Bijlage 1D Bijlagen bij toelichting - BP Ontwikkelingen 3 Buitengebied Oss - 2022.PDF
Tekst van het document
juli 2023
Amsteleindstraat ongenummerd
39
Op en rond de planlocatie zijn geen waardevolle houtopstanden. Er zijn geen kapwerkzaamheden voorzien. Conclusie De beoogde ontwikkeling leidt niet tot overtreding van verbodsbepalingen omtrent soortenbescherming, gebiedsbescherming en houtopstanden in het kader van de Wet natuurbescherming. Tijdens de uitvoering van de werkzaamheden dient rekening te worden gehouden met de (mogelijke) aanwezigheid van zoogdieren en algemene broedvogels (in het kader van Algemene zorgplicht). Voor deze soorten dienen maatregelen te worden getroffen om effecten te voorkomen. De nieuwbouw van een woning aan de Amsteleindstraat ong. te Oss is uitvoerbaar zoals bepaald in de Wro (art. 3.1.6 Bro). Vervolgstappen De beoogde ontwikkeling leidt niet tot aantasting van beschermde natuurwaarden (soortbescherming, gebiedsbescherming en houtopstanden). Derhalve is het uitvoeren van aanvullend onderzoek niet noodzakelijk. Geconcludeerd wordt dat voor de beoogde ontwikkeling geen ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming vereist is. Hierbij dient wel gewerkt te worden volgens de principes van zorgvuldig handelen en mogen broedvogels niet verstoord worden. Wat de gebiedsbescherming betreft mag worden geconcludeerd dat deze geen beletsel vormt voor de ontwikkeling. 5.3
Archeologie en Cultuurhistorie
5.3.1 Erfgoedwet en overgangsregeling omgevingswet
De Erfgoedwet beschermt het cultureel erfgoed in Nederland. In deze wet staan regels om belangrijk cultureel erfgoed beter te beschermen en behouden. In de Erfgoedwet staat wat cultureel erfgoed is, hoe de overheid omgaat met roerend cultureel erfgoed (zoals schilderijen), wie welke verantwoordelijkheden heeft en hoe de overheid daar toezicht op houdt. Het beschermingsregime voor de in de grond aanwezige dan wel te verwachten monumenten (lees archeologische resten) net als de bescherming van gebouwde rijksmonumenten wordt opgenomen in de Omgevingswet. Voor-
juli 2023
Amsteleindstraat ongenummerd
40
uitlopend op de ingang van de Omgevingswet is het deel van de Monumentenwet 1988 dat gaat over de fysieke leefomgeving geregeld in het overgangsrecht van de Erfgoedwet. Het gaat om: • vergunningen tot wijziging, sloop of verwijdering van rijksmonumenten. • verordeningen, bestemmingsplannen, vergunningen en ontheffingen op het gebied van archeologie. • bescherming van stads- en dorpsgezichten. Het erfgoed in de ruimtelijke ordening wordt nu nog voor een belangrijk deel geregeld via de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Ruimtelijke plannen die toepassing hebben op cultureel erfgoed moeten passen binnen wettelijke kaders van de Erfgoedwet en ook de regelingen die in andere wetten en regelgeving is opgenomen, zoals de Wabo en het Bro. 5.3.2 Archeologiebeleid
Het provinciale archeologisch beleid is neergelegd in de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant en op de provinciale Cultuurhistorische waardenkaart 2010, herzien 2016. Hierin is de bescherming van aardkundig waardevolle gebieden en archeologische landschappen geregeld. Het gemeentelijk archeologisch beleid is veel gedetailleerder dan het algemene provinciale beleid op dit punt en prevaleert daarom ook boven het provinciale archeologisch beleid. Op 14 oktober 2010 heeft de gemeente Oss haar ‘archeologiebeleid’ vastgesteld. In 2015 heeft de gemeenteraad het archeologiebeleid opnieuw vastgesteld. Dit was nodig vanwege de gemeentelijke herindeling met Maasdonk. Onderdeel van de vaststelling in 2015 is het rapport 'Actualisatie archeologiebeleid gemeente Oss, een herziene archeologische beleidskaart voor het nieuwe grondgebied van de gemeente Oss' (Goddijn, 2012). Aan de hand van onderzoeken, inzichten en boringen in het veld zijn de eerdere archeologische kaarten gedeeltelijk bijgesteld. Op de beleidskaart is sprake van meerdere beleidscategorieën (zie onderstaande tabel). In het beleid is per beleidscategorie vastgelegd wanneer sprake is van een onderzoeksplicht en wanneer ontwikkelingen hiervan zijn vrijgesteld. Verwachting/waarde Archeologisch beschermd rijksmonument
Vrijstellingsgrenzen 0 m2 / 30 cm -Mv
Archeologisch (AMK-) monument Beschermde stadsgezichten
35 m2 / 30 cm -Mv
Historische stads-/dorpskern
50 m2 / 30 cm -Mv
juli 2023
Amsteleindstraat ongenummerd
41
Hoge verwachtingswaarde
100 m 2 / 30 cm -Mv
Hoge verwachtingswaarde – bedrijventerrein
1000 m2 / 30 cm -Mv
Middelhoge verwachtingswaarde Lage verwachtingswaarde
5 hectare / 30 cm -Mv
Reeds onderzocht
Afhankelijk van de resultaten van het reeds uitgevoerde onderzoek.
Verstoord
Geen onderzoeksplicht
Volgens de archeologische beleidskaart heeft het plangebied een middelhoge verwachtingswaarde. Vanuit het archeologiebeleid geldt een archeologische onderzoeksplicht als de bodemingrepen dieper zijn dan 30 cm beneden het huidige maaiveld én de omvang van het gebied groter is dan 1.000 m².
Figuur: Archeologische verwachtingenkaart 5.3.3 Archeologietoets
Volgens de archeologische beleidskaart van de gemeente is aan het bestemmingsplangebied een middelhoge verwachtingswaarde toegekend. Concreet betekent dit dat er een archeologische onderzoeksplicht geldt indien de bodemingrepen dieper reiken dan 30 cm beneden huidig maaiveld én de omvang van het gebied groter is dan 1.000 m². In dit geval is dit niet aan de orde gelet op de beperkingen die de bouwregels stellen aan de oppervlakte van het bouwplan, waardoor de genoemde vrijstellingen niet overschreden worden en is een archeologisch onderzoek niet nodig.
juli 2023
Amsteleindstraat ongenummerd
42
Bestemmingsplanregels De gemeente Oss vertaalt de wet en het archeologisch beleid ook door in standaard bestemmingsplanregels. Zo heeft de gemeente bestemmingsplanregels (dubbelbestemmingen: dat wil zeggen dat deze naast de hoofdbestemming gelden) voor bescherming van historische kernen, beschermde monumenten, monumenten en voor gebieden met een middelhoge of hoge archeologische verwachtingswaarde. Met deze regels kan, ter bescherming van archeologische waarden, worden bepaald wanneer er een omgevingsvergunning voor bepaalde werkzaamheden nodig is, wanneer dat niet het geval is en onder welke omstandigheden en met welke nadere eisen en voorwaarden een omgevingsvergunning kan worden verleend. Om het archeologisch traject te borgen is aan het gebied een dubbelbestemming ‘Waarde - Archeologie verwachtingswaarde middelhoog’ toegekend. Voor het gebied geldt dat bij bodemverstoringen groter dan 1.000 m² en dieper dan 30 cm beneden huidig maaiveld archeologisch onderzoek nodig is. 5.3.4 Cultuurhistorie Wettelijk kader Door een wijziging van het Bro moeten cultuurhistorische waarden voortaan vooraf in het proces van ruimtelijke ordening worden meegenomen, met name bij de voorbereiding en vaststelling van bestemmingsplannen. Het Bro bevat eisen waaraan de voorbereiding van een bestemmingsplan moet voldoen.
