CConstaterende datOss
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlagen bij toelichting Bijlage 21 Nota van inspraak en vooroverleg.PDF

Gemeenteraad 16 december 2021, gemeente OssBij agendapunt: A Bestemmingsplan Windmolenpark Elzenburg-De Geer 2021 (Deel 1 & 2 samen)27.033 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

BIJLAGE 21

Nota van inspraak en vooroverleg voorontwerpbestemmingsplan ‘Windmolenpark ElzenburgDe Geer’ I. INLEIDING Deze nota bevat de volgende onderdelen: • een beschrijving van de gevolgde procedure • een samenvatting van de ‘vooroverlegreacties’ en inspraakreacties op het voorontwerpbestemmingsplan • ons besluit over de vooroverleg- en inspraakreacties • een beschrijving van de gevolgen van ons besluit voor de inhoud van het ontwerpbestemmingsplan • een toelichting op ons besluit Deze nota hoort bij het ontwerpbestemmingsplan als onderdeel van de toelichting. Volgens de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) mogen wij naw-gegevens (naam, adres en woonplaats) en enkele andere persoonsgegevens niet aanbieden. Een uitzondering geldt voor gegevens van • ondernemingen die behoren tot een rechtspersoon (zoals een B.V. of een v.o.f.) • personen die beroepsmatig betrokken zijn bij de procedure, bijvoorbeeld advocaten en gemachtigden Als het voor de uitoefening van een publieke taak moet, mogen wij persoonsgegevens wel digitaal aanbieden. Wij bieden deze nota digitaal aan. Daarom noemen wij geen namen van natuurlijke personen in de reacties. II. INSPRAAK- EN VOOROVERLEGPROCEDURE Iedereen kon het voorontwerpbestemmingsplan van 13 september 2018 tot en met 24 oktober 2018 in het gemeentehuis bekijken. Ook stond het voorontwerpbestemmingsplan in deze periode op het internet.

Dit hebben wij bekendgemaakt in Oss Actueel van 12 september 2018 en op www.oss.nl. Van 13 september 2018 tot en met 24 oktober 2018 konden ‘ingezetenen’ van de gemeente Oss (degenen die in Oss wonen of gevestigd zijn) en degenen die een belang hebben bij het voorontwerpbestemmingsplan schriftelijk en mondeling reageren op het voorontwerpbestemmingsplan. Deze procedure ligt vast in de gemeentelijke Inspraakverordening. De gemeente heeft 7 inspraakreacties ontvangen. Verder hebben wij het voorontwerpbestemmingsplan voor overleg aangeboden aan de volgende instanties: • Rijkswaterstaat, directie Noord-Brabant • Provincie Noord-Brabant, directie Ruimtelijke Ontwikkeling en Handhaving • Waterschap Aa en Maas • Dienst Vastgoed Defensie Direct Zuid • Ministerie EL&I • Rijkswaterstaat • Prorail • NS • Gasunie • Tennet • Enexis • GGD • Gemeente Maasdriel • Gemeente Landerd • Gemeente Bernheze • Gemeente Grave • Gemeente West Maas en Waal • Gemeente Wijchen • Gemeente ’s-Hertogenbosch

Pagina 1 van 51

• • • • • • • • • •

Brandweer Brabant Noord, team Risicobeheersing Inspectie Leefomgeving en Transport Luchtverkeersleiding Nederland Brabant Water GGD Natuurmonumenten Dorpsraad Berghem Dorpsraad Megen Haren Macharen Wijkraad Schadewijk Agentschap Telecom

Artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening schrijft dit voor. Wij hebben het voorontwerpbestemmingsplan ook voor overleg aangeboden aan de volgende instanties: • IVN Oss • Stichting Landschapsbeheer • ZLTO, afdeling Oss-Den Bosch • Osse Industriële Kring (OIK) • Ondernemersoverleg Oss • Toekomst in Bedrijven Oss (TIBO) • VNO-NCW Brabant Zeeland • Energiecoöperatie Oss (ECO) • Energie Service Collectief Oss (ESCOSS) • Bewonersplatform Berghem-Megen Haren Macharen • Tele2 • Vodafone We hebben 6 vooroverlegreacties ontvangen. Op 1 en 3 oktober 2018 heeft de gemeente inloopbijeenkomsten gehouden over het voorontwerpbestemmingsplan. Iedereen kon daar informatie over het voorontwerpbestemmingsplan krijgen. Het was niet mogelijk om op de bijeenkomsten een inspraakreactie in te dienen. III. REACTIES Wij vinden de inspraakreacties ontvankelijk. ‘Ontvankelijk’ betekent dat de indieners aan alle eisen hebben voldaan om een inspraakreactie in te dienen. Op inspraakreacties die niet ontvankelijk zijn, hoeven wij niet inhoudelijk in te gaan. Hieronder vatten wij alle ontvankelijke reacties samen. Daarna volgen ons besluit en een toelichting daarop. Het kan zijn dat wij een deel van een reactie niet of niet helemaal beschrijven. Dan hebben wij bij de beoordeling toch rekening gehouden met dat deel.

Als wij vinden dat de indiener van een (ontvankelijke) reactie gelijk heeft, verklaren wij de reactie gegrond. Als wij vinden dat de indiener geen gelijk heeft, verklaren wij de reactie ongegrond. Wij kunnen een reactie ook gedeeltelijk gegrond en gedeeltelijk ongegrond verklaren. Burgemeester en wethouders van Oss

Pagina 2 van 51

IV. OVERLEGREACTIES Overlegreactie 1: Gemeente Maasdriel Samenvatting overlegreactie Het plan geeft de gemeente Maasdriel vanwege de afstand geen reden tot het geven van een vooroverlegreactie. Besluit Wij nemen de overlegreactie voor kennisgeving aan. Wijzigingen in het ontwerpbestemmingsplan Geen. Gevolgen voor het milieueffectrapport Geen. Overlegreactie 2: Waterschap Aa en Maas Samenvatting overlegreactie Het Waterschap signaleert verschillende waterbelangen die van belang zijn. Deze betreffende belangen ziet het Waterschap graag verwerkt terug in het ontwerp bestemmingsplan. Onderstaand zijn de verschillende waterbelangen, per onderdeel nader toegelicht. 1. Schouw-, en A-watergangen In onderstaande afbeelding is de verbeelding van het bestemmingsplan Windmolenpark Elzenburg-De Geer weergegeven. Daarin zijn verschillende watergangen uitgelicht in groen (schouwwatergangen) en rood (A-watergangen) weergegeven. Deze watergangen ziet het Waterschap graag bij het ontwerp bestemmingsplan terugkomen in de verbeelding bestemd als Water.

2. Hydrologisch Neutraal Ontwikkelen In de ruimtelijke onderbouwing wordt er gesproken over een toename van verhard

Pagina 3 van 51

oppervlak. Namelijk: ‘De realisatie van de windturbines vraagt per turbine om circa 3.5004.100 m2 verhard oppervlak (bestaande uit fundering, opstelplaatsen én onderhoudswegen).’ Hiervoor is vanuit de Keur een compensatie-eis gesteld van 60 mm per vierkante meter aan toename van verhard oppervlak bij meer dan 2000 m2. Graag ook opnemen hoe de waterberging wordt gerealiseerd. 3. Per windturbine worden o.a. onderhoudswegen aangelegd. Zijn deze ook meegenomen in de verbeelding? De kans is namelijk groot dat deze wegen een van de watergangen doorkruisen. 4. Reservering waterberging Verder is in het betreffende plangebied, zoals ook wordt aangegeven in de ruimtelijke onderbouwing een reserveringsgebied waterberging gelegen. Deze is aan de Hertogswetering, zoals ook in de ruimtelijke onderbouwing weergegeven als een waterbergingsgebied. Graag deze in de verbeelding dubbel bestemmen als; ‘ Waarde – Ecologie ‘. Provinciale verordening ruimte 5. Verbindingszone Aan weerszijden van de Hertogswetering is een afstand van minimaal 25 meter, gemeten vanaf de insteek de bestemming EVZ. Deze dient door middel van in de verbeelding te worden aangeduid door een dubbelbestemming ‘Waarde – Ecologie’. 6. Het reserveringsgebied waterberging en de Ecologische Verbindingszone zijn geregeld in de provinciale verordening ruimte. Deze onderwerpen zijn in onderstaande verbeelding weergegeven.

De paarse lijn impliceert de EVZ en het blauwe vlak geeft het reserveringsgebied waterberging weer.

Besluit Wij vinden de overlegreactie gedeeltelijk gegrond en gedeeltelijk ongegrond.

