CConstaterende datOss
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2A Toelichting - bijlage 09 Koningsweg 2 Oss

Gemeenteraad 12 december 2024, gemeente OssBij agendapunt: A Herstelbesluit vaststelling bestemmingsplan ‘Buitengebied Oss – 2020’20.344 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Toekomstige situatie De initiatiefnemer is voornemens het bestemmingsplan van de onderzoekslocatie te laten wijzigen, waarna ter plaatse een 2 buitenzwembad met poolhouse (47,5 m ) gerealiseerd kan worden. In figuur 1 is de toekomstige situatie weergegeven.

Figuur 1 Toekomstige situatie

5.

CALAMITEITEN

Voor zover bij de opdrachtgever bekend hebben zich op de onderzoekslocatie in het verleden geen calamiteiten met een bodembedreigend karakter voorgedaan. Ook uit informatie van de gemeente Oss blijkt niet dat er zich in het verleden bodembedreigende calamiteiten hebben voorgedaan.

6.

UITGEVOERD(E) BODEMONDERZOEK(EN) OP DE ONDERZOEKSLOCATIE

Op de onderzoekslocatie zijn, voor zover bekend, geen bodemonderzoeken uitgevoerd.

Rapport 2082.002 versie D1

Pagina 2 van 4

7.

BELENDENDE PERCELEN/TERREINDELEN

De onderzoekslocatie is gelegen in het buitengebied van Oss, in een van oorsprong agrarisch gebied dat vanaf 1980 deels een woonfunctie kreeg. In bijlage 4 zijn de geraadpleegde informatiebronnen voor de omliggende terreindelen en belendende percelen binnen 25 meter van de onderzoekslocatie opgenomen. Het bodemgebruik van de omliggende terreindelen is als volgt:   

aan de noordzijde bevindt zich een bijgebouw en tuin van het woonhuis aan de Benedictuslaan 8; aan de oostzijde bevindt zich het woonhuis Koningsweg 2 met bijgebouwen en tuin; aan de zuid- en westzijde bevindt zich de Koningsweg (inrit vanaf de Benedictuslaan) met aanliggend bos en weide.

Van de aangrenzende percelen zijn geen bodemonderzoeksgegevens bekend. De huidige eigenaar van de onderzoekslocatie is niets bekend omtrent potentieel bodembedreigende activiteiten op aangrenzende percelen. Er vinden geen industriële activiteiten in de directe omgeving van de onderzoekslocatie plaats.

8.

INFORMATIE LOKALE/REGIONALE ACHTERGRONDGEHALTEN

De bovengrond van de onderzoekslocatie is gelegen binnen de bodemkwaliteitszone "zone 1”, van het gebied waarvoor de gemeente Oss een bodemkwaliteitskaart heeft opgesteld (Oranjewoud, kenmerk: 248039, d.d. juni 2013). Binnen deze zone komen in de bovengrond verhoogde gehalten aan metalen, PCB, PAK en minerale olie voor. De ondergrond van de onderzoekslocatie is gelegen binnen de bodemkwaliteitszone "zone 3”. Binnen deze zone komen in de ondergrond verhoogde gehalten aan metalen, PCB en PAK voor.

9.

BODEMOPBOUW EN GEOHYDROLOGIE

9.1

Bodemopbouw

De originele bodem bestaat volgens de bodemkaart van Nederland uit een duinvaaggrond, die voornamelijk is opgebouwd uit leemarm en zwak lemig fijn zand. De afzettingen, waarin deze bodem is ontstaan, behoren geologisch gezien tot de Formatie van Boxtel. 9.2

Geohydrologie

Het eerste watervoerend pakket heeft een dikte van ± 67 m en wordt gevormd door de grove en grindrijke zanden van de Formaties van Kreftenheye, Beegden, Peize, Waalre en Oosterhout. Op deze fluviatiele en glaciofluviatiele formaties liggen de fijnzandige, matig goed doorlatende dekzandafzettingen, behorende tot de Formatie van Boxtel, met een dikte van ± 1,5 m. Het eerste watervoerend pakket wordt aan de onderzijde begrensd door kleiafzettingen van de Formatie van Breda. De gemiddelde stand van het freatisch grondwater bedraagt ± 7,5 m +NAP, waardoor het grondwater zich op ± 1,5 m -mv zou bevinden. Het water van het eerste watervoerend pakket stroomt volgens de isohypsenkaart van de Dienst Grondwaterverkenning van TNO, in noordwestelijke richting.

Rapport 2082.002 versie D1

Pagina 3 van 4

Er liggen geen pompstations in de buurt van de onderzoekslocatie die van invloed zouden kunnen zijn op de grondwaterstroming ter plaatse van de onderzoekslocatie. De onderzoekslocatie ligt niet in een grondwaterbeschermings- en/of grondwaterwingebied.

10.

TERREININSPECTIE

Op 14 juli 2016 is er een terreininspectie uitgevoerd. Deze is gericht op de identificatie van bronnen, die mogelijk hebben geleid of kunnen leiden tot een grond- en/of grondwaterverontreiniging. De tijdens de terreininspectie aangetroffen situatie komt overeen met de locatiegegevens, zoals deze zijn opgenomen in hoofdstuk 4. Op de onderzoekslocatie zijn geen mogelijke bronnen voor een grond- en/of grondwaterverontreiniging aangetroffen. Op het maaiveld zijn geen asbestverdachte materialen waargenomen.

11.

SAMENVATTING EN CONCLUSIES

Econsultancy heeft in opdracht van RO Connect een historisch bodemonderzoek uitgevoerd aan de Koningsweg 2 te Oss. Het onderzoek is uitgevoerd in het kader van de bestemmingsplanwijziging van de onderzoekslocatie, alsmede de aanleg van een buitenzwembad met poolhouse. Uit het vooronderzoek blijkt dat er geen sprake is van bodembelasting, anders dan een regionale of landelijke diffuse achtergrondbelasting in de grond en het grondwater. Op de locatie worden geen verontreinigende stoffen verwacht in gehalten boven de landelijk of regionaal geldende achtergrondwaarde voor grond en/of de streefwaarde voor grondwater. Dit geldt zowel voor natuurlijke achtergrondgehalten als voor "antropogene" achtergrondgehalten, waarvan de oorzaak niet eenduidig is aan te wijzen. Er zijn geen aanwijzingen gevonden, die aanleiding geven een asbestverontreiniging op de onderzoekslocatie te verwachten. Op basis van het vooronderzoek en de terreininspectie kan gesteld worden dat er milieuhygiënisch géén belemmeringen bestaan voor de voorgenomen bestemmingswijziging van, en de bouwplannen op de onderzoekslocatie. De onderzoeksresultaten geven géén aanleiding voor verder bodemonderzoek dan wel een bodemonderzoek op analytische grondslag.

Econsultancy Boxmeer, 18 juli 2016

Rapport 2082.002 versie D1

Pagina 4 van 4

Bijlage 1

Topografische ligging van de locatie

Schaal 1:25.000 Deze kaart is noordgericht

0

5

10

15

20

25

30

35

40

45

50 m

GETEKEND: BAb

SCHAAL: 1:500

PROJECT:2082.002

Titel: locatieschets; Koningsweg 2 te Oss

BIJLAGE:2a

DATUM: 18-7-2016

A4

Legenda Boringen Omschrijving

Symbool

Boringen Omschrijving

Symbool

Symbolen Omschrijving

Symbool

Verontreiniging Omschrijving

Symbool

Boring tot 0,5 m -mv

Asbestgat 30x30x50

Asfalt

Ontgravingsvak

Boring tot 1,0 m -mv

Asbestgat 30x30x50 + boring tot 0,5 m -mv

Beton

Niet verontreinigd

Boring tot 1,5 m -mv

Asbestgat 30x30x50 + boring tot 1,0 m -mv

Boom

AW/S-waarde contour

Boring tot 2,0 m -mv

Asbestgat 30x30x50 + boring tot 1,5 m -mv

Bos

T-waarde contour

Boring tot 2,5 m -mv

Asbestgat 30x30x50 + boring tot 2,0 m -mv

Braak

I-waarde contour

Boring tot 3,0 m -mv

Asbestgat 30x30x50 + boring tot 2,5 m -mv

Depothoogte

Boring tot 3,5 m -mv

Asbestgat 30x30x50 + boring tot 3,0 m -mv

Fotoname

Licht verontreinigd

Boring tot 4,0 m -mv

Asbestgat 30x30x50 + boring tot 3,5 m -mv

Mangat

Matig verontreinigd

Boring tot 4,5 m -mv

Asbestgat 30x30x50 + boring tot 4,0 m -mv

Gras

Sterk verontreinigd

Boring tot 5,0 m -mv

Asbestgat 30x30x50 + boring tot 4,5 m -mv

Grind

Verspreiding verontreiniging onbekend

Peilbuis

Asbestgat 30x30x50 + boring tot 5,0 m -mv

Haag

Peilbuis (diep)

