CConstaterende datOss
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2A Toelichting - bijlage 22 Rapportage externe veiligheidsonderzoek en verantwoording groepsrisco

Gemeenteraad 12 december 2024, gemeente OssBij agendapunt: A Herstelbesluit vaststelling bestemmingsplan ‘Buitengebied Oss – 2020’21.377 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

BESTEMMINGSPLAN Buitengebied Oss - 2020 Bijlagen bij toelichting

Bijlage 22 - rapportage externe veiligheidsonderzoek en verantwoording groepsrisico

Gemeente Oss | Raadhuislaan 2 | 5341 GM | Oss | T: 14 0412 | F: 0412 642605 | www.oss.nl |

Bestemmingsplan Buitengebied Oss-2019 Gemeente Oss Rapportage externe veiligheidsonderzoek en verantwoording groepsrisico

HLA 1 februari 2017

Externe veiligheidsonderzoek bestemmingsplan Buitengebied Oss – 2019

1 februari 2017

Colofon Rapportage externe veiligheid bestemmingsplan Buitengebied Oss-2019. Projectnummer: 75031131 Status: concept Datum: 1 februari 2017 Opdrachtgever Gemeente Oss Raadhuislaan 2 5341 GM Oss Projectleiding De heer R. (Ruben) van den Broek 14-0412 R.van.den.Broek@oss.nl Opdrachtnemer Omgevingsdienst Brabant Noord Victorialaan 1 b-g 5213 JG 's-Hertogenbosch www.obdn.nl Contactpersoon De heer H. (Herman) de Lange Adviseur externe veiligheid 06-46935615 HdeLange@odbn.nl

2

ODBN, projectnummer 75031131

Externe veiligheidsonderzoek bestemmingsplan Buitengebied Oss – 2019

1 februari 2017

Samenvatting en conclusie Inleiding Door de Omgevingsdienst Brabant Noord (ODBN) is in opdracht van de gemeente Oss een externe veiligheidsonderzoek uitgevoerd ten bate van het bestemmingsplan Buitengebied Oss-2019. Hieronder vindt u een korte samenvatting van de resultaten van het onderzoek en van de verantwoording van het groepsrisico. Daarnaast is er een conclusie over de externe veiligheidssituatie van het bestemmingsplan opgenomen. Voor een uitleg over wet- en regelgeving en normering en de inhoudelijke details van het externe veiligheidsonderzoek verwijzen wij u naar de het rapport zelf. Binnen of in de nabijheid van het plangebied zijn buisleidingen, spoorwegen, wegen en vaarwegen gelegen, waardoor of waarover grote hoeveelheden gevaarlijke stoffen getransporteerd worden en welke externe veiligheidscontouren hebben, die over het plangebied vallen. Binnen of in de nabijheid van het plangebied zijn tevens inrichtingen gelegen, waarvan veiligheidscontouren over het plangebied vallen. Plaatsgebonden risico In het bestemmingsplan Buitengebied Oss-2019 wordt voldaan wordt aan de grenswaarde (kwetsbare objecten) voor het plaatsgebonden risico voor inrichtingen, buisleidingen, wegen, vaarwegen en spoorlijnen. Voor alle risicobronnen wordt op één uitzondering na eveneens voldaan aan de richtwaarde (beperkt kwetsbare objecten) voor het plaatsgebonden risico.

De richtwaarde voor het plaatsgebonden risico wordt overschreden op de (agrarische) bedrijfswoning Dorpenweg 20, Overlangel. Het risico wordt veroorzaakt door de hogedruk aardgasbuisleiding A-520. Beperkt kwetsbare objecten zijn toegestaan binnen de plaatsgebonden risicocontour van de buisleiding, mits de noodzaak hiertoe kan worden gemotiveerd (artikel 11, lid 2, Bevb). De motivatie voor het toelaten van het kwetsbare object op de locatie Dorpenweg 20 te Overlangel ligt in de reden, dat het beperkt kwetsbare object reeds lang op deze locatie aanwezig/bestemd is, ver voor het in werking treden van het Bevb en de circulaire ‘Zonering langs hogedruk aardgas buisleidingen’ In de regels van het bestemmingsplan zal worden opgenomen, dat geen nieuwe (beperkt) kwetsbare bestemmingen mogen worden gerealiseerd binnen het plaatsgebonden risico (PR 10-6) van de verschillende risicobronnen. Groepsrisico Inrichtingen Het invloedsgebied van een aantal bedrijven (inrichtingen) strekt zich uit tot over het plangebied. In het kader van artikel 13 van het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) moet daarom door het bestuur van de gemeente een (complete) verantwoording van het groepsrisico voor het plan afgelegd worden.

Uit het externe veiligheidsonderzoek blijkt, dat na vaststellen van het plan bij geen enkele inrichting de oriënterende waarde voor het groepsrisico (1*OW) wordt overschreden. Bij een calamiteit met gevaarlijke stoffen binnen de inrichtingen kan sprake zijn van diverse rampscenario’s. Maatgevende rampscenario’s zijn bij een inrichting: ontsnapping van een toxische wolk (al dan niet als gevolg van brand) en/of een explosie. Vooral het scenario toxische wolk is bepalend voor de hoogte van het groepsrisico bij inrichtingen. Een explosie binnen een inrichting beperkt zich veelal tot de directe omgeving van de installatie (bedrijfsterrein). De inrichtingen, welke werken met gevaarlijke stoffen en/of gevaarlijke stoffen opslaan, voldoen aan de stand der techniek voor wat betreft veiligheidsmaatregelen en brandbestrijdingssystemen. De voorwaarden en te nemen veiligheidsmaatregelen om verantwoord met gevaarlijke stoffen te 3

ODBN, projectnummer 75031131

Externe veiligheidsonderzoek bestemmingsplan Buitengebied Oss – 2019

1 februari 2017

kunnen werken, wordt de inrichtingen opgelegd door wet- en regelgeving en (omgevings) vergunningen. Daarnaast hebben de zwaarste categorie risicovolle bedrijven verplicht een rampenplan (BRZO-bedrijven). Transportroutes Bij de wegen, waterweg en spoorlijn (transportroutes) is in het buitengebied van de gemeente Oss nergens sprake van een overschrijding van 0,1 maal de oriënterende waarde voor het groepsrisico (0,1*OW). Voor de transportroutes geldt daarom, dat volstaan kan worden met een beperkte verantwoording van het groepsrisico (ingevolge artikel 8, lid 2, Besluit externe veiligheid transport). Bij een beperkte verantwoording hoeven alleen de zelfredzaamheid van personen en de bestrijdbaarheid van een ramp binnen het plangebied beschouwd te worden. Maatgevend rampscenario voor de wegen, waterweg en spoorlijn is een gasexplosie (BLEVE = Boiling Liquid Expanding Vapour Explosion)) van de vervoerseenheid (tankwagen, scheepstank of ketelwagen). Buisleidingen Ook voor de buisleidingen kan volstaan worden met een beperkte verantwoording van het groepsrisico (ingevolge artikel 12, lid 3, Besluit externe veiligheid buisleidingen), omdat bij vaststelling van het plan de 0,1*OW bij geen enkele hogedruk aardgasbuisleiding wordt overschreden en de toename van het groepsrisico nergens groter is dan 10%.

Bij een beperkte verantwoording hoeven alleen de zelfredzaamheid van personen en de bestrijdbaarheid van een ramp binnen het plangebied beschouwd te worden. Het maatgevende rampscenario voor een buisleiding is een fakkelbrand. Verantwoording groepsrisico Hieronder voor de diverse risicobronnen een samenvatting van de groepsrisicoverantwoording. De uitgebreidere verantwoording van het groepsrisico met alle verplichte onderdelen vindt u verderop in deze rapportage. Hoogte groepsrisico voor en na plan Om een goede afweging over de veiligheidsrisico’s binnen het plangebied te kunnen maken is voor de diverse risicobronnen het groepsrisico voor- en (indicatief) na de realisatie van het plan bepaald. Uit het onderzoek blijkt, dat de oriënterende waarde (OW) voor het groepsrisico voor inrichtingen niet wordt overschreden in de huidige situatie. Voor de overige risicobronnen geldt, dat in de huidige situatie 0,1*OW niet wordt overschreden. Er vindt door de realisatie van het plan een zeer beperkte toename van personen plaats binnen het invloedsgebied van de diverse risicobronnen. Uit de toetsing blijkt, dat na vaststelling van het plan er geen zichtbare toename van het groepsrisico voor de diverse risicobronnen zal zijn. Zie voor de onderbouwing het rapport.

