Bijlage WSD 3 1-22-014 323-ProjectMER-2e-fase.PDF
Tekst van het document
3.3
Gedetailleerde beschrijving van het dijkontwerp
Het dijkontwerp is opgesplitst in 11 dijksecties, die vervolgens nog weer nader zijn uitgewerkt per dijkvak. Hieronder is per dijksectie een technische beschrijving op hoofdlijnen gegeven van het dijkontwerp met daarbij een of meerdere kaarten (afhankelijk van de locatie).
3.3.1
Dijksectie 1 Ravenstein
Dijksectie 1 bestaat uit dijkvakken 1_1 t/m 1_4 bij Ravenstein. De dijksectie loopt vanaf de Maasbrug over de A50 bij Ravenstein tot de spoorbrug over de Maas. Dijkvak 1_1 begint vanaf de brug als een tuimelkade (t.b.v. doorrijhoogte onder de brug) en gaat over in een moderne gronddijk die vanaf dijkvak 1_2 overgaat in een tuimeldijk. Er bevinden zich op verschillende plekken bomen aan weerszijden van de dijk, zowel op de kruin als deels op het talud en achter de binnenteen. In dijkvak 1_1 is aan de binnenzijde direct tussen binnenteen en een binnendijkse plas een struinpad aanwezig. In het dorp Ravenstein zelf is de ruimte beperkt. Aan de binnenzijde grenzen de huizen direct aan de weg op de kruin. Aan de buitenzijde van de weg loopt een bomenrij. De weg is een smalle twee richtingen weg. Dijkvak 1_4 is vergelijkbaar met dijkvak 1_2 waarbij meerdere bomen op het binnentalud en de kruin staan. Bij dijkvak 1_3 ligt buitendijks het bedrijf De Heus Voeders BV waardoor inpassingsruimte aan de buitenzijde beperkt is.
Afbeelding 3.3 Huidige situatie dijksectie 1 - Ravenstein
moderne gronddijk van A50 tot Ravenstein
In het dorp Ravenstein is er veel minder inpassingsruimte: heel wat boomstructuren, bebouwing en buitendijks het bedrijf De Heus Voeders BV
Het ontwerp Dijkvakken 1_1 en 1_3 worden versterkt met een langsconstructie die zowel dienstdoet als stabiliteitsscherm als heavescherm. Bij dijkvak 1_3 is onder andere gekozen voor een zelfstandig kerende constructie in de vorm van een nieuwe vestingmuur, om zo goed mogelijk aan te sluiten bij het karakter van de verschillende onderdelen van de vesting. In dijkvak 1_2 wordt de as van de tuimelkade iets naar buiten verschoven om het wortelgestel van de aanwezige bomen te sparen. In dijkvak 1_4 wordt de as van de dijk ten opzichte van de huidige situatie iets verschoven naar buiten zodat de dijk voldoet op basis van het criterium tweede afschuiving. Op deze twee dijkvakken wordt daarom alleen een heavescherm toegepast. Bij dijkvakken 1_2 en 1_4 wordt het heavescherm aan de buitenzijde geplaatst, om rekening te houden met de bomen die zich aan de binnenzijde van de dijk bevinden. Op de dijkvakken 1_1, 1_2 en 1_4 is daarnaast een buitenwaartse berm nodig vanwege macrostabiliteit van het buitentalud. In het voorland van dijkvak 1_4 is een ruimtereservering voor een klei-inkassing opgenomen om piping tegen te gaan.
31 | 264
Meanderende Maas | WSD.3.1/22-014.323 | Definitief | 1.0
Afbeelding 3.4 Dijksectie 1- Ravenstein
1_4
1_3
1_2
1_1
Locatiespecifieke maatregelen en meekoppelkansen in dijkvak 1_1 is de passage van de A50 een locatiespecifieke opgave; op dijkvak 1_2 zijn de toegangen naar de haven en het fietsveer (tevens bootinlaat) aangepast; op dijkvak 1_3 wordt een nieuwe vestingmuur gerealiseerd. 1 Locatiespecifieke maatregelen passage A50 Het wegprofiel van de moderne gronddijk kan nabij de onderdoorgang van de A50 niet worden verhoogd vanwege de eisen aan doorrijdhoogte (gerelateerd aan vrachtverkeer). Daarom is ca. halverwege tussen dijkpalen A383 en A382 voorzien in een verhoogde tuimelkade naast de weg. Dit sluit aan bij de tuimelkade die nu aanwezig is bij passage met de A50. 2 Meekoppelkans rondelen en vesting Ravenstein Het is noodzakelijk om de waterkering van de vestingstad Ravenstein aan te passen vanwege de waterveiligheidsopgave. De dijkversterking moet zo verantwoord mogelijk ingepast worden en aansluiten bij het karakter van de verschillende onderdelen van de vesting. In paragraaf 4.2.5 zijn de overwegingen die tot het ontwerp voor Ravenstein hebben geleid opgenomen. In onderstaande alinea’s worden de voorstellen voor herinrichting van de verschillende deelgebieden beschreven vanaf de bovenstroomse naar de benedenstroomse zijde.
32 | 264
Meanderende Maas | WSD.3.1/22-014.323 | Definitief | 1.0
Afbeelding 3.5 Ruimtelijke kaart ontwerp Ravenstein
Hoornwerk Vanaf de bovenstroomse zijde gezien is het bovenste hoornwerk het eerste onderdeel van de vesting. Het hoornwerk is nu een open ruimte waar de gemeente een mogelijke situering van het gemeenschapshuis Vidi Reo aan het onderzoeken is. In het ontwerp wordt het scherm in de buitendijkse zijde van de dijk geplaatst, waardoor bomenkap op het binnentalud voorkomen wordt. Omgeving bokrondeel Het bokrondeel wordt momenteel aan twee zijden geflankeerd door een tuimeldijk. Bij de dijkversterking moet de tuimeldijk verhoogd worden. Het effect daarvan is dat het rondeel nog meer in grond ingepakt zou worden; dat doet ernstig afbreuk aan de monumentale waarde en ruimtelijke beleving van het rondeel. Om het rondeel beter zichtbaar te maken wordt daarom een muur als verbindingsstuk tussen de tuimeldijk en het rondeel gepositioneerd. De muur wordt zo dicht mogelijk aan de stadszijde aangehecht op het rondeel zodat het rondeel zo groot mogelijk wordt. De muur van het bokrondeel wordt aan weerszijden iets uitgebreid om de aanhechting te kunnen maken. Het rondeel zelf maakt daarmee onderdeel uit van de primaire kering. Aan bovenstroomse zijde wordt de tuimelkade beëindigd ter hoogte van de oorspronkelijke rand van het halfbastion. Op deze plek maakt de tuimeldijk een knik richting de muur die aansluit op het rondeel.
Het rondeel oogt op deze wijze als een zelfstandig en statig element van de vesting. Het gevolg daarvan is dat enkele bomen niet gehandhaafd kunnen worden. Zowel de bomenkap als eventuele compensatie is geregeld via de mee te coördineren aanvraag kapvergunning. Via een trap in het dijktalud is het mogelijk om vanaf de tuimeldijk over de buitenberm van de dijk te lopen. Het voetpad op de tuimeldijk loopt aan de stadszijde langs de muur door. Afbeelding 3.6 Visualisatie van de omgeving van het bokrondeel na dijkversterking, gezien vanuit de uiterwaard
33 | 264
Meanderende Maas | WSD.3.1/22-014.323 | Definitief | 1.0
Afbeelding 3.7 Visualisatie omgeving bokrondeel
Afbeelding 3.8 Plattegrond omgeving bokrondeel
Eigentijdse vestingmuur Ter hoogte van de oude stad wordt de nieuwe waterkering (peil bovenzijde 11.90+NAP) in de vorm van een eigentijdse vestingmuur gemaakt, en is niet gekozen voor een reconstructie. De hedendaagse kering past in de gelaagde ontwikkelingsgeschiedenis van de vesting, waarbij Ravenstein zijn muren steeds verder naar buiten heeft verlegd. De bestaande historische vestingwallen zijn namelijk niet meer zichtbaar, maar liggen deels onder de bestaande huizen en Maasdijkweg. Een stevig ruimtelijk contrast is wenselijk tussen de waterkering aan weerszijden van de rondelen en de waterkering tussen de rondelen om het unieke karakter van de rondelen te benadrukken. De eigentijdse vestingmuur sluit verticaal aan op beide rondelen zodat de rondelen niet deels ingepakt hoeven te worden in grond. De materialisatie en detaillering van de muur wordt nog nader uitgewerkt ten behoeve van de omgevingsvergunning bouwen. Qua techniek wordt de eigentijdse vestingmuur gecombineerd met een waterbouwkundige constructie van damwanden. De muur wordt zo gemaakt dat deze in de toekomst makkelijk is op te hogen indien een nieuwe waterveiligheidsopgave dat noodzakelijk maakt. De vestingmuur wordt op ±8 meter van de rijbaan gesitueerd. Dat is ver genoeg om de bomen te ontzien en dichtbij genoeg om het rondeel voldoende zichtbaar te houden.