Pagina 4 van 51

Wijzigingen in het ontwerpbestemmingsplan - Wij nemen voor de door het Waterschap aangegeven A-watergangen een bestemming ‘Water’ op. - Wij nemen een dubbelbestemming ‘Waarde – Reserveringsgebied Waterberging’ op voor het gebied dat in de Verordening ruimte de aanduiding ‘Reservering waterberging’ heeft en regelen in de planregels, bij deze dubbelbestemming, dat geen onomkeerbare ontwikkelingen plaatsvinden, die de (toekomstige) functie van waterberging kunnen belemmeren. - We nemen voor de zijde van de Hertogswetering die binnen het plangebied valt, een gebiedsaanduiding; ‘Overige zone- Groenblauwe Mantel’ op, conform de begrenzing van de Structuur ‘Groen-Blauwe Mantel’ uit de Verordening Ruimte. - Voor de ingerichte Ecologische Verbindingszone (EVZ) nemen wij een bestemming ‘Natuur’ op. Voor de nog niet ingerichte EVZ nemen wij de bestemming ‘Agrarisch met waarden- Landschap en Natuur’ op. Gevolgen voor het milieueffectrapport Geen. Toelichting van burgemeester en wethouders 1. Wij nemen voor de aangegeven A-watergangen een bestemming ‘Water’ op. Dit conform de systematiek van het aangrenzende ontwerpbestemmingsplan Buitegenbied Oss-2019’ 2. Er is geen waterberging ter compensatie van verhard oppervlak nodig. We hebben dit nader afgestemd met het Waterschap naar aanleiding van de vooroverlegreactie.

De opstelplaats en de toegangsweg wateren af naar de bermen (en niet via kolken of goten die zijn aangesloten op een HWA-systeem. Waar nodig, leggen we zakgreppels aan, aan die zijden waar de verharding naar afwatert. Het Waterschap is akkoord met deze werkwijze. 3. De zones waarbinnen onderhoudwegen kunnen worden aangelegd zijn opgenomen op de verbeelding van het ontwerpbestemmingsplan. De concrete toegangswegen (onderhoudswegen) zijn opgenomen op de inrichtingstekening, die hoort bij de aanvraag omgevingsvergunning. Op deze tekening zijn duikers opgenomen onder de toegangswegen naar de opstelplaatsen bij de windmolens. Eén duiker ligt in een A-watergang, de andere duikers liggen in C-watergangen. Het Waterschap heeft aangegeven dat de beoogde duiker bij windturbine 1 in de A-watergang vergunningplichtig is. De overige duikers in de Cwatergangen zijn volgens het Waterschap vrijgesteld van de watervergunningplicht. 4. Wij nemen een dubbelbestemming ‘Waarde – Reserveringsgebied Waterberging’ op voor het gebied dat in de Verordening ruimte de aanduiding ‘Reservering waterberging’ heeft. Uit nader overleg met het Waterschap is gebleken dat het gebied ook na de bouw van de windmolens nog geschikt is voor waterberging.

Het Waterschap vraagt om in de planregels te regelen dat geen onomkeerbare ontwikkelingen plaatsvinden, die de (toekomstige) functie van waterberging kunnen belemmeren. Dit hebben we in de planregels bij de dubbelbestemming ‘Waarde – Reserveringsgebied waterberging’ geregeld. 5. We nemen voor de zijde van de Hertogswetering die binnen het plangebied valt, een gebiedsaanduiding; ‘Overige zone- Groenblauwe Mantel’ op. Dit sluit aan op de wijze van bestemmen in het ontwerpbestemmingsplan ‘Buitengebied Oss-2019’. De ingerichte EVZ zelf behelst een strook ter breedte van ongeveer 50 meter. Dit voldoet aan de eisen uit de Verordening Ruimte. De ingerichte EVZ heeft de bestemming ‘Natuur’ gekregen, voor zover deze binnen het plangebied valt. 6. Voor de beantwoording van dit onderdeel verwijzen wij naar de beantwoording onder punt 4, voor zover het gaat om de ‘Reservering waterberging’. Voor de ingerichte Ecologische Verbindingszone (EVZ) nemen wij een bestemming ‘Natuur’ op. Zie onder punt 5. Voor de

Pagina 5 van 51

nog niet ingerichte EVZ nemen wij de bestemming ‘Agrarisch met waarden- Landschap en Natuur’ op. Deze bestemming zorgt dat bestaand agrarisch gebruik mogelijk blijft en tegelijk de natuurwaarden voldoende worden beschermd. Deze wijze van bestemmen sluit aan op de wijze van bestemmen in het ontwerpbestemmingsplan ‘Buitengebied Oss-2019’. Overlegreactie 3: Brandweer Brabant Noord Team Risicobeheersing Samenvatting overlegreactie 1. De vooroverlegreactie is een aanvulling op een eerdere reactie op het conceptvoorontwerpplan van 27 juni 2018. 2. In deze eerdere reactie zegt de brandweer dat paragraaf § 5.4 over Veiligheid tot dusver geen aanleiding tot het maken van op- of aanmerkingen geeft. 3. Het plan gaat in op de invloed van de windturbines op de verspreiding van schadelijke of toxische stoffen t.g.v. een calamiteit. De brandweer acht een voorziening om een windturbine stil te zetten indien een wolk binnen het invloedsgebied van de windturbine komt niet noodzakelijk. De kans op een brand of emissie van een schadelijke of toxische stof is erg klein. De windrichting en de afstand tot de windturbine bepaalt of een wolk binnen het invloedsgebied van een windturbine komt. Als dat gebeurt is niet voorspelbaar wat de mogelijke effecten hiervan zijn. Zoals in het plan al terecht opgemerkt is zijn verschillende factoren hierop van invloed.

Tenslotte blijven de gevolgen van een emissie, lees het risico op ernstig letsel beperkt indien mensen de wolk ontwijken en binnen blijven. Deze instructies kunnen snel via social media verstuurd worden. 4. Bijlage 4 en 5 bij het voorontwerpbestemmingsplan, die eerder nog niet bij het concept zaten, heeft de brandweer in haar reactie van 4 oktober 2018 beoordeeld. Hieruit blijkt dat aan de geldende veiligheidsafstanden en geldende veiligheidsnormeringen wordt voldaan. De risico’s worden in voldoende mate beheerst. 5. Uit onderzoeken blijkt dat het risico op een ongewenst voorval erg klein is. Omdat een incident niet uit te sluiten is brengt de brandweer voor de volledigheid ook de mogelijkheden in het kader van de incidentbestrijding in beeld. De bestrijdingsmogelijkheden bij brand en hulpverlening zijn als gevolg van de hoogte van de windmolens erg beperkt. Om personen uit de gondel te kunnen redden moet de brandweer externe hulp van de buurregio inroepen. Deze regio beschikt over een team gespecialiseerd voor redding op grote hoogte. Dit betekent een vertraging in de redtijd. Dit geldt in algemeenheid voor windmolenparken in heel het land. De brandweer beschikt in 4 regio’s over hoogtereddingsteams. Deze teams opereren landelijk. Bij brand zal het optreden van de brandweer zich beperken tot het ontruimen van de omgeving.

De gondel zal uitbranden en kan, indien aan de orde geblust worden nadat de gondel naar beneden is gevallen. Er bestaat geen noodzaak voor een bluswatervoorziening in het plangebied. Besluit Wij nemen de overlegreactie voor kennisgeving aan. Wijzigingen in het ontwerpbestemmingsplan Geen. Gevolgen voor het milieueffectrapport Geen. Toelichting van burgemeester en wethouders Geen.

Pagina 6 van 51

Overlegreactie 4: Dorpsraad Berghem Samenvatting overlegreactie De dorpsraad kijkt op dit moment naar het proces. Tot nu toe loopt het proces naar behoren: informatie-inspraak-reageren. De dorpsraad spreekt de wens uit dat dit tot het einde van het traject - het definitieve bestemmingsplan - zo zal blijven. Besluit Wij nemen de overlegreactie voor kennisgeving aan. Wijzigingen in het ontwerpbestemmingsplan Geen. Gevolgen voor het milieueffectrapport Geen. Toelichting van burgemeester en wethouders We spannen ons in om het proces op zorgvuldige wijze voort te zetten. Overlegreactie 5: Provincie Noord-Brabant Samenvatting overlegreactie 1. Het provinciaal beleid is vastgelegd in de Structuurvisie ruimtelijke Ordening. De provinciale ruimtelijke belangen zijn vertaald in de provinciale Verordening Ruimte NoordBrabant zoals deze luidt per 15 juli 2017. De provincie baseert haar reactie op deze documenten. 2. Artikel 7.19 is van toepassing voor de ruimtelijke onderbouwing van deze locatie. Deze wordt in de toelichting van het bestemmingsplan nog niet genoemd. Wel wordt verwezen naar de artikelen 6.18 en 7.10 van de Verordening. De provincie dringt er op aan om de juiste artikelen uit de Verordening en een korte onderbouwing op te nemen in de toelichting waarom aan de specifieke voorwaarden is voldaan (7.19 lid 1 en 4 Verordening). 3.

