Bijlage 2A Toelichting - bijlage 22 Rapportage externe veiligheidsonderzoek en verantwoording groepsrisco
Tekst van het document
Langs waterwegen en provinciale en gemeentelijke wegen is, vanwege de beperkte vervoersomvang van gevaarlijke stoffen, geen kader opgenomen. Het risico op een ongeval met gevaarlijke stoffen is hier dusdanig klein dat er voor is gekozen om niet van tevoren ruimtelijke keuzes te maken. Opbouw van de kaders: De kaders zijn gebaseerd op een zone-indeling, gebaseerd op de reikwijdte van effecten van incidenten met gevaarlijke stoffen, gemeten vanaf de risicobron. Per afstand wordt aangegeven welke scenario's bepalend zijn. Binnen de kaders is een onderscheid aangebracht in kwetsbaarheid van de activiteit 24
ODBN, projectnummer 75031131
Externe veiligheidsonderzoek bestemmingsplan Buitengebied Oss – 2019
1 februari 2017
die bij een risico-ontvanger mogelijk is: o ZKO = Zeer kwetsbaar object (zorgcomplexen, ziekenhuizen enz.) o KO = Kwetsbaar object o BKO = Beperkt kwetsbaar object Voor een nadere omschrijving van deze begrippen ZKO, KO en BKO wordt verwezen naar bijlage 1 van de beleidsvisie. Type object ZKO KO BKO
Normering plaatsgebonden risico Zie KO Binnen 10-6-contour niet toegestaan. Binnen 10-6-contour, toegestaan mits noodzaak met goede motivatie is aangetoond.
Bij de kaders is tevens aangegeven of een object toelaatbaar is, en zo ja, met welke 'zwaarte' de noodzaak van realisatie op de betreffende locatie onderbouwd moet worden en hoe uitgebreid de rest van 'de verantwoording' moet worden ingezet. Bij 'Zwaarte 1' dient de noodzaak nadrukkelijk te worden aangetoond, bij 'Zwaarte 2' hoeft de noodzaak niet nadrukkelijk te worden aangetoond. Wél dienen bij beide methodes alle elementen van de verantwoordingsplicht te worden ingevuld. Het verschil tussen zwaarte 1 en zwaarte 2 wordt verder toegelicht in bijlage 2 van de beleidsvisie.
Nieuwe ontwikkelingen (en bestaande) moeten derhalve getoetst worden aan de beleidsvisie externe veiligheid van de gemeente Oss. Een ‘aanvullende’ verantwoording (zwaarte 1 of 2) dient in het kader van de beleidsvisie plaats te vinden indien er een toename is van het groepsrisico. Omdat het plan geen nieuwe planologische situatie betreft (conserverend plan), en er derhalve geen toename is van het groepsrisico, wordt alleen de bestaande situatie aan de normering voor het plaatsgebonden risico uit de beleidsvisie externe veiligheid getoetst. Er vindt geen verantwoording zwaarte 1 of zwaarte 2 plaats.
25
ODBN, projectnummer 75031131
Externe veiligheidsonderzoek bestemmingsplan Buitengebied Oss – 2019
1 februari 2017
4. TOETSING 4.1 Inrichtingen Binnen en/of buiten het plangebied zijn inrichtingen gelegen, welke externe veiligheidscontouren hebben, die van invloed zijn op het plangebied. Voor deze inrichtingen is het volgende uitgevoerd: - Toetsing aan het plaatsgebonden risico (PR 10-6); - Bepalen hoogte groepsrisico en toetsen hoogte groepsrisico aan oriënterende waarde (OW) voor het groepsrisico; - Toetsing aan de Circulaire effectafstanden LPG-tankstations; - Toetsing aan de Circulaire LNG-tankstations. Voor de overige inrichtingen is alleen getoets aan de veiligheidscontour, welke is opgenomen in separate wet- en regelgeving en/of op de risicokaart. Op grond van artikel 13 van het Bevi dient ook bij conserverende plannen een complete verantwoording van het groepsrisico plaats te vinden, indien het plangebied ligt binnen het invloedsgebied van een (Bevi-)inrichting . Deze verantwoording vindt u onder het kopje ‘verantwoording groepsrisico’ verderop in deze rapportage. Voor de inrichtingen, welke niet onder het Bevi vallen, is geen verantwoording van het groepsrisico afgelegd, omdat dit geen wettelijke verplichting is. Bevi-inrichtingen LPG-tankstations Binnen het plangebied bevinden zich 10 LPG-tankstations. Eén van deze tankstations verkoopt behalve LPG (en Benzine/Diesel) ook LNG/CNG.
Voor LPG-tankstations zijn vaste veiligheidsafstanden (PR 10-6, categorale inrichting) opgenomen in tabel 1 van de bijlage 1 van de Regeling externe veiligheid inrichtingen (Revi). De tabel 1 uit de bijlage van het Revi met de veiligheidsafstanden vindt u hieronder. Doorzet (m3 per jaar) ≥1000 500-1000 <500
Afstand (m) vanaf vulpunt 40 35 25
Afstand (m) vanaf reservoir 25 25 25
Afstand (m) vanaf afleverzuil 15 15 15
Behalve aan de veiligheidsafstanden uit het Revi, is ook getoetst aan de effectafstanden uit de circulaire LPG-tankstations. Daarnaast is gekeken naar de hoogte van het groepsrisico voor en na realisatie van het plan. In tabel 4 vindt u de resultaten van deze toetsing. Voor één tankstation (Oliehandel De Kock B.V.) is, vanwege de verkoop en opslag van LNG/CNG in dit tankstation, ook getoetst aan de circulaire LNG-tankstations. Hiervoor is een aparte beoordeling gemaakt.
26
ODBN, projectnummer 75031131
Voldoet aan Richtwaarde PR 10-6? Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja
Voldoet aan Grenswaarde PR 10-6? Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja
1 februari 2017
Nee
Nee Nee
Nee Nee Nee Nee
Nee
Nee
Overschrijding oriënterende waarde GR?7 Nee
Nee
Nee Nee
Nee Nee Nee Nee
Nee
Nee
Nee
Toename GR door realisatie plan?
27
7
ODBN, projectnummer 75031131
In de circulaire LPG is een effectafstand voor (beperkt) kwetsbare objecten opgenomen van 60 meter en voor zeer kwetsbare objecten van 160 meter. Gegevens hoogte groepsrisico zijn afkomstig van risicokaart en/of uit gegevens (aanvraag) omgevingsvergunning LPG-tankstation (b.v. QRA). De hoogte van het GR is voor realisatie van het plan bepaald.
6
Groepsrisico Voor het groepsrisico geldt, dat voor de realisatie van het plan bij alle LPG-tankstations geen sprake is van een overschrijding van de oriënterende waarde (1*OW). Het nieuwe bestemmingsplan Buitengebied beoogd (vooralsnog) geen nieuwe ontwikkelingen binnen het invloedsgebied van de LPG-tankstations. Er vindt door vaststelling van het plan dus geen toename plaats van het groepsrisico voor de LPG-tankstations.
Plaatsgebonden risico Uit de resultaten van de toetsing blijkt, dat er bij alle tankstations wordt voldaan aan de grens- en richtwaarde voor het plaatsgebonden risico uit het Bevi/Revi.
Tabel 4: Resultaten toetsing externe veiligheidsrisico’s LPG-tankstations Naam inrichting Adres inrichting Voldoet aan effectafstanden circulaire LPG?6 Automobielbedrijf Elst 18, Geffen Ja G.J. van Heesch Autofood Papendijk 25a, Geffen Ja Schuurmans BP Tankstation Rijksweg 40, Geffen Ja de Geffense Barrière Oliehandel De Kock B.V. Hescheweg 223, Oss Ja Servauto Nederland B.V. Graafsebaan 5, Oss Ja Van den Broek Olie B.V. Berghemseweg 1b, Herpen Ja Esso Hanex Berghem BV Burg. van Erpstraat 23A, Ja Berghem Texaco Noord Zuid Noord Zuid 2, Megen Ja Van Kessel Nistelrodesweg 3, Heesch Ja Tankservice B.V. (BP) Tankstation exploitatie Bosschebaan 116, Heesch Ja maatschappij B.V. (Shell)
Externe veiligheidsonderzoek bestemmingsplan Buitengebied Oss – 2019
Externe veiligheidsonderzoek bestemmingsplan Buitengebied Oss – 2019
1 februari 2017
Effectafstanden LPG Er wordt bij alle LPG-tankstations voldaan aan de effectafstanden voor (beperkt) kwetsbare objecten en zeer kwetsbare objecten uit de circulaire LPG-tankstations. Veiligheidsafstanden LNG Voor het CNG/LNG-tankstation is getoetst aan de veiligheidsafstanden uit de circulaire LNGtankstations. Uit de toetsing blijkt, dat het plan voldoet aan de vereiste minimum afstand tot (beperkt) kwetsbare objecten uit de circulaire (50 meter).Daarnaast is voor het LNG-tankstation ten bate van een aanvraag omgevingsvergunning een risicoberekening uitgevoerd (QRA). Er kan met het bestemmingsplan voldaan worden aan de hierin berekende plaatsgebonden risicocontour. Ook blijkt uit deze QRA, dat geen sprake is van een significant groepsrisico. Het plan maakt vooralsnog geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk binnen het invloedsgebied van het LNGtankstation. Derhalve zal de hoogte van het groepsrisico na vaststelling van het plan niet stijgen. Propaantanks >13m3 In het buitengebied van de gemeente Oss zijn 2 bovengrondse propaantanks aanwezig met een inhoud groter dan 13 m3. Voor deze propaantanks zijn vaste veiligheidsafstanden (PR 10-6, categorale inrichting) opgenomen in tabel 10 van de bijlage 1 van de Regeling externe veiligheid inrichtingen (Revi). De tabel 10 uit de bijlage van het Revi met de veiligheidsafstanden vindt u hieronder.
