Gids Corona cultuur en gemeenten deel2.PDF
Tekst van het document
Corona, cultuur en gemeenten deel 2 Informatiegids over gemeentelijke steun voor herstel en transitie van de lokale culturele infrastructuur vanwege de coronacrisis
Corona, cultuur en gemeenten deel 2 Informatiegids over gemeentelijke steun voor herstel en transitie van de lokale culturele infrastructuur vanwege de coronacrisis
Cor Wijn, Bastiaan Vinkenburg, Iris Pielage en Sam Branten, Berenschot Lydia Jongmans In opdracht van de VNG Eerste druk, januari 2022
1. Inleiding: herstel en transitie
2. Coronasteun aan cultuursector
3. Factoren van lokale culturele ecosystemen
4. Resultaten van het noodsteunbeleid
5. Veranderingen in vraag en aanbod
6. Toenemende digitalisering
7. Arbeidsmarkt: cultureel werkkapitaal
8. Ruimtelijke ontwikkelingen
9. Perspectieven voor herstel en transitie in deelsectoren
10. Naar een wendbare en weerbare sector
11. Tien aanbevelingen
Inhoud 1. 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5
Inleiding: herstel en transitie Gemeenten dragen zorg voor cultuur Vervolg op de eerste informatiegids Oude normaal komt niet zomaar terug Inventarisatie van relevante thema’s Inhoud van deze gids over herstel en transitie
5 5 5 6 6 7
5. 5.1 5.2 5.3 5.4 5.5
Veranderingen in vraag en aanbod Sterke toename van aanbod Vraag herstelt zich aarzelend Behoefte aan aanbod in kleinere setting Meer kwaliteit door ruimte in het maakproces Blijvende verbreding van aanbod
2. 2.1 2.2 2.3 2.4
Coronasteun aan cultuursector Specifieke noodsteun vanuit het Rijk Generieke steun ook voor cultuursector Ondersteuning van de lokale culturele infrastructuur Besteding van aanvullende middelen aan herstel en transitie
8 8 8 9 10
6. 6.1 6.2 6.3 6.4 6.5
3. 3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6 3.7
Factoren van lokale culturele ecosystemen Het culturele stelsel Pluriform cultureel aanbod Productieklimaat en talentontwikkeling Culturele clusters en netwerken Stedenbouwkundige kwaliteit en diversiteit Een lokale overheid met ambitie Behoud van cultureel erfgoed
11 11 12 12 13 14 14 15
Toenemende digitalisering 22 Nieuwe vormen van publieksbereik en publieksbeleving 23 Nieuw cultureel aanbod 23 Grote activiteit op social media 24 Versterking van de digitale infrastructuur 24 Versterking van communicatielijnen en toename van online bijscholing 25 Nieuwe vraagstukken rondom eigenaarschap en bescherming van data 25 Groeiende kloof tussen wel en niet digitaal vaardig 25
4. 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6
Resultaten van het noodsteunbeleid Landelijke en lokale basisinfrastructuur gered Worstelingen bij kleinere culturele organisaties Terugval van publieksinkomsten Zorgen over de toekomst van amateurkunst De zelfstandigen/zzp’ers als grote verliezers Culturele cycli aangetast
16 16 16 17 17 18 18
6.6 6.7 7. 7.1 7.2 7.3 7.4 7.5 7.6
Arbeidsmarkt: cultureel werkkapitaal Werkgelegenheid staat onder druk door corona De coronacrisis verzwakt de toch al benarde positie van zzp’ers Talent dreigt verloren te gaan voor de sector Bij herstart wreekt zich de uitstroom van ondersteuners Wisselingen in de inzet van vrijwilligers Fair practice: goed voor beloning maar minder voor werkgelegenheid
19 19 20 20 21 21
26 27 27 28 29 29 29
Corona, cultuur en gemeenten - deel 2
3
8. 8.1 8.2 8.3 8.4 8.5 8.6
Ruimtelijke ontwikkelingen Hogere eisen aan accommodaties Coronatijd benutten voor verduurzaming Groei en krimp: culturele voorzieningen bewegen mee Cultuur als reddingsboei voor binnensteden Ruimtelijke mogelijkheden en regels voor culturele festivals Alcoholwet: aanwijzing overlastgebieden
31 31 33 33 34 35 35
9. 9.1 9.2 9.3 9.4 9.5 9.6 9.7 9.8
Perspectieven voor herstel en transitie in deelsectoren Raamwerk voor perspectieven Duiding van vier scenario’s voor cultuursector en gemeente Perspectieven in de podiumkunsten Perspectieven in de amateurkunsten Perspectieven voor cultuureducatie Perspectieven voor musea Perspectieven in de bibliotheeksector Financieel inzicht: het Iglo-model
37 37 38 40 41 42 44 45 46
10. Naar een wendbare en weerbare sector 10.1 Post-corona-adviezen van de Raad voor Cultuur 10.2 Pleidooien van de sector voor transities 10.3 Wendbaar tot op zekere hoogte en zeker niet weerbaar 10.4 Adviezen om de positie van makers te versterken 10.5 Sturen op impact
48 48 49 49 50 50
11.
53
Tien aanbevelingen
Corona, cultuur en gemeenten - deel 2
4
1. Inleiding: herstel en transitie
2. Coronasteun aan cultuursector
3. Factoren van lokale culturele ecosystemen
4. Resultaten van het noodsteunbeleid
5. Veranderingen in vraag en aanbod
6. Toenemende digitalisering
7. Arbeidsmarkt: cultureel werkkapitaal
8. Ruimtelijke ontwikkelingen
9. Perspectieven voor herstel en transitie in deelsectoren
10. Naar een wendbare en weerbare sector
11. Tien aanbevelingen
1. Inleiding: herstel en transitie De coronacrisis is nog niet voorbij. De beperkende maatregelen werken lang door op de maatschappij in het algemeen en de cultuursector in het bijzonder. De cultuursector is met ingrijpende veranderingen geconfronteerd en heeft veel schade opgelopen. De lokale culturele infrastructuur verdient daarom aandacht, zorg en ondersteuning. Er liggen ook veel kansen voor transities, om positieve ontwikkelingen aan te jagen waar de coronacrisis een katalysator voor is. Met deze tweede gids in het kader van corona, cultuur en gemeenten wil de VNG de Nederlandse gemeenten informeren en inspireren bij zowel het herstel als de transitie van de lokale culturele ecosystemen.
1.1 Gemeenten dragen zorg voor cultuur
Link naar eerste informatiegids gemeentelijk coronasteunbeleid lokale cultuursector februari 2021: Corona, cultuur en gemeenten
In februari 2021 verscheen de eerste informatiegids ‘Corona, cultuur en gemeenten’ over de steun die gemeenten te bieden hadden aan de lokale culturele infrastructuur. In deze gids stond de grondwettelijke plicht van de overheid met betrekking tot ons culturele leven centraal. In artikel 22 lid 3 van de Grondwet staat het als volgt: ‘de overheid schept voorwaarden voor maatschappelijke en culturele ontplooiing en voor vrijetijdsbesteding.’ Tijdens de nog voortdurende coronacrisis wordt ten behoeve van de cultuursector een groot beroep gedaan op de verantwoordelijkheid van zowel rijk, provincies als gemeenten. Zij zijn het die in deze fase het Nederlandse culturele leven kunnen waarborgen en veiligstellen. De gemeenten hebben wat dat betreft een cruciale plicht: 60% van de reguliere jaarlijkse overheidssteun voor cultuur is namelijk van de lokale overheden afkomstig.
60%
van de
reguliere jaarlijkse overheidssteun voor cultuur is van lokale overheden afkomstig.
1.2 Vervolg op de eerste informatiegids In de eerste informatiegids beschreven wij hoe de cultuursector in elkaar zit, welke kosten worden gemaakt, welke financiering daar normaal gesproken tegenover staat en hoe de werkgelegenheid in de sector is. We gaven daarbij aan welke kenmerken veroorzaken dat de cultuursector extra gevoelig is voor de coronacrisis. Tevens beschreven wij, vanuit de specifieke problematiek van de cultuursector, welke steun er beschikbaar was gesteld vanuit het Rijk en van provincies en gaven we voorbeelden van steun door gemeenten. In het tweede deel van die gids schetsten we perspectieven voor de gemeenten en voor de culturele sector aan de hand van scenario’s. Aan het einde van de gids stelden we dat er na de crisis een grote behoefte zou komen aan reflectie, duiding en het maken van plannen.
