Kadernota 2024-2027 .PDF
Tekst van het document
De reikwijdte van de Jeugdwet wordt afgebakend, meer aandacht domeinoverstijgende aanpak.
2.
De gemeentelijke toegang met stevige lokale teams wordt versterk
3.
Verbeteren regionale samenwerking en landelijke contractering specialistische zorg
4.
Kwaliteitsverbetering en versterking zicht op effectiviteit van zorg
5.
Afbouw van de residentiële jeugdhulp: inzet op zo thuis mogelijk
6.
Eenvoudiger uitvoering en inkoop, aanpak negatieve effecten van marktwerking
7.
Verbeteren van het inzicht in het jeugdstelsel met data en monitoring
22
In financiële zin is dit het kader: + is nadeel: hogere uitgaven/lagere inkomsten - is voordeel: lagere uitgaven/hogere inkomsten bedragen x € 1 miljoen 2024
2025
2026
2027
-1.828
-1.828
-1.828
-1.828
374
374
961
-.017
0
500
-00
511
-1.454
-954
-367
-300
Commissie van Wijzen aanvullend budget Maatregelen hervormingsagenda Maatregelen coalitieakkoord Totale stijging
Uitgangspunt is dat de financieringssystematiek ondersteunend is aan de inhoudelijke beweging van de Hervormingsagenda. Vertrekpunt voor de Hervormingsagenda is het advies van de Commissie van Wijzen. De hierin opgenomen structurele besparing van € 1 miljard vanaf 2027 vormt de financiële doelstelling. De maatregelen zoals opgenomen in deze gezamenlijke agenda (zie bovenstaande kernpunten) zijn zo goed als mogelijk kwantitatief gevalideerd. Voor een deel van de maatregelen (ruim € 650 miljoen) is overeenstemming over de mogelijke haalbaarheid van deze maatregelen. Voor de overige circa € 380 miljoen is de raming van een aantal voornemens en maatregelen meer onzeker. Specifiek geldt dat er overeenstemming is dat het Rijk met ondersteuning van gemeenten een nadere afbakening van de reikwijdte van de jeugdhulpplicht vaststelt, wat in belangrijke mate dit laatste deel van de besparing moet realiseren. Met de uitvoering van de agenda zijn transitiekosten en investeringen voor de uitvoering van maatregelen gemoeid. Deze maken onderdeel uit van het totale meerjarige financiële kader dat is afgesproken. Voor een deel van deze transitiekosten en investeringen verloopt financiering via het gemeentefonds en voor een deel via de begroting van het ministerie VWS.
Voor 2024 en 2025 stelt het Rijk respectievelijk € 89 miljoen en € 196 miljoen extra beschikbaar ten opzichte van het advies van de Commissie van Wijzen. De extra tijd die het sluiten van dit akkoord heeft gekost en de aanpassing van regelgeving die nodig is zijn mede de aanleiding hiervoor. Met deze extra middelen wordt het ingroeipad van de besparingsreeks verzacht. De in het coalitieakkoord opgenomen aanvullende besparing in het kader van de Jeugdwet van structureel € 511 miljoen is voor rekening en risico Rijk en valt buiten de Hervormingsagenda. Gemeenten zullen hun medewerking verlenen waar dat nodig is, aan de uitvoering van de betreffende maatregelen. Vinden de maatregelen geen of onvoldoende doorgang, en worden de kosten voor gemeenten daardoor niet lager, dan worden gemeenten daarvoor via het gemeentefonds gecompenseerd. Deze worden nu al wel financieel verwerkt in het gemeentefonds. Extra prijscompensatie 2022 In 2022 is de inflatie aanzienlijk gestegen. Daarom heeft het kabinet besloten om eenmalige een structurele prijsbijstelling over 2022 uit te keren. Eerder werd gesproken over een landelijke bijstelling van € 300 miljoen. Maar door een andere rekeningmethodiek die door het Rijk is gehanteerd is dit bedrag in werkelijkheid verlaagd naar € 127 miljoen. Dit betekent een voordeel voor onze gemeente van circa € 0,6 miljoen.
Het Rijk heeft bij de toekenning de suggestie gedaan om dit bedrag te gebruiken voor compensatie van extra energielasten van maatschappelijke organisaties. We hebben dit bedrag hard nodig om prijscorrectie door te voeren om onze gemeenschappelijke regelingen, subsidies etcetera. De hogere energiekosten leiden tot hogere inflatiecijfers die daarbij worden gehanteerd. Daarmee komt dit geld op de juiste plek terecht. Welk deel is “vrij besteedbaar”? In de algemene uitkering krijgen we elk jaar geld voor een aantal specifieke posten. Dit kunnen specifieke nieuwe wetten zijn waarvoor we geld krijgen voor de uitvoering, specifiek geld voor decentralisatie-uitkeringen in het sociaal domein etcetera. Maar ook krijgen we jaarlijks via de meicirculaire (gedeeltelijke) compensatie voor loon- en prijsstijgingen. Juist deze laatste is in deze tijd erg lastig in te schatten, dus hebben we voor het jaar 2024 in totaal circa € 9,5 miljoen hiervoor jaarlijks geraamd. Al deze posten noemen we “afzonderingen” (zie aparte toelichting in bijlage 1). Wanneer we het totaalbedrag aan afzonderingen van het voordeel van de algemene uitkering afhalen ontstaat er het netto voordeel/nadeel.
23
Samengevat ontstaat er dan het volgende beeld:
Totale stijging Af te zonderen posten Netto voordeel
2023 -5.636
2024 -15.718
2025 -13.676
2.218 -3.418
14.572 -1.146
12.353 -1.323
Bedragen x € 1.000 - is voordeel, + is nadeel 2026 2027 -9.274 -7.407 9.515 241
7.928 521
Het netto voordeel uit de algemene uitkering is dus € 3,4 miljoen in 2023. De jaren 2024 en 2025 zijn positief, namelijk € 1,1 en 1,3 miljoen. De jaren 2026 en 2027 geven een negatief beeld, namelijk € -0,2 en € -0,5 miljoen. In bijlage 1 hebben we een uitgebreide toelichting op de uitkomsten van de meicirculaire opgenomen.
5. Uitvoeringskosten klimaatakkoord We ontvangen uitvoeringsmiddelen voor het klimaat- en energiebeleid voor de jaren 2023 en 2025. Jaarlijks een bedrag van € 1,5 miljoen. Dit bedrag is bestemd voor personele en bijbehorende materiële kosten (onderzoekskosten e.d.). Gemeenten kunnen het naar eigen inzicht inzetten voor de uitvoeringskosten van klimaat- en energiebeleid uit het Klimaatakkoord en het beleidsprogramma Klimaat. Wel moet hierover verantwoording worden afgelegd, inclusief accountantscontrole (en bij niet besteden ervan terugbetaald worden). De afgelopen jaren hebben we al fors geïnvesteerd in extra capaciteit voor de uitvoering van het klimaatakkoord. Vanuit de bestaande formatie hebben we in beeld gebracht dat dit een bedrag betreft van € 1.275.000 per jaar. Dit betekent dat dit geld ingebracht kan worden in deze regeling en dat hierdoor in de jaren 2023-2025 een financieel voordeel ontstaat. De rijksregeling heeft betrekking op de komende 3 jaar maar we gaan ervan uit dat deze gelden structureel worden. Bij de speerpunten in deze kadernota zijn aanvullende claims opgenomen voor de uitvoering van dit klimaatakkoord. Deze zijn ook structureel begroot. 6. Kostenstijgingen gemeenschappelijke regelingen De kadernota's en de begrotingen van gemeenschappelijke regelingen laten ook forse kostenstijgingen zien. Vooral bij de GGD en de Veiligheidsregio.
