CConstaterende datOss
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 7 Archeologisch onderzoek Meanderende Maas.pdf

Adviescommissie Ruimte 24 juni 2021, gemeente OssBij agendapunt: BI Vaststelling bestemmingsplan Herinrichting uiterwaarden Demen - Dieden28.749 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

2

openheid/geslotenheid sterk gewijzigd, bebouwing grotendeels verplaatst

3

openheid/geslotenheid half intact, bebouwing deels origineel, deels gewijzigd

4

openheid/geslotenheid grotendeels intact, bebouwing merendeels origineel gesitueerd

5

openheid/geslotenheid grotendeels intact, bebouwing als origineel gesitueerd

Tabel 4.2 Waardering gaafheid van de fysiognomie ten opzichte van de his torische situatie omstreeks 1850 cq. de aanlegperiode.

Een totaalwaardering werd uiteindelijk berekend door de drie scores op te tellen en door drie te delen. Daardoor telt elk criterium even zwaar. De scores die uit deze berekening kwamen, zijn in zes waarderingscategorieën (van zeer laag tot zeer hoog) verdeeld (tabel 4.3). De waardering wordt inhoudelijk gemotiveerd in de GIS-tabellen (GIS-bijlage 1). gemiddelde score

waardering

1,0 - 1,5

niet gewaardeerd

1,6 - 2,5

laag

2,6 - 3,5

gemiddeld

3,6 - 4,2

hoog

4,3 - 5,0

zeer hoog

Tabel 4.3 Scores en klassen van de waardering.

Hoewel op basis van bovenstaande criteria een vrij objectieve score berekend kan worden, blijft de waardering toch een bepaalde mate van subjectiviteit houden. Dat komt niet allee n door de nadruk op het criterium ‘gaafheid’ en de keuze voor het derde criterium (‘bijzondere kenmerken’), maar ook door de schaal van het te beoordelen gebied en de begrenzing ervan. Voor de waardering zijn de grotere gebieden, zoals gekarteerd bij de in ventarisatie, slechts in zeer uitzonderlijke gevallen verder opgeknipt om willekeur te voorkomen. Een lage waardering voor een gebied betekent daarmee niet dat er in het gebied geen enkele bijzondere individuele waarde kan voo rkomen!

RAAP-rapport 3383 eindversie, 29 mei 2018

[5 1 ]

Integrale Verkenning Ravenstein-Lith: Bureauonderzoek Archeologie, Cultuurhistorie en Landschap

4.2.2 Dijklandschap Inventarisatie De inventarisatie van de dijk is beperkt gebleven tot de zuidelijke Maasdijk, aangezien de dijk ten noorden van de Maas gelegen is buiten het plangebied. De huidige dijk is het resultaat van vele eeuwen van grote of kleine veranderingen. Een eenduidige typering van de huidige dijk is daardoor niet gemakkelijk. Vanuit een geomorfologische i nvalshoek kan een groot deel van de dijken getypeerd worden als oeverwaldijk; hij is gebouwd op de van nature hoger gelegen oeverwallen langs de rivier. Van uit de (waterstaatkundige) functie bezien zijn delen van de dijk een schaardijk of ooit schaardijk geweest of liggen ze bijvoorbeeld om een kasteelterrein. Ook is op diverse plaatsen bij dijkverzwaring een nieuwe dijk naast de oude dijk gelegd, waarbij de oude dijk zijn functie verloor. Wanneer gekeken wordt naar de fysi eke verschijningsvorm van de dijk kan deze ook nog getypeerd worden als bijvoorbeeld een t ypisch dorpse of stadse dijk. Wanneer vanuit al deze verschillende invalshoeken één typeringslaag z ou worden opgesteld, zou dit leiden tot een onwerkbare lijst aan dijktyperingen. Daarom is er voor gekozen de belan grijkste historische ruimtelijke eigenschappen van de dijk leidend te laten zijn. Wel is een onde rscheid gemaakt tussen het binnen- en het buitendijkse karakter, omdat de begrenzingen hiervan niet vaak met elkaar overeenstemmen.

Waar een nieuwe, hogere, dijk naast de oude dijk is g elegd wordt voor de buitendijkse typering de nieuwe dijk gevolgd en voor de binnendijkse typering de oude dijk. Het gebied tussen oude en nieuwe dijk is vaak zo smal en zo ingrijpend veranderd dat een aparte typering voor deze zijdes van de oude en nieuwe dijk niet zinvol is. Voor de begrenzing en beschrijving van de onderscheiden dijktracés is gekeken naar de histor ische ontwikkeling van de ondergrond (zie hoofdstuk 2 Landschappelijk en historisch kader), de aangrenzende landschapstypen (zie paragraaf 4.3) en naar bestaande inventarisaties, historisch en recent kaartmateriaal, het AHN2/3 en luchtfoto's. In de beschrij ving van de dijktypen wordt ingegaan op de hierboven genoemde invalshoeken, waaronder ondergrond, functie, fysiek voorkomen, et cetera. Waardering De waardering van het historisch dijklandschap heeft plaatsgevonden door elk gekarteerd dee lgebied op drie criteria te beoordelen: 1. Gaafheid topografie (ligging tracé ten opzichte van 1850 en bekleding); 2. Gaafheid van de verticale dimensie (dijkprofiel en bebouwing); 3. De aanwezigheid van bijzondere kenmerken, waardoor het gebied een hogere waardering moet krijgen dan het op basis van andere twee criteria krijgt. Op elk criterium is een score van 1 tot 5 genoteerd.

Voor de eerste twee criteria is dat op basis van een strakke definitie gebeurd (tabellen 4.4 en 4.5), voor de laatste op basis van expert judgement (beoordeling op basis van algemene kennis van de vakspecialist). Er wordt onder andere gelet op het voorkomen van historische bebouwing, de voor dit gebied kenmerkende laanbepla nting op de dijk en ensemblewaarde. Voor het derde criterium hebben we geen exacte omschrij-

RAAP-rapport 3383 eindversie, 29 mei 2018

[5 2 ]

Integrale Verkenning Ravenstein-Lith: Bureauonderzoek Archeologie, Cultuurhistorie en Landschap

ving gegeven wat er onder welke score verstaan wordt, omdat dit per deelgebied kan verschillen en het afhangt van de bijzonderheid die in dat specifieke deelgebied aan de orde is. Enkel de scores 3 en 5 zijn toegekend; voor tracés met relatief wei nig en met relatief veel bijzondere kenmerken. score

omschrijving

1

dijk verplaatst

2

oorspronkelijk ligging dijk, weg geasfalteerd, wegbreedte sterk gewijzigd

3

oorspronkelijk ligging dijk, weg geasfalteerd, wegbreedte ongewijzigd

4

oorspronkelijke ligging dijk, weg bestraat, wegbreedte ongewijzigd

5

oorspronkelijke ligging dijk, bekleding en wegbreedte ongewijzigd

Tabel 4.4 Waardering gaafheid van de historische situatie (circa 1850) in de huidige topografie.

score

omschrijving

1

dijk verhoogd, voet verbreed, bebouwingsdichtheid sterk gewijzigd/ dijk verplaatst

2

dijk verhoogd, voet verbreed, bebouwingsdichtheid enigszins gewijzigd

3

dijk verhoogd, voet verbreed, bebouwingsdichtheid weinig gewijzigd

4

dijk verhoogd, voet niet verbreed, bebouwingsdichtheid ongewijzigd

5

dijk niet verhoogd, voet niet verbreed, bebouwingsdichtheid ongewijzigd

Tabel 4.5 Waardering gaafheid van de fysiognomie ten opzichte van de historische situatie omstreeks 1850.

Een totaalwaardering werd uiteindelijk berekend door de drie scores op te tellen en door drie te delen. Daardoor telt elk criterium even zwaar. De scores die uit deze berekening kwamen, zijn in zes waarderingscategorieën (van zeer laag tot zeer hoog) verdeeld (tabel 4.6). De waardering wordt inhoudelijk gemotiveerd in de GIS-tabellen. gemiddelde score

waardering

0-1,5

zeer laag (komt niet voor)

1,6-2,5

laag

2,6-3,5

gemiddeld

3,6-4,2

hoog

4,3-5,0

zeer hoog

Tabel 4.6 Scores en klassen van de waardering.

4.2.3 Bouwkunst Om de historische bouwkunst in beeld te kregen zijn de beschermde gebouwde objecten, Rijk smonumenten en gemeentelijke monumenten, op de kaart weergegeven.