Bereikbaarheid en bestrijdbaarheid van een ramp Ten aanzien van de bereikbaarheid van het plangebied en bestrijdbaarheid van de gevolgen van een ramp (alle risicobronnen) binnen het plangebied kan het volgende gesteld worden:  Het plangebied is over de weg vrijwel overal goed bereikbaar voor de hulpdiensten. Buiten de gebaande wegen is de bereikbaarheid meestal slecht. Dit is vooral een punt van zorg bij een calamiteitmet gevaarlijke stoffen op het spoor en de vaarweg.  Voor de bestrijding van de gevolgen en voorkomen van een calamiteit met gevaarlijke stoffen op de transportroutes (BLEVE) en binnen een inrichting (toxische wolk) is doorgaans veel bluswater noodzakelijk (respectievelijk koelen vervoerseenheid en waterscherm neerslaan gaswolk). Hiervoor is in het buitengebied onvoldoende capaciteit aan primair bluswater aanwezig, daarnaast moet dit bluswater vaak aangevoerd worden van grotere afstand. Ook secundair en tertiair bluswater is vaak in het buitengebied niet binnen redelijke afstand 4

ODBN, projectnummer 75031131

Externe veiligheidsonderzoek bestemmingsplan Buitengebied Oss – 2019

1 februari 2017

voorhanden. Voor de inrichtingen geldt, omdat deze doorgaans op een van een bluswatersysteem voorzien bedrijfsterrein zijn gelegen, dat wel voldoende bluswater aanwezig is. Bij buisleidingen zal de brandweer voornamelijk zich concenteren op de effecten in de omgeving van de calamiteit, omdat de bron van de calamiteit alleen bestreden kan worden door het afsluiten van de gastoevoer door de netbeheerder. Er wordt in het buitengebied meestal niet voldaan aan de opkomsttijd voor de brandweer. Voor de bestrijding van de gevolgen van een calamiteit met gevaarlijke stoffen op de transportroutes, buisleidingen en binnen inrichtingen zijn veel mensen en middelen noodzakelijk. Deze mensen en middelen zullen vanuit diverse posten binnen en buiten de regio gemobiliseerd moeten worden. Dit lijdt tot vertraging in de bestrijding van de calamiteit.

Vanwege bovenstaande zal bij de bestrijding en het beperken van een ramp met gevaarlijke stoffen in het buitengebied in veel gevallen alleen repressief worden opgetreden. De prioriteit van de hulpdiensten zal derhalve liggen bij het redden van mensen uit het rampgebied, het afsluiten van het rampgebied en het beperken van de omvang van de ramp en niet bij de bestrijding van de bron. Zelfredzaamheid personen Voor de aanwezigen personen binnen het plangebied zijn er voldoende vluchtwegen om bij een calamiteit het plangebied te verlaten. De personen die aanwezig zijn binnen het plangebied worden over het algemeen aangemerkt als zelfredzame personen. Het plangebied ligt deels binnen het WAS-gebied (waarschuwings- en alarmeringssysteem). De dekking voor NL-Alert (nationaal telefonisch alarmeringsssysteem rampen) is in het buitengebied goed te noemen. Beleidsvisie externe veiligheid Het bestemmingsplan Buitengebied Oss-2019 voldoet aan de voorwaarden uit de Beleidsvisie externe veiligheid, gemeente Oss voor het plaatsgebonden risico op nieuwe (zeer) kwetsbare en beperkt kwetsbare bestemmingen. In het nieuwe bestemmingsplan Buitengebied Oss-2019 worden (vooralsnog) geen significante aantallen nieuwe (zeer) kwetsbare en beperkt kwetsbare bestemmingen toegelaten. Het betreft een hoofdzakelijk conserverend plan.

Er is dan ook geen sprake van een (zichtbare) toename van het aanwezige risico (groepsrisico). Een verantwoording zwaarte 1 en/of 2 is dan ook niet noodzakelijk Conclusie Externe veiligheid is onder genoemde voorwaarden geen belemmering voor het plan. Het bevoegd gezag kan daarom de (resterende) externe veiligheidsrisico’s accepteren en de verantwoording nemen voor het groepsrisico.

5

ODBN, projectnummer 75031131

Externe veiligheidsonderzoek bestemmingsplan Buitengebied Oss – 2019

1 februari 2017

INHOUDSOPGAVE Toelichting .......................................................................................................................................................... 7 1.

INleiding ...................................................................................................................................................... 8 1.1 Aanleiding en korte planbeschrijving .................................................................................................. 8 1.2 Begrenzing plangebied ........................................................................................................................ 8

2.

Wettelijk kader ........................................................................................................................................... 9 2.1 Inleiding ............................................................................................................................................... 9 2.2 Begrippen ............................................................................................................................................ 9 2.3 Inrichtingen ....................................................................................................................................... 11 2.4 Transportassen .................................................................................................................................. 12 2.5 Buisleidingen ..................................................................................................................................... 13 2.6 Beleidsvisie externe veiligheid .......................................................................................................... 14 2.7 Routering gevaarlijke stoffen ............................................................................................................ 14

3.

Inventarisatie ............................................................................................................................................ 16 3.1 Buisleidingen ..................................................................................................................................... 17 3.2 Inrichtingen ....................................................................................................................................... 18 3.3 Spoorlijnen ........................................................................................................................................ 21 3.4 Wegen ............................................................................................................................................... 22 3.5 Vaarwegen ........................................................................................................................................ 23 3.6 Beleidsvisie externe veiligheid Oss ................................................................................................... 24

4.

Toetsing .................................................................................................................................................... 26 4.1 Inrichtingen ....................................................................................................................................... 26 4.2 Buisleidingen ..................................................................................................................................... 31 4.3 Transport van gevaarlijke stoffen ..................................................................................................... 39 4.3.1 Vaarwegen ................................................................................................................................. 39 4.3.2 Spoorlijnen................................................................................................................................. 42 4.3.3 Wegen........................................................................................................................................ 45 4.4 Beleidsvisie externe veiligheid .......................................................................................................... 48 4.4.1 Spoor- en rijkswegen .................................................................................................................

48 4.4.2 Hoge druk aardgasbuisleidingen ............................................................................................... 49 4.4.3 Bedrijventerreinen. ................................................................................................................... 49 4.4.4 LPG-tankstations........................................................................................................................ 50

5.

Verantwoording groepsrisico ................................................................................................................... 52 5.1 Het projectkader ............................................................................................................................... 52 5.2 De hoogte en toename van het groepsrisico .................................................................................... 53 5.3 Bronmaatregelen .............................................................................................................................. 53 5.4 Te treffen ruimtelijke maatregelen in het ruimtelijke besluit .......................................................... 53 5.5 Mogelijkheden tot bestrijdbaarheid van een calamiteit en de gevolgen daarvan ........................... 54 5.5.1 Is het rampscenario te bestrijden? ............................................................................................ 54 5.5.2 Is het plangebied en de omgeving hiervan voldoende ingericht om de gevolgen van een calamiteit hierbinnen te bestrijden? ........................................................................................................ 55 5.6 De mogelijkheden tot zelfredzaamheid ............................................................................................

56 5.6.1 Mogelijkheden zelfredzaamheid ............................................................................................... 56 5.6.2 Is het gebied voldoende ingericht om de zelfredzaamheid te kunnen faciliteren? .................. 56 5.7 Alternatieven:.................................................................................................................................... 57 5.8 Mogelijkheden en voorgenomen maatregelen in de nabije toekomst ............................................ 57

6

ODBN, projectnummer 75031131

Externe veiligheidsonderzoek bestemmingsplan Buitengebied Oss – 2019

1 februari 2017

TOELICHTING Dit externe veiligheidsonderzoek bestaat uit vier hoofdstukken.    

