Bijlage 2A Toelichting - bijlage 23 Nota van inspraak en vooroverleg voorontwerpbestemmingsplan 'Buitengebied Oss - 2017'
Tekst van het document
BESTEMMINGSPLAN Buitengebied Oss - 2020 Bijlagen bij toelichting
Bijlage 23 - nota van inspraak en vooroverleg voorontwerpbestemmingsplan Buitengebied Oss - 2017 (incl. notitie reikwijdte en detailniveau)
Gemeente Oss | Raadhuislaan 2 | 5341 GM | Oss | T: 14 0412 | F: 0412 642605 | www.oss.nl |
Nota van inspraak en vooroverleg voorontwerpbestemmingsplan ‘Buitengebied Oss - 2017’ (inclusief Notitie Reikwijdte en Detailniveau) I. INLEIDING Deze nota bevat de volgende onderdelen: • een beschrijving van de gevolgde procedure • een samenvatting van de ‘vooroverlegreacties’ en inspraakreacties op het voorontwerpbestemmingsplan • ons besluit over de vooroverleg- en inspraakreacties • een beschrijving van de gevolgen van ons besluit voor de inhoud van het ontwerpbestemmingsplan • een toelichting op ons besluit Deze nota hoort bij het ontwerpbestemmingsplan als onderdeel van de toelichting. Volgens de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) mogen wij naw-gegevens (naam, adres en woonplaats) en enkele andere persoonsgegevens niet aanbieden. Een uitzondering geldt voor gegevens van • ondernemingen die behoren tot een rechtspersoon (zoals een B.V. of een v.o.f.) • personen die beroepsmatig betrokken zijn bij de procedure, bijvoorbeeld advocaten en gemachtigden Als het voor de uitoefening van een publieke taak moet, mogen wij persoonsgegevens wel digitaal aanbieden. Wij bieden deze nota digitaal aan. Daarom noemen wij geen namen van natuurlijke personen in de reacties. II. INSPRAAK- EN VOOROVERLEGPROCEDURE Iedereen kon het voorontwerpbestemmingsplan van 12 mei tot en met 22 juni 2016 in het gemeentehuis bekijken.
Ook stond het voorontwerpbestemmingsplan in deze periode op het internet. Dit hebben wij bekendgemaakt in Oss Actueel van 11 mei 2016 en op www.oss.nl. Van 12 mei tot en met 22 juni 2016 konden ‘ingezetenen’ van de gemeente Oss (degenen die in Oss wonen of gevestigd zijn) en degenen die een belang hebben bij het voorontwerpbestemmingsplan schriftelijk en mondeling reageren op het voorontwerpbestemmingsplan. Deze procedure ligt vast in de gemeentelijke Inspraakverordening. De gemeente heeft 140 inspraakreacties ontvangen. Verder hebben wij het voorontwerpbestemmingsplan voor overleg aangeboden aan de volgende instanties: • Ministerie van Defensie • Ministerie van Economische Zaken • Ministerie van Infrastructuur en Milieu • Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed • Provincie Noord-Brabant, directie Ruimtelijke Ontwikkeling en Handhaving • Waterschap Aa en Maas • de buurgemeenten Artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening schrijft dit voor. Wij hebben het voorontwerpbestemmingsplan ook voor overleg aangeboden aan de volgende instanties: • Brandweer • KPN • Prorail • NS • Essent • Tennet • Brabantwater • Gasunie
Pagina 1 van 215
Tijdens de tervisielegging van het voorontwerpbestemmingsplan heeft de gemeente vier inloopbijeenkomsten gehouden over het voorontwerpbestemmingsplan. Iedereen kon daar informatie over het voorontwerpbestemmingsplan krijgen. Het was niet mogelijk om tijdens de bijeenkomsten een inspraakreactie in te dienen. III. REACTIES Wij vinden de inspraakreacties ontvankelijk, met uitzondering van de inspraakreacties 137 tot en met 140. ‘Ontvankelijk’ betekent dat de indieners aan alle eisen hebben voldaan om een inspraakreactie in te dienen. Op inspraakreacties die niet ontvankelijk zijn, hoeven wij niet inhoudelijk in te gaan. Hieronder vatten wij alle reacties samen. Daarna volgen ons besluit, een weergave van de gevolgen van ons besluit en een toelichting daarop. Het kan zijn dat wij een deel van een reactie niet of niet helemaal beschrijven. Dan hebben wij bij de beoordeling toch rekening gehouden met dat deel. Als wij vinden dat de indiener van een (ontvankelijke) reactie gelijk heeft, verklaren wij de reactie gegrond. Als wij vinden dat de indiener geen gelijk heeft, verklaren wij de reactie ongegrond. Wij kunnen een reactie ook gedeeltelijk gegrond en gedeeltelijk ongegrond verklaren. Op 22 en 23 juni 2016 hebben de raadsgriffie en de portefeuillehouder voor het bestemmingsplan enkele duizenden e-mails ontvangen over de vrije uitloop van kippen.
Al deze e-mails waren afkomstig van dezelfde afzender. Wij hebben niet de elektronische weg opengesteld om inspraakreacties in te dienen. Dit hebben wij ook in de officiële publicaties vermeld. De e-mails zijn ook niet naar het formele e-mailadres van de gemeente gestuurd. Gelet op uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (onder andere van 29 augustus 2012, nummer 201112596/1/A1 en 26 september 2012, nummer 201108509/1/R4) hebben wij geen herstelmogelijkheid geboden om alsnog een inspraakreactie in te dienen op de voorgeschreven wijze. Voor een aantal ingekomen e-mails had dat ook geen zin, omdat die na de wettelijke inspraaktermijn en dus te laat zijn verzonden. Wij hebben de afzender van de e-mails laten weten waarom wij geen herstelmogelijkheid boden. Overigens heeft ook een aantal andere personen en instanties ingesproken over de vrije uitloop van kippen. In dit verslag gaan wij daar inhoudelijk op in. Burgemeester en wethouders van Oss
Pagina 2 van 215
IV. OVERLEGREACTIES Overlegreactie 1: het dagelijks bestuur van waterschap Aa en Maas Samenvatting overlegreactie a. Het dagelijks bestuur vraagt om, voor zover dit niet is gedaan, alle A-watergangen, riooltransportleidingen en rioolgemalen in de verbeelding en de legenda op te nemen. b. Het dagelijks bestuur vraagt om in de bestemmingsomschrijving van de volgende bestemmingen ‘water en waterhuishoudkundige voorzieningen’ of ‘ondergeschikte waterhuishoudkundige voorzieningen’ op te nemen: Bedrijf, Maatschappelijk, Recreatie – Dagrecreatie, Recreatie – Verblijfsrecreatie 1, Recreatie – Verblijfsrecreatie 2 en Wonen. Dit maakt het plan meer consistent ten aanzien van hydrologisch neutraal ontwikkelen. Bovendien sluit dit aan bij het gemeentelijke beleid. c. Het dagelijks bestuur vraagt om in de toelichting te refereren aan de Keur 2015, het Waterbeheerplan 2016-2021 en de uitgangspunten van de watertoets van het waterschap. Met de Keur wordt het hydrologisch neutraal ontwikkelen voortaan getoetst aan de Rekenregel in plaats van aan de HNO-tool. In een aantal ruimtelijke onderbouwingen is hiermee nog geen rekening gehouden (zie hierna). d. Het dagelijks bestuur vraagt om er rekening mee te houden dat het niet is toegestaan om bouwvlakken, bouwwerken en overige obstakels aan te brengen binnen de obstakelvrije zone (5 m aan weerszijden) van A-watergangen.