De ruimtelijke hiërarchie in cultuurhistorisch opzicht blijft zo behouden.
Afbeelding 4.9 Eigentijdse vestingmuur voor de oude stad
Wandelpad achter de eigentijdse muur Om vanuit de stad van het uitzicht te kunnen genieten ligt er over het gehele tracé aan de binnendijkse zijde van de eigentijdse vestingmuur een 3m breed wandelpad. Het type uiterlijk van het wandelpad dient nog te worden vastgesteld in samenspraak met gemeente Oss en de bewoners.
34 | 264
Meanderende Maas | WSD.3.1/22-014.323 | Definitief | 1.0
Omgeving Coupure en Maaspoort Ter hoogte van het bedrijf De Heus wordt een coupure in de eigentijdse vestingmuur gemaakt om de bestaande bedrijfstoegang te handhaven. De coupure zal ongeveer dezelfde breedte hebben als de huidige toegangsweg. De hoogte is ongeveer 90 cm. De Maaspoort is een bijzondere plek van de vesting, want hier was vroeger de hoofdtoegang van de stad naar de rivier. Op de plek van De Heus lag vroeger een middenbastion dat in een latere periode van de vesting toegang gaf tot een Ravelijn. Een uitkassing bij de Maaspoort markeert deze historische poort en legt de ruimtelijke relatie tussen het stadscentrum en het rivierenlandschap. Er ontstaat een aangename plek om te zitten die een logische beëindiging geeft van de zichtlijn door de Maaspoort.
Afbeelding 4.10 Coupure bij De Heus en uitkassing bij de
Afbeelding 4.11 Eigentijdse vestingmuur ter hoogte van
Maaspoort
de loods van De Heus
Iets verder stroomafwaarts loopt de waterkering dicht langs de loodsen van De Heus. Hier staan vier lindebomen die in ieder geval niet gehandhaafd kunnen worden omdat de werkruimte tussen de loods en bomenrij langs de weg te klein is. Bijzonder is dat het maaiveld hier praktisch op de hoogte van de kruin van de vestingmuur ligt. Om de continuïteit van de vestingmuur te laten zien zal de bovenzijde van de muur op deze plek op een gelijke manier vormgegeven worden als het overige deel van de nieuwe muur. De parkeerplaatsen langs de gevel van De Heus worden opnieuw aangelegd en mogelijk geoptimaliseerd. Omgeving Kasteelrondeel Voorbij De Heus daalt het buitendijkse maaiveld weer en wordt de buitenzijde van de eigentijdse vestingmuur weer zichtbaar. Aan de binnendijkse zijde ligt de weg nog steeds ongeveer een halve meter hoger dan ter hoogte van de Maaspoort. Het pad loopt ook hier langs de eigentijdse vestingmuur door tot voorbij het andere rondeel, het kasteelrondeel, en takt aan op de tuimeldijk. De uitgewerkte oplossing is daarmee symmetrisch met de andere zijde, hetgeen aansluit op de karakteristiek van de vesting. Aan de zijde van De Heus ligt de eigentijdse vestingmuur ongeveer op de plek van de bestaande haag en sluit aan op het vierkante schutsvlak van het rondeel. De bovenzijde van de nieuwe muur nabij het kasteelrondeel wordt aangelegd op kruinpeil 12.50+NAP.
In dit geval is geen hekwerk als valbeveiliging op de eigentijdse vestingmuur nodig. Dit zou ernstig afbreuk doen aan de landschappelijke en cultuurhistorische kwaliteit. Een trap markeert de overgang van de kruinhoogte van de muur. Voor het kasteelrondeel verdwijnt het heavescherm van de waterkering onder het maaiveld, zodat dit de zichtbaarheid niet negatief beïnvloedt.
35 | 264
Meanderende Maas | WSD.3.1/22-014.323 | Definitief | 1.0
Afbeelding 4.12 Tussen loods De Heus en het kasteelrondeel
Afbeelding 4.13 Omgeving Kasteelrondeel
De aanhechting van het kasteelrondeel met de tuimeldijk is gelijkaardig als bij het bokrondeel. Dat betekent dat ook bij het kasteelrondeel een muur (type eigentijdse vestingmuur) als verbindingselement tussen het rondeel en de tuimeldijk wordt aangelegd. Door een muur als verbindingselement te kiezen zal er geen grondtalud tegen het rondeel meer nodig zijn, waardoor de zichtbaarheid van het rondeel vergroot wordt. Het kasteelrondeel wordt iets uitgebreid aan de benedenstroomse zijde en wordt daardoor beter beleefbaar. De aanleg van de muur zal ten koste gaan van ongeveer 4 bomen. Het precieze aantal hangt af van de gewenste afstand van de voet van de tuimeldijk en het rondeel. Dit is onderdeel van de mee te coördineren kapvergunning. 3 Locatiespecifieke maatregelen haven Ravenstein en terras Veerhuis Kern van de herinrichting nabij het Veerhuis is dat de tuimelkade van de Maasdijk die benedenstrooms reeds aanwezig is, verhoogd wordt en wordt doorgetrokken tot bovenstrooms van het Veerhuis/restaurant. Deze ingreep wordt aangegrepen om de verkeersituatie te vereenvoudigen. Momenteel zijn er drie aansluitingen op de Maasdijk en dat wordt teruggebracht naar één aansluiting aan de westzijde van de haven (Loswal). De afrit naar het weiland van De Heus komt gedeeltelijk onder de buitenberm van de dijk te liggen en kan niet gehandhaafd worden.
Aan de Maaszijde wordt een alternatieve perceelstoegang gemaakt. De Veerweg wordt omgelegd en gecombineerd met de toegang/poort naar de jachthaven. Daarbij zullen er twee laad/losplekken naast de poort worden aangebracht. Nabij de veerstoep wordt een plek gemaakt waar auto’s kunnen keren, al dan niet om met een trailer een boot te water te kunnen laten. Het huidige terras van het Veerhuis wordt verhoogd (niveau Maasdijkweg) aangelegd. Het nieuwe terras krijgt een gelijk oppervlak, maar wordt langer en smaller, zodat het past tussen de weg en de nieuwe tuimelkade. In de zone tussen de Maasdijkweg en de tuimelkade worden 12 of 13 nieuwe bomen (linden) geplant, als aanvulling op de bestaande bomenrij langs het hoornwerk. Tussen de bomen worden parkeerplaatsen aangelegd, evenveel als er in de huidige situatie zijn (14 stuks). Er wordt een goede plek voor het fietsparkeren aangelegd, een flinke verbetering ten opzichte van de huidige situatie. De bomenrij gecombineerd met parkeerplaatsen loopt door tot de plek waar de tuimelkade aansluit op de Maasdijkweg aan de stroomopwaartse zijde. Dankzij het planten van nieuwe bomen op de dijk wordt de volledige lengte van het hoornwerk van de vesting ruimtelijk benadrukt. Ter hoogte van het Veerhuis/restaurant wordt de bomenrij onderbroken zodat een zichtvenster op het Veerhuis ontstaat.
Twee bomen staan aan de rand van het terras en zorgen ook voor schaduw voor de bezoekers. Hierdoor lijkt de semi-permanente overkapping op het terras overbodig te zijn. Er is in detail gekeken naar de overgang van combischerm naar heavescherm nabij het Veerhuis. Geconcludeerd is dat de dijk voldoet op stabiliteit binnenwaarts bij het Veerhuis waardoor de oversteek van combischerm naar buitendijks heavescherm circa 30m bovenstrooms van het Veerhuis plaats vindt en er geen combischerm nodig is voor de gevel van het Veerhuis. Resumerend betekent dit dat de constructieve schermen ter hoogte van de tuimeldijk in het buitentalud van de dijk worden gesitueerd.
36 | 264
Meanderende Maas | WSD.3.1/22-014.323 | Definitief | 1.0
Afbeelding 3-14 Plattegrond van Haven Ravenstein en het terras van het Veerhuis
3.3.2
Dijksectie 2 Neerlangel – Huis te Dieden
Dijksectie 2 bestaat uit dijkvakken 2a_1, t/m 2b_8 tussen Ravenstein en Huis te Dieden. De dijksectie wordt gekenmerkt door de diverse bomenrijen op de dijk. Bij een aantal dijkvakken staan de bomen aan weerszijde van de dijk en bij andere dijkvakken is sprake van bomen aan de binnenzijde op de kruin. Veel van de boomstructuren op de dijk zijn door de gemeente aangemerkt als beeldbepalend waardoor deze beschermd zijn. De binnenzijde van deze dijksectie is vooral bebouwd. De tuinen van deze bewoners lopen door tot aan de binnenteen.
