CConstaterende datOss
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlagen bij toelichting Bijlage 21 Nota van inspraak en vooroverleg.PDF

Gemeenteraad 16 december 2021, gemeente OssBij agendapunt: A Bestemmingsplan Windmolenpark Elzenburg-De Geer 2021 (Deel 1 & 2 samen)27.033 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Het klopt dat 47 dB Lden en 42 dB Lden gemiddelde waarden zijn en dat er sprake is van pieken en dalen, maar daar is in de rekenmethodiek en normstelling rekening mee gehouden. Dat de wetgever 47 dB Lden (gemiddeld) acceptabel acht, houdt ook in dat de wetgever het piekgeluid, dat onderdeel uitmaakt van het gemiddelde, accepteert. In hoofdstuk 2 (Normstelling) van het akoestisch rapport (bijlage 3 bij het MER) is aangegeven hoe piekgeluid zich verhoudt tot het gemiddelde geluid. Piekgeluid, momenten waarop de geluidsbelasting hoger is dan de jaargemiddelde geluidsbelasting, is ca. 3 tot 5 dB hoger dan gemiddeld geluid. Piekgeluid komt voor bij harde wind. Lden is een logaritmisch gemiddelde van de jaargemiddelde geluidbelasting overdag, ’s avonds en ’s nachts, waarin aan het geluid ’s avonds en ’s nachts een straffactor is toegekend om rekening te houden met het feit dat geluid dan hinderlijker ervaren wordt. De rekenwaarde 47 dB Lden (wettelijke norm uit het Activiteitenbesluit) komt overeen met een jaargemiddeld geluidniveau van ca. 41 dB(A). Zoals vermeld, kan worden verwacht dat het geluidsniveau bij harde wind 3 tot 5 dB hoger is dan de jaargemiddelde waarde. Een waarde van 47 dB Lden komt dus overeen met een werkelijke geluidsbelasting van maximaal ca 44 tot 46 dB(A)1. Deze waarde kan in alle beoordelingsperioden (dag, avond, nacht) optreden.

De rekenwaarde 42 dB Lden komt neer op een jaargemiddeld geluidniveau van ca. 36 dB(A). In dat geval is de “piekbelasting” gelijk aan 39 tot 41 dB(A)2. Piekgeluid komt voor als windmolens maximaal geluid produceren (vanaf ongeveer 10-14 m/s, afhankelijk van het type windmolen). Bij lagere windsnelheden maakt de windmolen minder geluid. Dit is te zien in bijlage A van het akoestisch onderzoek. Alle windsnelheden worden meegenomen bij het bepalen van de jaargemiddelde Lden en Lnight beoordelingsniveaus. Hoe vaak de windmolens maximaal geluid produceren, hangt af van de windverdeling ter plaatse. Voor de beoogde locatie is de windverdeling opgenomen in bijlage B van het akoestisch onderzoek (bijlage 3 bij het MER)3. Voorbeeld: op 100 meter hoogte zal de

1

Dit lijkt laag ten opzichte van de Lden-norm (jaargemiddelde geluidsbelasting). Dit komt omdat er bovenop de werkelijke geluidsbelasting een straffactor wordt toegepast in de avond- en nachturen. 2 Zie onder voetnoot 1. 3

Op advies van RVO-NL wordt bij vergunningsonderzoeken voor windparken vanaf begin december 2018 gerekend met nieuwe windgegevens van het KNMI (dataset 2014). Ten behoeve van de m.e.r. is gerekend met de oude dataset van 2009. Bij de vergunningaanvragen is gerekend met de nieuwe data. De etmaalgemiddelde windsnelheid in Oss komen in de nieuwe en oude dataset goed overeen. Maar in de maatgevende nachtperiode is de windsnelheid volgens de nieuwe dataset aanmerkelijk hoger dan waarmee eerder is gerekend. Voor de geluidbelasting door het windpark maakt dit geen verschil, omdat we de gewenste normstelling, conform onze ambities hebben

Pagina 36 van 51

windsnelheid ’s nachts gedurende 17% van de tijd hoger of gelijk zijn aan 10 m/s. Op 140 meter hoogte is dit 22% van de tijd. 58. Wij berekenen de integrale kosten van goederen of diensten in onze tarieven door. Er is dus geen sprake van oneerlijke concurrentie. Ook verstrekken wij geen subsidies. We zien dan ook niet in hoe wij in strijd met de Wet Markt en Overheid handelen. Dit nog daargelaten dat wij voornemens zijn de ontwikkeling van de 2 gemeentelijke windmolens uit handen te geven en over te laten aan een andere partij. Dat wij aanvullend krediet hebben gevraagd zegt niets over een professionele aanpak. 59. Ja de gedane investering wordt terugbetaald. Voor het zgn. ‘gemeentelijke deel’ van het windpark sluiten wij een marktconforme opstalovereenkomst, met een grondvergoeding, waarin alle gemaakte kosten worden verdisconteerd (dus waarin alle kosten voor bestemmingswijziging zijn meegenomen). Voor het zgn. ‘Raedthuysdeel’ sluiten wij een anterieure overeenkomst om de kosten te verhalen. 60. In hetgeen insprekers naar voren hebben gebracht zien wij geen reden om het voorontwerpbestemmingsplan niet verder in procedure te brengen. De aansprakelijkheidsstelling van insprekers is te algemeen en nemen we voor kennisgeving aan. Inspraakreactie 4 Samenvatting inspraakreactie 1.

Wij hebben ernstige bezwaren tegen het voorontwerpbestemmingsplan en MER-rapportage voor het plaatsen van windmolens op de u voorgestelde locatie Elzenburg - De Geer en wel om de volgende redenen: Het plaatsen van de geplande windmolens hebben grote negatieve invloed op o.a.: - Geluidhinder - Veiligheid - Schaduwwerking en lichtschittering - Horizonvervuiling - Invloed op t.v.- en radio-ontvangst, telecommunicatie - Invloed op flora en fauna - Aantasting situeringswaarde - Slagschaduw - Waardedaling onroerend goed - Bedrijfsvoering. 2. Windmolens zullen leiden tot overlast van o.a. slagschaduw, geluid, ed. Ze produceren een laagfrequent geluid waar kinderen en dieren zeer gevoelig voor zijn. De nadelige gevolgen van overmatige geluidshinder zijn onevenredig groot in het licht van dat het maar heel beperkte belang is gediend met de oprichting van dit windmolen park. Uit objectieve studies komt duidelijk naar voren dat dieren hierdoor veel meer gestrest zijn met als gevolg veel meer sterfte en onvruchtbaarheid onder het dieren. Dit heeft grote invloed op onze dieren en op onze gasten. Met als gevolg dat dieren niet te hanteren zijn en onze gasten gestrest en agressief naar huis gaan. Waardoor de eigenaar met een onhandelbare huisgenoot komt te zitten.

Met als gevolg dat onze gasten met zekerheid grensde waarschijnlijkheid dan niet meer zullen komen en ik mijn bedrijf, pension en kennel, niet meer rendabel kan voortzetten met gevolg bedrijfssluiting en een onverkoopbaar terrein en pand. Ook zal hierdoor meer overlast ontstaat voor de omgeving en aanliggende woningen zonder dat wij daar iets aan kunnen doen. vastgelegd in het ontwerpbestemmingsplan: Deze normstelling waarborgt maximaal 42 dB Lden op bijna alle woningen (op maximaal 7 woningen na).

Pagina 37 van 51

Dit zeker in de nachtelijke uren. Ik zal hiervoor dan ook geen enkele aansprakelijkheid ervaren. De aangeduide locatie is dan ook niet aangewezen voor zo'n grootschalig project. 3. Volgens u is er in literatuur onderzoek geen informatie gevonden over de invloeden van geluid e.d. op dieren. Dit is correct als het windmolens en honden betreft. Maar is onjuist als het dieren betreft. Er zijn een groot aantal onderzoeken uitgevoerd naar invloeden van geluid op dieren o.a. door universiteit Wageningen e.d. welke alleen maar nadelige gevolgen weergeven. Honden hebben een supergevoelig gehoor, maar katten ook. Als je de omgeving en/of gebouw met allerlei technologie vult, worden geluiden die wij niet kunnen horen voor hen vergroot in alarmerende mate. Gezonde mensen kunnen zeer laagfrequente geluiden horen gemeten in het aantal trillingen in één seconde: 20 Hertz (HZ) tot hoge frequenties van 20.000 HZ, maar honden kunnen tot 45.000 HZ horen en katten zelfs tot 64.000 Hz. Hz-Ruis heeft het vermogen om het endocriene ritme van dieren te verstoren, net zoals het kan voor mensen, maar het maakt ze kwetsbaar voor aanvallen en op dezelfde manier kunnen flikkerende lichten de kritieke CFK-drempel overschrijden (bron dr. Karen Shaw Dekker). Dit is maar een enkel voorbeeld, maar zo kunnen we nog wel even doorgaan.