Getoets is aan de veiligheidsafstanden uit het Revi.Daarnaast is gekeken naar de hoogte van het groepsrisico voor en na realisatie van het plan. In tabel 5 vindt u de resultaten van deze toetsing. Doorzet (m3 per jaar) ≤ 100 100- ≤ 300 > 300-≤ 600
Afstand (m) bij propaan in een insluitsysteem > 13 m3 - ≤ 20 m3 25 35 45
Afstand (m) bij propaan in een insluitsysteem > 20 m3 - ≤ 50 m3 25 35 55
Tabel 5: Resultaten toetsing externe veiligheidsrisico’s propaantanks > 13 m3. Naam inrichting Adres inrichting Voldoet aan Voldoet aan Overschrijding Grenswaarde Richtwaarde oriënterende PR 10-6? PR 10-6? waarde GR?8 Van Doorn Vleeskuikens V.O.F. J. van der Linden
Wildseweg 3, MarenKessel
Ja
Ja
Nee
Toename GR door realisatie plan? Nee
Domineeshoef 6, Schaijk
Ja
Ja
Nee
Nee
Plaatsgebonden risico Uit de resultaten van de toetsing blijkt, dat er bij de propaantanks wordt voldaan aan de grens- en richtwaarde voor het plaatsgebonden risico uit het Bevi/Revi. Groepsrisico Voor het groepsrisico geldt, dat voor de realisatie van het plan voor de propaantanks geen sprake is van een overschrijding van de oriënterende waarde (1*OW). Het nieuwe bestemmingsplan Buitengebied beoogd (vooralsnog) geen nieuwe ontwikkelingen. binnen het invloedsgebied van de
8
Gegevens hoogte groepsrisico zijn afkomstig van risicokaart en/of uit gegevens (aanvraag) omgevingsvergunning LPG-tankstation (b.v. QRA). De hoogte van het GR is voor realisatie van het plan bepaald. 28
ODBN, projectnummer 75031131
Externe veiligheidsonderzoek bestemmingsplan Buitengebied Oss – 2019
1 februari 2017
propaantanks. Er vindt door vaststelling van het plan dus geen toename plaats van het groepsrisico voor de propaantanks. N.V. Nederlandse Gasunie Aan de Ganzenweg 10 te Huisseling is een compressor- en gasdrukregel- en meetstation van de N.V. Nederlandse Gasunie (hierna inrichting genoemd) gelegen. De inrichting heeft een plaatsgebonden en een groepsrisicocontour (invloedsgebied), die van invloed is op het plangebied. Plaatsgebonden risico Binnen de plaatsgebonden risicocontour van de inrichting zijn binnen het plangebied geen (beperkt) kwetsbare objecten aanwezig en worden geen (beperkt) kwetsbare objecten mogelijk gemaakt. Het plaatsgebonden risico vormt hier dus geen belemmering voor het plan. Groepsrisico Omdat het invloedsgebied van de inrichting binnen het plangebied valt,dient het groepsrisico te worden bepaald. Voor de bepaling van het groepsrisico zijn de gegevens gebruikt uit de QRA9 behorende bij de omgevingsvergunning voor de inrichting10. Uit deze gegevens blijkt, dat de oriënterende waarde (OW) voor het groepsrisico niet wordt overschreden in de huidige situatie (ca. 0,3*OW). Zie hiervoor ook figuur 9. Binnen het invloedsgebied van de inrichting worden door het plan (vooralsnog) geen nieuwe (grootschalige) ontwikkelingen mogelijk gemaakt. Er is dus geen sprake van een toename van het groepsrisico. Het groepsrisico blijft hiermee ruim onder de oriënterende waarde.
Figuur 9: Groepsrisico N.V. Nederlandse Gasunie, Ganzenweg 10, Huisseling. MSD/N.V. Organon (lokatie Diosite) Op het industrieterrein ‘De Geer’ (Veersemeer 4 te Oss) is het bedrijf MSD/N.V. Organon (lokatie Diosite) gelegen. Het bedrijf is een producent van farmaceutische grondstoffen. Plaatsgebonden risico De plaatsgebonden risicocontouren van het bedrijf reiken niet tot in het plangebied. Het plaatsgebonden risico is daarmee geen belemmering voor het plan.
9
QRA, datum 24 maart 2011 Revisievergunning, nr. 2822803, datum 20 november 2011, bevoegd gezag Provincie Noord-Brabant.
10
29
ODBN, projectnummer 75031131
Externe veiligheidsonderzoek bestemmingsplan Buitengebied Oss – 2019
1 februari 2017
Groepsrisico De groepsrisicocontour van het bedrijf ligt wel over het plangebied (grootte 1544 meter). Derhalve dient op grond van artikel 13 van het Bevi de hoogte van het groepsrisico voor de inrichting te worden bepaald. Voor de bepaling van het groepsrisico zijn de gegevens gebruikt uit de QRA11 behorende bij de omgevingsvergunning voor de inrichting12. Uit deze gegevens blijkt, dat de oriënterende waarde (OW) voor het groepsrisico niet wordt overschreden in de huidige situatie (ca. 0,01*OW). Zie hiervoor ook figuur 10. Binnen het invloedsgebied van de inrichting worden door het plan (vooralsnog) geen nieuwe (grootschalige) ontwikkelingen mogelijk gemaakt. Wel is binnen het invloedsgebied van de inrichting sprake van een aanpassing van de bestemming ten opzichte van het oude plan van ‘Agrarisch’ naar ‘Agrarisch met waarden’. Het gebruik van de bestemming wijzigt hiermee echter niet. Er is derhalve geen toename van het groepsrisico. Het groepsrisico blijft ook in de nieuwe situatie ruim onder de oriënterende waarde.
Figuur 10: Groepsrisico MSD/N.V. Organon (lokatie Diosite), Veersemeer 4, Oss. LPS Benelux BV Het bedrijf LPS Benelux B.V. is gelegen op het industrieterrein ‘De Geer’ (Randmeer 36 te Oss). Het betreft een bedrijf voor de productie van (kleinschalige) chemische reactoren en de verkoop van chemische grondstoffen. Ten bate van de opslag van de chemische grondstoffen is een PGS-15magazijn binnen de inrichting aanwezig (max. 150.000 kg). Plaatsgebonden risico Voor PGS 15-opslagen zijn vaste veiligheidsafstanden (PR 10-6, categorale inrichting) opgenomen in tabel 3 van de bijlage 1 van de Regeling externe veiligheid inrichtingen (Revi). De oppervlakte van de PGS 15-opslag is 300-400 m2. Het beschermingsniveau van de opslag is ‘1-hoog’. Met deze gegevens kan met behulp van tabel 3 het plaatsgebonden risico worden bepaald. De plaatsgebonden risicocontour is 20 meter. Deze contour valt niet binnen het bestemmingsplan buitengebied, zodat voor het plan aan het plaatsgebonden risico wordt voldaan. Groepsrisico Daarnaast is gekeken naar de hoogte van het groepsrisico voor en na realisatie van het plan. Met behulp van bovenstaande gegevens kan uit tabel 2 van bijlage 2 uit het Revi de grote van het invloedsgebied van de inrichting worden afgelezen. Deze bedraagt 90 meter vanuit de opslag. 11
QRA, datum 5 juli 2016 Revisievergunning, nr. 12999601, datum 21 mei 2007, bevoegd gezag Provincie Noord-Brabant. Veranderingsvergunning, nr. OB2006852/2606552, daum 16 maart 2011, bevoegd gezag Provincie NoordBrabant 12
30
ODBN, projectnummer 75031131
Externe veiligheidsonderzoek bestemmingsplan Buitengebied Oss – 2019
1 februari 2017
Het invloedsgebied valt hiermee net binnen het plangebied (ca. 5 meter). Er worden binnen dit invloedsgebied in het plangebied geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk gemaakt van (beperkt) kwetsbare objecten. Er is dus geen sprake van een toename van het groepsrisico voor de inrichting bij vaststelling van het plan. Overige inrichtingen In het kader van een goede ruimtelijke ordening dient het bestemmingsplan ook getoetst te worden aan de veiligheidsafstanden veroorzaakt door inrichtingen, waar gewerkt wordt met en opslag plaatsvindt van ‘gevaarlijke stoffen’, welke niet onder het Bevi vallen. De veiligheidsafstanden voor deze inrichtingen zijn afkomstig van de nationale risicokaart. Voor het bestemmingsplan betreft het de volgende (niet-Bevi) inrichtingen: - Profactus Recycling en Verwarming B.V., Merwedestraat 1, Oss - CeHaVe Oss, Waalkade 33, Oss - Recreatiecomplex De Lithse Ham B.V, De Lithse Ham 3a, Lith - Bio-Energy Maasland B.V., Parallelstraat 3, Lith Plaatsgebonden risico Het bestemmingsplan is voor deze inrichtingen getoetst aan het plaatsgebonden risico. De resultaten van deze toetsing vindt u in onderstaande tabel 6. Tabel 6: Resultaten toetsing plaatsgebonden risico niet-Bevi-inrichtingen, Naam Adres Kwetsbare objecten binnen PR 10-6? Profactus Recycling en Verwarming B.V.
