Bijlage 2A Toelichting - bijlage 23 Nota van inspraak en vooroverleg voorontwerpbestemmingsplan 'Buitengebied Oss - 2017'
Tekst van het document
Pagina 23 van 215
de overhand hebben. Het geheel bebouwen van het perceel doet afbreuk aan de ruimtelijke kwaliteit en vinden wij daarom ruimtelijk niet wenselijk. Wel vinden wij het gedeeltelijk bebouwen van het perceel, na de sloop van een substantiële hoeveelheid agrarische bebouwing op een relevante locatie, onder voorwaarden bespreekbaar. Ongeveer 2/3 van het perceel moet daarbij het groene en open karakter behouden, en de ruimtelijke kwaliteit ter plaatse moet worden versterkt. Wij hebben met inspreker overleg gehad over het verzoek. Dit heeft tot op heden niet geleid tot een goedgekeurd onderbouwd plan. Wij verlenen nu dan ook geen medewerking aan een woningbouwontwikkeling op dit perceel.
Pagina 24 van 215
Inspraakreactie 6 Samenvatting inspraakreactie Volgens inspreker is het bouwvlak van zijn agrarisch bedrijf aan de Burgemeester Van Erpstraat 70 in Berghem op twee plaatsen te klein. Daardoor valt er bestaande bebouwing buiten. Besluit Wij vinden de inspraakreactie gegrond. Wijzigingen in ontwerpbestemmingsplan Wij vergroten het bouwvlak van het agrarisch bedrijf aan de Burgemeester Van Erpstraat 70 in Berghem dusdanig dat het bouwvlak gelijk is aan dat in het bestemmingsplan dat nu geldt. Tegelijkertijd verkleinen wij het bouwvlak aan de zuidzijde, zodat het bouwvlak per saldo even groot blijft. Toelichting van burgemeester en wethouders Inspreker vraagt om twee perceelsgedeelten binnen het bouwvlak te leggen. Het gaat om een bestaand gebouw van 12 x 8 m en om een deel van de woning, die beiden eigendom zijn van inspreker. In het geldende bestemmingsplan ‘Buitengebied Oss – 2010’ liggen deze perceelsgedeelten binnen de naburige bestemming ‘Wonen’. Of er destijds, in 2010, een fout gemaakt is, is op dit moment niet meer te achterhalen. In ieder geval is dit bestemmingsplan onherroepelijk en moeten we uitgaan van de juistheid daarvan. Wij zijn bereid om ambtshalve deze perceelsgedeelten binnen het agrarisch bouwvlak te leggen, maar wel onder de voorwaarde dat er geen sprake mag zijn van een vergroting van het bouwvlak. Aan de zuidzijde verkleinen wij dan ook het bouwvlak.
Pagina 25 van 215
Inspraakreactie 7 Samenvatting inspraakreactie Op het perceel gemeente Ravenstein, sectie G, nummer 1013 (Erfdijk 27) is een recreatiewoning aanwezig. Deze is tot een omvang van 100 m² positief bestemd. De bestaande oppervlakte (sinds de jaren ’60, ’70) is echter 135 m², inclusief veranda en entree. Inspreker vraagt onder verwijzing naar een rapport om de bestaande oppervlakte positief te bestemmen. Als dit niet gebeurt, acht inspreker dit in strijd met een aantal algemene beginselen van behoorlijk bestuur. Besluit Wij vinden de inspraakreactie gedeeltelijk gegrond en gedeeltelijk ongegrond. Wijzigingen in ontwerpbestemmingsplan Wij nemen in bijlage 5 bij de planregels op dat de recreatiewoning aan de Erfdijk 27 120 m² groot mag zijn. Toelichting van burgemeester en wethouders Inspreker vraagt om een oppervlakte van 135 m² toe te staan. Volgens hem is dit de bestaande oppervlakte. Maar inspreker toont dit niet aan. Integendeel, uit het door hem zelf aangeleverde rapport van Arcadis van 22 november 2011 blijkt dat de oppervlakte van de recreatiewoning 120 m² is. Daarom staan wij wel 120 m² maar geen 135 m² toe.
Pagina 26 van 215
Inspraakreactie 8 Samenvatting inspraakreactie a. Volgens het voorontwerpbestemmingsplan is de maximale inhoud van burgerwoningen 600 m3 (na binnenplanse afwijking 1.000 m3). Inspreker vindt het moeilijk om een woning van maximaal 600 m3 te ontwerpen die voldoet aan de eisen van deze tijd. Hij vraagt om een grotere inhoudsmaat rechtstreeks toe te staan. b. Het voorontwerpbestemmingsplan brengt de maximale oppervlakte vrijstaande bijgebouwen bij woningen terug tot 50 m². In de toelichting bij het voorontwerpbestemmingsplan hebben wij aangegeven dat dit verband houdt met de regeling voor vergunningsvrij bouwen uit het Besluit omgevingsrecht (Bor). Inspreker is het hier niet mee eens omdat het Bor kan wijzigen. Bovendien laat het Bor vergunningsvrij maximaal 4 m toe. Volgens inspreker is het niet mogelijk om een mooi bijgebouw te ontwerpen met deze hoogte. Daarom pleit hij voor een verhoging van de rechtstreeks toegestane oppervlakte aan bijgebouwen bij woningen. c. Artikel 20.2 onder t van de planregels laat bij burgerwoningen een maximale goothoogte van 3 m en een maximale bouwhoogte van 8 m toe. Inspreker vraagt wat hiervan de achterliggende gedachte is. Deze hoogtes zorgen volgens hem voor een rare kapvorm. Verder vindt hij 3 m als goothoogte niet meer van deze tijd. Het is bij deze hoogtes bovendien moeilijk om een ontwerp te maken dat voldoet aan het bouwbesluit.
Inspreker constateert dat het bestemmingsplan afwijking van deze goot- en bouwhoogte toestaat. Het is inspreker onduidelijk aan welke criteria hierbij getoetst wordt. Hij vraagt of de gemeente bijvoorbeeld een afsprakenkader voor kwaliteitsverbetering heeft. Besluit Wij vinden de inspraakreactie gedeeltelijk gegrond en gedeeltelijk ongegrond. Wijzigingen in ontwerpbestemmingsplan Wij laten bij woningen 100 m² vrijstaande bijgebouwen toe. Toelichting van burgemeester en wethouders Punt a De maximale inhoud van 600 m3 komt voort uit het bestaande beleid, dat is gericht op het voorkomen van verdere verstening in het buitengebied. In het buitengebied willen we nieuwe bebouwing zoveel mogelijk tegengaan. Alleen in uitzonderingsgevallen laten wij nieuwe woningen toe, met een maximale inhoud van 600 m3. Wij zien geen aanleiding om deze maat te verruimen. Binnen deze maat moet het mogelijk zijn om een woning te ontwerpen die voldoet aan de eisen van de tijd. De gemiddelde gezinskoopwoning in Nederland is ongeveer 550 m3. Met deze inhoudsmaat zijn tot dusver tal van andere goede woningen ontworpen met een compleet woonprogramma. Bovendien kunnen wij met een afwijkingsprocedure onder voorwaarden een ruimere maat toestaan. Punt b Zie hoofdstuk VIII. Punt c Wij hebben het buitengebied onderverdeeld in vijf landschapstypen. Elk landschapstype heeft specifieke kwaliteiten.
In het komgebied zijn de openheid en strakke belijning van wegen en kavels beeldbepalend. Op de oeverwal is een halfopen landschap met gebogen wegen en wisselende zichtlijnen karakteristiek. Op de dekzandrand is ook sprake van een halfopen landschap, met over het algemeen strakke noord-zuidgerichte lijnen. De dekzandrug bestaat deels uit kleinschalig halfopen kampenlandschap en bossen. De uiterwaard heeft een open tot halfopen karakter. In de uiterwaard komt vrijwel geen bebouwing voor. De bebouwing moet passen binnen de kwaliteiten van het landschap. Gezien de specifieke kwaliteiten past in het komgebied een meer zakelijke, eenvoudige en robuuste bouwmassa. In de overige landschapstypen vinden wij kleinschalige bebouwing gewenst. Daarom maken wij onderscheid in bouwhoogtes binnen de verschillende landschapstypen. In de uiterwaarden, op de oeverwal, op de dekzandrand en op de dekzandrug zijn de mogelijkheden voor wat betreft goot- en bouwhoogte dus beperkter dan in het komgebied.
