CConstaterende datOss
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 7 bij toelichting - ruimtelijke onderbouwing Hoogoordstraat 3 in Macharen.PDF

Gemeenteraad 16 december 2021, gemeente OssBij agendapunt: A Vaststellen bestemmingsplan "Ontwikkelingen 2 Buitengebied Oss - 2021"20.915 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

26

De locatie is gelegen binnen een gebied met de functie ‘Water voor het gemengd landelijk gebied’. Binnen deze functie vallen aanduidingen ‘gemengd landelijk gebied’ en ‘accentgebied agrarische ontwikkelingen’ uit de Structuurvisie ruimtelijke ordening. Het waterbeheer richt zich op een goede waterhuishouding voor een duurzame en concurrerende landbouw. Randvoorwaarden zijn de verplichtingen uit de Kaderrichtlijn water en afstemming met de maatregelen voor de Natura 2000gebieden en de Natte natuurparels. De ontwikkelingen passen dit beleid. Voor het overige geldt geen specifiek beschermingsbeleid.

Afbeelding 12: Kaart Landelijke hoofdstructuur

Gemeente

Het waterkwaliteitsbeheer en het waterkwantiteitsbeheer is in Oss in handen van het Waterschap Aa en Maas en de gemeente Oss. Gemeente Oss heeft in November 2012 het Plan Watertaken (vGRP +) 2012 – 2017 gepubliceerd. Dit Watertakenplan (WTK) is van toepassing op al het water (oppervlaktewater, grondwater, afvalwater en hemelwater) binnen de gemeentegrenzen waar de gemeente verantwoordelijkheid of zorg voor heeft, maar gaat vooral in op de bebouwde gebieden. Dit plan heeft de status van wettelijk verplicht vGRP. Waterzorg die nadrukkelijk tot de taak van de regionale waterbeheerder (Waterschap Aa en Maas), de provincie (diepte grondwater) of het Rijk (de Maas) behoort, wordt in dit Watertakenplan niet behandeld.

Waterschap Aa en Maas Uitgangspunten watertoets waterschap Aa en Maas

Bij ruimtelijke ontwikkelingen, waaronder ver- en nieuwbouwplannen, hanteert het waterschap een aantal uitgangspunten ten aanzien van het duurzaam omgaan met water, die van belang zijn als vertrekpunt van het overleg tussen initiatiefnemer en waterbeheerder. Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen dient de initiatiefnemer hier invulling aan te geven:

27

1. Wateroverlastvrij bestemmen Bij de locatiekeuze voor nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen dient rekening te worden gehouden met de norm uit het Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW). In eerste instantie zal bij de locatiekeuze van een ontwikkeling gezocht moeten worden naar een plek „die hoog en droog genoeg‟ is. Mocht dit echter niet mogelijk of wenselijk zijn, dan zal in de compenserende of mitigerende sfeer gezocht moeten worden naar maatregelen die het gewenste beschermingsniveau tegen wateroverlast helpen realiseren. Liever nog dan mitigeren of compenseren, wordt bij voorkeur gebouwd op locaties die als gevolg van hun ligging nú al voldoen aan de NBW-norm voor de toekomstige functie. 2. Gescheiden houden van vuil water en schoon hemelwater Het streefbeeld is het afvoeren van het vuile water via de riolering en het binnen het plangebied verwerken van het schone hemelwater. Afhankelijk van de omstandigheden ter plaatse kan een compromis gesloten worden, waarbij de minimale inzet (in bestaand bebouwd gebied) is om het vuile en het schone water gescheiden aan te bieden op het (reeds aanwezige) gemengde rioolstelsel. Het waterschap zal echter niet akkoord gaan met de aanleg van nieuwe gemengde rioolstelsels. 3.

Doorlopen van de afwegingsstappen: “hergebruik - infiltratie - buffering -afvoer” In aansluiting op het landelijke beleid (NW4, WB21) hanteert het waterschap het beleid dat bij nieuwe plannen altijd onderzocht dient te worden hoe omgegaan kan worden met het schone hemelwater. Hierbij worden de afwegingsstappen “hergebruik - infiltratie - buffering - afvoer” (afgeleid van de trits “vasthouden - bergen - afvoeren”) doorlopen. Hergebruik van hemelwater wordt voornamelijk overwogen bij grootschalige voorzieningen als scholen, kantoorgebouwen ed. Voor particuliere woningen wordt dit, ook gezien de landelijke ervaringen met grijswatersystemen, niet gestimuleerd. Binnen grondwaterbeschermingsgebieden kunnen door de grondwaterbeheerder (provincie) aanvullende kwalitatieve eisen gesteld worden in de Provinciale Milieu Verordening. Ook kan een vergunning nodig zijn van de grondwaterbeheerder. 4. Hydrologisch neutraal ontwikkelen Nieuwe ontwikkelingen dienen te voldoen aan het principe van hydrologisch neutraal ontwikkelen, waarbij de hydrologische situatie minimaal gelijk moet blijven aan de uitgangssituatie. Hierbij mag de natuurlijke GHG (Gemiddeld Hoogste Grondwaterstand) niet verlaagd worden en mag bijvoorbeeld bij transformatie van landelijk naar bebouwd gebied de oorspronkelijke landelijke afvoer in de normale situatie niet overschreden worden.

Het waterpeil sluit aan bij optimale grondwaterstanden en in poldergebieden worden seizoensfluctuaties toegestaan. 5. Water als kans ”Water” wordt door stedenbouwkundigen bij inrichtingsvraagstukken vaak benaderd als een probleem (“er moet ook ruimte voor water gecreëerd worden, en m2 zijn duur”). Dat is erg jammer, want “water” kan ook een meerwaarde geven aan het plan, bijvoorbeeld door gebruik te maken van de belevingswaarde van water. Zo is „wonen aan het water‟ erg gewild, een mooie waterpartij met bijbehorend groen wordt door vele inwoners gewaardeerd etc.

6. Meervoudig ruimtegebruik

“Er moet ruimte voor water gecreëerd worden, en m2 zijn duur”. Maar door bij de inrichting van een plangebied ruimte voor twee of meer doeleinden te gebruiken, is het “verlies” van m2 als gevolg van de toegenomen ruimtevraag vanuit water te beperken. Zo is het in bepaalde gevallen mogelijk om het flauwe talud ook te gebruiken als onderhoudsstrook. Flauwe taluds geven veel ruimte voor buffering van water, maar zijn ook te gebruiken voor recreatieve doeleinden (een fietspad dat af en toe niet te gebruiken is). 7. Voorkomen van vervuiling Bij de inrichting, het bouwen en het beheer van gebieden wordt het milieu belast. Vanuit zijn wettelijke taak ten aanzien van het waterkwaliteitsbeheer streeft het waterschap ernaar om nieuwe bronnen van verontreiniging zoveel mogelijk te voorkomen. Deze bronaanpak is ook verwoord in het Emissiebeheersplan. Het waterschap besteedt hier reeds aandacht aan in de fase van de watertoets, zodat dit aspect als randvoorwaarde kan worden meegenomen in het verdere ontwerpproces.

28

8. Waterschapsbelangen

Er zijn „waterschapsbelangen‟ met een ruimtelijke component. Dit betreft het volgende: a) ruimteclaims voor waterberging b) ruimteclaims voor de aanleg van natte EVZ‟s en beekherstel c) aanwezigheid en ligging watersysteem d) aanwezigheid en ligging waterkeringen e) aanwezigheid en ligging van infrastructuur en ruimteclaims tbv de afvalwaterketen in beheer van het waterschap. Indien deze belangen een rol spelen in het ruimtelijke plan dan zou hieraan in de toelichting, de voorschriften en de plankaart aandacht besteed moeten worden.

Waterbeheerplan 2016-2020

In het Waterbeheerplan (WBP) beschrijft het waterschap Aa en Maas haar doelstellingen voor de periode 2016 – 2021 en de wijze waarop deze doelstellingen bereikt moeten worden. Hiermee geeft het waterschap invulling aan de verplichting vanuit de Waterwet en de Verordening water NoordBrabant om een waterbeheerplan op te stellen. In het waterbeheerplan wordt een indeling gemaakt in de volgende programma’s: - Veilig en bewoonbaar; - Voldoende water en robuust watersysteem; - Schoon water; - Gezond en natuurlijk water; - Het leveren van maatschappelijke meerwaarde Deze programma’s zijn verder uitgewerkt in het WBP naar concrete doelstellingen. Deze doelstellingen vinden onder andere een doorwerking in de beschikbare instrumenten van het waterschat; Keur, legger, communicatie en stimuleringsmiddelen.

Keur

De Keur is een waterschapverordening en omvat samen met de Waterwet alle gebods- en verbodsbepalingen met betrekking tot ingrepen of activiteiten die consequenties hebben voor de waterkwantiteit, waterkwaliteit en waterveiligheid. De Keur is verder uitgewerkt in beleids- en algemene regels.

