CConstaterende datOss
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2A Toelichting - bijlage 27 Zienswijze verslag

Gemeenteraad 12 december 2024, gemeente OssBij agendapunt: A Herstelbesluit vaststelling bestemmingsplan ‘Buitengebied Oss – 2020’28.002 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Met een afwijkingsprocedure kunnen burgemeester en wethouders onder voorwaarden meewerken aan grotere maten. Het ontwerpbestemmingsplan bevat hiervoor al afwijkingsregelingen. Grotere maten dan in de afwijkingsbepalingen vinden wij niet aanvaardbaar. Het feit dat het huidige bestemmingsplan grotere maten toelaat, doet hier niet aan af. Voor bestaande bebouwing met grotere maten geldt een algemeen artikel. Dit bepaalt dat legale bestaande afwijkingen mogen worden gehandhaafd. Voor wat betreft de nog nieuw te bouwen woningen willen wij de bouwmogelijkheden voor wat betreft de maximale goot- en nokhoogte en de inhoud niet beperken. In het ontwerpbestemmingsplan hebben burgemeester en wethouders hiervoor al een aparte maatvoeringsaanduiding opgenomen voor de bouw- en goothoogte. Per abuis hebben zij geen aanduiding opgenomen voor de afwijkende toegestane inhoud van 750 m 3. Wij nemen in het bestemmingsplan op dat de inhoud van de nog te bouwen woningen maximaal 750 m3 mag bedragen. Punt b

Pagina 29 van 299

Het bestemmingsplan legt vast welke veetypes een agrarisch bedrijf mag houden, anders dan het hobbymatig houden van dieren. Met een aparte procedure kunnen burgemeester en wethouders hiervan onder voorwaarden afwijken. De voorwaarden staan in artikel 3.5 van de regels bij het ontwerpbestemmingsplan. Het ontwerpbestemmingsplan legde ook vast hoeveel dieren een agrarisch bedrijf mag houden als er sprake is van de combinatie varkens en pluimvee (dit geldt dus niet voor reclamant want hij houdt alleen paarden). Wij vinden een dergelijke regeling onnodig beperkend. Wij schrappen deze dus.

Pagina 30 van 299

Zienswijze 22 Samenvatting zienswijze a. Reclamant constateert dat, in tegenstelling tot het nu geldende bestemmingsplan, het ontwerpbestemmingsplan niet het aantal personen vastlegt voor zijn groepsaccommodaties aan de Hoefstraat 11 in Herpen. Hij wil hiervan een bevestiging. b. Het nu geldende bestemmingsplan laat voor het bedrijf van reclamant de huidige oppervlakte + 15% aan bebouwing toe. In het ontwerpbestemmingsplan is dat 1.000 m². Reclamant wil de huidige regeling behouden. Besluit Wij vinden de zienswijze gegrond. Wijzigingen in bestemmingsplan Wij bieden ruimere mogelijkheden voor verblijfsrecreatiebedrijven, onder andere voor de hoeveelheid bebouwing. Toelichting van de gemeenteraad Punt a De constatering van reclamant is juist. Punt b Het huidige bestemmingsplan laat bij het bedrijf van reclamant 2.615 m² + 15% bebouwing toe. In het ontwerpbestemmingsplan is dat 2.615 m². Volgens het ontwerpbestemmingsplan heeft reclamant geen uitbreidingsmogelijkheden omdat zijn bedrijf al meer dan 1.000 m² bebouwing heeft. Recreatie is bij uitstek een functie die in het buitengebied thuishoort. Dat staat ook in de structuurvisie. Daarom laten wij in het nieuwe bestemmingsplan bij verblijfsrecreatiebedrijven (met een binnenplanse afwijking) een uitbreiding toe van 25% zonder het eerder gehanteerde maximum van 1.000 m². Hiermee krijgt ook reclamant ruimere bebouwingsmogelijkheden.

Pagina 31 van 299

Zienswijze 23 Samenvatting zienswijze Reclamante heeft een agrarisch bedrijf aan de Weisestraat 17 in Lithoijen. In bijlage 9 bij de regels van het ontwerpbestemmingsplan (tabel ‘Stikstofrechten’) zijn voor deze locatie geen rechten opgenomen. Op dit moment wordt een procedure op grond van de Wet natuurbescherming opgestart. Reclamante vraagt om, als er ten tijde van de vaststelling van het bestemmingsplan een toestemming is op grond van de Wn, deze op te nemen in bijlage 9. Als deze toestemming er niet is, dan dienen de bestaande rechten zoals omschreven in de zienswijze te worden opgenomen. Besluit Wij vinden de zienswijze ongegrond. Wijzigingen in bestemmingsplan Geen. Toelichting van de gemeenteraad Voor het bedrijf aan de Weisestraat 17 is bij ons op dit moment geen vergunning op grond van de Wet natuurbescherming (Wnb) bekend. Reclamante legt in haar zienswijze een relatie met het Programma Aanpak Stikstof (PAS). Op 29 mei 2019 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State een uitspraak gedaan in enkele beroepszaken tegen Natura 2000-vergunningen die zijn gebaseerd op het Programma Aanpak Stikstof 2015-2021. Deze uitspraak laat niet toe dat wij de stikstofregeling in het bestemmingsplan verruimen. Daarom houden wij vast aan de regeling uit het ontwerpbestemmingsplan.

Pagina 32 van 299

Zienswijze 24 Samenvatting zienswijze Reclamant wijst erop dat in de tabel in bijlage 9 bij de regels van het ontwerpbestemmingsplan een fout staat. Voor zijn bedrijf aan de Gewandeweg 10 in Lithoijen staat een vergunning vermeld van 10 februari 1917. Dit moet 10 februari 2017 zijn. Besluit Wij vinden de zienswijze gegrond. Wijzigingen in bestemmingsplan Wij veranderen in bijlage 9 bij de planregels bij het adres Gewandeweg 10 in Lithoijen de datum ’10 februari 1917’ in ’10 februari 2017’. Toelichting van de gemeenteraad In het ontwerpbestemmingsplan staat inderdaad een onjuiste datum vermeld. Dit is een administratieve fout. Wij herstellen deze fout.

Pagina 33 van 299

Zienswijze 25 Samenvatting zienswijze Reclamant wijst erop dat de tabel in bijlage 9 bij de regels van het ontwerpbestemmingsplan ten onrechte geen verklaringen van geen bedenkingen vermeldt van de provincies Gelderland en Noord-Brabant voor zijn bedrijf aan de Gewandeweg 12 in Lithoijen. Besluit Wij vinden de zienswijze gegrond. Wijzigingen in bestemmingsplan Wij nemen in bijlage 9 bij de planregels een vergunning op grond van de Nbw het bedrijf aan de Gewandeweg 12 in Lithoijen op, met twee afgegeven verklaringen van geen bedenkingen. Toelichting van de gemeenteraad In het ontwerpbestemmingsplan staat de vergunning met beide verklaringen van geen bedenkingen (vvgb) inderdaad niet genoemd. Dit is een administratieve fout. Wij herstellen deze fout. Het gaat om een vvgb van de provincie Noord-Brabant van 6 juli 2012, met kenmerk C2058922/3041208, en om een vvgb van de provincie Gelderland van 20 juni 2012 met kenmerk 2012-001686.

Pagina 34 van 299

Zienswijze 26 Samenvatting zienswijze Reclamante heeft een varkenshouderij aan de Hoolbeemdweg 52 in Oss. Zij vraagt om in bijlage 9 bij de planregels alleen de meest recente vergunning op te nemen, omdat deze de hoogste emissierechten geeft. Deze vergunning is van 18 november 2014. Het ontwerpbestemmingsplan vermeldt twee vergunningen. Besluit Wij vinden de zienswijze gegrond. Wijzigingen in bestemmingsplan Wij nemen voor de varkenshouderij aan de Hoolbeemdweg 52 in Oss in bijlage 9 bij de planregels alleen de meest recente vergunning (die van 18 november 2014) op. Toelichting van de gemeenteraad Wij hebben geen bezwaar tegen het verzoek van reclamante. Overigens wijzen wij erop dat bijlage 9 bij het ontwerpbestemmingsplan niet twee maar drie vergunningen noemt voor dit adres.