Afbeelding 3-15 Huidige situatie dijksectie 2
diverse beeldbepalende bomenrijen langs de dijk
Het ontwerp Op alle dijkvakken, met uitzondering van dijkvak 2b_7, is ervoor gekozen om de dijk te buitendijks te herprofileren zodat de bestaande bomen, zoals die in de dijkvakken 2b_1 maar ook in 2b_6 (beschermde status) en 2b_8, gehandhaafd kunnen blijven. De bomen dragen tenslotte bij aan een uniek landschapsbeeld. De kruin van de dijk zal op veel plekken verbreed worden en de tuimelkade zal verschoven en verhoogd worden. Daarnaast wordt in deze dijkvakken een heavescherm toegepast in de buitenteen van de bestaande kering. In dijkvak 2b_7 wordt de dijk versterkt met een grondberm die zowel functioneert als stabiliteitsberm als pipingberm. Behoudens dijkvak 2b_4 is in deze sectie een nieuw breder fietspad gepositioneerd op de verhoogde tuimelkade. Het bestaande fietspad wordt verwijderd (asfalt en fundering).
37 | 264
Meanderende Maas | WSD.3.1/22-014.323 | Definitief | 1.0
In het voorland van dijkvakken 2a_1a en 2b_6 is een ruimtereservering voor een klei-inkassing opgenomen om piping tegen te gaan.
Afbeelding 3.16 Dijksectie 2 - Neerlangel
2a_2
Afbeelding 3.17 Dijksectie 2 -Maasdijk Demen
2b_1
38 | 264
Meanderende Maas | WSD.3.1/22-014.323 | Definitief | 1.0
2a_1
Afbeelding 3.18 Dijksectie 2: Maasdijk Demen
2b_1
2b_2
Afbeelding 3.19 Dijksectie 2: Maasdijk Dieden
2b_6
2b_5
39 | 264
Meanderende Maas | WSD.3.1/22-014.323 | Definitief | 1.0
2b_4
2b_3
Afbeelding 3.20 Dijksectie 2: Maasdijk Dieden
2b_8 2b_7
Locatiespecifieke maatregelen en meekoppelkansen In dijkvak 2_8 wordt ter hoogte van landhuis Huis Te Dieden in combinatie met een binnendijkse stabiliteitsberm een monumentale laan als meekoppelkans uitgewerkt. Meekoppelkans Huis te Dieden Aan de zeer markante oostelijke hoek van de Diedensche Uiterdijk ligt het oude landhuis Huis te Dieden. Vroeger stond hier een versterkt landhuis, omgegeven door een slotgracht. De omgeving van het huis is deels als meekoppelkans geïntegreerd in het dijkontwerp: vanuit het project wordt het binnendijkse grondwerk tussen het kasteel en de bebouwing van Dieden dijktechnisch als gecombineerde piping- en stabiliteitsberm aangelegd. Er is rekening gehouden met een extra leeflaag van 0,5 m, zodat conform het ruimtelijk ontwerp bomen kunnen worden geplaatst op het grondlichaam. In het dijkontwerp is aan de zuidzijde een deel van de watergang opgenomen die vanuit waterhuishoudkundig en cultuurhistorisch oogpunt wenselijk is. Met deze inpassing wordt het historische karakter van het Huis recht gedaan. Dit is in de onderstaande afbeelding gevisualiseerd. De daarin opgenomen inrichtingsmaatregelen zijn behoudens de hierboven genoemde maatregelen buiten scope van het dijkontwerp: aanleg oprijlaan, planten bomen en werkzaamheden gracht.
Deze nieuwe context van Huis te Dieden biedt goede aanknopingspunten voor het opstellen van een integraal ontwikkelplan voor deze locatie, waar gemeente Oss, in samenwerking met de Provincie NoordBrabant, de trekkersrol vervult. In dit ontwikkelplan kan de heraanleg van de oorspronkelijke oprijlaan met een dubbele bomenrij aan de oostzijde van het Huis opgenomen worden. Bij de uitwerking van een ontwikkelplan moet rekening worden gehouden met het nieuwe dijkontwerp en de vereisten voor een veilige dijk.
40 | 264
Meanderende Maas | WSD.3.1/22-014.323 | Definitief | 1.0
Afbeelding 3.21 Het ruimtelijk ontwerp voor Huis te Dieden
3.3.3
Dijksectie 3 Diedensche Uiterdijk
Dijksectie 3 bestaat uit dijkvakken 3_1, t/m 3_5 vanaf Huis te Dieden tot aan Megen. Het traject loopt rond de Diedensche Uiterdijk waardoor het een lang voorland heeft. In de uiterwaarde liggen bestaande geulen waarbij rond de geulen belangrijke natuurwaarde is ontwikkeld. In het Projectplan Rivier 1 zijn nieuwe geulen opgenomen buitendijks van dijkvak 3_5. De locatie van de geulen is van belang voor de pipingopgave van de dijk. Aan de binnenzijde van dijkvak 3_5 staat een bomenrij die relevant is als lijnelement essentieel voor vleermuizen (vliegroute). Er loopt tevens een watergang langs de binnenteen. Langs deze dijksectie is weinig bebouwing, waardoor er meer ruimte is voor een grondoplossing.
Afbeelding 3.22 Huidige situatie dijksectie 3
Het ontwerp Op de dijkvakken 3_1, 3_2 en 3_5 wordt de dijk in grond versterkt. Aan de binnenzijde wordt een stabiliteitsberm aangelegd en aan de buitenzijde een klei-inkassing als pipingmaatregel. Op een zuidelijk deel van dijkvak 3_2 is tevens een heavescherm nodig i.v.m. de aanwezigheid van een geul vlak voor de dijk. Op dijkvak 3_3 wordt de dijk buitenwaarts geherprofileerd in grond en wordt een heavescherm geplaatst in de huidige buitenteen van de dijk. Deze buitenwaartse herprofilering heeft geen negatieve rivierkundige effecten vanwege de afstand van de dijk tot de rivier. Ook in het voorland van dijkvak 3_4 is een geul aanwezig met belangrijke natuurwaarden. Hierdoor is een klei-inkassing niet mogelijk. Aan de binnenzijde wordt een stabiliteitsberm aangebracht. In het buitentalud wordt een langsconstructie aangebracht met een gecombineerde stabiliteits- en heavefunctie. 1
Projectplan Rivierveruiming en KRW Meanderende Maas.
41 | 264
Meanderende Maas | WSD.3.1/22-014.323 | Definitief | 1.0
Het is hier niet mogelijk om de dijk richting de rivier te versterken vanwege de belangrijke natuurwaarden. In het dijkontwerp is het combischerm dan ook juist verplaatst richting de kruin (vooralsnog 2 m uit buitenkruin), dit komt tevens de maakbaarheid ten goede. In de buitenteen is een onderhoudspad opgenomen.
Afbeelding 3.23 Dijksectie 3: Maasdijk, Diedensche Uiterdijk
3_1
Afbeelding 3-24 Dijksectie 3: Ravensteinsedijk Haren
3_4
3_2
3_3
42 | 264
Meanderende Maas | WSD.3.1/22-014.323 | Definitief | 1.0
Afbeelding 3.25 Dijksectie 3: Harensedijk Haren
3_4
Afbeelding 3.26 Dijksectie 3: Harensedijk Megen
3_5
43 | 264
Meanderende Maas | WSD.3.1/22-014.323 | Definitief | 1.0
Locatiespecifieke maatregelen en meekoppelkansen Op dijkvakken 3_4, 3_5 nabij enkele gebouwen te Onderweg worden de stabiliteitsconstructie en/of stabiliteitsberm aangepast om deze particuliere eigendommen te ontzien. 1 Locatiespecifieke maatregelen bij Onderweg 10 (dijkpaal A471) De overgang van dijkvak 3_4 naar 3_5 bevindt zich bij de kruising van de Maasakkerstraat en Harensedijk. Vanwege het aanwezige pand (Onderweg 10) vormde het plaatsen van het heavescherm aan de binnenzijde een inpassingsopgave. Door het doortrekken van de oplossing van dijkvak 3_4 (stabiliteitsconstructie aan de buitenzijde) voorbij dit pand, wordt deze inpassingsopgave opgelost. 2 Locatiespecifieke maatregel bij Onderweg 2 (dijkpaal A479) De stabiliteitsberm ter plaatse van Onderweg 2 is specifiek beschouwd en zodanig berekend en ontworpen dat deze geen impact heeft op het ruimtebeslag van dit woonperceel.
3.3.4
Dijksectie 4 Megen
Dijksectie 4 bestaat uit dijkvakken 4_1 t/m 4_5 bij Megen. Deze dijksectie is gekenmerkt door binnendijks bebouwd gebied. Bij dijkvak 4_1 ligt binnendijks een tuincamping. Het campingterrein loopt voor een gedeelte op de stabiliteitsberm. Op het binnentalud staan naast de fruitbomen ook een toiletgebouw. Het ontwerp Op dijkvak 4_1 wordt de dijk versterkt met een gecombineerd stabiliteits- en heavescherm welke hoog in het binnentalud wordt geplaatst. Zowel aan de binnendijkse als buitendijkse zijde zijn belangrijke waarden aanwezig waardoor een versterking in grond niet haalbaar is. De rest van de dijksectie kenmerkt zich door hoog achterland waardoor er geen opgave is voor binnenwaartse stabiliteit en piping. Er zijn dus ook nagenoeg geen langsconstructies nodig. Op dijkvak 4_3 is over een lengte van ca. 50m een langsconstructie nodig om ervoor te zorgen dat versterkte dijk op voldoende afstand van de N329 blijft. In dijkvak 4_4 is grotendeels nauwelijks sprake van een opgave en wordt het fietspad vernieuwd met een beperkte verhoging. In dijkvak 4_5 bevindt zich op ongeveer de helft van het dijkvak een pipingopgave; hier wordt een heavescherm toegepast. De langsconstructie van dijkvak 5a dient over een afstand van ca. 80m te worden doorgezet naar dijkvak 4_5.
