Bijlage 3 - PlanMER - DEFINITIEF
Tekst van het document
Duurzame Polder PlanMER
Gemeente Oss en gemeente 's-Hertogenbosch 18 november 2024
Project Opdrachtgever
Duurzame Polder Gemeente Oss en gemeente 's-Hertogenbosch
Referentie
PlanMER Definitief 03 25 november 2024 134741/24-017.337
Projectcode
134741
Document Status Datum
Dit document is geautoriseerd en intern aantoonbaan vrijgegeven conform het kwaliteitsmanagementsysteem van Witteveen+Bos. Het kwaliteitsmanagementsysteem van Witteveen+Bos is gecertificeerd op basis van ISO 9001.
Paraaf
Adres
Witteveen+Bos Raadgevende ingenieurs B.V. | Deventer Daalsesingel 51c Postbus 24087 3502 MB Utrecht +31 (0)30 765 19 00 www.witteveenbos.com KvK 38020751
© Witteveen+Bos Niets uit dit document mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt in enige vorm zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van Witteveen+Bos noch mag het zonder dergelijke toestemming worden gebruikt voor enig ander werk dan waarvoor het is vervaardigd, behoudens schriftelijk anders overeengekomen. Witteveen+Bos aanvaardt geen aansprakelijkheid voor enigerlei schade die voortvloeit uit of verband houdt met het wijzigen van de inhoud van het door Witteveen+Bos geleverde document.
INHOUDSOPGAVE
DEEL A - ALGEMENE DELEN
10
0
SAMENVATTING
11
0.1
Aanleiding en doel planMER
11
0.2
Wat leest u in het planMER?
12
0.3
Samenvatting effecten per thema
15
0.3.1 0.3.2 0.3.3 0.3.4 0.3.5
15 16 16 18 18
Landschap, cultuurhistorie en archeologie Water Natuur Veiligheid Gezonde leefomgeving
0.4
Beschouwing ruimtelijke principes integrale gebiedsontwikkeling
19
0.5
Bevindingen voor verdere besluitvorming
20
0.6
Beoordeling voorkeursalternatief
21
0.6.1 0.6.2 0.6.3
21 23 26
Beschrijving VKA windenergie Beoordeling VKA windenergie Ruimtelijke principes VKA
0.7
Samenvatting effectbeoordelingen
26
1
INLEIDING
30
1.1
Voorgenomen project: Duurzame Polder
30
1.1.1 1.1.2 1.1.3 1.1.4 1.1.5
30 32 33 33 33
Aanleiding Doel Programma Doel milieueffectrapportage Locatiekeuze Duurzame Polder
1.2
Leeswijzer
40
2
MER-PROCEDURE
42
2.1
Mer-plicht
42
2.1.1 2.1.2
PlanMER ProjectMER
42 43
Procedure en besluitvorming
43
2.2
2.3
Rollen in de mer-procedure
44
3
KADERS VANUIT WETGEVING EN BELEID
46
3.1
Europees en internationaal beleid
46
3.2
Nationaal beleid
46
3.3
Provinciaal beleid
47
3.4
Regionaal beleid
49
3.5
Gemeentelijk beleid
50
3.5.1 3.5.2
50 52
Gemeente Oss Gemeente ’s-Hertogenbosch
4
REFERENTIESITUATIE
55
4.1
Plan- en studiegebied
55
4.2
Huidige situatie
56
4.2.1 4.2.2 4.2.3 4.2.4 4.2.5 4.2.6 4.2.7
56 62 66 67 69 71 74
4.3
Natuur Landschap, cultuurhistorie en archeologie Bodem Water Gezonde leefomgeving Veiligheid Gebruiksfuncties
Autonome ontwikkelingen
75
DEEL B - ONDERZOEK MILIEUEFFECTEN WINDENERGIE
77
5
ONDERZOEKSAANPAK
78
5.1
Onderzoeksaanpak op hoofdlijnen
78
5.2
Uitgangspunten
79
5.3
Ingreep-effectrelaties
80
5.4
Beoordelingskader
81
5.4.1 5.4.2 5.4.3
81 81 82
Uitgangspunten beoordelingskader Wijzigingen ten opzichte van de NRD Beoordelingskader
5.5
Beoordelingsschaal
86
6
VARIANTEN WINDENERGIE
87
6.1
Variantenontwikkeling
87
6.2
Variant Basis
90
6.3
Variant Geluid
93
6.4
Variant Landschap
95
6.5
Variant Natuur
98
6.6
Variant Restruimte
100
6.7
Subvarianten Landschap en Natuur
102
6.7.1 6.7.2
102 104
Subvariant Landschap Subvariant Natuur
7
EFFECTENANALYSE- EN BEOORDELING (MAATGEVENDE THEMA’S)
107
7.1
Landschap, cultuurhistorie en archeologie
107
7.1.1 7.1.2 7.1.3 7.1.4 7.1.5 7.1.6
108 112 117 119 122 124
7.2
7.3
Bodem en water
124
7.2.1 7.2.2 7.2.3 7.2.4
125 125 127 129
7.5
Bodem Effecten op beschermde watergebieden Effecten op waterberging Samenvatting effectbeoordeling bodem water
Natuur 7.3.1 7.3.2 7.3.3 7.3.4 7.3.5 7.3.6
7.4
Invloed op ruimtelijk-visuele kenmerken Effecten op landschappelijke waarden: structuren en elementen Effecten op aardkundige waarden Effecten op cultuurhistorische waarden Effecten op archeologie Samenvatting effectbeoordeling landschap, cultuurhistorie en archeologie
129 Stikstofeffecten op Natura 2000-gebieden Overige effecten op Natura 2000-gebieden Effecten op Natuurnetwerk Brabant Effecten op rust- en foerageergebied ganzen en smienten Effecten op beschermde plant- en diersoorten Samenvatting effectbeoordeling natuur
130 132 136 139 142 144
Veiligheid
145
7.4.1 7.4.2 7.4.3 7.4.4
145 151 153 155
Effecten op externe veiligheid Effecten op (defensie)laagvliegverkeer Effecten op waterkeringsveiligheid Samenvatting effectbeoordeling veiligheid
Gezonde leefomgeving
155
7.5.1 7.5.2 7.5.3 7.5.4 7.5.5 7.5.6
155 158 169 174 176 180
Effecten op gezondheid Effecten op geluidbelasting op geluidgevoelige gebouwen Effecten op laagfrequent geluid Effecten op geluid in cumulatie Effecten op slagschaduw op omgeving Samenvatting effectbeoordeling gezonde leefomgeving
7.6
Samenvatting effectbeoordeling varianten
180
8
NIET-MAATGEVENDE THEMA’S
184
8.1
8.2
Bodem en water
184
8.1.1 8.1.2 8.1.3 8.1.4
184 184 186 189
Natuur 8.2.1
8.3
8.4
Grondverzet Effecten op bodemkwaliteit Effecten op oppervlaktewater Effecten op grondwater
189 Effecten op biodiversiteit
189
Veiligheid
190
8.3.1 8.3.2 8.3.3 8.3.4
190 190 191 191
Effecten op ontplofbare oorlogsresten Effecten op ondergrondse leidingen Effecten op defensieradar Effecten op verkeersveiligheid
Gebruiksfuncties
192
8.4.1 8.4.2 8.4.3 8.4.4
192 192 193 193
Effecten op landbouw Effecten op recreatie Effecten op overige bedrijven Effecten op verkeer
8.5
Netinpassing
194
8.6
Gezonde Leefomgeving
195
8.6.1 8.6.2 8.6.3 8.6.4 8.6.5
195 196 197 197 198
8.7
8.8
Verandering in uitstoot luchtverontreinigende stoffen Verandering in gezondheidsrisico’s van veehouderijen Trillingseffecten op omgeving Veranderingen in geurbelasting en effect windturbines op verspreiding geur Effecten door lichthinder
Klimaatadaptatie
198
8.7.1 8.7.2
199 199
Effecten op droogte Effecten op hittestress
Duurzaamheid en circulariteit
200
8.8.1 8.8.2
200 202
Vermeden emissies Kansen voor circulariteit
8.9
Kosten
202
8.10
Integraliteit
203
8.11
Aandachtspunten niet-maatgevende aspecten
204
9
ONTWERPBESLUIT WINDTURBINES LEEFOMGEVING
206
9.1
Inleiding
206
9.2
Geluid
206
9.3
Slagschaduw
207
9.4
Externe veiligheid
208
9.5
Afstandsnorm
209
9.6
Overgangsrecht
210
10
MITIGERENDE MAATREGELEN
212
10.1
Te vermijden aspecten
212
10.2
Mitigerende maatregelen landschap, cultuurhistorie en archeologie
213
10.2.1 10.2.2
213 214
Landschap Cultuurhistorische waarden
10.3
Mitigerende maatregelen natuur
214
10.4
Mitigerende maatregelen veiligheid
216
10.5
Mitigerende maatregelen gezonde leefomgeving
216
11
BEVINDINGEN VOOR VERDERE BESLUITVORMING
218
11.1
Variant Basis
218
11.2
Variant Geluid
220
11.3
Variant Landschap
221
11.4
Variant Natuur
224
11.5
Variant Restruimte
225
11.6
Afwegingen voor verdere besluitvorming
227
DEEL C - INTEGRALE GEBIEDSONTWIKKELING
229
12
RUIMTELIJKE PRINCIPES INTEGRALE GEBIEDSONTWIKKELING
230
12.1
Achtergrond
230
12.2
Beschrijving deelgebieden en ruimtelijke principes