Wij kunnen niet anders concluderen dan dat de invloeden van geluid op dieren gebagatelliseerd en dit niet serieus neemt en niet heeft genomen. Wij verzoeken u nogmaals de invloeden van de windmolens op dieren te onderzoeken. 4. Zoals u aangeeft zijn honden inderdaad gedomesticeerde dieren. Dat wil zeggen dat dat er na een bepaalde periode gewenning optreedt. Voor elk dier is deze periode anders. Dit kan variëren van enkel dagen, tot enkele weken, zelf tot enkele maanden. Zoals u aangeeft is het geluid dat windmolens produceren voor de dieren merkbaar. Aangezien een groot deel van onze gasten kort bij ons verblijven zal er van gewenning weinig tot geen sprake zijn. Met alle gevolgen van dien. 5. Volgens de regeling huisvesting dieren moeten sterk geluidprikkels in het bereik van de hoorbare en ultrasone worden vermeden. Hier zullen wij ons aan moeten houden. Hoe gaat u dat doen? 6. Onze brave gasten (viervoeters) hebben een zeer gevoelig gehoororgaan. Ze horen veel beter dan de mens. Indien er sprake is van geluidshinder die afkomstig is van o.a. windmolens, kan het gehoor van honden beschadigd raken. Dit geldt eigenlijk voor alle dieren, maar ook voor de mens. Maar het lijden van onze honden en onze gasten wordt door u gebagatelliseerd met de mededeling hiervoor is geen wettelijk kader. En wat te denken van die arme katten.

Kortom, het wordt nu echt tijd, het is vijf voor twaalf, om eens rekening te houden met onze huisdieren en hun baasjes die dag en nacht gefolterd worden door gebrom en gedreun, gezoem en gepiep van door de overheid gesponsorde martelturbines. Heeft u enig idee wat slaaphinder met je gezondheid kan aanrichten? Slaap kan je inhalen is de gangbare mening. Het echte verhaal is echter dat je er dood aan kunt gaan. Moordgeluiden, kijk eens naar je dieren. De hond bijvoorbeeld, die gewoon urenlang aan het blaffen is terwijl er niemand zich afvraagt waarom dat zo is. Nee, het is geen vervelende rothond. Hij wordt alleen maar hondsdol van o.a. windmolens. Honden hebben zeer gevoelige oren. Een beetje hond hoort 1000 keer beter dan een professionele geluidshinderontkenner van de gemeente. Als je een hond 7 dagen uit de slaap houdt is het dus afgelopen met het beestje en gaat hij dood. Het is allemaal uitgezocht door mensen die er voor doorgeleerd hebben. Er werd al eerder onderzocht hoe lang ze het vol hielden bij deze slaapdeprivatie en dat was ook maar een rampzalige 48 uur of zo. Onderzoeken bij mensen lieten zien dat er door slaaphinder stofwisselingsafval in de hersenen niet meer opgeruimd werd met grote gezondheidsschade en zelfs Alzheimer tot gevolg. Slaaphindering is daarbij even schadelijk voor de gezondheid van mens en dier als stress.

Er is bijvoorbeeld ook evidentie voor het bestaan van een relatie tussen chronisch slaaptekort en het ontstaan van hart- en vaatziekten, diabetes en obesitas. Daarom vind ik het gek dat er door de overheid alleen maar gesust, gepapt en natgehouden wordt omdat deze geluidshindereffecten het nieuwe asbest aan het worden zijn. Ik zou het bijna

Pagina 38 van 51

vergeten, al die vogels die door windmolens versnipperd worden omdat ze van het padje af raken door het geluid en de draaiende wieken. 7. Geluid is een belangrijke factor in de verstoring van fauna. U bent voornemens de windmolens te plaatsen in een vogelgebied, nabij ecologische verbindingszone, eendenkooi, kennel en dierenpension. De verstoring door geluid wordt beïnvloed door het achtergrondgeluid, duur, frequentie en sterkte van de geluidsbron zelf. Het maakt dieren onrustig, veroorzaakt gehoorbeschadiging, gewichtsverlies, hormoonveranderingen, bloeddrukverhoging en het maakt dieren agressiever. Hoe harder het geluid en hoe langer het duurt, hoe schadelijker het effect. 8. Hoe komt u op het idee om windmolens te plaatsen bij de in het erfgoedplan opgenomen eendenkooi? Een eendenkooi zonder eenden!!!!! Heeft dit erfgoed dan geen enkele betekenis voor u? 9. Volgens ons staat geluidhinder niet hoog op uw politieke agenda staat? Dit terwijl er in de grondwet genoemd wordt dat overheden moeten zorgen voor de bewoonbaarheid van het land en de bescherming en verbetering van het leefmilieu (artikel 21). En wat doet u er aan? U gaat gewoon door met meer lawaai maken en maakt alles ziek! 10. Windmolens zijn ontsierend voor het landschap. Daarnaast is ook nog eens een aantasting van het landschap. Voor de natuur betekent windmolens alleen maar nadelen.

Vogels botsten soms wel eens tegen een windmolen op met veelal de dood tot gevolg. Ook kan een vogel door de luchtdruk uit de lucht geslagen worden. Vleermuizen vinden de dood door de drukverschillen. Het broedgebied van vogels kan verstoord worden. Daarnaast zorgen windmolens ervoor dat hoge en lagere luchtlagen met elkaar vermengd worden. Dit geeft een ander klimaat in het gebied van de windmolens, met een veranderde natuur als gevolg. 11. Het bouwen van grote windmolenparken kost de maatschappij meer dan het oplevert, ook als je de effecten op milieu en gezondheid meerekent. Een studie naar alle kosten en baten van windenergie, in opdracht van het Ministerie van Economische Zaken, ze stelt de schade van windenergie op zee op ruim 5 miljard euro. Dichter bij de kust bouwen, zoals het kabinet wil, beperkt de schade tot 4,8 miljard. Het Centraal Planbureau onderschrijft de uitkomsten van de kosten-batenanalyse. Het CPB zegt dat de bouw van windmolenparken in het huidige systeem nauwelijks milieuwinst oplevert. Door Europese afspraken blijft de uitstoot van vuile energiecentrales namelijk gelijk, ondanks die extra windmolens. Hoeveel windmolens je hier ook neerzet, het heeft geen effect op de C02uitstoot", volgens het CPB.

