CConstaterende datOss
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlagen bij toelichting Bijlage 21 Nota van inspraak en vooroverleg.PDF

Gemeenteraad 16 december 2021, gemeente OssBij agendapunt: A Bestemmingsplan Windmolenpark Elzenburg-De Geer 2021 (Deel 1 & 2 samen)27.033 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Wordt inderdaad een nationaal energieakkoord gesloten dan krijgt de Nederlandse energieconsument een maandelijkse energienota gepresenteerd die de hoogste in Europa is, nog voor Denemarken en Duitsland. Dit logenstraft de heersende opvatting dat duurzame energie de energienota voor huishoudens zal verlagen.

Pagina 19 van 51

De door de regering zo vurig gehoopte economische groeiverwachting wordt met het huidige windenergie beleid volledig onderuit gehaald. Burgers zullen tot in lengte van jaren te maken krijgen met een netto koopkrachtverlaging die een gevoelige aanslag op de Nederlandse economie betekent. De consument zal nog meer dan vandaag ook in de toekomst de hand op de knip houden wat een geweldige klap voor het Nederlandse bedrijfsleven betekent. Naar schatting zal het aantal werklozen met ongewijzigd windenergie beleid de komende vijf jaar al toenemen tot het nooit eerder vertoonde niveau van 1 miljoen. De haalbaarheid van de windambities wordt door het CBS en PBL betwijfeld. Er blijkt geen eenduidige kosten- batenanalyse beschikbaar. Overheden geven miljarden uit zonder het vereiste zicht op de bestedingen, zo blijkt uit het Parlementair onderzoek “Kosten en effecten klimaat- en energiebeleid”. Dit onderzoek laat zich terughoudend tot kritisch uit over het bereikte effect van duurzame energieopwekking op CO2-terugdringing door duurzame energie zoals windenergie. De economische baten lijken vooralsnog verwaarloosbaar. Wat het scheppen van banen betreft moet men bedenken dat het de vraag is of deze bedrijfstak ooit op eigen benen zal kunnen staan. Daarnaast is de bijdrage aan werkgelegenheid bescheiden.

De vraag is dan ook gerechtvaardigd of het wenselijk is deze weg te vervolgen ten koste van een fors verlies aan koopkracht, economische groei en onderzoek naar wel levensvatbare technologieën voor elektriciteitsopwekking en welke politieke partijen hier verantwoording nemen voor deze desastreuze economische ontwikkelingen. Hier gaat de MER volledig aan voorbij. 11. Daarnaast horen windturbines van deze omvang niet thuis nabij bebouwing wegens de slagschaduwen die zij veroorzaken en wegens de visuele hinder ervan. Gezien de hoogte van deze windmolens en de rotordiameter zal de schaduw dus tot ver in de omgeving zichtbaar zijn. Er wordt enkel rekening gehouden met de slagschaduw die mensen zullen ondervinden BINNEN hun woning. Er wordt met geen woord gerept met over de slagschaduw waarvan heel wat mensen in hun tuin en dieren in de omgeving hinder zullen ondervinden. Met als gevolg veel onrust onder dieren bij het naast gelegen dierenpension met de hier bovengenoemde gevolgen. Met als gevolg een onleefbare leefomgeving. Met alle gevolgen van dien. 12. U heeft toegezegd de invloeden en consequenties van de windmolens in tuinen te onderzoeken. Hierbij is het gebleven. Gaat u dit nog onderzoeken? 13.

Zowel de slagschaduw als de geluidsoverlast als meer hinder van het naast gelegen dierenpension zullen bovendien een aanzienlijke waardedaling van mijn woning met zich meebrengen en naar aller waarschijnlijk onverkoopbaar worden. Neem u deze kosten voor uw rekening? Hierbij stellen wij u aansprakelijk. 14. Er zijn veel gevallen bekend van windturbines die stilgelegd worden vanwege de geluidshinder en de slagschaduw die ze veroorzaken. Gezien de korte afstand tot drukke bebouwing mag men enorm veel klachten verwachten met het stilleggen van de molens als enige optie. Verzoek u dan ook te uitkijken naar andere locaties waar de windturbines veel minder hinder zullen veroorzaken. 15. Voor huur of pacht worden ongelooflijke bedragen (subsidies) betaald voor grond, in relatie wat een huurder cq. pachter niet kan gebruiken. Terwijl hij het overige gewoon kan exploiteren en dat 25 jaar lang. Hiervoor kunt u tientalen hectaren grond kopen en later weer verkopen. Er is sprake van omkoping en kapitaal vernietiging. Bijvoorbeeld "DE ZEE". 16. U heeft reeds aangeven dat er een financiële vergoeding tegenover kan en/of moet staan. Het betreffende bedrijf dat deze windmolens wil plaatsen staat hier niet weigerachtig tegenover. Dit is niet zo moeilijk met geld van alle verkregen subsidies. Voor wie, waar, wanneer en hoeveel wordt in de presentatie niet geheel duidelijk.

Beantwoording van de vragen werden politiek ontweken. Wij vragen ons af in welke mate is uw college nog objectief kunnen handelen in het toekennen van de benodigde vergunning(en). De omliggende bedrijven en omwonenden zullen dagelijks geconfronteerd worden met de

Pagina 20 van 51

hinder, maar worden echter niet gecompenseerd voor ongemak en waardeverlies van hun woning en bedrijf. Enkel de belanghebbende partijen, waar onder u, varen er wel bij. Inwoners van de gemeente Oss hebben hier niks aan. Met andere woorden belastinggeld verspilling van uw inwoners. 17. Een windmolenpark hoort niet thuis een landelijk gebied met in de directe nabijheid een ecologische verbindingszone en in een vogelbeheersgebied. Naast alle gevolgen voor het dierenrijk zullen vogels zullen verpletterd worden door de wieken. En dit vind u acceptabel terwijl u op ander locatie weer miljoenen uitgeeft om dieren te bescherming. Dit meten met twee maten. Om maar niet spreken van … bestuur. 18. Het plaatsen van windmolens is een aantasting van het gebied. Zowel visueel (horizonvervuiling) als voor de natuur, o.a. sterfte van dieren. 19. Dit windmolenpark ligt dicht bij bedrijven met hoog risico gehalte waardoor bij calamiteiten, bijvoorbeeld bij het afbreken van een wiek, ijsvorming, ed. een groot risico ontstaat voor de inwoners en werknemers van bedrijven in de gemeente Oss. Wil uw college dit op zijn geweten hebben? 20. Verder is het absurd dat er een windmolen wordt geplaatst in de nabijheid van een van de zonnepanelen langs de weg van de toekomst. Denk aan allen maar aan de slagschaduw. Wederom onze belastingcenten weggegooid. 21.

De windmolens staan hier gepland nabij drukbevolkte gebied waar ze een overweldigende impact zullen hebben op het landschap en op de omringende waardevolle landelijk gelegen dorpen in uw gemeenten. Dit gebied zal door de grootte van de windturbines omgevormd worden van landelijke omgeving naar semi industrieel/gebied. Deze locatie is dan ook totaal ongewenst. Te meer er voldoende alternatieven zijn voor inplanting van windmolens op locaties waar de impact op het milieu en de omgeving veel minder groot is. Het lijkt me evident dat eerst grootschalige industrieterreinen, verkeerswegen (autosnelwegen, waterwegen,...) in overweging genomen wordt, voor de plaatsing van windmolens vooraleer men denkt aan een open gebied, zo dicht bij bebouwing zonder wezenlijk achtergrondgeluid om te maskeren. Er dient om landschappelijke redenen aansluiting gezocht te worden bij bestaande grootschalige infrastructuren, zoals zeehavens, sluizencomplexen, bundeling van lijninfrastructuren. 22. Wetenschappelijke studies wijze uit dat de negatieve gevolgen op de gezondheid van mensen en dier, zich uitstrekken tot twee kilometer ver gezien de geluidshinder (waaronder ook laagfrequent geluid) en de slagschaduw. De gekozen locatie voldoet absoluut niet aan deze voorwaarden.

