Bijlage 2A Toelichting - bijlage 22 Rapportage externe veiligheidsonderzoek en verantwoording groepsrisco
Tekst van het document
21
Handleiding risicoanalyse transport, versie 1.0. Rijkswaterstaat (2016). LT3 Toxische vloeistof, GF3 Brandbaar tot vloeistof verdicht gas, GT4 Toxisch tot vloeistof verdicht gas, GT5 Toxisch tot vloeistof verdicht gas. 23 Gebiedstype , tabel 4-4-3, hoofdrapport HART 22
47
ODBN, projectnummer 75031131
Externe veiligheidsonderzoek bestemmingsplan Buitengebied Oss – 2019
1 februari 2017
Provinciale wegen In 2010 heeft de provincie Noord-Brabant een onderzoek uit laten voeren naar het transport van gevaarlijke stoffen over provinciale wegen binnen de provincie Noord-Brabant. Het doel van het onderzoek is het verkrijgen van inzicht in het huidige en het toekomstige (peiljaar 2020) plaatsgebonden (PR) en groepsrisico (GR) van transporten van gevaarlijke stoffen over provinciale wegen. De resultaten van het onderzoek zijn weergegeven in het rapport ‘Externe veiligheid provinciale wegen Noord-Brabant24’. Uit het rapport kan worden afgeleid, dat transport van gevaarlijke stoffen over de provinciale wegen (N-wegen) binnen de gemeente Oss plaatsvindt. Het plaatsgebonden risico ligt bij al deze provinciale wegen nu en in de toekomstige situatie op het midden van de weg (PR 10-6 = 0 meter). Voorts blijkt uit de inventarisatie dat het groepsrisico in de toekomst ruim minder dan 10% van de oriëntatiewaarde bedraagt. Omdat het bestemmingsplan ten opzichte van de bestaande situatie niet voorziet in een significante toename van het aantal personen, blijft het groepsrisico minder dan 10% van de oriënterende waarde. Een beperkte verantwoording van het groepsrisico is daarom afdoende (artikel 7, Besluit externe veiligheid transport). De provinciale wegen binnen de gemeente Oss bezitten geen PAG.
4.4 Beleidsvisie externe veiligheid Bij een concreet ruimtelijk plan moeten volgens de beleidsvisie een aantal vaste stappen worden doorlopen. De vaste stappen zijn: • Controle of er sprake zal zijn van een toename in het aanwezige risico • Inzichtelijk maken van de toename van het risico • Beschouwen zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid • Selecteren van risicoreducerende maatregelen • Advies aan het Bevoegd Gezag In het nieuwe bestemmingsplan Buitengebied Oss-2019 worden (vooralsnog) geen significante aantallen nieuwe (zeer) kwetsbare en beperkt kwetsbare bestemmingen toegelaten. Het betreft een hoofdzakelijk conserverend plan. Er is dan ook geen sprake van een (zichtbare) toename van het aanwezige risico (groepsrisico). Een verantwoording zwaarte 1 en/of 2 is dan ook niet noodzakelijk. Desondanks dient voor de bestaande situatie wel getoetst te worden aan de eisen voor het plaatsgebonden risico uit de beleidsvisie.
4.4.1 Spoor- en rijkswegen In onderstaande tabel is voor de spoor- en rijkswegen een zone-indeling weergegeven waarin eisen zijn gesteld aan de omgeving. Ten aanzien van het vervoer per spoor is deze indeling uitsluitend van toepassing langs de spoorlijn ’s-Hertogenbosch-Nijmegen. Zone-indeling spoor- en rijkswegen Zone
Grootte (vanaf rand van de bron)
I II III IV
0-30 meter 30-200 meter 200-300 meter > 300 meter
Alleen voor zone I moet voor de beleidsvisie getoetst worden aan het plaatsgebonden risico.
24
Externe veiligheid provinciale wegen Noord-Brabant, Arcadis (2010).