Legger

De Keur verwijst in de gebods- en verbodsbepalingen volop naar de legger. De legger legt de status en afmetingen behorende bij de regels van de Keur vast in een overzichtskaart van het waterbeheersgebied. Op deze kaart zijn onder andere dijken, waterlopen en bijbehorende beschermingszones aangegeven. De drie Brabantse waterschappen, Aa en Maas, De Dommel en Brabantse Delta hebben hun keuren geharmoniseerd. Als onderdeel van dit harmonisatietraject hanteren de waterschappen sinds 1 maart 2015 dezelfde (beleids)uitgangspunten voor het beoordelen van plannen waarbij het verhard oppervlak toeneemt. Bij een toename en afkoppelen van het verhard oppervlak geldt het uitgangspunt dat plannen zoveel mogelijk hydrologisch neutraal worden uitgevoerd. Het doel van dit uitgangspunt is om te voorkomen dat hemelwater als gevolg van uitbreiding van het verhard oppervlak versneld op het watersysteem wordt geloosd. Voor lozingen op een oppervlaktewater eist het Waterschap daarom een vervangende berging, die de extra afvoer van het nieuwe verharde oppervlak als het ware neutraliseert. Gemeenten stellen vanuit hun eigen verantwoordelijkheid voorwaarden aan de afvoer via een rioleringsstelsel.

29

Met behulp van een eenvoudige rekenregel uit de Algemene Regel (Artikel 15 Afvoer hemelwater door verhard oppervlak), behorend bij de Keuren van de drie Brabantse waterschappen, kan de vereiste compensatie voor een specifieke locatie berekend worden. Deze rekenregel geldt voor een toename van het verhard oppervlak van tenminste 2.000 m2 en maximaal 10.000 m2. De te bergen hoeveelheid hemelwater dient als volgt te worden berekend: Benodigde compensatie (in m3) = Toename verhard oppervlak (in m2) * Gevoeligheidsfactor * 0,06 (in m)

Bestaande situatie waterhuishouding

In de bestaande situatie wordt het huishoudelijk afvalwater geloosd op het gemeentelijk riool. Hierop is geen hemelwater en/of bedrijfsafvalwater aangesloten. Dit zal in de toekomst ook nooit het geval zijn aangezien dit niet is toegestaan. Het bedrijfsafvalwater gaat naar de mestkelder. Het hemelwater dat valt op de laatst opgerichte stal uit 2012 komt via het dak in een afvoergeul terecht. Via deze geul stroomt het water, onder de erfverharding door, naar de retentievijver. Deze hemelwateropvang is gerealiseerd ten behoeve van de laatst opgerichte stal. Het hemelwater van de oude ligboxenstal infiltreert aan de noordzijde direct in de bodem. Aan de zuidzijde wordt het hemelwater afgevoerd naar een buffersloot die parallel ligt aan de Hoogoordstraat. Deze buffersloot staat bij een gangbare waterstand niet in directe verbinding met de grotere waterlopen. Het water kan hier zonder problemen infiltreren. Het hemelwater van de jongveestal/werktuigenloods loopt via de erfverharding naar onverharde delen op het erf. Hier kan het water infiltreren/afvloeien. De erfverharding en daken van de bebouwing worden schoongehouden zodat het hemelwater niet verontreinigd wordt en het zonder problemen kan infiltreren/afvloeien.

Toekomstige situatie waterhuishouding

Ten aanzien van afvalwater verandert in te beoogde situatie niets. Het huishoudelijk afvalwater wordt afgevoerd middels mechanische riolering. Het bedrijfsafvalwater gaat naar de mestkelder. Het hemelwater wordt niet afgevoerd middels mechanische riolering maar blijft op- en rondom het erf waar het in de bodem infiltreert. Onderhavig initiatief voorziet in een vergroting van het huidige bouwvlak van 16.600 m2 naar 19.900 m2 ten behoeve van sleufsilo’s en erfverharding. Dit is een toename van 3.400 m2 verhard oppervlak. Derhalve dient er een waterbergingsvoorziening te worden gerealiseerd van 204 m3 (3.400 m2 x 60 millimeter). Hiervoor wordt aan de zuidzijde van het plangebied een kavelsloot in combinatie met een stuw gerealiseerd. Het hemelwater dat valt op het verhard oppervlak wordt naar deze kavelsloot geleidt. De locatie van deze kavelsloot is weergegeven in afbeelding 11 De locatie van de stuw is weergegeven met een kruis. Deze stuw zorgt ervoor dat het hemelwater niet direct wegstroomt van het plangebied via de parallel gelegen sloot aan de Hoogoordstraat, maar infiltreert in de bodem. De stuw borgt dat het waterniveau tot, ten minste het maximaal peil van één meter, in de kavelsloot blijft staan zodat het kan infiltreren.

De bodem van deze kavelsloot is zodanig dat het hemelwater binnen vijf dagen kan infiltreren in de bodem zodat de berging op korte termijn weer volledig beschikbaar is. Wanneer de sloot vol zou raken en het hemelwaterniveau hoger komt dan de hoogte van de stuw, zal het water overstorten op de gemeentelijke zaksloot langs de Hoogoordstraat (afbeelding 12, oranje gebied is eigendom Gemeente). De Gemeente geeft toestemming om het hemelwater te lozen op de gemeentelijke zaksloot op voorwaarde dat de sloot eerst wordt geprofileerd zodanig dat de hoeveelheid te lozen water op een deugdelijke manier kan worden afgevoerd via de zaksloot zonder dat dit leidt tot overstroming van aangrenzende percelen. Het eenmalig profileren zal in overleg met de gemeentelijk opzichter plaatsvinden. De kosten voor het profileren komen volledig voor rekening van initiatiefnemer. Daarnaast verplicht Gemeente Oss zich niet om in de toekomst onderhoud uit te voeren aan de zaksloot. De sloot aan de noordzijde van het erf is eigendom van waterschap Aa en Maas. Zonder toestemming van Aa en Maas mag op deze sloot geen hemelwater worden geloosd. Er is geen sprake van lozing op deze sloot.

30

Afbeelding 13: Locatie waterbergingsvoorziening (rood is buffersloot, kruis is stuw) en GHG- niveau

Afbeelding 14 : Oranje gebied = eigendom Gemeente, Groene sloot = eigendom Aa en Maas

31

Extra waterberging

Het gemiddelde GHG-niveau ter plekke van de beoogde kavelsloot bedraagt 60-80 cm. Voor de extrawaterbergingscapaciteit wordt gerekend tot een diepte van 60 cm. De werkelijke diepte van de kavelsloot bedraagt 1,25 meter vanaf maaiveld. Op maaiveld-niveau is de sloot twee 2,40 meter breed. De bovenste 10 cm wordt niet betrokken bij de waterbergingscapaciteit. De breedte op maximaal peil niveau bedraagt 2,30 meter. Op bodemniveau bedraagt de breedte 1,15 meter. Op 60 cm diepte (GHG) vanaf maximaal peil bedraagt de breedte van de sloot 1,78 meter. De gemiddelde breedte van de waterbergingscapaciteit bedraagt 2,04 meter ((2,3+1,78)/2 = 2,04). De lengte van de kavelsloot bedraagt 200 meter. Derhalve bedraagt de oppervlakte van de waterbergingscapaciteit 200 m x 2,04 x = 408 m2. De inhoud bedraagt 408 m2 x 0,5 m = 204 m3. Dit is voldoende voor de toename van het verhard oppervlak. De kavelsloot is opgenomen in het landschappelijk inpassingsplan. De stuw borgt dat het waterniveau tot, ten minste het maximaal peil van één meter, in de kavelsloot blijft staan zodat het kan infiltreren.

Afbeelding 15: Waterbergingscapaciteit

32

Beschermingszone A-watergang

In de beschermingszone beperkt mogen louter werken of voorwerpen worden geplaatst of behouden die relatief eenvoudig te verplaatsen/verwijderen zijn. Daarmee worden werken of voorwerpen bedoeld die zonder al te veel kosten en zonder al te veel moeite verwijderd/verplaatst kunnen worden. Het werk of voorwerp dient met ‘gangbaar’ gereedschap en/of eenvoudige hulpmiddelen te verplaatsen of te verwijderen te zijn. Voorbeelden zijn een (houten) afrastering, tuinhuisje, bankje, bestrating, gras, (eenjarige) beplanting of struiken. Voor bomen geldt dat wanneer deze worden geplaatst nadat de beschermingszone beperkt is ingesteld, dat deze niet worden toegestaan. Bomen die zijn geplaatst vóór 2010, mogen blijven staan mits deze voldoen aan de Algemene regel ‘overgangsbepaling obstakels langs waterlopen’. Bomen die zijn geplaatst na 2010, maar voordat de beschermingszone beperkt is ingesteld, dienen te worden verwijderd. Voor de andere soorten werken of voorwerpen geldt dat deze niet duurzaam met de grond verbonden mogen zijn (bijvoorbeeld d.m.v. fundamenten). Aan de noordzijde van het plangebied is een A-watergang gesitueerd. In de Keur is een verbod opgenomen om binnen 5,00 meter breedte, gemeten vanaf de insteek aan beide zijden van een Awatergang, nieuwe obstakels te plaatsten of te hebben.