Wettelijk kader Inventarisatie Beoordeling risico’s/toetsing Verantwoording groepsrisico

Daarnaast is er een samenvatting van het externe veiligheidsonderzoek. Deze samenvatting kan (integraal) worden opgenomen in de toelichting van het bestemmingsplan. Wij adviseren het externe veiligheidsonderzoek als bijlage bij het bestemmingsplan te voegen. Mogelijk zijn hieraan ook rapporten van berekeningen toegevoegd. Het advies is gebaseerd op de geldende wet- en regelgeving. Als u het advies niet direct gebruikt, dient u er rekening mee te houden, dat wet- en regelgeving aan verandering onderhevig zijn en het advies na verloop van tijd mogelijk (op onderdelen) niet meer correct is. Neem bij twijfel hierover contact met de ODBN op. Wij kunnen u dan adviseren over de bruikbaarheid van het advies.

7

ODBN, projectnummer 75031131

Externe veiligheidsonderzoek bestemmingsplan Buitengebied Oss – 2019

1 februari 2017

1. INLEIDING 1.1 Aanleiding en korte planbeschrijving Het bestemmingsplan ‘Buitengebied Oss – 2019’ is een integrale herziening voor het buitengebied van de gehele gemeente Oss. Hoewel de huidige plannen nog allemaal redelijk actueel zijn, is een integrale herziening toch noodzakelijk en gewenst. Noodzakelijk door wijzigingen in de provinciale Verordening ruimte 2014 die in bestemmingsplannen doorvertaald moeten worden. Daarnaast is het gewenst om de grote buitengebiedplannen te harmoniseren en het hele buitengebied van één actuele regeling te voorzien. Het bestemmingsplan ‘Buitengebied Oss – 2019’ is een actualiserend bestemmingsplan dat de legale bestaande situatie van een actuele passende regeling voorziet. Daarnaast worden diverse ontwikkelingen met dit bestemmingsplan mogelijk gemaakt. Voor deze ontwikkelingen zijn ruimtelijke onderbouwingen opgesteld waarmee de planologische haalbaarheid is aangetoond. Die ruimtelijke onderbouwingen zijn als bijlage bij de toelichting van dit bestemmingsplan opgenomen. De gemeente Oss heeft de Omgevingsdienst Brabant Noord (ODBN) gevraagd om te onderzoeken of er belemmeringen voor het plan zijn aangaande het (milieu)aspect externe veiligheid. Deze rapportage bevat een beschrijving en de resultaten van het onderzoek.

1.2 Begrenzing plangebied Het plangebied omvat het gehele buitengebied van de gemeente Oss, uitgezonderd het plangebied van bestemmingsplan ‘Vakantiepark en recreatieve poort Herperduin – 2013’ en de zone Oss – Berghem. De rivier de Maas vormt de noordelijke, oostelijke en westelijke plangrens. De zuidelijke grens wordt gevormd door de gemeentegrenzen met ’s-Hertogenbosch, Bernheze en Landerd. De kernen Het Wild, Maren-Kessel, Lith, Geffen, Lithoijen, Teeffelen en Oijen, Oss (inclusief Vorstengrafdonk), Macharen, Megen, Berghem, Haren, Dieden, Demen, Deursen-Dennenburg, Herpen, Huisseling, Ravenstein, Overlangel en Neerloon liggen buiten het plangebied. In het kaartbeeld hieronder is het plangebied aangegeven.

Figuur 1: Plangebied Buitengebied Oss.

8

ODBN, projectnummer 75031131

Externe veiligheidsonderzoek bestemmingsplan Buitengebied Oss – 2019

1 februari 2017

2. WETTELIJK KADER 2.1 Inleiding Externe veiligheid richt zich op het beheersen van activiteiten die een risico voor de omgeving kunnen opleveren, zoals milieurisico’s, transportrisico’s en risico’s die kunnen optreden bij de productie, het vervoer en de opslag van gevaarlijke stoffen in inrichtingen. Bij de (her)inrichting van een gebied bepaalt de externe veiligheidsituatie mede de ruimtelijke mogelijkheden. Binnen het vakgebied externe veiligheid wordt er onderscheid gemaakt in drie soorten risicobronnen, namelijk transportroutes (weg, water en spoor) inrichtingen met gevaarlijke stoffen en buisleidingen waardoor gevaarlijke stoffen worden getransporteerd. Bij ruimtelijke ontwikkelingen moet onderzoek gedaan worden naar het plaatsgebonden risico en het groepsrisico van de aanwezige risicobronnen.

In de volgende landelijke wetten, besluiten en regelingen zijn normen opgenomen waaraan moet worden getoetst: • Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) en bijbehorende regeling (Revi) • Circulaire effectafstanden externe veiligheid LPG-tankstations • Circulaire effectafstanden externe veiligheid LNG-tankstations • Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) en bijbehorende regeling (Revb) • Structuurvisie buisleidingen • Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) en Regeling basisnet • Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) en bijbehorende regeling (Rarro) Daarnaast wordt in het kader van een ‘goede ruimtelijke ordening‘ (art. 3.1 Wro) getoetst aan eventueel van toepassing zijnde veiligheidsafstanden uit het Activiteitenbesluit (Barim) en bijhorende regeling (Rarim).

2.2 Begrippen Binnen de beleidskaders voor deze drie typen risicobronnen staan altijd twee kernbegrippen centraal: het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Hoewel beide begrippen onderlinge samenhang vertonen zijn er belangrijke verschillen. Hieronder worden beide begrippen verder uitgewerkt Plaatsgebonden risico Het plaatsgebonden risico is de kans dat iemand die zich op een bepaalde plaats bevindt, komt te overlijden ten gevolge van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het plaatsgebonden risico wordt weergegeven door een lijn op een kaart die de punten met een gelijk risico met elkaar verbindt (zogeheten risicocontour). Het Rijk heeft als maatgevende risicocontour de kans op overlijden van 10-6 per jaar gegeven (indien een persoon zich gedurende een jaar binnen deze contour bevindt is de kans op overlijden groter dan één op een miljoen jaar). Ruimtelijke ontwikkelingen moeten worden getoetst aan het plaatsgebonden risico 10-6. Het plaatsgebonden risico 10-6 is voor ruimtelijke besluiten vertaald naar grenswaarden en richtwaarden. De wetgeving is erop gericht om voor bestaande situaties geen personen in kwetsbare objecten (zoals woningen, scholen, ziekenhuizen en grote kantoren) en zo min mogelijk personen in beperkt kwetsbare objecten (zoals kleine kantoren en sportcomplexen) bloot te stellen aan een plaatsgebonden risico dat hoger is dan 10-6 per jaar.

Een ‘limitatieve’ opsomming van (beperkt) kwetsbare objecten is weergegeven in artikel 1 van het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi). Nieuwe ontwikkelingen van kwetsbare objecten binnen de risicocontour van 10-6 per jaar zijn niet toegestaan. Nieuwe ontwikkelingen van beperkt kwetsbare objecten zijn ongewenst, maar wel toegestaan indien gemotiveerd kan worden waarom dit noodzakelijk is. Daarnaast dient aangetoond

9

ODBN, projectnummer 75031131

Externe veiligheidsonderzoek bestemmingsplan Buitengebied Oss – 2019

1 februari 2017

te worden dat afdoende maatregelen worden genomen om de risico's en de gevolgen van een eventueel ongeval te beperken. Groepsrisico Het groepsrisico is een maat voor de kans dat een bepaald aantal mensen overlijdt als direct gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen. De hoogte van het groepsrisico hangt af van:  De kans op een ongeval;  Het effect van het ongeval;  Het aantal personen dat in de omgeving van de bron (inrichting of transportroute) verblijft;  De mate waarin de personen in de omgeving beschermd zijn tegen de gevolgen van een ongeluk. Het groepsrisico kan worden weergegeven in een grafiek (zie figuur 2) met op de horizontale as het aantal dodelijke slachtoffers binnen het invloedsgebied (N) en op de verticale as de kans per jaar op tenminste dat aantal slachtoffers (f). Het groepsrisico wordt bepaald binnen het zogenaamde invloedsgebied van een risicovolle activiteit. Hoe meer personen per hectare in het invloedsgebied aanwezig zijn, hoe groter het aantal (potentiële) slachtoffers is, en hoe hoger het groepsrisico.

