CConstaterende datOss
Koppel je AI →
Document · PDF

Gids Corona cultuur en gemeenten deel2.PDF

Adviescommissie Sociaal Bestuurlijk 22 september 2022, gemeente OssBij agendapunt: B Compensatie corona effecten voor cultuur 202227.528 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

5.5 Blijvende verbreding van aanbod 5.4 Meer kwaliteit door ruimte in het maakproces Door de crisis ontstond meer ruimte voor ontwikkeling. Niet alleen zijn hier nieuwe vormen van aanbod uit ontstaan, ook hebben producties en voorstellingen langer kunnen ‘sudderen’. Zowel in het onderzoek als in de gesprekken met het veld kwam naar voren dat dit de kwaliteit van het aanbod ten goede is gekomen. Zo omschreef Simon van den Berg (hoofdredacteur van de Theaterkrant) dat theaterrecensenten voorstellingen unaniem hoger beoordeelden en niet omdat men hunkerde naar cultuur, maar echt omdat de voorstellingen kwalitatief beter waren. Volgens Van den Berg is er een enorme productiedwang vanuit de overheden. 20 jaar geleden kregen gezelschappen 14 weken voor het productieproces; in twee decennia is dit terug gesnoept naar 7 weken. De extra ruimte die ontstond door de coronacrisis heeft makers meer rust en tijd gegeven. De verminderde productiedruk heeft gezorgd voor een hogere kwaliteit van de voorstellingen.

• Bibliotheken zijn gestart met het aanbieden van kant-enklare boekentassen en een afhaal-service waarbij boeken online gereserveerd kunnen worden.

• In de muziekeducatie is een nieuwe hybride werkelijkheid ontstaan; een deel van het lesmateriaal wordt online aangeboden, wat zorgt voor meer flexibiliteit.

Tijdens de crisis is ontwikkeling van vernieuwend aanbod in een stroomversnelling gekomen. Door de beperkingen hadden veel makers en instellingen de ruimte om ideeën en plannen die op de plank lagen weer op te pakken en verder uit te werken. Bovendien heeft de crisis de ontwikkeling van nieuwe presentatievormen van aanbod gestimuleerd (zowel fysieke, hybride als digitale vormen). Het merendeel van de instellingen geeft aan door te willen gaan met het aanbieden van deze nieuwe vormen. In sommige gevallen omdat het nieuwe aanbod artistieke meerwaarde levert. In andere gevallen omdat nieuwe publieksgroepen aangesproken worden. Aangezien het nieuwe aanbod veelal naast het reguliere aanbod komt en het reguliere aanbod niet vervangt, resulteert dit in blijvende verbreding van het aanbod. Hier ligt vaak nog wel een financieringsvraagstuk. In gesprekken met het veld zijn mooie voorbeelden gegeven naar voren gekomen. Een kleine greep uit het nieuwe aanbod:

• Veel musea hebben meer aanbod in kleinere setting ontwikkeld. Daarnaast hebben ook festivals en theatergezelschappen kleinschalig/locatiegebonden aanbod ontwikkeld.

• Binnen de podiumkunsten zijn artiesten, gezelschappen en podia gestart met het streamen van voorstellingen en concerten.

• Binnen de volle breedte van de verschillende deelsectoren zijn instellingen gestart met het ontwikkelen en aanbieden van interactieve lezingen, films, debatten, blogs, vlogs, digitale quizzen, trailers, luisterverhalen, documentaires, (online) cursussen, workshops, en/of podcasts.

Corona, cultuur en gemeenten - deel 2

21

6. Toenemende digitalisering Tijdens de coronacrisis nam de digitalisering een grote vlucht, vooral als distributievorm (opnamen, livestreams, interactieve programma’s) maar ook in artistieke zin. We zien een toenemend gebruik van digitale mogelijkheden in de beeldende kunst, fotografie, de (voorgedragen) literatuur en de podiumkunsten. Diverse culturele organisaties gingen tijdens de coronacrisis meerdere presentatievormen combineren: kleinschalig live naast grootschaliger digitaal, en vaak tegelijkertijd. Wij zien meerdere digitale ontwikkelingen die hier nader worden uitgewerkt ook met het oog op het postcoronaperspectief:

1.

2.

3.

5.

6.

7.

Nieuwe vormen van publieksbereik en publieksbeleving

Versterking van communicatielijnen en toename van online bijscholing

Nieuw cultureel aanbod

Nieuwe vraagstukken over eigenaarschap en bescherming van data

Grote activiteit op social media

4.

Versterking van de digitale infrastructuur

Groeiende kloof tussen wel en niet digitaal vaardig

Corona, cultuur en gemeenten - deel 2

22

1. Inleiding: herstel en transitie

2. Coronasteun aan cultuursector

3. Factoren van lokale culturele ecosystemen

4. Resultaten van het noodsteunbeleid

5. Veranderingen in vraag en aanbod

6.1 Nieuwe vormen van publieksbereik en publieksbeleving Digitale technologie maakt het mogelijk om de presentatie en distributie van cultureel aanbod te vernieuwen, het publieksbereik te vergroten en te verbreden, en de publiekservaring te verdiepen. Sommige, vooral grotere organisaties slaagden erin met digitaal aanbod indrukwekkende publieksaantallen te bereiken of nieuwe publieksgroepen aan te spreken. Zij waren in staat snel kwalitatief goede platforms te ontwikkelen of te gebruiken. Ook het publiek wist deze onlineactiviteiten te vinden. Uit het Nationaal Museumonderzoek bleek dat 22% van de Nederlanders het afgelopen jaar in aanraking is geweest met het groeiende digitale aanbod van musea, en dat een ruime meerderheid dit aanbod positief beoordeelt. Uit gesprekken met culturele instellingen blijkt dat zij met het digitale aanbod een (veel) groter bereik ervaren, maar ook kortere aandacht van publiek. Het gemis van de live ervaring en het gevoel voor de locatie was groot. Er is wel nieuw publiek bereikt voor wie die ervaring door de afstand of door andere fysieke belemmeringen toch al niet mogelijk was. De online editie van dancefestival Tomorrowland in 2020 trok ruim een miljoen betalende kijkers. Diverse spelers willen onderzoek naar de beleving die het publiek heeft bij online-uitingen doen, om te zien welke factoren in online

6. Toenemende digitalisering

7. Arbeidsmarkt: cultureel werkkapitaal

8. Ruimtelijke ontwikkelingen

9. Perspectieven voor herstel en transitie in deelsectoren

10. Naar een wendbare en weerbare sector

11. Tien aanbevelingen

publieksbeleving een rol spelen.Bij de bibliotheken heeft de digitalisering gezorgd voor een flinke transitie op het gebied van distributie en daarmee ook op het gebied van publieksbereik. In 2020 leenden de bibliotheken vergeleken met een jaar eerder 29% minder fysieke boeken uit (bron: CBS en KB). Initiatieven als afhaalpunten en een bezorgservice voorkwamen een nog sterkere daling. Het aantal uitgeleende e-books schoot in 2020 omhoog met 45%, mede door een breder online aanbod van onder andere de tijdelijke app ThuisBieb. Daarmee werden tijdelijk honderd gratis e-books beschikbaar gesteld aan zowel leden als niet leden. Net als in voorgaande jaren groeide in 2020 ook het aantal downloads van luisterboeken met 44%.

6.2 Nieuw cultureel aanbod

22%

van de Nederlanders is het afgelopen jaar in aanraking geweest met het groeiende digitale aanbod van musea.

Digitale technologie leidt niet alleen tot nieuwe vormen van presentatie en distributie van het aanbod, maar maakt het ook mogelijk om het culturele aanbod zelf te vernieuwen. Tijdens het Paradisodebat 2021 schetste Wouter van Ransbeek (creative producer en directeur van het Internationaal Theater Amsterdam/ITA) hoe de coronapandemie de digitale ontwikkeling van de theatersector in een stroomversnelling heeft gebracht. Er is een geheel nieuw subgenre ontstaan voor digitaal vertoond toneel dat niet minderwaardig is aan het spel op de bühne en ook niet kannibaliseert op voorstellingen. Virtuele podia moeten volgens Van Ransbeek niet beschouwd worden als tijdelijke oplossing maar als aansluiting bij de toekomst. Dan moet wel de technische knowhow groeien, er financiering voor worden gevonden en productiehuizen worden opgezet om die nieuwe digitale kunstvorm te produceren en promoten. Nederland loopt voorop op het gebied van digitalisering en kan volgens Van Ransbeek ook een leidende rol spelen in de digitale kunstwereld. Andere voorbeelden zijn de inspanningen die veel muziekensembles hebben gepleegd om passend online aanbod te maken en de online voorstellingen van het Nederlands Danstheater (NDT) en project ‘NITE Hotel’ van het Noord Nederlands Toneel (NNT) samen met dansgezelschap Club Guy & Roni.

