CConstaterende datOss
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3 - PlanMER - DEFINITIEF

Gemeenteraad 22 mei 2025, gemeente OssBij agendapunt: B Duurzame Polder - goedkeuring voorkeursalternatief34.004 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Ook integrale gebiedsontwikkeling is onderdeel van het project. Het plangebied van de Duurzame Polder is weergegeven op afbeelding 1.1.

1

Eindrapport Verkenning Duurzame Polder, ‘Mogelijkheden voor grootschalige windmolenparken en zonnevelden’, 16

2

Door een gewijzigde procesaanpak is de deadline van 1 januari 2025 aangepast (besluit gemeente ‘s-Hertogenbosch d.d. 5

maart 2020. september 2023, gemeente Oss d.d. 29 augustus 2023). De planning is dat in 2025 vergunningsaanvragen voorbereid kunnen worden, en mogelijke vergunningverlening in 2025 plaatsvindt.

30 | 308 Witteveen+Bos | 134741/24-016.385 | Definitief 02

Afbeelding 1.1 Plangebied Duurzame Polder

In het Plan van Aanpak Duurzame Polder1 is het proces tot aan vergunningverlening geschetst. Dit plan van aanpak ging nog uit van een combi-MER. Het plan van aanpak is inmiddels op enkele punten gewijzigd.2 Zo is gekozen voor het apart uitvoeren van een planMER en projectMER, wat in relatie staat tot de keuze een programma op te stellen op basis van de Omgevingswet. Het huidige proces van het project is voorzien in vier stappen. Het stappenplan is weergeven op afbeelding 1.2. Onder de afbeelding is een toelichting op de stappen opgenomen.

Afbeelding 1.2 Stappenplan tot vergunningverlening

1

Stap 1

Stap 2

Notitie Reikwijdte en Detailniveau

Tussenrapportage varianten

Stap 3 PlanMER en voorkeursalternatief in programma

Stap 4 ProjectMER en besluitvorming BoPa

notitie Reikwijdte en Detailniveau: · de Notitie Reikwijdte en Detailniveau (hierna: NRD) legt vast welke milieueffecten worden onderzocht, en hoe gedetailleerd dit gebeurt. De NRD bevat een beschrijving van het proces van het project, een beschrijving van de referentiesituatie en de voorgenomen activiteit. Ook bevat de NRD het beoordelingskader en geeft het een beeld van de mogelijke varianten. De NRD Duurzame Polder heeft van 8 september 2022 tot en met 19 oktober 2022 ter inzage gelegen. Dit planMER bouwt voort op de NRD en de binnengekomen zienswijzen. De NRD, zienswijzennota en beantwoording van adviezen op de NRD zijn opgenomen in bijlagen I, II en III;

1

Plan van Aanpak Duurzame Polder Oss – ’s-Hertogenbosch, mei 2022.

2

Door een gewijzigde procesaanpak is de deadline van 1 januari 2025 aangepast (besluit gemeente ‘s-Hertogenbosch d.d. 5 september 2023, gemeente Oss d.d. 29 augustus 2023). De planning is dat in 2025 vergunningsaanvragen voorbereid kunnen worden, en mogelijke vergunningverlening in 2025 plaatsvindt.

31 | 308 Witteveen+Bos | 134741/24-016.385 | Definitief 02

2

3

4

tussenrapport Denkrichtingen en varianten Duurzame Polder: · na de publicatie van de NRD is een ontwerpend onderzoek van start gegaan. In dit ontwerpend onderzoek zijn in deze fase vier denkrichtingen gedefinieerd voor de inrichting van de Duurzame Polder, met daarbij telkens vier varianten voor windopstellingen. In een Quickscan (opgenomen in bijlage IV) zijn deze opstellingsvarianten beoordeeld op haalbaarheid vanuit milieuperspectief. Ook zijn aandachtspunten inzichtelijk gemaakt voor de afweging over de varianten die in dit planMER onderzocht worden. De resultaten uit het ontwerpend onderzoek en het participatieproces zijn vastgelegd in de tussenrapportage (opgenomen in bijlage V). Op basis van de tussenrapportage (inclusief het ontwerpend onderzoek en participatieproces) zijn onderscheidende varianten ontwikkeld die de bandbreedte aan mogelijkheden in de Duurzame Polder met betrekking tot windenergie onderzoeken. Daarnaast zijn inrichtingsontwerpen voor de integrale gebiedsontwikkeling ontwikkeld die in het planMER beschouwd worden; planMER en voorkeursalternatief in programma: · het planMER onderzoekt de milieueffecten van de vijf varianten die op basis van het voorgaande proces zijn ontwikkeld. Hierbij worden plaatsingszones onderzocht.

Ook beschouwt dit planMER de milieueffecten van verschillende andere gebiedsontwikkelingen die plaats kunnen vinden in de Duurzame Polder. Deze informatie helpt de gemeenten tot een zorgvuldige keuze van het voorkeursalternatief te komen, dat bestaat uit plaatsingszones voor windturbines en een afweging ten aanzien van mogelijke gebiedsontwikkelingen. Het voorkeursalternatief wordt door de gemeenten vastgelegd in een programma onder de Omgevingswet. Het Ontwerp Programma wordt met het planMER als bijlage - ter inzage gelegd voor zienswijzen; projectMER en besluitvorming BoPa: · als het planMER is afgerond en het programma is vastgesteld kunnen initiatiefnemers een vergunning aanvragen voor het afwijken van het omgevingsplan. Dit is de omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BoPa). Beide gemeenten zijn bevoegd gezag voor deze vergunning. Voor de vergunningaanvraag moet een projectMER worden uitgevoerd. De planning is dat in 2025 vergunningsaanvragen voorbereid kunnen worden, en mogelijke vergunningverlening in 2025 plaatsvindt.

Dit planMER bouwt voort op de NRD en het ontwerpend onderzoek dat is uitgevoerd. Het biedt de benodigde milieu-informatie voor de besluitvorming over het programma Duurzame Polder.

1.1.2

Doel

Doelstelling Duurzame Polder Het doel van het project Duurzame Polder is het uiterlijk 1 januari 20251 verlenen van vergunningen voor de beoogde opwek van duurzame energie. Dit dient in samenhang met andere waarden en belangen te gebeuren, waardoor een integrale gebiedsontwikkeling plaatsvindt. Dit doel vloeit voort uit de gemeentelijke ambities om in 2045 (‘s-Hertogenbosch) en 2050 (Oss) klimaatneutraal te zijn en daarnaast uit het Klimaatakkoord en de RES 1.0 van de RES Noordoost Brabant. Energiedoelstelling Beide gemeenten willen een groot deel van hun energiedoelstelling realiseren in de Duurzame Polder. De energiedoelstelling voor de Duurzame Polder is nader geconcretiseerd en verschilt per gemeente. Gemeente Oss In de RES 1.0 is de energiedoelstelling van de gehele gemeente Oss vastgesteld op 0,28 terawattuur (TWh). Hiervan moet 0,24 TWh nog worden gerealiseerd (peildatum: RES 1.0). Een deel hiervan wil Oss buiten de Duurzame Polder opwekken. In totaal wil de gemeente Oss een resterend deel van de RES-opgave van 0,514 PJ (142 GWh) opwekken met windturbines in de Duurzame Polder.

1

Door een gewijzigde procesaanpak is de deadline van 1 januari 2025 aangepast (besluit gemeente ‘s-Hertogenbosch d.d. 5 september 2023, gemeente Oss d.d. 29 augustus 2023). De planning is dat in 2025 vergunningsaanvragen voorbereid kunnen worden, en mogelijke vergunningverlening in 2025 plaatsvindt.

32 | 308 Witteveen+Bos | 134741/24-016.385 | Definitief 02

Gemeente ’s-Hertogenbosch In de RES 1.0 (besluit 18 mei 2021) is de opgave voor de opwek van duurzame energie met wind en zon van de gemeente ’s-Hertogenbosch vastgesteld op 0,35 TWh (1,3 PJ), waarvan 0,24 TWh nog te realiseren (0,86 PJ) als resterende opgave voor de gemeente. Hierbij is 0,86 PJ als opgave voor het Bossche deel van de Duurzame Polder tot 2030 opgenomen, minus het resultaat van de uitvraag van 100 hectare zonnevelden buiten de Duurzame Polder. Met het Bestuursakkoord 2022 - 2026 is de opgave voor de Duurzame Polder gewijzigd. In het Bestuursakkoord is besloten door te pakken op de RES-opgave en deze te versnellen. Het college en de gemeenteraad hebben ervoor gekozen om de realisatie van de opgave en de versnelling te realiseren met 16 windturbines in de Duurzame Polder tot 2030 binnen de bestaande randvoorwaarden (dus uitsluitend windenergie). Daarnaast wordt maximaal 50 hectare aan zonnevelden buiten de Duurzame Polder gerealiseerd en worden kansen gepakt voor zonnevelden op incourante stukken grond. De exacte opwekdoelstelling die uit het aantal van 16 windturbines voor de Duurzame Polder volgt, is niet vastgelegd. Wel moet het samen met de 50 hectare zonnevelden buiten de Duurzame Polder, tot meer energieopwek leiden dan de resterende RES-opgave uit 2021 van 0,86 PJ die voor de gehele gemeente en voor zowel zon -als windenergie gold.