Zo wordt er onder meer een beschrijving verlangd van de manier waarop met in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden. Dat wordt veranderd in: met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten. De regering wil hiermee bereiken dat aandacht voor cultuurhistorische waarden voortaan in het planproces naar voren wordt gehaald. Doordat plannen nu nog pas na afloop van het planproces worden getoetst aan de regelgeving van de monumentenzorg, wordt monumentenzorg dikwijls ervaren als hindernis. Dit is door de regering erkend en daarbij is de ambitie uitgesproken om de positie van cultuurhistorie aan het begin van het ruimtelijk ordeningsproces juridisch te versterken. Door de verankering van cultuurhistorische waarden in de bestemmingsplannen vermindert tegelijkertijd de noodzaak tot het aanwijzen van nieuwe beschermde monumenten, omdat het belang van de cultuurhistorie wordt geborgd via het proces van de ruimtelijke ordening. In de Wet tot wijziging van de Monumentenwet 1988 en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht in verband met modernisering van de monumentenzorg is daarom al de mogelijkheid voor burgers en be-
juli 2023
Amsteleindstraat ongenummerd
43
langengroepen om een aanvraag in te dienen om een monument aan te wijzen als beschermd monument, geschrapt. Dit instrument werd door belangengroepen nogal eens ingezet om afgifte van bouwvergunningen te frustreren of te vertragen. Met de wijziging van het Bro wordt tevens de adviesrol van Gedeputeerde Staten beperkt. Tot nu toe moet bij alle ingrepen aan een beschermd monument buiten de bebouwde kom advies aan Gedeputeerde Staten worden gevraagd. Met de wijziging van het besluit hoeft dat alleen nog, als het gaat om monumenten die door de minister op grond van de Monumentenwet 1988 zijn aangewezen. Daarnaast voorziet het besluit in een aantal versoepelingen van vergunningvrij wijzigen of bouwen in, aan of bij beschermde monumenten. Samengevat komen die versoepelingen er op neer, dat voor gewoon onderhoud of voor inpandige veranderingen aan beschermde monumenten geen monumentenvergunning meer nodig is, als de betreffende onderdelen geen monumentale waarde hebben. Bij twijfelgevallen zal men het bevoegd gezag moeten raadplegen. De bedoeling van het wijzigingsbesluit is om enerzijds cultuurhistorische waarden een duidelijke plaats te geven aan het begin van het planproces en anderzijds onnodige regeldruk, vooral wanneer het gaat om ondergeschikte wijzigingen aan een monument, weg te nemen.
Cultuurhistorie: gemeentelijk en provinciaal beleid Het beleid van de gemeente Oss voor wat betreft cultuurhistorie is onder meer neergelegd in het Erfgoedplan Oss 2006 “Op gemengde bodem”. Hierin zijn onder andere opgenomen: historisch bebouwde gebieden, oude verkavelingspatronen, de invloed van de Maas en Rijksmonumenten. Deze nota heeft (nog) geen betrekking op het grondgebied van de voormalige gemeente Lith. Daarnaast heeft de gemeente Oss een Monumentenlijst 2019. Hierin zijn de Rijks- en gemeentelijke monumenten opgenomen. Het provinciale cultuurhistorische beleid is verankerd in de Interim omgevingsverordening NoordBrabant en op de Cultuurhistorische waardenkaart 2010. Hierin zijn onder andere opgenomen: cultuurhistorische vlakken en complexen van cultuurhistorisch belang. Cultuurhistorie: bestemmingsplanregels en regels in de provinciale Interim omgevingsverordening Noord-Brabant Met de onder het kopje ‘archeologie’ genoemde bestemmingsplanregels, is het ook mogelijk om cultuurhistorische waarden in bestemmingsplannen te beschermen. Een en ander voor zo ver het terreinen betreft (inbouwen sloopvergunningstelsel voor bebouwing). Kortheidshalve wordt naar het kopje ‘archeologie: bestemmingsplanregels’ verwezen. De provincie Noord-Brabant heeft in de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant bindende regels opgenomen ter bescherming van cultuurhistorische waarden.
juli 2023
Amsteleindstraat ongenummerd
44
Verantwoording Het buitengebied van Oss heeft een gevarieerd karakter. Zowel het landschap als de bebouwing zijn afwisselend van aard. De huidige opbouw en het beeld van het buitengebied zijn het resultaat van een eeuwenlang ontwikkelingsproces. Dat heeft zijn sporen nagelaten in de vorm van historische patronen, karakteristieke nederzettingen en bebouwing uit verschillende tijdsperioden.
Figuur: Cultuurhistorische Waardenkaart Het plangebied sluit aan op de kern Oss, ontstaan op de hoger gelegen dekzandrand. In historisch-geografisch opzicht maakt de planlocatie deel uit van een gebied met een redelijk hoge waarde. Dit betreft de Beerse Overlaet. Dit gebied is ook in provinciaal verband aangemerkt als een waardevol cultuurhistorisch gebied. De Beerse Overlaet was een systeem waarbij bij topafvoer van de Maas een deel van het water in de buurt van Cuijk, bij Beers, de binnendijkse gebieden kon instromen. Als deze Beerse Overlaet door hoog water op de Maas in werking was, stroomde het water tussen Oss en de hoger gelegen kernen op de oeverwal door. De Beerse Maas stroomde zo door het komgebied richting Empel. Het gebied van de Beerse Overlaet is cultuurhistorisch van grote waarde. Hierbij is vooral de openheid een kenmerkende waarde. Verder kent de planlocatie en directe omgeving geen bijzondere cultuurhistorische waarden.
juli 2023
Amsteleindstraat ongenummerd
45
Figuur: Cultuurhistorische waarden Provincie Noord-Brabant Voorliggend plan ziet op de herinrichting van een open plek, welke zich voegt binnen de bestaande structuur. Er worden geen ontwikkelingen mogelijk gemaakt die een negatief effect hebben op de cultuurhistorische waarden van de omgeving. Cultuurhistorie vormt daarmee geen belemmering voor de beoogde planontwikkeling.
5.4
Mobiliteit en parkeren
5.4.1 Verkeer
De Mobiliteitsvisie Oss uit 2009 heeft als doel het in balans brengen van bereikbaarheid, leefbaarheid en veiligheid. De mobiliteitsvisie is uitgewerkt in het Mobiliteitsplan 2020 Oss. Het deelplan Wegen werkt het gewenste netwerk voor het autoverkeer uit. Per weg is de gewenste functie vastgelegd. Van belang is de vraag of een initiatief leidt tot extra verkeersbewegingen en of de toename van verkeersbewegingen passen binnen de normen die voor ontsluitingswegen gelden.
juli 2023
Amsteleindstraat ongenummerd
46
De locatie wordt ontsloten via de Amsteleindstraat. Deze weg is gecategoriseerd als erftoegangsweg. Er is geen fysieke scheiding tussen fiets- en autoverkeer. De weg sluit aan op de lokale hoofdwegenstructuur. De locatie is daarmee goed ontsloten. De toevoeging van één woning leidt tot een marginale toename van het aantal verkeersbewegingen dat inpasbaar is in het verkeersbeeld. 5.4.2 Parkeren
De gemeente Oss heeft een gemeentelijk parkeerbeleidsplan vastgesteld. De nota ‘Parkeernormen 2017’ geeft aan welke parkeernormen voor welke gebieden gelden. Onderhavig plan leidt tot de oprichting van een vrijstaande woning. Voor vrijstaande koopwoningen in het buitengebied geldt een parkeernorm van 2,4 parkeerplaatsen per woning. Dit betekent dat er 3 parkeerplaatsen gerealiseerd moeten worden. Initiatiefnemer is verantwoordelijk om op eigen terrein te voorzien in voldoende parkeerruimte voor de woning. Bij de woning gebeurt dit in de vorm van een oprit en garage. Er is voldoende ruimte voor 3 parkeerplaatsen op het perceel. Parkeren gebeurt daarmee uitsluitend op eigen terrein.