Vandaar dat de Europese Raad ook adviseert om dergelijk grootschalige projecten op minimaal twee kilometer van de bebouwing te zetten. Dergelijke mastodonten in de nabijheid van bedrijven en woningen plaatsen is onverantwoord, als men vooraf al kan inschatten welke negatieve gevolgen dit zal hebben voor de omwonenden. Het belang dat de windturbines dienen is de bijdrage aan een vermindering van het klimaatprobleem. De turbines vormen in dat opzicht echter nog niet eens de spreekwoordelijke druppel op een gloeiende plaat. Er zijn betere methoden om het klimaatprobleem aan te pakken en voor zover dat probleem moet worden opgelost met behulp van windenergie, zijn er veel geschiktere locaties om turbines te plaatsen dan deze locatie. De inbreuk op het landschap en de aanzienlijke milieubezwaren voor de bedrijven en woningen zouden in de belangenafweging veel meer gewicht in de schaal moeten leggen, dan de uiterst minimale bijdrage die de turbines leveren aan de oplossing van het klimaatprobleem. Zonder dat ook maar enige wezenlijke bijdrage aan de oplossing van het klimaatprobleem wordt geleverd, wordt er hier een aanzienlijk nieuw milieuprobleem geschept voor de omwonenden.

Pagina 21 van 51

23. Bij locatiekeuze voor windmolens is het van doorslaggevend belang het vermijden van een nadelige impact. Broedgebieden, pleister- en rustgebieden en belangrijke trekroutes van beschermde, bedreigde, kwetsbare of zeldzame soorten, moeten in toepassing van het voorzorgsprincipe dan ook vermeden worden voor de inplanting van windturbines. De gekozen locatie ligt zo dicht bij de ecologische verbindingzone en in een vage/beheersgebied waar vogels fourageren en voortplanting dat dit dan ook onaanvaardbaar. Op de plaats waar de windturbines zouden komen, is er dagelijks veel activiteit van vogels andere dieren dat dit volledig zal worden verstoord door de aanwezigheid van de windturbines. Dit wordt in uw landschap-rapport gebagatelliseerd. 24. Inmiddels is er in vele landen meer ervaring opgedaan met de effecten van grote windturbines. Deze wijzen er op dat deze ernstige gezondheidsproblemen kunnen veroorzaken, waarschijnlijk als gevolg van de effecten van laagfrequent geluid. Hierbij kan onder meer worden gedacht aan te hoge bloeddruk, duizeligheid, neusbloedingen, oorsuizingen, hoofdpijn, hartproblemen, slapeloosheid, vermoeidheid, misselijkheid en overgeven, depressie en neigingen tot zelfdoding. Het hoeft geen betoog dat zulks in vele gevallen tot arbeidsongeschiktheid heeft geleid.

Vaak werden bewoners de facto uit hun huis gejaagd, waarbij hun woning onverkoopbaar achterbleef. Neemt u dit voor uw rekening? 25. Groene stroom ten koste van de natuur, dieren en de inwoners schiet echter zijn doel voorbij. Het doel heiligt de middelen niet en groene stroom kan dus geen excuus zijn om de bestaande natuur nadelig te beïnvloeden en een landelijke omgeving zo ingrijpend te verstoren. Zoals bovenstaand aangegeven zijn windmolens op zee minder belastend en vele malen goedkoper. 26. Deze windturbines zullen leiden tot geluidsoverlast de voorkeur gaat uit naar zones waar reeds een vorm van geluidsverstoring aanwezig is (zoals grootschalige industrieterreinen, autosnelwegen,...). De gekozen locatie beantwoordt hier totaal niet aan. Op deze vlakte is er weinig achtergrondgeluid aanwezig. Vooral overdag, 's avonds, 's nachts en tijdens weekends is het hier zeer stil. Het geluid van de windmolens zal dan ook zeer prominent aanwezig zijn en hun geluid zal zich zeer ver uitstrekken wegens het ontbreken van ander achtergrondgeluid. De hinder zal in deze omgeving zeer sterk aanwezig zijn en zal dus een sterke verstoring van de huidige situatie zijn. Wij missen de onderbouwing waarom windmolens op de door u aangewezen locatie. 27. Wij zijn van mening dat zonne-energie, ondanks dat het niet fraai is, is veel betere oplossing is voor het milieu en leefomgeving.

Zo hebben de inwoners van Oss rechtstreeks voordeel van hun belastingcenten. En gaat de subsidie niet rechtstreek naar de winsten van bedrijven. 28. Uit alle verslagen rapporten e.d. kan niet anders worden geconcludeerd dat alle negatieve effecten door u worden gebagatelliseerd. Een adequaat antwoorden/of onderbouwing ontbreekt. Het enige wat u zegt het pas binnen de wettelijke kaders. Hierbij gaat u volledig voorbij aan uw zorgplicht. 29. U maakt onregelmatig gebruik van crisis en herstelwet onder mom van voor 25 jaar. Dit heeft niks met crisis- en herstelwet te maken. Wij geloven hier niks van. Wij hebben die indruk dat u indien nodig om u doelstelling te bereiken hiervan (mis)gebruik van gaat malen. Allereerst is dit kapitaal vernietiging en ten tweede beperkt u de mogelijkheden van rechtvaardigheid. 30. In artikel 14.1 staan een streefwaarde Lden van 42 dB. Wat heeft dit voor zin? Met een streefwaarde kunt u alle kanten op, dit kan u te pas en onpas gebruiken in uw

Pagina 22 van 51

besluitvorming. Wij zijn van mening dat dit een maximum moet zijn. Is diverse bijeenkomsten is dit gezegd. 31. Artikel 5.12 worden de minimale en maximale hoogtes en diameters aangegeven. Waarbij de maximale aangegeven hoogtes worden overschreden. Waarom is dit niet op elkaar afgestemd? 32. Uit het aanvullende geluidsrapport van M+P raadgevende ingenieurs B.V. d.d. 17 april 2018 blijkt de geluidbelasting op onze woning ruim 45dB te zijn. Dit is ruim boven uw streefwaarde van 42dB. Het wel opvallende dat er allen naar de natuur wordt gekeken en niet naar de mens. Wat gaat u hieraan doen? 33. Volgens uw voorwaarde moet de windmolens worden voorzien van obstakel- en markeringsverlichting. Naast sluiten van onze ramen en ventilatierooster i.v.m. moeten wij ook de gordijnen dicht gaan doen om ons te beschermen tegen invloeden van buitenaf. Laat staan dat we nog in de tuin kunnen gaan zitten. Al met al alleen maar negatieve gevolgen en de daaruit voorvloeiende schade die wij kunnen gaan leiden. Dit is in strijd met het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. 34. Met verbazing heb gelezen dat de windmolens in hun verschijning vorm afwijkend mogen zijn met een maximum van 10% waar slaat deze 10% op? Lengte, hoogte, breedte, vorm, wieken, rotor, kleur, e.d.? Dit is niet duidelijk gedefinieerd. De vertoonde presentatie slaat nergens op, is onrealistisch.

Waarom niet alle windmolens het zelfde? 35. Worden de windmolens en bijbehorende gebouwen ook getoetst door de welstandcommissie? Kom dat namelijk nergens tegen. 36. De windmolens komen te liggen in het laaggebied Maas en Waal voor militaire hefschroefvliegtuigen en voor opleidingsdoeleneinden bestemde propellervliegtuigen. Dit minimale vlieghoogte is 30 meter. Er wordt zelfs regelmatig lager gevolgen. Dit is vele malen lager dan de windmolens. Op geen enkele wijze worden c.q. zijn de risico's in beeld gebracht. Wat zijn de gevolgen? 37. Een duidelijke geluidkaart met cirkels ontbreekt. Volgens Pondera komen die er ook niet omdat dit te ingewikkeld is. Hoe moeten wij beoordelen wat de invloeden hiervan zijn? Dragend laagfrequent geluid draagt kan tot wel 2000 meter overlast geven. Dit wordt genegeerd in de MER, terwijl wetenschappelijk is aangetoond dat tot gezondheidsklachten kan leiden. Alleen al het fatsoen van een goede buur vraagt van u dat dit zorgvuldig wordt onderzocht en niet terzijde wordt gelegd. 38. Voor klachten verwijst u naar een omgevingsraad. Niet de omgevingsraad maar u moet bij klachten handhavend optreden. Een omgevingsraad heeft geen enkel bevoegd gezag. 39. In de bijeenkomst van 27 augustus 2018 is er gesproken over het mogelijke door ontwikkelen naar een energiepark. Wat wordt hiermee bedoeld? In voorontwerp wordt hier niet overgesproken.

Of valt dit binnen uw wijzigingsbevoegheid? 40. Verbeteren ruimtelijke kwaliteit gaat u pas onderzoek in de fase van doorontwikkeling naar energiepark. Volgens ons is dit strijdig met het beleid van de provincie. Wel of geen energiepark u dient bij het plaatsen van windmolens de ruimte kwaliteit van het landschap te verbeteren.