Gelet op de waterhuishoudkundige belangen is het noodzakelijk om deze zone, de beschermingszone vrij te houden van alle obstakels. Binnen 5,00 meter van de A-watergang staat één boom welke is aangebracht voor 1 januari 2010. Deze boom voldoet aan de Algemene regel ‘overgangsbepaling obstakels langs waterlopen’. Derhalve vormt dit geen belemmering voor onderhavig initiatief. Verder ziet onderhavig initiatief op uitbreiding van het bouwblok ten behoeve van sleufsilo’s en erfverharding en niet op het realiseren van nieuwe obstakels binnen een zone van 5,00 meter rondom de A-watergang.

Afbeelding 16: Bovenaanzicht A-watergang

33

4.6 Natuur Onderstaand worden diverse aspecten met betrekking tot natuur- en groene wetgeving getoetst. De effecten van de ruimtelijke ontwikkeling op natuuraspecten worden hiermee in kaart gebracht.

Natura 2000-gebieden

De meest nabij gelegen Natura 2000-gebieden betreffen Rijntakken op een afstand van ongeveer 9,6 km en Vlijmens Ven, Moerputten en Bossche Broek op een afstand van 20 kilometer. Gezien de activiteit zijn effecten als verdroging en vernatting uitgesloten. Verstoring door geluid, licht, trilling en optische verstoring zijn gezien de grote afstand en de tussenliggende landschappelijke elementen uit te sluiten. Deze aspecten en de depositie op de betreffende gebieden zijn getoetst in het kader van een melding op grond van het PAS (PAS-melding). Derhalve is gekozen om in de regels bij dit plan te borgen dat onderhavige ontwikkeling niet kan leiden tot mogelijke gevolgen voor Natura 2000-gebieden. In het nieuwe bestemmingsplan ‘Ontwikkelingen 2 Buitengebied Oss – 2021’ wordt hierbij gebruik gemaakt van de regels en verbeelding uit het vigerende bestemmingsplan ‘Buitengebied Oss – 2020’. In het vigerend bestemmingsplan ‘Buitengebied Oss – 2020’ is een stikstofregeling opgenomen met als doel te voorkomen dat dat plan kan leiden tot mogelijke gevolgen voor Natura 2000-gebieden. De regeling bestaat uit een detaillering van het doel 'uitoefening van het agrarisch bedrijf' binnen de bestemming ‘Agrarisch met waarden – Landschap’, waarmee getracht is ontwikkelruimte te bieden aan afzonderlijke agrarische bedrijven zonder dat er sprake is van een toename van de vergunde stikstofdepositie.

Onderhavige locatie Hoogoordstraat 3 Macharen is opgenomen in de tabel (9) behorende bij de stikstofregeling waarmee is getracht én de bovengenoemde situatie, én een PASmelding vast te leggen. Hiermee is beoogd te borgen dat eventuele toekomstige wijzigingen in het project passen binnen het vigerend bestemmingsplan ‘Buitengebied Oss – 2020’. Door voor deze deellocatie van het veegplan gebruikt te maken van de regels en verbeelding van het bestemmingsplan ‘Buitengebied Oss – 2020’ wordt op dezelfde wijze geprobeerd te borgen dat het plan niet kan leiden tot mogelijke gevolgen voor Natura 2000-gebieden. Daarbij komt dat onderhavige ontwikkelingen alleen zien op een uitbreiding van het bouwvlak ten behoeve van erfverharding en sleufsilo’s. Er worden geen nieuwe mogelijkheden gecreëerd voor een toename van bebouwing waardoor meer dieren gehouden kunnen worden. Dat initiatiefnemer voornemens is om te groeien van 346 melkkoeien naar 560 staat los van onderhavige ontwikkelingen. Deze groei is namelijk ook mogelijk binnen het bestaande bouwvlak. Dat de toename van sleufsilo’s ook enkel voor dit doel wordt gebruikt, wordt geborgd door de functieaanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch – opslag ruwvoer’ toe te voegen in het bestemmingsplan. Hiermee is uitgesloten dat onderhavige ontwikkelingen kunnen leiden tot negatieve effecten op Natura-2000 gebieden.

Natuur Netwerk Nederland

Natuur Netwerk Nederland is een samenhangend geheel van natuurgebieden van (inter)nationaal belang met als doel de veiligstelling van ecosystemen met de daarbij behorende soorten, bestaande uit de meest waardevolle natuur- en bosgebieden en andere gebieden met belangrijke aanwezige en te ontwikkelen natuurwaarden. Het netwerk helpt voorkomen dat planten en dieren in geïsoleerde gebieden uitsterven en dat de natuurgebieden hun waarde verliezen. Het bedrijf is niet gelegen in een gebied met de aanduiding “Natuur Netwerk Nederland. Er ontstaan dan ook geen negatieve effecten. Hiernaast wordt het bedrijf landschappelijk ingepast, wat een positief effect heeft op eventueel voorkomende soorten door het creëren van nieuwe rust en verblijfplaatsen.

34

Eventuele schade aan in het wild levende planten en dieren dient beperkt te worden middels het nemen van mitigerende maatregelen. Als mitigatie niet voldoende is om schade te voorkomen is het verplicht de resterende schade te compenseren. De locatie aan de Hoogoordstraat 3 is gelegen in een landelijk gebied met veel agrarische bedrijvigheid. De grond waar de sleufsilo’s en erfverharding worden opgericht is voorheen in gebruik geweest voor voederwinning en begrazing van het vee. Opgaande beplanting is ter plaatse niet aanwezig. De aanwezigheid van beschermde beplanting is daarmee uitgesloten. De aanwezigheid van beschermde fauna is gezien bovenstaande uitgesloten. Deze dieren leven niet in een dergelijk gebied. Nader onderzoek is derhalve niet vereist.

4.7 Bodem Op 8 februari 2018 heeft gemeente Oss de Nota bodembeheer gepubliceerd. De Nota Bodembeheer beschrijft op welke wijze de gemeente invulling geeft aan het Besluit bodemkwaliteit voor de droge landbodem. Het Besluit bodemkwaliteit streeft naar een balans tussen de bescherming van de bodemkwaliteit voor mens en milieu en ruimte voor maatschappelijke ontwikkelingen. Het Besluit is hierin kaderstellend, waarbij lokale overheden verantwoordelijkheden en bevoegdheden hebben om lokaal bodembeleid te ontwikkelen. De aanleiding voor deze Nota bodembeheer is tweeledig. Enerzijds verloopt in 2018 de huidige bodemkwaliteitskaart met als gevolg een noodzakelijke actualisatie. Anderzijds is de grond in een deel van Oss heterogeen verontreinigd met DDT/DDD/DDE en heeft de gemeente een sterke behoefte om overzicht te creëren in de mogelijkheden ten aanzien van de omgang met deze veelal licht verontreinigde grond. Deze Nota bodembeheer, vanaf nu Nota te noemen, schept een kader waarbinnen de eisen zijn vertaald die vanuit de diverse wet- en regelgevingen met betrekking tot bodemkwaliteit zijn gesteld. Via een modulaire beschrijving van beleid en regelgeving, alsmede toezicht en handhaving wordt geanticipeerd op de nieuwe Omgevingswet die op korte termijn van kracht gaat worden.

Een belangrijke doelstelling van het Besluit bodemkwaliteit is het zoveel mogelijk hergebruiken van grond-/baggerspecie en bouwstoffen, zodat minder primaire grondstoffen nodig zijn. Een belangrijke randvoorwaarde hierbij is dat het hergebruik op een milieuhygiënische verantwoorde wijze plaatsvindt. Deze Nota heeft de volgende doelstellingen: - Optimaal gebruik van de bodem als belangrijk aspect van de fysieke leef kwaliteit; - Streven naar een duurzame bodemkwaliteit; - Streven naar een lokale verbetering van de bodemkwaliteit. - Streven naar een milieuhygiënisch verantwoorde, kosteneffectieve en pragmatische oplossing voor de DDT/DDD/DDE-bodemproblematiek. Met deze bestemmingsplanwijziging vinden er geen wijzigingen in het huidige agrarische gebruik plaats. Er is alleen sprake van uitbreiding van het bestaande bouwvlak tot 2 1,99 hectare, waardoor bestaande (deels) en nog op te richten sleufsilo’s en erfverharding binnen het bouwvlak komen te liggen. Ter plaatse van de sleufsilo’s met een oppervlakte van 0,5 hectare krijgt het bouwvlak de aanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch – opslag ruwvoer’.

