de toekomst van de haven. De visie moet inzicht geven in de economische potentie van de haven, scenario’s schetsen voor de toekomstige ontwikkeling en een stappenplan voor de realisatie van het voorkeursscenario. Voor de ontwikkeling van de visie wordt een bijdrage gevraagd van € 30.000. We bekijken of we dit uit de reserve economie kunnen betalen. Daarnaast voorzien we een groot tekort op de exploitatie van het havenbedrijf.
De beheerkosten worden in beeld gebracht met de actualisatie van het beheerplan voor de haven, indicatief worden deze kosten ingeschat op € 300.000. Dekking is hiervan nog niet voorzien. Aantrekken van talent We vragen een incidentele bijdrage om projecten te initiëren of te faciliteren, die bijdragen aan het behoud en aantrekken van talent en Leven Lang Ontwikkelen bij werkgevers stimuleert. We verwachten dat dit € 15.000 kost in 2025 en 2026. We bekijken of we dit uit de reserve economie kunnen betalen.
53
Programma 6. Stadscentrum
54
1. Wat willen we bereiken? In dit programma staat de ontwikkeling van ons stadshart centraal. De dynamiek in dit gebied is groot. We moeten steeds blijven anticiperen en meebewegen met de markt en op de ontwikkelingen in de maatschappij om kansen voor ons centrum te benutten. Het gaat goed met ons Osse stadshart. De leegstand is laag, maar dit betekent niet dat het werk gedaan is. Er is blijvende inzet nodig om winkelpanden ingevuld te houden. De aantrekkingskracht van het centrum versterken we door het aanbod aan publieksvoorzieningen te verbreden en de ontmoetingsfunctie in de openbare ruimte verder te ontwikkelen. De voltooiing van het Walkwartier nadert en daarmee wordt de positie van het centrum als huiskamer van Oss versterkt. Het centrum blijft daarmee de centrale plek van Oss waar veel inwoners samenkomen, omdat op deze plek voor ieder iets te doen en te beleven valt. Ook de opgaven voor klimaatadaptatie, de bereikbaarheid van het centrum en mobiliteit binnen de stad hebben onze aandacht nodig. We realiseren ons dus dat de stad nog volop in ontwikkeling is (met de realisatie van het Walkwartier) en moet blijven. Dit vraagt om een integrale visie op het centrum: Koers Stadshart Oss 2025-2028. Daarmee werken we samen met de belanghebbenden in het centrum de komende jaren door aan een bruisend, groen en toekomstbestendig stadshart. 2.
Wat zijn de komende periode de belangrijkste speerpunten? Gevarieerd en levendig stadscentrum met evenementen We realiseren in deze bestuursperiode het Walkwartier met hierin het Warenhuis als onderdeel van onze bruisende stad. De exploitatie, het beheer en onderhoud van het warenhuis is uitgewerkt in programma 3. Daarnaast stimuleren we dat winkels, horeca en andere publieksaantrekkende activiteiten zoals evenementen, zich concentreren in de kern van het stadscentrum op de Heuvel, Walplein en Walkwartier. We leggen de ruimtelijke en functionele verbinding tussen de spoorzone en het centrum. Dit biedt mogelijk kansen voor een aantrekkelijk entree van het stadshart. De locatieprofielen voor het centrum zijn in 2025 afgerond en verankeren we vervolgens in het omgevingsplan, zodat de kermis en andere evenementen op een veilige manier kunnen plaatsvinden. Het horeca- en terrassenbeleid is in 2025 actueel. Om grote(re) evenementen naar Oss te trekken, is het relevant dat voldoende gastvrijheidsdiensten, zoals hotels, beschikbaar zijn. Daarnaast blijft een evenementencoördinator nodig om initiatiefnemers te begeleiden bij de aanvraag en eenvoudiger de vergunning te verstrekken. Tot slot krijgt de kermis in 2025 een nieuwe opzet, waardoor de kermis in de jaren daarna weer een bovenregionale uitstraling krijgt en de kermisfeesten weer onderdeel zijn van de kermis.