Deze belemmeren namelijk het beheer. Ook is het niet toegestaan om verhardingen/obstakels aan te brengen binnen 3,5 m aan weerszijden van het hart van een riooltransportleiding. e. De ontwikkeling Beemdenweg 1 in Herpen ligt in een reserveringsgebied waterberging. Qua bouwhoogte moet minimaal even hoog worden gebouwd als de bestaande bebouwing. f. In de waterparagraaf bij de ontwikkeling Berghemseweg 18 in Herpen staat dat er voldoende drooglegging is bij 0,4-0,6 m-mv. Het dagelijks bestuur vindt dit onvoldoende, en gaat uit van een minimum van 0,7. Het adviseert initiatiefnemer dit in overweging te nemen. g. Het dagelijks bestuur vraagt de initiatiefnemer van de ontwikkeling Eindstraat 18 in Haren de nieuwe (parkeer)verharding qua oppervlakte te kwantificeren. h. Ontwikkeling Hoolbeemdweg 51 in Oss: zie onder c. De wateropgave bedraagt op basis van de Rekenregel 372 in plaats van 248 m3. i. Het dagelijks bestuur adviseert de verhardingstoename bij de ontwikkeling Langestraat 14 in Dieden te kwantificeren. Uit beheeroogpunt is het niet toegestaan om een bouwvlak/bouwwerk/overig obstakel aan te brengen binnen de obstakelvrije zones (5 m aan weerzijden) van A-watergangen. j. Ontwikkeling Vreestraat 12 in Geffen: uit beheeroogpunt is het niet toegestaan om een bouwvlak/bouwwerk/overig obstakel aan te brengen binnen de obstakelvrije zones (5 m aan weerszijden) van A-watergangen.
k. Het dagelijks bestuur vraagt de initiatiefnemer van de ontwikkeling Leiweg 5c-7 in Geffen voorzorgsmaatregelen te nemen zodat er geen vervuilingen via het afspoelende hemelwater van parkeerplaatsen in de A-watergang terechtkomen. Bij voorkeur wordt volledig buiten de obstakelvrije zones gebleven (5 m ten opzichte van de insteek van de A-watergang). l. Voor de ontwikkeling aan de Luistenstraat 6 in Haren ontbreekt een waterparagraaf. Zie onder c. Het dagelijks bestuur vraagt de initiatiefnemer om zowel de nieuwe verharding als de hiervan afgeleide wateropgave te kwantificeren. Hierbij geldt als uitgangspunt dat hemelwater vanaf een verhardingstoename boven 2.000 m² vertraagd dient te worden afgevoerd. Hierbij mag de norm van 2l/s/ha niet worden overschreden. m. Ontwikkeling Maasdijk 11 in Neerloon: het dagelijks bestuur vraagt de initiatiefnemer om de nieuwe verharding te kwantificeren. Als bouw-/aanlegwerkzaamheden buiten de keringszones en buiten de obstakelvrijezones plaatsvinden, dan heeft het dagelijks bestuur geen aanvullende opmerkingen. De inrichtingsschets roept in dit opzicht echter twijfels op. n. Voor de ontwikkeling aan de Molengraaf 11 in Geffen ontbreekt een waterparagraaf. Zie onder c. Het dagelijks bestuur vraagt de initiatiefnemer om zowel de nieuwe verharding als de hiervan afgeleide wateropgave te kwantificeren.
Hierbij geldt als uitgangspunt dat hemelwater vanaf een verhardingstoename boven 2.000 m² vertraagd dient te worden afgevoerd. Hierbij mag de norm van 2l/s/ha niet worden overschreden.
Pagina 3 van 215
o. p.
q.
Ontwikkeling Oude Molenweg 7 in Herpen: als er een nieuwe parkeerverharding wordt aangebracht, vraagt het dagelijks bestuur de initiatiefnemer om deze qua oppervlakte te kwantificeren. Voor de ontwikkeling aan de Spitsbergerweg 3 in Oss ontbreekt een waterparagraaf. Zie onder c. Het dagelijks bestuur vraagt de initiatiefnemer om zowel de nieuwe verharding als de hiervan afgeleide wateropgave te kwantificeren. Hierbij geldt als uitgangspunt dat hemelwater vanaf een verhardingstoename boven 2.000 m² vertraagd dient te worden afgevoerd. Hierbij mag de norm van 2l/s/ha niet worden overschreden. Verder is het uit beheeroogpunt niet toegestaan om bouwvlakken, bouwwerken en overige obstakels aan te brengen binnen de obstakelvrije zones (5 m aan weerzijden) van A-watergangen. Ontwikkeling Vorstweg 1 in Maren-Kessel: in de waterparagraaf wordt geconstateerd dat er voldoende drooglegging is bij 0,2-0,6 m-mv. Het dagelijks bestuur vindt dit onvoldoende en gaat uit van een minimum van 0,7 m-mv. Het vraagt initiatiefnemer om dit in overweging te nemen. De aan te brengen sloot mag niet direct afvoeren op de sloot in het zuiden. Deze staat namelijk in verbinding met een A-watergang. Het is toegestaan een overstortvoorziening aan te brengen. De afvoernorm van 2l/s/ha verharding mag hierbij niet worden overschreden.
Besluit Wij vinden de overlegreactie gedeeltelijk gegrond en gedeeltelijk ongegrond. Wijzigingen in het ontwerpbestemmingsplan Wij nemen het rioolgemaal aan d’n Ham 1 in Geffen en alle rioolpersleidingen op. Wij nemen in alle bestemmingsomschrijvingen waterhuishoudkundige voorzieningen op. Wij passen de toelichting bij het bestemmingsplan en de ruimtelijke onderbouwingen bij nieuwe ontwikkelingen aan aan de opmerkingen van het dagelijks bestuur van het waterschap. Toelichting van burgemeester en wethouders Punt a Wij hebben alle A-watergangen en rioolgemalen in het voorontwerpbestemmingsplan opgenomen. Een uitzondering geldt voor het rioolgemaal aan d’n Ham 1 in Geffen. Deze nemen wij in het ontwerpbestemmingsplan alsnog op. Ook de rioolpersleidingen nemen wij in het ontwerpbestemmingsplan alsnog op. De legenda hoeven wij hiervoor niet aan te passen. Punt b Wij passen waar nodig de bestemmingsomschrijvingen aan zoals het dagelijks bestuur vraagt. Punt c Wij passen de toelichting waar nodig aan aan de opmerkingen van het dagelijks bestuur. Punt d De waterschapskeur beschermt de bedoelde zones afdoende. Ter voorkoming van dubbele regelgeving passen wij het bestemmingsplan op dit punt dus niet aan. Dit is in overeenstemming met de ambtelijke afspraken die wij hierover met het waterschap hebben gemaakt op 10 november 2015.
Punten e t/m q Wij hebben deze opmerkingen, voor zover nog nodig, besproken met de betreffende initiatiefnemers. Waar nodig heeft dit geleid tot aanpassing van de plannen of de onderbouwing daarvan. Overigens hebben wij voor een aantal van deze ontwikkelingen een apart bestemmingsplan opgesteld. Dit is het bestemmingsplan ‘Ontwikkelingenplan Buitengebied Oss – 2018’. In de procedure voor dat plan hebben wij het dagelijks bestuur al geïnformeerd over de wijze waarop wij zijn opmerkingen in de planvorming betrekken.
Pagina 4 van 215
Overlegreactie 2: het dagelijks bestuur van waterschap Aa en Maas Samenvatting overlegreactie Het dagelijks bestuur heeft geen opmerkingen over de Notitie Reikwijdte en Detailniveau. Besluit Wij nemen de overlegreactie voor kennisgeving aan. Gevolgen voor het milieueffectrapport Geen. Toelichting van burgemeester en wethouders Geen.
Pagina 5 van 215
Overlegreactie 3: de Minister van Infrastructuur en Milieu Samenvatting overlegreactie a. De Minister vraagt om een vrijwaringszone-vaarweg op te nemen met de in het Barro gehanteerde afstanden. Deze zone verbiedt bouw- en aanlegwerkzaamheden, waar na positief advies van de vaarwegbeheerder van kan worden afgeweken. b. Ten westen en ten oosten van sluis Lith ligt een kegelligplaats. Dit is een speciaal aangewezen meerplaats voor schepen met gevaarlijke stoffen. De Minister vraagt om deze kegelligplaats op de verbeelding op te nemen, en een door haar voorgestelde tekst hierover in de toelichting op te nemen. c. De Minister vraagt om langs de rijkswegen A50 en A59, inclusief toe- en afritten, een beheerderszone (vrijwaringszone) op te nemen met een breedte van 50 m vanuit de kant van de verharding. Binnen deze zone geldt een bouwverbod, waarvan kan worden afgeweken na het verkrijgen van een positief advies van de wegbeheerder. d. De Minister vraagt om de uiterwaard bij Neerloon, die als natuurvriendelijke oever is ingericht, te bestemmen tot ‘Natuur’. Verder vraagt de Minister om voor de overige percelen langs de Maas met een bestemming ‘Agrarisch met waarden – Landschap en natuur’ een wijzigingsbevoegdheid naar ‘Natuur’ op te nemen. Dit geldt vooral voor de percelen bij Dieden en Demen, waar concrete voornemens zijn tot uitvoering van natuur(vriende)lijke oevers. e.
