Bijlage WSD 3 1-22-014 323-ProjectMER-2e-fase.PDF
Tekst van het document
MER 2e fase
PROJECT
Meanderende Maas PLANUITWERKING
25 november 2022
Project Opdrachtgever
Document Status Datum Referentie Referentie (MM)
Projectcode Projectleider Projectdirecteur
Auteur(s) Gecontroleerd door Goedgekeurd door
Planuitwerking Meanderende Maas Stuurgroep Meanderende Maas
MER 2e fase Definitief 1.0 25 november 2022 WSD.3.1/22-014.323 WSD.3.1-0081
124679-WSD.3.1 R. Lohrman ir. J.T. Bresters
M. van Ravesteijn, H. Weimer E. van Rosmalen R. Lohrmann
Paraaf
Adres
Ingenieursteam Meanderende Maas Leeuwenbrug 8 Postbus 233 7400 AE Deventer +31 (0)570 69 71 52
Het kwaliteitsmanagementsysteem van Witteveen+Bos is gecertificeerd op basis van ISO 9001. © Witteveen+Bos Niets uit dit document mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt in enige vorm zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van Witteveen+Bos noch mag het zonder dergelijke toestemming worden gebruikt voor enig ander werk dan waarvoor het is vervaardigd, behoudens schriftelijk anders overeengekomen. Witteveen+Bos aanvaardt geen aansprakelijkheid voor enigerlei schade die voortvloeit uit of verband houdt met het wijzigen van de inhoud van het door Witteveen+Bos geleverde document.
INHOUDSOPGAVE
1
INLEIDING
18
1.1
Over het project Meanderende Maas
18
1.2
Beschrijving van het projectgebied
18
1.3
Leeswijzer
20
2
VOORGESCHIEDENIS PROJECT EN TE VOLGEN PROCEDURES
21
2.1
Verkenningsfase
21
2.2
Planuitwerkingsfase
21
2.3
M.e.r.-plicht en procedure
27
3
HET VOORNEMEN
28
3.1
Doelen van het project Meanderende Maas
28
3.2
Projectbeschrijving op hoofdlijnen
28
3.3
Gedetailleerde beschrijving van het dijkontwerp
31
3.3.1 3.3.2 3.3.3 3.3.4 3.3.5 3.3.6 3.3.7 3.3.8 3.3.9 3.3.10 3.3.11
Dijksectie 1 Ravenstein Dijksectie 2 Neerlangel – Huis te Dieden Dijksectie 3 Diedensche Uiterdijk Dijksectie 4 Megen Dijksectie 5 De Waarden Dijksectie 6 Macharen Dijksectie 7 Ossekamp Dijksectie 8 Oijen Dijksectie 9 Hemelrijkse Waard Dijksectie 10 Lithoijen Dijksectie 11 Lith
31 37 41 44 46 48 50 52 53 57 59
Gedetailleerde beschrijving van het rivierontwerp
61
3.4.1 3.4.2 3.4.3 3.4.4 3.4.5 3.4.6 3.4.7 3.4.8 3.4.9 3.4.10
61 65 66 67 69 71 76 77 79 81
3.4
3 | 264
Diedensche Uiterdijk Eiland De Waarden (PAGW) Meander Ossekamp (PAGW) Drempel Appeltern Oeverzone Megen Lelyzone en meander De Waarden Lelyzone Maasbommel Oost Lelyzone Ossekamp Lelyzone Maasbommel West Haven Megen
Meanderende Maas | WSD.3.1/22-014.323 | Definitief | 1.0
3.4.11
Recreatieve voorzieningen en routes
83
4
NADERE ONDERBOUWING VAN GEMAAKTE ONTWERPKEUZES
86
4.1
Inleiding
86
4.2
Totstandkoming van het dijkontwerp
86
4.2.2 4.2.3 4.2.4 4.2.5 4.2.6 4.2.7
87 89 89 90 91 92
4.3
Versterkingshiërarchie Klei-inkassingen in plaats van pipingbermen Buitenwaartse herprofilering Kade Ravenstein Hoogteopgave Fietspad Lithoijen Wandelpad Dijk Macharen-Oijen
Totstandkoming rivierontwerp
93
4.3.1 4.3.2 4.3.3 4.3.4 4.3.5 4.3.6 4.3.7 4.3.9 4.3.10
Oppervlakte ooibos Robuust oppervlak rietmoeras Hoogwatervluchtplaatsen en terpen Geul Maasbommel Oost en West Ossekamp en De Waarden Diedensche Uiterdijk Drempel Appeltern Bakenbomen Haventoegang Oss
93 93 94 94 94 95 95 97 97
5
BELEIDSKADER EN REFERENTIESITUATIE
98
5.1
Inleiding
98
5.2
Wettelijk kader
98
5.3
Beleidskader
101
5.4
Referentiesituatie
107
5.5
Plangebied, studiegebied en andere gebieden
107
6
AANPAK EFFECTBEOORDELING
109
6.1
Te beschouwen milieueffecten
109
6.2
Beoordelingsschaal
112
7
MILIEUEFFECTEN ONTWERP EN GEBRUIK
113
7.1
Toetsing aan doelbereik
113
7.2
Rivierkundige aspecten
115
7.2.1 7.2.2 7.2.3 7.2.4 7.2.5
115 115 117 120 123
4 | 264
Referentiesituatie Beoordelingskader Inundatiefrequentie Stroombeeld uiterwaarden Sedimentatie en erosie zomer- en winterbed
Meanderende Maas | WSD.3.1/22-014.323 | Definitief | 1.0
7.2.6 7.3
Water 7.3.1 7.3.2 7.3.3 7.3.4 7.3.6 7.3.7 7.3.8
7.4
7.5.6 7.5.7 7.5.8 7.5.9 7.6
7.9
5 | 264
144 Referentiesituatie Beoordelingskader Verontreinigingen bodem en waterbodem Aardkundige waarden Maaivelddaling Samenvattende beoordeling
144 150 151 152 153 154 154
Inleiding Referentiesituatie Beoordelingskader Beschermde gebieden: Natuur Netwerk Brabant (NNB) en Gelders Natuur Netwerk (GNN) / Groene ontwikkelingszone (GO) Beschermde gebieden: Wet natuurbescherming - Natura 2000-gebieden Beschermde gebieden: Wet natuurbescherming - houtopstanden Beschermde soorten: Wet natuurbescherming Samenvattende beoordeling
154 155 159 161 162 163 163 167 168
7.6.1 7.6.2 7.6.3 7.6.4
168 181 183
Referentiesituatie Beoordelingskader Landschap: beïnvloeding gebiedskarakteristiek (patronen, eenheden en lijnen) Cultuurhistorie: geografische waarden/structuren, bouwkundige waarden/objecten Archeologie Samenvattende beoordeling
185 189 195
Ruimtelijke kwaliteit
196
7.7.1 7.7.2 7.7.3
196 196
7.7.4 7.8
127 129 130 138 141 141 143
Landschap, cultuurhistorie en archeologie
7.6.5 7.6.6 7.7
Referentiesituatie Beoordelingskader Grondwaterstand Oppervlaktewatersysteem/peilen Kwaliteit grond- en oppervlaktewater Gerealiseerde KRW-maatregelen Samenvattende beoordeling
Natuur 7.5.1 7.5.3 7.5.4 7.5.5
126 127
Bodem 7.4.1 7.4.3 7.4.4 7.4.5 7.4.6 7.4.7
7.5
Samenvattende beoordeling
Referentiesituatie Beoordelingskader Ruimtelijke kwaliteit: Toetsing aan ‘spelregels’ beeldkwaliteitsplan en provinciale verordening Samenvattende beoordeling
197 200
Woon- en leefmilieu
200
7.8.1 7.8.2 7.8.3 7.8.4 7.8.5 7.8.6 7.8.7
200 205 208 209 211 211 212
Referentiesituatie Beoordelingskader Verkeer(sveiligheid) Geluidhinder Luchtkwaliteit Externe veiligheid Samenvattende beoordeling
Scheepvaart
Meanderende Maas | WSD.3.1/22-014.323 | Definitief | 1.0
213
7.9.1 7.9.2 7.9.3 7.9.4 7.9.5 7.9.6 7.9.7 7.10
7.11
7.12
Referentiesituatie Beoordelingskader Bevaarbaarheid beroepsvaart, bevaarbaarheid recreatievaart en nautische veiligheid gebruiksfase Toekomstige uitbreidbaarheid Stroombeeld in vaarweg (dwarsstroming) op de Maas Stroombeeld in vaarweg (dwarsstroming) op het Burgemeester Delenkanaal Samenvattende beoordeling
213 213 215 217 217 218 218
Beheer en onderhoud
219
7.10.1 7.10.2 7.10.3
219 220 222
Beoordelingskader Beheerbaarheid, inspecteerbaarheid en de veiligheidsbeoordeling Samenvattende beoordeling
Ruimtegebruik
223
7.11.1 7.11.2 7.11.3 7.11.4 7.11.5
223 225 227 227 228
Referentiesituatie Beoordelingskader Woon- en werkfuncties Landbouw Recreatie
Duurzaamheid
229
7.12.1 7.12.2 7.12.3
229 229 231
Beoordelingskader CO2-uitstoot Circulair ontwerpen en omgaan met grondstromen
8
EFFECTEN TIJDENS DE AANLEG
233
8.1
Beschrijving uitvoeringswijze op hoofdlijnen
233
8.2
Beoordelingskader
236
8.3
Water
238
8.5
Tijdelijke geluidhinder en trillingen
239
8.6
Luchtkwaliteit
245
8.7
Verkeer(sveiligheid)
248
8.8
Rivierkunde
249
8.9
Natuur
249
8.9.1 8.9.2
Beschermde gebieden Beschermde soorten
249 250
8.10
Scheepvaart
253
8.11
Ruimtegebruik
254
9
CONCLUSIES
255
9.1
Mate van doelbereik
255
9.2
Effecten gebruiksfase
