Bijlage 2A Toelichting - bijlage 27 Zienswijze verslag
Tekst van het document
Pagina 65 van 299
Zienswijze 51 Samenvatting zienswijze a. Reclamant heeft een veehouderij aan de Beving 2 in Ravenstein. Hij vraagt om in bijlage 9 bij de planregels de vergunning met zaaknummer 2015-011457 voor genoemde locatie te schrappen. Deze vergunning heeft daar namelijk geen betrekking op. b. Verder maakt reclamant er bezwaar tegen dat het ontwerpbestemmingsplan diersoort en –aantal vastlegt. Hiermee wordt de flexibiliteit in de bedrijfsvoering nog verder aan banden gelegd. Reclamant vraagt dan ook om de tabel en de bijbehorende afwijkingsbevoegdheid voor aanpassing van diersoort en –aantal te schrappen. Besluit Wij vinden de zienswijze gedeeltelijk gegrond en gedeeltelijk ongegrond. Wijzigingen in bestemmingsplan Wij schrappen uit bijlage 9 bij de planregels de vergunning met zaaknummer 2015-011457 voor het bedrijf aan de Beving 2 in Ravenstein. Toelichting van de gemeenteraad Punt a Op grond van wat reclamant aanvoert, schrappen wij de door hem genoemde vergunning. Punt b Uit het MER en gezondheidskundig onderzoek volgt dat een regeling voor het vastleggen van diersoort en –aantal nodig is. Voor de verdere onderbouwing hiervan verwijzen wij naar de toelichting bij het bestemmingsplan. Wij zien dan ook geen reden om deze regeling te schrappen.
Pagina 66 van 299
Zienswijze 52 Samenvatting zienswijze Reclamant heeft een veehouderij aan de Amsteleindstraat 31 in Oss. Hij maakt er bezwaar tegen dat het ontwerpbestemmingsplan diersoort en –aantal vastlegt. Hiermee wordt de flexibiliteit in de bedrijfsvoering nog verder aan banden gelegd. Reclamant vraagt dan ook om de tabel en de bijbehorende afwijkingsbevoegdheid voor aanpassing van diersoort en – aantal te schrappen. Besluit Wij vinden de zienswijze ongegrond. Wijzigingen in bestemmingsplan Geen. Toelichting van de gemeenteraad Uit het MER en gezondheidskundig onderzoek volgt dat een regeling voor het vastleggen van diersoort en –aantal nodig is. Voor de verdere onderbouwing hiervan verwijzen wij naar de toelichting bij het bestemmingsplan. Wij zien dan ook geen reden om deze regeling te schrappen.
Pagina 67 van 299
Zienswijze 53 Samenvatting zienswijze a. Reclamant heeft een ruimtelijk onderbouwing ingediend voor de vergroting van het bouwvlak van zijn veehouderij aan de Hoogveldsestraat 5 in Oijen, met een positief advies van de Adviescommissie Agrarische Bouwaanvragen. Het ontwerpbestemmingsplan kent een kleiner bouwvlak toe dan het bouwvlak van 15.000 m² uit de ruimtelijke onderbouwing. Reclamant vraagt om toekenning van een bouwvlak overeenkomstig de ruimtelijke onderbouwing. b. Reclamant vraagt om in bijlage 9 bij de planregels bij zijn bedrijf een juiste verwijzing op te nemen naar de vergunning in het kader van de Wet natuurbescherming. Er komt in de bijlage wel een vergunning uit 2013 voor, maar ten onrechte geen vergunning uit 2014. c. Verder maakt reclamant er bezwaar tegen dat het ontwerpbestemmingsplan diersoort en –aantal vastlegt. Hiermee wordt de flexibiliteit in de bedrijfsvoering nog verder aan banden gelegd. Reclamant vraagt dan ook om de tabel en de bijbehorende afwijkingsbevoegdheid voor aanpassing van diersoort en –aantal te schrappen. Besluit Wij vinden de zienswijze gedeeltelijk gegrond en gedeeltelijk ongegrond. Wijzigingen in bestemmingsplan Wij nemen voor het agrarisch bedrijf aan de Hoogveldsestraat 5 in Oijen een bouwvlak van 1,5 ha op. In bijlage 9 bij de planregels nemen wij voor het bedrijf aan de Hoogveldsestraat 5 in Oijen een vergunning uit 2014 op.
Toelichting van de gemeenteraad Punt a Reclamant vraagt een bouwvlak van 15.000 m². Hij verwijst hiervoor naar een eerder ingediende ruimtelijke onderbouwing. Daar zit een tekening bij met het gewenste bouwvlak. Dit bouwvlak is volgens onze berekeningen 14.864 m² groot. Burgemeester en wethouders hebben dit bouwvlak ongewijzigd opgenomen in het ontwerpbestemmingsplan. Van dit bouwvlak was alleen een door reclamant aangeleverde pdf-tekening beschikbaar. Een dergelijke tekening is niet 100% maatvast. Wij hebben met reclamant overleg gevoerd en een digitale tekening ontvangen en ingemeten. Op basis van deze tekening passen wij het bouwvlak aan en nemen we een bouwvlak op van precies 1,5 ha. Punt b Wij onderschrijven het standpunt van reclamant en passen bijlage 9 bij de planregels aan. Punt c Uit het MER en gezondheidskundig onderzoek volgt dat een regeling voor het vastleggen van diersoort en –aantal nodig is. Voor de verdere onderbouwing hiervan verwijzen wij naar de toelichting bij het bestemmingsplan. Wij zien dan ook geen reden om deze regeling te schrappen.
Pagina 68 van 299
Zienswijze 54 Samenvatting zienswijze Reclamanten vragen om de stikstofrechten voor hun agrarisch bedrijf aan De Rijt 1a in Deursen-Dennenburg op te nemen in bijlage 9 bij de planregels. In het ontwerpbestemmingsplan ontbreken ze. Het gaat om een vergunning van 30 januari 2011. Besluit Wij vinden de zienswijze gegrond. Wijzigingen in bestemmingsplan Wij nemen in bijlage 9 bij de planregels een omgevingsvergunning van 7 maart 2013 met twee verklaringen van geen bedenkingen op voor het bedrijf aan De Rijt 1a in DeursenDennenburg. Toelichting van de gemeenteraad Burgemeester en wethouders hebben op 7 maart 2013 een omgevingsvergunning verleend met daarin twee verklaringen van geen bedenkingen: een van de provincie Gelderland (2012-009806) en een van de provincie Noord-Brabant (C2078061/3297740). Wij nemen deze vergunning met verklaringen van geen bedenkingen op in bijlage 9 bij de planregels. Wij hebben ambtelijk contact gehad met de adviseur van reclamanten. Deze bevestigt dat het inderdaad om deze vergunning gaat.
Pagina 69 van 299
Zienswijze 55 Samenvatting zienswijze Reclamant vraagt om een vormverandering van het bouwvlak van zijn agrarisch bedrijf aan de Kruiskampweg 26 in Geffen voor de opslag van ruwvoer, conform zijn verzoek van 2 november 2018. Besluit Wij vinden de zienswijze ongegrond. Wijzigingen in bestemmingsplan Geen. Toelichting van de gemeenteraad Zie hoofdstuk VI.
Pagina 70 van 299
Zienswijze 56 Samenvatting zienswijze a. Reclamanten maken er bezwaar tegen dat een aantal percelen waar zij afzonderlijk dan wel gezamenlijk eigenaar van zijn, in het ontwerpbestemmingsplan een gezamenlijk bestemmingsvlak hebben met de locatie Oijense Bovendijk 15 in Oijen. De percelen zijn feitelijk, kadastraal, juridisch en economisch losgekoppeld/gescheiden van de Oijense Bovendijk 15, en hebben een eigen ontsluiting op de Pastoor Feletstraat. b. Reclamanten maken bezwaar tegen de bestemming van genoemde percelen. Het gebruik van het pand is al meer dan 15 jaar niet overeenkomstig de bestemming, terwijl de inrichting van het perceel al meer dan 30 jaar haar huidige vorm heeft, inclusief de ontsluiting op de Pastoor Feletstraat. Reclamanten willen enkele collecties oldtimertractoren en (in de privésfeer) goederen opslaan. Besluit Wij vinden de zienswijze gedeeltelijk gegrond en gedeeltelijk ongegrond. Wijzigingen in bestemmingsplan Wij nemen binnen de bedrijfsbestemming aan de Oijense Bovendijk 15 in Oijen een aanduiding op ter plaatse van de bestaande loodsen, en regelen dat daar statische opslag in de privésfeer mogelijk is. Ambtshalve nemen wij een aanduiding op om de ontsluiting naar de loodsen vanaf de Pastoor Feletstraat positief te bestemmen.