Eén van de turbines staat in het Cultuurhistorisch vlak (artikel 22 Verordening). Van drie turbines draaien de wieken in het Cultuurhistorisch vlak. In artikel 22 Verordening is opgenomen dat een bestemming binnen dit vlak mede gericht dient te zijn op het behoud, versterking en duurzame ontwikkeling van cultuurhistorische waarden. Er is echter niet aangegeven hoe met de erfgoedwaarden is omgesprongen. 4. Een kenmerkend geheel van het cultuurhistorisch vlak in de Beerse Overlaat is het open karakter. De turbines worden deels op het, of bij het bedrijventerrein gesitueerd en deels in het open landschap en in het cultuurhistorisch vlak de Beerse Overlaat. De ruimtelijke gevolgen hiervan zijn dat het bedrijventerrein visueel groter wordt gemaakt. Aan de noordzijde van het bedrijventerrein worden turbines geplaatst die in het landelijke gebied liggen en verder het cultuurhistorisch waardevolle vlak in lopen. Dit heeft als effect dat het bedrijventerrein visueel een claim legt op het buitengebied. Dit kan beschouwd worden als een mogelijke aantasting van de cultuurhistorische waarden op deze locatie. De provincie dringt erop aan om de keuze hiervoor nader in het ontwerpbestemmingplan te onderbouwen. 5. Er wordt in het plan vanuit gegaan dat geen sprake is van fysieke aantasting in het Natuur Netwerk Brabant.

Wij vragen ons af in hoeverre dat ook van toepassing is voor de windmolens waarvoor een wijzigingsbevoegdheid is opgenomen. De provincie verzoekt dit in het ontwerpbestemmingsplan inzichtelijk te maken.

Pagina 7 van 51

6. Daarnaast dringt de provincie er op aan inzichtelijk te maken of sprake is van overslag op de wieken op Natuur Netwerk Brabant/EVZ. 7. Een deel van de LDen 52/dB42-contour ligt over het Natuur Netwerk Brabant. Van dit deel zal 1/3 van de oppervlakte moeten worden gecompenseerd. In de toelichting staat dat de oppervlakte nog bepaald moet worden aan de hand van de definitieve locatie van de turbine(s). In het ontwerpplan moet duidelijkheid worden gegeven over de compensatieopgave; hoe deze wordt vormgegeven (fysiek, financieel en waar/hoe) en een borging daarvan. 8. Onderhavig plan maakt 4 windmolens mogelijk in het buitengebied van Oss. Tegenover elke ruimtelijke ontwikkeling in het landschap dient een kwaliteitsverbetering van het landschap te staan. Dit geldt dus ook voor het plaatsen van windturbines. In onderhavig plan ontbreekt het hoofdstuk kwaliteitsverbetering van het landschap. De provincie dringt er op aan dit onderdeel nader aan te vullen in het ontwerpbestemmingsplan. 9. Plaatsing van windturbines in een reserveringsgebied voor waterberging is mogelijk, maar dan zal in de toelichting moeten worden aangegeven hoeveel m3 voor waterberging verloren gaat door plaatsing van een windturbine ten opzichte van de totale waterberging. Het Waterschap kan daarbij nader adviseren of, en hoeveel er gecompenseerd moet worden als gevolg van het verlies aan waterberging. 10.

De provincie verzoekt om de onderdelen van het bestemmingsplan die nog niet in overeenstemming zijn met de Verordening aan te passen en daarbij rekening te houden met de bovengenoemde standpunten. Besluit Wij vinden de overlegreactie gedeeltelijk gegrond en gedeeltelijk ongegrond. Wijzigingen in het ontwerpbestemmingsplan - We lichten uitgebreider toe dat het bestemmingsplan voldoet aan de artikelen 6.18 en 7.19 van de Verordening. - We lichten het aspect cultuurhistorie uitgebreider toe in de toelichting van het ontwerpbestemmingsplan. - In de toelichting van het ontwerpbestemmingsplan lichten we uitgebreider toe hoe we voldoen aan de compensatieopgave voor geluid in verband met Natuurnetwerk Brabant. - We vullen paragraaf 4.4. van de toelichting verder aan met de uitwerking van de plannen voor ‘Kwaliteitsverbetering van het landschap’. We beschrijven ook hoe borging hiervan plaatsvindt. - Wij nemen een dubbelbestemming ‘Waarde-Reservering Waterberging’ op voor het gebied dat in de Verordening ruimte de aanduiding ‘Reservering waterberging’ heeft en regelen in de planregels, bij deze dubbelbestemming, dat geen onomkeerbare ontwikkelingen plaatsvinden, die de (toekomstige) functie van waterberging kunnen belemmeren. Gevolgen voor het milieueffectrapport Geen. Toelichting van burgemeester en wethouders 1. Dit nemen wij voor kennisgeving aan. 2.

Het is juist dat niet alle artikelen uit de Verordening Ruimte (correct) zijn aangehaald. Eén windmolen (nr. 5) was beoogd in ‘Bestaand stedelijk gebied’(artikel 4.9 Verordening

Pagina 8 van 51

Ruimte). Hier ging de toelichting van het voorontwerpplan niet expliciet op in. Deze windmolen vervalt echter in het ontwerpbestemmingsplan. Daarom bevat ook het ontwerpplan geen nadere toelichting met het oog op dit artikel. De verwijzing naar artikel 7.10 uit het voorontwerp is een verschrijving. Hier is artikel 7.19 bedoeld dat specifiek ingaat op de mogelijkheid van windmolens in Gemengd Landelijk. De Verordening beschrijft in de artikelen 6.18 (voor Groenblauwe Mantel) en 7.19 (voor gemengd Landelijk gebied) de mogelijkheid van nieuwvestiging voor windturbines met bijbehorende randvoorwaarden. In de toelichting van het ontwerpplan is nu uitgebreider beschreven dat aan deze randvoorwaarden wordt voldaan. Zoals gevraagd is nu bijvoorbeeld expliciet verwezen naar (de toelichting bij) artikel 6.18 lid 4 van de Verordening. Artikel 6.18 lid 4 bevat de verplichting om met een tijdelijke omgevingsvergunning te werken en hiermee de tijdelijkheid te borgen en te voorkomen dat op termijn planologische rechten ontstaan. Er zijn, conform de Verordening, tijdelijke omgevingsvergunningen aangevraagd. En de ontwerpbesluiten op deze aanvragen gaan ook uit van tijdelijke vergunningverlening. De toelichting bij artikel 6.18 lid 4 van de Verordening verwijst verder naar de al in werking getreden 15e tranche van het Besluit uitvoering Crisis- en herstelwet.

Hierin is voor de gemeente Oss de mogelijkheid opgenomen om een bestemmingsplan met een voorlopige bestemming voor windmolens voor 25 jaar vast te stellen (artikel 7s). De provincie geeft in de toelichting van haar Verordening aan dat het provinciale belang hiermee voldoende is geborgd, mits de gemeente Oss een bestemmingsplan maakt binnen de kaders van het Besluit uitvoering Crisis- en herstelwet. Het ontwerpbestemmingsplan blijft binnen deze kaders. Voor de rest van de onderbouwing dat het ontwerpbestemmingsplan voldoet aan artikel 6.18 en 7.19 van de Verordening verwijzen wij naar de toelichting bij het ontwerpbestemmingsplan. 3. In bijlage 5 bij het MER is aangegeven hoe we met de erfgoedwaarden zijn omgesprongen. Deze bijlage bevat het onderzoek van landschapsbureau Bosch Slabbers. Dit bureau heeft in het kader van het MER uitgebreid onderzoek verricht naar de meest wenselijk opstelling, bezien vanuit landschap en cultuurhistorie (bijlage 5 bij het MER). Aan de hand van zes uitgebreid beschreven toetscriteria zijn alle onderzoeksalternatieven in het MER landschappelijk en cultuurhistorisch beoordeeld. Toetscriterium 5 was: ‘Effecten op cultuurhistorische en archeologische waarden’. Naast de Beerse Overlaat zijn meer cultuurhistorische en archeologische waarden in het gebied aanwezig, zoals de eendenkooi en de Hertogswetering.