Merwedestraat 1, Nee Oss CeHaVe Oss Waalkade 33, Oss Nee Recreatiecomplex De Lithse Ham B.V De Lithse Ham 3a, Nee Lith Bio-Energy Maasland B.V. Parallelstraat 3, Nee Lith
Beperkt kwetsbare objecten binnen PR 10-6? Nee Nee Nee Nee
Uit de tabel blijkt dat met het plan kan worden voldaan aan het plaatsgebonden risico voor deze inrichtingen. Groepsrisico Een berekening van het groepsrisico heeft voor de inrichtingen niet plaatsgebonden. Dit is voor dit type inrichtingen wettelijk ook niet verplicht. Voor de risico’s van deze inrichtingen is wel uit literatuur (o.a. handreikingen, rapporten) bekend, wat de effectafstanden zijn. Aan deze effectafstanden (dodelijk en gewond) is het plan getoetst. Gekeken is of het plan binnen deze afstanden nieuwe (beperkt) kwestbare bestemmingen mogelijk maakt. Dit blijkt niet het geval te zijn. De risicocontouren van deze inrichtingen vormen geen belemmering voor het plan.
4.2 Buisleidingen Door het buitengebied van de gemeente Oss lopen vele buisleidingen voor het transport van gevaarlijke stoffen. Gekeken is naar de risico’s van buisleidingen die vallen onder de werkingssfeer van het Bevb. De overige leidingen zijn niet relevant, vanwege de beperkte risico’s. Binnen de gemeente Oss betreft het alleen buisleidingen voor het transport van aardgas onder (zeer) hoge druk. Een aantal van deze buisleidingen zijn van nationaal belang, liggen in een buisleidingstraat en
31
ODBN, projectnummer 75031131
Externe veiligheidsonderzoek bestemmingsplan Buitengebied Oss – 2019
1 februari 2017
maken onderdeel uit van de structuurvisie buisleidingen. Voor deze buisleidingen is er aanvullend wettelijk kader. Voor deze buisleidingen is het volgende uitgevoerd: - Toetsing aan het plaatsgebonden risico (PR 10-6); - Bepaling hoogte groepsrisico en toetsen hoogte groepsrisico aan oriënterende waarde (OW) voor het groepsrisico (kwalitatief); - Verantwoording groepsrisico (VGR); - Toetsen aan belemmeringenstrook buisleiding; - Toetsing aan de Structuurvisie buisleidingen (Barro, titel 2.9). Plaatsgebonden risico Toetsing aan het plaatsgebonden risico voor buisleidingen, welke onder de werkingssfeer van het Bevb vallen, is gebeurd met behulp van de gegevens risicokaart en de verbeelding en regels van het bestemmingsplan. In onderstaande tabel 7 zijn de resultaten van de toetsing weergegeven. Uit de resultaten van de toetsing blijkt, dat de grenswaarde voor het plaatsgebonden risico (PR 10-6) binnen het bestemmingsplan Buitengebied Oss-2019 nergens wordt overschreden. De richtwaarde voor het plaatsgebonden risico daarentegen wordt op 1 locatie binnen het bestemmingsplan overschreden. Het betreft de locatie Dorpenweg 20, Overlangel. Zie onderstaande figuur 11.
Figuur 11: plaatsgebonden risicocontour buisleiding A-520 ter hoogte van Dorpenweg 20, Overlangel Het betreft een beperkt kwetsbaar object (agrarisch bedrijf met bedrijfswoning). Beperkt kwetsbare objecten zijn toegestaan binnen de plaatsgebonden risicocontour van de buisleiding, mits de noodzaak hiertoe kan worden gemotiveerd (artikel 11, lid 2, Bevb). De motivatie voor het toelaten van het kwetsbare object op de locatie Dorpenweg 20 te Overlangel ligt in de reden, dat het beperkt kwetsbare object reeds lang op deze locatie aanwezig/bestemd is, ver voor het in werking treden van het Bevb en de circulaire ‘Zonering langs hogedruk aardgas buisleidingen’.
32
ODBN, projectnummer 75031131
KO = Kwetsbare Objecten, BKO = Beperkt Kwetsbare Objecten VGR = Verantwoording GroepsRisico
Toename groepsrisico > 10%? Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee
Complete VGR14 noodzakelijk? Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee
1 februari 2017
Voldoet aan Structuurvisie Buisleidingen?15 N.v.t. Ja N.v.t. Ja N.v.t. Ja16 Ja16 N.v.t. N.v.t. N.v.t. N.v.t. Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja
KO/BKO binnen belemmeringenstrook buisleiding? Nee Nee Ja Ja N.v.t. Ja Ja N.v.t. Nee N.v.t. Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee
33
ODBN, projectnummer 75031131
Veelal liggen buisleidingen van nationaal belang (nog) buiten het voorkeurstracé van de buisleidingstraat, zoals aangegeven in de landelijke Structuurvisie Buisleidingen. Alleen het tracé en de hierbinnen liggende leidingen zijn getoetst aan de structuurvisie Buisleidingen. 16 Mogelijk een toekomstig knelpunt. Het betreft de woningen Hoessenboslaan 60 en 61 te Berghem. Deze zijn binnen het voorkeurstracé gelegen.
15
14
13
Tabel 7: Resultaten toetsing externe veiligheidsrisico’s buisleidingen. Leidingnr. Voldoet aan Voldoet aan Hoogte KO/BKO13 Grenswaarde Richtwaarde groepsrisico binnen PR 10-6? PR 10-6? < 0,1 OW? 100% letaliteit? A-527-05 Ja Ja Ja Ja A-643 Ja Ja Ja Ja Z-516-01 Ja Ja Ja Ja A-527 Ja Ja Ja Ja A-527-07 Ja Ja Ja Ja A-526 Ja Ja Ja Ja A-525 Ja Ja Ja Ja Z-516-15 Ja Ja Ja Nee Z-516-08 Ja Ja Ja Nee A-525-04 Ja Ja Ja Ja Z-516-11 Ja Ja Ja Ja A-665 Ja Ja Ja Ja A-520 Ja Nee Ja Ja A-578 Ja Ja Ja Ja A-587 Ja Ja Ja Ja A-674 Ja Ja Ja Ja A-664 Ja Ja Ja Ja A-507 Ja Ja Ja Ja A-505 Ja Ja Ja Ja A-524 Ja Ja Ja Ja A-533 Ja Ja Ja Ja
Externe veiligheidsonderzoek bestemmingsplan Buitengebied Oss – 2019
Externe veiligheidsonderzoek bestemmingsplan Buitengebied Oss – 2019
1 februari 2017
Groepsrisico Bepaling van de hoogte van het groepsrisico moet in principe plaatsvinden met behulp van het rekenprogramma Carola17 . Bij de bepaling van de hoogte van het groepsrisico wordt uitgegaan van de maximale bestemmingsplancapaciteit. Het maatgevende scenario voor de berekening van het groepsrisico is een fakkelbrand. Bij de bepaling van de hoogte van het groepsrisico veroorzaakt door de buisleidingen binnen het plangebied zijn rapporten van het (voormalige) Regionaal Milieu Bedrijf (RMB) gebruikt. In deze rapporten zijn de resultaten opgenomen van berekeningen naar de hoogte van het groepsrisico van de buisleidingen (Bevb) binnen de gemeenten Oss, (voormalige) gemeenten Lith en (voormalige) Maasdonk. Deze rapporten kunnen hiervoor gebruikt worden, aangezien er sinds het uitbrengen van deze rapportages binnen het invloedsgebied van de buisleidingen geen ontwikkelingen hebben plaatsgevonden of mogelijk worden gemaakt met grote aantallen personen. De toetsing van de resulaten van de bepaling van de hoogte van het groepsrisico zijn opgenomen in tabel 7.
