CConstaterende datOss
Koppel je AI →
Document · PDF

Erfgoedvisie Oss 2021.PDF

Gemeenteraad 27 januari 2022, gemeente OssBij agendapunt: A Erfgoedvisie gemeente Oss 202119.802 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

De tentoonstelling Bagger! in Museum Jan Cunen met baggervondsten uit Kessel.

Het Stadsarchief Oss werkte met veel plezier mee aan het boek ‘Historisch Oss’, een initiatief van Jumbo van Bergen in Oss met foto’s uit de collectie van het Stadsarchief. De ruilmiddagen en –avonden om het boek compleet te maken, waren een groot succes.

23

3. We willen de vele samenwerkingsverbanden op het gebied van erfgoed versterken Zoals eerder gezegd: erfgoed is van de gemeenschap. Samen sta je sterk. We kunnen en willen de bovengenoemde ambities niet alleen waarmaken. Dat doen we samen met eigenaren van erfgoed, onze vrijwilligers, instellingen en inwoners. We willen nog intensiever en gerichter samenwerken met de gemeenschap bij ideeën, plannen en projecten rondom het erfgoed. Zij zijn het kloppend hart achter het Osse erfgoed; hun kennis, ervaring en enthousiasme zijn ontzettend waardevol en willen we optimaal benutten. Daarnaast is het belangrijk om, afhankelijk van de actie, ook andere samenwerkingsverbanden op het gebied van erfgoed te versterken. Denk aan de Zuiderwaterlinie, de Federatie Grote Monumentengemeenten, maar ook algemener aan (buur)gemeenten, de Provincie Noord-Brabant en het Rijk. Dit vraagt om het betrekken van de eigenaren, gemeenschap, andere partners en overheden. De laatste actielijn is daarmee: • Betrekken Het betrekken van eigenaren, de gemeenschap, het erfgoedveld, andere partners en overheden om zo de samenwerking op het gebied van erfgoed te versterken is ontzettend belangrijk. We willen niet beslissen over, maar beslissen met. Hiervoor is het essentieel om stakeholders op tijd te betrekken. Dit zorgt voor meer draagvlak en maakt de toekomst van het Osse erfgoed duurzamer.

Betrekken kan, net zoals beleven, op verschillende manieren en zal afhankelijk zijn van de actie en de stakeholders.

24

Hoofdstuk 2 | Rol van de gemeente Welke rol pakken we als gemeente bij het werken aan onze ambities? Wat kan het erfgoedveld van ons verwachten? In dit hoofdstuk gaan we in op de rol van de gemeente. We hebben gemerkt dat we als gemeente vaak worden aangesproken op zaken die meer binnen de invloedssfeer van eigenaren of het erfgoedveld liggen. Denk bijvoorbeeld aan het initiatief nemen bij herbestemmingen of de uitvoering van projecten. De samenleving verandert en dat vraagt om verandering van onze rol. Daarnaast moet onze rol aansluiten bij de verantwoordelijkheden, mogelijkheden en middelen die we hebben. Hier willen we duidelijk in zijn, zodat de gemeenschap weet wat men aan ons heeft. Om de rol van de gemeente te verhelderen, hebben we gebruik gemaakt van onderstaand schema met daarin de vier rollen die de overheid kan invullen. Per ambitie en actielijn geven we aan welke rol wij zien voor ons als gemeente. We zijn actief in alle rollen. Het zwaartepunt voor onze basistaak ligt vooral aan de linkerkant van het schema: we handelen als rechtmatige en presterende overheid om ons erfgoed te behouden, beheren en beschermen. Tegelijkertijd acteren we steeds meer op de rechterkant van het schema. We willen

vooral meedenken, faciliteren en proactief meewerken aan een meer bottom-up georganiseerde samenleving. Kortom, initiatieven uit het erfgoedveld versterken vanuit een netwerkende, responsieve en participerende rol. 1. We willen met het erfgoed bijdragen aan een mooie en prettige leefomgeving Actielijnen: beschermen, beheren en behouden Beschermen en beheren Het beschermen en beheren van het erfgoed om bij te dragen aan een mooie en prettige leefomgeving pakken we op vanuit de rol als rechtmatige overheid door het uitvoeren van wet- en regelgeving. Het beschermen en beheren van het erfgoed zijn wettelijke taken die voortkomen uit de Erfgoedwet (2016) en de Omgevingswet (2022). Bovendien zijn we van een aantal monumenten zelf eigenaar en hebben we vanuit die rol ook de rechtmatige taak om hier goed voor te zorgen. Behouden Onder deze ambitie valt ook het behouden van erfgoed. Het behoud van erfgoed gebeurt enerzijds door het beheer en onderhoud en anderzijds door het ontwikkelen ervan. In veel gevallen betekent het ontwikkelen van erfgoed een nieuwe passende bestemming vinden, ook wel herbestemmen genoemd. De initiatiefnemer voor het behoud is de eigenaar. Dit kunnen particulieren zijn, maar in een aantal gevallen is de gemeente zelf eigenaar.

Onze rol in de ontwikkeling van erfgoed is niet alleen de rechtmatige en presterende rol, maar ook de netwerkende overheid of responsieve, participerende overheid. Dit verschilt per (herbestemmings) casus. Waar dat functioneel en gewenst

25

is, denken we actief mee, faciliteren we initiatieven en leggen we verbindingen. Wat niet betekent dat we initiatieven overnemen en de uitvoering op ons nemen. Regelmatig vragen monumenteneigenaren om hun erfgoedobject te mogen aanpassen in aard en/of functie. Vanuit het doel behoud van het object, kijken we daar ruimdenkend naar. Dat houdt in dat we verschillende factoren meewegen als het aankomt op keuzes over de toekomst van erfgoed zoals functie, locatie, cultuurhistorische waarde, koppelkansen, financiering enzovoort. Erfgoed is geen losstaand gegeven en het behoud ervan door ontwikkeling bekijken we dan ook vanuit een brede context. Als het gaat om gebouwde monumenten levert de Erfgoedcommissie maatwerk in de vorm van advisering en maakt daarbij een gebalanceerde afweging tussen de toekomstige functie van erfgoed en de cultuurhistorische waarden. 2. We willen het erfgoed ontsluiten voor een breed publiek Actielijn: beleven Beleven Het beleefbaar maken van erfgoed om bij te dragen aan het ontsluiten van erfgoed voor een breed publiek zullen wij vooral oppakken vanuit de rol van netwerkende overheid of responsieve, participerende overheid.

Dit onderwerp leeft sterk in de Osse gemeenschap getuige de vele initiatieven: enthousiaste communicatie over nieuwe activiteiten en over restauraties van panden, de Osse historie in cultuurproducties, exposities van Museum Jan Cunen, de informatie van de Heemkundekringen, het plaatjesboek van Jumbo van Bergen, activiteiten van scholen, de huizenschildjes in Megen, de rondleidingen in de molens, de vele individuele boeken en publicaties, de aandacht voor eigen projecten zoals in Ravenstein

26

het Bolwerk van Philips van Kleef en de Luciakerk, in Megen de kloosters, in Lith de paden, in Geffen de kerk en ‘Effe naor Geffe’. In beginsel hebben wij hierin geen rol anders dan dat wij hieraan zo nodig en mogelijk ruimte geven. Waar nuttig, gewenst en mogelijk faciliteren we, brengen we partijen samen en leggen we verbindingen. Een initiatief is over het algemeen kansrijker en heeft meer draagvlak als het bottom-up wordt georganiseerd. Dat neemt niet weg dat we ook regelmatig zelf het initiatief nemen en samenwerking op zoeken. Denk aan het boekje Mens en Maasland, het ontwikkelen van routes, de Zuiderwaterlinie en het benutten van koppelkansen zoals in het project Meanderende Maas. 3. We willen de vele samenwerkingsverbanden op het gebied van erfgoed versterken Actielijn: betrekken Betrekken Het versterken van samenwerkingsverbanden past binnen onze rol als netwerkende overheid/ responsieve, participerende overheid. De netwerkende overheid is hier duidelijk: we nemen in een aantal gevallen het initiatief bij het zoeken van nieuwe samenwerkingsverbanden met partijen én onderhouden de samenwerkingsverbanden die er al zijn. We zijn als een spin in het web en zoeken naar koppelkansen en betrekken stakeholders hierbij. Bijvoorbeeld door aan te sluiten bij landelijke en provinciale ontwikkelingen, visies en netwerken om het erfgoed verder te promoten en ondersteunen.