De onderzoeksalternatieven zijn dan ook op meerdere cultuurhistorische aspecten beoordeeld en niet alleen in verband met de Beerse Overlaat (er waren meerdere ‘subtoetscriteria’ binnen toetscriterium 5). Bij de beschrijving van toetscriterium 5 zegt Bosch Slabbers over de Beerse Overlaat: ‘Plaatsing van turbines in de Beerse Overlaat heeft beperkt effect op de openheid van de Beerse Overlaat. Ze zal derhalve minder negatief beoordeeld worden’ (dan het effect van de windmolens op andere cultuurhistorische waarden in het gebied). De totale landschappelijke en cultuurhistorische beoordeling van Bosch Slabbers is in het MER afgezet tegen de beoordeling van een groot aantal andere aspecten. In het MER zijn conclusies getrokken aan de hand van de drie doelcriteria: (maximale) opbrengst, (minimale) hinder en (passendheid in het) landschap. Op basis van de conclusies is nagegaan wat vanuit milieu bezien het voorkeursalternatief is: het optimum. Cultuurhistorie is dus onderdeel van een totaalafweging. Een zeker effect op cultuurhistorische waarden achten wij onontkoombaar. Maar de windmolenbestemming binnen het cultuurhistorische vlak is volgens ons wel ‘mede gericht op het behoud, versterking en duurzame ontwikkeling van cultuurhistorische waarden’ (eis Verordening Ruimte).

Dit vanwege het zorgvuldig uitgevoerde onderzoek en het hieruit voortkomende voorkeursalternatief (gekozen opstelling), waarbij nadrukkelijk rekening is gehouden met het cultuurhistorische aspect van de Beerse Overlaat. Verder is er sprake van een tijdelijke bestemming voor maximaal 25 jaar, waardoor per saldo eveneens sprake is van ‘behoud van cultuurhistorische waarden’. De windmolens garanderen bovendien dat het gebied de komende jaren verder open blijft. Andere bouwmogelijkheden (denk bijvoorbeeld aan uitbreiding van het bedrijventerrein met nieuwe bedrijven) worden met de windmolens de komende 25 jaar voorkomen. We zullen de toelichting in het ontwerpbestemmingsplan aanvullen en duidelijker verwijzen naar de relevante passages in het MER.

Pagina 9 van 51

4. Het is niet de bedoeling om het bedrijventerrein ‘visueel groter te maken’, maar wij vinden het wel belangrijk om vanuit landschappelijk oogpunt een goede relatie te leggen met het bedrijventerrein. Landschapsbureau Bosch Slabbers dat het landschappelijk (en cultuurhistorisch) onderzoek voor het MER heeft uitgevoerd, beoordeelt een directe relatie met het bedrijventerrein juist als positief. In de gemeentebrede energieverkenning (bijlage 11 bij het MER) staat bijvoorbeeld het volgende: Pagina 7: In het oostelijk komgebied is het landschap minder regelmatig en behoeft met name de afstand tot de rivierduindorpen als Haren en Deursen-Dennenburg aandacht. Vanuit het landschap bezien is hier op twee plaatsen ruimte voor de ontwikkeling van een windpark. Een eerste mogelijkheid is de aanleg van een windpark gekoppeld aan het bedrijventerrein Elzenburg-De Geer, waar ruimtelijk en functioneel een directe verbinding met het bedrijventerrein kan worden gelegd. Pagina 51: Een tweede mogelijkheid voor de aanleg van een windpark doet zich voor bij het bedrijventerrein Elzenburg-De Geer. Hier ligt het windpark niet vrij in de ruimte, maar gaat het ruimtelijk en functioneel een directe verbinding met het bedrijventerrein aan. Voor Elzenburg-De Geer wordt thans in een parallel-studie de voor dit gebied meest wenselijke opstelling onderzocht.

Toetscriterium 3 in het onderzoek van Bosch Slabbers naar de meest wenselijk opstelling voor windmolenpark Elzenburg-De Geer (beoordeling van de onderzoeksalternatieven in het MER), was: ‘Mogelijkheid tot een relatie met Elzenburg-De Geer en een nieuw energielandschap’: De beschrijving van dit criterium is als volgt: ‘Kansen om een energiepark te creëren kunnen vanuit de opstelling zelf komen of vanuit de ruimte die een opstelling creëert. De opstelling kan een relatie aan gaan met Elzenburg-De Geer. De opstelling kan inspelen op de Weg van de Toekomst. Of er kan ruimte zijn voor andersoortige vormen van energieopwekking zoals geothermie, zonne-energie, biovergisting en waterkracht die een duidelijke relatie met de turbines hebben. Dit criterium beoordeelt het effect van een opstelling op de mogelijkheden om een energielandschap bij Elzenburg-De Geer te creëren. Een drietal aspecten wordt daarbij beoordeeld: • Wanneer de opstelling een fysieke relatie aangaat met Elzenburg-De Geer door turbines op het bedrijventerrein die meedoen in de configuratie wordt deze positiever beoordeeld. • Als de opstelling een relatie met de Weg van de Toekomst wordt ze positiever beoordeeld. • Wanneer een opstelling ruimte schept voor andere vormen van energieopwekking om daarmee een meer omvattend energielandschap te kunnen creëren wordt de opstelling positiever beoordeeld.

Een energiepark met een educatieve functie heeft belang bij een goede samenhang tussen de verschillende aspecten van energie opwekken. Naarmate er meer aan deze aspecten voldaan wordt, wordt daarom de opstelling positiever beoordeeld.’ Het is de bedoeling om als tweede fase van het project het windmolenpark door te ontwikkelen tot een energiepark (raadsbesluit 14 december 2017). Hieronder wordt verstaan: een combinatie van windmolens, zonne-energie, andere vormen van duurzame energie, natuurontwikkeling (rond Hertogswetering) en educatie in een uniek concept. In hoofdstuk 18 van het MER zijn alle onderzoeksalternatieven onderzocht op kansen en belemmeringen voor een energiepark. Ook is onderzocht wat de effecten van een energiepark op de omgeving zijn. Gesignaleerd is bijvoorbeeld dat de cultuurhistorische waarden kansen bieden voor educatie. Wij zijn van mening dat we in het gehele traject voldoende oog hebben gehad voor de belangen vanuit cultuurhistorie. We zullen dit duidelijker laten zien en de toelichting in het ontwerpbestemmingsplan aanvullen en duidelijker verwijzen naar de relevante passages in het MER.

Pagina 10 van 51

5 en 6. Bij toepassing van de wijzigingsbevoegdheid vindt geen fysieke aantasting van Natuur Netwerk Brabant plaats en ook geen wiekoverslag over NNB. Dit blijkt uit de omvang van de gebieden met de gebiedsaanduiding ‘Wetgevingszone-wijzigingsgebied 1’. Alleen binnen de gebieden met deze gebiedsaanduiding kan wijziging naar de bestemming “BedrijfWindturbinepark Voorlopig’ en ‘vrijwaringszone-windturbine’ plaatsvinden. Buiten deze gebieden zijn, na wijziging, geen windturbines en geen wiekoverslag mogelijk. De Hertogswetering en de strook langs de Hertogswetering, die onderdeel uitmaken van Natuurnetwerk Brabant, liggen buiten deze gebieden (ook grotendeels buiten het plangebied). De ‘vrijwaringszone-windturbine’ van de rechtstreeks bestemde Windturbine 4 reikt tot in de bestemming ‘Natuur’, maar blijft ook buiten Natuurnetwerk Brabant. Dit blijkt uit onderstaand kaartje. Uitgangspunt hierbij is een maximale rotordiameter van 136 meter (maximaal toegestane maat volgens planregels). Dit betekent een maximale wieklengte van 68 meter. De wieken van maximaal 68 meter blijven buiten NNB. Buiten de‘vrijwaringszone-windturbine’ is volgens de planregels geen wiekoverslag toegestaan.