Pagina 35 van 299

Zienswijze 27 Samenvatting zienswijze Reclamante heeft een varkenshouderij aan de Amsteleindstraat 132 in Oss. De varkens in de biggenstal worden, conform de verleende vergunningen, op de begane grond en de eerste verdieping gehuisvest. Artikel 3.1.2, lid g sub 4 van de planregels laten dit echter niet toe. Reclamante vraagt om voor deze locatie expliciet toe te staan dat varkens in meer dan één bouwlaag mogen worden gehuisvest. Besluit Wij vinden de zienswijze gegrond. Wijzigingen in bestemmingsplan Wij regelen dat het bedrijf aan de Amsteleindstraat 132 in Oss varkens mag huisvesten op twee bouwlagen. Toelichting van de gemeenteraad Burgemeester en wethouders hebben de betreffende regeling in het ontwerpbestemmingsplan opgenomen omdat de Verordening dit voorschrijft. Legale situaties waarbij in meer dan een bouwlaag dieren worden gehouden, vallen onder het overgangsrecht. Dit bedrijf heeft op 11 november 2008 een vergunning gekregen voor het houden van varkens in twee lagen. Die vergunning is ook uitgevoerd. Er is dus sprake van een feitelijke legale situatie die onder het overgangsrecht valt. Wij vinden het niet wenselijk om deze situatie opnieuw onder het overgangsrecht te brengen. Daarom nemen wij een regeling op die het gebruik van twee bouwlagen hier positief bestemd.

Pagina 36 van 299

Zienswijze 28 Samenvatting zienswijze a. Reclamant woont aan de Heistraat. Het valt hem op dat er elders in zijn straat buiten het bouwvlak wordt gebouwd, en dat dit volgens de gemeente in bepaalde gevallen ook toegestaan is. Hij vraagt zich af waarom de gemeente een bestemmingsplan maakt als hier zonder goede gronden van afgeweken kan worden. b. Verder vindt reclamant dat hij recht heeft op inzage in nieuwe veranderingen op een bestaand bestemmingsplan. c. Tot slot wil reclamant een verklaring over waarom de bouwvlakken in de Heistraat worden vergroot zonder dat hierover gecommuniceerd wordt, en zonder verklaring. Besluit Wij vinden de zienswijze ongegrond. Wijzigingen in bestemmingsplan Geen. Toelichting van de gemeenteraad Punt a Uitgangspunt van ons beleid is dat alle voorzieningen voor woningen binnen het bestemmingsvlak ‘Wonen’ moeten liggen, dus ook de tuin en oprit. Met een afwijkingsbesluit kunnen burgemeester en wethouders in bepaalde gevallen hiervan afwijken. Het kan dan gaan om bijvoorbeeld een paardenbak, schuilgelegenheden voor vee of zonnepanelen. Aan dergelijke afwijkingsbesluiten ligt altijd een motivering ten grondslag die rekening houdt met de specifieke omstandigheden van dat geval. Punt b Wij zijn het met reclamant eens. Daarom leggen burgemeester en wethouders ontwerpbestemmingsplannen volgens de wettelijke procedure altijd zes weken ter inzage.

Dit publiceren zij onder andere in Oss Actueel. In deze zes weken kan iedereen het ontwerpbestemmingsplan bekijken en hierop reageren. Bovendien organiseert de gemeente bij grote plannen altijd inloopavonden waarop iedereen informatie kan krijgen over wat het nieuwe bestemmingsplan voor hem of haar betekent. Op deze manieren kan iedereen inzicht krijgen in wat het nieuwe bestemmingsplan voor gevolgen heeft. Daarom schrijven wij niet alle betrokkenen persoonlijk aan. Dat is binnen een zo groot plangebied als het hele buitengebied feitelijk ook ondoenlijk. Punt c Uit nadere informatie is ons gebleken dat reclamant speciaal doelt op de woningen aan de Heistraat 1 en 1a. In het buitengebied regelen we de bestaande burgerwoningen door op maat gemaakte bestemmingsvlakken. Hierbij kijken wij naar de feitelijke situatie. Tuinen en erven moeten binnen het bestemmingsvlak liggen. Uitbreiding van woonbestemmingen is onder voorwaarden mogelijk tot een totale oppervlakte van ongeveer 1.500 m². De woonbestemmingen aan de Heistraat 1 en 1a voldoen aan deze uitgangspunten. De woonbestemming van reclamant heeft een oppervlakte van 2.641 m2, dus meer dan 1.500 m2. Daarom komt deze woonbestemming niet in aanmerking voor vergroting. De uitgangspunten van dit beleid staan in de Structuurvisie Buitengebied Oss – 2015 en de Nota van uitgangspunten bestemmingsplan ‘Buitengebied Oss – 2017’.

Voor wat betreft de communicatie verwijzen wij naar punt b.

Pagina 37 van 299

Zienswijze 29 Samenvatting zienswijze Reclamant woont aan de Oijense Benedendijk 62 in Oijen. Het ontwerpbestemmingsplan kent voor een groot deel van dit perceel de aanduiding ‘specifieke vorm van tuin – waarde openheid’. Reclamant mist een onderbouwing hiervoor. Reclamant is het niet met de aanduiding eens, omdat deze de gebruiksmogelijkheden beperkt, wat tot een waardevermindering van het perceel leidt. In de omgeving van dit perceel liggen percelen die veel meer in aanmerking komen voor deze aanduiding, maar die niet hebben. Bovendien is reclamants perceel niet open. Reclamant vraagt om de aanduiding op zijn perceel te schrappen. Besluit Wij vinden de zienswijze gegrond. Wijzigingen in bestemmingsplan Wij schrappen de aanduiding ‘specifieke vorm van tuin – waarde openheid’ aan de Oijense Benedendijk 62 in Oijen. Toelichting van de gemeenteraad Het gaat hier om een woning in een bocht aan de dijk. Een deel van de tuin heeft in het ontwerpbestemmingsplan de aanduiding van openheid. Dit betekent niet dat deze strook landschappelijk open moet zijn of blijven. Het betekent wel dat hier geen gebouwen mogen worden opgericht. De reden hiervoor is dat dit deel van de tuin, mede door de begroeiïng, een natuurlijke verbinding vormt tussen twee gebieden aan de dijk met de bestemming ‘Natuur’.

Daar staat tegenover dat in het nu geldende bestemmingsplan de tuin niet de waarde ‘openheid’ heeft. Bovendien gaat het in dit geval om een relatief groot deel van de totale woonbestemming en gaat het om een individueel gelegen perceel. De openheid maakt dus geen deel uit van een groter geheel. Wij vinden de aanduiding ‘specifieke vorm van tuin – waarde openheid’ voor dit perceel dus wel wenselijk. Maar wij vinden dit belang in dit geval niet groot genoeg om, bij afweging tegen de belangen van reclamant, de aanduiding te handhaven. Daarom schrappen wij die.

Pagina 38 van 299

Zienswijze 30 Samenvatting zienswijze Reclamanten maken er bezwaar tegen dat het ontwerpbestemmingsplan op hun perceel aan de Hoogoordstraat 5 in Macharen niet een minicamping met vijf permanente recreatieve accommodaties en drie seizoensgebonden recreatieve accommodaties toestaat. Hierover hebben reclamanten met de gemeente in december 2017 een overeenkomst gesloten. Reclamanten hebben aan al hun verplichtingen voldaan, waaronder het opstellen van de benodigde ruimtelijke onderbouwing. Opname van het initiatief in een apart bestemmingsplan leidt tot onnodige vertraging en kosten. Reclamanten vragen om de minicamping alsnog mogelijk te maken in plaats van de bestemming ‘Agrarisch met waarden, archeologische waarde hoog’. Besluit Wij laten de zienswijze buiten behandeling. Wijzigingen in bestemmingsplan Geen. Toelichting van de gemeenteraad Bij brief van 25 oktober 2019 hebben reclamanten het verzoek waarnaar zij in hun zienswijze verwijzen ingetrokken. Daarom laten wij deze zienswijze buiten behandeling.

Pagina 39 van 299

Zienswijze 31 Samenvatting zienswijze Reclamanten vragen om een woonbestemming voor hun woning met bijgebouwen aan de Onderweg 2 in Megen. Het perceel heeft in het ontwerpbestemmingsplan een agrarische bestemming. Besluit Wij vinden de zienswijze ongegrond. Wijzigingen in bestemmingsplan Geen. Toelichting van de gemeenteraad Zie hoofdstuk VI.

Pagina 40 van 299

Zienswijze 32 Samenvatting zienswijze Reclamant heeft een bedrijf aan de Steegeindstraat 10 in Lithoijen. Hij wil het achterterrein van het bedrijf verharden. Daardoor wordt het mogelijk om met bedrijfsmaterieel op het terrein zelf te keren, in plaats van op de weg. Dit bevordert de verkeersveiligheid. De mogelijkheid om aan de voorzijde te keren, bestaat inmiddels niet meer vanwege een handhavingszaak aan de overzijde van de weg. De verharding is niet bedoeld voor de opslag van grond en dergelijke, zoals in vorige verzoeken. Het ruimtelijke karakter met de bestande zichtlijnen blijft hierdoor behouden. Reclamant is bereid tot een passende landelijke inrichting. Besluit Wij vinden de zienswijze ongegrond. Wijzigingen in bestemmingsplan Geen. Toelichting van de gemeenteraad Zie hoofdstuk VI.