Dat komt doordat we in Europa werken met een C02handelssysteem: als je broeikasgassen uitstoot moet je daarvoor rechten kopen, met die rechten mag worden gehandeld. Er is een bepaald aantal rechten daarvoor uitgegeven, dat niet minder wordt als je hier heel veel windmolens neerzet. 12. Windmolens zijn subsidie vreters. Als alle windmolens die nu zijn gepland worden gebouwd, moet er jaarlijks ongeveer een miljard euro aan subsidie naartoe, dit allemaal over de rug van uw inwoners c.q. belastingbetaler en zoals het CPB aangeeft is het resultaat nihil. 13. Inmiddels is er in vele landen meer ervaring opgedaan met de effecten van grote windturbines. Deze wijzen er op dat deze ernstige gezondheidsproblemen bij zowel mens als dier kunnen veroorzaken. Hierbij kan onder meer worden gedacht aan, zowel bij mens als dier, te hoge bloeddruk, duizeligheid, neusbloedingen, oorsuizingen, hoofdpijn, hartproblemen, slapeloosheid, vermoeidheid, misselijkheid en overgeven, depressie en neigingen tot zelfdoding. Het hoeft geen betoog dat zulks in vele gevallen tot stress, agressiviteit, onvruchtbaarheid heeft geleid. Hierdoor worden wij de facto uit ons bedrijf

Pagina 39 van 51

gejaagd, waardoor mijn pand onverkoopbaar achterblijft. Is dit nu ondernemend Oss? Die dit zo hoog is zijn vaandel heeft staan. 14. Wetenschappelijke studies in het buitenland wezen uit dat de negatieve gevolgen op de gezondheid van mensen en dier zich uitstrekken tot twee kilometer ver gezien de geluidshinder en de slagschaduw. De gekozen locatie voldoet absoluut niet aan deze voorwaarden. Vandaar dat de Europese Raad ook adviseert om dergelijk grootschalige projecten op minimaal twee kilometer van de bebouwing te zetten. Dergelijke mastodonten in de nabijheid van bedrijven en woningen plaatsen is onverantwoord als men vooraf al kan inschatten welke negatieve gevolgen dit zal hebben voor de omwonenden. Het belang dat de windturbines dienen is de bijdrage aan een vermindering van het klimaatprobleem. De turbines vormen in dat opzicht echter nog niet eens de spreekwoordelijke druppel op een gloeiende plaat. Er zijn betere methoden om het klimaatprobleem aan te pakken en voor zover dat probleem moet worden opgelost met behulp van windenergie, zijn er veel geschiktere locaties om turbines te plaatsen dan deze locatie. De inbreuk op het landschap en de aanzienlijke milieubezwaren voor de bedrijven en woningen zouden in de belangenafweging veel meer gewicht in de schaal moeten leggen dan de uiterst minimale bijdrage die de turbines leveren aan de oplossing van het klimaatprobleem.

Zonder dat ook maar enige wezenlijke bijdrage aan de oplossing van het klimaatprobleem wordt geleverd, wordt er hier een aanzienlijk nieuw milieuprobleem geschept voor de omwonenden. 15. Er zijn veel gevallen bekend van windturbines die stilgelegd worden vanwege de geluidshinder en de slagschaduw die ze veroorzaken. Gezien de korte afstand tot bebouwing mag men enorm veel klachten verwachten met het stilleggen van de molens als enige optie, met alle financiële gevolgen van dien. Waar de belastingbetaler dan weer voor kan opdraaien. Verzoek u dan ook te uitkijken naar andere locaties waar de windturbines veel minder hinder zullen veroorzaken. 16. Daarnaast horen windturbines van deze omvang niet thuis nabij bebouwing wegens de slagschaduwen die zij veroorzaken en wegens de visuele hinder ervan. Gezien de hoogte van deze windmolens en de rotordiameter zal de schaduw dus tot over de omgeving zichtbaar zijn. Er wordt enkel rekening gehouden met de slagschaduw die mens en dier zullen ondervinden BINNEN. Er wordt met geen woord gerept over de slagschaduw waarvan heel wat dieren in de omgeving en op onze velden van het dierenpension aan hinder zullen ondervinden. Dit geld ook voor mensen die in hun tuin zitten of bezig zijn. 17. Uiteraard geldt het bovenstaande ook voor onze medewerkers, inwoners en medewerkers van bedrijven in de gemeente Oss. 18.

De bouw van dit windpark is strijdig met het vigerende bestemmingsplan, gebruik- en bouwvoorschriften. 19. Verder bevreemd het mij dat u wel wil meewerken aan die afschuwelijke windmolens in een landelijk gebied maar niet aan het uitbreiden van bedrijf omdat het een landelijk gebied is. Hoe krom bent u bezig? Of zijn er financiële belangen in het speel? 20. De windmolens zullen leiden tot geluidsoverlast is zeker, wat blijkt uit de MER rapportage. De nadelige gevolgen van overmatige geluidshinder zijn onevenredig groot in het licht van het maar heel beperkte belang dat gediend is met de oprichting van dit windmolen park. Het gevolg is dat wij ramen, deuren en ventilatieroosters moeten sluiten, met als gevolg een onleefbare pension. 21. Volgens uw voorwaarde moet de windmolens worden voorzien van obstakel- en markeringsverlichting. Naast sluiten van onze ramen, deuren en ventilatierooster moeten

Pagina 40 van 51

wij ook onze daglichtopeningen blinderen om de dieren te beschermen tegen licht invloeden en slagschaduw van buitenaf. Dit is in strijd met wet en regelgeving omtrent huisvesting van dieren. Al met al alleen maar negatieve gevolgen voor de dieren en de daaruit voorvloeiende schade die wij kunnen gaan leiden. Hoe gaat u dit oplossen? Tevens is dit in strijd met het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. U stelt (in uw MER rapportage) toch dat een dier gelijk is aan de mens. 22. Windturbines kunnen gezondheidsproblemen veroorzaken door te worden blootgesteld aan buitensporige geluidsniveaus. Dat staat in Europese richtlijnen van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO). Hiervoor verwijzen wij naar het rapport "environmental noise guidelines fort he european region", Geluidsoverlast kan negatieve gezondheidseffecten hebben, aldus een verklaring van de WHO, onder meer op het hart. Het geluid van windturbines kan, net als andere omgevingsgeluiden, een grote impact hebben op de fysieke en mentale gezondheid. Heeft u dit plan aan deze richtlijnen getoetst? 23. Waarom doet wel onderzoek naar de invloeden op de natuur en dieren in de natuur maar niet (huis)dieren zoals koeien, schapen, paarden, honden, katten ed. Dit is meten met twee maten. 24. Volgens u brief van 10 september jl.

verplicht u ons onze populieren in stand houden om ontheemde roeken, beschermde vogels, te kunnen laten nestelen. Dit op enkele honderden meters afstand van windmolens. Met als gevolg nog meer doden door windmolens. Heb hier dan ook geen woorden voor. Kan alleen maar concluderen ondeskundig bestuur. 25. Wij houden ons het recht voor ten allertijden aanvullende aspecten aan de orde te brengen. 26. Gezien het bovenstaande verzoeken wij uw Raad NIET in te stemmen met dit voorontwerp bestemmingsplan en om niet mee te werken aan het realiseren van dit windpark. Zodat ik mijn bedrijf op een verantwoorde wijze met plezier kunnen blijven voort zetten. Ondernemend Oss toch!!! Hierbij stellen wij u college aansprakelijk alle schade en kosten die hier eventueel uit gaan voortvloeien. Besluit Wij vinden de inspraakreactie ongegrond. Wijzigingen in ontwerpbestemmingsplan Geen. Gevolgen voor het milieueffectrapport Geen. Toelichting van burgemeester en wethouders 1. Inspreker spreekt van een grote negatieve invloed van de windmolens en somt een lijst op met een tiental negatieve effecten. In het MER en de toelichting van het ontwerpbestemmingsplan gaan we uitvoerig in op alle effecten. Kortheidshalve verwijzen we hiernaar.

Voor mogelijke effecten op de bedrijfsvoering van insprekers verwijzen we in het bijzonder naar paragraaf 6.3.11 van het MER ‘Effect Windmolens op dieren, etc.’ In deze paragraaf wordt ook specifiek verwezen naar het bedrijf van inspreker. 2. Wij zijn het niet eens met insprekers en verwijzen naar onze beantwoording van inspraakreactie 3, onder nummers 1, 8, 9 11, 13, 30, 32. Met name de beantwoording van

Pagina 41 van 51

inspraakreactie 3 onder 9 met de bijlage ‘Invloed van het geluid van windturbines op honden in hondenpensions’ (verkennend onderzoek) is van belang voor insprekers. 3. Inspreker meldt dat er veel onderzoeken zijn gedaan naar effecten van geluid op dieren. Wij hebben echter specifiek onderzoek gedaan naar effecten van windmolens en windmolengeluid op dieren. Wij verwijzen nogmaals naar paragraaf 6.3.11 in het MER (‘Effect windmolens op dieren, etc.’) Naar aanleiding van de reactie van inspreker hebben wij onafhankelijk geluidbureau M+P aanvullend nog een verkennend onderzoek laten doen naar de mogelijke invloed van het geluid van windmolens op dieren in pensions, opvangcentra en hondenscholen. Aan een zevental dierenverzorgers, die dieren verzorgen in de buurt van een windmolenpark is gevraagd naar de invloed van het windmolenpark. Hieruit komt naar voren dat de dieren geen afwijkend gedrag vertonen en dat de windmolens geen (merkbare) invloed hebben op de dieren (bijlage 9 bij de toelichting van het ontwerpbestemmingsplan). Voor wat betreft de aan te brengen verlichting op de windmolens is een planregel in het ontwerpbestemmingsplan opgenomen. Deze schrijft voor dat vóór de aanvang van de bouw een verlichtingsvoorstel moet worden uitgewerkt dat is gericht op het zo veel mogelijk beperken van hinder.