Een goede bereikbaarheid voor bezoekers is van belang voor het functioneren van het stadshart. Naast een goede autobereikbaarheid heeft in de nieuwe koersnota mobiliteit de (elektrische) fiets een prominente rol gekregen. Bij uitvoering van de koersnota zal de fietsbereikbaarheid naar het centrum worden vergroot. Het veilig kunnen stallen van fietsen is van belang, zodat nog meer mensen gebruikmaken van bewaakte fietsenstallingen. De behoefte aan bewaakte fietsenstalling voor het publiek van het Warenhuis resulteert mogelijk in een hogere exploitatie. Wonen in het centrum De planvorming in het stadscentrum vraagt om een gebiedsgerichte aanpak om te voorkomen dat wonen in het centrum problemen geeft met parkeren, afval en het ervaren van onnodig veel hittestress. Toezicht en handhaving op overbewoning, ook in het centrum, moet ertoe leiden dat deze combinatie van functies in het centrum ook in de toekomst mogelijk blijft. Aantrekkelijke ontmoetingsplek en een beleefbaar centrum Afgelopen jaren is geïnvesteerd in de vergroening van het stadshart, maar ook bij nieuwe ontwikkelingen zullen we openbaar groen meenemen. Dit past niet alleen bij onze ambitie, maar ook onze inwoners en bezoekers van het centrum geven aan dat zij behoefte hebben aan een aantrekkelijke ontmoetingsplek en een leefbaar centrum met veel openbaar groen en plekken waar men verkoeling kan vinden.
De ruimte is schaars en dus staat vergroening soms op gespannen voet met ruimte voor parkeren, terrassen, markten en evenementen.
55
Er wordt door het CMO herhaaldelijk aandacht gevraagd voor extra inzet op toezicht en handhaving in het centrum. Onveilige of overlast gevende situaties doen afbreuk aan de positieve beleving van het stadscentrum. Daarom blijven we aandacht houden voor toezicht en handhaving. Ook in programma 8 is de aanpak van onveilige of overlastgevende situaties een speerpunt binnen de bestaande formatie. Om overlast zoveel mogelijk te voorkomen blijven we inzetten op preventie door communicatie via diverse kanalen. We streven in het centrumgebied naar een goed kwaliteitsbeeld van de openbare ruimte. Daarvoor verrichten we schoonmaakwerkzaamheden, zodat we aan dit kwaliteitsbeeld blijven voldoen. Om het centrum óók in het weekend afvalvrij te houden, vraagt dit een aanpassing van het afvalbeleid of meer inzet op afvalinzameling. Daarnaast behouden we het kwaliteitsbeeld door stimulering van herbouw panden, reclamebeleid, aankleding terrassen, verlichting etc. In de afgelopen jaren is meer overlast van (zwerf)afval ontstaan en zijn er meer klachten binnengekomen over de afvalinzameling. Illegale bijzettingen bij ondergrondse afvalinzameling en overvolle afvalbakken in het weekend zijn hier debet aan. Het is nog te vroeg om te beoordelen of de extra capaciteit van toezicht op (zwerf)afval succesvol is.
Financiële vertaling van de speerpunten en maatregelen We geven hierna de financiële vertaling weer van de speerpunten en de eventuele maatregelen voor besparingsmogelijkheden. We werken deze posten uit richting de programmabegroting 2025-2028. Bedragen x € 1.000 Prioriteiten
2024
2025
Extra inzet afval centrum - Onderzoek kosten t.l.v. afvalstoffenheffing Totaal programma 6. Stadscentrum
0
0
2026
2027
2028
75
75
75
-75
-75
-75
0
0
0
Extra inzet afval centrum Om ook in het weekend aan het KOR (Kwaliteitsbeeld Openbare Ruimte) te voldoen is een structureel bedrag van jaarlijks € 75.000 noodzakelijk. Het voldoen aan het kwaliteitsbeeld draagt bij aan de uitstraling en imago van het centrum. We willen het kwaliteitsbeeld realiseren door een extra afvalinzameling in het centrum uit te voeren. Opdracht richting de programmabegroting 2025-2028 We stellen voor om nadrukkelijk te onderzoeken of dit ten laste van de afvalstoffenheffing kan worden gebracht.
56
Programma 7. Verstedelijking, wonen en mobiliteit
57
1. Wat willen we bereiken? Oss heeft alles in huis om een de schaalsprong te maken naar een gemeente met meer dan 100.000 inwoners. Dit bereiken we onder andere door nog meer stad te zijn. Oss profiteert van de aantrekkingskracht van de diversiteit in keuze voor wonen in een stadse of dorpse omgeving, met veel erfgoed, aansprekende voorzieningen, een goede ontsluiting én OV bereikbaarheid, een gevarieerde economische bedrijvigheid en een prachtig buitengebied. Door stedelijke milieus toe te voegen maken we het aanbod en de keuze voor wonen en werken in Oss nog diverser en aantrekkelijker. Dit komt voornamelijk tot uitdrukking in de binnenstedelijke transformatie in de brede spoorzone van Schadewijk tot Amsteleind. Hier vindt ook de omslag naar duurzame mobiliteit plaats, met een herwaardering van onze verkeersstructuur, zodat alle voorzieningen goed bereikbaar blijven. Daarnaast hebben we aandacht voor de opgave om het bestaand stedelijk gebied gezonder en meer klimaatrobuust te maken. In dit programma komen de verstedelijking van Oss met de Spoorzone Oss, onze woon- en mobiliteitsopgaven, de activiteiten in het kader van de Omgevingswet én onze lobby en samenwerkingsagenda aan de orde. 2. Wat zijn de komende periode de belangrijkste speerpunten? Verstedelijking Het bouwen aan de stad is nooit af. Er komen steeds nieuwe uitdagingen bij.