Dit betekent een begrotingsnadeel van uiteindelijk structureel € 0,7 miljoen. Deze kostenstijgingen verwerken we pas definitief bij de programmabegroting 2024-2027, maar voor een actueel beeld van de financiële positie laten we deze al wel vast zien. 7. OZB stijging Zoals bij de financiële uitgangspunten toegelicht stellen we voor om de OZB in 2024 te verhogen met 6,2%. 1% OZB stijging betekent een extra opbrengst van circa € 225.000. Een verhoging van 6,2% betekent daarom een extra voordeel van afgerond € 1,4 miljoen. Overigens betekent 1% stijging een gemiddelde lastenstijging van € 3,80 voor een gemiddelde woning. 4. Incidentele begrotingsruimte De incidentele begrotingsruimte wordt vooral bepaald door de ruimte binnen de algemene reserve en de ruimte binnen reserves van het grondbedrijf. Algemene reserve De omvang van de algemene vrije reserve is per 1 januari 2023 afgerond € 43,5 miljoen (inclusief saldobestemming jaarrekening 2022). Van dit bedrag is € 3,6 miljoen bestemd voor concrete projecten, waarover reeds besloten is. De minimale norm van deze reserve is 10% van de algemene uitkering. Op basis van de meicirculaire 2022 is dat € 22 miljoen. Dit betekent dat de vrije ruimte binnen de algemene reserve circa € 18 miljoen is.
In deze vrije ruimte is nog geen rekening gehouden met een reservering voor woningbouw Ravenstein (reservering voor speelcapaciteit) en voor investering ontmoeten NOK (raadsvoorstel juni 2023). Voor de ontwikkeling van de algemene reserve verwijzen we naar bijlage 2.
24
Reserves grondbedrijf De volgende “belangrijke” reserves zijn beschikbaar: Bedragen x € 1.000 Omschrijving
31 december 2022
Algemene bedrijfsreserve
3.680
Reserve strategische aankopen
5.707
Reserve binnenstedelijke transformaties
10.000
Het saldo van de algemene bedrijfsreserve (ABR) ligt onder de minimale norm (€ 5,2 miljoen). Dit betekent dat de komende jaren geen extra afromingen meer kunnen plaatsvinden. De algemene reserve vormt de achtervang mochten risico's optreden die niet opgevangen kunnen worden door de ABR. Overige reserves We hebben ook diverse bestemmingsreserves waar in principe nog bestedingsmogelijkheden zijn. In bijlage hebben we een overzicht van de grootste bestemmingsreserves opgenomen. Deze reserves geven een beeld van de incidentele investeringsruimte in de komende jaren. In bijlage 2 is ook een overzicht van de overige reserves opgenomen en de saldi per 1-1-2023.
25
Programma 1. Welzijn en zorg
26
1. Wat willen we bereiken? De begrotingsprogramma’s 1, 2 en 3 gaan over het sociaal domein in Oss. In de drie hoofdstukken staan veel verschillende deelonderwerpen. In de alinea’s hier direct onder staat wat ons bindt in het sociaal domein. Vanuit het sociaal domein werken wij aan een veerkrachtige en inclusieve samenleving in Oss. Wij streven ernaar dat iedere inwoner kan meedoen. Wij doen dat vanuit de volgende waarden:
Mens centraal. We stellen de mens centraal, we sluiten aan bij wat mensen zelf willen en kunnen. We doen hierbij recht aan de waardigheid van iedere inwoner van Oss. Inwoners willen zoveel mogelijk eigen regie en verantwoordelijkheid over hun leven en hun leefomgeving. Zij doen en kunnen veel zelf en samen met hun omgeving. Het vrijwilligerswerk, bijvoorbeeld bij sportclubs, scholen en culturele instellingen, is van grote meerwaarde voor de gemeenschap. Aansluiten bij wat mensen zelf willen en kunnen in samenhang met het algemeen belang, dat is voor ons een duurzame manier om bij te dragen aan actieve en verantwoordelijke gemeenschappen.
Nabijheid. We weten wat er leeft en speelt in buurten, wijken, dorpen, stadjes. We kennen de inwoner en de inwoner kent ons. Daarom zijn we makkelijk benaderbaar.
Eenvoud. We werken vanuit de bedoeling en doen wat nodig is, passend bij de inwoner en zijn mogelijkheden. We maken steeds de afweging hoe we administratieve processen voor inwoners, onze samenwerkingspartners en de gemeentelijke organisatie kunnen vereenvoudigen.
Vakmanschap en partnerschap. Onze medewerkers zijn deskundig, hebben de juiste competenties en blijven leren. Goede ondersteuning voor onze inwoners kan de gemeente niet alleen. We hebben de partners in het sociaal domein nodig om hieraan bij te dragen. Daarom bouwen we aan netwerken en participeren hier actief in. Professionals vanuit verschillende afdelingen en organisaties en inwoners werken waar nodig integraal samen. Hierbij is de Samenwerkwijze uitgangspunt.
Binnen het sociaal domein werken we vanuit deze waarden aan ons dienstverleningsconcept, onze werkprocessen, aan de vakmanschapsontwikkeling van onder andere onze consulenten, en aan onze digitaliseringsagenda. Inhoudelijk onderschrijven we de landelijke agenda voor het sociaal domein. Dat betekent investeren in herstellen van bestaanszekerheid, vergroten kansengelijkheid en gezond leven makkelijker te maken. Naast passende dienstverlening aan onze inwoners en de transformatie van het sociaal domein sturen we op de betaalbaarheid van het geheel. We sluiten aan bij de talenten, mogelijkheden en behoeften van inwoners. Wanneer het niet vanzelf gaat, bieden we ondersteuning, zorg en opvang. Deze ondersteuning is gericht op zoveel mogelijk zelf en samen doen: in netwerken in de buurt, wijk of kern. Waar nodig zorgen we voor (specialistische) ondersteuning en zorg. We kijken integraal naar de hulpvraag van inwoners, bijvoorbeeld in een combinatie van welzijn, zorg, werk, schuldhulpverlening en armoede-ondersteuning. Meer gebruik maken van de mogelijkheden van de inwoner en aansluiting bij de leefwereld vraagt een andere houding en andere manier van werken van professionals. Dit is een langdurig verandertraject. Om te komen tot een integrale oplossing voor de inwoner werken we vanuit de disciplines werk en inkomen, welzijn, zorg, veiligheid, schuldhulpverlening samen. 2.
Wat zijn de komende periode de belangrijkste speerpunten? Mensen kunnen zichzelf redden, doen mee aan het sociale leven en hebben het gevoel dat ze erbij horen We willen dat mensen zoveel mogelijk (soms met hulp uit hun omgeving) fijn, gezond en zelfstandig in Oss kunnen wonen en meedoen met de samenleving. De gemeenschap speelt hierbij een actieve rol. Zelfredzaamheid en een solide sociale basis in onze wijken en dorpen zijn daarbij van belang. Als gemeente hebben we hierbij met name een faciliterende en ondersteunende rol. Vanuit dit speerpunt werken we actief aan substitutie van zorg, dit is onderdeel van de transformatieagenda. Met substitutie van zorg bedoelen we het verschuiven van zwaardere vormen van zorg naar lichtere vormen van zorg, ondersteuning en hulp. Het doel hiervan is enerzijds de druk op het zorglandschap te verlagen. Dit is nodig om de zorg voor iedereen toegankelijk en van goede kwaliteit te behouden. Anderzijds kan substitutie 27
van zorg ook meer mogelijkheden bieden voor zorg op maat en ondersteuning en hulp in de eigen woonomgeving. Als gemeente werken we lokaal aan substitutie van zorg, maar ook op landelijk niveau is dit een speerpunt. Er zijn landelijke akkoorden gesloten die zich richten op het toegankelijk en betaalbaar houden van zorg en ondersteuning (Integraal zorgakkoord/IZA), preventie, sociale basis en sport & bewegen (Gezond en Actief Leven Akkoord/GALA) en op het langer fijn en veilig thuis wonen (Woon-Zorgakkoord). Voor IZA en GALA komen de komende periode extra gelden beschikbaar voor de uitvoering hiervan. Voor de sociale basis is vooralsnog is de verwachting dat inzet die nodig is om uitvoering te geven aan de visie te dekken is binnen reguliere middelen en de GALA-middelen. Als gemeente zetten we in op het versterken van de Osse gemeenschap door het mogelijk maken van laagdrempelig ontmoeten, ondersteuning van vrijwilligers en mantelzorgers, aandacht voor veerkrachtig ouder worden, valpreventie, welzijn op recept en het versterken van netwerken in onze buurten en wijken. Goede basisvoorzieningen en ondersteuningsmogelijkheden in de wijk Inwoners die ondersteuning vanuit het welzijnswerk of de Wmo nodig hebben, kunnen daarvoor terecht bij ONS welzijn, de telefonische en digitale Toegang Zorg en Welzijn, en bij onze Wmo-consulenten.