231
12.3
Te beschouwen ruimtelijke principes
237
13
BESCHOUWING KANSEN EN AANDACHTSPUNTEN RUIMTELIJKE PRINCIPES
240
13.1
Onderzoeksaanpak
240
13.2
Kansen en aandachtspunten ruimtelijke principes
241
13.2.1 13.2.2 13.2.3
241 243
13.2.4 13.2.5 13.2.6 13.2.7 13.2.8
Versterken natuur langs de Hertogswetering en de Hoefgraaf Open plas-dras gebieden ontwikkelen voor weidevogels Verbeteren waterkwaliteit en vergroten biodiversiteit (benutten netwerk van weteringen, waterlopen en sloten) Zichtbaar en beleefbaar maken van de (ontginnings)geschiedenis van de polder Ontwikkelen van een klimaatlandschap (langs rand ‘s-Hertogenbosch) Vergroten mogelijkheden voor berging en vasthouden van water Versterken en toevoegen van nieuwe groenstructuren als verbinding staddorp en polder Vernatten Rompertweg/Heeseindseweg/Weteringsgraaf
244 245 247 248 249 251
DEEL D - VOORKEURSALTERNATIEF EN VERVOLG
253
14
VOORKEURSALTERNATIEF
254
14.1
Proces totstandkoming voorkeursalternatief
254
14.2
Beschrijving voorkeursalternatief
254
14.3
Beoordeling voorkeursalternatief (maatgevende aspecten)
258
14.3.1 14.3.2 14.3.3 14.3.4 14.3.5 14.3.6
258 265 266 274 278 289
Landschap, cultuurhistorie en archeologie Bodem en water Natuur Veiligheid Gezonde leefomgeving Samenvatting effectbeoordeling en vergelijking varianten
14.4
Beoordeling voorkeursalternatief (niet-maatgevende aspecten)
292
14.5
Beschouwing ruimtelijke principes
296
15
LEEMTEN IN KENNIS EN AANZET TOT MONITORING
305
Laatste pagina
308
Bijlage(n)
Aantal pagina's
I
NRD
65
II
Beantwoording zienswijzen
51
III
Beantwoording adviezen
5
IV
Quickscan milieu
103
V
Tussenrapportage H+N+S
79
VI
Advies Commissie mer
14
VII
Aanvullend ecologisch onderzoek
43
VIII
Variantenrapport H+N+S
76
IX
Visualisaties
25
X
Proefstikstofdepositieberekening
21
XI
Proefberekening afbladdering windturbinebladen
3
XII
Afbeeldingen geluidsonderzoek
22
XIII
Afbeeldingen onderzoek externe veiligheid
15
XIV
Afbeeldingen onderzoek slagschaduw
15
XV
Ontwerptoelichting VKA Duurzame Polder
96
XVI
Ecologische risicoanalyse
49
XVII
Passende beoordeling
97
XVIII
Nee-tenzij toets
25
XIX
Radartoets
81
XX
Advies GGD
16
XXI
Omgang advies Commissie mer
6
DEEL A - ALGEMENE DELEN
10 | 308 Witteveen+Bos | 134741/24-017.337 | Definitief 03
0 SAMENVATTING 0.1
Aanleiding en doel planMER
Duurzame Polder De gemeenten Oss en ’s-Hertogenbosch werken sinds 2017 samen met de provincie Noord-Brabant en het Rijk aan plannen voor het opwekken van duurzame energie in de Duurzame Polder. De Duurzame Polder bestaat uit de Lithse, Geffense, Rosmalense en Nulandse polder. Dit is het gebied tussen Oss, ’s-Hertogenbosch en de Maas. Beide gemeenteraden hebben de Duurzame Polder aangewezen als zoekgebied voor grootschalige opwekking van duurzame energie met windturbines. Het project Duurzame Polder richt zich echter niet alleen op windenergie. De gemeenten streven naar een integrale gebiedsontwikkeling waarin de opgave voor duurzame energieopwekking wordt gecombineerd met andere belangen, zoals klimaatadaptatie, wonen, landbouw, natuur, recreatie en cultuurhistorie. Het plangebied van de Duurzame Polder is weergegeven op afbeelding 0.1.
Afbeelding 0.1 Plangebied Duurzame Polder
11 | 308 Witteveen+Bos | 134741/24-017.337 | Definitief 03
Energiedoelstelling Beide gemeenten willen een groot deel van hun energiedoelstelling realiseren in de Duurzame Polder. De energiedoelstelling voor de Duurzame Polder is nader geconcretiseerd en verschilt per gemeente: - Oss: doel om 0,514 PJ (142 GWh/jaar) opwekken met windturbines in de Duurzame Polder; - ‘s-Hertogenbosch: doel om 16 windturbines te ontwikkelen in de Duurzame Polder en om meer te doen dan de opgave vanuit de Regionale Energiestrategie (RES). Programma De gemeenten Oss en ’s-Hertogenbosch stellen een programma op voor de Duurzame Polder. Het programma is een nieuw instrument onder de Omgevingswet. Het programma bevat een voorkeursalternatief voor de inrichting van de Duurzame Polder. Dit voorkeursalternatief omvat plaatsingszones, kaders en maatregelen voor windenergie en de integrale gebiedsontwikkeling. Het programma fungeert als het 'moederbesluit' voor dit planMER, dat ten grondslag wordt gelegd aan het programma. Doel milieueffectrapportage Het doel van een milieueffectrapportage (MER) is om het milieubelang volwaardig en vroegtijdig in te brengen in de plan- en besluitvorming. Dit planMER brengt de milieueffecten van (varianten voor) de ontwikkeling van duurzame energie in de Duurzame Polder in beeld. Ook beschrijft het maatregelen om mogelijke aanzienlijke milieueffecten te voorkomen, te beperken of compenseren.
Hiermee ondersteunt dit rapport de gemeenten Oss en ’s-Hertogenbosch bij het maken van een zorgvuldige en transparante afweging en besluitvorming.
0.2
Wat leest u in het planMER?
Dit planMER is een onderzoek naar de te verwachten milieueffecten van verschillende varianten voor de ontwikkeling van windenergie de Duurzame Polder. Er zijn vijf varianten zijn ontwikkeld vanuit een verschillend, leidend ontwerpprincipe. De varianten hebben als doel het gehele speelveld van windontwikkeling in de Duurzame Polder in kaart te brengen. Om de hoeken van het speelveld in beeld te krijgen, zijn de varianten zoveel mogelijk onderscheidend ten opzichte van elkaar. Daarnaast zijn de varianten ontwikkeld voor twee referentieturbines met verschillende hoogtes. Turbinetype 1 heeft een ashoogte van 134 m en een tiphoogte van 192,5 m. Turbinetype 2 heeft een ashoogte van 175 m en een tiphoogte van 261 m. De referentieturbines worden in het planMER gehanteerd om de bandbreedte van effecten op hoofdlijnen te bepalen, niet om (maximale) specificatie van windturbines in concrete projecten voor te schrijven. De samenvatting van de effecten en de beoordeling is opgenomen in paragraaf 0.3. Paragraaf 0.4 bevat een beschouwing van de ruimtelijke principes voor de integrale gebiedsontwikkeling van de Duurzame Polder. Paragraaf 0.5 geeft een overzicht van de bevindingen vanuit de vijf varianten die zijn onderzocht en de basis vormen voor het voorkeursalternatief (VKA). Het VKA is samengevat toegelicht en beoordeeld in paragraaf 0.6.
Paragraaf 0.7 sluit af met een samenvattende beoordelingstabel. De belangrijkste uitgangspunten en afbeeldingen van de varianten zijn in onderstaand tekstkader opgenomen.
12 | 308 Witteveen+Bos | 134741/24-017.337 | Definitief 03
Variant Basis Uitgangspunt: rekening houden met een zone van 1 km rond de kernen in ’s-Hertogenbosch en een zone van 2 km rond de kernen in Oss. Daarnaast wordt rekening gehouden met een geluidsnorm van 47 dB Lden. Dit is de geluidsnorm zoals opgenomen in het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl).1
Afbeelding 0.1 Variant Basis 1 en Basis 2
Variant Geluid Uitgangspunt: rekening houden met een geluidsnorm van 45 dB Lden. Dit is de standaardwaarde die is opgenomen in het Ontwerpbesluit windturbines leefomgeving.