Asbestgat 30x30x50 + peilbuis

Klinker

Voorgaande boring tot 0,5 m -mv

Asbestgat 30x30x50 + peilbuis (diep)

Olie/vetafscheider

Voorgaande boring tot 1,0 m -mv

Asbestgat 100x100x50

Voorgaande boring tot 1,5 m -mv

Asbestgat 100x100x50 + boring tot 0,5 m -mv

Ontluchtingspunt

Asbestgat 100x100x50 + boring tot 1,0 m -mv

Onverhard

Asbestgat 100x100x50 + boring tot 1,5 m -mv

Parkeerplaats

Asbestgat 100x100x50 + boring tot 2,0 m -mv

Pomp

Asbestgat 100x100x50 + boring tot 2,5 m -mv

Puinverharding

Asbestgat 100x100x50 + boring tot 3,0 m -mv

Sleuf 200x40x50cm

Asbestgat 100x100x50 + boring tot 3,5 m -mv

Spoorbaan

Asbestgat 100x100x50 + boring tot 4,0 m -mv

Stelconplaat

Voorgaande boring tot 4,5 m -mv Voorgaande boring tot 5,0 m -mv

Asbestgat 100x100x50 + boring tot 4,5 m -mv

P

Struik

Voorgaande peilbuis

Asbestgat 100x100x50 + boring tot 5,0 m -mv

Voorgaande peilbuis (diep)

Asbestgat 100x100x50 + peilbuis

Kernboring 80 mm

Asbestgat 100x100x50 + peilbuis (diep)

Kernboring 120 mm + boring tot 0,5 m -mv

Kernboring + asbestgat 30x30 + Boring tot 0,5 m -mv +

Kernboring 120 mm + boring tot 1,0 m -mv

Kernboring + asbestgat 30x30 + Boring tot 1,0 m -mv +

Kernboring 120 mm + boring tot 1,5 m -mv

Kernboring + asbestgat 30x30 + Boring tot 1,5 m -mv +

Kernboring 120 mm + boring tot 2,0 m -mv

Kernboring + asbestgat 30x30 + Boring tot 2,0 m -mv +

Kernboring 120 mm + boring tot 2,5 m -mv

Kernboring + asbestgat 30x30 + Boring tot 2,5 m -mv +

Hekwerk

Kernboring 120 mm + boring tot 3,0 m -mv

Kernboring + asbestgat 30x30 + Boring tot 3,0 m -mv +

Toekomstige bebouwing

Kernboring 120 mm + boring tot 3,5 m -mv

Kernboring + asbestgat 30x30 + Boring tot 3,5 m -mv +

Voormalige bebouwing

Kernboring 120 mm + boring tot 4,0 m -mv

Kernboring + asbestgat 30x30 + Boring tot 4,0 m -mv +

Bebouwing

Kernboring 120 mm + boring tot 4,5 m -mv

Kernboring + asbestgat 30x30 + Boring tot 4,5 m -mv +

Locatiegrens

Kernboring 120 mm + boring tot 5,0 m -mv

Kernboring + asbestgat 30x30 + Boring tot 5,0 m -mv +

Kernboring 120 mm

Kernboring + asbestgat 30x30 + peilbuis Kernboring + asbestgat 30x30 + peilbuis (diep)

..

Voorgaande boring tot 4,0 m -mv

..

Voorgaande boring tot 3,5 m -mv

..

Voorgaande boring tot 3,0 m -mv

..... ...... ..

Voorgaande boring tot 2,5 m -mv

-x,x

...

Voorgaande boring tot 2,0 m -mv

Ontgravingsdiepte

x,x

Talud Tegel Vloeistofdichte vloer Vulpunt Water Zeshoek tegel Zinkput Asbestverdacht plaatmateriaal op maaiveld

X

Niet verontreinigd

?

Bijlage 2b Foto's onderzoekslocatie

Foto 1.

Foto 2.

Bijlage 3 Geraadpleegde bronnen en bodemrapportage ODBN

Informatiebron

Geraadpleegd (ja/nee) Datum kaartmateriaal

Opmerkingen

ja

1850 - heden

www.topotijdreis.nl

ja

2014

Informatie uit kaartmateriaal etc. Historische topografische kaart

Toelichting

Publieke Dienstverlening Op de Kaart Loket (www.pdok.nl)

Luchtfoto

Datum bron/ kaartmateriaal

Informatie uit themakaarten

Opmerkingen

Bodemkaart Nederland

ja

2016

www.bodemdata.nl

Grondwaterkaart Nederland

ja

1995

www.dinoloket.nl

Bodemloket.nl

ja

29 juni 2016

Informatie van de opdrachtgever Historisch gebruik locatie

ja

Huidig gebruik locatie

ja

Huidig gebruik belendende percelen (vanuit onderzoekslocatie)

ja

Toekomstig gebruik locatie

ja

Calamiteiten/resultaten voorgaande bodemonderzoeken

ja

Verhardingen/kabels en leidingen locatie

ja

Informatie van de gemeente Boxmeer Archief Bouw- en woningtoezicht

ja

Archief Wet milieubeheer en Hinderwet

ja

Archief ondergrondse tanks

ja

Archief bodemonderzoeken

ja

Gemeenteambtenaar milieuzaken

ja

Datum uitgevoerd

Contactpersoon

juni 2016

Dhr. S. Vos

Datum uitgevoerd

Contactpersoon

4 juli 2016

Dhr. J. Janssen

Datum uitgevoerd

Informatie uit terreininspectie Historisch gebruik locatie

ja

Huidig gebruik locatie

ja

Huidig gebruik belendende percelen (vanuit onderzoekslocatie)

ja

Verhardingen

ja

14 juli 2016

Opmerkingen

Opmerkingen

Opmerkingen

Over Econsultancy.. Econsultancy is een onafhankelijk adviesbureau. Wij bieden realistisch advies en concrete oplossingen voor milieuvraagstukken en willen daarmee een bijdrage leveren aan een duurzaam en verantwoord gebruik van onze leefomgeving. Diensten Wij kunnen u van dienst zijn met een uitgebreid scala aan onderzoeken op het gebied van bodem, waterbodem, water, archeologie, ecologie en milieu. Op www.econsultancy.nl vindt u uitgebreide informatie over de verschillende onderzoeken. Werkwijze Inzet en professionele betrokkenheid kenmerkt onze diensten. De verantwoordelijke projectleider is het eenduidige aanspreekpunt voor de klant en draagt zorg voor alle aspecten van het project: kwaliteit, tijd, geld, communicatie en organisatie. De kernwaarden deskundig, vertrouwd, betrokken, flexibel, zorgvuldig en vernieuwend zijn een belangrijke leidraad in ons handelen. Kennis Het deskundig begeleiden van onze opdrachtgevers vraagt om betrokkenheid bij en kennis van de bedoelingen van de opdrachtgever. Het vereist ook gedegen en actuele vakinhoudelijke kennis. Alle beschikbare kennis wordt snel en effectief ingezet. De medewerkers vormen ons belangrijkste kapitaal. Persoonlijke en inhoudelijke ontwikkeling staat centraal want het werk vraagt steeds om nieuwe kennis en nieuwe verantwoordelijkheden.

Creativiteit Onze medewerkers zijn in staat om buiten de geijkte kaders een oplossing te zoeken met in achtneming van de geldende wet- en regelgeving. Oplossingen die bedoeld zijn om snel en efficiënt het doel van de opdrachtgever te bereiken. Kwaliteit Er wordt continue gestreefd naar het verhogen van de professionaliteit van de dienstverlening. Het leveren van diensten wordt intern op een dusdanige wijze georganiseerd dat het gevraagde resultaat daadwerkelijk op een zo effectief en efficiënt mogelijke wijze wordt voortgebracht. Hierbij staat de klanttevredenheid centraal. Het kwaliteitssysteem van Econsultancy voldoet aan de NEN-EN-ISO 9001: 2008. Tevens is Econsultancy gecertificeerd voor diverse protocollen en beoordelingsrichtlijnen. Opdrachtgevers Econsultancy heeft sinds haar oprichting in 1996 al meer dan tienduizend projecten uitgevoerd. Projecten in opdracht van particulier tot de Rijksoverheid, van het bedrijfsleven tot non-profit organisaties. De projecten kennen een grote diversiteit en hebben in sommige gevallen uitsluitend een onderzoekend karakter en zijn in andere gevallen meer adviserend. Steeds vaker wordt onderzoek binnen meerdere disciplines door onze opdrachtgevers verlangt. Onze medewerkers zijn in staat dit voor de opdrachtgever te coördineren en zelf (deel)onderzoeken uit te voeren.

