Bijlage 2A Toelichting - bijlage 14 Mergental 1 Herpen
Tekst van het document
de notitie Toepassingsbereik en met name de verdeling van ruimtelijke ontwikkelingen over de verschillende categorieën is de basis voor het afsprakenkader over toepassingsbereik. 2. bij planmatige (stedelijke) ontwikkelingen is kwaliteitsverbetering altijd van toepassing; 3. bij niet-planmatige ontwikkelingen: tegenprestatie gerelateerd aan impact:
Ruimtelijke onderbouwing Mergental 1, Herpen, pag. 44 van 51 Datum 28-06-2017
• • •
cat. 1 geen impact: geen tegenprestatie cat. 2 beperkte impact: landschappelijke inpassing cat. 3 grote impact: berekende kwaliteitsverbetering van het landschap
Kwaliteitsverbetering Binnen de regio is geen unaniem beeld over de toepassing van de landschappelijke tegenprestatie die geleverd moet worden. Er wordt ingezet op keuzevrijheid voor de afzonderlijke gemeenten. Afspraken kwaliteitsverbetering 1. Bij planmatige (stedelijke) ontwikkelingen: storting in een landschapsfonds of bijdrage in natura in landschapsversterkend project. 2. Bij niet-planmatige ontwikkelingen zijn gemeenten zelf verantwoordelijk voor de toepassing: in natura (op of nabij de projectlocatie), financiële bijdrage in landschapsfonds of een combinatie van beide. 3. Bij kwaliteitsverbetering in natura (op of nabij de projectlocatie) bevat het ruimtelijk plan de verantwoording van de kwaliteitsverbetering. 4. De regio kiest niet voor een (sub)regionaal landschapsfonds. Indien gemeenten een grensoverschrijdend landschapsproject willen realiseren, weten zij elkaar te vinden. Methodiek bij niet-planmatige ‘categorie 3’ ontwikkelingen De regio vindt het belangrijk dat er ruimte is voor lokaal maatwerk. Uitgangspunt is een methodiek die uitgaat van een forfaitair bedrag op basis van grondwaardevermeerdering (bestemmingswinst). Afspraken methodiek bij niet-planmatige ‘categorie 3’ ontwikkelingen - berekening van een vorm van forfaitair bedrag gebaseerd op een percentage van de grondwaardeverandering (bestemmingswinst).
Dit berekende forfaitair bedrag bepaalt de omvang van de te leveren prestatie; - gedifferentieerd systeem van functies, inspanningen en (grond)waarden; - een minimale basisinspanning voor de kwaliteitsverbetering, gemeenten kunnen een hogere inspanning vragen; - duidelijkheid aan initiatiefnemers bij start planontwikkeling. Basisinspanning De notitie Toepassingsbereik is het vertrekpunt voor bepalen van de basisinspanning die bij de verschillende ruimtelijke ontwikkelingen wordt voorgestaan. Voor planmatige (stedelijke) ontwikkelingen wordt aangesloten bij de eerdere afspraken voor rood-voor-groenkoppeling bij stedelijke uitbreidingen en het voorstel uit de handreiking. Afspraken basisinspanning Voor niet-planmatige ontwikkelingen in het buitengebied: - categorie 1: geen inspanning; - categorie 2: een goede landschappelijke inpassing op basis van een goedgekeurd landschapsplan en borging van uitvoering en beheer; - categorie 3: de beschreven forfaitaire methode, waarbij uitgegaan wordt van minimaal 20% van de grondwaardevermeerdering.
Voor planmatige ontwikkelingen in het buitengebied: - Stedelijke ontwikkeling buiten bestaand stedelijk gebied, in zoekgebied voor verstedelijking: Vaste afdracht per m2, te stellen op 1% van de uitgifteprijs; - Infrastructuur: Maatwerk waarbij kwaliteitsverbetering integraal onderdeel is van de gebiedsontwikkeling; - Overige (planmatige) ontwikkelingen zoals windturbines, reclamemasten, zendmasten voor telecommunicatie: Maatwerk aanpak. Maatregelen kwaliteitsverbetering landschap In de evaluatie kwam onduidelijkheid over de maatregelen en kosten die kunnen worden ingebracht voor kwaliteitsverbetering van het landschap naar voren. Om de aanpak voor kwaliteitsverbetering binnen de regio gelijk te schakelen zijn de richtlijnen hieronder kort samengevat.
Ruimtelijke onderbouwing Mergental 1, Herpen, pag. 45 van 51 Datum 28-06-2017
Fysieke maatregelen Op basis van de regeling voor kwaliteitsverbetering landschap uit de Verordening ruimte is voorwaarde dat de kwaliteitsverbetering moet resulteren in fysieke en zichtbare verbetering van het landschap. Investeringen die geen fysieke kwaliteitsverbetering voor het landschap opleveren, zoals milieumaatregelen in de vorm van (asbest)sanering, duurzaamheid en dierenwelzijn, afschrijving economische boekwaarde en aanbrengen van functioneel groen op erf, vallen niet onder het toepassingsbereik van kwaliteitsverbetering landschap. Richtlijn inbreng kosten kwaliteitsverbetering landschap: Inrichting- en beheerkosten voor aanleg of herstel van natuur- en landschapselementen baseren/ relateren aan gegevens (prijzen, minimale oppervlakten, soorten) die beschikbaar zijn vanuit STIKA dan wel andere gestandaardiseerde normbedragen voor maatregelen. Ruimtelijk kwaliteitsbeleid Bij de gemeenten in de regio Noordoost is voldoende beleidskader voor de beoordeling en sturing van ruimtelijke ontwikkelingen en de daarmee verbonden kwaliteitsverbetering van het landschap. Dit betekent dat gemeenten in de regio beschikken over: - een structuurvisie of voornemens zijn deze op te stellen/ te actualiseren; - een actueel beleidskader en/ of parate gebiedskennis om de inrichtingsvoorstellen voor kwaliteitsverbetering te beoordelen en aan te sturen.
- een ambitiekaart met regionale landschapsopgaven voor investering in (sub)regionale landschapsversterkende projecten. Afspraak ruimtelijk kwaliteitsbeleid 1. Gemeenten dragen zelf zorg voor het benodigde ruimtelijk kwaliteitskader. 2. Gemeenten hebben regierol voor kwaliteitsverbetering van het landschap. Verantwoording en monitoring In de Verordening Ruimte is opgenomen dat van de kwaliteitsverbetering die is verzekerd via een financiële bijdrage in een landschapsfonds regelmatig verslag moet worden gedaan in het regionaal ruimtelijk overleg. Voor de kwaliteitsverbetering via een bestemmingsplan zijn geen nadere vereiste voor de verantwoording opgenomen. Gemeenten zijn zelf verantwoordelijk voor de uitvoering en handhaving van de kwaliteitsverbetering. Afspraken verantwoording en monitoring 1. Regelmatig wordt in het kader van de Monitor Verordening ruimte verslag gedaan van de financiële bijdrage aan en besteding van het landschapsfonds voor kwaliteitsverbetering van het landschap. 2. Gemeenten zijn zelf verantwoordelijk voor de uitvoering en de handhaving van de kwaliteitsverbetering. 3. Initiatieven om kennis en kunde over kwaliteitsverbetering te delen, worden in principe door regio /provincie ondersteund.