Met de inzet op verstedelijking van de spoorzone en uitwerking van de spooragenda werken we consistent verder aan het creëren van aantrekkelijke stedelijke woon-, werk- en leefmilieu's, onderling verbonden en in de nabijheid van spoor en stations in Oss. Het ontwikkelperspectief voor de spoorzone, dat wordt vastgesteld in 2024, met daarin verbindende strategieën voor integrale ontwikkeling, biedt houvast om de stedelijke ontwikkeling vorm te geven. Het voortzetten van inhoudelijke onderzoeken, uitwerken van kaders voor gebiedsontwikkeling en voorbereiden van investeringen in de aanpak van spoorkruisingen en stations kost veel tijd, geld en inzet. Deze zaken zijn echter wel nodig om stappen te maken in stedelijke ontwikkeling. De samenwerking met andere partijen zoals Prorail, NS, Provincies, grote steden en diverse ministeries wordt daarvoor actief opgezocht. Speerpunten waaraan gedacht wordt voor 2025 zijn:
Voortzetten van inhoudelijke onderzoeken, aanpak en organisatie van de onderdelen uit de spooragenda ten behoeve van de voorbereiding op een financiële afspraak in het Bestuurlijk Overleg Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Mobiliteit (BO Mirt) eind 2025.
Uitwerken van kaders voor gebiedsontwikkelingen in de Spoorzone (waar onder invulling plinten, bouwhoogte, parkeeroplossingen, voorzieningen mobiliteit, groenstructuur en behoud en herintroductie van (industrieel) erfgoed en monumenten in de spoorzone).
Oppakken van ruimtelijk-economische doorontwikkeling en uitbreiding van de farmacampus in samenwerking en met budget vanuit programma economie.
Verder werken aan bestaande projecten in de spoorzone; Amsteleind, Euterpepark, Raadhuislaan Noord & Zuid, Fraterspark, Walkwartier, Sinopel, Spoorlaan en Moleneind. Inzetten van supervisie om strategieën zoveel mogelijk mee te nemen en om te zetten in integrale gebiedsontwikkeling.
Ten aanzien van de integrale gebiedsontwikkeling/stedelijke transformatie de samenwerking opzoeken met de provincie en het Rijk.
Mogelijkheden onderzoeken voor Permanente communicatie en participatie over ontwikkelingen in de spoorzone m.b.v. participatieplatform en week van de stad.
Aansluiting houden met beleid en uitvoering op het gebied van verstedelijking met het rijk, in de regio RNOB, Regio Arnhem-Nijmegen, de provincie Noord-Brabant, Novex stedelijk Brabant, B7 en G40.
Wonen en erfgoed De afgelopen twee jaren is er een inhaalslag gemaakt op het gebied van volkshuisvestingsbeleid voor de gemeente Oss. De komende jaren wordt er volop uitvoering gegeven aan het woningbouwprogramma waarin aandacht is voor alle doelgroepen. De belangrijkste speerpunten in 2025 op het gebied van wonen en erfgoed zijn:
-
Realiseren van een flexibel en gedifferentieerd woningbouwprogramma in bestaande wijken en kernen met aandacht voor de woonomgeving.
58
-
Een woningvoorraad die aansluit bij de behoeften en wensen van de bewoners. De woningen zijn duurzaam en toekomstbestendig.
-
Aandacht voor de groep kwetsbare inwoners met een zorgbehoefte die in de toekomst in een reguliere woning moeten blijven wonen. Ook aandacht voor de inwoners met een middeninkomen en jongeren die in de koop- en huursector buiten de boot dreigen te vallen.
-
Versterking van de woonfunctie van Oss, ook in regionaal opzicht. Extra aandacht geven aan erfgoed en archeologie naar aanleiding van themajaar #Osseschouders en zoektocht naar continuering ruimte voor de fieldschool samen met de universiteit Leiden.
