CConstaterende datOss
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlagenboek toelichting MrvCoothstr14

Gemeenteraad 27 juni 2024, gemeente OssBij agendapunt: A Bestemmingsplan Mr. van Coothstraat 14 Lith - 202422.636 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

BESTEMMINGPSLAN Meester van Coothstraat 14 Lith - 2024 Bijlagen bij toelichting

Gemeente Oss | Raadhuislaan 2 | 5341 GM | Oss | T: 14 0412 | F: 0412 642605 | www.oss.nl |

Indexpagina bijlagen bij de toelichting

Bestemmingsplan Mr. Van Coothstraat 14 Lith - 2024 Bijlage 1

- Aeriusberekeningen + notitie

Bijlage 2

- Quickscan flora en fauna

Bijlage 3

- Archeologisch bureauonderzoek

Bijlage 4

- Selectiebesluit archeologie

Bijlage 5

- Digitale Watertoets

Bijlage 6

- Waterhuishoudkundig plan

Bijlage 7

- Onderzoek geurhinder veehouderijen

Bijlage 8

- Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai

Bijlage 9

- Verkennend, actualiserend en afperkend bodemonderzoek

Bijlage 10

- BUS-melding

Bijlage 11

- Veldrapport Bever

Bijlage 12

- Verslag omgevingsdialoog

Bijlage 13

-Besluit Hogere Waarde

Bijlage 14

- Nota van zienswijzen en wijzigingen

Bijlage 1

- Aeriusberekeningen + notitie

Notitie AERIUS-berekening Datum Onderwerp Kenmerk Bijlagen

1 mei 2024 AERIUS-berekeningen Mr. Van Coothstraat 14, Lith 2x output AERIUS-calculator

Aanleiding Ter plaatse van Mr. Van Coothstraat 14 in Lith is het de bedoeling om 23 appartementen en één vrijstaande woning te realiseren. Ter plaatse is bebouwing aanwezig waar een bedrijf in busreizen was gevestigd. Deze bebouwing wordt gesloopt om de nieuwe woningen te realiseren. Initiatieven in de fysieke leefomgeving mogen Natura 2000-gebieden niet schaden. In verband daarmee is het van belang dat bezien wordt in hoeverre een dergelijk initiatief een negatief effect heeft op Natura 2000-gebieden. Met behulp van de AERIUS-calculator kan dit voor het aspect stikstofdepositie voor zowel het realiseren (slopen, bouwen, aanleggen) als gebruiken van een locatie inzichtelijk worden gemaakt. Sinds de Wet stikstofreductie en natuurverbetering op 1 juli 2021 samen met het bijbehorende Besluit stikstofreductie en natuurverbetering van kracht is geworden was het niet meer nodig om dit voor de realisatiefase te doen. Deze wet bevatte namelijk vrijstelling voor bouw-, aanleg- en sloopactiviteiten van bouwprojecten. Deze vrijstelling is op 2 november 2022 echter tenietgedaan via de uitspraak van de Raad van State inzake Porthos (ECLI:NL:RVS:2022:3159). Sindsdien moet voor initiatieven in de fysieke leefomgeving zowel voor de gebruiks- als realisatiefase weer een aeriusberekening worden gemaakt.

Op 26 januari 2023 heeft er een update van rekenmodel AERIUS Calculator plaats gevonden (versie 2022). De Regeling natuurbescherming is hierop aangepast. Het is daarom sinds 26 januari 2023 verplicht om stikstofdepositie te berekenen met rekenmodel AERIUS Calculator versie 2022. De stikstofdepositie die bij de realisatie van het initiatief en het gebruiken ervan op nabijgelegen Natura 2000 gebieden tot stand komt is met behulp van de AERIUS-calculator welke op 1 mei 2024 online was berekend. De PDF-exports met de rekenresultaten zijn bijgevoegd bij deze notitie. In deze notitie wordt aanvullend ingegaan op de (achtergrond van de) invoergegevens. Het initiatief De ontwikkeling betreft de sloop van bestaande bebouwing en de realisatie en het gebruik van 24 nieuwe woningen aan Mr. Van Coothstraat 14 in Lith. De ligging van de locatie is als volgt (zie de afbeelding hieronder, waarop het plangebied met blauw is omlijnd).

1

Het is uiteindelijk de bedoeling het plangebied als volgt in te richten.

Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied ligt op circa 3,9 kilometer van het plangebied en is ‘Rijntakken’. Gebruiksfase De gebruiksfase is beoogd in 2026. In de gebruiksfase wordt rekening gehouden met het vervoer van bewoners en hun bezoek. Voor het vervoer van bewoners zijn we uitgegaan van de in de tabel opgenomen verkeersgeneratie per etmaal. Uitgegaan is van de CROW-normering, waarbij het gebied is getypeerd als rest bebouwde kom, niet stedelijk (minder dan 500 adressen per km2).

2

Functie Koop, appartement, goedkoop Koop, appartement, midden Koop, huis, vrijstaand

Aantal 6

Norm 6

Totaal 36

17

6,4

108,8

1

8,6

8,6 153,4 mvt/ etmaal

Van de totale verkeersgeneratie wordt rekening gehouden met 5% middelzwaar vervoer en 5% zwaar vervoer. Bij het invoeren van deze gegevens is het traject vanaf omliggende straten gebruikt, wegtype is ‘binnen bebouwde kom’. Voor het stationair draaien i.v.m. wachten totdat kan worden geparkeerd en geladen en gelost is een vlakbron gemodelleerd, waarbij de emissies zoals in bijlage 1 van de instructie gegevensinvoer voor aerius calculator 2022 zijn gehanteerd. Uitgegaan is van maximaal 5 minuten stationair draaien per voertuig per dag. Dit resulteert in de invoergegevens zoals opgenomen in onderstaande tabel. Type voertuig

Verkeersgeneratie en stationaire draaitijd per etmaal

norm gram per uur NOx

norm gram per uur NH3

Totaal NOx in gram

Totaal NH3 in gram

licht

138 mvt / 11,5 uur

3,768

0,183

43,33

2,10

middelzwaar

8 mvt / 0,7 uur

62,8648

0,7606

44,01

0,76

zwaar

8 mvt / 0,7 uur

71,0118

0,9054

49,71

0,06

Totale emissie per etmaal

137,05 g/NOx (per etmaal)

2,92 g/NH3 (per etmaal)

Totale emissie per jaar

50.023,25 g/NOx (per jaar)

1065,8 g/NH3 (per jaar)

Resultaat gebruiksfase Het resultaat van de berekening is dat het plan in de gebruiksfase niet leidt tot stikstofdepositie op Natura 2000 gebieden. Realisatiefase

3

Bekeken is om welke stikstof uitstotende werkzaamheden het in het sloop- en bouwproces gaat, de realisatiefase. De realisatiefase bestaat uit machines die voor de sloop en bouw worden gebruikt en vervoersbewegingen van en naar de sloop- en bouwplaats. Het sloopproces en het bouwproces van de beoogd aannemers is in beeld gebracht. Aan de hand daarvan zijn met de AERIUS-calculator berekeningen uitgevoerd. Voor het slopen geldt dat zoveel mogelijk wordt gedemonteerd teneinde kan worden gerecycled. Verder wordt ter plaatse met behulp van een graafmachine gesloopt. De beoogde aannemers hanteren over het algemeen de volgende werkwijze: iedere dag nemen de bouwvakkers het materiaal dat zij die dag op de bouw nodig hebben mee. Dit beperkt het aantal vervoersbewegingen en het benodigde zware vervoer naar de bouw. Daarnaast worden veel producten prefab in de fabriek gemaakt. Dat bespaart machinegebruik op de bouwlocatie. Deze producten worden met zwaar vervoer (volle vrachtwagens) bij de bouw aangeleverd. Hieronder zijn de waarden opgenomen die gebruikt zijn als input voor de AERIUS-berekening om de eventuele stikstofdepositie ten gevolge van de realisatiefase op nabijgelegen Natura 2000 gebieden te kunnen bepalen. Indicatoren sloop: Het slopen duurt twee weken, 10 werkdagen. Er wordt gedemonteerd. Verder worden twee graafmachines ingezet. Er wordt ter plekke geen puinbreker gebruikt. •

Graafmachines: 160 uur @ 8l/uur, Stage V, 75-560kW, 6% Ad Blue;

