CConstaterende datOss
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlagenboek toelichting MrvCoothstr14

Gemeenteraad 27 juni 2024, gemeente OssBij agendapunt: A Bestemmingsplan Mr. van Coothstraat 14 Lith - 202422.636 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

• De oudst aangeleverde bouwdossiers (zonder jaartal, maar vóór 1977) gaan over de verbouwing van de woning aan de Mr. van Coothstraat 16 en de bouw van een garage. Die zijn gebouwd met een poerenfundering met de onderzijde van de poeren op 70 cm-peil. Deze woning in het noordwesten van het plangebied wordt afgebroken als de meest westelijke loods in het plangebied gebouwd wordt rond 1989/1990. • Vóór 1977 wordt een Romneyloods gebouwd. Deze wordt rond 1979/1980 gesloopt als in het zuidoosten de busmaatschappij wordt uitgebreid. Van de Romneyhal is geen informatie bekend van de fundering. • In 1977 wordt een nieuwe stalling gebouwd, welke later dit jaar wordt uitgebreid. Er is gebruikt gemaakt van poeren met een aanlegdiepte op vaste grondslag. • In 1979/1980 worden plannen gemaakt om in het zuidoosten van het plangebied een bussenstalling te bouwen. Voor de fundering wordt verwezen naar een niet beschikbare betonconstructietekening. Bij de bouw wordt bebouwing in het noordoosten van het plangebied gesloopt, maar de woning aan de Meester van Coothstraat 14 blijft behouden. • In 1988-1989 worden plannen gemaakt om de stalling in het zuidwesten te bouwen en om de stalling in het zuidoosten nog beperkt uit te breiden. Deze bebouwing is gebouwd op gewapend betonbalken, de diepte van deze balken is niet aangegeven.

Op de tekening staat verder aangeduid dat in het deel van 1977 een bestaande put wordt dichtgemaakt. Verder staat er ook een aanduiding 'bestaande smeerput dichtmaken' ten noorden van deze put. Een reeds bestaande put voor een wasstraat is ook aangeduid (1,6 m-peil). In het meest westelijke panddeel wordt een nieuwe smeerput aangelegd. Een nieuwe smeerput wordt ook op 1,6 mpeil aangeduid. 1 Wikipedia heeft de monumentenlijst van de gemeente Oss uit 2019 in 2022 geraadpleegd. De oorspronkelijke bron is niet meer

beschikbaar. 2 https://www.omroepbrabant.nl/nieuws/2925757/zeer-grote-brand-maaskant-reizen-in-lith-acht-bussen-verwoest-dronebeelden

KSP Archeologie

10

•

Bij de bouw rond 1989 is de woning aan de Mr. van Coothstraat 16 gesloopt. De bouwtekeningen spreken elkaar tegen of de woning aan de Mr. van Coothstraat 14 gesloopt is of enkel verbouwd tot kantoor en in hoeverre dat dezelfde locatie betrof.

Figuur 3: Luchtfoto uit 2022 (PDOK) met daarover informatie uit bouwdossiers en milieukundig onderzoek.

Tot 2006 waren de (freatische) grondwater(spiegeldiepte)standen door middel van grondwatertrappen (I, nat t/m VIII droog) gekoppeld aan de kaarteenheden van de bodemkaart 1:50.000 (Bijlage 2). Het gekarteerde zuiden van het plangebied werd toen gekenmerkt door een diepe grondwaterstand, grondwatertrap VI. Dit betekent dat de gemiddeld hoogste grondwaterstand tussen 40 - 80 cm en de gemiddeld laagste grondwaterstand dieper dan 120 cm beneden maaiveld wordt aangetroffen. In het meest actuele grondwaterdieptespiegelmodel zijn de verwachte grondwaterstanden gemodelleerd voor blokken van 50 x 50 m. Daarop is het plangebied niet gekarteerd (Wageningen Environmental Research 2022, https://www.dinoloket.nl/ondergrondmodellen). Tijdens de milieukundig booronderzoeken in december 1993, april 1995 en juli 1996 is een grondwaterstand van respectievelijk 1,7 m-mv; 1,2 à 1,8 m-mv en 1,5 m-mv waargenomen (Vink Milieutechnisch buro, 1993; 1995; 1996) Op basis van het verwachte bodemtype (zie paragraaf 2.2.) ligt de gemiddeld laagste grondwaterstand ruim dieper dan het potentiële archeologische niveau in de top van de C-horizont, waardoor de conserveringsomstandigheden in de bodem voor onverkoolde organische resten slecht zijn voor het potentiële archeologische niveau direct onder de bouwvoor.

