CConstaterende datOss
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1A Toelichting Langwijkstraat 27 Lithoijen

Gemeenteraad 11 april 2024, gemeente OssBij agendapunt: A Vaststelling bestemmingsplannen 'Langwijkstraat 27 Lithoijen - 2023' en 'Molenstraat 30 Geffen – 2023’23.935 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

In deze nota is vastgelegd dat de aanvraag van een omgevingsvergunning voor de aangewezen waardevolle bomen altijd geweigerd moet worden tenzij het kappen van deze bomen vanuit het algemene belang noodzakelijk is. Dit is verder vertaald in de Algemene Plaatselijke Verordening (APV). Op grond van de APV is voor het kappen van bomen die op de Beschermde bomenlijst staan een vergunning vereist. De vergunning kan op grond van verschillende

Langwijkstraat 27 Lithoijen – 2023, pag. 28 van 65 Vastgesteld april 2024

criteria door het college van burgemeester en wethouders worden geweigerd. De laatste actuele lijst van de bijzondere bomen is te vinden op www.oss.nl/bijzondereboom. Onderhavig plan is niet gelegen in een al dan niet te ontwikkelen natuurnetwerk. In het plangebied is geen sprake van bomen die als waardevol zijn aangemerkt. De in het plangebied aanwezige bomen (privé groen) zullen als onderdeel van de nieuwe ontwikkeling (tuin) zoveel mogelijk behouden blijven. Privé groen in de vorm van tuin vormt dus onderdeel van het plan. Openbaar groen is geen onderdeel van de inrichting van het plangebied. 5.1.3 Natuurtoets Bij de bescherming van natuurwaarden gaat het enerzijds om soortenbescherming en anderzijds om gebiedsbescherming. Gebiedsbescherming is gericht op de bescherming van kwetsbare natuurgebieden. Soortenbescherming moet ertoe leiden dat het voortbestaan van soorten niet in gevaar komt. Binnen Nederland zijn 166 Natura 2000-gebieden aangewezen. Dit zijn gebieden met een Europese beschermingsstatus. Veel van deze gebieden zijn (ook) gevoelig voor stikstofdepositie. Een verdere toename van de stikstofdepositie kan leiden tot ‘significante negatieve effecten’ op de instandhoudingsdoelstellingen van de Natura 2000-gebieden.

Programma Aanpak Stikstof (PAS) Op 29 mei 2019 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State uitspraak gedaan in enkele beroepszaken tegen Natura 2000-vergunningen die zijn gebaseerd op het Programma Aanpak Stikstof (PAS) 2015-2021 (Kamerstuk 32 670, nr. 146). Het is een stevige uitspraak die per direct forse consequenties heeft voor individuele ondernemers, maar ook voor ambities van gemeenten, provincies en Rijksoverheid op het terrein van onder meer waterveiligheid, infrastructuur, woningbouw en klimaat. De uitspraak komt erop neer dat de PAS ‘gesneuveld’ is als aanpak en systeem voor vergunningverlening van stikstofvergunningen op basis van de Wet natuurbescherming. Wet stikstofreductie en natuurverbetering (Wsn) Sinds 1 juli 2021 is de Wsn samen met het bijbehorende Besluit stikstofreductie en natuurverbetering van kracht. Deze regelgeving wijzigt de Wet en het Besluit natuurbescherming en moet voorzien in een nieuwe, structurele aanpak van de stikstofproblematiek. 5.1.3.1. Gebiedsbescherming In verband met het mogelijke effect dat ontwikkelingen kunnen hebben op beschermde gebieden is een AERIUS-berekening uitgevoerd voor zowel de gebruiks- als aanlegfase van de ontwikkeling. De AERIUSberekening is bijgevoegd bij deze toelichting (bijlage 5).

De conclusies van de berekening voor de bouw en het gebruik van deze woning is dat de ontwikkeling in zowel de gebruiks- als in de aanlegfase geen stikstofdepositie tot gevolg heeft op nabijgelegen Natura 2000-gebieden, betreffende Rijntakken op ongeveer 5 kilometer afstand van Natura 2000-gebied. Volgens de AERIUS-berekening hoeft er dus ook geen vergunning in het kader van de Wet natuurbescherming te worden aangevraagd of verder onderzoek naar de stikstofdepositie uitgevoerd te worden. Het aspect gebiedsbescherming vormt geen belemmering voor het initiatief. 5.1.3.2. Soortenbescherming De Wnb geeft kaders voor de bescherming van planten en dieren. Zo is het verboden om dieren te vangen of verwonden en om vaste rust- en verblijfplaatsen te vernielen. Dit is vastgelegd in drie vergelijkbare beschermingsregimes voor soorten. Indien deze verbodsbepalingen overtreden worden, is er een ontheffing nodig. Voor ieder ruimtelijk plan is het verplicht om te toetsen of deze leiden tot overtreding van de verbodsbepalingen.

Langwijkstraat 27 Lithoijen – 2023, pag. 29 van 65 Vastgesteld april 2024

De aanwezige bomen/ beplantingen in het plangebied zijn geschikt voor diverse algemene vogels om te broeden. Denk hierbij aan de aanwezige knotwilgen en notenboom op de achterzijde van het perceel. De wilgen en de notenboom worden allemaal gehandhaafd. Een klein deel van de opgaande ligusterhaag wordt gerooid over een lengte van 3-4 meter, om een inrit te realiseren. Het rooien van een deel van de haag, zal buiten het broedseizoen worden uitgevoerd: ná 15 augustus en vóór 1 maart. Voorafgaand aan het rooien zal worden gecontroleerd op in gebruik zijnde nesten. Als nesten ontbreken of zijn verlaten is verwijdering zonder meer mogelijk. Het verstoren van broedende vogels is krachtens de Wet natuurbescherming niet toegestaan. Initiatiefnemers zijn hiervan op de hoogte. Er hoeft niet gesloopt te worden voor het bouwplan. Ook hoeven er geen sloten gedempt te worden, voor bijvoorbeeld een inrit. Hiermee zijn effecten op andere diersoorten dan algemene vogelsoorten niet te verwachten. Conclusie soortenbescherming Het plangebied bestaat uit een weiland met een notenboom op het achtererf, enkele knotwilgen en een hoge opgaande liguster haag op het voorerf. Voor het realiseren van een inrit wordt een deel van de haag gerooid buiten het broedseizoen.

In het plangebied of binnen de invloedssfeer van de werkzaamheden, zijn de volgende potentiële natuurwaarden te verwachten waar rekening mee gehouden dient te worden: •

Algemene broedvogels (niet jaarrond beschermd);

Door rekening te houden met het broedseizoen, worden effecten op algemene broedvogels eenvoudig voorkomen. De initiatiefnemers hebben ruime tuinen en beplanting aangelegd rondom de bestaande woning nr. 29 en rondom de achterliggende weilanden. Hiermee dragen zij in algemene zin ruim bij aan de instandhouding van natuur- en landschapselementen op hun terrein en binnen de kern van Lithoijen. Zij hebben een positieve grondhouding ten opzichte van de aanwezige flora en fauna en zijn niet voornemens om deze te verstoren. Gezien het voorgaande is er is geen noodzaak om een Quick scan ecologie uit te voeren en mag er van worden uitgegaan dat het bouwplan niet zal leiden tot onevenredige aantasting van 5.2

Archeologie en Cultuurhistorie

5.2.1 Erfgoedwet en overgangsregeling omgevingswet De Erfgoedwet beschermt het cultureel erfgoed in Nederland. In deze wet staan regels om belangrijk cultureel erfgoed beter te beschermen en behouden. In de Erfgoedwet staat wat cultureel erfgoed is, hoe de overheid omgaat met roerend cultureel erfgoed (zoals schilderijen), wie welke verantwoordelijkheden heeft en hoe de overheid daar toezicht op houdt. Het beschermingsregime voor de in de grond aanwezige dan wel te verwachten monumenten (lees archeologische resten) net als de bescherming van gebouwde rijksmonumenten wordt opgenomen in de Omgevingswet. Vooruitlopend op de ingang van de Omgevingswet is het deel van de Monumentenwet 1988 dat gaat over de fysieke leefomgeving geregeld in het overgangsrecht van de Erfgoedwet. Het gaat om: • vergunningen tot wijziging, sloop of verwijdering van rijksmonumenten.