Indicatoren vervoer van en naar sloop en stationair draaien op bouwplaats: De twee graafmachines worden 4 keer aan- en afgevoerd: 16 zware vervoersbewegingen. Sloopafval wordt via zwaar vervoer afgevoerd: 160 zware vervoersbewegingen. Werklieden (4 personen in 4 bussen) komen gedurende vier weken van vijf werkdagen met licht vervoer: 160 lichte vervoersbewegingen. Bij het invoeren van deze gegevens is het traject vanaf omliggende straten gebruikt, wegtype is ‘binnen bebouwde kom’ (grootste deel rijdroute). Voor het stationair draaien i.v.m. wachten totdat kan worden geparkeerd en geladen en gelost is een vlakbron gemodelleerd, waarbij de emissies zoals in bijlage 1 van de instructie gegevensinvoer voor aerius calculator 2022 zijn gehanteerd. Uitgegaan is van maximaal een kwartier stationair draaien per voertuig per dag. Dit resulteert in de invoergegevens zoals opgenomen in onderstaande tabel. Type voertuig

Verkeersgeneratie en stationaire draaitijd per jaar

norm gram per uur NOx

norm gram per uur NH3

Totaal NOx in gram

Totaal NH3 in gram

4

licht

160 mvt / 40 uur

3,768

0,183

150,72

7,32

zwaar

176 mvt / 44 uur

71,0118

0,9054

3.124,52

39,84

3.275,24 g/NOx

47,16 g/NH3

Totale emissie

Indicatoren bouw: Activiteit

Mobiel werktuig

Gebruik (uren)

Aandrijving

Grondwerk

Rupskraan 5 ton

128

Diesel

Brandstofverbruik Ad-Blue (liter/uur) verbuik (l/uur) 8 6%

Grondwerk

Shovel 20 ton

192

Diesel

10

6%

Betonwerk

Verreiker D

48

Diesel

3

nvt

Betonwerk

Graafmachine

64

Diesel

8

nvt

Daken

RT 56 Schaarhoogwerker D Bouwkraan 120

Diesel

4

5%

Diesel

11

5%

Betonwerk

Betonpomp

64

Diesel

20

4%

Betonwerk

Betonmixer

64

Diesel

11

5%

Bestrating

Trilplaat

40

Diesel

1,5

nvt

Kozijnen en glas

Stage STAGE V 75 560 kW STAGE IV 75 560 kW STAGE IIIB 56 75 kW STAGE V 75560 kW STAGE IV 56 75 kW Stage IV, 75560kW STAGE IV 75 560 kW STAGE IV 75 560 kW Stage V, < 56 KW

Indicatoren vervoer van en naar bouwterrein: Tijdens de bouw zal sprake zijn van 8900 lichte vervoersbewegingen (bouwvakkers in bussen al dan niet met aanhanger) totaal. Voor de aanvoer van materiaal en machines dat niet door de bouwvakkers tegelijkertijd met hun dagelijkse eigen vervoersbewegingen wordt meegebracht en voor de afvoer van bouwafval worden middelzware en zware vervoersmiddelen ingezet. Het gaat dan om de aan- en afvoer van de volgende producten en vervoersbewegingen: - aan- en afvoer van graafmachines, 18 vervoersbewegingen;

5

- aan- en afvoer van hoogwerkers, 18 vervoersbewegingen; - aan- en afvoer van afvalcontainers, 240 vervoersbewegingen; - aan- en afvoer van grond, 280 vervoersbewegingen; - aan- en afvoer van bouwhekken, 6 vervoersbewegingen; - aan- en afvoer van bouwketen, 4 vervoersbewegingen; - aanvoer van beton, 120 vervoersbewegingen; - aanvoer van gevelstenen, 32 vervoersbewegingen; - aanvoer van prefab vloeren, 40 vervoersbewegingen; - aanvoer van dakplaten, 20 vervoersbewegingen; - aan- en afvoer van metselsilo, 8 vervoersbewegingen; - aanvoer van kalkzandsteenelementen, 60 vervoersbewegingen. Het gaat voor het gehele project om 846 middelzware en zware vervoersbewegingen totaal. Bij het invoeren van deze gegevens is worst-case uitgegaan van zwaar vervoer, waarvoor het traject vanaf omliggende straten is gebruikt, wegtype is ‘buitenweg’ (grootste gedeelte route). In verband met stationair draaien i.v.m. wachten totdat kan worden geparkeerd en geladen en gelost is een vlakbron gemodelleerd, waarbij de emissies zoals in bijlage 1 van de instructie gegevensinvoer voor aerius calculator 2022 zijn gehanteerd. Uitgegaan is van maximaal een kwartier stationair draaien per voertuig per dag. Dit resulteert in de invoergegevens zoals opgenomen in onderstaande tabel. Type voertuig

Verkeersgeneratie en stationaire draaitijd per jaar

norm gram per uur NOx

norm gram per uur NH3

Totaal NOx in gram

Totaal NH3 in gram

licht

8900 mvt / 2225 uur

3,768

0,183

8.383,8

407,16

zwaar

846 mvt / 211,5 uur

71,0118

0,9054

15.019,0

191,49

23.402,8 g/NOx

598,65 g/NH3

Totale emissie

De realisatiefase is beoogd in 2025. Resultaat realisatiefase Het resultaat van de berekening is de realisatiefase van het plan niet leidt tot stikstofdepositie op Natura 2000 gebieden. Conclusie Het plangebied ligt op circa 3,9 kilometer van het dichtstbij gelegen stikstofgevoelige Natura2000-gebied (Rijntakken).

6

Uit de berekeningen volgt dat zowel door de realisatie- als de gebruiksfase van het planvoornemen geen sprake is stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden. De AERIUSberekeningen hebben aangetoond dat de stikstofdepositie gelijk is aan 0,00 mol N/ha/jaar. Dat betekent dat het project niet leidt tot stikstofdepositie op een Natura 2000-gebied. Op basis van de AERIUS-resultaten hoeft er geen verder onderzoek naar stikstofdepositie ten gevolge van het planvoornemen uitgevoerd te worden en is het niet nodig een vergunning in het kader van de Wet natuurbescherming aan te vragen.

7

Projectberekening Dit document geeft een overzicht van de invoer en rekenresultaten van een Projectberekening met AERIUS Calculator. De berekening is uitgevoerd binnen Natura 2000-gebieden, op rekenpunten die overlappen met stikstofgevoelige habitattypen en/of leefgebieden, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant, en waar tevens sprake is van een overbelaste of bijna overbelaste situatie voor stikstofdepositie.

Overzicht Samenvatting situaties Resultaten Detailgegevens per emissiebron Deze PDF is een digitaal bestand dat weer in te lezen is in AERIUS. Meer toelichting over de PDF en AERIUS kunt u vinden in de of .

handleidingen op onze website

Projectberekening

Contactgegevens Rechtspersoon Inrichtingslocatie

Activiteit

Omschrijving Toelichting

Berekening

Pittiger in planologie Mr. van Coothstraat 14, 5397AR Lith Mr. van Coothstraat 14, Lith Realisatiefase 24 woningen

AERIUS kenmerk Datum berekening Rekenconfiguratie

RV3GMo9GAQeb 01 mei 2024, 12:12 OwN2000-rekengrid

Totale emissie

Rekenjaar

Emissie NH₃

Emissie NOₓ

Resultaten

Hoogste bijdrage

Hexagon

Gebied

Realisatiefase 24 woningen - Beoogd Realisatiefase 24 woningen - Beoogd Gekarteerd oppervlak met toename (ha) Gekarteerd oppervlak met afname (ha) Grootste toename Grootste afname

RV3GMo9GAQeb (01 mei 2024)

2025 -

2,7 kg/j

105,3 kg/j

2/8

Projectberekening

Realisatiefase 24 woningen (Beoogd), rekenjaar 2025 Emissiebronnen 1 Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning | Mobiele werktuigen bouw 2 Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning | Mobiele werktuigen sloop 3 Anders... | Anders... | Stationair draaiende voertuigen sloop 4 Anders... | Anders... | Stationair draaiende voertuigen bouw  Verkeersnetwerk

RV3GMo9GAQeb (01 mei 2024)

Emissie NH₃

Emissie NOₓ

1,7 kg/j 0,3 kg/j 50,0 g/j 0,6 kg/j 45,8 g/j

68,7 kg/j 8,1 kg/j 3,3 kg/j 23,4 kg/j 1,8 kg/j

3/8

Projectberekening

Hoogste af- en toename op (bijna) overbelaste stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden.