48
ODBN, projectnummer 75031131
Externe veiligheidsonderzoek bestemmingsplan Buitengebied Oss – 2019
1 februari 2017
Planologisch kader zone I: 0-30 meter, spoor- en rijkswegen25 Maatgevend scenario
ZKO KO
• Plasbrand • BLEVE (100% letaal) • Toxische gaswolk Niet toegestaan Binnen de PR 10-6-contour uitgesloten
Gekeken is met behulp van de risicokaart (ISOR26) en de verbeelding van het bestemmingsplan Buitengebied Oss-2019 of geen zeer kwetsbare objecten aanwezig zijn binnen de 30 meter zone vanaf het spoor of de rijkswegen. Dit is niet het geval. Omdat zowel het spoor als de rijkswegen binnen het plangebied geen plaatsgebonden risico bezitten (PR 10-6 = 0 meter) – zie hiervoor ook de hoofdstukken toetsing spoorwegen en wegen- is er geen sprake van van kwetsbare objecten binnen de plaatsgebonden risicocontour (PR 10-6). Er wordt voldaan aan de eisen voor spoor- en rijkswegen uit de beleidsvisie.
4.4.2 Hoge druk aardgasbuisleidingen Voor de hoge druk aardgasleidingen wordt een andere aanpak gebruikt dan voor de (spoor)wegen, aangezien het maatgevend scenario, een fakkelbrand, en bijbehorend invloedsgebied verschilt van getransporteerde stoffen over de weg en het spoor. Dit heeft een andere zone-indeling tot gevolg. Voor de hoge druk aardgastransportleiding is het maatscenario een (externe) beschadiging waardoor gas vrijkomt dat vervolgens ontsteekt en een fakkelbrand vormt. Bij een fakkelbrand is de warmtestraling maatgevend voor de afstandsbepaling. In het nieuwe beleid wordt langs een hoge druk aardgastransportleiding een 100% en 1 % letaliteitscontour vastgesteld. Het in onderstaande tabel gepresenteerde planologische kader geldt binnen de 100% letaliteitscontour. Planologisch kader hoge druk aardgasleidingen27 Maatgevend scenario
Fakkelbrand
ZKO KO
Niet toegestaan Binnen de PR 10-6-contour uitgesloten
Ook hier is gekeken met behulp van de risicokaart (ISOR) en de verbeelding van het bestemmingsplan Buitengebied Oss-2019 of geen zeer kwetsbare objecten aanwezig of geprojecteerd zijn binnen het 100% letaliteitsgebied en de PR 10-6 contour van de hoge druk aardgasleidingen.. Dit is niet het geval. Er wordt voldaan aan de eisen voor hoge druk aardgasbuisleidingen uit de beleidsvisie.
4.4.3 Bedrijventerreinen. De voorgaande kaders betreffen nieuwe ruimtelijke keuzes voor objecten nabij risicobronnen. Nieuwe ruimtelijke keuzes op bedrijventerreinen kunnen betrekking hebben op zowel de vestiging van risicobronnen als (beperkt) kwetsbare objecten. Voor de beoordeling moet daarnaast nog onderscheid worden gemaakt tussen de gevolgen op het bedrijventerrein én buiten het terrein. Nieuwe Bevi-bedrijven mogen zich uitsluitend vestigen op daarvoor aangewezen bedrijventerreinen. Bij het opstellen van bestemmingsplannen is hierbij voor het plaastgebonden risico de volgende beleidslijn gehanteerd: • Bedrijventerreinen moeten zoveel mogelijk optimaal benut kunnen worden. 25
Tabel 3, pagina 28-29 van de Beleidsvisie externe veiligheid gemeente Oss. Informatie Systeem Overige Ramptypen. 27 Tabel 5, pagina 29-30 van de Beleidsvisie externe veiligheid gemeente Oss. 26
49
ODBN, projectnummer 75031131
Externe veiligheidsonderzoek bestemmingsplan Buitengebied Oss – 2019
• •
1 februari 2017
Nieuwe Bevi-bedrijven zijn alleen toegestaan op bedrijventerreinen28. De 10-6-contour van Bevi-bedrijven moet binnen de perceelsgrens vallen29.