5.5
Water
5.5.1 Wetgeving en beleid
De Waterwet regelt het beheer van oppervlaktewater en grondwater. Ook verbetert de Waterwet de samenhang tussen waterbeleid en ruimtelijke ordening. Het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) stelt een watertoets verplicht voor ruimtelijke plannen waarin waterbelangen spelen. De watertoets bewaakt de waterkwaliteit en waterkwantiteit. Een watertoets is het hele proces van vroegtijdig informeren, adviseren, afwegen en beoordelen. Waterhuishoudkundige aspecten zijn onder meer veiligheid, wateroverlast, waterkwaliteit, verzilting en verdroging. De watertoets heeft betrekking op alle wateren: rijkswateren, regionale wateren, gemeentelijke en particuliere wateren en grondwater. De gemeente Oss heeft in december 2022 een Water- en Rioleringsprogramma vastgesteld (WRP 2023-2029). Het programma biedt een kader voor de gemeentelijke watertaken en regelt de zorg voor inzameling en transport van afvalwater, doelmatige verwerking van afvloeiend (overtollig) hemelwater en overtollig grondwater. De gemeente is verantwoordelijk voor de openbare ruimte. In bebouwd gebied vraagt de zorg voor oppervlaktewater extra
juli 2023
Amsteleindstraat ongenummerd
47
aandacht. De gemeente is ook verantwoordelijk voor een goede ruimtelijke ordening. Het gaat om voldoende ruimte voor water in ruimtelijke plannen. De watertoets is opgenomen in het Besluit op de ruimtelijke ordening (Bro). Beleid van gemeente, provincie en rijk is van toepassing bij een watertoets. Toetsing van de waterparagraaf gebeurt op kwaliteit en kwantiteit. De verwerking van hemelwater, afvalwater en planologische ‘waterbestemmingen’ komen aan bod. Waterschap Aa en Maas is verantwoordelijk voor het waterbeheer in haar beheersgebied. Het gaat om het waterkwantiteits- en waterkwaliteitsbeheer, de waterkeringszorg, waterzuivering, grondwaterbeheer en waterbodembeheer. De regels zijn vastgelegd in de Keur (met Algemene- en Beleidsregels) in de vorm van een aantal gebods- en verbodsbepalingen. Waterbeheerplan Op 19 november 2021 is het nieuwe waterbeheerplan van waterschap Aa en Maas vastgesteld. In dit plan is beschreven welke doelstellingen het waterschap nastreeft in de periode 2022-2027 en hoe zij die doelstellingen wil gaan halen. Het plan geldt van 22 december 2021 tot en met 21 december 2027. Het waterbeheerplan is uitgewerkt in de volgende drie programma’s: 1. Waterveiligheid; Het programma ‘Waterveiligheid’ draait om de bescherming tegen overstromingen vanuit de Maas en het regionale watersysteem. 2.
Klimaatbestendig en gezond watersysteem; Het programma ‘Klimaatbestendig en gezond watersysteem’ draait om een goed functionerend watersysteem in normale én in extreem droge en natte situaties: klimaatbestendig, robuust, veerkrachtig en stuurbaar. Daarbij let het waterschap op de hoeveelheid (goede waterpeilen, het vasthouden van water en het omgaan met wateroverlast en droogte); en op de kwaliteit van het water (chemisch en ecologisch). 3. Schoon Water; In het programma ‘Schoon Water’ speelt het zuiveren van afvalwater een centrale rol. Voor bebouwde gebieden heeft het waterschap specifieke doelen geformuleerd. In bebouwd gebied werkt het waterschap toe naar een klimaatrobuust watersysteem waarin: - schoon water niet naar de zuivering gaat, maar het grondwater voedt; - de waterkwaliteit geen risico’s geeft voor de volksgezondheid en geschikt is voor een goede ontwikkeling van flora en fauna, maar ook voor recreatie en evenementen; - de kans op wateroverlast en problemen door droogte en hittestress acceptabel is; juli 2023
Amsteleindstraat ongenummerd
48
-
de betrokkenheid en het waterbewustzijn van inwoners, bedrijven en andere stedelijke partners is toegenomen.
Deze programma’s zijn verder uitgewerkt in het WBP naar concrete doelstellingen. Deze doelstellingen vinden onder andere een doorwerking in de beschikbare instrumenten van het waterschap; Keur, legger, communicatie en stimuleringsmiddelen. Keur De Keur is een waterschapsverordening en omvat samen met de Waterwet alle gebods- en verbodsbepalingen met betrekking tot ingrepen of activiteiten die consequenties hebben voor de waterkwantiteit, waterkwaliteit en waterveiligheid. De Keur is verder uitgewerkt beleids- en algemene regels. Legger De Keur verwijst in de gebods- en verbodsbepalingen volop naar de legger. De legger legt de status en afmetingen behorende bij de regels van de Keur vast in een overzichtskaart van het waterbeheersgebied. Op deze kaart zijn onder andere dijken, waterlopen en bijbehorende beschermingszones aangegeven. 5.5.2 Watertoets
Waterhuishoudkundige situatie Het plangebied ligt binnen het stroomgebied van de Maas. In de directe omgeving bevinden zich geen waterwingebieden of grondwaterbeschermingsgebieden. In de directe omgeving bevindt zich geen oppervlaktewater of beschermde waterlopen. Het water voert in noordwestelijke richting af naar de Hertogswetering, die uitmondt in de Maas. De bodem bestaat uit lager gelegen zandgronden (laarpodzolgronden). Dit is een zandgrond bestaande uit lemig fijn zand met een diepe grondwaterstand (60-80 cm -mv). De locatie is gesitueerd in een gebied met infiltratiemogelijkheden.
juli 2023
Amsteleindstraat ongenummerd
49
Figuur: Legger Waterschap Ruimtelijke ontwikkeling Uit een vergelijking van de nieuwe situatie met de bestaande situatie, kan de toe- c.q. afname van de hoeveelheid verhard oppervlak berekend worden. IN de huidige situatie is er sprake van een onbebouwd en onverhard perceel. In de nieuwe situatie wordt een nieuwe woning met garage en oprit gerealiseerd. Dit leidt tot een toename van oppervlakteverharding (dak, erf) van circa 350 m2. Afweging wateraspecten Scheiding van vuil water en schoon hemelwater De locatie wordt aangesloten op het rioleringstelsel. Hierop wordt het huishoudelijke afvalwater geloosd. Het schone hemelwater wordt afgekoppeld en mag niet geloosd worden op het rioleringstelsel. Daarmee wordt het vuile water en het schone hemelwater gescheiden. Bij nieuwbouw geldt de verplichting om het schone hemelwater van de verharde oppervlaktes op eigen terrein te infiltreren/bergen. Afweging hergebruik-infiltratie-berging-afvoer Hergebruik van schoon hemelwater is beperkt mogelijk in de vorm van opvang van regenwater voor bijvoorbeeld het sproeien van de tuin. De bodem leent zich in principe voor infiltratie ter plaatse, vanwege de zandgronden en juli 2023
Amsteleindstraat ongenummerd
50
de grondwaterstand. In de nieuwe situatie kan op eigen terrein het hemelwater verwerkt worden, bijvoorbeeld via regentonnen of oppervlakkige afvloeiing naar de tuin. Hydrologisch neutraal ontwikkelen Het waterschap heeft per 1 maart 2015 in de Keur, een nieuwe normering voor het gehele beheersgebied van het waterschap, die gehanteerd wordt voor alle watertoetsplichtige plannen. Hydrologisch neutraal ontwikkelen houdt in dat de oppervlaktewaterstand en –stroming gelijk blijft, de grondwaterstand en –stroming gelijk blijft en er geen onaanvaardbare wateroverlast plaatsvindt. Voor lozingen op het oppervlaktewater eist de nieuwe Keur een vervangende berging (compensatie) die de extra afvoer neutraliseert. Volgens artikel 3.6 van de Keur is het verboden om zonder vergunning neerslag door toename van verhard oppervlak tot afvoer naar oppervlakte waterlichaam te laten komen. Volgens de algemene regels van de Keur kan hiervoor vrijstelling verleend worden indien de toename van het verhard oppervlak minder dan 500 m2 bedraagt. Indien het verhard oppervlak toeneemt met meer dan 500 m2 maar minder dan 10.000 m2 kan hiervoor vrijstelling verleend worden indien er compenserende maatregelen worden getroffen om versnelde afvoer van hemelwater tegen te gaan. Bij een toename van meer dan 10.000 m2 verhard oppervlak zal maatwerk geleverd moeten worden.
