CConstaterende datOss
Koppel je AI →
Document · PDF

Kadernota 2024-2027 .PDF

Gemeenteraad 13 juli 2023, gemeente OssBij agendapunt: Kadernota31.471 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Kadernota 2024-2027

Aanbiedingsbrief Beste leden van de gemeenteraad,

Het is dit jaar zoeken naar een eenduidige koers voor de Kadernota. Aan de ene kant biedt het Rijk op de korte termijn duidelijkheid: tot en met 2025 werken we met een bevroren accres, dat alleen verhoogd wordt met de inflatie correctie en enkele incidentele posten. Dat geeft rust en zekerheid. Aan de andere kant dreigt vanaf 2026 het ravijnjaar, met een ingrijpende teruggang van de financiële slagkracht van alle gemeenten in Nederland. Daarnaast is er ook in onze samenleving en wereld veel onzekerheid. Wat gaan de energieprijzen in 2024 doen? Is er een pijl te trekken op de ontwikkeling van de inflatie? Hoe zit het met de arbeidsmarkt, blijft er door de stikstofcrisis van alles op slot? Hoe zit het met de asielinstroom? Gratis geld is voorbij, maar hoe hoog wordt de rente? Als wij het geheel overzien, vinden we terug wat we vorig jaar verwachtten en zagen aankomen. Wij beschikken in Oss over de financiële middelen om de lange termijn plannen te realiseren. Onze reserve positie is sterk en stelt ons in staat om gevolgen van de inflatie en rentestijgingen te vangen, waardoor we de grote plannen op het gebied van wonen en mobiliteit kunnen uitvoeren. Maar ook andere belangrijke speerpunten uit het coalitieakkoord kunnen we realiseren. Waarschijnlijk niet in het tempo dat we het liefst zouden hanteren, maar we kunnen door.

Daar staat tegenover dat er niet veel geld beschikbaar is voor nieuwe ambities. Bovendien komt onze algemene reserve als gevolg van de eenmalige uitnames snel op het niveau van de minimale omvang. Daarnaast zijn we nu halverwege het jaar, het is niet uitgesloten dat zich nog ontwikkelingen voordoen waarvoor we middelen moeten reserveren. Dat betekent dat we echt moeten kiezen en er wensen van tafel vallen. Gezien de vele onzekerheden en de route die we vorig jaar in de meerjarenbegroting hebben vastgelegd, kiezen we in 2024 en verder voor de volgende oriëntaties. Alle kracht en inzet op de uitvoering In de programmabegroting 2023-2026 hebben we het coalitieakkoord ‘Samen duurzaam vooruit’ vertaald. We hebben de speerpunten benoemd. Voor het jaar 2023 hebben we de activiteiten concreet uitgewerkt en voor de jaren daarna de speerpunten meerjarig weggezet. Zo hebben we de grote lijnen voor de komende jaren geschetst. Daarnaast is er in deze programmabegroting fors geld beschikbaar gesteld om voortvarend aan de slag te kunnen met het uitvoeren van het coalitieakkoord. Het gaat om de volgende hoofdlijnen: -

De verstedelijkingsopgave met woningbouw en mobiliteit. Denk aan Amsteleind, de plannen rond de Raadhuislaan, het Euterpepark. Maar ook de grote investeringen in bereikbaarheid via de weg en het spoor.

-

De klimaatopgave en energie transitie. Van de duurzame polder tot het voorbereiden om de eerste 7.500 bestaande woningen gasloos te maken. We bouwen aan een klimaatadaptief Oss van de toekomst, waarin bewoners, bedrijven, flora en fauna minder kwetsbaar zijn voor de effecten van klimaatverandering, zoals de hogere kans op wateroverlast door extreme neerslag, hitte, droogte en overstromingen van de Maas. Zo beperken we de risico’s voor de economie, onze gezondheid, natuur en veiligheid.

-

Goede dienstverlening en transformatie en kostenbewustzijn van het sociaal domein. We werken aan de Hervormingsagenda Jeugd, aan de realisatie van het Integrale Zorg Akkoord en Gezond en Actief Leven Akkoord en aan de vernieuwing en professionalisering van onze dienstverlening.

-

Stedelijke voorzieningen voor een aantrekkelijke stad. De nieuwe Lievekamp, het Walkwartier met het Warenhuis en het nieuwe zwembad zijn hier aansprekende voorbeelden van. Vanwege de forse rentestijgingen zijn de al gereserveerde budgetten minder waard geworden. Dat trekken we nu recht.

-

Duurzaam houdbare voorzieningen voor vitale dorpen. Ussen met de nieuwe Hille, de voorziening in de NOK dorpen en Ravenstein zijn voorbeelden van in stenen investeren om sociale cohesie te bevorderen.

-

Een uitstekende 100.000+organisatie. Denk aan onze positie op de arbeidsmarkt en informatieveiligheid.

2

Dit betekent dat in de komende kadernota en programmabegroting de focus gericht is op het uitvoeren van de plannen en speerpunten die we in de programmabegroting 2023 hebben opgenomen. We zijn daar heel blij mee: in tijden van onzekerheid en hoge inflatie zijn we in staat om volop de investeren in de samenleving. Ook in sociale cohesie, ontmoeten en de transformatie van het sociaal domein. Daarnaast hebben we oog voor nieuwe ontwikkelingen: soms wettelijke verplichtingen, toetreden tot BrabantStad of aanhoudende krapte op de arbeidsmarkt. Geen bezuinigingen, wel inzetten op heroriëntatie Gezien de financiële ruimte de afgelopen jaren en de economische ontwikkelingen willen we geen bezuinigingsoperatie opzetten. Wel hebben we flink moeten schrappen in onze wensen die we nog hebben voor nieuw beleid. We kunnen gelukkig vooruit en het zal al een hele opgave worden om ons bestaande beleid uit te voeren. Met de maatschappelijke onzekerheden, het fors duurder worden van geld, dat snel verdampt als gevolg van inflatie, is het goed om een reflectie moment in te bouwen. Moet alles in dezelfde omvang en reikwijdte doorgaan, zoals we ooit dachten. Of mag het een ons minder, mogen we meer van de samenleving vragen, willen we strakker inzetten op samenwerking of fusies van verenigingen om het op de lange termijn vol te houden.

Dit is geen pleidooi om overal voor de goedkoopste variant te kiezen. Zeker bij bouwprojecten leggen ons soms vast voor 40 tot 100 jaar. Maar kritisch kijken of ons voorzieningen niveau in de breedste zin van het woord nog past bij maatschappelijke ontwikkelingen en onze portemonnee is op zijn plaats. Prioritering in ambities In de kadernota 2024 is het van belang een prioritering aan te brengen in de ambities. Enerzijds vanwege de financiële positie. Anderzijds om het ook uitvoerbaar te houden: we zien op dit moment al dat het lastig is om alle plannen te realiseren. Denk aan de overschotten op de afgelopen 2 jaarrekeningen. Deze verdwijnen voor een deel als sneeuw voor de zon vanwege onder andere de rentestijging. Ook hier zien we dat al gereserveerde (spaar)bedragen voor wonen en mobiliteit minder waard zijn geworden. Deze prioritering kan vervolgens als afwegingskader gebruikt worden om later dit jaar de programmabegroting op te stellen. Daarnaast zijn er tal van wensen op de lange termijn. Wij kiezen ervoor deze nu niet allemaal mee te nemen, maar te voorzien van richtinggevende uitspraken en onderzoeksrichtingen, sturend voor de begroting later dit jaar en mogelijk de begrotingen vanaf 2025. Dit aan de hand van een prioritering van inhoudelijke ambities. Deze onderzoeksvragen kunnen gericht zijn op: -

Concretisering van ambities in meer uitgewerkt plan;

-

Uitwerking in scenario’s ten behoeve van de begroting;

-

Kunnen projecten worden gefaseerd;

-

Opdracht “oud-voor-nieuw”.

Onze financiële uitgangspunten We hanteren al een aantal jaren uitgangspunten bij het opstellen van de begroting. We willen daar graag aan vast houden. We variëren binnen de uitgangspunten, afhankelijk van de maatschappelijke omstandigheden en de financiële armslag van de gemeente: -

In het algemeen werken we met een begroting die meerjarig (structureel) sluitend is. Dit jaar kiezen we ervoor om de eerste 2 jaar sluitend te hebben en verwachten we in 2026 en 2027 een tekort. In principe is dit voldoende om de toets van onze toezichthouder – de provincie – te doorstaan. Maar houden we ook druk op het kabinet in de lobby voor het terugdraaien van de grote greep uit het gemeentefonds vanaf 2026. We hebben een algemene reserve die ruim voldoet aan de gestelde normen (minimaal 10% van de algemene uitkering). Binnen onze algemene reserve is er incidentele begrotingsruimte. We zetten deze ruimte in om de plannen van het coalitieakkoord en noodzakelijke actuele onderwerpen te realiseren en rentestijging en inflatie op te vangen.

