Bijlage 2A Toelichting
Tekst van het document
2.20
Doelstellingen recreatie en sport
Het buitengebied van Oss heeft een grote toeristisch en recreatieve potentie. Onze ambitie is om die potentie beter te benutten. We bieden ruime mogelijkheden voor toeristisch-recreatieve ontwikkelingen. Voor de vrijetijdseconomie vormen de Maas, de stad Oss en de Maashorst de belangrijkste gebieden. Dit vanwege de aanwezige toeristisch-recreatieve kwaliteiten en voorzieningen. Deze gebieden moeten op een goede, comfortabele en aantrekkelijke manier met elkaar verbonden zijn.
Buitengebied Oss – 2020, pag. 66 van 148 vastgesteld
Maar ook in de overige gebieden willen we het toerisme en de recreatie verder ontwikkelen en stimuleren. Er liggen veel mogelijkheden voor natuurbeleving in de Maashorst en voor agrotoerisme. Hierbij kunnen horeca, dagrecreatie en kleine verblijfsaccommodaties in het buitengebied mogelijk worden. Verder staan we open voor initiatieven die nieuwe verbindingen leggen. Zo zien we kansen om de stad Oss beter met het buitengebied en de Maas te verbinden. Initiatieven moeten altijd goed ingepast worden. De regeling kwaliteitsverbetering van het landschap kan ondersteunend werken, bijvoorbeeld door de aanleg van recreatieve routes of herstel van oude paden. Kwaliteitsverbetering van het landschap draagt bij aan de aantrekkingskracht voor recreatie en toerisme. In het verleden is altijd vastgehouden aan de aspecten rust en ruimte. Het beleid was gericht op het beleven van natuur en landschap (routes) en daarbij passende kleinschalige recreatieve initiatieven. Die zijn en blijven belangrijk. Maar om de vrijetijdssector echt een impuls te kunnen geven, moeten we open staan voor grootschaliger initiatieven. Die grotere initiatieven kunnen een permanent karakter hebben. Maar het kunnen ook tijdelijke initiatieven zijn in de vorm van een evenement. Op voorhand willen we geen gebieden aanwijzen waar deze initiatieven passend zijn.
In samenspraak met initiatiefnemers en de omgeving moeten we ontdekken wat passend is. Niet elk gebied leent zich voor grootschalige activiteiten. Als er zo’n passend initiatief is, zullen we daar een zelfstandige ruimtelijke procedure voor voeren.
Wijze van bestemmen Recreatie Bestaande (legale) recreatievoorzieningen zijn positief bestemd en voorzien van een passende regeling. Wij bieden voor dagrecreatie en voor verblijfsrecreatie binnen verblijfsrecreatie1 met toepassing van een binnenplanse afwijkingsregeling een uitbreidingsruimte van 25% van de in het bestemmingsplan opgenomen bebouwingsoppervlakte. Uitbreiding van recreatie is mogelijk tot 50% vergroting van het bestaande oppervlak van het bestemmingsvlak mits het aan diverse voorwaarden voldoet. Omschakeling naar recreatie is eveneens mogelijk. De bestemming ‘Bedrijf’, ‘Horeca’ en ‘Sport’ geven deze mogelijkheid. Nieuwvestiging is niet toegestaan. Naast recreatie als hoofdbestemming voorziet dit bestemmingsplan in veel mogelijkheden voor kleinschalige recreatieve activiteiten. Het beleid ten aanzien van deze kleinschalige activiteiten is in het gemengd landelijk gebied en in de bebouwingsconcentraties het ruimst en in het primair agrarisch gebied het meest beperkt. Het plan voorziet ook in mogelijkheden voor omschakeling van agrarische functies naar recreatieve functies. Sport Bestaande (legale) sportvoorzieningen zijn positief bestemd en voorzien van een passende regeling. Wij bieden met toepassing van een binnenplanse afwijkingsregeling een beperkte uitbreidingsruimte van 15% van de in het bestemmingsplan opgenomen bebouwingsoppervlakte.
Het bestemmingsplan voorziet niet in mogelijkheden voor nieuwvestiging van sportvoorzieningen. Omschakeling van een agrarisch bedrijf naar een sportfunctie vinden we in een bebouwingsconcentratie onder voorwaarden voorstelbaar. Als nevenactiviteit is sport bij agrarische bedrijven in bebouwingsconcentraties en het gemengd landelijk gebied voorstelbaar. De voorwaarden en mogelijkheden zijn afhankelijk van de aard van de bebouwingsconcentratie en de omgeving.
Buitengebied Oss – 2020, pag. 67 van 148 vastgesteld
2.21
Maatschappelijk
Binnen het plangebied bevindt zich een beperkt aantal maatschappelijke voorzieningen. Deze zijn van uiteenlopende aard: jeugdopvang, sociaal-medisch, religieus, gedenkplaats, zorginstelling. In sommige gevallen is sprake van een duidelijke relatie met het buitengebied, bijvoorbeeld waar zorg wordt gecombineerd met agrarische activiteiten. In andere gevallen is er eerder sprake van een historisch gegroeide situatie.
2.22
Doelstelling maatschappelijk
Vanwege de uiteenlopende aard van maatschappelijke voorzieningen is het lastig om er een concrete of eenduidige doelstelling voor te formuleren. In algemene zin zijn we in het buitengebied terughoudend met het toestaan van nieuwe functies die geen relatie hebben met het buitengebied. Wanneer die relatie er wel is kan in gevallen onder voorwaarden medewerking worden verleend. Nieuwvestiging is uitgesloten, dus het zal altijd omschakeling betreffen. Bij agrarische bedrijven zijn verschillende vormen van zorg- of zorg gerelateerde activiteiten voorstelbaar. Rechtstreeks binnen de agrarische bestemming, als deze activiteiten deel uitmaken van de reguliere agrarische bedrijfsvoering, of met een afwijking als nevenactiviteit. Veel andere vormen van maatschappelijk gebruik sluiten we uit in het buitengebied. Deze maatschappelijke functies zien we als stedelijke voorzieningen. Voorbeelden zijn scholen, gezondheidszorg en bibliotheken. Zorgbeleid Wij merken dat het aantal initiatieven voor woonzorgfuncties in het buitengebied toeneemt. Voor de beoordeling van deze initiatieven is op dit moment nog geen beoordelingskader voorhanden. Dat is wel nodig, met name ook vanwege de benodigde integrale beoordeling van dit soort initiatieven op zowel ruimtelijke als zorginhoudelijke aspecten.
Het beleid voor woonzorgfuncties zal in een apart beleidskader vastgelegd moeten worden en vormt geen onderdeel van dit bestemmingsplan. Dit beleid zal dienen als toetsingskader voor initiatieven. Mantelzorg Om goede mantelzorg te kunnen verlenen kan het nodig zijn om de zorgbehoevende of mantelzorger altijd dicht bij te hebben. De mantelzorgwoning gaat op deze behoefte in. De mogelijkheden voor mantelzorgwoningen worden beschreven onder ‘wonen’ in § 2.11 en § 2.12.
Wijze van bestemmen Bestaande (legale) maatschappelijke voorzieningen zijn positief bestemd en voorzien van een passende regeling. Wij bieden met toepassing van een binnenplanse afwijkingsregeling een beperkte uitbreidingsruimte van 15% van de in het bestemmingsplan opgenomen bebouwingsoppervlakte tot een maximale totale bebouwingsoppervlakte van 1.000 m2. Nieuwvestiging is niet toegestaan. In het bestemmingsplan zijn in de wijzigingsregels omschakelingsmogelijkheden opgenomen waarbij een (agrarisch) bedrijf kan worden omgeschakeld naar een maatschappelijke functie. Met name binnen het gemengd landelijk gebied en binnen bebouwingsconcentraties kan worden omgeschakeld naar respectievelijk een zorgvoorziening zonder woongelegenheid en een zorgvoorziening met woongelegenheid. Zorggerelateerde activiteiten die in het rechtstreeks verlengde liggen van de (agrarische) bedrijfsvoering, worden niet als strijdig met de agrarische (bedrijfs)bestemming aangemerkt en kunnen dus rechtstreeks.
Buitengebied Oss – 2020, pag. 68 van 148 vastgesteld
Een voorbeeld is dagbesteding voor zorgbehoevenden, waarbij de dagbesteding bestaat uit het meewerken in het agrarisch bedrijf. Andere zorgvoorzieningen kunnen, onder voorwaarden, als kleinschalige activiteit bij een agrarisch bedrijf binnen gemengd landelijk gebied, de zone rond een kern of binnen een bebouwingsconcentratie worden uitgeoefend. Omschakeling naar andere maatschappelijke voorzieningen is niet mogelijk met een binnenplanse afwijking.