KSP Archeologie

11

2.2

Beschrijving van aardwetenschappelijke gegevens

Om het landschap ter plaatse en rondom het plangebied in kaart te brengen, zijn de volgende bronnen geraadpleegd: • Geologische overzichtskaart van Nederland schaal 1:600.000 (https://www.grondwatertools.nl/ geologische-overzichtskaart); • Paleogeografische kaartatlas (Vos e.a. 2018) • Paleogeografische kaart van de Rijn-Maas Delta (Cohen e.a. 2012). • Geomorfologische kaart van Nederland, schaal 1:50.000 versie 2019 (BRO 2020, Maas e.a. 2017); • Bodemkaart van Nederland, schaal 1:50.000 versie 2018 (BRO 2019); • Actueel Hoogtebestand van Nederland (AHN) (www.ahn.nl, AHN4 grid 0,5 x 0,5 m); • Data en Informatie van de Nederlandse Ondergrond (www.dinoloket.nl); Op de geomorfologische kaart is het plangebied als 'stroomrug of stroomgordel' (bedijkte oeverwal van de Maas) gekarteerd. Ca. 100 m ten zuidzuidwesten ligt een 'rivierkom- en oeverwalachtige vlakte'. (BRO 2020). In de afgelopen 12 duizend jaar is dit niet altijd het geval geweest, zo blijkt uit de paleogeografische kaartserie (Vos e.a. 2018, Bijlage 1): • In de tijdvakken rond 9000 voor Chr. (Laat-Paleolithicum) en 5500 voor Chr. (Laat-Mesolithicum) ligt het plangebied in een lager gelegen zandgebied waarbinnen rivierduinen voorkomen. Het plangebied ligt dan in een lager gelegen zone, niet op een rivierduin.

In de steentijd zijn er andere zones die hoger of juist dichter bij een rivier liggen en aantrekkelijker zijn geweest voor de mens. • Rond 5500 voor Chr. ligt ca. 1 km ten noorden van het plangebied een actieve waterloop, een voorganger van de huidige Maas. Deze is met name eroderend, pas ca. 1,5 km ten westen van het plangebied wordt sedimentatie verwacht buiten de beddingzone. • Rond 3850 voor Chr. (Midden-Neolithicum), Rond 2750 voor Chr. (Laat-Neolithicum) en 1500 voor chr. (Midden-Bronstijd) staat het plangebied aangeduid als een veengebied. Dit veengebied wordt beduidend kleiner zodra er een rivierloop nabij het plangebied komt te liggen rond 1500 voor Chr. Op de kaartbeelden vanaf 500 voor Chr. (Vroege-IJzertijd) ligt het plangebied niet meer in een veengebied. De meer gedetailleerdere paleogeografische kaart van de Rijn-Maas delta (die nog niet in de paleogeografische kaart is verwerkt) geeft een ander beeld (Figuur 4). In de diepe ondergrond is een door pleistocene rivierlopen uitgesleten deel van het Laagterras aanwezig dat door de Maas in het LaatMidden Pleniglaciaal is verlaten. Tot zover komt de reconstructie aardig overeen met de paleogeografische kaartserie (Bijlage 1), daarop is een verlaten rivierloop zichtbaar op het tijdvak 9000 voor Chr. De oudste rivierloop nabij het plangebied, ca.

500 m ten noorden van het plangebied, is de zogenaamde naamloze stroomgordel die ouder is dan de stroomgordel van Lith (stroomgordel 252, Figuur 4). Deze secundaire Maas stroomgordel is op basis van de vergelijkbare diepteligging relatief en indirect gedateerd ten opzichte van de Brakel en Molenblok systemen. De stroomgordel zou op basis van die gegevens sediment hebben afgezet tussen 5600 en 5100 voor heden (Midden – Neolithicum). Deze datering overlapt deels met het tijdvak 3850 voor Chr. op de paleogeografische kaartserie (Bijlage 1), maar niet met het tijdvak daarvoor van 5500 voor Chr. Mogelijk gaat het wel om dezelfde rivierloop als de rivierloop uit het tijd vak 5500 voor Chr. (Bijlage 1), aangezien deze rivierloop parallel ten noorden van stroomgordel 252 ligt. De Lith stroomgordel (nr. 99, Figuur 4) lijkt topografisch gelijk te kunnen zijn aan de rivierlopen die ten zuiden van het plangebied gekarteerd staan op het paleogeografische tijdsvenster rond 1500 voor Chr. (Midden-Bronstijd, Bijlage 1). De Lith stroomgordel (3e fase) heeft sediment afgezet ten zuiden van het plangebied tussen 3500 en 2734 C14 jaren BP (Midden – Bronstijd tot en met Vroege IJzertijd). Op deze stroomgordel zijn resten aangetroffen die mogelijk stammen uit de periode Bronstijd, maar kent zeker resten uit de IJzertijd tot

KSP Archeologie

12

en met Late Middeleeuwen. Veelal zijn de resten dus aangetroffen op een verlaten stroomgordel, hoewel ter hoogte van de derde fase van deze stroomgordel de restgeulen mogelijk nog water bevatten in de Romeinse tijd. (Cohen e.a. 2012). Naast de locatie komt deze stroomgordel ook qua datering overeen met de reconstructie uit het tijdsvenster rond 1500 voor Chr. (Midden-Bronstijd, Bijlage 1). Crevasses (rivierdoorbraakgeulen) van deze Lith stroomgordel liggen ten westen en oosten van het plangebied.

