Bijlage 2A Toelichting - bijlage 25 Plan-MER Bestemmingsplan Buitengebied Oss - 2019
Tekst van het document
Daarbij liggen de uit te breiden agrarische bedrijven op historisch agrarisch gebruikte gronden en sluiten aan op bestaande woon/boerderijlinten. Uitbreiding van de bedrijven leidt niet tot aantasting van aardkundige waarden. Lokaal kan uitbreiding van veehouderijen ten koste gaan van landschappelijke elementen en waarden. Tegenover het verlies van landschappelijke elementen staat de realisatie van nieuwe landschapselementen conform de landschappelijke inpassingsplicht en de landschapsinvesteringsregeling (bij de grotere ontwikkelingen). Uitbreiding van TOV en bepaalde werken in het vergunningenstelsel kan wel ten koste gaan van landschappelijke structuren en elementen. Het negatief effect kan worden verminderd/voorkomen door voorwaarden op te nemen in de bestemmingsplanregeling, voor het gehele buitengebied of in een zones rondom gebieden met landschappelijke waarden. Aandachtspunt hierbij zijn met name de ontwikkelingsmogelijkheden voor TOV in de provinciaal aangeduide aardkundig waardevolle gebieden.
Blad 27
Bestemmingsplan Buitengebied Oss - 2019 plan-MER projectnummer 0409304.00 9 juli 2018 Gemeente Oss
Ad B. Uitbreiding van veehouderijen en recreatie kan lokaal een negatief effect hebben op openheid en zichtlijnen. Uitbreiding van TOV, bepaalde werken in het vergunningenstelsel en kleine windmolens kan een negatief effect hebben op openheid en zichtlijnen. Dit met name in de open delen van het buitengebied. Het negatief effect kan worden verminderd / voorkomen door voorwaarden op te nemen in de bestemmingsplanregeling, in het gehele buitengebied of in zones rondom gebieden met openheid en zichtlijnen. De ontwikkelingsmogelijkheden in het bestemmingsplan hebben geen ander negatief effect op cultuurhistorische waarden dan de dan de hierboven al beschreven effecten op (cultuurhistorisch) landschap. De ontwikkelingsmogelijkheden in het bestemmingsplan hebben geen wezenlijk effect op archeologische monumenten. Deze zijn planologisch beschermd. Ontwikkelingen kunnen (nog) niet-bekende archeologische waarden verstoren. Nader onderzoek bij vergunningverlening zal dit moeten uitwijzen. De delen van het buitengebied met (hoge) archeologische waarde zijn planologisch beschermd met een dubbelbestemming. Bodem en water Het effect van de ontwikkelingsmogelijkheden in het bestemmingsplan op de bodem is gering. Uitbreiding van veehouderijen kan leiden tot extra verzuring van de bodem of extra verschraling. Echter wet- en regelgeving borgt dat dit beperkt blijft.
De ontwikkelingsmogelijkheden in het bestemmingsplan kunnen negatieve effecten hebben op het oppervlakte- en/of grondwater. Uitbreiding van veehouderijen en recreatie leidt tot toename van oppervlakteverharding en daarmee afname van de mogelijkheid voor water om in de bodem te infiltreren. Wet- en regelgeving borgt echter dat dit negatieve effect teniet wordt gecompenseerd door bevordering van infiltratie ergens anders. (Permanente) TOV kunnen een negatief effect hebben op grondwaterstanden. Het negatief effect kan worden verminderd/voorkomen door voorwaarden op te nemen in de bestemmingsplanregeling. Dit voor het gehele buitengebied of in zones rondom gebieden, die gevoelig zijn voor verdroging. Natuur De ontwikkelingsmogelijkheden in het bestemmingsplan hebben negatieve effecten op natuurwaarden in en rond het plangebied. In het plan-MER is er onderscheid gemaakt in effecten op : x Natura 2000-gebieden (de Europees beschermde natuurgebieden); x Wav-gebieden: de verzuringsgevoelige natuurgebieden (buiten de Natura2000-gebieden) die zijn aangewezen in de Wet ammoniak en Veehouderij; x De overige beschermde natuurgebieden: de natuurgebieden die in de provinciale Verordening ruimte zijn aangeduid als Natuurnetwerk Brabant (NNB, voorheen Ecologische Hoofdstructuur (EHS) genoemd); x Beschermde plant- en diersoorten.
Blad 28
Bestemmingsplan Buitengebied Oss - 2019 plan-MER projectnummer 0409304.00 9 juli 2018 Gemeente Oss
Natura 2000 Stikstof Uitbreiding van veehouderijen leidt tot een toename van uitstoot van stikstof en daarmee tot een toename van stikstofdepositie op omliggende Natura 2000-gebieden. Omdat in de huidige situatie al sprake is van een overbelaste situatie (hogere stikstofwaarden dan de kritische waarde) is elke toename significant (wezenlijk) negatief. Het bestemmingsplan is daarmee in strijd met de Wet natuurbescherming en onuitvoerbaar, tenzij aanvullende planologische maatregelen/ voorwaarden worden opgenomen.
Oplossing: voorwaarden aan uitbreiding veehouderijen De gemeente Oss heeft daarom besloten om, in lijn met de bestemmingsplannen buitengebied elders, uitbreiding van agrarische bedrijven niet zondermeer planologisch toe te staan. Uitbreiding is alleen toegestaan als dit niet leidt tot een toename van stikstofdepositie op Natura2000-gebieden. Tenzij voor de toename van stikstofdepositie een Natuurbeschermingswet-/Wet Natuurbescherming vergunning (dan wel aangehaakte vergunning) is verkregen of, voor niet vergunningsplichtige toenames, een melding is gedaan. Deze toenames zijn in het kader van de Wet natuurbescherming generiek passend beoordeeld dat ze niet leiden tot negatieve effecten op Natura 2000 gebieden
Uitvoerbaarheid stikstof-maatregelen In het bestemmingsplan zal gemotiveerd moeten worden dat ontwikkeling zonder toename van stikstofuitstoot ook in de praktijk mogelijk (uitvoerbaar) is. In essentie komt deze vraag er op neer of bij de bestaande bedrijven nog ruimte bestaat om de huidige uitstoot terug te dringen. De zo “verdiende stikstofruimte' is dan beschikbaar voor uitbreiding. Hier bestaan mogelijkheden voor: veel bestaande bedrijven hebben nog “oude” stalsystemen met een relatief hoge stikstofuitstoot. Door bij een uitbreiding niet alleen de nieuwe stal, maar ook de bestaande stal (-len) te voorzien van schonere stalsystemen kan bewerkstelligd worden dat er op bedrijfsniveau per saldo geen toename van stikstofuitstoot is. PAS De programmatische aanpak stikstof (PAS) biedt individuele veehouders mogelijkheden om ook bij toename van stikstofdepositie uit te breiden. Bij een toename kleiner dan 0,05 mol/ha/jr. is geen melding/vergunning vereist. Bij een toename beneden de 1 mol/ha/jr. volstaat een melding en is geen vergunning vereist. Dit zolang er nog “ontwikkelruimte” is voor projecten beneden de 1 mol toename. Voor grotere toenames kan ontwikkelruimte worden aangevraagd tegelijk bij de vergunningsaanvraag. Dit tot een maximum van 3 mol/ha/jr. en zolang er ontwikkelruimte beschikbaar is.
In het kader van een plan, zoals het bestemmingsplan, kan geen gebruik worden gemaakt van het PAS en de ontwikkelruimte die er gereserveerd is. Dit kan alleen op projectniveau. Maar het PAS draagt wel bij aan motivatie van de uitvoerbaarheid van uitbreiding voor individuele ontwikkelingen, omdat het laat zien dat individuele veehouders zelfs bij toename van stikstof, onder voorwaarden, kunnen uitbreiden. Overige effecten op Natura 2000-gebieden De ontwikkelingsmogelijkheden hebben geen andere wezenlijk negatieve effecten op Natura 2000-gebieden.