2.23
Verkeer
Ontsluiting Het hele plangebied is goed ontsloten. De belangrijkste ontsluiting van het verkeer gebeurt via de N329, Dorpenweg, Beatrixweg, Lithoijensedijk – Lithsedijk, Meester van Coothstraat, Provincialeweg, Wildsedijk, John F. Kennedybaan, Heesterseweg en Papendijk. Van oudsher vormde de route over de dijk langs de Maas een voorname route binnen het plangebied. Deze route is nog steeds aanwezig en heeft ook grotendeels nog steeds een belangrijke erfontsluitende functie. Maar de Maasdijk is ook steeds meer een belangrijke recreatieroute geworden. Soms leidt dit tot onderlinge conflicten, of ervaren aanwonenden overlast door de drukte. In de komgebieden zijn de oude noord-zuid verbindingen nog steeds herkenbaar. Deze structuren zijn aangevuld met in meer of mindere mate planmatige stratenpatronen. Met de jaren zijn er steeds meer verbindingen in het gebied bijgekomen. In het ‘Mobiliteitsplan Oss 2020’ zijn de delen van de N625, de Beatrixweg, John F. Kennedybaan, N329, Dorpenweg, Nieuwe Hescheweg en Amstellaan binnen het plangebied als ‘gebiedsontsluitingsweg 80 km/h’ gecategoriseerd. Het zuidelijk deel van de N329 is een stroomweg. De Berghemseweg is een ‘erftoegangsweg, type I’. Alle overige wegen zijn gecategoriseerd als ‘erftoegangsweg, type II, buiten bebouwde kom.’
Categorisering ‘Mobiliteitsplan Oss 2020’
Buitengebied Oss – 2020, pag. 69 van 148 vastgesteld
Parkeren Binnen het plangebied vindt het parkeren vooral plaats op eigen terrein. Bij grotere voorzieningen, zoals de sportvelden, zijn hiertoe parkeerterreinen gerealiseerd. Incidenteel wordt binnen het plangebied op informele wijze langs de openbare weg geparkeerd.
2.24
Doelstelling verkeer
Voor de afwikkeling van het verkeer in het buitengebied is binnen dit bestemmingsplan geen specifieke doelstelling opgenomen. Parkeren Bij ruimtelijke ontwikkelingen of wijziging(en) van bestaande functie(s) waaraan alleen medewerking kan worden verleend door middel van een herziening, wijziging of afwijking van het geldende bestemmingsplan geldt als uitgangspunt dat op eigen terrein in de parkeerbehoefte moet worden voorzien. De gemeentelijke parkeernormen zijn daarbij leidend. Indien voor het oplossen van een parkeerprobleem (anders dan bij ruimtelijke ontwikkelingen) de aanleg van nieuwe parkeerplaatsen noodzakelijk is, moet deze in eerste instantie worden gevonden binnen de beschikbare openbare ruimte. Van dit beginsel kan, indien de ruimte niet aanwezig is, in specifieke gevallen worden afgeweken.
Wijze van bestemmen Ontsluiting In het bestemmingsplan worden de bestaande verharde wegen en straten als zodanig bestemd middels verkeersbestemmingen. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen de bestemming ‘Verkeer’ en de bestemming ‘Verkeer – Verblijf’. De N625, de Beatrixweg, John F. Kennedybaan, N329, Dorpenweg, Nieuwe Hescheweg, Amstelstraat hebben door hun belangrijke functie voor het doorgaande verkeer de bestemming ‘Verkeer’. Alle overige verharde wegen krijgen de bestemming ‘Verkeer – Verblijf’. De in het plangebied voorkomende onverharde wegen zijn opgenomen binnen de bestemmingen ‘Agrarisch met waarden – Landschap’ en ‘Agrarisch met waarden – Natuur en landschap’. Binnen de bestemming ‘Natuur’ zijn wandel- en fietspaden en bestaande wegen toegestaan. Parkeren Er is een algemeen artikel met betrekking tot parkeervoorzieningen opgenomen. In dat artikel zijn bouwregels voor parkeervoorzieningen opgenomen, met daarbij marges voor afmetingen en een verwijzing naar de te hanteren parkeernormen. Binnen de bestemmingen ‘Verkeer’, ‘Verkeer – railverkeer’ en ‘Verkeer – verblijf’ zijn parkeervoorzieningen toegestaan. Aan diverse binnenplanse afwijkingsmogelijkheden is als voorwaarde opgenomen dat parkeren op eigen terrein regelt.
Buitengebied Oss – 2020, pag. 70 van 148 vastgesteld
2.25
Duurzaamheid
Er zijn in het buitengebied verschillende specifieke vormen van duurzame voorzieningen of duurzaamheid in het algemeen aanwezig. Deze voorzieningen hebben geen specifieke bestemming. Voorbeelden zijn duurzaam ondernemen en het opwekken van duurzame energie door bijvoorbeeld zonnepanelen op bedrijfsbebouwing.
2.26
Doelstelling duurzaamheid
De transitie naar een duurzame leefomgeving is een belangrijke opgave voor de komende jaren. Duurzaamheid is een brede term die van toepassing is op meerdere aspecten die in dit bestemmingsplan geregeld worden. De gangbare definitie van duurzaamheid is “ontwikkeling die aansluit op de behoeften van nu zonder het vermogen van toekomstige generaties om in hun eigen behoeften te voorzien in gevaar brengen”. In het kader van dit bestemmingsplan hebben we het met duurzaamheid vooral over duurzame energie- en watervoorziening, zorgvuldig ruimtegebruik en ontwikkelingen in de agrarische sector. Energie De gemeente Oss heeft de doelstelling om in 2050 energieneutraal te zijn. Dit sluit aan op de landelijke doelstelling, die voortkomt uit het klimaatakkoord van Parijs 2015. We laten onderzoeken wat nodig is om deze doelstelling te behalen. Het resultaat van dit onderzoek is dat we staan voor een enorme opgave. Om het energieverbruik van de gemeente Oss te verduurzamen zijn maatregelen noodzakelijk op het gebied van besparen, duurzaam opwekken en duurzaam inkopen. De huidige doelstelling is om 50% van de behoefte te besparen, 25% binnen de gemeente duurzaam op te wekken en 25% van elders duurzaam te importeren. Het zelf opwekken van 25% van de totale energiebehoefte betekent dat het landschap van het buitengebied van Oss flink zal veranderen.
Alle vormen van duurzame energieopwekking moeten een bijdrage leveren. Het gaat dan om wind- en zonne-energie, waterkracht, geothermie en biomassa. Voor elke vorm van duurzame energie is in beeld gebracht wat de potentie in Oss is. Uit de onderzoeken blijkt dat windenergie op korte termijn de grootste bijdrage kan leveren aan de energiedoelstelling. Ook zonnevelden bieden mogelijkheden voor Oss. Om 25% van de energiebehoefte in 2050 zelf op te kunnen wekken, zijn ongeveer 80 grote windmolens nodig. Het percentage kan ook worden behaald met 5,3 km2 aan zonnevelden. Beide vormen van duurzame energie hebben een zeer grote impact op de beleving van het landschap. Om de doelstelling wel te kunnen halen, zullen we medewerking moeten verlenen aan meerdere verschillende initiatieven die zijn gericht op het opwekken van duurzame energie. In het bestemmingsplan maken we opwekking van duurzame energie in grootschalige vorm niet rechtstreeks mogelijk. Wel zijn we bereid om van het bestemmingsplan af te wijken voor deze projecten, indien deze ook passend zijn in ons beleid. In een apart, Oss-breed onderzoek, zijn de ruimtelijke consequenties voor de toepassing van duurzame energie in Oss in beeld gebracht. De invulling en uitvoering van de ambities voor duurzame energie vinden in een zelfstandig proces plaats.
Wijze van bestemmen Kleinschalige voorzieningen voor de opwekking van duurzame energie maken we in dit bestemmingsplan mogelijk. Zo zijn met een binnenplanse afwijking zonnepanelen bij burgerwoningen (max oppervlakte 50 m2 en maximale hoogte 2 m) en bedrijven (max oppervlakte 250 m 2 en maximale hoogte 2 m) mogelijk. Ook kleinere windmolens zijn met een binnenplanse afwijking mogelijk bij agrarische bedrijven, nietagrarische bedrijven en burgerwoningen.
