De_Archeologische_Schatkamer_Oss_Beleidsnota_Archeologie_2024
Tekst van het document
Nederland heeft het verdrag recent ondertekend. In de gemeente Oss
wordt al jaren in de geest van dit verdrag gewerkt. Dit blijkt ook uit de Erfgoedvisie Oss, die begin 2022 door de gemeenteraad is vastgesteld. Publieksparticipatie, zeker bij archeologie, is de norm. De gemeente realiseert zich dat dit niet alleen ‘leuk’ is voor de inwoners. Hiermee kan ook het draagvlak voor archeologie worden vergroot. Gekend maakt immers bemind. De lasten die uit het archeologiebeleid
voortkomen, worden dan ook beter begrepen. Bovendien stimuleert zichtbaar en beleefbaar erfgoed recreatie en toerisme en heeft het
een waardeverhogende werking op de omgeving. Het imago van een gemeente wordt versterkt. Drijvende reconstructie van een ijzertijdboerderij in wijkpark De Streepen (@ M. Peeters, gemeente Oss).
27
4.1 Ambities Erfgoedvisie Oss 2021 Begin 2022 is de Erfgoedvisie 2021 ‘Toekomst voor OnSS erfgoed; Om zuinig en trots op te zijn en om door te vertellen.’ door de gemeenteraad vastgesteld. Om het erfgoed naar een hoger niveau te kunnen tillen, heeft de gemeente in de visie drie ambities geformuleerd: • Ambitie 1. We willen met het erfgoed bijdragen aan een mooie en prettige leefomgeving (actielijnen: beschermen, beheren, behouden). • Ambitie 2. We willen het erfgoed ontsluiten voor een breed publiek (actielijn: beleven) • Ambitie 3. We willen de vele samenwerkingsverbanden op het gebied van erfgoed versterken (actielijn: betrekken) In dit hoofdstuk lichten we toe wat er voor het archeologisch erfgoed al gebeurt op dit vlak en werken we bovenstaande ambities verder uit.
4.2 Archeologie in de openbare ruimte De gemeente wil het archeologisch erfgoed zo dicht mogelijk bij de mensen brengen. Een manier om dit te doen, is door archeologische resten te verbeelden of te ontsluiten. Voor een plan betekent deze historische knipoog vaak een meerwaarde, omdat het daarmee een eigen gezicht en uitstraling krijgt. De gemeente wil een stimulerende rol hebben richting ontwikkelaars en zelf wil de gemeente ook een concrete bijdrage leveren, bijvoorbeeld via de inrichting van de openbare ruimte. De laatste jaren zijn door de gemeente al op meerdere plekken borden geplaatst, die vertellen over de archeologische overblijfselen die er onder de grond liggen.
In het centrum van Oss is de locatie van de oude stadsomwalling/-grachting met ‘punaises’ aangegeven (@ gemeente Oss). Informatiepaneel van de nieuwe recreatieve fietsroute ‘Tempels langs de Maas’. Gerealiseerd in samenwerking met buurgemeenten gemeenten Den Bosch, West Maas en Waal en Maasdriel. De fietsroute is in het voorjaar van 2021 geopend (@ M. Peeters, gemeente Oss) Doorkijkpaneel van de voormalige molen De Hoop in Keent, geplaatst in 2021 (@ Paul Spanjaard).
Voorbeelden hiervan zijn de informatieborden bij de voormalige molen van Keent, de voormalige kerk van Kessel, de Antoniuskapel in Keent, de Kasteelseplaats in Ravenstein en de loopgraven bij Herpen. En er zijn niet alleen borden geplaatst. Bij veel projecten is ook op een andere manier aandacht geschonken aan de aange troffen archeologische waarden. Denk bijvoorbeeld aan het zwaard op de rotonde bij Museum Jan Cunen, de punaises in het centrum van Oss (omgrachting 1399), de nieuwe Romeinse fietsroute ‘Tempels langs de Maas’, de reconstructie van de
28
grafheuvels bij Paalgraven en het Vorstengraf, de reconstructie van de landweer bij de wijk Piekenhoef in Berghem, een ‘zwevende’ ijzertijdboerderij in de vijver in wijkpark De Strepen, de visualisatie van het kasteel van Oss op het Burchtplein, de archeologische inrichting van de wijk Horzak en stapstenen in Ussen. Ook zal de gemeente op korte termijn de stenen van de tempel van Kessel een plekje in de openbare ruimte geven.
4.3 Archeologie en publieksbereik De gemeente wil de mensen actief in aanraking laten komen met archeologie. De gemeente wil dat ze de archeologie beleven. Beleven kan op verschillende manieren en zal voor elke doelgroep anders zijn. Voor de een is het lezen van een historisch boek genoeg, anderen bezoeken het liefst een tentoonstelling, sommigen doen historisch onderzoek en menigeen wil het erfgoed juist in het echt zien. Voor alle doelgroepen zijn verschillende manieren te bedenken die de beleving vergroten. Vanuit de archeologie ziet de gemeente hierbij de volgende kansen: • Fieldschool Leiden: de gemeente heeft de ambitie om de fieldschool (veldpracticum) van de Universiteit Leiden jaarlijks naar Oss te laten terugkeren. In 2021 was de fieldschool voor het eerst weer terug in Oss (Gewandeweg), na een paar jaar van afwezigheid. Ook de jaren daarna gingen ze opnieuw aan de slag bij de Gewandeweg en bij ’t Brand. De aanwezigheid van deze studenten brengt veel levendigheid met zich mee. Hun aanwezigheid in het veld zorgt voor veel (spontane) aanloop en mooie gesprekken. Daarnaast houden zij zich bezig met publieksactiviteiten. Zo organiseerden zij een aantal open dagen met rondleidingen over de opgravingen en zorgden zij voor een archeologische fietstocht, een speurtocht voor kinderen, een lezing, posters en spellen.
Ook was er een heuse meegraafdag, waarbij het publiek zelf kon ervaren hoe het is om een archeoloog te zijn.
Bezoek van een lagere school bij de opgravingen aan de Gewandeweg in Oss, onder begeleiding van de Universiteit Leiden (@ M. Peeters, gemeente Oss) Ter ere van het 20-jarig jubileum in 2023 is het vorstengrafmonument opgeknapt door Stichting Landschapsbeheer Oss. Het graffitikunstwerk bij de tunnel werd aangepakt door B. de Ruijter (@ P. van Nistelrooij)
29
• Meehelpen en kijken bij opgravingen: de gemeente informeert de archeologische werkgroepen als er opgravingen worden uitgevoerd, zodat zij (en hun achterban) de opgravingen kunnen bezoeken en mogelijk kunnen meehelpen. Verder stimuleert de gemeente dat bij opgravingen van enige omvang of bij bijzondere vondsten een open dag wordt georganiseerd. • Erfgoedprojecten vanuit het veld: de gemeente wil initiatieven die (veelal) vanuit het erfgoedveld worden geïnitieerd versterken vanuit een netwerkende, responsieve en participerende rol. Daarbij wil de gemeente vooral meedenken en faciliteren. Organiseren of een trekkersrol vervullen hoort minder tot onze rol. Denk bijvoorbeeld aan het geofysisch onderzoek bij de kerk van Geffen, een item over archeologie in Oss bij het tv-programma ‘Land vol archeologie’, het meedenken bij ’20 jaar reconstructie Vorstengraf in 2023’ en het project ‘Kasteel van Oss in karton’. Bepaalde projecten ondersteunt de gemeente met een (kleine) financiële bijdrage (zie paragraaf 5.2.4; erfgoedbudget). • Publieksdagen: de gemeente zoekt aansluiting bij terugkerende landelijke publieksdagen zoals de Open Monumentendag, Nationale Archeologiedagen en de Maand van de Geschiedenis.