4.2.4 Landschapselementen De landschapselementen zijn geïnventariseerd aan de hand van historisch kaartmateriaal, hist orische en recente luchtfoto's, het AHN2/3, bestaande inventarisaties, veldwerk en opmerkingen van streekkenners en historische verenigingen. Specifiek zijn onder andere de volgende schrift elijke bronnen geraadpleegd:

RAAP-rapport 3383 eindversie, 29 mei 2018

[5 3 ]

Integrale Verkenning Ravenstein-Lith: Bureauonderzoek Archeologie, Cultuurhistorie en Landschap

- Kadastrale minuutplans uit ca. 1832; - Veldminuten van de TMK uit 1850; - Rivierkaarten 1e druk serie 4, 1e herziening serie 4 en 5; - Bonnebladen late 19e eeuw en begin 20e eeuw; - Na-oorlogse topografische kaarten schaal 1:25.000; - Actueel Hoogtebestand Nederland 2/3; - De gemeentelijke archeologische verwachtingskaarten De geïnventariseerde elementen zijn ondergebracht in de categor ieën waterstaat, infrastructuur en historische nederzettingen en oorlog en defensie. Elk element is kort getypeerd en er is aa ngegeven of een element bestaand of verdwenen is. Alleen verdwenen elementen, of verdwenen onderdelen van elementen, die deel uitmaakten van een belangrijke structuur zijn opgenomen. De relatie tussen de verschillende losse elementen wordt beschreven in paragraaf 4.3 Cultuu rlandschappen.

4.3 Cultuurlandschappen 4.3.1 Inleiding Het historisch cultuurlandschap binnen het onderzoeksgebied is onderverdeeld in twee onderd elen, te weten het binnendijks rivierenlandschap en het buitendijks rivierenlandschap. Daarbinnen volgen nadere onderverdelingen. Per landschapstype zullen we de historische en hedendaagse karakteristieken hieronder nader toelichten (figuur 4.1).

RAAP-rapport 3383 eindversie, 29 mei 2018

[5 4 ]

Integrale Verkenning Ravenstein-Lith: Bureauonderzoek Archeologie, Cultuurhistorie en Landschap

Figuur 4.1. Onderscheiden landschapstypen.

4.3.2 Binnendijks rivierenlandschap Stroomruggen Regelmatig ingedeeld, met bewoning (rs1a) Stroomruggen met een regelmatige verkaveling met bewoning, niet zijnde een dorp of stad, vi nden we langs circa een zesde deel van de dijk. De regelmatige verkaveling ligt vrijwel altijd nabij een oude nederzetting. De bewoning ligt redelijk verspreid door dit gebied, al tijd langs de dijk en soms langs een van de dijk aflopende weg. De gronden bestaan meestal uit akkerland met voo ral nabij de dorpen ook enkele boomgaarden. Mettertijd is het aantal erven toegenomen, maar nog altijd gesitueerd langs de dijk. Ondanks het toenemen van het aantal erven is de verkaveling van de landbouwpercelen vaak grootschaliger geworden.

RAAP-rapport 3383 eindversie, 29 mei 2018

[5 5 ]

Integrale Verkenning Ravenstein-Lith: Bureauonderzoek Archeologie, Cultuurhistorie en Landschap

Regelmatig ingedeeld, zonder bewoning (rs1b) Ongeveer een derde van het land achter de dijken is regelmatig verkaveld maar kent van oud sher geen bewoning. Deze gebieden liggen meestal wat verder van de oude nederzettingen va ndaan. Veruit het grootste deel van deze gebieden bestaat uit akkerland, her en der zijn er boo mgaarden en op een enkele plaats percelen met bos. Sommige delen zijn nog altijd vrij van bew oning, zoals ten westen van Dieden. De meeste gebieden hebben in de loop der tijd enkele ve rspreid gelegen boerderijen gekregen. De verkaveling is vaak grootschaliger geworden. Minder regelmatig ingedeeld, met bewoning (rs1c) Op enkele plekken in het onderzoeksgebied vinden we stroomruggen die vergelijkbaar zijn met de hiervoor besproken variant met bewoning, maar die minder regelmatig ingedeeld zijn (g eweest). Het voornaamste voorbeeld hiervan is ten westen van Oijen. Het land ligt hier sameng edrukt op een smalle strook land tussen een kronkelig dijkje en de overgang naar een komgebied. De bebouwing bevindt zich eveneens langs de dijk, maar de kavels zijn minder diep dan in de regelmatige gebieden. In later jaren is dit gebied herverkaveld en regelmatiger vormgegeven. Minder regelmatig ingedeeld, zonder bewoning (rs1d) Hetzelfde minder regelmatig verkavelde gebied als hiervoor genoemd grenst verder zuidelijk ook aan de dijk. Hier vinden we vanouds geen bewoning.

Ook deze gebieden zijn mettertijd regelm atiger verkaveld geraakt en ook hier vinden we op diverse plaatsen inmiddels bebouwing, geco ncentreerd langs de dijk of een enkele weg door het gebied. Binnengedijkt land, opgehoogd, in agrarisch gebruik (rs1h) Bij Boveneind is de dijk enkele tientallen meters verlegd in buitendijkse richting. Hiermee zijn twee kolken (herkenbaar aan de bochten in de oude dijk) en een strook uiterwaard binnendijks komen te liggen. De hele strook land tussen de oude en nieuwe dijk is opgehoogd en ligt als het ware tezamen met de dijken als een plateau in het landschap. Binnengedijkte kolk, gedempt (rs1k) Hierbinnen vallen twee typen te onderscheiden. Enerzijds zijn er kolken die binnengedijkt zijn bij het herstel van de dijk na de doorbraak die de kolk deed ontstaan. Hiervan is vaak weinig meer zichtbaar. Anderzijds zijn er kolken die aanvankelijk buitengedijkt waren, met een grote bocht van de dijk tot gevolg. In later jaren is de dijk echter verlegd en de kolk binnendijks komen li ggen. Zijn ligging is nog herkenbaar aan de bocht in de oude dijk. Binnengedijkt land (rs1l) e

Dit land lag in de 19 eeuw buitendijks. Na dijkverbeteringen is er ofwel een dijk aangelegd om een slinger in de dijk af te snijden, zoals bij Megen, ofwel een hogere dijk aangelegd om bebo uwing langs een oudere dijk heen, zoals bij Oijen en Lithoijen. Na aanleg van de N625 bij Lithoijen is ook een stuk land binnendijks komen te liggen. Kasteelterrein (rs1q) In het onderzoeksgebied bevinden zich drie kasteelterreinen: bij Oijen, Dieden en Ravenstein. Alle drie de hoofdburchten bestaan niet meer, maar hun ligging is in het landschap in meer of

RAAP-rapport 3383 eindversie, 29 mei 2018

[5 6 ]

Integrale Verkenning Ravenstein-Lith: Bureauonderzoek Archeologie, Cultuurhistorie en Landschap

mindere mate nog herkenbaar. Het kasteel van Ravenstein lag binnen de stadsmuren, de andere kastelen lagen ver buiten het dorp met dezelfde naam. Binnengedijkte kolk (rs1w) Deze categorie bevat vijf elementen, waarvan er slechts één een echte kolk is. Dit is de kolk ten westen van Oijen. De andere vier liggen bij Dieden en staan bekend als de Poelen van Dieden. Het is niet helemaal duidelijk wat dit precies voor struct uren zijn. Vermoedelijk gaat het hier om binnengedijkte kolken die verland zijn. Nadien is men hier wallen in gaan opwerpen en gaan beheren als geriefbosjes. De twee kleinere westelijk gelegen poelen kennen geen wallen maar zijn wel begroeid met opgaande beplanting.

Figuur 4.2. De grootste van de Poelen van Dieden, gelegen aan de Poelstraat. In dit meest oostelijke deel is duidelijk de structuur van de poelen te zien. Sterk begroeide (en verwilderde?) wallen afgewisseld met vol eendenkroos begroeide watergangen (foto: Google Streetview).

Nederzettingen Historische nederzetting (rs3a) Het meest voorkomende dorpstype in ons onderzoeksgebied is dat van het gestrekte esdorp. De gangbare theorie daarover is dat deze langgerekte dorpen, soms in een gebogen vor m waarbij het onderliggende reliëf werd gevolgd, in de Karolingische tijd hun basis vinden.

80

Alphen, Li-

thoijen, Oijen en Macharen rekenen we tot deze groep. Ook Dieden en Demen kunnen hiertoe

80

Den Uyl, 1958, Henderikx, 1987; Van Bavel, 1999.

RAAP-rapport 3383 eindversie, 29 mei 2018

[5 7 ]

Integrale Verkenning Ravenstein-Lith: Bureauonderzoek Archeologie, Cultuurhistorie en Landschap

gerekend worden. Het oude dorp Macharen ligt echter buiten het o nderzoeksgebied. Binnen het onderzoeksgebied ligt oude lintbebouwing langs een uitvalsweg en jongere dorpsuitbreidingen. Kenmerkend voor deze dorpen zijn doorgaans een hoofdstraat onder een hoek op de dijk, soms vergezeld van een achterstraat. De bebouwing ligt als een lint langs deze wegen. Alle dorpen kennen bovendien in aanleg een middeleeuwse kerk, die soms door waterstaatkundige of oo rlogsoorzaken later geheel of gedeeltelijk afgebroken is. Belangrijk voor de oude dorpskernen is ook de ‘lucht’ tussen of achter de erven. Bij elk huis in een dorp hoorde vroeger een moestuin, en soms ook een boomgaard of een weitje. In de huidige dorpen is dat door uitbreiding en he rbouw na oorlogsschade nauwelijks meer zichtbaar. Historisch lint (rs3b) Karakteristiek voor de oude dorpen is naast een concentratie van bebouwing rond de kerk ook de geleidelijke vorming van een lint langs de dijk of een andere uitvalsweg. De bebouwing is een combinatie van agrarische bebouwing en daartussen gevoegde burgerwoonhuizen. Binnen h et onderzoeksgebied zijn het lint langs de Maasbommelsestraat en de daarop aansluitende dijk bij Megen, Oijen-Boveneind en vooral Greffelingen benoorden Alphen de meest sprekende voo rbeelden.

