CConstaterende datOss
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlagenboek toelichting MrvCoothstr14

Gemeenteraad 27 juni 2024, gemeente OssBij agendapunt: A Bestemmingsplan Mr. van Coothstraat 14 Lith - 202422.636 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Het plangebied is te opgeruimd en de binnenzijde van de zwaar beschadigde garage is bezemschoon. Daardoor zijn er voor marterachtigen geen ruigtehoekjes aanwezig om te schuilen.

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

17

Ecologische quickscan Meester van Coothstraat 14 Lith, BE-0532 De aanwezigheid van marterachtigen verraad zich vaak door uitwerpselen, prooiresten en stank. Tijdens het veldbezoek is gelet op sporen van aanwezigheid van voornoemde marterachtigen. Er zijn geen aanwijzingen gevonden die duiden op aanwezigheid van deze. Er zijn geen geschikte ingangen voor marterachtigen om de garage te betreden, waardoor er geen schuilplaatsen voor marterachtigen aanwezig kunnen zijn in de stallen. Zodoende is het uitgesloten dat het plangebied een belangrijk onderdeel vormt van het leefgebied van marterachtigen. Overige beschermde soorten De overige beschermde soorten omvatten vooral knaagdieren en algemeen voorkomende soorten. Sommige van deze soorten zijn beschermd, maar een aantal van deze soorten vallen er in de provincie Noord-Brabant tot de vrijgestelde soorten. Voor soorten uit deze categorie betekent dat bij ruimtelijke ontwikkeling er geen ontheffing hoeft te worden gevraagd en dat rust- of verblijfplaatsen verwijderd mogen worden, wanneer geen andere bevredigende oplossing bestaat. Het is echter wel noodzakelijk om voldoende zorg te dragen voor de aanwezige individuen en al het redelijkerwijs mogelijke dient gedaan te worden om het doden van individuen te voorkomen.

In de onderstaande tabel zijn de overige beschermde zoogdiersoorten te vinden die volgens de NDFF de laatste vijf jaar zijn waargenomen binnen een straal van twee kilometer rond het plangebied. Overige soort Bever Eekhoorn

Afstand plangebied 0-2 km 0-2 km

Bescherming Beschermd Beschermd

Eekhoorn De voorkeurshabitat voor eekhoorn bestaat uit gemengde bossen, bosrijke tuinen, parken en houtwallen, daar waar voedselmogelijkheden voorhanden zijn. In het plangebied valt weinig te foerageren voor de eekhoorn door het ontbreken van geschikte voedselbomen en bosrijk biotoop. Bever In 1988 is men begonnen met het uitzetten van bevers in Nederland en het lijkt erop dat de bever langzamerhand een vaste plek in onze fauna heeft heroverd. Bevers komen voor in het overgangsgebied tussen land en water zoals moerassen, langs beken, rivieren en meren. De bever heeft een voorkeur voor rustige rivieren en meren omzoomd door broekbossen met bomen als wilg en es. De aanwezigheid van bossen op de oevers is een vereiste. Het plangebied is door de ligging en inrichting geen essentieel onderdeel van het leefgebied voor de bever. Er zijn geen eekhoornnesten waargenomen in het plangebied. Er zijn tijdens het veldbezoek geen waarnemingen van bomen waarin eekhoorns zouden kunnen foerageren. Het is daardoor uit te sluiten dat het plangebied essentieel onderdeel is van de habitat van een eekhoorn. Het is aannemelijk dat er een enkel individu van een beschermde soort in de planlocatie kan worden aangetroffen, zoals egel, mol, veldmuis en bepaalde spitsmuizen. Deze soorten zijn weliswaar beschermd, maar behoren in de provincie Noord-Brabant tot de vrijgestelde soorten.

Conclusie Door uitvoering van de voorgenomen activiteiten wordt geen vleermuis verstoord, verwond of gedood en wordt er geen rust- of verblijfplaats beschadigd of vernield. Er is dus geen ontheffing nodig voor deze soortgroep. In de omgeving van het plangebied is en blijft voldoende geschikt foerageergebied aanwezig voor vleermuizen. De werkzaamheden hebben geen significant negatief effecten op foerageergebieden van vleermuizen. In het plangebied komen geen marterachtigen voor. Het is mogelijke dat er een enkele individu van een vrijgestelde soort aanwezig is in het plangebied. De zorgplicht is altijd van kracht. Tijdens het veldbezoek zijn geen beschermde zoogdieren of sporen van beschermde zoogdieren waargenomen.

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

18

Ecologische quickscan Meester van Coothstraat 14 Lith, BE-0532

5.2.3 Vogels In de Wet natuurbescherming worden alle broedende vogels strikt beschermd op grond van de Vogelrichtlijn waardoor alle bewoonde nesten in het broedseizoen vallen onder de bescherming van deze wet. De Wet natuurbescherming hanteert geen standaardperiode voor het broedseizoen, maar voor de volledigheid wordt vaak gesproken van half maart tot half juli. Van belang is of een broedgeval aanwezig is, ongeacht de periode. Men dient daarom gedurende kap- en sloopwerkzaamheden rekening te houden met het broedseizoen van vogels. Overtreding van verbodsbepalingen ten aanzien van vogels wordt voorkomen door bepaalde werkzaamheden buiten het broedseizoen uit te voeren. Van een aantal vogelsoorten worden de nesten ook buiten het broedseizoen beschermd. De zogenaamde ‘Jaarrond beschermde verblijfplaatsen’. Als deze nesten door een ruimtelijke ontwikkeling verdwijnen, kan afhankelijk van de soort die het nest gebruikt, een ontheffingsaanvraag noodzakelijk zijn. De bescherming van vogels kan worden opgedeeld in 5 categorieën. Categorie 1-4 De eerste 4 categorieën betreffen vogels welke zeer honkvast broeden en (1-4) of welke zelf niet of nauwelijks in staat zijn om een eigen nest te bouwen (4). De vogelsoorten die volgens de NDFF de laatste vijf jaar zijn waargenomen in een straal van twee kilometer rond het plangebied zijn te vinden in de onderstaande tabel.

Soort Boomvalk Buizerd Gierzwaluw Grote gele kwikstaart Havik Huismus Kerkuil Ooievaar Ransuil Roek Slechtvalk Sperwer Steenuil

Afstand plangebied 0-2 km 0-2 km 0-2 km 0-2 km 0-2 km 0-2 km 0-2 km 0-2 km 0-2 km 0-2 km 0-2 km 0-2 km 0-2 km

Bescherming categorie* en habitat 4, boom bewonend 4, boom bewonend 2, gebouw bewonend 3, boom of gebouw bewonend 4, boom bewonend 2, gebouw bewonend 3, gebouw bewonend 3, boom of gebouw bewonend 4, boom bewonend 2, boom bewonend 3, gebouw bewonend 4, boom bewonend 1, gebouw bewonend

* Op de volgende categorieën gelden de verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming het gehele seizoen: 1. Nesten die, behalve gedurende het broedseizoen als nest, buiten het broedseizoen in gebruik zijn als vaste rust- en verblijfplaats. 2.Nesten van koloniebroeders die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing of biotoop. De (fysieke) voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar. 3. Nesten van vogels, zijnde geen koloniebroeders, die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing. De (fysieke) voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar. 4. Vogels die jaar in jaar uit gebruik maken van hetzelfde nest en die zelf niet of nauwelijks in staat zijn een nest te bouwen.

Gierzwaluw De gierzwaluw is voor zijn voortplanting bijna uitsluitend gebonden aan menselijke bewoning en daarom komt hij in de zomer veelal in grotere dorpen en steden voor. Omdat ze moeilijk van de grond kunnen opstijgen hebben ze een sterke voorkeur voor hoge nestplaatsen met een ruime aan- en uitvliegroute, zo kunnen ze makkelijk in vlucht komen door zich eruit te laten vallen. Deze koloniebroeders gebruiken het liefst elk jaar hetzelfde nest. Op de planlocatie zijn geen geschikte nestplaatsen voor de gierzwaluw. Uilen Steenuil en kerkuil schuwen de menselijke omgeving niet en broeden ook onder daken en op zolders van huizen, loodsen en schuren, maar waarbij de aanwezigheid van geschikt foerageergebied in de directe omgeving noodzakelijk is. Nest- en rustplaatsen van steenuil en kerkuil zijn jaarrond beschermd.