• Tentoonstellingen: de gemeente wil bevorderen dat archeologische vondsten uit Oss niet alleen nationaal (Rijksmuseum voor Oudheden, Noordbrabants Museum) Leskist over ‘Het zwaard van Oss, leven in de ijzertijd (@ Stadsarchief Oss) In de publieksuitgave ‘Onder Oss. 45 jaar archeologie in Oss. Een archeologische verhaal’ zijn de resultaten van 45 jaar archeologie in Oss mooi samengevat (@ Jansen en van Ginkel, 2019) . Theatervoorstelling ‘Op zoek naar…De Vorst van Oss!’ bij de kiosk in het park van Museum Jan Cunen. De voorstelling werd geschreven en gespeeld door leerlingen van de theaterklas van het Hooghuis, locatie Station, onder begeleiding van Stichting Oss Cultureel(@ Jessica Keijzer-Nab, communicatie SOC).
maar ook lokaal worden tentoongesteld. De reizende tentoonstelling ‘Mens en Maas’, samengesteld op initiatief van het Stadsarchief Oss, Waterschap Aa en Maas en de gemeente Oss, was de afgelopen paar jaar op meerdere plekken in de gemeente te zien. En ook bij het museum Jan Cunen en het stadsarchief staat de archeologie van Oss weer in de aandacht. Zo heeft de Osse archeologie vanaf 2023 een vaste plek in het museum gekregen (Villa Curiosa). Ook werd het museum in 2023 geselecteerd als één van de lokale partners voor het Rijksmuseum voor Oudheden, waardoor het zwaard van de vorst van Oss tijdelijk naar Oss kon terugkeren (tentoonstelling ‘De vorst van Oss & tijdgenoten – elite inde IJzertijd). Begin 2022 vond een kleine archeologietentoonstelling plaats in het stadsarchief over onder andere de vondsten van amateurarcheoloog Piet Haane. Ook online tentoonstellingen behoren tot de mogelijkheid, zoals de online tentoonstelling over de tempel van Kessel die tijdens de nationale Romeinenweek 2020 is gelanceerd en ook nu nog te zien is op de website ‘TrefhetinOss’.
30
• Tref het in Oss / Dat is Oss: Via de rubriek ‘Geschiedenis Ontdekken - Vondsten en vorsten’ op de website ‘Tref het in Oss’ en de rubriek ‘Verhalen’ op de website van ‘Dat is Oss’ kan het publiek digitaal kennismaken met de rijke archeologische bodemschatten die in de gemeente Oss gevonden zijn. • Historische routes: In 2021 is een nieuwe fietsroute ‘Tempels langs de Maas’ geopend. Met deze fietsroute van 47 kilometer reis je terug naar het Romeinse verleden en ontdek je hoe deze regio er uit zag in de Romeinse tijd (zie www.tempelslangsdemaas.nl). Hoewel er nu geen initiatieven liggen voor nieuwe routes, zal de gemeente een meedenkende, faciliterende (en soms mede-initiërende) rol pakken bij dergelijke initiatieven. Ook de fieldschool kan hier een rol in krijgen. Bij onze Toeristische Informatiecentra in Oss, Megen, Ravenstein en Lith zijn meerdere publicaties en historische routes over de archeologie van Oss verkrijgbaar. • Educatieprogramma’s: Dit onderdeel is ondergebracht bij het Stadsarchief Oss.
Rond de 8e eeuw voor Christus leefde in Oss een machtig en rijk man, ook wel de Vorst van Oss genoemd. Nu, een kleine 3000 jaar later, is de Vorst van Oss weer terug en wordt hij geëerd met vorstelijke bieren (@ Thissen’s Brouwerij Lith). Bij Museum Jan Cunen staat de archeologie van Oss weer volop in de aandacht (@ Daniek van de Ven).
Een aantal van hun educatieve projecten richt zich specifiek op archeologie, zoals het project ‘Rondom het Zwaard van Oss’, de Leskist ‘Het Zwaard van Oss, leven in de ijzertijd’ en de leskist over de Romeinse tijd in Oss. Ook wijst het Stadsarchief scholen op de vele online filmpjes die over de Osse archeologie gaan en de mogelijkheid tot excursies bij onder andere het Vorstengraf en Paalgraven. • Archeologie in de nieuws: wij nemen een actieve houding aan bij het verspreiden van informatie en persberichten die het publiek informeren over de archeologie van Oss in het algemeen en actuele archeologische vondsten en opgravingen in het bijzonder. • Publicaties: De gemeente werkt mee aan publicaties die de archeologie uit Oss aan de orde stellen. Zo heeft de gemeente recentelijk een herstart gemaakt met de zogenaamde Ossensia-reeks: publicaties over een historisch/archeologisch thema in Oss. Ook verschijnen er regelmatig publicaties in lokale, provinciale en landelijke bladen. Op termijn heeft de gemeente de ambitie om eindrapporten van onderzoeken te ontsluiten via het Stadsarchief Oss. Bovendien krijgt de Stichting Archeologie Maasland de digitale versies van rapporten, waarvan zij dan een samenvatting kunnen geven op hun website.
31
4.4 Het Osse archeologische netwerk “Erfgoed is van de gemeenschap. Samen sta je sterk. De gemeente kan en wil de boven-
Vanuit de archeologie vult de gemeente dit in door te blijven samenwerken met het
genoemde ambities niet alleen waarmaken. Dat doet de gemeente samen met eigena-
Stadsarchief, de Stichting Archeologie Maasland (SAM), de Archeologische werk-
ren van erfgoed, onze vrijwilligers, instellingen en inwoners. De gemeente wil intensief
groep van de heemkundekring ‘Land van Ravenstein’, de Stichting Vestingwerken
en gericht samenwerken met de gemeenschap bij ideeën, plannen en projecten rondom
Ravenstein, Museum Jan Cunen, de Toeristische Informatie Centra en de diverse
het erfgoed. Zij zijn het kloppend hart achter het Osse erfgoed; hun kennis, ervaring
heemkundekringen. Daarnaast zet de gemeente de intensieve samenwerking met
en enthousiasme zijn ontzettend waardevol en wil de gemeente optimaal benutten.
de Universiteit Leiden voort als ook met andere regionale samenwerkingsverban-
Daarnaast is het belangrijk om ook andere samenwerkingsverbanden op het gebied
den (omliggende gemeenten, Convent van Gemeentelijke Archeologen, provinciaal
van erfgoed te versterken. Dit vraagt om het betrekken van de eigenaren, gemeenschap,
vakberaad).
andere partners en overheden” (citaat erfgoedvisie Oss 2021). Archeologie in het nieuws (@ Brabants Dagblad).. De eerste 2 delen van de (herstarte) Ossensia-reeks ‘Huys tot Oss. Het kasteel van Oss teruggevonden’ (deel 10) en ‘De vorstengraven van Oss. Unieke grafmonumenten uit de IJzertijd’ (deel 11) (@ M. Peeters, gemeente Oss).
32
5. Organisatie en financiën
In de voorgaande hoofdstukken is het inhoudelijke archeologiebeleid van de gemeente Oss uitgewerkt. In dit hoofdstuk worden de
gevolgen voor de organisatie en de financiën op een rijtje gezet.
Aangezien het gaat over een actualisatie van bestaand beleid, is
het uitgangspunt dat de huidige mensen en middelen voorlopig voldoende zijn.
In Oss en omgeving zijn romeinse munten gevonden. De muntvondsten die gevonden zijn op een akker ten noorden van Oss wijzen op gebruik als waardevol object, en niet direct als betaalmiddel (@ Meldpunt Archeologische Bodemvondsten, provincie Noord-Brabant. In: Jansen en van Ginkel, 2019).
33
5.1 De gemeentelijke organisatie
archeologisch erfgoed. Dit bedrag dekt voor een deel de algemene uitvoeringskosten
Binnen de afdeling Leefomgeving, Wonen en Economie is het taakveld archeologie
die de gemeente in het kader van archeologie moet maken (zie volgende paragraaf).
ondergebracht bij de gemeente-archeoloog/ beleidsadviseur erfgoed. Het wettelijk takenpakket archeologie omvat onder andere:
5.2.2 Algemene uitvoeringskosten
• Actueel houden van het archeologiebeleid inclusief regelgeving;
De algemene uitvoeringskosten van de gemeente worden voornamelijk gevormd door
• Adviseren bij ruimtelijke ontwikkelingen, (complexere) vergunningen, gemeente-
de hoeveelheid tijd die wordt besteed aan uitvoering van de in dit document beschre-
lijke projecten; • Begeleiden van het archeologisch onderzoekstraject. Concreet houdt dat in:
ven omgang met de archeologische monumentenzorg. Het takenpakket ten aanzien van archeologie lijkt de afgelopen paar jaar steeds meer
- Inhoudelijk adviseren bij offertetrajecten/aanbestedingen;
toe te nemen. Gezien de ambitie om een 100.000+ gemeente te worden en de groot-
- Beoordelen en accorderen van onderzoeksrapporten en Programma’s van Eisen;
schalige (woning)bouwprojecten die de aankomende jaren gepland zijn, lijkt deze
- Toezicht houden op het proces;
toename structureel te zijn. Dit betekent dat het aantal fte dat er nu beschikbaar is,
- Opstellen van (selectie)besluiten;
mogelijk zal moeten worden uitgebreid en/of dat er intern met taken moet worden geschoven. Momenteel zijn er echter nog niet voldoende gegevens om te bepalen
Daarnaast heeft de gemeentelijk archeoloog een rol bij de ambities die de gemeen-
in welke mate de werklast zal toenemen. Het is daarom van belang dat de komende
te heeft op het gebied van ontsluiting, publieksbereik en samenwerking (zie vorige
jaren de werklast wordt gemonitord.
hoofdstuk). Omdat de ambities behoorlijk groot zijn, is de inzet van het erfgoedveld daarbij cruciaal.