Pagina 41 van 299

Zienswijze 33 Samenvatting zienswijze Reclamanten wonen naast de Maasdijk 11 in Neerloon, waar het ontwerpbestemmingsplan een landgoed mogelijk maakt. Zij zijn in beginsel niet tegen het landgoed, maar wel tegen een aantal aspecten daarvan. a. Reclamanten maken er bezwaar tegen dat de ingang van het landgoed verloopt via de gezamenlijke op-/afrit van de dijk. Zij hebben hier een recht van overpad. De bewoners van nummer 11 hebben ook een recht van overpad, maar alleen om hun huidige perceel agrarisch te bewerken. Bovendien snijdt de toegang de bocht in de dijk af, wat het aantrekkelijk maakt voor wandelaars en fietsers om deze route te volgen. Reclamanten stellen voor om de ingang van het landgoed te situeren nabij de hoeve waartoe het landgoed behoort. b. Reclamanten maken bezwaar tegen de voorziene parkeerplaats. Zij begrijpen niet waarom er een parkeerplaats moet zijn, aangezien het landgoed alleen te voet mag worden betreden. Bovendien kan gebruik worden gemaakt van de al aanwezige parkeerplaatsen in de Krommehoek of bij de ingang naar natuurgebied Keent. c. Als er toch een parkeerplaats nodig is, dan maken reclamanten bezwaar tegen de situering daarvan. De parkeerplaats kan alleen worden bereikt via de gezamenlijke op/afrit via de dijk (zie ook punt a). Bovendien tast de parkeerplaats het uitzicht vanuit de woning van reclamanten aan.

Ook ligt de parkeerplaats precies naast het zwembad van reclamanten, waar zij juist van hun privacy willen genieten. Verder leidt de parkeerplaats tot sociale onveiligheid en overlast. Reclamanten stellen voor om de parkeerplaats te situeren nabij de hoeve waartoe het landgoed behoort. d. Reclamanten maken bezwaar tegen de voorziene wandelroute. Deze route loopt vlak langs hun perceel. Reclamanten bepleiten een route ‘door de velden’ in plaats van ‘langs de achtertuinen’. Als de route ongewijzigd blijft, wensen reclamanten een deugdelijke begrenzing ervan, zodat wandelaars en huisdieren niet ongehinderd hun tuin kunnen betreden. Besluit Wij vinden de zienswijze gedeeltelijk gegrond en gedeeltelijk ongegrond. Wijzigingen in bestemmingsplan Wij schrappen de parkeerplaats nabij Maasdijk 12a uit het inrichtingsplan. Toelichting van de gemeenteraad Punten a, b en c Wij vinden de aanleg van een parkeerplaats naast het perceel Maasdijk 12a niet noodzakelijk. Het is niet te verwachten er hier geparkeerd zal worden om een rondje over het landgoed te lopen. Bovendien kan deze parkeerplaats overlast geven, met name in de avonduren, omdat toezicht ontbreekt. Eventueel kunnen bezoekers van het landgoed parkeren nabij de nieuwe woningen. En er kan, hoewel dat wat verder weg is, geparkeerd worden op de parkeerplaats bij de brug naar Keent.

Doordat er geen parkeerplaats nabij Maasdijk 12a wordt aangelegd, zal het gebruik van dit wandelpad naar verwachting beperkt zijn. Hoewel het pad wel een toegang vormt tot het landgoed, is er hierdoor geen sprake meer van een echte ‘ingang’. Wij vinden het gewenst dat er meerdere mogelijkheden zijn om een rondje te kunnen lopen dat aantrekkelijk is voor recreanten. Daarom willen we deze toegang handhaven. Overigens is er van afsnijden nauwelijks sprake, en zal verder het pad voor fietsers nauwelijks begaanbaar zijn, omdat sprake is van een onverhard struinpad. Punt d Op basis van het provinciaal beleid moet een landgoed toegankelijk zijn en beleefbaar zijn met een wandelpad. Het wandelpad dat is opgenomen op het inrichtingsplan, voldoet hieraan. Het aan de westzijde in het landgoed gelegen perceel is in gebruik als agrarische produktiegrond. Het wandelpad is er daarom niet dwars doorheen gelegd, maar er aan de buitenkant langs. Hierdoor blijft agrarisch gebruik mogelijk. Het wandelpad ligt op ongeveer 100 m van de woningen aan Maasdijk 12 en 12a. Het zuidelijk deel van de tuinen bij deze woning is extensief in gebruik. Directe inkijk in de woningen is, gelet op de diepe tuin en de aanwezige beplanting, niet mogelijk. Tussen het wandelpad en de tuinen bevindt zich een sloot.

Pagina 42 van 299

Gelet op het voorgaande, en mede gelet op het feit dat naar verwachting het wandelpad niet intensief gebruikt zal worden, vinden wij de ligging van het wandelpad niet onredelijk.

Pagina 43 van 299

Zienswijze 34 Samenvatting zienswijze a. Het ontwerpbestemmingsplan verandert de vorm van het bouwvlak van reclamants rundveehouderij aan De Gement 2 in Geffen ten opzichte van het huidige bouwvlak. Dit is ingegeven door de wens van de gemeente om langgerekte bouwvlakken te creëren vanwege landschappelijke redenen. Reclamant wilt de huidige vorm behouden. De vormverandering heeft voor hem geen meerwaarde, en maakt inbreuk op bestaande rechten. Bovendien houdt zij geen rekening met de indeling van het bedrijf en met de bedrijfsvoering. Uitbreiding van het bedrijf zonder uitgebreide en kostbare procedures wordt onmogelijk. Dit leidt tot schade. Reclamant mist een onderbouwing dat de vormverandering milieutechnisch en planologisch verantwoord is. b. Vanwege de archeologische bestemming op het perceel zijn grondwerkzaamheden dieper dan 0,3 meter omgevingsvergunningplichtig. In het huidige bestemmingsplan is dat 0,5 meter. Deze verandering leidt er, zonder onderbouwing in het bestemmingsplan, toe dat meer archeologisch onderzoek nodig is en dat eerder een omgevingsvergunning nodig is. Reclamant wenst handhaving van de huidige regeling. Besluit Wij vinden de zienswijze gedeeltelijk gegrond en gedeeltelijk ongegrond.

Wijzigingen in bestemmingsplan Wij nemen voor het agrarisch bedrijf aan De Gement 2 in Geffen het nu geldende bouwvlak op, en breiden dat uit met het perceelsgedeelte met de bestemming ‘tuin’. Toelichting van de gemeenteraad Punt a In het ontwerpbestemmingsplan hebben burgemeester en wethouders de gronden met de bestemming ‘tuin’ bij de bedrijfswoning binnen het bouwvlak gelegd. Zij hebben de oppervlakte daarvan aan de oostzijde van het bouwvlak afgehaald. Op zich is het juist om de bij de bedrijfswoning behorende tuin binnen het bouwvlak te leggen. Het provinciaal beleid schrijft immers voor dat alle voorzieningen van een bedrijf binnen het bouwvlak thuishoren. Maar het perceelsgedeelte met de bestemming ‘tuin’ is bestaand en behoort dus tot het bestaande ruimtebeslag van het bedrijf. Het gaat dus niet om een nieuwe ontwikkeling die elders moet worden gecompenseerd. Wij respecteren de bestaande rechten van het bedrijf en passen het bestemmingsplan hierop aan door aan de oostzijde het oorspronkelijke bouwvlak toe te kennen en het perceelsgedeelte met de bestemming tuin binnen het bouwvlak te leggen. Dit betekent een uitbreiding van het nu geldende bouwvlak. Wij vinden die uitbreiding ruimtelijk aanvaardbaar, zeker nu het om een beperkte uitbreiding gaat. Punt b Vanaf 2009 heeft de gemeente Oss de eerste archeologische beleidskaarten opgesteld.

Deze kaarten hebben wij gebruikt voor de bestemmingsplannen ‘Buitengebied Oss – 2010’ en ‘Buitengebied Lith – 2013’. In 2015 hebben wij het archeologiebeleid opnieuw vastgesteld vanwege de samenvoeging met een deel van de gemeente Maasdonk. Onderdeel van de vaststelling in 2015 is het rapport ‘Actualisatie archeologiebeleid gemeente Oss, een herziene archeologische beleidskaart voor het nieuwe grondgebied van de gemeente Oss’. Aan de hand van onderzoeken, nieuwe inzichten en boringen in het veld zelf hebben wij de eerdere archeologische kaarten gedeeltelijk bijgesteld. In dit rapport van 2015 hebben wij de wijzigingen per deel van de gemeente Oss uiteengezet. Dit heeft tot gevolg dat er met het nieuwe bestemmingsplan voor het buitengebied voor sommige percelen wijzigingen zijn in vergelijking met het voorgaande bestemmingsplan. Voor het grootste gedeelte blijven de gebieden met archeologische waarden hetzelfde. Voor een klein gedeelte van het gemeentelijk grondgebied zijn er wel wijzigingen. In sommige van deze gevallen hebben gebieden die eerst een hoge archeologische verwachtingswaarde hadden nu een lage waarde of andersom. Na de gemeentelijke samenvoeging zijn de Osse regels ook gaan gelden voor Geffen. Dit alles staat in de toelichting bij het ontwerpbestemmingsplan. Anders dan reclamant stelt, hebben burgemeester en wethouders de veranderingen dus wel onderbouwd.