Blad 29
Bestemmingsplan Buitengebied Oss - 2019 plan-MER projectnummer 0409304.00 9 juli 2018 Gemeente Oss
Natuur: Wav-gebieden De beoordeling van de effecten op de zeer kwetsbare gebieden in de NNB, de zogenaamde Wavgebieden, volgt de effectbepaling van de stikstof op Natura 2000-gebieden. Zonder beperkingen en/of voorwaarden leidt uitbreiding van veehouderijen tot een toename van stikstofemissie en daarmee tot een negatief effect op Wav-gebieden. De stikstofregeling in het bestemmingsplan beperkt echter niet alleen het stikstofeffect op Natura 2000-gebieden, maar tevens het stikstofeffect op Wav-gebieden. Een stikstofregeling uitgaande van “geen toename van stikstofdepositie” kan leiden tot een toename van stikstofdepositie op Wav-gebieden als deze dichterbij gelegen zijn dan Natura 2000gebieden. De toename wordt echter beperkt geacht: grote toenames van stikstof zijn niet mogelijk gezien de beperkende werking van de nabije ligging van Natura 2000-gebieden. Natuur: Overige NNB Overige beschermde natuurgebieden zijn gezien de verweving van natuur en landbouw overal in het buitengebied een belangrijk aandachtspunt. De ontwikkelingsmogelijkheden in het bestemmingsplan kunnen leiden tot negatieve effecten. De gebiedsbeschermingsregeling in het bestemmingsplan voorkomt dat ontwikkelingen plaatsvinden in beschermde natuurgebieden. Er is daardoor geen sprake van ruimtebeslag in beschermde natuurgebieden.
De verstoring van beschermde natuurgebieden door uitbreiding van veehouderijen, TOV en recreatie is naar verwachting beperkt. Echter negatieve verstorende effecten zijn op voorhand niet geheel uit te sluiten. Dit is echter geen belemmering voor vaststelling van het bestemmingsplan. Er is geen sprake van wezenlijk negatieve effecten en bij uitwerking van individuele uitbreidingsmogelijkheden bestaan voldoende mogelijkheden voor maatregelen om negatieve effecten lokaal te voorkomen of te verminderen. Natuur: Overige natuurwaarden In het buitengebied zijn kwetsbare beschermde plant- en diersoorten aanwezig. Ontwikkelingsmogelijkheden in het bestemmingsplan hebben hier mogelijk een negatief effect op. Bij uitwerking van individuele uitbreidingsmogelijkheden bestaan echter voldoende mogelijkheden voor maatregelen om negatieve effecten lokaal te voorkomen of te verminderen. Er wordt dan ook niet verwacht dat het bestemmingsplan tot een wezenlijk negatief effect op beschermde plant- en diersoorten leidt. Ook kan de verplichte kwaliteitsverbetering landschap bij ontwikkelingen bijdragen aan een robuustere leefomgeving voor beschermde plant- en diersoorten. De Wet natuurbescherming staat daarmee de vaststelling en uitvoering van het bestemmingsplan niet in de weg. Kleine windmolens kunnen een negatief effect hebben op beschermde soorten (vleermuizen en vogels).
Verkeer en geluid Het effect van de ontwikkelingsmogelijkheden in het bestemmingsplan op verkeer en geluid is naar verwachting gering. Uitbreiding veehouderijen en recreatie leidt tot toename van verkeer en daarmee ook geluid op omwonenden, maar deze toename is beperkt. De toename van verkeer is relatief beperkt, de toename in geluidbelasting nauwelijks waarneembaar. Dit neemt niet weg dat omwonenden deze ontwikkelingen mogelijk als hinderlijk kunnen ervaren.
Blad 30
Bestemmingsplan Buitengebied Oss - 2019 plan-MER projectnummer 0409304.00 9 juli 2018 Gemeente Oss
Luchtkwaliteit De ontwikkelingsmogelijkheden binnen het bestemmingsplan leiden tot een toename van uitstoot van luchtverontreinigende stoffen. De toename van uitstoot door de toename van verkeer (agrarisch en recreatief) is gering en blijft ver beneden de normen. Uitbreiding van veehouderijen leidt worst case (scenario Maximaal 2, met loslaten veeaanduiding en mogelijkheden voor omschakeling) tot een forse toename van uitstoot van fijn stof. Het uiteindelijke daadwerkelijke effect van uitbreiding zal kleiner zijn dan in bovenstaande analyse voorspeld. Nog los van het feit dat niet alle bedrijven zullen/willen/kunnen uitbreiden, borgt wet- en regelgeving (o.a. provinciale Verordening ruimte) en beleid dat individuele bedrijfsuitbreidingen een beperkt(er) effect hebben, die beneden de normen blijven. Echter, dit voorkomt niet dat bij uitbreiding van meerdere bedrijven bij elkaar, tot de norm, het gezamenlijke cumulatieve effect op de omgeving toe kan nemen. Dit betekent dat concentraties van fijn stof toe kunnen nemen. Dit leidt niet tot normoverschrijding, maar wel tot verhoging van de concentraties ónder de normen. Dit speelt bijvoorbeeld rond de Lithse Polder, waar in het agrarisch gebied relatief weinig woningen liggen die uitbreiding beperken.
Agrarische bedrijven in de Lithse Polder kunnen hierdoor relatief veel groeien, waarmee de concentraties fijn stof op de omliggende kernen toenemen. Een ongewenste toename van fijn stof kan in het bestemmingsplan generiek voor het gehele plangebied worden beperkt door het aanduiden van het veetype op ieder agrarisch bouwvlak en rechtstreekse omschakeling te verbieden of aan voorwaarden te koppelen. Hiermee wordt tevens het bestemmingsplan gebruikt voor de afweging over wenselijkheid van groei in relatie tot gezondheid en worden het onderzoek, en de afweging niet doorgeschoven naar het vergunningentraject. Een alternatief is het beperken van uitbreidingsmogelijkheden in het bestemmingsplan. Dit gaat dan wel ten koste van vigerende planologische rechten, en dit kan leiden tot planschadeclaims. Geur Uitbreiding van veehouderijen leidt worst case (scenario Maximaal 2, met loslaten veeaanduiding en mogelijkheden voor omschakeling) tot een forse toename van uitstoot van geur. Het uiteindelijke daadwerkelijke effect van uitbreiding zal kleiner zijn dan in bovenstaande analyse voorspeld. Nog los van het feit dat niet alle bedrijven zullen/willen/kunnen uitbreiden, borgt wet- en regelgeving en beleid (o.a. provinciale Verordening ruimte en gemeentelijke geurverordening) dat individuele bedrijfsuitbreidingen een beperkt(er) effect hebben, die beneden de normen.
Echter, dit voorkomt niet dat bij uitbreiding van meerdere bedrijven bij elkaar, tot de norm, het gezamenlijke cumulatieve effect op de omgeving toe kan nemen. Dit betekent dat concentraties van geur. Dit leidt niet tot normoverschrijding, maar wel tot verhoging van de concentraties ónder de normen. Dit speelt bijvoorbeeld rond de Lithse Polder, waar in het agrarisch gebied relatief weinig woningen liggen die uitbreiding beperken. Agrarische bedrijven in de Lithse Polder kunnen hierdoor relatief veel groeien, waarmee de concentraties geur, fijn stof en endotoxinen op de omliggende kernen toenemen. Een ongewenste toename van geur kan in het bestemmingsplan generiek voor het gehele plangebied worden beperkt door het aanduiden van het veetype op ieder agrarisch bouwvlak en rechtstreekse omschakeling te verbieden of aan voorwaarden te koppelen. Hiermee wordt tevens het bestemmingsplan gebruikt voor de afweging over wenselijkheid van groei in relatie tot gezondheid en het onderzoek, en de afweging niet doorgeschoven naar het vergunningentraject. Een alternatief is het beperken van uitbreidingsmogelijkheden in het bestemmingsplan. Dit gaat dan wel ten koste van vigerende planologische rechten, kan leiden tot planschadeclaims en wordt door veel gemeenten als politiek-maatschappelijk niet wenselijk geacht.
Blad 31
Bestemmingsplan Buitengebied Oss - 2019 plan-MER projectnummer 0409304.00 9 juli 2018 Gemeente Oss
Specifiek voor geur is een alternatief het (verder) aanscherpen van de gemeentelijke geurnormering. Dit kan echter niet in het bestemmingsplan buitengebied, maar moet in een apart plan- en besluitvormingsspoor middels een herziening van de geurgebiedsvisie en geurverordening 2017. Licht De ontwikkelingsmogelijkheden in het bestemmingsplan kunnen leiden tot een toename van lichtuitstoot naar de omgeving. Dit kan bij uitbreiding van veehouderijen als gekozen wordt voor open stallen en bij realisatie van recreatieve voorzieningen. De toename is echter over het algemeen beperkt. Externe veiligheid De ontwikkelingsmogelijkheden in het bestemmingsplan leiden niet tot bijzondere aandachtspunten vanuit externe veiligheid. Er worden geen nieuwe risicobronnen mogelijk gemaakt. Uitbreiding van recreatie zorgt voor een toename van gevoelige objecten, maar is over het algemeen zo kleinschalig dat het niet leidt tot externe veiligheidsrisico’s. Radar, straalpaden, hoogspanningsverbindingen, laagvlieggebied/routes De ontwikkelingsmogelijkheden in het bestemmingsplan leiden niet aandachtspunten vanuit radar, straalpaden, hoogspanningsverbindingen en laagvlieggebied/routes. Gezondheid De ontwikkelingsmogelijkheden in het bestemmingsplan kunnen negatieve effecten hebben op gezondheidsaspecten voor omwonenden.