Afbeelding 0.2 Variant Geluid 1 en Geluid 2
Variant Landschap Uitgangspunt: zoveel mogelijk rekening houden met een zo optimaal mogelijke invulling van het landschap. Hierbij worden de windturbines in lijnopstellingen geplaatst. Ook is een subvariant ontwikkeld, die uit gaat van een situatie zonder molenaarswoningen2. Bij de subvariant staan de windturbines op een grotere afstand van de woningen dan bij de regulier variant Landschap. Op deze manier worden ook de effecten bij een grotere afstand inzichtelijk gemaakt.
1
Als gevolg van de Delfzijl-uitspraak van 20 juni 2021 zijn de windturbinebepalingen uit het Besluit kwaliteit leefomgeving niet van toepassing op windparken bestaande uit 3 of meer windturbines. Hiervoor moeten lokale normen gesteld worden. Voor het stellen van lokale normen worden in praktijk de normen uit het Bkl vaak als uitgangspunt genomen.
2
Een molenaarswoning is een woning die juridisch gezien onderdeel is van het windpark. De gebruikelijke normen die gelden ter bescherming van omwonenden tegen bijvoorbeeld geluid, externe veiligheid of slagschaduw zijn dan niet van toepassing. Dit maakt het mogelijk om windturbines op een kortere afstand van deze molenaarswoningen te plaatsen.
13 | 308 Witteveen+Bos | 134741/24-017.337 | Definitief 03
Afbeelding 0.3 Variant Landschap 1 en Landschap 2
Variant Natuur Uitgangspunt: zoveel mogelijk rekening houden met de natuurwaarden in het gebied. Dit betekent onder andere dat het rust- en foerageergebied voor ganzen en smienten, de weidevogelkerngebieden, de eendenkooien en de Hertogswetering met ecologische verbindingszone worden ontzien. De subvariant gaat uit van een situatie zonder molenaarswoningen.
Afbeelding 0.4 Variant Natuur 1 en Natuur 2
Variant Restruimte Uitgangspunt: zorgen dat alle mogelijke locaties in het plangebied zijn onderzocht. Deze gaat uit van molenaarswoningen. Op deze manier zijn ook de effecten bij het toepassen van molenaarswoningen onderzocht.
14 | 308 Witteveen+Bos | 134741/24-017.337 | Definitief 03
Afbeelding 0.5 Variant Restruimte 1 en Restruimte 2
In het planMER is ook beschouwd wat de effecten zijn van ruimtelijke principes om te komen tot een integrale gebiedsontwikkeling in de Duurzame Polder. Hiervoor is de Duurzame Polder onderverdeeld in vijf deelgebied: De weide, Stadsrand Den Bosch, Stadsrand Oss, Overgang zand-klei en De oeverwal. De effecten van de ruimtelijke principes zijn alleen op hoofdlijnen beschouwd. Dit komt omdat de ontwikkelingen nog minder concreet zijn en hiermee in minder detail uitgewerkt zijn. De samengevatte resultaten van de beschouwing zijn te lezen in paragraaf 0.7.
0.3
Samenvatting effecten per thema
In dit planMER zijn de varianten op verschillende milieuthema’s en milieuaspecten onderzocht. Er is een verdeling gemaakt in maatgevende en niet-maatgevende aspecten: - maatgevende aspecten: geven inzicht in onderscheidende effecten die bijdragen aan de locatiekeuze voor windenergie in het plangebied. Deze aspecten zijn beschreven, onderzocht en beoordeeld in het planMER (in hoofdstuk 7); - niet-maatgevende aspecten: geven voornamelijk inzicht in locatiespecifieke aandachtspunten in het plangebied. Deze zijn relevant voor de nadere uitwerking van het project in een latere fase, als locaties van windturbines bekend zijn. Een voorbeeld hiervan is het effect op de bodemkwaliteit of op verkeer. Deze aspecten zijn beschouwd in het planMER (in hoofdstuk 8). Deze samenvatting bevat de conclusies van het onderzoek naar de maatgevende thema’s voor de varianten. Een overzicht van de aandachtspunten van alle niet-maatgevende thema’s is te vinden in paragraaf 8.11.
0.3.1
Landschap, cultuurhistorie en archeologie
Invloed op ruimtelijk-visuele kenmerken Het plangebied kenmerkt zich door de grootschalige openheid. Windturbines zijn ruimtelijk in te passen in een groot polderlandschap, maar hebben wel effecten op de openheid. De landschapsstructuren van de Duurzame Polder lenen zich goed voor lange lijnopstellingen of grootschalige clusters in het centrale gebied van de polder. Ook kunnen de windturbines langs de randen van de polder worden geplaatst, maar daar zijn wel meer risico’s met betrekking tot de aantasting van het kleinschalige landschap. Alle varianten zijn negatief (-) beoordeeld, omdat de openheid wordt aangetast door de windturbines. Met de juiste inpassing kunnen de effecten worden beperkt. Effecten op landschappelijke waarden: structuren en elementen Dit aspect onderzoekt de effecten van windturbines op de landschappelijke structuren en elementen in het plangebied. Het gaat dan om grotere ruimtelijke eenheden die vanuit de ontstaans- en ontwikkelingsgeschiedenis kenmerkend zijn voor een gebied. Alle varianten zijn negatief (-) beoordeeld. Dit komt met name omdat de lange, lijnvormige structuren door de windturbines visueel doorsneden worden.
15 | 308 Witteveen+Bos | 134741/24-017.337 | Definitief 03
Met een juiste inpassing kunnen deze structuren en elementen worden versterkt als kenmerk in het landschap. Effecten op aardkundige waarden Het Peelrandbreukenstelsel is een aandachtspunt en windturbines kunnen de aardkundige waarden aantasten. Alle varianten zijn negatief (-) beoordeeld. Met lokale inpassing kunnen effecten worden voorkomen. Onderzocht dient te worden of het Peelrandbreukenstelsel aanwezig en/of actief is in de bovenste lagen van de bodem of alleen in dieper in de bodem. Effecten op cultuurhistorische waarden Bij de inpassing van de windturbines is het belangrijk dat de cultuurhistorische elementen, zoals de Hertogswetering, Maasdijk en eendenkooien niet worden aangetast of verdwijnen. Dit kan door windturbines buiten deze elementen te plaatsen. Alleen de natuurvarianten liggen buiten deze cultuurhistorische elementen. Wel liggen de natuurvarianten voor een deel in de Beerse Overlaat. Daarom zijn de natuurvarianten als negatief (-) beoordeeld. De overige varianten zijn sterk negatief (--) beoordeeld. Effecten op archeologie De bekende archeologische waarden kunnen worden aangetast door windturbines. Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan de rijksmonumenten. Door te schuiven met de windturbines kan aantasting worden voorkomen. De varianten Geluid 1, Natuur en Restruimte zijn beoordeeld als sterk negatief (--).
De overige varianten tasten mogelijk archeologische verwachtingswaarden aan en zijn daarom beoordeeld als negatief (-).
0.3.2
Water
Effecten op beschermde watergebieden Rond het waterwingebied ligt een grondwaterbeschermingsgebied. Hier mogen alleen onder voorwaarden activiteiten in de bodem worden uitgevoerd. De provincie heeft hiervoor regels opgesteld. Dit is bedoeld om het grondwater en het waterwingebied te beschermen. Windturbines in het waterwingebied zijn niet toegestaan. De varianten Basis 1 en 2, Geluid 1 en 2, Landschap 1 en Restruimte 1 en 2 overlappen met het grondwaterbeschermingsgebied. Dit geldt ook voor subvariant Landschap 1.a. Daarom geldt voor deze varianten een negatieve (-) beoordeling. De plaatsingszones van de overige (sub)varianten bevinden zich zuidelijker in het plangebied, waardoor deze niet overlappen met het grondwaterbeschermingsgebied. Plaatsing van windturbines binnen deze (sub)varianten heeft geen effect op beschermde watergebieden. Deze varianten zijn daarom neutraal (0) beoordeeld. Effecten op waterberging In het plangebied ligt het stroomvoerend regime van de Maas. Bij het realiseren van windturbines binnen het stroomvoerend regime kan de doorstroming van rivierwater bij hoogwater gehinderd worden. Rijkswaterstaat verleent daarom geen vergunning als er alternatieven voorhanden zijn. Ook geldt een compensatieverplichting voor het verlies aan doorstroming en bergingscapaciteit. De variant Restruimte ligt in dit gebied en is beoordeeld als sterk negatief (--).
De plaatsingszones van de andere varianten overlappen allemaal met de reserveringsgebieden voor waterberging. Daarom zijn de varianten beoordeeld als negatief (-).