Pagina 23 van 51

41. Uw gemeente vindt het ongewenst om langs de wegen bomen te plaatsen om de lange zichtlijnen van het open komgebied te onderbreken. Dit is erg dubbel. Wel windmolens plaatsen maar geen bomen. Het effect is het zelfde. Geen bomen dan ook geen windmolens. Windmolens tasten dit meer aan de bomen. Aangezien de windmolens in de wijde omgeving zichtbaar zijn en bomen alleen plaatselijk. Het plaatsen van bomen neemt het zicht op de windmolens nagenoeg niet weg omdat deze windmolens boven alles uittornen. 42. Uw voorstel is strijdig met het landschap advies. Waarom legt u dit advies naast u neer? Tevens ontbreekt het door u voorgestelde plan in dit advies. Graag als nog toevoegen. 43. Uw voornemen is strijdig met alle van toepassingen zijn bepalingen en regelgeving. 44. Tijdens de podiumbijeenkomst op 27 september 2017 was mevrouw H. Renders gesprek/eider. Mevrouw Renders was toen en is nu raadslid. De taak van een raadslid is onafhankelijk het beleid uw college te beoordelen en te controleren. Daarvan is nu geen sprake meer. Het is laakbaar en ontoelaatbaar dat uw college een raadslid inschakel voor een podiumbijeenkomst om uw beleid te promoten. Omkoping!!! Tevens is het een kwalijke zaak en ongehoord dat een raadslid zich hiervoor laat gebruiken.

Van twee walletjes eten!!! Op grond van de Wet Openbaarheid van Bestuur verzoek wij u hierbij alle correspondentie, aantekeningen, memo's, gespreknotitie(s), betalingen, etc., etc. in zaken het bovenstaande binnen het voorgeschreven termijn te verstrekken. 45. In het natuurrapport wordt uitgegaan van een drietal veldonderzoeken en daarop wordt een oordeel gegeven. De waarneming komen niet overeen met wij dagelijks zien. Vind het natuurrapport dan ook misleidend. Of is dit met voorbedachte reiden? 46. Het bouwen van windparken is economische onverantwoord. Alles bij elkaar genomen kost de bouw van windmolenparken de Nederlandse maatschappij meer dan het oplevert, ook als je de effecten op milieu en gezondheid meerekent. De opbrengsten van windmolens worden te hoog ingeschat en de kosten te laag geraamd. Dit blijkt uit de rapporten van het CPB. Volgens berekeningen van emeritus hoogleraar Pieter Lukkes zorgt windenergie op land en zee de Nederlandse bevolking voor een extra last van 70 miljard. "Het voor 2020 aanleggen van windparken met een totale omvang tot 6000 MW blijkt in alle geanalyseerde scenario's, varianten en hierop toegepaste gevoeligheidsanalyses maatschappelijk onrendabel te zijn” aldus CPB. En hieraan wil u gemeente medewerking! Toonbeeld van onbehoorlijk bestuur. 47. Hoe gaat u alles monitoren? 48.

Het algemeen kunnen wij niet anders concluderen wie betaald bepaald. Bijvoorbeeld wordt in de MER rapportage gezegd dat er geen jurisprudentie is over schade. Er zijn tientallen zaken bekend, zelfs een rapport van een van uw adviseurs. Wilt u ons misleiden? 49. Tenslotte moeten wij straks maar weer gaan aantonen en een hoop kosten maken voor o.a. planschade, eventuele ziektes e.d. dit moeten wij ondanks alle negatief effecten voor onze rekening nemen. Vindt u dit redelijk dat wij strak moeten vechten tegen de door ons betaalde juristen? Zij leven er wel bij. Deze schade vallen niet binnen het maatschappelijk risico. 50. Hoe zit met uw zorgplicht? Hoe voldoet u hieraan?

Pagina 24 van 51

51. Uw handelswijze in de zaak samenwerking met ECO en ESCOSS is rond uit treurig te noemen en een toonbeeld van oneconomische handelen. Uitstel, uitstel en uitstel. Dit is dient geen enkel belang. Kost alleen maar onnodig veel (belasting) geld. 52. Wij behouden ons en allertijden het recht voor om aanvullende aspecten aan de orde te brengen. 53. Gaan windmolens wel doen van wat u aangeeft? Uit diverse rapporten blijkt dat windmolens niet doen wat is aangegeven. Hoe gaat u dit monitoren? 54. De turbineziekte is een redelijk moderne ziekte. Logisch ook, want de ziekte wordt door windmolens veroorzaakt. Het gaat hier om de zogenaamde windturbines waarmee elektrische energie wordt opgewekt. De energie die hieruit vrij komt noemen we windenergie en is een vorm van groene stroom. Windmolens voorzien vele huishoudens van stroom en besparen daarmee het gebruik van fossiele brandstoffen, maar kennen ook een aantal nadelen. Zo zijn ze vaak ontsierend voor het landschap en hinderen soms de scheepvaart wanneer windmolens geplaatst worden op zandbanken. Voor de natuur betekenen windmolens ook nadelen. Vogels botsten soms wel eens tegen een windmolen op met veelal de dood tot gevolg. Ook kan een vogel door de luchtdruk uit de lucht geslagen worden. Vleermuizen vinden de dood door de drukverschillen. Het broedgebied van vogels kan verstoord worden.

Daarnaast zorgen windmolens ervoor dat hoge en lagere luchtlagen met elkaar vermengd worden. Dit geeft een ander klimaat in het gebied van de windmolens, met een veranderde natuur als gevolg. Bij mensen veroorzaken windmolens die gebruikt worden ten behoeve van energie, soms de turbineziekte. Deze ziekte komt volgens Amerikaans onderzoek voor bij mensen die in de directe nabijheid van windmolens wonen. Niet iedereen loopt het risico om de turbineziekte op te lopen, maar het risico zijn wel hoog. Wat gaat er aan doen om te dit voorkomen? In alle rapporten ed. wordt over gezondheidsrisico niet gesproken. Wat gaat u hieraan doen? 55. Wat gebeurt er met het energieoverschot bij krachtige wind? Wat gebeurt er als er een energie tekort is, bij geen wind? 56. Het landschap rapport adviseert windmolens in lijn of raster te plaatsen. Uw voorstel voldoet hier niet aan. Waarom wijkt u hiervan af? 57. In alle uw rapporten spreekt over gemiddelde geluidwaarde Lden. Wat is de maximale geluidwaarde die windmolens kunnen produceren? Dit komen wij in uw rapport niet tegen. Een gemiddelde jaarlijkse waarde is een papieren tijger waar wij weinig tot niks aan hebben. Het gaat ons om de reële waarde die kan voorkomen. 58. Door het ontwikkelen (met belastinggeld) van windmolens door u gemeente (waarvan u geen kennis hebt, gezien het 2e kredietverzoek) is sprake van oneerlijke concurrentie.

Aangezien u met subsidies kan strooien en bedrijven niet. Dit is in strijd met de wet Markt en Overheid. 59. Wordt door de u gedane investering door partijen terug betaald? 60. Gezien het bovenstaande verzoeken wij de Raad niet mee te werken aan dit bestemmingsplan en aan het realiseren van dit windmolenpark. Hierbij stellen wij de gemeente Oss aansprakelijk voor alle schade en kosten die hieruit eventuele gaan voortvloeien.

Pagina 25 van 51

Besluit Wij vinden de inspraakreactie onder punt 30 gegrond, voor het overige vinden wij de reactie ongegrond. Wijzigingen in ontwerpbestemmingsplan De planregels voor geluid en windmolens zijn verder aangescherpt ten opzichte van het voorontwerpbestemmingsplan (artikel 8). Gevolgen voor het milieueffectrapport Geen. Toelichting van burgemeester en wethouders 1. Het rapport ‘Environmental Noise Guidelines for the European Region’ van de Wereldgezondheidsorganisatie (WGO) is in 2018 verschenen. Het milieueffectrapport (hierna: ‘het MER’) en de daarbij behorende onderzoeken zijn in 2017 opgesteld en uitgevoerd. Toen was het onderzoek van de WGO nog niet bekend. In zoverre is in de verrichte onderzoeken niet expliciet getoetst aan voornoemd rapport van de WGO. Dit wil echter niet zeggen dat wij bij de voorbereiding van het MER en het voorliggend voorontwerpbestemmingsplan geen rekening hebben gehouden met de geluidseffecten van de windturbines op de omgeving en gezondheid van mensen. In het MER is zeer uitgebreid aandacht besteed aan de geluidseffecten van de windturbines, met als resultaat dat wij ruimschoots aan de aanbeveling van de WGO uit 2018 voldoen. Dit zit als volgt: Tijdens de MER-fase hebben wij aangegeven dat wij, met het oog op het waarborgen van een goed woon- en leefklimaat, streven naar een maximale geluidbelasting van 42 dB Lden op woningen.