Toelichting van de gemeenteraad Punten a en b In het nu geldende bestemmingsplan ‘Buitengebied Lith – 2013’ ligt er een bedrijfsbestemming aan de Oijense Bovendijk 15 in Oijen. Daar is toegestaan een bakkerij/meubelmakerij. Reclamanten hebben een deel van deze bedrijfsbestemming gekocht, opgesplitst en in gebruik genomen voor andere activiteiten dan een bakkerij/meubelmakerij. Wij willen voor het afgesplitste deel niet een eigen (bedrijfs)bestemming opnemen omdat dit juridisch gezien neer zou komen op nieuwvestiging. Dit is in strijd met de Verordening en ons eigen gemeentelijke beleid. Wij zijn wel bereid om binnen de bestaande bedrijfsbestemming een speciale aanduiding op te nemen voor de loodsen van reclamanten. In de planregels regelen wij dan dat ter plaatse van die aanduiding statische opslag in de privésfeer mogelijk is. Wij vinden dit aanvaardbaar omdat de ruimtelijke uitstraling van de privéopslag minder groot is dan die van de al toegestane functie bakkerij/meubelmakerij. Wij hebben ambtelijk overlegd met reclamanten, en zij stemmen hiermee in. Over de ontsluiting van de loodsen vanuit de Pastoor Feletstraat merken wij nog het volgende op. In het zienswijzenverslag bij het bestemmingsplan ‘Buitengebied Lith – 2013’ hebben wij aangegeven dat die ontsluiting positief was bestemd.
Strikt gezien klopt dat niet, omdat voor het betreffende pad geen vergunning is afgegeven, en er dus geen sprake is van een ‘bestaand pad’ in de zin van het bestemmingsplan. In het nieuwe bestemmingsplan bestemmen wij het pad alsnog positief door hiervoor een aanduiding op te nemen. Dit staat overigens los van de vraag of voor het pad nog een vergunning nodig is, waarvoor reclamanten contact kunnen opnemen met de gemeentelijke afdeling VTH.
Pagina 71 van 299
Zienswijze 57 Samenvatting zienswijze Reclamants perceel aan de Lutterstraat 2 in Lithoijen heeft in het ontwerpbestemmingsplan een bedrijfsbestemming, conform eerder gemaakte afspraken. De begrenzing van het bouwvlak kan echter leiden tot praktische bezwaren, met name voor de bereikbaarheid van de loodsen. Verder lijkt de verharding tussen de bedrijfswoning en de loodsen blijkens de verbeelding deels buiten de bedrijfsbestemming te vallen. Reclamant wil graag een groter deel van de bestaande terreinverhardingen handhaven, en vraagt om het bestemmingsplan op dit punt aan te passen. Besluit Wij vinden de zienswijze gegrond. Wijzigingen in bestemmingsplan Wij vergroten het bestemmingsvlak van het bedrijf aan de Lutterstraat 2 in Lithoijen, en nemen voor dit bedrijf een aangepast inrichtingsplan op. Toelichting van de gemeenteraad In het ontwerp van dit bestemmingsplan zijn het met reclamant afgesproken bestemmingsvlak en inrichtingsplan opgenomen. Wij hebben ambtelijk overlegd met reclamant. Naar aanleiding daarvan passen wij het inrichtingsplan behorende bij de (nieuwe) ontwikkeling aan de Lutterstraat 2 aan aan zijn wensen. Om de loodsen aan de zuidzijde te kunnen bereiken, breiden wij de verharding aan de zuidzijde met enkele meters uit. Ter compensatie daarvan legt reclamant groen aan tussen de beide delen van de inrit.
Pagina 72 van 299
Zienswijze 58 Samenvatting zienswijze a. Reclamants perceel aan de Vlierstraat 17 in Oijen heeft in het ontwerpbestemmingsplan een woonbestemming. Op grond van de bestemmingsplanregels mag de inhoud van woningen maximaal 600 m3 zijn. De woning met aangebouwd bijgebouw heeft echter een inhoud van 1.520 m 3, conform de daartoe verleende vergunning. Reclamant vraagt om met een maatvoeringsaanduiding deze grotere omvang te regelen. b. De paardenbak van 1.320 m² op het perceel, die sinds 2001 aanwezig is, ligt deels binnen de woonbestemming en deels op gronden met een agrarische bestemming. Deze laatste bestemming laat paardenbakken alleen toe in het kader van agrarische bedrijfsvoering. Reclamant heeft met burgemeester en wethouders echter afgesproken zijn agrarische activiteiten te beëindigen. Ook de woonbestemming laat paardenbakken niet toe. Reclamant vraagt om de paardenbak positief te bestemmen. Besluit Wij vinden de zienswijze gedeeltelijk gegrond en gedeeltelijk ongegrond. Wijzigingen in bestemmingsplan Wij bestemmen de paardenbak aan de Vlierstraat 17 in Oijen positief door hiervoor een aanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch – paardenbak 3’ op te nemen, met bijbehorende regels. Toelichting van de gemeenteraad Punt a Volgens onze berekening heeft de woning een inhoud van 1.542 m3.
Op basis van artikel 31.1 van het geldende bestemmingsplan Buitengebied Oss – 2010 en artikel 36.1 van het ontwerp van dit bestemmingsplan is afwijkende bebouwing positief bestemd, mits deze afwijking legaal is. Dat is hier het geval. Daarom is hiervoor geen aanpassing van het bestemmingsplan nodig. Punt b Wij verruimen ambtshalve, dus los van de zienswijze van reclamant, de regels voor paardenbakken. Maar die verruiming is niet voldoende in dit geval. Op grond van de argumenten van reclamant kunnen wij instemmen met een positieve bestemming van de paardenbak.
Pagina 73 van 299
Zienswijze 59 Samenvatting zienswijze a. Reclamant exploiteert een geitenhouderij aan de Harenseweg 44 in Berghem. Het ontwerpbestemmingsplan biedt binnen de zone ‘beperking veehouderij’ aan nietgrondgebonden veehouderijen geen ruimte voor uitbreiding van de oppervlakte dierverblijf binnen de bestaande oppervlakte van gebouwen. De Verordening en het huidige bestemmingsplan bieden die ruimte wel. Het ontwerpbestemmingsplan belemmert daarmee (na opheffing van het provinciale moratorium voor de geitenhouderij) de bedrijfsvoering van reclamant; er is geen enkele uitbreidingsmogelijkheid. Dit leidt tot grote schade. Reclamant vraagt om het provinciale beleid hierin te volgen. b. In artikel 3.5 van de planregels is een gebruiksafwijkingsregel opgenomen voor het houden van een ander veetype dan wel een toename van het aantal stuks vee dat artikel 3.1.2 toestaat. Eén van de voorwaarden bij geitenhouderijen is dat het provinciale moratorium voor geitenhouderij is opgeheven, waardoor het niet meer verboden is om de oppervlakte stalruimte voor geiten uit te breiden. De bouwregels, de gebruiksregels en de afwijkingsregels bieden echter niet de mogelijkheid om na opheffing van het moratorium de oppervlakte dierenverblijf van een geitenhouderij uit te breiden. Deze regels laten het uitbreiden van die oppervlakte expliciet niet toe.
Reclamant wordt na opheffing van het moratorium dus nog steeds belemmerd in zijn bedrijfsvoering. Uitbreiding van het aantal geiten is dan alleen mogelijk wanneer binnen de bestaande dierenverblijven vergunningtechnisch nog ruimte aanwezig is. Reclamant stelt voor om in de planregels wél uitbreiding van de oppervlakte dierverblijf voor een geitenhouderij toe te staan na opheffing van het moratorium. Besluit Wij vinden de zienswijze gegrond. Wijzigingen in bestemmingsplan Wij brengen de regeling voor de uitbreiding van de oppervlakte dierenverblijf bij veehouderijen in overeenstemming met de Verordening. Wij nemen in afwijkingsregelingen de mogelijkheid op om na opheffing van het provinciale moratorium de oppervlakte dierenverblijf voor geiten uit te breiden. Toelichting van de gemeenteraad Punt a De Verordening maakt het inderdaad mogelijk om binnen de bestaande oppervlakte bebouwing de oppervlakte dierenverblijf uit te breiden voor zowel grondgebonden als nietgrondgebonden veehouderijen. Wij willen hier de provinciale regeling volgen in plaats van de meer beperkende regeling uit het ontwerpbestemmingsplan. Punt b Wij zijn het met reclamant eens dat de regeling in het ontwerpbestemmingsplan niet helemaal consequent is.