256
9.3
Tijdelijke effecten
260
6 | 264
Meanderende Maas | WSD.3.1/22-014.323 | Definitief | 1.0
9.4
Leemten in kennis
261
9.5
Aandachtspunten voor het vervolg (ontwerp, monitoring, evaluatie)
261
Laatste pagina
264
Bijlage(n) I
Begrippenlijst
II
Referentielijst
III
MER 1e fase (Plan-MER)
IV
Kaart recreatieve voorzieningen en routes
V
Ruimtelijke inrichtingskaart
VI
Trade-off-matrices (TOMs)
VII
Soortenonderzoek
VIII
Geohydrologie
IX
Notitie stikstofdepositie
X
Archeologie
XI
Uitvoeringskaart en -tabel fasering
XII
Onderzoek geluid
XIII
Onderzoek trillingen
XIV
Notitie doelbereik en milieueffecten VO
XV
Participatieverslag
7 | 264
Meanderende Maas | WSD.3.1/22-014.323 | Definitief | 1.0
0 SAMENVATTING Het project Meanderende Maas Project Meanderende Maas gaat de dijk van Ravenstein tot Lith versterken, de Maas aan Gelderse en Brabantse zijde meer ruimte geven en het gebied mooier en economisch sterker maken. Tien organisaties werken samen met bewoners, ondernemers en belanghebbenden aan de toekomst van het karakteristieke gebied rond de Maas. Met oog voor de bestaande kwaliteiten. Het resultaat is in 2028 (of mogelijk 2029): een sterkere dijk en een prachtig gebied met ruimte voor mens, rivier en natuur. Veilig en mooi. Om het project mogelijk te maken, moeten meerdere wettelijke procedures worden gevolgd. Het opstellen van een milieueffectrapport hoort daar op grond van de Wet milieubeheer bij. De concrete aanleiding voor het project Meanderende Maas is dat de dijk aan Brabantse zijde van dit riviertraject niet voldoet aan de veiligheidsnormen. Het belangrijkste doel van het project is dan ook het vergroten van de waterveiligheid in het gebied tussen Ravenstein en Lith. Zo worden de 270.000 bewoners in de Regio Oss – Den Bosch en economische waarden beter beschermd tegen overstromingen. Daarnaast worden de gebiedskwaliteiten versterkt en de mogelijkheden voor gebiedsontwikkeling benut.
Om dit te realiseren wordt een combinatie van dijkversterking (over een lengte van 26,6 km aan Brabantse zijde), rivierverruiming en uiterwaardinrichting (aan Brabantse en Gelderse zijde) gerealiseerd. In het project werken waterschappen Aa en Maas en Rivierenland, provincies Noord-Brabant en Gelderland, gemeenten Oss, West Maas en Waal, Wijchen, Rijkswaterstaat, het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en Natuurmonumenten samen. Het projectgebied Noordelijk van de Maas ligt het projectgebied in de provincie Gelderland en de gemeente West Maas en Waal. Zuidelijk van de Maas is het projectgebied in de provincie Noord-Brabant, de gemeente Oss en de gemeente Wijchen gelegen. Het projectgebied begint waar de Maasdijk de A50 kruist bij Ravenstein en volgt de Maas tot de stuw bij Lith. Het projectgebied heeft een omvang van circa 2.650 hectare. Het dijktraject aan de Brabantse zijde heeft een lengte van 26,6 kilometer (zie afbeelding 0.1).
Afbeelding 0.1 Projectgebied Meanderende Maas
8 | 264
Meanderende Maas | WSD.3.1/22-014.323 | Definitief | 1.0
Op de website van Meanderende Maas (www.meanderendemaas.nl) is meer informatie beschikbaar over de aanleiding en voortgang van het project. De website bevat ook het laatste nieuws, veel gestelde vragen en achtergrondinformatie in de vorm kaarten, verslagen en rapporten. Proces en procedures Onderstaande afbeelding bevat een overzicht van het gevolgde proces en procedures.
Afbeelding 0.2 Overzicht procedures
In 2017 is de verkenningsfase van project Meanderende Maas gestart. Daarin is uit zes mogelijke alternatieven en uitwerking van twee kansrijke alternatieven een voorkeursalternatief samengesteld, ook is een MER 1e fase opgesteld. Het voorkeursalternatief is in nauwe samenwerking met belanghebbenden uit het gebied uitgewerkt, heeft daardoor een breed draagvlak en past binnen de beschikbare budgetten van de tien partners. Daarom heeft de Stuurgroep Meanderende Maas het voorkeursalternatief, na consultatie bij de partners, in december 2019 vastgesteld. Het voorkeursalternatief is planologisch geborgd via een interprovinciale structuurvisie. De verkenningsfase is afgesloten met het nemen van een voorkeursbeslissing door de minister van Infrastructuur en Waterstaat op 10 juli 2020. Het project bevindt zich nu in de planuitwerkingsfase. Hierin is het voorkeursalternatief verder uitgewerkt tot Voorlopig Ontwerp (VO) en Definitief Ontwerp (DO). Dit DO is vertaald in een aantal ontwerp besluiten en vergunningen. Ook is voorliggend MER 2e fase opgesteld.
Dit MER 2e fase hoort bij en gaat gezamenlijk ter inzage met meerdere ontwerpbesluiten, namelijk het projectplan Waterwet dijkversterking, Projectplan Waterwet rivierverruiming en KRW, de herziening van het Bestemmingsplan buitengebied Oss (rivier), de omgevingsvergunning afwijken bestemmingsplan Oss (dijk), de omgevingsvergunning afwijken bestemmingsplan West Maas en Waal en de ontgrondingenvergunningen in Gelderland en Noord-Brabant. In het MER is het totale ontwerp (dijk, rivier, natuur, aan beide zijden van de Maas, Het Werk en de zelfrealisatiegebieden) beoordeeld. De besluiten gaan slechts over een deel van het ontwerp. De zelfrealisatiegebieden vallen buiten deze besluiten. Op het MER en de ontwerpbesluiten/-vergunningen kan iedereen een zienswijze indienen. Ook worden de Commissie voor de milieueffectrapportage en andere adviseurs gevraagd te adviseren over de inhoud van het MER. De zienswijzen en adviezen worden meegenomen bij de vaststelling van de besluiten en vergunningen.
9 | 264
Meanderende Maas | WSD.3.1/22-014.323 | Definitief | 1.0
Deelgebieden (Het Werk en zelfrealisatie) In afbeelding 0.3 zijn de deelgebieden aangegeven waar maatregelen zijn voorzien en door wie deze worden gerealiseerd. Bij de indeling van de deelgebieden is onderscheid gemaakt in ‘het werk’ en ‘zelfrealisatie'. Het werk (lichtgroen) betreft de maatregelen die door het project worden gerealiseerd en waarvoor nu diverse besluiten en vergunningen worden voorbereid. Zelfrealisatie betekent dat de huidige eigenaar of een nieuwe eigenaar van de betreffende gebieden de maatregelen voor de natuurontwikkeling uit het ontwerp zal gaan uitvoeren. Dat is inclusief het doorlopen van de benodigde procedures voor bijvoorbeeld het verkrijgen van benodigde vergunningen. Het gaat binnen project Meanderende Maas om de kernen van de Ossekamp, De Waarden en een deel van de Diedensche Uiterdijk (oranje gebieden). De gebieden zijn nu nog in eigendom van particulieren. Voorliggend MER heeft betrekking op de dijkversterking en op de in oranje en groen aangeduide deelgebieden. De Oeverzone Diedensche Uiterdijk en de uiterwaarden bij Demen Dieden, in eigendom van Natuurmonumenten, zijn ook zelfrealisatiegebieden. Hiervoor zijn de vergunningen al verleend en de verlaging van de uiterwaard, realisatie van (neven)geulen, in combinatie met kleiwinning zijn al in uitvoering. De ontwikkeling van deze gebieden is in dit MER als ‘autonome ontwikkeling’ beschouwd.
