Bijlage 2A Toelichting - bijlage 25 Plan-MER Bestemmingsplan Buitengebied Oss - 2019
Tekst van het document
Indien (significant) negatieve effecten niet op voorhand kunnen worden uitgesloten, moet een zogenaamde passende beoordeling worden opgesteld.
2.3
Nationaal beleid Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR, maart 2012 vastgesteld) geeft de Rijksoverheid haar visie op de ruimtelijke en mobiliteitsopgaven voor Nederland richting 2040 en op de manier waarop zij hiermee om zal gaan. Daarmee biedt het een kader voor beslissingen die de Rijksoverheid in de periode tot 2028 wil nemen, om Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig te houden. In de structuurvisie maakt het Rijk helder welke nationale belangen zij heeft in het ruimtelijke en mobiliteitsdomein en welke instrumenten voor deze belangen door de Rijksoverheid worden ingezet. Overheden, burgers en bedrijven krijgen de ruimte om oplossingen te creëren. Het Rijk gaat zo min mogelijk op de stoel van provincies en gemeenten zitten en richt zich op het versterken van de internationale positie van Nederland en het behartigen van de nationale belangen. Het Rijk heeft drie hoofddoelen geformuleerd: x Vergroten van de concurrentiekracht door het versterken van de ruimtelijk-economische structuur van Nederland; x Verbeteren, in stand houden en ruimtelijk zekerstellen van de bereikbaarheid; x Waarborgen van een leefbare en veilige omgeving waarin unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden behouden zijn.
Uit de hoofddoelen volgt een aantal nationale belangen, voor de Herziening van belang zijn: x Verbeteren van de milieukwaliteit (lucht, bodem, water) en bescherming tegen geluidoverlast en externe veiligheidsrisico's; x Ruimte voor een duurzame zoetwatervoorziening en klimaatbestendige stedelijke (her)ontwikkeling; x Ruimte voor behoud en versterking van (inter-) nationale unieke cultuurhistorische en natuurlijke kwaliteiten; x Zorgvuldige afwegingen en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke plannen.
Blad 50
Bestemmingsplan Buitengebied Oss - 2019 plan-MER projectnummer 0409304.00 9 juli 2018 Gemeente Oss
Dit leidt tot een nationale ruimtelijke hoofdstructuur waarin de nationale belangen zijn vastgelegd. Brabantse opgaven relevant voor de Herziening zijn: x Het borgen van de waterkwaliteit en zoetwatervoorziening; x Tot stand brengen en beschermen van de (herijkte) NNN, inclusief Natura 2000-gebieden.
NNN, NNB en EHS Het netwerk van beschermde natuurgebieden in Nederland heeft lange tijd Ecologische Hoofdstructuur geheten (EHS). In 2015 is door het ministerie een nieuwe naam geïntroduceerd: Natuurnetwerk Nederland (NNN). De provincie Noord-Brabant noemt vanaf oktober 2016 haar deel van de NNN: Natuurnetwerk Brabant (NNB).
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) De nationale belangen uit de structuurvisie die juridische borging vragen, worden in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro), dat op 30 december 2011 in werking is getreden, geborgd. Voortaan moeten gemeenten bij het vaststellen van bestemmingsplannen, wijzigingsof uitwerkingsplannen, maar ook bij projectuitvoeringsbesluiten (Crisis- en herstelwet) rekening houden met het Barro. In het Barro wordt een aantal projecten die van Rijksbelang zijn, genoemd en met behulp van digitale kaartbestanden exact ingekaderd. Per project worden vervolgens regels gegeven, waaraan bestemmingsplannen zullen moeten voldoen. Onderwerpen waarvoor het Rijk ruimte vraagt zijn: x De mainportontwikkeling van Rotterdam; x De bescherming van de waterveiligheid in het kustfundament en in en rond de grote rivieren; x De bescherming en behoud van de Waddenzee; x De bescherming en behoud van enkele werelderfgoederen, zoals de Beemster, de Nieuwe Hollandse Waterlinie en de Stelling van Amsterdam; x De uitoefening van defensietaken.
In 2012 is het Barro aangevuld met de ruimtevraag voor de onderwerpen: x Veiligheid op Rijks vaarwegen; x Toekomstige uitbreiding van infrastructuur; x De elektriciteitsvoorziening; x De ecologische hoofdstructuur); x De veiligheid van primaire waterkeringen; x Reserveringsgebieden voor hoogwater langs de Maas; x Maximering van de verstedelijkingsruimte in het IJsselmeer; x Duurzame verstedelijking. In het Barro zijn verschillende regels opgenomen voor de bescherming van de nationale belangen. Voor het plangebied geldt dat in het Barro regels zijn opgenomen inzake de uitoefening van defensietaken.
Blad 51
Bestemmingsplan Buitengebied Oss - 2019 plan-MER projectnummer 0409304.00 9 juli 2018 Gemeente Oss
Wet natuurbescherming Natuurwaarden worden op gebiedsniveau en op soortenniveau beschermd. De Wet natuurbescherming regelt in hoofdstuk 2 de bescherming van de beschermde Natura 2000gebieden en in hoofdstuk 3 de bescherming van soorten. De Wet natuurbescherming bepaalt dat activiteiten geen significante negatieve effecten mogen hebben op Natura 2000-gebieden. Vergunningen voor dergelijke activiteiten mogen niet zondermeer worden gegeven, plannen die kader stellend zijn voor dergelijke activiteiten mogen niet zondermeer worden vastgesteld. Indien (significant) negatieve effecten niet op voorhand kunnen worden uitgesloten, moet een zogenaamde passende beoordeling worden opgesteld. De Wet natuurbescherming beschermt een groot aantal in Nederland voorkende planten- en diersoorten. De wet verbiedt handelingen of ontwikkelingen die strijdig zijn met de verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming. De varianten worden beoordeeld op effecten op aantasting van leefgebieden van beschermde soorten en effecten op populaties van beschermde soorten, in het bijzonder op populaties van vogels en vleermuizen. Programmatische aanpak stikstof (PAS) Het Rijk werkt samen met de provincies, de landbouwsector en de natuur beherende organisaties aan een landelijke aanpak voor de stikstofproblematiek op de Natura 2000-gebieden. Dit onder de naam PAS, Programma Aanpak Stikstof.
Het PAS heeft als doel enerzijds invulling te geven aan de instandhoudingsdoelstellingen van de Natura 2000-gebieden en anderzijds ontwikkelingen met toename van stikstofdepositie mogelijk te maken. Dit door een stelsel van generieke maatregelen: x Beheermaatregelen in de Natura 2000-gebieden zelf; x Generieke maatregelen om de uitstoot van stikstof te verkleinen (o.a. door afspraken met de landbouwsector over inzet van modernere staltechnieken). Daarnaast wordt ingespeeld op de trendmatige daling van de achtergrondconcentratie door schonere technieken. Per Natura 2000 gebied is bepaald wat generieke maatregelen aan "stikstof-winst" opleveren en wat er, met andere woorden, aan "ontwikkelruimte" beschikbaar is. Het PAS is op 1 juli 2015 in werking getreden en inmiddels een aantal keer herzien. Voor bestemmingsplannen heeft het PAS geen directe invloed. Het PAS gaat over activiteiten en handelingen (vergunningen). Of het PAS wel gebruikt kan worden in de motivatie voor bestemmingsplannen is (nog) juridisch onduidelijk. Sinds het voorjaar van 2016 liggen zaken betrekking hebbend op het PAS voor bij de Raad van State. In mei 2017 heeft de Raad van State prejudiciële vragen gesteld over het PAS aan het Europese Hof. Op 3 mei 2018 heeft een zitting bij het Europese Hof plaatsgevonden. In juli 2018 wordt een advies van het Europese Hof verwacht, na de zomer een uitspraak.
