Bijlage 2A Toelichting - bijlage 09 Koningsweg 2 Oss
Tekst van het document
BESTEMMINGSPLAN Buitengebied Oss - 2020 Bijlagen bij toelichting
Bijlage 9 - ruimtelijke onderbouwing Koningsweg 2, Oss
Gemeente Oss | Raadhuislaan 2 | 5341 GM | Oss | T: 14 0412 | F: 0412 642605 | www.oss.nl |
Ruimtelijke onderbouwing Zwembad en poolhouse Koningsweg 2 Oss
COLOFON: Opdrachtgever:
De heer A.W.H.P. Vos Koningsweg 2 5343 NC OSS
Opdrachtnemer:
RO Connect Mr. Onno Truschel
Projectnummer:
ROC.P2016.118.RUON
Versie:
21 november 2016
1 ROC.P2016.118.RUON
Inhoud HOOFDSTUK 1. INLEIDING ....................................................................................................................... 4 1.1 Doel ................................................................................................................................................... 4 1.2 Initiatieflocatie .................................................................................................................................. 5 1.3 Geldend bestemmingsplan................................................................................................................ 5 1.4 Het project ......................................................................................................................................... 6 1.4.1. Inleiding ................................................................................................................................. 6 1.4.2 Kadastrale situatie .................................................................................................................. 8 1.4.3 Het bouwplan ......................................................................................................................... 9 HOOFDSTUK 2 BESTAANDE SITUATIE ....................................................................................................
12 2.1.2 Ruimtelijke structuur .................................................................................................................... 12 2.2 Functionele structuur ...................................................................................................................... 13 HOOFDSTUK 3 BELEIDSKADER............................................................................................................... 14 3.1 Rijksbeleid........................................................................................................................................ 14 3.2 Provinciaal beleid ............................................................................................................................ 15 3.2.1 Structuurvisie Ruimtelijke Ordening ........................................................................................ 15 3.2.3 Verordening ruimte Noord-Brabant 2014................................................................................ 18 3.3 Gemeentelijk beleid ........................................................................................................................ 21 3.3.1 Structuurvisie Buitengebied Oss 2015 .....................................................................................
21 3.3.2 Archeologiebeleid Gemeente Oss ............................................................................................ 23 3.3.3 Parkeerbeleid gemeente Oss ................................................................................................... 23 3.3.4 Regeling uitwerking landschapsinvesteringsregeling............................................................... 24 3.3.4.1 Mate van kwaliteitsverbetering ............................................................................................ 24 3.3.4.2 Mate van kwaliteitsverbetering ............................................................................................ 26 3.3.4.3 Zekerstelling kwaliteitsverbetering ....................................................................................... 27 HOOFDSTUK 4 RANDVOORWAARDEN EN BEPERKINGEN ..................................................................... 28 4.1 Geluid .............................................................................................................................................. 28 4.2 Geur ................................................................................................................................................. 29 4.3 Luchtkwaliteit ..................................................................................................................................
29 4.4 Externe veiligheid ............................................................................................................................ 30 4.5 Verkeer ............................................................................................................................................ 31
2 ROC.P2016.118.RUON
4.6 Water ............................................................................................................................................... 32 4.7 Natuur.............................................................................................................................................. 34 4.8 Archeologie...................................................................................................................................... 36 4.9 Bodem ............................................................................................................................................. 38 HOOFDSTUK 5 ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID .............................................................................. 41 HOOFDSTUK 6 PROCEDURE................................................................................................................... 42
BIJLAGEN 1. 2. 3. 4.
Historisch bodemonderzoek: Econsultancy, rapportnummer 2082.002, d.d. 18 juli 2016 QuickScan flora en fauna: Econsultancy, rapportnummer 2082.001, d.d. 19 juli 2016 Waterparagraaf: Econsultancy, rapportnummer 2082.003, d.d. 10 november 2016 Landschappelijke inpassing: Langenhuizen Hoveniers, rapportnummer 16-HP, 106-01, d.d. 10 november 2016
3 ROC.P2016.118.RUON
HOOFDSTUK 1. INLEIDING 1.1 Doel Door de heer Vos, wonende Koningsweg 2 te Oss, is aan RO Connect opdracht verleend voor het opstellen van een ruimtelijke onderbouwing ten behoeve van het realiseren van een zwembad met poolhouse op het perceel Koningsweg 2 te Oss. Zowel het zwembad als het poolhouse is geprojecteerd buiten het bestaande bouwvlak. Het bestemmingsplan “Buitengebied Oss, 2010” vigeert ter plaatse van het initiatief. Op het deel van de initiatieflocatie waar zwembad en poolhouse gewenst zijn, geldt de bestemming ‘Agrarisch met waarden landschap’. Dat betekent dat het betreffende gedeelte van het perceel uitsluitend gebruikt mag worden voor agrarische doeleinden. Een zwembad met poolhouse valt niet onder agrarische doeleinden. De gemeente Oss heeft bij schrijven van 9 juni 2016 aangegeven medewerking te willen verlenen aan het initiatief om een zwembad met poolhouse te realiseren op het perceel Koningsweg 2 te Oss. Dit rapport is de ruimtelijke onderbouwing voor het initiatief van de heer Vos.
4 ROC.P2016.118.RUON
1.2 Initiatieflocatie De initiatieflocatie is gelegen in het buitengebied van de gemeente Oss, ten zuiden van de kern Oss. Op onderstaande afbeelding is de ligging van de locatie aan de Koningsweg (met blauwe stip) weergegeven.
1.3 Geldend bestemmingsplan Ter plaatse van de initiatieflocatie is het bestemmingsplan “Buitengebied Oss, 2010” het vigerende bestemmingsplan. Het perceel heeft een aantal bestemmingen: 1. Enkelbestemming “Wonen” 2. Enkelbestemming “Agrarisch met waarden landschap” 3. Dubbelbestemming “Waarde-Archeologie 2” Onderstaande afbeelding geeft een uitsnede van het vigerende bestemmingsplan weer. Het rode vlak is het huidige bouwvlak.
5 ROC.P2016.118.RUON
Uitsnede vigerende bestemmingsplan Buitengebied
Burgemeester en Wethouders zijn voornemens het verzoek mee te nemen in de procedure van het nieuwe bestemmingsplan Buitengebied Oss-2017. Dit rapport is de ruimtelijke onderbouwing hiervoor.
1.4 Het project 1.4.1. Inleiding De planlocatie is gelegen aan de Koningsweg 2 te Oss. Het gehele perceel is in gebruik voor woondoeleinden. Dat geldt voor de huidige bestemming ‘Wonen’ (waar de bestaande bebouwing is gesitueerd) en de bestemming ‘Agrarisch met waarden landschap’ dat in gebruik is als tuin. De heer Vos wil op het gedeelte van de locatie dat momenteel de bestemming ‘Agrarisch met waarden landschap’ heeft het zwembad met poolhouse realiseren. Hiertoe zal het bestaande bouwvlak (lees: bestemming ‘Wonen’) van vorm worden gewijzigd, zodat de totale oppervlakte van het bouwvlak (lees: bestemming ‘Wonen’) gelijk blijft.
6 ROC.P2016.118.RUON
Op onderstaande afbeeldingen zijn de bestaande en nieuwe – voorgestelde – situatie van het bouwvlak weergegeven.
Afbeelding: Bestaande situatie
7 ROC.P2016.118.RUON
Op onderstaande afbeelding is het zwembad met poolhouse geprojecteerd binnen het nieuwe bouwvlak.
1.4.2 Kadastrale situatie Het perceel is kadastraal bekend gemeente Oss, sectie M, nummer 169. Dit perceel is in eigendom van de heer Vos.
8 ROC.P2016.118.RUON
1.4.3 Het bouwplan Initiatiefnemer is voornemens een zwembad en poolhouse te realiseren op het perceel. Op de onderstaande afbeeldingen is de bestaande en de nieuwe situatie weergegeven.