Categorie 1: geen inpassing of tegenprestatie Tot deze categorie behoren in ieder geval de volgende concreet benoemde ontwikkelingen: 3 - vergroten inhoud van een burgerwoning tot 750 m ; 3 - vergroten inhoud van een bedrijfswoning tot 750 m ; 2 - vergroten aantal m2 bijgebouwen bij woning tot 100 m in totaal; - realisatie Ruimte voor ruimte woning(en); - ontwikkeling ter realisatie van EHS compensatie; - wijzigen bestemming naar Bos/Natuur en treffen bestemmingsregeling/aanleg voorzieningen die een fysieke verbetering van de aanwezige of potentiële kwaliteiten van bodem, water, natuur, landschap of cultuurhistorie of van extensieve recreatieve mogelijkheden tot gevolg hebben; - vestiging van of de splitsing in meerdere wooneenheden in monumentale/ karakteristieke/cultuurhistorisch waardevolle bebouwing; 2 - uitbreiding bestemmingsvlak wonen tot 1500 m ; - herbouw woning binnen geldend bestemmingsvlak;
Ruimtelijke onderbouwing Mergental 1, Herpen, pag. 46 van 51 Datum 28-06-2017
-
-
-
-
wijziging bestemming agrarisch bedrijf (inclusief agrarisch verwant en agrarisch-technisch hulpbedrijf) of niet-agrarisch bedrijf met een omvang van minimaal 1 ha, in bestemming wonen of andere bestemming zoals horeca, niet-agrarisch bedrijf, maatschappelijke doeleinden of recreatie 2 mits het bestemmingsvlak wordt verkleind tot maximaal 1500m , overtollige voormalige 2 bedrijfsbebouwing wordt gesloopt en maximaal 200m aan bijgebouwen/ voormalige bedrijfsbebouwing resteert; bed & breakfast en kleinschalige recreatieve nevenactiviteiten in/bij (bedrijfs)woning binnen vigerende bouwregeling (oppervlakte bijgebouwen) en binnen geldend bestemmingsvlak wonen 2 of niet-agrarisch bedrijf tot een maximum van 200 m ; nevenactiviteiten en verbrede landbouwactiviteiten bij een agrarisch bedrijf of Wonen-VAB binnen 2 bestaande bebouwingsmogelijkheden tot een maximum van 200 m ; aan huis gebonden beroep/bedrijf in/bij woning binnen geldende bouwregeling (oppervlakte bijgebouwen); ontheffing mantelzorg in/bij woning binnen geldende bouwregeling (oppervlakte bijgebouwen); ontheffing tijdelijke huisvesting seizoenarbeiders binnen geldende, bestaande bebouwing (dit mag niet leiden tot het ontstaan van een zelfstandige woonruimte); huisvesting reclasseringsjongeren op (agrarisch) bedrijf binnen geldende, bestaande bebouwing; toestaan tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen; verkoop van op
het eigen (agrarisch) bedrijf vervaardigde producten (inclusief de verkoop van 2 streekeigen producten) tot een maximum van 200 m binnen geldende bouwregeling bedrijfsbebouwing; omzetten van vrijkomende agrarische bedrijfswoning naar plattelandswoning; bouw van ooievaarsnesten; toestaan Bosman-molens tot 5 m.
Voor het overige behoren tot deze categorie: - ontwikkelingen onder toepassing van de directe bouwmogelijkheden/bouwregels en gebruiksregels van een geldend bestemmingsplan; - binnenplanse 10%-afwijking: kleine afwijkingen ten behoeve van hoogte en situering. Tenzij de ontwikkeling concreet benoemd wordt in een andere categorie. In het voormalige provinciale ruimtelijke beleid (Streekplan, Paraplunota ruimtelijke ordening) waren de hiervoor genoemde oppervlakte- en inhoudsmaten opgenomen als gangbare bovenmaten tot waar gemeenten de mogelijkheid kregen deze ruimtelijke ontwikkelingen te faciliteren. Het zou niet juist zijn voor deze mogelijkheden nu opeens een extra inspanning te eisen.
Categorie 2: landschappelijke inpassing Tot deze categorie behoren in ieder geval de volgende concreet benoemde ontwikkelingen: - minicampings met kleinschalige kampeergelegenheden tot een maximum van 25 mobiele kampeermiddelen; - bed & breakfast en kleinschalige recreatieve nevenactiviteiten in/bij (bedrijfs)woning binnen vigerende bouwregeling (oppervlakte bijgebouwen) en binnen geldend bestemmingsvlak wonen 2 of niet agrarisch bedrijf vanaf een oppervlakte van 200 m ; - nevenactiviteiten en verbrede landbouwactiviteiten bij een agrarisch bedrijf binnen bestaande 2 bebouwingsmogelijkheden vanaf 200 m ; - vormverandering van een agrarisch bouwvlak of een bestemmingsvlak; - paardenbakken aansluitend aan het bouwvlak; - omschakeling van agrarische bedrijfsvoering (grondgebonden, intensief, overig nietgrondgebonden) zonder vergroting van het bouwvlak; - voor zover de locatie is gelegen in het agrarisch gebied, als bedoeld in de Verordening ruimte: vergroten agrarisch bouwvlak tot 1,5 ha, of vergroting met differentiatievlak van maximaal 0,5 ha specifiek ten behoeve van opslag van ruwvoer; - voor zover de locatie is gelegen in de groenblauwe mantel, als bedoeld in de Verordening ruimte: vergroten agrarisch bouwvlak tot 1 ha, of vergroting met differentiatievlak van maximaal 0,5 ha specifiek ten behoeve van opslag van ruwvoer;.
- Wijziging bestemming agrarisch bedrijf (inclusief agrarisch verwant en agrarisch-technisch hulpbedrijf) of niet-agrarisch bedrijf in bestemming wonen of wonen met VAB aanduiding, of
Ruimtelijke onderbouwing Mergental 1, Herpen, pag. 47 van 51 Datum 28-06-2017
andere bestemming, zoals horeca, niet-agrarisch bedrijf, maatschappelijke doeleinden of 2 recreatie, mits het bestemmingsvlak wordt verkleind tot maximaal 5000m , overtollige voormalige 2 bedrijfsbebouwing wordt gesloopt en maximaal 500m voormalige bedrijfsbebouwing resteert. Bovenstaande opsomming is niet limitatief. Mits voorzien van een goede onderbouwing hiervan, kunnen ook andere ontwikkelingen tot deze categorie worden beschouwd. Voor het overige behoren tot deze categorie alle ontwikkelingen welke mogelijk worden gemaakt via de (binnenplanse) afwijkingsbevoegdheid, tenzij de ontwikkeling concreet benoemd wordt in een andere categorie. Tevens kan in het bestemmingsplan bepaald worden dat een specifieke afwijking wel als categorie 3 behandeld moet worden. Categorie 3: berekende kwaliteitsverbetering van het landschap Tot deze categorie behoren alle ruimtelijke ontwikkelingen die niet onder categorie 1 of categorie 2 vallen; dit betreft onder andere de volgende ontwikkelingen: -
2
uitbreiding bestemmingsvlak Bedrijf, Wonen (>1500 m ), Horeca, Recreatie etc.; vergroten aantal m2 bebouwing binnen Bedrijf, Recreatie, Horeca etc.; 3 vergroten inhoud van een (agrarische Bedrijfswoning boven 750 m ; 3 vergroten inhoud van een burgerwoning boven 750m ; 2 vergroten aantal m2 bijgebouwen bij een woning groter dan 100 m ; nieuwbouw (eerste) bedrijfswoning.
Voor het overige behoren tot deze categorie alle ontwikkelingen welke mogelijk worden gemaakt via een wijzigingsplan of een bestemmingsplanherziening, tenzij de ontwikkeling concreet benoemd wordt in een andere categorie. Notie mbt woningen via art. 8.2 / art. 9.2 Vr Het realiseren van een woning op basis van artikel 8.2 en artikel 9.2 uit de Verordening ruimte, kwaliteitsverbetering in bebouwingsconcentraties binnen zoekgebied verstedelijking, is slechts toegestaan bij een kwaliteitsverbetering die gelijkwaardig is met de aanschaf van een ruimte-voor-ruimte titel. De benodigde kwaliteitsverbetering kan op basis van de Verordening ruimte niet worden gebaseerd op een berekening van 20% van de bestemmingswinst. Voorgenomen ontwikkeling voorziet in de vestiging van een woning met de mogelijkheid voor een beroep aan huis in karakteristieke/cultuurhistorisch waardevolle bebouwing. De ontwikkeling valt hiermee binnen Categorie 1. Er is geen inpassing of tegenprestatie noodzakelijk. de gemeente Oss verlangt echter altijd een passen de landschappelijke inpassing. Hierover volgt in het navolgende meer informatie. Beplanting Het perceel is op dit moment reeds op een passende wijze ingepast in het landschap. E ris sprake van een volwassen groensingel, welke het perceel aan de west-, oost en noordzijde omsluit. In de groensingel zijn bomen aanwezig welke aangemerkt worden als monumentaal.
Aan de zuidzijde van het perceel en een siertuin gelegen met hagen.
Bestaande inpassing gezien vanaf de snelweg
Ruimtelijke onderbouwing Mergental 1, Herpen, pag. 48 van 51 Datum 28-06-2017
Inpassing westzijde van het perceel
Bestaande achtertuin met inpassing rondom verharding De bebouwing wordt ontsloten via inrit aan de westzijde en een inrit aan de zuidzijde. Deze twee inritten zijn de inritten die gebruikt worden in de toekomstige situatie. De aangrenzend gelegen ruimte wordt benut voor het parkeren van voertuigen. Deze bestaande beplanting wordt nu en in de toekomst in stand gehouden.