Corona, cultuur en gemeenten - deel 2
5
Om het gesprek tussen de gemeente en het culturele veld te faciliteren, gaven we een overzicht van gespreksonderwerpen die van belang kunnen zijn.
1.3 Oude normaal komt niet zomaar terug Inmiddels weten we dat de coronacrisis de wereld nog lang in zijn greep houdt, veel langer dan we vorig jaar voorzagen. We voorzien dat het oude normaal niet zomaar zal terug komen, als het al ooit terugkeert. Langcyclische processen in de cultuursector zijn door de crisis ruw verstoord. In sommige deelsectoren zoals het bibliotheekwerk en de amateurkunsten lijkt de coronacrisis als katalysator te werken om bepaalde ontwikkelingen, zowel ten kwade als ten goede, te versnellen. In deze informatiegids kijken we naar de manier waarop de cultuursector op lokaal niveau tot herstel en transitie komt en hoe gemeenten daaraan kunnen bijdragen.
Link coronaadvies Raad voor Cultuur, juni 2021
De Raad voor Cultuur heeft in juni 2021 het advies ‘Sterker uit corona’ geschreven. Daarin worden diverse kansrijke ontwikkelingen beschreven die door de coronacrisis zijn versterkt. Maar het advies beschrijft vooral structurele knelpunten die ook op lokaal niveau moeten worden opgelost. De Raad voor Cultuur somt een aantal onzekerheden op en benoemt tegenstrijdigheden, die ook in deze gids worden beschreven. De Raad spoort de Minister maar ook de andere overheden aan om in te zetten op versnelling in het herstel, ondersteuning van noodzakelijke transities en duurzame versterking van de culturele en creatieve sector.
1.4 Inventarisatie van relevante thema’s Kamerbrief met overzicht van rijkssteun en richtingen voor herstelplan cultuur, september 2021
Een belangrijke bron voor de inhoud van deze gids en de thema’s die hiervoor zijn geselecteerd is de brief van de minister van OCW aan de Tweede Kamer van 24 september 2021 over de steun aan de culturele en creatieve sector, ook na corona. Hierbij merken we in het bijzonder de aandacht van de minister op voor de regionale en lokale infrastructuur. Zij ziet dat deze kwetsbaar is en dat er grote behoefte is aan duurzame versterking. De minister stelt dat samenwerking tussen Rijk en andere overheden cruciaal is voor een goed functionerend stelsel. De thema’s komen ten dele ook terug in de brief van de minister aan de Tweede Kamer van 16 november 2021, die, als opmaat voor een herstelplan, de beantwoording van moties en toezeggingen betreft.
De Taskforce Culturele en Creatieve Sector, een platform van landelijke koepels, heeft in november negen sporen voor herstel en transitie benoemd en deze geordend naar urgentie en beleidstermijnen. De vier thema’s die in deze gids aan de orde komen, maken onderdeel uit van deze sporen, en ook elementen uit de andere sporen komen aan bod. In deze gids beschrijven wij de ontwikkelingen op een aantal thema’s voor de cultuursector waarop corona wezenlijke invloed heeft. De selectie van thema’s met de meeste urgentie voor herstel en transitie in de lokale culturele infrastructuur komt voort uit diverse inventarisaties en onderzoeken. De thema’s die wij in deze gids nader beschrijven, betreffen de gehele cultuursector en zijn ook aan de orde op het lokale niveau, bij gemeenten en culturele organisaties. Het zijn thema’s die voor alle disciplines relevant zijn, wezenlijke transities meebrengen en daarom op korte termijn aandacht van gemeenten verdienen, namelijk: • Veranderingen in vraag en aanbod • Toenemende digitalisering • Arbeidsmarkt: cultureel werkkapitaal • Ruimtelijke ontwikkelingen
Kamerbrief met update over coronasteun cultuur, november 2021
Link: Sporen voor herstel en transitie van de Taskforce Culturele en Creatieve Sector, november 2021
De beleidskeuzes die gemeenten maken ten aanzien van herstelbeleid hebben directe gevolgen voor de financiering en verduurzaming van de lokale culturele infrastructuur. Deze keuzes zijn daarmee bepalend voor de impact van het culturele ecosysteem op de samenleving. Berenschot heeft deze thema’s verkennend en verdiepend onderzocht voor de VNG, maar ook voor de nieuwste, recent uitgebrachte editie van de Cultuurmonitor van de provincie Drenthe en op verzoek van diverse gemeenten. Deze onderzoeken bestonden uit documentstudies, veldonderzoeken bij de culturele instellingen, contacten met noodsteun verlenende gemeenten en verdiepende gesprekken met landelijke, regionale en lokaal actieve spelers van onder meer brancheorganisaties en ondersteuningsinstellingen. Ook de regiegroep van de Taskforce Culturele en Creatieve Sector heeft als klankbord bijgedragen aan dit onderzoek en aan deze gids. De bevindingen die uit alle onderzoeken per thema naar voren zijn gekomen, worden in deze gids besproken.
Corona, cultuur en gemeenten - deel 2
6
1. Inleiding: herstel en transitie
2. Coronasteun aan cultuursector
3. Factoren van lokale culturele ecosystemen
4. Resultaten van het noodsteunbeleid
5. Veranderingen in vraag en aanbod
6. Toenemende digitalisering
7. Arbeidsmarkt: cultureel werkkapitaal
8. Ruimtelijke ontwikkelingen
9. Perspectieven voor herstel en transitie in deelsectoren
10. Naar een wendbare en weerbare sector
11. Tien aanbevelingen
1.5 Inhoud van deze gids over herstel en transitie We benoemen in hoofdstuk 2 de noodsteun die vanuit het Rijk beschikbaar is gesteld aan gemeenten ten behoeve van de cultuursector. Hoofdstuk 3 benoemt zes factoren van lokale culturele ecosystemen. We geven in hoofdstuk 4 aan tot welke resultaten het steunbeleid per deelsector heeft geleid. Vervolgens werken we de vier thema’s uit die van grote betekenis zijn voor het herstelbeleid in hoofdstukken 5 t/m 8. In hoofdstuk 9 schetsen we perspectieven op herstel en transitie aan de hand van vier scenario’s, waarbij we de impact van gemeentelijke keuzes voor de belangrijkste deelsectoren in beeld brengen. Hoofdstuk 10 beschrijft aandacht voor transities voor langere termijn. We sluiten de gids af met tien aanbevelingen aan gemeenten gericht op herstel en transitie.
Corona, cultuur en gemeenten - deel 2
7
2. Coronasteun aan cultuursector
Link naar CBScijfers over de impact van de coronacrisis
Link naar CBScijfers over het tweede kwartaal van 2021
De culturele sector is door de coronacrisis hard geraakt. Door de anderhalve-metermaatregel en de opeenvolgende lockdowns was er lange tijd sprake van sluiting of beperkte openstelling voor publiek. In het eerste kwartaal 2021 kromp de bedrijfstak ‘cultuur, recreatie en overige diensten’ met 36,5%, ten opzichte van een daling van 0,5% van het bruto binnenlands product. De Taskforce Culturele en Creatieve Sector heeft geraamd dat de inkomstenderving van de cultuursector in 2020 circa € 2,7 miljard bedroeg, en voor 2021 is de raming van gederfde inkomsten € 2,8 miljard, een berekening van vóór extra maatregelen in de laatste maanden. Over het tweede kwartaal 2021 stelt het CBS: ‘de kunst- en cultuursector kampte nog steeds met coronabeperkingen en kromp opnieuw. Ook voor deze bedrijfstak geldt dat pre-coronaniveaus nog heel ver weg zijn.’ Vrijwel de gehele sector is geconfronteerd met verlies van inkomsten, en de delen die sterk afhankelijk zijn van directe
De Taskforce Culturele en Creatieve Sector heeft geraamd dat de inkomstenderving van de cultuursector in 2020 circa
€ 2,7
miljard bedroeg, en voor 2021 is de raming van gederfde inkomsten
€ 2,8
miljard.
publieksinkomsten zijn zwaar getroffen, zoals musea, schouwburgen, concertzalen, poppodia, festivals en de daar optredende gezelschappen en artiesten. Voor veel werkenden in die deelsectoren, met name zelfstandigen, was er weinig tot geen werk meer te doen. Bovendien was de financiële weerbaarheid van de cultuursector al vóór de coronacrisis laag. De overheden realiseren zich dit en zijn dan ook snel financieel bijgesprongen. Dit hoofdstuk beschrijft de financiële kant van de overheidssteun aan de cultuursector. We realiseren ons dat er ook veel private steun voor de cultuursector is gekomen, van private fondsen en donateurs, waarvan ook voorbeelden worden genoemd.