-

We kijken jaarlijks kritisch naar alle reserves. In de nota reserves, die de gemeenteraad tegelijk met de programmabegroting behandelt, lichten we de reserves uitgebreid toe.

-

De winsten uit het grondbedrijf zetten we in voor onze omvangrijke ruimtelijke opgaves (ontsluitingswegen, spoorzone, mobiliteitsplan, wonen). Daarnaast vragen we bijdragen aan ontwikkelende partijen, die op deze manier hier ook aan meebetalen. Gezien de ontwikkeling van stijgende prijzen, zijn winsten uit het grondbedrijf geen zekerheid meer.

3

-

Via actieve lobby en netwerken zetten we in op actief geld van derden te verwerven zoals bijdragen uit landelijke, regionale en Europese fondsen. De landelijke fondsen voor woningbouwimpulsen, volkshuisvesting en klimaat & energie bieden nadrukkelijk kansen.

-

We blijven lobbyen voor een robuuste financiering vanuit het gemeentefonds en voor voldoende compensatie van het zogenaamde ravijnjaar vanaf 2026. Dit in combinatie met de afschaffing van de zogenaamde opschalingskorting. Aanvullend hierop lobbyen we voor voldoende compensatie van de hogere kosten voor jeugdhulp en Wmo.

-

Er zit ruimte in de gemeentelijke lasten. We hebben de traditie dat we met onze lasten € 22,50 onder het landelijke gemiddelde blijven. Op dit moment is het verschil € 111. We hebben twee jaar afgezien van inflatiecorrectie. De kosten stegen wel. Dit rechtvaardigt een stijging van de OZB van minimaal 6,2 %. We schatten dat we hiermee nog onder het landelijk gemiddelde blijven, dus ruim meer dan € 22,50 per huishouden verschil. Indien noodzakelijk zetten we bij de programmabegroting een stap richting de gemiddelde OZB van Nederland.

Tenslotte De lange termijn vooruitzichten zijn momenteel niet rooskleurig. Met name de periode vanaf 2026 baart ons grote zorgen. Maar dit vormt geen beletsel om met veel enthousiasme en samen met de samenleving aan de slag te gaan. De plannen liggen er, het geld is grotendeels aanwezig, al hebben we er last van dat het snel minder waard wordt. De menskracht is niet altijd voorhanden op het moment dat dit nodig is. We kunnen met overtuiging door en fasering en heroriëntatie op een aantal onderwerpen zijn noodzakelijk om het op de lange termijn vol te houden. Wij gaan daarover graag met u het gesprek aan. Burgemeester en wethouders van Oss.

De secretaris,

De burgemeester,

drs. H. Mensink

drs. W.J.L. Buijs-Glaudemans

4

Inhoudsopgave Aanbiedingsbrief

2

Inhoudsopgave

5

Leeswijzer

6

Op weg naar de begroting: Investeren vanuit een stabiele basis

7

Financiële positie

18

Programma 1. Welzijn en zorg

26

Programma 2. Werk, inkomen en onderwijs

31

Programma 3. Ontmoeten, sport en cultuur

36

Programma 4. Klimaat, energie en openbare ruimte

41

Programma 5. Economie

46

Programma 6. Stadscentrum

50

Programma 7. Verstedelijking, wonen en mobiliteit

53

Programma 8. Veilige omgeving

58

Programma 9. Besturen in verandering van tijden

62

Programma 10. Financieel beleid

66

Bijlage 1: Meicirculaire 2023

70

Bijlage 2: Overzicht reserves

76

5

Leeswijzer De kadernota geeft beleidsmatige richting en kaders die in de programmabegroting verder uitgewerkt worden, zowel inhoudelijk als financieel. In de kadernota geven we op hoofdlijnen de speerpunten en de financiële uitwerking hiervan weer. We streven er naar om de kadernota compact te houden. Het college legt de kadernota voor de zomer aan de gemeenteraad voor. De gemeenteraad kan het college opdrachten meegeven voor de uitwerking van de kadernota in de begroting. De kadernota bestaat uit diverse onderdelen. In deze leeswijzer wordt bij alle onderdelen een korte uitleg gegeven. Aanbiedingsbrief In de aanbiedingsbrief geeft het college van burgemeester en wethouders de hoofdlijnen van deze kadernota weer. Financiële positie en op weg naar de begroting In dit hoofdstuk beschrijven we de financiële positie van de gemeente Oss. Vervolgens geven we daar een korte toelichting op. Verder staan we stil bij de structurele begrotingsruimte en geven we aan welke financiële uitgangspunten we zullen hanteren bij het opstellen van de begroting. Programma’s Per programma beschrijven we wat we willen bereiken en wat de speerpunten zijn voor 2024 en verder. Bijlagen In de bijlagen geven we de analyse van de meicirculaire 2023 en een overzicht van de reserves weer.

6

Op weg naar de begroting: Investeren vanuit een stabiele basis In dit hoofdstuk schetsen we de financiële koers voor de programmabegroting. We geven aan hoe we ons geld optimaal in willen zetten. We maken hierin onderscheid tussen onze structurele ruimte en onze incidentele investeringsruimte. We hebben in dit hoofdstuk de prioriteiten in deze kadernota op hoofdlijnen financieel vertaald. De kadernota is nadrukkelijk nog geen begroting. De feitelijke vertaling van deze posten gebeurt bij de programmabegroting 2024-2027. Deze prioriteiten zijn afgezet ten opzichte van de financiële positie. Deze positie lichten we in het volgende hoofdstuk nader toe. 1. De koers voor de begroting De koers voor de begroting is: 

Focus op uitvoering

In de programmabegroting 2023-2026 hebben we het coalitieakkoord ‘Samen duurzaam vooruit’ vertaald. We hebben de speerpunten benoemd en zijn daar vol op mee aan de slag. In deze programmabegroting van vorig jaar is ook fors geld beschikbaar gesteld om voortvarend aan de slag te kunnen met het uitvoeren van het coalitieakkoord. Dit betekent dat we ons in deze kadernota en de komende programmabegroting focussen op het uitvoeren van de ambities en speerpunten die we in de programmabegroting 2023 hebben opgenomen. En willen we hier ook niet te veel aan toevoegen om ons te focussen op de uitvoering. 

Geen bezuinigingen, wel inzetten op faseren en prioriteren.

Gezien de financiële ruimte de afgelopen jaren en de economische ontwikkelingen willen we geen bezuinigingsoperatie opzetten. We zoeken de oplossing in het faseren en in het prioriteren van ambities en niet in het bezuinigen op bestaand beleid. 

Financiële vertaling op hoofdlijnen

We hebben onze prioriteiten financieel vertaald. Dit leidt tot het volgende totaalbeeld: Bedragen x € 1.000 - is voordeel, + is nadeel Omschrijving

2023

2024

2025

2026

2027

Financiële ruimte

-4.867

-3.545

-3.170

-1.356

-2.221

Prioriteiten

3.800

2.639

1.933

2.450

3.450

-1.067

-907

-1.238

1.094

1.229

Overschot/ tekort

Voor de jaren 2023 tot en met 2025 werken we met sluitende begrotingen. Dit is een goede en solide financiële basis richting de programmabegroting 2024-2027. Voor de jaren erna hebben we grotere ambities dan de aanwezige financiële ruimte. We voorzien voor die jaren tekorten van jaarlijks € 1,1 en € 1,2 miljoen structureel. Deze tekorten worden veroorzaakt doordat het Rijk in die jaren forse kortingen in de algemene uitkering heeft doorgevoerd. We zetten samen met de VNG in op een stevige lobby om te komen tot een structurele compensatie van deze zogenaamde "ravijnjaren" en te komen tot een stabielere financiering voor gemeenten die passend is bij de opgaven die we als gemeenten hebben. Mocht het Rijk geen compensatie bieden, betekent dit een forse uitdaging richting de toekomst.