Uitzonderingen die hierbij zijn gemaakt: • Bestaande 10-6-contouren die over de inrichtingsgrens vallen, worden gerespecteerd30. • Voor het industrieterrein Elzenburg/De Geer wordt een overschrijding van de 10-6-contour van de inrichtingsgrens toegestaan31. • Voor het industrieterrein aan de Euterpelaan wordt specifiek bepaald dat geen risicovolle bedrijven zijn toegestaan. Voor risicovolle bedrijven is het maatgevende scenario divers. In onderstaande tabel is het planologische kader voor het plaatsgebonden risico voor bedrijventerreinen gepresenteerd. Dit geldt overigens ook voor niet-Bevi-bedrijven, welke een plaatsgebonden risicocontour bezitten. Planologisch kader bedrijventerreinen32 Maatgevend scenario
Divers
ZKO
Binnen de PR 10-6-contour uitgesloten (uitgezonderd ZKO
KO
gerelateerd aan het Bevi-bedrijf zelf of bij Bevi-bedrijven onderling). Binnen de PR 10-6-contour uitgesloten (uitgezonderd ZKO gerelateerd aan het Bevi-bedrijf zelf of bij Bevi-bedrijven onderling).
Met behulp van de risicokaart (ISOR) en de verbeelding van het bestemmingsplan Buitengebied Oss2019 is gecontroleerd of geen (zeer) kwetsbare objecten aanwezig of geprojecteerd zijn binnen de PR 10-6 contour van de bedrijven. Dit is niet het geval. Er wordt voldaan aan de eisen voor het plaatsgebonden risico voor bedrijventerreinen uit de beleidsvisie.
4.4.4 LPG-tankstations De gemeente zal geen nieuwe LPG-tankstations in woongebieden toestaan. In overige gebieden dient zorgvuldig om te worden gegaan met de risico's waarbij voldaan dient te worden aan de wettelijke normen. Daarnaast dient de afweging van het risico zorgvuldig te worden behandeld. Om kader te geven aan mogelijke ruimtelijke ontwikkelingen binnen invloedsgebied van LPGtankstations is in onderstaande tabel het planologisch kader voor LPG-tankstations weergegeven. Planologisch kader LPG-tankstations33 Maatgevend scenario
ZKO KO
Binnen de PR 10-6-contour uitgesloten Binnen de PR 10-6-contour uitgesloten
28
Nieuwe Bevi-bedrijven zijn in de nieuwe bestemmingsplannen voor de industrieterreinen Moleneind, Landweer, Danenhoef en Vorstengrafdonk uitgesloten, maar kunnen via wijziging worden toegelaten. 29 Binnen deze contour gelden vanuit de wetgeving nadrukkelijke ruimtelijke beperkingen voor activiteiten die niet tot de risicobron behoren. Oss wil deze beperkingen niet ten laste brengen van de overige bedrijven en stimuleren dat risicocontouren niet groter zijn dan strikt noodzakelijk. 30 Bij het industrieterrein Elzenburg wordt vanwege de aanwezige bedrijfscategorieën de overschrijding van de -6 perceelsgrens door de 10 -contour toegestaan. 31 Op een gedeelte van het industrieterrein Elzenburg/De Geer wordt een overschrijding van de perceelsgrens -6 door de 10 contour zowel voor bestaande als nieuwe Bevi-inrichtingen toegestaan. Kwetsbare objecten zijn in de directe omgeving (buitengebied en licht bedrijventerrein) niet toege-staan. 32 Tabel 6, pagina 32 van de Beleidsvisie externe veiligheid gemeente Oss. 33 Tabel 7, pagina 33 van de Beleidsvisie externe veiligheid gemeente Oss. 50
ODBN, projectnummer 75031131
Externe veiligheidsonderzoek bestemmingsplan Buitengebied Oss – 2019
1 februari 2017
Met behulp van de risicokaart (ISOR) en de verbeelding van het bestemmingsplan Buitengebied Oss2019 is gecontroleerd of geen (zeer) kwetsbare objecten aanwezig of geprojecteerd zijn binnen de PR 10-6 contour van de LPG-tankstations. Dit is niet het geval. Er wordt voldaan aan de eisen voor het plaatsgebonden risico voor LPG-tankstations uit de beleidsvisie
51
ODBN, projectnummer 75031131
Externe veiligheidsonderzoek bestemmingsplan Buitengebied Oss – 2019
1 februari 2017
5. VERANTWOORDING GROEPSRISICO Bij een bestemmingsplan wordt, voor zover het gebied, waarop dat plan betrekking heeft, binnen het invloedsgebied voor het groepsrisico ligt van een inrichting, transportroute of buisleiding, in ieder geval ingegaan op (complete verantwoording groepsrisico): Het projectkader; De hoogte en toename van het groepsrisico; Bronmaatregelen; Te treffen ruimtelijke maatregelen in het ruimtelijke besluit; Mogelijkheden tot bestrijdbaarheid van een calamiteit en de gevolgen daarvan; Mogelijkheden tot zelfredzaamheid; Mogelijkheden planontwikkeling op andere locatie; Mogelijkheden en voorgenomen maatregelen in de nabije toekomst. In het kader van het Bevi (bedrijven) dient bij een nieuw bestemmingsplan (ook conserverend) altijd een complete verantwoording van het groepsrisico plaast te vinden (artikel 13, Bevi). Voor transportroutes (weg, water en spoor) kan een complete verantwoording van het groepsrisico achterwege worden gelaten, indien voldaan wordt aan de voorwaarden voor een beperkte verantwoording groepsrisico (artikel 8, lid 2, Bevt)). Deze voorwaarden zijn: a: het groepsrisico, gelet op de dichtheid van personen, niet hoger is dan 0,1 maal de oriëntatiewaarde, of b: 1°. het groepsrisico, gelet op de redelijkerwijs te verwachten verandering van de dichtheid van personen met niet meer dan tien procent toeneemt, en 2°.