Buitengebied Oss – 2020, pag. 71 van 148 vastgesteld
Windturbines en grootschalige zonnevelden maken we in dit bestemmingsplan niet mogelijk. In een apart, Oss-breed onderzoek, zijn de ruimtelijke consequenties voor de toepassing van duurzame energie in Oss in beeld gebracht. De invulling en uitvoering van de ambities voor duurzame energie vinden in een zelfstandig proces plaats.
2.27
Ontwikkelingen
Met dit bestemmingsplan worden meerdere ontwikkelingen mogelijk gemaakt. Voorafgaand aan het bestemmingsplan is ondernemers en particulieren de mogelijkheid geboden om een principeverzoek in te dienen. Initiatiefnemers die een positieve beoordeling hebben ontvangen, zijn uitgenodigd om de haalbaarheid aan te tonen met een ruimtelijke onderbouwing. Initiatiefnemers die een deels positieve beoordeling hebben ontvangen, zijn uitgenodigd voor een gesprek om de mogelijkheden te bespreken. Daarna zijn zij in de gelegenheid gesteld hun plan aan te passen en de haalbaarheid aan te tonen met een ruimtelijke onderbouwing. Dit heeft ertoe geleid dat de volgende ontwikkelingen zijn opgenomen in dit bestemmingsplan: 1. Dorpenweg 2 Macharen Bestaande situatie Op de locatie Dorpenweg 2 in Macharen staat een boerderij (voormalige bedrijfswoning) met loods en veldschuur. Hier was voorheen een bedrijf gevestigd. Er wordt momenteel alleen nog gewoond. Plan Het plan bestaat uit de wijziging van de bedrijfsbestemming naar een woonbestemming. Vertaling in bestemmingsplan Bovengenoemd plan is in het bestemmingsplan mogelijk gemaakt door het bestaande bestemmingsvlak ‘Bedrijf’ om te zetten in een bestemming ‘Wonen’. 2.
Dorpenweg ongenummerd (nabij nummer 21) Deursen-Dennenburg Bestaande situatie Op de locatie Dorpenweg ongenummerd (nabij nummer 21) in Deursen-Dennenburg is een bedrijf (kantoor) gevestigd in een pand met cultuurhistorische waarden. Plan Het plan bestaat uit de realisatie van een woning dan wel een kantoor in een bestaand cultuurhistorisch waardevol gebouw. Vertaling in bestemmingsplan Bovengenoemd plan is in het bestemmingsplan mogelijk gemaakt door het bestaande bestemmingsvlak ‘Bedrijf’ om te zetten in een bestemming ‘Wonen’ met de aanduiding ‘specifieke vorm van wonen – dorpenweg ongenummerd’. 3. Eindstraat 18 Haren Bestaande situatie De locatie aan de Eindstraat 18 in Haren is een vrijkomende agrarische bedrijfslocatie. De voormalige bedrijfswoning wordt al lange tijd gebruikt als burgerwoning en heeft in het geldende bestemmingsplan een woonbestemming. Eén van de voormalige varkensschuren is nog altijd op de locatie aanwezig. Plan Het plan bestaat uit de realisatie van een praktijk voor therapeutische (groeps)activiteiten in en rond een bijgebouw bij de bestaande woning. Vertaling in bestemmingsplan Bovengenoemd plan is in het bestemmingsplan mogelijk gemaakt door de aanduiding ‘specifieke vorm van wonen – voormalig agrarisch bedrijf’ te verwijderen en door in bijlage 3 van de regels op te nemen
Buitengebied Oss – 2020, pag. 72 van 148 vastgesteld
dat hier als nevenactiviteit is toegestaan: 2 bed and breakfastappartementen en een biocentrisch centrum. 4. Elst 12 Geffen Bestaande situatie De locatie aan de Elst 12 in Geffen is een vrijkomende agrarische bedrijfslocatie. De voormalige bedrijfswoning wordt al lange tijd gebruikt als burgerwoning en heeft in het geldende bestemmingsplan een woonbestemming. Plan Het plan bestaat uit de realisering van een caravanstalling. Vertaling in bestemmingsplan Bovengenoemd plan is in het bestemmingsplan mogelijk gemaakt door de woonbestemming te verkleinen en in de regels op te nemen dat hier 1.000 m2 gebruikt mag worden voor statische opslag/caravanstalling. 5. Herstraat 5 Megen Bestaande situatie Op de locatie aan de Herstraat 5 in Megen is een pallethandel aanwezig. Het perceel heeft een agrarische bestemming met een agrarisch bouwvlak. Er is echter geen agrarisch bedrijf meer actief. Plan Het plan bestaat uit het vestigen van een bedrijf in cultuurtechnische werken. Vertaling bestemmingsplan Bovengenoemd plan is in het bestemmingsplan mogelijk gemaakt door het wijzigen van de agrarische bestemming in een bedrijfsbestemming waarbij het bouwvlak is verkleind. In de regels is opgenomen dat er een bedrijf in cultuurtechnische werken aanwezig mag zijn met een maximale oppervlakte van 500 m2.
Daarnaast is er een persoonsgebonden overgangsrecht opgenomen voor het gebruik als pallethandel met een maximale oppervlakte van 805 m2. 6. Hoogveldsestraat 5 Oijen Bestaande situatie Op de locatie aan de Hoogveldsestraat 5 in Oijen is een melkveehouderij aanwezig op een bestaand agrarisch bouwvlak. Plan Het plan bestaat uit het oprichten van een nieuwe melkstal, een mestsilo en een nieuwe veldschuur. Vertaling bestemmingsplan Om het oprichten van een nieuwe melkstal, een mestsilo en een nieuwe veldschuur mogelijk te maken is het agrarisch bouwvlak vergroot tot 1,5 ha. 7. Kesselsegraaf 12 Lith Bestaande situatie De locatie aan de Kesselsegraaf 12 in Lith betreft een bestaand agrarisch bouwvlak. Plan Het plan bestaat uit de uitbreiding van bedrijfsgebouwen. Vertaling bestemmingsplan Om de uitbreiding van bedrijfsgebouwen mogelijk te maken is de vorm van het agrarisch bouwvlak gewijzigd. 8. Koningsweg 2 Oss Bestaande situatie De locatie Koningsweg 2 in Oss is een bestaande woonbestemming in het buitengebied. Plan Het plan bestaat uit de realisatie van een zwembad met poolhouse.
Buitengebied Oss – 2020, pag. 73 van 148 vastgesteld
Vertaling bestemmingsplan Om de realisatie van een zwembad met poolhouse mogelijk te maken is de vorm van de woonbestemming gewijzigd. 9. Langestraat 14 Dieden Bestaande situatie Op de locatie Langestraat 14 in Dieden is een agrarisch bedrijf aanwezig met recreatieve nevenactiviteiten. Het perceel heeft een agrarische bestemming met een agrarisch bouwvlak. Plan Het plan bestaat uit het omzetten van het agrarisch bedrijf naar een verblijfs- en dagrecreatiebedrijf. Vertaling bestemmingsplan Bovengenoemd plan is in het bestemmingsplan mogelijk gemaakt door de agrarische bestemming te wijzigen in een bestemming ‘Recreatie – Dagrecreatie’ met de aanduiding ‘specifieke vorm van gemengd – langestraat 14’. 10. Lutterstraat 2 Lithoijen/ Vlierstraat 17 Oijen Bestaande situatie Op de locatie aan de Lutterstraat 2 in Lithoijen is naast een bedrijfswoning een loods aanwezig van 2.500 m2 op een bestaand agrarisch bouwvlak. De loods wordt gebruikt voor het stallen van boten, campers en diverse agrarische producten. Op de locatie aan de Vlierstraat 17 in Oijen is naast een bedrijfswoning een loods aanwezig op een bestaand agrarisch bouwvlak van 7.300 m2. De locatie beschikt over een niet gerealiseerde vergunning voor een varkenshouderij.