Dit voorstel dient voorafgaand aan de realisatie van het windpark ter instemming te worden voorgelegd aan de gemeente (voorwaarde in ontwerpomgevingsvergunning om toe te kunnen zien op de naleving van het bestemmingsplan) en de Inspectie Leefomgeving en Transport (veiligheidstoets). De effecten voor mens en dier worden dus zo veel mogelijk beperkt. 4. Wij verwijzen naar de beantwoording onder 2. Uit praktijkvoorbeelden blijkt dat in vergelijkbare bedrijven als die van inspreker, dieren geen afwijkend gedrag vertonen ten gevolge van windmolens en dat vlakbij geplaatste windmolens geen (merkbare) invloed hebben op de dieren. 5. Inspreker verwijst hier naar een oude regeling voor proefdieren die over de huisvesting van proefdieren gaat. Deze regeling geldt niet meer. Huisvesting van proefdieren is iets anders dan huisvesting van dieren nabij een windmolenpark. Voor windmolens in de nabijheid van dieren gelden geen aparte regels. Voor huisvesting van proefdieren gold tot en met 17 december 2014 het volgende: ‘Sterke geluidsprikkels in het bereik van de hoorbare en ultrasone frequenties dienen te worden vermeden’ (artikel 14, vervallen, van de Regeling huisvesting en verzorging proefdieren).

Bij de toelichting (vervallen) van dit artikel staat: ‘Sterke en plotselinge geluidsprikkels, zowel in het hoorbare als in het ultrasone frequentiegebied, kunnen voor dieren een ernstig storende factor zijn. Waar mogelijk zijn dierenverblijven en experimenteerruimten geïsoleerd, zodat wordt voorkomen dat de dieren aan dergelijke sterke geluidsprikkels worden blootgesteld. Men zij zich bewust van het feit dat aanwezige laboratoriumapparatuur voor dieren hinderlijke geluiden en trillingen kan veroorzaken. Het is raadzaam in de dierverblijven en proefruimten voortdurend enig geluid, bijvoorbeeld zachte muziek, te laten klinken.’ Het enige dat uit de vervallen Regeling kan worden afgeleid en van belang is voor de windmolens in Oss, is dat sterke en plotselinge geluidsprikkels een ernstige storende factor kunnen zijn voor dieren en dus zo veel mogelijk vermeden dienen te worden. De geluidseffecten van de voorgenomen windmolens zijn naar onze mening beperkt voor mens en dier, te meer omdat we lagere geluidsnormen hanteren dan de (milieu)norm uit het Activiteitenbesluit. Dit heeft als gevolg dat het geluid op de gevels op Huijsdaalseweg 1 op 45 dB Lden ligt. De uitkomsten van het verkennend onderzoek van M+P, dat is uitgevoerd bij vergelijkbare bedrijven als dat van inspreker in de buurt van windmolens, bevestigen het beeld dat de effecten van een windpark op dieren beperkt zijn.

Windmolens veroorzaken ook geen plotselinge sterke geluidsprikkels, zoals bedoeld in de vervallen Regeling.

Pagina 42 van 51

6. Wij zijn van mening dat we voldoende rekening houden met de effecten op dieren en verwijzen naar onze beantwoording onder punt 2 t/m 5. Aanvullend wijzen wij er op dat we bij de keuze om te komen tot een voorkeursalternatief (opstelling die is uitgewerkt in het ontwerpbestemmingsplan), ook hebben gekeken naar het aantal ‘slaapverstoorden’ (mensen). 7. Wij hebben ook de geluideffecten op dieren in het natuuronderzoek onderzocht. Op basis van de uitkomsten van dit onderzoek (en andere onderzoeken naar andere hinderaspecten) is de (belangen)afweging gemaakt, om ondanks dat sprake is van effecten op dieren, windmolens te plaatsen. Waar nodig, mitigeren of compenseren we gevolgen. Zo is nabij de Rietgors, onderdeel van Natuurnetwerk Brabant, sprake van een (indirecte) verstoring van vogels als gevolg van geluidsbelasting van de windmolens. Een beperkt gebied krijgt daar te maken met een geluidsbelasting hoger dan 52 dB Lden ten gevolge van de windmolens. Hiervoor geldt een provinciale compensatieopgave, waaraan wij ook voldoen. Wij verwijzen voor meer informatie naar de toelichting bij het ontwerpbestemmingsplan. Conclusie is dat wij in onze afweging rekening houden met dieren en waar toch effecten optreden deze proberen te beperken danwel compenseren. 8. Wij verwijzen naar de beantwoording onder punt 7.

Aanvullend verwijzen we ook naar bijlage 5 bij het MER, waaruit blijkt dat we bij de totstandkoming van de keuze voor een opstelling ook rekening hebben gehouden met de cultuurhistorische aspecten van de eendenkooi. 9. Wij delen de mening van inspreker dat wij niet aan onze zorgplicht zouden doen voor wat betreft het voorkomen van geluidhinder niet. Wij verwijzen naar onze beantwoording van inspraakreactie nr. 3, onder de nummers 1, 8 en 30. 10. Wij verwijzen naar de beantwoording van inspraakreactie nr. 3, onder punt 17 (natuur) en 18 (landschap). 11. De discussie over kosten en baten van windenergie in het algemeen valt buiten het onderzoekskader voor dit bestemmingsplan en het MER. Op basis van de berekeningen in het MER kan worden gesteld dat de CO2 uitstoot na in gebruik name van dit windmolenpark met circa 27 tot 46 duizend ton per jaar zal afnemen. Dit is een behoorlijke milieuwinst die behaald kan worden. Dat de mondiale CO2 uitstoot hierdoor wellicht niet meteen afneemt, is geen reden om niet aan de slag te gaan met de transitie naar duurzame energiebronnen. Naarmate er meer duurzame energieparken worden gebouwd zal ook het aandeel van schone energie toenemen, hetgeen op lange termijn tot een grotere afname van CO2 uitstoot zal leiden. 12. Deze reactie valt buiten het beoordelingskader van dit bestemmingsplan.

Ten overvloede overwegen wij dat de Subsidieregeling Duurzame Energie (SDE+) de zogeheten onrendabele top compenseert van de elektriciteitsproductie van windmolenparken. Hierdoor is ook een windpark in Oss rendabel en kunnen innovaties op gang komen. Zo wordt de huidige generatie windmolens bijvoorbeeld steeds hoger en op grotere hoogte waait het over het algemeen harder, waardoor opbrengsten toenemen. 13. Wij zijn het niet eens met inspreker en verwijzen naar de beantwoording onder punt 2. De gezondheidseffecten zijn afdoende onderzocht en aanvaardbaar bevonden door de GGD. 14. Insprekers stellen in dit onderdeel veel zaken ter discussie: effecten op gezondheid, dieren en landschap, windmolens als oplossing voor het klimaatprobleem (volgens insprekers zijn windmolens niet de oplossing) en de gemaakte belangenafweging. Gelet het algemene

Pagina 43 van 51

karakter van deze reactie verwijzen wij naar de totale onderbouwing in het MER en de toelichting op het bestemmingsplan. Ook verwijzen wij naar de beantwoording van inspraakreactie 3 en de beantwoording van andere onderdelen van deze inspraakreactie. 15. Gelet op de uitkomsten van de uitgevoerde onderzoeken en de regels die we stellen en handhaven verwachten wij, anders dan inspreker niet veel klachten en ook niet dat de molens extra moeten worden stilgezet. 16 en 17. Wij verwijzen naar de beantwoording van inspraakreactie nr. 3 onder nummer 11. 18. Dit klopt. Daarom voeren we nu ook een procedure om het bestemmingsplan te wijzigen. 19. Inspreker noemt twee onvergelijkbare ontwikkelingen. De regels voor bedrijfsuitbreidingen en windmolenparken zijn verschillend. Dit geldt ook voor de belangen die aan de orde zijn en de afweging die op basis hiervan gemaakt moet worden. 20. Wij delen de mening van insprekers dat de ‘nadelige gevolgen van overmatige geluidshinder onevenredig groot zijn’ niet. Uit onze beantwoording van inspraakreactie 3 onder nrs. 1 en 30 blijkt dat we aanvullende geluidregels stellen om een goed woon-en leefklimaat te waarborgen na realisatie van de windmolens. 21. Wij proberen negatieve effecten obstakelverlichting en slagschaduw zo veel mogelijk te voorkomen. We verwijzen naar onze beantwoording onder punt 3 en 16.