de oriëntatiewaarde, gelet op de dichtheid van personen niet wordt overschreden. In overige gevallen is een complete verantwoording van het groepsrisico voor de transportroutes noodzakelijk. Voor buisleidingen (hogedruk aardgasbuisleidingen) kan een complete verantwoording van het groepsrisico achterwege worden gelaten, indien voldaan wordt aan de voorwaarden voor een beperkte verantwoording groepsrisico.Deze voorwaarden zijn (artikel 12, lid 3, Bevb en artikel 8, Revb): o Het bestemmingsplan heeft betrekking op een gebied, waarbinnen de letaliteit van personen minder is dan 100% of; o Het groepsrisico is kleiner dan 0,1*OW of; o De toename van het groepsrisico is niet hoger dan 10% en de OW wordt niet overschreden. In overige gevallen is een complete verantwoording van het groepsrisico voor de buisleidingen noodzakelijk. Bij een beperkte verantwoording van het groepsrisico dient alleen aandacht besteed te worden aan de onderdelen zelfredzaamheid van personen binnen het invloedsgebied van de risicobron en bestrijdbaarheid van de gevolgen van een calamiteit met gevaarlijke stoffen binnen het plangebied. Voor het plan is advies aangevraagd bij de Veiligheidsregio Brabant Noord. De relevante zaken uit het advies zijn verwerkt in de verantwoording.
5.1 Het projectkader Het bestemmingsplan Buitengebied Oss-2019 is een integrale herziening voor het buitengebied van de gehele gemeente Oss. Hoewel de huidige plannen nog allemaal redelijk actueel zijn, is een 52
ODBN, projectnummer 75031131
Externe veiligheidsonderzoek bestemmingsplan Buitengebied Oss – 2019
1 februari 2017
integrale herziening toch noodzakelijk en gewenst. Noodzakelijk door wijzigingen in de provinciale Verordening ruimte 2014 die in bestemmingsplannen doorvertaald moeten worden. Daarnaast is het gewenst om de grote buitengebiedplannen te harmoniseren en het hele buitengebied van één actuele regeling te voorzien. Het bestemmingsplan ‘Buitengebied Oss – 2019’ is een actualiserend bestemmingsplan dat de legale bestaande situatie van een actuele passende regeling voorziet. Daarnaast worden diverse ontwikkelingen met dit bestemmingsplan mogelijk gemaakt. Voor deze ontwikkelingen zijn ruimtelijke onderbouwingen opgesteld waarmee de planologische haalbaarheid is aangetoond. Die ruimtelijke onderbouwingen zijn in de bijlage nvan de toelichting van het bestemmingsplan opgenomen.
