Bijlage 2A Toelichting - bijlage 09 Koningsweg 2 Oss
Tekst van het document
www.anemoon.org (soortgegevens ongewervelden) www.eis-nederland.nl (soortgegevens ongewervelden) www.floron.nl (soortgegevens planten) www.ravon.nl (soortgegevens amfibieën, reptielen en vissen) www.rijksoverheid.nl (natuurwetgeving) www.mijn.rvo.nl (natuurwetgeving) www.rvo.nl (nationale natuurwetgeving en soortenstandaards) www.sovon.nl (soortgegevens vogels) www.synbiosys.alterra.nl/natura2000/ (Natura 2000-gebieden en Beschermde Natuurmonumenten) www.verspreidingsatlas.nl/planten (verspreidingsgegevens planten) www.vlinderstichting.nl (soortgegevens vlinders en libellen) www.zoogdiervereniging.nl (soortgegevens zoogdieren) www.brabant.nl (EHS en beschermde gebieden in Noord-Brabant) www.dassenwerkgroepbrabant.nl (gegevens das in Noord-Brabant)
Rapport 2082.001 versie D1
Verklarende woordenlijst Externe werking Niet alleen activiteiten in een Natura 2000-gebied/EHS hebben invloed op de staat van instandhouding van het gebied, ook activiteiten buiten het gebied kunnen de natuurwaarden in een gebied beïnvloeden. Dit wordt "externe werking" genoemd. Er bestaat geen ruimtelijke grens voor externe werking: bepalend zijn de effecten op de instandhoudingsdoelstellingen van de soorten en habitattypen in het Natura 2000-gebied/ EHS, ongeacht de afstand tot het beschermde gebied. Expert Judgement Inschatting van een deskundige op grond van zijn kennis en ervaring. Foerageerhabitat Het gebied waarbinnen een soort voedsel zoekt. Foerageren Zoeken en vinden van voedsel door dieren (jachtgebied). Functioneel leefgebied Hiermee wordt het gebied dat is benodigd om de functionaliteit van een voortplantingsplaats of van een vaste- rust of verblijfplaats te behouden. Een nestlocatie of voortplantingsplaats kan bijvoorbeeld alleen succesvol functioneren, wanneer er voldoende habitat (schuilgelegenheid, voedsel etc.) van voldoende kwaliteit aanwezig is om te kunnen paren, eieren te leggen en jongen groot te brengen.
Gunstige staat van instandhouding Er is sprake van een gunstige staat van instandhouding van een soort of habitattype als de omstandigheden waarin de soort of het habitattype voorkomt perspectief bieden op een duurzaam voortbestaan van die soort of dat habitattype. Habitat Omvat de plaatsen waar een bepaald organisme voorkomt doordat de abiotische en biotische factoren (niet levende en levende natuur) van die plaatsen voldoen aan de eisen en toleranties die het organisme stelt om te kunnen overleven, groeien en zich voortplanten. Kraamverblijfplaats Voortplantingsplaats van vleermuizen. Het gaat hierbij vaak om de vrouwelijke exemplaren van een kolonie (ook wel kraamgroep genoemd) die gezamenlijk hun jongen grootbrengen. De aantallen vleermuizen in een kraamgroep kun oplopen tot meerdere honderden exemplaren. Landschappelijk inpassingsplan Het inpassen van ruimtelijke ontwikkelingen in het buitengebied middels een ontwerp van de groenvoorziening, dat voldoet aan het beleid ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit. Hierdoor wordt zorg gedragen dat een ruimtelijke ontwikkeling past in het landschap. Landhabitat Amfibieën zijn voor de voortplanting afhankelijk van water. Buiten de voortplantingsperiode maakt de soortgroep gebruik van landhabitat als onderdeel van het leefgebied.