Integrale gebiedsontwikkeling Beide gemeenten hebben de ambitie om in de Duurzame Polder tot een integrale gebiedsontwikkeling te komen, waarbij de opgave voor het opwekken van duurzame energie wordt beschouwd in samenhang met andere belangen, zoals klimaatadaptatie, wonen, landbouw, natuur, recreatie en cultuurhistorie. Deze ambitie is vastgelegd in raadsbesluiten en de bestuursovereenkomst.1

1.1.3

Programma

De gemeenten Oss en ’s-Hertogenbosch stellen een programma op voor de Duurzame Polder. Het programma is een nieuw instrument onder de Omgevingswet. Een programma bevat beleid en/of maatregelen die leiden tot de gewenste kwaliteit van de fysieke leefomgeving. In dit geval gaat het om een voorkeursalternatief voor de inrichting van de Duurzame Polder. Dit voorkeursalternatief bevat plaatsingszones, kaders en maatregelen voor windenergie en de integrale gebiedsontwikkeling. Het programma vormt daarmee een ontwikkelkader voor toekomstige ontwikkelingen in het gebied (visie, beleid en vergunningverlening). Het programma is het ‘moederbesluit’ voor dit planMER. Het planMER wordt ten grondslag gelegd aan het programma.

1.1.4

Doel milieueffectrapportage

Het doel van een milieueffectrapportage is om het milieubelang volwaardig en vroegtijdig in te brengen in de plan- en besluitvorming. Dit planMER brengt de milieueffecten van (varianten voor) de ontwikkeling van de Duurzame Polder systematisch, transparant en objectief in beeld. Ook beschrijft het maatregelen om mogelijke aanzienlijke milieueffecten te voorkomen, te beperken of compenseren. Hiermee helpt dit rapport de gemeenten Oss en ’s-Hertogenbosch om tot een zorgvuldige en transparante afweging en besluit te komen.

1.1.5

Locatiekeuze Duurzame Polder

Sinds 2017 werken de gemeenten Oss en ’s-Hertogenbosch aan plannen voor de Duurzame Polder. Dit doen zij in afstemming met de provincie, het rijk en de omgeving. In maart 2020 heeft dit geleid tot het rapport 1

Raadsbesluit gemeente ’s-Hertogenbosch van 6 oktober 2020, Raadsbesluit (Vaststelling Visie energielandschap), gemeente ’sHertogenbosch van 7 juli 2020, Raadsbesluit gemeente Oss van 28 januari 2021, Bestuursovereenkomst Project Duurzame Polder.

33 | 308 Witteveen+Bos | 134741/24-016.385 | Definitief 02

‘Eindrapport Verkenning Duurzame Polder’. In de RES 1.0 van Noordoost Brabant is de Duurzame Polder vervolgens opgenomen als zoekgebied voor wind- en zonne-energie. Voorafgaand aan de keuze om een windpark te ontwikkelen in de Duurzame Polder, hebben de gemeenten afzonderlijk onderzocht welke locaties geschikt zijn voor windenergie binnen de gemeentegrenzen. Om vervolgens een afweging te maken voor welke locatie wordt gekozen om duurzame energie op te wekken. Het voornemen is om in 2025 de benodigde vergunningen te kunnen verlenen. Ter voorbereiding van de vergunningverlening dient in het planMER de locatie van nieuw aan te wijzen windenergiegebieden onderbouwd te worden. Om de locatiekeuze vanuit technische potentie te onderbouwen is een eerste analyse uitgevoerd voor de twee gemeenten. Hiervoor zijn de zogenaamde harde en zachte belemmeringen in beeld gebracht. Harde belemmeringen zijn bijvoorbeeld fysieke objecten, waar het niet mogelijk is een windturbine te realiseren. Daarnaast is tot kwetsbare objecten een afstand gelijk aan de tiphoogte aangehouden. De harde belemmeringen zijn weergegeven op Afbeelding 1.3 en 1.4. Dit toont een eerste inschatting van de vrije ruimte in de twee gemeenten. Hierbij geldt dat de kaarten moeten worden gezien als een globale inschatting van de harde belemmeringen.

Afbeelding 1.3 Harde belemmeringen windenergie gemeenten Oss en ’s-Hertogenbosch

Naast de harde belemmeringen zijn er ook zachte belemmeringen. Dit zijn belemmeringen waarvan bekend is dat het onder voorwaarden mogelijk is hiervan af te wijken. Op afbeelding 1.4 is dit weergegeven als ‘kansrijk, tenzij’. Voorbeelden van zachte belemmeringen zijn bijvoorbeeld natuurgebieden en laagvlieggebieden. De zachte belemmeringen zijn gecombineerd met de harde belemmeringen en weergegeven op een kansenkaart voor windenergie. Afbeelding 1.4 toont deze kaart en geeft de potentiële gebieden voor grootschalige windenergie in de gemeenten Oss en ’s-Hertogenbosch weer (zie vervolg toelichting).

34 | 308 Witteveen+Bos | 134741/24-016.385 | Definitief 02

Afbeelding 1.4 Potentiële ruimte voor grootschalige windenergie

Uit de afbeeldingen volgt dat met name in de gemeente Oss (meerdere) grote gebieden ‘kansrijk’ (geen belemmeringen) of ‘kansrijk, tenzij’ (zachte belemmeringen) zijn voor grootschalige windenergie. Een groot deel van het Osse grondgebied is ‘kansrijk, tenzij’ vanwege het laagvlieggebied. De gemeenten Oss en ’sHertogenbosch hebben zoals benoemd gekozen voor de Duurzame Polder om grootschalig windenergie op te wekken. Hieraan liggen voor beide gemeenten verschillende onderzoeken en motiveringen ten grondslag. Deze worden in het vervolg van deze paragraaf toegelicht. Gemeente ’s-Hertogenbosch Bij besluit van 9 oktober 2018 heeft de gemeenteraad besloten dat de Rosmalense Polder een gebied is waar in beginsel ruimte is voor een grootschalige plaatsing van windturbines en zonnepanelen. De polder kan daarmee een belangrijke plaats innemen in bij het realiseren van de doelstelling ‘Klimaatneutraal in 2050’. 1 In hetzelfde besluit is akkoord gegeven voor de opstelling van de Visie Energielandschap en de tweede fase van de verkenning Duurzame Polder. De gemeente ’s-Hertogenbosch heeft ervoor gekozen om de opwek van grootschalige energie op één locatie te clusteren. De reden is dat (wind)vrije zichten moeten blijven bestaan en voorkomen moet worden dat gebieden ingesloten worden door windturbines.

Er zijn drie gebieden te onderscheiden voor deze keuze2: - het gebied tussen Oss en ’s-Hertogenbosch; - het gebied rond de Bokhovense Polder, tussen ’s-Hertogenbosch-West en Heusden; - het gebied vanaf De Brand, richting Sint-Michielsgestel, inclusief de Dungense Polder.

1 2

Besluit van de gemeente ’s-Hertogenbosch van 9 oktober 2018 (reg.nr. 8257032). In de bijlage bij lijst van wijzigingen - gebieden behorend bij de Visie Energielandschap is opgenomen welke andere gebieden zijn beschouwd door de gemeente.