Afbeelding: Bestaande situatie plattegrond en gevelaanzicht
9 ROC.P2016.118.RUON
Afbeelding: Nieuwe situatie plattegrond en gevelaanzicht
Onderstaande afbeeldingen geven een impressie van het initiatief:
10 ROC.P2016.118.RUON
11 ROC.P2016.118.RUON
HOOFDSTUK 2 BESTAANDE SITUATIE 2.1.2 Ruimtelijke structuur De gemeente Oss kent een duidelijke ruimtelijke opbouw in verschillende landschappelijke eenheden. In de gemeente worden vijf hoofdgebieden onderscheiden: - Uiterwaarden Oeverwal - Komgebied - Dekzandrand – Dekzandrug.
Dekzandrug De dekzandrug is een hoger gelegen zandgebied met een besloten tot halfopen karakter. Van oorsprong zijn deze gebieden bedekt met bos. Door de bevolkingsgroei en ontwikkeling van de landbouw zijn in plaats van bos heidegebieden ontstaan. De bosgebieden werden op sommige plekken omgevormd tot kleinschalig landbouwgebied. De rest werd ingeplant met naaldbomen voor de mijnbouw. De dekzandrug is onder te verdelen in een gebied dat voor een groot deel bosbouwkundig in gebruik is (het stuifduinen en boscomplex) en een deel dat agrarisch in gebruik is genomen (de kamp- en heideontginningen).
12 ROC.P2016.118.RUON
Kamp- en heideontginningen De kamp- en heideontginningen op de dekzandrug liggen rondom Geffen, ten zuiden van Oss en ten zuiden van Herpen. Dit waren de beste gronden van de dekzandrug. Deze gronden zijn van oudsher in gebruik geweest als akkerland en later als kleine weilanden. Ze werden omgeven door houtsingels en – wallen. Deze ontginningsgebieden vormen kleinschalige en gevarieerde gebieden met een halfopen karakter. Er is een grote variatie in opgaande begroeiing van houtwallen, struweel en bosjes. In het gebied ligt een relatief groot aantal onverharde paden. De afwisseling zorgt voor een visueel kwalitatief hoogwaardig landschap.
2.2 Functionele structuur Het buitengebied herbergt verschillende functies. Recreanten, nieuwe bewoners en ondernemers hebben hun weg naar het buitengebied gevonden. Deze diversiteit kenmerkt ook het multifunctionele karakter van het buitengebied van Oss. De directe omgeving van de initiatieflocatie aan de westzijde van de Osseweg (Nieuwe Hescheweg), wordt gekenmerkt door de aanwezigheid van een aantal bugerwoningen op ruime kavels, een maatschappelijke instelling en veel groen.
13 ROC.P2016.118.RUON
HOOFDSTUK 3 BELEIDSKADER 3.1 Rijksbeleid Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte Op 13 maart 2012 is het vaststellingsbesluit zoals bedoeld in de Wet ruimtelijke ordening (Wro) van de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) ondertekend. Daarmee is het nieuwe ruimtelijke en mobiliteitsbeleid zoals uiteengezet in de SVIR van kracht geworden. Deze structuurvisie geeft een totaalbeeld van het ruimtelijk en mobiliteitsbeleid op rijksniveau. De SVIR vervangt de Nota Ruimte, de Structuurvisie Randstad 2040, de Nota Mobiliteit, de Mobiliteits Aanpak en de Structuurvisie voor de Snelwegomgeving. Het hoofdthema van de SVIR is: “Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig”. De structuurvisie geeft een visie voor Nederland tot het jaar 2040. Er zijn in de structuurvisie drie hoofddoelen opgenomen om Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig te houden voor de middellange termijn (2028). Deze doelen zijn: 1) Het vergroten van de concurrentiekracht van Nederland door het versterken van de ruimtelijk economische structuur van Nederland; 2) Het verbeteren en ruimtelijk zekerstellen van de bereikbaarheid waarbij de gebruiker voorop staat; 3) Het waarborgen van een leefbare en veilige omgeving waarin unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden behouden zijn.
Voor een aanpak die Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig maakt, is een nieuwe aanpak in het ruimtelijk en mobiliteitsbeleid geformuleerd. Het Rijk laat de ruimtelijke ordening meer over aan gemeenten en provincies (‘decentraal, tenzij…’) en werkt aan eenvoudigere regelgeving. Het Rijk kiest voor een selectievere inzet van rijksbeleid op slechts 13 nationale belangen. Buiten deze belangen hebben decentrale overheden beleidsvrijheid. De verantwoordelijkheid voor de afstemming tussen verstedelijking en groene ruimte op regionale schaal laat het Rijk over aan de provincies. Ladder Duurzame Verstedelijking In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte wordt de ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd. Deze ladder is per 1 oktober 2012 als motiveringseis in het Besluit ruimtelijke ordening opgenomen.
14 ROC.P2016.118.RUON
De ladder is kader stellend voor alle juridisch verbindende ruimtelijke plannen van de decentrale overheden. Hieronder vallen dus ook de bestemmingsplannen. Toepassing van de ladder is verplicht voor opgaven, die nieuwe stedelijke ontwikkelingen, gebaseerd op een regionale behoefte, mogelijk maken. Onderhavig initiatief heeft echter geen betrekking op een stedelijke ontwikkeling, noch op een ontwikkeling die voorziet in een regionale behoefte. Het betreft een ondergeschikte particuliere ontwikkeling bij een bestaande burgerwoning, waarbij geen uitbreiding plaatsvindt van het ruimtebeslag. Het initiatief is dermate klein, dat toepassing van de ladder dan ook niet nodig. Conclusie De beoogde herontwikkeling heeft geen betrekking op de geformuleerde nationale belangen. Het rijksbeleid vormt geen belemmering voor het onderhavige initiatief.
3.2 Provinciaal beleid 3.2.1 Structuurvisie Ruimtelijke Ordening Provinciale Staten hebben op 7 februari 2014 de partiële herziening 2014 van de Structuurvisie RO 2010 vastgesteld. Sinds de vaststelling in 2010 hebben PS diverse besluiten genomen die een verandering brengen in de provinciale rol en sturing, of van provinciaal beleid. Deze besluiten zijn vertaald in de ‘Structuurvisie RO 2010 – partiële herziening 2014’. Provinciale Staten hebben niet een geheel nieuwe visie opgesteld, omdat de bestaande structuurvisie recentelijk is vastgesteld en de visie en sturingsfilosofie voor het overgrote deel nog actueel zijn. Onder anderen de ‘Transitie van stad en platteland, een nieuwe koers’, het intrekken van de reconstructie- en gebiedsplannen en de ‘transitie naar een zorgvuldige veehouderij 2020’ zijn verwerkt in de partiële herziening. De Structuurvisie Ruimtelijke Ordening geeft de hoofdlijnen van het provinciale ruimtelijke beleid tot 2025 weer, met een doorkijk tot het jaar 2040. De kwaliteiten binnen de provincie Noord-Brabant zijn sturend bij de te maken ruimtelijke keuzes.
Deze ruimtelijke keuzes zijn van provinciaal belang en zijn geformuleerd als: het versterken van regionale contrasten tussen klei, zand en veenontginningen; ontwikkeling van een vitaal en divers platteland; het creëren en behouden van een robuust water en natuursysteem; het realiseren van een betere waterveiligheid door preventie; de koppeling van waterberging en droogtebestrijding; het geven van ruimte voor duurzame energie; 15 ROC.P2016.118.RUON
de concentratie van verstedelijking; het ontwikkelen van een sterk stedelijk netwerk: Brabantstad; het creëren van groene geledingszones tussen steden; het ontwikkelen van goed bereikbare recreatieve voorzieningen; het ontwikkelingen van economische kennisclusters; internationale bereikbaarheid; de beleefbaarheid van stad en land vanaf de hoofdinfrastructuur.