Enerzijds is (na beëindiging van het moratorium) wel omschakeling naar geiten mogelijk met een afwijking van de veetypenregeling in artikel 3.5, maar anderzijds is volgens artikel 3.4 en 3.5 geen toename mogelijk van de oppervlakte dierenverblijf voor geiten. Op grond van de huidige regeling in artikel 3.5 was overigens wel (na beëindiging van het moratorium en met afwijking van de veetypenregeling) het gebruik van een bestaande oppervlakte dierenverblijf voor geiten mogelijk. Wij passen de regeling aan door ook in de andere afwijkingsregelingen op te nemen dat uitbreiding van de oppervlakte dierenverblijf voor geiten mogelijk is, mits het moratorium is opgeheven. Op grond van juridische overwegingen maken wij hiervan een apart artikel. Als de provincie het met deze regeling niet eens is, dan kan de provincie alleen op dit artikel reageren.
Pagina 74 van 299
Zienswijze 60 Samenvatting zienswijze a. Reclamant exploiteert een agrarisch bedrijf aan de Marenseweg 11 in Maren-Kessel. Bijlage 9 bij de regels van het ontwerpbestemmingsplan vermeldt voor deze locatie ten onrechte geen PAS-melding uit 2015. Reclamant vraagt om deze melding wel op te nemen. b. In 2018 heeft reclamant gevraagd om een wijzigingsprocedure voor vormverandering van het bouwvlak van zijn bedrijf. Hij vraagt om, ter voorkoming van ongewenste situaties, de gewenste bouwvlakvorm op te nemen in het bestemmingsplan ‘Buitengebied Oss - 2019’. Besluit Wij vinden de zienswijze gedeeltelijk gegrond en gedeeltelijk ongegrond. Wijzigingen in bestemmingsplan Wij verwerken het wijzigingsplan ‘Wijziging 3 Bestemmingsplan Buitengebied Lith – 2013’ in het bestemmingsplan. Toelichting van de gemeenteraad Punt a Anders dan reclamant stelt, vermeldt bijlage 9 de bedoelde melding wel. Zij staat op de laatste bladzijde van bijlage 9. Punt b Burgemeester en wethouders hebben inmiddels het gevraagde wijzigingsplan vastgesteld. Wij verwerken dit in het bestemmingplan voor het buitengebied.
Pagina 75 van 299
Zienswijze 61 Samenvatting zienswijze a. Reclamant exploiteert een rundveehouderij aan de Deelenweg 1 in Maren-Kessel. Voor deze locatie bevat het ontwerpbestemmingsplan een inrichtingsplan vanwege de beoogde uitbreiding van een rundveestal. De planregels houden in dat ook als er niet gebouwd wordt binnen twee jaar na het verlenen van de omgevingsvergunning voor de rundveestal, het inrichtingsplan dient te zijn uitgevoerd. Reclamant vindt dit niet terecht. Het inrichtingsplan houdt immers verband met de rundveestal; het is niet reëel om de uitvoering van het inrichtingsplan te eisen als de rundveestal (nog) niet wordt gebouwd. Reclamant stelt voor om de regeling op dit punt aan te passen. b. Reclamant vraagt om een binnenplanse afwijkingsbevoegdheid op te nemen om afwijking van het inrichtingsplan mogelijk te maken, zodat hiervoor geen dure en lange buitenplanse procedure of bestemmingsplanprocedure nodig is. Besluit Wij vinden de zienswijze gedeeltelijk gegrond en gedeeltelijk ongegrond. Wijzigingen in bestemmingsplan Wij laten in artikel 37.2 van de planregels afwijking van de uitvoeringstermijn voor inrichtingsplannen toe. Toelichting van de gemeenteraad Punt a Deze regeling nemen wij op voor nieuwe ontwikkelingen die vergevorderd zijn.
Dat wil zeggen dat burgemeester en wethouders daarmee akkoord zijn gegaan, dat de gemeente en initiatiefnemers een anterieure overeenkomst hebben gesloten, en dat burgemeester en wethouders de ontwikkeling in het (ontwerp)bestemmingsplan hebben verwerkt. In de situatie waar reclamant op doelt heeft reclamant bovendien een omgevingsvergunning voor de ontwikkeling aangevraagd en gekregen. Wij vinden het redelijk om aan te nemen dat in een dergelijke situatie reclamant de voorgenomen ontwikkeling ook daadwerkelijk realiseert door de verleende vergunning uit te voeren. Overigens gaat ook de wet hiervan uit in die zin dat als reclamant niet binnen een half jaar met de uitvoering start, burgemeester en wethouders de vergunning kunnen intrekken. Wij passen de regeling voor inrichtingsplannen dus niet aan. Wij kunnen ons voorstellen dat een initiatiefnemer in een uitzonderlijk geval wél een omgevingsvergunning krijgt, maar deze niet binnen twee jaar uitvoert. In dat geval zullen burgemeester en wethouders nader moeten bezien of het redelijk is om af te wijken van de uitvoeringstermijn van 2 jaar. Dit kan via een afwijkingsbesluit. Daarom passen wij artikel 37.2 van de planregels in deze zin aan. Punt b Artikel 37.2 van de regels van het ontwerpbestemmingsplan bevat al de regeling die reclamant wenst. Wij handhaven deze regeling.
Pagina 76 van 299
Zienswijze 62 Samenvatting zienswijze Reclamante exploiteert een loon- en grondverzetbedrijf aan de Amsteleindstraat 148. De bestaande en vergunde oppervlakte bedrijfsbebouwing bedraagt 2.115 m². Het ontwerpbestemmingsplan laat echter slechts 1.800 m² toe. Reclamante vraagt om hiervan 2.115 m² te maken om ook in de toekomst voldoende ontwikkelingsmogelijkheden te houden. Besluit Wij vinden de zienswijze ongegrond. Wijzigingen in bestemmingsplan Geen. Toelichting van de gemeenteraad De gemachtigde van reclamante heeft ons ambtelijk de vergunning gestuurd die volgens hem bedrijfsbebouwing tot een omvang van 2.115 m² toestaat. Volgens onze berekening heeft deze vergunde en overige bebouwing echter een oppervlakte van iets minder dan de 1.800 m² die het ontwerpbestemmingsplan en het huidige bestemmingsplan vermelden. De 2.115 m² is gebaseerd op deze bedrijfsbebouwing plus de twee bedrijfswoningen. Maar in de systematiek van dit bestemmingsplan telt de oppervlakte van bedrijfswoningen niet mee voor de toegestane omvang bedrijfsgebouwen. Daarom handhaven wij de maatvoering in het huidige bestemmingsplan, namelijk 1.800 m². Reclamante kan als zij concrete bouwplannen heeft, eventueel gebruik maken van een binnenplanse afwijking voor vergroting van de oppervlakte bedrijfsbebouwing met 25%.
Pagina 77 van 299
Zienswijze 63 Samenvatting zienswijze a. Reclamante exploiteert een bedrijf aan de Broekstraat 20 in Berghem. Het ontwerpbestemmingsplan laat daar alleen een loonbedrijf toe. Reclamante vraagt om dit te veranderen in ‘loonwerk-, grondverzet en groenvoorzieningenbedrijf met eigen groencompostering’. De groenvoorzieningentak is het hoofdonderdeel. Volgens reclamante sluit dit aan bij de bestaande rechten. b. Reclamante vraagt om in bijlage 5 bij de planregels ‘oppervlakte bedrijfsbebouwing’ te veranderen in ‘oppervlakte bedrijfsgebouwen’. Bedrijfsbebouwing komt namelijk niet overeen met wat artikel 5.2, leden m, n en o bedoelen. Besluit Wij vinden de zienswijze gegrond. Wijzigingen in bestemmingsplan Wij nemen in bijlage 5 bij de planregels bij het adres Broekstraat 20 in Berghem als toegestane aard van de bedrijvigheid op: ‘loonwerk-, grondverzet en groenvoorzieningenbedrijf met eigen groencompostering’. In bijlage 5 bij de planregels veranderen wij de term ‘oppervlakte bedrijfsbebouwing’ in ‘oppervlakte bedrijfsgebouwen’. Toelichting van de gemeenteraad Punt a Wij vinden de gevraagde aanpassing ruimtelijk aanvaardbaar. Wij passen bijlage 5 bij de planregels aan zoals reclamante vraagt. Punt b Wij zijn het eens met reclamante, en passen bijlage 5 aan.