Het nieuwe bestemmingsplan zondert grondbewerkingen voor agrarisch gebruik uit van de omgevingsvergunningsplicht, mits de grondbewerkingen niet dieper dan 0,5 meter onder

Pagina 44 van 299

maaiveld zijn. Dit is gelijk aan de regeling in het huidige bestemmingsplan van de gemeente Maasdonk. Bij bouwen geldt wel de algemene strengere ondergrens van 0,3 meter indien het gaat om meer dan 1.000 m². Dit is een gangbare norm waarbij de grootte van het bouwwerk in verhouding staat tot de archeologische verwachtingswaarde en onderzoekslast. Hierbij merken wij op dat in de praktijk bij bouwen de funderingsdiepte vanwege het voorkomen van vorstschade dieper dan 0,6 meter beneden maaiveld dient te worden uitgevoerd. Hierdoor zouden zowel op basis van het huidige als het nieuwe bestemmingsplan vergelijkbaar archeologisch onderzoek en een omgevingsvergunning nodig zijn. Wij zien dus geen reden om de regeling uit het ontwerpbestemmingsplan op dit punt aan te passen.

Pagina 45 van 299

Zienswijze 35 Samenvatting zienswijze a. Reclamant exploiteert een geiten- en varkenshouderij aan de Hertog Janstraat 52 in Lith. Bijlage 9 bij de planregels vermeldt ten onrechte dat een verklaring van geen bedenkingen voor deze locatie is verleend. b. In artikel 3.5 van de planregels is een gebruiksafwijkingsregel opgenomen voor het houden van een ander veetype dan wel een toename van het aantal stuks vee dat artikel 3.1.2 toestaat. Eén van de voorwaarden bij geitenhouderijen is dat het provinciale moratorium voor geitenhouderij is opgeheven, waardoor het niet meer verboden is om de oppervlakte stalruimte voor geiten uit te breiden. De bouwregels, de gebruiksregels en de afwijkingsregels bieden echter niet de mogelijkheid om na opheffing van het moratorium de oppervlakte dierenverblijf van een geitenhouderij uit te breiden. Deze regels laten het uitbreiden van die oppervlakte expliciet niet toe. Reclamant wordt na opheffing van het moratorium dus nog steeds belemmerd in zijn bedrijfsvoering. Uitbreiding van het aantal geiten is dan alleen mogelijk wanneer binnen de bestaande dierenverblijven vergunningtechnisch nog ruimte aanwezig is. Reclamant stelt voor om in de planregels wél uitbreiding van de oppervlakte dierverblijf voor een geitenhouderij toe te staan na opheffing van het moratorium. Besluit Wij vinden de zienswijze gegrond.

Wijzigingen in bestemmingsplan Wij schrappen een vergunning voor het bedrijf aan de Hertog Janstraat 52 in Lith uit de tabel in bijlage 9 met omgevingsvergunningen met aangehaakte verklaring van geen bedenkingen. Wij nemen in afwijkingsregelingen de mogelijkheid op om na opheffing van het provinciale moratorium de oppervlakte dierenverblijf voor geiten uit te breiden. Toelichting van de gemeenteraad Punt a Wij zijn het met reclamant eens. Wij schrappen deze vergunning uit de tabel in bijlage 9 met omgevingsvergunningen met aangehaakte verklaring van geen bedenkingen. Punt b Wij zijn het met reclamant eens dat de regeling in het ontwerpbestemmingsplan niet helemaal consequent is. Enerzijds is (na beëindiging van het moratorium) wel omschakeling naar geiten mogelijk met een afwijking van de veetypenregeling in artikel 3.5, maar anderzijds is volgens artikel 3.4 en 3.5 geen toename mogelijk van de oppervlakte dierenverblijf voor geiten. Op grond van de huidige regeling in artikel 3.5 was overigens wel (na beëindiging van het moratorium en met afwijking van de veetypenregeling) het gebruik van een bestaande oppervlakte dierenverblijf voor geiten mogelijk. Wij passen de regeling aan door ook in de andere afwijkingsregelingen op te nemen dat uitbreiding van de oppervlakte dierenverblijf voor geiten mogelijk is, mits het moratorium is opgeheven.

Op grond van juridische overwegingen maken wij hiervan een apart artikel. Als de provincie het met deze regeling niet eens is, dan kan de provincie alleen op dit artikel reageren.

Pagina 46 van 299

Zienswijze 36 Samenvatting zienswijze Reclamant woont nabij de Oijense Bierbrouwerij aan de Kasteeldijk in Macharen. Hij vraagt bevestiging van zijn indruk dat het ontwerpbestemmingsplan de huidige regeling voor de bierbrouwerij bestendigt. Indien het ontwerpbestemmingsplan toch een verruiming van de geldende bestemming biedt, maakt reclamant hiertegen bezwaar. Verder bepleit reclamant een aanpassing van de bestemming opdat een goed woon- en leefklimaat voor de omwonenden wordt veiliggesteld. Hij vindt een recreatiebedrijf ter plaatse niet passend. Besluit Wij vinden de zienswijze ongegrond. Wijzigingen in bestemmingsplan Geen. Toelichting van de gemeenteraad Reclamants indruk is juist. De regeling in het nieuwe bestemmingsplan bestendigt de huidige regeling. De huidige regeling is onherroepelijk. Bij de totstandkoming daarvan hebben wij ook gekeken naar het woon- en leefklimaat voor omwonenden. Wij zien dan ook geen reden voor aanpassing van de regeling. Ons is bekend dat de eigenaar van de bierbrouwerij uitbreidingsplannen heeft. Die nemen wij echter niet op in dit bestemmingsplan. Wij beoordelen die in een apart traject.

Pagina 47 van 299

Zienswijze 37 Samenvatting zienswijze Voor het veehouderijbedrijf van reclamante aan de Lankerweg 1 in Maren-Kessel loopt een aparte bestemmingsplanprocedure. Reclamant vraagt om dit bestemmingsplan te verwerken in het nieuwe integrale bestemmingsplan voor het buitengebied. Een alternatief (dat niet de voorkeur heeft van reclamant) is om het plangebied van het bestemmingsplan voor deze locatie buiten het plangebied van het integrale plan te laten. Besluit Wij vinden de zienswijze gegrond. Wijzigingen in bestemmingsplan Wij verwerken het bestemmingsplan ‘'Lankerweg 1 - 2018 - Maren-Kessel' in het bestemmingsplan. Toelichting van de gemeenteraad Het bestemmingsplan dat reclamante bedoelt, is inmiddels onherroepelijk. Wij verwerken dat bestemmingsplan daarom in het nieuwe bestemmingsplan voor het buitengebied.

Pagina 48 van 299

Zienswijze 38 Samenvatting zienswijze a. Reclamant woont aan de Munlaan 2 in Oss. Zijn perceel heeft in het ontwerpbestemmingsplan gedeeltelijk de bestemming ‘Wonen’ en gedeeltelijk de bestemming ‘Agrarisch met waarden – landschap en natuur’. De agrarische bestemming laat geen gebruik als tuin toe. Dit is in strijd met de Wet ruimtelijke ordening, en niet doelmatig. Het hobbymatig houden van vee en het hebben van een grasveldje zijn vormen van gebruik die in een buitengebied frequent voorkomen en overal worden geaccepteerd als vormen van agrarisch gebruik. b. Reclamant heeft een vijver aangelegd, met een melding op grond van de Ontgrondingenwet. De gemeente heeft hiertegen geen actie ondernomen en heeft dus geaccepteerd dat dit gebruik in overeenstemming is met de toenmalige agrarische bestemming. Nu is door de vermelding dat de grond niet als tuin mag worden gebruikt een extra beperking aangebracht, zodat het onder het huidige bestemmingsplan geaccepteerde gebruik nu strikt genomen onmogelijk wordt gemaakt. Voor het wegbestemmen van bestaande rechten is een goede ruimtelijke motivering nodig. Bovendien mag bestaand legaal gebruik niet zonder meer onder het overgangsrecht worden gebracht. c. Op het agrarisch bestemde perceelsgedeelte zijn geen bouwwerken toegestaan. Ter plaatse zijn enkele kleine bouwwerken aanwezig, die reclamant wil handhaven.