7

2. Financiële vertaling van onze prioriteiten In onderstaande tabel hebben we de prioriteiten uit deze kadernota op hoofdlijnen financieel vertaald. In deze paragraaf geven we de prioriteiten waarvoor we in de programmabegroting extra middelen willen vrijmaken. In de volgende paragraaf geven we de prioriteiten weer waarvan we de kosten betalen uit bestaande budgetten. Bedragen x € 1.000 - is voordeel, + is nadeel Prg. Omschrijving

2023

2024

2025

2026

2027

1

Digitalisering sociaal domein

188

188

188

188

2

Onderwijshuisvesting

PM

PM

PM

PM

3

Subsidiëring Muzelinck, SEC en Groene Engel

PM

3

Theater van de stad

20

20

20

20

3

Tijdelijke kosten Onder d'n Plag

600

3

Kostenstijgingen Investeringen ontmoeten en sport (MIP)

PM

3

Hogere ambities investeringen ontmoeten en sport (MIP)

4

Versnelling klimaat- en energiebeleid (CDOKE)

5

Doorontwikkeling industriehaven Elzenburg

5

Impuls recreatie en toerisme

7

Voorbereidingskrediet Spoorzone

1.400

7

Flexwoningen

1.600

7

Capaciteit overbewoning

7

Beleidscapaciteit mobiliteit

7

Erfgoed en archeologie

40

8

Jeugdpreventie HALT

8 8 9

PM

PM

250

900

327

327

327

23

193

193

193

102

102

102

102

25

25

25

25

Professionalisering evenementen

90

90

90

90

Capaciteit veiligheid

90

90

90

90

Intern kennis en expertisecentrum participatie

125

125

235

235

235

235

- P&O: werving & selectie, onboarding en verzuim

64

64

64

64

9

- Opleidingsbudget

100

100

100

100

9

- Extra secretariaat

122

134

134

134

9

Programma dienstverlening

150

PM

PM

PM

9

Impuls publiekscentrum

223

166

208

208

15.000

74

424

774

1.933

2.450

3.450

327

PM

3.800 115

Bedrijfsvoering: - ICT: Monitoring & Respons en Identity 9 9

Accessmanagement

Rentestijging Lievekamp, Zwembad, Warenhuis en 10

Ruimtelijke ambities Inzet algemene reserve TOTAAL

-18.000 3.800

2.639

8

Toelichting per post: Digitalisering sociaal domein We willen een regiesysteem implementeren in het sociaal domein als onderdeel van de meerjarenagenda voor digitalisering. Na de Europese aanbesteding in 2023 kiezen we een geschikte partij en betalen we vanaf 2024 jaarlijkse licentiekosten. Het doel van het regiesysteem is om de digitale dienstverlening te verbeteren en inwoners meer regie te geven over hun eigen vraag, terwijl de gemeente (samen met ketenpartners) ook efficiënter en effectiever kan (samen)werken. Er is nu urgentie, omdat er nu weinig digitaal wordt samengewerkt, er risico's bestaan rondom privacy en (informatie)beveiliging, en er een gebrek is aan kwalitatief goede data om de sturing van het sociaal domein te optimaliseren. Voor de jaarlijkse licentiekosten hebben we naar verwachting tussen de € 75.000 en € 100.000 nodig. Voor onderhoud, doorontwikkeling en beheer van het dashboard Sociaal domein is vanaf 2024 inzet nodig van een data analist en een beheerder. Met inzet van een data analist en beheerder kunnen nieuwe gebruikersvragen worden geïmplementeerd, kan de techniek worden onderhouden en waar nodig vernieuwd. De benodigde middelen ter dekking van de structurele inzet bedraagt ongeveer €100.000.

Onderwijshuisvesting Op het gebied van onderwijshuisvesting lopen er grote investeringsprojecten, waarvoor al investeringskredieten beschikbaar zijn gesteld door de gemeenteraad. Daarnaast staan er richting de toekomst nog diverse plannen op ons investeringsplan. Dit plan wordt richting de programmabegroting geactualiseerd. De bouwkosten zijn fors gestegen, waardoor ook de ramingen hoger zullen uitvallen, wat een extra structureel nadeel betekent. Hiermee moeten we rekening houden bij de begroting. Subsidiëring Muzelinck, SEC en Groene Engel Het lijkt dat cultuurpodium Groene Engel, kunstencentrum Muzelinck en het Sport Expertisecentrum een financieringsbasis hebben, die niet goed aan lijkt te sluiten bij hun opdracht. Per instelling onderzoeken we wat er nodig is om te komen tot een stabielere financiering, waarbij we ook nadrukkelijk kijken naar de opdracht van deze instellingen. Om dit onderzoek samen met de instellingen goed te doen is tijd nodig. Wanneer er sprake is van een tijdelijke overbrugging komen we bij de programmabegroting eventueel met een voorstel voor een tijdelijke financiële oplossing. Theater van de stad Het project Theater van de Stad van De Lievekamp is geëvalueerd en succesvol bevonden.

Het project stelde zich ten doel om kwetsbare, achtergestelde of minder zichtbare doelgroepen aan cultuur, aan elkaar en aan de samenleving te verbinden met de podiumkunsten en het theater als middel. We willen deze programmalijn van De Lievekamp vanaf 2024 nu structureel ondersteunen. Kosten jaarlijks € 20.000. Tijdelijke kosten Onder d’n Plag In Ravenstein wordt een woningbouwprogramma Stationskwartier voorbereid. Bij deze ontwikkeling is het van belang dat de voetbalvereniging in Ravenstein wordt verplaatst. De gemeenteraad heeft via een amendement besloten dat er voldoende speelcapaciteit gecreëerd moet worden en dat we bij de programmabegroting komen met een reservering om de speelcapaciteit tijdelijk te faciliteren. Voorlopig houden we vast aan de reservering van € 0,6 miljoen. Kostenstijgingen Investeringen ontmoeten en sport (MIP) Er lopen grote investeringen waarvoor reeds investeringskredieten beschikbaar zijn gesteld. Daarnaast staan nog diverse plannen op ons investeringsplan richting de toekomst. Dit plan wordt richting de programmabegroting geactualiseerd. De bouwkosten zijn fors gestegen, waardoor ook de ramingen hoger zullen uitvallen, wat een extra structureel nadeel betekent. Hiermee moeten we rekening houden bij de begroting.

9

Hogere ambities investeringen ontmoeten en sport (MIP) Hogere ambities op het gebied van investeringen voor ontmoeten en sport (MIP) leiden tot hogere structurele lasten. Dit vaak gecombineerd met hogere kosten door stijging van de bouwkosten (zie eerder). We verwachten hogere kosten bij de investeringen in gebiedsontwikkeling Oss Noord-West (sporthal Ussenstelt en basisscholen /basisscholen de Polderhof en de Lockaert). Ook voor project ontmoeten en sport in Macharen verwachten we hogere kosten. Voor een open sportcentrum Oss Zuid doen we voorlopig alleen een haalbaarheidsstudie. Voor de uitvoering nemen we nog geen financiële middelen op. Per saldo gaan we uit van een forse kostenstijging die jaarlijks oploopt tot structureel € 0,9 miljoen. We werken dit richting de programmabegroting verder uit en zien daarbij ook een belangrijke opdracht om te komen tot een haalbare fasering in tijd. Versnelling klimaat- en energiebeleid (CDOKE) Voor de versnelling van de realisatie van het klimaatakkoord is een bedrag van structureel € 591.000 nodig (vanaf het jaar 2024). Dit betalen we voor € 264.000 uit de klimaatgelden die we vanuit het Rijk krijgen. Per saldo zijn de extra kosten € 327.000 per jaar. Zie hiervoor ook het hoofdstuk financiële positie. We krijgen vanuit het Rijk € 1,5 miljoen per jaar voor de jaren 2023-2025.

De noodzakelijke extra kosten van € 591.000 per jaar bestaan uit:

Post

Omschrijving

Kosten

Communicatie 1 fte

Projectondersteuner

€

76.736

Projectleider warmte transitie

€

84.865

"Oss schakelt door" - extra werkzaamheden

€

150.000

Onderzoek en advies

€

25.000

Out of pocket

€

50.000

Circulaire economie programma 5

€

50.000

Subsidies

€

80.000

Duurzame mobiliteit

€

LWE 1 fte Uitvoeringskosten

Push voor versnelling Versnellen transitie wijkgerichte aanpak

PM

TOTAAL

75.000 €

591.601

Doorontwikkeling industriehaven Elzenburg Voor dit project hebben we jaren geleden een subsidie gekregen vanuit het ministerie van Economische zaken om een uitbreiding van de containerterminal voor de haven te realiseren. Na een rechtszaak en mediationtraject is het project in opzet veranderd en wordt gefocust op het ontwikkelen van een toekomstbestendig bulk goederenspoor vervoer naar de haven. Voor de eigen cofinanciering van deze subsidie voor de realisatie van maatregelen aan het goederenspoor ten behoeve van veiligheid en functionaliteit is een bedrag van € 3,8 miljoen nodig (subsidiebedrag van EZ was ook voor dat bedrag). Impuls recreatie en toerisme Om een impuls te geven aan recreatie en toerisme willen we in totaal € 115.000 besteden aan: -

Geffense Plas: we werken een plan uit voor de begeleiding en voor het ontwikkelen van de (omgeving) openbare ruimte in aanvulling op het plan van de nieuwe exploitant. Raming circa € 40.000.