35 | 308 Witteveen+Bos | 134741/24-016.385 | Definitief 02

Op 7 juli 2020 is de Visie Energielandschap1 vastgesteld door de gemeenteraad van ’s-Hertogenbosch. In de visie wordt voor grootschalige windenergie geconstateerd en gemotiveerd dat de grote open polder tussen Oss en ‘s-Hertogenbosch hier het meest geschikt voor is. Ook wordt benoemd dat hier de verbinding kan worden gemaakt met duurzame energieopwekking in de Lithse en Geffense polder in gemeente Oss. De totstandkoming van deze conclusie wordt hieronder beknopt toegelicht. De redenen hiervoor zijn als volgt geformuleerd in de Visie Energielandschap: - de drie gebieden zijn gebieden binnen de gemeentegrenzen die technisch geschikt zijn voor de opwek van duurzame windenergie, gezien het open en grootschalige karakter van de gebieden; - de drie gebieden kennen weliswaar bepaalde kwaliteiten, zoals openheid en het weidevogelgebied, maar in alle drie de gevallen zijn de gebieden als geheel niet van dusdanige hoge kwaliteit dat dit dient te worden gevrijwaard. De huidige kernkwaliteiten van het landschap moeten wel als uitgangspunten worden meegenomen in de nadere uitwerking; - bij deze drie gebieden blijft de hinder voor omwonenden van de opwek van grootschalige windenergie relatief gezien beperkt, doordat afstand kan worden gehouden tot de woongebieden en in de gebieden zelf weinig mensen wonen.

Hierbij wordt opgemerkt dat niettemin naar verwachting wel hinder voor omwonenden zal ontstaan. De gebieden hebben alle drie eigen kwaliteiten en kenmerken, alhoewel de openheid en grootte van het gebied bij alle drie aanwezig is. Daarnaast zijn windparken volgens de Visie Energielandschap niet in te passen in het landschap. Dit komt omdat impact van windturbines op landschappen te groot is om dit passend te maken bij huidige landschappen die de gebieden kennen. Om deze reden kan ook niet landschappelijk worden bekeken in welk van de drie gebieden windturbines het best passend zouden zijn. Er is daarom gekozen om de opgave, het realiseren van duurzame energie, leidend te laten zijn voor de gebiedskeuze. Binnen de visie wordt ruimte geboden aan één locatie voor windenergie. De gemeente ’s-Hertogenbosch heeft hierbij nadrukkelijk voor de Rosmalense en Nulandse Polder gekozen, omdat deze polder als het grootste open gebied verreweg het beste potentieel heeft voor een grootschalige energieproductie. Ook kan hier de verbinding worden gemaakt met duurzame energieopwekking in de Lithse en Geffense Polder in de gemeente Oss. Voordeel van deze verbinding is onder andere dat de aansluiting op het elektriciteitsnet gezamenlijk kan plaatsvinden, zodat kosten gedeeld kunnen worden. Daarnaast is deze polder het meest geschikt voor de opgave van het maken van een integraal plan.

De gemeenteraad van ’s-Hertogenbosch heeft op 6 oktober 2020, nadat de Visie Energielandschap is vastgesteld, het besluit2 genomen dat de Duurzame Polder geschikt is en aangewezen wordt voor grootschalige opwek van windenergie. Dit heeft zij gedaan nadat de Verkenning 2 e fase was afgerond en het rapport was opgeleverd (zie alinea ‘Verkenning 1e fase en 2e fase Duurzame Polder’). In het besluit van 6 oktober 2020 is ook opgenomen dat de windturbines in de Duurzame Polder op meer dan 1 km afstand van de bebouwde kom moeten worden gerealiseerd. Dit is het gevolg van de aangenomen motie ‘Wind te Gast’3 van 7 juli 2020 bij het besluit over de Visie Energielandschap. Aanvullende motivering locatiekeuze ‘s-Hertogenbosch De doelstelling voor de gemeenten is om te komen tot een grootschalige opwek van windenergie. Dat betekent dat daar zowel fysieke ruimte voor nodig is in een voldoende open gebied, als ook het kunnen houden van voldoende afstand tot woonkernen in verband met mogelijke milieuhinder. Bovendien gelden ook landschappelijke redenen en afwegingen om te kunnen kiezen voor de realisatie van windenergie op een locatie. Deze zijn minder expliciet vastgelegd in documenten, maar worden hieronder toegelicht.

1

Raadsbesluit (Vaststelling Visie energielandschap), gemeente ’s-Hertogenbosch van 7 juli 2020.

2

https://s-hertogenbosch.raadsinformatie.nl/document/9134859/1/Raadsvoorstel+Duurzame+Polder.

3

https://s-hertogenbosch.raadsinformatie.nl/document/8982343/1/Agendanummer+8+-+Motie+6+-+Wind+te+Gast+-+RBVVD-CDA-GL-D66+-+Besluit.

36 | 308 Witteveen+Bos | 134741/24-016.385 | Definitief 02

In de gemeente ’s-Hertogenbosch zijn hiervoor drie mogelijke polders beschreven in de Visie Energielandschap. In de motivering in de Visie Energielandschap zijn diverse argumenten en onderbouwingen gegeven voor de keuze voor de Duurzame Polder (zie bovenstaande beschrijvingen). Dit wordt ook ondersteund door afbeelding 1.4, waaruit onder andere blijkt dat in de Bokhovense Polder en de Dungense Polder fysiek minder ruimte is voor de plaatsing van grootschalige windenergie. Daarnaast zijn deze polders ook relatief minder open dan de Duurzame Polder. Los van deze ruimtelijke, landschappelijke en maatschappelijke argumenten (energiedoelstelling), geldt dit ook voor de milieuaspecten. Hoe groter de afstand tot milieugevoelige objecten, hoe kleiner de milieuimpact zal zijn, waarbij het aantal mogelijke gehinderden ook een rol speelt. In de eerdergenoemde beschrijving uit de Visie Energielandschap is ook onderkend dat bij de drie gebieden in ’s-Hertogenbosch de hinder voor omwonenden van de opwek van grootschalige windenergie relatief gezien beperkt is, doordat afstand kan worden gehouden tot de woongebieden en in de gebieden zelf relatief weinig mensen wonen. Dit geldt dus bij alle drie genoemde polders, maar in de Duurzame Polder kan in de gemeente ’sHertogenbosch de meeste afstand worden gehouden tot bewoonde gebieden.

De afweging per potentieel gebied wordt hieronder toegelicht: - in de Bokhovense Polder is ook een bepaalde afstand te houden, maar met name als er meerdere windturbines geplaatst zouden worden in een grid of in verschillende lijnopstellingen (wat voorstelbaar is bij grootschalige windenergie), is veel ruimte nodig. Daardoor is minder goed afstand te houden tot de dichtbij gelegen woonkernen of bebouwingsclusters dan in de Duurzame Polder; - in de Dungense Polder kan ook minder afstand worden gehouden tot bewoonde gebieden, tegelijkertijd is daar het geluid mogelijk minder prominent vanwege de reeds aanwezige snelweg, maar blijft ook de vraag openstaan of cumulatie van geluiden (snelweg en windturbines) het woon- en leefklimaat onaanvaardbaar zal aantasten voor de bewoonde gebieden. Desondanks zouden de windturbines dan wel dichtbij de mogelijke toekomstige woningbouwontwikkeling van locatie Meerendonk (op lange termijn, in ieder geval niet voor 2030) liggen. Dit kan in de toekomst dus eventuele woningbouwontwikkeling belemmeren, wat naast de energietransitie een grote opgave voor de gemeente betreft. Alle informatie afwegende heeft de gemeenteraad van 's-Hertogenbosch gekozen om de Duurzame Polder als best beschikbare locatie te bezien om grootschalige energieopwek mogelijk te maken.

Deze afweging heeft plaatsgevonden in samenhang met de overige potentiële gebieden, zoals hierboven beschreven. Zo wordt beoogd om in de Duurzame Polder minder aantallen gehinderden te hebben, dat er meer ruimte is voor een landschappelijke inpassing in dit gebied, dat er maatregelen mogelijk zijn om kwetsbare natuur te ontzien dan wel te mitigeren, dat er meer energieopwek kan plaatsvinden, dat de grootste afstand tot woonkernen kan worden aangehouden en dat samen met de gemeente Oss een integrale gebiedsontwikkeling kan plaatsvinden, waardoor naast de negatieve effecten van een windpark ook positieve ontwikkelingen kunnen gaan plaatsvinden. Gemeente Oss Op basis van de potentie voor windenergie zijn, naast de Duurzame Polder, ook elders in de gemeente Oss grotere gebieden ten noordoosten van Oss geschikt en/of onderzocht. Dit komt naar voren in het rapport ‘Ruimtelijke verkenning naar Duurzame Energie in Oss’, uitgevoerd in 20171. Hierin wordt benoemd dat een aantal gebieden binnen de gemeente goede potentie biedt voor de inpassing van grotere opstellingen van windturbines.