Navraag leert dat veel cultuurmakers wel grote knelpunten zien wat betreft het maken van nieuw online aanbod. Dit komt doordat het ontbreekt aan een goed verdienmodel. ITA en NDT hebben budget voor het maken van goede digitale producties (kosten zijn al snel € 30.000 tot € 50.000 per productie) en

Corona, cultuur en gemeenten - deel 2

23

trekken een internationaal en betalend publiek (ITA verkocht 8.000 tot 10.000 tickets per voorstelling). Echter, zo’n benadering is voor kleinere instellingen onmogelijk. Het ontbreekt hun aan een financiële basis om dit soort aanbod te realiseren en de bijbehorende marketinginspanningen (een belangrijke succesfactor!) te genereren. Ook voor organisaties die vooral projectmatig werken (denk o.a. aan de vele festivalorganisaties in de sector) zal het financieel onmogelijk zijn om zich online op deze manier te manifesteren.

6.3 Grote activiteit op social media Bijna alle culturele organisaties geven aan dat ze zich meer zijn gaan manifesteren op social media (met name op Facebook en Instagram en in mindere mate op Twitter en LinkedIn). Navraag leert dat bijna alle betrokkenen aangeven hiermee ook te willen doorgaan, ook als de pandemie ten einde is. Diverse instellingen die nog niet zo actief waren op de social media (denk bijvoorbeeld aan archieven en landschapsbeheerders) hebben gemerkt dat ze met behulp van foto’s en filmpjes thema’s over het voetlicht kunnen brengen die anders tot een veel kleinere kring van geïnteresseerden beperkt blijven. En het feit dat de berichten ook leiden tot reacties van en interactie met het publiek wordt als een extra waarde beschouwd.

6.4 Versterking van de digitale infrastructuur

Corona heeft ook gezorgd voor nieuwe vraagstukken rondom de bescherming van data en privacy. Dagelijks kunnen we ervaren hoe kwetsbaar de digitale wereld is voor gijzelsoftware, DDoS-aanvallen en infiltratie door hackers die het gemunt hebben op de private gegevens van deelnemers.

Door gebrek aan financiële middelen en door de voorliefde voor de authentieke ervaring loopt de cultuursector niet voorop in het toepassen van nieuwe digitale ontwikkelingen. Dit geldt voor de kunstensector, maar ook voor het domein van het cultureel erfgoed. Tijdens de crisis hebben veel organisaties, vaak om van de nood een deugd te maken, toch hun digitale infrastructuur versterkt. Zij hebben bijvoorbeeld hun hardware en software gemoderniseerd en hebben zich nieuwe manieren van werken eigen gemaakt. Veel kleine musea hebben een online ticketingsysteem aangeschaft, vaak met financiële steun van overheden of fondsen. Diverse musea hebben de lockdown ook gebruikt om hun digitale catalogi uit te breiden en te verbeteren. Behalve dat dit prettig is voor het geïnteresseerde publiek, draagt dit ook bij aan het realiseren van de voorwaarden om officieel een geregistreerd museum te worden. Een bijkomstigheid is dat Nederland nu internationaal vooroploopt als het gaat om de digitale ontsluiting van collecties. De (landelijke) podiumkunstensector heeft van de luwte van de lockdown geprofiteerd door versneld stappen te zetten bij de ontwikkeling en uitrol van het Digitaal Informatieplatform Podiumkunsten (DIP). DIP is een analyse- en administratietool die zorgt voor inzicht en gestroomlijnde processen voor álle actoren binnen de podiumkunsten.

Met DIP kunnen makers, theaterproducenten en podia in de toekomst hun (potentiële) publiek beter leren kennen, kunnen ze makkelijker (lees: eenduidiger) contracten met elkaar sluiten en praktische zaken afstemmen die te maken hebben met kaartverkoop en zaalgebruik (techniek). In de laatste maanden van 2021 is het Programma Publieksdata gestart met subsidie van het ministerie van OCW, waaraan onder andere DIP deelnam. Men beraadt zich op de toekomst in 2022. Meer dan de helft van de respondenten van de recente enquête door Berenschot onder culturele instellingen voor de Cultuurmonitor Drenthe ziet de digitalisering vooral als innovatie, een kwart ziet het als noodgreep, en een klein deel van de respondenten is niet meer gaan digitaliseren dan voor de crisis. Een respondent gaf aan dat digitalisering binnen de organisatie een hoop nieuwe dynamiek heeft gegeven en het is leuk en spannend om met elkaar iets nieuws te doen.

Corona, cultuur en gemeenten - deel 2

24

1. Inleiding: herstel en transitie

2. Coronasteun aan cultuursector

3. Factoren van lokale culturele ecosystemen

4. Resultaten van het noodsteunbeleid

5. Veranderingen in vraag en aanbod

6. Toenemende digitalisering

6.5 Versterking van communicatielijnen en toename van online bijscholing Tijdens de coronacrisis is gebleken dat dankzij de digitale technieken de communicatielijnen overeind gehouden konden worden. Dit geldt voor de communicatie binnen organisaties (contact tussen medewerkers), tussen organisaties en voor de communicatie met publieksgroepen en vrijwilligers. Diverse organisaties hebben wel moeten vaststellen dat de digitale communicatie met vrijwilligers, en met name met de oudere vrijwilligers, moeilijk kan zijn. Een positief aspect is dat het trainen van vrijwilligers in bijvoorbeeld het vergaderen met Teams ook educatieve waarde bleek te hebben. Dankzij hun vrijwilligerswerk leerden ze digitale vaardigheden die ze zich anders niet eigen hadden gemaakt. Ook heeft de digitale communicatie eraan bijgedragen dat met name oudere vrijwilligers (70+’ers) tijdens de pandemie soms uit hun isolement konden worden gehaald. Behalve het online trainen van vrijwilligers in digitale vergaderskills is de coronacrisis bovendien gebruikt voor allerlei andere vormen van bijspijkeren. Diverse organisaties hebben gestimuleerd dat medewerkers trainingen en cursussen volgen.

6.6 Nieuwe vraagstukken rondom eigenaarschap en bescherming van data De toenemende digitalisering brengt ook nieuwe vraagstukken met zich mee. Zo is het van belang dat het eigenaarschap van creatieve uitingen goed wordt geregeld. Alleen dan kunnen makers en uitvoerenden een eerlijke vergoeding krijgen voor hun werk. Een voorbeeld van een onvolkomenheid op dit gebied is de mate waarin voor het uitzenden en laten horen van geluidsopnamen door een platform een vergoeding moet worden betaald aan de SENA. Dit gebeurt in het kader van naburige rechten - rechten die naast het auteursrecht staan en die een uitvoerend kunstenaar of producent het recht geven te beslissen over opname, vermenigvuldiging en uitzending van een uitvoering en daar een billijke vergoeding voor te ontvangen. Dit gebeurt nu echter slechts in de vorm van een eenmalig, betrekkelijk laag bedrag. De vraag is of dit fair is naar de uitvoerenden als blijkt dat een uitvoering jarenlang op het internet zichtbaar blijft.

7. Arbeidsmarkt: cultureel werkkapitaal

8. Ruimtelijke ontwikkelingen

9. Perspectieven voor herstel en transitie in deelsectoren

10. Naar een wendbare en weerbare sector

11. Tien aanbevelingen

kwetsbaar de digitale wereld is voor bijvoorbeeld gijzelsoftware, DDoSaanvallen en infiltratie door hackers die het gemunt hebben op de private gegevens van deelnemers. Bescherming van data en privacy is van groot belang, ook in de culturele wereld. De vraag is of dit thema in de sector leeft en of er voldoende financiële middelen zijn om de risico’s te beheersen. Het lijkt erop dat als er al budgetten beschikbaar zijn, deze vooral worden ingezet voor het maken van culturele producten en het bereiken van het publiek. De inzet om de digitale kanalen ook goed te beschermen lijkt veel geringer.