Daarnaast sluiten we graag aan bij samenwerkingsverbanden die niet vanuit ons worden geïnitieerd, maar waar wij wel kunnen meedenken en -praten.

Hoofdstuk 3 | Samenwerking met het erfgoedveld In het vorige hoofdstuk is duidelijk geworden dat de vele partijen binnen ons erfgoedveld heel actief zijn en belangrijk voor de gemeente. Door hun kennis, enthousiasme en initiatieven geven ze het erfgoed kleur. Hoe zien we hun rol in relatie tot die van ons? Hoe ziet onze gedroomde samenwerking en rolverdeling eruit? En waar zien wij koppelkansen?

We mogen als gemeente trots zijn op ons Osse erfgoedveld, want zoals op de infographic is te zien, is dit enorm groot en divers. We zijn niet alleen rijk aan erfgoed, maar ook aan monumenteneigenaren, heemkundekringen, monumentenstichtingen, stadsgidsen, werk- en klankbordgroepen, archeologische verenigingen, molenstichtingen, het Stadsarchief, Museum Jan Cunen en Stichting Landschapsbeheer. Daarnaast zijn we onderdeel van een aantal provinciale en nationale samenwerkingsverbanden, waaronder de Federatie van Grote Erfgoedgemeenten, Bestuurlijk Platform Erfgoedgemeenten, Vereniging van Nederlandse Vestingsteden, Zuiderwaterlinie en hebben we nauwe contacten met het Rijksmuseum van Oudheden en de Universiteit Leiden.

Lokale erfgoedveld We vertrouwen erop dat het lokale erfgoedveld ook de komende jaren veel initiatieven zal nemen in het uitvoeren van projecten, publieksactiviteiten en herbestemmingen. En dat zij ons weet te vinden voor het meedenken en faciliteren daarvan en om ons netwerk in te zetten. We schetsen kort een beeld van een aantal stakeholders. Zoals genoemd in de inleiding zijn in 2017 vier werk-/ klankbordgroepen gevormd tijdens een bijeenkomst met het erfgoedveld: Archeologie, Industrieel Erfgoed, Religieus Erfgoed en Zuiderwaterlinie. Ze hebben een adviserende rol. In die zin verschillen ze van de andere stakeholders, want

ze geven op hun terreinadvies aan de gemeente. De werkgroep Industrieel Erfgoed heeft bijvoorbeeld een lijst samengesteld met karakteristieke en bijzondere panden die de gemeente de komende tijd gaat gebruiken bij de aanwijzingen van nieuwe gemeentelijke monumenten. En de stuurgroep kerkenvisie, bestaande uit een aantal leden van de werkgroep Religieus Erfgoed, heeft ons bijgestaan door het opstellen van een kerkenvisie in het kader van de Rijkspilot kerkenvisie, recent aangevuld met een advies gericht op kloosters. De tweede stakeholder die we specifiek willen noemen is het Stadsarchief Oss. Het Stadsarchief is spin in het erfgoed-web en heeft, in samenwerking

27

met het erfgoedveld, een voortrekkersrol in het ontsluiten van ons erfgoed voor een breed publiek. Om nog beter en dynamischer uit te dragen waar zij voor staat, hebben wij al vaker de suggestie gedaan om de naam te wijzigen van Stadsarchief Oss naar Erfgoedcentrum Oss. Ook het Museum Jan Cunen is voor ons een belangrijke partner. Herman Tibosch, directeur van het Museum Jan Cunen, heeft zich recentelijk in de ‘100 dagen brief’ uitgesproken voor een laagdrempelig museum, meer zichtbaarheid en een innovatieve programmering waarbij de geschiedenis van Oss en het Maasland een belangrijke rol moeten gaan spelen. Met het project ‘Jan Cunen is van OnSS’ wil het museum die ambitie de komende tijd structureel gaan realiseren.

Provinciale en nationale erfgoedveld Naast het lokale netwerk staat op de infographic ook het bredere, regionale en nationale erfgoedveld, waaronder Natuurmonumenten, de Maas- en Peelhorst, Vestingsteden, Zuiderwaterlinie,

28

Waterschap Aa en Maas, de Provincie Noord-Brabant, het Brabants Historisch Informatie Centrum (BHIC), de buurgemeenten, het Rijkmuseum van Oudheden en de Universiteit Leiden vallen. Erfgoed kent eigenlijk geen harde grenzen. Het zegt iets over onze identiteit, maar waar deze identiteit begint en stopt, is niet hard af te grenzen. Daarom moeten we ook over onze gemeentegrenzen heen kijken en daar de samenwerking blijven opzoeken en versterken. Dit vraagt energie die we er graag in stoppen, maar waar we ook kritisch naar kijken. Levert een samenwerking genoeg op voor het Osse erfgoed ten opzichte van de middelen en menskracht die dit vraagt? Dit is een afweging die we ook de komende jaren zullen blijven maken.

Koppelkansen Bovenop onze samenwerking met het lokale, provinciale en nationale erfgoedveld, willen we graag koppelkansen benutten. Erfgoed raakt veel andere beleidsterreinen én er worden al heel veel projecten en evenementen rondom erfgoed georganiseerd. Er

zijn vele mooie kansen om bij aan te sluiten, want op die manier beschermen, beheren, behouden, beleven en betrekken we het Osse erfgoed. Daarnaast bieden koppelkansen financieringsmogelijkheden. Denk bijvoorbeeld aan het project van de Meanderende Maas, waarbij de dijk tussen Ravenstein en Lith wordt versterkt. Of het project Walkwartier waar een verdwenen historische gevel wordt teruggebouwd. De jaarlijks of tweejaarlijks terugkerende erfgoedevenementen, waaronder de Archeologiedagen, Open Kerkendag, Open Monumentendag, Romeinendagen en de Maand van de Geschiedenis. Of bijvoorbeeld de jubilea, waaronder het 550-jarig bestaan van de Orde der Clarissen in Megen (2021, als onderdeel van het Brabants Kloosterjaar), 150 jaar fabrieksmatige margarineproductie wat voor het eerst werd gedaan door Antoon Jurgens (2021) en het 100-jarig bestaan van de farmaceut Organon (2021-2022). Allemaal mogelijkheden om ons erfgoed naar een hoger niveau te tillen, zodat het meer leeft onder inwoners en toeristen: we zijn trots en zuinig op ons erfgoed en vertellen dit graag door. Meanderende Maas

DEEL 2 | VISIE Hoofdstuk 4 | Acties In dit hoofdstuk schetsen we een doorkijk naar onze acties: wat willen we de komende tijd doen om onze ambitie waar te maken? Daarbij gaan we realistisch te werk. Onze ambitie, mogelijkheden en middelen moeten in evenwicht zijn. We hebben geen glazen bol en kunnen de toekomst niet voorspellen. Nieuwe kansen die zich aandienen, willen we kunnen pakken. De acties die we in 2022 willen uitvoeren, zullen dus concreter zijn dan de acties die we verder in de toekomst voor ons zien. Die laatsten blijven nu nog wat abstracter. Deze kleuren we jaarlijkse samen met het erfgoedveld verder in. Het programma is dus geen dichtgetimmerd draaiboek, maar een houvast. Op die manier houden we ruimte om gehoor te geven aan toekomstige initiatieven en kunnen we de koppelkansen die zich voordoen pakken. Hoewel de beschikbare menskracht en middelen beperkt zijn, heeft de aanpak van de afgelopen jaren laten zien dat we in samenwerking met het erfgoedveld van monumenteneigenaren, professionals en de vele enthousiaste vrijwilligers mooie resultaten kunnen boeken. Ons streven is om de in gang gezette lijn zoveel mogelijk vast te houden en verder uit te bouwen aan de hand van de vijf actielijnen: beschermen, beheren, behouden, beleven en betrekken.

Bij alle acties in het uitvoeringsprogramma staat daarom aangegeven onder welke actielijn(en) de actie valt en door wie de actie primair wordt uitgevoerd. Daarnaast vragen een aantal onderwerpen om extra aandacht. Die zijn hieronder, als zijnde oplegger van het uitvoeringsprogramma, van meer context voorzien.