Aangezien de hoeveelheid verhard oppervlak per saldo met niet meer dan 500 m2 toeneemt worden er geen eisen gesteld aan retentie en is er sprake van een hydrologisch neutrale ontwikkeling. De afvoer van regenwater verloopt via oppervlakkige afvloeiing naar de eigen gronden en naar de perceelsranden. Water als kans/meervoudig ruimtegebruik De opvang van schoon hemelwater in bijvoorbeeld regentonnen is een vorm van meervoudig ruimtegebruik die toegepast kan worden. Voorkomen van vervuiling Verder is van belang dat bij de uiteindelijke uitvoering van de bouwplannen aandacht besteed zal worden aan het materiaalgebruik. Dit ter bescherming van de bodem en het grond- en oppervlaktewatersysteem. Daarom moet gebruik gemaakt worden van bouwmaterialen die niet uitlogen of uitspoelen. Wateroverlastvrij bestemmen Gezien de situering van het perceel en de grondwaterstanden valt de locatie niet in een mogelijk overstromingsgebied. Wateroverlast is dan ook niet aannemelijk. juli 2023
Amsteleindstraat ongenummerd
51
Waterschapsbelangen Binnen de Keur is onderhavige locatie niet gelegen binnen bijzondere of beschermde gebieden. Tevens dienen voor alle waterhuishoudkundige werken waarvoor op grond van de Keur ontheffing noodzakelijk is, dit aangevraagd te worden bij het Waterschap. Met het plan kan voldaan worden aan de uitgangspunten van het waterschap voor duurzaam omgaan met water. Per saldo is dan sprake van een hydrologisch neutrale ontwikkeling. Uitkomst Digitale watertoets Voor het plan is de digitale watertoets uitgevoerd (www.dewatertoets.nl). Hieruit volgt dat voor het plan de normale procedure gevolgd moet worden. Hiertoe is het plan voor advies voorgelegd aan het Waterschap. Door het Waterschap is per email van 20 oktober 2021 aangegeven dat er geen ruimtelijke waterschapsbelangen spelen op de planlocatie. 5.6
Defensie
Uit oogpunt van defensie kunnen er beperkingen gesteld worden aan ruimtelijke ontwikkelingen in een gebied. Belangrijke aandachtspunten met betrekking tot het defensiebelang zijn: Radarverstoringsgebieden; Obstakelbeheergebieden; Laagvliegroutes voor jachtvliegtuigen; Geluidszones voor militaire luchtvaartterreinen. Het gehele plangebied is gelegen binnen het radarverstoringsgebied van een radar van de vliegbasis Volkel. Binnen dit gebied is het in beginsel niet toegestaan om hogere bebouwing op te richten dan 114 meter boven NAP. Indien er initiatieven zijn voor het oprichten van hogere bouwwerken of gebouwen, dan kan dit toegestaan worden als blijkt dat de radar niet onevenredig wordt verstoord. Dit kan door TNO worden berekend. Dit bestemmingsplan voorziet echter nergens in bouwmogelijkheden tot een dergelijke hoogte. Daarmee is het belang van het radarverstoringsgebied binnen dit bestemmingsplan voldoende gewaarborgd.
juli 2023
Amsteleindstraat ongenummerd
52
Bij een eventueel toekomstig initiatief voor een bouwwerk met een hoogte tot 114 meter boven NAP of hoger dient het defensiebelang nadrukkelijk betrokken te worden bij de aanvaardbaarheid van de ontwikkeling. Voor het overige geldt dat het plangebied niet gelegen is binnen een obstakelbeheergebied, een laagvliegroute voor jachtvliegtuigen of een geluidszone voor militaire luchtvaartterreinen. Aan deze aspecten hoeft dan ook geen verdere aandacht besteed te worden. 5.7
Milieuaspecten
In deze paragraaf wordt ingegaan op de milieu- en omgevingsaspecten die verband houden met, of betrekking hebben op de ruimtelijke ontwikkeling. Het gaat daarbij meestal om de wisselwerking met de omgeving. Welke gevolgen heeft het initiatief voor de omgeving en omwonenden? Maar ook, welke gevolgen hebben activiteiten in de omgeving voor de mogelijkheden op de projectlocatie? Achtereenvolgens komen de volgende aspecten aan bod: Bedrijven en milieuzonering Bodem Externe veiligheid Geurhinder: agrarisch Geur: industrieel Luchtkwaliteit Straling Weg-, spoor-, en industrielawaai Gezondheid Spuitzones
5.7.1 Bedrijven en milieuzonering
Een goede ruimtelijke ordening voorkomt hinder en gevaar. Dit kan door voldoende afstand te houden tussen milieubelastende activiteiten van bedrijven en gevoelige functies, zoals woningen. Het doel van milieuzonering is om de kwaliteit van het woon- en leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Daarnaast kan milieuzonering bedrijven voldoende zekerheid bieden om hun activiteiten duurzaam uit te kunnen voeren. De handreiking Bedrijven en milieuzonering van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG, 2009) geeft richtafstanden om de milieuzonering van bedrijven te kunnen bepalen. Daarbij wordt onderscheid gemaakt in een tweetal omgevingstypen: - Omgevingstype “rustige woonwijk en rustig buitengebied” Dit is een woonwijk die ingericht is volgens het principe van functiescheiding. De gebruiksbestemming bestaat in hoofdzaak uit een woonbestemming en juli 2023
Amsteleindstraat ongenummerd
53
-
eventueel aangevuld met wijkgebonden voorzieningen. Aan de buitenranden van het woongebied, bij een overgang naar andere bestemmingen, is sprake van weinig verstoring door verkeer. Omgevingstype “gemengd gebied” Dit is een gebied met een matige tot sterke functiemenging tussen wonen, winkels, horeca en kleine bedrijven. Daarnaast worden gebieden die gelegen zijn langs hoofdontsluitingen eveneens aangemerkt als een gemengd gebied. Hierbij is door de verhoogde milieubelasting vanwege de functiemenging en het wegverkeer een verkleining van de richtafstanden met één afstandsstap aanvaardbaar.
Verantwoording De omgeving van het plangebied kan gekenmerkt worden als een gemengd gebied, gelegen op de overgang van de bebouwde kom naar het buitengebied. Naast wonen komen diverse bedrijfsfuncties en agrarische functies voor. Binnen een straal van 500 meter zijn de volgende bedrijven aanwezig: Amsteleindstraat 27 Amsteleindstraat 122 Amsteleindstraat 29 Amsteleindstraat 132 Heihoekstraat 11 Heihoekstraat 13
bestemming Bedrijf Bedrijf
Aard bedrijf Opslag/handel transport
nodig 30 30
feit 65 88
Agrarisch Agrarisch
Rundvee Varkens
50 200
290 380
Agrarisch Agrarisch
Rundvee/varkens Rundvee/varkens
200 200
250 300
Het plan ziet op de realisering van een nieuwe woning. Binnen een afstand van 50 meter van de woning zijn geen bedrijven aanwezig. De woning blijft daarmee buiten de invloedsfeer van andere bedrijven. Er is derhalve voldoende afstand tussen de nieuwe woning en bedrijven van derden. 5.7.2 Bodem
Op basis van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening en artikel 3.2 Algemene wet bestuursrecht, moet in planvorming rekening gehouden worden met de bodemkwaliteit in relatie tot de gewenste functies. In de Bouwverordening van de gemeente Oss is geregeld dat onder bepaalde omstandigheden het oprichten van gebouwen pas kan plaatsvinden als de bodem geschikt is (of geschikt is gemaakt) voor het beoogde doel. Om die reden dient bij iedere nieuwbouwactiviteit de bodemkwaliteit door middel van onderzoek te worden vastgesteld.
juli 2023
Amsteleindstraat ongenummerd
54
Het plan ziet op de toevoeging van een milieugevoelige functie in de vorm van een woning. Op voorhand is enige vorm van bodemverontreiniging niet uit te sluiten. Nader verkennend bodemonderzoek moet hier uitsluitsel over geven. Het bodemonderzoek (conform NVN5725 en NEN5740) zal moeten uitwijzen dat ter plaatse milieuhygiënisch geen belemmeringen zijn voor de woning. Dit om vast te stellen of de bodem op onderhavige locatie geschikt is voor het beoogde gebruik. Verantwoording Voor het plan is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd (zie bijlage). Met de onderzoeksstrategie voor “onverdachte locaties” werden 8 boringen tot 0,5 m-mv geplaatst. Twee boring zijn doorgezet tot 2 m-mv. Van de grond zijn monsters van de boven- en ondergrond genomen. Zintuiglijk werden in de grondmonsters geen bodemvreemde materialen aangetroffen. Er werden ook geen afwijkingen in geur en / of kleur geconstateerd. In totaal zijn 2 mengmonsters van het perceel samengesteld, welke geanalyseerd zijn volgens het NEN 5740 pakket grond. Op de locatie is eerder een peilbuis geplaatst, waaruit grondwatermonsters zijn genomen. De grondwaterstand werd op ongeveer 2,02 m-mv aangetroffen.