500 m Habitatrichtlijn Vogelrichtlijn Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn Niet bepaald

© OSM & Kadaster Grootste toename (projectberekening) Grootste afname (projectberekening) Hoogste totaal (achtergrond + projectberekening)

De letters bij de bronlabels op de kaart geven bij welke type situaties de bronnen horen: beoogde situatie (B), referentiesituatie (R) en/of salderingssituatie (S). RV3GMo9GAQeb (01 mei 2024)

4/8

Projectberekening

Resultaten stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden situatie "Realisatiefase 24 woningen" (Beoogd) incl. saldering e/o referentie Berekend (ha gekarteerd)

Totaal

RV3GMo9GAQeb (01 mei 2024)

-

Hoogste totale Met toename Grootste depositie (mol (ha gekarteerd) toename (mol N/ha/jr) N/ha/jr)

-

-

-

Met afname (ha Grootste afname gekarteerd) (mol N/ha/jr)

-

-

5/8

Projectberekening

Realisatiefase 24 woningen, Rekenjaar 2025 1

Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning

Naam Locatie Oppervlakte Naam

Rupskraan 5 ton

Mobiele werktuigen bouw X:158491,12 Y:423825,93 0,32 ha Stageklasse

Stage-V, >= 2019 , 75-560 kW, diesel, SCR: ja

NOₓ NH₃

Brandstof­verbruik

1024 l/j

68,7 kg/j 1,7 kg/j

Draaiuren AdBlue verbruik

128 u/j 61 l/j

Shovel 20 ton

Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, diesel, SCR: ja

1920 l/j

192 u/j 115 l/j

Verreiker D

Stage-IIIB, 2011-2013, 56-75 kW, diesel, SCR: nee

144 l/j

48 u/j

Graafmachines

Stage-V, >= 2019 , 75-560 kW, diesel, SCR: ja

512 l/j

64 u/j

RT Schaarhoogwerker Stage-IV, 2014-2018, 56-75 kW, D diesel, SCR: ja

224 l/j

56 u/j

Bouwkraan

Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, diesel, SCR: ja

1320 l/j

120 u/j 66 l/j

Betonpomp

Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, diesel, SCR: ja

1280 l/j

64 u/j

51 l/j

Betonmixer

Stage-V, >= 2019 , 75-560 kW, diesel, SCR: ja

704 l/j

64 u/j

35 l/j

Trilplaat

Stage-V, >= 2019 , <= 56 kW, diesel, 60 l/j SCR: nee

40 u/j

2

Stof Emissie

NOₓ 6,4 kg/j NH₃ 0,2 kg/j NOₓ 11,4 kg/j NH₃ 0,5 kg/j NOₓ 3,1 kg/j

30 l/j

NH₃ 1,1 g/j NOₓ 3,4 kg/j

11 l/j

NH₃ 0,1 kg/j NOₓ 2,6 kg/j NH₃ 53,8 g/j NOₓ 13,8 kg/j NH₃ 0,3 kg/j NOₓ 19,1 kg/j NH₃ 0,3 kg/j NOₓ 7,5 kg/j NH₃ 0,2 kg/j NOₓ 1,4 kg/j NH₃ 0,0 kg/j

Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning

Naam Locatie Oppervlakte Naam

Mobiele werktuigen sloop X:158482,8 Y:423829,31 0,20 ha

Stageklasse

Graafmachines Stage-V, >= 2019 , 75-560 kW, diesel, SCR: ja

RV3GMo9GAQeb (01 mei 2024)

NOₓ NH₃

Brandstof­verbruik

1280 l/j

Draaiuren AdBlue verbruik

160 u/j 76 l/j

8,1 kg/j 0,3 kg/j Stof Emissie

NOₓ NH₃

8,1 kg/j 0,3 kg/j

6/8

Projectberekening

3

Naam

Anders... | Anders...

Stationair Uittreedhoogte draaiende Warmteinhoud voertuigen sloop Spreiding Locatie X:158484,89 Y:423826,43 Oppervlakte 0,22 ha Wijze van ventilatie Niet geforceerd Temporele variatie Continue Emissie 4

Naam

Anders... | Anders...

Stationair Uittreedhoogte draaiende Warmteinhoud voertuigen bouw Spreiding Locatie X:158490,92 Y:423825,98 Oppervlakte 0,30 ha Wijze van ventilatie Niet geforceerd Temporele variatie Continue Emissie 5

NOₓ NH₃

3,3 kg/j 50,0 g/j

0,3 m 0,000 MW 0m

NOₓ NH₃

23,4 kg/j 0,6 kg/j

Wegverkeer | Weg

Naam Locatie Lengte Wegtype Rijrichting Tunnelfactor Type hoogteligging Weghoogte t.o.v. maaiveld Verkeer

Wegverkeer bouw X:158583,31 Y:423939,83 299,21 m Binnen bebouwde kom (doorstromend) Beide richtingen 1 Normaal 0m

Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer 6

0,3 m 0,000 MW 0m

Max. snelheid

Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren

Wegverkeer | Weg

Naam Locatie Lengte Wegtype Rijrichting Tunnelfactor Type hoogteligging Weghoogte t.o.v. maaiveld Verkeer

Wegverkeer sloop X:158568,83 Y:423921,23 274,75 m Binnen bebouwde kom (doorstromend) Beide richtingen 1 Normaal 0m

Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer

RV3GMo9GAQeb (01 mei 2024)

Max. snelheid

Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren

Links Rechts NOₓ 1,6 kg/j Type scherm - - NO₂ 0,4 kg/j Hoogte - - NH₃ 41,8 g/j Afstand tot de weg - -

Aantal voertuigbewegingen

8.900,0 /jaar 0,0 /jaar 846,0 /jaar 0,0 /jaar

In file

0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %

Links Rechts NOₓ 0,2 kg/j Type scherm - - NO₂ 62,4 g/j Hoogte - - NH₃ 4,0 g/j Afstand tot de weg - -

Aantal voertuigbewegingen

160,0 /jaar 0,0 /jaar 176,0 /jaar 0,0 /jaar

In file

0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %

7/8

Projectberekening

Disclaimer Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden. Rekenbasis Deze berekening is tot stand gekomen op basis van AERIUS versie 2023.2_20240329_bf14d3585e Database versie 2023.2_bf14d3585e_calculator_nl_stable Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://link.aerius.nl/website

RV3GMo9GAQeb (01 mei 2024)

8/8

Projectberekening Dit document geeft een overzicht van de invoer en rekenresultaten van een Projectberekening met AERIUS Calculator. De berekening is uitgevoerd binnen Natura 2000-gebieden, op rekenpunten die overlappen met stikstofgevoelige habitattypen en/of leefgebieden, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant, en waar tevens sprake is van een overbelaste of bijna overbelaste situatie voor stikstofdepositie.

Overzicht Samenvatting situaties Resultaten Detailgegevens per emissiebron Deze PDF is een digitaal bestand dat weer in te lezen is in AERIUS. Meer toelichting over de PDF en AERIUS kunt u vinden in de of .

handleidingen op onze website

Projectberekening

Contactgegevens Rechtspersoon Inrichtingslocatie

Activiteit

Omschrijving Toelichting

Berekening

Pittiger in planologie Mr. van Coothstraat 14, 5397AR Lith Mr. van Coothstraat 14, Lith Gebruiksfase 24 woningen

AERIUS kenmerk Datum berekening Rekenconfiguratie

RW3UPt29x6aZ 01 mei 2024, 12:12 OwN2000-rekengrid

Totale emissie

Rekenjaar

Emissie NH₃

Emissie NOₓ

Resultaten

Hoogste bijdrage

Hexagon

Gebied

Gebruiksfase 24 woningen - Beoogd Gebruiksfase 24 woningen - Beoogd Gekarteerd oppervlak met toename (ha) Gekarteerd oppervlak met afname (ha) Grootste toename Grootste afname

RW3UPt29x6aZ (01 mei 2024)

2026 -

1,5 kg/j

65,4 kg/j

2/7

Projectberekening

Gebruiksfase 24 woningen (Beoogd), rekenjaar 2026 Emissiebronnen 3 

Anders... | Anders... | Stationair draaiende voertuigen Verkeersnetwerk

RW3UPt29x6aZ (01 mei 2024)

Emissie NH₃

Emissie NOₓ

1,1 kg/j 0,4 kg/j

50,0 kg/j 15,3 kg/j

3/7

Projectberekening

Hoogste af- en toename op (bijna) overbelaste stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden.