Blad 52
Bestemmingsplan Buitengebied Oss - 2019 plan-MER projectnummer 0409304.00 9 juli 2018 Gemeente Oss
2.4
Provinciaal beleid Structuurvisie Ruimte Inleiding Op 7 februari 2014 hebben Provinciale Staten de Structuurvisie 2010 - Partiële herziening 2014 vastgesteld. De provincie geeft in de structuurvisie de hoofdlijnen van het ruimtelijk beleid tot 2025 (met een doorkijk naar 2040). De structuurvisie geeft een ruimtelijke vertaling van de opgaven en doelen uit de Agenda van Brabant en is bindend voor het ruimtelijk handelen van de provincie. In de Agenda van Brabant zijn de opgaven voor de provincie voor de komende jaren en de rol die de provincie daarin neemt beschreven. Door allerlei ontwikkelingen en wensen gaat de provincie meer dan voorheen duurzaam en zorgvuldig om met de ruimte. De autonome ontwikkelingen in het landelijk gebied (agrarische bedrijven die stoppen versus schaalvergroting en intensivering) vragen om ontwikkelingsruimte in het landelijk gebied. De provincie wil daar meer dan voorheen ruimte aan bieden, maar wel met aandacht voor een versterking van de landschappelijke en natuurlijke kwaliteiten van Brabant. In het licht van deze opgaven is het vigerende ruimtelijke beleid bekeken. De conclusie is dat een groot deel van het provinciale ruimtelijke beleid nog steeds actueel is en daarom ongewijzigd blijft.
Voorbeelden zijn het principe van concentratie van verstedelijking, zorgvuldig ruimtegebruik, het verantwoord omgaan met de natuurlijke basis, het streven naar robuuste en aaneengeschakelde natuurgebieden en het concentratiebeleid voor niet grondgebonden veehouderijen (voorheen intensieve veehouderijen genoemd). In de structuurvisie benoemt de provincie haar (dertien) provinciale ruimtelijke belangen en de wijze waarop zij deze behartigt. De wijze waarop de provincie deze ruimtelijke belangen behartigt, is uitgewerkt in vier manieren van sturen: regionaal samenwerken, ontwikkelen, beschermen en stimuleren. Er zijn vier ruimtelijke structuren, die de provinciale ruimtelijke structuur vormen. 1. de groenblauwe structuur, 2. het landelijk gebied, 3. de stedelijke structuur, 4. de infrastructuur. Landelijk gebied Voor wat betreft het landelijk gebied wil de provincie de volgende vier doelen bereiken: 1. Ruimte voor een breed georiënteerde plattelandseconomie De provincie biedt ruimte aan een breed georiënteerde plattelandseconomie met een menging van functies met ontwikkelingsmogelijkheden voor land- en tuinbouw, toerisme en recreatie en verbreding van agrarische activiteiten met streekproducten, zorgverblijven en recreatief verblijf. De landbouw, toerisme en recreatie zijn belangrijke dragers van de plattelandseconomie.
Deze ontwikkeling sluit aan de op toenemende vragen vanuit de Brabantse samenleving (de stad) om het buitengebied meer te kunnen gebruiken voor andere functies. Maar sluit ook aan bij de behoefte aan het behoud van de voorzieningen die belangrijk zijn voor de leefbaarheid van het platteland en haar bewoners. Het platteland vervult bovendien een belangrijke rol als uitloopgebied voor de bewoners van de dorpen en steden en voor een kleinschalige zorgeconomie. De provincie vindt het belangrijk dat de ruimtevraag voor verdere versterking en ontwikkeling van de (verbrede) landbouw en de vraag naar waterberging, recreatie en toerisme, natuur, landschap en voorzieningen in het landelijk gebied in evenwicht met elkaar worden ontwikkeld.
Blad 53
Bestemmingsplan Buitengebied Oss - 2019 plan-MER projectnummer 0409304.00 9 juli 2018 Gemeente Oss
2. Ruimte voor agrarische ontwikkeling De provincie wil ruimte bieden voor verdere ontwikkeling en schaalvergroting van de land- en tuinbouw. De landbouw in Noord-Brabant is een innovatieve sector die in staat is om goed in te spelen op de veranderende economische en maatschappelijke context. Er zijn in Noord-Brabant vormen van landbouw die worden gekenmerkt door innovatie en specialisatie met schaalvergroting. Dat doet zich in Noord-Brabant vooral voor bij glastuinbouw, niet grondgebonden veehouderij (voorheen intensieve veehouderij genoemd), rundveehouderij, akkerbouw, vollegronds tuinbouw en boomteelt. Het bieden van ontwikkelingsruimte aan deze sectoren is belangrijk voor de economische positie van Noord-Brabant en de economische kennisclusters. 3. Een duurzame land- en tuinbouw Bij het bieden van ontwikkelingsruimte stelt de provincie als voorwaarde dat de agrarische sector zich op duurzame wijze ontwikkelt. Belangrijke aspecten daarbij zijn zorgvuldig ruimtegebruik, volksgezondheid, dierenwelzijn, milieubelasting, duurzame energieopwekking en efficiënt energiegebruik. Duurzame landbouw produceert met respect voor natuurlijke processen, mede door een duurzaam beheer van bodem, water en lucht.
Verduurzaming van de landbouwproductie (zoals minder meststoffen, antibiotica en een positieve energiebalans) biedt op termijn economische voordelen voor zowel de ondernemers als de samenleving. De landbouwsector is aan zet om innovatief op deze nieuwe benaderingswijze in te spelen. De voorwaarden voor duurzaamheid zullen zich in de komende jaren verder ontwikkelen en gestalte krijgen. 4. Versterking van het landschap Ontwikkelingen in het landelijk gebied leveren een bijdrage aan de versterking en beleving van het landschap, bijvoorbeeld door investeringen in de fijnmazige groenblauwe dooradering van het platteland, in het cultuurhistorisch erfgoed en in de versterking van de recreatieve structuur. Belangrijkste aandachtspunten uit de Structuurvisie Ruimtelijke kwaliteit en kwaliteitsverbetering van het landschap Nieuwe ontwikkelingen bieden een kans voor behoud en ontwikkeling van het landschap. In de verordening is als hoofdregel opgenomen dat ontwikkelruimte bijdraagt aan het versterken van de ruimtelijke kwaliteit. Dit vergt een actieve instelling van iedereen die bij een ontwikkeling betrokken is. Essentieel daarbij is dat de basis van Noord-Brabant op orde blijft: er wordt verantwoord omgegaan met bodem, water, natuur en cultuurhistorische waarden.
Het ontwikkelen van landschap reikt verder dan vasthouden aan wat er is, ontwikkelen van het landschap gaat ook om het toevoegen van nieuwe kwaliteiten. Voortdurend past de gebruiker het landschap aan zijn wensen aan. Deze continue ontwikkeling is inherent aan een levend landschap. Dat geldt zowel voor het stedelijke landschap als voor het agrarische cultuurlandschap. De zorgplicht voor de ruimtelijke kwaliteit omvat dat: x Er zorgvuldig wordt omgegaan met het ruimtegebruik; x Er rekening wordt houden met de omgeving; x De ontwikkeling bijdraagt aan het behoud of de versterking van de ruimtelijke kwaliteit. Dit principe is van toepassing op zowel het stedelijk als het landelijk gebied en wordt uitgewerkt in de Verordening ruimte.
Blad 54
Bestemmingsplan Buitengebied Oss - 2019 plan-MER projectnummer 0409304.00 9 juli 2018 Gemeente Oss
Zorgvuldig ruimtegebruik De provincie wil dat gemeenten bij ruimtelijke afwegingen het principe van zorgvuldig ruimtegebruik toepassen. Dit heeft als doel de mogelijkheden in bestaand bebouwd gebied zo goed mogelijk te benutten en nieuw ruimtebeslag zoveel mogelijk te voorkomen. Dit betekent dat eerst gekeken wordt naar mogelijkheden voor intensivering of hergebruik op of binnen bestaand bebouwd gebied. Pas als hier geen mogelijkheden zijn of de kwaliteiten van de geplande ontwikkeling hier niet bij passen, wordt er in de omgeving gezocht naar de best mogelijke plek om nieuwe ruimte aan te snijden. Voor het stedelijk gebied is dit principe uitgewerkt in de ladder voor duurzame verstedelijking in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Voor het landelijk gebied wordt een vergelijkbare werkwijze uitgewerkt. Daarbij geldt dat het bieden van nieuwe planologische ruimte aan ontwikkelingen (al dan niet met bouwmogelijkheden) in beginsel niet mogelijk is. De verwachting is dat veel agrarische bedrijven in de nabije toekomst de bedrijfsvoering beëindigen. Daardoor ontstaat veel ruimte voor hergebruik op de vrijkomende locaties.