5.2.3 Projectgebonden uitvoeringskosten De gemeente als ‘verstoorder’
De gemeentelijk archeoloog adviseert aan verschillende afdelingen, met name bin-
De projectgebonden uitvoeringskosten zijn kosten die gemaakt moeten worden ten
nen het ruimtelijke domein (Inrichting Beheer Openbare Ruimte (IBOR), Ruimtelijke
behoeve van de archeologische monumentenzorg. Deze kosten zijn voor rekening
Ontwikkeling (RO), Projectenbureau, Vastgoedbedrijf, Vergunningen, Toezicht &
van de ‘verstoorder’ (verstoorder-betaalt-principe). Als de gemeente initiatiefnemer
Handhaving (VTH) en Communicatie). Daarnaast maakt de gemeentelijk archeoloog
is (gemeentelijke projecten), komen deze dus ten laste van de gemeente. In tegen-
deel uit van het vakteam erfgoed. Het vakteam erfgoed zorgt voor een integrale
stelling tot de algemene uitvoeringskosten zijn deze kosten direct te koppelen aan
afstemming met andere beleidsvelden (recreatie en toerisme, bouwhistorie, ruim-
een bepaald project. De kosten kunnen dan ook binnen het budget van het desbetref-
telijke ontwikkelingen, erfgoed breed). Het gemeentelijk archeologiebeleid kan dan
fende project verrekend worden. Bij projecten waarbij de gemeente ‘verstoorder’ is,
ook alleen slagen door een goede samenwerking en beleidsafstemming tussen alle
moet binnen de projectbegroting rekening worden gehouden met het noodzakelijke
betrokken afdelingen en personen.
archeologische onderzoek.
5.2 Financiën
De archeologische sector is een private sector. Het veldwerk wordt uitgevoerd door
5.2.1 Inkomsten via het gemeentefonds
gespecialiseerde bedrijven die daarvoor gecertificeerd zijn. Vanuit goed opdrachtge-
Hoewel dit bedrag niet geoormerkt is, ontvangt de gemeente Oss via het gemeente-
verschap gaat de gemeente voor alle archeologische werkzaamheden in principe uit
fonds een structurele compensatie voor de bestuurslasten voor de bescherming van het
van het volgende:
34
• Archeologische werkzaamheden worden conform het gemeentelijk aanbeste-
5.2.4 Erfgoedbudget
dingsbeleid aanbesteed met als uitgangspunt een optimale prijs-kwaliteitsver-
In de begroting is jaarlijks een structureel bedrag gereserveerd als erfgoedbudget. Dit
houding. De projectleider van het project (RO/IBOR/vastgoed/projectenbureau) is
erfgoedbudget wordt op 2 manieren ingezet:
verantwoordelijk voor deze aanbesteding;
• Het budget wordt gebruikt voor (veelal) kleine opdrachten die als gevolg van
• Er wordt gewerkt met archeologische bedrijven en instellingen die gecertificeerd zijn en werken volgens de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA); • In de verschillende fasen van het archeologisch werk wordt door het bevoegd gezag (gemeenlijk archeoloog) toezicht gehouden op de uitvoering en waar nodig
wetgeving nodig zijn om het archeologiebeleid van de gemeente te ondersteunen en up-to-date te houden (van oudsher was het erfgoedbudget een archeologiebudget); • Daarnaast wordt het budget ingezet voor financiering van kleinschalige gemeen-
bijgestuurd. Het is daarbij van belang dat de petten van opdrachtgeverschap
telijke erfgoedprojecten, die soms in samenwerking met het erfgoedveld (als
(projectleider bij de gemeente) en bevoegd gezag (gemeentelijk archeoloog) goed
vrijwilligers) worden uitgevoerd. Het geld kan daarbij snel beschikbaar worden
gescheiden blijven;
gesteld, zeker wanneer het kleinere bedragen (van een paar honderd tot een paar
• Zoveel als mogelijk wordt de inbreng en participatie van lokale deskundigheid (lo-
duizend euro) betreft.
kale amateurarcheologen, historische verenigingen en dergelijke) als voorwaarde
Het veld brengt mogelijk binnen deze projecten ideeën in die direct kunnen wor-
in de opdrachtverlening meegenomen.
den uitgevoerd als zijnde een klein gemeentelijk project. Uit de praktijk blijkt dat dit ten goede komt aan het enthousiasme en energie van de betrokkenen, omdat
Gemeente als voorbereider
zij zich gewaardeerd en ondersteund voelen. Het betreft geen subsidiegelden,
De gemeente draagt vaak zorg voor het bouwrijp maken van een gebied. De kosten
aangezien hiervoor andere voorwaarden gelden.
die de gemeente maakt in het kader van de archeologische monumentenzorg konden vroeger via het exploitatieplan, en vanaf ingang van de Omgevingswet via het kosten-
Geld uit het erfgoedbudget wordt altijd in onderling overleg en in overeenstemming
verhaal worden verhaald op de uiteindelijke initiatiefnemers. Het privaatrechtelijk
met het interne erfgoedteam ingezet.
kostenverhaal is geregeld in paragraaf 13.6.2 van de Omgevingswet. De regeling over publiekrechtelijk kostenverhaal staat in paragraaf 13.6.3 van de Omgevingswet.
5.2.5 Kosten in verband met toevalsvondsten Zie hiervoor paragraaf 3.3.4.
35
6. Uitvoeringsagenda archeologie
In dit hoofdstuk schetsen we een doorkijk naar onze acties: wat willen we de komende tijd doen om onze taken en ambities waar te maken? Daarbij gaan we realistisch te werk. Onze ambities, mogelijkheden en middelen moeten in evenwicht zijn. Het programma is geen
dichtgetimmerd draaiboek, maar een houvast. Op die manier houden we ruimte om gehoor te geven aan toekomstige initiatieven en kunnen we de nieuwe kansen die zich voordoen pakken.
36
6.1 Inleiding Hoewel de beschikbare menskracht en middelen beperkt zijn, heeft de aanpak van de
Mensen en middelen
afgelopen jaren laten zien dat we in samenwerking met het erfgoedveld van profes-
Eerder is al opgemerkt dat de beschikbare structurele menskracht en middelen voor
sionals en de vele enthousiaste vrijwilligers mooie resultaten kunnen boeken. Ons
archeologie beperkt zijn. Hiermee zijn desondanks mooie resultaten behaald. Indien
streven is om de in gang gezette lijn zoveel mogelijk vast te houden en verder uit te
het ambitieniveau omhoog gaat, zullen er bijkomende middelen moeten worden vrij-
bouwen aan de hand van de vijf actielijnen: beschermen, beheren, behouden, beleven
gemaakt. Voor incidentele activiteiten kunnen concrete plannen worden voorgelegd.
en betrekken. Bij alle acties in het uitvoeringsprogramma staat daarom aangege-
Daarnaast kan het intensieve samenwerkingsverband met Leiden ons helpen om het
ven onder welke actielijnen de actie valt. Daarnaast is onderscheid gemaakt tussen
archeologiebeleid naar een hoger niveau te tillen.
doorlopende acties en specifieke (tijdelijke) acties. Een aantal onderwerpen vraagt om extra aandacht. Die zijn hieronder, als zijnde oplegger van het uitvoeringsprogram-
(zie ook onze Erfgoedvisie ‘Toekomst voor OnSS erfgoed’ van de gemeente Oss (ge-
ma, van meer context voorzien.
meente Oss, 2021)).
De basis op orde Archeologie valt onder de rechtmatige taken die we als gemeente moeten uitvoeren. Dit is een aandachtspunt, omdat er de komende jaren veel ontwikkelingen zijn gepland. Alle nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen moeten getoetst worden op archeologie. Dit is een rechtmatige taak die valt onder de basis op orde, maar veel werk meebrengt voor de huidige bezetting. Zo nodig moet extra ondersteuning worden ingehuurd. Archeologie is van ons allen Publieksprojecten zijn belangrijk voor het beleefbaar maken van het archeologisch erfgoed en het betrekken van inwoners en toeristen. Dit doet de gemeente in nauwe samenwerking met het Stadsarchief Oss, Museum Jan Cunen, de archeologische werkgroepen en heemkundekringen, onze toeristische informatiecentra en externe partners zoals de Universiteit Leiden. Daarbij helpt het dat de Osse media geïnteresseerd zijn in de archeologie van Oss en daar aandacht aan besteden in columns, publicaties en reportages. De gemeente ontvangt veel voorstellen en initiatieven uit het erfgoedveld. Vaak wordt gevraagd om extra ondersteuning; financieel, via ons netwerk of door vergunningverlening. Hierin moet de gemeente keuzes maken. Dat kan tot teleurstellingen leiden.