Ruimtelijke onderbouwing Mergental 1, Herpen, pag. 49 van 51 Datum 28-06-2017
4.2.4 Defensie Uit oogpunt van defensie kunnen er beperkingen gesteld worden aan ruimtelijke ontwikkelingen in een gebied. Belangrijke aandachtspunten met betrekking tot het defensiebelang zijn: - Radarverstoringsgebieden; - Obstakelbeheergebieden; - Laagvliegroutes voor jachtvliegtuigen; - Geluidszones voor militaire luchtvaartterreinen. Het gehele plangebied is gelegen binnen het radarverstoringsgebied van een radar van de vliegbasis Volkel. Binnen dit gebied is het in beginsel niet toegestaan om hogere bebouwing op te richten dan 114 meter boven NAP. Indien er initiatieven zijn voor het oprichten van hogere bouwwerken of gebouwen, dan kan dit toegestaan worden als blijkt dat de radar niet onevenredig wordt verstoord. Dit kan door TNO worden berekend. Dit bestemmingsplan voorziet echter nergens in bouwmogelijkheden tot een dergelijke hoogte. Daarmee is het belang van het radarverstoringsgebied binnen dit bestemmingsplan voldoende gewaarborgd. Bij een eventueel toekomstig initiatief voor een bouwwerk met een hoogte tot 114 meter boven NAP of hoger dient het defensiebelang nadrukkelijk betrokken te worden bij de aanvaardbaarheid van de ontwikkeling. Voor het overige geldt dat het plangebied niet gelegen is binnen een obstakelbeheergebied, een laagvliegroute voor jachtvliegtuigen of een geluidszone voor militaire luchtvaartterreinen.
Aan deze aspecten hoeft dan ook geen verdere aandacht besteed te worden. 4.2.5 Milieueffectrapportage (M.e.r.) Op grond van het Besluit milieueffectrapportage, mede in relatie tot bijlage III bij de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling, moet voor bepaalde projecten een m.e.r. worden gemaakt of een m.e.r.-beoordeling worden uitgevoerd. Met een m.e.r. worden vooraf de milieugevolgen van een besluit in beeld gebracht. Voor dit project hoeft op grond van de Wet milieubeheer geen milieueffectrapport te worden gemaakt. Mede gelet op wat elders in deze ruimtelijke onderbouwing wordt opgemerkt over de afzonderlijke milieuaspecten, heeft het project geen belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu in de zin van het Besluit milieueffectrapportage en de Europese richtlijn. 4.2.6 Riolering In de zogenaamde buitengebieden wordt gebruik gemaakt van mechanische riolering. Deze wordt aangelegd voor het inzamelen en transport van huishoudelijk afvalwater (of wat daar naar aard en omvang gelijk aan is) en geen afvoer van afstromend hemelwater. Uitgangspunt hierbij is de capaciteit 3/ die gelijk wordt gesteld aan een maximaal debiet van 1 m h en dat vervolgens maximaal 5 keer één uur per etmaal. Met de ontwikkeling van het plan is hiermee rekening gehouden. Het debiet zal de capaciteit niet overschrijden.
De onderstaande memo is van toepassing: De volgende eisen voor verwerking van afvalwater in de buitengebieden zijn van toepassing: In de zogenaamde buitengebieden wordt gebruik gemaakt van mechanische riolering. Deze wordt aangelegd voor het inzamelen en transport van huishoudelijk afvalwater (of wat daar naar aard en omvang gelijk aan is) en geen afvoer van afstromend hemelwater! Uitgangspunt hierbij is de capaciteit die gelijk wordt gesteld aan een maximaal debiet van 1 m3/h en dat vervolgens maximaal 5 keer één uur per etmaal. Bedrijfsmatige lozingen op deze mechanische riolering moeten altijd in overleg met de beheergroep riolering aangevraagd en besproken worden. Deze beperking is noodzakelijk om het risico van disfunctioneren te verkleinen (samenloop, overcapaciteit, weinig tot geen berging in het systeem, enz.) en een goed functioneren van het systeem te waarborgen.
Ruimtelijke onderbouwing Mergental 1, Herpen, pag. 50 van 51 Datum 28-06-2017
Overige vragen kunt u richten aan de afdeling inrichting beheer openbare ruimte (IBOR) van de gemeente Oss. Telefoonnummer: 14 0412 Bedrijfsmatige lozingen op deze mechanische riolering moeten altijd in overleg met de beheergroep riolering aangevraagd en besproken worden. In dit geval is geen sprake van bedrijfsmatige lozingen. Deze beperking is noodzakelijk om het risico van disfunctioneren te verkleinen (samenloop, overcapaciteit, weinig tot geen berging in het systeem, enz.) en een goed functioneren van het systeem te waarborgen.
Ruimtelijke onderbouwing Mergental 1, Herpen, pag. 51 van 51 Datum 28-06-2017
Hoofdstuk 5
Haalbaarheid
5.1 Economische uitvoerbaarheid In deze situatie is er sprake van een particulier initiatief, waarbij de gemeente alleen medewerking verleent doormiddel van het volgen van de benodigde procedure. De kosten die verbonden zijn aan deze procedure en eventuele planschade zijn voor rekening en risico van de initiatiefnemer. 5.2
Inspraak
Het voorontwerpbestemmingsplan heeft ingevolge de Inspraakverordening gemeente Oss 2007 en afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht met ingang van 12 mei gedurende zes weken voor iedereen ter inzage gelegen en is tegelijkertijd elektronisch beschikbaar gesteld via de gemeentelijke website en de landelijke website (ruimtelijkeplannen.nl). Hiervan is op 11 mei mededeling gedaan in het plaatselijke blad Oss Actueel en op de gemeentelijke website. Gedurende deze periode konden ingezetenen van de gemeente Oss en belanghebbenden hun reactie geven op het voorontwerpbestemmingsplan. Het eindverslag van deze inspraak is als bijlage opgenomen bij deze toelichting. Voorliggend plan maakte nog geen onderdeel uit van het voorontwerpbestemmingsplan. Dit plan wordt in het ontwerpbestemmingsplan ingevoegd. 5.3
Vooroverleg
Artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening bepaalt dat ‘het bestuursorgaan dat belast is met de voorbereiding van een bestemmingsplan daarbij overleg pleegt met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met die diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn’. Ter uitvoering daarvan zijn bij per mail van 9 mei de in dat artikel genoemde instanties in de gelegenheid gesteld om te reageren op het voorontwerp-bestemmingsplan. Het eindverslag van dit vooroverleg is als bijlage opgenomen bij deze toelichting. Voorliggend plan maakte nog geen onderdeel uit van het plan dat ter vooroverleg is aangeboden. Dit plan wordt in het ontwerpbestemmingsplan ingevoegd.
Bodeminformatie De volgende informatiebronnen zijn voor de locatie en de aangrenzende percelen (binnen een straal van 25 meter vanaf de locatie) doorzocht: – het Bodem Informatie Systeem (BIS). Het BIS van de gemeente Oss is gevuld met de, bij de gemeente bekend zijnde, onderzoeken die uitgevoerd zijn, o.a. verkennend bodemonderzoeken, nadere onderzoeken en evaluaties van uitgevoerde saneringen. – het gemeentelijke tankenbestand. Dit bestand bevat alle bij de gemeente bekend zijnde tanksaneringen. Dit bestand is onder andere tot stand gekomen op basis van vrijwilligheid en mogelijk daardoor niet volledig. – het Historische Bodem Bestand (HBB). Het HBB is een samenwerkingsproject van ReGister Historisch Onderzoeksbureau en Arcadis en bevat op basis van historische (bedrijfs-) activiteiten gegevens van potentieel verontreinigde locaties. De gegevens zijn verwerkt in een Access database. Voor een deel van alle potentieel verontreinigde locaties is nader historisch onderzoek uitgevoerd. De rapporten hiervan zijn in pdf beschikbaar. – het Bodemloket. De gegevens uit bodemloket zijn afkomstig van de website www.bodemloket.nl, Deze site wordt door de provincie Noord-Brabant onderhouden. Het bodemloket bevat informatie over toekomstige en uitgevoerde bodemonderzoeken en bodemsaneringen en tevens informatie over mogelijk bodembelastende (bedrijfs-) activiteiten in het verleden.
– Bodembelastingkaart Conventionele Explosieven; – Archeologische beleidsadvieskaart. Hieronder vindt u per thema de gevonden informatie. Indien voor een thema geen informatie wordt vermeld, dan betekent dit dat de geraadpleegde bron op dit moment geen informatie bevat over de doorzochte locatie. Locatie: Kadastrale gegevens:
Mergental 1, Herpen gem. Oss RVS sectie H nr. 285 (1085 m2)
Bodem informatiesysteem:
-
Van het perceel Mergentaal 1 en de directe omgeving zijn bij de gemeente geen bodemgegevens bekend.