Afbeelding 3.27 Dijksectie 4: Maasdijk Megen
4_3
4_2 4_1
44 | 264
Meanderende Maas | WSD.3.1/22-014.323 | Definitief | 1.0
Afbeelding 3.28 Dijksectie 4: Maasdijk Megen
4_5
4_4 4_3
5a
Locatiespecifieke maatregelen en meekoppelkansen − Achter de dijk bij dijkvak 4_1 wordt de versterkingsoplossing ingepast ten behoeve van camping Megen. − De huidige fietsoversteek bij de kruising Rulstraat - N329 ligt dicht tegen de dijk en kan niet gehandhaafd worden om de dijk hier verhoogd en buitendijks verbreed moet worden. De oversteek wordt verplaatst en ingepast in het ontwerp van de dijk. − Ter plaatse van een oude markante boom op de dijk bij dijkvak 4_3 wordt de nieuwe dijkkruin aangepast. 1 Locatiespecifieke maatregel camping Megen Achter de dijk bij dijkvak 4_1 ligt de Tuincamping Megen. Hier is gekozen om voor dit dijkvak te kiezen voor een gecombineerd stabiliteits- en heavescherm in de binnenkruin van de dijk en daarnaast een binnentalud in grond. Op die manier wordt de camping waar mogelijk ontzien en kan de bedrijfsvoering worden gecontinueerd. Bij de inpassing van het binnentalud en de bekleding wordt getracht zoveel mogelijk bomen te sparen. 2 Locatiespecifieke maatregel veilige oversteken voor fietsers en voetgangers bij Megen Aan de oostzijde van Megen loopt de N329 aan de rand van de Diedensche Uiterdijk. De huidige Rulstraat komt op de N329 uit. Fietsers moeten deze weg kruisen om hun route te vervolgen. De huidige fietsoversteek ligt dicht tegen de dijk en kan niet gehandhaafd worden om de dijk hier verhoogd en buitendijks verbreed moet worden.
De oversteek wordt in noordelijke richting verplaatst naar het bestaande kruispunt van de N329 met de Maasdijkweg, en wordt geïntegreerd in de grote gebiedsentree langs de Vliet zoals opgenomen in het Rivierontwerp. Ter hoogte van het Kloosterpad komt een nieuwe gebiedsentree voor voetgangers vanuit het stadje naar de Diedensche Uiterdijk. Deze moet de provinciale weg passeren en daarvoor moet een nieuwe oversteek met een middengeleider gemaakt worden.
45 | 264
Meanderende Maas | WSD.3.1/22-014.323 | Definitief | 1.0
3 Locatiespecifieke maatregel waterkering bij de lulboom Megen De lulboom is een begrip in Megen. Deze boom is oud en staat op een zeer markante plaats bovenop de dijk. Hier moet de waterkering ook verhoogd worden en de boom behouden blijven. De nieuwe dijkkruin wordt in de vorm van een soort tuimelkade achterlangs de boom, dicht tegen de weg aangelegd. Een muurtje langs de weg vangt het hoogteverschil op. De afstand van de nieuwe waterkering tot de boom blijft vrij groot en de aansluitingen op bestaande wegen en paden zijn maakbaar.
3.3.5
Dijksectie 5 De Waarden
Dijksectie 5 bestaat uit dijkvakken 5a en 5b_1, t/m 5b_3 tussen Megen en Macharen. Deze dijksectie kenmerkt zich met uitzondering van dijkvak 5a door een verre ligging van de rivier en is gelegen rondom de uiterwaarde De Waarden. In de uiterwaarde is momenteel naast natuur ook ruimte voor landbouw. Langs de dijksectie staan enige boerderijen. Aan het eind van deze dijksectie sluit de dijk aan op de sluis Macharen. Bij dijkvak 5b_1 ligt in de binnenteen een sloot waar verschillende beschermde diersoorten in leven. Op de binnenberm staat een bomenrij die door vleermuizen als fourageerroute wordt gebruikt.
Afbeelding 3.29 Huidige situatie dijksectie 5
Het ontwerp In dijkvak 5a wordt de dijk versterkt door een gecombineerd stabiliteits- en heavescherm. Binnendijks staan hier veel woningen en de dijk ligt hier dicht bij de rivier waardoor versterken in grond niet haalbaar is. In het meest oostelijk gelegen deel van dit dijkvak is een stabiliteitsscherm met tevens een heavefunctie gepositioneerd in de binnenteen en gecombineerd met een taludverflauwing. In het restant van dit dijkvak richting 5b_1 is het gecombineerde scherm in de binnenteen van de tuimelkade geplaatst. Op dijkvak 5b_1 wordt de dijk versterkt met een klei-inkassing als pipingmaatregel en een binnendijkse stabiliteitsberm. De bomenrij in het noordelijk deel van dit dijkvak (relevant voor vleermuizen) blijft behouden; de aanwezige berm met de bomen functioneert als stabiliteitsberm. Op dit deel blijft de binnendijkse watergang ook behouden. Het ontwerp van dijkvak 5b_1 loopt ook door in het begin van dijkvak 5b_2. Echter naarmate de dijk dichter bij de sluis komt wordt de invloed van het kanaal en de geulen in het voorland groter en wordt de klei-inkassing vervangen door een heavescherm. Dit heavescherm begint op ca. dijkpaal A521 en loopt door tot de sluis. Dijkvak 5b_3 is de oostelijke voorhavendijk van de sluis. In het buitentalud is een stabiliteitsscherm voor buitenwaartse stabiliteit voorzien.
Aan de binnenzijde wordt een stabiliteitsberm aangebracht gecombineerd met een heavescherm.
46 | 264
Meanderende Maas | WSD.3.1/22-014.323 | Definitief | 1.0
Afbeelding 3.30 Dijksectie 5b_1 en 5b_2
5b_1
5a
5b_1
5b_2
47 | 264
Meanderende Maas | WSD.3.1/22-014.323 | Definitief | 1.0
Afbeelding 3.31 Dijksectie 5: Megensedijk
5b_2
5b_3
Locatiespecifieke maatregelen en meekoppelkansen De versterking van de dijk wordt ingepast nabij sluis Macharen. Sluis Macharen Nabij sluis Macharen volgt uit de pipingberekeningen dat een klei-inkassing niet maakbaar is (invloed kanaal is te groot). In de afweging volgens de redeneerlijn ‘eerst in grond’ is beschouwd of er binnendijks een pipingberm toegepast kan worden. De conclusie is dat de afmeting (breedte) van de pipingberm dermate groot is dat het financieel niet opweegt tegen een heavescherm. Dit mede vanwege de huiskavel van de zittende agrariër. Daarnaast is een pipingberm vanuit ruimtelijke kwaliteit niet gewenst. Het doet afbreuk aan het streven naar continuïteit in het beeld. Het toe te passen heavescherm zal een bepaalde overlap moeten hebben met de buitendijks gesitueerde klei-inkassing om achterloopsheid te voorkomen.
3.3.6
Dijksectie 6 Macharen
Dijksectie 6 bestaat uit dijkvakken 6_1 en 6_2 bij Marcharen. Dijkvak 6_1 loopt langs de sluis Marcharen. Aan de binnenzijde van de dijk staan woningen waarbij de tuinen doorlopen over het binnentalud. Het percelen op het buitentalud zijn ook van bewoners die binnendijks wonen. De weg op de kruin van de dijk is niet toegankelijk voor het verkeer en loopt richting de sluis dood. Afbeelding 3.32 Huidige situatie dijksectie 6
48 | 264
Meanderende Maas | WSD.3.1/22-014.323 | Definitief | 1.0
Het ontwerp In dijkvak 6_1 wordt de dijk versterkt met een zelfstandig kerende constructie die zowel de kerende hoogte en de sterkte en stabiliteit van de waterkering verzorgt. De kerende hoogte wordt aangelegd voor een levensduur van 50 jaar maar de constructie is wel aanvullend op te hogen voor een levensduur van 100 jaar. Door de zelfstandig kerende constructie wordt de inpassing bij de woonboten simpeler. Dijkvak 6_2 voldoet met een beperkte buitenwaartse versterking aan de criteria van tweede afschuiving. Waar eerder een langsconstructie binnendijks was voorzien in de omgeving van woningen, infrastructuur en kabels en leidingen is nu sprake van een heavescherm in de bestaande buitenteen.