Deze laatste ligt maar amper binnen het onderzoeksgebied maar laat wel de variatie in context van de linten zien, variërend van volledig ingebouwd met nauwelijks nog tuinen achter de huizen tot volledig groene opstrekkende percelen achter de erven. In recenter tijden is de b ebouwing in deze linten steeds verder toegenomen. Historische stad (rs3c) In het onderzoeksgebied liggen vier oude steden: Maasbommel (stadsrechten in 1312), Megen e

(stadsrechten in 1357), Batenburg (stadsrechten in 1349 maar mogelijk al in de 11 eeuw) en Ravenstein (stadrechten in 1380).

81

Van de vier is Maasbommel een vreemde eend in de bijt. In

tegenstelling tot de andere drie is Maasbommel voor zover bekend geen vestingstad geweest. Het heeft in ieder geval ook geen ruimtelijke structuur die daar op lijkt. Door hun ligging in de periferie van moderne ontwikkelingen hebben alle vier de steden hun historische kleinschalige karakter kunnen behouden. De drie vestingsteden zijn om deze reden aangewezen als b eschermde stadsgezichten. Vooral Ravenstein maar ook Megen en Maasbommel en in mindere mate Batenburg zijn buiten het historische centrum omgeven door jongere uitbreidingswijken. Stedelijke dijkzone (rs3d) Op de plaatsen waar de nederzettingen de dijk naderen is er in sommige gevallen voor gekozen om een groene zone, groter dan slechts de teen van de dijk, tussen de bebouwingsconcentratie en de dijk vrij te laten. Soms gaat het slechts om diepe tuinen van de percelen langs de dijkteen, zoals in het centrum van Megen, soms om bredere, parkachtig ingerichte zones zoals bij de jo ngere uitbreidingen van Megen en Ravenstein.

81

Cox, 2005

RAAP-rapport 3383 eindversie, 29 mei 2018

[5 8 ]

Integrale Verkenning Ravenstein-Lith: Bureauonderzoek Archeologie, Cultuurhistorie en Landschap

Secundaire functies Jonge bebouwingsschil (rs4b) Omdat het huidige landschap voor eventuele vervolgstappen uiteraard leidend zijn, hebben we de uitbreiding van de bebouwing in de kernen afzonderlijk aangegeven. Het betreft merendeels de woonbuurten die na de Tweede Wereldoorlog werden aangelegd. Een separate analyse en waardering van deze historische stedenbouw heeft in dit kader niet plaatsgevonden. Infrastructuur (rs4i) Binnendijks zijn er in het onderzoeksgebied vier grotere infras tructuren aanwezig die door hun schaal losstaan van het historische cultuurlandschap. Het gaat hier om de N625 bij Lithoijen, de schutsluis en het Burgemeester Delenkanaal bij Macharen, N329 bij Megen en Appeltern en het talud van de Edithbrug in de Brabantse Lijn bij Ravenstein. Ook de grote waterzuivering tussen Oijen en Lithoijen is in deze categorie opgenomen. Batterij (rs3m) In het onderzoeksgebied komen twee verdedigingswerken voor: het fort aan het Luttereind en de vesting Raventein. Vanaf 1698 werd aan de zuidkant van de Republiek een waterlinie aangelegd van zuidwest naar noordoost door Noord-Brabant om de Republiek te beschermen tegen invallen vanuit het zuiden. Echt belangrijk is deze Zuiderfrontier nooit geweest omdat het zogenaamde Barrièretra ctaat uit 1697 de Republiek toestond om garnizoenen onder te brengen in grenssteden in de Oostenrijkse Nederlanden.

82

Pas na de afscheiding van België in 1830 kwam er weer behoefte om in deze

contreien aan landsverdediging te doen. De Zuiderfrontier werd ni euw leven ingeblazen als de Noord-Brabantse Waterlinie. Rond de inlaat bij Lithoijen werd als onderdeel van de Stelling van Lithoijen in 1833 het fort aan het Luttereind gebouwd. In 1886 verviel de militaire functie en h eden ten dage is er van het fort niets meer te vinden, behalve de naam van de Batterijweg en de bocht van deze weg nabij de Lutterstraat.

83

De vesting Ravenstein werd na enkele voorgangers vanaf 1621 aangelegd volgens het oud Nederlandse stelsel. In het Rampjaar 1672 werden de Staatse troepen door de Fransen verdreven en kreeg de hertog van Neuburg de stad terug in zijn bezit, op voorwaarde dat de vesting geslecht zou worden. Dit gebeurde niet maar de vesting werd wel verwaarloosd. In de Franse Tijd werd de strategische rol van Ravenstein definitief verleden tijd. In 1923 werden de oude grachten hersteld om de oude vestingstad beter zichtbaar te maken.

84

De contouren van de in

het onderzoeksgebied geleden Bovenste en Benedenste Hoornwerk zijn daardoor zichtbaar in de loop van grachten en straten. Het Bovenste Hoornwerk bestaat thans uit een camping en wat kleinschalige bebouwing achter het Veerhuis. Het Benedenste Hoornwerk wordt doorsneden door de spoorlijn en is thans in gebruik als volkstuin en boerenland.

82 83 84

https://www.bhic.nl/ontdekken/verhalen/zuiderfrontier geraadpleegd 12-03-2018 https://www.bhic.nl/ontdekken/verhalen/de-noord-brabantse-waterlinie geraadpleegd 12-03-2018 https://www.bhic.nl/ontdekken/verhalen/vesting -ravenstein en http://vestingravenstein.nl/geschiedenis -ravenstein geraadpleegd 12-03-2018

RAAP-rapport 3383 eindversie, 29 mei 2018

[5 9 ]

Integrale Verkenning Ravenstein-Lith: Bureauonderzoek Archeologie, Cultuurhistorie en Landschap

4.3.3 Buitendijks landschap Agrarisch landschap Uiterwaard, in agrarisch gebruik (ru1a) De uiterwaarden in het onderzoeksgebied hebben een lange geschiedenis als agrarisch cultuu rland. Door de buitendijkse ligging was alleen gebruik als grasland voor het weiden van vee m ogelijk, en deze functie heeft het eeuwenlang gehad. De uiterwaarden kenden veelal een bijzo nder onregelmatige verkaveling, waarbij restanten van oude strangen en nieuwe kavelsloten de scheidingen tussen percelen vormden. Vaak stond hierlangs beplanting, maar niet overal: som s volstonden ook sloten. Beplanting en kavelgrenzen van de uiterwaarden gaan soms ver terug: de vroegmiddeleeuwse Maasloop ten westen van Maasbommel is nu herkenbaar in het landschap als een enigszins bochtige sloot in de uiterwaard. Aan het microreliëf in uiterwaarden is soms de morfologische genese te herkennen. Floristisch en daarmee historisch-ecologisch van belang zijn de laagdynamische gebieden, een conclusie die haaks staat op het hoogdynamische karakter van veel natuurontwikkelingsprojecten.

85

Of

dergelijke gebieden in de huidige uiterwaarden voorkomen is niet bekend. Van belang is daa rnaast het opgaand groen dat voorkomt als kleine bosjes of hagen, en die samen de morfologie volgende verkaveling visualiseert. Uiterwaard, opgehoogd, in agrarisch gebruik (ru1h) Op enkele plekken is de uiterwaard opgehoogd om ook bij hoogwater droog te blijven. Het groo tste gebied bevindt zich ten noorden van Lithoijen. Verder is het land binnen enkele bochten van de dijk ten westen van Oijen en Megen opgehoogd en geli jkgetrokken met de dijk. Ten slotte zijn er zowel ten oosten als ten westen van Batenburg enkele kavels opgehoogd. De kavel ten we sten sluit aan bij een buitendijkse boerderij. Ten oosten betreft het een uitbreiding van oudhoevig land. Gedempte kil/strang, opgehoogd, in agrarisch gebruik (ru1hv) Het opgehoogde land nabij Lithoijen en Megen ligt deels op land dat in 1850 nog een open strang van de Maas was. Voor de helderheid zijn deze gebiedjes in een aparte categorie opg enomen. Kolk, gedempt (ru1k) In de uiterwaarden bevonden zich op diverse plekken ronde waterplassen, alle zeer waarschij nlijk kolken. Deze wateren zijn gedempt en in het huidige landschap zijn ze niet meer herkenbaar, enkel soms om de hoogtekaart als lichte dalingen. Gekanaliseerde Maas (ru1m)

85

Mondelinge mededeling prof. dr. K.V. Sykora, W ageningen UR.