Samen met ONS welzijn werken we voortdurend aan een zo goed mogelijke dienstverlening. We hebben hierin al veel stappen gezet. Zo werken we in de sociale teams samen met ONS welzijn en andere (zorg)partners dichtbij onze inwoners in onze wijken en dorpen. Momenteel werken we aan het professionaliseren van de route tot ondersteuning. Daarmee bedoelen we de route die de vraag van de inwoner aflegt, waarbij de vraag zo veel als mogelijk op dezelfde wijze opgepakt en vervolgd wordt. We pakken dit voor het brede sociaal domein aan, dus inclusief de terreinen jeugd en werk, inkomen en schuldhulpverlening. Hiervoor ontwikkelen we onder andere een nieuw digitaal regiesysteem sociaal domein, dit brengt extra kosten met zich mee. Passende (specialistische) zorg voor mensen die het nodig hebben In de regio Brabant Noordoost-Oost voeren wij gezamenlijk de opvang- en ondersteuningstaken voor inwoners met een psychische kwetsbaarheid uit op basis van de volgende ambitie. Mensen met een psychische kwetsbaarheid in de regio Brabant Noordoost-Oost wonen zo veel mogelijk thuis, zijn hierbij zoveel mogelijk zelfredzaam en participeren naar vermogen. De zorg en ondersteuning die iemand hierbij nodig heeft, wordt in samenhang geboden en is herstel-ondersteunend.
Daar waar inwoners (tijdelijk) niet zelfstandig kunnen wonen of het hen niet lukt om op eigen kracht te zorgen voor een dak boven het hoofd, zijn voldoende passende (tijdelijke) opvangvarianten beschikbaar. Gemeenten, rijk en andere partijen werken al jaren aan de transitie ‘van beschermd wonen naar een beschermd thuis’. Dit moet het mogelijk maken dat mensen met psychische problemen vaker thuis of in hun eigen woonplaats kunnen blijven wonen, waarbij ze thuis ondersteuning krijgen. Samen met ONS welzijn werken we in Oss aan goede steunstructuren (zoals herstel-ondersteunende zorg, vroegsignalering, outreachende werkwijze ketensamenwerking medisch en sociaal domein en een meldpunt ‘zorg en overlast’) voor deze inwoners en onze wijken en buurten. Naast de goede steunstructuren zijn er ook, aanvullend op de huidige regionale en lokale voorzieningen, nieuwe vormen van tussenvoorzieningen nodig. Om de transitie te realiseren zijn het woonplaatsbeginsel en het nieuwe objectief verdeelmodel voor gemeenten twee belangrijke instrumenten. Beide rijksmaatregelen zorgen ervoor dat elke gemeente in de toekomst verantwoordelijk wordt voor de ondersteuning van de eigen inwoners, en hiervoor passende middelen ontvangt. Nu ligt deze verplichting nog bij de centrumgemeenten.
Waar we voorheen de toegang tot zorg voor deze inwoners regionaal organiseerden, wordt dit gedeeltelijk de verantwoordelijkheid van de uitvoeringsteams van de lokale gemeenten. De vraagverheldering wordt gedaan door de lokale gemeente, het besluit met betrekking tot welke zorg vanuit het regionale palet ligt bij het regionale toegangsteam. Beide rijksmaatregelen zijn echter wederom uitgesteld, de nieuwe streefdatum wordt 1 januari 2025. In onze regio blijven we ons evengoed conform onze regionale planning voorbereiden op deze veranderingen.
28
Transformatie en innovatie Transformatie en innovatie binnen het sociaal domein Oss We blijven werken aan de transformatie van het sociaal domein. We gaan het collectieve aanbod uitbreiden waardoor er meer mogelijkheid tot elkaar ontmoeten en helpen ontstaat. Ook willen we inwoners inspireren en mogelijkheden bieden om eigen ideeën uit te voeren: -
We ontwikkelen lichtere vormen van dagbesteding met hulp van vrijwilligers en lichte professionele ondersteuning.
-
We onderzoeken andere vormen voor hulp bij het huishouden, en andere lichtere vormen van ondersteuning.
-
Ook ondersteunen we zorgcoöperaties en vergelijkbare initiatieven die al een waardevolle bijdrage leveren aan deze beweging.
-
We onderzoeken daarbij op welke manier datagericht werken ons kan helpen bij het bevorderen en in beeld krijgen van de transformatie.
Transformatie en innovatie in de Proeftuin Ruwaard en Ussen Eind 2022 heeft uw raad besloten om de Proeftuin te verlengen en te verbreden voor de duur van 5 jaar. Daarbij gaf u de opdracht om de Proeftuin op een aantal onderdelen aan te scherpen. Het dagelijks bestuur van de Proeftuin heeft besloten om de aanscherping te realiseren binnen de onderdelen samenwerkwijze, wijkplannen, monitoring, substitutie, financiering en governance. In de afgelopen jaren hebben we in de Proeftuin Ruwaard een experimenteerplek gemaakt waar we dingen kunnen uitproberen op kleine schaal. Die experimenteerplek blijven we, uitgebreid met Ussen als tweede plek, in de komende jaren benutten voor transformatie en innovatie. We transformeren en innoveren in de Proeftuin op basis van anders doen, anders mogelijk maken en anders samen leren. Jeugdhulp Wij zorgen voor passende jeugdhulp voor de meest kwetsbare kinderen, jeugdigen en hun gezin. Jeugdhulp die past bij de zwaarte en aard van de problematiek en zo dichtbij mogelijk wordt ingezet. We werken aan een zorglandschap waarbij jeugdigen zoveel mogelijk thuis of in een gezinsgerichte setting kunnen opgroeien, liefst zo dicht mogelijk bij de eigen leefomgeving. We realiseren integrale gezinsgerichte hulp, zo nodig over de grenzen van het sociaal domein heen, aan jeugdige(n) en gezin op basis een gedeelde vraagverheldering met gezin en zijn netwerk.
We sturen daarom ook op aansluiting van GGD en het Centrum Jeugd en Gezin (CJG) bij het onderwijs en de kinderopvang. De samenwerking rond veiligheid van kinderen krijgt extra aandacht, door invoering gefaseerde ketenaanpak en in samenhang met de Wmo en de uitwerking van het toekomstscenario kind -en gezinsbescherming. In aansluiting op de Landelijke Hervormingsagenda en het Regionaal beleidskader stellen we een Beleidskader Jeugd Oss op, waarin we verbinding maken met andere beleidsterreinen die jeugd raken. We zetten in op lichtere vormen van ondersteuning om de druk op de specialistische jeugdhulp te verminderen. Zo ontwikkelen we een lokaal scheidingsloket waar ouders, kinderen, hun sociale netwerk en professionals terecht kunnen voor informatie, advies en hulp. We bouwen in eerste instantie vanuit de huidige formatie en ontdekken gaandeweg of er iets extra’s nodig is. Ook blijven we werken aan verdere uitbreiding van de praktijk ondersteuner huisartsen geestelijke gezondheidszorg (POH GGZ) Jeugd bij huisartsen. We zien hier goede resultaten: de inwonertevredenheid is hoog, het aantal verwijzingen naar basis- en specialistische GGZ blijft relatief laag. De uitbreiding van het aantal huisartsen dat een POH GGZ Jeugd inzet, indexaties op de tarieven en extra Btw-verplichtingen brengen hogere kosten met zich mee.
29
Opvang en Integratie Vergunninghouders en vluchtelingen We maken opvang mogelijk waar ontheemden met verschillende achtergronden welkom zijn. Dit doen we met partners en vrijwilligers en binnen onze mogelijkheden. Hierin onderscheiden we drie groepen met verschillende uitgangsposities en deels tijdelijk in Oss: vergunninghouders, vluchtelingen uit Oekraïne en asielzoekers. Dat betekent dat de invulling van opgaves die hierbij horen verschillend is. Er is de komende jaren een grote toename van mensen die een plek en ondersteuning nodig hebben; de periode dat mensen blijven wordt ook langer. Het zorgen voor een goede opvang van vergunninghouders en vluchtelingen vraagt om aandacht voor het huisvestingsvraagstuk, de inzet van organisaties zoals vluchtelingenwerk, huisartsenzorg, onderwijs en kinderopvang, en het bevorderen van werk en participatie ten behoeve van integratie, welzijn en bestaanszekerheid. Arbeidsmigranten In een tijd waarin de arbeidsmarkt krap is, zijn arbeidsmigranten van belang voor het laten draaien van de Osse arbeidsmarkt. Met de aanwezigheid van een grote groep arbeidsmigranten komt ook een grootschalig huisvestingsvraagstuk mee. Ook hebben we aandacht voor het deel van de groep arbeidsmigranten die kwetsbaar is. In de vorm van een tweejarige pilot bieden we hulp, advies en maatschappelijk werk aan de groep kwetsbare arbeidsmigranten.