Langwijkstraat 27 Lithoijen – 2023, pag. 30 van 65 Vastgesteld april 2024

• verordeningen, bestemmingsplannen, vergunningen en ontheffingen op het gebied van archeologie. • bescherming van stads- en dorpsgezichten. Het erfgoed in de ruimtelijke ordening wordt nu nog voor een belangrijk deel geregeld via de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Ruimtelijke plannen die toepassing hebben op cultureel erfgoed moeten passen binnen wettelijke kaders van de Erfgoedwet en ook de regelingen die in andere wetten en regelgeving is opgenomen, zoals de Wabo en het Bro. 5.2.2 Archeologiebeleid Het provinciale archeologisch beleid is neergelegd in de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant van 25 oktober 2019 en op de provinciale Cultuurhistorische waardenkaart 2010, herzien 2016. Hierin is de bescherming van aardkundig waardevolle gebieden en archeologische landschappen geregeld. Het gemeentelijk archeologisch beleid is veel gedetailleerder dan het algemene provinciale beleid op dit punt en prevaleert daarom ook boven het provinciale archeologisch beleid. Op 14 oktober 2010 heeft de gemeente Oss haar ‘archeologiebeleid’ vastgesteld. In 2015 heeft de gemeenteraad het archeologiebeleid opnieuw vastgesteld. Dit was nodig vanwege de gemeentelijke herindeling met Maasdonk.

Onderdeel van de vaststelling in 2015 is het rapport 'Actualisatie archeologiebeleid gemeente Oss, een herziene archeologische beleidskaart voor het nieuwe grondgebied van de gemeente Oss' (Goddijn, 2012). Aan de hand van onderzoeken, inzichten en boringen in het veld zijn de eerdere archeologische kaarten gedeeltelijk bijgesteld. Op de beleidskaart is sprake van meerdere beleidscategorieën (zie onderstaande tabel). In het beleid is per beleidscategorie vastgelegd wanneer sprake is van een onderzoeksplicht en wanneer ontwikkelingen hiervan zijn vrijgesteld. Verwachting/waarde Archeologisch beschermd rijksmonument

Vrijstellingsgrenzen 0 m2 / 30 cm -Mv

Archeologisch (AMK-) monument Beschermde stadsgezichten

35 m2 / 30 cm -Mv

Historische stads-/dorpskern

50 m2 / 30 cm -Mv

Hoge verwachtingswaarde

100 m 2 / 30 cm -Mv

Hoge verwachtingswaarde – bedrijventerrein

1000 m2 / 30 cm -Mv

Middelhoge verwachtingswaarde Lage verwachtingswaarde

5 hectare / 30 cm -Mv

Reeds onderzocht

Afhankelijk van de resultaten van het reeds uitgevoerde onderzoek.

Verstoord

Geen onderzoeksplicht

5.2.3 Archeologietoets Volgens de archeologische beleidskaart van de gemeente is aan het bestemmingsplangebied een ‘Historische kern’ verwachtingswaarde toegekend. Concreet betekent dit dat er een archeologische onderzoeksplicht geldt indien de bodemingrepen dieper reiken dan 30 cm beneden huidig maaiveld én de omvang van het gebied groter is dan 50 m².

Langwijkstraat 27 Lithoijen – 2023, pag. 31 van 65 Vastgesteld april 2024

Toetsing van de plannen Ondanks dat het plangebied deels wordt opgehoogd voor het realiseren van de woning is het de verwachting dat voor de bouw een bodemingreep dieper dan 30 cm en groter dan 50 m2 noodzakelijk is. Daarom is een Archeologisch onderzoek uitgevoerd (bureau- en booronderzoek) door het onderzoeksbureau ‘Bureau voor Archeologie’. In bijlage 3 is het onderzoeksrapport opgenomen. Hieruit blijkt samenvattend dat het plangebied is gelegen in het archeologisch landschap ‘Rijn-Maasdelta’. “De top van de Pleistocene afzettingen ligt op 5 meter onder het maaiveld of dieper. Mogelijk hebben zich op het Pleistocene laagterras rivierduinafzettingen gevormd. Hierop ligt een meters dik pakket Holocene rivierafzettingen mogelijk afgewisseld met veen. In de Bronstijd loopt een Maasarm langs de zuidrand van het plangebied. Op deze afzettingen zijn mogelijk door de Maas crevasse-afzettingen gevormd en na de bedijkingen kunnen overstromingsafzettingen zijn afgezet. Lithoijen is vermoedelijk ontstaan aan het einde van de 10e eeuw. De woningen worden op terpen gebouwd. Op de kadastrale minuut staat een bebouwingslint langs de Langwijkstraat afgebeeld. Twee erven liggen deels in het plangebied en vermoedelijk liggen deze erven op terpen. In de loop van de 19e eeuw wordt het oostelijke erf gesloopt. Het westelijke blijft tot in de 20e eeuw bestaan.

In het plangebied liggen geen (delen van) AMK terreinen en geen archeologische vondsten. In het plangebied zijn zes handboringen gezet waarvan vijf tot twee meter en één tot vier meter onder maaiveld. Hieruit blijkt dat het natuurlijke bodemmateriaal in hoofdlijnen bestaat uit kom- op oever- op beddingafzettingen van de Lith beddinggordel. De top van deze natuurlijke afzettingen ligt 30 tot 205 cmmv. Hierop ligt in vijf boorprofielen een cultuurlaag bestaande uit siltige en zandige klei met archeologische indicatoren, vooral fosfaat, baksteen en houtskool. De cultuurlaag is een potentieel archeologisch niveau waarin archeologische resten uit de Late Middeleeuwen en Nieuwe tijd aanwezig kunnen zijn. Bij de aanleg van funderingen en het aanleggen van ondergrondse leidingen wordt mogelijk gegraven tot in het archeologische niveau en in dat geval kunnen archeologische resten worden vergraven. Aanbevolen wordt om graafwerkzaamheden tot in het archeologische niveau te vermijden door niet dieper te graven dan 508 cm NAP. Als voorzien wordt dat wel in dit niveau zal worden gegraven, dan wordt aanbevolen om eerst te bepalen of zich behoudenswaardige archeologische resten in het te vergraven gebied bevinden door het uitvoeren van een proefsleuvenonderzoek. De werkwijze van het onderzoek dient vastgelegd te worden in een door de bevoegde overheid goed te keuren Programma van Eisen (PvE)”.

Langwijkstraat 27 Lithoijen – 2023, pag. 32 van 65 Vastgesteld april 2024

Door de gemeente is het door ‘Bureau voor archeologie’ uitgevoerde onderzoek beoordeeld. Het rapport is akkoord bevonden en de gemeente heeft een selectiebesluit/ besluit ten aanzien van het vervolgtraject genomen. Het selectiebesluit is bijgevoegd in bijlage 9 bij de toelichting. Archeologie vormt geen belemmering voor de bestemmingswijziging, omdat de dubbelbestemming die ook in het vigerende bestemmingsplan al aan de orde is behouden blijft. In het vervolgtraject is een proefsleuvenonderzoek noodzakelijk. Hiervoor is een door de gemeente goedgekeurd PvE nodig. Het aanvullend onderzoek dient in ieder geval te worden uitgevoerd in het kader van de aanvraag omgevingsvergunning voor de activiteit ‘bouwen’ of in het kader van de voorwaarden die hierover in de vergunning worden gesteld alvorens mag worden gestart met de graafwerkzaamheden voor het bouwen. Bestemmingsplanregels De gemeente Oss vertaalt de wet en het archeologisch beleid ook door in standaard bestemmingsplanregels. Zo heeft de gemeente bestemmingsplanregels (dubbelbestemmingen: dat wil zeggen dat deze naast de hoofdbestemming gelden) voor bescherming van historische kernen, beschermde monumenten, monumenten en voor gebieden met een middelhoge of hoge archeologische verwachtingswaarde.

Met deze regels kan, ter bescherming van archeologische waarden, worden bepaald wanneer er een omgevingsvergunning voor bepaalde werkzaamheden nodig is, wanneer dat niet het geval is en onder welke omstandigheden en met welke nadere eisen en voorwaarden een omgevingsvergunning kan worden verleend. Het gehele plangebied houdt de dubbelbestemming ‘Waarde-Archeologie historische kern’. Voor het plangebied geldt dat bij bodemverstoringen groter dan 50 m² en dieper dan 30 cm beneden huidig maaiveld archeologisch onderzoek nodig is 5.2.4

Cultuurhistorie

Wettelijk kader Door een wijziging van het Bro moeten cultuurhistorische waarden voortaan vooraf in het proces van ruimtelijke ordening worden meegenomen, met name bij de voorbereiding en vaststelling van bestemmingsplannen. Het Bro bevat eisen waaraan de voorbereiding van een bestemmingsplan moet voldoen. Zo wordt er onder meer een beschrijving verlangd van de manier waarop met in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden. Dat wordt veranderd in: met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten. De regering wil hiermee bereiken dat aandacht voor cultuurhistorische waarden voortaan in het planproces naar voren wordt gehaald. Doordat plannen nu nog pas na afloop van het planproces worden getoetst aan de regelgeving van de monumentenzorg, wordt monumentenzorg dikwijls ervaren als hindernis. Dit is door de regering erkend en daarbij is de ambitie uitgesproken om de positie van cultuurhistorie aan het begin van het ruimtelijk ordeningsproces juridisch te versterken. Door de verankering van cultuurhistorische waarden in de bestemmingsplannen vermindert tegelijkertijd de noodzaak tot het aanwijzen van nieuwe beschermde monumenten, omdat het belang van de cultuurhistorie wordt geborgd via het proces van de ruimtelijke ordening.