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

19

Ecologische quickscan Meester van Coothstraat 14 Lith, BE-0532 Tijdens het veldbezoek is er uitgekeken naar sporen van aanwezigheid van kerkuil en steenuil zoals braakballen, krijtsporen tegen muren of rui veren. Er zijn geen sporen van aanwezigheid van uilen aangetroffen. Het gebouw is dusdanig beschadigd dat het klimaat binnen het gebouw ongeschikt is voor uilen. Er zijn te veel openingen voor licht en lucht, waardoor het gebouw te licht en tochtig blijft. Huismus Vanwege de beperkte actieradius (enkele honderden meters) van Huismus (Baijens et al. 2005) zijn drie essentiële onderdelen van het leefgebied van belang voor de Huismus: nestlocatie, habitat met voedselaanbod en beschutting. Alle voorzieningen dienen dichtbij elkaar te liggen. Bij voorkeur binnen een straal van enkele honderden meters van het plangebied. Er zijn tijdens het veldbezoek geen huismussen gezien. De beschadigde garage in het plangebied beschikt niet over geschikte nestplaatsen voor huismussen. Ooievaar, roek en grote gele kwikstaart Geen van de biotopen van genoemde vogelsoorten komt voor in het plangebied waardoor het voorkomen van deze drie uitgesloten kan worden. Roofvogels De habitat van roofvogels bestaat, afhankelijk van de soort, uit een bos of een grote (half)open vlakte waar de vogels kunnen jagen.

Daarnaast hebben ze in hun leefgebied een geschikte boom nodig waarin een nest gebouwd kan worden. In het plangebied is geen bos of open vlakte aanwezig. Daarnaast zijn er geen geschikte bomen die voor roofvogels kunnen dienen als nestlocatie. Het is dus uit te sluiten dat het plangebied onderdeel is van de habitat van een boom bewonende roofvogelsoort. De slechtvalk broedt bij voorkeur in hoge gebouwen (>4 verdiepingen). Er is voor de slechtvalk geen geschikte habitat aanwezig in het plangebied. Categorie 5 Categorie 5- soorten zijn alleen jaarrond beschermd als zwaarwegende feiten of ecologische omstandigheden dat rechtvaardigen. In het algemeen geldt niet zozeer de bescherming van de nestplek zelf, maar meer de schaarste van dit type nestgelegenheid. Het betreft voornamelijk holenbroeders of vogels die een groot nest bouwen als zwarte kraai of ekster, waarvan enkele andere soorten vogels gebruik maken die niet in staat zijn om zelfstandig een nest te bouwen. (bijv. ransuil, torenvalk en boomvalk). Tijdens het veldbezoek zijn uit deze categorie geen nesten in bomen in het plangebied aangetroffen. Ook zijn geen bomen met geschikte holtes aanwezig.

Overige Vogelrichtlijnsoorten In het plangebied zijn mogelijkheden voor nestgelegenheid voor overige vogelrichtlijnsoorten waarvan de nesten alleen gedurende het broedseizoen beschermd zijn. Er is in het plangebied veel geschikt opgaand groen aanwezig waarin algemene vogelrichtlijnsoorten broedgelegenheid vinden. Met de beoogde herontwikkeling en de bijbehorende robuuste landschappelijke inpassing met streekeigen groen zullen nest- en foerageergelegenheid voor overige tuin, - en struweelvogels toenemen. Conclusie Er zijn tijdens het veldbezoek geen nesten in bomen waargenomen waarvan beschermde soorten gebruik kunnen maken. De gecultiveerde tuin biedt wel schuil- en foerageer mogelijkheden voor kleine vogelsoorten. Indien deze vegetatie wordt verwijderd, zijn er nog voldoende schuil en foerageermogelijkheden aanwezig in de omgeving van het plangebied. Als het verwijderen van deze bomen en struiken buiten het broedseizoen plaatsvindt, wordt voorkomen dat er negatieve effecten optreden ten aanzien van algemeen voorkomende vogelsoorten. Er zullen geen vaste rust- en verblijfplaatsen van huismussen, gierzwaluwen, uilen of roofvogels verloren gaan en er worden geen verbodsbepalingen uit de Wet Natuurbescherming overtreden. Een ontheffingsaanvraag is niet noodzakelijk.

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

20

Ecologische quickscan Meester van Coothstraat 14 Lith, BE-0532 De aanwezigheid van algemene broedende vogelsoorten als duif en merel is bijna nooit uit te sluiten omdat deze soorten in struiken en onder kleine afdakjes als een uitstekende dakrand kunnen broeden. Een negatief effect op deze soorten is echter betrekkelijk eenvoudig te voorkomen door buiten het broedseizoen te werken. De planlocatie was visueel goed te onderzoeken.

5.2.4 Amfibieën, reptielen, vissen, vlinders en libellen Amfibieën, vissen en reptielen Amfibieën, reptielen en vissen zijn gedurende een groot deel van hun leven afhankelijk van waterstructuren. Vooral tijdens het voortplantingsseizoen is het erg belangrijk om waterstructuren in plangebieden te onderzoeken op de aanwezigheid reptielen en amfibieën die de waterstructuren als voortplantingslocatie gebruiken. Hierbij gaat het bij amfibieën en reptielen om een waterstructuur van maximaal 1,5 meter diep. De soorten die volgens de NDFF de laatste vijf jaar zijn waargenomen in een straal van twee kilometer rond het plangebied zijn te vinden in de onderstaande tabel. Soort

Afstand plangebied

Soortgroep en bescherming

Grote modderkruiper Poelkikker Noordzeehouting

0-2 km 0-2 km 0-2 km

Vissen, beschermd Amfibieën, beschermd Vissen, beschermd

De aanwezigheid van deze beschermde soorten is uit te sluiten. Beschermde amfibie- of vissoorten zullen geen gebruik maken van het plangebied als voortplantingsgebied, de ontwikkeling is land gebonden en er zullen geen waterstructuren worden aangetast. De stroom ten zuiden van het plangebied blijft behouden. Daarnaast stroomt de waterloop te snel om te dienen als voortplantingsgebied voor amfibieën en is het perceel ten zuiden van het plangebied landbouwgrond. Door de intensieve bemesting van de landbouwgrond neemt de waterkwaliteit af wegens de overmatige verrijking met voedingsstoffen. In theorie zou het mogelijk zijn dat er in het plangebied enkele algemene amfibiesoorten, zoals de bruine kikker of gewone pad in landfase voorkomen. Hoewel deze soorten beschermd zijn, worden ze niet bedreigd in hun voorkomen en staan ze vermeld als vrijgestelde soorten in de provincie Noord-Brabant. Voor het opzettelijk doden of vangen en voor het opzettelijk beschadigen of vernielen van vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen wordt vrijstelling verleend als de handeling verband houdt met ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden. Het is echter altijd noodzakelijk om voldoende zorg te dragen voor de aanwezige individuen en al het redelijkerwijs mogelijke dient te worden gedaan om het doden van individuen te voorkomen.

De ingreep leidt niet tot een overtreding van de Wet natuurbescherming voor deze soortengroepen. Nader onderzoek is niet noodzakelijk. Vlinders en libellen Volgens de NDFF zijn er de laatste vijf jaar geen waarnemingen van libellensoorten. Er zijn 1 dagvlindersoort en 1 nachtvlindersoort waargenomen binnen een straal van twee kilometer rond het plangebied. Deze soorten zijn te vinden in de onderstaande tabel. In het plangebied ontbreken specifieke biotopen en waardplanten voor beschermde libellen en dagvlinders.

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

21

Ecologische quickscan Meester van Coothstraat 14 Lith, BE-0532 Soort

Afstand plangebied

Soortgroep en habitat

Veldparelmoervlinder

0-2 km

Dagvlinder, kruidenrijke, droge en schrale graslanden met een open, korte, vrij rommelige mozaïekstructuur, waardplant: vooral smalle weegbree. Ook ereprijs, knoopkruid en muizenoor

Teunisbloempijlstaart

2 km

Nachtvlinder, vochtige bossen en bosranden, waardplant: teunisbloem, wilgenroosje, basterdwederik en kattenstaart

Overige soorten Er zijn de laatste vijf jaar in een straal van twee kilometer rond het plangebied geen waarnemingen van beschermde soorten. Overige beschermde soorten insecten zijn afhankelijk van bijzondere habitattypen als oude (eiken)bossen met boomholtes en rottend hout, of onvervuilde, voedselarme wateren met specifieke vegetaties. Deze biotopen zijn niet aanwezig in het plangebied en de directe omgeving. Conclusie In het plangebied is geen geschikt leefgebied voor beschermde dagvlinders en libellen en deze zijn tijdens het veldbezoek ook niet waargenomen. Het voorkomen van beschermde dagvlinders en libellen kan uitgesloten worden. Ook voor overige soorten ongewervelden zoals beschermde kevers, kreeften of slakken vormt het plangebied geen geschikt habitat. Het plangebied biedt uitsluitend leefgebied voor algemene vlinder- en (zwervende) libellensoorten en overige algemene soorten ongewervelden. Door het ontbreken aan oppervlaktewater in het plangebied is het voorkomen van beschermde vissoorten uit te sluiten.

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

22

Ecologische quickscan Meester van Coothstraat 14 Lith, BE-0532

6. RESULTATEN EN ADVIES Zoals beschreven betreft de onderhavige ecologische quickscan een momentopname van de actuele situatie.