Landhabitat voor amfibieën omvat onder andere structuurrijke of opgaande vegetatie zoals (loof)bos, houtwallen, struikgewas, heide, ruigtekruiden, vegetaties en moeras. Mitigerende maatregelen Maatregelen die negatieve effecten bij een ingreep voorkomen of reduceren. Omgevingscheck Een omgevingscheck wordt uitgevoerd bij verlies van leefgebied van een jaarrond beschermde functie van een soort die door een ingreep (tijdelijk) verloren gaat. De omgeving van de ingreep wordt door een ter zake deskundige beoordeeld op aanwezigheid van voldoende alternatief leefgebied en/of potentiële verblijfplaatsen. Ontheffing De Flora- en faunawet is gemaakt om planten- en diersoorten die vrij in het wild leven te beschermen. Om deze kwetsbare soorten te beschermen bevat de Flora- en faunawet een aantal verbodsbepalingen. Onder bepaalde voorwaarden mogen de activiteiten wel doorgaan, daarvoor kan een ontheffing benodigd zijn. Een ontheffing is een besluit waarbij in een individueel concreet geval een uitzondering op een wettelijk verbod wordt gemaakt. Paarverblijfplaats Dit is een verblijfplaats die hoofdzakelijk in het najaar (september/oktober) door vleermuizen worden gebruikt om te paren. Eén mannetje kan een dergelijke verblijfplaats met meerdere vrouwtjes delen.
In de omgeving van de paarverblijfplaats wordt veelal door het territoriale mannetje middels baltsvluchten getracht vrouwtjes aan te lokken.
Rapport 2082.001 versie D1
Projectplan Een projectplan dient als begeleidend document voor een ontheffingsaanvraag. In het projectplan zijn maatregelen verwoord waarmee de functionaliteit van een rust- of verblijfplaats van een beschermde soort behouden blijft en schade aan individuen wordt voorkomen. Populatie Een biologische populatie is een groep individuen van dezelfde soort die zich onderling voortplant en als zodanig geïsoleerd is van andere zulke groepen. Rode Lijst Rode Lijsten laten zien welke soorten zijn verdwenen en welke soorten in een gebied sterk zijn achteruitgegaan of zeldzaam zijn. Er bestaan verschillende Rode Lijsten. Voor vogels, voor zoogdieren, planten, paddenstoelen, insecten en voor allerlei andere soortgroepen. Rode Lijsten hebben geen officiële juridische status. Plaatsing op de lijst maakt een dier dus nog geen 'beschermde diersoort' in de zin van de Flora- en faunawet. De Rode Lijsten hebben in de praktijk wel een belangrijke signaleringfunctie. Door de Rode Lijst te raadplegen, kunnen alle instellingen die met natuurbehoud te maken hebben rekening houden met bedreigde soorten. Significant negatief effect Een effect is in het kader van de Natuurbeschermingswet 1998 significant als de instandhoudingsdoelen van het Natura 2000-gebied dreigen te worden aangetast.
Het begrip 'significant' staat centraal in de toepassing van het beschermingsregime voor Natura 2000-gebieden bij zowel vaststelling van beheerplannen als de vergunningverlening. Het bepaalt of een uitvoerige toetsing, een zogenaamde passende beoordeling, moet worden uitgevoerd. Indien als gevolg van een ingreep de toekomstige oppervlakte habitat of leefgebied, aantal van een soort of kwaliteit van een habitat lager zal worden dan zoals bedoeld in de instandhoudingsdoelstelling, dan kan sprake zijn van significante gevolgen. Voor het goede begrip, de soorten hoeven er niet te zitten, het gebied moet geschikt zijn voor de soorten. Vaste rust- of verblijfplaats Een plek binnen het leefgebied van een soort die essentieel is voor de levencyclus van een individu. De Flora- en faunawet omschrijft niet exact wat een vaste rust- of verblijfplaats is. Dit is soortafhankelijk. Vliegroute Een vaste route die door vleermuizen wordt gebruikt tussen de verblijfplaatsen naar foerageergebieden. Winterverblijfplaats Verblijfplaats die gebruikt wordt om de periode van winterrust te overbruggen. Voor vleermuizen zijn dit vorstvrije, maar koele en vochtige plekken. Er kans sprake zijn van massaverblijfplaatsen, verblijfplaatsen van kleine groepen of één of enkele individuen. Zomerverblijfplaats Is een vleermuisverblijfplaats anders dan een kraamverblijf.
Buiten de kraamperiode worden deze door vrouwtjes gebruikt, binnen de kraamperiode door individuele mannetjes.