500 m Habitatrichtlijn Vogelrichtlijn Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn Niet bepaald

© OSM & Kadaster Grootste toename (projectberekening) Grootste afname (projectberekening) Hoogste totaal (achtergrond + projectberekening)

De letters bij de bronlabels op de kaart geven bij welke type situaties de bronnen horen: beoogde situatie (B), referentiesituatie (R) en/of salderingssituatie (S). RW3UPt29x6aZ (01 mei 2024)

4/7

Projectberekening

Resultaten stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden situatie "Gebruiksfase 24 woningen" (Beoogd) incl. saldering e/o referentie Berekend (ha gekarteerd)

Totaal

RW3UPt29x6aZ (01 mei 2024)

-

Hoogste totale Met toename Grootste depositie (mol (ha gekarteerd) toename (mol N/ha/jr) N/ha/jr)

-

-

-

Met afname (ha Grootste afname gekarteerd) (mol N/ha/jr)

-

-

5/7

Projectberekening

Gebruiksfase 24 woningen, Rekenjaar 2026 1

Wegverkeer | Weg

Naam Locatie Lengte Wegtype Rijrichting Tunnelfactor Type hoogteligging Weghoogte t.o.v. maaiveld Verkeer

Wegverkeer bewoners en bezoekers X:158628,07 Y:424011,87 512,56 m Binnen bebouwde kom (doorstromend) Beide richtingen 1 Normaal 0m

Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer 2

Wegverkeer bewoners en bezoekers X:158265,54 Y:423991,26 572,32 m Binnen bebouwde kom (doorstromend) Beide richtingen 1 Normaal 0m

Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer Naam

Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren

Wegverkeer | Weg

Naam Locatie Lengte Wegtype Rijrichting Tunnelfactor Type hoogteligging Weghoogte t.o.v. maaiveld Verkeer

3

Max. snelheid

Anders... | Anders...

Max. snelheid

Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren

Stationair Uittreedhoogte draaiende Warmteinhoud voertuigen Spreiding Locatie X:158490,71 Y:423831,02 Oppervlakte 0,07 ha Wijze van ventilatie Niet geforceerd Temporele variatie Continue Emissie

0,3 m 0,000 MW 0m

Links Rechts NOₓ 7,3 kg/j Type scherm - - NO₂ 1,7 kg/j Hoogte - - NH₃ 0,2 kg/j Afstand tot de weg - -

Aantal voertuigbewegingen

69,0 /etmaal 4,0 /etmaal 4,0 /etmaal 0,0 /etmaal

In file

0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %

Links Rechts NOₓ 8,1 kg/j Type scherm - - NO₂ 1,9 kg/j Hoogte - - NH₃ 0,2 kg/j Afstand tot de weg - -

Aantal voertuigbewegingen

In file

69,0 /etmaal 4,0 /etmaal 4,0 /etmaal 0,0 /etmaal

0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %

NOₓ NH₃

50,0 kg/j 1,1 kg/j

Disclaimer Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden.

RW3UPt29x6aZ (01 mei 2024)

6/7

Projectberekening

Rekenbasis Deze berekening is tot stand gekomen op basis van AERIUS versie 2023.2_20240329_bf14d3585e Database versie 2023.2_bf14d3585e_calculator_nl_stable Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://link.aerius.nl/website

RW3UPt29x6aZ (01 mei 2024)

7/7

Bijlage 2

- Quickscan flora en fauna

ECOLOGISCHE QUICKSCAN Onderzoek naar beschermde natuurwaarden ten behoeve van ruimtelijke ontwikkeling

Locatie: Meester van Coothstraat 14 Lith Rapportnummer: 2023-BE-0532 In opdracht van: Pittiger in Planologie Verwestraat 32 5491 BZ Sint Oedenrode

Ecologische quickscan Meester van Coothstraat 14 Lith, BE-0532

Colofon Rapportage Brabant Eco Rapportnummer 2023-BE-0532 Opdrachtgever Pittiger in Planologie Contactpersoon Mevrouw N. van de Goor Locatie Meester van Coothstraat 14, Lith Auteur Freek Rovers Verantwoordelijke controle Frenk van de Wal Opleverdatum 23 maart 2023

De Lange Kant 27 5061 PX Oisterwijk 06-24218274 www.brabanteco.nl

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

Overname, verveelvoudiging of openbaarmaking van dit rapport is niet toegestaan zonder vermelding van bron.

Dit rapport is met de grootste zorg samengesteld. Desondanks aanvaardt Brabant Eco geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit het gebruik van de resultaten van dit onderzoek door toepassing van adviezen.

1

Ecologische quickscan Meester van Coothstraat 14 Lith, BE-0532

Inhoudsopgave SAMENVATTING ............................................................................................................... 3 1.

INLEIDING EN ONDERZOEK ........................................................................................ 4 1.1 Aanleiding......................................................................................................................... 4 1.2 Doelstelling ...................................................................................................................... 4 1.3 Centrale vraagstelling ...................................................................................................... 4 1.4 Criteria.............................................................................................................................. 4

2.

BELEIDSKADER .......................................................................................................... 5 2.1 Gebiedsbescherming ........................................................................................................ 5 2.2 Soortenbescherming ........................................................................................................ 5 2.3 Bescherming van houtopstanden .................................................................................... 7 2.4 Zorgplicht ......................................................................................................................... 7

3.

PLANGEBIEDSBESCHRIJVING ..................................................................................... 8 3.1 Huidige situatie ................................................................................................................ 8 3.2 Voorgenomen ontwikkeling ............................................................................................. 9

4.

PRAKTIJK ECOLOGISCHE QUICKSCAN ....................................................................... 11 4.1 Bureauonderzoek ........................................................................................................... 11 4.2 Veldonderzoek................................................................................................................ 12 4.3 Beschrijving plangebied ................................................................................................. 13

5.

BESCHERMDE NATUURWAARDEN ........................................................................... 14 5.1 Gebiedsbescherming ...................................................................................................... 14 5.2 Soortenbescherming ...................................................................................................... 16

6.

RESULTATEN EN ADVIES .......................................................................................... 23 6.1 Resultaten ...................................................................................................................... 23 6.2 Advies en aanbevelingen ................................................................................................ 23

7.

BRONNEN ............................................................................................................... 25

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

2

Ecologische quickscan Meester van Coothstraat 14 Lith, BE-0532

SAMENVATTING

Opdrachtgever is voornemens om de voormalige bedrijfslocatie aan de Meester van Coothstraat 14 te Lith te slopen. Daarna is het plan om er circa 22 nieuwbouw appartementen en 1 levensloopbestendige woning te realiseren. Bij deze werkzaamheden is de opdrachtgever gebonden aan de Wet natuurbescherming. Omdat overtreding van de Wet natuurbescherming op voorhand niet uitgesloten kan worden is aan Brabant Eco de opdracht gegeven voor het uitvoeren van een ecologische quickscan op de planlocatie in het kader van de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling. Dit voorliggend rapport geeft een beschrijving van het plangebied en het uitgevoerde onderzoek. Daarnaast geeft dit rapport inzicht in de mogelijke knelpunten in het kader van de natuurwetgeving en beleid en de mogelijke effecten op beschermde flora en fauna en op beschermde natuurgebieden als gevolg van het project. Het rapport kan voor de opdrachtgever als bewijsstuk dienen voor het verrichtte natuuronderzoek. Op basis van uitgevoerd onderzoek zijn geen effecten met werkzaamheden te verwachten die van negatieve invloed zijn op de gunstige staat van instandhouding van de waargenomen soorten of mogelijk aanwezige soorten en hun functioneel leefgebied. De nog bestaande bebouwing is ongeschikt voor beschermde diersoorten en de volledig verharde buitenzijde van het plangebied is ongeschikt voor beschermde plantensoorten.

Natuurgebieden worden niet aangetast door de ontwikkeling in het plangebied. Nader onderzoek of een ontheffingsaanvraag is dan ook niet nodig. De zorgplicht is altijd van toepassing. Natuurinclusief bouwen wordt aanbevolen. Frenk van de Wal Brabant Eco Maart 2023

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

3

Ecologische quickscan Meester van Coothstraat 14 Lith, BE-0532

1. INLEIDING EN ONDERZOEK

1.1 Aanleiding Volgens opdrachtgever Pittiger in Planologie is men voornemens om op de planlocatie Meester van Coothstraat 14 te Lith de voormalige (afgebrande) bedrijfslocatie te slopen om daarna een nieuwbouw van circa 22 appartementen, verdeeld over 2 gebouwen en 1 levensloopbestendige woning te realiseren. Bij deze werkzaamheden is opdrachtgever gebonden aan de Wet natuurbescherming. In opdracht heeft Brabant Eco een ecologische quickscan uitgevoerd voor de planlocatie in het kader van de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling.