5.2 De hoogte en toename van het groepsrisico De hoogte van het groepsrisico veroorzaakt door de risicobronnen voor realisatie van het plan is in alle gevallen kleiner dan 0.1*OW. Zie hiervoor ook hoofdstuk 4 ‘Toetsing’.De geringe hoogte van het groepsrisico wordt veroorzaakt, door de zeer lage bevolkingsdichtheid binnen de invloedsgebieden van de risicobronnen. De invloedsgebieden binnen het plangebied zijn goeddeels over agrarisch gebied en natuurgebied gelegen. Van een zichtbare toename van het groepsrisico na realisatie van het plan is geen sprake, omdat het bestemmingsplan Buitengebied Oss-2019 geen nieuwe grootschalige ontwikkelingen mogelijk maakt. Hierdoor zal de hoogte van het groepsrisico na realisatie van het plan bij geen enkele risicobron de oriënterende waarde (1*OW) overschrijden. Voor transportroutes en buisleidingen geldt zelfs, dat 10% van de oriënterende waarde (0.1*OW) binnen het plangebied nergens wordt overschreden. Derhalve is voor deze risicobronnen slechts een beperkte verantwoording van het groepsrisico noodzakelijk. Deze verantwoording beperkt zich tot de onderdelen zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid.
5.3 Bronmaatregelen Voor bedrijven met een invloedsgebied binnen het plangebied geldt, dat de oriënterende waarde voor het groepsrisico in geen enkel geval wordt overschreden. Een mogelijke eis tot het toepassen van maatregelen bij de risicobron (bedrijven), om het groepsrisico verder te verlagen, is niet doelmatig, omdat de kosten hiervan in geen verhouding staan tot het beoogde resultaat. Het plangebied bestaat immers voornamelijk uit agrarisch gebied en natuurgebied met zeer lage bevolkingsdichtheden. Hierdoor kunnen bij een calamiteit met gevaarlijke stoffen na vaststelling van het plan redelijkerwijs geen grote aantallen slachtoffers (doden en gewonden) vallen. Voor de risicobronnen geldt bovendien, dat aangenomen kan worden dat de veiligheidsmaatregelen aan de installatie van inrichtingen zoveel als mogelijk voldoen aan de huidige stand der techniek (ALARA-beginsel). De noodzakelijke veiligheidsmaatregelen zijn beoordeeld bij het verlenen van en vastgelegd in de (omgevings)vergunningen (milieu-deel) van de respectievelijke bedrijven. Van de bedrijven kunnen daarom geen verdergaande veiligheidsmaatregelen geëist worden, mede omdat de noodzaak hiertoe ontbreekt.
5.4 Te treffen ruimtelijke maatregelen in het ruimtelijke besluit In de regels van het ruimtelijk besluit zijn op het gebied van externe veiligheid voor alle risicobronnen regels opgenomen ter voorkoming van saneringssituaties. Het betreft een verbod op het realiseren van (beperkt) kwetsbare objecten binnen de plaatsgebonden risicocontour van de risicobronnen en de belemmeringenstrook van hogedruk aardgasbuisleidingen. Dit is gebeurd conform de vereisten uit vigerende wet- en regelgeving.
53
ODBN, projectnummer 75031131
Externe veiligheidsonderzoek bestemmingsplan Buitengebied Oss – 2019
1 februari 2017
Daarnaast zijn er regels in het besluit opgenomen ter borging van de nationale ruimtelijke belangen van het Rijk. Het betreft regels voor de ruimtereservering voor buisleidingen uit de structuurvisie buisleidingen, het vrijwaringsgebied van de rivier de Maas en het PAG van de Rijksweg A50. De beleidsvisie externe veiligheid van de gemeente Oss stelt aanvullende eisen aan nieuwe ontwikkelingen binnen het plaatsgebonden risico van risicobronnen, bovenop hetgeen geeist wordt in landelijke wet- en regelgeving. Daarnaast wordt hiervoor in de beleidsvisie een aanvullende eis gesteld aan de zwaarte van de verantwoording groepsrisico. Deze aanvullende eisen zijn meegenomen in de regels van het bestemmingsplan.
5.5 Mogelijkheden tot bestrijdbaarheid van een calamiteit en de gevolgen daarvan Voor dit onderdeel en het onderdeel zelfredzaamheid is advies ingewonnen bij de Veiligheidsregio Brabant Noord (zie bijlage 1). De bestrijdbaarheid dient op twee aspecten te worden beoordeeld: Is het rampscenario te bestrijden? Is het plangebied en de omgeving hiervan voldoende ingericht om de gevolgen van een calamiteit hierbinnen te bestrijden?