Een complete verantwoording van het groepsrisico kan achterwege worden gelaten, indien voldaan wordt aan de voorwaarden voor een beperkte verantwoording groepsrisico.Deze voorwaarden zijn: o Het bestemmingsplan heeft betrekking op een gebied, waarbinnen de letaliteit van personen minder is dan 100% of; o Het groepsrisico is kleiner dan 0,1*OW of; o De toename van het groepsrisico is niet hoger dan 10% en de OW wordt niet overschreden. In overige gevallen is een complete verantwoording van het groepsrisico noodzakelijk. Uit de toetsing blijkt, dat bij geen enkele buisleiding binnen het plangebied de 0.1 maal de OW wordt overschreden (en dus ook niet 1*OW). Tevens vindt nergens een toename van het groepsrisco plaats van meer dan 10%. Er is slechts een beperkte verantwoording van het groepsrisico noodzakelijk. In deze beperkte verantwoording moet aandacht besteed worden aan de zelfredzaamheid van personen binnen het invloedsgebied van de buisleidingen en aan de bestrijdbaarheid van een ramp met de buisleiding (fakkelbrand). Structuurvisie buisleidingen Binnen het voorkeurstracé voor de buisleidingen (van nationaal belang) uit de Structuurvisie Buisleidingen, mogen door het bestemmingsplan geen nieuwe belemmerende activiteiten toegelaten worden. Dit is opgenomen in de artikelen uit titel 2.9 van het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro).
Getoetst is of het bestemmingsplan Buitengebied Oss-2019 hieraan voldoet.
Figuur 12: Buisleidingstraat ter hoogte van Hoessenboslaan, Berghem 17
CAROLA, rekenprogramma externe veiligheidsrisico’s aardgasbuisleidingen.
34
ODBN, projectnummer 75031131
Externe veiligheidsonderzoek bestemmingsplan Buitengebied Oss – 2019
1 februari 2017
Binnen het voorkeurstracé voor de buisleidingen en binnen het plangebied zijn 2 bestemmingen gelegen (wonen). Het betreft de percelen Hoessenboslaan 60 en Hoessenlaan 61 te Berghem. Zie figuur. Binnen het voorkeurstracé mogen geen nieuwe ontwikkelingen plaatsvinden, omdat het voorkeurstracé (breedte ter plaatse 45 meter) gereserveerd is voor (nieuwe) leidingen van nationaal belang. In artikel 2.9.4 van het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) wordt aangegeven, welke nieuwe belemmerende activiteiten niet binnen het voorkeurstracé zijn toegestaan. Onder andere het bouwen van een (nieuw) bouwwerk binnen het voorkeurstracé is een belemmerende activiteit. Omdat de bouwwerken op de percelen Hoessenboslaan 60 en 61 te Berghem al opgericht waren voor het in werking treden van de Structuurvisie Buisleidingen is er geen sprake van een saneringssituatie (geen nieuwe bouwwerken). Uit de toetsing blijkt dat voor het voorkeurstracé uit de Structuurvisie Buisleidingen wordt voldaan aan de artikelen uit titel 2.9 van het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). In het nieuwe bestemmingsplan worden de regels aangepast aan het Barro, zodat geen nieuwe belemmerende activiteiten toegelaten worden binnen het voorkeurstracé van de buisleidingstraat.
Belemmeringenstrook In artikel 14 van het Bevb is opgenomen, dat een bestemmingsplan de ligging moet weergeven van de in het plangebied aanwezige buisleidingen alsmede de daarbij behorende belemmeringenstrook ten behoeve van het onderhoud van de buisleiding. De belemmeringenstrook bedraagt ten minste vijf meter aan weerszijden van een buisleiding, gemeten vanuit het hart van de buisleiding. Voor het bestemmingsplan Buitengebied Oss-2019 is getoetst of wordt voldaan aan de afstandseis van de belemmeringenstrook. Uit de toetsing bleek, dat niet overal wordt voldaan aan de afstandeis belemmeringenstrook. De gevallen waarin niet voldaan wordt, zijn daarom verder onderzocht. Docfalaan 22, Oss:
Figuur 13: Buisleiding met belemmeringenstrook ter hoogte van Docfalaan22, Oss Recreatiebestemming (stacaravans, kwetsbaar object, camping of recreatieterrein > 50 personen) bovenop buisleiding Z-516-01 (40 bar, 8,62 inch). Volgens vigererende wetgeving (Bevb, 2011) is dit in principe niet toegestaan. De minimaal aan te houden afstand tot is 5 meter uit het hart van de leiding (belemmeringenstrook). Deze afstand wordt niet gehaald. In artikel 14, lid 3 van het Bevb is echter hiervoor een ontheffingsmogelijkheid opgenomen. Artikel 14, lid 3: Voor zover in een bestemmingsplan de bevoegdheid wordt opgenomen om in afwijking daarvan bij omgevingsvergunning het oprichten van bouwwerken in de belemmeringenstrook toe te staan, wordt daarbij bepaald dat de omgevingsvergunning 35
ODBN, projectnummer 75031131
Externe veiligheidsonderzoek bestemmingsplan Buitengebied Oss – 2019
1 februari 2017
uitsluitend kan worden verleend voor zover de veiligheid met betrekking tot de in de belemmeringenstrook gelegen buisleiding niet wordt geschaad en geen kwetsbaar object wordt toegelaten. Het gaat hier om een kwetsbaar object (camping of recreatieterrein > 50 personen, artikel 1, Bevi). Op grond van het Bevb is de recreatiebestemming op deze locatie dus niet toegestaan. De recreatiebestemming was echter al ter plaatse aanwezig en bestemd voor het in werking treden van het Bevb (1 januari 2011). Derhalve is onderliggende ‘oudere’ wetgeving van toepassing (circulaire Zonering langs hogedruk aardgastransport-leidingen, 1984). In deze circulaire is bouwen van ‘overige gebouwen’ (recreatie-inrichtingen) binnen de 4 meter in principe eveneens niet toegestaan (artikel 5.3, bijlage circulaire). In de bijlage circulaire is in artikel 5.4.4 echter een uitzondering opgenomen: Artikel 5.4.4: Uitzonderingen ten opzichte van overige gebouwen (zoals genoemd in 5.3) Indien de in 5.3 genoemde afstanden niet kunnen worden gerealiseerd, zijn afwijkingen slechts toegestaan in overleg met de leidingbeheerder. Daarbij dienen extra constructieve maatregelen te worden genomen volgens 4.5 sub a, b, c of d. Conform de circulaire is het oprichte van ‘overige gebouwen’ dus onder voorwaarden toegestaan. In hoeverre wordt voldaan aan de voorwaarde ‘extra constructieve maatregelen’ is niet geheel duidelijk.
Het vigerende bestemmingsplan (onherroepelijk, 21 januari 2011) laat de realisatie van een bouwwerk ((beperkt) kwetsbaar object) binnen de belemmeringenstrook in principe niet toe. In het vigerende plan kunnen burgemeester en wethouder hiervan conform circulaire (artikel 5.4.4) echter ontheffing verlenen, mits toestemming hiervoor is gevraagd aan de leidingbeheerder (regels, artikel 23.4) en de veiligheid niet in het geding is. In de regels wordt echter geen voorbehoud gemaakt naar het type bouwwerk waarover ontheffing artikel 23.4 kan worden verleend. Dit is niet in overeenstemming met de circulaire (alleen voor ‘overige gebouwen’). Heistraat 24, Berghem:
Figuur 14: Buisleiding met belemmeringenstrook ter hoogte van Heistraat 24, Berghem Het betreft hier een bijgebouw van een woonbestemming (beperkt kwetsbaar object) binnen de belemmeringenstrook van de buisleiding A-527 (48 inch, 66,2 bar). De belemmeringenstrook ter plaatse heeft een grootte van 5 meter uit het hart van de leiding (artikel 14, Bevb).