0.3.3
Natuur
Stikstofeffecten op Natura 2000-gebieden Alle varianten zijn sterk negatief (--) beoordeeld op potentiële effecten door stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden. Dit treedt op tijdens de aanlegfase. Uit de proefstikstofdepositieberekening volgt dat
16 | 308 Witteveen+Bos | 134741/24-017.337 | Definitief 03
stikstofdepositie op stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden niet is uitgesloten. In het vervolg moet een projectspecifieke berekening worden uitgevoerd. Aan de hand hiervan kan bepaald worden welke vervolgstappen nodig zijn. Overige effecten op Natura 2000-gebieden Windturbines kunnen leiden tot vernietiging en/of verstoring op Natura 2000-gebieden. Het gaat hierbij ook om soorten die beschermd zijn onder bijvoorbeeld Natura 2000-gebied Rijntakken, maar in het plangebied komen om te rusten of foerageren. De windturbines kunnen hier bijvoorbeeld zorgen voor verstoring of barrièrewerking. Alle varianten zijn sterk negatief (--) beoordeeld. Dit komt omdat waarnemingen zijn gedaan in het plangebied van soorten die beschermd zijn onder Natura 2000-gebied Rijntakken. Het is niet uitgesloten dat deze soorten worden verstoord of gedood door windturbines in het plangebied. Effecten op Natuurnetwerk Brabant In het plangebied zijn diverse gebieden aanwezig die vallen onder Natuurnetwerk Brabant (NNB) en bijbehorende ecologische verbindingszones. De ontwikkeling van windturbines kan hier effecten op hebben, zoals verstoring of barrièrewerking. De provincie Noord-Brabant hanteert het ‘nee, tenzij’ principe. Dit betekent dat zij in principe geen windturbines in NNB toestaat. Behalve de variant Natuur (negatief (-) beoordeeld), zijn alle varianten sterk negatief (--) beoordeeld.
Dit komt doordat de plaatsingszones in NNBgebied liggen of in de ecologische verbindingszones. Ook kunnen effecten optreden als de windturbines nabij NNB-gebied of ecologische verbindingszones worden geplaatst. Effecten op rust- en foerageergebied ganzen en smienten Centraal in het plangebied ligt een rust- en foerageergebied voor ganzen en smienten. De windturbines kunnen een effect hebben op de ganzen en smienten die rusten en foerageren in dit gebied. Deze soorten mogen tussen 1 november en 1 april niet opzettelijk worden verstoord. Negatieve effecten kunnen ook buiten het gebied voorkomen, zo kan sprake zijn van verstoring of barrièrewerking. Alle varianten, met uitzondering van de variant Natuur (negatief (-) beoordeeld), zijn sterk negatief (--) beoordeeld. Dit komt doordat de plaatsingszones in het beschermde gebied liggen. Effecten op beschermde plant- en diersoorten In het plangebied zijn verschillende gebieden aanwezig die kunnen worden aangemerkt als belangrijk leefgebied voor beschermde diersoorten. De aanwezigheid van beschermde plantsoorten wordt niet op grote schaal verwacht. De gebieden waarop mogelijk sterk negatieve (--) effecten verwacht worden zijn: - weteringen en de groenblauwe waarden; - weidevogelkerngebieden; - NNB-gebieden; - rust- en foerageergebied van ganzen en smienten; - eendenkooien.
Behalve de variant Natuur (negatief (-) beoordeeld), zijn alle varianten sterk negatief (--) beoordeeld. Het risico bestaat dat de windturbines zorgen voor significante effecten op beschermde soorten. Om de effecten specifiek te bepalen is locatiespecifiek onderzoek nodig. Dit detailniveau volgt in de vervolgfase. Aanvullende onderzoeken naar effecten op natuur Voor de beoordeling van de natuuraspecten in deze paragraaf is gebruik gemaakt van de onderzoeksmethodiek, zoals toegepast in dit planMER. Daarnaast hebben de gemeenten aanvullende onderzoeken en analyses laten opstellen om te komen tot het VKA en het ontwerp programma. Deze onderzoeken zijn uitgevoerd na de effectbeoordeling van de varianten. Dit is gedaan om meer inzicht te krijgen in de ecologische haalbaarheid en risico’s van het VKA. Het gaat om een ecologische risicoanalyse (bijlage XVI), Passende Beoordeling (bijlage XVII) en een Nee-tenzij toets (bijlage XVIII). De resultaten hiervan zijn verwerkt in paragraaf 0.6.2. en hoofdstuk 14. Deze aanvullende onderzoeken hebben geen ander oordeel van de effectbeoordeling tot gevolg.
17 | 308 Witteveen+Bos | 134741/24-017.337 | Definitief 03
0.3.4
Veiligheid
Effecten op externe veiligheid Het aspect externe veiligheid gaat over het beheersen van risico’s voor mensen die zich in de nabijheid van risicobronnen (zoals windturbines) bevinden. Het plaatsen van windturbines kan leiden tot verhoogde veiligheidsrisico’s. In het planMER zijn de effecten op risico-ontvangers (kwetsbare gebouwen en locaties) en andere risicobronnen (bijvoorbeeld buisleidingen en hoogspanningsverbindingen) onderzocht. De varianten waarbij meer afstand tot woningen wordt aangehouden (varianten Basis en Geluid) scoren negatief (-). De varianten met plaatsingszones dichter bij woningen (Natuur, Restruimte en Landschap) scoren sterk negatief wegens overschrijding van de normafstand tot kwetsbare gebouwen en locaties. Effecten op defensie(laag)vliegverkeer In de Duurzame Polder bevinden zich een laagvliegroute en een laagvlieggebied van Defensie. Plaatsing van windturbines in de Duurzame Polder heeft negatieve effecten op het (defensie)laagvliegverkeer. Dit kan (delen van) een het gebied namelijk ongeschikt maken voor vliegbewegingen van Defensie. Voor alle varianten geldt een negatieve (-) beoordeling, waardoor nadere afstemming met Defensie noodzakelijk is voor het bepalen van realiseerbare plaatsingszones. Ook kunnen windturbines zorgen voor radarverstoring. Dit effect is in deze fase niet-maatgevend, omdat hiervoor meer detailniveau nodig is.
Voor een toelichting wordt verwezen naar paragraaf 8.3.3. Effecten op waterkeringsveiligheid Plaatsing van windturbines op of nabij waterkeringen kan gevolgen hebben voor de veiligheid van de waterkeringen. Zo kan de stabiliteit van de waterkering bijvoorbeeld nadelig beïnvloed worden. De varianten Restruimte is sterk negatief (--) beoordeeld vanwege ligging in de primaire waterkering langs de Maas. De overige varianten zijn negatief (-) beoordeeld vanwege de overlap met de oevers/randen van de Nulandse sloot en/of de Hertogswetering. Om negatieve effecten te voorkomen dient plaatsing op of nabij waterkeringen voorkomen te worden.
0.3.5
Gezonde leefomgeving
Effecten op gezondheid Windturbines hebben een invloed op de leefomgeving door onder andere productie van geluid, het vormen van slagschaduw, verhoogd veiligheidsrisico of het knipperen van verlichting. Bewoners kunnen hier hinder of overlast van ondervinden. In de samenleving leven veel zorgen en bestaat veel onduidelijkheid over de gezondheidseffecten van windturbines. Paragraaf 7.5.1 van het planMER bevat een kwalitatieve beschouwing met het antwoord op verschillende vragen over gezondheid, die in diverse zienswijzen op de NRD naar voren zijn gekomen. Effecten op geluidsbelasting op de omgeving Het geluid van windturbines kan zorgen voor geluidhinder op de gevel van geluidgevoelige gebouwen, zoals woningen. In het planMER is onderzoek gedaan naar de effecten op geluidsbelasting van de verschillende varianten. Op dit moment bestaat er geen bindende norm voor maximale geluidsbelasting van windturbines. Het planMER brengt daarom verschillende geluidcontouren in beeld: 47 dB Lden, 45 dB Lden, 42 dB Lden en 40 dB Lden. Het uitgangspunt is dat varianten die een geluidsbelasting van hoger dan 45 dB Lden veroorzaken, sterk negatief beoordeeld worden. Uit het geluidsonderzoek blijkt dat de variant Geluid geen geluidsbelasting hoger dan 45 dB Lden veroorzaakt. Daarom is deze variant negatief (-) beoordeeld.
De overige varianten veroorzaken wel een geluidsbelasting van meer dan 45 dB Lden. Daarom zijn deze sterk negatief (--) beoordeeld. Deze beoordeling schetst een worst-case scenario, waarbij de windturbines op de rand van de plaatsingszones zijn geplaatst. Bij plaatsing van windturbines verder binnen de plaatsingszones zal de geluidsbelasting lager zijn. Daarnaast wordt in de praktijk gebruik gemaakt van mitigerende maatregelen om geluidsbelasting te beperken.