Ter illustratie van de veelvoud en veelzijdigheid van de projecten in de werkvelden bodem, waterbodem, ecologie, archeologie, water, geluid en milieu kunnen uitgebreide referentielijsten worden verschaft.

Vestiging Limburg Rijksweg Noord 39 6071 KS Swalmen Tel. 0475 - 504961 Swalmen@econsultancy.nl

Vestiging Gelderland Fabriekstraat 19c 7005 AP Doetinchem Tel. 0314 - 365150 Doetinchem@econsultancy.nl

Vestiging Brabant Rapenstraat 2 5831 GJ Boxmeer Tel. 0485 - 581818 Boxmeer@econsultancy.nl

QUICKSCAN FLORA EN FAUNA KONINGSWEG 2 TE OSS

quickscan flora en fauna Koningsweg 2 te Oss

Opdrachtgever

RO Connect Graafsebaan 31 5384 RS HEESCH

Rapportnummer Versienummer

2082.001 D1

Status

Eindrapportage

Datum

19 juli 2016

Vestiging

Boxmeer

Opsteller

Drs. T. Leeuwis

Paraaf

Kwaliteitscontrole

Ing. M. Koen

Paraaf

Kwaliteitszorg Econsultancy is lid van het Netwerk Groene Bureaus (NGB). Het NGB is een vereniging van ecologische advies- en onderzoeksbureaus die werkt aan de kwaliteit van advisering gericht op natuur, landschap, water, milieu en ruimte en die de belangen behartigt van groene adviesbureaus. Het Netwerk hanteert een gedragscode die opdrachtgevers en andere belanghebbenden een basis biedt om de leden aan te spreken op de kwaliteit van hun werk. Betrouwbaarheid Dit onderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd conform de toepasselijke en van kracht zijnde regelgeving ten aanzien van natuurwetgeving. Het onderzoek betreft een momentopname en geeft een inschatting van de geschiktheid van de onderzoekslocatie voor beschermde soorten. Het incidenteel voorkomen van beschermde soorten is echter nooit met zekerheid te voorspellen. Econsultancy accepteert op voorhand geen aansprakelijkheid ten aanzien van mogelijke beslissingen die de opdrachtgever naar aanleiding van het door Econsultancy uitgevoerde onderzoek neemt. In het algemeen kan gesteld worden dat een quickscan geldig is voor een periode van 2 tot 3 jaar, tenzij in deze periode de ecologische omstandigheden wezenlijk zijn veranderd en/of de Flora- en faunawet dan wel inzichten hieromtrent zijn gewijzigd.

Bij uitstel van de uitvoering van een project met meer dan 3 jaar verdient het de aanbeveling de resultaten van de quickscan opnieuw te toetsen.

INHOUDSOPGAVE 1

INLEIDING .................................................................................................................................. 1

2

GEBIEDSBESCHRIJVING ......................................................................................................... 2 2.1 2.2

Huidig gebruik onderzoekslocatie en omgeving ............................................................... 2 Toekomstig gebruik van de onderzoekslocatie en voorgenomen ingrepen ..................... 3

3

ONDERZOEKSMETHODIEK ..................................................................................................... 4

4

TOEPASSING VAN DE NATIONALE NATUURWETGEVING .................................................. 5 4.1 4.2

5

AANGETROFFEN EN TE VERWACHTEN BESCHERMDE SOORTEN .................................. 9 5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6

6

Algemene broedvogels ................................................................................................... 13 Algemene grondgebonden zoogdieren en amfibieën .................................................... 13 Overige soort(groep)en .................................................................................................. 13

GEBIEDSBESCHERMING ....................................................................................................... 14 7.1 7.2

8

Vogels ............................................................................................................................... 9 Vleermuizen ...................................................................................................................... 9 Overige zoogdieren ........................................................................................................ 10 Reptielen, amfibieën en vissen....................................................................................... 10 Ongewervelden............................................................................................................... 11 Vaatplanten..................................................................................................................... 11

TOETSING AAN WET- EN REGELGEVING ........................................................................... 13 6.1 6.2 6.3

7

Flora- en faunawet ............................................................................................................ 5 Gebiedsbescherming ........................................................................................................ 8

Ligging ten opzichte van beschermde gebieden ............................................................ 14 Toetsing aan de nationale en provinciale gebiedsbescherming .................................... 15

SAMENVATTING EN CONCLUSIES ....................................................................................... 16

2082.001

1

INLEIDING

Econsultancy heeft van RO Connect opdracht gekregen voor het uitvoeren van een quickscan flora en fauna aan de Koningsweg 2 te Oss. De quickscan flora en fauna is uitgevoerd in het kader van een bestemmingsplanwijziging en heeft als doel in te schatten of er op de onderzoekslocatie planten- en diersoorten aanwezig of te verwachten zijn die volgens de Flora- en faunawet een beschermde status hebben en die mogelijk verstoring kunnen ondervinden door de voorgenomen ingreep. Tevens is beoordeeld of de voorgenomen ingreep invloed kan hebben op gebieden die volgens de Natuurbeschermingswet 1998 zijn beschermd en/of deel uitmaken van het Natuurnetwerk Nederland. Econsultancy is lid van de branchevereniging "Netwerk Groene Bureaus" en werkt volgens de door het Netwerk opgestelde gedragscode en protocollen. In dat kader verklaart Econsultancy ten behoeve van de onderzoekslocatie niet eerder betrokken te zijn geweest voor ecologische advisering of ecologisch onderzoek. Voor zover bij de opdrachtgever, is er niet eerder ecologisch onderzoek op de onderzoekslocatie uitgevoerd.

Rapport 2082.001 versie D1

Pagina 1 van 17

2 2.1

GEBIEDSBESCHRIJVING Huidig gebruik onderzoekslocatie en omgeving

De onderzoekslocatie (± 4.800 m²) ligt aan de Koningsweg 2, circa 1 kilometer ten zuiden van de kern van Oss. In figuur 1 is de topografische ligging van de onderzoekslocatie weergegeven. Volgens de topografische kaart van Nederland, kaartblad 45 E (schaal 1:25.000), zijn de coördinaten van het midden van de onderzoekslocatie X = 165.307, Y = 417.136.

Figuur 1. Topografische ligging van de onderzoekslocatie. De gele pijl geeft de onderzoeklocatie aan.

De onderzoekslocatie bevat een woonhuis met een siertuin, een grasveld en een houtwal. Het woonhuis zal echter buiten beschouwing gelaten worden aangezien deze niet beïnvloed wordt door de voorgenomen plannen. Rondom de onderzoekslocaties bevinden zich losstaande woningen met grote siertuinen en kleine bospercelen. In figuur 2 is een luchtfoto van de onderzoekslocatie en de directe omgeving weergegeven. De figuren 3 t/m 5 geven een impressie van de onderzoekslocatie, middels foto’s die zijn genomen tijdens het veldbezoek.

Rapport 2082.001 versie D1

Pagina 2 van 17

Figuur 2. Luchtfoto onderzoekslocatie en directe omgeving.

Figuur 3. Overzicht planlocatie vanuit het oosten.

2.2

Figuur 4. Onderbegroeiing en houtopslag.

Figuur 5. Overzicht planlocatie vanuit het westen.

Toekomstig gebruik van de onderzoekslocatie en voorgenomen ingrepen

De initiatiefnemer is voornemens op het grasveld in het westelijk deel van de onderzoekslocatie een zwembad en een tuinhuis te realiseren. Ten behoeve hiervan zal het grasveld verwijderd worden en mogelijk enkele bomen uit de houtwal gekapt worden. De bebouwing en de rest van de siertuin zal door de voorgenomen ingreep niet beïnvloed worden.

Rapport 2082.001 versie D1

Pagina 3 van 17

3

ONDERZOEKSMETHODIEK

Het onderzoek is uitgevoerd middels het verrichten van een veldbezoek en een bureauonderzoek. Op deze wijze is inzicht verkregen in de aanwezigheid van geschikt habitat en de daarbij te verwachten beschermde soorten, gesitueerd op of nabij de onderzoekslocatie. Het veldbezoek is afgelegd op 12 juli 2016. Tijdens dit veldbezoek is de gehele onderzoekslocatie, alsmede de directe omgeving beoordeeld. Gedurende het veldbezoek is gelet op de mogelijke aanwezigheid van beschermde en bedreigde soorten op basis van het aanwezige habitat. Verder is aan de hand van verspreidingsatlassen, andere standaardwerken en op basis van “expert judgement” nagegaan welke bijzondere planten- en diersoorten er voor kunnen komen op de onderzoekslocatie en zijn omtrent gebiedsbescherming gegevens van de provincie Noord-Brabant geraadpleegd. Actuele verspreidingsgegevens van flora en fauna zijn uit de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) gegenereerd. Het gebruik van openbare bronnen als waarneming.nl is voor zakelijke gebruikers niet toegestaan. Werknemers van een adviesbureau, ambtenaren, terreinbeheerders, ZZP-ers, stagiairs en onderzoekers vallen onder de definitie van zakelijk gebruikers. Verspreidingsgegevens van soorten zijn veelal weergegeven op kilometerhokniveau (1 x 1 kilometer) of op uurhokniveau (5 x 5 kilometer).