Het bestemmingsplan maakt geen grote nieuwe ontwikkelingen met gezondheidsrisico’s mogelijk. Wel biedt het uitbreidingsmogelijkheden aan veehouderijen. Negatieve effecten op gezondheid zijn hiermee niet uit te sluiten, zeker ook gezien het grote aantal veehouderijen in het buitengebied. Uitbreiding van veehouderijen leidt tot extra hinder in het buitengebied: verdere aantasting van het landschap, toename verkeer, toename geluid, toename geur, toename luchtverontreiniging, toename risico’s endotoxinen en zoönosen. Dit geldt met name in het worst-case scenario (Maximaal 2 met loslaten aanduiding vee en omschakelingsmogelijkheden). Het bestemmingsplan voorziet al in maatregelen die de negatieve effecten van uitbreiding van veehouderijen op gezondheid beperken (nog los van mogelijke toekomstige maatregelen volgend uit het VGO onderzoek): x De uitbreiding van veehouderijen is aan voorwaarden uit de Verordening ruimte gebonden, o.a. maximaal tot 1,5 ha (inclusief bestaand) en voorwaarden uit de Verordening ruimte die gericht zijn op het voorkomen van een negatief effect op gezondheid (o.a. bovenwettelijke normen voor geur en fijnstof); x De stikstofmaatregel ten behoeve van Natura 2000 leidt tot beperking van de uitstoot van ammoniak (belangrijkste bron van stikstof) en heeft daarmee een gunstig effect op het negatieve effect van ammoniak op de longfunctie.
x Verbod op onoverdekte buitenuitloop voor (nieuwe of uitbreidingen van bestaande) pluimveebedrijven; x Verbod op nieuwe gemengde bedrijven van kippen en varkens; x Verbod op meer dan 2,9 pluimveebedrijven per vierkante kilometer. Daarnaast gelden waarborgen uit sectorale wetgeving (geur, geluid, luchtkwaliteit) en wordt bij individuele vergunningaanvragen getoetst aan de Handreiking Veehouderij en Gezondheid en het Handelingsperspectief Endotoxinen. Een toename van gezondheidsrisico’s kan in het bestemmingsplan generiek voor het gehele plangebied worden beperkt door het aanduiden van het veetype op ieder agrarisch bouwvlak en
Blad 32
Bestemmingsplan Buitengebied Oss - 2019 plan-MER projectnummer 0409304.00 9 juli 2018 Gemeente Oss
rechtstreekse omschakeling te verbieden of aan voorwaarden te koppelen. Hiermee wordt tevens het bestemmingsplan gebruikt voor de afweging over wenselijkheid van groei in relatie tot gezondheid en het onderzoek, en de afweging niet doorgeschoven naar het vergunningentraject. Een alternatief is het beperken van uitbreidingsmogelijkheden in het bestemmingsplan. Dit gaat dan wel ten koste van vigerende planologische rechten en dit , kan leiden tot planschadeclaims. Meeliftende initiatieven De in het bestemmingsplan meeliftende initiatieven hebben over het algemeen geen andere effecten dan degene de generiek voor het plangebied als geheel zijn beschreven. Lokaal/individueel zijn er aandachtspunten.
Aandachtspunten en afwegingen voor het bestemmingsplan en mogelijke mitigerende maatregelen Onderstaand staan samenvattend de aandachtspunten/afwegingen/mogelijkheden voor mitigerende maatregelen (ter voorkoming / beperking van negatieve effecten) voor het bestemmingsplan: Landschap x Negatieve effecten op landschap worden voorkomen of beperkt door vertaling van de regels van de Verordening ruimte en de provinciale Regeling kwaliteitsverbetering landschap in het bestemmingsplan; x Aanvullend is in het bestemmingsplan een voorwaarde opgenomen dat uitbreiding niet tot onevenredige aantasting van landschappelijke waarden mag leiden; x Dit algemeen voor het gehele buitengebied of specifiek in een zone rondom gebieden met bijzondere landschappelijke waarden (zoals het aardkundig waardevol gebied). Cultuurhistorie x Monumentale waarden in het plangebied (rijks- en gemeentemonumenten) zijn al beschermd; x Overige cultuurhistorische waarden zijn voornamelijk cultuurlandschappelijke: Voorwaarden over landschap voorkomen/beperken ook negatieve effecten op deze overige cultuurhistorische waarden. Deze zijn al opgenomen in het bestemmingsplan. Archeologie x Archeologische monumenten zijn beschermd in het bestemmingsplan; x Gebieden met (hoge) archeologische verwachtingswaarde worden in het bestemmingsplan beschermd door een dubbelbestemming archeologie.
Bodem x De effecten op bodem noodzaken niet tot het nemen van mitigerende maatregelen in het bestemmingsplan. Water x Waterwaarden als waterlopen e.d. zijn beschermd in het bestemmingsplan.
Blad 33
Bestemmingsplan Buitengebied Oss - 2019 plan-MER projectnummer 0409304.00 9 juli 2018 Gemeente Oss
Natuur: Natura 2000-gebieden x Het effect van toename van stikstof vanuit uitbreidingen van veehouderijen (inclusief paardenhouderijen) op Natura 2000-gebieden kan en moet worden voorkomen door het opnemen van een voorwaarde in de bestemmingsplanregeling dat uitbreiding alleen is toegestaan als het niet leidt tot toename van stikstofdepositie op Natura2000-gebieden, tenzij dit is vergund in een Natuurbeschermingswet /Wet Natuurbescherming vergunning (dan wel aangehaakte vergunning) of, voor niet vergunningsplichtige toenames, een melding is gedaan . Natuur: Wav-gebieden x Het effect van toename van stikstofdepositie vanuit uitbreidingen van veehouderijen op Wav-gebieden kan worden voorkomen door het opnemen van een voorwaarde in de bestemmingsplanregeling dat uitbreiding alleen is toegestaan als het niet leidt op Wavgebieden.
Is de praktijk is dit echter niet te handhaven: er bestaan geen normen en rekenmethodieken voor Wav-gebieden (zoals voor Natura 2000-gebieden) en conform de provinciale Verordening ruimte hoeft niet getoetst te worden op stikstofeffecten op NNB (waaronder Wav-gebieden) Natuur: Overige beschermde natuurgebieden en beschermde plant- en diersoorten x Het eventueel verdrogende effect van (permanente) teeltondersteunende voorzieningen op natuurwaarden kan worden voorkomen door het opnemen van een voorwaarde in de bestemmingsplanregeling dat realisatie van teeltondersteunende voorzieningen alleen is toegestaan als het niet leidt tot een negatief hydrologische effect; Strikt genomen is deze voorwaarde niet nodig: in dit MER is geconcludeerd dat de uitbreidingsmogelijkheden voor TOV niet leiden tot een wezenlijk negatief hydrologisch effect. x Bovenstaande voorwaarden kunnen algemeen gesteld worden in heel het plangebied of specifiek in zones rondom beschermde natuurgebieden. Verkeer x Om ongewenste toename van verkeer te voorkomen, is in de bestemmingsplanregeling een voorwaarde opgenomen dat een ontwikkeling niet tot onevenredige toename van verkeer mag leiden. Geluid x Met een voorwaarde voor verkeer wordt ook het effect op geluid en luchtkwaliteit beperkt.
Luchtkwaliteit x Met een voorwaarde voor verkeer wordt ook het effect op geluid en luchtkwaliteit beperkt; x Het effect op luchtkwaliteit door veehouderijen wordt beperkt door de eisen uit de Verordening ruimte voor fijn stof. Een toename van uitstoot van fijn stof kan in het bestemmingsplan generiek voor het gehele plangebied worden beperkt door het aanduiden van het veetype op ieder agrarisch bouwvlak en rechtstreekse omschakeling te verbieden of aan voorwaarden te koppelen.