36

In afbeelding 15 is te zien dat het plangebied is gelegen binnen deelgebied <AW. Dit betreft o.a. de zone 1 Buitengebied klei. De bodemfunctieklasse betreft Agrarisch/natuur. Tevens ligt het plangebied binnen zone A waarin aanvullende eisen gelden voor organochloorbestrijdingsmiddelen (OCB) zoals vastgesteld in gebiedsspecifiek beleid voor de omgang met DDT/DDD/DDE verontreinigde grond. De bodemfunctieklasse Agrarisch/natuur vormt geen belemmering voor het beoogde agrarisch gebruik. Het regionale bodemloket/bodeminformatiesysteem is geraadpleegd of in het plangebied eerder bodemonderzoeken zijn uitgevoerd. Dit is niet het geval. Derhalve is geen informatie bekend over de bodemkwaliteit binnen het plangebied zelf.

Afbeelding 18: Uitsnede ontgravingskaart Nota Bodembeheer 2018 Gemeente Oss

4.8 Gezondheid Volgens de Gezondheidsraad is endotoxine een goede indicator voor de blootstelling van omwonenden van veehouderijen aan stoffen uit stallen die een negatieve invloed hebben op de luchtwegen. Daarom is in de notitie ‘Handelingsperspectieven Veehouderij en Volksgezondheid: Endotoxine toetsingskader 1.0’ de blootstelling aan endotoxine en de advieswaarde van de Gezondheidsraad als insteek gekozen. Het endotoxine toetsingskader 1.0 biedt de mogelijkheid om bij de vergunningverlening aan veehouderijen uit voorzorg bescherming te bieden aan omwonenden. Recentelijk zijn de resultaten van het gezondheids- (VGO) en het endotoxineonderzoek gepubliceerd. Uit het VGO-onderzoek is onder andere gebleken dat er een afname is van de longfunctie bij iedereen die woont in een gebied met meer dan 15 veehouderijen binnen een straal van 1000 meter. Het is volgens de onderzoekers het meest waarschijnlijk dat deze effecten veroorzaakt worden door de blootstelling aan stoffen afkomstig van veehouderijen. Uit VGO-2 onderzoek is gebleken dat zich in een straal van circa 2 km rond geitenbedrijven een verhoogd aantal gevallen van longontsteking voordoet. Met het VGO-3 onderzoek is dit bevestigd. Uit VGO-3 onderzoek blijkt verder dat er geen relatie is tussen de aanwezigheid van pluimveehouderijen en het voor komen van longontsteking.

37

De Handreiking veehouderij en volksgezondheid 2.0 bevat een praktisch stappenplan en richtafstanden om te beoordelen of nadere advisering vanuit de GGD wenselijk is. Dit stappenplan is opgesteld voor om ontwikkelingen bij veehouderijen te beoordelen. Daarnaast kan het eventueel gebruikt worden bij de afweging om nieuwe gevoelige objecten toe te staan. Onderhavig initiatief voorziet in de vergroting van het bouwvlak zodat bestaande en toekomstige sleufsilo’s en erfverharding binnen het bouwvlak komen te liggen. Deze ontwikkelingen zijn niet van invloed op het aspect volksgezondheid. In de toekomst is initiatiefnemer voornemens om te groeien in melkkoeien van 346 naar 560 stuks melkvee. Het aandeel jongvee neemt af van 218 tot 118 stuks. Deze wijzigingen passen binnen het huidige en beoogde bouwvlak. Deze beoogde wijzigingen zijn getoetst in de m.e.r.-beoordeling en akkoord bevonden. Het M.e.r.-besluit d.d. 28 mei 2021 is bijgevoegd als bijlage.

4.9 Externe veiligheid Toetsingskader Externe veiligheid heeft betrekking op de risico's die mensen lopen als gevolg van mogelijke ongelukken met gevaarlijke stoffen bij bedrijven, transportroutes (wegen, spoorwegen en waterwegen) en buisleidingen. Omdat de gevolgen van een ongeluk met gevaarlijke stoffen groot kunnen zijn, zijn de aanvaardbare risico's vastgelegd in diverse besluiten. De belangrijkste zijn:  Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi);  Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb);  Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt). Binnen de beleidskaders voor deze drie typen risicobronnen staan altijd twee kernbegrippen centraal: het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Hoewel beide begrippen onderlinge samenhang vertonen zijn er belangrijke verschillen. Hieronder worden beide begrippen verder uitgewerkt. Risiconormering In het beoordelingskader voor externe veiligheid staan twee kernbegrippen centraal: het plaatsgebonden risico en het groepsrisico:

Plaatsgebonden risico (PR)

Het plaatsgebonden risico geeft de kans, op een bepaalde plaats, om te overlijden ten gevolge van een ongeval bij een risicovolle activiteit. Het PR kan op de kaart van het gebied worden weergeven met zogeheten risicocontouren: lijnen die punten verbinden met eenzelfde PR. Binnen de 10-6 contour (welke als wettelijk harde norm fungeert) mogen geen kwetsbare objecten geprojecteerd worden. Voor beperkt kwetsbare objecten geldt de 10-6 contour niet als grenswaarde, maar als een richtwaarde.

Groepsrisico (GR)

Het groepsrisico is een maat voor de kans dat bij een ongeval een groep slachtoffers valt met een bepaade omvang (10 personen of meer). Het GR is daarmee een maat voor de maatschappelijke ontwrichting. Het GR wordt bepaald binnen het invloedsgebied van een risicovolle activiteit. Voor het groepsrisico geldt een verantwoordingsplicht. Dit houdt in dat iedere wijziging met betrekking tot planologische keuzes moet worden onderbouwd én verantwoord door het bevoegd gezag.

38

Verantwoordingsplicht groepsrisico Met het invullen van de verantwoordingsplicht wordt antwoord gegeven op de vraag in hoeverre externe veiligheidsrisico's in het plangebied worden geaccepteerd en welke maatregelen getroffen zijn om het risico zoveel mogelijk te beperken. Het invullen van de verantwoordingsplicht is een taak van het bevoegd gezag (veelal de gemeente). Door de verantwoordingsplicht worden gemeenten gedwongen het externe veiligheidsaspect mee te laten wegen bij het maken van ruimtelijke keuzes. Deze verantwoording is kwalitatief en bevat verschillende onderdelen die aan bod kunnen of moeten komen. Ook bestaat er een adviesplicht voor de regionale brandweer. In de Handreiking verantwoordingsplicht groepsrisico zijn de onderdelen van de verantwoording nader uitgewerkt en toegelicht.

Tabel 4: Uitsnede provinciale Risicokaart

Door het uitwerken van de verantwoordingsplicht neemt het bevoegd gezag de verantwoordelijkheid voor het 'restrisico' dat overblijft nadat benodigde veiligheidsverhogende maatregelen genomen zijn. Overige wet- en regelgeving Tot slot wordt in het kader van een 'goede ruimtelijke ordening' (art. 3.1 Wro) getoetst aan eventueel van toepassing zijnde veiligheidsafstanden uit het Activiteitenbesluit, Barra, effectafstanden uit de 'Circulaire effectafstanden LPG-tankstations', enz. Toetsing

Inventarisatie risicobronnen

Met behulp van de nationale risicokaart is gekeken welke risicobronnen in de nabijheid van het plangebied zijn gelegen. Een uitsnede van de risicokaart met het plangebied vindt u hieronder.

Afbeelding 19: Uitsnede nationale risicokaart met plangebied

39

De Risicokaart geeft een beeld van de risico's in de woon- en leefomgeving. In provincies, gemeenten en regio’s worden risico-inventarisaties en risicoanalyses uitgevoerd. De Risicokaart geeft een beeld van deze inventarisaties en analysen. Uit de risicokaart blijkt, dat in de omgeving van het plangebied geen buisleidingen, wegen, vaarwegen, spoorlijnen of inrichtingen aanwezig zijn, waarvan een risicocontour over het plangebied is gelegen. Er is een kleine kans op overstromingen. Gekeken naar het verleden met daarbij de waterkering aan de Sluisweg is het risico op overstromingen nihil. Geconcludeerd kan worden dat op het gebied van externe veiligheid geen belemmeringen aanwezig zijn voor de gewenste ontwikkeling. Beleidsvisie externe veiligheid De gemeente Oss beschikt over een beleidsvisie externe veiligheid. Een belangrijke reden voor de gemeente Oss om een integrale visie op externe veiligheid te formuleren is de door landelijke wetgeving opgelegde plicht tot het expliciet verantwoorden van veranderingen in de voor inwoners aanwezige risico’s. Hierin is de ambitie verwoord dat de gemeente Oss naast het voldoen aan de normen voor het plaatsgebonden risico met behulp van de beleidsvisie invulling wil geven aan het groepsrisicobeleid. Bij ruimtelijke besluiten binnen het invloedsgebied van een risicobron dient invulling te worden gegeven aan de verantwoordingsplicht.