Figuur 4: Het onderzoeksgebied op de paleogeografische kaart van de Rijn-Maasdelta (Cohen e.a. 2012).

De huidige Maas (stroomgordel 309) en haar voorganger Velddriel (stroomgordel 370) hebben samen sinds 3000 jaar geleden sediment afgezet ten noorden van het plangebied. Dit sluit aan met de rivierloop die in de tijdsvensters vanaf 1500 voor Chr. (Bijlage 1) ten noorden van het plangebied gekarteerd staat. Op het Actueel Hoogtebestand van Nederland (AHN4) ligt het plangebied op de rand van de oeverwal van de Maas. Ten zuiden van het plangebied ligt het landschap lager. Op het AHN is ten noordwesten

KSP Archeologie

13

van het plangebied de bocht van de Meester van Coothstraat te zien met hoger gelegen percelen met bebouwing. Dit is een historisch bebouwingslint. Het plangebied is geen onderdeel van deze zone. (Figuur 5).

Figuur 5: Het plangebied op het Actueel Hoogtebestand van Nederland 4 (bron: www.ahn.nl), regionaal beeld.

Op de bodemkaart staat het plangebied grotendeels gekarteerd. Er staan kalkloze poldervaaggronden gekarteerd die een bovengrond hebben van matig zandige tot uiterst siltige klei (zware zavel tot lichte klei, code Rn95C, Bijlage 2). De ondergrond tot 120 cm-mv kan enigszins lichter of zwaarder zijn, maar bestaat niet uit zware klei of zand. De gemiddeld hoogste grondwaterstand komt binnen 50 cm -mv voor, aangezien binnen die diepte roestvlekken verwacht worden bij Poldervaaggronden. Zeer goed ontwaterende gronden met een verbruiningshorizont (Bw-horizont) in de vorm van ooivaaggronden worden niet verwacht. Samenvattend ligt het plangebied vanaf de Late Bronstijd op enige afstand van de Maas en Lith stroomgordels. 2.3

Historische situatie en mogelijke verstoringen

Om de historische situatie en mogelijke verstoringen van de bodem in kaart te brengen zijn de volgende bronnen geraadpleegd: • Oude kadasterkaarten: kadastrale minuut en oorspronkelijk aanwijzende tafels 1811 – 1832 voor toenmalige eigenaar/gebruiker (beeldbank.cultureelerfgoed.nl); • Historische kaarten uit de afgelopen 200 jaar (www.topotijdreis.nl); • Cultuurhistorische regiobeschrijving Maaskant (CultGIS/Haartsen 2009); • Archeologische en overige cultuurhistorische rapporten van onderzoek binnen het onderzoeksgebied: is niet van toepassing; • Indicatieve Kaart Militair Erfgoed (www.ikme.nl): geen verwachting op specifieke resten uit WOII; • Kaart van verdedigingswerken/ Militaire landschapskaart (https://rce.webgispublisher.nl/ Viewer.aspx?map=militaire%5Flandschapskaart): hierop is het plangebied onderdeel van het inundatiegebied van de Positie van 's-Hertogenbosch (1579-1734)

KSP Archeologie

14

• • • • • • • • • •

Topografische kaart van Nederland (Figuur 1); Bouw-/constructietekeningen van te slopen of te wijzingen historische bouwwerk: Zie 2.1 Gegevens van milieukundig bodemonderzoek (https://noordbrabant.omgevingsrapportage.nl/) en milieukundige bodemonderzoeken in het gebied. Luchtfoto uit 2019 (PDOK); Geomorfologische kaart van Nederland: hierop zijn geen bodemverstoringen t.p.v. het plangebied aangegeven; Bodemkaart van Nederland, schaal 1:50.000: hierop zijn geen bodemverstoringen t.p.v. het plangebied aangegeven; Vergraven gronden project Alterra (Brouwer & Van der Werff 2012): hierop zijn geen bodemverstoringen t.p.v. het plangebied aangegeven; Actueel Hoogtebestand van Nederland (AHN) (www.ahn.nl): hierop lijkt het plangebied enkele decimeters te zijn opgehoogd. In het kader van dit onderzoek zijn geen archieven geraadpleegd omdat een gerichte vraagstelling ontbreekt. Informatie van Jos Cuijpers (onderzoeker cultuurhistorie van Lith) via de gemeente.