Voor de ontwikkeling aan de Rulstraat 3 in Megen: deze ontwikkeling betreft de uitbreiding van het aantal natuurkampeerplaatsen op camping De Maasakker. De ruimtelijke onderbouwing hiervoor besteedt geen aandacht aan de ligging in het rivierbed. De Minister vraagt om hierover ambtelijk te overleggen, en de uitkomsten van het overleg te verwerken in de onderbouwing. f. De Minister heeft geen opmerkingen over de NRD. Besluit Wij vinden de overlegreactie gedeeltelijk gegrond en gedeeltelijk ongegrond. Wijzigingen in het ontwerpbestemmingsplan Voor het plasbrandaandachtsgebied van rijksweg A50 nemen wij een regeling op. De uiterwaard bij Neerloon geven wij in het ontwerpbestemmingsplan een natuurbestemming. Wij nemen een algemene bevoegdheid op om de bestemming van alle gronden binnen het plangebied, met uitzondering van gronden binnen het komgebied, te wijzigen in de bestemming ‘Natuur’. Toelichting van burgemeester en wethouders Punt a Het bestemmingsplan maakt binnen de bedoelde vrijwaringszone geen ontwikkelingen mogelijk. Het opnemen van die zone heeft dus geen toegevoegde waarde. Daarom nemen wij de zone niet op. Punt b Wij zien geen aanleiding om het bestemmingsplan op dit punt aan te passen. Het bestemmingsplan is namelijk niet het instrument om kegelligplaatsen of het vervoer van gevaarlijke stoffen te reguleren.
Het bestemmingsplan doet dit ook niet voor het vervoer van gevaarlijke stoffen op niet-waterwegen. Wel gaat de bijlage van de ODBN bij de toelichting hierop in. Wij vinden dit voldoende. Punt c De A59 heeft binnen het plangebied noch een plaatsgebondenrisicocontour noch een plasbrandaandachtsgebied. De A50 heeft alleen een plasbrandaandachtsgebied van 30 m. Deze regelen wij in de regels van het ontwerpbestemmingsplan. Punt d De uiterwaard bij Neerloon geven wij in het ontwerpbestemmingsplan een natuurbestemming. Wij nemen een algemene bevoegdheid op om de bestemming van alle gronden binnen het plangebied, met uitzondering van gronden binnen het komgebied, te wijzigen in de bestemming ‘Natuur’.
Pagina 6 van 215
Punt e Wij hebben deze opmerking besproken met de betreffende initiatiefnemer. Dit heeft geleid tot aanpassing van de onderbouwing van het plan. Overigens hebben wij deze ontwikkeling meegenomen in een apart bestemmingsplan. Dit is het bestemmingsplan ‘Ontwikkelingenplan Buitengebied Oss – 2018’. In de procedure voor dat plan hebben wij de Minister al geïnformeerd over de wijze waarop wij haar opmerking in de planvorming betrekken. Punt f Wij nemen de overlegreactie voor kennisgeving aan.
Pagina 7 van 215
Overlegreactie 4: Brabant Water Samenvatting overlegreactie a. Paragraaf 2.9.2 van de toelichting bij het voorontwerpbestemmingsplan verwijst naar ‘onderstaande kaart’. Dit moet ‘bovenstaande kaart’ zijn. b. Paragraaf 2.10: De provincie hanteert voor de begrippen ‘EHS’ en ‘EVZ’ tegenwoordig ‘Natuurnetwerk Brabant’. c. Paragraaf 2.23: de maximumsnelheid op rijksweg A59 is nu 130 km/h. d. De toelichting vermeldt dat er een waterwingebied ligt in Maren-Kessel. Er is er ook een bij Macharen. e. De toelichting verwijst naar één waterleiding. Er zijn echter meerdere drinkwatertransportleidingen binnen het plangebied. Brabant Water stelt voor om de tekst aan te passen. f. Brabant Water vraagt om de waterwingebieden en grondwaterbeschermingsgebieden uit de provinciale milieuverordening goed op de verbeelding op te nemen. g. Brabant Water vraagt om alle drinkwatertransportleidingen inclusief belemmeringenstrook van 3 m uit het hart van de leiding te actualiseren. Besluit Wij vinden de vooroverlegreactie gegrond. Wijzigingen in het ontwerpbestemmingsplan Wij passen het bestemmingsplan en de toelichting daarop aan aan de gemaakte opmerkingen. Toelichting van burgemeester en wethouders De aanpassingen betroffen onnauwkeurigheden of achterhaalde terminologie in het voorontwerpbestemmingsplan. In het ontwerpbestemmingsplan herstellen wij dit.
Pagina 8 van 215
Overlegreactie 5: Brandweer Samenvatting overlegreactie De Brandweer ziet geen reden voor inhoudelijke opmerkingen. Wel adviseert zij om in het nog op te stellen beleidskader voor nieuwe woonzorgfuncties te verwijzen naar de beleidsvisie externe veiligheid. Daarin wordt specifiek ingegaan op de ruimtelijke kaders voor de vestiging van zeer kwetsbare objecten binnen het invloedsgebied van risicobronnen. De brandweer adviseert dit omdat een groot deel van het plangebied binnen het invloedsgebied van de Maas ligt en in het zuidoostelijk deel van het plangebied een aantal hoge-drukaardgasleidingen met groot invloedsgebied aanwezig is. Besluit Wij nemen de vooroverlegreactie voor kennisgeving aan. Wijzigingen in het ontwerpbestemmingsplan Geen. Toelichting van burgemeester en wethouders Wij nemen de overlegreactie voor kennisgeving aan. Wij merken hierbij nog op dat het nieuwe bestemmingsplan niet rechtstreeks nieuwe woonzorgfuncties toelaat. Voor zover nieuwe woonzorgfuncties via een afwijkingsbesluit mogelijk zijn, is één van de toetsingscriteria dat er geen sprake mag zijn van een milieuhygiënisch onaanvaardbare situatie. In dat kader toetsen wij onder meer aan de regels voor externe veiligheid. Hiermee is externe veiligheid volgens ons voldoende geborgd.
Pagina 9 van 215
Overlegreactie 6: Cluster Ruimte van de provincie Noord-Brabant Samenvatting overlegreactie a. Het cluster geeft in overweging om ruimtelijke ontwikkelingen pas aan het bestemmingsplan toe te voegen als wij hierover een definitief standpunt hebben ingenomen en de onderbouwingen volledig zijn. Daarbij dient zorgvuldig ruimtegebruik uitgangspunt te zijn. Ook moeten de ontwikkelingen worden voorzien van de vereiste kwaliteitsverbetering van het landschap, op basis van de regionale afspraken hierover. De kwaliteitsverbetering bij toevoeging van woningen in de zoekgebieden voor verstedelijking of integratie stad-land moet gelijkwaardig zijn aan die voor de aanschaf van een ruimte-voor-ruimtetitel. Er kan niet worden volstaan met een kwaliteitsverbetering die is gebaseerd op een categorie-3-ontwikkeling. Het bestemmingsplan moet de kwaliteitsverbetering zekerstellen. b. Het cluster adviseert om de provinciale gebiedskwalificaties bij onze afwegingen te betrekken. c. De begripsomschrijving van ‘tuincentrum’ in het voorontwerpbestemmingsplan is veel ruimer dan die in de Verordening ruimte 2014 (hierna: de Verordening). Het cluster vraagt ons om de begripsomschrijving in overeenstemming te brengen met die van de Verordening. d. De regeling voor schuilgelegenheden binnen de bestemming ‘Agrarisch met waarden – Landschap’ is buiten kernrandzones in strijd met de Verordening. e.
De retrospectieve toets behoeft aanvulling voor de adressen Spitsbergerweg 15 (heeft sloop van bebouwing plaatsgevonden?), Marenseweg 8/10 (er moet worden toegelicht dat er geen sprake is van nieuwvestiging) en Buunderstraat 12 en Garststraat 4 (er moet gekeken worden naar vormverandering in plaats van uitbreiding van de agrarische bouwvlakken). f. Het cluster adviseert om voor wat betreft de kwaliteitsverbetering van het landschap te verwijzen naar de regionale afspraken kwaliteitsverbetering van het landschap. g. In de artikelen 38.102 en 40.11 ontbreekt een verwijzing naar de vereiste kwaliteitsverbetering. h. De begripsomschrijving van ‘bestaand’ komt voor wat betreft de zorgvuldige veehouderij niet overeen met die van de Verordening. In artikel 4 van de planregels mist het cluster de bepaling dat voor veehouderijen alleen de bestaande bebouwing is toegestaan. i. Het voorontwerpbestemmingsplan kent geen begripsbepaling en aanduiding ‘Gebied Beperkingen Veehouderij’. Dit is wel nodig om te borgen dat alleen grondgebonden veehouderijen in deze zone onder voorwaarden ontwikkelingsruimte krijgen. j. De begripsomschrijving van ‘grondgebonden veehouderij’ moet worden aangepast aan de ‘Nadere regels zorgvuldige veehouderij’ (hierna: de Nadere regels). k. Anders dan het voorontwerpbestemmingsplan merkt de Verordening een paardenhouderij aan als een ‘overig agrarisch bedrijf’.