Algemeen Om de in gang gezette lijn op het gebied van beschermen, beheren en behouden door te zetten, zullen we als rechtmatige en presterende overheid er in de eerste plaats naar streven om te doen wat we moeten doen. Dat betreft de noodzakelijke weging van erfgoed bij bestemmingsplannen en bouwaanvragen, archeologisch toezicht, toezien op de wijze waarop met monumenten wordt omgegaan, subsidieverstrekking daarvoor, handhaving en het opstellen van cultuurhistorische paragrafen in bestemmingsplannen. De invoering van de Omgevingswet stelt daaraan nieuwe eisen. We onderhouden hierbij de con

tacten met de Erfgoedcommissie. We werken daarnaast aan de actielijnen beleven en betrekken, zijn klankbord voor het erfgoedveld en doen mee in het netwerk; we vullen de communicatie en promotie in door het, waar mogelijk, zichtbaar maken van ons erfgoed. Dit alles voor zover de bestaande capaciteit en middelen hiervoor ruimte bieden. Voor specifieke activiteiten vragen we zo nodig incidenteel extra middelen.

Aandachtspunten De basis op orde Om op de verschillende ontwikkelingen in te spelen die zijn geschetst bij de ‘aanleiding’ van deze visie (pagina 9 t/m 12), moeten we minimaal de basis op orde hebben. Wat houdt die basis in? Deze bestaat onder anderen uit het opstellen van een erfgoedplan, monumentenzorg, collectiebeheer en archeologie. Hieronder staan de basispunten kort omschreven. Erfgoedplan De afgelopen decennia zijn er een aantal erfgoedplannen opgesteld. Dit zijn plannen waarin de cultuurhistorische waarden van een aantal deelgebieden in de gemeente zijn omschreven en zijn ingetekend op kaarten. Deze plannen omvatten echter niet de gehele huidige gemeente (Geffen ontbreekt bijvoorbeeld), zijn niet gedigitaliseerd en niet altijd meer actueel. We moeten er dus voor zorgen dat er één integraal,

29

gedigitaliseerd erfgoedplan komt. Deze nieuwe inventarisatie is nodig om tijdig koppelkansen te herkennen en hierop in te kunnen spelen. Dit is extra relevant vanwege de naderende Omgevingswet en de gebiedsvisies die momenteel worden gemaakt. Een integraal erfgoedplan dient namelijk als onderlegger van de gebiedsvisies en de Omgevingsvisie. Kortom: we weten wat voor prachtig erfgoed we in huis hebben, maar het totaaloverzicht ontbreekt. Het is dan ook urgent om onze basis op orde te brengen. Om vandaaruit zowel onze rol als presterende en rechtmatige overheid als onze rol als netwerkende, responsieve en participerende overheid beter invulling te kunnen geven. Monumentenzorg We hebben de interne organisatie die gaat over monumentenzorg versterkt, zoals bij de afdeling Vergunningen, Toezicht en Handhaving. Daarmee lopen we in 2021 en 2022 de achterstand in door monumenten aan te wijzen en kunnen we beter toezicht houden. Ook starten we in 2022 met het traject om nieuwe gemeentelijke beschermde stads- en dorpsgezichten aan te wijzen. Het aanwijzen van nieuwe monumenten en stads- en dorpsgezichten zorgt ervoor dat ook de historisch waardevolle gevels worden beschermd (die horen dan of bij een monument of vallen binnen het beschermd stadsgezicht).

Daarnaast is het belangrijk om op termijn na te denken over hoe we kunnen faciliteren in het verduurzamen van monumenten, en op die manier ons erfgoed toekomstbestendiger kunnen maken. Collectiebeheer De gemeentelijke collectie is in beheer bij het Museum Jan Cunen (driedimensionaal) en bij het Stadsarchief Oss (tweedimensionaal). We hebben geconstateerd dat het collectiebeheer met name bij het Stadsarchief - nu niet optimaal geregeld is. Een belangrijk aandachtspunt, want de gemeentelijke collectie vormt de basis voor de

30

publieksactiviteiten die door zowel het Museum Jan Cunen als het Stadsarchief Oss worden georganiseerd en bijdragen aan het beleefbaar maken én betrekken van inwoners (jeugd en volwassenen) en toeristen bij het Osse erfgoed. Daarom pakken we het collectiebeheer intern op vanuit de samenwerking tussen erfgoed en cultuur. We bespreken dit met Museum Jan Cunen en het Stadsarchief Oss (en De bibliotheek). Met als doel de afspraken rondom het beheer van onze gemeentelijke collecties uit 2016 te herijken. Archeologie Evenals monumentenzorg valt ook archeologie onder de rechtmatige taken die we als gemeente moeten uitvoeren. Het is een aandachtspunt, omdat er de komende jaren veel zal worden gebouwd. Alle nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen moeten getoetst worden op archeologie. Dit is een rechtmatige taak die valt onder de basis op orde, maar veel werk meebrengt voor de huidige bezetting. Ook moet er nieuw archeologiebeleid worden opgesteld met daarbij een onderliggende archeologische waardenkaart. Zo nodig moet extra ondersteuning worden ingehuurd.

Initiatieven uit het erfgoedveld We ontvangen veel voorstellen en initiatieven uit het erfgoedveld. Vaak wordt gevraagd om extra ondersteuning; financieel, via ons netwerk of door vergunningverlening. Hierin moeten we keuzes maken. Dat kan tot teleurstellingen leiden.

Religieus erfgoed Oss is zeer rijk aan religieus erfgoed. Getalsmatig, met 140 religieuze objecten waarvan 71 rijksmonumenten en 41 gemeentelijke monumenten. Dit erfgoed is onderdeel van het verhaal van Oss. De betrokkenheid van inwoners bij het behoud, leeft breder dan bij alleen de kerkgangers. Oss is door het Rijk aangewezen als pilotgemeente om te komen tot een kerkenvisie, die ingaat op behoud en aan-

pak van ons kerkelijk religieuze erfgoed. De gemeenteraad heeft vervolgens, in oktober 2018, een motie aangenomen waarin het College van B&W wordt opgedragen deze pilot te vertalen naar een Osse visie religieus erfgoed met een plan van aanpak. We hebben een externe stuurgroep gevraagd deze visie voor ons op te stellen. Deze visie is in 5 april 2020 aangeboden aan het College. Als vervolg hebben we de stuurgroep ook gevraagd een analyse te maken van de kloosters en voormalige kloosters in Oss. Zodat we samen met de kerkenvisie over een totaaloverzicht beschikken. Kerkenvisie De stuurgroep beschrijft in haar rapport de actuele situatie in de verschillende Osse gemeenschappen en doet aanbevelingen aan de betrokken partijen voor de aanpak. De stuurgroep heeft daarvoor met veel partijen gesproken. Verwacht wordt dat er meer kerkgebouwen aan de eredienst zullen worden onttrokken. Herbestemming is nodig om leegstand te voorkomen. Hoewel primair de eigenaar aan zet is, acht de stuurgroep het (vroeg) tijdig aangaan van de dialoog met de verschillende betrokken partijen, waaronder de gemeente en de plaatselijke gemeenschap essentieel voor een toekomstbestendige uitkomst. De aanbevelingen in de kerkenvisie

richten zich primair op de eigenaren, waaronder met name de kerkbesturen en het bisdom, op de gemeenschap en op de gemeente. Richting de kerkbesturen wordt aangedrongen om een gebouwenplan op te stellen en hierover vroegtijdig en zorgvuldig in gesprek te gaan met het bisdom, de gemeente en met de lokale gemeenschap. De stuurgroep constateert dat de kerkbesturen behoefte hebben aan ondersteuning en roept daarom het bisdom op de parochies actief te ondersteunen. Het rapport gaat nadrukkelijk in op de betrokkenheid van de lokale gemeenschap in de dialoog. De stuurgroep doet voor de gemeente de volgende aanbevelingen (zie hoofdstuk 12 van de kerkenvisie). Wij geven per aanbeveling aan hoe we daarmee om willen gaan: Faciliteer initiatieven die gericht zijn op het bevorderen van de dialoog en de ideeënontwikkeling rond de instandhouding van kerkgebouwen Dit past goed bij onze rol die we primair bij de actielijn ‘behoud’ willen pakken: de netwerkende overheid. Niet als initiatiefnemer maar wel om initiatieven te ondersteunen. We vinden het ook een juiste rol bij de problematiek van vrijkomende kerkgebouwen. Een voorbeeld is de Learning Community Religieus Erfgoed Oss, die genoemd is in de kerken-

Een gezicht op Megen: Rijks beschermd stadsgezicht van de gemeente Oss.