Rapport 2082.001 versie D1
Over Econsultancy.. Econsultancy is een onafhankelijk adviesbureau. Wij bieden realistisch advies en concrete oplossingen voor milieuvraagstukken en willen daarmee een bijdrage leveren aan een duurzaam en verantwoord gebruik van onze leefomgeving. Diensten Wij kunnen u van dienst zijn met een uitgebreid scala aan onderzoeken op het gebied van bodem, waterbodem, water, archeologie, ecologie en milieu. Op www.econsultancy.nl vindt u uitgebreide informatie over de verschillende onderzoeken. Werkwijze Inzet en professionele betrokkenheid kenmerkt onze diensten. De verantwoordelijke projectleider is het eenduidige aanspreekpunt voor de klant en draagt zorg voor alle aspecten van het project: kwaliteit, tijd, geld, communicatie en organisatie. De kernwaarden deskundig, vertrouwd, betrokken, flexibel, zorgvuldig en vernieuwend zijn een belangrijke leidraad in ons handelen. Kennis Het deskundig begeleiden van onze opdrachtgevers vraagt om betrokkenheid bij en kennis van de bedoelingen van de opdrachtgever. Het vereist ook gedegen en actuele vakinhoudelijke kennis. Alle beschikbare kennis wordt snel en effectief ingezet. De medewerkers vormen ons belangrijkste kapitaal. Persoonlijke en inhoudelijke ontwikkeling staat centraal want het werk vraagt steeds om nieuwe kennis en nieuwe verantwoordelijkheden.
Creativiteit Onze medewerkers zijn in staat om buiten de geijkte kaders een oplossing te zoeken met in achtneming van de geldende wet- en regelgeving. Oplossingen die bedoeld zijn om snel en efficiënt het doel van de opdrachtgever te bereiken. Kwaliteit Er wordt continue gestreefd naar het verhogen van de professionaliteit van de dienstverlening. Het leveren van diensten wordt intern op een dusdanige wijze georganiseerd dat het gevraagde resultaat daadwerkelijk op een zo effectief en efficiënt mogelijke wijze wordt voortgebracht. Hierbij staat de klanttevredenheid centraal. Het kwaliteitssysteem van Econsultancy voldoet aan de NEN-EN-ISO 9001: 2008. Tevens is Econsultancy gecertificeerd voor diverse protocollen en beoordelingsrichtlijnen. Opdrachtgevers Econsultancy heeft sinds haar oprichting in 1996 al meer dan tienduizend projecten uitgevoerd. Projecten in opdracht van particulier tot de Rijksoverheid, van het bedrijfsleven tot non-profit organisaties. De projecten kennen een grote diversiteit en hebben in sommige gevallen uitsluitend een onderzoekend karakter en zijn in andere gevallen meer adviserend. Steeds vaker wordt onderzoek binnen meerdere disciplines door onze opdrachtgevers verlangd. Onze medewerkers zijn in staat dit voor de opdrachtgever te coördineren en zelf (deel)onderzoeken uit te voeren.
Ter illustratie van de veelvoud en veelzijdigheid van de projecten in de werkvelden bodem, waterbodem, ecologie, archeologie, water en milieu kunnen uitgebreide referentielijsten worden verschaft.
Vestiging Limburg Rijksweg Noord 39 6071 KS Swalmen Tel. 0475 - 504961 Swalmen@econsultancy.nl
Vestiging Gelderland Fabriekstraat 19c 7005 AP Doetinchem Tel. 0314 - 365150 Doetinchem@econsultancy.nl
Vestiging Brabant Rapenstraat 2 5831 GJ Boxmeer Tel. 0485 - 581818 Boxmeer@econsultancy.nl
WATERPARAGRAAF KONINGSWEG 2 TE OSS
waterparagraaf Koningsweg 2 te Oss
Opdrachtgever
RO Connect Graafsebaan 31 5384 RS HEESCH
Rapportnummer Versienummer
2082.003 D1
Status
Eindrapportage
Datum
10 november 2016
Vestiging
Boxmeer
Opsteller
ing. R. van den Berg
Paraaf
Kwaliteitscontrole
dr. ir. B.A. van de Pas
Paraaf
Kwaliteitszorg Voor het uitvoeren van doorlatendheidsonderzoek zijn geen wettelijke richtlijnen vastgesteld. Econsultancy voldoet voor haar overige dienstverlening ten aanzien van bodem aan alle wettelijke kwaliteitseisen. Tot aan het moment dat voor doorlatendheidsonderzoek kan worden gewerkt volgens vastgestelde protocollen en richtlijnen wordt daar waar mogelijk aangesloten aan algemene kwaliteitseisen zoals deze voor bodemonderzoek gelden.