1.2 Doelstelling Het doel van dit verkennend onderzoek is om vast te stellen of de geplande ontwikkeling mogelijk effect heeft op de beschermde flora en fauna en op beschermde natuurgebieden. Er wordt een eerste inzicht verkregen in de mogelijke effecten op deze beschermde natuurwaarden in en om het plangebied en de mogelijke vervolgstappen die moeten worden ondernomen met betrekking tot aanvullend veldonderzoek, nader effectonderzoek en nadere procedures. Het doel van dit onderzoek is het vaststellen of uitsluiten van aanwezigheid van beschermde soorten die zijn opgenomen in paragraaf 3.1, 3.2 en 3.3 van de Wet natuurbescherming. Naast soorten die bijzondere bescherming genieten, geldt er een algemene zorgplicht om planten en dieren niet onnodig te verstoren. Daarom dienen flora en fauna en eventuele effecten in kaart gebracht te worden om deze te kunnen toetsen aan de natuurwetgeving. Dit rapport geeft inzicht in de mogelijke knelpunten in het kader van natuurwetgeving en -beleid en de mogelijke effecten als gevolg van het project en kan voor de opdrachtgever als bewijsstuk dienen voor het verrichtte natuuronderzoek.

1.3 Centrale vraagstelling Is de voorgenomen ontwikkeling op basis van de gevonden resultaten in strijd met de natuurwetgeving en dienen eventuele vervolgstappen genomen te worden voordat met de uitvoering gestart kan worden?

1.4 Criteria Op dit natuuronderzoek zijn de volgende criteria van toepassing: o Het onderzoek is uitgevoerd door deskundige ecologen volgens de definitie van de Rijksdienst voor ondernemend Nederland (ecologisch deskundige/RVO.nl). o Het onderzoek is uitgevoerd door een onafhankelijk bureau. Brabant Eco en Frenk van de Wal verklaren hierbij geen enkel belang te hebben in de uitkomst van dit onderzoek. o De resultaten zijn zo objectief en betrouwbaar mogelijk verkregen. o Het onderzoek voldoet aan de interne proces- en kwaliteitseisen van Brabant Eco.

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

4

Ecologische quickscan Meester van Coothstraat 14 Lith, BE-0532

2. BELEIDSKADER

De Wet natuurbescherming is de Nederlandse wet die de bescherming van natuurgebieden en soorten regelt. Met deze wet worden de Europese natuurbeschermingsrichtlijnen (de vogel- en habitatrichtlijn) zo helder mogelijk geïmplementeerd. Bovendien sluit het instrumentarium van de Wet natuurbescherming aan op het huidige omgevingsrecht en de toekomstige Omgevingswet. Het eerste aanspreekpunt voor de aanvraag van een omgevingsvergunning is de gemeente. De bevoegdheden om te toetsen aan de Wet natuurbescherming is bij de provincie gelegd. Het uitgangspunt van de wet is dat er geen schade mag worden toegebracht aan beschermde dieren of planten, tenzij dit nadrukkelijk is toegestaan.

2.1 Gebiedsbescherming 2.1.1 Natura 2000 Natura 2000 is een Europees netwerk van beschermde natuurgebieden. In Nederland worden deze gebieden aangewezen binnen de EU-vogelrichtlijn en de EU-habitatrichtlijn. In Natura 2000 gebieden worden bepaalde diersoorten en hun natuurlijke leefomgeving beschermd om de biodiversiteit te behouden. In het opgestelde beheerplan wordt beschreven hoe de instandhoudingsdoelstellingen bereikt dienen te worden. Nederland heeft ruim 160 Natura 2000 gebieden.

2.1.2 Natuurnetwerk Nederland (NNN) Het Natuurnetwerk Nederland (NNN), vroeger de Ecologische hoofdstructuur genoemd (EHS), is het Nederlandse netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden. Het bestaat uit gebieden die samen een netwerk vormen door Nederland waar de natuur voorrang heeft. Het netwerk helpt voorkomen dat planten en dieren in geïsoleerde gebieden uitsterven en dat natuurgebieden hun waarde verliezen. In het NNN geldt het ‘nee, tenzij’ principe. Dit houdt in dat ruimtelijke ingrepen niet zijn toegestaan, tenzij er geen alternatieven zijn en er sprake is van een groot openbaar belang. De effecten van de ingreep moeten bovendien worden gecompenseerd. Naast ongeveer 20 Nationale parken, meren, rivieren en de kustzone van de Noordzee en de Waddenzee vallen alle Natura 2000 gebieden onder het NNN. De landbouwgebieden worden beheerd volgens agrarisch natuurbeheer.

2.2 Soortenbescherming De Wet natuurbescherming beschermt de in Nederland voorkomende wilde planten- en diersoorten via een zogenaamde zorgplicht. Voor deze beschermde soorten is het uitgangspunt dat activiteiten moeten worden voorkomen die deze beschermde soorten aantasten. Wanneer dit niet mogelijk is, dan is het uitvoeren van een dergelijke activiteit alleen toegestaan met een ontheffing van de provincie.

2.2.1 Beschermde planten en dieren De Wet natuurbescherming kent drie algemene beschermingsregimes waarin de voorschriften van de Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn en twee verdragen (Bern en Bonn) zijn geïmplementeerd en waarin aanvullende voorschriften zijn gesteld voor de dier- en plantensoorten die niet onder die specifieke voorschriften vallen, maar wel bescherming behoeven. Elk van deze beschermingsregimes kent zijn eigen verbodsbepalingen en vereisten voor vrijstelling of ontheffing van de verboden. Om af te mogen wijken van de verbodsbepalingen via een ontheffing of vrijstelling moet aan drie criteria zijn voldaan: o Ten eerste mag alleen van de verbodsbepaling afgeweken worden als er geen andere bevredigende oplossing voor de handeling mogelijk is.

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

5

Ecologische quickscan Meester van Coothstraat 14 Lith, BE-0532

o

o

Ten tweede moet tegenover de afwijking van het verbod een in de wet genoemd belang staan. De wet geeft voor de verschillende beschermingsregimes aan wat die belangen zijn zoals volksgezondheid of openbare veiligheid. Tenslotte mag de ingreep geen afbreuk doen aan de staat van instandhouding van de soort.

Als aan deze drie vereisten voldaan is kan een ontheffing worden verleend. Voor een aantal handelingen zijn bovendien vrijstellingen mogelijk, bijvoorbeeld in de vorm van een provinciale verordening of een gedragscode. Bij het besluit of een afwijking van het verbod kan worden toegestaan, wordt evenwel niet naar de gevolgen van deze afwijking voor het individuele plant of dier gekeken, maar naar de gevolgen voor de instandhouding van de betrokken soort. Wel zal rekening gehouden moeten worden met de zorgplicht en het dierenwelzijn.

2.2.2 EU-Vogelrichtlijn Het doel van de Vogelrichtlijn is het in stand houden van alle natuurlijke, in Europa in het wild levende, vogelsoorten. De Vogelrichtlijn vereist dat EU-lidstaten alle nodige maatregelen nemen om de populatie van alle vogelsoorten op een niveau te houden of te brengen, dat met name beantwoordt aan de ecologische, wetenschappelijke en culturele eisen. Daarnaast moeten de lidstaten alle nodige maatregelen nemen om voor deze vogels een 'voldoende gevarieerdheid van leefgebieden en een voldoende omvang ervan te beschermen, in stand te houden of te herstellen'. De richtlijn is dus van toepassing op vogels, hun eieren, hun nesten en ook hun leefgebieden. De EU-Vogelrichtlijn is in 1981 van kracht geworden. De Wet natuurbescherming bevat een aantal verboden handelingen die van toepassing zijn op alle inheemse vogels. Deze verboden gelden in heel Nederland. De wet verbiedt: o Het opzettelijk doden of vangen van vogels (artikel 3.1 lid 1); o Het opzettelijk vernielen of beschadigen van nesten, rustplaatsen en eieren van vogels, of het wegnemen van nesten (artikel 3.1 lid 2); o Het rapen en onder zich hebben van eieren van vogels (artikel 3.1 lid 3); o Het opzettelijk storen van vogels (artikel 3.1 lid 4); o Het bezit, het vervoer en de handel in vogels, dood of levend, dan wel delen of producten daarvan (artikel 3.2).

Van de soorten die beschermd worden onder de Vogelrichtlijn is geen limitatieve lijst beschikbaar. Het gaat om ca. 700 soorten die van nature voorkomen op het grondgebied van de Europese Unie. In de praktijk betreft het alle soorten die in Nederland als broedvogel, standvogel, wintergast of doortrekker aanwezig kunnen zijn, met uitzondering van exoten. Op alle vogels is het beschermingsregime van paragraaf 3.1 van de Wet natuurbescherming van toepassing.