In donkergroen is een gebiedje aangeduid dat onderdeel is van de Oeverzone Diedensche Uiterdijk (zelfrealisatie), waar het project Meanderende Maas maatregelen voorziet voor een goede aansluiting tussen de projecten (overlap).
Afbeelding 0.3 Deelgebieden
Het voornemen De integrale aanpak van project Meanderende Maas maakt het mogelijk om te investeren in waterveiligheid én tegelijkertijd de kwaliteit van natuur en landschap te verbeteren, waardoor een ecologisch, economisch en sociaal vitaal gebied ontstaat. Voor de dijkversterking wordt grond gebruikt uit het gebied, in de vorm van de grond die vrijkomt uit de rivierverruiming. Gebiedseigen grond is door het verminderen van transport veel duurzamer dan het aanleveren van grond van buiten de projectgrenzen. Milieuaspecten zijn in het hele proces volwaardig meegenomen bij ontwerpkeuzes. Zo is het ontwerp van de Diedensche Uiterdijk bij Maasakker aangepast naar aanleiding van archeologische vondsten en is het ontwerp op verschillende plaatsen aangepast rond de dassenburchten in het gebied. Ook is het ontwerp geoptimaliseerd vanuit ruimtebeslag, omgevingshinder en kosten. Dit heeft uiteindelijk gerealiseerd in een integraal ontwerp voor het gebied (zie afbeelding 0.3). Hieronder zijn voor de dijk en de rivier de maatregelen die onderdeel uitmaken van het voornemen op hoofdlijnen beschreven. Op www.meanderendemaas.nl is een interactieve kaart van het ontwerp te vinden.
10 | 264
Meanderende Maas | WSD.3.1/22-014.323 | Definitief | 1.0
Afbeelding 0.3 Ruimtelijke inrichtingskaart definitief ontwerp. Een grotere kaart is opgenomen in Bijlage V
Veilige en herkenbare dijken Het ontwerp voor de dijk bestaat uit een afwisseling tussen tuimeldijk en moderne gronddijk, waarbij over een groot deel van het traject constructies noodzakelijk zijn. Een tuimeldijk is een dijk die aan de rivierzijde tegen de oude dijk aan ligt. Vaak ligt er een fietspad op de tuimeldijk. Een moderne gronddijk is een klassieke dijk met één weg erbovenop voor auto’s, fietsers en wandelaars. Daarnaast kunnen in de dijk verschillende constructies aangebracht worden om falen te voorkomen. Het soort constructie dat aangebracht wordt is afhankelijk van de aanwezige ruimte en het soort faalmechanisme. Een voorbeeld van een constructie is een damwand om bijvoorbeeld piping of afschuiving te voorkomen. Binnen het project Meanderende Maas zijn 11 dijksecties onderscheiden, zie onderstaande afbeelding.
Afbeelding 0.4 Onderverdeling in dijkvakken
Per sectie is het type dijk, het hoogtetekort en de maatregelen voor stabiliteit en piping bepaald. Daarbij zijn de volgende punten van toepassing: - de tuimel- en bomendijk bevindt zich nabij de historische kernen. Voortbouwen op deze bestaande situatie met tuimeldijken betekent dat de bestaande bomenstructuur en historische structuren behouden blijven; - in de gebieden waar bebouwing aan de binnenzijde ontbreekt, veelal bij de grote meanderlobben, ligt een moderne gronddijk; - vestingstad Ravenstein, als gezicht aan de Maas en onderdeel van de Zuiderwaterlinie, is een bijzondere plek met een bijzondere waterkering. De kademuur vergroot de herkenbaarheid van het vestingkarakter van Ravenstein door de scherpe grens te benadrukken van binnen- en buiten de vesting.
11 | 264
Meanderende Maas | WSD.3.1/22-014.323 | Definitief | 1.0
Winterbedmaatregelen en invulling van natuur- en kwaliteitswaarden De winterbedmaatregelen zorgen voor een substantiële waterstandsdaling, bieden compensatie van buitendijkse dijkversterking en beheerruimte voor natuur, dragen bij aan de versterking van natuur en landschap (Natuurnetwerk Brabant (NNB), Gelders Natuurnetwerk (GNN), Programmatische aanpak grote wateren (PAGW) en Kaderrichtlijn Water (KRW)) en leveren grond voor de dijkversterking. Er is ruimte voor recreatie door onder andere struinroutes, wandelpaden en een bevaarbare geul met kleine bootjes. De natuur in de uiterwaarden aan de Brabantse zijde wordt ingericht volgens de natuurambitie van Natuurnetwerk Brabant; met rivier- en moeraslandschap met een breed en samenhangend scala aan natuurtypen, zoals stroomdalgrasland, rietmoeras, struweel, ooibos en open water, veelal in meanders en geulen. In het ontwerp van de rivier zijn in hoofdlijnen de onderstaande maatregelen opgenomen: Algemeen - de Lelyzones ter hoogte van Ossekamp, De Waarden, Megen en Maasbommel worden met circa 1 meter verlaagd tot +5,4 m NAP. In deze zones worden geïsoleerde KRW-geulen gerealiseerd. Totaal wordt er in het projectgebied meer dan 9 km KRW-geul gerealiseerd; - de uiterwaarden in de deelgebieden zijn integraal verlaagd tot een zone van 70 meter vanaf de dijk.
Hierbij wordt reliëfvolgend afgegraven; - de oevers van de geulen worden natuurvriendelijk ingericht volgens de principes van NNB, GNN en KRW; - in elk deelgebied worden hoogwatervluchtplaatsen gecreëerd; - ontwikkeling van 150 ha riviernatuur in de uiterwaard de Ossekamp en het eiland van De Waarden in het kader van het Programma Aanpak Grote Wateren (PAGW); - in het gebied worden daarnaast diverse recreatieve voorzieningen en routenetwerken gerealiseerd: gebiedsentrees, struinpaden, wandelpaden, uitkijktoren en vogelkijkhutten (zie kaart bijlage IV). Noord-Brabant - Demen-Dieden en Oeverzone Diedensche Uiterdijk; de inhoud van dit deel is conform de plannen die Natuurmonumenten en haar partners voor dit gebied hebben voorbereid en aan het uitvoeren zijn; - Diedensche Uiterdijk: De oude Maasloop wordt weer herkenbaar gemaakt door een aaneenschakeling van geulen, poelen en plassen. Rondom is ruimte voor rietmoeras; Er is ruimte voor recreatie via struinroutes en wandelpaden. - De Waarden: de oude Maasloop wordt hersteld en bevaarbaar. Daarnaast wordt het gebied tot de veiligheidszone van de dijk reliëfvolgend afgegraven. Er is ruimte voor ooibosontwikkeling in de stroomluwe delen en recreatieve voorzieningen; - de inrichting van de uiterwaarden Diedensche Uiterdijk, Ossekamp en De Waarden bestaat uit rivier- en moerasnatuur, met in de stroomluwe delen ruimte voor bos.
Er is in het totale projectgebied ruimte voor circa 90 ha ooibos en circa 50 ha rietmoeras. Gelderland - bij Maasbommel West wordt een 1,5 km lange geïsoleerde KRW-geul gerealiseerd. Hier wordt ook een fietspad aangelegd; - rondom de huidige geïsoleerde KRW-geul in Maasbommel Oost wordt het maaiveld ontgraven tot 0,5m boven stuwpeil (NAP +5,4 m); - bij Appeltern wordt het maaiveld van de oever aan de Gelderse zijde van de Maas nabij rivierkilometer 190 over een lengte van circa 400 m verlaagd tot een hoogte van NAP +5,4 m. Met deze maatregelen geeft het ontwerp invulling aan de projectdoelen, die in de bestuursovereenkomst planuitwerking Meanderende Maas zijn vastgelegd: - het versterken van de primaire waterkering (dijktraject 36-3), zodanig dat de wettelijke veiligheidsnorm 1/10.000 jaar wordt gerealiseerd (Veilige Dijk); - het door rivierverruimende maatregelen realiseren van 14 cm waterstandsdaling bij rivierkm 184 (bij afvoer van 4.118 m³/sec te Borgharen) (Rivierverruiming); - het realiseren van Natuur Netwerk Brabant (NNB) door ontwikkeling van een grote eenheid van rivier- en moeraslandschap;
12 | 264
Meanderende Maas | WSD.3.1/22-014.323 | Definitief | 1.0
-
-
-
het realiseren van Kader Richtlijn Water (KRW) doelen; het versterken en beleefbaar maken van de ruimtelijke kwaliteit in het gebied, onder andere door het aantrekkelijk inrichten en toegankelijk maken van het gebied, het koesteren van cultuurhistorie (onder andere behoud bakenbomenstructuur) en bijdragen aan de visualisatie en beleving van de Zuiderwaterlinie; het versterken van de vrijetijdseconomie, door een recreatief aantrekkelijk gebied met bovenregionale betekenis en allure te ontwikkelen; het bevorderen van duurzaamheid, door onder andere het toepassen van gebiedseigen grond en korte transportafstanden voor grond bij uitvoering van de dijkversterking; het verbeteren van het woonklimaat en de vitaliteit van kernen, door een aantrekkelijk gebied te ontwikkelen; het stimuleren van economie en ondernemerschap, onder andere door het verbeteren van de (haven)toegang van het Burgemeester Delenkanaal en het borgen van de goede bevaarbaarheid van de Maas voor zowel beroeps- als pleziervaart; het realiseren van rivier- en moeraslandschap in Ossekamp en De Waarden in het kader van de Programmatische Aanpak Grote Wateren (PAGW).