Dit is strenger dan de (milieu)norm in het Activiteitenbesluit van 47 dB Lden. In het voorontwerpbestemmingsplan hadden we hiertoe een ‘streefwaarde’ opgenomen van maximaal 42 dB Lden op woningen. De planregels voor geluid zijn in het nu voorliggende ontwerpbestemmingsplan verder aangescherpt ten opzichte van het voorontwerpplan. Deze planregels (met opname van een aantal harde grenswaarden voor zgn. ‘maatgevende woningen’) zorgen dat deze strengere waarde van 42 dB Lden wordt gehaald op bijna alle woningen. Bij slechts maximaal 7 woningen wordt deze waarde niet gehaald, maar ook bij deze woningen voldoen we aan de aanbeveling die de WGO doet in haar rapport van 2018 om de geluidsbelasting van de windmolens op de omgeving te beperken tot maximaal 45 dB Lden. Voor een verdere toelichting van de geluidsnormen in het bestemmingsplan verwijzen wij naar onze reactie onder punt 30. 2. Het is ons niet bekend dat er landelijk een discussie gaande is over het terugbrengen van de geluidsnorm naar 42 dB Lden. Op de website van de Nederlandse Vereniging Omwonenden Windturbines (hierna: ‘NLVOW’), is wel een opiniërend stuk te lezen waarin de NLVOW pleit voor het instellen van een wettelijke adviesnorm voor geluid van 42 dB Lden.

Vooralsnog heeft de wetgever hieraan geen gehoor gegeven en wij hebben ook geen aanwijzingen dat de wettelijk geldende geluidsnorm van 47 dB Lden binnen de voorbereidingsperiode van dit bestemmingsplan zal gaan wijzigen. Maar uit onze beantwoording van de inspraakreactie onder nrs. 1 en 30 blijkt dat dit ook niet van belang is voor het windmolenpark in Oss, omdat wij met het oog op een goed woon- en leefklimaat zelf strengere geluideisen stellen in het ontwerpbestemmingsplan die bijna volledig tegemoet komen aan de wensen van inspreker onder nr. 2. Er is dus geen reden om de besluitvorming over dit plan uit te stellen in afwachting van eventuele toekomstige strengere geluideisen.

Pagina 26 van 51

3. Wij hebben zorgvuldig onderzoek gedaan naar het effect van het windmolenpark op dieren (waaronder vogels). Hieruit blijkt dat de effecten beperkt zijn en in onze ogen aanvaardbaar, gelet op het grote maatschappelijke belang van duurzame energieopwekking. Het onderzoek heeft als volgt plaatsgevonden: Eerst is gekeken naar alle mogelijke effecten van een groot aantal verschillende opstellingsvarianten (in eerste instantie 12, daarna nog een verfijningsslag). De resultaten hiervan staan in een uitgebreid milieueffectrapport (MER). Dit MER heeft geleid tot de keuze voor een zogenaamd voorkeursalternatief (VKA). Het VKA kan als een optimale opstelling worden gezien, waarbij de tegengestelde belangen zoals, milieu- en hinderaspecten, landschapeffecten en energieopbrengst zorgvuldig tegen elkaar zijn afgewogen. Hiervoor is nu een ontwerpbestemmingsplan gemaakt (één windmolen is nog afgevallen, waardoor effecten op o.a. dieren beperkter zijn t.o.v. het VKA). Wij delen de mening van insprekers niet dat sprake is van een bestuurlijke dwaling. 4. In Europees verband heeft Nederland de doelstelling aanvaard dat in 2020 14% van de energieconsumptie uit hernieuwbare bronnen komt (zoals windenergie). In 2023 wil de Rijksoverheid dat 16% uit duurzame bronnen komt.

Om deze doelen te kunnen realiseren, is naast de productie van windenergie op zee ook windenergieproductie op land noodzakelijk. Volgens de Rijksoverheid (rijksoverheid.nl) staat er in 2023 voor minimaal 4.450 MW vermogen aan windmolens op zee (Energieakkoord voor duurzame groei, 2013). Windmolens op zee leveren dan 3,1 % van alle energie in Nederland in 2023. Hiermee is de beoogde doelstelling 16% duurzame energie nog niet behaald. In de ‘Structuurvisie Windenergie op land’, vastgesteld door de Ministerraad op 28 maart 2014, is bepaald dat in 2020 tenminste 6000 megawatt (MW) windenergie geproduceerd dient te worden op land en in zoete wateren. Rijk en provincies hebben vervolgens in het ‘Energieakkoord voor duurzame groei’, van september 2013 met elkaar een verdeling afgesproken van de windenergieproductie op land. De opgave van duurzame energieproductie van de provincie Noord-Brabant is bepaald op 470,5 MW in 2020. De gemeente Oss wenst een bijdrage te leveren aan het realiseren van de gestelde doelen en heeft zelf de ambitie om volledig energieneutraal te worden in 2050. Jaarlijks wordt in de gemeente Oss 7,6 petajoule energie verbruikt. Naast het besparen en elders inkopen van duurzame energie, willen wij ook circa 25% van ons energieverbruik zelf duurzaam produceren. Dat de productiekosten van windenergie op land wellicht hoger liggen dan op zee, maakt dat niet anders.

Of windenergie op zee minder effecten heeft dan windenergie op land hangt bovendien af van het perspectief. Windenergie op zee heeft minder effect op de mens (geluid, slagschaduw), maar heeft wel andere effecten, bijvoorbeeld op natuurwaarden en scheepvaart. 5. Het is correct dat in vergelijking met windmolens in de kustgebieden, windmolens in het oosten van het land een lagere energieopbrengst hebben. Dit heeft onder andere te maken met lagere windsnelheden in het binnenland. Alle gemeenten in Nederland zijn ingedeeld in vier windsnelheidscategorieën. Windprojecten in gemeenten zoals Oss, die in een lagere categorie vallen, ontvangen ontvangen, per geproduceerde kWh, meer subsidie van het Rijk. De Subsidieregeling Duurzame Energie (SDE+) compenseert de zogeheten onrendabele top van de elektriciteitsproductie van windmolenparken. Hierdoor is ook een windpark in Oss rendabel en kunnen innovaties op gang komen. Zo wordt de huidige generatie windmolens bijvoorbeeld steeds hoger en op grotere hoogte waait het over het algemeen harder, waardoor opbrengsten toenemen. 6. De stelling van insprekers is niet correct. De effecten van de in het voorontwerpbestemmingsplan uitgewerkte varianten zijn wel onderzocht en beschreven in het MER. In het MER hebben we in eerste instantie de effecten onderzocht van 12 verschillende opstellingsvarianten voor windmolens bij Elzenburg-De Geer.

Alle opstellingsvarianten zijn in het MER getoetst aan drie hoofdcriteria: - maximale duurzame energieopbrengst (ook als dit leidt tot meer negatieve effecten op de omgeving); - minimale hinder (ook als dit leidt tot minder energieopbrengst); - passendheid in het landschap.

Pagina 27 van 51

Later hebben we in het MER ook 2 extra geoptimaliseerde alternatieven toegevoegd: een voorkeursalternatief (VKA) en een opbrengstalternatief (OA), ook weer onderverdeeld in een aantal subvarianten. Op 14 december 2017 heeft de gemeenteraad besloten te starten met de bestemmingsplanprocedure voor 5 windmolens, conform de geoptimaliseerde voorkeursvariant VKA 2a uit het MER, en een wijzigingsbevoegdheid op te nemen voor een uitbreiding van 5 naar 7 windmolens, conform de opbrengstvariant (OA a) uit het MER. Hiermee zijn we ook daadwerkelijk gestart. Tijdens de voorontwerpfase bleek dat één windmolen niet rechtstreeks bestemd kon worden, omdat de erfpachters hieraan niet wilden meewerken. Deze windmolen is toen opgenomen in een wijzigingsbevoegdheid. In de ontwerpfase, waarin we nu zitten, is deze windmolen helemaal geschrapt, omdat één van de betrokken erfpachters ook geen medewerking wil verlenen aan de wijzigingsbevoegdheid. Het feit dat er nu één windmolen afvalt, rechtvaardigt niet de conclusie dat de in het bestemmingsplan opgenomen en uitgewerkte alternatieven VKA 2a en OA a niet zijn onderzocht. Het ontwerpbestemmingsplan is nog steeds gebaseerd op deze MER-alternatieven en de onderzoeksuitkomsten voor deze alternatieven. 7. De stelling van insprekers dat het MER onvolledig en bevooroordeeld is, nemen wij voor kennisgeving aan.