Pagina 78 van 299
Zienswijze 64 Samenvatting zienswijze Reclamanten (Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant) vinden dat het ontwerpbestemmingsplan op een aantal punten in strijd is met de Verordening. Daarom vragen zij op de volgende punten een aanpassing. a. Reclamanten vragen om schuilgelegenheden alleen toe te staan in die gebieden die zijn aan te merken als kernrandzone als bedoeld in de Verordening. Zij wijzen erop dat het ontwerpbestemmingsplan ten onrechte alle gronden op de oeverwal kwalificeert als kernrandzone. b. Artikel 40.8 van de regels van het ontwerpbestemmingsplan laat onder voorwaarden omschakeling toe van agrarische bedrijven naar burgerwoningen. Daarbij hoeft 1.000 m² bedrijfsgebouwen niet te worden gesloopt. Reclamanten vragen om te onderbouwen waarop deze maatvoering is gebaseerd en in hoeverre zij in overeenstemming is met de strekking van de Verordening, dan wel deze bepaling te schrappen. c. Reclamanten dringen erop aan dat wij omschakeling van bedrijvigheid beperken tot de milieucategorieën 1 en 2. Het ontwerpbestemmingsplan laat onder omstandigheden ook milieucategorie 3 toe. d. Reclamanten vragen om aan de bestemmingsomschrijving van de bestemming ‘Water’ de bescherming van cultuurhistorische waarden toe te voegen. e.
Reclamanten vragen om in de wijzigingsbevoegdheden voor vergroting van agrarische bouwvlakken de vestiging van, de uitbreiding van, de omschakeling naar en een toename van de oppervlakte dierenverblijf van geitenhouderijen uit te sluiten. f. Reclamanten vragen om in de wijzigingsbevoegdheid voor omschakeling naar veehouderij te bepalen dat er sprake moet zijn van een zorgvuldige veehouderij. Verder vragen zij om in voorwaarde j de SUN toe te voegen. Besluit Wij vinden de zienswijze gedeeltelijk gegrond en gedeeltelijk ongegrond. Wijzigingen in bestemmingsplan Wij nemen binnen de bestemming ‘Water’ ook de bescherming van cultuurhistorische waarden op als doel. Wij nemen in de wijzigingsregeling voor vergroting van agrarische bouwvlakken op dat de vestiging van, de uitbreiding van, de omschakeling naar en een toename van de oppervlakte dierenverblijf van geitenhouderijen niet zijn toegestaan. Wij nemen in de wijzigingsregeling voor omschakeling naar veehouderij op dat er sprake moet zijn van een zorgvuldige veehouderij. Ook voegen wij de SUN toe. Toelichting van de gemeenteraad Punt a Wij vinden dat burgemeester en wethouders een genuanceerde regeling voor schuilgelegenheden hebben opgenomen in het ontwerpbestemmingsplan. Zij staan in het hele komgebied, dat grootschalig en open van karakter is, geen schuilgelegenheden toe.
Op de kleinschalige gebieden in het noorden en zuiden van de gemeente staan zij wel schuilgelegenheden toe. Dat doen zij met een binnenplanse afwijking waarbij ook landschappelijke inpassing vereist is. Volgens ons zijn de noordelijke en zuidelijke kleinschalige delen van de gemeente te beschouwen als een kernrandzone, vanwege de ligging in de nabijheid van kernen en de relatief dichte bebouwing ervan. Reclamanten geven overigens ook niet aan waar er geen sprake zou zijn van een kernrandzone en motiveren hier hun standpunt dus niet. In het algemeen zijn wij van mening dat er bij een regeling voor schuilhutten geen provinciaal belang gemoeid is en dat, zeker gelet op de toekomstige verhoudingen tussen provincie en gemeente onder de Omgevingswet, geen provinciale bemoeienis met een dergelijke regeling nodig is. Punt b Deze regeling is in overeenstemming met zowel artikel 6.7 van de Verordening ruimte Noord-Brabant als met artikel 3.69 van de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant. In beide artikelen stelt de Verordening alleen dat overtollige bebouwing gesloopt moet worden en wordt hieraan geen bovengrens gesteld. Het handhaven van 1.000 m² aan bebouwing, mits deze niet overtollig is, is dan ook in overeenstemming met de provinciale
Pagina 79 van 299
regelgeving. Onze regels stellen ook niet dat er altijd 1.000 m² mag worden gehandhaafd, maar dat alle niet-overtollige bebouwing mag worden gehandhaafd, met een maximum van 1.000 m². Een toets op overtolligheid is dan ook altijd nodig. Punt c Het betreft hier in artikel 5.4 een omschakelingsmogelijkheid van een niet-agrarisch bedrijf naar een agrarisch verwant bedrijf of een agrarisch-technisch bedrijf. Op deze laatste categorieën van bedrijven is artikel 7.11 van de Verordening ruimte Noord-Brabant van toepassing en niet artikel 7.10, lid 1d, zoals reclamanten stellen. In artikel 7.11 van deze verordening is geen maximale milieucategorie opgenomen. Onze regeling is dus niet in strijd met de destijds geldende Verordening ruimte Noord-Brabant. Deze regeling is ook niet strijdig met de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant omdat ook daarin geen maximale milieucategorieën voor bedrijven zijn opgenomen. Punt d Wij nemen conform de zienswijze binnen de bestemming ‘Water’ ook de bescherming van cultuurhistorische waarden op als doel. Punt e Wij nemen conform de zienswijze in de wijzigingsregeling op dat de vestiging van, de uitbreiding van, de omschakeling naar en een toename van de oppervlakte dierenverblijf van geitenhouderij niet zijn toegestaan. Juridisch gezien is dat volgens ons overigens niet nodig.
Bij vergroting van een agrarisch bouwvlak blijven de normale bouw- en gebruiksregels van de bestemming ‘Agrarisch’ van toepassing. En hierin is het geitenmoratorium al opgenomen. Punt f Wij nemen conform de zienswijze van reclamanten de gevraagde aanvulling op.
Pagina 80 van 299
Zienswijze 65 Samenvatting zienswijze Reclamant woont aan de Heistraat in Berghem. Hij maakt er bezwaar tegen dat het ontwerpbestemmingsplan enkele ontwikkelingen aan de Heistraat 10 in Berghem legaliseert. Reclamant vindt dit niet te verenigen met het feit dat burgemeester en wethouders elders handhavend optreden, waardoor meerdere bewoners hun bouwwerken hebben moeten slopen. Toelichting van de gemeenteraad Zie hoofdstuk V.
Pagina 81 van 299
Zienswijze 66 Samenvatting zienswijze Reclamanten wonen aan de Oelenstraat 4 in Macharen. Zij vragen om hun perceel buiten de agrarische ontwikkelingszone te houden zodat in de toekomst een andere invulling mogelijk is. Besluit Wij vinden de zienswijze gegrond. Wijzigingen in bestemmingsplan Wij passen de grens tussen het primair agrarisch gebied en het overig agrarisch gebied ter hoogte van de Oelenstraat 4 in Macharen aan volgens het voorstel van reclamanten. Toelichting van de gemeenteraad Wij kunnen instemmen met de voorgestelde grens tussen het primair agrarisch gebied en het overig agrarisch gebied, zodat het bedrijf van reclamanten buiten het primair agrarisch gebied komt te vallen. Het bedrijf sluit hierbij aan bij het meer gemengd gebied aan de Hoogoordstraat.
Pagina 82 van 299
Zienswijze 67 Samenvatting zienswijze a. Reclamanten vragen om ruimere mogelijkheden voor nevenactiviteiten en functieverandering binnen het primair agrarisch gebied. Deze zijn noodzakelijk voor het voortbestaan van agrarische bedrijven. De beperkingen in het ontwerpbestemmingsplan zullen leiden tot leegstand en verpaupering. b. Het ontwerpbestemmingsplan beperkt in de zone rondom de Hertogswetering, het zogenaamde komgebied, de gewone agrarische werkzaamheden van reclamanten. Ook kan het ontwerpbestemmingsplan hier belemmeringen opleveren voor zonneparken. c. Reclamanten vragen om hun ammoniakemissie vast te leggen conform het door hen overgelegde stuk. Besluit Wij vinden de zienswijze ongegrond. Wijzigingen in bestemmingsplan Geen. Toelichting van de gemeenteraad Punt a Het ontwerpbestemmingsplan bevat een genuanceerde regeling voor vrijkomende agrarische bebouwing. Dat geldt ook voor de nevenactiviteiten. Wij onderschrijven deze regelingen. Binnen de bebouwingsconcentraties bieden we de meeste mogelijkheden, binnen het primair agrarisch gebied de minste. Het beleid waarop wij ons in dit bestemmingsplan baseren, is opgenomen in de ‘Structuurvisie Oss – 2015’. Dit beleid is nog steeds actueel. Doel van dit beleid is om het primair agrarisch gebied zoveel mogelijk te vrijwaren van niet-agrarische functies die de agrarische bedrijfsvoering kunnen schaden.