Het gaat hierbij om de volgende gebieden: 1 het open agrarisch gebied aan de westzijde van de gemeente, tegen de grens met gemeente ’sHertogenbosch; 2 een gebied aan de noordoostzijde van de gemeente, aan de Maas; 3 het gebied ten noordoosten van Oss, grofweg gelegen ten zuidoosten van het dorp Haren en ten noorden van de spoorlijn Oss-Nijmegen; 4 het open gebied direct ten noordoosten van de kern Oss dat aansluit op bedrijventerrein Elzenburg-de Geer. 1

Te raadplegen via https://www.oss.nl/bestuur_en_organisatie/verordeningen-en-beleidsdocumenten/Beleidsdocumenten.htm, ‘Duurzame energie opwekken (ruimtelijk beleid)’.

37 | 308 Witteveen+Bos | 134741/24-016.385 | Definitief 02

Vervolgens is het rapport ‘Energie en ruimte’ opgesteld. Dit rapport richt zich meer op het landschappelijke effect van duurzame energie in Oss. Hierin wordt het volgende gesteld: ‘De ontwikkeling van één groot windpark heeft vanuit de ruimtelijke kwaliteit de voorkeur boven een ontwikkeling waarbij verspreid diverse kleinere parken worden ontwikkeld.’ In het rapport wordt ingegaan tussen het gebied ten westen van Oss (Lithse polder) en het gebied ten noordoosten van Oss (Haren en omgeving). Beide gebieden worden gekenmerkt door openheid, maar in de Lithse polder is de openheid nog groter dan in het oostelijk komgebied. Gesteld wordt dat de ontwikkeling van een windpark een landschappelijke ontwerpopgave is die een zorgvuldige uitwerking behoeft. Aandachtspunten voor de planvorming zijn de afstand tot de woonkernen, de historische landschapselementen en structuren als eendenkooien en Hertogswetering. Wanneer sprake is van meerdere windparken is ook de onderlinge afstand, in relatie tot de ruimtelijke wisselwerking tussen de parken, aandachtspunt. In de raadsinformatiebrief1 van 10 november 2020 heeft het college van de gemeente Oss aangegeven, naast de Duurzame Polder, geen andere geschikte locaties voor windenergie te zien binnen de gemeentegrenzen.

Wel worden twee alternatieve gebieden benoemd waarover discussie heeft plaatsgevonden (bijlage 2 bij raadsinformatiebrief): - Vorstengrafdonk/Nieuw Zevenbergen (industrieterrein ten zuidoosten van de stad Oss, nabij snelwegknooppunt Paalgraven). De ruimte die hier is, lijkt echter te beperkt voor windturbines. Dit komt onder andere door de aanwezigheid van een hoogspanningsverbinding, buisleidingen en natuur. Daarnaast wordt verwacht dat de slagschaduwhinder ervoor zorgt dat de businesscase niet haalbaar is en dat bedrijven hinder kunnen ondervinden in de bedrijfsvoering; - Stijbeemden (ten oosten van de stad Oss). Dit gebied komt vanuit de analyse (afbeelding 1.3), maar ook uit het rapport ‘Energie en ruimte’2, naar voren als geschikt. De gemeente heeft desondanks besloten niet mee te werken aan de ontwikkeling van windturbines in dit gebied, omdat onder andere: · wordt gekozen voor ruimtelijke clustering met het initiatief in ’s-Hertogenbosch; · afstandsnormen in de Duurzame Polder beter zijn in te vullen (minder woningen); · investeringen in de netwerkaansluiting gespreid kunnen worden over meer windturbines in combinatie met windturbines in ’s-Hertogenbosch; · in de Duurzame Polder sprake is van een lokaal geworteld initiatief op coöperatieve basis.

Vervolgens heeft de gemeenteraad van Oss op 28 januari 2021 het besluit genomen dat er een maximale inspanning gedaan moet worden om de afstanden tot de kernen zo groot mogelijk te laten zijn. Als uitgangspunt heeft de raad hierbij een norm van minimaal 2 km gehanteerd.3 Gelet op vorenstaande argumenten en de keuze van ’s-Hertogenbosch voor de Duurzame Polder heeft de gemeente Oss daarom ook gekozen voor de Duurzame Polder als gebied voor de grootschalige opwek met windenergie. Overige locatiealternatieven worden daarom in dit planMER niet onderzocht. Verkenning 1e fase en 2e fase Duurzame Polder In 2020 is het Eindrapport Verkenning Duurzame Polder4 vrijgegeven. Dit is de tweede fase in de verkenning voor de mogelijkheden van windenergie in de Duurzame Polder. De eerste fase vond plaats van oktober 2017 tot januari 2018. In deze periode zijn gesprekken gevoerd en beleidskaders verkend om te bezien welke mogelijkheden en belemmeringen er zijn voor een grootschalige opwekking van duurzame energie in het poldergebied. Geconcludeerd werd onder meer dat: - er in het algemeen een positieve houding is ten opzichte van duurzame energie en bereidheid voor deelname aan het planvormingsproces, mits dat transparant en eerlijk verloopt en de overheid daarover de regie voert;

1 2

Raadsinformatiebrief gemeente Oss van 10 november 2020, inclusief bijlagen. Te raadplegen via https://www.oss.nl/bestuur_en_organisatie/verordeningen-en-beleidsdocumenten/Beleidsdocumenten.htm, ‘Duurzame energie opwekken (ruimtelijk beleid)’.

3

Raadsbesluit verkenning Duurzame Polder 28 januari 2021 gemeenteraad Oss.

4

https://www.duurzamepolder.nl/storage/files/24/eindrapport-verkenning-duurzame-polder.pdf.

38 | 308 Witteveen+Bos | 134741/24-016.385 | Definitief 02

-

voor de realisatie van grootschalige windparken en zonnevelden een herziening van de geldende bestemmingsplannen nodig is; er diverse belangen spelen in het gebied, zoals leefbaarheid, economische waarden, natuurwaarden (weidevogels), landschappelijke waarden, laagvliegroutes van Defensie.

Deze conclusies waren voor de gemeenteraden van Oss en ’s-Hertogenbosch en Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant aanleiding om gezamenlijk een tweede fase uit te voeren om in beeld te brengen welke bredere gebiedsopgaven er zijn en op welke manieren de Duurzame Polder zich zou kunnen ontwikkelen. Uit de tweede fase is het Eindrapport voortgekomen. De conclusie is dat er geen harde belemmerende factoren zijn om niet in te zetten op de opwekking van grootschalige duurzame energie. Wel spelen veel belangen in en om de polder. Dit maakt dat de opgave voor het vervolg geen technische opgave is, maar met name een ruimtelijke opgave. Dit vraagt een vervolgproces waarin de verschillende belangen, aandachtspunten en afspraken afgewogen zullen moeten worden. De resultaten van de verkenning zijn gedeeld met het ministerie van Economische Zaken en Klimaat. Het ministerie benadrukt1 het belang van de ontwikkeling in de Duurzame Polder. Na afronding van de tweede verkenningsfase en vaststelling van de Visie Energielandschap, hebben de gemeenteraden van Oss en ‘s-Hertogenbosch besloten dat het gebied van de Duurzame Polder geschikt is en aangewezen wordt voor grootschalige opwek van windenergie (raadsbesluiten 6 oktober 2020 en 28 januari 2021), zoals hiervoor beschreven.

RES 1.0 Noordoost Brabant Voor de Regionale Energiestrategie Noordoost Brabant (RES 1.0) is een handreiking afwegingskader landschap2 opgesteld. Hierin is geconcludeerd dat de Duurzame Polder als ‘meest wenselijk’ zoekgebied geldt. Het landschapstype wordt vanwege de grootschaligheid en openheid geschikt geacht, met een maat en schaal die aansluit bij windturbines. Op de schaal van Noord-Brabant is met windturbines een landschappelijk passend verhaal te maken, als onderdeel van een reeks/sequentie van clusters windturbines in de Brabantse rivierklei en zeekleigronden. Ook wordt het benoemd als relatief dun bevolkt gebied, worden de mogelijkheden om een groot cluster te maken als positief gezien en liggen vraag en aanbod relatief dicht bij elkaar. Als aandachtspunten worden de ligging in waardevol weidevogelgebied benoemd, evenals de ligging in cultuurhistorisch landschap (Maaskant en Beerse Overlaat). Naast de Duurzame Polder wordt ook een gebied ten noordoosten van Oss aangeduid als ‘meest wenselijk’ op regionale schaal. Hiervoor geldt een gelijkende argumentatie als voor de Duurzame Polder, waarbij tevens wordt benoemd dat het mogelijk is aan te sluiten op windpark Elzenburg-De Geer. De zoekgebieden Polder Bokhoven en Oss-Noord worden beschouwd als ‘passend’, maar minder/niet wenselijk.