6.1 Resultaten Op basis van de uitgevoerde quickscan wordt geconcludeerd dat er geen beschermde flora en fauna in het plangebied voorkomen. Met de sloop van de zwaar beschadigde garage zijn geen overtredingen te verwachten ten aanzien van de Wet natuurbescherming. De te slopen garage bestaat volledig uit wanden van damwand en is volledig ongeschikt voor verblijf- schuil- en nestplaatsen van beschermde diersoorten. De planlocatie heeft een erg lage ecologische waarde. Er zijn geen overtredingen te verwachten ten aanzien van de Wet natuurbescherming met de sloop van de loods. Door de locatie na de bouw geheel planologische in te passen en natuurinclusief te bouwen zal het leefgebied van genoemde soorten worden verbeterd.

6.2 Advies en aanbevelingen Nader onderzoek Op basis van het veldonderzoek en de analyse van de bestaande situatie kan het voorkomen van beschermde flora en fauna worden uitgesloten. Hierdoor wordt dan ook niet aanbevolen om een nadere inventarisatie door middel van extra veldonderzoek uit te voeren. Wet natuurbescherming o De ingreep zal naar verwachting niet leiden tot verlies van leefgebied van beschermde soorten. De ingreep heeft geen invloed op de gunstige staat van instandhouding. Een ontheffing Wet natuurbescherming is daarom niet noodzakelijk. o Voor alle beschermde, inheemse (ook de algemeen voorkomende) vogelsoorten geldt vanuit de Wet natuurbescherming een verbod op handelingen die nesten, vaste rust-of verblijfsplaatsen of eieren beschadigen of verstoren. In de praktijk betekent dit dat verstorende werkzaamheden alleen buiten het broedseizoen uitgevoerd mogen worden (15 maart - 15 juli). Van belang is of een broedgeval verstoord wordt, ongeacht de datum. Werkzaamheden binnen het broedseizoen zijn mogelijk indien is vastgesteld dat er met de werkzaamheden geen nesten van broedvogels worden verstoord. o In de nabije omgeving van het plangebied komen geen Natura 2000 gebieden voor. Het is met de voorgenomen werkzaamheden echter niet uit te sluiten dat deze leiden tot een verhoging van stikstofdepositie op een Natura 2.000 gebied.

Voor de ingreep dient daarom een Aerius berekening te worden uitgevoerd. o In het kader van de zorgplicht dient men tijdens de uitvoering van werkzaamheden alert te zijn op aanwezige fauna en daarbij, indien noodzakelijk, mitigerende maatregelen te treffen. o Bij onvoorziene omstandigheden dient er direct contact opgenomen te worden met een ter zake deskundige. Aanbevelingen Bij onvoorziene omstandigheden zoals bijvoorbeeld indien een soort die niet in de quickscan wordt genoemd in het terrein wordt geconstateerd bij aanvang van de werkzaamheden, dient hier passend op te worden gereageerd. Het is hierbij nodig om contact op te nemen met een ter zake kundige en een maatregel toe te passen, zodat de wet niet wordt overtreden.

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

23

Ecologische quickscan Meester van Coothstraat 14 Lith, BE-0532 Door de voorgenomen werkzaamheden bestaat de kans dat holen van algemene soorten als konijn, egel en diverse muizensoorten worden vergraven. De volgende maatregelen zijn nodig om rekening te houden met deze soorten: • Indien er verstoring plaatsvindt, dient er een passende vluchtroute beschikbaar te zijn. Dit geldt in het bijzonder voor vogels en grondgebonden zoogdieren (zoals muizen en egels). • Werk vanaf één zijde en bij voorkeur van een drukke naar een rustige locatie toe, zoals een open veld of ruigte. Werk ook op een aangepast tempo, zodat dieren kunnen vluchten. • Kunstmatige verlichting werkt verstorend op zoogdieren en andere fauna. Werk daarom niet tussen zonsondergang en zonsopkomst. • Voorkom of beperk daarnaast de toepassing van kunstlicht en de verstrooiing van licht buiten de projectlocatie. Voorkom ook het direct schijnen op wateroppervlakken of groenelementen, zoals bosschages en ruigtes (met name voor vleermuizen). Gelet op de algemene zorgplicht dienen voorafgaand aan de werkzaamheden alle maatregelen te worden getroffen om nadelige gevolgen voor flora en fauna zoveel mogelijk te voorkomen, beperken of ongedaan te maken. Dit geldt altijd en voor alle planten- en diersoorten. Natuurinclusief bouwen Diverse fauna soorten staan onder druk door steeds verder afnemende broed- en nestgelegenheid.

Natuurinclusief bouwen is een verzamelterm voor tal van maatregelen en manieren om natuur te integreren bij de bouw van woningen, kantoren en andere gebouwen. Natuurinclusief bouwen bevordert de biodiversiteit en ons leefklimaat. Vogelbescherming Nederland heeft een checklist ontwikkeld, waarmee iedere bouwonderneming zijn projecten en de directe omgeving natuurvriendelijker kan maken. (www.checklistgroenbouwen.nl). Daarnaast zijn er op de website www.bouwnatuurinclusief.nl veel tips om natuurinclusief te bouwen. Voor de ontwikkeling van het plangebied Meester van Coothstraat 14 raden wij de volgende natuurinclusieve maatregelen aan: o Veel vleermuissoorten zijn afhankelijk van bebouwing als nestgelegenheid, maar onze huizen en verdere bebouwing worden steeds dichter. Vleermuizen kunnen zelf geen nest bouwen, maar maken gebruik van al bestaande holtes, zoals spleten en spouwen. Ze verblijven op verschillende plekken, afhankelijk van de periode van het jaar en de functie (zoals winter- of kraamverblijfplaats). Door het plaatsen van inmetselstenen worden vleermuizen enorm geholpen bij het bieden van een verblijfplaats. Naast het plaatsen van vleermuisvoorzieningen kunt u ook ruimtes in het gebouw vrijlaten voor vleermuizen. Denk hierbij aan open stootvoegen om de spouw toegankelijk te maken, ruimte achter de gevelbetimmering te laten of ruimte maken in (dubbele) daklijsten.

o Bij de aanleg van groenstructuren in het plangebied worden bij voorkeur inheems (streekeigen) groen aangeplant. Groei en bloei van deze planten en de momenten waarop rupsen, bijen of vogels sterk van hun blad, nectar en stuifmeel afhankelijk zijn, zijn op elkaar afgestemd. Dit is een belangrijk verschil met uitheemse soorten, die vaak eerder en te vroeg uitlopen/bloeien. De voorkeur gaat uit naar en bes- en nootdragende struiken zoals sporkehout (vuilboom), Gelderse roos, wilde kardinaalsmuts, lijsterbes, hondsroos, sleedoorn of hazelaar. Deze zijn ten gunste van foerageerfuncties voor vogels, maar ook kleine knaagdieren, insecten en insecteneters zoals vleermuizen zullen hiervan profiteren. Huismussen zullen schuilgelegenheid vinden in stekelige struiken zoals bijv. (groenblijvende) hulst of meidoorn. Lindebomen trekken tijdens hun relatief lange bloeitijd grote aantallen insecten aan, en dus ook eerdergenoemde insecteneters.

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

24

Ecologische quickscan Meester van Coothstraat 14 Lith, BE-0532

7. BRONNEN

Websites www.atlasleefomgeving.nl www.brabant.nl www.floron.nl www.ivn.nl www.natuurmonumenten.nl www.natura2000.eea.europa.eu www.NDFF.nl www.ravon.nl www.rijksoverheid.nl www.sovon.nl www.verspreidingsatlas.nl www.vivarapro.nl www.vogelbescherming.nl www.wetnatuurbescherming.nl www.wikipedia.nl

Andere bronnen Checklist vleermuisprotocol Limpens et al., 2014, 2017 Baijens et al., 2005 Netwerk groene bureaus

Bijlagen Bijlage 1: de verspreidingslijst van NDFF Bijlage 2: de beschermde soortenlijst par 3.2 Wet natuurbescherming Bijlage 3: de beschermde soortenlijst par 3.3 Wet natuurbescherming

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

25

Uitvoerportaal Meester van Coothstraat

BE-0532

2661 records Middelpunt < 1km²

Middelpunt > 5km²

Middelpunt 1km² - 5km²

Vlak

schaal 1 : 1000

De NDFF is de meest omvangrijke landelijke informatiebron van verspreidingsgegevens en bevat betrouwbare waarnemingen van planten en dieren in Nederland. Nieuwe gegevens worden met regelmaat toegevoegd. Alle gegevens in de NDFF zijn door soortexperts gevalideerd. Nader (veld-)onderzoek kan noodzakelijk zijn om aanwezigheid van een soort te bevestigen of uit te sluiten.