37
6.2 Uitvoeringsprogramma Doorlopende acties Wat
Actielijn(en)
Wettelijke taak (W) of ambitie (A)
We laten de archeologische verwachtings- en beleidskaart indien nodig actualiseren (inmiddels extern uitbesteed aan RAAP)
Beschermen, beheren en behouden
W
We borgen het archeologisch erfgoed in nieuwe gebiedsvisies.
Beschermen, beheren en behouden
W
We laten de archeologische kaarten op een goede manier landen in nieuwe omgevingsplannen.
Beschermen, beheren en behouden
W
We toetsen nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen en (complexere) vergunningen aan het aspect archeologie.
Beschermen, beheren en behouden
W
We volgen het AMZ-proces van onderzoeken in de gemeente actief op (veldbezoeken, beoordelen rapportages, opstellen besluiten).
Beschermen, beheren en behouden
W
We anticiperen op toevalsvondsten buiten de Archeologische Monumentenzorg (AMZ) om.
Beschermen, beheren en behouden
W
We nemen actief deel aan het Convent van Gemeentelijk Archeologen (landelijk netwerk) en het provinciale vakberaad (provinciaal netwerk).
Beschermen, beheren en behouden
W
De gemeentelijk archeoloog organiseert regelmatig een interne kennisbijeenkomst voor bijv.
Beschermen, beheren en behouden
W
We laten de archeologische rapporten die in het kader van de Archeologische Monumentenzorg (AMZ) voor gebieden in de gemeente Oss worden opgesteld ontsluiten o.a. via Stichting Archeologie Maasland (SAM).
Beleven en betrekken
A
We monitoren jaarlijks de werklast voor archeologie
Beschermen, beheren, behouden, beleven en betrekken
A
We onderhouden de relatie tussen Oss en Leiden.
Beschermen, beheren en behouden, beleven en betrekken
A
We halen de archeologische fieldschool voor studenten van de Universiteit Leiden jaarlijks naar Oss.
Beschermen, beheren, behouden, beleven, betrekken
A
We faciliteren en denken mee bij de herstarte Ossensia-reeks (boekenreeks over de historie en archeologie in de gemeente Oss).
Beleven en betrekken
A
Beleven en betrekken
A
vergunningverleners.
We organiseren/denken mee bij het programma voor de jaarlijkse Nationale Archeologiedagen (in samenwerking met Universiteit Leiden en ‘TrefhetinOss’).
38
Wat
Actielijn(en)
Wettelijke taak (W) of ambitie (A)
We verlenen structurele subsidies vanuit de gemeente aan diverse heemkundeverenigingen en archeologische/ historische werkgroepen.
Beleven en betrekken
A
We informeren archeologische werkgroepen wanneer gravende archeologische onderzoeken in de gemeente worden uitgevoerd.
Beleven en betrekken
A
We benutten kansen om archeologische resultaten bij projecten te promoten en te ontsluiten.
Beleven en betrekken
A
Waar gewenst en mogelijk, sluiten we aan bij het projecten van Museum Jan Cunen.
Beleven en betrekken
A
We denken mee bij / en ondersteunen nog nader te bepalen (publieks)projecten.
Beleven en betrekken
A
We geven aandacht aan archeologische jubileumjaren.
Beleven en betrekken
A
Als een erfgoedbedankdag wordt gehouden, worden daarbij ook de vrijwilligers van het archeologisch erfgoedveld uitgenodigd.
Beleven en betrekken
A
Wat
Actielijn(en)
Wettelijke taak (W) of ambitie (B)
We geven in 2024 aandacht aan 50 jaar archeologie in Oss (eerste echte opgraving was bij de IJsselstraat in 1974, dus in 2024 is het 50 jaar geleden)
Beleven en betrekken
A
We ontsluiten de geactualiseerde archeologische kaarten op een gebruiksvriendelijke wijze (in ieder geval intern, liefst ook extern).
Beschermen, beheren, behouden, beleven, betrekken
W
We onderzoeken of, hoe en waar de stenen van de tempel van Kessel een plek in de openbare ruimte kunnen krijgen.
Beleven en betrekken
A
We brengen vanaf 2024 samen met Museum Jan Cunen archeologie de wijken in middels het op te starten project: Casa Curiosa
Beleven en betrekken
A
We proberen (via een stagiaire/masterstudent uit Leiden) een gedetailleerde verwachtingskaart voor Ravenstein te laten opstellen (ambitie: z.s.m.).
Beschermen, beheren en behouden
A
We proberen (via een stagiaire/masterstudent uit Leiden) een archeologische onderzoeksagenda voor de gemeente te laten opstellen (ambitie: z.s.m.).
Beschermen, beheren en behouden
A
Specifieke acties 2024-2025
1. 39
Literatuur Gemeente Oss, 2010. Behoud van het verleden; Archeologiebeleid Gemeente Oss.
Ministerie van OCenW, 1988. Monumentenwet 1988. Ministerie van OCenW, Den Haag.
Gemeente Oss, 2020. Verbinden en vertellen. Visie recreatie en toerisme gemeente Oss 2020 – 2023.
Ministeries van WVC & BZ, 1992. Europees verdrag inzake de bescherming van het archeologisch erfgoed. Europese Commissie, Valletta. Den Haag.
Gemeente Oss, 2021. Toekomst voor O(n)ss Erfgoed. Om zuinig en trots op te zijn en om door te vertellen. Erfgoedvisie Oss 2021.
Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (onder regie van). NOaA. Nationale Onderzoeksagenda Archeologie. Ontleend aan https://www.
Informatiepunt Leefomgeving (IPLO). Experts in Omgevingswet en leefomgeving. De
cultureelerfgoed.nl/onderwerpen/bronnen-en-kaarten/overzicht/
omgevingswet. Ontleend aan https://iplo.nl/regelgeving/omgevingswet.
nationale-onderzoeksagenda-archeologie.
Jansen, R. en W. Laan, 2022. Van Kennis naar Beleid. Archeologische advisering voor
Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. Archeologisch Informatiesysteem (ARCHIS3).
een 25tal ‘opgegraven’ plangebieden in de gemeente Oss. Archol-rapport 619. Archol,
Ontleend aan https://archis.cultureelerfgoed.nl/.
Leiden. z.a. BRL SIKB 4000. Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie. Vigerende versie. Krauwer, A., 2017. Archaelogical policy in Zuidoost-Brabant. MA Thesis Landscape and Heritage, University of Amsterdam.
Boshoven, E. en L. Keunen, 2024. Archeologie in de gemeente Oss; Actualisatie archeologische verwachtings- en beleidskaart. RAAP-rapport 5923
Ministerie van OCenW, 2016. Erfgoedwet. Wet van 9 december 2015, houdende bundeling en aanpassing van regels op het terrein van cultureel erfgoed. Ministerie van OCenW, Den Haag Ministerie van OCenW, 2006. Wijziging van de Monumentenwet 1988 en enkele andere wetten ten behoeve van de Archeologische Monumentenzorg mede in verband met de implementatie van het Verdrag van Valletta. Ministerie van OCenW, Den Haag.
40
Bijlage 1. Wettelijk kader Inleiding
Om deze doelstelling te bereiken, moet het archeologische belang volledig erkend
In deze bijlage staat het wettelijke kader op het gebied van archeologie centraal. Het
worden in planologische besluitvormingsprocessen (artikel 5). De veroorzaker van de
gemeentelijk archeologiebeleid wordt namelijk gestuurd door wet- en regelgeving
bodemverstoring is verantwoordelijk voor het vroegtijdig (laten) uitvoeren van ar-
op hoger niveau. Voor het gemeentelijk archeologiebeleid waren tot kort geleden
cheologisch onderzoek en de financiering daarvan (het ‘veroorzaker-betaalt-principe’;
met name de Wet op de Archeologische Monumentenzorg (WAMZ; 2007) en de
artikel 6). Onderzoek moet worden uitgevoerd door deskundigen en worden afgeslo-
Monumentenwet 1988 van belang. Ze waren een vertaling van het Verdrag van Malta
ten met een schriftelijke wetenschappelijke verslaglegging (artikel 7).