RAAP-rapport 3383 eindversie, 29 mei 2018

[6 0 ]

Integrale Verkenning Ravenstein-Lith: Bureauonderzoek Archeologie, Cultuurhistorie en Landschap

In 1915 werd een wet aangenomen die het mogelijk maakte verbeteringen aan de Maas door te voeren om de bevaarbaarheid te bevorderen. Hiertoe werden enkele kanalen gegraven maar voor dit onderzoeksgebied meer relevant; de sterk meanderende Maas werd g ekanaliseerd. Dit e

werk is in de jaren 30 van de 20 eeuw uitgevoerd. De meanders van de Maas werden afgesn eden waardoor er eilanden ontstonden in de binnenbochten van de oude meanders. Grote delen van de uiterwaarden van dorpen werden zo zeer moeilijk toeg ankelijk vanuit de dorpen. Niet zelden werd de oude Maasloop gedempt en zo kon het areaal van het aan de buitenbocht gel egen dorp aanzienlijk worden uitgebreid. In 1958 werd de provinciegrens tussen Gelderland en Noord-Brabant gelijkgetrokken met de gekanaliseerde Maas en zo gingen de oude binnenbochten definitief over naar het aan de buitenbocht gelegen dorp.

Figuur 4.3. Bakenbomen langs de Maas ten oosten van Ravenstein. Foto genomen vanaf de brug van de A50. Ook binnen het onderzoeksgebied wordt de geka naliseerde Maas over vrijwel de gehele lengte op deze wijze geflankeerd door zwarte populieren. (foto: Google Streetview).

Zeer kenmerkend aan de gekanaliseerde Maas is de flankering langs beide oevers door populi eren, in de volksmond ook wel bakenbomen genoemd. Deze naam verraadt hun functie: bij hoogwater maakten ze duidelijk waar de vaargeul zich bevond. Door moderne navigatiemiddelen is deze functie overbodig geworden en daarom hanteert Rijkswaterstaat sinds de jaren 90 een ui tsterfbeleid; de bomen worden niet onderhouden en na sterfte niet herplant. Bij natuurontwikk e-

RAAP-rapport 3383 eindversie, 29 mei 2018

[6 1 ]

Integrale Verkenning Ravenstein-Lith: Bureauonderzoek Archeologie, Cultuurhistorie en Landschap

lingsprojecten werden de bomen doelbewust verwijderd. Na protesten zullen de bomen minder snel verwijderd worden. Het uitsterfbeleid blijft echter ongewijzigd.

86

Oudhoevig land, in agrarisch gebruik (ru1o) Een bijzondere categorie is oudhoevig land. Dit reeds ontgonnen land is bij de bedijking buite ndijks komen liggen en nadien nooit door de rivier weg geërodeerd. Het valt ook te onderscheiden van voor de bedijking onontgonnen uiterwaarden en na de bedijking opgeslibde uiterwaarden. Oudhoevig land heeft een fijnere verkavelingsstructuur en vaak ook afwijkend grondgebruik dan ander buitendijks land. In het onderzoeksgebied vinden we oudhoevig land ten zuiden van A lphen, bij Greffeling benoorden Alphen, bij Maasbommel en bij Batenburg. Gedempte kil/strang, in agrarisch gebruik (ru1v) Oude Maaslopen zijn na de kanalisatie van de Maas vaak gedempt en bij aangrenzende uite rwaarden gevoegd. Vaak is hun ligging nog herkenbaar in de verkavelingsst ructuur en een licht verlaagde ligging. Ook oude strangen van de Maas zijn verland en/of gedempt en bij de bele ndende uiterwaarden gevoegd. Kil / strang (ru1w) De oude loop van de Maas is onder deze noemer gevat, evenals ander buitendijks open water op de kaart van 1830, dat nog altijd open water is gebleven. Grote stukken oude Maas zijn opgen omen in de kanalisatie met vaak wat ‘bijgeschaafde’ flauwe bochten. Bij Macharen is een deel van de oude meander de toegang tot het Burgemeester Delenkanaal.

Tussen Greffeling en Nieuwe Schans is een oude meander blijven bestaan als uitwatering voor de Rijksche Wetering en als jachthaven. Verder zijn er nog een aantal open kolken of andere plassen in de uiterwaard opg enomen in deze categorie. Secundaire functies Buitendijkse bebouwing(ru2b) Al op het kadastraal minuutplan zien we dat er buitendijks bebouwing staat. Meestal staat deze bebouwing tegen of zelfs op de dijk. Het kan gaan om eenvoudige woonhuizen, kleine boerderi jen of middenstand zoals een veerhuis of café. Ten zuiden van Maasbommel bevond zich ook bebouwing maar dat is al voor de kanalisering van de Maas verdwenen en daardoor niet geka rteerd. Het veerhuis van Megen is de enige gekarteerde bebouwing die niet langs een (oude) dijk ligt. Bijzonder is dat dit veerhuis voor de kanalisatie aan de Megense (west)kant van de Maas lag en sindsdien aan de Appelternse (noord)kant ervan. Na 1832 is op verschillende plaatsen langs de dijken bebouwing bijgebouwd, vooral aangre nzend aan oudere bebouwing. Meest in het oog springend is hetgeen bij de ontwikkeling van De

86

https://www.rijkswaterstaat.nl/water/projectenoverzicht/maas -natuurvriendelijke-oevers-en-uiterwaarden/veelgesteldevragen.aspx en http://www.toerismeoss.nl/erfgoed/op -pad-met-jan-ulijn/bakenbomen-hoe-lang-nog geraadpleegd 1203-2018

RAAP-rapport 3383 eindversie, 29 mei 2018

[6 2 ]

Integrale Verkenning Ravenstein-Lith: Bureauonderzoek Archeologie, Cultuurhistorie en Landschap

Gouden Ham bij Maasbommel is gebouwd in dit – buitendijkse – recreatiegebied. Opvallend zijn de drie rijen met drijvende en amfibische woningen aan de rand van dit recreatiegebied, de ee rste in Nederland en mogelijk in de Wereld.

87

Figuur 4.4. De stuw bij Lith. Links buiten de foto liggen de Prinses Máxima sluizen. Rechts van de stuw is de waterkrachtcentrale Alphen zichtbaar met daarachter de vistrap (foto: Nuon op Flickr).

Infrastructuur (ru2i) De hiervoor genoemde binnendijkse infrastructuren lopen allemaal door in het buitendijkse g ebied. De N625 bij Lithoijen vormt in het noordelijke en zuidelijke deel van zijn traject tevens een dijk. De schutsluis van het Burgemeester Delenkanaal bij Macharen ligt wel iswaar ‘in’ de dijk, vóór de sluis is de oude Maasmeander vergraven tot toegang tot deze sluis en als infrastructuur gecategoriseerd. De N329 tussen Appeltern en Megen voert via een pont over de Maas. Ook het talud van de Edithbrug in de Brabantse Lijn bij Ravenstein loopt buitendijks door.

87

http://www.dearchitect.nl/projecten/drijvende-en-amfibische-woningen-maasbommel geraadpleegd 12-02-2018

RAAP-rapport 3383 eindversie, 29 mei 2018

[6 3 ]

Integrale Verkenning Ravenstein-Lith: Bureauonderzoek Archeologie, Cultuurhistorie en Landschap

Infrastructuur die niet binnendijks voorkomt is de stuw met bijbehorende Prinses Máxima Sluizen bij Lith. Tevens bevindt zich in dit complex de grootste waterkrachtcentrale van Nederland (ve rmogen 14 MW) en een vistrap.

88

Uiterwaard, met natuurontwikkeling (ru2n) De laatste decennia is Rijkswaterstaat bezig met natuurontwikkeling langs de Maas. Vele kilom eters waterkant zijn natuurlijk gemaakt door de stenen te verwijderen om het water en planten en dieren meer invloed hierop te kunnen laten uitvoeren. Verder is in het onderzoeksgebied circa een derde van de uiterwaarden als natuurgebied ontwikkeld. Dit betekent vaak het afgraven van de voedingsrijke bovenlaag, Op andere plekken zijn ook watergangen of -plassen gegraven. Het oostelijk deel van De Gouden Ham is ook als (toegankelijk) natuurgebied ontwikkeld. Gedempte kil/strang, met natuurontwikkeling (ru2nv) Evenals met de belendende uiterwaarden gebeurd is, zijn ook enkele verlande of gedempte oude waterlopen ontwikkeld als natuurgebied. Bij Batenburg is zelfs de meander van de Maas die na de kanalisatie gedempt was opnieuw uitgegraven ten behoeve van natuurontwikkeling. Oudhoevig land, met bebouwing (ru2o) Op het oudhoevig land bevindt zich op sommige plaatsen ook al v oor 1832 bebouwing. Dit valt vanwege de ligging op oudhoevig land in een andere categorie dan andere buitendijkse bebo uwing. Net als bij de overige buitendijkse bebouwing is ook in deze categorie onderscheid g emaakt tussen percelen die al voor 1832 bebouwd waren en percelen die nadien bebouwd zijn geraakt.