4 maart 2023 20:52:51

1

Auteur: Jeannette Welten

Uitvoerportaal Meester van Coothstraat

BE-0532 Zoekvraag Soort

Soortgroep

Wet en Beleid

Periode

Alle

Alle

Wnb - andere soorten 4 maart 2018 tot 4 (NB) maart 2023 Jaarrond beschermde nesten Wnb - Vogelrichtlijn Wnb - Habitatrichtlijn

Samenvatting

Bronhouder

Zoekgebied

Alle

Alles rakend aan of binnen zoekgebied

(unieke soorten) / totaal aantal waarnemingen

De NDFF is de meest omvangrijke landelijke informatiebron van verspreidingsgegevens en bevat betrouwbare waarnemingen van planten en dieren in Nederland. Nieuwe gegevens worden met regelmaat toegevoegd. Alle gegevens in de NDFF zijn door soortexperts gevalideerd. Nader (veld-)onderzoek kan noodzakelijk zijn om aanwezigheid van een soort te bevestigen of uit te sluiten.

4 maart 2023 20:52:51

2

Auteur: Jeannette Welten

Uitvoerportaal Meester van Coothstraat

BE-0532 Beleid Jaarrond beschermde nesten Blauwe reiger Boerenzwaluw Bonte vliegenvanger Boomklever Boomkruiper Boomvalk Brilduiker Buizerd Eider Ekster Gekraagde roodstaart Gierzwaluw Grauwe vliegenvanger Groene specht Grote bonte specht Grote gele kwikstaart Havik Huismus Huiszwaluw IJsvogel Kerkuil Koolmees Oeverzwaluw Ooievaar Pimpelmees Ransuil Roek Slechtvalk Sperwer Spreeuw Steenuil Tapuit Torenvalk Zeearend Zwarte kraai Zwarte roodstaart

(36) 1949 89 49 1 4 28 28 19 101 7 153 3 44 6 108 79 6 4 144 22 53 17 143 36 162 78 51 121 21 25 69 23 69 91 3 83 9

De NDFF is de meest omvangrijke landelijke informatiebron van verspreidingsgegevens en bevat betrouwbare waarnemingen van planten en dieren in Nederland. Nieuwe gegevens worden met regelmaat toegevoegd. Alle gegevens in de NDFF zijn door soortexperts gevalideerd. Nader (veld-)onderzoek kan noodzakelijk zijn om aanwezigheid van een soort te bevestigen of uit te sluiten.

4 maart 2023 20:52:51

3

Auteur: Jeannette Welten

Uitvoerportaal Meester van Coothstraat

BE-0532 Beleid Jaarrond beschermde nesten (FL) Blauwe reiger Boerenzwaluw Boomvalk Buizerd Gierzwaluw Groene specht Grote bonte specht Grote gele kwikstaart Havik Huismus Huiszwaluw IJsvogel Kerkuil Oeverzwaluw Ooievaar Ransuil Roek Slechtvalk Sperwer Spreeuw Steenuil Tapuit Torenvalk Zeearend

(24) 1415 89 49 28 101 44 108 79 6 4 144 22 53 17 36 162 51 121 21 25 69 23 69 91 3

De NDFF is de meest omvangrijke landelijke informatiebron van verspreidingsgegevens en bevat betrouwbare waarnemingen van planten en dieren in Nederland. Nieuwe gegevens worden met regelmaat toegevoegd. Alle gegevens in de NDFF zijn door soortexperts gevalideerd. Nader (veld-)onderzoek kan noodzakelijk zijn om aanwezigheid van een soort te bevestigen of uit te sluiten.

4 maart 2023 20:52:51

4

Auteur: Jeannette Welten

Uitvoerportaal Meester van Coothstraat

BE-0532 Beleid Jaarrond beschermde nesten (FR) Bergeend Blauwe reiger Boerenzwaluw Boomvalk Buizerd Eider Gierzwaluw Grote gele kwikstaart Havik Huismus Huiszwaluw IJsvogel Kerkuil Ooievaar Ransuil Ringmus Roek Scholekster Slechtvalk Sperwer Steenuil Torenvalk Visdief Zeearend

(24) 1087 6 89 49 28 101 7 44 6 4 144 22 53 17 162 51 3 121 15 21 25 23 91 2 3

De NDFF is de meest omvangrijke landelijke informatiebron van verspreidingsgegevens en bevat betrouwbare waarnemingen van planten en dieren in Nederland. Nieuwe gegevens worden met regelmaat toegevoegd. Alle gegevens in de NDFF zijn door soortexperts gevalideerd. Nader (veld-)onderzoek kan noodzakelijk zijn om aanwezigheid van een soort te bevestigen of uit te sluiten.

4 maart 2023 20:52:51

5

Auteur: Jeannette Welten

Uitvoerportaal Meester van Coothstraat

BE-0532 Beleid Jaarrond beschermde nesten (LI) Blauwe reiger Boerenzwaluw Boomvalk Buizerd Gierzwaluw Grote gele kwikstaart Havik Huismus Huiszwaluw IJsvogel Kerkuil Oeverzwaluw Ooievaar Ransuil Ringmus Roek Slechtvalk Sperwer Spotvogel Steenuil Torenvalk Visdief Wulp

(23) 1108 89 49 28 101 44 6 4 144 22 53 17 36 162 51 3 121 21 25 12 23 91 2 4

De NDFF is de meest omvangrijke landelijke informatiebron van verspreidingsgegevens en bevat betrouwbare waarnemingen van planten en dieren in Nederland. Nieuwe gegevens worden met regelmaat toegevoegd. Alle gegevens in de NDFF zijn door soortexperts gevalideerd. Nader (veld-)onderzoek kan noodzakelijk zijn om aanwezigheid van een soort te bevestigen of uit te sluiten.

4 maart 2023 20:52:51

6

Auteur: Jeannette Welten

Uitvoerportaal Meester van Coothstraat

BE-0532 Beleid Jaarrond beschermde nesten (OV) Boerenzwaluw Boomvalk Buizerd Gierzwaluw Grote gele kwikstaart Havik Huismus Huiszwaluw IJsvogel Kerkuil Ooievaar Ransuil Ringmus Roek Slechtvalk Sperwer Steenuil Tapuit Torenvalk Tureluur Veldleeuwerik Wulp Zeearend Zwarte roodstaart

(24) 1061 49 28 101 44 6 4 144 22 53 17 162 51 3 121 21 25 23 69 91 3 8 4 3 9

RL: Bedreigd Tapuit

(1) 69 69

RL: Ernstig Bedreigd Veldparelmoervlinder

(1) 1 1

De NDFF is de meest omvangrijke landelijke informatiebron van verspreidingsgegevens en bevat betrouwbare waarnemingen van planten en dieren in Nederland. Nieuwe gegevens worden met regelmaat toegevoegd. Alle gegevens in de NDFF zijn door soortexperts gevalideerd. Nader (veld-)onderzoek kan noodzakelijk zijn om aanwezigheid van een soort te bevestigen of uit te sluiten.

4 maart 2023 20:52:51

7

Auteur: Jeannette Welten

Uitvoerportaal Meester van Coothstraat

BE-0532 Beleid RL: Gevoelig Boerenzwaluw Brilduiker Gele kwikstaart Graspieper Grauwe vliegenvanger Huismus Huiszwaluw Kneu Noordzeehouting Oeverloper Ringmus Spotvogel Tureluur Veldleeuwerik Visdief Wezel Zeearend

(17) 331 49 19 22 4 6 144 22 22 9 1 3 12 3 8 2 2 3

RL: Kwetsbaar Boomvalk Grote lijster Grote modderkruiper Koekoek Laatvlieger Nachtegaal Patrijs Ransuil Steenuil Torenvalk Wulp

(11) 261 28 4 11 2 1 13 33 51 23 91 4

De NDFF is de meest omvangrijke landelijke informatiebron van verspreidingsgegevens en bevat betrouwbare waarnemingen van planten en dieren in Nederland. Nieuwe gegevens worden met regelmaat toegevoegd. Alle gegevens in de NDFF zijn door soortexperts gevalideerd. Nader (veld-)onderzoek kan noodzakelijk zijn om aanwezigheid van een soort te bevestigen of uit te sluiten.

4 maart 2023 20:52:51

8

Auteur: Jeannette Welten

Uitvoerportaal Meester van Coothstraat

BE-0532 Beleid SNL soorten Bergeend Blauwborst Boomklever Boomkruiper Bosrietzanger Braamsluiper Eider Gekraagde roodstaart Gele kwikstaart Grasmus Graspieper Grauwe vliegenvanger Groene specht Groenling Grote bonte specht Havik Kleine plevier Kluut Kneu Krakeend Kuifeend Nachtegaal Patrijs Putter Rietzanger Roodborsttapuit Scholekster Slechtvalk Spotvogel Tapuit Tureluur Veldleeuwerik Veldparelmoervlinder Visdief Wulp Zanglijster

(36) 615 6 1 4 28 13 8 7 3 22 43 4 6 108 8 79 4 5 18 22 9 5 13 33 11 2 8 15 21 12 69 3 8 1 2 4 10

De NDFF is de meest omvangrijke landelijke informatiebron van verspreidingsgegevens en bevat betrouwbare waarnemingen van planten en dieren in Nederland. Nieuwe gegevens worden met regelmaat toegevoegd. Alle gegevens in de NDFF zijn door soortexperts gevalideerd. Nader (veld-)onderzoek kan noodzakelijk zijn om aanwezigheid van een soort te bevestigen of uit te sluiten.