De structuurvisie is opgebouwd uit 2 delen (A en B) en een uitwerking. Deel A Deel A bevat de hoofdlijnen van het beleid. Hierin heeft de provincie haar belangen gedefinieerd en ruimtelijke keuzes gemaakt. Deze belangen en keuzes zijn gebaseerd op trends en ontwikkelingen. Ook beschrijft de provincie vanuit welke filosofie ze haar doelen wil bereiken. Die is: ‘samenwerken aan kwaliteit’. De provincie realiseert haar doelen op vier manieren: door regionaal samen te werken, te ontwikkelen, te beschermen en te stimuleren. Deel B In deel B beschrijft de provincie 4 ruimtelijke structuren: de groenblauwe structuur, het landelijk gebied, de stedelijke structuur en de infrastructuur. Voor iedere structuur formuleert de provincie ambities en beleid. Per beleidsdoel is aangegeven welke instrumenten de provincie inzet om haar doelen te bereiken. Daarnaast bevat de Structuurvisie een aantal kaartbeelden, te weten: • Ontwikkelingsbeelden; • Structurenkaart; • Kenmerken en ambities van de gebiedspaspoorten. De kaarten ondersteunen de visie van de provincie op de ruimtelijke ontwikkeling van Noord-Brabant. Er gaat echter geen directe werking uit richting gemeentelijke besluitvorming. Als de provincie het van belang vindt dat een aanduiding doorwerkt naar gemeentelijke besluitvorming, dan wordt hiervoor het instrument verordening ingezet.
Kaarten die deel uitmaken van een verordening hebben wel doorwerking naar gemeentelijke besluitvorming. De Structuurvisiekaarten geven een (abstracte) basis voor de aanduidingen op kaarten van de Verordening Ruimte.
16 ROC.P2016.118.RUON
De onderstaande afbeelding toont een uitsnede uit de Structurenkaart bij de SVRO. De initiatieflocatie is hier aangeduid als structuurvisiegebied ‘Gemengd landelijk gebied' en ‘Zoekgebied verstedelijking’.
Gemengd Landelijk Gebied In gemengd landelijk gebied zijn alleen bestaande burgerwoningen toegestaan. Het onderhavige initiatief betreft een zwembad met poolhouse bij een bestaande woning. Het initiatief is derhalve in overeenstemming met de uitgangspunten van dit gebied. Zoekgebied Verstedelijking Op de structurenkaart zijn de zoekgebieden verstedelijking aangegeven. Zolang binnen deze gebieden nog geen verstedelijking heeft plaatsgevonden, is daar feitelijk het perspectief van gemengd landelijk gebied aanwezig. Conclusie Het onderhavige initiatief past bij de uitgangspunten van het gemengd landelijk gebied.
17 ROC.P2016.118.RUON
3.2.3 Verordening ruimte Noord-Brabant 2014 Provinciale Staten hebben de Verordening ruimte Noord-Brabant 2014, hierna de Verordening ruimte genoemd, vastgesteld op 10 juli 2015. Deze verordening is op 15 juli 2015 in werking getreden. De Verordening ruimte is een planologische verordening waarin eisen gesteld worden aan de door de gemeente op stellen bestemmingsplannen en beheersverordeningen. Onderwerpen van de Verordening ruimte zijn onder andere: bevordering van de ruimtelijke kwaliteit; stedelijke ontwikkeling; cultuurhistorie; agrarische ontwikkeling en windturbines; water; natuur en landschap.
Relatie met de structuurvisie De onderwerpen die in de verordening staan komen uit de provinciale structuurvisie. Daarin staat welke belangen de provincie wil behartigen en hoe ze dat wil doen. De verordening is daarbij één van de manieren om die provinciale belangen veilig te stellen.
18 ROC.P2016.118.RUON
Zoals de bovenstaande figuur toont is de voorliggende initiatieflocatie gelegen binnen de zone aangeduid als “Gemengd landelijk gebied” en gebied aangeduid als “Bevordering ruimtelijke kwaliteit”. De volgende artikelen van de verordening Ruimte zijn in het bijzonder van toepassing: 7.10 Gemengd landelijk gebied (niet-agrarische functies) 3.1 Bevordering ruimtelijke kwaliteit (Zorgplicht) 3.2 Bevordering ruimtelijke kwaliteit (Kwaliteitsverbetering landschap) Artikel 7.10 Verordening: Een bestemmingsplan dat is gelegen in gemengd landelijk gebied bepaalt dat alleen bestaande burgerwoningen, bedrijfswoningen of solitaire recreatiewoningen zijn toegestaan. In het onderhavige geval is sprake van een bestaande woning, zodat aan de bovenstaande voorwaarde wordt voldaan. Artikel 3.1 Verordening: De toelichting bij een bestemmingsplan dat voorziet in een ruimtelijke ontwikkeling bevat een verantwoording dat: het plan bijdraagt aan de zorg voor het behoud en de bevordering van de ruimtelijke kwaliteit van het daarbij betrokken gebied en de naaste omgeving, waaronder in ieder geval een goede landschappelijke inpasbaarheid; toepassing is gegeven aan het principe van zorgvuldig ruimtegebruik.
Het principe van zorgvuldig ruimtegebruik als bedoeld in het eerste lid houdt in ieder geval in dat: een ruimtelijke ontwikkeling buiten bestaand stedelijk gebied gebruik maakt van een bestaand bouwperceel, tenzij in deze verordening uitdrukkelijk anders is bepaald; uitbreiding van het op grond van het geldende bestemmingsplan toegestane ruimtebeslag slechts is toegestaan mits de financiële, juridische of feitelijke mogelijkheden ontbreken om de beoogde ruimtelijke ontwikkeling binnen dat toegestane ruimtebeslag te doen plaatsvinden; een bestemmingsplan buiten bestaand stedelijk gebied bepaalt dat gebouwen, bijbehorende bouwwerken en andere permanente voorzieningen binnen het bouwperceel worden opgericht en daarbinnen worden geconcentreerd. Zoals uit deze ruimtelijke onderbouwing blijkt is geen sprake van een uitbreiding van het ruimtebeslag. Het betreft een bestaande burgerwoning, waarbij slechts de vorm van het bestemmingsvlak wordt gewijzigd. 19 ROC.P2016.118.RUON
Artikel 3.2 Verordening: Een bestemmingsplan dat een ruimtelijke ontwikkeling buiten bestaand stedelijk gebied mogelijk maakt, bepaalt dat die ruimtelijke ontwikkeling gepaard gaat met een fysieke verbetering van de aanwezige of potentiële kwaliteiten van bodem, water, natuur, landschap, cultuurhistorie of van de extensieve recreatieve mogelijkheden van het gebied of de omgeving; De toelichting bij een bestemmingsplan als bedoeld in het eerste lid bevat een verantwoording: van de wijze waarop de in het eerste lid bedoelde verbetering financieel, juridisch en feitelijk is geborgd; dat de in het eerste lid bedoelde verbetering past binnen de hoofdlijnen van het te voeren ruimtelijk beleid voor dat gebied. De in het eerste lid bedoelde verbetering kan mede betreffen: de landschappelijke inpassing van bebouwing, voor zover expliciet vereist op grond van deze verordening; het toevoegen, versterken of herstellen van landschapselementen die een bijdrage leveren aan de versterking van de landschapsstructuur of de relatie stad-land; activiteiten, gericht op behoud of herstel van cultuurhistorisch waardevolle bebouwing of terreinen; het wegnemen van verharding; het slopen van bebouwing; een fysieke bijdrage aan de realisering van de ecologische hoofdstructuur en ecologische verbindingszones.
Indien een kwaliteitsverbetering niet is verzekerd, wordt het bestemmingsplan slechts vastgesteld indien een passende financiële bijdrage in een landschapsfonds is verzekerd en wordt over de werking van dat fonds regelmatig verslag gedaan in het regionaal ruimtelijk overleg. Hier wordt in hoofdstuk 3.3.4 nader op ingegaaan. Conclusie Gelet op de hierboven omschreven uitgangspunten en voorwaarden van de provinciale Verordening, concluderen wij dat het onderhavige initiatief hiermee niet in strijd is, c.q. hieraan voldoet.