Betrouwbaarheid Dit onderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd conform de algemeen geldende normen en met behulp van gespecialiseerde apparatuur. Het onderzoek betreft een momentopname in de tijd en is steekproefsgewijs uitgevoerd, waardoor een beeld van de geohydrologische situatie wordt verkregen. Econsultancy accepteert op voorhand geen aansprakelijkheid ten aanzien van mogelijke beslissingen die de opdrachtgever naar aanleiding van het door Econsultancy uitgevoerde onderzoek neemt.
INHOUDSOPGAVE 1.
INLEIDING .................................................................................................................................. 1
2.
LOCATIEGEGEVENS ................................................................................................................ 1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6
3.
WATERRELEVANT BELEID ...................................................................................................... 3 3.1 3.2
4.
Aa en Maas....................................................................................................................... 3 Gemeente Oss.................................................................................................................. 3
PLANUITWERKING.................................................................................................................... 4 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6
5.
Bodemopbouw .................................................................................................................. 1 Geohydrologie .................................................................................................................. 2 Grondwater ....................................................................................................................... 2 Oppervlaktewater.............................................................................................................. 2 Riolering ............................................................................................................................ 2
Randvoorwaarden en uitgangspunten ............................................................................. 4 Verhard oppervlak ............................................................................................................ 5 Waterbergingsopgave ...................................................................................................... 5 Hemelwater....................................................................................................................... 5 Vuilwater (riolering) ........................................................................................................... 6 Kwaliteit ............................................................................................................................ 6
SAMENVATTING EN CONCLUSIE ........................................................................................... 7
BIJLAGEN: 1. 2. 3.
- Topografische ligging van de locatie - Locatieschets huidige en toekomstige situatie - Samenvatting digitale watertoets 2082.003
1.
INLEIDING
Econsultancy heeft van RO Connect opdracht gekregen om namens de heer Vos een waterparagraaf op te stellen voor een ontwikkeling aan de Koningsweg 2 te Oss. De waterparagraaf is uitgevoerd in het kader van de bestemmingsplanwijziging van de onderzoekslocatie, alsmede de aanleg van een buitenzwembad met poolhouse. In deze paragraaf is beschreven op welke wijze rekening is gehouden met de waterhuishoudkundige aspecten en het beleid van de waterbeheerders (Waterschap Aa en Maas en de gemeente Oss). Uitgangspunt van de waterparagraaf is dat een ruimtelijk besluit of plan geen slechtere waterhuishoudkundige situatie oplevert dan in het bestaande beleid is vastgelegd. Met het opstellen van de waterparagraaf wordt beoogd dat water expliciet en op evenwichtige wijze in beschouwing wordt genomen. Concreet betekent dit dat onderzocht wordt hoe in het toekomstige plan op een duurzame wijze wordt omgegaan met hemelwater. Uiteindelijk moet het resultaat hydrologisch neutraal zijn. De waterparagraaf vormt een onderdeel van de ruimtelijke onderbouwing waarin met name de wijze wordt beschreven hoe de afvoer van hemelwater van daken en verhardingen plaats zal vinden.
2.