Aangezien met de schaal van kilometerhokken of uurhokken een groter gebied wordt beschouwd dan alleen de onderzoekslocatie, betekent dit niet dat de kritische soorten ook daadwerkelijk voorkomen binnen de begrenzing van de onderzoekslocatie. Verder zijn sommige verspreidingsgegevens niet erg actueel. Dit betekent dat de meest recente verspreidingsgegevens reeds verouderd kunnen zijn. De meeste te gebruiken gegevens vormen daarom geen uitsluitsel over het aantal soorten en type waarneming van een soort in het betreffende gebied, maar enkel een indicatie over het voorkomen. De quickscan flora en fauna is een toets van de ecologische potenties van de onderzoekslocatie en betreft geen volwaardig soort(en) specifiek onderzoek. Er zijn in het onderhavige onderzoek geen inventarisaties uitgevoerd van soorten en soortgroepen. Een ecologische inventarisatie beslaat meerdere veldbezoeken gedurende de voor de soortgroep meest gunstige periode van het jaar.

Rapport 2082.001 versie D1

Pagina 4 van 17

4

TOEPASSING VAN DE NATIONALE NATUURWETGEVING

Dit hoofdstuk geeft achtergrondinformatie over de natuurwetgeving waaraan de voorgenomen ingreep op de onderzoekslocatie wordt getoetst. Er wordt een globale toelichting gegeven ten aanzien van potentiële overtredingen van de Flora- en faunawet bij de meest voorkomende soorten en soortgroepen. Dit hoofdstuk is niet toegespitst op de situatie op de onderzoekslocatie, maar geeft enkel een beschrijving van de vigerende wetgeving. 4.1

Flora- en faunawet

De Europese natuurwetgeving is in Nederland, op het gebied van de soortbescherming, uitgewerkt in de Flora- en faunawet. Deze wet heeft tot doel alle in Nederland in het wild voorkomende planten- en diersoorten te beschermen en in stand te houden. Om dit doel te bereiken, bevat de wet een aantal verbodsbepalingen (zie tabel I). Hierbij wordt het zogenaamde “nee, tenzij…” principe gehanteerd. Dit wil zeggen dat activiteiten met een (potentieel) schadelijk effect op beschermde soorten in principe verboden zijn (“nee”). Van dit verbod kan echter onder voorwaarden (“tenzij”) afgeweken worden door ontheffingen of vrijstellingen. Tabel I.

Verbodsbepalingen Flora- en faunawet

Artikel 8

Het is verboden planten, behorende tot een beschermde inheemse plantensoort, te plukken, te verzamelen, af te snijden, uit te steken, te vernielen, te beschadigen, te ontwortelen of op enigerlei andere wijze van hun groeiplaats te verwijderen.

Artikel 9

Het is verboden dieren, behorende tot een beschermde inheemse diersoort, te doden, te verwonden, te vangen, te bemachtigen of met het oog daarop op te sporen.

Artikel 10

Het is verboden dieren, behorende tot een beschermde inheemse diersoort, opzettelijk te verontrusten.

Artikel 11

Het is verboden nesten, holen of andere voortplantings- of vaste rust- of verblijfsplaatsen van dieren, behorende tot een beschermde inheemse diersoort, te beschadigen, te vernielen, uit te halen, weg te nemen of te verstoren.

Voor de Flora- en faunawet geldt dat vaste rust- en verblijfplaatsen van bepaalde soorten zijn beschermd. De Flora- en faunawet maakt onderscheid in drie beschermingscategorieën. Iedere categorie heeft zijn eigen ontheffingsmogelijkheden en toetsingscriteria. Hierbij vallen vogels onder een aparte categorie. Tabel II. Tabel 1

Soortbeschermingscategorieën Flora- en faunawet algemeen beschermde soorten

Voor de soorten in Tabel 1 van de Flora- en faunawet geldt, bij ruimtelijke ontwikkeling en inrichting, bestendig beheer en onderhoud en bestendig gebruik, een vrijstelling van de verbodsbepalingen van de Flora- en faunawet. Voor deze activiteiten hoeft geen ontheffing in het kader van artikel 75 aangevraagd te worden. Voorbeelden zijn: ree, haas konijn, egel, bruine kikker, gewone pad, wijngaardslak, brede wespenorchis, grote kaardenbol Tabel 2

overige beschermde soorten

Voor de soorten in Tabel 2 van de Flora- en faunawet dient bij overtreding van de verbodsbepalingen een ontheffing aangevraagd te worden. Echter indien er volgens een door het Ministerie van EZ goedgekeurde gedragscode gewerkt wordt, geldt er bij ruimtelijke ontwikkeling en inrichting, bestendig beheer en onderhoud en bestendig gebruik, een vrijstelling van de verbodsbepalingen en hoeft er geen ontheffing aangevraagd te worden. De ontheffingaanvraag wordt getoetst aan het criterium ‘doet geen afbreuk aan gunstige staat van instandhouding van de soort’ (‘lichte toets’). Voorbeelden zijn: eekhoorn, steenmarter, kleine modderkruiper, gele helmbloem, steenbreekvaren, tongvaren, maretak

Rapport 2082.001 versie D1

Pagina 5 van 17

Tabel 3

strikt beschermde soorten

Voor de soorten van Tabel 3 van de Flora- en faunawet dient bij overtreding van de verbodsbepalingen bij alle activiteiten (waaronder ruimtelijke ontwikkeling en inrichting) een ontheffing aangevraagd te worden. In een zeer beperkt aantal gevallen kan er op basis van een door het Ministerie van EZ goedgekeurde gedragscode een vrijstelling verleend worden voor de ontheffingsverplichting bij een zeer beperkt aantal activiteiten. De ontheffingaanvraag wordt getoetst aan een drietal criteria (uitgebreide toets). Bij de uitgebreide toets dient aan alle afzonderlijke criteria te worden voldaan. De criteria zijn als volgt: de activiteiten of werkzaamheden doen geen afbreuk aan gunstige staat van instandhouding van de soort, er is geen andere bevredigende oplossing (alternatief) voor de geplande activiteiten of werkzaamheden, die minder schade oplevert voor de betreffende soort en er moet sprake zijn van een bij de wet genoemd belang. Voorbeelden zijn: das, waterspitsmuis, alle vleermuissoorten, rugstreeppad, boomkikker, kamsalamander

Bij een quickscan flora en fauna wordt in beeld gebracht of er (potentiële) vaste rust- of verblijfplaatsen aanwezig zijn van de soorten uit de verschillende beschermingscategorieën. Vervolgens wordt beoordeeld of de voorgenomen ingreep verstorend kan zijn en of nader onderzoek noodzakelijk wordt geacht. Broedvogels en vleermuizen zijn soortgroepen uit de strengste beschermingscategorie. Voor de overige soortgroepen is de beschermingsstatus afhankelijk van de soort. Broedvogels Alle broedende inheemse vogels en hun nesten zijn wettelijk strikt beschermd en qua beschermingregime te vergelijken met Tabel 3 van de Flora- en faunawet. Broedvogels vallen onder een aparte beschermingsgroep en zijn ingedeeld in een vijftal beschermingscategorieën (Aangepaste beoordeling ontheffing ruimtelijke ingrepen, Dienst Regelingen, 2009). Zie tabel III voor een indeling van de bescherming van broedvogels. Tabel III.

Beschermingscategorieën aangepaste beoordeling ontheffing ruimtelijke ingrepen.

Broedvogels Voor vogels geldt dat er altijd een ontheffing aangevraagd dient te worden. Indien activiteiten plaatsvinden waarbij verbodsbepalingen worden overtreden ten aanzien van (broed)vogels dient er een uitgebreide toets, zoals beschreven bij Tabel 3 Flora- en faunawet toegepast te worden. Bij broedvogels kan een overtreding in de meeste gevallen gemakkelijk voorkomen worden door de werkzaamheden buiten het broedseizoen uit te voeren. Beschermingscategorie 1

nesten jaarrond beschermd, ook buiten broedseizoen

Nesten die, behalve gedurende het broedseizoen als nest, buiten het broedseizoen in gebruik zijn als vaste rust- en verblijfplaats (voorbeeld:steenuil).