Wij zien geen strijd met bestaande regelgeving. 22. Wij verwijzen naar onze beantwoording van inspraakreactie nr. 3, onder nr. 1. 23. Wij zijn het niet eens met inspreker. In paragraaf 6.3.11 van het MER ‘Effect Windmolens op dieren, etc.’ besteden wij wel degelijk aandacht aan andere dieren, dan dieren die in de vrije natuur leven. 24. Wij verplichten u in onze brief van september 2018 tot niets. Het betreft slechts een verzoek van onze kant om bomen te behouden. Bij iedere nieuwe ruimtelijke ontwikkeling wegen we de verschillende belangen tegen elkaar af. In het MER zijn de effecten van de windmolens op vogels, waaronder roeken, uitvoerig onderzocht en aanvaardbaar bevonden. Het toestaan van een windmolenpark betekent niet dat we geen enkele beschermingsmaatregel voor vogels meer mogen nemen of vragen. 25. Tijdens de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan kan inspreker opnieuw reageren. 26. In hetgeen inspreker naar voren heeft gebracht zien wij geen reden om het bestemmingsplan niet verder in procedure te brengen. De aansprakelijkheidsstelling van insprekers is te algemeen en nemen we voor kennisgeving aan. Inspraakreactie 5 Samenvatting inspraakreactie 1. Inleiding Allereerst vinden wij het belangrijk u te laten weten dat wij geen tegenstander zijn van de komst van de windmolens. Net als gemeente Oss vinden wij duurzaamheid een belangrijk

Pagina 44 van 51

item en zien wij in dat er een transitie plaats moet vinden op het gebied van het opwekken van energie. Desondanks hebben wij wel enkele bezwaren op het voorontwerp. Onze bezwaren richten zich in de eerste plaats tegen de wijze waarop in het voorontwerp de slagschaduw die de bij recht toegestane windturbines zullen veroorzaken, is geregeld. In de tweede plaats richten de bezwaren zich tegen het opnemen in het bestemmingsplan van een binnenplanse wijzigingsbevoegdheid voor het oprichten van een windturbine op of direct naast onze percelen/ de percelen die wij in gebruik hebben. Deze bezwaren lichten wij als volgt toe. 2. Slagschaduw Voor slagschaduw geldt dat op grond van artikel 3.12 van de Activiteitenregeling windturbines moeten worden stilgezet zodra gedurende meer dan 17 dagen per jaar meer dan 20 minuten per dag slagschaduw kan optreden. Per jaar mag de slagschaduw dus maximaal 5 uur en 40 minuten bedragen. Hoewel deze wettelijke norm alleen geldt voor gevoelige objecten zoals woningen en niet voor bedrijfsruimtes en-terreinen, zijn de laatstgenoemde objecten vanzelfsprekend niet 'vogelvrij'. In alle gevallen moet het bestemmingsplan immers voldoen aan het wettelijke vereiste van een goede ruimtelijke ordening. Om te kunnen vaststellen of aan die eis wordt voldaan, ligt het voor de hand om ook met een schuin oog te kijken naar de wettelijke norm voor woningen.

Naarmate daarvan meer wordt afgeweken, zal zich ook eerder de conclusie opdringen dat niet langer sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Net zoals bewoners van een woning recht hebben op een goed woon- en leefklimaat, zo hebben immers ook werknemers van een bedrijf recht op een goed werkklimaat. Uit het gedane onderzoek blijkt dat de turbines de wettelijke norm op het punt van slagschaduw in zeer aanzienlijke mate overschrijden. De berekeningen laten zien dat de duur van de slagschaduw ter plaatse van het kantoor van Vissers Ploegmakers maar liefst 143,5 uur bedraagt, verspreid over een aantal maanden en afkomstig van verschillende turbines. Dit is niet een worst case scenario, bijvoorbeeld gebaseerd op elke dag zon, maar een reëel scenario, gebaseerd op een gemiddelde klimaat-, weer- en zonneverwachting (zie het memo van Anteagroup van 23 oktober 2017, blz. 1). In de plantoelichting wordt gesteld dat in deze berekening nog geen rekening is gehouden met de wettelijk voorgeschreven stilstandsregeling die moet worden toegepast om slagschaduw op woningen te voorkomen (zie paragraaf 5.3.2 van de plantoelichting). Maar gezien de ligging van de woningen rond de windturbines (zie figuur 3.2 in de plantoelichting) zullen wij van deze stilstandsregeling niet of nauwelijks profijt hebben.

In paragraaf 5.3.1 wordt onder het opschrift 'Slagschaduw op bedrijven' vermeld dat een ruimere mate van slagschaduw voor bedrijven aanvaardbaar is, o.a. omdat de kantoortijden beperkt zijn en er in het weekeinde geen mensen aanwezig zijn. Bovendien zullen volgens de plantoelichting beeldschermwerkers bij zonneschijn al snel zonwering toepassen en daardoor geen hinder ondervinden van slagschaduw. Gezien deze argumenten zijn wij het met u eens dat het redelijk is om meer slagschaduw op kantoren en bedrijfspercelen toe te staan dan op woningen. Maar het gaat te ver om dit hinderaspect helemaal niet te regelen zoals nu gebeurt. Het resultaat is immers dat wij bijna dertig maal meer slagschaduw ondervinden dan de woningen rond het windpark. Een dergelijke mate van overschrijding is niet langer in overeenstemming met het vereiste van een goede ruimtelijke ordening. Wij verzoeken u daarom een voorwaardelijke verplichting in de planregels op te nemen, inhoudende dat de windturbines alleen in bedrijf mogen zijn, indien en zolang zij niet meer dan dertig uren slagschaduw per jaar veroorzaken. Bij deze norm is nog altijd sprake van een bijna verzesvoudiging van de mate van slagschaduw die bij een woning is toegestaan. 3.

De wijzigingsbevoegdheid Het bestemmingsplan bevat een binnenplanse wijzigingsbevoegdheid voor het te zijner tijd kunnen plaatsen van een windturbine op het bedrijfsperceel van Nieuwe Waterweg Handel en Overslag B.V. of dat van het naastgelegen bedrijf. Zoals bekend is de juridische betekenis van het opnemen van een dergelijke bevoegdheid in een bestemmingsplan dat hiermee komt vast te staan dat een windturbine op de betrokken locatie in beginsel in overeenstemming is met het vereiste van een goede ruimtelijke ordening. Wij menen echter dat windturbines met een maximale tiphoogte van 210 meter op geen enkele aanvaardbare manier zijn in te passen op de betrokken percelen. De bruikbaarheid ervan

Pagina 45 van 51

zal hierdoor aanzienlijk verminderen, niet alleen wegens de in acht te nemen veiligheidscontouren, maar ook wegens de zeer aanzienlijke hinder die de turbine zowel qua slagschaduw als qua geluid zal veroorzaken. De planregels die het gebruik van deze wijzigingsbevoegdheid reguleren, waarborgen onvoldoende dat de hierboven gesignaleerde de risico's zich niet zullen voordoen. Artikel 14.3, onder e, stelt alleen maar de eis dat 'er specifiek aandacht wordt besteed aan een aanvaardbare situatie en/of regeling voor de slagschaduw op kantoren als gevolg van de windturbine, zo nodig met bijpassende regels in het wijzigingsplan'. Deze norm is in strijd met de rechtszekerheid. De norm is dermate vaag geformuleerd dat onduidelijk is in welke gevallen en onder welke omstandigheden uw College de wijzigingsbevoegdheid mag gebruiken. Gelet op de rechtspraak is de wijzigingsbevoegdheid daarom wegens het ontbreken van een objectieve begrenzing onaanvaardbaar (zie bijvoorbeeld Afdeling Bestuursrechtspraak 21 april 2010, ECLl:NL:RVS:2010 :BM 1793, rechtsoverweging 2.7.2). Bovendien blijven met deze norm andere hinderaspecten zoals bijvoorbeeld de buitengewoon grote mate van geluidhinder van de turbine, ongeregeld. Ook de veiligheid van onze medewerkers is zo onvoldoende gewaarborgd.