Wij onderkennen dat dit beleid in individuele situaties de mogelijkheden van een bedrijf tot omschakeling en nevenactiviteiten beperkt. Maar voor de sector als geheel is het gewenst dat er agrarische locaties beschikbaar blijven (omdat nieuwvestiging niet mogelijk is) en er zo min mogelijk belemmeringen zijn voor de bedrijfsvoering door andere functies. De verkoop van producten van het eigen bedrijf staan wij overigens wel rechtstreeks toe. Punt b Het bestemmingsplan kent rondom de Hertogswetering inderdaad een zone, namelijk de groenblauwe mantel. Deze zone komt uit de Verordening. Wij moeten deze opnemen in een bestemmingsplan. Het is juist dat deze zone belemmeringen met zich mee kan brengen. Dat is ook de bedoeling van het provinciaal beleid, aangezien dit een soort bufferzone is tussen de natuur in het Natuurnetwerk Brabant en het overige buitengebied. Of, en zo ja, in welke mate, deze zone belemmeringen gaat opleveren voor zonneparken, kunnen wij nu niet zeggen. Zonneparken zijn op basis van dit bestemmingsplan niet mogelijk, ook niet met een wijzigingsplan. Zonneparken moeten dus altijd met een aparte bestemmingsplanprocedure worden geregeld. Bij deze procedure moet onder andere het provinciaal beleid worden betrokken. Punt c Reclamanten leggen in hun zienswijze een relatie met het Programma Aanpak Stikstof (PAS).
Op 29 mei 2019 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State een uitspraak gedaan in enkele beroepszaken tegen Natura 2000-vergunningen die zijn gebaseerd op het Programma Aanpak Stikstof 2015-2021. Deze uitspraak laat niet toe dat wij de stikstofregeling in het bestemmingsplan verruimen. Daarom houden wij vast aan de regeling uit het ontwerpbestemmingsplan.
Pagina 83 van 299
Zienswijze 68 Samenvatting zienswijze Reclamanten vragen om een vormverandering van het bouwvlak van hun bedrijf aan de Wooijstraat 4 in Herpen (dagopvang en dagbehandeling), waarbij de oppervlakte gelijk blijft. Aanpassing levert voordelen op voor de bedrijfsvoering. Besluit Wij vinden de zienswijze gegrond. Wijzigingen in bestemmingsplan Wij passen de vorm van het bouwvlak van het bedrijf aan de Wooijstraat 4 in Herpen aan volgens het voorstel van reclamanten. Wij laten een uitbreiding van maximaal 15% van de bebouwing op dit bedrijf toe met een binnenplanse afwijking. Toelichting van de gemeenteraad Wij hebben ruimtelijk gezien geen bezwaar tegen de gevraagde bouwvlakaanpassing omdat de ruimtelijke impact hiervan zeer beperkt is en de oppervlakte van het bouwvlak niet toeneemt. Reclamanten geven aan dat zij plannen hebben voor de bouw van een nieuw opslaggebouw. Deze plannen hebben zij niet concreet uitgewerkt voor wat betreft oppervlakte en locatie. Het bestemmingsplan staat ook geen uitbreiding meer toe aan bebouwing binnen het bouwvlak omdat er al meer dan 1.000 m² bestaande bebouwing is. Vanwege de grote diversiteit aan functies binnen de bestemming ‘Maatschappelijk’ hebben burgemeester en wethouders geen afwijkingsmogelijkheid opgenomen voor een uitbreiding van bebouwing binnen deze bestemming.
Wij vinden een beperkte uitbreiding van bebouwing binnen het bouwvlak voor deze specifieke functie en op deze specifieke locatie ruimtelijk voorstelbaar. Daarom nemen wij specifiek voor dit bouwvlak een uitbreidingsmogelijkheid op van maximaal 15%. Dit doen wij met een binnenplanse afwijking.
Pagina 84 van 299
Zienswijze 69 Samenvatting zienswijze a. Reclamant vraagt of een tweede bedrijfswoning voor zijn bedrijf aan de Nieuwe Hescheweg 290 in Oss mogelijk is. b. Verder vraagt reclamant om een bedrijfshal aan de achterzijde van zijn terrein mogelijk te maken. Besluit Wij vinden de zienswijze ongegrond. Wijzigingen in bestemmingsplan Geen. Toelichting van de gemeenteraad Punt a Het bestemmingsplan laat een tweede bedrijfswoning niet toe. Een tweede bedrijfswoning zou ook in strijd zijn met ons beleid. Wij zien geen reden om dit beleid aan te passen of hiervan in dit concrete geval af te wijken. Daarbij speelt mee dat de Verordening nieuwe tweede bedrijfswoningen niet toelaat. Overigens onderbouwt reclamant in zijn zienswijze niet de noodzaak van een dergelijke woning. Punt b Zie hoofdstuk VI.
Pagina 85 van 299
Zienswijze 70 Samenvatting zienswijze Reclamanten hebben de volgende vragen en opmerkingen over de regels van het ontwerpbestemmingsplan. a. De naam van bijlage 10 bij de planregels moet veranderen van ‘Inventarisatie De Lithse Ham’ naar ‘Inventarisatie Maaspark De Lithse Ham’. De huidige naam is zeer verwarrend. De Lithse Ham is namelijk ook het gehele gebied, een jachthaven maar ook een straat. Het gedeelte van de Lithse Ham 10 waar reclamanten wonen, maar ook de huizen 10a, 12 en scouting, ongenummerd, komen niet voor in de BAG en niet in navigatiesystemen. b. Artikel 1.11: wat is de functie van een ark? c. Artikel 167 (kennelijk bedoelen reclamanten artikel 1.67): een eenmansbedrijf heeft alleen betrekking op de rechtsvorm, niet op het aantal werknemers. d. Artikel 37.1 onder a6: watersport is lawaaisport. Hier vallen dus ook zwemmen, vissen, kanoën, zeilen, duiken en dergelijke onder. Elke vorm van watersport is dus verboden. e. Artikel 18.1.2: binnen de bestemming ‘Water’ is maximaal één overnachting toegestaan. Reclamanten vinden dit te weinig. Zij wensen de mogelijkheid van drie overnachtingen. f. Artikel 10: binnen deze bestemming (‘Natuur’) wordt niet gesproken over bijvoorbeeld ‘stierenmesterij of paardenhouderij of andere runderen z.g. voor onderhoud (grasmaaien).’ Deze reden is niet juist omdat permanent wordt bijgevoerd.
De aanwezigheid van grote dieren maakt recreatie op de oevers onmogelijk. Dit in combinatie met wat onder punt e staat is de doodsteek voor de watersport en daarmee ook voor een watersportbedrijf. Verder hebben reclamanten de volgende opmerkingen over het antwoord van burgemeester en wethouders op hun inspraakreactie op het voorontwerpbestemmingsplan. g. De vorm van het bestemmingsvlak is niet aangepast. h. Er is geen nieuwe huurovereenkomst gesloten. Wel is er een allonge uit 2016. Op dit punt moet het bestemmingsplan worden aangepast. i. Volgens de gemeente zou een bed and breakfast niet zijn toegestaan. Het ontwerpbestemmingsplan laat bed and breakfast opeens wel toe. j. Er zijn meer watersportwinkels in het buitengebied. k. Er zijn in het hoofdgebouw van de Lithse Ham 3 woningen (huisnummers 5, 7 en 9) en op het jachthaventerrein 4 chalets. Dit wijkt af van het bestemmingsplan. l. Verder maken reclamanten enkele opmerkingen over de bijlagen bij het ontwerpbestemmingsplan. Besluit Wij vinden de zienswijze gedeeltelijk gegrond en gedeeltelijk ongegrond. Wijzigingen in bestemmingsplan Wij nemen voor de duidelijkheid in de bestemmingsomschrijving van de bestemming ‘Natuur’ over begrazing en agrarisch medegebruik het volgende op: ‘ondergeschikt agrarisch medegebruik, gericht op de doelen onder a t/m c’.