(Valletta), dat Nederland in 1992 ondertekende. Beide wetten zijn per 1 juli 2016
Een informatieplicht is vastgelegd in de vorm van verplichte uitwisseling van infor-
komen te vervallen. Met de komst van twee nieuwe wetten, namelijk de Erfgoedwet
matie en het actueel houden van een databank met archeologische gegevens (artikels
(per 1 juli 2016) en de Omgevingswet (per 1 januari 2024) wordt een integrale be-
7 en 8). Het verdrag verplicht ook communicatie met het publiek en publiekgerichte
scherming van ons cultureel erfgoed mogelijk gemaakt.
ontsluiting van archeologische waarden om bij het publiek meer begrip te ontwikke-
Verdrag van Malta (Valletta)
len voor het belang van het archeologische erfgoed (artikel 9).
is in 1992 in Valletta (Malta) ondertekend door de ministers van Cultuur van de lan-
WAMZ (2007) / Monumentenwet 1988 (vervallen per 1 juli 2016)
den aangesloten bij de Raad van Europa. Dit verdrag wordt ook wel het ‘Verdrag van
De WAMZ en de Monumentenwet zijn inmiddels vervallen. Maar de principes uit
Malta’ genoemd (Ministerie van WVC en BZ, 1992).
deze wetten zijn wel grotendeels behouden gebleven, omdat ze over zijn gegaan naar
Het Europese verdrag dat voor de bescherming van het archeologische erfgoed gaat,
nieuwe wetgeving: de erfgoedwet en de omgevingswet (zie volgende paragrafen). Het verdrag van Malta heeft als doel archeologische waarden in Europa te
Vandaar dat deze wetten hier toch nog kort beschreven worden.
beschermen als onvervangbaar onderdeel van het culturele erfgoed (artikel 1). Het accent ligt op het streven naar het behoud en beheer van archeologische
Voor het gemeentelijk archeologiebeleid was tot kort geleden met name de Wet op
waarden in de bodem en op het zoveel mogelijk beperken van (de noodzaak
de archeologische monumentenzorg (Wamz) van belang (vastgesteld in 2007). De
van) archeologische opgravingen (artikel 2). Daarbij moet de wetenschappelijke
wet sloot zoveel mogelijk aan op bestaande wet- en regelgeving en betrof onder meer
betekenis van het archeologisch onderzoek worden gewaarborgd (artikel 3). Het
een herziening van de Monumentenwet 1988 (Ministerie van OCW, 1988; Ministerie
verdrag bepaalt dat archeologische waarden voortaan expliciet bij de besluit-
van OCW, 2006). Doelstelling van de Wamz was archeologische resten waar nodig te
vorming over ruimtelijke ingrepen moeten worden meegewogen. Waar mogelijk
beschermen, zonder meer maatschappelijke lasten in het leven te roepen dan strikt
dienen de archeologische waarden te worden ontzien (behoud in situ; artikel 4).
noodzakelijk is. De bescherming van archeologische resten dient proportioneel te zijn.
Wanneer bescherming en inpassing van archeologisch waardevolle terreinen
Dit geeft ruimte voor een belangenafweging.
niet mogelijk blijkt, zal de historische informatie door middel van verantwoord archeologisch onderzoek moeten worden veilig gesteld (behoud ex situ).
De uitgangspunten van deze monumentenwetgeving sluiten veelal aan bij het verdrag van Malta. Zo wordt veel waarde gehecht aan behoud en beheer in de bodem
41
en verbetering van de informatievoorziening over het archeologisch erfgoed. Ook
•
Op verzoek van het college van burgemeester en wethouders kunnen gede-
het ‘veroorzaker-betaalt-principe’ is integraal overgenomen. Meest relevant voor de
puteerde staten in de desbetreffende gemeente een depot aanwijzen waarin
gemeenten is de verankering van de archeologie in de bestemmingsplannen en het
archeologische vondsten die in die gemeente zijn aangetroffen bij opgravingen
feit dat het bevoegd gezag ten aanzien van het de omgang met het bodemarchief
kunnen worden opgeslagen op een wijze die uit een oogpunt van behoud en
grotendeels bij de gemeente is komen te liggen.
toegankelijkheid verantwoord is (erfgoedwet, artikel 5.8, tweede lid).
Erfgoedwet (2016)
N.B. De gemeente Oss beschikt niet over een dergelijk gemeentelijk archeologisch
De Erfgoedwet bundelt bestaande wet- en regelgeving voor behoud en beheer van het
depot en heeft ook niet de ambitie om deze (op korte termijn) te starten.
cultureel erfgoed in Nederland. Het betreft daarbij zowel het roerend als onroerend erfgoed. Samen met de nieuwe Omgevingswet maakt de Erfgoedwet een integrale
Omgevingswet (2024)
bescherming van ons cultureel erfgoed mogelijk (bron: www.cultureelerfgoed.nl en
Het omgevingsrecht bestaat uit tientallen wetten en honderden regelingen voor
www.rijksoverheid.nl).
ruimte, wonen, infrastructuur, milieu, natuur, water en ook archeologie. Met de komst van de Omgevingswet per 1 januari 2024 wil het kabinet het omgevingsrecht
De erfgoedwet vervangt zes bestaande wetten en regelingen op het gebied van
makkelijker maken door al deze wetten samen te voegen . Een aantal wetten is in
cultureel erfgoed, namelijk 1) Monumentenwet 1988 (deels), 2) Wet verzelfstandi-
zijn geheel opgegaan in de Omgevingswet, waaronder de Wet Ruimtelijke Ordening.
ging rijksmuseale diensten, 3) Wet tot behoud van cultuurbezit, 4) Wet tot teruggave
Van de Monumentenwet 1988 zijn alleen de onderdelen over omgevingsrecht naar
cultuurgoederen uit bezet gebied, 5) Uitvoeringswet UNESCO -verdrag 1970 en 6)
de Omgevingswet overgegaan (bron: www.rijksoverheid.nl). Dit betreft een be-
Regeling materieel beheer museale voorwerpen.
langrijk deel van de monumentenzorg, namelijk de omgang met archeologie in de fysieke leefomgeving. Het overige deel is overgegaan naar de erfgoedwet (zie vorige
Bepalingen ten aanzien van archeologie die voor de gemeente Oss van belang (kun-
paragraaf).
nen) zijn: •
Het vergunningstelsel voor archeologische bedrijven wordt vervangen door wet-
Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet is de bescherming van archeologi-
telijk geregelde certificering. “Het is verboden zonder certificaat daartoe hande-
sche waarden, die eerder was vastgelegd in de Monumentenwet en de WAMZ, over-
lingen te verrichten met betrekking tot het opsporen, onderzoeken of verwerven
geheveld naar de Omgevingswet. Zie hiervoor met name artikel 5.130 van het Besluit
van cultureel erfgoed of onderdelen daarvan, waardoor verstoring van de bodem,
Kwaliteit Leefomgeving (BKL; bron: IPLO).
of verstoring of gehele of gedeeltelijke verplaatsing of verwijdering van een ar-
•
cheologisch monument of cultureel erfgoed onder water optreedt.” (erfgoedwet,
Artikel 5.130 Besluit Kwaliteit Leefomgeving (BKL)
paragraaf 5.1 en www.cultureelerfgoed.nl).
1. In een omgevingsplan wordt rekening gehouden met het belang van het
Een archeologische vondst die is aangetroffen bij een opgraving en waarop niemand zijn recht van eigendom kan bewijzen, is eigendom van de provincie waar de vondst is aangetroffen, tenzij de betreffende gemeente beschikt over een
behoud van cultureel erfgoed, met inbegrip van bekende of aantoonbaar te verwachten archeologische monumenten. 2. Met het oog op het belang van het behoud van cultureel erfgoed worden in
aangewezen depot als bedoeld in artikel 5.8, tweede lid (erfgoedwet, paragraaf
een omgevingsplan in ieder geval regels gesteld ter bescherming van daarvoor
5.2, artikelen 5.7 en 5.8).
in aanmerking komend cultureel erfgoed, waarbij rekening wordt gehouden
42
met de volgende beginselen:
De gemeente kan dus lokale regels stellen over archeologisch onderzoek. Dit kan de
a. het voorkomen van ontsiering, beschadiging of sloop van op grond
gemeente doen om archeologische monumenten in de bodem te beschermen of om
van het omgevingsplan beschermde monumenten en archeologische
ze deskundig te laten opgraven. Om inhoudelijk de regie te voeren kan de gemeente
monumenten;
eisen stellen aan dit onderzoek. Zo kan de gemeente bijvoorbeeld regelen dat lokale
b. het voorkomen van verplaatsing van op grond van het omgevingsplan beschermde monumenten of een deel daarvan, tenzij dit dringend is vereist
onderzoeksthema’s meer aandacht krijgen of lokale vrijwilligers worden betrokken bij het onderzoek (bron: IPLO).