2.2.3 EU-Habitatrichtlijn Het doel van de Habitatrichtlijn is het waarborgen van de biologische diversiteit in de Europese Unie door de natuurlijke habitat en wilde dier- en plantensoorten die van Europees belang zijn in een gunstige staat van instandhouding te behouden of te herstellen. Dit zijn soorten die genoemd zijn in bijlage IV van de Habitatrichtlijn, bijlage II van het Verdrag van Bern en bijlage I van het Verdrag van Bonn, voor zover hun natuurlijke verspreidingsgebied zich in Nederland bevindt. Op deze soorten (zie bijlage 2) is het beschermingsregime van paragraaf 3.2 van de Wet natuurbescherming van toepassing. De EUHabitatrichtlijn is in 1992 van kracht geworden.

2.2.4 Overig beschermde soorten Dit zijn soorten genoemd in bijlage A van de Wet natuurbescherming. Het gaat hier om de bescherming van zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen, kevers en vaatplanten voorkomend in Nederland. Het betreft een limitatieve lijst (zie bijlage 3). De beschermde status van soorten kan per provincie verschillen. Provincies hebben de bevoegdheid om bij provinciale verordening vrijstelling te verlenen voor nationaal beschermde soorten. Er is dan geen ontheffing nodig voor werkzaamheden. Voor soorten die niet in de bijlagen van de Wet natuurbescherming worden genoemd, fungeert de zorgplichtbepaling (artikel 1.11 Wet natuurbescherming) als vangnet. Op grond van deze bepaling moeten schadelijke handelingen voor alle in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving in

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

6

Ecologische quickscan Meester van Coothstraat 14 Lith, BE-0532 beginsel achterwege worden gelaten, dan wel moeten maatregelen worden genomen om schadelijke gevolgen (zoveel mogelijk) te voorkomen.

Tabel: Beschermingsregime van de Wet natuurbescherming

2.3 Bescherming van houtopstanden De belangrijkste elementen m.b.t. de bescherming van houtopstanden zijn de meldingsplicht, de herplantplicht en het kapverbod. De provincies bepalen welke gegevens bij een melding moeten worden aangeleverd. Als het gaat om beplantingen van bomen groter dan 10 are of als het een rijbeplanting betreft die uit meer dan 20 bomen bestaat, dan valt bos, mits het buiten de bebouwde kom ligt, onder de Wet natuurbescherming. De gemeente kan voor de Wet natuurbescherming een andere ‘bebouwde kom Wet natuurbescherming’ vaststellen dan de bebouwde kom volgens de Wegenverkeerswet.

2.4 Zorgplicht Voor alle in het wild levende planten en dieren, ook niet wettelijk beschermde soorten, kent de Wet natuurbescherming een zorgplicht. Deze zorgplicht houdt in dat eenieder voldoende zorg in acht moet nemen voor het in het wild levende planten en dieren, alsmede voor hun leefomgeving. Dit betekent dat handelingen (of het nalaten hiervan) waarvan men weet, of redelijkerwijs kan vermoeden, dat ze nadelig zijn voor planten en/of dieren, niet mogen worden uitgevoerd.

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

7

Ecologische quickscan Meester van Coothstraat 14 Lith, BE-0532

3. PLANGEBIEDSBESCHRIJVING

3.1 Huidige situatie De planlocatie is gelegen aan de Meester van Coothstraat 14, ten zuiden van de kern van Lith, in de gemeente Oss. Oss is een gemeente in de provincie Noord-Brabant en heeft een totale oppervlakte van 170,93 km2. De gemeente telt 93.401 inwoners (31 januari 2022) en bestaat uit de plaatsen Berghem, Demen, DeursenDennenburg, Dieden, Haren, Herpen, Huisseling, Keent, Lith, Lithoijen, Macharen, Maren-Kessel, Megen, Neerlangel, Neerloon, Oijen, Oss, Overlangel, Ravenstein en Teeffelen. Lith ligt noordwestelijk van Lithoijen, niet ver van de provincie Gelderland. Aan de noordzijde stroomt rivier de Maas. Het plangebied is gelegen aan de rand van Lith, ten zuiden van de N265, aan de splitsing van de Meester van Coothstraat met de Valkseweg. De directe omgeving van het plangebied bestaat voornamelijk uit agrarische percelen en burgerwoningen. De ligging van het plangebied in de wijdere omgeving is weergegeven in onderstaande afbeelding.

Lith

Lithoijen

Satellietfoto omgeving plangebied, planlocatie is rood omcirkeld. Bron: Google Earth.

Het plangebied bestaat volledig uit zwaar beschadigde bebouwing en verharding van beton en betonklinkers. Op onderstaande afbeelding wordt het plangebied globaal aangegeven.

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

8

Ecologische quickscan Meester van Coothstraat 14 Lith, BE-0532

Globaal omlijnde planlocatie in blauw. Bron: Google Earth.

3.2 Voorgenomen ontwikkeling Het initiatief bestaat uit het slopen van de afgebrande voormalige bedrijfslocatie aan de Meester van Coothstraat 14 te Lith te slopen. Daarna is het voornemen om circa 22 appartementen en 1 levensloopbestendige woning te realiseren. Het voorste gebouw (de directeursvilla) zal worden uitgevoerd met 8 appartementen, waarvan 2 appartementen op de begane grond (met buitenruimte) en 6 kleine appartementen op de eerste en tweede verdieping. Het gebouw daarachter bestaat uit 5 appartementen op de begane grond, 5 appartementen op de eerste verdieping en 3 of 5 appartementen op de tweede verdieping. De vrijstaande (levensloopbestendige) woning wordt uitgevoerd in één laag en een kap met een riante uitbouw alwaar een volledig woonprogramma op de begane grond zal worden gerealiseerd. Om de ruimte voor het achterste gebouw te realiseren, zal de laurierhaag gerooid worden.

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

9

Ecologische quickscan Meester van Coothstraat 14 Lith, BE-0532

Beoogde situatie. Bron: Princen

Impressie beoogde situatie. Bron: Princen

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

10

Ecologische quickscan Meester van Coothstraat 14 Lith, BE-0532

4. PRAKTIJK ECOLOGISCHE QUICKSCAN

Een ecologische quickscan is de eerste stap van ecologisch onderzoek dat uitgevoerd wordt in het kader van een ruimtelijke ingreep. Een aanvraag voor een omgevingsvergunning wordt getoetst aan de Wet natuurbescherming. In het kader van deze wet is het noodzakelijk te weten welke flora- en faunasoorten potentieel voorkomen in het plangebied. Naast het effect op beschermde soorten kan het nodig zijn om onderzoek te verrichten naar eventuele negatieve effecten van de ingreep op de kwaliteit van beschermde gebieden in de omgeving. Bij een ecologische quickscan worden de ecologische waarden van een omgeving in kaart gebracht middels een bureaustudie en veldonderzoek. De ingreep wordt goed en duidelijk omschreven. Er worden eventueel mitigerende en compenserende maatregelen aanbevolen waarmee de overtreding van de Wet natuurbescherming voorkomen wordt. De ecologische quickscan, ook wel quickscan flora en fauna genoemd, geeft de mogelijke effecten van een ruimtelijke ingreep weer op beschermde planten en dieren.

Door middel van een quickscan worden de volgende vragen beantwoord: o Welke beschermde soorten (flora en fauna) zijn in het plangebied aanwezig? o Wat zijn de effecten van de voorgenomen plannen op deze aanwezige soorten? o Wordt de Wet natuurbescherming overtreden? o Welke mogelijkheden zijn er om negatieve effecten op de beschermde soorten te minimaliseren of te voorkomen? o Is er een aanvullend onderzoek nodig naar soorten of functies? o Is het noodzakelijk om voor de voorgenomen plannen een ontheffing van de Wet natuurbescherming aan te vragen bij de provincie Noord-Brabant De quickscan flora en fauna is een toets van de ecologische potenties van het plangebied en de directe omgeving en betreft geen volwaardig specifiek soortenonderzoek. Er zijn in dit onderzoek geen inventarisaties uitgevoerd van soorten en soortgroepen. Een ecologische inventarisatie bestaat uit meerdere veldbezoeken gedurende de voor de soortgroep meest gunstige periode van het jaar.