5.5.1 Is het rampscenario te bestrijden? De mate van bestrijdbaarheid van een calamiteit is afhankelijk van de opkomsttijd brandweer, de bereikbaarheid van de locatie calamiteit en de bluswatervoorziening in de omgeving van de calamiteit. Voor het tanktransport over weg, water en spoor is voor het plangebied het scenario BLEVE van een brandbaar gas maatgevend. Voor het scenario BLEVE geldt, dat de tanks met brandbaar gas snel en met grote hoeveelheden bluswater gekoeld moet worden. De opkomsttijd van de brandweer is vrijwel binnen het hele plangebied groter dan de landelijk geldende norm34. De bereikbaarheid van de locatie van de calamiteit op de weg is over het algemeen goed. Vaar- en spoorwegen zijn vaak niet goed bereikbaar in geval van een calamiteit. Een adequate bluswatervoorziening is in het buitengebied van de gemeente Oss, met uitzondering van die plekken waar openbaar water aanwezig is, vrijwel overal afwezig. Voor bluswater moet meestal gebruik gemaakt worden van het publieke waterleidingnet (bluswaterpunten). Dit waterleidingnet heeft doorgaans niet de benodigde capaciteit om een BLEVE te bestrijden. Daarnaast moet in het buitengebied bluswater vaak over grote afstand aangevoerd worden, wat vertraging oplevert in de bestrijding van het incident.
Er zal daarom door de brandweer in het buitengebied bij een mogelijke BLEVE defensief worden ingezet, waarbij de nadruk ligt op het ontruimen van het effectgebied. De bestrijdbaarheid van het scenario BLEVE wordt dan ook als matig beoordeeld. Het maatgevende scenario voor een hogedruk aardgasbuisleiding is een fakkelbrand. De bestrijdbaarheid van een fakkelbrand is per definitie slecht. Een fakkelbrand dooft alleen na het afsluiten van de gastoevoer (door leidingbeheerder, Gasunie). Door de hoge hittestraling moet de brandweer zich beperken tot het koelen van objecten binnen het gebied, waar de brandweer nog veilig kan optreden35. De bestrijdbaarheid is van dit scenario is dus slecht. Voor de bestrijding van de mogelijke effecten op het plangebied door een calamiteit bij een bedrijf met gevaarlijke stoffen dient rekening gehouden te worden met verschillende scenario’s. Mogelijke scenario’s met een effect op het plangebied zijn een toxische wolk en een explosie. Een plasbrand heeft doorgaans geen effect buiten de bedrijfsgrenzen.
34 35
Deze informatie komt uit het dekkingsplan brandweer van de Veiligheidsregio Brabant –Noord, 30 mei 2012 2
3 kW/m zone
54
ODBN, projectnummer 75031131
Externe veiligheidsonderzoek bestemmingsplan Buitengebied Oss – 2019
1 februari 2017
Het explosiescenario treedt voornamelijk op bij bedrijven met grote propaantanks (>13 m3, verwarmingsdoeleinden) en LPG/LNG-tankstations. Maatgevend scenario bij deze bedrijven is een BLEVE van de leverende tankwagen. Zoals al eerder aangegeven dient, om een BLEVE te voorkomen, de tankwagen gekoeld te worden met grote hoeveelheden bluswater. De LPG/LNG-tankstations liggen doorgaans net buiten de bebouwde komvan de woonkernen aan een provinciale weg of aan de snelweg. De bestrijdbaarheid van een calamiteit bij de LPG/LNGtankstations is redelijk tot goed te noemen, omdat de bluswatervoorziening hier op orde en de opkomsttijd van de brandweer hier voldoende is. Dit geldt niet voor de grote propaantanks, omdat deze doorgaans midden in agrarisch gebied liggen. Het bluswater moet hier doorgaans uit het waterleidingnet en vaak van grote afstand gehaald worden. De capaciteit van het waterleidingnet is voor de bestrijding van een BLEVE onvoldoende. De grote afstand zorgt voor een vertraging in de bestrijding van de calamiteit. Het rampscenario BLEVE is bij de propaantanks dus slecht te bestrijden. Er zal daarom door de brandweer bij een mogelijke BLEVE defensief worden ingezet, waarbij de nadruk ligt op het ontruimen van het effectgebied Daarnaast kunnen explosies optreden bij bedrijven met chemische installaties en opslagen met gevaarlijke stoffen op een bedrijventerrein.