voor het behoud van die monumenten; c. het bevorderen van het gebruik van monumenten, zo nodig door wijziging
Is er sprake van een archeologisch rijksmonument in een gemeente, dan wordt het
van die monumenten, rekening houdend met de monumentale waarden;
college van Burgermeester en Wethouders bevoegd gezag voor het afgeven van de
d. het voorkomen van aantasting van: 1°. de omgeving van rijksmonumenten, voorbeschermde rijksmonumenten
monumentenvergunning. De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed geeft in de vergunningenprocedure een bindend advies, waar niet vanaf kan worden geweken.
en monumenten die op grond van het omgevingsplan zijn beschermd, voor zover die monumenten door die aantasting worden ontsierd of beschadigd; en 2°. het karakter van in het omgevingsplan beschermde stads- of dorpsgezichten of beschermde cultuurlandschappen door de sloop van bestaan-
Van Monumentenwet 1988 naar Erfgoedwet en Omgevingswet (@ Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed).
de gebouwen, de bouw van nieuwe gebouwen of andere belangrijke veranderingen; en e. het conserveren en in stand houden van archeologische monumenten, bij voorkeur in situ. 3. In het belang van de archeologische monumentenzorg kunnen in een omgevingsplan ook: a. regels worden gesteld over eisen aan onderzoek naar de archeologische waarde van een locatie of aan de wijze van het verrichten van opgravingen of archeologische begeleiding van andere activiteiten die tot bodemverstoring leiden; en b. gevallen worden aangewezen waarin kan worden afgezien van onderzoek naar de archeologische waarde van een locatie of het opleggen van plichten met die strekking. 4. Als in een omgevingsplan regels worden gesteld over het verrichten van archeologisch onderzoek, bepaalt het omgevingsplan dat die regels niet van toepassing zijn op activiteiten met een oppervlakte van minder dan 100 m2. 5. In afwijking van het vierde lid kan in een omgevingsplan een andere oppervlakte worden vastgesteld. 43
Bruidschat Onder de Omgevingswet zullen veel regels die nu vanuit het Rijk zijn gesteld, de bevoegdheid worden van gemeenten. Deze regels zullen niet langer in de wet en bijbehorende AMvB’s staan, maar in een omgevingsplan. Het gaat om regels waarbij de locatie bepaalt of de regels passend zijn. Wanneer het Rijk niets zou regelen voor de situatie ná inwerktreding van de wet en de gemeenten nog geen regels hebben gesteld, zou er een gat vallen in de lokale regelgeving. Om dit gat op te vullen, heeft het Rijk de zogeheten bruidsschat opgesteld: een pakket aan regels dat vanaf 1 januari 2024 automatisch deel uitmaakt van het omgevingsplan. Het idee achter de bruidsschat is dat een gemeente deze regels kan aanpassen aan de locatie (bron: handreiking bruidschat 2.0). In de bruidschat zijn ook enkele regels over archeologie opgenomen. Deze zijn begin 2022 intern bij de gemeente beoordeeld waarbij ook bekeken is in hoeverre deze overgenomen worden.
44
Bijlage 2. Beleidskader Rijk
schaalvergroting van de landbouw. De opgave is cultureel erfgoed en (inter)nationale unieke landschappelijke en natuurlijke kwaliteiten te ontwikkelen, te behouden, te
Behalve de verantwoordelijkheid voor de uitvoering van het rijksarcheologiebeleid en
versterken en te benutten bij gebiedsontwikkeling en transformatie. Zo werken we
de handhaving van de Monumentenwet, is de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed
aan een herkenbare leefomgeving met karakter.
ook medeverantwoordelijk voor het gebouwde, archeologische en landschappelijke erfgoed. Het archeologiebeleid is dan ook integraal onderdeel van het rijksbeleid ten
Rijksrol
aanzien van cultuurhistorie en ruimte. De uitgangspunten van het te voeren beleid
Op grond van het Europees Landschapsverdrag heeft het Rijk systeemverantwoor-
zijn verwoord in de Nationale Omgevingsvisie, de NOVI, cultureel erfgoed is hierin
delijkheid voor landschap. Het geeft uitvoering aan dit nationaal belang samen met
opgenomen als belang nr. 19:
de provincies, die ook verantwoordelijk zijn. De rol van het Rijk in dit belang is de
Behouden en versterken van cultureel erfgoed en landschappelijke en natuurlijke
(wettelijke) randvoorwaarden te creëren om cultureel erfgoed en landschappelijke
kwaliteiten van (inter)nationaal belang: Het is van nationaal belang de kernkwa-
en natuurlijke kwaliteiten voor de lange termijn in stand te houden. Het Rijk onder-
liteiten van stad en land te waarborgen. Dit uit zich in bescherming van waarde-
steunt medeoverheden en maatschappelijke partijen en zal invulling geven aan dit
volle, open en kwetsbare landschappen en bebouwde gebieden, uitgaand van hun
belang bij zijn eigen activiteiten en bezit. Het Rijk is resultaatverantwoordelijk voor
kernkwaliteiten. Bij (stedelijke) groei, verdichting, transformatie of krimp moet reke-
de grote wateren en cultureel erfgoed in de Noordzee.
ning worden gehouden met unieke landschappelijke structuren en objecten, cultuur-
Het Rijk is medeverantwoordelijk voor het beschermen van waardevolle landschap-
landschappen (of onderdelen daarvan), archeologische monumenten, gebouwde of
pen, zoals het Groene Hart, de Waddenzee, de Veluwe, de werelderfgoedgebieden en
aangelegde monumenten, beschermde stads- en dorpsgezichten en (genomineerde)
de nationale parken. Dit vraagt van alle actoren, zowel overheden, maatschappelijke
werelderfgoederen en wederopbouwgebieden van nationaal belang. Die kernkwali-
partijen als inwoners, om de veranderingen in het landschap met zorg voor de kwa-
teiten kunnen ook benut worden bij ruimtelijke opgaven en transformaties, bijvoor-
liteit van dat landschap vorm te geven en te monitoren. De zorg voor het behoud van
beeld met de inzet van ruimtelijk ontwerp. Nationale parken kunnen een bijdrage
cultureel erfgoed en van werelderfgoed is het werkterrein van alle overheden. Daarbij
leveren aan grote ruimtelijke opgaven mits de bescherming van de unieke waarden
gelden de verplichtingen die voortvloeien uit het verdrag van Granada, het verdrag
in deze gebieden is gewaarborgd. Dit draagt bij aan een aantrekkelijke leefomgeving
van Valletta, het Europees landschapsverdrag en het Werelderfgoedverdrag. Het Rijk
met een goed vestigingsklimaat. Voor een hoogwaardige kenniseconomie als de onze,
is verantwoordelijk voor een goed functionerend (wettelijk) systeem voor erfgoed en
is de bereikbaarheid en aantrekkelijkheid van het omringende landschap van groot
leefomgeving.
belang in de concurrentie met andere Europese metropolen zoals Londen en Parijs. De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed wijst namens de minister van OCW archeoOpgave
logische rijksmonumenten aan, geeft bindend advies bij vergunningen voor archeolo-
De voor Nederland kenmerkende landschappen verliezen langzaamaan identiteit
gische rijksmonumenten, verstrekt subsidies voor instandhouding en beheert Archis,
als gevolg van gestage erosie van kenmerkende landschapselementen. De druk op
het archeologisch informatiesysteem. Ze geven ook advies, doen onderzoek, verzame-
het landschap neemt onder meer toe door ‘verloodsing’ als gevolg van groei van de
len bestaande kennis, ontwikkelen ontbrekende kennis en delen de opgedane kennis
economie en het transport, leegstand van agrarische bebouwing, bodemdaling en
met anderen (bron: www.cultureelerfgoed.nl).
45
Provincie De provincie is bevoegd gezag bij het afgeven van ontgrondingvergunningen, bij (eigen) Milieueffectrapportages (MER) en bij een provinciaal projectbesluit (voormalig: PIP). De provincie graaft zelf niet op, maar heeft – krachtens de wet – een belangrijke rol van schatbewaarder. Alle archeologische vondsten die - buiten de grote steden - bij opgravingen worden gedaan, zijn in principe eigendom van de provincie. Alleen met instemming van de provincie is het mogelijk voor gemeenten om een eigen gemeentelijk depot te hebben. In het laatste geval komt ook het eigendom van de vondsten bij de betreffende gemeente (https://www.brabant.nl/onderwerpen/erfgoed/archeologie) . Hoofddoelen van het provinciaal beleid: • Duurzaam behoud en beheer van het archeologisch erfgoed in situ (ter plekke) door gebiedsbescherming. • Duurzaam behoud en beheer van het archeologisch erfgoed ex situ (het provinciaal depot), als behoud in situ onmogelijk blijkt. •
De cultuurhistorische waardenkaart van Brabant ingezoomd op de regio Oss.