Dit komt met name doordat de afstand tussen de zoekgebieden Duurzame Polder en de reeds vergunde ontwikkelingen (Elzenburg-De Geer in Oss en Riethoven in ’s-Hertogenbosch) te klein is om van een individueel onderscheidend cluster te spreken. Tezamen zouden windturbines in de verschillende zoekgebieden in het noorden van de RES-regio een lange horizon van windturbines vormen. Vanuit landschappelijke beleving levert dit een onwenselijk beeld. Bovendien zouden Oss en ’s-Hertogenbosch bij de ontwikkeling van de zoekgebieden Polder Bokhoven en Oss-Noord omringd zijn door drie windparken. Afbeelding 1.5 toont de kaart met de ‘meest wenselijke’ zoekgebieden Duurzame Polder en Oss-Oost, zoals opgenomen in de RES 1.0 van Noordoost Brabant.

1

https://www.duurzamepolder.nl/storage/files/23/bijlage-f-brief-ministerie-ezk-verkenning-duurzame-polder.pdf.

2

Bijlage 4a RES 1.0 NOB - Handreiking afwegingskader landschap bij RES 1.0 Noordoost Brabant.

39 | 308 Witteveen+Bos | 134741/24-016.385 | Definitief 02

Afbeelding 1.5 Kaart met ‘meest wenselijke’ zoekgebieden voor windenergie in de regio Noordoost Brabant (RES 1.0)1

Conclusie Gelet op hetgeen overwogen in deze paragraaf, is de Duurzame Polder de meeste geschikte locatie voor het gezamenlijk door Oss en ’s-Hertogenbosch ontwikkelen van grootschalige windenergie. Alternatieve locaties worden vanwege ruimtelijke, milieutechnische, maatschappelijke en politiek-bestuurlijke argumenten minder geschikt geacht.

1.2

Leeswijzer

Tabel 1.1 toont de leeswijzer van dit planMER.

Tabel 1.1 Leeswijzer planMER Duurzame Polder Hoofdstuk

Inhoud

Deel A - Algemene delen 1

inleiding

de aanleiding en doel van dit planMER

2

mer-procedure

de mer-plicht, mer-procedure en rollen in de mer-procedure

3

kaders vanuit wetgeving en beleid

de nationale, provinciale, regionale en gemeentelijke wetgeving en beleidsdocumenten die een kader stellen voor het project Duurzame Polder

4

referentiesituatie

de huidige situatie binnen de Duurzame Polder

Deel B - Onderzoek milieueffecten windenergie 5

onderzoeksaanpak

de algemene onderzoeksaanpak van dit planMER

6

varianten windenergie

de vijf varianten die in dit planMER onderzocht worden

1

Afbeelding 1.5 s afkomstig van pagina 119 van Bijlage 4a RES 1.0 NOB - Handreiking afwegingskader landschap bij RES 1.0 Noordoost Brabant.

40 | 308 Witteveen+Bos | 134741/24-016.385 | Definitief 02

Hoofdstuk

Inhoud

Deel A - Algemene delen 7

effectanalyse en -beoordeling maatgevende

de onderzoeksaanpak en beschrijving en beoordeling van de maatgevende milieuthema’s

8

niet-maatgevende thema’s

de beschouwing van de niet-maatgevende milieuthema’s

9

ontwerpbesluit windturbines leefomgeving

beschrijving van de effecten van het ontwerpbesluit windturbines leefomgeving voor de Duurzame Polder

10 mitigerende maatregelen

de mitigerende maatregelen die nodig zijn

11 bevindingen voor verdere besluitvorming

bevindingen die ondersteunend zijn aan de besluitvorming door de gemeenten

Deel C - Integrale gebiedsontwikkeling 12 ruimtelijke principes integrale gebiedsontwikkeling

een toelichting op de ruimtelijke principes voor de integrale gebiedsontwikkeling van de Duurzame Polder

13 beschouwing kansen en aandachtspunten ruimtelijke principes

beschouwing van de kansen en aandachtspunten vanuit milieu van de ruimtelijke principes voor integrale gebiedsontwikkeling

Deel D - Voorkeursalternatief en vervolg 14 voorkeursalternatief

een nadere beschouwing van de milieueffecten van het voorkeursalternatief

15 leemten in kennis en aanzet tot monitoring

de aspecten waar (te) weinig (wetenschappelijke) kennis over is en hoe de milieueffecten gemonitord worden

16 referenties

de gebruikte bronnen voor dit planMER

41 | 308 Witteveen+Bos | 134741/24-016.385 | Definitief 02

2 MER-PROCEDURE De Omgevingswet stelt regels over de milieueffectrapportage en bijbehorende procedures. Dit hoofdstuk beschrijft de mer-plichten voor de Duurzame Polder, de procedure van het programma en het planMER en wie de initiatiefnemer en het bevoegd gezag is voor de planMER-procedure. Het planMER is één stap uit het gehele proces van de Duurzame Polder, dat is beschreven in paragraaf 1.1.1.

2.1

Mer-plicht

2.1.1

PlanMER

De gemeenten Oss en ’s-Hertogenbosch stellen voor de Duurzame Polder een programma op. Het programma is een nieuw instrument onder de Omgevingswet. In deze wet is het programma aangewezen als een document waarvoor een planMER-plicht kan gelden.1 Het programma is planMER-plichtig wanneer: 1 het programma kaderstellend is voor projectMER-(beoordelings)plichtige besluiten die zijn aangewezen in bijlage V bij het Omgevingsbesluit;2 2 voor het programma een Passende Beoordeling moet worden gemaakt;3 3 het programma kaderstellend is voor besluitvorming over projecten die niet zijn aangewezen in bijlage V bij het Omgevingsbesluit, maar wél aanzienlijke milieueffecten kunnen hebben. 4 Voor het programma Duurzame Polder geldt dat het programma kaderstellend is voor de besluitvorming over onder andere een windpark. Het programma bevat namelijk kaders voor de inrichting van het in de toekomst te vergunnen windpark. Het oprichten van een windpark van meer dan 20 windturbines is in bijlage V bij het Omgevingsbesluit aangewezen als projectMER-plichtig project. Voor een windpark van minder dan 20 windturbines5 geldt een projectMER-beoordelingsplicht. Daarom geldt voor het programma een planMER-plicht. Het Omgevingsbesluit stelt ook eisen aan de inhoud van het planMER (zie onderstaand tekstkader).

Inhoud planMER Het Omgevingsbesluit bepaalt dat een planMER in ieder geval de volgende informatie moet bevatten: - een beschrijving van de inhoud van het programma en de redelijke alternatieven (varianten), de belangrijkste doelstellingen van het programma en het verband met andere relevante plannen en programma’s; - de relevante aspecten van de bestaande staat of kwaliteit van het milieu en de mogelijke ontwikkeling daarvan als het plan of programma niet wordt uitgevoerd; - de milieukenmerken van gebieden waarvoor de effecten van het programma aanzienlijk kunnen zijn; - alle bestaande milieuproblemen die relevant zijn voor het plan of programma, in het bijzonder de problemen in gebieden waar het belang van het beschermen van het milieu een belangrijke rol speelt;

1

Artikel 16.34 lid 2 Omgevingswet.

2

Artikel 16.36 lid 1 Omgevingswet.

3

Artikel 16.36 lid 2 Omgevingswet.

4

Artikel 16.36 lid 4 Omgevingswet.

5

Vanaf 3 windturbines.

42 | 308 Witteveen+Bos | 134741/24-016.385 | Definitief 02

-

een beschrijving van de wijze waarop de doelstellingen ter bescherming van het milieu die zijn vastgesteld op internationaal, communautair of nationaal niveau en andere milieuoverwegingen zijn betrokken bij het plan of programma, voor zover zij relevant zijn voor het plan of programma; een beschrijving van de mogelijk aanzienlijke milieueffecten van de uitvoering van het plan of programma en van de redelijke alternatieven (varianten), met inbegrip van een beoordeling van die milieueffecten; de voorgenomen maatregelen om de aanzienlijke nadelige milieueffecten van de uitvoering van het programma te voorkomen, te beperken of te compenseren; een motivering van de selectie van de onderzochte alternatieven (varianten) en een beschrijving van de wijze waarop de milieueffecten zijn vastgesteld en beoordeeld, met inbegrip van de moeilijkheden die bij het verzamelen van de vereiste informatie zijn ondervonden, zoals technische tekortkomingen of ontbrekende kennis; een beschrijving van de voorgenomen monitoringsmaatregelen; een niet-technische samenvatting.

-

-

-

2.1.2

ProjectMER

Onder de Omgevingswet zijn projectMER-plichtige besluiten aangewezen in bijlage V bij het Omgevingsbesluit. In deze bijlage zijn windturbineparken opgenomen in categorie C2, zie tabel 2.1.