Pagina 27 van 215
Gelet op het voorgaande handhaven wij de rechtstreekse bouwmogelijkheden uit het voorontwerpbestemmingsplan. Met een afwijkingsprocedure kunnen wij een grotere gooten/of bouwhoogte toestaan. Het voorontwerpbestemmingsplan bevat hiervoor al een afwijkingsregeling. De voorwaarden van toepassing hiervoor staan in artikel 20.3.2 van de planregels. Enkele kenmerken voor bebouwing in een landelijke omgeving zijn de lage goothoogte en de relatief hoge nokhoogte. Deze woningen met een landelijke uitstraling hebben vaak een grote gesloten kap op een langgerekt bouwvolume. Wij hanteren hiervoor als basis een goothoogte van 3 meter en een bouwhoogte van 8 meter. Zo zijn we er zeker van dat er in het buitengebied op een passende manier wordt gebouwd. Voor specifieke situaties kan er een uitzondering worden gemaakt, waarbij bijvoorbeeld een hogere goothoogte wordt toegestaan. Of wij dit toestaan, hangt sterk af van de locatie en de directe omgeving waarin de woning staat. Hierbij kijken wij goed naar de eventuele buurpanden of bijzondere landschappelijke kenmerken. Of er een rare kapvorm ontstaat hangt sterk af van de verhouding tussen lengte, breedte en hoogte. Een nokhoogte van 8 meter is niet verplicht; de hoogte mag ook lager zijn dan 8 meter. Goothoogtes lager dan 3 meter worden ook nog steeds toegepast. Het bouwbesluit geeft een minimale doorgangshoogte aan van 2,3 meter.
Bij een goothoogte van 3 meter is deze minimale doorgangshoogte gemakkelijk te maken. Maar een hogere doorgangshoogte dan 2,3 meter is ook goed mogelijk bij een goothoogte van 3 meter.
Pagina 28 van 215
Inspraakreactie 9 Samenvatting inspraakreactie In 2014 hebben wij voor het perceel Heuvelstraat 7 in Herpen het wijzigingsplan ‘Wijziging 3 Bestemmingsplan Buitengebied Oss – 2010’ vastgesteld. Het voorontwerpbestemmingsplan beperkt de maximale goothoogte (3 m), bouwhoogte (8 m) en oppervlakte vrijstaande bijgebouwen (50 m²) ten opzichte van het wijzigingsplan. Inspreker maakt hier bezwaar tegen. Besluit Wij vinden de inspraakreactie gegrond. Wijzigingen in ontwerpbestemmingsplan Wij laten bij de woningen aan de Heuvelstraat 7 in Herpen een goot- en bouwhoogte toe van respectievelijk 6 en 10 meter. Wij laten bij woningen 100 m² vrijstaande bijgebouwen toe. Toelichting van burgemeester en wethouders Het nu geldende bestemmingsplan (uit 2010) laat een goot- en bouwhoogte toe van 6 respectievelijk 10 m. Het voorontwerpbestemmingsplan laat een goot- en bouwhoogte toe van 3 respectievelijk 8 meter. Artikel 36.1 van de planregels regelt normaal gesproken dat bestaande afwijkende situaties mogen blijven bestaan. In dit geval zijn de woningen echter nog niet gebouwd. Er is dus geen sprake van een bestaande situatie, en dus is artikel 36.1 hier niet van toepassing. Wij zien geen reden waarom wij de goot- en bouwhoogte zouden verlagen ten opzichte van wat wij in 2014 nog aanvaardbaar vonden.
Daarom nemen wij in het ontwerpbestemmingsplan een goot- en bouwhoogte op van 6 respectievelijk 10 m. Zie verder hoofdstuk VIII.
Pagina 29 van 215
Inspraakreactie 10 Samenvatting inspraakreactie Volgens inspreker wordt de bedrijfswoning aan de Herstraat 2 in Macharen al sinds 2003 feitelijk niet bedrijfsmatig maar particulier gebruikt. Hij vraagt om de bestemming hierop aan te passen. Besluit Wij vinden de inspraakreactie ongegrond. Wijzigingen in ontwerpbestemmingsplan Geen. Toelichting van burgemeester en wethouders De bestemming van de woning als bedrijfswoning is gelijk aan die in het bestemmingsplan dat nu geldt (2010) en die in het bestemmingsplan dat daarvóór gold (1999). De eigendom van de woning is in 2006 afgesplitst van die van het agrarische bedrijf. Een bestemmingsplan regelt echter niet de eigendomsverhoudingen maar de ruimtelijke situatie. En ruimtelijk gezien hoort de woning nog steeds bij het bedrijf. Inspreker heeft dus een bedrijfswoning gekocht. Het omzetten hiervan in een burgerwoning is in strijd met de Verordening ruimte Noord-Brabant. Afsplitsing van een woning van het bedrijf komt juridisch neer op nieuwvestiging van een burgerwoning. Dat de woning al sinds 2003 als burgerwoning wordt gebruikt, maakt dit niet anders. Dat gebruik was immers in strijd met het geldende bestemmingsplan en dus illegaal. Aan illegaal gebruik kan verzoeker geen rechten ontlenen. Eventueel kunnen wij de bedrijfswoning als ‘plattelandswoning’ aanwijzen. De bedrijfswoning mag dan worden gebruikt als burgerwoning.
Wij wijzen een woning niet uit ons zelf aan als plattelandswoning. Wij doen dat alleen als inspreker daar om vraagt, en zijn verzoek onderbouwt. Hij moet dan voldoen aan het huidige beleid hiervoor. Onder andere moet verzoeker aantonen dat er geen milieuhygiënische bezwaren zijn. En hij moet een overeenkomst sluiten met de gemeente waarin afspraken worden gemaakt over planschade en plankosten. In het voorontwerpbestemmingsplan hebben wij een binnenplanse afwijkingsregeling opgenomen voor de plattelandswoning. Als aan de criteria hiervan wordt voldaan, kan ons college medewerking verlenen aan een plattelandswoning. Wij hebben inspreker per e-mail in overweging gegeven om te zijner tijd, na inwerkingtreding van dit bestemmingsplan, een verzoek in te dienen om medewerking te verlenen aan een plattelandswoning met deze binnenplanse afwijkingsmogelijkheid. Wij kunnen in dit bestemmingsplan de door inspreker gevraagde plattelandswoning niet opnemen omdat het verzoek niet is onderbouwd met een ruimtelijke onderbouwing.
Pagina 30 van 215
Inspraakreactie 11 Samenvatting inspraakreactie Inspreker vraagt om een minder diep maar aan de rechterzijde verbreed bouwvlak van zijn agrarische bedrijf aan de Hoogoordstraat 18 in Macharen. Het achterste deel van het hem toegekende bouwvlak ligt namelijk op gronden van derden. Besluit Wij vinden de inspraakreactie gegrond. Wijzigingen in ontwerpbestemmingsplan Wij passen het agrarisch bouwvlak van inspreker aan. Wij schrappen het deel dat niet op insprekers grond ligt, en voegen dat toe aan de noordkant van het bouwvlak. Toelichting van burgemeester en wethouders Een deel van het agrarisch bouwvlak van inspreker ligt aan de achterzijde inderdaad op grond van derden. Wij vinden het uit ruimtelijk oogpunt wenselijk om het bouwblok zo smal mogelijk te houden, zodat er vanaf de Hoogoordstraat zoveel mogelijk zicht op de omgeving in westelijke richting is. We willen het zicht op de komgronden zo open mogelijk houden. Hier is de verkavelingsrichting oostwest gericht, met lang, smalle percelen. Omdat deze eigendomssituatie hier al lang aanwezig is, het hier om een in verhouding geringe aanpassing gaat en er geen belangen van derden in het geding zijn, stemmen wij in met het verzoek van inspreker.
Pagina 31 van 215
Inspraakreactie 12 Samenvatting inspraakreactie Inspreker heeft in 2014 en 2015 verzocht om herziening van de bestemming (van een agrarisch naar een agrarisch-technisch bedrijf) van het perceel Langendonkweg 1-3 in Oss. Wij hebben hiermee uiteindelijk ingestemd. Inspreker vraagt om de beoogde bestemmingsherziening mee te nemen in het ontwerpbestemmingsplan. Hij verwijst naar een door hem opgestelde ruimtelijke onderbouwing. Besluit Wij vinden de inspraakreactie ongegrond. Wijzigingen in ontwerpbestemmingsplan Geen. Toelichting van burgemeester en wethouders Wij hebben het verzoek van inspreker en de door hem ingediende ruimtelijke onderbouwing beoordeeld. Deze beoordeling hebben wij aan inspreker gezonden. Vervolgens hebben wij ook overleg gehad met inspreker hierover. In het algemeen zien wij mogelijkheden voor een functieverandering van dit agrarisch bedrijf. Dat bleek ook al uit de eerdere beoordeling van het verzoek. Wel moet inspreker de functiewijziging onderbouwen met een goede ruimtelijke onderbouwing. Daarvan is op dit moment nog geen sprake. Inspreker is hiervan op de hoogte, maar heeft de ruimtelijke onderbouwing op de betreffende aspecten niet aangevuld. Wij kunnen dit plan dan ook niet meenemen als ontwikkeling in het ontwerpbestemmingsplan.