Milieueffecten ontwerp en gebruik De milieueffecten van het ontwerp Meanderende Maas zijn vergeleken met de referentiesituatie. Voor de beoordeling van de criteria, is onderstaande zevenpuntsschaal gehanteerd, zodat ook kleine verschillen in beoordeling zichtbaar worden. Tabel 0.1 Beoordelingsschaal effecten Waardering effecten
Omschrijving
+++
zeer positief effect
++
positief effect
+
licht positief effect
0
nihil of neutraal effect
-
licht negatief effect
--
negatief effect
---
zeer negatief effect
Tijdens het ontwerpproces in de planuitwerking is het ontwerp steeds aangepast op basis van bijvoorbeeld de ecologische en archeologische onderzoeken. Om die reden heeft het uiteindelijke ontwerp dat in dit MER is getoetst met name neutrale en positieve effecten in de gebruiksfase, bijvoorbeeld voor de waterkwaliteit, de natuur, het landschap, cultuurhistorie, de ruimtelijke kwaliteit en recreatie. Op enkele criteria blijven er, ook na optimalisatie van het ontwerp, (licht) negatieve effecten. Het gaat om: sedimentatie en erosie, archeologie, dwarsstroming, woon- en werkfunctie en landbouw. Voor deze (licht) negatieve effecten zijn geen verdere mitigerende maatregelen in het ontwerp mogelijk/nodig. In onderstaande tabellen is voor de permanente (tabel 0.2) en tijdelijke effecten (tabel 0.3) per criteria de beoordeling opgenomen. Daarna is ingegaan op aanbevelingen voor de volgende fases en evaluatie- en/of monitoringsmaatregelen.
13 | 264
Meanderende Maas | WSD.3.1/22-014.323 | Definitief | 1.0
Tabel 0.2 Samenvattende beoordeling effecten gebruiksfase Thema/criteria
Beoordeling ontwerp
Bijzonderheden
Inundatiefrequentie uiterwaarden
++
mitigatie niet noodzakelijk.
Stroombeeld uiterwaarden
++
mitigatie niet noodzakelijk.
Sedimentatie en erosie zomer- en winterbed
-
daar waar risico op erosie optreedt vanwege toename stroomsnelheid, zijn oeverversterkende maatregelen in het ontwerp opgenomen. Rivierverruiming gaat praktisch altijd gepaard met sedimentatie. Het is daarom onvermijdelijk om sedimentatie te veroorzaken. Dit is beoordeeld als licht negatief effect vanwege de toename in vaargeulonderhoud.
Grondwaterstand
0
doordat de grondwatereffecten buitendijks beperkt en lokaal zijn, worden geen effecten op de buitendijkse functies verwacht. Binnendijks is geen grondwaterstijging of daling aan de orde. Lokale effecten zullen zich beperken tot de directe omgeving van de dijk. In het op te stellen uitvoeringsontwerp wordt gekeken welke lokale maatregelen gewenst zijn om effecten verder te beperken.
Oppervlaktewatersysteem/peil
0
watergangen worden teruggebracht.
Kwaliteit grond- en oppervlaktewater
+
het omzetten van landbouwkundige gebruik naar
Rivierkunde
Water
natuurfuncties en het inrichten van nieuwe KRW-geulen draagt bij aan de (ecologische) waterkwaliteit. Gerealiseerde KRW-maatregelen
++
er wordt ruim invulling gegeven aan meerdere KRWmaatregelen.
Verontreinigingen bodem en waterbodem
+
meerdere lokale (mogelijke) verontreinigingen zijn aanwezig. Deze dienen gesaneerd te worden waardoor de bodemkwaliteit verbetert.
Aardkundige waarden
0
de aardkundige waarden Diedensche Uiterdijk en Peelrandbreuk worden niet aangetast.
Maaivelddaling
0
de potentiële maaivelddaling is geanalyseerd op basis van de geohydrologische berekeningen en als klein en derhalve als neutraal effect beoordeeld.
Beschermde gebieden: Natuurnetwerk NoordBrabant, Gelders Natuurnetwerk, ecologische verbindingszones
++
per saldo is er een oppervlakte- en kwaliteitsverbetering aan Brabantse zijde. De effecten op GNN/GO zijn neutraal.
Beschermde gebieden: Wet natuurbescherming (houtopstanden)
++
op beperkte schaal is sprake van het verdwijnen van lijnvormige houtopstanden en kleine arealen bos en struweel. Herplant is deels opgenomen in het ontwerp. Netto neemt het areaal houtopstanden fors toe, met name door buitendijkse ooibosontwikkeling. Bij de bakenbomen gaat het om een vervanging die vanwege de herplant uiteindelijk een neutraal effect heeft.
Beschermde gebieden: Wet natuurbescherming (Natura 2000-gebieden)
0
geen effecten in de gebruiksfase.
Bodem
Natuur
14 | 264
Meanderende Maas | WSD.3.1/22-014.323 | Definitief | 1.0
Beschermde soorten: Wet natuurbescherming – das
0
Beschermde soorten: Wet natuurbescherming – roek en ransuil
-
Beschermde soorten: Wet natuurbescherming – grote modderkruiper en vleermuizen
+
Beschermde soorten: Wet natuurbescherming - Overige soorten
++
voor roek en ransuil geldt het effect licht negatief wegens het kappen van nestbomen. Voor das is het effect neutraal. Op alle overige soorten heeft het project een (licht) positief effect.
Landschap, cultuurhistorie en archeologie Beïnvloeding gebiedskarakteristiek, landschappelijke lijnen en elementen
++
het ontwerp draagt bij aan versterking gebied als rivier- en moeraslandschap. Landschappelijke lijnen worden behouden en versterkt. Beleving van landschap en karakteristieke elementen geoptimaliseerd.
Geografische waarden/structuren, bouwkundige waarden/objecten
++
de bestaande cultuurhistorische waarden worden behouden en/of versterkt door het ontwerp.
Archeologische waarden
--
het plangebied kent grote delen met een middelhoge of hoge archeologische verwachting. Met name het deelgebied Maasakker Noord (Diedensche Uiterdijk deel A) is archeologisch waardevol. Het ontwerp doorsnijdt meerdere gebieden met een hoge verwachtingswaarde. Om die reden is het effect als negatief (- -) beoordeeld. Daar waar dat met behoud van de waterstandsdalingsdoelstelling kan, is het ontwerp overigens aangepast en wordt minder diep gegraven om de kans op het verstoren van archeologische resten te beperken.
Ruimtelijke kwaliteit Toetsing aan ‘spelregels’ beeldkwaliteitsplan en provinciale verordening
+
het ontwerp voldoet aan spelregels in BKP en draagt bij aan ruimtelijke kwaliteit in gebied. ontwerp is in lijn met provinciale verordening en beleid ten aanzien van landschap en cultuurhistorie.
Woon- en leefmilieu Verkeer(sveiligheid) gebruiksfase
0
lokaal enige verbetering en verslechtering van bereikbaarheid en verkeersveiligheid in het gebied. Algehele beoordeling neutraal.
Geluidhinder (gebruiksfase)
0
geen sprake van toename van 1,5 dB of meer en dus een reconstructie in de zin van de Wet geluidhinder.
Luchtkwaliteit
0
te verwaarlozen effect/toename.
Externe veiligheid
0
geen belemmeringen voor de dijkversterkingen in het kader van externe veiligheid.
Scheepvaart Gebruiksfase: verandering bevaarbaarheid recreatievaart
+
meer ruimte voor recreatievaart.
Gebruiksfase: verandering bevaarbaarheid beroepsvaart
++
de invaaropening naar het Burgemeester Delenkanaal (en daarmee de haven van Oss) wordt beter toegankelijk.
Gebruiksfase: verandering nautische veiligheid
0
positieve effecten (scheiding vaarverkeer, verruimen aansluiten Burg. Delenkanaal) en negatieve effecten (oversteken Maas) resulteren in een neutraal effect.
Toekomstige fase: uitbreidbaarheid
0
geen harde constructies die de uitbreidbaarheid belemmeren.
Dwarsstroming op de Maas en Burgemeester Delenkanaal
--
op een aantal locaties ontstaan aan de rand van de vaargeul dwarsstromingen welke de norm uit het RBK 5.0 overschrijden. Dit zal niet of nauwelijks hinder of extra veiligheidsrisico’s voor de scheepvaart opleveren omdat de schepen meer in het midden van de vaargeul vaart.