De regels voor de zorgvuldige veehouderij hoeven op paardenhouderijen niet van toepassing te zijn. l. Het is het cluster niet duidelijk wat de strekking is van de saneringsregeling voor intensieve veehouderij in artikel 3 van de planregels, omdat vleeskalveren, vleesstieren en fokstieren ook tot intensieve veehouderij behoren. Verder wordt volgens het BVB op een aantal adressen nog vleesvee gehouden. Op een aantal andere adressen zijn geen dieren meer vergund. Voor deze laatste adressen vraagt het cluster zich af of de agrarische bestemming herzien moet worden. m. Artikel 3 van de planregels laat mestverwerking toe voor een niet op dezelfde locatie gevestigde veehouderij, namelijk wanneer een bedrijf meerdere vestigingen heeft. Dit is in strijd met de Verordening. Verder wordt in artikel 3.1.2 onder r voor een bepaald bedrijf mestverwerking toegestaan tot 1.500 m². Het moet duidelijk zijn dat het hier geen uitbreiding van mestverwerking betreft. n. Het cluster mist in de regeling voor afwijking van de bouwregels in artikel 3.4 van de planregels de voorwaarde dat uitsluitend één bouwlaag gebruikt mag worden voor het houden van dieren, met uitzondering van volière- en scharrelstallen voor legkippen. o. De artikelen 3.4 en 3.5 van de planregels moeten worden afgestemd op artikel 3 van de Nadere regels. p.
Het cluster mist in artikel 4.4 van de planregels een regeling voor het in gebruik nemen van gebouwen voor veehouderijen zoals die in artikel 3.5 in de bijbehorende tabel is opgenomen.
Pagina 10 van 215
q.
In artikel 40.3.2 va de planregels (wijzigingsbevoegdheid voor vergroting van het agrarisch bouwvlak) ontbreekt de voorwaarde dat er binnen het bouwperceel geen ruimte is om het ruwvoer op te slaan. r. De artikelen 40.3.3 en 40.3.4 van de planregels kennen wijzigingsbevoegdheden voor vergroting van agrarische bouwvlakken voor veehouderijen. Gelet op het karakter en de gevolgen hiervan vindt het cluster dat bestemmingsplanherziening hiervoor aangewezen is. Als wij toch kiezen voor een wijzigingsbevoegdheid, dan vraagt het cluster ons om ieder ontwerpwijzigingsplan aan ons voor te leggen. s. Artikel 40.10 (wijzigingsbevoegdheid voor biomassavergisting) is in strijd met de Verordening. De provincie verleent in afwachting van nieuw mestbeleid geen medewerking aan nieuwe initiatieven. t. Het cluster vindt het van belang om het cultuurhistorisch waardevolle karakter van de Hertogswetering en de Roode Wetering specifiek in de bestemmingsomschrijving te benoemen en te beschermen. Verder kent artikel 38.98 van de planregels voor deze waterlopen een wijzigingsbevoegdheid voor de realisering van ecologische verbindingszones. Daarbij ontbreekt de bepaling dat de wijziging niet gepaard mag gaan met de ontwikkeling van opgaand houtgewas, bomen en struiken. Deze bepaling is van belang voor de bescherming van de openheid van het gebied. u.
Het cluster vindt het van belang dat eendenkooien als alleenstaande entiteiten zichtbaar blijven. De bestaande bebossing in de nabijheid van de eendenkooien mag daarom niet dusdanig oprukken dat de zichtbaarheid teniet wordt gedaan. Het cluster vraagt om dit met een omgevingsvergunningsregeling te regelen. v. Het cluster vraagt om de regeling voor agrarisch-technische en agrarisch verwante bedrijven in de groenblauwe mantel af te stemmen op de Verordening. w. De planregels sluiten zelfstandige bewoning van bedrijfsgebouwen, recreatiewoningen en andere niet voor bewoning bestemde gebouwen onvoldoende uit, en moeten op dit punt worden aangepast. Verder moeten wij in artikel 38.102 (wijzigingsbevoegdheid naar een verblijfsrecreatieve bestemming) zekerstellen dat sprake is van een bedrijfsmatige exploitatie van recreatiewoningen. x. De wijzigingsbevoegdheid voor omschakeling van agrarische bedrijven naar wonen dient voor wat betreft de sloop van bebouwing te worden afgestemd op de Verordening. y. Het cluster vindt dat als nieuwe woningen leiden tot een stedelijke ontwikkeling in de zin van de Verordening, bestemmingsplanherziening de aangewezen weg hiervoor vormt, en niet een wijzigingsplan. In de overige gevallen moet voldaan worden aan de Verordening. Het voorontwerpbestemmingsplan is daarmee niet helemaal in overeenstemming. z.
Het cluster heeft specifieke opmerkingen over de ontwikkelingen aan de Elleboogstraat 1, Beemdenweg 1, Luistenstraat 6, Vreestraat 12, Meerstraat 3, Oude Baan 10, Molengraaf 11, Spitsbergerweg 3, Vorstweg 1, Bergstraat 2, Hoolbeemdweg 51 en Langestraat 14. Besluit Wij vinden de vooroverlegreactie gedeeltelijk gegrond en gedeeltelijk ongegrond. Wijzigingen in het ontwerpbestemmingsplan Wij nemen alleen ontwikkelingen op met volledig geaccordeerde ruimtelijke onderbouwingen. Wij nemen de begripsomschrijving voor tuincentrum uit het bestemmingsplan ‘Buitengebied Oss – 2010’ over voor het bestaande tuincentrum aan de Nieuwe Hescheweg in Oss. Wij passen het retrospectief overzicht aan. Wij passen de planregels aan aan de nu geldende versie van de provinciale Verordening. Wij passen de begripsomschrijving van ‘grondgebonden veehouderij’ aan. Wij nemen een regeling voor veetypes en een regeling voor de omschakeling daarvan op. In de omschakelingsregeling nemen wij bij deelnemers aan de RBV op dat de voorwaarden van de RBV in acht moeten worden genomen. Wij laten mestbewerking alleen nog toe voor van de eigen bedrijfslocatie afkomstige mest. Wij nemen in artikel 40.3.2 van de planregels (wijzigingsbevoegdheid voor vergroting van het agrarisch bouwvlak) de voorwaarde op dat er binnen het bouwperceel geen ruimte is om het ruwvoer op te slaan.
Wij schrappen de wijzigingsbevoegdheid om biomassavergisting toe te staan voor de verwerking van mest van andere bedrijven dan het eigen bedrijf.
Pagina 11 van 215
Voor het komgebied handhaven wij de aanlegvergunningsplicht voor hoogopgaande beplanting, en schrappen wij de daarmee niet verenigbare verboden-gebruiksregeling. We nemen in het artikel met de wijzigingsbevoegdheid voor de omschakeling van agrarische bedrijven naar bedrijfsmatige activiteiten op dat vestiging van een agrarischtechnisch bedrijf binnen de groenblauwe mantel alleen kan als het bestemmingsvlak niet meer dan 5.000 m² bedraagt. In de wijzigingsregeling voor recreatiewoningen nemen wij op dat de recreatiewoningen bedrijfsmatig en centraal moeten worden geëxploiteerd. In de wijzigingsbevoegdheden voor nieuwe woningen nemen wij op dat er geen sprake mag zijn van een stedelijke ontwikkeling als bedoeld in de Verordening. In de wijzigingsregels nemen we verder op dat de hoogte van de tegenprestatie vergelijkbaar moet zijn met die voor een ruimte-voor-ruimteontwikkeling. In artikel 35 verwijzen wij voor de toepassing van de wijzigingsbevoegdheden 9 en 10 naar de regionale afspraken. Waar nodig passen wij de ruimtelijke onderbouwingen voor concrete plannen aan aan de opmerkingen van het cluster. Toelichting van burgemeester en wethouders Punt a In het ontwerp nemen wij alleen ontwikkelingen opgenomen met volledig geaccordeerde ruimtelijke onderbouwingen.