Afbeelding 3.33 Dijksectie 6: Macharen
6_2
5b_3
6_1
Locatiespecifieke maatregelen en meekoppelkansen Bij dijkvak 6_1 wordt het dijkprofiel aangepast aan het bestaande talud, geschikt voor woonboten aan rivierzijde. Locatiespecifieke maatregel bij westelijke voorhaven Sluis Macharen (6_1) Dijkvak 6-1 is het dijktracé bij de westelijke voorhaven van de sluis van Macharen. Binnendijks ligt het dorp Macharen en buitendijks is ingericht voor de ligging van permanente woonboten. In voorliggend ontwerp is een oplossing uitgewerkt bestaande uit 1 damwand in de kruin die zowel de binnenwaartse stabiliteit, het heavescherm en de kerende hoogte garandeert. Dit zorgt ervoor dat het dijkprofiel beter kan worden aangesloten aan het talud aan rivierzijde bij de woonboten.
49 | 264
Meanderende Maas | WSD.3.1/22-014.323 | Definitief | 1.0
3.3.7
Dijksectie 7 Ossekamp
Dijksectie 7 bestaat uit dijkvakken 7a_1 t/m 7b_1 tussen Macharen en Boveneind bij de uiterwaarde Ossekamp. Het ontwerp Dijkvak 7a_1 wordt versterkt met een binnenwaartse stabiliteitsberm gecombineerd met een heavescherm. Vanaf dijkvak 7a_2 t/m 7b_1 wordt de dijk met klei-inkassingen versterkt, waarbij het lokaal mogelijk is dat de dijk al breed genoeg is en de klei-inkassing wegvalt. Op dijkvak 7a_2 wordt binnendijks een stabiliteitsberm aangelegd en is deels nabij 7a_1 ook voorzien in een heavescherm in de binnenberm. De openbare weg is vanaf 7a_1 tot ca. dijkpaal A544 (7a_3) hier verplaatst naar de nieuwe kruin van de dijk. Er zijn afzonderlijke afritten ontworpen naar de percelen waar deze aan de orde is. Op dijkvak 7b_1 is nader naar de samenhang tussen afgraven, langsconstructie (een afgraving mag geen langsconstructie introduceren) en klei-inkassing gekeken en zijn de verschuivingen zodanig geotechnisch ontworpen dat sprake is van een dijk zonder langsconstructie en met een klei-inkassing. De langsconstructie van dijkvak 7b_2 (met tevens een heavefunctie en ter plaatse van de binnendijkse plas tevens als beverwerende voorziening) wordt doorgezet in dijkvak 7b_3 tot de buitendijkse woningen waar het overgaat in een heavescherm. De tuimelkade op dijkvak 7b_3 is buiten de invloedsfeer van de tuinen gelegd om deze (en de aanwezige afwateringsvoorzieningen) te ontzien.
Afbeelding 3.34 Dijksectie 7: Kasteeldijk Macharen
50 | 264
Meanderende Maas | WSD.3.1/22-014.323 | Definitief | 1.0
Afbeelding 3.35 Dijksectie 7: Oijense Bovendijk Boveneind
7b_1 7a-3
7a_5 7a-3
Afbeelding 3.36 Dijksectie 7: Oijense Bovendijk Boveneind
7b_3 7a-3
7b_2 7a-3
51 | 264
Meanderende Maas | WSD.3.1/22-014.323 | Definitief | 1.0
7b_1 7a-3
Locatiespecifieke maatregelen en meekoppelkansen In deze dijksectie zijn vier locatiespecifieke maatregelen. Deze zijn hieronder beschreven. 1 Locatiespecifieke maatregel perceel ter hoogte van A539; Kasteeldijk 5 (7a_2) In dijkvak 7a_2 bevindt zich een woning aan de binnenzijde met adres Kasteeldijk 5. De berm die wordt aangebracht aan de binnenzijde van de dijk overlapt met het perceel van deze woning. Uit nader onderzoek blijkt dat de aanwezige deklaag in de buurt van de woning lokaal een halve meter hoger ligt dan de standaardwaarde die gebruikt is voor de berekening in het dijkvak. Dit betekent dat de berm aan de binnenzijde van de dijk ter plaatse van de woning ongeveer 2 m korter kan zijn. Dit reduceert de inpassingsopgave, er blijft echter aan de noordwestzijde van het woonperceel sprake van een aanberming die de kadastrale grens overschrijdt. Er zal sprake zijn van inpassing van dit talud. 2 Oprit Kasteelstraat In dijkvak 7a_3 bevindt zich de oprit van de Kasteelstraat naar de verlegde Kasteeldijk. Ten opzichte van de huidige oprit is deze beperkt naar het westen verschoven zodat de toegang naar perceel Kasteeldijk 55 ongewijzigd kan worden gebruikt. Dit betekent echter wel dat het talud aan de westzijde beperkt op het eigendom van Natuurmonumenten ligt. Hierover heeft afstemming plaatsgevonden met Natuurmonumenten.
Tevens is de huidige afrit naar de uiterwaard geoptimaliseerd opgenomen in dit ontwerp. Door de aansluiting op het splitsingsvlak zijn de draaimogelijkheden van de afrit sterk verbeterd ten opzichte van de huidige situatie. 3 Verduurzaming ontwerp (7b_1) In het voorliggende ontwerp is voorzien in een dijkontwerp waar de dijk ruimtelijk is ingepast, de ontgraving van de bestaande dijk is beperkt. Daar waar een scherm noodzakelijk is, betreft dit een heavescherm omdat ter plaatse een klei-inkassing niet mogelijk is. 4 Locatiespecifieke maatregel haven (7b_3) Door de verschuiving van de tuimelkade achter de woningen van dijkvak 7b_3 is het ontwerp met behoud van het buitentalud en een vlakke onderhoudsberm (veiligheidsissue beheer) tot in het aanwezige haventje. Het haventje is in eigendom van het waterschap. De oplossing is daarmee zonder gevolgen voor grondverwerving inpasbaar. Er is door WSAM besloten om geen fietspad achter de woningen langs te leggen, wel komt er een onderhoudspad in buitenteen van de dijk waarover gewandeld kan worden.
3.3.8
Dijksectie 8 Oijen
Dijksectie 8 loopt om Oijen heen. De dijksectie ligt dicht tegen de rivier aan. De dijksectie is aan de binnenzijde bebouwd. Vanaf dijkvak 8_2 loopt de tuimeldijk achter de huizen langs. De weg daarentegen loopt voor de huizen. De huizen zitten tussen de weg en de tuimeldijk in. Waardoor het dijkprofiel over gaat naar een brede tuimelkade. Het ontwerp Voor deze dijksectie wordt de tuimelkade verhoogd om aan de hoogteopgave te voldoen. Dijkvak 8_1 is op binnenwaartse stabiliteit afgekeurd. Voor de binnenwaartse stabiliteit wordt in de binnenteen een damwand geplaatst. Deze damwand dient tevens als heavescherm. Daar waar de kering achter de huizen langs loopt (dijkvak 8_2) is geen stabiliteitsopgave. Hier komt een heavescherm in de teen van de tuimelkade. De tuimelkade wordt verhoogd om aan de hoogteopgave te voldoen. In het voorland van dijkvak 8_2 is een ruimtereservering voor een klei-inkassing, om piping tegen te gaan opgenomen.
52 | 264
Meanderende Maas | WSD.3.1/22-014.323 | Definitief | 1.0
Afbeelding 3.37 Dijksectie 8: Oijense Benedendijk Oijen
8_2 7a-3
8_1 7a-3
3.3.9
Dijksectie 9 Hemelrijkse Waard
Dijksectie 9 bestaat uit dijkvakken 9a_1 t/m 9b_7 bij de Hemelrijkse waard. Binnendijks ligt er langs dit traject bij 9b een waterzuivering. Bij dijkvak 9b_4 zijn er plannen om binnendijks ten zuiden van de RWZI een zonnepanelenpark te realiseren.
Afbeelding 3.38 Huidige situatie dijksectie 9
Het ontwerp Dijkvakken 9a_1 wordt versterkt middels een langsconstructie dat functioneert als stabiliteits- en heavescherm. De eerste 300m van het dijkvak heeft geen stabiliteitsopgave en hier wordt derhalve alleen een heavescherm geplaatst. Het heavescherm is gepositioneerd in de binnenteen en gecombineerd met een taludverflauwing. Dijkvakken 9a_2 en 9a_3 hebben geen stabiliteitsopgave, de langsconstructie heeft hier alleen een heavefunctie. Op basis van het criterium tweede afschuiving voldoet dijkvak 9a_5 en is ook hier alleen een heavescherm noodzakelijk. De constructie is zo ingepast dat deze zo min mogelijk impact heeft op de omgeving.