In de beleidsvisie zijn planologische kaders gegeven, waarmee de scheiding tussen risicobronnen en risico-ontvangers en de voorwaarden waaronder deze wel kunnen worden gemengd worden uitgewerkt. Het betreft planologische kaders voor:  Spoor- en rijkswegen  LPG-tankstations  Overige Bevi-bedrijven In deze beleidsvisie is gekozen om de planologische kaders af te stemmen op de kans dat een groep mensen in een gebied betrokken wordt bij een incident met gevaarlijke stoffen. Hoe groter de kans, des te nadrukkelijker ruimtelijke keuzes gemaakt en verantwoord moeten worden. De kaders zijn gericht op nieuwe planologische situaties. Steeds zal de locatiespecifieke afweging bepalend zijn. Op basis van de signaleringskaart uit de Beleidsvisie externe veiligheid blijkt dat het plangebied is gelegen binnen ‘invloedsgebied wegen’. Op grond van de Wet vervoer gevaarlijke stoffen (Wvgs) heeft een gemeente de bevoegdheid om een route vast te stellen voor de transporten met gevaarlijke stoffen. Gemeentelijke routering betekent dat lokale wegen worden aangewezen waarover bepaalde gevaarlijke stoffen uitsluitend vervoerd mogen worden. Dat het plangebied is gelegen binnen ‘invloedsgebied wegen’ vormt geen belemmering voor onderhavige ontwikkelingen.

40

Afbeelding 20: Uitsnede signaleringskaart invloedsgebieden gemeente Oss

Conclusie Externe veiligheid is geen belemmering voor het plan.

41

4.10 Overige aspecten Spuitzones gewasbeschermingsmiddelen

Hoewel in geen enkele wettelijke regeling in acht te nemen afstanden zijn opgenomen voor spuitzones tussen gevoelige bestemmingen enerzijds en percelen met open teelt waarop gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt anderzijds, dient op basis van het criterium goede ruimtelijke onderbouwing wel te worden beoordeeld of het gebruik van die middelen onaanvaardbare gevolgen heeft voor het woon- en leefklimaat. Uit jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State volgt als vuistregel dat een afstand van 50 meter tussen het perceel waarop te teelt plaatsvindt en te realiseren nieuwe gevoelige functies kan worden gehanteerd. Onderhavig voornemen voorziet in de vergroting van het bouwvlak zodat bestaande sleufsilo’s en erfverharding binnen dit bouwvlak komen de liggen. Zowel in de huidige als toekomstige situatie is sprake van een gelijkwaardige omstandigheid met betrekking tot het aspect gewasbeschermingsmiddelen. In die zin verandert niets aan de situatie en neemt tevens het aantal blootgestelden in de toekomst niet toe. Met het oog op het woon- en leefklimaat op- en rondom het plangebied kan daarom worden gesteld dat er geen wijziging plaatsvindt die een aanvaardbaar woonen leefklimaat negatief beïnvloedt.

Hoogspanningslijnen

Op een afstand van 3,15 kilometer ligt een hoogspanningslijn. Gelet op de afstand tussen het plangebied en deze lijn vormt dit aspect geen belemmering.

4.11 M.e.r.-beoordeling In beginsel wordt het bedrijf gezien als een installatie voor het fokken, mesten of houden van dieren. In de D-lijst van het Besluit milieueffectrapportage is deze categorie opgenomen als ‘D14 De

oprichting, wijziging of uitbreiding van een installatie voor het fokken, mesten of houden van dieren’.

Onderhavige ontwikkelingen, uitbreiding van het bouwvlak ten behoeve van de aanleg van sleufsilo’s en erfverharding zijn in principe geen activiteiten welke onderdeel uitmaken van onderdeel D14 van het Besluit milieueffectrapportage. Tevens wordt de oppervlakte ter plaatse van de sleufsilo’s voorzien van de functieaanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch – opslag ruwvoer’ waardoor oprichting, wijziging of uitbreiding van een installatie op deze oppervlakte wordt uitgesloten. Derhalve kan geconcludeerd worden dat voor deze ontwikkelingen geen sprake is van een m.e.r. beoordelingsplichtig besluit. Aangezien initiatiefnemer voornemens is om uit te breiden in dieraantallen binnen het bestaande en beoogde bouwvlak is op 8 juli 2020 een M.e.r.-beoordeling ingediend bij het college van Burgemeester en wethouders van gemeente Oss. Op 26 mei 2021 heeft het College van Burgemeester en wethouders van gemeente Oss een positief M.e.r.-besluit genomen voor deze ontwikkeling. Dit besluit is bijgevoegd als bijlage. Het houden van de beoogde dieraantallen past binnen het huidige bouwvlak en kan op basis van huidige regelgeving vergund worden.

42

5 Uitvoerbaarheid en procedure Uit voorgaande toetsing is gebleken dat de gewenste ontwikkeling past binnen het beleid en de wettelijke kaders. Hierna wordt de uitvoerbaarheid toegelicht.

5.1 Economische uitvoerbaarheid Initiatiefnemer betreft een particuliere partij. Deze particuliere partij draagt zorg voor de kosten welke gepaard gaan met de voorgenomen ontwikkeling. De financiële uitvoering van de ontwikkeling is daarmee geborgd. De Wet ruimtelijke ordening geeft gemeenten meer regie en sturing op de ruimtelijke ontwikkelingen op lokaal niveau. De nieuwe wetgeving maakt het mogelijk voor gemeenten om de kosten met betrekking tot het plan te verhalen op diegene die de ontwikkeling initieert. Voor de economische uitvoerbaarheid wordt een anterieure overeenkomst gesloten met de gemeente.

43

6 Conclusie Uit voorgaande toetsing blijkt dat de gewenste ontwikkeling past binnen het rijksbeleid en beleid van de provincie Noord-Brabant en de gemeente Oss. Het plan voldoet tevens aan de gestelde eisen op het gebeid van milieu en levert geen beperkingen op ten aanzien van ruimtelijke aspecten. Daarnaast is tevens de uitvoerbaarheid voldoende gegarandeerd. De vergroting van het bouwvlak kan dan ook zonder bezwaren plaats vinden.

44

Bijlagen 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9.

Situatietekening beoogd en bestaand Landschappelijk inpassingsplan BZV-toets Gespreksverslagen dialoog Verslag adviescommissie agrarische bouwaanvragen Besluit M.e.r.-beoordeling ISL3-a berekening beoogde dieraantallen Berekening ruwvoeropslagcapaciteit vergunde situatie Berekening ruwvoeropslagcapaciteit toekomstige situatie

45

Bijlage 1: Situatietekening beoogd en bestaand

46

Bijlage 2: Landschappelijk inpassingsplan

47

Ruimtelijke Onderbouwing Hoogoordstraat 3 Macharen

Bijlage IV BEPLANTINGSPLAN Motivatie beplanting Naar aanleiding van het realiseren uitbreiding van het rundveebedrijf aan de Hoogoordstraat te Macharen, is de bestaande beplanting geïnventariseerd en een beplantingsplan opgesteld. Op 2 november 2017 is Marieke Rekswinkel landschapsarchitect van de gemeente Oss ter plaatse wezen kijken. We hebben een rondgang over het bedrijf gemaakt en gekeken waar de voeropslagen gerealiseerd zijn en gaan worden. Verder hebben we besproken wat de plannen voor de erfbeplanting zijn en hoe de voeropslagen het beste in het landschap ingepast kunnen worden. Het bedrijf is gelegen in een agrarisch gebied in het reconstructiegebied aangegeven als een verwevingsgebied. Het is dus een agrarisch gebied zonder beperkingen voor de ontwikkeling van grondgebonden veehouderij. Het is een gebied waarbij voor agrarische ontwikkeling de eis geldt dat het landschappelijk inpasbaar moeten zijn. Bij het inventariseren van de locatie en de bestaande beplanting worden de volgende zaken voorgesteld: -

-

Er wordt gekozen voor cluster- en rijbeplanting rondom de inrichting en de nieuwe voeropslagen. De clusterbeplanting zal bestaan uit in totaal 2 clusters á 150 m2 .(20 bij 7,5 meter). De clusters bestaan in totaal uit;  Gelderse Roos (Viburnum opulus L.) 75 st.  Hazelaar (Corylus Avellana L.) 75 st.  Eenstijlige Meidoorn (Crataegus monogyna) 150 st.  Gewone Els (Alnus (L.) 150 st.  Lijsterbes (Sorbus aucuparia) 75 st.  Hondsroos (Rosa canina) 75 st.  Kornoelje (Cornus sanguinea) 75 st. Een derde (bestaande) cluster is ca. 250 m2 groot en bevat een gelijk aantal planten. De beplanting is gekozen, rekening houdend met de ligging op een oeverwal, een relatief vochtige grond in het gebied. De rijbeplanting aan de noordzijde bestaat uit Gewone Els (Alnus), over een afstand van ± 100 mtr. zijn de bomen om de 5 meter geplant. De rij aan de achterzijde van de bebouwing zal ± 120 mtr lang worden (bomen om de 10 meter) en zal bestaan uit knotwilgen of geknotte els. De rij aan de zuidzijde zal ± 150 mtr lang worden (bomen om de 10 meter) en zal bestaan uit knotwilgen of geknotte els. Sleufsilo wanden aan oost en zuidzijde zullen worden aangeaard met grond waardoor deze opgaan in het landschap.