Toelichting van de gemeenteraad Punt a Het huidige bestemmingsplan uit 2013 hanteert voor deze bijlage dezelfde naam als het ontwerpbestemmingsplan. Ons is niet gebleken dat dit ooit tot verwarring aanleiding heeft gegeven. De bijlage zelf is ook volstrekt duidelijk over het gebied waarover de bijlage gaat. Wij zien dan ook geen reden om de naam van de bijlage aan te passen. Het is juist wat reclamant opmerkt dat De Lithse Ham ook een straatnaam is. Verwarring lijkt ons niet aan de orde omdat de inhoud en context van de bijlage duidelijk is in relatie tot artikel 13, waarin verwezen wordt naar deze bijlage. Het standpunt van reclamanten dat De Lithse Ham 10 niet in de BAG voorkomt, is overigens onjuist. Dit adres komt daar wel in voor. Daarom is, vanwege de koppeling met de BAG, ook op de website www.ruimtelijkeplannen.nl te zoeken op dit adres. Op de inhoud van navigatiesystemen of streetview hebben wij geen invloed.
Pagina 86 van 299
Punt b De definitie in artikel 1.11 bevat inderdaad niet de functie van de ark maar geeft alleen een omschrijving ervan. De toegestane functie van een ark wordt bepaald door de bestemmingsregeling van de bestemming waarbinnen de ark ligt. In het geval van reclamanten dus de bestemming ‘Water’. Punt c Wij definiëren in artikel 1.67 niet de rechtsvorm ‘eenmanszaak’ maar de planologische vorm ‘eenmansbedrijf’. Het gaat daarbij met name om de omvang van het bedrijf, die ruimtelijk-planologisch van belang is. Deze begripsomschrijving gaat overigens niet over het bedrijf van reclamanten. Punt d Artikel 1.76 van de regels bij het ontwerpbestemmingsplan definieert ‘lawaaisport’ als: voorziening voor sportactiviteiten waarbij motorisch of mechanisch geluid wordt geproduceerd, waaronder in ieder geval begrepen de rallysport, de motorsport, waterskiën en de modelvliegsport’. De voorbeelden die reclamanten noemen zijn dus, anders dan zij veronderstellen, geen lawaaisport, en zijn dus ook niet verboden. Meer in het algemeen zijn, anders dan reclamanten stellen, niet alle vormen van watersport lawaaisport. Punt e Burgemeester en wethouders hebben naar aanleiding van de inspraakreactie van reclamanten op het voorontwerpbestemmingsplan het volgende overwogen: ‘Wij willen extensieve mogelijkheden bieden voor het overnachten op boten op het water.
In het voorontwerpbestemmingsplan is daarom opgenomen dat er één overnachting mag plaatsvinden op een boot in dit gebied. Langduriger verblijf moet plaatsvinden op daarvoor geschikte en ingerichte plaatsen, zoals jachthavens.’ Wij onderschrijven dit standpunt en nemen dat over als onze reactie op deze zienswijze. Punt f Het uitoefenen van een agrarisch bedrijf binnen de bestemming ‘Natuur’ is niet toegestaan. Maar dit betekent niet dat begrazing door vee als natuurbeheer onmogelijk is. Begrazing, mits extensief en toegesneden op het gewenste beheer en de gewenste ontwikkeling van het natuurgebied, is rechtstreeks toegestaan in een bestemming ‘Natuur’. In het bestemmingsplan zijn geen specifieke regels opgenomen over bijvoorbeeld het aantal stuks vee dat mag grazen en het soort vee. Dat is ook niet nodig. We nemen immers bijvoorbeeld ook geen regels op over andere beheermaatregelen zoals afplaggen (van heide), kappen van bomen of de hoeveelheid wild in een natuurgebied. Hoewel dit juridisch niet nodig is, nemen wij voor de duidelijkheid in de bestemmingsomschrijving over begrazing en agrarisch medegebruik het volgende op: ‘ondergeschikt agrarisch medegebruik, gericht op de doelen onder a t/m c’. Wij zijn het verder niet eens met de stelling van reclamanten dat door deze dieren recreatie onmogelijk wordt gemaakt.
Begrazing door vee kan een gebied veranderen en wij onderkennen dat recreanten rekening moeten houden met de aanwezigheid van deze dieren door bijvoorbeeld afstand te houden. Maar begrazing door (soms speciale) veesoorten kan ook voor een extra aantrekkingskracht van een gebied zorgen. In het algemeen zijn wij van mening dat recreatie en natuur(beheer) goed kunnen samengaan. Overigens zijn recreanten ook steeds meer gewend aan vee omdat ook in andere gebieden (zoals Herperduin en de Maashorst) begrazing plaatsvindt. Punten g en h Deze constatering is juist. Burgemeester en wethouders hebben echter ook niet besloten om de vorm aan te passen en dat was ook niet de bedoeling. Wij verwijzen reclamanten naar het antwoord van burgemeester en wethouders op hun inspraakreactie op het voorontwerpbestemmingsplan. Daarin staat onder andere het volgende over de grootte van het bestemmingsvlak, de mogelijkheden van het perceel en de aanpassing van de huurovereenkomst: ‘Punt i De grootte van de bedrijfsbestemming (dit is het perceelsgedeelte waarbinnen de bedrijfsactiviteiten mogen worden uitgeoefend) en de mogelijkheden hierbinnen zijn in het kader van de inspraak- en zienswijzeprocedure van het nu geldende bestemmingsplan
Pagina 87 van 299
‘Buitengebied Lith – 2013’ zeer uitgebreid ter sprake gekomen. In deze procedure is ook de relatie met de in 2010 gesloten overeenkomst aan bod gekomen. Wij verwijzen insprekers hiernaar. Wij staan nog steeds achter het standpunt dat wij en de gemeenteraad toen hebben ingenomen en dat geleid heeft tot de grootte van de aanduiding ‘specifieke vorm van bedrijf – watersportgerelateerd bedrijf’ met de bijbehorende bedrijfsmatige mogelijkheden. De Raad van State heeft het bestemmingsplan, naar aanleiding van een beroep van insprekers, getoetst en akkoord bevonden (met uitzondering van enkele ondergeschikte aspecten die de gemeenteraad daarna in een reparatieplan heeft hersteld). Wij zien geen reden om de destijds gevoerde discussie over de bedrijfsmatige activiteiten over te doen. Punt j Wij hebben onlangs met insprekers een nieuwe huurovereenkomst gesloten. De bestaande huurovereenkomst was verouderd. Het door insprekers te huren gebied is inderdaad groter dan het gebied dat in het bestemmingsplan ‘Buitengebied Lith – 2013’ is aangewezen als gebied waarbinnen de bedrijfsmatige activiteiten moeten worden uitgeoefend. Juridisch gezien kan dat ook gewoon. Maar voor wat betreft de planologische mogelijkheden van het perceel is het bestemmingsplan ‘Buitengebied Lith – 2013’ leidend. Wij zien geen reden om van de regeling in dat bestemmingsplan af te wijken.
Wij hebben insprekers tijdens het overleg over de overeenkomst hier ook op gewezen. Voor wat betreft de mogelijkheden van het perceel, verwijzen wij verder naar het antwoord onder i.’ Wij nemen deze passages uit het inspraakverslag hier over als onze reactie op deze zienswijze. Wij voegen hieraan ter concretisering het volgende toe. De opmerking van reclamanten over het soort huurovereenkomst (nieuw of wijziging) is juist. Er is geen nieuwe huurovereenkomst gesloten, maar de bestaande is aangepast. Maar inhoudelijk maakt dat niet uit. Over de situering van het te huren perceel heeft overleg plaatsgevonden in 2015 en 2016 met reclamanten. Burgemeester en wethouders hebben in juli 2015 al aan reclamanten medegedeeld dat de planologische situatie zoals deze is opgenomen in het bestemmingsplan ‘Buitengebied Lith – 2013’ het uitgangspunt is voor de nieuwe huurovereenkomst. Dat is zo en dat blijft zo. Bij de concept-overeenkomst hebben burgemeester en wethouders dan ook een tekening gevoegd van het te huren perceel die overeenkomt met het aanduidingsvlak uit dit bestemmingsplan. Reclamanten hebben vervolgens zelf gevraagd om aanpassing van het te huren perceel op basis van een oude tekening uit de ruimtelijke onderbouwing.