De provincie ondersteunt het zorgvuldig ruimtegebruik ook door herstructurering en hergebruik van verouderde locaties in het stedelijk gebied te stimuleren en door sanering van ongewenste functies in het buitengebied, bijvoorbeeld glastuinbouwbedrijven in kwetsbare gebieden of veehouderijen rondom de natuur en stedelijke gebieden. Hiervoor zet de provincie ook andere instrumenten in zoals financiële middelen door het Brabantse Herstructurerings Bedrijf (BHB), Ruimte voor Ruimte en uit de investeringsagenda zoals bijvoorbeeld voor erfgoedcomplexen en de Landschappen van Allure. Rekening houden met de omgeving Zorgvuldig ruimtegebruik houdt ook in dat ruimtevragers rekening houden met de kwaliteiten van de omgeving en omliggende functies. Gebiedskenmerken en omliggende waarden, gebaseerd op de lagenbenadering, zijn leidend bij de vraag 'waar' en 'hoe' de nieuwe ruimte wordt aangesneden. De ruimtelijke onderbouwing van een ontwikkeling geeft aan hoe is omgegaan met de ambities zoals verwoord in de structuren en in de gebiedspaspoorten. Hierbij wordt een relatie gelegd tussen de ruimtelijke ontwikkeling en de gebiedskenmerken van de plek. Een ontwikkeling past ook bij de aanwezige functies in de omgeving of het gewenste toekomstbeeld van een gebied. Bijvoorbeeld de aanwezigheid van omliggende woonfuncties levert vanuit milieu of volksgezondheid beperkingen op.
Een ontwikkeling past bij de maat, schaal en functie van zijn omgeving. Mobiliteitsaspecten en een goede ontsluiting maken deel uit van deze afweging. Kwaliteitsverbetering van het landschap Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen wil de provincie dat de initiatiefnemer zorgt voor een kwaliteitsverbetering van het landschap om daarmee het verlies aan omgevingskwaliteit te beperken. Dit uitgangspunt geldt voor ontwikkelingen buiten bestaand stedelijk gebied én buiten de ecologische hoofdstructuur en maakt de principes van ontwikkelingsplanologie toepasbaar. Voor (planmatige) stedelijke ontwikkelingen bestaat deze zogenaamde rood-met-groen regeling al langer. De provincie heeft dit beleid verbreed naar overige ontwikkelingen in het landelijk gebied. Concreet betekent dit dat passende functies zich kunnen ontwikkelen als er ook een prestatie voor het landschap tegenover staat. Daardoor wordt aantasting van de basiskwaliteit (bodem, water) en verlies aan ecologische, cultuurhistorische en landschappelijke waarden voorkomen. Ontwikkelingen die passen bij de aard, schaal en functie van het landelijk gebied, zoals agrarische en recreatieve ontwikkelingen en kleinschalige dienstverlening zijn mogelijk. Ook de ontwikkeling van andere (rode) functies is onder voorwaarden mogelijk.
De ruimtelijke onderbouwing van een besluit geeft aan welke bijdrage wordt geleverd aan de kwaliteitsverbetering van het landschap en hoe dit is geborgd. In principe gaat de provincie uit van de realisering van een fysieke prestatie
Blad 55
Bestemmingsplan Buitengebied Oss - 2019 plan-MER projectnummer 0409304.00 9 juli 2018 Gemeente Oss
op de projectlocatie en/of de directe projectomgeving. Indien dat niet mogelijk is, is de vorming van een gemeentelijk of regionaal landschapsfonds een optie. De provincie werkt in de Verordening ruimte een regeling uit. Hierbij wordt uitgegaan van een compacte regeling die ruimte biedt aan gemeenten voor maatwerk. Daarnaast ondersteunt de provincie gemeenten in het op gemeentelijk niveau toepassen van dit principe. Daarvoor worden aan het regionaal ruimtelijk overleg werkgroepen landschap verbonden. Deze hebben als doel ervaringen uit te wisselen, de kwaliteitsverhogende maatregelen in het landschap op elkaar af te stemmen en om desgewenst te komen tot gezamenlijke investeringsprogramma's in het landschap. Het Brabants expertisecentrum ruimtelijke kwaliteit (BERK) biedt ondersteuning door samen met in- en externe partijen te werken aan ruimtelijke kwaliteit en landschap bij actuele ruimtelijke vraagstukken. De provincie zal de effecten van het principe van zorgvuldig ruimtegebruik en de kwaliteitsverbetering van het landschap op de daadwerkelijke ruimtelijke ontwikkeling van Noord-Brabant monitoren. Dit gebeurt onder andere door jaarlijks aan gemeenten te vragen hoe is omgegaan met de toepassing van de kwaliteitsverbetering landschap in ruimtelijke besluiten.
De transitie naar zorgvuldige veehouderij De transitie naar een zorgvuldige veehouderij 2020 verdient in de visie van de provincie specifieke aandacht. De Brabantse veehouderij vervult een koploperpositie in de wereld en levert daarmee een belangrijke bijdrage aan de economische positie van Brabant. Anderzijds zijn de grenzen voor groei van de sector bereikt. De gevolgen van de hoge mens-dierdichtheid voor de fysieke leefomgeving en het landschap zijn groot. Het is de wens om de veehouderij in evenwicht te brengen met zijn omgeving zodat een verantwoord woon-, werk- en leefklimaat wordt verkregen. Maar ook economisch is de stap naar een duurzame en innovatieve veehouderij nodig omdat het huidige verdienmodel, dat nog vaak gericht is op schaalvergroting en kostenminimalisatie, niet langer houdbaar is. De overlast van het productieproces op milieu- en leefomgeving moeten definitief opgelost worden. Daarom kiest Brabant voor een nieuwe weg waarbij de groei van de sector wordt beperkt en ontwikkeling naar een duurzame en innovatieve veehouderij wordt gestimuleerd. Om de steeds verdergaande schaalvergroting te keren, is het vanuit economisch perspectief nodig om alternatieven te ontwikkelen voor groei, bijvoorbeeld door economische meerwaarde/toegevoegde waarde van producten en kennis te generen.
Belangrijke randvoorwaarde bij ontwikkeling van de veehouderij is dat deze zorgvuldig is, dus zorgt voor een goed niveau van volksgezondheid, een goede kwaliteit van de fysieke leefomgeving en een goede diergezondheid en -welzijn. Een snelle signalering van risico's en het beheersbaar maken van de risico's zijn daarbij van belang Daarnaast wil de provincie gemeenten ondersteunen bij het aanpakken van overbelaste situaties; dit zijn locaties of gebieden waarin vanwege de (cumulatie van) uitstoot van milieuhinderlijke stoffen geen sprake meer is van een goed woon- en leefklimaat. Een duurzame veehouderij heeft verder nadrukkelijk aandacht voor het dier; het dierenwelzijn en de diergezondheid wordt verder bevorderd. Tot slot worden de grondstoffenkringlopen (op West-Europees niveau) gesloten; grondstoffen voor eiwitrijk voedsel komen meer dan voorheen uit Europa en door het terugwinnen van fosfaat uit mest wordt de fosfaatkringloop gesloten. Om de transitie naar een duurzame of zorgvuldige veehouderij te bevorderen, zijn in ieder geval maatregelen op bedrijfsniveau nodig. Daarnaast wordt bezien of ook de inrichting van het landelijk gebied hieraan bijdraagt.
Blad 56
Bestemmingsplan Buitengebied Oss - 2019 plan-MER projectnummer 0409304.00 9 juli 2018 Gemeente Oss
Verordening ruimte Provinciale Staten hebben op 7 februari 2014 de Verordening ruimte vastgesteld, op 19 maart is deze in werking getreden. Ten opzichte van de Verordening ruimte 2012 omvat de Verordening ruimte diverse wijzigingen. Deze hebben in hoofdzaak betrekking op: x Wijzigingen vanwege het rijksbeleid: met de vaststelling van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) en het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) is het rijksbeleid gewijzigd. x Wijzigingen vanwege het landbouwbeleid: deze hebben in hoofdzaak betrekking op het beleid voor veehouderijen en de transitie naar zorgvuldige veehouderij en het beleid rond mestverwerking. x Wijzigingen vanwege het natuurbeleid: deze wijziging heeft met name betrekking op het compensatiebeleid. Het bestemmingsplan “Buitengebied Oss – 2019” is binnen de kaders van de Verordening ruimte opgesteld. Vanuit de Verordening ruimte zijn de navolgende aspecten van belang voor het bestemmingsplan: x Bevordering van ruimtelijke kwaliteit (zorgplicht voor ruimtelijke kwaliteit en kwaliteitsverbetering van het landschap); x Stedelijke ontwikkeling; x Ecologische hoofdstructuur; x Water; x Groenblauwe mantel; x Aardkunde en cultuurhistorie; x Gemengd landelijk gebied; x Zorgvuldige veehouderij; x Glastuinbouw; x Niet-agrarische ontwikkelingen buiten bestaand stedelijk gebied.