De onafhankelijke landelijke Commissie voor de Milieuffectrapportage die het MER heeft beoordeeld is een andere mening toegedaan. Deze Commissie overweegt het volgende in haar toetsingsadvies van 30 oktober 2018: ‘Het MER is zeer uitgebreid, overzichtelijk en voorzien van veel kaartmateriaal, tabellen en visualisaties. Vooral de landschappelijke analyse is uitgebreid en gedetailleerd. Voor elk alternatief zijn de verschillende beoordelingscriteria helder omschreven en goed navolgbaar beoordeeld, met gebruik van duidelijke visualisaties. Ook de effecten op natuur en de hinder voor de omgeving (geluid, slagschaduw, lichthinder) zijn gedetailleerd onderzocht.’ De Commissie signaleert wel een tekortkoming bij de toetsing van het MER, maar die gaat over vleermuizen en niet over de stelling van insprekers dat er te weinig alternatieven zijn onderzocht voor de nu voorgestelde windmolens. Op het onderdeel vleermuizen hebben wij het MER inmiddels aangevuld. Bij het opstellen van de Notitie Reikwijdte en Detailniveau hebben wij al overwogen te kiezen voor onderzoek naar ‘actuele en gangbare windmolens’ (zie p. 1 en 34 van de NRD). De Commissie voor de Milieueffectrapportage heeft toen ook hierover positief geadviseerd. De door de insprekers aangehaalde windturbine van het merk Vortex Bladeless is een nieuw type windturbine zonder wieken.

Deze windturbine wordt ontwikkeld door de gelijknamige Spaanse startup. Op de website van dit bedrijf is te lezen dat Vortex Bladeless windturbines nog niet gereed zijn om de markt te betreden. Volgens de website van het bedrijf zou in 2019 een eerste model Vortex Tacoma van 2,75 meter gereed zijn voor de verkoop. Hoewel deze nieuwe windenergietechnologie mogelijke voordelen zou kunnen hebben ten opzichte van een traditionele windmolen met wieken, is de technologie nog niet volledig doorontwikkeld en niet toepasbaar voor grootschalige energieopwekking. Om deze reden kan de Vortex Bladeless windturbine vooralsnog niet beschouwd worden als een reëel alternatief voor windmolens met wieken. 8. Wij delen de mening van insprekers dat de nadelige gevolgen van overmatige geluidshinder onevenredig groot zijn niet. Uit onze beantwoording van de reactie van insprekers onder punt 1 en 30 blijkt dat we ons wel degelijk inspannen om een goed woon-en leefklimaat te waarborgen na realisatie van de windmolens. In het voortraject is, anders dan insprekers stellen, uitvoerig onderzoek verricht. 9. Insprekers geven niet aan uit welke objectieve studies blijkt dat dieren gestrest raken van windmolens, met als gevolg veel meer sterfte en onvruchtbaarheid onder de dieren.

Wij hebben onafhankelijk geluidbureau M+P een verkennend onderzoek laten doen naar de mogelijke invloed van het geluid van windmolens in dierenpensions, opvangcentra en hondenscholen. Aan een zevental dierenverzorgers, die dieren verzorgen in de buurt van

Pagina 28 van 51

een windmolenpark is gevraagd naar de invloed van het windmolenpark. Hieruit komt naar voren dat de dieren geen afwijkend gedrag vertonen en dat de windmolens geen (merkbare) invloed hebben op de dieren (bijlage 9 bij de toelichting van het ontwerpbestemmingsplan). Voor wat betreft laagfrequent geluid merken wij op dat hiernaar uitgebreid onderzoek is gedaan (o.a. worstcase alternatief 1a uit het MER is onderzocht met 11 windmolens). Wij verwijzen naar bijlage 3 bij het MER (akoestisch onderzoek d.d. 4-9-2017, paragraaf 3.10 en 6.9). Hieruit blijkt dat als het geluidsniveau op de gevel lager is dan 47 dB Lden, de zgn.’Vercammencurve’ niet zal worden overschreden. We blijven voor dit windpark qua gevelbelasting ruimschoots onder de 47 dB Lden. Indien het laagfrequent geluidsniveau binnenshuis lager is dan de niveaus in de Vercammencurve, dan heeft de Raad van State (2006) geoordeeld dat onaanvaardbare hinder kan worden uitgesloten. De Afdeling heeft meermaals geoordeeld dat de geluidnormen uit het Activiteitenbesluit voldoende bescherming bieden tegen laagfrequent geluid. Wij hanteren strengere normen dan het Activiteitenbesluit. De GGD geeft in haar onderzoeksrapport aan dat zij geen hinder verwacht door laagfrequent geluid op basis van de uitgevoerde berekeningen (bijlage 8 bij het MER). 10. Eventuele gevolgen van het beleid voor wind- c.q.

duurzame energie van de rijksoverheid voor de Nederlandse belastingbetaler, de werkgelegenheid, de koopkracht en de economie vallen buiten het onderzoekskader voor dit (lokale) bestemmingsplan en het MER. Bij een ruimtelijke procedure dient de gemeenteraad in de eerste plaats te onderzoeken of een ruimtelijk plan voldoet aan de eisen van een goede ruimtelijke ordening. In relatie daarmee is ook beoordeeld of dit bestemmingsplan economisch uitvoerbaar is. Dit laatste is het geval. 11. Anders dan insprekers achten wij de effecten van slagschaduw beperkt. Het windmolenpark moet voldoen aan de wettelijke normen voor slagschaduw zoals opgenomen in de Regeling algemene regels voor inrichtingen milieubeheer (hierna: de Activiteitenregeling). In de ontwerpvergunningen hebben we aanvullend bovendien bepaald dat de 2 deelparken (met ieder 2 molens) gezamenlijk niet meer slagschaduw mogen produceren dan de wettelijke norm die de Activiteitenregeling aangeeft. Deze norm hebben wij concreet vertaald naar maximaal 6 uur slagschaduw in totaal op jaarbasis voor beide deelparken. Deze interpretatie is feitelijk strenger dan de wettelijke normen: Wij staan in totaal 6 uur slagschaduw gedurende het hele jaar toe, in plaats van maximaal 17 dagen per jaar meer dan 20 minuten per dag per kalenderjaar en op overige dagen minder dan 20 minuten per dag.

En dit dus voor beide deelparken samen en niet voor ieder deelpark apart. Voor de eventueel 2 extra windmolens, die alleen na het toepassen van een wijzigingsbevoegdheid o.g.v. het bestemmingsplan kunnen worden gerealiseerd, nemen we een vergelijkbare voorwaarde op in de wijzigingsbevoegdheid. Deze voorwaarde regelt dat, ook na toepassing van de wijzigingsbevoegdheid (en realisatie van 6 windmolens in totaal) op alle woningen maximaal 6 uur slagschaduw wordt veroorzaakt. Het bovenstaande betekent, zoals aangegeven, dat de ontwikkelaars feitelijk aan strengere eisen moeten voldoen dan aan de wettelijke normen. Wij vinden maximaal 6 uur slagschaduw op jaarbasis aanvaardbaar voor mens en dier. De strenge norm van 6 uur slagschaduw in totaal op jaarbasis binnenshuis, waarborgt dat buitenshuis, in de tuin van insprekers of bij het dierenpension, ook maar in beperkte mate slagschaduw zal optreden. Verder verwijzen wij naar het verkennend onderzoek dat wij hebben uitgevoerd naar de mogelijke invloed van geluid van windmolens in pensions, opvangcentra en hondenscholen (bijlage 9 bij de toelichting van het ontwerpbestemmingsplan). Uit dit onderzoek blijkt dat ook slagschaduw op dieren in de betreffende gevallen geen merkbaar effect heeft.