2.1 Specifieke noodsteun vanuit het Rijk Er heerste aan het begin van de coronacrisis een alarmerende sfeer. Zo zouden volgens de Museumvereniging honderd musea, bijna een kwart van alle leden, het geen jaar uithouden als de overheid geen noodsteun zou geven. De Telegraaf kopte in mei 2020 vanwege de dreigende verliezen in de podiumkunsten: “Podia storten in”. Om de culturele en creatieve sector te ondersteunen en de samenleving perspectief op behoud van de culturele infrastructuur te bieden, heeft het kabinet in 2020 en 2021 specifiek voor deze sector in totaal ruim € 1,7 miljard euro vrijgemaakt via subsidies, leningen en een garantiefonds. Hiermee zijn niet alleen rijksgefinancierde en gemeentelijke instellingen ondersteund, maar ook publieke en private partijen in de culturele en creatieve sector, en vele makers en uitvoerenden uit het brede scala aan cultuurdisciplines.
Kamerbrief met overzicht van rijkssteun en richtingen voor herstelplan cultuur, september 2021
2.2 Generieke steun ook voor cultuursector Naast de specifieke steun heeft de cultuursector ook gebruik kunnen maken
Corona, cultuur en gemeenten - deel 2
8
1. Inleiding: herstel en transitie
Kamerbrief met aanvullende maatregelen, november 2021
2. Coronasteun aan cultuursector
3. Factoren van lokale culturele ecosystemen
4. Resultaten van het noodsteunbeleid
5. Veranderingen in vraag en aanbod
6. Toenemende digitalisering
7. Arbeidsmarkt: cultureel werkkapitaal
8. Ruimtelijke ontwikkelingen
9. Perspectieven voor herstel en transitie in deelsectoren
10. Naar een wendbare en weerbare sector
van de generieke steun voor bedrijven en ondernemers. Het voorlopige beeld is dat de culturele en creatieve sector voor ruim € 1,4 miljard (exclusief TOZO) gebruik heeft gemaakt van de generieke maatregelen (TOGS, TVL en NOW). Vastgesteld kan worden dat dankzij deze generieke en specifieke rijkssteun nagenoeg alle culturele instellingen in Nederland behoed zijn voor ondergang en faillissement.
beperken, in ieder geval tot het eind van het jaar. Er wordt bovendien een extra aanvulling uitgewerkt voor steun aan alle sectoren die met coronatoegangsbewijzen (CTB’s) moeten werken, zoals cultuur, evenementen en horeca.
De generieke steunmaatregelen waren gestopt per 1 oktober 2021. Wel is toegezegd dat sectoren die na 1 oktober nog door beperkende maatregelen van het kabinet worden getroffen (zoals de nachthoreca), op steun kunnen rekenen. Voor de evenementenbranche is in juni 2021 de garantieregeling voor evenementen (TRSEC) in werking getreden. De regeling compenseert organisatoren voor gemaakte kosten en via hen de achterliggende keten van toeleveranciers, zelfstandigen en artiesten. Deze regeling loopt door tot eind dit jaar vanwege de lange aanlooptijden die kenmerkend zijn voor de organisatie van (grootschalige) evenementen. In aanvulling op de garantieregeling heeft het kabinet toegezegd een aanvullende tegemoetkoming voor evenementen (ATE) in het leven te zullen roepen met een budget van € 120 miljoen vanwege de evenementenverboden tijdens de afgelopen zomer. Ten behoeve van deze steunregeling heeft onderzoeksbureau AEF in opdracht van de VNG onderzocht om wat voor evenementen het gaat en welke kosten hiermee gemoeid zijn. Op basis van contacten met gemeenten en organisatoren concluderen de onderzoekers dat kleinere, lokale evenementen ondanks het evenementenverbod vaak in aangepaste vorm zijn doorgegaan. Als gevolg daarvan lijken vooral middelgrote evenementen niet door te zijn gegaan.
De kosten van de betreffende evenementen blijken zeer uiteen te kunnen lopen, van enkele tienduizenden euro’s voor een kleiner, lokaal evenement tot vele honderdduizenden euro’s voor een grootschaliger opgezet evenement met (boven)regionale uitstaling en toeloop. Vooral de omvang van de middengroep en daarmee gepaard gaande kosten blijken moeilijk te bepalen. Op basis van deze bevindingen werkt het kabinet op dit moment aan een passende regeling.
2.3 Ondersteuning van de lokale culturele infrastructuur
Vanwege de nieuwe beperkende maatregelen per 28 november 2021 is extra rijkssteun voor de cultuursector toegezegd. De steunpakketten worden verlengd dan wel opnieuw geactiveerd om de schade zo veel mogelijk te
In aanvulling op de garantieregeling heeft het kabinet toegezegd een aanvullende tegemoetkoming voor evenementen (ATE) in het leven te zullen roepen met een budget van
€ 120
miljoen vanwege de evenementenverboden tijdens de afgelopen zomer.
In 2020 en 2021 heeft het Rijk aan gemeenten middelen beschikbaar gesteld om de lokale culturele infrastructuur in stand te houden (zie overzicht volgende pagina). De gelden werden in 2020 beschikbaar gesteld als storting in de algemene middelen van gemeenten, en in 2021 in de vorm van een decentralisatieuitkering. Bij de verdeling in 2021 werd namelijk rekening gehouden met de specifieke bestedingen per gemeente aan cultuur. Het vertrekpunt daarbij waren de zogeheten IV3-opgaven die gemeenten doen aan het CBS. Hiermee geven zij inzicht in de besteding en er vindt veelal ook beleidsmonitoring plaats. Deze aanvullende middelen van het Rijk zijn echter niet geoormerkt voor besteding aan cultuur.
11. Tien aanbevelingen
Link naar de oproep van minister Van Engelshoven aan gemeenten, december 2020
Het stond gemeenten vrij om deze gelden naar eigen inzicht te besteden, maar de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap riep per brief van 11 december 2020 alle colleges van Burgemeester en Wethouders op om de extra middelen daadwerkelijk aan de lokale culturele
Corona, cultuur en gemeenten - deel 2
9
infrastructuur te besteden. Daarnaast zond ook de belangenorganisatie Kunsten ’92 aan alle burgemeesters een brief om de gemeenten op te roepen hun culturele instellingen, de vrijwilligers en het publiek te omarmen en ervoor te zorgen dat het geld daadwerkelijk bij hen terechtkomt. Ook de Museumvereniging riep hiertoe in diverse berichten op. Andere brancheorganisaties raadden hun leden aan om gemeenteraadsleden over de uitkering te informeren.
Rijksbijdragen 2020 en 2021 aan gemeenten
60
miljoen
150
48,5
miljoen
miljoen
60 Hoeveel? € 48,5 Wanneer? April 2020 Waarvoor? 2020. Voor lokale instellingen van landelijke betekenis. Hoe ingezet? Matchingsgeld, ingezet via de rijkscultuurfondsen.
50 miljoen
miljoen
miljoen
Hoeveel? € 60 + € 60 Wanneer? Mei en augustus 2020 Waarvoor? 2020. Ter borging van de lokale culturele infrastructuur en ter compensatie van inkomstenderving. Hoe ingezet? Via BZKGemeentefondsuitkering 2020, zie meien septembercirculaire.
41,6
Hoeveel? € 150 Wanneer? December 2020 Waarvoor? 2021. Ter ondersteuning van de culturele infrastructuur in de 1e helft van het jaar. Hoe ingezet? Decentralisatieuitkering via de decembercirculaire (Gemeentefonds).
Hoeveel? € 50 Wanneer? Mei 2021 Waarvoor? 2021. Ter compensatie van extra uitgaven aan lokale cultuur (€ 50 mln) en buurt- en dorpshuizen (€ 10 mln). Hoe ingezet? Via BZKGemeentefondsuitkering 2021, zie meien septembercirculaire.