-

Lithse Ham: we werken een plan uit voor het opwaarderen van het openbare strandbad Lithse Ham. Raming circa € 25.000.

-

Hoessenbosch: we vragen incidenteel € 50.000 voor de planvorming voor het opwaarderen van de recreatieve poort Hoessenbosch en omgeving. Het definitieve plan werken we in 2025 uit in een investeringskrediet uit voor de fysieke ontwikkeling van de recreatieve poort en omgeving.

10

Voorbereidingskrediet Spoorzone Om de ingrepen die voortkomen uit de spooragenda op termijn te kunnen realiseren is voor de duur van 10 jaar een voorbereidingskrediet nodig voor de uitvoeringsplanning en het ontwerpen van de ingrepen. Er is specialistische kennis nodig van bureaus die erkend worden door onze partners NS en Prorail. In de spooragenda gaat het om de 5 onderdelen: aanpak overwegen, station Oss, station Oss West, lobby IJssellijn en spoorlijn haven. Concreet gaat het als eerste om 6 spoortunnels (3 langzaam verkeer, 3 auto) en vervolgens de upgrade van twee stations met betrekking tot aantrekkelijkheid, functionaliteit en hubfunctie in de spoorzone. Voor de eerste vier jaar reserveren we geld voor de voorbereiding ter hoogte van € 1,4 miljoen. Dit bedrag onttrekken we aan de algemene reserve. Eventuele overschotten of tekorten in een jaar worden met de reserve fysieke kwaliteit leefomgeving verrekend. Deze voorbereidingskosten worden afzonderlijk bewaakt en afgescheiden van de uitvoeringsgelden. Flexwoningen Om in de periode tot en met 2024 in totaal 240 flexwoningen te kunnen realiseren lijkt het nodig om naast personele capaciteit ook in financiële zin bij te dragen aan de totstandkoming van drie locaties met in totaal circa 175 flexwoningen (Locatie Ravenstein, locatie Gewandeweg en locatie Nieuwe Heescheweg).

De kostenraming van deze flexwoningen leveren namelijk tekorten op. De woningbouwcorporaties dragen bij in deze tekorten en vragen aan de gemeenten om een bijdrage in de plankosten en in het bouwrijp maken. De plankosten en het bouwrijp maken van deze plannen worden geraamd op circa € 1,6 miljoen. In mei 2023 gaan we voor het realiseren van deze flexwoningen een subsidieverzoek bij het Rijk indienen (regeling huisvesting aandachtsgroepen). Een separaat raadsvoorstel over dit onderwerp wordt in augustus opgesteld. We hebben dan meer zicht op de cijfers en de subsidie toekenning. Het bedrag van € 1,6 miljoen onttrekken we uit de algemene reserve. Capaciteit overbewoning Voor de uitvoering van het toezicht en de handhaving op het gebied van overbewoning is vanaf 2024 extra capaciteit nodig. We krijgen extra geld via de algemene uitkering vanuit de wet “Goed verhuurschap”. We zetten in op extra capaciteit van 3 fte op overbewoning, in combinatie met 2,5 fte voor toezicht en handhaving op het gebied van afval. Beleidscapaciteit mobiliteit Er is extra beleidscapaciteit nodig voor een bedrag van jaarlijks € 102.000 (1 fte) om zorg te dragen voor een goede afstemming van de mobiliteitsstructuur op regionaal niveau. Ook moet de gekozen koers uitgewerkt in diverse verstedelijkingsprojecten en moeten worden vertaald naar keuzes op wijk- en buurtniveau.

Erfgoed en archeologie In 2024 staan we stil bij 50 jaar Archeologie in Oss. Om in 2024 aandacht te besteden aan de bijzondere geschiedenis wordt een incidentele extra bijdrage gevraagd voor de communicatie van € 40.000. Jeugdpreventie HALT We willen graag een subsidierelatie aangaan met HALT waar scholen gebruik van kunnen maken. Kosten € 25.000 per jaar. Professionalisering evenementen Op het gebied van evenementen willen we de vrijwilligers ontzorgen. Veiligheid en beperken van overlast is belangrijk waarbij de activiteit centraal moet blijven staan. Zeker omdat het door vrijwilligers wordt georganiseerd. Onze inzet voor evenementen is onderdeel van het plan dat we maken. Om hier stappen in te maken hebben we extra capaciteit nodig. De extra kosten zijn jaarlijks € 90.000 (1 fte). Capaciteit veiligheid We willen extra capaciteit aantrekken voor de team Openbare Orde en Veiligheid voor de doorontwikkeling van AVE (aanpak voorkoming escalatie), jeugdpreventie en betaald voetbal. De extra kosten zijn jaarlijks € 90.000 (1 fte). De laatste jaren is er een flinke toename van complexe casuïstiek op het snijvlak- zorg en veiligheid. Dit

11

is een landelijk beeld en ook in Oss zichtbaar. We willen het AVE model verder doorontwikkelen, de procesregie verder professionaliseren en minder kwetsbaar maken. Hiervoor is extra structurele formatie noodzakelijk. Voor een aanpak weerbare jeugd, hebben we middelen nodig en borging in de organisatie. De werkwijze uit het nieuwe vastgestelde Handelingskader Voetbal en de aanwezigheid tijdens wedstrijden zal meer tijd gaan vragen dan nu beschikbaar is bij team OOV. Intern kennis en expertisecentrum participatie Terwijl de visie op participatie verder vorm krijgt (in samenhang met andere visies op aanverwante onderwerpen), starten we alvast met het verder verstevigen van de kennis, expertise en daarmee het vakmanschap op het vlak van participatie. Daarom beginnen we met een ‘intern kennis- en expertisecentrum participatie’ dat ook een interne leergang ‘vakmanschap participatie’ aanbiedt, op maat samengesteld voor ons. We maken voor 2024 en 2025 hiervoor € 125.000 vrij. Bedrijfsvoering: ICT Monitoring & Respons en Identity en Accessmanagement Voor diverse investeringen op het gebied van ICT hebben we jaarlijks extra geld nodig. Dit is nodig voor: -

Monitoring en Respons: € 125.000 jaarlijks

-

Identity en Accessmanagement: € 110.000 jaarlijks

Op dringend verzoek van de Informatie Beveiligingsdienst richten we Monitoring en Respons in. Dit systeem houdt onze infrastructuur en netwerk 24/7 in de gaten zodat verdachte zaken tijdig worden opgemerkt en dat er waar nodig direct passende maatregelen worden genomen. Daarnaast zijn we genoodzaakt om een aantal maatregelen in te voeren zoals Identity en Accessmanagement, de digitale toegangsbeveiliging, die ons ook helpt bij het voldoen aan de privacy wetgeving. Bedrijfsvoering: P&O werving & selectie, onboarding en verzuim Voor de versterking van de afdeling P&O stellen we € 64.000 jaarlijks extra beschikbaar. De hoeveelheid vacatures is erg hoog. De adviseur werving en selectie/recruiter heeft haar handen vol, maar zeker ook in de ondersteuning van dit proces is het druk. We hebben daarnaast een relatief hoog verzuimcijfer. We hebben behoorlijk wat complexe verzuimdossiers. En het is belangrijk dat we intensiever gaan samenwerken met de arbodienst. Wetende dat we in 2023 uitbreiding hebben gekregen op het gebied van ondersteuning en beleid zien we een aanhoudend hoge werkdruk binnen P&O als gevolg van bovenstaande omstandigheden. De huidige arbeidsmarkt en de verhoogde mobiliteit, het hoge verzuim en de aanhoudende werkdruk vraagt om extra capaciteit. Bedrijfsvoering: opleidingsbudget We stellen voor om het centrale opleidingsbudget te verhogen met jaarlijks € 100.000.

Dit is nadrukkelijk nodig om centraal opleidingen te organiseren onder andere op het gebied van informatieveiligheid, integriteit en participatie. Bedrijfsvoering: extra secretariaat We zien een noodzakelijk uitbreiding van het secretariaat om te komen tot een goede ondersteuning van het bestuur en de directie. Kosten jaarlijks € 134.000. Programma dienstverlening Voor de uitvoering van activiteiten gericht op verbetering van de kwaliteit van de dienstverlening vragen we voor het programma dienstverlening een incidenteel bedrag voor de periode 2024-2027 van € 150.000 voor 2024. Daarna ramen we een PM. Dit is voor: 1.