1.
Archeologisch landschap Maaskant
2.
Cultuurhistorisch landschap Beerse en Baardwijkse Overlaat
3.
Cultuurhistorisch vlak Beerse Overlaat
Vergroting van het maatschappelijk draagvlak voor archeologie in Brabant. De CHW is ontwikkeld door de provincie en is in eerste instantie een toetsingsin-
De provincie ziet het Brabantse erfgoed als belangrijk onderdeel van haar identiteit
strument bij ontgrondingen en ruimtelijke ontwikkelingen. Daarnaast dient hij als
en wil het een plaats geven in de verdere ontwikkeling van Brabant. Daarom heeft ze
informatie- en inspiratiebron voor ruimtelijke plannen of projecten.
haar ruimtelijk erfgoed opgenomen op de Cultuurhistorische Waardenkaart (CHW). De CHW is vastgesteld in 2010 en op kleine onderdelen aangepast in de herziening 2016. Prominent op de CHW is het provinciaal cultuurhistorisch belang. Het gaat hierbij om erfgoed dat van belang is voor de regionale identiteit. Dit belang hangt nauw samen met het provinciaal ruimtelijk belang, zoals benoemd in de provinciale Structuurvisie ruimtelijke ordening en de interim omgevingsverordening (en indirect de omgevingsvisie). Het provinciaal belang is beperkt tot het landelijk gebied, waar de provincie haar belangrijkste taak heeft. Voor de gemeente Oss zijn de volgende landschappen/ vlakken van provinciaal belang:
46
Bijlage 3. Werkproces van Archeologische MonumentenZorg Het werkproces van Archeologische MonumentenZorg (AMZ) bestaat uit verschillen-
•
de stappen.
en er zijn geen verdere restricties voor de plannen. •
De eerste stap bestaat uit een archeologisch bureauonderzoek. Tijdens dit bureauonderzoek worden diverse bronnen bestudeerd. Vervolgens wordt een gespecificeerde
De vindplaats is niet behoudenswaardig, kan dan ook afgeschreven worden De vindplaats is behoudenswaardig en kan in situ behouden worden (bescherming) door planinpassing / planaanpassing.
•
De vindplaats is behoudenswaardig, maar behoud in situ is niet reëel. In
archeologische verwachting opgesteld. Hierdoor wordt duidelijk waar welke archeo-
dit geval dient de vindplaats ex situ behouden te worden, wat betekent dat
logische waarden aanwezig zijn of worden verwacht. En ook wordt bepaald waar deze
er een opgraving (bij uitzondering in de variant van een begeleiding) moet
waarden door geplande bodemingrepen worden bedreigd.
plaatsvinden.
Uit het bureauonderzoek kan blijken dat verder archeologisch onderzoek nodig is.
Indien de gespecificeerde archeologische verwachting tijdens een van de fases naar
Dit vervolgonderzoek bestaat meestal uit een inventariserend veldonderzoek. Hierbij
beneden kan worden bijgesteld of wanneer blijkt dat de archeologische waarden
kan onderscheid worden gemaakt in een verkennende, karterende en waarderende
niet door geplande ingrepen verstoord worden, gelden geen verdere restricties met
fase. Dit onderzoek heeft tot doel de gespecificeerde verwachting te toetsen en aan te
betrekking tot de geplande ingrepen.
vullen. Vaak wordt eerst een booronderzoek uitgevoerd, soms aangevuld een oppervlaktekartering. Als de archeologische verwachting overeind blijft, worden de aard, de
Gravend onderzoek (proefsleuven, opgraving, begeleiding) moet altijd te gebeuren
omvang, de datering, de gaafheid, de conservering en de inhoudelijke kwaliteit van
op basis van een Programma van Eisen (PvE), waarin de archeologische eisen staan
de archeologische waarden vastgesteld door middel van een (karterend en) waarde-
omschreven waaraan het onderzoek dient te voldoen. Dit PvE dient te worden goed-
rend onderzoek. Meestal gebeurt dit in de vorm van zogenaamde zoek-/proefsleuven.
gekeurd door het bevoegd gezag (meestal de gemeente).
Door middel van één of enkele proefsleuven worden de archeologische sporen blootgelegd en opgetekend. Proefsleuven zijn dan ook opgravingen in het klein, waarvoor min of meer dezelfde eisen gelden als voor een opgraving. Het onderzoek is vrij arbeidsintensief en vindt bij voorkeur ruim voor de planuitvoering plaats. Uit het proefsleuvenonderzoek blijkt of de vindplaats behoudenswaardig is of niet. Vervolgens neemt de gemeente een selectiebesluit. Hierbij zijn er verschillende opties:
47
Bijlage 4a. Toelichting op de vrijstellingsgrenzen Niet altijd en overal is archeologisch onderzoek nodig. Het doel van een goed archeo-
Voor AMK-terreinen geldt dat ook de reguliere agrarische werkzaamheden tot maxi-
logiebeleid is juist om nut en noodzaak van archeologisch onderzoek te bepalen. Bij
maal 30 cm beneden huidig maaiveld mogen gaan.
de vrijstellingsgrenzen geldt als (logische) algemene richtlijn: hoe hoger de archeologische waarde of verwachting van een gebied, hoe kleiner de vrijstellingsgrens.
Oppervlakte van de bodemingreep
Namelijk: hoe hoger de archeologische waarde, hoe meer vindplaatsen we in een
Categorie 1. Dit betreft de wettelijk beschermde archeologische monumenten (in de
gebied verwachten. Voor deze gebieden geldt dan ook dat bij relatief kleine ingrepen
gemeente Oss zijn dat er drie). Voor deze terreinen geldt dat een duurzame instand-
al vindplaatsen kunnen worden verstoord. Of vindplaatsen daadwerkelijk worden
houding van het terrein moet worden gewaarborgd en dat er dus geen bodemingre-
verstoord wordt ook bepaald door de aard, omvang en diepteligging van de geplande
pen mogen worden uitgevoerd. Voor werkzaamheden is hier altijd een vergunning
bodemingrepen. Naast archeologisch relevant, dienen de vrijstellingsgrenzen ook
volgens de Erfgoedwetgeving vereist (aanvraag via gemeente; bindend advies door
maatschappelijk haalbaar en praktisch uitvoerbaar te zijn. Geprobeerd is om de zoge-
het Rijk).
naamde ‘kruimelgevallen’ zoveel mogelijk vrij te stellen van archeologisch onderzoek. Voor ons als gemeente is het van belang om toevalsvondsten zoveel mogelijk uit te
Categorie 2. AMK-terreinen/monumenten zijn terreinen waarvan bekend is dat er
sluiten, aangezien het (financiële) risico hiervan vaak bij de gemeente ligt (zie ook
waardevolle archeologische resten aanwezig zijn. Deze terreinen zijn aangewezen
paragraaf 3.3.4).
door de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed en vaak ook door hen zijn gewaardeerd.
In het archeologiebeleid uit 2010 waren ook al vrijstellingsgrenzen opgenomen.
Voor deze terreinen geldt dat in principe gestreefd moet worden naar duurzaam
Onderstaande vrijstellingsgrenzen sluiten hier grotendeels bij aan. Een klein deel is
behoud. Dat betekent dat ingrepen die kunnen leiden tot verstoring of vernietiging
aangepast. In bijlage 4b zijn deze aanpassingen verantwoord.
van de archeologische resten dienen te worden voorkomen. Vandaar dat voor deze
Diepte van de bodemingreep Alle bodemingrepen tot 30 cm beneden het huidige maaiveld zijn vrijgesteld van
terreinen geen oppervlakte-vrijstelling geldt. Dit geldt ook voor bekende vindplaatsen, die tijdens onderzoek zijn aangetroffen, gewaardeerd en behoudenswaardig zijn bevonden.
archeologisch onderzoek. Deze grens van 30 cm is gebaseerd op de gemiddelde diepte van de verstoorde bovengrond, vaak de bouwvoor. Hoewel in de verstoorde boven-
Categorie 3. Voor de historische stads- en dorpskernen geldt een vrijstellingsgrens
grond archeologische resten kunnen voorkomen, bevinden deze zich niet meer in hun
van 50 m2. Deze kernen zijn veelal ontstaan in de (vroege) middeleeuwen. Hier is
oorspronkelijke context. De waarde van deze resten is daardoor gering.
de verwachting op de aanwezigheid van bewoningsresten vanaf de middeleeuwen
Uitgezonderd zijn de reguliere agrarische werkzaamheden; Deze zijn tot 50 cm bene-
zo hoog dat ze in feite als archeologische vindplaats beschouwd moeten worden.
den maaiveld toegestaan. Het opleggen en handhaven van een vrijstellingsgrens van
Archeologisch onderzoek kan belangrijke informatie geven over het ontstaan van
30 cm zou een onevenredige, rechtstreekse inbreuk zijn op de reguliere agrarische
de huidige steden en dorpen. De kernen zijn begrensd met behulp van historisch
bedrijfsvoering.
kaartmateriaal. Het betreft overigens een klein areaal in verhouding tot het totale
Archeologische rijksmonumenten en AMK-terreinen vormen hierop een uitzondering.
gemeentelijke grondgebied.