Pagina 32 van 215
Inspraakreactie 13 Samenvatting inspraakreactie Inspreker heeft begin 2016 een principeverzoek ingediend voor de verruiming van de woonbestemming voor zijn woning aan de Bergstraat 2 in Geffen. Wij hebben met dat verzoek geen rekening gehouden in het voorontwerpbestemmingsplan. Inspreker vraagt om alsnog een verruimde woonbestemming in het bestemmingsplan op te nemen. Besluit Wij vinden de inspraakreactie gegrond. Wijzigingen in ontwerpbestemmingsplan Wij nemen de gevraagde bestemmingsverruiming op. Toelichting van burgemeester en wethouders In het voorontwerpbestemmingsplan hebben wij, anders dan inspreker stelt, het bestemmingsvlak ‘Wonen’ alvast opgenomen zoals hij verzocht heeft. Wij hebben dit bestemmingsvlak ook aangeduid als ‘voorgenomen ontwikkeling’. In een brief aan inspreker van 12 mei 2016 hebben wij uitgelegd dat dit inhoudt dat wij het verzoek nog inhoudelijk moesten beoordelen. Dat hebben wij inmiddels gedaan. Wij gaan akkoord met dat plan. Daarom nemen wij de gevraagde bestemmingsverruiming ook op in het ontwerpbestemmingsplan. Overigens hebben wij deze ontwikkeling meegenomen in een apart bestemmingsplan. Dit is het bestemmingsplan ‘Ontwikkelingenplan Buitengebied Oss – 2018’. In de procedure voor dat plan hebben wij inspreker al geïnformeerd over de wijze waarop wij zijn opmerkingen in de planvorming betrekken.
Pagina 33 van 215
Inspraakreactie 14 Samenvatting inspraakreactie a. Inspreekster heeft een agrarisch bedrijf aan de Leiweg 16 in Geffen. Voor deze locatie kent het voorontwerpbestemmingsplan de functieaanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch – veehouderij’. Volgens de planregels mag de bestaande oppervlakte voor zover in gebruik voor niet-grondgebonden veehouderij niet worden vergroot. Inspreekster vindt dit in strijd met de Verordening ruimte 2014; deze bepaalt dat ook vergunde bebouwing mag worden gebruikt voor niet-grondgebonden veehouderij. b. Het aantal bedrijven met meer dan 250 stuks pluimvee mag volgens de planregels niet meer bedragen dan 2,9 per vierkante kilometer. Volgens inspreekster is niet duidelijk hoe die vierkante kilometer bepaald wordt. Zij acht deze bepaling bovendien onaanvaardbaar. Het gevolg ervan kan zijn dat een neventak pluimveehouderij of het biologisch houden van kippen bij een ander bedrijf bestaande pluimveehouderijen op slot kan zetten. Verder blijkt niet op welk onderzoek de norm van 2,9 is gebaseerd. Tot slot wijst inspreekster erop dat het aantal bedrijven altijd een veelvoud van 1 is. c. De bestaande ammoniakemissie per agrarisch bedrijf mag niet toenemen. Dit acht inspreekster niet in overeenstemming met de Programmatische Aanpak Stikstof. Die biedt ontwikkelingsmogelijkheden voor veehouderijbedrijven.
Inspreekster vindt het merkwaardig dat het bestemmingsplan op dit punt strenger is. Het voorontwerpbestemmingsplan voorziet bovendien niet in een afwijkingsmogelijkheid, ook niet voor situaties waarin een bedrijf voldoet aan de Brabantse Zorgvuldigheidsscore. d. Het voorontwerpbestemmingsplan maakt in de verbeelding niet duidelijk welke agrarische bedrijven grondgebonden of niet-grondgebonden zijn. Daardoor ontbreekt een formeel-juridische koppeling tussen de verbeelding en de planregels. Inspreekster vindt dat hierdoor de rechtszekerheid van bedrijven in het geding is, ondanks de definities in het voorontwerpbestemmingsplan. e. Het voorontwerpbestemmingsplan vergroot het bestemmingsvlak voor het bouwbedrijf aan de Heesterseweg 45 in Geffen fors. Het voorontwerpbestemmingsplan bevat hiervoor geen ruimtelijke onderbouwing. In strijd met de Verordening ruimte 2014 gaat deze ontwikkeling ook niet gepaard met een kwaliteitsverbetering van het landschap. Inspreekster wijst er verder op dat het bedrijf een positief bestemde houtwal heeft gekapt. Ook daarom begrijpt zij de vergroting van het bestemmingsvlak niet. f. Verder begrijpt inspreekster niet waarom het bouwbedrijf aan de Heesterseweg 45 de functieaanduiding ‘specifieke vorm van bedrijf - niet-agrarisch-technisch hulpbedrijf en niet-agrarisch verwant bedrijf’ heeft.
Besluit Wij vinden de inspraakreactie gedeeltelijk gegrond en gedeeltelijk ongegrond. Wijzigingen in ontwerpbestemmingsplan Wij nemen in het bestemmingsplan een regeling voor vergunde maar nog niet gerealiseerde bebouwing op conform de Verordening ruimte Noord-Brabant. Wij passen de regeling voor ammoniakemissie en pluimvee aan. Ambtshalve leggen wij overigens in het ontwerpbestemmingsplan veetypen vast. Deze regeling wijkt af van die in het voorontwerpbestemmingsplan. Wij verkleinen het bestemmingsvlak ‘Bedrijf’ van het bedrijf aan de Heesterseweg 45 in Geffen. Toelichting van burgemeester en wethouders Punt a Volgens artikel 25.1, eerste lid, van de Verordening ruimte Noord-Brabant is uitbreiding van een veehouderij niet toegestaan. Ook is het niet toegestaan dat de oppervlakte van gebouwen bij een dergelijke veehouderij toeneemt ten opzichte van de op 21 september 2013 legaal aanwezige of in uitvoering zijnde gebouwen, dan wel gebouwen die krachtens een omgevingsvergunning mochten worden gebouwd, dan wel gebouwen die zijn gebaseerd op een vóór 21 september 2013 ingediende volledige en ontvankelijke aanvraag voor een omgevingsvergunning. Wij hebben in het voorontwerp van dit bestemmingsplan inderdaad niet de uitzondering opgenomen dat ook vergunde, maar nog niet gerealiseerde, bebouwing als ‘bestaand’
Pagina 34 van 215
moet worden beschouwd. Daarmee wijkt ons bestemmingsplan af van de regeling in de Verordening. Dat was niet de bedoeling. Wij nemen in het bestemmingsplan dan ook een regeling voor vergunde maar nog niet gerealiseerde bebouwing op conform de Verordening. Het is overigens niet zo dat er ‘strijd’ is met de Verordening. Een bestemmingsplan mag namelijk strenger zijn dan de Verordening. Punt b Zie hoofdstuk VII. Punt c Zie hoofdstuk VI. Punt d Algemeen Het begrip ‘intensieve veehouderij’ komt in de Verordening ruimte Noord-Brabant niet meer terug. De intensieve veehouderij en de (grondgebonden) rundveehouderij vallen beide onder de definitie ‘veehouderij’. Alleen in gebieden in de zone ‘overige zone – beperking veehouderij’ is het onderscheid tussen grondgebonden en niet-grondgebonden veehouderij provinciaal gezien nog relevant. In die gebieden mag alleen grondgebonden veehouderij nog uitbreiden (evenals akkerbouwbedrijven bijvoorbeeld). Voorontwerpbestemmingsplan In het voorontwerpbestemmingsplan hebben wij ervoor gekozen om alle categorieën veehouderij (waaronder melkrundveehouderij en intensieve veehouderij) in één aanduiding ‘veehouderij’ op te nemen. Dit heeft als voordeel dat bedrijven makkelijk kunnen wisselen tussen verschillende soorten bedrijfsvoering.