Hieronder volgt een beschrijving van het historische gebruik (bebouwing, grondgebruik, historische wegen etc.) van het plangebied en de directe omgeving. Daarnaast is gekeken of er sprake is van (mogelijke) bodemverstoringen en/of bodemvervuilingen (aard, omvang, diepteligging en locatie) binnen het plangebied. Het plangebied ligt binnen de Brabantse regio Maaskant dat onderdeel is van het rivierengebied (Haartsen 2009). Ten noorden van de Maas ligt de Gelderse regio Land van Maas en Waal. De bodem bestaat voor het grootste deel uit zavel en klei dat door de rivieren is afgezet. Hier en daar komen oudere afzettingen voor aan de oppervlakte, namelijk rivierduinen of donken die aan het eind van het Pleistoceen zijn gevormd. De hoogste delen van deze rivierduinen steken boven de holocene rivierafzettingen uit. Langs de Maas zijn oeverwallen ontstaan. Oeverwallen of stroomruggen zijn lage zandige ruggen op enige afstand van de rivierbedding. Verder bij de rivier vandaan liggen de komgebieden, waar de rivieren zware klei hebben afgezet. In de kommen was het zo nat dat hier en daar ook veenlaagjes tot ontwikkeling konden komen. Het rivierengebied behoort tot de oudste cultuurlandschappen van Nederland. Aangenomen mag wordendat het gebied in ieder geval vanaf de Bronstijd, en misschien al vanaf het Neolithicum, permanent bewoond is geweest.

Veel zichtbare sporen hebben deze oudste bewoningsfasen echter niet in het landschap achtergelaten. De inrichting van het cultuurland, waarvan we in het huidige landschap nog de belangrijkste kenmerken terugvinden, dateert in grote lijnen uit de Vroege Middeleeuwen (stroomruggronden) en de Late Middeleeuwen (kommen). De stroomruggronden waren vanouds in gebruik als woonplaats, als bouwland en als boomgaard, terwijl in de komgebieden wei- en hooilanden, eendenkooien en grienden werden aangetroffen. De uiterwaarden zijn vooral als weiland gebruikt. (Haartsen 2009). Haartsen (2009) noemt Lith als een dorp op een oeverwal én een havenplaats die voor het eerst genoemd wordt in 968. Het plangebied kon onder water gezet worden als inundatiegebied van de stelling van ’s-Hertogenbosch (Zuiderwaterlinie) die aangelegd is tussen de 13e en 19e eeuw (Cultgis). De zuiderwaterlinie strekte zich uit van Bergen op Zoom tot aan Grave en is in de 17 e eeuw ontworpen en is een schakel van vestingsteden, forten en inundatiegebieden. (https://www.zuiderwaterlinie.nl). Voor de toenmalige gemeente Lith is in 1829 een verzamelminuut opgesteld aan de hand van afzonderlijke minuutbladen. Het plangebied was onderdeel van perceel 365 (bouwland) en 366 (smalle strook in het noorden met opgaande bomen).

Ten noordwesten van het plangebied ligt een weg met ten noorden daarvan een intensieve bebouwingsdichtheid. Ten oosten van de noordelijke helft van het plangebied is ook een bebouwingslint(je) aanwezig.

KSP Archeologie

15

Het plangebied blijft onbebouwd op historische kaarten. In de jaren '70 van de vorige eeuw staan enkele gebouwen op de kaart. Uit bouwdossiers blijkt dat dit woningen waren. In de jaren '80 wordt het bedrijfspand gebouwd en in de jaren '90 wordt dit uitgebouwd (Figuur 7). Dit komt overeen met de bouwdossiers uit paragraaf 2.1.

Figuur 6: Het plangebied op de kadastrale minuut rond 1829 (bron: beeldbank.cultureelerfgoed.nl).

Figuur 7: Het plangebied op de kaarten uit de 20e eeuw (bron: www.topotijdreis.nl).

KSP Archeologie

16

Voor de historische ontwikkeling is ook gekeken naar archeologische resten als gevolg van conflict. Op basis van de Indicatieve Kaart Militair Erfgoed (www.ikme.nl) en de bodembelastingskaart van de gemeente Oss (van den Brandhof 2016) zijn deze niet bekend in het plangebied. Op de militaire landschapskaart van de RCE wordt het inundatiegebied van de Zuiderwaterlinie nogmaals bevestigd. Binnen het plangebied is een bodemvervuiling bekend in het noordoosten van het plangebied. Deze is nog niet gesaneerd (zie paragraaf 2.1.) De boringen uit het milieukundig booronderzoek zijn per lagen van 10 cm beschreven. Onder de betonverharding komt een laag grof zand voor tot 50 à 60 cm. Dit zou een wegcunet kunnen zijn, maar de natuurlijke ondergrond is ook als zand beschreven in omliggende archeologische booronderzoeken (Nijdam 2009a/b). Rondom het voormalige woonhuis in het noordwesten van het plangebied is dit zandpakket duidelijk dikker en is de onderzijde puinhoudend (tot 90 à 110 cm-mv). Ook elders in het onbebouwde noorden van het plangebied was de onderzijde van de zandlaag sterk puinhoudend. In het zuidoosten bij een (voormalige) wasplaats is de bodem tot 1,5 mmv sterk puinhoudend. Onder de zandlaag is 'klei' aangegeven die lokaal sterk zandig was. Een drietal gebouwen in het plangebied is gesloopt. Door de bouw en sloop kan de bodem tot ca.