6.7 Groeiende kloof tussen wel en niet digitaal vaardig De coronacrisis heeft ons er ook extra bewust van gemaakt dat er veel mensen zijn die niet in de digitale wereld kunnen meekomen. In 2018 schreef staatsecretaris Knops in een brief aan de Tweede Kamer dat er rond de 2,5 miljoen Nederlanders zijn die het moeilijk vinden om te werken met digitale apparaten, zoals een computer, smartphone of tablet. Verder stelde hij dat er 1,2 miljoen (volwassen) Nederlanders zijn die nog nooit internet hebben gebruikt. Deze cijfers steken schril af bij de ambitie zoals geformuleerd in de New Creative Deal om iedere Nederlander onbelemmerd toegang te geven tot een breed palet aan cultuurervaringen en de mogelijkheden om creatief vermogen te ontwikkelen. Er worden veel inspanningen gedaan om het aantal laaggeletterden en digibeten terug te dringen. Hierin spelen de openbare bibliotheken een steeds grotere rol: zij beheren taalhuizen, bieden cursussen aan (o.a. digivaardigheden) en helpen burgers via het Informatiepunt Digitale Overheid (IDO). Diverse bibliotheken hebben zich op dit vlak tijdens de coronacrisis gemanifesteerd. Zij ondersteunden mensen met het op hun telefoon installeren van het digitale corona toegangsbewijs. Op 29 november 2021 heeft het Rijk hiervoor € 18 miljoen extra beschikbaar gesteld.

Daarnaast heeft corona gezorgd voor nieuwe vraagstukken rondom de bescherming van data en privacy. Dagelijks kunnen we ervaren hoe

Corona, cultuur en gemeenten - deel 2

25

7. Arbeidsmarkt: cultureel werkkapitaal Het publiek heeft veel cultureel aanbod moeten missen tijdens de coronacrisis, maar de gevolgen waren nog groter voor de werkenden in de cultuur- en erfgoedsector. Met cultureel werkkapitaal duiden wij alle mensen aan die zich op enigerlei wijze inspannen voor de culturele infrastructuur en activiteiten, of dat nu in dienstverband is, als zelfstandige of als vrijwilliger. De cultuur- en erfgoedsector is sterk afhankelijk van deze uiteenlopende inspanningen. Ook in normale tijden is er sprake van een complexe arbeidsmarkt. Kenmerken zijn: weinig vaste banen, een groot aandeel zelfstandigen (landelijk 60%) en bovendien vaak kleine dienstverbanden of opdrachten, waardoor veel werkenden afhankelijk zijn van meer werk- of opdrachtgevers en ten slotte gemiddeld een relatief lage beloning. Het onderzoek naar cultureel werkkapitaal heeft de volgende ontwikkelingen naar voren gebracht:

1.

Werkgelegenheid staat onder druk door corona

2.

De coronacrisis verzwakt de toch al benarde positie van zzp’ers

3.

Talent dreigt verloren te gaan voor de sector

4.

Bij herstart wreekt zich de uitstroom van ondersteuners

5.

Wisselingen in de inzet van vrijwilligers

6.

Fair practice is goed voor beloning maar minder goed voor werkgelegenheid

Corona, cultuur en gemeenten - deel 2

26

1. Inleiding: herstel en transitie

2. Coronasteun aan cultuursector

3. Factoren van lokale culturele ecosystemen

4. Resultaten van het noodsteunbeleid

5. Veranderingen in vraag en aanbod

6. Toenemende digitalisering

7.1 Werkgelegenheid staat onder druk door corona Tijdens de crisis was er veel minder werk te doen in de cultuursector. Verschillen zijn groot tussen sectoren. De sectoren die vooral bezig zijn met live ervaringen van publiek, zoals de podiumkunsten en musea, hebben veel minder activiteiten kunnen ontplooien. Bij het erfgoed en de beeldende kunsten is het werk veel meer voortgezet. Weinig of geen werk tijdens corona leidt tot onderbenutting van capaciteit en kwaliteit. Dat blijft lang voelbaar, want de sector is nog niet volledig op gang. Het gebrek aan werk wordt vooral gevoeld door zelfstandigen.

7. Arbeidsmarkt: cultureel werkkapitaal

In 2020 was via drie rijkscultuurfondsen

€48,5

miljoen

te cofinancieren coronasteun beschikbaar voor lokale (pop)podia, musea en filmtheaters

De culturele sector onderscheidt zich structureel van andere sectoren door een zeer hoog percentage zzp’ers en relatief weinig (vaste) dienstverbanden. Volgens gegevens van het CBS zijn er zo’n 105.000 zzp’ers fulltime of parttime werkzaam in de culturele en creatieve sector, waarvan 41.300 in de kunsten. Hoewel de culturele en creatieve sector sterk drijft op de inzet van zzp’ers, behaalt deze groep werkenden in het algemeen lage omzetcijfers. In 2019 bedroeg de mediane omzet uit hun werkzaamheden als zzp’er € 24.600. Dit betekent dat de helft van deze zzp’ers jaarlijks op een omzet op of onder dit bedrag zit. Bij het totaal aan zzp’ers in Nederland ligt dit bedrag aanzienlijk hoger: € 46.500. In 2020 liepen deze bedragen terug naar respectievelijk een mediane omzet van € 17.500 voor de culturele zzp’ers en € 44.900 voor het totaal aan zzp’ers. Binnen de subsector kunsten is de daling het grootst: ruim twee derde van de zzp’ers, actief als maker dan wel ondersteuner, kende een omzetdaling van gemiddeld 54% volgens onderzoek van het CBS uit maart 2021.

7.2 De coronacrisis verzwakt de toch al benarde positie van zzp’ers Zorgen over de arbeidsmarktpositie in de cultuur- en erfgoedsector waren er ook al voor de crisis. Het werkveld is sterk versnipperd en fragiel, en wordt alleen maar meer kwetsbaar. De (extra) pijn zit in de zogenoemde flexibele schil van zzp’ers.

Link naar het Boekmanonderzoek uit mei 2021

Medewerkers met een vast dienstverband hebben dankzij de steunmaatregelen hun werk in de sector over het algemeen wel behouden. Op personeel in loondienst is over de hele linie veel minder bezuinigd dan op zzp’ers, zo blijkt uit onderzoek van de Boekmanstichting. Volgens dit

van landelijke betekenis.

8. Ruimtelijke ontwikkelingen

9. Perspectieven voor herstel en transitie in deelsectoren

10. Naar een wendbare en weerbare sector

11. Tien aanbevelingen

onderzoek bezuinigden culturele organisaties in de coronacrisis 55% op zzp’ers en slechts 3% op personeel in loondienst. De gebruikelijke onzekerheid over werk en inkomen voor zelfstandigen in de cultuursector is in de coronacrisis vervangen door de zekerheid dat er geen werk en inkomen is. De generieke steunmaatregelen van het Rijk die gericht zijn op het behoud van (vaste) werkgelegenheid hebben niet bijgedragen aan het behoud van de flexibele schil, zo blijkt uit onderzoeken van het CBS en de Boekmanstichting. De flexibele schil blijkt een gemakkelijke bezuinigingsoptie te zijn in tijden van crisis. Het einde van de houdbaarheid van de verregaande flexibilisering in de sector lijkt hiermee in zicht te komen. De huidige bezuinigingen op zzp’ers verstoren het ecosysteem van de sector. Het risico bestaat dat een deel van de culturele zzp’ers na afloop van de coronacrisis niet meer terugkeert. Juist nu het einde van de coronacrisis in zicht komt, is het van belang om te investeren in het behoud van de zzp’ers voor de sector inclusief een fatsoenlijke beloning voor deze groep werkenden. Bij vormgeving van nieuwe steunmaatregelen dient daarmee volgens de Boekmanstichting nadrukkelijk rekening te worden gehouden. De Minister van OCW erkent de zorgen. In het debat met de Tweede Kamer over cultuur

Corona, cultuur en gemeenten - deel 2

27

Link naar het onderzoek van UM en RUG uit oktober 2021

en corona in oktober 2021 benadrukte zij dat de meeste culturele instellingen nu zwarte cijfers schrijven, maar dat zij het probleem ziet van de benarde positie van de zzp’ers in de sector. Van Engelshoven wil onderzoek laten doen naar wat er gebeuren moet, zodat er “een gezonde flexpraktijk kan ontstaan” in de culturele sector. Cultuur-zzp’ers moeten een “eerlijke beloning” krijgen en “schijnzelfstandigheid” moet voorkomen worden. De Minister heeft echter aan deze heldere boodschap nog geen klinkende munt verbonden.