Activiteiten volgend uit wettelijke verplichtingen voor digitale dienstverlening: -

Plan van Aanpak ter voorbereiding op in werking treden Wet digitale overheid (Wdo) (2023-2024) en Wet modernisering elektronisch bestuurlijk verkeer (Wmebv) (2024-2026). Deze nieuwe wetgeving is gericht op betere betrouwbaarheid en veiligheid in de digitale dienstverlening tussen overheidsinstanties en inwoners/ ondernemers. Al onze producten en diensten moeten voldoen aan deze nieuwe wetgeving. Dat betekent een screening van zo’n 400 producten en diensten. We hebben zelf de capaciteit en kennis niet in huis om dit project uit te voeren en moeten hiervoor externe

12

expertise inhuren en een projectteam samenstellen. Er is op dit moment geen sprake van een vergoeding voor de kosten van deze werkzaamheden vanuit het Rijk. 2.

Activiteiten die volgen uit de speerpunten gericht op verbeteren betrouwbaarheid en toegankelijkheid

van onze (digitale) dienstverlening: -

Uitwerking van een Omnichannel kanalenstrategie;

-

Inrichten van een dienstverleningsdashboard voor organisatiebrede monitoring en sturing op waarden en effecten van de ervaren dienstverlening door de inwoner;

-

Onderzoek en implementatie van digitaliseringsmiddelen zoals Virtuele assistent GEM/ Digitale balie/ selfservicebalie/ chatbot/ voicebot;

-

Onderzoek en inrichting inwonersportaal;

-

Aanhaken bij regionale en landelijke initiatieven en ontwikkelingen inzake dienstverlening en dienstverleningskanalen;

-

Verder uitwerken gezamenlijke koers op dienstverlening.

Impuls publiekscentrum Voor onze afdeling publiekscentrums stellen we voor € 233.000 in 2023 beschikbaar te stellen en uiteindelijk € 208.000 structureel. Dit is voor: -

Project communicatieplatform telefonie: in het laatste kwartaal van 2022 is het project Communicatieplatform telefonie gestart. Het contract met de huidige leverancier loopt af. Een belangrijke doelstelling van dit project is dat het bijdraagt aan de Visie op Dienstverlening 2022-2026 door middel van het verbeteren van de (digitale)toegankelijkheid en (telefonische) bereikbaarheid. Raming kosten jaarlijks € 30.000.

-

Digitalisering diensten: een deel van de processen rondom burgerzaken is al gedigitaliseerd, zoals het aanvragen van identificatiedocumenten en het doorgeven van verhuizingen. We gaan dit met nog eens 5 e-diensten uitbreiden en daarnaast komen er nog een aantal modules bij om onze eigen werkzaamheden te digitaliseren. Jaarlijkse kosten € 55.000 per jaar.

-

Competenties en vaardigheden medewerkers: om de kwaliteit en continuïteit van de bedrijfsvoering te kunnen waarborgen is het nodig om zowel in het KCC als bij Burgerzaken medewerkers op minimaal MBO4-niveau in het team te hebben. Dit leidt tot jaarlijkse hogere kosten van € 87.000 per jaar

-

Coördinator bodeteam: vanaf 1 januari 2023 is het bodeteam ondergebracht bij het Publiekscentrum. Voor een coördinator van dit team is een bedrag extra nodig van € 36.000 per jaar.

Rentestijging Lievekamp, Zwembad, Warenhuis en Ruimtelijke ambities We zien dat de rente het afgelopen (half) jaar sterk is gestegen. Dit heeft nadrukkelijk effect voor onze begroting. De huidige rente om voor de lange termijn te lenen ligt op dit moment voor de gemeente tussen de 3 en 4%. Onze gemiddelde rentepercentage is op dit moment 1,1%. Deze gemiddelde rente gaat dus zeker stijgen. We kennen in onze huidige begroting grote investeringsimpulsen/ projecten. Onze financieringsbehoefte is globaal doorgerekend en daarbij berekend wat het effect is op het gemiddelde rentepercentage. Dit geeft het volgende beeld: FinancieringsJaren

behoefte

Gemiddelde rente

- Jaren 2023-2025

€ 75 miljoen

1,90%

- Jaren 2023-2028

€ 172 miljoen

2,30%

- Jaren 2023-2031

€ 219 miljoen

2,30%

Een hogere rente betekent dat we met hetzelfde structurele bedrag in de begroting in totaal minder kunnen investeren. Als voorbeeld: voor de Lievekamp hebben we vorig jaar in de begroting een structureel bedrag opgenomen van € 1,7 miljoen. Hiermee konden we met een rentepercentage van 1,1% een investering doen van circa € 55 miljoen. Als we deze zelfde investering willen blijven doen met een gemiddelde rente van 1,9% hebben we structureel € 200.000 extra nodig.

13

Het is dus reëel te verwachten op basis van de huidige renteontwikkelingen dat de gemiddelde rente gaat stijgen van 1,1% naar 1,9% en vervolgens naar 2,3%. Het globale effect op de begroting is als volgt: Bedragen in € Scenario

Scenario

Verhoging

1,1%

1,9%

Scenario 2,3% vanaf jaar

0

200.000

400.000 Jaar 2026

0

150.000

320.000 Jaar 2026

0

74.000

113.000 Jaar 2025

Grote ontwikkelingen Ontwikkeling Lievekamp (investering € 55 miljoen) Nieuw zwembad (investering € 39 miljoen) Warenhuis (investering € 18 miljoen) Ruimtelijke ambities (investering € 108 miljoen)

0

686.000

Totaal

0

1.110.000

1.053.000 Jaar 2027 1.886.000

Bij de ruimtelijke ambities zijn in de programmabegroting structurele gelden vrijgemaakt en hier gaan we vooral ook sparen voor toekomstige investeringen. Om dezelfde investering te kunnen blijven doen (circa € 100 miljoen) is bij een hogere rente structureel meer geld nodig. Voorgesteld wordt om richting de begroting rekening te houden met het scenario waarbij de gemiddelde rente stijgt naar 1,9%. Daarbij stellen we voor om voor de ruimtelijke ambities het bedrag te dekken door deels een onttrekking uit de algemene reserve en deels een jaarlijkse stijging op te nemen. Dan ontstaat het volgende beeld: Bedragen in € Scenario Grote ontwikkelingen

1,9%

Jaarlijkse Inzet algemene

Verhoging

stijging reserve

vanaf jaar

Ontwikkeling Lievekamp (investering € 55 miljoen)

200.000

200.000

0 Jaar 2026

150.000

150.000

0 Jaar 2026

74.000

74.000

0 Jaar 2025

Nieuw zwembad (investering € 39 miljoen) Warenhuis (investering € 18 miljoen) Ruimtelijke ambities (investering € 108 miljoen) Totaal

686.000

350.000

15.000.000 Jaar 2027

1.110.000

774.000

15.000.000

Prioriteiten waar geen financiële ruimte voor is Gezien de financiële situatie hebben we natuurlijk ook keuzes moeten maken, omdat we beseffen dat niet alles kan met het huidige financiële perspectief. Zo hadden we graag in de kadernota meer gespaard voor onze grote mobiliteitsopgave en ook voor de voorbereiding van de ontwikkeling van de spoorzone. Daarnaast hebben we ook keuzes moeten maken voor de organisatie en kunnen we ons op dit moment nog niet versterken met een lobbyist en een subsidieadviseur.

14

3. Prioriteiten vanuit bestaande budgetten We willen ook een aantal prioriteiten realiseren binnen bestaande budgetten. Het gaat daarbij om de volgende prioriteiten: Prg. Omschrijving 1

IZA/GALA/Sociale basis

1

Doordecentralisatie beschermd Wonen

1

Investeringsfonds beschermd wonen

1

Uitbreiding POH GGZ Jeugd

1

Gratis taallessen

2

Rechtsbescherming

2

Budgetondersteuning en budgetbeheer Oss

2

Armoede en schuldhulpverlening

2

Basisvaardigheden en laaggeletterdheid

4

Toezicht en handhaving afval

5

Impuls economische versterking

7

Uitvoeringsagenda mobiliteit

10

Subsidieregeling compensatie OZB voor verenigingen en stichtingen

Toelichting per post: IZA en GALA en Sociale basis Er zijn de volgende landelijke akkoorden gesloten die zich richten op: -

Integraal zorgakkoord/IZA: het toegankelijk en betaalbaar houden van zorg en ondersteuning;

-

Gezond en Actief Leven Akkoord/GALA: preventie, sociale basis en sport & bewegen

-

Woon-Zorgakkoord: het langer fijn en veilig thuis wonen.