20 ROC.P2016.118.RUON
3.3 Gemeentelijk beleid 3.3.1 Structuurvisie Buitengebied Oss 2015 De gemeente Oss is de laatste jaren flink veranderd. Onlangs is Geffen toegevoegd aan de gemeente Oss, terwijl de gemeente Lith nog maar enkele jaren geleden is samengevoegd met Oss. Er is een gemeente ontstaan met een omvangrijk buitengebied. Het is belangrijk dat de gemeente visie heeft op dit grote buitengebied. Voor de buitengebieden van de oorspronkelijke gemeenten Oss, Lith en Maasdonk gelden verschillende structuurvisies. Zo hebben de gemeenteraden van zowel Oss als Lith, respectievelijk in 2008 en 2010, voor hun eigen buitengebied een structuurvisie vastgesteld. Met deze structuurvisies beschikt de gemeente Oss over een veelomvattend en uitgebreid buitengebied-beleid. Dat beleid is niet overal gelijk. Om die reden heeft de gemeente Oss in 2015 een gezamenlijke visie op het hele buitengebied van de gemeente Oss opgesteld: De Structuurvisie Buitengebied Oss 2015. In de structuurvisie worden afwegingen gemaakt voor het toekomstig ruimtelijk beleid op lokaal niveau. Er worden beelden geschetst voor de gewenste ruimtelijke ontwikkeling op de lange termijn, en de daarvoor noodzakelijke keuzen op korte termijn.
De structuurvisie is het richtinggevende document waarin voor andere overheden, maatschappelijke organisaties, private partijen, burgers en andere belanghebbenden duidelijk wordt welk ruimtelijk beleid de gemeente nastreeft. Ter concretisering van het beleid in deze structuurvisie vindt actualisatie van beleid op een aantal aspecten plaats. Het gaat daarbij om aspecten als vrijkomende agrarische bebouwing (VAB), toerisme en recreatie en cultuurhistorie. De Koningsweg is gelegen in het gebied dat op basis van de structuurvisie is aangeduid als ‘dekzandrug’.
21 ROC.P2016.118.RUON
De dekzandrug is een hoger gelegen zandgebied met een besloten tot halfopen karakter. Van oorsprong zijn deze gebieden bedekt met bos. Door de bevolkingsgroei en ontwikkeling van de landbouw zijn in plaats van bos heidegebieden ontstaan. De bosgebieden werden op sommige plekken omgevormd tot kleinschalig landbouwgebied. De rest werd ingeplant met naaldbomen voor de mijnbouw. De dekzandrug is onder te verdelen in een gebied dat voor een groot deel bosbouwkundig in gebruik is (het stuifduinen- en boscomplex) en een deel dat agrarisch in gebruik is genomen (de kamp- en heideontginningen). Koningsweg 2 is gelegen in de kamp- en heideontginningen. De kamp- en heideontginningen op de dekzandrug liggen rondom Geffen, ten zuiden van Oss en ten zuiden van Herpen. Dit waren de beste gronden van de dekzandrug. Deze gronden zijn van oudsher in gebruik geweest als akkerland en later als kleine weilanden. Ze werden omgeven door houtsingels en –wallen. Deze ontginningsgebieden vormen kleinschalige en gevarieerde gebieden met een halfopen karakter. Er is een grote variatie in opgaande begroeiing van houtwallen, struweel en bosjes. In het gebied ligt een relatief groot aantal onverharde paden. De afwisseling zorgt voor een visueel kwalitatief hoogwaardig landschap. Het onderhavige initiatief past binnen de uitgangspunten zoals geformuleerd in de structuurvisie van de gemeente.
22 ROC.P2016.118.RUON
3.3.2 Archeologiebeleid Gemeente Oss De gemeente Oss heeft beleid geformuleerd ten aanzien van archeologie. Ook is een archeologiebeleidskaart opgesteld. Met dit beleid dient rekening te worden gehouden bij het opstellen van bestemmingsplannen. Zoals uit onderstaande afbeelding blijkt geldt voor de initiatieflocatie hoge archeologische verwachting.
Dit betekent dat bij ingrepen >100 m2² en dieper dan 0,30 m¹ archeologisch onderzoek noodzakelijk is. Het onderhavige initiatief betreft een poolhouse van slechts 47,5 m² en een zwembad van 45 m². Dit blijft onder de grens van 100 m2. Nader onderzoek is derhalve niet nodig.
3.3.3 Parkeerbeleid gemeente Oss Bij nieuwe projecten (zowel uitbreidingen als herstructurering/verbouw) moet rekening gehouden worden met de aanleg van voldoende parkeergelegenheid. Hiermee kan voorkomen worden dat een te hoge parkeerdruk zorgt voor overlast in het gebied. Vooraf moet vastgesteld worden hoeveel parkeerplaatsen noodzakelijk geacht worden op een bepaalde locatie. Bij het vaststellen van dit aantal moet gebruik gemaakt worden van de parkeernormen, zoals opgenomen in de brochure “Parkeernormen gemeente Oss”.
23 ROC.P2016.118.RUON
Conclusie Het initiatief betreft niet een nieuwe ontwikkeling met uitbreiding van het ruimtebeslag. Het betreft slechts een wijziging van de vorm van het bestaande bouwvlak (bestemming Wonen). Op de initiatieflocatie is reeds voldoende parkeerruimte aanwezig. Aangezien het initiatief niet leidt tot meer parkeerbehoefte en slechts een vormverandering van het bestaande bouwvlak is, zonder uitbreiding, concluderen wij dat het onderhavige initiatief niet in strijd is met het parkeerbeleid van de gemeente.
3.3.4 Regeling uitwerking landschapsinvesteringsregeling In paragraaf 3.2.3 is reeds melding gemaakt van de in artikel 3.2 van de verordening Ruimte 2014 opgenomen voorwaarde van verbetering van de kwaliteit van het landschap bij ruimtelijke ontwikkelingen. De gemeente Oss heeft hiertoe de Beleidsnota uitwerking landschapsinvesteringsregeling vastgesteld. Deze paragraaf bevat een beschrijving van het aspect ‘kwaliteitsverbetering’ in relatie tot het voorliggende initiatief. Elke ruimtelijke ontwikkeling buiten het “bestaand stedelijk gebied” moet op grond van de Verordening Ruimte gepaard gaan met een kwaliteitsverbetering van het landschap. Niet alle ontwikkelingen hebben een even grote negatieve impact op de ruimtelijke kwaliteit van het buitengebied. Bovendien is een onderscheid te maken tussen ontwikkelingen die echt thuishoren in het buitengebied en ontwikkelingen die dat minder doen, zoals wonen of niet-agrarische bedrijfsfuncties.
De impact wordt onder meer bepaald door: de omvang van de ontwikkeling (is daarvoor vergroting bestemmingsvlak of bouwvlak nodig); is er sprake van nieuw ruimtebeslag of wordt er gebruik gemaakt van bestaande bebouwing; de aard van de locatie en de omgeving; de aard van de ontwikkeling en de mogelijke hinder voor de omgeving (verkeersaantrekkende werking, geluid, milieucategorie); betreft het een (traditioneel) gebiedseigen of gebiedsvreemde ontwikkeling; de “gewenstheid” van een ontwikkeling vanuit een (sectorale) beleidswens.
3.3.4.1 Mate van kwaliteitsverbetering Bepalend voor de mate van kwaliteitsverbetering is de meerwaarde van het onroerend goed, zoals die zou ontstaan door het initiatief.
24 ROC.P2016.118.RUON
Is er sprake van een waardevermeerdering? Het bestaande bouwblok (bestemming ‘Wonen’) op de locatie heeft een oppervlakte van 3.333 m². In de nieuwe situatie blijft deze oppervlakte gelijk. Er is slechts sprake van een vormverandering van het bouwvlak (bestemming ‘Wonen’).
Conclusie: Er is derhalve geen sprake van waardevermeerdering van de grond. Los van de provinciale verplichting tot kwaliteitsverbetering heeft initiatiefnemer op verzoek van de gemeente een plan voor landschappelijke inpassing en vergroting van de kwaliteit van het buitengebied laten opstellen. In de volgende paragraaf wordt hier nader op ingegaan.