SCP, spannend om de komende tijd te zien of mensen voor hun werkende leven gaan kiezen voor passie of voor zekerheid. Kunstenaars geven vaker dan gemiddeld aan dat zij hun werk leuk vinden, maar het is de vraag of dit plezier ook de onzekerheid en het inkomensverschil die door de coronacrisis nog eens extra zijn vergroot voldoende compenseert. Geld, zekerheid en gewone werktijden zijn belangrijk voor welvaart en wonen, zeker voor de midcareers.

De Raad voor Cultuur constateert dat bij gezelschappen, producenten en podia noodgedwongen afscheid is genomen van flexibele krachten en van vaste formatie. Bij de poppodia is 20% van de dienstverbanden verdwenen. En uit het onderzoek “Kunstenaars stoppen niet... maar de positie van veel culturele zzp’ers is wel precair” van de Maastricht University en de Rijksuniversiteit Groningen (oktober 2021) komt naar voren dat actuele redenen voor zelfstandig werkende kunstenaars om als professional te stoppen zijn gelegen in de restricties vanwege de coronapandemie en het daardoor veroorzaakte verlies aan werk en inkomen.

De beginnende en jongere makers missen door de coronacrisis bovendien vlieguren. Zij krijgen door corona minder ruimte en plekken om zich te laten zien en te ontwikkelen. Driekwart van de respondenten op de enquête van Berenschot voor de Cultuurmonitor Drenthe geeft aan dat er tijdens de crisis geen ruimte was om jonge talenten een plek te bieden. Zij voorzien voor de lange termijn, als gevolg van de coronacrisis, problemen met de aanwas van nieuw talent, zowel cultureel/artistiek als op zakelijk vlak, ten behoeve van opvolging binnen de culturele instelling. Jonge talenten zijn nu eerder geneigd om een vervolgstudie te volgen die ‘geld in het laatje brengt’ in plaats van de onzekerheid die de culturele wereld hen nu biedt.

Kunstenaars en makers hebben zich, grotendeels noodgedwongen, onafhankelijker gemaakt van culturele instellingen en scholen en gaan vaker verder op eigen voet, ook in andere bedrijfstakken. Zelfstandigen die in de cultuursector blijven, zoeken vaker verbindingen op en verenigen zich in collectieven. Dit maakt hun positie op de arbeidsmarkt en in onderhandelingen met werk- en opdrachtgevers wel sterker. Hierdoor vinden ook betere gesprekken plaats over tarieven en de verantwoordelijkheid van culturele instellingen als opdrachtgevers. De aandacht in de sector en bij de politiek over (het gebrek aan) de trickle down (het doordruppelen van (corona)steun in de keten van instellingen naar makers c.q. zelfstandigen) kan ook bijdragen.

7.3 Talent dreigt verloren te gaan voor de sector De lastige arbeidsmarktpositie heeft gevolgen voor de aanwas van artistiek en zakelijk talent. Mensen willen graag in de cultuursector werken, maar zit steeds minder carrièreperspectief in de cultuursector die wordt gekenmerkt door kleine, platte organisaties, met korte en parttime contracten en veel onbetaalde overuren. Men is zich veel bewuster geworden van risico’s, kwetsbaarheid en alternatieven. Het is, volgens Andries van den Broek van het

Instellingen proberen op verschillende manieren te blijven investeren in jong talent, maar zij zien wel dat veel artistieke mensen er vaker dan voor de crisis een andere baan bij (moeten) hebben. Jonge zakelijke talenten zijn ook moeilijk te vinden of worden direct enorm overvraagd. De Raad voor Cultuur ziet over de hele linie, van marketing tot techniek, van financiën tot productie, van het maakproces en programmering tot horeca, dat mensen overstappen naar andere sectoren. Hier gaan kennis en expertise verloren. Het onderzoek Survey on Stage uit 2020 onder 1.525 zzp’ers die werkzaam zijn in de podiumkunsten in Nederland (met een oververtegenwoordiging van muzikanten), laat zien dat 40% van hen zich genoodzaakt voelt om buiten de sector werk te vinden. 27% van de respondenten in dat onderzoek overweegt omscholing of is reeds omgeschoold. Het creatieve vermogen kan vervolgens wel ten gunste komen aan andere sectoren, die steeds meer de kwaliteiten van creatievelingen (21st century skills) erkennen. Mooie voorbeelden zijn het helpen van Parkinsonpatiënten met motoriek door dansers, muziektherapie in de jeugdzorg en creatieven die

Corona, cultuur en gemeenten - deel 2

Link naar VNGbericht over de winst van het sociaal domein uit april 2021.

28

1. Inleiding: herstel en transitie

2. Coronasteun aan cultuursector

3. Factoren van lokale culturele ecosystemen

4. Resultaten van het noodsteunbeleid

5. Veranderingen in vraag en aanbod

6. Toenemende digitalisering

toegankelijke apps voor jongeren ontwikkelen. Er lijkt een nieuwe markt bij te komen voor de inzet van creatievelingen. Zij hoeven niet in een callcenter te gaan zitten, maar ze kunnen dicht bij hun passie blijven. Bij voorkeur is dat een hybride praktijk, inclusief enig werk in de cultuursector.

7. Arbeidsmarkt: cultureel werkkapitaal

8. Ruimtelijke ontwikkelingen

9. Perspectieven voor herstel en transitie in deelsectoren

10. Naar een wendbare en weerbare sector

11. Tien aanbevelingen

geluidstechniek. Dit vraagt om omscholing en professionalisering binnen de sector. Daar is het werktuig PPO voor bedoeld, en daar wordt het ook voor benut.

7.5 Wisselingen in de inzet van vrijwilligers 7.4 Bij herstart wreekt zich de uitstroom van ondersteuners Als gevolg van de coronacrisis en het gebrek aan werk in de cultuursector, zijn dus veel werkenden (gedeeltelijk) uitgestroomd naar ander werk. De Creatieve Coalitie ziet onder zijn leden wel dat makers vaker en meer geld zijn gaan verdienen buiten de sector, maar dat ze niet geheel vertrekken of afhaken. In de ondersteunende functies, zoals technici en marketeers blijkt het gebrek aan werk vaker tot volledige uitstroom te hebben geleid naar sectoren waar er juist schaarste was, zoals de zorg (GGD’s), de bouw en de ICT. Een deel daarvan ervaart dat de beloning in die sectoren beter is en het werk regelmatiger, waardoor terugkeer naar de cultuursector niet vanzelfsprekend is. Uitholling is een onderschat risico, minder tastbaar dan omvallen, maar funest voor de kwaliteit en slagkracht van de sector. Er is expertise en slagkracht verloren gegaan, die juist nodig is om op de snel veranderende omstandigheden en behoeften (zoals digitalisering) in te kunnen spelen. Ondertussen verschuift het soort werk dat nodig is in de cultuursector ook. Door en voor digitalisering zijn andere kwaliteiten nodig dan tot nog toe in huis waren. Er wordt meer inhuur voorzien van externe expertise en uitvoering ten aanzien van techniek en ontwikkeling.