Nieuwe ontwikkelingen die pas voor het eerst zijn meegenomen in het ontwerp en niet in het voorontwerp waren opgenomen, hebben we met de provincie besproken. Wij zijn bekend met de regels op het gebied van kwaliteitsverbetering en passen deze ook toe. Punt b Dat ontwikkelingsmogelijkheden mede afhankelijk zijn van provinciale gebiedskwalificaties is ons bekend. Wij passen deze gebiedskwalificaties toe bij de beoordeling van verzoeken. Punt c Anders dan het cluster veronderstelt, kent het voorontwerpbestemmingsplan geen begripsomschrijving ‘tuincentrum’. Het voorontwerpbestemmingsplan kent wel een begripsomschrijving ‘tuincentrum met beperkt assortiment’. Deze gaat over een specifieke situatie aan de Meester van Coothstraat 46 in Lith, die wij in het voorontwerpbestemmingsplan precies hetzelfde geregeld hebben als in het onherroepelijk bestemmingsplan ‘Buitengebied Lith – 2013’. Het gaat hier dus om bestaande rechten. Wij zien dan ook geen reden om deze regeling in het ontwerpbestemmingsplan aan te passen. Wij hebben verder nog één ander bedrijf dat als tuincentrum in de tabel in bijlage 5 staat aangegeven. Voor dit tuincentrum ontbreekt inderdaad een begripsomschrijving. In het geldende bestemmingsplan hebben wij voor dit bedrijf wel een begripsomschrijving opgenomen. Deze nemen wij in het ontwerpbestemmingsplan ook op om daarmee de bestaande rechten te regelen.
Overigens zou de provinciale definitie in de praktijk juist meer mogelijkheden kunnen bieden. In de provinciale definitie staat dat een tuincentrum ‘in overwegende mate’ gericht moet zijn op….’. Dat betekent dat op basis van deze definitie seizoensverkoop van (feest)artikelen mogelijk is. De nu opgenomen gemeentelijke definitie biedt juist minder mogelijkheden en meer duidelijkheid. Punt d Het provinciale beleid voor nieuwe ontwikkelingen is ons bekend. Wij hebben een genuanceerde regeling voor schuilgelegenheden opgenomen in het voorontwerpbestemmingsplan. Wij vinden dat in het open komgebied, dat een zeer groot deel uitmaakt van het buitengebied van de gemeente Oss, schuilgelegenheden niet passen. Dit komgebied is ook niet te kwalificeren als kernrandgebied. In dit gebied zijn schuilgelegenheden niet toegestaan. In de gebieden die als oeverwal zijn te kwalificeren en op zandgronden, laten wij schuilhutten wel toe. Dit zijn gebieden met veel functiemenging en in verhouding veel bebouwing. Daar passen schuilhutten naar ons oordeel prima. Het cluster geeft overigens niet aan waar er sprake zou zijn van strijd met de Verordening. Het is ons niet duidelijk waar er geen sprake is van een kernrandzone, maar waar wij wel schuilgelegenheden toestaan in het plangebied.
Pagina 12 van 215
Punt e In het retrospectief overzicht gaan wij in op deze adressen. Punt f Wij hebben volgens ons de regionale afspraken inhoudelijk juist verwerkt in artikel 35 van de planregels van het voorontwerpbestemmingsplan. In de toelichting zijn wij hier nader op ingegaan. Wij vinden dit afdoende. Punt g De constatering van het cluster is op zich juist. Maar de toepassing van (onder andere) wijzigingsbevoegdheden moet sowieso voldoen aan de geldende wet- en regelgeving. Daarom vinden wij het niet nodig om dit als afzonderlijk toetsingscriterium op te nemen. Wij zien geen reden om voor het afsprakenkader, dat gebaseerd is op de Verordening, een uitzondering te maken. Dat hebben wij overigens ook niet gedaan in eerdere onherroepelijke bestemmingsplannen. Punten h en p Wij baseren de regels van het ontwerpbestemmingsplan op de nu geldende provinciale Verordening. Daarmee komen wij ook tegemoet aan deze opmerking van het cluster. Op basis van de in 2016 geldende Verordening was het in artikel 4 niet nodig om een regeling op te nemen voor veehouderij. Binnen de bestemming ‘Agrarisch met waarden – landschap en natuur’ liggen geen agrarische bouwvlakken en worden geen bouwmogelijkheden geboden voor veehouderijen. Binnen dit gebied ligt alleen de ‘veeopvang’ van Brabants Landschap op Keent. Deze is met een aanduiding opgenomen en niet met een bouwvlak.
Deze veeopvang, die met name bij hoog water maar ook bij andere calamiteiten wordt gebruikt, kan worden beschouwd als veehouderij. Een regeling hiervoor was niet nodig, omdat het bestemmingsplan alleen bouwmogelijkheden bood voor de bestaand aanwezige bebouwing voor de veeopvang (1.000 m²) en er geen uitbreidingsmogelijkheden waren. Inmiddels heeft de provincie de Verordening aangepast, en is er toch een regeling nodig voor dit perceel. Wij passen de regels hierop aan door voor de betreffende locatie de regels van artikel 3 van overeenkomstige toepassing te verklaren voor zover sprake is van een veehouderij. Punt i Anders dan het cluster stelt, kent het voorontwerpbestemmingsplan wel de aanduiding ‘overige zone - beperking veehouderij’. In de algemene aanduidingsregels in artikel 38 hebben wij deze aanduiding ook genoemd. In de afwijkingsregeling van artikel 3.4 verwijzen wij naar deze aanduiding in die zin dat uitbreiding van een niet-grondgebonden veehouderij in dit gebied niet is toegestaan. Daarmee voldoet de regeling aan de provinciale Verordening. Een begripsomschrijving van het ‘gebied beperking veehouderij’ in de begripsbepalingen voegt hier niets aan toe. Daarom nemen wij deze niet op. Punt j Wij passen de regels aan zoals het cluster verzoekt.
Voor de rechtszekerheid van een bestemmingsplan vinden wij het overigens ongewenst om te verwijzen naar regelgeving van andere overheden. Die kan immers wijzigen, waardoor ook de inhoud van begrippen in een bestemmingsplan kan wijzigen. Dat komt de duidelijkheid van een bestemmingsplan niet ten goede. Wij vragen via het cluster Provinciale Staten dan ook om terughoudend te zijn met het aanpassen van (de inhoud van) definities. Punt k Wij zijn ons ervan bewust dat een paardenhouderij niet als veehouderij wordt gezien in de regels van de Verordening. De regels voor zorgvuldige veehouderij hebben wij in het voorontwerpbestemmingsplan dan ook al niet van toepassing verklaard op paardenhouderijen. Deze regeling handhaven wij in het ontwerpbestemmingsplan. Punt l Het is en blijft lastig om een goede regeling te maken voor deelnemers aan de verschillende beëindigingsregelingen zoals de RBV-regeling. Dat komt onder andere door
Pagina 13 van 215
de gebrekkige informatieverschaffing door onder andere de provincie over deelnemers aan deze regeling in het verleden, door de verschillende mogelijkheden die deelnemers aan deze regelingen nog hebben en vooral ook door de wijziging van de definities in de Verordening van soorten agrarische bedrijven. Zo mogen sommige bedrijven geen intensieve veehouderij meer zijn, of bepaalde vormen van intensieve veehouderij niet meer uitoefenen. Maar het begrip ‘intensieve veehouderij’ komt in het huidige bestemmingsplan niet meer voor, omdat ook het provinciaal beleid dit begrip niet meer kent. Daarbij komt bovendien dat er diersoorten zijn die toentertijd niet beschouwd werden als intensieve veehouderij of niet-grondgebonden, maar die dat op dit moment wel zouden kunnen zijn. Een voorbeeld daarvan is melkrundvee. Op basis van de milieuberekeningen die voor het MER zijn gemaakt, duiden wij in het ontwerpbestemmingsplan veetypen aan bij agrarische bedrijven. Deze regeling ondervangt de problematiek van de RBV-deelnemers. Wij gaan er daarbij vanuit dat de veetypes die in de huidige milieuvergunning staan opgenomen, legaal mogen worden gehouden. Als dat niet het geval is, horen wij dat graag van het cluster. In het ontwerpbestemmingsplan nemen wij ook een omschakelingsregeling op om te wijzigen van veetype.