4 maart 2023 20:52:51

9

Auteur: Jeannette Welten

Uitvoerportaal Meester van Coothstraat

BE-0532 Beleid Wnb - andere soorten Das Eekhoorn Grote modderkruiper Steenmarter Veldparelmoervlinder Wezel

(6) 27 7 2 11 4 1 2

Wnb - andere soorten (DR) Das Eekhoorn Grote modderkruiper Steenmarter Veldparelmoervlinder

(5) 25 7 2 11 4 1

Wnb - andere soorten (EZ) Das Eekhoorn Grote modderkruiper Steenmarter Veldparelmoervlinder

(5) 25 7 2 11 4 1

Wnb - andere soorten (FL) Das Eekhoorn Grote modderkruiper Steenmarter Veldparelmoervlinder Wezel

(6) 27 7 2 11 4 1 2

Wnb - andere soorten (FR) Das Eekhoorn Grote modderkruiper Veldparelmoervlinder

(4) 21 7 2 11 1

Wnb - andere soorten (GL) Das Eekhoorn Grote modderkruiper Steenmarter Veldparelmoervlinder Wezel

(6) 27 7 2 11 4 1 2

De NDFF is de meest omvangrijke landelijke informatiebron van verspreidingsgegevens en bevat betrouwbare waarnemingen van planten en dieren in Nederland. Nieuwe gegevens worden met regelmaat toegevoegd. Alle gegevens in de NDFF zijn door soortexperts gevalideerd. Nader (veld-)onderzoek kan noodzakelijk zijn om aanwezigheid van een soort te bevestigen of uit te sluiten.

4 maart 2023 20:52:51

10

Auteur: Jeannette Welten

Uitvoerportaal Meester van Coothstraat

BE-0532 Beleid Wnb - andere soorten (GR) Das Eekhoorn Grote modderkruiper Steenmarter Veldparelmoervlinder

(5) 25 7 2 11 4 1

Wnb - andere soorten (LB) Das Eekhoorn Grote modderkruiper Steenmarter Veldparelmoervlinder

(5) 25 7 2 11 4 1

Wnb - andere soorten (NB) Das Eekhoorn Grote modderkruiper Steenmarter Veldparelmoervlinder Wezel

(6) 27 7 2 11 4 1 2

Wnb - andere soorten (NH) Das Eekhoorn Grote modderkruiper Steenmarter Veldparelmoervlinder Wezel

(6) 27 7 2 11 4 1 2

Wnb - andere soorten (OV) Das Eekhoorn Grote modderkruiper Steenmarter Veldparelmoervlinder Wezel

(6) 27 7 2 11 4 1 2

Wnb - andere soorten (UT) Das Eekhoorn Grote modderkruiper Steenmarter Veldparelmoervlinder

(5) 25 7 2 11 4 1

De NDFF is de meest omvangrijke landelijke informatiebron van verspreidingsgegevens en bevat betrouwbare waarnemingen van planten en dieren in Nederland. Nieuwe gegevens worden met regelmaat toegevoegd. Alle gegevens in de NDFF zijn door soortexperts gevalideerd. Nader (veld-)onderzoek kan noodzakelijk zijn om aanwezigheid van een soort te bevestigen of uit te sluiten.

4 maart 2023 20:52:51

11

Auteur: Jeannette Welten

Uitvoerportaal Meester van Coothstraat

BE-0532 Beleid Wnb - andere soorten (ZH) Das Eekhoorn Grote modderkruiper Steenmarter Veldparelmoervlinder

(5) 25 7 2 11 4 1

Wnb - andere soorten (ZL) Das Eekhoorn Grote modderkruiper Steenmarter Veldparelmoervlinder Wezel

(6) 27 7 2 11 4 1 2

Wnb - Habitatrichtlijn Bever Gewone dwergvleermuis Gewone/Grijze grootoorvleermuis Gewone/Kleine/Ruige dwergvleermuis Laatvlieger Meervleermuis Noordzeehouting Poelkikker Ruige dwergvleermuis Teunisbloempijlstaart

(10) 149 111 15 3 1 1 1 9 2 4 2

De NDFF is de meest omvangrijke landelijke informatiebron van verspreidingsgegevens en bevat betrouwbare waarnemingen van planten en dieren in Nederland. Nieuwe gegevens worden met regelmaat toegevoegd. Alle gegevens in de NDFF zijn door soortexperts gevalideerd. Nader (veld-)onderzoek kan noodzakelijk zijn om aanwezigheid van een soort te bevestigen of uit te sluiten.

4 maart 2023 20:52:51

12

Auteur: Jeannette Welten

Uitvoerportaal Meester van Coothstraat

BE-0532 Beleid Wnb - Vogelrichtlijn Bergeend Blauwborst Boomkruiper Boomvalk Bosrietzanger Braamsluiper Buizerd Ekster Fazant Fitis Fuut Gele kwikstaart Gierzwaluw Grasmus Graspieper Grauwe gans Grauwe vliegenvanger Groene specht Groenling Grote Canadese gans Grote bonte specht Grote lijster Heggenmus Holenduif Houtduif Huismus Huiszwaluw Kauw Kievit Kleine karekiet Kleine plevier Kluut Kneu Koekoek Koolmees Koperwiek Krakeend Kuifeend Meerkoet Merel Nachtegaal Oeverloper Oeverzwaluw

(76) 761 6 1 2 3 13 8 3 10 4 10 6 22 20 43 4 10 1 11 8 1 5 4 11 3 10 24 2 3 22 12 5 18 22 2 17 1 9 5 12 18 13 1 10

De NDFF is de meest omvangrijke landelijke informatiebron van verspreidingsgegevens en bevat betrouwbare waarnemingen van planten en dieren in Nederland. Nieuwe gegevens worden met regelmaat toegevoegd. Alle gegevens in de NDFF zijn door soortexperts gevalideerd. Nader (veld-)onderzoek kan noodzakelijk zijn om aanwezigheid van een soort te bevestigen of uit te sluiten.

4 maart 2023 20:52:51

13

Auteur: Jeannette Welten

Uitvoerportaal Meester van Coothstraat

BE-0532 Beleid Ooievaar Patrijs Pimpelmees Putter Ransuil Rietgors Rietzanger Ringmus Roek Roodborst Roodborsttapuit Scholekster Spotvogel Spreeuw Staartmees Steenuil Tjiftjaf Torenvalk Tuinfluiter Tureluur Turkse tortel Veldleeuwerik Vink Visdief Waterhoen Wilde eend Winterkoning Witte kwikstaart Wulp Zanglijster Zwarte kraai Zwarte roodstaart Zwartkop

47 33 2 11 5 5 2 3 36 6 8 15 12 10 1 1 20 5 8 3 5 8 22 2 1 13 11 8 4 10 9 2 18 Soortgroepen

Vleermuizen Gewone dwergvleermuis Gewone/Grijze grootoorvleermuis Gewone/Kleine/Ruige dwergvleermuis Laatvlieger Meervleermuis Ruige dwergvleermuis

(6) 25 15 3 1 1 1 4

De NDFF is de meest omvangrijke landelijke informatiebron van verspreidingsgegevens en bevat betrouwbare waarnemingen van planten en dieren in Nederland. Nieuwe gegevens worden met regelmaat toegevoegd. Alle gegevens in de NDFF zijn door soortexperts gevalideerd. Nader (veld-)onderzoek kan noodzakelijk zijn om aanwezigheid van een soort te bevestigen of uit te sluiten.

4 maart 2023 20:52:51

14

Auteur: Jeannette Welten

Uitvoerportaal Meester van Coothstraat

BE-0532 Soortgroepen Overige zoogdieren Bever Das Eekhoorn Steenmarter Wezel

(5) 126 111 7 2 4 2

De NDFF is de meest omvangrijke landelijke informatiebron van verspreidingsgegevens en bevat betrouwbare waarnemingen van planten en dieren in Nederland. Nieuwe gegevens worden met regelmaat toegevoegd. Alle gegevens in de NDFF zijn door soortexperts gevalideerd. Nader (veld-)onderzoek kan noodzakelijk zijn om aanwezigheid van een soort te bevestigen of uit te sluiten.