Hoeveel? € 41,6 Wanneer? November 2021 Waarvoor? 2021. Ter ondersteuning van de culturele infrastructuur 1 juli - 1 oktober 2021 (i.e. Q3), waarvan: • 36,5 miljoen euro voor de instandhouding van de regionale en lokale culturele infrastructuur; • 15 miljoen euro ter compensatie voor de inkomstenderving van medeoverheden door onder andere het kwijtschelden van huren. Hoe ingezet? Decentralisatie-uitkering via de decembercirculaire (Gemeentefonds), naast geld voor provincies.
2.4 Besteding van aanvullende middelen aan herstel en transitie Via de decembercirculaire 2021 wordt € 41,6 miljoen verdeeld over gemeenten en € 9,9 miljoen voor provincies ten behoeve van steun aan de lokale culturele infrastructuur. Het is opnieuw een decentralisatie-uitkering, waarbij de gemeenten zelf kunnen bepalen welke delen van de lokale culturele en creatieve sector het beste steun kunnen ontvangen en in welke vorm. Hierbij kan worden gekozen om de middelen deels te besteden aan noodsteun om te zorgen dat de infrastructuur niet omvalt, voor zover dat begin 2022 nog nodig blijkt. De middelen kunnen ook (groten)deels worden geïnvesteerd in herstel en transitie van de cultuursector om deze meer toekomstbestendig te maken. De gemeente Utrecht gaat hier voortvarend mee aan de slag en zet daarbij ook nadrukkelijk middelen in voor makers, zo blijkt uit een raadsbrief van 7 december 2021.
Link naar de raadsbrief van de gemeente Utrecht, december 2021
Het staat opnieuw buiten kijf dat het niet de bedoeling is dat deze steun, ook al is deze niet geoormerkt en vereist het Rijk geen verantwoording over besteding ervan, verdwijnt in de algemene middelen van de gemeente. Hier kunnen ambtenaren, raadsleden en vertegenwoordigers van de cultuursector de lokale bestuurders op aanspreken, zoals de minister van OCW dat ook doet. Deze gids helpt om verstandige keuzes te maken in de besteding van de middelen aan steun voor de culturele en creatieve sector.
Corona, cultuur en gemeenten - deel 2
10
1. Inleiding: herstel en transitie
2. Coronasteun aan cultuursector
3. Factoren van lokale culturele ecosystemen
4. Resultaten van het noodsteunbeleid
5. Veranderingen in vraag en aanbod
6. Toenemende digitalisering
7. Arbeidsmarkt: cultureel werkkapitaal
8. Ruimtelijke ontwikkelingen
9. Perspectieven voor herstel en transitie in deelsectoren
10. Naar een wendbare en weerbare sector
11. Tien aanbevelingen
3. Factoren van lokale culturele ecosystemen Gemeenten hebben grote invloed op het functioneren van de totale culturele en creatieve sector. Het lokale culturele leven omvat meer dan alleen de grote cultuurinstellingen. Plaatselijk worden die soms aangeduid als de “G5” of “C6.” In het boek ‘De Culturele Stad’ dat Cor Wijn in 2014 uitbracht (met steun van de VNG en het Cultuurfonds van de Bank Nederlandse Gemeenten) staat het lokale culturele klimaat centraal. Een woord dat hierbij hoort, en dat misschien nog wel treffender is dan cultureel klimaat, is ‘cultureel ecosysteem.’ De aanduiding ecosysteem geeft goed de analogie weer tussen de manier waarop het culturele leven functioneert en de wijze waarop natuurlijke systemen in evenwicht verkeren. De analogie illustreert dat op lokaal niveau de vele soorten van culturele activiteiten en voorzieningen in elkaar grijpen en van elkaar afhankelijk zijn. In ‘De Culturele Stad’ worden zes factoren benoemd die van invloed zijn op een lokaal cultureel ecosysteem. Wij constateren dat deze factoren door de coronacrisis zijn aangetast. Herstel ervan is noodzakelijk om in grote en kleine gemeenten het culturele leven op peil te houden.
In dit hoofdstuk besteden we daarom specifiek aandacht aan deze zes factoren voor lokale culturele ecoystemen: Link De Culturele Stad (2014) is door de VNG aan alle gemeenten gezonden en alleen in druk beschikbaar
a. b. c. d. e. f.
Een pluriform cultuuraanbod Productieklimaat en talentontwikkeling Culturele clusters en netwerken Stedenbouwkundige kwaliteit en diversiteit Een lokale overheid met ambitie (Behoud van) cultureel erfgoed.
3.1 Het culturele stelsel Natuurlijk staan lokale ecosystemen niet op zichzelf: de lokale situatie is altijd onderdeel van een regionaal en landelijk geheel. Ons culturele leven is een uitvloeisel van gemeentelijk, provinciaal, nationaal en soms zelfs internationaal beleid. Het Rijk draagt met wetten en regels (zoals de Auteurswet, de Erfgoedwet, de Mediawet en de Wet stelsel openbare bibliotheekvoorzieningen) zorg voor de krijtlijnen van het speelveld. Daarnaast is er veel beleidsvrijheid voor provincies en gemeenten. Binnen het stelsel is het Rijk onder meer verantwoordelijk voor het subsidiëren van grootschalige culturele instellingen met een landelijke betekenis of functie, zoals musea, orkesten en toneel-, opera- en dansgezelschappen. De provincies subsidiëren steunfunctietaken, zijn actief op het gebied van (het behoud van) erfgoed en stimuleren samenwerking en de spreiding van activiteiten. De gemeenten hebben in hoofdzaak de zorg voor: • Het instandhouden van lokale voorzieningen die wettelijk verplicht zijn (archieven, lokale omroepen) • Het financieren van voorzieningen die zij voor de culturele infrastructuur van de gemeente noodzakelijk achten (theaters, poppodia, musea, bibliotheken en dergelijke).
• Het subsidiëren van activiteiten op het gebied van onder meer de professionele kunsten (waaronder podiumkunst en beeldende kunst), de amateurkunst en de kunsteducatie. Over de ontwikkelingen in het culturele stelsel valt uiteraard veel meer te zeggen. Zo krijgen stedelijke cultuurregio’s een steeds grotere rol in culturele ecosystemen die het lokale belang ruimschoots overstijgen. We zien een
Corona, cultuur en gemeenten - deel 2
11
verschuiving van de bijdrage aan culturele ecosystemen van kleinere gemeenten naar grotere gemeenten, ook door schaalvergroting van bibliotheekorganisaties en toename van het aantal multifunctionele organisaties. Dit valt echter buiten het bestek van deze gids. Deze gids betreft vooral het lokale perspectief, zonder de inbreng van Rijk en provincies tekort te willen doen.
3.2 Pluriform cultureel aanbod De lokale ecosystemen worden als gezegd door zes factoren bepaald. Deze worden in deze en de volgende paragrafen besproken. De eerste factor is de mate van pluriformiteit in het culturele aanbod. Hiermee wordt bedoeld het spectrum aan culturele voorzieningen en activiteiten waarmee mensen in een gemeente kennis kunnen maken en zich verder in kunnen verdiepen, tot zelfs hun talenten in kunnen ontwikkelen. Hoe rijker en meer divers het aanbod is, hoe levendiger het ecosysteem. In dit verband zijn álle (kunst) disciplines en álle culturele uitingen van belang, inclusief het aanbod van cultuureducatie op scholen, community art in wijken en het activiteitenprogramma van een historische vereniging. In hoofdstuk 5 gaan we nader in op het culturele aanbod en hoe dit heeft gereageerd op de veranderingen aan de vraagzijde ten gevolge van corona.
In ‘De Culturele Stad’ worden zes factoren benoemd die van invloed zijn op een lokaal cultureel ecosysteem. Wij constateren dat deze factoren door de coronacrisis zijn aangetast.
Een onderdeel van het brede culturele aanbod dat de grote steden kenmerkt is ook datgene wat zich na het sluiten van de reguliere podia afspeelt, in de nachtelijke uren. In de huidige coronaperiode ligt het openbare nachtleven nagenoeg stil. Een deel van de beleidsmakers en bevolking vindt dit een geruststellende situatie: de nieuwe Alcoholwet per 1 juli jl. ademt deze geest. Een ander deel, zoals de gemeente Amsterdam in haar nota ‘Toekomst van de nacht’ van 30 juni jl, kijkt echter reikhalzend uit naar de heropening. De gemeente Amsterdam stelt dat haar nachtcultuur uniek is: van roemruchte underground feesten tot wereldberoemde festivals. Zij wil dit vasthouden en sterker maken, ook omdat de nachtcultuur vaak doorgroeit naar nieuwe vormen van cultureel aanbod en bijdraagt aan meerstemmigheid en inclusiviteit. Daarom krijgen deze activiteiten voortaan ook expliciet aandacht in andere plannen rond kunst, openbare ruimte, verkeer, gezondheid, openbare orde en veiligheid met name voor vrouwen en lhbtiq+ personen. Behalve Amsterdam zijn er ook andere gemeenten die – als de coronacrisis voorbij is – met een nieuwe blik naar de lokale nachtcultuur willen kijken.