Het plangebied is grotendeels aangewezen als gemengd landelijk gebied , met als primaire functie landbouw (figuur 2.1). De Maasuiterwaarden, het bosgebied Herperduin en enkele lokale natuurgebieden zijn aangewezen als Natuurnetwerk Brabant (NNB), het Brabantse deel van het Natuurnetwerk Nederland (NNN), voorheen Ecologische Hoofdstructuur (EHS) genoemd. De centraal door het plangebied lopende Hertogswetering en de gebieden om de EHS zijn aangewezen als Groenblauwe Mantel. De kernen zijn aangeduid als stedelijk concentratiegebied (Oss, Berghem, Geffen) of kernen in het landelijk gebied (overige kernen). Deze maken echter geen onderdeel uit van het plangebied. Bevordering van ruimtelijke kwaliteit De provincie wil de ruimtelijke kwaliteit van Brabant bevorderen. Dat betekent dat nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen een bijdrage dienen te leveren aan de kernkwaliteiten van Brabant en dat gemeenten bij ruimtelijke afwegingen het principe van zorgvuldig ruimtegebruik toepassen. Ook wil de provincie dat de initiatiefnemer zorgt voor een kwaliteitsverbetering van het landschap om daarmee het verlies aan omgevingskwaliteit te beperken.
Blad 57
Bestemmingsplan Buitengebied Oss - 2019 plan-MER projectnummer 0409304.00 9 juli 2018 Gemeente Oss
Figuur 2.1 Structurenkaart Verordening ruimte (provincie Noord-Brabant, 2014)
Stedelijke ontwikkeling Het provinciale beleid is al jaren gericht op het bundelen van de verstedelijking. Dit betekent dat het leeuwendeel van de woningbouw, de bedrijventerreinen, voorzieningen en bijbehorende infrastructuur moet plaatsvinden in de stedelijke concentratiegebieden (bestaand stedelijk gebied van de grotere kernen). Nieuw ruimtebeslag buiten deze gebieden kan slechts als inbreiding of herstructurering niet tot de mogelijkheden behoren, en dan in de zogenaamde zoekgebieden voor stedelijke ontwikkeling. Verder regelt de Verordening ruimte dat woningbouw (artikel 4.3) en aanleg van bedrijventerreinen en kantorenlocaties (artikel 4.4 en met 4.6) onderdeel worden van bindende afspraken in de vier regionale ruimtelijke overleggen. Daaraan nemen de gemeenten, waterschappen en de provincie deel. Delen van het plangebied zijn aangewezen als zoekgebied voor stedelijke ontwikkelingen (figuur 2.2.). De kernen zelf zijn aangeduid als stedelijk concentratiegebied of kernen in het landelijk gebied en vallen niet onder het buitengebied. Rond de kernen zijn zones aangewezen als zoekgebied stedelijke ontwikkeling. Hieraan wordt echter geen invulling gegeven in het bestemmingsplan ‘Buitengebied Oss – 2019’.
Blad 58
Bestemmingsplan Buitengebied Oss - 2019 plan-MER projectnummer 0409304.00 9 juli 2018 Gemeente Oss
Figuur 2.2 Stedelijke ontwikkeling Verordening ruimte (provincie Noord-Brabant, 2014)
Groenblauwe structuur De groenblauwe structuur valt in twee gedeelten uiteen: de Ecologische Hoofdstructuur (tegenwoordig ook Natuur Netwerk Nederland geheten) en de Groenblauwe Mantel (figuur 2.3). Ecologische hoofdstructuur Het kerngebied natuur en water bestaat uit de ecologische hoofdstructuur met inbegrip van de ecologische verbindingszones en waterstructuren zoals beken en kreken. Dit kerngebied omvat de bestaande natuurgebieden, waaronder de Natura 2000-gebieden, en de gebieden die nog omgevormd moeten worden naar natuur en nu nog vaak in agrarisch gebruik zijn. In de Verordening ruimte zijn al deze gebieden begrensd. Ter bescherming van de aanwezige waarden is bepaald dat deze strekken tot het behoud, herstel of de duurzame ontwikkeling van de ecologische waarden en kenmerken van de onderscheiden gebieden. Zolang inrichting en beheer van natuur nog niet zeker zijn, worden bestaande rechten echter gerespecteerd. Indien sprake is van aantasting van de aanwezige waarden door activiteiten in of buiten de ecologische hoofdstructuur geldt een compensatieplicht. Voor ecologische verbindingszones en de attentiegebieden gelden afwijkende regels.
Voor wat betreft het plangebied zijn de Maasuiterwaarden, het bosgebied Herperduin en enkele lokale natuurgebieden aangewezen als Natuurnetwerk Brabant (NNB), het Brabantse deel van het Natuurnetwerk Nederland (NNN), voorheen Ecologische Hoofdstructuur (EHS) genoemd.
Blad 59
Bestemmingsplan Buitengebied Oss - 2019 plan-MER projectnummer 0409304.00 9 juli 2018 Gemeente Oss
Groenblauwe Mantel De Groenblauwe Mantel bestaat overwegend uit gemengd landelijk gebied met belangrijke nevenfuncties voor natuur en water. Het zijn meestal gebieden grenzend aan het kerngebied natuur en water die bijdragen aan de bescherming van de waarden in het kerngebied. De beheergebieden NNB liggen binnen de Groenblauwe Mantel evenals de groene gebieden binnen én nabij bestaand stedelijk gebied. In de Groenblauwe Mantel is de agrarische sector een grote en belangrijke grondgebruiker. Ook recreatieve en toeristische bedrijven zijn binnen de Groenblauwe Mantel aanwezig. Het behoud en vooral de ontwikkeling van natuur, water, waterbeheer en landschap is in de groenblauwe mantel een belangrijke opgave. Nieuwe ontwikkelingen binnen de Groenblauwe Mantel zijn mogelijk als deze bestaande functies respecteren of bijdragen aan een kwaliteitsverbetering van die functies. Onder deze voorwaarden kunnen grondgebonden agrarische bedrijven in de Groenblauwe Mantel ook uitbreiden. Andere agrarische bedrijven mogen uitbreiden tot maximaal 1,5 ha. Voor nietgrondgebonden veehouderijen en glastuinbouwbedrijven gelden specifieke regels. Teeltondersteunende kassen zijn in de Groenblauwe Mantel niet toegestaan en andere permanente teeltondersteunende voorzieningen moeten binnen het bouwblok worden opgenomen.
In het plangebied zijn de centraal door het plangebied lopende Hertogswetering en de gebieden om de NNB zijn aangewezen als Groenblauwe Mantel.
Figuur 2.3 Natuur en landschap Verordening ruimte (provincie Noord-Brabant, 2014)
Blad 60
Bestemmingsplan Buitengebied Oss - 2019 plan-MER projectnummer 0409304.00 9 juli 2018 Gemeente Oss
Water De Verordening ruimte bevat regels voor: x Regionale waterbergingsgebieden en reserveringsgebieden waterberging. Hierbij is het doel te zorgen voor behoud van het waterbergend vermogen, onder andere door beperkingen t.a.v. bebouwing en ophoging van gronden; x Beschermingszones voor grondwaterwinningen voor de openbare drinkwatervoorziening (waterwingebied, 25- en 100-jaarszone en boringvrije zone). Hierbij is het doel te zorgen voor bescherming van de kwaliteit van het grondwater, onder andere door beperkingen aan stedelijke en agrarische ontwikkelingen; x Zoekgebied voor behoud en herstel van watersystemen. Hierbij is het doel te zorgen voor voldoende ruimte voor watersysteemherstel, onder andere door beperkingen t.a.v. bebouwing, oppervlakteverhardingen en ophoging van gronden; x Hoogwaterbescherming. Hierbij is het doel te zorgen voor bescherming van de primaire waterkering en tegengaan van activiteiten in de bodem rondom de aansluiting primaire waterkering die kunnen leiden tot het ondermijnen van de waterkerende functie. In het winterbed en de lange-termijnreservering winterbed is het doel te zorgen voor behoud van het stroomvoerend en bergend vermogen van de rivier, onder andere door beperkingen t.a.v. bebouwing.