25 ROC.P2016.118.RUON
3.3.4.2 Mate van kwaliteitsverbetering De landschappelijke inpassing zal worden toegepast aan de rand van de Nieuwe Hescheweg, op de gronden waar de bestemming ‘wonen’ niet meer van toepassing zal zijn. Hier zal een strook worden aangeplant volgens onderstaande tekening.
De nieuwe beplantingsstrook bestaat enerzijds uit een hoog, gedeeltelijk wintergroen sortiment bosplantsoen en anderzijds uit een lager, bladverliezend sortiment bosplantsoen. Daartussen zullen enkele boomvormers worden geplant. Zowel het bosplantsoen als de boomvormers betreffen inheemse soorten die passen bij het landschapstype ‘Dekzandrug’ en met name in het kleinschalig besloten tot halfopen landschap. Elementen horende bij de tuin, zoals het speeltoestel, die zich nu in de strook bevinden, zullen worden verplaatst.
26 ROC.P2016.118.RUON
Overzicht beplanting:
3.3.4.3 Zekerstelling kwaliteitsverbetering Ten tijde van het nemen van een ruimtelijk besluit (lees: het vaststellen van het bestemmingsplan) moet zijn aangetoond, dat is voldaan aan het principe van kwaliteitsverbetering van het landschap. De initiatiefnemer is bereid hiertoe een privaatrechtelijke overeenkomst met de gemeente te sluiten. Ook in het bestemmingsplan zal dit worden vertaald.
27 ROC.P2016.118.RUON
HOOFDSTUK 4 RANDVOORWAARDEN EN BEPERKINGEN Bij elke ruimtelijke ingreep is het noodzakelijk om in beeld te brengen wat de invloed is op een aantal omgevingsaspecten. In dit hoofdstuk wordt per aspect weergegeven wat deze invloed is en of deze invloed acceptabel is. Met andere woorden of voldaan wordt aan de van toepassing zijnde wet- en regelgeving. Achtereenvolgens zal worden ingegaan op:
Geluid Geur Luchtkwaliteit Externe veiligheid Verkeer (en parkeren) Water Flora en fauna Archeologie Bodem
Per aspect zal geconcludeerd worden wat de impact is van de voorgestane ontwikkeling.
4.1 Geluid De Wet geluidhinder - en het hierop gebaseerde Besluit geluidhinder - bevatten normen en regels ter voorkoming of beperking van geluidhinder ten gevolge van wegverkeerslawaai, spoorweglawaai, industrielawaai afkomstig van een gezoneerd industrieterrein. Aangegeven wordt welke objecten bescherming genieten tegen geluid. Naast woningen gaat het onder meer om scholen, ziekenhuizen en verpleeghuizen, psychiatrische ziekenhuizen. Woonwagenstandplaatsen en verblijfsterreinen bij psychiatrische ziekenhuizen worden aangemerkt als geluidsgevoelige terrein. Het onderhavige initiatief past binnen het bestaande gebruik en heeft derhalve geen functiewijziging tot gevolg. Het betreft de realisatie van een privé-zwembad met poolhouse binnen de bestaande tuin bij de bestaande woning. Er is derhalve sprake van een bestaande situatie in de zin van de Wet geluidhinder. Nader onderzoek naar het aspect geluid is om die reden niet nodig. 28 ROC.P2016.118.RUON
Conclusie: Het aspect geluid vormt geen belemmering voor het onderhavige initiatief op de locatie Koningsweg 2 te Oss.
4.2 Geur Voor het aspect geur geldt hetzelfde als hiervoor is opgemerkt bij het aspect geluid. Het onderhavige initiatief past binnen het bestaande gebruik en heeft derhalve geen functiewijziging tot gevolg. Het betreft de realisatie van een privé-zwembad met poolhouse binnen de bestaande tuin bij de bestaande woning. Er is derhalve sprake van een bestaande situatie. Bovendien zijn er in de directe omgeving van de initiatieflocatie geen agrarische bedrijven gelegen die invloed zouden kunnen hebben op de aanvaardbaarheid van het woon- en leefklimaat op de initiatieflocatie. Conclusie: Het aspect geur vormt geen belemmering voor het initiatief aan de Koningsweg 2 te Oss.
4.3 Luchtkwaliteit Op 15 november 2007 is de wijziging van de 'Wet milieubeheer' in werking getreden en voorziet onder meer in een gebiedsgerichte aanpak van de luchtkwaliteit via het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). De programma-aanpak zorgt voor een flexibele koppeling tussen ruimtelijke activiteiten en milieugevolgen. Van bepaalde projecten met getalsmatige grenzen is vastgesteld dat deze 'niet in betekenende mate' (nibm) bijdragen aan de luchtverontreiniging. Deze mogen zonder toetsing aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit uitgevoerd worden. De onderhavige ontwikkeling van een privé-zwembad met poolhouse valt niet onder de nibm. Onderdelen die hier wel onder vallen zijn bijvoorbeeld woningbouw tot netto 1.500 woningen en één ontsluitingsweg of ≤100.000 m2 bruto vloeroppervlakte kantoorruimte bij minimaal één ontsluitingsweg. Conclusie: Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor het initiatief aan de Koningsweg 2 te Oss.
29 ROC.P2016.118.RUON
4.4 Externe veiligheid Externe veiligheid gaat over het beheersen van de risico's die ontstaan voor de omgeving bij het gebruik, de opslag en het vervoer van gevaarlijke stoffen als vuurwerk, lpg en munitie over weg, water en spoor en door buisleidingen. Het beleid rondom externe veiligheid is vastgelegd in circulaires, regelingen, AMvB's en wetten. Daarnaast heeft de gemeente aanvullend een eigen externe veiligheidsbeleid vastgesteld (d.d. 26 mei 2009). In Nederland worden twee maten gehanteerd voor externe veiligheidsrisico's: 1. het plaatsgebonden risico; 2. het groepsrisico. Bij het plaatsgebonden risico (PR) gaat het om de kans per jaar dat een denkbeeldig persoon overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen als deze persoon zich onafgebroken en onbeschermd in de nabijheid van een risicovolle inrichting of transportas bevindt. Het plaatsgebonden risico wordt weergegeven als een contour rondom de risicovolle inrichting of de transportas. Het groepsrisico (GR) is de cumulatieve kans dat een (werkelijk) aanwezige groep van 10, 100 of 1.000 personen overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het groepsrisico moet verantwoord worden voor het gebied waarbinnen zich de gevolgen van een incident met gevaarlijke stoffen voordoen.
Dit is de zogenaamde 1 %-etaliteitsgrens; de afstand vanaf een risicobedrijf waarop nog slechts 1 % van de blootgestelde mensen in de omgeving overlijdt bij een ongeval op het risicobedrijf.(invloedsgebied). Het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) legt veiligheidsnormen op aan bedrijven die een risico vormen voor personen buiten het bedrijfsterrein, bijvoorbeeld rondom chemische fabrieken, LPG tankstations en spoorwegemplacementen waar goederentreinen met gevaarlijke stoffen rangeren. Deze bedrijven verrichten soms risicovolle activiteiten dichtbij woningen, kantoren, ziekenhuizen, scholen of winkels. Het besluit verplicht gemeenten en provincies wettelijk vanaf de inwerkingtreding van het besluit bij het verlenen van milieuvergunningen en het maken van bestemmingsplannen met externe veiligheid rekening te houden. Bij het besluit is eveneens de Regeling externe veiligheid inrichtingen (Revi) in werking getreden. Op 1 januari 2011 is het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) inwerking getreden. Hierdoor is de circulaire “Zonering langs hogedruk aardgastransportleidingen” uit 1984 komen te vervallen. Het Bevb sluit aan bij het Bevi. Voor de beoordeling van risico's van transport van gevaarlijke stoffen is de circulaire 'Risiconormering vervoer gevaarlijke stoffen' (RNVGS) van 4 augustus 2004 richtinggevend. 30 ROC.P2016.118.RUON
In deze circulaire wordt zoveel mogelijk aangesloten bij het beleid zoals verwoord in het Besluit externe veiligheid inrichtingen. Op dit moment is een Besluit transport externe veiligheid (Btev) in voorbereiding. Provinciale risicokaart De risicokaart Noord-Brabant informeert onder andere de inwoners van Noord-Brabant over de risico's waarmee zij in hun leefomgeving kunnen worden geconfronteerd en hoe te handelen. Op onderstaande afbeelding is een uitsnede van de risicokaart weergegeven.