Tabel 2.1 Categorie C2 van bijlage V van het Omgevingsbesluit Kolom 1 Projecten

Kolom 2 Gevallen waarin de mer-plicht geldt (artikel 16.43, eerste lid, aanhef en onder a, van de wet)

Kolom 3 Gevallen waarin de merbeoordelingsplicht geldt (artikel 16.43, eerste lid, aanhef en onder b, van de wet)

Kolom 4 Besluiten als bedoeld in artikel 11.6, derde lid, onder c, van dit besluit

C2 Windparken

oprichting, wijziging of uitbreiding van een windpark met 20 of meer windturbines

oprichting, wijziging of uitbreiding van een windpark met drie of meer windturbines

de omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit of het kavelbesluit op grond van artikel 3 van de Wet windenergie op zee

Indien er een windpark van meer dan 20 windturbines in de Duurzame Polder wordt gerealiseerd, geldt een projectMER-plicht voor de omgevingsvergunning die de windturbines mogelijk maakt. Bij een (of meerdere) windpark(en) van minder dan 20 windturbines geldt een projectMER-beoordelingsplicht voor de omgevingsvergunning die de windturbines mogelijk maakt.

2.2

Procedure en besluitvorming

De planMER-procedure voor de Duurzame Polder kent de stappen zoals weergegeven in tabel 2.2.

Tabel 2.2 Stappen planMER-procedure

1

Stap

Inhoud

kennisgeving voornemen en participatie

van het voornemen tot de benodigde besluitvorming voor de Duurzame Polder, het opstellen van een milieueffectrapportage en de NRD is op 7 september 2022 kennisgegeven in het Gemeenteblad van gemeenten Oss en ’s-Hertogenbosch en Oss Actueel

43 | 308 Witteveen+Bos | 134741/24-016.385 | Definitief 02

Stap

Inhoud

2

Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD)

de NRD (zie bijlage I) heeft vanaf 8 september 2022 voor zes weken ter inzage gelegen en een aantal instanties is om advies gevraagd. De zienswijzen zijn beantwoord in een zienswijzennota en document beantwoording adviezen (zie bijlage II en III)

3

tussentijds advies Commissie mer

de Commissie mer is vrijwillig om advies gevraagd over de tussenrapportage en concept varianten. Dit advies is opgenomen in bijlage VI. Hoe met dit advies is omgegaan is beschreven in bijlage XXI

4

opstellen planMER

in 2023 en 2024 is dit planMER opgesteld. Het planMER is opgesteld op basis van het concept c.q. het ontwerp programma

5

ter inzage leggen planMER en programma

het ontwerp programma wordt voor zes weken ter inzage gelegd, met dit planMER als bijlage. Iedereen heeft dan de mogelijkheid om een zienswijze in te dienen

6

toetsingsadvies Commissie mer

de Commissie mer wordt om advies gevraagd over het planMER

7

vaststellen programma met planMER

het advies van de Commissie mer en de zienswijzen worden meegenomen in de definitieve versie van het programma. De definitieve versie van het programma, waarin het voorkeursalternatief is verwerkt, wordt vastgesteld door beide gemeenten

8

monitoring

de gemeenten monitoren de aanzienlijke milieueffecten van de uitvoering van het programma

Nadat de planMER-procedure is afgelopen en het programma is vastgesteld kan een initiatiefnemer (de ontwikkelaar van een windpark) een projectMER-procedure opstarten en vervolgens een vergunning aanvragen.

2.3

Rollen in de mer-procedure

Initiatiefnemer Een initiatiefnemer is degene die het voornemen heeft een activiteit te ondernemen. Voor de Duurzame Polder zijn er twee typen initiatiefnemers: - de gemeenten Oss en ’s-Hertogenbosch: zij zijn initiatiefnemer voor het programma Duurzame Polder, en dus initiatiefnemer in het kader van dit planMER; - de initiatiefnemers van concrete ontwikkelingen in de Duurzame Polder: zij zijn initiatiefnemer voor de concrete projecten, en dus initiatiefnemer in het kader van een toekomstige projectMER-procedure. Bevoegd gezag De gemeenten Oss en ’s-Hertogenbosch zijn, ieder voor het eigen grondgebied, het bevoegd gezag voor het programma en daarmee ook het bevoegd gezag voor deze planMER-procedure. In beginsel is het Rijk bevoegd gezag voor windparken van meer dan 100MW, en de provincie voor windparken tussen de 5 en 100MW.1 Het Rijk en de provincie kunnen hun bevoegdheid echter overdragen als besluitvorming door een ander bestuursorgaan het project kan versnellen of daar andere voorwaarden aan zijn verbonden en het college van burgemeester en wethouders daarmee instemt. In 2021 sloten het ministerie van Economische Zaken en Klimaat, de provincie Noord-Brabant en beide gemeenten een bestuursovereenkomst waarin de bevoegdheid is overgedragen aan de gemeenten.

1

Artikel 9B en 9C Elektriciteitswet na invoering Omgevingswet (N.B. wetsvoorstel is op het moment van schrijven nog aanhangig bij de Tweede Kamer).

44 | 308 Witteveen+Bos | 134741/24-016.385 | Definitief 02

Adviseurs De gemeenten hebben een aantal instanties om advies gevraagd over de Notitie Reikwijdte en Detailniveau. Deze adviseurs zijn het ministerie van EZK, de provincie Noord-Brabant, TenneT, Rijkswaterstaat Zuid Nederland, Waterschap Aa en Maas, de GGD en de Brandweer Brabant-Noord. De adviezen zijn opgenomen in de beantwoording van de adviezen. Zij zijn ook gevraagd om advies tijdens het vervolg van de merprocedure. Daarnaast is de Commissie mer om advies gevraagd op de concept varianten en het planMER.

45 | 308 Witteveen+Bos | 134741/24-016.385 | Definitief 02

3 KADERS VANUIT WETGEVING EN BELEID Dit hoofdstuk beschrijft de hoofdlijnen van relevante wetgeving en beleid dat heeft geleid tot de plannen voor de Duurzame Polder. De thema-specifieke wetgeving en beleid, zoals natuurwetgeving en -beleid is nader beschreven in de themahoofdstukken.

3.1

Europees en internationaal beleid

Klimaatakkoord Parijs De Overeenkomst van Parijs inzake klimaatverandering (Klimaatakkoord Parijs) is het eerste juridisch bindende, wereldwijde klimaatverdrag. Hier is als belangrijkste doelstelling in opgenomen dat de gemiddelde mondiale temperatuurstijging onder 2°C moet blijven, met inspanningen om de stijging verder te beperken tot 1,5 °C. Om deze doelstelling te bereiken moet de CO2-uitstoot worden teruggedrongen, dit kan onder andere door meer elektriciteit op te wekken met hernieuwbare energiebronnen. European Green Deal: Fit for 55 De Europese Green Deal is het programma van de Europese Commissie om klimaatverandering tegen te gaan. Binnen de Green Deal is het Fit for 55 het eerste pakket aan maatregelen om de ambities van de Green Deal in wetgeving om te zetten. Fit for 55 bestaat uit een reeks voorstellen om de EU-wetgeving te actualiseren en het EU-beleid aan te passen aan de Europese klimaatdoelen. Fit for 55 verwijst namelijk naar de doelstelling van de EU om in 2030 de netto‑uitstoot van broeikasgassen met ten minste 55 % te hebben verminderd. Het Fit for 55-pakket bevat onder andere een voorstel om de richtlijn Hernieuwbare energie te herzien. Het aandeel hernieuwbare energie in 2030 wordt met dit voorstel verhoogd van 32 % naar 42,5 %, waarbij de EU-lidstaten moeten streven naar 45 %.