In de Wet tot wijziging van de Monumentenwet 1988 en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht in verband met modernisering van de monumentenzorg is daarom al de mogelijkheid voor burgers en belangengroepen om een aanvraag in te dienen om een monument aan te wijzen als beschermd monument, geschrapt. Dit instrument werd door belangengroepen nogal eens ingezet om afgifte van bouwvergunningen te frustreren of te vertragen. Met de wijziging van het Bro wordt tevens de adviesrol van Gedeputeerde Staten beperkt. Tot nu toe moet bij alle ingrepen aan een beschermd monument buiten de bebouwde kom advies aan Gedeputeerde Staten worden gevraagd. Met de wijziging van het besluit hoeft dat alleen nog, als het gaat om monumenten die door de minister op grond van de Monumentenwet 1988 zijn aangewezen.

Langwijkstraat 27 Lithoijen – 2023, pag. 33 van 65 Vastgesteld april 2024

Daarnaast voorziet het besluit in een aantal versoepelingen van vergunningvrij wijzigen of bouwen in, aan of bij beschermde monumenten. Samengevat komen die versoepelingen er op neer, dat voor gewoon onderhoud of voor inpandige veranderingen aan beschermde monumenten geen monumentenvergunning meer nodig is, als de betreffende onderdelen geen monumentale waarde hebben. Bij twijfelgevallen zal men het bevoegd gezag moeten raadplegen. De bedoeling van het wijzigingsbesluit is om enerzijds cultuurhistorische waarden een duidelijke plaats te geven aan het begin van het planproces en anderzijds onnodige regeldruk, vooral wanneer het gaat om ondergeschikte wijzigingen aan een monument, weg te nemen. Cultuurhistorie: gemeentelijk en provinciaal beleid Het beleid van de gemeente Oss voor wat betreft cultuurhistorie is onder meer neergelegd in het Erfgoedplan Oss 2006 “Op gemengde bodem”. Hierin zijn onder andere opgenomen: historisch bebouwde gebieden, oude verkavelingspatronen, de invloed van de Maas en Rijksmonumenten. Deze nota heeft (nog) geen betrekking op het grondgebied van de voormalige gemeente Lith. Daarnaast heeft de gemeente Oss een Monumentenlijst 2019. Hierin zijn de Rijks- en gemeentelijke monumenten opgenomen. Het provinciale cultuurhistorische beleid is verankerd in de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant en op de Cultuurhistorische waardenkaart 2010.

Hierin zijn onder andere opgenomen: cultuurhistorische vlakken en complexen van cultuurhistorisch belang. Cultuurhistorie: bestemmingsplanregels en regels in de provinciale Interim omgevingsverordening NoordBrabant Met de onder het kopje ‘archeologie’ genoemde bestemmingsplanregels, is het ook mogelijk om cultuurhistorische waarden in bestemmingsplannen te beschermen. Een en ander voor zo ver het terreinen betreft (inbouwen sloopvergunningstelsel voor bebouwing). Kortheidshalve wordt naar het kopje ‘archeologie: bestemmingsplanregels’ verwezen. De provincie Noord-Brabant heeft in de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant bindende regels opgenomen ter bescherming van cultuurhistorische waarden. Toetsing van de plannen De invloed van het bouwplan van een woning is getoetst aan de hand van de informatie in de Cultuurhistorische Waardenkaart, het vigerende bestemmingsplan en ten aanzien van het naastgelegen gemeentelijk monument met cultuurhistorische waarden. Toets Cultuurhistorische Waardenkaart (CHW) Uit de provinciale CHW blijkt dat het plangebied niet is gelegen in een provinciaal cultuurhistorisch waardevol gebied of complex. Het plangebied is geen beschermd dorpsgezicht vanuit Rijksbeleid. Daarnaast zijn er geen Rijksmonumenten in de directe nabijheid van het plangebied gelegen.

Het plangebied is wel gelegen binnen de kern van Lithoijen zoals aangeduid in de Cultuurhistorische Waardenkaart 2006. De cultuurhistorische waarde voor historische stedenbouw van deze kern, is hoog. De Langwijkstraat zelf wordt gezien als een historische geografische lijn in het landschap van hoge cultuurhistorische waarden. Op de landbouwgronden ten noorden van het plangebied (daar waar nu een uitbreiding van de kern Lithoijen is gepland) is een historische zichtlijn aangeduid vanaf de Langwijkstraat richting de Lithoijense Dijk. Deze zichtlijn is echter ter plaatse van het plangebied door de historische bebouwing (schuren) en de beplanting niet vanaf de openbare weg waarneembaar. Het bouwplan van een nieuwe woning heeft geen invloed op de aanwezige provinciale cultuurhistorische waarden zoals aangeduid in de CHW. Zichtlijnen worden niet onderbroken, de Langwijkstraat zelf wordt niet gewijzigd en de historische stedenbouw in de kern wordt niet aangetast met dit bouwplan. Toets vigerend bestemmingsplan

Langwijkstraat 27 Lithoijen – 2023, pag. 34 van 65 Vastgesteld april 2024

Op grond van het vigerende bestemmingsplan ‘Twee kernen – 2018 ‘ is de dubbelbestemming Landschap van toepassing, zie de uitsnede van deze dubbelbestemming aan de Langwijkstraat in figuur 10. Deze met rood aangeduide zone volgt de loop van de terp aan de Langwijkstraat. Deze loop is ook uit oude historische kaarten op te maken (zie figuren 1 en 2). Ook aan de hoogte van de woningen rondom het plangebied (nrs. 29 en 25) is te zien dat er hier vroeger op terpen is gebouwd. Het plangebied is iets (0,8 meter) lager gelegen dan de naastgelegen woningen. Deze hoogteverschillen zijn tevens meegenomen in het ontwerp van het stedenbouwkundig plan zoals opgenomen in de tekening in bijlage 1 bij de toelichting.

Figuur 9 Uitsnede verbeelding vigerend bestemmingsplan Twee Kernen – 2018, met binnen de rode lijn de dubbelbestemming ‘Waarde – Landschap’

Er is gekozen om het plangebied ter hoogte van de te bouwen woning op te hogen met 0,8 meter om de nieuwe woning op dezelfde hoogte te bouwen als de bestaande woning nr. 29. Hiermee heeft de nieuwe woning een iets lager peil (0,2-0,3) meter ten opzichte van de naastgelegen boerderij nr. 25. Dit hoogteverschil maakt dat de boerderij meer in het oog springt en doet recht aan de cultuurhistorische geschiedenis van het landschap. Doordat ook het plangebied rondom de nieuwe woning wordt opgehoogd past de woning beter in het straatbeeld van een langgerekte terp en wordt rekening gehouden met de ontstaansgeschiedenis van het landschap en de aanwezige cultuurhistorische waarden. Toets gemeentelijke monumenten Uit figuur 8 in paragraaf 4.4.5 is gebleken dat de nieuw te bouwen woning binnen de 25 meter zone (invloedssfeer) ligt, van de naastgelegen boerderij Langwijkstraat 25 (gemeentelijk monument). Op grond hiervan zijn de bouwplannen zoals opgenomen in bijlage 1 bij deze toelichting in een vroegtijdig stadium getoetst door de Erfgoedcommissie van de gemeente Oss. De erfgoedcommissie heeft geadviseerd op de bouwplannen en naar aanleiding hiervan is in het bestemmingsplan rekening gehouden met het advies van de commissie. Door de positionering van de woning en de beoogde bouwhoogte aan te passen, concreet is dit verwerkt door onder andere de verbeelding aan te passen.