Mobiliteit Het afgelopen jaar en de komende jaren wordt er een inhaalslag gemaakt op het gebied van mobiliteitsbeleid. We investeren in een toekomstbestendig mobiliteitssysteem waarbij meer ruimte komt voor actieve mobiliteit en geconcentreerde voorzieningen voor parkeren van zowel fietsen als auto's. De aanpak van het knooppunt Paalgraven is een bovenlokaal project wat veel aandacht, inzet en samenwerking met andere partijen zal vragen. De belangrijkste speerpunten in 2025 op het gebied van mobiliteit zijn:
Na het vaststellen van het uitvoeringsprogramma mobiliteit starten in 2025 werkzaamheden op voor geven van uitvoering aan beleid.
Na het vaststellen van het parkeerbeleid starten in 2025 werkzaamheden op voor geven van uitvoering aan beleid.
Opstellen van beleid voor het stimuleren actieve mobiliteit (wandelen en fietsen).
Uitvoering geven aan de samenwerking met de regio, provincie, BrabantStad en netwerk A50.
In samenwerking met partners uitwerken van de oplossingsrichting voor de knelpunten op het knooppunt Paalgraven (onderdeel aanpak A50).
Na besluit over het gewenste scenario, in ontwerp en uitvoering nemen van een aanpassing van de spoorwegkruising voor langzaam verkeer (interwijkverbinding) ter hoogte van station Ravenstein, ten behoeve van de woningbouwontwikkeling ten noorden van het spoor.
Uitwerken van een financiële oplossing voor de ondersteuning van de exploitatie van Wijkbus en Maasveren. Voor Maasveren gaat het om een reeds vastgestelde periode van 8 jaar.
Ruimtelijke ontwikkeling De start van de nieuwe Omgevingswet is goed verlopen. Alle bestemmingsplannen zijn van rechtswege overgegaan naar het tijdelijk omgevingsplan. De nieuwe Omgevingswet vroeg ons om nieuwe en andere processen in te regelen om de samenloop tussen de verschillende initiatieven en beleid, die moeten landen in het Omgevingsplan, zo goed mogelijk te laten verlopen. Bij het inrichten van deze nieuwe en andere processen hebben we taken en verantwoordelijkheden veranderd en toegevoegd. Dit vraagt ook andere competenties van ons personeel. Al doende gaan we de komende jaren verder ontdekken wat er nodig is om goed met de Omgevingswet te kunnen werken. In 2024 hebben we onze omgevingsvisie opgesteld. Het betreft een strategische lange termijn visie voor het hele gemeentelijk grondgebied. Op diverse niveaus werken we samen om uitvoering te geven aan de realisatie van de ruimtelijke agenda van Oss en om te zorgen dat de ruimtelijke agenda landt in de programma’s en visies van hogere overheden. Denk daarbij aan RNOB, NOVEX Stedelijk Brabant, de B7, de provincie en het Rijk. De belangrijkste speerpunten op het gebied van ruimtelijke ontwikkeling in 2025 zijn:
Aan de hand van het ‘Transitieplan Omgevingsplan’ bouwen we in de periode 2024-2032 themagewijs en gebiedsgericht verder aan ons nieuwe omgevingsplan. Dit doen we onder leiding van een regievoerder.
Nadere uitwerking van de omgevingsvisie landt in verschillende thematische of gebiedsgerichte uitwerkingen en programma’s.
We participeren actief in processen rondom de nationale omgevingsvisie, de provinciale omgevingsvisie, de verstedelijkingsstrategie, het Brabants Programma Landelijk gebied, het provinciale ruimtelijk voorstel en alle andere nationale en provinciale ruimtelijke programma’s om de Osse belangen te borgen en onze agenda in te brengen.
Onder de omgevingswet gaan we door met de intaketafel voor het behandelen van ruimtelijke initiatieven waarbij we daarna in een vroeg stadium ook onze partners zoals provincie en waterschap betrekken (omgevingstafel).