Uit de afbeelding blijkt de initiatieflocatie niet is gelegen in de nabijheid van risicobronnen. Conclusie Onderhavig initiatief ondervindt op de initiatieflocatie geen belemmeringen op het gebied van externe veiligheid.
4.5 Verkeer Verkeerstoename De initiatieflocatie betreft een bestaande burgerwoning. Het initiatief heeft slechts een vormverandering van het bestaande bouwvlak tot gevolg. 31 ROC.P2016.118.RUON
Er vindt geen functiewijziging plaats. Het initiatief heeft derhalve geen gevolgen voor het verkeer. Er is geen sprake van een verkeerstoename. Parkeren Het parkeren van auto’s en fietsen vindt momenteel al plaats op eigen terrein. Het initiatief heeft slechts een vormverandering van het bestaande bouwvlak tot gevolg. Er vindt geen functiewijziging plaats. Ten aanzien van het aspect parkeren vinden er derhalve geen wijzigingen plaats.
4.6 Water Door Econsultancy te Boxmeer is een watertoets uitgevoerd: rapportnummer 2082.003, d.d. 10 november 2016. Het rapport is integraal als bijlage bij deze toelichting gevoegd. Waterbergingsopgave Uitgaande van het toekomstig verhard oppervlak (92,5 m²) en bergingseis vanuit de gemeente bedraagt de waterbergingsopgave voor het plangebied circa 5,5 m³. Waterhuishouding/hemelwater In de toekomstige situatie zal het schone hemelwater (zogenaamde hemelwaterafvoer; HWA) van bebouwingen verhardingen niet op het vuilwater (zogenaamde droogweerafvoer; DWA) worden aangesloten en separaat binnen de plangrenzen worden verwerkt conform de uitgangspunten van de waterbeheerder. Dit betekent dat bij de verdere planuitwerking water expliciet en op evenwichtige wijze in beschouwing wordt genomen en dat hemelwater op een duurzame wijze wordt verwerkt. De ontwikkeling zal daarmee hydrologisch neutraal zijn. In de toekomstige bergings- c.q. infiltratievoorziening dient in ieder geval 5,5 m³ geborgen te kunnen worden. Binnen de onderzoekslocatie is voldoende ruimte aanwezig om deze waterbergingsopgave te kunnen bergen. Ten aanzien van de omgang met hemelwater zijn meerdere mogelijkheden van toepassing: Regenwater (deels) opvangen in regenton/regenzuil.
Regenwater kan dan worden gebruikt voor het bewateren van de tuin; Regenwater infiltreren in de tuin door de aanleg van een laagte in de tuin (wadi of infiltratievijver); Regenwater vasthouden in de tuin en infiltreren door de aanleg van een grindbed; Regenwater en infiltreren door de aanleg van een zakgreppel of een zaksloot. 32 ROC.P2016.118.RUON
Riolering De woning Koningsweg 2 is aangesloten op de drukriolering. Op de locatie is derhalve de memo “info capaciteit drukriolering” van toepassing. Hemelwater mag niet worden aangeboden op de riolering en dient separaat binnen het plan verwerkt te worden. Als gevolg van de ontwikkeling zal het aanbod van vuilwater echter niet toe nemen. De volgende eisen voor verwerking van afvalwater in de buitengebieden zijn van toepassing: In de zogenaamde buitengebieden wordt gebruik gemaakt van mechanische riolering. Deze wordt aangelegd voor het inzamelen en transport van huishoudelijk afvalwater (of wat daar naar aard en omvang gelijk aan is) en geen afvoer van afstromend hemelwater. Uitgangspunt hierbij is de capaciteit die gelijk wordt gesteld aan een maximaal debiet van 1 m³/uur en dat vervolgens maximaal 5 keer één uur per etmaal. Bedrijfsmatige lozingen op deze mechanische riolering moeten altijd in overleg met de beheergroep riolering aangevraagd en besproken worden. Deze beperking is noodzakelijk om het risico van disfunctioneren te verkleinen (samenloop, overcapaciteit, weinig tot geen berging in het systeem, enz.) en een goed functioneren van het systeem te waarborgen.
Kwaliteit In de Nationale Pakketten Duurzaam Bouwen: Woningbouw nieuwbouw, Woningbouw beheer en Utiliteitsbouw is een tweetal maatregelen (S/U237 en S/U444) opgenomen die onder meer betrekking hebben op het verminderen van de emissie van milieubelastende stoffen naar het van daken afgevoerde hemelwater. Bij nieuwbouw wordt geadviseerd gebruik te maken van niet-uitloogbare bouwmaterialen in verband met de waterkwaliteit. Dit houdt in dat toepassing van materialen voor daken, dakgoten en hemelafvoeren zoals zink, koper, lood etc. wordt afgeraden, tenzij de materialen zijn voorzien van een coating. Conclusie Op basis van de randvoorwaarden en uitgangspunten is de ontwikkeling in zowel ruimte als tijd waterneutraal uit te voeren. Er worden dan ook vanuit het oogpunt van de waterhuishouding geen belemmering verwacht ten aanzien van de bestemmingswijziging en de uitvoering van het plan.
33 ROC.P2016.118.RUON
4.7 Natuur Flora en Fauna De Flora- en faunawet heeft tot doel in het wild levende planten en dieren te beschermen met het oog op de instandhouding van soorten. Deze wet heeft de beschermingsregels, zoals die ook in de Vogel- en Habitatrichtlijn zijn opgenomen, overgenomen en op de Nederlandse situatie toegepast. Bij het opstellen van een bestemmingsplan moet worden voorkomen dat conflicten met de Flora- en faunawet ontstaan en dient dus vooraf een beoordeling in het kader van de Floraen faunawet plaats te vinden. Econsultancy heeft op 19 juli 2016 (rapportnummer 2082.001) een QuickScan Flora en Fauna uitgevoerd, met als doel in te schatten of er op de onderzoekslocatie planten- en diersoorten aanwezig of te verwachten zijn die volgens de Flora- en faunawet een beschermde status hebben en die mogelijk verstoring kunnen ondervinden door de voorgenomen ingreep. Tevens is beoordeeld of de voorgenomen ingreep invloed kan hebben op gebieden die volgens de Natuurbeschermingswet 1998 zijn beschermd en/of deel uitmaken van het Natuurnetwerk Nederland. Toekomstig gebruik van de onderzoekslocatie en voorgenomen ingrepen De initiatiefnemer is voornemens op het grasveld in het westelijk deel van de onderzoekslocatie een zwembad en een tuinhuis te realiseren. Ten behoeve hiervan zal het grasveld verwijderd worden en mogelijk enkele bomen uit de houtwal gekapt worden.
De bebouwing en de rest van de siertuin zal door de voorgenomen ingreep niet beïnvloed worden. GEBIEDSBESCHERMING Natuurbeschermingswet 1988 De onderzoeklocatie is niet gelegen binnen de grenzen of binnen de invloedsfeer van een gebied dat aangewezen is als Natura 2000-gebied of Beschermd Natuurmonument. Het dichtstbijzijnde gebied conform de Natuurbeschermingswet 1998 is het Natura 2000-gebied ‘Rijntakken’ naast Rossum wat op circa 13 kilometer ten westen van de onderzoekslocatie ligt. Natuurnetwerk Nederland De onderzoekslocatie is niet gelegen binnen het Natuurnetwerk Nederland. De onderzoekslocatie ligt echter wel binnen de invloedsfeer van het Natuurnetwerk Nederland. Het dichtstbijzijnde onderdeel van het Natuurnetwerk ligt op circa 20 meter ten noorden van de onderzoekslocatie en betreft droog bos met productie (zie onderstaande afbeelding). 34 ROC.P2016.118.RUON
SOORTEN EN SOORTGROEPEN De aanwezigheid van geschikt habitat op de onderzoekslocatie voor de verschillende soorten en soortgroepen is weergegeven in onderstaande tabel. In de tabel is samengevat of de voorgenomen ingreep mogelijk verstorend kan werken en wat de consequenties zijn voor eventuele vervolgstappen, zoals soortgericht nader onderzoek of vergunning trajecten.