Blad 34
Bestemmingsplan Buitengebied Oss - 2019 plan-MER projectnummer 0409304.00 9 juli 2018 Gemeente Oss
Geur x Het effect op geur door veehouderijen wordt beperkt door de eisen uit de Verordening ruimte en gemeentelijke geurverordening. x Een toename van uitstoot van geur kan in het bestemmingsplan generiek voor het gehele plangebied worden beperkt door het aanduiden van het veetype op ieder agrarisch bouwvlak en omschakeling te verbieden of aan voorwaarden te koppelen. Externe veiligheid x De effecten op externe veiligheid noodzaken niet tot het nemen van mitigerende maatregelen in het bestemmingsplan. Gezondheid x Met het opnemen van mitigerende maatregelen/ voorwaarden voor hinderaspecten als verkeer, geluid, geur, luchtkwaliteit en licht worden ook de effecten op gezondheid voorkomen dan wel beperkt; x Aanvullende mitigerende maatregelen/ voorwaarden voorgezondheid (bv zonering, afstandseisen) zijn planologisch vooralsnog nog niet vast te leggen. Dit omdat ze wetenschappelijk en juridisch (nog) onvoldoende te onderbouwen zijn; x Gemonitord moet worden of en hoe op basis van de resultaten van het VGO-onderzoek maatregelen, landelijk en provinciaal beleid, wet- en regelgeving geformuleerd wordt ter beperking van negatieve effecten van veehouderijen op de gezondheid; x Bij individuele aanvragen voor ontwikkeling wordt getoetst aan de Handreiking veehouderij en gezondheid van de GGD en het Handelingsperspectief endotoxinen van de provincie, omgevingsdiensten en GGD.
Leemten in kennis / monitoring en evaluatie In de optiek van de gemeente is er voldoende informatie verzameld ten ondersteuning van de besluitvorming in deze fase van de planvorming. Uiteraard kunnen aspecten meer gedetailleerd worden onderzocht. Maar dit leidt volgens de gemeente niet tot andere argumenten voor de besluitvorming. In de optiek van de gemeente zijn er geen essentiële leemtes in kennis gevonden die van belang zijn voor de plan- en besluitvorming rond het bestemmingsplan. Dit betekent echter niet dat er geen aanbevelingen bestaan voor de vervolgprocedure(s). Aanbevelingen voor de vervolgprocedure(s) zijn onder andere : x Landschappelijke inpassing van uitbreiding van agrarische bedrijven, recreatieve voorzieningen en TOV. x Monitoring natuurwaarden voorafgaand aan vergunningverlening en realisatie uitbreiding van agrarische bedrijven, recreatieve voorzieningen en TOV en kleine windmolens. x Monitoring onderzoeken en beleidsvorming rond gezondheid en veehouderijen. Invulling van de maatregelen wordt overigens grotendeels geborgd in eisen vanuit wet- en regelgeving voor de vervolgprocedures.
Blad 35
Bestemmingsplan Buitengebied Oss - 2019 plan-MER projectnummer 0409304.00 9 juli 2018 Gemeente Oss
Blad 36
Bestemmingsplan Buitengebied Oss - 2019 plan-MER projectnummer 0409304.00 9 juli 2018 Gemeente Oss
1
Inleiding
1.1
Aanleiding en context Bestemmingsplan Buitengebied Oss - 2019 De gemeente Oss is voornemens om voor het gehele buitengebied een nieuw bestemmingsplan op te stellen: “Bestemmingsplan Buitengebied Oss – 2019’Dit nieuwe bestemmingsplan vervangt de drie vigerende bestemmingsplannen buitengebied: x Bestemmingsplan Buitengebied Oss – 2010 (vastgesteld 1 juli 2010); x Bestemmingsplan Buitengebied Maasdonk – 2012 (vastgesteld 29 januari 2013); x Bestemmingsplan Buitengebied Lith – 2013 (vastgesteld 20 juni 2013). Het nieuwe bestemmingsplan is een integrale herziening en heeft als doel de drie buitengebiedplannen te harmoniseren en het gehele buitengebied van één actuele regeling te voorzien. Uitgangspunt voor het nieuwe bestemmingsplan buitengebied is een regeling die zoveel mogelijk aansluit op die van het meest actuele vigerende bestemmingsplan buitengebied, dat van Lith. De regeling kan echter niet zonder meer één op één worden overgenomen, vanwege: x Gewijzigd beleidskader: - Structuurvisie Buitengebied Oss – 2015; - Structuurvisie ruimtelijke ordening en Verordening ruimte Noord-Brabant; - Verordening natuurbescherming Noord-Brabant; - intrekken Reconstructiewet en Reconstructieplannen; - Nieuw gemeentelijk beleid ten aanzien van o.a.
vrijkomende agrarische gebouwen (VAB), gezondheid in het buitengebied, recreatie en toerisme (deels nog in ontwikkeling) x Voortschrijdend inzicht: - Ervaring met vigerende regeling x Juridische redenen: - Veranderingen in bestemmingsplanstandaarden - Jurisprudentie: uitspraken van de Raad van State, bijvoorbeeld ten aanzien van de uitleg van de Wet Natuurbescherming In het nieuwe bestemmingsplan wordt ook een aantal al concrete initiatieven (“meelifters”) opgenomen, mits voorzien van een complete en door de gemeente goedgekeurde ruimtelijke onderbouwing. Structuurvisie Buitengebied Oss – 2015 Ter voorbereiding op het nieuwe bestemmingsplan buitengebied is in 2015 allereerst de Structuurvisie Buitengebied Oss - 2015 opgesteld en vastgesteld. In deze Structuurvisie is de gemeentelijke visie op het buitengebied geactualiseerd en geharmoniseerd voor het gehele buitengebied (vanuit de liggende structuurvisies buitengebied Oss, Maasdonk en Lith). In het kader van de Structuurvisie is een milieueffectrapport (MER) opgesteld om de effecten van de visie- en het beleidsvoornemens in beeld te brengen en te kunnen betrekken bij de besluitvorming.
Nota van Uitgangspunten Bestemmingsplan Buitengebied Oss Daarna is op basis van een Plan van Aanpak Bestemmingsplan Buitengebied (januari 2015) een Nota van Uitgangspunten Bestemmingsplan Buitengebied Oss opgesteld en op 6 oktober 2015 vastgesteld. De Nota van Uitgangspunten vormt het startpunt en de basis voor het nieuwe bestemmingsplan. In de Nota van Uitgangspunten is de visie en het beleid, zoals verwoord in de Structuurvisie geconcretiseerd naar bestemmingsplanniveau.
Blad 37
Bestemmingsplan Buitengebied Oss - 2019 plan-MER projectnummer 0409304.00 9 juli 2018 Gemeente Oss
Voorontwerpbestemmingsplan Buitengebied Oss - 2016 Op basis van de Nota van Uitgangspunten is een voorontwerpbestemmingsplan opgesteld. Het voorontwerp is op 12 mei 2016 gepubliceerd en heeft zes weken ter inzage gelegen. Op het voorontwerpbestemmingsplan zijn 146 inspraak- en vooroverleg-reacties ontvangen (zie verder paragraaf 1.2.3). Tegelijk met het voorontwerpbestemmingsplan is een Notitie reikwijdte en detailniveau (NRD, het startdocument van de m.e.r.-procedure) opgesteld en gepubliceerd. Op de NRD zijn geen inspraakreacties ontvangen (zie verder paragraaf 1.2.3).
Vertrekpunt voor het MER Het voorontwerp-bestemmingsplan en de reacties erop zijn de basis voor het voorliggend milieu-effectrapport (MER)
Algemene uitgangpunten Bestemmingsplan Buitengebied Oss – 2019Het buitengebied verandert door allerlei sociaal-economische ontwikkelingen. De gemeente wil daarop zo goed mogelijk inspelen. Dat houdt onder meer in ruimte bieden voor een duurzame ontwikkeling van de agrarische sector, ook in bedrijfseconomische zin, voor de ambities op het gebied van recreatie en toerisme en voor natuurbehoud en –ontwikkeling. Ook de belangen van bewoning, economische activiteiten en van cultuurhistorisch erfgoed moeten tot hun recht kunnen komen. Gestreefd is naar een eigentijdse, evenwichtige afweging. Waarin het maatschappelijke veranderingsproces uit zal monden, is nog niet te zeggen. Vandaar dat getracht is om waar mogelijk de flexibiliteit in te bouwen om die dynamiek te kunnen volgen. Daarbij is waar mogelijk rekening gehouden met de geest van de Omgevingswet die in de maak is: x procedures zo eenvoudig mogelijk houden x niet meer regelen dan nodig is vanuit het algemeen belang bij de kwaliteit van de leefomgeving - flexibiliteit inbouwen om verantwoord te kunnen meeveren op de dynamiek van de ruimtelijke behoefte (flexibiliteitsbepalingen) zonder de rechtszekerheid voor de omgeving uit het oog te verliezen x passende ruimtelijke initiatieven en innovatie mogelijk maken en stimuleren.