Zoals wij ook in de beroepsprocedure over het bestemmingsplan ‘Buitengebied Lith -2013’ hebben opgemerkt, heeft deze tekening, waarop reclamanten zich baseren, geen enkele juridische status. Dat bleek ook uit de uitspraak van de Raad van State in de beroepsprocedure. Maar reclamanten stonden erop om de huurovereenkomst op deze tekening te baseren. Wij hebben dat verzoek ingewilligd. Dat betekent dat reclamanten dus ook een stuk water huren dat niet voor bedrijfsmatige activiteiten kan worden gebruikt. In de huurovereenkomst wordt overigens ook verwezen naar het bestemmingsplan ‘Buitengebied Lith – 2013’ voor de planologische mogelijkheden van het perceel. Op basis van het voorgaande passen wij het aanduidingsvlak dus niet aan aan het te huren perceel in de huurovereenkomst. Punt i Reclamanten hebben in hun inspraakreactie gevraagd waarom een bed and breakfast niet mogelijk is. Burgemeester en wethouders hebben dat opgevat als een verzoek om dit mogelijk te maken. Naar aanleiding daarvan hebben zij de regels heroverwogen en alsnog een bed and breakfast toegestaan. Wij verwijzen reclamanten naar het inspraakverslag. De door reclamanten genoemde e-mail van 26 februari 2016 was gebaseerd op het geldende bestemmingsplan ‘Buitengebied Lith-2013’. In dat bestemmingsplan was geen bed and breakfast toegestaan op hun locatie. Dat staat ook in deze e-mail.
Punt j Deze constatering nemen wij voor kennisgeving aan.
Pagina 88 van 299
Punt k Het aantal woningen in het ontwerpbestemmingsplan is gelijk aan dat in het nu geldende bestemmingsplan. Daarover is destijds geprocedeerd bij de Raad van State, en de gemeente heeft die beroepszaak gewonnen. Wij zien dus geen reden om dit aantal aan te passen. Meer in het algemeen merken wij op dat burgemeester en wethouders het bestaande, onherroepelijke bestemmingsplan zo veel mogelijk hebben overgenomen in het ontwerpbestemmingsplan. Wij stemmen hiermee in en zien zonder nadere onderbouwing geen reden om een andere regeling vast te stellen dan die in het huidige bestemmingsplan en in het ontwerpbestemmingsplan. Punt l Besluit van burgemeester en wethouders over bewoning in de Lithse ham Het besluit van 22 november 2011 gaat over het plan van aanpak van permanente bewoning van de Lithse Ham. Het betreft hier een project op het recreatiepark op de Lithse Ham. In de samenvatting worden kort de overwegingen hierbij opgenomen. In het algemeen is het zo dat er in de uiterwaarden niet mag worden gewoond. Maar dat geldt uiteraard niet voor objecten waarin wel legaal mag worden gewoond. Dit besluit gaat dus ook helemaal niet over objecten in de uiterwaarden die legaal mogen worden bewoond. Het is dan ook niet in strijd met dit bestemmingsplan.
Woonschepenligplaatsverordening Deze verordening gaat alleen over het innemen van een ligplaats met een woonboot in het Doctor Deelenkanaal. Dat blijkt uit artikel 2 van deze verordening. Deze verordening gaat dus niet over de Lithse ham of de Maas. De ligplaatsen op deze locaties hoeven dus niet te worden genoemd in deze verordening. Overigens bepaalt met name ook het bestemmingsplan of een ligplaats wel of niet mag worden ingenomen. Deze verordening is niet in strijd met het bestemmingsplan. Meest gestelde vragen over permanente bewoning van recreatieverblijven Het betreft hier algemene informatie over vragen die gaan over permanente bewoning van recreatieverblijven. In het algemeen wordt hierin, bij de door reclamanten genoemde vraag, gesteld dat we de recreatieve functie van de Lithse ham willen handhaven. Dit is een antwoord op de vraag waarom er geen woonfunctie aan het gebied kan worden gegeven. Deze uitspraak gaat dus over objecten die al een recreatieve functie hebben. In het algemeen willen we hiervan de recreatieve functie bewaren. En dat geldt in het algemeen ook voor het hele gebied. Wij zien niet in hoe dit in strijd met het bestemmingsplan ‘Buitengebied’ is. Mail van advocaat over visie Lithse ham Er vinden gesprekken plaats tussen de gemeente en de eigenaar van de camping/het recreatiepark over mogelijke ontwikkelingen in het gebied.
Die gesprekken hebben nog niet geleid tot een concreet plan en besluitvorming daarover. Dat betekent niet dat er op dit moment geen visie of beleid voor de Lithse ham is. Onze uitgangspunten voor de Lithse Ham zijn opgenomen in de toelichting van het bestemmingsplan.
Pagina 89 van 299
Zienswijze 71 Samenvatting zienswijze Reclamant woont aan de Heistraat in Berghem. Hij maakt er bezwaar tegen dat het ontwerpbestemmingsplan enkele ontwikkelingen aan de Heistraat 10 (onder andere een illegale oprit en illegale bouwwerken voor het beoefenen van de paardensport) legaliseert. a. Reclamant vindt dit niet te verenigen met het feit dat burgemeester en wethouders elders handhavend optreden, waardoor meerdere bewoners hun bouwwerken hebben moeten slopen, op gronden met dezelfde (agrarische) bestemming. In die andere zaken heeft de gemeente niet de gelegenheid tot legalisering geboden, terwijl daar evengoed sprake was van bijvoorbeeld het houden van paarden en het bouwen van voorzieningen daarvoor. Reclamant vindt dus dat de bewoners van de Heistraat 10 worden bevoordeeld ten opzichte van andere burgers. Er is sprake van ongelijke behandeling. b. Reclamant wijst erop dat legalisering plaatsvindt op verzoek van de dochter, terwijl het perceel eigendom is van de vader, die dus ook het financieel voordeel heeft (waardevermeerdering van de woning en het perceel). c. Reclamant vraagt hoe groot de oppervlakte van het totale initiatief is. d. Het is reclamant niet duidelijk of de legalisering tijdelijk of permanent is. e.
Reclamant vindt het vreemd dat de ruimtelijke onderbouwing voor de legalisering al enkele jaren oud is, terwijl het landschappelijke-inrichtingsplan van mei 2017 is. f. Reclamant vraagt zich af waarom de anterieure overeenkomst is getekend door de vader, de moeder en de dochter, terwijl de gemeente alleen overleg met de dochter gevoerd zou hebben. g. Reclamant vindt dat de ruimtelijke onderbouwing onjuistheden bevat en een te positief beeld van de ontwikkeling schetst. h. Reclamant betwist de noodzaak van diverse voorzieningen die het ontwerpbestemmingsplan legaliseert. i. Reclamant vindt dat de vereiste landschappelijke inpassing (hoge beplanting) het open karakter van het perceel aantast. j. Reclamant vindt het vreemd dat er 82 m² illegale bouwwerken wordt gesloopt maar dat daar dan wel 50 m² legaal voor terug mag komen. k. Reclamant vraagt zich af of het is toegestaan om te bouwen op de scheidslijn aan fietspadzijde. l. De ruimtelijke onderbouwing stelt dat er sprake is van een kleinschalige ontwikkeling. Reclamant betwist dat. Volgens hem is het verbod op nieuwvestiging in artikel 3.1 van de Verordening ruimte Noord-Brabant van toepassing. m. Reclamant vraagt zich af hoe het mogelijk is dat de woonbestemming in het bestemmingsplan van 2010 buiten het woonperceel ligt zoals de vader van initiatiefneemster dat in 2006 heeft aangekocht.
Toelichting van de gemeenteraad Zie hoofdstuk V. Aanvullend merken wij het volgende op. Punt m De omvang en grenzen van een bestemmingsvlak voor een woning (en andere functies) worden bepaald op basis van ruimtelijke motieven. Dit staat los van de eigendomsverhoudingen. Bestemmingsplannen regelen geen eigendomsverhoudingen. Het is mogelijk dat iemand een perceel koopt waarvan de grenzen niet gelijk liggen met die van een woonbestemming. De woonbestemming uit 2010 is onherroepelijk en vormt voor ons dan ook het uitgangspunt voor de regeling in dit nieuwe bestemmingsplan.
Pagina 90 van 299
Zienswijze 72 Samenvatting zienswijze Reclamant woont aan de Heistraat in Berghem. Hij maakt er bezwaar tegen dat het ontwerpbestemmingsplan enkele ontwikkelingen aan de Heistraat 10 (onder andere een illegale oprit en illegale bouwwerken voor het beoefenen van de paardensport) legaliseert. a. Reclamant vindt dit niet te verenigen met het feit dat burgemeester en wethouders elders handhavend optreden, waardoor meerdere bewoners hun bouwwerken hebben moeten slopen, op gronden met dezelfde (agrarische) bestemming. In die andere zaken heeft de gemeente niet de gelegenheid tot legalisering geboden, terwijl daar evengoed sprake was van bijvoorbeeld het houden van paarden en het bouwen van voorzieningen daarvoor. Reclamant vindt dus dat de bewoners van de Heistraat 10 worden bevoordeeld ten opzichte van andere burgers. Er is sprake van ongelijke behandeling. b. Reclamant wijst erop dat legalisering plaatsvindt op verzoek van de dochter, terwijl het perceel eigendom is van de vader, die dus ook het financieel voordeel heeft (waardevermeerdering van de woning en het perceel). c. Reclamant vraagt hoe groot de oppervlakte van het totale initiatief is. d. Het is reclamant niet duidelijk of de legalisering tijdelijk of permanent is. e.