18 | 308 Witteveen+Bos | 134741/24-017.337 | Definitief 03
Effecten op laagfrequent geluid Een gedeelte van het geluid dat windturbines produceren heeft een lage frequentie van 4-125 Hz. Dit noemt men laagfrequent geluid. Nederland kent geen wettelijke eisen voor de beoordeling van laagfrequent geluid. Wel zijn er richtlijnen zoals de ‘NSG Richtlijn laagfrequent geluid’ en de zogenaamde Vercammen-curve. Met de NSG-curve wordt getoetst of laagfrequent geluid potentieel hoorbaar is. Vervolgens wordt met de Vercammen-curve beoordeeld of de eventuele hinder vanwege laagfrequent geluid aanvaardbaar is. Uit het onderzoek blijkt dat voor de varianten Basis 2 en Geluid 1 en 2 het risico op hinder aanvaardbaar is. Deze varianten zijn daarom neutraal (0) beoordeeld. De overige varianten veroorzaken wel mogelijk effecten op geluidgevoelige gebouwen en zijn daarom negatief (-) beoordeeld. Effecten op geluid in cumulatie In het planMER zijn ook de effecten van geluid van windturbines, in cumulatie met bestaande geluidsbronnen beoordeeld. Per locatie is beoordeeld in hoeverre de realisatie van windturbines op een bepaalde locatie een relatief negatief effect heeft op de kwaliteit van de leefomgeving van omwonenden, ten opzichte van de referentiesituatie. Dit is gedaan met de Methode Miedema.
In de referentiesituatie wordt uitgegaan van de volgende geluidsbronnen: geluid afkomstig van industrie en geluid afkomstig van wegverkeer, treinverkeer en vliegverkeer. Uit het onderzoek blijkt dat bij alle varianten geluidgevoelige objecten een toename van gecumuleerde geluidbelasting ondervinden van 1 trede of meer volgens de classificatie van Methode Miedema. Alle varianten hebben een negatief effect (-) op cumulatie van geluid. Uit de achterliggende analyse blijkt dat varianten Natuur 1 en 2 de meeste objecten hinderen. Deze varianten liggen dicht bij de bebouwing in het zuiden van het plangebied. Varianten Geluid en Landschap veroorzaken aanzienlijk minder effecten op de akoestische kwaliteit van de leefomgeving. Effecten op slagschaduw op de omgeving Windturbines veroorzaken slagschaduw. Dit is een schaduw van de draaiende rotorbladen. Onder bepaalde omstandigheden kan de slagschaduw hinder veroorzaken. De mate van hinder is afhankelijk van de volgende factoren: frequentie van passeren, blootstellingsduur en intensiteit van de verandering in lichtsterkte. In dit planMER worden slagschaduwcontouren bepaald om te bepalen of voldaan wordt aan de (op dit moment ongeldige) norm van 5 uur en 40 minuten slagschaduw op slagschaduwgevoelige gebouwen.
Alle varianten zijn sterk negatief (--) beoordeeld, op basis van de theoretische maximale impact en daarmee het worst-case scenario. Deze beoordeling geeft geen realistisch beeld van de daadwerkelijke impact van slagschaduw, omdat er in de praktijk standaard mitigatie (een stilstandvoorziening) wordt toegepast om normoverschrijding te voorkomen.
0.4
Beschouwing ruimtelijke principes integrale gebiedsontwikkeling
Het doel van het programma voor de Duurzame Polder is om te komen tot een integrale gebiedsontwikkeling. Om de plannen voor de integrale gebiedsontwikkeling te vormen is de Duurzame Polder opgedeeld in vijf deelgebieden. Deze gebieden zijn samengesteld op basis van kenmerkende ruimtelijke en landschappelijke eenheden, en opgaven. Per deelgebied zijn verschillende ruimtelijke principes geformuleerd. De uitvoering van deze ruimtelijke principes kan milieueffecten met zich meebrengen. Inzicht in deze milieueffecten kan helpen in de afweging richting een integraal programma. Dit planMER bevat een beschouwing van de kansen en aandachtspunten vanuit milieu voor de verschillende ruimtelijk principes die zijn opgenomen in de Ontwerptoelichting VKA Duurzame Polder (bijlage XV) en het ontwerp programma (het programma is het ‘moederbesluit’ voor dit planMER). De ruimtelijke principes zijn op hoofdlijnen en op principeniveau bepaald, zonder een exacte ruimtelijke invulling vast te leggen. Het onderzoek naar de exact te verwachten effecten van de ruimtelijke principes is in deze fase daarom dan ook op hoofdlijnen uitgevoerd. De uitgebreide samenvatting van de beschouwing is opgenomen in hoofdstuk 12.
19 | 308 Witteveen+Bos | 134741/24-017.337 | Definitief 03
0.5
Bevindingen voor verdere besluitvorming
Dit planMER is uitgevoerd om de milieueffecten van de verschillende ontwikkelingen in de Duurzame Polder op hoofdlijnen in beeld te brengen. Het planMER draagt bij aan het aantonen van de haalbaarheid en uitvoerbaarheid. Daarnaast zorgt het ervoor dat het milieubelang volwaardig onderdeel is van de te maken afwegingen in het programma, inclusief voorkeursalternatief. Dit is passend bij de fase waarin de ontwikkeling zich bevindt, als onderdeel van het programma voor de Duurzame Polder. Op verschillende milieuaspecten kunnen sterk negatieve (--) effecten veroorzaakt worden. Sommige van deze sterk negatieve (--) effecten zijn door maatregelen te mitigeren. Een voorbeeld hiervan is het toepassen van een stilstandvoorziening om slagschaduwhinder te voorkomen of het toepassen van mitigatie om geluidhinder te beperken. (Sterk) negatieve effecten zijn vaak ook te voorkomen door een locatie te vermijden. In hoofdstuk 9 van het planMER is uitgewerkt welke locaties vermeden kunnen worden en welke mitigerende maatregelen mogelijk zijn. Daarnaast is het van belang om te benoemen dat de varianten worst-case beoordeeld zijn. De effecten kunnen hiermee overschat zijn. Uit nader onderzoek kan dan blijken dat de effecten minder sterk zijn dan gesteld in het planMER.
Conclusies milieueffecten varianten Uit het milieuonderzoek volgen per variant conclusies die meegewogen kunnen worden in de verdere besluitvorming. In hoofdstuk 10 zijn deze conclusies, evenals de mitigerende maatregelen, in meer detail uitgewerkt. Variant Basis Als de minimale afstanden van 1 en 2 km uit de raadsbesluiten van de gemeenteraden van Oss en ‘sHertogenbosch worden aangehouden, concentreren de plaatsingszones zich in het midden van de Duurzame Polder. In het centrale gedeelte van het plangebied bevinden zich ook de meeste natuurwaarden. Dit brengt sterk negatieve effecten met zich mee voor met name natuur. Binnen de varianten Basis 1 en 2 ligt namelijk een deel van het NNB en ecologische verbindingszones. Ook het rust- en foerageergebied voor ganzen en smienten concentreert zich in het midden van de polder. Mitigerende en/of compenserende maatregelen zijn mogelijk, waarvan het toepassen van een stilstandvoorziening een voorbeeld is. De schuifruimte van windturbines om het rust- en foerageergebied voor ganzen en smienten te ontzien is echter beperkt in relatie tot de energieopgave en de omvang van het gebied. Variant Geluid Als rekening wordt gehouden met het toepassen van een strengere geluidsnorm (45 dB Lden zonder mitigatie) concentreren de plaatsingszones zich in het midden van het plangebied.
Doordat gekozen is voor een strengere geluidsnorm rond woningen in het buitengebied is de beschikbaarheid van grote, aaneengesloten plaatsingszones beperkt. Voor de variant Geluid wordt dus uitgegaan van plaatsingszones zonder molenaarswoningen. De windturbines zullen dan meer verspreid over het plangebied worden geplaatst. Dit zorgt voor overlap met natuurwaarden van het NNB, ecologische verbindingszones en het rust- en foerageergebied voor ganzen en smienten. Dit zorgt voor potentiële risico’s op sterk negatieve effecten. Mitigerende en/of compenserende maatregelen zijn mogelijk, waarvan het toepassen van een stilstandvoorziening een voorbeeld is. Hierdoor is het echter onzeker of de beschikbare ruimte voldoende is om de opgave te bereiken. Dit is met name voor de Bossche opgave een punt van aandacht. Variant Landschap De varianten Landschap gaan uit van een landschappelijk gunstige opstelling, met lange lijnen van west naar oost. De effecten op NNB, de ecologische verbindingszone en rust- en foerageergebied voor ganzen en smienten zijn mogelijk te mitigeren door plaatsing van windturbines op verdere afstand van deze gebieden De schuifruimte is echter beperkt, omdat de varianten grotendeels overlappen met de natuurgebieden. Het
20 | 308 Witteveen+Bos | 134741/24-017.337 | Definitief 03
toepassen van een stilstandvoorziening kan een mitigerende maatregel zijn, maar door de lijnopstelling bestaat alsnog het risico op barrièrewerking. Indien geen molenaarswoningen worden toegepast is het aantal geluidgevoelige objecten dat geluidhinder ondervindt lager. Wel geeft dit het risico dat een lijnopstelling van windturbines minder herkenbaar wordt, doordat windturbines op verschillende afstanden geplaatst worden om nabijheid van woningen te voorkomen. Variant Natuur In de variant Natuur is het uitgangspunt om de natuur zoveel mogelijk te beschermen tegen negatieve effecten van windturbines. De plaatsingszones liggen daardoor aan de zuidkant van de Duurzame Polder. Sterk negatieve effecten ontstaan met name door de korte afstand tot woningen. Dit is te mitigeren door een grotere afstand tot woningen te hanteren. In enkele gevallen is het aanwijzen van een molenaarswoning, als onderdeel van een windpark een mogelijkheid. Ook voor andere effecten zijn mitigerende en/of compenserende maatregelen mogelijk, waarvan het toepassen van een stilstandvoorziening een voorbeeld is. Variant Restruimte Het doel van deze variant is om inzicht te geven in de mogelijkheden in de nog niet onderzochte gebieden. De plaatsingszones voor de variant Restruimte bevinden zich voornamelijk in het noordwesten van de Duurzame Polder, dichter bij de Maasdorpen.