Beschermingscategorie 2

Nesten van koloniebroeders die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing of biotoop. De (fysieke) voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar (voorbeeld: roek, gierzwaluw en huismus).

Beschermingscategorie 3

Nesten van vogels, zijnde geen koloniebroeders, die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing. De (fysieke) voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar (voorbeeld: ooievaar, kerkuil en slechtvalk).

Beschermingscategorie 4

Vogels die jaar in jaar uit gebruik maken van hetzelfde nest en die zelf niet of nauwelijks in staat zijn een nest te bouwen (voorbeeld: boomvalk, buizerd en ransuil).

Beschermingscategorie 5

Nesten jaarrond beschermd als zwaarwegende feiten of ecologische omstandigheden dat rechtvaardigen

Nesten van vogels die weliswaar vaak terugkeren naar de plaats waar zij het jaar daarvoor hebben gebroed of de directe omgeving daarvan, maar die wel over voldoende flexibiliteit beschikken om, als de broedplaats verloren is gegaan, zich elders te vestigen.

Overige broedvogels (“algemeen” voorkomende broedvogels)

Nesten die niet het hele jaar door zijn beschermd; enkel binnen broedseizoen.

Vogels die elk broedseizoen een nieuw nest maken of in staat zijn een nieuw nest te maken. De vogelnesten voor eenmalig gebruik.

Rapport 2082.001 versie D1

Pagina 6 van 17

Vleermuizen Alle in Nederland voorkomende vleermuissoorten genieten zowel binnen de Flora- en faunawet als binnen de Natuurbeschermingswet een strikte bescherming. Alle vleermuissoorten staan vermeld in bijlage IV van de Europese Habitatrichtlijn. Dit betekent dat ze beschermd zijn tegen verstoring van vaste rust- en verblijfplaatsen. Onder deze vaste rust- en verblijfplaatsen wordt verstaan: "het gehele systeem waarvan een populatie gebruik maakt tijdens de jaarcyclus van de soort". Dit houdt in dat niet alleen alle verblijfplaatsen maar ook de verbindingen hiertussen (vliegroutes) en de foerageergebieden bescherming genieten. Vleermuizen zijn streng beschermd omdat ze erg kwetsbaar zijn. De afgelopen vijftig jaar zijn sommige soorten erg zeldzaam geworden of geheel verdwenen. Wanneer overwinterende dieren worden verstoord, is de kans groot dat ze sterven omdat ze dan teveel van hun vetreserve gebruiken. Maar al te vaak worden bomen gekapt en oude gebouwen gerenoveerd of gesloopt. Als zich hierin een vleermuiskolonie bevindt, heeft dat negatieve gevolgen voor de vleermuisstand op lokaal niveau. Omdat ze meestal maar één jong per jaar krijgen, kan herstel erg lang duren. Vleermuizen kunnen zelf geen verblijfplaatsen maken en zijn dus afhankelijk van bestaande verblijfplaatsen.

Daarnaast hebben ingrepen in het landschap ook negatieve gevolgen doordat foerageergebieden en vliegroutes, waar vleermuizen jaren achtereen gebruik van maken, verdwijnen. De impact die een ingreep kan hebben verschilt sterk per situatie en per soort waardoor meestal gedetailleerde gegevens nodig zijn om een passend advies te geven. Algemene Zorgplicht De algemene zorgplicht houdt in dat een ieder die redelijkerwijs kan vermoeden dat door zijn handelen nadelige gevolgen voor de flora en fauna kunnen ontstaan, verplicht is dergelijk handelen achterwege te laten of maatregelen te nemen om de nadelige gevolgen te voorkomen. Zo kan er bijvoorbeeld rekening worden gehouden met amfibieën en kleine zoogdieren worden wanneer materialen en houtstapels, waaronder de dieren verblijven, worden verwijderd. Tabel IV.

Algemene Zorgplicht

Algemene Zorgplicht (artikel 2) Een belangrijk uitgangspunt binnen de Flora- en faunawet is dat op elke burger de plicht rust om voldoende zorg in acht te nemen voor alle in het wild levende planten en dieren en hun directe leefomgeving. Dit houdt in dat iedereen zich dient in te spannen om de nadelige gevolgen voor een soort te voorkomen, te beperken of ongedaan te maken. De zorgplicht is te allen tijde van toepassing, ook al vindt er geen overtreding van een verbodsbepaling plaats.

De algemene zorgplicht is in de meeste gevallen voornamelijk van toepassing op beschermde soorten die staan vermeld in Tabel 1 van de Flora- en faunawet. Dit betreffen algemeen voorkomende soorten, waarvoor bij ruimtelijke ontwikkeling een vrijstelling geldt. Indien er aanleiding is maatregelen te nemen ten aanzien van de zorgplicht, zal dat voor de betreffende soortgroep worden aangegeven.

Rapport 2082.001 versie D1

Pagina 7 van 17

4.2

Gebiedsbescherming

De quickscan flora en fauna toetst voornamelijk aan de Flora- en faunawet. Indien een plangebied in of nabij een gebied is gelegen dat tot de EHS behoort of onder de Natuurbeschermingswet valt, dient te worden bepaald of er een effect valt te verwachten. Bij een toetsing aan de Natuurbeschermingswet spelen vaak andere facetten mee, zoals de aanwezige doelsoorten en kernwaarden van het betreffende beschermde gebied. Natuurbeschermingswet 1998 (Natura 2000-gebieden) De Natuurbeschermingswet 1998 heeft tot doel bijzondere natuurgebieden in Nederland te beschermen en in stand te houden. De wet omvat onder andere de richtlijnen van de Europese Habitat- en Vogelrichtlijn ten aanzien van gebiedsbescherming. Doordat de Habitatrichtlijn en de Vogelrichtlijn beide zijn opgenomen in de Natura 2000-wetgeving, zijn de termen “Habitatrichtlijngebied” en “Vogelrichtlijngebied” komen te vervallen. Natura 2000 is een samenhangend netwerk van beschermde natuurgebieden op het grondgebied van de Europese Unie. Handelingen die een negatieve invloed hebben op gebieden die binnen dit netwerk vallen, worden slechts onder strikte voorwaarden toegestaan. Een vergunning is vereist. Door middel van het Nederlandse vergunningsstelsel wordt een zorgvuldige afweging gewaarborgd.

De vergunningen zullen beoordeeld en afgegeven worden door het Ministerie van Economische Zaken (via Rijksdienst voor Ondernemend Nederland) of door de Provincie. Natuurbeschermingswet 1998 (Beschermde Natuurmonumenten) Beschermde Natuurmonumenten zijn gelegen buiten de Natura 2000-gebieden. Met de inwerkingtreding van de Natuurbeschermingswet 1998 is het onderscheid tussen Staats- en Beschermde Natuurmonumente opgeheven en gewijzigd in Beschermde Natuurmonumenten en zijn (delen van) Beschermde Natuurmonumenten die overlappen met Natura 2000- gebieden komen te vervallen. Het beschermingsregime voor Beschermde Natuurmonumenten betreft het verbod om zonder vergunning handelingen te verrichten die schadelijk kunnen zijn voor de te beschermen waarden van een natuurmonument, zoals natuurschoon en de natuurwetenschappelijke betekenis ervan. Ontwikkelingen zijn wel mogelijk als door het Ministerie of de Provincie een vergunning is verleend. Natuurnetwerk Nederland Het Natuurnetwerk Nederland is het Nederlands netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden. In de wet heet dit de Ecologische Hoofdstructuur (EHS). Het netwerk moet natuurgebieden beter verbinden met elkaar en met het omringende agrarisch gebied.

Het Natuurnetwerk Nederland is onderdeel van een Europees ecologisch netwerk en bestaat uit kerngebieden (in Nederland de Natura-2000 gebieden, Beschermde Natuurmonumenten en de Wetlands) en verweven gebieden (gericht op de verweving van landbouw, wonen en natuur) die onderling verbonden worden door ecologische verbindingszones. Ecologische verbindingszones zijn stroken en stukjes natuur die de verspreid liggende natuurgebieden met elkaar verbinden. Op deze manier kunnen dieren en planten zich van het ene naar het andere leefgebied verplaatsen. Met name kleine populaties die met uitsterven worden bedreigd, blijven hierdoor levensvatbaar. Negatieve invloed op de werking van een verbinding of aantasting van een verbinding dient vermeden en gecompenseerd te worden zodat het netwerk niet verslechtert. Vanaf 2014 zijn de provincies verantwoordelijk geworden voor het Natuurnetwerk Nederland. Tot die tijd was de Rijksoverheid hiervoor verantwoordelijk. De planologische begrenzing van het Natuurnetwerk Nederland loopt via het traject van de provinciale ruimtelijke structuurvisies en verordeningen.