Recreatiegebied (ru2r) Sinds de jaren 1960 is de grote afgesneden meander met de daarbinnen liggende uiterwaard ontwikkeld als recreatiegebied. Na zandwinning zijn hier diverse (schier)eilanden overgeble ven waarop campings zijn gevestigd, maar ook vakantiehuisjes en jachthavens. Gedempte kil/strang, recreatiegebied (ru2rv) In De Gouden Ham ligt ook een deel van de oude meander van de Maas die gedempt is en o nderdeel is van dit recreatiegebied. Een gedempte wetering in het noorden langs de dijk is ook in deze categorie opgenomen. Fabrieksterrein, opgehoogd (ru2s) In het onderzoeksgebied bevinden zich drie fabrieks - of bedrijventerreinen buitendijks. Deze bevinden zich op opgehoogd land om natuurlijk ook bij hogere waterstanden droog te blijven. Bij Lithoijen vond men bij de monding van een na kanalisatie afgedamde meander een mooie n atuurlijke haven om een betonfabriek te vestigen. Bij Appeltern ligt eveneens een betonfabriek, dit

88

https://www.energievergelijken.nl/nl/groene -energie/waterkracht-energie/ geraadpleegd 12-03-2018

RAAP-rapport 3383 eindversie, 29 mei 2018

[6 4 ]

Integrale Verkenning Ravenstein-Lith: Bureauonderzoek Archeologie, Cultuurhistorie en Landschap

keer ingeklemd op een langwerpig perceel tussen de dijk en de Maas. Ten slotte ligt bij Rave nstein een diervoerderfabriek buitendijks tegen het stadje aan. Dit terrein ligt slechts deels in het onderzoeksgebied. Deze grote fabrieksgebouwen domineren het zich t op het stadje vanaf de (overzijde van) de rivier. Watergang (ru2w) Zowel aan de Gelderse als de Brabantse kant van de Maas worden de binnendijkse gebieden ontwaterd via weteringen. Deze weteringen lozen vervolgens hun water op de Maas. De kanalen waardoor dit buitendijks gebeurt zijn in deze categorie gevat. Doorgaans is hun loop weinig ve randerd. Bij Appeltern zijn de watergangen verlengd nadat een deel van de bocht in de Maas bij de kanalisatie gedempt is. Bij Blauwesluis benoorden Maasbommel is een deel van de wate rgang gedempt om minder lang parallel aan de voormalige meander van de Maas te lopen. Zandwinplas (ru2z) Naast het enorme gebied met aaneengesloten zandwinplassen bij Maasbommel. dat als recre atie- en natuurgebied is ontwikkeld, zijn in het onderzoeksgebied twee a ndere zandwinplassen te vinden. Bij Greffeling is langs een oude Maasarm een deel van de uiterwaard verdwenen. Ten noorden van de stuw bij Lith wordt nu nog een gedempte meander en aangrenzende uiterwaard uitgegraven voor de zandwinning.

4.3.4 Waardering Op basis van de in 4.2 beschreven methodiek is het cultuurlandschap binnen het onderzoeksg ebied gewaardeerd (figuur 4.5). Per waarderingsklasse volgt hierna een korte beschrijving.

Figuur 4.5. Cultuurhistorische waardering landschapstypen .

RAAP-rapport 3383 eindversie, 29 mei 2018

[6 5 ]

Integrale Verkenning Ravenstein-Lith: Bureauonderzoek Archeologie, Cultuurhistorie en Landschap

Zeer hoge waarde De hoogste waarderingsklasse vinden we zowel binnen - als buitendijks. Binnendijks gaat het hoofdzakelijk om de drie vestingsteden Megen, Batenburg en Ravenstein. Hun uniciteit en e nsemble als historische stad hebben ze niet voor niets de status van b eschermd stadsgezicht opgeleverd. Het enige andere binnendijkse zeer hoog gewaardeerde element is de enige ove rgebleven binnendijkse ronde kolk ten westen van Oijen. Met uitzondering van Batenburg liggen deze gebieden binnen gebieden met lage tot zeer lage waardering, wat hun bijzonderheid weliswaar extra benadrukt, maar wat door de verhouding tot hun omgeving deze gebieden ook kan bedreigen. Hier zou bij ontwikkelingen in deze gebieden extra aandacht voor moeten zijn. Buitendijks vinden we grote zeer hoog gewaardeerde gebieden in de delen van de oude loop van de Maas die in meer of mindere mate overeen komen met de huidige loop van de rivier. Deze stukken Maas zijn dus de oudste stukken nog bestaande stukken Maas in dit onderzoeksgebied. Verder zijn buitendijkse gebouwen veelal zeer hoog gewaardeerd. Dit zit hem vaak in hun oude rdom, een groot deel bestond al in 1832. Ook vormen deze gebouwen vaak karakteristieke delen van dijkdorpen. Jonge hoog gewaardeerde buitendijkse bebouwing zijn de drijvende en amfib ische woningen bij Maasbommel.

Ten slotte is ook de waterkrachtcentrale bij de stuw bij Lith zeer hoog gewaardeerd, als grootste van slechts vijf waterkracht -centrales in Nederland. Hoge waarde Karakteristieke nederzettingen als Maasbommmel, Dieden en Dem en hebben weliswaar minder gaaf de tand des tijds doorstaan dan de drie beschermde stadsgezichten, maar zijn bijzonder genoeg en hebben een karakteristiek ensemble dat past bij een hoge waardering. Andere bi nnendijkse gebieden met een hoge waardering zijn de drie voormalige kastelen in het onderzoeksgebied: Oijen, Dieden en Ravenstein. Ook de bijzondere Poelen van Dieden zijn hoog g ewaardeerd. Buitendijks vinden we voornamelijk het oudhoevig land bij Alphen en Maasbommel en delen van de oude Maas die weliswaar nooit gedempt zijn geweest, maar die ook niet meer overeenkomen met de huidige loop van de Maas. De gekanaliseerde stukken van de Maas hebben eveneens een hoge waardering gekregen. De gekanaliseerde Maas is de drager van het landschap en het resultaat van een ongekend grote ingreep in de rivier. Ook het stuw -/sluizencomplex bij Lith – de Prinses Máxima Sluizen – heeft een hoge waardering gekregen als een van de zeven complexen die de gekanaliseerde Maas sinds de jaren 1930 bevaarbaar houden. Middelmatige waarde Een groot deel van het onderzoeksgebied heeft een middelmatige waarde gekregen.

Deze g ebieden hebben hun agrarische functie behouden en zijn niet noemenswaardig veel meer b ebouwd dan twee eeuwen geleden. Ook de verkavelingsstructuur is in grote l ijnen ongewijzigd. Toch zijn deze gebieden niet uitgesproken genoeg, of kennen geen bijzondere elementen, om een hoge waardering te krijgen. Een middelmatige waardering is ook gegeven aan relatief bijzondere gebieden die desondanks in de loop der tijd zodanig aangetast zijn dat ze in de huidige situatie niet hoog gewaardeerd ku nnen worden. Te denken valt aan het grote middendeel van het kasteelterrein van Dieden, dat

RAAP-rapport 3383 eindversie, 29 mei 2018

[6 6 ]

Integrale Verkenning Ravenstein-Lith: Bureauonderzoek Archeologie, Cultuurhistorie en Landschap

thans een akker is, of de bijzondere structuur van het oude Lithoijen die slecht s voor een klein deel niet bebouwd is. Lage waarde Laag gewaardeerd zijn onder meer de gebieden die in 1832 geen bebouwing kenden maar me ttertijd steeds meer bebouwd zijn geraakt of gebieden waarvan de verkavelings - of ruimtelijke structuur aanzienlijk veranderd is. Ook gebieden waarvan de functie ingrijpend is veranderd zijn laag gewaardeerd. Dit zijn bijvoorbeeld de ooit agrarisch gebruikte uiterwaarden die als natuu rgebieden ontwikkeld zijn. Verder is het voormalige eiland in de Maas De Oyensche Middel Waard laag gewaardeerd omdat dit niet meer als (voormalig) eiland herkenbaar is en de ruimt elijke structuur ervan ook opgegaan is in de rest van de uiterwaard. Zeer lage waarde Alle gebieden die bijzonder ingrijpend veranderd zijn hebben een zeer lage waardering gek regen. Het gaat hierbij onder meer om oude rivierlopen die na de kanalisatie gedempt zijn en o nderdeel zijn geworden van de aangrenzende uiterwaarden of natuurgebieden. Ook stedelijke uitbreidingen van na de Tweede Wereldoorlog en de grote lijnvormige infr astructuur van (spoor)wegen, die geen of amper verband houden met het historische cultuurlandschap, zijn zeer laag gewaardeerd.