3.2

Nationaal beleid

Nederlands Klimaatakkoord In 2015 is in het Klimaatakkoord van Parijs afgesproken de opwarming van de aarde te beperken tot minder dan twee graden Celsius, met een streven naar 1,5 graad Celsius. In het Nederlandse Klimaatakkoord is daaropvolgend afgesproken om het emissieniveau van broeikasgassen (met name CO2) in Nederland te reduceren, om zo een bijdrage te leveren aan het beperken van het opwarmen van de aarde. Conform het Klimaatakkoord heeft het kabinet een Klimaatplan 2021-2030 opgesteld, waarin het beleid en de afspraken staan beschreven om de doelstellingen uit het Klimaatakkoord te behalen. In het Coalitieakkoord 2021-2025 is dit doel verder aangescherpt naar een 60 %-afname in broeikasgassen in 2030. In het Klimaatakkoord wordt gestreefd naar het opschalen van de elektriciteitsproductie uit hernieuwbare bronnen tot 84 TWh. De hernieuwbare bronnen bestaan uit onder andere wind op zee, en hernieuwbare energie op land. Het aandeel hernieuwbaar op land zal in 2030 35 TWh bedragen en bestaat voornamelijk uit wind op land en zon-PV. Het doel is om een overwegend decentraal, hernieuwbaar elektriciteitssysteem te hebben in 2050. Het is aan de regio om na te gaan op welke manier de doelstellingen het beste gerealiseerd kunnen worden. Decentrale overheden kunnen ervoor kiezen om ten behoeve van de

46 | 308 Witteveen+Bos | 134741/24-016.385 | Definitief 02

maatschappelijke acceptatie van de energietransitie het instrument van de Regionale Energiestrategieën (RES) in te zetten. Nationale Omgevingsvisie Eén van de vier prioriteiten uit de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) is ‘Ruimte maken voor klimaatadaptie en energietransitie’. De Rijksoverheid kiest in de NOVI voor het realiseren van de opgave van duurzame energie voor de kwaliteit van de omgeving en het combineren van functies. Grootschalige clustering van de productie van duurzame energie heeft de voorkeur. Daarbij moet rekening gehouden worden met andere waarden, zoals landschappelijke kenmerken, nationale veiligheid, natuur, cultureel erfgoed, water en bodem én maatschappelijk en bestuurlijk draagvlak. Bewoners moeten betrokken zijn, invloed hebben en meeprofiteren in de opbrengsten. Ontwerpbesluit Windturbines leefomgeving Op 12 oktober 2023 is het Ontwerpbesluit windturbines leefomgeving gepubliceerd. Dit ontwerpbesluit bevat een wijziging van de windturbinebepalingen uit het Besluit kwaliteit leefomgeving en Besluit activiteiten leefomgeving onder de Omgevingswet. Het bevat strengere normen ten aanzien van geluidsbelasting, slagschaduw en externe veiligheid. Ook introduceert het Ontwerpbesluit een afstandsnorm van twee keer de tiphoogte van de windturbine tot windturbinegevoelige gebouwen (waaronder woningen). De geplande inwerkingtreding van dit besluit is op 1 juli 2025.

Tot deze datum is het voor gemeenten mogelijk om lokale normen te stellen voor windturbines. Bij vaststelling van het programma moet wel rekening worden gehouden met verlening van een vergunning (BoPa) na inwerkingtreding van het Ontwerpbesluit. Hoofdstuk 9 bevat een samenvatting van de belangrijkste bepalingen uit het Ontwerpbesluit en de mogelijke impact op dit planMER.

3.3

Provinciaal beleid

Brabantse Omgevingsvisie Provincie Noord-Brabant noemt in haar Omgevingsvisie uit 2018 als één van de vier hoofdopgaven ‘Werken aan de Brabantse energietransitie’. Voor 2030 stelt de provincie als doel ten minste 50 % reductie van broeikasgassen ten opzichte van de uitstoot in 1990 en ten minste 50 % duurzame energie. Voor 2050 is het doel 100 % duurzame energie, grotendeels afkomstig uit Noord-Brabant. Om deze doelen te bereiken wil de provincie onder andere via een enorme groeispurt grootschalig gebruikmaken van energie via wind, zon, water en duurzame warmte. Omgevingsverordening Noord-Brabant Windenergie In de Omgevingsverordening van de provincie Noord-Brabant zijn regels opgenomen met betrekking tot nieuwvestiging van windenergie.

Artikel 5.51 van de Omgevingsverordening stelt regels voor het plaatsen van windturbines met een bouwhoogte van tenminste 25 m: - de windturbines moeten passen in de gewenste ontwikkelrichting; - de windturbines worden in een cluster opgesteld; - de ontwikkeling dient maatschappelijke meerwaarde te geven, waaronder de mogelijkheid om te participeren voor de omgeving; - de ontwikkeling is afgestemd met de omliggende gemeenten en de netwerkbeheerder; - de plannen moeten borgen dat wordt voldaan aan het treffen van mitigerende maatregelen om faunaslachtoffers te voorkomen en de daaraan gekoppelde onderzoek- en monitoringsplicht, zoals opgenomen in het bouwstenendocument ‘Natuurinclusieve Energietransitie voor Wind en Hoogspanning op Land’; - de verleende omgevingsvergunning is ten hoogste 25 jaar geldig; - er is juridisch en financieel geborgd dat de windturbines na verstrijken van de termijn worden verwijderd.

47 | 308 Witteveen+Bos | 134741/24-016.385 | Definitief 02

Artikel 5.52 stelt aanvullende regels voor windturbines in het Natuur Netwerk Brabant. Windturbines kunnen slechts worden toegestaan in het NNB in het geval dat: - het NNB direct aansluitend op de hoofdinfrastructuur ligt; - uit een alternatievenafweging blijkt dat negatieve effecten op de ecologische waarden en kenmerken waar mogelijk worden beperkt; - bij verlies van ecologische waarden en kenmerken wordt voldaan aan de bepalingen rondom compensatie uit artikel 5.37 van de Omgevingsverordening; - toepassing is gegeven aan artikel 5.31 van de Omgevingsverordening betreffende overdraai van de wieken. Basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies De Omgevingsverordening bevat ook een aantal basisprincipes die van toepassing zijn op nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. Deze principes zijn in deze paragraaf samengevat. Artikel 5.7 bevat een zorgplicht voor een goede omgevingskwaliteit. Een omgevingsplan moet invulling geven aan een veilige, gezonde leefomgeving met een goede omgevingskwaliteit. Hiervoor moet in ieder geval toepassing worden gegeven aan:

- zorgvuldig ruimtegebruik (artikel 5.8). Dit betekent onder andere dat een ontwikkeling plaatsvindt binnen bestaand ruimtebeslag;

- de lagenbenadering (artikel 5.9). Dit houdt in dat rekening moet worden gehouden met de effecten op (de onderlinge wisselwerking tussen de) verschillende lagen: de ondergrond (bijvoorbeeld bodem), de netwerklaag (bijvoorbeeld natuurnetwerk) en de bovenste laag (bijvoorbeeld cultuurhistorische waarden);

- meerwaardecreatie (artikel 5.10). Dit omvat een evenwichtige benadering van de economische, ecologische en sociale aspecten die in een gebied en bij een ontwikkeling zijn betrokken. Versterken van omgevingskwaliteit De provincie Noord-Brabant stelt ook regels voor het versterken van de omgevingskwaliteit. Artikel 5.11 bepaalt dat een omgevingsplan dat activiteiten mogelijk maakt in het landelijk gebied, moet bepalen dat dit gepaard gaat met een fysieke verbetering van landschappelijke kwaliteit van het gebied of de omgeving. Deze verbetering kan bestaan uit: a) landschappelijke inpassing; b) het toevoegen, versterken of herstellen van landschapselementen die een bijdrage leveren aan de versterking van de landschapsstructuur of de relatie stad-land; c) het behoud of herstel van cultuurhistorisch waardevolle bebouwing of terreinen; d) het wegnemen van verharding; e) het slopen van bebouwing; f) de realisering van het Natuur Netwerk Brabant of een ecologische verbindingszone ; of g) het aanleggen van extensieve recreatieve mogelijkheden.

Lid 4 van dit artikel bepaalt dat, wanneer een omgevingsplan uitvoering geeft aan het tweede lid, punt b – dat betrekking heeft op het nakomen van de afspraken uit het regionaal overleg en gericht is op het toevoegen, versterken of herstellen van landschapselementen – er ook een passende financiële bijdrage moet worden geleverd aan een landschapsfonds. Bij de realisatie van windturbines in het landelijk gebied is het gebruikelijk geworden om deze bijdrage voor landschappelijke kwaliteitsverbetering vast te stellen op EUR 15.000,-- per MW opgesteld vermogen. Daarnaast wordt er periodiek gerapporteerd over de besteding van de middelen uit dit fonds in het regionaal overleg, zoals bedoeld in afdeling 7.2 ‘Regionaal samenwerken.’ De verbetering moet daarnaast in lijn zijn met de gewenste ontwikkelrichting voor dit gebied. Artikel 5.12 bepaalt dat een dergelijke ontwikkelingsrichting moet worden opgesteld met inbegrip van in ieder geval de volgende aspecten: a) welke activiteiten en functies vanuit een gebiedsgerichte benadering passen in de omgeving;

48 | 308 Witteveen+Bos | 134741/24-016.385 | Definitief 02

b) c) d)

welke effecten de ontwikkeling van die activiteiten en functies heeft op andere aspecten (bijvoorbeeld een veilige en gezonde leefomgeving en leefbaarheid); op welke wijze de omgevingskwaliteit in het gebied versterkt kan worden; op welke wijze de sloop van leegstaande of overtollige bebouwing wordt gerealiseerd.