36
ODBN, projectnummer 75031131
Externe veiligheidsonderzoek bestemmingsplan Buitengebied Oss – 2019
1 februari 2017
Op grond van oude luchtfoto’s is geconstateerd, dat het object (overige bebouwing) opgericht is ca. 2002. Het bijgebouw was al ter plaatse aanwezig en bestemd voor het in werking treden van het Bevb (1 januari 2011). Derhalve is onderliggende ‘oudere’ wetgeving van toepassing (circulaire Zonering langs hogedruk aardgastransport-leidingen, 1984). In deze circulaire is bouwen van ‘overige bebouwing’ binnen de 5 meter eveneens niet toegestaan (artikel 5.3, bijlage circulaire). Hierop is een uitzonderingsmogelijkheid van toepassing (artikel 5.4.4). Artikel 5.4.4: Uitzonderingen ten opzichte van overige gebouwen (zoals genoemd in 5.3). Indien de in 5.3 genoemde afstanden niet kunnen worden gerealiseerd, zijn afwijkingen slechts toegestaan in overleg met de leidingbeheerder. Daarbij dienen extra constructieve maatregelen te worden genomen volgens 4.5 sub a, b, c of d. Conform de circulaire is het oprichte van ‘overige gebouwen’ dus onder voorwaarden toegestaan. In hoeverre wordt voldaan aan de voorwaarde ‘extra constructieve maatregelen’ is niet geheel duidelijk. Het vigerende bestemmingsplan (onherroepelijk, 21 januari 2011) laat de realisatie van een bouwwerk ((beperkt) kwetsbaar object) binnen de belemmeringenstrook in principe niet toe.
In het vigerende plan kunnen burgemeester en wethouder hiervan conform circulaire (artikel 5.4.4) echter ontheffing verlenen, mits toestemming hiervoor is gevraagd aan de leidingbeheerder (regels, artikel 23.4) en de veiligheid niet in het geding is. In de regels wordt echter geen voorbehoud gemaakt naar het type bouwwerk waarover ontheffing artikel 23.4 kan worden verleend. Dit is niet in overeenstemming met de circulaire (alleen voor ‘overige gebouwen’). Hoessenboslaan 60, Berghem:
Figuur 15: Buisleiding met belemmeringenstrook ter hoogte van Hoessenboslaan 60, Berghem Het betreft hier een bijgebouw van een woonbestemming (beperkt kwetsbaar object) binnen de belemmeringenstrook van de buisleiding A-526 (42 inch, 66,2 bar). De belemmeringenstrook ter plaatse heeft een grootte van 5 meter uit het hart van de leiding (artikel 14, Bevb). Op grond van oude luchtfoto’s is geconstateerd, dat het object (overige bebouwing) opgericht is ca. 2012. Het bijgebouw is bestemd na het in werking treden van het Bevb (1 januari 2011). Het vigerende bestemmingsplan (onherroepelijk, 21 januari 2011) laat de realisatie van een bouwwerk ((beperkt) kwetsbaar object) binnen de belemmeringenstrook in principe niet toe. In het vigerende plan kunnen burgemeester en wethouder hiervan echter ontheffing verlenen, mits toestemming hiervoor is gevraagd aan de leidingbeheerder (regels, artikel 23.4) en de veiligheid niet in het geding is. Dit is (deels) conform artikel 14, lid 3 van het Bevb. 37
ODBN, projectnummer 75031131
Externe veiligheidsonderzoek bestemmingsplan Buitengebied Oss – 2019
1 februari 2017
Artikel 14, lid 3: Voor zover in een bestemmingsplan de bevoegdheid wordt opgenomen om in afwijking daarvan bij omgevingsvergunning het oprichten van bouwwerken in de belemmeringenstrook toe te staan, wordt daarbij bepaald dat de omgevingsvergunning uitsluitend kan worden verleend voor zover de veiligheid met betrekking tot de in de belemmeringenstrook gelegen buisleiding niet wordt geschaad en geen kwetsbaar object wordt toegelaten. Omdat er hier sprake is van een beperkt kwetsbaar object (bijgebouw, schuur) en de veilige ligging van de buisleiding door de aanwezigheid van het object niet geschaadt wordt, is dit geen saneringssituatie. Hamstraat 2c, Herpen:
Figuur 16: Buisleiding met belemmeringenstrook ter hoogte van Hamstraat 2c, Herpen Recreatiebestemming (stacaravans/vakantiehuisjes, kwetsbaar object, camping of recreatieterrein > 50 personen) bovenop buisleidingen A-526 (42 inch, 66,2 bar) en A-525 (36 inch, 66,2 bar). Volgens vigererende wetgeving (Bevb, 2011) is dit in principe niet toegestaan. De minimaal aan te houden afstand tot is 5 meter uit het hart van de leiding (belemmeringenstrook). Deze afstand wordt niet gehaald. In artikel 14, lid 3 van het Bevb is echter hiervoor een ontheffingsmogelijkheid opgenomen. Artikel 14, lid 3: Voor zover in een bestemmingsplan de bevoegdheid wordt opgenomen om in afwijking daarvan bij omgevingsvergunning het oprichten van bouwwerken in de belemmeringenstrook toe te staan, wordt daarbij bepaald dat de omgevingsvergunning uitsluitend kan worden verleend voor zover de veiligheid met betrekking tot de in de belemmeringenstrook gelegen buisleiding niet wordt geschaad en geen kwetsbaar object wordt toegelaten. Het gaat hier om een kwetsbaar object (camping of recreatieterrein > 50 personen, artikel 1, Bevi). Op grond van het Bevb is de recreatiebestemming op deze locatie dus niet toegestaan. De recreatiebestemming was echter al ter plaatse aanwezig en bestemd voor het in werking treden van het Bevb (1 januari 2011).
Derhalve is onderliggende ‘oudere’ wetgeving van toepassing (circulaire Zonering langs hogedruk aardgastransport-leidingen, 1984). In deze circulaire is bouwen van ‘overige gebouwen’ (recreatie-inrichtingen) binnen de 4 meter in principe eveneens niet toegestaan (artikel 5.3, bijlage circulaire). In de bijlage circulaire is in artikel 5.4.4 echter een uitzondering opgenomen: Artikel 5.4.4: 38
ODBN, projectnummer 75031131
Externe veiligheidsonderzoek bestemmingsplan Buitengebied Oss – 2019
1 februari 2017
Uitzonderingen ten opzichte van overige gebouwen (zoals genoemd in 5.3) Indien de in 5.3 genoemde afstanden niet kunnen worden gerealiseerd, zijn afwijkingen slechts toegestaan in overleg met de leidingbeheerder. Daarbij dienen extra constructieve maatregelen te worden genomen volgens 4.5 sub a, b, c of d. Conform de circulaire is het oprichte van ‘overige gebouwen’ dus onder voorwaarden toegestaan. In hoeverre wordt voldaan aan de voorwaarde ‘extra constructieve maatregelen’ is niet geheel duidelijk. Het vigerende bestemmingsplan (onherroepelijk, 21 januari 2011) laat de realisatie van een bouwwerk ((beperkt) kwetsbaar object) binnen de belemmeringenstrook in principe niet toe. In het vigerende plan kunnen burgemeester en wethouder hiervan conform circulaire (artikel 5.4.4) echter ontheffing verlenen, mits toestemming hiervoor is gevraagd aan de leidingbeheerder (regels, artikel 23.4) en de veiligheid niet in het geding is. In de regels wordt echter geen voorbehoud gemaakt naar het type bouwwerk waarover ontheffing artikel 23.4 kan worden verleend. Dit is niet in overeenstemming met de circulaire (alleen voor ‘overige gebouwen’). In het nieuwe bestemmingsplan worden de regels aangepast aan het Bevb (en de beleidsvisie EV), zodat geen nieuwe kwetsbare bestemmingen opgericht kunnen worden binnen de belemmeringenstrook.
Beperkt kwetsbare bestemminingen kunnen alleen ondere voorwaarden opgericht worden binnen de belemmeringenstrook.
4.3 Transport van gevaarlijke stoffen 4.3.1 Vaarwegen Aan de noord- en oostzijde van het plangebied loopt de waterweg de Maas. Over de rivier de Maas vindt binnen de gemeente Oss vanaf het Kanaal van Sint Andries (verbinding Maas – Waal) tot aan Ravenstein/Neerloon transport van gevaarlijke stoffen plaats. Naast de doorgaande rivier loopt er ook nog een aftakking van de rivier door het plangebied naar het zuiden. Het betreft het Burgemeester Delenkanaal naar het industrieterreinen Elzenburg en De Geer (havengebied). De rivier de Maas en het Burgemeester Delenkanaal maken onderdeel uit van het landelijk Basisnet water. De rivier de Maas betreft een zogenaamde zwarte waterweg, Het Burgemeester Delenkanaal betreft een groene vaarweg. In het Basisnet water zijn de gebruiksruimte voor het vervoer over de waterwegen aangegeven en de maatregelen, welke genomen moeten worden bij nieuwe en bestaande RO-plannen. Zie ook onderstaande tabel (figuur 17, matrix) uit het Basisnet water.