De opmerkingen ten aanzien van materiaalgebruik zullen worden uitgewerkt in het kader van de omgevingsvergunning bouw

Langwijkstraat 27 Lithoijen – 2023, pag. 35 van 65 Vastgesteld april 2024

en dan vervolgens opnieuw worden voorgelegd aan de commissie. Zie voor het uitgebreide advies en de wijze waarop hier gevolg aan is gegeven hoofdstuk 3. De cultuurhistorische en monumentale waarden van de aanwezige boerderij wordt door het bouwplan niet aangetast. In het bestemmingsplan zijn daarnaast niet te bebouwen zones opgenomen (tuinbestemming) tussen de nieuwe woning en de boerderij met huisnummer 25 en worden de dubbelbestemmingen ten aanzien van archeologie en landschap overgenomen. Hiermee wordt voorkomen dat er vergunningsvrije bouwwerken binnen de invloedssfeer van de boerderij worden opgericht die eventueel de belevenis van de boerderij vanaf de openbare weg zouden kunnen beïnvloeden. Samenvattend betreft het een plangebied met cultuurhistorische waarden doordat het is gelegen binnen een historische kern, op een terpenzone en nabij een gemeentelijk monument (historische boerderij). Daarom zijn de bouwplannen getoetst door de Erfgoedcommissie van de gemeente Oss en zijn er op basis van dit advies wijzigingen doorgevoerd in het bestemmingsplan.Het aspect cultuurhistorie is hiermee voldoende onderzocht en geconcludeerd kan worden dat dit bouwplan niet zal leiden tot een aantasting van de cultuurhistorische waarden in of nabij het plangebied. 5.3

Mobiliteit en parkeren

5.3.1 Verkeer De Mobiliteitsvisie Oss uit 2009 heeft als doel het in balans brengen van bereikbaarheid, leefbaarheid en veiligheid. De mobiliteitsvisie is uitgewerkt in het Mobiliteitsplan 2020 Oss. Het deelplan Wegen werkt het gewenste netwerk voor het autoverkeer uit. Per weg is de gewenste functie vastgelegd. Van belang is de vraag of een initiatief leidt tot extra verkeersbewegingen en of de toename van verkeersbewegingen passen binnen de normen die voor ontsluitingswegen gelden. Verkeer: extra verkeersbewegingen Het initiatief leidt tot extra verkeersbewegingen. Conform de Handreking Verkeersgeneratie voorzieningen met kerngetallen voor gemotiviseerd verkeer (CROW), kan de verkeersaantrekkende werking van het initiatief vastgesteld worden op 7,8 motorvoertuigen per etmaal (vrijstaande woning). De woning wordt middels een nieuw aan te leggen inrit aangesloten op de Langwijkstraat. Dit betreft een erftoegangsweg met voldoende capaciteit voor het opvangen van een extra 7,8 motorvoertuigen per etmaal. Verkeer: ontsluitingswegen Uit het Mobiliteitsplan volgt niet dat er ontsluitingsproblemen zijn in de kern van Lithoijen die in de weg staan voor de toevoeging van een extra woning aan de kern. De ontsluiting voldoet hiermee aan de normen van het Mobiliteitsplan 2020. 5.3.2 Parkeren De gemeente Oss heeft een gemeentelijk parkeerbeleidsplan vastgesteld.

De nota ‘Parkeernormen 2023’ geeft aan welke parkeernormen voor welke gebieden gelden. Aangezien het hier om een nieuwe vrijstaande woning in de kern Lithoijen gaat dient er op basis van het gemeentelijke beleid minimaal 2,5 parkeerplaatsen te worden aangelegd. Aangezien het in deze om een los bouwplan gaat moeten de parkeerplaatsen op eigen terrein liggen. Het plangebied is 1.557 m2 groot met een inrit van 10-15 meter vanaf de openbare weg en omvat meer dan voldoende ruimte om op basis van de eigen oprit minimaal 3 parkeerplaatsen te realiseren. Daarnaast omvat het bouwplan tevens een losse garage, zie bijlage 1 voor het bouwplan. Hier kan waar nodig nog overdekt worden geparkeerd. Parkeren vormt hiermee geen belemmering voor de bouw van een nieuwe woning.

Langwijkstraat 27 Lithoijen – 2023, pag. 36 van 65 Vastgesteld april 2024

5.4

Water

5.4.1 Wetgeving en beleid De Waterwet regelt het beheer van oppervlaktewater en grondwater. Ook verbetert de Waterwet de samenhang tussen waterbeleid en ruimtelijke ordening. Het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) stelt een watertoets verplicht voor ruimtelijke plannen waarin waterbelangen spelen. De watertoets bewaakt de waterkwaliteit en waterkwantiteit. Een watertoets is het hele proces van vroegtijdig informeren, adviseren, afwegen en beoordelen. Waterhuishoudkundige aspecten zijn onder meer veiligheid, wateroverlast, waterkwaliteit, verzilting en verdroging. De watertoets heeft betrekking op alle wateren: rijkswateren, regionale wateren, gemeentelijke en particuliere wateren en grondwater. De gemeente Oss heeft in december 2022 een Water- en Rioleringsprogramma vastgesteld (WRP 20232029). Het programma biedt een kader voor de gemeentelijke watertaken en regelt de zorg voor inzameling en transport van afvalwater, doelmatige verwerking van afvloeiend (overtollig) hemelwater en overtollig grondwater. De gemeente is verantwoordelijk voor de openbare ruimte. In bebouwd gebied vraagt de zorg voor oppervlaktewater extra aandacht. De gemeente is ook verantwoordelijk voor een goede ruimtelijke ordening. Het gaat om voldoende ruimte voor water in ruimtelijke plannen. De watertoets is opgenomen in het Besluit op de ruimtelijke ordening (Bro).

Beleid van gemeente, provincie en rijk is van toepassing bij een watertoets. Toetsing van uw waterparagraaf gebeurt op kwaliteit en kwantiteit. De verwerking van hemelwater, afvalwater en planologische ‘waterbestemmingen’ komen aan bod. Waterbeheerplan Op 19 november 2021 is het nieuwe waterbeheerplan van waterschap Aa en Maas vastgesteld. In dit plan is beschreven welke doelstellingen het waterschap nastreeft in de periode 2022-2027 en hoe zij die doelstellingen wil gaan halen. Het plan geldt van 22 december 2021 tot en met 21 december 2027. Het waterbeheerplan is uitgewerkt in de volgende drie programma’s: 1.

Waterveiligheid; Het programma ‘Waterveiligheid’ draait om de bescherming tegen overstromingen vanuit de Maas en het regionale watersysteem.

2.

Klimaatbestendig en gezond watersysteem; Het programma ‘Klimaatbestendig en gezond watersysteem’ draait om een goed functionerend watersysteem in normale én in extreem droge en natte situaties: klimaatbestendig, robuust, veerkrachtig en stuurbaar. Daarbij let het waterschap op de hoeveelheid (goede waterpeilen, het vasthouden van water en het omgaan met wateroverlast en droogte); en op de kwaliteit van het water (chemisch en ecologisch).

3.

Schoon Water; In het programma ‘Schoon Water’ speelt het zuiveren van afvalwater een centrale rol.

Voor bebouwde gebieden heeft het waterschap specifieke doelen geformuleerd. In bebouwd gebied werkt het waterschap toe naar een klimaatrobuust watersysteem waarin: • schoon water niet naar de zuivering gaat, maar het grondwater voedt; • de waterkwaliteit geen risico’s geeft voor de volksgezondheid en geschikt is voor een goede ontwikkeling van flora en fauna, maar ook voor recreatie en evenementen; • de kans op wateroverlast en problemen door droogte en hittestress acceptabel is; • de betrokkenheid en het waterbewustzijn van inwoners, bedrijven en andere stedelijke partners is toegenomen.

Langwijkstraat 27 Lithoijen – 2023, pag. 37 van 65 Vastgesteld april 2024

Deze programma’s zijn verder uitgewerkt in het WBP naar concrete doelstellingen. Deze doelstellingen vinden onder andere een doorwerking in de beschikbare instrumenten van het waterschap; Keur, legger, communicatie en stimuleringsmiddelen. ‘ Waterschap Aa en Maas is verantwoordelijk voor het waterbeheer in haar beheersgebied. Het gaat om het waterkwantiteits- en waterkwaliteitsbeheer, de waterkeringszorg, waterzuivering, grondwaterbeheer en waterbodembeheer. De regels zijn vastgelegd in de Keur (met Algemene- en Beleidsregels) in de vorm van een aantal gebods- en verbodsbepalingen. Keur De Keur is een waterschapsverordening en omvat samen met de Waterwet alle gebods- en verbodsbepalingen met betrekking tot ingrepen of activiteiten die consequenties hebben voor de waterkwantiteit, waterkwaliteit en waterveiligheid. De Keur is verder uitgewerkt beleids- en algemene regels. Legger De Keur verwijst in de gebods- en verbodsbepalingen volop naar de legger. De legger legt de status en afmetingen behorende bij de regels van de Keur vast in een overzichtskaart van het waterbeheersgebied. Op deze kaart zijn onder andere dijken, waterlopen en bijbehorende beschermingszones aangegeven. Sinds 1 maart 2015 hanteert waterschap Aa en Maas onderstaande (beleids)uitgangspunten voor het beoordelen van plannen waarbij het verhard oppervlak toeneemt.