59
Financiële vertaling van de speerpunten en maatregelen We geven hierna de financiële vertaling weer van de speerpunten en de eventuele maatregelen voor besparingsmogelijkheden. We werken deze posten uit richting de programmabegroting 2025-2028. Bedragen x € 1.000 Prioriteiten
2024
2025
2026
2027
2028
Spoorzone
100
100
100
Uit reserve binnenstedelijke transformatie
-100
-100
-100
Slimme mobiliteit//BrabantStad
121
121
121
121
Uit bestaande budgetten/reserves
-121
-121
-121
-121
Maasveren
300
uit reserve mobiliteit
-300 31
31
31
31
31
31
31
31
Integrale gebiedsvisie en ontwikkelstrategie
Wijkbus Totaal programma 7. Verstedelijking, wonen & mobiliteit
0
Integrale gebiedsvisie en ontwikkelstrategie spoorzone Het is belangrijk om serieus en concreet werk te maken van de strategieën voor de verstedelijking van de spoorzone. Het betreft een groot gebied (van Schadewijk tot Amsteleind) waar al veel woningen, werklocaties en voorzieningen zijn, maar waar er nog vele bij komen tot 2040. Voor de onderzoeken met betrekking tot de aanpassingen aan spoorweg en stations is al budget beschikbaar gesteld voor de komende 3 jaren. Voor onderzoeken naar kaders en strategieën voor gebiedsontwikkeling, entree van de stad, industrieel erfgoed en permanente communicatie en participatie in een platform en een week van de stad nog niet. We werken aan een overeenkomst met de provincie Noord-Brabant waarin de integrale gebiedsontwikkeling en stedelijke transformatie vorm en inhoud krijgen. Het is nog niet duidelijk welk budget noodzakelijk is. Om een integrale gebiedsvisie en ontwikkelstrategie op te stellen die ook een voorbereiding is op een bijdrage in de uitvoering is in elk geval cofinanciering vanuit de gemeente noodzakelijk. We werken dit richting de begroting verder uit. We denken aan een bedrag van ongeveer € 100.000 per jaar voor 2025, 2026 en 2027. Slimme mobiliteit/BrabantStad Voor de samenwerking binnen Brabantstad op het gebied van slimme mobiliteit is vanaf 2025 structureel € 121.000 nodig.
Hiervoor is recent, met de B7 partners, een overeenkomst gesloten voor de komende vijf jaar. Het bedrag voor 2024 is beschikbaar gesteld vanuit het budget voor de onderzoeken t.b.v. aanpassingen aan spoor en stations. We bekijken in hoeverre we dit kunnen betalen uit bestaande budgetten en reserves. Maasveren We vinden het belangrijk om financiële steun te verlenen aan Stichting de Maasveren om het veerverkeer over de Maas te behouden. We stellen voor om de Stichting de komende acht jaar te ondersteunen met een jaarlijkse tegemoetkoming van maximaal € 37.500. Dit bedrag is gebaseerd op 50% van het werkelijke exploitatietekort van de Stichting. Het doel van deze steun is om ervoor te zorgen dat het veerverkeer over de Maas als onderdeel van het lokale en regionale netwerk behouden blijft. We betalen het totale bedrag van € 300.000 uit de reserve mobiliteit. Wijkbus We stellen voor om jaarlijks € 31.000 beschikbaar te stellen voor de wijkbus.
60
Programma 8. Veilige omgeving
61
1. Wat willen we bereiken? Ons doel is om een aantrekkelijke omgeving te zijn waar inwoners zich veilig voelen en waar het prettig wonen, werken en recreëren is. Schoon, heel en veilig staat hierbij voorop. De algemene doelen voor de periode 20232026 zijn:
Een samenleving die weerbaar, veerkrachtig en zelfredzaam is.
Veilige wijken met een goede verbinding tussen zorg en veiligheid.
Het zo veel mogelijk tegengaan, verstoren, en stoppen van ondermijnende criminaliteit.
Voorkomen en bestrijden van (grootschalige) incidenten en verstoring van de openbare orde.
Behouden of verbeteren van de veiligheidsgevoelens en veiligheidscijfers.
Binnen veiligheid hanteren we vijf veiligheidsvelden: veilige woon- en leefomgeving, bedrijvigheid en veiligheid, jeugd en veiligheid, fysieke veiligheid en integriteit en veiligheid (ondermijning). Deze velden hebben elk weer hun eigen thema's en projecten. Zo werken we aan een stabiele interne crisisorganisatie (opleiden en trainen), draaien wij een 24/7 crisispiket (incidentmanagement), zorgen we voor veilige voetbalwedstrijden en evenementen en adviseren we bij complexe zorg- en veiligheidscasuïstiek. We werken aan de aanpak woonoverlast, we sluiten drugs- en overlastgevende panden en we monitoren jeugdoverlast en jeugdcriminaliteit. Tot slot houden we ons bezig met de aanpak op ondermijnende criminaliteit en het verder ontwikkelen van de weerbare overheid. De afgelopen jaren zijn er steeds meer nieuwe veiligheidstaken bijgekomen, zoals de aanpak mensenhandel, controles op illegale prostitutie, digitale veiligheid en preventie en aanpak weerbare jeugd. Ook vergen bestaande thema's meer tijd, zoals toename complexe zorg- en veiligheids casuïstiek, veiligheid tijdens betaald voetbalwedstrijden en zien we steeds meer druk op en overlast in de openbare ruimte. Deze ontwikkelingen vragen om een wendbare gemeente die snel kan inspelen op nieuwe kansen en bedreigingen, maar die ook nadrukkelijk kan prioriteren.