Weliswaar zijn in artikel 14.3 ook regels opgenomen over de in acht te nemen veiligheidscontouren, maar die zijn alleen relevant voor de (on)mogelijkheid om (beperkt) kwetsbare objecten te plaatsen. Deze normen bieden geen bescherming aan werknemers die onder of op zeer korte afstand van de turbine werken. Het bevreemdt verder dat bij de afweging om de wijzigingsbevoegdheid in het voorontwerp op te nemen, het aspect van waardevermindering van de naastgelegen percelen geen rol heeft gespeeld. De komst van dit windturbinepark met inbegrip van de wijzigingsbevoegdheid was voor ons niet voorzienbaar ten tijde van de aankoop van het perceel aan de Nieuwe Waterweg en het aangaan van de erfpachtovereenkomst. Weliswaar is het aspect van planschade pas aan de orde als de wijzigingsbevoegdheid wordt uitgeoefend, maar het is heel goed denkbaar dat op dat moment sprake zal zijn van een forse schade. Met het oog op een zorgvuldige afweging had daarom een planschaderisicoanalyse niet mogen ontbreken. Overigens is de mogelijkheid van planschade ook een goede reden om de slagschaduw van de windturbines te beperken. 4.

Verzoek Gelet op het voorgaande verzoeken wij u (1) in de planregels alsnog een voorwaardelijke verplichting op te nemen waarmee de slagschaduw afdoende wordt beperkt en (2) de binnenplanse wijzigingsbevoegdheid wegens strijd met het vereiste van een goede ruimtelijke ordening en wegens strijd met de rechtszekerheid te schrappen. Besluit Wij vinden de inspraakreactie gedeeltelijk gegrond. Wijzigingen in ontwerpbestemmingsplan Windturbine 5 vervalt in het ontwerpbestemmingsplan. Gevolgen voor het milieueffectrapport Geen. Toelichting van burgemeester en wethouders 1. Deze inleiding nemen wij voor kennisgeving aan. 2. In de memo van Anteagroup, d.d. 23 oktober 2017, die als bijlage 10 bij het ontwerpbestemmingsplan is bijgevoegd en waarnaar inspreker verwijst, zijn de slagschaduweffecten van het windmolenpark op het bedrijventerrein Elzenburg – De Geer onderzocht. In deze memo is uitgegaan van de voorkeursvariant VKA 2A met 5 rechtstreeks bestemde windmolens, inclusief de zogenoemde bedrijfsmolen, ofwel de WT 5. Uit dit onderzoek blijkt dat de WT 5 de meeste bijdrage levert aan slagschaduw op de omliggende bedrijven. Aangezien de WT 5 komt te vervallen (zie onze reactie onder punt 3), hebben aanvragers van de omgevingsvergunningen nieuwe slagschaduwberekeningen

Pagina 46 van 51

op basis van 4 rechtstreeks bestemde windturbines en zonder WT 5 laten maken. De nieuwe indicatieve berekeningen laten zien dat het kantoorpand van inspreker nog altijd te maken krijgt met 99 uur slagschaduw per jaar. De ontwikkelaars hebben inmiddels aan de gemeente aangegeven bereid te zijn om de slagschaduw op bestaande kantoorruimten te beperken tot maximaal 30 uur op jaarbasis tijdens kantoortijden en werkdagen. Dit leggen zij vóór de vaststelling van het bestemmingsplan vast in een brief met een toezegging aan het bedrijf van inspreker. Hierdoor is er ook bij andere bedrijven naar verwachting geen sprake van meer dan 30 uur slagschaduw per jaar. Met nader onderzoek wordt dit laatste nog gecheckt. Voor de gemeente is deze toezegging een gegeven, op grond waarvan geen aanleiding (meer) bestaat om vanuit een goede ruimtelijke ordening nog nadere eisen voor slagschaduw te stellen voor bedrijven. 3. Het voorontwerpbestemmingsplan bevatte een wijzigingsbevoegdheid voor een windturbine op het perceel dat inspreker in erfpacht heeft van de gemeente (sectie H, nr. 1940). Deze wijzigingsbevoegdheid lag ook gedeeltelijk op het perceel van het buurbedrijf (sectie H, nr. 1821). Nu inspreker aangeeft definitief niet te willen meewerken (in het voortraject stond inspreker nog open voor opname de wijzigingsbevoegdheid), schrappen we de wijzigingsbevoegdheid uit het bestemmingsplan.

De wijzigingsbevoegdheid behouden en het wijzigingsgebied iets verschuiven naar het westen, zodat deze nog enkel is gesitueerd op het andere beoogde/betrokken buurperceel, achten wij niet zinvol, vanwege de gevoerde gesprekken met het buurbedrijf. Dit bedrijf heeft eerder vergelijkbare kanttekeningen geplaatst bij een windturbine op haar perceel. Bovendien is de invloed op het perceel van inspreker dan nog steeds groot. Kortom, in het ontwerpbestemmingsplan nemen wij geen mogelijkheid meer op voor een windmolen op het bedrijventerrein. 4. Opname van een voorwaardelijke verplichting in de regels van het ontwerpbestemmingsplan ter beperking van de slagschaduw, achten wij gelet op punt 2 niet nodig. De wijzigingsbevoegdheid voor de WT 5 wordt in het ontwerpbestemmingsplan geschrapt. Inspraakreactie 6 Samenvatting inspraakreactie 1. Aantasting openheid gebied en -flora en fauna In het komgebied, waarin openheid belangrijk is en waar weidevogelgebieden worden beschermd, is het moeilijk te begrijpen dat een windmolenpark wordt ontwikkeld. Het gebied is - zoals u in uw vigerende structuurvisie aangeeft - voor zowel het landschappelijk aangezicht als weidevogels van groot belang. Naar onze mening verstoort u door de ontwikkeling het karakter van het gebied, zeg maar de openheid die het gebied kenmerkt.

Aangegeven wordt dat het windmolenpark wel andere verstorende effecten op het landschap heeft, maar dat de openheid niet wordt aangetast. Onduidelijk is / niet gemotiveerd wordt waarom deze stellingname wordt gedaan. Daarnaast gaat door het windmolenpark- zoals uzelf aangeeft - per windturbine 3,1 tot 12,6 hectare aan foerageer- en broedgebied verloren. In het slechtste geval betekent dit 75,6 hectare aan foerageer- en broedgebied dat verloren gaat. Onduidelijk is waarom dit met name ook gezien de eerdere visie dat het gebied bescherming moest kennen voor weidevogels - aanvaardbaar is. We zijn benieuwd naar de nog ontbrekende: 1. ontheffing Wet natuurbescherming en 2. het compensatieplan voor overschrijding van de 52 dB Lden-geluidnorm bij het Natuur Netwerk Brabant en 3. de uitwerking van het onderdeel 'kwaliteitsverbetering van het landschap'. Doordat deze elementen nog ontbreken kan door ons geen volledige visie worden gevormd op uw plannen en de haalbaarheid ervan. 2. Beperking in ontwikkelingsmogelijkheden Door de ontwikkeling van het windmolenpark, meer specifiek de uitgewerkte variant, is het niet meer mogelijk op het eigen perceel - door de in acht te nemen afstanden en geluidscumulatie die hierdoor dan optreedt - een windturbine te ontwikkelen. Als de

Pagina 47 van 51

windturbines in het park anders gepositioneerd zouden zijn zou dit wel tot de mogelijkheden kunnen behoren. Het ontwikkelen van een geluidgevoelige functie wordt ook lastig gezien de geluidbelasting door de windturbines op het eigen perceel door het windmolenpark al in de gele cijfers komt. De slagschaduw die door de windturbines op het eigen perceel van toepassing is beperkt gewasontwikkeling en de opwekking van energie in geval van de ontwikkeling van een zonneveld. Het perceel wordt door de ontwikkeling van windturbines ongeschikt als foerageer- en broedgebied voor weidevogels. Onduidelijk is in hoeverre met de keuze voor een windmolenpark in de Hoed - in tegenstelling tot de eerdere plannen (Structuurvisie Oss 2020) die uitgingen van uitbreiding van bedrijventerrein De Geer op deze locatie - ook besloten wordt om af te zien van uitbreiding van bedrijventerrein De Geer oostwaarts. Besluit Wij vinden de inspraakreactie ongegrond. Wijzigingen in ontwerpbestemmingsplan Geen. Gevolgen voor het milieueffectrapport Geen. Toelichting van burgemeester en wethouders 1. Inspreker wijst op het belang van openheid van het gebied en het belang van het gebied voor weidevogels. Wij hebben de landschappelijke effecten van de windmolens zorgvuldig onderzocht en verwijzen naar bijlage 5 bij het MER.