Link naar de Amsterdamse nota ‘Toekomst van de nacht’, juni 2021
3.3 Productieklimaat en talentontwikkeling Kunstenaars en creatieven worden door veel auteurs die schrijven over stedelijke ontwikkeling gezien als het zout in de pap, dat wil zeggen dat zij kracht, bezieling, inspiratie, waarde, wezenlijke kwaliteit en dergelijke geven. Voor een gemeente is het van groot belang dat kunst en cultuur niet alleen maar ingevlogen worden, maar ook ter plekke geproduceerd. Een gemeente waar makers (professionals én amateurs!) kunnen wonen en werken, daarbij ondersteund door bijvoorbeeld de aanwezigheid van brede buitenschoolse cultuureducatie, kunstvakonderwijs en betaalbare werkplekken, kenmerkt zich doorgaans door een vernieuwend, op vooruitgang gericht klimaat. Door de coronacrisis heeft jong talent minder kans gehad om ‘vlieguren’ te maken, of dat nu op professioneel niveau is of in bijvoorbeeld verenigingsverband. Op termijn kan het culturele klimaat hiervan schade ondervinden, want de doorstroming in muziek, dans en theater stagneert. Dit komt mede door de ‘prop’ aan producties die is ontstaan, waardoor het kanaal naar de podia voor jonge makers verstopt dreigt te raken (zie paragraaf 5.1).
Corona, cultuur en gemeenten - deel 2
12
1. Inleiding: herstel en transitie
Klik hier voor het onderzoek naar de gevolgen van corona voor de amateurkunst
2. Coronasteun aan cultuursector
3. Factoren van lokale culturele ecosystemen
4. Resultaten van het noodsteunbeleid
5. Veranderingen in vraag en aanbod
6. Toenemende digitalisering
Ronduit dramatisch is de situatie voor veel amateurkunstverenigingen. In juni 2021 voerden het LKCA, het Huis voor de Kunsten Limburg, Koornetwerk Nederland en KNMO een groot onderzoek uit onder verenigingen, informele groepen, kunstdocenten, artistiek begeleiders en centra voor de kunsten. Het verenigingsleven is in maart 2020 bijna geheel tot stilstand gekomen en de herstart verloopt uiterst moeizaam. Op een schaal van 1 tot 10 bedraagt de impact van het coronavirus op de continuïteit van verenigingen en informele verbanden volgens het onderzoek een 7,2. Minder dan 10% van de verenigingen en informele verbanden heeft gebruik kunnen maken van de landelijke financiële steunregelingen. Slechts 6% ontving ondersteuning van gemeente of provincie. Dit terwijl 49% van de verenigingen volgens de onderzoekers schade lijdt, gemiddeld ruim € 7.000. Veel verenigingen kunnen voorlopig nog niet terug naar de situatie van voor het coronavirus. Met name het werken met de 1,5 meter afstand en de vereiste goede ventilatie vormen een probleem. Het vinden van andere ruimten en podia is lastig en duur, vooral voor grote verenigingen, zoals koren en orkesten. Concerten dreigen ook het komende jaar uitgesteld te worden, met grote consequenties voor inkomsten van verenigingen en professionals.
De amateurkunstverenigingen zijn onzeker over de toekomst: 44% acht het (zeer) waarschijnlijk dat ze over een jaar veel kleiner zijn; 60% geeft aan ondersteuning nodig te hebben. De noodkreten uit de amateursector bij dat onderzoek zeggen misschien nog wel meer dan de cijfers: “Mensen die het contact het meeste nodig hebben durven niet te komen”. En: “Mijn angst om alles te verliezen wat in 20 jaar is opgebouwd is heel groot”. In deze gids besteden we op meer plaatsen aandacht aan de problematiek in de amateurkunsten en de mogelijkheden en verantwoordelijkheden van gemeenten om deze sector te koesteren.
7. Arbeidsmarkt: cultureel werkkapitaal
8. Ruimtelijke ontwikkelingen
9. Perspectieven voor herstel en transitie in deelsectoren
10. Naar een wendbare en weerbare sector
11. Tien aanbevelingen
Stand Amateurkunstverenigingen
60%
geeft aan ondersteuning nodig te hebben
6%
ontving ondersteuning van gemeente of provincie
Terwijl
49%
van de verenigingen schade lijdt
44%
acht het waarschijnlijk dat ze over een jaar veel kleiner zijn
verwaterd, samenwerkingsverbanden zijn geërodeerd, productieketens zijn verbroken. Het is van het grootste belang dat gemeenten bevorderen dat deze culturele verbanden na de crisis weer tot bloei komen. Belangrijk hierbij is dat gemeenten onderkennen dat ‘cultuur’ veel meer omvat dan gesubsidieerde vormen zoals theater, museum of bibliotheekwerk.
3.4 Culturele clusters en netwerken De culturele sector en zeker ook de creatieve industrie zijn sterk afhankelijk van direct persoonlijk contact en van ruimtelijke clustering van gelijksoortige bedrijvigheid. Er ontstaan dan ‘creatieve milieus’. Innovatieve economische activiteiten vereisen een uitdagende omgeving. Er zijn verschillende soorten clusters. In productieclusters ligt de nadruk op het creatieve maken, in presentatieclusters op het meemaken. Als gevolg van de coronacrisis hebben veel clusters en netwerken forse schade opgelopen. Contacten zijn
Verwant aan het woord ecosysteem is de term broedplaats. Kenmerken van broedplaatsen zijn (a) een betaalbare huur en (b) een schaalgrootte die onderlinge samenwerking en wisselwerking kan bewerkstelligen. Ook de aanwezigheid van een ruime hoeveelheid geschikte werk- en oefenruimten met de juiste facilitaire voorzieningen is van belang. Het is bij uitstek aan gemeenten om broedplaatsen mogelijk te maken: weinig andere kapitaalkrachtige actoren zijn namelijk van plan en in staat om ‘creatieve milieus’ te
Corona, cultuur en gemeenten - deel 2
13
3.6 Een lokale overheid met ambitie
faciliteren. Uiteindelijk gaat het om een menging van functies, mensen en ideeën. Om kruisbestuiving, confrontatie en symbiose. En om de combinatie van low budget en no budget. Veel van de creatieven die in broedplaatsen actief zijn, werken daar als zelfstandige. Het zijn deze makers die het zwaarst door de coronacrisis zijn getroffen. In hoofdstukken 4 en 7 bespreken we dit verder.
Het nemen van verantwoordelijkheid als gemeente is essentieel voor het in stand houden van de lokale ecoystemen. Een bepaalde vorm van bescherming is voor het culturele leven onontbeerlijk. In de meeste West-Europese landen bestaat een mengvorm van protectoraat (dat wil zeggen overheidssteun voor de cultuur) en markt. In Nederland is een kwalitatief hoogwaardig overheidsapparaat (professioneel, betrokken, integer, gespecialiseerd) van groot belang voor de cultuursector. In dit kader is ook belangrijk dat overheden (en in het bijzonder de gemeenten) hun eigen sterkten en zwakten kennen via zaken als benchmarking, het monitoren van ontwikkelingen, een zelfkritische houding, langetermijnverkenningen en dergelijke.