Figuur 2: f/N-curve groepsrisico Het groepsrisico is geen norm, maar er geldt een verantwoordingsplicht. De onderdelen waar bij de verantwoording aandacht aan moet worden besteed staan beschreven in Bevi artikel 13 voor ruimtelijke plannen. Daarbij moet een vergelijking worden gemaakt met de oriëntatiewaarde. Dit is een richtwaarde waar het bevoegd gezag zich zoveel mogelijk aan moet houden, maar men mag hiervan wel goed onderbouwd afwijken. Verantwoordingsplicht De verantwoordingsplicht draait kort gezegd om de vraag in hoeverre risico's, als gevolg van een ruimtelijke ontwikkeling, worden geaccepteerd en indien noodzakelijk welke veiligheidsverhogende maatregelen daarmee gepaard gaan. Met de verantwoordingsplicht worden betrokken partijen gedwongen om een goede ruimtelijke afweging te maken waarin de veiligheid voor de maatschappij als geheel voldoende gewaarborgd wordt. Op deze manier wordt beoogd een situatie te creëren, waarbij zoveel mogelijk de risico's zijn afgewogen en geanticipeerd is op de mogelijke gevolgen van

10

ODBN, projectnummer 75031131

Externe veiligheidsonderzoek bestemmingsplan Buitengebied Oss – 2019

1 februari 2017

een incident. Deze afweging is kwalitatief van aard en richt zich op aspecten zoals de mogelijkheden van bestrijdbaarheid van een mogelijke calamiteit en de mate van zelfredzaamheid van de bevolking. Bij de invulling van de verantwoordingsplicht dienen de volgende elementen te worden beschouwd:  Het projectkader;  De hoogte en toename van het groepsrisico;  Bronmaatregelen;  Ruimtelijke maatregelen te treffen maatregelen in het ruimtelijke besluit;  Mogelijkheden tot bestrijdbaarheid van een calamiteit en de gevolgen daarvan;  Mogelijkheden tot zelfredzaamheid;  Mogelijkheden planontwikkeling op andere locatie;  Mogelijkheden en voorgenomen maatregelen in de nabije toekomst. In de Handreiking Verantwoordingsplicht Groepsrisico (Ministeries van VROM en Binnenlandse Zaken, december 2007) zijn deze onderdelen nader uitgewerkt en toegelicht. Conform het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) moeten alle ruimtelijke besluiten binnen het invloedsgebied van een inrichting verantwoord worden. Conform het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) moet het bevoegd gezag verantwoording afleggen indien 1) 0,1 maal de oriënterende waarde van het groepsrisico wordt overschreden of 2) bij elke overschrijding van de oriëntatiewaarde van het groepsrisico en een toename van de bevolkingsdichtheid van >10% in het gebied ten gevolge van de ruimtelijke ontwikkeling.

Conform het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) en de bijbehorende regeling is de uitgebreidheid van de invulling van de verantwoordingsplicht afhankelijk van de hoogte en toename van het groepsrisico. Wanneer de ontwikkeling buiten de 100% letaal effectafstand ligt, kunnen de punten 3, 4, 7 en 8 buiten beschouwing gelaten worden. Hetzelfde geldt wanneer het groepsrisico 1) onder 0,1 maal de oriëntatiewaarde ligt of 2) tussen 0,1 maal en 1 maal de oriëntatiewaarde ligt én minder dan 10% toeneemt. We spreken in deze gevallen (Bevt en Bevb) van een beperkte verantwoordingsplicht. In de andere gevallen dient de verantwoordingsplicht compleet ingevuld te worden (Bevi).

2.3 Inrichtingen Besluit externe veiligheid inrichtingen Sinds 2004 is het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) van kracht. Het Bevi verplicht het bevoegde gezag Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) en Wet ruimtelijke ordening (Wro) – in dezen de gemeente en de provincie – afstanden aan te houden tussen gevoelige objecten en risicovolle bedrijven. Het Bevi heeft onder meer tot doel om bij nieuwe ruimtelijke plannen toetsing aan de risiconormen voor het plaatsgebonden (PR 10-6) en groepsrisico te waarborgen. Het Bevi is van toepassing op vergunningplichtige risicovolle bedrijven en de nabijgelegen, al dan niet geprojecteerde (beperkt) kwetsbare objecten. In artikel 2, lid 1 van het Bevi is opgesomd wat wordt verstaan onder risicovolle bedrijven. In het Bevi is geen harde norm voor het groepsrisico vastgelegd. Er is voor gekozen om de norm voor het groepsrisico als oriëntatiewaarde te handhaven, met een nadrukkelijke verantwoordingsplicht. In het besluit is een artikel opgenomen, welke verplicht inzicht te geven in de actuele hoogte van het groepsrisico en de bijdrage aan het groepsrisico van nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen of risicovolle activiteiten. Het Bevi ziet een nieuw ruimtelijk besluit, dus ook conserverende plannen, altijd als een nieuwe situatie. Circulaire LPG Op 28 juni 2016 publiceerde de Staatscourant een circulaire over externe veiligheid.

Het gaat om "Circulaire effectafstanden externe veiligheid LPG-tankstations voor besluiten met gevolgen voor de externe veiligheid". Deze circulaire vraagt actie van gemeenten bij het vaststellen van een nieuw 11

ODBN, projectnummer 75031131

Externe veiligheidsonderzoek bestemmingsplan Buitengebied Oss – 2019

1 februari 2017

bestemmingsplan rondom LPG-tankstations. Dit geldt ook bij het verlenen van een omgevingsvergunning milieu voor het oprichten van een LPG-tankstation. De circulaire vraagt gemeenten uitdrukkelijk ook een effectbenadering toe te passen bij besluiten rondom LPG-tankstations. Daarnaast blijft een risicobenadering in het kader van het Bevi (plaatsgebonden risico en groepsrisico) nodig. De effectbenadering is van toepassing als de gemeente een nieuw bestemmingsplan vaststelt. Het gaat om een bestemmingsplan op grond waarvan kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten nabij een LPG-tankstation gerealiseerd worden. Ook voor een omgevingsvergunning milieu voor het oprichten van een LPG-tankstation is een effectbenadering van toepassing. Het beleid houdt kort gezegd in:  Voor het plaatsgebonden risico worden de waarden uit de bijlagen van het Revi en de systematiek uit het Bevi aangehouden.  Voor het groepsrisico worden de waarden en de systematiek uit het Bevi aangehouden.  Als aanvulling op de systematiek uit het Bevi wordt bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen een effectafstand van 60 meter gehanteerd tot (beperkt) kwetsbare objecten en een afstand van 160 meter tot zeer kwetsbare objecten (o.a. scholen, kinderdagverblijven, zorginstelingen).

 Het toestaan van nieuwe van (zeer/beperkt) kwetsbare objecten binnen deze effectafstanden dient in het ruimtelijk besluit onderbouwd te worden middels veiligheidsmaatregelen. Circulaire LNG Op 4 februari 2015 is de “Circulaire externe veiligheid LNG-tankstations” in werking getreden Met deze circulaire wordt het bevoegd gezag voor milieu en voor ruimtelijke ordening verzocht om bij de beoordeling van aanvragen om omgevingsvergunningen voor milieu voor LNG-tankstations en het nemen van ruimtelijke ordeningsbesluiten voor gebieden in de omgeving van een LNG-tankstation, het in deze circulaire neergelegde beleid te hanteren. Het beleid houdt kort gezegd in:  Voor het plaatsgebonden risico en het groepsrisico worden de waarden en de systematiek uit het Bevi aangehouden.  De risico’s van LNG-tankstations worden berekend met de rekenmethodiek LNGtankstations.  Als eerste aanvulling op de systematiek uit het Bevi wordt een minimumafstand van 50 meter gehanteerd tot (beperkt) kwetsbare objecten.  Als tweede aanvulling op de systematiek uit het Bevi krijgen effectafstanden een rol. Activiteitenbesluit Het aspect veiligheid is van belang bij verschillende activiteiten (o.a. propaantanks, meet- en regelstations aardgas, windturbines).

Zowel in hoofdstuk 3 als in hoofdstuk 4 van het Activiteitenbesluit en de Activiteitenregeling zijn direct of indirect veiligheidsafstanden ter bescherming van de omgeving opgenomen. De meeste andere veiligheidseisen staan in de Activiteitenregeling. Vaak wordt echter ook indirect (via de Activiteitenregeling) verwezen naar NENnormen en PGS- of BRL-richtlijnen.