De notitie ‘Uitgangspunten toepassing kwaliteitsverbetering landschap Noord-Brabant’ bevat de Brabantbrede uitgangspunten voor de toepassing van de regeling kwaliteitsverbetering landschap. Bestuursakkoord 2023 - 2027 ‘Samen maken we Brabant!’ Het bestuursakkoord van de Provincie Noord-Brabant geeft richting aan de toekomstbestendige ontwikkeling van Brabant. In de komende bestuursperiode richt de provincie zich op de vier onderstaande vooruitzichten. Per vooruitzicht zijn de thema’s die relevant zijn voor de Duurzame Polder beschreven. 1 zicht op een welvarend, gezond en gelukkig Brabant: · gezondheid: de provincie streeft naar een goede kwaliteit van het milieu: een schone bodem, schoon water, schone lucht en zo min mogelijk geluidshinder. Er wordt ingezet op aantrekkelijke groene omgevingen in het stedelijk gebied en het beschermen van de leefomgeving tegen negatieve invloeden; 2 zicht op een verbonden Brabant: · ruimtelijke kwaliteit: de provincie heeft verschillende beleidskaders voor het behoud en de ontwikkeling van ruimtelijke kwaliteit. De Brabantse Omgevingsvisie ‘Kwaliteit voor Brabant’ blijft de stip op de horizon.

De provincie wil ook inzetten op meer mogelijkheden voor gecombineerd meervoudig ruimtegebruik, door meer functies op één plek mogelijk te maken; 3 zicht op een duurzaam veranderend Brabant: · klimaat en energie: de provincie wil in 2030 55 % minder CO2 uitstoten dan in 1990. Het streven is om in 2050 klimaatneutraal te zijn. Windenergie is een onderdeel van de uitvoering van de Regionale Energie Strategieën. Extra wint op land wordt door de provincie toegestaan als er sprake is van lokaal eigenaarschap en voldoende draagvlak; · agrarische ontwikkeling: de provincie wil een toekomstbestendige landbouw- en voedselsector die bijdraagt aan een balans tussen maatschappij, economie en ecologie. Dit vraagt om een ingrijpende transitie. De provincie jaagt innovatie in de landbouwsector aan. Daarnaast wil ze inzetten op biologische-, natuurinclusieve- en kringlooplandbouw; 4 zicht op een gezonde natuur- en waterrijke leefomgeving: · natuur: de provincie realiseert het Natuurnetwerk Brabant en legt ecologische verbindingszones aan. Daarnaast zet de provincie in op groenblauwe dooradering: het toevoegen van natuur en water aan de openbare ruimte; · water en bodem: de provincie wijst gebieden aan voor het opvangen van water bij hevige regenbuien en infiltratiegebieden voor het aanvullen van het grondwater. Om verdroging tegen te gaan voert de provincie de Brabantse Droogteagenda uit.

Voor grondwater ontwikkelt de provincie een verdringingsreeks in geval van schaarste en ernstige verdroging.

3.4

Regionaal beleid

Regionale Energiestrategie 1.0 (RES Noordoost Brabant) De RES 1.0 van Noordoost Brabant is het resultaat van samenwerking tussen de gemeenten in de regio, de provincie Noord-Brabant, Waterschappen Aa en Maas en De Dommel en netbeheerder Enexis. In de RES 1.0 wordt beschreven hoe de regio tot 2030 aan de slag gaat met besparing en opwekking van duurzame energie, voor zowel elektriciteit als warmte. De regio heeft als doelstelling om in 2030 1,6 TWh elektriciteit op te wekken met hernieuwbare energiebronnen. Bij die 1,6 TWh wordt uitgegaan van 0,7 TWh door wind en zonnevelden, dat is gelijk aan 48 windturbines of 794 ha aan zonnevelden. Het Bossche en Osse deel van de regionale opgave is toegelicht in paragraaf 1.1.2.

49 | 308 Witteveen+Bos | 134741/24-016.385 | Definitief 02

3.5

Gemeentelijk beleid

3.5.1

Gemeente Oss

De gemeente Oss heeft verschillende relevante beleidsstukken die raakvlak hebben met de ontwikkelingen in de Duurzame Polder. Gebiedsvisie Vitaal Buitengebied Oss De gemeenteraad van de gemeente Oss heeft in 2021 ingestemd met de gebiedsvisie vitaal buitengebied als bouwsteen voor de omgevingsvisie. De gebiedsvisie Vitaal Buitengebied Oss is één van de drie gebiedsvisies die samengevoegd zullen worden tot een integrale Omgevingsvisie voor de gehele gemeente Oss. Als de Omgevingsvisie is vastgesteld is daarmee ook de Structuurvisie Buitengebied uit 2015 vervangen. Een belangrijk thema van de Gebiedsvisie Vitaal Buitengebied Oss is het thema ‘Ruimte voor Energie’. In regionaal verband is afgesproken dat in Oss in 2030 11 % energie is bespaard en 0,93 PJ duurzame energie is opgewekt. De gemeente Oss kiest ervoor om de RES-opgave voor 2030 in te vullen door middel van windenergie, vanwege de hoge opwekcapaciteit per windturbine en het relatief geringe ruimtebeslag. Deze energieopgave wordt onder andere ingevuld door middel van clustering van windturbines in de Duurzame Polder. Dit wordt gecombineerd met een integrale gebiedsontwikkeling, dat wil zeggen dat de energieopwekking in samenhang met andere waarden zoals agrarische ontwikkeling, natuurontwikkeling en klimaatadaptatie wordt opgepakt.

Coalitieakkoord ‘Samen Duurzaam Vooruit 2022 - 2026 In mei 2022 hebben de politieke partijen die gezamenlijk de coalitie vormen in de gemeente Oss het coalitieakkoord gepresenteerd. Hierin staan de hoofdlijnen van de richting voor de komende jaren voor de gemeente Oss. Ten aanzien van klimaat en energie is opgenomen dat de gemeente in 2050 klimaat adaptief en energieneutraal is. De ambitie is om in te zetten op het vergroten van een tijdig aanbod van duurzame energie (meer opwekken) en het verminderen van energiegebruik door besparing. Het speerpunt ten aanzien van opwek in de Duurzame Polder is als volgt opgenomen: ‘We realiseren een windpark in de duurzame polder en op Elzenburg de Geer. We gaan door met deze vastgestelde plannen. De afspraken in de bestuursovereenkomst over de duurzame polder zijn leidend.’ De bestuursovereenkomst is op 12 oktober 2021 gesloten met de provincie Noord-Brabant en het ministerie van Economische Zaken en Klimaat (hierna: EZK). In de bestuursovereenkomst is afgesproken dat de gemeenten als bevoegd gezag optreden voor het project Duurzame Polder. Ook is het doel van het project vastgelegd (zie hoofdstuk 1). De toekomst van de landbouw in Oss In januari 2021 heeft het college van B&W de visie op de transitie van de landbouw in Oss aangeboden aan de gemeenteraad.

Hierin is opgenomen dat de gemeente streeft naar een sterke, toekomstbestendige agrarische sector in Oss. Op basis van een economisch vol te houden model dat ecologisch verantwoord is en voldoende politiek- maatschappelijk draagvlak heeft. Binnen die context ondersteunt de gemeente de transitie van de landbouw in de gemeente en regio Binnen de transitie van de landbouw spelen allerlei thema’s met specifieke accenten. De visie benoemt de thema’s die het meest relevant zijn met de uitgangspunten die worden gehanteerd, zoals klimaat, mest, agrarisch ondernemerschap en grondgebruik. Over de energietransitie is opgenomen dat de gemeente koppelkansen ziet tussen landbouw en energieopwekking. Zo lopen allerlei initiatieven van agrariërs en van ontwikkelaars in agrarisch gebied. Een ander aspect is het terugdringen van het energieverbruik in de sector. Omschakeling van fossiele brandstoffen naar duurzame energie speelt hierin een belangrijke rol. Om de biodiversiteit te versterken ziet de gemeente mogelijkheden in het concept van natuurinclusieve landbouw. De gemeente werkt aan nieuwe manieren om natuurinclusieve landbouw te stimuleren.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Oss&id=e7c66609-b9b9-4af4-9075-360fb61dfe53