Dit doen we zowel collectief als individueel. Het voldoende beheersen van de Nederlandse taal is van belang voor statushouders en arbeidsmigranten. We willen zorgen voor taalonderwijs voor deze twee groepen.
30
Programma 2. Werk, inkomen en onderwijs
31
1. Wat willen we bereiken? De begrotingsprogramma’s 1, 2 en 3 gaan over het sociaal domein in Oss. In de drie hoofdstukken staan veel verschillende deelonderwerpen. In de alinea’s hier direct onder staat wat ons bindt in het sociaal domein. Vanuit het sociaal domein werken wij aan een veerkrachtige en inclusieve samenleving in Oss. Wij streven ernaar dat iedere inwoner kan meedoen. Wij doen dat vanuit de volgende waarden:
Mens centraal. We stellen de mens centraal, we sluiten aan bij wat mensen zelf willen en kunnen. We doen hierbij recht aan de waardigheid van iedere inwoner van Oss. Inwoners willen zoveel mogelijk eigen regie en verantwoordelijkheid over hun leven en hun leefomgeving. Zij doen en kunnen veel zelf en samen met hun omgeving. Het vrijwilligerswerk, bijvoorbeeld bij sportclubs, scholen en culturele instellingen, is van grote meerwaarde voor de gemeenschap. Aansluiten bij wat mensen zelf willen en kunnen in samenhang met het algemeen belang, dat is voor ons een duurzame manier om bij te dragen aan actieve en verantwoordelijke gemeenschappen.
Nabijheid. We weten wat er leeft en speelt in buurten, wijken, dorpen, stadjes. We kennen de inwoner en de inwoner kent ons. Daarom zijn we makkelijk benaderbaar.
Eenvoud. We werken vanuit de bedoeling en doen wat nodig is, passend bij de inwoner en zijn mogelijkheden. We maken steeds de afweging hoe we administratieve processen voor inwoners, onze samenwerkingspartners en de gemeentelijke organisatie kunnen vereenvoudigen.
Vakmanschap en partnerschap. Onze medewerkers zijn deskundig, hebben de juiste competenties en blijven leren. Goede ondersteuning voor onze inwoners kan de gemeente niet alleen. We hebben de partners in het sociaal domein nodig om hieraan bij te dragen. Daarom bouwen we aan netwerken en participeren hier actief in. Professionals vanuit verschillende afdelingen en organisaties en inwoners werken waar nodig integraal samen. Hierbij is de Samenwerkwijze uitgangspunt.
Binnen het sociaal domein werken we vanuit deze waarden aan ons dienstverleningsconcept, onze werkprocessen, aan de vakmanschapsontwikkeling van onze professionals, en aan onze digitaliseringsagenda. Naast passende dienstverlening aan onze inwoners en de transformatie van het sociaal domein sturen we op de betaalbaarheid van het geheel. Inhoudelijk onderschrijven we de landelijke agenda voor het sociaal domein. Dat betekent investeren in herstellen van bestaanszekerheid, vergroten kansengelijkheid en gezond leven makkelijker te maken. Bij bestaanszekerheid gaat het om de zekerheid van voldoende en voorspelbaar inkomen via arbeid of anderszins om mee te kunnen doen in de samenleving. Ook zekerheid van betaalbaar te wonen, toegang tot betaalbare zorg en de mogelijkheid om een financiële buffer op te bouwen zijn noodzakelijke voorwaarden om je als mens te ontwikkelen en te participeren in de samenleving. Kansengelijkheid betreft goede kinderopvang en onderwijs, een sluitende aanpak voor jongeren en jongvolwassenen, de aanpak laaggeletterdheid en een geslaagde inburgeringstrajecten. Allemaal opgaven waaraan wij in dit programma werken. We willen graag dat al onze inwoners actief deelnemen aan de samenleving. Ons uitgangspunt is dat werk de primaire vorm van participatie is.
Werk waarin mensen hun talenten kunnen inzetten en zich kunnen ontplooien, en onderwijs dat dit mogelijk maakt. Daar zetten we dan ook zoveel als mogelijk op in. We zien dat niet alleen huishoudens met een laag inkomen maar ook huishoudens met een midden inkomen vaker in de problemen komen. Onzekere inkomsten, stijgende energielasten en te weinig reserves maken het lastig om rond te komen. Daarom hebben we onze werkwijze verruimd van armoedeaanpak en schuldhulpverlening naar bestaanszekerheid. Dit is onlosmakelijk met elkaar verbonden en vraagt om een integrale blik en aanpak. We doen dat in Oss door gebiedsgericht te werken, samen met onze partners in de wijk, nabij te zijn voor inwoners en stress sensitief te werken. We hebben aandacht voor alle leefgebieden en gebruiken daarvoor ons netwerk en het netwerk van de inwoner. We nemen het niet over, maar werken samen met de inwoner.
32
2. Wat zijn de komende periode de belangrijkste speerpunten? Werk en Talentontwikkeling Wij zijn continu bezig om de mensen in de bijstand te ondersteunen en toe te leiden naar werk. In deze tijd van een krappe arbeidsmarkt is het vinden van werk makkelijker dan voorheen. Het overgrote deel (tweederde) van de mensen met een bijstandsuitkering heeft een zogenaamd zorgprofiel. Toeleiding naar werk is voor deze mensen (nog) niet aan de orde. Met onze ondersteuning kunnen zij een stapje naar meer participatie maken. Daarbij werken we steeds aan ons vakmanschap; onder meer door toepassing van de Samenwerkwijze en het onderzoek 'In de dichterbij stand'. Dit onderzoek samen met Movisie, Divosa, SAM beroepsvereniging en Universiteit voor Humanistiek is gericht op de menselijke maat in de werkrelatie consulent-inwoner met een bijstandsuitkering. Het partnership met IBN blijft een continu proces van ontwikkeling. Binnen ons bestand is een groeiende groep mensen die (zeer) grote afstand tot de arbeidsmarkt hebben. Hoe zorgen we samen voor duurzaam werk en talentontwikkeling voor mensen met een arbeidsbeperking? Wij werken regionaal samen aan de arbeidsmarkt, onder meer in het Werkgeversservicepunt en Jongerenaanpak van Noordoost Brabant Werkt. Centrale thema's zijn Aanpak arbeidskrapte, Leven Lang Ontwikkelen en Dienstverlening.
We werken mee in het 1Werkcentrum, het digitale platform voor gebundelde dienstverlening aan inwoners en werkgevers. Wij blijven ons actief inzetten op het terugdringen van schoolverzuim en voortijdig schoolverlaten om ervoor te zorgen dat zoveel mogelijk jongeren een startkwalificatie behalen. Vanuit de Kinderopvangtoeslagaffaire is er meer aandacht voor rechtsbescherming van de inwoner. We zetten in op uitbreiding van het Sociaal Raadslieden Werk en een laagdrempelige klachtenprocedure. Door medewerker te scholen in het omgaan met klachten en toegankelijke communicatie voor de inwoner. We zetten het project Digitalisering Sociaal Domein voort. Daarin werken we voor het brede Sociaal Domein aan verbeteringen in onze digitale processen en uitbreiding van onze digitale dienstverlening. Ook optimaliseren we het Dashboard Sociaal Domein. Uit analyse van de data kunnen we trends en ontwikkelingen halen en gebruiken voor beleid en uitvoering. We hebben hiervoor een data/business analist nodig, dit vraagt extra middelen. Nieuw beleid Armoede en Schuldhulpverlening In het nieuwe beleidskader Armoede en Schulden 2024-2027 blijven we inzetten op het vergroten van het bereik van de inwoners die het het hardst nodig hebben, zodat zij gebruik maken van de ondersteuningsmogelijkheden die er zijn. Dit vraagt om mogelijk extra middelen voor de speerpunten die benoemd worden.