2.4 Transportassen Op 1 april 2015 is de Wet basisnet in werking getreden en daarmee het Besluit externeveiligheid transportroutes (Bevt). Beoordeling van de risico’s veroorzaakt door hetvervoer van gevaarlijke stoffen over het spoor, water en de weg, vindt vanaf dezedatum plaats aan de hand van de Wet

12

ODBN, projectnummer 75031131

Externe veiligheidsonderzoek bestemmingsplan Buitengebied Oss – 2019

1 februari 2017

basisnet. Hierin zijn grens- en richtwaarden voorhet plaatsgebonden risico, en richtlijnen voor de toepassing van de rekenmethodiek ende verantwoording van het groepsrisico opgenomen. Wat de berekening van het groepsrisico betreft, dient voor bestemmingsplannen,wijzigings- en uitwerkingsplannen e.d. die ter inzage worden gelegd en die betrekkinghebben op de omgeving van de in de bijlagen van de in de Regeling basisnet genoemdetransportassen, uit te worden gegaan van de in de bijlage vermelde vervoerscijfers. Die vervoerscijfers zijn gebaseerd op een maximale benutting van de groeiruimte voor hetvervoer. Bij de vaststelling van het ruimtelijke besluit dient het groepsrisico te worden verantwoord. Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen langs transportassen die deel uitmaken van hetbasisnet weg, water en/of spoor, kan de berekening van het plaatsgebonden risicoachterwege blijven. Hiervoor gelden namelijk de afstanden in bijlage I, II en III van de ‘Regeling basisnet’. Op deze afstanden mag het plaatsgebonden risico door het vervoervan gevaarlijke stoffen niet meer bedragen dan 10-6 per jaar. Voor basisnet weg geldtbijvoorbeeld dat daar waar in bijlage I de afstand ‘0’ is vermeld, het plaatsgebondenrisico door het vervoer op het midden van de weg niet meer mag bedragen dan 10-6 per jaar.

Vanaf het moment dat het Bevt in werking is getreden, moet voor sommige transportassen rekening worden gehouden met het plasbrandaandachtsgebied (PAG). Het PAG is het gebied tot 30 meter van de transportas waarin, bij de realisering van nieuwe kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten, rekening dient te worden gehoudenmet de effecten van een plasbrand. Voor bijvoorbeeld een rijksweg wordt de 30 meter voor het PAG gemeten vanaf de rechterrand van de rechterrijstrook. In het Bouwbesluit is beschreven aan welke voorwaarden het bouwen binnen een PAG moet voldoen. Als binnen het invloedsgebied van een transportas nieuwe ontwikkelingen zijn voorzien en er een overschrijding van de oriënterende waarde van het groepsrisico of een significante stijging van het groepsrisico optreedt, dient bij de vaststelling van het ruimtelijke besluit, het groepsrisico te worden verantwoord. Volgens het Bevt gelden geen beperkingen voor het ruimtegebruik voor het gebied dat verder ligt dan 200 meter van de transportas. Ten aanzien van de verantwoording dient niet alleen het invloedsgebied van de maatgevende vervoersklasse (GF3: brandbaar gas) voor het groepsrisico te worden beschouwd, maar ook de effectafstand die wordt gegenereerd door overige stoffen die over het wegvak worden vervoerd. Het invloedsgebied kan dus verder reiken dan 200 meter.

Als dat het geval is en het invloedsgebied reikt tot over het plangebied, dan moeten wel maatregelen worden overwogen. Bijvoorbeeld in het kader van zelfredzaamheid. Het Bevt is ook van toepassing op transportassen die niet onder het basisnet vallen. Met behulp van de vuistregels uit het HART (Handleiding risicoanalyse transport) kan bepaald worden of er sprake is van een significant plaatsgebonden risico en groepsrisico. Indien word er sprake is van een signifcant plaatsgeboden risico en groepsrisico, dan dient er een berekening te worden uitgevoerd met het rekenprogramma RBMII.

2.5 Buisleidingen Op 1 januari 2011 is het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) in werking getreden. Het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) regelt de taken en verantwoordelijkheden van de leidingexploitant en de gemeenten. Het externe veiligheidsbeleid voor buisleidingen is daarmee in lijn gebracht met het beleid voor inrichtingen en voor vervoer van gevaarlijke stoffen over weg, water en spoor. De gemeente die een bestemmingsplan opstelt heeft conform het Bevb een aantal verplichtingen. Zo moet de gemeente een ruimtelijke reservering opnemen voor plaatsgebonden risico (PR 10-6). Binnen de PR 10-6 risicocontour mogen geen kwetsbare objecten aanwezig zijn en zo mogelijk ook geen beperkt kwetsbare objecten. 13

ODBN, projectnummer 75031131

Externe veiligheidsonderzoek bestemmingsplan Buitengebied Oss – 2019

1 februari 2017

Het verwachte aantal aanwezigen binnen het invloedsgebied groepsrisico (GR) van de buisleiding moet worden verantwoord. Dat invloedsgebied reikt bij brandbare vloeistoffen tot net buiten de 10-6 contour, voor leidingen met aardgas en chemicaliën moet dat per geval berekend worden. Voor de belemmeringenstrook moet een ruimtelijke reservering worden opgenomen met aanlegvergunningenstelsel: de voor onderhoud gereserveerde ruimte bedraagt ten minste 5 meter aan beide zijden van de leiding. Deze ruimtelijke reserveringen zijn binnen 5 jaar verwerkt in bestemmingsplannen. De belangrijkste plichten voor de exploitant van de buisleiding met gevaarlijke stoffen zijn een algemene zorgplicht in acht te nemen ter voorkoming van ongewone voorvallen en het uitvoeren van een sanering binnen 3 jaar als een kwetsbaar object binnen de PR 10-6 contour van de buisleiding ligt.

2.6 Beleidsvisie externe veiligheid Sinds de vuurwerkramp in Enschede en de potentiële ramp in Amersfoort als gevolg van een lekkende spoorwagon staat het onderwerp externe veiligheid hoog op de agenda in (bestuurlijk) Nederland. Inmiddels heeft het Rijk de wetten en regels omtrent dit onderwerp flink aangescherpt. Naast de landelijke wet- en regelgeving laat deze ook ruimte over voor gemeenten om eigen veiligheidsambities te formuleren. De gemeente Oss beschikt over een beleidsvisie externe veiligheid (Beleidsvisie externe veiligheid Oss, ruimtelijke planning van opslag en transport van gevaarlijke stoffen; ambities en aanpak, projectnummer 143448, revisie 6.4, maart 2011). In deze beleidsvisie is gekozen om de planologische kaders af te stemmen op de kans dat een groep mensen in een gebied betrokken wordt bij een incident met gevaarlijke stoffen. Hoe groter de kans, des te nadrukkelijker ruimtelijke keuzes gemaakt en verantwoord moeten worden. De kaders zijn gericht op nieuwe planologische situaties. Steeds zal de locatiespecifieke afweging bepalend zijn.

2.7 Routering gevaarlijke stoffen Op grond van de Wet vervoer gevaarlijke stoffen (Wvgs) heeft een gemeente de bevoegdheid om een route vast te stellen voor de transporten met gevaarlijke stoffen. Gemeentelijke routering betekent dat lokale wegen worden aangewezen waarover bepaalde gevaarlijke stoffen uitsluitend vervoerd mogen worden. Andere wegen worden daardoor ontzien. Voor het transport buiten die aangewezen route moet de vervoerder een ontheffing aanvragen. De gemeente Oss heeft op 10 mei 2012 een nieuwe ‘Route Gevaarlijke Stoffen 2013’ aangewezen, zoals weergegeven in figuur 3. De rode punten op de kaart geven de bedrijven in de gemeente Oss uit weer, waarvoor vervoer van voor externe veiligheid relevante gevaarlijke stoffen plaatsvindt Gekozen is om de route gevaarlijke stoffen te concentreren op en langs de noord-zuidas door de gemeente Oss, de N329. Concreet bestaat de route uit:  De Provinciale weg N329 vanaf de Rijksweg A50 tot en met de Nieuwe Waterweg. De bebouwingsgraad langs deze route is laag. Deze wegvakken zijn geschikt voor zwaar vrachtverkeer. De weg is onlangs gereconstrueerd. Hierdoor is de doorstroming van deze weg verbeterd en wordt filevorming tegengegaan.