5 In de kerkenvisie staat onbedoeld vermeld dat de St. Jan de Doperkerk in Neerlangel leegstaat, er al enige tijd geen misvieringen meer plaatsvinden, de kerk nog niet aan de eredienst is onttrokken en de onderhoudskosten voor de rekening van het parochiebestuur zijn. Stichting Neerlangel Historie en Toekomst heeft de stuurgroep en gemeente laten weten dat dit niet correct is. De kerk is nog in gebruik (staat niet leeg), blijft behouden voor de eredienst en andere liturgische vieringen en alle onderhoudskosten zijn voor rekening van de stichting.

31

visie. Een mooie samenwerking tussen Osse parochies, de Talentencampus en de Eindhoven University of Technology (TU/e). Zij hebben gevraagd ons te ondersteunen om de community meer structureel te kunnen maken. Hiertoe is in juli 2021 een motie aangenomen en hiervoor is budget gereserveerd in de begroting. Er lopen contacten om dit vorm te geven. Verken in wijken en dorpen waar er behoefte is aan een gemeenschapshuis de mogelijkheid of een vrijkomend kerkgebouw hiervoor geschikt is Bij de verkenning van zo’n vraag gaan we als gemeente altijd breed te werk. In zowel Ravenstein als Overlangel zijn deze opties bijvoorbeeld meegenomen en meegewogen.

Plafondschildering H. Sebastianuskerk Herpen

Betrek religieus erfgoed zoveel mogelijk bij ruimtelijke ontwikkelingsplannen Uiteraard nemen we kerkgebouwen mee als we bezig zijn met een plan voor een gebied waarin die kerk staat. Dat geldt overigens ook als we bestemmingsplannen maken. Een voorbeeld daarvan is dat de gevraagde herontwik-

keling van de Luciakerk in Ravenstein die vrijwel geheel past in het bestaande bestemmingsplan voor Ravenstein. Ontwikkel een gemeentelijke herbestemmingsagenda We ondersteunen de stuurgroep in zoverre herbestemming en hergebruik invulling geeft aan behoud door ontwikkeling. We faciliteren op een actieve manier. Het is iets anders om een gemeentelijke herbestemmingsagenda op te stellen. We werken daarin meer generiek: vanuit de Omgevingswet stellen we gebiedsvisies, een Omgevingsvisie en uiteindelijk een Omgevingsplan op. In die plannen geven we aan wat de mogelijkheden zijn. We stellen geen aparte agenda op voor onze kerkgebouwen. Dat draagt het risico in zich dat mogelijke herbestemmingen worden uitgesloten die later toch wenselijk blijken te zijn. Het komt telkens aan op ruimte bieden en flexibel faciliteren. Pak de regierol in situaties waar een impasse ontstaat in het herbestemmingstraject Wij vinden het belangrijk goed in verbinding te staan met initiatiefnemers en te beoordelen wat wanneer nodig is. Dan kan het zijn dat we een regierol pakken als dat echt nodig is. We bekijken en bespreken eerst wat er nodig is voordat we overwegen een rol te pakken. Overigens geeft de stuurgroep in haar voorbeeld van de Luciakerk te Ravenstein terecht aan dat dat ook een rol achter de schermen kan zijn.

Stel een voucherregeling op om het mogelijk te maken dat knelpunten worden opgelost Het provinciale ErfgoedLab had tot voor kort een voucherregeling waar eigenaren van monumenten gebruik van konden maken bij hun verkenning tot eventuele herbestemming. Het ErfgoedLab is echter opgeheven door de provincie. De subsidieregeling wordt door de provincie geherprioriteerd. De Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed heeft subsidieregelingen onder anderen voor herbestemming voor monumenteigenaren. Wij gaan

32

mede daarom als gemeente geen extra voucherregeling opzetten. Geef de Garnizoenskerk een toekomstbestendige functie Deze kerk is gemeentelijk eigendom en wordt nu verhuurd aan de protestante gemeenschap van Ravenstein en omstreken. Zij heeft in vervolg op de herbestemming van de Luciakerk met de katholieke gemeenschap afgesproken dat ook die in de Garnizoenskerk welkom zijn. Wij zijn blij met dit initiatief. Ontwikkel een aansprekend gemeentelijk toeristisch beleid waarbinnen religieus erfgoed een van de themalijnen is Dat hebben we gedaan met onze visie op recreatie en toerisme genaamd ‘Verbinden en vertellen’. Verhaallijnen, waaronder die van het religieuze erfgoed, staan daarin centraal om voorzieningen en aantrekkelijkheid op te bouwen. Zo ook de door de stuurgroep aangegeven verhaallijn over de Zuiderwaterlinie. Bed de gemeentelijke kerkenvisie in, in de gemeentelijke Omgevingsvisie De Omgevingsvisie is juist bedoeld als de integrale visie op de fysieke leefomgeving. De kerkenvisie is via deze paragraaf allereerst onderdeel geworden van de erfgoedvisie en zal via die lijn ook zijn doorwerking krijgen naar de gebiedsvisies en de Omgevingsvisie. Daarnaast benoemt de stuurgroep de rechtmatige rol van de gemeente bij monumenten in de vorm van vergunningverlening en toezicht houden. Zij bevelen aan die rol stevig te pakken Zie daarvoor de paragraaf ‘De basis op orde’.

De stuurgroep maakt daarbij terecht de opmerking dat in het geval van herbestemming de context van financiële haalbaarheid altijd een belangrijke rol speelt en de gemeente goed het evenwicht moet bewaken tussen haar toezichthoudende rol en de faciliterende rol. Kloostervisie Naast de kerkenvisie heeft de stuurgroep voor de gemeente ook een

analyse gemaakt van de (voormalige) kloosters in Oss. Alle voormalige kloosters in Oss zijn herbestemd. Voor de kloosters in Haren en Berghem wordt door de eigenaren momenteel gewerkt aan een nieuwe bestemming. Ook daar past ons als gemeente een actieve, ruimtegevende, faciliterende rol. Vanwege de ouderdom en de omvang van de gebouwen is herbestemming veelal ook hier een ingewikkelde puzzel. Oss kent in Megen twee levende kloostergemeenschappen. De stuurgroep typeert dat als een unieke situatie, extra nog vanwege de ligging in het historische stadje Megen en de verbindingen daarmee: het ‘Assisi van het Noorden’. Het Clarissenklooster is een van de zes unieke kloosters op de lijst van onze Provincie.

Landschappelijk erfgoed Landschappelijk erfgoed is een belangrijk onderdeel binnen ons erfgoed. Met het project de Meanderende Maas en de Gebiedsvisie Vitaal Buitengebied heeft dit actueel aandacht. We hebben tot nu toe een aantal waarden ervan beschermd in bestemmingsplannen (vooral voor het buitengebied). De komende jaren willen we een beweging maken waarbij we op een meer actieve manier voor bescherming willen zorgen. Vooral door te kijken naar koppelkansen die in ons buitengebied spelen om zo het landschappelijk erfgoed beter zichtbaar te maken. Dit onderwerp speelt een nadrukkelijke rol in de gebiedsontwikkeling van het waterveiligheidsproject Meanderende Maas. Een integraal erfgoedplan (zie punt 1) is daarbij van grote ondersteunende waarde voor de Omgevingsvisie en het Omgevingsplan.

Publieksprojecten Publieksprojecten zijn belangrijk voor het beleefbaar maken van erfgoed en het betrekken van inwoners en toeristen bij het erfgoed. We willen daarin meer continuïteit aanbrengen. Dit doen we in nauwe samenwerking met monumenteneigenaren, het Stadsarchief

33

Oss, Museum Jan Cunen, andere culturele instellingen, de heemkundekringen, onze toeristische informatiecentra en externe partners. We zijn daarbij alert op de vele actualiteiten: archeologisch onderzoek aan de Gewandeweg door studenten van de Universiteit Leiden, de nieuwe tentoonstellingen in Museum Jan Cunen over historisch Oss, de publicatie van het boek over de Ravensteinse kelders, herbestemmingen van monumenten zoals van het Klooster Nazareth, jubilea zoals van de zusters Clarissen en 100 jaar farmaceutische industrie in Oss, de nationale 5 mei-viering 2022, nieuwe routes zoals de fietsroute ‘Tempels langs de Maas’ en die van de Stichting Vrijstaat Ravenstein samen met het Routebureau van Visit Brabant, de planontwikkeling van het project Meanderende Maas, promotionele samenwerking zoals met de Maasgemeenten en de Zuiderwaterlinie en de vele initiatieven van particulieren zoals de historische plaatjesactie. We ondersteunen de toeristische informatiecentra en zoeken nadrukkelijker het contact met de scholen in Oss. Daarbij helpt het in de publieksontsluiting dat de Osse media geïnteresseerd zijn in publicaties over de historie en daar aandacht aan besteden in columns, publicaties en reportages.