Pagina 29 van 51

12. Anders dan insprekers stellen, hebben wij voor geluid ook in beeld gebracht wat het theoretisch berekende aantal gehinderden buitenshuis is. Dit aantal ligt hoger dan het berekende aantal gehinderden binnenshuis. Op de beoordeling van de varianten in het MER had het geen invloed. Ten aanzien van verschillen tussen varianten, leverde het aantal gehinderden buitenshuis hetzelfde beeld op als het aantal gehinderden binnenhuis. 13. In artikel 6.1 van de Wet ruimtelijke ordening is een regeling opgenomen voor het vergoeden van eventuele planschade, als gevolg van een genomen ruimtelijk besluit. Indien insprekers menen dat hun woning in waarde zal dalen als gevolg van de vaststelling van dit bestemmingsplan, kunnen zij daarvoor een aanvraag tot tegemoetkoming in schade indienen bij de gemeente. De gemeente zal deze aanvraag volgens de geldende procedureregels in behandeling nemen. 14. De locatiekeuze is weloverwogen gemaakt en onderbouwd in het MER. Bovendien zullen meer zon- en windprojecten moeten volgen om de Osse energiedoelstellingen te kunnen halen, dus het is geen kwestie van realisatie van één project op de ene of op de andere locatie, maar van realisatie van meerdere projecten op meerdere locaties.

Wij verwijzen in dit verband naar hoofdstuk 19 van het MER (Relatie tot het gemeentebrede onderzoek ‘Energie en Ruimte’).Wij verwachten dat het aantal klachten ten gevolge van de windmolens beperkt zal zijn, gelet op de strenge en zorgvuldige normstelling in het ontwerpbestemmingsplan op het gebied van geluid en slagschaduw. 15. Deze reactie is voor ons niet geheel duidelijk. Wij volgen de insprekers niet in hun stelling dat het betalen van een marktconforme bijdrage aan de grondeigenaren voor het mogen gebruiken van hun gronden ten behoeve van het plaatsen en exploiteren van windmolens omkoping of kapitaalvernietiging zou zijn. Overigens is de trend dat grondvergoedingen voor windmolens dalen. De opmerking over wind op zee begrijpen wij niet. Duidelijk is wel dat we met alleen wind op zee de nationale en lokale doelstelling voor 2020 en 2023 niet halen. Wij verwijzen naar onze reactie onder nr. 4. 16. Wij onderschrijven en begrijpen de opvatting van insprekers niet dat wij niet objectief kunnen handelen in het toekennen van de benodigde vergunning(en). Insprekers suggereren dat wij ‘eigen’ belangen hebben, anders dan maatschappelijke belangen. Wij proberen als overheidsinstantie het maatschappelijk belang zo goed mogelijk te dienen, los van eventuele privaatrechtelijke belangen (het dienen hiervan staat overigens ook ten dienste van het publieke belang).

De gemeenteraad controleert het handelen van burgemeester en wethouders en uiteindelijk bepalen de inwoners van Oss de samenstelling van het gemeentebestuur. Dit onderdeel van de inspraakreactie valt overigens buiten de reikwijdte van de bestemmingsplanprocedure. Als inwoners schade leiden door ‘ongemak en waardeverlies van hun woning en bedrijf’ is er een mogelijkheid om een planschadeverzoek in te dienen. 17. Wij hebben de effecten op flora, fauna en ecologie zorgvuldig onderzocht en verwijzen insprekers naar bijlage 6 bij het MER (Natuurrapport). Wij achten, alle belangen overziende, de gevolgen van het windpark voor natuur aanvaardbaar. 18. Volgens de regels van het bestemmingsplan heeft een windmolen een maximale tiphoogte van 210 meter. Door deze grote maat en schaal van de moderne windmolens, is het onmogelijk om het zicht op een windmolen volledig weg te nemen. Wij beseffen dat sommige omwonenden dit als onprettige visuele hinder zullen ervaren. Om de visuele hinder zoveel mogelijk te beperken, hebben wij in het MER verschillende opstellingsvarianten van de windmolens en het effect daarvan op het landschap onderzocht

Pagina 30 van 51

(zie bijlage 5 Landschap bij MER). Bosch Slabbers Landschapsarchitecten heeft in dit onderzoek aan de hand van een zevental criteria onderzoek verricht naar de meest wenselijke opstelling van het windmolenpark. Daarbij is onder andere gekeken naar de configuratie en herkenbaarheid van de opstelling, effecten op kenmerkende dorps(ge)zichten en op landschappelijke structuren. Bij de keuze voor de concrete opstelling hebben wij zo veel mogelijk rekening gehouden met de uitkomsten van het rapport. Daarnaast vragen wij van de ontwikkelaars een bijdrage voor concrete kwaliteitsmaatregelen om het landschap te versterken en het zicht op de windmolens te verzachten, bijvoorbeeld door het aanplanten van bomen en groen op strategische plekken. Wij verwijzen naar het ‘Inrichtingsplan kwaliteitsverbetering landschap’ voor de concrete te nemen maatregelen (bijlage 3 bij de toelichting van het ontwerpbestemmingsplan). Hiermee voldoen we aan de regeling voor Kwaliteitsverbetering van het landschap uit de Verordening Ruimte van de provincie Noord-Brabant. Deze maatregelen moet ervoor zorgen dat de windmolens zo goed als mogelijk worden ingepast en er sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Voor de onderbouwing van de gevolgen van dit windmolenpark voor de natuur verwijzen wij naar onze reactie onder punt 3 en 17. 19.

Wij hebben de gevolgen de veiligheid voor inwoners en bedrijven uitgebreid onderzocht. We verwijzen naar bijlage 8 bij het MER (externe veiligheid). De Brandweer Brabant Noord concludeert op basis van het voorontwerpbestemmingsplan en het MER dat de risico’s in voldoende mate wordt beheerst en dat uit de onderzoeken blijkt dat het risico op een ongewenst voorval erg klein is. 20. Langs de Megensebaan nabij de kruising van Eemmeer staat een zonnepanelenboom, waarop insprekers mogelijk doelen. Het is, gelet op de te stellen jaarnorm van in totaal maximaal 6 uur slagschaduw op woningen, niet aannemelijk dat de slagschaduw van de windmolens de opwekking van zonne-energie door de betreffende zonnepanelenboom onevenredig zal verstoren. 21. Voor de onderbouwing van de gekozen locatie van dit windmolenpark verwijzen wij naar onze beantwoording onder punt 14. 22. Insprekers stellen in dit onderdeel veel zaken ter discussie: effecten op gezondheid, dieren en landschap, windmolens als oplossing voor het klimaatprobleem (volgens insprekers zijn windmolens niet de oplossing) en de gemaakte belangenafweging. Gelet op het algemene karakter van deze reactie verwijzen wij naar de totale onderbouwing in het MER en de toelichting op het ontwerpbestemmingsplan. Ook verwijzen wij naar andere onderdelen van onze beantwoording van de inspraakreactie, waarin we concreet ingaan op een aantal zaken.

23. Wij bagatelliseren, anders dan insprekers stellen, de gevolgen voor natuur niet. In het natuurrapport bij het MER (bijlage 6) worden alle gevolgen zorgvuldig beschreven. Waar nodig, bijvoorbeeld in verband met verstoring van vogels in het nabij gelegen Natuurnetwerk Brabant (De Rietgors), mitigeren of compenseren wij de negatieve effecten. Elke locatiekeuze brengt ook negatieve effecten met zich mee. 24. Hiervoor zijn wij al ingegaan op gezondheidseffecten en mogelijke waardedaling van woningen. Wij verwijzen o.a. naar onze reactie onder nrs. 1, 9 en 13. 25. Voor de stellingen dat groene stroom ten koste gaat van natuur en dat windmolens op zee minder belastend zijn, verwijzen wij naar de beantwoording onder nrs. 4 en 17. Wij achten de effecten die het ontwerpbestemmingsplan met zich meebrengt aanvaardbaar, gelet op de afweging van alle aan de orde zijnde belangen.