4 maart 2023 20:52:51

15

Auteur: Jeannette Welten

Uitvoerportaal Meester van Coothstraat

BE-0532 Soortgroepen Vogels Bergeend Blauwborst Blauwe reiger Boerenzwaluw Bonte vliegenvanger Boomklever Boomkruiper Boomvalk Bosrietzanger Braamsluiper Brilduiker Buizerd Eider Ekster Fazant Fitis Fuut Gekraagde roodstaart Gele kwikstaart Gierzwaluw Grasmus Graspieper Grauwe gans Grauwe vliegenvanger Groene specht Groenling Grote Canadese gans Grote bonte specht Grote gele kwikstaart Grote lijster Havik Heggenmus Holenduif Houtduif Huismus Huiszwaluw IJsvogel Kauw Kerkuil Kievit Kleine karekiet Kleine plevier Kluut

(91) 2485 6 1 89 49 1 4 28 28 13 8 19 101 7 153 4 10 6 3 22 44 43 4 10 6 108 8 1 79 6 4 4 11 3 10 144 22 53 3 17 22 12 5 18

De NDFF is de meest omvangrijke landelijke informatiebron van verspreidingsgegevens en bevat betrouwbare waarnemingen van planten en dieren in Nederland. Nieuwe gegevens worden met regelmaat toegevoegd. Alle gegevens in de NDFF zijn door soortexperts gevalideerd. Nader (veld-)onderzoek kan noodzakelijk zijn om aanwezigheid van een soort te bevestigen of uit te sluiten.

4 maart 2023 20:52:51

16

Auteur: Jeannette Welten

Uitvoerportaal Meester van Coothstraat

BE-0532 Soortgroepen Kneu Koekoek Koolmees Koperwiek Krakeend Kuifeend Meerkoet Merel Nachtegaal Oeverloper Oeverzwaluw Ooievaar Patrijs Pimpelmees Putter Ransuil Rietgors Rietzanger Ringmus Roek Roodborst Roodborsttapuit Scholekster Slechtvalk Sperwer Spotvogel Spreeuw Staartmees Steenuil Tapuit Tjiftjaf Torenvalk Tuinfluiter Tureluur Turkse tortel Veldleeuwerik Vink Visdief Waterhoen Wilde eend Winterkoning Witte kwikstaart Wulp Zanglijster

22 2 143 1 9 5 12 18 13 1 36 162 33 78 11 51 5 2 3 121 6 8 15 21 25 12 69 1 23 69 20 91 8 3 5 8 22 2 1 13 11 8 4 10

De NDFF is de meest omvangrijke landelijke informatiebron van verspreidingsgegevens en bevat betrouwbare waarnemingen van planten en dieren in Nederland. Nieuwe gegevens worden met regelmaat toegevoegd. Alle gegevens in de NDFF zijn door soortexperts gevalideerd. Nader (veld-)onderzoek kan noodzakelijk zijn om aanwezigheid van een soort te bevestigen of uit te sluiten.

4 maart 2023 20:52:51

17

Auteur: Jeannette Welten

Uitvoerportaal Meester van Coothstraat

BE-0532 Soortgroepen Zeearend Zwarte kraai Zwarte roodstaart Zwartkop

3 83 9 18

Amfibieën Poelkikker

(1) 2 2

Vissen Grote modderkruiper Noordzeehouting

(2) 20 11 9

Dagvlinders Veldparelmoervlinder

(1) 1 1

Nachtvlinders Teunisbloempijlstaart

(1) 2 2

De NDFF is de meest omvangrijke landelijke informatiebron van verspreidingsgegevens en bevat betrouwbare waarnemingen van planten en dieren in Nederland. Nieuwe gegevens worden met regelmaat toegevoegd. Alle gegevens in de NDFF zijn door soortexperts gevalideerd. Nader (veld-)onderzoek kan noodzakelijk zijn om aanwezigheid van een soort te bevestigen of uit te sluiten.

4 maart 2023 20:52:51

18

Auteur: Jeannette Welten

Bijlage 3

- Archeologisch bureauonderzoek

Archeologisch Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek (booronderzoek), Verkennende en karterende fase Meester van Coothstraat 14 te Lith Gemeente Oss

KSP Archeologie

Colofon Versie Status

: :

KSP Rapport Auteur ISSN Foto’s en afbeeldingen Beheer en plaats documentatie Autorisatie Datum autorisatie

: : : : :

1.1 5 september 2023 Versie 1.0 (d.d. 30 mei 2023) is door de opdrachtgever ter goedkeuring aangeleverd bij de bevoegde overheid. De beoordeling door de bevoegde overheid is in deze versie verwerkt. 23042 E. van der Klooster (senior KNA Prospector) 2542-7490 KSP Archeologie KSP Archeologie te Duiven

: :

E.A. Schorn (senior KNA Prospector) 30 mei 2023

www.ksparcheologie.nl | info@ksparcheologie.nl

Disclaimer Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook, zonder bronvermelding. KSP Archeologie aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit onderhavig onderzoek of de gegeven adviezen. KSP Archeologie beschikt over het Procescertificaat Archeologie dat is verleend op basis van de beoordelingsrichtlijn SIKB 4000 voor protocol 4002 ‘bureauonderzoek’ en protocol 4003 ‘inventariserend veldonderzoek – onderdeel overig’. Wanneer de certificatie-eisen strijdig zijn met de eisen van de bevoegde overheid, dan gaat KSP Archeologie uit van de eisen van de bevoegde overheid omdat die sanctioneerbaar zijn. KSP Archeologie

2

Inhoudsopgave Samenvatting 1 Inleiding 1.1 Onderzoekskader 1.2 Afbakening plan- en onderzoeksgebied 1.3 Overheidsbeleid 1.4 Toekomstige situatie 1.5 Onderzoeksdoel en vraagstellingen 2 Bureauonderzoek 2.1 Huidige situatie 2.2 Beschrijving van aardwetenschappelijke gegevens 2.3 Historische situatie en mogelijke verstoringen 2.4 Beschrijving van archeologische gegevens 2.5 Beschrijving van de ondergrondse bouwhistorische waarden 2.6 Gespecificeerde archeologische verwachting 2.7 Conclusie en advies 3 Inventariserend Veldonderzoek, verkennende fase 3.1 Werkwijze 3.2 Veldsituatie 3.3 Beschrijving en interpretatie van de boorgegevens 3.4 Archeologische indicatoren 3.5 Toetsing van de archeologische verwachting 4 Conclusie en advies 4.1 Conclusie 4.2 Beantwoording van de onderzoeksvragen 4.3 Selectieadvies 4.4 Beoordeling namens de gemeente Literatuur Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4 Bijlage 5 Bijlage 6

5 7 7 7 7 8 9 10 10 12 14 17 20 20 23 24 24 25 25 26 26 28 28 29 30 31 32

Paleogeografische kaart Bodemkaart Archeologische gegevens Boorpuntenkaart Boorbeschrijving Overzicht geologische en archeologische tijdvakken

Lijst van afbeeldingen Figuur 1: Het plangebied op de topografische kaart schaal 1:10.000 (bron: Kadaster). 4 Figuur 2: Toekomstige situatie binnen het plangebied (bron: SRM en Princen, 13-12-2022). 8 Figuur 3: Luchtfoto uit 2022 (PDOK) met daarover informatie uit bouwdossiers en milieukundig onderzoek. 11 Figuur 4: Het onderzoeksgebied op de paleogeografische kaart van de Rijn-Maasdelta (Cohen e.a. 2012). 13 Figuur 5: Het plangebied op het Actueel Hoogtebestand van Nederland 4 (bron: www.ahn.nl), regionaal beeld. 14 Figuur 6: Het plangebied op de kadastrale minuut rond 1829 (bron: beeldbank.cultureelerfgoed.nl). 16 Figuur 7: Het plangebied op de kaarten uit de 20e eeuw (bron: www.topotijdreis.nl). 16 Figuur 8: Het plangebied op de archeologische beleidskaart van de gemeente Oss uit 2016. 19 Figuur 9: Het onderzoeksgebied (zwart kader) op de specifieke verwachtingskaart voor de historische kern van Lith (Huizer e.a. 2011) 20

Lijst van tabellen Tabel 1: Overzicht van de AMK-terreinen, onderzoeksmeldingen binnen een straal van ca. 250 m rondom het plangebied (bron: archis.cultureelerfgoed.nl). 19 Tabel 2: Specifieke archeologische verwachting per periode voor het plangebied. 21 Tabel 3: Bodemopbouw binnen plangebied 25

KSP Archeologie

3

Administratieve gegevens KSP Projectnummer Opdrachtgever Uitvoerder/projectleider Bevoegde overheid Deskundige namens bevoegde overheid Onderzoeksmelding Provincie Gemeente Toponiem Centrum-coördinaat Kadastrale gegevens Periode uitvoering onderzoek

: : : : :

23042 Pittiger in Planologie, N. van de Goor (contactpersoon) KSP Archeologie, E. van der Klooster (senior KNA Prospector) Gemeente Oss M.M. Peeters

: : : : : : :

5388334100 Noord-Brabant Oss Mr. van Coothstraat 14, Lith x: 158.510 / y: 423825 Lith percelen A 4060 t/m 4062 April en mei 2023

Figuur 1: Het plangebied op de topografische kaart schaal 1:10.000 (bron: Kadaster).