Verder zijn de zandwinplassen en het hele gebied van De Gouden Ham zeer laag gewaardeerd, omdat deze compleet nieuwe structuren zijn die met het historische cultuurlandschap geen verband houden. Ten slotte is ook het eiland ten oosten van Batenburg zeer laag gewaardeerd. Hoewel dit een oude uiterwaard betreft heeft dit land in de huidige situatie ook geen relatie tot het historische cultuurlandschap.

4.4 Dijklandschap 4.4.1 Inleiding Het historisch dijklandschap binnen het onderzoeksgebied is onderverdeeld in twee onderdelen, te weten het binnendijks talud en het buitendijks talud. Daarbinnen volgen nadere onderverdeli ngen (kaartbijlage 3). Per type dijklandschap zullen we de historische en hedendaagse karakteri stieken hieronder nader toelichten.

4.4.2 Binnentalud Oeverwaldijk Over bijna de gehele lengte vormt de dijk een oeverwaldijk. De dijk is hier aangelegd op de o everwal. Kenmerkend is het voorkomen van verspreid liggende, meest agrarische bebouwing aan de dijk. Een deel van deze bebouwing ligt aan de voet van de dijk en is deze op de dijk georië nteerd. Een minderheid is op de wegen op de oeverwallen georiënteerd: vanaf de dijk wordt neer gekeken op de achtererven van deze huizen, zoals bij Demen. Op veel plaatsen waren de dijken voorzien van laanbeplanting. Op veel plaatsen is dit langs oeverwaldijken verdwenen. Ook waren en zijn er op diverse plaatsen percelen met opgaand groen aan de binnenteen van de dijk gelegen.

RAAP-rapport 3383 eindversie, 29 mei 2018

[6 7 ]

Integrale Verkenning Ravenstein-Lith: Bureauonderzoek Archeologie, Cultuurhistorie en Landschap

Historische ruimtelijke kenmerken: - verspreide agrarische bebouwing aan de binnenteen of op enige afstand van binnenteen; - opgaand groen in de vorm van laanbeplanting op de dijk of percelen met opgaand groen aan de binnenteen.

Figuur 4.6. De Maasdijk tussen Demen en Neerlangel is een voorbeeld van een oeverwaldijk. Op de dijk vinden we zo nu en dan laanbeplanting. Binnendijks ligt verspreide bebouwing, vaak op percelen met o pgaand groen. De bebouwing is via afritten bereikbaar. (foto: Google Streetview).

Dijk op restgeul Ten oosten van Lithoijen, ter hoogte van Teeffelen, is de dijk gebouwd over een restgeul die tot de Romeinse Tijd actief was. Dit aangrenzende gebied is wat natter en vroeger wat fijnmaziger verkaveld dan langs de oeverwaldijk. Langs deze dijk stond voorheen geen bebouwing, enkel de afwatering van de Teffelsche Wetering in het Fort aan het Luttereind, beide aan het uiteinde van dit dijktracé. Historische ruimtelijke kenmerken: - geen bebouwing; - fijnmazige verkaveling zonder opgaande beplanting. Dorpsdijk Ter hoogte van de dorpen aan de dijk wordt het aanzien van de dijk in sterke mate bepaald door de bebouwing op en aan de dijk en de dorpsinfrastructuur. De kernen van Lithoijen en Macharen liggen niet direct aan de dijk. Alle andere dorpen hebben wel hun centrum, en Dieden, Demen en Neerlangel zelfs hun kerk tegen de dijk liggen. In Oijen en Lithoijen is de dijk (inmiddels) een volwaardige straat in het dorp geworden, met bebouwing aan weerszij den. De bebouwing aan de buitendijkse zijde ligt gelijk met de (vroegere) top van de dijk, terwijl de bebouwing aan binne ndijkse zijde over het algemeen via op- en afritten bereikbaar is.

RAAP-rapport 3383 eindversie, 29 mei 2018

[6 8 ]

Integrale Verkenning Ravenstein-Lith: Bureauonderzoek Archeologie, Cultuurhistorie en Landschap

Hoewel de kerken van Dieden en Demen aan de dijk liggen, is de over ige bebouwing overwegend georiënteerd op de weg die zo’n 50 meter achter de dijk ligt. Vanaf de dijk zien deze do rpen er vooral groen uit vanwege het opgaande groen op de erven. Met name in de oostelijke helft van het onderzoeksgebied is de dijk bij de dorpen voorzien van laanbeplanting. Historische ruimtelijke kenmerken: - soms wezenlijk deel van het dorp, soms de ‘achterkant’ van een dorp; - bebouwing soms op de dijk; - bebouwing tot vlak aan de teen van de dijk, maar niet altijd op de dijk georiënteerd; - hoge dichtheid afritten vanaf de dijk; - met name in de oostelijke dorpen voorzien van laanbeplanting.

Figuur 4.7. De Lithoijense Dijk in Lithoijen. Een van de westelijke dorpen in het onderzoekgebied, zonder laanbeplanting op de dijk. De buitendijkse bebouwing staat op de dijk, binnendijks zijn de gebouwen berei kbaar via afritten. De straten in het dorp sluiten vaak met een ‘vork -constructie’ aan op de dijk. (foto: Google Streetview).

RAAP-rapport 3383 eindversie, 29 mei 2018

[6 9 ]

Integrale Verkenning Ravenstein-Lith: Bureauonderzoek Archeologie, Cultuurhistorie en Landschap

Figuur 4.8. De Maasdijk in Demen. Een van de oostelijke dorpen in het onderzoekgebied, met laanbeplanting op de dijk. Veerhuis, pastorie en kerk zijn binnendijks tegen de dijk gebouwd, alle andere bebouwing is georiënteerd op de weg parallel aan de dijk. Buitendijks is geen bebouwing te vinden. (foto: Google Stree tview).

Stadsdijk Zoals de dorpen hun oriëntatie al dan niet op de dijk hebben, hebben de twee steden langs deze dijk dat ook. Anders dan de dorpen met hun vele bebouwing georiënteerd op de dijk, kent de stadsdijk niet veel op- en afritten. De dijk ligt overwegend langs de ‘achterkant’ van de stad. In Megen zien we dat de dijk de opvolger lijkt te zijn van de oude stadswallen. De dijk ligt hier langs de achterkant van alle kavels. Slechts op enkele plaatsen aan de noordwestkant van de stad zien we bebouwing aan de dijk staan. In Ravenstein ligt de dijk ook langs de achterkant van de bebouwing aan de straten in de stad. Deze bebouwing staat echter dichter op de dijk dan in Megen. Enkele historische en meerdere eigentijdse gebouwen zijn wel georiënteerd op de dijk. Deze door deze gebouwen en vooral door de historiserende/historische inrichting doet de dijk aan als wezenlijk onderdeel van de stad. Historische ruimtelijke kenmerken: - soms onderdeel van de stad, soms de ‘achterkant’ van de stad; - erfbegrenzing vaak d.m.v. muurtjes tot aan de openbare weg; - soms voorzien van laanbeplanting; - weinig op- en afritten of andere toegang tot de stad.

RAAP-rapport 3383 eindversie, 29 mei 2018

[7 0 ]

Integrale Verkenning Ravenstein-Lith: Bureauonderzoek Archeologie, Cultuurhistorie en Landschap

Figuur 4.9. De Maasdijk in Megen ligt aan de ‘achterkant’ van de stad. Aan de dijk vinden we vooral muu rtjes en andere erfafscheidingen van de tuinen van de bebouwing in de stad. Toegang tot deze kavels en tot de stad is er vanaf de dijk nauwelijks. Slechts enkele relatief jonge staan op deze dijk georiënteerd. (foto: Google Streetview).

4.4.3 Buitentalud Dijkverhoging buitendijks ten opzichte van oude dijk Dit type valt uiteen in twee deeltypen. Vermoedelijk is na de kanalisatie van de Maas in de jaren e

30 van de 20 eeuw ook een groot deel van de dijk genormaliseerd.

89

Dit deeltype ligt op een

afstand van enkele meters tot enkele tientallen meters van de oude dijk en heeft een rechter verloop dan de oude dijk. We vinden dit bijvoorbeeld ten westen van Megen of bij het Boveneind bij Ooijen. Het tweede deeltype is een dijkverhoging die uitgevoerd is door de dijk enkele m eters buitendijks uit te breiden en alleen dit deel te verhogen. Naast de oude weg ligt iets hoger dan vaak een pad. Dit deeltype vinden we bijvoorbeeld bij Demen. Het onderscheid tussen beide deeltypen is niet altijd duidelijk, zoals bij Macharen. Vandaar dat beide onder één type zijn gekarteerd. Historische ruimtelijke kenmerken: - wanneer vrijliggend van de oude dijk een rechter verloop; - nooit gedekt met een weg, soms wel met een pad; - ruimte tussen oude en nieuwe dijk meestal opgevuld en soms beplan t.