Beheer en onderhoud
15 | 264
Meanderende Maas | WSD.3.1/22-014.323 | Definitief | 1.0
Inspecteerbaarheid, beheerbaarheid, veiligheidsbeoordeling 0
op sommige locaties treedt er een negatief effect op als gevolg van bijvoorbeeld extra constructies en kunstwerken en extra areaal te beheren natuur, terwijl er op andere locaties juist sprake is van een positief effect ten aanzien van de inspecteerbaarheid en beheerbaarheid als gevolg van taludverflauwing en daarmee de mogelijkheid tot machinaal beheer van onder andere de natuur.
-
er hoeven geen woningen of bedrijven geamoveerd te worden. Wel raakt het ontwerp de tuin van 2 woningen.
-
aan de Gelderse zijde van het plangebied zijn enkele landbouwpercelen die niet als GNN zijn aangewezen die door het ontwerp beïnvloed worden in hun bedrijfsvoering.
Ruimtegebruik Woon- en werkfunctie Landbouw
Tijdelijke milieueffecten Daar waar er in de gebruiksfase met name positieve effecten zijn, zijn er tijdens de aanleg enkele (licht) negatieve effecten. Het gaat met name om hinder voor omwonenden door het plaatsen van een constructie of het aanbrengen van grond nodig. Daarnaast zijn er tijdelijke negatieve effecten op enkele beschermde soorten en is er bij de verruiming van de monding van het Burgemeester Delenkanaal hinder voor vaarweggebruikers. Om de negatieve effecten te beperken zijn er aanbevelingen gedaan voor het uitvoeringsplan en evaluatie- en/of monitoringsmaatregelen voorgesteld (zie paragraaf 9.5 en 9.6).
Tabel 0.3 Samenvattende beoordeling effecten tijdens aanleg Criteria
Beoordeling effect aanleg
Bijzonderheden
Oppervlaktewatersysteem
0
in het ontwerp is een tijdelijke oplossing opgenomen voor het in stand houden van de afwatering van landbouwpercelen.
Kwaliteit grond- en oppervlaktewater
0
in de gebruiksfase en in de tijdelijke situatie zijn er minder landbouwpercelen en meer natuur en KRW-geulen dan nu. Echter blijven in de tijdelijke situatie nog op twee plekken landbouwpercelen in gebruik. Verbetering van de waterkwaliteit als gevolg van de KRW-maatregelen heeft daarnaast enige tijd nodig. Het positieve effect daarvan wordt daarom niet in de aanlegfase verwacht.
(Tijdelijke) geluidhinder en trillingsschade
--
meerdere bestemmingen binnen 60 meter van zwaardere constructieve werkzaamheden waarvoor mogelijk nadere (bron)maatregelen nodig zijn om schade (en te veel dagen geluidhinder) te voorkomen..
Luchtkwaliteit
0
geen overschrijdingen.
Verkeer(sveiligheid)
-
bereikbaarheid van bestemmingsverkeer binnen werkvak dient nog uitgewerkt te worden bij de verdere voorbereiding van de realisatie.
Rivierkunde
0
de tijdelijke opstuwing van de opslaglocaties valt weg tegen deze reeds in de realisatiefase bereikte waterstandsdaling, waardoor er netto geen opstuwend effect is in de realisatiefase.
Natuur – beschermde gebieden (stikstof)
-
tijdelijke toename van stikstofdepositie. Het is niet aannemelijk dat de tijdelijke toename van stikstofdepositie als gevolg van het project Meanderende Maas tot een significante verslechtering van habitattypen en leefgebieden leidt.
16 | 264
Meanderende Maas | WSD.3.1/22-014.323 | Definitief | 1.0
Natuur – beschermde soorten
0/-/--
voor steenmarter, buizerd, ooievaar, steenuil, ransuil, kerkuil, slechtvalk, sperwer en roek zijn de tijdelijke effecten neutraal (0). Voor bever, das, kleine marterachtigen en poelkikker zijn de effecten licht negatief (-). Voor vleermuizen en kleine modderkruiper zijn de tijdelijke effecten negatief (--).
Scheepvaart: hinder voor vaarweggebruikers
-
de verruiming van de monding van het Burgemeester Delenkanaal heeft de grootste interactie met de scheepvaart gedurende de realisatiefase door bijv. tijdelijke versmalling van vaarweg. Tijdens de uitvoering is er overall slechts beperkt hinder voor de vaarweggebruikers.
Ruimtegebruik
-
tijdens de uitvoeringsfase kunnen er tijdelijke beperkingen en/of kan er overlast plaatsvinden door bouwwegen en tijdelijke grondopslaglocaties.
Het vervolg De volgende fase van het project is de realisatiefase. Daarin wordt het definitief ontwerp waarvan de effecten in dit MER 2e fase zijn beoordeeld, verder uitgewerkt in een DO+ en daarna een uitvoeringsontwerp (UO). Vanuit het MER komen aandachtspunten naar voren voor de volgende fase van het ontwerp, de uitvoering van het project en/of de monitoring en evaluatie. Het gaat dan vooral om de thema’s waar nog (licht) negatieve effecten in de gebruiksfase of tijdens de aanleg worden verwacht of waar er nog leemten in kennis zijn. In het eerste geval gaat het om rivierkunde (sedimentatie en erosie), stikstofdepositie in aanlegfase, geluid en trillingen in de aanlegfase, scheepvaart (dwarsstroming) en landbouw. Voor archeologie gaat het om het uitvoeren van de werkzaamheden zoals overeengekomen in de Programma’s van Eisen met de bevoegde gezagen en om het uitvoeren van werkzaamheden onder archeologische begeleiding in de delen met archeologische waarden. In het tweede geval gaat het met name om geohydrologie. Voor geohydrologie is het monitoren van lokale effecten het meest belangrijk. Het monitoring- en evaluatieprogramma zal in een later stadium worden opgesteld.
Bij deze nadere uitwerking komen onder andere de volgende aspecten aan de orde: - voortgaande studie naar de vastgestelde leemten in kennis en informatie; - toetsing van daadwerkelijk optredende effecten ten opzichte van de in dit MER voorspelde effecten; - beschrijving van eventuele externe ontwikkelingen die leiden tot veranderende inzichten in de aard en omvang van de milieueffecten; - bepaling van de noodzaak van aanvullende mitigerende en/of compenserende maatregelen; - eventuele discussiepunten bij de uiteindelijke besluitvorming.
17 | 264
Meanderende Maas | WSD.3.1/22-014.323 | Definitief | 1.0
1 INLEIDING 1.1
Over het project Meanderende Maas
Dijkversterking, rivierverruiming en gebiedsontwikkeling Met het project Meanderende Maas wordt de historische Maasdijk tussen vestingstadje Ravenstein en de stuw bij Lith aan de Brabantse zijde versterkt, de Maas meer ruimte gegeven en het gebied ontwikkeld. Concrete aanleiding voor het project Meanderende Maas is dat de dijk aan Brabantse zijde van dit riviertraject niet voldoet aan de veiligheidsnormen. In het Hoogwaterbeschermingsprogramma is het dijktraject Ravenstein-Lith daarom opgenomen als één van de top 14 meest urgente dijktrajecten om te versterken. De Maasdijken aan de Gelderse zijde van dit traject hebben geen hoogte- en/of versterkingsopgave en aanpassingen aan de dijk zijn daarom niet aan de orde op dit moment. Het buitendijkse gebied aan de Gelderse zijde is wel onderdeel van het project. Een combinatie van dijkversterking, rivierverruiming en gebiedsgerichte maatregelen draagt substantieel bij aan de waterveiligheid. Bovendien levert dit mogelijkheid tot samenwerking op met ambities en opgaven van de partners, bijvoorbeeld op het gebied van economie, recreatie en ecologie. De kracht zit in de combinatie van robuuste maatregelen dicht bij de Maas en het herstellen van de landschappelijke en natuurlijke betekenis van de oude natuurlijke meanders.
In het project werken waterschappen Aa en Maas en Rivierenland, provincies Noord-Brabant en Gelderland, gemeenten Oss, West Maas en Waal, Wijchen, Rijkswaterstaat, het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en Natuurmonumenten samen. Integrale aanpak Meanderende Maas Het project Meanderende Maas heeft als belangrijkste doel om de waterveiligheid in het gebied tussen Ravenstein en Lith te vergroten door dijkversterking over een lengte van 26,6 km en door waterstandsverlaging. Zo worden de 270.000 bewoners in de Regio Oss – Den Bosch en economische waarden beter beschermd tegen overstromingen. Daarnaast worden de gebiedskwaliteiten versterkt en de mogelijkheden voor gebiedsontwikkeling benut. Om dit te realiseren wordt een combinatie van dijkversterking, rivierverruiming en uiterwaardinrichting gerealiseerd. Het project bevindt zich in de fase van planuitwerking, dit wordt nader toegelicht in hoofdstuk 2.