Het plan bevat twee waterwingebieden (ten zuiden van Maren-Kessel en ten zuiden van Macharen en Oijen) met daar omheen een grondwaterbeschermingsgebied (figuur 2.4). De Maasuiterwaarden zijn aangewezen als rivierbed. Delen van de Hertogswetering en enkele lokale gebieden zijn aangewezen als reserveringsgebied waterberging.
Figuur 2.4 Water Verordening ruimte (provincie Noord-Brabant, 2014)
Blad 61
Bestemmingsplan Buitengebied Oss - 2019 plan-MER projectnummer 0409304.00 9 juli 2018 Gemeente Oss
Aardkunde en cultuurhistorie Met behulp van de Verordening ruimte wil de provincie aardkundig waardevolle gebieden en cultuurhistorische vlakken beschermen, vanwege de onvervangbaarheid van de aanwezige waarden. Het centrale en oostelijke deel van het plangebied is aangewezen als cultuurhistorisch vlak (Beerse Overlaat). Delen van de Maasuiterwaarden en het bosgebied Herperduin zijn aangewezen als aardkundig waardevol gebied (figuur 2.5). Tevens zijn in het plangebied twee complexen van cultuurhistorisch belang aangegeven: kasteel van Oijen en klooster Soeterbeeck in Ravenstein.
Figuur 2.5 Aardkunde en cultuurhistorie Verordening ruimte (provincie Noord-Brabant, 2014)
Gemengd landelijk gebied Het gemengd landelijk gebied ligt buiten de groenblauwe structuur en het bestaand stedelijk gebied en biedt een multifunctionele gebruiksruimte voor land- en tuinbouw, natuur, water, recreatie, toerisme en kleinschalige stedelijke functies. Land- en tuinbouw zijn daarbij de grootste ruimtegebruikers. Tevens zijn daar gebieden aangewezen waar teeltondersteunende kassen zijn toegestaan. Er zijn regels opgenomen die bepalen dat integrale bestemmingsplannen voor het agrarisch gebied een onderscheid maken tussen een gebied waar de ontwikkeling van een gemengde plattelandseconomie wordt nagestreefd en een gebied voor een in hoofdzaak agrarische economie. In deze laatste categorie vallen in ieder geval de landbouwontwikkelingsgebieden voor de (zorgvuldige) veehouderij en gebieden waar teeltondersteunende kassen zijn toegestaan. Gemeenten moeten zo op basis van een voorgenomen ontwikkeling van het agrarisch gebied een keuze maken voor een gebied waarbinnen verschillende functies met elkaar in evenwicht worden ontwikkeld, agrarische functies in samenhang met andere functies worden uitgeoefend en een gebied waar primair de agrarische functies worden behouden en versterkt en waar menging met andere functies wordt voorkomen. Agrarische bedrijven mogen in het agrarisch gebied uitbreiden.
Permanente teeltondersteunende voorziening waaronder kassen tot 5000 m² zijn binnen het bouwblok toegestaan. In de gebieden die daarvoor specifiek zijn aangewezen, zijn binnen het bouwblok kassen tot 1,5 ha toegestaan. Andere agrarische bedrijven mogen uitbreiden tot maximaal 1,5 ha en voor veehouderijen en glastuinbouwbedrijven blijft ook hier gelden wat specifiek daarover in de Verordening ruimte is geregeld.
Blad 62
Bestemmingsplan Buitengebied Oss - 2019 plan-MER projectnummer 0409304.00 9 juli 2018 Gemeente Oss
Het plangebied is grotendeels aangeduid als gemengd landelijk gebied. Het centrale en oostelijke deel van het plangebied, alsmede de Maasuiterwaarden en de oeverwal en zones rond de stad hebben de aanduiding beperkingen veehouderij (figuur 2.6). In het plangebied is geen doorgroeien/of vestigingsgebied glastuinbouw aangewezen.
Figuur 2.6 Landbouw Verordening ruimte (provincie Noord-Brabant, 2014)
Glastuinbouw In de Verordening ruimte zijn ten behoeve van de glastuinbouw doorgroeigebieden en vestigingsgebieden begrensd. In deze gebieden dient zich de glastuinbouw in Brabant te concentreren. In de vestigingsgebieden zijn nieuwe glastuinbouwbedrijven toegestaan. In de doorgroeigebieden ligt de nadruk op verdere ontwikkeling van bestaande glastuinbouwbedrijven. Nieuwe bedrijven zijn hier slechts onder voorwaarden toegestaan. Een glastuinbouwbedrijf buiten de aangewezen gebieden mag maximaal een omvang hebben van 3 hectare netto glas. In het plangebied is geen doorgroei- en/of vestigingsgebied glastuinbouw aangewezen. Niet-agrarische ontwikkelingen buiten het bestaand stedelijk gebied De Verordening ruimte geeft algemene regels voor een aantal niet-agrarische ontwikkelingen in het buitengebied. De ontwikkeling van diverse niet-agrarische activiteiten is onder voorwaarden toegelaten in de agrarische gebieden en in de groenblauwe mantel. Om de ruimte voor de agrarische sector ook naar de toekomst toe te bewaren, is het wenselijk strijdige functies te beperken. Algemeen uitgangspunt is dat gebruik wordt gemaakt van bestaande bebouwing, veelal vrijkomende agrarische bedrijfsbebouwing. De regels hebben betrekking op het wonen in het buitengebied, waaronder ook de ontwikkeling van ruimte-voor-ruimtekavels en kwaliteitsverbetering in bebouwingsconcentraties en landgoederen.
Daarnaast zijn er regels voor diverse andere niet-agrarische ontwikkelingen. Afwijkende regels zijn er voor agrarischtechnische hulpbedrijven en agrarisch verwante bedrijven, horecabedrijven en maatschappelijke voorzieningen, recreatiewoningen, dagrecreatie, kleinschalige vrijetijdsvoorzieningen, lawaaisporten en windturbines.
Blad 63
Bestemmingsplan Buitengebied Oss - 2019 plan-MER projectnummer 0409304.00 9 juli 2018 Gemeente Oss
2.5
Herzieningen Structuurvisie en Verordening ruimte De Structuurvisie en Verordening ruimte worden regelmatig gewijzigd/herzien. De laatste wijzigingen zijn de “veegronde 2016” en de “wijziging 2017”. Veegronde 2016 In de veegronde 2016 zijn o.a. de voor het buitengebied relevante onderwerpen vastgelegd: x Naamswijziging Ecologische Hoofdstructuur (EHS) in Natuurnetwerk Brabant (NNB); x Bepaling dat binnen gebouwen dieren -al dan niet in hokken- alleen op de grond gehouden mogen worden, onverlet voorzieningen voor dierenwelzijn, met uitzondering van volière- en scharrelstallen voor legkippen waar ten hoogste twee bouwlagen gebruikt mogen worden; x Aanpassing bepalingen ten aanzien van externe werking op Natuurnetwerk Brabant: Een bestemmingsplan dat is gelegen buiten het Natuur Netwerk Brabant en leidt tot een aantasting van de ecologische waarden en kenmerken van het Natuur Netwerk Brabant anders dan door de verspreiding van stoffen in lucht of water, strekt ertoe dat de negatieve effecten waar mogelijk worden beperkt en de overblijvende, negatieve effecten worden gecompenseerd overeenkomstig artikel 5.6 (compensatieregels) x Aanpassing van de eisen aan natuurcompensatie; x Aanpassing van de ruimte voor ruimte regeling; x Aanpassing van de regeling voor landgoederen.
Wijziging 2017 In de wijziging 2017 zit de provincie Noord-Brabant in op versnelling van de transitie naar zorgvuldige veehouderij. Hiervoor zijn o.a. de voor het buitengebied relevante onderwerpen vastgelegd: x Staldering: Een systeem van ‘staldering’ in Oost- en Midden-Brabant moet een verdere belasting van gebieden met een hoge veedichtheid voorkomen en tegelijkertijd leegstand van stallen tegengaan. Een veehouder mag binnen ‘zijn’ stalderingsgebied uitsluitend nieuwe dierenverblijven bouwen als hij binnen datzelfde gebied verouderde dierenverblijven die in gebruik zijn, sloopt. Voor iedere 10 m² nieuwe stal moet 11 m² bestaande stal gesloopt worden. Staldering geldt alleen voor “hokdieren” (varkens, pluimvee e.d.), vooralsnog niet voor melkvee, schapen en nertsen. Dit o.a. omdat voor melkvee landelijk beleid in voorbereiding is (wet melkvee, fosfaatwet). x Brabantse Zorgvuldigheidsscore Veehouderij De Brabantse Zorgvuldigheidsscore Veehouderij (BZV) is vereenvoudigd en de normscore gaat omhoog (7,25 in plaats van 7).