De variant scoort op meerdere thema’s sterk negatief. Wegens de kortere afstand tot woningen in de dorpskernen zijn sterk negatieve effecten op externe veiligheid en geluidhinder te verwachten. Verder overlappen de plaatsingszones met de natuurgebieden in de Duurzame Polder. Er is sprake van mogelijk sterk negatieve effecten op NNB, de ecologische verbindingszone en rust- en foerageergebied voor ganzen en smienten. Mitigerende en/of compenserende maatregelen zijn mogelijk, waarvan het toepassen van een stilstandvoorziening een voorbeeld is. Specifiek aandachtspunt is de overlap met de weidevogelkerngebieden. De variant Restruimte scoort verder sterk negatief op de aspecten waterberging en waterkeringsveiligheid. Deze sterk negatieve effecten zijn te mitigeren door het uitsluiten van de beschermde gebieden in de plaatsingszones. Door de bevindingen van de variant Restruimte is het in het vervolg mogelijk om in het voorkeursalternatief de plaatsingszones van de andere varianten te optimaliseren.
0.6
Beoordeling voorkeursalternatief
Hoofdstuk 14 van het planMER bevat een beoordeling van het gekozen voorkeursalternatief (VKA) en de ruimtelijke principes in de Duurzame Polder. Deze paragraaf gaat voornamelijk in op de effecten van windenergie.
0.6.1
Beschrijving VKA windenergie
Uitgangspunten om te komen tot het VKA De gemeenten 's-Hertogenbosch en Oss hebben een VKA ontwikkeld, waarbij bestuurlijke, technische en milieukundige uitgangspunten zijn gehanteerd. De belangrijkste afwegingen die zijn gebruikt om te komen tot het VKA zijn als volgt: - minimaal 1 km tot de kernen in de gemeente ’s-Hertogenbosch en een minimale afstand van 2 km tot kernen in Oss; - ruimte om de energiedoelstellingen van beide gemeenten te behalen: · Oss: in het Osse deel van de Duurzame polder wil de gemeente Oss 0,514 PJ aan duurzame energie per jaar opwekken; · ’s-Hertogenbosch: de doelstelling is om in de gemeente ’s-Hertogenbosch maximaal 16 windturbines te ontwikkelen en méér opwek te realiseren dan de in de RES 1.0 opgenomen opwekdoelstelling. De
21 | 308 Witteveen+Bos | 134741/24-017.337 | Definitief 03
-
-
-
-
totale RES 1.0-opgave voor gemeente ’s-Hertogenbosch is 0,35 TWh oftewel 1,26 PJ duurzame energie, waarvan 0,24 TWh oftewel 0,86 PJ nog te realiseren1; voor woningen hanteren de gemeenten de concept landelijke geluidnormen. Hierbij geldt een streefwaarde van 45 dB Lden. Een geluidsbelasting van 47 dB Lden wordt door de gemeenten alleen toegestaan op basis van lokale afwegingen; voor woningen in het buitengebied hanteren de gemeenten de landelijke wettelijke normen. Hierbij geldt een streefwaarde van 45 dB Lden. Een geluidsbelasting van 47 dB Lden wordt door de gemeenten alleen toegestaan als er mitigerende maatregelen worden getroffen; mitigatie en/of compensatie voor natuurwaarden, met mogelijkheden voor verplaatsing van weidevogelgebieden en foerageergebieden zonder afbreuk aan het primair agrarische karakter; de landschapsstructuren van de Duurzame Polder lenen zich volgens de gemeenten goed voor lange lijnopstellingen of grootschalige clusters in het centrale gebied van de polder. Met de juiste inpassing kunnen de effecten op de openheid worden beperkt. Bij de inpassing is het belangrijk dat de cultuurhistorische elementen, zoals de Hertogswetering, Maasdijk en eendenkooien niet worden aangetast of vernietigd; rekening houden met harde belemmeringen, zoals rijksmonumenten, waterwingebieden, hoogspanningsverbindingen en ondergrondse buisleidingen.
Het VKA op kaart Het gekozen VKA bestaat uit een gebied dat aan de westzijde wordt begrensd door de Grintweg (deel ten zuiden van de Hertogswetering) en de 2 km afstand van woonkernen in Oss (deel ten noorden van de Hertogswetering). De noordelijke grens ligt iets ten noorden van de Burgemeester Smitsweg en de Gewandeweg. Aan de zuidzijde wordt het VKA begrensd door de 1 km afstand tot woningen in ‘sHertogenbosch. Aan de oostzijde vormen de Weisestraat, de Kepkesdonk en de 2 km afstand tot de stad Oss de grens. Het VKA-gebied is weergegeven op afbeelding 0.6.
1
Uitgaande van de realisatie van 50 ha zonnevelden, zal de resterende RES-opgave naar verwachting lager zijn op het moment van vergunningverlening van de windturbines. In dat geval is 0,86 PJ meer dan de (resterende) RES-opgave.
22 | 308 Witteveen+Bos | 134741/24-017.337 | Definitief 03
Afbeelding 0.6 Weergave VKA
0.6.2
Beoordeling VKA
In hoofdstuk 14 zijn de maatgevende milieueffecten van het VKA-gebied beoordeeld, op dezelfde manier als de varianten. In deze paragraaf is de beoordeling samengevat. Met het nemen mitigerende maatregelen en/of het toepassen van compensatie kunnen effecten worden vermeden of verminderd. Waar dit relevant is, wordt dit aangeduid. Het plan-MER bevat een volledig overzicht van mitigerende en/of compenserende maatregelen. Landschap, cultuurhistorie en archeologie Ruimtelijk-visuele kenmerken Het VKA-gebied ligt grotendeels in het open kommenlandschap. Langs de zuidelijke grens ligt het VKA deels in het overgangslandschap van klei naar zand. Het VKA-gebied heeft een negatief effect (-) op de ruimtelijkvisuele kenmerken van het huidige landschap. Voor het noordelijke gedeelte van het VKA (onder andere langs de Gewandeweg) geldt dat de windturbines dichterbij het Maas- en oeverwallandschap kunnen komen te staan. Hiermee worden de ruimtelijk-visuele effecten groter, omdat meer verspreid over de polder sprake zal zijn van ruimtelijk-visuele effecten. Landschappelijke waarden: structuren en elementen Het ontwikkelen van windturbines in het VKA-gebied kan zorgen voor een doorsnijding van de strak afgebakende landschappelijke structuren, zoals wegen en weteringen. Het VKA heeft een negatief effect op de landschappelijke waarden en de potentie structuren en elementen aan te tasten.
Er is sprake van een negatieve (-) beoordeling. Aardkundige waarden Voor het aspect aardkundige waarden geldt dat het VKA-gebied op twee plaatsen overlapt met een deel van het Peelrandbreukenstelsel. Op dit aspect is het VKA negatief (-) beoordeeld.