34

Middelen Eerder hebben we al opgemerkt dat de structurele middelen voor erfgoed beperkt zijn. Voor incidentele activiteiten zullen we concrete plannen voorleggen. Daarbij zoeken we intensiever naar externe bronnen waaronder subsidies. Vaak is cofinanciering de sleutel daarvoor. We zijn hiermee de goede weg ingeslagen. Maar als we aan onze ambitie willen vasthouden, zullen we vervolgstappen moeten zetten. Daarbij onderzoeken we ook of nieuwe vormen van verbinding met partners zoals het Stadsarchief Oss en Museum Jan Cunen, en andere gemeenten, ons kunnen helpen om onze erfgoed-inzet naar een hoger niveau te tillen.

Uitvoeringsprogramma Wat

Actielijn(en)

Wie

De basis op orde brengen

De basis op orde brengen

G

Beschermen, beheren en behouden

G

Erfgoedprojecten realiseren in het kader van de Meanderende Maas (o.a. terugbrengen bakenbomenstructuur en kademuur en hoornwerk Ravenstein) en verkennen of er in de toekomst meer projecten mogelijk zijn (o.a. landgoedontwikkeling Huis te Dieden en Fort Luttereind)

Beschermen, beheren en behouden

G

Waar het past, erfgoed en historie meenemen in participatietrajecten rondom nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen (o.a. uitbreidingswijk aan de westkant van Ussen)

Beschermen, beheren, behouden en betrekken

G

Concreet in 2022 - Intekenen van cultuurhistorische elementen (lees: monumenten en landschappelijk erfgoed) van de hele gemeente Oss in het Geografisch Informatie Systeem (GIS) als eerste stap naar een integraal, gedigitaliseerd erfgoedplan - Aanwijzen van 100 nieuwe monumenten (o.a. de ziekenhuiskapel, post ’65 gebouwen op de begraafplaats Hoogen Heuvel, het graf van wachtmeester Hoekman, Stadsvilla’s uit de jaren ’30 in de stad Oss en boerderijen in Lith) - Opstarten van de aanwijzing van nieuwe gemeentelijk beschermde stads- en dorpsgezichten. In dit traject verkennen we o.a. of het centrum van Geffen en de paden in Lith kunnen worden aangewezen als gemeentelijk beschermde dorpsgezichten - Alert blijven en koppelkansen benutten om de de poort (timpaan) van het voormalige Sint Anna-ziekenhuis, in samenspraak met de eigenaar, tijdelijk of structureel een nieuwe bestemming te geven - Extra middelen ter beschikking stellen voor het collectiebeheer van het Stadsarchief Oss en het Museum Jan Cunen (opgenomen in Programmabegroting 2022-2025) - Opstellen van een archeologische waardenkaart

Erfgoed laten landen in de gebiedsvisies en vanuidaar in het uiteindelijke Omgevingsplan Concreet in 2022 - Borgen van erfgoed in de gebiedsvisies ‘Stad’ en ‘Stadjes en Kernen’

35

Wat

Actielijn(en)

Wie

Faciliteren van educatieve projecten en (meer) educatie over Osse historie op scholen in de gemeente

Beschermen, beheren, behouden, beleven en betrekken

S

Beschermen, beheren, behouden, beleven en betrekken

S

Beleven en betrekken

S

Concreet in 2022 - Organiseren van de archeologische Field School voor studenten van de Universiteit Leiden (mei/juni) - Organiseren van een Learning Community Religieus Erfgoed (opgenomen in Programmabegroting 2022-2025) - Waar gewenst, en mogelijk, faciliteren van educatieprojecten van het Stadsarchief Oss.6 Denk aan: digitale scheurkalender voor groep 5 t/m 8 met 12 thema’s over kunst en erfgoed in de gemeente Oss en het ontwikkelen van educatief materiaal voor de landelijke bevrijding op 5 mei en over Joden in Oss

Actief deelnemen aan het nieuwe programma van de Zuiderwaterlinie en dit benutten om de zichtbaarheid van de gemeente Oss te vergroten Concreet in 2022 - Bijdragen aan de Herdenking van het Rampjaar door lokale initiatieven aan elkaar en/of de overkoepelende organisatie te verbinden - Plaatsen van informatiepanelen over de Zuiderwaterlinie in Lith - Afronden van de herinrichting van Pad 10 van het Lithse padenplan - Afronden van de lopende onderdelen van de Bolwerkenroute - Versterken van het Zuiderwaterlinieverhaal (gastheren en -vrouwen in het gebied, toeristische informatiecentra) - Verkennen van meer zichtbaarheid voor de Stelling van Lithoijen - Verkennen of er een informatiepunt over de Zuiderwaterlinie kan landen in onze gemeente

Faciliteren en/of organiseren van publieks-projecten rondom erfgoed Concreet in 2022 - Plaatsen van informatiepanelen over de geschiedenis van Huize Nazareth in de openbare kloostertuin van het voormalige klooster in Ravenstein - Waar gewenst, en mogelijk, aansluiten bij het project ‘Jan Cunen is van OnSS’ dat het Museum Jan Cunen recentelijk is gestart 7

36

6 Het Stadsarchief Oss wil de regionale geschiedenis voor een breed publiek toegankelijk maken. Dit gebeurt niet alleen door het beschikbaar stellen van archiefbronnen, maar ook door het organiseren van tentoonstellingen, activiteiten en educatieve op het gebied van erfgoed. Een overzicht van de activiteiten is te vinden op hun website: www.stadsarchiefoss.nl.

Wat -

-

Actielijn(en)

Wie

Beleven en betrekken

G

Beleven en betrekken

S

Beleven en betrekken

S

Beleven en betrekken

G

Starten van een nieuwe Ossensia-reeks; een reeks tijdschriften over de historie en archeologie in de gemeente Oss Realiseren van een volgende rotonde met een historisch thema Verkennen of er op een passende manier toekomst kan worden geven aan de tentoonstelling Mens en Maasland

Kansen benutten om resultaten van erfgoedprojecten en onze verhaallijnen te promoten Concreet in 2022 - Opstarten van een pilot voor een erfgoedinspiratiebrief die wordt verspreid onder het erfgoedveld

Kansen pakken/aansluiting zoeken bij terugkerende (landelijke) publieksdagen: Open Monumentendag, Nationale Romeinenweek, Nationale Molendag, Nationale Archeologiedagen, Oerfestival, Maand van de Geschiedenis Concreet in 2022 - Organiseren van een programma voor de Nationale Archeologiedagen (juni) - Organiseren van een programma voor de Open Monumentendag (september)

Koppelen van erfgoed met relevante kroonjaren en/of jaarthema’s Concreet in 2022 - Aansluiting zoeken bij de nationale viering van 5 mei in Oss (mei) - Bijdragen vanuit erfgoed aan het themajaar 100-jaar Life Science

Organiseren van een jaarlijkse bedankdag voor het erfgoedveld Concreet in 2022 - Organiseren van een bedankdag in het eerste kwartaal van 2022

7 Het Museum Jan Cunen organiseert verschillende tentoonstellingen en educatieprojecten, ook rondom erfgoed en geschiedenis. Een overzicht van de tentoonstellingen en activiteiten is te vinden op hun website: www.museumjancunen.nl.

37

Wat

Actielijn(en)

Wie

Organiseren van een tussentijdse, jaarlijkse evaluatie van het uitvoeringsprogramma met het erfgoedveld. Tijdens deze evaluatie kleuren we ook samen met het erfgoedveld het programma in voor het jaar daarop

Betrekken

G

Concreet in 2022 - Organiseren van een eerste evaluatie en vormgeven van een concrete uitvoeringsprogramma voor 2023 in het laatste kwartaal van 2022

38

Ravenstein

39

Bijlagen De vijf verhaallijnen 1. VONDSTEN EN VORSTEN Ver voor het begin van onze jaartelling woonden er al mensen in Oss. Streken zoals het Maasland, waar zand en klei elkaar raken, zijn al eeuwen aantrekkelijke plaatsen om te wonen. De Maas zorgde hier voor vruchtbare weidegronden, terwijl de hogere gebieden bos en beschutting boden. De bewoners begroeven hier ook hun doden in paalgraven. Een daarvan, het Vorstengraf, is met een doorsnede van maar liefst 53 meter de grootste grafheuvel van Nederland! Daarin werd in 1933 een uniek kromgebogen en met goud ingelegd zwaard gevonden. Dit prehistorische landschap ten zuiden van de stad Oss is gereconstrueerd en laat bezoekers nu weer ervaren hoe het er hier uitgezien moet hebben, duizenden jaren geleden. Sinds de vondst van het kromgebogen zwaard kent Oss een rijke opgravingsgeschiedenis. In een groot deel van Oss zijn sporen teruggevonden van bewoning uit de steen-, brons- en ijzertijd. De vondsten verschillen van vuurstenen werktuigen en aardewerk scherven tot plattegronden van hele boerderijen. Ook langs de Maas zijn sporen van oude bewoning teruggevonden. Uit de prehistorie en uit de Romeinse tijd. Zo zijn bij baggerwerkzaamheden in de jaren zeventig en tachtig van de vorige eeuw grote blokken tufsteen en kalkstenen ornamenten teruggevonden.