In deze regeling nemen wij op dat bij deelnemers aan de RBV ook de voorwaarden van de RBV in acht moeten worden genomen. Op een aantal andere adressen zijn inderdaad geen dieren meer vergund. Maar dat betekent niet dat de agrarische bestemming herzien moet worden. Op een aantal locaties, bijvoorbeeld in de Lithse polder, willen wij geen omschakeling naar een andere bestemming dan een agrarische bestemming toestaan. Daarnaast gaan we ambtshalve in principe niet over tot herbestemming van een agrarische locatie. Er moeten bij een herbestemming immers afspraken worden gemaakt over inpassing, eventuele sloop, planschade en plankosten. Alleen op verzoek nemen we deze wijzigingen mee. Punt m De regeling voor mestbewerking voor een agrarisch bedrijf met meerdere locaties is inderdaad in strijd met de Verordening. Wij passen deze regeling aan in die zin dat we mestbewerking koppelen aan de locatie. Over de mestverwerking bij het adres Hertog Janstraat 53 merken wij het volgende op. Per vergissing hebben wij in het voorontwerpbestemmingsplan geen rekening gehouden met alle vergunde rechten, waaronder op 28 december 2015 vergunde mestbassins en overdekte laad- en losdokken. Deze nemen wij wel in het ontwerpbestemmingsplan op. In totaal betreft dit een oppervlakte van 1.711 m². Hierbij is dus geen sprake van uitbreiding.
Op 6 december 2017 hebben Gedeputeerde Staten ook een omgevingsvergunning milieu, bouwen en strijdig gebruik voor onder andere het verhogen van de mestverwerkingscapaciteit bij dit bedrijf vergund. In deze vergunning concluderen Gedeputeerde Staten dat de gewenste bedrijfsvoering niet in strijd is met de Verordening ruimte 2014. Punt n De afwijking waarop het cluster doelt, is een afwijking van de regel dat de oppervlakte van dierenverblijven voor een veehouderij niet mag uitbreiden. De afwijkingsregeling gaat dus niet over de regel dat dieren alleen op de begane grond gehouden mogen worden. Die regelt geldt onverkort, ook na afwijking. Daarom is de gevraagde aanpassing niet nodig. Punt o Inmiddels is in de nadere regels van de Verordening deze regeling niet meer opgenomen. De vooroverlegreactie is op dit punt dus inmiddels achterhaald. Daarom passen wij de betreffende regels niet aan. Punt q De stelling van het cluster is juist. Daarom nemen wij in artikel 40.3.2 van de planregels (wijzigingsbevoegdheid voor vergroting van het agrarisch bouwvlak) de voorwaarde op dat er binnen het bouwperceel geen ruimte is om het ruwvoer op te slaan. Punt r Wij zijn van mening dat wij aan de genoemde uitbreidingen van bouwvlakken met een wijzigingsprocedure moeten kunnen meewerken. In het kader van het vooroverleg leggen wij deze plannen aan de provincie voor.
Pagina 14 van 215
Punt s Wij schrappen de wijzigingsregeling in artikel 40.10 omdat deze in strijd is met de Verordening. Punt t In het voorontwerpbestemmingsplan hebben wij in de betreffende bestemming de bescherming van cultuurhistorische waarden al opgenomen. Wij zien dan ook geen aanleiding om de regeling en de toelichting daarop op dit punt aan te passen. Een eventueel verbod op hoogopgaande beplanting hoort niet thuis in wijzigingsvoorwaarden maar in een ‘aanlegvergunningenstelsel’. Dit aanlegvergunningenstelsel blijft van toepassing na wijziging van de bestemming. In het voorontwerpbestemmingsplan hadden wij zowel een aanlegvergunningsplicht als een verboden-gebruiksbepaling opgenomen voor hoogopgaande beplanting in het komgebied. Ten onrechte, omdat beide juridische instrumenten elkaar uitsluiten. In het ontwerpbestemmingsplan nemen wij een aanlegvergunningsplicht op. Punt u Ook wij vinden dat de eendenkooien als zelfstandige entiteit zichtbaar moeten blijven. Een specifieke regeling voor beplanting binnen de kooicirkel is echter niet nodig. Binnen de gebiedsaanduiding ‘komgebied’ is het aanbrengen van hoogopgaande beplanting aanlegvergunningsplichtig. Een extra regeling is niet nodig omdat de eendenkooien alle in het komgebied liggen. Wij verwijzen hiervoor verder naar wat wij schreven onder punt t.
Punt v We nemen in het artikel met de wijzigingsbevoegdheid voor de omschakeling van agrarische bedrijven naar bedrijfsmatige activiteiten op dat vestiging van een agrarischtechnisch bedrijf binnen de groenblauwe mantel alleen kan als het bestemmingsvlak niet meer dan 5.000 m² bedraagt. Punt w Wij hebben in het voorontwerpbestemmingsplan, zoals in zo vele andere onherroepelijke bestemmingsplannen, mantelzorg mogelijk gemaakt via een afwijking van het verbod om bijgebouwen te bewonen. De bijbehorende voorwaarden stellen zeker dat er een relatie moet blijven bestaan tussen de woning en het voor mantelzorg te gebruiken bijgebouw. Gebruik voor andere vormen van wonen dan mantelzorg hebben wij tot verboden gebruik verklaard. Wij zien niet in waarom deze regeling onvoldoende borgt dat ‘zelfstandige bewoning’ wordt tegengegaan. Daarbij merken wij op dat wij mantelzorg in zekere zin ook als een vorm van zelfstandige bewoning zien, zij het dat dit niet mag leiden tot een extra woonbestemming. Voor de andere afwijkingsmogelijkheden voor wonen vanuit maatschappelijk belang geldt iets soortgelijks. In de wijzigingsregeling voor recreatiewoningen nemen wij op dat de recreatiewoningen bedrijfsmatig en centraal moeten worden geëxploiteerd. Punt x In de Verordening is inderdaad opgenomen dat alle overtollige bebouwing moet worden gesloopt. Dat is een vaag begrip.
In het voorontwerpbestemmingsplan hebben wij vanuit het oogpunt van rechtszekerheid dat geconcretiseerd in die zin dat in onze wijzigingsregeling maximaal 1.000 m² gehandhaafd mag blijven. De genoemde oppervlakte hebben wij vooral opgenomen om agrarische bedrijven te stimuleren om om te schakelen naar een woonbestemming. Als vrijwel geen bebouwing mag worden gehandhaafd, dan zal men minder snel willen omschakelen. Punt y De bedoelde wijzigingsregelingen zijn bedoeld voor woningen die niet als stedelijke ontwikkeling te beschouwen zijn. Als het wel zou gaan om woningen die als stedelijke ontwikkeling zijn te beschouwen, dan zou toch geen gebruik gemaakt worden van deze regeling omdat de tegenprestatie bij een buitengebiedontwikkeling veel hoger is dan bij woningbouw als een stedelijke ontwikkeling. Desondanks nemen wij in de planregels op dat er geen sprake mag zijn van een stedelijke ontwikkeling daar waar de planregels dit zelf al niet zekerstellen door het aantal woningen te beperken.
Pagina 15 van 215
In de wijzigingsregels nemen we verder op dat de hoogte van de tegenprestatie vergelijkbaar moet zijn met die voor een ruimte-voor-ruimteontwikkeling. De ladder van duurzame verstedelijking maakt onderdeel uit van een wettelijk voorgeschreven toets, en hoeft dus in de wijzigingsvoorwaarden niet te worden genoemd. In artikel 35 verwijzen wij voor de toepassing van de wijzigingsbevoegdheden 9 en 10 naar de regionale afspraken. Punt z Wij hebben deze opmerkingen besproken met de betreffende initiatiefnemers. Waar nodig heeft dit geleid tot aanpassing van de plannen of de onderbouwing daarvan. Overigens hebben wij voor een aantal van deze ontwikkelingen een apart bestemmingsplan opgesteld. Dit is het bestemmingsplan ‘Ontwikkelingenplan Buitengebied Oss – 2018’. In de procedure voor dat plan hebben wij het cluster al geïnformeerd over de wijze waarop wij zijn opmerkingen in de planvorming betrekken.