Plan Het plan bestaat uit: - Het opheffen van het agrarisch bouwvlak aan de Vlierstraat 17 in Oijen, waarbij de bestaande bedrijfswoning een woonbestemming krijgt. - Het opheffen van het agrarisch bouwvlak aan de Lutterstraat 2 in Lithoijen, waarbij de bestaande (bedrijfs)bebouwing en de bedrijfswoning een bedrijvenbestemming krijgt. Vertaling bestemmingsplan Bovengenoemd plan is in het bestemmingsplan mogelijk gemaakt door: - Voor de locatie Vlierstraat 17 in Oijen de agrarische bestemming te wijzigen in een woonbestemming. - Voor de locatie Lutterstraat 2 in Lithoijen de agrarische bestemming te wijzigen in een bedrijfsbestemming. Er mogen maximaal 3 bedrijven aanwezig zijn. In de regels is opgenomen dat er een botenstalling met reparatie voor particulieren, een aannemersbedrijf met een werkplaats en een reparatiebedrijf voor motorfietsen aanwezig mag zijn. 11. Lutterweg 4a Oijen Bestaande situatie Op de locatie aan de Lutterweg 4a in Oijen is een melkveebedrijf aanwezig op een bestaand agrarisch bouwvlak. Plan Het plan bestaat uit de uitbreiding van een agrarisch bouwvlak ten behoeve van de uitbreiding met een stal en sleufsilo’s. Vertaling bestemmingsplan Om dit plan mogelijk te maken is het agrarische bouwvlak vergroot tot 2,0 ha, waarvan 0,5 ha ten behoeve van de opslag voor ruwvoer. 12.
Maasdijk 11 Neerloon Bestaande situatie Op de locatie Maasdijk 11 in Neerloon is een agrarisch bedrijf aanwezig op een bestaand agrarisch bouwvlak met bijbehorende agrarische gronden.
Buitengebied Oss – 2020, pag. 74 van 148 vastgesteld
Plan Het plan bestaat uit de ontwikkeling van een landgoed (zoals bedoeld in de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant) met twee landgoedwoningen. Vertaling bestemmingsplan Om dit plan mogelijk te maken zijn de agrarische gronden grotendeels gewijzigd in de bestemming ‘Natuur’. Ook zijn er 2 woonbestemmingen toegevoegd. 13. Mergental 1 Herpen Bestaande situatie De locatie Mergental 1 in Herpen is een bestaande woonbestemming in het buitengebied. Plan Het plan bestaat uit de splitsing van een bestaand woonpand met cultuurhistorische waarde. Vertaling bestemmingsplan Om dit plan mogelijk te maken is het bestaande bestemmingsvlak opgedeeld in 2 aparte bestemmingsvlakken ‘Wonen’. 14. Ossestraat 13 Macharen Bestaande situatie Op de locatie Ossestraat 13 in Macharen zijn een roeivereniging en een kanovereniging gevestigd op een bestaande sportbestemming. Plan Het plan bestaat uit de uitbreiding van het bestaande clubgebouw van de roeivereniging met een trainingsruimte. Vertaling bestemmingsplan Om dit plan mogelijk te maken wordt de toegestane maximale oppervlakte bebouwing vergroot. 15. Oude Molenweg 31 Herpen Bestaande situatie De locatie Oude Molenweg 31 in Herpen is een bestaande woonbestemming in het buitengebied. Plan Het plan bestaat uit de legalisatie van het gebruik van agrarische gronden als tuin.
Vertaling bestemmingsplan Om dit plan mogelijk te maken wordt de woonbestemming vergroot. 16. Oude Molenweg 5 Herpen Bestaande situatie Op de locatie Oude Molenweg 5 in Herpen is een bedrijf gevestigd dat zich bezig houdt met de verhuur van horecabenodigdheden voor feesten en evenementen. Dit bedrijf is gevestigd op een bestaande bedrijfsbestemming. Plan Het plan bestaat uit de uitbreiding van een bestaand bedrijfsperceel, de uitbreiding van de bedrijfsbebouwing en de bouw van een bedrijfswoning. Vertaling bestemmingsplan Om dit plan mogelijk te maken wordt de bedrijfsbestemming en de toegestane maximale oppervlakte bedrijfsbebouwing vergroot. Om de woning mogelijk te maken wordt de aanduiding ‘bedrijfswoning uitgesloten’ verwijderd. 17. Parallelstraat 1 Oijen Bestaande situatie De locatie Parallelstraat 1 in Oijen is een bestande bedrijfsbestemming waarop een rioolwaterzuiveringsinstallatie is gevestigd. Plan
Buitengebied Oss – 2020, pag. 75 van 148 vastgesteld
Het plan bestaat uit het bouwen van een loods. Vertaling bestemmingsplan Om de bouw van de loods mogelijk te maken is het bouwvlak en de toegestane maximale oppervlakte bedrijfsbebouwing vergroot. 18. Platerstraat 5 Lith Bestaande situatie Op de locatie aan de Platerstraat 5 in Lith is een viskwekerij aanwezig op een bestaand agrarisch bouwvlak. Daarnaast zijn nevenactiviteiten aanwezig in de vorm van de opslag voor bouwmaterialen en voertuigen voor het bouwbedrijf van initiatiefnemer en opslag voor derden. Deze nevenactiviteiten zijn niet planologisch geregeld. Plan Het plan bestaat uit de ontwikkeling van een viskwekerij voor siervissen inclusief opslag daarvoor en maximaal 1.000 m2 opslagruimte voor bouwmaterialen en voertuigen voor het bouwbedrijf van initiatiefnemer en voor beperkte opslag voor derden. Vertaling bestemmingsplan Om dit plan mogelijk te maken is in de regels opgenomen dat een oppervlakte van 1.000 m2 gebruikt mag worden voor opslag van bouwmaterialen en voertuigen voor het eigen bouwbedrijf en opslag van materialen voor verenigingen. 19. Waatselaarstraat 3 Berghem Bestaande situatie Op de locatie aan de Waatselaarstraat 3 in Berghem is een paardenhouderijbedrijf gevestigd op een bestaand agrarisch bouwvlak. Plan Het plan bestaat uit de uitbreiding van een agrarisch bouwvlak voor een paardenhouderijbedrijf.
Vertaling bestemmingsplan Om dit plan mogelijk te maken is het agrarisch bouwvlak vergroot. 20. Weisestraat 35 Lithoijen Bestaande situatie Op de locatie aan de Weisestraat 35 in Lithoijen is een melkveehouderij gevestigd op een bestaand agrarisch bouwvlak. Plan Het plan bestaat uit de verandering van de vorm van het agrarisch bouwvlak zodat de reeds aanwezige sleufsilo binnen het bouwvlak komt te liggen. Vertaling bestemmingsplan De vorm van het agrarische bouwvlak is zodanig veranderd dat de reeds aanwezige sleufsilo binnen het bouwvlak komt te liggen.
Buitengebied Oss – 2020, pag. 76 van 148 vastgesteld
Hoofdstuk 3
3.1
Toelichting op de regels
Algemeen
Het bestemmingsplan bevat regels die het juridisch instrumentarium geven voor het regelen van het gebruik van de gronden en opstallen én bepalingen over de toelaatbaarheid van bebouwing. Het bestemmingsplan kan worden verbeeld op papier (al is het digitale bestemmingsplan leidend), en gaat vergezeld van deze toelichting. De toelichting heeft geen bindende werking en maakt juridisch geen deel uit van het bestemmingsplan. Wel heeft zij een belangrijke functie bij de onderbouwing van het plan. De Wet ruimtelijke ordening biedt zowel de mogelijkheid om een globaal bestemmingsplan te maken als de mogelijkheid van een gedetailleerd bestemmingsplan. In het bestemmingsplan ‘Buitengebied Oss – 2020’ is gekozen voor een gedetailleerde regeling. Voor de opzet van de regels is aangesloten bij de “Standaardregels bestemmingsplannen Oss”. De regels bestaan uit vier hoofdstukken. Dit zijn de inleidende regels (artikelen 1 en 2), de bestemmingsregels (artikelen 3 tot en met 33), de algemene regels (artikelen 34 tot en met 41) en de overgangsen slotregels (de artikelen 42 en 43). Bij de regels horen bijlagen, waaronder een groot aantal inrichtingsplannen. Ook eerder vastgestelde inrichtingsplannen zijn weer opnieuw opgenomen. In de volgende paragraaf worden de diverse artikelen uit de regels en de bijlagen waar nodig toegelicht.