Tankenbestand:
geen info
Historisch bodem bestand:
geen info
* Streefwaarde (Sw)/Achtergrondwaarde (Aw): De achtergrondwaarden (grond) en streefwaarden (grondwater en tot 2009 voor grond) zijn verbonden aan de risicogrenzen voor mens en ecosysteem. Ze geven het niveau aan waarbij sprake is van duurzame en goede bodemkwaliteit. Indien de aangetroffen concentraties de achtergrond- of streefwaarden niet overschrijden wordt de bodem beschouwd als niet verontreinigd. ** Tussenwaarde (Tw): De tussenwaarde is de helft van de som van de achtergrond- of streefwaarde en de interventiewaarde. Bij overschrijding van de tussenwaarde bestaat er in principe een noodzaak tot aanvullend onderzoek en wordt de bodem beschouwd als matig verontreinigd. Liggen de gemeten concentraties boven de achtergrond- of streefwaarde maar beneden de tussenwaarde dan wordt de bodem beschouwd als licht verontreinigd. *** Interventiewaarde (Iw): De interventiewaarden geven het concentratieniveau aan waarboven ernstige of dreigende vermindering optreedt van de functionele eigenschappen die de bodem heeft voor mens en ecosysteem. Afhankelijk van de omvang kan er bij concentraties boven de interventiewaarde sprake zijn van een saneringsnoodzaak. Bij overschrijdingen van de interventiewaarde wordt de bodem beschouwd als sterk verontreinigd.
Bodemloket:
Van het perceel Mergental 1 is geen bodeminformatie bekend. Niet gesprongen explosieven: Op grond van het door AVG in 2016 uitgevoerde vooronderzoek kan worden geconcludeerd dat de locatie niet verdacht is voor wat betreft de aanwezigheid van conventionele explosieven. Archeologie:
Het perceel maakt deel uit van een gebied waarbij de archeologische verwachtingswaarde hoog is.
Aan de verstrekte gegevens kunnen geen rechten worden ontleend.
* Streefwaarde (Sw)/Achtergrondwaarde (Aw): De achtergrondwaarden (grond) en streefwaarden (grondwater en tot 2009 voor grond) zijn verbonden aan de risicogrenzen voor mens en ecosysteem. Ze geven het niveau aan waarbij sprake is van duurzame en goede bodemkwaliteit. Indien de aangetroffen concentraties de achtergrond- of streefwaarden niet overschrijden wordt de bodem beschouwd als niet verontreinigd. ** Tussenwaarde (Tw): De tussenwaarde is de helft van de som van de achtergrond- of streefwaarde en de interventiewaarde. Bij overschrijding van de tussenwaarde bestaat er in principe een noodzaak tot aanvullend onderzoek en wordt de bodem beschouwd als matig verontreinigd. Liggen de gemeten concentraties boven de achtergrond- of streefwaarde maar beneden de tussenwaarde dan wordt de bodem beschouwd als licht verontreinigd. *** Interventiewaarde (Iw): De interventiewaarden geven het concentratieniveau aan waarboven ernstige of dreigende vermindering optreedt van de functionele eigenschappen die de bodem heeft voor mens en ecosysteem. Afhankelijk van de omvang kan er bij concentraties boven de interventiewaarde sprake zijn van een saneringsnoodzaak. Bij overschrijdingen van de interventiewaarde wordt de bodem beschouwd als sterk verontreinigd.
AKOESTISCH ONDERZOEK WEGVERKEERSLAWAAI voor het splitsen van een woning aan
MERGENTAL 1 TE HERPEN
10 augustus 2016
Colofon Rapport:
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai voor het splitsen van een woning aan Mergental 1 te Herpen.
Rapportnummer: Status: Datum:
3255ao0816 v2 definitief 10 augustus 2016
Opdrachtgever Princen Ontwerp en Bouwprocesbegeleiding B.V. De heer W. Princen De Hammen 40 5371 MK Ravenstein 0486 - 41 28 29
Opdrachtnemer G&O Consult Postbus 12 5845 ZG Sint Anthonis www.go-consult.nl
Burgemeester Wijtvlietlaan 1 5764 PD De Rips
Contactpersoon De heer A.J. van den Broek adviseur 0493 – 597 505 tvandenbroek@go-consult.nl
©AUGUSTUS 2016
G&O CONSULT, POSTBUS 12, NL-5845 ZG SINT ANTHONIS, TEL: (0493) 597505 FAX: (0493) 597509 WWW.GO-CONSULT.NL
ALLE RECHTEN VOORBEHOUDEN. NIETS UIT DEZE UITGAVE MAG WORDEN VERVEELVOUDIGD DOOR MIDDEL VAN DRUK, FOTOKOPIE, MICROFILM, GELUIDSBAND, ELEKTRONISCH OF OP WELKE ANDERE WIJZE DAN OOK, EN EVENMIN IN EEN GEAUTOMATISEERD GEGEVENSBESTAND WORDEN OPGESLAGEN, ZONDER VOORAFGAANDE SCHRIFTELIJKE TOESTEMMING VAN G&O CONSULT. AAN DE INHOUD VAN DIT RAPPORT KUNNEN GEEN RECHTEN WORDEN ONTLEEND. G&O CONSULT VERWERPT ELKE AANSPRAKELIJKHEID VOOR EEN ANDER GEBRUIK VAN DEZE TEKST DAN VOOR DE SITUATIE WAARVOOR HIJ WORDT UITGEBRACHT. DE INFORMATIE IN DEZE TEKST IS ONDER VOORBEHOUD EN KAN VERANDERD WORDEN ZONDER VOORAFGAANDE KENNISGEVING.
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Mergental 1 te Herpen
2
INHOUDSOPGAVE
HOOFDSTUK 1
INLEIDING ........................................................6
HOOFDSTUK 2
UITGANGSPUNTEN ..............................................7
2.1
Gegevens wegverkeer ..........................................7
HOOFDSTUK 3
BEREKENINGSMETHODE ........................................9
3.1
Modellering ......................................................9
3.2
Algemeen ........................................................9
3.3
Rekenparameters ...............................................9
HOOFDSTUK 4
RANDVOORWAARDEN WET GELUIDHINDER ............... 10
4.1
Inleiding ........................................................ 10
4.2
Geluidzones .................................................... 10
4.3
Artikel 110g .................................................... 10
4.4
Stedelijk en buitenstedelijk gebied ....................... 11
4.5
Maximale geluidbelasting ................................... 11
4.6
Gemeentelijk beleid ......................................... 12
HOOFDSTUK 5
BEREKENING GELUIDBELASTING ............................ 13
5.1
Resultaten ..................................................... 13
5.2
Beoordeling geluidbelasting tuin/buitenruimte ......... 14
HOOFDSTUK 6
CONCLUSIE ..................................................... 17
6.1
Bespreking resultaten en aanbevelingen beleid oss .... 17
6.2
Bespreking geluidsbelasting irt Bouwbesluit ............. 18
6.3
Bespreking goede ruimtelijke ordening ................... 19
Bijlage 1: Invoer rekenmodel Bijlage 2: Resultaten rekenmodel Bijlage 3: Maatregelenonderzoek groot scherm Bijlage 4: Maatregelenonderzoek muur
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Mergental 1 te Herpen
3
SAMENVATTING In opdracht van Princen Ontwerp en Bouwprocesbegeleiding B.V. is een berekening wegverkeerslawaai uitgevoerd in het kader van een bestemmingsplanwijziging voor het splitsen van een woning ter hoogte van Mergental 1 te Herpen, gemeente Oss. Voor de te splitsen woning is reeds de bestemming wonen van toepassing en fysiek is deze reeds opgedeeld waardoor het aantal op die locatie reeds geregistreerde bewoners ongewijzigd blijft. Daarnaast gaat het om een cultuurhistorisch waardevol object. De te splitsen woning is gelegen binnen de geluidzone van een deel van de Berghemseweg en de A50. Op basis van het door de gemeente Oss beschikbaar gestelde rekenmodel en de uit het landelijk geluidregister voor rijkswegen verkregen verkeersintensiteiten is de gevelbelasting berekend. Het geluidniveau op de gevels voldoet niet aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB. De geluidbelasting bedraagt zonder maatregelen ten hoogste 57 dB exclusief Art 110g van de Wet geluidhinder. Standaard geldt voor het realiseren van een nieuwe woning in het buitengebied een maximale ontheffingswaarde van 53 dB op basis van artikel 83 lid 1 van de Wet geluidhinder. Voor de maximale ontheffingswaarde wordt in onderhavige situatie uitgegaan van 58 dB op basis van artikel 83 lid 7. De splitsing kan gezien worden als een nieuw te bouwen woning ter hoogte van een deel van een bestaande woning.