De rijkversierde steenfragmenten en de afmetingen van de blokken doen vermoeden dat bij Kessel misschien wel de grootste en meest monumentale tempel van Romeins-Nederland heeft gelegen! Belangwekkende andere vondsten die werden gedaan door amateurarcheologen tijdens het baggeren, waren zo’n 650 menselijk botten en een groot aantal wapens: zwaarden, helmen speer- en pijlpunten en nog veel meer. Een deel van de botten was lelijk toegetakeld. In één schedel is duidelijk een gat van een pijlpunt te zien. Op basis van deze vondsten en het door Julius

40

Caesar geschreven boek ‘Over de oorlog in Gallië’ denken archeologen dat Julius Caesar hier in het Maasland in 55 voor Christus in een zeer gewelddadige strijd verwikkeld was met twee Germaanse stammen: de Tencteren en Usipeten.

Het gereconstrueerde Vorstengraf van Oss. De grootste grafheuvel van Nederland.

Veel Osse vondsten behoren tot de topstukken van het Rijksmuseum van Oudheden. Zo ook het krom gesmede zwaard van Oss met situla.

Paalgraven (Zevenbergen) een gereconstrueerd prehistorisch landschap ten zuiden van de stad Oss.

41

Drijvende ijzertijdboerderij in wijkpark de Strepen in 2018.

Baggervondst uit de Maas: een toegetakelde schedel uit de Romeinse tijd. Was Julius Caesar hier?

Oss kent een lange opgravingsgeschiedenis. Amateurarcheologen vinden tempelstenen langs de Maas bij Kessel.

42

Een van de heuvels op Paalgraven werd ooit gebruikt als Galgenberg van het Land van Ravenstein. Een reconstructie van de Galgenberg is in 2018 geplaatst.

Een metershoge reconstructie van het krom gesmede zwaard van Oss prijkt na een grootse opening in 2019 op de rotonde voor Museum Jan Cunen op de toegangsweg richting het centrum. Bij het zwaard is door het Stadsarchief Oss een project gemaakt voor basisscholen: Rondom het zwaard van Oss. Een aantal van de deelnemende scholen heeft een mini-situla, een soort tijdscapsule, begraven onder het kunstwerk midden op de rotonde. Leerlingen hebben hierin spullen gestopt die nu belangrijk voor hen zijn, en die de archeologen van de toekomst weer op kunnen graven. Ook wethouder Johan van der Schoot en de ontwerpers van het kunstwerk, Sjef Hoogstede en Julie Wulfhorst, hebben een situla begraven.

Oss is een van de grootste opgravingslocaties van Nederland, zelfs van West-Europa. Nog steeds doet de Universiteit van Leiden hier opgravingen. Hier zijn de archeologen aan het werk bij Paalgraven.

43

Bijbehorend educatieprogramma ‘Rondom het zwaard van Oss‘ gemaakt door het Stadsarchief Oss uit 2019. Het Stadsarchief Oss heeft diverse lespakketten beschikbaar over het Osse archeologische erfgoed, bijvoorbeeld over de ijzertijd en Romeinse tijd (2019).

Bijbehorende glossy over de rotonde, het zwaard van Oss, het Vorstengraf en Paalgraven (2019).

De tentoonstelling Bagger! in Museum Jan Cunen met baggervondsten uit Kessel (2018-2019).

De tempelstenen van de tempel van Kessel zijn gescand in 3D door bureau Archeo3D en voor het eerst online toegankelijk gemaakt tijdens de Romeinendagen in 2020.

44

De publicatie ‘Onder Oss: een archeologisch verhaal’ over 45 jaar archeologisch onderzoek in Oss, geschreven door onze voormalige stadsarcheoloog Richard Jansen en Evert van Ginkel, werd tijdens de archeologiedagen in 2019 voor het eerst gepresenteerd aan het publiek in Museum Jan Cunen.

Informatiepaneel van de nieuwe recreatieve fietsroute ‘Tempels langs de Maas’. Gerealiseerd in samenwerking met gemeente Den Bosch. De fietsroute is in het voorjaar van 2021 geopend

45

2. KERKEN EN KLOOSTERS De mensen die in deze streek hun thuis hadden én hebben, beleefden én beleven hier ook hun spiritualiteit. De prehistorische Maaslanders begroeven hun doden op de hogere zandgronden onder grafheuvels. Met de Romeinen kwam een andere geloofsbelevenis die ook zijn tekenen heeft nagelaten. Hierna volgde de kerstening (het historisch bekeren, vaak massaal, van niet-christelijke volkeren tot het christendom) van deze streek. Rond het jaar 1000 had het christendom vrijwel overal zijn intrede gedaan. Praktisch ieder dorp in het Maasland had in die tijd die tijd een kerk. De toren van de Sint-Jan de Doperkerk van Neerlangel, gebouwd in de elfde eeuw, is zelfs de oudste overgebleven romaanse toren van Noord-Brabant. Met de Reformatie en de Nederlandse Opstand in de zestiende eeuw, kwamen de geloofsstrubbelingen ook naar deze regio. Pas na de Tachtigjarige Oorlog (1568-1648) brak een periode van relatieve rust aan. Brabant viel nu echter wel rechtstreeks onder de Staten-Generaal in Den Haag, die bepaalden dat hier alleen het protestantse geloof beleden mocht worden. In dit nieuwe ‘Staats-Brabant’ werden de kerken van de katholieken afgenomen en overgedragen aan de protestanten. De katholieken waren voortaan aangewezen op schuilkerken, of ze gingen naar het Land van Megen of het Land van Ravenstein.

Dit waren onafhankelijke ministaatjes waar in de zeventiende en achttiende eeuw wel geloofsvrijheid voor de katholieken was. Verschillende kloosterordes uit het ‘bezette’ deel van Brabant vestigden zich dan ook in deze vrije gebieden. De Sint-Annakapel van Koolwijk aan de grens met het ‘bezette’ Staats-Brabant werd in die tijd veel bezocht. De grote kloosterdichtheid die we nu nog kennen in deze eens onafhankelijke landjes is een direct gevolg van de geloofsvrijheid die er vroeger was. In Megen zijn tot op de dag van vandaag zelfs nog twee kloosterorden actief.

46

Toen de Fransen onder Napoleon rond 1800 hier de baas waren, werden de kerken weer teruggegeven aan de katholieken. De negentiende eeuw was in meerdere opzichten een tijd van herwonnen geloofsvrijheid. De opbloei van het katholicisme in een periode die we nu het ‘Rijke Roomse Leven’ noemen, drukte zijn stempel op onze geschiedenis en onze omgeving. Veel middeleeuwse dorpskerken werden in de tweede helft van de negentiende eeuw omgevormd tot kerken. De horizon van het Maasland is daarom bezaaid met negentiende-eeuwse kerkspitsen. Het katholicisme was alom aanwezig. Van het tafelgebed, de krant en de school, tot de vakvereniging en de sportclub. Ook de vrije tijd werd ingevuld langs katholieke lijn, met feesten die tot op de dag van vandaag in deze regio erg populair zijn: het carnaval en de kermis. Al is de religieuze component van beiden tegenwoordig ontegenzeggelijk een stuk minder prominent. Ook de joodse gemeenschap is voor deze regio van betekenis geweest. Verschillende van de grote Osse fabrieken zijn ontstaan uit Joodse familiebedrijven. In Lith en Oss hebben jaren synagogen gestaan. De Tweede Wereldoorlog heeft echter ook in deze streek de Joodse bevolking zwaar getroffen. In de gemeente Oss staat nog een synagoge, al is deze niet meer als geloofshuis in gebruik, en er zijn twee joodse begraafplaatsen te vinden: een aan de Hescheweg en een aan het Kraaijeven.