3.2
Regels
Hoofdstuk 1: Inleidende regels Artikel 1: Begrippen In dit artikel worden de in de regels gehanteerde begrippen nader verklaard om verschillen in interpretatie te voorkomen. Enkele begrippen worden hieronder nader uiteengezet. Achtergevel In dit bestemmingsplan is de term ‘achtergevel’ geïntroduceerd. Deze term is met name van belang voor het bepalen van de situering van bedrijfsgebouwen, die achter de achtergevel van de bedrijfswoning gesitueerd moeten worden. In hoeksituaties is sprake van twee voorgevelrooilijnen. Bij het bepalen van de bouwmogelijkheden op een hoeksituatie hoeft echter maar met één ‘achtergevel’ rekening te worden gehouden, omdat anders de bouwmogelijkheden op een perceel te zeer beperkt zouden worden. De oriëntering van de woning in een bepaalde (hoofd)richting is daarbij bepalend voor de vraag welke achtergevel moet worden aangehouden. Grondgebonden en niet-grondgebonden agrarisch bedrijf, geitenhouderij De begrippen ‘grondgebonden agrarisch bedrijf’, ‘niet-grondgebonden agrarisch bedrijf’ en ‘geitenhouderij’ zijn overgenomen uit de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant. Artikel 2: Wijze van meten Dit artikel geeft aan op welke manier het meten van in de regels genoemde begrippen moet plaatsvinden. Specifieke aandacht vraagt het bepalen van de inhoud van dijkwoningen. Deze woningen liggen immers
Buitengebied Oss – 2020, pag. 77 van 148 vastgesteld
vaak met de voordeur aan de dijk, terwijl zich hieronder vaak nog een hele verdieping, met achterdeur, bevindt. Bij een dergelijk verschil in hoogte behoort het gedeelte van de woning dat als ‘onderbouw’ geldt niet tot de inhoud van de woning. De onderbouw is dat gedeelte van de woning dat onder ‘peil’ is gelegen) Hoofdstuk 2: Bestemmingsregels De in dit hoofdstuk geregelde bestemmingen zijn achtereenvolgens: Artikel 3: Agrarisch met waarden - Landschap Deze bestemming is toegekend aan agrarische gronden met landschappelijke waarden. Deze landschappelijke waarden komen vooral tot uiting in de groot- dan wel kleinschaligheid van een gebied, of het nog aanwezig zijn van waardevol reliëf. In hoofdstuk 3 is een uitgebreide omschrijving gegeven van de waarden binnen de verschillende landschapstypes. Opzet bouwregels Bij de bouwregels wordt in artikel 3 (agrarisch met waarden – landschap) de volgende opzet gehanteerd. Artikel 3.2.1. geldt voor alle bouwwerken binnen deze bestemming, ongeacht het doel. De artikelen 3.2.2 tot en met 3.2.5 zijn van toepassing op bouwwerken voor agrarische bedrijven, en gaan van algemeen (3.2.2) tot specifiek. Artikel 3.2.6 is van toepassing op andere doeleinden dan agrarische bedrijven. Nadere eisen Het stellen van nadere eisen heeft tot doel om ruimtelijke kwaliteit te waarborgen in specifieke situaties.
Nadere eisen kunnen alleen worden toegepast bij een bouwplan dat voldoet aan het bestemmingsplan. Eén van de doelen van het ruimtelijk beleid is bijvoorbeeld concentratie van bebouwing. Bebouwing moet aansluiten bij andere bebouwing binnen het bouwvlak. Artikel 4: Agrarisch met waarden- Landschap en natuur Deze bestemming is toegekend aan agrarische gronden met landschappelijke en natuurwaarden. Deze zijn met name in de uiterwaarden gelegen en betreffen agrarische gronden binnen het Natuur Netwerk Brabant die voor natuurontwikkeling in aanmerking komen. Binnen deze bestemming liggen geen agrarische bouwvlakken. We ligt hier de veeopvang van Brabants Landschap op Keent. In hoofdstuk 3 wordt verder ingegaan op deze waarden. Artikel 5: Bedrijf Algemeen Bedrijven worden onderverdeeld in twee hoofdcategorieën: buitengebiedgebonden bedrijven (de agrarisch technische hulpbedrijven en agrarisch verwante bedrijven, aangeduid als sb-b1) en niet buitengebiedgebonden bedrijven (overige niet-agrarische bedrijvigheid, aangeduid als sb-b2). Daarnaast is een aantal zeer specifieke bedrijven in het buitengebied aanwezig, die zijn voorzien van een aparte aanduiding. Uitbreiding bedrijf Het uitbreiden van de bebouwingsoppervlakte van een bedrijf kan onder voorwaarden met een binnenplanse afwijking.
Omschakeling bedrijf Het omschakelen van buitengebied gebonden bedrijf naar niet-buitengebied gebonden bedrijf en visa versa kan onder voorwaarden met een binnenplanse afwijking. Artikel 6: Groen Deze bestemming is gelegd op gronden met een groen karakter, zonder dat sprake is van specifieke
Buitengebied Oss – 2020, pag. 78 van 148 vastgesteld
natuurwaarden. Artikel 7: Horeca Deze bestemming is toegekend aan alle horecabedrijven binnen het plangebied in de categorieën 1 t/m 4. Binnen deze bestemming is omschakeling naar een ander type horeca rechtstreeks toegestaan. Artikel 8: Maatschappelijk Deze bestemming is toegekend aan een aantal maatschappelijke voorzieningen, zoals een kapel en kerk, een jeugdopvang en een museum. De regeling is uitgebreider dan strikt gezien nodig is voor de voorzieningen. De reden hiervoor is dat via wijziging van het bestemmingsplan een maatschappelijke bestemming mogelijk is voor andere vormen van ‘maatschappelijk’. Artikel 9: Maatschappelijk – Begraafplaats Deze bestemming is op een tweetal oude begraafplaatsen gelegd. Artikel 10: Natuur Deze bestemming is toegekend aan de binnen het plangebied voorkomende natuurgebieden. Het betreft delen van het Natuur Netwerk Brabant, natuurvriendelijke oevers langs de Maas, gerealiseerde delen van de ecologische verbindingszones en overige natuurgebieden. Artikel 11: Recreatie – Dagrecreatie Deze bestemming is toegekend aan dagrecreatieve gronden. Het betreft met name gronden binnen recreatiegebied de Lithse Ham. Artikel 12: Recreatie – Verblijfsrecreatie 1 Deze bestemming is toegekend aan verblijfsrecreatieve gronden. Het betreft hier met name groepsaccommodaties en kampeerterreinen.
Artikel 13: Recreatie – Verblijfsrecreatie 2 Deze bestemming is van toepassing op het chaletpark de Lithse Ham. Vanwege de heel specifieke situatie is hier een aparte bestemming gelegd met eigen regeling. Dat komt met name ook door de ligging in de uiterwaarden. Artikel 14: Sport Deze bestemming is toegekend aan de sportterreinen en -velden in het plangebied. Artikel 15: Verkeer Deze bestemming is toegekend aan met name doorgaande verharde wegen. Artikel 16: Verkeer – Railverkeer Deze bestemming is toegekend aan de spoorweg. Artikel 17: Verkeer – Verblijf Deze bestemming is toegekend aan overige verharde wegen. Artikel 18: Water Deze bestemming is toegekend aan al het water dat niet hoofdzakelijk een functie als vaarwater heeft. Artikel 19: Water – Vaarweg Deze bestemming is toegekend aan water dat een belangrijke functie als vaarweg heeft.
Buitengebied Oss – 2020, pag. 79 van 148 vastgesteld
Artikel 20: Wonen De bestemming is toegekend aan burgerwoningen. Herbouw woning Algehele herbouw van een woning mag rechtstreeks uitsluitend plaatsvinden op de oorspronkelijke locatie binnen het bestemmingsvlak. Met de oorspronkelijke locatie wordt de plaats van het oorspronkelijk fundament bedoeld, waarbij de fundamenten uiteraard wel mogen worden vervangen. Binnenplans kan worden afgeweken voor herbouw op een andere locatie binnen het bestemmingsvlak. Uitbreiding woning Buiten de ‘overige zone – dijkzone woningen’ mag een woning rechtstreeks een maximale inhoud hebben van 750 m3. Binnen die zone is hiervoor een binnenplanse afwijkingsregeling opgenomen. Verder is een binnenplanse afwijkingsregeling opgenomen voor een vergroting van een woning tot maximaal 1.000 m3. Hierbij gelden voorwaarden met betrekking tot inpasbaarheid. Ook is de provinciale ‘regeling kwaliteitsverbetering’ van toepassing’. Recreatieve nevenactiviteiten In een woning is rechtstreeks, onder voorwaarden, een Bed en Breakfast toegestaan. Binnenplans kan worden afgeweken voor ruimere recreatieve mogelijkheden, zoals een Bed en Breakfast voor meer kamers of een recreatiewoning. Dit moeten wel kleinschalige voorzieningen zijn die een ruimtelijke uitstraling hebben die met een woonbestemming in overeenstemming is.