Voor de regio NOB komt jaarlijks structureel € 4 tot € 5 miljoen beschikbaar voor de uitvoering van het IZA. De gemeente Den Bosch gaat deze middelen als mandaatgemeente aanvragen en beheren. Voor uitvoering van het GALA hebben we een brede specifieke uitkering bij het Rijk aangevraagd. Bestaande middelen voor uitvoering van het lokale sportakkoord, de Brede regeling Combinatiefunctionarissen, Terugdringen gezondheidsachterstanden (GIDS) en Kansrijke start zijn opgenomen in deze brede uitkering, uitgebreid met een aantal nieuwe programma’s. In totaal gaat het in 2023 om een bedrag van bijna € 1,7 miljoen, aflopend naar € 1,13 miljoen in 2026. Voor de sociale basis is vooralsnog is de verwachting dat inzet die nodig is om uitvoering te geven aan de visie te dekken is binnen reguliere middelen en de GALA-middelen. Doordecentralisatie Beschermd wonen Verwacht wordt dat vanaf 2024-2028 jaarlijks afgerond € 1 miljoen aan incidentele lokale middelen beschikbaar komen vanuit de Regionale meerjarenbegroting Beschermd Wonen. Dit voor de ‘basis op orde in Oss voor inwoners met een psychische kwetsbaarheid’. Deze middelen worden ingezet voor onder andere GGZ Consultatie (subsidie GGZ Oost-Brabant), Psychisch kwetsbaar in de wijk (subsidie ONS Welzijn), Straatdokter, verbeteren samenwerking sociaal- en medisch domein, beleidscapaciteit, herstel- en zelfregiecentrum.

Precieze hoogte van deze lokale middelen zijn jaarlijks afhankelijk van eventuele resterende middelen in de regionale begroting beschermd wonen. Vanaf 2024 komen ook lokale middelen beschikbaar vanuit de Regionale meerjarenbegroting Beschermd Wonen. Dit voor ‘stijgende kosten Wmo’ door de doelgroep inwoners met een psychische kwetsbaarheid die meer gebruik gaan maken van Wmo-ondersteuning. Een groot deel van deze middelen is bestemd voor nieuwe producten ‘Beschermd Thuis’ en een kleiner deel voor extra capaciteit bij de afdeling Zorg voor deze doelgroep. De wijziging van het woonplaatsbeginsel en de doordecentralisatie met het nieuwe verdeelmodel gaat op zijn vroegst in 2025 in. Dit is recent bekend geworden. We gaan in de regio wel door met de voorbereidingen hierop en willen de (financiële) afspraken die we hierover in de nieuwe centrumregeling 2024-2028 gemaakt hebben toch al vanaf 2024 in laten gaan.

15

Investeringsfonds Beschermd Wonen De gemeente Oss kan in 2024-2028 € 100.000 tot € 200.000 aan middelen aanvragen uit het Regionaal Investeringsfonds Beschermd wonen. Middelen kunnen ingezet worden voor een projectleider, projectmiddelen en locatieonderzoek voor een tussenvoorziening Beschermd wonen in Oss. Uitbreiding POH GGZ Jeugd We blijven werken aan verdere uitbreiding van de praktijk ondersteuner huisartsen geestelijke gezondheidszorg (POH GGZ) Jeugd bij huisartsen. We zien hier goede resultaten: de inwonertevredenheid is hoog, het aantal verwijzingen naar basis- en specialistische GGZ blijft relatief laag. Voor uitbreiding naar andere huisartsen zijn extra middelen nodig. Het huidig budget is met indexaties op de tarieven en extra btw-verplichtingen volledig ingezet. Uitbreiding huisartsen vraagt om extra budget. Voor de zomer vindt een bijeenkomst van huisartsen plaats met het oog op deze uitbreiding. In principe betalen we deze kosten uit de gelden van jeugdhulp. Gratis taallessen We willen gezinsmigranten, ongeacht onder welke inburgeringswet ze vallen, financieel ondersteunen. Het gaat om de gezinsmigranten die nog niet voor hun inburgeringsexamen zijn geslaagd. De financiële ondersteuning bestaat hieruit dat als zij geslaagd zijn voor hun inburgeringsexamen, zij het hiervoor van DUO geleende bedrag terugkrijgen van de gemeente.

Daarnaast gaan we voor de niet-inburgeringsplichtigen, in het bijzonder denken we hierbij aan de arbeidsmigranten, geen drempels meer hanteren bij het huidige aanbod op het gebied van basisvaardigheden, waaronder laaggeletterdheid, vanuit de middelen vanuit de WEB (Wet educatie en beroepsonderwijs). Nu kijken we bij de arbeidsmigranten bijvoorbeeld of ze duurzaam werk en een woning in Oss hebben. Dat gaan we loslaten. Ook wil Oss de arbeidsmigranten die in Oss wonen, maar zich niet bij de gemeente hebben ingeschreven de mogelijkheid bieden om taallessen te gaan volgen. Voor alle mensen in Oss die moeite hebben met taal, rekenen of digitale vaardigheden, hebben we onze lokale aanpak verbeteren basisvaardigheden. Wij willen deze mensen vinden en doorleiden naar een passend formeel of non-formeel opleidingsaanbod. Richting begroting gaan we uitwerken of we de kosten voor deze taallessen voor de komende jaren kunnen betalen uit de reserve Opvang vluchtelingen. Rechtsbescherming Vanuit de Kinderopvangtoeslagaffaire is er meer aandacht voor rechtsbescherming van de inwoner. We zetten in op uitbreiding van het Sociaal Raadslieden Werk en een laagdrempelige klachtenprocedure. Door medewerker te scholen in het omgaan met klachten en toegankelijke communicatie voor de inwoner. De kosten hiervan (jaarlijks € 180.000) betalen we de komende jaren uit deze POK middelen.

Budgetondersteuning en Budgetbeheer Oss We zijn al bezig met activiteiten gericht op het voorkomen of verminderen van schulden. De ontwikkeling van budgetcoaching en budgetbeheer Oss vraagt extra structurele capaciteit. Kosten jaarlijks € 162.000. Dit betalen we uit het Participatiebudget. In 2024 bekijken we hoeveel uitbreiding van formatie nodig is en wat eventuele dekkingsmiddelen zijn voor verdere groei in de vaste formatie of dat we middelen moeten gaan aanvragen in de programmabegroting 2025-2028. Armoede en schuldhulpverlening In het nieuwe beleidskader Armoede en Schulden 2024-2027 blijven we inzetten op het vergroten van het bereik van de inwoners die dit het hardst nodig hebben, zodat zij gebruik maken van de ondersteuningsmogelijkheden die er zijn. Dit vraagt om mogelijk extra middelen voor de speerpunten die benoemd worden. In principe zetten we hiervoor de gelden in die we krijgen vanuit het Rijk. Afhankelijk van de economische ontwikkelingen kan het zijn dat de kosten voor armoede en schuldhulpverlening gaan stijgen.

16

Basisvaardigheden en laaggeletterdheid We herijken dit jaar het beleid voor basisvaardigheden ‘Meedoen, begint aan de basis’. De intentie is om het (Digi-)Taalhuis spil te maken van het netwerk door deze te versterken, te verspreiden en beter bereikbaar voor de inwoners. De kosten hiervan betalen we uit bestaande budgetten. Toezicht en handhaving afval Voor de uitvoering van het toezicht en de handhaving op het gebied van afval zetten we 2,5 fte extra in. De kosten hier bedragen € 200.000 en dit bedrag brengen we ten laste van de afvalstoffenheffing, Impulsen economische versterking We stellen voor om gelden uit de reserve economie te halen voor: -

Ruimte voor bedrijven: € 100.000. Het vergaren van kennis voor de ontwikkeling van ruimte voor bedrijven.

-

Parkmanagement: € 50.000. Noodzakelijk voor de opzet van het parkmanagement.

-

Circulaire bouw en verduurzaming bedrijventerreinen: € 80.000

-

Kracht van Oss en Starters succes Oss: €100.000

-

Projecten talent aantrekken en behouden: €25.000

Uitvoeringsagenda mobiliteit Er zijn extra middelen nodig voor het opstellen van een uitvoeringsagenda mobiliteit voor de komende vier jaar. Hiervoor is externe deskundigheid noodzakelijk. Kosten circa € 100.000. Dit betalen we uit de reserve mobiliteit. Subsidieregeling compensatie OZB voor verenigingen en stichtingen We bereiden in 2023 een voorstel aan de gemeenteraad waarin we een subsidieregeling opzetten om OZB lasten voor verenigingen en stichtingen te compenseren. De kosten voor deze nieuwe regeling betalen we uit de OZB opbrengst door deze in 2024 extra te verhogen. 4. Incidentele begrotingsruimte Onderstaand een samenvattend van de inzet van de algemene reserve. bedrag * € 1.000 Vrije ruimte algemene reserve

18.000

Ingezet voor: Rentestijging ruimtelijke ambities

15.000

Flexwoningen

1.600

Voorbereiding spoorzone

1.400

Restant vrije ruimte

0

Voor de toelichting van de posten wordt verwezen naar bovenstaande paragrafen.