Dat kan als het bestemmingsplan een gebruik als tuin toestaat. d. De bestaande woning is groter dan in het ontwerpbestemmingsplan staat aangegeven. Deze situatie bestaat al sinds 1999. De woning met bijbehorend bouwwerk dienen in zijn geheel als hoofdgebouw te worden bestemd. e. Reclamant vraagt om de al gerealiseerde bijbehorende bouwwerken positief te bestemmen. f. Reclamant vraagt om de bestaande kwekerij van koikarpers positief te bestemmen en aan te merken als gebruik in overeenstemming met de agrarische bestemming. Besluit Wij vinden de zienswijze ongegrond. Wijzigingen in bestemmingsplan Geen. Toelichting van de gemeenteraad Punt a De bestemming voor het perceel van reclamant is in het ontwerpbestemmingsplan gelijk aan die in het huidige bestemmingsplan. Tuinen leggen wij in dit bestemmingsplan, net als in het huidige bestemmingsplan, binnen de woonbestemming. Ook het huidige bestemmingsplan laat het gebruik als tuin van agrarisch bestemde gronden niet toe. Wij zien niet in waarom dat in strijd zou zijn met de Wet ruimtelijke ordening. Ook particulieren kunnen agrarische gronden conform de bestemming gebruiken, zoals reclamant zelf ook aangeeft. Reclamant heeft destijds ook een zienswijze ingediend over het ontwerp van het huidige bestemmingsplan ‘Buitengebied 2010 Oss’.

Zoals wij naar aanleiding van die zienswijze destijds al overwogen, vinden wij een woonbestemming (met de mogelijkheid van gebruik als tuin) voor het hele perceel niet aanvaardbaar. De omgeving wordt gekenmerkt door grote woningen op ruime kavels. Maar een grotere woonbestemming leidt tot een onevenredige grote woonbestemming, ook in relatie tot de toch al grote woonpercelen in de omgeving. De uitbreiding zou bovendien ten koste gaan van gronden met een agrarische bestemming met waarden. Wij vinden het onwenselijk om die waarden op te offeren aan een woonbestemming. Wij zien daartoe ook geen aanleiding, gelet op de huidige bestemming. Bovendien is het mogelijk om binnen het opgenomen bestemmingsvlak ‘Wonen’ een reële uitvoering te geven aan de woonfunctie, inclusief tuin. Vanwege onder andere de maatschappelijke behoefte aan grotere tuinen in het buitengebied, verruimen wij ambtshalve de mogelijkheden voor het gebruik als tuin van gronden met een agrarische bestemming. Wij doen dit evenwel niet onbeperkt, omdat wij concentratie van (intensieve) functies van belang vinden. Ook willen wij tegengaan dat intensieve functies in het buitengebied te groot worden. Wij regelen dat binnen 20 meter

Pagina 49 van 299

van onder andere een bestemmingsvlak ‘Wonen’ of ‘Bedrijf’ een tuin mogelijk is. Voorwaarde hierbij is dat de buiten het bestemmingsvlak gelegen tuin niet groter is dan 1.500 m² en dat het totaal van de woonfunctie (tuin en woning) niet groter is dan 3.000 m². In dit specifieke geval is de oppervlakte van de bestemming ‘Wonen’ al ruim 8.000 m². Er is dus geen ruimte voor vergroting van het gebruik als tuin van de aan de woonbestemming aansluitende gronden. Punt b De gemeente heeft niet geaccepteerd dat het agrarisch bestemde perceelsgedeelte in strijd met de bestemming, bijvoorbeeld als tuin, wordt gebruikt. Dit maakt ook onderdeel uit van de handhavingsbeschikking van 8 augustus 2018 en de beslissing op bezwaar van 15 januari 2019. Zoals wij al opmerkten onder punt a, laat ook het huidige bestemmingsplan niet toe dat agrarisch bestemde gronden als tuin worden gebruikt. Van een aantasting van bestaande rechten is dus geen sprake. Strijdig gebruik valt bovendien niet onder het overgangsrecht. Het feit dat de provincie een vergunning op grond van de Ontgrondingenwet heeft verleend, maakt dit alles niet anders. De provincie heeft daarbij immers niet getoetst aan het bestemmingsplan. Punt c Hiervóór hebben wij uitgelegd waarom wij de agrarisch bestemde gronden geen woonbestemming willen geven of anderszins het gebruik als tuin willen toestaan.

Wij vinden het niet wenselijk dat agrarische gronden met landschappelijke en natuurwaarden worden bebouwd. Dit leidt namelijk tot verrommeling en een aantasting van die waarden. Daarom laten wij binnen de bestemming ‘Agrarisch met waarden – Landschap en natuur’ geen bebouwing toe. Dit komt overeen met de regeling in het huidige bestemmingsplan. Wij zien geen reden om voor het perceel van reclamant een uitzondering te maken op dit uitgangspunt. Punten d en e Het ontwerpbestemmingsplan maakt, anders dan reclamant veronderstelt, geen onderscheid in een bestemming als hoofdgebouw en een bestemming als bijbehorend bouwwerk. Voor de bouwregels (inhoud en hoogte) maakt het ook niet uit of iets een hoofdgebouw is of een bijbehorend bouwwerk. Het is alleen relevant of een bijgebouw vrijstaand is of niet. Artikel 36.1 van de regels van het ontwerpbestemmingsplan bepaalt dat bestaande afwijkingen in (onder andere) de inhoud van bebouwing positief bestemd zijn als die afwijkingen legaal tot stand zijn gekomen. Als reclamants woning groter is dan wat artikel 20 van de planregels (‘Wonen’) bepaalt, is deze grotere inhoud dus positief bestemd, als die grotere inhoud legaal tot stand is gekomen. Punt f Op dit moment loopt er een handhavingsprocedure over een aantal zaken op het perceel. Inmiddels heeft een zitting van de rechtbank plaatsgevonden over het beroep tegen de aanschrijving.

In het verweerschrift van burgemeester en wethouders van 22 maart 2019 staat hun standpunt over het agrarisch gebruik van de vijver en het perceel. Samenvattend vinden zij dat er geen agrarisch bedrijf wordt uitgeoefend in en rond de vijver. Wij onderschrijven dit standpunt, dat als volgt is opgenomen in het verweerschrift: “Naar onze mening is er ter plaatse geen sprake van een agrarisch bedrijf en al zou dat wel het geval zijn dan is de vijver nog steeds in strijd met het bestemmingsplan. In artikel 1.6 van het bestemmingsplan is de volgende definitie opgenomen: een bedrijf dat is gericht op het voortbrengen van producten door middel van het telen van gewassen (houtteelt daaronder begrepen) en/of het houden van dieren. Bij het bezwaarschrift is een bedrijfsplan bijgevoegd waaruit zou blijken dat er sprake is van een agrarisch bedrijf. Dit ondernemingsplan is opgesteld nadat de handhavingsbeschikking is genomen. In dit ondernemingsplan staat dat de ondernemer een koikarper kwekerij wil starten. Ook staat er in het ondernemingsplan dat Spierings Vis in Oss heeft toegezegd dat zij de vissen af zullen gaan nemen en zullen gaan verkopen. Ook staat het bedrijf nog niet ingeschreven in de Kamer van Koophandel. En beschikt het

Pagina 50 van 299

bedrijf niet over de benodigde vergunning dan wel geaccepteerde melding op grond van de activiteit milieu in de Wabo. Op dit moment is er dus nog geen sprake van een agrarisch bedrijf. Visvijvers binnen de bestemming agrarisch met waarden landschap en natuur zijn expliciet verboden in artikel 32, lid j van het bestemmingsplan. Het opstarten van een agrarisch bedrijf met een viskweekvijver op deze locatie is dus ook in strijd met het bestemmingsplan. Nergens in het bestemmingsplan staat dat het hier uitsluitend visvijvers voor recreatief gebruik betreft. Viskweekvijvers behorende bij een agrarisch bedrijf, behoren naar onze mening binnen een agrarisch bouwvlak thuis. Dit blijkt ook uit artikel 3.1.2., onder b van het ontwerp bestemmingsplan buitengebied Oss. Hierin staat letterlijk dat bijbehorende voorzieningen, zoals een viskweekvijver uitsluitend binnen het agrarisch bouwvlak is toegestaan. Dus ook al zou ter plaatse sprake zijn van een agrarisch bedrijf, wat wij betwisten, dan nog is de visvijver in strijd met het bestemmingsplan. Ook willen wij nog opmerken dat wij het bedrijfsplan niet kunnen plaatsen in relatie tot het verzoek aan de raad van dezelfde datum (10 september 2018) om het bestemmingsplan te wijziging van agrarisch met waarden landschap en natuur naar wonen.