1 m diep verstoord zijn, lokaal tot 1,6 m diep door kelders. 2.4

Beschrijving van archeologische gegevens

Om een beeld te krijgen van de archeologische gegevens, zijn de volgende bronnen geraadpleegd: • Archeologische Monumenten Kaart (AMK) (via archis.cultureelerfgoed.nl); • Archeologische rijksmonumenten (via archis.cultureelerfgoed.nl); • Archeologische onderzoeken en vondstmeldingen in Archis (archis.cultureelerfgoed.nl). Aangezien in een straal van 250 m al veel onderzoek is uitgevoerd is dit als onderzoeksgebied genomen voor de eerder uitgevoerde onderzoeken in de omgeving; • E-depot archeologie (DANS): rapporten en onderzoeksgegevens van archeologisch onderzoek (https://archaeology.datastations.nl/); • Historische kaarten (zie paragraaf 2.3); • Gemeentelijke archeologische beleidskaart 2016 (grotendeels gebaseerd op Goddijn 2012 Er zijn geen AMK-terreinen of vondstmeldingen bekend binnen het plangebied of in een straal van 250 m rondom het plangebied. Het plangebied ligt in de gemeente Oss en is daardoor onderdeel van onderzoeksmelding 2359533100, het bureauonderzoek voor de verwachtingskaart uit 2012. In een straal van 250 m rondom het plangebied zijn daarnaast twaalf onderzoeken bekend Tabel 1, Bijlage 3). De meldingen liggen allemaal rond Lith in de gemeente Oss, tenzij anders vermeld in Tabel 1. Er zijn geen behoudenswaardige vindplaatsen in de directe omgeving aangetroffen. Nabij het plangebied hebben diverse onderzoeken plaatsgevonden aan de Valkseweg.

Direct ten oosten van het plangebied (Valkseweg 3a / 5, twee percelen ten oosten van het plangebied) was er sprake van antropogeen beïnvloed pakket dat mogelijk op een huisterp kon duiden. Bij het proefsleuvenonderzoek is de onderzijde van een greppel met aardwerk vanaf de 14e eeuw aangetroffen. Op de Valkseweg 3 (ten noorden van het plangebied) was de bodem diep verstoord. Aan de Valkseweg 7 (drie percelen ten oosten van het plangebied) was een deel van de zandige oeverafzettingen nog aanwezig in de boringen. Dit is ook bevestigd bij het proefsleuvenonderzoek, maar hier waren geen archeologische resten aanwezig. Bij beide onderzoeken ten oosten van het plangebied waren zandigere afzettingen aanwezig in de ondergrond. De bedding van de crevassegeul die op Figuur 4 staat aangeduid ten oosten van het plangebied lijkt verder naar het westen door te lopen. Ook in het milieukundig booronderzoek (Vink Milieutechnisch Adviesbureau 1995) zijn zandige afzettingen waargenomen in een deel van de diepere boringen in het noorden van het plangebied.

KSP Archeologie

17

Onderzoek

Locatie en ligging

Type onderzoek

Aard vondstlocatie/resultaten

2169126100

252 m NW Herenengweg

Bureau- en karterend booronderzoek in 2007

Kalisvaart (2007): Verstoring van minstens 60 cm die direct overgaat in de C-horizont van de afzettingen van de Maas. Houtskool aangetroffen. De mogelijke oude woongrond is vermengd met recent puin. → geen vervolg i.v.m. verstoringen

2240543100

29 m O Valkseweg 5

Bureau- en karterend booronderzoek in 2009

Nijdam (2009a) boringen tot 2,7 à 4,0 m-mv Tot 0,75 à 2,65 m-mv: antropogene grond Tot 2,15 à 3,30 m-mv: komafzetting (Ks2) Tot 2,50 à 3,40 m-mv: oeverafzetting (Ks3 met/zonder zandlaagjes) Daaronder diverse beeld: bedding zand (noordzijde), of komklei (overig deel) In één boring tussen 1,2 en 1,5 m-mv fosfaat, houtskool en puinbrokjes (mogelijk laatmiddeleeuwse huisterp). Advies: Proefsleuven bij ingrepen dieper dan 1 m-mv

4602188100

36 m O Valkseweg 3a

Proefsleuven in 2018

Meurs, M. (2018): Verwachte terp is niet aangetroffen. Tot ca. 0,3 m -mv: bouwvoor Tot ca. 2m-mv: komafzetting (sterk tot matig zandig3) Greppel met gefragmenteerd aardewerk vanaf 1300 à 1500 na Chr. Bijbehorende hoger gelegen sporen van een vindplaats zijn verstoord → geen vervolg

2240973100

13 m N, Valkseweg 3

Bureau- en karterend booronderzoek in 2009

Nijdam (2009b): boringen tot 3,0 m-mv Boring 2: verstoord tot 1,2 m-mv, daaronder komklei Boringen 1 en 3: verstoord tot 2,1 m-mv, daaronder beddingzand (tot 2,2 à 2,4 m-mv) daaronder komklei. Door ontbreken overslag- en oeverafzettingen is geen vervolgonderzoek aanbevolen.