LOCATIEGEGEVENS
De onderzoekslocatie (± 164 m²) ligt aan de Koningsweg 2, circa 1 kilometer ten zuiden van de kern van Oss (zie bijlage 1). Het perceel, waar de onderzoekslocatie deel van uitmaakt, is kadastraal bekend gemeente Oss, sectie M, nummer 169. Volgens het Actueel Hoogtebestand Nederland (www.ahn.nl), bevindt het maaiveld zich op een hoogte van circa 9 m +NAP en zijn de coördinaten van de onderzoekslocatie X = 165.008, Y = 417.150. De locatie is grotendeels in gebruik als siertuin, behorend bij het woonhuis. Een deel van de locatie is braakliggend. De initiatiefnemer is voornemens het bestemmingsplan van de onderzoekslocatie te laten wijzigen, waarna ter plaatse een buitenzwembad (9 m x 5 m) met poolhou2 se (47,5 m ) gerealiseerd kan worden. In figuur 1 is de toekomstige situatie weergegeven. Figuur 1 Toekomstige situatie
2.2
Bodemopbouw
De originele bodem bestaat volgens de bodemkaart van Nederland uit een duinvaaggrond, die voornamelijk is opgebouwd uit leemarm en zwak lemig fijn zand. De afzettingen, waarin deze bodem is ontstaan, behoren geologisch gezien tot de Formatie van Boxtel.
Rapport 2082.003 versie D1
Pagina 1 van 7
2.3
Geohydrologie
Het eerste watervoerend pakket heeft een dikte van ± 67 m en wordt gevormd door de grove en grindrijke zanden van de Formaties van Kreftenheye, Beegden, Peize, Waalre en Oosterhout. Op deze fluviatiele en glaciofluviatiele formaties liggen de fijnzandige, matig goed doorlatende dekzandafzettingen, behorende tot de Formatie van Boxtel, met een dikte van ± 1,5 m. Het eerste watervoerend pakket wordt aan de onderzijde begrensd door kleiafzettingen van de Formatie van Breda. 2.4
Grondwater
De gemiddelde stand van het freatisch grondwater bedraagt ± 7,5 m +NAP, waardoor het grondwater zich op ± 1,5 m -mv zou bevinden. Het water van het eerste watervoerend pakket stroomt volgens de isohypsenkaart van de Dienst Grondwaterverkenning van TNO, in noordwestelijke richting. Er liggen geen pompstations in de buurt van de onderzoekslocatie die van invloed zouden kunnen zijn op de grondwaterstroming ter plaatse van de onderzoekslocatie. De onderzoekslocatie ligt niet in een grondwaterbeschermings- en/of grondwaterwingebied. 2.5
Oppervlaktewater
In de directe nabijheid van de planlocatie is geen oppervlaktewater gelegen. 2.6
Riolering
De woningen Koningsweg 2 is aangesloten op de drukriolering.
Rapport 2082.003 versie D1
Pagina 2 van 7
3.
WATERRELEVANT BELEID
De planlocatie is gelegen binnen het beheersgebied van waterschap Aa en Maas en de gemeente Oss. 3.1
Aa en Maas
De waterschappen Aa en Maas, Brabantse Delta en De Dommel hebben in de Noord- Brabantse Waterschapsbond (NBWB) besloten om de keuren te uniformeren en tegelijkertijd te dereguleren. Hierbij is aangehaakt bij het landelijke uniformeringsproces van de Unie van Waterschappen. Er is conform het nieuwe landelijke model een sterk gedereguleerde keur opgesteld, met bijbehorende algemene regels en beleidsregels. Deze zijn voor de drie waterschappen gelijkluidend. De nieuwe uniforme keuren zijn gezamenlijk in werking getreden op 1 maart 2015. In de nieuwe keur is opgenomen dat het is in beginsel verboden is om zonder vergunning neerslag door toename van verhard oppervlak of door afkoppelen van bestaand oppervlak, tot afvoer naar een oppervlaktewaterlichaam te laten komen. Dit verbod is van toepassing tenzij:
2
Het afkoppelen van verhard oppervlak maximaal 10.000 m is, of; 2 de toename van verhard oppervlak maximaal 2.000 m is, of; de toename van verhard oppervlak bestaat uit een groen dak. 2 2 De toename van verhard oppervlak tussen 2.000 m en 10.000 m is en compenserende maatregelen zijn getroffen om versnelde afvoer van hemelwater tegen te gaan, in de vorm van een voorziening met een minimale retentiecapaciteit conform de rekenregel. 3
2
Benodigde retentiecapaciteit (in m ) = toename verhard oppervlak (in m ) x gevoeligheidsfactor x 0,06.