In het gebied ‘overige zone – beperking veehouderij’ mogen op basis van de Verordening alleen grondgebonden bedrijven nog uitbreiden. In het voorontwerpbestemmingsplan hebben wij grondgebonden bedrijven niet apart aangeduid op de verbeelding. In plaats daarvan hadden wij in artikel 3.4 van de planregels geregeld dat alleen grondgebonden bedrijven mochten uitbreiden. Wij zijn het dan ook niet eens met inspreekster dat een formeel-juridische koppeling tussen de verbeelding en de planregels in het voorontwerpbestemmingsplan ontbreekt. Wij delen dan ook niet haar mening dat hierdoor de rechtszekerheid van bedrijven in het geding is. Ontwerpbestemmingsplan In het ontwerpbestemmingsplan nemen wij overigens een andere regeling op. In het ontwerpbestemmingsplan leggen wij veetypen vast. Wij verwijzen naar de toelichting van het bestemminsplan voor een toelichting hierop. Punt e Wij hebben in het voorontwerpbestemmingsplan per ongeluk de bedrijfsbestemming vergroot. Deze fout herstellen wij in het ontwerpbestemmingsplan. Overigens constateren wij dat het gedeelte van de houtwal dat is gekapt buiten de aanduiding ‘groen’ ligt. Voor het kappen van deze houtwal was echter wel een omgevingsvergunning nodig. Wij hebben hier geen omgevingsvergunning voor verleend. Wij kunnen hier ook geen omgevingsvergunning voor verlenen.
Wij zullen los van deze bestemmingsplanprocedure nog bezien of wij handhavend zullen optreden tegen het kappen van de houtwal. Punt f Wij onderscheiden binnen de bestemming ‘Bedrijf’ 2 categorieën bedrijven: • de categorie ‘agrarisch-technische hulpbedrijven en agrarisch verwante bedrijven’, en • de categorie overige bedrijven, dat wil zeggen: niet-agrarisch-technische hulpbedrijven en niet-agrarisch verwante bedrijven Onder een agrarisch-technisch hulpbedrijf verstaan wij: een bedrijf dat geheel of in overwegende mate gericht is op het leveren van goederen en diensten aan agrarische bedrijven of dat agrarische producten bewerkt, vervoert of verhandelt, zoals loonwerkbedrijven, bedrijven voor mestopslag en handel, veetransport en veehandel, met uitzondering van mestbewerking en bedrijven die uitsluitend administratieve werkzaamheden verrichten en/of administratieve dienstverlening aanbieden.
Pagina 35 van 215
Onder een agrarisch verwant bedrijf verstaan wij: een bedrijf dat geheel of in overwegende mate gericht is op het verlenen van diensten aan particulieren of nietagrarische bedrijven waarbij gebruikt gemaakt wordt van het telen van gewassen, het houden van dieren of het toepassen van andere land-, bos- of natuurbouwkundige methoden, met uitzondering van mestbewerking. Het bedrijf aan de Heesterseweg 45 is niet een agrarisch-technisch hulpbedrijf of een agrarisch verwant bedrijf. Het valt dus onder de categorie ‘niet-agrarisch-technische hulpbedrijven en niet-agrarisch verwante bedrijven’.
Pagina 36 van 215
Inspraakreactie 15 Samenvatting inspraakreactie In 2014 heeft inspreker een principeverzoek ingediend voor splitsing van zijn bedrijfskavel aan de Meester Van Coothstraat 46 in Lith. Wij hebben dit verzoek afgewezen en dus niet vertaald in het voorontwerpbestemmingsplan. Inspreker begrijpt onze argumenten, maar wil met ons toch kijken naar een passende oplossing voor de situatie. Na de recente formalisering van de (enkele) bedrijfsbestemming is de locatie vrijgekomen. Er zijn geen kandidaten voor de hele bedrijfslocatie. Mogelijke gegadigden zoeken een kleinere kavel. Vanuit dit marktgegeven vraagt inspreker om binnen de huidige locatie twee of meer bedrijven toe te staan. Kleinere kavels zijn in Lith nauwelijks beschikbaar. Besluit Wij vinden de inspraakreactie ongegrond. Wijzigingen in ontwerpbestemmingsplan Geen. Toelichting van burgemeester en wethouders Het opsplitsen van een bedrijfskavel in meerdere (kleinere) bedrijfskavels komt juridisch neer op het toestaan van een nieuw bedrijf of nieuwe bedrijven. Zowel het gemeentelijke beleid als het provinciale beleid laten nieuwvestiging van bedrijven niet toe. Wij verwijzen inspreker hiervoor naar de toelichting bij het voorontwerpbestemmingsplan.
Hoe meer ruimte wij in het buitengebied bieden aan niet-agrarische bedrijvigheid, hoe aantrekkelijker het kan worden voor bedrijven uit de kern om naar het buitengebied te vertrekken. Dit kan leiden tot leegstand op bedrijventerreinen. Deze ongewenste ontwikkeling willen we tegengaan. Ook om die reden beperken wij de ontwikkelingsruimte voor niet-agrarische bedrijven in het buitengebied. Daarom staan wij per bestemmingsvlak ‘Bedrijf’ niet meer dan één bedrijf toe. Wij zien in wat inspreker aanvoert geen reden om dit beleid aan te passen of om voor insprekers situatie van het beleid af te wijken. Volledigheidshalve wijzen wij erop dat het bestemmingsplan zich niet verzet tegen de vestiging van een kleiner bedrijf dan in 2014 beoogd, mits dat bedrijf voor het overige voldoet aan het bestemmingsplan.
Pagina 37 van 215
Inspraakreactie 16 Samenvatting inspraakreactie a. Een eerder verzoek van inspreker om een woning toe te staan op zijn perceel tussen de Hoessenboslaan 21 en 25 in Berghem hebben wij afgewezen omdat het perceel niet in een bebouwingsconcentratie ligt. Inspreker is het daar niet mee eens. Het naburige perceel nummer 21 heeft namelijk ook een woonbestemming. Er blijft voldoende open ruimte over, en het doorzicht naar het open landschap blijft. Bovendien hebben wij zelf medewerking verleend aan drie bouwkavels aan de Hoessenboslaan ten noorden van de spoorlijn. Die locatie lag destijds (2010) ook niet in een bebouwingsconcentratie. De situatie van inspreker is hiermee vergelijkbaar. Inspreker vraagt om bij afwijzing van zijn verzoek te bezien of wij de grens van de bebouwde kom kunnen verleggen, of dat bebouwing in het kader van de regeling ‘Ruimte voor ruimte’ mogelijk is. b. Wij hebben inspreker in 2013 gemeld dat wij hobbymatige agrarische activiteiten zouden toestaan. Hij vraagt wat dit voor zijn perceel betekent. Hij houdt daar paarden. In het voorontwerpbestemmingsplan heeft inspreker namelijk niets kunnen lezen over deze activiteiten. Besluit Wij vinden de inspraakreactie ongegrond. Wijzigingen in ontwerpbestemmingsplan Geen. Toelichting van burgemeester en wethouders Punt a Wij gaan in het buitengebied heel terughoudend om met nieuwe woningen.
Doel hiervan is het tegengaan van verstening van het buitengebied. Verder hoort woningbouw in principe in het stedelijk gebied plaats te vinden. Het beleid van zowel de gemeente als de provincie laat nieuwe woningen in het buitengebied daarom alleen toe op bepaalde plaatsen, de zogenoemde ‘bebouwingsconcentraties’. De locatie waar inspreker op doelt maakt geen deel uit van een bebouwingsconcentratie. Woningbouw is hier beleidsmatig dus niet toegestaan. Wij hebben het gebied (De Hoessenboslaan) niet aangewezen als bebouwingsconcentratie omdat dit gebied geen duidelijke ruimtelijke eenheid vormt. Bovendien is het gedeelte dat in het buitengebied ligt beperkt van omvang. Wanneer het perceel van inspreker wél binnen een bebouwingsconcentratie zou liggen, dan zou dit nog niet betekenen dat het bebouwd mag worden. Indien een locatie binnen een bebouwingsconcentratie ligt, dan moet de bouw van een woning namelijk in een bepaalde mate bijdragen aan de ruimtelijke kwaliteit ter plekke. Hiervan is bijvoorbeeld sprake bij sanering van een bedrijf. De tegenprestatie die moet worden geleverd, moet in geldelijke zin vergelijkbaar zijn met de kosten van een ruimte-voor-ruimterecht. Het provinciaal beleid schrijft dit voor. In de structuurvisie voor het buitengebied, vastgesteld in september 2015, is dit beleid opgenomen.
In dit geval draagt de bouw van een woning niet bij aan de ruimtelijke kwaliteit ter plekke. Er is geen sprake van sanering van een bedrijf of knelpunt of van een andere bijdrage aan de ruimtelijke kwaliteit. Verder moet een nieuwe woning stedenbouwkundig toelaatbaar zijn. De Hoessenboslaan vormt een duidelijke grens tussen de bebouwde kern van Berghem en het buitengebied. Aan de westzijde van de weg vormt het bebouwingslint met daarachter een woonbuurt een relatief gesloten wand. Het contrast met de oostzijde is groot. Hier is het oude (voormalige agrarische) bebouwingslint nog herkenbaar, met tussen de bebouwing doorzichten naar het open landschap. Deze afwisseling tussen bebouwde en onbebouwde plekken is een grote ruimtelijke kwaliteit. De bouw van een extra woning doet afbreuk aan deze kwaliteit. Daarom vinden wij die bouw ruimtelijk niet gewenst. In dit specifieke geval groeien, door de bouw van de voorgestelde woning, ook nog eens twee bestaande woonpercelen min of meer aan elkaar, wat het nog extra bezwaarlijk maakt om een woning toe te voegen.