Die laatste is mogelijk zelfs de oudste joodse begraafplaats van Noord-Brabant. In getallen: in Oss staan er 34 kerken, 18 kapellen, 20 pastorieën en 19 (op 2 na voormalige) kloosters. Van al die gebouwen zijn er 39 Rijksmonument (waarvan 20 kerken en 5 kloosters), 33 gemeentelijk monument (waarvan 6 kerken en 9 kloosters) en 1 archeologisch monument. In de door een exter

ne stuurgroep opgestelde kerkenvisie (2020) en kloostervisie (2021) wordt hier nader op ingegaan.

De Sint-Annakapel van Koolwijk. Ooit een toevluchtsoord voor katholieken uit Staats Brabant, vandaag de dag nog steeds een bedevaartsoord.

De Sint Luciakerk in Ravenstein, gebouwd in 1735, is de enige Nederlandse kerk in Nederduitse barokstijl buiten de provincie Limburg. De bouw werd gefinancierd uit de opbrengsten van ‘de Ravensteinse Loterij’.

De Garnizoenskerk in Ravenstein. Hoewel het Land van Ravenstein onafhankelijk was, was er wel een overeenkomst met de Staten-Generaal van de Nederlandse Republiek. Zij mocht er een garnizoen huisvesten dat kon optreden tegen invallende Spaanse troepen. Dit protestantse garnizoen had behoefte aan een eigen kerk.

47

Mogelijk is het Willibrordusputje, waar ooit een Willibrordusboom en een kapel stonden, een oeroude religieuze plek. Nog in 1840 kwamen mensen van heinde en verre hierheen om te bidden onder de eikenboom en water uit de put te drinken. Dat hielp onder andere tegen koorts, zo werd beweerd.

Broeder Everardus Witte (1868 -1950), beter bekend als het ‘Heilig Bruurke’, was portier in het Franciscanerklooster en verbleef in dit klooster tot aan zijn dood. Hij had een eenvoudige levenswijze en kwam vooral in zijn gebeden op voor de onderkant van de gemeenschap. Na zijn dood werd hij daarvoor vereerd met een eigen kapel, waar nu nog dagelijks mensen in zijn mouwen of kraag een briefje met een wens achterlaten. Deze briefjes worden door de franciscanen betrokken in de eucharistievieringen.

Het franciscanenklooster in Megen met de liturgische kloostertuin ‘Hof van Lof’. Het klooster werd gesticht in 1648 nadat de Franciscanen in 1629 Den Bosch moesten verlaten na de capitulatie van de stad.

48

Het slotklooster ‘Sint-Josephberg’ van de clarissen in Megen. In 1717 vonden de Clarissen onderdak in Megen nadat zij uit Boxtel werden verdreven. Zij begonnen in 1721 met de bouw van het klooster. Het werd gebouwd op de fundamenten en binnen de gracht van het voormalige kasteel van de graven van Megen, dat in 1581 verwoest werd. In 1727 eigende de Republiek zich de inkomsten van het klooster toe, waarop de zuster nieuwe inkomstenbronnen moesten zoeken. Een daarvan was vanaf 1766 een hostiebakkerij. Dit doen de zusters tot op de dag van vandaag.

De Sint-Jan de Doperkerk in Neerlangel heeft de oudste overgebleven romaanse toren van Noord-Brabant. Deze stamt uit de elfde eeuw.

De Sint-Michaëlkerk in Dennenburg met bouwfasen daterend van de elfde tot de zestiende eeuw.

De Carnavalsmis. Het wordt tegenwoordig vaak vergeten, maar van origine is carnaval een katholiek feest.

49

Het Toorts Initiatief. Inwoners konden hun verhalen over religieus erfgoed delen door deze in reizende schatkisten te doen. Onderdeel van het Europees jaar van het cultureel erfgoed 2018. Project van The European Network of Historic Places of Worship.

Open Kerkendag in Oss (2019).

Publicatie ‘Religieus erfgoed in het Maasland’ tijdens de Open Kerkendag 2019.

50

3. VAN BOERENGAT TOT INDUSTRIESTAD De unieke combinatie van het hoger gelegen Oss – het centrum van de stad heet niet toevallig ‘de Heuvel’ – te midden van vruchtbaar rivierland, zorgde voor een levendige handel in vee en boter. Daaruit ontstond in de negentiende eeuw een industriële bedrijvigheid die Oss zou omvormen van een slaperig boterdorp tot een echte industriestad, waar producten als margarine en conserven werden bedacht en in productie genomen. In Oss zijn nog enkele fysieke overblijfselen te zien uit deze industriële bloeitijd, zoals de botervilla’s aan de Molenstraat, het voormalige hoofdkantoor van de margarinefabriek aan de Kruisstraat en de kantoorvilla van tapijtfabriek Bergoss. Maar Oss en omgeving werden ook extreem afhankelijk van die industrie en daardoor kwetsbaar. Toen de fabrieken van Van den Bergh in 1891 naar Rotterdam vertrokken – ze hadden behoefte aan een grote haven - brak voor de stad en de regio een periode van werkloosheid en armoede aan. Hetzelfde gebeurde enkele decennia later,

toen in de crisistijd van de jaren dertig ook Jurgens vertrok. Brandstichtingen, inbraken, moorden; ‘Oss’ kwam gelijk te staan aan criminaliteit. De Bende van Oss is in heel Nederland bekend. Deze periodes hebben de naam van de stad geen goed gedaan. Philips vulde het gat weliswaar in door het fabrieksterrein van Jurgens over te nemen, maar ‘Donker Oss’ was geboren. Na de Tweede Wereldoorlog bleef het imago van Oss problematisch. Hier was toch niets om trots op te zijn? Het hielp voor het aanzien van de stad natuurlijk niet dat een markant gebouw zoals het stadhuis met boterwaag op de Heuvel in 1921 was gesloopt. Oss had überhaupt al weinig middeleeuwse panden door de grote stadsbrand van 1751, maar ook de overige kenmerken van de middeleeuwse stad waren voor de oorlog een voor een opgedoekt: de Bossche Poort, de Graafsche Poort en de stadsgracht waren allemaal verdwenen. Alleen in straatnamen als Burchtplein, Oostwal en Hooghuisstraat leeft deze middeleeuwse stadsgeschiedenis voort.

De sheddaken in Oss. Ooit spinden hier de weefgetouwen en ratelden de stoommachines van de tapijtfabriek Bergoss, nu is dit terrein omgevormd tot een wellness, zes woningen en een stadspark.

Zonder boer geen voer! archeologische vondsten uit 5000 jaar boerenverleden

We zouden het vandaag de dag bijna vergeten: hoe afhankelijk we zijn van de opbrengst van het platteland. Graan, groenten, vlees en melkproducten vormen de basis van ons dagelijks voedsel. Tegenwoordig komt ons eten van heinde en ver, maar vroeger was dat heel anders. De eerste boeren die zich in de huidige gemeente Oss vestigden zorgden in de vroegste perioden voor zichzelf en later voor de voedselvoorziening van hun directe omgeving. Zij werden zo voor de stedelingen een belangrijke bondgenoot. De boeren van het platteland en de handelaren en ambachtslieden uit de stad konden in elkaars behoeften voorzien. De tentoonstelling ‘Zonder boer geen voer! Archeologische vondsten uit 5000 jaar boerenverleden’ liet aan de hand van enkele recente opgravingen in de gemeente Oss zien hoe de scheiding tussen voedselproducenten en -consumenten is ontstaan en hoe het ‘boeren’ in de afgelopen 5000 jaar veranderde. De tentoonstelling was een samenwerking tussen het Stadsarchief Oss, de Universiteit Leiden en de gemeente Oss. Rondom de tentoonstelling waren diverse activiteiten georganiseerd, zoals een lezing en een cursus in samenwerking met de Volksuniversiteit Oss. Voor alle bezoekers was er een gratis tentoonstellingsboekje. De tentoonstelling was in 2012 te zien in het Stadsarchief Oss en het jaar daarop, in 2013, in de hal van het gemeentehuis in Oss.

Daarna heeft de tentoonstelling langs diverse plekken gereisd.