Bosch Slabbers Landschapsarchitecten heeft in dit onderzoek aan de hand van een zevental criteria onderzoek verricht naar de meest wenselijke opstelling van het windmolenpark. Hierbij is ook aandacht besteed aan de cultuurhistorische waarden, waaronder de openheid van het gebied (Beerse Overlaat). Cultuurhistorie is onderdeel van een totaalafweging. Een zeker effect op cultuurhistorische waarden achten wij onontkoombaar, gelet op de afweging van alle aan de orde zijnde belangen. Overigens is er sprake van een tijdelijke bestemming voor maximaal 25 jaar. De windmolens garanderen bovendien dat het gebied de komende jaren verder open blijft. Andere bouwmogelijkheden (denk bijvoorbeeld aan uitbreiding van het bedrijventerrein met nieuwe bedrijven) worden met de windmolens de komende 25 jaar voorkomen. De gemeente streeft er op basis van de Structuurvisie Buitengebied 2015 naar, om op basis van vrijwilligheid, het areaal weidevogelgebied te vergroten, aansluitend bij de verschillende natuurgebieden. Bij het uitgevoerde MER is dan ook nadrukkelijk gekeken naar het belang van weidevogels. Tijdens het voorbereidingstraject kwam naar voren dat andere weidevogelgebieden in Oss van groter belang zijn voor weidevogels dan het onderhavige gebied, dat relatief droog is. Ook hier geldt dat het belang van weidevogels onderdeel is van een bredere, integrale afweging.

Met natuurorganisaties zijn we overigens wel in overleg om te kijken of we het weidevogelgebied in Oss verder kunnen versterken. Het klopt dat sprake is van verlies van foerageergebied. Gekeken is naar de effecten hiervan op Natura 2000-gebied. Het verlies van een relatief klein oppervlakte aan foerageergebied ten opzichte van het totaal beschikbare foerageergebied in het Natura 2000-gebied en in de omgeving ervan, leidt echter niet tot een significant effect op de instandhoudingsdoelen. Inspreker noemt een drietal zaken dat nog ontbreekt in/bij het voorontwerpbestemmingsplan. Deze ontbrekende onderdelen zijn inmiddels gereed. Er is een Wnb-ontheffing en vergunning aangevraagd (wordt meegestuurd aan inspreker). In

Pagina 48 van 51

hoofdstuk 5 van de toelichting van het ontwerpbestemmingsplan is aangegeven hoe compensatie van de geluidseffecten op Natuurnetwerk Brabant gaat plaatsvinden. In hoofdstuk 4 en bijlage 3 van het ontwerpbestemmingsplan is de ‘Kwaliteitsverbetering van het landschap’ verder uitgewerkt. 2. Inspreker heeft tot nu toe geen plannen kenbaar gemaakt om een windmolen te realiseren op zijn perceel. In 2015 zijn wij gestart met een zogenoemd ‘open planproces’ en was er nog slechts sprake van een zoekgebied voor windmolens. Noch in deze fase, noch later heeft inspreker zich volgens onze gegevens gemeld met de vraag of zijn perceel betrokken zou kunnen worden bij de planvorming. Overigens zou dit ook niet kansrijk geweest zijn, gelet op de resultaten van het onderzoek van Antea Group ‘Verkenning planologische ruimte voor windenergie op Osse bedrijventerreinen’ d.d. 3 februari 2016 (bijlage 22 bij de toelichting van het ontwerpbestemmingsplan). Wij verwijzen naar de kaart met milieubelemmeringen op pagina 10 van dit rapport. Of andere geluidgevoelige functies op het perceel van inspreker mogelijk zijn, is iets dat nader onderzocht moet worden, als inspreker met een concreet initiatief komt voor zijn perceel. Voor elke nieuw ruimtelijk initiatief geldt dat er rekening moet worden gehouden met de bestaande situatie op dat moment.

Het is niet aannemelijk dat slagschaduw van de windmolens de gewasontwikkeling of de mogelijkheden voor het opwekken van zonne-energie ter plaatse zal beperken. Wij hebben laten berekenen dat het perceel van inspreker, als alle 6 windturbines die in het ontwerpbestemmingsplan zijn opgenomen, worden gerealiseerd (fase 1 = 4 molens, fase 2, nog onzeker = 6 molens), ongeveer 17 uur aan slagschaduw per jaar ontvangt. Op de eventuele mogelijkheden van zonne-energie opwekken zijn de effecten van slagschaduw dus ook nauwelijks van invloed. In een straal van minimaal 100 en maximaal 200 meter rondom een windmolen wordt het gebied minder aantrekkelijk voor vogels als foerageergebied volgens het MER. Dus de effecten voor foerageermogelijkheden voor vogels op het perceel van inspreker zijn beperkt. Het gebied ten noorden en oosten van het bedrijventerrein Elzenburg-De Geer is in de Structuurvisie Oss 2020 aangeduid als een mogelijk nieuw werkgebied. Concrete besluitvorming over een mogelijke uitbreiding richting het oosten, is op dit moment niet aan de orde. Voorlopig is het gebied aan de noordzijde, dat nu bestemd wordt voor windmolens, niet meer geschikt als bedrijventerrein.

Maar wij hebben ervoor gekozen om de windmolens een voorlopige bestemming te geven voor maximaal 25 jaar, zodat wij in de toekomst een nieuwe afweging kunnen maken ten aanzien van de ontwikkelmogelijkheden van dit gebied. Inspraakreactie 7 Samenvatting inspraakreactie 1. In onze brief van 15 maart 2016 gaven wij al aan dat energieopwekking een industriële activiteit is, die op een industrieterrein thuis hoort. Wij zijn dan ook bijzonder teleurgesteld dat het tegenovergestelde gebeurt. De voorgestelde windmolens komen in het buitengebied en de industrie weigert op kansrijke plekken windmolens toe te laten. Tijdens de excursie van de klankbordgroep naar Oosterhout zagen wij dat, als bedrijven hun verantwoordelijkheid nemen, plaatsing heel goed mogelijk is. 2. In de huidige plannen houdt de gemeente Oss vast aan plaatsing van de windmolens in het buitengebied. Dit lijkt nu een voldongen feit. Daarom willen wij nu nader ingaan op de negatieve effecten van de plaatsing en de voorstellen ter compensatie. De Hoed was jarenlang een belangrijk weidevogelgebied, merkwaardig dat daar in het bestemmingsplan niets meer over vermeld staat. Door verdroging is die betekenis afgenomen, maar nog steeds broeden er kieviten en soms zelfs een wulp. Voor beide soorten zal compensatie plaats dienen te vinden.