Figuur 17: Matrix Basisnet water. 39
ODBN, projectnummer 75031131
Externe veiligheidsonderzoek bestemmingsplan Buitengebied Oss – 2019
1 februari 2017
In de Regeling basisnet is voor de zwarte vaarweg (de Maas) een plaatsgebonden risico opgenomen en de te hanteren transportaantallen voor de berekening van het groepsrisico (gebruiksruimte, 2030). In figuur 18 wordt een kopie getoond met deze gegevens voor de waterweg de Maas uit de bijlage III van de Regeling basisnet. Groene vaarwegen bezitten geen plaatsgebonden risicocontour en de hoogte van het groepsrisico hoeft hiervoor niet bepaald te worden (zie ook figuur 17).
Figuur 18: Tabel bijlage III Regeling basisnet Voor de waterwegen is conform het Bevt het volgende uitgevoerd: - Toetsing aan het plaatsgebonden risico (PR 10-6); - Bepaling hoogte groepsrisico en toetsen hoogte groepsrisico aan de oriënterende waarde (OW) voor het groepsrisico. Uit tabel in figuur 12 blijkt, dat binnen de gemeente Oss de rivier de Maas geen plaatsgebonden risicocontour (PR 10-6) bezit. Hiermee vormt het plaatsgebonden risico geen belemmering voor het plan. Een complete verantwoording van het groepsrisico kan achterwege worden gelaten, indien voldaan wordt aan de voorwaarden voor een beperkte verantwoording groepsrisico (artikel 8, lid 2). Deze voorwaarden zijn: a: het groepsrisico, gelet op de dichtheid van personen, niet hoger is dan 0,1 maal de oriëntatiewaarde, of b: 1°. het groepsrisico, gelet op de redelijkerwijs te verwachten verandering van de dichtheid van personen met niet meer dan tien procent toeneemt, en 2°. de oriëntatiewaarde, gelet op de dichtheid van personen niet wordt overschreden. In overige gevallen is een complete verantwoording van het groepsrisico noodzakelijk. De inventarisatieafstand van 200 meter van de rivier de Maas valt binnen het plangebied van het bestemmingsplan Buitengebied. Het deel van het plangebied Buitengebied gelegen binnen de inventarisatieafstand van de waterweg is echter dun bevolkt.
Binnen dit deel van het plangebied worden vooralsnog geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk gemaakt met grote aantallen personen en/of minder zelfredzame personen. Vaststelling van het bestemmingsplan Buitengebied zal waarschijnlijk niet leiden tot een significante en zichtbare toename van het groepsrisico binnen het 40
ODBN, projectnummer 75031131
Externe veiligheidsonderzoek bestemmingsplan Buitengebied Oss – 2019
1 februari 2017
invloedsgebied van de waterwegen. Een en ander kan aangetoond worden met het gebruik van de vuistregels uit de bijlagen van de Handreiking Risicoanalyse Transport (HART). In het HART wordt bij de analyse van vaarwegen drie routetypen onderscheiden. De vaarwegen zijn ingedeeld in bevaarbaarheidsklassen of CEMT-klassen. De CEMT-klasse legt de maximale afmetingen vast van een schip dat op de vaarweg is toegestaan. Onderstaande tabel 8 geeft de CEMT-klasse van een aantal hoofdvaarwegen.
Tabel 8. Bevaarbaarheidsklassen (CEMT) van een aantal hoofdvaarwegen Uit bovenstaande tabel volgt, dat de vaarweg Maas bevaarbaarheidsklasse 5 (CEMT) heeft. Per routetype zijn vuistregels voor plaatsgebonden risico en groepsrisico opgenomen in het bijlagerapport van het HART. Uit deze vuistregels blijkt (paragraaf 1.4.3, bijlagenrapport HART): - Een vaarweg bevaarbaarheidsklasse 5 heeft geen 10-6-contour; - Langs een vaarweg bevaarbaarheidsklasse 5 wordt de oriëntatiewaarde van het groepsrisico niet overschreden; - Langs een vaarweg bevaarbaarheidsklasse 5 wordt 10% van de oriëntatiewaarde van het groepsrisico niet overschreden. Met deze ‘bepaling’ is aannemelijk gemaakt, dat voldaan kan worden aan de voorwaarden uit artikel 8, lid 2 van het Bevt. Een complete verantwoording van het groepsrisico is voor de vaarwegen niet noodzakelijk. Wel moet in het kader van artikel 7 van het Besluit externe veiligheid transport (Bevt) aandacht besteed worden aan de zelfredzaamheid van personen en de bestrijdbaarheid van een ramp binnen het invloedsgebied van de wegen. De Veiligheidsregio Noord-Brabant moet om advies gevraagd worden over het plan (artikel 9, Bevt).
De rivier de Maas bezit op grond van artikel 10, lid 1b en artikel 2.1.1 t/m 2.1.3.van het Barro een vrijwaringszone (soort van PAG) van 25 meter aan weerszijden van de vaarweg en 50 meter aan weerszijde van de vaarweg binnen een afstand van 300 meter van een vaarwegsplitsing of havenuitvaart (Burgemeester Delenkanaal en Kanaal van Sint Andries). De vrijwaringszone moet opgenomen worden op de verbeelding en aan mogelijke ontwikkelingen binnen de vrijwaringszone moeten voorwaarden worden verbonden in de regels (in combinatie met het Bouwbesluit 2012). Het Burgemeester Delenkanaal bezit geen vrijwaringszone. Binnen de gemeente Oss zijn een twee kegelligplaatsen aanwezig. Deze kegelligplaatsen bevinden zich bij Lith (HM 165,567 en 167,009). De kegelligplaatsen zijn ligplaatsen waar schepen met gevaarlijke stoffen (die een kegel als sein voeren) stil mogen liggen. Deze zijn van belang omdat schepen zich aan verplichte vaar- en rusttijden moeten houden. Voor normale overnachtingplaatsen wordt gestreefd naar een maximale tussenafstand van 30 km langs het hoofdvaarwegennet, bij 41
ODBN, projectnummer 75031131
Externe veiligheidsonderzoek bestemmingsplan Buitengebied Oss – 2019
1 februari 2017
kegelligplaatsen wordt dat niet gehaald. Vanwege de essentiële functie in het netwerk worden de kegelligplaatsen buiten de havens als onderdeel gezien van het basisnet. De criteria voor kegelligplaatsen worden niet gewijzigd. Ze zijn nu alleen opgenomen in de vervoersregelgeving. Zie onderstaande regels uit de ADN(R) (en BPR). ADN(R) 7.2.5.4 7.2.5.4.2 Aan boord van stilliggende schepen moet zich permanent een deskundige als bedoeld in 7.2.3.15 bevinden. De plaatselijk bevoegde autoriteit kan echter de schepen die in een haven of op daarvoor toegelaten plaatsen stilliggen van deze verplichting ontslaan. 7.2.5.4.3 Buiten de door de plaatselijk bevoegde autoriteit speciaal aangegeven ligplaatsen mag bij het ligplaats nemen de onderstaande afstand niet worden onderschreden: 100 m van gesloten woongebieden, kunstwerken en tankopslagplaatsen, indien het schip conform 3.2, Tabel C, Kolom 19 een seinvoering met een blauwe kegel of één blauw licht moet voeren; 100 m van kunstwerken en tankopslagplaatsen en 300 m van gesloten woongebieden, indien het schip conform 3.2, Tabel C, Kolom 19 een seinvoering met twee blauwe kegels of twee blauwe lichten moet voeren; Tijdens het wachten voor sluizen of bruggen is het toegestaan geringere afstanden aan te houden. In deze gevallen geldt echter een minimale afstand van 100 m.
7.2.5.4.4 De plaatselijk bevoegde autoriteit kan met het oog op de plaatselijke omstandigheden geringere als de in 7.2.5.4.3 genoemde afstanden toelaten Bij voorkeur zouden deze criteria ook in de RO-regelgeving benoemd moeten worden.
4.3.2 Spoorlijnen Dwars door het plangebied van west naar oost loopt de spoorlijn ’s-Hertogenbosch – Nijmegen. Over deze spoorlijn vindt buiten personenvervoer ook transport van gevaarlijke stoffen plaats. Naast de doorgaande spoorlijn loopt er ook nog een aftakking van dit spoor naar het industrieterreinen Elzenburg en De Geer (raccordementspoor). Voor de spoorlijnen moet conform het Bevt het volgende uitgevoerd worden: - Toetsing aan het plaatsgebonden risico (PR 10-6); - Bepalen hoogte groepsrisico en toetsen hoogte groepsrisico aan oriënterende waarde (OW) voor het groepsrisico. De spoorlijn ’s-Hertogenbosch – Nijmegen maakt onderdeel uit van het landelijke Basisnet spoor. In de Regeling basisnet zijn voor deze spoorlijn dan ook risicoplafonds opgenomen en maximale transportaantallen. In figuur 19 wordt een kopie getoond met de gegevens voor de spoorlijn ’sHertogenbosch – Nijmegen uit de bijlage II van de Regeling basisnet.