Na analyse van de grond(meng)monsters en grondwatermonsters bleek dat : - in de bovengrond de achtergrondwaarden (AW) voor de onderzoeksparameters niet worden overschreden; - in de ondergrond de AW voor de onderzoeksparameters niet worden overschreden; - in het grondwater lichte verontreinigingen met cadmium en koper, matige verontreinigingen met lood, nikkel en zink en een sterke verontreiniging met barium zijn aangetroffen. De verontreinigingen met zware metalen in het grondwater zijn te relateren aan de regionale problematiek m.b.t. zware metalen in de bodem. Alhoewel formeel gezien een nader onderzoek noodzakelijk is naar de verspreiding van lood, nikkel, zink en barium in het grondwater, zal dit gezien de schaalgrootte van de problematiek geen nieuwe relevante informatie opleveren. Een nader onderzoek wordt daarom niet noodzakelijk geacht. Indicatief kan worden gesteld dat, in verband met het hergebruik van grond, de grond van de onderzoekslocatie multifunctioneel toepasbaar is. Hergebruik dient echter te geschieden conform het Besluit bodemkwaliteit en het bodembeleid van de gemeente Oss. Geconcludeerd wordt dat er geen directe belemmeringen zijn geconstateerd in verband met de voorgenomen nieuwbouw van de woning op het perceel.
juli 2023
Amsteleindstraat ongenummerd
55
5.7.3 Externe veiligheid Rijkskader Externe veiligheid behandelt de risico's die ontstaan als gevolg van opslag van of handelingen met gevaarlijke stoffen. Deze risico’s kunnen hun weerslag hebben op de omgeving. Het wettelijke kader voor externe veiligheid bestaat onder meer uit: - het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) - het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) - het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Enerzijds gaat het over de risicobronnen (bedrijven of transportroutes). Anderzijds gaat het over de risico-ontvangers (omstanders die niets met de opslag van of handelingen met gevaarlijke stoffen te maken hebben). Wat betreft de risico-ontvangers maakt de wetgeving onderscheid in kwetsbare objecten en beperkt kwetsbare objecten. Kwetsbare objecten zijn gebouwen, waarin (of waarbij) groepen van circa 50 personen of groter, gedurende langere aaneengesloten tijd verblijven. Ook sommige gebouwen waarin/waarbij kleinere groepen verblijven, worden als kwetsbaar object gezien, wanneer die personen beperkt zelfredzaam zijn (zoals zieken, bejaarden of gehandicapten). Beperkt kwetsbare objecten zijn verspreid liggende woningen en bedrijven waarin/waarbij groepen van minder dan 50 personen gedurende langere aaneengesloten tijd verblijven.
In de landelijke wetgeving wordt meer gedetailleerd beschreven wat er onder kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten wordt verstaan. Belangrijk is hierbij dat de opsomming in de wetgeving niet limitatief is, zodat er in de verdere uitwerking van het beleid nog enige vrijheid rest. Verder maakt de wetgever onderscheid tussen het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Het plaatsgebonden risico (PR) geeft de kans, op een bepaalde plaats, om te overlijden als gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen. De kans heeft betrekking op een fictief persoon die continu op die plaats aanwezig is. Het PR kan op de kaart worden weergegeven met zogeheten risicocontouren: lijnen die punten verbinden met eenzelfde PR. De wetgever schrijft voor hoe moet worden omgegaan met de PR 10-6/jaar. Binnen deze contour heeft iemand die hier continu aanwezig is de kans van 1 op één miljoen om te overlijden als gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het groepsrisico (GR) is een maat voor de kans dat bij een ongeval een groep slachtoffers valt met een bepaalde omvang. Het GR is daarmee een maat voor de maatschappelijke ontwrichting bij een calamiteit. Het GR wordt bepaald binnen het invloedsgebied van een risicovolle activiteit.
Dit invloedsgebied wordt begrensd door de 1% letaliteitsgrens (tenzij anders bepaald): de afstand waarop niet meer dan 1% van de blootgestelde mensen in de omgeving komt te overlijden bij een calamiteit met gevaarlijke stoffen. juli 2023
Amsteleindstraat ongenummerd
56
Gemeentelijk kader Ook in de gemeente Oss zijn risicobronnen aanwezig in de vorm van transportassen en stationaire activiteiten. Dit vraagt om een gemeentelijke visie. Op 19 mei 2011 heeft de gemeenteraad de Beleidsvisie Externe veiligheid vastgesteld. Deze beleidsvisie beschrijft op welke manier de gemeente Oss externe veiligheid in haar afwegingen betrekt. Verantwoording Volgens de Risicokaart van de provincie bevinden zich in de omgeving van het plangebied geen inrichtingen die vallen onder de werkingsfeer van het Besluit externe veiligheid inrichtingen (BEVI) of gevaarlijke transporten die relevant zijn voor het plangebied. In de verdere omgeving zijn de spoorlijn Nijmegen-Den Bosch (> 500 m), de hoogspanningsleiding (> 1000 m) en de snelweg A50 (> 2500 m). Het plangebied ligt binnen het invloedsgebied van de spoorlijn, dit ligt namelijk 3 kilometer aan beide zijden van het spoor. De ontwikkeling valt niet binnen een plaatsgebonden risico PR 10-6. Doordat de afstand tussen de ontwikkeling en het spoor meer dan 300 meter bedraagt, kan voor dit plan volstaan worden met de standaardverantwoording (bijlage 2 van de Beleidsvisie externe veiligheid Oss, maart 2011, revisie 6.4). Een nadere invulling van het groepsrisico is niet aan de orde gelet op het beperkte aantal personen en aan te nemen zelfredzaamheid van toekomstige bewoners van de woning.
juli 2023
Amsteleindstraat ongenummerd
57
Figuur: uitsnede Risicokaart 5.7.4 Geurhinder: agrarisch
De Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) is het beoordelingskader voor geur bij milieuvergunningen, bestemmingsplannen en omgevingsvergunningen. Het gaat uitdrukkelijk om agrarische geur van landbouwhuisdieren uit dierstallen. De wet maakt onderscheid tussen geurnormen voor intensieve en extensieve veehouderijen. De geurbelasting van intensieve veehouderijen wordt berekend en uitgedrukt in de vorm van een geurcontour. De geurbelasting van extensieve veehouderijen wordt uitgedrukt in vaste afstanden. De gemeente Oss heeft op basis van de wet een eigen geurbeleid opgesteld. Het geurbeleid bestaat uit twee delen: de “Geurgebiedsvisie 2013” en de “Agrarische geurverordening gemeente Oss 2017”. Het hanteert per soort gebied een eigen geurnorm en streeft de volgende doelen na: de burger beschermen tegen geurhinder; de veehouderijen niet onnodig beperken; ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk maken, onder de voorwaarde dat er een aanvaardbaar woon- en leefklimaat is. De gemeentelijke “Beleidsregel ruimtelijke ontwikkelingen en geurhinder” is van belang voor de vraag of een ruimtelijke ontwikkeling kan plaatsvinden. De beleidsregel geeft aan wanneer sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.