53 | 264
Meanderende Maas | WSD.3.1/22-014.323 | Definitief | 1.0
In 9a_2 is het scherm vanwege de binnendijkse bebouwing (in combinatie met de aanwezige kabels en leidingen) in de binnenteen/-kruin van de aanwezige tuimeldijk gepositioneerd. In dijkvakken 9a_3 en 9a_5 zijn de heaveschermen aan de binnendijks geplaatst en hebben deze schermen tevens een functie als beverwerende voorziening. In 9a_3 is daarbij tevens sprake van een taludverflauwing. Op dijkvak 9a_4 wordt een buitendijkse herprofilering toegepast met een heavescherm in de binnenteen van de tuimel. Tevens is in het voorland van dijkvak 9a_4, om piping tegen te gaan een ruimtereservering voor een klei-inkassing opgenomen. Vanaf dijkvak 9b_1 t/m 9b_6 zijn klei-inkassingen opgenomen als maatregel tegen piping. Op dijkvak 9b_5 is de eerder als optimalisatie voorziene buitenwaartse versterking i.v.m. de inpassing van het kunstwerk van de Teeffelense Sluis niet opgenomen en is grotendeels het VO overgenomen: met ter plaatse van de binnendijkse woningen een stabiliteitsscherm binnendijks. In dijkvak 9b_5 is in de overgang naar de toegepaste buitenwaartse versterking nog voor een klein deel een stabiliteitsconstructie opgenomen, maar is daarna tot ca. dijkpaal A613 de buitenwaartse versterking gecombineerd met een klei-inkassing. Er is een ruimtereservering nodig voor de uitbreiding naar van deze kleiinkassing naar A615 om piping tegen te gaan.
Dijkvakken 9b_2, 9b_5 en 9b_6 zijn buiten de zonering van woningen versterkt met een binnendijkse stabiliteitsberm. De berm van 9b_6 is doorgezet in 9b_7 tot dijkpaal A616+065. Dijkvak 9b_7 is aan de binnenzijde voorzien van een heavescherm en voor de inpassing van het buitentalud bij de haven is een langsconstructie in het buitentalud voorzien.
Afbeelding 3.39 Dijksectie 9: Oijense Benedendijk Benedeneind
9a_1 7a-3
54 | 264
Meanderende Maas | WSD.3.1/22-014.323 | Definitief | 1.0
Afbeelding 3.40 Dijksectie 9: Oijense Benedendijk Benedeneind
9a_5 9a_1
9a_2
7a-3
9a_4 9a_3
9b_1
Afbeelding 3.41 Dijksectie 9: Oijense Benedendijk RWZI
9b_5
55 | 264
9b_4
Meanderende Maas | WSD.3.1/22-014.323 | Definitief | 1.0
9b_3
9b_2
Afbeelding 3.42 Dijksectie 9: Oijense Benedendijk
9b_5 9b_6
Afbeelding 3.43 Dijksectie 9: Lithoijense Dijk Lithoijen
9b_6 10_1 9b_7
56 | 264
Meanderende Maas | WSD.3.1/22-014.323 | Definitief | 1.0
3.3.10 Dijksectie 10 Lithoijen Dijksectie 10 ligt een groot stuk van de rivier af. Buitenwaarts van de dijk ligt de provinciale weg en bij dijkvak 10_2 ook een haven. Vanaf dijkvak 10_3 ligt de dijksectie meer richting het binnenland. Daar ligt ook nog een oud wiel met daarom heen natuurwaarde. In gebied tussen de provinciale weg en de dijk is een stuk landbouwgrond.
Afbeelding 3.44 Huidige situatie dijksectie 10
Het ontwerp Op dijkvak 10_1 wordt de dijk versterkt met een heavescherm. Dijkvak 10_2 en 10_3 worden grotendeels versterkt door een buitenwaartse versterking met herprofilering in combinatie van een heavescherm. Dijkvakken 10_4 en 10_5 worden versterkt met een gecombineerd stabiliteits- en heavescherm. Op dijkvak 10_3 is in het voorland een ruimtereservering voor een klei-inkassing opgenomen om piping tegen te gaan.
Afbeelding 3.45 Dijksectie 10: Lithoijense Dijk Lithoijen
10_2 10_1
57 | 264
Meanderende Maas | WSD.3.1/22-014.323 | Definitief | 1.0
Afbeelding 3.46 Dijksectie 10: Lithoijense Dijk Lithoijen
10_2
10_5
10_4
58 | 264
Meanderende Maas | WSD.3.1/22-014.323 | Definitief | 1.0
10_3
Locatiespecifieke maatregelen en meekoppelkansen In deze dijksectie zijn twee locatiespecifieke maatregelen. Deze zijn hieronder beschreven. 1 Inpassing boomgaard op dijkvak 10_5 In het voorliggende ontwerp is er voor gekozen om de boomgaard op dijkvak 10_5 te ontzien vanwege bedrijfseconomische redenen. Een stabiliteitsberm met een lengte van circa 14m heeft een te grote impact op het bedrijf. Derhalve wordt de dijk versterkt met een combiwand in de binnenteen van de dijk. 2 Inpassing keermuur café Maaszicht (dijkvak 10_5) Het café Maaszicht in dijkvak 10_5 staat boven op de dijk. Het terras van het café is aangelegd op de huidige kruinhoogte van de dijk: circa NAP +8,7 m. Rondom het terras is een niet waterkerende keermuur van ca 0,6 tot 0,8m geplaatst. De dijk moet in de nieuwe situatie een krijgen van NAP +9,5 m. Dit betekent dat ook de keermuur bij het café versterkt moet worden. De inpassing van de keermuur wordt nader gedetailleerd in de vervolgfase. Hierbij wordt ook gekeken naar de toegankelijkheid van het terras.
3.3.11 Dijksectie 11 Lith Dijksectie 11 ligt ten noordoosten van Lithoijen en loopt dicht langs de rivier. Binnendijks loopt een provinciale weg langs de dijksectie. De provinciale weg kruist de dijk bij dijkvak 11_1. Vanaf daar loopt de weg binnendijks in plaats van buitendijks. Bij dijkvak 11_1 ligt buitendijks een bedrijventerrein. Bij dijkvak 11_3 zijn buitendijks enkele huizen. Er is een wens om een fietspad te maken op de tuimelkade over dijksectie 11_1. Op dijksectie 11_2 en 11_3 is sprake van een hoog voorland. Het ontwerp Op dijkvak 11_1 wordt de dijk versterkt met een tuimeldijk met daarop een fietspad. De tuimeldijk krijgt aan de buitenzijde een gecombineerd heave- en stabiliteitsscherm. In dijkvak 11_3 wordt binnendijks een heavescherm aangebracht. In de huidige situatie is de provinciale weg de kruin van de dijk. Deze is te laag. Op dijkvak 11_2 en 11_3 is er wel een hoog voorland aanwezig wat grotendeels voldoet. Het verleggen van de kruin van de weg naar het hoge voorland is hiermee een goede oplossing.
Afbeelding 3.47 Dijksectie 11: N265 Lithoijen
11_3 11_2
11_1
59 | 264
Meanderende Maas | WSD.3.1/22-014.323 | Definitief | 1.0
Locatiespecifieke maatregelen en meekoppelkansen In deze dijksectie zijn twee locatiespecifieke maatregelen. Deze zijn hieronder beschreven. 1 Versterkingsopgave rondom woningen dijkvak 11_3 In dijkvak 11_3 bevindt een zone van woningen zich binnen de leggerzone van de waterkering. Uit een nadere analyse van de maaiveldhoogten van de voortuinen blijkt dat daar mogelijk al zou kunnen worden voldaan aan de hoogteopgave. De hoogteopgave is NAP+9,4 m (inclusief 10 cm autonome bodemdaling en 10 cm zetting). Gezien de beperkte ophoging is aannemelijk dat met een hoogte van circa NAP+9,3 m ook voldaan wordt aan de hoogteopgave aangezien er geen zettingen zullen plaatsvinden. In het dijkontwerp zoals dat navolgend is opgenomen is voorzien in een ophoging van te lage delen van het maaiveld binnen de zone van de woningen. Een ophoging van het grondwerk is voorzien achter de panden met nummers 2, 4 en 4A. Het grasperceel direct ten westen van het ontsluitingspad wordt integraal opgehoogd tot een niveau van minimaal NAP+9,30 m waarbij afwatering naar noorden en zuiden gewaarborgd wordt (bol gelegd perceel). Het profiel van de kade met de kruinhoogte tot NAP+9,40 m wordt doorgezet tot de westzijde van het ontsluitingspad
Afbeelding 3.48 Woningzone 11_3 dijkontwerp
2 Meekoppelkans verkeersveiligheid fietspad Lithoijen Langs de dijk tussen het dorp Lithoijen en de stuw ontbreekt een schakel in het fietsnetwerk. Hier ligt een provinciale weg en het is niet toegestaan om langs deze route te fietsen. Dit is een groot gemis voor de continuïteit van de dijk die juist voor fietsverkeer uitermate geschikt is. De dijk moet hier iets verhoogd worden en dat biedt een kans om er gelijk een fietspad aan te leggen. Na overleg met diverse stakeholders is afgesproken dat een fietspad alsnog in het dijkversterkingsproject wordt ingepast. Het fietspad wordt aan de oostelijke zijde van de provinciale weg aangelegd. Aan de noordkant zal het aansluiten op het beheerpad langs het stuwcomplex. Zuidelijk zal de kruising van de provinciale weg en de Maasdijk iets verhoogd moeten worden en zal er een fietsveilige oversteek worden aangelegd. In dit DO is een oplossing opgenomen die besproken is met de provincie Noord-Brabant. Gezamenlijk met de provincie is vastgesteld dat de meest wenselijke oversteek direct ten noorden van de huidige aansluiting van Lithoijense Dijk en uitrit betoncentrale gelegen is. Hiermee zou een zichtprobleem aan de orde zijn door 5 populieren langs de weg. De bomen maken deel uit van een bos waarin zich een roekenkolonie bevindt.