Het IVN wil er voor pleiten om ter compensatie een plas-dras gebied aan te leggen, ver genoeg verwijderd van de

Pagina 49 van 51

windmolens. Onze voorkeur gaat daarbij uit naar het gebied de Stijbeemden, waar nog steeds veel weidevogels broeden, inclusief grutto's. Met plas-dras gebieden zijn zeer goede resultaten behaald op andere plaatsen in de gemeente Oss. In het stuk "overzicht vragen, zorgen en oplossingen klankbordgroep windenergie bijeenkomst 27-11-2015" wordt ingegaan op onze vragen m.b.t, weidevogels: "Wordt er bij het onderzoek naar flora en fauna uitgegaan van de huidige waarde van het gebied of ook van de potentiële waarde?". Antwoord: Gebruikelijk is om uit te gaan van de bestaande waarde van een gebied voor flora en fauna. Maar misschien is het ook verstandig om verder te kijken. Want als compensatie nodig is, kan een potentiële waarde ook heel belangrijk zijn. Ofwel op deze locatie zelf ofwel op andere plekken in de omgeving. In ieder geval is dit een aandachtspunt in het onderzoek naar flora en fauna." Het lijkt erop alsof compensatie nu niet meer van belang is, terwijl er aanvankelijk zelfs suggesties zijn gedaan voor een oplossing waar het IVN zich In zou kunnen vinden. Een verdere verschuiving naar fase 2 is voor het IVN niet acceptabel. 3. In het MER staat dat het betreffende gebied geen leefgebied is voor de slechtvalk. Bijzonder merkwaardig dat de opstellers dat zo vermelden. Dat geeft aan dat de diepgang van de MER ernstig te wensen overlaat.

Op het nabijgelegen Industrieterrein Elzenburg broedt al enkele jaren een paartje. De mogelijk negatieve effecten van de plaatsing van windmolens zullen dus alsnog in kaart moeten worden gebracht. 4. In het gepresenteerde compensatieplan worden een aantal voorstellen gedaan om de negatieve effecten te verzachten. Wij willen daar enkele kanttekeningen bij maken, die van groot belang zijn bij de uiteindelijke afweging over de windmolens: a. Maskering dient zo dicht mogelijk bij de huizen plaats te vinden, dat is ook het meest effectief. b. Bij aanplant dient alleen inlands materiaal gebruikt te worden, dus geen populieren bijvoorbeeld. c. Aanplant van struiken, en dan vooral besdragende struiken, heeft onze grote voorkeur. d. In de open polders geen hoog opgaande bomen planten. e. Eendenkooi beplanten. Een eendenkooi kan nooit goed functioneren met hoge bomen erlangs. Daar horen struiken omheen te staan. f. Hertogswetering beplanten. Terwijl er foto's bijgevoegd zijn met veel openheid en een enkele inlandse struik, wil men juist meer beplanting. De vogelwerkgroep van het IVN heeft al meer dan 30 jaar tellingen uitgevoerd bij de Hertogswetering. s ‘Winters is de Hertogswetering een belangrijke rustplaats voor watervogels. Merkwaardig dat in het compensatieplan daar volstrekt geen aandacht aan is besteed.

Waarom zijn deze gegevens niet gebruikt? Deze functie van de Hertogswetering kan alleen blijven voortbestaan als de openheid (met af en toe enkele struiken) in stand blijft. g. In de mondelinge toelichting op het plan werd de mogelijkheid van een struinpad langs de Hertogswetering geopperd. Daarbij bleek dat men niet op de hoogte is van het effect van verstoring. Niet de honderdste wandelaar is het probleem, maar de eerste. Tijdens de tellingen kunnen wij, op nu opengestelde gedeeltes, aan de kleine aantallen zien of er al een wandelaar voor de tellers is geweest. Als dat enkele keren gebeurd zullen de vogels de Hertogswetering niet langer als veilig beschouwen. Besluit Wij vinden de inspraakreactie deels ongegrond en wij nemen deze deels voor kennisgeving aan. Wijzigingen in ontwerpbestemmingsplan Geen. Gevolgen voor het milieueffectrapport Geen. Toelichting van burgemeester en wethouders 1.

Pagina 50 van 51

Antea Group heeft op ons verzoek onderzoek gedaan naar locaties voor windmolens op en nabij de grote bedrijventerreinen in Oss (rapport: ‘Windenergie op bedrijventerreinen/ Verkenning planologische ruimte voor windenergie op Osse bedrijventerreinen’ d.d. 3 februari 2016). Hieruit bleek dat (enkel) op Elzenburg-De Geer enkele kansrijke locaties aanwezig waren voor windenergie. Maar bij nadere verkenning bleek dat grondeigenaren niet wilden meewerken. Voor zover er wel een kans was dat bedrijven zouden meewerken, is hier bij het opstellen van het MER en het bestemmingsplan rekening mee gehouden. In het voorontwerpbestemmingsplan was uiteindelijk nog één windmolen op het bedrijventerrein zelf opgenomen. Deze is in het ontwerpbestemmingsplan vervallen, omdat wij ook hier geen medewerking van de betrokken bedrijven kunnen verkrijgen. 2. Wij hebben, anders dan inspreker stelt, wel degelijk aandacht besteed aan weidevogels in het MER en het voorontwerpbestemmingsplan. Inspreker stelt dat er sprake is van een compensatieplicht. Naar onze mening is geen sprake van een wettelijke compensatieplicht. Wij hebben een uitvoerig natuuronderzoek uitgevoerd. Hieruit vloeit geen compensatieplicht voort voor weidevogels.

Wel hebben we, in de klankbordgroep windenergie, waarvan inspreker deel uitmaakt, gesproken over eventuele mogelijkheden om het weidevogelgebied te versterken in het kader van de regeling ‘Kwaliteitsverbetering van het landschap’ uit de provinciale Verordening Ruimte. Uiteindelijk is er voor gekozen om het geld dat beschikbaar komt ter voldoening aan deze regeling, te investeren in andere, meer landschappelijke maatregelen (zie bijlage 3 bij het ontwerpbestemmingsplan: Inrichtingsplan kwaliteitsverbetering landschaps). Los hiervan overleggen we met inspreker, dus zonder dat sprake is van een wettelijke compensatieplicht, toch nog over mogelijkheden om het weidevogelgebied te versterken en over eventuele beschikbaarstelling van middelen hiervoor door de gemeente. De gemeente streeft er naar om ‘op basis van vrijwilligheid het areaal weidevogelgebied te vergroten, aansluitend bij de verschillende natuurgebieden’ (Structuurvisie Buitengebied 2015). We willen de uitkomst van het overleg met inspreker afwachten. Voor te stellen maatregelen moeten effectief en haalbaar zijn. Dat inspreker het doorschuiven van compensatiemaatregelen naar fase 2 (ontwikkeling energiepark) niet acceptabel acht, nemen wij voor kennisgeving aan. 3. De stelling van inspreker is onjuist. Wij zijn in het MER wel degelijk zorgvuldig ingegaan op de slechtvalk.

Naar aanleiding van vragen van inspreker in de klankbordgroep is nog een aanvullend memo opgesteld door Antea Group, dat nog wat dieper ingaat op mogelijke effecten van windmolens op de slechtvalk (bijlage 23 bij de toelichting van het ontwerpbestemmingsplan). De conclusie is dat de effecten op slechtvalken beperkt zijn en niet in de weg hoeven te staan aan de realisatie van windmolens. 4. Wij nemen de reactie op en de kanttekeningen bij het ‘Inrichtingsplan kwaliteitsverbeterng landschap’ (bijlage 3 bij de toelichting van het ontwerpbestemmingsplan) voor kennisgeving aan. Dit plan is opgesteld ter uitvoering van de regeling ‘Kwaliteitsverbetering van het landschap’ uit de provinciale Verordening Ruimte. Dit Inrichtingsplan was nog niet klaar ten tijde van het opstellen van de inspraakreactie. Inspreker was bij de voorbereiding betrokken als lid van de klankbordgroep windenergie. Inmiddels is duidelijke voor welke concrete maatregelen uit dit plan wordt gekozen ter bevordering van de kwaliteitsverbetering van het landschap. Op veel punten voldoet het plan aan de uitgangspunten die inspreker noemt. Inspreker kan de versie van het Inrichtingsplan die nu bij het ontwerpbestemmingsplan is gevoegd beoordelen en hierop eventueel opnieuw reageren bij de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan.

Verder merken wij op dat wij alle in het voortraject door inspreker overgelegde gegevens hebben gebruikt bij de voorbereiding van het MER en het opstellen van het bestemmingsplan. Zie hiervoor ook enkele bronvermeldingen in het MER.

Pagina 51 van 51

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Oss&id=f35d1849-672f-4ae6-ad1d-ce5ec06112fb