7. Uitgangspunt van de provincie is dat bij een geluidbelasting groter dan 52 dB Lden er sprake kan zijn van verstoring van wezenlijke waarden en kenmerken van het NNB. Dit kan leiden tot een compensatie-opgave. Echter, als de huidige geluidbelasting al groter is dan 52 dB Lden, leidt een (extra) toename van geluid niet (meer) tot een wezenlijke aantasting en daarmee niet tot een compensatieopgave. In de toelichting van het ontwerpbestemmingsplan en bijlage 8 bij de toelichting, geven we aan waar overschrijding plaatsvindt, die noodzaakt tot compensatie en om hoeveel m2 het gaat. Ook geven we aan tot welke compensatieopgave dit leidt. We gaan hierbij uit van financiële compensatie berekend op basis van de artikelen 5.6 en 5.8 van de Verordening Ruimte. 8. Dit onderdeel is inmiddels aangevuld. Wij verwijzen naar hoofdstuk 4.4 en bijlage 3 van de toelichting. Er is een ‘Inrichtingsplan kwaliteitsverbetering landschap’ gemaakt. In dit plan zijn maatregelen opgenomen die zorgen dat de het landschap aan kwaliteit wint en de leefbaarheid van omwonenden toeneemt. Dit plan is tot stand gekomen in overleg met de klankbordgroep windenergie. Borging van de uitvoering van het plan is, voor zo ver nodig, geregeld in het privaatrechtelijke spoor. Voor meer uitleg en achtergronden verwijzen wij nogmaals naar de toelichting van het ontwerpbestemmingsplan. 9.

Wij hebben overlegd met het Waterschap over het gebied met de aanduiding ‘Reservering Waterberging’. Uitkomst hiervan is dat we een dubbelbestemming ‘Waarde – Reservering

Pagina 11 van 51

Waterberging’ opnemen voor dit gebied. Uit nader overleg met het Waterschap is gebleken dat het gebied ook na de bouw van de windmolens nog geschikt is voor waterberging. Het Waterschap vraagt om in de planregels te regelen dat geen onomkeerbare ontwikkelingen plaatsvinden, die de (toekomstige) functie van waterberging kunnen belemmeren. Dit hebben we in de planregels bij de dubbelbestemming ‘Waarde – Reservering Waterberging’ geregeld. De toelichting bij het bestemmingsplan is voor dit onderwerp in overleg met het Waterschap ook nog op één klein onderdeel aangepast. 10. In de onderdelen 1 t/m 9 hebben wij uitgelegd hoe we hieraan voldoen. Overlegreactie 6: GGD Samenvatting overlegreactie 1. De GGD heeft de volgende vraag t.a.v. paragraaf 5.8.3, gericht op de volgende tekst: “Wanneer windturbines in bewoonde gebieden worden geplaatst, kunnen omwonenden hinder ondervinden van deze aspecten. Windturbines worden regelmatig in verband gebracht met een verscheidenheid aan gezondheidsproblemen. Hierbij dient te worden opgemerkt dat er een onderscheid is tussen hinder en effecten op gezondheid, hoewel er wel een verband tussen beide bestaat. Hinder kan worden ondervonden, terwijl er geen sprake hoeft te zijn van gezondheidseffecten.” Kan de gemeente verhelderen wat ze met dit stuk bedoelt? 2.

Ter informatie wijst de GGD nog het volgende (wellicht al via andere bronnen vernomen): Recent heeft de WHO weer een nieuwe publicatie uitgebracht ta.v. omgevingsgeluid. Ook geluid van windmolens is hierin opgenomen (Zie onderstaande link: http://www.euro.who.int/__data/assets/pdf_file/0009/383922/noise-guidelines-exec-sum-eng.pdf).

Besluit Wij nemen de overlegreactie voor kennisgeving aan. Wijzigingen in het ontwerpbestemmingsplan Geen Gevolgen voor het milieueffectrapport Geen. Toelichting van burgemeester en wethouders 1. Er is een verschil tussen hinder en effecten op de gezondheid. (Ernstige) hinder zou kunnen leiden tot gevoelens van irritatie, boosheid en onbehagen en als gevolg daarvan tot gezondheidseffecten (zoals bijvoorbeeld hoge bloeddruk). 2. Wij hebben kennis genomen van dit nieuwe rapport. Het Osse windpark voldoet ook aan het nieuwe advies van de WHO om een maximale geluidbelasting van 45 dBLden als uitgangspunt te hanteren. V. INSPRAAKREACTIES Inspraakreactie 1 Samenvatting inspraakreactie 1. Windmolen 2 bevindt zich op 700 meter afstand van de woning van insprekers, windmolen 1 op niet veel grotere afstand. Insprekers vrezen geluidsoverlast door deze geringe afstand tot met name windmolen 1 en 2 en vooral ’s-nachts als het omgevingsgeluid veel minder is. Volgens insprekers is algemeen bekend dat windmolens van deze hoogte met

Pagina 12 van 51

name in de nacht voor veel geluidsoverlast zorgen. Dit gaat ten koste van de nachtrust van de insprekers en hun inwonende dochter die een progressieve vorm van MS heeft. 2. In de literatuur wordt veel uiting gegeven van lichamelijke klachten als gevolg van windmolens. Daarom zien insprekers zich genoodzaakt om te proberen de windmolens tegen te houden. Ze verwijzen als voorbeeld naar https://medischcontact.nl/nieuws/laatste-nieuws/artikel/windmolens-maken-wel-degelijkziek.htm 3. Insprekers willen niet geconfronteerd worden met een waardedaling van hun woning. Zij zijn op de hoogte van de mogelijkheid om achteraf een planschadeverzoek in te dienen maar hechten er aan het bestuur hiervan nu al op de hoogte te stellen. Ook hier verwijzen ze naar een link: https://volkskrant.nl/hoe-dichter-bij-de-windmolen-hoe-meer-dehuizenprijs-daalt-bd7c2ffc 4. Toen insprekers hun woning in 1979 kochten, lag deze in poldergebied. Inmiddels heeft de gemeente ten westen van hun woning een industrieterrein gemaakt en is alleen ten noorden van hun woning nog een stukje over waarvan ze nog kunnen genieten. Juist hier zijn de windmolens voorzien. Hiermee wordt het laatste stukje natuur in de leefomgeving van insprekers weggenomen en kijken zij letterlijk tegen de meest zuidoostelijk gelegen windmolen aan. 5. Insprekers verzoeken het plan niet verder in procedure te brengen.

Besluit Wij vinden de inspraakreactie ongegrond. Wijzigingen in ontwerpbestemmingsplan Geen. Gevolgen voor het milieueffectrapport Geen. Toelichting van burgemeester en wethouders 1. Vooraf merken wij op dat het ontwerpbestemmingsplan op een aantal onderdelen wordt aangepast ten opzichte van het voorontwerpbestemmingsplan. De zogenoemde bedrijfsmolen (WT5) wordt geschrapt. In het ontwerpbestemmingsplan zullen eerst 4 windmolens een rechtstreekse bestemming krijgen. Dit noemen wij fase 1. En voor twee andere windmolen (WT6 en WT7) wordt een wijzigingsbevoegdheid opgenomen. Deze windmolens zullen gerealiseerd worden in de tweede fase van het project, en alleen nadat het college van burgemeester en wethouders en de gemeenteraad van Oss daarover een positief besluit hebben genomen. Insprekers wonen op ruim 900 meter afstand van de dichtstbijzijnde windmolen (WT2). Op grond van de geldende Nederlandse wet- en regelgeving is de (milieu)normstelling voor geluid van windturbines 47 dB Lden. Dit staat in het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer (hierna: ‘het Activiteitenbesluit’). Wij nemen de zorgen van omwonenden over mogelijke geluidseffecten van het windmolenpark op de omgeving serieus.

Om een goed woon- en leefklimaat te waarborgen hebben wij in overleg met omwonenden, dorpsraden, de Nederlandse Vereniging Omwonenden Windturbines (hierna: ‘NLVOW’) en andere belangenorganisaties besloten dat wij bij dit windmolenpark een strengere geluidsnorm gaan hanteren dan de wettelijke (milieu)norm. Wij streven naar een maximale geluidbelasting van 42 dB Lden op woningen. De regels in het ontwerpbestemmingsplan zorgen dat deze strengere waarde wordt gehaald op bijna alle woningen. Bij slechts maximaal 7 woningen wordt deze waarde niet gehaald. Voor deze 7 woningen geldt in het ontwerpbestemmingsplan een iets ruimere normstelling en dus een iets hogere geluidbelasting, maar nog altijd geldt hier een

Pagina 13 van 51

strengere norm dan de wettelijke (milieu)norm. Voor deze 7 woningen hebben we in het ontwerpbestemmingsplan bovendien een bijzondere regeling opgenomen die regelt dat een goed binnenklimaat voor geluid in deze woningen kan worden geboden. Bij het verlenen van de omgevingsvergunning zal worden getoetst aan de geluidregels in het bestemmingsplan. De woning van insprekers krijgt volgens de regels van het ontwerpbestemmingsplan met een geluidbelasting van maximaal 42 dB Lden te maken (volgens de aanvragen omgevingsvergunning bedraagt de geluidsbelasting op de woning van insprekers bij 4 windmolens 38 dB Lden). Wij zijn van mening dat wij met de aanvullende normstelling in het bestemmingsplan ons uiterste best hebben gedaan om geluidhinder zoveel mogelijk te voorkomen. Daarin gaan we verder dan wat de Wereldgezondheidsorganisatie (zie onder nr. 2, hierna) adviseert. Met betrekking tot de gezondheidseffecten verwijzen wij insprekers naar onze reactie onder nummer 2 (hierna). 2. De gezondheidseffecten van de windmolens zijn in het MER onderzocht (zie bijlage 8 Gezondheid bij MER). Wij hebben de GGD, Bureau Gezondheid Milieu en Veiligheid gevraagd de gezondheidseffecten voor wat betreft geluid, laagfrequent geluid, slagschaduw en verspreiding van stoffen (geur, fijnstof en N02) in beeld te brengen en te beoordelen voor de verschillende opstellingsalternatieven uit het MER.