We bekijken of we dit kunnen betalen uit bestaande budgetten of de extra gelden die we ontvangen van het Rijk. In aansluiting op de Minima Effect Rapportage verbeteren wij ons ondersteuningspakket voor mensen in armoedesituaties. Dat betekent bijvoorbeeld dat we meer gaan doen voor echtparen met tienerkinderen. Naast onze ondersteuning voor inwoners met problematische schulden, zijn we er ook steeds meer voor inwoners met beginnende geldzorgen. Met vroegsignalering en budgetcoaching zetten we in op het voorkomen van schulden. Ook bouwen we Budgetondersteuning en budgetbeheer Oss (BB-Oss) uit. De ontwikkeling van budgetcoaching en BB-Oss vraagt om structurele formatie uitbreiding. We bekijken of we dit kunnen betalen uit bestaande budgetten. We ontwikkelen een project gericht op samenwerking met huisartsen en fysiotherapeuten als actieve verwijzers naar de gemeente wanneer zij mensen met geldproblemen ontmoeten. Wij kijken naar mogelijkheden voor financiering uit IZA/GALA.
33
Lerende stad Oss De Lerende Stad Oss, onze UNESCO erkenning, wordt de overkoepelende paraplu boven alle leer- en ontwikkelactiviteiten in de gemeente Oss. Zodat alle informele en non-formele leermogelijkheden (nog) toegankelijker en zichtbaarder worden. Een Leven Lang Ontwikkelen gaat behoren tot de dagelijkse routine van inwoners, omdat de Lerende Stad Oss breed uitgedragen wordt door overheid, onderwijs, bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties. Ook de ontwikkeling van basisvaardigheden is een belangrijk onderdeel. We versterken van leer- en ontwikkelcultuur bij werkgevers én in het onderwijs via de lerende stad Oss en regionale projecten. De Talentencampus is daarin de spil voor de aansluiting onderwijs-arbeidsmarkt. Specifiek wordt er nu ingezet op Open Badges als instrument bij Leven Lang Ontwikkelen. Daarnaast organiseert de Talentencampus diverse Learning Communities en ontmoetingen voor (hoger) onderwijs en ondernemers om MBO, HBO en WO talent te behouden voor de Osse arbeidsmarkt. We gaan ook aan de slag met de nieuwe visie voor de Talentencampus. Hierbij kijken we ook naar een passende wijze van besturen en de rol van de gemeente hierin. Het beleid voor basisvaardigheden (taal, rekenen, digitale vaardigheden) vastgelegd in 'Meedoen begint aan de basis' wordt herijkt.
We willen het (Digi-)Taalhuis versterken, beter bereikbaar en meer spil te maken in het netwerk. De samenwerking in het netwerk wordt aangehaald en het informele aanbod verstevigd (via een kwaliteitsimpuls). We beogen op meer plekken in de gemeente Digi-punten te realiseren. We vragen hier vanaf 2024 extra middelen voor. We bekijken of we dit kunnen betalen uit bestaande budgetten. In aansluiting op scholen en opvang richten wij ons actief op basisvaardigheden bij ouders. Wij werken daarvoor aan specifieke taalprogramma's op een aantal basisscholen (school als vind- en werkplaats aanpak laaggeletterdheid). Onderwijs & opvang voor kwetsbare kinderen en jongeren Naast de ambitie om gezinnen te ondersteunen bij opvoed- en opgroeivragen en bij te dragen aan goede kinderopvang en goed onderwijs, heeft gemeente met haar samenwerkingspartners een speciale verantwoordelijkheid voor kinderen, jongeren en gezinnen die minder makkelijk meekomen in de samenleving. Om deze groepen extra te ondersteunen en meer gelijke kansen te bieden, gaan we komende jaren door met de aanpakken en taalstimuleringsprogramma’s die we opbouwden zoals passende kinderopvang, voor- en vroegschoolse educatie (vve) en aparte taalklassen. Het Osse Sporenbeleid 1) Taal & Talent, (2) Zorg & Groei, (3) Samen Oss (meedoen en inclusie) zetten we voort.
Grote opgave is voldoende capaciteit NT2- en ISK-onderwijs (internationale schakelklas). Door verhoogde instroom niet-Nederlandstalige kinderen en jongeren (statushouders en ook Oekraïeners) en door personele tekorten in het onderwijs (primair onderwijs, voortgezet onderwijs en mbo) is taalonderwijs aan deze groepen continu in ontwikkeling. Onderwijshuisvesting De gemeente heeft voor onderwijshuisvesting een zorgplicht en is verantwoordelijk voor passende nieuwbouw en uitbreiding. Om inzicht te hebben, de kwaliteit van de huisvesting te borgen en in te spelen op ontwikkelingen, werken we met de schoolbesturen vanuit een gezamenlijk toekomstperspectief. Dat leggen we vast in het Integraal Huisvestingsplan (IHP). Deze gedeelde langetermijnvisie helpt ons om strategische keuzes te maken. Door veranderende leerlingenaantallen hebben we te maken met groei en krimp. Waar mogelijk benutten we leegstaande vierkante meters, verhuren we ruimtes en bouwen we flexibel. We bouwen bijna geen solitaire schoolgebouwen meer, maar kindcentra met onderwijskundige partners. Voor onderwijshuisvesting zijn diverse projecten in onderzoek en uitvoering: de specialistische voorzieningen voor het speciaal onderwijs en voortgezet speciaal onderwijs, de vervangende voorziening voor De Lockaert en De Polderhof en de vervangende voorziening voor SBO Het Baken.
Ook werken we aan het project Kindlandschap De Eiber om een vervangende voorziening voor de scholen in Megen/Macharen/Haren te realiseren. Verder verkennen we wat nodig is voor (ver)nieuwbouw van de scholen in de Schadewijk; daarbij sluiten we aan bij de herstructurering van de wijk. In aansluiting op de hogere leerlingaantallen zoeken we naar een oplossing voor De Wissel en Mozaïek.
34
Voor de benodigde middelen zijn en worden aparte raadsvoorstellen gemaakt. De middelen in het MIP (Meerjaren investeringsplan voor maatschappelijk vastgoed) zijn daarbij het vertrekpunt. Vanwege de hogere bouwkosten wordt het kengetal als basis verhoogd. De diverse projecten zijn in verschillende fasen. In 2024 zouden er voorbereidingskredieten nodig kunnen zijn en ook investeringskredieten voor projecten in de realisatiefase.
35
Programma 3. Ontmoeten, sport en cultuur
36
1. Wat willen we bereiken? De begrotingsprogramma’s 1, 2 en 3 vormen samen het grootste deel van het sociaal domein in Oss. In de drie hoofdstukken staan veel verschillende deelonderwerpen. Onderstaande visie en uitgangspunten is wat ons verbindt in het sociaal domein. Vanuit het sociaal domein werken wij aan een veerkrachtige en inclusieve samenleving in Oss. Wij streven ernaar dat iedere inwoner kan meedoen. Wij doen dat vanuit de volgende waarden:
Mens centraal. We stellen de mens centraal, we sluiten aan bij wat mensen zelf willen en kunnen. We doen hierbij recht aan de waardigheid van iedere inwoner van Oss. Inwoners willen zoveel mogelijk eigen regie en verantwoordelijkheid over hun leven en hun leefomgeving. Zij doen en kunnen veel zelf en samen met hun omgeving. Het vrijwilligerswerk, bijvoorbeeld bij sportclubs, scholen en culturele instellingen, is van grote meerwaarde voor de gemeenschap. Aansluiten bij wat mensen zelf willen en kunnen in samenhang met het algemeen belang, dat is voor ons een duurzame manier om bij te dragen aan actieve en verantwoordelijke gemeenschappen.
Nabijheid. We weten wat er leeft en speelt in buurten, wijken, dorpen, stadjes. We kennen de inwoner en de inwoner kent ons. Daarom zijn we makkelijk benaderbaar.
Eenvoud. We werken vanuit de bedoeling en doen wat nodig is, passend bij de inwoner en zijn mogelijkheden. We maken steeds de afweging hoe we administratieve processen voor inwoners, onze samenwerkingspartners en de gemeentelijke organisatie kunnen vereenvoudigen.