3.5 Stedenbouwkundige kwaliteit en diversiteit De aantrekkelijke stad, 2009, is als ePub verkrijgbaar, klik hier
Essentieel voor de culturele beleving van een stad, buurt of dorp zijn: menging van wonen, werken, winkelen en recreëren, kleine bouwblokken, een mix van oude en nieuwe gebouwen en voldoende dichtheid (massa). Dit zijn de bekende criteria van Jane Jacobs, die wel de ‘godmother’ van de creatieve stad werd genoemd. Haar criteria hangen samen met de punten die Gerard Marlet in ‘De aantrekkelijke stad’ uit 2009 als belangrijk benoemde: kleinschalige en diverse activiteiten die continu beschikbaar zijn en op een uitgekiende (aantrekkelijke) locatie liggen. Het lijkt erop dat de coronacrisis (nog) geen grote impact heeft op het weefsel van onze binnensteden. Wel zijn er trendwachters die signaleren dat de grote vlucht die het online shoppen heeft genomen op termijn gevolgen zal hebben voor onze winkelstraten. Zij stellen dat de steunmaatregelen veel faillissmenten hebben voorkomen, maar dat het midden- en kleinbedrijf op termijn toch zal uitdunnen. Als dit gebeurt heeft dit gevolgen voor de beleving van onze binnensteden en wellicht ook voor de manier waarop gemeenten omgaan met de ruimtelijke positionering van culturele voorzieningen.
Link naar Uitgangspunten voor de Rijksregeling Impuls Winkelgebieden bij RVO
In mei 2021 kondigde het Rijk de Rijksregeling Impulsaanpak Winkelgebieden aan. Deze regeling stelt gedurende 4 jaar een subsidie van in totaal € 100 miljoen met een maximum van € 5 miljoen per aanvraag beschikbaar te stellen. Dit geld gaat naar samenwerkingsverbanden van een gemeente (met uitzondering van de G4) en private partijen. Drie waarden zijn van belang: gebruik, beleving, toekomst. Culturele aspecten kunnen een rol spelen in de toekenning. Zo is bouwkwaliteit een onderdeel van gebruik, terwijl leefbaarheid en levendigheid bij beleving worden genoemd.
De Rijksregeling Impulsaanpak Winkelgebieden stelt gedurende 4 jaar een subsidie van in Het is belangrijk dat gemeenten hun totaal
€100 €5
miljoen met een maximum van miljoen per aanvraag beschikbaar
verantwoordelijkheid nemen en de noodsteungelden ook daadwerkelijk inzetten voor cultuur. Op 27 juli berichtte Binnenlands Bestuur in het artikel ‘zzp’ers in cultuursector profiteren weinig van steun’ dat de steunmaatregelen niet alle onderdelen van de lokale cultuursector bereiken. Het beeld was toen dat culturele instellingen in kleinere gemeenten minder makkelijk in aanmerking komen voor steun dan in de grotere steden. Ook zouden organisaties die geen subsidierelatie hebben met de gemeente minder sterk worden gesteund. Bovendien worden de
Corona, cultuur en gemeenten - deel 2
14
1. Inleiding: herstel en transitie
2. Coronasteun aan cultuursector
3. Factoren van lokale culturele ecosystemen
4. Resultaten van het noodsteunbeleid
5. Veranderingen in vraag en aanbod
6. Toenemende digitalisering
zzp’ers die afhankelijk zijn van de sector – zoals technici en horecapersoneel, maar ook artiesten – nogal eens uit het oog verloren. Een gemeente die zijn culturele cosysteem door de crisis wil heenslepen, moet ook voor deze aspecten oog hebben.
3.7 Behoud van cultureel erfgoed In de UNCTAD-definitie (United Nations Conference on Trade and Development) van culturele industrie uit 2004 wordt cultureel erfgoed als de bron van alle vormen van kunst en als de ziel van de creatieve economie bestempeld. Bij gevolg is erfgoed het startpunt in de UNCTAD-definitie van de creatieve economie. Van de UNCTAD-classificatie maken zowel traditionele culturele uitingsvormen (kunstnijverheid, festivals, vieringen) als instellingen en plekken van en voor cultuurbehoud (archieven, musea, bibliotheken) deel uit. Zij vormen het hart van de culturele ecosystemen, ook wel het dna van een gemeente genoemd.
7. Arbeidsmarkt: cultureel werkkapitaal
8. Ruimtelijke ontwikkelingen
9. Perspectieven voor herstel en transitie in deelsectoren
10. Naar een wendbare en weerbare sector
11. Tien aanbevelingen
Het lijkt erop dat de coronacrisis het dna niet heeft aangetast: de zorg voor het erfgoed is op de meeste plaatsen op peil gebleven. Temidden van alle schaduwen die door de coronacrisis worden geworpen is dat een lichtpunt. Wel is een aandachtspunt dat in dit domein sinds jaar en dag veel vrijwilligers actief zijn. Uit onderzoek van Berenschot in het kader van de Cultuurmonitor Drenthe 2020 bleek dat de helft van de respondenten aangaf dat het aantal vrijwilligers redelijk tot sterk is afgenomen tijdens de coronacrisis. Bij de andere helft bleef het aantal echter ongeveer gelijk of nam iets toe. De indruk bestaat dat musea soms kampen met een teruglopend aantal vrijwilligers, maar dat de betrokkenheid bij monumenten groot blijft. De Federatie Instandhouding Monumenten heeft monumentenorganisaties bevraagd en constateert dat bij deze organisaties corona minimale impact heeft gehad op het aantal vrijwilligers, en overigens ook niet op het aantal medewerkers.
Corona, cultuur en gemeenten - deel 2
15
4. Resultaten van het noodsteunbeleid
Link naar onderzoek Boekmanstichting, mei 2021
Link naar de informatie van de NAPK, oktober 2021
Op basis van onder meer de jaarcijfers van organisaties over 2020 kan ondertussen een redelijk beeld geschetst worden van de resultaten van alle steunmaatregelen (zowel financieel als bijvoorbeeld coulance) op de cultuursector. In dit hoofdstuk schetsen we hoe het noodsteunbeleid in praktijk tot nog toe uitpakt, en daarmee ook waar er zorgen blijven. Daarbij behandelen we diverse deelsectoren en hun ketens (van organisaties tot werkenden), evenals effecten van schaalgrootte.
Ook de grotere instellingen in de lokale culturele infrastructuur zijn gesteund en hebben de acute crisisperiode overleefd. Het gaat dan onder meer om bibliotheken, theaters, concertzalen en gemeentelijk gefinancierde musea, juist instellingen met veel vaste gebouwlasten. Vaak zijn met deze organisaties door gemeenten afspraken gemaakt over het tijdelijk opschorten of het verlagen van de huur. De vraag is echter wel wat de positie van de zelfstandigen bij deze organisaties is, zie ook paragraaf 4.5.
4.1 Landelijke en lokale basisinfrastructuur gered
4.2 Worstelingen bij kleinere culturele organisaties
De rijksgesubsidieerde culturele organisaties hebben de crisis goed doorstaan. Zij staan er door de ruimhartige overheidssteun soms zelf beter voor dan vóór de crisis. De coronasteun leidt bij de meerjarige rijksgesubsidieerde organisaties gemiddeld tot een positief resultaat uit de gewone bedrijfsvoering. Dat toont onderzoek van de Boekmanstichting naar de financiële gevolgen van de coronacrisis in de culturele en creatieve sector en de effecten van de steunmaatregelen in 2020. Voorbeeld: de eigen inkomsten van de meerjarig rijksgesubsidieerde leden van de NAPK (de werkgeversorganisatie van de professionele podiumkunstproducenten in Nederland) daalden met 56,6 miljoen euro. Hiervan werd 37,9 miljoen gecompenseerd door extra subsidie, waarvan 34,2 miljoen bestond uit rijkssubsidie. De totale lasten daalden met 50,5 miljoen euro, waardoor de meeste gezelschappen een positief exploitatieresultaat behaalden. Dit is veelal gebruikt als reserves voor doorgeschoven producties of verwachte financiële schade in 2021.
Kleinere culturele organisaties die geen subsidie van het Rijk ontvangen en maar beperkt of niet door gemeenten worden ondersteund, hebben het moeilijker. Dergelijke kleine instellingen worden (vaak ten onrechte) niet beschouwd als onderdeel van de vitale infrastructuur van een provincie of gemeente. Soms blijkt dat culturele instellingen in kleinere gemeenten minder makkelijk in aanmerking komen voor steun dan in grotere steden. Dit zien we bijvoorbeeld in de museumsector. Door de grote daling van het aantal bezoeken halveerden de eigen inkomsten van musea in 2020 met 250 miljoen euro. Dit is opgevangen door een combinatie van noodsteun en bezuinigingen. De ontvangen noodsteun voor musea bedroeg 149 miljoen euro. Daarvan kwam het grootste deel van het Rijk en slechts 12 miljoen euro van gemeenten, terwijl meer dan de helft van de musea de gemeente als hoofdfinancier heeft. Kleinere musea ontvingen in verhouding weinig steun en hebben vaak ingeteerd op hun reserves. Grotere musea zijn 2020 in de
Corona, cultuur en gemeenten - deel 2
Link bericht Museumvereniging over de nood bij kleinere musea, september 2021
16
1. Inleiding: herstel en transitie
2. Coronasteun aan cultuursector
3. Factoren van lokale culturele ecosystemen
4. Resultaten van het noodsteunbeleid
5. Veranderingen in vraag en aanbod
6. Toenemende digitalisering
7. Arbeidsmarkt: cultureel werkkapitaal
regel goed doorgekomen, mede dankzij de noodsteun. Kleinere musea hebben meer moeite het hoofd boven water te houden.