42
ODBN, projectnummer 75031131
Externe veiligheidsonderzoek bestemmingsplan Buitengebied Oss – 2019
1 februari 2017
Figuur 19: Risico’s spoorlijn binnen gemeente Oss, bijlage II Regeling basisnet. Hieruit blijkt, dat binnen de gemeente Oss plaatsgebonden risicocontour (PR 10-6) van de spoorlijn ’sHertogenbosch – Nijmegen op het midden van het spoor ligt. Hiermee vormt het plaatsgebonden risico geen belemmering voor het plan. Uit figuur 19 volgt dat de spoorlijn ’s-Hertogenbosch – Nijmegen geen plasbrandaandachtsgebied (PAG) bezit. Bepaling van de hoogte van het groepsrisico kan in eerste instantie indicatief bepaald worden met behulp van de vuistregels uit het HART (achtergronddocument). Indien 0,1 maal de oriënterende waarde voor het groepsrisico wordt overschreden, dan moet het groepsrisico berekend worden met behulp van het rekenprogramma RBMII . Bij de bepaling van de hoogte van het groepsrisico wordt uitgegaan van de maximale bestemmingsplancapaciteit. Het maatgevende scenario voor de berekening van het groepsrisico is voor het spoor een BLEVE van een ketelwagen. Een complete verantwoording van het groepsrisico kan achterwege worden gelaten, indien voldaan wordt aan de voorwaarden voor een beperkte verantwoording groepsrisico (artikel 8, lid 2). Deze voorwaarden zijn: a: het groepsrisico, gelet op de dichtheid van personen, niet hoger is dan 0,1 maal de oriëntatiewaarde, of b: 1°.
het groepsrisico, gelet op de redelijkerwijs te verwachten verandering van de dichtheid van personen met niet meer dan tien procent toeneemt, en 2°. de oriëntatiewaarde, gelet op de dichtheid van personen niet wordt overschreden. In overige gevallen is een complete verantwoording van het groepsrisico noodzakelijk. Bij een beperkte verantwoording van het groepsrisico dient alleen aandacht besteed te worden aan de onderdelen zelfredzaamheid van personen binnen het invloedsgebied van de risicobron en bestrijdbaarheid van de gevolgen van een calamiteit met gevaarlijke stoffen binnen het plangebied.
43
ODBN, projectnummer 75031131
Externe veiligheidsonderzoek bestemmingsplan Buitengebied Oss – 2019
1 februari 2017
De inventarisatieafstand van 200 meter van de spoorlijn ’s-Hertogenbosch – Nijmegen valt binnen het plangebied van het bestemmingsplan Buitengebied. Het deel van het plangebied gelegen binnen de inventarisatieafstand van de spoorlijn is echter zeer dun bevolkt. Binnen dit deel van het plangebied worden ook geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk gemaakt met grote aantallen personen en/of minder zelfredzame personen. Vaststelling van het bestemmingsplan Buitengebied zal daarom niet leiden tot een significante en zichtbare toename van het groepsrisico binnen het invloedsgebied van de spoorlijn. Een en ander wordt hieronder aangetoond met het gebruik van de vuistregels uit de bijlagen van de Handreiking Risicoanalyse Transport (HART). Het gaat bij het spoortransport vooral om de aantallen LPG-ketelwagens in beide richtingen per jaar over een baanvak (stofcategorie A, brandbaar gas). Ook op het spoor binnen de gemeente Oss wordt het externe veiligheidsrisico voornamelijk bepaald door het vervoer van brandbaar gas. Het maatgevende scenario voor het vervoer van stofcategorie A over het spoor is een BLEVE18 van een ketelwagen. De maximale effectafstand voor het scenario BLEVE van een ketelwagen is 460 meter. Op deze afstand (grens invloedsgebied) is de overlijdenskans nog 1% van de hier aanwezige personen.
De vuistregels in het bijlagenrapport HART geven drempelwaarden voor het vervoer van brandbare tot vloestof verdichte gassen in bonte treinen19. De vuistregels in het HART zijn geformuleerd voor het indicatief bepalen van onder andere de hoogte van het groepsrisico. Voor het groepsrisico gaat het om de oriëntatiewaarde en een factor 0.1 maal de oriëntatiewaarde. De vuistregels worden geformuleerd voor twee routetypen: een baanvak met hoge snelheid (>40 km/uur) en een baanvak met lage snelheid. Ze gelden voor de vrije baan. Ze zijn niet toepasbaar op complexe situaties als stationslocaties. Binnen het bestemmingsplan Buitengebied Oss-2019 is alleen sprake van baanvakken met hoge snelheid en vrije baan. Het groepsrisico wordt bepaald door drie variabelen: - De afstand van het bebouwingsgebied tot de as van het baanvak; - De aanwezigheidsdichtheid in het bebouwingsgebied; - De aard en de aantallen van de vervoerde stoffen. De afstand van het plangebied tot de as van het baanvak is ca. 20 meter. De aanwezigheidsdichtheid van personen is, vanwege het landelijke gebied (incidentele woonbebouwing), 5 personen per hectare20. De aard en het aantal vervoerde stoffen wordt weergegeven in figuur 7. Uitgegaan moet worden van de maatgevende stofcategorie A (brandbaar gas, aantal 700 ketelwagenequivalenten).
Voor het routetype ‘hoge snelheid en vrije baan’ zijn vuistregels voor het groepsrisico opgenomen in het achtergronddocument van het HART. Uit deze vuistregels blijkt (paragraaf 1.3.2, achtergronddocument HART): Toetsing 10% van de oriëntatiewaarde Vuistregel 1: Wanneer de vervoersstroom gevaarlijke stoffen in ketelwagens (bulkvervoer) stoffen bevat in de categorie B3 (ongeacht de aantallen) pas dan RBM II toe. Vuistregel 2: Wanneer A kleiner is dan 50 en D4 of B2 maken deel uit van de vervoersstroom, pas dan RBMII toe als binnen 200 m van het baanvak aanwezigheidsdichtheden voorkomen van meer dan 70 per hectare.
18
Boiling liquid expanding vapour explosion. Bonte treinen zijn treinen met een mix van transporteenheden (o.a. ketelwagens, containers, enz.). Bloktreinen bestaan uit dezelfde transporteenheden (b.v. alleen ketelwagens). 20 Tabel 4.4.3 uit het hoofdrapport HART. 19
44
ODBN, projectnummer 75031131
Externe veiligheidsonderzoek bestemmingsplan Buitengebied Oss – 2019
Vuistregel 3:
1 februari 2017
Wanneer A minder is dan de drempelwaarde in Tabel 16 (eenzijdige bebouwing) of in Tabel 17 (2-zijdige bebouwing) wordt 10% van de oriëntatiewaarde niet overschreden.
Uit figuur 7 blijkt, dat geen transport van stofcategorie B3 plaatsvindt over het spoor binnen de gemeente Oss. Voldaan wordt aan vuistregel 1. Uit figuur 7 blijkt tevens, dat het aantal transporten van stofcategorie A groter is dan 50 (700 Kev). Derhalve wordt eveneens voldaan aan vuistregel 2. De drempelwaarde uit tabel 17 (2-zijdige bebouwing) voor een afstand tot de as van het baanvak van 20 meter en een dichtheid van 10 personen per hectare is 3120 Kev. Er wordt met 700 Kev ruimschoots voldaan aan de waarde de drempelwaarde (vuistregel 3). De 10% van de oriënterende waarde voor het groepsrisico wordt dus niet overschreden. Volstaan kan worden met een beperkte verantwoording van het groepsrisico voor de spoorweg (artikel 8, lid 2, Bevt). Wel moet in het kader van artikel 7 van het Besluit externe veiligheid transport (Bevt) aandacht besteed worden aan de zelfredzaamheid van personen en de bestrijdbaarheid van een ramp binnen het invloedsgebied van de wegen. De Veiligheidsregio Noord-Brabant moet om advies gevraagd worden over het plan (artikel 9, Bevt). Het raccordementspoor maakt geen onderdeel uit van het landelijke Basisnet spoor. Er vindt echter wel in zeer beperkte mate transport van gevaarlijke stoffen plaats over dit spoor naar de Industrieterreinen Elzenburg en De Geer.
De verwachting is, dat er voor dit spoor geen sprake is van een plaatsgebonden risicocontour (PR 10-6). De inventarisatieafstand van 200 meter van deze spoorlijn valt net binnen het plangebied van het bestemmingsplan Buitengebied. Dit deel van het plangebied is echter onbewoond. Tevens worden binnen dit deel van het plangebied geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk gemaakt. Het bestemmingsplan Buitengebied leidt hier dan ook niet tot een toename van het groepsrisico. Een complete verantwoording groepsrisico is hier dan ook niet noodzakelijk. Wel moet in het kader van artikel 7 van het Besluit externe veiligheid transport (Bevt) aandacht besteed worden aan de zelfredzaamheid van personen en de bestrijdbaarheid van een ramp binnen het invloedsgebied van het raccordementspoor. Ook moet de Veiligheidsregio NoordBrabant om advies gevraagd worden (artikel 9, Bevt).