Deze (beleids)uitgangspunten zijn opgenomen in ‘Hydrologische uitgangspunten bij de Keurregels voor afvoeren van hemelwater, Brabantse waterschappen’. Voor een toename van het verhard oppervlak tussen de 500 m2 en 10.000 m2 kan de vereiste compensatie berekend worden door de toename van het verhard oppervlak (m2) te vermenigvuldigen met een waterschijf van 60 mm. De uitgangspunten bij het toetsen van ruimtelijke plannen zijn: Gescheiden houden van vuil (afval)water en schoon hemelwater; Voorkomen van vervuiling van water; Schoon hemelwater kan volgens de voorkeursvolgorde worden verwerkt:1. Hergebruik 2. Infiltratie/bergen 3. Afvoer -

Hydrologisch neutraal ontwikkelen (HNO), zodat een ontwikkeling niet leidt tot een hydrologische achteruitgang, zowel in als buiten het plangebied. Ook mogen geen hydrologische knelpunten ontstaan voor huidige en vastgelegde toekomstige landgebruik functies. Dit betekent dat: 1. De afvoer uit het gebied niet groter wordt dan in de referentiesituatie; 2. De grondwateraanvulling in het plangebied gelijk blijft of toeneemt; 3. Grond- en oppervlaktewaterstanden in de omgeving gelijk blijven, of verbeteren voor de huidige en toekomstige landgebruiksfuncties; 4. De (grond)waterstanden in het plangebied aansluiten op de (nieuwe) functie(s) van het plangebied; 5. Het plangebied zo wordt ingericht dat de hydrologische gevolgen van vastgestelde toekomstige ontwikkelingen in de omgeving niet leiden tot knelpunten in het plangebied.

Langwijkstraat 27 Lithoijen – 2023, pag. 38 van 65 Vastgesteld april 2024

5.4.2 Watertoets In deze watertoets worden de belangrijkste wateraspecten beschouwd. Grondwaterstand Lithoijen is gelegen in een polder waarvoor een peilbesluit van het Waterschap Aa en Maas geldt. Het peilgebied heeft de code BCS en het zomerpeil is 3,75 meter boven NAP en het winterpeil is 3,6 meter boven NAP. Dit betekent dat de gemiddeld hoogste grondwaterstand in dit geval het zomerpeil is. Het plangebied is gelegen op 5,5 meter boven NAP en zal met 10-20 centimeter worden opgehoogd naar verwachting. Uitgaande van 10 centimeter ophoging zal in de toekomstige situatie de gemiddelde hoogste grondwaterstand zich bevinden op 5,6-3,75=1,85 meter onder maaiveld. Uit de digitale wateratlas van de provincie Noord-Brabant blijkt dat de gemiddelde hoogste grondwaterstand in het plangebied op 100-120 centimeter onder het maaiveld ligt. Dit is, mede gelet op de beperkte ophoging van 10-20 centimeter van het maaiveld, op ruim voldoende diepte om wateroverlast in of rondom de nieuwe woning te voorkomen. Oppervlaktewater Uit de legger van Waterschap Aa en Maas blijkt dat er binnen het plangebied geen oppervlaktewater aanwezig is. Het meest nabijgelegen oppervlaktewater betreft de sloot ten zuiden van de Langwijkstraat. Dit betreft een zogenaamde b-watergang. Het bouwen van een nieuwe woning ten noorden van de Langwijkstraat heeft geen invloed op deze b-watergang of het beheer hiervan.

Afvalwater Het afvalwater vanaf de nieuwe woning kan worden aangesloten op het vrijevalriool onder de Langwijkstraat, hiervoor dient in het kader van de omgevingsvergunningprocedure een aanvraag te worden gedaan bij de gemeente. De capaciteit van het rioolstelsel is hiervoor voldoende. Regenwater zal niet worden geloosd op het riool maar separaat worden opgevangen, waarover ook meer onder het kopje ‘nieuwe verharding’. Peelrandbreuk Zoals ook blijkt uit de toetsing van het provinciaal beleid uit de interim omgevingsverordening is ter plaatse van het plangebied de hoofdbreuklijn van de Peelrandbreuk verwacht, dit blijkt ook uit de digitale kaartbank van de provincie Noord-Brabant. In paragraaf 4.3.2. is nader getoetst aan dit aardkundig waardevolle element. Nieuwe verharding Het initiatief zorgt voor maximaal 300 m2 aan nieuwe verharding. Toetsing aan beleid Waterschap Aa en Maas Op www.dewatertoets.nl is de digitale watertoets ingevuld. Hiervan zijn drie mogelijke uitkomsten/ procedures: Geen waterbelang: Er is een functiewijziging zonder relevante wateraspecten; Verkorte procedure: U heeft een plan met weinig relevante wateraspecten; Normale procedure: U heeft een plan met meerdere relevante wateraspecten. Na het invullen van de digitale watertoets werd direct aangegeven dat met het ruimtelijk plan de normale procedure van toepassing is.

De resultaten van www.dewatertoets.nl zijn bijgevoegd bij deze toelichting (bijlage 4). Uit de Watertoets volgt dat het advies is om bij de bouw geen uitlogende materialen te gebruiken zoals zink en koper in daken, gevels, goten en leidingen bedoeld. Daarnaast is het de bedoeling om vertraagd regenwater af te voeren op de b-watergang ten zuiden van de langwijkstraat. Voor de realisatie hiervan dient overlegd te worden met het Waterschap en de voorziening dient te

Langwijkstraat 27 Lithoijen – 2023, pag. 39 van 65 Vastgesteld april 2024

voldoen aan de algemene eisen voor een uitstroomvoorziening. Deze afstemming met het Waterschap zal plaatsvinden voorafgaand aan de bouw van de woning. Gemeentelijk beleid Conform het gemeentelijke beleid geldt ten aanzien van de verwerking van hemelwater dat van het verhard oppervlak de eerste 25 millimeter geïnfiltreerd moet worden op eigen terrein, van de woningen moet de eerste 10 millimeter geïnfiltreerd worden, daarna mag het aan de openbare ruimte aangeboden worden. De rekensom om het te bergen en infiltreren m3’s hemelwater te berekenen is dan als volgt: compensatie-eis verhard oppervlak (25 mm) x verhard oppervlak (300 m2). In onderhavige situatie betekent dat, dat 7,5 m3 water op eigen terrein tijdelijk moet worden geborgen, met een oppervlakkige overloop naar het openbaar gebied. Op het perceel is voldoende ruimte aanwezig voor een hemelwatervoorziening van minimaal 7,5 m3, daarnaast is ook de GHG (gemiddeld hoogste grondwaterstand) niet belemmerend voor de voorzieningenkeuze. De initiatiefnemer heeft zijn voorzieningenkeuze nog niet concreet uitgewerkt. Er zijn diverse mogelijkheden die hij bij het ontwerp van de woning ter overweging mee kan nemen, namelijk het aanleggen van een wadi in de voor- en/ of achtertuin, infiltratiekratten of het aanleggen van een infiltratieriool. Een combinatie van deze maatregelen is ook mogelijk.

In de voorziening moet in ieder geval tijdelijk minimaal 7,5 m3 aan hemelwater kunnen worden geborgen dat vervolgens langzaam in de grond kan worden geïnfiltreerd. Hierbij dient bij de uitwerking rekening gehouden te worden met de beperkte infiltratiecapaciteit van de bodem die bestaat uit klei. De voorziening moet zo zijn ontworpen dat de berging binnen 24 uur weer beschikbaar is voor het bergen van 7,5 m3 water. De exacte uitgewerkte voorziening wordt in het bouw- en woonrijpproces voorafgaand aan de vergunningverlening voor de activiteit bouwen door de initiatiefnemer aan de gemeente ter goedkeuring voorgelegd. Water vormt geen belemmering voor het initiatief.