Rapport 2082.001 versie D1

Pagina 8 van 17

5

AANGETROFFEN EN TE VERWACHTEN BESCHERMDE SOORTEN

Het voorkomen van planten- en diersoorten in een gebied wordt mede bepaald door de aanwezigheid van geschikt leefgebied. Een soort kan in zijn leefgebied gebruik maken van verschillende plekken om te verblijven. Al deze plekken (biotopen) kunnen een bepaalde functie voor de soort vervullen. In dit hoofdstuk wordt op basis van het aanwezige habitat / verblijfsmogelijkheden samen met verspreidingsgegevens beschreven welke beschermde soorten binnen de bouwlocatie kunnen voorkomen. Afhankelijk van de soort wordt ingegaan op de potentiële aanwezigheid van vaste rust- en verblijfplaatsen, foerageergebied en verbindingroutes. Indien van toepassing wordt in dit hoofdstuk tevens beoordeeld of de voorgenomen plannen een verstorend effect kunnen hebben op de betreffende (mogelijk) aanwezige beschermde soort. 5.1

Vogels

Broedvogels (beschermingscategorie 1 t/m 4) Ten behoeve van de voorgenomen plannen zal er geen bebouwing verwijderd worden. Derhalve is het uit te sluiten dat er nesten van soorten als huismus en gierzwaluw verloren gaan. De bomen binnen het onderzoeksgebied en de directe omgeving zijn gecontroleerd op nesten van streng beschermde roofvogelsoorten als buizerd, sperwer en ransuil. Deze zijn niet aangetroffen. Daarnaast zijn geen aanwijzingen gevonden die er op duiden dat de onderzoekslocatie een (belangrijke) functie heeft of kan hebben voor andere vogelsoorten waarvan het nest jaarrond beschermd is, zoals steenuil (beschermingscategorie 1 t/m 4). Verstoring ten aanzien van vogelsoorten waarvan het nest jaarrond is beschermd zijn niet aan de orde. Broedvogels (beschermingscategorie 5) De broedvogels die onder de beschermingscategorie 5 vallen zijn voornamelijk holenbroeders. De bomen op de onderzoekslocatie zijn gecontroleerd op aanwezigheid van holtes. Deze zijn niet aangetroffen. Mede wegens het ontbreken van bebouwing en (loof)bomen met holtes zijn er op de onderzoekslocatie geen soorten uit beschermingscategorie 5 te verwachten. Overige broedvogels Door de aanwezigheid van bomen en onderbegroeiing zijn er langs de randen van de onderzoekslocatie geschikte nestlocaties aanwezig voor algemene vogels als merel, heggenmus, winterkoning, roodborst en houtduif.

Dergelijke algemene soorten kunnen mogelijk verstoord worden bij verwijdering van groen. 5.2

Vleermuizen

Volgens het cursusdictaat "Vleermuizen en Planologie" (Limpens et al. 2010) is de onderzoekslocatie gelegen in een deel van Nederland waar de volgende vleermuissoorten kunnen voorkomen: gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, rosse vleermuis, laatvlieger, gewone grootoorvleermuis, franjestaart, meervleermuis, baardvleermuis en watervleermuis. Verblijfplaatsen op de onderzoekslocatie Het gebied waar de ingreep plaats zal vinden is geheel onbebouwd en er zijn geen holtes, spleten of loshangende schors in de bomen aanwezig, waardoor uitgesloten kan worden dat er verblijfplaatsen van vleermuizen aanwezig zijn. Verstoring ten aanzien van een vaste rust- en verblijfplaats van vleermuizen binnen de onderzoekslocatie. is niet aan de orde.

Rapport 2082.001 versie D1

Pagina 9 van 17

Verblijfplaatsen buiten de onderzoekslocatie Naast het gebied waar de ingreep plaats zal vinden bevindt zich een woonhuis met enkele geschikte verblijfsmogelijkheden voor vleermuizen. Eventuele verblijfplaatsen hierin ondervinden door de afstand tot de bouwlocatie en de aard van de ingreep, geen hinder van de ingreep op de onderzoekslocatie. Foeragerende vleermuizen De onderzoekslocatie zal, gelet op het aanwezige habitat gebruikt kunnen worden door in de omgeving verblijvende vleermuizen als gewone dwergvleermuis, laatvlieger en mogelijk gewone grootoorvleermuis om te foerageren. De plannen zullen echter geen aantasting van belangrijk foerageerhabitat vormen. Door de voorgenomen ingreep zal het aanbod van foerageermogelijkheden niet in het geding komen, in de directe omgeving is voldoende alternatief foerageerhabitat voor vleermuizen aanwezig. Vliegroutes Vleermuizen maken veelal gebruik van lijnvormige (donkere) landschapselementen als houtsingels, beken en lanen om zich te verplaatsen tussen verblijfplaatsen en foerageergebieden. Doordat dergelijke lijnvormige elementen ontbreken op de onderzoekslocatie, worden er geen potentiële vliegroutes verstoord. 5.3

Overige zoogdieren

Licht beschermde soorten De onderzoekslocatie vormt geschikt habitat voor een aantal soorten grondgebonden zoogdieren. Het gaat daarbij om algemene soorten als konijn, egel, mol en verchillende muizensoorten. Door de voorgenomen werkzaamheden bestaat de kans dat holen van konijnen of muizen worden vergraven. Streng beschermde soorten De onderzoekslocatie vormt geschikt habitat voor de eekhoorn. De hoge bomen op de onderzoekslocatie konden goed worden onderzocht op de aanwezigheid van nesten. Er zijn geen nesten van eekhoorns aangetroffen, zodat de aanwezigheid van een vaste- rust of verblijfplaats van eekhoorn kan worden uitgesloten. De das komt volgens de verspreidingsgegevens voor in de omgeving van Oss. De onderzoekslocatie is door het ontbreken van reliëf en/of schuilmogelijkheden ongeschikt als vaste rust- en verblijfplaats door dassen. Tijdens het veldbezoek zijn op de onderzoekslocatie en de directe omgeving eveneens geen loop- of eetsporen, latrines en/of wissels aangetroffen die duiden op de aanwezigheid en/of het gebruik van de onderzoekslocatie door de das. Dassen zullen eerder hun leefgebied hebben in de nabij gelegen natuurgebieden en de aansluitende weilanden. Verstoring ten aanzien van de das als gevolg van de voorgenomen ingreep is niet aan de orde.

Het voorkomen van overige grondgebonden zoogdieren, zoals bijvoorbeeld de steenmarter, waarvoor geen vrijstelling geldt, is tijdens het veldbezoek niet vastgesteld. Vanwege het ontbreken van geschikt habitat en/of de verspreiding van de soort kan het voorkomen ervan redelijkerwijs worden uitgesloten. 5.4

Reptielen, amfibieën en vissen

Reptielen Volgens verspreidingsgegevens van RAVON (van Delft et al. 2015), de NDFF en de werkatlas amfibieën en reptielen Noord-Brabant (Van Delft & Schuitema, 2005) zijn binnen enkele kilometers van de onderzoekslocatie de volgende reptielensoorten waargenomen: hazelworm en levendbarende hagedis.

Rapport 2082.001 versie D1

Pagina 10 van 17

Reptielen stellen specifieke eisen aan het habitat die betrekking hebben op verschillende factoren. Op de onderzoekslocatie is de houtwal slecht minimaal geschikt habitat voor de hazelworm. Doordat de onderzoekslocatie niet binnen het kerngebied van de soort valt en het habitat minder optimaal is hebben de waarnemingen van de streng beschermde hazelworm en levendbarende hagedis naar verwachting betrekking op het nabij gelegen natuurgebied “Groot Ganzeven”. Tevens blijft de houtwal in de nieuwe situatie grotendeels behouden, waardoor verstoring ten opzichte van reptielen uitgesloten is. Amfibieën Volgens verspreidingsgegevens van RAVON (van Delft et al. 2015), de NDFF en de werkatlas amfibieën en reptielen Noord-Brabant (Van Delft & Schuitema, 2005) zijn binnen enkele kilometers van de onderzoekslocatie de volgende soorten waargenomen: Alpenwatersalamander, kamsalamander, kleine watersalamander, rugstreeppad, heikikker, gewone pad, bruine kikker, bastaardkikker en poelkikker. Doordat wateroppervlakten als beken, sloten en plassen op de onderzoekslocatie ontbreken zijn voortplantingsmogelijkheden voor (beschermde) amfibieën op de onderzoekslocatie uitgesloten. Tevens zijn in de directe omgeving geen geschikte voortplantingswateren voor beschermde amfibieën aanwezig, waardoor het gebruikt als landhabitat door beschermde soorten tevens uitgesloten.