4.3 Terugval van publieksinkomsten Link naar de gevolgen voor de popsector, oktober 2021
De culturele organisaties die het meest afhankelijk zijn van publieksinkomsten worden bovenmatig hard worden geraakt. Zo is het effect van de pandemie op de popmuzieksector zeer ingrijpend. Publieksinkomsten, zoals inkomsten uit kaartverkoop en horeca, zijn de belangrijkste inkomstenbron voor poppodia en -festivals. Poppodia en popfestivals ontvingen in 2020 87% minder publiek. Dat blijkt uit cijfers van branchevereniging VNPF. Voor poppodia aangesloten bij de VNPF leidde dit tot 92 miljoen euro minder inkomsten. De generieke en sectorspecifieke steun waren in 2020 hard nodig om de schade bij de poppodia te beperken. 83% van de poppodia ontving extra financiële middelen uit steunmaatregelen in 2020, in totaal 28,9 miljoen euro. De meeste steun kwam van de Rijksoverheid (77%), een groot deel (44%) via de NOW-regeling. Met name de grote poppodia (> € 2,5 miljoen omzet) kampen nog steeds met aanzienlijke verliezen, omdat de ontvangen steun in 2020 niet voldoende is om het forse inkomstenverlies op te vangen. Veel medewerkers verloren hun baan. Met name zzp’ers en uitzendkrachten, maar ook 22% van de medewerkers in loondienst. Ook worden podia die voor de coronacrisis geen subsidierelatie hadden met een gemeente minder sterk van overheidswege gesteund dan organisaties dit dit wel hadden.
4.4 Zorgen over de toekomst van amateurkunst Op basis van de Verenigingsmonitor 2021 door het LKCA lijken bij de amateurkunstvereningingen de problemen niet acuut. Ten opzichte van 2018 is de financiële positie iets verslechterd, maar niet veel. De helft van de verenigingen leed in 2020 financiële schade door de coronapandemie, gemiddeld € 3.446. Slechts 9% kampt met een minder gezonde tot zorgwekkende financiële situatie.
83%
van de poppodia ontving extra financiële middelen uit steunmaatregelen in 2020, in totaal
€28,9 miljoen.
Veel medewerkers verloren hun baan, ook
22%
van de medewerkers in loondienst.
8. Ruimtelijke ontwikkelingen
9. Perspectieven voor herstel en transitie in deelsectoren
10. Naar een wendbare en weerbare sector
11. Tien aanbevelingen
(54%) ligt het belangrijkste knelpunt bij de leden. Dan gaat het naast de vergrijzing van het ledenbestand, ook om het stilliggen van de ledenwerving als gevolg van de coronapandemie met daardoor een dalend ledental en geringe nieuwe aanwas. Ten opzichte van 2018 zijn zichtbaarheid en publieksbereik (van 12% naar 30%), locaties (van 7% naar 25%) en wet- en regelgeving (3% naar 14%) voor een groter deel van de verenigingen een belangrijk knelpunt geworden. Bij het toelichten van dit knelpunt leggen de meeste verenigingen een directe relatie met de coronapandemie. Financiën zijn voor ongeveer een even groot deel (23%) van de verenigingen een knelpunt gebleven. Dan gaat het vooral om dalende inkomsten uit optredens, voorstellingen en exposities en dalende inkomsten uit contributies. Verder zijn er grote zorgen over de toekomst van (buitenschoolse) cultuureducatie, voor de toestroom van amateurs. Eén op de vijf verenigingen acht het (zeer) waarschijnlijk dat ze over een jaar veel kleiner zijn. Daarnaast ziet nog eens twee op de vijf verenigingen dit scenario als een reële mogelijkheid. 16% van de verenigingen ziet het zelfs als een reële mogelijkheid dat ze over een jaar niet meer bestaan. Dansverenigingen en koren zijn het meest pessimistisch over de nabije toekomst. Zie ook paragraaf 3.3.
Link naar de verenigingsmonitor van LKCA, september 2021
Toch zijn er serieuze zorgen over de toekomst. Het aandeel verenigingen voor kunstbeoefening dat knelpunten ervaart is gestegen van 89% in 2018 naar 97% ten tijde van de coronapandemie. Voor de meeste verenigingen
Corona, cultuur en gemeenten - deel 2
17
4.5 De zelfstandigen/zzp’ers als grote verliezers Uit alle onderzoeken van de laatste tijd blijkt dat de zzp’ers in de sector of die afhankelijk zijn van de sector aan het kortste eind hebben getrokken. Denk hierbij aan zelfstandige makers, producenten, licht- decor- en kostuumontwerpers, technici en kunstvakdocenten. De meerjarige rijksgesubsidieerde organisaties bezuinigden in 2020 flink op het personeel, in het bijzonder op zzp’ers. Bij de middelgrote en grote organisaties (meer dan € 1 miljoen omzet) is die bezuiniging op zzp’ers in verhouding bovendien veel forser dan het omzetverlies. Er zijn veel onderzoeken gedaan naar de positie van zelfstandigen in de cultuursector ten tijde van corona. We geven hier een kwantitatieve duiding van de omvang van de problematiek in verschillende deelsectoren: • Poppodia bezuinigden in 2020 gemiddeld 25% op hun personele lasten, waarvan 80% op zzp’ers en 1% op personeel in loondienst. • Vrije producenten brachten hun personele lasten in 2020 met 74% terug: een bezuiniging van 97% op de zzp’ers versus een bezuiniging van 43% op het personeel in loondienst. • Zo’n 25% van de amateurverenigingen heeft in 2020 de vergoeding voor de docenten of begeleiders, vaak zzp-ers, niet uitbetaald of hebben in een enkel geval de betaling uitgesteld.
In hoofdstuk 7 over het thema Arbeidsmarkt: cultureel werkkapitaal gaan we dieper in op de problematiek van zelfstandigen, ook gericht op perspectief na de coronacrisis.
4.6 Culturele cycli aangetast Link naar eerste informatiegids gemeentelijk coronasteunbeleid voor de lokale cultuursector, februari 2021
Voor de talentontwikkeling op langere termijn is het inzicht essentieel dat in de lokale ecosystemen diverse culturele cycli functioneren, mits in de gemeente de culturele voorzieningen op peil zijn. Deze hebben wij toegelicht en als volgt gevisualiseerd in de eerste VNG gids over corona en de cultuursector (zie illustratie). Uit de vele onderzoeken en signalen over de gevolgen van de coronacrisis blijkt dat deze cycli zijn verstoord. Door de beperkende maatregelen zijn veel projecten en activiteiten niet of minder vaak georganiseerd. Dat betekende
minder werk en inkomsten voor makers, ingehuurd personeel en toeleveranciers. En het feit dat de werkgelegenheid en investeringen rondom de activiteiten zijn wegvallen is niet het enige dat van invloed is op de keten. Ook de dynamiek binnen de ketens is sterk beïnvloed. Voor de lange termijn zijn productieplanningen verstoord; jonge, startende makers hebben geen publiekservaring kunnen opdoen. Desondanks is er gelet op de blijvende motivatie een stijging van het vaak individueel en in kleine groepjes ontwikkelde aanbod, zie ook hoofdstuk 5. Toegepast op het herstelbeleid na de coronacrisis betekent het denken in termen van de creatieve cyclus dat er voor de diverse deelsectoren (zoals podiumkunsten, beeldende kunst, film, erfgoed, amateurkunst en de bibliotheeksector) moet worden onderzocht op welke wijze deze weer versterkt kan worden. Voor de langere termijn hebben de ontwikkelingen in cultuureducatie hier grote invloed op. Cultuureducatie legt immers de basis voor toekomstige kunstbeoefening van amateurs en professionals. In hoofdstuk 9 gaan we nader in op de toekomst, waarbij we – op basis van scenario’s - voor vijf deelsectoren in het bijzonder (podiumkunsten, amateurkunst, cultuureducatie, musea en bibliotheken) de perspectieven op herstel en transitie schetsen.
leren
interesseren
produceren
presenteren
Corona, cultuur en gemeenten - deel 2
18
1. Inleiding: herstel en transitie
2. Coronasteun aan cultuursector
3. Factoren van lokale culturele ecosystemen
4. Resultaten van het noodsteunbeleid
5. Veranderingen in vraag en aanbod
6. Toenemende digitalisering
7. Arbeidsmarkt: cultureel werkkapitaal
8. Ruimtelijke ontwikkelingen
9. Perspectieven voor herstel en transitie in deelsectoren
10. Naar een wendbare en weerbare sector
11. Tien aanbevelingen
5. Veranderingen in vraag en aanbod Op basis van onze verkennende onderzoeken zijn op het thema vraag en aanbod vijf ontwikkelingen naar voren gekomen. Deze ontwikkelingen worden hieronder, per paragraaf, nader omschreven. Een beknopt overzicht:
1.