Artikel 21: Wonen – Woonwagenstandplaats Deze bestemming is toegekend aan twee woonwagenterreinen; aan de Maasstraat in Lith en de Kerkesteeg in Geffen. Artikel 22: Leiding – Gas Deze dubbelbestemming is toegekend aan een gasleiding in het plangebied. Artikel 23: Leiding – Hoogspanningsverbinding Artikel 24: Leiding – Riool Deze dubbelbestemming is toegekend aan een rioolleiding. Het tracé verbindt de kernen met elkaar en de rioolwaterzuiveringsinstallatie. Artikel 25: Leiding – Water Deze dubbelbestemming is toegekend aan een waterleiding. De tracés lopen van de grondwaterwingebieden naar Oss en het oosten. Artikel 26: Waarde – Archeologie monument Artikel 27: Waarde – Archeologie historische kern Artikel 28: Waarde – Archeologie verwachtingswaarde hoog Artikel 29: Waarde – Archeologie verwachtingswaarde middelhoog Artikel 30: Waarde – Landschap Deze dubbelbestemming is toegekend aan waardevolle verhogingen in het landschap. Deze bevinden zich met name ten zuiden van Lithoijen.
Buitengebied Oss – 2020, pag. 80 van 148 vastgesteld
Artikel 31: Waarde – Stroomvoerend rivierbed De dubbelbestemming is toegekend aan het stroomvoerend deel van de uiterwaarden. Artikel 32: Waarde – Waterbergend rivierbed Deze dubbelbestemming is toegekend aan het waterbergend deel van de uiterwaarden. Artikel 33: Waterstaat – Waterkering Deze dubbelbestemming is toegekend aan de primaire keringen. De bijbehorende beschermingszone is niet bestemd tot ‘Waterkering’, maar is aangeduid als ‘vrijwaringszone – dijk’ (artikel 35). Hoofdstuk 3: Algemene regels Dit hoofdstuk geeft een aantal gebruikelijke algemene regels. Het betreft achtereenvolgens: Artikel 34: Anti-dubbeltelregel Dit artikel regelt dat grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing blijft. Artikel 35: Landschappelijke tegenprestatie Op basis van de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant is een tegenprestatie vereist bij sommige ruimtelijke ontwikkelingen in het buitengebied. Dit vereiste geldt voor ruimtelijke ontwikkelingen buiten bestaand stedelijk gebied en buiten het Natuur Netwerk Brabant, waarvoor planologische besluitvorming nodig is.
In regionaal verband zijn afspraken gemaakt over het toepassingsbereik, de te hanteren methoden, de basisinspanning en de borging van de regeling ‘kwaliteitsverbetering van het landschap’. In § 5.2.3 van deze toelichting wordt nader op deze regeling en de regionale afspraken ingegaan. Artikel 36: Algemene bouwregels Dit artikel geeft een aantal bouwregels die algemene werking hebben, en dus niet in één of meerdere specifieke bestemmingen gegeven worden. Artikel 37: Algemene gebruiksregels Dit artikel geeft aan wat in ieder geval onder strijdig gebruik wordt verstaan. Artikel 38: Algemene aanduidingsregels Dit artikel bestaat uit een aantal algemene aanduidingen. overige zone: inrichtingsplannen Deze aanduiding is gelegd op een groot aantal plaatsen waar nieuwe ontwikkelingen plaatsvinden of ontwikkelingen hebben plaatsgevonden die eerder planologisch zijn vergund. In de regels wordt de landschappelijke inpassing van deze ontwikkelingen nader geconcretiseerd. Op basis van dit artikel is de uitvoering van een inrichtingsplan binnen een bepaalde periode verplicht. Daarnaast is er normaal gesproken ook een privaatrechtelijke overeenkomst afgesloten hiervoor. Overige zone - kooicirkel Deze zone ligt op de kooicirkel van de drie eendenkooien in de Lithse polder met een kooicirkel.
overige zone - uiterwaarden, overig: oeverwal, overig: komgebied, overig: dekzandrand, overig: dekzandrug Dit zijn de landschappelijke zones. Deze zones hebben een ruimtelijke doorwerking in met name de bouwregels (de hoogte van bouwwerken is hiervan afhankelijk) en de afwijkingsregelingen.
Buitengebied Oss – 2020, pag. 81 van 148 vastgesteld
De aanduiding ‘overige zone – uiterwaarden’ is toegekend aan de landschappelijke zone uiterwaarden langs de Maas. De aanduiding ‘overige zone: oeverwal’ is toegekend aan de landschappelijke zone oeverwal. De aanduiding ‘overige zone: komgebied’ is toegekend aan de landschappelijke zone komgebied. Een aantal werkzaamheden in dit gebied is gebonden aan een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde of voor werkzaamheden. Onder a is de vergunningsplicht opgenomen, terwijl onder b de uitzonderingen op de vergunningsplicht en onder c de toelaatbaarheid is opgenomen. Als een omgevingsvergunning voor bouwen is verleend en in combinatie daarmee omgevingsvergunningsplichtige werken moeten worden uitgevoerd, dan is voor die omgevingsvergunningsplichtige werken en werkzaamheden geen omgevingsvergunning vereist. In deze toelichting is een nadere beschrijving en detaillering gegeven van de aanwezige en te beschermen waarden van het gebied. Deze gebiedsbeschrijving wordt betrokken bij de beoordeling van een verzoek om omgevingsvergunning. Ook de bestemmingsomschrijving van de bestemming wordt daarbij betrokken.
Overige zone - bebouwingsconcentratie, overig: gemengd landelijk gebied, overig: overig agrarisch gebied, overig: primair agrarisch gebied, overig: stads- en dorpsranden Deze zones zijn vooral functioneel van belang, met name voor de regelingen voor nevenactiviteiten bij agrarische bedrijven en bij woningen en voor de omschakelingsmogelijkheden voor agrarische bedrijven. De zone overig: primair agrarisch gebied ligt op het primair agrarisch gebied in de Lithse polder. In dit gebied heeft de landbouw het primaat en is het beleid gericht op het behoud van de (ontwikkelings) mogelijkheden van agrarische bedrijven. De zone overig: bebouwingsconcentratie ligt op de in de structuurvisie aangewezen bebouwingsconcentraties. Deze zijn in dit bestemmingsplan concreet begrensd. De zone overig: stads- en dorpsranden ligt op een zone van 200 m rond de kernen. De zone overig: overig agrarisch gebied ligt op het buitengebied dat niet binnen één van de andere functionele zones ligt. . overige zone - beperking veehouderij Deze zone ligt op het gebied ‘beperkingen veehouderij’ zoals dat is vastgelegd in de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant. overige zone - groenblauwe mantel Deze zone ligt op het gebied ‘groenblauwe mantel’ zoals dat is vastgelegd in de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant.
geluidzone – industrie Deze aanduiding is toegekend aan de geluidzone behorende bij een geluidsgezoneerd bedrijf of bedrijventerrein. Het betreft de rioolwaterzuiveringsinstallatie ten zuiden van Oijen, de betonfabriek ten oosten van Lithoijen, bedrijventerrein Elzenburg – De Geer, bedrijventerrein MoLaDa, Vorstengrafdonk en De Bulk. geluidzone - motorcrossterrein Deze aanduiding is toegekend aan de geluidzone behorende bij het motorcrosscircuit NieuwZevenbergen. vrijwaringszone – dijk Deze zone is toegekend aan de beschermingszone langs de primaire kering, een zone van 50 meter
Buitengebied Oss – 2020, pag. 82 van 148 vastgesteld
gemeten vanaf de teen van de dijk. Binnen dit gebied geldt een omgevingsvergunningsplicht voor een aantal werken en werkzaamheden. vrijwaringszone – molenbiotoop De molens in Geffen, Lith, Megen, Dieden en Ravenstein hebben een vrijwaringzone waarbinnen nadere voorwaarden gelden met betrekking tot de hoogte van bouwwerken. milieuzone – grondwaterbeschermingsgebied Deze zone is toegekend aan de beschermingszone van de waterwingebieden nabij Maren – Kessel en Macharen. Binnen deze gebieden geldt een omgevingsvergunningsplicht voor een aantal werken en werkzaamheden. milieuzone – waterwingebied Deze zone is toegekend aan het waterwingebied in Maren – Kessel. Binnen dit gebied geldt een omgevingsvergunningsplicht voor een aantal werken en werkzaamheden. Wetgevingszone – wijzigingsgebied 1 Deze aanduiding is toegekend aan gronden binnen het Natuur Netwerk Brabant waarvan de natuurlijke inrichting nog niet gerealiseerd is. Daarnaast is deze aanduiding opgenomen voor een zone langs de Maas ten behoeve van de realisatie van natuurvriendelijke oevers. Door middel van deze wijzigingsbevoegdheid kan hieraan op een in verhouding eenvoudige wijze medewerking worden verleend. wetgevingszone – wijzigingsgebied 2 Deze aanduiding is toegekend aan gronden die zijn gelegen binnen de provinciale zonering ‘zoekgebied ecologische verbindingszone’.