Daar komt bij dat dit geen ingrijpende wijziging van de bestaande stedenbouwkundige structuur tot gevolg heeft en er geen wezenlijke toename is van het aantal geluidgehinderden voor ten hoogste 100 woningen. De geluidbelasting inclusief artikel 110 g bedraagt ten hoogste 53 dB. Hiermee wordt de maximale ontheffingswaarde niet overschreden. Maatregelen om de geluidbelasting te verlagen ondervinden overwegend bezwaren van stedenbouwkundige, landschappelijke, stedenbouwkundige en financiële aard. Conform het Bouwbesluit moet aan een binnenwaarde van 33 dB worden voldaan om een goed woon- en leefklimaat in de woning te garanderen daar waar het gaat om nieuwbouw. Hierbij wordt er met het Bouwbesluit ervan uitgegaan dat de specifieke gevelwering GA;k ten minste 20 dB bedraagt ten opzichte van de vast te stellen hogere waarde. Vooralsnog worden geen bouwkundige aanpassingen voorzien waardoor geen sprake is van nieuw bouw. In onderhavige situatie gaat het derhalve om bestaande bouw. Hierop is conform het bouwbesluit het van rechtens verkregen niveau van toepassing, waardoor geen aanvullende voorziening benodigd zijn en de wetgever heeft gemeend dat onder deze omstandigheden reeds sprake is van een goed woon- en leefklimaat. Daar komt bij dat op basis van artikel 122 van de Woningwet geen verdergaande eisen gesteld kunnen worden dan in het bouwbesluit zijn opgenomen.
Hierom kan ervan worden uitgegaan dat met een gevelbelasting van 57 dB en een standaard gevelwering van 20 dB een binnengeluidniveau resteert van 37 dB en gezien wordt als een goed woon- en leefklimaat bij bestaande bouw. Ten aanzien van een beoordeling in het kader van een goede ruimtelijke ordening is de geluidskwaliteit vastgesteld. Ter hoogte van de te splitsen woning varieert de milieukwaliteit van “Matig” ter hoogte van de zijgevels tot “Redelijk” ter hoogte van de achtergevel. Ter hoogte van de achtergevel zullen echter geen personen gedurende langere tijd verblijven gelet op Figuur 2. Om die reden kan ten noorden evenwijdig aan de kadastrale grens met de bestaande woning een muur op worden gericht met een hoogte van 2 meter en een lengte
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Mergental 1 te Herpen
4
van 6 meter om aldaar een ruimte voor een terras te creëren alwaar een “Redelijke” milieukwaliteit heerst. De gemeente heeft hierin een beleidsvrijheid en kan motiveren dat volstaan kan worden met een “Matige” milieukwaliteit voor het aspect geluid om het gebied open te houden en geen muur/scherm toe te staan. Verondersteld kan worden dat het aspect geluid een goede ruimtelijke ordening niet in de weg hoeft te staan. Figuur 1___________________ Luchtfoto plangebied Bron: BAG-Viewer
In rood is de bestaande woning gemarkeerd welk in de vigerende situatie geheel de bestemming wonen heeft. In het achterste deel van deze woning vanaf de A50 bezien en gemarkeerd met een pijl is de nieuwe woonbestemming voorzien. Voor de realisatie zijn geen bouwkundige ingrepen benodigd.
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Mergental 1 te Herpen
5
HOOFDSTUK
1
INLEIDING
In opdracht van Princen Ontwerp en Bouwprocesbegeleiding B.V. is een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai uitgevoerd naar aanleiding van het voornemen de woning aan Mergental 1 te Herpen te splitsen en de hiervoor benodigde herziening van het bestemmingsplan. Voor deze situatie is bepaald wat de geluidbelasting ter hoogte van de te splitsen woning is, zodat bezien kan worden of het plan realiseerbaar is binnen de Wet geluidhinder en of er extra geluidwerende maatregelen noodzakelijk zijn. Ten slotte wordt een uitspraak gedaan over het woon- en leefklimaat binnen en buiten de woningen. Voor wegverkeerslawaai is het plan gelegen binnen de wettelijke geluidzone van de Berghemseweg (deels) en de A50. Figuur 2___________________ Foto achter aanzicht te splitsen woning
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Mergental 1 te Herpen
6
HOOFDSTUK
2
2.1
UITGANGSPUNTEN
GEGEVENS WEGVERKEER De verkeersgegevens van de A50 zijn afkomstig uit het geluidregister van Rijkswaterstaat (11 april 2016). De verkeersgegevens voor de A50 zijn aangegeven voor de referentie situatie waarop conform artikel 11 van de Wet milieubeheer de Geluidproductieplafonds (GPP) zijn gebaseerd. Een GPP geeft de toegestane geluidsproductie vanwege een weg of snelweg aan. De wettelijke basis, "Besluit tot inwerkingtreding van de invoering geluidproductieplafonds", is op 1 juli 2012 in werking getreden. Voor het vaststellen van de GPP’s is als volgt te werk gegaan: aan de hand van gegevens uit het referentiejaar zijn berekeningen uitgevoerd om de geluidsproductie te bepalen. Om ruimte te bieden aan toekomstige ontwikkelingen, zoals een toename van het verkeer, het aanpassen van de snelheid of het herdimensioneren van de weg, heeft de wetgever ruimte gecreëerd. De ruimte die geboden is, betreft een verhoging van de geluidsproductie met 1,5 dB. Concluderend kan gesteld worden dat een GPP bestaat uit de geluidsproductie van het referentiejaar, verhoogd met 1,5 dB voor toekomstige ontwikkelingen op de weg. De referentiesituatie (afkomstig uit het geluidsregister) voorziet in dit geval een regiem met een maximale rijsnelheid van 120 km/uur voor lichte motorvoertuigen.
Volgens de Handleiding Akoestisch Onderzoek Wegverkeer opgesteld in opdracht van Rijkswaterstaat wordt hierbij rekenkundig uitgegaan van de in onderstaande tabel opgenomen rijsnelheden.
Tabel 2.1__________________ Bron: Rijkswaterstaat
Recentelijk, te weten 1 augustus 2012, is de maximumsnelheid voor het wegvak ter plaatse van het plangebied verhoogd tot 130 kilometer per uur. Deze verhoging van de maximumsnelheid heeft plaatsgevonden na de inwerkingtreding van de Geluidproductieplafonds. Dit betekent dat de verhoging van de snelheid, conform het wettelijke kader zoals dat hiervoor is geschetst, moet vallen binnen het GPP dat geldt voor de A50, zijnde de geluidsproductie uit het referentiejaar verhoogd met 1,5 dB. De snelheidsverhoging geeft een toename van de geluidsbelasting van minder dan 1dB (aangegeven door bevoegd gezag), waarmee deze past binnen het GPP. Verder geldt dat, wanneer de GPP in de
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Mergental 1 te Herpen
7
toekomst (voor 2026) alsnog overschreden wordt, de verantwoordelijkheid bij de wegbeheerder ligt om maatregelen te nemen om de geluidsbelasting af te laten nemen. Ondanks dat gerekend is met een snelheid van 115 kilometer per uur, is de verhoging van de snelheid tot 130 kilometer per uur meegenomen in het rekenmodel. Voor de maximale rijsnelheid op de A50 is uit gegaan van 115, 100 en 90 km/uur voor respectievelijk de lichte, middelzware en zware motorvoertuigen. ZOAB. Deze gegevens zijn rechtstreeks afkomstig uit het geluidregister van Rijkswaterstaat. Voor het gehele oppervlak van de A50 (bermen en wegdek) is een bodemfactor van 0,2 ingevoerd. Voor het overige gebied is van een absorberende bodem (factor 1,0) uitgegaan. Voor de Berghemseweg is uitgegaan van het rekenmodel van de gemeente Oss voor het jaar 2020. De verkeersintensiteiten zijn met 1,5% per jaar opgehoogd om de intensiteiten voor maatgevende jaar 2026 te verkrijgen. De rijsnelheid bedraagt 60 km/uur en de wegverharding betreft een referentiewegdek. Daar waar gebouwen niet in het rekenmodel aanwezig waren zijn deze overgenomen uit de basis administratie gebouwen (BAG). Voor de intensiteiten wordt verwezen naar Bijlage 1 van deze rapportage.
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Mergental 1 te Herpen
8
HOOFDSTUK
3.1
3
BEREKENINGSMETHODE
MODELLERING Ten behoeve van het akoestisch onderzoek is er een model opgezet met gebruikmaking van het computerprogramma Geomilieu v.3.11 van dgmr raadgevende ingenieurs BV te Den Haag. De overdrachtsberekeningen in het model gebeuren conform de voorschriften van de Standaard Rekenmethode II zoals beschreven in het Reken- en meetvoorschrift geluidhinder 2012. In het model zijn met de overdrachtberekeningen meegerekend: • Geometrische uitbreiding (afstand); • Afname ten gevolge van akoestisch goed isolerende obstakels; • Afname / toename ten gevolge van reflectie, door verstrooiing tegen en absorptie van de bodem. • Afname /toename door reflecties tegen /absorptie van obstakels; • Afname van het geluidsniveau door absorptie in lucht.