2311920100

160 m NO, Constantijnstraat/De Pas

Bureauonderzoek in 2011

Pepers (2011a): Middelhoge verwachting vanaf de Bronstijd (Lith stroomgordel), plangebied mogelijk verstoord door bouw woningen in de 20e eeuw. Pepers (2011b): Ligt in komgebied, mogelijke resten van de oeverwal of crevasse-afzettingen zijn verstoord. → geen vervolg i.v.m. verstoringen

2339178100

64 m O Valkseweg 7

Verkennend booronderzoek in 2011

Verboom-Janssen (2011): Tot 0,75 à 1,90 m-mv: verstoord Tot 1,10 à 1,85 cm-mv: oeverafzettingen (Ks3-4, Zs1) Tot 3,00 m-mv: veelal komafzettingen (Ks1-Ks2) In het noorden gaan deze komafzettingen over in Vanaf 1,60 à 2,10 m-mv: crevasse van Lith stroomgordel (Ks3-Ks4 met zandlaagjes). Vanaf 2,00 à 2,75 m-mv: kom De top van de oeverafzettingen is vergraven, in de crevasse-afzetting is geen bodem gevormd. Verwachte huisterp is niet aangetroffen → advies: geen vervolg

5304214100

71 m O Lithergraaf (ong.)

Proefsleuven in 2022

Mientjes (2022): Geen vindplaats Tot 0,45 m-mv Bouwvoor Tot 0,7 m-mv Verstoorde oeverafzetting (grof zand) Tot 1,2 m-mv Intacte oeverafzetting (grof zand) Tot 1,6 m-mv komafzetting (zwak siltige klei)

2359533100

Gemeente Oss

Bureauonderzoek

Verwachting historische kern

3995053100

215 à 230 m O Oude Lithse aanvoersloot LithLithoijen (1,3 km)

Bureauonderzoek in 2016

Moerman (2016): westzijde middelhoge verwachting

Begeleiding in 2016

Moesker (2017): Werkput 5 ligt nabij het plangebied. Mogelijk geen archeologische resten door initiële aanleg van de sloot.

2321024100

4005096100

Booronderzoek in 2011

3 KSP Archeologie merkt op dat de textuurbeschrijving niet overeenkomst met de interpretatie als komafzetting.

KSP Archeologie

18

Onderzoek

Locatie en ligging

Type onderzoek

Aard vondstlocatie/resultaten

4006376100

192 m N Irenestraat 9

Bureau- en karterend booronderzoek in 2016

Exaltus & Orbons (2018): 50 cm ophoogzand op 15 à 30 cm rommelig pakket Kz3 (verstoorde bouwvoor) op 50 à 100 cm Kz3 die rond 3,25 à 3,75 m+NAP (1,25 à 1,75 m-mv) overgaat in bedding zand Geen bodemvorming, geen indicatoren, advies: geen vervolg

4929201100

190 m N Lith De Meander

Proefsleuven

Ter Wal (2021): Bodem: In de diepere ondergrond vanaf 1,4 m-mv diverse dunne vegetatiehorizonten in de komafzettingen zonder archeologische indicatoren Vermoedelijk ongeschikt voor bewoning. Daarboven een akkerlaag (13e – 14e eeuw) met daarboven twee ophogingslagen uit de Nieuwe tijd (15e -19e eeuw) met tussen de ophogingslagen een natuurlijke kleilaag. Twee vindplaatsen: 1. Bebouwing uit de 2e helft 19e eeuw tot 1965 (nietbehoudenswaardig gezien o.a. de geringe datering) 2. Zeven paalkuilen, waarvan vier dateerbaar uit diverse perioden uit de 13e – 19e eeuw. (niet behoudenswaardig gezien o.a de lage spoordichtheid/informatiewaarde).

Tabel 1: Overzicht van de AMK-terreinen, onderzoeksmeldingen binnen een straal van ca. 250 m rondom het plangebied (bron: archis.cultureelerfgoed.nl).

Op de gemeentelijke archeologische beleidskaart heeft het plangebied een verwachting die samenhangt met de historische kern (Figuur 8).

Figuur 8: Het plangebied op de archeologische beleidskaart van de gemeente Oss uit 2016.

KSP Archeologie

19

In 2011 is voor in het kader van de archeologische verwachtingskaart van de voormalige gemeente Lith een specifieke verwachting opgesteld voor de historische kern van Lith (Figuur 9). Het plangebied is daarop aangeduid als oeverwal en ligt buiten de verwachtingszones voor de historische kern. De wegen rondom het plangebied hebben een relatie met de kadastrale minuut. Deze kaart uit 2011 sluit beter aan bij de historische bronnen.