1.2
Beschrijving van het projectgebied
Noordelijk van de Maas ligt het projectgebied in de provincie Gelderland en de gemeente West Maas en Waal. Zuidelijk van de Maas is het projectgebied in de provincie Noord-Brabant, de gemeente Oss en de gemeente Wijchen gelegen. Het projectgebied begint waar de Maasdijk de A50 kruist bij Ravenstein en volgt de Maas tot de stuw bij Lith. Het bestaat uit de volgende onderdelen: − de Maasdijk aan de Brabantse zijde van de A50 tot de stuw bij Lith met een beschermingszone die varieert van 60 tot 225 meter; − het buitendijkse gebied aan Brabantse zijde vanaf de Middelwaard tot aan de stuw bij Lith;
18 | 264
Meanderende Maas | WSD.3.1/22-014.323 | Definitief | 1.0
−
het buitendijkse gebied aan Gelderse zijde vanaf de spoorbrug bij Ravenstein/Niftrik tot aan de stuw bij Alphen/Lith.
Het projectgebied heeft een omvang van circa 2.650 hectare. Het dijktraject aan de Brabantse zijde heeft een lengte van 26,6 kilometer (zie afbeelding 1.1).
Afbeelding 1.1 Projectgebied Meanderende Maas
In afbeelding 1.2 zijn de deelgebieden aangegeven waar maatregelen in de uiterwaarden zijn voorzien en door wie deze worden gerealiseerd.
Afbeelding 1.2 Deelgebieden maatregelen in de uiterwaarden
Bij de indeling van de deelgebieden is onderscheid gemaakt in ‘het werk’ en ‘zelfrealisatie'. Het werk (lichtgroen) betreft de maatregelen die door het project worden gerealiseerd en waarvoor nu diverse besluiten en vergunningen worden voorbereid. Zelfrealisatie betekent dat de huidige eigenaar of een nieuwe eigenaar van de betreffende gebieden de maatregelen voor de natuurontwikkeling uit het ontwerp zal gaan uitvoeren. Dat is inclusief het doorlopen van de benodigde procedures voor bijvoorbeeld het verkrijgen van benodigde vergunningen. Het gaat binnen project Meanderende Maas om de kernen van de Ossekamp, De Waarden en een deel van de Diedensche Uiterdijk (oranje gebieden). De gebieden zijn nu nog in eigendom van particulieren. Voorliggend MER heeft betrekking op de dijkversterking en op de in oranje en groen aangeduide deelgebieden.
19 | 264
Meanderende Maas | WSD.3.1/22-014.323 | Definitief | 1.0
De Oeverzone Diedensche Uiterdijk en de uiterwaarden bij Demen Dieden, in eigendom van Natuurmonumenten, zijn ook zelfrealisatiegebieden Hiervoor zijn de vergunningen al verleend en de verlaging van de uiterwaard, realisatie van (neven)geulen, in combinatie met kleiwinning zijn al in uitvoering. De ontwikkeling van deze gebieden is in dit MER als ‘autonome ontwikkeling’ beschouwd (zie paragraaf 5.3). In donkergroen is een gebiedje aangeduid dat onderdeel is van de Oeverzone Diedensche Uiterdijk (zelfrealisatie), waar het project Meanderende Maas maatregelen voorziet voor een goede aansluiting tussen de projecten (overlap). Op de website van Meanderende Maas (www.meanderendemaas.nl) is meer informatie beschikbaar over de aanleiding en voortgang van het project. De website bevat ook het laatste nieuws, veel gestelde vragen en achtergrondinformatie in de vorm kaarten, verslagen en rapporten.
1.3
Leeswijzer
Hoofdstuk 2 licht de voorgeschiedenis van het project en de te volgen MIRT- en m.e.r.-procedures toe. Hoofdstuk 3 beschrijft de feitelijke ingrepen in het gebied. Paragraaf 3.2 doet dit op hoofdlijnen, de paragrafen 3.3 en 3.4 gaan voor respectievelijk de dijk en de uiterwaarden dieper in op het ontwerp. In hoofdstuk staat een beschrijving van de totstandkoming van het ontwerp en de keuzes die hierbij zijn gemaakt: vanaf het Voorkeursalternatief (einde van de verkenningsfase) naar het ontwerp, inclusief een beschrijving van hoe milieuaspecten in die fase zijn meegewogen in de besluitvorming. Hoofdstuk 5 (Beleidskader en referentiesituatie) en hoofdstuk 6 (MER 2e fase aanpak effectbeoordeling) geven de achtergrond en de basis voor de beoordeling van de milieueffecten. Hoofdstuk 7 (Milieueffecten ontwerp en gebruik) en hoofdstuk 8 (Milieueffecten tijdens de aanleg) behandelen vervolgens de milieueffecten. Bij de meeste thema’s zijn de effecten per criterium beschreven zonder verdere uitsplitsing. Bij de thema’s Landschap, Cultuurhistorie, en Ruimtelijke kwaliteit is, vanwege de verschillende effecten en uitgebreidere teksten, een beschrijving van de effecten per deelgebied of deel van het voornemen (dijk, rivier) gegeven.
In hoofdstuk 9 volgt een samenvattende analyse van de belangrijkste effecten en een beschrijving van de aandachtspunten voor het vervolg (ontwerp, monitoring) zijn beschreven. Bijlage I bevat een begrippenlijst, in bijlage II is een overzicht opgenomen van geraadpleegde rapporten/literatuur. Bijlage III tot en met XV bevatten inhoudelijke onderbouwingen van gemaakte ontwerpkeuzes en effectstudies.
20 | 264
Meanderende Maas | WSD.3.1/22-014.323 | Definitief | 1.0
2 VOORGESCHIEDENIS PROJECT EN TE VOLGEN PROCEDURES Het project Meanderende Maas volgt de MIRT-systematiek. Het MIRT staat voor Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport. Het MIRT is een investeringsprogramma van het Rijk. Het MIRT bevat projecten en programma’s waarbij het Rijk samen met de regio werkt aan de ruimtelijke inrichting van Nederland. De gebiedsagenda voor dit omvangrijke project vormt hierbij een belangrijke onderlegger. De MIRT-systematiek kent drie fasen: de Verkenningsfase, de Planuitwerkingsfase en de Realisatiefase. Het project bevindt zich nu in de planuitwerkingsfase. Onderstaand wordt ingegaan op de verkennings- en planuitwerkingsfase. Op de realisatiefase wordt ingegaan in paragraaf 3.5. Vooruitlopend op de Omgevingswet is een uitgebreid participatietraject (zie Bijlage XV) ingericht, waarbij in iedere fase afstemming met de omgeving heeft plaatsgevonden.
2.1
Verkenningsfase
In 2017 is de verkenningsfase van project Meanderende Maas gestart. Daarin is uit zes mogelijke alternatieven en uitwerking van twee kansrijke alternatieven een voorkeursalternatief samengesteld, dat voldoet om de waterveiligheid op orde te krijgen en daarnaast de kansen heeft ingevuld voor de integrale ontwikkeling van het winterbed van de rivier maar ook de ruimtelijke kwaliteitskaders langs en nabij het dijktraject. Ook is een Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD) en een milieueffectrapport 1e fase (planMER; toegevoegd als bijlage III) opgesteld dat tevens is getoetst door de Commissie m.e.r. (toetsingsadvies d.d. 23 april 2020). Het voorkeursalternatief is in nauwe samenwerking met belanghebbenden uit het gebied uitgewerkt, heeft daardoor een breed draagvlak en past binnen de beschikbare budgetten van de tien partners. Daarom heeft de Stuurgroep Meanderende Maas het voorkeursalternatief, na consultatie bij de partners, in december 2019 vastgesteld. Het voorkeursalternatief is planologisch geborgd via een interprovinciale structuurvisie. De verkenningsfase is afgesloten met het nemen van een voorkeursbeslissing door de minister van Infrastructuur en Waterstaat op 10 juli 2020.
2.2
Planuitwerkingsfase
Met de voorkeursbeslissing en de ondertekening van een bestuursovereenkomst is de volgende fase van het project Meanderende Maas ingegaan: de planuitwerking. In de planuitwerkingsfase is het voorkeursalternatief nader onderzocht en verder uitgewerkt tot Voorlopig Ontwerp (VO) en Definitief Ontwerp (DO). Dit DO is vertaald in een aantal ontwerp besluiten en vergunningen. Ook is voorliggend MER 2e fase/projectMER (hierna te noemen: MER 2e fase) opgesteld. Het project Meanderende Maas is een integraal project, waarover diverse instanties een besluit moeten nemen. De dijkversterking, rivierverruiming en gebiedsontwikkeling vallen binnen verschillende programma’s/beleidskaders en kennen hun eigen doelen. Daarom worden er meerdere besluiten genomen door meerdere bevoegde gezagen. De ‘hoofdbesluiten’ worden gecoördineerd in procedure gebracht. Het gaat om: − MER 2e fase voor het totaalplan; − Projectplan Waterwet voor de dijkversterking; − Projectplan Waterwet voor de rivierverruiming en KRW; − Herziening bestemmingsplan buitengebied Oss (deel uiterwaarden) en omgevingsvergunning afwijking bestemmingsplan buitengebied Oss (deel dijk);
21 | 264
Meanderende Maas | WSD.3.1/22-014.323 | Definitief | 1.0
− − − − − −
Omgevingsvergunning afwijking bestemmingsplan gemeente West Maas en Waal; Ontgrondingsvergunning provincie Noord-Brabant; Ontgrondingsvergunning provincie Gelderland; Vergunning Waterwet voor onderdelen die niet met het projectplan kunnen worden vastgelegd; Ontheffing Wet natuurbescherming; Omgevingsvergunningen kappen.