Pagina 38 van 215
Inspreker verwijst naar drie bouwkavels aan de Hoessenboslaan ten noorden van de spoorlijn. Inspreker vind deze situatie vergelijkbaar. De kavels waar inspreker naar verwijst zijn tot stand gekomen door sanering van een bedrijf. Er stond derhalve een grote ruimtelijke tegenprestatie tegenover, waardoor de ruimtelijke situatie ter plaatse is verbeterd. Wij vinden beide situaties dus niet vergelijkbaar. Inspreker merkt op dat ook het perceel op nummer 21 een woonbestemming heeft. Dat is juist, maar dit is een bestaande situatie. Dit betekent niet dat wij alle omliggende percelen dan ook een woonbestemming moeten geven. Bovendien brengt de woonbestemming van nummer 21 niet met zich mee dat het perceel van inspreker in een bebouwingsconcentratie ligt. Inspreker vraagt om bij afwijzing van zijn verzoek te bezien of wij de grens van de bebouwde kom kunnen verleggen, of dat bebouwing in het kader van de regeling ‘Ruimte voor ruimte’ mogelijk is. Volgens de provinciale Verordening ruimte Noord-Brabant is de locatie gelegen binnen de aanduiding ‘zoekgebied voor stedelijke ontwikkeling’. De Hoessenboslaan vormt de grens van het stedelijk gebied. In principe moeten wij uitgaan van de grens zoals deze in de Verordening is opgenomen. Wij vinden verder dat de grens tussen het stedelijk gebied en het landelijk gebied op de juiste plaats ligt.
De oostelijke kant van de Hoessenboslaan is volgens ons buitengebied. Wij doen dan ook geen verzoek bij de provincie tot aanpassing van de kaart bij de Verordening. Het verleggen van de grens van de bebouwde kom doet verder niet af aan onze bovenvermelde stedenbouwkundige bezwaren. Bovendien moet ook in de bebouwde kom sprake zijn van een ruimtelijke kwaliteitsverbetering. Volgens de Verordening kunnen ruimte-voor-ruimtewoningen alleen gerealiseerd worden binnen bebouwingsconcentraties. Aangezien de locatie in dit geval niet binnen een bebouwingsconcentratie ligt, is er ook geen ruimte-voor-ruimtewoning mogelijk. Verder gelden ook hier onze eerdere opmerkingen over kwaliteitswinst. Wij staan geen woningen toe waarbij de benodigde kwaliteitswinst wordt geleverd met (alleen) de aankoop van een ruimte-voor-ruimterecht. Punt b Zoals wij hebben aangeven in onze brief van 30 oktober 2015 met kenmerk 2379257, is hobbymatig agrarisch gebruik van agrarische gronden in het nieuwe bestemmingsplan toegestaan. Dit staat in de planregels in de bestemmingsomschrijvingen van de agrarische bestemmingen.
Pagina 39 van 215
Inspraakreactie 17 Samenvatting inspraakreactie Inspreker vraagt om de bestaande rechten voor zijn perceel aan de Berghemseweg 11 in Herpen te respecteren. Hij heeft een vergunning voor het houden van paarden, schapen en zoogkoeien. Besluit Wij vinden de inspraakreactie gegrond. Wijzigingen in ontwerpbestemmingsplan Wij nemen in het bestemmingsplan op dat binnen de woonbestemming aan de Berghemseweg 11 in Herpen 15 paarden, 25 schapen en 10 zoogkoeien mogen worden gehouden. Dit doen wij met de aanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch – berghemseweg 11’. Toelichting van burgemeester en wethouders Wij hebben op 7 september 2004 vrijstelling verleend voor de realisatie van een aantal ruimte-voor-ruimtewoningen aan de Buitenstraat in Herpen. Inspreker heeft in ruil hiervoor een tegenprestatie geleverd: hij heeft zijn agrarisch bedrijf aan Berghemseweg 11 in Herpen gesaneerd. Hij vraagt nu om zijn milieuvergunningrechten te respecteren en weer een agrarische bestemming op het perceel Berghemseweg 11 te leggen. In het nu geldende bestemmingsplan ‘Buitengebied Oss – 2010’ hebben wij aan het perceel Berghemseweg 11 een bestemming ‘Wonen’ toegekend. Deze bestemming baseerden wij op de afspraken die wij gemaakt hebben met inspreker bij de sanering van zijn bedrijf. Deze bestemming is onherroepelijk.
In de bij de vrijstelling voor de woningen behorende ruimtelijke onderbouwing staat, onder 11 op pagina 3, over de herbestemming het volgende: ‘Op de locatie Berghemseweg 11 zullen de stallen worden gesloopt. Via aanpassing van het vigerende bestemmingsplan zal het bouwvlak vervallen waardoor agrarische bedrijvigheid niet meer mogelijk zal zijn.’ Het bestemmingsplan ‘Buitengebied Oss – 2010’ was het eerste bestemmingsplan dat de herbestemming van Berghemseweg 11 regelde. Op basis van de ruimtelijke onderbouwing vinden wij een bestemming ‘Wonen’ passend. Op 8 juni 2004 hebben wij een milieuvergunning verleend aan inspreker voor het houden van 15 paarden, 25 schapen en 10 zoogkoeien. Dit betrof een nieuwe vergunning, waarbij de oude vergunning voor de intensieve veehouderijtakken is ingetrokken. In de beoordeling van deze aanvraag wordt expliciet een koppeling gelegd met de ruimte-voorruimteprocedure die toen nog lopende was. Gesteld wordt in de vergunning over deze herbestemming: ‘Hoewel intensieve veehouderij ter plaatse niet meer zal worden toegestaan, is het houden van dieren nog wel toegestaan’. Tevens wordt gesteld dat het hier gaat om een inrichting met een ‘omvang alsof zij bedrijfsmatig’ is en daarom een vergunning op grond van de wet milieubeheer nodig is.
De omvang van de in 2004 aan inspreker vergunde veestapel is groter dan wat we normaal gesproken bij een woonbestemming nog direct passend vinden. Deze veestapel past nu dus niet in de regels van de woonbestemming. Om deze veestapel te legaliseren is dan ook een specifieke regeling nodig. Wij vinden hier een bestemming als agrarisch bedrijf niet passend. Uit zowel de ruimtelijke onderbouwing als de milieuvergunning blijkt dat het de bedoeling was om het agrarisch bedrijf volledig te saneren en om een hobbymatige veehouderij over te houden. Een bestemming als agrarisch bedrijf kan ook tot extra verstening leiden, omdat gebruik kan worden gemaakt van de reguliere uitbreidingsmogelijkheden hiervoor. Ook dat vinden wij hier niet passend. Wij handhaven hier dan ook de woonbestemming. Wel vinden wij het redelijk om expliciet in de regels op te nemen dat op deze locatie 15 paarden, 25 schapen en 10 zoogkoeien mogen worden gehouden. Hiermee respecteren wij de bestaande rechten.
Pagina 40 van 215
Inspraakreactie 18 Samenvatting inspraakreactie a. Inspreker maakt er bezwaar tegen dat de geplande nieuwbouw op het perceel Lutterstraat 2 in Lithoijen aan het zicht moet worden onttrokken en zelfs gedeeltelijk gesloopt. Dit terwijl er in de omgeving duidelijk zichtbare grote bedrijfsgebouwen staan. b. Inspreker maakt er bezwaar tegen dat in het bestemmingsplan het graven van een gracht is aangegeven bij een ernstig vervuilde stortplaats. c. Inspreker maakt er bezwaar tegen dat het voorontwerpbestemmingsplan niet voorziet in een herziening van de bestemming van het perceel Lutterstraat 2 in Lithoijen. Deze herziening heeft de voormalige gemeente Lith al in de jaren ’90 beloofd, en inspreker heeft hiervoor de nodige tegenprestaties verricht. Besluit Wij vinden de inspraakreactie gedeeltelijk gegrond en gedeeltelijk ongegrond. Wijzigingen in ontwerpbestemmingsplan Wij geven het perceel aan de Lutterstraat 2 in Lithoijen een bedrijfsbestemming. Toelichting van burgemeester en wethouders Punten a, b en c De bestemming van de Lutterstraat 2 kent een lange voorgeschiedenis. Voor zover inspreker in zijn inspraakreactie bezwaar maakt tegen zaken uit die voorgeschiedenis, zien wij in het kader van deze bestemmingsplanprocedure geen reden om daarop in te gaan.