Daarbij dient de voorziening te voldoen aan de volgende voorschriften: De bodem van de voorziening dient boven de gemiddelde hoogste grondwaterstand (GHG) te liggen; De afvoer uit de voorziening via een functionele bodempassage naar het grondwater en/of via een functionele afvoerconstructie naar het oppervlaktewater plaatsvindt. Indien een afvoerconstructie wordt toegepast, dient deze een diameter van 4 cm te hebben; Daarnaast moet er altijd een overloopconstructie zijn, om uitspoeling naar de sloot te voorkomen. 2
Bij ontwikkelingen waarbij de toename van het verhard oppervlak 2.000 m of groter is, word vanuit het waterschap retentie geëist. 3.2
Gemeente Oss
Het waterbeleid van de gemeente Oss is vastgelegd in het Gemeentelijk Waterplan Oss “Water in Oss”. Het waterplan verwoordt de gemeenschappelijke visie, uitgangspunten en gewenste ontwikkelingen voor “Water in Oss”. Het is de lokale vertaling van het nationale en provinciale waterbeleid. De gewenste toekomstige situatie met betrekking tot water in al haar geledingen, is verwoord aan de hand van vier thema’s: Beleving van water: bijdrage van water aan de leefomgeving; Water als ordenend principe: belang van water bij planologische processen; Waterkwaliteit: de fysische, chemische en ecologische kwaliteit van grond- en oppervlaktewater;
Rapport 2082.003 versie D1
Pagina 3 van 7
Waterketen: het geheel van drinkwatervoorziening; afvalwater inzameling, transport en zuivering.
De gemeente Oss conformeert zich verder aan het beleid van het waterschap.
4.
PLANUITWERKING
De planlocatie is gelegen binnen het beheersgebied van waterschap Aa en Maas. Het waterschap hanteert voor nieuwe en vaak kleine ontwikkelingen de digitale watertoets (www.dewatertoets.nl). Op basis van de ontwikkeling is voor het plangebied de procedure van de digitale watertoets doorlopen. Uit de digitale watertoets blijkt dat het ruimtelijk plan onder de korte procedure valt. De verhardings2 toename en/of -afkoppeling is maximaal 2.000 m . Het plangebied valt tevens buiten de ruimtelijk begrensde waterbelangen. Vanuit het waterschap wordt verzocht bij de bouw af te zien van het gebruik van uitlogende bouwmaterialen zoals zink en koper in daken, gevels, goten en leidingen. De samenvatting en resultaat van de digitale watertoets is bijgevoegd in bijlage 3. 4.1
Randvoorwaarden en uitgangspunten
Ten aanzien van het plan en de omgang met hemelwater zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd.
Streven naar 100% afkoppeling van het verharde oppervlak. Niet afwentelen op anderen in ruimte en tijd. Toepassen voorkeursvolgorde waterkwantiteit (vasthouden, bergen en afvoeren). Toepassen voorkeursvolgorde waterkwaliteit (schoonhouden, scheiden, zuiveren). De ontwikkeling dient hydrologisch neutraal plaats te vinden (HNO). De wateropgave baseren op het daadwerkelijke toekomstig verhard oppervlak. Vooralsnog is 2 Uitgegaan van maximaal 92,5 m verhard oppervlak. Infiltratie- en bergingsvoorzieningen in het plan dimensioneren conform 60 mm gerekend over 2 het aantal m (T=100 jaar + 10 %). Geen regenwater aansluiten op het riool. Geen gebruik maken van uitlogende materialen, bouwen volgens Duurzaam Bouwen (DuBo) principe.
Rapport 2082.003 versie D1
Pagina 4 van 7
4.2
Verhard oppervlak
Het plangebied is momenteel in gebruik als siertuin behorende bij het woonhuis en is derhalve geheel onbebouwd en onverhard. De initiatiefnemer is voornemens op locatie een buitenzwembad en poolhouse te herontwikkelen. Ten aanzien van het toekomstig verhard oppervlak wordt vooralsnog uitgegaan van een oppervlak 2 van ± 92,5 m (het zwembad is hierin als worst-case scenario als volledig verhard oppervlak meegenomen). In tabel I staan de oppervlakten van de toekomstige bebouwing en verhardingen weergegeven. De oppervlakten zijn bij benadering en bepaald aan de hand van het planvoorstel daterend 9 maart 2016 zoals opgenomen in bijlage 2. Tabel I.