Enerzijds stelt bezwaarmaker dus dat hij een agrarisch bedrijf ter plaatse wil met een professionele vis(kweek)vijver en anderzijds verzoekt hij de raad om aan het gehele perceel een woonbestemming toe te kennen. Dit strookt niet met elkaar. Wij hebben de lastgeving met betrekking tot de vijver niet ingetrokken, omdat deze in overeenstemming is met de agrarische bestemming. Sterker nog wij hebben in het verweerschrift voor de bezwarencommissie expliciet aangegeven dat wij ondanks het feit dat wij van mening zijn dat de vijver in strijd is met het bestemmingsplan, toch besloten hebben om de lastgeving met betrekking tot de vijver uit de beschikking te halen. Wij hebben de lastgeving over dit onderdeel ingetrokken, omdat wij het gegeven de omstandigheden, buiten proportioneel vinden om tegen de aanwezige vijver op te treden.” Ook in het verweerschrift van burgemeester en wethouders van 26 november 2019 staat hun standpunt over het agrarisch gebruik van de vijver en het perceel. Samenvattend vinden zij dat er geen agrarisch bedrijf wordt uitgeoefend in en rond de vijver. En als er al sprake zou zijn van een agrarisch bedrijf, dan zou dit binnen een agrarisch bouwvlak moeten liggen. Wij onderschrijven dit standpunt en verwijzen verder naar dit verweerschrift voor de onderbouwing daarvan.

Als aanvulling hierop, merken wij op dat wij in principe geen nieuwvestiging van agrarische bedrijven in het buitengebied mogelijk maken door middel van nieuwe bouwvlakken. Wij doen dit ter bescherming van de waarden van het buitengebied en ter voorkoming van verdere verstening ervan. Verder zijn en komen er in het buitengebied in principe genoeg agrarische bouwvlakken voorhanden door stoppende agrarische bedrijven. Nieuwe bedrijven moeten zich in principe vestigen op een bestaand agrarisch bouwvlak. Gelet op het bovenstaande zien wij geen aanleiding voor een positieve bestemming als koikwekerij.

Pagina 51 van 299

Zienswijze 39 Samenvatting zienswijze a. Reclamant woont aan de Platerstraat 4 in Lith. Burgemeester en wethouders van de voormalige gemeente Lith hebben in 2004 een vrijstelling verleend voor een caravanstalling op dit perceel. Deze is ten onrechte niet op de verbeelding van het ontwerpbestemmingsplan opgenomen. Reclamant vraagt om dit met een specifieke aanduiding alsnog te doen. b. Het ontwerpbestemmingsplan laat op het perceel twee bedrijfswoningen toe. Reclamant vraagt om te bepalen dat de tweede woning ook een burgerwoning mag zijn. Dit zou zijn toegezegd bij de totstandkoming van het huidige bestemmingsplan. Besluit Wij vinden de zienswijze gegrond. Wijzigingen in bestemmingsplan In bijlage 3 nemen wij voor het perceel Platerstraat 2 in Lith op dat statische opslag/caravanstalling is toegestaan tot 400 m². Wij laten via een aanduiding ‘plattelandswoning’ het gebruik als burgerwoning van één van de twee woningen op dit perceel toe. Toelichting van de gemeenteraad Punt a Wij verwerken de verleende vrijstelling in het bestemmingplan. Wij merken op dat de vrijstelling geldt voor het adres Platerstraat 2, en niet voor Platerstraat 4. In het bestemmingsplan nemen wij voor dit soort vrijstellingen geen aanduiding op de verbeelding op. In plaats daarvan regelen wij de toegestane afwijking in bijlage 3 (Bestaande kleinschalige activiteiten) bij de planregels.

Punt b Reclamant wenst een woonbestemming voor de woning die eerder gerealiseerd is op grond van de rustende-boerregeling. Bij de vaststelling van het geldende bestemmingsplan ‘Buitengebied Lith – 2013’ hebben wij (in het zienswijzenverslag) over de status van deze woning het volgende overwogen: “Ambtshalve Ambtshalve overwegen wij het volgende. Wij constateren dat het nu geldende bestemmingsplan slechts één bedrijfswoning toelaat. In het ontwerpbestemmingsplan laten burgemeester en wethouders bij het agrarisch bedrijf echter twee bedrijfswoningen toe. Reden hiervan is een in 1985 verleende vrijstelling. Op 22 januari 1985 verleenden burgemeester en wethouders van Lith namelijk, na provinciale goedkeuring, een bouwvergunning voor het gedeeltelijk veranderen van een bedrijfsruimte tot woning. De bouwvergunning werd verleend op basis van de regeling voor de rustende boer uit het toen geldende ‘Uitbreidingsplan in hoofdzaak’ en het in voorbereiding zijnde bestemmingsplan ‘Buitengebied’.

Voorwaarden voor toepassing van de regeling waren: • de woning wordt opgenomen in de bouwmassa van de bestaande bedrijfswoning en de daarin begrepen bedrijfsruimte dan wel in een vrijstaande bedrijfsruimte • de inhoud van de woning is maximaal 200 m3 dan wel de vloeroppervlakte van de woning is in totaal maximaal 75 m² Wij concluderen dat de tweede woning (die voor de rustende boer) rechtsgeldig tot stand is gekomen, zonder enige beperking in de tijd. Wij laten die tweede woning dus toe. Echter, in het ontwerpbestemmingsplan hebben burgemeester en wethouders de hierboven genoemde beperkingen ten onrechte niet opgenomen. Wij vinden dat deze beperkingen nog steeds gelden. Daarom passen wij de regels aan, en nemen wij deze beperkingen over.” En in dat zienswijzenverslag schreven wij naar aanleiding van een zienswijze van de provincie het volgende: “Het nu geldende bestemmingsplan staat bij dit bedrijf één bedrijfswoning toe. Burgemeester en wethouders laten in het ontwerpbestemmingsplan twee

Pagina 52 van 299

bedrijfswoningen toe. Reden hiervan is een in 1985 verleende vrijstelling, die natuurlijk niet in het nu geldende bestemmingsplan is opgenomen. Hieronder gaan wij concreet in op de voorgeschiedenis. Op 22 januari 1985 verleenden burgemeester en wethouders van Lith een bouwvergunning voor het gedeeltelijk veranderen van een bedrijfsruimte op het adres Platerstraat 2 tot woning. Zij verleenden de bouwvergunning op basis van de regeling voor rustende boeren, met toepassing van artikel 50, lid 8 van de Woningwet. Reclamanten hebben hiervoor een verklaring van geen bezwaar afgegeven op 12 december 1984. In de bouwvergunning eisen burgemeester en wethouders niet dat de woning op enig moment aan haar woonbestemming zou moeten worden onttrokken. De woning is dus legaal als permanente zelfstandige woning opgericht op basis van een onherroepelijke bouwvergunning. Gelet op dit alles nemen wij voor de woning een zelfstandige woonbestemming op.” In het geldende bestemmingsplan is, net zoals in het ontwerp van het nieuwe bestemmingsplan, een tweede bedrijfswoning opgenomen bij Platerstraat 2. Dat is niet in overeenstemming met wat wij hiervóór overwogen. Wij wilden immers het gebruik als burgerwoning toestaan. Een afsplitsing van de woning van het agrarisch perceel vinden wij ongewenst.

Daarom nemen we een aanduiding ‘plattelandswoning’ op voor deze woning, zodat het gebruik als burgerwoning is toegestaan.

Pagina 53 van 299

Zienswijze 40 Samenvatting zienswijze Reclamant heeft aan de Bredestraat 29 in Deursen-Dennenburg een agrarisch bedrijf met daarbij ruimte voor tien dagbestedingsplekken. Reclamant wil de agrarische tak verkleinen ten gunste van wonen met zorg. Hij vraagt om dit in het bestemmingsplan mogelijk te maken. Hij vraagt om zijn perceel binnen een bebouwingsconcentratie te leggen. Besluit Wij vinden de zienswijze gegrond. Wijzigingen in bestemmingsplan Wij leggen het perceel Bredestraat 29 in Deursen-Dennenburg binnen een bebouwingsconcentratie. Toelichting van de gemeenteraad Wij hebben er geen ruimtelijke bezwaren tegen om het perceel Bredestraat 29 in DeursenDennenburg op te nemen in de naburige bebouwingsconcentratie. Daarmee ontstaan onder voorwaarden ruimere bedrijfsmogelijkheden voor reclamant. Wij benadrukken dat een eventueel toekomstig verzoek voor zorgwonen nader getoetst zal moeten worden aan het beleid en de randvoorwaarden die dan gelden.