Dat betekent dat bedrijven meer moeite zullen moeten doen om aan de BZV te kunnen voldoen en om uit te kunnen breiden x Ruimte voor excellerende bedrijven Ondernemers die een overlastsituatie opruimen en/of een BZV-score van minimaal 8.5 scoren, kunnen aanspraak maken op een groter bouwblok (2 tot 2,5 ha) dan normaal (1,5 ha) x Nieuw mestbeleid De provincie wil emissie uit mest minimaliseren en mestbewerking daarom zoveel mogelijk concentreren op industrie-/bedrijventerreinen. Lokaal wordt mestbewerking onder voorwaarden toegestaan: bij samenwerkende melkrundveehouderijen tot maximaal 25.000 ton, bij agrarisch technische hulpbedrijven en als nevenactiviteit bij veehouders in gemengd landelijk gebied als de mest via pijpleidingen wordt aangevoerd en 50% van het volume van de mest wordt bewerkt tot loosbaar water.
Blad 64
Bestemmingsplan Buitengebied Oss - 2019 plan-MER projectnummer 0409304.00 9 juli 2018 Gemeente Oss
Verordening natuurbescherming Op 29 maart 2013 heeft de provincie de Verordening stikstof en Natura 2000 vastgesteld. Doel van de Verordening stikstof en Natura 2000 is het verminderen van de stikstofuitstoot op Natura 2000-gebieden in Noord-Brabant. Veehouders die een nieuwe stal willen bouwen of een stal geheel of gedeeltelijk willen renoveren, moeten aan de verordening voldoen en moeten hun plannen laten beoordelen door de provincie. Dit gebeurt via het aanvragen van een vergunning Wet natuurbescherming bij de provincie of via een melding bij het Activiteitenbesluit milieubeheer bij de gemeente. Tijdens de beoordeling wordt getoetst of er bij nieuwbouw of renovatie voldoende technieken ingezet zijn om de uitstoot te beperken. Bijvoorbeeld de inzet van luchtwassers. Een deel van de overmatige stikstofuitstoot kan ‘gesaldeerd’ worden. De provincie heeft op 1 juli 2015 de eisen voor de uitstoot van ammoniak voor veehouderijstallen aangepast. Dit is gelijktijdig met het in werking treden van het landelijke Programma Aanpak Stikstof (PAS). De Verordening schrijft voor dat veehouders de best beschikbare stallen toepassen wanneer ze uitbreiden. Dit draagt bij aan het terugdringen van de ammoniakbelasting van de Natura 2000-gebieden. In het convenant stikstof en Natura 2000 is afgesproken om regelmatig de emissie eisen aan te scherpen.
De nieuwe regels zijn opgenomen in bijlage 2 van de Verordening stikstof en Natura 2000 Noord-Brabant 2013. Op 30 juni 2015 heeft de provincie de provinciale Brabantse Beleidsregel PAS vastgesteld. Hierin zijn afspraken vastgelegd over de verdeling van de zogenaamde vrije stikstofontwikkelingsruimte (segment 2 in het PAS). De afspraken zijn: x Er wordt in de planperiode van het PAS voor een project niet meer dan 3 mol/ha/jaar ontwikkelingsruimte vergund; x Provincie behoudt zich het recht voor vergunde ruimte die niet binnen twee jaar is gebruikt, terug in te nemen of te verminderen; x Bij de verdeling van de ontwikkelingsruimte geldt de volgorde van ontvangst van de aanvraag; x De beschikbare ontwikkelingsruimte wordt gelijk verdeeld over de PAS-planperiode; x Voor 4 zeer stikstofgevoelige habitattypen wordt niet meer dan 0,05 mol/ha/jr. ontwikkelingsruimte vergund. Dit zijn de habitattypen: H7110A-actieve hoogvenen, H7120ah/ZGH7120ah herstellende hoogvenen en H3110 zee zwakgebufferde vennen. (Noot: in de praktijk betekent geldt dit voor de Natura 2000-gebieden Kampina – Oisterwijkse vennen, Stabrechtse Heide, Groote Peel en Deurnsche Peel & Mariapeel. Bovenstaand beleid ten aanzien van stikstof is in januari 2017 overgenomen in de Verordening natuurbescherming, de provinciale uitwerking van de Wet natuurbescherming.
In de Verordening is in aanvulling op bovenstaand beleid opgenomen dat bestaande (verouderde) stallen uiterlijk in 2028 moeten voldoen aan de (strengere) emissie-eisen ten aanzien van ammoniak. Daarnaast is het uitrijden van mest en beweiding vrijgesteld van vergunningverlening (dat stond in de Natuurbeschermingswet, maar is in de Wet natuurbescherming overgeheveld naar de provincie).
Blad 65
Bestemmingsplan Buitengebied Oss - 2019 plan-MER projectnummer 0409304.00 9 juli 2018 Gemeente Oss
In juli 2017 is tegelijk met de wijziging van de Verordening ruimte de Verordening natuurbescherming aangepast. Dit om de emissie van ammoniak door veehouderijen versnelt terug te dringen. x Ammoniakuitstoot terugdringen De emissie-eisen voor nieuwe stallen worden stapsgewijs strenger. Bovendien wordt de reikwijdte van deze emissievoorschriften uitgebreid tot rundvee en geiten. x Oude stallen sneller aanpassen Veehouders met verouderde stallen moeten er versneld voor zorgen dat deze worden gemoderniseerd. Bedrijven die nu al voldoen aan het Besluit emissiearme huisvesting moeten uiterlijk op 1 januari 2022 (was: 2028) voldoen aan de Verordening natuurbescherming. Uiterlijk op 1 januari 2020 moeten ze daarvoor een ontvankelijke en vergunbare aanvraag hebben ingediend. Stallen die nu nog niet aan het landelijke Besluit emissiearme huisvesting voldoen, moeten uiterlijk op 1 januari 2020 zijn aangepast. Deze stallen moeten dan ook voldoen aan de strengere normen van de Verordening natuurbescherming. x Loslaten principe intern salderen binnen een bedrijf Met de wijziging van de Verordening natuurbescherming moet op dierplaatsniveau voldaan worden aan de emissie-eisen uit de Verordening in plaats van op bedrijfsniveau.
2.6
Gemeentelijk beleid Structuurvisie Buitengebied Oss – 2015 Uitgangspunten Door het college van B&W van Oss zijn op 3 maart 2015 uitgangspunten vastgesteld voor de Structuurvisie Buitengebied Oss 2015 en het (later op de stellen) Bestemmingsplan Buitengebied Oss - 2016. Dit o.a. op basis van een eerste concept Structuurvisie en de concept Nota van Uitgangspunten Bestemmingsplan Buitengebied Oss 2016. De Nota van uitgangspunten en de Ontwerp Structuurvisie zijn op 16 april 2015 opiniërend in de gemeenteraad van Oss besproken. De belangrijkste uitgangspunten voor de Structuurvisie zijn: x Het beleid uit de vigerende Structuurvisie Buitengebied Lith 2010 wordt als uitgangspunt gehanteerd; Dit is, samen met het Bestemmingsplan Buitengebied Lith - 2013, het meest recente buitengebied-beleid binnen de gemeente Oss. Het past bij de moderne manier van denken over en kaders stellen in het Buitengebied. x Er wordt onderscheid gemaakt voor de agrarische ontwikkelingsmogelijkheden in de verschillende komgebieden; De kommen, het grootschalig open gebied tussen Maas/kernen en de stad Oss biedt de meeste (doorgroei)mogelijkheden voor agrarische bedrijven. De goede agrarische locaties in dit gebied dienen behouden te blijven. Andere delen van het kom- en buitengebied zijn kwetsbaarder en/of minder geschikt.