35 ROC.P2016.118.RUON
Conclusie Gelet op de gevonden en te verwachten ecologische waarden en de beoogde planontwikkeling is de verwachting dat de wijziging van het bestemmingsplan uitvoerbaar is. Tijdens het uitvoeren van de werkzaamheden zal in het kader van de Flora- en faunawet overtredingen ten aanzien van broedvogels voorkomen worden door verwijdering van het groen en kap van bomen uit te voeren buiten het broedseizoen of vooraf te inspecteren op afwezigheid van broedvogels. Daarnaast zal te allen tijde de algemene zorgplicht in acht worden genomen. Bij de voorgenomen plannen is geen sprake van het indienen van een vergunningsaanvraag voor overtredingen van verbodsbepalingen in de Natuurbeschermingswet 1998 of noodzaak tot vervolgonderzoek in het kader van het Natuurnetwerk Nederland.
4.8 Archeologie In 1992 is het Verdrag van Valletta door de landen van de Europese Unie waaronder Nederland ondertekend. Dit verdrag verplicht de Europese overheden tot het beschermen van archeologisch erfgoed. Hierbij wordt als uitgangspunt gehanteerd dat archeologische waarden in situ bewaard moeten blijven. Dat wil zeggen, dat ernaar gestreefd moet worden om de waarden op de locatie te behouden. Zoals uit onderstaande afbeelding blijkt geldt voor de initiatieflocatie hoge archeologische verwachting.
36 ROC.P2016.118.RUON
Dit betekent dat bij ingrepen >100 m2² en dieper dan 0,30 m¹ archeologisch onderzoek noodzakelijk is. Het onderhavige initiatief betreft – zoals uit onderstaande afbeelding blijkt - een poolhouse van slechts 47,5 m² en een zwembad van 45 m²; totaal 92,5 m².
37 ROC.P2016.118.RUON
Dit blijft onder de grens van 100 m2. Nader onderzoek is derhalve niet nodig. Conclusie Op grond van archeologie gelden er geen belemmeringen voor de plannen op de initiatieflocatie.
4.9 Bodem Ten behoeve van het initiatief is door Econsultancy op 14 juli 2016 een historisch bodemonderzoek uitgevoerd conform de NEN 5725:2009 “Bodem – Landbodem – Strategie voor het uitvoeren van vooronderzoek bij verkennend en nader onderzoek”. De rapportage is als bijlage bij deze ruimtelijke onderbouwing gevoegd. Geraadpleegde bronnen: De informatie over de onderzoekslocatie is gebaseerd op de bij de gemeente Oss aanwezige informatie (afdeling Bouwen, Milieu en Leefomgeving, contactpersoon: de heer J. Janssen), informatie verkregen van de huidige eigenaar (de heer S. Vos) en informatie verkregen uit de op 14 juli 2016 uitgevoerde terreininspectie.
38 ROC.P2016.118.RUON
Historisch en huidig gebruik onderzoekslocatie Volgens historisch kaartmateriaal uit de periode 1868 was de locatie, alsmede de omgeving ervan, destijds in agrarisch gebruik (weide) en werd extensief bewoond. De huidige Koningsweg was destijds reeds aanwezig. Tot circa 1979 is dit gebruik van de onderzoekslocatie niet wezenlijk veranderd. Uit het bouwarchief van de gemeente Oss blijkt dat op 12 juli 1979 een bouwvergunning werd verleend voor het bouwen van de woning Koningsweg 2. Na de bouw van deze woning werd de onderzoekslocatie in gebruik genomen als tuin (gazon en groenstrook). Uit bestudering van luchtfoto's en historisch kaartmateriaal blijkt dat de verkaveling sinds 1979 niet veranderd is. Verder blijkt uit de geraadpleegde bronnen geen aanwezigheid van ophogingen, dempingen of stortingen. De onderzoekslocatie is geheel onbebouwd en onverhard. Voor zover bekend is de onderzoekslocatie nimmer bebouwd. Voor zover bij de opdrachtgever en de gemeente Oss bekend, heeft er op de onderzoekslocatie nimmer opslag van oliehoudende producten in ondergrondse of bovengrondse tanks plaatsgevonden. Tenslotte zijn er geen aanwijzingen gevonden, die aanleiding geven een asbestverontreiniging op de locatie te verwachten. Calamiteiten Voor zover bij de opdrachtgever bekend hebben zich op de onderzoekslocatie in het verleden geen calamiteiten met een bodembedreigend karakter voorgedaan.
Ook uit informatie van de gemeente Oss blijkt niet dat er zich in het verleden bodembedreigende calamiteiten hebben voorgedaan. Terreininspectie Op 14 juli 2016 is er een terreininspectie uitgevoerd. Deze is gericht op de identificatie van bronnen, die mogelijk hebben geleid of kunnen leiden tot een grond- en/of grondwaterverontreiniging. De tijdens de terreininspectie aangetroffen situatie komt overeen met de locatiegegevens, zoals deze hierboven zijn beschreven. Op de onderzoekslocatie zijn geen mogelijke bronnen voor een grond- en/of grondwaterverontreiniging aangetroffen. Op het maaiveld zijn geen asbestverdachte materialen waargenomen Conclusie Uit het vooronderzoek blijkt dat er geen sprake is van bodembelasting, anders dan een regionale of landelijke diffuse achtergrondbelasting in de grond en het grondwater. 39 ROC.P2016.118.RUON
Op de locatie worden geen verontreinigende stoffen verwacht in gehalten boven de landelijk of regionaal geldende achtergrondwaarde voor grond en/of de streefwaarde voor grondwater. Dit geldt zowel voor natuurlijke achtergrondgehalten als voor "antropogene" achtergrondgehalten, waarvan de oorzaak niet eenduidig is aan te wijzen. Er zijn geen aanwijzingen gevonden, die aanleiding geven een asbestverontreiniging op de onderzoekslocatie te verwachten. Op basis van het vooronderzoek en de terreininspectie kan gesteld worden dat er milieuhygiënisch géén belemmeringen bestaan voor de voorgenomen bestemmingswijziging van, en de bouwplannen op de onderzoekslocatie. De onderzoeksresultaten geven géén aanleiding voor verder bodemonderzoek dan wel een bodemonderzoek op analytische grondslag.
40 ROC.P2016.118.RUON
HOOFDSTUK 5 ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID De realisering van het onderhavige initiatief is een particulier initiatief. De aanleg en de exploitatie ervan, zullen voor de gemeente Oss geen negatieve financiële gevolgen hebben. De kosten van het plan komen geheel voor rekening van de particulier. Dat geldt ook voor eventuele planschadevergoedingen. De initiatiefnemers zijn zich ervan bewust dat alle kosten die gemaakt worden in of ten behoeve van de procedure en de uitvoering voor rekening van de initiatiefnemers komen. Dit betreft onder meer de kosten voor de benodigde onderzoeken, de kosten voor het opstellen het bestemmingsplan en de legeskosten die voldaan dienen te worden. Conclusie Het plan is financieel uitvoerbaar.