Vakmanschap en partnerschap. Onze medewerkers zijn deskundig, hebben de juiste competenties en blijven leren. Goede ondersteuning voor onze inwoners kan de gemeente niet alleen. We hebben de partners in het sociaal domein nodig om hieraan bij te dragen. Daarom bouwen we aan netwerken en participeren hier actief in. Professionals vanuit verschillende afdelingen en organisaties en inwoners werken waar nodig integraal samen. Hierbij is de Samenwerkwijze uitgangspunt.
Binnen het sociaal domein werken we vanuit deze waarden aan ons dienstverleningsconcept, onze werkprocessen, aan de vakmanschapsontwikkeling van onder andere onze consulenten, en aan onze digitaliseringsagenda. Inhoudelijk onderschrijven we de landelijke agenda voor het sociaal domein. Dat betekent investeren in herstellen van bestaanszekerheid, vergroten kansengelijkheid en gezond leven makkelijker te maken. Naast passende dienstverlening aan onze inwoners en de transformatie van het sociaal domein sturen we op de betaalbaarheid van het geheel. We willen onze inwoners op een positieve manier ondersteunen in het leven door te zorgen voor onze cultuur, de sport, de culturele- en sportieve infrastructuur, aandacht voor een gezonde leefstijl en ontmoeting in onze wijk- en dorpshuizen. We hebben en onderhouden goede en goed toegankelijke voorzieningen voor iedereen. Voorzieningen die goed aansluiten op wat inwoners kunnen en willen. En die gedragen worden door inwoners en de vele gemeenschappen in Oss. Ontwikkelingen die de infrastructuur versterken zijn de bouw van een nieuw Golfbad, de realisatie van Het Warenhuis, de plannen voor theater De Lievekamp en Muzelinck en de bouw, renovatie en/of verduurzaming van diverse dorp- en wijkhuizen. De grootste uitdaging is om het voorzieningenniveau op peil en aantrekkelijk te houden.
We hebben verschillende beleidsvisies op basis waarvan we dat borgen: Cultuur Verbindt OnSS, het beleidskader Vitale Sportverenigingen, het Osse sport- en preventie akkoord en Thuis in de Buurt. De komende jaren gaan we specifieker beleid ontwikkelen voor een gezonde leefstijl en gezonde leefomgeving. Maar ook doen we dat voor de ondersteuning het vrijwilligerswerk, dat op een aantal plaatsen onder druk staat. We doen dat in een brede samenhang van beleid in het sociaal domein. We zetten hierbij in op positieve gezondheid, het verkleinen van gezondheidsverschillen en een gezonde levensstijl. We werken in 2023 aan een hernieuwd beleidskader voor ondersteuning van vrijwilligerswerk.
37
We willen onze inwoners meer regie geven op wat er in hun leefomgeving wordt aangepakt. We continueren en intensiveren de komende jaren –samen met het programma Zorg & Welzijn- de gebiedsgerichte benadering. 2. Wat zijn de komende periode de belangrijkste speerpunten? Voorzieningen op peil Om onze voorzieningen op peil te houden werken we aan de volgende ontwikkelingen: -
We werken verder aan de Open Sportclub in Herpen. Het beoogde multifunctioneel gebruik van het sportpark noodzaakt tot de aanleg van een veld dat gedurende het jaar door bespeeld kan worden door diverse gebruikers. Hiervoor ontwikkelen we een voorstel, dat gebaseerd is op een reëel programma van multifunctioneel gebruik. We verwachten hiervoor extra kosten.
-
In Ravenstein komen de plannen voor woningbouw op het sportpark van de voetbalclub in een versnelling. Om een toegezegde investeringssubsidie van € 4 miljoen van ProRail te kunnen verzilveren, hebben we eerder dan voorzien het gehele sportpark nodig voor de geplande woningbouwontwikkeling. Daarom laten we versneld een haalbaarheidsonderzoek uitvoeren waar de voetbalactiviteiten van voetbalvereniging Ravenstein het beste kunnen 'landen' in de toekomst. De uitkomsten hiervan nemen we mee in de Programmabegroting. Ongeacht de uitkomsten van dit onderzoek moeten we wel investeren in de sportaccommodatie van Onder d'n Plag, om er voor te zorgen dat voetbalvereniging Ravenstein op korte termijn daar zijn thuiswedstrijden kan spelen. We verwachten hiervoor extra kosten.
-
De planuitwerkingen rondom het nieuwe Golfbad, het Urban Sportspark, de vernieuwbouw van theater De Lievekamp en de verhuizing van de bibliotheek naar het Warenhuis liggen op schema. Eind 2023 verwacht de gemeente een contract te sluiten voor het ontwerp en de realisatie van het nieuwe zwembad. We gaan daar bij uit van de afspraken met de raad, en de gebruikers van het zwembad, over het ontwerp en de financiën. We maken daarmee een nieuwe berekening van de bouwkosten. Als blijkt dat de kosten voor de nieuwbouw hoger uitvallen, en leiden tot een groter verlies dan geschat, maken we een ander ontwerp. In het project streven we naar optimaliseren van het ontwerp en het verlagen van de kosten. Het mag ook goedkoper. De afgesproken jaarbijdrage van de gemeente is leidend. We hebben nog geen rekening gehouden met de gestegen rente. Deze kan zorgen voor hogere lasten. In de loop van 2023 levert de architect het Voorlopig Schetsontwerp voor Theater De Lievekamp en Centrum van de Kunsten Muzelinck. Op basis van dat ontwerp berekenen we de nieuwe bouwkosten en prijzen. We verwachten dat door de stijging van de rente en de bouwprijzen de investering hoger uitvalt. Het ontwerpteam doet er alles aan om optimale keuzes te maken en de stijging zo laag mogelijk te houden.
-
Ook de planuitwerkingen voor diverse gemeenschapshuizen die op de lijst staan voor renovatie of nieuwbouw liggen op schema. We noemen hier Ravenstein, Macharen, Herpen, NOK en Oss Noordwest. We zien hier binnen het meerjarig investeringsplan (MIP) kostenstijgingen en werken dit uit in de begroting. We komen met voorstellen voor deze ontwikkelingen en planuitwerkingen. Enerzijds door de kostenstijgingen en anderzijds door de wens om integrale oplossingen te bereiken.
-
In Oss Zuid, Oss Centrum en in Maren-Kessel werken we aan nieuwe plannen voor gemeenschapshuizen. We onderzoeken momenteel op deze plekken waar de lokale gemeenschap behoefte aan heeft en welke mogelijkheden daarvoor zijn. We verwachten dit in de loop van 2024 inzichtelijk te hebben. Dan zullen we voor elk van deze locaties procesplannen opstellen hoe we tot realisatie kunnen komen.
-
Voor de buurthuizen Kortfoort en Meteoor voeren we momenteel een verduurzamingsprogramma uit.
-
We zetten via het programma Thuis in de Buurt in op het versterken van de laagdrempelige ontmoetingsfunctie van de gemeenschapshuizen. We gaan onderzoeken of het hebben van een goed uitgeruste keuken ten behoeve van gezamenlijke maaltijden een basisvoorwaarde is voor de gemeenschapshuizen om succesvol in te kunnen spelen op Thuis in de Buurt. Als dat zo blijkt te zijn, dan maken we een plan hoe en wanneer we daarin kunnen voorzien.
-
Het project Theater van de Stad van De Lievekamp is geëvalueerd en succesvol bevonden. Het project stelde zich ten doel om kwetsbare, achtergestelde of minder zichtbare doelgroepen aan cultuur, aan elkaar en aan de samenleving te verbinden met de podiumkunsten en het theater als middel. We willen deze programmalijn van De Lievekamp vanaf 2024 nu structureel ondersteunen.
38
-
Stichting Oss Cultureel verzorgt sinds een paar jaren locatievoorstellingen. Dat gebeurt op basis van incidentele subsidiëring. Met name het programma Oeverloos vertegenwoordigt echter een vaste waarde in het culturele aanbod in Oss. We maken hier vanuit bestaande budgetten geld voor vrij.
-
Ook sluiten we met gezondheid aan op de nieuwe Regiodeal die we met het Rijk gaan sluiten en waar het verbeteren van de gezondheid en de leefbaarheid belangrijke pijlers in zijn.