Het verwijderen van deze 5 bomen is afgestemd met de ecologische specialist in het projectteam van WSAM: verwijderen kan mits goed onderbouwd, in dit geval is het aspect veiligheid steekhoudend.
60 | 264
Meanderende Maas | WSD.3.1/22-014.323 | Definitief | 1.0
Afbeelding 3.49 Inpassing fietspad Lithoijen
3.4
Gedetailleerde beschrijving van het rivierontwerp
3.4.1
Diedensche Uiterdijk
De Diedensche Uiterdijk heeft de volgende primaire doelen (zie onderstaande afbeelding): − bijdragen aan waterveiligheid via rivierverruiming; − bijdragen aan KRW-doelen. De ruimtelijke inrichting van het gebied is weergegeven in de rechter onderstaande afbeelding. De volledige inrichtingskaart is opgenomen in bijlage V.
61 | 264
Meanderende Maas | WSD.3.1/22-014.323 | Definitief | 1.0
Afbeelding 3.50 Uitsnede plankaart DU (links) en Uitsnede inrichtingskaart DU (rechts)
De maatregelen voor dit deelgebied zijn weergegeven in de afbeelding op de volgende pagina.
62 | 264
Meanderende Maas | WSD.3.1/22-014.323 | Definitief | 1.0
Afbeelding 3.51 Maatregelen DU
O3: Peilfluctuatie en erosiebeschermende maatregelen PM2: Aanpassen t.o.v. ontwerp bestaande vergunning tbv uitstroom nieuwe geul O2: tijdelijke watergang (afwatering t.b.v. zelfrealisatiepercelen)
O1: Aanpassen Maasakkerstraat met duiker en hop-over
PM1: Herstel boogmeander met geïsoleerde geulen (KRW: 3,3km), rietmoeras en clusters rivierhout PM9: Maaiveldverlaging en rietmoeras
PM1: Herstel boogmeander met geïsoleerde KRW-geulen en clusters rivierhout
Aansluiten op bestaande geul en watergang De Vliet
De rivierverruimingsmaatregelen voor dit deelgebied zijn nader toegelicht in tabel 3.1.
Tabel 3.1 Rivierverruimingsmaatregelen DU id.
Maatregel
Uitvoering
PM1
Geulen - Herstellen boogmeander met geïsoleerde geulen (3,3 km) (eveneens KRWmaatregel)
− − −
−
−
63 | 264
In de herstelde meanderboog blijven delen beneden NAP +4,5 m open water Open water heeft een gemiddelde breedte van circa 50 m Maximale waterdiepte is op grote delen 1,5 m (bodemniveau NAP +3,5 m) en op enkele locaties (refugia) maximaal 2 m (bodemniveau NAP +3,0 m) Dit verflauwt naar een ondiepe zone open water met maximale diepte van 1,0m (bodemniveau NAP +4,0m) Langs de oevers van de geul komt een ondiepe zone (NAP+4,5-5,0m) waar waterriet tot ontwikkeling komt.
Meanderende Maas | WSD.3.1/22-014.323 | Definitief | 1.0
Opmerkingen −
id.
Maatregel
Uitvoering de geulbodem ligt na afgraven bijna volledig in de klei; aanbrengen van 5 clusters van circa 5 bomen in benedenstroomse deel van de meander (rivierhout). Het rivierhout wordt verankerd aan de bodem;
− −
PM2
PM9
Geulen- Aanpassing vergunde ontwerp (Natuurmonumenten/Rodr uza) m.b.t. uitstroom Meander DU
−
Maaiveldverlaging
−
Opmerkingen
−
−
−
−
−
De meander eindigt in drie verschillende ‘vingers’ die doorlopen richting de geul in de Oeverzone; De vingers zijn watervoerend met een bodemniveau NAP +4,0m.
Aanpassingen t.o.v. vergunde ontwerp Oeverzone Diedensche Uiterdijk zijn besproken met -en akkoord bevonden doorNatuurmonumenten.
De meanderboog (open water en rietmoeras) vormt hoofdstructuur. Het rietmoeras en open water benadrukken de recente ligging van de meanderboog en vormen de stroombaan. Buiten de meander wordt de voormalige ligging van geulen uit Romeinse en Middeleeuwse tijd zichtbaar gemaakt door afwerking op maaiveldhoogte net boven stuwpeil. Dit leidt tot een vegetatiebeeld van vochtig grasland (NAP +5,2m). De maaiveldverlaging draagt bij aan rivierverruiming; Komgebied omwissellocatie: de zone wordt afgewerkt op een maaiveldhoogte rond NAP +7,0-7,5m en ontwikkeling (droog) hardhoutooibos. Oude oeverwal aan westzijde van de geul omwissellocatie: maaiveldniveau ligt rond NAP +7,0m en ontwikkeling tot droog hardhoutooibos. In eindafwerking maaiveld invulling geven aan gewenste ecotooptype.
In eindafwerking: Aanwezige archeologische waarden behouden en beleefbaar maken; Aanwezige aardkundig reliëf in de ondergrond zichtbaar maken in de bovengrond; Enkele cultuurhistorische patronen te behouden. Aanwezige ecologische waarden te beschermen
Maatregel PM1 betreft zowel een rivierverruimingsmaatregel als een KRW-maatregel. Overige (ondersteunende) maatregelen voor dit deelgebied staan in tabel 3.2.
Tabel 3.2 Overige maatregelen DU id.
maatregel
uitvoering
O1
Aanpassing van Maasakker-straat (ten behoeve van realisatie geul)
− −
−
O2
64 | 264
fasering watersysteem (ten behoeve van kwaliteit geulen) - tijdelijke situatie
−
Weg blijft op huidige hoogte van NAP +8,0m; Huidige duiker in Maasakkerstraat wordt vervangen door twee grotere duikers met een schuif; Ter plaatse van de kruising van Maasakkerstraat en meander verwijderen van bomen. Tijdelijk verdiepen en verlengen van watergang De Vliet (deel ten noorden va Maasakkerstraat), zodat afwatering landbouwpercelen plaatsvindt richting het noorden, richting de Maas. Nabij de Maasakkerstraat blijft de watergang onvergraven (op NAP+4,8 m), en nabij de duiker in noordelijk deel (maatregel O3) wordt de watergang verdiept naar NAP+4,5
Meanderende Maas | WSD.3.1/22-014.323 | Definitief | 1.0
Opmerkingen realiseren van ‘hop-over’ (eilandje met aanplant bomen) op locatie waar bomen worden verwijderd, om belangrijke vleermuisvliegroute te behouden.
id.
maatregel
uitvoering
Opmerkingen
m. De watergang moet naar de Maas toe ( benedenstrooms van instroom geul oeverzone DU) worden verlengd met bodemniveau op NAP+4,0 m. De watergang is onderdeel van de westelijke vinger van PM2. Middels een grondlichaam wordt vermengen van water met de overige twee vingers voorkomen. O3
peilfluctuatie en erosiebeschermende maatregelen (ten behoeve van beheer geulen)
− −
−
−
−
O4
ecologische maatregelen (hoogwatervluchtplaats, beverterp, takkenrillen) (compensatie voor maaiveldverlaging)
−
−
−
3.4.2
De boogmeander wordt begrensd met (instroom)drempels: ter hoogte van de Rulstraat (drempelhoogte NAP +6,3 m). Om erosie tegen te gaan komt er taludbescherming van steenbestorting; aan het bovenstroomse einde van de geul (rand Lelyzone). De drempelhoogte is NAP +6,6m en het betreft een grondlichaam van 30m breed, bekleed met erosiebestendige klei en gras; Om de DU te ontwateren na hoogwater dient een grote duiker (1 à 1,5m) met regelbare schuif geplaatst te worden in de Rulstraat. De duiker vervangt de huidige duiker in watergang de Vliet (locatie blijft gelijk); Eens per vijf jaar zal het waterpeil in de meanders van DU in de zomerperiode met circa 0,4 à 0,5m verlaagd moeten worden voor ontwikkeling rietmoeras. Hier worden geen permanente pompsystemen voor gerealiseerd.
De oude kleine duiker in de Rulstraat wordt vervangen; Wanneer natuurlijke peilfluctuatie onvoldoende blijkt kan als alternatief een tijdelijke pompvoorziening gebruikt worden. Er wordt een opstelplaats voor een tijdelijke voorziening ingericht.
Realisatie van drie hoogwatervluchtplaatsen (HWVP) in het gebied, één per begrazingseenheid, met een hoogte van NAP +10,0m. De grootte van de HWVP staat in verhouding met de oppervlakte van de begrazingseenheid; Realiseren van twee hoogwaterterpen voor bever en/of das. De terpen hebben een ellipsvormig oppervlak van 20 bij 30m (bovenzijde) op dijkhoogte, met een talud van 1:3. Hoogte ligt rond NAP +11,2m. De terpen vormen een vluchtplaats voor bevers en dassen en reduceren het risico van graverij in het dijklichaam. Realiseren van twee takkenrillen ten zuiden van de Rulstraat met omvang van 10 bij 2m (1m hoog) óf takkenhopen van minimaal 20 m2.