89

Deze vaak veel rechtere dijken verschijnen op de oude topografische kaarten gelijk met de gekanaliseerde Maas.

RAAP-rapport 3383 eindversie, 29 mei 2018

[7 1 ]

Integrale Verkenning Ravenstein-Lith: Bureauonderzoek Archeologie, Cultuurhistorie en Landschap

Figuur 4.10. De Kasteeldijk ten noorden van Macharen. Naast de licht bochtige oude dijk is een hogere en rechte nieuwe dijk gelegd. De ruimte tussen beide dijken is opgevuld en bij ruime bochten van de oude dijk beplant met populieren. Over de oude dijk loopt een pad. (foto: Google Streetview).

Dijk langs smalle uiterwaard Op enkele plaatsen ligt een oude dijk parallel aan de rivier met voor de dijk een uiterwaard van doorgaans 50 tot 150 meter breed. Ten oosten van Megen is het open water van de riv ier goeddeels verdwenen, maar de loop van de rivier is nog herkenbaar in De Vliet. De dijktracés ke nmerken zich door een relatief rechte loop. Behalve bij Ravenstein is er langs de dijk weinig b ebouwing te vinden. Historische ruimtelijke kenmerken: - parallel aan de (oude) rivierloop; - uiterwaard van maximaal 50 tot 150 meter breed; - amper binnendijkse bebouwing. Dijk langs kronkelwaard In de binnenbocht van een meanderende rivier vindt sedimentatie plaats. Het resultaat van dit proces is een gebied met lichte ruggetjes in de lengterichting van de rivier; de kronkelwaard. De dijk die vanaf de middeleeuwen zijn vorm heeft gekregen ligt vaak redelijk dicht bij de oude r ivierloop. Soms is het land van de kronkelwaard bedijkt maar vaak ook niet. Dit resultee rt in een dijk die redelijk ver van de rivier af ligt met tussen beide een zeer brede kronkelwaard. Historische ruimtelijke kenmerken: - in de binnenbocht van de (oude) rivierloop; - tussen dijk en (oude) rivierloop een kronkelwaard, al dan niet verdwenen .

RAAP-rapport 3383 eindversie, 29 mei 2018

[7 2 ]

Integrale Verkenning Ravenstein-Lith: Bureauonderzoek Archeologie, Cultuurhistorie en Landschap

Voormalige schaardijk Op veel plaatsen heeft de rivier tot vlak onder de dijk gelopen en het voorland weggeschuurd. Dat de schaardijken het niet altijd hebben kunnen houden, zien we bijvoorbeeld aan de bocht in de dijk ten zuidoosten van Megen. Dit is ook het enige stuk schaardijk waar nu nog water voor ligt, zij het een dode, van de rivier afgesneden geraakte, arm van de rivier. De Poelen van Di eden zijn ook het resultaat van een schaardijk die het niet gehouden geeft. Een lang ongehavend deel van een schaardijk vinden we ten oosten van Lithoijen. Historische ruimtelijke kenmerken: - enkel bij Lithoijen en Megen is de oude rivierloop nog (deels) aanwezig; - oude rivierloop indien verdwenen vaak nog herkenbaar in het reliëf in de uiterwaard; - relicten van dijkdoorbraken als bochten in de dijk en kolken aanwezig. Inlaagdijk Zeer waarschijnlijk is de dijk ten en van Lithoijen een inlaagdijk. De grote landinwaartse bocht van de dijk lijkt te zijn aangelegd om een grote dijkdoorbraak, waarvan nog een deel v an een kolk resteert. De dijk ten noorden en zuiden van deze inlaagdijk liggen in elkaars verlengde, wat lijkt te bevestigen dat het hier een inlaagdijk betreft. De dijk ligt aan de buitenbocht van de rivier en was een schaardijk, want de kansen op een dijkdoorbraak aanzienlijk vergroot. De verkavelingspatroon van het binnendijkse land liep door buiten de inlaagdijk.

Historische ruimtelijke kenmerken: - grote landinwaartse bocht van de dijk; - deel van de kolk herinnert aan dijkdoorbraak; - Verkaveling van vóór de dijkteruglegging nog lange tijd aanwezig geweest; - open uiterwaard benadrukt bochtig verloop van de dijk.

RAAP-rapport 3383 eindversie, 29 mei 2018

[7 3 ]

Integrale Verkenning Ravenstein-Lith: Bureauonderzoek Archeologie, Cultuurhistorie en Landschap

Figuur 4.11. De inlaagdijk bij Lithoijen is op deze topografische kaart van 1910 duidelijk herkenbaar als de grote landinwaartse uitstulping aan de dijk. Het verkavelingspatroon ten zuiden van de dijk loopt ook bu itendijks door, wat impliceert dat de dijk hier geplaatst is na de verkaveling. De dijken ten noorden en zuiden van de inlaagdijk liggen in elkaars verlengde; de inlaagdijk is duide lijk om de plaats van een dijkdoorbraak heen gelegd, getuige ook de buitengedijkte kolk. (foto: Topotijdreis.nl).

4.4.4 Binnen- en/of buitentalud Uitlaagdijk Op vier plaatsen is de dijk verlegd in buitendijkse richting. Bij Megen is zo een hoek uit de o ude dijk afgesneden. In het nieuwe binnendijkse land heeft stedelijke ontwikkeling plaatsgevonden. Ten oosten van Lithoijen en bij de Poelen van Dieden is met de uitlaagdijk een kolk bedijkt aan buitendijkse zijde. Opvallend bij Dieden is dat, met name bij de grootste poel, de dijk niet in het verlengde van de oude schaardijk is gelegd, maar ook ten opzichte van die dijk enigszins lan dinwaarts ligt. Mogelijk is dit gedaan om de herstelde dijk een kleine uiterwaard te geven en deze zo wat minder kwetsbaar te maken. Historische ruimtelijke kenmerken: - Doorgaans een vrij recht tracé; - Binnendijks vaak kolken aanwezig (geweest); - Ontbreken van bebouwing op of langs de dijk. Kanaaldijk Het Burgemeester Delenkanaal werd in 1963 aangelegd. De sluis en de bijbe horende dijk zijn toen ook tot stand gekomen. De dijk kenmerkt zich door en een uniform, ontworpen profiel. Aan

RAAP-rapport 3383 eindversie, 29 mei 2018

[7 4 ]

Integrale Verkenning Ravenstein-Lith: Bureauonderzoek Archeologie, Cultuurhistorie en Landschap

de oostkant loopt de Sluisweg schuin tegen de dijk op, aan de westkant doet een pad hetzelfde. Aan dit pad zijn twee aanlegsteigers en bevinden zich aan de waterkant de tuinen van een woonboot. Historische ruimtelijke kenmerken: - uniform profiel; - twee woonboot-percelen aan de westzijde. Kasteeldijk De twee kastelen langs de zuidelijk Maasdijk liggen dicht bij de rivier en hebben de dijk direc t langs hun gronden liggen. Kasteel Oijen ligt buitendijks van de oude dijk en heeft een eigen dij kje gehad dat het kasteelterrein omsloot. Het oostelijke deel hiervan is opgenomen in de 20

e

eeuwse dijkverhoging van de dijk richting Oijen. Kasteel Dieden ligt binnendijks van een oude dijk. Over een lengte van zo’n 750 meter lagen het e

kasteelterrein en bijbehorende tuinen langs de dijk. Aan het eind van de 19 eeuw zijn de tuinen verworden tot wei- en akkerland en is de band van een groot deel van deze dijk met het kasteel verdwenen. Enkel de bomen langs de dijk bij het oude kasteelterrein geven aan dat het hier geen gewone dijk betreft. Historische ruimtelijke kenmerken: - buitengrens van de kasteelgronden; - relatie tussen dijk en kasteel niet goed meer h erkenbaar.

Figuur 4.12. De Maasdijk ten westen van Dieden ligt over een lengte van zo’n 750 meter langs de gronden van het voormalige kasteel Dieden. Het kasteelterrein is nog herkenbaar aan zijn opgaande beplanting. Ook de laan op de dijk markeert deze plek. De kasteeltuinen die hier links van de dijk lagen zijn eind 19 e eeuw veranderd in wei- en akkerland. (foto: Google Streetview).