juli 2023
Amsteleindstraat ongenummerd
58
In de Verordening geurhinder en veehouderij gemeente Oss 2017 wordt de maximale waarde voor de geurbelasting van een veehouderij op een geurgevoelig object binnen de gemeente Oss vastgelegd. Conform Artikel 3 Waarden voor de geurbelasting van de verordening zijn de volgende waarden vastgelegd: Lid 1. Op grond van artikel 6, lid 1 van de wet en in afwijking van artikel 3, lid 1 van de wet bedraagt de maximale waarde voor de geurbelasting van een veehouderij op een geurgevoelig object in het gebied als genoemd in artikel 2, lid 1 van deze verordening: A. Stad Oss B. Woonkern met geen/enige intensieve veehouderij C. Plangebied (bij kern A en B) D. Woonkern met intensieve veehouderij E. Zoekgebied + plangebied Maren-Kessel West en Liesdaal F. Recreatiegebieden G. Extensiveringsgebieden H. Bedrijventerreinen I. Bedrijventerrein Vorstengrafdonk J. Verwevingsgebied K. Landbouwontwikkelingsgebied
1,0 Ou 2,0 Ou 3,0 Ou 6,0 Ou 6,0 Ou 8,0 Ou 8,0 Ou 8,0 Ou 12,0 Ou 14,0 Ou 14,0 Ou
Verantwoording Voor het plan is een geuronderzoek uitgevoerd (zie bijlage) met de volgende vraagstelling: - is er sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat bij de geurgevoelige objecten en - worden omliggende veehouderijen onevenredig in hun belangen geschaad. Om deze tweeledige vraag te beantwoorden zijn in het rapport berekeningen en afwegingen gemaakt rond geur. Hieruit blijkt dat de westelijk gelegen veehouderij (Amsteleindstraat 132) het enige relevante bedrijf is en dat deze niet wordt belemmerd in zijn bedrijfsvoering vanwege de nieuwe woning. Dit omdat er reeds burgerwoningen dichter bij de omliggende bedrijven liggen met een gelijke geurnorm als de projectlocatie. Veehouderijbedrijven kunnen daarmee dus niet dichter op de projectlocatie ontwikkelen en worden niet belemmerd in hun bedrijfsvoering. Voor de beantwoording van het eerste deel van de vraagstelling is het in eerste instantie aan de gemeente om te bepalen wat een acceptabel woonen leefklimaat is. De gemeente heeft dit vastgelegd in een geurgebiedsvisie
juli 2023
Amsteleindstraat ongenummerd
59
en beleidsregel, waardoor dit gemotiveerd wordt aan de hand van de mogelijkheden die de Wet geurhinder hierbij gegeven heeft. Hierbij heeft de raad 20% hinder als voldoende leefklimaat en 12% hinder als goed leefklimaat geacht. Uit de berekening volgt dat de achtergrondbelasting bij de nieuwe woning 4,3 ouE/m3 bedraagt, zijnde 11% kans op hinder. Daarmee wordt aan de voorwaarde van een goed woon- en leefklimaat bij de nieuwe woning voldaan. Samenvattend kan worden gesteld dat de toe te voegen ruimte-voor-ruimte woning op de locatie bekend als gemeente Oss, sectie N, nr. 322 als geurgevoelig object buiten de contour van 5,0 ouE/m3 als voorgrondbelasting mogelijk is, omdat het een goed woon- en leefklimaat heeft en omliggende bedrijven niet zal belemmeren in hun bedrijfsvoering. 5.7.5 Geur: industrieel Het nationale industriële geurbeleid is vastgelegd in de Nederlandse emissierichtlijn (NeR). De brief van het ministerie van Infrastructuur en Milieu van 30 juni 2005 stelt het rijksbeleid in grote lijnen vast. Het algemene uitgangspunt is het voorkomen van (nieuwe) hinder. Dit uitgangspunt vormt samen met het toepassen van de Beste Beschikbare Techniek (BBT) de kern van het geurbeleid.
Uitgangspunten van het rijksbeleid zijn: - als er geen hinder is, zijn maatregelen niet nodig; - als er wel hinder is, worden maatregelen getroffen op basis van het Beste Beschikbare Techniek-principe; - de gemeente stelt vast welke mate van hinder acceptabel is. Gemeenten en provincies hebben de bevoegdheid om een eigen geurbeleid vast te stellen. De provincie Noord-Brabant heeft een eigen geurbeleid voor provinciale bedrijven, de Beleidsregel beoordeling geurhinder omgevingsvergunningen industriële bedrijven Noord-Brabant. De gemeente Oss heeft geen eigen industrieel geurbeleid. Per situatie stelt de gemeente Oss vast of sprake is van een acceptabel geurniveau. Er zijn verschillen in het niveau van bescherming mogelijk. Voor een bedrijfswoning kan bijvoorbeeld een hogere geurbelasting gehanteerd worden dan voor aaneengesloten woonbebouwing. De locatie is niet gelegen binnen de invloedsfeer van industrieterreinen of industriële bedrijven met een geuremissie.
juli 2023
Amsteleindstraat ongenummerd
60
5.7.6 Luchtkwaliteit
Het beleid en de regelgeving over luchtkwaliteit hebben tot doel om mensen te beschermen tegen de gezondheidseffecten van luchtverontreiniging. Ze bevatten luchtkwaliteitsnormen voor verschillende stoffen. Ruimtelijke plannen met mogelijke gevolgen voor de luchtkwaliteit dienen getoetst te worden aan afdeling 5.2 van de Wet milieubeheer. Deze wet bevat grenswaarden voor de stoffen zwaveldioxide, stikstofdioxide, stikstofoxiden, fijn stof, lood, benzeen en koolmonoxide in de buitenlucht. In Nederland zijn de maatgevende luchtverontreinigende stoffen stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10). Overschrijding van de grenswaarden van andere stoffen komt bijna niet voor. De wet maakt onderscheid tussen kleine en grote ruimtelijke projecten.
Kleine projecten verslechteren de luchtkwaliteit ‘niet in betekende mate’ (NIBM). Deze projecten hoeven niet meer beoordeeld te worden op luchtkwaliteit. Ze zijn namelijk zo klein dat ze geen wezenlijke invloed hebben op de luchtkwaliteit. Er is geen belemmering als een klein project niet of nauwelijks bijdraagt aan luchtverontreiniging, óók niet in overschrijdingsgebieden (gebieden met teveel luchtvervuiling). De ministeriële Regeling NIBM geeft aan in welke gevallen een nieuw project in ieder geval een NIBM-project is. Dit is bijvoorbeeld het geval als het gaat om kleinere bedrijven zoals akkerbouw- of tuinbouwbedrijven, er minder dan 1.500 woningen worden gebouwd bij minimaal één ontsluitingsweg, of bijvoorbeeld minder dan 100.000 m2 bruto vloeroppervlak kantoorruimte wordt ontwikkeld. Met behulp van de zogenaamde NIBM tool kan berekend worden wat de bijdrage van de woning is aan de luchtkwaliteit. Gerekend is met een worst case van 50 extra voertuigbewegingen per dag. Hieruit blijkt dat de bijdrage van het extra verkeer niet in betekenende mate is.
juli 2023
Amsteleindstraat ongenummerd
61
Het Besluit gevoelige bestemmingen beperkt de vestiging van zogeheten ‘gevoelige bestemmingen’, zoals een school, in de nabijheid van provinciale en rijkswegen. Het besluit is gericht op bescherming van mensen met een verhoogde gevoeligheid voor fijn stof (PM10) en stikstofdioxide (NO2), met name kinderen, ouderen en zieken. Daartoe voorziet het besluit in zones waarbinnen luchtkwaliteitsonderzoek nodig is: 300 meter aan weerszijden van rijkswegen en 50 meter langs provinciale wegen, gemeten vanaf de rand van de weg. Waar in zo’n onderzoekszone de grenswaarden voor PM10 of NO2 (dreigen te) worden overschreden, mag het totaal aantal mensen dat hoort bij een ‘gevoelige bestemming’ niet toenemen. Dit wordt bereikt door op zo’n plek de vestiging van bijvoorbeeld een school niet toe te staan. Bij uitbreidingen van bestaande gevoelige bestemmingen is een eenmalige toename van maximaal 10% van het totale aantal blootgestelden toegestaan. De volgende gebouwen met de bijbehorende terreinen zijn aangemerkt als gevoelige bestemming: scholen, kinderdagverblijven, en verzorgings-, verpleeg- en bejaardentehuizen. Het gaat hierbij niet om bestemmingen in de meest enge zin van het woord, maar om alle vergelijkbare functies, ongeacht de exacte aanduiding ervan in bestemmingsplannen en andere besluiten.
Van doorslaggevend belang is de (voorziene) functie van het gebouw en het bijbehorende terrein. In de context van dit besluit worden ziekenhuizen, woningen en sportaccommodaties dus niet als gevoelige bestemming gezien. De gemeente heeft geen eigen regelgeving en beleid over luchtkwaliteit. Met de toevoeging van één woning is er geen sprake van een gevoelige bestemming als bedoeld in het Besluit gevoelige bestemmingen. Luchtkwaliteit vormt op dit punt geen belemmering voor het initiatief. De situatie met betrekking tot luchtkwaliteit in de omgeving van de planlocatie kan afgeleid worden uit de Grootschalige Concentratiekaarten Nederland van het RIVM voor fijn stof (PM10) en stikstofdioxide (NO2) van 2019. Hieruit blijkt dat de concentratie fijn stof 18-19 microgram/m3 bedraagt, en de concentratie stikstofdioxide bedraagt 16-18 microgram/m3. Hiermee wordt voldaan aan de wettelijke grenswaarden voor luchtkwaliteit.