Daardoor kampt de sector bij de herstart, bijvoorbeeld bij festivals, nu met een tekort aan ‘gouden handjes.’ Er is een battle for talent. Werktuig PPO staat voor permanente professionele ontwikkeling. Werkenden in de culturele en creatieve sector kunnen hiermee aan bij- en nascholing doen

De uitdaging is dus om het werken in de sector aantrekkelijker te maken voor met name de ondersteunende functies. Er kan fors worden ingezet op het stimuleren van instroom. Daarbij wreekt zich wel het structurele gebrek aan middelen in de sector, misschien niet op korte termijn door de reserves die instellingen met noodsteun hebben kunnen opbouwen, maar de daaropvolgende jaren alweer wel. Een alternatieve oplossing: kunnen makers voorlopig werk vinden als “mogelijkmakers”, dus bijspringen in ondersteunende functies? Een beetje handige basgitarist kan wellicht ook bijdragen aan

De cultuur- en erfgoedsector zijn gewend aan en sterk afhankelijk van de inzet van vrijwilligers. Er zijn geen harde cijfers maar er zijn schattingen dat er net zo veel werk wordt verzet door vrijwilligers als door werkenden. Er zijn drie soorten vrijwilligers te onderscheiden: de doeners (achter de kassa, op zaal), de onderzoekers (archieven, historische verenigingen) en de behartigers (besturen, lobbyen). Er zijn grote verschillen tussen deelsectoren van het effect van de coronacrisis op de inzet van vrijwilligers. De onderzoekers hebben in de coronatijd hun werkzaamheden kunnen voortzetten, de doeners hadden in de podiumkunsten en musea tijdelijk veel minder werkzaamheden maar in de overige sectoren binnen het erfgoed was genoeg te doen, en de behartigers hebben het extra druk gekregen.

7.6 Fair practice: goed voor beloning maar minder voor werkgelegenheid De Raad voor Cultuur stelde al voor de coronacrisis vast dat honoraria en normbedragen in de cultuur onacceptabel laag zijn, en dat veel uren niet kunnen worden gedeclareerd. Dat zorgt ervoor dat zzp’ers nauwelijks buffers kunnen opbouwen. Het CBS berekende dat 24,8% van de zelfstandigen in de culturele en creatieve sector na een jaar zonder inkomsten uit hun zelfstandig ondernemerschap met het totale huishoudinkomen onder de minimuminkomensgrens zakt. Ruim de helft van de culturele zzp’ers zag de omzet dalen in 2020. Zoals uit alle vorige paragrafen blijkt, heeft de coronacrisis de arbeidsmarktpositie in de cultuursector verder onder druk gezet en fair practice nog verder bemoeilijkt. Kunstenaars en makers zijn vooralsnog grotendeels trouw gebleven aan hun vak en hebben daarom, waar zij dit zelfstandig deden, weinig inkomen gehad en flink ingeteerd op hun reserves. Nu de cultuursector weer wat meer op gang komt, nemen makers dan ook gemakkelijker en onder minder gunstige voorwaarden werk aan. Dit zet de toch al matige beloning in de sector, en fair pay, verder onder druk.

Corona, cultuur en gemeenten - deel 2

29

Zelfstandigen in ondersteunende functies zoals horeca, techniek en marketing hebben daarentegen voor meer zekerheid gekozen. Hier speelt het omgekeerde als bij de makers: door tekort aan arbeidskrachten verschuift nu de macht naar die categorieën werkenden, die opeens meer kunnen vragen of op andere aanbiedingen ingaan. De instellingen kunnen zich de hogere beloning die nodig is om de vacatures ingevuld te krijgen niet veroorloven. De keerzijde van fair pay. De schaarste aan werkenden, vooral in ondersteunende rollen, kan leiden tot een inhaalslag op tarieven en arbeidsomstandigheden. Maar fair practice zonder extra middelen en met krapte op arbeidsmarkt gaat leiden tot minder werkgelegenheid (minder maar beter betaalde werkplekken). Als er minder werk kan worden gedaan, zijn er minder activiteiten mogelijk. Betekent dat dan dat er ook wordt gesneden in aanbod en in programmering? Dat is eigenlijk een tegengestelde beweging aan de ontwikkeling die wij constateren in het thema ‘Vraag en aanbod’, waaruit juist blijkt dat, als het aan de culturele instellingen ligt, het aanbod vanuit de makers snel weer toeneemt. Maar dan moeten daar wel middelen voor beschikbaar zijn, ook als het gaat om de ondersteuning, anders kan een deel van het aanbod niet worden gerealiseerd.

Deze verschraling zou door de coronacrisis en door de druk op fair pay wel eens in een stroomversnelling kunnen komen.

24,8%

van de zelfstandigen in de culturele en creatieve sector na een jaar zonder inkomsten uit hun zelfstandig ondernemerschap met het totale huishoudinkomen onder de minimuminkomensgrens zakt.

Corona, cultuur en gemeenten - deel 2

30

1. Inleiding: herstel en transitie

2. Coronasteun aan cultuursector

3. Factoren van lokale culturele ecosystemen

4. Resultaten van het noodsteunbeleid

5. Veranderingen in vraag en aanbod

6. Toenemende digitalisering

7. Arbeidsmarkt: cultureel werkkapitaal

8. Ruimtelijke ontwikkelingen

9. Perspectieven voor herstel en transitie in deelsectoren

10. Naar een wendbare en weerbare sector

11. Tien aanbevelingen

8. Ruimtelijke ontwikkelingen Het laatste thema dat voor deze gids specifiek in de context van de lokale culturele infrastructuur wordt uitwerkt, betreft de ontwikkelingen op ruimtelijk gebied. Het gaat hierbij om de beschikbaarheid en het gebruik van culturele voorzieningen in de centra en de wijken van steden en dorpen. Op dit vlak spelen diverse bedreigingen maar zeker ook kansen die van belang zijn voor het gemeentelijk beleid ten aanzien van herstel en transitie. Deze ontwikkelingen worden hieronder, per paragraaf, nader beschreven. Een beknopt overzicht:

1.

Alsmaar stijgende huisvestingslasten

2.

Verduurzaming

3.

Groei en krimp: culturele voorzieningen bewegen mee

8.1 Hogere eisen aan accommodaties Mensen hebben tijdens de coronacrisis ontdekt wat ze eigenlijk al wisten: danzij de digitale media kun je ook in de eigen huiselijke sfeer kennisnemen van kunst en cultureel erfgoed. Buiten de huiselijke sfeer doet de opmars van de technologie zich eveneens voelen: bezoekers zijn gewend geraakt aan een hoge standaarden waar het gaat om beeld, geluid en comfort en

4.

Cultuur als magneet voor binnensteden

5.

Veranderende context voor culturele festivals

6.

Nachtcultuur: stimuleren of ontmoedigen?

verwachten deze kwaliteitsniveaus ook als ze een culturele instelling bezoeken. Het gevolg is dat accommodaties zoals podia, musea en bibliotheken voortdurend in de weer zijn om de kwaliteit van het programma, de techniek en het interieur op een hoger plan te brengen. Deze opwaartse druk die het gevolg is van de technologische mogelijkheden betekent dat ook de kosten van culturele producties stijgen.

Corona, cultuur en gemeenten - deel 2

31

Huisvestingskosten in % van de totale exploitatiekosten Schouwburgen en concertzalen

30%

Musea

25%

Bibliotheken

23% Poppodia

15%

Gemeenten zien de gevolgen van deze ontwikkeling terug in de eisen die worden gesteld aan de culturele accommodaties. Omdat de gemeenten voor bijna alle culturele accommodaties in Nederland verantwoordelijk zijn (vaak in de rol van eigenaar en eveneens vaak als subsidiënt van de huurder) voelen zij de opwaartse druk van de technologie: deze vertaalt zich in een vraag om investeringen in gebouwen en techniek. Het gevolg van een en ander is dat de huisvestingslasten van veel culturele instellingen toenemen, in absolute zin, maar ook als onderdeel van de totale exploitatie. Onderstaande figuur laat zien wat het aandeel is van de huisvestingslasten in de totale exploitatiekosten van culturele instellingen. De figuur laat zien waarom het tijdens de coronacrisis van belang is om huursteun (opschorten of kwijtschelden) te geven. In de periode na de bankencrisis (2008) is er weliswaar door de rijksoverheid bezuinigd op cultuur en hebben ook veel gemeenten gekort op subsidies, maar hebben gemeenten wel aanzienlijk geïnvesteerd in de (ver)nieuwbouw van culturele accommodaties. De uitkomst daarvan is paradoxaal: hoe moeilijk de sector het door de coronacrisis ook heeft, de culturele gebouwen hebben er nog nooit zo mooi bijgestaan als nu. De keerzijde daarvan is dat ze ook nog nooit zo zwaar hebben gewogen op de begrotingen van de organisaties.