Inmiddels zijn we in goed overleg met de beide eigenaren tot overeenstemming gekomen over een plan voor het omzetten van de agrarische bestemming van deze locatie in een bedrijfsbestemming. Uit de ruimtelijke onderbouwing van dit plan blijkt dat er geen ruimtelijke bezwaren zijn tegen deze herbestemming. Wij nemen de gevraagde herbestemming dan ook op in het ontwerpbestemmingsplan.
Pagina 41 van 215
Inspraakreactie 19 Samenvatting inspraakreactie Insprekers vinden de publicatie van het voorontwerpbestemmingsplan misleidend. Volgens de publicatie legt het voorontwerpbestemmingsplan vooral de bestaande situatie vast. Maar insprekers constateren dat er in dat plan ingrijpende beperkingen en vergaande wijzigingsbevoegdheden zijn opgenomen. Zij wijzen daarbij concreet op de volgende zaken. a. Het bouwvlak van hun woning aan de Oostenakkerstraat 6 in Oss is verkleind. b. De toegestane goot- en bouwhoogte van woningen en vrijstaande bijgebouwen is verlaagd. c. De toegestane oppervlakte vrijstaande bijgebouwen is verkleind. d. Het voorontwerpbestemmingsplan kent de regel dat de afstand van bouwwerken tot de as van de weg ten minste 20 meter dient te bedragen; de bestaande woning staat nu al dichter bij de weg dan 20 meter. e. Het voorontwerpbestemmingsplan kent een wijzigingsbevoegdheid die op ruime schaal grote, nieuwe woningen toelaat in de omgeving van insprekers; insprekers willen dat als deze wijzigingsbevoegdheid gehandhaafd blijft, deze ook voor hun perceel met de bestemming ‘Agrarisch met waarden – Landschap’ geldt. f. Het voorontwerpbestemmingsplan kent gebiedsaanduidingen die niet in het nu geldende bestemmingsplan uit 2010 staan (‘bebouwingsconcentraties’, ‘beperking veehouderij’, ‘dekzandrand’). g.
Het voorontwerpbestemmingsplan kent wijzigingsbevoegdheden om de bouw- en gebruiksmogelijkheden van agrarische bedrijven te verruimen; insprekers willen dat als deze wijzigingsbevoegdheden gehandhaafd blijven, belanghebbenden binnen een straal van twee kilometer individueel en tijdig worden geïnformeerd, zodat zij tijdig hun zienswijzen en bezwaren kenbaar kunnen maken. Insprekers vragen om de bestaande rechten te handhaven. Besluit Wij vinden de inspraakreactie gedeeltelijk gegrond en gedeeltelijk ongegrond. Wijzigingen in ontwerpbestemmingsplan Het bestemmingsvlak ‘Wonen’ aan de Oostenakkerstraat 6 in Oss maken wij groter, zoals in het nu geldende bestemmingsplan. Wij nemen het gehele perceel op binnen een bebouwingsconcentratie en daarmee binnen wijzigingsgebied 3. Wij laten bij woningen 100 m² vrijstaande bijgebouwen toe. Toelichting van burgemeester en wethouders Algemeen Bij de herziening van een bestemmingsplan moet de gemeenteraad bestemmingsregels stellen voor een goede ruimtelijke ordening. Dit brengt met zich mee dat de gemeenteraad steeds opnieuw moet bezien welke regels hij vanuit een goede ruimtelijke ordening wenselijk vindt. En dit brengt dan weer met zich mee dat men aan een geldend bestemmingsplan geen rechten kan ontlenen.
De gemeenteraad kan het vanuit een goede ruimtelijke ordening immers wenselijk vinden om bestemmingsregels op te stellen die meer (of juist minder) beperkingen opleggen dan de regels in het tot dan toe geldende bestemmingsplan. Het voorontwerpbestemmingsplan maakt, zoals insprekers terecht opmerken, een aantal ontwikkelingen mogelijk. Sommige daarvan zijn ontwikkelingen op één locatie, andere hebben een meer algemeen en beleidsmatig karakter. Een aantal ontwikkelingen kan inderdaad vergaande gevolgen hebben. Maar binnen het plangebied blijven ook veel regelingen zoals ze waren. In de publicatie schreven wij: ‘Het nieuwe bestemmingsplan legt vooral de bestaande situatie vast. Daarnaast maakt het ook enkele nieuwe ontwikkelingen mogelijk.’ Gelet op het voorgaande is dit juist. Wij vinden onze publicatie dan ook niet misleidend. Een aantal ontwikkelingen is alleen mogelijk via een wijzigingsbevoegdheid. In deze gevallen zijn de ontwikkelingen niet rechtstreeks toegestaan, maar alleen na een aparte procedure. In die procedure controleren wij of een verzoek aan alle voorwaarden voldoet. Deze voorwaarden staan in het nieuwe bestemmingsplan, en zien erop toe dat ook na
Pagina 42 van 215
wijziging sprake is van een aanvaardbare situatie. Bovendien kunnen derden in die procedure hun zienswijzen naar voren brengen, en tegen een eventuele wijziging beroep instellen. Wij maken dit per verzoek vooraf bekend in zowel Oss Actueel als op de gemeentelijke website. Wij vinden de ontwikkelingsmogelijkheden die het voorontwerpbestemmingsplan biedt, zowel direct als na wijziging, inhoudelijk en procedureel aanvaardbaar. Dat wijzigingsbevoegdheden een zekere onzekerheid met zich meebrengen, is eigen aan wijzigingsbevoegdheden. Zonder wijzigingsbevoegdheid zou dit overigens niet anders zijn, omdat dan gewenste ontwikkelingsmogelijkheden nog steeds mogelijk zouden zijn, maar dan via herziening van het bestemmingsplan. Dit is een zwaardere procedure, die echter niet tot minder onzekerheid voor belanghebbenden leidt. Punt a In het voorontwerpbestemmingsplan hebben wij het bestemmingsvlak van de woonbestemming aan de Oostenakkerstraat 6 per vergissing verkleind ten opzichte van dat in het nu geldende bestemmingsplan. Dit herstellen wij in het ontwerpbestemmingsplan. Punt b Wij hebben het buitengebied onderverdeeld in vijf landschapstypen. Elk landschapstype heeft specifieke kwaliteiten. In het komgebied zijn de openheid en strakke belijning van wegen en kavels beeldbepalend. Op de oeverwal is een halfopen landschap met gebogen wegen en wisselende zichtlijnen karakteristiek.
Op de dekzandrand is ook sprake van een halfopen landschap, met over het algemeen strakke noord-zuidgerichte lijnen. De dekzandrug bestaat deels uit kleinschalig halfopen kampenlandschap en bossen. De uiterwaard heeft een open tot halfopen karakter. In de uiterwaard komt vrijwel geen bebouwing voor. De bebouwing moet passen binnen de kwaliteiten van het landschap. Gezien de specifieke kwaliteiten past in het komgebied een meer zakelijke, eenvoudige en robuuste bouwmassa. In de overige landschapstypen vinden wij kleinschalige bebouwing gewenst. Daarom maken wij onderscheid in bouwhoogtes binnen de verschillende landschapstypen. In de uiterwaarden, op de oeverwal, op de dekzandrand en dekzandrug zijn de mogelijkheden voor wat betreft goot- en bouwhoogte beperkter dan in het komgebied. Gelet op het voorgaande handhaven wij de rechtstreekse bouwmogelijkheden uit het voorontwerpbestemmingsplan. Met een afwijkingsprocedure kunnen wij onder voorwaarden meewerken aan grotere goot- en bouwhoogten. Het voorontwerpbestemmingsplan bevat hiervoor al afwijkingsregelingen. Grotere hoogten vinden wij niet aanvaardbaar. Het feit dat het huidige bestemmingsplan een grotere gooten bouwhoogte toelaat, doet hier niet aan af. Punt c Zie hoofdstuk VIII. Punt d Ook het huidige bestemmingplan schrijft voor dat de afstand van bouwwerken tot de as van de weg ten minste 20 m moet bedragen.