De onderzoekslocatie vormt wel minmaal geschikt landhabitat voor algemene soorten amfibieën. Incidenteel kunnen algemene soorten als bruine kikker en gewone pad beschutting vinden tussen de beplanting en onder de houtopslag. Vissen Vanwege het ontbreken van oppervlaktewater op de onderzoekslocatie kan deze soortgroep buiten beschouwing worden gelaten. 5.5

Ongewervelden

Libellen Voor libellen geldt dat water nodig is ter voortplanting. Gezien het ontbreken hiervan kan gesteld worden dat deze soortgroep niet in staat is zich in de huidige situatie te vestigen. Dagvlinders Beschermde dagvlinders stellen specifieke eisen aan het voortplantingshabitat. Bij het habitat is het belangrijk dat aan de eisen van alle stadia van de vlindersoort wordt voldaan. Voor de beschermde soorten in Nederland geldt dat deze veelal gebonden zijn aan zeldzame waardplanten, die vaak alleen in natuurterreinen zijn te vinden. Het is uitgesloten dat er binnen de onderzoekslocatie geschikt habitat aanwezig is voor een (deel)populatie van een beschermde vlindersoort. Overige ongewervelden Overige beschermde ongewervelde soorten, zoals vliegend hert, Europese rivierkreeft en platte schijfhoorn, zijn niet op de onderzoekslocatie te verwachten. Er is geen geschikt habitat voor dergelijke beschermde soorten op de onderzoekslocatie aanwezig en er zijn geen waarnemingen bekend in de directe omgeving van de onderzoekslocatie. 5.6

Vaatplanten

Aangezien de locatie geheel bestaat uit gras en jonge opstand is het niet te verwachten dat er beschermde of zeldzame plantensoorten op de locatie te vinden zijn. De aanwezigheid van water, de zuurgraad van de bodem, de beschikbare hoeveelheid voedingsstoffen, de hoeveelheid zonlicht en

Rapport 2082.001 versie D1

Pagina 11 van 17

de antropogene beïnvloeding bepalen in hoeverre een groeiplaats voor een bepaalde plant geschikt is.

Rapport 2082.001 versie D1

Pagina 12 van 17

6

TOETSING AAN WET- EN REGELGEVING

Als gevolg van de voorgenomen ingreep op de bouwlocatie kunnen er overtredingen van verbodsbepalingen uit de Flora- en faunawet optreden. In dit hoofdstuk wordt beschreven voor welke soorten er sprake is van dreigende overtreding van de Flora- en faunawet en of met eenvoudige maatregelen overtreding is te voorkomen. Verder wordt beschreven voor welke soorten een vervolgtraject noodzakelijk is, bijvoorbeeld omdat toetsing van de ingreep aan de Flora- en faunawet op basis van de huidige onderzoeksinspanning niet mogelijk is, en wat de eventuele consequenties zijn ten aanzien van ontheffingen. 6.1

Algemene broedvogels

Voor de algemene broedvogelsoorten die op de onderzoekslocatie zijn te verwachten geldt dat, indien het groen buiten het broedseizoen wordt verwijderd, er geen overtredingen plaats zullen vinden met betrekking tot deze soorten. Het is verboden nesten, holen of andere voortplantings- of vaste rust- of verblijfsplaatsen van dieren, behorende tot een beschermde inheemse diersoort, te beschadigen, te vernielen, uit te halen, weg te nemen of te verstoren. De nesten mogen echter wel worden aangetast wanneer deze op dat moment niet in gebruik zijn. In de Flora- en faunawet wordt geen vaste periode gehanteerd voor het broedseizoen. Globaal kan voor het broedseizoen de periode maart tot half augustus worden aangehouden. Geldend is echter de aanwezigheid van een broedgeval op het moment van ingrijpen. 6.2

Algemene grondgebonden zoogdieren en amfibieën

Voor de te verwachten soorten geldt dat de werkzaamheden mogelijk verstorend kunnen werken. Als gevolg van graafwerkzaamheden kunnen dieren verwond of gedood worden en holen kunnen worden verwijderd. Dit houdt een overtreding van de Flora- en faunawet in. Voor de te verwachten soorten geldt bij ruimtelijke ontwikkelingen echter een vrijstelling van de Flora- en faunawet, waardoor geen ontheffing hoeft te worden aangevraagd. Het is echter in het kader van de algemene zorgplicht wel noodzakelijk om voldoende zorg te dragen voor de aanwezige individuen en al het redelijkerwijs mogelijke dient gedaan te worden om het doden van individuen te voorkomen. Het doden of verwonden kan plaatsvinden indien schuil- of voortplantingslocaties worden beschadigd. Dit kan door het verwijderen van stenenstapels, takkenhopen, bladeren en andere materialen die door langdurige opslag of aanwezigheid schuilplaatsen bieden. Het verwijderen van de materialen dient daarom bij voorkeur buiten de gevoelige periode van voortplanting of winterrust plaats te vinden. Aanwezige dieren moeten de gelegenheid krijgen om veilig weg te komen. 6.3

Overige soort(groep)en

Overtredingen van de Flora- en faunawet ten aanzien van beschermde soorten behorend tot de overige soortgroepen zijn wegens het ontbreken van geschikt habitat/verblijfsmogelijkheden, op basis van verspreidingsgegevens, de aanwezigheid van voldoende alternatieven en/of gezien de aard van de ingreep in dit geval niet aan de orde.

Rapport 2082.001 versie D1

Pagina 13 van 17

7 7.1

GEBIEDSBESCHERMING Ligging ten opzichte van beschermde gebieden

Natuurbeschermingswet 1998 De onderzoeklocatie is niet gelegen binnen de grenzen of binnen de invloedsfeer van een gebied dat aangewezen is als Natura 2000-gebied of Beschermd Natuurmonument. Het dichtstbijzijnde gebied conform de Natuurbeschermingswet 1998 is het Natura 2000-gebied ‘Rijntakken’ naast Rossum wat op circa 13 kilometer ten westen van de onderzoekslocatie ligt (zie figuur 6).

Figuur 6. Ligging onderzoekslocatie ten opzichte van Natura 2000-gebieden en Beschermde Natuurmonumenten. De pijl geeft de onderzoekslocatie aan en de rood gearceerde vakken geven de Natura 2000-gebieden aan.

Natuurnetwerk Nederland De onderzoekslocatie is niet gelegen binnen het Natuurnetwerk Nederland. De onderzoekslocatie ligt echter wel binnen de invloedsfeer van het Natuurnetwerk Nederland. Het dichtstbijzijnde onderdeel van het Natuurnetwerk ligt op circa 20 meter ten noorden van de onderzoekslocatie. en betreft droog bos met productie. In figuur 7 is de locatie van het Natuurnetwerk Nederland ten opzichte van de onderzoekslocatie te zien.

Rapport 2082.001 versie D1

Pagina 14 van 17

Figuur 7. Ligging van de onderzoekslocatie ten opzichte van het Natuurnetwerk Nederland. Het rode kader geeft de onderzoekslocatie aan en de gekleurde vlakken geven de verschillende beheertypen van het Natuurnetwerk Nederland aan.

7.2

Toetsing aan de nationale en provinciale gebiedsbescherming

Natuurbeschermingswet 1998 De onderzoekslocatie is niet gelegen binnen een Natura 2000-gebied of een Beschermd Natuurmonument en bevindt zich ook niet in de invloedsfeer van een Natura 2000-gebied. Externe effecten als gevolg van de voorgenomen plannen zijn vanwege de aard van de plannen en de afstand tot het Natura 2000-gebied niet te verwachten. Vervolgonderzoek in het kader van de Natuurbeschermingswet wordt niet noodzakelijk geacht. Natuurnetwerk Nederland De onderzoekslocatie bevindt zich binnen de invloedsfeer van het Natuurnetwerk Nederland. Echter door de voorgenomen plannen op de onderzoeklocatie (realisatie van een zwembad en een tuinhuis) zullen de wezenlijke kenmerken en waarden van het Natuurnetwerk Nederland niet worden aangetast. Vervolgonderzoek in het kader van het Natuurnetwerk Nederland wordt niet noodzakelijk geacht.