23 | 308 Witteveen+Bos | 134741/24-017.337 | Definitief 03
Cultuurhistorische waarden Het VKA overlapt met de Beerse overlaat, de Hertogswetering en dijk en de kooicirkels rond twee eendenkooien. Vanwege overlap met de Hertogswetering en dijk is het VKA-gebied sterk negatief (--) beoordeeld. Archeologie Binnen het VKA-gebied ligt een aantal gebieden met een hoge of middelhoge archeologische verwachtingswaarde. Het VKA-gebied is daarom negatief (-) beoordeeld. Bodem en water Beschermde watergebieden Het noordwestelijke deel van het VKA-gebied bevindt binnen het grondwaterbeschermingsgebied. Werkzaamheden op een diepte van meer dan drie meter kunnen de beschermende werking van de slecht doorlatende bodemlagen (zoals kleilagen) aantasten, waardoor de kwaliteit van het grondwater kan worden beïnvloed. Het VKA-gebied is daarom beoordeeld als negatief (-). Waterberging Het VKA overlapt met de reserveringsgebieden voor waterberging. Deze reserveringen zijn aangewezen om te voorkomen dat in deze gebieden (kapitaalintensieve) ontwikkelingen plaatsvinden die de ontwikkeling van toekomstige waterberging belemmeren of het waterbergend vermogen negatief beïnvloeden. Het VKA is op dit aspect beoordeeld als negatief (-). Natuur Voor de beoordeling van de natuuraspecten in deze is gebruik gemaakt van de onderzoeksmethodiek, zoals toegepast in dit planMER.
Daarnaast hebben de gemeenten aanvullende onderzoeken en analyses laten opstellen om te komen tot het VKA. Deze onderzoeken zijn uitgevoerd na de effectbeoordeling in hoofdstuk 7 en specifiek voor het VKA. Dit is gedaan om meer inzicht te krijgen in de ecologische haalbaarheid en risico’s van het VKA. Het gaat om een ecologische risicoanalyse (bijlage XVI), Passende Beoordeling (bijlage XVII) en een Nee-tenzij toets (bijlage XVIII). Voor de volledigheid worden de resultaten van deze onderzoeken ook kort benoemd. De beoordeling van het VKA is gebaseerd op de effectonderzoeken die ook is gebruikt voor de effectbeoordeling van de vijf varianten. Stikstofeffecten op Natura 2000-gebieden Tijdens de aanlegfase kan stikstofdepositie op stikstofgevoelige habitattypen voorkomen. De exacte omvang van de effecten is afhankelijk van de onder meer het type windturbine, de omvang van het windpark, de inzet van materieel en de gekozen aanlegmethode. Omdat sterk negatieve effecten niet zijn uitgesloten is het VKA-gebied beoordeeld als sterk negatief (--). Om de effecten op Natura 2000-gebieden nader te duiden is door TAUW een Passende Beoordeling opgesteld (zie bijlage XVII). Hieruit blijkt dat de verwachting is dat er voldoende mogelijkheden zijn voor mitigerende maatregelen om significante effecten op stikstofgevoelige habitats te voorkomen.
Overige effecten op Natura 2000-gebieden Vanwege de ligging in gebied waar soorten uit Natura 2000-gebied Rijntakken voor kunnen komen, zijn sterk negatieve effecten van het VKA-gebied op de instandhoudingsdoelstellingen door habitatverlies en sterfte als gevolg van aanvaring op voorhand niet uit te sluiten. Het VKA is beoordeeld als sterk negatief (--). Hierbij geldt in de praktijk wel een groter risico op significant negatieve effecten op soorten die voorkomen op locaties binnen het VKA die geschikter zijn voor soorten die beschermd zijn onder Natura 2000-gebied Rijntakken. Om de effecten op Natura 2000-gebieden nader te duiden is door TAUW een Passende Beoordeling opgesteld (zie bijlage XVII). Hieruit blijkt dat de verwachting is dat er voldoende mogelijkheden zijn voor mitigerende maatregelen om significante effecten op vogels te voorkomen. Effecten op Natuurnetwerk Brabant In het VKA-gebied liggen meerdere gebieden die onderdeel zijn van Natuurnetwerk Brabant (NNB). De Hertogswetering en de Hoefgraaf zijn aangeduid als ecologische verbindingszone (EVZ). Ecologische verbindingszones zijn eveneens onderdeel van het NNB. Plaatsing van windturbines in of binnen ½
24 | 308 Witteveen+Bos | 134741/24-017.337 | Definitief 03
rotordiameterafstand van deze gebieden heeft effecten op deze gebieden. Het VKA is beoordeeld als sterk negatief (--). In de Nee-tenzij toets door TAUW in bijlage XVIII zijn de effecten op het NNB nader onderzocht. Hieruit blijkt dat negatieve effecten niet op voorhand uit te sluiten zijn. Compensatie kan nodig zijn. Aangezien het compenseren van eventuele schade aan wezenlijke kenmerken en waarden van het NNB vrijwel altijd maatwerk is, wordt in het onderzoek aangeraden hierover te overleggen met de provincie Noord-Brabant. Effecten op rust- en foerageergebied ganzen en smienten Een deel van het VKA-gebied overlapt met het rust- en foerageergebied. De windturbines kunnen een effect hebben op de ganzen en smienten die rusten en foerageren in dit gebied. Deze soorten mogen tussen 1 november en 1 april niet opzettelijk worden verstoord. Negatieve effecten kunnen ook buiten het gebied voorkomen, zo kan sprake zijn van verstoring of barrièrewerking. Door ligging in het rust- en foerageergebied scoort het VKA sterk negatief (--). Effecten op beschermde plant- en diersoorten In het gehele VKA-gebied worden beschermde soorten verwacht. Grotere concentraties worden verwacht nabij de watergangen, NNB-gebieden, het rust- en foerageergebied en de ecologische verbindingszones. Daarnaast ligt een deel van het VKA-gebied direct aangrenzend aan een weidevogelkerngebied.
Naast de weidevogels zijn ook effecten te verwachten op onder andere vleermuizen en watervogels, zoals ganzen en zwanen, Het VKA is daarom beoordeeld als sterk negatief (--). In de ecologische risicoanalyse door Waardenburg Ecology (bijlage XVI) zijn weidevogel hotspots geïdentificeerd. Ook deze kennen overlap met het VKA. Veiligheid Externe veiligheid Het VKA scoort sterk negatief (--). Het VKA-gebied biedt namelijk mogelijkheden om windturbines binnen de PR10-6 contour (tiphoogte) rond woningen te plaatsen. Daarnaast ligt het VKA-gebied binnen de adviesafstanden van de ondergrondse buisleiding van Gasunie en de hoogspanningslijn van TenneT. Hiervoor geldt landelijke wet- en regelgeving, waar niet zondermeer van afgeweken kan worden. Bij de aanvraag van een vergunning wordt dit gedetailleerd en specifiek beoordeeld voor woningen en de ondergrondse buisleiding en hoogspanningslijn en kan worden bepaald of afgeweken kan worden van de afstand die gelijk is aan de tiphoogte. (Defensie)laagvliegverkeer Het VKA-gebied bevindt zich binnen het laagvlieggebied en de laagvliegroute van Defensie. Het VKA is negatief (-) beoordeeld. Waterkeringsveiligheid Het VKA-gebied overlapt met de oevers van de Nulandse aanvoersloot en de Hertogswetering. Voor plaatsing is een vergunning nodig (Artikel 3.4 Keur Waterschap Aa en Maas). Het VKA-gebied is daarom negatief (-) beoordeeld.
Gezonde leefomgeving Geluidsbelasting Het VKA-gebied scoort voor geluidsbelasting sterk negatief (--) omdat het plaatsing van windturbines binnen de 45 dB Lden-contour rondom geluidgevoelige woningen en overige objecten mogelijk maakt. Hierbij dient opgemerkt te worden dat als uitgangspunt voor de beoordeling geldt dat geen mitigatie wordt toegepast. Indien dit wel wordt toegepast kunnen de effecten worden beperkt. Laagfrequent geluid Bij het VKA-gebied liggen er gebouwen binnen de kritische afstand voor laagfrequent geluid. Hiermee scoort het VKA negatief (-) op het aspect effecten op laagfrequent geluid.
25 | 308 Witteveen+Bos | 134741/24-017.337 | Definitief 03
Cumulatief geluid Volgens de Methode Miedema zijn er bij het VKA-gebied geluidgevoelige objecten die een verslechtering van cumulatieve geluidskwaliteit kunnen ondervinden. Voor het VKA-gebied geldt daarom een negatieve (-) beoordeling. Slagschaduw Het VKA-gebied is voor slagschaduw beoordeeld als sterk negatief (--). Voor turbinetype 2 zijn er meer potentieel slagschaduwgevoelige gebouwen die slagschaduw kunnen ontvangen dan voor turbinetype 1. Dit is de theoretisch maximale impact en daarmee het worst-case scenario. Met een stilstandvoorziening kan de slagschaduwhinder worden beperkt.
0.6.3
Ruimtelijke principes
In de Ontwerptoelichting VKA Duurzame Polder (bijlage XV) zijn kansen voor de integrale gebiedsontwikkeling opgenomen. Dit is gedaan voor de thema’s natuur, landbouw, wonen en recreatie, en landschap en cultuurhistorie. In hoofdstuk 14 is - net als in hoofdstuk 13 - op hoofdlijnen beschouwd wat de kansen en aandachtspunten vanuit milieu zijn voor de mogelijke ruimtelijke ontwikkelingen van het gebied. Deze ontwikkelingen hebben in sommige gevallen raakvlak met de ontwikkeling van windturbines, maar bestaan ook uit ontwikkelingen die los staan van de ontwikkeling van windturbines in de Duurzame Polder. De meeste van de ruimtelijke principes kunnen in positieve zin bijdragen aan de integrale gebiedsontwikkeling in de Duurzame Polder.