Hiermee hebben wij rekening gehouden bij de keuze voor het voorkeursalternatief dat nu in het ontwerpbestemmingsplan is uitgewerkt. De GGD gaat in haar rapport ook in op een aantal andere gezondheidskundige aspecten (epileptische aanvallen, gehoorproblemen en verstoring van gehoorapparaten, migraine en slaapapneu in relatie tot windmolens). Hieruit blijkt dat op basis van de huidige wetenschappelijke inzichten en uitgevoerde onderzoeken geen directe relatie kan worden aangetoond tussen het wonen bij een windmolenpark en bepaalde gezondheidsklachten. In aanvulling op het bovenstaande merken wij nog op dat in 2018 het rapport ‘Environmental Noise Guidelines for the European Region’ van de Wereldgezondheidsorganisatie (WGO) is verschenen. De WGO adviseert in dit rapport om de geluidsbelasting van de windmolens op de omgeving te beperken tot maximaal 45 dB Lden. Volgens de WGO kan een hogere geluidsbelasting tot negatieve gezondheidseffecten leiden bij mensen. De door ons gestelde aanvullende geluidsnorm van 42 dB Lden in het ontwerpbestemmingsplan (m.u.v. maximaal 7 woningen) ligt ruimschoots onder de aanbeveling van de WGO. Gezien het bovenstaande, zien wij geen redenen om aan te nemen dat insprekers nadelige gezondheidseffecten zullen ervaren vanwege het windmolenpark. 3.

Het is mogelijk dat bepaalde objecten in de omgeving van het windmolenpark in waarde zullen dalen als gevolg van dit planologisch besluit. Dit kunnen we helaas niet voorkomen. Insprekers zijn op de hoogte van de wettelijke planschaderegeling als bedoeld in artikel 6.1 van de Wet ruimtelijke ordening en kunnen desgewenst te zijner tijd een verzoek tot tegemoetkoming in schade indienen bij de gemeente. 4. Volgens de regels van het bestemmingsplan heeft een windmolen een maximale tiphoogte van 210 meter. Door deze grote maat en schaal van de moderne windmolens, is het onmogelijk om het zicht op een windmolen volledig weg te nemen. Wij beseffen dat omwonenden dit als onprettige visuele hinder kunnen ervaren. Om de visuele hinder zoveel mogelijk te beperken, hebben wij in het MER verschillende opstellingsvarianten van de windmolens en het effect daarvan op het landschap onderzocht (zie bijlage 5 Landschap bij MER). Bosch Slabbers Landschapsarchitecten heeft in dit onderzoek aan de hand van een zevental criteria onderzoek verricht naar de meest wenselijke opstelling van het windmolenpark. Daarbij is onder andere gekeken naar de configuratie en herkenbaarheid van de opstelling, effecten op kenmerkende dorps(ge)zichten en op landschappelijke structuren. Bij de keuze voor de concrete opstelling hebben wij zo veel mogelijk rekening gehouden met de uitkomsten van het rapport.

Daarnaast vragen wij van de ontwikkelaars een bijdrage voor concrete kwaliteitsmaatregelen om het landschap te versterken en het

Pagina 14 van 51

zicht op de windmolens te verzachten, bijvoorbeeld door het aanplanten van bomen en groen op strategische plekken. Wij verwijzen naar het ‘Inrichtingsplan kwaliteitsverbetering landschap’ voor de concrete te nemen maatregelen (bijlage 3 bij de toelichting van het ontwerpbestemmingsplan). Hiermee voldoen we aan de regeling voor Kwaliteitsverbetering van het landschap uit de Verordening Ruimte van de provincie Noord-Brabant. Deze maatregelen moet ervoor zorgen dat de windmolens zo goed als mogelijk worden ingepast en er sprake is van een goede ruimtelijke ordening. 5. De reactie van insprekers geeft ons geen aanleiding om het bestemmingsplan niet verder in procedure te brengen. Inspraakreactie 2 Samenvatting inspraakreactie 1. Inspreker maakt bezwaar tegen het plaatsen van 2 windmolens in de "schil van de hoed", ofwel het gebied ten noorden van de Broekstraat en de Tussenrijtstraat. (bron: https://www.oss.nl/inwoners/actueel/plannen-enprojecten/windpark_elzenburg_de_geer/voorontwerpbestemmingsplan_en_MER_ter_inzag e.htm). In het voorontwerpbestemmingsplan en het MER wordt gesteld dat, middels een wijzigingsbevoegdheid, het plaatsen van windmolens nr. 6 en 7 mogelijk kan worden gemaakt. Inspreker is van mening dat windmolens nr. 6 en 7 een onevenredig extra geluids- en slagschaduwbelasting geven op de rand van Haren, waar inspreker woonachtig is, samen met zijn gezin.

Bovendien vindt inspreker dat de 2 windmolens in het gebied ten noorden van de Broekstraat en de Tussenrijtstraat niet goed inpassen in het open gebied van de Beerse Overlaat en de Hertogswetering. Bij voorkeur worden deze 2 windmolens geheel weggelaten. Een alternatief kan zijn om de 2 extra windmolens te plaatsen in het zoekgebied "de hoed", ofwel ten zuiden van de Broekstraat. In dat gebied zijn nu 3 windmolens ingetekend (nr. 1 t/m 3) en hier kunnen de molens, volgens inspreker, dichter bijeen geplaatst worden dan ze nu ingetekend zijn. De landschappelijke inpassing is dan beter en de geluids- en slagschaduwoverlast op woningen is minder groot. 2. Geluid: volgens tabel (Bron : http://www.ruimtelijkeplannen.nl/documents/NL.IM RO.0828.BPwndmlnprkelzbrg - VO01/ t_NL.IM RO.0828.BPwndmlnprkelzbrg-VO01 .html # _5.2 _Geluid) neemt de geluidsbelasting op de rand van Haren toe van 34 naar 38 dB bij 7 i.p.v. 5 windmolens. De wind komt vaak uit zuidwestelijke richting en dat is precies waar de windmolens staan t.o.v. de woning van inspreker. Het geluid van de windmolens zal door de wind verder gedragen worden, waardoor inspreker bij zuidwestenwind extra geluidsoverlast zal ervaren van de windmolens. Hem is niet duidelijk of de windrichting en -kracht in de geluidsberekeningen in het voorontwerpbestemmingsplan en de MER meegenomen is.

Dan zou de toename wellicht nog groter worden dan 4 dB. 3. Slagschaduw: volgens tabel (Bron: http://www.ruimtelijkeplannen.nl/documents/NL.IMRO.0828 .BPwndmlnprkelzbrg- VO01/ t_NL.IMRO.0828.BPwndmlnprk elzbrg-VO01.html#_5.3_Slagschaduw) neemt de slagschaduwbelasting op de rand van Haren toe van 3 naar 9 uren bij 7 i.p.v. 5 windmolens. Dat is relatief gezien een veel hogere toename dan op de overige locaties in de tabel. 4. Landschappelijk beeld: (bron: www.ruimtelijkeplannen.nl/documents/NL.IMRO.0828.BPwndmlnprkelzbrgVO01/t_NL.IMRO.0828.BPwndmlnprkelzbrg-VO01.html#_4.4_Landschappelijkbeeld). Het windpark (zonder wijzigingsbevoegdheid) heeft effect op het landschap. Met windturbines in de wijzigingsbevoegdheid is dit effect groter. Het windpark met de wijzigingsbevoegdheid (7 i.p.v. 5 windmolens) steekt verder het landschap in, past daarmee minder in de visie "kop op de stad”.