juli 2023
Amsteleindstraat ongenummerd
62
juli 2023
Amsteleindstraat ongenummerd
63
Daarnaast is in het kader van goed woon- en leefklimaat in relatie tot luchtkwaliteit van belang de aanwezigheid van enkele veehouderijen. Zoals in paragraaf 5.7.1 beschreven bevinden zich enkele veehouderijen in de omgeving van de planlocatie. Deze bevinden zich op ruime afstand van de planlocatie (> 250 meter). De richtafstand voor stof van deze bedrijven bedraagt 30 meter op basis van de VNG brochure Bedrijven en milieuzonering. Deze afstand wordt gehaald, en daarmee wordt geacht voldoende afstand te zijn tussen de woning en de veehouderijen in relatie tot een aanvaardbaar woon- en leefklimaat in relatie tot luchtkwaliteit. 5.7.7 Straling
Het beleid voor elektromagnetische velden is opgenomen in het Nationaal Milieubeleidsplan (NMP4), de Toekomstagenda Milieu en de beleidsnota Nuchter Omgaan met Risico's, beslissen met gevoel voor onzekerheden (2004). Het ministerie van Infrastructuur en milieu heeft het beleid voor bovengrondse hoogspanningslijnen uitgewerkt in een advies van oktober 2005. Dit advies is verder toegelicht in een brief van november 2008. De gemeente Oss heeft in het Milieubeleidsplan 2010-2014 het rijksadvies vastgelegd als beleidsuitgangspunt. Dit houdt in dat er bij nieuwbouwplannen of het realiseren van nieuwe hoogspanningslijnen voorkomen dient te worden dat er gevoelige bestemmingen terecht komen in een zone waar het magnetische veld gemiddeld over een jaar hoger is dan de norm van 0,4 microtesla. Ten noordwesten van de planlocatie loopt een bovengrondse hoogspanningslijn. Deze ligt op een afstand van 950 meter van de planlocatie. Vanwege deze afstand vormt de straling van bovengrondse hoogspanningslijn geen beperkende factor voor het initiatief.
5.7.8 Weg-, spoor- en industrielawaai De Wet geluidhinder (Wgh) biedt bescherming tegen (spoor)weglawaai en tegen industrielawaai van inrichtingen voor zover gelegen op een gezoneerd industrieterrein. In de Wgh wordt een beperkt aantal typen objecten beschermd, de zogenoemde geluidgevoelige objecten. De Wet geluidhinder kent een stelsel van normen ter voorkoming van geluidhinder. Ter bescherming van woningen en andere geluidsgevoelige bestemmingen zijn grenswaarden opgenomen. Hierbij is een ondergrens (voorkeursgrenswaarde) en een bovengrens (maximaal toelaatbare grenswaarde) opgenomen. De Wgh biedt gemeenten de mogelijkheid om gericht in te spe-
juli 2023
Amsteleindstraat ongenummerd
64
len op de lokale situatie door maatwerk te leveren. Burgemeester en wethouders kunnen een hogere waarde vaststellen dan de ondergrens, maar mogen daarbij de bovengrens niet overschrijden. In 2010 heeft de gemeenteraad van Oss de geluidsnota “Geluidskwaliteit in de leefomgeving” vastgesteld. De gemeente Oss maakt hierbij gebruik van gebiedsgericht geluidbeleid. Per gebied wordt een geluidskwaliteit nagestreefd. Zo zijn er ‘rustige gebieden’, ‘dynamische gebieden’ en er zijn gebieden die ten aanzien van geluid onder druk staan. De geluidsnota gaat ook in op de realistische inzet van onderzoek, het stellen van eigen criteria voor het toestaan van een hogere waarde en bedrijfswoningen op industrieterreinen. De gemeente Oss streeft naar een leefbare woonsituatie, ook op locaties met een hoge geluidsbelasting. Deze leefbaarheid wordt bereikt door terughoudend te zijn met hogere grenswaarden en door hieraan voorwaarden te verbinden. Deze voorwaarden leggen de initiatiefnemer of de beheerder een inspanning op voor een leefbare woonomgeving als compensatie voor het bouwen en het veroorzaken van een lawaaiige situatie. Zonering van industrielawaai in het kader van de Wet geluidhinder is het ruimtelijk scheiden van industrieterreinen waarop (grote) lawaaimakers zijn gevestigd enerzijds en woningen en andere geluidsgevoelige bestemmingen anderzijds.
Ook in Oss is er een aantal gezoneerde industrieterreinen. Met zonering wordt beoogd rechtszekerheid te bieden aan zowel bedrijven als aan bewoners/gebruikers van woningen en andere geluidsgevoelige bestemmingen. Bedrijven kunnen aan de ene kant hun geluid producerende activiteiten niet onbeperkt uitbreiden ter bescherming van woningen en andere geluidsgevoelige bestemmingen binnen en buiten de zone. Aan de andere kant wordt, ter bescherming van hun akoestische ruimte, voorkomen dat woningen en andere geluidsgevoelige bestemmingen te veel oprukken naar de bedrijven toe. Verantwoording De nieuwe woning is een geluidgevoelig object. In dit geval is dit alleen relevant voor wegverkeerslawaai. De locatie ligt niet binnen de invloedsfeer van industrieterreinen of spoorlijnen. Voor het plan is een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai uitgevoerd (zie bijlage). De woning is geprojecteerd in het invloedsgebied van de Kleinussenstraat, Heihoekstraat en Amsteleindstraat. De overige wegen liggen op een dusdanige afstand van de nieuwe woning, zodat deze niet getoetst hoeven te worden conform de Wet geluidhinder. Uit de berekeningen volgt dat de voorkeursgrenswaarde van 48 dB wordt overschreden op de voorgevel t.g.v. het verkeer op de Amsteleindstraat (49 dB). De geluidbelastingen blijven onder de maximale ontheffingswaarden van 63 dB (weg binnen bebouwde kom). juli 2023
Amsteleindstraat ongenummerd
65
Dit betekent dat de nieuwbouw van de woning mogelijk is, mits een hogere waarde wordt aangevraagd. Een hogere waarde is noodzakelijk, omdat maatregelen aan de bron (geluidreducerend asfalt e.d.) of in de overdrachtsweg (wal, scherm etc.) niet reëel zijn uit financieel en stedenbouwkundig oogpunt. De hoogste cumulatieve geluidsbelasting (excl. aftrek) op de gevels van de nieuwe woning bedraagt 57 dB. De binnenwaarde in de verblijfsruimten wordt getoetst / gewaarborgd door de vereisten uit het Bouwbesluit, te weten 33 dB. Om deze binnenwaarde te halen, moet met deze geluidsbelasting op de gevel van de woning een minimale geluidsisolatie worden bereikt van 24 dB. Hiermee is een goed woon- en leefklimaat ook in de woning gegarandeerd. Akoestisch zijn er daarmee geen belemmeringen voor de bouw van de woning. 5.7.9 Gezondheid
Uit de VGO-rapporten die afgelopen jaren zijn gepubliceerd door het RIVM komt duidelijk naar voren dat er een relatie wordt gevonden tussen veehouderijen en de gezondheid van omwonenden. Deze relatie is door de onderzoeker op verschillende manieren vastgesteld. Daarbij komt dichtheid van veehouderijbedrijven en afstand tot bepaalde type individuele veehouderijen concreet naar voren als factoren die van invloed zijn op de gezondheid van omwonenden.
Verder blijkt uit VGO-onderzoek dat er in een straal van twee kilometer rond geitenhouderijen een verhoogde incidentie van longontstekingen (ca. 2530% hoger) voorkomt. De oorzaak van het verhoogde risico op longontsteking rond geitenbedrijven is vooralsnog onbekend en onderwerp van vervolgonderzoek. Op dit moment kan er geen enkele bron-effect relatie worden beschreven tussen de verhoogde longontsteking incidentie en de uitstoot vanuit geitenhouderijen. Wel is er een causaal verband geconstateerd waarbij de associatie sterker is naarmate de afstand tot een geitenhouderij kleiner is. Tot er meer duidelijkheid is over de bron van de verhoogde incidentie longontstekingen kan niet worden geadviseerd over beschermde maatregelen. Afstand houden en goed informeren is de enige maatregel die de GGD op dit moment adviseert. In afwachting van het vervolgonderzoek heeft de provincie besloten dat geitenstallen uitbreiden of in gebruik nemen niet meer is toegestaan. Het moratorium is in beginsel tijdelijk. Als de uitkomsten van het vervolgonderzoek
juli 2023
Amsteleindstraat ongenummerd
66
bekend worden, wordt er gekeken of er redenen zijn het besluit in te trekken of aan te passen. In het kader van een goede ruimtelijke ordening is het bevoegd gezag verplicht om alle bekende risico's bij een nieuwe ontwikkeling af te wegen. Er is geen sprake van een omgekeerde werking van het moratorium (met andere woorden de 'stop' op uitbreidingen van geitenbedrijven zorgt niet voor een stop op ontwikkelingen binnen de 2 km straal van een geitenhouderij), maar wel van een risico dat beoordeeld en meegewogen moet worden bij nieuwe ontwikkelingen. Het verantwoorden van dit verhoogde risico is aan het bevoegd gezag, in casu de gemeente. Deze geeft een oordeel over en maakt een afweging of sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat (m.b.t. onder andere gezondheid & geitenhouderijen). Het college van B&W besloot op 5 december 2017 dat wenselijke ontwikkelingen na een zorgvuldige afweging met betrekking tot volksgezondheid kunnen worden toegestaan binnen een straal van twee kilometer rondom een geitenhouderij. Het beleid voor geitenhouderijen in Oss houdt in dat bij de realisering van een ruimtelijke ontwikkeling binnen een straal van 2 kilometer van een geitenhouderij rekening moet worden gehouden met de volgende criteria: a. het infomeren van de aanvragers over het risico b.