 Aansluitend op deze route worden de volgende industrieterreinen ontsloten: - Vorstengrafdonk - Moleneind/Landweer - Danenhoef - Elzenburg - De Geer Door alle doorgaande wegen op deze terreinen op te nemen in de route worden deze terreinen ook geschikt voor nieuwe bedrijven, die transport van routeplichtige stoffen behoeven. 14

ODBN, projectnummer 75031131

Externe veiligheidsonderzoek bestemmingsplan Buitengebied Oss – 2019

1 februari 2017

De nieuwe route loopt niet door Lith of naar Landerd en Grave aangezien hier slechts met een zeer lage frequentie transport van gevaarlijke stoffen plaatsvindt. Voor deze transporten en andere transporten die niet via de nieuwe route plaatsvinden, dient een ontheffing te worden aangevraagd. Bij behandeling van een ontheffingsverzoek vraagt de gemeente advies aan de Veiligheidsregio Brabant Noord.

Figuur 3: Routering gevaarlijke stoffen Oss

15

ODBN, projectnummer 75031131

Externe veiligheidsonderzoek bestemmingsplan Buitengebied Oss – 2019

1 februari 2017

3. INVENTARISATIE Voor het inventariseren van de risico’s is de nationale risicokaart gebruikt (professionele versie). Op deze kaart staan alle relevante risicobronnen aangegeven, waarover transport van gevaarlijke stoffen plaatsvindt, waar gewerkt wordt met gevaarlijke stoffen en/of gevaarlijke stoffen worden opgeslagen. Uit de risicokaart (figuur 4) blijkt, dat binnen en in de omgeving van het plangebied Buitengebied Oss – 2019 globaal volgende risicobronnen aanwezig zijn:  Buisleidingen;  Inrichtingen;  Spoorlijnen;  Wegen;  Waterwegen.

Figuur 4: Risicokaart gemeente Oss Risico’s ten gevolge van hoogspanningsleidingen, natuurverschijnselen (o.a. dijkdoorbraak, windhozen) en sociale veiligheid (o.a. terreur, paniek in menigten) vallen niet onder de het werkterrein van de externe veiligheid. Voor de risicobronnen is (zoveel als mogelijk) geïnventariseerd: - Plaatsgebonden risico (PR 10-6); - Invloedsgebied; - 100% letaliteitgebied; - 1% letaliteitgebied; - Plasbrandaandachtgebied; - Voorkeurstracés. De op de nationale risicokaart geïnventariseerde risicocontouren voor bedrijven zijn gecheckt aan de hand van de voor het bedrijf verleende milieuvergunningen. Ook voor de andere typen risicobronnen (weg, water, spoorlijn en buisleidingen) is gekeken naar reeds bestaande (recente) onderzoeken, mede omdat de situatie mogelijk onlangs gewijzigd is of binnenkort gewijzigd wordt (nieuwe bestemmingplannen)

16

ODBN, projectnummer 75031131

1 februari 2017

PR 10-6 aanwezig Nee Nee Nee Nee Nee Ja Ja Nee Nee Nee Nee Nee Ja Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee 100% letaliteit 110 meter 220 meter 50 meter 210 meter 80 meter 190 meter 180 meter 50 meter 30 meter 190 meter 40 meter 220 meter 140 meter 190 meter 190 meter 220 meter 220 meter 190 meter 180 meter 210 meter 210 meter

1% letaliteit 240 meter 580 meter 100 meter 540 meter 170 meter 490 meter 430 meter 100 meter 50 meter 490 meter 70 meter 580 meter 310 meter 490 meter 490 meter 580 meter 580 meter 490 meter 430 meter 540 meter 540 meter

Structuurvisie Buisleidingen Ja Ja Nee Ja Nee Ja Ja Nee Nee Ja Nee Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja

17

ODBN, projectnummer 75031131

De buisleidingviewer is ontwikkeld door de omgevingsdiensten in Noord-Brabant. De buisleidingviewer is te vinden op de website van de Omgevingsdienst Midden en West Brabant (OMWB).

1

Leidingnr. Diameter Max. werkdruk A-527-05 18 inch 66,2 bar A-643 48 inch 80 bar Z-516-01 8,6 inch 40 bar A-527 48 inch 66,2 bar A-527-07 12,8 inch 66,2 bar A-526 42 inch 66,2 bar A-525 36 inch 66,2 bar Z-515-15 8,6 inch 40 bar Z-516-08 4,3 inch 40 bar A-525-04 42 inch 66,2 bar Z-516-11 6,6 inch 40 bar A-665 48 inch 80 bar A-520 24 inch 66,2 bar A-578 42 inch 66,2 bar A-587 42 inch 66,2 bar A-674 48 inch 80 bar A-664 48 inch 80 bar A-507 42 inch 66,2 bar A-505 36 inch 66,2 bar A-524 48 inch 66,2 bar A-533 48 inch 66,2 bar Tabel 1: Veiligheidsafstanden buisleidingen.

Binnen het plangebied zijn een aantal hogedruk aardgastransportleidingen gelegen. Een aantal van deze leidingen maken deel uit van het landelijk buisleidingnetwerk (Structuurvisie buisleidingen). Uit de risicokaart blijkt, dat diverse leidingen een PR 10-6 contour bezitten. Het invloedsgebied dient feitelijk berekend te worden (met Carola). Aan de hand de buisleidingviewer1 kan globaal bepaald worden wat het invloedsgebied en de 100% letaliteitcontour van de buisleidingen is. In onderstaande tabel 1 zijn de veiligheidsafstanden voor de diverse hogedruk aardgasleidingen gegeven.

3.1 Buisleidingen

Externe veiligheidsonderzoek bestemmingsplan Buitengebied Oss – 2019

Externe veiligheidsonderzoek bestemmingsplan Buitengebied Oss – 2019

1 februari 2017

Voor deze buisleidingen moet het volgende uitgevoerd worden: - Toetsing aan het plaatsgebonden risico (PR 10-6); - Bepalen hoogte groepsrisico en toetsen hoogte groepsrisico aan oriënterende waarde (OW) voor het groepsrisico; - Verantwoording groepsrisico (VGR). Volstaan kan worden met een beperkte verantwoording indien: o Het bestemmingsplan betrekking heeft op een gebied, waarbinnen de letaliteit van personen minder is dan 100% of; o Het groepsrisico kleiner is dan 0,1*OW of; o De toename van het groepsrisico niet hoger is dan 10% en de OW niet wordt overschreden. In overige gevallen is een complete verantwoording van het groepsrisico noodzakelijk; - Advies Veiligheidsregio Brabant Noord; - Toetsing aan de Structuurvisie buisleidingen (Barro, titel 2.9). Voor de buisleidingen die onderdeel uitmaken van de Structuurvisie buisleidingen (landelijk buisleidingnetwerk) moeten regels in het bestemmingsplan worden opgenomen. Deze regels leggen beperkingen op aan het ruimtegebruik in de nabijheid van de buisleidingen (voorkeurstracé). Daarnaast moet op de verbeelding van het bestemmingsplan de beperkingen zichtbaar gemaakt worden. Het voorkeurstracé voor het landelijk buisleidingnetwerk heeft binnen de gemeente Oss diverse breedtes. De doorgaande noord-zuidroute heeft een breedte van 70 meter. De oost-westroute een breedte van 40 meter. Zie ook onderstaande figuur 5.

Figuur 5: Uitsnede gemeente Oss, visiekaart structuurvisie buisleidingen. Voor buisleidingen geldt daarnaast een belemmeringenstrook van 4 of 5 meter aan weerzijde van de leiding. De belemmeringenstrook voor de buisleidingen en de beperkingen aan het gebruik van de gronden binnen de belemmeringenstrook moeten vastgelegd worden in het bestemmingsplan (regels en plankaart).