Langwijkstraat 27 Lithoijen – 2023, pag. 40 van 65 Vastgesteld april 2024

5.5

Defensie

Uit oogpunt van defensie kunnen er beperkingen gesteld worden aan ruimtelijke ontwikkelingen in een gebied. Belangrijke aandachtspunten met betrekking tot het defensiebelang zijn: - Radarverstoringsgebieden; - Obstakelbeheergebieden; - Laagvliegroutes voor jachtvliegtuigen; - Geluidszones voor militaire luchtvaartterreinen. Het gehele plangebied is gelegen binnen het radarverstoringsgebied van een radar van de vliegbasis Volkel. Binnen dit gebied is het in beginsel niet toegestaan om hogere bebouwing op te richten dan 114 meter boven NAP. Indien er initiatieven zijn voor het oprichten van hogere bouwwerken of gebouwen, dan kan dit toegestaan worden als blijkt dat de radar niet onevenredig wordt verstoord. Dit kan door TNO worden berekend. Dit bestemmingsplan voorziet echter nergens in bouwmogelijkheden tot een dergelijke hoogte. Daarmee is het belang van het radarverstoringsgebied binnen dit bestemmingsplan voldoende gewaarborgd. Bij een eventueel toekomstig initiatief voor een bouwwerk met een hoogte tot 114 meter boven NAP of hoger dient het defensiebelang nadrukkelijk betrokken te worden bij de aanvaardbaarheid van de ontwikkeling. Voor het overige geldt dat het plangebied niet gelegen is binnen een obstakelbeheergebied, een laagvliegroute voor jachtvliegtuigen of een geluidszone voor militaire luchtvaartterreinen.

Aan deze aspecten hoeft dan ook geen verdere aandacht besteed te worden. 5.6

Milieuaspecten

In deze paragraaf wordt ingegaan op de milieu- en omgevingsaspecten die verband houden met, of betrekking hebben op de ruimtelijke ontwikkeling. Het gaat daarbij meestal om de wisselwerking met de omgeving. Welke gevolgen heeft het initiatief voor de omgeving en omwonenden? Maar ook, welke gevolgen hebben activiteiten in de omgeving voor de mogelijkheden op de projectlocatie? Achtereenvolgens komen de volgende aspecten aan bod: Bedrijven en milieuzonering Bodem Externe veiligheid Geurhinder: agrarisch Geur: industrieel Luchtkwaliteit Straling Weg-, spoor-, en industrielawaai Gezondheid Spuitzones Niet gesprongen explosieven 5.6.1 Bedrijven en milieuzonering Een goede ruimtelijke ordening voorkomt hinder en gevaar. Dit kan door voldoende afstand te houden tussen milieubelastende activiteiten van bedrijven en gevoelige functies, zoals woningen. Het doel van milieuzonering is om de kwaliteit van het woon- en leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Daarnaast kan milieuzonering bedrijven voldoende zekerheid bieden om hun activiteiten duurzaam uit te voeren. De handreiking Bedrijven en milieuzonering van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) geeft richtafstanden om de milieuzonering van bedrijven te kunnen bepalen.

Langwijkstraat 27 Lithoijen – 2023, pag. 41 van 65 Vastgesteld april 2024

Toetsing van de plannen Uit het vigerende bestemmingsplan ‘Twee kernen – 2018’ blijkt dat er in de nabijheid van het plangebied aan de Langwijkstraat slechts een bedrijf is gelegen in de vorm van het agrarische bedrijf aan de Langwijkstraat 35. Dit bedrijf heeft een agrarische bestemming met een bedrijfswoning. Op grond van het bestemmingsplan is het bebouwingspercentage van het bouwvlak van het bedrijf begrenst op 20%. Hiermee ligt het bedrijf feitelijk op slot, dit sluit aan op het feit dat het bedrijf tevens ligt in de zone ‘beperkingen veehouderij’ uit de Interim omgevingsverordening. In onderstaande figuur 10 is de afstand vanaf het bedrijf (bouwvlak-woonbestemming) tot het plangebied in beeld gebracht. Deze afstand is ongeveer 48 meter. De afstand vanaf het bouwvlak van dit bedrijf tot het bouwvlak van de nieuwe woning nr. 27 is ongeveer 60 meter.

Figuur 10 Uitsnede ruimtelijke plannen met afstandsmaat nabijgelegen bedrijf Langwijkstraat 35 (blauwe lijn is plangebied).

Langwijkstraat 27 Lithoijen – 2023, pag. 42 van 65 Vastgesteld april 2024

Het bedrijf aan de Langwijkstraat 35 betreft een Melkrundveehouderij waar op basis van een Melding Activiteitenbesluit in totaal 45 stuks jongvee, 10 zoogkoeien en 1 paard mogen worden gehouden. Na de Melding uit 2015 is het bedrijf gestopt met het houden van melkvee. Desalniettemin is dit gebruik als Melkrundveehouderij wel toegestaan op grond van het bestemmingsplan en hier wordt dan ook aan getoetst in het kader van Bedrijven en milieuzonering. Op basis van richtafstandentabel behorende bij de publicatie van de VNG over milieuzonering uit 2009 is bij een Melkrundveehouderij sprake van een bedrijvigheid in milieucategorie 3.1. Hiervoor gelden afstandsnormen van 100 meter voor geur, 30 meter voor stof en geluid en 0 meter voor gevaar. De grootste en dus maatgevende afstandsnorm van dit bedrijf is 100 meter. Het beoogde plangebied en het nieuwe bouwvlak van de woning is gelegen binnen deze 100 meter zone. Hierdoor kan ten aanzien van het aspect geur, niet bij voorbaat op basis van de milieuzonering een aanvaardbaar woon- en leefklimaat worden gegarandeerd. Op de overige aspecten (fijn stof, geluid en gevaar) kan gezien de afstand tussen beide bouwvlakken (60 meter) wel bij voorbaat worden geconstateerd dat deze bedrijvigheid niet belemmerend is voor de bouw van deze woning.

In de paragraaf geur wordt getoetst of er ondanks het feit dat er een woning gebouwd wordt binnen de milieuzoneringszone van 100 meter, toch een minimaal aanvaardbaar woon- en leefklimaat gegarandeerd kan worden. Het bedrijf zelf wordt niet belemmerd door de bouw van deze woning aan de Langwijkstraat 27 omdat er reeds andere woningen op (veel) kortere afstand tussen het plangebied en het bedrijf zijn gelegen. Denk aan de woningen Langwijkstraat 33 en 29. Hierdoor zijn die woningen maatgevend voor eventuele milieugevolgen van het bedrijf. 5.6.2 Bodem Op basis van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening en artikel 3.2 Algemene wet bestuursrecht, moet in planvorming rekening gehouden worden met de bodemkwaliteit in relatie tot de gewenste functies. In de Bouwverordening van de gemeente Oss is geregeld dat onder bepaalde omstandigheden het oprichten van gebouwen pas kan plaatsvinden als de bodem geschikt is (of geschikt is gemaakt) voor het beoogde doel. Om die reden dient bij iedere nieuwbouwactiviteit de bodemkwaliteit door middel van onderzoek te worden vastgesteld. Aangezien er geen gegevens bekend zijn van de bodem is er een historisch en verkennend bodemonderzoek uitgevoerd ter plaatse van het plangebied. In bijlage 2 is de rapportage van het onderzoeksbureau ‘Nipa milieutechniek b.v.’ uit Oss opgenomen.

De conclusie van dit onderzoek is als volgt (hoofdstuk 6, pg. 14): “Uit de resultaten van het verkennend bodemonderzoek uitgevoerd op het perceel Langwijkstraat tussen 25 en 29 te Lithoijen, kadastraal bekend als gemeente Lithoijen, sectie A, nummer 2456, blijkt dat de bovengrond van de vaste bodem licht verontreinigd is met diverse zware metalen. De ondergrond blijkt niet verontreinigd te zijn met de onderzochte parameters. In het grondwater is een van nature verhoogd gehalte aan barium gemeten. De aangetoonde gehaltes zijn dermate laag dat de uitvoering van een aanvullend of nader onderzoek, ons inziens, niet noodzakelijk is. Opgemerkt wordt dat de bodem vanaf maaiveld tot circa 1,0 à 1,5 meter –mv een bijmenging bevat met kolengruis en baksteenresten. Sporadisch zijn bijmengingen met puin aangetroffen. Deze bijmengingen maken de bodem verdacht met betrekking tot het voorkomen van een verontreiniging met asbest. Geadviseerd wordt om een verkennend asbestonderzoek conform de NEN 5707 uit te laten voeren”.