KSP Archeologie

4

Samenvatting KSP Archeologie heeft een archeologisch bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek, verkennende en karterende fase (IVO-(O)verig); booronderzoek) uitgevoerd voor de locatie aan de Meester van Coothstraat 14 te Lith (gemeente Oss). Het onderzoek is uitgevoerd voor de aanvraag van een bestemmingsplanwijziging. Hier is een afgebrand bedrijfspand aanwezig, waarvan een deel nog aanwezig is. Het plan wordt bestemd voor wonen. Het doel van het archeologisch bureauonderzoek was het opstellen van een gespecificeerde archeologische verwachting voor het plangebied. Op basis van de gemeentelijke beleidsadvieskaart heeft het plangebied een verwachting voor de historische kern. Voor oudere resten lijkt het plangebied een middelhoge verwachting te hebben op de archeologische beleidskaart. Deze verwachting is bijgesteld. Op basis van historisch kaartmateriaal was het plangebied rond 1829 geen onderdeel van de historische kern en is het plangebied pas in de tweede helft van de 20 e eeuw bebouwd. Nabij het plangebied is historische lintbebouwing aanwezig in 1829. Daarom is aan het plangebied een middelhoge verwachting gegeven voor huisplaatsen vanaf de Late Middeleeuwen tot Nieuwe tijd. Het plangebied ligt op de zuidrand van de oeverwal van de Maas (afgezet vanaf de Romeinse tijd).

Aangezien het plangebied op de zuidrand van een oeverwal ligt is aan het plangebied een middelhoge verwachting gegeven voor nederzettingen uit de periode Romeinse tijd tot en met Volle Middeleeuwen. In de ondergrond zijn in een deel van de boringen op de percelen in de nabijheid rivierdoorbraakgeulen (crevasses) waargenomen vanaf 1,5 à 2,0 m-mv (2,4 à 3,0 m+NAP). Deze crevasses zijn van de Lith stroomgordel en zijn afgezet vanaf de Late-Bronstijd. In de ca. 60 cm dikke crevasses afzettingen in de omgeving is geen bodemvorming waargenomen, maar als er bodemvorming heeft plaatsgevonden dan kunnen de smalle zandigere gordels enigszins gunstige omstandigheden hebben geboden. Het plangebied heeft daardoor een middelhoge archeologische verwachting voor nederzettingen uit de Late-Bronstijd en IJzertijd. De bredere oeverwallen van de Lith stroomgordel zouden de voorkeur hebben. In het plangebied hebben in de 20e eeuw meerdere bouw- en sloopactiviteiten plaatsgevonden, waardoor de bodem diep verstoord kan zijn. De gemeente heeft bij de beoordeling van het rapport informatie aangeleverd over de ligging van een in de 18e eeuw gedempte middeleeuws gracht ten zuiden of net in het zuiden van het plangebied op basis van recente uitkomsten uit het wetenschappelijke promotietraject van Jos Cuijpers naar de cultuurhistorische ontwikkeling van Lith. Deze zijn verwerkt in paragraaf 4.4.

Vervolgens is deze verwachting getoetst door middel van een inventariserend veldonderzoek, verkennende fase in april 2023 en een karterende fase in mei 2023. Onder de verharding is tot 30 à 70 cm-mv sprake van bouwzand of een mengsel van bouwzand met natuurlijke afzettingen. In een deel van de boringen is onder deze recent door de mens beïnvloedde laag nog een deel van de oorspronkelijke oeverachtige afzetting van de Maas aanwezig tot ca. 90 à 100 cm-mv. Onder de oeverachtige afzettingen of direct onder de antropogeen beïnvloedde laag komt komklei voor. Lokaal is vanaf 180 cm-mv deze komklei iets lichter van textuur of is er sprake van een zandige gelaagheid als gevolg van de ligging nabij een rivierdoorbraakgeul van de Lith-stroomgordel. In de oeverachtige afzettingen is een niveau waargenomen met zacht roodoranje baksteenspikkels, houtskool en verbrande leem/huttenleem (een oude woongrond). De vermoedelijke woongrond is in boringen 6 en 8 is vanaf 30 à 40 cm-mv / 4,5 m+NAP waargenomen. Elders is dit niveau afgetopt en zijn intacte oeverachtige afzettingen pas aanwezig dieper dan 4,3 à 4,0 m+NAP. Er zijn geen eenduidige archeologische indicatoren die de aard of specifieke datering van de vermoedelijke vindplaats aangeven. Het meest waarschijnlijk is bewoning uit de Romeinse tijd of de Middeleeuwen.

KSP Archeologie

5

In de dieper gelegen komklei is in een deel van de boringen het effect te zien van een nabijgelegen crevasse vanuit de Lith stroomgordel. In dit niveau is geen bodemvorming waargenomen en het sporadisch voorkomen van dit niveau en de beperkte dikte van dit niveau duiden niet op een potentieel archeologisch niveau. De middelhoge verwachting uit het bureauonderzoek voor nederzettingen uit de periode Late-Bronstijd en IJzertijd wordt daardoor bijgesteld naar laag. Gezien de aanwezigheid van archeologische indicatoren kan de middelhoge verwachting uit het bureauonderzoek voor een nederzetting uit de periode Romeinse tijd tot en met Volle Middeleeuwen kan bijgesteld worden naar een zeer hoge verwachting. De middelhoge verwachting voor een huisplaats uit de Late Middeleeuwen tot 1829 uit het bureauonderzoek kan na het booronderzoek ook verhoogd worden. Het terrein is op dit moment nog verhard en gravend archeologisch onderzoek is daardoor niet mogelijk voordat er sloop- en bouwwerkzaamheden plaatsvinden. Onderzoek voorafgaand aan het vaststellen van het bestemmingsplan zal daardoor niet haalbaar zijn. Geadviseerd wordt om te werken met een archeologische dubbelbestemming met vrijstellingsgrenzen van 30 cm beneden huidig maaiveld (diepte bodemverstoring) en 50 m² (omvang bodemverstoring).

KSP Archeologie adviseert zo snel mogelijk na de bovengrondse sloop en het verwijderen van de betonverharding (vóór het verwijderen van funderingen en de start van de ondergrondse sloop) een vervolgonderzoek in de vorm van een proefsleuvenonderzoek om vast te stellen of in het plangebied archeologische resten aanwezig zijn en zo ja, welke waardering hieraan gegeven kan worden. Voor dit gravende archeologisch onderzoek is een Programma van Eisen (PvE) noodzakelijk dat is goedgekeurd door de bevoegde overheid. In dit PvE wordt de werkwijze en de randvoorwaarden van het onderzoek vastgelegd. In paragraaf 4.3. is een uitgebreider selectie-advies te vinden. Het rapport en het selectie-advies zijn voorgelegd aan het bevoegd gezag. De gemeente stemt in het met het advies tot een vervolgonderzoek door middel van proefsleuven, maar is geen voorstander van de voorgestelde fasering. Een insteek met een proefsleuvenonderzoek met doorstart kan, maar hoeft niet, zeker omdat het nu al complex lijkt om dit te combineren (met een eventuele bodemsanering). Bij een directe doorstart zou ook een addendum op het PvE kunnen worden gemaakt.