3.2 Inrichtingen Met behulp van de risicokaart zijn de bedrijven (inrichtingen) geïnventariseerd, welke een externe veiligheidscontouren hebben die over het plangebied vallen. Hierbij is ook gekeken naar bedrijven die buiten de 18

ODBN, projectnummer 75031131

1 februari 2017

Randmeer 36, Oss Burgemeester van Erpstraat 23A, Berghem Noord Zuid 2, Megen Ganzenweg 10, Huisseling Berghemseweg 1B, Herpen Nistelrodesweg 3, Heesch Bosschebaan 116, Heesch Domineeshoef 6, Schaijk

Afstanden vulpunt/tank/afleverpunt. Grens invloedsgebied.

19

3

2

Propaantank >13 m

LPG-tankstation

LPG-tankstation

LPG-tankstation

3

LPG-tankstation Aardgasbehandeling

-6

2

45 meter

40/25/15 meter

40/25/15 meter

3

2

3

150 meter

150 meter

3

150 meter

150 meter

2

40/25/15 meter

2

3

3

150 meter -

2

40/25/15 meter Specifiek

3 150 meter

-

3

150 m (LPG) 3 150 meter 3 150 meter

3

150 meter 3 150 meter 3 150 meter

100% letaliteit 3 150 meter

20 meter 2 40/25/15 meter

Specifiek

40/25/15 m (LPG), 50 m (LNG) 2 40/25/15 meter 2 40/25/15 meter

2

35/25/15 meter 2 35/25/15 meter 2 40/25/15 meter

PR 10 55 meter

ODBN, projectnummer 75031131

Vervaardiging van farmaceutisch e producten PGS-15 magazijn LPG-tankstation

LPG-tankstation LPG-tankstation

LPG/LNG-tankstation

Hescheweg 223, Oss

Graafsebaan 5, Oss Berghemseweg 1b, Herpen Veersemeer 4, Oss

LPG-tankstation LPG-tankstation LPG-tankstation

Risicobron 3 Propaantank >13 m

Adres Wildseweg 3, MarenKessel Elst 18, Geffen Papendijk 25a, Geffen Rijksweg 40, Geffen

Tabel 2: Inventarisatie Bevi-bedrijven.

Tankstationexploitatiemaatschappij B.V. (Shell) J. van der Linden

Van Kessel Tankservice B.V. (BP)

Van den Broek Olie B.V.

Texaco Noord Zuid N.V. Nederlandse Gasunie

LPS Benelux BV Esso Hanex Berghem BV

MSD/NV Organon (lokatie Diosite)

Servauto Nederland B.V. Van den Broek Olie B.V.

Automobielbedrijf G.J. van Heesch Autofood Schuurmans BP Tankstation de Geffense Barrière Oliehandel De Kock B.V.

Naam Van Doorn Vleeskuikens V.O.F.

235 meter

355 meter

355 meter

355 meter

355 meter 3 1322 meter

90 meter 355 meter

3

1544 meter

3

355 meter (LPG), 3 230 meter (LNG) 355 meter 355 meter

355 meter 355 meter 355 meter

1% letaliteit 235 meter

3

3

3

Inhoud 18 m

3

Doorzet >1000 m

Doorzet >1000 m

3

3

3

Doorzet >1000 m Compressor-/verdeelstation (landelijk netwerk) 3 Doorzet >1000 m

Opslag gevaarlijke stoffen 3 Doorzet >1000 m

Opslag gevaarlijke stoffen

Doorzet >1000 m 3 Doorzet >1000 m

Doorzet >1000 m

Doorzet <1000 m 3 Doorzet <1000 m 3 Doorzet >1000 m

Opmerkingen 3 Inhoud 30 m

gemeentegrens van Oss liggen. De inventarisatie is weergegeven in 2 tabellen. De eerste tabel betreft bedrijven, welke onder de werkingssfeer van het Besluit externe veiligheid inrichtingen vallen (dus ook Brzo-bedrijven). De tweede tabel betreft niet-Bevi-bedrijven, welke onder de werkingssfeer van het Activiteitenbesluit vallen (of andere regelgeving) en die een relevante veiligheidscontour bezitten. Deze laatste categorie van bedrijven is meegenomen vanuit het oogpunt van een ‘goede ruimtelijke ordening’.

Externe veiligheidsonderzoek bestemmingsplan Buitengebied Oss – 2019

1 februari 2017

Merwedestraat 1, Oss

Waalkade 33, Oss

De Lithse Ham 3a, Lith

Parallelstraat 3, Lith

Profactus Recycling en Verwarming BV

CeHaVe Oss

Recreatiecomplex De Lithse Ham B.V

Bio-Energy Maasland BV

Mestvergisters

Opslag grondstoffen veevoeder (stofexplosie) 3 Propaantank 13 m

Opslag houtmot (stofexplosie)

Risicobron

-6

25 meter 4 (50 meter) 40 meter

-

-

PR 10

-

-

-

100% letaliteit -

90 meter

300/300 meter 235 meter

60/140 meter

1% letaliteit

Vervaardiging van meststoffen

Opslag van propaan

Vervaardiging van houtproducten Productie van veevoeder

Opmerkingen

Een afstand van 50 meter geldt tot zeer kwetsbare object.

20

4

ODBN, projectnummer 75031131

Naast de bedrijven in deze lijst zijn er nog een behoorlijk aantal kleinere inrichtingen, welke vallen onder het Activiteitenbesluit. Het betreft voornamelijk propaantanks < 5m3 en de kleinere gasreduceer- en verdeelstations. De veiligheidscontouren van deze inrichtingen vallen doorgaans niet buiten de inrichtings-/perceelsgrens en zijn dus minder relevant.

Voor deze bedrijven moet in eerste instantie een toetsing plaatsvinden aan het plaatsgebonden risico. Een wettelijke verplichting tot het uitvoeren van een berekening naar de hoogte van het groepsrisico voor dit type inrichtingen bestaat niet. Desondanks is in het kader van een goede ruimtelijke ordening hier wel aandacht aan besteed.

Tabel 3: Inventarisatie niet Bevi-bedrijven

Adres

Naam

Hieronder een lijst van de meest relevante Niet-Bevi-bedrijven bedrijven met hun veiligheidsafstanden.

Bovenstaande inventarisatie betreft bedrijven, welke onder de werkingssfeer van het Besluit externe veiligheid inrichtingen vallen. Voor deze bedrijven moet het volgende uitgevoerd worden: - Toetsing aan het plaatsgebonden risico (PR 10-6); - Bepalen hoogte groepsrisico en toetsen hoogte groepsrisico aan oriënterende waarde (OW) voor het groepsrisico; - Complete verantwoording groepsrisico (VGR); - Advies Veiligheidsregio Brabant Noord; - Toetsing aan de Circulaire effectafstanden LPG-tankstations; - Toetsing aan de Circulaire LNG-tankstations.

Externe veiligheidsonderzoek bestemmingsplan Buitengebied Oss – 2019

Externe veiligheidsonderzoek bestemmingsplan Buitengebied Oss – 2019

1 februari 2017

3.3 Spoorlijnen Dwars door het plangebied van west naar oost loopt de spoorlijn ’s-Hertogenbosch – Nijmegen. Over deze spoorlijn vindt buiten personenvervoer ook transport van gevaarlijke stoffen plaats. In onderstaande figuur 6 wordt de route van de spoorlijn door de gemeente Oss getoond. Naast de doorgaande spoorlijn loopt er ook nog een aftakking van dit spoor naar het industrieterreinen Elzenburg en De Geer (raccordementspoor).

Figuur 6: Spoorlijnen binnen gemeente Oss. De spoorlijn ’s-Hertogenbosch – Nijmegen maakt onderdeel uit van het landelijke Basisnet spoor. In de Regeling basisnet zijn voor deze spoorlijn dan ook risicoplafonds opgenomen en maximale transportaantallen. Voor de spoorlijnen moet conform het Bevt het volgende uitgevoerd worden: - Toetsing aan het plaatsgebonden risico (PR 10-6); - Bepalen hoogte groepsrisico en toetsen hoogte groepsrisico aan oriënterende waarde (OW) voor het groepsrisico; - Een complete verantwoording van het groepsrisico kan buiten toepassing blijven indien bij de vaststelling van het besluit, wordt aangetoond dat (artikel 8, lid 2): a: het groepsrisico, gelet op de dichtheid van personen, niet hoger is dan 0,1 maal de oriëntatiewaarde, of b: 1°. het groepsrisico, gelet op de redelijkerwijs te verwachten verandering van de dichtheid van personen met niet meer dan tien procent toeneemt, en 2°. de oriëntatiewaarde, gelet op de dichtheid van personen niet wordt overschreden. In overige gevallen is een complete verantwoording van het groepsrisico noodzakelijk; - Advies Veiligheidsregio Brabant Noord.