Uit bovenstaande komt naar voren dat de ontwikkelingen op gebied van veiligheid niet stilstaan. Een deel van de werkzaamheden binnen het veiligheidsdomein zijn ‘going concern’, of behoeven in de komende periode geen bijzondere aandacht. Op onderstaande thema’s verwachten wij meer inzet te moeten plegen, vanuit de vastgestelde beleidskaders, dan wel omdat externe ontwikkelingen ons hiertoe aanzetten. 2. Wat zijn de komende periode de belangrijkste speerpunten? Jeugd en Veiligheid - Jonge aanwas Op het gebied van jeugd en veiligheid is een trend zichtbaar rondom de aanpak van jonge aanwas: jeugdigen waarbij risicosignalen aanwezig zijn, zoals een kwetsbare gezinssituatie of armoede, en die daardoor weinig perspectief hebben en als gevolg daarvan een verhoogde kans hebben om in aanraking te komen met criminaliteit. Zowel landelijk als regionaal is er veel aandacht voor deze problematiek. In de gemeente Oss willen we daarom de komende periode inzetten op het inzichtelijk maken van deze problematiek. Dit doen we onder andere via het onderzoek ‘Preventie Jonge Aanwas’ dat momenteel door het RIEC wordt uitgevoerd, het verstevigen van de samenwerking tussen het sociaal domein en het veiligheidsdomein op dit onderwerp, alsmede het intensiveren van onze beleidsaanpak en de samenwerking met partners zoals politie, Openbare Ministerie (OM) en het Zorg- en Veiligheidshuis.
Het doel is om te komen tot een gedegen aanpak met preventieve en repressieve elementen. Deze is gericht op het bieden van perspectief voor jongeren met risicofactoren en het ontwikkelen van een aanpak wanneer deze jongeren criminele feiten plegen. Bij dit speerpunt leggen we de verbinding met programma 1. Welzijn en Zorg. Integriteit en Veiligheid - datagedreven werken De aanpak van ondermijnende criminaliteit blijft ook de komende jaren zowel lokaal, regionaal als landelijk een prioriteit. We kunnen dit alleen aanpakken door daadkrachtig en integraal op te treden. Dat doen we samen met de politie, het OM, de belastingdienst, Taskforce-RIEC en andere overheidspartners.
62
Samen met het programma Datagericht werken en het RIEC brengen we in beeld wat er nodig is om te komen tot het verstevigen van de informatiepositie. We gaan verder met het oprichten van een Gemeentelijk Informatie Knooppunt (GIK). Daar zijn we in 2024 mee gestart. We doen dat middels een project. Vanuit het Regionale Informatie- en Expertisecentra (RIEC) hebben we € 60.000 ontvangen voor de kosten van het project in 2024. Uitkomst van het project is een GIK, oftewel een softwarepakket dat we gebruiken om beter informatie gestuurd en AVG-proof te kunnen werken om zo onze wettelijke taken efficiënter en sneller te kunnen uitvoeren. Bij het verhogen van de informatiepositie in het kader van de weerbaarheid hoort ook het op de juiste manier samenbrengen van de beschikbare informatie en het analyseren daarvan. In de aanpak van ondermijning is bij alle partners menskracht beschikbaar om dit te doen. Ook aan de gemeenten wordt gevraagd hier stappen in te zetten. Een data-analist in het kader van een veilige leefomgeving in het algemeen en de aanpak van ondermijning in het bijzonder is daarin noodzakelijk. In de aanpak van thema’s zoals vastgoed, bedrijventerreinen, buitengebied, recreatieparken draagt een data-analist ook bij aan een meer efficiënte manier van werken bij het analyseren en interpreteren van informatiebeelden.
De combinatie van een dataanalist met het nog te ontwikkelen Gemeentelijk Informatieknooppunt kan zorgen voor een betere informatie positie waardoor efficiënter en effectiever (samen)gewerkt kan worden bij de aanpak van ondermijnende criminaliteit. Veilige woon- en leefomgeving Onze openbare ruime wordt steeds multifunctioneler gebruikt. De samenleving groeit, wordt individualistischer en de verstedelijking neemt toe. De openbare ruimte die overblijft zullen we met elkaar moeten delen: voor mobiliteit, om te sporten, evenementen te houden, om te recreëren, voor kinderen om kunnen spelen, voor wonen, etc. De toenemende druk op de openbare ruimte leidt in sommige gevallen ook tot meer overlast en druk op de veiligheid en openbare orde. Dit gebeurt bijvoorbeeld als gevolg van botsende belangen of groeperingen, de aanwezigheid van verwarde personen, overlastgevende arbeidsmigranten of (gewelds-) incidenten. Een goed georganiseerde handhavings- en toezichtapparaat kan een breed effect hebben om de openbare ruimte in te vullen passend bij de wensen van de samenleving en aansluitend bij ons beleid. Daarnaast worden de BOA's steeds vaker ingezet voor toezicht tijdens demonstraties, (voetbal)corteo's en evenementen en is de gemeente vanaf dit jaar verantwoordelijk voor toezicht en handhaving op illegale prostitutie.