3.2
ALGEMEEN De geluidbelastingen zijn bepaald met behulp van “Standaard Rekenmethode II” zoals beschreven in het Reken- en meetvoorschrift geluidhinder 2012. Er is ter plaatse van het bouwplan geen hellingcorrectie of optrekcorrectie toegepast. In de berekeningen is als rekenparameter bodemfactor 1,0 (akoestisch zacht) aangehouden voor het gebied buiten de ingevoerde bodemgebieden. Voor de ingevoerde bodemgebieden is akoestisch hard (0,0 of 0,2) aangehouden. Voor het talud van de Berghemseweg over de A50 is naast hoogtelijnen (van 0-7 meter) (item id 01 t/m 06) gebruik gemaakt van een scherm (van 0-7 meter) (item id 11 t/m 14) voor het verkrijgen van juiste rekenresultaten. De te splitsen woning betreft een bouwlaag met een kap. Hierbij is de geluidsbelasting op een hoogte van 1,5 en 4,5 m+mv beoordeeld. Artikel 110g Wgh is separaat met de resultaten in beeld gebracht.
3.3
REKENPARAMETERS Met het onderzoek zijn de volgende modeleigenschappen aangehouden: Standaard maaiveldhoogte: 0 Standaard bodemfactor: 1,0 (akoestisch zacht) Verharde bodemfactor: 0,0 of 0,2 (zie bijlage) Meteorologische correctie: Standaard RMW 2012, SRM II Standaardluchtdemping: Standaard RMW 2012, SRM II Luchtabsorptie: frequentie (Hz):
31,5
63
125
250
500
1k
2k
4k
8k
demping (dB/km):
0,00
0,00
0,00
1,00
2,00
4,00
10,00
23,00
58,00
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Mergental 1 te Herpen
9
HOOFDSTUK
4
4.1
RANDVOORWAARDEN WET GELUIDHINDER
INLEIDING Met de geluidbelasting in dB van een weg wordt bedoeld de LDEN-waarde van het geluidniveau in dB. LDEN is de geluidbelasting in dB op een plaats en vanwege een bron over alle perioden van 07.00 - 19.00 uur, van 19.00 - 23.00 uur en van 23.00 - 07.00 uur van een jaar als omschreven in bijlage I, onderdeel 1, van richtlijn nr. 2002/49/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 25 juni 2002 inzake de evaluatie en de beheersing van omgevingslawaai (PbEG L 189).
4.2
GELUIDZONES Volgens de Wet geluidhinder worden aan weerszijden van een weg zones aangegeven (art. 74 Wgh). Binnen deze zones worden eisen gesteld aan de geluidbelasting. Buiten de zones worden geen eisen gesteld. Een weg is niet zoneplichtig indien er sprake is dat: • deze is gelegen in binnen een woonerf; • er een maximum snelheid van 30 km/uur geldt.
Tabel 4.1__________________
Soort Gebied Breedte geluidszones langs wegen
Stedelijk Buitenstedelijk
4.3
Aantal rijstroken of sporen 1 of 2 3 of meer 1 of 2 3 of 4 5 of meer
Breedte geluidzone (m) 200 350 250 400 600
ARTIKEL 110G Binnen de Wet geluidhinder wordt middels artikel 110g van deze wet de mogelijkheid geboden om rekening te houden met een verdere reductie van de geluidproductie van motorvoertuigen. Dit conform artikel 3.4 van het besluit geluidhinder. De ingevolge artikel 110g van de Wet geluidhinder toe te passen aftrek op de geluidsbelasting vanwege een weg, van de gevel van woningen of van andere geluidsgevoelige gebouwen of aan de grens van geluidsgevoelige terreinen bedraagt tot 1 juli 2018:
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Mergental 1 te Herpen
10
a. 3 dB voor wegen waarvoor de representatief te achten snelheid van lichte motorvoertuigen 70 km/uur of meer bedraagt en de geluidsbelasting vanwege de weg zonder toepassing van artikel 110g van de Wet geluidhinder 56 dB is; b. 4 dB voor wegen waarvoor de representatief te achten snelheid van lichte motorvoertuigen 70 km/uur of meer bedraagt en de geluidsbelasting vanwege de weg zonder toepassing van artikel 110g van de Wet geluidhinder 57 dB is; c. 2 dB voor wegen waarvoor de representatief te achten snelheid van lichte motorvoertuigen 70 km/uur of meer bedraagt en de geluidsbelasting afwijkt van de onder a en b genoemde waarden; d. 5 dB voor de overige wegen; e. 0 dB bij toepassing van de artikelen 3.2 en 3.3 van het Bouwbesluit 2012 en bij toepassing van de artikelen 111b, tweede en derde lid, 112 en 113 van de Wet geluidhinder. De ingevolge artikel 110g van de Wet geluidhinder toe te passen aftrek op de geluidsbelasting vanwege een weg, van de gevel van woningen of van andere geluidsgevoelige gebouwen of aan de grens van geluidsgevoelige terreinen bedraagt met ingang van 1 juli 2018: a. 2 dB voor wegen waarvoor de representatief te achten snelheid van lichte motorvoertuigen 70 km/uur of meer bedraagt; b. 5 dB voor de overige wegen; c.
0 dB bij toepassing van de artikelen 3.2 en 3.3 van het Bouwbesluit 2012 en bij toepassing van de artikelen 111b, tweede en derde lid, 112 en 113 van de Wet geluidhinder. De geluidbelasting van het wegdeel alwaar een maximale rijsnelheid van 80 km/uur van toepassing is bedraagt 57 dB. Alhier wordt een correctie van 4 dB toegepast.
4.4
STEDELIJK EN BUITENSTEDELIJK GEBIED Binnen de Wet geluidhinder is de toetsing van de geluidbelasting afhankelijk gesteld van de ligging van de onderhavige weg. Er wordt volgens Artikel 1 van de Wet geluidhinder onderscheiden: Stedelijk gebied:
het gebied binnen de bebouwde kom, doch, voor de toepassing van de hoofdstukken VI en VII van de Wet geluidhinder, met uitzondering van gebied binnen de bebouwde kom, voor zover liggend binnen de zone langs een autoweg of autosnelweg als bedoeld in het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990. Buitenstedelijk gebied: het gebied buiten de bebouwde kom alsmede, voor toepassing van de hoofdstukken VI en VII, het gebied binnen de bebouwde kom, voor zover liggend binnen de zone langs een autoweg of autosnelweg als bedoeld in het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990.
4.5
MAXIMALE GELUIDBELASTING Artikel 82 tot en met 85 van de Wet geluidhinder geven nadere uitleg met betrekking tot de geluidbelasting in zogenaamde “Nieuwe situaties” (er dient een bestemmingsplanprocedure te worden gevolgd). De zogenaamde voorkeursgrenswaarde bedraagt 48 dB. Is de geluidbelasting lager dan 48 dB dan legt de Wet geluidhinder geen restricties op aan het onderhavige plan. Wordt deze voorkeursgrenswaarde overschreden dan kan door de gemeente een hogere waarde worden vastgesteld. Indien de geluidbelasting lager is dan de maximale ontheffingswaarde, kan de gemeente ontheffing ver-
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Mergental 1 te Herpen
11
lenen indien maatregelen gericht op het terugbrengen van de geluidbelasting tot de voorkeursgrenswaarde van 48 dB, op overwegende bezwaren stuiten van stedenbouwkundige, verkeerskundige, landschappelijke of financiële aard. Voor nog niet-geprojecteerde woningen in een stedelijk gebied gelden de volgende normen: • Voorkeursgrenswaarde : 48 dB • Maximale ontheffingswaarde : 63 dB • Maximale ontheffingswaarde (vervangende nieuwbouw): 68 dB. Voor nog niet-geprojecteerde woningen in een buitenstedelijk gebied gelden de volgende normen: • Voorkeursgrenswaarde : 48 dB • Maximale ontheffingswaarde : 53 dB • Maximale ontheffingswaarde (agrarische bedrijfswoning): 58 dB • Maximale ontheffingswaarde (vervangende nieuwbouw, buiten de bebouwde kom): 58 dB • Maximale ontheffingswaarde (vervangende nieuwbouw gelegen binnen de bebouwde kom, binnen de zone langs een autoweg of autosnel weg): 63 dB.