Door middel van deze wijzigingsbevoegdheid kan aan de realisering van deze ecologische verbindingszone op een in verhouding eenvoudige wijze medewerking worden verleend. wetgevingszone – wijzigingsgebied 3 Deze aanduiding is toegekend aan een deel van Lithoijen, Geffen en Herpen dat binnen ‘zoekgebied verstedelijking’ is gelegen, zoals aangeduid op de kaarten behorende bij de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant, en dat tevens als bebouwingsconcentratie is aan te merken. Binnen dit gebied behoort de realisering van zogenaamde ‘BiO-woningen’ (Buitengebied in Ontwikkeling) nog tot de mogelijkheden. De woningen zijn nu gebaseerd op artikel 3.78 van Interim omgevingsverordening (kwaliteitsverbetering bebouwingsconcentraties). Een BiO-woning is alleen ruimtelijk aanvaardbaar als daarvoor voldoende feitelijke ruimtelijke kwaliteitswinst wordt geboden in de vorm van met name sloop of sanering van een bedrijf. Deze kwaliteitswinst moet wat hoogte betreft vergelijkbaar zijn met de hoogte van een ruimte-voor-ruimterecht. wetgevingszone – wijzigingsgebied 4 Deze aanduiding heeft betrekking op de bouw van twee woningen a/d Meester Van Coothstraat in Lith. wetgevingszone – wijzigingsgebied 5 Deze aanduiding maakt onder voorwaarden de wijziging tot natuur mogelijk bij de Langendonkweg.
wetgevingszone – wijzigingsgebied 6 Deze aanduiding maakt onder voorwaarden de realisatie van zes recreatiechalets of een groepsaccommodatie aan de Peperstraat 4 in Oijen mogelijk. wetgevingszone – wijzigingsgebied 7 Deze aanduiding maakt onder voorwaarden een woning mogelijk.
Buitengebied Oss – 2020, pag. 83 van 148 vastgesteld
wetgevingszone – wijzigingsgebied 8 Deze aanduiding maakt onder voorwaarden een woning mogelijk. wetgevingszone – wijzigingsgebied 9 Deze aanduiding maakt onder voorwaarden de uitbreiding van verblijfsrecreatie mogelijk van een groepsaccommodatie aan de Hoefstraat. wetgevingszone – wijzigingsgebied 10 Deze aanduiding maakt onder voorwaarden de realisatie van horeca mogelijk bij een woning aan de Weverstraat in Geffen. wetgevingszone – wijzigingsgebied 11 Deze aanduiding maakt het mogelijk om aanduidingen 'milieuzone – waterwingebied' en 'milieuzone – waterbeschermingsgebied' te verwijderen als de functie van drinkwatervoorziening ter plaatse is verwijderd en provinciaal beleid dit toestaat. Artikel 39: Afwijken van de bouwregels algemeen Dit artikel geeft een algemene afwijkingsregeling van de bouwregels. In artikel 39.1 hebben wij een binnenplanse afwijking opgenomen die afwijking met 25% van in de regels opgenomen maatvoering mogelijk maakt. Wij zien deze regeling als een zgn. experimenteerbepaling, vooruitlopend op de mogelijkheden die de Omgevingswet gaat bieden. Toepassing van deze regeling is mogelijk als er én geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de in het artikel genoemde aspecten maar er daarnaast óók een positieve bijdrage wordt geleverd aan één of meerdere van de in dit artikel genoemde criteria.
Door middel van deze regeling kunnen burgemeester en wethouders makkelijker medewerking verlenen aan beleidsmatig gewenste ontwikkelingen die niet rechtstreeks passen in het bestemmingsplan maar die wel een bijdrage leveren aan de beleidsmatige doelstellingen van dit plan. Deze gedachte, die meer uitgaat van het werken naar de bedoeling van het plan, past in de geest van de Omgevingswet. Soms kan er bij toepassing van deze afwijkingsmogelijkheid ook sprake zijn van een verplichte tegenprestatie op basis van de ‘regeling kwaliteitsverbetering’. Het regionaal afsprakenkader is hiervoor leidend. Artikel 40: Wijzigingsregels De volgende wijzigingsregels zijn opgenomen: 40.1 Wijziging actualisering 40.2 Wijziging vormverandering agrarisch bouwvlak 40.3 Wijziging vergroting agrarisch bouwvlak 40.4 Wijziging omschakeling naar veehouderij 40.5 Wijziging omschakeling naar paardenhouderij 40.6 Wijziging omschakeling naar overig agrarisch bedrijf 40.7 Wijziging omschakeling naar bedrijfsmatige activiteiten 40.8 Wijziging omschakeling van agrarisch bedrijven naar wonen 40.10 Wijziging omschakeling agrarisch naar agrarisch 40.11 Wijziging realisering ruimte-voor-ruimtewoning 40.12 Wijziging uitbreiding wonen 40.13 Wijziging uitbreiding bedrijf 40.14 Wijziging toestaan eerste bedrijfswoning bedrijf 40.15 Wijziging uitbreiding recreatie 40.16 Wijziging omschakeling naar recreatie 40.17
Wijziging omschakeling bedrijf 40.18 Wijzigingen overig
Buitengebied Oss – 2020, pag. 84 van 148 vastgesteld
In het algemeen wijzen wij erop, dat in de wijzigingsvoorwaarden (lang) niet alle criteria zijn opgenomen waaraan een wijzigingsplan wordt getoetst. Bij een wijziging van het bestemmingsplan maken wij een volledige ruimtelijke toets, waarbij getoetst wordt aan de meest recente relevante beleidskaders. Artikel 41: Overige regels Dit artikel regelt de verwijzing naar andere wettelijke regelingen en de toepasselijkheid van de gemeentelijke bouwverordening cultuurhistorische waarden Panden met cultuurhistorische waarden hebben deze aanduiding toegekend gekregen. Het betreft de rijks- en gemeentelijke monumenten en panden die anderszins zijn geïnventariseerd als cultuurhistorisch waardevol. Tot deze categorie behoren panden die in het geldende bestemmingsplan reeds zijn aangeduid als cultuurhistorisch waardevol, panden die in het kader van het Monumenten Inventarisatie Project (MIP) zijn geïnventariseerd en panden die op de provinciale cultuurhistorische waardenkaart zijn opgenomen. Sloop van deze panden is aan een omgevingsvergunning gebonden. Hoofdstuk 4: Overgangs- en slotregels Artikel 42: Overgangsrecht Dit artikel regelt het overgangsrecht voor bebouwing en gebruik van gronden en bouwwerken. Het persoonsgebonden overgangsrecht wordt toegepast in zeer specifieke situaties.
Artikel 43: Slotregel Dit artikel regelt de formele titel waaronder het bestemmingsplan kan worden aangehaald. Bijlagen: Bijlage 1 Mogelijkheden functieverandering agrarische bedrijven In deze bijlage zijn de mogelijkheden voor functieverandering van agrarische bedrijven opgenomen. De juridische basis hiervoor ligt in de wijzigingsregels. Bijlage 2 Mogelijkheden kleinschalige activiteiten bij agrarische bedrijven In deze bijlage zijn de mogelijkheden voor kleinschalige activiteiten bij agrarische bedrijven opgenomen. Kleinschalige activiteiten kunnen met een binnenplanse afwijking worden toegestaan. Bijlage 3 Bestaande kleinschalige activiteiten In deze bijlage zijn de bestaande vergunde kleinschalige activiteiten bij woningen en bij agrarische bedrijven opgenomen. Bijlage 4 Bedrijvenlijst In deze bijlage zijn de bedrijfsactiviteiten genoemd die volgens de regels al dan niet toelaatbaar zijn. De lijst is opgesteld vanuit de typering van het plangebied als een rustige woonwijk. Gemotiveerd kan van dat standpunt worden afgeweken. Bijlage 5 Aard bedrijvigheid en oppervlakte bedrijfsbebouwing In deze tabel zijn per adres de toegestane aard van activiteiten en de toegestane oppervlakte aan bedrijfsbebouwing in diverse bestemmingen opgenomen.