41 ROC.P2016.118.RUON
HOOFDSTUK 6 PROCEDURE Burgemeester en wethouders hebben via de brief van 9 juni 2016 aangegeven in principe medewerking te verlenen aan het plan van initiatiefnemer voor het realiseren van een privézwembad met poolhouse op het perceel gelegen aan de Koningsweg 2 te Oss, waarbij een vormverandering van het bouwvlak (bestemming ‘Wonen) noodzakelijk is. Alvorens hieraan daadwerkelijk medewerking verleend kan worden dient de ruimtelijke aanvaardbaarheid van het plan aangetoond te worden. Voorliggende ruimtelijke onderbouwing is daarvoor opgesteld. Gezien het feit dat onderhavig plan niet past binnen het vigerende bestemmingsplan neemt de gemeente in overweging om het plan positief te bestemmen in het nieuwe bestemmingsplan ‘Buitengebied Oss-2017’. Voor het nieuw bestemmingsplan ‘Buitengebied Oss-2017’ dient de wettelijk voorgeschreven procedure te worden doorlopen. Dit betekent ondermeer dat het bestemmingsplan openstaat voor bezwaar en beroep. Het is de bedoeling dat het plan, op basis van voorliggende ruimtelijke onderbouwing, wordt opgenomen in het nieuwe bestemmingsplan ‘Buitengebied Oss-2017’.
42 ROC.P2016.118.RUON
HISTORISCH BODEMONDERZOEK KONINGSWEG 2 TE OSS
Historisch bodemonderzoek Koningsweg 2 te Oss
Opdrachtgever
RO Connect Graafsebaan 31 5384 RS HEESCH
Rapportnummer Versienummer
2082.002 D1
Status
Eindrapportage
Datum
18 juli 2016
Vestiging
Boxmeer
Opsteller
Ing. J.C.J. Linders
Paraaf
Kwaliteitscontrole
Dr. ir. P.J.M. Middeldorp
Paraaf
Kwaliteitszorg Econsultancy is lid van de Vereniging Kwaliteitsborging Bodembeheer (VKB). De VKB is een vereniging van bodemadviesen -onderzoeksbureaus en heeft als doel kwaliteitsborging en continue verbetering van de dienstverlening van haar leden op het gebied van bodembeheer. Het VKB keurmerk geeft opdrachtgevers de zekerheid dat het uitvoerend bureau werkt conform de eisen die de VKB aan haar leden stelt op het gebied van competenties en integriteit van medewerkers en het toepassen van vigerende normen en onderzoeksprotocollen. Econsultancy werkt volgens een dynamisch kwaliteitssysteem, zoals beschreven in het kwaliteitshandboek. Ons kwaliteitssysteem is gecertificeerd volgens de kwaliteitsborgingsnormen van de NEN-EN-ISO 9001:2008. Betrouwbaarheid Opgemerkt wordt dat geraadpleegde bronnen niet altijd zonder fouten en volledig zijn. Daar Econsultancy voor het verkrijgen van historische informatie afhankelijk is van deze bronnen, kan Econsultancy niet instaan voor de juistheid en volledigheid van deze informatie.
INHOUDSOPGAVE 1.
INLEIDING .................................................................................................................................. 1
2.
GERAADPLEEGDE BRONNEN ................................................................................................. 1
3.
AFBAKENING ONDERZOEKSLOCATIE VOORONDERZOEK ................................................ 1
4.
GEBRUIK ONDERZOEKSLOCATIE .......................................................................................... 2 4.1 4.2
Historisch en huidig gebruik onderzoekslocatie ............................................................... 2 Toekomstige situatie ......................................................................................................... 2
5.
CALAMITEITEN .......................................................................................................................... 2
6.
UITGEVOERD(E) BODEMONDERZOEK(EN) OP DE ONDERZOEKSLOCATIE..................... 2
7.
BELENDENDE PERCELEN/TERREINDELEN .......................................................................... 3
8.
INFORMATIE LOKALE/REGIONALE ACHTERGRONDGEHALTEN ........................................ 3
9.
BODEMOPBOUW EN GEOHYDROLOGIE ............................................................................... 3 9.1 9.2
Bodemopbouw .................................................................................................................. 3 Geohydrologie .................................................................................................................. 3
10.
TERREININSPECTIE ................................................................................................................. 4
11.
SAMENVATTING EN CONCLUSIES ......................................................................................... 4
BIJLAGEN: 1. 2a. 2b. 3.
- Topografische ligging van de locatie - Locatieschets - Foto's onderzoekslocatie - Geraadpleegde bronnen
1.
INLEIDING
Econsultancy heeft van RO Connect opdracht gekregen voor het uitvoeren van een historisch bodemonderzoek aan de Koningsweg 2 te Oss. Het onderzoek is uitgevoerd in het kader van de bestemmingsplanwijziging van de onderzoekslocatie, alsmede de aanleg van een buitenzwembad met poolhouse. Het historisch bodemonderzoek heeft tot doel te bepalen of er aanleiding bestaat voor het uitvoeren van een bodemonderzoek conform de NEN 5740, door middel van een archiefonderzoek, een interview met de eigenaar/gebruiker en een terreininspectie. Het historisch bodemonderzoek is verricht conform de NEN 5725:2009 "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van vooronderzoek bij verkennend en nader onderzoek".
2.
GERAADPLEEGDE BRONNEN
De informatie over de onderzoekslocatie is gebaseerd op de bij de gemeente Oss aanwezige informatie (afdeling Bouwen, Milieu en Leefomgeving, contactpersoon: de heer J. Janssen), informatie verkregen van de huidige eigenaar (de heer S. Vos) en informatie verkregen uit de op 14 juli 2016 uitgevoerde terreininspectie. Van de locatie en de directe omgeving zijn uit verschillende informatiebronnen gegevens verzameld over:
het historische, huidige en toekomstige gebruik; eventuele calamiteiten; eventueel eerder uitgevoerde bodemonderzoeken; de bodemopbouw en geohydrologie; verhardingen, kabels en leidingen.
Bijlage 3 geeft een overzicht van de geraadpleegde bronnen.
3.
AFBAKENING ONDERZOEKSLOCATIE VOORONDERZOEK
Het vooronderzoek omvat de onderzoekslocatie en direct hieraan grenzende terreindelen en percelen binnen een afstand van 25 meter. De onderzoekslocatie (± 164 m²) ligt aan de Koningsweg 2, circa 1 kilometer ten zuiden van de kern van Oss (zie bijlage 1). Het perceel, waar de onderzoekslocatie deel van uitmaakt, is kadastraal bekend gemeente Oss, sectie M, nummer 169. Volgens het Actueel Hoogtebestand Nederland (www.ahn.nl), bevindt het maaiveld zich op een hoogte van circa 9 m +NAP en zijn de coördinaten van de onderzoekslocatie X = 165.008, Y = 417.150.
Rapport 2082.002 versie D1
Pagina 1 van 4
4.
GEBRUIK ONDERZOEKSLOCATIE
4.1
Historisch en huidig gebruik onderzoekslocatie
Volgens historisch kaartmateriaal uit de periode 1868 was de locatie, alsmede de omgeving ervan, destijds in agrarisch gebruik (weide) en werd extensief bewoond. De huidige Koningsweg was destijds reeds aanwezig. Tot circa 1979 is dit gebruik van de onderzoekslocatie niet wezenlijk veranderd. Uit het bouwarchief van de gemeente Oss blijkt dat op 12 juli 1979 een bouwvergunning werd verleend voor het bouwen van de woning Koningsweg 2. Na de bouw van deze woning werd de onderzoekslocatie in gebruik genomen als tuin (gazon en groenstrook). Uit bestudering van luchtfoto's en historisch kaartmateriaal blijkt dat de verkaveling sinds 1979 niet veranderd is. Verder blijkt uit de geraadpleegde bronnen geen aanwezigheid van ophogingen, dempingen of stortingen. De onderzoekslocatie is geheel onbebouwd en onverhard. Voor zover bekend is de onderzoekslocatie nimmer bebouwd. In bijlage 2a is de huidige situatie op een locatieschets weergegeven. Bijlage 2b bevat enkele foto's van de onderzoekslocatie. Voor zover bij de opdrachtgever en de gemeente Oss bekend, heeft er op de onderzoekslocatie nimmer opslag van oliehoudende producten in ondergrondse of bovengrondse tanks plaatsgevonden. Er zijn geen aanwijzingen gevonden, die aanleiding geven een asbestverontreiniging op de locatie te verwachten. 4.2