KSP Archeologie

6

1

Inleiding

1.1

Onderzoekskader

In opdracht van Pittiger in Planologie heeft KSP Archeologie een archeologisch bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek, verkennende en karterende fase (IVO-(O)verig); booronderzoek) uitgevoerd voor de locatie aan de Meester van Coothstraat 14 te Lith (gemeente Oss). Het onderzoek is uitgevoerd voor de aanvraag van een bestemmingsplanwijziging. Hier is een afgebrand bedrijfspand aanwezig, waarvan een deel nog aanwezig is. Het plan wordt bestemd voor wonen. Het onderzoek is uitgevoerd conform de beoordelingsrichtlijn SIKB 4000 (versie 4.1) met bijbehorende protocollen (KNA 4.1) 4002 (bureauonderzoek bij landbodems) en 4003 (inventariserend veldonderzoek, overig) (www.sikb.nl). Voor de in dit rapport gebruikte geologische en archeologische tijdsaanduidingen wordt verwezen naar Bijlage6. Geologische formaties, laagpakketten en lagen worden beschreven conform https://www.dinoloket.nl/stratigrafische-nomenclator. 1.2

Afbakening plan- en onderzoeksgebied

Het plangebied is gelijk aan het onderzoeksgebied waarvoor het archeologische onderzoek is uitgevoerd. Het plangebied is ca. 3.145 m² groot. Binnen het plangebied ligt de bebouwing met het adres Meester van Coothstraat 14 te Lith. Ten westen van het plangebied staat het woonhuis (Meester van Coothstraat 18). Ten oosten van het plangebied ligt de bebouwing aan de Valkseweg 1. Ten noorden van het plangebied ligt de Meester van Coothstraat en de Valkseweg. (Figuur 1). 1.3

Overheidsbeleid

In 1992 heeft Nederland het Europese ‘Verdrag van Malta’ ondertekend. In het verdrag is de omgang met het Europees archeologische erfgoed geregeld. Belangrijk daarin is dat voorafgaand aan de uitvoering van plannen onderzoek moet worden gedaan naar de aanwezigheid van archeologische waarden en daar in de ontwikkeling van plannen zoveel mogelijk rekening mee te houden. Het wettelijk kader voor de archeologische monumentenzorg is vastgelegd in de Erfgoedwet. Daarnaast hebben de verschillende overheden (het rijk, de provincie en de gemeentes) archeologiebeleid vastgelegd. Gemeenten houden bij de vaststelling van een bestemmingsplan of het verlenen van een vergunning altijd rekening met in de grond aanwezige dan wel te verwachten archeologische waarden (Wet ruimtelijke ordening). Volgens het bestemmingsplan ‘Twee Kernen - 2018’ van Lith en Lithoijen in de gemeente Oss (vastgesteld 20-08-018) geldt voor het plangebied de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie historische kern’. Dit betekent dat bij bodemingrepen groter dan 50 m2 en dieper dan 0,3 m archeologisch onderzoek noodzakelijk is. Aangezien deze ondergrenzen bij de realisatie van de nieuwbouwplannen worden overschreden (zie paragraaf 1.4), is archeologisch onderzoek noodzakelijk.

In het kader van de bestemmingsplanwijziging is voor het plangebied een archeologisch vooronderzoek nodig dat bestaat uit een bureauonderzoek gecombineerd met een verkennend booronderzoek.

KSP Archeologie

7

1.4

Toekomstige situatie

Binnen het plangebied zal bij de kruising Meester van Coothstraat en Valkseweg nieuwbouw (8 appartementen) en in het zuidoosten een appartementencomplex (13 à 15 appartementen) komen. In het noordwesten staat een vrijstaande woning gepland (Figuur 2). Gezien de ligging in het rivierengebied is een balkenfundering tot ca. 80 cm diepte met daaronder een palenfundering gebruikelijk.

Figuur 2: Toekomstige situatie binnen het plangebied (bron: SRM en Princen, 13-12-2022).

Naast de graafwerkzaamheden voor de bouw kunnen ook graafwerkzaamheden nodig zijn om het terrein in een staat te brengen die voldoet aan de bestemming wonen. Voor het terrein zijn in 1993, 1995 en 1996 bodemonderzoeken uitgevoerd. Uit deze onderzoeken blijkt dat de grond ter plaatse van de voormalige ondergrondse dieselolieopslagtank (12 m³) en de voormalige afleverzuil ernstig verontreinigd is en dat een bodemsanering nodig is. (Vink Milieutechnisch buro, 1993; 1995; 1996, zie ook Figuur 3) Op de bodembelastingskaart niet gesprongen explosieven van de gemeen te Oss (van den Brandhof 2016) is het plangebied verdacht op artillerie-, mortier- en/of raketbeschietingen. Er staan geen verdachte zone in het plangebied die naast explosieven ook kunnen duiden op archeologische grondsporen zoals loopgraven, wapenopstellingen, stellingen of crashlocaties van vliegtuigen. Het waterpeil c.q. bodempeil binnen het plangebied zal niet veranderen door de geplande bodemingrepen en zal daarmee geen gevolgen hebben voor de conserveringstoestand van eventuele aanwezige archeologisch resten.

KSP Archeologie

8

1.5

Onderzoeksdoel en vraagstellingen

Bureauonderzoek Het doel van het bureauonderzoek is het opstellen van een gespecificeerde, archeologische verwachting, met behulp van informatie van bestaande bronnen over bekende of verwachte archeologische waarden binnen het omschreven onderzoeksgebied. Het resultaat is een standaardrapport bureauonderzoek met een gespecificeerde archeologische verwachting en een advies. Op basis hiervan wordt vastgesteld of vervolgonderzoek nodig is en zo ja, welke strategie hierbij het beste gevolgd kan worden.

Inventariserend Veldonderzoek Het doel van het inventariserend veldonderzoek (IVO) (landbodems) is het aanvullen en toetsen van de gespecificeerde archeologische verwachting, zoals geformuleerd in het bureauonderzoek. Het gaat om gebiedsgericht onderzoek door middel van waarnemingen in het veld, waarbij (extra) informatie wordt verkregen over bekende en of verwachte archeologische waarden in het onderzoeksgebied. Het resultaat van het onderzoek is een standaardrapport IVO-O met een waardering en een inhoudelijk (selectie)advies. Aan de hand hiervan kan een beleidsbeslissing (meestal een selectiebesluit) worden genomen door de bevoegde overheid. Indien er onvoldoende gegevens voor waardering en selectieadvies zijn, kunnen deze niet opgesteld worden. Om te komen tot het resultaat moeten de veldactiviteiten uitgevoerd worden tot het niveau waarop de beleidsbeslissing gefundeerd genomen kan worden, d.w.z. dat de archeologische waarden van het terrein/vindplaats in voldoende mate zijn vastgesteld. Aan de hand hiervan kan dan worden geadviseerd tot vervolgonderzoek of vrijgave van het plangebied of terreindelen daarvan. Het inventariserend veldonderzoek kent drie fasen: een verkennende, een karterende en een waarderende fase.

De strategie die gekozen wordt, hangt onder andere af van de omvang van het plangebied, de aard van de geplande werkzaamheden, de verwachte archeologische resten en het archeologiebeleid van de gemeente. Dit onderzoek betreft een verkennend onderzoek. De verkennende fase heeft als doel om inzicht te krijgen in de vormeenheden van het landschap (bodemopbouw) die van invloed zijn op de locatiekeuze in het verleden. Hiermee worden kansarme zones uitgesloten en kansrijke zones geselecteerd voor mogelijk vervolgonderzoek. Tijdens de karterende fase wordt het terrein systematisch onderzocht op de aanwezigheid van archeologische indicatoren die wijzen op een vindplaats. Daarnaast wordt ook gekeken naar de bodemopbouw en de intactheid daarvan.

Om de bovenstaande doelstelling te realiseren, zijn de volgende onderzoeksvragen opgesteld: • Wat is de opbouw van de ondergrond en is het bodemprofiel intact? • Zijn in het plangebied aanwijzingen gevonden voor de aanwezigheid van een archeologische vindplaats? • Wat is te zeggen over de horizontale en verticale verspreiding van de archeologische resten? • Wat is de vermoedelijke aard en datering van de archeologische resten? • Wat is de specifieke archeologische verwachting van het plangebied op basis van het bureauonderzoek en wordt deze door het veldonderzoek bevestigd? • In hoeverre wordt het (potentiële) archeologische niveau bedreigd door de voorgenomen ontwikkeling van het gebied?

KSP Archeologie

9

2

Bureauonderzoek

2.1

Huidige situatie

Om de huidige situatie en mogelijke verstoringen van de bodem in kaart te brengen zijn de volgende bronnen geraadpleegd: • Huidige topografische kaart (Figuur 1); • Luchtfoto’s uit 2016 tot heden (PDOK); • Grondwaterstanden (Wageningen Environmental Research (2022), https://www.dinoloket.nl/ ondergrondmodellen; • Grondwatertrappen gekoppeld aan de Bodemkaart schaal 1:50.000 versie 2006 (geoplaza.vu.nl); • Bebouwde rijksmonumenten (archis.cultureelerfgoed.nl): geen monument aanwezig. • Gemeentelijke monumenten (wikipedia1): geen gemeentelijke monument aanwezig. • Informatie van de opdrachtgever over het plangebied; • Bouwdossiers • Informatie over kabels en leidingen (KLIC-melding); • Informatie over de huidige bebouwing: Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG) (bagviewer kadaster.nl). Het plangebied is momenteel in gebruik als met klinkers en betonplaten verhard terrein met in het zuidwesten een loods. Deze is volgens de BAG gebouwd in 1990. Tot 29 januari 2019 was de gehele zuidelijke helft van het plangebied gebouwd. In het noordoosten stond een woonhuis/kantoor. Het merendeel van de bebouwing is die dag vergaan bij een brand. 2 De loods in het zuidwesten is behouden gebleven. Bouwdossiers zijn door de opdrachtgever opgevraagd bij de gemeente en aangeleverd. Een samenvatting daarvan geeft Figuur 3.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Oss&id=e4f5b118-849f-458f-85ab-96e1a90fe0c2