Daarom zetten we de komende periode in op het doorontwikkelen van ons BOA-team en stemmen bevoegdheden, expertise en takenpakket af op de huidige ontwikkelingen buiten. Om goed aan te kunnen sluiten bij de ontwikkelingen buiten oriënteren we ons de komende periode ook op het ontwikkelen van wijk/gebiedsgericht werken vanuit het veiligheidsdomein. We intensiveren de samenwerking tussen de adviseurs veiligheid, de politie, de boa’s en de wijkcoördinatoren waarbij we aansluiting zoeken bij bestaande overlegstructuren, en partners en bewoners in de wijken. We maken hierbij een stevige verbinding met de uitvoering van Programma Schadewijk. Binnen dit programma is het vergroten van de veiligheid en terugdringen van overlast een belangrijke doelstelling. Zorg en Veiligheid Een ander belangrijk onderwerp waar veel aandacht voor is, is de aanpak van problematiek rondom personen met onbegrepen gedrag. In de gemeente Oss doen we veel op het gebied van zorg en veiligheid voor onze meest kwetsbare bewoners. De afgelopen periode hebben we ingezet op de doorontwikkeling van het AVEmodel (Aanpak Voorkomen Escalatie en) en de aanpak van complexe casuïstiek. De komende periode gebruiken we om de doorontwikkelingen te implementeren rondom het AVE-model.
Dit moet er toe leiden dat er meer duidelijkheid is over wanneer we een casus op- en afschalen, waar de casus- en procesregie is belegd, welke partners we betrekken bij casuïstiek. Voor de aanpak van complexe casuïstiek werken we conform het AVE-model. Ook bij dit speerpunt leggen we de verbinding met programma 1. Welzijn en Zorg.
63
Financiële vertaling van de speerpunten en maatregelen We geven hierna de financiële vertaling weer van de speerpunten en de eventuele maatregelen voor besparingsmogelijkheden. We werken deze posten uit richting de programmabegroting 2025-2028. Bedragen x € 1.000 Prioriteiten
2024
BOA taken Gemeentelijk Informatieknooppunt Totaal programma 8. Veilige omgeving
0
2025
2026
2027
2028
PM
PM
PM
PM
195
45
45
45
195
45
45
45
BOA taken We zien een toename van de druk en overlast op de openbare ruimte. Daarnaast is er sprake van uitbreiding en verzwaring van BOA-taken. Dit vraagt om een andere expertise en taakverdeling van de BOA's. Op dit moment brengen we dit verder in beeld. De (financiële) consequenties volgen later na het inzichtelijk maken van de inhoudelijke gevolgen. Gemeentelijk Informatieknooppunt Voor een gemeentelijk informatieknooppunt hebben we een implementatieplan opgeleverd. De (eenmalige) kosten voor de aanschaf van dit pakket, inclusief het inrichten daarvan, de vereiste DPIA en het opleiden van de gebruikers schatten we in op € 150.000. De kosten om het pakket te onderhouden (functioneel beheer 0,3 fte) en de jaarlijkse licenties bedragen jaarlijks € 45.000. We stellen voor om richting de begroting hier ruimte vrij voor te maken.
64
Programma 9. Besturen in verandering van tijden
65
1. Wat willen we bereiken? Besturen, samenwerken, organiseren, innoveren en digitaliseren. De Gemeenteraad, het college van Burgemeester & Wethouders en de gemeentelijke organisatie werken samen aan een samenleving waarin we in verbinding zijn. In verbinding met onze inwoners, vrijwilligers, ondernemers en andere samenwerkingspartners. We doen dit voor de gehele Osse gemeente, ieder vanuit onze eigen rol. Belangrijke kernwaarden daarbij zijn: zichtbaar, betrouwbaar en realistisch. Gemeente Oss is integer en transparant met respect voor elkaars functies en posities. Participatie en betrokkenheid bij de besluitvorming is belangrijk. Dit stimuleren we actief en hebben een plek in onze manier van werken. We willen dat inwoners betrokken zijn de gemeenschap en actief meedoen en initiatief nemen. We willen samen duurzaam vooruit. Om dit te realiseren is een sterke organisatie nodig. Oss groeit en de organisatie groeit mee. We willen dat onze bedrijfsvoering en dienstverlening een stevig fundament vormen, meegroeien en inspelen op veranderende omstandigheden en nieuwe wetgeving. Verdergaande digitalisering, meer samenhang tussen de verschillende onderdelen en adequate stuurinformatie verstrekken, maken onderdeel uit van deze ontwikkeling.