16

Landschapsonderdeel: Bomenrij 1 Noordzijde erf Bomenrij 2 Oostzijde erf Bomenrij 3 Zuidzijde erf Cluster 1 Noordoostzijde erf Cluster 2 Zuidoostzijde erf Cluster 3 Bestaand struikgewas en bomen Retentievijver en fruitbomen Totale oppervlakte:

Oppervlakte (m2) 300 240 300 150 150 150 1.000 2.290

Conclusie: De vereiste oppervlakte aan landschappelijke inpassing bedraagt 2.000 m2. De oppervlakte landschappelijke inpassing bedraagt 2.290 m2. Derhalve kan geconcludeerd worden dat het plan voldoet aan de eisen uit artikel 40.3.1 van het Bestemmingplan Buitengebied Oss – 2020.

Bijlage 3: BZV-toets en beoordelingsrapport

48

Toelichting BZV De Cas Melkvee Wijzigingen BZV 14 september 2021 Hieronder worden de wijzigingen aangaande de BZV‐aanvraag toegelicht ten opzichte van de eerder ingediende versie op 10 december 2020. De versie van 10 december 2020 is goedgekeurd op 14 januari 2021. Dit beoordelingsrapport is bijgevoegd. Vanwege het vervallen van de toegangsweg (puinweg) ten noordwesten van het erf, vervallen de punten bij het onderdeel gezondheid voor de onderdelen 5b – Afleverruimte voor dieren op scheiding schone‐vuile weg en 5d – Hygiënesluis op scheiding schone‐vuile weg. In 2021 heeft initiatiefnemer meer grond in gebruik genomen. Dit blijkt uit de gecombineerde opgave 2021 welke is bijgevoegd als bijlage. In onderstaande afbeelding is de gebruiksruimte 2021 weergegeven. De beoogde fosfaatproductie is vanzelfsprekend gelijk gebleven aan de vorige BZV‐ versie van 10 december 2020.

Verder zijn er geen wijzigingen ten opzichte van de eerder ingediende‐ en akkoord bevonden versie van 10 december 2021. Het resultaat is 7,34.

Relatiegegevens Naam

De Cas Melkvee

Adres

Hoogoordstraat 3

Woonplaats

5367 ND MACHAREN

Aanvraagnummer

9119680

KVK-nummer

66147220

Hoofdvestiging: SBI-code hoofdactiviteit

01411

Hoofdvestiging: SBI-code nevenactiviteit(en)

01193

Nevenvestiging(en): SBI-codes hoofd- en nevenactiviteiten IBAN

NL62 RABO 0161 9141 52

Rechtsvorm

EENMANSZAAK

Telefoonnummer Mobiel telefoonnummer

0620749820

E-mailadres

joostvdc@planet.nl

Zijn bovenstaande gegevens correct en volledig?

Ja Nee

Geef aan welke situatie op u van toepassing is. Ik ben helemaal gestopt. Ik houd op 1 april 2021 bedrijfs- en hobbymatig geen dieren. En ik heb op of na 15 mei 2021 geen landbouwgrond in gebruik. Ook is er geen tuinbouw onder glas, bollenbroei, paddenstoelenteelt, witloftrek of een andere teelt in containers of gebouwen. Ik ben tijdelijk niet actief. Ik houd op 1 april 2021 bedrijfs- en hobbymatig geen dieren. En ik heb op 15 mei 2021 geen landbouwgrond in gebruik. Ook is er geen tuinbouw onder glas, bollenbroei, paddenstoelenteelt, witloftrek of een andere teelt in containers of gebouwen. Geen van bovenstaande. E-mailadres Het e-mailadres dat u invult gebruiken wij voor het versturen van de ontvangstbevestiging en de nieuwsbrief Gecombineerde opgave. Ook gebruiken wij dit e-mailadres voor het versturen van een herinnering of een melding over de verstuurde opgave. Vult u de opgave in als gemachtigde en vraagt u in de opgave uitbetaling Betalingsrechten, aanvraag rechten uit Nationale reserve en/of uitbetaling graasdierpremie aan? Dan gebruiken we het e-mailadres ook om een bericht te sturen als er een beslissing is genomen. E-mailadres

joostvdc@planet.nl

Om te bevestigen nogmaals uw e-mailadres

joostvdc@planet.nl

E-mailadres adviseur en/of gemachtigde

t.vloet@fgbedrijfsontwikkeling.nl

Om te bevestigen nogmaals het e-mailadres van de adviseur en/of gemachtigde

t.vloet@fgbedrijfsontwikkeling.nl

Rijksdienst voor Ondernemend Nederland Gecombineerde opgave 2021

KVK-nummer 66147220

13-05-2021 om 08:45 uur Pagina 2 van 22

Biologische landbouw op 15 mei 2021 Past u op het bedrijf een door Skal gecontroleerde biologische productiewijze toe? Is uw bedrijf (deels) in omschakeling? Vul dan ook Ja in.

Ja Nee

Rijksdienst voor Ondernemend Nederland Gecombineerde opgave 2021

KVK-nummer 66147220

13-05-2021 om 08:45 uur Pagina 3 van 22

Bedrijfsvorm en bedrijfsleiding Is uw bedrijf een rechtspersoon? Ja, bijvoorbeeld een BV, NV, stichting, vereniging, coöperatie, gemeente, provincie of kerkgenootschap Nee, het is een natuurlijk persoon, eenmanszaak, maatschap, VOF of CV Bedrijfshoofd/bedrijfsleider Geboortejaar

1977

Gemiddelde arbeidstijd per week van april 2020 tot en met maart 2021 op dit bedrijf

38 uur of meer

Meewerkende familie Aantal meewerkende familieleden Vul het aantal familieleden in dat op dit bedrijf werkte van april 2020 tot en met maart 2021. Het gaat om: • 1e graads familie van 16 jaar of ouder. Dit zijn ouders en kinderen. • 2e graads familie van 16 jaar of ouder. Dit zijn broers, zussen, grootouders en kleinkinderen. • uw levenspartner, als u getrouwd bent of een samenlevingscontract of geregistreerd partnerschap heeft. De persoon die eerder bij bedrijfshoofd/bedrijfsleider is opgegeven, geeft u hier niet op. Gemiddelde arbeidstijd per week Geef de tijd op die besteed wordt aan landbouwwerkzaamheden. Werkzaamheden voor verbrede landbouwactiviteiten telt u alleen mee als ze niet te scheiden zijn van de landbouwwerkzaamheden. Gemiddelde arbeidstijd per week 38 uur of meer

30 tot 38 uur

Aantal personen

20 tot 30 uur

10 tot 20 uur

minder dan 10 uur

1

Regelmatig meewerkende personen Aantal regelmatig meewerkende personen Hoeveel personen werkten wekelijks op dit bedrijf van april 2020 tot en met maart 2021. Vul alleen het aantal personen in dat een financiële en/of niet-financiële vergoeding krijgt voor dit werk. Het gaat om personen van 16 jaar of ouder. Werkt een persoon normaal wel wekelijks, maar in deze periode niet? Geef deze persoon wel op als deze: - in de loop van de periode is begonnen of gestopt met werken; - afwezig was door vakantie, ziekte, een ongeluk of is overleden; - het werk niet kon doen door overmacht, bijvoorbeeld overstroming of brand; - niet in de periode kon werken door een bijzondere situatie. Bijvoorbeeld doordat een gewas alleen een deel van het jaar is geteeld. Werkten er seizoenarbeiders bij u? U geeft deze op bij niet-regelmatig meewerkende personen. Gemiddelde arbeidstijd per week Geef de tijd op die de persoon besteedt aan landbouwwerkzaamheden. Activiteiten voor verbrede landbouw telt u alleen mee als u deze niet kan scheiden van de landbouwwerkzaamheden. Gemiddelde arbeidstijd per week 38 uur of meer Aantal personen

30 tot 38 uur

20 tot 30 uur

10 tot 20 uur

1

minder dan 10 uur 6

Rijksdienst voor Ondernemend Nederland Gecombineerde opgave 2021

KVK-nummer 66147220

13-05-2021 om 08:45 uur Pagina 4 van 22

Niet-regelmatig meewerkende personen Aantal werkdagen niet-regelmatig meewerkende personen Maakt u gebruik van niet regelmatig op dit bedrijf werkende personen? Vul dan in hoeveel volledige werkdagen zij werkten van april 2020 tot en met maart 2021. Het gaat om personen van 16 jaar of ouder. volledige werkdagen