De ontwerpbesluiten/-vergunningen en het MER 2e fase liggen gelijktijdig ter inzage (gecoördineerde procedure). In de periode dat het MER en de ontwerpbesluiten/-vergunningen ter inzage liggen, wordt ook advies ingewonnen bij de Commissie voor de m.e.r., BrabantAdvies en de andere wettelijke adviseurs. De provincie Noord-Brabant is coördinerend bevoegd gezag voor de m.e.r.-procedure. Op basis van de zienswijzen en adviezen wordt vervolgens van Nota van Antwoord opgesteld. Daarna kunnen de besluiten definitief worden vastgesteld. Parallel daaraan wordt de realisatiefase voorbereid, waarin (onder andere) grondverwerving plaatsvindt en uitvoeringsvergunningen (bijvoorbeeld voor verlegging van kabels en leidingen) worden aangevraagd. De start van de uitvoering is voorzien in augustus 2023. De besluiten worden hieronder toegelicht. Projectplan Waterwet Dijkversterking Bedoeld om de voorgenomen dijkversterking, waarmee aan de waterveiligheidsnorm wordt voldaan, mogelijk te maken (afbeelding 2.1). Bevoegd gezag is de provincie Noord-Brabant, die het (door het waterschap Aa en Maas vastgestelde) Projectplan moet goedkeuren.
Afbeelding 2.1 Besluitgebied projectplan Dijk
22 | 264
Meanderende Maas | WSD.3.1/22-014.323 | Definitief | 1.0
Projectplan Waterwet Rivierverruiming en KRW-maatregelen (afbeelding 2.2) Bedoeld om de voorgenomen maatregelen in het rivierbed/de uiterwaarden, die bijdragen aan de opgaven van waterstandsdaling en waterkwaliteit (KRW), mogelijk te maken é. Bevoegd gezag hiervoor is de minister van Infrastructuur en Waterstaat. Afbeelding 2.2 Besluitgebied projectplan Rivier en KRW
23 | 264
Meanderende Maas | WSD.3.1/22-014.323 | Definitief | 1.0
Herziening van het bestemmingsplan buitengebied Oss (deel uiterwaarden) en omgevingsvergunning voor dijkversterking Om de maatregelen in de uiterwaarden te kunnen realiseren, is een herziening nodig van het bestemmingsplan buitengebied van de gemeente Oss. Voor de aanpassingen aan de dijk worden de afwijkingen van het bestemmingsplan geregeld in een omgevingsvergunning. Bevoegd gezag is in beide gevallen de gemeente Oss.
Afbeelding 2.3 Plangebied herziening bestemmingsplan Oss en omgevingsvergunning afwijken bestemmingsplan
24 | 264
Meanderende Maas | WSD.3.1/22-014.323 | Definitief | 1.0
Omgevingsvergunning afwijking bestemmingsplan gemeente West Maas en Waal De beoogde ingrepen aan de Gelderse kant van de Maas liggen in de gemeente West Maas en Waal. Hiervoor geldt een thematisch bestemmingsplan grootschalig grondverzet. Een omgevingsvergunning is vereist. Bevoegd gezag is de gemeente West Maas en Waal.
Afbeelding 2.4 Plangebied omgevingsvergunning afwijken bestemmingsplan Maas en Waal
25 | 264
Meanderende Maas | WSD.3.1/22-014.323 | Definitief | 1.0
Een ontheffing Wet natuurbescherming Voor het hele gebied (met uitzondering van de zelfrealisatiegebieden; zie hierna). De Rijksdienst Voor Ondernemend Nederland (RVO) treedt op als bevoegd gezag en betrekt hierbij de provincies Noord-Brabant en Gelderland.
Afbeelding 2.5 Besluitgebied ontheffing Wet natuurbescherming (soorten)
Ontgrondingsvergunningen (Ontgrondingenwet) In de uiterwaarden ten noorden en ten zuiden van de Maas en in de dijk ten zuiden van de Maas gaan graafwerkzaamheden plaatsvinden. Voor deze graafwerkzaamheden zijn ontgrondingsvergunningen nodig. Voor de ontgronding ten noorden van de rivier is provincie Gelderland het bevoegd gezag. Voor de ontgronding ten zuiden van de rivier is provincie Noord-Brabant (met als uitvoerende dienst de Omgevingsdienst Zuidoost Brabant) het bevoegd gezag. Watervergunning (Waterwet) De projectplannen Waterwet regelen het grootste deel van de maatregelen voor het onderdeel water. Voor een aantal onderdelen van het plan dient een afzonderlijke watervergunning te worden verkregen, met name voor de maatregelen in de uiterwaarden die niet onder beheerverantwoordelijkheid van Rijkswaterstaat worden uitgevoerd. Dit geldt voor: ontwikkeling vegetatie (onder andere ooibos), de aanleg van recreatieve voorzieningen (vogelkijkhut, visstek, rolstoelpad), aanpassingen aan wegen en ‘kunstwerken’ (verleggen Maasbommelse Veerweg) en het aanpassen van leggerwatergangen in beheer bij het waterschap. Bevoegd gezag voor deze watervergunningen zijn Rijkswaterstaat, waterschap Rivierenland (deel provincie Gelderland) en waterschap Aa en Maas (deel provincie Noord-Brabant).
Omgevingsvergunningen voor kappen van bomen Om het project te kunnen realiseren, moeten bomen worden gekapt en herplant. Hiervoor zijn vergunningen nodig van de gemeente Oss en gemeente West Maas en Waal (bomen binnen bebouwde kom en bomen met bijzondere status buiten de bebouwde kom, waaronder bakenbomen) en geldt een meldingsplicht bij RVO (bomen buiten bebouwde kom, niet zijnde de bakenbomen).
26 | 264
Meanderende Maas | WSD.3.1/22-014.323 | Definitief | 1.0
2.3
M.e.r.-plicht en procedure
De procedure voor milieueffectrapportage (m.e.r.) dient om het milieubelang bij plannen en besluiten een volwaardige plaats te geven. De procedure is geborgd in de Wet milieubeheer. Het doorlopen van een m.e.r.- bij plannen en/of besluiten is verplicht als een activiteit (al dan niet voor een bepaald geval) is opgenomen in bijlage C van het Besluit m.e.r. Als een activiteit is opgenomen in bijlage D, dan gaat het om een m.e.r.-beoordelingsplicht. In een beoordeling wordt getoetst of mogelijk belangrijke nadelige (milieu)gevolgen kunnen optreden. Indien met ja beantwoord, volgt alsnog de plicht om een m.e.r. te doorlopen. De m.e.r.-regeling maakt onderscheid in m.e.r. voor plannen zoals een structuurvisie of bestemmingsplan (plan-m.e.r.) en m.e.r. voor besluiten zoals vergunningen (project-m.e.r.). In de m.e.r.-procedure voor Meanderende Maas wordt een gecombineerde plan- en project m.e.r. doorlopen. De eerste fase van de m.e.r.-procedure is in 2019/2020 doorlopen bij de verkenningsfase. Dit heeft geresulteerd in het MER 1e fase. Dit MER 1e fase was gekoppeld aan de Interprovinciale structuurvisie Meanderende Maas. In deze fase heeft de Commissie voor de m.e.r. een toetsingsadvies gegeven. In onderstaande afbeelding is de koppeling van m.e.r. aan de procedures weergegeven.
Afbeelding 2.6 Overzicht procedures
Ten behoeve van de uitwerking van het Voorkeursalternatief (planuitwerking) is het voorliggende MER 2e fase opgesteld. Dit MER 2e fase hoort bij en gaat gezamenlijk ter inzage met de ontwerpbesluiten van Projectplan Waterwet dijkversterking, Projectplan Waterwet rivierverruiming en KRW, de herziening van het Bestemmingsplan buitengebied Oss (rivier), de omgevingsvergunning afwijken bestemmingsplan Oss (dijk), de omgevingsvergunning afwijken bestemmingsplan West Maas en Waal en de ontgrondingenvergunningen in Gelderland en Noord-Brabant.