Rapport 2082.001 versie D1

Pagina 15 van 17

8

SAMENVATTING EN CONCLUSIES

Econsultancy heeft in opdracht van RO Connect een quickscan flora en fauna uitgevoerd aan de Koningsweg 2 te Oss. De quickscan flora en fauna is uitgevoerd in het kader van een bestemmingsplanwijziging en heeft tot doel om in te schatten of er op de onderzoekslocatie planten- en diersoorten aanwezig of te verwachten zijn die volgens de Flora- en faunawet een beschermde status hebben en die mogelijk verstoring kunnen ondervinden door de voorgenomen ingreep. Tevens is beoordeeld of de voorgenomen ingreep invloed kan hebben op gebieden die volgens de Natuurbeschermingswet 1998 zijn beschermd en/of deel uitmaken van het Natuurnetwerk Nederland. De initiatiefnemer is voornemens op het grasveld in het westelijk deel van de onderzoekslocatie een zwembad en een tuinhuis te realiseren. Ten behoeve hiervan zal het grasveld verwijderd worden en mogelijk enkele bomen uit de houtwal gekapt worden. De bebouwing en de rest van de siertuin zal door de voorgenomen ingreep niet beïnvloed worden. De aanwezigheid van geschikt habitat op de onderzoekslocatie voor de verschillende soorten en soortgroepen is weergegeven in tabel V. In de tabel is samengevat of de voorgenomen ingreep mogelijk verstorend kan werken en wat de consequenties zijn voor eventuele vervolgstappen, zoals soortgericht nader onderzoek of vergunningtrajecten.

In de tabel is weergegeven of maatregelen noodzakelijk zijn om overtreding van de Flora- en faunawet voor bepaalde soortgroepen te voorkomen. Tabel V. Overzicht geschiktheid onderzoekslocatie voor soortgroepen en te nemen vervolgstappen Soortgroep Broedvogels

Vleermuizen

Geschikt habitat

Ingreep verstorend

Nader onderzoek

Ontheffingsaanvraag

algemeen

ja

mogelijk

nee

nee

het verwijderen van nestgelegenheden buiten het broedseizoen uitvoeren

jaarrond beschermd

nee

nee

nee

nee

-

verblijfplaatsen

nee

nee

nee

nee

-

foerageergebied

ja

nee

nee

nee

-

vliegroutes

Bijzonderheden / opmerkingen

nee

nee

nee

nee

-

Grondgebonden zoogdieren

minimaal

mogelijk

nee

nee

aandacht voor zorgplicht ten aanzien van soorten als egel, mol en konijn.

Amfibieën

minimaal

mogelijk

nee

nee

aandacht voor zorgplicht ten aanzien van soorten als gewone pad, bruine kikker en kleine watersalamander.

Reptielen

nee

nee

nee

nee

-

Vissen

nee

nee

nee

nee

-

Ongewervelden

nee

nee

nee

nee

-

Vaatplanten

nee

nee

nee

nee

-

Gebied aanwezig

Ingreep verstorend

Nader onderzoek

Vergunningplicht

Natuurbeschermingswet 1998

13 km

nee

nee

nee

-

Natuurnetwerk Nederland

20 m

nee

nee

nee

-

Gebiedsbescherming

Rapport 2082.001 versie D1

Pagina 16 van 17

Conclusie Gelet op de gevonden en te verwachten ecologische waarden en de beoogde planontwikkeling is de verwachting dat de wijziging van het bestemmingsplan uitvoerbaar is. Tijdens het uitvoeren van de werkzaamheden dient in het kader van de Flora- en faunawet overtredingen ten aanzien van broedvogels voorkomen te worden door verwijdering van het groen en kap van bomen uit te voeren buiten het broedseizoen of vooraf te inspecteren op afwezigheid van broedvogels. Daarnaast dient te allen tijde de algemene zorgplicht in acht te worden genomen. Bij de voorgenomen plannen is geen sprake van het indienen van een vergunningsaanvraag voor overtredingen van verbodsbepalingen in de Natuurbeschermingswet 1998 of noodzaak tot vervolgonderzoek in het kader van het Natuurnetwerk Nederland.

Econsultancy Boxmeer, 19 juli 2016

Rapport 2082.001 versie D1

Pagina 17 van 17

GERAADPLEEGDE BRONNEN Boesveld, A., A.W. Gmelig Meyling & I. van Lente 2011. Verspreidingsonderzoek. Mollusken van de Europese Habitatrichtlijn. Resultaten van het inventarisatiejaar 2010. Platte schijfhoren Anisus vorticulus. Stichting ANEMOON, Bennebroek. Bos, F., M. Bosveld, D. Groenendijk, C. van Swaay & I. Wynhoff 2006. De dagvlinders van Nederland: verspreiding en bescherming. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, Leiden / KNNV Uitgeverij, Utrecht / European Invertebrate Survey - Nederland, Leiden. Bouwman, J.H, V.J. Kalkman, G. Abbingh, E.P. de Boer, R.P.G. Geraerds, D. Groenendijk, R. Ketelaar, R. Manger & T. Termaat 2008. Een actualisatie van de verspreiding van de Nederlandse libellen. Brachytron 11(2): 103-198. Online versie: http://www.brachytron.nl/Brachytron/Brachytron112inhoud.html CBS, PBL & Wageningen UR 2012. Planten van de Habitatrichtlijn, 2007-2011 (indicator 1086, versie 04, 6 juli 2012). www.compendiumvoordeleefomgeving.nl. CBS, Den Haag / Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag/Bilthoven / Wageningen UR, Wageningen. Creemers, R.C.M. & J.J.C.W. van Delft (RAVON) (red.) 2009. De amfibieën en reptielen van Nederland. Nederlandse Fauna 9. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, Leiden / European Invertebrate Survey - Nederland, Leiden. van Delft, J., J. Kranenbarg, A. de Bruin & P. Frigge 2015. Waarnemingenoverzicht 2014.

Bijlage bij RAVON 59 Jaargang 17 (4). Dietz C., O. von Helversen & D. Nill 2011. Vleermuizen. Alle soorten van Europa en NoordwestAfrika. De Fontein/Tirion Uitgevers, Utrecht. van Harxen, R. & P. Stroeken 2011. De Steenuil. KNNV Uitgeverij, Utrecht. Herder J., A. van Diepenbeek, R. Creemers & P. Frigge 2009. Verspreidingsonderzoek reptielen en amfibieën 2008. Stichting RAVON. van Heusden, W.R.M. & S.J. Vreugdenhil 2008. Handreiking Flora- en faunawet. Dienst Landelijk Gebied, Den Haag. Huijbregts, H. 2003. Beschermde kevers in Nederland (Coleoptera). Nederlandse Faunistische Mededelingen 19: 1-34. Janssen, J.A.M. & J.H.J. Schaminée 2008. Europese natuur in Nederland. Soorten van de Habitatrichtlijn. KNNV Uitgeverij, Zeist. Limpens, H.J.G.A., K. Mostert & W. Bongers (red.) 1997. Atlas van de Nederlandse Vleermuizen. Onderzoek naar verspreiding en ecologie. Stichting Uitgeverij Koninklijke Nederlandse Natuurhistorische Vereniging, Utrecht. Limpens, H., J. Regelink & R. Koelman 2010. Vleermuizen en planologie. Zoogdiervereniging, Nijmegen. Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij 1990. Handleiding voor de bescherming van bedreigde muurplanten. Ministerie van LNV, Den Haag.

Rapport 2082.001 versie D1

Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit 2005. Buiten aan het werk? Houd tijdig rekening met beschermde dieren en planten! De Flora- en faunawet in de praktijk; informatie over vrijstellingen, ontheffingen en gedragscodes. Ministerie van LNV, Den Haag. Nederlandse Vereniging voor Libellenstudie 2002. De Nederlandse libellen (Odonata). Nederlandse fauna 4. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, KNNV Uitgeverij & European Invertebrate Survey-Nederland, Leiden. de Nie, H.W. 1996. Atlas van de Nederlandse zoetwatervissen. Stichting Atlas verspreiding Nederlandse zoetwatervissen / Media Publishing Int., Doetinchem. Odé, B., Beringen, R. & van der Slikke, W. 2009. Rapportage Bedreigde Soorten Project 2009. Floron, Leiden. SOVON Vogelonderzoek Nederland 2002. Atlas van de Nederlandse broedvogels 1998-2000. Nederlandse fauna 5. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, KNNV Uitgeverij & European Invertebrate Survey-Nederland, Leiden. Literatuur Noord-Brabant Brouwer, T., M. Dorenbosch, R. van Eekelen & J. Spier 2010. Vissenatlas Noord-Brabant. Uitgeverij Profiel, Bedum. van Delft, J.J.C.W. & W. Schuitema 2005. Werkatlas amfibieën en reptielen in Noord-Brabant. Stichting RAVON, Nijmegen. Twisk, P. & H. Limpens 2006. Een thuis voor de vleermuis. Beschermingsplan voor vleermuizen in Noord-Brabant. Zoogdiervereniging VZZ, Arnhem.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Oss&id=f81f7356-1c58-4d75-ba51-e1dbb962545f