Het doel van het bestemmingsplan ‘Buitengebied Oss - 2019’ is het bieden van een actueel, helder, leesbaar, uitvoerbaar, eenduidig en handhaafbaar planologisch juridisch beleidskader voor het totale buitengebied van de gemeente Oss. Het nieuwe bestemmingsplan is gericht op het beheer van bestaande kwaliteiten en functies en het faciliteren van nieuwe kwaliteiten en functies. Het nieuwe bestemmingsplan krijgt een juridische regeling voor min of meer gestandaardiseerde situaties. Maar dit betekent niet dat plannen die hieraan niet voldoen, per definitie niet voorstelbaar zijn. Voor die ontwikkelingen kan een zelfstandige planologische procedure uitkomst bieden.
Blad 38
Bestemmingsplan Buitengebied Oss - 2019 plan-MER projectnummer 0409304.00 9 juli 2018 Gemeente Oss
Verordening ruimte Noord-Brabant Belangrijk beleidsmatig uitgangspunt voor het nieuwe bestemmingsplan is de Verordening ruimte Noord-Brabant, met name de gewijzigde beleidslijn ten aanzien van veehouderijen (zie navolgend kader).
Kader Verordening ruimte Noord-Brabant Op 7 februari 2014 heeft de provincie Noord-Brabant een partiële herziening van de Structuurvisie Ruimtelijke Ordening en de bijbehorende Verordening ruimte vastgesteld. De Verordening ruimte geeft invulling aan de beleidsmatig ingezette koerswijzigingen van de provincie. Met name voor de regels in het buitengebied is de Verordening ruimte aanzienlijk gewijzigd ten opzichte van eerdere Verordeningen. Belangrijkste wijziging is de implementatie en uitwerking van de beleidslijn "Transitie naar zorgvuldige veehouderij". Centraal in deze beleidslijn staat het motto "Ontwikkelruimte moet je verdienen en is niet onbegrensd". Er wordt alleen nog ontwikkelruimte aan veehouderijen geboden als daarmee een ontwikkeling naar een zorgvuldige veehouderij in gang wordt gezet. Hieraan is een aantal voorwaardelijke bepalingen gekoppeld: o.a. voeren van dialoog met omgeving, landschappelijke kwaliteitsverbetering minimaal 10% van het bouwvlak, voldoen aan (bovenwettelijke) eisen ten aanzien van fijn stof, geur. Om te mogen uitbreiden moet een minimale score van 7 gehaald worden op de zogenaamde “Brabantse Zorgvuldigheidsscore Veehouderij” (BZV). Ontwikkelruimte blijft in principe beperkt tot 1,5 ha. Onder uitzondering is uitbreiding buiten de 1,5 ha mogelijk. Op 7 juli 2017 is de Verordening gewijzigd, o.a.
om een versnelling in de transitie naar zorgvuldige veehouderij te bewerkstellingen. In Oost- en Midden-Brabant mogen veehouderijen met “hokdieren”( varkens, pluimvee e.d.) alleen uitbreiden als tegelijk binnen het zogenaamde “stalderingsgebied” verouderde leegstaande stallen worden gesloopt. De BZV is vereenvoudigd en de normscore verhoogd naar 7,25. Veehouders die een overlastsituatie opruimen en/of een BZV-score van minimaal 8.5 scoren, kunnen aanspraak maken op een groter bouwblok (2 tot 2,5 ha) dan normaal (1,5 ha). Daarnaast wil de provincie mestbewerking zoveel mogelijk concentreren op industrieterreinen, de regels voor lokale mestbewerking zijn aangepast. De provinciale Verordening natuurbescherming is tevens aangescherpt om de ammoniakuitstoot door de veehouderij sneller en vergaand terug te dringen. De emissie-eisen voor nieuwe stallen worden stapsgewijs strenger. Veehouders met verouderde stallen moeten er versneld (2022 in plaats van 2028) voor zorgen dat deze worden gemoderniseerd. In het bestemmingsplan worden de bepalingen van de Verordening ruimte doorvertaald in de regels. Deze vormen daarmee ook de basis voor de effectbepaling in het plan-MER.
Blad 39
Bestemmingsplan Buitengebied Oss - 2019 plan-MER projectnummer 0409304.00 9 juli 2018 Gemeente Oss
Bestemmingsplan Buitengebied en Wet natuurbescherming Belangrijk ander aandachtspunt is een bestemmingsplanregeling die én ruimte geeft voor agrarische ontwikkeling én past binnen het wettelijk kader van de Wet natuurbescherming (zie onderstaand kader). Kader Veehouderij - stikstofdepositie – Natura 2000 Conform de Wet natuurbescherming mogen activiteiten geen significante effecten hebben op Natura 2000gebieden. Bestemmingsplannen die deze activiteiten vastleggen mogen niet worden vastgesteld. In het plangebied ligt geen Natura2000-gebied, in de omgeving wel. Een deel van deze gebieden is gevoelig voor stikstofdepositie, al in de huidige situatie liggen de achtergrondwaarden hoger dan de kritische depositiewaarden. Uitbreiding van veehouderijen leidt, zonder beperkende maatregelen, tot toename van stikstofemissie en daarmee tot toename van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden in de omgeving. Dit is, ook bij geringe toename, een significant negatief effect, gezien de "overspannen" situatie van de Natura 2000gebieden ten opzichte van stikstof. Met maatregelen kan de stikstofdepositie worden verminderd, dan wel worden voorkomen. Maatregelen kunnen echter niet in het bestemmingsplan worden vastgelegd. Deze problematiek speelt in een groot deel van Nederland.
Het Rijk heeft een landelijk dekkende oplossing voorbereid in de vorm van PAS, Programmatische Aanpak Stikstofdepositie (per 1 juli 2015 in werking getreden). PAS moet er toe leiden dat EN tegemoet wordt gekomen aan de eisen van Natura 2000 EN er ontwikkelingsruimte blijft bestaan. Dit o.a. door een stelsel van generieke maatregelen om de stikstofemissie terug te dringen (o.a. door afspraken met de agrarische sector) en het treffen van maatregelen in de Natura 2000-gebieden zelf. Echter de PAS gaat over concrete activiteiten en handelingen, het regelt niets voor bestemmingsplannen. Gemeenten zijn al enige tijd op zoek naar een juridisch houdbare oplossing, die werkbaar is en binnen de kaders van de wet toch mogelijkheden biedt. De momenteel meest plausibele methode is het opnemen van een voorwaardelijke bepaling aan bouwen en/of gebruik dat uitbreiding niet mag leiden tot een toename van stikstofdepositie op Natura 2000-gebied ten opzichte van Natuurbeschermingswet-/Wet natuurbeschermings vergunde situatie of de feitelijke bestaande situatie..
Bestemmingsplan Buitengebied en gezondheid Naast de uitvoerbaarheid in het kader van de Wet natuurbescherming is gezondheid een actueel en relatief nieuw thema in bestemmingsplannen buitengebied. In het bestemmingsplan wordt daarom aandacht besteed aan het aspect gezondheid. Plangebied Het plangebied voor het bestemmingsplan “Buitengebied Oss – 2019” omvat het gehele buitengebied van Oss, met uitzondering van (figuur 1.1): x de kernen: Het Wild, Maren-Kessel, Lith, Geffen, Lithoijen, Teeffelen, Oijen, Oss, Macharen, Megen, Berghem, Haren, Dieden, Demen, Deursen-Dennenburg, Herpen, Huisseling, Ravenstein, Overlangel en Neerloon x Bedrijventerreinen Vorstengrafdonk, Elzenburg-De Geer en De Bulk; x Vakantiepark en recreatieve poort Herperduin – 2013’ en de zone Oss – Berghem; x Circuit Nieuw Zevenbergen; x Windpark Elzenburg – De Geer. Deze kennen een eigen dynamiek en vragen om eigen afwegingen. Hier zijn recent bestemmingsplannen voor gemaakt, dan wel in ontwikkeling.