RAAP-rapport 3383 eindversie, 29 mei 2018

[7 5 ]

Integrale Verkenning Ravenstein-Lith: Bureauonderzoek Archeologie, Cultuurhistorie en Landschap

RAAP-rapport 3383 eindversie, 29 mei 2018

[7 6 ]

Integrale Verkenning Ravenstein-Lith: Bureauonderzoek Archeologie, Cultuurhistorie en Landschap

5 Advies cultuurhistorie 5.1 Formulering effectbeoordeling cultuurhistorie Hoewel er in deze fase van het project Meanderende Maas nog geen concrete ingrepen bekend zijn die getoetst kunnen worden aan onderhavige studie, kan in z’n algemeenheid wel worden aangegeven welk effect alternatieven hebben op de aantasting van cultuurhistorische waarden. Dit effect wordt per cultuurhistorisch thema en verwijzend naar kaartbijlage 4 in tabellen 5.1 en 5.2 weergegeven. Effect alternatieven op de aantasting van cultuurhistorische

6.

waarden

--

Gewaardeerde cultuurlandschappen niet gewaardeerd

onbekend

laag

0

gemiddeld

-

hoog

--

zeer hoog

---

Dijklandschappen

-

niet gewaardeerd

0

laag

0

gemiddeld

-

hoog

--

Bouwkunst

---

rijksmonument

---

gemeentelijk monument

---

Rijksbeschermd stads- of dorpsgezicht

---

Rijksbeschermde buitenplaats

---

Tabel 5.1 Effect alternatieven op de cultuurhistorische waarden. /1 Score

Toelichting

0

Weinig of geen invloed op de aanwezige cultuurhistorische waarden

-

Licht negatieve invloed op de aanwezige cultuurhistorische waarden

--

Negatieve invloed op de aanwezige cultuurhistorische waarden

---

Sterk negatieve invloed op de aanwezige cultuurhistorische waarden

Tabel 5.2 Toelichting op de effectcriteria.

RAAP-rapport 3383 eindversie, 29 mei 2018

[7 7 ]

Integrale Verkenning Ravenstein-Lith: Bureauonderzoek Archeologie, Cultuurhistorie en Landschap

6. Advies archeologie en landschap 6.1 Toepasbaarheid De huidige gemeentelijke archeologische beleidskaarten zijn op zich actueel, zij het dat bij onderhavig onderzoek een uitgebreidere inventarisatie is uitgevoerd van historische objecten met een (potentiële) archeologische waarde en specifiek bedoeld is voor onderhavig dijken - en uiterwaardenproject. Daarmee verschaft onderhavige inventarisatie het meest actuele uitgangspunt voor toekomstig archeologisch onderzoek in het onder zoeksgebied in het kader van het project Meanderende Maas en voor de inhoudelijke input voor het MER dat naar verwachting nodig is. Met deze uitgebreide studie kunnen eventuele risico’s op het gebied van archeologie en cultuu rhistorie in een zo vroeg mogelijk stadium worden geïdentificeerd.

6.2 Formulering effectcriteria archeologie Bij het ontwerp van de verschillende alternatieven (het MER) kan de onderstaande volg orde gehanteerd worden. De zones zijn gerangschikt op de mate van invloed op de aanwezige a rcheologische resten (neutraal tot uiterst negatief; of wel geen tot sterke (potentiële) verstoring van archeologische resten). Ter hoogte van AMK-terreinen wordt geadviseerd geen ingrepen uit te voeren. 1.

Zones zonder archeologische verwachting

2.

Zones waar reeds archeologisch onderzoek is uitgevoerd en het terrein archeologisch is vrijgegeven;

3.

Zones met lage archeologische verwachting;

4.

Zones met middelmatige archeologische verwachting;

5.

Zones met hoge archeologische verwachting;

6.

Zones met een zeer hoge archeologische verwachting;

7.

Zones met vindplaats als punt weergegeven;

8.

Zones met vindplaats als vlak weergegeven (AMK-terreinen).

Voor deze zones is in onderstaande tabel de effectcriteria beschreven.

RAAP-rapport 3383 eindversie, 29 mei 2018

[7 8 ]

Integrale Verkenning Ravenstein-Lith: Bureauonderzoek Archeologie, Cultuurhistorie en Landschap

Archeologie

Effectcriteria: invloed op de aanwezige archeologische resten

Archeologische verwachtingszones geen verwachting

+++

onderzocht en vrijgegeven

+++

laag

+++

middelmatig

++

(zeer) hoog

+

Archeologische vindplaatsen Punt vindplaats

-

Vlak vindplaats

--

AMK-terrein

---

Tabel 6.1 Effectcriteria archeologie. Score +++ ++ +

Toelichting Zeer lage kans op verstoring van archeologische resten Lage kans op verstoring van archeologische resten Laag tot gemiddelde kans op verstoring van archeologische resten

-

Gemiddeld tot hoge kans op verstoring van archeologische resten

--

Hoge kans op verstoring van archeologische resten

---

Zeer hoge kans op verstoring van archeologische resten

Tabel 6.2 Toelichting op de score van de effectcriteria archeologie.

6.3 Wettelijke geldigheid Voor onderhavig archeologisch onderzoek geldt geen wettelijke geldigheid. Het onderzoek wordt namelijk niet in het kader van een omgevingsvergunning of bestemmingsplanwijziging ui tgevoerd en maakt daarmee geen uit van de AMZ-cyclus (Archeologische MonumentenZorg). Onderhavig onderzoek geeft de huidige stand van zaken van de archeologische kennisvoorraad. Op het moment van daadwerkelijke planvoorbereiding voor de concrete (bodem)ingrepen dient de stand van kennis van huidig onderzoek geactualiseerd of verdiept worden, met als doel de ingrepen altijd tegen het licht van de meest actuele archeologische inzichten te houden.

6.4 Afstemming archeologie 6.4.1 Aanvraag omgevingsvergunning Over het algemeen geldt dat er geen harde eisen zijn wat betreft de fase/status van het arche ologisch onderzoek ten tijden van de omgevingsvergunningsaanvraag . Wel is het gebruikelijk dat de wens bestaat dat het archeologisch onderzoek is uitgevoerd tot e n met de waarderende fase (proefsleuvenonderzoek; indien van toepassing).

RAAP-rapport 3383 eindversie, 29 mei 2018

[7 9 ]

Integrale Verkenning Ravenstein-Lith: Bureauonderzoek Archeologie, Cultuurhistorie en Landschap

6.4.2 Archeologie en explosievenonderzoek (OCE) Uit het vooronderzoek van Bombs Away

90

blijkt dat er verschillende locaties zijn met een ve r-

hoogd risico op de aanwezigheid van niet-gesprongen explosieven. Gezien het feit dat op deze locaties ook andere cultuurhistorisch waardevolle resten uit de oorlogsjaren kunnen worden ve rwacht, is nadere afstemming van essentieel belang. De opsporing van conventionele explosi even, zogenaamd OCE-onderzoek, wordt overwegend niet-discriminerend uitgevoerd naar metaaldelen vanaf een bepaalde grootte, los van de vraag of dit wel of niet archeologisch relevant materiaal betreft. Deze metaaldelen worden vervolgens handmatig of machinaal benaderd en verwijderd. Hierdoor kunnen archeologische sporen - onbedoeld en onbewust - zonder vorm van documentatie worden verstoord en archeologisch relevante objecten ongezien worden verwi jderd. Loopgraven en stellingen kunnen objecten bevatten die een archeologische r elevantie hebben zoals gebruiksvoorwerpen of kenmerkende delen van bewapening. Om te voorkomen dat archeologische resten bij uitvoering van een OCE -onderzoek ongeregistreerd worden vergraven en verwijderd, verdient het aanbeveling dergelijk OCE -onderzoek waarbij een gerede kans bestaat dat archeologische resten (al dan niet gerelateerd aan WOII) archeologisch te laten begeleiden en hierover vroeg in de aanbesteding met de betreffende OCE-onderaannemer afspraken te maken.

In het kader van veiligheid dient het OCE-onderzoek hierin leidend te zijn en een Programma van Eisen voor een dergelijke begeleiding moet geïnt egreerd worden opgenomen in een projectplan NGE. Zie voor de afstemming tussen archeologie en OCE-werkzaamheden de SIKB Handreiking Samenloop Archeologie en Explosievenopsporing (www.sikb.nl).

6.5 Vervolgstappen Op basis van het uiteindelijke projectplan kan worden bepaald wat de locatie is van de toeko mstige ingrepen. Deze ingrepen zullen individueel moeten worde n getoetst of er bekende en/of verwachte archeologische resten worden bedreigd, en wat het effect hierop is. Dit kan worden bepaald aan de hand van een op te stellen gespecificeerde archeologische verwachting in de vorm van een beknopte quickscan per ingreep. Op basis van onderhavige studie wordt per ingreep de onderstaande gegevens gerapporteerd (conform vigerende versie van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA)). Indien noodzakelijk dient aanvullende literatuur geraa dpleegd te worden. Administratieve gegevens: Gemeente, plaats, toponiem en centrumcoördinaat. Omschrijving ingreep: Toekomstige situatie, oppervlakte en diepte. Bekende archeologische en historische informatie: Op basis van onderhavig onderzoek kan worden bepaald of er in een gebied bekende vindplaatsen voorkomen, of er eerder archeologisch onderzoek is uitgevoerd. Van de bekende vindplaatsen wordt het volgende gerapporteerd:

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Oss&id=fab90192-aeda-4c8b-a97a-b230f7111fc0