Op dit punt is het voorontwerpbestemmingsplan dus niet anders. Bestaande legale situaties die hiervan afwijken, zijn toegestaan. Dit hebben wij geregeld in artikel 36.1 van de planregels van het voorontwerpbestemmingsplan. Punt e Wij verwijzen om te beginnen naar wat wij schreven onder ‘algemeen’. Verder kunnen wij de bedoelde wijziging alleen toepassen binnen zogenoemde bebouwingsconcentraties. In het voorontwerpbestemmingsplan lag het perceel van insprekers slechts gedeeltelijk binnen een bebouwingsconcentratie. In het ontwerpbestemmingsplan leggen wij het hele perceel binnen een bebouwingsconcentratie en dus ook binnen het gebied waar wij de bedoelde wijziging kunnen toepassen. Wij wijzen er daarbij wel op dat wijziging alleen mogelijk is in combinatie met een tegenprestatie. Wij staan niet zonder meer nieuwe woningen toe. Punt f
Pagina 43 van 215
Zie onder ‘algemeen’. Verder vinden wij de beperkingen die voortvloeien uit de genoemde aanduidingen aanvaardbaar met het oog op het beschermen van de landschappelijke en andere ruimtelijke belangen zoals wij die hebben omschreven in de toelichting bij het voorontwerpbestemmingsplan. Punt g Zie onder ‘algemeen’. Wij zijn daar ook ingegaan op de procedure die geldt voor de toepassing van wijzigingsbevoegdheden. Gelet op wat wij daar schreven, vinden wij het niet nodig om belanghebbenden individueel aan te schrijven. Dit is wettelijk ook niet verplicht.
Pagina 44 van 215
Inspraakreactie 20 Samenvatting inspraakreactie a. Het agrarische bedrijf van inspreker aan de Hertog Janstraat 42 in Lith ligt net binnen de zone ‘primair agrarisch gebied’. Inspreker vraagt om de grens van deze zone net buiten zijn bedrijf te leggen. Hij wil jongvee houden in combinatie met een caravanstalling. Buiten genoemde zone zijn meer mogelijkheden voor nevenactiviteiten. De locatie ligt dicht bij de bebouwde kom. Daardoor is het niet wenselijk om het bouwvlak weer in gebruik te nemen voor een intensief veehouderijbedrijf. b. Inspreker vraagt om het huidige bouwvlak voor zijn agrarische bedrijf aan de Hertog Janstraat 59 in Lith te handhaven. Het voorontwerpbestemmingsplan kent een ander bouwvlak toe. Verder vraagt inspreker om het huidige bouwvlak dusdanig te wijzigen of zo nodig te vergroten dat hij zijn bedrijfswoning kan herbouwen op een iets andere locatie, conform zijn concrete voorstel. Besluit Wij vinden de inspraakreactie gedeeltelijk gegrond en gedeeltelijk ongegrond. Wijzigingen in ontwerpbestemmingsplan Wij passen de vorm van het agrarisch bouwvlak aan de Hertog Janstraat 59 in Lith aan. Toelichting van burgemeester en wethouders Punt a In de structuurvisie ‘Buitengebied Oss 2015’ is de grens van het primair agrarisch gebied globaal vastgelegd. Dit bouwvlak ligt niet in een gebied waarbinnen nog sprake is van een overgangszone.
Dit bouwvlak ligt minimaal 400 m van de zuidpunt van Lith af, en meer dan 500 m van de zuidrand van Lith. Dit is een afstand die normaal gesproken ruimschoot voldoende is om geen overlast te ondervinden als agrarisch bedrijf van woonbebouwing. Dit is dus een afstand die volop agrarische mogelijkheden biedt. We handhaven dan ook ons besluit. Inspreker stelt dat de buren wel buiten het primair agrarisch gebied liggen. Dat geldt inderdaad voor de buren aan de Hertog Janstraat 38/40 ten noorden van insprekers bouwvlak. Die liggen ongeveer 300 m van de bebouwde kom af, beduidend minder dus dan insprekers bouwvlak van de kom ligt. In de structuurvisie ligt dit bouwvlak in het overgangsgebied, zodat in het bestemmingsplan hiervoor een keus moet worden gemaakt. De overburen aan de Uitslagerstraat 2 liggen wel binnen het primair agrarisch gebied. Dit bouwvlak ligt op ongeveer 400 m van de bebouwde kom. Punt b Wij hebben het bouwvlak in het voorontwerp inderdaad gewijzigd ten opzichte van het geldende bestemmingsvlak. Aan de wegzijde hebben wij het bouwvlak verder naar achteren gelegd. Wij willen hier het bouwvlak terugleggen op de oorspronkelijke grens. Aanvrager wenst aan de zuidzijde een kleine uitbreiding voor een andere situering van de bedrijfswoning. Deze bouwvlakverandering vinden wij acceptabel.
In overleg met inspreker zijn we gekomen tot een gewijzigd bouwvlak, waarvan de oppervlakte ten opzichte van het geldende bouwvlak gelijk is gebleven.
Pagina 45 van 215
Inspraakreactie 21 Samenvatting inspraakreactie a. Inspreker woont op het subcentrum aan de Kerkesteeg 1 t/m 5 te Geffen. Het voorontwerpbestemmingsplan laat voor het hele subcentrum 150 m² bijgebouwen toe. Er is echter 245 m² aanwezig. Inspreker vraagt om in totaal 250 m² toe te staan, zodat alles wat er gebouwd is, kan blijven staan. Inspreker vraagt zich af bijvoorbeeld ook een hondenhok, een vogelvolière en een kippenren hiertoe gerekend worden, en wat er vergunningsvrij mogelijk is. b. Inspreker vraagt om een grotere oppervlakte per standplaats dan 16 m² toe te staan. 16 m² is weinig in vergelijking met andere woonvormen. Besluit Wij vinden de inspraakreactie gegrond. Wijzigingen in ontwerpbestemmingsplan Wij laten binnen de bestemming ‘Wonen – Woonwagenstandplaats’ een gezamenlijke oppervlakte van bijgebouwen toe van 250 m² in plaats van de 150 m² die het voorontwerpbestemmingsplan toestaat. Toelichting van burgemeester en wethouders Punten a en b De definitie van bijgebouw luidt: een op zichzelf staand, al dan niet vrijstaand gebouw, dat door de vorm onderscheiden kan worden van het op hetzelfde bouwperceel gelegen hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw. Onder een gebouw wordt verstaan: elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt.
Of een bouwwerk aangemerkt wordt als bijgebouw ligt dus mede aan de omvang ervan. Daarnaast zijn er geen vergunningsvrije mogelijkheden aan of bij een woonwagen. Het woonwagenkamp ligt aan de zuidrand van Geffen en grenst aan het nieuwe bestemmingsplan ‘Weverstraat’. Aan de Kerkesteeg staan drie woonwagens met bijbehorende bijgebouwen. Inspreker vraagt om in totaal 250 m² bijgebouwen toe te staan. De percelen zijn relatief groot. In vergelijking met andere percelen in het buitengebied is het aandeel aan bijgebouwen op deze locatie in verhouding. Het huidige ruimtelijk beeld is acceptabel, waardoor het voorstelbaar is de huidige oppervlakte aan bijgebouwen in het bestemmingsplan te regelen tot een maximum van 250 m². Dit is meer dan 16 m² per standplaats.
Pagina 46 van 215
Inspraakreactie 22 Samenvatting inspraakreactie Inspreker heeft in 2014 verzocht om zijn agrarisch bouwvlak aan de Leijgraafstraat 3 in Lithoijen de vorm te geven die het in het bestemmingsplan van 1999 had. Dit verzoek hebben wij in het voorontwerpbestemmingsplan niet ingewilligd. Hij vraagt om dit alsnog te doen. Besluit Wij vinden de inspraakreactie gedeeltelijk gegrond en gedeeltelijk ongegrond. Wijzigingen in ontwerpbestemmingsplan Wij wijzigen het agrarisch bouwvlak aan de Leijgraafstraat 3 in Lithoijen in die zin dat de westzijde van het perceel tot het bouwvlak behoort en dat de oostzijde onbebouwd en groen blijft. Toelichting van burgemeester en wethouders Feitelijk vraagt inspreker om zijn bouwvlak aan te passen in die zin dat het over de volle breedte tot de weg ligt. Insprekers stelling dat het bouwvlak in 1999 over de volle breedte tot de weg doorliep is onjuist. In het bestemmingsplan dat gold vóór het bestemmingsplan ‘Buitengebied Lith – 2013’ was het gehele bouwvlak van de weg af gelegen. In het bestemmingsplan ‘Buitengebied Lith – 2013’ heeft de gemeenteraad vervolgens de oostelijke zijde van het bouwvlak, de tuin, tot de weg gelegd. De gemeenteraad heeft het bouwvlak toen dus juist uitgebreid.
Overigens heeft inspreker per brief van 29 augustus 2016 aangegeven dat hij graag wil dat de westzijde van het perceel tot het bouwvlak behoort en dat de oostzijde onbebouwd en groen blijft. Wij hebben hier geen bezwaar tegen, en passen het bouwvlak op dit punt aan. Hierover hebben wij ambtelijk al contact gehad met inspreker.