4.1 Bureauonderzoek Het bureauonderzoek heeft zich gericht op bekende ruimtelijke plannen, zowel lokaal, provinciaal, nationaal als Europees. Door middel van literatuuronderzoek is onderzocht of zich in de nabijheid van de planlocatie gebieden bevinden die beschermd zijn in het kader van de natuurwetgeving en is er een inschatting gemaakt op het voorkomen van beschermde soorten. Hierbij is gebruik gemaakt van de database quickscanhulp.nl, zie bijlage 1, aangevuld met gegevens uit relevante recente verspreidingsatlassen en actuele websites, onder andere RAVON, Sovon, FLORON en Waarneming.nl. NDFF Verspreidingsatlas is een naslagwerk met afbeeldingen en informatie over duizenden soorten die in de Nederlandse natuur voorkomen. De verspreidingskaarten worden gemaakt met gevalideerde gegevens uit de Nationale Databank Flora en Fauna. De inhoud van de atlas wordt mede verzorgd door zes verenigingen en stichtingen: de Nederlandse Mycologische Vereniging (NMV), FLORON, het Landelijk Informatiecentrum Kranswieren (LIK) en stichting ANEMOON, stichting RAVON en de Zoogdiervereniging. Voor de gebiedsgerichte bescherming is onderzoek uitgevoerd naar aanwezigheid van relevante natuurterreinen in de omgeving, het betreft de Natura 2000 gebieden en het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Daarvoor is o.a.

gebruik gemaakt van de website van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en die van de provincie Noord-Brabant.

4.1.1 Waarnemingen flora en fauna Volgens waarneming.nl zijn er van 22 februari tot 4 maart 2023 236 waarnemingen van flora en fauna soorten in een straal van vijf kilometer rond het plangebied. Dit betreft voornamelijk waarnemingen van

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

11

Ecologische quickscan Meester van Coothstraat 14 Lith, BE-0532 algemeen voorkomende soorten, maar ook 16 waarnemingen van zeldzame soorten, o.a. bleke knoopjeskorst, waterzwelmos, bleke waterstippelkorst en steriele rookkorst. Binnen een kilometer rond het plangebied zijn er 20 waarnemingen. Dit zijn waarnemingen van algemeen voorkomende soorten.

Recente waarnemingen van flora en fauna soorten. Bron: waarneming.nl. d.d. 04-03-2023

4.2 Veldonderzoek Op donderdag 16 maart 2023 in de voormiddag hebben ecologen Frenk van de Wal en Freek Rovers in het kader van het natuurwaardenonderzoek het veldonderzoek uitgevoerd aan het plangebied en de directe omgeving. De weersomstandigheden waren bewolkt met een zuidoostenwind met windkracht 2 en droog. De gemiddelde temperatuur lag rond de 8 graden Celsius. Tijdens het veldonderzoek werd de ecologische potentie van de locatie en de directe omgeving in relatie met het mogelijk voorkomen van beschermde soorten onderzocht. Op de locatie werden alle aanwezige habitats opgenomen. De aanwezige habitats tijdens het veldbezoek en de waarnemingen uit de NDFF werden vergeleken met de habitatvereisten van beschermde planten- en diersoorten. Hierdoor werd ingeschat welke soorten potentieel voorkomen. Daarbij zijn de in het plangebied aanwezige ruimtelijke structuren en ecotopen geïnventariseerd. Naast de biotopen zijn directe en indirecte aanwijzingen opgenomen die kunnen duiden op het voorkomen van beschermde soorten. Behalve het fysiek aantreffen van exemplaren van soorten is er ook gelet op bijv. holen, uitwerpselen, prooiresten, braakballen vraat-, loop- en veegsporen. Deze waarnemingen zijn bij de beoordeling betrokken. Op basis van deze vergelijking en expert judgement is beoordeeld welke van deze soorten in het plangebied kunnen voorkomen.

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

12

Ecologische quickscan Meester van Coothstraat 14 Lith, BE-0532

4.3 Beschrijving plangebied Het plangebied grenst aan de Mr. Van Coothstraat. Het volledige plangebied is verhard met betonklinkers en de overgebleven fundering van het afgebrande gedeelte bestaat volledig uit beton. Deze overgebleven fundering is wegens instortingsgevaar omheind met dranghekken. De overgebleven bebouwing bestaat uit een binnenwand van gasbeton en uitstekende verwrongen stalen balken, damwand buitenmuren, drie grote roldeuren en een plat dak met bitumendakbedekking. In het oosten van het plangebied zijn op het terrein tijdelijk katrollen, bakstenen en een kleine hoop zand opgeslagen. In het zuiden van het plangebied bevind zich een laurierhaag van ongeveer 4 meter hoog waarachter een stroom loopt. Deze laurierhaag zal gerooid worden, daarom is deze intensief gecontroleerd op de aanwezigheid van nesten en sporen. Er zijn geen sporen van vogels, marterachtigen of amfibieën gevonden.

Voorzijde resterende bebouwing

Beschadigde oostzijde met drankheken

Vooraanzicht oostzijde

Verwrongen stalen balken

Overzicht opslag katrollen, bakstenen en zand

Zuidzijde resterende bebouwen en laurierhaag.

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

13

Ecologische quickscan Meester van Coothstraat 14 Lith, BE-0532

5. BESCHERMDE NATUURWAARDEN

Het volledig overzicht van de output van beschermde soorten van tabel 2 en 3 en vogels met mogelijk jaarrond beschermde nesten is door middel van quickscanhulp.nl opgenomen in bijlage 1. Bijlage 2 is een opsomming van beschermde soorten onder paragraaf 3.2 van de wet natuurbescherming. Bijlage 3 geeft een opsomming van de beschermde soorten onder paragraaf 3.3. Bij het veldonderzoek is het plangebied onderzocht op het voorkomen van beschermde soorten of resten hiervan. Er is met name geïnspecteerd op potentiële groei-, rust-, nest-, en verblijfplaatsen voor beschermde soorten. Per soortgroep wordt in onderstaande beschreven welke soorten er zijn waargenomen tijdens veldbezoek, welke soorten voorkomen in de omgeving, welke soorten worden verwacht in het plangebied, en welke effecten (mogelijk) aan de orde zijn.

5.1 Gebiedsbescherming 5.1.1 Natura 2000 Het plangebied ligt op minimaal 3,8 kilometer afstand van noordelijk gelegen gronden behorend tot Natura 2000 gebied Rijntakken. Op ongeveer 16 kilometer afstand naar het zuidwesten ligt Natura 2000 gebied Vlijmens Ven, Moerputten & Bossche Broek en westelijk op 26 kilometer Natura 2000 gebied Loevestein, Pompveld & Komsche Boezem. Op onderstaande afbeelding wordt de ligging van Natura 2000 gebieden in de omgeving van het plangebied weergegeven. De ligging van het plangebied wordt met een rode cirkel aangegeven. Natura 2000 gebieden zijn in rood en blauw aangegeven.

Minimaal 3,8 kilometer tussen het plangebied en gronden behorend tot Natura 2000

Natura 2000 gebieden. De afstand tussen het plangebied en Natura 2000 is met een pijl aangegeven. Bron: natura2000.eea.europa.eu.

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

14

Ecologische quickscan Meester van Coothstraat 14 Lith, BE-0532

Doordat het plangebied buiten het Natura 2000 gebied ligt kunnen alleen effecten optreden als gevolg van externe werking. Ten aanzien van Natura 2000 gebieden dient er o.a. zekerheid geboden te worden betreffende het niet optreden van een verslechtering van de kwaliteit van de natuurlijke habitats en de habitats van soorten. Gezien de aard en omvang van het voornemen, de locatie, de effectafstand tot Natura 2000 gebieden en het effectbereik, zijn externe effecten op voorhand uit te sluiten. Een Aerius berekening kan dit staven.

5.1.2 Natuurnetwerk Nederland Het plangebied ligt op minimaal 590 meter afstand van gronden die tot het Natuurnetwerk Nederland behoren. Op onderstaande afbeelding wordt de ligging van het Natuurnetwerk Nederland in de omgeving van het plangebied weergegeven. De ligging van het plangebied wordt met een rode cirkel aangegeven. De NNN-gebieden in groen.

Minimaal 590 meter tussen het plangebied en gronden behorend tot Natuurnetwerk Nederland

Natuur Netwerk Nederland gebieden. De afstand tussen het plangebied en NNN is met een pijl aangegeven. Bron: Atlasleefomgeving.

In of in de directe nabijheid van een NNN-gebied zijn geen ontwikkelingen toegestaan die de ‘wezenlijke kenmerken of waarden’ aantasten. Het plangebied ligt niet in, of direct aangrenzend aan het NNN-gebied. De significante aanpassing van en negatieve effecten door externe werking op de wezenlijke kenmerken en waarden van de NNN zijn, gezien de omvang, de aard, het effectbereik en de locatie van het voornemen, op voorhand uit te sluiten.