27 | 264
Meanderende Maas | WSD.3.1/22-014.323 | Definitief | 1.0
3 HET VOORNEMEN 3.1
Doelen van het project Meanderende Maas
Bij de start van de planuitwerking Meanderende Maas zijn de doelen opnieuw besproken en vastgelegd (Bestuursovereenkomst planuitwerking Meanderende Maas, februari 2021): − Het versterken van de primaire waterkering (dijktraject 36-3), zodanig dat de wettelijke veiligheidsnorm 1/10.000 jaar wordt gerealiseerd (Veilige Dijk). − Het door rivierverruimende maatregelen realiseren van 14 cm waterstandsdaling bij rivierkm 184 (bij afvoer van 4.118 m³/sec te Borgharen) (Rivierverruiming). − Het realiseren van Natuur Netwerk Brabant (NNB) door ontwikkeling van een grote eenheid van rivieren moeraslandschap. − Het realiseren van Kader Richtlijn Water (KRW) doelen. − Het versterken en beleefbaar maken van de ruimtelijke kwaliteit in het gebied, onder andere door het aantrekkelijk inrichten en toegankelijk maken van het gebied, het koesteren van cultuurhistorie (onder andere behoud bakenbomenstructuur) en bijdragen aan de visualisatie en beleving van de Zuiderwaterlinie. − Het versterken van de vrijetijdseconomie, door een recreatief aantrekkelijk gebied met bovenregionale betekenis en allure te ontwikkelen. − Het bevorderen van duurzaamheid, door onder andere het toepassen van gebiedseigen grond en korte transportafstanden voor grond bij uitvoering van de dijkversterking. − Het verbeteren van het woonklimaat en de vitaliteit van kernen, door een aantrekkelijk gebied te ontwikkelen.
− Het stimuleren van economie en ondernemerschap, onder andere door het verbeteren van de (haven)toegang van het Burgemeester Delenkanaal en het borgen van de goede bevaarbaarheid van de Maas voor zowel beroeps- als pleziervaart. − Het realiseren van rivier- en moeraslandschap in Ossekamp en De Waarden in het kader van de Programmatische Aanpak Grote Wateren (PAGW). In paragraaf 3.2 is op hoofdlijnen beschreven hoe het project invulling geeft aan deze doelen. In de paragrafen 3.3 en 3.4 volgt een gedetailleerde beschrijving van de maatregelen aan de dijk en in de uiterwaarden.
3.2
Projectbeschrijving op hoofdlijnen
De integrale aanpak van project Meanderende Maas maakt het mogelijk om te investeren in waterveiligheid en de kwaliteit van natuur en landschap, waardoor een ecologisch, economisch en sociaal vitaal gebied ontstaat. In hoofdstuk 1 is aangegeven dat het project Meanderende Maas in meerdere besluiten wordt ‘geregeld’. Het MER gaat over het totaal. Dit hoofdstuk beschrijft daarom het totale project Meanderende Maas. De uitvoeringswijze is beschreven in hoofdstuk 8, als opstap naar de beoordeling van tijdelijke effecten. Veilige en herkenbare dijken Het ontwerp voor de dijk bestaat uit een afwisseling tussen tuimeldijk en moderne gronddijk, waarbij over een groot deel van het traject constructies noodzakelijk zijn. Een tuimeldijk is een dijk die aan de rivierzijde tegen de oude dijk aan ligt en is hoger dan een moderne gronddijk.
28 | 264
Meanderende Maas | WSD.3.1/22-014.323 | Definitief | 1.0
Vaak ligt er een fietspad op de tuimeldijk. Een moderne gronddijk is een klassieke dijk met één weg erbovenop voor auto’s, fietsers en wandelaars. Daarnaast kunnen in de dijk verschillende constructies aangebracht worden om falen te voorkomen. Het soort constructie dat aangebracht wordt is afhankelijk van de aanwezige ruimte en het soort faalmechanisme. Een voorbeeld van een constructie is een damwand om bijvoorbeeld piping of afschuiving te voorkomen. Binnen het project Meanderende Maas zijn 11 dijksecties onderscheiden, zie onderstaande afbeelding.
Afbeelding 3.1 Onderverdeling in dijkvakken
Per sectie is het type dijk, het hoogtetekort en de maatregelen voor stabiliteit en piping bepaald. Daarbij zijn de volgende punten van toepassing: − de tuimel- en bomendijk bevindt zich nabij de historische kernen. Voortbouwen op deze bestaande situatie met tuimeldijken betekent dat de bestaande bomenstructuur en historische structuren behouden blijven; − in de gebieden waar bebouwing aan de binnenzijde ontbreekt, veelal bij de grote meanderlobben, ligt een moderne gronddijk; − vestingstad Ravenstein, als gezicht aan de Maas en onderdeel van de Zuiderwaterlinie, is een bijzondere plek met een bijzondere waterkering. De kademuur vergroot de herkenbaarheid van het vestingkarakter van Ravenstein door de scherpe grens te benadrukken van binnen- en buiten de vesting. Winterbedmaatregelen en invulling van natuur- en kwaliteitswaarden De winterbedmaatregelen zorgen voor een substantiële waterstandsdaling, bieden compensatie van buitendijkse dijkversterking en beheerruimte voor natuur, dragen bij aan de versterking van natuur en landschap (Natuurnetwerk Brabant (NNB), Gelders Natuurnetwerk (GNN), Programmatische aanpak grote wateren (PAGW) en Kaderrichtlijn Water (KRW)) en leveren grond voor de dijkversterking. Er is ruimte voor recreatie door onder andere struinroutes, wandelpaden en een bevaarbare geul met kleine bootjes.
De natuur in de uiterwaarden aan de Brabantse zijde wordt ingericht volgens de natuurambitie van Natuurnetwerk Brabant; met rivier- en moeraslandschap met een breed en samenhangend scala aan natuurtypen, zoals stroomdalgrasland, rietmoeras, struweel, ooibos en open water, veelal in meanders en geulen. In het ontwerp van de rivier zijn in hoofdlijnen de onderstaande maatregelen opgenomen: Algemeen − de Lelyzones ter hoogte van Ossekamp, De Waarden, Megen en Maasbommel worden met circa 1 meter verlaagd tot +5,4 m NAP. In deze zones worden geïsoleerde KRW-geulen gerealiseerd. Totaal wordt er in het projectgebied meer dan 9 km KRW-geul gerealiseerd; − de uiterwaarden in de deelgebieden zijn integraal verlaagd tot een zone van 70 meter vanaf de dijk. Hierbij wordt reliëfvolgend afgegraven;
29 | 264
Meanderende Maas | WSD.3.1/22-014.323 | Definitief | 1.0
− − − −
de oevers van de geulen worden natuurvriendelijk ingericht volgens de principes van NNB, GNN en KRW; in elk deelgebied worden hoogwatervluchtplaatsen gecreëerd; ontwikkeling van 150 ha riviernatuur in de uiterwaard de Ossekamp en het eiland van De Waarden in het kader van het Programma Aanpak Grote Wateren (PAGW); in het gebied worden daarnaast diverse recreatieve voorzieningen en routenetwerken gerealiseerd: gebiedsentrees, struinpaden, wandelpaden, uitkijktoren en vogelkijkhutten (zie kaart bijlage IV)
Noord-Brabant − Demen-Dieden en Oeverzone Diedensche Uiterdijk; de inhoud van dit deel is conform de plannen die Natuurmonumenten en haar partners voor dit gebied hebben voorbereid en aan het uitvoeren zijn; − Diedensche Uiterdijk: De oude Maasloop wordt weer herkenbaar gemaakt door een aaneenschakeling van geulen, poelen en plassen. Rondom is ruimte voor rietmoeras; Er is ruimte voor recreatie via struinroutes en wandelpaden. − De Waarden: de oude Maasloop wordt hersteld en bevaarbaar. Daarnaast wordt het gebied tot de veiligheidszone van de dijk reliëfvolgend afgegraven. Er is ruimte voor ooibosontwikkeling in de stroomluwe delen en recreatieve voorzieningen; − de inrichting van de uiterwaarden Diedensche Uiterdijk, Ossekamp en De Waarden bestaat uit rivier- en moerasnatuur, met in de stroomluwe delen ruimte voor bos. Er is in het totale projectgebied ruimte voor circa 90 ha ooibos en circa 50 ha rietmoeras; Gelderland − bij Maasbommel West wordt een 1,5 km lange geïsoleerde KRW-geul gerealiseerd. Hier wordt ook een fietspad aangelegd. − Bij Appeltern wordt het maaiveld van de oever aan de Gelderse zijde van de Maas nabij rivierkilometer 190 over een lengte van circa 400 m verlaagd tot een hoogte van NAP +5,4m. Deze drempelverlaging zorgt bij hoogwater voor een doorsteek waardoor het water gemakkelijker de Gouden Ham instroomt en voor meer bergingscapaciteit zorgt.
Afbeelding 3.2 Ruimtelijke inrichtingskaart definitief ontwerp. Een grotere kaart in Bijlage V
30 | 264
Meanderende Maas | WSD.3.1/22-014.323 | Definitief | 1.0