Blad 40
Bestemmingsplan Buitengebied Oss - 2019 plan-MER projectnummer 0409304.00 9 juli 2018 Gemeente Oss
Het plangebied wordt in het westen, noorden en oosten begrensd door de Maas (tevens provinciegrens). Aan de “overzijde” liggen de Gelderse gemeenten Maasdriel, West Maas en Waal, Druten, Wijchen en Heumen. Aan de zuidzijde grenst het plangebied aan de gemeenten ’sHertogenbosch, Bernheze, Landerd en Grave. Een deel van de zuidgrens wordt gevormd door de A50/A59. Oss kent een groot oppervlak buitengebied, dat voor een groot deel agrarisch in gebruik is. Oss kent ca. 322 veehouderijen, met een relatief groot aandeel varkens- en pluimveehouderijen en melkveehouderijen. Naast de agrarische functie is recreatie een belangrijke functie in het buitengebied, met name langs de Maas aan de noordzijde en in de bosgebieden aan de zuidzijde. In het plangebied zijn diverse NNB (Natuurnetwerk Brabant, het Brabantse deel van het Natuurnetwerk Nederland (NNN), de nieuwe naam voor de Ecologische Hoofdstructuur (EHS) gebieden gelegen: met name de uiterwaarden langs de Maas en de bosgebieden in het zuiden. Landschappelijk kent Oss een indeling in vijf gebieden ieder met een eigen karakteristiek en gebruik, van noord naar zuid: Uiterwaarden, oeverwal, komgebied, dekzandrand en dekzandrug.
Figuur 1.1: Plangebied en plangrens Bestemmingsplan Buitengebied Oss – 2019 (bron: gemeente Oss, 2018)
Blad 41
Bestemmingsplan Buitengebied Oss - 2019 plan-MER projectnummer 0409304.00 9 juli 2018 Gemeente Oss
1.2
Plan-m.e.r.-procedure Waarom een plan-m.e.r.? In Nederland is het verplicht voor ontwikkelingen met mogelijke belangrijke nadelige milieugevolgen een zogenaamde m.e.r.-procedure te doorlopen en een MER op te stellen. De procedure van een milieueffectrapportage (m.e.r.) is bedoeld om het milieubelang volwaardig en vroegtijdig in de plan- en besluitvorming in te brengen. Een m.e.r. is gekoppeld aan een plan of besluit, bijvoorbeeld een structuurvisie, een bestemmingsplan of een vergunning. Of en zo ja welke verplichtingen gelden ten aanzien van een m.e.r. is vastgelegd in de Wet Milieubeheer en het Besluit m.e.r. Vanuit twee sporen kan sprake zijn van verplichtingen ten aanzien van een m.e.r.: x De voorgenomen activiteit komt voor in het Besluit m.e.r.; x Voor de voorgenomen activiteit moet een passende beoordeling worden opgesteld, omdat niet op voorhand kan worden uitgesloten dat er significant negatieve effecten zijn op Natura 2000-gebieden. M.e.r.-verplichting vanuit Besluit m.e.r. In de Wet Milieubeheer en in het Besluit m.e.r. wordt een onderscheid gemaakt in activiteiten die m.e.r.-plichtig zijn (de zogenaamde bijlage C- activiteiten) en activiteiten die m.e.r.beoordelingsplichtig zijn (de zogenaamde bijlage D-activiteiten). De m.e.r.-procedure is van toepassing bij (C-) activiteiten waarvan reeds vast staat dat er mogelijke belangrijke nadelige milieugevolgen optreden.
Naast het direct uit moeten voeren van een m.e.r. zijn in het Besluit m.e.r. ook (D-) activiteiten met bijbehorende drempelwaarden aangegeven, waarvoor door bevoegd gezag moet worden beoordeeld of sprake is van mogelijke belangrijke nadelige milieugevolgen. Voor deze activiteiten dient een m.e.r.-beoordeling uitgevoerd te worden. Tevens wordt onderscheid gemaakt tussen project-m.e.r. en plan-m.e.r. Een project-m.e.r. is een milieubeoordeling gekoppeld aan concrete besluiten. Een plan-m.e.r. is een milieubeoordeling gekoppeld aan plannen die concretere vervolgtrajecten mogelijk maken die m.e.r.(beoordelings)plichtig zijn en daarmee dus kaderstellend zijn. M.e.r.-verplichting vanuit Natura 2000 Wanneer niet op voorhand kan worden uitgesloten dat een voorgenomen activiteit significant negatieve effecten heeft op Natura 2000-gebied, volgt uit de Wet Natuurbescherming dat een passende beoordeling moet worden opgesteld. Uit de Wet Natuurbescherming en de Wet Milieubeheer volgt dat dan (ook) een plan-m.e.r. procedure doorlopen worden. Bestemmingsplan Buitengebied Oss – 2019 en Besluit m.e.r. Het bestemmingsplan Buitengebied Oss -2019 is grotendeels planologisch conserverend van aard, maar maakt (onder voorwaarden) uitbreiding mogelijk van agrarische bedrijven.
Het betreft voornamelijk het opnieuw bestemmen van (nog niet benutte) uitbreidingsmogelijkheden uit de vigerende bestemmingsplannen. Dit is planologisch als conserverend te zien, maar m.e.r.technisch wordt dit gezien als opnieuw te beschouwen ontwikkeling. Hieruit volgen verplichtingen ten aanzien van een m.e.r.
Blad 42
Bestemmingsplan Buitengebied Oss - 2019 plan-MER projectnummer 0409304.00 9 juli 2018 Gemeente Oss
Voor deze uitbreidingsmogelijkheden moet in het kader van de (individuele) vergunningsaanvraag mogelijk een m.e.r.- of m.e.r.-beoordelingsprocedure worden doorlopen, onder andere afhankelijk van de aard en omvang van de uitbreiding. In de m.e.r.- of m.e.r.-beoordelingsprocedure worden de effecten van de individuele uitbreiding onderzocht en in het kader van de vergunningaanvraag afgewogen. Omdat het bestemmingsplan kaderstellend is voor deze (mogelijk) m.e.r.-plichtige activiteiten, moet voor het bestemmingsplan als geheel een plan-m.e.r.-procedure worden doorlopen. In de plan-m.e.r.-procedure worden op het niveau van het plangebied als geheel de effecten van de ontwikkelingsmogelijkheden binnen het bestemmingsplan onderzocht en afgewogen. Hierbij maakt het niet uit of de ontwikkelingsmogelijkheden rechtstreeks of middels een afwijkings- of wijzigingsbevoegdheid mogelijk worden gemaakt. Belangrijk uitgangspunt in een plan-m.e.r.-procedure voor een bestemmingsplan buitengebied is dat de maximale effecten van de maximale ontwikkelingsmogelijkheden, die het bestemmingsplan biedt, worden onderzocht. Dit om onderschatting van effecten te voorkomen. Bestemmingsplan Buitengebied Oss – 2019 en Natura 2000 In de omgeving van het plangebied bevinden zich Natura 2000-gebieden.
Hoewel sommige van deze gebieden op enige afstand van het plangebied zelf liggen, kunnen significant negatieve effecten niet op voorhand worden uitgesloten. Dit vanwege het aanwezig zijn van stikstofgevoelige habitats in de Natura 2000-gebieden en het feit dat uitbreiding van agrarische bedrijven in het plangebied leidt tot een toename van stikstofuitstoot. Er wordt daarom een passende beoordeling opgesteld. Deze leidt ook tot de verplichting een plan-m.e.r.-procedure te doorlopen. Samenvattende conclusie ten aanzien van m.e.r. Samengevat kan gesteld worden dat het Bestemmingsplan Buitengebied Oss - 2019 voorziet in (agrarische) ontwikkelingen, waarvoor verplichtingen ten aanzien van een m.e.r. bestaan. Aangezien het bestemmingsplan hiervoor kaderstellend is en ook omdat in het kader van het bestemmingsplan een passende beoordeling moet worden opgesteld, betekent dit dat een planm.e.r. procedure moet worden doorlopen. Scopeplan-m.e.r.: onderzoek op gebiedsniveau, niet op inrichtingsniveau In de plan-m.e.r.-procedure wordt het gehele plangebied en de effecten van ontwikkelingen binnen het bestemmingsplan beschouwd. De focus ligt echter op die gebieden, waar ontwikkelingen mogelijk zijn en die ontwikkelingen waarvan verwacht wordt dat ze een (wezenlijk) effect hebben op de omgeving. Het effectenonderzoek wordt gedaan op het niveau van het buitengebied als geheel.
Er wordt daarom een zeker abstractieniveau gekozen. De effectenbeschouwing geeft daarmee geen gedetailleerde analyse op inrichtings-/perceelsniveau. Dit gebeurt in vervolgprocedures voor individuele ontwikkelingen.