Sinds 1 juli 2014 moet iedere gemeente bij het verrichten van economische activiteiten zoals verhuur, namelijk voldoen aan de wet Markt en overheid. Ingevolge deze wet moeten overheden minimaal de integrale kosten doorberekenen. Deze systematiek van kosten doorberekenen in wat wordt genoemd een kostprijsdekkende huur heeft tot gevolg dat de culturele exploitaties tegenwoordig zwaar gebukt gaan onder de huisvestingslasten. Voor instellingen die door de coronacrisis zijn verarmd wegen deze kosten extra zwaar: het budget dat overblijft voor de (doorgaans arbeidsintensieve) culturele producties wordt minder en minder. In de post-coronatijd zullen gemeenten opnieuw moeten nadenken over het nut en de functie van culturele gebouwen en over hoe zwaar ze op de culturele exploitaties mogen drukken. Om de kosten voor de lokale culturele instellingen en de gebruikers ervan te drukken kunnen gemeenten de organisaties ook aanwijzen als DAEB (Dienst van Algemeen Economisch Belang). In dat geval nemen zij zelf een deel van de kosten voor hun rekening. Door deze aanwijzing hoeft de integrale kostprijs voor de huur niet doorberekend te worden, waardoor een

Corona, cultuur en gemeenten - deel 2

32

1. Inleiding: herstel en transitie

2. Coronasteun aan cultuursector

3. Factoren van lokale culturele ecosystemen

4. Resultaten van het noodsteunbeleid

5. Veranderingen in vraag en aanbod

6. Toenemende digitalisering

dusdanig huurprijsniveau ontstaat dat de doelgroep niet afhaakt, de beoogde diversiteit gehandhaafd blijft en de continuïteit van innovatie gewaarborgd blijft. Voorbeelden hiervan zijn de instellingen in de Spoorzone Tilburg, het Filmhuis Dordrecht en Cultureel Centrum Roosendaal, maar er zijn er veel meer.

8.2 Coronatijd benutten voor verduurzaming Geleidelijk verduurzaamt Nederland, en ook de cultuursector gaat hierin mee. Door nogal wat culturele instellingen worden de periodes van gehele of gedeeltelijke sluiting gebruikt om op dit vlak nieuwe stappen te zetten. De culturele organisaties hebben goede redenen om aan verduurzaming te werken. Niet alleen omdat voor de vergroening van Nederland collectieve actie nodig is, maar vooral ook omdat de culturele sector in het bijzonder veel potentie heeft om bewustwording te creëren bij bezoekers, andere sectoren en de directe omgeving. Niet onbelangrijk ook: verduurzaming kan direct positieve gevolgen hebben voor organisaties zelf, onder andere op het gebied van financiën, imago en de voorbereiding op de toekomst.

Link naar dossier van de Boekmanstichting over duurzaamheid in de culturele sector

Link Erfgoeddeal

Uit de eerste verkenning van de Boekmanstichting en bureau 8080 in 2019 bleek dat de culturele sector meer wil doen aan bewustwording bij het publiek over dit onderwerp, maar ook zelf meer wil doen aan verduurzaming. Daarbij zit geld, kennis en gebrek aan tijd in de weg. Bedacht moet hierbij worden dat duurzaamheid een heel breed begrip is dat niet alleen over vergroening gaat. Duurzaamheid valt onder te verdelen in drie aspecten, namelijk Planet, Profit/prosperity, People. In de praktijk betekent dit dat culturele organisaties verduurzaming kunnen oppakken op het gebied van: (1) gebouwen en materiaalgebruik, (2) beleid en bedrijfsvoering en (3) inzet van mensen. De komende jaren zijn de aangewezen periode om hiermee aan de slag te gaan. Daarbij is het dan wel zaak dat gemeenten de verduurzaming actief ondersteunen, zowel in een stimulerende overheidsrol als in de rol van verantwoording nemende gebouweigenaar. Een specifiek aandachtspunt bij verduurzaming is nog het cultureel erfgoed. Het zijn de monumenten, beeldbepalende gebouwen en beschermde stadsen dorpsgezichten die een gemeente en een binnenstad vaak aantrekkelijk maken. In het kader van de Erfgoed Deal 2019 t/m 2022 tussen de overheden

7. Arbeidsmarkt: cultureel werkkapitaal

8. Ruimtelijke ontwikkelingen

9. Perspectieven voor herstel en transitie in deelsectoren

10. Naar een wendbare en weerbare sector

11. Tien aanbevelingen

is een relatie gelegd tussen erfgoed en duurzaamheid. Recent is een project in Maassluis gehonoreerd met een aanpak van elkaar versterkende elementen: krimp en leegstand in de binnenstad voorkomen en tegelijk duurzame groei bevorderen door maritiem erfgoed te benutten, de beleving te versterken en historische boten te verduurzamen. Eerdere projecten in Weert en Zwolle legden deels de verbinding met de revitalisering van de binnenstad.

8.3 Groei en krimp: culturele voorzieningen bewegen mee Ons land verandert voortdurend en dit geldt ook voor de plekken waar mensen wonen en werken. Het kan goed zijn dat over enkele jaren zal blijken dat de coronacrisis hierop invloed heeft gehad. De Nederlandse bevolking is in de afgelopen decennia gegroeid naar ruim 17 miljoen in 2020, maar deze groei heeft zich niet overal in gelijke mate voorgedaan. Sinds de eeuwwisseling vindt de bevolkingsgroei steeds meer plaats in en rond de grote steden in de Randstad en ook gemeenten zoals Groningen, Zwolle, Arnhem, Nijmegen, Amersfoort, Haarlem en Eindhoven groeien sterk. Echter, delen van Nederland kregen ook te maken met bevolkingskrimp. Krimp komt vooral voor aan de randen van het land: in grote delen van de noordelijke provincies, de Achterhoek, Zuid-Limburg en Zeeland. Veel van de gemeenten daar vergrijzen

Uit de eerste verkenning van de Boekmanstichting en bureau 8080 in 2019 bleek dat de culturele sector meer wil doen aan bewustwording bij het publiek over verduurzaming, maar hier ook zelf meer aan wil doen.

Corona, cultuur en gemeenten - deel 2

33

ook; veel jongeren trekken naar de steden om te studeren of te werken. Nederland kent inmiddels 9 krimpgebieden en 11 anticipeergebieden (regio’s dierekening moeten houden met een daling in de toekomst). De groei van de steden en de krimp aan de randen gaat naar verwachting in de komende jaren verder door, ook al weten we nu nog niet niet welk effect de coronacrisis precies zal hebben. Het betekent dat gemeenten op ontwikkelingen moeten anticiperen, ook wat betreft de culturele voorzieningen. In groeigemeenten houdt dat in: nadenken over de benodigde voorzieningen in de toekomst en nu al in ruimtelijke plannen anticiperen op het toevoegen van culturele functies. Sommige gemeenten werken hieraan heel gericht, bijvoorbeeld door data te (laten) analyseren die betrekking hebben op de woon- en leefomgeving. Met computerkracht worden dan data op het gebied van vastgoed, wonen, zorg, voorzieningen, energietransitie en mobiliteit verzameld en geanalyseerd om zo inzicht te krijgen in wat er over tien of twintig jaar nodig is om een aangenaam woonklimaat te creëren en wat dit vergt in de komende jaren vergt aan investeringen, onder meer in culturele voorzieningen. In de krimpgebieden vechten kleine kernen tegen de bevolkingsdaling en het verdwijnen van voorzieningen: de detailhandel, de horeca, het buurthuis, het bankfiliaal, het postkantoor.

Voor cultuur betekent dit dat bibliotheken, lespunten kunsteducatie en kleine musea soms heel gericht worden ingezet om kernen leefbaar te houden. Ook worden culturele voorzieningen soms geclusterd om zo tenminste één locatie in stand te houden die een centrale culturele en maatschappelijke functie kan vervullen in de gemeenschap. Een bekende uiting hiervan is het cultuurhuis, een multifunctionele voorziening waarvan de bibliotheek vaak de kern vormt omdat zij meerdere functies in zich bergt, zoals ontmoetingscentrum, leer- en werkplek, podium en activiteitencentrum. Overigens draait het bij een moderne cultuurhuis tegenwoordig niet alleen maar om cultuur, maar zijn er ook vaak sociaal-maatschappelijke en zelfs commerciële voorzieningen in opgenomen.