2.
3.
4.
5.
Het aanbod lag grotendeels stil, en komt nu weer op gang; er is veel nieuw aanbod en er lag nog veel op de plank.
Het publiek heeft wel zin maar komt, voornamelijk bij aanbod dat binnen plaatsvindt, met 100% capaciteit, nog niet massaal.
Publiek en makers blijken gecharmeerd te zijn van kleinschaligere vormen naast het reguliere aanbod.
De rust die noodgedwongen ontstond bij gebrek aan voorstellingen heeft positieve effecten op de kwaliteit van het gecreëerde aanbod.
Tijdens de crisis zijn vele nieuwe presentatievormen van aanbod ontwikkeld, vele daarvan zijn blijvend van aard (zie ook thema Digitalisering, hoofdstuk 6).
Sterke toename van aanbod
Vraag herstelt zich aarzelend
Behoefte aan aanbod in kleinere setting
Deze ontwikkelingen brengen met zich mee dat in een aantal deelsectoren vraag en aanbod vooralsnog uit balans zijn. Dit kan problemen opleveren met het realiseren van voldoende publieksinkomsten en onderlinge concurrentie.
5.1 Sterke toename van aanbod Tijdens de crisis is (een groot deel van) het aanbod noodgedwongen stil komen te liggen. De verschillen zijn echter groot tussen sectoren. Met name op de podia, bij festivals maar ook bij publieksevenementen in bijvoorbeeld musea, gebeurde maandenlang vrijwel niets. In andere deelsectoren zorgden
Meer kwaliteit door ruimte in het maakproces
Blijvende verbreding van aanbod
de beperkingen ook voor een vermindering in het aanbod, maar daar waren de effecten kleiner. Bij aanvang van het culturele seizoen 2021-2022 bleek dat er een sterke toename was in de (verwachte) hoeveelheid aanbod na de crisis, ten opzichte van het aanbod voor de crisis. Deze sterke toename kan verklaard worden door een combinatie van factoren: • Veruit het grootste aantal activiteiten dat vanwege de crisis niet door kon gaan, is uitgesteld (weinig is definitief gecanceld) en zal dit of volgend seizoen plaatsvinden.
Corona, cultuur en gemeenten - deel 2
19
• Daarnaast zijn makers en instellingen doorgegaan met het creëren en produceren van nieuw aanbod. • Bovendien heeft de crisis de ontwikkeling van nieuwe vormen van aanbod gestimuleerd (zowel fysieke, hybride als digitale vormen). Het merendeel van de instellingen geeft aan door te willen gaan met het aanbieden van deze nieuwe vormen, mits daar natuurlijk middelen voor beschikbaar zijn. Dit nieuwe aanbod komt veelal náást het reguliere aanbod en vervangt het reguliere aanbod niet. De sterke toename van aanbod is het meest merkbaar binnen de theaterwereld. Volgens Simon van den Berg (hoofdredacteur van de Theaterkrant) zijn er van de 197 premières (professionele theaterproducties in Nederland) die door corona niet konden plaatsvinden 180 uitgesteld en slechts 17 (voornamelijk buitenlandse producties) gecanceld. Deze 180 voorstellingen worden allemaal op de rol gehouden. Bovendien heeft de 15 miljoen ‘extra’ subsidie van het Fonds Podiumkunsten in 2020 ervoor gezorgd dat het aantal gesubsidieerde theater-gezelschappen is verhoogd van 100 naar 150. Door de combinatie van deze factoren zal het theateraanbod in de komende tijd enorm zijn, volgens Van den Berg.
5.2 Vraag herstelt zich aarzelend Uit de diverse verkenningen in de
cultuursector doemt het beeld op dat de vraag zich slechts mondjesmaat herstelt. Hoewel het publiek hunkert naar voorstellingen en concerten is het de vraag of (en wanneer) het publiek terug kan en durft te komen; nieuwe capaciteitsbeperkingen/lockdowns, reisbeperkingen voor toeristen en test-/ vaccinatiedrempels liggen voortdurend op de loer. Ook vormt de coronapas voor sommigen een drempel om cultureel aanbod te bezoeken. Niet enkel vanwege (ontbrekende) test-/vaccinatiebereidheid, maar ook vanwege de extra handeling die de pas vereist. Veel instellingen hebben daarnaast aangegeven dat veel ouderen moeite hebben met het gebruik van de Coronacheckapp (ondersteuning in digitalisering zou daarin kunnen helpen, zie ook hoofdstuk 10 over de rol van de bibliotheken). Los van de praktische barrières die mensen ervaren, is een veelgehoorde verklaring voor de achterblijvende vraag dat mensen het nog steeds eng vinden om in grote groepen bij elkaar te komen.
Van de
197
premières die door corona niet konden plaatsvinden zijn
180 17
uitgesteld en slechts gecanceld.
De achterblijvende vraag leidt onder andere tot achterblijvende publieksinkomsten en werkt zo door op vele terreinen. Om de culturele sector op (korte) termijn weer op te kunnen bouwen, is vraagherstel dan ook een belangrijke voorwaarde. Bovendien zorgt een achterblijvende vraag, in combinatie met de opstapeling van aanbod, vooralsnog voor een disbalans tussen vraag en aanbod. Het is de vraag hoe deze disbalans tussen overaanbod en achterblijvende vraag zich ontwikkelt en wat mogelijke oplossingen kunnen zijn wanneer deze disbalans niet vanzelf verdwijnt.
5.3 Behoefte aan aanbod in kleinere setting Naast achterblijvende vraag, heeft de crisis ook verschuivingen in de behoefte van het publiek teweeggebracht. Tijdens de crisis moest veel van het aanbod noodgedwongen in kleinere setting plaatsvinden. Lange tijd waren er capaciteitsbeperkingen voor onder andere theater- en concertzalen en golden er maximum bezoekersaantallen voor musea. Door de beperkingen zijn veel instellingen ook op andere manieren en op andere locaties kleinschalig aanbod aan gaan bieden. De ontwikkeling van cultureel aanbod in kleinere setting blijkt echter niet enkel een noodzaak, het biedt ook een kans. De makers en het publiek hebben ervaren dat aanbod in kleine setting de intimiteit bevordert en daarmee meerwaarde levert aan het aanbod. Daarnaast kan de kleinere setting ook een oplossing vormen voor de disbalans tussen de
Corona, cultuur en gemeenten - deel 2
Link naar essay van Marjolijn van Heemstra in de Volkskrant van 6 januari 2022
20
1. Inleiding: herstel en transitie
2. Coronasteun aan cultuursector
3. Factoren van lokale culturele ecosystemen
4. Resultaten van het noodsteunbeleid
5. Veranderingen in vraag en aanbod
6. Toenemende digitalisering
achterblijvende vraag en het toenemende aanbod. Een keerzijde van de kleinere setting is dat oude verdienmodellen niet toereikend zijn; er zal in dat geval moeten worden gezocht naar nieuwe verdienmodellen.
7. Arbeidsmarkt: cultureel werkkapitaal
8. Ruimtelijke ontwikkelingen
9. Perspectieven voor herstel en transitie in deelsectoren
10. Naar een wendbare en weerbare sector
11. Tien aanbevelingen
De verschuiving van kwantiteit naar meer productietijd voor makers kan wellicht ook een oplossing vormen voor de disbalans tussen vraag en aanbod.