Blad 43
Bestemmingsplan Buitengebied Oss - 2019 plan-MER projectnummer 0409304.00 9 juli 2018 Gemeente Oss
Procedure en inhoudelijke eisen aan een plan-m.e.r. Een m.e.r. bestaat uit een aantal procedurele stappen en producten. Het startdocument van de procedure is de Notitie Reikwijdte en Detailniveau, in het vervolg aangeduid met 'notitie' of ‘NRD’. Het eindproduct van de m.e.r.-procedure is een milieueffectrapport (MER). De m.e.r. procedure kent de volgende procedurele eisen: x Openbare kennisgeving van het voornemen; x Raadpleging van de betrokken bestuurlijke organen en adviseurs over de reikwijdte en het detailniveau van de m.e.r.; x Bieden van de mogelijkheid om zienswijzen in te dienen; x Advies Commissie m.e.r. over reikwijdte en detailniveau (optioneel); x Opstellen milieueffectrapport; x Openbaar maken MER en opsturen aan de wettelijke adviseurs & Commissie m.e.r; x Bieden van de mogelijkheid om zienswijzen op het MER in te dienen; x Toetsingsadvies Commissie m.e.r; x Besluit nemen inclusief motivatie hoe de m.e.r. in de planvorming is betrokken en bekendmaking besluit; x Evaluatie van effecten tijdens en na realisatie.
Conform artikel 7.7 van de Wet milieubeheer bevat een plan- MER tenminste een beschrijving van: x hetgeen met de voorgenomen activiteit wordt beoogd (probleem en/of doelstelling); x de voorgenomen activiteit en redelijkerwijs te beschouwen alternatieven; x overzicht van eerder vastgestelde plannen (beleidskader); x de bestaande toestand van het milieu alsmede de te verwachten ontwikkeling (referentiesituatie ofwel huidige situatie en autonome ontwikkeling van het studiegebied); x de gevolgen van de voorgenomen activiteit voor het milieu en een vergelijking van de gevolgen met de bestaande toestand (effecten); x van maatregelen om belangrijke nadelige gevolgen op het milieu te voorkomen (mitigerende maatregelen), te beperken of zoveel mogelijk teniet te doen; x een overzicht van leemten in kennis; x Samenvatting. Conform artikel 1.1, lid 2 lid onder a van de Wet milieubeheer worden onder gevolgen voor het milieu in ieder geval verstaan: “gevolgen voor het fysieke milieu, gezien vanuit het belang van de bescherming van mensen, dieren, planten en goederen, van water, bodem en lucht en van landschappelijke, natuurwetenschappelijke en cultuurhistorische waarden en van beheersing van het klimaat, alsmede de relaties ertussen”.
Blad 44
Bestemmingsplan Buitengebied Oss - 2019 plan-MER projectnummer 0409304.00 9 juli 2018 Gemeente Oss
Sinds de wijziging van de Wet milieubeheer (mei 2017) is hier in artikel 7.1 lid 6 aan toegevoegd: In afwijking van artikel 1.1, tweede lid, onder a, onder gevolgen voor het milieu verstaan gevolgen voor het fysieke milieu, waaronder de kwetsbaarheid voor risico’s op zware ongevallen of rampen, gezien vanuit het belang van de bescherming van: 1. de bevolking en de menselijke gezondheid; 2. de biodiversiteit, met bijzondere aandacht voor op grond van de Flora- en faunawet en de Wet Natuurbescherming beschermde habitats en soorten; 3. land, bodem, water, lucht en klimaat; 4. materiële goederen, het cultureel erfgoed en het landschap; 5. de samenhang tussen de onder a tot en met d genoemde factoren.
De plan-m.e.r.-procedure Kennisgeving De kennisgeving is het bekend maken van het voornemen voor het ruimtelijk plan met de daarbij horende m.e.r. procedure aan een ieder die met de plannen te maken gaat krijgen of die hierin geïnteresseerd is. Voor het Bestemmingsplan Buitengebied Oss – 2019 is kennisgegeven van het project en de start van de m.e.r.-procedure. Conform wettelijke eisen is in de kennisgeving aangegeven: x Aankondiging besluit en m.e.r.-procedure; x Welke stukken, waar en wanneer ter inzage; x Wie mag wanneer en op welke manier zienswijzen inbrengen; x Dat geen advies van de commissie m.e.r. is gevraagd. Raadpleging Na de kennisgeving heeft raadpleging plaatsgevonden. Raadpleging is het inwinnen van advies over de effecten die moeten worden beschouwd in het plan-MER en op welke wijze het detailniveau moet worden beschreven. De raadpleging is gekoppeld aan het vooroverleg in het kader van het voorontwerp bestemmingsplan. Hiervoor worden door de gemeente Oss de volgende bestuurlijke en maatschappelijke organisaties geraadpleegd: x Provincie Noord-Brabant; x Omliggende gemeenten; x Ministeries; x Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE); x Ministerie van Defensie; x Rijkswaterstaat; x Waterschap x Brandweer (regionaal). De gemeente Oss heeft er voor gekozen de betrokken bestuurlijke instanties te raadplegen door middel van de Notitie Reikwijdte en Detailniveau.
Blad 45
Bestemmingsplan Buitengebied Oss - 2019 plan-MER projectnummer 0409304.00 9 juli 2018 Gemeente Oss
Ter inzage legging De Notitie Reikwijdte en Detailniveau, die voorafgaand aan dit MER geschreven is, heeft van 12 mei 2016 tot en met 22 juni 2016 zes weken ter inzage gelegen. Eenieder is gelegenheid geboden hierop een zienswijze in te dienen. Er zijn geen reacties op het NRD ontvangen. Er zijn wel twee inhoudelijke vragen gesteld over het voorontwerp-bestemmingsplan ‘Buitengebied Oss - 2016’: x Motivatie van de in het voorontwerpbestemmingsplan voorgestelde stikstofmaatregel; x Motivatie van de in het voorontwerpbestemmingsplan voorgestelde beperking uitbreidingsmogelijkheden pluimveehouderij. Dit MER bevat de gevraagde motivatie: stikstof in paragraaf 5.2.1 (effecten op Natura 2000gebiedenen bijlage 3 Passende beoordeling) en beperking pluimveehouderij in paragraaf 5.4.2 (luchtkwaliteit) en 5.4.3.(gezondheid). Verder zijn er ook vragen gesteld om bepaalde afwegingen en onderwerpen in het MER mee te nemen Insprekers vragen om in het plan-MER nader te onderzoeken welke verschillende mogelijkheden er juridisch zijn om het volgens de Natuurbeschermingswet 1998 vergunde recht en de ontwikkelingsmogelijkheden die het PAS biedt, te integreren in de planregels. En hierbij ook aandacht te besteden aan de extra lasten voor bedrijven. In het inspraakverslag is hierover het volgende opgenomen: “De gevraagde afweging hoort niet in een MER thuis.
Het MER met de bijbehorende milieuonderzoeken toont alleen aan dat een stikstof-/ammoniakmaatregel in het bestemmingsplan nodig is. In de toelichting bij het bestemmingsplan en in de besluitvorming over het bestemmingsplan, motiveren wij en de gemeenteraad de afweging hoe we hier in het bestemmingsplan mee omgaan”. De mogelijkheden om vergunde rechten en/of ontwikkelingsmogelijkheden die het PAS biedt op te nemen in het bestemmingsplan is aan wettelijke regels en jurisprudentie gebonden. Natuurbeschermingswetvergunningen (tot 1 januari 2017) en Wet natuurbescherming vergunningen (na 1 januari 2018) kunnen conform jurisprudentie als basis voor het vergunde stikstofrecht dienen (in plaats van feitelijk bestaand) te zien als ze : - Onherroepelijk zijn. Vergunningen in procedure zijn nog niet afgewogen en geven juridisch gezien (nog) geen recht) - 1 op 1 overgenomen zijn in het bestemmingsplan: aan te tonen door in het bestemmingsplan een lijst met de vergunningen op te nemen - ze voorzien zijn van een passende beoordeling. Hetzelfde geldt, conform jurisprudentie, ook voor zogenaamde aangehaakte vergunningen Of meldingen hetzelfde recht hebben als vergunningen is nog niet bevestigd in jurisprudentie. Hetzelfde geldt voor ontwikkelingen waarvoor geen melding hoeft te worden gedaan en geen vergunning te worden aangevraagd (omdat het effect kleiner is dan 0,05 mol/ha/jaar).
Deze kunnen daarom nog niet juridisch robuust in de planregeling worden opgenomen. Nog niet onherroepelijk vergunden stikstofruimte uit het PAS kan niet opgenomen worden in de planregeling. Voor deze ontwikkelingen is nog niet duidelijk of ten tijde van aanvraag stikstofruimte (nog) beschikbaar is. De raad kan hierdoor niet bij vaststelling borgen dat er geen effect optreedt, iets wat juridisch niet mag (vaste jurisprudentie).