De bouwvlakken zijn kleiner en er meer mogelijkheden voor omschakeling en nevenactiviteiten geboden. x Er wordt terughoudend omgegaan met woningbouw in bebouwingsconcentraties; x Er ligt een flink aantal verzoeken voor woningbouw in het buitengebied. De mogelijkheden voor woningen zijn echter beperkt. Het buitengebied heeft geen woningbouwopgave. Woningbouw kan alleen als samen met kwaliteitsverbetering. x De Brabantse Zorgvuldigheidsscore Veehouderij (BZV) wordt niet toegepast binnen bestaand ruimtebeslag, maar alleen bij uitbreiding van de vierkante meters dierenverblijven;
Blad 66
Bestemmingsplan Buitengebied Oss - 2019 plan-MER projectnummer 0409304.00 9 juli 2018 Gemeente Oss
Daarnaast hanteert de gemeente de volgende algemene uitgangspunten: De gemeente wil: x niet meer regelen dan nodig is vanuit het algemene belang bij de kwaliteit van de leefomgeving; x flexibiliteit bieden daar waar dat mogelijk is; x geen aanduidingen in het bestemmingsplan opnemen die geen juridische status maar enkel informatieve waarde hebben; x sectorale belangen alleen opnemen als er ook een duidelijk ruimtelijk belang is; x de bestaande maatvoering van bouw- en bestemmingsvlakken van de geldende bestemmingsvlakken overnemen (met uitzondering van concreet genoemde situaties); x nieuwe gewenste ontwikkelingen meenemen als deze voorzien zijn van een goede ruimtelijke onderbouwing.
Doelstelling Structuurvisie Met de Structuurvisie wil de gemeente Oss een robuuste en duurzame ruimtelijke structuur voor een vitaal en multifunctioneel buitengebied realiseren, resulterend in: x een versterking van de ruimtelijke identiteit met aandacht voor verscheidenheid, ruimte en landelijkheid; x behoud, herstel en/of ontwikkeling van de landschappelijke, cultuurhistorische en ecologische structuren en elementen; x een versterking van de aanwezige landschapstypen: uiterwaarden, oeverwal, komgebied, dekzandrand en dekzandrug; x het bieden van ruimte voor waterveiligheid, waterkwantiteit en waterkwaliteit; x een vitaal buitengebied, waar een goed evenwicht is tussen alle aanwezige functies: landbouw, recreatie, natuur, water, wonen, etc.; x gebieden met blijvende ruimte en mogelijkheden voor (grondgebonden) landbouw, met name binnen het primaire agrarisch gebied; x voldoende afstand tussen slecht verenigbare functies zoals wonen en niet grondgebonden veehouderij (voorheen intensieve veehouderij genoemd); x de instandhouding van de leefbaarheid door middel van het zorgvuldig en afgewogen bieden van ruimte aan nieuwe economische dragers; x nieuwe impulsen voor toerisme en recreatie, met bijzondere aandacht voor versterking van de recreatie in het Maasgebied en het ontwikkelen van aantrekkelijke uitloopgebieden met natuur en recreatie nabij de stad Oss en recreatieve
verbindingen tussen kernen op afstand van de Maas en de Maasdijk. Ontwikkelingsvisie Figuur 2.7 geeft schematisch de ontwikkelingsvisie voor het buitengebied weer. Hoofdelementen van de ontwikkelingsvisie zijn: x Versterken landschapstypen; x Versterken multifunctioneel karakter; x Ruimte voor natuur en water; x Ruimte voor ontwikkeling landbouw; x Ruimte voor ontwikkeling recreatie; x Ruimte voor wonen en werken (niet-agrarisch).
Blad 67
Bestemmingsplan Buitengebied Oss - 2019 plan-MER projectnummer 0409304.00 9 juli 2018 Gemeente Oss
Figuur 2.7 Ontwikkelingsvisie buitengebied van Oss (bron: Concept Ontwerp Structuurvisie Buitengebied Oss, gemeente Oss, 2015)
Blad 68
Bestemmingsplan Buitengebied Oss - 2019 plan-MER projectnummer 0409304.00 9 juli 2018 Gemeente Oss
Versterken landschapstypen De bestaande landschappen zijn het uitgangpunt. Belangrijke landschappelijke waarden moeten worden behouden. De identiteit van en het contrast tussen de 5 landschapstypen binnen Oss (uiterwaard, overwal, komgebied, dekzandgebied, dekzandrug) moeten worden versterkt. Ontwikkelingen moeten passen in het landschap. Meer specifiek per landschapstype: x Uiterwaarden: behoud en versterking natuur-, landschappelijke en cultuurhistorische waarden: een open tot halfopen landschap met (ruimtelijk-visuele) binding met de Maas, herstel van de oude Maasarmen, behoud van (baken)bomen. Er is ruimte voor recreatie mits niet strijdig met natuur- en waterdoelstellingen. Het perspectief voor de landbouw is beperkt. Wonen en werken in de uiterwaarden is ongewenst. x Oeverwallen: behoud en versterking landschappelijke en cultuurhistorische waarden: o.a. dijkenstructuur, waardevolle doorzichten vanaf de dijk, openheid tussen kernen, kleinschaligheid. Ruimte voor ontwikkeling van natuur, landschap(selementen) en nieuwe landgoederen. Ruimte voor (verdere) verweving waterveiligheid, wonen, agrarische bedrijvigheid, natuur en recreatie. Beperkt ontwikkelingsperspectief voor landbouw, verwachte omschakeling naar met name vrijetijdseconomie. Ruimte voor recreatieve ontwikkelingen, mits goed ingepast.
x Komgebieden: behoud en versterking agrarische functie binnen landschappelijke waarden (openheid, verkavelingspatroon, contrasten met omgeving, weteringen, kades) en natuurwaarden (weidevogelgebied). Ruimte voor recreatief medegebruik; x Dekzandgebied: herstel, behoud en versterking landschappelijke waarden: kleinschaligheid, slagenverkaveling, bomensingels; x Dekzandrug: herstel, behoud en versterking landschappelijke waarden: beslotenheid, bebossing, kampenlandschap. Ontwikkelingen moeten passen in het landschap en bijdragen aan het behoud of herstel en versterking van landschappelijke kwaliteiten, o.a. middels de Regeling Kwaliteitsverbetering Landschap (Noord-Brabant) en het Stimuleringskader beeldkwaliteit (Oss). Landschappelijke waarden krijgen in (het later op te stellen) bestemmingsplan een beschermende regeling: x Bescherming van aardkundig en bodemkundig waardevolle gebieden met een aanlegvergunningstelsel; x Bescherming microreliëf in de uiterwaarden met een aanlegvergunning; x Sloopverbod voor panden met cultuurhistorische waarden (onder andere MIP-panden); x Bescherming van cultuurhistorisch waardevolle elementen (opgenomen in het gemeentelijke Erfgoedplan en de provinciale cultuurhistorische waardenkaart) met een aanlegvergunningstelsel; x Bescherming van de provinciale ’cultuurhistorische vlakken’ (onder andere Beerse Overlaat).
Omdat de waarde hiervan vooral de openheid is, wordt voor de bescherming van deze waarde aangesloten bij het normale aanlegvergunningstelsel dat bedoeld is ter bescherming van de waarde ‘openheid’ van het komgebied; x Bescherming van de provinciale complexen van cultuurhistorisch belang (kasteel van Oijen en klooster Soeterbeeck in Ravenstein) door het overnemen van de geldende bestemming of door andere ontwikkelingen toe te staan die een bijdrage leveren aan het behoud van het complex; x Bescherming van landschappelijke waarden zoals open gebieden, akkercomplexen, terpen, houtwallen, bosjes, zandpaden, solitaire (monumentale) bomen, verkavelingspatronen, oude watergangen (rivierarmen) met een aanlegvergunningstelsel; x Bij een ontwikkeling waarbij landschappelijke inpassing is vereist, moet de toe te passen beplanting inheems zijn en passen binnen het betreffende landschapstype;
Blad 69
Bestemmingsplan Buitengebied Oss - 2019 plan-MER projectnummer 0409304.00 9 juli 2018 Gemeente Oss
x
Bescherming van gebieden met (hoge) archeologische waarden door middel van het opnemen van de (verwachtings)waarden op de verbeelding en in de regels van het bestemmingsplan in combinatie met een aanlegvergunningenstelsel.