terughoudend omgaan met ontwikkelingen betreffende het huisvest of opvangen van kinderen, kwetsbare mensen en ouderen c. na een zorgvuldige afweging en eventueel maatwerk kunnen wenselijke ontwikkelingen binnen een straal van 2 kilometer van een geitenhouderij worden toegestaan. ‘De Handreiking veehouderij en volksgezondheid 2.0’ (versie mei 2018) bevat een praktisch stappenplan om te beoordelen of nadere advisering vanuit de GGD wenselijk is. De zeven stappen dienen allen te worden doorlopen en beantwoord om na te gaan of er aandachtspunten worden gevonden. Toetsing aan het stappenplan moet plaatsvinden, zodat kan worden bepaald of een advies van de GGD nodig is voor de beoogde ontwikkeling. Voor deze ontwikkeling is het stappenplan doorlopen: 1. De endotoxine ‘richtafstand’ tussen een veehouderij en gevoelige bestemming (alleen voor varkens en pluimveehouderijen): de afstand tot een varkenshouderij bedraagt meer dan 200 meter, de afstand tot een pluimveehouderij bedraagt meer dan 500 meter. 2. Toename in de emissie voor geur, fijnstof of ammoniak: de nieuwe woning leidt niet tot een toename van emissies. juli 2023
Amsteleindstraat ongenummerd
67
3. Wijze waarop met overbelasting geur wordt omgegaan: er is geen sprake van overbelasting door geur. Uit het geuronderzoek blijkt dat zowel de voor- als achtergrondbelasting voldoet. De afstand tot bedrijven met dieren zonder emissiefactor bedraagt meer dan 50 meter. 4. De aanwezige diersoort(en) binnen een veehouderij: dit is niet het geval in de omgeving van de planlocatie. 5. De aanwezigheid van een geitenhouderij op minder dan 2 kilometer of een pluimveehouderij op minder dan 1 kilometer: dit is niet het geval. 6. Aanwezigheid van mestbewerking: er bevinden zich geen zelfstandige mestbewerkingsbedrijven in de omgeving. 7. Ongerustheid bij omwonenden: niet aan de orde aangezien het plan niet ziet op de vestiging of uitbreiding van een veehouderij. Conclusie is dat een advies van de GGD voor deze ontwikkeling niet nodig is. 5.7.10 Spuitzones
In het kader van een goede ruimtelijke ordening dient te worden beoordeeld of het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen onaanvaardbare gevolgen heeft voor het woon- en leefklimaat. Uit jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State volgt als vuistregel dat een richtafstand van 50 meter tussen het perceel waarop de teelt plaatsvindt en te realiseren nieuwe gevoelige functies zoals woningen kan worden gehanteerd. De locatie is gelegen in een bebouwingsconcentratie tegen de bebouwde kom. De aangrenzende gronden zijn niet in agrarisch gebruik, en worden niet beteeld binnen een afstand van 50 meter.
5.8
Milieueffectrapportage (M.e.r.)
Een milieueffectrapportage (m.e.r.) brengt de milieugevolgen van een plan in beeld voordat er een besluit over wordt genomen. In een milieueffectrapport worden de gevolgen voor het milieu beschreven. Zo kan de overheid die het besluit neemt de milieugevolgen bij haar afwegingen betrekken. Het doel van m.e.r. is om het milieu een volwaardige plaats te geven in de besluitvorming over plannen en projecten. In een m.e.r.-beoordeling kijkt het bevoegd gezag of een project mogelijk belangrijke nadelige milieugevolgen heeft. Als dat zo is, moet een m.e.r.-procedure worden doorlopen. Wanneer speelt een m.e.r.-beoordeling? In het Besluit m.e.r. staat wanneer m.e.r. of een m.e.r.-beoordeling aan de orde is. De activiteit die het project mogelijk maakt en het besluit over de activiteit zijn daarbij bepalend. In de C- en D-lijst in de Bijlage bij het Besluit
juli 2023
Amsteleindstraat ongenummerd
68
m.e.r. staat of sprake is van m.e.r.-plicht of m.e.r.-beoordelingsplicht. Per categorie van activiteiten is een drempelwaarde voor de omvang van de activiteit gegeven. Boven de C-drempel geldt een m.e.r.-plicht, tussen de C- en D-drempel geldt een plan-m.e.r.-plicht en onder de D-drempel geldt een vormvrije m.e.r.-beoordeling. Bij de vormvrije m.e.r.-beoordeling dient onderbouwd te worden of de activiteit belangrijke nadelige milieugevolgen heeft. Sinds de implementatie van de gewijzigde M.e.r.-richtlijn op 16 mei 2017 is de procedure voor de vormvrije en de formele m.e.r.-beoordeling bijna gelijk. Het enige verschil is dat van het besluit bij de vormvrije m.e.r.-beoordeling geen kennisgeving wordt gedaan. Het m.e.r.-beoordelingsbesluit De initiatiefnemer stelt een aanmeldnotitie op, waarover het bevoegd gezag binnen zes weken een m.e.r.-beoordelingsbesluit moet nemen. Het bevoegd gezag motiveert het besluit door in te gaan op de selectiecriteria van Bijlage III van de M.e.r.-richtlijn. Het gaat daarbij om de hoofdcategorieën: 1. kenmerken van het project 2. plaats van het project 3. kenmerken van het potentiële effect. Is het bevoegd gezag zelf initiatiefnemer, dan is het bevoegd gezag, anders dan een derde, niet verplicht een aanmeldnotitie op te stellen. De toevoeging van één woning valt onder de drempelwaarde zoals genoemd van de D-lijst (D.11.2).
Dit betekent dat het bevoegd gezag geen m.e.r.-beoordeling hoeft te doen, maar met een motivering kan worden volstaan. Deze motivering moet zijn gebaseerd op een toets die qua inhoud (dat wil zeggen: op basis van dezelfde criteria) aansluit bij m.e.r.-beoordeling, maar meer op hoofdlijnen en er zijn ook geen vormvereisten. De vormvrije m.e.r.-beoordeling is als bijlage toegevoegd.
juli 2023
Amsteleindstraat ongenummerd
69
6 6.1
TOELICHTING OP DE REGELS
Algemeen
Het bestemmingsplan bevat regels die het juridisch instrumentarium geven voor het regelen van het gebruik van de gronden en opstallen en bepalingen over de toelaatbaarheid van bebouwing. Het bestemmingsplan kan worden verbeeld op papier, en gaat vergezeld van deze toelichting. De toelichting heeft geen bindende werking en makt juridisch geen deel uit van het bestemmingsplan. Wel heeft zij een belangrijke functie bij de onderbouwing van het plan.
De Wet ruimtelijke ordening biedt zowel de mogelijkheid om een globaal bestemmingsplan te maken als de mogelijkheid van een gedetailleerd bestemmingsplan. In het bestemmingsplan ‘Ontwikkelingen 3 Buitengebied Oss – 2022’ is gekozen voor een gedetailleerde regeling. Voor de opzet van de regels is aangesloten bij de ‘Standaardregels bestemmingsplannen Oss’. De regels bestaan uit vier hoofdstukken. Dit zijn de inleidende regels (artikelen 1 en 2), de bestemmingsregels (artikel 3 tot en met 5), de algemene regels (artikel 6 tot en met 13) en de overgangs- en slotregels (artikel 14 en 15). Bij de regels horen meerdere bijlagen. In de volgende paragraaf worden de diverse artikelen uit de regels en de bijlage toegelicht. 6.2