Langwijkstraat 27 Lithoijen – 2023, pag. 43 van 65 Vastgesteld april 2024

Het onderzoeksrapport is tussentijds beoordeeld door de gemeente en de adviezen van het onderzoeksbureau om aanvullend onderzoek uit te laten voeren, zijn bevestigd. Naar aanleiding hiervan is er in de periode mei-juni 2023 een aanvullend bodemonderzoek uitgevoerd door ‘Nipa milieutechniek b.v.’. Doel van het onderzoek was om te onderzoeken of er asbestverontreiniging is binnen het onderzoeksgebied. Dit onderzoeksrapport is opgenomen in bijlage 8 en de conclusies hiervan zijn als volgt (hoofdstuk 3, pg. 7): "Uit de resultaten van het verkennend asbestonderzoek uitgevoerd op een deel van het perceel Langwijkstraat tussen 25 en 29 te Lithoijen, kadastraal bekend als gemeente Lithoijen, sectie A, nummer 2456, blijkt dat de deellocatie niet is verontreinigd met asbest. Samen met de resultaten uit het verkennende bodemonderzoek kan worden geconcludeerd dat op de locatie geen noemenswaardige bodemverontreiniging aanwezig is”. Het bevoegd gezag heeft het aanvullend onderzoek beoordeeld en akkoord bevonden. Bodemkwaliteit vormt hiermee geen belemmering voor het initiatief

Langwijkstraat 27 Lithoijen – 2023, pag. 44 van 65 Vastgesteld april 2024

5.6.3 Externe veiligheid Rijkskader Externe veiligheid behandelt de risico's die ontstaan als gevolg van opslag van of handelingen met gevaarlijke stoffen. Deze risico’s kunnen hun weerslag hebben op de omgeving. Het wettelijke kader voor externe veiligheid bestaat onder meer uit: het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Enerzijds gaat het over de risicobronnen (bedrijven of transportroutes). Anderzijds gaat het over de risicoontvangers (omstanders die niets met de opslag van of handelingen met gevaarlijke stoffen te maken hebben). Wat betreft de risico-ontvangers maakt de wetgeving onderscheid in kwetsbare objecten en beperkt kwetsbare objecten. Kwetsbare objecten zijn gebouwen, waarin (of waarbij) groepen van circa 50 personen of groter, gedurende langere aaneengesloten tijd verblijven. Ook sommige gebouwen waarin/waarbij kleinere groepen verblijven, worden als kwetsbaar object gezien, wanneer die personen beperkt zelfredzaam zijn (zoals zieken, bejaarden of gehandicapten). Beperkt kwetsbare objecten zijn verspreid liggende woningen en bedrijven waarin/waarbij groepen van minder dan 50 personen gedurende langere aaneengesloten tijd verblijven.

In de landelijke wetgeving wordt meer gedetailleerd beschreven wat er onder kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten wordt verstaan. Belangrijk is hierbij dat de opsomming in de wetgeving niet limitatief is, zodat er in de verdere uitwerking van het beleid nog enige vrijheid rest. Verder maakt de wetgever onderscheid tussen het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Het plaatsgebonden risico (PR) geeft de kans, op een bepaalde plaats, om te overlijden als gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen. De kans heeft betrekking op een fictief persoon die continu op die plaats aanwezig is. Het PR kan op de kaart worden weergegeven met zogeheten risicocontouren: lijnen die punten verbinden met eenzelfde PR. De wetgever schrijft voor hoe moet worden omgegaan met de PR 10-6/jaar. Binnen deze contour heeft iemand die hier continu aanwezig is de kans van 1 op één miljoen om te overlijden als gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het groepsrisico (GR) is een maat voor de kans dat bij een ongeval een groep slachtoffers valt met een bepaalde omvang. Het GR is daarmee een maat voor de maatschappelijke ontwrichting bij een calamiteit. Het GR wordt bepaald binnen het invloedsgebied van een risicovolle activiteit.

Dit invloedsgebied wordt begrensd door de 1% letaliteitsgrens (tenzij anders bepaald): de afstand waarop niet meer dan 1% van de blootgestelde mensen in de omgeving komt te overlijden bij een calamiteit met gevaarlijke stoffen. Gemeentelijk kader Ook in de gemeente Oss zijn risicobronnen aanwezig in de vorm van transportassen en stationaire activiteiten. Dit vraagt om een gemeentelijke visie. Op 19 mei 2011 heeft de gemeenteraad de Beleidsvisie Externe veiligheid vastgesteld. Deze beleidsvisie beschrijft op welke manier de gemeente Oss externe veiligheid in haar afwegingen betrekt. Toetsing van de plannen Op basis van de beleidsvisie ‘Externe veiligheid’ uit 2011 betreft de bouw van een vrijstaande woning een ‘kwetsbaar object’. Uit raadpleging van de Atlas leefomgeving (risicokaart) blijkt dat het meest nabijgelegen risico de loop van de Maas is. Over de Maas worden gevaarlijke stoffen vervoerd die gevolgen kunnen hebben voor omliggende kwetsbare objecten. Uit figuur 11 blijkt dat de afstand tot de loop van de Maas meer dan 600 meter is. Het plangebied ligt hiermee ver buiten de veiligheidszones rondom de maas ten aanzien van brand- en explosiegevaar zoals aangeduid op de veiligheidskaarten in de Atlas van de leefomgeving.

Langwijkstraat 27 Lithoijen – 2023, pag. 45 van 65 Vastgesteld april 2024

Figuur 11 Uitsnede Atlas van de leefomgeving (Bepalen afstand vanaf plangebied tot meest nabijgelegen risicobron).

Uit de beleidsvisie externe veiligheid Oss uit 2011 blijkt dat het plangebied is gelegen binnen het invloedsgebied van de Maas. De locatie is gelegen op ongeveer 600 meter afstand van de Maas, hiermee is externe veiligheid relevant voor dit plan, omdat over de Maas gevaarlijke stoffen worden vervoerd. Navolgend is mede op advies van de Brandweer een beperkte verantwoording conform BEVT artikel 7 uitgewerkt aan de hand van de standaard verantwoording zoals opgenomen in de visie Externe veiligheid van de gemeente Oss.. Ontwikkeling groepsrisico Indien een ruimtelijk plan tot toename van de personendichtheid leidt, betekent dit dat: • vanwege de afstand tot de plaats van het mogelijke incident, • de aard van incident (blootstelling aan toxisch gas), het groepsrisico niet significant zal toenemen. Mogelijkheden tot beperking van het groepsrisico De mogelijkheid tot beperking van het groepsrisico door het beïnvloeden van de personendichtheid is geen item. • Toename van de personendichtheid heeft geen significant effect op het groepsrisico. • De kans op overlijden door een incident met gevaarlijke is hier bijzonder klein. De bestrijdbaarheid van de omvang van een ramp of zwaar ongeval Voor deze gebieden speelt het bestrijdbaarheidsvraagstuk niet. De bestrijding vindt plaats bij de bron, op afstand van deze gebieden.

Ten aanzien van de algemene mogelijkheden van de bestrijdbaarheid wordt verwezen naar het door de regionale brandweer/de Veiligheidsregio opgestelde 'risicoprofiel'.

Langwijkstraat 27 Lithoijen – 2023, pag. 46 van 65 Vastgesteld april 2024

Mogelijkheden tot zelfredzaamheid Omdat blootstelling aan een toxisch gas het bepalende scenario is, biedt ‘schuilen’ de beste wijze van zelfredzaamheid. Schuilen vindt plaats binnen bouwwerken. De mate waarin deze bouwwerken afsluitbaar zijn tegen de indringing van toxisch gas en de tijdsduur dat deze bouwwerken worden blootgesteld zijn hierbij parameters. Bij bestaande bouwwerken worden geen aanvullende maatregelen getroffen om mogelijke indringing van toxisch gas te verminderen. Aanpassing van bijvoorbeeld oude woningen op dit punt is ingrijpend en kostbaar. Bij nieuwe bouwwerken is sprake van een steeds betere isolatie, welke zorgt voor een goede bescherming tegen het binnendringen van het toxische gas. Nieuwe gebouwen die voorzien zijn van een luchtbehandelinginstallatie, waardoor het toxisch gas naar binnen kan worden gezogen dienen voorzien te zijn van mogelijkheden om dit systeem met één druk op de knop uit te schakelen. Van belang is dat bewoners tijdig gewaarschuwd worden. Dit gebeurt door het in werking stellen van het WAS29 als onderdeel van de algemene Rampenbestrijding. De zone III gebieden in de bebouwde kom van Oss vallen geheel binnen het dekkingsgebied van het WAS. Er liggen daarnaast ook geen andere risicobronnen zoals hoogspanningsmasten, buisleidingen of inrichtingen met een veiligheidsrisico in de kern van Lithoijen.