Pagina 47 van 215
Inspraakreactie 23 Samenvatting inspraakreactie Inspreekster heeft een agrarisch bedrijf met varkens en pluimvee aan de Vlierstraat 9 in Oijen. Zij maakt er bezwaar tegen dat het voorontwerpbestemmingsplan de combinatie van varkens en pluimvee binnen één bouwvlak niet langer toestaat. Zij ziet hier niet het ruimtelijke belang van in. Bovendien zetten wij hiermee hun bedrijf op dood spoor. Meer in het algemeen heeft inspreekster het idee dat het voorontwerpbestemmingsplan de agrarische sector en zeker de veehouderij in de ban wil doen. Zij wijzen hierbij op de volgende zaken: a. de beperking van veehouderij tot de bestaande en gebruikte oppervlakte b. de bepaling dat maximaal 2,9 pluimveebedrijven per vierkante kilometer toelaatbaar zijn (nog afgezien van het feit dat 2,9 geen geheel getal is) c. de bepaling dat er al vanaf 250 kippen sprake is van een pluimveebedrijf d. het voorontwerpbestemmingsplan doorkruist ook de geldende milieuwetgeving e. het voorontwerpbestemmingsplan bevriest de ammoniakemissie Al met al vindt inspreekster dat de regels van het voorontwerpbestemmingsplan geen recht doen aan het uitgangspunt van de toelichting dat alle bestaande bedrijven reële ontwikkelingsmogelijkheden moeten krijgen. Besluit Wij vinden de inspraakreactie gedeeltelijk gegrond en gedeeltelijk ongegrond en gedeeltelijk ongegrond.
Wijzigingen in ontwerpbestemmingsplan Wij passen de regeling voor ammoniakemissie en pluimvee aan. Toelichting van burgemeester en wethouders Zie de hoofdstukken VI en VII.
Pagina 48 van 215
Inspraakreactie 24 Samenvatting inspraakreactie Inspreker vraagt om binnen zijn ‘overig agrarisch bedrijf’ (paddenstoelenkwekerij) aan de Achterschaijkstraat 16, 16a en 18 in Berghem de volgende activiteiten positief te bestemmen: • ontvangst van groepen voor rondleidingen en dergelijke • kookworkshops • paddenstoelverwerking op kleine schaal • productontwikkeling • verkoop van eigen producten Inspreker heeft hiervoor een exploitatievergunning en een vergunning op grond van de Drank- en Horecawet. Besluit Wij vinden de inspraakreactie gegrond. Wijzigingen in ontwerpbestemmingsplan Wij bestemmen de gevraagde activiteiten zoals wij die hebben vergund in september 2011 positief. Toelichting van burgemeester en wethouders In september 2011 hebben wij de gevraagde activiteiten vergund. Per ongeluk hebben wij deze vergunning niet verwerkt in het voorontwerpbestemmingsplan. Dit doen wij alsnog in het ontwerpbestemmingsplan. De maximale omvang van deze activiteiten leggen wij vast op datgene wat wij hebben vergund.
Pagina 49 van 215
Inspraakreactie 25 Samenvatting inspraakreactie a. Inspreekster vraagt om een vormverandering van het bouwvlak van haar agrarisch bedrijf aan de Beving 1 in Huisseling conform haar voorstel. b. Het bedrijf ligt in primair agrarisch gebied. Daar zijn geen mogelijkheden voor kleinschalige activiteiten bij agrarische bedrijven. Inspreekster bepleit de mogelijkheid van kleinschalige activiteiten die de nabijgelegen agrarische bedrijven niet belemmeren. Bijvoorbeeld agrarisch-technische hulpbedrijven, statische opslag/caravanstalling, agrarisch verwante bedrijven en ambachtelijke bedrijven die van het eigen bedrijf afkomstig landbouwproduct verwerken, inclusief verkoop van streekproducten. Een alternatief kan zijn om extra ontwikkelingsruimte te bieden aan agrarische bedrijven in primair agrarisch gebied. c. Het voorontwerpbestemmingsplan laat geen toename van ammoniakemissie toe, behalve met een binnenplanse afwijking als de ammoniakdepositie op een Natura2000-gebied niet wordt vergroot. Toename is ook niet toegestaan als deze past binnen de milieuwetgeving (verleende vergunning op grond van de Natuurbeschermingswet, vergunningsvrij of melding in het kader van de Programma Aanpak Stikstof). Inspreekster vraagt om in de regels emissietoename rechtstreeks toe te laten als deze binnen de milieuregels past. Dan is er geen extra procedure voor een omgevingsvergunning nodig. d.
Voor uitbreiding van de oppervlakte gebouwen van een veehouderij is een extra procedure nodig. Daarbij wordt getoetst aan meer criteria dan alleen die uit de Verordening ruimte 2014. Deze extra criteria vindt inspreekster, gelet op de ligging in primair agrarisch gebied, vreemd. Binnen dit gebied zouden immers de ontwikkelingen binnen de agrarische sector voorop moeten staan. Deze criteria kunnen bovendien worden opgenomen in de bouwregels, zodat ze rechtstreeks gelden, zoals nu het geval is. Inspreekster meent dat door deze beperkingen bedrijven in de problemen kunnen komen en dat de transitie naar een duurzame veehouderij wordt belemmerd in plaats van gestimuleerd. Besluit Wij vinden de inspraakreactie gedeeltelijk gegrond en gedeeltelijk ongegrond. Wijzigingen in ontwerpbestemmingsplan Wij verruimen de mogelijkheden voor nevenactiviteiten in de vorm van agrarischtechnische functies die sterk gerelateerd zijn aan de agrarische bedrijfsvoering. Wij passen de regeling voor ammoniakemissie aan. Toelichting van burgemeester en wethouders Punt a Wij hebben in het voorontwerpbestemmingsvlak het bouwvlak van inspreekster gewijzigd ten opzichte van het bouwvlak in het nu geldende bestemmingsplan. Dat hebben wij voornamelijk gedaan als dienst naar inspreekster. Wij constateerden namelijk dat er aan de zuidzijde van het bouwvlak, buiten het bouwvlak, een sleufsilo was aangelegd.
Een sleufsilo hoort binnen het bouwvlak. Wij hebben daarom hier het bouwvlak vergroot. Maar een uitbreiding aan de zuidzijde heeft er wel toe geleid dat wij het bouwvlak aan de noordzijde hebben verkleind. Door het voorstel van inspreekster zou het bouwblok circa 7 meter breder worden dan dat het nu is. Het geldende bouwvlak is circa 143 m lang en 134 m breed. De verkaveling ter plekke is van oudsher lang en smal, in noordoost-/zuidwest richting. Bouwvlakken dienen in principe deze kavelrichting en vorm te volgen. Door het voorstel van inspreekster zou het bouwvlak ongeveer vierkant worden. Dit vinden wij ruimtelijk niet wenselijk. Ook moet de oppervlakte gelijk blijven. Inspreekster vraagt ook om aan de voorzijde een hoek van het bouwvlak af te halen. In principe horen bouwvlakken tegen de weg aan te liggen. Alleen als de afstand tussen weg en bebouwing zeer fors is, laten we deze ruimte buiten het bouwvlak. In dit geval is hiervan geen sprake, maar bedraagt de afstand 20 m. Deze ruimte hoort dan ook bij het bouwvlak. Gelet op dit alles passen wij het bouwvlak niet aan.
Pagina 50 van 215
Punt b In het primair agrarisch gebied staat de landbouw voorop. Andere functies in dit gebied willen we zo veel mogelijk weren, omdat deze het functioneren van de agrarische sector kunnen belemmeren. Dat geldt zowel voor volledige omschakeling naar een andere functie, als voor nevenactiviteiten bij een agrarisch bedrijf. Soms kan daarbij het belang van de sector tegengesteld zijn aan het belang van het individuele bedrijf. Wij vinden het van belang dat de agrarische bouwvlakken in het primair agrarisch gebied behouden blijven voor de agrarische sector. Het bieden van extra mogelijkheden op een agrarisch bouwvlak kan ertoe leiden dat de primaire agrarische bedrijfsvoering ondergeschikt wordt aan de andere functie. Omliggende agrarische bedrijven kunnen daarnaast gehinderd worden in de ontwikkelmogelijkheden als niet-agrarische functies worden toegestaan in het primair agrarisch gebied. Om deze redenen gaan we zeer terughoudend om met nietagrarische functies in dit gebied. Agrarisch-technische functies die sterk gerelateerd zijn aan de agrarische bedrijfsvoering staan we wel toe als nevenactiviteit in het primair agrarisch gebied. Deze verruiming van het beleid nemen wij in het ontwerpbestemmingsplan op. Wij verwijzen verder naar de toelichting van het bestemmingsplan voor het beleid voor nevenactiviteiten.