De effecten van een dergelijk scenario treedt doorgaans niet op buiten de grenzen van het bedrijventerrein, waarop het bedrijf is gelegen, en heeft derhalve geen of weinig effect op het plangebied. Het scenario toxische wolk kan wel optreden buiten de grenzen van het bedrijventerrein, waarop het bedrijf is gelegen. Dit scenario heeft mogelijk wel effect op het plangebied. Bestrijding van het scenario toxische wolk vindt plaats bij de (risico)bron. Een toxische gaswolk wordt bestreden met een watergordijn, waarbij het ontsnappende toxische gas wordt geneutraliseerd/neergeslagen. Bij een gaswolk veroorzaakt door toxische verbrandingsproducten zal ook aan de bestrijding van de brandhaard aandacht besteed worden. De industrieterreinen, waarop bedrijven met gevaarlijke stoffen zijn gelegen, hebben doorgaans een adequate bluswatervoorziening. Daarnaast zijn op de bedrijven doorgaans afdoende brandbestrijdingsystemen aanwezig, welke opgelegd zijn aan het bedrijf in het kader van wet- en regelgeving (o.a. omgevingsvergunning, calamiteitenplan). Men moet hierbij denken aan een bedrijfsbrandweer en brandblusinstallaties (deluge, gasblus, sprinkler, enz.). De opkomsttijd van de brandweer bij een calamiteit op de industrieterreinen binnen de gemeente Oss is voldoende. Het scenario toxische wolk is derhalve goed te bestrijden.
Het scenario toxische wolk vindt niet plaats bij bedrijven buiten de bedrijfsterreinen binnen de gemeente Oss.
5.5.2 Is het plangebied en de omgeving hiervan voldoende ingericht om de gevolgen van een calamiteit hierbinnen te bestrijden? Het optreden van de brandweer zal zich in eerste instantie beperken tot het evacueren van mensen en het afzetten van het gevarengebied. Daarna zal worden overgegaan tot het beperken van de omvang van de calamiteit binnen het plangebied. Bij de bestrijding van de beschreven rampscenario’s (calamiteiten) zijn veel mensen en middelen (brandweerlieden en blusmiddelen) noodzakelijk. Deze mensen en middelen zullen vanuit diverse posten binnen en buiten de regio gemobiliseerd worden. Binnen de gemeente Oss zijn 6 brandweerposten actief. Dit zijn Berghem, Geffen, Lith, Megen, Oss en Ravenstein. Deze posten liggen verspreid over het grondgebied van de gemeente Oss, zodat er over het buitengebied van de gemeente Oss voldoende dekking van brandweerzorg is. Een adequate bluswatervoorziening is in het buitengebied van de gemeente Oss, met uitzondering van die plekken waar openbaar water aanwezig is, vrijwel overal afwezig. Voor bluswater moet meestal gebruik gemaakt worden van het publieke waterleidingnet (bluswaterpunten). Dit waterleidingnet heeft doorgaans niet de benodigde capaciteit om een calamiteit met gevaarlijke stoffen te bestrijden.
Daarnaast moet in het buitengebied bluswater vaak over grote afstand aangevoerd worden, wat vertraging oplevert in de bestrijding van het incident.
55
ODBN, projectnummer 75031131
Externe veiligheidsonderzoek bestemmingsplan Buitengebied Oss – 2019
1 februari 2017
In het buitengebied van de gemeente Oss bestaat voornamelijk uit agrarisch gebied en natuurgebied. In deze gebieden wordt de normtijd voor de opkomst van de brandweer overschreden. Deze overschrijding wordt geaccepteerd, omdat de bevolkingsdichtheid in het buitengebied zeer laag is en voornamelijk bestaat uit solitaire (agrarische) bebouwing. De mensen binnen de bebouwing zijn doorgaans goed in staat zichzelf te redden. De wegen in het buitengebied van de gemeente Oss zijn over het algemeen verhard en breed genoeg om blusvoertuigen toe te laten. De bebouwing in het buitengebied ligt aan (half) verharde wegen. De bereikbaarheid is in het buitengebied derhalve op orde, zodat de gevolgen van een calamiteit adequaat kunnen worden bestreden. Uitzondering hierop vormen de natuurgebieden. Hier bevindt zich echter sporadisch (woon)bebouwing.