Reclamant vindt het vreemd dat de ruimtelijke onderbouwing voor de legalisering al enkele jaren oud is, terwijl het landschappelijke-inrichtingsplan van mei 2017 is. f. Reclamant vraagt zich af waarom de anterieure overeenkomst is getekend door de vader, de moeder en de dochter, terwijl de gemeente alleen overleg met de dochter gevoerd zou hebben. g. Reclamant vindt dat de ruimtelijke onderbouwing onjuistheden bevat en een te positief beeld van de ontwikkeling schetst. h. Reclamant betwist de noodzaak van diverse voorzieningen die het ontwerpbestemmingsplan legaliseert. i. Reclamant vindt dat de vereiste landschappelijke inpassing (hoge beplanting) het open karakter van het perceel aantast. j. Reclamant vindt het vreemd dat er 82 m² illegale bouwwerken wordt gesloopt maar dat daar dan wel 50 m² legaal voor terug mag komen. k. Reclamant vraagt zich af of het is toegestaan om te bouwen op de scheidslijn aan fietspadzijde. l. De ruimtelijke onderbouwing stelt dat er sprake is van een kleinschalige ontwikkeling. Reclamant betwist dat. Volgens hem is het verbod op nieuwvestiging in artikel 3.1 van de Verordening ruimte Noord-Brabant van toepassing. m. Reclamant vraagt zich af hoe het mogelijk is dat de woonbestemming in het bestemmingsplan van 2010 buiten het woonperceel ligt zoals de vader van initiatiefneemster dat in 2006 heeft aangekocht.
Toelichting van de gemeenteraad Zie hoofdstuk V. Aanvullend merken wij het volgende op. Punt m De omvang en grenzen van een bestemmingsvlak voor een woning (en andere functies) worden bepaald op basis van ruimtelijke motieven. Dit staat los van de eigendomsverhoudingen. Bestemmingsplannen regelen geen eigendomsverhoudingen. Het is mogelijk dat iemand een perceel koopt waarvan de grenzen niet gelijk liggen met die van een woonbestemming. De woonbestemming uit 2010 is onherroepelijk en vormt voor ons dan ook het uitgangspunt voor de regeling in dit nieuwe bestemmingsplan.
Pagina 91 van 299
Zienswijze 73 Samenvatting zienswijze Reclamanten wonen aan de Heistraat 24 in Berghem. Zij maken er bezwaar tegen dat het ontwerpbestemmingsplan enkele ontwikkelingen aan de Heistraat 10 (die vooral verband houden met het beoefenen van de paardensport) legaliseert, terwijl de gemeente bij hen en andere bewoners van de Heistraat handhavend optreedt. De omstandigheden en belangen in het geval van reclamanten zijn gelijk aan die in het geval van de Heistraat 10. Doordat reclamanten niet dezelfde bouwwerken en voorzieningen mogen hebben als de bewoners van de Heistraat 10, hebben zij hun woning verkocht voor een minder hoge prijs dan anders mogelijk was geweest. Toelichting van de gemeenteraad Zie hoofdstuk V.
Pagina 92 van 299
Zienswijze 74 Samenvatting zienswijze a. Reclamant woont aan de Heistraat in Berghem. Hij maakt er bezwaar tegen dat het ontwerpbestemmingsplan enkele ontwikkelingen aan de Heistraat 10 (die vooral verband houden met het beoefenen van de paardensport) legaliseert, terwijl de gemeente bij andere bewoners van de Heistraat handhavend optreedt. b. Reclamant wil weten of een uitbreiding van een bouwwerk van 50 m² op de Heistraat 10 op de erfgrens wordt gebouwd. c. Reclamant bestrijdt de noodzaak van een grotere paardenbak aan de Heistraat 10 dan wat de gemeente elders toestaat. d. Reclamant vraagt zich af hoelang de te legaliseren voorzieningen nodig zijn, en of het bestemmingsplan weer wordt aangepast nadat ze niet meer nodig zijn voor de huidige gebruikster. e. Reclamant vraagt zich af of de ondergrond van de paardenbak bodemkundig aanvaardbaar is. Hij vraagt zich ook af of er bodemonderzoek heeft plaatsgevonden. En of de gemeente handhavend optreedt tegen het dieper dan 30 cm spitten in agrarische grond met landschappelijke waarde. f. De stukken die aan de legalisering ten grondslag liggen (bijlage 5 bij de toelichting bij het ontwerpbestemmingsplan, zijnde de ruimtelijke onderbouwing) spreekt ten onrechte van een bestemmingsplan uit 2017. g. Reclamant vraagt waarom de onder f genoemd bijlage 5 ‘op het laatste moment’ is toegevoegd aan het bestemmingsplan.
Toelichting van de gemeenteraad Zie hoofdstuk V. Aanvullend merken wij het volgende op. Punt e Zoals uit de ruimtelijke onderbouwing van het initiatief blijkt, is hiervoor geen bodemkundig onderzoek nodig. Wij verwijzen reclamant hiernaar. Voor zover sprake is van handelen in strijd met het bestemmingsplan kunnen burgemeester en wethouders hiertegen handhavend optreden. Punt g Genoemde bijlage was opgenomen in het ontwerpbestemmingsplan. Het ontwerpbestemmingsplan is de formele start van een bestemmingsplanprocedure. Tot het moment waarop het ontwerp ter visie gaat, kan dit nog gewijzigd en aangevuld worden vanwege lopende ontwikkelingen. Wij begrijpen dan ook niet waarom reclamant spreekt over ‘op het laatste moment’. Waar het om gaat is dat de bijlage bij het ontwerpbestemmingsplan gevoegd was, en dat iedereen daarop heeft kunnen reageren.
Pagina 93 van 299
Zienswijze 75 Samenvatting zienswijze a. Reclamant woont aan de Heistraat in Berghem. Hij maakt er bezwaar tegen dat het ontwerpbestemmingsplan enkele ontwikkelingen aan de Heistraat 10 (die vooral verband houden met het beoefenen van de paardensport) legaliseert, terwijl de gemeente bij andere bewoners van de Heistraat handhavend optreedt. b. Reclamant bestrijdt de noodzaak van een grotere paardenbak aan de Heistraat 10 dan wat de gemeente elders toestaat. Er is in Berghem een grotere paardenbak aanwezig waar men tegen vergoeding gebruik van kan maken. c. Reclamant vraagt zich af hoelang de te legaliseren voorzieningen nodig zijn, en of het bestemmingsplan weer wordt aangepast nadat ze niet meer nodig zijn voor de huidige gebruikster. d. Reclamant vraagt zich af of de ondergrond van de paardenbak bodemkundig aanvaardbaar is. Hij vraagt zich ook af of er bodemonderzoek heeft plaatsgevonden. En of de gemeente handhavend optreedt tegen het dieper dan 30 cm spitten in agrarische grond met landschappelijke waarde. e. De stukken die aan de legalisering ten grondslag liggen (bijlage 5 bij de toelichting bij het ontwerpbestemmingsplan, zijnde de ruimtelijke onderbouwing) spreekt ten onrechte van een bestemmingsplan uit 2017. f. Reclamant vraagt waarom de onder f genoemd bijlage 5 ‘op het laatste moment’ is toegevoegd aan het bestemmingsplan.
Toelichting van de gemeenteraad Zie hoofdstuk V. Aanvullend merken wij het volgende op. Punt d Zoals uit de ruimtelijke onderbouwing van het initiatief blijkt, is hiervoor geen bodemkundig onderzoek nodig. Wij verwijzen reclamant hiernaar. Voor zover sprake is van handelen in strijd met het bestemmingsplan kunnen burgemeester en wethouders hiertegen handhavend optreden. Punt f Genoemde bijlage was opgenomen in het ontwerpbestemmingsplan. Het ontwerpbestemmingsplan is de formele start van een bestemmingsplanprocedure. Tot het moment waarop het ontwerp ter visie gaat, kan dit nog gewijzigd en aangevuld worden vanwege lopende ontwikkelingen. Wij begrijpen dan ook niet waarom reclamant spreekt over ‘op het laatste moment’. Waar het om gaat is dat de bijlage bij het ontwerpbestemmingsplan gevoegd was, en dat iedereen daarop heeft kunnen reageren.