Direct voor het bedrijf werkend (bijvoorbeeld medewerkers voor bepaald werk of gelegenheidswerk, zoals seizoenarbeiders)

10 volledige werkdagen

Via een andere organisatie voor het bedrijf werkend (bijvoorbeeld loonwerkers of medewerkers van agrarische bedrijfsverzorging)

Rijksdienst voor Ondernemend Nederland Gecombineerde opgave 2021

KVK-nummer 66147220

13-05-2021 om 08:45 uur Pagina 5 van 22

Dieren Welke dieren houdt u op 1 april 2021? Rundvee (exclusief waterbuffels) Waterbuffels Varkens Schapen Geiten Ganzen, emoes, fazanten, helmparelhoenders, nandoes, patrijzen, struisvogels, vleesduiven (alleen opgeven als u bedrijfsmatig in totaal meer dan 25 van deze dieren houdt) Paarden, pony's, ezels Konijnen (alleen opgeven als u bedrijfsmatig meer dan 25 gespeende vleeskonijnen en/of voedsters houdt) Damherten, Midden-Europese edelherten, knaagdieren (alleen opgeven als u bedrijfsmatig één of meer van deze dieren houdt) Geen van bovenstaande Voor welke dieren heeft u huisvesting in Nederland op 1 april 2021? Geef gehuurde stallen ook op. Rundvee (exclusief waterbuffels) (alleen opgeven als u hiervoor op 1 april 2021 een UBN heeft) Waterbuffels (alleen opgeven als u hiervoor op 1 april 2021 een UBN heeft) Varkens (alleen opgeven als u hiervoor op 1 april 2021 een UBN heeft) Geiten (alleen opgeven als u hiervoor op 1 april 2021 een UBN heeft én u in 2020 gemiddeld meer dan 25 geiten heeft gehouden) Kippen (alleen opgeven als u hiervoor op 1 april 2021 een UBN heeft) Eenden (alleen opgeven als u hiervoor op 1 april 2021 een UBN heeft) Kalkoenen (alleen opgeven als u hiervoor op 1 april 2021 een UBN heeft) Konijnen Geen van bovenstaande

Rijksdienst voor Ondernemend Nederland Gecombineerde opgave 2021

KVK-nummer 66147220

13-05-2021 om 08:45 uur Pagina 6 van 22

Rundvee: UBN en productiedoel U ziet hier welke UBN's voor rundvee bij uw relatienummer geregistreerd staan. Controleer de gegevens en wijzig ze als dit nodig is. Productiedoelen • Gemengd/overig > Heeft u alleen mannelijke runderen ouder dan 2 jaar? Dan worden de aantallen uit I&R gebruikt. Heeft u (ook) ander rundvee? Dan verdeelt u in het volgende scherm de runderen over de diercategorieën. • Andere productiedoelen > De aantallen uit I&R worden gebruikt. U hoeft de runderen niet zelf te verdelen over de diercategorieën. UBN 423230

Productiedoel Melkvee

Hoort dit UBN bij uw relatienummer?

Heeft dit UBN huisvesting voor rundvee?

Ja

Ja

Nee

Nee

UBN's die u na 1 april registreert of overneemt, hoeft u hier niet toe te voegen.

Melkproductie 2606626 kg

Wat was de totale melkproductie op uw bedrijf in 2020? Dit is inclusief de melk die u niet geleverd heeft aan de melkfabriek. Heeft u in 2020 op uw bedrijf melk verwerkt tot een eindproduct (verzuivelen)?

Ja Nee

Rijksdienst voor Ondernemend Nederland Gecombineerde opgave 2021

KVK-nummer 66147220

13-05-2021 om 08:45 uur Pagina 7 van 22

Rundvee: huisvesting UBN 423230 op 1 april 2021

Gemiddeld aantal runderen in 2020 op UBN 423230

305

Gegevens huisvesting Naam stal(len) (niet verplicht) nieuwe stal Kies de diercategorie waarvoor u de huisvesting opgeeft Melkkoeien, kalfkoeien en jongvee gehouden in A1-stallen Kies het soort huisvesting waarin u de dieren houdt Ligboxenstal (emissiearm) Kies het staltype waarin u de dieren houdt Met sleufvloer met noppen en mestschuif (A1.8) Jaar ingebruikname

Gemiddeld aantal dieren 2020 160

2012 Hoeveel van het gemiddelde aantal dieren in 2020 zijn: Melkkoeien (inclusief droge koeien)

160

Jongvee

0

Naam stal(len) (niet verplicht) oude stal Kies de diercategorie waarvoor u de huisvesting opgeeft Melkkoeien, kalfkoeien en jongvee gehouden in A1-stallen Kies het soort huisvesting waarin u de dieren houdt Overige huisvestingssystemen, inclusief alle niet emissie-arme stallen (A1.100) Jaar ingebruikname

Gemiddeld aantal dieren 2020 77

1975 Hoeveel van het gemiddelde aantal dieren in 2020 zijn: Melkkoeien (inclusief droge koeien)

74

Jongvee

3

Rijksdienst voor Ondernemend Nederland Gecombineerde opgave 2021

KVK-nummer 66147220

13-05-2021 om 08:45 uur Pagina 8 van 22

Gegevens huisvesting Naam stal(len) (niet verplicht) strostal Kies de diercategorie waarvoor u de huisvesting opgeeft Melkkoeien, kalfkoeien en jongvee gehouden in A1-stallen Kies het soort huisvesting waarin u de dieren houdt Overige huisvestingssystemen, inclusief alle niet emissie-arme stallen (A1.100) Jaar ingebruikname

Gemiddeld aantal dieren 2020

2012

25

Hoeveel van het gemiddelde aantal dieren in 2020 zijn: Melkkoeien (inclusief droge koeien)

25

Jongvee

0

Naam stal(len) (niet verplicht) jongveestal Kies de diercategorie waarvoor u de huisvesting opgeeft Vrouwelijk jongvee voor de melkveehouderij (A3) Kies het soort huisvesting waarin u de dieren houdt Overige huisvestingssystemen (A3.100) Jaar ingebruikname

Gemiddeld aantal dieren 2020

1980

43

Rijksdienst voor Ondernemend Nederland Gecombineerde opgave 2021

KVK-nummer 66147220

13-05-2021 om 08:45 uur Pagina 9 van 22

Regelingen Geef aan voor welke regelingen u in 2021 in aanmerking wilt komen, of waarvoor u uitbetaling wilt aanvragen. Informatie over de voorwaarden van de regelingen kunt u vinden op mijn.rvo.nl/gecombineerde-opgave Betalingsrechten Uitbetaling Betalingsrechten en Vergroeningsbetaling

Ja Nee

Extra betaling jonge landbouwers

Ja Nee

Toekenning uit Nationale reserve Ja

Wilt u betalingsrechten uit de Nationale reserve aanvragen?

Nee Nationale reserve voor starters Nationale reserve voor jonge landbouwers Nationale reserve voor percelen waarop openbare werken of nutsvoorzieningen zijn aangelegd of set-aside percelen. U heeft deze percelen nu weer in gebruik als landbouwgrond.

Overige regelingen Diergezondheidsfonds U kunt een vergoeding krijgen uit het Diergezondheidsfonds als er een besmettelijke dierziekte uitbreekt of voor preventieve maatregelen. Wilt u hiervoor in aanmerking komen? Ja ik wil in aanmerking kunnen komen voor een vergoeding uit het Diergezondheidsfonds. Nee ik hoef geen vergoeding uit het Diergezondheidsfonds. Ook niet als bijvoorbeeld mijn bedrijf wordt geruimd bij een besmettelijke dierziekte. Nee, want ik heb geen dieren. Graasdierpremie U kunt graasdierpremie aanvragen voor schapen en/of vrouwelijk rundvee. Dit kan alleen voor dieren die van 15 mei tot en met 15 oktober 2021 grazen op niet-subsidiabele grond. Bijvoorbeeld heide, duinen en stadsparken.

Ja

Brede weersverzekering U kunt deze subsidie aanvragen als u een brede weersverzekering heeft voor gewassen die u in de open grond teelt.

Ja

Uitbetaling Subsidie Natuur- en Landschapsbeheer, agrarisch natuurbeheer (SNL-a)

Ja

Nee

Nee

Nee

Het is mij bekend dat ik met relevante bewijsstukken (statuten, fiscale documenten) moet kunnen aantonen dat ik actief landbouwer ben en dat deze bewijsstukken beschikbaar moeten zijn bij een controle ter plaatse.

Diergezondheidsfonds Aantal werknemers op uw bedrijf in de periode van april 2020 tot en met maart 2021 Is de jaaromzet van uw bedrijf meer dan € 50 miljoen?

1 Ja Nee

Is het jaarlijkse balanstotaal van uw bedrijf meer dan € 43 miljoen?