5.6 De mogelijkheden tot zelfredzaamheid Zelfredzaamheid is het zichzelf kunnen onttrekken aan een dreigend gevaar. Het zelfredzame vermogen van personen is een belangrijke voorwaarde om grote aantallen slachtoffers bij een incident te voorkomen. De mogelijkheden voor zelfredzaamheid bestaan globaal uit schuilen binnen bebouwing en ontvluchten van het plangebied en zijn afhankelijk van het maatgevende scenario (brand, explosie en/of toxische wolk).
5.6.1 Mogelijkheden zelfredzaamheid De mogelijkheden ten aanzien van de zelfredzaamheid in het buitengebied zijn goed. Er zijn weinig niet –of verminderd zelfredzame mensen in het plangebied aanwezig. De aanwezigen zijn over het algemeen voldoende mobiel om zelfstandig te kunnen vluchten. Vluchten van de bron van de calamiteit kan in bijna alle gevallen en in alle windrichtingen.De dichtheid van personen in het plangebied is zeer laag. In het geval van een BLEVE (weg, water en spoor) of een explosie (inrichting) is er geen tijd om te vluchten en zullen de personen in het plangebied, welke buiten aanwezig zijn, (mogelijk) slachtoffer worden. Schuilen in de bebouwing zal in beginsel de beste manier zijn om de calamiteit te overleven.
5.6.2 Is het gebied voldoende ingericht om de zelfredzaamheid te kunnen faciliteren? Behalve de vraag of zelfredding mogelijk is, zijn de fysieke eigenschappen van gebouwen en omgeving van invloed op de vraag of die zelfredding optimaal kan plaatsvinden. Vanuit de hierboven geschetste mogelijkheden is het dus van belang, dat het plangebied: - goed te alarmeren is; - goed te ontvluchten is; - goed te schuilen is.
5.6.2.1 Alarmering In het buitengebied van de gemeente Oss is de WAS‐dekking (sirene burgerbescherming) slechts deels op orde. In geval van een calamiteit zal daarom NL-Alert worden ingezet. NL-Alert is een aanvullend alarmmiddel van de overheid voor de mobiele telefoon. Met NL-Alert kan de overheid mensen in de directe omgeving van een noodsituatie met een tekstbericht informeren. In het bericht staat specifiek wat er aan de hand is en wat je op dat moment het beste kunt doen.
5.6.2.2 Vluchtmogelijkheden Bij een calamiteit met gevaarlijke stoffen zijn in het buitengebied gebied voldoende vluchtmogelijkheden aanwezig. Ontvluchten kan vrijwel altijd van de risicobronnen af en in elke gewenste windrichting. In het buitengebied zijn doorgaans weinig obstakels aanwezig, welke het vluchten belemmeren.
56
ODBN, projectnummer 75031131
Externe veiligheidsonderzoek bestemmingsplan Buitengebied Oss – 2019
1 februari 2017
5.6.2.3 Schuilmogelijkheden Schuilen in het buitengebied is vrijwel alleen mogelijk binnen de daar aanwezige bebouwing. De bebouwing in het buitengebied varieert van oud tot nieuw. Nieuwe woningen (van na 2003) moeten voldoen aan het bouwbesluit en zijn derhalve veiligheidstechnisch beter uitgevoerd. De oudere woningen (met agrarische bedrijvigheid) zijn risicovoller, omdat deze niet hoeven te voldoen aan het bouwbesluit. In het buitengebied is alleen incidentele bebouing aanwezig. Desondanks is de mogelijkheid tot schuilen voor de bewoners in het buitengebied afdoende.
5.7 Alternatieven: Voor het bestemmingsplan buitengebied Oss-2019 zijn er geen alternatieven, vanwege de omvattendheid van het plan.
5.8 Mogelijkheden en voorgenomen maatregelen in de nabije toekomst Buiten de reeds genoemde maatregelen zijn vooralsnog geen extra maatregelen mogelijk of worden geen extra maatregelen voorgenomen om de risico’s en de omvang van een calamiteit binnen het plangebied verder te beperken.
57
ODBN, projectnummer 75031131
Externe veiligheidsonderzoek bestemmingsplan Buitengebied Oss – 2019
1 februari 2017
Bijlage 1: Advies verantwoording groepsrisico Veiligheidsregio Brabant Noord
58
ODBN, projectnummer 75031131