Pagina 54 van 299

Zienswijze 41 Samenvatting zienswijze a. Reclamanten vragen om de archeologische bestemming van hun perceel aan de Hertog Janstraat 46 in Lith te schrappen. De gronden zijn tot een grotere diepte dan 0,5 meter geroerd, wat blijkt uit de door hen overgelegde stukken. b. Reclamanten missen in het bestemmingsplan een regeling voor de hun vergunde rechten op grond van de Natuurbeschermingswet/Wet natuurbescherming. Zij vragen om de vergunde situatie op te nemen. c. Reclamanten vragen en adviseren ons om in het bestemmingsplan criteria te stellen waaraan een omgevingsdialoog moet voldoen. Zowel voor de ontwikkelende partij als voor de omwonenden biedt dit voeding, houvast en inhoudelijke waarde. Besluit Wij vinden de zienswijze gedeeltelijk gegrond en gedeeltelijk ongegrond. Wijzigingen in bestemmingsplan Wij corrigeren de data van de Nb-vergunningen voor het bedrijf aan de Hertog Janstraat 46 in Lith. Wij veranderen die in 15 oktober 2013 en 10 december 2012. Toelichting van de gemeenteraad Punt a Wij vinden de aangeleverde twee foto’s met op elk een drainagebuis onvoldoende bewijs voor het volledig schrappen van de archeologische bestemming op de percelen. De gangbare minimale afstand tussen drainagebuizen is 5 à 6 meter met een smalle, gegraven sleuf voor de buizen.

Hierdoor kunnen daartussen brede stroken grond overblijven waarin archeologische sporen aanwezig kunnen zijn en geduid kunnen worden in hun oorspronkelijke context. Reclamanten hebben geen inzicht gegeven waaruit blijkt dat de gronden in zo een grote mate verstoord zijn dat wij de archeologische bestemming er in zijn geheel kunnen afhalen. Het bestemmingsplan houdt overigens rekening met de agrarische bedrijfsvoering. Zo is er geen omgevingsvergunning nodig voor agrarische grondbewerkingen tot een diepte van 0,5 meter beneden maaiveld (artikel 28.2.2 lid d en 29.2.2 lid d). Punt b Het ontwerpbestemmingsplan vermeldt voor het bedrijf van reclamanten Nb-vergunningen van 17 oktober 2013 en 29 november 2012. Dit moet zijn: 15 oktober 2013 en 10 december 2012. Het ontwerpbestemmingsplan vermeldt dus wel vergunningen, maar met een verkeerde datum. Wij passen de datum aan. Punt c Wij vinden het onwenselijk om specifieke criteria te stellen aan de omgevingsdialoog. Deze moet volgens de provinciale regels zorgvuldig zijn, maar wat zorgvuldig is, verschilt per situatie. Wij willen niet voor zware gevallen te lichte criteria opstellen en andersom. Niet voor niets stelt de aanstaande Omgevingswet geen inhoudelijke eisen aan participatietrajecten. Deze zijn vormvrij, zodat maatwerk mogelijk is.

Pagina 55 van 299

Zienswijze 42 Samenvatting zienswijze Reclamant exploiteert een agrarisch bedrijf aan de Huizenbeemdweg 40 in Oss. Hij vraagt om in bijlage 9 bij de planregels een aangevraagde vergunning, die in behandeling is bij de provincie Noord-Brabant, op te nemen. Besluit Wij vinden de zienswijze gegrond. Wijzigingen in bestemmingsplan Wij nemen voor het bedrijf aan de Huizenbeemdweg 40 in Oss een vergunning van Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant van 5 april 2019 op in bijlage 9 bij de planregels. Toelichting van de gemeenteraad Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant hebben op 5 april 2019 de gevraagde vergunning verleend. Wij nemen deze op in bijlage 9 bij de planregels.

Pagina 56 van 299

Zienswijze 43 Samenvatting zienswijze Reclamant is eigenaar van het perceel Kesselsegraaf 6 in Maren-Kessel. In 2018 hebben burgemeester en wethouders een omgevingsvergunning verleend voor het omzetten van de bedrijfswoning in een plattelandswoning op dit perceel. In het ontwerpbestemmingsplan is echter geen aanduiding als plattelandswoning opgenomen voor deze woning. Reclamant vraagt om dit alsnog te doen. Besluit Wij vinden de zienswijze gegrond. Wijzigingen in bestemmingsplan Wij nemen een aanduiding ‘plattelandswoning’ op bij het perceel Kesselsegraaf 6 in MarenKessel voor maximaal 8 niet-verwante personen. Toelichting van de gemeenteraad Op 25 april 2018 hebben burgemeester en wethouders inderdaad een plattelandswoning voor maximaal 8 niet-verwante personen vergund op het perceel van reclamant. Deze hebben zij niet in het ontwerpbestemmingsplan opgenomen. Wij verwerken deze vergunning alsnog in het bestemmingsplan.

Pagina 57 van 299

Zienswijze 44 Samenvatting zienswijze Reclamant is eigenaar van het perceel Vreestraat 2 in Geffen. In 2015 hebben burgemeester en wethouders een omgevingsvergunning verleend voor het bouwen van een loods buiten het bouwvlak op dit perceel. Reclamant vraagt om het bouwvlak aan deze vergunning aan te passen. Besluit Wij vinden de zienswijze gegrond. Wijzigingen in bestemmingsplan Wij passen de vorm van het bouwvlak aan de Vreestraat 2 in Geffen dusdanig aan dat een op 12 augustus 2015 vergunde loods daarbinnen ligt. De oppervlakte van het bouwvlak blijft daarbij gelijk. Toelichting van de gemeenteraad Op 12 augustus 2015 hebben burgemeester en wethouders inderdaad een omgevingsvergunning verleend voor het bouwen van een loods buiten het bouwvlak. Dit hebben zij niet verwerkt in het ontwerpbestemmingsplan. Wij passen het bouwvlak alsnog aan aan deze vergunning. Daarbij passen wij de vorm van het bouwvlak aan zoals staat aangegeven in de aanvraag die tot de vergunning heeft geleid. Daardoor blijft de oppervlakte van het bouwvlak gelijk.

Pagina 58 van 299

Zienswijze 45 Samenvatting zienswijze Reclamant heeft een agrarisch bedrijf aan de Burgemeester Van Erpstraat 70 in Berghem. In 2017 heeft reclamant de gemeente gevraagd om medewerking aan de sanering van dit bedrijf, in ruil voor een woonbestemming en een extra woonbestemming. Hiervoor heeft hij een ruimtelijke onderbouwing ingediend. Het verzoek is niet opgenomen in het ontwerpbestemmingsplan. De gemeente heeft aangegeven dat het verzoek zal worden meegenomen in een later bestemmingsplan, maar dit levert tijdsverlies op. Reclamant vraagt om zijn verzoek alsnog mee te nemen in het bestemmingsplan ‘Buitengebied Oss – 2019’. Besluit Wij vinden de zienswijze ongegrond. Wijzigingen in bestemmingsplan Geen. Toelichting van de gemeenteraad Zie hoofdstuk VI.

Pagina 59 van 299

Zienswijze 46 Samenvatting zienswijze In het huidige bestemmingsplan is voor de bebouwing op het perceel Heesterseweg 53 in Geffen een goothoogte van maximaal 6,6 m en een nokhoogte van 11 m opgenomen. In het ontwerpbestemmingsplan zijn lagere hoogten opgenomen. Dit beperkt de opslagcapaciteit. Reclamanten vragen om de oude hoogtes op te nemen in het bestemmingsplan. Besluit Wij vinden de zienswijze ongegrond. Wijzigingen in bestemmingsplan Geen. Toelichting van de gemeenteraad Bij de herziening van een bestemmingsplan moet de gemeenteraad bestemmingsregels stellen voor een goede ruimtelijke ordening. Dit brengt met zich mee dat de gemeenteraad steeds opnieuw moet bezien welke regels hij vanuit een goede ruimtelijke ordening wenselijk vindt. En dit brengt dan weer met zich mee dat men aan een geldend bestemmingsplan geen rechten kan ontlenen. De gemeenteraad kan het vanuit een goede ruimtelijke ordening immers wenselijk vinden om bestemmingsregels op te stellen die meer (of juist minder) beperkingen opleggen dan de regels in het tot dan toe geldende bestemmingsplan. Dit kan ook het gevolg zijn van nieuwe wetgeving, bijvoorbeeld een nieuwe provinciale verordening, of nieuw beleid. Wij baseren ons bij de vaststelling van dit bestemmingsplan op de regels en uitgangspunten van het bestemmingsplan ‘Buitengebied Lith – 2013’.