Het plangebied ligt dus niet binnen een plaatsgebonden risicocontour (PR 10-6/jaar). Hiermee staat het aspect externe veiligheid niet in de weg voor het planvoornemen. 5.6.4 Geurhinder: agrarisch De Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) is het beoordelingskader voor geur bij milieuvergunningen, bestemmingsplannen en omgevingsvergunningen. Het gaat uitdrukkelijk om agrarische geur van landbouwhuisdieren uit dierstallen. De wet maakt onderscheid tussen geurnormen voor intensieve en extensieve veehouderijen. De geurbelasting van intensieve veehouderijen wordt berekend en uitgedrukt in de vorm van een geurcontour. De geurbelasting van extensieve veehouderijen wordt uitgedrukt in vaste afstanden. De gemeente Oss heeft op basis van de wet een eigen geurbeleid opgesteld. Het geurbeleid bestaat uit twee delen: de “Geurgebiedsvisie 2013” en de “Agrarische geurverordening gemeente Oss 2017”. Het hanteert per soort gebied een eigen geurnorm en streeft de volgende doelen na: - de burger beschermen tegen geurhinder; - de veehouderijen niet onnodig beperken; - ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk maken, onder de voorwaarde dat er een aanvaardbaar woon- en leefklimaat is. De gemeentelijke “Beleidsregel ruimtelijke ontwikkelingen en geurhinder” is van belang voor de vraag of een ruimtelijke ontwikkeling kan plaatsvinden.

De beleidsregel geeft aan wanneer sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. In de Verordening geurhinder en veehouderij gemeente Oss 2017 wordt de maximale waarde voor de geurbelasting van een veehouderij op een geurgevoelig object binnen de gemeente Oss vastgelegd. Conform Artikel 3 Waarden voor de geurbelasting van de verordening zijn de volgende waarden vastgelegd: Lid 1. Op grond van artikel 6, lid 1 van de wet en in afwijking van artikel 3, lid 1 van de wet bedraagt de maximale waarde voor de geurbelasting van een veehouderij op een geurgevoelig object in het gebied als genoemd in artikel 2, lid 1 van deze verordening:

Langwijkstraat 27 Lithoijen – 2023, pag. 47 van 65 Vastgesteld april 2024

A. Stad Oss

1,0 Ou

B. Woonkern met geen/enige intensieve veehouderij

2,0 Ou

C. Plangebied (bij kern A en B)

3,0 Ou

D. Woonkern met intensieve veehouderij

6,0 Ou

E. Zoekgebied + plangebied Maren-Kessel West en Liesdaal

6,0 Ou

F. Recreatiegebieden

8,0 Ou

G. Extensiveringsgebieden

8,0 Ou

H. Bedrijventerreinen

8,0 Ou

I. Bedrijventerrein Vorstengrafdonk

12,0 Ou

J. Verwevingsgebied

14,0 Ou

K. Landbouwontwikkelingsgebied

14,0 Ou

Toetsing van de plannen De bouw van een nieuwe woning aan de Langwijkstraat 27 binnen de bebouwde kom van Lithoijen, betreft het oprichten van een nieuw geurgevoelig object. De woning is tevens gelegen binnen de 100 meter zone vanuit milieuzonering, vanaf de nabijgelegen Melkrundveehouderij aan de Langwijkstraat 35. De afstand tussen het bouwvlak van dit bedrijf en het bouwvlak van de nieuw te bouwen woning Langwijkstraat 27 is 60 meter. In deze paragraaf wordt getoetst aan de normen voor vaste afstanden en ten aanzien van cumulatieve geurhinder. Vaste afstanden toets In de Wet geurhinder en veehouderijen is binnen de bebouwde kom een vaste afstandsnorm van 100 meter van toepassing vanaf een Melkrundveehouderij. Hier mogen gemeenten vanaf wijken. Uit het gemeentelijke beleid ‘Agrarische geurgebiedsvisie Oss 2013’, paragraaf 8.4 blijkt dat de gemeente Oss voor het gehele buitengebied deze vaste afstanden met de helft heeft verlaagd. Met uitzondering voor Melkrundveehouderijen groter dan 200 stuks Melkvee en/of 140 stuks jongvee, oftewel voor bedrijven boven de grenzen uit het Activiteitenbesluit. In dit geval valt de melkrundveehouderij aan de Langwijkstraat 35 onder de werking van het Activiteitenbesluit en mag uitgegaan worden van een vaste afstandsnorm van 50 meter.

Aangezien in dit geval de afstand bouwvlak-bouwvlak 60 meter is, wordt voldaan aan de vaste afstandsnormen uit het gemeentelijke geurbeleid. Cumulatie toets Op basis van de gemeentelijke beleidsregel ‘Ruimtelijke ontwikkelingen en geurhinder 2013’, mag voor het beoordelen van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat met betrekking tot cumulatie van geurhinder in een bebouwde kom waarvoor een geurnorm van 2 geldt (zoals Lithoijen), maximaal sprake zijn van een achtergrondbelasting van 10 Odeur units (Ou). Een achtergrondbelasting van 0-6 Ou wordt in de beleidsregel gezien als een goed woon- en leefklimaat. Uit figuur 12 valt op te maken dat er ter plaatse van het plangebied een achtergrondbelasting van tussen de 3 en 7 Ou is te verwachten, gezien omliggende agrarische bedrijven. Hiermee is een minimaal voldoende maar naar verwachting zeker een goed woon- en leefklimaat te verwachten ten aanzien van geur vanaf veehouderijen. Op basis van artikel 3 van de beleidsregel zijn er op grond van deze bevindingen geen belemmeringen om mee te werken aan een ruimtelijk initiatief.

Langwijkstraat 27 Lithoijen – 2023, pag. 48 van 65 Vastgesteld april 2024

Figuur 12 Uitsnede kaart achtergrondbelasting geur (Odzob, d.d. 23-3-2023)

De meest dichtbij gelegen andere veehouderij is gelegen aan de Valkseweg 36 te Lithoijen op ongeveer 450 meter afstand van het plangebied. Het betreft in deze een geitenhouderij waar opfokgeiten worden gehouden. In de paragraaf gezondheid (5.6.9) wordt nader ingegaan op de volksgezondheidsrisico’s met betrekking tot de geitenhouderij. Uit het uitgevoerde bureauonderzoek naar omliggende agrarische bedrijven blijkt dat de nieuw te bouwen woning buiten de vaste afstandsnorm van de nabijgelegen Melkrundveehouderij is gelegen. Daarnaast is er sprake van een lage cumulatieve geurbelasting. Hiermee is een goed woon- en leefklimaat ten aanzien van geur binnen het plangebied te verwachten en staat het aspect geur niet in de weg voor realisering van de plannen. 5.6.5 Geur: industrieel Het nationale industriële geurbeleid is vastgelegd in de Nederlandse emissierichtlijn (NeR). De brief van het ministerie van Infrastructuur en Milieu van 30 juni 2005 stelt het rijksbeleid in grote lijnen vast. Het algemene uitgangspunt is het voorkomen van (nieuwe) hinder. Dit uitgangspunt vormt samen met het toepassen van de Beste Beschikbare Techniek (BBT) de kern van het geurbeleid.

Uitgangspunten van het rijksbeleid zijn: - als er geen hinder is, zijn maatregelen niet nodig; - als er wel hinder is, worden maatregelen getroffen op basis van het Beste Beschikbare Techniekprincipe; - de gemeente stelt vast welke mate van hinder acceptabel is. Gemeenten en provincies hebben de bevoegdheid om een eigen geurbeleid vast te stellen. De provincie Noord-Brabant heeft een eigen geurbeleid voor provinciale bedrijven, de Beleidsregel beoordeling geurhinder omgevingsvergunningen industriële bedrijven Noord-Brabant. De gemeente Oss heeft geen eigen industrieel geurbeleid. Per situatie stelt de gemeente Oss vast of sprake is van een acceptabel geurniveau. Er zijn verschillen in het niveau van bescherming mogelijk. Voor een bedrijfswoning kan bijvoorbeeld een hogere geurbelasting gehanteerd worden dan voor aaneengesloten woonbebouwing. Toetsing van de plannen De bouw van een woning aan de Langwijkstraat 27 is niet gelegen in de buurt van een industrieterrein of niet-agrarisch bedrijf. Industriële geurhinder is geen beperkende factor voor dit initiatief.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Oss&id=f3cc2e2e-ca4a-41b1-ae5f-1bb377538d38