Pagina 15 van 51

5. Waardevermindering: Als laatste argument geeft inspreker aan dat zijn woning door de extra geluid- en slagschaduwbe1asting (bij 7 i.p.v. 5 windmolens) minder waard zal worden. Deze waardedaling zal in de vorm van planschadevergoeding gecompenseerd dienen te worden door de gemeente Oss. Besluit Wij vinden de inspraakreactie ongegrond. Wijzigingen in ontwerpbestemmingsplan Geen. Gevolgen voor het milieueffectrapport Geen. Toelichting van burgemeester en wethouders 1. De reactie van inspreker is gericht tegen de twee mogelijke extra windturbines aan de noordzijde van het plangebied (WT6 en WT7). Wij merken vooraf op dat deze windturbines geen rechtstreekse bouwtitel krijgen in het bestemmingsplan, maar vallen onder een wijzigingsbevoegdheid. Dit betekent dat een definitieve afweging over realisatie pas plaatsvindt bij toepassing van de wijzigingsbevoegdheid. Dit brengt een aparte procedure met zich mee. Verder is het van belang om te vermelden dat de zogenoemde bedrijfsmolen (WT5) wordt geschrapt. Het bestemmingsplan zal in het vervolg uitgaan van maximaal 6 windturbines (4 rechtstreeks te bestemmen en 2 d.m.v. een wijzigingsbevoegdheid). Inspreker woont op een afstand van circa 1000 meter van de dichtstbijzijnde mogelijke windturbine nummer 7 (WT7).

Inspreker is bang voor onevenredig veel geluidhinder en slagschaduw ten gevolge van de 2 mogelijke extra windmolens (na toepassing van de wijzigingsbevoegdheid). Inspreker hoeft zich hierover onzes inziens geen zorgen te maken vanwege de volgende redenen: Geluid Tijdens de MER-fase hebben wij aangegeven dat wij, met het oog op het waarborgen van een goed woon- en leefklimaat, streven naar een maximale geluidbelasting van 42 dB Lden op alle woningen. De planregels in het ontwerpbestemmingsplan zorgen dat deze strengere waarde van 42 dB Lden ook wordt gehaald op bijna alle woningen (op maximaal 7 woningen na). Ook bij een maximale invulling van het plangebied met 6 windmolens, is de maximale geluidbelasting op de woning van inspreker maximaal 42 dB Lden. Deze norm is aanzienlijk strenger dan de (milieu)norm uit het Activiteitenbesluit en voldoet ruimschoots aan de aanbeveling die de Wereldgezondheidsorganisatie doet in haar rapport van 2018 om de geluidsbelasting van de windmolens op de omgeving te beperken tot maximaal 45 dB Lden. Overigens ligt de te verwachten geluidbelasting van de windmolens, op de woning van inspreker, ook ingeval van realisatie van 2 extra molens, zelfs lager dan 42 dB Lden, gelet op de afstand van de woning van inspreker tot het windmolenpark.

Ter indicatie: voor het dichterbij de windmolens gelegen adres Den Heymit 17 geldt een geluidbelasting van 39 dB Lden ingeval van 6 windmolens (en 35 dB Lden bij 4 windmolens). Slagschaduw: Voor slagschaduw op woningen geldt, ook ingeval van 2 extra windmolens, dat wij deze beperken tot maximaal 6 uur op jaarbasis. Voor de windturbines waarvoor nu een vergunning is aangevraagd (windturbine 1 t/m 4), regelen we in de omgevingsvergunning dat beide deelparken samen (cumulatief), niet meer dan 6 uur slagschaduw veroorzaken (in totaal, op jaarbasis). Voor de eventueel 2 extra windmolens, die alleen na het toepassen van een wijzigingsbevoegdheid o.g.v. het bestemmingsplan kunnen worden gerealiseerd, nemen we een voorwaarde op in de wijzigingsbevoegdheid. Deze voorwaarde regelt dat, ook na toepassing van de wijzigingsbevoegdheid (en realisatie van 6 windmolens in totaal) op alle woningen maximaal 6 uur slagschaduw wordt veroorzaakt. De conclusie is dus dat de toename van slagschaduw ten gevolge van de 2 extra

Pagina 16 van 51

windmolens beperkt zal zijn: opvulling tot maximaal 6 uur op jaarbasis op woningen waar nog geen sprake is van 6 uur slagschaduw. In de praktijk ontvangen veel woningen uiteraard ook, na de bouw van de 2 extra molens, minder slagschaduw dan 6 uur per jaar. Inspreker is van mening dat de 2 extra windmolens niet passen binnen het open gebied van de Beerse Overlaat en de Hertogswetering. Wij verwijzen naar ons antwoord onder nummer 4 (hierna). Het alternatief van inspreker om de 2 extra windmolens te plaatsen in het zoekgebied "De Hoed", ofwel ten zuiden van de Broekstraat en alle windmolens dichterbij elkaar te plaatsen is geen reëel alternatief. Vuistregel voor de hoge windmolens die hier aan de orde zijn, is dat de onderlinge afstand circa 500 meter bedraagt, omdat ze anders ‘in elkaars wind’ staan. De windmolens kunnen dus niet zo maar dichter bij elkaar worden gezet. De gekozen opstelling is bovendien tot stand gekomen na zorgvuldig onderzoek en beoordeling van een groot aantal alternatieven op vele aspecten, waarna bovendien nog een optimalisatieslag heeft plaatsgevonden. Dit om met alle (hinder)aspecten zo goed mogelijk rekening te houden. 2. Wij verwijzen naar ons antwoord onder punt 1. De gemiddelde geluidbelasting op jaarbasis van woningen is beperkt tot maximaal 42 dB Lden en ligt op de woning van inspreker nog lager.

In de wettelijk voorgeschreven reken- en meetmethode is ook het effect van de windverdeling (overheersende windrichting) en de windsnelheid meegenomen. In de berekeningen bij het MER en de aanvragen omgevingsvergunning is hier dus ook rekening mee gehouden. 3. Wij verwijzen naar ons antwoord onder punt 1. Hieruit blijkt dat geen enkele woning met meer dan 6 uur slagschaduw in totaal op jaarbasis te maken krijgt, ten gevolge van de windmolens. Dit omdat als er sprake is van meer slagschaduw een stilstandverplichting voor de windmolens geldt. Dit achten wij acceptabel. 4. Het klopt dat in het MER is aangegeven dat het zgn. ‘opbrengstalternatief’ met 7 windmolens een negatiever effect heeft op landschap en natuur dan het voorkeursalternatief met 5 molens (inmiddels gaan we uit van 6 en 4 molens). Maar in het MER staat ook dat het toevoegen van windmolens in de Schil in het opbrengstalternatief leidt tot meer energieopbrengst en daarmee een grotere bijdrage levert aan de duurzaamheidsambities van Oss. Het MER brengt de gevolgen van de verschillende alternatieven uitvoerig in beeld. Het is aan het gemeentebestuur om hier vervolgens een afgewogen keuze in te maken. Dit is gebeurd op 14 december 2017.

De gemeenteraad heeft toen, alle belangen afwegende, besloten om ook een wijzigingsbevoegdheid op te nemen in het bestemmingsplan voor een eventuele latere uitbreiding naar 7 molens (inmiddels zijn dit er 6). 5. In artikel 6.1 van de Wet ruimtelijke ordening is een regeling opgenomen voor het vergoeden van eventuele planschade als gevolg van een ruimtelijk besluit. Indien inspreker meent dat zijn woning in waarde zal dalen als gevolg van de vaststelling van dit bestemmingsplan, kan hij daarvoor een aanvraag tot tegemoetkoming in schade indienen bij de gemeente. De gemeente zal deze aanvraag volgens de geldende procedureregels in behandeling nemen. Inspraakreactie 3 Samenvatting inspraakreactie 1. Windturbines kunnen gezondheidsproblemen veroorzaken als mensen erdoor worden blootgesteld aan buitensporige geluidsniveaus. Dat staat in Europese richtlijnen van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO). Hiervoor verwijzen insprekers naar het rapport "environmental noise guidelines fort he european region' (zie

Pagina 17 van 51

http://www.euro.who.int/_data/assets/pdf_file/0008/383921/noise-guidelines-eng.pdf?ua =1). Geluidsoverlast kan negatieve gezondheidseffecten hebben, aldus een verklaring van de WHO, onder meer op het hart. Het geluid van windturbines kan, net als andere omgevingsgeluiden, een grote impact hebben op de fysieke en mentale gezondheid van mensen. Heeft u dit plan aan deze richtlijnen getoetst? 2. Landelijk is er een discussie gaande over het terug brengen van de norm Lden van 47 dB naar Lden 42dB. Hierover is nog geen besluit genomen. Waarom wacht u niet op de besluitvorming? 3. Uw college en raad geven miljoenen uit, van onze centen, aan ecoducten, onderdoorgangen, ed. om een paar muizen e.d. te beschermen. Terwijl u nu miljoenen belastinggeld worden besteed aan het doden van honderden vogels e.d. Om nog niet te spreken van invloed die windmolens op dieren hebben. Kan niet anders concluderen dat er is sprake is van een bestuurlijke dwaling. 4. Windenergie op zee is (voor de overheid dus voor de belasting betaler) inmiddels veel goedkoper dan windenergie op land, tot wel bijna O procent! In de toekomst is hiervoor zeker geen subsidie meer benodigd. Bovendien is er al voldoende ruimte op de Noordzee gereserveerd voor windturbines om alle plannen voor wind op land te kunnen vervangen.