4.3.3 Wegen Binnen de gemeente Oss vindt over de wegen Rijkswegen A59/A50 en de provinciale wegen transport van gevaarlijke stoffen plaats. Over andere wegen vindt door het plangebied van het bestemmingsplan Buitengebied geen significant transport van gevaarlijke stoffen plaats. Dit blijkt uit de door de gemeente Oss uitgevoerde inventarisatie voor de routering gevaarlijke stoffen gemeente Oss. Deze ‘Route Gevaarlijke Stoffen 2013’ is vastgesteld door de gemeente Oss op 10 mei 2012. Het maatgevende scenario voor een ramp op de weg met mogelijke effecten binnen het plangebied betreft een zogenaamde ‘warme BLEVE’ (Boiling Liquid Expanding Vapour Explosion) van een tankwagen met GF3. Een dergelijk scenario ontstaat door verhitting van de inhoud van de tankwagen door brand, waardoor de tankwagen barst en het gecomprimeerde gas (in dampfase) ontsnapt. Het ontsteken van een dergelijke grote hoeveelheid damp gaat gepaard met een grote vuurbal die een groot vernietigend effect heeft in de directe omgeving (tot ca. 355 meter).
Rijkswegen A50 en A59: De Rijkswegen A59 en A50 maken beide onderdeel uit van het landelijk Basisnet weg. In de Regeling basisnet zijn voor deze wegen dan ook risicoplafonds opgenomen en maximale transportaantallen. In de figuur 20 (volgende pagina) wordt een kopie getoond met deze gegevens voor deze wegen uit de bijlage I van de Regeling basisnet.
45
ODBN, projectnummer 75031131
Externe veiligheidsonderzoek bestemmingsplan Buitengebied Oss – 2019
1 februari 2017
Figuur 20: Risico’s Rijkswegen binnen gemeente Oss, bijlage I Regeling basisnet. Voor de wegen is conform het Bevt het volgende uitgevoerd: - Toetsing aan het plaatsgebonden risico (PR 10-6); - Bepalen hoogte groepsrisico en toetsen hoogte groepsrisico aan oriënterende waarde (OW) voor het groepsrisico; Uit figuur 20 blijkt, dat binnen de gemeente Oss plaatsgebonden risicocontour (PR 10-6) van de Rijkswegen A59 en A50 op het midden van de weg liggen. Hiermee vormt het plaatsgebonden risico geen belemmering voor het plan. Bepaling van de hoogte van het groepsrisico kan in eerste instantie indicatief bepaald worden met behulp van de vuistregels uit het HART (achtergronddocument). Indien 0,1 maal de oriënterende waarde voor het groepsrisico wordt overschreden, dan moet het groepsrisico berekend worden met behulp van het rekenprogramma RBMII . Bij de bepaling van de hoogte van het groepsrisico wordt uitgegaan van de maximale bestemmingsplancapaciteit. Het maatgevende scenario voor de berekening van het groepsrisico is voor het spoor een BLEVE van een ketelwagen. Een complete verantwoording van het groepsrisico kan achterwege worden gelaten, indien voldaan wordt aan de voorwaarden voor een beperkte verantwoording groepsrisico (artikel 8, lid 2). Deze voorwaarden zijn: a: het groepsrisico, gelet op de dichtheid van personen, niet hoger is dan 0,1 maal de oriëntatiewaarde, of b: 1°.
het groepsrisico, gelet op de redelijkerwijs te verwachten verandering van de dichtheid van personen met niet meer dan tien procent toeneemt, en 2°. de oriëntatiewaarde, gelet op de dichtheid van personen niet wordt overschreden. In overige gevallen is een complete verantwoording van het groepsrisico noodzakelijk. Bij een beperkte verantwoording van het groepsrisico dient alleen aandacht besteed te worden aan de onderdelen zelfredzaamheid van personen binnen het invloedsgebied van de risicobron en bestrijdbaarheid van de gevolgen van een calamiteit met gevaarlijke stoffen binnen het plangebied. De inventarisatieafstand van 200 meter van de Rijkswegen A59 en A50 en de provinciale weg N329 valt binnen het plangebied van het bestemmingsplan Buitengebied. Het deel van het plangebied Buitengebied gelegen binnen de inventarisatieafstand van de wegen is echter dun bevolkt. Binnen dit deel van het plangebied worden ook geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk gemaakt met grote 46
ODBN, projectnummer 75031131
Externe veiligheidsonderzoek bestemmingsplan Buitengebied Oss – 2019
1 februari 2017
aantallen personen en/of minder zelfredzame personen. Vaststelling van het bestemmingsplan Buitengebied zal waarschijnlijk niet leiden tot een significante en zichtbare toename van het groepsrisico binnen het invloedsgebied van de wegen. Een en ander dient wel aangetoond te worden met RBM II berekeningen of met gebruik van de vuistregels uit de bijlagen van de Handreiking Risicoanalyse Transport (HART). Om te bepalen of het groepsrisico groter is dan 0,1 maal de oriënterende waarde (ook wel 10% van de oriënterende waarde genoemd), is gebruik gemaakt van de vuistregels uit het achtergronddocument van het HART21. Voor de toetsing van 0,1 maal de oriënterende waarde zijn de volgende vuistregels van belang: Vuistregel 1:
Vuistregel 2:
Wanneer de vervoersstroom gevaarlijke stoffen in tankwagen (bulkvervoer) stoffen bevat uit de categorieën LT3, GT4 of GT522 (ongeacht de aantallen) pas dan RBM II toe. Wanneer GF3 minder is dan de drempelwaarde in Tabel 3 (eenzijdige bebouwing) of in Tabel 4 (2-zijdige bebouwing) wordt 10% van de oriëntatiewaarde niet overschreden.
Voor het transport van gevaarlijke stoffen is de stof GF3 maatgevend (zie tabel 1), omdat deze stoffen in betrekkelijk grote hoeveelheden over de weg vervoerd worden. Met deze stof dient dan ook het groepsrisico bepaald te worden (zie tabel 1). Voor de bepaling van het groepsrisico worden de stoffen LT3, GT4 en GT5 buiten beschouwing gelaten, omdat deze stoffen nauwelijks vervoerd worden over de Nederlandse autosnelwegen (zie tabel 2, achtergronddocument HART). Vuistregel 1 wordt dus buiten beschouwing gelaten. Het maximale effect gebied van GF3 is 355 meter. Bij de bepaling van de hoogte van het groepsrisico is uitgegaan van een tweezijdige bebouwing, een afstand bebouwing tot de snelweg van 20 meter en een dichtheid van 5 persoon per hectare23 (incidentele bebouwing, tabel 4.4.3, hoofdrapport HART). Deze dichtheid van personen is een ruime overschatting van de werkelijk aanwezige personen. Toepassing van vuistregel 2 laat zien, dat het groepsrisico niet groter is dan 0.1 maal de oriënterende waarde voor het groepsrisico. De drempelwaarde waarbij 0.1 maal de oriënterende waarde wordt overschreden is 19230 transportbewegingen met tankwagens GF3 (tabel 3, achtergronddocument HART). Er vinden slechts 3000 transportbewegingen met tankwagens GF3 plaats (zie tabel 1).
Met voorgaande ‘berekening’ is aannemelijk gemaakt, dat voldaan kan worden aan de voorwaarden uit artikel 8, lid 2 van het Bevt. Een complete verantwoording van het groepsrisico is derhalve niet noodzakelijk. Wel moet in het kader van artikel 7 van het Besluit externe veiligheid transport (Bevt) aandacht besteed worden aan de zelfredzaamheid van personen en de bestrijdbaarheid van een ramp binnen het invloedsgebied van de wegen. De Veiligheidsregio Noord-Brabant moet om advies gevraagd worden over het plan (artikel 9, Bevt). Uit figuur 20 volgt dat de Rijksweg A59 geen plasbrandaandachtsgebied (PAG) bezit. De Rijksweg A50 bezit echter wel en PAG. Het PAG is een zone van 30 meter breedte langs de weg, gemeten uit de rand van de weg. Getoetst moet worden of door het bestemmingsplan geen nieuwe bestemmingen gerealiseerd (kunnen) worden binnen dit PAG. Het is verstandig het gebied van het PAG op te nemen op de verbeelding en aan mogelijke ontwikkelingen binnen het PAG voorwaarden te verbinden in de regels (in combinatie met het Bouwbesluit 2012).