Bijlage 6 Lijst van rechtstreeks toelaatbare aan-huis-gebonden activiteiten Deze bijlage bevat een lijst van aan huis gebonden activiteiten die tot een oppervlakte van 35 m binnen het hoofdgebouw of aan- en uitbouwen rechtstreeks toelaatbaar zijn. 2
Bijlage 7 Tabel ‘Diersoorten veehouderijen’
Buitengebied Oss – 2020, pag. 85 van 148 vastgesteld
Deze bijlage bevat een lijst van veesoorten waarop aangeduid is welke veesoort per agrarisch bedrijf mag worden gehouden. Deze bijlage regelt alleen de planologische rechten om dieren te houden. Daarnaast kunnen voor het houden dieren andere toestemming nodig zijn, zoals op grond van de Wet milieubeheer en de Wet natuurbescherming. Bijlage 8 Tabel ‘Hobbymatig vee’ Deze bijlage bevat een overzicht van de hoeveelheid vee die in afwijking van de ‘veetype-regeling’ mag worden gehouden op een bouwvlak met de aanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch – veehouderij’. Deze bijlage regelt alleen de planologische rechten om dieren te houden. Daarnaast kunnen voor het houden dieren andere toestemming nodig zijn, zoals op grond van de Wet milieubeheer en de Wet natuurbescherming. Bijlage 9 Tabel ‘Stikstofrechten’ Deze bijlage bevat een overzicht van stikstofrechten van agrarische bedrijven die beschouwd worden als ‘bestaand’ recht.. Deze bijlage regelt alleen de planologische rechten om dieren te houden. Daarnaast kunnen voor het houden dieren andere toestemming nodig zijn, zoals op grond van de Wet milieubeheer en de Wet natuurbescherming. Bijlage 10 Inventarisatie De Lithse Ham Deze bijlage bevat de inventarisatie van bestaande bebouwing binnen recreatiegebied De Lithse Ham.
Bijlage 11 t/m 126: inrichtingsplannen Het betreft hier inrichtingsplannen uit voorgaande bestemmingsplannen en inrichtingsplannen voor nieuwe ontwikkelingen die nu voor het eerst meegenomen worden in dit bestemmingsplan.
Buitengebied Oss – 2020, pag. 86 van 148 vastgesteld
Hoofdstuk 4
Beleidskader
4.1
Wettelijk kader
4.1.1
Wet ruimtelijke ordening
Op 1 juli 2008 is de Wet ruimtelijke ordening in werking getreden. De hoofdlijnen van de wet zijn: - Decentraal wat kan en centraal wat moet: rijk en provincie moeten en mogen niet meer regelen dan wat de taak van deze overheden direct met zich brengt; - Rijk, provincie en gemeente hebben gelijke instrumenten en kunnen die inzetten voor de eigen taken op het gebied van de ruimtelijke ordening: structuurvisie, bestemmingsplan en projectafwijkingsbesluit; - Rijk en provincie kunnen zaken voor gemeente dwingend voorschrijven via een verordening en via een aanwijzing; - Er is een strikte scheiding tussen beleid en bestemmingsplan; beleidsdocumenten hebben geen directe juridische werking meer; - De goedkeuring van de provincie op bestemmingsplannen is vervallen; - Voor gebieden waar geen ruimtelijke ontwikkelingen spelen kan de gemeente kiezen om een beheersverordening te maken in plaats van een bestemmingsplan; - Er is een drempel voor planschade van 2%; - De mogelijkheid van kostenverhaal bij grondexploitatie is verbeterd; - Bestemmingsplannen moeten analoog en digitaal worden gemaakt. 4.1.2
Grondexploitatiewet
Tegelijk met de Wet ruimtelijke Ordening is de Grondexploitatiewet (Grex-wet) in werking getreden. De grondexploitatiewet is als § 6.4 in de Wet ruimtelijke ordening opgenomen. De Grex-wet is noodzakelijk omdat eerdere wettelijke instrumenten voor kostenverhaal, te weten de exploitatieverordening en de baatbelasting, niet toereikend bleken. Doelstelling van de nieuwe wet is een goede regeling voor kostenverhaal, binnenplanse verevening en enkele locatie-eisen bij particuliere grondexploitatie. Onder de Grex-wet is kostenverhaal mogelijk via het privaatrechtelijke spoor (door middel van een vrijwillige samenwerkingsovereenkomst) en door middel van het publiekrechtelijke spoor. Eén van de belangrijkste vernieuwingen die de wet brengt, is het verplichtende karakter van kostenverhaal. Privaatrechtelijke afspraken hebben de voorkeur. Maar als een gemeente er niet in geslaagd is met alle particuliere eigenaren in een gebied een overeenkomst te sluiten over grondexploitatie moet de gemeente publiekrechtelijk kosten verhalen bij partijen waarmee geen contract is gesloten. Dit publiekrechtelijke verhaal gaat door middel van een exploitatieplan, waarvan de totstandkoming gelijk op moet lopen met een bestemmingsplan. De verplichting tot een publiekrechtelijke regeling is gekoppeld aan twee voorwaarden: 1.
In de eerste plaats is een ruimtelijk besluit op grond van de Wet ruimtelijke ordening nodig. Het publiekrechtelijk instrumentarium is alleen van toepassing bij de vaststelling van een bestemmingsplan, wijziging van een bestemmingsplan, of een projectafwijkingsbesluit.
Buitengebied Oss – 2020, pag. 87 van 148 vastgesteld
2. De tweede voorwaarde is dat het ruimtelijk besluit voorziet in nieuwbouw of in belangrijke en omvangrijke verbouwplannen met functiewijzigingen. De bouwplannen waar het om gaat zijn in het Besluit ruimtelijke ordening aangewezen. Dit bestemmingsplan voorziet in nieuwe bouwmogelijkheden. De Grondexploitatie-wetgeving is dan ook van toepassing. Dat betekent dat meerkosten voor de planologische procedure als gevolg van particuliere ontwikkelingen dienen te worden verhaald op de initiatiefnemer(s). De verhaal van deze kosten kan op twee manieren worden geregeld, namelijk via een anterieure overeenkomst of via een exploitatieplan. De gemeente Oss heeft nadrukkelijk de voorkeur om dit via een anterieure overeenkomst met de initiatiefnemer te regelen omdat het opstellen van een exploitatieplan aanzienlijke meerkosten voor gemeente én initiatiefnemer tot gevolg heeft.
4.1.3
Wet op de archeologische monumentenzorg
In de Wet op de archeologische monumentenzorg, aangenomen in 2006, is het doel van het in 1992 gesloten Verdrag van Valletta (Malta) verwerkt: bescherming van het archeologische erfgoed als bron van het Europese gemeenschappelijke geheugen en als middel voor geschiedkundige en wetenschappelijke studie. Om dat doel te bereiken moet de wetgever het archeologisch erfgoed betrekken bij de ruimtelijke ordening. Met de wet wordt het Verdrag van Valletta in de Nederlandse wetgeving geïmplementeerd. De kern van de wet is dat gemeenten verantwoordelijk zijn voor de archeologische monumentenzorg binnen de gemeentegrenzen. Bij de vaststelling van een bestemmingsplan dient de gemeente rekening te houden met de in de grond aanwezige dan wel te verwachten archeologische waarden.
4.1.4
Wet Natuurbescherming
De Wet natuurbescherming is op 1 januari 2017 in werking getreden en beschermt Nederlandse natuurgebieden en planten- en diersoorten. Het is belangrijk voor de natuur dat er veel verschillende planten- en diersoorten zijn. Wanneer het met de natuur goed gaat, is er ook meer ruimte voor economische en andere maatschappelijke activiteiten. Maar sommige soorten zijn kwetsbaar, zoals vleermuizen en mussen. Een goede natuurbescherming is dan ook belangrijk. De Wet natuurbescherming vervangt 3 wetten die tot 1 januari 2017 golden: − De Natuurbeschermingswet 1998. Deze wet regelde de natuurbescherming van gebieden. − De Flora- en faunawet. Deze wet beschermde in het wild voorkomende diersoorten en plantensoorten. − De Boswet. Deze wet beschermde de Nederlandse bossen. Met één wet en minder regels wordt de regelgeving voor natuurbescherming overzichtelijker. Rolverdeling tussen provincies en Rijk Sinds 1 januari 2017 bepalen de provincies wat wel en niet mag in de natuur binnen de provincie. De provincies zorgen voor de vergunningen en ontheffingen. De Rijksoverheid blijft verantwoordelijk voor het beleid van grote wateren en internationaal beleid (zoals Natura2000). Ruimtelijke plannen en omgevingsvergunningen die invloed hebben op beschermde natuur moeten passen binnen de Wet natuurbescherming, Daarnaast gelden ook provinciale regelingen voor natuurbescherming.