Figuur 9: Het onderzoeksgebied (zwart kader) op de specifieke verwachtingskaart voor de historische kern van Lith (Huizer e.a. 2011)

2.5

Beschrijving van de ondergrondse bouwhistorische waarden

De bebouwing in het plangebied is recent van aard, waardoor de funderingen van deze bebouwing geen ondergrondse bouwhistorisch resten zijn (paragraaf 2.1). Op grond van het historisch kaartmateriaal (paragraaf 2.3) en de archeologische gegevens (paragraaf 2.4) worden deze ook niet verwacht. 2.6

Gespecificeerde archeologische verwachting

Op basis van de gegevens uit het bureauonderzoek (paragraaf 2.1 t/m 2.5) is voor het plangebied een gespecificeerde archeologische verwachting opgesteld (samengevat in Tabel 2). Deze verwachting zal in de onderstaande tekst worden toegelicht.

KSP Archeologie

20

Verwachting Verwachte kenmerken (mits niet vindplaats vergraven)

Periode

Landschap

LaatPaleolithicum – MiddenNeolithicum

Lager deel van de verlate pleistocene riviervlakte

Laag

LaatNeolithicum – MiddenBronstijd

Komvlakte begroeid met veen

Laag

Late Bronstijd – IJzertijd

Smalle doorbraakafzettingen van de Lith stroomgordel

Middelhoog

Romeinse tijd tot Volle Middeleeuwen Late Middeleeuwen en Nieuwe tijd

Middelhoog (bedijkte) zuidrand van de oeverwal van de Maas Middelhoog

Bewoningssporen, tijdelijke kampementen, vuursteen artefacten, haardkuilen

Diepteligging sporen

In de top van het pleistocene zand op 3 – 5 m diep.

Op ca. 2- 4 m diepte

Nederzetting: cultuurlaag, (paal)kuilen, greppels, fragmenten aardewerk, natuursteen, gebruiksvoorwerpen Begravingsresten: kringgreppel, fragmenten aardewerk (urn), verbrande botresten

Crevasse afzetting (Lith) vanaf ca. 1,5 à 2,0 m en ca. 60 cm dik.

Huisplaats: cultuurlaag, (paal)kuilen, greppels, bakstenen, fragmenten aardewerk, gebruiksvoorwerpen

Vanaf maaiveld tot diep in de oeverafzettingen

Oeverafzetting van de Maas (zandig afzetting) onder de antropogene ophoging

Tabel 2: Specifieke archeologische verwachting per periode voor het plangebied.

Het huidige landschap rond het onderzoeksgebied is ontstaan tijdens het Holoceen en is beïnvloed door verschillende rivierlopen. Het rivierenlandschap is voortdurend veranderd en dat heeft een grote invloed gehad op de keuze voor bewoningslocaties voor met name de prehistorische mens. Vooral de hoger gelegen pleistocene terrasresten, rivierduinen, oevers van rivieren en verlaten stroomgordels werden uitgekozen als nederzettingslocatie. Stroomgordels zijn relatief hooggelegen gronden tussen laaggelegen komgebieden. De stroomgordels zijn daarom aantrekkelijke vestigingsplaatsen voor mensen. Tijdens de actieve fase van de stroomgordel kan bewoning hebben plaatsgevonden op de oeverwal langs de geul. Als het plangebied niet in de historische kern was gelegen had, dan was aan het plangebied vermoedelijk een middelhoge archeologische verwachting toegekend (Figuur 8). Deze verwachting is gebaseerd op de ligging ter plaatse van de oevers van de Maas en haar voorgangers. Beddingzand wordt niet verwacht. Mogelijk heeft een oudere rivierloop komklei afgezet en is daar veen op gevormd in het begin van het Holoceen. Deze rivierklei is afgezet over een lager gelegen pleistoceen landschap.

Zowel dit lagere landschap als de kom- en veenpositie zijn de minst aantrekkelijke posities in het toenmalige landschap en het plangebied heeft daardoor een lage verwachting voor vuursteenvindplaatsen (Laat-Paleolithicum – Neolithicum) als nederzettingen uit de periode Neolithicum – Midden Bronstijd. Vanaf de Late – Bronstijd ligt het plangebied op enige afstand van een rivier. Het plangebied ligt op de zuidrand van een oeverwal van de Maas en crevasses van de Lith stroomgordel hebben nabij het plangebied gelegen. In de afzettingen van crevassegeul is tot nu toe geen bodemvorming waargenomen, waardoor deze in onderzoeken van BAAC niet als een potentieel archeologisch niveau is aangemerkt. Verwachtingsmodel: Bewoning en begraving (Bronstijd-Middeleeuwen) 1. Datering: Bronstijd – Middeleeuwen. 2. Complextype: Nederzetting en/of grafveld. 3. Omvang: Nederzettingsterreinen of grafvelden/begravingen variëren in grootte van enkele honderden tot duizenden vierkante meters en kunnen zich soms over meerdere hectaren uitstrekken.