Pagina 31 van 51

26. Insprekers vinden de locatie ongeschikt vanwege het lage achtergrondniveau (geluid) in de directe woonomgeving. Op grond van ons gemeentelijke geluidbeleid (Geluidnota Oss) streven wij per gebiedstype andere geluidsniveaus na. Dus we houden bij nieuwe ontwikkelingen rekening met gebieden met een lager achtergrondniveau. In bijlage 7 bij de toelichting van het ontwerpbestemmingsplan onderbouwen we dat het windmolenpark in lijn is met het gemeentelijk geluidbeluid (Geluidnota Oss). Op de onderbouwing van de locatiekeuze zijn we hiervoor al ingegaan. 27. Voor het behalen van de gestelde energiedoelen zullen wij, naast zonne-energie ook gebruik moeten maken van windenergie en andere mogelijke oplossingen. Alleen dan kunnen we de gestelde duurzaamheidsdoelen behalen. De gemeenteraad wil 25% van de totale energiebehoefte duurzaam opwekken op eigen grondgebied (naast 50% besparen en 25% elders inkopen). Dit betekent grofweg realisatie van 80 windmolens van 3MW of 1060 (5,3 km2) voetbalvelden aan zonne-energie. De opgave is dus heel groot. (Bij de opwekkingsdoelstelling tellen we zonne-energie op daken niet mee. Bij de besparingsopgave van 50%, is al ingerekend dat op alle geschikte daken in Oss zonnepanelen komen.) Het bovenstaande betekent dat we op meerdere vormen van duurzame energie opwekken moeten inzetten.

Anders dan insprekers stellen, gaan de winsten bij zonne-energie (zonnevelden) ook deels naar bedrijven/initiatiefnemers. En zowel bij zonne-als windenergie kunnen burgers meeprofiteren (via belastingvoordelen en/of financiële participaties). 28. Wij zijn van mening dat de negatieve gevolgen van dit windmolenpark in de uitgevoerde onderzoeken niet worden gebagatelliseerd. De onderzoeken brengen zo objectief en nauwkeurig mogelijk de negatieve gevolgen van dit windmolenpark in beeld. De gemeentelijke zorgplicht is niet oneindig, maar wordt begrensd door de wet- en regelgeving. Wij hebben aan de hand van de geldende wettelijke normen onderbouwd dat het windmolenpark ruimtelijk aanvaardbaar is. Door te verwijzen naar de toepasselijke normen uit de wettelijke regels gaan wij niet voorbij aan onze zorgplicht. Voor geluid nemen we bovendien extra strenge regels op in het ontwerpbestemmingsplan. Ook dit betekent dat wij onze zorgplicht serieus opvatten. 29. Wij begrijpen deze reactie niet goed. Wij gebruiken de Crisis- en herstelwet (CHW) om een windmolenpark voor maximaal 25 jaar toe te staan. Wij willen na 25 jaar een nieuwe afweging kunnen maken voor het gebied. De ontwerpvergunningen voor de windmolens gaan ook uit van een maximale instandhoudingstermijn van de windmolens van 25 jaar.

Zonder gebruikmaking van de CHW kunnen we slechts een ‘voorlopige bestemming’ in het bestemmingsplan opnemen voor de duur van 5 jaar. Wij zien niet in op welke manier wij regels onrechtmatig gebruiken. 30. In het voorbereidingstraject en de informatiebijeenkomsten over het MER hebben wij steeds van een streefwaarde voor geluid van 42 dB Lden gesproken. Wij zijn het wel met insprekers eens dat deze streefwaarde in het ontwerpbestemmingsplan moet worden vertaald naar duidelijke normstelling. In onze reactie onder punt 1 hebben wij aangegeven hoe we dit hebben geregeld in het ontwerpbestemmingsplan. Aanvullend hierop melden wij nog het volgende. Voor de maximaal 7 woningen, waaronder die van insprekers, waarbij we de streefwaarde van 42 dB Lden niet helemaal kunnen halen, geldt in het ontwerpbestemmingsplan een iets ruimere normstelling en dus een iets hogere geluidbelasting. Maar nog altijd geldt hier een strengere norm dan de wettelijke (milieu)norm uit het Activiteitenbesluit. Voor de 7 woningen hebben we in het ontwerpbestemmingsplan bovendien een bijzondere regeling opgenomen die regelt dat in ieder geval een goed binnenklimaat voor geluid in deze woningen kan worden geboden. Wij verwijzen naar artikel 8 van het ontwerpbestemmingsplan.

Pagina 32 van 51

31. In artikel 5.1.2 van het voorontwerpplan (artikel 8 in het ontwerpbestemmingsplan) is gekozen voor bandbreedtebepalingen. De windmolens moeten qua afmetingen binnen deze bandbreedtes blijven. Dit betekent bijvoorbeeld dat als men kiest voor een windmolen met een ashoogte van 145 meter niet voor een rotor met een maximale afmeting van 136 meter kan worden gekozen, omdat anders de maximaal toegestane tiphoogte van 210 meter wordt overschreden. Kortom, de bepalingen bieden flexibiliteit maar zijn wel duidelijk over de minimale en maximale maatvoering. 32. Voor de woning van insprekers (en 6 andere woningen waar we de streefwaarde van 42 dB Lden niet helemaal halen) hebben we in het ontwerpbestemmingsplan een bijzondere regeling opgenomen die regelt dat in ieder geval een goed binnenklimaat voor geluid in deze woningen kan worden geboden. Deze planregels verplichten de ontwikkelaars van het windpark om insprekers een schriftelijk aanbod te doen om (op kosten van de ontwikkelaars) geluidreducerende voorzieningen aan de woning te treffen om in de ‘geluidgevoelige ruimtes’ (woonkamers, eetkamers, slaapkamers, en keukens) een binnenwaarde van Lnight 18 dB te bereiken. Het is aan insprekers om wel of geen gebruik te maken van het aanbod. Het rapport waar insprekers hier naar verwijzen heeft overigens niets te maken met het bovenstaande.

Dit rapport gaat over Natuurnetwerk Brabant en geluid. Van belang voor insprekers is paragraaf 5.2.2 bij de toelichting van het ontwerpbestemmingsplan en bijlage 3 bij het MER, voor zover ingegaan wordt op de geluidbelasting op woningen. 33. Voor een windturbine hoger dan 150 meter (tiphoogte) geldt dat de turbine op basis van opgave van de Inspectie Leefomgeving en Transport in het Informatieblad over obstakelverlichting dient te worden voorzien van obstakelverlichting. Dit geldt dus ook voor windpark Elzenburg-De Geer. Volgens de regels in het ontwerpbestemmingsplan moet voor de aanvang van de bouw een verlichtingsvoorstel worden uitgewerkt dat is gericht op het zo veel mogelijk beperken van hinder. Dit voorstel dient voorafgaand aan de realisatie van het windpark ter instemming te worden voorgelegd aan de gemeente (voorwaarde in ontwerp-omgevingsvergunning om toe te kunnen zien op de naleving van het bestemmingsplan) en de Inspectie Leefomgeving en Transport. De geldende regels bieden enerzijds voldoende waarborgen voor veiligheid van de burgerluchtvaart en voorkomen anderzijds onaanvaardbare lichthinder voor de omwonenden. Wij zien niet in hoe deze regels in strijd zijn met het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (hierna: ‘EVRM’). 34. Er is sprake van twee ‘deelparken’: twee verschillende initiatiefnemers ontwikkelen ieder 2 windmolens.

De mogelijkheid van 10% afwijken qua uiterlijke verschijningsvorm (voor enkel de rotordiameter en de ashoogte) is opgenomen om voor beide ontwikkelaars enige keuzevrijheid te behouden en niet de eerste ontwikkelaar het type voor alle 4 de windmolen te laten bepalen (met als gevolg dat de tweede ontwikkelaar is aangewezen op één fabrikant en dus een te hoge prijs betaalt en minder winsten kan afdragen aan het omgevingsfonds en het duurzaamheidsfonds). De 10% afwijkingsmogelijkheid is gebonden aan strenge voorwaarden, waaronder een nadere gemeentelijke toets. Overigens hebben ontwikkelaar Raedthuys en ESCOSS (tweede beoogde ontwikkelaar) afgesproken gezamenlijk aan te besteden en te kiezen voor één en hetzelfde type windturbine. 35. De welstandscommissie beoordeelt niet het ontwerpbestemmingsplan, maar concrete aanvragen omgevingsvergunning. Inmiddels heeft de welstandscommissie de aanvragen omgevingsvergunning getoetst en akkoord bevonden. 36. Het windpark Elzenburg-De Geer bevindt zich niet in een beschermde laagvliegroute, maar wel in het laagvlieggebied Maas en Waal en onder de zogenoemde 'laagvliegroute VO'. Het laagvlieggebied Maas en Waal wordt gebruikt als oefengebied voor de luchtmacht en voor het verbeteren van de navigatie en positionering van helikopters in onbekend terrein. De laagvliegroute VO is oefengebied voor de vliegeropleiding.