Pagina 16 van 215
V. INSPRAAKREACTIES Inspraakreactie 1 Samenvatting inspraakreactie Volgens inspreker zijn de gegevens voor het adres Brandstraat 28 in Oss niet compleet. Er worden twee gebouwen gebruikt voor caravanstalling en statische opslag, met toestemming van de gemeente van 15 augustus 2006. Een ander gebouw wordt gebruikt voor gastouderopvang, kantoor en werkplaats. Controles in de afgelopen 15 jaar zijn altijd positief verlopen. Inspreker vraagt om de feitelijk situatie op te nemen in het bestemmingsplan. Besluit Wij vinden de inspraakreactie gegrond. Wijzigingen in ontwerpbestemmingsplan Wij verwerken de regeling voor het adres Brandstraat 28 in Oss in het nu geldende bestemmingsplan in het ontwerpbestemmingsplan. Toelichting van burgemeester en wethouders De door inspreker gevraagde ontwikkeling, de herbestemming van een agrarisch bouwvlak naar een bedrijfsbestemming aan Brandstraat 28 in Oss, is inmiddels geregeld in een aparte bestemmingsplanprocedure. In het kader van dit bestemmingsplan is ook overleg gevoerd over de gewenste activiteiten en mogelijkheden op dit perceel. Dit bestemmingsplan is vastgesteld op 3 april 2017 en inmiddels onherroepelijk. Wij nemen de regeling uit dit bestemmingsplan op in het ontwerpbestemmingsplan voor het buitengebied.
Pagina 17 van 215
Inspraakreactie 2 Samenvatting inspraakreactie a. Volgens insprekers staan er in de toelichting bij het voorontwerpbestemmingsplan tegenstrijdigheden over de functie van de Lithse Ham. Enerzijds staat er dat de Lithse Ham een natuurfunctie heeft, anderzijds staat er dat het gebied een recreatieve functie heeft. b. Insprekers vragen welke gebieden een natuurbestemming hebben gekregen. c. Volgens de toelichting heeft de Maas een vrijwaringszone. Insprekers wijzen erop dat er onlangs een vergunning is afgegeven voor een aanlegsteiger binnen deze zone. d. Insprekers vragen zich af waarom er op de Lithse Ham 10 en 10a geen bed and breakfast is toegestaan. Volgens de toelichting is een bed and breakfast in een woning mogelijk. e. Insprekers vragen waarom er op de Lithse Ham 10 geen detailhandel is toegestaan. f. Insprekers vragen wat het begrip ‘hoogwatergeul Lithse Ham’ in de toelichting betekent. g. Volgens insprekers vermeldt de toelichting ten onrechte niet dat er in de Lithse Ham een burgerwoning en twee bedrijfswoningen zijn. Zij vragen zich af of deze woningen hiermee wegbestemd zijn. h. Volgens insprekers is het bestemmingsplan niet raadpleegbaar via www.ruimtelijkeplannen.nl. i.
De afmetingen en vorm van het perceel van insprekers wijkt af van die in de huurovereenkomst; de uitbreidingsmogelijkheden voor vlonders en steigers van 14 m aan de noord- en oostzijde zijn niet zichtbaar. j. De bedrijfsbestemming komt niet overeen met de omschrijving in de overeenkomst van januari 2010 met de gemeente Lith. k. De burgerwoning is zeer onduidelijk omschreven en niet geel ingekleurd in de plankaart. l. Insprekers vinden dat maximaal één nacht overnachting te veel beperkingen geeft voor recreatiemogelijkheden. m. Insprekers constateren dat een deel van het water in de Lithse Ham zowel de bestemming ‘Water’ als de bestemming ‘Waterrecreatie’ heeft. n. Insprekers vragen of de regeling in artikel 37.1 onder e van de planregels betekent dat iedere vorm van watersport is verboden, nu dit artikel watersport als lawaaisport aanmerkt. o. Insprekers vragen wat bijlage 7 ‘De Lithse Ham’ is. Volgens hen zou deze bijlage niet op hen van toepassing zijn. Besluit Wij vinden de inspraakreactie gedeeltelijk gegrond en gedeeltelijk ongegrond. Wijzigingen in ontwerpbestemmingsplan Wij staan bij De Lithse Ham 10 een bed and breakfast toe voor maximaal 4 personen in maximaal 2 slaapkamers. We zullen de passage in de toelichting over permanente aanwezigheid van mensen in het rivierbed verduidelijken.
In de regeling over verboden gebruik (artikel 37 van de planregels) voegen we toe dat deze regeling niet van toepassing is op gebruik dat het bestemmingsplan expliciet toestaat. Toelichting van burgemeester en wethouders Punt a De Lithse Ham heeft zowel de functie natuur als de functie recreatie. In sommige delen (met name het westelijk deel) heeft de functie natuur de overhand, in andere delen de functie recreatie (met name het oostelijk deel). Dit komt tot uitdrukking in de bestemming. Het gebied met een recreatieve bestemming heeft overigens ook natuurwaarden, en andersom. Wij constateren dan ook dat de toelichting op dit punt juist is. Punt b Wij verwijzen insprekers naar de verbeelding van het voorontwerpbestemmingsplan. Daarop kunnen zij precies zien welke gronden een natuurbestemming hebben gekregen. In de toelichting staat de onderbouwing van deze keuze.
Pagina 18 van 215
Punt c Deze opmerking nemen wij voor kennisgeving aan. Punt d De Lithse Ham 10 heeft geen gewone woonbestemming. Daarom is ook de standaard binnen de bestemming ‘Wonen’ niet van toepassing. Wij hebben er geen bezwaar tegen om ook bij de woning van insprekers een bed and breakfast, onder dezelfde voorwaarden als binnen ‘Wonen’ toe te staan. Wij merken hierbij wel op dat we op verzoek van insprekers de recreatieve mogelijkheden van dit perceel in het nu geldende bestemmingsplan ‘Buitengebied Lith – 2013’ juist hebben beperkt. Punt e Wij vinden detailhandel een functie die in principe in het buitengebied niet thuishoort. Alleen kleinschalige detailhandel die de toegestane functies ondersteunt, vinden wij op de locatie van insprekers voorstelbaar. Voor wat betreft de mogelijkheden van het perceel, verwijzen wij verder naar het antwoord onder i. Punt f De hoogwatergeul is een maatregel die tot een betere doorstroom van de Maas moet leiden. Als hiervoor maatregelen nodig zijn die tot een aanpassing van het bestemmingsplan leiden, dan zullen wij hiervoor een aparte procedure opstarten. Punt g De woning van insprekers is, evenals de andere bestaande woningen in de Lithse Ham, niet wegbestemd. Deze woningen staan gewoon op de verbeelding en in de regels. Dat deze woningen in de toelichting niet worden genoemd, heeft geen juridische consequenties.
De toelichting is bovendien een algemeen stuk waarin in het algemeen wordt ingegaan wordt op een aantal situaties. Aanpassing is op zich dan ook niet nodig. Toch zullen wij de tekst in de toelichting op dit punt verduidelijken. Punt h Het voorontwerp van het bestemmingsplan was wel beschikbaar op www.ruimtelijkeplannen.nl. In het begin van de tervisielegging was het plan heel even niet beschikbaar, daarna wel. Punt i De grootte van de bedrijfsbestemming (dit is het perceelsgedeelte waarbinnen de bedrijfsactiviteiten mogen worden uitgeoefend) en de mogelijkheden hierbinnen zijn in het kader van de inspraak- en zienswijzeprocedure van het nu geldende bestemmingsplan ‘Buitengebied Lith – 2013’ zeer uitgebreid ter sprake gekomen. In deze procedure is ook de relatie met de in 2010 gesloten overeenkomst aan bod gekomen. Wij verwijzen insprekers hiernaar. Wij staan nog steeds achter het standpunt dat wij en de gemeenteraad toen hebben ingenomen en dat geleid heeft tot de grootte van de aanduiding ‘specifieke vorm van bedrijf – watersportgerelateerd bedrijf’ met de bijbehorende bedrijfsmatige mogelijkheden. De Raad van State heeft het bestemmingsplan, naar aanleiding van een beroep van insprekers, getoetst en akkoord bevonden (met uitzondering van enkele ondergeschikte aspecten die de gemeenteraad daarna in een reparatieplan heeft hersteld).