0.7
Samenvatting effectbeoordelingen
In tabel 0.2 is de samenvatting van de effectbeoordelingen opgenomen. De rode cellen betekenen dat een sterk negatief (--) effect te verwachten is ten opzichte van de referentiesituatie. De oranje cellen betekenen dat een negatief (-) effect te verwachten is. De witte cellen betekenen dat er geen effecten optreden. Dan is sprake van een neutrale (0) beoordeling. Hierbij wordt opgemerkt dat de effecten worst-case zijn beoordeeld, waardoor de varianten veelal sterk negatief (--) beoordeeld zijn. Er is namelijk sprake van een algemene beoordeling van de gehele plaatsingszone van de alternatieven. Als een klein gedeelte binnen onderdeel ligt dat zorgt voor sterk negatieve effecten, is het gehele alternatief als zodanig beoordeeld. Voor natuur geldt dat sprake is van een risico-inschatting, waarbij onder andere een sterk negatieve beoordeling volgt als er al een klein risico aanwezig is op natuureffecten. Nader onderzoek in de projectMER-fase is noodzakelijk om in beeld te brengen in hoeverre sterk negatieve effecten daadwerkelijk optreden en/of beperkt kunnen worden. Beschouwing effecten VKA ten opzichte van de overige varianten Het VKA combineert verschillende varianten en biedt een gebalanceerde benadering voor de opwekking van duurzame energie.
Ten opzichte van de andere varianten, vallen de volgende aspecten op: - het VKA heeft een indicatieve energieopbrengst van 576.000 MWh/jaar, wat hoger is dan de andere varianten; - het VKA is evenals de varianten negatief beoordeeld op landschappelijke effecten en de effecten op aardkundige waarden; - het VKA is sterk negatief beoordeeld op het aspect cultuurhistorische waarden door de overlap met de Hertogswetering. De variant Natuur is hierin minder negatief; - voor archeologie zijn negatieve effecten mogelijk, maar is wel sprake van minder effecten dan de varianten Geluid 1, Natuur en Restruimte; - door ligging in een grondwaterbeschermingsgebied en reserveringsgebied voor waterberging is het VKA negatiever beoordeeld dan de varianten Landschap 2 en Natuur; - de effecten op stikstof en overige effecten op Natura 2000-gebieden, evenals de effecten op het Natuurnetwerk Brabant, zijn bij het VKA vergelijkbaar met de meeste andere varianten (behalve de Natuur varianten) en worden als negatief beoordeeld;
26 | 308 Witteveen+Bos | 134741/24-017.337 | Definitief 03
-
-
ten aanzien van externe veiligheid zijn sterk negatieve effecten niet uit te sluiten. Hierin is het VKA negatiever beoordeeld dan de varianten Basis en Geluid; hoewel het VKA niet de laagste geluidbelasting heeft, scoort het redelijk goed met 57 tot 67 geluidgevoelige gebouwen binnen de 47 dB contour en 62 tot 82 gebouwen binnen de 45 dB contour. Dit is aanzienlijk minder dan sommige andere varianten (Basis, Natuur en Restruimte); het aantal slagschaduwgevoelige gebouwen (> 5 uur en 40 minuten/jaar) bij het VKA bedraagt 257 tot 1152, wat aanzienlijk minder is dan bij de varianten Natuur en Restruimte, maar meer dan de andere varianten.
Naast de maatgevende aspecten zijn ook voor het VKA niet-maatgevende aspecten onderzocht. In het vervolgproces voor de verdere uitwerking van het VKA-gebied dient in ieder geval rekening gehouden te worden met effecten voor de volgende aspecten: - effecten op bodemkwaliteit; - effecten op oppervlaktewater; - effecten op ontplofbare oorlogsresten; - effecten op landbouw, recreatie, overige bedrijven en verkeer; - effecten op defensieradar.
27 | 308 Witteveen+Bos | 134741/24-017.337 | Definitief 03
Tabel 0.2 Overzicht effectbeoordelingen (inclusief VKA) Variant
Basis
Geluid
Landschap
Natuur
Restruimte
1
2
1
2
1
2
1
2
energieopbrengst (indicatief) in MWh/jaar
360.000
744.000
360.000
264.000
360.000
336.000
360.000
360.000
effecten op ruimtelijk-visuele kenmerken
-
-
-
-
-
-
-
-
-
effecten op landschappelijke waarden
-
-
-
-
-
-
-
-
effecten op aardkundige waarden
-
-
-
-
-
-
-
effecten op cultuurhistorische waarden
--
--
--
--
--
--
effecten op archeologie
-
-
--
-
-
effecten op beschermde watergebieden
-
-
-
-
effecten op waterberging
-
-
-
stikstofeffecten op Natura 2000-gebieden
--
--
overige effecten op Natura 2000-gebieden
--
effecten op Natuurnetwerk Brabant
VKA
1
2
n.b.
576.000
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
--
--
--
--
-
--
--
--
--
-
-
-
0
0
0
-
-
-
-
-
-
-
-
-
--
--
-
-
--
--
--
--
--
--
--
--
--
--
--
--
--
--
--
--
--
--
--
--
--
--
--
--
--
--
--
-
-
--
--
--
--
effecten op rust- en foerageergebied ganzen en smienten
--
--
--
--
--
--
-
-
--
--
--
--
effecten op beschermde plant- en diersoorten
--
--
--
--
--
--
-
-
--
--
--
--
effecten op externe veiligheid
-
-
-
-
--
--
--
--
--
--
--
--
effecten op (defensie)laagvliegverkeer
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
effecten op waterkeringsveiligheid
-
-
-
-
-
-
-
-
--
--
-
-
geluidbelasting op omgeving
--
--
-
-
--
--
--
--
--
--
--
--
aantal geluidgevoelige gebouwen 47 dB contour
62
74
0
0
41
30
967
979
982
832
57
67
aantal geluidgevoelige gebouwen 45 dB contour
73
93
0
0
47
35
1820
1977
1940
1466
62
82
aantal geluidgevoelige gebouwen 42 dB contour
93
128
119
96
60
58
3580
4763
3948
3217
82
108
Turbinetype
28 | 308 Witteveen+Bos | 134741/24-017.337 | Definitief 03
1
2
niet bepaald (n.b.)
Variant
Basis
Geluid
Landschap
Natuur
Restruimte
VKA
1
2
1
2
1
2
1
2
1
2
1
2
107
337
141
135
64
104
5477
7585
5757
4639
94
286
effecten op laagfrequent geluid
-
0
0
0
-
-
-
-
-
-
-
-
effecten op geluid in cumulatie
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
effecten op slagschaduw
--
--
--
--
--
--
--
--
--
--
--
--
120
854
111
225
69
61
7463
10190
3006
5704
257
1152
Turbinetype aantal geluidgevoelige gebouwen 40 dB contour
aantal slagschaduwgevoelige gebouwen > 5 uur en 40 minuten/jaar (woningen en overig)
29 | 308 Witteveen+Bos | 134741/24-017.337 | Definitief 03
1 INLEIDING 1.1
Voorgenomen project: Duurzame Polder
1.1.1
Aanleiding
De gemeenten Oss en ’s-Hertogenbosch werken sinds 2017 samen met provincie Noord-Brabant en het rijk aan plannen voor het opwekken van duurzame energie in de Duurzame Polder. De Duurzame Polder bestaat uit de Lithse, Geffense, Rosmalense en Nulandse polder. Dit is het gebied tussen Oss, ’s-Hertogenbosch en de Maas. In 2020 is het Eindrapport Verkenning Duurzame Polder1 afgerond. Mede op basis van dit rapport hebben beide gemeenteraden de Duurzame Polder aangewezen als gebied voor grootschalige opwekking van duurzame energie met windturbines. Op 12 oktober 2021 hebben de gemeenten een bestuursovereenkomst gesloten met de provincie Noord-Brabant en het ministerie van Economische Zaken en Klimaat (hierna: EZK). In de bestuursovereenkomst is afgesproken dat de gemeenten als bevoegd gezag optreden voor het project Duurzame Polder. Ook is het doel van het project nogmaals vastgelegd. Het doel luidt: ‘Bij de uitwerking van de voor Duurzame Polder gestelde energieopgave, namelijk het uiterlijk 1 januari 2025 2 verlenen van vergunningen voor de beoogde opwek van duurzame energie, wordt de samenhang met andere waarden en belangen in ogenschouw genomen, waardoor een integrale gebiedsontwikkeling plaatsvindt.’ De ontwikkelingen die onderdeel zijn van het project de Duurzame Polder zijn dus breder dan de opwek van duurzame energie.