Gegevens huidig en toekomstig verhard oppervlak Type verharding
Oppervlak (m²)
Dak poolhouse
± 47,5
Zwembad
± 45
totaal verhard oppervlak
± 92,5
4.3
Waterbergingsopgave
Op basis van het toekomstig verhard oppervlak en de bergingseis bedraagt de waterbergingsopgave 3 voor het plangebied in totaal circa 5,5 m . 4.4
Hemelwater
In de toekomstige situatie zal het schone hemelwater (zogenaamde hemelwaterafvoer; HWA) niet direct op het vuilwater (zogenaamde droogweerafvoer; DWA) worden aangesloten maar separaat binnen worden verwerkt conform de uitgangspunten van de waterbeheerder. Dit betekent dat bij de verdere planuitwerking water expliciet en op evenwichtige wijze in beschouwing wordt genomen en dat hemelwater op een duurzame wijze wordt verwerkt. De ontwikkeling zal daarmee hydrologisch neutraal zijn (standstillbeginsel). 3
In de toekomstige bergings- c.q. infiltratievoorziening dient in ieder geval 5,5 m geborgen te kunnen worden. Binnen de planlocatie is voldoende ruimte aanwezig om deze waterbergingsopgave te kunnen bergen. Ten aanzien van de omgang met hemelwater zijn meerdere mogelijkheden van toepassing:
regenwater (deels) opvangen in regenton/regenzuil. regenwater bergen in het zwembad of nog aan te leggen vijverpartij. regenwater infiltreren in de tuin: door de regenpijp af te zagen en met een bocht in de tuin (in een laagte) te laten lopen door de aanleg van een grindbed. door de aanleg van infiltratiekratten. door de aanleg van een zakgreppel of een zaksloot.
Rapport 2082.003 versie D1
Pagina 5 van 7
4.5
Vuilwater (riolering)
De woningen Koningsweg 2 is aangesloten op de drukriolering. Op de locatie is derhalve de memo “info capaciteit drukriolering” van toepassing. Hemelwater mag niet worden aangeboden op de riolering en dient separaat binnen het plan verwerkt te worden. Als gevolg van de ontwikkeling zal het aanbod van vuilwater echter niet toe nemen. De volgende eisen voor verwerking van afvalwater in de buitengebieden zijn van toepassing:
4.6
In de zogenaamde buitengebieden wordt gebruik gemaakt van mechanische riolering. Deze wordt aangelegd voor het inzamelen en transport van huishoudelijk afvalwater (of wat daar naar aard en omvang gelijk aan is) en geen afvoer van afstromend hemelwater. Uitgangspunt hierbij is de capaciteit die gelijk wordt gesteld aan een maximaal debiet van 3 1 m /uur en dat vervolgens maximaal 5 keer één uur per etmaal. Bedrijfsmatige lozingen op deze mechanische riolering moeten altijd in overleg met de beheergroep riolering aangevraagd en besproken worden. Deze beperking is noodzakelijk om het risico van disfunctioneren te verkleinen (samenloop, overcapaciteit, weinig tot geen berging in het systeem, enz.) en een goed functioneren van het systeem te waarborgen. Kwaliteit
In de Nationale Pakketten Duurzaam Bouwen: Woningbouw nieuwbouw, Woningbouw beheer en Utiliteitsbouw is een tweetal maatregelen (S/U237 en S/U444) opgenomen die onder meer betrekking hebben op het verminderen van de emissie van milieubelastende stoffen naar het van daken afgevoerde hemelwater. Bij nieuwbouw wordt geadviseerd gebruik te maken van niet-uitloogbare bouwmaterialen in verband met de waterkwaliteit. Dit houdt in dat toepassing van materialen voor daken, dakgoten en hemelafvoeren zoals zink, koper, lood etc. wordt afgeraden, tenzij de materialen zijn voorzien van een coating.