Ook het zijn van een aantrekkelijke werkgever, onze medewerkers faciliteren om te kunnen groeien en het creëren van voldoende kennis en kunde om de opgaven uit te kunnen voeren is een belangrijke opgave. 2. Wat zijn de komende periode de belangrijkste speerpunten? Bestuur We hebben in 2023 en 2024 verschillende aanpassingen gedaan en experimenten uitgevoerd in het kader van de pilot verbeteren vergaderstelsel. We evalueren de pilot en passen daarna onze Reglementen van Orde aan op de nieuwe vergaderregels. Ook na de pilot blijven we kritisch op onze manier van vergaderen en staan we open voor verbeteringen. We willen, op basis van een analyse van de verkiezingen in 2022, al in 2025 aan de slag gaan met het bevorderen van de opkomst van de gemeenteraadsverkiezingen 2026. We gaan door met versterken van onze raadscommunicatie. We willen hiermee de zichtbaarheid van de gemeenteraad vergroten. In het Manifest gemeente Oss hebben we afgesproken hoe we binnen de gemeente Oss als raad, college en ambtelijke organisatie met elkaar samenwerken ten dienste van de inwoners van onze gemeente. Op basis van een evaluatie gaan we met Raad, College en Ambtelijke organisatie in gesprek over ons samenspel en het Manifest. We geven een impuls aan het betrekken van jeugd en jongeren met de lokale democratie.
Het bezoek van basisscholen aan de gemeente (Democracity) wordt geïntensiveerd; ambitie is om alle groepen 7 en 8 van de Osse basisscholen te bereiken. We gaan door met het ontvangen van de Osse middelbare scholen. De opzet van het project Gast van de Raad wordt gewijzigd door actiever inwoners uit te nodigen een kijkje in de keuken van de gemeenteraad te nemen. Dienstverlening De dienstverlening in onze samenleving verloopt steeds meer digitaal. Inwoners verwachten dat wij als gemeente een service kunnen bieden die vergelijkbaar is met de snelle, toegankelijke en duidelijke service die ze ook elders in de samenleving ervaren. Deze ontwikkeling stimuleren we met een programma Dienstverlening, dat ervoor gaat zorgen dat er meer samenhang komt tussen de activiteiten die erop gericht zijn om de kwaliteit van de dienstverlening te verbeteren (denk aan kanaalstrategie, monitoring en sturing, vakmanschapsontwikkeling en een organisatie-brede digitaliseringsagenda). Het programma vraagt een verdere uitwerking en daarvoor is een uitvoeringsbudget nodig. Bij de kadernota 2026 presenteren we de concrete plannen.
66
De dienstverlening heeft de volgende speerpunten: Naadloze klantinteractie We zetten in op maximaal digitaal waar het kan, en persoonlijk waar nodig. Dat vraagt om betrouwbare kanalen die voldoen aan wet- en regelgeving met als basis consistente en betrouwbare informatie. Inwoners moeten probleemloos van het ene naar het andere kanaal kunnen overstappen. Een goed onderhouden en toegankelijke website is daarbij essentieel. Daarom hebben we de inhoud van onze website opgeschoond en een strategie ontwikkeld voor ons online platform. Daarmee zijn we er nog niet. Een goede website moet voldoen aan wet- en regelgeving, veiligheid en toegankelijkheid. In 2024 zetten we voorbereidende stappen om tot een concreet verbetervoorstel hiervan te komen. Daarnaast zijn er wettelijke eisen waar wij op korte termijn aan moeten voldoen: de Wet digitale overheid (Wdo) en Wet modernisering elektronisch bestuurlijk verkeer (Wmebv). Door de Wmebv krijgen burgers en ondernemers het recht om digitaal met de overheid te communiceren. De gemeente moet de digitale kanalen aanwijzen die burgers en ondernemers daarvoor kunnen gebruiken. Bij het gebruik van de digitale weg gelden nieuwe waarborgen, bijvoorbeeld ontvangstbevestiging en termijnverlenging bij storing. Al onze producten en diensten moeten voldoen aan deze nieuwe wetgeving. Dat betekent een grondige screening van zo’n 400 producten en diensten.