Wij zien geen reden om de destijds gevoerde discussie over de bedrijfsmatige activiteiten over te doen. Punt j Wij hebben onlangs met insprekers een nieuwe huurovereenkomst gesloten. De bestaande huurovereenkomst was verouderd. Het door insprekers te huren gebied is inderdaad groter dan het gebied dat in het bestemmingsplan ‘Buitengebied Lith – 2013’ is aangewezen als gebied waarbinnen de bedrijfsmatige activiteiten moeten worden uitgeoefend. Juridisch gezien kan dat ook gewoon. Maar voor wat betreft de planologische mogelijkheden van het perceel is het bestemmingsplan ‘Buitengebied Lith – 2013’ leidend. Wij zien geen reden om van de regeling in dat bestemmingsplan af te wijken. Wij hebben insprekers tijdens het overleg over de overeenkomst hier ook op gewezen. Voor wat betreft de mogelijkheden van het perceel, verwijzen wij verder naar het antwoord onder i. Punt k
Pagina 19 van 215
In de planregels staat dat het betreffende perceel mag worden bewoond en dat de woning ook een burgerwoning mag zijn. Letterlijk staat er dat bewoning niet gerelateerd hoeft te zijn aan de uitoefening van het watersportgerelateerde bedrijf. De burgerwoning is inderdaad niet in geel aangegeven, zoals een gewone woonbestemming. Dat komt omdat er hier een heel specifieke bestemming nodig is omdat ook andere activiteiten zijn toegestaan, en er sprake is van een bestemming ‘Water’. Het is de bestemming in combinatie met de regels die de mogelijkheden bepaalt. Wij hebben eerder al aan insprekers per brief medegedeeld wat de mogelijkheden zijn op het perceel. Die brief kunnen insprekers aan potentiële kopers overleggen. Punt l Wij willen extensieve mogelijkheden bieden voor het overnachten op boten op het water. In het voorontwerpbestemmingsplan is daarom opgenomen dat er één overnachting mag plaatsvinden op een boot in dit gebied. Langduriger verblijf moet plaatsvinden op daarvoor geschikte en ingerichte plaatsen, zoals jachthavens. Punt m Een gedeelte van de Lithse Ham heeft inderdaad de bestemming ‘Water’ en daarbij de aanduiding ‘waterrecreatie’. De aanduiding geeft aan dat lawaaisport, bijvoorbeeld in de vorm van waterskiën, hier niet is toegestaan. Wij zien geen bezwaren tegen deze manier van regelen.
Punt n In het betreffende artikel hebben wij bepaald dat gronden niet mogen worden gebruikt voor lawaaisport. Hoewel dat strikt juridisch niet nodig is, voegen we voor de duidelijkheid ambtshalve toe dat deze regeling niet van toepassing is op gebruik dat het bestemmingsplan expliciet toestaat. Punt o Bijlagen bij de regels zijn alleen van toepassing als er in de regels naar wordt verwezen. Artikel 13.2.2 (bestemming ‘Recreatie – Verblijfsrecreatie 2’) verwijst naar bijlage 7 als inventarisatie van de bebouwing op het recreatiepark. Deze bijlage gaat alleen daarover en dus niet over het perceel van insprekers. Er kan dan ook geen verwarring zijn over de vraag of deze bijlage van toepassing is op het perceel van inspreker. Dat blijkt overigens ook uit het kaartje in bijlage 7. Daar staat het perceel van insprekers niet op.
Pagina 20 van 215
Inspraakreactie 3 Samenvatting inspraakreactie Inspreekster vraagt waarom een dierenverblijf/garage aan de Batterijstraat 1 in Lithoijen niet is opgenomen in het bouwvlak. Besluit Wij vinden de inspraakreactie ongegrond. Wijzigingen in ontwerpbestemmingsplan Geen. Toelichting van burgemeester en wethouders Het bouwvlak in het voorontwerpbestemmingsplan is gelijk aan dat in het bestemmingsplan dat nu geldt (2013) en het bestemmingsplan dat daarvóór gold (2002). Ook in de bestemmingsplannen uit 2002 en 2013 stond het bouwwerk dus buiten de woonbestemming. Het stond en staat in agrarisch gebied. Gelet op de ligging ten opzichte van de woning (en op een ander perceel dan de woning) en de functie vinden wij dat ook terecht en aanvaardbaar. Artikel 36.1 van de regels van het voorontwerpbestemmingsplan bestemt het bouwwerk positief. Dat wil zeggen dat het mag blijven staan mits het legaal tot stand is gekomen (dus met een bouwvergunning als deze vereist was).
Pagina 21 van 215
Inspraakreactie 4 Samenvatting inspraakreactie Inspreker heeft geen opmerkingen over het voorontwerpbestemmingsplan. Besluit Wij nemen de inspraakreactie voor kennisgeving aan. Wijzigingen in ontwerpbestemmingsplan Geen. Toelichting van burgemeester en wethouders Geen.
Pagina 22 van 215
Inspraakreactie 5 Samenvatting inspraakreactie Insprekers hebben een onbebouwd agrarisch perceel aan de Amsteleindstraat in Oss, op de hoek met de Heihoekstraat. Zij willen op dit perceel twee vrijstaande woningen bouwen. Beleidsmatig is dit mogelijk, en het voorontwerpbestemmingsplan kent hiervoor een wijzigingsbevoegdheid. Wij hebben eerder aangegeven dat wij geen medewerking willen verlenen aan de gewenste woningbouw. Insprekers bestrijden onze argumentatie. Volgens hen voldoet hun verzoek aan de wijzigingscriteria. Zo ligt het perceel in een bebouwingsconcentratie. Weliswaar wordt ter plaatse geen kwaliteitswinst behaald, maar wel op een andere plaats door de sloop van agrarische bedrijfsgebouwen. Insprekers missen in de wijzigingscriteria de expliciete mogelijkheid van kwaliteitswinst elders. Verder bestrijden insprekers ons argument dat er sprake is van landschappelijke kwaliteiten in de vorm van doorzichten naar het open polderlandschap. Het betreffende perceel is geheel omringd door bebouwing. Insprekers vragen om in overleg de twee woningen alsnog mogelijk te maken. Besluit Wij vinden de inspraakreactie ongegrond. Wijzigingen in ontwerpbestemmingsplan Geen. Toelichting van burgemeester en wethouders Wij gaan in het buitengebied heel terughoudend om met nieuwe woningen. Doel hiervan is het tegengaan van verstening van het buitengebied.
Verder hoort woningbouw in principe in het stedelijk gebied plaats te vinden. Het beleid van de gemeente laat nieuwe woningen in het buitengebied daarom alleen op bepaalde plaatsen toe. Het voorontwerpbestemmingsplan kent daarvoor enkele wijzigingsbevoegdheden. Het perceel van insprekers ligt binnen de ‘wetgevingszone – wijzigingsgebied 3’ (wijzigingsbevoegdheid uit artikel 38.99 van de planregels). Het ligt ook binnen de bebouwingsconcentratie ‘Oss-West’ (wijzigingsbevoegdheid uit artikel 40.9 van de planregels). Binnen beide zones zijn nieuwe woningen onder voorwaarden mogelijk. Zo moet de initiatiefnemer in een bepaalde mate bijdragen aan de ruimtelijke kwaliteit. Dat hoeft volgens de wijzigingscriteria inderdaad niet per se ter plekke, maar kan ook elders. Ruimtelijke kwaliteitswinst kan bijvoorbeeld gebeuren door de sanering van een agrarisch bedrijf, de sloop van een schuur, het creëren van een doorzicht op het landschap of het herstel van een oud pad. Insprekers geven niet concreet aan hoe zij ruimtelijke kwaliteitswinst willen behalen. Zo geven zij niet aan waar en hoeveel agrarische bebouwing zij slopen. Daarom kunnen wij hier niet concreet op ingaan. Als zij op een concrete relevante locatie een substantiële hoeveelheid agrarische bebouwing (laten) slopen, is het onder voorwaarden voorstelbaar om op hun perceel woonbebouwing toe te voegen.
De Heihoekstraat/Kleinussenstraat vormt een duidelijke grens tussen de bebouwde kern van Oss en het buitengebied. Aan de oostzijde van de weg ligt de stedelijke kern met woonbuurten en het sportpark van Margriet. Het contrast met de westzijde is groot. Hier is het oude (voormalige agrarische) bebouwingslint de Amsteleindstraat nog herkenbaar, met tussen de bebouwing veel en grote doorzichten naar het open polderlandschap. Dit contrast is een grote ruimtelijke kwaliteit. De Amsteleindstraat sluit aan op de kruising Heihoekstraat/Kleinussenstraat. Het is één van de bebouwingslinten aan de westzijde van Oss, die de bebouwde kern van Oss met het buitengebied verbinden. Het agrarisch perceel van insprekers is één van de percelen waardoor men het buitengebied hier nog kan ervaren. Onze opmerking over doorzichten naar het open landschap ging overigens niet specifiek over dit perceel, maar over de bebouwingsconcentratie als geheel. Voor dit perceel geldt dat het is omgeven door bomen en struiken. Het is te typeren als karakteristiek met een besloten en groene uitstraling. Het bebouwen van dit perceel doet afbreuk aan het afwisselende beeld van bebouwing en groen. De bebouwing en daarmee verdere verstening zou na het bebouwen van dit perceel