5.1.3 Conclusie Het plangebied behoort niet tot het Natuurnetwerk Nederland of Natura 2000 gebied. Vanwege de ligging buiten het Natuurnetwerk Nederland, leiden de voorgenomen activiteiten niet tot wettelijke consequenties. Het is niet aannemelijk dat de voorgenomen activiteiten een negatief effect hebben op instandhoudingsdoelen van Natura 2000 gebied. Een toets met compensatieplicht is daarmee niet aan de orde.

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

15

Ecologische quickscan Meester van Coothstraat 14 Lith, BE-0532

5.2 Soortenbescherming Bijlage 1, project Meester van Coothstraat met nummer BE-0532 d.d. 4 maart 2023 geeft een overzicht van de waargenomen plant- en diersoorten in en in de omgeving van het plangebied volgens de verspreidingsgegevens van de NDFF. De NDFF, Nationale Databank Flora en Fauna is de meest omvangrijke landelijke informatiebron van verspreidingsgegevens en bevat betrouwbare waarnemingen van planten en dieren in Nederland. Nieuwe gegevens worden met regelmaat toegevoegd. Alle gegevens in de NDFF zijn door soortexperts gevalideerd. De soorten worden per alinea beschreven.

5.2.1 Flora Volgens de NDFF zijn er de laatste vijf jaar geen waarnemingen van beschermde plantensoorten binnen een straal van twee kilometer rond het plangebied. Het plangebied bestaat uit volledig uit bebouwing en verharding en biedt vanwege de inrichting, het beheer en gebruik geen geschikt habitat voor beschermde plantensoorten. Conclusie Het volledige plangebied is bebouwd en bestraat. Hierdoor ontbreekt het volledig aan geschikte plaatsen voor vegetatie en plekken waar beschermde planten kunnen groeien. Enkel algemene soorten van verstoorde en bemeste bodem tussen de betonklinkers en gaten in de erfverharding werden aangetroffen zoals paarse dovenetel, herderstasje, paardenbloem. De aanwezigheid van strikt beschermde vaatplanten wordt gezien de aanwezige biotopen uitgesloten. Er worden geen bomen gekapt die vallen onder houtopstanden. Een nadere toetsing houtopstanden is niet nodig.

5.2.2 Zoogdieren Volgens de NDFF zijn er de laatste vijf jaar 11 zoogdiersoorten aangetroffen binnen een straal van twee kilometer rond het plangebied. Hiertoe behoren 6 vleermuissoorten, 3 marterachtigen en 2 overige soorten. Vleermuizen Alle soorten vleermuizen vallen onder de groep strikt beschermde soorten. Dit betekent dat ze beschermd zijn tegen verstoring van vaste rust- en verblijfplaatsen. Onder deze vaste rust- en verblijfplaatsen wordt verstaan: ‘het gehele systeem waarvan een populatie gebruik maakt tijdens de jaarcyclus van de soort’. Dit houdt in dat niet alleen verblijfplaatsen, maar ook belangrijke verbindingen hiertussen (vlieg- en foerageerroutes) beschermd zijn. Voor alle vleermuissoorten geldt geen vrijstelling of ontheffingsverlening indien het puur gaat om een ruimtelijke ontwikkeling en inrichting. De checklist vleermuisprotocol 2021 geeft voor gebouwen de volgende drie aandachtspunten: Zijn er potentieel aanwezige ruimtes voor winter-, kraam-, zomer- en paarverblijfplaatsen, zijn er sporen van aanwezigheid en is er sprake van een foerageergebied? De vleermuissoorten die volgens de NDFF de laatste vijf jaar zijn waargenomen binnen een straal van twee kilometer rond het plangebied zijn te vinden in de onderstaande tabel. Vleermuis soort

Afstand plangebied 0-2 km

Habitat en bescherming

Gewone grootoorvleermuis Kleine dwergvleermuis Laatvlieger

0-2 km

Soms bebouwing, soms bomen, strikt beschermd

0-2 km 0-2 km

Vooral bebouwing, soms bomen, strikt beschermd Vaak bebouwing, strikt beschermd

Meervleermuis Ruige dwergvleermuis

0-2 km 0-2 km

Vooral bebouwing, strikt beschermd Vooral bomen, strikt beschermd

Gewone dwergvleermuis

Vooral bebouwing, strikt beschermd

Het plangebied is beoordeeld op de geschiktheid als vleermuishabitat. Er zijn vleermuizen die in bomen hun verblijfplaatsen onderhouden en soorten die in gebouwen verblijven.

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

16

Ecologische quickscan Meester van Coothstraat 14 Lith, BE-0532 In het plangebied zijn geen bomen met geschikte stamdiameter, holtes, gaten of loshangende schors waarin vleermuizen mogelijk verblijfplaatsen kunnen hebben. Vleermuisverblijfplaatsen in bebouwing kunnen aangetroffen worden onder dakpannen, tussen dakbeschot, boeiboorden, onder gevelbekleding, in spleten en kieren in muren of in de spouw door open stootvoegen. De bebouwing in het plangebied biedt geen geschikte verblijfplaatsen voor vleermuizen, in de damwand buitenwanden bevinden zich geen openingen en bovendien is damwand te glad om te beklimmen, waardoor vleermuizen geen verblijfplaatsen achter damwand muren hebben. Daarnaast is de ruimte tussen de damwand buitenmuren en de gasbeton binnenmuur gevuld met isolatiemateriaal. De door schade blootgelegde binnenmuur is solide, er zijn geen ruimtes waar vleermuizen gebruik van zouden kunnen maken. Vleermuizen oriënteren zich op lijnvormige elementen in het landschap zoals bomenlanen, kanalen of houtwallen, om zich te verplaatsen van verblijfplaats naar foerageergebieden. In het plangebied zelf zijn geen lijnvormige elementen aanwezig die kunnen dienen als vliegroute voor vleermuizen. Foeragerende vleermuizen in (de omgeving van) het projectgebied zouden voor kunnen komen.

Marterachtigen Marterachtigen hebben voor hun overleving drie zaken nodig: dekking, verbinding en rustplaatsen. Deze dieren zijn vooral ’s nachts actief waardoor het fysiek aantreffen van individuen tijdens een veldbezoek zeer onwaarschijnlijk is. Bij onderzoek naar marters wordt daarom vooral gekeken naar sporen van de aanwezigheid van marters. De aanwezigheid van de marterachtigen verraad zich vaak door uitwerpselen, prooiresten en stank. De marterachtigen die volgens de NDFF de laatste vijf jaar zijn waargenomen binnen een straal van twee kilometer rond het plangebied zijn te vinden in de onderstaande tabel.

Marter soort Das Steenmarter Wezel

Afstand plangebied 0-2 km 0-2 km 0-2 km

Bescherming Beschermd Beschermd Beschermd

Das De das leeft in allerlei soorten biotopen, met een voorkeur voor kleinschalig akker- en weidelandschap met verspreide bosjes, heggen en houtwallen. Maar ook open terreinen, zoals vochtige heiden en rivierdalen zijn geschikte leefgebieden. Het leefgebied van de das moet voldoen aan voldoende dekking, weinig verstoring, een groot voedselaanbod en een bodem waarin ze goed een burcht kunnen graven, met een grondwaterstand van tenminste 1,5 m onder het maaiveld. Dassen foerageren in kort gras, omdat hier het voedsel het gemakkelijkst te vinden is. Steenmarter De steenmarter is een soort van steenachtige biotopen en schuilplaatsen. De soort komt met name voor aan de rand van dorpen en steden, maar is ook te vinden nabij boerderijen en kleinschalige cultuurlandschappen. De steenmarter vindt vaste verblijfplaatsen in oude schuurtjes met weinig menselijke activiteit of woningen met toegankelijke zolder-, en of kruipruimten. Wezel De wezel zoekt graag dekking op, bijvoorbeeld bij bosschages, houtstapels of heggen. Ook bewonen ze vaak oude holen van muizen, ratten en konijnen die bekleed wordt met veren of haren van prooidieren. Goede schuilmogelijkheden en de aanwezigheid van voldoende geschikt voedsel zijn de enige eisen die de wezel aan zijn omgeving stelt. Landschapselementen die het plangebied tot een geschikt leefgebied maken voor marterachtigen ontbreken geheel.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Oss&id=e4f5b118-849f-458f-85ab-96e1a90fe0c2