De HWVP’s worden ingezaaid met een grasmengel; Takkenrillen dienen ter in periode na aanleg als schuilplaats voor marterachtigen. Na verloop van tijd kunnen deze takkenrillen worden verwijderd als er voldoende natuurlijke begroeiing in gebied aanwezig is.
Eiland De Waarden (PAGW)
Door het herstel van de meanderboog ontstaat er als het ware een (schier)eiland: Eiland De Waarden. Het deelgebied Eiland De Waarden is een van de zelfrealisatiegebieden. Dit gebied valt onder de PAGWdoelstelling om zo veel mogelijk gevarieerde en hoog-kwalitatieve natuur toe voegen aan het gebied. De aandacht gaat daarbij uit naar ecotooptypen als rietmoeras, natte overstromingsvlakten, vochtig grasland, droog (deels stroomdal) grasland en ooibos met speciale prioriteit voor hardhoutooibos.
65 | 264
Meanderende Maas | WSD.3.1/22-014.323 | Definitief | 1.0
In dit deelgebied wordt een inrichting ontwikkeld van hardhoutooibos (14ha) 1, droog (deels stroomdal) grasland (27 ha), kruiden- en faunarijk grasland (7 ha) en nat grasland (3 ha). Er wordt daarmee voldaan aan de variatie-eis van PAGW. Ook wordt het lager gelegen deel van het gebied ingericht als overstromingsvlakte. Afbeelding 3.52 Vegetatiekaart De Waarden (links) en beeld van een overstromingsvlakte (rechts)
3.4.3
Meander Ossekamp (PAGW)
Het deelgebied Meander Ossekamp is één van de zelfrealisatiegebieden en valt onder de PAGWdoelstelling. De inrichting van het PAGW-deel Ossekamp bestaat uit een gevarieerde inrichting van hardhoutooibos (2 ha), droog (deels stroomdal) grasland (41 ha), kruidenrijk grasland (4 ha) en nat grasland (1,5 ha). Binnen de randvoorwaarden is er maximale variatie gecreëerd en is voldaan aan de variatie-eis van PAGW. Extra open water (en daarmee rietmoeras) is vanuit historisch landschap niet gewenst. De open inrichting past goed in het cultuurhistorisch gewenste beeld van deze uiterwaard.
1
Dit is gerekend buiten het spontane opschot aan bos wat binnen de contour van de mengklasse 90/10 kan en mag ontstaan.
66 | 264
Meanderende Maas | WSD.3.1/22-014.323 | Definitief | 1.0
Afbeelding 3.53 Vegetatiekaart Ossekamp op basis van de Vegetatieleggerklassen
3.4.4
Drempel Appeltern
De Drempel Appeltern heeft als doel (zie onderstaande afbeelding): − bijdragen aan waterveiligheid via rivierverruiming. Het verlagen van de oever tussen de provinciale weg en het terrein van SF Beton levert een belangrijke bijdrage aan de waterstandsdoelstelling. Door de ingreep stroomt er extra water richting de Gouden Ham (circa 30% extra) tijdens een extreem hoogwater. De oever gaat nog meer dan in de huidige situatie als drempel naar de Gouden Ham functioneren. Bij Appeltern wordt het maaiveld van de 'drempel’ verlaagd tot een hoogte van NAP+ 5,4 m. Om opstuwing te voorkomen worden de bomen in de legger en andere beplanting op de drempel verwijderd. Voor deze beplanting en de op de drempel aanwezige dassenburcht is binnen het activiteitenplan Flora en Fauna compensatie voorgesteld.Aan de Maas-zijde van de drempel wordt de oever steiler en met steen bestort, aan de andere zijde wordt de oever flauwer en onbesteend. Een duiker vervangt deels de open verbinding tussen de Maas en de plas. Hierdoor stijgt het water in de plas mee bij hogere waterstanden voordat de drempel zelf overstroomten is verversing van het water en vismigratie naar de plas mogelijk. De ruimtelijke inrichting van het gebied is weergegeven in de rechter onderstaande afbeelding. De volledige inrichtingskaart is opgenomen in bijlage V.
67 | 264
Meanderende Maas | WSD.3.1/22-014.323 | Definitief | 1.0
Afbeelding 3.54 Uitsnede plankaart (links) en Uitsnede inrichtingskaart (rechts)
De rivierverruimingsmaatregelen voor dit deelgebied zijn toegelicht in tabel 3.3.
Tabel 3.3 Rivierverruimingsmaatregelen Drempel Appeltern id.
maatregel
uitvoering
PM10
Maaiveld-verlaging
−
Afgraven tot een hoogte van NAP +5,4m (verlaging van circa 0,5
Dempen opening is
à 0,8m);
noodzakelijk vanwege de
−
Kappen van ooibos op de huidige oever;
toegankelijkheid van
−
Deels dempen van huidige opening aan westzijde van de drem-
foerageergebied van de
pel. Het gedempte deel heeft een hoogte van NAP +5,4m en is
aanwezige dassenfamilie
circa 10m breed. In het gedempte deel wordt een duiker aangebracht.
Overige (ondersteunende) maatregelen voor dit deelgebied staan in tabel 3.4.
68 | 264
opmerkingen
Meanderende Maas | WSD.3.1/22-014.323 | Definitief | 1.0
(die verplaatst wordt naar de westzijde) (O6).
Tabel 3.4 Overige (ondersteunende) maatregelen Drempel Appeltern id.
maatregel
uitvoering
O5
Taludwijziging
−
Opmerkingen
Talud langs de Maasoever krijgt een helling van 1:3 met een erosie-
Het verlies van de
beschermende bekleding van stortsteen;
natuurvriendelijke oever
Talud aan de achterzijde (plaszijde, Moringerwaard) krijgt een helling
langs de Maas wordt
beschermende
van 1:7. Het talud krijgt een erosie beschermende gras- en kleibekle-
binnen deelgebied
maatregelen
ding;
Lelyzone Ossekamp (D6)
langs Maasoever −
en erosie-
−
De natuurvriendelijke oever langs de Maas over de lengte van drempel Appeltern verdwijnt (vervangen door steenbekleding van stort-
gecompenseerd (zie O13).
steen (1e bullet)) O6
De dassenburcht op de drempel komt te vervallen. Een nieuwe kunst-
Takkenrillen dienen
maatregelen -
burcht wordt ingericht aan de westzijde van de landtong nabij het
voorafgaand aan het
verplaatsen
bosje langs de provinciale weg;
verwijderen van het bos
De nieuwe burcht is een zandig grondlichaam van 10 bij 15m en is
te worden geplaatst (net
2m hoog, beplant en omgeven met struweel. Tevens komt er een
als de nieuwe kunstburcht
−
Ecologische
dassenburcht,
−
takkenrillen en faunaratster
faunaraster langs de N329 tot aan Maasdijk; −
Bij de drempel Appeltern komen 6 takkenrillen (10 bij 2m en 1m hoog óf bestaan uit takkenhopen van minimaal 20m2) voor marterachtigen in de bosjes langs de provinciale weg.
voor de das). De takkenrillen mogen daarnaast niet verwijderd worden, er komt geen natuurlijke begroeiing terug die voldoende dekking biedt. Het schiereiland bij Appeltern blijft bestaan uit lage vegetatie.
3.4.5
Oeverzone Megen
De Oeverzone Megen heeft als primair doel (zie onderstaande afbeelding): − bijdragen aan waterveiligheid via rivierverruiming De ruimtelijke inrichting van het gebied is weergegeven in de rechter onderstaande afbeelding. De volledige inrichtingskaart is opgenomen in bijlage V.
Afbeelding 3.55 Uitsnede plankaart (links) en Uitsnede inrichtingskaart (rechts)
69 | 264
Meanderende Maas | WSD.3.1/22-014.323 | Definitief | 1.0
De rivierverruimingsmaatregelen voor dit deelgebied zijn toegelicht in tabel 3.5.
Tabel 3.5 Rivierverruimingsmaatregelen Oeverzone Megen id.
maatregel
uitvoering
PM11
Maaiveld-verlaging
−
Het maaiveld in de Lelyzone wordt verlaagd tot NAP +5,4m;
Ter plaatse van een
(zie figuur 10)
−
De verlaging start aan oostzijde benedenstrooms bij de Veer-
kleinschalige
weg, waar het talud wordt afgegraven tot 1:7;
archeologische
Aan de westzijde (benedenstrooms) sluit de verlaging aan op die
vindplaats wordt
in de Lelyzone De Waarden (D4).
maaiveld verlaagd tot
− −
De insteek van de maaiveldverlaging ligt zo’n 30-40m uit de teen van de dijk. De insteek heeft een taludhelling van 1:7 à 1:8.
Afbeelding 3.56 Hoogtekaart Oeverzone Megen
Er zijn geen overige (ondersteunende) maatregelen voor dit deelgebied.
70 | 264
Meanderende Maas | WSD.3.1/22-014.323 | Definitief | 1.0
opmerkingen