8.4 Cultuur als reddingsboei voor binnensteden Dat onze maatschappij verandert komt niet alleen door demografische ontwikkelingen en door zoiets ingrijpends als een coronacrisis, maar komt ook door technologische ontwikkelingen. Een zorgelijke trend waarmee veel

gemeenten zich zien geconfronteerd is het wegsmelten van de detailhandel in de binnensteden. Op 1 januari 2021 was in 61 procent van de Nederlandse gemeenten de winkeldichtheid lager dan een jaar eerder. Volgens het CBS nam sinds 2010 het aantal fysieke winkels in Nederland af met 13.540, een daling van bijna 14 procent. De coronacrisis heeft het online shoppen verder aangejaagd en veel gemeenten kampen met groeiende leegstand in winkelstraten. De coronacrisis pakt op veel terreinen uit als katalysator van reeds ingezette ontwikkelingen. Dat zou ook het geval kunnen zijn voor de detailhandel. Gemeentebesturen zoeken nijver naar manieren om de gevolgen van online winkelen tegen te gaan. Ze zoeken impulsen voor hun winkelstraten en substituten voor voorzieningen die al zijn verdwenen: het buurthuis, het bankfiliaal, het postkantoor. De landelijke kennisorganisatie Platform 31 heeft onlangs opgemerkt dat het gesprek over de revitalisering van binnensteden tot op heden slechts is gevoerd in de driehoek van gemeenten, vastgoedeigenaren en retail-/horeca-bedrijven. Om echt toekomstgericht te werken zou het overleg verbreed moeten worden tot een cirkel met bewoners en ondernemers in toerisme, evenementen en cultuur. Het rapport ‘Herstel van binnensteden. Wat is er nodig voor een vitale en duurzame binnenstad?’ van Platform 31 van september jl.

bevat als boodschap dat de binnensteden plekken met drie B’s moeten worden: places to buy, to be (together) en to become. Het rapport van Platform 31 ziet bij de lokale transformatie een belangrijke programmatische rol voor de gemeenten als arrangeurs. In dit kader is ook het strategisch inzetten van cultuur relevant. Culturele initiatieven hebben de potentie om de reuring terug te brengen in winkelstraten die wegkwijnen en in stadskernen die uitdoven.

Link naar rapport over binnensteden Platform31, september 2021

In het kader van het herstel na corona kunnen gemeenten hiermee strategisch omgaan. Een gemeente hoeft daarvoor maar twee dingen te doen: (a) een centraal gelegen gebouw (liefst een pand met uitstraling) beschikbaar stellen en (b) een culturele organisatie aansporen om zich met behulp van professionals, vrijwilligers en partnerorganisaties te ontpoppen als sociale motor. Culturele organisaties maken een gebied interessant en levendig. En tegelijkertijd kunnen zij een belangrijke samenbindende functie vervullen voor de lokale bevolking als plek van ontmoeting, contact en uitwisseling:

Corona, cultuur en gemeenten - deel 2

34

1. Inleiding: herstel en transitie

2. Coronasteun aan cultuursector

3. Factoren van lokale culturele ecosystemen

4. Resultaten van het noodsteunbeleid

5. Veranderingen in vraag en aanbod

6. Toenemende digitalisering

7. Arbeidsmarkt: cultureel werkkapitaal

8. Ruimtelijke ontwikkelingen

9. Perspectieven voor herstel en transitie in deelsectoren

10. Naar een wendbare en weerbare sector

belangrijk in een tijd waarin individualisering en culturele diversiteit soms leiden tot vervreemding en segregatie.

op betrekkelijk eenvoudige wijze worden gefaciliteerd.

8.5 Ruimtelijke mogelijkheden en regels voor culturele festivals

Een aandachtspunt in dit kader is de Omgevingswet die in werking treedt per 1 juli 2022. De wet brengt veranderingen in de geluidsnormen die gelden voor culturele activiteiten. Geluidsgevoelige gebouwen zoals woningen, woonboten/ -wagens, scholen, zorginstellingen en kinderopvangorganisaties worden op basis van de Omgevingswet en het Besluit kwaliteit leefomgeving beschermd tegen te veel lawaai van andere activiteiten. Hiervoor gelden twee waarden. De standaardwaarde betreft een juridisch aanvaardbaar geluid op de gevel van een dergelijk gebouw. Bij de grenswaarde gaat het voortaan om het binnen te meten geluid. De landelijke uitzondering voor akoestisch geluid zoals van orkesten, harmonieën en fanfares verdwijnt. Dit geldt ook voor de twaalf zogeheten geluidsdagen. Omdat onder meer de GGD-en wijzen op het belang van (nacht)rust kan een en ander leiden tot verscherpte regels voor de culturele sector.

De coronacrisis heeft veel sectoren hard getroffen, waaronder de festivalsector. Meer dan de helft van de festivals draait om muziek, maar ook theater en kunst zijn populair. In het afgelopen decennium trokken festivals in Nederland steeds meer publiek (€ 19,5 miljoen in 2019), wat deels in de plaats is gekomen van bezoek aan meer traditionele vormen van podiumkunst zoals toneel, operette en ballet. De groeiende populariteit van festivals heeft meerdere redenen. Eén ervan is het feit dat ze vaak buiten plaatsvinden, op verrassende of inspirerende locaties. Andere redenen zijn het gevarieerde aanbod (zowel qua programma als qua randprogrammering) en het feit dat een festival een goede manier om met een groep vrienden iets leuks te doen. Bezoekers gaan behalve voor het programma naar een evenement voor de sfeer, voor de duur (feesten tot in de vroege uurtjes), voor het eten en voor de gunstige prijs-hoeveelheid verhouding. Dat het publiek voor de coronacrisis vaak naar festivals ging wil niet zeggen dat dit ná de crisis opnieuw zo zal zijn. Weliswaar mag worden aangenomen dat het publiek zich aangetrokken zal blijven voelen tot programma’s in de open lucht, maar we weten niet in hoeverre de evenementenbranche zich van de enorme economische schade die is opgelopen zal kunnen herstellen.

Gemeenten moeten zich realiseren dat een terugkeer van de festivals van voorheen geen vanzelfsprekendheid is. Financiele ondersteuning, bijvoorbeeld in de vorm van garantstellingen, is dringend nodig. Daarnaast kan het zaak zijn dat gemeenten meer werk maken van het geschikt maken van buitenlocaties. Culturele evenementen hebben doorgaans drie basisbehoeften: krachtstroom, water en riolering dan wel toiletfaciliteiten. Met name het ontbreken van krachtstroom en water (onder andere voor de tap) is vaak een belemmering om ergens een evenement te laten plaatsvinden. Gemeenten die nadenken over de toekomstige ruimtelijke inrichting van een bepaald gebied en die van plan zijn ergens een festivalterrein of –plein te realiseren, doen er goed aan hiermee op voorhand rekening te houden. Door het aanleggen van ondergrondse voorzieningen kunnen toekomstige evenementen

Dat het publiek voor de coronacrisis vaak naar festivals ging wil niet zeggen dat dit ná de crisis opnieuw zo zal zijn.

11. Tien aanbevelingen

8.6 Alcoholwet: aanwijzing overlastgebieden Hiervoor gaven we aan (in paragraaf 3.2) dat in de huidige coronaperiode het openbare nachtleven nagenoeg stil ligt. In de nota ‘Toekomst van de nacht’ van de gemeente Amsterdam (en ook in de reacties daarop) wordt gewezen op de keerzijde van de nachtcultuur zoals overmatig

Corona, cultuur en gemeenten - deel 2

35

middelengebruik, drugscriminaliteit en criminele ondermijning, discriminatie aan de deur van clubs, seksuele intimidatie op de dansvloer, of bedreigingen en geweld tegen gemarginaliseerde groepen. Daarnaast is er in een dichtbevolkte stad regelmatig wrijving tussen feestvierders en inwoners die rust willen. Van belang voor de nachtcultuur in gemeenten is de nieuwe Alcoholwet die op 1 juli jl. in werking is getreden ter vervanging van de Drank- en Horecawet. De nieuwe wet komt voort uit het Nationaal Preventieakkoord. Het is gericht op een gezonder Nederland en bestrijdt roken, overgewicht en problematisch alcoholgebruik. Alcohol voor personen onder 18 jaar blijft wettelijk verboden, gemeenten kunnen deze leeftijd voor bepaalde locaties, gebieden en tijden zelfs op 21 jaar zetten. Nieuw is o.a. dat gemeenten in geval van ernstige aantasting van de openbare orde, de leefomgeving of de volksgezondheid een zogeheten alcohol overlast-gebied kunnen aanwijzen. Hiervoor kan dan worden bepaald dat de verstrekking van zwak-alcoholhoudende drank vanuit bepaalde verkooppunten wordt verboden of beperkt, aanvragen voor een vergunning kunnen worden geweigerd. Bovendien kunnen er specifieke verboden of beperkingen worden opgelegd, zoals het happy hours-verbod.