Voor elk rijksmonument is door de RCE een vrijstellingsgrens op maat vastgesteld.
48
Voor de historische kern van Ravenstein geldt een iets strenger regime. De praktijker-
al te grootschalige ontwikkelingen, maar waarborgt tevens het veiligstellen of onder-
varing leert dat dit gebied archeologisch gezien zeer vol blijkt te zitten. Hier geldt een
zoeken/documenteren van archeologische waarden en informatie wanneer grotere
vrijstellingsgrens van 35 m2. Hele kleine, veelal particuliere initiatieven worden hier
oppervlakten verstoord worden.
nog toegestaan (planten van een boom, graven van een kleine vijver), maar bij de wat Categorie 8. In gebieden met een lage verwachtingswaarde geldt alleen bij grootscha-
grotere ingrepen geldt al snel een archeologische onderzoeksplicht.
lige ontwikkelingen (groter dan 5 hectare) een onderzoeksverplichting. Dit om de verCategorie 4. De historische huisplaatsen betreft een nieuwe categorie. Deze huis-
wachtingskaart te kunnen toetsen en te preciseren. Door deze grote vrijstellingsgrens
plaatsen zijn recentelijk – tijdens de actualisatie van de archeologische kaarten door
worden alleen de echt grote ontwikkelingen met archeologische onderzoekskosten
RAAP – voor het eerst in kaart gebracht. Deze huisplaatsen hadden tot op heden vaak
belast. De kosten voor archeologie zijn bij deze projecten vaak in verhouding tot de
een hoge verwachtingswaarde, en daardoor een vrijstellingsgrens van 100 m . Deze
totale kosten van het project verwaarloosbaar.
2
vrijstellingsgrens blijven we voor deze gebieden gebruiken. Categorie 9. Op de beleidsadvieskaart komt ten slotte een aantal zones voor waarCategorie 5 en 6. Dit zijn de gebieden met een hoge verwachtingswaarde, waarbij
van de bodem in het verleden ernstig is verstoord en er daarom geen archeologische
onderscheid wordt gemaakt tussen de onbebouwde (cat. 5) en bebouwde gebiedsde-
relevante sporen meer worden verwacht. Het betreft locaties die op de geologische
len (cat. 6). In deze gebieden zijn alleen de grotere initiatieven onderzoeksplichtig en
kaart vermeldt staan als zand- en grindwinningslocaties, en plaatsen waarvan op
geldt voor de meeste (particuliere) vergunningaanvragen voor bijvoorbeeld de bouw
basis van de analyse van het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN) duidelijk is
van 1 woning meestal geen onderzoeksplicht. Voor de archeologie geldt de afweging
geworden dat de bodem verstoord is. In deze zones is geen archeologisch onderzoek
dat alleen de grotere onderzoeken vaak tot meerwaarde leiden. Zogenaamde “postze-
nodig. Dit geldt ook voor de terreinen die in het verleden al volledig zijn onderzocht
gelonderzoekjes” vormen een te grote belasting voor alle betrokkenen en hebben bui-
en zijn vrijgegeven.
ten de gebieden met een zeer hoge waarde minder informatierendement. In principe geldt voor deze gebieden een vrijstellingsgrens van 250 m2 (categorie 5).
Vergelijking met omliggende gemeenten
Een speciale regeling geldt voor het stedelijk gebied van Oss, Berghem en Geffen. Deze
Hierna is een tabel opgenomen, waarin de nieuwe vrijstellingsgrenzen van de ge-
gebieden hebben een hoge archeologische verwachting. Opgravingen in nieuwbouw-
meente Oss worden vergeleken met de vrijstellingsgrenzen van omliggende gemeen-
wijken als Ussen, Mettegeupel, Mikkeldonk en Horzak onderstrepen dit. Omdat deze
ten. Hieruit blijkt dat de nieuwe vrijstellingsgrenzen ook vanuit dat opzicht goed te
gebieden echter vaak (in mindere of meerdere mate) al verstoord zijn door bebou-
verantwoorden zijn.
wing, en daardoor minder vaak iets zullen opleveren, is er voor gekozen hier een iets ruimere vrijstellingsgrens van 500 m2 te nemen (categorie 6). Categorie 7. Voor de gebieden met een middelhoge verwachtingswaarde zijn de grenzen nog verder verruimd naar 1000 m². Het betreft gebieden die slechts gedurende bepaalde periodes in gebruik zijn geweest of waar slechts specifieke archeologische resten te verwachten zijn. Een vrijstellingsgrens van 1000 m2 schept ruimte voor niet
49
Gemeente
Diepte
Hoge waarde (m2)
Hoge verwachting (m2)
Middelhoge verwachting (m2)
Lage verwachting (m2)
Oss (nieuw)
30/50 cm
0 / 35 / 50 /100
250 / 500
1000
50.000
Bernheze
40 cm
100 / 250
250
2500
-
Den Bosch
30/50 cm
1 / 25
50 / per BP bepaald
Per BP bepaald
-
Wijchen
30 cm
30 / 100
60 / 100
60 / 100
500 / 2000
Zaltbommel
0 tot 30 cm
30
100 / 2500
2500 / 5000
-
Mill en St. Hubert
40 cm
100 / 250
250
2500
-
Uden
30/40 cm
1 / 250
250
2500
-
Boxtel
40/50 cm
50 /125
125 / 500
500
-
Cranendonck
30/40/50 cm
100
100
100
-
Oirschot
30/50 cm
100
250
500
2500
Asten
40 cm
100
250
2500
Bergeijk
30/50 cm
100
250 / 500
2500
25.000
Bladel
30/50 cm
100
250 / 500
2500
25.000
Deurne
50 cm
0
1000
2500
-
Eersel
30/50 cm
100
250 / 500
2500
25.000
Eindhoven
50 cm
100
100
2500
-
Geldrop – Mierlo
30 / 50 cm
100
200
2500
-
Heeze-Leende
50 cm
100
100
500
-
Helmond
50 cm
100
100
2500
Laarbeek
40 cm
50
100
-
-
Meijerijstad
30/50 cm
50 / 100
250 / 500
250 / 500
10.000
Reusel – De Mierden
40 cm
50
100
-
-
Someren
40 cm
100
250
250
2500
Son en Breugel
30/40 cm
10 / 100
250
1000
-
Valkenswaard
30/50 cm
100
250/500
2500
25.000
Landerd
50 cm
50 / 100
250
2500
-
Veldhoven
40 cm
0
75 / 100
-
5000
Grave
50 cm
50 / 100
250
2500
-
Waalre
30 cm
100
100
100
-
Vrijstellingsgrenzen omliggende gemeenten. Bovenstaande vrijstellingsgrenzen zijn deels overgenomen uit: Krauwer, 2017 en mogelijk niet helemaal actueel.
50
Bijlage 4b. Verantwoording aangepaste vrijstellingsgrenzen In het archeologiebeleid uit 2010 waren ook al vrijstellingsgrenzen opgenomen. Ten
Hoge verwachting, buiten bebouwd gebied
opzichte van deze vrijstellingsgrenzen is de vrijstellingsgrens voor de diepte hetzelfde
De vrijstellingsgrens voor gebieden met een hoge archeologische verwachtingswaar-
gebleven (30 respectievelijk 50 cm –Mv). De vrijstellingsgrenzen voor de oppervlakte
de (buiten het bebouwde gebied) wordt in het nieuwe beleid verruimd van 100 naar
sluiten voor een groot deel bij de oude grenzen aan, voor een klein deel zijn ze aange-
250 m2. Het zijn gebieden waar met name archeologische sporen en vondsten worden
past. In deze bijlage worden de aanpassingen verantwoord.
verwacht, ze zijn er vooralsnog niet aangetoond, zoals bij de monumentterreinen en de historische stads- en dorpskernen. Bij de oude vrijstellingsgrens van 100 m2 is de
Deelgebied
Vrijstellingsgrens oud beleid Vrijstellingsgrens nieuw beleid