Rapport 2082.003 versie D1
Pagina 6 van 7
5.
SAMENVATTING EN CONCLUSIE
Econsultancy heeft van RO Connect opdracht gekregen voor het opstellen van een waterparagraaf voor een ontwikkeling aan de Koningsweg 2 te Oss. De waterparagraaf is uitgevoerd in het kader van de bestemmingsplanwijziging van de onderzoekslocatie, alsmede de aanleg van een buitenzwembad met poolhouse. In deze paragraaf is beschreven op welke wijze rekening is gehouden met de waterhuishoudkundige aspecten en het beleid van de waterbeheerders (Waterschap Aa en Maas en de gemeente Oss). Het waterschap hanteert voor nieuwe en vaak kleine ontwikkelingen de digitale watertoets (www.dewatertoets.nl). Op basis van de ontwikkeling is voor het plangebied de procedure van de digitale watertoets doorlopen. Uit de digitale watertoets blijkt dat het ruimtelijk plan onder de korte 2 procedure valt. De verhardingstoename en/of -afkoppeling is maximaal 2.000 m . Het plangebied valt tevens buiten de ruimtelijk begrensde waterbelangen. Vanuit het waterschap wordt verzocht bij de bouw af te zien van het gebruik van uitlogende bouwmaterialen zoals zink en koper in daken, gevels, goten en leidingen. Het plangebied is momenteel in gebruik als siertuin behorende bij het woonhuis en is derhalve geheel onbebouwd en onverhard. De initiatiefnemer is voornemens op locatie een buitenbzwembad en poolhouse te herontwikkelen.
Ten aanzien van het toekomstig verhard oppervlak wordt vooralsnog uitge2 gaan van een oppervlak van ± 92,5 m (het zwembad is hierin als worst-case scenario als volledig verhard oppervlak meegenomen). Op basis van het toekomstig verhard oppervlak en de bergingseis bedraagt de waterbergingsopgave 3 2 voor het plangebied in totaal circa 5,5 m (92,5 m x 0,06 m). Hemelwater In de toekomstige situatie zal het schone hemelwater (zogenaamde hemelwaterafvoer; HWA) niet direct op het vuilwater (zogenaamde droogweerafvoer; DWA) worden aangesloten maar separaat binnen worden verwerkt conform de uitgangspunten van de waterbeheerder. Dit betekent dat bij de verdere planuitwerking water expliciet en op evenwichtige wijze in beschouwing wordt genomen en dat hemelwater op een duurzame wijze wordt verwerkt. De ontwikkeling zal daarmee hydrologisch neutraal zijn (standstillbeginsel). Ten aanzien van de omgang met hemelwater zijn meerdere mogelijkheden van toepassing:
regenwater (deels) opvangen in regenton/regenzuil. regenwater bergen in het zwembad of nog aan te leggen vijverpartij. regenwater infiltreren in de tuin.
Vuilwater (riolering) De woningen Koningsweg 2 is aangesloten op de drukriolering. Op de locatie is derhalve de memo “info capaciteit drukriolering” van toepassing. Hemelwater mag niet worden aangeboden op de riolering en dient separaat binnen het plan verwerkt te worden. Als gevolg van de ontwikkeling zal het aanbod van vuilwater echter niet toe nemen. Op basis van de randvoorwaarden en uitgangspunten is de ontwikkeling in zowel ruimte als tijd waterneutraal uit te voeren. Er worden dan ook vanuit het oogpunt van de waterhuishouding geen belemmering verwacht ten aanzien van de bestemmingswijziging en de uitvoering van het plan. Econsultancy Boxmeer, 10 november 2016
Rapport 2082.003 versie D1
Pagina 7 van 7
Bijlage 1
Topografische ligging van de locatie
Schaal 1:25.000 Deze kaart is noordgericht
Bijlage 2
Locatieschets huidige en toekomstige situatie
KOPPENS
N
ARCHITECTENBUREAU
KOPPENS
N
ARCHITECTENBUREAU
KOPPENS
N
ARCHITECTENBUREAU
Bijlage 3
Samenvatting digitale watertoets