4.6
GEMEENTELIJK BELEID Door de gemeente Oss is een beleidsnotitie opgesteld “Geluidskwaliteit in de Leefomgeving”. De gemeente heeft hierin gebiedstyperingen opgenomen en hieraan ambitiewaarden en grenswaarden opgenomen. Het gebied waarin de voorgenomen ontwikkeling is gelegen wordt getypeerd als een Landelijk gebied met een hoge geluidsdruk. Door het college kan hier een hogere grenswaarde worden toegestaan om het gebied niet “op slot” te zetten. De ambitiewaarde is hierbij gesteld op 48 dB. Standaard geldt in het gemeentelijk beleid voor het realiseren van een nieuwe woning langs een bestaande weg een maximale ontheffingswaarde van 53 dB. Bij vervangende nieuwbouw langs een bestaande weg of autosnelweg geldt een maximale ontheffingswaarde van respectievelijk 58 en 63 dB. De splitsing kan gezien bestemmingsplantechnisch als een nieuwe situatie worden gezien ter hoogte van een bestaande weg. Waardoor de maximale ontheffingswaarde van 58 of 63 dB kan worden aangehouden. Het bevoegd gezag is voor onderhavige situatie van mening dat dien gezien moet worden als een nieuwe situatie in het buitengebied waarop een maximale ontheffingswaarde van 53 dB van toepassing is. Gesteld wordt dat ontwikkelingen ook in deze gebieden wenselijk zijn en dat de cultuurhistorische waarde behouden blijft in deze gebieden.
Wel worden extra voorwaarden gesteld om de leefkwaliteit in deze gebieden te beschermen. Onderzocht dient te worden of maatregelen worden getroffen zoals bronmaatregelen, overdrachtsmaatregelen en gevelmaatregelen. Wel dient er aan de Wettelijke ontheffingscriteria te worden voldaan. Hierbij dient afgewogen te worden of de mogelijke maatregelen bezwaren ondervinden van doelmatigheid, landschappelijk, verkeers- of vervoerskundige of financiële aard. De gemeente Oss kiest er verder voor om de aanvraag te toetsen aan eigen aanvullende criteria. Zoals de situering van de woning, verblijfsruimten en buitenruimte.
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Mergental 1 te Herpen
12
HOOFDSTUK
5
5.1
BEREKENING GELUIDBELASTING
RESULTATEN De geluidbelasting ten gevolge van de A50 is weergegeven in tabel 5.1. De geluidbelasting ten gevolge van de Berghemseweg is weergegeven in tabel 5.2. De cumulatieve geluidbelasting is in tabel 5.3 weergegeven. Dit zowel met als zonder correcties voor artikel 110 g.
Tabel 5.1__________________ Gevelbelasting 2026
Toetspunt
Hoogte
Geluidsbelasting excl. art 110g Wgh
m
dB
Correctie art 110g Wgh
Ten gevolge van de A50
Voorkeursgrenswaarde Maximale ontheffingswaarde 1,5 01 Noord 4,5 1,5 02 West 4,5 1,5 03 Zuid 4,5
Ten gevolge van de Berghemseweg
Toetspunt
dB
48 53
52 56 39 48 55 57
2 3 2 2 2 4
50 53 37 46 53 53
Hoogte
Geluidsbelasting excl. art 110g Wgh
Correctie art 110g Wgh
m
dB
dB
Geluidsbelasting incl. art 110g Wgh dB
Tabel 5.2__________________ Gevelbelasting 2026
Geluidsbelasting incl. art 110g Wgh
Voorkeursgrenswaarde Maximale ontheffingswaarde 1,5 01 Noord 4,5 1,5 02 West 4,5 1,5 03 Zuid 4,5
48 53
34 35 48 50 51 53
5 5 5 5 5 5
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Mergental 1 te Herpen
29 30 43 45 46 48
13
Tabel 5.3__________________
Toetspunt
Gevelbelasting 2026 Cumulatief ten gevolge van de A50 en de Berghemseweg,
m
Voorkeursgrenswaarde Maximale ontheffingswaarde 01 Noord 02 West 03 Zuid
5.2
Hoogte
Geluidsbelasting excl. art 110 Wgh dB
Nvt Nvt 1,5 4,5 1,5 4,5 1,5 4,5
52 56 49 52 57 59
BEOORDELING GELUIDBELASTING TUIN/BUITENRUIMTE Naast de fysieke toetsing van de geveldelen is ook een prognose gemaakt van de tuin c.q. buitenverblijven van de woning. Hiertoe is een rekenraster op de projectlocatie neergelegd, alwaar op een hoogte van 1,5 meter geluidscontouren zijn bepaald.
Figuur 3___________________ Geluidcontouren LDEN op 1,5 m+mv, exclusief art. 110g Wgh Bron: Geomilieu
Een methode om geluid te beoordelen op hinderlijkheid is vermeld in de Handreiking cumulatie en saldobenadering geluid, uitgegeven door de Regiegroep Geluid Limburg. In deze notitie wordt in hoofdstuk 3 een Classificering op basis van LDEN vermeld. Aangezien in onderhavig onderzoek enkel wegverkeerslawaai is beschouwd, geeft dit een aardig handvat voor de beoordeling in het kader van een goede ruimtelijke ordening.
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Mergental 1 te Herpen
14
Tabel 5.4__________________ Classificering milieukwaliteit LDEN
Gecumuleerde LDEN (dB) < 50 50 - 55 55 - 60 60 - 65 65 - 70 > 70
Classificering milieukwaliteit Goed Redelijk Matig Tamelijk slecht Slecht Zeer slecht
Hieruit blijkt dat de milieukwaliteit ter hoogte van de te splitsen woning varieert van “Matig” ter hoogte van de zijgevels tot “Redelijk” ter hoogte van de achtergevel. Ter hoogte van de achtergevel zullen echter geen personen gedurende langere tijd verblijven. Om die reden kan ten noorden een muur op worden gericht met een hoogte van 2 meter en een lengte van 6 meter om aldaar een ruimte voor een terras te creëren alwaar een “Redelijke” milieukwaliteit heerst, zie ook bijlage 4. Figuur 4___________________ Positie scherm tbv geluidluwe plek
Scherm
Bron: Geomilieu
De gemeente heeft hierin een beleidsvrijheid en kan motiveren dat volstaan kan worden met een “Matige” milieukwaliteit voor het aspect geluid om het gebied open te houden en geen muur/scherm toe te staan te meer. In paragraaf 6.1 zal hier nader op in worden gegaan. Het effect hiervan is weergegeven in Figuur 5. Op de volgende pagina.
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Mergental 1 te Herpen
15
Figuur 5___________________ Geluidcontouren LDEN op 1,5 m+mv, exclusief art. 110g Wgh Bron: Geomilieu
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Mergental 1 te Herpen
16
HOOFDSTUK
6.1
6
CONCLUSIE
BESPREKING RESULTATEN EN AANBEVELINGEN BELEID OSS In opdracht van Princen Ontwerp en Bouwprocesbegeleiding B.V. is een berekening wegverkeerslawaai uitgevoerd in het kader van een bestemmingsplanwijziging voor het splitsen van een woning ter hoogte van Mergental 1 te Herpen, gemeente Oss. De te splitsen woning is op basis van de Wet geluidhinder gelegen binnen de zone van de A50 en de Berghemseweg. Op basis van de beschikbaar gestelde verkeersgegevens is er een rekenmodel opgezet en is de gevelbelasting berekend. Ter plaatse van de te ontwikkelen woning voldoet de geluidbelasting (inclusief artikel 110g) ten gevolge van de Berghemseweg aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB. De geluidbelasting ten gevolge van de A50 voldoet niet aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB. De hoogste geluidbelasting bedraagt 53 dB (incl. art. 110g). De maximale ontheffingswaarde welke voor dit gebied is vastgesteld wordt hierbij niet overschreden. Hiervoor is een hogere waarde benodigd. De hoogste cumulatieve geluidbelasting exclusief artikel 110g van de Wet geluidhinder bedraagt 59 dB. Overweging maatregelen nav Beleid Oss Op de A50 zou een dubbellaags ZOAB toegepast kunnen worden. De reductie zal echter geen 7 dB bedragen (57-48 +2) waardoor ter hoogte van woning niet aan de voorkeursgrenswaarde kan worden voldaan.
Daarnaast heeft de initiatiefnemer nauwelijks tot geen invloed op de maatregelen en verkeersstromen op Rijkswegen. Indien een scherm met een hoogte van 7 meter wordt aangelegd over een lengte van 100 meter ter hoogte van de oostelijke en zuidelijke perceelsgrens kan aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB(A) worden voldaan (zie ook bijlage 3). De kosten van een dergelijk scherm bedragen circa € 140.000. De kosten voor een dergelijke wal of scherm staan niet in verhouding tot de splitsing van de bestaande woning. Daarnaast zal een scherm of wal van 7 meter hoogte het open karakter van het landelijk gebied verstoren.