Wanneer de investering in windenergie zou verplaatsen van land naar zee, dan wordt er meer en goedkopere energie opgewekt! Tevens is er op zee altijd wind. Er is dus geen enkele reden meer om nog windmolens op land te bouwen! Dus waarom nog op het land bouwen? Al blijft de schade door windmolens aan het milieu onverteerbaar. In plaats van nieuwe windmolens op land, kunnen we veel beter alleen nog nieuwe windparken op zee gaan bouwen. Dat is goedkoper, levert meer energie op en bespaart omwonenden overlast. Daarom moet de subsidieregeling voor wind op land zo snel mogelijk worden stopgezet. Dat is de boude conclusie van Kees Pieters van het onderzoeksbureau Nederwind in het rapport Wind op zee in relatie tot wind op land. Pieters hield daarvoor alle beschikbare overheidsinformatie over windenergie tegen het licht en ontwikkelde een kaart waarop de overheidskosten van windenergie in centen per kilowattuur worden uitgedrukt. Die zijn in Gelderland, Noord-Brabant en Limburg ruwweg drie keer zo hoog als bij de drie in zee geplande windparken Hollandse kust noord, zuid en Borssele. Bij de verder uit de Noordzeekust geplande windparken is dat verschil kleiner. Maar nog altijd zijn de overheidskosten per kilowattuur daar substantieel lager dan in alle regio's op land. Alleen in een smalle strook langs de noordwestkust benaderen de kosten van wind op land die van wind op zee.

'Windmolens worden steeds groter en zorgen voor overlast voor omwonenden: laagfrequent geluid, slagschaduw en horizonvervuiling aldus Pieters. 'Ze zijn dan ook niet meer nodig.' Verschillende scenario's Pieters rekende een aantal scenario's door. In een ervan wordt dezelfde hoeveelheid groene stroom (maar nu op zee) opgewekt tegen een 1 miljard euro lagere kosten. In een ander scenario rekent hij de hoeveelheid extra energie uit die bij handhaving van de geplande subsidies op zee kan worden opgewekt (ruim 10 petajoule per jaar). Dus waarom nog op het land bouwen? 5. Elzenburg- De Geer ligt in een gebied met een van de laagste windsnelheden van Nederland. Er is niet beargumenteerd waarom nu juist voor deze volstrekt onlogische locatie is gekozen, welke qua rendement de slechte keuze is met het laagste rendement. Er moet ernstig getwijfeld worden aan de kwaliteit van bestuurders die deze feiten naast zich neer leggen. 6. De door uw college nu voorgestelde variant van 4 naar respectievelijk 7 windmolens wordt niet vermeld in met de MER rapportage. Zonder in detail hierop in te gaan (doen we later) wordt dit afgedaan met woorden als aannemelijk ed. Uw MER rapportage is onvolledig. Zo kunnen wij niet beoordelen wat de mogelijke invloeden zijn op ons leven. Volgens ons het

Pagina 18 van 51

wij als burger recht op volledige en correct informatie!!! Daar is nu geen sprake van. Er wordt verwezen naar varianten die nu niet meer relevant zijn. 7. In de MER-rapportage wordt niet gekeken naar de invloeden van alternatieve windmolens, zonne-energie, kernenergie, energie opwekking door water, biogas, waterstof, waterkracht, vliegende turbines, ed. Hiermee is deze MER-rapportage onvolledig en bevooroordeeld. 'Juist' en 'volledig' dat zijn basiseisen waaraan de informatie in een MER moet voldoen, is 'juistheid' en 'volledigheid': klopt de gepresenteerde milieu-informatie, en is er ook voldoende milieu-informatie om het milieubelang volwaardig te kunnen meewegen in de besluitvorming? Voor 'juistheid' is onder meer van belang dat de informatie up to date is. Daarnaast speelt een rol dat een MER niet alleen feiten & cijfers op een rij zet, maar ook een zekere onderbouwing van de correctheid van de gegevens bevat: welke methoden zijn gebruikt om de effecten te voorspellen? Een MER moet een eerlijk verhaal zijn. Dat betekent bijvoorbeeld ook dat alternatieven gelijkwaardig en evenwichtig moeten worden uitgewerkt. Het afbakenen van reikwijdte & detailniveau in het voortraject van de procedure is vooral bedoeld om op voorhand voor een specifiek project zo goed mogelijk in kaart te brengen welke informatie benodigd is. Hiervan is in deze MER-rapportage geen sprake.

Bijvoorbeeld: Vortex Badeless windmolens is een ideaal alternatief. Deze wiekenloze windmolens zetten 30% van de windkracht om in energie maar is de helft goedkoper waardoor de energiewinst uiteindelijk 40% hoger ligt. Daarnaast hebben zij MINDER ruimte nodig, MINDER geluidoverlast, GEEN slagschaduw, MINDER vogelslachtoffers, MINDER onderhoud, MINDER horizonvervuiling en kan op MEER locatie geplaatst worden. Bijvoorbeeld langs de weg van de toekomst. Dan kan er tenminste gesproken worden over een weg van de toekomst. Is dit niet een mooie uitdaging voor uw gemeente. 8. Dat windmolens zullen leiden tot geluidsoverlast is zeker, wat blijkt uit de MER rapportage. De nadelige gevolgen van overmatige geluidshinder zijn onevenredig groot in het licht van het maar heel beperkte belang dat gediend is met de oprichting van dit windmolenpark. Het gevolg is dat wij ramen, deuren en ventilatieroosters moeten sluiten, met als gevolg een onleefbare woning om nog maar niet te spreken van onze leefomgeving. Uit uw MER rapportage blijkt maar eens te meer dat het u een zorg zijn!!! Aangezien uw enige onderzoek, reactie en/of onderbouwing hierover ontbreekt. 9. Windmolens produceren eveneens laagfrequent geluid waar kinderen en dieren zeer gevoelig voor zijn. Zeker gezien de landelijke omgeving met veel landbouwbedrijven.

Uit objectieve studies komt duidelijk naar voor dat dieren hierdoor veel meer gestrest zijn met als gevolg veel meer sterfte en onvruchtbaarheid onder de dieren. Met als gevolg dat het naast ons gelegen dierenpension ons veel meer overlast zal bezorgen. Dit zeker in de nachtelijke uren. Met o.a. als gevolg slecht slapen, stress en concentratieverlies. Zonder dat de eigenaar hier enige invloed op heb en er iets aan kan doen. Dat wordt door dit plan veroorzaakt. De aangeduide locatie is dan ook niet aangewezen voor zo'n grootschalig project. 10. De Groene Rekenkamer heeft een rapport gepubliceerd waarin de Financiële gevolgen voor de Nederlandse gezinnen zijn berekend als het huidige windenergie beleid van de overheid gevolgd blijft worden. Door de Nederlandse windambities moet de belastingbetaler vanaf heden, jaar na jaar tot tenminste 2031 tientallen euro's per maand meer aan koopkracht inleveren. In 2020 is een gemiddeld huishouden € 63 per maand aan energiebelasting kwijt. Door de netbeheerder doorberekende extra kosten komen hier nog bij. Hier bovenop komt mogelijk, vanwege het Nationaal Energieakkoord, nog eens € 9,- per maand, mits het akkoord in de huidige vorm daadwerkelijk van kracht wordt. De cijfers tonen aan dat in 2020 de totale gemiddelde energiebelasting dan uitkomt op € 90 per maand per huishouden, of€ 1080,- per jaar.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Oss&id=f35d1849-672f-4ae6-ad1d-ce5ec06112fb