Versterken multifunctioneel karakter Het buitengebied is allang niet meer alleen voor de boeren, maar ook recreanten, (nieuwe) bewoners en ondernemers. Dit multifunctionele karakter moet versterkt worden rekening houdend met de diversiteit aan gebruikers en op een zorgvuldige wijze landschappelijk ingepast. Ruimte voor natuur en water Met name in de uiterwaarden, langs de Hertogswetering, in de Maashorst en op overige delen van de dekzandrug wordt ingezet op de ontwikkeling van natuur. Dit in de vorm van EHS bos en natuurgebied (in natuurontwikkelingsgebieden als Herperduin en de Rijsvennen) en ecologische verbindingszones (langs de weteringen en tussen Herperduin en overige delen Maashorst). Natuurwaarden en waterdoelen krijgen een beschermende regeling in het (later op te stellen) bestemmingsplan: x planologische bescherming van de Ecologische Hoofdstructuur; de geldende nietnatuurbestemming wordt opgenomen voor gebieden binnen de EHS als natuurontwikkeling nog niet heeft plaatsgevonden. Ook krijgt het bestemmingsplan een wijzigingsregeling voor een wijziging naar natuur; x planologische regeling op basis van de geldende bestemming en bescherming van de ecologische verbindingszones.
Ook krijgt het bestemmingsplan een wijzigingsregeling ten behoeve van de ecologische verbindingszones; x overige bos- en natuurgebieden en ecologische verbindingszones krijgen een planologische bescherming, rekening houdend met de natuurlijke, landschappelijke en/of cultuurhistorische waarden; x Bescherming van het weidevogelgebied met een aanlegvergunningstelsel; x Aparte bestemmingsregeling voor de eendenkooien; x Bebouwing in natuurgebieden is alleen toegestaan in de vorm van beheergebouwen voor zeer grote natuurgebieden en verder in de vorm van bouwwerken geen gebouw zijnde als bankjes en informatiepanelen. Verder is onder strikte voorwaarden een vogelkijkhut of iets dergelijks in de (nabijheid van de) uiterwaarden acceptabel; x Behoud, bescherming en versterking van houtwallen, singels, hagen, (gerief)bosjes, boomgroepen, solitaire monumentale bomen en erfbeplanting met een aanlegvergunningstelsel (Behalve als de bomen landschappelijk ongewenst zijn); x Binnen het weidevogelgebied bij landschappelijke inpassing weinig of geen hoge beplanting toepassen; x Aanlegvergunningstelsel binnen de ‘groenblauwe mantel.
x Grotere oppervlaktewateren en hoofdwatergangen met zijtakken zoals deze zijn opgenomen in de Keur van het Waterschap, krijgen een waterhuishoudkundige bestemmingsregeling, inclusief onderhouds- en beschermingszone gelet op het waterschapsbelang; x Aanlegvergunningstelsel voor ingrepen die de waterhuishouding in de directe omgeving van de natuurterreinen beïnvloeden; x Bescherming van gebied ‘reservering waterberging’ x Bescherming van het grondwaterbeschermingsgebied, o.a. middels een aanlegvergunningenstelsel; x Bescherming van het rivierbed en de primaire keringen; x Aanlegvergunningstelsel voor het dempen van sloten.
Blad 70
Bestemmingsplan Buitengebied Oss - 2019 plan-MER projectnummer 0409304.00 9 juli 2018 Gemeente Oss
Ruimte voor ontwikkeling landbouw De agrarische sector is volop in beweging. Hoe deze zich zal ontwikkelen is niet bekend, wel dat de toekomst van boeren zal veranderen. De landbouw zal van groot belang blijven in het buitengebied, als voedselproducent, proeftuin voor innovaties en als beheerder en beeldbepalende drager van het landschap. De gemeente Oss wil agrarische bedrijven in het buitengebied reële ontwikkelingsmogelijkheden (blijven) bieden, binnen de randvoorwaarden die het (met name provinciale) beleid biedt. Er wordt in het bieden van ontwikkelingsmogelijkheden onderscheid gemaakt in gebieden en type agrarische bedrijvigheid. In bepaalde gebieden en voor bepaalde agrarische bedrijfstakken wordt meer ruimte geboden voor ontwikkeling dan in/voor andere. In de structuurvisie staat dat in het gemengd landelijk gebied het onderscheid tussen grondgebonden veehouderij en intensieve veehouderij wordt losgelaten. In het voorontwerp van bestemmingsplan Buitengebied Oss – 2016 is dit zo ook opgenomen. Ontwikkelingsmogelijkheden Uitbreiding van een agrarisch bedrijf mag alleen op een “goede” locatie, een zogenaamde “uitbreidingslocatie” (voorheen “duurzame locatie” genoemd, maar deze term is inmiddels provinciaal geschrapt).
Een uitbreidingslocatie is “een bestaand agrarisch bouwvlak met een zodanige ligging dat het zowel vanuit milieuoogpunt (ammoniak, stank en dergelijke) als vanuit ruimtelijk oogpunt (natuur, landschap en dergelijke) verantwoord is om ter plaatse uit te breiden”. Uit de concrete onderbouwing van een locatie moet blijken dat: 1. zuinig ruimtegebruik wordt toegepast door aan te sluiten bij bestaande bebouwing of, al dan niet door herschikking, optimaal gebruik te maken van de beschikbare ruimte; 2. de beoogde ontwikkeling zowel vanuit milieuoogpunt, in het bijzonder wat betreft ammoniak, geur, fijnstof en gezondheid voor mensen, als vanuit ruimtelijk oogpunt, in bijzonder wat betreft natuur, landschap en cultuurhistorie, aanvaardbaar is. 3. toepassing is gegeven aan de vereiste kwaliteitsverbetering van het landschap. Vanuit de optiek van zuinig ruimtegebruik worden alleen ontwikkelingsmogelijkheden geboden aan “reële” agrarische bedrijven of bedrijven die zich daar naar toe ontwikkelen. Reëel is hierbij gedefinieerd als een minimaal omvang van 10 NGE en jaarrond de arbeidsbehoefte of -omvang van ten minste een halve volledige arbeidskracht met daarbij passend jaarinkomen.
De gemeente hecht aan verduurzaming van de agrarische sector, volgt hierin de provinciale Brabantse Zorgvuldigheidsscore Veehouderij (BZV) en past deze conform het provinciaal beleid niet alleen toe op uitbreidingen buiten het bouwvlak, maar ook op nieuwe dierverblijven binnen het bouwvlak mits sprake is van uitbreiding van het aantal vierkante meters dierenverblijf. Verder gelden de volgende uitgangspunten voor uitbreiding van agrarische bedrijven: x Alle voorzieningen van een agrarisch bedrijf (dus ook sleuf- en mestsilo’s, erfverharding e.d.) moeten binnen het agrarische bouwvlak worden gerealiseerd. Alleen binnen het bouwvlak mag worden gebouwd; x Nieuwvestiging van een agrarisch bedrijf is in principe niet toegestaan; x De uitbreidingsmogelijkheden van het bouwvlak van een agrarisch bedrijf zijn afhankelijk van de zonering waarbinnen het bedrijf is gelegen (zie hieronder); x Omschakeling van een (grondgebonden) melkveehouderij naar een (niet grondgebonden) veehouderij is niet mogelijk binnen het gebied beperking veehouderij, in andere gebieden kan dat wel;
Blad 71
Bestemmingsplan Buitengebied Oss - 2019 plan-MER projectnummer 0409304.00 9 juli 2018 Gemeente Oss
x
x x
x x
Binnen de provinciale zonering ‘beperkingen veehouderij’ hebben alleen echt grondgebonden agrarische bedrijven nog groeimogelijkheden. De niet-grondgebonden veehouderij heeft hier te maken met een ‘slot op de muur’. Een (vollegronds)teeltbedrijf en een grondgebonden veehouderij zijn op ieder agrarisch bouwvlak toegestaan; Een (vollegronds)teeltbedrijf mag onder de voorwaarden van de BZV omschakelen naar een veehouderij; Glastuinbouw is alleen toegestaan op een bouwvlak dat als zodanig is aangeduid. Uitbreiding is mogelijk tot 3,5 ha, waarvan 3 ha glas; Omschakeling naar een glastuinbouwbedrijf is niet toegestaan; (In het buitengebied van Oss is dit minder relevant: er komen maar twee glastuinbouwbedrijven voor en die doorlopen momenteel separaat een procedure voor uitbreiding). Nevenactiviteiten zijn ondersteunend aan de agrarische bedrijfsvoering, er moet een substantiële agrarische tak zijn op een agrarisch bedrijf; Buiten het primair agrarisch gebied krijgt de verbrede landbouw meer ontwikkelingskansen, mits er een goed evenwicht is tussen economische, milieutechnische en landschappelijke aspecten.