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Mergental 1 te Herpen
17
Figuur 5___________________ Positie geluidscherm
Scherm
Bron: Geomilieu
De onderzochte afschermende maatregelen zijn onvoldoende doelmatig en ondervinden bezwaren van stedenbouwkundige, landschappelijke en financiële aard. Ontheffingscriteria gemeente Oss Met betrekking tot de ontheffingscriteria kan verder worden vermeld dat woningen een open ruimte tussen bestaande bebouwing opvullen maar ook dat hierbij sprake is van een positieve verandering. Elke woning heeft minimaal een geluidluw geveldeel. De geluidbelasting op de achtergevel ligt lager dan 48 dB waarmee een geluidluwe gevel aanwezig is. Aan het criterium voor een geluidsluwe buitenruimte welke 5 dB hoger ligt dan een geluidluwe zijde kan eveneens worden voldaan gelet op Figuur 3. Hierdoor kan een scherm conform Figuur 4 en 5 reeds achterwege blijven. Het betreft hier bestaande bouw waarbij op basis van de historie en het gestelde in het Bouwbesluit sprake is van een vrij woningindeling conform de vigerende wet- en regelgeving. Deze indeling blijft onveranderd.
6.2
BESPREKING GELUIDSBELASTING IRT BOUWBESLUIT Conform het Bouwbesluit moet aan een binnenwaarde van 33 dB worden voldaan om een goed woon- en leefklimaat in de woning te garanderen daar waar het gaat om nieuwbouw. Hierbij wordt er met het Bouwbesluit ervan uitgegaan dat de specifieke gevelwering GA;k bij nieuw bouw ten minste 20 dB bedraagt ten opzichte van de vast te stellen hogere waarde. Vooralsnog worden geen bouwkundige aanpassingen voorzien waardoor voor onderhavige situatie geen sprake is van nieuw bouw. In onderhavige situatie gaat het derhalve om bestaande bouw. Hierop is conform het bouwbesluit het van rechtens verkregen niveau van toepassing, waardoor geen aanvullende voorziening benodigd zijn en de wetgever heeft gemeend dat onder deze omstandigheden reeds sprake is van een goed woon- en leefklimaat. Daar komt bij dat op basis van artikel 122 van de Woningwet geen verdergaande eisen gesteld kunnen worden dan in het bouwbesluit zijn opgenomen. Hier-
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Mergental 1 te Herpen
18
om kan ervan worden uitgegaan dat met een gevelbelasting van 57 dB en een standaard gevelwering van 20 dB een binnengeluidniveau resteert van 37 dB en gezien wordt als een goed woon- en leefklimaat bij bestaande bouw. Door Rijkswaterstaat wordt bij saneringsprojecten uitgegaan van een binnengeluidniveau van 41 dB. Op basis van dit gegeven kan eveneens worden verondersteld dat sprake is van een goed woon- en leefklimaat voor onderhavige situatie. Hieruit blijkt eveneens dat ter hoogte van de te splitsen woning geen voorziening benodigd zijn en dat er geen aanleiding bestaat voor Rijkswaterstaat dit woning deel te saneren.
6.3
BESPREKING GOEDE RUIMTELIJKE ORDENING Ten aanzien van de buitenruimte en verblijf op het terras kan verondersteld worden dat ter hoogte van de te ontwikkelen woning een “Matige” tot “Redelijke” milieukwaliteit heerst ten aanzien van het aspect geluid. Binnen het perceel is verder voldoende ruimte om een of meerder geluidluwere plekken te creëren. Derhalve kan worden verondersteld dat het aspect geluid een goede ruimtelijke ordening niet in de weg staat.
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Mergental 1 te Herpen
19
Bijlage 1 Invoergegevens rekenmodel
3255ao0816
G & O Consult BV
Akoestisch onderzoek Wegverkeer Mergental 1 te Herpen. Grid
0m
100 m schaal = 1 : 4000
420400
Mergental 1 te Herpen
420000
171600 Wegverkeerslawaai - RMW-2012, [Mergental 1 te Herpen - 3255ao0816] , Geomilieu V4.00
172000
3255ao0816 Akoestisch onderzoek wegverkeer Mergental 1 te Herpen Rapport: Model:
G&O Consult
Lijst van model eigenschappen 3255ao0816
Model eigenschap Omschrijving Verantwoordelijke Rekenmethode Aangemaakt door
3255ao0816 Twan RMW-2012 Bas op 28-1-2013
Laatst ingezien door Model aangemaakt met Standaard maaiveldhoogte Rekenhoogte contouren
Jeroen op 10-8-2016 Geomilieu V2.12 0 1,5
Detailniveau toetspunt resultaten Detailniveau resultaten grids Berekening volgens rekenmethode Zoekafstand [m] Max. reflectie afstand tot bron [m]
Bronresultaten Groepsresultaten RMG-2012 ---
Max. reflectie afstand tot ontvanger [m] Standaard bodemfactor Zichthoek [grd] Maximum reflectiediepte Reflectie in woonwijkschermen
-1,00 2 1 Ja
Geometrische uitbreiding Luchtdemping Luchtdemping [dB/km] Meteorologische correctie Waarde voor C0
Volledige 3D analyse Conform standaard 0,00; 0,00; 1,00; 2,00; 4,00; 10,00; 23,00; 58,00 Conform standaard 3,50
Geomilieu V4.00
10-8-2016 10:50:17
3255ao0816 Akoestisch onderzoek wegverkeer Mergental 1 te Herpen
G&O Consult
Commentaar
Geomilieu V4.00
10-8-2016 10:50:17
3255ao0816
G & O Consult BV
Akoestisch onderzoek Wegverkeer Mergental 1 te Herpen. Grid Bodemgebied
0m
100 m schaal = 1 : 4000
420400
Mergental 1 te Herpen
01
02
03
420000
171600 Wegverkeerslawaai - RMW-2012, [Mergental 1 te Herpen - 3255ao0816] , Geomilieu V4.00
172000
3255ao0816 Akoestisch onderzoek wegverkeer Mergental 1 te Herpen Model: Groep:
Naam 01 02 03
G&O Consult
3255ao0816 (hoofdgroep) Lijst van Bodemgebieden, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMW-2012 Omschr. Wegen Wegen A50
Bf 0,00 0,00 0,20
Geomilieu V4.00
10-8-2016 10:50:39
3255ao0816
G & O Consult BV
Akoestisch onderzoek Wegverkeer Mergental 1 te Herpen. Gebouw
0m
100 m schaal = 1 : 4000
05
11
06 03
10
08
02 04
420400
01 09 07
12
420000
171600 Wegverkeerslawaai - RMW-2012, [Mergental 1 te Herpen - 3255ao0816] , Geomilieu V4.00
172000
3255ao0816
G & O Consult BV
Akoestisch onderzoek Wegverkeer Mergental 1 te Herpen. Gebouw
0m
80 m schaal = 1 : 2000
11 05
420400
06
10 03
02 08
04
01 09 07
12
420200
171800 Wegverkeerslawaai - RMW-2012, [Mergental 1 te Herpen - 3255ao0816] , Geomilieu V4.00
0828100001485873 0828100001488955 0828100001496780 0828100001497194 31815
31816 viaduct
06 07 08 09 10
11 12
Geomilieu V4.00
Omschr. 0828100001459221 0828100001459526 31809 0828100001476922 0828100001483696
4,72 1,50
5,00 3,00 3,00 5,50 7,41
Hoogte 6,18 4,78 7,93 6,23 3,00
0,00 6,54
0,00 0,00 0,00 0,00 0,00
Maaiveld 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00
Relatief Relatief aan onderliggend item
Relatief Eigen waarde Relatief Relatief Relatief
Hdef. Relatief Relatief Relatief Relatief Relatief
3255ao0816 (hoofdgroep) Lijst van Gebouwen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMW-2012
Naam 01 02 03 04 05
Model: Groep:
3255ao0816 Akoestisch onderzoek wegverkeer Mergental 1 te Herpen
Gebruiksfunctie
0 dB 0 dB
0 dB 0 dB 0 dB 0 dB 0 dB
Cp 0 dB 0 dB 0 dB 0 dB 0 dB
False False
False False False False False
Zwevend False False False False False
0,80 0,80
0,80 0,80 0,80 0,80 0,80
Refl. 63 0,80 0,80 0,80 0,80 0,80
0,80 0,80
0,80 0,80 0,80 0,80 0,80
Refl. 125 0,80 0,80 0,80 0,80 0,80
0,80 0,80
0,80 0,80 0,80 0,80 0,80
Refl. 250 0,80 0,80 0,80 0,80 0,80
0,80 0,80
0,80 0,80 0,80 0,80 0,80
Refl. 500 0,80 0,80 0,80 0,80 0,80
0,80 0,80
0,80 0,80 0,80 0,80 0,80
Refl. 1k 0,80 0,80 0,80 0,80 0,80
0,80 0,80