17

Financiële positie Inleiding In dit hoofdstuk staan we uitgebreid stil bij onze financiële positie. Dat doen we aan de hand van de volgende onderwerpen: -

Samenvatting en conclusies;

-

De financiële kaders en uitgangspunten;

-

De huidige financiële positie;

-

Incidentele begrotingsruimte;

-

Financiële ontwikkelingen en risico’s;

-

Onze reservepositie.

1. Samenvatting en conclusies De financiële positie voor nu en naar de toekomst heeft duidelijk een korte en een langere termijn perspectief. Op de korte termijn is de financiële positie goed te noemen. Door een positieve algemene uitkering starten we met positieve saldi voor de jaren 2023 tot en met 2025. Door het ravijnjaar vanaf 2026 is het langere termijn minder positief en is de ruimte beperkt. Bedragen * € 1.000 - is voordeel, + is nadeel Omschrijving

2023

2024

2025

2026

2027

Financiële ruimte

-4.867

-3.545

-3.170

-1.356

-2.221

Daarnaast zien we fors toegenomen risico's door een hoge inflatie en ook sterk gestegen rente. Ook de hervormingsagenda jeugd (inclusief de extra taakstelling die het kabinet heeft opgenomen), de ontwikkelingen binnen de Wmo vormen een belangrijk toekomstig risico. Het Rijk financiert daarnaast de uitvoering van een aantal grote opgaven (met name het Klimaatakkoord) incidenteel en biedt op dit moment onvoldoende compensatie voor de ravijnjaren 2026 en 2027. Voor het langere termijn perspectief is dat zorgwekkend en is een stevige lobby, mede vanuit de VNG, hierop noodzakelijk. De incidentele begrotingsruimte wordt vooral bepaald door de ruimte binnen de algemene reserve en de ruimte binnen reserves van het grondbedrijf. De vrije ruimte binnen de algemene reserve is circa € 18 miljoen. Het saldo van de algemene bedrijfsreserve (ABR) ligt onder de minimale norm (€ 5,2 miljoen). Dit betekent dat de komende jaren geen extra afromingen meer kunnen plaatsvinden. De algemene reserve vormt de achtervang mochten risico's optreden die niet opgevangen kunnen worden door de ABR. 2. Financiële kaders en uitgangspunten In het coalitieakkoord ‘Samen Duurzaam Vooruit’ is gekozen voor een degelijk financieel beleid in onzekere tijden.

Onze ambitie is om ons huishoudboekje blijvend op orde te houden door een stabiel financieel beleid, heldere afspraken en financiële lenigheid om in te spelen op nieuwe omstandigheden. We willen de lokale lastendruk voor onze inwoners en bedrijven laag houden. Tegen deze achtergrond gelden de volgende algemene financiële kaders en uitgangspunten: 1.

Ons financieel beleid blijven we gedegen en solide vormgeven. We hebben een begroting die meerjarig (structureel) sluitend is. Tussentijdse beperkte, niet structurele, tekorten zijn aanvaardbaar als we deze uit reserves kunnen afdekken.

2.

We hebben een algemene reserve die voldoet aan de gestelde normen (10% van de algemene uitkering). Binnen onze algemene reserve zien we incidentele begrotingsruimte. We zetten deze ruimte in om onze ambities in dit coalitieakkoord te waar te maken.

3.

We kijken jaarlijks kritisch naar alle reserves. In de nota reserves, die de gemeenteraad tegelijk met de programmabegroting behandelt, lichten we de reserves uitgebreid toe.

18

4.

De winsten uit het grondbedrijf zetten we in voor onze omvangrijke ruimtelijke opgaves (ontsluitingswegen, spoorzone, mobiliteitsplan, plan Groen/ blauw/ natuur). Daarnaast vragen we bijdragen aan ontwikkelende partijen, die op deze manier hier ook aan meebetalen.

5.

Via actieve lobby en netwerken zetten we in op actief geld van derden te verwerven zoals bijdragen uit landelijke, regionale en Europese fondsen. De landelijke fondsen voor woningbouwimpulsen, volkshuisvesting en klimaat & energie bieden nadrukkelijk kansen.

6.

We blijven lobbyen voor een financieel robuuste financiering vanuit het gemeentefonds en voor voldoende compensatie van het zogenaamde ravijnjaar vanaf 2026. Dit in combinatie met de afschaffing van de zogenaamde opschalingskorting. Aanvullend hierop lobbyen we voor voldoende compensatie van de hogere kosten voor jeugdhulp en Wmo. Als gemeenten hebben we meer financiële armslag nodig om alle (landelijke) ambities te realiseren. Dit geldt nadrukkelijk ook voor de grote energieopgave en woningbouwopgave.

Meer specifiek gelden de volgende kaders: Gemeentelijke belastingen en heffingen De lokale lastendruk houden we minimaal op € 22,50 onder het landelijke gemiddelde. We blijven uitgaan van 100% kostendekking van tarieven en heffingen. Het beleid op het gebied van prijsontwikkeling wordt jaarlijks vastgesteld in de kadernota. We verhogen de OZB jaarlijks met de inflatie. Voor het jaar 2023 kiezen we voor een totale OZB verhoging van 6,2%. Deze bestaat uit: -

verwachte inflatie 2024 vanuit het CPB: 4,3%

-

correctie te lage inflatie 2023: 1,9%.

In 2023 hebben we de OZB tarieven verhoogd met de inflatie. Dit is destijds ingeschat op 2,8%. Dit is aanzienlijk lager dan de werkelijke inflatie in 2023. Deze inflatie (voor alleen het jaar 2023) wordt nu ingeschat op gemiddeld 4,7%. We hebben de OZB tarieven dus met 1,9% te weinig verhoogd (uitgaande van het beleid om de tarieven te laten stijgen met de inflatie). Dit willen we nu voor het jaar 2024 corrigeren. We zien dit terug bij de ontwikkeling van de lokale lastendruk en bij de gehanteerde inflatiecijfers van het CPB. We lichten dit hierna verder toe. Ontwikkeling lokale lastendruk Op basis van cijfers van het onderzoeksinstituut COELO is onze lokale lastendruk fors onder het landelijke gemiddeld, namelijk € 111. Dit was in 2022 € 94 onder het landelijk gemiddelde. We constateren dat andere gemeentes in Nederland – vaak vanwege de hogere inflatie – besloten hebben de gemeentelijke lasten wat forser te verhogen. De lokale lastendruk daalt dus verder onder het landelijke gemiddeld. Het saldo van € 111 onder het landelijk gemiddelde wordt veroorzaakt door: -

OZB: € 23 (dit was in 2022 € 10);

-

Afvalstoffenheffing: € 53;

-

Rioolheffing: € 35.

In de Atlas van de lokale lasten heeft het COELO voor 2023 (in vergelijking met 2022) het volgende beeld berekend: 2023 Lastendruk standaardwoning

2022

Oss

Landelijk

Oss

Landelijk

Onroerende zaakbelastingen

€ 380

€ 403

€ 370

€ 380

Afvalstoffenheffing

€ 276

€ 329

€ 266

€ 317

Rioolheffing

€ 178

€ 213

€ 174

€ 207

Totaal

€ 834

€ 945

€ 810

€ 904

De gemiddelde woning is volgens het COELO in 2022 gestegen met 16,7% (landelijk 16,8%). De gemiddelde waarde van een koopwoning bedraagt daarmee in 2023 € 415.100. 19

Prijsontwikkeling Het CPB verwacht in 2024 voor de overheidsuitgaven een prijsontwikkeling van 3,9% (prijs overheidsconsumptie netto materieel). Voor de loonontwikkeling gaan ze uit van 4,7% (prijs overheidsconsumptie beloning werknemers). Gezien de huidige ontwikkelingen in de wereld zit hierin een behoorlijk risico. De afgelopen jaren blijkt dat dit percentage vanuit het CPB steeds te optimistisch is geweest:

Samenvattend

Begroot

Actueel cijfer

Verschil

Inflatiecijfer 2022

2,00%

6,25%

4,25%

Inflatiecijfer 2023

2,80%

4,70%

1,90%

Inflatiecijfer 2024

4,30%

Voor het jaar 2023 hielden we rekening met 2,8%, terwijl het CPB nu aangeeft dat gemiddelde inflatie 4,7%. Conclusie hieruit is dat de we OZB steeds met een lager percentage verhogen dan de kostenontwikkeling die wij als gemeente zelf hebben. In de jaarlijkse meicirculaire van het gemeentefonds krijgen gemeenten in principe geld voor de verwachte loon- en prijsontwikkeling. Vanuit de meicirculaire zetten we daarom de noodzakelijke bedragen apart om loonen prijsstijgingen op te kunnen vangen. Gesubsidieerde instellingen Bij gesubsidieerde professionele instellingen is in zijn algemeenheid sprake van een 80/20-verhouding tussen het loongevoelige en prijsgevoelige deel van de uitgaven. Voor budgetsubsidies wordt voor de compensatie van loonstijging uitgegaan van de specifieke CAO-ontwikkelingen per sector en voor de compensatie van prijsstijging wordt uitgegaan van een inflatie van 3,9% (% overheidsconsumptie netto materieel 2023). Bij de overige subsidies zoals professionele instellingen zonder budgetovereenkomst en niet-professionele organisaties wordt ook dit percentage van 3,9% voor prijscompensatie gehanteerd. Post onvoorzien In de begroting hebben we een jaarlijkse post onvoorzien van € 300.000 opgenomen. Dit bedrag kan door het college gedurende het jaar ingezet worden voor incidentele tegenvallers. Criteria daarvoor zijn: -

onuitstelbaar

-

onvermijdbaar

-

onvoorzienbaar

De verantwoording van de inzet van deze post nemen we op in de reguliere planning- en controldocumenten. 3. Huidige financiële positie Het financieel beeld wordt bepaald door: 

De meerjarenraming van de programmabegroting 2023-2026;

3O-ontwikkelingen vanuit de eerste financiële tussenrapportage over 2023 (met focus op doorwerking vanuit de jaarrekening);

De uitkomsten van de meicirculaire 2023;

Specifieke ontwikkelingen;

OZB stijging 2024.

Daarnaast komen daar later nog bij de 3O-ontwikkelingen die pas bij het maken van de programmabegroting 2024-2027 bekend zijn. Ook voegen we bij de programmabegroting de uitkomsten van de septembercirculaire 2023 toe.

20

In de volgende tabel hebben we de uitkomsten samengevat. Bedragen x € 1.000 - is voordeel, + is nadeel Omschrijving

2023

2024

2025

2026

2027

1. Programmabegroting 2023-2026

5

-759

-232

-28

-133

2. Structurele compensatie ravijnjaar

0

0

0

0

-1.145

-179

489

490

489

489

4. Meicirculaire 2023

-3.418

-1.146

-1.323

241

521

Startsaldo kadernota

-3.592

-1.416

-1.065

702

-268

-1.275

-1.275

-1.275

-1.275

-1.275

3. Eerste financiële tussenrapportage 2023

Ontwikkelingen: 5. Uitvoeringskosten klimaatakkoord 6. Kostenstijgingen Gemeenschappelijke regelingen

-

546

570

617

722

7. OZB stijging

-

-1.400

-1.400

-1.400

-1.400

-4.867

-3.545

-3.170

-1.356

-2.221

Financiële ruimte

Dit betekent dat we voor de jaren 2024 een voordelig saldo hebben van afgerond € 3,5 miljoen. In het laatste jaar 2028 gaat het om een structureel voordelig bedrag van € 2,2 miljoen. Toelichting op de tabel: 1. Programmabegroting 2023-2026 Bij de begrotingsbehandeling in november 2022 is de meerjarenraming vastgesteld. Voor het jaar 2023 was er een beperkt nadelig saldo van € 5.000 begroot. Het laatste jaar sloot met een voordelig saldo van € 28.000. De begroting was hiermee meerjarig sluitend. 2. Structurele compensatie Ravijnjaar In de algemene uitkering staat het jaar 2026 bekend als het zogenaamde “ravijnjaar”. De algemene uitkering is voor ons dan circa € 18 miljoen lager dan in 2025. Dit is in bovenstaande tabel verwerkt in het begrotingsjaar 2026. Het ravijn geldt in principe ook voor de jaren na 2026. Oorzaken hiervan zijn: 

Invoering van nieuwe (nog te ontwikkelen) financieringssystematiek en het stoppen met het principe “samen de trap op- samen de trap af”.

De zogenaamde opschalingskorting (algemene financiële korting voor gemeenten) is tot en met het jaar 2025 verdwenen, maar deze korting komt vanaf 2026 weer terug.

Ter compensatie van dit ravijnjaar heeft het kabinet ondertussen een bedrag van € 1 miljard structureel beschikbaar gesteld voor 2026 en 2027. Dit is voor ons een bedrag van € 4,8 miljoen. In de programmabegroting 2023-2026 hebben we ervoor gekozen om 75% van dit bedrag structureel in te zetten. Dit is 75% van het saldo van de septembercirculaire = € 3,4 miljoen. Nu ook de volledige compensatie voor het jaar 2027 beschikbaar komt geeft dit ruimte ter hoogte van € 1,1 miljoen. 3. Eerste financiële tussenrapportage 2023 Per saldo geven de uitkomsten van deze financiële tussenrapportage een voordeel in 2023 van € 179.000 en een structureel nadeel van € 489.000 in 2026.

21

4. Meicirculaire 2023 Samengevat is de uitkomst van de meicirculaire als volgt: + is nadeel: hogere uitgaven/lagere inkomsten - is voordeel: lagere uitgaven/hogere inkomsten bedragen x € 1.000 2023

2024

2025

2026

2027

Meircirculaire 2023

-225.739

-238.816

-241.147

-223.313

-221.446

Septembercirculaire 2022

-220.103

-223.098

-227.471

-214.039

-214.039

-5.636

-15.718

-13.676

-9.274

-7.407

Totale stijging Af te zonderen posten Netto voordeel

2.218

14.572

12.353

9.515

7.928

-3.418

-1.146

-1.323

241

521

De algemene uitkering stijgt in alle jaren. Wanneer we hiervan de noodzakelijke afzonderingen afhalen zijn de eerste drie jaar voordelig tussen de € 1 en € 3 miljoen per jaar. De zogenaamde ravijnjaren vertonen echter nadelige saldi. De ruimte wordt in 2026 € 0,2 miljoen minder en in 2027 € 0,5 miljoen minder. Belangrijkste punten uit de circulaire zijn: Algemene ontwikkelingen: 

De accressen zijn voor de jaren 2023 tot en met 2025 bevroren. Dit bekent dat naast alle specifieke mutaties, we alleen loon- en prijscorrectie krijgen over deze jaren. Omdat hierin ook een structurele doorwerking is opgenomen van hogere inflatie in 2022 geeft dit voor ons nog een financieel voordeel.

In het landelijke coalitieakkoord is besloten om het accres vanaf 2026 niet langer te koppelen aan de hoogte van de rijksuitgaven. Dus niet langer “samen de trap op- samen de trap af”. Dit betekent een fors nadeel in 2026 ten opzichte van het jaar 2025. De algemene uitkering is voor ons dan € 18 miljoen lager. “Het ravijn” wordt versterkt doordat de zogenaamde opschalingskorting tot en met het 2025 verdwijnt, maar dat deze in 2026 weer terugkomt. Ter compensatie van dit ravijnjaar in 2026 heeft het kabinet een bedrag van € 1 miljard extra beschikbaar in 2026/ 2027. Dit is verwerkt in bovenstaande saldi.

In het landelijke coalitieakkoord is opgenomen er een nieuwe financieringssystematiek met gemeenten wordt ontwikkeld met als doel te komen tot een stabielere financiering meer autonomie voor gemeenten. Hierbij wordt ook de mogelijkheid voor een groter eigen belastinggebied betrokken.

Hervormingsagenda Jeugd Rijk en gemeenten zijn beiden van mening dat de huidige financieringssystematiek voor het jeugddomein niet houdbaar is en niet goed past bij de interbestuurlijke verhoudingen in het jeugddomein. Daarom gaan we samen voortvarend aan de slag met een beter passend en bestendig financieringsmodel, waarin sturingsmogelijkheden, medebewind/beleidsvrijheid, financiële verantwoordelijkheden en de wijze van financieren in balans zijn. Een nieuw financieringsmodel moet meer duidelijkheid en voorspelbaarheid voor beide partijen bieden, een passende verdeling van risico’s weerspiegelen, en voorkomen dat financiële discussies de inhoudelijke domineren. Ook moet rekening worden gehouden met de toekomstige (en bijbehorende) bekostiging van de jeugdbescherming, zoals deze wordt uitgewerkt in het Toekomstscenario kind- en gezinsbescherming. Kernpunten van de agenda zijn: 1.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Oss&id=cc8564fb-5a97-4fea-afdf-9e7826884f95