KSP Archeologie

21

4.

5.

6. 7.

8.

Diepteligging: het potentiële archeologische niveau wordt in de top van de stroomgordelafzettingen (meestal de oeverafzettingen) verwacht (ca. 30 cm -mv). De afzettingen van de Lith stroomgordel worden vanaf 1,5 m-mv verwacht. Gaafheid en conservering: Aangezien het potentiële archeologische niveau dicht aan het oppervlak verwacht wordt, kan het vondstenniveau en (een deel van) het sporenniveau zijn opgenomen in de bovengrond. De gaafheid en conservering van een eventueel dieper gelegen niveau in de afzettingen van de Lith stroomgordel zal door de ligging onder de grondwaterspiegel en buiten het bereik van reguliere grondroerende werkzaamheden naar verwachting goed zijn. Locatie: hele plangebied. Uiterlijke kenmerken: de nederzettingen worden gekenmerkt door permanente woningen die vaak diep in de grond gefundeerd waren. Waterputten werden gegraven voor de watervoorziening terwijl in en nabij de nederzetting afvalkuilen werden gegraven om afval te begraven. Naast nederzettingsresten kunnen ook begravingen voorkomen. Restanten hiervan kunnen bestaan uit kringgreppels, fragmenten aardewerk (urnen), crematieresten, inhumaties e.d. De sporen kunnen diep in de bodem reiken. Daarnaast kan sprake zijn van een archeologische laag met indicatoren zoals fragmenten aardewerk, houtskool en fosfaat.

Mogelijke verstoringen: De diverse bouw- en sloopwerkzaamheden op het terrein in de 20 e eeuw kunnen voor een verstoring hebben gezorgd.

In de Late Middeleeuwen (12e - 13e eeuw) zijn dijken langs de rivier aangelegd. Na de bedijking langs de Maas werd het gehele achterland beschermd, maar er vonden nog wel regelmatig dijkdoorbraken plaats waarbij het gebied overstroomde. De (laatmiddeleeuwse) bewoning bleef zich daarom concentreren op de hogere delen in het landschap en er werden (nieuwe) opgehoogde woonplaatsen aangelegd. Op de archeologische beleidskaart is het plangebied gekarteerd als historische kern, maar op de kaart van Huizer e.a. (2011) ligt het plangebied buiten de historische kern. Op de kaart uit 1829 (Figuur 6) is het plangebied niet bebouwd en is het ook geen onderdeel van de 19 e eeuwse bewoningskern. De zones met historische lintbebouwing ten noordwesten en oosten van het plangebied zijn meer opgehoogd dan het plangebied op het AHN (Figuur 5). Het plangebied was in 1829 al wel omringd door historische wegen, waardoor bebouwing van vóór 1829 niet uit te sluiten is. Op basis hiervan is aan het plangebied een middelhoge verwachting gegeven voor een huisplaats uit de periode Late Middeleeuwen (vanaf de 13e eeuw) tot in de Nieuwe tijd. Verwachtingsmodel huisplaats Late Middeleeuwen – Nieuwe tijd (ouder dan 1829) 1. Datering: Een eventuele huisplaats is ouder dan 1829. 2. Complextype: Nederzetting (huisplaats). 3. Omvang: Huisplaatsen in de omgeving hebben een oppervlak van 300 à 1000 m².

In het noorden van het plangebied kunnen tot 3 dergelijke huisplaatsen aanwezig zijn geweest. 4. Diepteligging: het leesbare sporenniveau wordt verwacht onder de moderne ophoging. 5. Gaafheid en conservering: omdat de archeologische resten voor de huisplaats naar verwachting uit bouwmateriaal bestaan (baksteen) en relatief jong zijn, kan de gaafheid en conservering goed zijn mits de funderingen niet zijn verwijderd. 6. Locatie: in het noordelijke deel van het plangebied, op basis van omliggende huisplaatsen, ca. de noordelijke 30 m. 7. Uiterlijke kenmerken: ter plaatse van de huisplaats kunnen muurresten (baksteen), afvalkuilen, greppels, paalkuilen en mogelijk ophogingslagen aanwezig zijn. Daarnaast kan vondstmateriaal aanwezig zijn in de vorm van fragmenten aardewerk, fragmenten metaal, gebruiksvoorwerpen e.d. 8. Mogelijke verstoringen: Als er een huisplaats aanwezig is geweest dan is deze gesloopt. De diverse bouw- en sloopwerkzaamheden op het terrein in de 20 e eeuw kunnen voor een verstoring hebben gezorgd.

KSP Archeologie

22

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Oss&id=e4f5b118-849f-458f-85ab-96e1a90fe0c2