De minimum vlieghoogte bedraagt 75 meter boven hindernissen. Op basis van contact met de Directie

Pagina 33 van 51

Vastgoedbeheer Rijksvastgoedbedrijf van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (zie bijlage 16 bij de toelichting van het bestemmingsplan) concluderen wij dat laagvlieggebieden geen bouwhoogtebeperkingen opleveren voor windturbines. Het laagvlieggebied VO (voor helikopters en lichte vliegtuigen) werpt ook geen beperkingen op, al wordt de bruikbaarheid van het gebied zeer gering wanneer een hoog obstakel binnen het gebied wordt geplaatst. De minimum vlieghoogte in dit gebied is 30 meter. Omdat de windturbines aan de rand van het laagvlieggebied komen te staan, blijft er nog voldoende vrij laagvlieggebied over. 37. In het MER en het ontwerpbestemmingsplan en de bijlagen zijn veel geluidskaartjes met contouren te vinden. Voor laagfrequent geluid verwijzen wij naar onze beantwoording onder punt 9. 38. Wij verwijzen voor klachten niet naar een omgevingsraad. De gemeente is het bevoegd gezag en treedt, indien nodig, handhavend op. 39. Onder een energiepark verstaan we de doorontwikkeling van het windpark naar een combinatie van windmolens, zonne-energie, andere vormen van duurzame energie, natuurontwikkeling en educatie in een uniek concept. Dit bestemmingsplan (inclusief wijzigingsbevoegdheid) beperkt zich echter alleen tot de ontwikkeling van het windmolenpark Elzenburg-De Geer.

Over het door ontwikkelen van dit gebied naar een integraal energiepark moet het gemeentebestuur nog een besluit nemen. 40. In de toelichting van het voorontwerpbestemmingsplan (p. 45) hadden we al aangegeven de kwaliteitsverbetering van het landschap verder uit te werken in het ontwerpbestemmingsplan. Dit is inmiddels gebeurd. Wij verwijzen naar paragraaf 4.4 van de toelichting van het ontwerpbestemmingsplan. 41. De vergelijking van bomen langs de weg en windmolens in het open gebied gaat niet op. T.a.v. de windmolens: Wij hebben de landschappelijke effecten van de windmolens zorgvuldig onderzocht en verwijzen naar bijlage 5 bij het MER. Bosch Slabbers Landschapsarchitecten heeft in dit onderzoek aan de hand van een zevental criteria onderzoek verricht naar de meest wenselijke opstelling van het windmolenpark. Hierbij is ook aandacht besteed aan de cultuurhistorische waarden, waaronder de openheid van het gebied (Beerse Overlaat). Bij de keuze voor de concrete opstelling hebben wij zo veel mogelijk rekening gehouden met de uitkomsten van het rapport. T.a.v. nieuwe bomen/beplanting: Wij verwijzen naar het ‘Inrichtingsplan kwaliteitsverbetering landschap’ voor concreet te nemen maatregelen om het landschap te versterken en het zicht op de windmolens te verzachten (bijlage 3 bij het ontwerpbestemmingsplan).

Het Inrichtingsplan beschrijft maatregelen die ook nadrukkelijk rekening houden met de cultuurhistorische waarden (o.a. openheid) van het gebied. 42. Bijlage 5 bij het MER, de totale landschappelijke en cultuurhistorische beoordeling van Bosch Slabbers, is afgezet tegen de beoordeling van een groot aantal andere aspecten. In het MER zijn conclusies getrokken aan de hand van de drie doelcriteria: (maximale) opbrengst, (minimale) hinder en (passendheid in het) landschap. Op basis van de conclusies is nagegaan wat vanuit milieu bezien het voorkeursalternatief is: het optimum. De landschappelijke toets is dus onderdeel van een totaalafweging. Wij hebben het rapport niet naast ons neergelegd. Anders dan insprekers stellen is ook over het gekozen voorkeursalternatief geadviseerd. Zie hiervoor het aanvullende rapport van juni 2017 van Bosch Slabbers, ook te vinden bij bijlage 5 bij het MER.

Pagina 34 van 51

43. Dit plan is inderdaad in strijd met het geldende bestemmingsplan voor het buitengebied. Daarom herzien wij het bestemmingsplan, om de realisatie van het windmolenpark planologisch mogelijk te maken. Dit is een bevoegdheid van de gemeente. Van strijdigheid met andere wet- en regelgeving is geen sprake. 44. Bij brief van 15 november 2018 hebben wij gereageerd op het Wob-verzoek van insprekers. Wij verwijzen insprekers naar de inhoud van die brief. 45. Deze reactie van de insprekers is te algemeen en geeft ons onvoldoende concrete aanknopingspunten om aan de juistheid van het natuuronderzoek te twijfelen. 46. Wij delen de mening van insprekers niet en verwijzen naar onze beantwoording onder punt 5 en 10. 47. Deze reactie is te algemeen om op te reageren. Wij zijn als bevoegd gezag in ieder geval verantwoordelijk voor naleving van regels en treden zo nodig handhavend op. 48. Wij staan in voor de onafhankelijkheid van onze adviseurs. In het MER is niet aangegeven dat er geen jurisprudentie is over planschade. In paragraaf 21.3 van het MER wordt enkel aangegeven dat op grond van de tot nu toe bekende jurisprudentie niet kan worden aangenomen dat bij het toekennen van een tegemoetkoming in schade (planschade) een verhoogd normaal maatschappelijk risico van toepassing is. Dit zal per geval moeten worden bepaald.

Onder het normale maatschappelijke risico wordt een percentage van de planschade verstaan dat voor rekening van de aanvrager blijft. Standaard is dit percentage 2% van de waarde van de onroerende zaak waarvoor men een tegemoetkoming in schade aanvraagt. 49. De kosten van een onafhankelijke planschadeadviseur worden door de gemeente betaald. Indien u andere onderzoeken wilt laten uitvoeren, bijvoorbeeld onderzoeken die betrekking hebben op de gezondheidseffecten, dan zult u deze kosten zelf moeten dragen. 50. Voor de onderbouwing van de reikwijdte van onze zorgplicht en hoe wij hier aan voldoen, verwijzen wij naar onze reactie onder punt 28. 51. Insprekers doelen hier op de mogelijk te maken afspraken over samenwerking met ESCOSS en/of ECO om het gemeentelijke deel van het windmolenpark te ontwikkelen (2 windmolens). Het blijkt dat deze externe partijen tijd nodig hebben om met een goed onderbouwd plan te komen. 52. Als het ontwerpbestemmingsplan ter inzage wordt gelegd kunnen insprekers en anderen zienswijzen daartegen indienen. 53. Deze reactie is te algemeen gesteld. Wij handhaven op basis van de regels uit het bestemmingsplan en de voorschriften in de omgevingsvergunningen. 54. In deze reactie komt een groot aantal eerder besproken punten aan de orde. Wij verwijzen naar de beantwoording van de reacties hiervoor. 55.

De duurzaam opgewekte energie wordt aan het openbaar elektriciteitsnet geleverd. Ook als het hard waait en er veel stroom wordt geleverd, is dit het geval. Bij te weinig wind

Pagina 35 van 51

draaien de windmolens niet en wordt er geen energie opgewekt. Moderne windturbines draaien echter al bij lage windsnelheden. 56. Anders dan insprekers stellen, staat in het landschappelijke rapport niet het advies om windmolens in een lijn of raster te plaatsen. In het landschappelijke rapport van Bosch Slabbers van april 2017 (bijlage 5 bij MER) staat op pagina 21 het volgende: ‘Door het landschap overstijgende karakter van grote windturbines en de grote zichtbaarheid vanuit de omgeving heeft de wijze waarop windturbines in het landschap geplaatst worden (de opstelling) invloed op de landschapsbeleving. Een heldere en leesbare opstelling levert een rustiger landschapsbeeld op.’ En verder op pagina 21: ‘Turbines geplaatst volgens het plaatsingsprincipe grid, lijn, of wolk kunnen kwalitatief goede opstellingen opleveren.’ En weer verderop: ‘Binnen een heldere opstelling is er geen voorkeur voor wolk, grid, lijn of solitair’ Het landschapsrapport adviseert niet een specifieke opstelling, maar geeft aan de hand van 7 toetsingscriteria aan hoe een bepaalde opstelling scoort. Eén van de toetscriteria is ‘Configuratie en herkenbaarheid van de opstelling’. Het is dus niet zo dat volgens het landschapsrapport alleen een lijn- of rasteropstelling acceptabel is. 57.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Oss&id=f35d1849-672f-4ae6-ad1d-ce5ec06112fb