51

Dat er in Oss in de jaren van wederopbouw na de Tweede Wereldoorlog bijzondere gebouwen van de Bossche School werden gebouwd, viel niet echt op; de nieuwe sloopwoede van de jaren zestig trok veel meer aandacht. In dat decennium sneuvelden onder meer het protestantse kerkje en de pastorie op het Walplein en het oude postkantoor aan de Molenstraat. Toch kreeg Oss toen ook bijzondere nieuwe bouwwerken binnen zijn grenzen. Zo is hier aan het Heschepad nog steeds een van de weinige atoomschuilkelders te vinden uit de Koude Oorlog. Waar deze ruimtes in de rest van het land vaak zijn herbestemd, is de Osse schuilkelder nog volledig intact, compleet met lucht- en waterfilters, noodbedden en lange rijen wastafels en toiletten, bedoeld voor de duizenden Ossenaren die daar tijdens een eventuele aanval met kernwapens hadden moeten schuilen.

Voormalig kantoorpand van tapijtfabriek Bergoss. Gebouwd in 1919 in opdracht van de gebroeders Van den Bergh, naar ontwerp van de architect Oscar Leeuw.

52

Aan de huidige monumenten van Oss lees je dan ook niet af dat je te maken hebt met een eeuwenoude stad. Maar Oss heeft nog steeds voldoende zichtbare en zeer herkenbare historie in zich. Het is juist de industriële groei die Oss zijn karakter heeft gegeven. Merknamen als Zwanenberg, Unilever en Unox of een uitvinding zoals de anticonceptiepil; zonder al die Osse bedrijvigheid en innovatie zouden ze nooit zijn ontstaan. Oss werd zo een stad waar de mouwen worden opgestroopt, hard wordt gewerkt, de waarheid wordt gesproken en schijnheiligheid niet wordt geduld.

Nu is de Groene Engel al jaren een cultuurpodium, maar ooit was dit het hoofdkantoor van de margarinefabriek van Anton Jurgens, later werd het gebouw een Philips kantoor. Het gebouw is ontworpen door Charles Estourgie en met de bouw werd in 1912 begonnen.

De families Jurgens en Van den Bergh groeiden in de negentiende eeuw uit tot grote handelaren in boter en margarine. De fabrikantenvilla’s aan de Molenstraat in Oss herinneren aan de rijkdom van deze twee families.

In 1962 bracht de farmaceutische fabriek Organon de anticonceptiepil Lyndiol op de markt. De introductie van ‘de pil’ was baanbrekend en ging niet zonder slag of stoot.

Het leerlooierijhuisje van Ravenstein: het laatste overblijfsel van de voormalige ‘Stoom en Schoenlederfabriek Firma Ignaat Suermondt’ en het enige restant van de 19e-eeuwse industriële bebouwing op de stadswal van Ravenstein. De restauratie werd in 2008 opgeleverd.

‘Ter herinnering aan het noodlottig jaar 1893’ staat op een van de beelden naast de Grote Kerk in Oss. Toen Van den Bergh in 1891 zijn margarinefabriek naar Rotterdam verplaatste, nam de werkeloosheid toe en groeide de criminaliteit. Wachtmeester Hoekman zat de daders op de hielen en maakte zich zo gehaat in Oss dat hij op 26 maart 1893 werd doodgeschoten.

53

Maar liefst tien molens kleuren ons landschap. Een karnrosmolen in Demen en negen windmolens. Maar liefst zeven van deze windmolens zijn nog steeds maalvaardig. Dankzij zeer betrokken vrijwilligers blijven onze molens draaien.

In het Osse buitengebied staan vele historische boerderijen

54

Het Stadsarchief Oss maakt regelmatig tentoonstellingen over de stad Oss en haar industriële verleden. Zo ook de tentoonstellingen ‘Of je worst lust’ en ‘Bergoss- werken bij de ‘wattenjood’’ Het Stadsarchief Oss heeft veel erfgoedprojecten voor het onderwijs. Een van de grootste activiteiten is de jaarlijkse stadstocht voor groep 5. Leerlingen maken kennis met het begrip erfgoed en met het archief. Ze lopen met een speurtocht door Oss en komen hier acteurs in historische rollen tegen. De tocht heeft elk jaar een ander thema, zoals archeologie, industrie, monumenten. Hier leert de acteur de leerlingen weven op het Tapijtplein. Foto: Stadsarchief Oss.

Stadsarchief Oss werkte met veel plezier mee aan het boek ‘historisch Oss’, een initiatief van Jumbo van Bergen in Oss met foto’s uit de collectie van het stadsarchief. De ruilmiddagen en –avonden om het boek compleet te maken, waren een groot succes.

55

In de documentaire reeks ‘Gelukkig hebben we de foto’s nog’ op DTV vertelt historicus en stadsarchiefmedewerker Jurgen Pigmans ons hoe de stad Oss en de omliggende kernen er vroeger uitzagen.

‘Plein van de Ambachten’ aan de Oostwal is een eerbetoon aan de arbeiders die Oss als industriestad op de kaart hebben gezet. Een initiatief van Stichting De Werkers van Oss (2020).

Grafrestauraties en herdenking wachtmeesters Hoekman en Mintjes in 2018.

56

Historie keert terug in het centrum van Oss met de op de oude koekfabriek geïnspireerde gevels van het nieuwe Wal Kwartier.

57

4. STRIJD MET HET WATER De Maas was vroeger een onrustige rivier. De vele bochten in haar stroom stuwden de rivier op en zetten het omringende land onder water. Vanaf de dertiende eeuw werd de Maas echter stap voor stap bedijkt. Door die Maasdijken raakte het riviergebied ook directer verbonden met de hogere zandgronden. Om water uit het gebied af te voeren werden er al in de middeleeuwen sloten gegraven. De meest herkenbare en nog steeds zichtbare daarvan is de Hertogswetering. Al in 1309 mondde deze stroom via een sluis bij Gewande uit in de Maas. Ook bij Haren, Oss en Oijen kwamen sluizen. Voor het onderhoud hiervan ontstonden al in de middeleeuwen waterschappen. Het op een na oudste waterschap was ‘Polder Het Hoog Hemaal’. Deze werd gesticht in 1325 en besloeg het lage gebied ten noorden van Oss. Toch bleef de Maas tot in de vorige eeuw haar stempel drukken op het leven en werken van de inwoners van deze streek. Het merendeel van de rivier was weliswaar bedijkt, maar om de druk verder westwaarts in de winter niet al te veel te laten oplopen, was er bij Beers een soort noodvoorziening ingericht: de Beerse Overlaat. Daar kon het Maaswater bij een hoge stand alsnog over de dijk stromen, verder naar het westen, het Maasland in. Dit zorgde aan het einde van de rivier, nabij Rotterdam, weliswaar voor verlichting, maar bracht onze regio toch nog regelmatig veel ellende.

In het Maasland waren verschillende dwarsdijken aangelegd, die haaks op de rivierdijken stonden. Deze dwarsdijken konden dan het water van de Beerse Maas – zoals de stroom rivierwater van de Beerse Overlaat werd genoemd – toch nog enigszins tegenhouden. Voor de meer oostelijk gelegen dorpen en polders betekende dit echter dat zij het vaakst en ook het langst onder water bleven staan, terwijl hun westelijke buren wel droge voeten hielden. Het doorsteken

58

van de dwarsdijken door naburige dorpen was daarom vroeger regelmatig aan de orde. Zo regelmatig, dat er zelfs marechaussee werd gestationeerd om de dwarsdijken te beschermen, bijvoorbeeld bij de Groenendijk in Haren. Een ander uniek overblijfsel van de wijze waarop de inwoners van deze streek leefden met het water zijn de Lithse paden. Deze paden lagen net iets hoger dan de rest van het land en de tuinen. Ze boden de inwoners van de Maasdorpen een snelle én droge route naar voor hen belangrijke plekken, vooral wanneer de Maas overstroomde. De Maas is al eeuwen een grens. Dat was het tijdens de middeleeuwen, toen de hertogen van Brabant en Gelre regelmatig met elkaar in conflict waren en aan weerszijden van de rivier vestingen en kastelen lieten bouwen. Veel van die versterkte locaties behoren inmiddels tot het verleden, maar bij Dieden zijn de contouren van de voormalige kasteelgracht nog te zien en bij Oijen staat ook het voorgebouw van het kasteel nog overeind. De Zuiderwaterlinie heeft tevens haar sporen nagelaten in Oss en omgeving. Deze verdedigingslijn van vestingsteden, forten en gebieden die onder water konden worden gezet, werd in de zeventiende en achttiende eeuw opgezet om Holland te beschermen tegen buitenlandse invallen. Dit lint van militaire werken liep van Grave in het noordoosten van Brabant helemaal tot aan het zuidwesten van ons land.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Oss&id=225210a9-de91-424c-8801-f0de713bc2e1