Blad 46
Bestemmingsplan Buitengebied Oss - 2019 plan-MER projectnummer 0409304.00 9 juli 2018 Gemeente Oss
Advies Commissie m.e.r De gemeente heeft besloten de Commissie m.e.r. niet in het voortraject te raadplegen over reikwijdte en detailniveau. De ontwikkelingsmogelijkheden in het bestemmingsplan zijn relatief beperkt. Daarnaast is de gemeente van mening voldoende inzicht te hebben in de te onderzoeken aspecten en aandachtspunten ten behoeve van de afweging en besluitvorming. Aanpassingen MER ten opzichte van NRD Het MER volgt grotendeels de aanpak zoals gepresenteerd in de NRD. Een aantal aspecten is aangepast naar aanleiding van voortschrijdend inzicht: x Het overzicht van agrarische bedrijven is gecheckt en geactualiseerd. x Op verzoek van de gemeenteraad zijn gezondheidsaspecten als geur, fijn stof en endotoxinen berekend. x De herzieningen in 2016 en 2017 van de provinciale Structuurvisie ruimtelijke ordening en Verordening ruimte zijn betrokken.
Vervolg plan-m.e.r. procedure Op basis van het VOBP, de NRD en de reacties op het VOBP die betrekking hebben op milieuonderwerpenis dit plan-MER opgesteld.
Vertrekpunt voor het MER Het voorontwerp-bestemmingsplan en de reacties erop zijn de basis voor het voorliggend milieueffectrapport (MER)
In het rapport zijn de resultaten van de verschillende onderzoeken opgenomen en zijn de effecten op de verschillende milieuthema's beschreven. Het plan-MER wordt na afronding gekoppeld aan de procedure van het ontwerp bestemmingsplan. Het plan-MER richt zich met name op die milieueffecten die relevant zijn voor de ontwikkelingen zoals die worden vastgelegd in het gekoppelde bestemmingsplan. Het plan-MER worden na vrijgave door het bevoegd gezag samen met het ontwerp bestemmingsplan gepubliceerd en zes weken ter inzage gelegd. Eenieder kan in deze periode een reactie geven op het plan-MER en het ontwerp bestemmingsplan. De in het kader van de NRD benaderde betrokken bestuurlijke partijen worden apart aangeschreven voor een reactie op het plan-MER. Ook wordt de Commissie m.e.r., een onafhankelijk toetsende commissie, gevraagd om een toetsingsadvies uit te brengen op het planMER. De reacties en adviezen worden door bevoegd gezag in de verdere bestemmingsplanprocedure meegenomen.
Blad 47
Bestemmingsplan Buitengebied Oss - 2019 plan-MER projectnummer 0409304.00 9 juli 2018 Gemeente Oss
1.3
Leeswijzer Hoofdstuk twee (en bijlage 1) van dit MER gaat in op het voor het bestemmingsplan ‘Buitengebied Oss – 2019’ relevante beleidskader. De referentiesituatie komt in hoofdstuk drie aan bod en wordt gevolgd door een beschrijving van de voorgenomen activiteiten in hoofdstuk vier. Naast de voorgenomen activiteiten wordt in dit hoofdstuk beschreven hoe in dit MER met alternatieven is omgegaan. Vervolgens wordt in hoofdstuk vijf beschreven welke effecten de voorgenomen activiteiten hebben. Het MER wordt besloten met een slotbeschouwing/conclusie in hoofdstuk 6. In de bijlagen wordt achtergrondinformatie gegeven (beleidskader, gezondheidsaspecten in het buitengebied, de passende beoordeling en berekeningen van geur, fijn stof, stikstof en endotoxinen). In dit MER wordt een aantal termen veelvuldig gebruikt. x m.e.r. staat voor milieueffectrapportage en wordt gebruikt om de procedure aan te duiden; x MER staat voor milieueffectrapport, een belangrijk onderdeel van de m.e.r.-procedure; x Plangebied is het gebied dat ruimtelijk-planologisch wordt vastgelegd in het bestemmingsplan ‘Buitengebied Oss – 2019’; x Studiegebied is het gebied waar de voorgenomen activiteiten effecten hebben.
De omvang van het studiegebied varieert per thema: voor een aantal criteria is het studiegebied sec het gebied van de ontwikkeling zelf, voor andere criteria kan sprake zijn van uitstralingseffecten en is het studiegebied groter.
Blad 48
Bestemmingsplan Buitengebied Oss - 2019 plan-MER projectnummer 0409304.00 9 juli 2018 Gemeente Oss
2
Beleidskader
2.1
Overzicht beleidskader Er zijn diverse beleidskaders relevant voor het plan-MER. In bijlage 1 van dit plan-MER worden de belangrijkste beleidskaders toegelicht, voor zover relevant geacht voor dit plan-MER bij het bestemmingsplan ‘Buitengebied Oss – 2019’. In dit hoofdstuk wordt samengevat ingegaan op de belangrijkste beleidskaders: x Europese en nationale natuurwetgeving; x provinciale Structuurvisie ruimtelijke ordening en Verordening ruimte; x gemeentelijk ruimtelijk beleid. Tabel 2.1: Beleidskader
Beleidsniveau
Kader
Europees
Habitatrichtlijn, Vogelrichtlijn, Verdragen van Bonn en Bern Europese Kaderrichtlijn Water, Verdrag van Malta Wetten: Wet op de ruimtelijke ordening, Wet milieubeheer, Wet bodembescherming, Wet geluidhinder, Erfgoedwet, Wet Natuurbescherming, Wet luchtkwaliteit, Waterwet, Wet vervoer gevaarlijke stoffen, Wet geurhinder en veehouderij, Wet ammoniak en veehouderij Besluiten: Besluiten Externe veiligheid (inrichtingen, buisleidingen, vervoer gevaarlijke stoffen), Nationaal Bestuursakkoord Water, Besluit en Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Barro, Rarro), NSL, PAS Nota's: Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte, Nationaal Milieubeleidsplan, Nota waterbeleid 21e eeuw, Nationaal Waterplan Structuurvisie Ruimtelijke Ordening (2017) Verordening ruimte (2017) Provinciale Verordening natuurbescherming (2017) Provinciaal Milieu- en Waterplan 2016-2021 (2015) Cultuurhistorische Waardenkaart (2010) Handreiking Kwaliteitsverbetering Landschap (2012) Structuurvisie Buitengebied (2015) Toekomstvisie Oss op weg naar 2020 (2004) Structuurvisie Oss 2020 Nota Landschapsbeleid 2015 Erfgoednota Geurgebiedsvisie 2013 Mobiliteitsvisie Gemeentebrede energievisie (2017) Externe veiligheidsbeleid (2017)
Nationaal
Provinciaal en regionaal
Lokaal
Blad 49
Bestemmingsplan Buitengebied Oss - 2019 plan-MER projectnummer 0409304.00 9 juli 2018 Gemeente Oss
2.2
Europees beleid Natura 2000 / Wet Natuurbescherming Om bijzondere natuur te behouden, heeft de Europese Unie het initiatief genomen voor Natura 2000: een netwerk van Europese natuurgebieden. Nederland kent een internationale verantwoordelijkheid voor de Nederlandse Natura 2000-gebieden. Een Natura 2000-gebied is gebaseerd op de Vogelrichtlijn of de Habitatrichtlijn. Dit zijn twee richtlijnen van de Europese Unie die in Nederland zijn verwerkt in de Wet natuurbescherming. De Vogelrichtlijn heeft als doel de bescherming van alle in het wild levende vogelsoorten en hun leefgebied binnen het gebied van de EU. Het doel van de Habitatrichtlijn is het behoud van de totale biologische diversiteit van natuurlijke en half natuurlijke habitatten en wilde flora en fauna in de EU. Nederland kent ca. 160 Natura 2000-gebieden. Activiteiten gelegen in of in de omgeving van Natura 2000-gebieden kunnen een negatief effect hebben op de natuurwaarden. Ook activiteiten die zich (ver) buiten een Natura 2000-gebied afspelen, kunnen mogelijk schade aanbrengen. De Wet natuurbescherming-wet bepaalt dat activiteiten geen significante negatieve effecten mogen hebben op Natura 2000-gebieden. Vergunningen voor dergelijke activiteiten mogen niet zondermeer worden gegeven, plannen die kader stellend zijn voor dergelijke activiteiten mogen niet zondermeer worden vastgesteld.