Ja Nee

Rijksdienst voor Ondernemend Nederland Gecombineerde opgave 2021

KVK-nummer 66147220

13-05-2021 om 08:45 uur Pagina 10 van 22

Vergroening Ecologisch aandachtsgebied Op welke manier vult u het ecologisch aandachtsgebied in? Algemene lijst Duurzaamheidscertificaat Ik ben niet verplicht om 5% ecologisch aandachtsgebied te hebben.

Rijksdienst voor Ondernemend Nederland Gecombineerde opgave 2021

KVK-nummer 66147220

13-05-2021 om 08:45 uur Pagina 11 van 22

Mijn percelen Ik verklaar dat ik: • zelf de gebruiker ben van de opgegeven percelen. • de percelen gebruik voor landbouw. • toestemming heb van de eigenaar of pachter om de percelen te gebruiken voor landbouw.

Samenvatting GLB - Betalingsrechten In deze samenvatting ziet u de gegevens zoals u ze zelf heeft opgegeven. Wij gaan nog controleren of de opgegeven percelen voldoen aan de voorwaarden. De uitkomst daarvan kan gevolgen hebben voor de gegevens die u ziet in deze samenvatting. Betalingsrechten op 15 mei 2021 61,42

Betalingsrechten in gebruik op 15 mei 2021 Het aantal kan nog wijzigen door het verwerken van een overdracht, het vervallen van rechten of de toewijzing van rechten uit de Nationale reserve. Totale waarde van deze betalingsrechten

€

15952,93

Opgegeven percelen Opgegeven oppervlakte

Aantal percelen

Subsidiabele landbouwgrond

61,36 ha

14

Uitbetaling betalingsrechten en vergroeningsbetaling

61,36 ha

14

Grond opgegeven voor uitbetaling U heeft alle subsidiabele landbouwgrond opgegeven voor uitbetaling betalingsrechten en vergroeningsbetaling.

Uitbetaling betalingsrechten aangevraagd U heeft niet voor alle betalingsrechten die u in gebruik heeft op 15 mei 2021 uitbetaling aangevraagd. Betalingsrechten vervallen als u ze 2 jaar achter elkaar niet benut of niet laat uitbetalen. Lees meer over vervallen betalingsrechten op onze website.

Rijksdienst voor Ondernemend Nederland Gecombineerde opgave 2021

KVK-nummer 66147220

13-05-2021 om 08:45 uur Pagina 13 van 22

Samenvatting GLB - Vergroening In deze samenvatting ziet u de gegevens zoals u ze zelf heeft opgegeven. Wij gaan nog controleren of de opgegeven percelen voldoen aan de voorwaarden. De uitkomst daarvan kan gevolgen hebben voor de gegevens die u ziet in deze samenvatting. Totaal

Opgegeven oppervlakte

Aantal percelen

Verdeling voor vergroeningseisen Subsidiabele landbouwgrond

61,36 ha

14

Blijvend grasland

21,20 ha

7

Bouwland

40,16 ha

7

Braak

0,00 ha

0

Tijdelijk grasland

28,11 ha

6

Vlinderbloemigen

0,00 ha

0

Grondslag 5% EA-verplichting

40,16 ha

7

Opgegeven voor EA

0,00 ha

0

Gewogen oppervlakte voor EA (opgegeven oppervlakte x weegfactor)

0,00 ha

0

EA: volgteelten

0,00 ha

0

EA: bouwland (exclusief beheerde randen)

0,00 ha

0

EA: bouwland, beheerde randen

0,00 ha

0

EA: anders dan bouwland

0,00 ha

0

Ecologisch aandachtsgebied (EA)

Percentage EA

0,00 %

5% EA Op basis van de door u opgegeven percelen bent u vrijgesteld van het hebben van 5% EA. Gewasdiversificatie Grootste gewas Percentage van totale oppervlakte bouwland Twee grootste gewassen Percentage van totale oppervlakte bouwland

28,11 ha 70,00 % 40,16 ha 100,00 %

Gewasdiversificatie Op basis van de door u opgegeven percelen bent u vrijgesteld van gewasdiversificatie. Biologisch Volledig biologisch

0,00 ha

0

In omschakeling naar biologisch, op certificaat

0,00 ha

0

In omschakeling naar biologisch, niet op certificaat

0,00 ha

0

Samenvatting Mest en grond Gebruiksnormen, Mestverwerkingsplicht en Wet grondgebonden groei melkveehouderij U ziet hier het aantal hectares waarmee u rekent voor de Gebruiksnormen, de Mestverwerkingsplicht en de Wet grondgebonden groei melkveehouderij. Informatie over het mestbeleid vindt u op www.rvo.nl. Opgegeven oppervlakte

Aantal percelen

Rijksdienst voor Ondernemend Nederland Gecombineerde opgave 2021

KVK-nummer 66147220

13-05-2021 om 08:45 uur Pagina 14 van 22

Oppervlakte per gewas Grasland, blijvend (265)

21,20 ha

7

Grasland, tijdelijk (266)

28,11 ha

6

Mais, snij- (259)

12,05 ha

1

Totaal

61,36 ha

14

Eigendom

37,16 ha

12

Overige exploitatievormen

24,20 ha

2

Totaal

61,36 ha

14

Volgteelten

0,00 ha

0

Arm: tot en met 15

0,00 ha

0

Laag: 16 tot en met 26

17,06 ha

5

Neutraal: 27 tot en met 40

15,57 ha

2

Ruim: 41 tot en met 50

0,00 ha

0

Hoog: meer dan 50 en percelen waar 0 of geen getal is opgegeven

3,87 ha

1

Oppervlakte per gebruikstitel

Fosfaattoestand grasland PAL-getal

P-CaCl2-getal en P-AL getal Bij deze percelen heeft u eerder in de opgave een P-CaCl2 getal en een P-Al getal opgegeven. Deze getallen bepalen samen de fosfaattoestand van de grond. Lees meer over de gecombineerde fosfaatindicator op onze website. Arm

0,00 ha

0

Laag

6,45 ha

2

Neutraal

6,09 ha

2

Ruim

0,00 ha

0

Hoog

0,27 ha

1

Arm: tot en met 24

0,00 ha

0

Laag: 25 tot en met 35

12,05 ha

1

Neutraal: 36 tot en met 45

0,00 ha

0

Ruim: 46 tot en met 55

0,00 ha

0

Hoog: meer dan 55 en percelen waar 0 of geen getal is opgegeven

0,00 ha

0

Fosfaattoestand bouwland Pw-getal

Rijksdienst voor Ondernemend Nederland Gecombineerde opgave 2021

KVK-nummer 66147220

13-05-2021 om 08:45 uur Pagina 15 van 22

Derogatie 80,36 %

Percentage grasland Derogatie Met de door u opgegeven percelen voldoet u wel aan de norm voor derogatie. Blijvend grasland

21,20 ha

7

Tijdelijk grasland

28,11 ha

6

Totale oppervlakte grasland

49,31 ha

13

Totale oppervlakte landbouwgrond

61,36 ha

14

Rijksdienst voor Ondernemend Nederland Gecombineerde opgave 2021

KVK-nummer 66147220

13-05-2021 om 08:45 uur Pagina 16 van 22

Tuinbouw Tuinbouw in 2021 Ja

Heeft u op 15 mei 2021 tuinbouw onder glas?

Nee Heeft u op 15 mei 2021 overige tuinbouw? Hieronder vallen: bollenbroei, paddenstoelenteelt, witloftrek, overige teelten in containers en gebouwen.

Ja Nee

Tuinbouw in 2020 Had u in (een deel van) 2020 verwarmde glasopstanden in gebruik?

Ja Nee

Exploiteerde u op 31 december 2020 één of meer warmtekrachtinstallaties?

Ja Nee

Rijksdienst voor Ondernemend Nederland Gecombineerde opgave 2021

KVK-nummer 66147220

13-05-2021 om 08:45 uur Pagina 17 van 22

Beweiding en excretie Beweiding in 2021 Gebruikt u in 2021 grasland voor beweiding van graasdieren? Het gaat om blijvend grasland (265), tijdelijk grasland (266) of natuurlijk grasland met hoofdfunctie landbouw (331).

Ja

Weidt u alleen runderen jonger dan 2 jaar?

Ja

Nee

Nee Bedrijfsspecifieke excretie in 2020 U kunt als melkveehouder gebruik maken van bedrijfsspecifieke excretie (BEX). Hiermee laat u zien dat uw melkvee minder stikstof en fosfaat produceert dan de wettelijke forfaitaire norm. Het gaat er dus niet om of u meedoet aan de KringloopWijzer. Ja

Heeft u in 2020 gebruik gemaakt van de bedrijfsspecifieke excretie?

Nee

Beweiding in 2020 Welke runderen hield u in 2020 in (een deel van) het weideseizoen? Melkgevende melkkoeien Vrouwelijk jongvee voor de melkveehouderij Geen van bovenstaande Melkgevende melkkoeien Nee

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Oss&id=cc2f2fa3-f9be-45dc-b443-00e0186245b8