Dat is nu immers het meest recente bestemmingsplan voor het buitengebied. Uitgangspunt van dit bestemmingsplan is dat de in het plan opgenomen maximale goot- en bouwhoogtes zijn gerelateerd aan het landschapstype waarin het bouwwerk is gelegen. Het komgebied is veelal open en grootschalig. In een dergelijk landschap zijn grotere bouwwerken meer passend dan in kleinschalige landschappen. In de toelichting gaan wij hier verder op in. Wij nemen op basis van dit uitgangspunt binnen het komgebied een bouwhoogte op van 11 m. Deze hoogte is vergelijkbaar met de opgenomen bouwhoogte in de geldende bestemmingsplannen. Buiten het komgebied (waar ook de locatie van reclamanten ligt) geldt een maximale bouwhoogte van 10 m voor bedrijfsgebouwen (8 meter in de uiterwaarden). Alleen ten opzichte van het bestemmingsplan Buitengebied van Maasdonk is dit een verlaging, en wel van slechts 1 m. In de andere bestemmingsplannen buitengebied is al een maximale bouwhoogte van 10 m opgenomen. Wij vinden deze hoogte aanvaardbaar omdat dit in de eerste plaats een hoogte is die in alle redelijkheid volop mogelijkheden biedt voor een normale bedrijfsvoering. Verder willen wij de regels voor het hele buitengebied uniformeren en willen wij aansluiting zoeken bij (het verschil in) landschapstypes en dit tot uitdrukking laten komen.

De reden dat met name de goothoogte ten opzichte van de geldende bestemmingsplannen beperkt is, is de volgende. In het buitengebied is het dakvlak meestal beeldbepalend. In open landschappen geldt dit in sterke mate doordat een bouwwerk van verre zichtbaar is. Een lage goothoogte draagt er aan bij dat het gebouw geleidelijk op kan gaan in het landschap. Vaak hoort hier een verhouding bij van ongeveer 2:1, waarbij het dakvlak dus groter is dan de gevel. Een lage goothoogte met een relatief groot dakvlak draagt bij aan de karakteristiek van het landelijk gebied. Ook in meer besloten landschappen is een lage goothoogte al van oudsher beeldbepalend. Een lage goot zorgt overwegend voor een zachte overgang naar de omgeving. In historische kernen en dijkdorpen zijn er uitzonderingen, waarbij bijzondere bebouwing wel een hoge goothoogte heeft. Hierbij kan men bijvoorbeeld denken aan een kerk, pastorie of klooster. Juist deze uitzonderingen in combinatie met de lagere bebouwing dragen bij aan de identiteit van het gebied. Grotere goothoogtes zijn in alle deelgebieden onder voorwaarden mogelijk tot een goothoogte van 5 m. Maar wij vinden wel dat burgemeester en wethouders hiervoor een nadere afweging moeten maken in een afwijkingsbesluit. Voor het ruimtelijk beeld is met name de goothoogte van belang. Er zal hierbij met name gekeken worden naar de hoogte

Pagina 60 van 299

van de bebouwing aan de zogenaamde landschapszijde, omdat hier het zicht op de bedrijfsbebouwing het grootst is. Een binnenplanse afwijking vergt overigens wel een nadere beoordeling, maar geen extra procedure. Het betreft nog steeds een reguliere procedure zonder dat er bijvoorbeeld een ontwerpbesluit ter inzage hoeft te worden gelegd. Niet-agrarische bedrijven horen overigens in principe thuis op een stedelijk bedrijfsterrein en niet in het buitengebied. Gelet op het voorgaande, vinden wij het niet onredelijk om ten opzichte van de geldende bestemmingsplannen de maximale hoogtes beperkt terug te brengen voor bedrijven in het buitengebied. Dit heeft geen gevolgen voor bestaande, legale afwijkingen. Die laten wij namelijk toe met een algemene bouwregel (in het ontwerpbestemmingsplan: artikel 36, lid 1 van de planregels).

Pagina 61 van 299

Zienswijze 47 Samenvatting zienswijze a. Reclamant vraagt om op zijn perceel aan de Halve Morgensstraat 15 in Berghem een hogere dierbezetting in aantal en tijdslimiet toe te staan. b. Verder wil reclamant de nevenactiviteit uitbreiden van 200 tot 500 m². c. Daarnaast wil reclamant nog een veldschuur of opslagloods bouwen van ongeveer 800 m². Besluit Wij vinden de zienswijze ongegrond. Wijzigingen in bestemmingsplan Geen. Toelichting van de gemeenteraad Punt a Het bestemmingsplan legt alleen maar vast wat de bestaande dierbezettingsrechten zijn, zoals die uit bestaande milieuvergunningen en –meldingen voortvloeien. Voor het verhogen van de dierbezetting of een andere wijziging moet reclamant dan ook een melding Activiteitenbesluit milieubeheer indienen. Dat kan niet via aanpassing van het bestemmingsplan. Punten b en c Zie hoofdstuk VI.

Pagina 62 van 299

Zienswijze 48 Samenvatting zienswijze Reclamante vraagt om een verleende omgevingsvergunning met aangehaakte verklaring van geen bedenkingen voor haar bedrijf aan de Hoefstraat 1 in Teeffelen in bijlage 9 op te nemen. De vergunning is van 5 december 2012. Besluit Wij vinden de zienswijze gegrond. Wijzigingen in bestemmingsplan Wij nemen in bijlage 9 bij de planregels een vergunning van 5 december 2012 met aangehaakte verklaring van geen bedenkingen van Gedeputeerde Staten van Gelderland op. Toelichting van de gemeenteraad De vergunning die reclamante noemt, staat ten onrechte niet in het ontwerpbestemmingsplan. Wij nemen deze vergunning alsnog op in bijlage 9 bij de planregels.

Pagina 63 van 299

Zienswijze 49 Samenvatting zienswijze Reclamant vraagt om de grens van het bouwvlak van zijn bedrijf aan de Lutterstraat 2a in Lithoijen te veranderen. De begrenzing in het ontwerpbestemmingsplan leidt tot praktische bezwaren, met name voor wat de betreft de bereikbaarheid van de garageboxen. Over de aanpassing zijn ambtelijk afspraken gemaakt. Besluit Wij vinden de zienswijze gegrond. Wijzigingen in bestemmingsplan Wij leggen een inrit/verharding van het bedrijf aan de Lutterstraat 2a in Lithoijen binnen de bedrijfsbestemming. Toelichting van de gemeenteraad In het ontwerpbestemmingsplan hebben burgemeester en wethouders de bestemming ‘Bedrijf’ van het perceel niet gewijzigd in vergelijking met het nu geldende bestemmingsplan. De inrit/verharding met een breedte van 6,5 m aan de noordzijde van de loods valt dus buiten de bedrijfsbestemming en in een agrarische bestemming. Naar aanleiding van een voorgenomen handhavingsprocedure is komen vast te staan dat deze strook verharding al in 1999 aanwezig was en daardoor onder het overgangsrecht valt van het voorgaande bestemmingsplan van de voormalige gemeente Lith. Per brief van 30 juni 2015 hebben burgemeester en wethouders dit aan reclamant medegedeeld. Wij nemen deze strook nu dan ook op in het bestemmingsvlak ‘Bedrijf’.

Pagina 64 van 299

Zienswijze 50 Samenvatting zienswijze a. Reclamant heeft een veehouderij aan de Weisestraat 35 in Lithoijen. Hij vraagt om in bijlage 9 bij de planregels het juiste kenmerk van een in 2015 ingediende melding in het kader van de Wet natuurbescherming op te nemen. b. Verder maakt reclamant er bezwaar tegen dat het ontwerpbestemmingsplan diersoort en –aantal vastlegt. Hiermee wordt de flexibiliteit in de bedrijfsvoering nog verder aan banden gelegd. Reclamant vraagt dan ook om de tabel en de bijbehorende afwijkingsbevoegdheid voor aanpassing van diersoort en –aantal te schrappen. Besluit Wij vinden de zienswijze gedeeltelijk gegrond en gedeeltelijk ongegrond. Wijzigingen in bestemmingsplan Wij nemen in bijlage 9 bij de planregels het juiste kenmerk op van een melding in het kader van de Wet natuurbescherming voor het adres Weisestraat 35 in Lithoijen. Toelichting van de gemeenteraad Punt a Het ontwerpbestemmingsplan vermeldt als kenmerk 1h352j6Ao. Dit moet zijn 1h3S2j6Ao. Wij passen dit aan. Punt b Uit het MER en gezondheidskundig onderzoek volgt dat een regeling voor het vastleggen van diersoort en –aantal nodig is. Voor de verdere onderbouwing hiervan verwijzen wij naar de toelichting bij het bestemmingsplan. Wij zien dan ook geen reden om deze regeling te schrappen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Oss&id=00c9bcd7-8cbe-46c2-846b-a1c267e4598b