De nieuwe Horecawet betekent dat gemeenten hun beleid voor het positioneren en gebruik van accommodaties en activiteiten tegen het licht moeten houden en hun verordeningen (gemeenten hebben de bepalingen over alcohol-verstrekking tot op heden veelal in hun Algemene Plaatselijke Verordening/APV opgenomen) moeten aanpassen. Voor een succesvolle herstart van de culturele sector, zowel ’s avond als ’s nachts, is het van belang dat dit met aandacht voor de kenmerken van een bloeiend cultureel leven gebeurt. Corona heeft laten zien dat bij cultuur en evenementen vaak niet de ‘9 tot 5’ regel geldt. Bij het ontwikkelen van het herstelbeleid moet meewegen dat cultuur van vroeg in de ochtend tot laat in de nacht aanwezig kan zijn, of het nu gaat om bioscopen, podia en festivals of om langer opengestelde musea of om bibliotheken met een avondprogramma.

Corona, cultuur en gemeenten - deel 2

36

1. Inleiding: herstel en transitie

2. Coronasteun aan cultuursector

3. Factoren van lokale culturele ecosystemen

4. Resultaten van het noodsteunbeleid

5. Veranderingen in vraag en aanbod

6. Toenemende digitalisering

8. Ruimtelijke ontwikkelingen

7. Arbeidsmarkt: cultureel werkkapitaal

9. Perspectieven voor herstel en transitie in deelsectoren

10. Naar een wendbare en weerbare sector

11. Tien aanbevelingen

9. Perspectieven voor herstel en transitie in deelsectoren In het voorgaande hebben we geschetst hoe de sector ervoor staat na bijna twee jaren in de coronacrisis. We blikken in dit hoofdstuk vooruit op (handelings)perspectieven. We gaan daarbij in op de vraag wat op lokaal niveau nodig is om tot herstel te komen. Hoe kun je als gemeente sturen op die onderdelen van de lokale culturele infrastructuur die de meeste steun nodig hebben? Waar zitten de zorgpunten? Hoe krijg je een goed beeld van de omvang van steun, bijvoorbeeld via het Iglo-model van Berenschot voor een beleidsmatige analyse van de financiering van culturele instellingen, zoals veel podia gebruiken. Welke verschillen zien we in herstel op de korte en op de langere termijn, en in hoeverre is er eigenlijk sprake van transitie? Aan welke randvoorwaarden moet worden voldaan en welke bijdrage hebben gemeenten daarin?

9.1 Raamwerk voor perspectieven In de eerste gids hebben wij de scenarioverkenning van Berenschot getoond ten behoeve van perspectieven voor de cultuursector na de coronacrisis. Het daarbij gehanteerde raamwerk is nog steeds van kracht. Het raamwerk hanteert twee assen, namelijk verticaal de vraagontwikkeling en horizontaal de mate van overheidssteun. Inmiddels is er meer zicht op ontwikkelingen van vraag en aanbod, zie daarvoor ook hoofdstuk 4. De mate van overheidssteun is echter een belangrijke variabele waar de gemeenten op korte termijn belangrijke keuzes in kunnen maken. De rijksoverheid heeft voor voldoende noodsteun (generiek en specifiek) gezorgd om het grootste deel van de culturele infrastructuur in

Vraag terug naar normaal

2019

A

Beperkte overheidssteun

B

Krimp

Herstel

Sterkste spelers redden het

Bestaande spelers blijven

C

D

Aanpassing

Vernieuwing

Beste adaptors redden het

Betere kansen voor innovators

2022

Ruime overheidssteun

Vraag voorgoed anders

Corona, cultuur en gemeenten - deel 2

37

stand te houden tijdens de crisis. De steun die gemeenten de komende periode gaan verlenen aan de cultuursector is bepalend voor herstel en transitie.

9.2 Duiding van vier scenario’s voor cultuursector en gemeente Over de situatie die ontstaat in elk van de vier kwadranten voor spelers in de sector en voor gemeenten, en de betekenis die het handelen binnen elk scenario heeft, verwachten wij in algemene termen het volgende: Scenario A. Krimp Cultuursector De sector wil terug naar het oude patroon van vraag en aanbod, maar het wankele evenwicht tussen eigen inkomsten en publieke financiering is door de crisis verstoord. Spelers die geen alternatieve inkomsten weten te genereren en ook niet in staat zijn hun aandeel van de subsidietaart te behouden, komen financieel niet rond. Hoe sterk iedereen ook hecht aan het bredere waardenperspectief, de onvermijdelijke shakeout zal sterk financieel gedreven zijn. Sommige instellingen moeten liquideren doordat (overheids)steun uitblijft. Het lokale voorzieningenniveau gaat fors in betekenis achteruit. Gemeente Hoewel de vraag zich op enig moment herstelt in dit scenario, komt de inkomstenstroom te laat en te beperkt op gang om de gehele sector te behouden, bij gebrek aan overheidssteun. Gemeenten zullen, in overleg met andere overheden, sturen op het selectief laten voortbestaan van (vitale) infrastructuur. Scenario B Herstel Cultuursector In dit scenario is de impact van de coronacrisis meegevallen.

De vraag herstelt zich redelijk snel naar het hoge niveau van 2019, inclusief de bereidheid om voor kunst & cultuur te betalen. Toch kost de herstart in dit scenario veel tijd, mede door de structuur van de sector en de ketens. De sector lijdt onder het cultureel (werk)kapitaal dat in de crisis is afgehaakt, maar er zijn lessen geleerd.

Gemeente De spelers in het veld kunnen dankzij overheidssteun (noodsteun tijdens de crisis en structurele steun daarna) hun business as usual oppakken. De steun zal mede worden gestoken in het terugwinnen van het publiek, maar er kan juist worden ingezet op een impuls aan diversiteit en inclusie, evenals op cultuurparticipatie, om nieuw publiek aan te boren. Scenario C Aanpassing Cultuursector De spelers blijven over die zich het beste weten aan te passen aan de nieuwe omstandigheden. Het traditionele verdienmodel van kaartjes kopende bezoekers moet op de schop, want het levert bij lange na niet meer genoeg op. Al tijdens de crisis schakelen spelers over op digitale uitingen en weten daar soms ook aan te verdienen. Het bereik kán groter worden en zelfs met wat lagere prijzen per toegang kan de omzet worden vergroot, maar dan moet een speler zich wel nadrukkelijk kunnen onderscheiden of een specifieke niche weten te bereiken. Spelers zoeken andere partners, ook in andere domeinen op, om samen nieuwe wegen te verkennen en andere kanalen aan te boren. Het snel opbouwen van een voorsprong kan de concurrentie op achterstand zetten. Instellingen die afwachten zijn verliezers en voelen de gevolgen nog jarenlang, al kunnen zij wel deels hun ding blijven doen zolang er dekking voor de kosten is.

Gemeente Van gemeenten mag worden verwacht dat zij keuzes maken om samen met het deel van de sector dat in elk geval nog niet is omgevallen, doorontwikkeling te stimuleren. Daarbij gaat het om kwaliteit en beleving, meer dan om volume. De gevestigde orde zal hiervoor vermoedelijk meer zijn best moeten doen en meer hulp bij nodig hebben dan nieuwe generaties, maar die hebben nog beperkte relaties met gemeenten opgebouwd. Scenario D. Vernieuwing Cultuursector Bij een veranderende vraag en een overheid die ruimhartig ondersteuning biedt aan innovatie, ontstaan nieuwe initiatieven mede vanuit bestaande spelers. Culturele instellingen kunnen niet simpelweg bukken en volhouden

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Oss&id=2b60d169-8e37-46b9-963e-51be10b5c443