Versterken voorzieningen sport-cultuur-ontmoeten-gezondheid-vrijwilligerswerk Mede door de coronacrisis en recent de energiecrisis is niet voor het eerst de kwetsbare financiële basis blootgelegd van diverse kernorganisaties in het programma sport-cultuur-ontmoeten. Het blijkt dat cultuurpodium Groene Engel, kunstencentrum Muzelinck en het Sport Expertisecentrum een financieringsbasis hebben, die niet goed aan lijkt te sluiten bij hun opdracht. In onze wijze van financieren van de maatschappelijke kernorganisaties gaan we in beginsel uit van additionele subsidiëring: dat wil zeggen dat we er van uitgaan dat deze organisaties een verdienmodel op een markt hanteren. Daarbij subsidieert de gemeente aanvullend waar inkomsten uit de markt niet volstaan om de maatschappelijke doelen te realiseren. Het sociaal domein kenmerkt zich echter vaak door een lastig te doorgronden complexiteit, waardoor vooraf met weinig zekerheid te voorspellen is of de geplande activiteiten leiden tot het gewenste maatschappelijke effect. Zeker waar het gaat om veranderingen in gedrag van mensen en keuzes daarin. Het is vaak een kwestie van uitproberen om te zien wat werkt. Omdat de kernorganisaties vaak in die omstandigheden moeten werken, lopen ze in de exploitatie veel risico. Zeker als blijkt dat een deel van de structurele activiteiten gefinancierd wordt met incidentele (project)gelden.
Daarbij komt dat de gemeente niet gauw afwijkt van het eenmaal ontstane subsidiebedrag. Dat geldt ook voor genoemde drie instellingen. Wat hier nodig is, is een robuustere financiering van de basis van een organisatie. In het licht van onze verantwoordelijkheid om de basisinfrastructuur in het sociale domein goed op orde te hebben, willen we daarom breder kijken naar de wijze van financieren van onze kernorganisaties in het sociaal domein. Hierover willen wij met uw raad in het najaar in gesprek. In afwachting van de uitkomst van deze discussie met uw raad streven we naar een passende incidentele oplossing voor de 3 genoemde instellingen. Ook voor wat betreft de gemeenschapshuizen overwegen we om een andere financieringsbasis in te voeren, die beter aansluit op de opdracht uit Thuis in de Buurt. Momenteel laten we hiervoor een onderzoek uitvoeren door bureau Berenschot. In het najaar zullen we de uitkomsten hiervan en ons advies hierover voorleggen aan uw raad. Bovenstaande constateringen sluiten ook aan bij de analyse van de rijksoverheid. Het rijk stelt extra geld beschikbaar voor ondersteuning van maatschappelijke organisaties. Als de precieze voorwaarden bekend zijn, werken we hiervoor diverse scenario's uit. We zien bij sportorganisaties de noodzaak toenemen om verdergaand samen te werken voor een duurzame toekomst.
We sluiten daarbij aan bij initiatieven die clubs hiervoor nemen. Integraal gezondheidsbeleid In 2023 is het Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA) gesloten tussen de gemeenten en het Rijk. Dit akkoord omvat afspraken over het bereiken van een gezonde generatie in 2040: weerbare, gezonde mensen die opgroeien, leven, werken en wonen in een gezonde leefomgeving met een sterke sociale basis. Het gaat hierbij om het terugdringen van gezondheidsachterstanden, een gezonde fysieke leefomgeving die uitnodigt tot bewegen en ontmoeten, het versterken van de sociale basis, een gezonde leefstijl, versterking van de mentale weerbaarheid en mentale gezondheid, vitaal ouder worden en domeinoverstijgende inzet vanuit een regionale preventie-infrastructuur. We maken een integraal plan hiervoor wat de basis is voor de besteding van de Brede Specifieke Uitkering (brede-SPUK). Deze regeling loopt van 2023 tot en met 2026. De middelen die we krijgen op basis van de brede SPUK aanvraag reserveren we voor de uitvoering van het integrale plan. Dit plan stemmen we af met de aanpak die we ontwikkelen voor het Integraal Zorgakkoord (IZA). De aanpak hiervoor is verwoord in programma 1. Het gemeentelijk gezondheidsbeleid heeft het accent op preventie en positieve gezondheid.
In 2024 gaan we een nieuwe gemeentelijke nota gezondheidsbeleid maken, waarin we uitwerken hoe we inwoners kunnen stimuleren tot een gezond en actief leven. Bewegen in een gezonde leefomgeving en het versterken van het reguliere sport- en beweegaanbod vormen daarbij een rode draad.
39
Vrijwilligersbeleid Vrijwilligerswerk staat op steeds meer plekken onder druk. Dit geldt vooral voor het traditionele verenigingsleven. In een aantal gevallen wordt de uitvoering van activiteiten door vrijwilligers complexer, omdat met steeds meer zaken rekening moet worden gehouden. Ook de aard van het vrijwilligerswerk verandert in de loop van de tijd. Steeds meer vrijwilligers willen zich gedurende een bepaalde tijdsspanne doelgericht inzetten voor een maatschappelijke taak. We zijn op zoek naar helpende interventies die we als gemeente kunnen doen. Hiervoor maken we een plan. Dat plan is gebaseerd op een onderzoek dat de huidige staat van het vrijwilligerswerk in Oss beschrijft en opvattingen van vrijwilligers over wenselijke ondersteuning. Daaruit blijkt onder meer dat er dringende behoefte is aan een actieve en meewerkende gemeente ten aanzien van activiteiten en evenementen die door vrijwilligers worden georganiseerd. Op het gebied van evenementen willen we de vrijwilligers ontzorgen. Veiligheid en beperken van overlast is belangrijk waarbij de activiteit centraal moet blijven staan. Zeker omdat het door vrijwilligers wordt georganiseerd. Onze inzet voor evenementen is onderdeel van het plan dat we maken. Ook blijkt uit het onderzoek de behoefte aan een centraal punt voor vrijwilligers, waarin het overzicht aanwezig is van het lokale vrijwilligersveld.
Een centraal punt vanwaaruit verbindingen en samenwerking tussen vrijwilligersorganisaties worden gestimuleerd en georganiseerd.
40
Programma 4. Klimaat, energie en openbare ruimte
41
1. Wat willen we bereiken? Klimaatverandering is niet alleen iets van de toekomst, het speelt nu al. De overstromingen in Limburg, de inmiddels jaarlijkse hittegolven en de afgelopen droge zomers laten zien dat ingrijpende maatregelen snel nodig zijn, ook in Oss. Klimaatadaptatie, natuurherstel en duurzame energievoorziening zijn – naast voldoende en betaalbare woningen – dan ook de grote en urgente opgaven waar we in het ruimtelijk domein voor gesteld staan. Het zijn opgaven die complex zijn in zichzelf en door hun samenhang. Vanuit de rijksoverheid komen vanuit verschillende nationale programma’s middelen ter beschikking om deze opgaven aan te kunnen pakken. In Oss staan de duurzame energieopwekking en de voorbereiding op de effecten van de klimaatverandering prominent op de agenda om de toekomst duurzaam vorm te geven. Als gemeente moeten we nu keuzes maken om onze lange termijn doelstellingen te behalen: in 2050 zijn we als gemeente klimaatadaptief en energieneutraal. Om dit doel te bereiken werken we de komende tijd aan de ontwikkeling van een Energievisie die de kaders stelt voor de periode 2030-2050 die we ook regionaal zullen afstemmen. Ook komen we met de 'koersnota Klimaatadaptatie', waarin we de doelen 2050 vertalen naar de doelen in 2030, en een bijbehorend uitvoeringsprogramma.
Daarnaast blijven ons inzetten op het realiseren van onze afvaldoelstellingen: minder restafval, meer grondstoffen scheiden en hergebruiken, de CO2-uitstoot beperken, de kosten van afvalbeheer beter beheersbaar maken en de dienstverlening aan de inwoners op peil houden. 2. Wat zijn de komende periode de belangrijkste speerpunten? Energietransitie Opstellen Energievisie In 2050 zijn we als gemeente energieneutraal. Om dit doel te bereiken werken we de komende tijd aan de ontwikkeling van een regionaal af te stemmen Energievisie die de kaders stelt voor de periode 2030-2050. Energiebesparing We hanteren nog steeds de doelstelling om 11% energie te besparen in 2030 ten opzichte van 2017. We hebben hiervoor een uitvoeringsprogramma voor de periode 2023-2026 opgesteld, dat naast een doelgroepenaanpak ook steeds meer een wijkgerichte aanpak (vanuit de warmte transitie) kent. En speelt gedragsverandering bij bewoners en bedrijven in 2024 een belangrijke rol. De komende 9 jaar nemen we deel aan het Energiebod voor de bedrijven. We hanteren de doelstelling van 11% netto besparing in 2030 ten opzichte van 2017. Een ambitieuze doelstelling gelet op het feit dat we de laatste jaren zien dat de gerealiseerde besparing als gevolg van economische groei en comfortbehoefte ertoe leidt dat de energievraag ongeveer gelijk blijft.