21

ODBN, projectnummer 75031131

Externe veiligheidsonderzoek bestemmingsplan Buitengebied Oss – 2019

1 februari 2017

3.4 Wegen Over de wegen Rijkswegen A59/A50 en de provinciale weg N329 vindt transport van gevaarlijke stoffen plaats. Over andere wegen vindt door het plangebied van het bestemmingsplan Buitengebied geen significant transport van gevaarlijke stoffen plaats. Dit blijkt uit de door de gemeente Oss uitgevoerde inventarisatie voor de routering gevaarlijke stoffen gemeente Oss5. In onderstaande figuur 7 wordt de route van de wegen met transport van gevaarlijke stoffen door de gemeente Oss getoond.

Figuur 7: Wegen met transport gevaarlijke stoffen binnen gemeente Oss. De Rijkswegen A59 en A50 maken beide onderdeel uit van het landelijk Basisnet weg. In de Regeling basisnet zijn voor deze wegen dan ook risicoplafonds opgenomen en maximale transportaantallen. Voor de wegen moet conform het Bevt het volgende uitgevoerd worden: - Toetsing aan het plaatsgebonden risico (PR 10-6); - Bepalen hoogte groepsrisico en toetsen hoogte groepsrisico aan oriënterende waarde (OW) voor het groepsrisico; - Een complete verantwoording van het groepsrisico kan buiten toepassing blijven indien bij de vaststelling van het besluit, wordt aangetoond dat (artikel 8, lid 2): a: het groepsrisico, gelet op de dichtheid van personen, niet hoger is dan 0,1 maal de oriëntatiewaarde, of b: 1°. het groepsrisico, gelet op de redelijkerwijs te verwachten verandering van de dichtheid van personen met niet meer dan tien procent toeneemt, en 2°. de oriëntatiewaarde, gelet op de dichtheid van personen niet wordt overschreden. In overige gevallen is een complete verantwoording van het groepsrisico noodzakelijk; - Advies Veiligheidsregio Brabant Noord.

5

Deze ‘Route Gevaarlijke Stoffen 2013’ is vastgesteld door de gemeente Oss op 10 mei 2012.

22

ODBN, projectnummer 75031131

Externe veiligheidsonderzoek bestemmingsplan Buitengebied Oss – 2019

-

1 februari 2017

Getoetst moet worden of door het bestemmingsplan geen nieuwe bestemmingen gerealiseerd (kunnen) worden binnen het plasbrandaandachtgebied ( PAG) voor de Rijksweg A50.

3.5 Vaarwegen Aan de noord- en oostzijde van het plangebied loopt de waterweg de Maas. Over de rivier de Maas vindt binnen de gemeente Oss vanaf het Kanaal van Sint Andries (verbinding Maas – Waal) tot aan Ravenstein/Neerloon transport van gevaarlijke stoffen plaats. In onderstaande figuur 8 wordt de loop van de rivier de Maas door de gemeente Oss getoond. Naast de doorgaande rivier loopt er ook nog een aftakking van de rivier door het plangebied naar het zuiden. Het betreft het Burgemeester Delenkanaal naar het industrieterreinen Elzenburg en De Geer (havengebied).

Figuur 8: Loop rivieren gemeente Oss. De rivier de Maas en het Burgemeester Delenkanaal maken onderdeel uit van het landelijk Basisnet water. De rivier de Maas betreft een zogenaamde zwarte waterweg, Het Burgemeester Delenkanaal betreft een groene vaarweg. In het Basisnet water zijn de gebruiksruimte voor het vervoer over de waterwegen aangegeven en de maatregelen, welke genomen moeten worden bij nieuwe en bestaande RO-plannen. Voor de waterwegen moet conform het Bevt het volgende uitgevoerd worden: - Toetsing aan het plaatsgebonden risico (PR 10-6); - Bepalen hoogte groepsrisico en toetsen hoogte groepsrisico aan oriënterende waarde (OW) voor het groepsrisico; - Een complete verantwoording van het groepsrisico kan buiten toepassing blijven indien bij de vaststelling van het besluit, wordt aangetoond dat (artikel 8, lid 2): a: het groepsrisico, gelet op de dichtheid van personen, niet hoger is dan 0,1 maal de oriëntatiewaarde, of b: 1°. het groepsrisico, gelet op de redelijkerwijs te verwachten verandering van de dichtheid van personen met niet meer dan tien procent toeneemt, en 2°. de oriëntatiewaarde, gelet op de dichtheid van personen niet wordt overschreden. In overige gevallen is een complete verantwoording van het groepsrisico noodzakelijk; 23

ODBN, projectnummer 75031131

Externe veiligheidsonderzoek bestemmingsplan Buitengebied Oss – 2019

-

1 februari 2017

Advies Veiligheidsregio Brabant Noord.

De rivier de Maas bezit op grond van artikel 10, lid 1b en artikel 2.1.1 t/m 2.1.3.van het Barro een vrijwaringszone (soort van PAG) van 25 meter aan weerszijden van de vaarweg en 50 meter aan weerszijde van de vaarweg binnen een afstand van 300 meter van een vaarwegsplitsing of havenuitvaart (Burgemeester Delenkanaal en Kanaal van Sint Andries). De vrijwaringszone moet opgenomen worden op de verbeelding en aan mogelijke ontwikkelingen binnen de vrijwaringszone moeten voorwaarden worden verbonden in de regels (in combinatie met het Bouwbesluit 2012). Het Burgemeester Delenkanaal bezit geen vrijwaringszone. Binnen de gemeente Oss zijn een twee kegelligplaatsen aanwezig. Deze kegelligplaatsen bevinden zich bij Lith (HM 165,567 en 167,009). De kegelligplaatsen zijn ligplaatsen waar schepen met gevaarlijke stoffen (die een kegel als sein voeren) mogen liggen. Deze zijn van belang omdat schepen zich aan verplichte vaar- en rusttijden moeten houden. Voor normale overnachtingplaatsen wordt gestreefd naar een maximale tussenafstand van 30 km langs het hoofdvaarwegennet, bij kegelligplaatsen wordt dat niet gehaald. Vanwege de essentiële functie in het netwerk worden de kegelligplaatsen buiten de havens als onderdeel gezien van het basisnet. De criteria voor kegelligplaatsen worden niet gewijzigd. Ze zijn nu alleen opgenomen in de vervoersregelgeving (ADN(R) en BPR).

Getoetst moet worden of de ketelligplaatsen ruimtelijke beperkingen opleveren voor het bestemmingsplan Buitengebied Oss-2019.

3.6 Beleidsvisie externe veiligheid Oss Bij ruimtelijke besluiten binnen het invloedsgebied van een risicobron dient invulling te worden gegeven aan de verantwoordingsplicht. Dit betekent dat de gemeente Oss bij de meeste ruimtelijke besluiten de verantwoordingsplicht zal moeten invullen. In het beleid worden planologische kaders gegeven, waarmee de scheiding tussen risicobronnen en risico-ontvangers en de voorwaarden waaronder deze wel kunnen worden gemengd nader worden uitgewerkt. Het betreft planologische kaders voor:  Spoor- en rijkswegen  LPG-tankstations  Buisleidingen  Overige Bevi-bedrijven In deze beleidsvisie is gekozen om de planologische kaders af te stemmen op de kans dat een groep mensen in een gebied betrokken wordt bij een incident met gevaarlijke stoffen. Hoe groter de kans, des te nadrukkelijker ruimtelijke keuzes gemaakt en verantwoord moeten worden. De kaders zijn gericht op nieuwe planologische situaties. Steeds zal de locatiespecifieke afweging bepalend zijn. Afwijkingen van het kader worden beschouwd bij het invullen van de verantwoording. De kaders kunnen ook worden gebruikt voor het beoordelen van de veiligheidssituatie in bestaande situaties. Na deze beoordeling kan vervolgens overwogen worden of en hoe de veiligheid in de bestaande situaties verbeterd kan worden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Oss&id=ec19db8a-33b8-493a-b519-d76444224d3a