Het Uitvoeringsprogramma Energiebesparing 2019-2023 wordt in 2023 opgevolgd door een nieuw Uitvoeringsprogramma voor de periode 2023-2026. Na goedkeuring door de Raad wordt dit programma bepalend voor de activiteiten die we in 2024 gaan uitvoeren. In 2024 voeren we op basis van het toegekende budget de projecten uit in het kader van het Nationaal Isolatie Programma (NIP). Naast doelgroepenaanpak gaat het energiebesparingsprogramma zich steeds meer richten op de wijkgerichte aanpak mede met het oog op de afstemming van de activiteiten op reduceren van de warmtevraag. Energiebesparingsprogramma en activiteiten van de warmte-transitie worden gebundeld in een Programma gericht op de Gebouwde Omgeving. Naast concrete maatregelen op het gebied van isolatie, zonnepanelen, duurzame warmte en adviserend toezicht bij bedrijven ligt het accent ook op gedragsverandering bij bewoners (speerpunt Schadewijk en Herpen) en bedrijven (speerpunt Verduurzaming Moleneind-Landweer). We nemen deel aan “Energiebod” van de Omgevingsdienst Brabant Noord; ODBN gaat komende 9 jaren bij alle bedrijven in de regio adviserend toezicht uitvoeren op gebied van de energiebesparende maatregelen. Het een en ander vindt plaats binnen het reguliere werkprogramma van de ODBN en binnen de bestaande budgetten voor de ODBN.
42
Grootschalige duurzame opwek De doelstelling voor grootschalige duurzame opwek is 1,008 PJ tot 2030. We continueren onze inzet op de ontwikkeling van de Duurzame polder (in samenwerking met gemeente Den Bosch en provincie Noord-Brabant) en het windpark Elzenburg-De Geer. Samen met Enexis zorgen voor een locatiekeuze voor het tussenstation in Oss. Pas als de netwerkproblematiek is opgelost verwachten we dat nieuwe initiatieven voor zonne-energie weer worden opgepakt. -
Afhankelijk van de besluitvorming door de Raad van State wordt in 2023 of 2024 windpark Elzenburg-de Geer gerealiseerd. Voor zonneveld de Munlaan wordt de vergunning definitief. Dat levert een substantiële bijdrage aan de energie-opwekking op eigen grondgebied.
-
De ontwikkeling van het windpark Duurzame Polder doorloopt in 2023 en 2024 het MER traject dat uit gaat monden in een VoorKeursAlternatief om vervolgens het vergunningentraject op te starten. Op deze wijze gaan we het aandeel duurzame opwek van Oss in de RES NOB opgave invullen.
-
Tegelijkertijd verwachten we in samenspraak met Enexis te kunnen starten met locatiekeuze en voorbereidingen voor de procedure om een tussenstation (150Kv) in Oss te gaan realiseren.
-
Met de bijgestelde Nota Grootschalige opwekking van zonne-energie is er een kader geschetst voor nieuwe zonne-energie projecten. Totdat de netwerkproblematiek is opgelost verwachten we dat nieuwe initiatieven niet gerealiseerd kunnen worden.
Warmtetransitie Onze doelstelling voor 2030 is dat we 7.500 bestaande woningen aardgasvrij willen maken, te beginnen in de Schadewijk en in Herpen. In 2024 willen we het eerste WijkUitvoeringsPlan en voorleggen aan de Raad ter vaststelling. De Transitievisie Warmte vormt de basis voor de uitvoering van de warmte-transitie in Oss. In deze Transitievisie is vastgelegd dat we in Oss in 2030 7.500 bestaande woningen aardgasvrij willen maken te beginnen in de Schadewijk en in Herpen. Hiertoe worden de acties op het gebied van Energiebesparing de komende tijd steeds meer wijkgericht ingezet om zo de warmtevraag te reduceren voordat we overschakelen op een alternatief voor aardgas. De verwachting is dat in 2024 de wetgeving tot stand komt waarin we als gemeente worden aangewezen als regisseur van de warmte-transitie en tevens de mogelijkheid krijgen om vast te stellen wanneer een wijk of kern in de gemeente aardgasvrij wordt (van het gas af gaat). Onderzocht wordt welke alternatieven technisch en financieel haalbaar zijn en wat de consequenties van de verschillende alternatieven zijn voor de openbare ruimte en voor wat betreft uitvoeringsorganisatie. Wij gaan een intensief participatietraject met de bewoners en bedrijven in Schadewijk en Herpen doorlopen om te komen tot een haalbaar en betaalbaar alternatief voor aardgas.
In 2024 realiseren we het eerste WijkUitvoeringsPlan en leggen we dit aan de Raad voor ter vaststelling. Energie Armoede Als gevolg van de Oekraine-oorlog en daaraan gekoppelde energiecrisis zijn de prijzen van aardgas en elektriciteit fors gestegen. Hierdoor zijn vooral de mensen met lage inkomens (tot 120% van het minimum inkomen) en veelal energietechnisch slechte woningen financieel in de problemen gekomen. Het gaat in Oss naar schatting om 5.100 inwoners/adressen. Om deze mensen die last hebben van energie-armoede te helpen worden aan hen energietoeslagen uitbetaald. Daarnaast krijgen we als gemeente een budget van de Rijksoverheid om voor deze doelgroep concrete maatregelen te financieren (zoals de klusbus, keukentafelgesprekken, witgoedvouchers etcetera). Hiermee continueren we de huidige aanpak voor energiearmoede. Uitvoeringsmiddelen Klimaat en energiebeleid We ontvangen uitvoeringsmiddelen voor het klimaat- en energiebeleid voor de jaren 2023 tot en met 2025. Jaarlijks een bedrag van afgerond € 1,5 miljoen. Dit bedrag is bestemd voor personele en bijbehorende materiële kosten (onderzoekskosten e.d.). De afgelopen jaren hebben we al fors geïnvesteerd in extra capaciteit voor de uitvoering van het klimaatakkoord. Vanuit de bestaande formatie hebben we in beeld gebracht dat dit een bedrag betreft van € 1,3 miljoen per jaar.
Om de versnelling in CO2-reductie tot stand te kunnen brengen hebben we nog extra formatie nodig, dit kost afgerond € 0,3 miljoen.
43
Inzetten op besparen en opwekken van energie waar het gebruikt wordt Met betrekking tot energiebesparen hebben we acties en projecten in uitvoering die gericht zijn op huurwoningen, koopwoningen, bedrijfsgebouwen, VVE’s, monumenten, maatschappelijk vastgoed en gemeentelijk vastgoed. Hiermee wordt op alle plaatsen waar dit aan de orde is gewerkt aan vergroten van bewustzijn om en daadwerkelijk energiebesparen. Het opwekken van energie waar het gebruikt wordt stimuleren we in de vorm van zonne-energie op daken (zowel kleinschalig op woningen als grootschalig op grote daken). De meeste duurzame energie-installaties zijn aangesloten op het netwerk en de geproduceerde energie gaat dus het netwerk op. Alleen waar installaties niet op het netwerk aangesloten zijn en beschikken over opslagmogelijkheden kan de geproduceerde energie ook ter plekke volledig gebruikt worden. Dergelijke ‘off the grid” installaties zijn in Oss voorzover bekend niet aanwezig. Het stimuleren van ‘off the grid” installaties is gelet op de netwerkschaarste de moeite waard. Naast de hoge kosten van opslagfaciliteiten vergt dit ook overleg en afstemming met de netwerkbeheerder, is een complex traject van lange adem. Programma klimaatadaptatie We bouwen aan een klimaatadaptief Oss van de toekomst, waarin bewoners, bedrijven, flora en fauna minder kwetsbaar zijn voor de effecten van klimaatverandering.